MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Edwynn als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Marduk - Heaven Shall Burn... When We Are Gathered (1996)

poster
3,5
Van de tweede generatie blackmetallers behoorde Marduk tot de selecte groep kwaadaardige orkestjes die verdacht veel muzikaal vernuft in hun wervelstormen van Satanische geweldsuitbarstingen verwerkten. Per album ontwikkelde de band zich op compositorisch vlak en met dit vierde album, dat een titel mag dragen die rechtstreeks geplukt is uit het nummer Dies Irae van Bathory, zou de band wat mij betreft mogen spreken van haar eerste meesterwerk.
Heaven Shall Burn werd de muziek ook nog eens gegoten in een dure Abyssproductie onder leiding van de op dat moment juist gevestigde Peter Tägtren. Op die manier kon ook een iets breder publiek aangesproken worden door dit brok graniet.

Zelf ben ik niet zo'n grote voorstander van zijn klinische, van alle spontaniteit ontdane digitale producties, maar Marduk zet gewoon ijzersterk songmateriaal tegenover dat geluid.
Zodoende kan ik optimaal genieten van dit gitzwarte werkstuk. En wat wel goed uit de verf komt zijn de geweldige riffs waarin ook de onderliggende melodieën goed hoorbaar zijn. Vooral het magnifieke Glorification Of The Black God is daar een mooi voorbeeld van.

Heaven Shall Burn... When We Are Gathered is ook het eerste werk met rochelaar Legion. Die ontpopte zich louter op grond van deze plaat tot dé Mardukvocalist. Dat zal wellicht ook met zijn presentatie te maken hebben, want echt een veelzijdig vocalist is het niet echt. Wel weet hij een demonische bezetenheid in zijn voordrachten te leggen die de luisteraar een ongemakkelijk gevoel bezorgen.

Marduk speelt ook op Heaven Shall Burn een vorm van black metal die vrijwel alleen op topsnelheid wordt afgewerkt, maar af en toe is er wel ruimte voor al dan niet subtiele tempowisselingen. Met de diabolische epic Dracul Va Domni Din Nou in Transilvania wordt de versnelling wat verder teruggeschakeld om als in een straffe mars door een kolkend moeras te kunnen ploegen.
Op die wijze is Heaven Shall Burn niet alleen een bikkelharde en bijtende, maar ook nog eens een uitermate afwisselende muzikale schijf geworden.

Doe er je voordeel mee als je wel wat warmte voelt bij extremere death en black metal.

Martröð - Draumsýnir Eldsins (2025)

poster
4,5
Martröð liep al wel wat langer rond in de scene maar toch werd pas onlangs in de vorm van Draumsýnir Eldsins het debuut op de argeloze mensheid losgelaten. En geheel volgens IJslandse traditie gaat dat met de donder en het geweld van een uitbarstende vulkaan. Geheel naar adagium van collega's zoals Nexion, Misþyrming, Sinmara en natuurlijk Svartidauði wordt dissonant blackmetalgeweld gekoppeld aan meer gestroomlijnde hypnotiserende passages. Daarmee krijgt het massieve geluid een epische lading mee waar menig kotertje "u" tegen zal zeggen. Overweldigend. En dat in slechts vijfendertig minuten actie.

De echte verrassing zit mij vooral opgesloten in de bombastische passages die her en der opduiken die vooral herinneringen oproepen aan de stokoude dagen dat Enslaved onder luid gezang van de Walkuren nog eens rücksichtlos bloedbaden aan kwam richten met hamers en zwaarden. Veel hiervan zit opgesloten in de waanzinnige openingstrack Sköpunin.

Fraai zijn ook de enigszins verstilde passages die her en der claustrofobisch aandoen. Denk hierbij aan de trage opening van Tíminn die vervolgens meedogenloos in de allerhoogste versnelling schiet. Het razende gitaarwerk is even bruut als zorgvuldig waardoor er soms wat schizofrene gevoelens optreden. Enerzijds is het bruut hakkende geweld ronduit vernielzuchtig, maar met een iets andere invalshoek kan het razende geweld net zo goed rustgevend en sereen zijn. Het intermezzo is weer heerlijk beklemmend en doen vaag denken aan de mijmeringen van The Ruins Of Beverast.

Martröð klinkt op haar eerste echte album als een grillig natuurlandschap vol met vuurspuwende vulkanen, angstaanjagende grotten die ver voor het ontstaan van de mensheid gevormd zijn. Even wonderschoon als levensgevaarlijk. Ik snap wel dat liefhebbers hier naar uitkeken.

Masterplan - Aeronautics (2005)

poster
2,0
Masterplan. Een reserve-Helloween rondom de voormalige pompoenen Roland Grapow en Uli Kusch. Omdat de band al een heel aardig debuut op haar naam had staan en omdat voor Aeronautics opnieuw Jorn Lande bereid was gevonden om achter de microfoon te komen staan, was mijn interesse meer dan gewekt.

Toch laat het tweede album me met een ietwat teleurgesteld gevoel achter. De ruwe randjes van het debuut zijn er af en ervoor in de plaats krijgen we een volgepropte en gladgestreken productie terug. Zodra Crimson Rider ingezet wordt zitten ik opgescheept met voortdurend aanhoudend synthorkest dat de centrale thema's blijft volgen zoals een obsessieve stalker tevergeefs alle bewegingen van zijn voormalige vriendin blijft volgen. Het is een lege, holle toevoeging die er wel bij geplakt lijkt te zijn omdat de sporen toch volgetrapt moesten worden.

Waarom ik dan toch regelmatig de plaat uitzit en ook drieënenhalve ster geef? Nou simpel. Jorn Lande. Hij tilt het plan naar een masterniveau. De mineurklank in zijn stem biedt prachtig tegenspel aan obligate nummers als Back For My Life en I'm Not Afraid. Hij gaat niet zo tekeer als bij Ark of Beyond Twilight maar blijkt zeer wel in staat om veel gevoel in een ballade als After This War te leggen. Vooruit, ik heb nog een reden: het gitaarspel van Grapow. De leads zijn redelijk spaarzaam maar wel mooi helemaal des ouderwets Helloweens en dus zeer geslaagd. En de nummers in het algemeen zijn, zoals ik al zei, erg obligaat maar ook erg aanstekelijk.

Ik weet het, het is tegen mijn principes maar ik vraag mij dit keer hardop af wat er met het flitsende Falling Sparrow zou gebeuren als dat zeurende synthorkest er vanaf gereten werd.
Ik zou het erg graag eigenhandig doen met de oude bajonet van mijn vader.

Mayhem - Live in Leipzig (1993)

poster
4,5
Ofschoon ik De Mysteriis Dom Sathanas een uitstekende plaat vind, is de essentie van de gekte van Mayhem toch net wat beter gevangen in de non-officiële uitgaven zoals Out Of The Dark en In Memorium. Live In Leipzig is wel officieel uitgebracht en heeft ook de krankzinnigheid aan boord waar de band om bekend stond. Niet opgenomen in het lokale voetbalstadion maar in de Eiskeller Club, een beschimmelde bunker waar de plaatselijke jeugd zijn zakgeld overhandigt aan de kastelein in ruil voor wat bedwelmend vocht en een kleine dosis takkeherrie.

We schrijven 1990. Mayhem doet er alles aan om de allerextreemste band ooit te zijn. De frontman noemt zichzelf Dead. Hij wilde eruit zien als een lijk. Hij beschilderde zijn aangezicht met witkalk en maakte de oogranden zwart. Voor de gig begroef hij zijn patchjas en zijn shirt in de aarde. Dan zag hij er extra uit als een wandelend lijk dat door de zwarte pest is aangetast. Nog wilder is het verhaal dat hij dode dieren in een plastic zak deed en dan de lucht er van op snoof. Optreden ging nu eenmaal beter met de geur van de dood in de neusvleugels. Of zoiets. Dead zal ongeveer de eerste zijn geweest die corpsepaint introduceerde op de wijze zoals we die nu kennen.

Aan sfeerschetsen geen gebrek, bij Mayhem. Tel daarbij op de krakkemikkige sound en het hysterische gekrijs van voornoemde zanger en je hebt een prototype blackmetalding in handen. Bikkelhard, gemeen en intens. Dat vat het zo ongeveer wel samen. Mijns insziens komen op deze wijze de van De Mysteriis bekende stukken als Pagan Fears, Buried By Time And Dust en Freezing Moon net wat beter tot hun recht. Smeriger en brutaler dus.

Het geluid is dus wat krakkemikkig, maar niet onoverkomelijk. Het maakt het allemaal net wat authentieker. Toffe release van een knotsgekke band. Als vertegenwoordigend element van de ontwikkeling van de Noorse scene, is Live In Leipzig niet te versmaden.

Medico Peste - Aesthetic of Hunger (2025)

poster
4,0
Deze band kende ik nog niet. Maar Aesthetics Of Hunger is zeer de moeite waard, vind ik zelf. Het is de derde full length en is, naar ik begrepen heb, opgenomen met een totaal nieuwe line-up ten opzichte van het eerdere spul.

Het album overrompelt met een verwoestende en afwisselende vorm van moderne, van dissonanten voorziene blackmetal waar door middel van het toevoegen verschillende samples een onheilspellende sfeer wordt neer gezet. In die zin zie ik al snel een vergelijking opdoemen met Funeral Mist. Ook zijn er parallellen te trekken met de landgenoten van Mgła en zelfs Behemoth.

De band schakelt gemakkelijk tussen aggressieve snelle passages en wat comfortabelere passages waar ruimte gegeven wordt de neerslachtige gevoelens die het album met zich meetorst. Luister ook vooral even naar hekkesluiter Act of Faith dat een buitengewoon spannende curve kent.

Medico Peste laat op Aesthetics Of Hunger horen goed uit de voeten te kunnen met verschillende invloeden en weet daarvan een avontuurlijk geheel van te maken.

Merauder - Master Killer (1995)

poster
3,5
Loop je dan. In dat typische achterbuurtje in een verlopen voorstad van een veel te grote Amerikaanse metropool. Basketbaloutfitje aan. Minding your own business als de langzaam zakkende avondzon de grauwe, grijze straten en gebouwen geeloranje kleurt. En dan gebeurt wat je had kunnen weten. Een groepje opgeschoten knapen komt van een versleten veranda afgestapt. Recht op je af. Ow shit. Je bent binnen no time omsingeld. Er wordt met priemende vingers in je nieuwe shirt geprikt. Er wordt moeilijk boos gekeken. Er wordt je gevraagd wat de FOK je komt doen in de hood van die gang met die naam afgeleid van de naam van de straat waar je toevallig liep en die ook weer blijkt uit de lelijk ingekraste tattoos die die gasten in hun nekken dragen. Maar jou maken ze niks. Want jij bent de Master Killer. Een urban assassin pur sang. Weten zij veel. En je tovert je blaffer tevoorschijn en je laat die nepgangsters diep in de loop van dat ding kijken. Life is pain, motherfuckers. Blam, blam, blam...

Op de achtergrond is ergens uit een slaapkamer een ghettoblaster te horen waarop de laatste tonen van deze eerste cd van Merauder langzaam wegsterven. Grooven tot je kapot gaat. Biohazard deed het een beetje voor. Merauder ging verder. Soort van rappen met metalriffs. Was het nog maar 1995.

Mercyful Fate - Don't Break the Oath (1984)

poster
5,0
Na een rondje doorheen mijn King Diamond/Fate collectie ben ik weer terug bij Don't Break The Oath.
Ik vind hem net een tikje beter dan Melissa, maar dat kan te maken hebben met de overrompelende indruk die de plaat op me achterliet, toen ik hem voor het eerst hoorde.
Ik heb dit zo grijsgedraaid dat ik het een tijd lang niet geluisterd heb. Vandaar mijn aanvankelijke 4 sterren.

Inmiddels is het vuur weer net zo heftig opgelaaid als de hoestekening doet vermoeden. En dan vraag ik mijzelf af waarom ik het zolang stof heb laten happen. Tom Keifer zong ooit eens: you don't know what you've got till it's gone, een tegelwijsheidje, maar het is een waarheid als een koe.

De typische combinatie tussen heavy metal, neoklassieke en gothische elementen geven de muziek een bijzondere klassiek aandoende horrorlading. Alsof je de bekende boeken van Bram Stoker of Mary Shelley bij het licht van een enkele kaars aan het lezen bent.

Natuurlijk speelt de geschifte vocale aanwezigheid van King Diamond een behoorlijk grote rol. De manier waarop zijn vocalen in de mix staan, is op geen enkele andere Diamondplaat zo geslaagd als hier, vind ik. Niet teveel op de voorgrond, maar ook weer niet helemaal begraven in de mix. En dan zijn er nog die gekke echoeffecten die hem soms laten klinken als een psychotische stem in het hoofd. In Nightmare bijvoorbeeld waar hij op het eind ' you are insane' op een kinderachtige pestkoppen manier begint te gillen. Kippenvel.

Ook één van de gitaristen, ik weet nog steeds niet wie wie is, ligt wat achter in de mix. Dat geeft extra kracht aan het spookachtige karakter. Over de solo's gesproken. Het zijn er wel heel veel, maar ze zijn dan ook echt allemaal even goed. En uitstekend getimed. Het is beslist geen raffelwerk.

Sowieso is de magistrale opbouw van vrijwel alle songs prijzenswaardig. Er is voortdurend spanning en avontuur. Vooral Night Of The Unborn is een ware achtbaanrit wat dat betreft. Het rechtlijnige Gypsy is dan ook het enige relatieve rustmoment als je het mij vraagt. Alle overige nummers zitten boordevol geweldige riffs, jankende solo's, tempowisselingen en sinistere effecten. Alleen bij het intermezzo To One Far Away mag je nog heel even naar adem happen alvorens de klassieker der klassiekers Come To The Sabbath dit demonische meesterwerk op meer dan waardige wijze afsluit.

Later on the master will join us zingt King in dit nummer. Volgens mij was hij zeker al een kleine veertig minuten aanwezig in het helse ritueel.
Don't Break The Oath is verplicht voer voor de traditioneel ingestelde metalliefhebber.

Messiah - Fatal Grotesque Symbols - Darken Universe (2020)

poster
1,5
De charme van Messiah lag ooit verscholen in de krankzinnige voordrachten van voorman Tsöschi. De twee navolgende uitspattingen na diens vertrek die we kennen als Choir Of Horrors en Rotten Perish waren wat conventioneler maar bevatten nog steeds hele aardige death/thrash met een duister randje. Daarna kwam de klad er wel in met het bedroevende Underground.

Dat is anno 2020 niet veel anders. Dit eepeetje duurt nog geen veertien minuten maar ik heb nog nooit zoveel moeten gapen tijdens zo'n 'stief kwartiertje'. Drie nummers waarvan eentje, Fatal Grotesque Symbols - Darken Universe, helemaal nieuw is. De titel belooft veel, maar in de praktijk kom je thuis met ontzettend saaie, generieke hakketakthrash zonder enig enthousiasme of spanning. Een matige Vader of zelfs een wanstaltig Atrocity (Blut-era) wordt op zijn best benaderd.

Wat resteert zijn twee oude krakers in de vorm van Space Invaders en Extreme Cold Weather die heropgenomen zijn. Ik heb maar één vraag daarbij: waarom denken deze belegen gasten die gekte van toen te kunnen evenaren? In mijn optiek klinkt het alsof het bruiloftsbandje dat op het jubileumsfeestje van ome Kees en tante Wil nummers van René Froger stond te verkrachten zich hier waagt aan een onbezoedeld stukje metalhistorie. Dan was Space Invaders zeker om in te komen. Want Extreme Cold Weather klinkt ietsjepietsje beter. Maar dan nog; dit is nergens voor nodig.

Als dan het titelnummer de voorbode moet zijn van een nieuw album dan wacht ons een lege kelk waar dertig jaar geleden de inspiratie al uitgeslobberd was.

Gauw wegspoelen met het kan niet schelen wat voor een ander potje herrie ook.

Metallica - Load (1996)

poster
4,0
Omdat aan de vooravond van het verschijnen van Load met name de heer Ulrich zich al eens liet ontvallen dat Rocktallica een betere naam zou zijn voor zijn band, had ik ook geen thrashalbum verwacht.
Wat ik te horen kreeg, deed in eerste instantie mijn wenkbrauwen wel fronsen. Ook keek ik met gemengde gevoelens naar de gestalten die de begeleidende persfoto's vulden. Is dit Metallica?

Hoewel het, na het voor mij teleurstellende doch populaire black album, in de verwachting lag dat er op deze wijze voortgeborduurd zou worden, blijkt Load muzikaal toch veel interessanter te zijn dan zijn succesvolle voorganger.

In eerste instantie lijken het over het algemeen vrij eenvoudige rocknummers, maar de nummers zijn toch allemaal voorzien van enige eigenwijzigheid. Zo is er een slidesolo in opener Ain't My Bitch en er is een talkbox in The House That Jack Built. Single Until It Sleeps is met zijn ingetogen doch grimmige sfeer ook een bijzondere toevoeging aan de catalogus. En met Mama Said staat er zelfs een country ballade op het album.
Ik kan begrijpen dat er voor iemand die een metalalbum verwacht bar weinig van diens gading op staat. Desalniettemin hebben de nummers allemaal wel iets aardigs en avontuurlijks in zich die in de houdbaarheidsdatum van Load verlengen.

Het enige nadeel is de lengte van de cd. Die is behoorlijk en daardoor mist het album de nogige impact. Verder is het een prima plaat die Metallica medio jaren 90 op uiststekende wijze bestaansrecht gaf.

Metallica - Ride the Lightning (1984)

poster
4,5
Net toen de rook, afkomstig van het opgevoerde NWOBHM bommetje dat Metallica in haar vroege jaren liet vallen tussen het gretige metalpubliek een beetje opgetrok, was de band alweer klaar om een nieuwe stap te zetten. Ride The Lightning boette niets aan obstinate inborst in ten opzichte van Kill ‘Em All, maar incorporeerde stiekem toch wel het nodige aan melodieuze invloeden. Een band in de groei, maar geenszins van plan om het door noeste arbeid verworven publiek de deur te wijzen.

Fight Fire With Fire knalt er na zijn lieflijke intro dan ook direct in met een voltreffer van nucleaire proporties. De dreigende vocalen van Hetfield kondigen de Derde Wereldoorlog aan terwijl Lars Ulrich de maat aangeeft alsof zijn leven er vanaf hangt. Kirk Hammett laat van zich horen middels een gierende solo die zoals altijd gebukt gaan onder het juk van een stapel ‘wah wah’ effecten. Enkel de harmonie aan het einde van de solo verraadt dat de band niet van plan is te blijven hangen in gierende speedstukken.

In het navolgende titelnummer worden iets meer registers open getrokken. Qua opbouw herinnert het een beetje aan The Four Horsemen van het eerste album, al was het maar vanwege het sublieme middenstuk. Tot zover is het allemaal redelijk binnen de lijn der verwachtingen die gekoesterd mochten worden na het debuut. For Whom The Bell Tolls breekt met de standaard heavy/speed patronen en ontpopt zich na een zinderend basintro tot een tamelijk verwrongen krijgslied. Een straf marstempo leidt de luisteraar gestaag naar een door Kirk Hammett gedicteerd stuk gesymboliseerde waanzin in de apotheose van het nummer. Dat maakt samen met de in de opening gedrukte Cliffstempel van For Whom The Bell Tolls een klassieker die vanaf dat moment voorlopig niet meer van de setlist af te trappen zal zijn.

De sterke melancholische ondertoon die toch gewoon lekker heavy is, maakte het mogelijk dat de ballad Fade To Black niet door poserroepende hordes de grond in getrapt werd. Het spetterende slot waarin de de solo gebroederlijk hand in hand gaat met de parallel lopende harmonie, zorgt bij ondergetekende nog altijd voor rillingen langs de ruggengraat. En voor boegeroep als ze er live weer eens een zooitje van maken natuurlijk. Tja, en met zo’n eerste helft vergeet je haast dat het traditionelere Trapped Under Ice een buitengewoon memorabel meebrulstuk bevat en dat Escape een hele stoere hardrockinborst heeft. Creeping Death schudt je wat dat betreft weer helemaal wakker zo halverwege de tweede helft. Zinderende riffs, een gejaagd tempo, een epische solo en wederom een meebrulstuk waarvan live heel dankbaar gebruik van wordt gemaakt. Deze heeft het allemaal.

Hoe kun je dan anders afsluiten dan met een heldhaftige instrumental die de tot de verbeelding sprekende titel Call Of Ktulu meegekregen heeft. Alle registers gaan hier nog een keer open. Het charismatische basspel van Cliff Burton eist een dominante rol op en de klappen die Ulrich uitdeelt, zijn overdonderend. Hetfield houdt zijn kaken op elkaar en dat is een wijs besluit. Als het aan hem had gelegen had John Bush Ride The Lightning ingezongen. Niettemin kwijt Hetfield zich over de gehele linie van het album prima van zijn taak. Volgens mij had hij een uitstekend inzicht in wat hij wel en niet goed kon.

Het maakt Ride The Lightning tot een album dat in de kern een thrash/speedalbum is waarbinnen veel mogelijk is gemaakt met melodie en harmonie. Het laat je soms zweven en zet je vervolgens met de kracht van een granaat weer terug op aarde. Ride The Lightning is misschien nog niet zo perfect als de opvolger maar de gretigheid waarmee het materiaal gebracht wordt, is voelbaar en misschien juist daarom wel onmisbaar in de metalhistorie.

Miles Davis - Sketches of Spain (1960)

poster
2,0
Ja Sketches Of Spain. Goed idee, prachtig uitgevoerd en zo. Maar toch blijf ik met een ongestilde honger achter. Miles Davis die met zijn 'schijt aan regeltjes'jazz het experiment zoekt in het aansluiten bij een klassiekgetinte orkest. Een genre waarbij het juist gaat om het nauwkeurig volgen van wat er allemaal aan nootjes op het papiertje valt te lezen. En ergens voelt dat ongemakkelijk. De synthese voel ik niet.

Natuurlijk zorgt het rijkelijk beblazen koper ervoor dat er visioenen ontstaan van het in de stierevechtersarena staan, oog in oog met zo'n vervaarlijke hoorndrager. De brandende middagzon op je met zweetdruppels bedekte gezicht. In de linkerhand een speer en in de rechterhand een glas bloedrode wijn uit de Riojastreek. Uit de ooghoeken dansen inheemse dames lonkend hun flamencodansje. Maar ja, daar is eigenlijk niets bijzonders aan. Elk Spaans georiënteerd orkest zou dat moeten kunnen.

Ik dwing mij dan ook om me van solo naar solo te laten slepen. Onderwijl roepend en smekend: "Miles, laat dat ding in uw handen eens vlammen door uw longinhoud er met hart en ziel in te persen! Speel die heertjes met hun haartjes in de scheiding eens helemaal de studio uit." Dat gebeurt dan ook te weinig naar mijn zin. Laat mij dan nog maar even zwijmelen met de meer conventionele releases van de man. Ofschoon ik zijn flirts met het rockgenre wel meer dan geslaagd vind.

Minenwerfer - Alpenpässe (2019)

poster
4,0
De hoes zette mij wel op het verkeerde been. Dacht ik mijn voeten in een veld vol allesverwoestende landmijnen te zetten, blijk ik te zijn beland in een decor van schrijnende oorlogstrauma's en andere misère. Minenwerfer zet op Alpenpässe namelijk in op meeslepend zwartmetaal met een doomrandje eraan. Zo af en toe worden er wel wat mitrailleursalvo's gelost maar het is spaarzaam.

Minenwerfer verraste mijn met het inzetten van een aantal bijzonder fraaie, melodieuze solo's die de grauwe sluiers af en toe doorbreken en zo wat kleur geven. Het slot van de lange openingsceremonie Der Blutharsch wordt zelfs op speelse wijze vormgegeven door het inpassen van voorzichtige jazzakkoorden.

Daarom is het te prijzen dat Minenwerfer haar veelgebruikte concept in een wereld waarin al zoveel gedaan is toch weet op te vallen met verrassende muzikale accenten. Ik heb mijn bedenkingen bij de wat folky ballade Tiroler Edelweiss waarin de onvaste clean zang mij wat teveel de ruimte krijgt.

Verder ben ik redelijk onder de indruk van de sombere schetsen die Minenwerfer hier presenteert. Op schaarse momenten wordt het aangekleed met passende spoken word samples. Waarmee de band slaagt in haar opzet om de luisteraar mee te zuigen in een wereld van een door WO I veroorzaakte wereld van dood en verderf .

Misotheist - Vessels by Which the Devil Is Made Flesh (2024)

poster
4,5
Vessels by Which the Devil Is Made Flesh is album nummer drie van het uit Trondheim afkomstige Misotheist. Misotheist is een project rondom de Noor Brage Kråbøl en die deed ook weer dingen bij het net zo Noorse Enevelde.

Enfin, Misotheist beroept zich op een amalgaam van moderne en iets minder modern zwartmetaal en dat levert een zinderend mengsel op dat even tijd vraagt om in te kunnen dalen in de weke schedelpan. Steevast bestaan de albums uit slechts 3 relatief lange composities. Zo ook dit keer.

Composities die niet heel technisch zijn maar wel behoorlijk complex. Zoals gezegd, het vraagt (bij mij althans) even tijd om de verschillende gemoedstoestanden die gepresenteerd worden te plaatsen. Zo wordt geopend met een log kronkelend monster dat "Stigma"is gedoopt. Het opent redelijk vlotjes maar vervalt in steeds trager wordende verstikkingen. Om daarna furieus af te sluiten. Bij vlagen moet ik wel eens denken aan de latere Deathspell Omega. De diepe stem van Brage Kråbøl lijkt ook wel iets op die van Mikko Aspa. Maar bij vlagen ook weer op die van Nergal. (Goh, als Behemoth zich toch eens op deze wijze had ontwikkeld?)

Het korte titelnummer meandert eveneens tussen verschillende tempo's en sfeerzettingen. Het wordt op welkome wijze opgeschrikt door een Ozzy-achtige bijdrage van onze eigen IX (Urfaust). Vooral in ritmisch opzicht is het een heel interessant nummer. Let ook op de korte deathmetalpassages die erin gebakken zijn. Er gebeurt ontzettend veel op de vierkante centimeter.

Dat geldt natuurlijk ook voor het twintig minuten durende hekkesluiter die verpulverend opent en daarmee een spoor van vernieling achterlaat. Stevig herinnerend aan vroegere tijden. De meeslepende wijze waarop de eerste vers wordt uitgespuwd doet in de verte denken aan de oude Satyricon. Episch als de pest. Hier wordt heel voorzichtig een melodieuze kaart getrokken die onderhuids heel veel losmaakt.

Bij de eerste luisterbeurt was ik wat minder onder de indruk dan dat ik van de twee voorgangers was, maar gaandeweg blijkt Vessels by Which the Devil Is Made Flesh zelfs boven die twee albums uit te gaan stijgen. Gaat dat horen.

Moonspell - Under the Moonspell (1994)

poster
4,0
In Oosterse sferen gedompeld door het aanheffen van het welbekende Allah Akbar verwacht je niet dat erop volgend een heuse duivelsserenade losbarst. Het is weer eens wat anders dan de gebruikelijke sneeuw en ijsdecors.
Zo viel deze band mij op middels Tenebrarum Oratorium I dat op één van de Blackend samplers stond. Deel II en Opus Diabolicum zijn van hetzelfde laken een pak doch iets minder episch.

Moonspell maakte in '94 nog onstuimige doch niet al te knetterharde black metal die flink gelardeerd wordt met symfonische elementen uit een doosje en een hysterische zanger die af en toe wat ongelukkig schakelt tussen screams en operette-achtige zang.

Het geluid is als griesmeel, maar de bijzondere diabolische variant op de 1001 nachtvertellingen werkt verfrissend en aanstekelijk. Bovendien is de latere klasse al goed merkbaar.

In 2007 is deze EP onder de naam Under Satanae opnieuw opgenomen en uitgebracht, maar daarop is nauwelijks iets van de oorspronkelijke magie te bespeuren.

Morbid Angel - Blessed Are the Sick (1991)

poster
4,5
Vanaf eind jaren 80 tot halverwege de jaren 90 was Morbid Angel toonaangevend op het terrein van de afgebrokkelde grafzerken en duivelsrituelen. Altars Of Madness stond in 1990 bovenaan veel jaarlijstjes van metalredacteuren. De ongebreidelde woeste kwaadaardigheid die hand in hand ging met fijnmazig raffinement zorgde voor vernieuwing in de pas ontsproten scheuten van het doodmetalen genre.

Hoe zeer Morbid Angel ook zelf de ontwikkeling aan het door maken was, bleek uit het navolgende Blessed Are The Sick. Achter de weinig inspirerende hoes (want eerder al voor Tribute To Insanity van Hexenhaus gebruikt) ging een heel nieuw palet aan metalen kleuren schuil. Blessed Are The Sick klinkt op het eerste gehoor afgemeten, transparant en technisch. Op het tweede gehoor klinkt het als een duistere reis langs met donkergekleurde kleden gedrapeerde tempelzalen, enkel verlicht door flakkerend kaarslicht alwaar onheilspellend uitziende figuren in donkere habijten die satanische rituelen uitvoeren waar de complottheoretici van zullen terugdeinzen.

Het grimmig ruizende intro leidt het strakke en klinisch klinkende Fall From Grace in. Het verhaal over Lucifer die door God uit de hemel wordt verstoten, bekeken door de ogen van de gehoornde zelve, wordt door het klinische spel heel symbolisch ijskoud en kwaadaardig ingekleurd. De wijze waarop het profetisch klinkende gesproken woord begeleid wordt door het dreigende gitaarspel van Trey Azagthoth zorgt voor een ongekende spanningsboog in het nummer.

Het snelle Brainstorm dat volgt, klinkt dan weer wat klassieker. De venijnige rochels van David Vincent geven het nummer een hysterische tint mee. Maar ook hier geeft de afgemeten en afstandelijke houding voor een zeer unheimische stemming mee. Morbid Angel komt hier in zeer korte tijd tot de kern zonder te klinken als een walsende grindcoremachine.

Net zo kort is het navolgende Rebel Lands. Ook relatief klassiek maar ook weer met veel dynamiek. Dit nummer waarin de zuidelijke staten van de VS toegezongen worden, gaf mede voeding aan de gedachte dat het brein van frontman David Vincent wat verderfelijker was dan voor deathmetalbegrippen normaal werd geacht. Ik doel dan op de verdenkingen van fascisme- en racismeverheelijking waarover destijds in de muziektijdschriften werd geschreven. Een klein zinnetje in zijn bedanklijstje wat op de binnenhoes is afgedrukt was een andere aanwijzing. Iets over 'a certain leader from the past whose name I shall not mention'. Enfin, het bleef bij geruchten. Morbid Angel hield van provoceren en met satanisme alleen lukte dat in de jaren 90 allang niet meer.

Via Doomsday Celebration maakte de wereld voor het eerst kennis met de ambiente intermezzo's van Trey Azagthoth. Een verwrongen kerkorgel en enkele spookachtige piano- en synthklanken zorgen voor een grimmig rustpuntje.

Stilte voor de storm, want vervolgens laait het hellevuur hoog op met het schuimbekkende Day Of Suffering. Hier horen we de oerkrachten van drummer Pete Sandoval in zijn meest bezeten vorm. Dit snelheidsmonster moet toch een belangrijke inspiratiebron zijn geweest voor technische drummers zoals Tony Laureano en George Kollias. In minder dan twee minuten staat de hele geluidsinstallatie te verzuipen in de vrijgekomen adrenaline. De identiteit van Morbid Angel ingelijst in dit piepkleine nummer.

Het titelnummer tapt weer uit een nieuw vaatje. Traag en slepend torst dit nummer de zonden van de mensheid met zich mee. De diepe grom van David Vincent komt tot volle wasdom in dit stuk. De videoclip waardoor ook MTV een vehikel werd waarmee Morbid Angel de boer op kon, was er één om gauw te vergeten. Het outro van het nummer, Leading The Rats gedoopt en geheel geënt op de parabel De Rattenvanger Van Hamelen, bestaat uit aanlokkende fluitgeluiden waar het gepeupel mee de val in wordt geduwd. Het is opnieuw een intermezzo van Azagthoth dat ons de geest van het album nog eens mee geeft.

De tweede helft van het album is, als je naar de geschiedenis van Morbid Angel wilt kijken, nog eens een stuk indrukwekkender. Een set oeroude nummers dat geheel is omgevormd naar de sfeer van het album. De oorspronkelijke varianten zijn veelal terug te vinden op het tussenalbum Abominations Of Desolation.

Normaal gesproken zijn heropgenomen nummers niet heel interessant. In dit geval zijn ze helemaal meegegroeid met Morbid Angel. Thy Kingdom Come is een afwisselende track waarin ook een hoop thrashinvloeden zijn verwerkt. Unholy Blasphemies is hier een stuk compacter en woester dan de versie die op Abominations Of Desolation staat.
Dan is er nog Abominations dat met al zijn melodieuze aspecten sowieso nogal gewaagd is. Het klinkt in deze versie als een ontbieding van een duivelse entiteit waarmee de lichte muzikale kant toch overschaduwd wordt door een donkere grimas.

Desolate Ways is een akoestisch intermezzo dat zinspeelt op melancholische gevoelens. Opnieuw een verrassend breekpunt van de plaat. Het is de opmaat naar The Ancient Ones, opnieuw een op oude ideeën gestoeld nummer dat helemaal opgefrist is. Het is goed te vergelijken met het voorgaande Abominations. Net zo melodieus en afwisselend. Welhaast meezingbaar. Tekstueel lijkt het opnieuw om een bezwering te gaan. Hetgeen je ook weer terug bij de algehele sfeer van het album brengt.

In Remembrance is het outro waarin een klavierengeluid opnieuw een melancholische kaart trekt. Een uitgekiende keuze om het ritualistisch klinkende album mee af te sluiten.
Blessed Are The Sick is een zeer coherent album dat anno 2024 nog steeds zo fris als een vers geslacht hoentje klinkt. De grimmige sfeer is welhaast magisch en voelt voor ondergetekende nog net zoals ik het als tiener het voor het eerst hoorde.

Morbid Angel wist via Blessed Are The Sick razendknap uit de schaduw van het veelgeprezen debuut te stappen door er niet op voort te borduren. Ondanks de aanwezigheid van nog een stel oude demonummers. Sindsdien bewandelde de band rondom gitarist Trey Azagthoth heel eigenwijs verschillende wegen. Soms geslaagd, soms minder geslaagd, maar wel altijd spraakmakend.

Morgoth - Cursed (1991)

poster
4,0
Morgoth werd nog al eens verweten dat ze zich op de eerste platen louter begaven op de platgetreden paden van de zogenaamde Morrissound death metalbands die eind jaren 80, begin jaren 90 furore maakten.
Op dit Cursed wordt inderdaad ook veelvuldig geciteerd uit het vroege werk van met name Death. Maar wel op een verdomd aardige manier. Want deze kost is zeker niet vernieuwend maar wel degelijk zeer smakelijk. Na het onheilspellende intro barst het geweld los met het verpletterende Body Count. En het daaropvolgende Exit To Temptation is van een veel tragere, meeslepende aard waarmee duidelijk wordt dat het gebodene ook de nogige afwisseling bevat. Ook het mistroostige leadgitaarwerk verdient een vermelding want dat is een verrijking van deze boeiende composities.
Isolated en Sold Baptism zijn van een wat meer catchy aard en bevatten dientengevolge enkele te gekke hooks. Met Opportunity Is Gone nadert de plaat een zinderende climax waarin de dodelijke rochel van Marc Grewe alle ruimte krijgt.
Met het zwaarmoedige Darkness wordt deze vervloeking op waardige wijze afgesloten.
Hierna zou Morgoth zijn beknellende kledij afwerpen om nog enkele platen van een wat meer originele makelij op ons uit te storten. Met wisselend succes overigens.

Morgoth - Feel Sorry for the Fanatic (1996)

poster
2,0
Feel Sorry For The Fanatic was een betrekkelijk waardeloze stuiptrekking van Morgoth. In tweede helft van de 90's verloochende vele metalbands hun unieke identiteit door een hippe dertien in een dozijn variant van wat dan populair was te spelen. Sommige bands slaagden er uiteraard wel in om met een goede nieuwe sound voor de dag te komen. Om even de wind van De Don uit de zeilen te nemen. Pestilence bijvoorbeeld of Therion, of Paradise Lost. Morgoth, maakte er m.i. een potje van. En wel om redenen die Cabeza hier boven al noemde.

Feel Sorry For The Fanatic. Een titel als gemakkelijk excuus om de niet begrijpende fans als 'kortzichtige metalheads' te bestempelen. Je kunt er eenvoudig mee verhullen dat je rommel op de markt hebt gekwakt. Dat is wellicht het enige briljante aan het album.

En Morgoth presteerde het nu juist om op het voorgaande Odium uit '93 wel om het 'Death kloon predikaat' (Dat waren de m.i. ietwat overdreven algemene gedachten over Morgoth indertijd) adequaat van zich af te schudden.

Gelukkig wachtte daarna de onverbiddelijke vergetelheid voor Marc Grewe en de zijnen.

Moss - Cthonic Rites (2005)

poster
4,0
Een immense muur van geluid produceert het Britse doom/sludge orkest Moss op het debuutalbum Cthonic Rites. Tergend langzaam komt die muur van geluid als een bottenversplinterende stoomwals over de argeloze luisteraar heen. Ronkend en briesend en onafwendbaar.

De kolossale riffs nemen geduldig de tijd om tot hun grimmige wasdom te komen. Slechts af en toe af en toe worden ze gestoord door een hamerende drumslag of een klettterende cymbaalslag. Het resulteert in een extreem traag kolkende duivelsbezwering dat zwelgt in pijngrensdoorbrekende feedbackgeluiden. Aan het einde van de schier uitzichtsloze tunnel wacht alleen nog maar duisternis.

Twee nummers die samen ruim 66 minuten duren. Cthonic Rites is een occulte doomtrip die zijn weerga niet kent.

Mundanus Imperium - The Spectral Spheres Coronation (1998)

poster
3,5
Het Noorse Mundanus Imperium bracht met The Spectral Spheres Coronation een wat merkwaardig album uit. Muzikaal gezien schuurt het heel erg tegen de melodieuze blackened metal van bijvoorbeeld een Arcturus of een voorzichtige Dimmu Borgir. Weliswaar donker maar wel redelijk lichtvoetig en met een ingeblikt symfonisch accent.

Qua composities hebben we te maken met compacte doch progressief getinte stukken zonder duidelijke refreinen of andere direct pakkende stukken. Er kleeft een lichte hallucinogene aantrekkingskracht aan de muziek die je meeneemt naar zwarte gaten, quasars, ruimtekrommingen en andere kosmische verschijnselen.

Tot zover niets aan de hand. Wat het album speciaal maakt is dat er geen rasperige krijsvocalist gevraagd is om de ruimteveroverende boodschappen te verkondigen, maar dat die rol aan niemand minder dan Jorn Lande is toebedeeld. De krachtige klassieke hardrockvocalen brengen de luisteraar in verwarring, maar eist de aandacht onmiddellijk op en houdt hem ook goed vast. De Lande van 1998 is minder bang om de grenzen van uitgerekte stembanden op te zoeken dan de Lande van nu en dat is smullen geblazen.

Stargazer is uiteraard een Rainbowcover. Een vreemde eend in de albumbijt en had van mij dan ook achterwege gelaten mogen worden. Lande brengt het nummer weliswaar tot een goed eind maar ja, wat is Stargazer nu eenmaal zonder de tovenarij van Ritchie Blackmore? Wat overblijft is aparte maar aangename kost.

My Dying Bride - A Mortal Binding (2024)

poster
4,0
Wat My Dying Bride al jaren doet, komt in sterke mate opnieuw terug in 'A Mortal Binding '. Daarmee is de plaat wat mij betreft zeker niet afgeschreven. Want als de vloedgolf van tranen eenmaal via het relatief pittige 'Her Dominion' is het weer heerlijk zwelgen in de kenmerkende melancholische sfeer waarop de band uit Halifax het patent heeft.

'Thornwyck Hymn' brengt de boel in wat kalmer vaarwater. Het is één van de nummers die vooraf werd vrijgegeven en etaleert vooral de evolutie van de zangkunsten van Aaron Stainthorpe. Heel flexibel en gemakkelijk wurmt hij zich door zijn zanglijnen heen. Het sterkst blijft hij als hij op sinistere wijze begint te declameren. Maar met zoiets moet je gedoseerd omgaan.

'The 2nd Of Three Bells' brengt de band in spannender vaarwater want dit is weer zo'n prachtig compositie waar de gelatenheid zich meester van de luisteraar maakt. De melodieën kronkelen om elkaar heen van verdriet en zet de luisteraar op het puntje van de stoel. Vooral de ingezette koren doen hun werk goed hier. Het is diezelfde spanning die ook terugkomt in een nummer als 'L'Amour Détruit' van 'A Line Of Deathless Kings'. Het navolgende 'Unthroned Creed' heeft diezelfde toon maar dan net wat spaarzamer.

Daarna wordt je via een uiterst verdrietig treurwilgenintro op brute wijze het monumentale 'The Apocalyptist' ingeslingerd. Woede, pijn en wanhoop in de traditie van nummers als 'Turn Loose The Swans' of 'Return Of The Beautiful'. Al wordt dat niveau net niet gehaald.

Het navolgende 'A Starving Heart' is dan met al haar facetten net wat te gewoontjes om op te vallen tussen dit geweld. Niettemin is het toch geen vervelend nummer. Waardig afsluiten doet men met 'Crushed Embers' waarin opnieuw gelatenheid doorklinkt in het traag gezongen middenstuk. Dit is Stainthorpe op zijn best. Niet teveel de grenzen van zijn kunnen opzoekend. Wel jammer dat het zo abrupt tot stand wordt gebracht.

Eigenlijk ben ik erg tevreden met de nieuwe Bride. Ten opzichte van The Ghost Of Orion is er meer van die klassiek romantische sfeer aanwezig om je in onder te dompelen. Toch weer een album om lekker sikkeneurend de regen mee in te gaan de komende dagen.

My Dying Bride - As the Flower Withers (1992)

poster
4,5
Zo te lezen is de productie de hoofdreden van de lauwe beoordelingen.
Toen de plaat uitkwam was, in mijn vriendenkring, de plaat te traag en de soft.
Maar ik was helemaal in de ban van As The Flower Withers. Betoverende melodieën, helemaal ondergedompeld in melancholie en bittere tranen.

Na het symfonische intro gaat het album van start met het in Latijnse onthullingen voorgedragen Sear Me. Gedoseerde bombast gecreëerd door een viool en incidentele strijkers zorgen voor enkele kippenvelmomenten. Het was in die tijd nog zelden gedaan.

Daarna wordt de rust bruut verstoord met het Bolt Thrower riekende The Forever People. Met dergelijke versnellingen komen de tragere stukken veel krachtiger over. 'Ik heb het monotoon zijn' argument in My Dying Bride's geval dan ook nooit begrepen.

Vast Choirs en Erotic Literature zijn bevoorbeeld nummers die alle facetten, van ruw tot meeslepend bevatten.

Het prijsstuk heet natuurlijk The Return Of The Beautful. Een epos van bijna Shakespeariaanse proportie dat blootlegt dat er nog veel meer potentie in de band zit.

Het geluid is inderdaad nog wel wat ' underground'. Maar het is in mijn beleving niet slecht. Alle sporen zijn behoorlijk goed te onderscheiden.

Zoals ik al aangaf, bleek dat My Dying Bride nog veel beter ging worden dan op As The Flower Withers. Ondanks dat onderhoud ik er nog altijd een zeer warme band mee.

My Dying Bride - Like Gods of the Sun (1996)

poster
4,0
Met Like Gods Of The Sun ontstond er wat 'buzz' rond My Dying Bride. Ik herinner me dat ook buiten het geijkte metalpubliek interesse ontstond voor deze koningen van de melodieuze doom/death. De echte doorbraak bleef uiteindelijk uit, maar nieuwe fans werden toch ook zeker gewonnen.

Like Gods Of The Sun was alweer de tweede plaat zonder enige grunt. Maar kortere songs, nog meer afwisseling en betere zang van Stainthorpe maakten My Dying Bride iets toegankelijker. Toch wist men de fans van het eerste uur, moi incluis, ook nog altijd te bekoren. De treurmelodieën en de prachtige droevige voordrachten van de vocalist, zijn nog altijd even prachtig.

Het vlottere For You is ook een aangename verassing. Het schitterende For My Fallen Angel is vaker genoemd. Dat is imo dan ook een terecht hoogtepunt uit de My Dying Bride kronieken. Prima album. Lichter verteerbaar dan het overige werk, maar niet wezenlijk anders.

My Dying Bride - The Angel and the Dark River (1995)

poster
4,0
Zeer geslaagde derde langspeler van dit Britse melodieuze doomcombo. Een album zonder grunts en dat zonder dat je het in de gaten hebt.

De titel van het prijsstuk heb ik heel vaak geteld in deze topic. The Cry Of Mankind. Een wat ongebruikelijk, in twee delen opgesplitst epos, maar beslist één van My Dying Bride's mooiste. Het eerste full band gedeelte valt op door een excellerende Aaron Stainthorpe die met ingehouden woede een rant tegen het christendom houdt. Het tweede gedeelte bestaat uit een bizar ambient stuk. De overlapping bestaat uit een eenvoudige gitaarlick die van de eerste tot de laatste minuut je buis van St Eustachius tergt.

De overige nummers zijn weer wat traditioneler van aard. Het droevige Two Winters Only en het wanhopige A Sea To Suffer In staan wel bol van de kwaliteit. In het afsluitende Your Shameful Heaven gaat het gaspedaal er ineens op. Afwisseling troef dus op het prachtige The Angel And The Dark River.

Myrkur - Spine (2023)

poster
4,0
Omdat Spine net zo kort duurt als een elpee van Van Halen, kon ik hem binnen mijn agenda gemakkelijk nog twee rondjes extra laten draaien. Want boy, die had ik wel nodig om het even te laten bezinken. Myrkur is natuurlijk nooit echt blackmetalding geweest en die folky trekjes die erin zaten, kwamen op Folkessange helemaal tot zijn recht. Daarmee verwachtte ik niet de synthese die op Spine gepresenteerd wordt. Als een soort Wende Snijder verlegt Amalie Bruun de koers door wat nieuwe elementen toe te voegen aan datgene wat er al was. Nu weet ik dat Bruun ooit begon met gezapige popmuziek en juist dat treffen we hier weer aan op Spine.

Gelukkig wel wat minder gezapig dan haar eerste schreden in het artiestenwereldje. Neem een nummer als Mothlike. Dat wordt gedreven door een uptempo poppy kickdrumbeat met een ietwat ongemakkelijke timing om het interessant te maken en te houden. De ijle zang van Bruun maakt er iets sprookjesachtigs van. En die poppy ondertoon komen we op de andere nummers in meer of mindere mate ook wel tegen. Net zo goed als andere dingen.

In de onderkoelde ballade die My Blood Is Gold heet, horen we prachtige neerslachtige akkoorden waaroverheen Bruun haar betoverende vocalen legt. Heel even moest ik denken aan de ambiente uitspattingen van My Dying Bride. (For My Fallen Angels, Sear Me MCMXCIII, Evinta) Die zijn net zo dromerig en bedrukt.

Op het titelnummer wordt de Clannadkaart getrokken en een beetje aangekleed met enkele in een moeras ondergedompelde metalakkoorden. Akkoorden die op het navolgende Valkyriernes Sang naar de oppervlakte worden getrokken en met knuppelende blastbeats de steppe over gejaagd worden. Maar ook hier ligt weer een aparte wending op de loer: namelijk de voorzichtige eigenwijze folkmelodie die net doet alsof dat hele metalgeraamte er niet is. En toch past het als een mantel.

Blazing Sky vind ik net als Like Humans weer wat gewoontjes. Al zijn beide nummers mooi en gedetailleerd aangekleed zodat het ook weer niet vervelend wordt. Devil In The Details is weer een spannende ballade waarin de aankleding een sterk samenspel vertoon met de zang van Bruun. De zinderende climax is nietsontziend en toch heel passend. Het afsluitende slaapliedje Menneskebarn is dan weer wat obligaat al houdt het voorzichtig doorschemerende, donkere strijkwerk me toch bij de les.

Zo weet Myrkur me wel te verrassen met Spine. Ik trok eerder al de parallel met Ulver. Zo avantgardistisch is het allemaal (nog) niet, maar het gemak waarmee allerlei stijlen passend gemaakt worden, zien we bij de Noren ook wel terug. En de wijze waarop de zangeres zelf het cement is, doet mij denken aan hoe Wende Snijders op voortreffelijke wijze van alles en nog wat erbij pakt om maar op zoveel mogelijk manieren te kunnen betoveren. Dit alles zeg ik in de wetenschap dat Myrkur ondanks die vergelijkingen gewoon als Myrkur klinkt.

Spine is een zeer intrigerend plaatje geworden en ik open vanwege de obligaterikken die er tussen zitten vooralsnog met vier sterren.