MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Edwynn als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

U.D.O. - Faceless World (1990)

poster
4,0
De wegen van Udo Dirkschneider en Accept hebben altijd parallel aan elkaar gelopen. Eigenlijk heb je twee Accepts want het is niet zo dat één van de twee hele andere dingen doet. Op sommige momenten bestond de band van Udo uit het Accept minus Wolf. Dus in die zin kun je jezelf afvragen wie nu méér Accept is. Dat doet allemaal niets af aan hetgeen er op de mat gelegd wordt. Vanaf eind jaren 80 bracht Udo voor mijn gevoel de ene na de andere schijf uit. Wars van trends stonden die vol met archetypische heavy metal dat soms wat lichtvoetig en soms lekker venijnig is.

Faceless World uit 1990 valt in de eerste categorie. Het is dat Dirkschneiders zang per definitie wat ontoegankelijk is, maar op dit album valt het kwartje opvallend vaak tussen de hairspraybussen. Heart Of Gold trapt wat dat betreft direct af met een Dokkenmotiefje gecompleteerd door het refrein met een breed uitgemeten koor te brengen. Zoals gezegd is het Dirkschneider zelf die met zijn priemende zang kan contrasteren met zijn achtergrondband en het geheel net een tikje eigenwijs maakt. De navolgende nummers Blitz Of Lightning en het gejaagde System Of Life hadden in een ander leven best op Eat The Heat kunnen staan.

Het titelnummer laat zich presenteren als een metalhymne dat wordt aangedikt met synthakkoorden. Het bekende vuistjes-in-de-luchtwerk om triomf te vieren. Daarna lijkt Stranger weer wat pittiger te zijn, ware het niet dat de lichtvoetige productie nog even uit 1986 van het equalizertje van Stock, Aitken & Waterman getrokken moest worden. Op zich doe je mij daar helemaal geen pijn mee, want het gaat er allemaal in als koek.

Restricted Area is dan voor het eerst pas écht archetypisch Accept. Puntig, compact en gemeen. En met een Duitserig koortje erin. Daarna gaan de hairspraybussen weer aan om met Living In A Front Line, Trip To Nowhere en Born To Run weer een beetje party-achtige motiefjes de wereld in te blazen. Unspoken Words is dan de onvermijdelijke ballad met een getormenteerde Udo die over een bed van diep doordringende stadiondrumslagen zijn harteleed deelt.

Die ballade zit ingeklemd tussen Can't Get Enough en Future Land die beiden vanwege het spetterende gitaarwerk heel erg aan Ratt doen denken. De afsluiter kent ondanks de synthgedreven bas een extra lekkere drive. Het zijn dingen waarmee ik best goed uit de voeten kan, maar ik kan me voorstellen dat doorgewinterde Acceptadepten hier wat meewarig naar luisteren. Zij worden goed bediend met het navolgende album Timebomb waarop de kleine commandant pas echt furieus tekeer gaat.

Faceless World is diepgeworteld in het stadiongeluid van de jaren 80 en kent een aantal heerlijk meezingbare nummers die het vooral goed doen in de auto of tijdens het hardlopen. Een tof album gedaan door een man die enerzijds wel druk was om zelf door te breken maar anderzijds ook vooral lijkt te doen waar hij zelf zin in heeft.

Ulcerate - Cutting the Throat of God (2024)

poster
4,5
Het was voor mij eerlijkgezegd even inkomen in deze laatste onthulling van het Nieuwzeelandse Ulcerate. Maar uiteindelijk denk ik dat er in de vorm van Cutting The Throat Of God een heel puik werkstuk is afgeleverd. Het begon heel even bij de van DsO bekende dissonantjes die het geluid domineren, dat mij de gedachte bekroop dat dit al te vaak gedaan was. Maar dat is schijn. Ulcerate onderscheidt zich door het toepassen van onorthodoxere songstructuren waardoor een verhoogde spanning zich van de luisteraar meester kan maken.

To Flow Through Ashen Hearts opent wat dat betreft al meteen met de ingewikkelde visitekaart. De mengelmoes van technische death- en black buitelt over de argeloze luisteraar heen en lijkt om die reden niet op gang te komen. Maar dat blijkt dan juist precies datgene te zijn wat het nummer gaaf maakt. Het is wachten op het losbarstende onheil dat niet lijkt los te barsten.

Further Opening The Wounds is vanuit die aanpak bekeken een andere track die mij op is gevallen. Hier nemen hele spaarzame melodieuze momentjes het uiterst dapper op tegen een overmacht aan de eerder omschreven dissonantjes waarmee er een sonische variant op het aloude verhaal van David & Goliath zich lijkt te ontvouwen. De korte melodieuze uitspattingen geven houvast. Houvast aan de korte blastpassages, net zo korte vertragende passages en de straffe polka's die de boel aan elkaar knopen. Dat is dan het muzikale aspect. Want had ik al iets over spanning geroepen? De spanning die hieruit voortvloeit, is om te snijden. Onderhuids broeit het dermate waanzinnig zodat de keel van ondergetekende langzaam dichtgeknepen wordt.

Voorzichtige rustpuntjes treffen we aan in het machtige Transfiguration In And Out Of Wounds waarin een voorzichtige hoofdknik naar Nile gemaakt wordt. De wijze waarop het epos zich vanuit de diepere spelonken van de aarde een weg naar boven probeert te verschaffen, is vergelijkbaar met de aanpak van de Amerikanen. Hier verraden de getormenteerde brullen van de vocalist de inspanning, maar blijft in nevelen gehuld of de poging ook geslaagd is. Het avontuur is opnieuw het hoofdingrediënt.

Ook de tweede helft van het album is bevolkt met lange stukken waaruit in beginsel niet duidelijk wordt naar welk nummer je precies zit te luisteren. To See Death Just Once is dan nog wat rechtlijniger met zijn repeterende tremeloriffs. Terwijl Undying As An Apparition weer wat meer op deathmetal is gericht met zijn enkele nekkenbrekende onderbrekingen.

Als dan de achtbaanrit die het titelnummer met zijn stoere onderhuidse melodieën is, de boel waardig afsluit probeer ik al ademhappend opnieuw de playknop aan te raken. Want dit is zo'n album waar keer op keer weer nieuwe dingetjes te ontdekken valt.

Ulver - Nattens Madrigal (1997)

poster
4,0
Ulver brengt op Nattens Madrigal dingen terug naar de basis. Geen tierlantijnen, geen galmzang en geen folkelementen. Nou ja, een heeeeeel klein beetje folk is links en rechts wel te bespeuren. Maar uiteindelijk worden je trommelvliezen hier kapotgetrokken door razende black metalstormen. Ongekend snel, hard en gemeen. Het schelle geluid snijdt als een bot mes door je donder. Precies zoals het zeven jaar voordat dit uitkwam allemaal begonnen is. Archaïsch en enigszins monotoon. Anno 2013 vind ik Nattens Madrigal nog immer een extreem album. Af en toe vinden we wat epische melodieën terug in het gitaarwerk dat inderdaad af en toe nog best technisch is. De mix en de productie is bijten geblazen, maar een beetje weerwolf is dat wel toevertrouwd. Soms vind ik dit bijna een verademing na al die overdonderend nette producties van nu.

Urfaust - Untergang (2023)

poster
4,0
De entiteit Urfaust liet zich nooit vangen in de vermetele hokjesgeest die vooral in de zwartmetalen zijden des levens wild om zich heen slaat. Toch is de geest terug in de fles en hebben we te maken met de ondergang van het duo in deze vorm. De titel "Untergang" mag derhalve letterlijk genomen worden. De geportretteerde duivel op de albumhoes is dan eindelijk onder de tafel gedronken. 'Dronken' is ook opnieuw het toverwoord die de manifestaties op het het laatste album kenmerken. "Untergang" kent een aangenaam zwalkende sfeer waarmee het heerlijk balanceren is tussen licht en duisternis.

In die zin is het allemaal niet zo afwijkend van de rest van het oeuvre. Het druilerige titelnummer zet de raderen op lome wijze in gang en kent naast de lucide zwartmetalen geluidsmuur ook de nodige uitstapjes naar contreien waar doom en stoner de dienst uitmaken.

Het navolgende "Höllenkosmos" trekt de luisteraar dieper de met duisternis omgeven afgrond in. Dit stuk weet met simpele akkoorden een gitzwarte vlam te doen oplaaien. De getergde en de vervormde zang maakt de boel nog net wat zieker en mistroostiger. Het is bijzonder dat er met relatief weinig spanning en ontlading een dergelijke straf decor wordt neergezet.

"Leere" heeft weer dat zwalkende gevoel van een eenzame tocht van herberg naar huis die in benevelde toestand afgelegd moet worden. De subtiele industriële tonen geven weg dat er meer in de compositie verborgen zit dan op het eerste gehoor lijkt.

"Reliquienstaub" laat zich omschrijven als een dromerig intermezzo. Een beetje Burzumesque maar toch net even anders. Een intermezzo dus. Eentje die dan langzaamaan overloopt in wat als "Vernichtung"door haar miserabele leven mag gaan. Ik durf bijna niet te zeggen dat de aanvang van deze koortsdroom gestoeld lijkt te zijn op Metallica’s "Orion". Nog meer reden voor de zwarte horden om Urfaust te blijven haten.

Na het bevreemdende tussendoortje "Atomtod"breekt dan toch de definitieve val aan in de vorm van het net zo toepasselijk gedoopte "Abgrund". Het is zo loom als de rest van de plaat en ook de stonervocalen geven er een intoxicerende draai aan. Soms moet ik denken aan een hele vlotte Moss. (De Britse Moss welteverstaan). Als het stuk rücksichtlos in de vergetelheid wegsterft, rest niets anders dan nog eens op de playknop te drukken want de plaat duurt wat mij betreft net iets te kort. In die zin zit er wat mij betreft ook nog wel groeiwaarde verborgen in Untergang.

Ik weet zo net niet of "Untergang" Urfausts beste werkstuk is, maar wel dat er een moeilijk af te weren aantrekkingskracht is tussen mij en "Untergang". Het is grappig dat er met stonermuziek een link is te leggen met hallucinerende rookwaar die ik zelf niet gebruik en hier weer niet dronken hoef te zijn om mee te deinen in het licht benevelde gevoel van de plaat. Daarmee is "Untergang" meer dan geslaagd.

Of het echt het laatste is wat we van het duo zullen vernemen, zal alleen de duvel wel weten.