Hier kun je zien welke berichten Ataloona als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Oiseaux-Tempête - From Somewhere Invisible (2019)

4,0
2
geplaatst: 22 oktober 2019, 23:04 uur
Oiseaux-Tempête breidt op deze nieuwe plaat haar experimentele soundpalet uit met dank aan een aantal niet te versmaden gastartiesten (die ook al frequent op tournee het podium deelden met deze band). Line-upje hoor!
G.W.Sok | vocals on tracks 01, 03 & 06
Mondkopf | analog synths, electric guitar
Jessica Moss | electric violin
​Radwan Ghazi Moumneh | electric buzuk, modular system
Frédéric D. Oberland | electric guitar, analog synths, mellotron, alto sax, flute, bells
Stéphane Pigneul | electric bass VI & bass, modular system, analog synths
Jean-Michel Pirès | acoustic & processed drums, percussion & bells
Oiseaux-Tempête staat bekend als een band (na ja, duo met een loyale groep gastmuzikanten om zich heen) die alsmaar op tournee is. Studioplaten worden doorgaans opgenomen en verder bewerkt al zijnde 'on the road'. Dat leverde al platen op die sterk verweven zijn aan de gebieden waar het voorname werk voor die albums werd verricht (voornamelijk Mediterraans gebied rondom Griekenland, Turkije en de Italiaanse eilanden). De vorige studioplaat, Al-'An, werd daarentegen opgenomen in Beirut en kende dankzij de omgeving en een schare aan lokale gastartiesten een redelijk andere sound. Het resultaat was de inmiddels bekende stijl van uitgespannen psychedelische rock (met noise en kraut-invloeden) met een nieuw element aan afgebrokkelde Arabische ritmes; een sound die net als haar voorgangers enigszins verbinding zocht met de omgeving waarin het werd opgenomen. Tussendoor bracht de band nog het, overigens zeer sterke, livealbum (met origineel materieel) Tarab uit, dat nog redelijk op diezelfde sound voortborduurde, doch ook weer een meer Westerse benadering kende met secties waarin hun liefde voor freejazz naar bovenkwam en experimenten met field recordings en elektroakoestiek (knetterende analoge elektronica gemengd met snaarinstrumenten) te horen waren.
Deze nieuwe studioplaat zet bovengenoemde trend nog weer meer door. Opgenomen in Montreal tijdens een Canadees festival rondom Suuns & Jerusalem In My Heart en het draagt, naast de bovengenoemde genre-aanduidingen, duidelijk een stempel van G.W. Sok die met zijn herkenbare stem gedichten voordraagt en Jessica Moss met haar typerende scheurende vioolspel. Die laatste is echt een verrijking voor het geluid van het duo. Haar vioolspel gaat achteloos over in het gespreide elektronische bedje op de achtergrond (met een zachte aanvullende touch van de mellotron en saxofoon), de pulserende bas en de zo nu en dan aardig jankende gitaren. De band blinkt echt uit in het creëren van een dreigende spanningsopbouw. Daar is het openingsnummer het perfecte bewijs van. Wederom een voortreffelijk album van deze heren.
G.W.Sok | vocals on tracks 01, 03 & 06
Mondkopf | analog synths, electric guitar
Jessica Moss | electric violin
​Radwan Ghazi Moumneh | electric buzuk, modular system
Frédéric D. Oberland | electric guitar, analog synths, mellotron, alto sax, flute, bells
Stéphane Pigneul | electric bass VI & bass, modular system, analog synths
Jean-Michel Pirès | acoustic & processed drums, percussion & bells
Oiseaux-Tempête staat bekend als een band (na ja, duo met een loyale groep gastmuzikanten om zich heen) die alsmaar op tournee is. Studioplaten worden doorgaans opgenomen en verder bewerkt al zijnde 'on the road'. Dat leverde al platen op die sterk verweven zijn aan de gebieden waar het voorname werk voor die albums werd verricht (voornamelijk Mediterraans gebied rondom Griekenland, Turkije en de Italiaanse eilanden). De vorige studioplaat, Al-'An, werd daarentegen opgenomen in Beirut en kende dankzij de omgeving en een schare aan lokale gastartiesten een redelijk andere sound. Het resultaat was de inmiddels bekende stijl van uitgespannen psychedelische rock (met noise en kraut-invloeden) met een nieuw element aan afgebrokkelde Arabische ritmes; een sound die net als haar voorgangers enigszins verbinding zocht met de omgeving waarin het werd opgenomen. Tussendoor bracht de band nog het, overigens zeer sterke, livealbum (met origineel materieel) Tarab uit, dat nog redelijk op diezelfde sound voortborduurde, doch ook weer een meer Westerse benadering kende met secties waarin hun liefde voor freejazz naar bovenkwam en experimenten met field recordings en elektroakoestiek (knetterende analoge elektronica gemengd met snaarinstrumenten) te horen waren.
Deze nieuwe studioplaat zet bovengenoemde trend nog weer meer door. Opgenomen in Montreal tijdens een Canadees festival rondom Suuns & Jerusalem In My Heart en het draagt, naast de bovengenoemde genre-aanduidingen, duidelijk een stempel van G.W. Sok die met zijn herkenbare stem gedichten voordraagt en Jessica Moss met haar typerende scheurende vioolspel. Die laatste is echt een verrijking voor het geluid van het duo. Haar vioolspel gaat achteloos over in het gespreide elektronische bedje op de achtergrond (met een zachte aanvullende touch van de mellotron en saxofoon), de pulserende bas en de zo nu en dan aardig jankende gitaren. De band blinkt echt uit in het creëren van een dreigende spanningsopbouw. Daar is het openingsnummer het perfecte bewijs van. Wederom een voortreffelijk album van deze heren.
Olan Mill - Orient (2017)

3,0
0
geplaatst: 22 september 2018, 11:10 uur
Mooie mix van klassieke muziek (vooral uit het Pre-Barok; Renaissance-tijdperk met plainchants), traditionele Oosterse muziek, new age en meer hedendaagse elektronica met ruis. Zeer rustgevende symfonieën met een hoop harmonischen (zoals in Arpon). Dat kan op den duur saai worden, dus gelukkig heeft Olan Mill wel voor variatie gekozen. Op Molanret klinken bijvoorbeeld plainchants en Tibetaanse tantrische keelzang (denk aan het Russische collectief Phurpa).
Zeer aardig, maar toch net te weinig beklijvend.
Zeer aardig, maar toch net te weinig beklijvend.
OOIOO - OOIOO (1998)

3,5
1
geplaatst: 10 april 2017, 22:44 uur
Anders. Een heel ander pakkie 'an dan de opvolgers van dit project van Yoshimi (weet u nog? Wie vocht ook alweer tegen de Roze Robotten?). Yoshimi is dé drummer van Boredoms. Ze doet dit OOIOO-project met een groep vriendinnen en zo nu en dan wat gasten die meejammen. Vaak ook Boredomsleden, zoals Yamantaka Eye.
Dit album bestaat eigenlijk uit een groep songs (songschetsen zou accurater zijn) die ontiegelijk hyper en disjunct zijn. Op de bovenlaag aardig ontoegankelijk, maar wat aandachtig luisteren brengt toch vele invloeden naar boven. Veel bluesrockritmes, bubblegumpop, noiserock, surfmuziek (á la Mermen), vooral vrouwelijke a-typische wave zoals Raincoats en B-52's, en spacerock zoals de Japanners wel eigen is (Mako, Angel'n Heavy Syrup, Band Aide, Boredoms' zelf). De uiteindelijke combinatie doet sterk denken aan muzikale tijd-en zeitgeistgenoten Melt-Banana en een vroege variant van Battles (wat Boredoms eigenlijk ook al is).
Gewoon een ontzettend schattig debuutplaatje dus, die nog nergens zo ambitieus is als de latere platen van OOIOO onder het Thrill Jockey label, doch dat bijzonder ver komt met haar schizofrene karakter. Leuke details om nog te vermelden zijn dat deze plaat geproduceerd is door een andere Japanse schizofreen (gezien zijn collage-achtige samenraapselmuziek) Cornelius en dat dit groepje ongeregeld in 2001 nog de soundtrack deed van Miike's Koroshiya Ichi. Dit plaatje gehoord hebbende; ja, dat kan best.
Dit album bestaat eigenlijk uit een groep songs (songschetsen zou accurater zijn) die ontiegelijk hyper en disjunct zijn. Op de bovenlaag aardig ontoegankelijk, maar wat aandachtig luisteren brengt toch vele invloeden naar boven. Veel bluesrockritmes, bubblegumpop, noiserock, surfmuziek (á la Mermen), vooral vrouwelijke a-typische wave zoals Raincoats en B-52's, en spacerock zoals de Japanners wel eigen is (Mako, Angel'n Heavy Syrup, Band Aide, Boredoms' zelf). De uiteindelijke combinatie doet sterk denken aan muzikale tijd-en zeitgeistgenoten Melt-Banana en een vroege variant van Battles (wat Boredoms eigenlijk ook al is).
Gewoon een ontzettend schattig debuutplaatje dus, die nog nergens zo ambitieus is als de latere platen van OOIOO onder het Thrill Jockey label, doch dat bijzonder ver komt met haar schizofrene karakter. Leuke details om nog te vermelden zijn dat deze plaat geproduceerd is door een andere Japanse schizofreen (gezien zijn collage-achtige samenraapselmuziek) Cornelius en dat dit groepje ongeregeld in 2001 nog de soundtrack deed van Miike's Koroshiya Ichi. Dit plaatje gehoord hebbende; ja, dat kan best.
Ornette Coleman - Free Jazz (1961)
Alternatieve titel: A Collective Improvisation by The Ornette Coleman Double Quartet

4,5
0
geplaatst: 10 oktober 2011, 23:25 uur
Geweldige en tijdloze klassieker van Ornette Coleman die ook al het meesterwerk A Shape of Jazz to Come afleverde. Dit was zelfs het langste jazzstuk ooit in die tijd. (later natuurlijk verbroken) Ornette doet het op deze plaat niet alleen. Er doen een heel aantal legendes mee, oa. Cherry, Haden, Dolphy en LaFaro doen mee.
Free Jazz is een intense ervaring. Volledig geïmproviseerd zonder dat de structuur volledig weg is. Daaraan alleen al kun je zien dat we met echte muzikanten te maken hebben. Het begin is nog zeer chaotisch, maar gaandeweg de plaat komt er meer een plot in het verhaal, een structuur. Het wordt wat herkenbaar, je begint te wennen aan de geluiden die je hoort. En net als je denkt dat je eindelijk rustig zit komt er precies op het juiste moment weer een verrassend geniaal stukje. Of het nou een drumsolo is of een toetersolo, het past precies.
Fantastische plaat van dit dubbele quartet en zoals al eerder geschreven. Het heeft geen zin om elk stukje muziek te gaan beschrijven. Het heeft geen zin om ook maar te proberen te omschrijven wat dit nou eigenlijk is. Druk gewoon op play, ga achterover zitten en ga op in de muziek. 4,5*
Free Jazz is een intense ervaring. Volledig geïmproviseerd zonder dat de structuur volledig weg is. Daaraan alleen al kun je zien dat we met echte muzikanten te maken hebben. Het begin is nog zeer chaotisch, maar gaandeweg de plaat komt er meer een plot in het verhaal, een structuur. Het wordt wat herkenbaar, je begint te wennen aan de geluiden die je hoort. En net als je denkt dat je eindelijk rustig zit komt er precies op het juiste moment weer een verrassend geniaal stukje. Of het nou een drumsolo is of een toetersolo, het past precies.
Fantastische plaat van dit dubbele quartet en zoals al eerder geschreven. Het heeft geen zin om elk stukje muziek te gaan beschrijven. Het heeft geen zin om ook maar te proberen te omschrijven wat dit nou eigenlijk is. Druk gewoon op play, ga achterover zitten en ga op in de muziek. 4,5*
Oxbow - Thin Black Duke (2017)

3,5
1
geplaatst: 1 mei 2017, 00:15 uur
Vocaal behoorlijk geschift. Instrumentaal eigenlijk best toegankelijk. Muzikaal voelt het zelfs als een crossover tussen hardcore/noiserock en barokpop, met ontiegelijk veel orkestrale invloeden. Gitarist Niko Wenner schijnt de muziek ook geschreven te hebben als een 17e eeuwse barokcomponist; van buiten extravagante muziek, doch vanbinnen rationeel en wetenschappelijk benaderd met gecontroleerde ritmiek en systematische harmonieën. Het beginnen met een melodie, deze omzetten in een motief en dit motief veranderen, uitbreiden en transformeren in verschillende sequenties is een typische post-Renaissance muzikale benadering. Voor het luisterend oor klinkt dit echter nog wel als pure hardcore, en ondanks de aparte muzikale benadering ligt dit een stuk makkelijker in het gehoor dan een King of the Jews of An Evil Heat. Gelukkig zonder het eigenzinnige smoelwerk te verliezen waar Oxbow al 30 jaar garant voor staat. Hier kun je prima mee aankomen na een hiatus van 10 jaar. Het heeft echter wel even tijd nodig om in te werken. Ondertussen zoek ik voorganger The Narcotic Story nog even op voor nadere vergelijking.
