MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Ataloona als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Gallon Drunk - You, the Night ... and the Music (1992)

poster
4,5
Gallon Drunk levert met You, the Night ... and the Music toch wel een hele sterke plaat af. James Johnston, Mike Delanian, Joe Byfield en Nick Coombes zijn te horen op deze plaat. Vooral Johnston's rol is groot op deze plaat. Hij speelt onder andere de orgel op een ongewone manier en zingt op een nonchalante, maar nogal doordringende manier. Zijn stemgeluid lijkt ook wel een beetje op die van Nick Cave.

Cave's invloed is ook duidelijk te horen in de muziek. Johnston (die ook lid was van Nick Cave and the Bad Seeds) heeft duidelijk goed geluisterd naar Cave, en dan vooral naar zijn Birthday Party periode. Het album valt wel te omschrijven als een soort van retro-album. De swamp rock van CCR (goed te horen in de psychedelische gitaarriffs vol echo's en distortion), de tribalistische drums, de maniakale en angstaanjagende orgel, de demonische agressie van Faust en de duistere sfeer van Nick Cave zijn allemaal verzameld om van dit album een uniek werkje te maken dat geen moment verveeld.

Sterkere en wildere rock 'n roll muziek is er eigenlijk niet te vinden in de 90's. Hoogtepunten als Some Fool's Mess en vooral The Tornado tillen dit album naar briljante hoogtes. Een zeer hoge 4/4.

Gary Burton - A Genuine Tong Funeral (1967)

poster
4,0
Sterke plaat van deze trendsetter Gary Burton. De eerste man die een fusionplaat maakte en ook deze plaat kun je zien als een fusionplaat. De hele plaat is geschreven door jazzlegende Carla Bley (bekend van bijvoorbeeld Escalator Over the Hill) en dat valt in delen goed te horen. Het geluid van de tenor, trombone en tuba is zeer duidelijk te herkennen, echt in de stijl als Bley componeert.

A Genuine Tong Funeral is een zeer rustgevende plaat. Geen free-jazz achtige escapades of zeer markante en experimentele solo's, maar gewoon zeer netjes en rustig gespeeld. De sfeer is vaak erg donker dankzij de blaas instrumenten, echter weet vibrafonist Gary Burton dat knap te combineren met zijn opbeurende vibrafoonspel. De 2 kanten van een begravenis weet hij knap weer te geven. Het herdenken van een persoon met een lach en een traan.

Dit zou een goede aanrader zijn voor mensen die net met jazz beginnen. Het is rustig, het neigt naar fusion, (Burton is dan ook zeker een inspiratiebron geweest voor mensen als John McLaughlin) er is vaak een gitaar te horen (subtiele solo's) en er worden vrijwel geen experimenten uitgevoerd, wellicht alleen op het hoogtepunt The New National Anthem-Son of Jazz .

Mijn versie heeft niet de (waarschijnlijk later bijgekomen) Lofty Fake Anagram stukken, maar het A Genuine Tong Funeral gedeelte is zeer sterk. 4*

Gastr del Sol - The Serpentine Similar (1993)

poster
4,0
Gastr del Sol levert met The Serpentine Similar een sterke debuutplaat af. De band bevatte ten tijde van dit album de volgende bandleden: David Grubbs op gitaar, Bundy Ken Brown op bass en John McEntire op drums en percussie.

De instrumentatie is vaak vrij opvallend te noemen. Op het ene moment is de instrumentatie vrij minimaal (bijvoorbeeld alleen piano en bass of alleen piano en gitaar) en op het andere moment wordt de lome muziek omgezet naar harde en vlugge rockmuziek (Slint on speed, ook wel). Het absolute hoogtepunt is A Watery Kentucky. Een mijlpaal in de slowcore muziek. Een ander hoogtepunt is Even the Odd Orbit. Een bijzonder nummer met vele tempowisselingen en vooral een uitstekende David Grubbs op gitaar die het ene riffje na het andere riffje uit zijn gitaar weet te toveren.

Gastr del Sol heeft duidelijk zijn eigen geluid en weet met dit album een - weliswaar erg onbekende - hoogtepunt binnen de slowcore te creëren. Verrassende tempowisselingen en moodswings waar je u tegen zegt. (bijvoorbeeld de overgang van slow naar speed, van zacht naar hard) Mooi om te horen dat er (zo lijkt het) ook nog gejamd wordt, past perfect op dit album. 3,5*

Geinoh Yamashirogumi - Yamato Gensho (1977)

poster
3,5
Dat laatste nummer komt als een behoorlijke verrassing; het heeft wel een hoop weg van Stomu Yamashta's Go. Behoorlijk funky

Dit werk is behoorlijk anders dan het voorgaande album, vooral een stuk minder intens. Het gaat een beetje verder waar Dou no Kenbai is gebleven. De nadruk ligt erg op mooie Japanse koren en samenzang. De plaat doet ook erg melancholisch aan daardoor, met een hoop traditionele Japanse folkmuziek en bijbehorende - vocale - pathos. Vooral de Japanse percussiestijl blijf ik erg mooi vinden. Doet me soms denken aan de percussie door Goblin in ''Suspiria''. Verder vind ik het allemaal net iets té braaf en mooi. Het heeft wel degelijk wat, maar ik ben niet zo weggeblazen als bij de Mountain of Fear uit '76(of in mindere mate door de filmscore onder ''Akira''). Het is een beetje ''genre-werk'', vrees ik. De stijlwisselingen op het eind, hoewel aardig klinkend, vat ik ook niet helemaal.

Wel leuk overigens dat dikwijls de shamisen te horen is - een Japans gitaarachtig instrument. Vaak te zien en te horen in die oude samoerai films van weleer. Afijn, nu heb ik zin om Sword of Doom weer eens te mogen zien.

George Lewis - Homage to Charles Parker (1979)

poster
4,0
3,5/5 maar korenbloem?

Ik vind deze echt ontzettend mooi. Het is niet zo experimenteel, niet zo piepend en knarsend, noch niet zo een bizarre luisterervaring zoals gebruikelijk met George Lewis: ''Waar heb ik in godsnaam naar zitten luisteren?'', maar ik vind dit toch wel ontzettend mooi. Deze hommage aan 'Bird'.

'Homage to Charlie Parker' moet wel zijn meest toegankelijke plaat zijn. En ondanks het gegeven dat ik zijn experimentele solo platen geweldig vindt, vind ik dit wel echt wonderschoon. Het is speels en wat betreft instrumentatie gelijk aan oude opvattingen binnen jazzmuziek. Het lijkt bij aanvang - simpelweg kijkend naar het affiche - op een traditionele jazzplaat die het AACM label even loslaat. Gewoon een kwartet geweldige muzikanten die zonder al te veel dissonantie elkaar prima aanvullen. Op het eerste gehoor blijkt echter dat dit werkje ook gewoon weer ontzettend bijzonder in elkaar zit.

Lewis weet de meest fantastische geluiden uit zijn trombone te halen. De ene keer piept het weer en weet je ondubbelzinnig dat dit George Lewis moet zijn. De andere keer klinkt hij zo vreedzaam dat je toch even goed moet zoeken of er tijdens de opnames toch niet iemand anders óók een trombone in zijn handen had. Abstracte opvattingen worden hier als op geen enkele andere AACM lp zo goed gemengd met klassieke (blaas-)bop.

Bovendien is een plaat nooit saai of vervelend als creatief genie Anthony Davis meespeelt. Ongelooflijk, wat een pianist. Ik moet toch telkens weer concluderen dat er niemand zo is, noch was, zoals hij. Wat een held, wat een muzikant! Puur, dissonant, chaotisch, ritmisch, gestructureerd en nog een paar tegenstrijdigheden. Hij kan als geen ander (ik kan alleen zijn spirituele voorganger Muhal Richard Abrams bedenken) zo structureel chaotisch spelen en een luisteraar toch plagend in constante verwarring brengen en achterlaten in absolute trance.
Ik ben altijd een beetje leeg nadat zulke muzikanten zijn losgegaan. Zelfs als het zo'n warme en doch zeker toegankelijke plaat betreft als deze.

4/5

George Lewis - Shadowgraph, 5 (Sextet) (1977)

poster
4,0
Het moge geen verrassing meer zijn dat de AACM-beweging uit Chicago vele wegen heeft behandeld. Zo ook George Lewis, één van de meest toonaangevende muzikanten uit de beweging. Shadowgraph (een vijfde uit een toen nog niet bestaande serie van creatieve orkesten) illustreert precies hoe ver deze beweging eigenlijk is gegaan in haar experimenteerdrift in abstracte freejazz. Dit is ontoegankelijk, experimenteel, maar vooral innovatief. In het bijzonder omdat George Lewis met dit album ook humor en droog vakmanschap samenbrengt. Vreemde geluidjes piepen en knarsen wat, uit het niets komt een moogsynthesizer voorbij, dan horen we weer wat toeters en bellen. Die toeters horen we dan wel weer wat vaker, maar u snapt wat ik bedoel.

George Lewis is ook goed in het vinden van een equipe, een bende muzikaal eensgezinden die begrijpen waar George heenwil met zijn filosofie over moderne jazzmuziek. Abdul Wadud heeft de cello geclaimd, Leroy Jenkins de viool, Muhal Richard Abrams de piano, Anthony Davis kreeg ook een piano, Roscoe Mitchell sopraansax, Douglas Ewart altsax en basklarinet en George zelf? George Lewis is de man met de trombone en speelt deze dan ook met passie en geweld. Het knappe aan de composities van Shadowgraph is dat er duidelijk een collectief speelt, lol heeft en improviseert, maar dat het vooral een groep van individuelen is. Iedere muzikant die meespeelt is goed te herkennen aan zijn stijl en dat is mooi. Dat deze soms zo verschillende mannen bij elkaar komen en prachtig samenkomen. Neem nou die kleine vioolsymfonie van Leroy Jenkins in het prachtige Monads . Het had zo van zijn The Legend of Ai Glatson kunnen komen, maar valt perfect in de sfeer van het album en is herkenbaar. Of het pianospel van Anthony Davis op dezelfde compositie, zo tegendraads, zo apart, zo duister en toch past het.

George Lewis en kornuiten spelen hier met de luisteraar en maakt het ze niet makkelijk. Geen percussie en geen bas, geen fundering en geen terugkerend ritme. Simpelweg tegenstrijdige instrumenten die een geheel vormen van extremen. Pas te doorgronden bij excessief luisteren, maar juist daarom zo interessant. Het horen van nieuwe geluiden en opvallendheden. Het horen van de passie voor hun filosofie over het maken van muziek. Het is uniek en het is moeilijke muziek, niettemin met een erg bevredigend resultaat als je het eindelijk echt hoort.

Eerst wou ik een lager cijfer geven, echter kan ik na het herbeluisteren tijdens het typen van dit stuk niet anders dan hoger beoordelen. 4/5

Girls Rituals - EMERGENCY! (2017)

poster
3,5
Het label Visual Disturbances is nogal verstopt en obscuur, maar het levert wel zeer gevarieerde doch altijd originele muziek af. De plaat van Stabscotch uit januari van dit jaar is uniek en verdient een uitgebreid verhaal opzich, maar ook deze plaat van Girls Rituals is bijzonder tof. Zeer a-typische en averechtse elektronische popmuziek. Girls Rituals is een alias van Devi McCallion, een online poppersoonslijkheid met vlogs, modestijltrends, kunst en uiteraard een iemand die altijd bezig is met muziek maken. Vaak heb je door de verschillende aliassen die ze gebruikt en verschillende muziekstijlen waarmee ze flirt geen idee dat het deze mevrouw is wiens album je hebt opstaan. Het helpt ook niet mee dat ze nogal zelfkritisch schijnt te zijn. Zo heeft ze er een handje van om haar online-kanalen uit het niets te verwijderen. Ook uitgebrachte albums, singles en ep's (ze schijnt tientallen projecten in korte tijd te hebben uitgebracht) moeten eraan geloven... Enfin, over naar de muziek.

EMERGENCY! is nogal een chaotische popplaat. Een popplaat waar de doorsnee popliefhebber waarschijnlijk niets mee kan. Op het ene moment speelt een lieflijk en dromerig nummer, dan weer een sinistere en gênant eerlijke track. Qua opzet doet dit album erg denken aan Dogbowl's meesterwerk uit 1991: 'Cyclops Nuclear Submarine Captain'. Ook zo'n kunstzinnige plaat waarop - weliswaar verstopt - toch echt conventionele popmuziek is te horen met refreintjes, toegankelijke instrumentatie etc, maar waarin zeer idiosyncratische invloeden en stijlen zijn verwezenlijkt. Bovendien zijn de eerlijke, angstige songteksten erg verwant aan de schrijfstijl van Lisa Germano. De luisteraar waant zich op ongemakkelijke wijze een voyeur in het leven van deze persoon/verteller.

Ook moet ik nog Grimes en Peaches noemen die duidelijk invloeden zijn geweest bij de totstandkoming van dit album. De - haast verveelde en passieve - zangstijl en elektrobeats zijn duidelijk afkomstig van de trashy muzikale vormgeving van Peaches. Vooral ten tijde van 'The Teaches of Peaches'. De eclectische muzikale invulling doet sterk denken aan Grimes' 'Art Angels'. Zanglijntjes, k-pop, elektronica, design, visuals en mode, eigenzinnigheid, de chaotische en enthousiaste verwerking van vele genres en kunstige popmuziek. Allemaal termen die mij bij beiden albums direct te binnen schieten.

Fijn plaatje. Haast ondoorgrondelijk voor de luisteraar. Dat doet intrigeren.

Gnarls Barkley - St. Elsewhere (2006)

poster
3,5
Fijn album om gewoon even lekker op te zetten. Niet echt heel diepgaand, maar dat is ook nergens voor nodig, gewoon een heerlijk relax album. De fijne producties van Dangermouse en de heerlijke soulstem van Cee-Lo gaan perfect samen. Een mooie afwisselende mix tussen soul, pop en hiphop wat erg goed uitpakt. Crazy kende ik natuurlijk al en vond ik altijd al een heerlijk nummer. Volgens mij ook een van de laatste radiohits die ik ook echt goed vond. Echter nu ik het album heb gehoord zijn er nummers die Crazy maar een ''normaal'' nummer maken. Nummers als St. Elsewhere, Smiley Faces, Just a Thought en nog een aantal nummers maken dit album zeer de moeite waard en dan nog is de rest van dit album nog altijd van een zeer hoog niveau met soms een moment waar het ietsje minder word, maar dan komt er zo weer een lekker relaxte track waardoor het niet zo erg is. Het album krijgt een nette 3,5*

Gong - Flying Teapot (1973)

Alternatieve titel: Radio Gnome Invisible Part 1

poster
4,5
Geniaal album van Gong. Enorm spacey muziek met veel invloeden van oa. Frank Zappa. De zang - en dan vooral de humoristische - stukken doet mij daar ook al erg aan denken. Het blijft in ieder geval slechts bij inspiratie, want Gong weet er helemaal iets eigens van te maken. Het is een grote trip van buitengewone originaliteit. Flying Teapot moet wel zo'n beetje een van de meest geniale composities ooit binnen de rockmuziek zijn. Het andere grote hoogtepunt is Zero the Hero and the Witch's Spell die aanvoelt als een jam zonder grenzen. Wat een muzikanten zijn dit! Het album ken louter en alleen hoogtepunten en verdient dan ook de 4,5* van mij.

Grachan Moncur III - Some Other Stuff (1964)

poster
3,5
Dit moet nog een beetje inzinken. Zeer naargeestig en somber plaatje. Zeker voor een Blue Note release uit die tijd (terwijl daar ook genoeg avant-garde tussen zat). Grachan's gemoedstoestand kan niet al te geweldig zijn geweest ten tijde van het opnemen van deze plaat. Ook verbazingwekkend hoe gecontroleerd deze plaat is en hoe weinig 'opgetogen' er wordt gespeeld. Zeker als je kijkt naar deze - toch wel klasse en vooral succesvolle - line-up. Twee sidemen van Miles Davis die ook hun eigen succes zouden kennen en een sterke ritmesectie. Cecil McBee is misschien wel de meest essentiële jazzbassist van de late 60's en vroege 70's.

Al met al is het een zeer interessant plaatje van deze trombonist. Vooral bekend van zijn vele bijdrages aan andermans klassiekers, maar die toch ook zelf prima de kopman kon wezen. Enkel jammer dat hij niet zo vaak die kans heeft mogen krijgen. Some Other Stuff kan ik nog wat moeilijk grip op krijgen, maar zijn werk voor Jackie McLean heeft immer naar meer gesmaakt. Gewoon over een tijdje weer eens opleggen, zo zal het devies moeten luiden.

Grateful Dead - The Grateful Dead (1967)

poster
3,5
Aardige plaat van de Grateful Dead. Zelfs in het vroege stadia van hun carriere weten ze bij vlagen te overtuigen en er zijn vaak schimmen te zien van de latere Grateful Dead. Deze debuutplaat is nog erg toegankelijk en lang niet zo psychedelisch als platen van de Dead die hierna kwamen. Misschien wel afgedwongen door de platenmaatschappij, of misschien waren ze zelf bang om met een kakafonisch en intens meesterwerk te komen, want ze laten geregeld horen dat ze het kunnen, of beter gezegd ''konden''.

Vooral Viola Lee Blues is een meesterlijk nummer dat goed laat zien waar de Grateful Dead toe in staat was. Een episch nummer vol psychedelica en diepe gitaarsolo's. Één van mijn favorieten uit het rijke ouvre van de Dead. Prachtig is ook dat de rust zich opbouwt tot een grote gitaareruptie om dan weer over te schakelen naar volledige harmonische rust. Één van de vele kwaliteiten die de Dead tot in het meesterlijke wist te beheersen. Over de hele plaat gezien hangt een sterk bluesluchtje en soms wat heerlijke up-tempo rockmuziek en inderdaad, de vergelijking met The Doors is niet gek.

The Grateful Dead is een sterk debuutalbum dat soms goed laat zien waar de Dead toe in staat was. Vooral op Good Morning Little Schoolgirl en Viola Lee Blues laten ze hun beste talenten en kwaliteiten zien. Helaas nog niet heel gedurfd en soms wat braafjes, maar nog altijd van een goede kwaliteit. 3,5*