MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten AOVV als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Triptykon - Shatter (2010)

poster
3,5
In navolging van debuutplaat 'Eparistera Daimones' kwam Triptykon nog in hetzelfde jaar met deze EP, bestaande uit drie "nieuwe" nummers en twee liveversies van oude nummers (als je wil weten van welke bands, lees bovenstaand stukje van Don Cappuccino). 'Shatter' is meteen een straffe binnenkomer, moddervette gitaarsound, erg duister ook, zoals op de langspeelplaat ook te horen is.

'I Am The Twilight' dan, 8 minuten beuken, op een logge manier. "Chaos, let chaos reign!" klinkt het, alsof de zanger zich in de diepste en meest smerige krochten van de hel een ultieme weg naar het oppervlak baant. Wat een monster van een song (en dat bedoel ik trouwens uiterst positief)!

'Crucifixus' is een nummer in de ambient sfeer, en bevalt me misschien net iets minder. Van deze band wil ik toch vooral nummer als het vorige horen. Qua sfeerzetting en experiment begrijp ik het nog wel (en dat Triptykon het experiment niet schuwt, werd meteen bewezen op het debuut).

De livenummers dan. Inderdaad, erg goeie geluidskwaliteit hoor. Twee erg stevige nummers, leunen wel een beetje aan bij het werk van Triptykon, of beter gezegd, het werk van Triptykon leunt wel een beetje aan bij deze songs, maar met deze twee livenummers lijkt het eerder een statement: "wij zijn authentiek, wat wij doen is geen zoveelste kopie van een al lang vergeten origineel."

En daar slaagt Triptykon met brio in. Ik kijk alvast uit naar volgend werk van deze Zwitserse band, en zal in afwachting regelmatig nog eens deze EP en 'Eparistera Daimones' draaien.

3,5 sterren

Triptykon with the Metropole Orkest - Requiem (2020)

Alternatieve titel: Live at Roadburn 2019

poster
4,5
Ondertussen toch een aantal keer beluisterd, en vooral het nieuwe stuk, het ruim 32 minuten durende Grave Eternal is meesterlijk! Voor mij zijn de stemmen van Warrior en Safa Heraghi een erg geslaagde combinatie, ze bieden elkaar tegenwicht en zorgen voor een intense sfeer. En het instrumentale gedeelte dat, sowieso dominant is, hoeft daar niet voor onder te doen.

Vooral de percussie van Hannes Grossman weet me te betoveren. Het kan ermee te maken hebben dat ik gisteravond toevallig de film Whiplash van Damien Chazelle zag, over een jonge jazzdrummer die helemaal doorslaat in zijn ronkende ambitie om de beste te worden, maar ik vind dat Grossman het hier perfect doet. Niets teveel, niets te weinig, en vooral volledig in teken van de composities.

Rex Irae en Winter zijn oude nummers, uit vroeger Celtic Frost-tijden, het uitgesponnen middenstuk is uiteindelijk het derde stuk dat het Requiem van Warrior finaliseert. Wie dit live heeft mogen aanschouwen, is een gelukkig wezen, vermoed ik.

4,5 sterren

Tuathail - Buggane and Magick (2012)

poster
4,0
Tuathail is een eenmansproject van Alex Toon, een zeventienjarige (!) inwoner van het Verenigd Koninkrijk. Hij heeft al een demo geproduceerd ('Augury'), en nu is hij er dan, zijn eerste langspeler: 'Buggane and Magick'. Dat deze knaap het allemaal alleen heeft geschreven, is verbluffend, dat het drumwerk nog relatief goed klinkt terwijl hij met een drumcomputer heeft gewerkt is mogelijk nog straffer. Akkoord, het drumwerk klinkt soms wel wat te klinisch en dat is natuurlijk logisch, maar daar ga je niet aan dood. Neen, ik focus me liever op de sterke punten dan. En die zijn er zeker wel.

De door merg en been gaande vocalen bijvoorbeeld, passen perfect bij de helse riffs en de spookachtige sfeer. Zoals ik in mijn eerdere post al zei, klinkt het soms winters, en dan weer warm. Deze combinatie doet het uitstekend voor mij. Toon speelt ook met meer traditionele muziek, zoals in 'Magick' duidelijk te horen is.

Het is ook uit de geschiedenis van het land (of eigenlijk Ierland) dat hij z'n inspiratie haalt. Al lijkt de hoes eerder een plek diep in een verlaten, dicht taïgawoud te suggereren, kan je de artiestennaam die Toon heeft uitgekozen gaan zoeken bij St. Laurence O'Toole (of de lokale variant: Lorcan Ua Tuathail), een Ierse aartsbisschop van pakweg 850 jaar geleden. Een zweem van geheimzinnigheid drijft dus rond dit project, want de naam zou ook van geheel ergens anders komen (ik heb ook maar even gegoogled).

De titel van het werk verwijst naar een mythische ogre, die leefde op het eiland Man (Buggane) en ouderwetse schrijfwijze van het woord magic (Magick). De mythologie van het verleden speelt dus zo z'n rol in dit debuut van Tuathail. Je moet er tegen kunnen, want het klinkt soms aardig depressief, en doet me bij sommige passages denken aan Woods of Desolation. Ter informatie: die band bracht vorig jaar 'Torn Beyond Reason' uit, één van mijn favoriete platen van 2011. Dat zegt dus genoeg, wat mij betreft. Laat je meedrijven door deze brok ellende, of ga lekker iets anders luisteren.

4 sterren

Turpitude - Une Interprétation de la Dissolution Glaciale en Quatre Mouvements (2023)

poster
4,0
Ik heb de gewoonte om, als begin januari de relatieve rust op de muziekmarkt (qua nieuwe releases) die in december reeds werd ingezet nog even gezellig doorloopt, op RYM door de eerste charts van dat nieuwe jaar te struinen. Daarbij kwam ik begin 2023 dit illustere album tegen met aardige cijfers, zowel qua stemgemiddelde als aantal stemmers. Turpitude blijkt, na enig research, een Canadese band te zijn die gelaagde black metal op de wereld loslaat, althans zo voel ik het toch aan.

Une Interprétation de la Dissolution Glaciale en Quatre Mouvements is een nogal pompeuze titel, maar straalt ook een zekere toewijding uit - ik lees er ook scherpe kritiek op de hedendaagse maatschappij en dan vooral de soms stuitend laatdunkende manier waarop de mens met de natuur omgaat in terug. En laat de natuur net voor talloze black metalbands een bron van inspiratie zijn - Canada is niet toevallig een uitgestrekt land waar, zeker in het noorden en westen, nog heel veel ongerepte pracht te bewonderen valt, wat ik eerder dit jaar ook nog in Boris, de prachtig ontroerende roadtrip van humorist Jeroom, heb kunnen zien.

Over naar de muziek. Gelaagd was het woord dat ik reeds eerder in de mond nam, laat ik mezelf enigszins verklaren. Veel van dit soort onbekende black metalbands klinken nogal monotoon, vind ik, met een (bewust) povere productie, alsof het goedje werd opgenomen in één van Hades' kerkers. Turpitude onderscheidt zich op dat vlak wel naar mijn mening, ze weten de gulden middenweg te vinden tussen die lo-fi benadering (de bas lijkt uit één of andere aardopening te gutsen) en de geliktere productie die zelfs naar aanstekelijkheid neigt (dan denk ik meteen aan Woods of Desolation).

De vier "bewegingen" waaruit dit plaatje bestaat, hebben hun naam niet gestolen, wat het zijn effectief vier op zichzelf staande composities. Waar de opener nog enigszins terughoudend is, wordt op deel II & III het gaspedaal danig ingetrapt - een kolkende razernij galmt na uit de walmende smurrie, scha en schande ("turpitude") is de mens zijn deel. Hij leert er echter niet uit, waardoor we stilaan richting de afgrond manoeuvreren; het sluitstuk klinkt grandioos en waanzinnig, de afwisselend hoge en lange uithalen (frontvrouwe Alice Simard speelde trouwens zo goed als alles zelf in!) klinken als ijzingwekkende kreten der verterende wanhoop.

Straf, onderbelicht album dus, verdient wel wat meer aandacht al zal dat er ook weer niet meteen van komen allicht. Ach, dan heb ik er toch eentje meer om stiekem te koesteren!

4 sterren

Türst - Nuit D'hiver (2020)

poster
4,0
Zoals gezegd, intens en gitzwart dus. Somber ook. Zo heb ik drie karakteristieken opgenoemd die je al wel 'ns tegenkomt bij goeie black metal. Zwitserland is er, met zijn onherbergzame natuur, ook wel een geschikte plek voor, en deze man zal zich ongetwijfeld door landgenoten van bands als Celtic Frost en Rorcal hebben laten inspireren.

Nuit d'Hiver is een EP die ik eerder toeval tegen het lijf ben gelopen. Zoals dat dan gaat, heb ik eens wat rondgeneusd op het internet en praktisch niets teruggevonden over het project, maar wel zijn bandcamp-pagina. Met daarop dus deze EP, bestaande uit drie lijvige composities, in totaal goed voor een klein halfuur tristesse en woede.

Hopelijk is dit een opmaat naar volgend, meer ambitieus werk, want dit alvast een hoog potentieel. De sfeer wordt écht goed neergezet en zuigt me mee in een soort vortex als het er wat sneller aan toegaat, terwijl de tragere stukken (zoals de aanzet van slotnummer Dernière Neige op hun eigen manier even intens zijn.

4 sterren

TV Priest - Uppers (2021)

poster
4,0
Geweldig debuut van TV Priest. Qua aandacht blijft de band misschien wat achter op bands als shame en IDLES, maar deze band is minstens even interessant. Hun eerdere single House of York staat hier niet op, maar dat vind ik eigenlijk geen probleem, want hoewel dat gewoon een goeie single is, past ie qua geluid volgens mij niet echt bij de rest. Op dat vlak is er ook goed nagedacht, lijkt me, om dit album evenwichtig samen te stellen, zodat het ook gewoon juist klinkt.

De opener is meteen een song die de kwaliteit heeft je als luisteraar een wereld in te trekken. De songtitel lijkt wel te hinten naar The Great Curve van Talking Heads, ongetwijfeld een invloed op dit bonte gezelschap. Charlie Drinkwater brengt de teksten op een praatzangerige manier die evenwel zo charismatisch is, dat je er bijkans door wordt gehypnotiseerd. Het geeft songs als het kritische Press Gang en Decoration (een grappig commentaar op de vluchtige commercialisering en neiging tot het hypen van alles - "It's all just d-d-d-d-d-d-d-decoration!") een extra dimensie.

De markante albumcover geeft een stilleven weer, alleen is daarop te merken dat het leven nooit stil staat; de appel werd geschild, en aan het drankje werd al gulzig geslurpt. Het ziet er allemaal nogal obscuur en duister uit, dat wel, en daarvan zijn ook wel echo's in de teksten terug te vinden. Journey of a Plague Year zou naar verluidt geschreven zijn voor de uitbraak van de wereldwijde COVID-pandemie, maar past uitermate goed in de huidige tijdsgeest. This Island lijkt me een slimme, zwartgallige kijk op de Brexit. De tekst van Powers of Ten heeft zo'n heerlijk cynische ondertoon, echt leuk om nader te bestuderen.

Op muzikaal vlak wordt er niet veel nieuws gebracht, denk ik. Het ligt perfect in het straatje van de bands die ik eerder noemde, shame en IDLES, en doet dat net als die bands op een krachtige, kwalitatief hoogstaande manier. De songs kunnen heerlijk in-your-face punk klinken, maar ook de donkere loomheid van veel post-punk is hierin hoorbaar. TV Priest weet verder ook een zekere aanstekelijkheid aan hun energieke composities toe te voegen, wat erg goed werkt.

En dan heb je nog de lange afsluiter, Saintless. Dit nummer is op tekstueel vlak toch wat anders, eerder in zichzelf gekeerd (een persoonlijk relaas over de strubbelingen en uitdagingen die het krijgen van een kind met zich meebrengen). De geduldige, dynamische opbouw maakt samen met die fraaie, persoonlijke tekst van de afsluiter meteen de knapste song op de plaat. Je wordt door het dreunende geluid meegezogen in de sores ("This world is dark; with saintless few", verwondering ("And it's bigger than a man like me" en uiteindelijk toch ook wat verlichting ("We're no saints, but that's okay; would you have it any, any other way?". De instrumentale bridge van dit nummer vormt ook een schitterende climax, om daarna terug af te bouwen richting een rustig (gerust, berustend?) einde.

Een erg knap debuut, dus!

4 sterren