MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Edwynn als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Sad Whisperings - Sensitive to Autumn (1993)

poster
2,5
Sad Whisperings heeft bij mijn weten maar één plaat uitgebracht. De peinzende doom/death lijkt op een uitgeklede versie van The Gathering ten tijde van Always of Orphanage. Dus geen breed uitwaaierende toetsenpartijen maar gewoon de basis met wat kleine accentjes. Echt log en traag wordt het nergens. De dubbele bassdrums houden het tempo er regelmatig in. Er zijn zelfs wat polkaritmes te bespeuren. Toch vind ik het een wat tussen de wal en het schip plaat. Als je het tempo verhoogt, mag je ook best wat agressiever klinken en als je het tempo verlaagt, mag het ook best wat depressiever. De matte grunts dragen ook niet echt bij aan een wervelende show. Daar had Orphanage ook altijd een beetje last van. De oude Paradise Lost of de oude Anathema bijvoorbeeld wisten hun doom/death dan toch met veel meer pathos te brengen.

Salacious Gods - Oalevluuk (2023)

poster
4,0
Na bijna twintig jaar is Salacious Gods weer terug met een paar nieuwe evocaties ter meerdere eer en glorie van de gehoornde uit de vlammenzee van hieronder. Weliswaar in een ietwat gewijzigde bezetting maar het hellevuur brandt in elk geval weer.

En hoe. Alsof de jaren 90 nog steeds volop in gang zijn, hakken deze Drentse duivelsaanbidders er op los met stevig in elkaar gezet zwartmetaal dat vooral op Zweedse leest geschoeid lijkt te zijn. Op Oalevluuk volgen de drukke, vingervlugge en melodieuze riffs elkaar in vlot tempo op. Het frisse geluid doet de rest. De drums blijven vanwege de ietwat digitale klank wat achter bij het knallende andere instrumentarium, maar het mag de pret allemaal niet drukken.

De dynamiek van een track als Morbid Revelations in Blood and Semen doet de liefhebber met de vuisten in de lucht slaan als het triomfantelijke slot de climax van deze waanzinnige track inluidt. De beste Emperor, Dissection en eigen Salacious Gods-tradities trouw en eerbiedwaardig volgend.

Het dreigende Bloedkloete is een ander hoogtepunt. Als een flakkerend doch spookachtig waakvlammetje komt het langzaam op gang om uiteindelijk uit te groeien tot een straf marcherende geestesverschijning. Het voorzichtige toetsenspel benadrukt de spookachtige sfeer nog eens extra.

Niet alles kan bij mij rekenen op hetzelfde enthousiasme. Zo zeurt het navolgende Devotion mij wat te lang door met steeds dezelfde oninteressante riff. En het 'Freezing Moon'-knipoogje in het middenstuk vind ik veel te obligaat.

Gelukkig vinden we verderop nog het epische Honor Him en het machtige titelnummer op het pad om de gelukzaligheid van de openingsnummers nog even gestand te doen. Wat dat betreft mag de hoed wel af voor deze terugkeer van Salacious Gods. Liefhebbers van dingen als Dissection, Watain, vroege Emperor of Naglfar kunnen met een gerust hart en gezonde hang naar nostalgie toeslaan.

Samael - Blood Ritual (1992)

poster
4,0
Waar anno 1992 de Noorse zwartmetalen combo's uit hun stinkende graven oprezen om hun bloeddorstige en antichristelijke boodschappen in een zo archaïsch mogelijk keurslijf te gieten, was het volgens mij Samael die het als eerste aandurfde om haar in smerigheid gewortelde muzikale duisternis in een nette productie te gieten. Waar Worship Him voor black metalbegrippen al beter klonk dan menig Mayhem of Beherit uitspatting, klinkt Blood Ritual al helemaal als een spreekwoordelijke klok.

Getuige de duivelsvereringen die het album ontsieren, heeft Samael op haar tweede langspeler echter nog niets op haar sinistere inborst ingeboet. Nummers als het bezwerende After The Sepulture en het waanzinnige epos With The Gleam Of The Torches bewegen zich op overwegend langzamere tempo's waarop het aangenaam bangen is. Alleen in het bijtende titelnummer wordt het gif wat sneller rondgepompt. Dat betekent niet dat Blood Ritual als saai en futloos bestempeld moet worden. Integendeel. De basale composities beschikken gekgenoeg over een overdosis aan sfeervolle duisternis. Geen toetsen, geen tierlantijnen. Dat had Samael toen nog niet nodig. Wel zijn er enkele korte tussenstukjes waarin opperhoofd Vorphalack zijn gebeden tot de gehoornde richt om het kwaadaardige karakter wat extra kracht bij te zetten.

Blood Ritual is een oerdegelijk onderdeel uit de discografie van een band die in ontwikkeling bleef en de black metal al snel zou ontgroeien Het bevat een aantal sterke composities die de liefhebber zeker zouden moeten kunnen bekoren.

Sammath - Grebbeberg (2023)

poster
4,5
Omdat ik het album naar de viereneenhalve ster heb getild, wil ik toch nog even wat aandacht schenken aan deze brok overdonderend oorlogsgeweld.

Sammath was al niet van de nuances maar waar de voorgaande albums nogal eens verloren gingen in lawaai, weet men op Grebbeberg een onweerstaanbare dynamiek te brengen zodat het album echt naar een hoger plan getild is. Daarbij is er niets aan kracht en woede ingeboet.

Het korte titelnummer opent de slag en vertelt het bloederige verhaal over dit hoofdstuk, waarnaar nummer en plaat zijn vernoemd, uit de Duitse inval in 1940. Het is wreed en venijnig en legt de bedoelingen van Sammath meteen bloot.

Het navolgende Reichswald voert een wat meer epische koers en maakt je echt deelgenoot van de angsten die de frontsoldaten doormaken in de aanloop naar de confrontatie. Een fantastische track waarin de essentie van black metal gevangen wordt, zonder ook maar enigszins oubollig te klinken.

Murderous Artillery is weer een verhaal apart. Hier laat trommelaar Wim van der Valk horen uit welk hout hij gesneden is. De ratelende machinegeweren gevangenen vereeuwigd in een sonisch kunststuk.

Het schuimbekkende 'Tot De Laatste Granaat' was al eerder vrijgegeven en laat zo ingeklemd op het album helemaal haar gewelddadige karakter horen. Alsof een kanonskogel door je slaapkamerraam wordt geschoten terwijl je rustig dacht te netflixen met je lief. Niet alleen de rotzooi en het puin van je vernielde interieur maar ook de lappen bloederig vlees die nog aan de kogel kleefden omdat ze dwars door nietsvermoedende voorbijgangers kliefde, besmeuren je strakke behangetje onherstelbaar. Wat een oorverdovend stuk zwartmetaal.

Stahl Und Feuer sluit het kleinood op gepaste wijze af. Af en toe wat meeslepende riffjes maar nog steeds voeren de provocerende vocalen van een ziedende Jan Kruitwagen en de ratelende drums van Van der Valk de confronterende boventoon.

Nu moest de nieuwe Marduk nog uitkomen. En juist die band vormt het beste vergelijkingsmateriaal met Sammath. Maar Sammath ontstijgt zichzelf waar het al in een stijgende lijn zat. En heeft behalve het geweldsgehalte een te eigen gezicht gekregen om niet voortdurend die vergelijking te hoeven aangaan.

Grebbeberg is wat mij betreft topmateriaal. Wat mij betreft rijp voor de jaarlijsten van elke liefhebber van de iets extremere metal.

Sammath - Strijd (1999)

poster
3,5
Het is alweer een behoorlijke tijd geleden dat ik Strijd opzette. In mijn gebrekkige herinnering is nog wel blijven hangen dat de band destijds anders klonk dan de band die later albums uitbracht die klonken als een gruwelijk bombardement op alles wat naar beschaving riekt. Die Sammath, die volwassen werd met Across the Rhine Is Only Death en vooral met het ijzingwekkende Grebbeberg geen spaan heel liet van de luisteraar, kwam dus van heel ver.

Strijd is een ander beestje. En wat mij betreft toch eentje die we serieus mogen nemen. De agressie is er wel. Dit is nog steeds geen symfonische kaboutermetal, maar het is een ruwe diamant die zijn vorm nog zoekt. Hier geen industriële kilte of deathmetalachtige explosiviteit, maar eerder een duistere, welhaast idyllische blackmetalplaat die met beide benen in de jaren ’90 staat. Daar zit hem de kneep. Het eigen gezicht ontbreekt nog. Bandbrein Jan Kruitwagen joeg zijn inspiratiebronnen te nauw na. De riffs cirkelen, de drums zijn snel maar nog niet vernietigend, en bovenal hangt er een romantische sluier over de muziek. Niet zozeer in de teksten (daar is weinig knus aan), maar in de sfeer waar melancholie, tragiek, een verlangen naar strijd zonder overwinning de boventoon voert. Het is haast elegisch.

Wat me opvalt, is de ruimte in de productie. Waar Grebbeberg je het gevoel geeft dat je in een van zuurstof onttrokken bunker wordt overvallen, geeft Strijd lucht. Er wordt geademd. Er is zelfs ruimte voor nuance. En dat maakt het ook een plaat waar je achteromkijkend best gemakkelijk mee kunt leven.

Toch blijft het Sammath. Ik zal Kruitwagens exacte woorden op diverse fora niet herhalen. Laten we het erop houden dat er geen concessies worden gedaan en er dus niet al teveel melodieuze hooks worden aangedragen. Hoewel er soms heus zachtjes een toetsenbord meezoemt. Alleen heeft het niet de intensiteit van de volwassen variant van de band. En dat maakt Strijd eigenlijk best charmant. Je hoort een band op weg naar iets groters. Naar de eigen stem die pas jaren later tot volle wasdom komt.

Want laten we eerlijk zijn: wie Grebbeberg hoort, weet dat Sammath daar iets heeft gevonden dat groter is dan woede. Daar klinkt pure destructie. Ik ben zoals je leest een groot fan van die plaat. Strijd is het verre voorstadium, maar daarmee niet minder boeiend. Integendeel: het is de enige plaat in hun catalogus waarop je Sammath nog menselijk zou kunnen noemen. Voor wie het ambachtelijke zwartmetaal van weleer een warm hart toedraagt, is het best leuk om het plaatje in (her)overweging te nemen.

Satyricon - Nemesis Divina (1996)

poster
4,0
Een mooiere manier om de machtige kwaliteit van The Shadowthrone te consolideren bestaat er niet in mijn beleving.
Satyricon mag zich definitief gevestigd zien middels het goddelijke, of was het nou duivelse Nemesis Divina.
Stilistisch is er niet zoveel veranderd, maar productioneel gezien wordt er wat afstand gedaan van het traditionele black metalgeluid. Het klinkt iets minder mistig naar mijn idee.
Zoals gezegd, op het muzikale vlak doet men waar ze goed in is. Ratelende black metal, op bij tijd en wijlen onwaarschijnlijke snelheden, verpakt in een zestal sfeervolle epische hymnes met alles erop en eraan. Soms sereen en plechtig, af en toe met bombastisch koor- en toetsenwerk en over het algemeen toch erg bruut. Frost laat je op gezette tijden met zijn moorddadige drumgeweld schuimbekkend naar adem happen.

Mother North mag zich opperhymne noemen. Afgezien van de behoorlijk achterlijke videoclip is dat met recht een monument in de black metalgeschiedenis.

Satyricon - Satyricon (2013)

poster
3,0
Wat bijzonder is, is dat het album volledig analoog opgenomen is. Met een bandrecorder. Het klinkt allemaal als een klok. En minder afstandelijk. Ik moet zeggen dat de nummers stevig in elkaar zitten. Satyricon laat zich niet leiden door complexiteit maar weet toch goed op het gemoed in te werken. In dat opzicht ben ik hier meer tevreden dan dat ik met Age Of Nero was.

Desondanks blijf ik met een ongestilde honger achter. De controleerde waanzin van Nemesis Divina of de grandeur van The Shadowthrone maakte die overleveringen zoveel krachtiger. Ik mis die kracht. Het alom geadoreerde Phoenix gaat wat mij betreft ten onder in zoetsappigheid. Het is niet vooruit te branden en wordt verder kapot gemaakt door de zoete vocalen van Sivert Høyem.

Tro Og Kraft en het eerder vrijgegeven Our Earth It Rumbles boeien me vanwege het onderkoelde karakter. Cynisch, zo je wilt. Geheimzinnig wordt het pas op het eind. Ageless Northern Spirit en The Infinity Of Time And Space. De definitieve redding van het album wat mij betreft. Satyricon levert een sterk staaltje gecomponeerde blackgewortelde metal, maar gaat mij iets teveel voorbij aan het aanwenden van brute kracht.

Satyricon - Satyricon & Munch (2022)

poster
3,0
Satyricon & Munch is een kunstproject waarbij Satyricon de werken van Verme.... o nee Munch, muzikaal begeleidt.
Ik weet daarom ook niet wat het doet als je dit bij de tentoonstelling ondergaat. Als los stuk muziek schiet het een beetje zijn doel voorbij.

Het voelt allemaal wat kleinkunsterig aan maar het is in feite niet meer dan een vervolg op de dungeonklanken die te horen waren op Fjelltronen (soloproject van Satyr, uitgebracht onder zijn echte naam Wongraven). Ik vind wel dat Fjelltronen beter raak schoot als het gaat om het scheppen van een sfeerschets.

In die zin leuk om eens aan te horen maar dat is het dan ook wel. Ik neem dan maar aan dat dit moeilijk los te zien is van de Munchervaring in het museum. Maar daar moet je dus voor naar Oslo.

Satyricon - The Shadowthrone (1995)

poster
4,5
Na het al niet misselijke Dark Medieval Times kwam Satyricon wat mij betreft in 1995 al met haar absolute meesterwerk.
The Shadowthrone bestaat uit 6 tracks en een ambient outro. Het voelt allemaal aan als één nummer.

Als geopend wordt met Hvite Krists Dod denk je de eerste minuten van doen te hebben met een doodgewoon mid-tempo black metalnummer met wat synthesizertoevoegingen, maar gaandeweg ontvouwt zich een episch meesterwerk die je meeneemt langs vele tempo- en sfeerwisselingen. Soms is het agressief, soms majestueus en plechtig, compleet met kalme intermezzo's en vikinzangen. Alleen het eerste al nummer zit mee.

Wanneer de heroïsche riffs van het 2e nummer In The Mist By The Hills starten, weet je eigenlijk al dat het net zo goed gaat worden. Hoogtepunten noemen is dan ook zinloos. Elke track is even sterk.

The Shadowthrone is een adembenemende tocht van hoogtepunt naar hoogtepunt. De op sterke wijze ingepaste viking elementen geven de bottenbrekende gekte voortdurend een plechtstatige ondertoon.

Alles is tot in de puntjes verzorgd. Er wordt heel sterk gemusiceerd en de productie is transparant doch niet overdreven netjes gemaakt.

Een diepe buiging voor dit indrukwekkende werkstuk. Satyricon claimt hier met recht de schaduwtroon en zou er nog lang op zitten.

Satyricon / Enslaved - The Forest Is My Throne / Yggdrasil (1995)

poster
4,5
Deze split cd is eigenlijk een combinatie van de 'doorbraak' demo's van Satyricon en Enslaved. Respectievelijk stammen ze uit 1993 en 1992.

Na beluistering mag je best concluderen dat Satyricon de bovenliggende partij is. De eerste drie nummers bevatten de stijl met bijbehorende kwaliteit die voorgezet wordt op hun debuut. Kille doch uitstekend gearrangeerde en gemusiceerde Noorse black metal, zoals Satyricon die maakte voor ze een decadente black n roll band werd. Night Of The Triumphator is een nummer dat niet eerder uitgebracht is.

Enslaved's Yggdrasil demo daarentegen klinkt alsof die in de huiskamer opgenomen is op een cassettebandje. Het laatste nummer stond bij mijn weten overigens ook niet op de oorspronkelijke demo.

De nummers geven ondangs het belabberde geluid al veel weer van de klasse van Enslaved. De premature versies van Heimdallr en Allfáðr Oðin klinken eigenlijk helemaal niet zo anders dan de latere versies op respectievelijk Vikingligr Veldi en Hordanes Land.
De overige nummers hadden wat mij betreft ook terug mogen keren op één van de officiële releases.

Dat betekent dat je voor de geschiedsverslaglegging deze split met een gerust hart aan de collectie kan toevoegen.

Savatage - Poets and Madmen (2001)

poster
4,0
Het laatste Oliva/O'Neill album dat de naam Savatage droeg, stamt alweer uit 2001. Poets & Madmen is enerzijds een soort summum van alle Broadway-invloeden van de band, maar anderzijds ook weer het meest heavy album van na Streets. Geen rechtoe rechtaan rockers ook geen obligate ballades vol met canonzang. Nee, nummers als There In The Silence, Commissar en Drive zijn zware, bombastische tracks met een sterke progressieve inslag. Oliva koos voor enkele ongemakkelijke ritmen en niet al te voor de hand liggende zangpartijen. Daardoor is Poets & Madmen een stuk ontoegankelijker dan een Dead Winter Dead en een Wake Of Magellan.

Jon Oliva verzorgde voor Poets & Madmen weer eens zelf de zang. Zijn stem stuk lager en bij vlagen vermoeider dan op Streets. De karakteristieken van zijn stem en zijn gave om emotie te etaleren overtuigen wel direct. Het maniakale I Seek Power is daar inderdaad een goed voorbeeld van. Het eerste nummer dat door je hoofd blijft spoken is het epische Morphine Child. Relatief gemakkelijker nummer dan de rest van het album. Het de bekende kenmerken van de rijk georkestreerde stukken van de vorige albums. Oliva's stem laat hier ook alle gezichten zien. Van kalm naar snerend en weer terug.

Cristopher Caffery is ditmaal de enige gitarist op het album. Dat werd onderhand wel eens tijd. Want als er een gast Criss' schoenen op eerbiedige wijze vervult, is hij het wel. Natuurlijk niet zo geniaal als de maestro zelf, maar wel met Savawaardige solo's. En zoals gezegd: het mocht links en rechts ook weer een beetje scheuren. Lief zijn deed men immers inmiddels bij Trans-Siberian Orchestra.

Van alle post-Crissalbums vind ik Poets & Madmen verreweg de meest interessante. Net zoals alle andere Savatage-albums bevat het een prachtige reis langs verschillende emoties. Wat het onderscheidt van de rest zijn de verschillende composities waar wat meer moeite voor gedaan moet worden om ze te doorgronden.

Het begeleidende concept heb ik in den beginne altijd wat mysterieus gevonden. Zo zat er bij de cd een foto met een aansteker en sigaret bijgesloten. Intrigerend allemaal. Enkele jaren later publiceerde de band het complete verhaal op de website. Het bleek een verhaal te zijn rondom fotojournalist Kevin Cartner die in 1994 zelmoord pleegde. Zijn confronterende foto's van de hongersnood in Soedan bracht Savatage ertoe om artsen zonder grenzen te steunen.

Saviour Machine - Legend - Part I (1997)

poster
3,0
Legend part I was het startpunt van een mega-epos over het nakende Armageddon. Saviour Machine stond een beetje bekend als gristenclubje maar qua thematiek is er geen ruimte voor van dat blije evangelische opwekkingsgeneuzel. Het mystieke bijbelboek Openbaringen staat centraal en dat is weliswaar voor velen reeds een interessante inspiratiebron geweest. Maar Saviour Machine betreedt nog geen platgetreden paden.

Muzikaal is beweegt Saviour Machine zich een beetje op het vlak van de progressieve hardrock met veel gothic/wave-accenten. Het is bombastisch, groots en meeslepend. Links en rechts duiken er wat Queensrÿche-invloeden op. De zang van Eric Clayton neigt weer wat naar een hele donkere David Bowie en zo zijn er wel meer invloeden te ontwaren. Men maakt veel gebruik van symfonische accenten. Die komen uit een doosje en komen derhalve wat goedkoop over. Zelf vind ik het ook wel weer zijn charme hebben. Saviour Machine weet van alles uit het beperkte budget te persen.

Verwacht geen liedjes met kop en staart. Dat is voor hitparadediertjes. Dit is een lange zit die eigenlijk in één keer uitgezeten dient te worden voor het maximum effect. Als je niet in de beoogde sfeer komt, kan het betrekkelijk langdradig zijn. Het korte doch prachtige tweeluik I Am/Legend I:I waarmee het album min of meer van start gaat, is er om je op weg te helpen. Het lukt mij niet altijd om erin te komen maar als het dan lukt, zit ik ook direct prevelend op mijn blote knieën mijzelf te geselen in een poging om de toorn van de Antichrist te neutraliseren en de laatste beslissende slag van Megiddo voorlopig nog even af te wenden.

Sear Bliss - Heavenly Down (2024)

poster
3,5
Terwijl via de hoes de link wordt gelegd met het in 1996 verschenen 'Phantoms' ploegt het Hongaarse Sear Bliss voort met het fabriceren van melancholische metal met een licht zwartgeblakerde inslag. Natuurlijk speelt het stemmige blaaswerk opnieuw een rol in het accentueren van dat geluid.
En als 'Infinite Grey' eenmaal van start is, bekruipt al snel het gevoel dat de ploeg soms wat al te braaf uit de hoek komt. Helemaal als we ineens in een comfortabel hardrockritme blijken zijn te gevallen.

Toch blijft het album wel boeien en dat komt vooral door de bedrukte sfeer die zich uitgedrukt weet in ijle toetsenpartijen en feeërieke melodieën die snel beklijven. Dat er dan soms lukraak wat nietszeggende blastpartijen zijn verweven in de composities is dan geen struikelblok meer. Ze komen en ze gaan en je hebt er geen erg in.

Sear Bliss blijft gewoon een band die met een herkenbaar en redelijk uniek geluid voor de dag blijft komen. Voor wie met 'Phantoms' al is ingepakt door deze gasten, kan er weinig verkeerd zijn met de aanschaf. Dat geldt ook voor de neerslachtige geesten onder ons. Sear Bliss herbergt veel elementen uit de klassieke doom/death zonder doom/death te zijn. Vandaar dat dit ook voor hen een aanrader kan zijn. Voor wie slechts rekenen wil op bikkelharde blackmetal raad ik een straatje om aan.

Sear Bliss - Phantoms (1996)

poster
4,5
Sear Bliss kwam ineens via Two Moons bovendrijven toen de tweede blackmetalgolf zo'n beetje op het hoogtepunt kwam. Het was de tijd dat steeds meer symfonische elementen hun intrede deden in het ruwe oorspronkelijke geluid. De tijd van de opkomst van het meer gematigde blackmetalgeluid dus.

Sear Bliss borduurt voort op het geluid van Dimmu Borgir ten tijde van For All Tid en Stormblast. Tegelijkertijd klinken deze Hongaren ook weer net zo Oosteuropees als Tormentor en Master's Hammer dus in die zin is de vergelijking gemaakt ter referentie en niet om de band af te doen als kloon.

Phantoms klinkt een beetje krakkemikkig maar dat is tegelijkertijd ook de charme. De magie van het uitgestrekte woud, waar al het zonlicht stevige moeite heeft om goed tot het grillig generfde blad door te kunnen dringen, komt al tot wasdom in het kraakheldere tokkelintro dat ons langzaam naar de ijle openingskeyboards van Far Above The Trees leidt.

Dat eerste echte nummer drukt direct de heidense visitekaarten af van de heren van Sear Bliss. Druilerige doch melodieuze blackmetal die bij vlagen tegen de doom aanschurkt. Een reis langs prehistorische mysterieuze plaatsen waar volgens volkse overleveringen de plaatselijke heksen en ander woudgespuis vergeten rituelen uitvoeren om de goden en geesten gunstig te stemmen.

Aeons Of Desolation en het navolgende 1100 Years Ago volgen hetzelfde stramien waarbij extra stemmige atmosfeer wordt geschapen door een gelaten trompetmelodie de grauwe sluiers te laten doorbreken. Op de gematigde tempo's gedijt de archaïsch heidense boodschap bijzonder goed. Af en toe laat de band zich wel van haar meest barbaarse kant zien middels een woeste versnelling. Die klinken rommelig en tegelijkertijd ook heel amusant. Zo blijft het album ook boeien.

Het lange Land Of The Phantoms is ook een betoverende reis door het grimmige Oosteuropese natuur. Sear Bliss is nooit echt dreigend of boosaardig. Maar wel heel sterk in het overleveren van de sagen en mythen uit vervlogen tijden. Het zijn de engelachtige akoestische passages die de herfstsluier zo nu en dan wegjagen en de pastorale keyboards en sombere trompetklanken die de nummers aan zeggingskracht doen winnen.

Phantoms is een zeer fraaie sonische reis die mede dankzij de (kleine) tekortkomingen op het productionele vlak zo ijzersterk tot uitdrukking komt. Sear Bliss is nog steeds onder ons. Het bracht een evenzo sterke opvolger uit en daarna vervloog de magie uit het verder consistente geluid van het zestal. Dit is één van de sterkste debuutalbums die ik ken.

Sepultura - Against (1998)

poster
3,5
Against laat een wat onwennig klinkend Sepultura horen. Na het klinkende succes van Roots brak de band met mede-oprichter en boegbeeld Max Cavalera vanwege een zakelijk conflict dat vanwege de familiaire connecties tussen de hoofdrolspelers in een etterende wond veranderde.

Dat gaat ons buitenstaanders in feite niet aan maar we weten allemaal hoe 'zonder die en die erbij, geen vul de bandnaam maar in' - roepers zich laten leiden door sentimenten die via interviews worden opgetekend. Aan de Amerikaanse brulbaas de ondankbare taak om die schoenen te gaan vullen die van mijlenver uit de sloppen van Belo Horizonte naar de grote metalpodia in de wereld kwamen wandelen.

Max Cavalera zelf genereerde aandacht met Soulfly door moeiteloos de draad van Roots op te pakken. En de achtergebleven leden wisten onder leiding van Andreas Kisser kennelijk noet goed waar te beginnen. Against laat ook wel horen aan te willen sluiten op Roots en in mindere mate op Chaos A.D. door zware grooves opgeleukt met van die tribale trommeltjes te gebruiken. De typisch snerende leads en riffs van Kisser drijven er lekker op. En Derrick Green kan ook lekker brullen. Wel zonder de Portugese tongval dan.

Opener Against echter is weer pure hardcore. Tikje aan de vrolijke kant en heel erg leunend op de voorbeelden uit de NYHC scene. Verderop keren dat soort momentjes ook weer terug. Daarmee probeert Sepultura zich te onderscheiden maar deze uitspattingen voelen wel vreemd aan binnen het geheel.

Niettemin was het een vermakelijke release. Dr pers was er niet zo kapot van. Zelf vond ik het fijn dat Sepultura wel wat meer snellere tempo's bracht in de bekende jaren 90 groovedingeswereld. Maar ik zette vaker Beneath The Remains of Schizophtenia op. Niemand wist meer wat ze met Sepultura aan moest, zo leek het. En de band zelf ook niet. Toch is dit niet slecht te noemen. En dat bracht houvast.

Gelukkig maar, want deze incarnatie zou weliswaar drummer Iggor Cavalera nog gaan verliezen maar zich per plaat sterker revancheren. Het is een toonbeeld geworden van een band die lef toont. Precies zoals de band Chaos A. D. en Roots durfde te maken, durfde de band ook door te gaan en met Against een startpunt neer te zetten voor een artistiek ijzersterk vervolg van de Sepulturalegende.

Sepultura - Chaos A.D. (1993)

poster
4,0
Sepultura neemt met Chaos A.D. afstand van haar oorspronkelijke stijl (de ware roots dus) en komt voor de dag met wat minder verfijnde onthullingen die in al hun sober- directheid met beide benen in de jaren 90 staan. Geen flitsende gitaarsolo's meer en ook weinig up-tempo spul. Op Chaos A.D. zijn wel veel hardcore invloeden terug te vinden. En ook veel van die rare onaffe riffs die de basis zouden kunnen vormen voor wat we nu metal zijn gaan noemen.

Niettemin vind ik Chaos A.D. een perfecte plaat voor het kanaliseren van ongebreidelde systeemhaat. Refuge/Resist is wat dat betreft de barricadesong bij uitstek. De punkuitspatting die zo halverwege haar intrede doet, kon op geen beter ogenblik ingepland worden. Agressieve spastische bewegingen maken tijdens deze passage zijn voor mij behoorlijk compulsief. Het loggere Territory zet je in de stroom die het leeuwendeel van het album kenmerkt: moddervette grooves.

Door het akoestische Kaiowas en de epische instrumental Manifest neer te zetten op strategische plaatsen op het album, is het haast onmogelijk om van inkakmomentjes te spreken. Destijds vond ik het jammer dat het korte Bio-Tech Is Godzilla welhaast de enige referentie aan vroeger was, maar daar kwam ik al heel snel op terug. Sepultura was in ontwikkeling. Uiteindelijk is de band met Roots niet geworden wat ik had gehoopt, maar toch.

Hulde trouwens voor de prima interpretatie van New Model Army's The Hunt. Op zich houd ik nooit zo van covers, maar er zijn altijd uitzonderingen die de regel bevestigen.

Shining - III: Angst, Självdestruktivitetens Emissarie (2002)

poster
4,5
Ofschoon iedereen het er wel over eens is dat Kvarvoth met zijn vijfde album de duistere harten van de negatiever gestemden onder ons definitief veroverde, is de aanloop er naartoe mijns insziens ook erg interessant om eens te belichten. Met vier albums in vijf jaar tijd maakte Shining in wisselende samenstellingen de opmaat naar dat ene suïcidale monument uit 2007. De eerste twee worpen waren diepgeworteld in bekende black metalrazernij. Met goed gevoel voor melodie en beslist niet slecht maar niettemin, nogal standaard.

Het derde album dat Angst, Självdestruktivitetens Emissarie als ondertitel meekreeg, toont flinke barsten in de zwartgeblakerde cocon waarin de automutilerende rups zichzelf opgesloten had. Met ontroerende melodieuze passages worden je gemoederen flink in de week gezet. Maar er is balans. Want op onbewaakte ogenblikken bijt het gedegenereerde beest in de cocon van zich af. Verpulverende blastpassages zijn het gevolg. Ook Kvarvoth's vocalen bevinden zich hier nog in de standaard zwartmetalen krijsen. De rand van de afgrond is in zicht maar de black metalwortels zorgen voor een stevig harnas zodat het nog aan de veilige kant blijft.

Een transparante en volle productie geven het album een fikse dosis kracht en biedt de argeloze black metaltwijfelaars een kans om ook eens over die smerige schutting te kijken. In de ontwikkeling naar het breedgewaardeerde Halmstadt is III: Angst, Självdestruktivitetens Emissarie in mijn beleving een sleutelalbum gebleken. Een goede balans tussen splijtende metal en weemoedige melodieuze stukken. Een artiest die (muzikaal gezien) volwassen wordt.

'Mörda Dig Själv' bijt Kvarvoth ons toe. U hoeft geen Zweeds te spreken om de betekenis daarvan te kunnen doorgronden. Ik doe het mooi niet, want zover ik Dante mag geloven is er in alle kringen van de hel nergens een plaats waar ik dit album nog kan beluisteren.

Signal - Loud & Clear (1989)

poster
4,5
Dit is echt een geweldig AOR/hardrockalbum uit de goeie ouwe tijd. De tijd dat ik dit vanwege peer pressure uit de thrash/death hoek dit soort dingen enkel ongestoord in mijn eentje of met een aangewaaid vriendinnetje kon draaien.

Signal pakt breed uit met krachtige songs die binnen no-time in je kop zitten. Het is sentimental as shit, maar wel onweerstaanbaar. Loud & Clear trekt wel erg de Survivorkaart maar omdat ze net een heel klein tikkeltje heavier zijn, is het toch net iets eigenzinniger.

Fraai is met name het zangwerk van Mark Free, die inderdaad tegenwoordig als Marcie Free met Unruly Child de planken nog steeds onveilig maakt. Hij beschikt over een en goede mix van zijn kop- en borststem waardoor hij enorm krachtig al die sterk geschreven melodieën uitblaast. Qua timbre zit hij tussen Jimi Jameson en Dan Huff van Giant in.

Signal is op zijn sterkst in die lome, ingehouden tracks als My Mistake en You Won't See Me Cry waar Free dan als een orkaan doorheen mag woelen.

Is het de nostalgie of is het gewoon dat dit genre eind jaren 80, begin jaren 90 op zijn absolute hoogtepunt was dat we er anno nu nog steeds mee wegzwijmelen?

Sinister - Deformation of the Holy Realm (2020)

poster
4,0
Eigenlijk vind ik dat Sinister sinds Afterburner geen slechte dingen meer gedaan heeft. Na het waanzinnige Hate kwam de klad er een beetje in. En met het genoemde album uit 2006 kwam de boel weer goed op orde. En zo komen er met voortdurend wisselende samenstellingen toch alweer een behoorlijke tijd kwalitatief goede platen uit deze hoek op ons afgevuurd.

Deformation Of The Holy Realm laat enerzijds de bekende brute Sinister horen. Nietsontziende blastpassages waarover Aad zijn laster overheen kotst. En anderzijds ook ruimte voor fraaie solo's en een klein beetje bijbelse bombast hier en daar. Zo krijgt het album een fijn occult sfeertje mee. En daar ben ik gek op.

Natuurlijk bewandelt Sinister paden die vele andere bands tot in den treure bewandelen. Daarom is er niets nieuws onder de zon. Maar ik vind wel dat de band hier veel dynamiek in de nummers legt waardoor je toch voortdurend een schop onder je hol krijgt. De vaart zit er wat dat betreft goed in.

Ronduit fraai is Scourged By Demons waarin die meeslepende elementen van Hate uit 1995 zijn weerklank vinden. Al is het mij een raadsel waarom het openingsthema van Therions Ginnungagap hier als intro moet dienen. Is het een ode? Is het toeval? Wie het weet mag het zeggen.

Ander hoogtepunt is het hysterische Oasis of Peace (Blood from the Chalice). Schuimbekkend agressief compleet gemaakt met een epische passage waarin melodieuze solo's een kort moment naar voren mogen komen. Fraai gedoseerd en niet zo a la Malmsteen gedropt zoals Vital Remains altijd doet.

Verder niets ingewikkelds maar een heerlijk vlot album voor wie van brute deathmetal houdt.

Spectral Voice - Sparagmos (2024)

poster
4,5
Spectral Voice heeft een plaat van formaat afgeleverd. Sparagmos verscheen al in februari, maar pas nu, op het moment dat de hersfst nakende is, vervullen de verwrongen klanken die in deze geluidsdrager gebeiteld zijn, mijn met reuzel besmeurde tombe.

Slechts vier composities bevolken de smadelijke drie kwartier die het album duurt. En in die drie kwartier wordt de luisteraar ondergedompeld in een onheilspellend vagevuur vol loodzwaar doodsmetaal dat regelmatig langs de diepste doomkrochten scheert. Waar het ene moment het geheel zich traag en macaber voortsleept, kan het weer zo omslaan en je in een hagelstorm van blastbeats doen belanden.

Heel even schieten herinneringen aan Ritual Of The Dead Hand, dISEMBOWELMENT en Grave Miasma door mijn gedegenereerde brein om een soort vergelijking te schetsen. En dan gaat het om de kruisbestuivingen tussen loodzware doom en death met een zwartmetalen randje.

Opener Be Cadaver doet met die dissonante "open string" riffs en het ziekelijke gekrijs er tussen door de eerste helft in de verte zelfs denken aan Khanate. Halverwege druppelen de deathmetalriffs het kader binnen en dan is de bevrediging compleet. En dan moet de verstilde, pastorale uitgeleiding nog komen.

Zo komen er heel wat tinten zwart en grijs voorbij in het massieve geluid van Spectral Voice. En dat was dan nog maar het eerste nummer. Navolgend treedt Red Feasts Condensed Into One aan. En die vervalt na een korte flitsende opening ook in een pletwals van doomklanken. Het is verbazingwekkend hoe sterk de dynamiek is in deze trage stukken. Het samenspel tussen de onderaardse grunts, de riffs en de trommelslagen is subliem en avontuurlijk. Spanning gegarandeerd.

Het kortste nummer van de plaat heet Sinew Censer en lijkt met zijn zeveneneenhalve minuut toch het meest traag aanslepende nummer te zijn. We horen wat meer doom/deathriedeltjes die we vaker hebben gehoord. Wel een fraaie doch bijna onopvallende break in. Al met al niet onaardig, maar niet zo spannend als de rest van het album. Hier komt de oude My Dying Bride even om de hoek kijken. Vooral het slot herinnert aan Symphonaire Infernus Et Spera Empyrium. Deze passage doet mij wel weer opveren.

Gelukkig keert de spanning ruimschoots terug in de spookachtige hekkensluiter Death's Knell Rings In Eternity. Het is een dreigend nummer waar Spectral Voice nog eens het hele register naloopt en de inhoud daarvan in het smachtende hellevuur gooit. De loodzware riffs lijken hier per seconde te verdichten waardoor een verstikkende sfeer ontstaat als het nummer in de vertraging schiet. Als een stuk wrakhout dat na het liggen van de storm al dobberend tot stilstand komt. Het volgende onheil kondigt zich dan aan middels de bezwerende vocalen die zijn ingestart. Wat volgt is een reeks aan tempo- en sfeerwisselingen. Dit is wat je noemt een kroon op een album.

Spectral Voice smeedt van allerlei bekende en minder bekende invloeden een ijzersterk geheel dat de luisteraar op het puntje van de stoel houdt. Buitengewoon knap is hoe dit leidt tot een buitengewoon avontuurlijk werkstuk. Ook de zieke en aartsdonkere sfeer helpt natuurlijk enorm. Ik ben onder de indruk.

Steel Panther - Balls Out (2011)

poster
3,5
Over de puberale teksten en bijbehorende attitude moest ik me wel even overheen zetten. Maar goed, de heren nemen zichzelf dan ook verre van serieus. Steel Panther is in alles een glammende en hairprayspuitende ode aan de spuitende, snuivende en met een dronken hoofd mensen omverrijdende hardrockelite dat in de jaren 80 voornamelijk vanuit Hollywood de wereld bestookte met hun lineaire maar luidruchtige feestliederen. Op weinig subtiele wijze neemt Steel Panther al die elementen op de hak. And then some.

Toch val ik er als een blok voor. Dat ligt aan niets meer of minder dan de gave van de heren om buitengewoon catchy songs te schrijven. Die zijn op Balls Out nog beter gelukt dan op Feel The Steel. Na één keer Just Like Tiger Woods was ik om. Dat is een onverbeterlijk charmant nummer compleet met opzwepende stadionecho's op de drums. Dan is het niet moeilijk meer om ook de voetjes van de vloer te doen bij de stampende rockers zoals Supersonic Sex Machine en Gold Digging Whore. Soms is het snel en stuwend en dan is het weer dampend en groovend. In de vorm van hekkesluiter Weenie Ride staat er ook nog een hartverscheurende ballade op. Met de afwisseling zit het dus wel goed.

Steel Panther heeft de decadente jaren 80 volledig in de vingers. Het is een pastische, maar met terugwerkende kracht is het toch wel een buitengewoon vermakelijke pastische. Veel leuker dan dat afschuwelijke The Darkness.

Summoning - Let Mortal Heroes Sing Your Fame (2001)

poster
Let Mortal Heroes Sing Your Fame is zonder meer een meeslepend epos. Het Oostenrijkse orkenduo Summoning kan niet zonder Lord Of The Ringsdecor. Tolkien gaaf vinden is denk ik een must wanneer je hier aan begint.

In de basis treffen we black metalgewortelde scheurgitaren aan die moeizaam worden voortgetrokken door slepende ritmen, hoorbaar afkomstig uit een my first Sonydrumcomputer. De toetsen afkomstig van een apparaat van hetzelfde merk kleuren de boel op melodieuze wijze in. Het resultaat is een soort gothic wave-achtige trip. Een rafelige vocalist declameert krijsend zijn verhalen die dus geïnspireerd zijn door verhalen uit Midden-Aarde. Het geheel wordt compleet gemaakt door samples uit het Lord Of The Ringshoorspel van de BBC uit 1981 als ik mij niet vergis.

Laat je meevoeren van de verlaten mijnen van Moria naar de met goud behangen schuilplaats van Smaug tot aan het mysterieuze Demsterwold alwaar de kwaadaardige Sauron langzaam maar zeker weer een vaste vorm krijgt.

Knullige effecten zijn knullig. Niettemin moet ik er niet aan denken dat Summoning ooit voor de dag zal komen met filharmonische orkesten en andere toeters en bellen. Dat zou het spookachtige sfeertje ernstig bederven. Zelfs de abominabele mix is in dit geval een pluspunt.

Mits in de juiste stemming is Let Mortal Heroes Sing Your Fame een utiermate charmant plaatje. Het wijkt niet veel af van het andere dat Summoning biedt. Het meer traditioneel klinkende Lugburz uit 1995 uitgezonderd dan.