Hier kun je zien welke berichten Edwynn als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Lamp of Murmuur - The Dreaming Prince in Ecstasy (2025)

4,0
1
geplaatst: 17 november 2025, 14:41 uur
Lamp Of Murmuur kwam op mijn radar door de ruwe demo's die hij (eenmansproject) uitbracht. In die zin is het contrast met de échte studioplaten best opvallend omdat die best netjes in elkaar steken. Het stofzuigergeluid werd vervangen door een opgeruimd geluid. En dat is op The Dreaming Prince in Ecstasy niet anders.
Wel kleeft er een ambachtelijk randje aan waardoor het opgeruimde geluid je ook met de poten tot aan de liezen in de koude sneeuwvlakten van de jaren '90 zet. Want de periode 1993-1999 is niet alleen te kwalificeren als de periode van grunge, Van Dik Hout en eurodance. Nee, ook de blackmetal kreeg in die jaren de vormen waarmee de generaties erna het bleven doen. Lamp Of Murmuur eert die dagen. Want na het intro dringt zich het lange Forest Of Hallucinations direct aan je op met allerlei flarden die van de Scandinavische acts van weleer zijn komen wegwaaien. Denk hierbij aan de oude Dimmu Borgir en Covenant voor het duiden van de voornaamste invloeden. M. 's vocalen klinken ook gewoon als die van Nagash die diep in de mix ingegraven wordt.
Het navolgende Hategate (The Dream-Master's Realm) is wat meer rechtdoorzee en drijft wat op de fundamenten gesmeed uit oude thrashinvloeden van de vroege Exodus en Dark Angel. Tegelijkertijd klinkt er ook wat Dissection in door. De onstabiele cleane bezwerende zanglijn in het slot. zorgt voor de definitieve knik naar de oude zwartmetalen meesters. Het wordt de opmaat voor wat meer gif dat gespuwd wordt als Reincarnation Of A Witch de luisteraar in haar betoverende wurggreep neemt. Aan afwisseling geen gebrek, zeg maar. Angelic Vortex vormt een intermezzo maar had ook niet zo goed zo niet beter als uitgeleide van het voorgaande nummer kunnen dienen. Het biedt rust, bezinning en introspectie.
Daarna is het tijd voor het epische titelnummer dat voor het gemak in drie delen opgeknipt wordt. Het eerste deel doet mij denken aan het geluid van Gehenna ten tijde van Second Spell. Het gaat al marsend van start en de toetsaccenten geven een mysterieus tintje aan het stuk mee. Part II laat zich dan opbouwen als een soundscape met een heus (oude) U2-achtig kickdrum met dito gitaarweefsel voordat de vierkwartsmaat instart. Eigenlijk best wel gewaagd om zo'n rellerig rockelement in het middeleeuwse koboldenlandschap in te brengen. De wave-vocalen trekken de balans helemaal scheef. Maar potverdorie, dit is wel gaaf hoor! Het is de onverwachte wending die niets afdoet aan de atmosfeer maar toch heel vreemd aanvoelt. Part III brengt de boel via een heavy metalmotiefje weer terug in het zwartmetalen gareel. Met een huilende leadgitaar die wanhopig door de nachtelijke duisternis heen probeert te breken.
A Brute Angel's Sorrow is het introspectieve uitgeleide dat deels door dungeon synth- en deels door zanggeluiden gedragen wordt. Het versterkt het decor van de magische wereld van bosgeesten, waternimfen, weerwolven en ander folkloristisch gespuis dat voortdurend opgeroepen wordt. In die zin druist dat wat in tegen de tekstuele thema's van het album die toch wat meer aardsere zaken zoals opstand en verval behandelt. Dondert allemaal niet. Want het is echt genieten van de ouderwetsche myserieuze toon die het album neerzet.
Voor mij gevoel is The Dreaming Prince In Ecstasy net wat gruiziger, spannender en vooral eigenwijzer dan Saturnian Bloodstorm uit 2023. Ik verwacht niet dat liefhebbers van het obscuurdere demomateriaal direct de handen op elkaar knallen voor dit nieuwe album, maar wie een zwaarmoedig hart heeft voor de vorming en verbreding van de tweede golf moet dit album toch eens een kans geven.
Wel kleeft er een ambachtelijk randje aan waardoor het opgeruimde geluid je ook met de poten tot aan de liezen in de koude sneeuwvlakten van de jaren '90 zet. Want de periode 1993-1999 is niet alleen te kwalificeren als de periode van grunge, Van Dik Hout en eurodance. Nee, ook de blackmetal kreeg in die jaren de vormen waarmee de generaties erna het bleven doen. Lamp Of Murmuur eert die dagen. Want na het intro dringt zich het lange Forest Of Hallucinations direct aan je op met allerlei flarden die van de Scandinavische acts van weleer zijn komen wegwaaien. Denk hierbij aan de oude Dimmu Borgir en Covenant voor het duiden van de voornaamste invloeden. M. 's vocalen klinken ook gewoon als die van Nagash die diep in de mix ingegraven wordt.
Het navolgende Hategate (The Dream-Master's Realm) is wat meer rechtdoorzee en drijft wat op de fundamenten gesmeed uit oude thrashinvloeden van de vroege Exodus en Dark Angel. Tegelijkertijd klinkt er ook wat Dissection in door. De onstabiele cleane bezwerende zanglijn in het slot. zorgt voor de definitieve knik naar de oude zwartmetalen meesters. Het wordt de opmaat voor wat meer gif dat gespuwd wordt als Reincarnation Of A Witch de luisteraar in haar betoverende wurggreep neemt. Aan afwisseling geen gebrek, zeg maar. Angelic Vortex vormt een intermezzo maar had ook niet zo goed zo niet beter als uitgeleide van het voorgaande nummer kunnen dienen. Het biedt rust, bezinning en introspectie.
Daarna is het tijd voor het epische titelnummer dat voor het gemak in drie delen opgeknipt wordt. Het eerste deel doet mij denken aan het geluid van Gehenna ten tijde van Second Spell. Het gaat al marsend van start en de toetsaccenten geven een mysterieus tintje aan het stuk mee. Part II laat zich dan opbouwen als een soundscape met een heus (oude) U2-achtig kickdrum met dito gitaarweefsel voordat de vierkwartsmaat instart. Eigenlijk best wel gewaagd om zo'n rellerig rockelement in het middeleeuwse koboldenlandschap in te brengen. De wave-vocalen trekken de balans helemaal scheef. Maar potverdorie, dit is wel gaaf hoor! Het is de onverwachte wending die niets afdoet aan de atmosfeer maar toch heel vreemd aanvoelt. Part III brengt de boel via een heavy metalmotiefje weer terug in het zwartmetalen gareel. Met een huilende leadgitaar die wanhopig door de nachtelijke duisternis heen probeert te breken.
A Brute Angel's Sorrow is het introspectieve uitgeleide dat deels door dungeon synth- en deels door zanggeluiden gedragen wordt. Het versterkt het decor van de magische wereld van bosgeesten, waternimfen, weerwolven en ander folkloristisch gespuis dat voortdurend opgeroepen wordt. In die zin druist dat wat in tegen de tekstuele thema's van het album die toch wat meer aardsere zaken zoals opstand en verval behandelt. Dondert allemaal niet. Want het is echt genieten van de ouderwetsche myserieuze toon die het album neerzet.
Voor mij gevoel is The Dreaming Prince In Ecstasy net wat gruiziger, spannender en vooral eigenwijzer dan Saturnian Bloodstorm uit 2023. Ik verwacht niet dat liefhebbers van het obscuurdere demomateriaal direct de handen op elkaar knallen voor dit nieuwe album, maar wie een zwaarmoedig hart heeft voor de vorming en verbreding van de tweede golf moet dit album toch eens een kans geven.
Lee Aaron - Metal Queen (1984)

4,0
0
geplaatst: 10 november 2025, 11:43 uur
Nog altijd vind ik Metal Queen een fijn album om aan te zetten. Veel nostalgische gevoelens maken zich meester van mij wanneer het refrein van het openende titelnummer door mijn getormenteerde luidsprekers schalt. Als een heraut van voorbije jaren die de boodschap van de hymnes van toen nog eens onder mijn neus komt wrijven. Metal Queen neemt in haar kielzog enkele emotioneel geladen krakers zoals Lady Of The Darkest Night en de ballade Got To Be The One net zo gemakkelijk mee als het venijnige Deceiver en het wat al te jolige We Will Be Rockin'.
Lee Aaron leerde ik pas kennen toen Whatcha Do To My Body wel eens voorbijkwam op MTV. Dat nodigde nog niet echt uit tot nadere bestudering van de artistieke vaardigheden van deze dame. Daarvoor zat ik toen te diep in de hellekrochten van de metal. Metal Queen kwam later tot me en sprak me meer aan terwijl we ook hier veelvuldig geconfronteerd worden met de hairneigingen. De hese stem die de vlotte bruggetjes en refreintjes aan elkaar knoopt, maken dat dat geen enkel probleem hoeft te zijn. Uiteindelijk is het hairspul uit de jaren 80 en begin jaren 90 voor mij een soort guilty pleasure geworden. Dat wil zeggen dat ik me er niet guilty over voel, maar meer omdat anderen vinden dat er geen artistieke waarde in dat soort muziek zit. Het zal wel.
Enfin, met Metal Queen duikt Lee Aaron in wat heavy metal in de jaren 80 was: soms pittig, soms emotioneel en soms luchtig. Voorzien van een goede stem die de toffe songs naar een goed einde brengt. Wat willen we nog meer?
Lee Aaron leerde ik pas kennen toen Whatcha Do To My Body wel eens voorbijkwam op MTV. Dat nodigde nog niet echt uit tot nadere bestudering van de artistieke vaardigheden van deze dame. Daarvoor zat ik toen te diep in de hellekrochten van de metal. Metal Queen kwam later tot me en sprak me meer aan terwijl we ook hier veelvuldig geconfronteerd worden met de hairneigingen. De hese stem die de vlotte bruggetjes en refreintjes aan elkaar knoopt, maken dat dat geen enkel probleem hoeft te zijn. Uiteindelijk is het hairspul uit de jaren 80 en begin jaren 90 voor mij een soort guilty pleasure geworden. Dat wil zeggen dat ik me er niet guilty over voel, maar meer omdat anderen vinden dat er geen artistieke waarde in dat soort muziek zit. Het zal wel.
Enfin, met Metal Queen duikt Lee Aaron in wat heavy metal in de jaren 80 was: soms pittig, soms emotioneel en soms luchtig. Voorzien van een goede stem die de toffe songs naar een goed einde brengt. Wat willen we nog meer?
Lhaäd - Beneath (2024)

3,5
0
geplaatst: 22 maart 2024, 09:53 uur
De verhalen die Lhaäd vertelt, spelen zich af op de kilometersdiepe oceaanbodem. Over diepzeegespuis dat welig tiert op plaatsen waar nooit daglicht komen kan.
De oceaan omsluit je langzaam via het intro van de eerste akte. Waarna de reis zich voortzet op golven van zwartmetalen klanken die opvallend rechtdoorzee zijn. Rauw, snel en behept met onderhuidse spanning die mede opgewekt worden door slim geparkeerde synths.
Aan de andere kant is het ook heel erg verzorgd. In die zin is het weliswaar niet heel schokkendwat we horen maar ligt er niettemin ween heel avontuurlijk album die je heerlijk onderdompelt in de zilte duisternis.
De oceaan omsluit je langzaam via het intro van de eerste akte. Waarna de reis zich voortzet op golven van zwartmetalen klanken die opvallend rechtdoorzee zijn. Rauw, snel en behept met onderhuidse spanning die mede opgewekt worden door slim geparkeerde synths.
Aan de andere kant is het ook heel erg verzorgd. In die zin is het weliswaar niet heel schokkendwat we horen maar ligt er niettemin ween heel avontuurlijk album die je heerlijk onderdompelt in de zilte duisternis.
Lhaäd - Beyond (2025)

4,0
0
geplaatst: afgelopen donderdag om 13:55 uur
Lhaäd is een Belgisch eenmansproject van Filip Dupont die weer schuilgaat achter het pseudoniem Lykormas. We kennen hem natuurlijk van zijn werk bij Hemelbestormer en Entartung, maar ook van mijn Belgische topfavoriet Rituals Of The Dead Hand. Juist op die entiteit sluit het werk van Lhaäd goed aan. Beyond is de opvolger van Beneath uit 2024 en staat bol van het kolkende zwartmetaal dat met wat subtiele invloeden uit de deathmetal extra zwaar is gemaakt. Voor de omineuze bij-effecten zijn wat voorzichtige synths ingezet.
Beyond bestaat net als Beneath en Below uit één nummer dat is opgeknipt in enkele kleinere delen. In dit geval gaat het om zes stukken die tussen de zes en acht minuten klokken. Het is me dan ook een raadsel waarom Beyond als EP in de markt is gezet. Dat is natuurlijk ook het minst belangrijke. Belangrijker is dat ten opzichte van het enigszins voorspelbare Beneath Lhaäd wel een vooruitgang boekt op het recent verschenen Beyond. En dat zit hem vooral in het ijzingwekkende karakter die de compositie uitstraalt. De lome doombenadering (zonder de extreem trage doom) is er wel een beetje vanaf en ervoor in de plaats wordt de luisteraar gebombardeerd met een reeks aan dynamische passages die de spanning er wel inhouden.
Hiermee ontstaat ook een eigenzinniger karakter ofschoon sommige passages wel doen denken aan de latere Immortal zoals de inpassing van de ontspannende intermezzo's in IV. Nog steeds bevindt het decor zich op de oceaanbodem, maar Lhaäd worstelt zich goed los van de cliché's die een dergelijk thema met zich meebrengt maar verliest de samenhang met de voorgaande albums geen moment uit het oog.
Beyond laat zich dan ook aandringen als een ietwat onorthodoxe brok zwartmetal waarin subtiele melodieën een plek krijgen door flink te strijden tegen woeste golven van dissonante bruutheid. De korte ambiente intermezzo's schetsen het diepzeethemea en de ijle toetsen kleuren het geheel verder in. Het geluid is massief te noemen, maar toch verrassend toegankelijk en subtiel. Die extra aandacht voor detail zorgt ervoor dat Lhaäd zich binnen de eigen kaders op een stevige manier doorontwikkelt.
Beyond bestaat net als Beneath en Below uit één nummer dat is opgeknipt in enkele kleinere delen. In dit geval gaat het om zes stukken die tussen de zes en acht minuten klokken. Het is me dan ook een raadsel waarom Beyond als EP in de markt is gezet. Dat is natuurlijk ook het minst belangrijke. Belangrijker is dat ten opzichte van het enigszins voorspelbare Beneath Lhaäd wel een vooruitgang boekt op het recent verschenen Beyond. En dat zit hem vooral in het ijzingwekkende karakter die de compositie uitstraalt. De lome doombenadering (zonder de extreem trage doom) is er wel een beetje vanaf en ervoor in de plaats wordt de luisteraar gebombardeerd met een reeks aan dynamische passages die de spanning er wel inhouden.
Hiermee ontstaat ook een eigenzinniger karakter ofschoon sommige passages wel doen denken aan de latere Immortal zoals de inpassing van de ontspannende intermezzo's in IV. Nog steeds bevindt het decor zich op de oceaanbodem, maar Lhaäd worstelt zich goed los van de cliché's die een dergelijk thema met zich meebrengt maar verliest de samenhang met de voorgaande albums geen moment uit het oog.
Beyond laat zich dan ook aandringen als een ietwat onorthodoxe brok zwartmetal waarin subtiele melodieën een plek krijgen door flink te strijden tegen woeste golven van dissonante bruutheid. De korte ambiente intermezzo's schetsen het diepzeethemea en de ijle toetsen kleuren het geheel verder in. Het geluid is massief te noemen, maar toch verrassend toegankelijk en subtiel. Die extra aandacht voor detail zorgt ervoor dat Lhaäd zich binnen de eigen kaders op een stevige manier doorontwikkelt.
Lord Belial - Rapture (2022)

3,5
0
geplaatst: 12 augustus 2022, 10:14 uur
Lord Belial is ook niet kapot te krijgen. Want die zijn toch ineens weer ontwaakt uit een hele lange winterslaap. Ze kwamen op in het midden van de zogeheten 2nd wave met het voor die tijd typerende black metal album Kiss The Goat. Daarna zijn er nog wat platen verschenen waar ik niet altijd even blij van werd. En als absolute dieptepunt was daar het voorlaatste album The Black Curse uit 2008 waarop de Zweden helemaal Dimmu Borgir gingen. Het hellevuur doofde daarna ook direct. Ik wil graag geloven dat het één met het ander te maken. Maar dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn.
Veertien jaar later keert de band middels Rapture terug met nieuw studiowerk. En de band heeft zich goed kwaad gemaakt. Want Rapture spuwt weer ouderwets vuur. 100% black metal is het niet. De band put daarnaast net zo gemakkelijk uit thrash- en deathbronnen en dat staat dit Zweedse trio ook veel beter dan dat zweverige gedoe van The Black Curse. Het geeft de boel extra pit. En dat was hard nodig.
Songs als Evil incarnate en het sfeervolle Infinite Darkness And Death bakken op gedoseerde wijze enkele toegankelijke melodieën in om niet helemaal aan schuimbekkende woede over te geven. En ook het woeste Throne Of Souls en het bezwerende Lux Luciferi laten horen hoe je bombast kunt vermengen met woeste uitspattingen waarop je laat zien dat het allemaal menens is.
Lord Belial revancheert zich wat dat betreft heel aardig. Verwacht geen ingewikkelde toestanden. De band blijft redelijk trouw aan de oorsprong en kan af en toe heerlijk venijnig uit de hoek komen. Af en toe krijgen we te maken met wat bombastische additieven waardoor een mystiek sfeertje ontstaat. Dit keer slaat dat dus niet helemaal door. Daarmee is het een prima plaat geworden waar de band mee gezien mag worden.
Veertien jaar later keert de band middels Rapture terug met nieuw studiowerk. En de band heeft zich goed kwaad gemaakt. Want Rapture spuwt weer ouderwets vuur. 100% black metal is het niet. De band put daarnaast net zo gemakkelijk uit thrash- en deathbronnen en dat staat dit Zweedse trio ook veel beter dan dat zweverige gedoe van The Black Curse. Het geeft de boel extra pit. En dat was hard nodig.
Songs als Evil incarnate en het sfeervolle Infinite Darkness And Death bakken op gedoseerde wijze enkele toegankelijke melodieën in om niet helemaal aan schuimbekkende woede over te geven. En ook het woeste Throne Of Souls en het bezwerende Lux Luciferi laten horen hoe je bombast kunt vermengen met woeste uitspattingen waarop je laat zien dat het allemaal menens is.
Lord Belial revancheert zich wat dat betreft heel aardig. Verwacht geen ingewikkelde toestanden. De band blijft redelijk trouw aan de oorsprong en kan af en toe heerlijk venijnig uit de hoek komen. Af en toe krijgen we te maken met wat bombastische additieven waardoor een mystiek sfeertje ontstaat. Dit keer slaat dat dus niet helemaal door. Daarmee is het een prima plaat geworden waar de band mee gezien mag worden.
Lou Reed & Metallica - Lulu (2011)

3,5
0
geplaatst: 23 oktober 2011, 09:57 uur
Lulu is in de eerste plaats een geesteskindje van Lou Reed. De man liet zich inspireren door de toneelstukken Die Büchse der Pandora en Der Erdgeist van de Duitse schrijver Frank Wedekind. De muzikale omlijsting wordt ditmaal dus verzorgd door Metallica. En dat levert een merkwaardige synthese op.
Voor zowel Lou Reed fans als Metallicafans zou het album heel goed reden kunnen zijn het album direct ritueel te verbranden want de eerste uitwerking is raar en erg ongemakkelijk. Bovendien kan Metallica onder metalfans in ieder geval al sinds medio jaren 90 op veel hoon rekenen binnen de metalwereld. Ik durf niet te zeggen hoe dat met Lou Reed is. Feit is wel dat men gewoon lekker doet waar ze zin in heeft. Want Lulu klinkt in de eerste plaats heel spontaan en lijkt zo uit de losse pols te komen.
Lou Reed vertelt zijn verhaal en op de achtergrond hoor je Metallica zich door een soort van jamsessie wurmen. Want hoewel de plaat best zwaar klinkt en beslist als metal is te omschrijven, dringt de heavy metal niet naar de voorgrond. De voorgrond is voor Lou Reeds declamatie. Ook James Hetfield eist ondanks dat hij ook wat tekstregels herhaalt, geen hoofdrol op.
Die voordrachten vind ik niet altijd even geslaagd. Het redelijk snelle Mistress Dread is eigenlijk gewoon verschrikkelijk. Als thrashnummer is het al saai, maar Lou Reeds bibberende zang maakt het pathetisch. In nummers waarin hij op een kalme manier kan oreren vind ik Reed wel overtuigend overkomen. In The View bijvoorbeeld of in Dragon. In Dragon klinkt Metallica wat avantgardistischer en dat maakt het nummer wel een klein hoogtepuntje.
In Little John hoor ik Reed op zijn sterkst. Door Little John waait een stevige prairiewind. Daardoor neigt het nummer nogal naar de latere Johnny Cash. De stem van Reed is daar ook debet aan. En zo zijn er wel meer aanknopingspunten.
Het lekkerste wordt tot het laatst bewaard. Junior Dad is verreweg de beste track van Lulu. Het herinnert aan de Reed uit de jaren 70. De vraag is alleen waarom dit twintig minuten moet duren. Het repetitieve karakter heeft (nog) niet echt een hypnotiserende uitwerking op ondergetekende. Echt muzikale spanning en avontuur is er niet te beleven. Lulu voelt aan als het toneelstuk wat het in zijn oorspronkelijke vorm ook was. Een toneelstuk voor de oren.
Het losse pols karakter past volgens mij ook niet echt bij een concept als dit. Wellicht was een nadere uitwerking van de beslist aanwezige toffe ideeën het proberen waard geweest. Nu blijft het zoeken naar de juiste bedoeling.
Maar misschien was dat ook wel de bedoeling.
Voor zowel Lou Reed fans als Metallicafans zou het album heel goed reden kunnen zijn het album direct ritueel te verbranden want de eerste uitwerking is raar en erg ongemakkelijk. Bovendien kan Metallica onder metalfans in ieder geval al sinds medio jaren 90 op veel hoon rekenen binnen de metalwereld. Ik durf niet te zeggen hoe dat met Lou Reed is. Feit is wel dat men gewoon lekker doet waar ze zin in heeft. Want Lulu klinkt in de eerste plaats heel spontaan en lijkt zo uit de losse pols te komen.
Lou Reed vertelt zijn verhaal en op de achtergrond hoor je Metallica zich door een soort van jamsessie wurmen. Want hoewel de plaat best zwaar klinkt en beslist als metal is te omschrijven, dringt de heavy metal niet naar de voorgrond. De voorgrond is voor Lou Reeds declamatie. Ook James Hetfield eist ondanks dat hij ook wat tekstregels herhaalt, geen hoofdrol op.
Die voordrachten vind ik niet altijd even geslaagd. Het redelijk snelle Mistress Dread is eigenlijk gewoon verschrikkelijk. Als thrashnummer is het al saai, maar Lou Reeds bibberende zang maakt het pathetisch. In nummers waarin hij op een kalme manier kan oreren vind ik Reed wel overtuigend overkomen. In The View bijvoorbeeld of in Dragon. In Dragon klinkt Metallica wat avantgardistischer en dat maakt het nummer wel een klein hoogtepuntje.
In Little John hoor ik Reed op zijn sterkst. Door Little John waait een stevige prairiewind. Daardoor neigt het nummer nogal naar de latere Johnny Cash. De stem van Reed is daar ook debet aan. En zo zijn er wel meer aanknopingspunten.
Het lekkerste wordt tot het laatst bewaard. Junior Dad is verreweg de beste track van Lulu. Het herinnert aan de Reed uit de jaren 70. De vraag is alleen waarom dit twintig minuten moet duren. Het repetitieve karakter heeft (nog) niet echt een hypnotiserende uitwerking op ondergetekende. Echt muzikale spanning en avontuur is er niet te beleven. Lulu voelt aan als het toneelstuk wat het in zijn oorspronkelijke vorm ook was. Een toneelstuk voor de oren.
Het losse pols karakter past volgens mij ook niet echt bij een concept als dit. Wellicht was een nadere uitwerking van de beslist aanwezige toffe ideeën het proberen waard geweest. Nu blijft het zoeken naar de juiste bedoeling.
Maar misschien was dat ook wel de bedoeling.
Lucifer - Lucifer V (2024)

4,0
0
geplaatst: 5 februari 2024, 14:31 uur
Bij sommige orkesten hoeft met niet te bedelen om de drang tot vernieuwing. Laat hen gewoon datgene verrichten waar zij het best bedreven in zijn. Voor Lucifer komt dit neer op het smeden van meeslepende hardrock dat diep doordrongen is van een zware retrosfeer. Het gezelschap, onder leiding van het echtpaar Nicke Andersson en Johanna Sadonis, ontstond ooit in het doopvont van de occulte rock en bevindt zich daar nog altijd. Zij het dat ze niet volledig opgesloten zijn in een maalstroom van hekserij, want het drassige Sabbathgeluid van het eerste album rust reeds geruime tijd in de koelkast.
Vlotte liederen als Maculate Heart of Riding Reaper klinken eigenlijk hartstikke opgeruimd en zijn omhuld door een gemoedelijke zestiger jaren sfeer om de handen aan te verwarmen. Gemoedelijk is eigenlijk ook meteen het toverwoord bij dit vijfde hoofdstuk uit het oeuvre van de band. Daar is wat mij betreft helemaal niks mis mee.
Van tijd tot tijd doemen klanken op die doen denken aan Judas Priest en Accept, zoals in de onderkoelde riff van A Coffin Has No Silver Lining. Dit verleent het vijfde album toch een zekere scherpte. Bij zulke gelegenheden dwalen mijn gedachten met enige weemoed af naar het enige album dat The Oath ooit uitbracht.
Zangeres Johanna Sadonis is geenszins een Mariah Carey, en dat is eigenlijk een verademing. Zij legt gewoon doeltreffend haar zanglijnen op tafel zonder al te veel poespas. Zo komen de liederen werkelijk tot leven.
De kar van Lucifer ploegt voort op de platgetreden occulte rockpaden, maar weet desalniettemin bij ondergetekende veel meer dan een glimlach los te weken.
Vlotte liederen als Maculate Heart of Riding Reaper klinken eigenlijk hartstikke opgeruimd en zijn omhuld door een gemoedelijke zestiger jaren sfeer om de handen aan te verwarmen. Gemoedelijk is eigenlijk ook meteen het toverwoord bij dit vijfde hoofdstuk uit het oeuvre van de band. Daar is wat mij betreft helemaal niks mis mee.
Van tijd tot tijd doemen klanken op die doen denken aan Judas Priest en Accept, zoals in de onderkoelde riff van A Coffin Has No Silver Lining. Dit verleent het vijfde album toch een zekere scherpte. Bij zulke gelegenheden dwalen mijn gedachten met enige weemoed af naar het enige album dat The Oath ooit uitbracht.
Zangeres Johanna Sadonis is geenszins een Mariah Carey, en dat is eigenlijk een verademing. Zij legt gewoon doeltreffend haar zanglijnen op tafel zonder al te veel poespas. Zo komen de liederen werkelijk tot leven.
De kar van Lucifer ploegt voort op de platgetreden occulte rockpaden, maar weet desalniettemin bij ondergetekende veel meer dan een glimlach los te weken.
