MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Mark17 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Adele - 21 (2011)

poster
4,0
De opkomst van de zangeressen met een soulstem is sinds 2006 een feit en de wereld stond voornamelijk open voor de talentvolle Amy Winehouse. Met haar rauwe randje en afwijkende persoonlijkheid was ze de belofte voor de muziekwereld. Waar Winehouse eindigde begon de carrière van Duffy en Adele. Duffy met haar ‘eigen’ geluid wist het na haar veelbelovende debuutalbum niet waar te maken op het vervolg en dus was het aan Adele om de wereld te veroveren.

Dat lukt inmiddels aardig. Adele heeft voornamelijk in Nederland een behoorlijke fanschare en weet met haar debuutalbum ‘19’ de titel best verkochte album van 2009 binnen te slepen. Ze scoort hits met Chasing Pavements en Make You Feel My Love. Deze laatste staat al 41 weken in de Britse hitlijsten en is daardoor misschien wel de meest succesvolle coverhit aller tijden. Na twee jaar van stilte is ze terug met een plaat waar je u tegen zegt.

Het album genaamd ‘21’ opent al meteen met de recente hit Rolling In the Deep. Het is Adele’s grootste hit in Nederland en dat is te danken aan producer Paul Epworth en de uitvoerend artiest zelf. Sterker kun je een album niet beginnen. Ook Rumour Has it is perfect uitgebalanceerd en heeft een weergaloze ‘break’ tegen het einde. Echt, zet dit nummer zo hard als je kunt en laat de trip over je heen komen. Kippenvel gegarandeerd. Turning Tables is rustiger en helemaal zoals we de oude Adele kennen: vol emotie. Misschien wel haar sterkste ballad sinds de start van haar muziekcarrière. De nummers Don’t You Remember en Set Fire To The Rain sluiten de inleiding van 21 voortreffelijk af. Met name de laatste heeft een uitzonderlijke goede bridge en een nog beter refrein. Vanaf het zesde nummer weet Adele nog altijd te beroeren en voel je haar echt binnenkomen. Zelden heb ik een zangeres gehoord die zich zo inleeft in de melodie dat je de luisteraar recht in het hart kunt raken. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het innemende Someone Like You, recentelijk schitterend live uitgevoerd bij Jool’s Holland.

Wat Adele hier presteert is alleen voor de groten der aarde weggelegd. Ze weet op een emotionele wijze pop en soul te vermengen tot dertien wereldnummers. Nu al kandidaat voor de top tien van het jaar 2011 en aanstaande vrijdag te horen en zien in de finale van ons eigen The Voice of Holland. Nu kan dat nog.

4.5/5

Anouk - Fake It Till We Die (2016)

poster
4,0
Een wolf in schaapskleren, dat is wie ik ben.’ Anouk geeft een directe weergave van haar karakter in het dampende slotnummer Down Daddy Down. Haar carrière in ogenschouw nemend lijkt een van kleur verschietende kameleon een betere keuze. Moeiteloos schakelt ze over van stoute rockchick (Graduated Fool) naar commerciële songfestivalkoningin (Sad Singalong Songs) en alles wat daar tussen zit. Birds is exemplarisch voor de experimenteerdrift van Anouk. Op Fake It Till We Die echter geen melancholie, wel een bonte mix van funk, soul en ritmische blazerssecties.

Het beste voorbeeld daarvan is het funky Waste Your Water. ‘All my mistakes made me the woman who I am today,’ zingt ze in de bridge naar het refrein. Ondertussen word je meegenomen in de aanstekelijke melodie, waarin koperwerk de boventoon voert. Ze toont berouw over haar fouten in het verleden, maar is niet beroerd om deze direct weer te ontkrachten in de gelijknamige titelsong. ‘Blame it on tomorrow, blame it on the sun.’ Met andere woorden: het ligt aan alles behalve Anouk. Is dit de wolf in schaapskleren? Laten we het maar rustig aan doen, neem de tijd voor het uitgesponnen Take It Slow. Een uitstekende track met warme synths, haar karakteristieke stem, mooie blazers en een dampende groove.

Eigenlijk is er weinig dat hier mis gaat. Alle songs staan bol van het nodige blazerswerk en weten de voeten van de vloer te krijgen. Het korte Brothers & Sisters swingt in ieder geval de pan uit. Bij het einde aangekomen moet Anouk haar frustratie botvieren in een lied vol liefde. Waar ze eerder in I Just Met A Man twijfels heeft over de liefde, ‘can we get along, in the long-term,’ schreeuwt ze het in Down Daddy Down uit aangaande haar seksuele avontuurtjes. ‘You sure love my legs and what is in between. Spare me the eyes when you’re eating me alive.’ De wolf is los.

Nederland weet waar de wolf haar roedel vandaan haalt. Er zijn al zes nakomelingen geboren. Het optreden voor een groot (internationaal) publiek is daarbij slechts bijzaak. Onze kameleon hoeft niet zo nodig naar Amerika, ook al had ze leuk contact met de society-ster Perez Hilton. De fanschare weet ook dat ze niet zo gecharmeerd is van een uitgebreide tour door Nederland. Ze kiest zorgvuldig haar locaties en data, zo is het volgend jaar de beurt aan het Ziggo Dome. Buiten deze concerten om geeft ze in tv-programma’s een openhartige analyse van haar voorkeuren wat betreft het mannelijk geslachtsdeel. Groots en meeslepend, jawel.

Haar handelsmerk is een combinatie van brutale, soms venijnige uitspraken met een stevige dosis muzikaal talent. Op Fake It Till We Die lijkt het erop dat de Haagse voor een duidelijk concept kiest. De voorgaande twee platen grossierden in mainstream popmuziek met gladde kantjes. Ditmaal zijn de composities weer verzorgd aangekleed met stijlvol blaaswerk en minutieus ingezette orgeltjes. Kortom: een plaat met kleur. Hier gaat de zon zelfs op totaal verregende dagen van schijnen.

4*(Ook te lezen op Nieuweplaat)

Arcade Fire - Everything Now (2017)

poster
4,0
John Self schreef:
Is Arcade Fire niet gewoon een band die dankzij de hype van album naar album hopte en nu eindelijk door de mand valt als een middelmatig bandje.


Nee. Arcade Fire geldt als één van de belangrijkste indierockbands van deze generatie, zo niet de belangrijkste. Met Funeral hebben ze een bepalende rol gespeeld binnen het genre en tot en met The Suburbs zijn ze leidend geweest. Laatstgenoemde is wat mij betreft het absolute hoogtepunt, omdat het thematisch en muzikaal hand in hand met elkaar gaat. Bij Reflector duurde het erg lang voordat ik de electronica ging waarderen. Het legendarische Pinkpop concert in 2014 zorgde voor een mokerslag en trok mij mee de nieuwe richting in.

En nu dit Everything Now. Volgens sommigen hun meest inconsistente plaat ooit, anderen roepen dat het hun slechtste worp is. Het is inderdaad niet zo goed als de eerste drie meesterwerken, maar wat het heel goed doet is meteen al onweerstaanbaar in huis te vallen. Het titelnummer Everything Now is gewoonweg geniaal bedacht, zowel tekstueel als muzikaal een oorwurm. Signs of Life kan ook niet meer stuk en krijg ik onmogelijk uit mijn hoofd.


Those cool kids
Stuck in the past
In a world of cigarette ash
"Where are we going?"
Who did you ask?


Simpel, onweerstaanbaar en tussen de regels door toch met een duidelijke boodschap. De band steekt de draak met de gecreëerde perfecte wereld op social media, "Some girls hate their bodies, stand in the mirror and wait for the feedback", in Creature Comfort. De stuwende beat weet mij andermaal in te pakken. Het middenstuk, zoals al vaker gezegd, is duidelijk het zwakke segment op Everything Now. Op Chemistry hoor ik een vrij lompe softrock sound, terwijl Win zichzelf continu herhaalt. Infinite Content had zelfs op een B-kant niet eens het draaien waard geweest.

Vanaf Good God Damn kan ik weer genieten. Dit nummer doet op een bepaalde manier zelfs denken aan The Suburbs, qua melancholie en sfeer. Een vrij onopvallende song die toch onder je huid weet te kruipen. Dat doen de laatste twee songs in ieder geval. Put Your Money On Me kan wereldwijd een potje kraken met die jaren '80 electro beat, in de geest van Michael Jackson' Billie Jean. En Abba natuurlijk. Wat mij betreft de dark horse van dit album.

Aan het einde draai ik hem gewoon nog een keer, zodat de loop lekker door blijft lopen. Geen wereldschokkend en innovatief meesterwerk, wel onweerstaanbaar, dansbaar en een opvallend uitstapje in het gevarieerde oeuvre van de band uit Montreal. 4*

Arcade Fire - Reflektor (2013)

poster
4,0
David Bowie op de vierde plaat van Arcade Fire. Verrassend. In 2005 hebben ze samen al eens een live EP opgenomen, dus erg onverwachts kwam de samenwerking niet. Desalniettemin waren de verwachtingen hooggespannen voor Reflektor. Een uitgekiende marketingcampagne moest de huidige fans doen smachten naar nieuw werk en tegelijkertijd een nieuwe doelgroep aantrekken. Onlangs nam de band nog een special op, ‘Arcade Fire in Here Comes the Night Time’ op NBC. In een volgepakte club wist Arcade Fire nieuwe muziek naar een hoger niveau te tillen. De wereld was klaar voor een nieuw meesterwerk van de veelgeprezen Canadezen.

Het dubbelalbum start met de titeltrack Reflektor en bevat op het einde inderdaad de schitterende vocalen van de kameleon: David Bowie. Zodra de piano klinkt weet je dat je iets bijzonders aan het luisteren bent. Het is het begin van de odyssee tussen Orpheus en Eurydice, een wereld tussen liefde, leven en dood, en de reflectie daarvan: “See you on the other side." Een mooiere opening kun je echt niet hebben. Precies lang genoeg. Vervolgens gaat de band terug de tijd in met baslijnen die doen denken aan Michael Jackson’ Billie Jean. Aanstekelijke jaren ’80- ritmes verpakt in een modern jasje. Een nieuwe Arcade Fire zonder melancholie, maar met elektronische invloeden en dansbare ritmes.

En dat is wennen. Waar The Suburbs, hun voorganger, uitblonk in melancholie en een duidelijk opgezet thema, doet dit werk eerder chaotisch aan. Het gaat verder in het wederom ritmische Flashbulb Eyes. Weer andere invloeden. Haïtiaanse drumbeats volgestopt met synthesizers. Het klinkt op het eerste gehoor niet minder dan goedkoop en lelijk. Toch weet je dat je je mening moet herzien als je het vervolg hoort en het album rustig de tijd geeft op je in te laten werken.

Het is onvoorstelbaar dat in minder dan 24 uur tijd een kunstuiting je laat schrikken, verafschuwen, teleurstellen, bij je strot grijpen, en ineens volledig tot leven komt. De dynamiek is er wel degelijk. Na Flashbulb Eyes gaat de outro mooi over in de intro van Here Comes The Night Time, het hart van de plaat. In het experimentele nummer kondigt Arcade Fire de nacht aan. De stijl heeft iets weg van Vampire Weekend. De nacht gaat in ieder geval niet zonder (gitaar)geweld voorbij, want Normal Person is daar. Win Butler vraagt aan de luisteraar of hij/zij wel van rockmuziek houdt: “Do you like rock music? Because I don’t know if I do…” En daarna vraagt de band zich nog af wie nog normaal is in een individualistische wereld. Geweld is de nieuwe normaal? Betekenisvolle tekst.

In You Already Know keren de elektronische klanken terug. Aan de stem van Brits presentator Jonathan Ross te horen, lijkt het alsof het direct uit een tv-show is opgenomen. In de eerste minuut kreeg ik gek genoeg Rick Astley voor mij te zien. Niet dat het doet denken aan diens hit “Never Gonna Give You Up", maar wel aan het enigszins carnavaleske deuntje van het nummer. Zijn we hier 'rickrolled?' Daar lijkt het bijna wel op. De afsluiter van het eerste deel, de introductie van de nacht, komt in het standaard popnummer Joan of Arc. Interessant al die referenties naar de historie, “Joan of Arc, Jeanne d’Arc aah-uuh”, maar nauwelijks echt serieus te nemen. De wind blaast de nachtkaars uit.

En dan is daar Here Comes the Night Time II. Dit doet denken aan het fantastische slot van The Suburbs drie jaar geleden. Melancholiek in de sfeer. Dromerig. Het verhaal uit de Griekse mythologie gaat weer verder. Dat gebeurt in het tweeluik Awful Sound en It’s Never Over. Het eerste heeft een schitterende opbouw, maar het tweede gaat daar gemakkelijk overheen. Orpheus en Eurydice bezingen elkaar in een denkbeeldig duet op leven en dood. Mijn persoonlijke favoriet vanwege de riff en de meerwaarde van het thema erachter.

Porno is samen met Joan of Arc het zwakste materiaal op dit album. Je hoort eerder Depeche Mode dan Arcade Fire, en dat klinkt toch afgezaagd. Een overdadig en overbodig nummer wat mij betreft. In Afterlife maakt de band het echter ruimschoots goed. Het zou niet hebben misstaan op The Suburbs of zelfs Neon Bible. Een weergaloos mooi nummer met een fantastische beat. “Is this the afterlife?” Zo moet dat dan klinken in Supersymmetry. De swing is eruit, de rust is terug. Een afwijkend slot dat helaas te lang voortsleept. De laatste zes minuten doen vrijwel niets. Had daar de piano nog even ingezet en je had het begin met het einde kunnen verenigen.

Al met al is Reflector opnieuw een voltreffer in de rijke (muziek)geschiedenis van Arcade Fire. De enkele missers wegen niet op tegen de klasse van de rest. Het is verbazingwekkend knap hoe de Canadese band zichzelf keer op keer evalueert en daarna ondersteboven keert. De band klinkt oud, fris, dynamisch, en weet het grootste gedeelte van de tijd te boeien. Pretentieus? Ja. Kitscherig? Ja. Meeslepend? Ja. Luisteren, luisteren, en nog eens luisteren. Je gaat hem steeds beter vinden. Prachtig album.

Van een onvoldoende naar een zeer dikke voldoende. Ik kan het zelf amper geloven!

Arctic Monkeys - AM (2013)

poster
5,0
Het was in het voorjaar van 2012 dat drummer Matt Helders te kennen gaf dat het nieuwe album van zijn band een steviger geluid zou krijgen, iets in de lijn van de spontaan uitgegeven single R U Mine? Dat werd het uiteindelijk niet. R U Mine? is het antwoord op de eerste twee albums en is één van de onderdelen die van AM, het vijfde album van de heren uit Sheffield, het meest complete album tot nu toe maakt.

Al vanaf de opener maakt de rit door de woestijn in de vorm van Do I Wanna Know? veel indruk. De damp komt er vanaf met teksten als “that the nights were mainly made for saying things that you can’t say tomorrow day”, gezongen op een manier zoals alleen Alex Turner dat kan. Het is sexy, energiek en herkenbaar in bepaalde opzichten. Hierna volgen nog R U Mine?, One For The Road, Arabella en I Want It All, de stevigere kant van het album. One For The Road experimenteert flink met de stemmen van Helders en O’Malley, de bassist van de band. De hoge falsetto vocalen van de twee hebben een grote stempel gedrukt en zetten voor een flink deel ook de sfeer neer op dit album. Voeg daar in One For The Road ook een aantal ooh-ooh’s aan toe en je hebt een nieuwe toonzetting te pakken. De gitaren, drums en bassen lenen zich zeer goed voor deze stijl. Zeker als je bedenkt dat er heel wat invloeden aan te pas zijn gekomen.

Denk aan Black Sabbath op Arabella en Lou Reed op Mad Sounds. Het drumwerk en bass kun je dan weer koppelen aan OutKast, Dr. Dre en zelfs D12. Spannende combinaties als je die namen vooraf zou selecteren en daar je referentie van maakt. De aapjes weten dit als geen ander op het moment te verpakken in aansprekende en sfeervolle nummers. Vanaf I Want It All worden de grove hiphop elementen omgezet in twee fantastische rustmomenten; No. 1 Party Anthem en Mad Sounds. Het eerste is op voorhand al een klassieker als Turner op meeslepende wijze “Come on, come on, come on” zingt. Niet zo’n spectaculaire tekst, maar de opbouw van het nummer en het laatste deel weet je onmiddellijk te raken. Mad Sounds leunt op het voorgaande, maar weet minder indruk te maken. Wie weet komt dat door het bekende “ooh la la la la.”

Na een rustpauze van een ruime zeven minuten schittert de band in de volle productie van Fireside. Opnieuw die diepe bassen, de mysterieuze stem van Turner, het drumwerk van Helders en een duidelijke knipoog naar de jaren ’60 aan de hand van de vele ‘shoo-wops’. Wat mij betreft een van de favorieten. Nog een favoriet is Snap Out Of It, het aanstekelijkste nummer van de band tot nu toe. Je krijgt hem na meerdere luisterbeurten absoluut niet meer uit je hoofd. Datzelfde geldt voor Knee Socks met een bezwerende Josh Homme als achtergrondvocaal aan het einde van het nummer. Een perfecte combinatie als Turner zingt over Be My Baby, het openingsnummer van The Ronettes in Mean Streets, een film van Martin Scorsese uit 1973. We blijven nog even in de jaren ’70 met de tekst van John Cooper Clarke op ‘I Wanna Be Yours.’ Prachtig hoe beeldend deze man schreef; “I’ll be at least as deep as the Pacific Ocean”, en hoe Arctic Monkeys Clarke op moderne wijze laten herleven. Een hele diepe buiging voor de constante kwaliteit van de band en voor de vakmanschap op dit album.

Ik kan niet anders dan weer een halfje te verhogen. Vijf volle sterren voor AM!

Bjørn Riis - Lullabies in a Car Crash (2014)

poster
3,5
3,5 sterren voor deze Riis uit Noorwegen. In een schaal van 1 uit 10 dus een 7. Het gemiddelde van MuMe staat op een ruime 85. Zeer hoog!

En ik vind dat toch wat overdreven. Lullabies in a Car Crash begint fenomenaal met A New Day. Daar hoor je de 'droge kwaliteit', zoals hierboven werd beschreven. Het belooft wat voor de rest van het album. Helaas weet Bjørn deze hoge verwachtingen niet helemaal waar te maken.

Ik ga hier niet ieder nummer in detail bespreken. Helaas lijken ze daarvoor te veel op elkaar. Het klinkt inderdaad als prachtige atmosferische rock zonder hoogtepunten. Ik kan ook niet zeggen dat ik mij 50 minuten heb verveeld, en de nummers zitten wat dat betreft ook sterk in elkaar. Toch mis ik iets...wellicht dat Steven Wilson daar een antwoord op heeft.

Bon Iver - 22, A Million (2016)

poster
2,5
The whole album is centered around numbers in Justin Vernon’s life and the impact that they have. He dreams of a place “where the days have no numbers.”


Op Genius kun je soms de betekenis van bepaalde stukken uit songteksten achterhalen. Zo ook uit het slotnummer van Bon Iver' 22, A Million: 00000 Million. Een soort oneindigheid in getallen. Of het liefst geen getallen, want hij zoekt naar een plek zonder gevoel van tijd en ruimte. Het lijkt een obsessie voor hem geworden. Maar goed, op naar de kern van 22, A Million, een album dat inderdaad minder experimenteel is dan je tijdens beluistering wil laten geloven. Het is gewoon een vorm van folktronica, en misschien is dat nu juist wel het genre dat bij uitstek voor experiment staat.

Zijn derde studioalbum is gegoten in een Kanye West blender met de volgende ingrediënten: Sigur Rós, Mumford & Sons, een of andere soulzanger, Bruce Springsteen(geen idee waarom, maar zulke vibes krijg je) en natuurlijk de naweeën van For Emma, Forever Ago en Bon Iver, Bon Iver. Met de komst van de vocoder is de folk echter wat naar de achtergrond geschoven. Dit hoor je vooral op de eerste helft, tot aan Strafford. Ruim tien minuten hoor je elektronische lucht, want meer is het niet. Hooguit een soort amuzikale oorlog met je gehoor. Dit wil je gewoon niet horen.

Daarna breekt de lucht wat open en komt de oude Bon Iver weer op de voorgrond. Het getal van het beest, 666, en 8 (circle) zijn de allermooiste nummers. De warme ambient en de sfeervolle sax doet je het eerste gedeelte snel vergeten. Dat is maar goed ook, want onderweg komt in Moon Water nog even het luchtalarm voorbij. 22, A Million weet soms nog indruk te maken, maar het grote geheel is gewoonweg niet om aan te horen. 2,5*

Catfish and the Bottlemen - The Balcony (2014)

poster
2,5
De leden van Catfish and the Bottlemen staan live hun mannetje. Niet voor niets touren ze op dit moment door het beloofde land aan de overkant van de Atlantische Oceaan. Met elf puntige liedjes een stevig geluid verwacht je in eerste instantie veel van deze band. Het klinkt echter als een stap terug in de tijd.

In 2006 wisten bands als The Kooks en Razorlight een groot publiek aan zich te binden door hun veelal pakkende poprepertoire. Ze werden gezien als een nieuwe impuls in de Britpop, maar acht jaar later is er weinig meer over van deze talenten in de dop. Eerstgenoemde lijkt met Listen compleet de verkeerde afslag genomen te hebben en Johnny Borrell(voorman Razorlight) wist vorig jaar geen potten te breken met zijn soloproject Borrell 1. Nu probeert Catfish and the Bottlemen in stevigere uitvoering te klinken als deze illustere voorgangers.

Dat is ze in ieder geval wél gelukt. Werkelijk ieder nummer op The Balcony doet denken aan eerder genoemde bands of, en ik heb een selectie gemaakt, aan The Fray, The Kaiser Chiefs, Jake Bugg, Mando Diao, The Vaccines...en ga zo maar door. In enkele gevallen nog leuk uitgevoerd ook op bijvoorbeeld Kathleen, Homesick en Pacifier. De rest is een gekopieerde stijloefening van alle hierboven genoemde acts. En dat wil niet zeggen dat het niet lekker klinkt. Integendeel, het meerendeel luistert makkelijk weg en kan prima dienen als voorprogramma in de rest van je playlist. Jammer is dat nou juist slotnummer Tyrants tot meer uitnodigt.

Catfish and the Bottlemen zullen het prima doen op festivals, maar missen een eigen stijl en steken daardoor jammer genoeg niet boven de middelmaat uit.

Coldplay - Mylo Xyloto (2011)

poster
2,0
Heb er een recensie over geschreven.

Coldplay werd recentelijk door Q magazine bestempeld als beste act ter wereld en kreeg daarvoor dan ook een award. Terecht of onterecht, het is een feit dat de band al vijftien jaar aan de top van de muziekindustrie staat en concurreert met bands als U2, Muse en Arcade Fire. De band wil doorgroeien, voor zover dat nog kan, en komt met vijfde studioalbum Mylo Xyloto. De titel zegt nog niet zoveel over de inhoud, maar is de inhoud net zo verwachtingsvol als de titel?

De Britse (stadion)band Coldplay heeft een verrassende ontwikkeling doorgemaakt sinds het debuut en tevens klassieker Parachutes uit 2000. Waar ze toen nog excelleerden met intieme instrumentale nummers als Yellow en Trouble, heeft de grootsheid en bombast het elf jaar later volledig overgenomen. Daarnaast wisten die nummers al bij je binnen te komen met slechts een gitaar en een schitterende melodie, nu voert de productie vooral elektronisch de boventoon met dubstep-invloeden op Up in flames en ingeblikte grootsheid op Princess of China, het vooraf gevreesde duet met Rihanna. Een duet dat frontman Chris Martin op een bijna RnB-achtige wijze introduceert en zelfs na meerdere luisterbeurten nauwelijks indruk maakt. Sterker, het irriteert zodanig dat je al gauw weer verlangt naar klein en smal, Coldplay op zijn best.

Toch weet de band ook op het vijfde kunstwerkje met name het eerste gedeelte indruk te maken. Opener Mylo Xyloto, titeltrack van het gelijknamige album, is de perfecte prelude voor Hurts Like Heaven, dat op zijn beurt de grootsheid van de band nog eens in volle glorie openbaart. Jammer is dan weer dat de stem van Chris op de achtergrond geraakt is en de productie alle ruimte krijgt. De vrolijkheid en vooral kracht zet zich voort op tweede single Paradise, een mooi nummer over een meisje dat bij iedere tegenslag haar ogen maar sloot, droomde over een zeker paradijs en hoopte op betere tijden "oh, ohohohoh I know the sun must set to rise". Simpel en toch doeltreffend.

Na een prelude en twee verwachtingsvolle nummers is het tijd voor een hoogtepunt: Charlie Brown. Op festivals en in stadions ongetwijfeld met de bedoeling het spreekwoordelijke dak eraf te spelen. Dit nummer kun je gerust in één adem noemen met Clocks en Viva la Vida en heeft onuitputtelijke hitpotentie. Wil je Coldplay dan weer horen zoals het ten tijde van Parachutes en A Rush of Blood to the Head klonk? Luister dan zeker naar Us Against The World. Een briljant nummer over de nietige mensheid “through chaos as it swirls it's just us against the world” en dat we het liefst wegvliegen voordat problemen ons bestaan bedreigen “And lift off before trouble just erodes us in the rain”. Us Against The World beschikt over een prachtige tekst, melodie en het intieme wat Coldplay zo groot maakte.

Hierna gaat het fout. De vooraf verwachte commerciële overheersing zet in en weet vooral op Every Teardrop Is a Waterfall, Princess of China en Don’t Let It Break Your Heart de tenen krom te krijgen. De interludes M.M.I.X. en A Hopeful Transmission voegen niets inhoudelijks toe en zijn er dit keer echt alleen als opvulling. Verder weten bovenstaande missers alleen te grossieren in een onophoudelijke waterval van oooh-s en aaah-s. Alsof de creativiteit volledig verdwenen is en Coldplay verworden is tot een popbandje van duizend in een dozijn, het begint er toch zeker op te lijken.

Gelukkig is daar afsluiter Up With The Birds. Dit nummer start rustig en dus hoopvol en komt halverwege met een prachtige opbouw naar een hoogtepunt met een muur van strijkers en daarna weer afbouwend naar een kalm akoestisch einde. Chris sluit af met bemoedigende woorden “but I know one thing good things are coming our way” en moet daar natuurlijk weer een oooh aan toevoegen. De vraag is of zijn woorden uit gaan komen. Coldplay kiest duidelijk voor de gehele markt en weet nog zelden dichtbij zichzelf te blijven, het hoge niveau van voorheen te bereiken, of te verrassen en kiest voor de makkelijke weg. Oude fans zullen afhaken, nieuwe fans zullen de band naar een hoger (hit)niveau brengen.

Beoordeling: 6.0

Esben and the Witch - Older Terrors (2016)

poster
3,5
Het muzikale equivalent van een duister, onheilspellend boek, zo is Older Terrors te omschrijven. Na het beluisteren van de eerste tonen van de nieuwste Esben and the Witch, geproduceerd in een oud appartementenblok in Berlijn, word je als het ware getransporteerd naar een wereld vol wolven, heksen en ander gespuis. De nachtelijke, golvende rock openbaart zich in een spannend vierluik met Rachel Davies als onheilsprofeet.

Samen met Thomas Fischer (gitaar) en Daniel Copeman (drums, elektronica) vormde Davies de afgelopen jaren het illustere Esben and The Witch. In 2011 nog genomineerd voor BBC Sound of, een lijst voor meest veelbelovende artiesten van het jaar. Jessie J won toen. Niet zo raar natuurlijk. Een band die zichzelf laat omschrijven als ‘nightmare pop’ met een duidelijk elektronisch sausje, daar valt geen miljoenenpubliek mee te bereiken. Nu – vele jaren later – schuiven de bandleden meer en meer richting het rockgenre. Dat was op A New Nature al goed te horen. De opsmuk verdween als sneeuw voor de zon, als basis voor de mystieke lyriek in een post-rock wereld.

Daar is op Older Terrors niet aan getornd. De vier muziekstukken vormen het pad waar de band voor kiest. ‘In this digital age we wanted to create an album that contained four tracks that would work as a whole but that could also be separated and stand alone. Each one carving its own path.’ Geen speld tussen te krijgen. Opener Sylvan zou gevisualiseerd kunnen worden als achtervolging in een donker bos. Dreigende en zagende rock stuwen de zangkunsten van Rachel Davies naar grote hoogten. Je moet er wel even voor gaan zitten. De sound is wat stug en herhalend. Davies oreert ‘come to the place, where the wolves are weak. Come with me’, en weet het geheel nog net in goede banen te leiden. Making The Heart heeft dezelfde kenmerkende opbouw, ditmaal in een hogere versnelling. De eerdere vergelijking met een boek gaat hier zeker op. In diverse spanningsbogen weet Esben and the Witch de luisteraar mee te nemen en terneergeslagen achter te laten. Het hoogtepunt vormt het echoënde wolvengeluid van Davies, terwijl de overige bandleden het tempo dicteren.

In de twee laatste nummers, goed voor samen 22 minuten speeltijd, komt het luisterboek pas echt tot leven. The Wolf’s Sun wordt goed opgebouwd, en weer is daar de dreiging. Dit komt tot een daverend einde in het slot van het nummer. Daarna volgt een enigszins hoopvolle track, waarin de vocalen van Davies licht aan het einde van de tunnel scheppen. Alhoewel, licht zal dit Older Terrors nooit worden. Het is een broeierig werk dat je niet omver zal blazen, maar dat wel zoveel spanningsbogen bevat dat het je aandacht vast weet te houden. Older Terrors is als een dikke pil in je boekenkast: soms loodzwaar, soms repetitief en toch ook aantrekkelijk in zijn soort.

3,5* (Ook te lezen op Nieuweplaat)

James Morrison - Higher Than Here (2015)

poster
3,0
Het stemgeluid van James Morrison heeft nog altijd niet aan kracht ingeboet. Ook op dit Higher Than Here zingt de 31-jarige Brit de sterren van de hemel. Na het verwerken van het verlies van zijn vader, is deze plaat de wederopstanding van een doorleefde artiest. Kan hij The Awakening evenaren?

Demons, Stay Like This, Just Like a Child en Higher Than Here waren al even te horen en boorden voort op zijn kenmerkende popgeluid met soulrandje. Heaven To a Fool lijkt wel direct van de hand van Stevie Wonder te komen. Klinkt allemaal prima. Daarna stort het album wel wat in. Productioneel zijn de uithalen bijvoorbeeld net wat gloeiender, maar klinken ook kunstmatiger. De toevoeging van subtiele electro doen de muziek absoluut geen goed. Nog nooit klonk Morrison zo goed bij stem, maar waren de producties zo glad. Waar is het traditionele geluid van het vorige album? Zelfs de potentie van We Can wordt compleet om zeep geholpen door het mengpaneel.

En het ergste is eigenlijk dat ik hem niet meer geloof. Het is als een kerstboom met duizend kerstballen en tienduizend lampjes. Less is more! Het nummer Too Late for Lullabies, halverwege de plaat, klinkt er leeg bij. Het had zo op The Awakening kunnen staan. Op Easy Love klinkt weer de hele jinglecollectie van Sky Radio, ronduit het dieptepunt van het hele werk. Om positief af te sluiten: Just Like a Child en Higher Than Here weten het beste uit James Morrison te halen. Twee keer prima soul en gospel.

Het is eigenlijk doodzonde, want de man kan veel meer dan dit. Misschien een ander label? Voorlopig blijf ik het de komende dagen draaien. Wie weet groeit het nog. *2,5

Justin Timberlake - The 20/20 Experience (2013)

poster
4,0
Justin Timberlake’ laatste studioalbum dateert uit 2006, waardoor het automatisch al zeven jaar stil is. Op muzikaal gebied dan. Zijn talent wist zich ondertussen te manifesteren in de filmstudio’s van Hollywood. Na wat goede en slechte rollen, knaagde het weer aan de 32-jarige popster uit Tennessee. Samen met zijn ‘partner in crime’ Timbaland en opkomend producer Jerome Harmon verruilde hij het acteren in voor waar hij het beste in is: zingen. Zijn falsetto klonk nog nooit zo vloeiend.

The 20/20 Experience heet de nieuwste langspeler en is het wachten in vele opzichten waard. De vooruitgeschoven singles Suit & Tie en Mirrors straalden alvast een volwassener geluid uit, iets wat op de rest van het album ook absoluut naar voren komt. Na het singlesalbum Justified, de eerste lange melodieën en beats op FutureSex/LoveSounds, is deze Experience een combinatie van de voorloper met een sfeervolle mix aan stijlen.

De openingstrack Pusher Love Girl laat je kennismaken met een nieuwe Timberlake. Een artiest met gevoel voor stijl, zonder daarbij de muziek uit het oog te verliezen. Voorafgaand aan dit album trad hij al diverse malen op met de Tennessee Kids, een big-band orkest. Het gaf de muziek meer klasse. Het orkest met trompetten en hoornen, wist dat ouderwetse jaren ’60-sfeertje op te roepen. De band laat zich in That Girl nog een keer horen. Dan is Justin volledig in zijn element. Als een jonge crooner laat hij de soul zegevieren.

Waar zijn dan de danskrakers en ‘Timba-beats?’ Die zijn er zeker. Op Let The Groove Get In zelfs sterker dan ooit tevoren. Het enigszins repetitieve refrein doet daar niets aan af. Het funky nummer doet denken aan de beginnende solocarrière van Michael Jackson' Off The Wall, uiteraard wel ondersteund door de moderne technieken van deze tijd. Op Tunnel Vision hoor je de duidelijke stempel van Timbaland misschien net iets teveel, zelfs zoveel dat het op een gegeven moment heel gewoon in de oren klinkt. De beats zijn bekend, waar is de revolutie?

Een revolutie is niet nodig op The 20/20 Experience. Timbaland ontpopt zich tot de hedendaagse Quincy Jones van Timberlake en weet na zeventig minuten een perfecte balans neer te zetten: de zanger zingt met zijn falsetstem de sterren van de hemel en de producer zet daar de juiste accenten onder. De vele samples en klassieke arrangementen zijn geruim aanwezig, maar weten altijd een fijne sfeer neer te zetten. Het enige wat mist is de afwisseling van korte en lange nummers. Op dit album zijn slechts twee nummers wat korter, de rest allemaal langer dan zeven minuten. Hierdoor lijkt het af en toe alsof we te maken hebben met een soundtrack.

Naar verluid dacht Timberlake tijdens het productieproces aan Led Zeppelin, Pink Floyd en Queen. Want als zij nummers van meer dan tien minuten kunnen maken, dan kan hij dat toch ook? Het kan de luisteraar van kant en klare brokken wellicht afschrikken. Het is een klein smetje op een verder prachtig uitgebalanceerd popalbum.

Michael Jackson - Xscape (2014)

poster
4,0
Onafgebroken rinkelt de kassa de komende weken door de release van één van de meest besproken entertainmentproducten van het jaar. De artiest in kwestie is dan wel vijf jaar lang niet meer onder ons, zijn muziek wordt nog altijd veelvuldig gedraaid en besproken. Het kan over niemand anders gaan dan The King of Pop: Michael Jackson.

Een jaar na de dood van de poplegende verscheen het eerste postume album ‘Michael’. Dit bij elkaar geschraapte werk leek in niets op zijn grootste successen uit drie generaties van de vorige eeuw. Het was dan ook afwachten of deel II nog veel ging toevoegen. ‘Xscape’ is in ieder geval in alle opzichten beter, zowel vocaal als productioneel. De zanger doet wederom waar hij goed in is en geeft zich volledig over op het merendeel van de nummers. Op de acht tracks doen de grootste producers van het laatste decennium hun uiterste best ook deze generatie te overtuigen van het talent dat hij bezat.

L.A. Reid is de Quincy Jones van Xscape. Hij werkte de afgelopen maanden als uitvoerend producer met namen als Timbaland, Rodney Jerkins, StarGate, Giorgio Tuinfort en J-Roc. Een team verantwoordelijk voor vele hits uit de jaren ’00. Tel daarbij op een tekst van Paul Anka en wat vocalen van Justin Timberlake en je hebt een vet klinkend album in handen. Alle producties klinken vol en zijn voor het grootste gedeelte vertaalt naar deze tijd. Maar is het ook goed?

Ieder nummer zou je kunnen koppelen aan een bepaalde periode. Zo had '‘Chicago'’ makkelijk op Dangerous kunnen staan, 'Love Never Felt So Good' op Off The Wall en 'Slave to the Rhythm' op Invincible. De cover van America’ 's '‘A Horse with No Name’' is een zeer radiovriendelijk nummer en kan zich vergelijken met de hedendaagse muziek. Tegelijkertijd weet je dat de echte meester er niet meer is en hij dus ook zijn goedkeuring niet kan geven. Misschien zag hij dit wel als simpele experimenten. Wie is L.A. Reid dan om daar zeggenschap over te krijgen?

De laatste twee nummers 'Blue Gangsta' en titeltrack 'Xscape' laten ook de innovatieve kant van Michael horen. Een productie van deze tijd, moderne beats en verrassende wendingen gedurende de nummers. Met Xscape kan de verzamelaar weer vooruit en zal de huidige generatie zijn muziek opnieuw meekrijgen. Jackson leeft muzikaal voort.

****

MONEY - Suicide Songs (2016)

poster
4,5
De eerste vijf sterren zijn al uitgedeeld, zie ik. Mogelijk volgt binnenkort de tweede.

Money doet in het beste geval denken aan The Verve op de toppen van hun kunnen. Britpop op het allerhoogste niveau. De songs hebben even de tijd nodig om volledig bij je binnen te komen, maar maken stuk voor stuk indruk. Natuurlijk zijn er schoonheidsfoutjes, zo zit zanger Jamie Lee regelmatig op het randje met zijn zangstem. Je vergeeft het hem onmiddellijk als je Night Came hoort. Het gaat echt door merg en been. Leuk is de onverwachte vrolijkheid van Suicide Song. In A Cocaine Christmas And An Alcholic's New Year kijkt de zanger nog een keer terug op zijn drugsverleden. Enkele blazers laten je in stilte en verwondering achter...

Ik heb wat met zwart-witcovers dit jaar. 4,5*

Nick Cave & The Bad Seeds - Skeleton Tree (2016)

poster
4,0
Het is mij eigenlijk volledig ontgaan dat Nick Cave' zoon vorig jaar is overleden nadat hij van een klif viel. Geen flauw idee. Ook de wereldwijde première van de film bij dit album is mij totaal ontgaan. Waar lezen jullie dat toch allemaal? Ik heb er echt de tijd niet voor gehad.

Waar ik wel tijd voor had is het beluisteren van Skeleton Tree. Min of meer het rouwdocument van een getergde ziel. Het is dan ook een enorme opgave om als artiest jezelf bijeen te rapen en alles emotioneel te verwerken in je nieuwe kunstobject. Het is gelukt, dat staat buiten kijf. In amper veertig minuten zal het kippenvel minstens een aantal keren op je armen staan. Het middenstuk met Girl in Amber, Magneto, Anthrocene en I Need You gaat zelfs door merg en been. Emotie na emotie na emotie. En ja, het klinkt allemaal fantastisch triest. Na het titelnummer ben je dan ook helemaal leeg. Nick Cave & The Bad Seeds trekken je op een meeslepende manier het verdriet in. I Need You klinkt bijvoorbeeld echt als een smeekbede. Je hoort hem bijna huilen.

De vraag is echter of dit eeuwigheidswaarde heeft. Het album staat op een torenhoge score en wordt al dan niet terecht vergeleken met Bowie's zwanenzang Blackstar. Waar Bowie echt iets toevoegt, heb ik hier toch af en toe het gevoel naar een kerkdienst te luisteren. Mooi, gevoelig, ontwapenend maar ook te intiem en besloten. Blackstar is een monument, Skeleton Tree is de urn op dat monument. 4*

Roadside Graves - Acne / Ears (2015)

poster
4,5
Iedereen heeft weleens een keer nagedacht over zijn eigen leven en zich de vraag gesteld: Als ik dit opnieuw mocht doen, wat zou ik dan anders doen? Zanger John Gleason van Roadside Graves vraagt zich dit telkens opnieuw af. Zijn vele mislukkingen als puber op school, in de liefde en in zijn latere leven, staan centraal op Acne / Ears. De luisteraar weet in ieder geval dat als hij doodgaat graag gecremeerd wil worden, zodat ze het as kunnen mengen met het asfalt op wegen. Dan heeft hij in ieder geval bijgedragen aan de infrastructuur. Het kenmerkt de komische ernst van dit album.

Het blijft niet bij dit enigszins macabere feit. Regelmatig vormen de bittere teksten een luguber contrast met de luchtige begeleiding op gitaar. In het titelnummer is de uptempo overgang van Acne naar Ears een eerste teken van die tweedeling. Clouds gaat op vrolijke wijze verder met een heerlijke muzikale omlijsting. Helaas blijven de vocalen van Gleason dan wat achter, maar het interesseert hem niets. 'Lord knows I'm gonna die someday.'

Roadside Graves werkt daarna langzaam toe naar een eerste hoogtepunt: Donna (Reno). Deze ruim acht minuten durende levensoverpeinzing luistert als een reisverslag. Na alle mislukkingen en ergernissen trekt hij weg en wil alles achterlaten. Hij overweegt zelfs om de band te verlaten. Het zal toch niet? Het vormt het middelpunt van het album.

De rust moet plaatsmaken voor Rock and Roll. In Contact High Alumni gaat het over tijdelijke vrienden. Niets is blijvend, alles gaat voorbij. Dat lijkt hem te storen. Na een ongelukkig leven in de stad(City) en het oproepen van nostalgische gevoelens(Gospel Radio), kan hij eindelijk afrekenen met zijn foute keuzes. Wat dat is? Luisteren!

Dit Acne/Ears kwam ik toevallig tegen op Spotify en pakte mij in met een heerlijk spelende band, overtuigende teksten en een mooi overkoepelend thema. *4,5

Steven Wilson - 4 ½ (2016)

poster
4,0
In the back of a taxi cab in London town...


Zo begint de verlenging van het magistrale Hands. Cannot. Erase. Steven Wilson geeft nog een toegift en doet dat in de vorm van deze zes luchtige songs. Precies wat je mag verwachten bij een toegift. De zwaarmoedigheid is geweest, op naar betere tijden. Ik ben vooral onder de indruk van de oneindige stroom van goed tot belachelijk goed songmateriaal. De opener My Book of Regrets heeft een kop en een staart met daartussen enkele fantastische uitbarstingen. Het stadse gevoel is er.

De nummers daarna bestaan uit enkele rustige instrumentale stukken, maar pakken soms ook uit, zoals in Vermillioncore. De afsluiter met Ninet Tayeb kan natuurlijk niet stuk. Prachtige vocalen.

Binnenkort ga ik HCE+4,5 achter elkaar luisteren. Goed voor dik 1,5 uur luisterplezier. 4*

The Maccabees - Marks to Prove It (2015)

poster
4,5
Overtreft deze plaat Given to the Wild? Dat is erg moeilijk te zeggen. Wel lijkt er nu meer tijd genomen te zijn het gitaargeluid te perfectioneren. Het klonk op de voorganger soms als een betonnen muur, moeilijk te doorgronden, overtuigend in kracht. De heren uit Brighton hadden in ieder geval een consistent geheel gesmeed. Op Marks to Prove It horen we een divers stemgeluid, experimenterend in hoogte en kracht. Een goed voorbeeld daarvan is het nagenoeg perfecte Spit It Out, de derde uitgebrachte single van de plaat. Kalm en rustig in de intro, overtuigend in gitaarwerk naar het einde toe. De overgangen zijn wat dat betreft fantastisch, zo ook in het exploderende WW1 Portraits. Als zanger Orlando Weeks zich kwaad maakt en emotioneel uitbarst, dan heeft The Maccabees goud in handen. Pas dan klinkt de band zoals het zou moeten klinken; sfeervol, groots en meeslepend.

Het is jammer dat die gouden momenten te weinig voorkomen. Spit it Out, Silence en WW1 Portraits zijn de absolute toppers. Hier is de band echt op zijn best. Kamakura doet een poging, maar strandt in het onafgewerkte outro. Hetzelfde geldt voor Pioneering Systems. Dit nummer is niet af. Een magische samenzang wordt bruut stopgezet, waarna Dawn Chorus dit korte album afsluit.

Vier sterren voor dit Marks To Prove It vanwege de gitaren, de magische momenten en de stem van Weeks. Hij weet weer flink te raken. Echter doen de abrupte outro's afbreuk aan het geheel. Voorlopig iets minder goed dan de voorganger.

TORRES - Sprinter (2015)

poster
4,5
Heather I’m sorry that your mother
Deceased in the brain
Cannot recall your name
Heather I’ve dreamt that I forgave
That only comes in waits
I hate you all the same

En zo begint Sprinter, het tweede album van de 24-jarige Mackenzie Scott uit Georgia, USA. Wrok? Depressie? Torres doet haar best om haar emoties zoveel mogelijk binnen de lijntjes te houden. Pas in The Exchange komen alle gevoelens in alle helderheid naar voren. Gelukkig heb je dan al acht wonderschone nummers gehoord.

Je vraagt je alleen of Mackenzie wel zo'n goede familiegeschiedenis heeft meegemaakt. In Sprinter hint ze naar vrijheid. "There's freedom to, and freedom from...But if there's still time to choose the sun I'll choose the sun, I'll choose the sun." In de meeste nummers klinkt er een onwaarschijnlijke woede door, echter altijd met de bedoeling een uitweg te zoeken. Het melancholische Ferris Wheel is een perfect voorbeeld van die tweestrijd. Je hoort het er soms schrikbarend goed in terugkomen.

Met The Exchange gooit Torres het over een andere boeg, namelijk die van de akoestische eenvoud. Je ziet de gehavende zangeres voor je zitten, alles te geven. In de omgeving van een stadspark in de lente zingt ze: "Mother, father, I'm underwater, and I don't think you could pull me out of this." De dierengeluiden, haar snikkende geluid en de opborrelende emoties doen je huiveren. Kwetsbaarheid, haat, verdriet of juist puur geluk? Torres etaleert alles in Sprinter, je kunt er niet omheen.

4,5*

White Lies - Friends (2016)

poster
2,5
Alweer ruim zeven jaar geleden kwam To Lose My Life uit. Het frisse debuut van de post-punk revivalband White Lies deed het goed in de Britse hitlijsten, aangestuwd door singles als Farewell To The Fairground en Unfinished Business. Met een goed gevoel voor stijl, thematiek en de nodige bravoure, wisten ze de fans van Interpol, Joy Division en Echo & The Bunnymen voor een groot gedeelte in te pakken. De verwijzingen naar die bands waren dan ook niet van de lucht. Nu is daar Friends, het vierde studioalbum van de Londense Band. Ondertussen is de sound gedurende drie platen opgeschoven van donkere indie rock naar A-ha synthpop. De Londenaren zoeken ditmaal naar een song met hitpotentie.

De Zweedse rockband Blue Swede heeft de term hitpotentie in 1974 met hun versie van het nummer Hooked On a Feeling nieuw leven ingeblazen. De aanstekelijke popsound werd beloond met een eerste positie in de Verenigde Staten, hier deed het vrij weinig. Marvel gebruikte het lied nog eens voor de blockbusterfilm Guardians of The Galaxy. Tot nu toe hier vrij weinig gelijkenissen met White Lies, totdat je de teksten met elkaar gaat vergelijken. ‘I’m hooked on a feeling. I’m high on believing that you’re in love with me,’ doet direct denken aan openingsnummer Hold Back Your Love. ‘I’m in love with the feeling. Oh take it out on me. Maybe hooked on the healing.’ Eerstgenoemde is een oorwurm, maar White Lies doet daar niet voor onder. Het zet direct de toon.

Qua thematiek is de liefde eigenlijk al snel verleden tijd. In een interview met Liverpool Echo zegt bassist Cave dat Friends over keuzes gaat. Perceptie van tijd verandert en daardoor maakt het niet uit of je je vrienden een half jaar lang moet missen. ‘Friendships have begun to feel adult and our perception of time has changed. As kids, if you didn’t see a mate for a fortnight, you’d wonder what was wrong. Now you might not see someone for six months and it doesn’t matter.’ Het strookt echter niet met de teksten op dit album. In Morning in LA, opvallend gelijkaardig aan The Killers’ Battle Born, moet McVeigh juist zijn gevoelens kwijt. ‘I need to call my friend. Tell them what I’m feeling. They all got disconnected, and I’m left hanging on, hanging on.’ Het is samen met slotnummer Don’t Fall het enige moment waarop vriendschappen ter sprake komen. ‘When all my friends have gone away and everything is clear, I don’t know what I’m doing here.’

Tussen alle teksten over relaties, liefde, misstappen en naderend onheil is er eigenlijk weinig dat de lading dekt. Is My Love Enough gaat twee minuten te lang door en biedt weinig nieuws. Het is weer een nieuwe variant op het gebruik van synths en drums gedurende het album. Pas vanaf Swing komt het kantelpunt. White Lies keert terug naar hun roots door het herintroduceren van depressieve teksten, een duister sfeertje en toch weer die overkookte synths. Come On en Right Place behoren tot de lichtpuntjes.

Nu McVeigh en zijn bandleden niet meer weten wat ze moeten voelen en moeten doen (Summer Didn’t Change a Thing), biedt de gitaar in Swing nog enigszins troost. De eighties sound lijkt geperfectioneerd, maar het tekenen bij label Infectious Music heeft geen nieuwe invalshoek opgeleverd, sterker: White Lies vaart al jaren in dezelfde wateren. Een andere koers is gewenst.

Hier 2,5* maar het cijfer komt neer op een 45. Mijn recensie kun je ook lezen op Nieuwe Plaat.

Zachary Cale - Duskland (2015)

poster
4,5
Na het prachtige debuut van Kevin Morby vorig jaar en de nieuwe van Kurt Vile, valt er in het folkgenre weinig meer te wensen. Maar met de herfst in het vizier is daar ineens Zachary Cale. De folkmuzikant uit Louisiana, USA heeft al een aardige staat van dienst, want dit Duskland is zijn vijfde project als solo artiest. Ik kende zijn werk totaal niet en werd min of meer verliefd op de schitterende hoes. We zien een soort scheidingslijn tussen het witte strand en de donkere zee. De schemering(vandaar 'Duskland') maakt het helemaal af.

Zegt de hoes ook iets over de muziek? Meer dan dat. Alle negen nummers zijn overtrokken met het Duskland-thema. Je voelt de nacht aankomen en geniet nog even na van de allerlaatste zonnestralen. Al tokkelend op zijn gitaar komt Cale over als de rootsy verteller. Verwacht echter geen akoestische strandsessies. De muziek heeft een duistere ondertoon, is meeslepend en weet toch de juiste snaar te raken. Kurt Vile, Matthew E. White en Kevin Morby komen daarbij regelmatig in gedachten, maar Cale drukt absoluut zijn eigen stempel op zijn vijfde LP.

De absolute topper is Changing Horses. Nu al één van de beste nummers van dit jaar. Duskland is dé herfstplaat van 2015.