menu

Hier kun je zien welke berichten vork666 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Armin van Buuren - Mirage (2010)

2,0
Vork666 is niet blij.
De helft van de nummers is ronduit storend, de andere helft is identiek aan nummers van Imagine, alsof Armin het oude computerbestandje van In and Out of Love heeft genomen, een nieuwe melodie en vocal eroverheen heeft gegooid en zo This Light Between Us heeft gemaakt. Het wordt al helemaal bar als Minack in een geforceerde 3/4 maat wordt gegooid, een experiment dat aan te moedigen zou moeten zijn maar vooral pijnlijk en ongemakkelijk klinkt en het nummer omtovert tot een soort treurmars annex happy-hardcorenummer dat zijn eigen (reverb)gewicht niet dragen kan. Ook de featuring van Owl City-zanger Adam Young is niet iets om over naar huis te schrijven (ik vraag me ook af wie in godsnaam op dat idee is gekomen).
Enkel Virtual Friend en Mirage zijn mooie, originele nummers, hoewel bij Mirage de bombast ook weer gaat vervelen.
Armin heeft, zoals eerder gezegd, in het verleden best zinnige dingen gedaan (het nummer Imagine, Sail, de eerste Communication) maar hier gaat hij toch definitief richting de gemakkelijke euries. Ik had eigenlijk ook niet anders verwacht, gezien de populariteit van het handelsmerk Armin van Buuren.

Behemoth - Satanica (1999)

4,0
Productioneel vind ik dit misschien wel het sterkste album van Behemoth (op Grom na, denk ik), wát een lekkere sound. Eigenlijk is het gewoon een grote wolk baskabaal, maar dat staat de muziek heel erg goed, net zoals de keldersound van Sventevith en de schreeuwerige spierballenproductie van Grom ook perfect bij de muziek pasten, hoe lofi de boel ook was.
Het laatste nummer blijft een schier ongeëvenaard stukje adrenaline, verder zijn vooral Ceremony of Shiva (ooit het allereerste deathmetalnummer van de kleine vork666) en The Alchemist's Dream aan te raden, de eerste vanwege dat typische half-rituele-half-exotische Behemoth-sfeertje dat hier in een oosterse variant misschien wel zijn definitieve uitwerking bereikt, de tweede omdat het gewoon een verdomd lekker nummer is met een fantastisch einde. Ook Decade of Therion is een topnummer dat vergelijkbaar is met Ceremony of Shiva in de vierennegentigste versnelling, maar dan weer zonder de oosterse toestanden.
De latere werkjes van Behemoth konden mij over het algemeen minder boeien (Zos Kïa Cvltvs en Evangelion uitgezonderd), hier laten de Poolse mannen nog horen zeer intrigerende muziek te kunnen maken. Goede, eigenzinnige schijf, 4.0*

Björk - Volta (2007)

1,5
Vreselijke cover maar goed, het gaat om de muziek.
Het album begint ge-ni-aal met Earth Intruders, gaat lekker verder met Wanderlust, maar tijdens Dull Flame of Desire slaat de eentonigheid toe.
Innocence is dan weer briljant: precies passende synths en een lekkere minimale beat eronder. Topnummer.
I See Who You Are zou een welkome rustige afwisseling zijn, ware het niet dat Björks stem hier klinkt alsof je een blackmetalzanger electrocuteert. Her en der is het echter nog wel een goed nummer.
Vertebrae by Vertebrae lijdt aan hetzelfde mankement, helaas, want ook hier is de productie/beat zeker niet slecht, maar ja die zang.
Pneumonia leek op het eerste gehoor erg saai, maar verdorie, bij tweede beluistering viel de ellende erg mee en hier past de zang zelfs weer enigszins bij de rest van de muziek. Redelijk goede track.
Het korte Hope is ook wel leuk, geen hoogvlieger maar verder niets verkeerds.
Het verder geniale (die opbouw ) Declare Independence lijdt helaas weer onder slechte vocals, die samen met de onbenullige lyrics het nummer professioneel in de soep laten lopen. Jammer.
My Juvenile is dan wel weer een erg mooi nummer, hoewel ik van mening ben dat in het ideale scenario Antony Hegarty daar eens flink zou moeten ophoepelen omdat zijn stem het dromerige karakter van het nummer (warempel, Björk zingt hier zelfs best heel aardig) grondig om zeep helpt. Maar er zullen vast mensen zijn die dolblij met hem zijn.
Matige schijf. Toch een 2.5* vanwege o.a. Earth Intruders

Bonny Billy & Marquis de Tren - Get the Fuck on Jolly Live (2001)

5,0
Inmiddels op Viva Last Blues en misschien The Letting Go na mijn favoriete Will Oldham. Vrijwel volledig aritmische muziek - de drummer doet maar wat, de gitarist pingelt maar wat en Will Oldham mijmert maar wat, of althans, dat lijkt zo: het resultaat blijkt op elk moment tóch volledig te kloppen. Op een site werd dit album beschreven als een constant meanderende stroom van muziek, waarin eigenlijk niet zoveel gebeurt, maar die toch steeds, noot voor noot, boeiend blijft - een mooie en treffende metafoor, hoewel deze niet het héle verhaal omvat.
Het is erg de moeite waard de teksten van het album erbij te pakken. Deze teksten zijn bewerkingen van geselecteerde vertalingen uit de Gitanjali, een soort oude bundel van Indische zweverige gedichten (zij het van enig literair niveau). Oldham (?) heeft het religieuzerige aspect (grotendeels) geschrapt en de teksten geïnjecteerd met een perfecte dosis cynisme.
Zo is track 2 (II/XV) een fijne juxtapositie van twee gedichten, waarvan het eerste in de oorspronkelijke versie de vreugde en trots verbeeldt van de zanger die door zijn muziek opstijgt naar het Hogere, het tweede de volslagen nietigheid van diezelfde zanger. Door deze twee teksten pal naast elkaar te plaatsen krijgt het nummer ineens een scherp, sarcastisch randje. In LXXXI, vermoedelijk mijn favoriet op dit album, wordt een halleluja-gedicht, waarin o.a. de wonderen der groeiende bloemen worden besproken, opgevolgd door een strofe (die niet voorkomt in het oorspronkelijke gedicht) die vermoeidheid en verbitterdheid laat doorklinken, waardoor de gehele tekst ineens een wanhoopskreet lijkt van een door en door uitgeputte geest (althans, dat is mijn interpretatie, your results may vary). De lome muziek, die vaak moeite lijkt te moeten doen om niet helemáál stil te vallen, sluit daar perfect bij aan - dit klinkt misschien erg goedkoop, dat is het zeker niet. De vergelijking met doommetal die ik eerder maakte is misschien wat vergezocht, maar sfeer en thematiek zijn ergens wel degelijk vergelijkbaar.
Eigenlijk weten alleen LXVI en het muzikaal wat conventionelere CII mij (iets) minder geboeid te houden. Dat verandert niets aan het feit dat dit album absoluut bij mijn favorieten hoort. Pracht van een schijf.

Dimmu Borgir - Abrahadabra (2010)

2,5
Zo, eergisteren (is het al weer zo laat) is ie dus uitgebracht, was het alweer vergeten, maar Musicmeter helpt me herinneren. Ik schrijf gelijk maar even een recensie, afgaand op mijn eerste luisterervaring

Het eerste nummer, een intro, maakt indruk door wat mysterieus gefriemel met onheilspellende lage keelzang, maar vervalt onmiddelijk in bombast die weliswaar mooi georkestreerd is maar melodieus niet erg sterk in elkaar zit.
Dan begint Born Treacherous, met een slappe gitaarriff die wel wat doet denken aan In Sorte Diaboli, maar dan zwak. Gelijk worden er dan maar wat orkestpartijen tegenaan gegooid, wat pas zijn uitwerking heeft zodra de riff plaats moet maken voor het wat snellere werk. Uiteindelijk verzandt de track echter in leeg gepruts met orkesten dat wel doet denken aan de Efteling, ware het niet dat de muziek in de Efteling beter is. Enige vorm van structuur is in dit nummer trouwens ver te zoeken.
Deze mislukking wordt gevolgd door het eerder als single uitgebrachte Gateways, een nummer dat, ondanks potsierlijke vrouwelijke krijsvocals, best leuke stukken bevat en waarin zelfs soms zinnig gebruik wordt gemaakt van het orkest. Niet het hele nummer weet echter te overtuigen, zeker in het begin laat de band steken vallen. Het outro is uiteindelijk wel erg mooi.
Chess with the Abyss begint veelbelovend, maar direct wordt er weer een overdosis koor en orkest ingespoten, iets dat hier zelfs een humoristische uitwerking heeft. Het nummer pruttelt slap door en weet vrijwel nergens echt te imponeren, alle toeters en bellen ten spijt.
Een track die letterlijk naar zijn makers vernoemd is, zou een indrukwekkende signature kunnen zijn. Toegegeven, Dimmu Borgir klinkt beter dan voorgaande nummers, het mengsel van gitaren en de synth uit het begin doet ietwat eigenaardig aan, maar op de goede manier. Ook al loopt er nog steeds een grote stroom aan symfonische blubber onder de gitaren door, de orkesten worden hier, zeker in het begin, wel vrij handig ingezet. In totaal is dit nog steeds niet beter dan de mindere nummers van Death Cult Armageddon.
Cleane gitaar dan, normaal gesproken een voorbode van enige rust in de chaos en daarmee een brenger van dynamiek: niks hoor, na 8 maten wordt de voltallige band er maar weer in gemikt, en zo blijkt Ritualist een nummer als alle andere. De pianoriedeltjes doen mij naar Cataclysm Children van Death Cult Armageddon verlangen, omdat dat nummer wel de dynamiek bezit die dit nummer zo schromelijk mist.
The Demiurge Molecule opent warempel erg sterk: de curieuze syncopering van het begin houdt de vaart erin en als vervolgens het tempo wordt gehalveerd blijft de track boeiend, ondanks (ook hier) de overkill aan orkest. Halverwege duikt echter uit het niets een orkestrale melodie op, die wel indruk maakt, maar toch te spontaan door de muziek wordt gemikt, de enige echte zwakte van dit sterkste nummer tot nu toe.
A Jewel Traced Through Coal is meer van hetzelfde, hier en daar een leuke riff met overbodig veel orkesten. Renewal klinkt wel weer leuk, in het midden hier en daar een uitgesproken bassriffje erdoorheen en het geheel een tikje meer groovy: het geeft dit nummer zowaar iets memorabels mee. In de symfonische gedeelten blijft dit nummer toch ook mankeren.
Endings and Continuations tenslotte opent met een pseudo-sfeervol stukje gesproken tekst, gevolgd door het zoveelste matige stuk metal waarbij de orkestpartijen weer prominent aanwezig zijn en nergens opvallen: de zang van het refrein "Abrahadabra" maakt een verpletterende indruk als oefening in pompeuze misplaatstheid. Ongeïnspireerde afsluiter van een grotendeels ongeïnspireerd album.

Eigenlijk heb ik me nooit zo gestoord aan de enorme hoeveelheid orkest en/of synthesizers op albums als Death Cult Armageddon of Spiritual Black Dimensions, de relatief minimaal gearrangeerde schijven Enthrone Darkness Triumphant en Puritanical Euphoric Misanthropia heb ik zelfs altijd het minste album van de heren Borgir gevonden. Vanaf nu ontvangt Abrahadabra echter die twijfelachtige eer. Het blinkt voornamelijk uit in het nergens echt interessant maken van orkestrale arrangementen waar blijkbaar veel tijd en moeite in is gestoken. Bij vorige orkestraal volgepompte nummers Progenies of the Great Apocalypse en Eradication Instincts Defined bleef alle bombarie ook melodisch nog (zeer) interessant: dat is hier slechts zelden het geval, hoewel het songmateriaal bij vlagen nog leuk is.
Abrahadabra is vooral inhoudsloos en bij tijd en wijlen erg saai. Als ik een album van Dimmu Borgir draai, is het Spiritual Black Dimensions ( ), Death Cult Armageddon of één van de twee eerste albums. Dit album krijgt van mij helaas een matige 2.5*.

Emperor - Anthems to the Welkin at Dusk (1997)

5,0
Dit album staat nu toch al een hele tijd bovenaan in mijn top 10, maar buiten het weinig zinnige bericht hierboven heb ik er geen woord aan vuil gemaakt. Daarom nu tijd voor een recensie
Eerst het slechte nieuws. Twee van de drie bonustracks zijn niet om aan te horen: Opus A Satana is een op zich mooie doch zeer slecht uitgevoerde orkestversie (lees: goedkope synthesizerversie) van het nummer Inno A Satana van het eerste album en die live-versie van The Loss & Curse of Reverence had al helemaal niet gehoeven.
In Longing Spirit is dan wel weer leuk, maar dit nummer is dermate anders dan de rest van het album (het had misschien niet misstaan op In The Nightside Eclipse) dat het toch ietwat out of place is.
Tot zover het slechte nieuws. Het goede nieuws is dat dit album (zonder de bonusrommel dan) makkelijk één van de mooiste blackmetalalbums tot nu toe is. Van begin tot eind is het één onverbiddelijke muzikale rollercoaster die je meeneemt, je rondslingert en emotioneel centrifugeert tot je bij de fade out van The Wanderer weer op aarde terechtkomt.

Het album begint al meteen goed met het briljante Alsvartr (The Oath). Prachtig sfeervol intro dat langzaam en subtiel opbouwt van mysterieuze, duistere gitaren tot een pompeus, haast over-the-top marsachtig deuntje. Het nummer loopt over in de ineens snoeiharde beginriff van Ye Entrancemperium, die geschreven is door Mayhem-gitarist Euronymous en ergens op een vage bootleg te vinden is, maar die hier veel beter op zijn plaats is. De riff wordt in gewijzigde vorm overgenomen door de synthesizers, drummer Trym geeft acte de présence met een blastbeat van hier tot Tokyo, Ihsahn schreeuwt zijn longen eruit met een tekst waar godbetert nog over nagedacht is ook (iets dat je niet direct verwacht bij een blackmetalband uit Noorwegen). Nadat we minutenlang in duizelingwekkend tempo door snoeiharde riffs, prachtige cleane vocals, epische synthesizers en nog meer moois zijn gesmeten komt uiteindelijk de hoofdriff weer terug, nu met een andere synthesizersound, waardoor de impact alleen maar groter is. Briljant nummer
Hierna het iets mindere (maar nog steeds geniale) Thus Spake The Nightspirit, dat met een middeleeuws aandoende hoornsynthesizer opent en zich vervolgens woest een weg baant door je trommelvliezen, alvorens in fiere driekwartsmaat te eindigen. Ook hier weer razendsnel drumwerk en perfect gedoseerde synthesizers.
Gelukkig wordt dit misbaksel (niet dus, hoewel het minste nummer van het album) opgevolgd door Ensorcelled By Khaos, dat met een verdacht conventionele riff opent, die echter wordt afgelost door een lekker fragmentje symfonische black metal. Een en ander ontaardt in een strijkermelodie, die vervolgens heerlijk openbreekt tot eerst een prachtig langzaam stuk met een fluitachtige synthesizer en vervolgens tot een briljante pianomelodie. Deze twee melodieën worden vervolgens zo lang herhaald dat het boeltje onder alle andere omstandigheden gruwelijk saai zou worden (hier niet, daar is het Emperor voor). Na het beste drumwerk aller tijden (die hi-hat ), keert de hoofdriff haast als een soort pesterige anticlimax weer terug. Wederom een fenomenaal nummer.
Dan wordt de kontschoppende, snoeiharde beginriff van The Loss and Curse of Reverence ingezet, en na een geinige fill van Trym vervolgens misschien wel de geniaalste riff ooit, die op meesterlijke wijze gebruik maakt van een vreemd akkoord (CmM7), een net zo vreemde overmatige kwartsprong, plagerig weggemixte keyboards en die heerlijke hoge gitaarnootjes. Deze riff blijft minstens twee weken na eerste beluistering in je hoofd zitten. Een lange, verhalende passage volgt die na een korte rustpauze uitloopt in een briljante, gematigd bombastische synthmelodie die de overtreffende trap van "episch" herdefiniëert. De meest ongeïnspireerde bridge ooit (heerlijk) leidt uiteindelijk tot de indrukwekkende reprise van die riff uit het begin, die voor de sfeer eindigt in een twee keer zo langzame variatie op die riff.
Een grillige, ingewikkelde gitaarmelodie leidt The Acclamation of Bonds in, en tegelijk met een ijzingwekkende scream van Ihsahn horen we een riff die van zoveel losse elementen aan elkaar hangt dat je je afvraagt hoe het in godsnaam mogelijk is dat de boel niet uit elkaar valt, maar het blijkt perfect te passen. Nadat Ihsahn zijn eerste tekst heeft uitgespuugd een statige doch emotionele strijkermelodie, spastisch getsjilp van gitaren en een spookhuisachtige maar niet griezelige synthesizer, een combinatie die uitstekend uitpakt. Hierna eenzelfde soort razendsnelle bridge als in The Loss and Curse of Reverence, de reprise laat echter nog even op zich wachten; eerst worden we in het voorbijgaan nog getrakteerd op het zoveelste mooie symfonische gedeelte, een aangename verrassing, om het zachtjes uit te drukken. Hierna dan toch echt de reprise van de fragmentarische riff uit het begin, maar met subtiel gemutileerde drums, een goede vondst die het einde nét dat beetje extra's meegeeft.
Halsoverkop duiken we uiteindelijk met weer een razendsnelle riff With Strength I Burn in. Dit nummer kan het best als één geheel samen met de tekst geconsumeerd worden, aangezien de muziek het verhaal van de tekst meevertelt en tekst en muziek hier perfect op elkaar aansluiten. Na het snelle begin wordt de boel ineens in een statige en tegelijk tragische 6/8-maat gegooid; tel daar een dosis mooie meerstemmige clean zang en een aantal geweldige akkoordenschema's bij op en de uitkomst is een emotionele passage zonder weerga. Eén van de mooiste muzikale momenten ooit is voor mij nog steeds het moment dat Ihsahn "Slaves are those of this world, given freedom to lay chains upon the Master" zingt, waarna die andere heerlijke melodie ertegenaan wordt gegooid. Onaards mooi Daarna komt het nummer tot rust met een episode waar de symbiose tussen muziek en tekst in dit nummer het best tot uiting komt (niet slechts door de geluidseffecten): de schepen komen van ver over de zee uit de mist naar het land gezeild, mysterieuze pad synths, veelbelovende hoorns, de hoofdpersoon mag aan boord, hoopvolle hoornmelodie, de schepen varen weg, één laatste motief van de hoorns voor het gitaargeweld weer wordt ingezet. Na de terugkeer van de 6/8-riffs van voor deze passage een lange coda van synthesizerpracht en verrukkelijke gitaarsolo's. Onwerkelijk nummer.
Het laatste pareltje is The Wanderer, een fier outro dat bewijst dat Samoth ook in zijn eentje prima muziek kan schrijven (na dit album zou hij steeds meer naar de achtergrond verdwijnen, tot hij op het laatste album slechts schlemielige credits voor "additional guitars" kreeg). Prachtige melodie met variaties en enkele goedgemikte modulaties, die ervoor zorgt dat we op een plezierige manier het album uitgejonast worden.

Ik heb nu zo'n beetje alle synoniemen voor "heel goed" minstens 20 keer gebruikt, hier zeg ik het dan toch nog maar een keer recht voor z'n raap: dit album is geniaal. Geniaal ja. Een tijdloze klassieker, die ver uitstijgt boven de meeste andere black metal (het debuutalbum van Ulver komt in de buurt) en die de ultieme bevestiging is van het muzikale kunnen van Ihsahn en kornuiten en, wat algemener, van de mensheid in zijn geheel. Elke blackmetalliefhebber die niet schrikt van alles wat op synthesizers of melodieën lijkt en die dit gek genoeg nog niet heeft gehoord zou dit album onmiddelijk moeten luisteren. Een absolute aanrader voor iedereen die van de wat hardere gitaarmuziek houdt, en voor mij nog steeds een onovertroffen album.
5.0*, dat moge duidelijk zijn

Groundation - Here I Am (2009)

3,5
Wat eclectischer nog dan Hebron Gate en zelfs We Free Again, daardoor nog wat swingender en exotischer dan die twee platen. Ik vond zelf Hebron Gate en We Free Again nog iets constanter van kwaliteit, maar in de wereld van Groundation is zoiets relatief - ook hier is (natuurlijk) heel wat moois te beluisteren.
De opener begint met een lang, pulserend, jazzfusion-achtig intro en schakelt pas halverwege over naar Jamaica. Everyone Could Lose is een relaxed nummer met een fijne groove. Time Come bevat geen zang van Stafford, maar is ingezongen door The Congos. Hun avontuurlijke samenzang van falset, tenor en bariton vloeit perfect samen met de muziek van Groundation, resulterend in een heerlijk dynamisch geheel. Net zo overtuigend is de afsluiter Golan to Galilee, met een prachtige, positieve boodschap die met oprechtheid wordt overgebracht.
Album van hoge klasse

Groundation - We Free Again (2004)

5,0
Eigenlijk net zo goed (=geniaal, magnifiek, briljant) als de voorloper Hebron Gate en hoe dan ook nog net iets experimenteler. Eclectische rootsreggae van de bovenste plank.
Intens melancholisch (Smile, The Seventh Seal), meditatief en bezwerend (Dem Rise), door en door energiek (Cultural Wars, Music Is The Most High). Ook de wat conventionelere reggaenummers komen overal zowel qua groove als qua emotie als qua muzikale puntjes op de I zonder verdere kritiek door de test.
De uitschieter is inderdaad Music Is The Most High: na minutenlange spanningsopbouw (die live nóg beter uit de verf komt) met solo's en vocaal stuntwerk van zanger Stafford volgt als vanuit het niets een tempo-omschakeling annex ontlading zonder weerga. Om kippenvel van te krijgen.

Hellfish & Producer - Bastard Sonz of Rave (2002)

2,5
Onderhond schreef:
kale beats en oeverloos gedreun

Zoiets. Dat "kaal" valt nog best wel mee, het is best te horen dat de heren Hellfish en Producer hier veel moeite in hebben gestoken en subtiele goedgemikte bliepjes, allerhande samples en een grote hoeveelheid detail doen toch vermoeden dat er grondig over deze plaat is nagedacht.
Dit kan echter niet verbloemen dat het grootste deel van de beats mij op de helft van het nummer al flink op de zenuwen gaat werken, of er nu een malloot Spaanse cijfers doorheen schreeuwt of niet. Voor zover ik weet heb ik niks tegen hardcore, en sommige nummers zijn ook best leuk (met name die van Producer), maar andere zijn saai of zelfs ronduit irritant.
Toilet Wars (is die titel grappig bedoeld?) bijvoorbeeld komt op mij vooral over als iemand die zijn muzieksoftware uitprobeert door een Amen break heen en weer te pingpongen. Vernieuwend, misschien, interessant, nee. Line Em Up lijdt onder irritante samples en een pijnlijke combinatie van een dikke bass met lollige geluidjes. The True Creators haalt het bloed onder je nagels vandaan met een robotstem die de eerste keer leuk is, maar niet 7 minuten en 30 seconden net zo leuk blijft.
Tsja, misschien is dit niks voor mij. De meeste nummers van Producer vond ik echter wel om aan te horen, zodat het album uit het digitale vuilnisvat blijft en zodat het cijfer uiteindelijk niet al te dramatisch uitvalt. Toch denk ik niet dat ik deze nog heel vaak zal draaien. 2.5*

Hototogisu - Prayer Rug Exorcism (2005)

4,5
Geweldig dit. Het klinkt alsof 20 op hol geslagen rock 'n' roll bands tegelijk aan het spelen zijn terwijl je zwaar onder invloed van LSD bent. Zieke herrie die een uur en 6 seconden lang over de luisteraar wordt uitgekotst. Dit is het leukste/beste aan noise wat ik ooit heb gehoord, waarbij het onvoorstelbaar is dat dit allemaal live-opnames zijn. Indrukwekkend en 5*

Justin Bieber - My Worlds (2010)

In een masochistische bui besloot ik dit verzamelalbum ( ) toch maar te gaan luisteren, en het voldoet redelijk aan de verwachtingen.
Zoetsappige, vrolijke popmuziek die meestal ongeïnspireerd is maar soms toch best leuk. Het album heeft vooral te lijden onder wel erg kinderlijke teksten (ook van Ludacris en Usher overigens), debiele drums (uit de overhyped TR-808 en 909 drumcomputers ) en de irritante stem van Justin Bieber, die me al na 2 of 3 nummers danig de keel uithangt en (zeker tijdens de eerste helft) nog irritanter blijkt te zijn dan de zangkunsten van de heer/mevrouw Bill Kaulitz (om Tokio Hotel er maar weer bij te halen).
Dit neemt niet weg dat er enkele leuke stukjes op staan (vooral op My World 2.0), zoals het redelijk geslaagde Somebody to Love, het catchy Eenie Meenie of het Michael Jackson-achtige Bigger. Ook in de betere nummers overheerst echter de voorspelbaarheid en het geheel overstijgt nergens het niveau van achtergrondmuziek, muziek die soms prettig is als behang maar zeker niet interessant of spannend genoeg om geboeid naar te blijven luisteren.
Al met al vond ik dit beter dan Kempi 1.5*

Kraftwerk - Radio-Aktivität (1975)

Alternatieve titel: Radio-Activity

3,5
Als je van tevoren had gedacht dat de radio nou niet bepaald een spannend onderwerp zou zijn om een hele plaat mee te vullen, dan is dat natuurlijk buiten de heren van Kraftwerk gerekend, die van iets eenvoudigs als het nieuwsbericht een kosmische happening weten te maken en teksten schrijven die zo simpel zijn dat je je afvraagt hoe ze in godsnaam zo leuk kunnen zijn. Ook de hoes is treffend in zijn eenvoud: de voorkant is de voorkant van een radio met de naam van het album en "Kraftwerk" erop; op de achterkant is zelfs geen enkele referentie aan de band te vinden (behalve de platenmaatschappij), we zien slechts de achterkant van de radio inclusief instructies om de plaat op het juiste volume aan te sluiten.

Het intro van de eerste helft is precies datgene wat de titel belooft: harde tikjes doen het vermoeden ontstaan dat óf de platenspeler óf de plaat het begeven heeft en zorgen voor paniek, wat geluidseffecten later blijkt het echter om een geigerteller te gaan, er is niets aan de hand en we kunnen rustig weer gaan zitten. We worden getrakteerd op een lekkere dikke bas die het nummer Radioactivity inleidt, terecht een klassieker, hoewel het nummer iets te lang doorneuzelt. Ook Radioland is een erg leuk nummer, met goedgemikte effecten die 1 op 1 de tekst uitbeelden en het trippy nummer een extra dimensie meegeven.
Volgt het iets mindere Airwaves; dit te vrolijke nummer is te lang en lijdt onder een bepaalde zeikerigheid.
Kant 1 wordt afgesloten met Intermission en News; bliepjes leiden een aantal net niet verstaanbare stemmen in, die gemengd worden met nog meer bliepjes. Vage toestand, maar daarom niet minder leuk.
Kant 2 begint met een even abstracte als spannende robotstem, die verklaart de "Voice of Energy" te zijn. Hierna vertelt een stem met veel (!) echo dat hij de antenne is: het nummer wordt ondersteund door een prettige hoeveelheid bas en een bescheiden hoeveelheid synthesizerkabaal.
Het saaie Radiostars duurt dan echter weer 3 minuten te lang. Een piepgeluid blijft niet eeuwig spannend. Uranium slaagt er wel in om sfeervol te zijn: de gruizelige robotstem (compleet met Duits accent) beeldt het radioactieve mineraal in anderhalve minuut erg sfeervol uit.
De plaat wordt waardig afgesloten met de prima nummers Transistor en Ohm Sweet Ohm; het eerste is een kort beatloos stukje geinige synthesizers, het tweede is een swingend nummer zonder vocals (afgezien van het begin) dat ook zeker geen kwaad kan.

Over het algemeen een sfeervolle, leuke plaat, hoewel soms ietwat langdradig. Kraftwerk laat hier horen dat ze hun bliepjes en synthesizers beheersen, en dat ze daar een goed album mee neer kunnen zetten. Alleen Airwaves had niet gehoeven.

Modified Toy Orchestra - Plastic Planet (2010)

4,0
Net zo leuk als het eerste album Toygopop, maar een stuk strakker ingespeeld: geen rondzwervende vlagen noise meer die daar eigenlijk niet thuishoren. Verder minder exotische sfeerschepping en meer "gewone" popmelodietjes, geheel á la Modified Toy Orchestra gelardeerd met vrolijk pruttelende kapotte Speak & Spells en foute drums uit zwaar mishandelde keyboards.
Erg mooi is Freeno And Olaf, met zijn stevige electrobeat, foute koperblazers en zwabberende keyboardriedeltjes. Ook de schattige video is de moeite waard. Een ander hoogtepunt is de korte interlude It's Raining, waarin zacht tikkende regendruppels met galmende vocals erachter voor een heerlijk vage, mistige sfeer zorgen. Als in het midden de bass eruit gaat breekt de zon door en worden wij, terwijl de regen nog zachtjes doortikt, getrakteerd op een hemels stuk sereniteit.
In Planet Rock horen we daarentegen zelfs een hoop heavy metal.
Heerlijk album, minder wazig (jammer misschien) dan Toygopop, maar nog steeds vrolijk, sfeervol en goed gecomponeerd en een stuk minder slordig. 4.0*

Modified Toy Orchestra - Toygopop (2006)

3,5
Circuit bending (het creatief manipuleren van elektronica, met name speelgoed) is een redelijk bekend verschijnsel in de experimentele elektronische muziek. Het gaat er daarbij vaak niet bepaald zachtzinnig aan toe: er bestaan tegenwoordig honderden bands die met hun gesloopte Pikachu's en satanische gitaartjes een hels kabaal weten te maken. Meestal begeven deze obscure muzikanten zich alleen op vage noisefeestjes of zenuwachtige jazzbijeenkomsten waar horen en zien je vergaat.
Modified Toy Orchestra echter pakt het op hun debuut heel anders aan: met hun raketten, Speak&Spells, keyboards, Barbies en nog meer tweedehands zooi maken zij muziek die eerder pop is dan IDM. Er is weinig kabaal op dit album te vinden: mocht het al onverhoopt even rommelig worden dan is dat voornamelijk als intro of als intermezzo. In plaats daarvan vinden we onverbloemde vrolijkheid (!) in onder andere A Grand Occasion en het maffe Caramel Accident, een vreemd soort epiek in Fantastic Little Blue World en Monkey Hands en zelfs een desolate, verstilde paniek in het prachtige Sometimes You Don't.
Het op de zenuwen werkende I Am Hula Barbie is de enige echte smet op dit album, voor de rest is het vooral de rommeligheid van het geheel die het album punten kost. Het blijft echter een prima album, met als hoogtepunt de Fantastische Kleine Blauwe Wereld: prachtig

Muse - Origin of Symmetry (2001)

2,5
Niet altijd inventieve rock met veel (erg veel!) synthesizerarpeggio's en -akkoorden, meestal als vulmiddel, maar ook een enkele keer als methode om indruk te maken, zoals in Bliss rond 2:40. Ook de gitaar speelt meestal akkoorden omwille van de akkoorden, met soms wat knarsgeluiden erbij om het wat experimenteler te maken. Het lijkt of de heren van Muse hun nummers schreven door eerst alleen een akkoordenschema op papier te zetten en dan maar in de trukendoos te kijken hoe die akkoorden nu weer in geluid omgezet moeten worden. Synthesizer erbij, of godbetert een orgel als in Megalomania (what's in a name?). Soms wordt er eens een wat onlogische akkoordwisseling uitgeprobeerd, en je zou dat dan heel gedurfd kunnen noemen.

Meevallers zijn Hyper Music (lekker rammen met minder arpeggio's dan gemiddeld) en het prettig onderkoelde en groovy Darkshines.

De lekker theatrale zang bevalt me dan weer wel. Je kan de stem van Bellamy mooi of niet mooi vinden, maar hij heeft in ieder geval karakter. De zanglijnen getuigen ook van beduidend meer ideeënrijkdom dan de ingekleurde akkoordenrock daaronder.

Opgezwolle - Eigen Wereld (2006)

5,0
Er is een tijd geweest dat ik bang was voor hiphop: vooroordelen over schreeuwende negers die krom van de blingbling staan en omgeven worden door zo goed als naakte lustobjecten spookten door het hoofd van de jonge vork666. Bloed kruipt waar het niet gaan kan: op een dag downloadde ik Hoedenplank en toen ik na enkele keren luisteren ineens snapte wat ik gehoord had, was ik om. Toch heeft het nog lang geduurd voor ik uitgebreid aan de nederhop ging: een tijd lang draaide ik vrijwel elke dag Elektrostress, Hoedenplank, Strik Je Veter (van Kubus' album Buitenwesten) en Eigen Wereld, maar dat waren dan ook de enige hiphopnummers die ik kende. Uiteindelijk ben ik toch fanatiek Opgezwolle-luisteraar geworden, Vloeistof ligt hier in de kast en Eigen Wereld zou daar eigenlijk ook moeten liggen, maar andere hiphop dan Opgezwolle heb ik eigenlijk nooit echt nodig gehad.

Eigen Wereld is dan ook een album van hoge klasse: de aanstekelijke combinatie van eclectische kwaliteitsbeats met ijzersterke teksten, Rico met Sticks, geëngageerde lyrics (Made In NL) met persoonlijke, kleinschalige situatieschetsen (Gerrit), dit alles met een flinke dosis humor, werkt gewoon heel goed.
Allereerst is daar natuurlijk Delic. De beste beatmaker van Nederland, die van een snippet al een hit maakt, steelt hier de show: waar zijn beats op Spuugdingen voornamelijk bestonden uit één elektrische piano met wat filters eroverheen en hier en daar wat drum & bass omdat dat zo leuk is voor tussendoor, klonk het op Vloeistof al heel wat volwassener (met een beat als Dip Saus werd het sowieso al behoorlijk moeilijk om hem niet serieus te nemen als producer) en op Eigen Wereld laat hij pas echt horen te weten waar hij mee bezig is. De geflipte, nerveuze bliepjes van Elektrostress, de spacende vaagheid van Eigen Wereld, de keiharde beat van Hoedenplank of de relaxte nostalgie van Park: er zijn ook buiten de hiphop al weinig albums die zoveel verschillende stijlen ten toon spreiden en toch consistent en interessant weten te blijven.
Als de beats al zo geniaal zijn, wat hebben Rico en Sticks er dan nog aan toe te voegen? Een heleboel, zo blijkt. Inhoudelijk zijn de teksten net zo gevariëerd als de beats van Delic: van teksten over een rustige vrije dag thuis (Regendans) tot diepe maatschappelijke kritiek (Gekkenhuis) tot een scherpe tekst over mafkezen die in het park rondhangen (Park). Qua tekst overtuigt, nog meer dan alle andere nummers, Elektrostress, waar het zenuwachtige gestuiter van de beat perfect wordt aangevuld door een steeds waanzinniger klinkende Rico, die tegen het einde van het nummer compleet doorgedraaid lijkt te zijn door zijn eigen paranoia ten opzichte van elektronische apparaten. Verder is vooral het gebrek aan zowel brag en boast als kinderachtig ganstergedoe een verademing, hoewel de heren op Vloeistof al bewezen dat hier en daar wat brag en boast ook origineel kan klinken.
Toch is het album niet volmaakt. De tekst van Ukkie is soms wel erg flauw (terwijl ik Rico's lyrics meestal juist geniaal vind) en de beat is ook flink irritant. Op Passievrucht/Bosmuis komen Sticks en Rico een stuk geïnspireerder dan op het vergelijkbare maar vervelende Hook Op van Vloeistof, maar vervolgens gooit Duvel met een barre featuring roet in het eten, en ook de verse van Jawat! in Gekkenhuis is niet om over naar huis te schrijven. Ook sluipt er nu er dan een regel tussendoor die echt niet klopt ("drink mijn drank, zet mijn vuilnis buiten, maak duiten, staar een beetje door de ruiten"). Missers die dit album eigenlijk niet zou hoeven hebben.

Al met al staat dit album nog steeds als een huis, ondanks die enkele (kleine) tekortkomingen. Ik ken nog steeds geen enkele andere hiphopgroep die dit niveau haalt, zowel qua beats als qua teksten. Het album is weliswaar niet perfect, maar uiteindelijk kan ik toch niet anders doen dan hier een riante 4.5* aan te geven.

Radiohead - Kid A (2000)

3,0
Daar waar OK Computer een overtuigende en bij tijd en wijlen geniale schijf was, gaat Kid A de mist in met saai gefrunnik met elektronica. Een groot deel van het album doet ongeïnspireerd, plichtmatig en saai aan.
Het eerste nummer, Everything In Its Right Place, leunt op een mooi synthesizermelodietje. De zang is wat vervelend, maar per saldo is dit nog wel een vermakelijk nummer. Zo niet Kid A, dat voornamelijk bestaat uit lukraak achter elkaar gemikte akkoorden en de belofte van het eerste nummer grondig vervangt door teleurstelling. The National Anthem rolt in dezelfde middelmatigheid verder, met een afschuwelijk einde als dieptepunt. How to Dissappear is al iets beter, maar lijdt onder de kinderlijke tekst en zang.
Dan ineens het mooie Treefingers, een verrassend stukje ambient, hoewel het mij drie luisterbeurten kostte om überhaupt te merken dat dit nummer bestond is dit iets dat ik wel leuk vind. Te onopvallend nummer, maar zeker niet verkeerd. Ook Optimistic is een leuk nummer, de tekst is weer nogal onnozel maar dat doet hier niet veel af aan het nummer als geheel. Hierna echter het gedrocht In Limbo, met zeikerige tekst "you're living in a fantasy", gebrek aan spanningsboog en bovenal vervelend gepiel met een elektrische piano. Irritant. Gelukkig wordt deze misser gevolgd door Idioteque, en hoewel de zang van Yorke ook hier soms over de schreef gaat, zorgt de achterliggende heerlijke elektronica toch ervoor dat dit nummer verreweg het beste van de schijf is. Prettig claustrofobisch sfeertje en een erg goede beat.
Hierna echter Morning Bell, op zich ook nog wel een amusant nummer, maar jammer genoeg irriteert hier wederom de irritante zang. Op OK Computer zong Thom Yorke precies zoals de nummers dat nodig hadden, maar hier klopt het allemaal niet meer.
Als laatste Motion Picture Soundtrack, een geinige afsluiter met vervelende harpeffecten die het eigenlijk vooral moet hebben van het te korte stukje ambient dat nog even om de hoek komt kijken als het album al afgelopen lijkt.
Al met al een verrassing, dit album, en niet bepaald een positieve. Nee, doet u mij maar OK Computer, die is namelijk veel beter. Dit onsamenhangende, irritante en bij vlagen ongeïnspireerde album doet mij heel erg weinig.

Summoning - Minas Morgul (1995)

2,0
Een cursus "Drums programmeren voor Dummies" zou deze band veel goeds kunnen brengen. Afschuwelijke drums zijn namelijk (meer dan hun slecht gevoel voor articulatie en dynamiek) de belangrijkste reden dat ik twijfel aan het muzikale kunnen van deze band (op dit album tenminste, de rest van hun albums ken ik niet). De ideeën achter de muziek klinken vaak namelijk wel leuk maar worden dan hard neergesabeld door drumloops van gemiddeld Fruity Loops niveau, en houden het dan ook geen 10 minuten vol.
Jammer, want bands als Samaël (Angel's Decay ) en Meshuggah (Catch 33 ) laten horen dat er op metalgebied zoveel meer mogelijk is met drumcomputers. Dit is dan ook vooral een gemiste kans, gezien de kwaliteit van de melodieën die soms toch nog best wel hoog is, ondanks het totale gebrek aan spanningsbogen.

Terrorfakt - Cold Steel World (2004)

3,0
lambf schreef:
Alleen de laatste 3 nummers begrijp ik niet helemaal, die zijn heel anders dan de rest


Dit album is eigenlijk een soort compilatie van wat EP's (waarvan twee pas na dit album zijn uitgekomen) en enkele nieuwe tracks. Die nieuwe tracks zijn waar het misgaat: behalve het geniale Street Justice omvat dit ook die laatste 3 tracks, die naar mijn mening absoluut weggelaten hadden mogen(/moeten) worden.
(ik weet niet of het nodig is om 2 jaar na dato nog antwoord op deze vraag te geven, maar ik doe het lekker toch )

Verder ben ik het compleet met je eens. Deconstruction ken ik niet, maar dit album heeft alles wat Teethgrinder ontbeerde, en mist alles wat Teethgrinder juist wel had. Nummers als Achtung! en vooral Furak zorgen voor enige hoop maar de rest blijft toch vooral middenmoot.
Enkele nummers van Teethgrinder hadden eigenlijk best hierop mogen staan, dat album bestaat nu juist alleen uit knallers, maar is tegelijk zo eenvormig dat het moeilijk is af te luisteren. Toch jammer voor een powernoiseproject dat stiekem best potentie toont, maar dit niet weet om te zetten naar echt overtuigende albums.

The Beatles - Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band (1967)

4,0
Verhoogd naar 4.5*. Heerlijke schijf die, in tegenstelling tot het in mijn ogen (/oren) meestal te oppervlakkige The White Album, wel impact weet te creëren en op een constant hoog niveau blijft met als enige negatieve uitschieter She's Leaving Home, nog steeds een best leuk nummer overigens, maar te zeikerig voor mijn smaak.
De lekkere composities worden dan nog eens ingepakt in onvoorstelbare arrangementen, smaakvol precisiewerk van hoge klasse. Dit album is door de heerlijke productie ook niet meer zomaar een verzameling bij elkaar gegrabbelde liedjes met leuke refreintjes die je lekker mee kan neuriën, maar meer een bundel van goed geslaagde sfeertekeningen die precies uitbeelden wat elk nummer te zeggen heeft. Het warme trippy sfeertje van Lucy in the Sky with Diamonds, de geinige klarinetten van When I'm Sixty-Four, het wonderschone India van Within You Without You en natuurlijk het ietwat geflipte circus van Being for the Benefit of Mr. Kite!, elk nummer is een klein verhaaltje. Ook als geheel werkt het fantastisch, ondanks de verscheidenheid aan stijlen en genres die hier worden aangestipt.
Een geniaal album dat met recht een klassieker is. Van de twee Beatles-albums die ik ken heeft The White Album de echte topnummers, maar als geheel is Sgt. Pepper zo ontzettend veel beter.

The Beatles - The Beatles (1968)

Alternatieve titel: The White Album

3,0
Gelijk dan maar de track-voor-track recensie die ik over dit album aan het schrijven was (met een gezellige dosis aandacht voor Revolution 9):
1. Back in the USSR
Leuke lolligheidsrock en een prima opener. Stevig doch vrolijk rocknummer met een onbekommerde sfeer. Gelijk één van de beste nummers van het album.
2. Dear Prudence
Nummer met zowel een mooi refrein en (in het begin) lekker opgebouwde drums als vervelende zang, irritante arrangementen en een slappe songstructuur. Favoriet van veel luisteraars, maar niet van mij. Nogal richtingloos, haperend en zeikerig.
3. Glass Onion
Funky gitaar en de prettig sarcastische tekst maken van dit korte nummer weer een hoogtepuntje. Mooi zijn ook de fills na de refreinen.
4. Ob-La-Di, Ob-La-Da
Een vrolijk, flauw, haast naïef nummer, door weinig mensen geliefd, maar ik vind het één van de betere nummers hier. Lekker opgewekt en met een prettig stuwende baslijn.
5. Wild Honey Pie
Een minuut aan onzin, dit nummer zou eigenlijk te kort moeten zijn om irritant te zijn, maar helaas, in die ene minuut slaagt het nummer er glansrijk in om flink te vervelen. Bestaat voornamelijk uit onnozel gestuiter met een gitaar (?) en wat lollig gepitchte stemmetjes.
6. The Continuing Story of Bungalow Bill
Leuk nummer, dat eigenlijk nog het meest opvalt door zijn spottende tekst. De muziek mag er ook wel zijn, maar blijft toch een beetje nietszeggend. Desalniettemin een prima nummer.
7. While My Guitar Gently Weeps
De haperende eerste helft van het pianoriedeltje in het begin en de slappe tekst weten dit nummer, dat eigenlijk ontzettend mooi had kunnen zijn, grondig in de soep te leiden. Bovendien bevat het voor zijn 4:45 toch net iets te weinig dynamiek. Flink jammer, gelet op de kwaliteit van het melodisch materiaal en de mooie songstructuur.
8. Happiness is a Warm Gun
Het begin van dit nummer belooft veel, maar bij het stuk "Mother superior" hapert de boel in elkaar en het daaropvolgende stuk wordt al helemaal bar door de bespottelijk klinkende backing vocals "bang bang shoot shoot". Helaas.
9. Martha My Dear
De onbeholpen melodie in het begin zorgt ervoor dat ook dit nummer geen positieve indruk achterlaat. Later in het nummer wordt het soms leuk, maar slechts bij vlagen.
10. I'm So Tired
Prettige lome sfeer met enkele onbenullige doch leuke stukjes die meer rocken. Nog steeds geen hoogvlieger, maar al beter dan voorgaande nummers.
11. Blackbird
Kijk, dit is wat we nodig hebben. Mogelijk het beste dat ooit met één gitaar, één zangstem, één metronoom en wat samples van een vogel gedaan is. Verzandt niet zoals Dear Prudence (om er een ander emotioneel nummer bij te halen) in loze arrangementen en vervelend gepiel maar blijft to-the-point en is, gesteund door geniale melodieën, prachtig in al zijn minimalisme. Zeker één van de beste nummers van de Witte Dubbelaar
12. Piggies
Puike barokke arrangementen die een in essentie vrij matig nummer omlijsten. De periodieke pijnlijke akkoordenopvolging, een fout die in meerdere Beatles-nummers te vinden is, duikt hier weer op.
13. Rocky Raccoon
Compleet overbodige, slecht gezongen folkrock met een belachelijk stuiterrefreintje.
14. Don't Pass Me By
Prettig gestoord gepruts door Ringo Starr met onbehouwen orgels en Iers-achtige viool. Ook dit nummer is weer vrij nietszeggend, dit maal echter op een prettige manier.
15. Why Don't We Do It In The Road
Eerder schreef ik ergens dat ik dit nummer onzin vond, tegenwoordig vind ik het één van de betere nummers van het album. Foute blues van Paul McCartney over "how simple the act of procreation is". De simpele tekst suggereert een vreemde, fascinerende diepzinnigheid.
16. I Will
Leuk tussenstukje met opmerkelijke "vocal bass" van Paul. Het zomerse sfeertje wordt nergens echt indringend en het geheel doet nogal aan Super Mario denken, maar voor zijn 1 minuut 45 is dat helemaal niet erg. Prettig liedje.
17. Julia
Een mooi intiem nummer van John Lennon, dat door zijn kleinschaligheid lekker beluisterbaar blijft. Had misschien nog net iets korter gemogen, maar een kniesoor die daar een probleem van maakt.
18. Birthday
Weer een stevig rocknummer, enigszins vergelijkbaar met Back in the USSR, maar een stuk maffer. De betreffende verjaardag lijkt slechts op zeer cynische wijze gevierd te worden, door het luidkeels gebrulde refrein "They say it's your birthday, happy birthday to you".
19. Yer Blues
Weinig indrukwekkende standaardblues van John Lennon, met een tekst die alleen enigszins werkt als parodie. Gelukkig swingt het nummer nog wel lekker.
20. Mother Nature's Son
Weer een minimaal gitaarnummer, erg mooi in zijn intimiteit, hoewel deze intimiteit nogal verstoord wordt door de overbodige blazersarrangementen. Was waarschijnlijk nog mooier geweest als het op een Blackbird-achtige manier was uitgevoerd, met alleen gitaar en zang.
21. Everyone's Got Something To Hide Except Me And My Monkey
Geinig doorsnee rocknummer met een leuke knarsende gitaar. Het chaotische outro is nog wel het leukste aan dit nummer.
22. Sexy Sadie
Rustig voortkabbelend nummer dat ook weer nergens hemelbestormend mooi of overdonderend geniaal is. Dit is overigens waar de mannen van Radiohead hun Karma Police vandaan hebben.
23. Helter Skelter
Lekker knallen met de proto-hardrock van Paul McCartney. Uitstekend nummer dat (gelukkig) nergens gehinderd wordt door enige nuance of subtiliteit. Ook met de moderne hardrock en heavy metal in het achterhoofd een prima stuk ragherrie.
24. Long Long Long
Een relaxte sfeer door laidback orgel en onstuimige drums die maar net binnen de lijntjes blijven kleuren, het gaat maar net goed maar het resultaat is mooi. Ook het outro (een kort stukje proto-soundscape) is het vermelden waard.
25. Revolution 1
Vrolijke muziek die weinig met revoluties van doen lijkt te hebben, hoewel de veel te vrolijke "shoebie shoeba"-zang vervreemdend werkt en de luisteraar inderdaad achterlaat met een gevoel van anarchie. Bij vlagen ronduit hinderlijk.
26. Honey Pie
Jazzy nummer dat ergens doet denken aan Lovely Rita van Sgt. Pepper. Mij boeit het niet zoveel, want te simpel.
27. Savoy Truffle
Het laatste conventionele hoogtepunt van het album, een swingend nummer van George Harrison over de chocoladeverslaving van Eric Clapton. De saxofoonstukken en het catchy refrein zijn even heerlijk als de delicatessen uit de tekst.
28. Cry Baby Cry
Weer een nummer uit de brei van middelmatigheid, niet goed en niet slecht. Het refrein is best catchy, dat moet gezegd worden.
29. Revolution 9
Maar dan. Revolution 9. Door velen geskipt, door velen gehaat, door anderen, waaronder mij, geliefd. Natuurlijk is het hommeles als je een experimentele, vrij abstracte geluidscollage van 8 minuten op een vrolijk popalbum gooit en het is door het verschil in publiek vrij begrijpelijk dat er niet heel veel fans zullen zijn. Echter vind ik dit juist één van de intrigerendste nummers van The Beatles.
Het pianoloopje en de "Number 9"-sample aan het begin suggereren rust, als een ingedut restaurant dat, onder begeleiding van het spel van een al even vermoeide pianist, nog even een cognacje of een kopje koffie drinkt. Er is echter meer aan de hand, zelfs in die eerste seconden kruipt onderhuids al een soort onrust door het nummer, die, na een korte pauze dan tot uiting komt in alarmerende achterstevoren-samples en stijgende orkestachtige klanken. Sarcastische tapeloops van dramatische koormuziek worden afgewisseld met klarinettengesputter en de temperatuur loopt snel op. De (toch schijnbaar rustgevende) stukken tekst van Lennon en Harrison zijn als de discussierende studenten aan de vooravond van de revolutie, bekvechtend over ideologische vraagstukken: de slaperige restaurantbezoekers blijken fanatieke communisten of anarchisten en de schijnbaar gemoedelijke sfeer wordt langzaam grimmiger. Hier en daar wat hysterisch gelach, de steeds drukkender orkestsamples, maar ook (nog steeds) de onverstoorbare mantra "Number 9" die steeds meer aan zeggingskracht lijkt in te boeten en slechts nog tevergeefs stand houdt tegen het kabaal. De teksten van John en George ("They are standing still" ) beginnen rond de 4 minuten de overhand te nemen, laten tegelijk een ironische indruk achter tegen de achtergrond van chaos, geschreeuw en hectiek. Als deze chaos eindelijk een hoogtepunt lijkt te bereiken wordt ineens plaatsgemaakt voor een anticlimactisch operaloopje en nadat zo nog een halve minuut wordt aangemodderd, lijkt de rest van het nummer, na het "take this brother, may it serve you well", compleet uitgeput als de laatste geluiden zich vermoeid tot het einde slepen.
Het hele nummer beeldt voor mij dan ook niet zozeer een revolutie op zich uit, als wel een cartooneske afbeelding van die revolutie, als een tekenfilm waarbij de paniek en chaos becommentariëerd worden door een geflipte filmpianist die de boel voorziet van vrolijke ragtimes.
Juist door al die ironie is het naar mijn mening één van de meest geslaagde Beatles-nummers. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt dit nummer te skippen.
30. Good Night
Sommige mensen beschouwen dit als een goed gemikte vorm van escapisme na het anarchistische geweld van Revolution 9 en daar is zeker wat voor te zeggen. Ikzelf ben op zijn zachtst gezegd niet bepaald een fan van dit nummer, door de slijmerige strijkersarrangementen die een voorbode zijn van de irritante kerstmuziek die tegenwoordig in december in menig warenhuis te horen is.

Conclusie: Hoewel ik veel plezier heb beleefd aan het recenseren van dit album blijft The White Album voor mij een dubbel-LP die uitblinkt in middelmatigheid, met enkele uitschieters, zowel positief als negatief. Het lijkt me dan ook niet echt waarschijnlijk dat ik ooit het predikaat "meesterwerk" op het gehele album zal plakken. 3.0*

The Gerogerigegege - Hell Driver (1999)

4,0
In nummers 1,2 en ... field recordings en gepingel op een piano, in nummer 3 een aangehouden zoem/pieptoon.
Tracks 1 bestaat uit wat field recordings, track 2 uit erg rustgevend piano gepingel. Alles lo-fi en het geheel blijft erg rustig, zit eerder tegen stilte aan dan tegen pleurisherrie (in tegenstelling tot de meeste andere Gero-albums).

Waar de overige nummers nog redelijk conventioneel blijven (soort van), is nummer 3 iets totaal anders. Een half uur lang gepiep en geknars, en steeds als je eraan gewend begint te raken gooit Juntaro er wat bonk- en dreungeluiden doorheen. Erg meditatief en vreemd genoeg ook erg rustgevend, als het volume niet te hard staat.

Nummer 4 (vooral de tweede helft) lijkt een beetje op de wat oudere Merzbow albums, maar dan alleen in het linker kanaal. Dit nummer breekt helaas de eenzame sfeer die werd opgeroepen in de eerste 3 nummers, maar die komt weer terug in nummer 5, hoewel dit nummer dan weer te kort is om echt te boeien.
Zeker voor de eerste 3 nummers is dit toch wel een 4.0*

The Gerogerigegege - Tokyo Anal Dynamite (1990)

Alternatieve titel: Panku No Oni

4,0
Zowel Wikipedia als de officiële (?) site van de Gerogerigegege noemen dit rare album als de meest bekende Gero-release, iets waar ik oprecht mijn twijfels over heb, hoewel "bekend" hier natuurlijk een relatief begrip is en het zou best kunnen dat dit dan hun bekendste release zou zijn (ik denk dan echter eerder aan Yellow Trash Bazooka, in Japan zijn ze echter wat "bekender", ik ken de situatie aldaar niet).
Het is in ieder geval wel een release die kenmerkend is voor de muziek waar ze waarschijnlijk het bekendst om zijn, te weten hun noisecore releases, en als zodanig stelt deze schijf niet teleur. Een prima album vol (voornamelijk gitaargestuurde) live 1,2,3,4!-achterlijkheid, compleet met hilarische covers (!) van bekende nummers van o.a. The Rolling Stones en The Ramones en inclusief Sound Checks (!) als het geluid even niet meer perfect is. Verder niets bijzonders voor Gerogerigegege-begrippen, wel 75 lekkere noisecore-tracks, die natuurlijk geen van allen langer dan één minuut duren (in totaal ongeveer 35 minuten, tracklengtes opgestuurd als correctie).
Een aanrader voor de Gero-liefhebbers onder ons, hoewel ik als ik echt zou moeten kiezen liever Wreck of Rock 'n' Roll Former Self of Endless Humiliation zou nemen. Dit album staat echter als een huis en voor het wat conventionelere (???) werk van de Kotsdiarreemannen is dit album een prima keus.

Venetian Snares - Cubist Reggae (2011)

3,5
Ik vind Where You Stopped the Heaviest anders wel een aardige, sfeervol minimale interlude.
Het laatste nummer is helaas een wat conventioneler breakcorenummer en valt daardoor wat uit de toon. De overige twee nummers zijn toffe, abstracte dub met sterke IDM-invloeden. Vooral het eerste nummer weet een wazige dubsound mooi te verenigen met gepruttel dat hier ietwat Autechre-achtig aandoet, zonder in flauw gestuiter te vervallen. Wel oneindig jammer van de geforceerd duistere voicesample, die wat mij betreft weggelaten had mogen (/moeten) worden.

Venetian Snares - Find Candace (2003)

3,0
Een wisselvallig album, dat het niet haalt bij zijn voorloper Doll Doll Doll. De boel begint leuk, met een aardige (hoewel niet bepaald samenhangende) remix van Befriend a Child Killer, maar bij het daaropvolgende nummer Mercy Funk verslapt mijn aandacht. Wat een inspiratieloze, saaie geluidsbrij (compleet met cheesy irritante voicesamples!). Dit gereutel blijft geen 2 minuten interessant, laat staan 6 minuut 20. Find Candace begint dan wel weer leuk en hoewel de breakdown aan de saaie kant is wordt die gelukkig opgevolgd door een prettige hoeveelheid glitches en lekker opgefokt geratel. Na de zoveelste sfeerloze tekstsample gaat Aaron echter de loopmodus in en worden we getrakteerd op een minuut lang oervervelende herhaling.
Yor bestaat voor het overgrote deel uit (dark) ambient waves, die samen met stemsamples die dit keer wel eens goed ingezet worden voor een prachtig geheel zorgen. Ook Children's Limbo is erg goed; hier zijn de samples eens niet geforceerd eng, maar daarom wel zeer effectief. De break halverwege het nummer had beter gekund, maar al met al is dit een stuk leuker dan de eerste twee nummers.
Dolleater daarentegen blijft een tijd saai en irritant en is slechts in het midden en aan het eind enigszins boeiend, als de hectiek toeneemt, hoewel het begin ook veelbelovend is met vrolijke gemanipuleerde bliepjes die echter ontaarden in vaag gepiel met geluidjes. De afsluiter Bind Candace had inderdaad op een andere plek mogen staan, maar is (op die vervelende schreeuw-samples na) een prima track: duister, sfeervol en met een heerlijke melodie in het begin.
Overall een matige schijf, met enkele dieptepunten (vooral Mercy Funk) en enkele hoogtepunten. Geenszins het beste werk van Venetian Snares, doet u mij dan maar een Doll Doll Doll of een Rossz Csillag. Best een vermakelijke schijf, maar geen hoogvlieger. 3.0*

Weisses Rauschen - Sounds for the End of the World (2011)

3,0
World Turns Black bevalt me wel, de overgangen tussen verschillende segmenten zijn meestal weinig subtiel uitgevoerd, maar de melodieën - hoewel simpel - zijn sfeervol en een goed gemikte clap helpt ook mee.
Good Morning Dying World is melodisch nogal zwak. De kicks zijn erg lekker en ergens rond de 5e minuut hoor ik een fijne screech-achtige synthesizer opduiken, maar de melodie heeft soms iets Harry Potter-achtigs en dat is geen goed teken. Al met al is het nummer uiteindelijk wel aardig, maar een hoogvlieger vind ik het zeker niet.

Within Temptation - Mother Earth (2000)

2,0
De titeltrack smaakte, dankzij erg mooie melodieën en ondanks de lineaire opbouw, naar meer en dus heb ik de volledige schijf maar eens op mijn harde schijf binnengehaald. Vind het helaas een (heel) stuk goedkoper dan ik had verwacht: vrijwel elk nummer is vooral een brok opgepompte productie met relatief weinig melodische inhoud. The Promise blijft bijvoorbeeld eerst een minuut hangen in pseudomysterieus gezanik met keyboards voordat er überhaupt iets gebeurt en ook daarna is het allemaal wel erg vrijblijvend.
Leuk is het in Deceiver of Fools niet al te subtiel ingeplakte stuk rustige piano na de vijfeneenhalfde minuut, typisch voorbeeld van obligaat goedkoop rustmoment na het zoveelste drukke refreintje en vrij typerend voor de ideeënloosheid waarmee de band voornamelijk te werk lijkt te gaan.
De soms inderdaad erg mooie stem van Sharon den Adel kan bitter weinig aan de ellende veranderen. Sorry, maar ik kan hier met geen mogelijkheid een voldoende aan kwijt. 2.0* voor voornamelijk de titeltrack.

ZX Spectrum Orchestra - Basic Programming (2006)

3,0
Aardige chiptune uit de Warm Circuit-stal die vooral de moeite waard is doordat het album eens iets anders doet dan de gebruikelijke Pokémon-achtige deuntjes. Zoals dat chiptune betaamt is het hele album gespeeld met stokoude hardware (op wat reverb na), in dit geval de zeer provisorische ZX Spectrum en wat bijbehorende speeltjes als een drumcomputer-module en speech synthesizer die destijds speciaal voor het ZX-apparaat gebouwd werden.
Enfin, het gaat om de muziek, en die is vooral wisselvallig, variërend van behoorlijk saaie tussendoortjes (o.a. Merge Verify Restore) tot abstracte, nerveuze ratelbeats (Beepulator en Proper Jumper) tot grappige electro (C5 en vooral D.I.S.C.O.) tot het sterke, voorzichtig sfeervolle X+X. Het echte prijsnummer is Dollar Power, een kille, futuristiche track met een ritme dat nog het meest doet denken aan beatboxende robots.
De kwaliteit schommelt wat teveel om hier een sterk geheel van te maken, vooral Dollar Power maakt echter veel goed. Drie sterren.