menu

Hier kun je zien welke berichten Edwynn als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Absu - Absu (2009)

4,5
Absu is niet echt een produktieve band. Voorganger Tara verscheen alweer in 2001. Maar dan heb je wel wat vind ik. Absu combineert op haar laatste evocatie de blackened thrash van Tara en Third Storm Of Cynthrayl met de meer epische geluiden van the Sun Of Tipareth en in iets mindere mate Barathrum V.I.T.R.I.O.L.
Dat levert een interessante synthese op die zich in eerste instantie niet direkt openbaart. Klonk Tara nog wat bewust amateuristisch en had het juist daardoor een ontzettend ruwe uitstraling, dan is het geluid op Absu een stuk netter en beheerster. Een netter en beheerster geluid betekent dat er net even wat meer diepgang in de nummers gebouwd kan worden. De nummers zitten stuk voor stuk boordevol interessante wendingen. Soms klinkt het heel sfeervol en magisch om op het volgende moment weer los te barsten in een wild thrash orgasme. Afwisseling troef dus.
De teksten zijn behoorlijk onbegrijpelijk, maar ongetwijfeld zal er eer verhaald worden uit rijke Keltische tradities. Het gevoel ervan weet men in ieder geval wel degelijk over te brengen. Absu brengt haar epiek en dramatiek in zeer compacte vorm en levert daarmee een plaat af waarvan de houdbaarheidsdatum ver in de toekomst ligt.

Absu - Tara (2001)

4,5
Sinds The Third Storm Of Cynthraul is het Texaanse Absu afgestapt van de geijkte death/black paden die de band bewandelde. Ofschoon Absu op haar eerste twee albums toch zeker ook met een heel eigen gezicht voor de dag kwam. De thrashende lijn die op het album uit 97 werd ingezet wordt op Tara voortgezet. Zij het dat dit keer de nummers net wat meer focus hebben en ook wat beter uitgewerkt worden. Wat overeind blijft, is het mystieke concept dat Absu diepgang en sfeer geeft.

De combinatie met de primitieve garageproductie is apart en maakt het geheel ook erg ontoegankelijk, maar dat kastijdende geeft Tara gelijktijdig ook veel kracht. De drums van opperhoofd Sir Proscriptor McGovern springen nog het meest in het oor. Die staan zeer prominent in de (soort van) mix en versplinteren de schedelpan tot gruis en vermalen vervolgens je weke hersenmassa tot een hoopje stinkende pulp.

Denk aan een technischere variant van Pleasure To Kill of een Eternal Devastation, zet daar wat mysterieuze elementen bij en je komt enigszins in de buurt van datgene dat Absu hier biedt. Liefhebbers van de meer extremere thrashvarianten moeten zich hiermee zeker kunnen vermaken.

Absu - The Sun of Tiphareth (1995)

4,5
Het mythische concept rondom Absu heeft mij altijd mateloos aangesproken. Die thematiek weet, gekoppeld aan de onstuimige thrash een bijzondere dimensie toe te voegen. Maar nog nooit klonk de Amerikaanse band zo opgeruimd als op The Sun Of Tiphareth.

In feite komt dat doordat Absu veelvuldig flirt met de dan in zwang zijnde tweede blackmetalgolf. Door toepassing van veel akoestische passages, meeslepende harmonieën en niet in de laatste plaats door de voorkomens van de bandleden. Alle deathmetal is uit het geluid verdreven en een keur aan stokoude thrashinvloeden worden welkom geheten.

Het meeslepende karakter van het machtige openingsepos verraadt al meteen verwantschap met de blackmetalwereld. Zij het dat Absu opgeruimd en netjes klinkt. De heldere gitaarpartijen, het grillige maar functionele drukwerk is wat Absu onderscheidt van de blackmetalwereld.

Het mooist zijn wel de extra toevoegingen van gedoseerd toetsenwerk en akoestisch getokkel zoals aan het slot van A Quest Into The 77th Novel. Daardoor ontstaat een grimmige doch magische sfeer met een uitwerking die ervoor zorgt dat een plaat als The Sun Of Tiphareth nooit gaat vervelen.

Acephalix - Interminable Night (2011)

4,0
Hallo Peter Tägtren, Jacob Hansen, Dan Swano of hoe jullie gerespecteerde metalproducers ook allemaal mogen heten. Willen jullie als de sodemieter eens naar Interminable Night van Acephalix gaan luisteren? En dan vooral eens letten hoe je met een fractie van het gage dat jullie vragen een metalproductie kan neerzetten die wel TWINTIG keer vetter klinkt dan alles wat jullie tezamen in elkaar hebben geprutst.

En dit is dan nog wel een compilatie van twee demo's die de heren de afgelopen twee jaar opgenomen hebben.

Het Amerikaanse Acephalix is een voormalige crust/punkband die zich sinds enige tijd aan de oldschool deathmetal laaft. En wel op de Zweedse manier. De punkinvloeden zijn nog wel waarneembaar. Het geeft juist een scherpe thrashy feel aan het moddervette deathgeluid.

Onmiddellijk schieten namen als Entombed, Dismember, Grave en een beetje Bolt Thrower door het hoofd. We horen dus ook niets nieuws onder de zon. Maar wat een enthousiasme en wat een stel te gekke nummers. En wat een overweldigend geluid. Het oermetalgevoel komt weer helemaal tot leven bij Interminable Night.
Spijkerjacks aan, spijkerbanden om, kogelriemen om en u bent klaar voor de ultieme plundertocht.

Agent Steel - Unstoppable Force (1987)

4,5
Het werk van Agent Steel met John Cyriis behoort wat mij betreft tot de fijnste speedmetalmomenten ooit.
Unstoppable Force was al iets meer uitgebalanceerd dan het voorgaande Skeptics Apocalypse dat als een UFO door hyperspace aan je voorbij raasde. Unstoppable Force stopt ondanks de titel toch regelmatig om even te genieten van het uitzicht.

Met de metalballades Still Searchin, Traveler die als absolute rustpunten in de mysterieuze mist die uit de Bermuda driehoek opdoemen zal het voor menigeen even slikken zijn geweest. Maar die vreemde ondefinieerbare diepte die in Agent Steels muziek zit, blijft wel gehandhaafd. En dan is er ook nog die epische instrumental die als The Day At Guyana door het leven gaat. Stukken as het titelnummer, Never Surrender en Rager klinken daarentegen lekker vertrouwd.

Wat ook vertrouwd is, is de bizarre wereld van zanger John Cyriiss die zich in de teksten gereflecteerd weet. De illuminati zijn onder ons. Ze hebben de weg bereid voor de buitenaardsen die dankzij hen onopvallend in onze wereld kunnen resideren door ze via tekens bij de pyramide van Gizeh de atmosfeer in te geleiden. De stuiptrekkingen van de bovennatuurlijke krachten binnen de Bermuda Driehoek zullen de ware Verlichten doen ontwaken. En zij zullen ten strijde trekken...

Het is maar afwachten of John Cyriiss echt een serieus vervolg kan brengen op die legendarische albums van vroeger. Met alles wat er zich afpeelt rondom 5g lijkt de tijd er rijp voor. Als Juan Garcia kan stoppen met zijn talent te verdoen bij Body Count zou de weg nog meer open kunnen komen te liggen.

Wie weet wat er in de sterren staat geschreven?

Alice Cooper - Paranormal (2017)

4,0
Die retrovibe werd ook al gehanteerd op de recentere voorgangers zoals Along Came A Spider. Niettemin staat Paranormal bol van de spetterende tracks die eens lekker weinig pretenties hebben en die zo gemakkelijk in je hoofd gaan zitten zonder dat het vervelend wordt.

Wat Kiss al niet onverdienstelijk probeerde op Sonic Boom, lukt Alice Cooper nog veel beter. Ik begrijp alleen niet waarom Genuine American Girl en You And All Of Your Friends op een bonusschijf staan. Die hadden gewoon onderdeel van het reguliere album moeten zijn. Vooral Genuine American Girl is erg leuk met zijn Doo Wob-inslag.

Je merkt er niks van maar Larry Mullen jr. van U2 zit hier dus achter de potten en pannen. Hij zal Bono hopelijk wel eens vertellen dat je als ouwelullenband dus best geïnspireerd kan klinken op je nieuwe album.

Anthrax - Kings Among Scotland (2018)

4,5
Van Anthrax kun je wel zeggen dat ze in de loop van de jaren ontzettend volwassen zijn gaan klinken. Natuurlijk heeft de band middels de diverse voorkeuren van de muzikanten een breed scala aan invloeden en ervaringen waaruit ze kunnen putten. Niets is overhaast en afgeraffeld.

Wat een verschil is dat nog met Alive2 uit 2005. Kings Among Scotland is natuurlijk een registratie van een show dat For All Kings promoottte. Toch bestaat de bulk van het materiaal uit krakers uit de pre-90's. Hoe oneerbiedig ook, het is toch waar Anthrax haar populariteit aan dankt. Met het handjevol zeldzaamheden is dat helemaal niet erg. Be All End All en Imitation Of Life gaan erin als koek.

Maar ik had het over volwassenheid. A. I. R. maakt daar direct gewag van. Zo heavy als als een loden deur en zo strak als een eendereet. We hebben deze track wel eens wat gejaagder uitgevoerd horen worden. Op deze wijze trekken ook fantastische dingen als Skeleton In The Closet en Horror Of It All aan ons voorbij.

Anthrax geeft altijd 200%. Ook hier. En het enthousiasme en de ervaring bieden een bespiegeling met toevoegende waarde op die oude tracks die bijvoorbeeld op Oividnikufesin een stuk jeugdiger klonken. Met name de blues en diepte in de stem van Belladonna is indrukwekkend.

Het enige minpuntje vind ik dat de periode met John Bush genegeerd wordt. Ik heb Belladonna Only horen zingen bijvoorbeeld. Dat kan hij best. En ook Room For One More en What Doesn't Die kunnen prima wedijveren met het aloude I Am The Law of het meer recente Breathing Lightning.

Al met al is dit een hele leuke toevoeging aan de kronieken van deze New Yorkers. Grappig is ook de Rock n Roll Over hoes. Had trouwens de titel noet Kings Among Scottland moeten zijn?

Anthrax - The Greater of Two Evils (2004)

2,0
Hier kan ik niet veel mee.
Het is op zich een aardig idee om je huidige zanger nummers te laten zingen van je voorganger, maar de praktijk is in veel gevallen weerbarstiger. Ook een nieuw modern geluid draagt vaak niet bij aan de oude sfeer die veel nummers in zich dragen. Dat is wat mij betreft allemaal van toepassing op The Greater Of Two Evils. Het begint al bij Death Rider. Het nummer struikelt steeds door het hakkelende ritme in de coupletten. En de monotone schreeuwzang van Bush kan de hoge uithalen van Neil Turbin hier niet doen vergeten. Terwijl hij op papier wel degelijk een veel betere vocalist is. Lone Justice (hierboven niet vermeld, staat op de bonusdisc) wordt ook door een monotone presentatie van Bush om zeep geholpen. Van de geniale brug van Belladonna in het origineel is niets meer over.

Zo kan ik bij ieder nummer wel even doorgaan. Als ik oude nummers wil horen, die door Bush gezongen worden, hoor ik liever een live plaat.

Het is hierboven al vaker geroepen: John Bush maakt er een zooitje van hier. Het lijkt wel alsof hij hier geen zin in had. Ik weet dat de man veel beter kan dan dit. Maar dat niet alleen. Ook de zielloze vetolkingen van megakrakers als Panic of Among The Living maken van The Greater Of Two Evils een prul van de eerste orde.

Anthrax - Volume 8: The Threat Is Real (1998)

3,5
Volume 8 is niet zo'n verrekte slecht album. Natuurlijk verfoeide ik het ook omdat Bushthrax zo verschrikkelijk 90's klinkt en dat is iets wat ik in de 90's niet zo bliefde. Enkele uitzonderingen daargelaten. De laatste tijd ben ik die shit aan het inhalen en zo belandde ook Volume 8 weer eens in de speler.

Ik kan me herinneren dat er nauwelijks aandacht was voor deze langspeler. In de biografie van Ian las ik de reden. Anthrax was gedropt door Elektra en kon na veel gedoe verder bij Ignite, de rockafdeling van hiphoplabel Tommy Boy. Die trokken kort na de release de stekker uit hun dochteronderneming vanwege de snel veranderende ontwikkelingen in muziekbusinessland. Daardoor stopte de productie en dat zal dan ook de reden zijn geweest dat we het lang niet op Spotify terug konden vinden.

Dat soort ontwikkelingen horen geen reet te zeggen over de muziek. En die is met de juiste (zomerse) mindset best oké. Wat gestoord zal hebben is dat de band die ooit Spreading The Disease en Among The Living in geen velden of wegen te bekennen is. No thrash or speed here.

Niettemin komt de band best agressief uit de hoek. Hortend en stotend dringt het venijnige Crush zich als opener aan je op. Een ongemakkelijke track maar wel met de fraaie opbouw in de zang van John Bush om je aan op te trekken. De laaggestemde gitaar en de holle drums verraden dat die gasten met hun benen in het 'nu' stonden. Zoals altijd eigenlijk.

Catharsis volgt en die is meteen een stuk toegankelijker. Een heerlijke track met een vlot tempo. De zeurende riff maalt nog lang door in het hoofd. Heavy, toegankelijk en zomers. Dat is Catharsis.

Zo worden we van de ene emotie naar de andere geslingerd op Volume 8. Wat mij betreft de grote kracht van de plaat. Toast Of The Extras bijvoorbeeld. Nog zomerser, nog luchtiger. Een knotsgekke track. Helemaal als het ontaardt in het woest hakkende Born Again Idiot en het schuimbekkende Killing Box.

En dan zijn er ook wat meer stemmigere wateren te varen zoals het grungy Harms Way. John Bush op zijn best.

Met zijn 63 minuten is het wel een lang album. En ik luister hem ook niet vaak in één keer uit. Afzonderlijk gezien vind ik dat Anthrax hier bol staat van allerlei gekke ideeën die wonderwel gewoon werken.

Als geheel vind ik We've Come For You All nog een stuk frisser en energieker dan deze. Die klinkt ook iets meer als een Anthraxplaat. Toch ben ik blik dat ik Volume 8 nooit heb weggedaan. Het is een uitstekende schijf vol afwisseling en pittige grooves.

Anthrax - Worship Music (2011)

4,5
Ik houd van zowel Anthrax als Bushthrax. Dus mij had het eigenlijk allemaal niet zo uitgemaakt wie nu Worship Music ging inzingen. Ik ben wel blij dat Ian en Benante die Nelson gewipt hebben want zo'n metalcore/Anselmo kloon had de muziek geen goed gedaan.
Belladonna doet een helluva job. Hij klinkt meer verbeten dan vroeger en dat past goed bij het vrij moderne geluid.

Worship Music is vooral een crowdpleaser geworden. Het is niet helemaal een terugkeer naar de oude dagen geworden, maar oude (en mogelijk nieuwe)fans worden gestreeld middels stoere en gemakkelijk meebrulbare bruggetjes en refreinen. Een hoog vuist in de luchtgehalte dus. Ik vind dat allerminst erg. Want dergelijke dingen zijn schaars heden ten dage.

Ik zei al dat het niet helemaal een terugkeer naar de wortels was. Daarvoor is de toonzetting toch wat te ernstig en het geluid te modern. Het zeker geen typische thrashschijf geworden. Eerder is het een heavy metalplaat met enkele thrashy invloeden. Er hadden van mij best iets meer snelle stukken op mogen staan. Nu klinkt het wat gematigd, maar de nummers zijn afwisselend genoeg om te kunnen blijven boeien. Wel is het juist het springerige The Giant wat ineens opvalt zo in het midden van de plaat.

Op het gave Revolution Screams (met hidden track a la jaren 90, heel irritant) worden alle registers nog even opengetrokken alvorens de zwaarste Anthraxbevalling tot een mooi einde te brengen.

Arch Enemy - Covered in Blood (2019)

2,0
Het valt niet mee om hier doorheen te komen. Het gaat hier zo te zien om een samenraapseltje van covers die Arch Enemy her en der deed. Zo herkende ik Scream Of Angst, Starbreaker en Aces High van het bonussschijfje dat bij mijn exemplaar van Wages Of Sin zit. De moeite die ik daar mee heb, geldt voor zowat alles wat ik hier hoor.

Hoe leuk de keuzes ook zijn, melodieus gezongen dingen effectief omzetten in het eigen gebulder vergt een creativiteit die ik hier niet echt aantref.

Neem nu Walk In The Shadows. Schitterende keuze, mooie song. En de berezware uitvoering van de hoofdriff voelt best lekker maar als dan de vocalen aan zet zijn, klinkt dat zo ongenuanceerd, plat en puberaal dat het echt pijn doet aan de oren. Illustratief voor praktisch elke track. Behalve dan Back To Back en Incarnated Solvent Abuse. Dat past wel omdat daar nauwelijks tot geen melodieuze zanglijnen verkracht hoeven te worden.

Coveralbums door metalbands zijn mij te vaak total shite. Arch Enemy's poging vormt daar geen uitzondering op. Ondanks de zeer aardige duik in de muzikale grabbelton.

Arckanum - Fenris Kindir (2013)

Fenris Kindir is een tegenvaller geworden. De mythische wolf aan welke het album is opgedragen, heeft zijn vervaarlijke kaken onverbiddelijk op ongewenste plekken in de mastertapes van Arckanum weten te zetten. De aparte mix is even wennen, maar dat gaat nog. Sterker nog: ik vind dat wel gaaf gedaan. Het heeft weeral de vibe van de vroege jaren 90 met toch de nodige aandacht voor productionele en muzikale details. Daarnaast schuurt het album links en rechts er best lekker op los.

De vele intermezzo's halen te pas en te onpas de vaart uit het geheel en dat is zo erg dat het gewoon vervelend wordt. Die Shamaatae lijkt totaal geen gevoel te hebben voor spanningsopbouw. Net als de adrenaline begint te gieren komt er weer zo'n duivels grafriedeltje en een hese Bor de Wolf met het oplepelen van zogenaamde onheilsprofetieën. Dat is aardig in het intro, maar niet steeds tussendoor.

Scheer je weg Shamaatae! Terug naar je wolvenhol en kom er maar weer uit als je wel weer denkt een album lang te kunnen boeien.

Ark - Burn the Sun (2000)

5,0
Progessief en meezingbaar tegelijk. Een smeltkroes aan stijlen zonder de rode draad uit het oog te verliezen. Burn The Sun is zoveel urgenter dan het wat warrige, maar niettemin gave debuut van een paar jaar eerder. Geen ruimte voor solo-spots maar alleen maar functionele partijen. Heal The Waters en het titelnummer zijn heel fijn maar nog wel wat standaard. Nummers als Absolute Zero en Torn daarentegen zijn ronduit zinderend.

De mediterrane sfeer laat zich middels Crazy ook gemakkelijk vermengen met de droge maar drukke metal. Feed The Fire is weer heel melodieus en welhaast lichtvoetig. Het schiet alle kanten op maar nooit krijg je het idee dat je met een sonische kameleon die aan schizofrenie lijdt, te maken hebt.

Het cement van dit album wordt gevormd door Jorn Lande. Singer for hire. Tore Østby, het brein achter dit project liet hem tot het uiterste gaan. In die zin vond ik hem toen beter dan nu. Dan denk ik ook even aan zijn werk voor Beyond Twilight of Mundanus Imperium. Lande durfde destijds uit zijn comfort zone te komen. De zanglijnen van Absolute Zero lijken wel van een Björkplaat te zijn geplukt. Dat is nog eens wat anders dan altijd maar weer Dio of Coverdale vereren.

Burn The Sun is zo'n album die mij me direct bij de strot had en me nooit meer losliet. Een album met vele gezichten een beest van een zanger.

Autopsy - Severed Survival (1989)

4,5
Na het bloederige debuut Scream Bloody Gore splitst drummer en beroepsperverseling Chris Reifert zich al dan niet gedwongen af van het illustere Death om te komen tot de formatie van Autopsy.
Waar Death zich meer op een volwassener manier ging ontwikkelen bleef Reifert zich op zijn debuut Severed Survival volharden in de mensonterende doodscantaten die Scream Bloody Gore ook op ziekelijke wijze ontsierden. De nummers zijn allen opgebouwd rond het grillige drumwerk van de hoofdman. De riffs en het baswerk hakken er op vunzige wijze op los totdat je organen door de opengereten wonden vanzelf naar buiten komen rollen. Immers, Charred Remains, Service For A Vacant Coffin en Ridden With Disease zijn nummers die getuigen van ongepolijste death metal die als stinkende pus uit pas opengebarsten etterbuilen je gehoorgang komt binnen glijden.
Kortom, Severed Survival bevat death metal in zijn puurste verschijningsvorm. Ruw, zompig en vooral lomp. De liefhebber heeft hiermee een klassieker in handen.