MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Edwynn als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Paradise Lost - Ascension (2025)

poster
4,5
Ascension moet als een warm bad voelen voor diegenen die het Britse treurwilgencollectief Paradise Lost een warm hart toedragen. Heel simpel gezegd worden we via het nieuwe album niet verrast maar wel betoverd door een flinke handvol meeslepende songs vol melancholische doom-, goth- en wave-klanken.

Sinds The Plague Within uit 2015 maakt Paradise Lost albums waarin alle elementen die de band ooit over het voetlicht bracht samengebald worden. Enkel de elektronische wave-elementen van One Second en Host raken hierin ondergesneeuwd. Dus dat biedt ons soms herinneringen aan Gothic en soms aan Draconian Times en alles wat er tussen hangt. Daarmee is Paradise Lost een soort 'legacy act' geworden, of als je advocaat van de duivel speelt, een soort AC/DC die niet het wiel opnieuw uitvindt, maar het wiel wel ongelooflijk soepel laat rollen.

Het albums opent met de eerder uitgegeven tracks Serpents On The Cross en Tyrants Serenade. Het zijn comfortabele tracks die de onrust om te skippen of iets anders op te zetten direct wegnemen. Bij het navolgende Salvation doemen er enkele voorzichtige herinneringen aan Type O Negative op. Sluimerend zakken ze weer weg in het uit duizenden herkenbare Paradise Lost geluid met het schreiende gitaarwerk van Gregor Mackintosh.

Over het geluid gesproken: het moet me andermaal van het hart dat de klankenkasten muurvast aan elkaar geplakt zijn. Er past geen kruimeltje meer tussen het volgepropte geheel. Dan denk ik met weemoed terug aan Shades Of God waarop trommels als trommels klonken en akoestische passages en stiltes de atmosfeer wisten te versterken omdat ze zo warm en dichtbij leken te zijn. Dit alles wordt ruimschoots gecompenseerd door het uitstekende compositorische geheel. Dat zorgt er toch voor dat ik een hoge waardering kan opbrengen voor Ascension.

Paradise Lost - Faith Divides Us - Death Unites Us (2009)

poster
4,0
Wie zich de grillige geschiedenis van de band kan herinneren, had niet kunnen bevroeden dat na One Second Paradise Lost ooit nog het niveau zou halen waarop de band zich enkele jaren daarvoor bevond.
Welnu, na een aantal albums variërend van aardig tot matig was daar ineens weer een ouderwetse klapper: In Requiem. En nu lijkt dat album overtroffen te gaan worden door een nieuw hoofdstuk uit de sombere kronieken van Paradise Lost.
Faith Divides Us-Death Unites Us, luidt de uitzichtloos klinkende titel van het nieuwe album. Meer dan ooit wordt teruggegrepen op het geluid van Draconian Times en Icon. De Depeche Mode achtige elektronica die op In Requiem nog mondjesmaat aanwezig was, is nu helemaal verdwenen. Ofschoon dit dus eigenlijk een herhalingsoefening is, is het er wel één om onmiddellijk in te lijsten. Want de klasse van Draconian Times wordt zonder meer heel dicht benaderd. Luister maar naar het bombastische openingsstuk As Horizons End. Alle elementen zijn hierin vertegenwoordigd. Doom metal maakt de band niet meer. Maar de band vermengt opnieuw elementen daarvan met een vleugje gothic verpakt in relatief stevige metal. De leadpartijen van Gregor Mackintosh druipen op vertrouwde wijze als bittere tranen, voortvloeiend uit eindeloze weenbuien uit je luidsprekers. En de troosteloze lyrieken verhalend over het bitter harde leven dat wij leiden, wordt zoals altijd op zeer melancholisch overtuigende wijze gedeclameerd door de charismatische stem van Nick Holmes.
Hoewel op gepaste plaatsen gebruikt wordt gemaakt van Gregoriaans aandoende koren, klinkt de rest van de nummers iets kaler en direkter dan het openingsstuk. Dat verraadt direct dat het een plaat uit 2009 en niet uit 1995.
De herfst is in aantocht. En als voorloper van de daarmee gepaard gaande langdurige regenbuien en de uit de bomen vallende dorre bladeren, ligt deze tranentrekker voor de kille avonden klaar. Gaat dat horen!

Paradise Lost - Gothic (1991)

poster
4,5
Na het imponerende Lost Paradise, schroomde Paradise Lost niet haar muziek verder te evolueren.
De doom/death werd iets toegankelijker dan voorheen. Er zijn wat minimale bombastische orkestgeluiden toegevoegd. Aan het titelnummer bijvoorbeeld. Ook Eternal opent behoorlijk bombastisch. Vrouwenzang duikt ook hier en daar op.

Naast de indrukwekkende rochel van Holmes, experimenteert de vocalist ook met wat depressieve voordrachten in het naargeestige Shattered. De vergelijking met Sisters Of Mercy is al eerder gemaakt en ze zijn wat mij betreft ook evident.

Wat opvalt is dat Paradise Lost geen zes minuten of meer nodig heeft om tot de kern te komen. Veel stijlgenoten zien dat anders.
Ondanks de bondigheid klinkt Gothic toch zeker erg stemmig. Neem nou Silent. Een slepend doomepos, wat na vierenhalve minuut weer voorbij is. Zonder dat het afgeraffeld klinkt.

Ik kan mij voorstellen dat oren van nu een belabberde productie horen. Toen Gothic uitkwam, kwamen er wel veel lofuitingen in de Paradis Losts richting. De band werd een grote toekomst voorpeld.
Ook ik was er destijds zeer van onder de indruk. En nu nog.

Zeker is dat het album Gothic mede aan de wieg stond van alle Gatherings en Within Temptations etcetera. Wellicht dat de albumtitel zelfs naamgever was voor het nieuwe subgenre.

Paradise Lost - Host (1999)

poster
4,0
Paradise Lost wisselde vanaf de oprichting vaker van huisstijl dan een model op de catwalk van kleding. Zolang dat goede platen oplevert, is dat uiteraard nooit een probleem. Maar hoe radicaal het roer middels Host omgegooid werd, daar keek zelfs de meest hardcore salafist van op.

Hoewel, als je One Second goed in je achterhoofd hebt, moet je constateren dat Host qua structuur niet veel afwijkt van One Second. De overstuurde gitaren die zijn verdwenen, is het grootste verschil. Host heeft dan ook ineens niets met hardrock of metal te maken.

Wat overblijft is een band die haar voorliefde voor acts als Depeche Mode en Sisters Of Mercy voorziet van een eigen Paradise Lost stempel. Nummers als So Much Is Lost of Harbour bevatten redelijk vertrouwd sombere overpeinzingen en zijn rijk opgebouwd met allerlei electronische geluiden en prachtige melodieën. De leadgitaar van Gregor Mackintosh en de algehele sfeer zijn de enige elementen op Host die Paradise Lost herkenbaar maken als zijnde Paradise Lost.

Toen dit uitkwam kon ik er uiteraard ook niet veel mee. One Second was ook al moeilijk te verteren. Na een aantal jaartjes rijpen vind ik beide platen erg genietbaar.

Paradise Lost - Icon (1993)

poster
4,5
Bij de eerste tonen van het album dat pretendeert een icoon te zijn, beginnen de gloeiende sintels al te ontbranden tot een enorm vuur. Voor het herdenken van de oude death metalperiode van Paradise Lost is geen tijd. Al heel snel smeedt men je sympathie voor Icon met de eerste drie overdonderende tracks.

De vreugde die je kan ervaren uit de sombere leegheid van het leven is iets wat Paradise Lost je als geen ander kan laten zien. Ook al is de vrijheid om je heen stervende, ook al ben je weduwe of weduwnaar. Met een reusachtige regenval van bittere somberheid maakt Paradise Lost je leven weer een beetje draaglijk.

Ondanks het feit dat vocalist Nick Holmes milder dan voorheen klinkt, zijn de jankende leadpartijen van Greg Mackintosh die als wenende woorden door de ziel snijden uit duizenden herkenbaar. Ze vormen opnieuw een rode draad door een Paradise Lost album.

Door oude fans kan de nieuwe vlottere koers als verraderlijk vergif bestempeld worden. Maar eigenlijk moet je constateren dat de band middels Icon het Ware Geloof heeft gevonden.

Voor Paradise Lost is een gematigde koers het nieuwe Christendom gebleken. Met verve onderwerpt de band zich hieraan.

Moge god medelijden hebben met diegenen die Icon nog niet aan een luisterbeurt hebben onderworpen.

Paradise Lost - Lost Paradise (1990)

poster
4,5
Met Lost Paradise vestigde Paradise Lost na een geweldige demo definitief zijn naam. Een bloemlezing met uiterst sombere, grimmige doom/death klanken. Na een onheilspellend intro gaat de band van start met het nog stuwende Deadly Inner Sense om vervolgens middels het macabere lijflied Paradise Lost het tempo drastisch omlaag te schroeven. Dat blijft vrijwel de gehele plaat zo gehandhaafd.
Nick Holmes beschikt over één van de meest indrukwekkende doodsrcochels allertijden. En dat geeft deze schijf nog wat extra dimensie.
Buitengewoon zonde is de totale verachting van deze periode door de bandleden zelf. Zij hebben nooit in de gaten gehad dat hetgeen zij op hun debuut in elkaar gewrochten hebben, toch zeker tot de bijzonderheden uit de deathmetal geschiedenis gerekend mag worden.

Paradise Lost - Paradise Lost (2005)

poster
3,5
Met titelloze album van Paradise Lost zetten de treurwilgen uit Halifax weer een paar rasse schreden op de weg terug naar het metalpodium. De band was sinds One Second weer een nieuwe koers gaan varen dat uitmondde in het prachtige Host maar raakte daarna m.i. wat stuurloos getuige het uiterst matige Believe In Nothing.

Met Symbol Of Life keerde niet zo zeer de metal terug maar wel de focus. Het leverde weer een aantal mooie Paradise Lostcomposities op waarop de bekende melancholie de bij ondergetekende weer een snaar wist te raken.

Ook Paradise Lost straalt die scherpte en gedrevenheid uit. En hoewel de zware metalakkoorden weer uit de kast getrokken werden, liet de band zich toch nog niet verleiden om de Icondagen te doen laten herleven. Nee, integendeel. Paradise Lost (of heet het album nu paradiselost?) is eigenlijk het album wat Believe In Nothing had kunnen zijn. Een goede balans tussen Depeche Mode achtige elektronica gegoten in een stevig sausje. Kortom, Paradise Lost is eigenlijk de perfecte opvolger van One Second.

Paradise Lost - Shades of God (1992)

poster
4,5
Ergens binnen de schaduwen van god bewoog Paradise Lost zich anno 1992 langzaam vanuit een diep drassig moeras wat dichter naar het licht. Althans zo lijkt het. Muzikaal is er op Shades Of God een verdere verschuiving naar een toegankelijker geluid te bespeuren. Een tendens die reeds ingezet was op Gothic.

Het eerste wat opvalt is de grote sprong voorwaarts op het gebied van de productie. Als stervelingen nog eens een dag mochten aanschouwen dat, ik noem maar wat, de drums weer zo op band gezet gingen worden, zal de schreeuw om dat tot in de eeuwigheid te gaan doen nog eens veel luider moeten worden. Wanneer heeft u voor het laatst ongetriggerde dubbele bass drums gehoord? Deze productieoogmerken zouden door iedereen omhelsd moeten worden.

De toon is nog altijd even duister. Daglicht wordt verscheurd door de wanhopig, treurig klinkende melodieën en de, iets verstaanbaar gemaaktere, oerkreten van Holmes. Wie mededogen voor al deze treurnis toont, begrijpt niet waar Paradise Lost voor staat. Hoe zeer de band ook haar koers omgooit, ik zal geen vergiffenis schenken als het melancholische karakter wordt losgelaten.

Paradise Lost biedt op hun derde langspeler nog meer afwisseling dan op de voorgaande albums. Dus wie een drassig, monotone doomplaat verwacht, komt bedrogen uit. Er zit ontzettend veel vaart in de plaat. Er zijn veel akoestische passages, tempowisselingen, prachtige, niet altijd even zuivere, leadpartijen. Deze elementen omvatten je hand en nemen je opnieuw mee doorheen een tranendal die zijn weerga niet kent.

Het trieste woord zoals verkondigd op Shades Of God is na een vijftigtal minuten vlees geworden en woont sinds het eerste luistermoment al bij mij en zal daar uiteindelijk ook nog zijn als ik sterf.

Paradise Lost - Symbol of Life (2002)

poster
3,5
Vanochtend weer eens een rondje laten draaien. Qua stijl was het nog geen ommezwaai naar oude tijden, maar lag er wel veel meer overtuiging in het materiaal. Nummers als Isolate, Perfect Mask en het meeslepende titelnummer kennen een goede balans tussen Depeche Mode-achtige electronica en de een modern klinkende crunchy metalsound. Paradise Lost weet goed richting te geven in compacte, catchy songs die nooit te lang of te kort duren.

In die zin is Symbol Of Life de perfecte opvolger van One Second. Enige dissonant vind ik het ongenuancueerde Channel For The Pain. Een lomp spring nummer dat afbreuk doet aan het prachtige, wegstervende titelnummer. Mijn exemplaar gaat daarna nog verder met een interpretatie van Xavier, oorspronkelijk door Dead Can Dance. Een mooie keuze, maar tamelijk ontzield en dus mislukt.

Dat geldt dan weer niet voor voor de interpretatie van Smalltown Boy. De oude synthpopklassieker leent zich verrassenderwiijs uitstekend voor een vlotte Paradise Lost-behandeling á la Say Just Words. De wereld wachtte op de opvolger van Draconian Times, maar Symbol Of Life oogstte toch weer meer waardering her en der. Terecht in mijn beleving. Want het album bevat knappe songschrijverij zonder afbreuk te doen aan het herkenbare melancholische karakter van de band. Ik zet hem vanaf nu gewoon op 4 sterren.

Poison - Look What the Cat Dragged In (1986)

poster
3,5
Voor een appel en een ei in een paar dagen in elkaar geflanst. En vervolgens ging het zachtjes aan de hoogte in. Echt wel een heel aardig debuut dat Bret Michaels met zijn Poison hier op de mat legt. Als je van hairspray hardrock houdt dan hè?

Het gaat veel over de afstootkracht van de coverart hier. Maar dat is toch echt bijzaak voor mij. Ja, qua looks is er lekker gekeken naar Mötley Crüe maar qua muziek is het wel een tikkie gladder. Neemt niet weg dat het lekker barbecuen is met dingen als I Want Action en Talk Dirty To Me op de achtergrond.

Lekkere, ongecompliceerde nummers met een kop en een staart, een licht vleugje country en her en der een fijne flashy gitaarsolo. Soms heeft een mens niet meer nodig.

Possessed - Revelations of Oblivion (2019)

poster
4,0
Blijkbaar heeft de onverwoestbare Jeff Becerra weer een nieuwe set muzikanten om zich heen verzameld.om onder de alom beruchte banier waarop in vers geronnen maagdenbloed de naam 'Possessed' is gekalkt, opnieuw ten strijde te trekken. En dat die letters er milimeters dik op zitten, mag extra geïllustreerd worden. Want Possessed doet wat we van Possessed mogen verwachten maar wat ik nooit had durven dromen. Namelijk een plaat afleveren die niet meer uit de speler te verbannen is.

Want Revelations Of Oblivion nestelt zich wel heel eenvoudig en aangenaam op je trommelvliezen. Natuurlijk met een fikse dosis nostalgie maar ook met een scherpe hedendaagse productie. En ja, dan kan het allemaal wel niets toevoegen aan die ene voltreffer die Seven Churches nu eenmaal is. Maar deze plaat kan veelplezier bieden aan diegenen die de oude school een warm hart toedragen. Dat komt door de ijzersterke nummers en natuurlijk ook het enthousiasme van de immer herkenbare Jeff Becerra.

Zeker in het licht van de nogal teleurstellende Beyond The Gates en Eyes Of Horror uitwerpselen ben ik uitermate in mijn nopjes met Revelations Of Oblivion.

Primordial - A Journey's End (1998)

poster
4,0
Mysterieus gegroepeerde stenen in grimmige natuurlandschappen. Afgebrokkelde heiligdommen, in vervlogen tijden gebruikt om jonge maagden te offeren aan de wrede goden teneinde de toch al schamele oogsten niet voorgoed kapot te laten gaan aan dat vervloekte kruiende ijs. Zonder voeding lijkt de dappere strijd tegen de opmars van vreemde beschavingen die hun religieuze opvattingen trachten op te dringen aan de eens zo trotse volkeren van het Noorden al een verloren strijd te zijn. Maar ze bleven staan. Tot de laatste man.

Primordial nodigt uit om deelgenoot te zijn van dergelijke visioenen. A Journey's End is dan ook een prettig album om in te verdrinken. Maar Primordial was nog ernstig in ontwikkeling. Ook ik vind dat er met A Journey's End veel te veel werd gekeken naar My Dying Bride. Af en toe matcht de sporadische razernij niet met de stemmige folkpassages.

Niettemin weer Primordial mij heel aardig mee te slepen. Wat dat betreft hadden de Ieren al heel vroeg een goed concept liggen en hoe ze dit concept over moesten brengen. Dat er dan nog wat geschaafd kon worden aan de muziek is dan eigenlijk al niet meer relevant. Een onstuimig voorbijtrekkende ideeënparade als dit heeft ook zo zijn charmes. Graven Idol, Autumns Ablaze en het machtige Bitter Harvest zijn de ware parels die uit deze prille Primordialrelevatie opgedolven kunnen worden.

Primordial - How It Ends (2023)

poster
4,0
Exile Among The Ruins heeft wel zijn tijd nodig gehad bij mij. De toegankelijke sound kon ik aanvankelijk maar moeilijk lijden. Wat Primordial natuurlijk sterk maakt is de doorleving en dus de beleving van het materiaal. Uiteindelijk gaf dat op Exile de doorslag om te blijven luisteren. Wel merk ik dat ik vaak de drang voel om daarna toch nog even Spirit The Earth Aflame, The Gathering Wilderness of To The Nameless Dead in de speler te donderen.

How It Ends tapt een klein beetje uit hetzelfde vaatje maar legt her en der toch weer wat andere accenten. Soms dreigt de band te vervallen in steeds maar weer dezelfde folky patronen die in dezelfde tempo's worden afgewerkt maar dan is er altijd nog A.A. Nemtheanga om zijn hart en ziel samen met zijn ingewanden naar buiten te persen. Wat ik hier dan erg mooi vind, is een compositie als Ploughs to Rust, Swords to Dust waarbij de meeslependheid wordt geaccentueerd door de lage, gedragen voordracht van de karakteristieke roerganger.

Verder is er natuurlijk genoeg te genieten van typische Primordialdingen als Call to Cernunnos en Death Holy Death. Nummers die aanvankelijk mij wat te lang aanslepen weten dan gaandeweg toch genoeg openbaren om te kunnen genieten.

Het gevaar ligt dus op de loer dat Primordial met How It Ends een beetje blijft hangen in zaken die in het verleden beter gedaan zijn, maar tegelijkertijd is de uitvoering weer op topniveau en biedt het wat mij betreft voldoende aanknopingspunten om te blijven luisteren.

Primordial - Imrama (1995)

poster
4,0
Cacophonous is een label waar door menig artiest niet vrolijk op teruggeken wordt. Voor mij als toeschouwer ligt dat echter anders. Het label had in haar stal een aantal leuke bandjes dat later zou uitgroeien tot grootheden binnen de metalscene. Medio jaren 90 was black metal in ontwikkeling. Steeds meer bands experimenteerden met andere invloeden in het ruwe metalgeluid. Via vroege doch opzienbarende releases van Cradle Of Filth en Dimmu Borgir ging ik eens kijken wat Cacophonous nog meer deed. Zo stuitte ik nog op Bal-Sagoth en Primordial.

Het artwork alleen al is erg typerend voor het intrigerende karakter van deze Ierse band. Een kring van rechtopstaande stenen als neolithisch heiligdom met in het midden een druïde wiens astrale lichaam zich aan het losmaken is van het sterfelijke lichaam. De vroege geschiedenis en mystiek van de Kelten gevangen in het artwork en een rudimentaire mix van black, folk en doom.

In vergelijking tot de releases vanaf het doorbraakalbum Spirit The Earth Aflame moet gezegd dat Imrama niet echt een album is waaraan alles klopt. Primordial weet heel goed de kenmerkende sfeer, die ook op de latere albums rondwaart te vangen. Alleen mist nog het één en ander aan de composities zelf. De samenhang tussen de passages bijvoorbeeld. The Darkest Flame start met een, overigens prachtig gezongen gebed en tuimelt daarna vrij plotseling in een dosis barbaars geweld waardoor de plechtige inleiding volledig in het luchtledige komt te hangen.

Alan Averill (toen nog bekend onder pseudoniem Naihmass Nemtheanga) eist op Imrama nog niet echt de hoofdrol op. Natuurlijk is zijn ongebreidelde bezieling wel aanwezig. Maar de dan nog onvaste zanglijnen klinken nog wat te bedeesd om goed tegenwicht te bieden aan de venijnige serpentenrochels. Niettemin dragen de partijen bij aan de aparte sfeer van het album en Primordial in het algemeen.

Imrama is een album dat liefhebbers van Primordial best eens kunnen proberen. De ruwe opzet heeft ondanks zijn manco's zeker zijn charmes. Primordial is altijd al de ultieme muzikale begeleiding geweest voor een wandeling langs de veenlijken in het Drents Museum. Dat gevoel is op Imrama niet anders. Laat je meevoeren naar lang vervlogen tijden en vergeet de tekortkomingen als het gaat om nummers schrijven. Dan is Imrama beslist de moeite waard.

Primordial - Spirit the Earth Aflame (2000)

poster
4,5
Spirit The Earth Aflame mag gezien worden als een soort van doorbraakplaat voor Primordial. Met deze derde langspeler vestigde de band definitief haar naam. Velen zien het als het beste album van de band, maar naar mijn smaak zijn de beste dagen van de band pas sinds The Gathering Wilderness aangebroken.

Primordial is geworteld in black metal, maar vermengt deze stijl gretig met invloeden uit de doom en heavy metal en lardeert het geheel nog eens met Ierse folk elementen. Het is een bijzonder geslaagd mengsel wat per plaat aan kracht lijkt te winnen.
In overwegend trage tot stuwende tempo's ontvouwen zich op Spirit The Earth Aflame de melodieuze riffs en Keltisch aandoende drumpatronen aan de luisteraar. Qua sfeer moet vooral de latere Bathory een grote inspiratiebron geweest zijn.

De hoofdrol naar vocalist Alan Averill die zich met veel pathos door de, overigens best interessante, vroege middeleeuwse historie van Ierland heen zingt en schreeuwt. Met name wordt er geageerd tegen de Romeinse bezetter. Vooral de cleane stem is er sinds Journey's End en Imrama erg op vooruitgegaan. In de lage regionen doet hij wel heel erg denken aan Aaron Stainthorpe van My Dying Bride. Vooral in The Soul Must Sleep is dat heel duidelijk. Maar het muzikale decor doet die gelijkenis onmiddellijk weer teniet.

Ronduit indrukwekkend aan Primordial vind ik de manier waarop de band met de klassieke metalbezetting zonder synths toch groots en bombastisch kan klinken. Dat laat zich in elk nummer door klinken.
Uitschieters aanwijzen is een lastige keuze. Maar Gods To The Godless en het bezwerende Burning Season zijn ondertussen wel klassiekers geworden.

To Enter Pagan is een heropgenomen versie van het nummer op de Dark Romanticism demo en geldt hier dus als een bonustrack. De tracks 9, 10 en 11 zijn eveneens bonustracks en stonden eerder al op de Burning Season ep.
Ik heb een correctie ingestuurd.

Primordial - Storm Before Calm (2002)

poster
4,0
Hoewel Primordial op elk album zichzelf bedient van dezelfde mix van black, folk en heavy metal, is op elk album een zekere verschuiving waarneembaar. De band klinkt per album meer als Primordial en minder als Bathory en My Dying Bride. Ook lijkt de band per album ruiger te worden terwijl de black metal langzaamaan verworpen wordt.

Storm Before Calm lijkt zich op een snijvlak te bevinden. Ik heb wel eens gelezen dat het album moeizaam tot stand kwam. Ik weet niet waarom, maar het zou kunnen dat het een overweging is geweest om na het algemeen prima ontvangen Spirit The Earth Aflame, wat toegankelijker te worden.
Dat is uiteindelijk niet gebeurd. Evenmin is hoorbaar dat er wat strubbelingen binnen de band waren.

Storm Before Calm opent precies volgens tegenovergesteld principe van wat de titel poogt te zeggen. Op nietsontziende wijze wordt de verwoesting ingezet die The Heretics Age genoemd wordt. Blastbeats, vlammend riffwerk en spugende vocalen vliegen je om de oren.

Vanaf Fallen To Ruin komt Primordial weer in een wat vertrouwder vaarwater, ofschoon de band heavier dan ooit lijkt te klinken. Nemtheanga experimenteert wat met zijn diverse vocale kanten en laat in het buitengewoon heldhaftige Sons Of The Morrigan de kant horen die The Gathering Wilderness zou gaan domineren.
Afsluiter Hosting Of The Sidhe is weer een stuk dromeriger dan wat we van Primordial gewend waren. De zacht kabbelende sologitaar doet de gedachten wel eens naar Anathema uitwaaieren.

Eigenlijk lijkt de formule van Primordial niet veel veranderd te zijn. Wel is de uitvoering weer beter geworden. Momenten van agressie wisselen op vrij natuurlijke wijze met momenten van berusting. Nemtheanga's stem klinkt een stuk consistenter in de iets spaarzamere cleane stukken. En in de vorm van het eerder aangehaalde Sons Of The Morrigan is een heuse livekraker ontstaan.

Primordial verrast ondanks het meer eigen karakter niet op Storm Before Calm, maar levert wel teveel kwaliteit om links te laten liggen.

Proscriptor McGovern's Apsû - Proscriptor McGovern's Apsû (2021)

poster
4,0
Wat er precies aan ten grondslag lag om drummer Russ Given alias Sir Proscriptor McGovern te doen laten besluiten zijn geesteskindje Absu bij Stonehenge tijdens de equinox ritueel te verbranden, blijft in ondoordringbare nevelen gehuld. Eén en ander viel verdacht samen met de openbaring van voormalig assistent Vis Crom die na de onthulling te hebben gedaan om het verdere leven als vrouw tegemoet te treden, uit de band zou zijn gezet. Het is er de tijdgeest naar om dan helemaal kapotgecanceld te worden al acht ik de kans klein dat het margeproduct dat Absu nu eenmaal is, daar last van heeft gehad.

Feit is wel dat de entiteit die onder de ingewikkeldere naam Proscriptor McGovern's Apsû uit de as van Absu verrees in alles een voortzetting is van datzelfde Absu. De conceptart, de teksten, de muziek, het is allemaal eender. If it quacks like a duck..., vul het zelf maar in. Russ Given is Absu en niets anders.

Maakt dat voor het onlangs verschenen debuut ook maar iets uit? Welnee. De weg die werd ingeslagen met Absu uit 2009 wordt op dit 'debuut' vrolijk voortgezet. Rondom de drummer staat een nieuwe band klaar om allerlei complexe mythologische verhandelingen verpakt in drukke black/thrash af te vuren op de menscheid. En het gaat er weer in als Gods woord in een ouderling.

Het geheel klinkt zeer netjes en verzorgd. Precies zoals de twee laatste uitwerpselen van Absu. Al is hier de factor Kreator wel een stukje naar de achtergrond verdreven. Persoonlijk had ik graag weer eens wat bezwerende formules uit het machtige Sun Of Tiphareth teruggehoord in deze nieuwe incarnatie. Dat had de plaat echt afgemaakt.

Helaas zijn die tijden voorgoed voorbij. Maar Absu is er nog steeds. Zij het dat er nu wat meer lettergrepen nodig zijn om de band aan te kondigen. What's in a name?

Psychotic Waltz - The God-Shaped Void (2020)

poster
4,5
The God-Shaped Void is wel een knap album geworden in mijn beleving. Het is een logisch vervolg op Bleeding maar toch ook een vervolg op Deadsoul Tribe. (of kunnen we dat ook gewoon onder Psychotic Waltz gaan scharen, zoals Nevermore eigenlijk Sanctuary was?) Al zijn de Tool aspiraties wel weggehaald.

Hoewel in sommige passages de drukte van de oude Waltz wel opduikt, blijven de zich overwegend in midtempo afspelende passages dominant. Dat wordt dan wel fraai ingekleurd met zweverig gitaarwerk dat contrasteert met een krachtig zingende Buddy Lackey. Zo ontstaat een lome, dromerige sfeer die bij vlagen herinnert aan Promised Land van Queensryche. Enkel The Fallen doet wat denken aan vroeger door zich als powerballad te manifesteren dat zich qua feel mag gaan meten met I Remember.

En dan valt mij in dat het te prijzen is dat Psychotic Waltz niet ook al dan niet halfslachtig terugvalt op oude glorie zoals zovelen, maar gewoon lekker verder gaat waar het ooit was geëindigd. In die zin verrast Psychotic Waltz toch weer een beetje wel.