Hier kun je zien welke berichten Ataloona als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
J.A. Caesar - Shin Toku Maru (1978)
Alternatieve titel: Poison Body Circle

4,0
0
geplaatst: 15 oktober 2016, 00:38 uur
Apart album, maar wel erg interessant en vooral erg leuk. Een soort mix van rock (uit Magma's zeuhl ''school'' voortkomende; doet denken aan Univers Zero en Ruins), opera, toneel (kabuki) en Japanse traditionele muziek (daar is die dekselse shamisen weer!). Zullen we het gewoon avant-garde noemen? De harde stukken doen je weer realiseren dat dit inderdaad J.A. Caesar is van eerdere toffe psych/progrock albums, maar verder is dit een behoorlijk opzichzelfstaand werk.
Ofschoon de grote delen theatrale spoken wordsecties nog een beetje wennen zijn, kan ik hier toch wel behoorlijk van genieten. Het komt best in de buurt van Magma's MDK, doch is Shintokumaru ook weer behoorlijk anders; ik ken niets zoals dit werkje, en dat alleen maakt het een feit dat dit wat meer luisterbeurten (aandachtig!) verdient.
Overigens bijzonder leuk dat Shuji Terayama een behoorlijk grote rol als één van de spelers (spoken word en - soms simpelweg - gestoorde zang) heeft. Blijft toch een briljant figuur en ik had geen idee dat hij zich ook nog eens bezig hield met dit soort cultwerk. Anderzijds ook niet eigenlijk. Zeker niet met een dergelijke albumhoes.
Ofschoon de grote delen theatrale spoken wordsecties nog een beetje wennen zijn, kan ik hier toch wel behoorlijk van genieten. Het komt best in de buurt van Magma's MDK, doch is Shintokumaru ook weer behoorlijk anders; ik ken niets zoals dit werkje, en dat alleen maakt het een feit dat dit wat meer luisterbeurten (aandachtig!) verdient.
Overigens bijzonder leuk dat Shuji Terayama een behoorlijk grote rol als één van de spelers (spoken word en - soms simpelweg - gestoorde zang) heeft. Blijft toch een briljant figuur en ik had geen idee dat hij zich ook nog eens bezig hield met dit soort cultwerk. Anderzijds ook niet eigenlijk. Zeker niet met een dergelijke albumhoes.
Jackie McLean - Demon's Dance (1970)

4,0
3
geplaatst: 5 januari 2021, 19:50 uur
Bij het aanzien van deze (wat mij betreft zeer fraaie) hoes dacht ik een ander type plaat te gaan horen dan dat het uiteindelijk is geworden. De hoes is compleet in de stijl van de in die tijd populaire jazzrock/fusion albums vol Latijnse invloeden en je zou menen dat McLean en Blue Note achter de meute aanliepen. Geheel vreemd zou dat ook niet zijn. McLean werd immers met ieder verstrijkend jaar ietwat abstracter en experimenteler totdat alleen in z'n meest algemeen nog te spreken was van hard bop; het genre waarmee hij zodanig werd geassocieerd.
De muziek is echter allesbehalve abstract of experimenteel; van free jazz zeker geen sprake en fusion is al helemaal ver buiten de deur gehouden. Dit betreft typische onvervalste swingende hard bop zoals alleen Jackie McLean dat kan spelen met zijn herkenbare furieuze saxofoonsnerpen. Vooral de titeltrack is daar een mooi voorbeeld van, met Jack DeJohnette die de compositie met zijn energieke enthousiaste spel tot grotere hoogten voortstuwt. Gemoduleerde akkoordenschema's en McLean (en een jonge Woody Shaw, die ook het sterke ''Boo Ann's Grand'' aflevert) die daar driftig overheen soleert. Daarmee is de cirkel met Demon's Dance ook wel een beetje rond. Het betreft namelijk McLean's (toenmalig) laatste opname voor Blue Note. Een einde aan een legendarische reeks klassiekers. Een reeks welke begon met door Bud Powell geïnspireerde bebop, op Davis en Coltrane gebaseerde modaliteit en voorzichtige eerste pasjes in de hard bop; een reeks welke later regelrechte hard bop en post bop klassiekers voortbracht; een reeks die vervolgens eindigt met McLean's terugkeer naar zijn bop roots. Passend laatste album voor Blue Note.
De muziek is echter allesbehalve abstract of experimenteel; van free jazz zeker geen sprake en fusion is al helemaal ver buiten de deur gehouden. Dit betreft typische onvervalste swingende hard bop zoals alleen Jackie McLean dat kan spelen met zijn herkenbare furieuze saxofoonsnerpen. Vooral de titeltrack is daar een mooi voorbeeld van, met Jack DeJohnette die de compositie met zijn energieke enthousiaste spel tot grotere hoogten voortstuwt. Gemoduleerde akkoordenschema's en McLean (en een jonge Woody Shaw, die ook het sterke ''Boo Ann's Grand'' aflevert) die daar driftig overheen soleert. Daarmee is de cirkel met Demon's Dance ook wel een beetje rond. Het betreft namelijk McLean's (toenmalig) laatste opname voor Blue Note. Een einde aan een legendarische reeks klassiekers. Een reeks welke begon met door Bud Powell geïnspireerde bebop, op Davis en Coltrane gebaseerde modaliteit en voorzichtige eerste pasjes in de hard bop; een reeks welke later regelrechte hard bop en post bop klassiekers voortbracht; een reeks die vervolgens eindigt met McLean's terugkeer naar zijn bop roots. Passend laatste album voor Blue Note.
Jackie McLean Quartet - Rites of Passage (1991)

3,5
2
geplaatst: 5 januari 2021, 18:53 uur
Ik weet niet helemaal waarover ik mij meer verbaas. Over hoe goed de twee comebackplaten van McLean zijn (deze alsook de voorganger ''Dynasty'') of over hoe deze twee plaatjes nog geen beoordelingen hadden op deze site. Terwijl McLean toch wel een trouwe fanbase lijkt te hebben op deze site (maar wellicht schat ik dat te positief in met geen enkel album boven de 50 stemmen). Knap hoe McLean na een lange periode zonder studio-opnames in een sterk veranderde jazzwereld toch weer zo goed kwam bovendrijven.
Uitstekende hard-bop met een kundig kwintet (inclusief zoonlief René als solist op diverse saxofoons, die ook het merendeel van dit album heeft gecomponeerd) en een Jackie McLean in topvorm. Misschien als solist wel sterker dan op zijn reeks jaren 60 hard/post-bop albums. Zijn spel is hierop nog altijd even krachtig en herkenbaar gepassioneerd; boordevol emoties, vol met dadendrang gedurende lange solo's. De composities en sfeer zijn wellicht wat in die tijd blijven hangen en zijn derhalve verre van revolutionair te noemen, maar wanneer Jackie en zijn kwintet én in topvorm én energiek zijn, dan is dat verre van problematisch. Erg genietbaar dus.
Uitstekende hard-bop met een kundig kwintet (inclusief zoonlief René als solist op diverse saxofoons, die ook het merendeel van dit album heeft gecomponeerd) en een Jackie McLean in topvorm. Misschien als solist wel sterker dan op zijn reeks jaren 60 hard/post-bop albums. Zijn spel is hierop nog altijd even krachtig en herkenbaar gepassioneerd; boordevol emoties, vol met dadendrang gedurende lange solo's. De composities en sfeer zijn wellicht wat in die tijd blijven hangen en zijn derhalve verre van revolutionair te noemen, maar wanneer Jackie en zijn kwintet én in topvorm én energiek zijn, dan is dat verre van problematisch. Erg genietbaar dus.
James Blake - Enough Thunder (2011)

3,0
0
geplaatst: 9 oktober 2011, 12:56 uur
Vrij logische voortgang na zijn eerste album ''James Blake''. Soms wat soberder, vaak wat meer gebruik van experimenten en vagere geluiden zoals op bijvoorbeeld We Might Feel Unsound en Fall Creek Boys Choir.
Zijn eerste album was een erg knap debuut dat mede succesvol werd dankzij de grote hit en cover Limit To Your Love. (Origineel van Feist) Het pianospel en de diepe bassen waren erg opvallend op dat nummer en hij zet het ook voort op deze EP. Hij covert op een knappe manier de meesterlijke singer-songwriter Joni Mitchell op A Case of You en weet het nummer op zijn manier eigen te maken. Het donkere harde pianospel met een lege minimale sfeer begeleid met de diepe bassen weet een eigenaardige sfeer te creëren waar hij zijn kwaliteiten goed laat horen.
Echter komen we dan wel op het probleem (of problemen) van dit album. Ik houd enorm veel van experimenten, maar op We Might Feel All Unsound en Not Long Now (In mindere mate) voert hij het wat minder uit. Het wordt een beetje zeurderig qua melodie en het nummer gaat maar wat voort, een gemiste kans. Helaas is ook de auto-tune nogal vervelend.
Fall Creek Boys Choir zal ongetwijfeld een succesvol nummer worden, maar de auto-tune en Bon Iver zijn wel erg irritant. Nu moet ik zeggen dat ik van het laatste geen fan ben (Al is de Woodssample die Kanye West gebruikt in Lost In the World wel geweldig) maar de auto-tune maakt het er ook niet veel beter op. Soms komen er nog mooie tonen uit, maar veel bijzonders is het niet. De instrumentatie is in het begin nog matig, maar na een tijdje word het wat mooier. Aardig nummer uiteindelijk, maar ik had er meer van verwacht.
James Blake laat hier zien dat hij tot meer instaat is en deze EP voorspeld meer goeds. Hij groeit zeker als muzikant en ik heb best wel zin in zijn volgende project eigenlijk. Prima EP, 3,5*
Zijn eerste album was een erg knap debuut dat mede succesvol werd dankzij de grote hit en cover Limit To Your Love. (Origineel van Feist) Het pianospel en de diepe bassen waren erg opvallend op dat nummer en hij zet het ook voort op deze EP. Hij covert op een knappe manier de meesterlijke singer-songwriter Joni Mitchell op A Case of You en weet het nummer op zijn manier eigen te maken. Het donkere harde pianospel met een lege minimale sfeer begeleid met de diepe bassen weet een eigenaardige sfeer te creëren waar hij zijn kwaliteiten goed laat horen.
Echter komen we dan wel op het probleem (of problemen) van dit album. Ik houd enorm veel van experimenten, maar op We Might Feel All Unsound en Not Long Now (In mindere mate) voert hij het wat minder uit. Het wordt een beetje zeurderig qua melodie en het nummer gaat maar wat voort, een gemiste kans. Helaas is ook de auto-tune nogal vervelend.
Fall Creek Boys Choir zal ongetwijfeld een succesvol nummer worden, maar de auto-tune en Bon Iver zijn wel erg irritant. Nu moet ik zeggen dat ik van het laatste geen fan ben (Al is de Woodssample die Kanye West gebruikt in Lost In the World wel geweldig) maar de auto-tune maakt het er ook niet veel beter op. Soms komen er nog mooie tonen uit, maar veel bijzonders is het niet. De instrumentatie is in het begin nog matig, maar na een tijdje word het wat mooier. Aardig nummer uiteindelijk, maar ik had er meer van verwacht.
James Blake laat hier zien dat hij tot meer instaat is en deze EP voorspeld meer goeds. Hij groeit zeker als muzikant en ik heb best wel zin in zijn volgende project eigenlijk. Prima EP, 3,5*
James Blood Ulmer - Revealing (1977)

4,0
0
geplaatst: 12 juni 2015, 20:22 uur
Tof plaatje van James Blood Ulmer - een waardig student van Ornette Coleman. Geweldig swingende jangle-gitaarstijl met veel subtiliteit afgewisseld met aggressieve strummingpatronen. Een beetje een melodische variant van Derek Bailey, met evenveel originaliteit, maar met meer nadruk op composities. Desalniettemin is dit gewoon een zeer fijne avontuurlijke en vrije jazzplaat. Niet al te drukke fusion en uiterst genietbaar. George Adams doet overiges ook mee op de tenorsaxofoon en klinkt weer eens goddelijk. Topplaat!
4/5
4/5
James Newton - Luella (1983)

4,0
0
geplaatst: 16 maart 2016, 20:26 uur
Hmm, dit is wel heel anders dan de andere plaat die ik van Newton ken, namelijk 'The Mystery School'.
Desondanks vrijwel even goed. Waar voornoemde plaat verstilde - haast wetenschappelijke - kamermuziek is, neigt dit veel meer naar een warmere harde variant van de 'avant-jazz'' die Dolphy en consorten (oa. Roland Kirk) introduceerden. Niet verwonderlijk gezien de tweede track. Dit doet ook wel in de verte denken aan de grensverleggende albums van voorvaders Lennie Tristano en Jimmy Giuffre. Het is niet knarsende muziek, welke een aanslag pleegt op je uithoudingsvermogen, maar spontane improvisatie muziek. Doch wel volledig uitgedacht.
De link met de AACM-movement (Anthony Davis speelde veel stukken van Newton) is er zeker, maar 'Luella' heeft echt zo veel eigen identiteit dat het daarbij blijft. Newton was een zeer goede componist en wellicht zelfs een betere fluitspeler. Niet altijd even veel gevoel voor virtuositeit, en juist meer voor gevoel en emotie. Dat komt echt perfect tot uiting in de geweldige suite en titeltrack 'Luella'. 17 minuten puur genieten!
4/5
Desondanks vrijwel even goed. Waar voornoemde plaat verstilde - haast wetenschappelijke - kamermuziek is, neigt dit veel meer naar een warmere harde variant van de 'avant-jazz'' die Dolphy en consorten (oa. Roland Kirk) introduceerden. Niet verwonderlijk gezien de tweede track. Dit doet ook wel in de verte denken aan de grensverleggende albums van voorvaders Lennie Tristano en Jimmy Giuffre. Het is niet knarsende muziek, welke een aanslag pleegt op je uithoudingsvermogen, maar spontane improvisatie muziek. Doch wel volledig uitgedacht.
De link met de AACM-movement (Anthony Davis speelde veel stukken van Newton) is er zeker, maar 'Luella' heeft echt zo veel eigen identiteit dat het daarbij blijft. Newton was een zeer goede componist en wellicht zelfs een betere fluitspeler. Niet altijd even veel gevoel voor virtuositeit, en juist meer voor gevoel en emotie. Dat komt echt perfect tot uiting in de geweldige suite en titeltrack 'Luella'. 17 minuten puur genieten!
4/5
James Newton - The Mystery School (1979)

4,0
1
geplaatst: 27 augustus 2014, 21:22 uur
Ontzettend interessante jazz plaat. Schitterende kamermuziek dat duidelijk zijn oorsprong en structuren vind in (free)jazz. Uiterst complex en zeer onorthodox, alleen al dankzij de bijzondere line-up:
John Carter: Clarinet
James Newton: Flute, Composer
Charles Owens: Horn (English), Oboe
Red Callender: Tuba
John Nunez: Bassoon
Vooral de eerste compositie, Wake (In Memory of Dr. Howard Swanson), is een hoog staaltje muzikale vakmanschap. Vooral die klarinetsolo van John Carter - toch al zo ondergewaardeerd in het genre - gaat door merg en been. De composities daarna kunnen vanzelfsprekend niet meer tippen aan de magistrale opener, maar dat kan de pret niet derven. Helaas wat weinig speels en spontaan, maar genoeg stijlvol en kundig om te blijven boeien. Snel eens opzoek naar meer werk van James Newton. 4/5
John Carter: Clarinet
James Newton: Flute, Composer
Charles Owens: Horn (English), Oboe
Red Callender: Tuba
John Nunez: Bassoon
Vooral de eerste compositie, Wake (In Memory of Dr. Howard Swanson), is een hoog staaltje muzikale vakmanschap. Vooral die klarinetsolo van John Carter - toch al zo ondergewaardeerd in het genre - gaat door merg en been. De composities daarna kunnen vanzelfsprekend niet meer tippen aan de magistrale opener, maar dat kan de pret niet derven. Helaas wat weinig speels en spontaan, maar genoeg stijlvol en kundig om te blijven boeien. Snel eens opzoek naar meer werk van James Newton. 4/5
Jan Johansson - Jazz på Svenska (1964)

3,5
0
geplaatst: 13 maart 2011, 02:16 uur
Ja, als men jazz tipt hoor ik altijd artiesten als Miles Davis, Coltrane, Mingus, Cannonball Adderly ed. Ik heb nog nooit van Jan Johansson gehoord, gelukkig kwam ik hier terecht door user The Scientist. En na een beluistering kan ik vaststellen dat het onnozel is dat artiesten die ik boven al noemde als eerste worden getipt, als ik dit als eerste jazz (related) album zou horen zou ik bij voorbaat al verkocht zijn aan de jazz. Een plaat die niet in een hokje is in te delen. Een vleugje folk, een klassiek randje en een flinke dip van de heerlijke jazzsaus.
Dit album is heerlijk voor de late uurtjes, vrij kort, geniale muziek en ontspannend.
Schizodeclown verteld boven mij dat de tijd stilstaat bij het luisteren en zo ervaar ik het ook, zelfs op dit late tijdstip, juist op dit late tijdstip.
Jazz uit Zweden uit 1963, een "instant" klassieker van Jan Johansson.
Ik laat de muziek lopen en mijn gedachten vrij gelaten en ze gaan op de loop..
De opener werkt zo verrekte ontspannend, een geniaal basloopje en de piano maakt muziek op een unieke manier, is de piano nou zo speciaal? Nee, maar de man die hem bespeelt wel.
Ik laat mij achterover zakken in mijn stoel, ik neem nog een blokje kaas en beschouw mijn cola als de perfecte wijn. En dat is dit nummer, de dure wijn. Ik ben geen wijnkenner, maar als dit wijn was had ik er veel voorover gehad.
Na betoverd te zijn na de opener kom ik weer bij. Ik kom weer op Aarde om dan weer meegenomen te worden op een reis in mijn dromen. mijn gedachten zwart en leeg, alleen de muziek horen is wat ik wil en dat hoor ik ook. Perfect, ik ben geen man van luxe woorden, echt niet, maar als ik deze plaat hoor komen woorden in mij naarboven die ik zelf niet eens ken.
Magnifiek!
"Chapeau", zou Mart Smeets ongetwijfeld zeggen als hij onder genot van een wijntje aan de Côte D'Azur 's avonds laat verslag uitbrengt van de tour. Ik zou het met hem eens zijn als hij dat zou zeggen, maar dat zijn slechts mijn woorden en ik ken de man niet..
Er volgen toch geen echte uitschieters, maar het mooie is dat het allemaal van ontiegelijk hoog niveau is. Echt top 10 materiaal. Een betere opvulling van de nacht is er zowat niet, nou ja niet beter dan een bepaald iets maar muzikaal kan het zowat niet beter
Mooie piano loopjes onder een folk begeleiding heeft nog nooit zo geniaal geklonken als hier.
Zo ook de 2 marsen, die zijn geweldig. Veel emotie in de muziek, maar toch ook niet verzonken in verdriet, alsof er "zon na de regen komt". Er blijft hoop in de muziek en dat maakt het niet té zwaarmoedig. Een perfecte balans.
Als ik iemand, een beginner in de jazz, een album om mee te beginnen moest aanraden zou ik deze zeker als eerste aanraden. Nog niet te veel "poespas", nee nog gewoon een combinatie van jazz en andere genres.
Emigrantvisa is wel een voorbeeld waar een verhaal aangebonden kan zitten.
Gewoon een verhaal van een emigrant uit Zweden gaande naar Australia,
geen visa krijgend en zijn problemen daarmee, vul het maar in..
Je kan gewoon alles met dit album, dat is het leuke.
Geen enkel minder nummer. Elke mooi op zijn eigen manier.
Een album wat best in mijn top 10 zou kunnen.
Ik wil jullie meegeven dat jullie dit echt eens moeten gaan beluisteren,
en voor de mensen die het al kennen:
als jullie een beginner in de jazz tegenkomen, tip hem dan snel deze topplaat!
Bedankt ook Scientist, voor deze prachtige tip!
Lastig te omschrijven is dit wel, ik kan geen boodschap meegeven aan dit album.
Ik kan geen verhaal bedenken met dit album.
Dit album "onderga" ik als het ware en zo ervaar ik de schoonheid..
Dit album is heerlijk voor de late uurtjes, vrij kort, geniale muziek en ontspannend.
Schizodeclown verteld boven mij dat de tijd stilstaat bij het luisteren en zo ervaar ik het ook, zelfs op dit late tijdstip, juist op dit late tijdstip.
Jazz uit Zweden uit 1963, een "instant" klassieker van Jan Johansson.
Ik laat de muziek lopen en mijn gedachten vrij gelaten en ze gaan op de loop..
De opener werkt zo verrekte ontspannend, een geniaal basloopje en de piano maakt muziek op een unieke manier, is de piano nou zo speciaal? Nee, maar de man die hem bespeelt wel.
Ik laat mij achterover zakken in mijn stoel, ik neem nog een blokje kaas en beschouw mijn cola als de perfecte wijn. En dat is dit nummer, de dure wijn. Ik ben geen wijnkenner, maar als dit wijn was had ik er veel voorover gehad.
Na betoverd te zijn na de opener kom ik weer bij. Ik kom weer op Aarde om dan weer meegenomen te worden op een reis in mijn dromen. mijn gedachten zwart en leeg, alleen de muziek horen is wat ik wil en dat hoor ik ook. Perfect, ik ben geen man van luxe woorden, echt niet, maar als ik deze plaat hoor komen woorden in mij naarboven die ik zelf niet eens ken.
Magnifiek!
"Chapeau", zou Mart Smeets ongetwijfeld zeggen als hij onder genot van een wijntje aan de Côte D'Azur 's avonds laat verslag uitbrengt van de tour. Ik zou het met hem eens zijn als hij dat zou zeggen, maar dat zijn slechts mijn woorden en ik ken de man niet..
Er volgen toch geen echte uitschieters, maar het mooie is dat het allemaal van ontiegelijk hoog niveau is. Echt top 10 materiaal. Een betere opvulling van de nacht is er zowat niet, nou ja niet beter dan een bepaald iets maar muzikaal kan het zowat niet beter

Mooie piano loopjes onder een folk begeleiding heeft nog nooit zo geniaal geklonken als hier.
Zo ook de 2 marsen, die zijn geweldig. Veel emotie in de muziek, maar toch ook niet verzonken in verdriet, alsof er "zon na de regen komt". Er blijft hoop in de muziek en dat maakt het niet té zwaarmoedig. Een perfecte balans.
Als ik iemand, een beginner in de jazz, een album om mee te beginnen moest aanraden zou ik deze zeker als eerste aanraden. Nog niet te veel "poespas", nee nog gewoon een combinatie van jazz en andere genres.
Emigrantvisa is wel een voorbeeld waar een verhaal aangebonden kan zitten.
Gewoon een verhaal van een emigrant uit Zweden gaande naar Australia,
geen visa krijgend en zijn problemen daarmee, vul het maar in..
Je kan gewoon alles met dit album, dat is het leuke.
Geen enkel minder nummer. Elke mooi op zijn eigen manier.
Een album wat best in mijn top 10 zou kunnen.
Ik wil jullie meegeven dat jullie dit echt eens moeten gaan beluisteren,
en voor de mensen die het al kennen:
als jullie een beginner in de jazz tegenkomen, tip hem dan snel deze topplaat!
Bedankt ook Scientist, voor deze prachtige tip!
Lastig te omschrijven is dit wel, ik kan geen boodschap meegeven aan dit album.
Ik kan geen verhaal bedenken met dit album.
Dit album "onderga" ik als het ware en zo ervaar ik de schoonheid..
Jandek - The Beginning (1999)

4,0
0
geplaatst: 18 april 2017, 20:42 uur
Ik vind dit toch wel Jandek op z'n best; althans beter heb ik hem nog niet eerder gehoord. Ik ken ook pas een plaat of 5, 6 uit zijn behoorlijk uit de kluit gewassen repertoire, maar deze waardeer ik het meest. Het begint prima met disjunctief gitaarspel en richting het slot toe wordt het almaar beter. Dat uit zich perfect in de drie slotcomposities die echt kippenvel doen geven. A Dozen Drops is prachtig en kil tegelijkertijd en titelsong The Beginning mondt uiteindelijk uit in een waar concerto voor piano. Een well-tempered/tuned one, voor de ingewijden. Zeer dissonant, maar - of juist daardoor - hoor ik er veel emotie in. Pikzwarte emotie evenwel en hoewel het een begin moet voorstellen, voelt de compositie haast aan als een emotierijk gevecht, een duel. Ontzettend muzikaal, en dat is niet altijd iets wat men verwacht van Jandek die zich meestal niets aantrekt van conventies en zich dikwijls uit met vals gemijmer. Sterk karakter heeft deze plaat.
Jane Siberry - No Borders Here (1983)

4,0
1
geplaatst: 13 april 2014, 03:17 uur
Jane Siberry moet toch wel één van de sympathiekste artiesten ooit zijn. Haar liedjes zijn enorm persoonlijk, treffend en vooral herkenbaar. Al is het over dat ene baantje dat je potentie beteugelt (The Waitress), een dagje aan het strand waar je een dat ene avontuurlijke meisje ontmoette (Mimi on the Beach) of simpelweg de narigheden tijdens liefde (You Don't Need) en na liefde (Symmetry) met die ene jongen of meid.
Ze legt op een gevoelige en karakteristieke wijze de vinger op de wond. Wat me opvalt aan haar muziek - buiten dat haar muziek op elk album enorm verschilt, doch herkenbaar Jane Siberry blijft - is dat het vooral een esthetische werking heeft. Ze weet - vooral uit het oogmerk van haar personage, een tiener - haar gevoelens op een enorm realistische en melodramatische wijze over te brengen.
Wat mij betreft is No Borders Here echt een blauwdruk voor haar uiteindelijke meesterwerk - When I Was a Boy - waarin ze nog gevoeliger, sentimenteler en ontroerender haar melancholische, bange en verdoofde buien aan de luisteraar opdringt. Op No Borders Here brengt ze haar hoekige arty popsongs op een kille en gevoelloze manier over, met soms een momentje van tederheid, waar op When I Was a Boy haar psyche en spiritualiteit op hartbrekende wijze zich manifesteren.
4/5
Ze legt op een gevoelige en karakteristieke wijze de vinger op de wond. Wat me opvalt aan haar muziek - buiten dat haar muziek op elk album enorm verschilt, doch herkenbaar Jane Siberry blijft - is dat het vooral een esthetische werking heeft. Ze weet - vooral uit het oogmerk van haar personage, een tiener - haar gevoelens op een enorm realistische en melodramatische wijze over te brengen.
Wat mij betreft is No Borders Here echt een blauwdruk voor haar uiteindelijke meesterwerk - When I Was a Boy - waarin ze nog gevoeliger, sentimenteler en ontroerender haar melancholische, bange en verdoofde buien aan de luisteraar opdringt. Op No Borders Here brengt ze haar hoekige arty popsongs op een kille en gevoelloze manier over, met soms een momentje van tederheid, waar op When I Was a Boy haar psyche en spiritualiteit op hartbrekende wijze zich manifesteren.
4/5
Jean-Luc Ponty - King Kong (1970)
Alternatieve titel: Jean-Luc Ponty Plays the Music of Frank Zappa

4,0
0
geplaatst: 2 oktober 2011, 19:35 uur
Violist Jean-Luc Ponty levert hier een klasse album af met een aantal nummers van Frank Zappa (die hier dus ook meewerkt) en een nummer van zichzelf. het album levert een sterke mix op van jazz en rock met strak pianowerk, subtiel een gitaarsolo, heerlijk vioolspel en een chaotische mix van drums en een waslijst aan andere instrumenten. Vaak levert dat een heerlijk sfeertje op, soms lekker vrolijk en soms weer vrij donker. Het album bevat een aantal sterke nummers zoals bv. King Kong, (een nummer waar Zappa nog vele uitvoeringen van soms wel langer dan 20 minuten van zou maken) Twenty Small Cigars en de meesterlijke compositie van 19 minuten en 25 seconden genaamd Music for Electric Violin and Low Budget Orchestra dat aanvoelt als een enorm geniale jam. Zeker een coole plaat ja. 4*
Jeanne Lee - Conspiracy (1974)

4,0
2
geplaatst: 12 januari 2015, 18:27 uur
Jazzvocaliste Jeanne Lee levert hier met Conspiracy haar indrukwekkende - haast revolutionaire - eerste solo-album af na eerder al haar sporen te hebben achtergelaten op Carla Bley's Innovator Over the Hill en Marion Brown's Afternoon of a Georgia Faun. Twee meesterwerken waarop Jeanne Lee een grote rol had en anno 2015 kan en moet Conspiracy ook tot de categorie meesterwerken gerekend worden.
Geboren als dochter van een koorzanger ging zij later tijdens haar studies psychologie, literatuur en dans choreografie doen voor werken van onder andere J.S. Bach en Arnold Schönberg. Tevens kwam Lee in aanraking met jazz door haar voorbeeld Abbey Lincoln, een vooruitstrevend jazzvocaliste en actrice die tevens een mensenrechtenactiviste was. Jeanne Lee werd op Conspiracy door haar jeugd, mensenrechten, ervaringen in haar studies met psychologie, poëzie en literatuur over Tibetaanse zang geïnspireerd tot het maken van dit intense album.
Haar zang is de grote attractie op dit album. Het is één vocale achtbaan. Er wordt gebruik gemaakt van 'normale' zang, spoken word, maar ook Tibetaanse technieken (bijvoorbeeld het geluid van het trillen van de lippen tijdens zang, lijkende op mantra's) worden niet geschuwd. Dat maakt Jeanne zo vooruitstrevend en de dans die zich manifesteerd op het album tussen de vocalen en de instrumenten (goed te horen in de overgang van het poëtische voordracht naar het duel tussen zang en contrabas in het prijsnummer Sundance) is puur muziekkunst. Conspiracy is intellectueel, spiritueel, inspirerend en nog altijd relevant. Het bestaat uit puur vakmanschap van de muzikanten (onder andere meestermuzikant Sam Rivers) die allen Lee op grootse wijze ondersteunen. Jeanne Lee moet haast wel een groot voorbeeld zijn geweest voor iemand zoals Matana Roberts die duidelijk de vocale attributen en trucs van Lee haar eigen heeft gemaakt.
Dit is een een plaat die iedere jazzliefhebber eens gehoord moet hebben. Pure jazzhistorie, die op de één of andere manier (jazzvocalisten - en zeker de innovatieve vernieuwende van het soort - zijn duidelijk een ondergeschoven kind in jazz) wat vergeten is is de jaren na haar release. Voor de liefhebbers van freejazz die ook een fascinatie hebben voor stemkunstenaars (Meredith Monk, Abbey Lincoln, Diamanda Galas etc.) zal dit album erg interessant zijn. Fascinerend is het in ieder geval zeker.
4/5
Geboren als dochter van een koorzanger ging zij later tijdens haar studies psychologie, literatuur en dans choreografie doen voor werken van onder andere J.S. Bach en Arnold Schönberg. Tevens kwam Lee in aanraking met jazz door haar voorbeeld Abbey Lincoln, een vooruitstrevend jazzvocaliste en actrice die tevens een mensenrechtenactiviste was. Jeanne Lee werd op Conspiracy door haar jeugd, mensenrechten, ervaringen in haar studies met psychologie, poëzie en literatuur over Tibetaanse zang geïnspireerd tot het maken van dit intense album.
Haar zang is de grote attractie op dit album. Het is één vocale achtbaan. Er wordt gebruik gemaakt van 'normale' zang, spoken word, maar ook Tibetaanse technieken (bijvoorbeeld het geluid van het trillen van de lippen tijdens zang, lijkende op mantra's) worden niet geschuwd. Dat maakt Jeanne zo vooruitstrevend en de dans die zich manifesteerd op het album tussen de vocalen en de instrumenten (goed te horen in de overgang van het poëtische voordracht naar het duel tussen zang en contrabas in het prijsnummer Sundance) is puur muziekkunst. Conspiracy is intellectueel, spiritueel, inspirerend en nog altijd relevant. Het bestaat uit puur vakmanschap van de muzikanten (onder andere meestermuzikant Sam Rivers) die allen Lee op grootse wijze ondersteunen. Jeanne Lee moet haast wel een groot voorbeeld zijn geweest voor iemand zoals Matana Roberts die duidelijk de vocale attributen en trucs van Lee haar eigen heeft gemaakt.
Dit is een een plaat die iedere jazzliefhebber eens gehoord moet hebben. Pure jazzhistorie, die op de één of andere manier (jazzvocalisten - en zeker de innovatieve vernieuwende van het soort - zijn duidelijk een ondergeschoven kind in jazz) wat vergeten is is de jaren na haar release. Voor de liefhebbers van freejazz die ook een fascinatie hebben voor stemkunstenaars (Meredith Monk, Abbey Lincoln, Diamanda Galas etc.) zal dit album erg interessant zijn. Fascinerend is het in ieder geval zeker.
4/5
Joe Harriott Quintet - Movement (1963)

4,0
3
geplaatst: 30 maart 2020, 18:20 uur
Wederom een sterk plaatje van deze belangrijke Brits-Jamaicaanse saxofonist waarop modale toegankelijke (hard)bop en vluchtige herinneringen aan Charlie Parker's altsaxofoonspel met expressieve abstracte muziek verweven wordt (naar Ornette Coleman's ''Free Jazz'' ideaal). Daarmee is hij ook gelijk een pendant van Ornette Coleman. Waar Coleman deze type jazz in de Verenigde Staten in deze jaren meer zou doorontwikkelen en daar een platform voor wist te creëren, zo deed Harriott dat in de zelfde periode in het Verenigd Koninkrijk. Helaas wist Harriott in het VK niet de waardering en ruimte te krijgen die Coleman kreeg in de Verenigde Staten en werd hij gedwongen toegankelijke bop te blijven spelen met spaarzame ruimte voor vrije improvisatie. Wrang detail dat Harriott's platen in de Verenigde Staten steeds de meest enthousiaste recensies kregen. Daar genoot hij wel enige populariteit.
Dit ''Movement'' is nog steeds een zeer sterk plaatje, maar net iets minder dan zijn voorganger ''Abstract'' - een klein meesterwerk als je het mij vraagt. Het fijne aan Harriott's collectief is de afwisseling tussen bop en de abstrace segmenten. ''Morning Blue'' en ''Count Twelve'' zijn typische late night bop composities en niet te versmaden. Composities als ''Spaces'' en ''Movement'' zijn daarentegen vervreemdende expressieve improvisaties en daarmee een mysterieus luistergenot. Harriott wist deze muziekstromingen echter ook prima op één-en-dezelfde compositie te versmelten. Neem nou het tweede nummer; ''Beams''. Harriott opent fel met zijn saxofoon en zijn band neemt die houding en karakter over, maar weet wel een zeer toegankelijke en beweeglijke ruimte te scheppen waarop Harriott naar gerieven kan soleren.
Een absolute must om het werk van Harriott uit te pluizen als je liefhebber bent van vrije muziek/jazz; je geïnteresseerd bent in de historie van jazz in het Verenigd Koninkrijk en als je als liefhebber van de toegankelijkere jazz een brug wilt vinden richting de meer avontuurlijke zijde van jazz. En van daaruit kan de rit écht beginnen.
4/5
Dit ''Movement'' is nog steeds een zeer sterk plaatje, maar net iets minder dan zijn voorganger ''Abstract'' - een klein meesterwerk als je het mij vraagt. Het fijne aan Harriott's collectief is de afwisseling tussen bop en de abstrace segmenten. ''Morning Blue'' en ''Count Twelve'' zijn typische late night bop composities en niet te versmaden. Composities als ''Spaces'' en ''Movement'' zijn daarentegen vervreemdende expressieve improvisaties en daarmee een mysterieus luistergenot. Harriott wist deze muziekstromingen echter ook prima op één-en-dezelfde compositie te versmelten. Neem nou het tweede nummer; ''Beams''. Harriott opent fel met zijn saxofoon en zijn band neemt die houding en karakter over, maar weet wel een zeer toegankelijke en beweeglijke ruimte te scheppen waarop Harriott naar gerieven kan soleren.
Een absolute must om het werk van Harriott uit te pluizen als je liefhebber bent van vrije muziek/jazz; je geïnteresseerd bent in de historie van jazz in het Verenigd Koninkrijk en als je als liefhebber van de toegankelijkere jazz een brug wilt vinden richting de meer avontuurlijke zijde van jazz. En van daaruit kan de rit écht beginnen.
4/5
Joe Henderson - Black Is the Color (1972)

4,0
7
geplaatst: 28 mei 2020, 14:09 uur
Door de jazzpundits werd dit album ten tijde van de release, en eigenlijk ook in de daaropvolgende decennia, enigszins verguisd. Zeker naar Joe Henderson-maatstaven; de man kreeg zelden een negatieve review naar z'n hoofd geslingerd. Ook anno 2020 wordt amper een kritische noot geuit over Henderson. Terecht of niet, dat laat ik in het midden. Wat wel vaststaat is dat ''Black is the Color'' haast als een omissie in zijn discografie wordt behandeld. Zelfs bij besprekingen over zijn periode bij het Milestone-label wordt het album maar weinig genoemd. Recensies zijn er gering en zelden positief. De reden daarvoor is mijn inziens niet moeilijk te achterhalen. Dit is een knip- en plakwerk album en in die tijd werd dat alleen van koning Miles Davis gepikt. Goed, ik chargeer misschien. Evenwel is het niet moeilijk voor te stellen dat dit werk voor de jazzaficionados wellicht ''niet puur genoeg'' en ''té gekunsteld'' en ''té elektrisch'' is. Bullshit wat mij betreft. Ik zou willen betogen dat dit juist een van Henderson's meest geïnspireerde albums is, waar meer dan een zekere enthousiaste experimenteerdrift vanaf straalt.
Allereerst moeten we stilstaan bij het feit dat we met het noemen van Miles Davis ook direct ontegenzeggelijk dé grote inspirator van dit album hebben achterhaald. Henderson ''dabbelde'' reeds aan het eind van de jaren 60 bij het Milestone-label al meer en meer in de wondere wereld van fusion, jazzrock en funk. In het hardbop-genre had hij inmiddels zo'n beetje alle paden wel bewandeld en begon hij een beetje te stagneren; zijn albums werden enigszins repetitief en voorspelbaar. Dikwijls greep hij terug naar composities uit het verleden. Nieuwe composities ontbrak het vaak aan een zekere spanning. De inspiratiebronnen droogden langzaam op. Tótdat ''In a Silent Way'' - en later ''Bitches Brew'' - als een komeet insloeg en jazzrock – fusion – dé shit werd. Tuurlijk, Henderson had ook de kant richting de freejazz (die andere grote opkomende stroming dezer jaren) kunnen kiezen, maar met zijn voorliefde voor calypso en latinritmes werd de weg richting fusion wellicht eenvoudiger ingeslagen.
Wat ook helpt is dat Hendo in deze jaren de luitenant van Herbie Hancock was. Herb' maakte in die jaren net de switch naar zijn inmiddels kenmerkende funky jazzstijl en samen werkten zij die stijl in die jaren tot in het perfecte uit. Denk bijvoorbeeld maar aan hun werk als sidemen op Freddie Hubbard's klassiekers ''Red Clay'' en ''Straight Life''. En hoewel Herb' op deze worp van Henderson ontbreekt (hij deed in 1969 wel mee op ''Power to the People''), is zijn invloed goed terug te horen op ''Black is the Color''. Natuurlijk in George Cables' subtiele spel op de elektrische piano, maar ook in de vette en smerige wonky elektrische bas van Ron Carter (en Dave Holland op contrabas) en de drumclaps van Jack DeJohnette (luister bijvoorbeeld eens het intro van ''Foregone Conclusion'' – typische Hancock motiefjes). Laat mij echter terugkomen op de grootste inspirator; Miles Davis. Op ''Bitches Brew'' en zijn jaren 70 albums – zoals ''Get Up With It'' – hanteerde Davis een knip- en plakwerkwijze door uit verschillende sessies onderdelen te knippen en deze te plakken over- en in opnames uit andere sessies.
Henderson pakt het iets anders aan als Miles door één sessie te gebruiken als basisopname en daarover vervolgens via een multitrack recorder tot wel 16 verschillende overdubs toe te voegen. Die overdubs bestonden uit segmenten van reeds bestaande sessies van de gehele begeleidingsband, alsook nieuwe individueel ingespeelde secties van de muzikanten. Het album is veelal percussiegedreven, maar Henderson balanceert dat door zelf naast zijn tenorsaxofoon ook een scala aan fluiten en saxofoons te bespelen die vervolgens gretig worden gebruikt voor overdubs. Soms zit Hendo met wel drie ''versies'' van zichzelf te soleren. Wat dat betreft is ''Black is the Color'' een écht studiowerk. En het knappe is dat het resultaat een ontzettend vloeiend, en bij vlagen zelfs aanstekelijk, geheel is. Het album is wat mij betreft een stuk ambitieuzer dan zijn vroegere werk voor het Milestone-label. Goed, er was al het nodige verkenningswerk vooraf gedaan door Miles Davis en ook verscheidene rockmuzikanten wisten verschillende studiofoefjes met multitracks hun eigen te maken, maar toch levert Joe Henderson uiterst origineel werk af. Zeker ''Current Events'' is een originele en vervreemdende compositie met verschillende lagen van Henderson's saxofoonsolo's op de tenor die in juxtapositie worden gebracht tegen verschillende lagen van David Horowitz' synthesizer experimenten. Ook de bassen, elektrische piano en drums zijn verschillende malen gedubd om er een bizar, surrealistisch, maar bovenal een zeer indrukwekkend geheel van te maken. Enkel de fade-out laat mogelijk te wensen over, maar doet verder weinig afbreuk aan de compositie.
Aanbevolen.
Allereerst moeten we stilstaan bij het feit dat we met het noemen van Miles Davis ook direct ontegenzeggelijk dé grote inspirator van dit album hebben achterhaald. Henderson ''dabbelde'' reeds aan het eind van de jaren 60 bij het Milestone-label al meer en meer in de wondere wereld van fusion, jazzrock en funk. In het hardbop-genre had hij inmiddels zo'n beetje alle paden wel bewandeld en begon hij een beetje te stagneren; zijn albums werden enigszins repetitief en voorspelbaar. Dikwijls greep hij terug naar composities uit het verleden. Nieuwe composities ontbrak het vaak aan een zekere spanning. De inspiratiebronnen droogden langzaam op. Tótdat ''In a Silent Way'' - en later ''Bitches Brew'' - als een komeet insloeg en jazzrock – fusion – dé shit werd. Tuurlijk, Henderson had ook de kant richting de freejazz (die andere grote opkomende stroming dezer jaren) kunnen kiezen, maar met zijn voorliefde voor calypso en latinritmes werd de weg richting fusion wellicht eenvoudiger ingeslagen.
Wat ook helpt is dat Hendo in deze jaren de luitenant van Herbie Hancock was. Herb' maakte in die jaren net de switch naar zijn inmiddels kenmerkende funky jazzstijl en samen werkten zij die stijl in die jaren tot in het perfecte uit. Denk bijvoorbeeld maar aan hun werk als sidemen op Freddie Hubbard's klassiekers ''Red Clay'' en ''Straight Life''. En hoewel Herb' op deze worp van Henderson ontbreekt (hij deed in 1969 wel mee op ''Power to the People''), is zijn invloed goed terug te horen op ''Black is the Color''. Natuurlijk in George Cables' subtiele spel op de elektrische piano, maar ook in de vette en smerige wonky elektrische bas van Ron Carter (en Dave Holland op contrabas) en de drumclaps van Jack DeJohnette (luister bijvoorbeeld eens het intro van ''Foregone Conclusion'' – typische Hancock motiefjes). Laat mij echter terugkomen op de grootste inspirator; Miles Davis. Op ''Bitches Brew'' en zijn jaren 70 albums – zoals ''Get Up With It'' – hanteerde Davis een knip- en plakwerkwijze door uit verschillende sessies onderdelen te knippen en deze te plakken over- en in opnames uit andere sessies.
Henderson pakt het iets anders aan als Miles door één sessie te gebruiken als basisopname en daarover vervolgens via een multitrack recorder tot wel 16 verschillende overdubs toe te voegen. Die overdubs bestonden uit segmenten van reeds bestaande sessies van de gehele begeleidingsband, alsook nieuwe individueel ingespeelde secties van de muzikanten. Het album is veelal percussiegedreven, maar Henderson balanceert dat door zelf naast zijn tenorsaxofoon ook een scala aan fluiten en saxofoons te bespelen die vervolgens gretig worden gebruikt voor overdubs. Soms zit Hendo met wel drie ''versies'' van zichzelf te soleren. Wat dat betreft is ''Black is the Color'' een écht studiowerk. En het knappe is dat het resultaat een ontzettend vloeiend, en bij vlagen zelfs aanstekelijk, geheel is. Het album is wat mij betreft een stuk ambitieuzer dan zijn vroegere werk voor het Milestone-label. Goed, er was al het nodige verkenningswerk vooraf gedaan door Miles Davis en ook verscheidene rockmuzikanten wisten verschillende studiofoefjes met multitracks hun eigen te maken, maar toch levert Joe Henderson uiterst origineel werk af. Zeker ''Current Events'' is een originele en vervreemdende compositie met verschillende lagen van Henderson's saxofoonsolo's op de tenor die in juxtapositie worden gebracht tegen verschillende lagen van David Horowitz' synthesizer experimenten. Ook de bassen, elektrische piano en drums zijn verschillende malen gedubd om er een bizar, surrealistisch, maar bovenal een zeer indrukwekkend geheel van te maken. Enkel de fade-out laat mogelijk te wensen over, maar doet verder weinig afbreuk aan de compositie.
Aanbevolen.
John Frusciante - Inside of Emptiness (2004)

2,0
0
geplaatst: 21 februari 2011, 00:39 uur
Nou dan schrijf ik de review nu maar alvast 
Inside of Emptiness, 1 van de 4 platen van Frusciante uit 2004.
Ik stelde voorafgaand wat hoge eisen.
Dit zou totaal iets anders zijn de RHCP en dat is het ook.
Maar toch was het een teleurstelling.
Het begint scheurend en vol energie.
Een beetje stoner achtig zelfs.
John kan ook nog aardig zingen.
Alleen wel zeurderig, komt door de zanglijn.
De stem is goed voor de rest.
Het nummer zelf houd het wel en is een goede opener.
The World's Edge, erg zeurderig nummer.
Saai als de neten, de zang interesseert me niet en de instrumentatie ook niet.
Leuke terugblik op zijn leven meer niet.
Inside a Break weet al meer te overtuigen.
Lekker gitaar deuntjes maar weer zo zeurderig gezongen.
Een beetje als dat verlegen jongetje van de RHCP.
Als hij energieker begint te zingen weet hij pas te overtuigen.
Niet zo sterk maar een leuk tussendoortje..
A Firm Kick is wat meer in de richting van de hedendaagse RHCP.
Een rustig popnummer wat wel lekker in het gehoor ligt.
Een nummer wat uitbundiger had gekunt.
Het is niet bepaald A Firm Kick..
Het volgende nummer roept herinneringen op van een band waarop ik niet kan komen.
Een bluesrock band, nog steeds actief.
Live veel gejam en op hun laatste album een collaboratie met Billy Gibbons.
Zelfde gitaar geluid.
Een niemandal, dat is Look On niet,
vrij standaard maar nog wel een erg fijne solo.
Emptiness veraad het nummer zelf al.
Leeg, er word dan wel lekker agressief gebeukt maar John's stem is zo vreselijk loom.
We weten dat hij agressief kan zingen maar dat doet hij niet.
Mis je kansen maar John..
I'm Around, gevoelig gezongen.
Het boeit me niet maar niet vervelend om naar te luisteren.
Te veel gefocust op zijn vervelende manier van zingen.
De gitaar had wel ietsje meer betrokken mogen zijn.
666, The number of the beast.
Hier doet John wat goed.
Hij laat alles los.
Zijn verleden, zijn nu en zijn toekomst.
Hij schreeuwt het uit en dat willen wij.
Interior Two is muzikaal weer oké maar John moet weer hinderlijk zingen.
Echt mijn ding niet, zo lijkt het.
Ingetogenheid, Frusciante is geen zanger maar gitarist.
Toch zingt hij en laat hij de gitaren rusten.
Erg jammer. Hij laat te weinig van zichzelf zien.
Een veels te ingetogen plaatje.
Saai, te weinig hoogtepunten en John gebruikt zijn sterkste punt heel erg weinig.
Meer gitaarspelen en minder lullen.
Ik kan kort over dit plaatje zijn, het heeft geen zin om alles heel uitgebreid te doen want het niks voor mij zo blijkt. Jammer, ik was hier heel benieuwd naar...

Inside of Emptiness, 1 van de 4 platen van Frusciante uit 2004.
Ik stelde voorafgaand wat hoge eisen.
Dit zou totaal iets anders zijn de RHCP en dat is het ook.
Maar toch was het een teleurstelling.
Het begint scheurend en vol energie.
Een beetje stoner achtig zelfs.
John kan ook nog aardig zingen.
Alleen wel zeurderig, komt door de zanglijn.
De stem is goed voor de rest.
Het nummer zelf houd het wel en is een goede opener.
The World's Edge, erg zeurderig nummer.
Saai als de neten, de zang interesseert me niet en de instrumentatie ook niet.
Leuke terugblik op zijn leven meer niet.
Inside a Break weet al meer te overtuigen.
Lekker gitaar deuntjes maar weer zo zeurderig gezongen.
Een beetje als dat verlegen jongetje van de RHCP.
Als hij energieker begint te zingen weet hij pas te overtuigen.
Niet zo sterk maar een leuk tussendoortje..
A Firm Kick is wat meer in de richting van de hedendaagse RHCP.
Een rustig popnummer wat wel lekker in het gehoor ligt.
Een nummer wat uitbundiger had gekunt.
Het is niet bepaald A Firm Kick..
Het volgende nummer roept herinneringen op van een band waarop ik niet kan komen.
Een bluesrock band, nog steeds actief.
Live veel gejam en op hun laatste album een collaboratie met Billy Gibbons.
Zelfde gitaar geluid.
Een niemandal, dat is Look On niet,
vrij standaard maar nog wel een erg fijne solo.
Emptiness veraad het nummer zelf al.
Leeg, er word dan wel lekker agressief gebeukt maar John's stem is zo vreselijk loom.
We weten dat hij agressief kan zingen maar dat doet hij niet.
Mis je kansen maar John..
I'm Around, gevoelig gezongen.
Het boeit me niet maar niet vervelend om naar te luisteren.
Te veel gefocust op zijn vervelende manier van zingen.
De gitaar had wel ietsje meer betrokken mogen zijn.
666, The number of the beast.
Hier doet John wat goed.
Hij laat alles los.
Zijn verleden, zijn nu en zijn toekomst.
Hij schreeuwt het uit en dat willen wij.
Interior Two is muzikaal weer oké maar John moet weer hinderlijk zingen.
Echt mijn ding niet, zo lijkt het.
Ingetogenheid, Frusciante is geen zanger maar gitarist.
Toch zingt hij en laat hij de gitaren rusten.
Erg jammer. Hij laat te weinig van zichzelf zien.
Een veels te ingetogen plaatje.
Saai, te weinig hoogtepunten en John gebruikt zijn sterkste punt heel erg weinig.
Meer gitaarspelen en minder lullen.
Ik kan kort over dit plaatje zijn, het heeft geen zin om alles heel uitgebreid te doen want het niks voor mij zo blijkt. Jammer, ik was hier heel benieuwd naar...
John Surman - John Surman (1968)

4,0
0
geplaatst: 12 juni 2015, 23:43 uur
Haast verrassend dat dit het werk is van een Brit. De A-kant swingt de pan uit met Caribische ritmes en een lekker warm exotisch geluid. Plezante sfeer met percussie om van te smullen en daarbij aanstekelijk pianospel met een soepele ondersteuning van de ritmesectie. Voeg daar nog eens makkelijk in het gehoor liggende blazerpartijen aan toe en je hebt een hele charmante plaat voor op een broeierige zomeravond.
Vervolgens verrast Surman vriend en vijand nogmaals door op de B-kant het roer volledig om te gooien met een kamerensemble op het spoor van de fusie die rond dezelfde tijd in Chicago plaatsvond in de
AACM - namelijk de fusie van freejazz en klassieke muziek. Onder andere all-stars Kenny Wheeler,
Dave Holland, Paul Rutherford en Harry Beckett doen mee op deze radicale twintig-minuten-durende
suite / uitbarsting van een collectief gepassioneerde en vernieuwende geestverwanten.
Waar je tijdens het eerste gedeelte van deze plaat comfortabel achteroverleunt en ontspannen luistert naar jofele muziek, wordt je op het tweede gedeelte met opwinding meegezogen in de gepassioneerde onstuimige experimenteerdrift van deze zotte lui! Dit is een plaat met vuur en gedrevenheid. Het is zwoel, exquis en aan het einde van de plaat ben je ongetwijfeld klammig van het meebewegen.
Vervolgens verrast Surman vriend en vijand nogmaals door op de B-kant het roer volledig om te gooien met een kamerensemble op het spoor van de fusie die rond dezelfde tijd in Chicago plaatsvond in de
AACM - namelijk de fusie van freejazz en klassieke muziek. Onder andere all-stars Kenny Wheeler,
Dave Holland, Paul Rutherford en Harry Beckett doen mee op deze radicale twintig-minuten-durende
suite / uitbarsting van een collectief gepassioneerde en vernieuwende geestverwanten.
Waar je tijdens het eerste gedeelte van deze plaat comfortabel achteroverleunt en ontspannen luistert naar jofele muziek, wordt je op het tweede gedeelte met opwinding meegezogen in de gepassioneerde onstuimige experimenteerdrift van deze zotte lui! Dit is een plaat met vuur en gedrevenheid. Het is zwoel, exquis en aan het einde van de plaat ben je ongetwijfeld klammig van het meebewegen.
Jon Hassell - Aka Darbari Java: Magic Realism (1983)

4,0
0
geplaatst: 20 december 2011, 21:22 uur
Aka Darbari Java: Magic Realism is wederom een sterk album van Jon Hassell. Na Dream Theory in Malaya, kwam dit surrealistische album. Nummer 2 in de trilogie die dit album, Dream Theory in Malaya en Clear Spot vormen.
Zoals ik al eerder zei, heeft dit album een surrealistisch sfeertje. In principe steekt de muziek - qua instrumenten - simpel in elkaar. Hassell's trompet is de basis en daarom heen worden er natuurlijke en elektronische geluiden gemuteerd tot een futuristische creatie. Het heeft constant een hallucinante sfeer, vooral dankzij het nogal ''warme en droge'' karakter van dit album. Alsof het in een tropisch regenwoud is opgenomen. Constante hitte en temparaturen van ver boven de 40 graden celsius. De muziek doet daarom ook soms denken aan een klassieke Italiaanse horrorfilm uit eind jaren 70 en begin jaren 80. Denk maar eens aan de soundtrack van ''Cannibal Holocaust''. Steeds die typische synths met spannende percussie. Het heeft duidelijk een broeierig sfeertje.
Aka Darbari Java: Magic Realism is een bevreemdend album van Jon Hassell. Hij haalt het beste van verschillende tijden en verschillende volken bij elkaar en voegt er ook nog eens de innovatie van de 20e eeuw bij: de computer. Dit zorgt er voor dat dit eigenlijk een soort van collage-album wordt, met futuristische stukken, kunstmatige golven van synthesizers, kosmische energie en bangmakende dissonantie. Duidelijk een zeer hoge 4/4.
Zoals ik al eerder zei, heeft dit album een surrealistisch sfeertje. In principe steekt de muziek - qua instrumenten - simpel in elkaar. Hassell's trompet is de basis en daarom heen worden er natuurlijke en elektronische geluiden gemuteerd tot een futuristische creatie. Het heeft constant een hallucinante sfeer, vooral dankzij het nogal ''warme en droge'' karakter van dit album. Alsof het in een tropisch regenwoud is opgenomen. Constante hitte en temparaturen van ver boven de 40 graden celsius. De muziek doet daarom ook soms denken aan een klassieke Italiaanse horrorfilm uit eind jaren 70 en begin jaren 80. Denk maar eens aan de soundtrack van ''Cannibal Holocaust''. Steeds die typische synths met spannende percussie. Het heeft duidelijk een broeierig sfeertje.
Aka Darbari Java: Magic Realism is een bevreemdend album van Jon Hassell. Hij haalt het beste van verschillende tijden en verschillende volken bij elkaar en voegt er ook nog eens de innovatie van de 20e eeuw bij: de computer. Dit zorgt er voor dat dit eigenlijk een soort van collage-album wordt, met futuristische stukken, kunstmatige golven van synthesizers, kosmische energie en bangmakende dissonantie. Duidelijk een zeer hoge 4/4.
Jon Hassell - Fourth World, Vol. 2: Dream Theory in Malaya (1981)

4,5
1
geplaatst: 24 december 2011, 02:11 uur
Op Aka Darbari Java wist Jon Hassell de sfeer en het gevoel van de Indonesische regenwouden vast te leggen. Op Dream Theory in Malaya legt hij de sfeer en het gevoel van de Malaisische folklore vast. Een soort van brug tussen wereldmuziek en de elektronische muziek in de geest van Stockhausen. (geen verrassing als je weet dat Hassell een leerling was van Stockhausen, maar ook van Pandit Pran Nath, een groot man in de wereldmuziek)
In dit 2e deel van de ''wereldse-trilogie'' weet Jon Hassell één thema telkens weer per nummer te verbreden. Het begint al bij het fragmentarische Chor Moire om er dan een herkenbaar motief ervan te maken in Courage. Dit levert een spanningsboog met de andere nummers op. Knap hoe Jon Hassell dit zo mooi laat klinken, terwijl het eigenlijk best simpel lijkt. Ook de instrumenten die hij gebruikt zijn simpel (beter woord, eenvoudig) te noemen. Zijn ongewoon klinkende trompet, (die altijd de basis lijkt te vormen) de percussie (die op ritmisch vlak enorm intensief is) en de elektronische effecten. Een soort van knooppunt tussen oud (de inheemse percussie) en nieuw. (de hypnotiserende elektronische effecten) Samen in goede banen geleidt door de bizar klinkende trompet die zich als een soort geest door het album waant.
Inheemse volkstammen, vogels, rivieren en natuurlijke geluiden mogen gehoord worden op dit album. Dat versterkt alleen maar het vredige gevoel, maar ook de tegenstelling in vergelijking met het surrealisme. Iets wat ook zeker aanwezig is op Dream Theory in Malaya. Malay is duidelijk het schoolvoorbeeld van hoe een combinatie tussen wereldmuziek en elektronische muziek zou moeten klinken. 4/5
In dit 2e deel van de ''wereldse-trilogie'' weet Jon Hassell één thema telkens weer per nummer te verbreden. Het begint al bij het fragmentarische Chor Moire om er dan een herkenbaar motief ervan te maken in Courage. Dit levert een spanningsboog met de andere nummers op. Knap hoe Jon Hassell dit zo mooi laat klinken, terwijl het eigenlijk best simpel lijkt. Ook de instrumenten die hij gebruikt zijn simpel (beter woord, eenvoudig) te noemen. Zijn ongewoon klinkende trompet, (die altijd de basis lijkt te vormen) de percussie (die op ritmisch vlak enorm intensief is) en de elektronische effecten. Een soort van knooppunt tussen oud (de inheemse percussie) en nieuw. (de hypnotiserende elektronische effecten) Samen in goede banen geleidt door de bizar klinkende trompet die zich als een soort geest door het album waant.
Inheemse volkstammen, vogels, rivieren en natuurlijke geluiden mogen gehoord worden op dit album. Dat versterkt alleen maar het vredige gevoel, maar ook de tegenstelling in vergelijking met het surrealisme. Iets wat ook zeker aanwezig is op Dream Theory in Malaya. Malay is duidelijk het schoolvoorbeeld van hoe een combinatie tussen wereldmuziek en elektronische muziek zou moeten klinken. 4/5
Jon Hopkins - Singularity (2018)

3,0
0
geplaatst: 2 mei 2018, 14:01 uur
Wat ik er elders over te melden had:
'Over het algemeen ligt het tempo wat lager met halve soundscapes en een behoorlijk laag bpm. Na Everything Connected verdwijnen de beats haast en blijven de soundscapes over (en enkele gestripte piano-based nummers à la Johann Johannsson). Die vind ik niet bijster origineel of uniek klinken. Wat Herman op de albumpagina schrijft 'hits close to home'. Niet veel nieuws onder de zon. Had op wat meer groovende songs (en dat heerlijke dikke flinterige geluid) als Emerald Rush gehoopt. Luminious Beings is tof. Langer dan noodzakelijk, maar een mooie zomerse score voor een reis/vakantie. Prima zomermuziek dus, maar inhoudelijk niet spectaculair.' Tegenvallertje dus. Wellicht groeit het nog wat. Vooralsnog hoor ik niet hetgeen wat Hopkins van vele andere artiesten die ambient/electronics/dance vermengen zou moeten onderscheiden.
'Over het algemeen ligt het tempo wat lager met halve soundscapes en een behoorlijk laag bpm. Na Everything Connected verdwijnen de beats haast en blijven de soundscapes over (en enkele gestripte piano-based nummers à la Johann Johannsson). Die vind ik niet bijster origineel of uniek klinken. Wat Herman op de albumpagina schrijft 'hits close to home'. Niet veel nieuws onder de zon. Had op wat meer groovende songs (en dat heerlijke dikke flinterige geluid) als Emerald Rush gehoopt. Luminious Beings is tof. Langer dan noodzakelijk, maar een mooie zomerse score voor een reis/vakantie. Prima zomermuziek dus, maar inhoudelijk niet spectaculair.' Tegenvallertje dus. Wellicht groeit het nog wat. Vooralsnog hoor ik niet hetgeen wat Hopkins van vele andere artiesten die ambient/electronics/dance vermengen zou moeten onderscheiden.
Josh T. Pearson - The Straight Hits! (2018)

2,0
0
geplaatst: 13 april 2018, 14:44 uur
Tsja, dit is nogal een gimmick geworden. Geen verrassing ook. In een interview met The Quietus gaf hij al aan dat hij deze plaat in drie dagen heeft gemaakt waarbij elke song aan een vijftal regels moest voldoen (zodat het 'hits' zouden worden). Eigenlijk alles dus, wat zijn voorgaande - ietwat stuurloze - studioplaat niet is. Zo nu en dan komen er geforceerd vrolijk arrangementen boven drijven (de eerste drie Straights bijvoorbeeld), maar er blijft een hoop zwartgalligheid over en dat past Pearson dan weer wel (zij het allemaal wat weinig overtuigend uitgevoerd). Dat zorgt voor een incoherent en chaotisch album met een Pearson die zichzelf - of is het vooral de luisteraar? - voor gek zet en parodieert. En ik vraag mij af of dat echt helemaal de bedoeling is.
Ergens klinkt het inderdaad alsof hij een grapje uithaalt met alles en iedereen (die pathetische Texas snik in zijn stem, de regels, natuurlijk al die straights), maar meestal krijg ik toch het idee dat het best serieus is bedoeld. Er zijn toch wel degelijk serieuze invloeden te horen van typische zuiderlijke Amerikaanse singer-songwriters in de (alt) country scene. En ook qua popinvloeden lijkt hij zo nu en dan zijn innerlijke Bruce Springsteen (2e nummer bijvoorbeeld) te willen laten horen. Ook met zijn stem probeert hij zo nu en dan te experimenteren (het eerder aangehaalde accent, zijn kopstem etc.) Het slaagt allemaal alleen niet. Ook het door de critici wel gewaardeerde 'Loved Straight to Hell' vind ik vrij matig. Op zich een lekker stuurloze garagerock/shoegaze sound vol met distortion, doch inhoudelijk weinig nieuws onder de zon. Dat is wel het kantelpunt van het album. Net als je denkt dat het allemaal gaat ontaarden slaat de plaat over naar cliché country-rock met dito cliché teksten. Zo nu en dan een aardige vondst (teksten schrijven is hij nog niet helemaal verleerd), maar niet overtuigend. Het klinkt allemaal prima, maar met de manier hoe Pearson zingt valt het moeilijk serieus te nemen. 'A Love Song (Set Me Straight)' met blazers en al is dan verrassend genoeg best fijn.
Al met al is dit album ook weer geen desastreuze ramp zoals eigenlijk door iedereen werd verwacht, maar het blijft een weinig overtuigend werkje dat duidelijk te vluchtig in elkaar is gezet door een Pearson die zelf ook lijkt te twijfelen of hij hierover serieus is of niet.
Ergens klinkt het inderdaad alsof hij een grapje uithaalt met alles en iedereen (die pathetische Texas snik in zijn stem, de regels, natuurlijk al die straights), maar meestal krijg ik toch het idee dat het best serieus is bedoeld. Er zijn toch wel degelijk serieuze invloeden te horen van typische zuiderlijke Amerikaanse singer-songwriters in de (alt) country scene. En ook qua popinvloeden lijkt hij zo nu en dan zijn innerlijke Bruce Springsteen (2e nummer bijvoorbeeld) te willen laten horen. Ook met zijn stem probeert hij zo nu en dan te experimenteren (het eerder aangehaalde accent, zijn kopstem etc.) Het slaagt allemaal alleen niet. Ook het door de critici wel gewaardeerde 'Loved Straight to Hell' vind ik vrij matig. Op zich een lekker stuurloze garagerock/shoegaze sound vol met distortion, doch inhoudelijk weinig nieuws onder de zon. Dat is wel het kantelpunt van het album. Net als je denkt dat het allemaal gaat ontaarden slaat de plaat over naar cliché country-rock met dito cliché teksten. Zo nu en dan een aardige vondst (teksten schrijven is hij nog niet helemaal verleerd), maar niet overtuigend. Het klinkt allemaal prima, maar met de manier hoe Pearson zingt valt het moeilijk serieus te nemen. 'A Love Song (Set Me Straight)' met blazers en al is dan verrassend genoeg best fijn.
Al met al is dit album ook weer geen desastreuze ramp zoals eigenlijk door iedereen werd verwacht, maar het blijft een weinig overtuigend werkje dat duidelijk te vluchtig in elkaar is gezet door een Pearson die zelf ook lijkt te twijfelen of hij hierover serieus is of niet.
Juana Molina - Halo (2017)

4,0
2
geplaatst: 3 april 2017, 17:00 uur
Net als op Wed 21 is Halo een stuk elektronischer (prachtige verbastering, ik weet het) dan het oudere werk van Molina. Ik vind echter dat ze op Halo weer een stuk meer de spirituele en hypnotiserende kant opzoekt, hetgeen mij zo ontzettend aangreep in Un Día. Dan scheelt het mij weinig dat ze vroeger vaker haar akoestische gitaar erbij pakte dan heden, of dat nu meer hallucinante techno gebruikt wordt als begeleiding dan toen, of dat er nu beats te horen zijn. Het effect blijft hetzelfde. Het is speels, swingt als de malle en Molina flirt weer fijn met allerlei invloeden uit bijvoorbeeld het minimalisme, sample-collages, Spaanse traditionals, psychedelica en moderne minimalistische folk en techno. Gewoon mooi. Alweer.
Juana Molina - Un Día (2008)

5,0
0
geplaatst: 20 februari 2012, 22:51 uur
Juana Molina weet mij met dit album op een indrukwekkende manier te verrassen. Vanaf de eerste secondes van Un Día tot aan de laatste secondes van (Qué Difícil) weet Molina mij onder te dompelen in swingende hallucinante electronica en ronduit bedwelmende sfeermakende settings. De samples zijn van optimale klasse en de combinatie van swingende oud-Hollywoodachtige muziek, catchy pop, bedachtzame doch magistrale samples en soepele, speelse, minimalistische folk werkt zo hypnotiserend dat ik helemaal op ga in dit album. Magnifiek! 5/5
