Hier kun je zien welke berichten Edwynn als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
D.V.C. - Molecular Shadow (1992)

3,5
0
geplaatst: 16 juli 2019, 10:09 uur
D.V.C. was een knotsgekke band uit de hoogtijdagen van het death- en grindgenre. Molecular Shadow was het tweede en laatste album van de band. Darth Vader's Church is hoe je de bandnaam voluit kunt spellen en dan weet je het wel qua mindset.
De waterpijpgeluiden die het album openen zullen je nog meer op weg helpen. Verder wordt je getrakteerd op een nogal onsamenhangend geheel van death, thrash en grindgeluiden die links en rechts worden ingehaald door instrumentale interludes. Echt serieus wordt het pas op het eins met de naar Nocturnus neigende sci fi stukken Remanent Ashes Of Mortal Man en Dissolve in Galaxia. Dit schrijvende besef ik me dat het voor mij vooral een nostalgische trip langs oude zwarte gaten is.
Molecular Shadow is zeer charmant voor de oldschooler en wellicht te onbeduidend voor de nieuwsgierige passant.
De waterpijpgeluiden die het album openen zullen je nog meer op weg helpen. Verder wordt je getrakteerd op een nogal onsamenhangend geheel van death, thrash en grindgeluiden die links en rechts worden ingehaald door instrumentale interludes. Echt serieus wordt het pas op het eins met de naar Nocturnus neigende sci fi stukken Remanent Ashes Of Mortal Man en Dissolve in Galaxia. Dit schrijvende besef ik me dat het voor mij vooral een nostalgische trip langs oude zwarte gaten is.
Molecular Shadow is zeer charmant voor de oldschooler en wellicht te onbeduidend voor de nieuwsgierige passant.
Dalbello - Whomanfoursays (1984)

4,0
1
geplaatst: 11 oktober 2013, 20:31 uur
Uiteraard kwam ik deze dame ook op het spoor toen ik eens op zoek ging naar het origineel van Gonna Get Close To You. De mannen van Queensrÿche zette hun versie het in 1986 op de A kant van het Rage For Order album. Dat is in hardrock- en metalland best typisch voor een nummer dat op dat moment amper twee jaar oud was.
Dalbello kende ik van het singletje Tango. Aanvankelijk had ik geen idee dat het om dezelfde mevrouw ging want er zit verschil tussen die schreeuwerige discotrack en het wat meer onconventionele album Whomanfoursays. Dat zal dan wel met die Mick Ronson te maken hebben.
Ofschoon het nogal een gekke keus is om met een nummer als Gonna Get Close To You te openen, lijkt Dalbello's versie superieur te zijn aan die van Queensrÿche. Het is een stalksong in optima forma. De geschifte stembuigingen van mevrouw zelf en de mysterieuze toetsen scheuren je gezonde verstand aan flarden. Dat heeft Geoff Tate nooit kunnen benaderen. Hoe goed hij toen ook was.
Zo geschift als op het openingsnummer wordt het niet, maar Dalbello valt nooit terug op catchy popdeuntjes. En dat is wel iets dat ik zou verwachten met zo'n geluid. Nummers als Cardinal Sin en Guilty Association hebben een nogal bevreemdende uitwerking. Het lijkt wel sonische suspense. Zelfs de ballad Wait For An Answer heeft een nogal wrange ondertoon. En wat een indrukwekkende stem en bezieling spreidt Lisa ten toon.
Whomanfoursays is niets minder dan een grote verrassing voor me gebleken. Een geweldige ontdekking. Een album op en top popgeluid dat helemaal bij 1984 hoort, maar qua compositie en feel toch iets heel anders dan dat.
Dalbello kende ik van het singletje Tango. Aanvankelijk had ik geen idee dat het om dezelfde mevrouw ging want er zit verschil tussen die schreeuwerige discotrack en het wat meer onconventionele album Whomanfoursays. Dat zal dan wel met die Mick Ronson te maken hebben.
Ofschoon het nogal een gekke keus is om met een nummer als Gonna Get Close To You te openen, lijkt Dalbello's versie superieur te zijn aan die van Queensrÿche. Het is een stalksong in optima forma. De geschifte stembuigingen van mevrouw zelf en de mysterieuze toetsen scheuren je gezonde verstand aan flarden. Dat heeft Geoff Tate nooit kunnen benaderen. Hoe goed hij toen ook was.
Zo geschift als op het openingsnummer wordt het niet, maar Dalbello valt nooit terug op catchy popdeuntjes. En dat is wel iets dat ik zou verwachten met zo'n geluid. Nummers als Cardinal Sin en Guilty Association hebben een nogal bevreemdende uitwerking. Het lijkt wel sonische suspense. Zelfs de ballad Wait For An Answer heeft een nogal wrange ondertoon. En wat een indrukwekkende stem en bezieling spreidt Lisa ten toon.
Whomanfoursays is niets minder dan een grote verrassing voor me gebleken. Een geweldige ontdekking. Een album op en top popgeluid dat helemaal bij 1984 hoort, maar qua compositie en feel toch iets heel anders dan dat.
Dark Angel - Time Does Not Heal (1991)

4,5
0
geplaatst: 16 april 2012, 11:26 uur
In mijn beleving was Time Does Not Heal de perfecte zwanezang waarop de individuele kwaliteiten van de bandleden op onnavolgbare wijze culmineerden. Een brute aaneenschakeling van behoorlijk technische thrashuitbarstingen, vervat in een negental uitgesponnen en ontoegankelijke thrashcomposities.
De kwaadaardige duivelsterreur van de eerste twee platen is als sneeuw voor de zon verdwenen. Jammer. Maar er kwam via Leave Scars iets nieuws voor in de plaats. Kwamen alle technische details op die (toch wel beestachtig gave) plaat nog niet heel lekker uit de verf, op Time Does Not Heal valt alles op zijn plaats. Een stevige doch kraakheldere productie maakt een einde aan Dark Angel's chaotische karakter dat de doorgaande albums typeerde en daarnaast toch ook wel zijn charmes gaf. Voor thrashers is het hier genieten van van de welddadige overvloed aan wrede riffs en de imposante ritmesectie. De complexiteit en lengte van de nummers maken van Time Does Not Heal wel een uitputtingsslag maar anderszijds zorgt dat ook voor een zeer lange houdbaarheidsdatum.
Vocalist Ron Rhineheart heeft een wat beperkt stemgeluid maar de wijze waarop hij uiting geeft aan de kwaadaardige kanten van de menselijke ziel heeft iets gelatens over zich. Het geeft een gevoel van onmacht en onverschilligheid weer hetgeen Time Does Not Heal geen ultra agressief karakter geeft, maar juit een droevig karakter. De wereld is verrot en daar hebben we ons bij neer te leggen. De tijd heelt geen wonden. Kwaad worden en obstinaat zijn heeft geen enkele zin meer. Dat maakt van Time Does Not Heal wat mij betreft een meer dan bijzondere plaat.
De kwaadaardige duivelsterreur van de eerste twee platen is als sneeuw voor de zon verdwenen. Jammer. Maar er kwam via Leave Scars iets nieuws voor in de plaats. Kwamen alle technische details op die (toch wel beestachtig gave) plaat nog niet heel lekker uit de verf, op Time Does Not Heal valt alles op zijn plaats. Een stevige doch kraakheldere productie maakt een einde aan Dark Angel's chaotische karakter dat de doorgaande albums typeerde en daarnaast toch ook wel zijn charmes gaf. Voor thrashers is het hier genieten van van de welddadige overvloed aan wrede riffs en de imposante ritmesectie. De complexiteit en lengte van de nummers maken van Time Does Not Heal wel een uitputtingsslag maar anderszijds zorgt dat ook voor een zeer lange houdbaarheidsdatum.
Vocalist Ron Rhineheart heeft een wat beperkt stemgeluid maar de wijze waarop hij uiting geeft aan de kwaadaardige kanten van de menselijke ziel heeft iets gelatens over zich. Het geeft een gevoel van onmacht en onverschilligheid weer hetgeen Time Does Not Heal geen ultra agressief karakter geeft, maar juit een droevig karakter. De wereld is verrot en daar hebben we ons bij neer te leggen. De tijd heelt geen wonden. Kwaad worden en obstinaat zijn heeft geen enkele zin meer. Dat maakt van Time Does Not Heal wat mij betreft een meer dan bijzondere plaat.
Darkthrone - Astral Fortress (2022)

4,0
1
geplaatst: 29 oktober 2022, 13:21 uur
Laat ik het besmuikt toegeven: ik ben te vroeg geweest met smalend te reageren naar dit Noorse duo dat met The Cult Is Alive de euvele moed had om de koers van de knekelige black metal uit de tweedegolf te verleggen naar een minder serieus bedoelde koers die vol duikt op de prehistorische heavy metal.
Maar gaandeweg ben ik de nieuwe koers gewoon leuk gaan vinden. En draai ik behoudens een enkele keer Panzerfaust of Blaze alleen nog maar 'nieuwe' Darkthrones en dan in het bijzonder The Underground Resistance en het voorlaatste Eternal Hails.
En wie dat goed trekt, zal zich aan Astral Fortress geen buil vallen. Opnieuw meer van hetzelfde maar wel lekker vallende stoere riffs, slepende songs en rafelige vocalen. De hele Nwobhm grabbelton is weer ondersteboven gegooid om vooral een krachtig oergevoel aan dingen als het loom openende Caravan Of Broken Ghosts te hangen.
De Troon spuugt op trends en etaleert andermaal liefde voor de pioniers uit het begin van de jaren 80 met af en toe een knipoog naar het eigen vuige verleden. Vooral het zichzelf niet serieus nemen, maakt het voor een ouder wordende metalhead alleen maar meer herkenbaar en waardevol.
Maar gaandeweg ben ik de nieuwe koers gewoon leuk gaan vinden. En draai ik behoudens een enkele keer Panzerfaust of Blaze alleen nog maar 'nieuwe' Darkthrones en dan in het bijzonder The Underground Resistance en het voorlaatste Eternal Hails.
En wie dat goed trekt, zal zich aan Astral Fortress geen buil vallen. Opnieuw meer van hetzelfde maar wel lekker vallende stoere riffs, slepende songs en rafelige vocalen. De hele Nwobhm grabbelton is weer ondersteboven gegooid om vooral een krachtig oergevoel aan dingen als het loom openende Caravan Of Broken Ghosts te hangen.
De Troon spuugt op trends en etaleert andermaal liefde voor de pioniers uit het begin van de jaren 80 met af en toe een knipoog naar het eigen vuige verleden. Vooral het zichzelf niet serieus nemen, maakt het voor een ouder wordende metalhead alleen maar meer herkenbaar en waardevol.
Darkthrone - The Underground Resistance (2013)

4,5
0
geplaatst: 4 maart 2013, 10:10 uur
Na het verschijnen van The Cult Is Alive was ik eigenlijk wel klaar met Darkthrone. Ik vind het prima dat een band een andere koers gaat volgen, maar dat brallerige whiskey black 'n' rollvirus waar wel meer ooit stoere bands mee geïnfecteerd raakten, is geen koers die ik wens mee te varen. Toch kon opvolger F.O.A.D. wel op een glimlach mijnerzijds rekenen. Al was het maar vanwege These Shores Are Damned.
Aan de koers is anno 2013 weinig meer gesleuteld. Nog immer wandelt het duo op vrij luchtige en soms nogal dronken wijze door de oertijd van de metal. Des te verrassender vind ik het dat The Underground Resistance eigenlijk best wel tot in de metalen vezels weet door te dringen. Dat begint al met de epische openingsakkoorden van Dead Early. Het nummer laat horen dat de riffs veel meer afgemeten zijn en het totaalgeluid meer 'punch' heeft gekregen. Nocturno Culto beweegt zich als een kruising van Cronos en Thomas G. Warrior op lompe staccato wijze door zijn openbaringen heen.
Valkyrie kent tot mijn verrassing een heuse speedmetaldrive. De onvaste galmzang van Fenriz zal menigeen in huilen doen laten uitbarsten, toch straalt het een rauw soort authenticiteit uit dat vergelijkbaar is met het gevoel dat een albumserie als Metal Massacre met zich meebracht. En ouderwetse speedmetal komen we op meer nummers tegen. De climax van Come Warfare, The Entire Doom lijkt een knipoog te zijn naar Abattoirs Bring On The Damned. En het lange Leave No Cross Unturned verveelt ondanks het nogal lineaire spel helemaal niet. Het is vuig en smerig en krachtig. Veel krachtiger dan het spul de vorige paar albums.
Darkthrones nieuwe stijl lijkt in de goede zin te zijn ontwikkeld. Het is wel iets voor diegenen die wel wat voelden bij de soms krakkemikkige opnamen van metalbands uit de jaren 80, maar wil je het rauw en oprecht dan kan aansluiting bij The Underground Resistance best een optie zijn.
Aan de koers is anno 2013 weinig meer gesleuteld. Nog immer wandelt het duo op vrij luchtige en soms nogal dronken wijze door de oertijd van de metal. Des te verrassender vind ik het dat The Underground Resistance eigenlijk best wel tot in de metalen vezels weet door te dringen. Dat begint al met de epische openingsakkoorden van Dead Early. Het nummer laat horen dat de riffs veel meer afgemeten zijn en het totaalgeluid meer 'punch' heeft gekregen. Nocturno Culto beweegt zich als een kruising van Cronos en Thomas G. Warrior op lompe staccato wijze door zijn openbaringen heen.
Valkyrie kent tot mijn verrassing een heuse speedmetaldrive. De onvaste galmzang van Fenriz zal menigeen in huilen doen laten uitbarsten, toch straalt het een rauw soort authenticiteit uit dat vergelijkbaar is met het gevoel dat een albumserie als Metal Massacre met zich meebracht. En ouderwetse speedmetal komen we op meer nummers tegen. De climax van Come Warfare, The Entire Doom lijkt een knipoog te zijn naar Abattoirs Bring On The Damned. En het lange Leave No Cross Unturned verveelt ondanks het nogal lineaire spel helemaal niet. Het is vuig en smerig en krachtig. Veel krachtiger dan het spul de vorige paar albums.
Darkthrones nieuwe stijl lijkt in de goede zin te zijn ontwikkeld. Het is wel iets voor diegenen die wel wat voelden bij de soms krakkemikkige opnamen van metalbands uit de jaren 80, maar wil je het rauw en oprecht dan kan aansluiting bij The Underground Resistance best een optie zijn.
David Coverdale & Whitesnake - Restless Heart (1997)

4,0
2
geplaatst: 27 september 2012, 09:11 uur
Na de grote successen van 1987 en Slip Of The Tongue en de bijbehorende toernees werd het in de jaren 90 ineens stil rondom Whitesnake. We zagen David Coverdale nog wel even samen met Jimmy Page een plaat maken, we zagen Ad van den Berg met Manic Eden een plaat maken maar Whitesnake was in geen velden of wegen te bekennen. Totdat in 1997 Restless Heart vrij plotseling het levenslicht zag. De oren waren gespitst maar het pasgeboren kindje leek niet erg levensvatbaar te zijn. De pompeuze Whitesnake waarmee succes geoogst werd was in geen velden of wegen te bekennen. Van de bluesy Whitesnake van daarvoor waart op Restless Heart slechts een flard van een geest rond. Al snel kwam de aap uit de mouw. Het had een solo album van Coverdale moeten zijn maar de platenmaatschappij wilde om verkooptechnische redenen ook de Whitesnake banier op de hoes hebben.
Ofschoon het niet zoveel met de oude Snake te maken heeft past Restless Heart mijns insziens heel goed bij de rest van het oeuvre. Alleen de stem van Coverdale al zorgt voor dat gevoel. Met dat verschil dat het album heel erg laid back is met al zijn ballades. Nummers als Don't Fade Away en Too Many Tears raken de AOR veelvuldig aan. En de meer sobere ballades als Stay With Me en Can't Go On krijgen dankzij de reflecterende houding van Coverdale een prachtige bluesy feel mee. Muzikanten zijn op hun best als hun privé leven een puinhoop is. Zo is er toch heus wel wat te beleven op Restless Heart.
Het kwam in een tijd dat melodieuze (hard)rock het best zwaar had. Daarnaast voldeed het niet aan de verwachtingen dat het publiek van Whitesnake had. Toch zijn er enkele prachtige melodieuze hardrockalbums in de jaren 90 gemaakt en die hebben veelal het kalme late-night karakter met elkaar gemeen. Qua feel hangt Restless Heart dan ook een beetje tussen Dare's Calm Before The Storm en Bon Jovi's These Days in. Restless Heart kent een sobere setting. Af en toe zoemt een zacht hammondorgeltje mee. En een hele enkele keer komt een strijkertje de boel opluisteren. Alles klinkt erg warm en live. Eerlijk en oprecht, zou ik willen zeggen hoewel ik die termen nogal uitgehold vind.
Op enkele momenten sneert de oude slang nog wel zoals vroeger. In Crying bijvoorbeeld. Coverdale is niet altijd even zuiver in zijn uithalen. Maar daar waar hij zijn larynx ernstig forceert, doet hij dat met zoveel passie en ongespeelde emotie dat het ook direct weer onweerstaanbaar is. En wat gebeurt daar in het middenstuk? Wordt daar hallo gezegd tegen Still Of The Night? Het is maar een hintje.
Goed beschouwd is Restless Heart het eerste album waar het duo Coverdale en Vandenberg van de eerste tot de laatste minuut de dienst uitmaakt. Ook met dat gegeven kan ik mij de teleurstelling van sommigen voorstellen. Vandenberg zet zichzelf nergens op de voorgrond. Het had misschien best gekund op sommige momenten maar de sobere lijn van het album wordt in alle linies doorgetrokken. En ook die keus is een goede geweest. Het versterkt het kalme karakter van het album.
Dus gordijnen dicht, kaarsje aan, glaasje wijn op tafel en lekker tegen je lief aankruipen op de bank. Samen tevreden realiseren dat bijna alles eindig is. Somber? Misschien. Maar het voelt wel heel goed allemaal.
Ofschoon het niet zoveel met de oude Snake te maken heeft past Restless Heart mijns insziens heel goed bij de rest van het oeuvre. Alleen de stem van Coverdale al zorgt voor dat gevoel. Met dat verschil dat het album heel erg laid back is met al zijn ballades. Nummers als Don't Fade Away en Too Many Tears raken de AOR veelvuldig aan. En de meer sobere ballades als Stay With Me en Can't Go On krijgen dankzij de reflecterende houding van Coverdale een prachtige bluesy feel mee. Muzikanten zijn op hun best als hun privé leven een puinhoop is. Zo is er toch heus wel wat te beleven op Restless Heart.
Het kwam in een tijd dat melodieuze (hard)rock het best zwaar had. Daarnaast voldeed het niet aan de verwachtingen dat het publiek van Whitesnake had. Toch zijn er enkele prachtige melodieuze hardrockalbums in de jaren 90 gemaakt en die hebben veelal het kalme late-night karakter met elkaar gemeen. Qua feel hangt Restless Heart dan ook een beetje tussen Dare's Calm Before The Storm en Bon Jovi's These Days in. Restless Heart kent een sobere setting. Af en toe zoemt een zacht hammondorgeltje mee. En een hele enkele keer komt een strijkertje de boel opluisteren. Alles klinkt erg warm en live. Eerlijk en oprecht, zou ik willen zeggen hoewel ik die termen nogal uitgehold vind.
Op enkele momenten sneert de oude slang nog wel zoals vroeger. In Crying bijvoorbeeld. Coverdale is niet altijd even zuiver in zijn uithalen. Maar daar waar hij zijn larynx ernstig forceert, doet hij dat met zoveel passie en ongespeelde emotie dat het ook direct weer onweerstaanbaar is. En wat gebeurt daar in het middenstuk? Wordt daar hallo gezegd tegen Still Of The Night? Het is maar een hintje.
Goed beschouwd is Restless Heart het eerste album waar het duo Coverdale en Vandenberg van de eerste tot de laatste minuut de dienst uitmaakt. Ook met dat gegeven kan ik mij de teleurstelling van sommigen voorstellen. Vandenberg zet zichzelf nergens op de voorgrond. Het had misschien best gekund op sommige momenten maar de sobere lijn van het album wordt in alle linies doorgetrokken. En ook die keus is een goede geweest. Het versterkt het kalme karakter van het album.
Dus gordijnen dicht, kaarsje aan, glaasje wijn op tafel en lekker tegen je lief aankruipen op de bank. Samen tevreden realiseren dat bijna alles eindig is. Somber? Misschien. Maar het voelt wel heel goed allemaal.
DE MANNEN BROEDERS - Sober Maal (2024)

4,5
2
geplaatst: 16 oktober 2024, 10:47 uur
Sober Maal bestaat een een reeks minimalistische chansons die worden afgewisseld met een gedichtenvoordracht. Het is opgenomen in de Doopsgezinde kerk van Middelburg. (bestaan er eigenlijk ook christelijk georiënteerde kerken die niks op hebben met dopen?) En de akoestiek van het kerkgebouw klinkt door in het totaalgeluid van deze samenwerking tussen broeder Dieleman en Colin van Eeckhout. Het kraken van de planken in het middenschip of zijbeuk is overal. En daarom resoneert het ook zo stevig bij mij omdat dit de wereld is waarin ik geleefd heb, maar waar ik ook in alle opzichten afstand van heb genomen. Dat geeft de plaat een soort persoonlijke diepgang die er niet per se hoeft te zijn. Wonderlijk hoe zulke dingen soms werken.
Enfin, Sober Maal start in de vorm van Alle Roem Is Uitgesloten met een zacht zoemende drone die aangenaam overgaat in Asemruumte, een gesproken woord voordracht die bijdraagt aan de opgeroepen Calvinistische sfeer. Vroeg op, hard werken, daarna spruiten eten en weer de bedstee in en tussendoor zo vaak als mogelijk bidden.
Verteere Heel en Grafschrift zijn de nummers die eerder zijn gedeeld en laten in beginsel wat singer/songwritermuziek horen maar zijn bij nader inzien ook weer van die lichtvoetige drones die we bij bands als Earth en Ascend ook terughoren. Het zijn prachtige indringende chansons die het woord 'sober' zijn de betekenis eer aandoen.
Onze Lieve Vrouwe en het titelnummer zijn wat meer 'aangekleed'. Vooral het titelnummer is met de voorzichtige koorgezang bijna bombastisch temidden van de rest van de plaat. Wat blijft doorklinken is dat prachtige geluid dat de geur van muffe kerkgebouwen en diens knorrige inhabitanten heel dicht tegen je aanduwt. De plaat groeit per luisterbeurt (bij mij). Daarmee is Sober Maal een belevenis op zich die mij tot in het diepste van de vezels weet te roeren.
Enfin, Sober Maal start in de vorm van Alle Roem Is Uitgesloten met een zacht zoemende drone die aangenaam overgaat in Asemruumte, een gesproken woord voordracht die bijdraagt aan de opgeroepen Calvinistische sfeer. Vroeg op, hard werken, daarna spruiten eten en weer de bedstee in en tussendoor zo vaak als mogelijk bidden.
Verteere Heel en Grafschrift zijn de nummers die eerder zijn gedeeld en laten in beginsel wat singer/songwritermuziek horen maar zijn bij nader inzien ook weer van die lichtvoetige drones die we bij bands als Earth en Ascend ook terughoren. Het zijn prachtige indringende chansons die het woord 'sober' zijn de betekenis eer aandoen.
Onze Lieve Vrouwe en het titelnummer zijn wat meer 'aangekleed'. Vooral het titelnummer is met de voorzichtige koorgezang bijna bombastisch temidden van de rest van de plaat. Wat blijft doorklinken is dat prachtige geluid dat de geur van muffe kerkgebouwen en diens knorrige inhabitanten heel dicht tegen je aanduwt. De plaat groeit per luisterbeurt (bij mij). Daarmee is Sober Maal een belevenis op zich die mij tot in het diepste van de vezels weet te roeren.
Deafheaven - Sunbather (2013)

4,0
0
geplaatst: 25 juli 2013, 07:10 uur
Sunbather overrompelend. De muren van golvende tremoloriffs zijn ronduit imposant. Maar ook gestroomlijnd. Toegankelijk bijna. Niet lichtvoetig maar vooral de voortdurend rondzingende leads zijn een lichtend baken in het opwaaiende stof. Ze stralen hoop uit. De arm om de schouder in een moeilijke tijd.
Deafheaven wisselt verpletterend blastwerk veelvuldig af met gestroomlijnde midtempopassages. Ook de wavegewortelde passages zijn prachtig geïntrefeerd in het totaalgeluid. De goed getimede intermezzo's halen de vaart er niet uit. Please Remember heeft een rare psychische uitwerking. De omslag naar dromerig getokkel kwam onverwacht.
Sunbather is een krachtig maar ook redelijk toegankelijk album met veel aandacht voor detail. Het drumwerk is om van te smullen. De smaakvolle leads zijn ook stuk voor stuk prachtige vondsten. Altijd raak en nooit teveel ingezet. Je hebt ook helemaal geen idiote toetsenpartijen nodig om een sfeergordijn op te trekken. Sunbather is heel terecht vanuit de ondergrond naar boven komen dwarrelen.
Deafheaven wisselt verpletterend blastwerk veelvuldig af met gestroomlijnde midtempopassages. Ook de wavegewortelde passages zijn prachtig geïntrefeerd in het totaalgeluid. De goed getimede intermezzo's halen de vaart er niet uit. Please Remember heeft een rare psychische uitwerking. De omslag naar dromerig getokkel kwam onverwacht.
Sunbather is een krachtig maar ook redelijk toegankelijk album met veel aandacht voor detail. Het drumwerk is om van te smullen. De smaakvolle leads zijn ook stuk voor stuk prachtige vondsten. Altijd raak en nooit teveel ingezet. Je hebt ook helemaal geen idiote toetsenpartijen nodig om een sfeergordijn op te trekken. Sunbather is heel terecht vanuit de ondergrond naar boven komen dwarrelen.
Deal With It - End Time Prophecies (2008)

3,5
0
geplaatst: 23 mei 2009, 19:32 uur
Deze plaat neemt je mee terug naar de jaren 80 toen crossover redelijk terrein aan het winnen was. Cro-Mags, Nuclear Assault en Suicidal Tendencies lardeerden hun hardcore met een fikse dosis thrash. Met name Cro-Mags en een beetje Biohazard klinkt erg door in deze verhandeling van Deal With It. Stomverbaasd was ik dan ook toen ik erachter kwam dat Deal With It uit Leeds kwam en niet uit New York. Zo authentiek Amerikaans klinkt deze plaat.
End Time Prophecies brengt precies dat gevoel bij je terug wat eerder genoemde bands destijds deden. En voor de verandering is zijn de 11 nummers allemaal erg aanstekelijk. Niet veel retrothrash bandjes hebben mij tot nu toe kunnen overtuigen.
Anders dan stijlgenoot Municipal Waste zijn de teksten wat minder vrolijk, maar dat mag de pret allemaal niet drukken. Gas erop, volumeknop hoog en gaan met die banaan!
Enige minpuntje is de wat vlakke produktie. Maar de songs hebben genoeg kracht van zichzelf om te kunnen overtuigen.
En de Repka cover is één van de besten uit 's mans oeuvre.
End Time Prophecies brengt precies dat gevoel bij je terug wat eerder genoemde bands destijds deden. En voor de verandering is zijn de 11 nummers allemaal erg aanstekelijk. Niet veel retrothrash bandjes hebben mij tot nu toe kunnen overtuigen.
Anders dan stijlgenoot Municipal Waste zijn de teksten wat minder vrolijk, maar dat mag de pret allemaal niet drukken. Gas erop, volumeknop hoog en gaan met die banaan!
Enige minpuntje is de wat vlakke produktie. Maar de songs hebben genoeg kracht van zichzelf om te kunnen overtuigen.
En de Repka cover is één van de besten uit 's mans oeuvre.
Deathspell Omega - Diabolus Absconditus (2011)

4,5
0
geplaatst: 8 november 2011, 07:48 uur
Oorspronkelijk komt dit nummer van de Crushing The Holy Trinity compilatie. Een plaat met bijdragen van Stabat Mater, Clandestine Blaze, Mgla, Exordium en dus ook Deathspell Omega. Het klopt ook dat dit nummer weer gebundeld is uitgegeven met Mass Grave Aesthetics.
Er zijn dus meerdere wegen om deze nummers te bemachtigen. En dat is zeker de moeite waard. Want Deathspell Omega levert gewoon weer kwaliteit van superieure aard.
Men kan wel spreken van een lichte koerswijziging ten opzichte van het materiaal tot en met Paracletus Diabolus Absconditus lijkt een stuk minder druk te zijn dan het oudere materiaal. De partijen krijgen veel ruimte om te beklijven dit keer. Op gezette momenten worden de nodige psychedelische effecten ingezet waarmee Deathspell Omega meer dan ooit de nadruk legt op de sfeer.
Wat mij betreft slaagt de band daar meer dan voldoende in. Deze Mis des Doods bracht me onmiddellijk in trance en de 22 bezwerende minuten lijken in een oogwenk voorbij te zijn.
Uiteraard is er op muzikaal vlak nog steeds veel avontuur te beleven. Met name de plotselinge versnellingen hebben op gezette tijden een verpulverende uitwerking. Echt sereen en kalm wordt het nergens. Deathspell Omega benadrukt ook in een iets toegankelijkere setting nog steeds haar eigenzinnigheid en intensiteit.
Het wordt eentonig, maar ik kan niet anders dan de volle mep geven. Geen bij mij bekende blackmetal band benadert dit ongekende niveau.
Er zijn dus meerdere wegen om deze nummers te bemachtigen. En dat is zeker de moeite waard. Want Deathspell Omega levert gewoon weer kwaliteit van superieure aard.
Men kan wel spreken van een lichte koerswijziging ten opzichte van het materiaal tot en met Paracletus Diabolus Absconditus lijkt een stuk minder druk te zijn dan het oudere materiaal. De partijen krijgen veel ruimte om te beklijven dit keer. Op gezette momenten worden de nodige psychedelische effecten ingezet waarmee Deathspell Omega meer dan ooit de nadruk legt op de sfeer.
Wat mij betreft slaagt de band daar meer dan voldoende in. Deze Mis des Doods bracht me onmiddellijk in trance en de 22 bezwerende minuten lijken in een oogwenk voorbij te zijn.
Uiteraard is er op muzikaal vlak nog steeds veel avontuur te beleven. Met name de plotselinge versnellingen hebben op gezette tijden een verpulverende uitwerking. Echt sereen en kalm wordt het nergens. Deathspell Omega benadrukt ook in een iets toegankelijkere setting nog steeds haar eigenzinnigheid en intensiteit.
Het wordt eentonig, maar ik kan niet anders dan de volle mep geven. Geen bij mij bekende blackmetal band benadert dit ongekende niveau.
Deathspell Omega - Drought (2012)

4,5
0
geplaatst: 8 augustus 2013, 08:33 uur
Zes losse nummers of toch weer één compositie van twintig minuten? Don Cappuccino geeft mijns insziens het juiste antwoord in zijn post van 20-06-12.
Drought liet bij mij een beetje een verlaten indruk achter na de eerste luisterbeurt. Een reprise van enkele van de vele indrukwekkende Paracletusmomenten. Minder groots dan Diabolus Absconditus. IJzersterk maar een 'been there done' that gevoel. Uiteindelijk verscheen daar uit het niets de striemende zandstorm die mijn gemoederen oppakten als ware het een bundel oude vodden en meesleurde naar de randen van deze verdorven wereld. Daar boog ik toch weer zo diep als ik kon voor het nieuwe sonische kunstwerk van deze mysterieuze Frans/Finse band.
Deathspell Omega beschrijft als geen ander zowel muzikaal als tekstueel hoe dun het randjes van de beschaving zijn waarbinnen wij leven. Een laagje vernis met daaronder de stinkende werkelijkheid. Drought handelt over hoe God dat niet kan aanzien en hoe hij dientengevolge de Aarde onttrekt van al het leven en al wat wel mooi is. Zoals wij onze huisdieren afmaken om ze uit hun lijden te verlossen in geval van ziekte.
A desert with no life but scorpions
coming as a swarm, as a flood
with an abundance of deadly stings...
one for every remembrance
one for every comforting echo of the past
for blithe days of hope turned sour.
Deze eindtijdsvisioenen worden binnen de twintig minutengrens zorgvuldig opgebouwd. Gedurende het intro Salowe Vision en het eerste nummer Fiery Serpents wordt snel duidelijk dat er veel ruimte is gelaten in de doorgaans drukke metal van Deathspell Omega. Elementen uit dromerige post-rock copuleren driftig met de meer mathematisch georiënteerde varianten daarvan. Uiteindelijk ontaarden zij dan toch in de onafwendbare black metalorgie waarin de intensiteit tot het maximale is opgevoerd. We zijn dan inmiddels bij de eruptie die Scorpions & Drought heet.
Het verwrongen gezang van engelen boezemt angst in wanneer zij als bazuinen het serene van het melodieuze outro doorbreken. The Crackled Book Of Life voorgoed verborgen onder het droge woestijnzand. Het zijn de enige symfonische accenten die de band toestaat in hun totaalgeluid. In dat opzicht is er toch het nodige veranderd bij Deathspell Omega sinds Si Monvmenvm Requires, Circumspice verscheen.
Uiteindelijk sluit Drought kwalitatief meer dan voldoende aan bij de rest van het hoogwaardige materiaal van de band. Op een gegeven ogenblik dreigt verrassing er wat vanaf te glijden. Toch biedt het algehele concept en de verduiveld sterke finesses opnieuw meer dan waar voor de zuurverdiende centen.
Drought liet bij mij een beetje een verlaten indruk achter na de eerste luisterbeurt. Een reprise van enkele van de vele indrukwekkende Paracletusmomenten. Minder groots dan Diabolus Absconditus. IJzersterk maar een 'been there done' that gevoel. Uiteindelijk verscheen daar uit het niets de striemende zandstorm die mijn gemoederen oppakten als ware het een bundel oude vodden en meesleurde naar de randen van deze verdorven wereld. Daar boog ik toch weer zo diep als ik kon voor het nieuwe sonische kunstwerk van deze mysterieuze Frans/Finse band.
Deathspell Omega beschrijft als geen ander zowel muzikaal als tekstueel hoe dun het randjes van de beschaving zijn waarbinnen wij leven. Een laagje vernis met daaronder de stinkende werkelijkheid. Drought handelt over hoe God dat niet kan aanzien en hoe hij dientengevolge de Aarde onttrekt van al het leven en al wat wel mooi is. Zoals wij onze huisdieren afmaken om ze uit hun lijden te verlossen in geval van ziekte.
A desert with no life but scorpions
coming as a swarm, as a flood
with an abundance of deadly stings...
one for every remembrance
one for every comforting echo of the past
for blithe days of hope turned sour.
Deze eindtijdsvisioenen worden binnen de twintig minutengrens zorgvuldig opgebouwd. Gedurende het intro Salowe Vision en het eerste nummer Fiery Serpents wordt snel duidelijk dat er veel ruimte is gelaten in de doorgaans drukke metal van Deathspell Omega. Elementen uit dromerige post-rock copuleren driftig met de meer mathematisch georiënteerde varianten daarvan. Uiteindelijk ontaarden zij dan toch in de onafwendbare black metalorgie waarin de intensiteit tot het maximale is opgevoerd. We zijn dan inmiddels bij de eruptie die Scorpions & Drought heet.
Het verwrongen gezang van engelen boezemt angst in wanneer zij als bazuinen het serene van het melodieuze outro doorbreken. The Crackled Book Of Life voorgoed verborgen onder het droge woestijnzand. Het zijn de enige symfonische accenten die de band toestaat in hun totaalgeluid. In dat opzicht is er toch het nodige veranderd bij Deathspell Omega sinds Si Monvmenvm Requires, Circumspice verscheen.
Uiteindelijk sluit Drought kwalitatief meer dan voldoende aan bij de rest van het hoogwaardige materiaal van de band. Op een gegeven ogenblik dreigt verrassing er wat vanaf te glijden. Toch biedt het algehele concept en de verduiveld sterke finesses opnieuw meer dan waar voor de zuurverdiende centen.
Deathspell Omega - Mass Grave Aesthetics (2008)

5,0
3
geplaatst: 18 april 2012, 09:39 uur
Het prevelen van een schietgebed is het laatste dat nog rest wanneer deze herauten van Het Kwaad met een overdonderend episch intro deze kortstondige doodsmars inzetten. Met de middelen zoals voor het eerst toegepast op het onvolprezen Si Monumentum Requires, Circumspice tracht Deathspell Omega opnieuw een allesverstikkende deken van duisternis dood en verwoesting over alles wat ons dierbaar is te leggen.
Het massagraf met daarin de rottende resten van alles dat wat eens was, achtergelaten na de gitzwarte zegetocht , treffen wij hier gepresenteerd als een kunstwerk van ongeëvenaarde schoonheid. De kunst van het oorlogvoeren, de kunst van het extermineren, de kunst van alles dat onze weerzin opwekt. Deathspell Omega weet als geen ander datgene te bewerkstelligen wat black metal in mijn beleving moet bewerkstelligen. Een luguber gevoel van ziekte, dood en intense verwrongen kwaadaardigheid.
Hoewel Mass Grave Aesthetics niet bijzonder veel afwijkt van het overige materiaal van de band, is het haast ontroerend hoe men toch steeds met ultiem boeiende stukken op de proppen weet te stoppen. Extreem drukke riffs, onmenselijk drumwerk afgewisseld met bizarre intermezzo's die als een nachtmerrie je onderbewustzijn blijven tarten met hun geschifte begraven kerkkoren en echoënde gitaareffecten.
En waar de vocalist doorgaans als een afstandelijk heerser op ijskoude, objectieve wijze zijn grimmige verhaal onthult, zijn er heel af en toe kleine momentjes waarin hij de controle verliest en vervalt in maniakale hysterie. Dergelijke momenten zorgen ervoor dat je op het puntje van de stoel blijft zitten.
Deathspell Omega biedt ronduit zinderende black metal. Dissonant, allesverwoestend en bijzonder muzikaal tegelijk. Ik weet het, ik begin een beetje als een fanboy te klinken maar dit is dan ook onweerstaanbaar. Ook deze EP krijgt van ondergetekende de volle mep.
Het massagraf met daarin de rottende resten van alles dat wat eens was, achtergelaten na de gitzwarte zegetocht , treffen wij hier gepresenteerd als een kunstwerk van ongeëvenaarde schoonheid. De kunst van het oorlogvoeren, de kunst van het extermineren, de kunst van alles dat onze weerzin opwekt. Deathspell Omega weet als geen ander datgene te bewerkstelligen wat black metal in mijn beleving moet bewerkstelligen. Een luguber gevoel van ziekte, dood en intense verwrongen kwaadaardigheid.
Hoewel Mass Grave Aesthetics niet bijzonder veel afwijkt van het overige materiaal van de band, is het haast ontroerend hoe men toch steeds met ultiem boeiende stukken op de proppen weet te stoppen. Extreem drukke riffs, onmenselijk drumwerk afgewisseld met bizarre intermezzo's die als een nachtmerrie je onderbewustzijn blijven tarten met hun geschifte begraven kerkkoren en echoënde gitaareffecten.
En waar de vocalist doorgaans als een afstandelijk heerser op ijskoude, objectieve wijze zijn grimmige verhaal onthult, zijn er heel af en toe kleine momentjes waarin hij de controle verliest en vervalt in maniakale hysterie. Dergelijke momenten zorgen ervoor dat je op het puntje van de stoel blijft zitten.
Deathspell Omega biedt ronduit zinderende black metal. Dissonant, allesverwoestend en bijzonder muzikaal tegelijk. Ik weet het, ik begin een beetje als een fanboy te klinken maar dit is dan ook onweerstaanbaar. Ook deze EP krijgt van ondergetekende de volle mep.
Deathspell Omega - Paracletus (2010)

4,5
0
geplaatst: 19 januari 2011, 19:37 uur
Het is dat ik hem pas dit jaar voor het eerst hoorde, anders had de plaat het tot diep in mijn top 10 van 2010 geschopt.
De mysterieuze Franse band Deathspell Omega sluit met Paracletus een driedelig black metal monsterconcept af die de argeloze luisteraar vertwijfeld doet achterlaten.
Het concept bestaat uit een diepzinnige theologische verhandeling over de verhoudingen tussen God en Satan en diens verhoudingen tot de christelijke mens. Erg boeiend en uitdagend om door te komen. Verwacht geen eenvoudige prietpraat. Het is geen Deicide of zo.
Het belangrijkste is de muziek. Wel, vergeet al die prutsbandjes uit de jaren 90 zoals Mayhem, Burzum, Darkthrone en al die andere vingerverf op het gezicht smerende puistenpuberclubjes die beter waren in het uithalen van antichristelijk kattekwaad dan in het vasthouden van een gitaar. Hier wordt op het scherpst van de snede gemusiceerd. Waanzinnige krachtuitspattingen op topsnelheid domineren opnieuw de beschreven kant van de geluidsdrager. Een wervelwind aan riffs die vakkundig dichtgetimmerd worden door onmenselijk bruut drumwerk. Regelmatig schuren de gitaarpartijen tegen de math/postcore hoek aan. Het kost even tijd om de schoonheid uit de kluwen van riffs te ontwaren. Er overheen zijn er nog de dreigende vocalen die de occulte bevindingen in diverse talen aan de luisteraar onthullen.
Het grote verschil met zijn voorgangers is het ontbreken van de verwrongen koorpartijen en de bombastische sfeeraccenten. Het knappe is dat op Paracletus met relatief eenvoudig leadwerk op gezette momenten nog altijd een enorm epische karakter gecreëerd wordt.
Rondom de band hing altijd een nevel van geheimzinnigheid. Het niet vermelden van personeel op de hoes, het niet toeren, het niet geven van interviews. Het draagt allemaal bij aan de occulte sfeer van het materiaal.
Wie Si Monumentum Requires, Circumspice en Fas - Ite Maledicti in Ignem Aeternum een warm hart toedraagt, kan blind overgaan tot aanschaf van Paracletus.
Elke andere liefhebber van extreme metal zou zichzelf ook geen pijn doen om Paracletus eens te beluisteren.
De mysterieuze Franse band Deathspell Omega sluit met Paracletus een driedelig black metal monsterconcept af die de argeloze luisteraar vertwijfeld doet achterlaten.
Het concept bestaat uit een diepzinnige theologische verhandeling over de verhoudingen tussen God en Satan en diens verhoudingen tot de christelijke mens. Erg boeiend en uitdagend om door te komen. Verwacht geen eenvoudige prietpraat. Het is geen Deicide of zo.
Het belangrijkste is de muziek. Wel, vergeet al die prutsbandjes uit de jaren 90 zoals Mayhem, Burzum, Darkthrone en al die andere vingerverf op het gezicht smerende puistenpuberclubjes die beter waren in het uithalen van antichristelijk kattekwaad dan in het vasthouden van een gitaar. Hier wordt op het scherpst van de snede gemusiceerd. Waanzinnige krachtuitspattingen op topsnelheid domineren opnieuw de beschreven kant van de geluidsdrager. Een wervelwind aan riffs die vakkundig dichtgetimmerd worden door onmenselijk bruut drumwerk. Regelmatig schuren de gitaarpartijen tegen de math/postcore hoek aan. Het kost even tijd om de schoonheid uit de kluwen van riffs te ontwaren. Er overheen zijn er nog de dreigende vocalen die de occulte bevindingen in diverse talen aan de luisteraar onthullen.
Het grote verschil met zijn voorgangers is het ontbreken van de verwrongen koorpartijen en de bombastische sfeeraccenten. Het knappe is dat op Paracletus met relatief eenvoudig leadwerk op gezette momenten nog altijd een enorm epische karakter gecreëerd wordt.
Rondom de band hing altijd een nevel van geheimzinnigheid. Het niet vermelden van personeel op de hoes, het niet toeren, het niet geven van interviews. Het draagt allemaal bij aan de occulte sfeer van het materiaal.
Wie Si Monumentum Requires, Circumspice en Fas - Ite Maledicti in Ignem Aeternum een warm hart toedraagt, kan blind overgaan tot aanschaf van Paracletus.
Elke andere liefhebber van extreme metal zou zichzelf ook geen pijn doen om Paracletus eens te beluisteren.
Def Leppard - High 'n' Dry (1981)

4,5
5
geplaatst: 6 augustus 2020, 13:59 uur
Hoewel Hysteria en Pyromania beschouwd mogen worden als iconen uit de hardrockgeschiedenis, of op zijn minst als datgene waarvan we Def Leppard kennen, heeft High N Dry wat mij betreft een (lichte) voorsprong als het gaat om het rangschikken van de discografie van deze Britten.
De NWOBHM van On Through The Night werd definitief vaarwel gezegd en er werd duidelijk gezocht naar een geluid dat op een breder publiek zou kunnen rekenen. Hier en daar kunnen we al een beetje wennen aan de koortjes en de breed opgezette fundamenten van de songs. Van die dingen die later tot in de kleinste details uitgewerkt zouden zijn. Bringin On The Heartbreak zal dan de definitieve knieval moeten zijn. Desondanks een hele fraaie ballade.
Toch is het de combinatie met de Britse branie dat High N Dry uniek maakt. Soms wat te gemakkelijk vergeleken met AC/DC. Dat zal toch in Elliots voordrachten gelegen moeten zijn. Want AC/DC kwam nooit met een anthem als Mirror Mirror of een stuwend monster als Another Hit And Run. Dat zijn nummers die helemaal af zijn. Een tikje ruw maar toch ook heel toegankelijk.
En wat te denken van het fijnzinnige instrumentaaltje Switch 625. Is dat niet gewoon waar John Norum naar keek tijdens het in elkaar flansen van iets als Aphasia?
Ook Lady Strange pakt uit met een herinnering aan de NWOBHM dagen middels een typische twinlead harmonie om vervolgens vastberaden via een krachtige riff de deuren in te komen trappen. Het luchtige refrein dat volgt, zet de band weer op het nieuw te volgen melodieuze hardrockspoor. En dan komt er ook nog eens een waanzinnig opzwepend middenstuk om de hoek zetten. Dit is wat je noemt een wervelende song.
In de historie kan High N Dry misschien gezien worden als een opmaat naar de Def Leppard die we allemaal kennen. Wie verder luistert, zal een album horen waar de overgang tussen de oudere metal en en die bekende melodieuze koers op verdraaid slimme wijze met elkaar in balans is.
De NWOBHM van On Through The Night werd definitief vaarwel gezegd en er werd duidelijk gezocht naar een geluid dat op een breder publiek zou kunnen rekenen. Hier en daar kunnen we al een beetje wennen aan de koortjes en de breed opgezette fundamenten van de songs. Van die dingen die later tot in de kleinste details uitgewerkt zouden zijn. Bringin On The Heartbreak zal dan de definitieve knieval moeten zijn. Desondanks een hele fraaie ballade.
Toch is het de combinatie met de Britse branie dat High N Dry uniek maakt. Soms wat te gemakkelijk vergeleken met AC/DC. Dat zal toch in Elliots voordrachten gelegen moeten zijn. Want AC/DC kwam nooit met een anthem als Mirror Mirror of een stuwend monster als Another Hit And Run. Dat zijn nummers die helemaal af zijn. Een tikje ruw maar toch ook heel toegankelijk.
En wat te denken van het fijnzinnige instrumentaaltje Switch 625. Is dat niet gewoon waar John Norum naar keek tijdens het in elkaar flansen van iets als Aphasia?
Ook Lady Strange pakt uit met een herinnering aan de NWOBHM dagen middels een typische twinlead harmonie om vervolgens vastberaden via een krachtige riff de deuren in te komen trappen. Het luchtige refrein dat volgt, zet de band weer op het nieuw te volgen melodieuze hardrockspoor. En dan komt er ook nog eens een waanzinnig opzwepend middenstuk om de hoek zetten. Dit is wat je noemt een wervelende song.
In de historie kan High N Dry misschien gezien worden als een opmaat naar de Def Leppard die we allemaal kennen. Wie verder luistert, zal een album horen waar de overgang tussen de oudere metal en en die bekende melodieuze koers op verdraaid slimme wijze met elkaar in balans is.
Deicide - Deicide (1990)

3,5
0
geplaatst: 10 mei 2010, 09:42 uur
Glenn Benton presenteerde zich eind jaren 80 min of meer als zoon van Satan. Deze beroepsidioot brandde zich zelf een omgekeerd kruis in het voorhoofd, repte over zelfmoord op zijn 33ste jaar. (Niet gedaan, overigens) Hij doopte de bandnaam van zijn band Amon om in het iets lompere Deicide om zo zijn niet aflatende woede jegens het christendom te kunnen ontketenen. Dit gebeurde middels wel heel lompe, ongenuanceerde death metal met vrij debiele teksten.
Op zich bevat het album, voor de liefhebber, best aardige nummers. Het stuwende Sacrificial Suicide bijvoorbeeld. Een compact energiek nummer boordevol afwisseling.
In het titelnummer laat Deicide horen, woedend te kunnen klinken zonder alles in de hoogste versnelling af te draaien. Eigenlijk spelen veel nummers zich in een soort hakkelend ritme af. Dat is ook het tempo waarin Bentons stem het beste tot zijn recht komt.
Het blijft echter allemaal lomp en weinig vernuftig. In Dead By Dawn wordt het een beetje banaal met Bentons stem x 5.
Toch is Deicide, vanwege de blinde agressie en de af en toe prima ideeën voor de death metalliefhebber best een aardige belevenis.
Op zich bevat het album, voor de liefhebber, best aardige nummers. Het stuwende Sacrificial Suicide bijvoorbeeld. Een compact energiek nummer boordevol afwisseling.
In het titelnummer laat Deicide horen, woedend te kunnen klinken zonder alles in de hoogste versnelling af te draaien. Eigenlijk spelen veel nummers zich in een soort hakkelend ritme af. Dat is ook het tempo waarin Bentons stem het beste tot zijn recht komt.
Het blijft echter allemaal lomp en weinig vernuftig. In Dead By Dawn wordt het een beetje banaal met Bentons stem x 5.
Toch is Deicide, vanwege de blinde agressie en de af en toe prima ideeën voor de death metalliefhebber best een aardige belevenis.
Deicide - Once Upon the Cross (1995)

4,0
0
geplaatst: 10 mei 2010, 10:16 uur
Alsof de loop van de geschiedenis voor de man uit Nazareth nog niet erg genoeg is geweest, is hier Glenn Benton weer met 9 nieuwe nagels om er op het kruis bij te kloppen.
In staccato komen de antischristelijke leuzen op je af in nummers als Christ Denied, When Satan Rules His World of Kill The Christian. Banaler kan haast niet.
Toch vind ik de nummers an sich zeker vermakelijk. Sterker nog, Once Upon The Cross bevalt mij van alle Deicide albums nog het best. De death metal is behoorlijk catchy zonder ook maar iets aan kracht in te boeten. De riffjes in met name het geweldige titelnummer zijn wat technischer geworden en herinneren heel soms aan Morbid Angel. Maar vergis je niet. De sound van de broertjes Hoffman is uit duizenden herkenbaar en hun stijl blijft een stijl van brute agressie. Net zoals de hele band blijft volharden in uiterst lompe, kwaadaardige death metal.
In staccato komen de antischristelijke leuzen op je af in nummers als Christ Denied, When Satan Rules His World of Kill The Christian. Banaler kan haast niet.
Toch vind ik de nummers an sich zeker vermakelijk. Sterker nog, Once Upon The Cross bevalt mij van alle Deicide albums nog het best. De death metal is behoorlijk catchy zonder ook maar iets aan kracht in te boeten. De riffjes in met name het geweldige titelnummer zijn wat technischer geworden en herinneren heel soms aan Morbid Angel. Maar vergis je niet. De sound van de broertjes Hoffman is uit duizenden herkenbaar en hun stijl blijft een stijl van brute agressie. Net zoals de hele band blijft volharden in uiterst lompe, kwaadaardige death metal.
Deicide - The Stench of Redemption (2006)

4,0
0
geplaatst: 25 maart 2013, 14:58 uur
Een pagina lang heen en weer gezever over wie er nu wel of niet volwassen is en vrijwel geen woord over het album zelf. Daar ga ik eens verandering in brengen. Want op papier lijkt The Stench Of Redemption weliswaar de zoveelste te zijn in de rij van de blasfemische stokpaardjes van Glenn Benton, in werkelijkheid is het hellevuur na het bitter teleurstellende Scars Of The Crucifix hier weer metershoog opgelaaid.
Want The Stench Of Redemption vlamt, dames en heren. Het is een flitsend staaltje brute death metal geworden. De uit steen gehouwen heiligen wensen voor altijd in de schaduwen verborgen te blijven met dit wild om zich heen hakkende Beest dat geïncorporeerd is in De Achtste van Deicide. Het Beest dat weer tot leven lijkt te zijn gewekt door het inruilen van de besnaarde broeders Eric en Brian Hoffmann voor een nieuwe tandem bestaande uit Jack Owen en Ralph Santolla. Deze mannen degraderen het gitaarwerk van de Hoffmannbroertjes definitief tot marginaal prutswerk. Ze luisteren het staccato death metalgeluid op met een stevige melodieuze injectie zonder dat Deicide ook maar iets van haar bruutheid verliest.
Nog immer staat Deicide voor betrekkelijk eenvoudige death metaluitspattingen die als vehikel dienen voor de weinig fijnzinnige tirades tegen het christendom van opperhoofd Benton. Juist vanwege de nieuwe incarnatie lijkt het alsof vertrouwd klinkende nummers als Homage For Satan en Death To Jesus beter gestructureerd zijn dan pak hem beet een Suicidal Sacrifice of een When Satan Rules His World. En ook de gedrevenheid mag genoemd worden. The Stench Of Redemption spettert aan alle kanten en degradeert al het vorige Deicide werk met gemak naar één van de minder relevante cirkels van de hel.
Want The Stench Of Redemption vlamt, dames en heren. Het is een flitsend staaltje brute death metal geworden. De uit steen gehouwen heiligen wensen voor altijd in de schaduwen verborgen te blijven met dit wild om zich heen hakkende Beest dat geïncorporeerd is in De Achtste van Deicide. Het Beest dat weer tot leven lijkt te zijn gewekt door het inruilen van de besnaarde broeders Eric en Brian Hoffmann voor een nieuwe tandem bestaande uit Jack Owen en Ralph Santolla. Deze mannen degraderen het gitaarwerk van de Hoffmannbroertjes definitief tot marginaal prutswerk. Ze luisteren het staccato death metalgeluid op met een stevige melodieuze injectie zonder dat Deicide ook maar iets van haar bruutheid verliest.
Nog immer staat Deicide voor betrekkelijk eenvoudige death metaluitspattingen die als vehikel dienen voor de weinig fijnzinnige tirades tegen het christendom van opperhoofd Benton. Juist vanwege de nieuwe incarnatie lijkt het alsof vertrouwd klinkende nummers als Homage For Satan en Death To Jesus beter gestructureerd zijn dan pak hem beet een Suicidal Sacrifice of een When Satan Rules His World. En ook de gedrevenheid mag genoemd worden. The Stench Of Redemption spettert aan alle kanten en degradeert al het vorige Deicide werk met gemak naar één van de minder relevante cirkels van de hel.
Der Weg einer Freiheit - Innern (2025)

4,5
1
geplaatst: 24 november 2025, 12:08 uur
Ofschoon het gezelschap al een behoorlijk oeuvre heeft kunnen opbouwen, heb ik tot voor kort nog nimmer iets gehoord van Der Weg Einer Freiheit. Innern heet het album en als ik kijk naar de vormgeving en de titels had ik eerst het idee dat ik te maken had met een doomorkest. Apollo presenteerde het toch echt als blackmetal. En dat is het dan ook. Zij het dat deze Duitsers zich niet in hokjes laten stoppen.
Want de verstilde, meeslepende akkoorden die als rode draden door de omvangrijke composities kronkelen, geven er wel degelijk een neerslachtige doomtint aan. Als Marter het tranendal opent, is al snel duidelijk uit welke ketels de soep gehaald wordt. De van Katatonia geleende akkoorden die van ver weg lijken te komen, werken onder luide drumroffels naar de eerste uitbarstingen toe. Daarmee wordt de combinatie van blackmetal met postgeluiden en Zweedse doom direct duidelijk. Het is vooral het vlotte karakter dat de band onderscheidt van andere postgebruikers.
Ook Xibalba is uiterst intens en overweldigend. Der Weg Einer Freiheit weet echt goed gebruik te maken van stemmingswisselingen die dankzij de organische productie uiterst goed voor het bleke daglicht komen. De verstopte toetsaccenten zorgen voor extra drama. Het is hier ook dat ikzelf het idee krijg met een eigenwijze band te maken te hebben. De invloeden zijn duidelijk maar niet zo duidelijk dat ik direct andere namen oplepel die uit het zelfde hout gesneden zijn.
De muzikanten Der Weg Einer Freiheit lijken meesters te zijn in het opzetten van soepele overgangen. Het sfeervolle intro van Eos vloeit naadloos over in een brute zwartmetalen eruptie die vervolgens bezwerend dichtgezongen wordt met naargeestige declamaties alvorens de traditionele screams ingezet worden. De echo-effecten zijn angstaanjagend en vormen een schril contrast met het melancholische raamwerk dat de band juist in de vorige nummers opzette. Toch past het puzzelstukje naadloos in het overige spul.
Met het navolgende Fragment wordt een wat meer ingetogen kaart getrokken. Hier krijgt de postrockkant de overhand. Met voorzichtig gebrachte galmzang wordt een introspectieve reis aangeboord. Dat er dan nog een flinke versnelling ingezet wordt, is dan nauwelijks opgemerkt.
Via het kalme intermezzo Finisterre III wordt je langzaam naar het slotstuk Forlorn geleid. Het is een eclectische compositie geworden die al het gehoorde nog eens samenvat. Ondanks de brute uitspattingen kent ook dit nummer een ingetogen karakter. Daarmee is het album met zijn drie kwartier nog vrij compact te noemen. Zo zie je maar dat het helemaal niet nodig is om dergelijke sfeerschetsen tot in het oneindige te laten voortduren al is het wel fijn dat alles in al zijn uitgesponnenheid naar voren mag komen.
Der Weg Einer Freiheit laat horen hoe je verschillende paletten binnen het zwartgeblakerde genre vloeiend in elkaar over kunt laten lopen zonder het overkoepelende geheel te verliezen. Innern is qua sfeer een heerlijk introspectieve plaat die gedurende de trip door een intens droomlandschap wel wat hobbels op het pad gooit maar die hobbels nooit de droomwereld laat verwoesten. Voor wie van intens en sfeervol houdt, is Innern een stevige aanrader.
Want de verstilde, meeslepende akkoorden die als rode draden door de omvangrijke composities kronkelen, geven er wel degelijk een neerslachtige doomtint aan. Als Marter het tranendal opent, is al snel duidelijk uit welke ketels de soep gehaald wordt. De van Katatonia geleende akkoorden die van ver weg lijken te komen, werken onder luide drumroffels naar de eerste uitbarstingen toe. Daarmee wordt de combinatie van blackmetal met postgeluiden en Zweedse doom direct duidelijk. Het is vooral het vlotte karakter dat de band onderscheidt van andere postgebruikers.
Ook Xibalba is uiterst intens en overweldigend. Der Weg Einer Freiheit weet echt goed gebruik te maken van stemmingswisselingen die dankzij de organische productie uiterst goed voor het bleke daglicht komen. De verstopte toetsaccenten zorgen voor extra drama. Het is hier ook dat ikzelf het idee krijg met een eigenwijze band te maken te hebben. De invloeden zijn duidelijk maar niet zo duidelijk dat ik direct andere namen oplepel die uit het zelfde hout gesneden zijn.
De muzikanten Der Weg Einer Freiheit lijken meesters te zijn in het opzetten van soepele overgangen. Het sfeervolle intro van Eos vloeit naadloos over in een brute zwartmetalen eruptie die vervolgens bezwerend dichtgezongen wordt met naargeestige declamaties alvorens de traditionele screams ingezet worden. De echo-effecten zijn angstaanjagend en vormen een schril contrast met het melancholische raamwerk dat de band juist in de vorige nummers opzette. Toch past het puzzelstukje naadloos in het overige spul.
Met het navolgende Fragment wordt een wat meer ingetogen kaart getrokken. Hier krijgt de postrockkant de overhand. Met voorzichtig gebrachte galmzang wordt een introspectieve reis aangeboord. Dat er dan nog een flinke versnelling ingezet wordt, is dan nauwelijks opgemerkt.
Via het kalme intermezzo Finisterre III wordt je langzaam naar het slotstuk Forlorn geleid. Het is een eclectische compositie geworden die al het gehoorde nog eens samenvat. Ondanks de brute uitspattingen kent ook dit nummer een ingetogen karakter. Daarmee is het album met zijn drie kwartier nog vrij compact te noemen. Zo zie je maar dat het helemaal niet nodig is om dergelijke sfeerschetsen tot in het oneindige te laten voortduren al is het wel fijn dat alles in al zijn uitgesponnenheid naar voren mag komen.
Der Weg Einer Freiheit laat horen hoe je verschillende paletten binnen het zwartgeblakerde genre vloeiend in elkaar over kunt laten lopen zonder het overkoepelende geheel te verliezen. Innern is qua sfeer een heerlijk introspectieve plaat die gedurende de trip door een intens droomlandschap wel wat hobbels op het pad gooit maar die hobbels nooit de droomwereld laat verwoesten. Voor wie van intens en sfeervol houdt, is Innern een stevige aanrader.
Détente - Decline (2010)

3,0
0
geplaatst: 2 april 2020, 18:09 uur
Want hoe zat dat nou? Eerst werd Ann Boleyn erbij gehaald. Maar die bleek na een paar shows toch niet het aanstaande Decline in te gaan blèren. Die eer viel dan Tiina Teals te beurt. En die werkt zich met een stem van schuurpapier door een stapeltje nieuwe tracks heen.
Decline probeert qua beknoptheid wel aan te sluiten op het cultdingetje dat Recognize No Authority nu één keer is, maar komt wat knopen te kort. Allereerst is Decline een vrij modern doch puur klinkend thrashalbum. Het bevat lekker veel snelheid en agressie. Echter, qua uitstraling is het allemaal zo plat als een dubbeltje. Een schuimbekkende zangeres zonder persoonlijkheid tilt Détente nooit naar oude niveaus. Ook qua songschrijverij is er niet al teveel te beleven in het betonnen oerwoud van middelmatige riffjes en boze tekstjes.
Het voert te ver om het als slecht te bestempelen. Het is gewoon degelijk. Best fijn luistervoer om de was bij op te hangen of de piepers bij te schillen. Dat heeft alles te maken met het feit dat deze samenstelling het erop waagde onder de Détentevlag dit spul uit te brengen.
Decline probeert qua beknoptheid wel aan te sluiten op het cultdingetje dat Recognize No Authority nu één keer is, maar komt wat knopen te kort. Allereerst is Decline een vrij modern doch puur klinkend thrashalbum. Het bevat lekker veel snelheid en agressie. Echter, qua uitstraling is het allemaal zo plat als een dubbeltje. Een schuimbekkende zangeres zonder persoonlijkheid tilt Détente nooit naar oude niveaus. Ook qua songschrijverij is er niet al teveel te beleven in het betonnen oerwoud van middelmatige riffjes en boze tekstjes.
Het voert te ver om het als slecht te bestempelen. Het is gewoon degelijk. Best fijn luistervoer om de was bij op te hangen of de piepers bij te schillen. Dat heeft alles te maken met het feit dat deze samenstelling het erop waagde onder de Détentevlag dit spul uit te brengen.
Détente - Recognize No Authority (1986)

4,5
0
geplaatst: 20 mei 2010, 08:54 uur
Détente is in mijn optiek toch wel een bijzondere band aan het thrashfirmament.
De band rondom gitarist Ross Robinson en Dawn Crosby bracht in de jaren 80 met Recognize No Authority slechts 1 album uit. Het bevat een furieuze mengelmoes van thrash, speed en hardcore en werd gedragen door de extreme voordracht van de te vroeg overleden vocaliste Dawn Crosby. Met grote toewijding spuwt ze de teksten van te gekke thrashbeukers als Losers en It's Your Fate over je heen.
Een schreeuwende dame roept direct associaties met Holy Moses op. Détente heeft naar mijn mening muzikaal wel meer te bieden dan het veel rommeligere Holy Moses.
Een pakket razende riffs, woedende drumslagen, tremolo teisterende solo’s. Alles verpakt in korte, puntige nummers die met dodelijke precisie zijn uitgevoerd. De leadpartijen dragen bij aan het grauwe wereldbeeld wat Détente ons tracht op te dringen. Vooral Shattered Illusions is daar een goed voorbeeld van.
Verwacht geen melodieuze solo's of semi ballades zoals destijds veel collega'ss uit met name de Bay Area op plaat zetten, maar verwacht een denderende wervelwind die, voordat je met je ogen kan knipperen, de hele wereld om je heen in een rokende puinhoop heeft veranderd. De Vultures In The Sky wachten dan om de overgebleven resten rokend vlees te kunnen verorberen.
De band rondom gitarist Ross Robinson en Dawn Crosby bracht in de jaren 80 met Recognize No Authority slechts 1 album uit. Het bevat een furieuze mengelmoes van thrash, speed en hardcore en werd gedragen door de extreme voordracht van de te vroeg overleden vocaliste Dawn Crosby. Met grote toewijding spuwt ze de teksten van te gekke thrashbeukers als Losers en It's Your Fate over je heen.
Een schreeuwende dame roept direct associaties met Holy Moses op. Détente heeft naar mijn mening muzikaal wel meer te bieden dan het veel rommeligere Holy Moses.
Een pakket razende riffs, woedende drumslagen, tremolo teisterende solo’s. Alles verpakt in korte, puntige nummers die met dodelijke precisie zijn uitgevoerd. De leadpartijen dragen bij aan het grauwe wereldbeeld wat Détente ons tracht op te dringen. Vooral Shattered Illusions is daar een goed voorbeeld van.
Verwacht geen melodieuze solo's of semi ballades zoals destijds veel collega'ss uit met name de Bay Area op plaat zetten, maar verwacht een denderende wervelwind die, voordat je met je ogen kan knipperen, de hele wereld om je heen in een rokende puinhoop heeft veranderd. De Vultures In The Sky wachten dan om de overgebleven resten rokend vlees te kunnen verorberen.
Diabolical Masquerade - Death's Design (2001)

2,5
0
geplaatst: 16 december 2022, 08:08 uur
Anders Nyström alias Blackheim is een duizendpootje. Hij was er van het begin af aan bij, bij het inmiddels (hier) breed gewaardeerde Katatonia alsook bij een tweetal platen van retrometal act Bewitched. Diabolical Masquerade was een eenmansproject waarin hij zijn liefde voor gematigde melodieuze blackachtige metal etaleerde.
Death's Design was het laatste wapenfeit onder die banier. Het is wel een fragmentarisch ding dat ik op zichzelf niet helemaal kan duiden.
We horen in die maalstroom van korte stukken van alles terugkomen dat nergens ook maar iets op lijkt te bouwen. Enerzijds horen we een versimpelde variant op de melodieuze blackmetal van het debuut terug en dan ineens zit je in een slap stukje symfonisch getinte hardrock dat dan een enkele keer mag extrapoleren naar een emotioneel geladen instrumentale passage. Maar voordat je erin zit is het weer voorbij en start een nieuwe fase.
Waarom dan Anvil Of Crom van Basil Poledouris uit Conan The Barbarian uit 1982 tot twee keer terugkeert in verschillende nummers is mij ook een raadsel. Het is wel leuk voor de insider maar geeft ook aan hoe Blackheim zich hier vertilt aan het amalgaam van ideeën dat hier een plek moest krijgen.
De misplaatste jazz-, Ayreon-, en dancepassages dan nog daargelaten.
Op zich kan het best interessant om dit eens gehoord te hebben. Het werd destijds ludiek gepresenteerd als soundtrack voor een niet bestaande film maar zelfs met film zou dit album alsnog een los zand exercitie zijn. Dat het nu net de bewerkte Conanpassage is die het meeste indruk op me maakte, kan niet de bedoeling zijn.
Death's Design was het laatste wapenfeit onder die banier. Het is wel een fragmentarisch ding dat ik op zichzelf niet helemaal kan duiden.
We horen in die maalstroom van korte stukken van alles terugkomen dat nergens ook maar iets op lijkt te bouwen. Enerzijds horen we een versimpelde variant op de melodieuze blackmetal van het debuut terug en dan ineens zit je in een slap stukje symfonisch getinte hardrock dat dan een enkele keer mag extrapoleren naar een emotioneel geladen instrumentale passage. Maar voordat je erin zit is het weer voorbij en start een nieuwe fase.
Waarom dan Anvil Of Crom van Basil Poledouris uit Conan The Barbarian uit 1982 tot twee keer terugkeert in verschillende nummers is mij ook een raadsel. Het is wel leuk voor de insider maar geeft ook aan hoe Blackheim zich hier vertilt aan het amalgaam van ideeën dat hier een plek moest krijgen.
De misplaatste jazz-, Ayreon-, en dancepassages dan nog daargelaten.
Op zich kan het best interessant om dit eens gehoord te hebben. Het werd destijds ludiek gepresenteerd als soundtrack voor een niet bestaande film maar zelfs met film zou dit album alsnog een los zand exercitie zijn. Dat het nu net de bewerkte Conanpassage is die het meeste indruk op me maakte, kan niet de bedoeling zijn.
Diamond Head - Lightning to the Nations 2020 (2020)

1,0
1
geplaatst: 11 december 2020, 17:13 uur
Wat een ontzettend slappe hap is dit weer. Waarom wil je in hemelsnaam je oude klassieker opnieuw opnemen terwijl je er hoorbaar geen zin in hebt? Geen energie. Geen kracht. Helemaal niks van dat alles. En die uitgeblust klinkende zanger maakt het allemaal nog erger. Helpless klinkt als een door houtwormen opgevroten platte kar met vierkante wielen die door een manke ezel een weggeërodeerd bergpaadje opgetrokken moet worden. Hulpeloos. En dat was nou net één van de gaafste tracks van het origineel. Er is niets meer over van die speelsheid van het origineel. Hoe krijg je het voor elkaar?
Het andere klapstuk zou Am I Evil hebben geheten ware het niet dat Diamond Head meent de Metallica versie te moeten naspelen en daar dan vervolgens die murmelende zanger overheen laten kotsen.
Nu we het toch over Metallica hebben; ze worden hier nog even aangehaald middels een genadeloos krakkemikkige versie van No Remorse. Als dank voor de exposure die ze dankzij Metallica hebben gekregen zeker. Had het maar privé gehouden.
Het is dat we thuiswerken anders had ik de schaarse haren uit mijn hoofd getrokken dat ik dit uurtje kostbare tijd met ergernis aan Spotify heb zitten verspillen. Diamond Head is heden ten dage niets meer dan een roestige plaat voor de kop, Hooguit leuk voor op de bruiloft van je minst favoriete neef of nicht voor maximaal dertig mensen. Mits er veel drank in het spel is dan.
Ik blijf het tegen al die artiestjes zeggen: Laat je eigen klassiekers met rust. Tenzij je met de adrenaline in je donder op de planken staat. Of tenzij je met een spontane quarantaineversie op de proppen komt.
Het andere klapstuk zou Am I Evil hebben geheten ware het niet dat Diamond Head meent de Metallica versie te moeten naspelen en daar dan vervolgens die murmelende zanger overheen laten kotsen.
Nu we het toch over Metallica hebben; ze worden hier nog even aangehaald middels een genadeloos krakkemikkige versie van No Remorse. Als dank voor de exposure die ze dankzij Metallica hebben gekregen zeker. Had het maar privé gehouden.
Het is dat we thuiswerken anders had ik de schaarse haren uit mijn hoofd getrokken dat ik dit uurtje kostbare tijd met ergernis aan Spotify heb zitten verspillen. Diamond Head is heden ten dage niets meer dan een roestige plaat voor de kop, Hooguit leuk voor op de bruiloft van je minst favoriete neef of nicht voor maximaal dertig mensen. Mits er veel drank in het spel is dan.
Ik blijf het tegen al die artiestjes zeggen: Laat je eigen klassiekers met rust. Tenzij je met de adrenaline in je donder op de planken staat. Of tenzij je met een spontane quarantaineversie op de proppen komt.
Dissection - Reinkaos (2006)

2,0
0
geplaatst: 19 oktober 2011, 11:13 uur
Met een hoop bombarie aangekondigd, maar uiteindelijk ging het na het verschijnen van de Maha Kali single al als een nachtkaars uit. De langverwachte terugkeer van Dissection. Twee magische albums uit de jaren negentig om je aan op te trekken. Opperhoofd Nodtveidt heeft er lang voor kunnen mediteren in de bak om nog eens een gooi naar de metalkroon te kunnen doen. Maar het eindresultaat stemde mij somber.
Reinkaos gaat ten onder aan brave degelijkheid. Nul komma nul spanning, geen smerigheid helemaal niets. Een verzameling doodsaaie melodieuze deathachtige metalsongs waar zelfs een In Flames liefhebber van in slaap moet vallen. Nodtveid kwam gewoon de nootjes spelen, wat rasperige vocalen de mic in spugen en hup naar huis, in zijn pentagrammen cirkeltje zitten en gezellig de kaarsjes aansteken.Blijkbaar was het erg gezellig tussen de bubba's in de bajes. Want erg verbeten en gedreven klinkt de man niet op Reinkaos.
Zonde, maar soms moet je gewoon stoppen op je hoogtepunt. Overigens was Dissection live nog wel dik in orde. Maar Reinkaos was ik snel weer vergeten.
Reinkaos gaat ten onder aan brave degelijkheid. Nul komma nul spanning, geen smerigheid helemaal niets. Een verzameling doodsaaie melodieuze deathachtige metalsongs waar zelfs een In Flames liefhebber van in slaap moet vallen. Nodtveid kwam gewoon de nootjes spelen, wat rasperige vocalen de mic in spugen en hup naar huis, in zijn pentagrammen cirkeltje zitten en gezellig de kaarsjes aansteken.Blijkbaar was het erg gezellig tussen de bubba's in de bajes. Want erg verbeten en gedreven klinkt de man niet op Reinkaos.
Zonde, maar soms moet je gewoon stoppen op je hoogtepunt. Overigens was Dissection live nog wel dik in orde. Maar Reinkaos was ik snel weer vergeten.
Dissection - The Past Is Alive (The Early Mischief) (1997)

3,5
0
geplaatst: 15 september 2014, 17:23 uur
The Somberlain en Storm Of The Light's Bane zijn verworden tot mijlpalen in de Scandinavische metalgeschiedenis. De legende van Dissection begon vrij vroeg in de jaren negentig: Into Infinite Obscurity en The Grief Prophecy waren zo van die demo's die te vet waren voor woorden. Dissection bleek een zwarte parel te zijn, klaar om de grauwe middelmaat ver te ontstijgen.
De opmaat daarvoor treft u hier aan. Want hier zijn ze gebundeld. Tezamen met wat vroeger spul uit een tijd dat de band nog Satanized heette. Satanized en Born In Fire zijn puur hakketak-death metal. Om maar te illustreren dat de wortels van Dissection nooit in de black metal hebben gelegen.
Voor de geschiedsschrijving lijkt dit mij aardig onontbeerlijk. Maar ik ben dan ook hopeloos nostalgisch in dezen, vrees ik.
De opmaat daarvoor treft u hier aan. Want hier zijn ze gebundeld. Tezamen met wat vroeger spul uit een tijd dat de band nog Satanized heette. Satanized en Born In Fire zijn puur hakketak-death metal. Om maar te illustreren dat de wortels van Dissection nooit in de black metal hebben gelegen.
Voor de geschiedsschrijving lijkt dit mij aardig onontbeerlijk. Maar ik ben dan ook hopeloos nostalgisch in dezen, vrees ik.
Djevel - Naa Skrider Natten Sort (2022)

4,5
2
geplaatst: 24 november 2022, 10:14 uur
Eerder schreef ik al dat het Noorse blackmetal gezelschap Djevel een band is dat per album maar beter lijkt te worden. Dat daar geen eind aan zou komen, had ik nooit gedacht. Maar Naa Skrider Natten Sort is een album waarin de huidige bezetting van Djevel zichzelf overtreft.
Het gegeven dat Djevel Noorse Grammy's wint, geeft vast al aan dat we hier niet te maken hebben met de meest extreme variant van blackmetal. Sterker nog, Naa Skrider Natten Sort is een hele rustgevende nachtelijke trip geworden. Ondanks de overdonderende trommelslagen en het indringende riffwerk. Het zit hem in de meeslepende riffs en het bijbehorende staccato krijs- en zangwerk dat afgewisseld wordt met melancholisch klinkende tokkels en andere geluiden waardoor een ijzige kalmte lijkt neer te dalen over het krachtige geweld. En wat een productie ook. Het knalt en het spettert zonder dat het gecomprimeerd klinkt. Daardoor is het geluid ook gaan leven.
Het album is het tweede deel uit een trilogie dat zich mag laten vertalen als een ode aan de nacht. De loom opgebouwde nummers maken een auditieve vertaling van een voetreis door besneeuwde bossen, langs bevroren meren en in nevels gehulde berghellingen. Met bezwerende koorgezangen die je als bosgeesten met onduidelijke bedoelingen begeleiden. Slechts af en toe gaat het tempo om hoog maar ook dan worden met slepende melodieën die als mistdekens over de onrust gedrapeerd zijn, de contemplatieve rust bewaard.
Hoogdravende experimenten hoef je niet te verwachten. Djevel blijft stilistisch hangen in niet al te moeilijke zwartmetalen motieven die zich diep geworteld weten in de beruchte negentiger jaren. Maar er mag diep gebogen worden voor de inventieve wijze waarop dit allemaal is uitgewerkt en de machtige sfeer die ermee opgeroepen wordt. Djevel raakt hiermee in kwalitatieve zin aan gelijkaardige albums als Bergtatt en Aspera Hiems Symfonia.
Ik hoor u denken: "die gast loopt wel erg hard van stapel." Maar niets is minder waar, ik ben oprecht onder de indruk op de wijze hoe Djevel zich van het relatief saaie Dødssanger uit 2011 zich in zeven albums heeft ontwikkeld tot het magistrale werkstuk wat nu op de mat plofte. De lat voor het sluitstuk van deze driedelige nachtmis kan niet hoger gelegd worden.
Het gegeven dat Djevel Noorse Grammy's wint, geeft vast al aan dat we hier niet te maken hebben met de meest extreme variant van blackmetal. Sterker nog, Naa Skrider Natten Sort is een hele rustgevende nachtelijke trip geworden. Ondanks de overdonderende trommelslagen en het indringende riffwerk. Het zit hem in de meeslepende riffs en het bijbehorende staccato krijs- en zangwerk dat afgewisseld wordt met melancholisch klinkende tokkels en andere geluiden waardoor een ijzige kalmte lijkt neer te dalen over het krachtige geweld. En wat een productie ook. Het knalt en het spettert zonder dat het gecomprimeerd klinkt. Daardoor is het geluid ook gaan leven.
Het album is het tweede deel uit een trilogie dat zich mag laten vertalen als een ode aan de nacht. De loom opgebouwde nummers maken een auditieve vertaling van een voetreis door besneeuwde bossen, langs bevroren meren en in nevels gehulde berghellingen. Met bezwerende koorgezangen die je als bosgeesten met onduidelijke bedoelingen begeleiden. Slechts af en toe gaat het tempo om hoog maar ook dan worden met slepende melodieën die als mistdekens over de onrust gedrapeerd zijn, de contemplatieve rust bewaard.
Hoogdravende experimenten hoef je niet te verwachten. Djevel blijft stilistisch hangen in niet al te moeilijke zwartmetalen motieven die zich diep geworteld weten in de beruchte negentiger jaren. Maar er mag diep gebogen worden voor de inventieve wijze waarop dit allemaal is uitgewerkt en de machtige sfeer die ermee opgeroepen wordt. Djevel raakt hiermee in kwalitatieve zin aan gelijkaardige albums als Bergtatt en Aspera Hiems Symfonia.
Ik hoor u denken: "die gast loopt wel erg hard van stapel." Maar niets is minder waar, ik ben oprecht onder de indruk op de wijze hoe Djevel zich van het relatief saaie Dødssanger uit 2011 zich in zeven albums heeft ontwikkeld tot het magistrale werkstuk wat nu op de mat plofte. De lat voor het sluitstuk van deze driedelige nachtmis kan niet hoger gelegd worden.
Djevel - Tanker Som Rir Natten (2021)

4,0
0
geplaatst: 17 november 2022, 10:17 uur
Djevel is een mooi voorbeeld van een band die ontzettend is gegroeid. Was het op het debuut uit 2011 vooral een doelloze offerande aan de duisternis zoals we dat kenden uit de jaren 90, is het tien jaar later een formidabele manifestatie van loskomende oerkrachten die uit eerder genoemd decennium zijn vertaald naar het heden. Met een vette productie die verrassend organisch klinkt doemen de koude nevels uit de fjorden zich op aan de luisteraar.
Djevel werkt zich op hypnotiserende wijze door een vijftal relatief lange composities en een korte instrumental heen waarbij oude waarden nieuwe dimensies krijgen.
Fraai uitgewerkte trage stukken sluiten naadloos aan op de machtige versnellingen en nergens wordt de ongrijpbare majestueuze sfeer losgelaten. Een nieuwe vocalist/bassist brengt hierbij extra olie mee voor het oplaaiende vuur. De afwisselende chants door opperhoofd Trånn Ciekals geven een mooi contrast mee.
Eigenlijk rijdt Djevel keurig in het spoor van de oude Satyricon en de vroege Emperor. Alleen blijven de tierlantijnen van die acts achterwege. Maar aangezien die sporen langzaam overwoekerd worden met allerlei onkruid is het toch een toegevoegde waarde wanneer acts dat spoor weer beter begaanbaar maken.
Er komt binnenkort een nieuwe aan. Ik ben zeer benieuwd hoe de band zich verder ontwikkelt binnen het krappe kader.
Djevel werkt zich op hypnotiserende wijze door een vijftal relatief lange composities en een korte instrumental heen waarbij oude waarden nieuwe dimensies krijgen.
Fraai uitgewerkte trage stukken sluiten naadloos aan op de machtige versnellingen en nergens wordt de ongrijpbare majestueuze sfeer losgelaten. Een nieuwe vocalist/bassist brengt hierbij extra olie mee voor het oplaaiende vuur. De afwisselende chants door opperhoofd Trånn Ciekals geven een mooi contrast mee.
Eigenlijk rijdt Djevel keurig in het spoor van de oude Satyricon en de vroege Emperor. Alleen blijven de tierlantijnen van die acts achterwege. Maar aangezien die sporen langzaam overwoekerd worden met allerlei onkruid is het toch een toegevoegde waarde wanneer acts dat spoor weer beter begaanbaar maken.
Er komt binnenkort een nieuwe aan. Ik ben zeer benieuwd hoe de band zich verder ontwikkelt binnen het krappe kader.
Duindwaler - In het Heemskerks Duin (2024)

4,5
0
geplaatst: 2 april 2024, 12:13 uur
In het recente verleden liet ik mij al vrij enthousiast uit over de omzwervingen van Duindwaler, het eenmansproject van Hellevaerderkapitein Daan Bleumink. Dat er in het mulle zand en het helmgras van de Nederlandse duinen zulke folkloristische oprispingen zouden kunnen ontstaan, had ik niet kunnen vermoeden. Zo zie je maar weer hoe allerlei escapistische mijmeringen van een uiterst divers pluimage een zeer stevig geraamte kunnen vormen van een interessant zwartmetalen project. Wat overblijft is een donderend en repetitief geraas waarin hier en daar wat ruimte is voor muzikale details. Maar, potverdorie, het werkt als een verraderlijk opstekende rukwind die op sardonische wijze de vliegertjes van spelende kinderen op het strand meesleurt om ze vervolgens onbeheerd boven het ruime sop weer los te laten. Het verwende kroost in bittere tranen achterlatend.
Soms mag het ook gewoon eenvoudig zijn. We zijn ondertussen zo verwend in het genre dat het (voor mij) wel eens verfrissend is om gewoon terug te gaan naar de essentie en er op niets ontziende wijze bovenop te klappen. De hypnotiserende uitwerking komt met dat repetitieve karakter uitstekend tot zijn recht. Het is dan niet moeilijk om de ogen te sluiten en je tussen de lage vegetatie te wanen waartussen je je tijdens deze stormen niet kunt schuilen voor de rondvliegende zandkorrels die je huid tot bloedens toe geselen. Het zal dan ook voor velen fijn zijn dat de plaat nog geen veertig minuten telt. Althans, dat lees ik her en der. Is het dan mijn eigen perverse en verwrongen geest die weer op de afspeelknop wil drukken?
Het is dus snelle plaat waarin weinig ruimte voor nuance is. Maar het is daarmee nog geen stofzuigerblack. Bleumink bediende zelf de knoppen en geeft er blijk van over een uiterst zelfkritisch vermogen te beschikken. Het geluid is uiterst helder en uitgebalanceerd. Daarbij is er een scherp oor geweest voor een organisch geluid. De manier waarop de krachtige trommelslagen in de mix staan, is daar een voorbeeld van.
Wie nummers als "Razende Wind" en het afluitende "Schim In De Duinen" tot zich neemt, hoort voorzichtige echo's van een (pre)historisch Immortal en Hate Forest. Juist dat gegeven vind ik verfrissend in combinatie met een origineel concept als dit dat als decor dient. Ik kom wel eens met het gezin in de duinen van Noord Holland als we eens een weekendje er tussenuit gaan. Ik zal voorgoed anders kijken naar dat inspirerende landschap.
Soms mag het ook gewoon eenvoudig zijn. We zijn ondertussen zo verwend in het genre dat het (voor mij) wel eens verfrissend is om gewoon terug te gaan naar de essentie en er op niets ontziende wijze bovenop te klappen. De hypnotiserende uitwerking komt met dat repetitieve karakter uitstekend tot zijn recht. Het is dan niet moeilijk om de ogen te sluiten en je tussen de lage vegetatie te wanen waartussen je je tijdens deze stormen niet kunt schuilen voor de rondvliegende zandkorrels die je huid tot bloedens toe geselen. Het zal dan ook voor velen fijn zijn dat de plaat nog geen veertig minuten telt. Althans, dat lees ik her en der. Is het dan mijn eigen perverse en verwrongen geest die weer op de afspeelknop wil drukken?
Het is dus snelle plaat waarin weinig ruimte voor nuance is. Maar het is daarmee nog geen stofzuigerblack. Bleumink bediende zelf de knoppen en geeft er blijk van over een uiterst zelfkritisch vermogen te beschikken. Het geluid is uiterst helder en uitgebalanceerd. Daarbij is er een scherp oor geweest voor een organisch geluid. De manier waarop de krachtige trommelslagen in de mix staan, is daar een voorbeeld van.
Wie nummers als "Razende Wind" en het afluitende "Schim In De Duinen" tot zich neemt, hoort voorzichtige echo's van een (pre)historisch Immortal en Hate Forest. Juist dat gegeven vind ik verfrissend in combinatie met een origineel concept als dit dat als decor dient. Ik kom wel eens met het gezin in de duinen van Noord Holland als we eens een weekendje er tussenuit gaan. Ik zal voorgoed anders kijken naar dat inspirerende landschap.
Duindwaler - Landloper (2021)

4,0
0
geplaatst: 13 september 2023, 12:42 uur
Duindwaler is een zijprojectje van Daan Bleuminck die ook dingen doet bij Hellevaerder. Landloper verscheen alweer een paar jaar geleden maar de tape was onlangs voor enkele schamele euro's te krijgen bij Zwaertgevegt dus om die reden sloeg ik pas onlangs pas deze slag.
Dit eenmansproject graaft diep in oude halfverteerde uitwerpselen waaruit ooit door de gehoornde met zijn ontzielde vlerken het ernstig besmeurde zwartmetaal uit is gekneed. Een halfuur lang wordt er de nodige vuiligheid op verbitterde wijze de hersenpan in geramd.
Die archaïsch kaal gehouden productie wekt links en rechts een hypnotiserende uitwerking op waarbij het repetitief doordreunende titelnummer het meest opvalt. Het navolgende Ontwaakte Vlam ontaardt in een schuimbekkende woedeaanval en trekt de luisteraar daarom heel bruut weer uit die hypnose.
Landloper is eigenlijk een hele puike tape en biedt de verstokte nostalgicus een ijskoude zeewind dat scherend langs het helmgras striemt alvorens het onbedekte gelaat te geselen.
Dit eenmansproject graaft diep in oude halfverteerde uitwerpselen waaruit ooit door de gehoornde met zijn ontzielde vlerken het ernstig besmeurde zwartmetaal uit is gekneed. Een halfuur lang wordt er de nodige vuiligheid op verbitterde wijze de hersenpan in geramd.
Die archaïsch kaal gehouden productie wekt links en rechts een hypnotiserende uitwerking op waarbij het repetitief doordreunende titelnummer het meest opvalt. Het navolgende Ontwaakte Vlam ontaardt in een schuimbekkende woedeaanval en trekt de luisteraar daarom heel bruut weer uit die hypnose.
Landloper is eigenlijk een hele puike tape en biedt de verstokte nostalgicus een ijskoude zeewind dat scherend langs het helmgras striemt alvorens het onbedekte gelaat te geselen.
Duran Duran - Rio (1982)

3,5
0
geplaatst: 29 juli 2013, 10:36 uur
Rio blijft een alleraardigst pop album. Het luistert net zo vlot weg als dat het in elkaar steekt. De ritmesectie is lekker opzwepend. Vooral het frivole baswerk werkt als een onverbiddellijke zweep op de voetjes. Van de vloer moeten ze, verdikke!
Simon LeBon kleurt de boel mooi in met een aantal goede bruggen en refreinen. Binnen zijn beperkingen weet hij (op plaat) goed de weg. Het synthwerk is druk, maar past erg goed bij het opzwepende en vlotte karakter van het album. Van mij had de gitaar wat meer op de voorgrond gemogen. De harmonie in het titelnummer had bijvoorbeeld best iets scherper gekund. Maar ja, dan gaan de bakvisjes ineens om hele andere redenen gillen en dat moeten we niet willen met zijn allen.
Rio is zomers en herbergt dientengevolge een positieve vibe. Als een koud witbiertje op een zomerdag glijdt het album bijzonder gewillig de stortkoker in.
Simon LeBon kleurt de boel mooi in met een aantal goede bruggen en refreinen. Binnen zijn beperkingen weet hij (op plaat) goed de weg. Het synthwerk is druk, maar past erg goed bij het opzwepende en vlotte karakter van het album. Van mij had de gitaar wat meer op de voorgrond gemogen. De harmonie in het titelnummer had bijvoorbeeld best iets scherper gekund. Maar ja, dan gaan de bakvisjes ineens om hele andere redenen gillen en dat moeten we niet willen met zijn allen.
Rio is zomers en herbergt dientengevolge een positieve vibe. Als een koud witbiertje op een zomerdag glijdt het album bijzonder gewillig de stortkoker in.
