MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Maiky als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Sigur Rós - Ba Ba Ti Ki Di Do (2004)

poster
3,5
Ik vind dit toch wel een heel aardige EP moet ik zeggen. Een tussendoortje, en ik vind niet dat je dit moet vergelijken met de reguliere albums van Sigur Ros. Een tussendoortje, een experiment, zo zie ik het. Niks mis mee.

Ba Ba vind ik erg interessant omdat het grootschalig klinkt. Er wordt geen gitaarmuur opgetrokken, maar een gordijn van belletjes en pingeltjes en fringeltjes. Als fonkelende sterretjes in een inktzwarte sterrenhemel, dat uitstrekt zover je maar kunt kijken.

Ti Ki is heel fijn om bij weg te dommelen, slaapmuziek als je even geen speeldoosje bij de hand hebt. (Ik moet toegeven, ik ben er zo een die vind, dat als Sigur Ros speeldoosjes-geluidjes gaat gebruiken/manipuleren, dat wel iets aparts heeft...) Onsamenhangend, zonder iets van een melodie, totdat de piano er in komt. Subtiel en niet oppervlakkig. De achtergrondgeluidjes hebben ook iets verknipts (hmm, dat zou je letterlijk en figuurlijk kunnen nemen lijkt me). Al die 'loops' en achteruit afgespeelde frutseltjes zouden niet misstaan in een gekkenhuis waar de muren heel zacht waren.

Maar dan krijg je Di Do, en als Sigur Ros liefhebber moet ik met enige vorm van tegenzin stellen dat dit gewoon een misser is. Is dit noise? Het lijkt er verdomd veel op. Die stem, die vreselijke geluiden vanaf 3:18... Ik weet dat er een markt bestaat voor mensen die graag naar muziek luisteren die je trommelvlieze pijnigen met onaangename geluiden, maar dit is echt niet aan mij besteed. Het zou het beste zijn geweest als Jonsi weer zijn elektrische gitaar en strijkstok uit de kast had getrokken of iets anders waar ik lichtelijk opgewonden over raak als Sigur Ros het doet.

Ik weet niet zo goed wat voor beoordeling ik ervoor moet geven. Drie sterren is echt te weinig omdat de eerste twee nummers me wel aangrijpen. Vier sterren is dan weer iets teveel voor een EP als deze. Dus ik denk dat het een logische keuze is als ik het bij een 3,5 laat

Sigur Rós - Hvarf / Heim (2007)

poster
4,0
Dit mooie tussenstation van Sigur Ros maakt me vooral nieuwsgierig naar het komende volwaardige album van mijn favoriete IJslanders. Ik hoor nog aardig wat invloeden van het vroegere werk. Ik bedoel dat de muziek het beste past in de periode tussen Ágætis Byrjun en (). Deze EP biedt geen vernieuwing, maar wat ze doen, doen ze zo ontzettend goed dat dat welhaast geen enkel probleem mag vormen.

Hoewel ik niet zo van de best of...'s of liedjes in een ander jasje cd's ben, ben ik toch heel tevreden over wat mij hier wordt aangeboden op de twee cd's, waarvan het Hvarf-gedeelte mij het meest weet te boeien.

Met Heima begint men met Samskeyti, de derde track van () en tevens een van mijn favoriete troostliedjes. De emotionele diepgang die het origineel kent, kan ik echter niet terug vinden in de Heim-versie. Op () lijkt het alsof de pianotoetsen erg lichtjes worden getoetst, alsof er een elfje met fluwelen schoentjes overheen loopt. Dat maakte het lieflijk, troostend, en oprecht. Op Heim klinkt het net wat ruwer, wat harder, waardoor het me niet echt kan interesseren.

De akoestische versie van Starálfur - het origineel geldt ook als een van mijn favoriete Sigur Ros-creaties - is aardig, want niet zoveel verschillend als de oorspronkelijke versie. Het heeft zeker zijn charme, mede door de fraaie zang die goed tot zijn recht komt. Jammer dat ik het vuurwerkaspect moet missen, maar dat is te overzien.

Vaka, de eerste track het album (), voegt in de Heim-versie vrij weinig toe aan het origineel. Alleen zo tegen het einde weet het de 90-versie iets te ontstijgen. Altijd gedacht dat die rare elektronische geluidjes onmisbaar waren voor het Sigur Ros-geluid (en misschien zijn ze dat ook wel), maar akoestisch, met de xylofoon erbij, klinkt ook dit degelijk en acceptabel.

Dit is leuk. Ágætis Byrjun heeft mijn aandacht nooit echt goed vast weten te houden, maar in de documentaire Heima was het heerlijk om Sigur Ros dit nummer te zien spelen. Deze versie is dan ook iets van een eye opener; mijn interesse is weer wat aangewakkerd. (Goh, waar zo'n alternatieve versies-EP al niet goed voor kan zijn!)

Heysátan blijft me kippenvel bezorgen, of dat nou op Takk... is of in deze versie.

Von, op het album Von, heb ik altijd al een heel mooi nummer gevonden, en een alternatieve versie had voor mij niet zo gehoeven. Dat nummer bezat iets eenvoudigs, dat tegelijkertijd ook iets mystieks had. Niets mis mee. Maar deze versie vind ik toch wel heel erg mooi, ook al is dat sfeertje van het origineel weg. De gedempte trommels zijn heerlijk, het strijkwerk lieflijk en zacht zoals verwacht (en gewenst); die ruim 8 minuten vliegen voorbij. Ik denk dat beide versies prima naast elkaar kunnen leven, en ik geef geen voorkeur welke de beste is omdat ieder in zijn eigen kwaliteiten opvalt.

Heim is dus een beetje wisselvallig. Aan de ene kant van het spectrum aan emoties op dit schijfje heb je de wat minder opvallende nummers waarvan de akoestische versies vrij weinig aan het origineel toevoegen. Desalniettemin zijn het mooie nummers die op deze volgorde prima te luisteren zijn. Aan de andere kant heb je dan weer de wat meer opvallendere stukken, zoals Von. Jammer dat die in de minderheid zijn.

Wat interessanter is Hvarf, die met veel nieuw materiaal versierd is. Salka heeft weer die typische zang, waar Jonsi weer geheel in stijl veel 'you' zingt onder het genot van het typische Sigur Ros-geluid; veel geluiden op de achtergrond, muren van gitaren en dergelijke. Weer die xylofoon, geloof ik, geweldig!

Ik krijg bij Hljómalind het idee dat dit wat meer recht-toe-recht-aan is. De songstructuur is bijna on-Sigur Ros, ondanks de typische Sigur Ros-elementen. Hier kan ik niet echt goed mijn vinger op leggen. Dat is niet erg, dat is geen nadeel, want dit is een heerlijk nummer met een lekkere ontlading door het nummer en precies de juiste diepgang die het nodig heeft om opmerkelijk aan me voorbij te gaan.

Í Gær begint heel leuk, en ik denk dat ik hier niet de enige mee ben, dat het nogal met een melodie begint dat doet denken aan dat overbekende slaapliedje dat tot in den treuren in speeldoosjes wordt gepinkeld. Het gaat gelukkig die kant niet op, want na een tiental seconden wordt die net-niet-sprookjesachtige magie doorbroken door het heftige gitaarwerk en een spookachtige wijze van zingen. Mysterieus en gejaagd (haunted, zoals de Engelsen dat zullen omschrijven). Geweldige uithalen maken dat dit op zanggebied erg effectief is. Gelieve dit nummer dan ook op een vrij hard volume te luisteren; de grootsheid komt daardoor erg goed tot uiting. Een typisch Sigur Ros-nummer dat in een opzicht een plaatsje op () had kunnen hebben, en ik hou daarvan!

Von, de studioversie, begint met heerlijk vioolwerk, dat na enkele seconden wordt begeleidt door Jonsi's gitaar-met-strijkstok. Dat geeft voor mij altijd een speciaal gevoel, een uniek gevoel. Melancholisch, en wondermooi. Ja, dit is een speciaal nummer. Ik durf bijna te zeggen dat ik deze versie prefereer boven de Von-versie. Maar zoals ik al zei, dat doe ik niet want dat is zinloos. Rest mij te zeggen dat ik dit het prijsnummer van het hele Hvarf/Heim project vind, dat onmisbaar is voor diegene die de muziek van Sigur Ros een warm hart toedragen. (En dat worden er, hopelijk ook na het beluisteren van deze EP, steeds meer.) Hiervoor wil ik bijna een vreugdedansje doen op de tafel, want de mannen krijgen het keer op keer voor elkaar om muziek te maken dat zo uniek is, zo wondermooi, dat ze me bij iedere muziekuitgave weten te raken. Dat is geen enkele andere band/artiest/geef-het-een-naam ooit gelukt in mijn muziekleven.

En tot slot nog Hafsól, dat een live favoriet schijnt te zijn. Deze versie prefereer ik boven de versie die op Von staat. Verslavend gitaarspel, een wat strijdlustige zang, een typische tempowisseling met bijbehorende ontsporing en een relatief rustig einde met de fluit en een wazig elektronisch (synthesizer?) geluid erbij. Voor de mensen die 'm nog niet op cd hebben is dit een welkome toevoeging aan het Sigur Ros-arsenaal.

Mijn algemene conclusie is dat ik Hvarf dankzij het nieuwe materiaal het beste vind wat deze EP te bieden heeft. De akoestische versies van reeds bekende nummers weten me niet zo te raken, en hoewel ze nog steeds mooi zijn om naar te luisteren, heb ik toch liever gewoon de originele versies. Voor de rest is er niets mis met Heim. Hvarf bevat juweeltjes van nummers, met Von en Hljómalind voorop. Hiermee kom ik de komende wintermaanden wel mee door in ieder geval!

Sigur Rós - Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust (2008)

poster
4,0
Ik heb 'm de afgelopen een bescheiden aantal geluisterd via Last.fm. Ik kan 'm nog niet dromen, maar dat komt wel als ik 'm uiteindelijk op cd heb. Of LP, dat is nog beter denk ik. Ik kan er mijn mening over vormen, maar eerst wil ik even een beetje offtopic gaan.

Sigur Ros is een band die ik, sinds mijn eenzame vakantie in Spanje waar ik ze ontdekt heb, enorm waardeer en die verreweg met ieder album mij enthousiast hebben weten te maken. De duistere geborgenheid van Ágætis Byrjun, het mysterieuze Von en het deprimerende doch wonderlijke (); om nog maar van de EP's en singles te zwijgen. De rode draad van hun muziek, die mij het meest aansprak, was de melancholie en het sprookjesachtige.

Na Takk... zakte de interesse enigszins, logischerwijs wellicht. Nog niet zo lang ben ik op een punt in mijn muziekleven gekomen dat ik een omslag aan het maken ben naar nog duistere uithoeken van muziek. De release van Takk... wachtte ik wat gespannen af; de overstap naar een groot label was erg spannend, maar Sigur Ros kwam er mee weg. Zelfs Hoppípolla kan ik enorm waarderen, en dat is een voor Sigur Ros begrippen een redelijk vrolijk nummer.

Die lijn die in Takk... werd ingezet. Wat meer opgetogen, wat vrolijker en toegankelijker. (Neem die begrippen met een flinke korrel zout overigens, want 'vrolijk' valt in de wereld van Sigur Ros nou ook wel mee.) En de eerste twee nummers van eð Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust (dit blijft een copy/paste optie) neigen daar ook naartoe. Gobbledigook was, de eerste keer dat ik 'm samen met mijn vriendin hoorde, niet in goede aarde gevallen. Gedeeltelijk denk ik daar nog steeds over; die clip vind ik verschrikkelijk. Dat terzijde. Maar Gobbledigook heb ik langzaamaan weten te waarderen. Met die aparte IJslandse indianengeluiden, de totaal van de muziek vreemde zang waren wat wennen; ik moest die lijnen nog wat rechttrekken. Zo halverwege het nummer dompelt het nummer je ook weer wat onder in van die typische Sigur Ros elementen; iets dat ik niet kan beschrijven. Geen hoogtepunt, dat dan weer wel, maar dit is zeer zeker acceptabel.

Inní Mér Syngur Vitleysingur is dan weer een tandje vrolijker, heeft wat weg van Hoppípolla, en ik zie in gedachten Jónsi al met een lach het publiek op Lowlands toezingen. (Waarschijnlijk zal het niet zover komen, die lach bedoel ik dan.) Maar het nummer heeft een mooie opbouw, is ook best wel aanstekelijk, maar is wellicht, net zoals de vorige, iets te vrolijk om echt een persoonlijk Sigur Ros klassiekertje te worden.

Góðan Daginn begint dan weer met een gitaar. Een gitaar zoals ik 'm zelden hoor bij Sigur Ros. Wat meteen opvalt is het hoge 'kampvuurgehalte' (ik heb die term ergens gelezen... ergens op MusicMeter?). Dit is zo rustig, lief, zacht; een leuk niets-aan-de-hand liedje. Een mooi liedje zoals ik 'm graag hoor, maar niet bijzonder.

Við Spilum Endalaust is dan weer een beetje vergelijkbaar met het ritme en de sfeer van het tweede nummer. En zoals de vorige, niet veel bijzonders, zij het dan dat ik mijn aandacht vaak meer bij Jónsi's stem leg; lijkt het nou alsof hij zijn stem in dit nummer gevarieerder gebruikt dan doorgaans?

Maar dan komt Festival. (He, geen copy/paste titel! ) Hier is iets moois mee aan de hand. Over de algehele lijn vind ik ook dit geen bijzonder nummer. Niet bijzonder binnen de muziek van Sigur Ros. Het rustige eerste deel en de grote climax in het tweede deel, ik ken het. En ik hou ervan. Maar de eerste helft van dit nummer is bijzonder. Het klinkt enorm rustig, bijna kerkelijk; zet er eens een orgel onder of iets dergelijks. Wat mij vooral in dit nummer aantrekt, is dat ik het gevoel krijg dat dit een behoorlijke krachttoer is wat betreft de zang. De afgelopen tijd ben ik een heel klein beetje mijn vraagtekens bij de zang van Jónsi in het algemeen gaan zetten, dat ligt misschien ook in de fase waar ik nu in ben, maar Festival brengt me weer helemaal terug naar de essentie van Sigur Ros' muziek; de prachtige, unieke stem van Jónsi. Dit is zo puur, dit is echt ontzettend mooi. En het blijft maar doorgaan en doorgaan en doorgaan en doorgaan en... Ik krijg er gewoon geen genoeg van! En die climax... Mwa, die wordt nu een beetje ondergesneeuwd door de rest van het album. En misschien is ondergesneeuwd niet de goede benaming. Maar op een of andere manier lijkt het wel een ietwat geforceerde manier, omdat het echt de enige grote wending is van de hele plaat. Als die aanbiddelijke zang er niet voor was gezet, was dit misschien een wat nietige poging geweest om de fans een plezier te doen. Een poging die ik dan toejuich, want ik mag dit wel. Die enorm lange opbouw, waar weer die heerlijke strijkers achter worden gezet, en de snelle drums die een ontlading aankondigen; van mij mag het allemaal.

Suð í Eyrum is dan weer een rustpunt om even bij te komen van... Tja, waarvan eigenlijk? Nou ja, hij is mooi, ontzettend mooi zelfs, met weer die rare geluidjes zoals je die wel vaker hoort. Maar niets had mij voor kunnen bereiden op wat komen zou. Want Ára Bátur is een briljante dat mij verreweg bij de eerste beluistering wist te betoveren. Alsof ik gapend van verbazing van het ene naar het andere fantastische kijk. De eerste noten bezorgen me al kippenvel, zetten het voorgaande (en het gehele oeuvre van Sigur Ros) in perspectief en laten mij, als ik 's avonds laat in bed met een goede koptelefoon aan het luisteren ben, constant aan mijn lieve Colette denken. Tranentrekkend mooi; die uitermate subtiele violen op de achtergrond kleden het geheel bijna onhoorbaar aan. Schitterende zang weer, ontzettend mooi. Als ik zeg dat ik hier geen woorden voor heb, lieg ik, maar sommige momenten zou je alleen maar moeten horen, moeten ondergaan, om exact te weten wat ik hier bedoel. Ik ervaar rust, een enorm gevoel van rust, fysiek, maar ook mentaal; het engeltjeskoor dat de zang begeleidt maakt me kalm, terwijl ik alle problemen, zowel werelds als persoonlijk, even achter me laat.

En dan heb ik nog niet de tweede helft gehoord.

Halverwege een moment van wanhoop. Het lijkt alsof er iets mis is. Wonderschoon, breekbaar en meesterlijk gezongen; dit nummer gooit pardoes Andvari van mijn persoonlijke eerste plaats van mooiste nummers ooit gemaakt. Kan zelfs het grote einde, met koor en al, niet doorbreken. Sigur Ros komt hier gewoon mee weg, met bravoure!

Na dit nummer kan alles wat volgt alleen nog maar tegenvallen. Dat is echter niet helemaal waar. Nog overmand door emoties probeert Illgresi je wat tot bedaren te brengen, alsof je na heel lang je adem ingehouden te hebben weer boven water komt en je gerust wordt gesteld met een kampvuur en vier muziektovenaars eromheen. het lijkt erop dat we diep in het tweede gedeelte van het album zijn; rustige liedjes, heel degelijk zelfs, en niet de opmerkelijke nummers die we van de voorgaande albums kennen. Dat is opmerkelijk en vraagt een andere benadering van de stof. Hoewel ik van de fangroep ben die de epische nummers prefereert voor de wat kortere, kan ik dit heel goed hebben. Van Illgresi tot All Right blijft het lekker rustig, en dat maakt het album erg anders dan de voorgaande.

Een overall mening is niet eenvoudig te geven. Aan de ene kant mis ik de lange, unieke nummers met ieder hun eigen kenmerken. Aan de andere kant juich ik deze richting ze juist toe. Uiteindelijk hoor ik in de toekomst liever weer wat meer speeldoosriedeltjes in een romantisch zwaarmoedige elfjes-sfeer, maar dit gaat er ook in als zoete koek. Sigur Ros (ik kan het bijna niet geloven, maar het is echt zo) weet mij met ieder album weer enthousiast te maken. Het zet de hele muziekbusiness zoals ik die op werkdagen de hele dag door op de radio hoor in een hele grote schaduw, waarbij ik de neiging krijg om naar de radiomakers van een 8FM, 538 of in Hemelsnaam, X-FM te schreeuwen dat zij hun horizon in vredesnaam moeten verbreden, want er wordt zo ontzettend veel moois gemaakt! Ik weet dat dit een kansloze gedachte is, maar waar het op neerkomt, is dat Sigur Ros met hun muziek nog eens benadrukken hoe goed echte muziek kan zijn. Een waarderend applaus!

Sigur Rós - Von (1997)

poster
3,5
Heerlijke dark ambient (mag ik dat zo noemen?), het nummer Sigur Ros. Welkom in het duistere doch prachtige wereldje van Sigur Ros, lijken ze te willen zeggen.

Heel anders dan de albums die nog zouden komen, maar de emoties die ik daarbij zou krijgen zijn hier nog niet aanwezig. Ik vind dit wel een heel mooi album voor kerstmis; die hoge stemmen in Dogun doen het 'm

Alle nummers lijken wel een verhaal te vertellen. Een verhaal dat je zelf kunt bedenken door middel van de beelden die de muziek je ingeven. De duistere geluiden in Sigur Ros, waarin je je in het hol van de draak bevindt, compleet met zijn krijsende slachtoffers... Het tweede deel van Dogun, waarin een priester in de regen aan het bidden is en af en toe (door dat hele snelle harp-achtige geluidje) opgeschrikt wordt door een schaduw dat achter hem wegsnelt. Ja, en dan natuurlijk Hun Joro, waarin een krachtig strijdlied wordt gezongen door een groep dappere elfjes die met potten en pannen door de wouden lopen en hun tocht en gezang van muziek voorzien. Om, naarmate de zwaardere en ruisende geluiden luider worden, dichter bij het hol van de draak te komen, alwaar ze tegen die tijd de strijd aangaan en het lied compleet flipt en ontspoort, met geschreeuw en al. Heel leuk.

18 Sekundur Fyrir Solaruppras is dan weer een van de originele nummers van het album.

Hafssol heeft wel weer iets weg van het toekomstige geluid van Sigur Ros, alhoewel ik de live versie prefereer. Verold Ny Og Oo gaat over een reus die over de velden van de kabouters de knollen en wortels kapot trapt. En dan Von, het mooiste nummer van de hele cd... Heerlijk eenvoudig trommelwerk, eigenlijk vijf minuten lang hetzelfde, maar oh zo leuk en lief Voor gezellige marktactiviteiten biedt Myrkur uitkomst, met al die rammelende potten en pannen en lepels en vorken en messen van de marskramer.

En uiteindelijk zijn de twee laatste nummers vooral heel zweverig. En met name het laatste nummer, na die hele lang stilte, lijkt heel erg snel te gaan en zich te verplaatsen naar een andere dimensie, waar de definitieve Sigur Ros zijn intrede zal doen. Emotioneel gezien valt deze plaat dus niet echt in de schoonheid die ik ken van de latere albums, maar zoals BlueVelver het al zegt, is dit een interessant album. Dit kun je ook niet met het latere werk vergelijken denk ik.

Ik zie dat ik 'm nog maar een paar keer moet luisteren. Het verhaal van de draak heeft een open einde.. 3,5 ster!

Sleep Research_Facility - Deep Frieze (2007)

poster
3,0
Muziek die je bij voorkeur moet luisteren met een wollen muts en dikke handschoenen aan. Men laat zich niet in met melodieën: langgerekte soundscapes voelen aan als een ijzige poolwind die je hoort als je in een hutje op Antarctica zit. Dit krijg je als je Lustmord op ijsberen laat jagen.

Sleeping at Last - Yearbook - October (2010)

poster
4,0
Geen flauw idee hoe het komt, maar dit spreekt me heel erg aan. Zal wel een combinatie zijn van het geweldige artwork dat ik op het forum tegenkwam en de tijd van het jaar.

Zoals ik al zei, geen flauw idee hoe dit komt.

Drie fijne liedjes die het heel goed doen op zo'n mooie avond in de vroege lente van 2011.

Solar Fields - Movements (2009)

poster
4,0
Met EarthShine dat naast me ligt, klaar om beluisterd te worden en in het achterhoofd dat dat waarschijnlijk iets anders is dan deze [Movements], is het tijd geworden om een definitief oordeel te vellen over deze zesde cd van de Zweed Magnus Birgersson. Het was een van de eerste elektronicaplaten van een artiest die voor mij volslagen onbekend was, en tegelijk ook een van de meest interessante.

[Movements] is zeer fijne downtempo ambient/electronica. Hij overtuigd met dromerige, slepende beats zoals in Circles of Motion, maar weet bij de ambient ook zeer spannend te blijven. Discovering heeft een magistrale opening, met -zoals ik al eerder aangaf - een zelfverzekerde, en ook een ietwat dreigende beat en melodie. Over melodieën gesproken: zeer memorabel. Zoals dat zeer rustgevende, geborgen gepingel in Sky Trees vanaf 2:30 bijvoorbeeld. Alsof je na al die spanning met een enorme zucht in een lekker comfortabele stoel onderuitgezakt uitrust. Heerlijk.

The Stones Are Not Too Busy is mijn favoriete moment van de cd. De mooie uitgesponnen melodie wordt na een paar minuten afgewisseld met een Oosters klinkende fluit. Extra mooi wordt het als tegen het einde die uitgesponnen melodie zeer fijntjes en subtiel wordt aangehaald. Het is echter vanaf Dust dat de plaat in wat rustiger vaarwater lijkt te komen. Alleen in Das Bungalow komt nog een aardige melodie, maar tot het einde van de cd blijft het goed te verteren, doch wat minder interessant. Alsof de ideeën halverwege op waren.

[Movements] heeft de sfeer van space-ambient, maar die sfeer is niet zo duidelijk aanwezig als de poolsfeer in Biosphere's ijzige wereld. Onmiskenbare geluiden die astronomie suggereren ten spijt, geeft de cd niet het bevredigende gevoel dat je een reis door de ruimte maakt. Af en toe lijk je wat onbekende werelden te ontdekken en geven de ambientmomenten een idee van ontdekkingen en verrassingen, maar dieper dan dat komt het niet. Dat is jammer, maar omdat de cd gevarieerd is en lekker weg luistert, ontkomt 'ie aan het lot om in de grijze zone der driesterrenbeoordelingen te komen.

Steve Roach - Structures from Silence (1984)

poster
5,0
Als ik één ambientalbum die pure emoties oproept mag aanwijzen, dan wijs ik Structures from Silence aan. Was voorheen Bioshere's Substrata hét ambientalbum voor mij, daar krabbelt Steve Roach steeds verder naar de top om de Noor van zijn eerste plaats te verdringen. Structures from Silence geeft nog meer dan Substrata aan dat ambient zeer de moeite waard is om emoties te ervaren. Ik zeg expres ervaren. Ik geloof dat ik het onlangs nog bij Riceboy Sleep zei, maar waar rock je bij vlagen weet te raken, daar stopt ambient je in een gemoedstoestand. En laat de gemoedstoestand van Reflections in Suspension nou net bij die van mij passen: melancholisch ten top. Schijnbaar zonder enige repeterende melodie worden de toetsen aangeslagen, maar de zachte klanken, in combinatie met de lichte drone (mag ik dat zo noemen) die over de klanken golft geven een perfect samenspel waar de ene laag de ander benadrukt. Zoiets mag van mij wel langer dan een kwartier duren.

Quiet Friend is dan weer wat minder geschikt om aandachtig naar te luisteren. Is ook niet erg. Structures From Silence is dat net zo min, ten opzichte van het eerste nummer. Toch heeft het een bepaalde aantrekkingskracht. Zeer rustgevend, en met die kleine bewegingen op de achtergrond, alsof het hele klankentapijt even op en neer wiegt, blijf je toch geïnteresseerd luisteren.

Ik had nooit gedacht dat ik ooit met muziek aan een boek zou lezen, maar Steve Roach heeft me overgehaald om dat zo nu en dan eens juist wél te doen. Waarvoor hulde.