MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Sir Spamalot als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bad Acid Trip - Lynch the Weirdo (2004)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Inzending van collega Dexter naar aanleiding van de topic Het Metal Album van de Week, iedereen blijft welkom.

Frank Zappa zaliger heeft een metalplaat gemaakt en het is deze Bad Acid Trip. Dat was mijn indruk bij de eerste, de tweede en volgende luisterbeurten. Het zit wel heel strak in elkaar en er wordt ongetwijfeld knap ingespeeld maar ik denk voortdurend aan de tekenfilms van Looney Toones.
Ik ervaar dezelfde gekte, geschiftheid maar de tekenfilms vind ik veel beter. Ik vind mooie stukken muziek (Strange Humans) maar het cabaretachtige van de zanger zorgt voor zure oprispingen. Ongetwijfeld mogen wij dit niet al te ernstig nemen. Het extreme van deze metal ervaar ik vooral in de knettergekke breaks en wendingen. Kill or Be Killed begint met een geweldige gitaarriff en is nog het normaalste nummer op dit album, tevens mijn favoriet nummer.
Mocht ik dit live eens meemaken, zou ik wel meedoen met de gekte en meedeinen met de rest van het publiek. Op plaat, welke fysieke verschijningsvorm dan ook, bevalt dit me veel minder maar dat komt wellicht door mijn leeftijd dat een zeker structuur en samenhang verlangt .

Bad Lizard - Killer on the Loose (1983)

poster
2,5
Sir Spamalot (crew)
Van deze Belgische Metal groep uit Brugge kan ik met trots zeggen dat ik hun volledig discografie heb toegevoegd, die eer is voor mij maar zoveel werk heb ik er niet aan gehad. Op een klein label verscheen deze EP, twee jaartjes later verschijnt hun album op Roadrunner dan nog, welke ik op vinyl heb. Dat was het dan.

Op deze EP speelt Guido Verhaeghe de bass, op het album Power of Destruction is dat Lou Michot. Het is iets ouderwets de dag van vandaag en de nasale zang van Eddy Termot kan een breekpunt zijn. Let op de AC/DC invloeden in L.A. Rock. Room of Silence is het janknummer van dienst met tegen het einde een versnelling. Onschuldig en iets minder dan generatiegenoten Ostrogoth uit Gent. “Zie je van Brugge, zet je van achter” aldus Willy Lustenhouwer.

Bad Lizard - Power of Destruction (1985)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Belgische Metal op het grote Roadrunner label, dat maakte indruk wat volgens mij verklaart waarom ik dit in 1985 heb gekocht op vinyl. Ik heb ze het jaar nadien (12/07/1986) op het Meadow Festival in Aartrijke gezien en ik herinner me de prachtige witte Flying V van gitarist Frank. Ik heb zelfs nog het toegangskaartje met de handtekeningen van de vijf sympathieke groepsleden hierop.

Zo speciaal is het niet: het is mooi uitgevoerde old school heavy metal met lekker gitaarwerk van beide heren, Erwin en Frank, elk op zijn beurt en samen. Zanger Eddy doet het goed hoewel het nasaal Engels is" met haar op", voor onze Nederlandse vrienden: steenkolenengels. Ritmesectie is in orde en ze beschikken over een goed geluid, zou wel mogen voor zo'n label. Roadrunner is een referentie in ons Metal Universum.

Op kant A duid ik snelle opener Black Hole en Deeds of Darkness aan als leukste nummers. Op kant B duid ik het titelnummer aan met zijn puik gitaarwerk halverwege en het uptempo Optical Illusion. Far Away From Home is de beruchte powerballad waar zanger Eddy het moeilijk heeft. Een alfabetische herontdekkingstocht doorheen mijn vinylcollectie kan charmante verrassingen opleveren en dit is er één van.

Bal-Sagoth - Atlantis Ascendant (2001)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Epische / symfonische black metal van een Britse groep waarvan ik de naam ken maar de muziek niet – denk ik toch – tot zijn introductie in de topic HMAvdW. Ik heb dit een aantal keren met volle aandacht voor hun verhaal beluisterd. Het is een hele opgave voor de luisteraar, ze steken er hart en ziel in (en heel veel tijd en moeite).

Geen Dungeons and Dragons noch Lord of the Rings, ik heb het gevoel in één van die achtervolgingsscènes te zitten van de Indiana Jones reeks. Ik denk ook dikwijls aan een inzending van ronde drie: Kalisia - Cybion (2009) met ook zo’n episch verhaal dat ik beter uitgewerkt vind. Tofste nummers vind ik Draconis Albionensis en The Dreamer In The Catacombs Of Ur. Drie instrumentale nummers staan er op dit album, opener The Epsilon Exordium, The Ghosts of Angkor Wat (ambient en even ademhalen) en afsluiter Six Keys to the Onyx Pyramid.

Ik vind dit wel qua muziek een redelijk toffe plaat, het kost wat moeite om in de juiste stemming in het verhaal te geraken toch blijft volgen met de teksten voor mij een hele opgave. Zoals Sinner vermeldt in zijn bericht, quality control.

Baptized in Blood - Baptized in Blood (2010)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Canadezen op Roadrunner met een hoes die zo uit de glorieuze jaren tachtig lijkt te zijn geplukt. Bij de voorstelling in onze topic was de nieuwsgierigheid al gauw gewekt maar dit album komt toch uit 2010. Met je albumhoes moet je opvallen en interesse kweken en bij mij is dat gelukt.

De muziek dan. Ik hoor een mix tussen thrash, death en stevige metal met licht gegrunt of hese zang en veel melodie, wat voor mij nog altijd belangrijk is. Bij het gitaarwerk dwalen de gedachten soms af naar Jeff Waters van het eveneens Canadese Annihilator. Lijster maar eens naar de sologitaarlijnen, ik hoor toch gelijkenissen, geen verwijt, enkel een persoonlijke vaststelling. Jammer genoeg begint de zanger mij halverwege het album te vervelen, waar er ietwat variatie in het muzikaal geweld zit, is er weinig variatie in de toch goed verstaanbare doch vermoeiende zang.

Een zestal keren heb ik dit opgelegd en in de komende maanden en jaren zullen er een aantal lijsterbeurten bijkomen want het zijn goeie muzikanten met tamelijk goede songs behalve Down and Out, dat bevalt mij niet. Als betere nummers duid ik aan: Up Shirts Down Skirts, Will of a Demon en Event Horizon.

Barbarian - Barbarian (1984)

poster
2,0
Sir Spamalot (crew)
Een viertal vrienden vormen een groep en nemen een EP op, hoe herkenbaar in die tijden en in dat genre. Dit is Belgische Heavy Metal en gevonden in een pindakaaswinkel. Euh, je mist niet echt iets als je dit niet kent: de productie is zwaar ondermaats en klinkt meer als een demo, de zanger zingt vaak vals Frans en de nummers zijn heel middelmatig, Victime is iets rustiger van opzet om tegen het einde iets te versnellen. Zelfs Metal Archives kent dit niet en daar staan momenteel 91.246 groepen op. Na dit wapenfeit verdwenen ze terug onder het maaiveld, toch is het eens leuk om zo iets obscuurs te ontdekken.

Barón Rojo - Larga Vida Al Rock N' Roll (1981)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Barón Rojo is een Spaanse Hardrock / Heavy Metal groep uit Madrid en al bezig sinds 1980. Dit is hun debuutalbum, eeuwen geleden mij op cassette overgemaakt door een kameraad met Spaanse roots. Op dit album is er meer rock dan metal te horen, pas later zouden ze een zwaardere stijl aanhangen. Het is best wel eens aangenaam om dit na zovele jaren nog eens boven te halen, opnieuw een gewoon degelijk album met Spaanse zang. Het titelnummer vind ik hierop het beste nummer. Voor de liefhebbers en/of wie zijn Spaans wil oefenen.

Barón Rojo - Metalmorfosis (1983)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Album nummer drie van deze Iberische metalgroep uit Madrid, voorganger Volumen Brutal zit in de bovenste schuif ten residentie Spamalot. Het bevestigt hun kunnen en alle nummers zijn hiervan getuige, met één uitzondering: de semi-ballad Siempre Estás Allí, die godzijdank niet zo stroperig is als 99,99% van die beruchte ballads die ten residentie Spamalot in de onderste schuif liggen.
Warm geluid opnieuw en ik leen volgend weetje uit metal-archives.com: dit album werd opgenomen in de Battery Studios in London. Twee nummers (Invulnerable en Herencia Letal) stonden destijds niet op dit album maar wel op de cassette en als aanvullende single bij de eerste 1.000 exemplaren van dit album en die single nu is een collector’s item. Ik heb gelukkig een versie (“kuch”) op de kop kunnen tikken met beide nummers: Invulnerable is niets speciaals maar Herencia Letal is een snelle rocker met double bass, wat me ik altijd laat wel gevallen. Hopelijk staan deze nummers op een complete cd-uitgave.
Wat ik ten zeerste waardeer, zijn de gitaarpartijen van de broertjes Armando en Carlos de Castro, ik ontdek toch veel gevoel voor melodie met de nodige technische capriolen. Hoogtepunten vind ik vooral de uptempo nummers, het meeslepende Hiroshima en de geweldige gitaarsolo’s in El Malo. Klasseplaat van een klassegroep.

Barón Rojo - Volumen Brutal (1982)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Tweede album van dit Spaans gezelschap uit Madrid, bezig – zoals door mij reeds gezegd – sinds 1980 en ik heb deze op cassette, leve tapetrading bijna dertig jaar geleden, snik!
Op zijn Westvlaams gezegd, hebben de heren Rode Baronnen serieus veel peper in de gat gekregen, getuige het verdomd rockende en harde Incomunicación, de splijtende opener. De muziek doet mij denken aan de oude AC/DC, de oude Accept, de oude Judas Priest en is in vergelijking met de voorganger meer metal dan hardrock geworden.
Er staat hier van alles op, de uptempo knallers, de harde stampers alsook het ultrakorte rustmoment (de keyboard- en gitaarintro van Concierto Para Ellos, een ode aan hun inspiratiebronnen). De muziek is typisch jaren tachtig metal en vind ik prachtig: vette riffs met heel veel gevoel voor melodie en prachtige gitaarsolo’s. Spanjaarden kunnen een stukje gitaar spelen, understatement van het jaar, en hier zijn er twee aan het werk.
De teksten zijn in het Spaans gezongen en dat is geen bezwaar voor mij: het klinkt als een klok en laat mij toevallig in mijn studententijd Spaans als vierde taal aangeleerd hebben, dus zo onderhoud ik het nog een beetje.
Piepklein smetje op de plaat is de saxofoon in het vierde nummer Son como hormigas. Absoluut pluspunt vind ik het zeer mooie warme gitaargeluid, de verduiveld fijne gitaarsolo’s, het is puur natuur en er is nog geen sprake van loudness war! Prachtig geluid overigens, goede productie, dit knalt als vuurwerk uit de speakers, ieder instrument is overduidelijk hoorbaar en in balans met elkaar. Favoriet nummer was toen, is nu en zal altijd zijn: Las Flores del Mal. El Baron Vuela Sobre Inglaterra is een instrumentaaltje in de beste Iron Maiden traditie!
Deze plaat bestaat ook in een Engelse versie in hetzelfde jaar uitgekomen met krek dezelfde hoes dus de keuze is aan u, aandachtige luisteraar. Een verdiende vette viereneenhalf voor deze vier stierenvechters en een van de beste platen uit mijn tijd (toen de dinosaurussen nog rondcrosten) die ik in lange tijd heb gehoord. Mag het “brute volume” nog hoger aub?

BBM - Around the Next Dream (1994)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Een aantal stevige commentaren lees ik over de bluesy kwaliteiten van Gary Moore en dat is een discussie ad perpetuum. Gary Moore was een hele goeie gitarist (jammer genoeg RIP) en later bewees hij zijn mannetje te kunnen staan in de niet-rock wereld. Cream deed weinig of niets bij mij maar deze kan ik heel goed hebben.

Ik probeer het te zien vanuit het standpunt van Gary Moore: een album opnemen met twee legendarische namen met hopelijk een aantal schitterende nummers. Ik vind het geslaagd, hij blijft toch een machtige gitarist met een eigen geluid, dat even staalhard is als in zijn Rock periode, maar in zijn Blues periode legt hij mijns inziens meer finesse in zijn gitaarwerk.

Zijn zang is alleszins veel prettiger geworden, want minder afgeknepen. Mooi album, waarop Gary Moore voor mij duidelijk de beste bijdragen levert. Alleen Wrong Side of Town vind ik heel wat minder.

Beautiful Sin - The Unexpected (2006)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Inzending nummer 28 in onze geliefde topic Het Metal Album van de Week en mijn dank gaat uit naar collega horned_reaper voor een bijzonder fijne plaat: episch, symfonisch, -isch hier en –isch daar. Ik vind het prachtig melancholische gedragen sfeervolle metal met een bijzonder getalenteerde zangeres Magali Luyten.
Zij heeft al veel sporen verdiend bij andere projecten blijkbaar waaronder Ayreon en ze is de frontvrouw Virus IV. Van Virus IV en van haar had ik nog nooit gehoord en op basis van haar prestaties op dit album zal ik haar ander zangwerk onder de loupe nemen. Op dit album is zij de onbetwiste troef van deze band.
De muziek is fantastisch: ik hoor hierop wat ik altijd graag hoor in Metal en de meesten hier weten dat ondertussen. Ik denk dikwijls aan een hardere versie van Nightwish maar dan zonder operazangeres. Ik kan geen hoogtepunten opnoemen want het dendert voort aan een even hoog niveau. Inderdaad is Closer to My Heart de beruchte en door mij gevreesde powerballad, maar hier valt het nog mee: ik bekijk het als een rustpunt in dit album. Bepaalde stukken (o.a. in Take Me Home) bezorgen me rillingen, klamme handen en tintelende nekspieren. Drie kwartier puur plezier voor mij.

Benighted - Icon (2007)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
“Brutal Death Metal” uit de Rhone-Alpen, Frankrijk, luidt de omschrijving op Metal Archives. De schrik zat er al op voorhand in, aanvankelijk bevestigd door de twee oerschreeuwen in het korte Complete Exsanguination.

Ik woon in West-Vlaanderen, waar er meer varkens gekweekt worden dan West-Vlamingen wonen (statistisch bewezen), daarom ben ik nog niet gesteld op die knor-grunt noch op die schreeuw van zanger Julien "Truch" Truchan want het doet afbreuk aan een aantal machtige riffs (Grind Wit, Forsaken, Smile Then Bleed) en muziekstukken (als ze iets trager spelen) want deze kerels kunnen spelen. Alle teksten – als je ze kunt verstaan – zijn in het Engels behalve bij nummer drie Grind Wit (met korte rap) en acht Icon.

Ik geef hiervoor een 3,00 met in het achterhoofd volgende gedachte: rijp voor een ietwat hogere score als ik maar zou kunnen wennen aan die vocale escapades maar dat zal wellicht nooit lukken, ook niet na negenendertig vermoeiende minuten.

Betrayal at Bespin - Diary of a Dead Man Walking (2010)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Als men tegen mij zegt, dit is een album met Doom/Post/Sludge, dan trillen de neusvleugels want meestal ligt dat genre (dat lelijk woord) mij niet. Dit is niet de schuld van dit album of gelijkaardige albums maar de schuld van mijn eigen dikwijls bekrompen geest.
Toch had ik veel moed: zo Doom/Post/Sludge is dit nog niet en er vallen hier en daar akoestische elementen waar te nemen. De zanger vind ik nogal vlak, toch is het niet zo schreeuwerig als andere albums die hun opwachting hebben gemaakt in onze teerbeminde topic, Het Metal Album van de Week. Met de muzikale prestaties heb ik – tot mijn eigen verrassing en na een djoef op mijn eigen bekrompen geest te hebben gegeven – weinig tot geen moeite maar het mocht zeker niet langer duren dan de huidige vijftig minuten. Jammer van die quasi onverstaanbare zang met weinig of geen afwisseling maar middenin het album valt een ommekeer te bekennen.
Mijn hoogtepunten, ook wel memorabele momenten genoemd? De tweede helft van At First Light, de tweede helft van Trinity, tout court de instrumentale rustigere stukken van dit album, zeker vanaf A Single Blade of Grass hoewel het te lieflijk dreigt te worden met uitzondering van het slotnummer.

Bewitched - Pentagram Prayer (1997)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Zweedse mix tussen power metal en thrash metal met catchy melodieën en teksten over het occulte. In een sneltreinvaart worden de nummers erdoor gejaagd in een dikke veertig minuten, nog altijd de ideale albumlengte wat mij betreft. Ontdek hier en daar de meer dan vette knipoog naar de good old heavy metal from the old days. Meer dan eens denk ik aan het vette NWoBHM geluid. Nostalgiefactor is een helpende hand maar zonder dat is het even genietbaar. Het komt uit de jaren negentig maar heeft de charmes van de mij dierbare jaren tachtig, men vinde een goeie gitaarriff en men bouwe er een deftige song mee zolang het maar vooruit gaat. Enkel het laatste nummer is een buitenbeentje op dit album, het is meer “spoken word”.

Beyond Twilight - The Devil's Hall of Fame (2001)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Zeg je Denemarken tegen mij, dan denk ik spontaan aan Mercyful Fate: ingenieuze metal met ingenieuze zang en ingenieuze tempo’s. Hun tweede Don’t Break the Oath is legendarisch. Het eveneens Deense Beyond Twilight levert dit meer dan aardig debuutalbum af maar ik heb mijn bezwaren, spijts de meer dan degelijke geleverde muzikale prestaties.

Bezwaar nummer één. De Noorse zanger Jørn Lande drukt voor mij een te grote stempel op dit album. Het concept of beter gezegd verhaal vereist vele teksten maar enige terughoudendheid ware iets beter geweest. Een voorbeeld hiervan vind ik terug in Shadowland. Niettegenstaande hij een indrukwekkend bereik en kracht heeft, mis ik iets. Hij trekt alle registers open maar ik blijf er stoïcijns kalm bij.

Bezwaar nummer twee. Het gemiddelde tempo ligt voor mij te laag en er zijn nauwelijks tempowisselingen. Ik mis een iets sneller nummer, ik mis afwisseling tussen de nummers, karakterstoornis van mijn kant. De twee korte nummers, The Devil’s Waltz en Closing the Circle, wijken iets af van de andere nummers, evenals de break in Crying.

Net zoals met alle albums in onze topic Het Metal Album van de Week beluister ik een jaar later nog eens de inzendingen van een ronde, misschien bevalt dit me de volgende keren beter, momenteel heb ik mijn bovengenoemde bedenkingen, quasi dezelfde als collega wizard.

Biomechanical - Cannibalised (2008)

poster
2,5
Sir Spamalot (crew)
Nog een paar keren geprobeerd, je weet wel, op cd gebrand en 's avonds in de zetel beluisteren met een tekstvel erbij. Ik bewonder wel de intensiteit van dit album en het blijft een heel zware rit voor mij om uit te zitten. Mijn voornaamste probleem is en blijft de zang en de overintensiteit. Ik hoor aardige ideeën maar door een overkill worden de songs als het ware door zichzelf weggedrukt. The Unseen blijf ik een goed nummer vinden, maar de rest wil maar niet in mijn geheugen blijven plakken. Waarom moeten die gitaren ook altijd zo laag mogelijk gestemd worden? Update binnen een goed jaar!

Bison B.C. - Dark Ages (2010)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Straffe loodzware kost alweer uit Canada, welke een meer dan populair land is in ronde vijf van HMAvdW. Sludge Metal? Eerder Stoner Metal volgens mijn smaak maar, ach, wat doet het er toe.

Toffe riffs met veel afwisseling qua zang (gewoon en gebrul) en de opener hakt er goed in. Ze durven ook eens de zweep te laten knallen en een tandje bij te steken qua snelheid maar het zijn de loodzware riffs die het ook voor mij doen. Veel melodie ook in een uptempo kader! Het gruizelige einde van Fear Cave is ietwat pijnlijk voor mijn oortjes. Crimineel goed vind ik het snelle Two-Day Booze.

Perfecte lengte met zijn drie kwartier, ik kan het niet laten om te zeggen. Ik lees hier en daar (o.a. Metal Archives) een vergelijking met Mastodon, het kan zijn. Ik weet alleen dat ik hiervan heb genoten! Kleine fijne lawaaierige knaller.

Black Breath - Heavy Breathing (2010)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Black Breath komt uit Seattle, de Verenigde Staten van Amerika en speelt een mix tussen Thrash Metal en Old School Death Metal, zo ervaar ik het toch. Eerdere ervaringen met een dergelijke stijl zijn Obituary, Entombed en Death Breath (album Stinking Up the Night uit 2006 en ons voorgesteld in ronde één van HMAvdW).
Ik vind dit een heerlijk album om eens lekker op los te gaan, het geluid is zompig en prettig en de gitaren knetteren en zagen door de speakers. Het tempo is veelal hetzelfde maar dat zal mijn pret niet bederven, het album sluit af op veertig minuten, perfect dus.
Geen problemen met de zanger, hoewel ik het geschreeuw soms niet vind passen bij de nummers, leve de grunt! Het beste nummer op deze plaat vind ik Escape From Death, ideaal tempo, ideale riffs met breaks en solo’s. Op de hielen wordt deze gevolgd door Virus en Children of the Horn. Unholy Virgin bevalt me dan weer minder want daar werkt het geschreeuw wel op mijn zenuwen.
Loodzwaar album maar niet zo onverteerbaar als sommige eerdere albums in de topic, niettegenstaande het loden gevoel zit hier veel melodie en samenhang in en het gaat vooruit en blijft vooruitgaan. Prettige ervaring met een energievol album, een kanshebber voor mijn top tien van de tweede ronde.

Black Knight - Master of Disaster (1985)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Ik houd van EP’s, omwille van het nieuwe en de kracht ervan. Het was voor vele groepen het eerste, en dikwijls, enige visitekaartje of eerste stap op het wereldpodium.
Deze vier heren en een dame (Lori “Scream Queen” Wilde) zijn afkomstig uit Canada en maken met hun EP tamelijk veel indruk op mij. Ik denk aan een betere versie van de oer-Warlock uit Duitsland. De gitaarlijnen en gitaarsolo’s worden bijzonder gesmaakt op Château Spamalot. Een tamelijk matig nummer als Born to Rock wordt opgewaardeerd door de gitaarpartijen. Beste nummer vind ik het zeven minuten lange en slepende Aaraigathor (Metal Anthem) met zang van bassist Glenn Hoffman. Rond 4:30 volgt een geweldig mooie tempowisseling met felle solo’s van beide gitaristen. Master of Disaster is ook een knap uptempo nummer met mooi gitaarwerk.
De heruitgave uit 2002 heeft zes bonusnummers, een tweede heruitgave uit 2006 lapt er nog eens twee bonusnummers bij, maar voor mij tellen de vijf nummers op het origineel. Aardige EP met old school metal. Het geluid is matig maar Aaraigathor (Metal Anthem) moet je toch eens beluisterd hebben.

Black Sabbath - Black Sabbath (1970)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
407 versies staan er momenteel op Discogs, ik heb in 2015 de versie met nummer 1871-2 gekocht, op Wowhd dan nog, en niet goed opgelet. De tracklist is anders, vriend Wiki vertelt me dat ik “een” Noord-Amerikaanse versie heb met vijf nummers, hier ook meer info: Black Sabbath - Black Sabbath (1988, CD) | Discogs.

Voor het ontbreken van Evil Woman krijg ik Wicked World in de plaats en laat me daarvoor niet rouwig zijn. Het titelnummer natuurlijk, N.I.B. en Sleeping Village onthoud ik vooral op een markant album als haast officiële geboorteakte van Heavy Metal: 13 februari 1970. Ozzy is Ozzy, een geweldige charismatische frontman en imho hier nog meer zanger dan entertainer, op het randje van het valse af.

Maar er verschijnen nog twee sterren op het toneel: Riff Master Tony Iommi en bassist Geezer Butler. Rekening houdend met het tijdvak mis ik hierop nog de latere power van Black Sabbath, volstrekt normaal gezien hun Blues invloeden die ze nog moesten afschudden.

Black Sabbath - Born Again (1983)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Huishoudelijke mededeling. Weg zijn drummer Vinny Appice samen met zanger Ronnie James Dio, in hun plaats komen... terug op het oude nest drummer Bill Ward en nieuw op het nest zanger Ian Gillan. Het is dat ene Tony Iommi ervaring heeft met gerenommeerde zangers en ik zou graag eens zijn adresboekje zien. De rest van het verhaal staat op dat Wonderlijke Wereldwijde Web, of in het cd-boekje. Deep Sabbath.

Mededeling van boekhoudkundige aard: op 14/08/2016 heb ik deze op cd gekocht en de voorbije weken een aantal keren afgespeeld, de jaren tussenin kwam deze bitter weinig boven. Dat heeft natuurlijk zijn redenen want... (daar zijn die drie puntjes weer).

In dit geval duiden die drie puntjes op een lichte aarzeling van mij, ik zou dit album zo graag genegener in de armen sluiten maar het lukt mij niet en ik ben ook niet de persoon om zomaar neer te sabelen (behalve als het om St. Anger gaat, geen genade). Zowel op mijn cd als op Spotify (alsof dat een referentie is) staat het blikkerige geluid mij tegen, net alsof kiezelstenen op elkaar vallen en met de hoofdtelefoon op voel ik ook een zekere doffe druk op mijn buizen van Eustachius.

Pas op, ik trek de capaciteiten van Gillan niet in twijfel, ik zou niet durven, maar hier vind ik hem niet overtuigen op dit album. Nog een observatie is de aanwezigheid van twee niemendalletjes op een totaal van negen nummers op een album met een spuuglelijke hoes, ik ben nochtans één en ander gewoon.

Kleine lichtpuntjes zijn Trashed, Zero the Hero en het kalme titelnummer. Als slot vermeld ik de Westvlaamse variant van het spreekwoord “met lange tanden eten”: bij ons heet dat “met lange hielen ergens heengaan”. Dat vat het zo voor mij samen.

Black Sabbath - Cross Purposes (1994)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Black Sabbath – Anno Domini 1989–1995

De box Anno Domini heb ik dit jaar natuurlijk binnen gedaan, met juist die vier Black Sabbath albums die ik nog niet op fysieke drager, in casu cd, had. Mijn geduld werd getest tot het uitkomen van deze prachtige box (en mijn duurste aankoop van 2024). Bedankt, Tony!

Het is sinds datum van aankoop al een aantal keren flink genieten geweest van ook dit album, welke ik voordien enkel kende als “pindakaasderivaat” / streaming, maar nu ik het echte ding kan in de lade mikken...

Een logisch vervolg op voorganger Tyr, op zijn beurt een logisch vervolg op Headless Cross, is dit. Meeslepende songs, meeslepende riffs en die uitstekende zanglijnen.

Virtual Death bevalt me minder want nogal saai en iets te nadrukkelijk leentjebuur gespeeld bij Alice in Chains, dat op zijn beurt toch ook schatplichtig is aan Black Sabbath, maar goed, het is maar een vaststelling van mij. Dying for Love had misschien beter achteraan het album gestaan, een rustige afsluiter kan ik altijd waarderen, de fade-out hiervan minder. Voor mij steken met kop en schouders uit, Cross of Thorns en The Hand That Rocks the Cradle.

Black Sabbath - Cross Purposes - Live (1995)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Ik ben momenteel aan het luisteren naar dit live-album, ook al om zelf te horen hoe Tony Martin het live afbrengt, want naar verluidt is dat niet altijd een succesnummer geweest. Ik lees heel goed het bericht van Sinner hiervoor en en ik moet hem (weeral ) gelijk geven. Met de zang lijkt het nogal mee te vallen, maar die setlist is niet op het lijf geschreven van Tony Martin.
Als ik nog kan tellen, komen slechts vier nummers hierop van de periode met Tony Martin (I Witness, Psychophobia, Cross of Thorns, Headless Cross), op een totale oogst van vijf studioalbums. Waarom weer diezelfde haast afgezaagde nummers: laat Ozzy zijn nummers zingen, laat Ronnie James Dio zijn nummers zingen en for god's sake laat Tony Martin dan zijn gang gaan uit de vijf prima studioalbums, want die periode heeft een aantal geweldige platen opgeleverd (Tyr, iemand?).
Het geluid is ook dat niet, klink meer als een opgepoetste bootleg en die nummers van de periode Tony Martin, vind ik het best uit de verf komen. Niets van Tyr hierop, een onvergeeflijke doodzonde. Laat Ronnie James Dio maar snel op pensioen gaan, ik blijf hem een goede zanger vinden weliswaar, maar mijn hart en oren gaan meer en meer uit naar Tony Martin. My kingdom, my kingdom voor een liveversie van The Sabbath Stones en Jerusalem en The Lawmaker en...

Black Sabbath - Forbidden (1995)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Black Sabbath – Anno Domini 1989–1995

De box Anno Domini heb ik dit jaar natuurlijk binnen gedaan, met juist die vier Black Sabbath albums die ik nog niet op fysieke drager, in casu cd, had. Mijn geduld werd getest tot het uitkomen van deze prachtige box (en mijn duurste aankoop van 2024). Bedankt, Tony!

Ook ik ben rad van tong geweest over dit album, één bericht van toen zou ik nu niet meer zetten, maar goed, let bygones be bygones. Zondag namiddag is altijd mijn off the grid tijd, geen computer, geen rotphone, geen internet. Dan is het leestijd, eentje van de stapel tijdschriften (Bergen Magazine) of eentje van de stapel boeken. Nu was het tijd voor het begeleidend boekje bij deze box, met hopelijk de nodige info over deze Forbidden.

Voor velen onder ons is dit album niet volledig geslaagd, ook voor mij, maar waardoor? Een aantal berichten van een aantal collega's hier vertellen hierover het nodige, in dat boekje staat nog meer. Forbidden daterende uit 1995, platenmaatschappij die mekkert om een rauwer bij die tijden passender geluid, Ice-T die zijn maat Ernie C als producer introduceert, Tony Iommi die het voor één keer laat begaan, Tony Martin met een wil om zijn teksten en zanglijnen spontaner te zoeken. Ik denk er het mijne van.

En zeker van het volgende, de volgorde der tracks. Pas bij het vierde nummer zet ik mij recht en herken ik een logisch vervolg op de drie voorgaande albums in deze box (Headless Cross, Tyr en Cross Purposes). Over het geluid klaag ik nu zeker niet, ook door het boekje dat vermeldt dat onder andere hierbij het drumgeluid van Cozy Powell (RIP) een flinke opwaardering kreeg en andere zaken naar de achtergrond verdwenen (de toetsen van Geoff Nichols, ook al RIP). Beiden worden met het nodige respect behandeld in dat boekje.

Forbidden? In deze reeks van vier blijft het voor mij “the runt of the litter”, zoek de betekenis maar op, maar in de versie van de box Anno Domini lijkt het dit wel het album dat er het meest op vooruit ging. Een prestatie en geen prestatie tegelijkertijd toch. Het was een nogal prijzige aankoop maar ik heb er absoluut geen spijt van. Dit is een periode van Black Sabbath, nou ja, Tony Iommi, dat de nodige aandacht verdient.

Black Sabbath - Headless Cross (1989)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Studio-album nummer veertien met Tony Iommi (gitaar), Tony Martin (zang), Laurence Cottle (bass), Cozy Powell (drums) en Geoff Nichols (keyboards). Voor mij nogmaals de bevestiging dat Tony Martin een uitstekende zanger is / is geweest voor Black Sabbath, want opnieuw levert de brave man een wereldprestatie af. Ik begin hem hoger in te schatten dan – o heiligschennis – Ozzy Osbourne (zeker qua zangcapaciteiten) en Ronnie James Dio. Wat een geweldige zanger. Klinkt dit nog als Black Sabbath, natuurlijk dat want opnieuw komt een muur van geluid op je af met topheavy én melodieuze songs. Voor mij voegen de keyboards zo mogelijk nog meer sfeer toe op een al zo sfeervol album. Geweldenaars van dienst op dit album vind ik: Headless Cross, When Death Calls en Call of the Wild. Bonustrack Cloak and Dagger ken ik niet.

Black Sabbath - Heaven and Hell (1980)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Heaven and Hell is album nummer negen en het begin van een nieuwe doch korte episode in het Black Sabbath (Mk. II) tijdperk: een ander totaalgeluid, een nieuwe zanger want wij verwelkomen Ronnie James Dio en zijn insteek qua teksten alsook een legendarische producer in de persoon van Martin Birch (RIP). Dankzij een aantal volbloed krakers wordt dit een “comeback” van jewelste na het vertrek van Ozzy Osbourne, het zijn turbulente tijden maar...

De voorgeschiedenis van en randgebeurtenissen rond dit album met alle persoonlijke ups en downs kan iedereen lezen op diverse sites, maar zelf denk ik nog altijd aan parallellen tussen Heaven and Hell en Rising van, juist ja, Ritchie Blackmore's Rainbow. Hierop vind je een vergelijkbare mix van hoogtepunten en rustpunten, een verzameling contrasten die wonderwel bij elkaar blijven passen in de zoektocht naar dynamiek en variatie onder leiding van Tony Iommi die zich vanaf dan opwerpt als de enige constante factor in Black Sabbath in de vele, vele gedaantes nadien.

Hoogtepunten vind ik nog altijd de gedreven opener, het midtempo Children of the Sea, het epische titelnummer, mijn absolute favoriet het furieuze Die Young en de rustige afsluiter. Lady Evil en Walk Away beschouw ik als welgekomen rustpunten tussen het andere geweld door. In tegenstelling tot het Ozzy tijdperk zijn er minder persoonlijk getinte of levensbeschouwende teksten, Dio heeft het meer voor zijn vaak lacherig genoemde Dungeons and Dragons teksten maar één strofe ga ik nooit vergeten: “So live for today, tomorrow never comes”, een andere omschrijving van Carpe Diem, hoe toepasselijk vaak. Vergeet nooit te leven.

Hoewel dit album zijn veertigste verjaardag gevierd heeft, behoudt het qua geluid zijn verrukkelijke charmes, loodzwaar waar het kan, lichtvoetiger waar het moet maar altijd met een zekere dynamiek die recht doet aan de muziek, waarvoor dank aan vakman Martin Birch. De geweldig riffende Iommi is geen verrassing, de vaak spectaculaire en memorabele gitaarsolo's des te meer, voordien had ik zijn solo's niet zo hoog zitten. Geezer Butler op de bass is Geezer Butler, een meester in zijn vak.

Een jaartje later verschijnt album nummer tien Mob Rules, die qua opzet en sfeer weinig verschilt van Heaven and Hell maar mijn voorkeur gaat uit naar deze laatste als ik toch moet kiezen: de impact is anders, die voornoemde volbloed krakers blijven zo machtig. Tony Iommi had een zanger nodig, Ronnie James Dio een nieuwe groep na Rainbow, beiden vonden elkaar op dit album en brachten deze klassieker voort.

Black Sabbath - Master of Reality (1971)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
425 versies momenteel op Discogs ditmaal van dit derde album dat verschijnt rond 21 juli 1971 (Nationale Feestdag in mijn surrealistisch Belgenland) en met een geluid dat mij opvallend beter bevalt dan beide voorgangers. Ditmaal heb ik Warner Bros. CD 2562 in mijn pollen, weeral een cadeautje van Wowhd destijds dus de afkomst ga ik wellicht nooit achterhalen. Detail, ik heb leren foert zeggen in het leven.

Vierendertig minuten is een magere oogst qua tijdsduur maar er staan hier een aantal rasechte pareltjes op en hier heb ik vaak het gevoel om niet naar Doom te luisteren maar eerder naar Stoner, de teksten van Sweet Leaf iemand? Samen met Children of the Grave zijn beide nummers voor mij de absolute hoogtepunten hierop en ik denk nog eens met weemoed aan de Randy Rhoads Tribute versie. Het is heerlijk om dit album nog eens te verkennen, koppig vasthoudend aan mijn ideaal wil ik mezelf nooit een kenner noemen, ik houd van de reis an sich met voortdurend nieuwe indrukken. Solitude blijft een liefelijk buitenbeentje, maar eerder hebben we ook al een Planet Caravan gehad.

Consolidatie van de voorgangers met een iets hoger algemeen tempo, nog altijd een Ozzy wiens zang ik wel kan pruimen, later minder en minder. Geluid wordt vetter en vetter, samenspel tussen Tony Iommi en Geezer Butler is vaak van een eenzaam hoog niveau. Stilaan maakt dat gelukzalig makend gevoel zich van mij meester (zonder die rare sigaretten waarover Ozzy zingt in Sweet Leaf).

Black Sabbath - Mob Rules (1981)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Het gaat snel want goed een jaar na Heaven and Hell verschijnt met Mob Rules het tiende Black Sabbath album, het tweede album met Ronnie James Dio (RIP) én producer Martin Birch (RIP), het eerste studioalbum met nieuwe drummer Vinny Appice wiens houterige stijl naadloos in het geluid wordt ingepast. Qua stijl en geluid is dit de logische opvolger van Heaven and Hell, maar er is meer...

Opnieuw is er die variatie tussen de zware en de lichtvoetigere nummers die zorgen voor een dynamiek op dit album, die heerlijke flow die voor mij culmineert in de rustige (nou ja) afsluiter Over and Over. Ik houd er wel van als een album zo afsluit, het laat alles rustig inzinken, het geeft tijd voor reflectie en het laat je op adem komen, zeker na de geweldige uppercut Falling Off the Edge of the World met die verwoestende riff.

Ik heb beide voornoemde albums natuurlijk, hoewel ik vaker de voorganger afspeel en dus ook beter ken. Ondertussen heb ik die schade een beetje ingehaald, onder invloed van en met immense vreugde door opnieuw een aantal geweldige krakers: de altijd bij mij welgekomen uptempo opener Turn Up the Night, het zo gevarieerde The Sign of the Southern Cross met Geezer op bass én wahpedaal, dat rauwe titelnummer en natuurlijk Falling Off the Edge of the World.

Ik zou het moeten opzoeken maar in dat alsmaar meer lekkend geheugen herinner ik mij een oeroud artikel dat Tony Iommi erkende als de Riff Meester maar niet onder de indruk was van zijn kwaliteiten als leadgitarist. Dat had ik ook vaak bij de Ozzy albums, maar hier opnieuw speelt hij een aantal gitaarsolo's die ik vaak meeneurie, van mijn kant een ultieme erkenning van een goede gitaarsolo (voor dat meeneuriën van gitaarsolo's leg ik de schuld daarvan bij Michael Schenker en met dank).

Met een mogelijks maar onbedoeld slechte intentie opper ik dat er hier en daar toch een herhalingsoefening bezig is qua thema's en opzet van het album, alleen klinkt het nog steviger door, klinkt het nog beter uitgewerkt, valt er nog meer dynamiek te bespeuren. Een kanttekening maak ik nog altijd bij de tweede helft van dit album, waar Country Girl en Slipping Away (voor mij het minste nummer hierop ondanks de bass van Geezer) mij minder bevallen want minder spectaculair volgens mijn oren.

Variatie troef, dynamiek troef én goede nummers in overvloed onderbroken door een paar nummers die de druk van de ketel halen. Het kan, het mag, wie ben ik om daar te veel over te zaniken. Een paar weken geleden kwam mijn cd binnen van The Dio Years, kijk maar eens naar mijn bericht daar. De samensteller daarvan wist toen heel goed welke nummers van dit album daarop hoorden, vier inkoppers van dit album.

Post scriptum: Black Sabbath revival ten Kastele Spamalot? Ja en neen, ik laat me niets meer opdringen, maar een topic houd ik verantwoordelijk voor die revival: Classic Black Sabbath (Songs). Normaal hou ik zo niet van dergelijke topics, want de uitkomst is maar al te vaak al te voorspelbaar. Hier was dat de aanleiding om die cd kast open te trekken en die Sabbath albums uit te halen, hoewel ik er nog een aantal mankeer: Headless Cross, Tyr, Cross Purposes en Forbidden. Kasten vol cd's of platen dienen niet alleen om naartoe te kijken, ze dienen vooral om te gebruiken en om bij te vullen. Streaming is zo hip, ik ben echter zo oud.

Black Sabbath - Never Say Die! (1978)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Album nummer acht in de eerste Ozzy Osbourne periode tot aan zijn terugkeer en het valt me best mee: het heeft te maken met mijn verwachting natuurlijk, dat na Technical Ecstasy uit 1976 opnieuw een album volgt dat mij meer aan Black Sabbath doet denken dan aan een Ozzy solo-album. Dat is o zo persoonlijk natuurlijk.

Ik tel op dit album twee gastmuzikanten, de harmonica van John Elstar op het nummer Swinging the Chain met drummer Bill Ward als zanger en de toetsen bijdragen van Don Airey, vooral bekend van samenwerkingen met o.a. Cozy Powell, Gary Moore, Rainbow, MSG en momenteel vast bandlid bij Deep Purple. Nergens vind ik terug wie de blazers heeft ingespeeld op het magere instrumentale Break Out.

De aftrap is alvast heerlijk met het uptempo titelnummer (geweldige riff en solo) met een goeie Ozzy aan de microfoon, ik vind hem hier toch beter dan ik van hem gewoon ben. Dan volgt een reeks nummers die prima ingespeeld zijn, waarop ik nog altijd niet kan verliefd worden maar die erdoor kunnen. Best goed vind ik dit en ik ga even zoeken naar liveversies op dat Wonderlijke Wereldwijde Web. Vanaf nummer zes Air Dance krijg ik weer die tic van de optrekkende wenkbrauwen, iets te jazzy maar gedurfd en gezegend met een pokke fade-out. Het klinkt me weeral te lieflijk allemaal, het ontbreekt aan punch, meer een jab dan een uppercut. De tweede helft hiervan bevalt mij minder.

Mijn conclusie? Beter dan ik me herinnerde, dat absoluut, niet zo opvallend als de beter gewaardeerde albums, maar deze Never Say Die heeft zijn momenten. Laten vele albums een dubbele vertaling hebben qua titel, dan onthoud ik vooral dat “Never Say Die” vooral “Niet Opgeven” betekent. Te onthouden voor het echte leven.

Gematigd positieve gevoelens heb ik nog altijd over deze eerste Sabbath era, waar een aantal klassiekers hun voetdruk zetten op Planet Rock / Metal, maar ik hoor ook veel zaken die mij niets doen, deels door hun verlangen om andere dingen te proberen (mag altijd) deels door mijn halsreikend uitkijken naar de daaropvolgende korte periode met ene Ronald James Padavona achter de microfoon, mijn favoriete zanger.

Black Sabbath - Paranoid (1970)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Zeven maanden na het debuutalbum is men al klaar met de opvolger, de werkdruk zal ook wel enorm geweest zijn ondanks dat de opnames slechts zes dagen hebben geduurd, je kunt je dit niet voorstellen anno 2020. Geef eens zes dagen aan de latere Def Leppard ten tijde van Hysteria (kwinkslag). Kijk maar eens naar de Classic Albums documentaire.

Geleidelijk verdwijnen de blues invloeden om plaats te maken voor ja, Rock / Metal? Dezelfde bezetting maar ervarener en met meer nummers die mij meer doen, ik noem ze niet op want als album / geheel is dit album zo veel vloeiender dan het debuutalbum maar minder onheilspellend. Planet Caravan blijft een rustig buitenbeentje en doet me – gooi het er maar uit – soms aan een Jazzy intermezzo denken. Mits twee uitzonderingen zijn de nummers ook langer dan gewoonlijk, maar dé single Paranoid blijft een klassieker in zijn eenvoud. Ik herinner me ook Rat Salad als de enige instrumental van Black Sabbath, buiten die tussenstukjes op diverse albums, of mijn geheugen speelt me weer parten. Toch heb ik meer voor de eerste helft van dit album.

Ik heb een heruitgave in mijn pollen met het nummer Warner Bros. 3104-2, maar gelukkig met dezelfde tracklist, hoewel bij mijn cd nummer één als titel War Pigs / Luke's Wall meekrijgt en nummer acht Jack the Stripper / Fairies Wear Boots. Ook heb ik hem op vinyl met nummer Vertigo 6360 011. 518 versies hiervan op Discogs deze maal.

Aardige quiz zou zijn hoeveel nummers hiervan door welke talrijke groepen ooit in de studio of op de bühne zijn gecoverd, de versies met Randy Rhoads (RIP veel te jong) onder andere. Prachtig is ook dat basswerk van Geezer, een klasbak, mijn absolute favoriete op dit album is War Pigs, ook omwille van de tijdloze steeds actuele teksten. Zal het mensdom het ooit leren? Ik denk dat ik hierop het antwoord weet, helaas.