MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Edwynn als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

T.C.F. - Where Madness Reigns (2011)

poster
Daar is ie dan. Met een kleine vertraging is daar het langverwachte eerste full length cd van het Zuidhollandse T.C.F.

T.C.F. is een afkorting van Thrashcore Fanatics. Het is niets meer of minder dan een etalering van voorliefde van crossover uit de jaren 80. Net zoals bijvoorbeeld Municipal Waste. S.O.D., D.R.I., Agnostic Front, Excel noem al die bands maar op. Vind je dat te gek dan zit je bij T.C.F. gebeiteld.

De EP Speed Or Bleed bood al een uitstekende visitekaart van deze enthousiastelingen. Op Where Madness Reigns wordt een serieuze professionaliseringsslag gemaakt. Een geluid met een eigen identiteit waarin de riffs als brandende cirkelzagen om je heen vliegen. Vlijmscherp tot op het bot.

Met deze dertien korte maar afwisselende thrashexplosies kun je elke zaal wel in een rokende ruïne doen laten veranderen. Wat een energie en wat een heerlijke pot ouderwetse branie. Vroeger was alles beter. Uiteraard. Maar deze retroworshippers doen een serieuze poging die tijden echt te laten herleven.

TaubrÄ… - Therizo (2023)

poster
4,0
Het album is zeer geslaagd wat mij betreft. Eerder noemde ik de Emperorinvloed, maar doorheen het album zitten meerdere knipogen naar de roemruchte jaren 90. En toch behoudt TaubrÄ… (oftewel Berg) een frisse blik op het heden.

We horen een aantal overwegend agressieve en gejaagde composities. En die zijn aangekleed met zeer fraaie details. Het knuppelende Reek Of The Earth bijvoorbeeld, valt op met zijn lekker ruige thrashpassages en mooi opgebouwd gitaarwerk.

Mijn favoriet heet Sigd. Het is het geheimzinnige laagje dat eroverheen ligt dat mij mateloos boeit. De gesproken woorden doen wat denken aan de prehistorische Dimmu Borgir.

Dire Necropolis blinkt overigens ook uit in geheimzinnigheid. Het is de meeslepende, zompige ooogsmars naar dood en verderf van dienst, maar niettemin zeer sterk uitgewerkt met zijn stuwende versnellingen.

Neen, we horen zeker niets nieuws onder de maan, maar met albums van dit niveau zul je mij nimmer horen klagen.

Teitanblood - From the Visceral Abyss (2025)

poster
4,5
Net toen ik mij begon neer te leggen bij het lage gehalte aan goede albums dat tot nog toe uit de baarmoeder van 2025 kwam kruipen, is daar het machtige Teitanblood om mij eens even te logenstraffen door mij gruwelijk hard in de bek te kotsen met dikke klodders inktzwart vergif.

From The Visceral Abyss klinkt in de eerste plaats hysterisch en ongecontroleerd. Maar in de tweede plaats meer doelgericht en moderner dan bijvoorbeeld Seven Chalices. Vergis u niet. Teitanblood levert helemaal niets in aan totale bruutheid. Maar het is net wat minder chaotisch dan op de eerste albums.

De opening van Sepulchral Carrion God laat horen hoe Teitanblood ook dreigend kan zijn en spanning kan opbouwen. De gekte die volgt, trekt de luisteraar onverbiddelijk mee in de negen cirkels van de hel.

De black/death sensatie Teitanblood is als een horde stampvoetende demonen die middels zes relatief uitgesponnen brokken graniet de wereld in de puinpoeiers slaat. Net even anders dan vroeger, maar beslist niet teveel. De knipogen naar de oude Sepultura en Sarcofago zijn verdwenen. De brute, lompe en misselijke inborst is gebleven.

Teitanblood - Seven Chalices (2009)

poster
4,5
Bij aanvang van de doodsmis die het Spaanse Teitanblood voorgaat, worden de zeven kelken vol kots en bloed al vrij snel verorberd. Na het ontstemmende intro valt men met Domains Of Darkness And Evil valt men direct met de deur in huis. Om vervolgens met de oerkracht van een kudde Spaanse stieren de argeloze luisteraar plat te walsen en te verpletteren. Tegen dergelijk barbaars en primitief geweld kan zelfs de beste toreador niet op.

Teitanblood maakt barbaars getinte black/death metal dat in de verte doet denken aan Poison en de oude Sepultura. Dat zit hem met name in het prehistorische geluid dat de band aan de geluidsdrager meegeeft. Smerig en lomp dus.

De overwegend lange nummers blijven de aandacht van deluisteraar wel vasthouden door de vele tempowissels en de duistere intermezzo's. De zieke vocalen zijn ook afwisselend en sfeerbepalend. Seven Chalices biedt een zinderende geweldsorgie die met name voor de liefhebbers van nostalgische extreme metal iets is om eens uit te proberen.

Teitanblood - The Baneful Choir (2019)

poster
4,5
The Baneful Choir van Teitanblood sloop wat ongemerkt aan me voorbij, maar nu heb ik hem toch te pakken. Deze Spaanse band wist mijn aandacht te trekken met de twee voorgaande langspelers die vol stonden met chaotische death/black en een meesterlijk verwrongen atmosfeer. Stel je voor dat Bestial Devastation, Extreme Cold Weahter en INRI in de overdrive gaan. Dan kom je een heel klein beetje in de buurt bij Teitanblood.

The Baneful Choir lijkt toch weer iets gestroomlijnder te klinken dan Death en Seven Whore Masses. Dat wil niet zeggen dat het minder woest is overigens. In het kader van duivelse kwaadaardigheid worden daarentegen alle registers weer opengetrokken. Het intro voelt al alsof je in een krakend houten bakje langzaam in een trog naar beneden getakeld wordt. In een peilloze diepte op weg naar één van de zeven poorten van de hel. De bas en de gitaar klinken gruizig als altijd. De huilende leadgitaar fungeert als een misthoorn om de duisternis enigszins begaanbaar te maken.

Als dan de storm losbarst, is er geen houden meer aan. Leprous Fire slaat en tiert schuimbekkend om zich heen. De vocalist klinkt als een losgeslagen demon die na een mislukt exorcistisch ritueel. Angstaanjagend zijn de declamaties die vanuit de zieke draaikolk van duisternis en razernij komen opborrelen.

In nummers als Ungodly Others en Inhuman Utterings wordt duidelijk dat Teitanblood langzaamaan kiest voor een heel klein beetje structuur in de chaos. Riffs die wat duidelijker te volgen zijn. Afgemeten drumwerk. En heel af en toe een solo die wel soort van melodieus is. Wat gelukkig blijft overheersen is de ongebreidelde gekte van deze band. Dat is welhaast ongeëvenaard.

Neem nu het ruim achtenhalve durende titelnummer. Compleet losgeslagen. Woest, bruut en bikkelhard. En dan die voortdurende demonische echo die als een opgejaagde entiteit van hot naar her springt en ondertussen alles verwoest wat op zijn pad komt.

Teitanblood schaaft heel zachtjes aan haar oorspronkelijke geluid zonder in te willen boeten aan kracht. Vrijwel geen band klinkt als een 'seance gone completely wrong.' The Baneful Choir is opnieuw een vleesgeworden nachtmerrie geworden. En dat is in dit geval liefkozend bedoeld.

Temple of the Dog - Temple of the Dog (1991)

poster
4,5
Elke keer als ik het draai grijpt het me bij de keel. Temple Of The Dog. Het onverholen verdriet, de gelatenheid en de uiteindelijke acceptatie van het onafwendbare lot, snijden in tien wonderschone rocksongs het binnenste van je ziel open.

Uiteraard hebben de ballades de overhand maar als je ze zo mooi maakt, hoor je mij daar niet over klagen. Vaak lekker bluesy zodat het links en rechts toch echt wel doet denken aan de o zo verfoeide stadionhardrock uit het einde van de jaren 80. Het bluesy Call Me A Dog bijvoorbeeld. Met zijn 'late nite' solo. Of wat te denken van de mondharmonica in Times Of Trouble. Het zijn maar vluchtige herinneringen. Niettemin zijn het aanwezige invloeden.

Stevig rocken en grooven kan dan weer met het krachtige Pushing Forward Back en ook het heupwiegende Your Saviour kraakt wat stevigere noten.
Chris Cornell is de absolute smaakmaker. Zijn typische stemgeluid wendt hij aan in het uitpersen een aantal van zijn allerbeste powervocalen. Vol kracht en vol emotie.
Ja, en dat Eddie Vedder meedoet in het wonderschone Hunger Strike. Prachtige start van een mooie carrière. Maar het is in mijn beleving op deze plaat slechts bijzaak.

Pijn en ellende levert in veel gevallen de mooiste artistieke creaties op. Je zou Temple Of The Dog wat dat betreft best een stereotiep voorbeeld kunnen noemen. Wat eruit voortvloeit is een brok ontroering dat alles behalve stereotiep is.

Testament - Brotherhood of the Snake (2016)

poster
2,0
Alex Skonicks terugkeer heeft in mijn beleving nu niet direct het beste in Testament naar boven gebracht. Brotherhood Of The Snake is alweer het derde album op rij dat vol staat met van dat bij vlagen oervervelende midtempothrashgeneuzel. Af en toe een aardige passage daargelaten. Al worden die schaarser en schaarser. Enkel het enthousiasme van Chuck Billy verdient een compliment. De rest is ogenschijnlijk iets aan het doen waar ze geen zin in lijkt te hebben. In vergelijking met de nog redelijke voorganger, is dit een bijna tergende zit.

Testament - Dark Roots of Earth (2012)

poster
2,5
Het was even moeilijk om onbevooroordeeld te gaan luisteren. In het achterhoofd houdende dat mijn favoriete Testamentschijven The Gathering en The Legacy heten, lezende dat Chuck Billy merkwaardig genoeg niet geheel tevreden is met de songschrijverij van collega Peterson en dat de creatieve bijdragen van Skolnick volstrekt marginaal zijn, tevens lezende dat het album diverse recensenten doet denken aan Practice What You Preach en Souls Of Black, zorgde ervoor dat ik met een wat angstig gevoel tegen de eerste luisterbeurt van Dark Roots Of Earth opkeek.

Gelukkig werd de soep niet zo heet gegeten als hij werd opgediend. Mijzelf in herinnering roepend dat het niet juist de melodieuze kant van Testament was die mij tegenstond op de albums tussen 89 en 92, maar juist het matige songmateriaal en de lauwe beleving. Dat is op Dark Roots gelukkig allemaal anders. Ja, het is melodieus en ja, er wordt niet driftig gewenteld in rappe polkaporno. Het straalt tenminste wel gedrevenheid uit. In die zin roept de nieuwe Testament juist meer visioenen op van The New Order. Ook de coverart heeft met enige fantasie de nodige overeenkomsten met de coverart van dat album uit 88.

Rise Up laat direct de typische Testamentriffelarij van weleer de speakers uitstromen. Chuck Billy is een beperkte zanger, maar zijn intonatie heb ik altijd imposant gevonden. En in de opener laat hij zich direct gelden. Skolnick zorgt voor uitstekende flitsende solo's. Een kleinood dat ik nogal gemist heb op voorganger The Formation Of Damnation. Hoe meer ik daaraan denk, hoe minder ik de ophef over het hoge aantal midtempo tracks begrijp. The Formation Of Damnation blonk ook al niet uit in snelheid. Zet er dan zo'n snelheidsduivel tussen zoals True American Hate en dan heeft dat direct een extra explosieve lading.

In de vorm van het titelnummer en Cold Embrace staat er een tweetal ballades op het album. Dat is een ongekend hoog aantal voor een Testamentalbum. Deze ballades halen niet het niveau van The Legacy of Trail Of Tears, maar ze zijn vanwege het leadwerk toch best smaakvol en goed voor de afwisseling op het album.

Op Man Kills Mankind schemert pas echt Practice What You Preach door. De zanglijn is rechtstreeks gekopieerd van Perilous Nation. Man Kills Mankind heeft wel veel meer energie en kracht dan dat bewuste nummer. Zoals eigenlijk het hele album.

Niemand minder dan Gene Hoglan heeft het werkstuk ingedrumd. Maar een opvallende aanwezigheid is het niet. Natuurlijk tikt hij de gaatjes uitstekend dicht, maar elke andere gast die maat kan houden had niet uit de toon gevallen. In dat opzicht doet Testament er wellicht goed aan om eens een wat onbekendere drummer aan te trekken. Eentje die wel ruimte heeft in zijn agenda. Paul Bostaph geblesseerd, daarna Dave Lombardo bellen en daarna Gene Hoglan. Chuck Billy lepelt het zo op en vindt het dan nog gek dat Testament zoveel moeite heeft drummers vast te houden. Nu moet Hoglan in ieder geval al het Europese gedeelte van de tour verstek laten gaan. En ook had hij geen tijd om de covers in te drummen.

Covers? Ja covers. Testament heeft een drietal covers opgenomen die de diverse uitgaven (ont)sieren. Dragon Attack van Queen, Animal Magnetism van Scorpions, Powerslave van MaidenDeze zijn ingedrumd door Chris Adler van Lamb Of God. De Queencover is best aardig. Het heeft dezelfde behandeling als de Aerosmithcover die op (alweer) New Order stond. Animal Magnetism is lekker heavy gemaakt, maar Billy's vocalen maken het een taaie oefening. Powerslave is natuurgetrouw gedaan maar mist alle magie van het origineel. Ach het is maar bonus en ik neem het dan ook niet mee in de beoordeling.

Dark Roots Of Earth is niet Testaments allerbeste album. Het is wel een verfrissend en goed album. In ieder geval in vergelijking met die thrashacts die hun stevigste kanten opzoeken. Of met een Kreator dat maar blijft hangen in de Extreme Aggression modus. The New Order was ook een goede plaat. En juist de sfeer dat album wordt met name opgezocht. Maar dan wel vetter en heaviër. En veel meer gedetailleerd en gestructureerd dan Formation Of Damnation.

Testament - Para Bellum (2025)

poster
1,0
Zelf haal nog ik maar even The Gathering uit de kast. Wat mij betreft is dat de allerlaatste écht consistente plaat die het veteranenvijftal afleverde. Met hoekige, eigenwijze in-your-face-thrash dat op een gortdroog geluidsbedje werd gepresenteerd.

Sinds de terugkeer van Alex Skolnick moet er geforceerd balans tussen melodie en ruigheid gevonden worden en dat leverde soms een aardig album en in dit geval een rotslecht album. Het begint al met het digitaal geboetseerde geluid, maar een beetje metalhead luistert door alle geluidsbrijen heen. (looking at you, Steve Hoffman forum members).

Blijft over een handvol composities dat heel geforceerd bruut wil zijn maar eigenlijk niet verder komt dan het slechtste generieke Behemoth-materiaal. Terwijl Testament altijd zo'n eigen geluid had. For The Love Of Pain en Infanticide AI proberen te overrompelen en, eerlijk is eerlijk, in het geval van de laatste track die ik als eerste hoorde, lukt het een klein beetje. De blastbeats en de blackmetalrazernij deed me even opkijken maar begon al vrij snel te vervelen om vervolgens over te gaan in mij te irriteren. Dit ligt Testament niet wat mij betreft.

Shadow People laat wel van iets verbetering horen met een naturel klinkend drum intro dat vervolgens wel weer lekker dichtgesmeerd verder gaat als het andere spul invalt. Het is een midtempo nummer met een normaal klinkende Billy met een leuk mysterieus klinkend bruggetje. De versnelling die erna invalt is dan ook totaal misplaatst en als dan de generieke tremoloriffs weer opduiken, heb ik alweer gegeten en gedronken. Dat heeft het nummer totaal niet nodig.

De wereld heeft wel wat rust nodig, moet de band gedacht hebben terwijl ze de ballade Meant To Be als vierde nummer invoegden. Met The Ballad en The Legacy heeft de band wel wat aardige ballades weten toe te voegen aan het oeuvre. Maar het veel te lange Meant To Be is een stuk moeilijker te doen. Niet in de laatste plaats door de Barry Manilow-strijkertjes die aan het stuk zijn toegevoegd. Het glazuur valt je van de tanden af. Hoe moet dat ook gerijmd worden met de wens om bruter te zijn dan ooit?

Want hierna moet er weer gebeukt worden als Chuck Billy "High Noon, Death soon" brult. Helemaal zelf bedacht? Het zal wel. Heeft Testament het gejat van Trivium of had Trivium het al van Testament gejat? Ik weet het onderhand niet meer. Maar mijn gedachten gaan weer weemoedig terug naar venijnigere zaken als Curse Of The Legions Of Death. Wat me hier ook begint op te vallen is het gebrek aan inventieve solo's.

Het hakkende Witch Hunt begint veelbelovend met een vertrouwde polka. Maar hier lijkt de band niet te kunnen kiezen om of als Cannibal Corpse of als Testament te klinken. Verder beschouw ik het nummer als een lichtpuntje in de droevenis.

Met Nature Of The Beast wordt er een poging gedaan om de dagen van The Ritual te laten herleven. Het resultaat is een flauwe melodieuze heavy metal song dat als doordruk van vele anderen is achtergebleven. Daarom is het kennelijk niet vooruit te branden en voorzien van doodsaai gesoleer van Skolnick. Het navolgende Room 117 tapt de laatste druppels uit hetzelfde beschimmelde vaatje.

Havana Syndrome krikt dan de boel als middelmatige Testament track weer wat op maar het is bij lange na niet voldoende om de irritatie naar beneden te brengen. Disciples Of The Watch blijft ook zoveel beter dan dit.

Als het episch bedoelde titelnummer dan afsluit, veeg ik het zweet van mijn voorhoofd om mijzelf de vraag te stellen hoe het toch kan dat ik zelden zo heb uitgekeken naar het einde van een album. Van Testament nota bene. Het album kampt met veel teveel invloeden die niet des Testaments zijn en zorgen ervoor dat de identiteit van de band ondergesneeuwd raakt. Het nummer Para Bellum zou best aardig kunnen zijn als het niet angstvallig als Dimmu Borgir probeerde te klinken. Deze passages met 'normale' Testamentpassages slaat al helemaal nergens op. Net zomin als het toevoegen van een Barry Manilow-achtige ballade aan al dat quasi-geweld ergens op slaat.

In eerste instantie was ik nog wel iets geïnteresseerd, maar het ebt per luisterbeurt verder weg. Daarmee is Para Bellum geen groeiplaat maar een krimpplaat. Een plaat die nog meer dan alle andere platen sinds The Formation Of Damnation voelt als een compromis tussen de verschillende bandleden.

Thanatos - Angelic Encounters (2000)

poster
3,0
Angelic Encounters is de opvolger van het 8 jaar daarvoor verschenen Realm Of Ecstasy. Thanatos bestaat al sinds 1983 ofzo, maakte begin jaren 90 in de slipstream van de vele kwalitatief sterke Nederlandse death metalacts een vliegende vaart, maar wist om één of andere reden nooit de juiste kruishoogte te bereiken om een grote afstand te kunnen overbruggen.

Angelic Encounters is een beetje een half geslaagde come-back. Thanatos heeft haar geluid gemoderniseerd. Ofschoon er nog steeds driftig uit bekende death metalhandboeken geciteerd wordt, neigt ook een behoorlijk aantal passages naar black metal. Met af en toe een lekker explosief resultaat.
Het totaalplaatje ademt een onstuimig thrashy karakter uit dat uitnodigt tot ter plaatse de boel afbreken.

Ik heb wat moeite met de lengte van sommige songs. Het openingsnummer kent teveel herhalingen om de volle 6 minuten te kunnen boeien. Datzelfde geldt voor de andere langere tracks. In de korte uitbarstingen klopt alles weer.

De algehele mix is een beetje een janboel. Het kost moeite om de structuur te pakken te krijgen. Daarnaast is het erg jammer dat het lijkt alsof de drums op een typemachine zijn ingespeeld. Daarmee mist het album wat kracht. Desondanks toch wel een genietbaar schijfje.

Thanatos - Global Purification (2014)

poster
4,0
Och jee, ik had hier niet eens op gestemd. En dat terwijl ik in januari dit epistel toevertrouwde aan het Wingsofdeath.net webzine. Dank the crook voor de herinnering.

"Thanatos is één van Nederlands’ oudste - als het al niet de oudste is - extremere metalband ooit. Al in 1984 bestookte opperhoofd Stephan Gebédi de mensheid met eigenzinnige metal die meestal op de rand tussen thrash- en death metal balanceert. Echt productief is de band niet geweest. De korte stroomversnelling in de carrière van de band begon 1990 met het verschijnen van het debuut Emerging From The Netherworlds. Net toen de ontwikkeling van death metal op weg was naar een hoogtepunt. Twee jaar later kwam er in de vorm van Realm of Ecstasy nog een opvolger en daarna bleef het tot 2000 stil rondom Thanatos.

In de jaren tussen 2000 en nu verscheen er sporadisch een album dat weliswaar nooit teleurstelde, maar ook niet de mokerslag beloofde die tot in de verre toekomst zal blijven nadreunen. Global Purification rekent daar wellicht mee af. Conceptueel rekent de band alvast weer af met alle duistere facetten van de mensheid, muzikaal rekent de band af met het eigen oeuvre.

Want Thanatos klinkt scherper en gedrevener dan ooit. Het openende titelnummer is doordrenkt met messcherpe riffs en Gebédi weet zijn afschuw perfect om te zetten in briesende vocalen. Thanatos kiest ervoor om langzaam over te hellen naar de thrashkant en dat komt de agressiviteit zeker ten goede. Het dreigende Infestation Of The Soul laat daartegenover horen dat Thanatos ook nog op en top death metal is. Ook hier is de woede meer dan voelbaar al was het maar vanwege de brute rifferij die na het trage intro komt binnenvallen en ook weer het hysterische gebrul van Gebédi.

De gepaste tempowissels en sterke melodieuze solo’s maken van Global Purification veel meer dan een voorbijrazende sneltrein. Thanatos weet door inzet en gemeende woede oude normen en waarden uit de extreme metalwereld om te zetten in hedendaagse relevantie. Wat mij betreft is de laatste worp ook direct de beste worp in de 30 jaar dat Thanatos de wereld onveilig maakt. Global Purification is veertig minuten schuimbekkende woede, bruut riffwerk en hysterische zang verpakt in afwisselende nummers die klinken als een klok"

The Devil's Blood - III: Tabula Rasa or Death and the Seven Pillars (2013)

poster
4,0
Goed. De de drums hadden inderdaad best even met een echte kit ingespeeld kunen worden. De gitaren en de bas hadden best nog even wat punch kunnen krijgen. Maar tjonge, jonge als dat alles is... Zet nog eens het viersporendebuut van Emperor op en besef dat dingen best veranderd zijn de afgelopen vijfentwintig jaar.
Muzikaal gezien is er ook nogal wat veranderd in het totaalplaatje van The Devil's Blood. Catchy tunes a la Cruel Lover of Christ Or Cocaine zijn min of meer losgelaten en hebben plaatsgemaakt voor meer zweverig spul a la Feverdance.

De binnenkomer I Was Promised A Hunt vergt wat dat betreft direct het uiterste van de luisteraar. Het is een psychedelisch doommonster dat lronkelend via de buitenwijken van de ongebruikte delen van de hersenen zijn weg naar binnen zoekt. Als ik halverwege In the Loving Arms of Lunacy's Secret Demons ben, meen ik toch weer in vertrouwd Devil's Blood vaarwater te zijn geraakt. Een lekker stuwende track met bezwerende zanglijnen van Farida Lemouchi. Oh, en wat een schitterende solo, trouwens.

Ook het compactere The Lullabye Of The Burning Boy is eerder een rituele dans die langzaam naar orgastische climaxen toewerkt dan dat er sprake is van een lekker wegluisterend nummer. Dat treffen we pas aan bij ...If Not A Vessel. Een poppy rocksong met een hoog 60's gehalte. Opnieuw erg dromerig, maar gemakkelijker te behappen.

De laatste drie tracks zijn weer van een aanzienlijke speelduur en weer iets experimenteler van aard. Mocht The Devil's Blood doorgegaan zijn, had ze hiermee vast geen poot aan de grond gekregen bij het hippe brillen dragende 3fm publiek. Even leek het die kant op te gaan, maar Selim is een kunstenaar van het eigenwijze soort. Hij trok de stekker er op het hoogtepunt uit. Al meen ik tussen de regels van het interview dat hij aan Aardschok gaf, op te maken dat enige druk op familiaire banden ook een rol speelden bij het besluit.

Ik ben blij dat hij dit spul toch uitbrengt, want het is, met even doorbijten, toch een album dat ik niet had willen missen. Soms pakkend en gemakkelijk, maar meestal ritualistisch en bevreemdend. Een dans met de natuur. Oog in oog met Het Kwaad met het besef dat wij allen onderdeel zijn van één en hetzelfde universum.

The Dillinger Escape Plan - Miss Machine (2004)

poster
4,5
Het klinkt neurotisch en chaotisch maar het is het allesbehalve natuurlijk. Dillinger Escape Plan verraste mij via Calculating Infinity met een stapel prettig gestoorde stukken vol fretboard- en percussiegymnastiek waarbij het aangenaam spastisch bewegen was. Het was de tijd dat ik in een platenwinkel zomaar op advies van magazines, vrienden, vage kennissen en platenhandelaartjes wel eens dingen 'in the blind aan durfde te schaffen. Nu hoef je alleen maar blind iets aan te klikken op je streamdinges. Wel de verrassing maar dan geen vollere kast en een legere portemonnee. Iets minder charme wat mij betreft maar mijn lieve echtgenote is er blij mee.

Miss Machine voegde een dimensie toe aan de songschrijverij. Af en toe komen er dit keer verdomd pakkende stukjes in de wirwar van de muzikale krankzinnigheid bovendrijven en dat maakt dat het zeker niet meer van hetzelfde is. De EP Irony Is A Dead Scene gaf al wel een klein voorproefje hierop. Maar Miss Machine is degelijker en completer. Naast oncontroleerde beukers als Sunshine The Werewolf en Panasonic Youth is er het sfeervolle Phone Home en de naar NIN knipogende Setting Fire To Sleeping Giants. Soms verlang ik nog wel eens dat Reznor zelf weer eens zo lekker tekeer gaat. Op het schuimbekkende af. Baby's First Coffin is dan zo'n track waar beide werelden in opgesloten liggen. Er is dus veel te genieten op de vierkante centimeter.

The Dillinger Escape Plan weet zo haar schijnbare ontoegankelijke geluid zeer interessant te maken en te houden. En volgens mij werd met Miss Machine wel de status van de band definitief bevestigd en een breder publiek bereikt. Het bereidde ook og eens de weg voor bands als Cephalic Carnage, Ephel Duath en Beaten To Death die op hun elk op hun eigenwijze manier ook met allerlei geschifte geluidscollages kwamen aanzetten.

The Sisters of Mercy - First and Last and Always (1985)

poster
4,5
First Last And Always is een fraai opgezette plaat dat zich diepgeworteld weet in postpunkklanken. De opening van Black Planet laat wat dat betreft niets te raden. De gebroken pianoklanken die het openingsakkoord vormen, de desolate gitaartokkels die piketpalen slaan in het verdere verloop van het nummer dat verder ingekleurd wordt door echoënde synthpartijen en de vreemde mompelzang van Andrew Eldritch. Een stuwende doomtrack die zich direct in het hoofd nestelt. Daar blijft het toch allemaal niet bij.

Walk Away rockt een stuk uitbundiger en is vooral pakkender. Maar behoudt tegelijkertijd dezelfde betoverende sfeer van de opener. Deze lijn wordt doorgezet met het huppelende No Time To Cry en het zenuwachtige Rock And A Hard Place. Die laatste is tot mijn favoriet uitgegroeid vanwege dat onweerstaanbare baslijntje en de zacht zoemende gitaarakkoorden die erover heen gedrapeerd worden.

Marian (Version) en het titelnummer verlopen eveneens vlot maar klinken wel weer wat stemmiger en minder uitbundig. Verwrongen liefdesliederen met een zwartgelakt randje. Het navolgende Possession legt het enige manco aan het album bloot. De vocalen van het opperhoofd. De uithalen hier zijn tenenkrommend. Hij lijkt dan echt op een oude vandaag met een borrel op die tijdens het inzingen zijn kunstgebit is vergeten in te doen.

In Amphetamine Logic doet hij dat ook maar daar lijkt het zekerder en vaster te klinken. Overigens is deze song onweerstaanbaar door die welhaast vrolijke toetsenriedel die steeds terugkeert. Dit soort accenten lijken aan te geven dat de makers zichzelf af en toe ook uitlachen. Een relativerend lichtpuntje aan een donker gekleurde horizon.

Some Kind Of Stranger is een fenomenale afsluiter. Een stemmig stuk dat lekker uitgesponnen wordt. Het is een meeslepende ballade waarvan de invloeden al eerder zijn aangestipt maar die desondanks een erg fraaie climax vormt. The Sisters Of Mercy klonken op elke release weer heel anders maar nooit zo betoverend als op dit eerste volledige album.

Thergothon - Stream from the Heavens (1994)

poster
4,0
Thergothon was een vroege vogel in funeral Doomland. De band was trager en depressiever dan Cathedral of My DyingBride en dus anno 1992 best wel extreem.

Streams From The Heavens laat horen dat de band ondanks het trage voortslepen een goed gevoel heeft voor het scheppen van een landschap waar buiten het inzetten van allesverstikkende pletwalsen des doods keurig ingeplakte leads en incidentele cleane vocalen de kalm ronddwarrelende herfstbladeren weten te symboliseren.

Nihilistisch, traag een depressief dus. Maar vanwege de melodie en sfeeraccenten ook erg kleurrijk. Sinds enige tijd is het album weer wat gemakkelijker te verkrijgen. Doem er uw voordeel mee, zou ik zeggen.

Therion - Lepaca Kliffoth (1995)

poster
4,0
Lepaca Kliffoth was een beetje een tussenalbum. Cristofer Johnson liet destijds in interviews al doorschemeren graag een budget te willen om met een volledig orkest, compleet met sopranen, baritons en noem het maar op, te kunnen werken.
Om de koers te bepalen werd het nummer Beauty In Black op single gezet. Een duister gothische track met vrouwelijke opera vocalen. Death metal is volledig van het strijdtoneel verdwenen.
Getuige het gehele album, hoeft de soep niet zo heet gegeten te worden. Lepaca Kliffoth is een op en top metal plaat. Wel is duidelijk dat ook Therion dus haar death metal wortels verre van haar werpt. Daarmee wordt het voorbeeld gevolgd van vele andere collega's zoals Paradise Lost en Entombed.

De nummers zijn kort en puntig van aard. De riffs komen erg direct over. De melodieën zijn net als op het vorige album in de Oosterse/Sumerische geworteld. Dat is dan ook opnieuw de thematiek die de tekstuele onthullingen beheerst. Opvallend zijn ook de af en toe schitterend getimede solo's. Het opzwepende Riders Of Theli is daar een mooi voorbeeld van.

Opvallend is de Sorrows Of The Moon bewerking van Celtic Frost. Opvallend omdat ik mij niet voor kan stellen dat er niet een interessant eigen nummer voor handen was. Johnson openbaart hier hoogstwaarschijnlijk zijn voornaamste inspiratiebron aan het smachtende publiek. Therion blijft heel dicht bij het origineel. Zelfs het gekreun van Warrior wordt vakkundig geïmiteerd.

De vocale bijdrage is wel de meest zwakke onderdeel van Lepaca Kliffoth. Johnson probeert toegankelijk te grommen maar komt niet verder dan een slechte Grave Digger imitatie. Uiteindelijk bleek Cristofer Johnson over genoeg zelfkennis te beschikken om de vocalen in het vervolg tot een minimum te beperken.

Sowieso was dit laatste Therionplaat voordat het een multi-instumentaal orkestmetal project werd. De populariteit en de muzikale creativiteit stegen daar hand in hand naar ongekende hoogten. Dat wil allerminst zeggen dat de Therion pre-historie niet interessant zou zijn.
Doe er je voordeel mee als je deze onverhoopt ergens tegen komt voor een zacht prijsje.

Therion - Leviathan II (2022)

poster
3,5
Na het ietwat pretentieuze maar zeker niet onaardige Beloved Antichrist stoof Christofer Johnson snel terug naar de gemakkelijke schreden van de Vovinladder middels het toegankelijke Leviathan.

Het zal niemand verbazen dat Leviathan II voortborduurt op zijn illustere voorganger. Met nog meer van hetzelfde. Je zou de Zweden af kunnen kraken voor deze herhalingsoefening maar dan blijkt dat er toch weer een aantal fraaie symfonisch opgetuigde arrangementen opstaat. Natuurlijk voorzien van hemelse vocalen.

De tijden van Vovin en Theli herleven er niet mee maar de orde van de Rode Draak levert toch zeker een hele aardige toegift voor de snelle trek in klassiek aangeklede gothic metal.

Therion - Symphony Masses: Ho Drakon Ho Megas (1993)

poster
4,5
Begonnen als doodgewoon death metalorkestje is Therion inmiddels uitgegroeid tot een volwassen orkestrale metalband waar graag alle registers opengetrokken worden.
Ergens in het midden treffen we Symphony Masses aan. Therions derde langspeler bevat an sich meer toegankelijke death metal dan de twee voorgangers maar klinkt tegelijkertijd ineens een stuk donkerder.
Visioenen van lugubere duivelsrituelen trekken aan je voorbij als overwegend trage nummers als Baal Reginon of het juist opzwepende Dawn Of Perishness aan je voorbij trekken.
Cristofer Johnson experimenteert er lustig op los met symfonische effecten om het album de bombast te geven die het verdient.
De tekstuele thema's putten hun inpiratie vooral uit de Sumerische mythologieën. Het verklaart de regelmatig opduikende Oosters aandoende melodieën.
Het laatste nummer is opgedeeld in 2 delen en wordt gebracht in hebreeuwse (?) onthullingen. Dergelijke details maken de diabolische klanken extra mystiek. Of de vermaledijde housedreun een noodzakelijke toevoeging was waag ik echter te betwijfelen. Desalniettemin liet Therion hier horen dat zij zich temidden van een gunstige ontwikkeling bevonden.

Als ik tijd heb scan ik het originele artwork even in. Want dit lijkt weer nergens op..

Theudho - Voorbij de Nevelen des Tijds (2022)

poster
4,0
Theudho laat voor haar zesde album de paganinvloeden wat los en hamert de luisteraar met een krachtige vorm van zwartgeblakerd metaal terug naar een tijd ver voor de bakermat van onze beschavingen. De epische inborst is ondanks het terugschroeven van de kalme tokkels en andere additieven fier overeind gebleven. Veel van deze nieuwe bloemlezing speelt zich af in een heldhaftig marstempo maar evengoed is er veel ruimte voor de nodige afwisseling. De rifferij verschuift soms van het traditionele blackmetalgereutel naar wat meer woest ploegende deathmetalzaken. De krachtige productie etaleert op zulke momenten de zwaarte van het album nog eens extra. De voorzichtig ondersteunende toetsen dansen als plagerige woudgeesten om de strijdlustige fundamenten van Theudho heen.

Over het algemeen is het allemaal vrij eenvoudig van opzet maar desondanks is Theudho zeer effectief als het gaat om het neerzetten van een denkbeeldig decor van dichtbeboste wouden alwaar zelfs de onverbiddelijke zomerzon ongekende moeite heeft om haar stralen de door mos en andere hardnekkige vegetatie overwoekerde bodem te laten bereiken. Wie goed kijkt, vindt het pad dat ons leidt naar een ver verleden waar men slechts van dag tot dag leefde. Ons eigen gejaagde en volgeplande leventjes is een kleine vijftig minuten lang heel ver weg.
Wat kan de meest simpel opgezette muziek toch een hoop teweeg brengen

Thou Shalt Suffer - Somnium (2000)

poster
3,5
Voordat er Emperor was, was er Thou Shalt Suffer. Een entiteit waarbinnen Ihsahn en Samoth aangevuld met twee in anonimiteit verdwenen muzikanten hun vroege zieleroerselen aan de wereld toevertrouwden. Onder deze naam bracht de band enkele begerenswaardige demo's danwel Ep's uit. Duistere metal, op het snijvlak van death en black balancerend. Niet zozeer gericht op extremiteit maar wel op het scheppen van een lugubere atmosfeer.

Anno 2000 wekte Ihsahn het sedert lange tijd begraven lichaam van Thou Shalt Suffer weer tot leven. Maar niet om de spoken uit het verleden de vrije hand te geven. Integendeel. Eigenlijk heeft Somnium helemaal niets met Thou Shalt Suffer van doen. Somnium is een somber gestemd symfonisch werkstuk dat qua compositorische stijl dicht tegen Emperor aanleunt. Eigenlijk is het gewoon Emperor, maar dan zonder rockinstrumentarium. Orkesten uit een doosje trachten je mee te nemen in duistere wouden alwaar kobolden, trollen en ander kwaadaardig gespuis je in hun verstikkende wurggreep willen nemen.

Mits in de juiste stemming kan het plaatje wel meeslepend zijn. Anderszijds moet ik toegeven dat het in vergelijking met het ruigere werk van Mahler, Holst of Dvorak Somnium best wat knullig en oppervlakkig lijkt. Niettemin is bij vlagen het best genieten geblazen van de produkten van het creatieve brein van Ihsahn. Zijn typerende stijl is erg duidelijk waarneembaar.

Voor wie wel kan genieten van Emperors Opus A Satana en Thus March The Nightspirit uitspattingen, zal Somnium zeker een aanrader kunnen zijn.

Throane - Plus une Main à Mordre (2017)

poster
4,5
Als het tot bloedens toe kapot krabben van uw nagels aan ruwe wanden van baksteen niet tot uw dagelijkse praktijken behoort in geval van vertwijfeling, biedt het Franse Throane wel het sonische equivalent daarvoor. Verstikkende gevoelens van wanhoop en onmacht voeren de boventoon in dit black/doom gewrocht.

Black en doom is een gewillige doch niet zo vaak voorkomende combinatie. De emotie wordt bij een blackmetalbasis vaak nog eens extra geaccentueerd. Zoals het geval is op Plus une Main à Mordre. Zo op het eerste gehoor schuurt het werk van Throane niet langs extremen. Geen zwartgeblakerde blastbeats die op orkaansnelheden je trommelvliezen verpulveren en ook geen loodzware vertragingen die je als onvermurwbaar drijfzand insluiten. Maar het duurt niet lang voordat het sleepnet u definitief insluit en dan is er geen ontsnapping meer mogelijk aan deze drie kwartier durende klaagzang.

De term 'klaagzang' is liefkozend bedoeld natuurlijk. Throane speelt veel met echo's en beukende, licht stuwende tempo's waardoor er op enkele momenten wat industriële invloeden volgens het recept van Godflesh doorsijpelen. De ongecontroleerde wanhoopskreten van de tot op het bot getergde vocalist roepen weer herinneringen op aan Deinonychus. Ook wordt er veelvuldig gebruik gemaakt van gevaarlijk hippe dissonantjes om de muzikale avonturen compleet te maken.

Nummers eruit pikken, heeft eigenlijk geen zin. Maar als ik het toch moet doen: Luister eens met aandacht naar de verstilde passage in Et Tout Finira Par Chuter. Dat is wonderschoon in al zijn zwartgalligheid. Of hoe het titelnummer als een monstreus schepsel langzaam uit een ravijn zonder eind omhoog lijkt te klimmen om vervolgens aan te zwellen tot volle oorlogsterkte, klaar om als een vloedgolf alle verslaving weg te vagen. Zo brengt Throane ons in de vorm van Plus une Main à Mordre een bijzondere synthese van inktzwarte sonische onheilsflarden om je tanden op stuk te bijten.

Thulcandra - Hail the Abyss (2023)

poster
4,0
Hail The Abyss is een nieuw hoofdstuk dat aan de kronieken van de reserve-Dissection, bekend onder de naam Thulcandra, toegevoegd kan worden.

Ondanks het feit dat je van alles kunt zeggen over het gebrek aan originaliteit, blijft dit maar rondjes draaien in mijn met gitzwarte vlokken besneeuwde crypte. En dat is omdat het net zo gemakkelijk weghapt als een malse schapenhals in een wolvenbek.

Thulcandra drukt sinds jaar en dag op de bekende, door de Göteborgscene beïnvloedde knoppen die begin jaren 90 door het eerder genoemde Dissection zijn beroerd. Daarmee scheppen zij dezelfde ijzige atmosfeer als het grote voorbeeld.

Dat alles uit zich dan in best wel sterke stukken zoals het compacte titelnummer, het giftige Acheronian Cult en het dreigende Blood Of Slaves. Gave harmonieën gaan hand in hand met een sporadische melancholische tokkel en andere elementen die de winter in huis brengen.

Met al dat fraais ben ik andermaal bereid om langs de obsessie van de band heen te gluren.

Tiamat - A Deeper Kind of Slumber (1997)

poster
In de jaren 90 stapten vele death metal bands af van de roots om zich te verzadigen in driftige experimenten. Paradise Lost, The Gathering en Entombed deden al eerder een beroep op mijn groeiende muzikale begrip.
En ook Tiamat bewoog zich op de voorgaande albums zich al steeds verder van de eens drukbewandelde death metal paden. Maar op dit album is er bijna niets meer over van wat we van Tiamat kenden.
A Deeper Kind Of Slumber heeft dientengevolge er heel lang over gedaan om bij mij in te dalen. Met Mount Marilyn staat er slechts één nummer op dat vaag herinnert aan wat de band op het voorgaande Wildhoney nog vol overtuiging liet horen.
Toch deden de vele lovende recensies in de bladen en de hemelprijzingen van vrienden mij ertoe aanzetten door te zetten in mijn pogingen deze plaat te doorgronden. Uiteindelijk bleek ik in staat de klasse te erkennen van de plaat. Enerzijds staat de band stil bij vervlogen tijden waarin The Sisters Of Mercy de dienst uitmaakten in het gothische landschap en anderzijds zijn er veel verwijzingen naar dromerige Pink FLoyd schilderingen. Dromerig is ook het sleutelwoord. Het experiment schuilt dan ook niet in technische probeersels maar in de serene manieren waarop je gemoed geprikkeld wordt. Nummers als Phantasma deLuxe, Atlantis As A Lover en het eerder aangehaalde Mount Marilyn geven de luisteraar bij voorkeur op de late avonden een gevoel zich te verkeren in een kleurrijke zweverige lucide droom.

Truppensturm / Thorybos - Approaching Conflict (2014)

poster
3,0
Typisch splitje wel.
Truppensturm kiest hier ineens voor een transparant geluid en daardoor verliest het onmiddellijk zijn charme. Het klinkt heel gestructureerd. Zonder al die chaos is Truppensturm gewoon een wannabe (oude) Bolt Thrower. Maar dan wat saaier.
Dat overrompelende van Salute To The Iron Emperors is vrijwel verdwenen. En de vlak gecomponeerde nummertjes helpen ook niet mee. Het is snel ja, maar niet hard en gemeen. Erg jammer.

Thorybos doet wel precies wat nodig is om een duistere sfeer te scheppen. Ongebreidelde agressie en chaos. De spannende interludes maken het feest compleet. De composities zijn wat rommelig wel maar niettemin erg leuk.

2* voor Truppensturm
3.5* voor Thorybos
Ronden we hem mooi af op 3 sterren voor de gehele split.

Type O Negative - Bloody Kisses (1993)

poster
4,0
Bloody Kisses wordt door velen gezien als het beste van Type O Negative.
In ieder geval is het de meest populaire plaat. Na het brute Slow Deep And Hard ging het roer drastisch om. Romantische, gothische doomklanken verdringen de hardcoreroots naar een heel klein hoekje. Dat vond in eerste instantie nogal teleurstellend.
Toch werd ik al snel veroverd door de breed uitgesponnen publiekslievelingen Christian Woman en Black No. 1. Die nummers hebben ook best wat te bieden. De slome massieve riffs krijgen lucht door het buitengewoon stemmige toetsenspel van Josh Silver. Hij tovert prachtig subtiele melodielijnen uit zijn toetsenbord. En de donkere stem van Steele draagt ook zeker bij aan de sfeer. De hippie achtige nummers zijn ook leuke vondst. Zo is daar een zeer bijzondere versie van Seals & Crofts overbekende Summer Breeze. En eigen composities Blood & Fire en Too Late: Frozen kennen ook de nodige sixties invloeden. De vreemde intermezzo’s zoals Fay Wray Come Out And Play en de merkwaardige uitstpattingen zoals Kill All The White People laat precies zien wat voor een markant figuur Peter Steele was.
Wat mij betreft was wat meer explosiviteit wel welkom geweest. Het komt zelden voor dat ik Bloody Kisses in één keer afluister. Desalniettemin is dit album een geslaagde onderneming van Type O Negative.

Type O Negative - Dead Again (2007)

poster
4,0
Afgezien van de vaak gebruikte titel verraste Dead Again mij de eerste keer. Langzaam sluipen er weer wat hardcore elementen terug in het bandgeluid. De plaat opent vlotjes met het titelnummer en blijft in dat tempo met het ijzersterke Tripping A Blindman. Steeles drugs en alcoholverslaving vormt de inspiratie hiervoor. Verderop het album zijn er nog wat meer snellere tracks. Pas in het derde nummer The Profits Of Doom gaat het tempo naar beneden. Maar dan niet in romantische October Rust stijl. Het nummer doet mij bij vlagen denken aan het stokoude The Subhuman. Een nummer wat ooit op een Carnivore demo verscheen en aan de re-release van Retaliation ook toegevoegd is.
Vooral Peter's diversiteit aan stemgebruik is smaakmaker hierin.
In September Sun en She Burned Me Down komen weer wat romantische sixties aandoende invloeden aan bod. These Three Things is een zwaarmoedige anti-abortus song in de beste Bloody Kisses traditie.
En zo is Dead Again een bonte verzameling van alle gezichten die Type O Negative ooit typeerden. Hoewel onbedoeld, blijk de plaat een voorbeeldige zwanenzang te zijn van het markante Type O Negative.

Type O Negative - October Rust (1996)

poster
3,0
Zelf omschreef Peter Steele October Rust eens als een slag van een moker die in zacht fluweel gewikkeld is. En dat is zeker een treffende omschrijving.
De eens zo gevaarlijk musicerende Steele maakt op October Rust muziek om met je meisje bij te zwijmelen. Wie had dat voor mogelijk gehouden? Waren op Bloody Kisses nog enkele ruwe randjes te bespeuren, op October Rust zijn ze echt helemaal verdwenen.
Dat betekent niet dat October Rust helemaal niets is. Immers voor prachtig meeslepende nummers als Love You To Death, Red Water en Haunted teken ik meteen.
Maar bij de flower power stuiptrekkingen in Be My Druidess of Die With Me frons ik toch de wenkbrauwen. Om van de verschrikkelijke Neil Young cover nog maar te zwijgen. Op Bloody Kisses vond ik die hippie uitspattingen nog een aardige vondst, maar hier is de balans compleet zoek. Vreemd genoeg bevalt de single My Girlfriend’s Girlfriend mij dan wel weer heel goed. Het is een vlot lopend nummer, voorzien van een leuke orgelmelodieen het kent een geestige tekst.
October Rust geeft mij nog altijd een tweeslachtig gevoel, maar ik houd het bij het voordeel van de twijfel.

Type O Negative - Slow, Deep and Hard (1991)

poster
4,5
Het debuut van Type O Negative sloeg in als een bom. De plaat en band deed zoveel stof opwaaien dat de nodige publiciteit er aan gespendeerd werd hetgeen ervoor zorgde dat Type O Negative een bekende band werd. Muzikaal stelde het mijns insziens ook wel wat voor destijds.
Alle frustraties van een stukgelopen relatie alsmede enkele rabiate politieke standpunten vormen de basis van het schuimbekkende Slow Deep and Hard.
Op de keper beschouwd is het een logische voortzetting van Carnivore. Typische NY hardcore wordt gelardeerd met een behoorlijke scheut metal en links en rechts zijn er wat gothische elementen door middel van het ijle toetsenspel van Josh Silver. Het een en ander klinkt wel een stuk verfijnder dan de nogal lompe voorlopers. Dat verfijnde resulteert in een klein handjevol nummers dat bolstaat van de sonische horror. Men valt met opener Unsuccessfully Coping With The Natural Beauty Of Infidelity direct met de deur in huis. Alle registers worden opengetrokken. Hardcore, doom, een akoestische passage en natuurlijk de verwrongen teksten, uitgespuwd door een briesende Peter Steele. Eigenlijk steekt ieder nummer op deze wijze in elkaar, maar het blijft gedurende het hele album boeien. Het klapstuk hier is het machtige Prelude To Agony. Een sinistere baslijn opent deze morbide moordaanslag op Steele's ex. Agressie en wanhoop voeren de boventoon en worden op fenomenale wijze in het nummer ingepast. Twee uiterst merkwaardige doch originele instrumentaaltjes maken het feest compleet.
Hierna werd de muzikale koers vrij drastisch gewijzigd en hoewel dat ook een wel handvol aardige albums opleverde, heb ik daar nooit zoveel plezier aan beleefd als aan Slow Deep And Hard.

Type O Negative - World Coming Down (1999)

poster
4,5
In diverse bladen werd World Coming Down een beetje afgedaan als een inspiratieloze stuiptrekking van een uitgeblust Type O Negative. Toegegeven, World Coming Down is een hele zit met al zijn lange, slepende gothisch getinte nummers maar inspiratieloos zou ik het niet willen noemen. Anders dan de andere albums, het geniale, explosieve debuut niet meegerekend ontbreekt het bekende Type O cynisme hier vrijwel. Ook is de warme romantiek die veelvuldig rondwaarde op succesvolle voorgangers als Bloody Kisses en October Rust hier ver te zoeken. Dat levert een album op van ongekende depressiviteit waaruit blijkt hoe zwaar het miserabele, onheilbrengende leven op de getergde schouders van Peter Steele rust.
Titels als Everyone I Love Is Dead, Everything Dies en World Coming Down laten wat dat betreft over de inhoud niets te gissen over. Met opener White Slavery wordt onthuld hoe de geest van Steele omgaat met zijn drugsverslaving. Hier zijn voor het eerst sinds lange tijd ook weer wat ruwe randjes uit het roemruchte hardcoreverleden van het opperhoofd in de vocalen te bespeuren. Het levert een uitstekende spannigsboog op in een nummer dat in de opzet vrij eenvoudig en monotoon is.
Enkel bij Day Tripper moest ik de wenkbrauwen even fronsen. Want dit is een vrij merkwaardige Beatles medley die, hoewel het wel naar eigen hand is gezet, m.i. beter op een b-kant of iets dergelijks had kunnen staan. Het laat wel horen waar de band qua samenzang de mosterd vandaan haalt.
Al met al vind ik dit World Coming Down die wat serieuzer van opzet is, op Slow Deep And Hard na, het beste wat Type O Negative te bieden heeft.