MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Ataloona als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Vampire Rodents - Lullaby Land (1993)

poster
4,5
Lullaby Land is een lastig te omschrijven album. Het bevat te veel onderdelen om volledig te kunnen uitleggen of te beschrijven. In principe kun je het zien als een collage-album. Er word veel gesampled, elk nummer is weer verschillend van het andere en er word een arsenaal aan muziekstijlen gebruikt op dit album.

Ten eerste de meest aanwezige muzikanten van deze plaat:
- Andrea Akastia – cello, violin
- Daniel Vahnke (Anton Rathausen) – vocals, sampler, guitar
- Victor Wulf – piano

Daniel Vahnke speelt de grootste rol op dit album. Zijn samples zijn gedurende de hele plaat en op elk nummer duidelijk hoorbaar. Hij haalt zijn inspiratie uit veel oude avant-garde muzikanten als Frank Zappa uit zijn Mothers of Invention tijd en The Residents. (Een zeer invloedrijke band die opvielen met hun schurende gitaren en experimenten) Ook de teksten van Daniel zijn niet heel vredig en geven de plaat een duistere tint mee. Teksten over de VN als genocide bekijkers, nazi's die alleen goed zijn als ze dood zijn, drive-by shootings en nog meer spraakmakende teksten over onderwerpen uit die tijd. Deze ernstige teksten worden ook op elk nummer weer op een andere manier gezongen en begeleid.

Het album kan zich het beste omschrijven als een industrialcollage-album met invloeden uit de klassieke muziek, (vooral componisten als Stravinsky) jazz en avant-garde. Ook komen er geregeld samples uit films, series en musicals voorbij - althans - zo lijkt het. De drumcomputer heeft telkens een typische uptempo industrialbeat en de gitaar van Daniel laat vooral indrukwekkende en scheurende heavymetalriffs te voorschijn komen. Andrea Akastia speelt ook een mooie rol. Zijn cello en vioolspel zijn telkens op een prachtige manier te horen. Vaak werkt dat onheilspellend en het voegt altijd wat toe. Vooral door het samplegebruik van Daniel kan Akastia zichzelf vaak laten horen door niet alleen zijn spel toe te voegen, maar ook om de sfeer te zetten. Hij drukt duidelijk zijn stempel op deze plaat. Ook pianist Victor Wulf speelt een significante rol op dit album. Zijn pianospel is donker, spannend en duidelijk te herkennen.

Dit album bewijst wat voor een schizofrene, maar briljante band Vampire Rodents wel niet is. Er lijkt totaal geen samenhang op deze plaat te zitten, maar toch is er een soort van chaotische continuïteit waardoor het album toch een soort van geheel word op zijn geheel eigen manier. Kakafonische wanorde, duistere en kwaadaardige experimenten en een angstaanjagende collage zijn het resultaat van de verontrustende breinen die zich hebben vermengd op Lullaby Land. 4,5*

Varg - Nordic Flora Series Pt. 3 (2017)

Alternatieve titel: Gore-Tex City

poster
3,5
Een tandje te lang om echt de volledige speelduur indruk te maken. Voor nu staan er aardige vondsten op waarmee ik mij aardig kan vermaken. Zeker het gespleten tweeluik Red Line, Euros & Euros en Gore-Tex zijn zeer sterk en interessant. Een Gore-Tex of de afsluiter wil bijvoorbeeld erg neigen naar Pye Corner Audio, maar voor de rest begint Varg een eigen stijl te ontwikkelen. Bijzondere combinatie ook op Red Line II, waarop de populaire Amerikaanse rapper (wat doet hij hier eigenlijk?) Yung Lean met zijn binnenmondse slacker rapstijl (en een stuk auto-tune) erg goed blijkt te passen bij de trage, doch melodische soundscapes van Varg. Ik blijf er echter bij dat 75 minuten net wat te lang is en dat sommige nummers net teveel vermaak in zich hebben en anderen teveel voortslepen. Desalniettemin is het wel onderdompeling in trippende melodieën en een zachte brei aan elektronica en beats.

Verneri Pohjola - The Dead Don't Dream (2020)

poster
3,5
Ataloona schreef:
Ik was deze nog niet eerder tegengekomen, maar ik zal 'm weldra eens de revue laten passeren. Merci bien!


Inmiddels dat een aantal keer gedaan. Aanvankelijk was ik bij mijn eerste luisterbeurt een beetje bang dat dit hele keurige softjazz in kwartetvorm zou zijn. Dat vooroordeel leek ook een beetje uit te komen bij het aanhoren van de opener ''Monograph''. Toch begon mij gaandeweg het album steeds meer het gevoel te bekruipen dat hoewel de muziek vooral harmonieus is en zeer makkelijk valt te verorberen, er toch zeker wel een hoop muzikaliteit valt te bespeuren. Hetgeen een paar dagen later ook bevestiging kreeg na een aantal ondernomen luisterbeurten. Die muzikaliteit is op diezelfde opener al goed hoorbaar met een strakke ritmesectie die Pohjola alle ruimte geeft om rustig te soleren op zijn trompet. Misschien erg netjes, maar het is ook niet altijd noodzakelijk om disruptief rond te tetteren. Er volgen echter composities met een sterkere spanningsboog.

Op ''Wilder Brother'' wordt gelukkig gelijk de vuilkuil omzeild om weer een soortgelijke compositie te serveren waarop Pohjola's trompetsolo's het hoofdgerecht vormen. Ditmaal kiest men ervoor om een gastmuzikant in te zetten als solist op sopraansaxofoon. Pohjola klinkt ook gelijk het meest levendig zodra hij in duel treedt met onze gast sopraan. Tevens krijgt de pianist (die continu ook de nodige elektronische soundscapes creëert) meer ruimte om te interrumperen. Met die afwisseling begin je ook frisser aan ''Voices Heard'', het hoogtepunt van het album, waarop Pohjola gelijk inzet met een lange trompetsolo. Deze track is iets minimaler, daar het basso continuo aanvankelijk in de eerste 3 minuten slechts wordt gehouden door de piano. De drums en contrabas dragen alleen bij aan de sfeerbouwende setting en niet aan het ritme. Later neemt de bas echter over van de piano om het ritme aan te houden en is het de beurt aan de pianist om een solo in te zetten die niet zou misstaan in een jaren 40 nachtclub om 03.00 uur 's nacht. Dit zijn composities zonder ook maar een disjunctieve noot, maar in haar dromerige verfijndheid bijzonder goed in elkaar steken.

Na een wat minder spannende compositie volgt het titelnummer. ''The Dead Don't Dream'' begint haast als een popsong met catchy pianospel, een lekker percussieritme en een licht-elektronische sound. Tegen dat bekoorlijke ritme speelt Pohjola een trompetsolo die meer aanvoelt als melodie dan als solo. Het vormt als het ware een geheel met het ritme en daarmee minder als een jazzcompositie waarin de afzonderlijke instrumenten vaak zeer onderscheidenlijk zijn. Dat veranderd pas halverwege wanneer de pianist zijn ritornello achterwege laat en langzaam Pohjola afwisselt als solist met een evenzeer zo rustige solo. Die pianist heet overigens Tuomo Prättälä. Laten we hem maar eens bij naam noemen nu hij zich langzaam ontpopt als de low-key ster van het album. ''Argillo'' wijkt daarna met haar improvisatieve karakter enigszins af van de rest van het album, maar kent ook terugkerende bas- en pianomotiefjes zodat de luisteraar (en ook de solist) niet verdwaald raakt. Misschien is de muziek soms ietwat te veilig omkaderd, maar Pohjola bewandeld genoeg buiten de gewandelde paden om de luisteraar te blijven boeien en iets af te leveren dat genoeg afwijkt. Een fijn rustgevend album dat de positieve berichten hierboven waard is.

Vijay Iyer & Rudresh Mahanthappa - Raw Materials (2006)

poster
4,0
God, wat is Rataplan bezwerend en extatisch. Spontane zweetaanval op een bedwelmende klamme zomeravond. Intens plaatje waarop Rudresh nog relatief nat achter de oren is in het jazzwereldje, maar waarop hij eens te meer bewijst onbetwist een groot muzikant te zijn. Zo maakt hij ze tegenwoordig niet meer, al mag zijn recentere werk er ook zeker zijn. Het is echter misschien wel Iyer die hier de show steelt. Rudresh lijkt Iyer met zijn spel constant te stimuleren en uit te dagen, waardoor het vooral Iyer is die zich constant laat gaan. Perfecte combinatie wat mij betreft. Ze mogen best weer eens bij elkaar komen om dit plaatje een vervolg te doen geven.

Vijay Iyer Sextet - Far from Over (2017)

poster
3,5
Ik denk niet dat ik Vijay beter en georganiseerder heb gehoord in een meerstemmig collectief als met dit nieuw samengesteld sextet. Met onder meer Steve Lehman en bassist Stephan Crump in de gelederen heeft hij ook wel de crème de la crème van de Amerikaanse postmoderne kamerjazz te pakken. Prima plaat, doch wel ietwat conventioneel voor Iyers doen. Wanneer het echter wel ontzettend knarst - zoals in het zo toepasselijk genoemde Threnody - zit ik nochtans direct op het puntje van mijn stoel. Zo'n kunstenaar is de man dan weer wel. Verder vind ik Far from Over niet gelijk even spannend als bijvoorbeeld man's werk met Rudresh Mahanthappa, maar wel sterk en modern verpakt met swingende ritmiek en slim samenspel. Voor de de onbekenden met de Amerikaanse jazzscene anno 2017 een zekere aanrader. Daarnaast krijg je het lekkerste jazznummer van het jaar erbij: Nope. Bijzonder catchy!

Vinny Golia - Spirits in Fellowship (1977)

poster
4,0
Ik geloof dat we voor mensen als Vinny Golia het woord ''virtuoos'' hebben uitgevonden. Golia bespeelt op zijn debuut als bandleider diverse houtblazers (tenor- en baritonsax, piccolo en twee verschillende fluiten), priegelt met wat opnameapparatuur; zorgt met percussie en gongs voor de nodige achtergrondversiering en experimenteert onder invloed van de werken van Toru Takemitsu met de sho, het mystieke Japanse blaasinstrument. Hij wordt daarnaast, ironisch genoeg, ondersteunt door meester klarinettist John Carter (evenzo virtuoos als Golia en een nog groter componist) die in tegenstelling tot Golia bekend staat als een schoenmaker die altijd bij zijn leest is gebleven. Carter wist zich grootmeester te maken van de klarinet en bleef sindsdien zijn trouwe instrument altijd monogaam trouw. Golia's kwartet wordt gecompleteerd door vaste collaboratiepartners Roberto Miranda op contrabas en Alex Cline (tweelingbroer van Nels, die hier zelf als geluidsingenieur van dienst is) op drums.

Golia's experimenteerdrift en virtuositeit op de diverse blaasinstrumenten zorgt voor het grootste deel voor het ontzettend speelse, opgewekte en enthousiaste karakter van dit exploratieve freejazz plaatje. Dat andere deel ligt het 'm in het duidelijk hoorbare speelplezier tussen blaasgiganten Golia en Carter die gretig van elkaar overnemen. Bijvoorbeeld op de vierde van de vijf originele composities (met ieder een eigen concept), ''Sky King''. Golia leidt de track solo in met een lange rustig uitgesponnen solo op de baritonsax waarna Carter op klarinet (begeleidt door de ritmesectie ) overneemt en Golia tracht te overtreffen. Het antwoord van Golia kan uiteraard niet lang uitblijven en die gaat subtiel, doch passief agressief het duel aan zonder de compositie uit het oog te verliezen - u hoort het: puntje van de stoel-muziek.

Door de primaire rol van de blazers is de ritmesectie wellicht een beetje het ondergeschoven kind (verwacht niet al te veel ruimte voor solo's van die kant), maar dat is inherent aan de essentialia van deze plaat; het etaleren van Golia's liefde voor de houtblazers. Feit is wel dat de ritmesectie daar voortreffelijk aan bijdraagt met sterke heldere basritmes, goede timing en lekkere spontane drumfills. Op ''Sequence'' zijn de kwartetleden waarschijnlijk het meest aan elkaar gelijk. Zowel de ritmesectie als Carter en Golia (ditmaal op fluit) hebben een evengrote rol en krijgen alle ruimte om met z'n vieren tegelijkertijd te soleren. Dit, zonder de melodische harmonie uit het oog te verliezen.

Helaas is ''Spirits in Fellowship'' het lot van de vergetelheid niet bespaard gebleven. Ook Vinny Golia moest aan datzelfde lot geloven, ondanks genoeg kritische waardering voor zijn werk in de jaren 80. Gelukkig lijkt hij in recente jaren uit de relatieve obscuriteit te ontsnappen via projecten met een breder bereik (zoals enkele sessies voor het Astral Spirits label en de elektrische herbewerking van Trane's ''A Love Supreme'' uit 2019). Nu nog hopen dat het publiek ook naar Golia's obscuur gebleven vroegere werk trekt.

Von Lmo - Cosmic Interception (1994)

poster
5,0
Zelden zo geïmponeerd bij een eerste luisterbeurt van een album. Een plaat afkomstig uit de cyberpunk tijd en dat is ook goed te horen. De muziek is snel, mechanisch en vol met energie en passie. Een mix van no-wave, punk, mechanische gitaarrock en space-rock. Dit komt voor op het hele album, maar ook op 1 nummer: Het meesterlijke experiment Shake, Rattle & Roll waar de jazz van Sun Ra, The MC5, 50's rock 'n' roll en cyberpunk bij elkaar komen.

Von Lmo staat synoniem voor rocklegende Frankie Cavallo. Niet een enorm bekende naam, maar wel in de muziekindustrie. Dat de man talent had en een geweldig muzikant was bestaat geen twijfel over, maar dat is niet waar hij om bekent staat. Hij heeft een anti-muziekwereld houding, hij claimt dat hij van een andere planeet komt, hij claimt dat hij in de jaren 20 is geboren als een Ciciliaanse gangster, hij heeft meerdere verslavingen gehad en hij heeft erg vaak in de bak gezeten. En ook al heeft hij in tal van bands gezeten en hij al jaren actief is heeft hij vrij weinig muziek uitgebracht. Komt vooral door zijn houding jegens de muziekindustrie en zijn gevangenisstraffen. (vorig jaar is hij weer eens vrij gekomen) Echter is dit album een meesterwerk van dit onbegrepen genie die helaas zo is ontregeld. Misschien nog wel erger dan Peter Green. (Ex-Fleetwood Mac) Ondertussen toert hij weer, maar ik heb geen idee of hij nog met materiaal komt.

Echter is hij een cultlegende geworden in de jaren 80 dankzij geruchten dat hij in woede aanvallen zelfs zijn eigen albums heeft verwoest. Jammer dat deze legende niet voorleeft op musicmeter. Hier een quote uit het boekje van dit album: "Having solved the problems on Strazar, VON LMO has returned to Earth. Through the miracle of suspended animation and supertuminic space travel he has grown younger and stronger and is once again creating alternate realities in sounds and visions here on Earth. VON LMO is determined to help you ADVANCE YOURSELF!"

Gelukkig is de muziek een geniale weergave van zijn houding en gedachtengang. Alleen al de vage, spacey teksten die doen denken aan acts als bijvoorbeeld Gong. Of het gebruik van de saxofoon op nummers als Radio World en Leave Your Body. De snelheid van de nummers, het mechanische geluid, de space-rock instrumentatie van Hawkwind passen perfect bij de saxofoon. Dit laat goed zien wat een genie deze man wel niet is. Over het hele album hangt een duistere futuristische sfeer dankzij de keyboards. Het album geeft ons een onwaarschijnlijk ''soundpalet'' van mechanische metal en catchy pop. Soms draagd de saxofoon bij aan de catchy pop, maar soms komt de saxofoon zo snijdend uit de hoek, alsof Albert Ayler voor ons staat te spelen.

Von Lmo IS rock ''n'' roll en dat laat hij hier ook blijken met deze ''underground klassieker''. Als u dit besluit te luisteren... Bereid u dan voor op een flinke portie ''Woo's'', een mix van no-wave en jazzgiganten als Albert Ayler en Sun Ra, verwijzingen naar zijn leven op aarde en zijn thuisplaneet Strazar en briljante cyberpunk.

Bent u nog niet overtuigd, dan hier een recensie van muzikant en auteur Julian Cope. Beschrijft perfect wat ik vind van dit geweldige album. Zonder twijfel perfectie en hij gaat gelijk mijn top 10 in. 5*