MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Sir Spamalot als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Cacophony - Go Off! (1988)

poster
2,5
Sir Spamalot (crew)
Men neme twee axeshredders, namelijk Jason Becker (solo en David Lee Roth Band) en Marty Friedman (Vixen (USA), Deuce (USA), Hawaii (USA), Megadeth, Nanase Aikawa), en laat ze gedijen in een groepssituatie. Cacophony is afgeleid van het Grieks, kakos betekent slecht, fonè betekent geluid of ook stem, is mijn latijn-grieks in het middelbaar toch nog voor iets goed geweest.
De notie groepssituatie mag in de breedste zin van het woord worden aangenomen, dit is een uitvlucht voor de gitaaruitspattingen van beide heren. Technisch is het perfect, superieur, etcetera etcetera. Levert dit een goed album op? Ja misschien en neen wellicht. Het is geen miskleun vanjewelste geworden maar om nu te zeggen dat dit onmisbaar is? Het is ook een Shrapnel productie geworden met veel galm en standaard ritmewerk van bassist en drummer. Dit is voer voor gitaristen en een document van die tijd, toen het fenomeen axeshredder de kop opstak. Ik was toen te jong om ze weer de kop in te slaan, want de song is voor mij nog altijd het belangrijkste! Een groep als Vicious Rumors was van een beduidend hoger niveau, getuige het uitstekende Digital Dictator uit hetzelfde jaar dan nog (u weze welkom). De zanger Peter Marrino (onder andere Le Mans) vind ik buitengewoon zwak, een hese kieken zonder kop en zonder gevoel voor melodie. Soms doet het geluid echt pijn aan mijn oren en ik ben ondertussen het een en het ander gewoon, met dank aan de collega's van Het Metal Album van de Week .
Goede songs op dit album? Ik zou het begot niet weten, het vliegt het ene oor binnen en het andere oor buiten. Ik heb dit album al bijna twintig jaren, ook in de uitverkoopbakken gevonden en de hoes en plaat zien er nog verdacht "in mint condition" uit. Op het album staat drummer Kenny Stavropoulos vermeld, maar het was wel Deen Castronovo die alle drums heeft ingespeeld. Allez vooruit, volgende!

Cacophony - Speed Metal Symphony (1987)

poster
2,5
Sir Spamalot (crew)
Hun opvolger Go Off! uit 1988 vond ik al niet veel soeps, deze voorganger is voor mij een beetje in hetzelfde bedje ziek. Nochtans spelen hier uitstekende muzikanten op getuige de Wiki-link, Speed Metal Symphony - Wikipedia, the free encyclopedia - en.wikipedia.org. “Kijk eens wat ik allemaal kan en hoe grensverleggend ik kan zijn.” En de rest, bijvoorbeeld echte songs? Het is maar een vraag.

Het is het typisch pover Shrapnel geluid en de matige songs die het hem doen. De songs zijn een vehikel voor de gitaarsolo's van beide Grote Gitaristen. Ik zet het in hoofdletters om de nodige ironie te benadrukken. Natuurlijk kunnen zij spelen, maar het schoonste stukje vlees kan nog verpest worden als de rest van het bord niet klopt en dat vind ik het probleem. Alle matige songs werden door beide heren geschreven, er zingt weer een matige zanger mee en het Shrapnel geluid is aanwezig. Tevreden ben ik dat er met Concerto en Speed Metal Symphony twee instrumentale nummers op staan. Een song als The Ninja is kalmer van opzet en daardoor beter eetbaar. De meeste nummers hangen als los zand aan elkaar.

Ik heb een kameraad die als fan van de Rolling Stones werkelijk alles kocht van die gitaristen tot in het absurde toe. Ik heb maar een paar favorieten onder die axeshredder stroming, Vinnie Moore en Tony MacAlpine die veel meer in hun mars hebben. Ik mag ook Joe Satriani niet vergeten hoewel ik hem nooit als een axeshredder heb beschouwd, hij overstijgt voor mij ruimschoots dat niveau.

Camel - Live at the Royal Albert Hall (2020)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
The Royal Albert Hall, met zijn allen kunnen wij een flink aantal zalen met naam en faam noemen. Nog een paar: Hammersmith Odeon, The Roundhouse, Radio City Music Hall, The Fillmore, Carnegie Hall. Ik laat u uw hersenen verder pijnigen en vermeld nog verder voor mijn Belgenland de betonnen bunker van Vorst Nationaal, de mastodont van Sportpaleis Antwerpen en de gezellige Vooruit in Gent.

In mijn verzameling heb ik drie livealbums opgenomen in de Royal Albert Hall, cd's van Joe Bonamassa en Marillion, een dvd van Opeth, na een snelle blik op albumtitel in mijn muzieklijst. Deze kan / kon met gemak de volgende zijn, ware het niet...

Als we de remake van The Snow Goose buiten beschouwing laten, was A Nod and a Wink in 2002 het laatste studioalbum van Camel, hierop staat het volledig optreden op 17 september 2018 in de bezetting Andy Latimer (gitaar / fluit / zang), Colin Bass (basgitaar / zang / toepasselijke naam), Denis Clement (drums) en Pete Jones (toetsen / zang / saxofoon).

Het eerste deel van het concert bevat de integrale uitvoering van het album Moonmadness, de rest van de setlist is een selectie uit de albums Mirage, Rain Dances, I Can See Your House from Here, Stationary Traveller, Dust and Dreams (3 nummers), Harbour of Tears en Rajaz. Wat zien we: niets van het debuutalbum of The Snow Goose. Geen probleem voor mij, altijd zul je één of meer publiekslievelingen missen.

Natuurlijk hebben de heren een zekere leeftijd bereikt en in het geval van frêle frontman Andy Latimer komen daar nog de ongewenste gezondheidsperikelen bij, maar wat een fenomenaal samenspel met een sprankelend geluid in één van de mooiste zalen ter wereld, dat lijkt voorbestemd voor grootse dingen. Met zijn vieren zetten ze een prestatie neer om U tegen te zeggen. Ik blijf erbij, grote groepen genoeg, grootse groepen overstijgen zichzelf live.

Lang heb ik getwijfeld om een tijd geleden die flinke box Air Born binnen te doen maar ik heb alle studioalbums buiten die remake van The Snow Goose, een drietal livealbums en de verzamelaar Rainbow's End. Waar stopt het? Er ligt hier nog zo'n stapel, ik moet nog zoveel van mijn albums herontdekken, en toch... Ga ik spijt krijgen van de niet-aankoop van Air Born? Geen idee, één iets is wel zeker, deze Live at the Royal Albert Hall is subliem en krijgt een plaats op mijn verlanglijst, een nieuwe queeste is begonnen.

Carach Angren - Lammendam (2008)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
De vogeltjes fluiten en de keyboards spelen hun rol op het eerste nummer van deze Nederlandse symphonic death metal groep. Dit zou een concept album moeten zijn, dus mijn bijzondere aandacht tijdens mijn luisterbeurten gaat naar de teksten en wat ze te vertellen hebben. Het is eens iets anders dan hoornen en bokkenpotten.
Zoals dikwijls ervaar ik weinig luisterplezier met de zanger, de blastbeats en het soms irritante toetsenspel. Zolang die drie zaken op de achtergrond blijven is dit best genietbaar. Hier en daar hoor ik mooie instrumentale passages.
Met een aantal subgenres in metal heb ik me al redelijk kunnen verzoenen maar met dat symfonisch gedoe heb ik weinig voeling, ik geloof best dat dit goede muziek is maar voor de liefhebbers, echter nog niet voor mij. Geen spek voor mijn bek maar het is weer eens wat anders.

Cephalic Carnage - Anomalies (2005)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Als ik diverse websites mag geloven, dan is dit Technical Grind / Death Metal. What’s in a name? Dit is de nieuwe bijdrage van collega Aghora in onze topic Het Metal Album van de Week en na de eerste luisterbeurt hield ik mijn hart vast want hij ging weglopen.
Wat is dit hevig, heftig, vettig en prettig maar bovenal een betonnen muur van geluid. Deze heeft zijn tijd weer nodig gehad en soms denk ik dat ik gek word, want tot voor vorig jaar ging ik dit nooit beluisteren maar ik draai rapper bij dan gedacht, ook dankzij onze topic en zijn diverse inzendingen. De tragere en uptempo stukken vind ik goed, de blastbeat-gedeelten zullen nooit mijn ding worden, vrees ik. Dit is loeiend hard alweer.
De stem lijkt soms uit de diepste hellekrocht te zijn getrokken maar ik vind het wel ok, zolang er niet geschreeuwd wordt. Geen album om uit te halen als er bezoek is, misschien als de schoonmoeder daar is, maar wel om eens keihard door de speakers of in mijn geval hoofdtelefoon te jagen.
Ik ga geen hevige adept worden van deze muziek maar ik kan het wel waarderen. Dying Will Be The Death Of Me is mijn favoriet op dit album: de korte stukken cleane zang temidden van dit brok geweld is verrassend alsook de gitaarsolo’s. Ontogeny of Behavior als laatste en langste nummer begint tamelijk rustig tot aan de vierde minuut en dan breekt de hel weer los. Inside Is Out vind ik de vreemdste eend in deze bijt.

Chainsaw - Massacre (1984)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Lap, nog enen van mijn toevoegingen jaren geleden toen ik mij als afficionado van de NWoBHM mij eens intensief bezig hield met het toevoegen van de talloze EP's en albums uit die glorierijke stroming. Er valt nog zoveel te ontdekken.

Bij Chainsaw waren ze met zijn drieën en hun erfenis zovele jaren later bestaat uit een demo, een single en deze EP. Snel kun je al horen waarom voor hen de glorierijke doorbraak uitbleef, het is gewoon niet goed en spannend genoeg. Deze tamme plaat krijgt dan ook een tam aantal sterren.

Eerste nummer is een minder-dan-doordeweekse stamper met te simpele drums, het tweede nummer lijkt mij een Metal versie van een nummer van The Stray Cats, wie ik trouwens fel kan waarderen. Goed, de solo's mogen er zijn maar een gitarist maakt de lente niet. De rest moet ook nog volgen, maar daarop is het wachten op Godot. Korte bondige omschrijving? Ik denk aan de Britse versie van The Rods uit Canada.

Chastain - Ruler of the Wasteland (1986)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Ik heb dit album eind jaren tachtig nog op vinyl gekocht voor de luttele prijs van 199 BEF, omgerekend 5 euro. Je kon nauwelijks een jaar na verschijnen dikwijls koopjes doen in de Music Man en/of Bilbo van Brugge, Kortrijk en Gent.
Anyway, deze heb ik nu ook al meer dan twintig jaar in bezit, enkele feitjes vooraf. Producer is Mike Varney, dus dat wordt weer zo’n standaardproductie met veel galm, donderende drums en gitaarsolo’s op de voorgrond. Als je maar weet waaraan je je mag verwachten qua productie, moet je er ook niet verder over uitweiden.
De line-up is David T. Chastain (gitaar), Leather Leone (zang), Mike Skimmerhorn (bass) en Ken Mary (drums) die wellicht nog het meest een belletje doet rinkelen.
De productie heeft dus de tand des tijd niet doorstaan, maar de songs dan. Wel, ik vind ze nog verrassend goed klinken en hoewel de groep naar David Chastain genoemd is, ben ik blij dat hierop wordt gezongen en dat er tenminste songs op staan en geen uitvluchten voor enkel wilde gitaarsolo’s (zoals de soloalbums van andere zogenaamde axeshredders). Zelfs Fighting to Stay Alive vind ik nog redelijk in tegenstelling tot een collega hierboven / hieronder, maar prijsbeesten vind ik Angel of Mercy en There Will Be Justice. De zang van Leather Leone is zeer rauw en geen spek voor ieders bek, maar het blijft een melodieus album. Die riff van Living in a Dreamworld blijft schitterend. Toch een dik halfje bij.

Circus Maximus - Isolate (2007)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Progressieve / melodische metal en niet te verwarren met andere Circus Maximussen uit de Verenigde Staten waar er twee rondlopen. Zo progressief vind ik het niet en dat is geen slecht teken. Ik ben een lastig mens, de ene keer is het te veel van het goede, de andere keer kan het niet genoeg zijn. Ik ben zo geboren, dus ik kan er verder ook niets aan doen.
De beleving van vele muziek hangt af van het humeur van het moment, de ene dag moet het rollen, beuken, donderen en bliksemen, de volgende dag wil ik de vogeltjes horen fluiten. De beleving van vele muziek hangt ook af van referentiepunten. De naam DT is hier al gevallen, wat ik van DT denk, heb ik in de topic gezegd. De schrik zat erin voor het DT-virus, maar hier merk ik gelukkig geen besmetting, mijn paardemiddel stond al gereed. Wat ik hierop hoor is kunstig verzorgde metal waar het geheel meer is dan de som van alle delen, geen ellenlang gefreak en gesoleer, geen instrumentale stoerdoenerij, geen muzikale krachtpatserij om de patserij alleen. Neen, verzorgde nummers met de ingrediënten waar ik altijd van hou. Muziek is eigenlijk een buikgevoel en ik krijg een goed gevoel bij dit album. Zeven “normale” en twee lange nummers in een tijdspanne van vijfenvijftig minuten is bijna ideaal, ik hou niet meer van die ellenlange nummers van anderhalve week waar je halverwege het nummer naar de hoeken van je luisterkamer zit te speuren naar eventuele spinnenwebben. Zero roept bij mij weliswaar het powerballad-gevoel op. From Childhood’s Hour begint met een machtige riff maar de rest van het nummer ontgoochelt mij een beetje. Met de rest heb ik geen enkel probleem. Mijn vergelijkingspunt is gek genoeg volgende twee groepen, Conception en Kamelot. Twee groepen zijn het met de nodige technische kennis maar die de nummers voorop zetten.
Ok, slotakkoord en boutade u gratis gepresenteerd vanuit West-Vlaanderen. Koop je een kookboek van een topchef, krijg je mooie plaatjes, haast onmogelijke menus en kruidige borden met bijna niets in. Koop je Ons Kookboek van de “Boerinnebond”, krijg je ook mooie plaatjes, mooie doenbare menus en smakelijke borden. Het zijn de basisingrediënten die er om doen, niet die tierlantijntjes omheen. Circux Maximus ontgoochelt mij niet, met hun basisingrediënten hebben ze mij een prima bord geserveerd die ik iedere keer met volle goesting zal verorberen. Mouth of Madness is de Plat de Résistance op een menukaart die mijn volle goedkeuring krijgt. Chef, un petit verre, on a soif!

Cirith Ungol - Live at the Roxy (2025)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Tweede livealbum van deze Amerikaanse Heavy Metal groep met een heel doomy inslag, waarvan de muziek prettig in de oren klinkt maar met een speciaal kenmerk: de nogal merkwaardige of zeg maar opmerkelijke zang van Tim Baker. Een eerste kennismaking kan een frons opleveren, een verdere kennismaking totaal niet meer.

De opnames hiervan vonden plaats op 20 oktober 2023 in The Roxy Theatre (Hollywood, California – maximum capaciteit 500 zielen) én het volledige optreden staat hierop! Deel 1 met de eerste acht nummers laten een integrale uitvoering horen van het album Dark Parade uit 2023, vanaf dan wordt een vatje nummers uit de jaren '80 opengetrokken met drie uitzonderingen: The Frost Monstreme, Join the Legion en de Arthur Brown cover Fire. Opmerkelijk is toch dat niet werd afgesloten met het nummer Cirith Ungol, maar een uur en drie kwartier is wel perfect qua lengte.

Cloven Hoof - Cloven Hoof (1984)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Rauwe en ruwe NWoBHM met enkele krakers (Cloven Hoof, The Gates of Gehenna), een nietszeggende misser van jewelste (Crack the Whip) en een kort instrumentaaltje (March of the Damned). Het lange epische Return of the Passover vind ik het mooiste nummer met veel vurig gitaarwerk. De drie bonustracks op de cd-heruitgave van 2002 zijn opnames afkomstig van de Friday Rock Show.

Grappig zijn de namen van de vier groepsleden: “Water” alias David Potter (zang), “Fire” alias Steve Rounds (gitaar), “Air” alias Lee Payne (bass) en “Earth” alias Kevin Pountney (drums). Wat ze samen als de vier natuurelementen neerzetten is voor de trouwe volger van dit genre meer dan de moeite waard, vergeef hen een beetje het krakkemikkig geluid volgens hedendaagse maatstaven.

The Gates of Gehenna staat trouwens in een langere versie op hun debuut-EP The Opening Ritual van 1982. Album om toe te voegen aan de verzameling maar ik denk dat ik nog jaren ga mogen zoeken.

Cloven Hoof - Dominator (1988)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Na een EP, een studioalbum en een live-album (hoewel…) verschijnt deze Dominator met splijtende heavy metal good old style. Weg is iedereen behalve bassist Lee Payne en terug zijn de stevige nummers in vergelijking met Fighting Back twee jaren eerder. Nieuwe leden zijn Russ North (geweldige zang), Andy Wood (gitaar) en Jon Brown (drums).

Het leunt al aan tegen stevige US powermetal en het gaat vooruit op dit conceptalbum. Warrior of the Wasteland begint kalm maar dat duurt niet lang! Kenmerkend blijft het geweldige gitaarwerk van Cloven Hoof, de solo’s zijn om van te likkebaarden. Ik kan er niet aan doen maar meer dan eens schieten de namen Iron Maiden en Helstar door mijn hoofd, dit beukt door in goede songs. Je kunt kniezen over een gebrek aan variatie.

De twee beste songs van voorganger en zelfverklaard live-album Fighting Back, namelijk Reach for the Sky en The Fugitive staan ook op dit album, heropgenomen en met ballen aan het lijf! Ik lees op wikipedia dat onlangs een remaster van dit album op cd is uitgekomen, ik ben heel benieuwd want een remaster kan dit album naar nog grotere hoogtes stuwen.

Nostalgie, sentimentaliteit, heimwee. Voel ik een klein traantje van geluk opwellen bij dit uitstekend album dat klaar ligt om te ontdekken? Iedereen van harte welkom.

Cloven Hoof - Fighting Back (1986)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Is dit een live-album of een nieuw album maar dan live ingespeeld? Beste vriend wiki heeft hierover het volgende te zeggen: Fighting Back, released in 1986, is a live album by the British heavy metal band Cloven Hoof. Unusually for a live album, it features a selection of new tracks not featured on previous albums, although the song "Eye of the Sun" would later resurface on their 2006 album of the same name and "Reach For the Sky" and "The Fugitive" were used on the follow-up 1988 album, Dominator. This is the only Cloven Hoof release to feature singer Rob Hendrick, and the last with guitarist Steve Rounds and drummer Kevin Poutney before breaking up the band.

Live is het dan maar, maar met gitaar overdubs of een tweede gitarist (?) en zonder publiek. Het klinkt iets gepolijster en publieksvriendelijker met een uitstekende zanger en datzelfde melodieuze gitaarwerk (de solo’s tijdens The Fugitive!). Jammer dat de drums op het album zo onavontuurlijk zijn, enkel ondersteunend. De Tom Jones cover Daughter of Darkness is gewaagd maar niet zo geslaagd. De teksten van Heavy Metal Men of Steel doen zelfs die macho prutsers van Manowar verbleken, de muziek is gelukkig mijlenver verwijderd van hen. Raised On Rock is de stoere meezinger evenals Break It Up, als song niet zo geslaagd met uitzondering van de gitaar. Could This Be Love is – u raadt het al – de ballad, aiai!

Ik onthoud volgende nummers: Reach for the Sky en The Fugitive. Wat daar achter staat, is van mindere kwaliteit, hoewel de afsluiter Eye of the Sun zijn mooie break heeft. Ik zou toch graag eens een praatje slaan met een gelukkige eigenaar van dit album of eens de achterzijde van de hoes willen zien. De benaming live-album lijkt hier een contradictio in terminis. Zoiets kom je toch niet vaak tegen.

Cloven Hoof - Heathen Cross (2024)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Het Britse Cloven Hoof werd opgericht in 1979 om vanaf 1990 tot 2001 stil te liggen. De oudere Metalheads onder ons zullen hen vooral kennen van het gelijknamige debuutalbum uit één der heilige Metal jaren 1984, de jongere Metalheads worden nogmaals uitgenodigd.

Eén muzikant van de beginjaren speelt hierop nog mee, bassist Lee Payne. Eén muzikant zal wellicht ook een belletje doen rinkelen, dit album is het Cloven Hoof debuut voor de Amerikaanse zanger Harry Conklin, bekend van Jag Panzer, The Three Tremors, Titan Force, Tyrant enzovoort).

Zwom het debuutalbum nog in de vijver van de NwoBHM, dan is men sindsdien geëvolueerd naar Power Metal / NWoBHM, dankzij de stevige nummers met fikse gitaarlijnen en gitaarsolo's. Er zijn keyboards aanwezig maar eerder ter inkleuring, nergens wordt de broodnodige melodielijn uit het oog verloren.

De iets langere nummers bevallen mij het meest en doen mij terugdenken aan de langere krakers van het debuutalbum (neem daar maar eens een kijkje). Mooie verrassing, zo hoor ik nog graag mijn Metalen klanken. Darkest Before the Dawn is hierop mijn favoriet, de afsluiter is nog mijn twijfelaar hierop. Dikke vier voor een puik album met enkele knipogen naar dat roemrucht tijdperk.

Cloven Hoof - The Opening Ritüal (1982)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Debuut-EP van deze Britse NWOBHM groep met drie goede nummers en één onnozel nummer: de meezinger Back in the USA. Op deze EP speelt trouwens ook nog maar één gitarist mee, later kwam er één bij.
Opener The Gates of Gehenna verscheen tevens in een kortere versie op hun debuutalbum Cloven Hoof uit 1984. Starship Sentinel doet mij verdomd veel denken aan 2112 van Rush, er zijn enorme overeenkomsten vooral in het begin en in het drumwerk. Een drieke voor hun eerste stap in metalland.

Cobra - Back from the Dead (1987)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Hun debuutalbum had als titel “Warriors of the Dead”, hun tweede heeft als titel “Back from the Dead”. Het moet zijn dat hun campagne niet echt het verhoopte resultaat opleverde. Wellicht daarom dat een andere bassist werd aangetrokken, maar wanhoop niet, het zijn nog altijd dezelfde onbekend gebleven namen.

Bij de eerste tonen laat zich al de Achilleshiel zich openbaren bij deze Cobra. Ik hoor nog altijd zo dolgraag debuutalbums uit die NWoBHM beweging en ik ben vergevingsgezind qua prestaties en geluid want ik denk dan altijd: de fundering is er, nu nog de rest van het huis.

En daar schort het wat, er zijn iets te veel overeenkomst qua muziek en geluid met de eersteling Warriors of the Dead, er lijkt weinig tot geen vooruitgang gemaakt, hoewel een nummer met een akoestisch intro begint en een ander met een kort keyboard intro. Een iets helderder geluid laat toch de kleine tekortkomingen van de zanger horen, geïllustreerd in Curse of Eden. Life's Door vind ik het minste nummer.

Leuk is het om te horen want leuke dingen staan er echt wel op, zoals bijvoorbeeld Devil's Daughter en Night Creatures. Alleen valt het mijns inziens niet genoeg meer op, je mist die allesverwoestende krakers die voor een bijvoorbeeld Iron Maiden jaren voordien wel die doorbraak opleverden. Het hoogtepunt van de NwoBHM was dan toen al lang achter de rug en velen hadden toen al lang hun kans gemist.

Cobra - Warriors of the Dead (1985)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Metalhead99 schreef:
Een erg tof plaatje voor de liefhebbers van old school Heavy Metal en naar mijn mening een hier erg ondergewaardeerde plaat (daar ik de eerste stemmer ben )

Mooie hint van de ene liefhebber naar een andere liefhebber van Old School Heavy Metal, wat in mijn wereld nog altijd de NWoBHM betekent. Laten we het wonderlijke wereldwijde web nog eens bedanken voor de digitale beschikbaarheid hiervan want vind zoiets maar terug.

Tweeëndertig jaar na datum van verschijnen kan ik hier best van genieten, in gedachten houdend dat het geluid van dergelijke platen vandaag de dag nogal krakkemikkig klinkt maar dat is voor mij zelden een bezwaar. Studio's, budgetten en technologie waren totaal anders dan bij de nu haast perfecte producties die je ook op een laptop kunt doen, maar ik mis dan in vele hedendaagse producties de ambachtelijke charme van de beginjaren van ons metaal.

Ik kijk naar het jaar van verschijnen en draai een knop om, het mag een beetje kraken want aalglad staat meestal vibrerend in de weg. Wat je wel krijgt, zijn aardig in elkaar zittende nummers en mooie gitaarsolo's, zolang het tempo een beetje hoger ligt. De nieuwe golf begon eind jaren zeventig en viel plat halverwege de jaren tachtig. Voor de nieuwsgierigen kan ik vermelden dat er een gigantische hoop onbekend gebleven albums beschikbaar zijn, want dat was het lot van de meeste groepen uit die stroom, behalve één die enorm internationaal succes kreeg.

Conquest of Steel - Priests of Metal (2000)

poster
2,5
Sir Spamalot (crew)
Power metal uit het land van het lauwe bier en het doet erg Manowar en jaren tachtig metal aan. Nochtans is het jaartal van verschijnen zoals hier aangeduid 100% correct. Het valt nog mee, de uptempo stukken verhullen nog enigszins met wat voor matige metal we hier te maken hebben. Spuuglelijke hoes, nog iets wat ze gemeen hebben met vele jaren tachtig albums in mijn universum. Ze kunnen wel spelen hoor, maar na zo'n twintig maal zestig seconden, de perfecte speelduur wat deze EP betreft, heb ik het zowat gehoord. Dat de songtitels en teksten ook aan die oelewappers van Manowar doen denken, zal geen opzien baren. De titel van nummer vijf vind ik heel dubieus. Een maal, andermaal, neen, een andermaal hoeft voor mij niet echt. Wellicht is dit beter te verteren met liters van dat lauwe Engelse afwaswater op...

Contraband - Contraband (1991)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
In 1991 duikt meestergitarist Michael Schenker de studio in met een nieuw project Contraband, waarvan ik de samenstelling al heb vermeld. Het zijn vijf muzikanten die blijkbaar op dat moment bij hetzelfde management waren aangesloten. Muzikaal is het overwegend vrolijke partyrock maar en ik zeg nog eens maar: Michael Schenker vormt heel duidelijk de meerwaarde op dit album en dit album is niettegenstaand het vrolijk karakter wel degelijk een heel goed album. Mijn verwachtingen waren niet zo hooggespannen gezien het verleden van sommige deelnemers op dit album, maar dit album wordt de mijne, zodra ik deze ergens zie liggen. Conclusie: liefhebbers van UFO (met Michael Schenker) en MSG (onder zijn verschillende gedaantes) moeten heel zeker eens dit album beluisteren. Hm, partyrock is overdreven van mijn kant, dit is heel fijne melodieuze hardrock. Zelfs de powerballad Is This Love is heel verteerbaar en er moet veel gebeuren voor mijn tere maag dat kan slikken. Tonight You're Mine zorgt nog wel voor een zure oprisping. Waar staat mijn glas melk?

Cormorant - Metazoa (2009)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Cormorant is een Amerikaanse metalgroep uit Novato, Californië. In 2007 lieten ze hun debuut-EP The Last Tree los op de mensheid, een EP waar ik later nog zal op terugkomen eens ik hem heb. De stijl varieert tussen melodic death metal en melodic black metal maar de stijl, genre of hoe je het ook wil noemen dekt altijd niet de lading.
Ik vind het een intrigerende plaat. Oordeel je te vlug, dan denk je spontaan, dit is een Opeth kloon en dan voornamelijk de vroege Opeth. Is dit terecht of niet? Neen, natuurlijk heeft Opeth een invloed op de muziek van deze jonge groep maar Opeth zet dan ook de standaard. Ik hoor liever een goede kloon dan een slechte innovator. Als voorwaardig debuut heeft dit album absoluut zijn verdiensten.
Vanwaar komt de naam Cormorant? Enig opzoekwerk leert dat het een samentrekking is van het Latijn, corvus betekent raaf, marinus betekent zee. De naam is alleszins origineel gevonden. Heet maar eens Zeeraaf in het metalwereldje. Ze zijn met zijn vieren: Nick Cohon (gitaar), Arthur von Nagel (frettless bass en zang), Matt Solis (gitaar) en Brennan Kunkel (drums). Deze plaat is in eigen beheer uitgekomen en dat is verrassend, hier staat volgens mijn oren genoeg kwaliteitsvolle, sfeervolle, eigenlijk volle muziek met veel variatie, tempowisselingen en melodie op om weldra een contract binnen te slepen.
Schreeuwerige zang wordt afgewisseld met een kelderdiepe grunt en gewone zang, de zanger heeft best een indrukwekkende grunt, zo diep heb ik ze nog niet veel gehoord. Ik begrip wel weinig van wat hij zingt, dus een tekstvel is handig. Het is een plaat geworden die veel luisterbeurten nodig heeft om zijn geheimen te openbaren en individeel springen er geen nummers boven de rest uit, wel bepaalde passages (de overgang in Salt of the Earth is bijzonder mooi) en beide gitaristen verrassen mij telkens opnieuw met mooie riffs en strak samenspel in de lange instrumentale stukken.
Zijn er minpunten? Ja en neen, het hangt er van af hoe je het bekijkt. Bekijk je dit als een uitgave via een platenmaatschappij, dan denk ik aan het geluid dat niet zo denderend is. Bekijk je dit als wat het is, een uitgave in eigen beheer, dan zeg ik dat dit knap gedaan is en dat een goede productie met het hart op de juiste plaats wonderen zal kunnen doen voor deze groep. Daarmee bedoel ik dan aandacht voor de subtiele elementen in hun muziek en alsjeblieft niet alles naar voren mixen en een loudness war ontketenen.
Mijn dank aan collega mastodonner en aan mijn geliefde topic Het Metal Album van de Week. Ik ontdek opnieuw een pareltje in wording en een jonge hongerige groep om in het oog te houden. Mijn beloning is een vette vier voor vier veelzijdige veulens. Laat ze maar groeien in de ideale omstandigheden.

Coroner - R.I.P. (1987)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Weetje: nummer elf Intro (Totentanz) genoemd, is afkomstig van Robert de Visée (1660-1720). Verder kan ik zeggen dat dit nog een album is die ik via tapetrading met vrienden op cassette heb en het valt wel aardig mee: het gitaarwerk vind ik echt wel spetterend en in het bijzonder de solo's, het blijven knappe technische kunststukjes.
Ik heb mijn bedenkingen bij de zeer matige zang, laat ik nou het instrumentale Nosferatu het beste nummer op deze plaat vinden. Op de originele vinyluitgave staat niet nummer zeven, Spiral Dream, waarvan de teksten werden neergepend door Tom Warrior van Celtic Frost. Nummer zeven is erbij gekomen op de cd-uitgave.
Een drie komma vijf is mijn beloning voor deze drie headbangende Zwitsers.

Cozy Powell - Octopuss (1983)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Derde solo-album van de Britse meesterdrummer Cozy Powell met volgend bekend volk: hijzelf op drums natuurlijk, Mel Galley op gitaar, Jon Lord op toetsen en Colin Hodgkinson op bass. Dit album bevat uitsluitend instrumentale nummers waarin de heren hun ding doen. Twee momenten doen mij opspringen op deze doodgewone plaat: The Big Country, ofwel Cozy Powell doet The Night of the Proms en Formula One, wat voor mij het hoogtepunt op deze plaat is. Racen was de hobby van Cozy Powell. Gary Moore doet het gitaarwerk op nummer zeven, Dartmoore. Het is een relaxte plaat, nog altijd geschikt als achtergrondmuziek bij andere bezigheden. Ik volhard in mijn drie zoals bij de vorige twee albums.

Cozy Powell - Tilt (1981)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Weinig spektakel in verhouding met de muzikanten die hierop meespelen, het ontstijgt voor mij ook het niveau van goede achtergrondmuziek niet. Wel kan ik waarderen dat Cozy Powell in dienst van de nummers speelt en niet zoals vele andere muzikanten op hun solo-albums aan het kijk-eens-mama-wat-ik-allemaal-kan-syndroom leiden. Cozy Powell schreef aan één nummer mee, namelijk Living a Lie, voor de rest hebben zijn vrienden-muzikanten gezorgd. Beste nummer vind ik hierop het lekkere uptempo The Blister met gitaarwerk van Gary Moore en geschreven door Gary Moore en Don Airey. Toch een nummer om te onthouden en ergens op een verzamelaar van Cozy Powell te deponeren.

Crimson Glory - Crimson Glory (1986)

poster
4,0
Sir Spamalot (crew)
Ik weet nog tot op de dag van vandaag waar én wanneer ik dit debuutalbum van dit Amerikaans gezelschap in huis heb gehaald. Na lyrische lofbetuigingen in de Aardschok in een ondergemediatiseerde wereld – niet vergeten, ouwe Sir Spamalot had nog geen internet en dergelijke bazaar – ging ik bijna blind af op de reviews van Metal Mike en consoorten in het huisblad van de Laaglandse Metalhead.
Yep, wat werd er indertijd gelachen met dat geheimzinnig gedoe van hun identiteit en die stomme zilveren maskers, maar met de muziek werd er zeker niet gelachen, makkers! Dit is metal van halverwege de jaren tachtig, toen de bloedarmoede al de kop opstak, pur sang, grand cru, topkwaliteit. Het bevat de voor mij nodige afwisseling tussen snelle en tragere nummers, met muzikaal vakmanschap van de vijf hier aanwezig gemaskerde heren.
In een vorig bericht heb ik het “plakkaat “ Queensrÿche op EPO gebruikt. Deze laatsten kwamen uit met Rage For Order, een eerste stijlbreuk en één van de vele stijlbreuken. Crimson Glory was een welgekomen en aardig alternatief voor de aanvankelijk verbijsterde Queensrÿche fan. Dit is een geweldig debuutalbum en toch, je moet een beetje wennen aan, onder andere de zang en het ietwat softe geluid. Op een bootleg die ik heb, klinkt dit hemelsvet! Met hun opvolger Transcendence overtroffen ze dit geweldig memorabilium, een prestatie op zich en een grote pluim op hun gemaskerde hoed.
Gadverdamme, de nostalgicus in mij brult: “Zo maken ze niet meer”. Neh, ze maken ze toch maar je moet ze een beetje zoeken en kunnen vinden tussen het huidige overaanbod in een overgemediatiseerde wereld. Slotsom, parelke van een album van in de tijd toen we nog de tijd konden nemen om een album te degusteren, te verslinden en nadien moe en weltevreden op de welgevormde buik te kunnen kloppen, nagenietend van een geweldig smakende maaltijd. Mijn Frankie-Vercauteren-voorzet, aan u om dit geblinddoekt binnen te shotten! Laatste nummer, Lost Reflection, prachtig slotakkoord.

Crimson Glory - Transcendence (1988)

poster
4,5
Sir Spamalot (crew)
Twee jaren later na hun debuutalbum waren de verwachtingen hooggespannen voor deze tweede met een ongewijzigde line-up: Midnight alias John Patrick Macdonald (zang en helaas R.I.P.), Jon Drenning (lead gitaar), Ben Jackson (gitaar), Jeff Lords (bass) en Dana Burnell (drums). Hoeft het gezegd dat de torenhoge verwachtingen ruimschoots werden ingelost?

Op een aantal vlakken werd de lijn van hun eerste doorgetrokken met fijne songs, fijne melodieën, stuwende ritmes en fijn gitaarwerk. Toch zijn er een aantal veranderingen die ook verbeteringen zijn. Het is allemaal nog verzorgder en nog beter uitgewerkt, heet dat dan studio-ervaring? Ook werden andere producers aangetrokken in de persoon van Jim Morris en Tom Morris, ook bekend van de term “Morrisound”. Er werd meer variatie ingebouwd om doelbewust de valstrik der herhaling te vermijden, de veilige doch artistiek onbevredigende weg. Ook gingen de zilveren maskers er voor de helft af.

Zo vaak heb ik op deze site al geroepen dat het moet vooruitgaan en dat er moet snelheid en pit inzitten. Laat ik nu bij dit album een boontje hebben voor de kalmere nummers zoals Painted Skies, In Dark Places, Lonely en zelfs Burning Bridges (omdat ik de aanwezige keyboards overbodig vind). Het zijn die meeslepende nummers die me nog altijd dat goede gevoel bezorgen waarvoor mijn eeuwige dank aan de gitaarlijnen van Jon Drenning en de prachtige zang van Midnight, schitterend om te horen. Hoe zelfs zo’n zelfverklaarde keikop als ik soms rare gedachten kan hebben. Toch staan er ook rasechte harde krakers op zoals een Red Sharks en een Eternal World. Alle nummers worden gekenmerkt door hun grote capaciteiten als songschrijvers: hoewel het merendeel werd geschreven door het duo Drenning en Midnight, droegen de andere groepsleden ook bij in het schrijfproces. Slotakkoord Transcendence is van een ongekende schoonheid.

Wat is het belang van Crimson Glory voor de metalgeschiedenis? Op basis van hun eerste twee albums kan ik zeggen dat ze een plaats verdienen in de eregalerij van de grote subtoppers. Had die belangrijke derde, in casu Strange and Beautiful, de verwachtingen verder ingelost, dan konden ze volgens mijn uiteraard steeds bescheiden mening toppers zijn geweest. Het is geen geheim dat ik niet veel moet hebben van hun volgende twee albums, voor mij was het na deze goddelijke Transcendence gedaan. Al het kruit was verschoten...

Crisis - Armed to the Teeth (1984)

poster
2,5
Sir Spamalot (crew)
Enige tijd geleden fonkelden mijn ogen toen ik deze plaat tegenkwam op een of andere site “kuch”, de toevoeging op Musicmeter werd aangevraagd en goedgekeurd. Dit is traditionele metal uit de Verenigde Staten van een groep die deze debuut-EP en twee albums heeft uitgebracht, over de latere compilaties zwijgen we maar even.
Metal-archives vermeldt dat Bullet Records uit het Verenigd Koninkrijk hun eerste demo op deze EP heeft gezet en zo heeft uitgebracht. Wel lopen er meerdere groepen met de naam Crisis rond op onze wereldbol.
Met zijn drieën zijn ze en op dit werkstuk zorgen ze voor een droog en sober geluid met als meest memorabel nummer, de opener Crank It Up met zijn catchy gitaarriff. De rest is tamelijk rauw en punky en houdt nog redelijk stand anno 2011. Ik vind het wel eens leuk om terug te horen want in mijn jonge jaren had ik enkele nummers van deze groep op cassette.
De hoes blijft zo fout als toen maar ik moet eens glimlachen. Dit is de moeite van het beluisteren waard, omwille van de cult klassieker Crank It Up en omwille van de kracht van deze EP. EP’s waren toen een ideale manier om je als groep te presenteren.

Crossfire - Second Attack (1985)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Een aantal Metal groepen hebben een mascotte, zoals Iron Maiden bijvoorbeeld. Hoe de schedel heet, weet ik niet. Hij verschijnt enkel op hun debuutalbum en deze tweede, gepast Second Attack genaamd. Laten we hem “Yul” noemen.

Een productie van Mausoleum betekent haast automatisch je oortjes voorbereiden op een mindere productie, ze zijn er bekend voor. De muziek is overwegend uptempo Metal tot Speed Metal met veel gitaarsolo's. Bij Master of Evil wordt even het gaspedaal minder diep ingetrapt. Zoals de titel laat vermoeden, is Running for Love de gezapige ballad met een laatste twee minuten waar het tempo omhoog gaat. Zanger van deze groep uit de Ajuinenstad (Aalst) is Peter De Wint, zijn hoge en schorre zang is ietwat wennen maar hij heeft wel “présence” wat hij later ook heeft bewezen op het derde en laatste studio-album van Ostrogoth, Feelings of Fury.

Als tofste nummer duid ik de snelste nummers aan: Second Attack en Atomic War. Nu nog dit album op vinyl vinden. Zal wel eens lukken op één of andere platenbeurs.

Crossfire - See You in Hell (1984)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
In de jaren tachtig had je in ons Belgenland volgende metalbands die enige bekendheid hebben genoten: Acid, Ostrogoth, Killer en Crossfire. Laten we maar zeggen: onze “grote” vier. Als ik er één vergeten heb, roep het uit.
Deze Crossfire komt uit Aalst en heeft drie albums en een livealbum uitgebracht. Dit is het debuut. Natuurlijk beginnen ze zoals bijna alle groepen met een snelle opener, dat is hier niet anders met Demon of Evil. De songs zijn voor het overige middelmatig en ik hoor nogal veel Accept invloeden. Zwak punt blijft de zang van Peter de Wint op een album met midtempo, uptempo en occasioneel speedmetal.
Het album bevat twee songs die me nog eens doen rechtveren: Magnificent Night en Starchild. Killing a Cop is voor mij de misser. Kort samengevat: een album die nog een glimlach uit nostalgie op mijn gezicht kan toveren.

Crosshead - Raising Hell (1989)

poster
2,5
Sir Spamalot (crew)
Had ik bij het toevoegen toen geweten wat ik nu weet, dan had dit album van dit Antwerps vijfkoppig Heavy Metal combo nooit op MusicMeter gestaan want... dit album hebben ze wel degelijk opgenomen maar is toen nooit verschenen. Geen idee of dit later wel is gebeurd.

In 1986 namen ze hun demo Strange Feelings op, deden een aantal concerten (en ik denk ze zelfs eens gezien te hebben maar dat geheugen van mij) en kregen de kans om een plaat op te nemen. Na de opnames was het geld ribbedebie en kwam de plaat niet uit. Op Facebook staat een pagina van hen maar vermits ik de herkomst hiervan niet kan controleren en de infopagina overduidelijk letterlijk werd overgenomen van andere sites, is het verder raden.

Geluid is geen al te vetten (te schel) en de muziek is redelijk zonder dieptepunten maar ook zonder uitschieters. Het is degelijke Heavy Metal dat misschien nog iets had betekend begin de jaren tachtig maar in1989 stond Metal al veel verder. Enkel het nummer Lost in Love is iets rustiger van opzet. Verre van onmisbaar, eerder een curiosum of in mijn geval een hersenbreker.

Crowbar - Crowbar (1993)

poster
3,0
Sir Spamalot (crew)
Album nummer twee, geproduceerd door Phil Anselmo van Pantera, van deze Amerikaanse band met een zanger die ik niet graag ’s avonds in een donker steegje zou tegenkomen, ongetwijfeld is het een lieve en toffe kerel. Blijkbaar speelt hier ook de zoon van Barry Gibb (Bee Gees) mee in deze groep maar nog niet op dit album: de appel kan niet verder van de boom vallen.
Loodzware trage metal zonder gitaarsolo’s met een zeer boze zanger. Iets te weinig variatie naar mijn zin en misschien ook best dat dit album maar een goed half uur duurt, langer zou overkill zijn. Hier staat een loodzware versie van No Quarter van Led Zeppelin op.
Een zware schotel op een nuchtere maag maar het moet niet altijd licht verteerbaar eten zijn.

Crucifixion - Green Eyes (1984)

poster
3,5
Sir Spamalot (crew)
Dit is een toffe EP want het is hard ingespeeld en het tempo ligt boven het gemiddelde, het heeft zelfs iets punky in zich. Het is werk van een viertal, waaronder de twee gebroeders Morgan, uit Southend Essex die na twee singles, een demo en deze EP opnieuw de vergetelheid invlogen. Natuurlijk is het geluid in orde (voor die tijden toch) want het label Neat (Records) was een vaandeldrager in de NWoBHM beweging. Jailbait is hierop het lekkerste nummer. Tof klein kwartiertje (of grote tien minuten).