MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Edwynn als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Candlemass - Chapter VI (1992)

poster
4,0
De jaren 80 waren voorbij, flitsende metal met gitaarsolo's was uitstervende, Messiah Marcolin verdween van het Candlemasstoneel en toen was er Chapter VI met de dan tamelijk onbekende en anonieme Thomas Vikström achter de microfoon. Toch een hele verandering als je het theater van Marcolin in ogenschouw neemt. Een album als Nightfall moet je ook niet willen evenaren en dat gebeurt ook niet. Maar volgens mij betekende het helaas wel dat Candlemass op de weg naar beneden was qua aandacht.

Chapter VI opent vlotjes met The Dying Illusion. Eigenlijk een beetje standaard Zweedse metalsong. Had ook maar zo van Morgana LeFay of Tad Morose kunnen zijn. Niettemin een aardig begin. Eigenlijk tuimelen we pas vanaf het machtige Where The Runes Still Speak in de epische Candlemass sferen die we gewend waren. Al wordt hierboven al terecht melding gemaakt van nieuwere en meer directe elementen die in het totaalgeluid gebakken worden. Deze slepende lijn wordt vanaf dan mooi doorgetrokken in de twee navolgende nummers. Vooral Temple Of The Dead klimt er wel bovenuit met zijn Sabbathgroove die halverwege opduikt.

In Aftermath lijkt gespiegeld te worden aan iets als Lock Up The Wolves van Dio. Een fraaie stemmige maar ook gruizige song en het is iets wat we dat jaar eveneens gingen tegenkomen op Dehumanizer van Sabbath. Hoe de meester leert van de leerling zeg maar. Al denk ik dat dingen hier parallel liepen. Black Eyes borduurt voort op dit geluid waar The End Of Pain weer op traditionele wijze sterk afsluit.

Chapter VI is beslist geen album om te laten liggen als je van de Candlemass bent. Vikström is een prima zanger voor dit type werk. Al moet me van het hart dat hij met zijn entree bij Therion heeft laten horen ook heel eigenzinnig en theatraal voor de dag kan komen. Heel anders dan de standaardgeluiden die hij hier laat horen. Het zou zo een broertje kunnen zijn van Goran Edman of Mats Leven. Als we de Vikström van nu hier hadden gehad, dan hadden we een heuse klapper gehad. Nu blijven we toch een beetje mijmeren over hoe zo'n plaat nu met Messiah Marcolin had geklonken.

Candlemass - Sweet Evil Sun (2022)

poster
3,5
Sweet Evil Sun is een degelijk vervolg op het net zo degelijke Door To Doom. We horen de bekende veilige mix tussen het klassieke Candlemassgeluid en het meer korzelige geluid dat sinds halverwege de jaren 90 de huisstijl is. The Door To Doom had wel weer de sterkere composities en de broodnodige mystiek die al een tijdje ontbraken. En dat vinden we op Sweet Evil Sun in dezelfde mate weer terug.

Nummers als Black Butterfly en When Death Sighs lepelen lekker uit de bordjes die door Black Sabbath zijn geserveerd. Het zware geluid maakt dat een aangename belevenis.

Datzelfde When Death Sighs laat wel meteen ook het grote manco van Candlemass horen. En dat is zanger Johan Langquist. Natuurlijk dé stem van Solitude en Sorcerer's Pledge. Maar anno 2022 vooral een mislukte kruising tussen Udo Dirkschneider en een hele tamme Mats Levén.

Een theatrale zanger kan de op goede ideeën stoelende nummers vast naar een hoger niveau tillen. Het is daarom zonde dat Candlemass zo gewoontjes aan het zijn is met dit relikwie uit 1986.

Niettemin is het best een amusante release. Maar ik had wel op iets meer gehoopt nadat met The Door To Doom weer wat van de oude magie doorsijpelde in het Candlemassgeluid.

Carach Angren - Franckensteina Strataemontanus (2020)

poster
3,0
Elke keer als ik Carach Angren hoor, doet dat me denken aan wachten in een rij voor een Efteling-attractie waar zich één of andere oude sage ontvouwt alvorens door elkaar geschud te worden in een één of andere kutachtbaan waar je door je dochter ingeluld wordt tijdens een aanvankelijk onbezorgd dagje uit. Wel zorgen de veiligheidsriemen ervoor dat je nooit uit de bocht zult vliegen. Dat is op zich wel een verdienste van dit trio. Want die sfeer en uitstraling zijn 100% toe te schrijven aan Carach Angren. Twee tellen luisteren en je weet welke band er op je trommelvliezen staat te rammelen. Zo onderscheiden ze zich goed van stijlgenoten Dimmu Borgir en Cradle Of Filth.

Ook Franckensteina Strataemontanus roept dat gevoel op. Carach Angren klinkt zoals altijd verzorgd en propt haar composities vol met allerlei orkestrale fratsen om je het gevoel te geven echt in een unheimisch oord te zijn waar de meest bloeddorstige experimenten uitgevoerd worden. De voordracht van de vocalist heeft zeggingskracht. Hij klinkt als een geschifte toneelmeester en de muziek heeft een soort broadway-touch in zich. Zo ontluikt het neergepende concept op zeer beeldende wijze.

Carach Angren houdt het verder, zoals altijd, wel zeer beschaafd. En eigenlijk is dat ook het enige dat er op Franckensteina Strataemontanus is aan te merken; het is een duistere sprookjesvertelling dat ook voor de tere kinderziel zeer geschikt is om wat bij te griezelen. Heel fraai uitgerwerkt maar net iets te braaf.

Cathedral - Forest of Equilibrium (1991)

poster
4,5
In een tijd dat doom metal met Paradise Lost of My Dying Bride zo'n beetje de meest (mij bekende) extreme vertegenwoordigers had, was Cathedral heel wat trager en mistroostiger dan voornoemde bands. Het obscure Dream Death deed al eens eerder een poging om zo traag te zijn, maar Cathedral spant voor wat 1991 betreft, de kroon. Eerst was er de Mourning Of A New Day demo en toen was er ineens Forest Of Equilibrium. Na een lieflijk, sereen intro van akoestische gitaar en dwarsfluit wordt je een diep tranendal gestort waar je pas na vijftig minuten weer uit kan klauteren. De zeurende klaagzang van Dorrian is in mijn beleving een goede toevoeging aan de algehele sfeer van het album. De muziek is wel wat monotoon. Dat is wel vaker het geval met doom metal. Het gaat dan ook met name om de zeer verdrietige sfeer. Toch staan hier wel enkele doomkrakers op. Ebony Tears heeft ondanks het uitermate lage tempo genoeg energie in zich om je te doen laten opveren. Hetzelfde geldt voor het magistrale titelnummer, waar Cathedral ook wel een beetje de hand van collega's Paradise Lost probeert te schudden.
De enige vesnelling zit in het korte Soul Sacrifice. Maar zelfs die track is uitermate log te noemen.
Wie graag de wangen nat heeft van de tranen, kan niet om deze geweldenaar heen.

Cathedral - In Memorium (1994)

poster
4,0
In Memorium is de cd versie van de demotape uit 1990. Het bevat de eerste opnamen van Cathedral nadat Dorrian de band oprichtte. Dat betekent dus uiterst mistroostige death/doom zoals we dat ook aantreffen op het debuut Forest Of Equilibrium van een jaar later.

Openingsnummer Mourning Of A New Day heeft ook diezelfde kwaliteiten en het is mij dan ook een raadsel waarom dat epos niet aan het debuutalbum is toegevoegd.

All Your Sins is een Pentagram cover die op zeer geslaagde wijze de Cathredraljas aangemeten heeft gekregen.

Ebony Tears heeft het debuut zeer terecht wel gehaald. De versie hier klinkt wat ruwer en logger, maar is voor de liefhebber zeker niet te versmaden.
March! is niets meer dan een langgerekt instrumentaal outro dat in de context van de andere nummers wel iets stemmigs heeft.

Wie wel eens met weemoed terugdenkt aan het roemruchte doomverleden van Cathedral kan eigelijk niet om deze opnamen heen.

De EP is ook verschenen onder de titel In Memoriam. Die versie kent een andere cover en bevat de trits bonustracks die hierboven vermeld staan.

Cathedral - The VIIth Coming (2002)

poster
3,5
Cathedral is buiten zijn beruchte doomverleden altijd mijn favoriete alternatief voor de jaren 70 Sabbath gebleven.
Diepgeworteld in de traditie en de tijdgeest van de oude grootmeesters, weet de band toch elke
keer bijzonder aardige en afwisselende heavy metal op zijn albums te persen.

Wat de band onderscheidt is de algehele surrealistische sfeer die Cathedral uitademt. Zo ook hier op The VIIth coming. Het mysterieuze middenstuk van Empty Mirror is daar een mooi voorbeeld van. Het album weer een stuk opgewekter dan voorganger Endtyme. Het up tempo Phoenix Rising en Resisting The Ghost openen het album op huppelende wijze. Dorrian klinkt minder hees en lijkt qua intonatie zodoende nog meer op Ozzy dan ooit.

Veruit de leukste track vind ik Congregation of Sorcerers. Eens een keer geen Sabbathverering maar een heuse Celtic Frost verering. Maar dan wel in een heuse Cathedralsaus.

De lekkere, zware productie maakt het archetypische heavy metalavontuur af.

Cavalera - Schizophrenia (2024)

poster
3,0
De nieuwe gedaanten van 'Morbid Visions' en 'Bestial Devastation' bliezen mij van de sokken. Totaal onverwacht. Want ik heb me een teringhekel aan remakes. Niet te krap. Maar de oorspronkelijke releases waren natuurlijk niet meer dan vingeroefeningetjes van een tienerclubje uit Belo Horizonte. Op deze manier gaven de heropnamen door Max en Iggor Cavalera pas de echte kracht prijs van deze twee releases.

'Schizophrenia' daarentegen klonk al een stuk professioneler. De komst van Andreas Kisser, die structuur aan de visie van de twee broers wist te koppelen, zorgde ervoor dat de wereld aan de voeten van Sepultura kwam te liggen. En de heropname van 'Troops Of Doom' die aan de versies van Roadrunner werd toegevoegd, liet natuurlijk grappigerwijs precies horen hoe die orkaankracht er op het debuut uit had kunnen zien. Hoewel ik eraan twijfel of die versie ook echt van de Schizophrenia-sessies afstamt, liet de rest van het album een jongvolwassen band horen die in staat was om het duistere randje die om de vurige thrash heen zat, te laten glanzen.

Natuurlijk had het een jonge hondenkarakter en was het niet zo afgemeten als 'Beneath The Remains' en 'Arise'. Natuurlijk waren de teksten brandhout. Maar dat is toch ook de hele charme van de plaat? Waarom moet dat allemaal weer geprofessionaliseerd worden? De tegenwerping kan zijn dat de Cavalerabroertjes de catalogus weer naar zich toe willen trekken, maar in artistiek opzicht voegt deze heropname echt geen zak toe aan het origineel. Zeker als je bedenkt dat de gitaren en de klank van de toms zorgvuldig het geluid uit 1987 in zich herbergen.

Wel gaaf is natuurlijk de toevoeging van 'Nights Of Delirium'. Een nieuw nummer dat helemaal 'Schizophrenia' ademt. Sowieso is het natuurlijk alleen maar goed dat de gebroeders Cavalera weer eens wegstappen van die lompe spring-op-je-skateboard metal en weer gewoon lekker aan het thrashen zijn. Maar daar is zo'n heropname helemaal niet voor nodig.

Cinderella - Still Climbing (1994)

poster
4,0
Still Climbing ging een beetje aan mij voorbij destijds. Ondanks dat ik Cinderella altijd hoog heb zitten. Ze nemen een aparte positie in de hair/glam stroming. Veel blues en veel gevoel dat goed tot uiting komt door middel van allerlei traditionele Amerikaanse invloeden.

Ik verwachtte een vervolg op het ingetogen Heartbreak Station uit 1990. Dat album vloog, hoewel erg charmant, wat uit de bocht qua gebruik van blazers en andere toeters en bellen. Dat blijkt dus niet het geval op Still Climbing. Eigenlijk sluit het heel goed aan op Long Cold Winter. En dat is gezien het jaar waarin deze plaat verscheen dapper. Wellicht dat het materiaal al wat langer op de plank lag.

Still Climbing biedt dampende blues met de hoopvolle arm om de schouder. Een incidentele blazer duikt wel op ter ondersteuning maar meer dan dat is het niet. Een hammondorger ronkt ook zachtjes mee. Visioenen van in de woestijn van het Wilde Westen opgerichte stadjes waar de dampen van de pas geopende Jack Danielsflessen je tegemoetkomt doemen op voor het geestesoog. Af en toe rockt het wat harder zoals in het wervelende Freewheelin'. Geweldig nummer maar na het horen van het refrein ontkom ik niet aan de gedachte dat daar Keifer 'Free Willy' brult.

Blood From A Stone ontpopt zich als een favoriet. Heel typisch Cinderella. Goede melodie, meezingbaar maar niet te obligaat. Mooi is ook de ballade Through The Rain. Die haalt gemakkelijk het niveau van Don't Know What You Got en Nobody's Fool.

Ik kan niet anders zeggen dat ik erg tevreden ben met de tot voor kort mij onbekende vierde langspeler van Cinderella. Ondanks dat het verscheen in 1994, bleek Cinderella eigenwijs genoeg om wars van alle heersende trends gewoon te doen waar ze goed in zijn. Het publiek zal de neus er wel voor opgehaald hebben, maar Sill Climbing is ondanks dat de wortels diep in de hair/glam zitten allesbehalve een oubollig album.

Clan of Xymox - Clan of Xymox (1985)

poster
4,5
De donkere kant van de ziel van de jaren 80 lijkt te zijn ingevroren op deze plaat. Sommigen noemen dat 'gedateerd' maar voor mij hoort een dergelijk geluid bij dit soort gothic/wave acts. Stuwende door synthesizers aangedreven pop/rock muziek voorzien van veel echo effecten, heb ik het dan over. Gebukt onder zware economische tijden en een mogelijke atoomoorlog werden door menig Europese act de meest depressieve, sucidale albums opgenomen. En ''ons eigen' Clan Of Xymox deed daar vrolijk aan mee.

Deze treurwilgen verpakken hun uiterst wanhopige boodschap in heerlijk vlotlopende nummers met catchy hooks. Deze paradoxale combinatie kom je vaker tegen in dit genre en dat vind ik ook juist het aanstekelijke ervan.

Cultklassieker A Day wurmt zich direct in een lekker straf mechanisch tempo lang je buis van Eustachius. Een tempo dat zelden veel meer dan een beetje naar beneden gaat. De ijle leadgitaarpartijen geeft het nummer onbedoeld iets juicherigs. Desondanks geeft het wat extra smaak.
In Stumble And Fall wordt wat gas teruggenomen om de ruimte te kunnen bieden aan van die nostalgische synth koortjes waar menig vleermuis zich al hangend in de nok van een verlaten ruïne comfortabel bij moet voelen.

Clan Of Xymox vindt het wiel hier niet uit. Maar dat doet er voor mij niet toe als je met zo'n aardig stel nummers op de proppen weet te komen. Enkel de vocalen storen mij soms een beetje. Alsof de vocalist geen keuze kon maken tussen declameren of echt zingen, blijft het een beetje een vleesch nog visch verhaal. Gelukkig maakt de enorme echo veel goed.

Op dit titelloze album van Clan Of Xymox mag de Nederlandse gemeenschap ook wat mij betreft best trots zijn.

Clandestine Blaze - Harmony of Struggle (2013)

poster
4,0
Clandestine Blaze is de eenpersoonslawaaimaakmachine van Mikko Aspa. Naast enkele andere dingetjes doet hij ook bij Deathspell Omega brullen. Clandestine Blaze is minder ontoegankelijk dan voornoemde gezelschap, maar de bezwerende half grom, half krijs van de voorganger is een gemene deler van beide bands.

Qua stijl grijpt Clandestine Blaze terug op elementen uit de second wave van de black metal. Elementen van vooral Satyricon en Burzum zijn terug te vinden in het verder unieke DNA van de band. Vooral het morbiditeitsgehalte ligt erg hoog. Het voornoemde typische gebrul van de man alsmede het gebruik van fluisterstemmen heeft een transcendentale uitwerking die tegen het decor van de lineaire, maar krachtige en afwisselende black metal een weergaloze kracht meekrijgt. En dat is waar het bij het genre om te doen is. In mijn beleving althans.

Toch blijft er puur wat muzikaliteit betreft ook voldoend te genieten op Harmony Of Struggle. De ruwe riffs zijn erg effectief. Bij vlagen hoor ik wat Bathory, met name in de straffere marstempo's. En de wijze waarop de spaarzame synths ingezet worden, verdient ook een eervolle buiging. De effecten lijden geen eigen leven, maar accentueren slechts. Echt extreem en verwoestend wordt het allemaal niet, maar de krachtige maar rauwe productie geven Clandstine Blaze toch de juiste dosis smerigheid mee.

Harmony Of Struggle is mijn kennismaking met Clandestine Blaze. Schandalig eigenlijk want Mikko brengt al sinds 1999 materiaal uit onder deze vlag. Een aanrader van de eerste orde. Het aantal deelnemers aan de bloederige strijd om de ereplaatsen van mijn jaarlijst begint schrikbarend toe te nemen.

Cradle of Filth - Dusk and Her Embrace (1996)

poster
4,5
Dusk And Her Embrace is het kroonjuweel van alles wat ik van deze in latex gehulde gasten in de kast heb. Na de voorgaande ep die we kennen als Vempire..., schaafde Cradle Of Filth verder aan haar onderscheidende concept van Victoriaanse 'gothic' horror tegen een achtergrond van grillige metal dat zich laat dragen door uitgekiende symfonische arrangementen.

Cradle Of Filth bouwde een grimmig spookpaleis van sonisch gesteente en specie. Een kasteel om in meegesleept te worden door verleidelijke doch bloeddorstige vampieren en ander demonisch gespuis dat vanuit in de vele hoeken en gaten de ogen op je gericht houdt. Het zijn de bijzondere teksten van Dani die deze visioenen en verhalen tot leven brengen.

Funeral In Carpathia is van alle hoogtepunten het ultieme hoogtepunt. Met een opening dat klinkt alsof men opgejaagd wordt door een roedel weerwolven dat van de berghelling komt afgestoven. Klaar om hun prooi te verscheuren en te verslinden. Vol drama en ontketende passie trekt dit epos je er bij de lurven bij om getuige te worden van alle zonderlinge bewoners van dit muzikale bouwwerk.

En dan is er nog het betoverende Beauty Slept In Sodom met een korte doch fraaie break. Om niet de gesproken donderpreek van Cronos in Haunted Shores te vergeten waarmee een onvergetelijk einde wordt gebreid aan de wervelende rondleiding.

Dusk And Her Embrace kwam een paar jaar geleden nog eens in haar oorspronkelijke vorm uit als The Original Sin. Maar dat kan hier moeilijk tegenop. Het kan zijn omdat we de MFN versie als eerste hoorden natuurlijk. Dat is bij mij wwl vaker zo.

De band zelf had iets waardiger met haar imago om kunnen gaan om niet alleen de jeugdige vleermuisjes aan te trekken. Door erbij te lopen als de verlopen neefjes van Clan Of Xymox, kreeg de band nogal wat commentaren te verduren van puristjes die even kwamen vertellen hoe je black metal moest zijn. Dat imago moet je maar even vergeten. Het muzikale en tekstuele concept spreekt voor zichzelf.

Cradle of Filth - Total Fucking Darkness (2014)

poster
3,5
Inmiddels heb ik deze verzamelaar al mogen beluisteren. De Total Fucking Darkness demo had ik vroeger ergens op een (gekopieerde) tape. Die is verdwenen en diep weggezakt. In die zin voelt deze compilatie als een warm bad vol nostalgisch maagdenbloed. Waarom er voor gekozen is niet de oorspronkelijke trackvolgorde aan te houden, is een mysterie van Sherlock Holmes-proportie. Maar goed, aan de opnamen lijkt weinig gerommeld en je moet van ambachtelijke metal zoals dat in de tapetraders-era gewoon was houden om dit te waarderen.

De kwaliteit is echter redelijk goed, zoals Eddie stelt. Al zijn mijn oren gekweekt in de jaren 80 en 90 dus kan ik slecht beoordelen of dat ook geldt voor oren die een decennium later gekweekt zijn in de rubberen tegelomgeving van de pro-tools e.d.

The Black Goddess Rises is het enige nummer dat het debuutalbum haalde. Twee rudimentair klinkende versies staan hier op. De één nog wat meer op death metal gericht en de ander ( de Total Fucking Darkness-versie) alweer wat meer neigend naar de gothic/black klanken van The Principle Of Evil Made Flesh. De rest van het verhaal zweeft hier tussenin. Cradle Of Filth klinkt hier loodzwaar en ongelooflijk bruut. Vergeleken hierbij is de de band gedurende haar opmars behoorlijk veranderd in een beschaafd klinkend metalorkestje. Bijzonder is dat de band al die tijd al driftig experimenteerde met het typische toetsenwerk dat Victoriaanse horrordimensies aan de muziek toevoegt. Daarnaast weeft men bij vlagen het bekende, sterke melodieus gitaarwerk in het geweld. Bijzonder omdat dergelijke stijlen destijds nog wat onwennig copuleerden met elkaar.

Het openingsnummer Spattered In Faeces is ook een hoogtepunt. Afstammend van een LP-sessie die nooit het daglicht heeft mogen aanschouwen. Ook hier weer een sterke eigenzinnige mix tussen death, black en gothic metal. Laat je niet misleiden door de Cannibal Corpse-achtige titel. Cradle Of Filth was een zeer getalenteerde band vol met te gekke ideeën. Het is alleen maar goed dat dit nog eens onder de aandacht wordt gebracht.