Hier kun je zien welke berichten Ataloona als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Balthazar - Applause (2010)

3,0
0
geplaatst: 28 mei 2011, 15:08 uur
Jassn raadde mij dit plaatje aan bij Het 'Ga Dat Album eens Reviewen!''-Topic en na Hunger at the Door te hebben gehoord stemde ik toe. Een fijn nummer met een fijne swoel en met de clip en songnaam lijken ze wel te verwijzen naar The Cure.
Ik kende deze band nog niet, nooit van gehoord ook, maar Jassn vermelde erbij dat dit een van de beste albums van 2010 was. Nu wist ik natuurlijk al dat, dat van geen kanten klopt
Maar het klinkt prima na een eerste luisterbeurt. Fijne baslijnen, funky en soms wat harde gitaren wisselen zich af met soepele drums. Een goed geluid heeft deze band wel. De stem van de zanger is wellicht wat aan de brave klant en 1 van de duizenden - maar ach - we moeten ook niet te veel gaan verwachten van Balthazar die hier hun debuutalbum afleveren, want dat dit een heel knap debuutalbum is, is zeker waar.
Het album straalt een soort herkenbaarheid uit, en het is wel fijn om eens geen standaardpop te horen. Op het eerste gehoor zullen velen dit misschien wel denken, maar ik kan me helemaal vinden in de omschrijving 'pop-noir'', een hele goede omschrijving/verband zelfs.
De lome bassgitaar en bassdrum zorgen voor een zwaar en traag geluid, terwijl de teksten en zang juist erg vrolijk en pretentieus zijn. Een kruising van de beginperiode van The Beatles en de periode van Seventeen Seconds en Faith van The Cure, wellicht vergezocht, maar dan moet ik ook vermelden dat nergens ook maar dat niveau bereikt wordt. Wellicht wel bij nummers als Throwing a Ball, Fifteen Floors, Blood Like Wine en Hunger At the Doors.
Dit alles maakt dit album toch zeer de moeite waard, jazeker, ware het niet zo braafjes was. De zang is - zoals ik al eerder melde - veel te lichtvoetig en de muziek is gewoon heel braaf binnen de lijntjes.
Gelukkig is dit een debuut album, en is er genoeg ruimte en tijd om zich te verbeteren. De eigen sound hebben ze al. Nu nog te stem wat lomer, trager en lager krijgen zodat we als het ware misschien een depressief album krijgen, maar wel iets wat bijzonder is in deze tijd. Ook mogen er wat vaker climaxen komen, het is het allemaal net niet, netjes binnen de lijntjes dus. Het zou mooi zijn als ze de volgende keer nog een stap verder gaan, en het begin is er al.
Een band om in de gaten te houden, en ik heb het gevoel dat de vooruitgang er wel in zal zitten!
Ik kende deze band nog niet, nooit van gehoord ook, maar Jassn vermelde erbij dat dit een van de beste albums van 2010 was. Nu wist ik natuurlijk al dat, dat van geen kanten klopt
Maar het klinkt prima na een eerste luisterbeurt. Fijne baslijnen, funky en soms wat harde gitaren wisselen zich af met soepele drums. Een goed geluid heeft deze band wel. De stem van de zanger is wellicht wat aan de brave klant en 1 van de duizenden - maar ach - we moeten ook niet te veel gaan verwachten van Balthazar die hier hun debuutalbum afleveren, want dat dit een heel knap debuutalbum is, is zeker waar.Het album straalt een soort herkenbaarheid uit, en het is wel fijn om eens geen standaardpop te horen. Op het eerste gehoor zullen velen dit misschien wel denken, maar ik kan me helemaal vinden in de omschrijving 'pop-noir'', een hele goede omschrijving/verband zelfs.
De lome bassgitaar en bassdrum zorgen voor een zwaar en traag geluid, terwijl de teksten en zang juist erg vrolijk en pretentieus zijn. Een kruising van de beginperiode van The Beatles en de periode van Seventeen Seconds en Faith van The Cure, wellicht vergezocht, maar dan moet ik ook vermelden dat nergens ook maar dat niveau bereikt wordt. Wellicht wel bij nummers als Throwing a Ball, Fifteen Floors, Blood Like Wine en Hunger At the Doors.
Dit alles maakt dit album toch zeer de moeite waard, jazeker, ware het niet zo braafjes was. De zang is - zoals ik al eerder melde - veel te lichtvoetig en de muziek is gewoon heel braaf binnen de lijntjes.
Gelukkig is dit een debuut album, en is er genoeg ruimte en tijd om zich te verbeteren. De eigen sound hebben ze al. Nu nog te stem wat lomer, trager en lager krijgen zodat we als het ware misschien een depressief album krijgen, maar wel iets wat bijzonder is in deze tijd. Ook mogen er wat vaker climaxen komen, het is het allemaal net niet, netjes binnen de lijntjes dus. Het zou mooi zijn als ze de volgende keer nog een stap verder gaan, en het begin is er al.
Een band om in de gaten te houden, en ik heb het gevoel dat de vooruitgang er wel in zal zitten!
Bardo Pond - Bufo Alvarius Amen 29:15 (1995)

4,5
0
geplaatst: 14 oktober 2011, 20:58 uur
Bardo Pond bestaat uit vier muzikanten. De gitaristen John en Michael Gibbons, bassist Clint Takeda en drummer Joe Culver. De meesten zullen de band waarschijnlijk het best kennen als Hash Jar Tempo, de psychedelische tripband die zij vormden met gitarist Roy Montgomery. (Waarmee ze 2 hoogtepunten uit de 90's uitbrachten) Dit is dus nog de basis daarvoor, Bardo Pond.
Een enorme LSD trip. Zo zou ik deze plaat omschrijven in het kort. Er is continu een dissonante wall of sound te horen. Grote lagen van gitaren vol feedback en distortion worden aan gesmeerd. Het geluid voelt aan als een catastrophe, een geweldadige storm vol turbulentie. Het chaotische jazz gedrum van Joe Culver, het hoge waanzinnige gezang, de pompende baslijnen van Takeda en het meesterlijke getrip van de Gibbons op de gitaar. 1 woord: ''Mindfuck''.
De experimentele blues van Royal Trux, de chaotische instrumentatie plus zang van Sonic Youth en de psychedelische shoegaze van Spacemen 3 worden samengevoegd in een album vol met diepe lagen. Een trip die zijn weerga niet kent en die vol zit met verborgen melodiën. Absolute hoogtepunten zijn de niet te doorbreken gitarenmuur van Capillary River, de hallucinante melodiën van Absence en de statische stroom in het 29 minuten durende instrumentale apocalyptische chaos nummer dat Amen heet. 4,5*
Een enorme LSD trip. Zo zou ik deze plaat omschrijven in het kort. Er is continu een dissonante wall of sound te horen. Grote lagen van gitaren vol feedback en distortion worden aan gesmeerd. Het geluid voelt aan als een catastrophe, een geweldadige storm vol turbulentie. Het chaotische jazz gedrum van Joe Culver, het hoge waanzinnige gezang, de pompende baslijnen van Takeda en het meesterlijke getrip van de Gibbons op de gitaar. 1 woord: ''Mindfuck''.
De experimentele blues van Royal Trux, de chaotische instrumentatie plus zang van Sonic Youth en de psychedelische shoegaze van Spacemen 3 worden samengevoegd in een album vol met diepe lagen. Een trip die zijn weerga niet kent en die vol zit met verborgen melodiën. Absolute hoogtepunten zijn de niet te doorbreken gitarenmuur van Capillary River, de hallucinante melodiën van Absence en de statische stroom in het 29 minuten durende instrumentale apocalyptische chaos nummer dat Amen heet. 4,5*
Bardo Pond - Under the Pines (2017)

3,5
0
geplaatst: 7 mei 2017, 00:16 uur
Het blijft toch altijd even wennen. Een Bardo Pond met zang. Een Bardo Pond werkend met liedvorm en refreinen. Tussendoor wordt dat concept zo nu en dan wel losgelaten. Gelukkig grazen de gitaren gewoon zoals vanouds; richtingloos en onachtzaam vormende een brei van bedwelmende psychedelica. Misschien niet een dergelijke onaardse trip als Pondklassieker 'Bufo Alvarius Amen', maar wel een onderscheidende (en werkelijk) psychedelische plaat in een tijdperk waarin ieder hip bandje probeert te goochelen met shoegaze en noiserock/altrock uit de jaren 80 en 90.
Ik hoor hier eigenlijk ook eerder spacende trippende rockmuziek uit de jaren 60/70 in, dan 80's en 90's. Denk bijvoorbeeld aan Jefferson Airplane, Amon Düül, Cream en de Flower Travelin' Band. Al is een Spiritualized / Spacemen 3 ook nooit ver weg. De manier waarop tijdens de composities met fade-outs en geluidseffecten (vooral vocaal) wordt gewerkt doet ook sterk denken aan 13th Floor Elevators. Die effecten creëren in 'Out of Reach' een soort audiovisueel spooklicht zoals men op donkere avonden dikwijls op zee denkt te kunnen zien. Ik kreeg daardoor een associatie met de film 'Maboroshi no hikari' en het is geen slecht teken wil een band dat kunnen opwekken. Prima plaatje dus.
Ik hoor hier eigenlijk ook eerder spacende trippende rockmuziek uit de jaren 60/70 in, dan 80's en 90's. Denk bijvoorbeeld aan Jefferson Airplane, Amon Düül, Cream en de Flower Travelin' Band. Al is een Spiritualized / Spacemen 3 ook nooit ver weg. De manier waarop tijdens de composities met fade-outs en geluidseffecten (vooral vocaal) wordt gewerkt doet ook sterk denken aan 13th Floor Elevators. Die effecten creëren in 'Out of Reach' een soort audiovisueel spooklicht zoals men op donkere avonden dikwijls op zee denkt te kunnen zien. Ik kreeg daardoor een associatie met de film 'Maboroshi no hikari' en het is geen slecht teken wil een band dat kunnen opwekken. Prima plaatje dus.
Beaver Harris: The 360 Degree Music Experience - From Rag Time to No Time (1975)

4,0
1
geplaatst: 3 mei 2021, 16:08 uur
From Ragtime to No Time is het debuutalbum van freejazz drummer Beaver Harris als bandleider van zijn collectief ''The 360 Degree Music Experience''; een collectief welke zich ten doel had gesteld om alle jazzgeneraties (en bijbehorende genres) alsook inheemse Afrikaanse en Latijnse muziek met elkaar te verbinden. Of het door de intrigerende doelstelling komt, of door Beaver Harris' immense status als drummer; ik weet het niet, maar hij wist in wat voor samenstelling dan ook de meest fraaie muzikanten van vroeger en heden te strikken. Op (een deel van) de line-up van dit bijzondere plaatje kom ik zo, maar eerst even wat achtergrond.
Ten eerste de naam Beaver Harris. Er wordt niet bepaald gesmeten met zijn naam wanneer gediscussieerd wordt over de grote jazzdrummers van weleer. Waarschijnlijk heeft dat te maken met zijn toch wat abstracte repertoire. Hij speelde weliswaar erg vaak met gekende namen en op gekende jazzplaten, maar koos vaak wel de vrijere ontoegankelijke projecten uit. Daarnaast zal men ook niet snel bekend zijn met zijn obscuur gebleven platen als bandleider. De meesten zullen zijn naam dan vooral linken aan zijn langere periodes in de tour- en studiobands van Archie Shepp (veruit zijn langste ''werknemerschap'') en Albert Ayler (in de band van zijn bejubelde '66-'67 tournee door Europa). Daarnaast deed hij als sessiemuzikant in de New York loftscene mee aan enkele essentiële vroege freejazz platen (veelal te linken aan de Jazz Composers' Orchestra; zoals Roswell Rudd, Marion Brown en Grachan Moncur III, die als contraprestatie lang meespeelde in The 360 Degree Music Experience, alsook aan obscuurder spul van Don Pullen en anderen).
Waarom kom ik nou weer met zo'n uitgebreide biografie van Beaver Harris, vraagt u? Nou enerzijds is het allemaal natuurlijk reuze interessant (kuch kuch), maar anderzijds is deze intro ook wel noodzakelijk om de merkwaardigheid van dit plaatje correct te waarderen. Dit album grijpt namelijk vooral niet terug naar Harris' brede ervaringen als deelnemer aan abstracte ontoegankelijke freejazz studio-opnames, maar naar hele andere elementen uit de jazzgeschiedenis. Harris speelt op die manier met de luisteraar en diens verwachtingen en schotelt juist een super aanstekelijk en enthousiast hoorspel voor. We horen hier eerder een liefhebber aan het werk, dan een ''denkende'' componist. Op de a-kant neemt Harris de luisteraar mee op reis door de tijd en speelt hij met zijn voortreffelijke band ragtime-tunes, de blues, dixieland en swing en vocal jazz. Op de vervolgens verrassende b-kant zet Harris de luisteraar wederom op het verkeerde been door de lange compositie 'Round Trip' op deze plek te zetten. Een modernere vrije avant-jazz – zonder ook maar ergens te ontsteken in blazerrazernijen overigens. Nee, hij experimenteert juist met Congolese tribalritmes en percussie, Braziliaanse samba-elementen, Indiase meditaties op de sitar, New Orleans style koperblazers en vermengt dit alles in een soort kamerjazz compositie. Erg uniek. De excentrieke samenstelling van dit plaatje zorgt daarom misschien ook wel voor vele gemengde reacties en gefronste wenkbrauwen, maar bij mij slaat dit daardoor juist ontzettend aan.
Wat wellicht nog het meest uniek is, en hetgeen ook zorgt voor het nodige authentieke randje, is de keuze van Beaver Harris om op de a-kant grote jazzlegendes in te huren die, zoals het lot soms wreed is, toentertijd in de vergetelheid waren beland. Zoals de toen 64 jarige swing-balladeer Maxine Sullivan die hier twee stijlvolle ballades zingt. Of de grote Doc Cheatham, inmiddels een 70 jarige veteraan op de trompet, die in verschillende tijdperken speelde in drie legendarische bands; die van Ma Rainey, Cab Calloway en Benny Goodman. En New Orleans/Dixieland klarinettist – en toen inmiddels ook AOW-er Herb Hall uit Don Albert's band. Voeg deze oldtimers bij een groep moderne vrijere jazzmuzikanten als Harris, Dave Burrell en bassisten Ron Carter, Jimmy Garrison en Cecil McBee en je krijgt een bijzonder fijn resultaat. Aanradertje!
Ten eerste de naam Beaver Harris. Er wordt niet bepaald gesmeten met zijn naam wanneer gediscussieerd wordt over de grote jazzdrummers van weleer. Waarschijnlijk heeft dat te maken met zijn toch wat abstracte repertoire. Hij speelde weliswaar erg vaak met gekende namen en op gekende jazzplaten, maar koos vaak wel de vrijere ontoegankelijke projecten uit. Daarnaast zal men ook niet snel bekend zijn met zijn obscuur gebleven platen als bandleider. De meesten zullen zijn naam dan vooral linken aan zijn langere periodes in de tour- en studiobands van Archie Shepp (veruit zijn langste ''werknemerschap'') en Albert Ayler (in de band van zijn bejubelde '66-'67 tournee door Europa). Daarnaast deed hij als sessiemuzikant in de New York loftscene mee aan enkele essentiële vroege freejazz platen (veelal te linken aan de Jazz Composers' Orchestra; zoals Roswell Rudd, Marion Brown en Grachan Moncur III, die als contraprestatie lang meespeelde in The 360 Degree Music Experience, alsook aan obscuurder spul van Don Pullen en anderen).
Waarom kom ik nou weer met zo'n uitgebreide biografie van Beaver Harris, vraagt u? Nou enerzijds is het allemaal natuurlijk reuze interessant (kuch kuch), maar anderzijds is deze intro ook wel noodzakelijk om de merkwaardigheid van dit plaatje correct te waarderen. Dit album grijpt namelijk vooral niet terug naar Harris' brede ervaringen als deelnemer aan abstracte ontoegankelijke freejazz studio-opnames, maar naar hele andere elementen uit de jazzgeschiedenis. Harris speelt op die manier met de luisteraar en diens verwachtingen en schotelt juist een super aanstekelijk en enthousiast hoorspel voor. We horen hier eerder een liefhebber aan het werk, dan een ''denkende'' componist. Op de a-kant neemt Harris de luisteraar mee op reis door de tijd en speelt hij met zijn voortreffelijke band ragtime-tunes, de blues, dixieland en swing en vocal jazz. Op de vervolgens verrassende b-kant zet Harris de luisteraar wederom op het verkeerde been door de lange compositie 'Round Trip' op deze plek te zetten. Een modernere vrije avant-jazz – zonder ook maar ergens te ontsteken in blazerrazernijen overigens. Nee, hij experimenteert juist met Congolese tribalritmes en percussie, Braziliaanse samba-elementen, Indiase meditaties op de sitar, New Orleans style koperblazers en vermengt dit alles in een soort kamerjazz compositie. Erg uniek. De excentrieke samenstelling van dit plaatje zorgt daarom misschien ook wel voor vele gemengde reacties en gefronste wenkbrauwen, maar bij mij slaat dit daardoor juist ontzettend aan.
Wat wellicht nog het meest uniek is, en hetgeen ook zorgt voor het nodige authentieke randje, is de keuze van Beaver Harris om op de a-kant grote jazzlegendes in te huren die, zoals het lot soms wreed is, toentertijd in de vergetelheid waren beland. Zoals de toen 64 jarige swing-balladeer Maxine Sullivan die hier twee stijlvolle ballades zingt. Of de grote Doc Cheatham, inmiddels een 70 jarige veteraan op de trompet, die in verschillende tijdperken speelde in drie legendarische bands; die van Ma Rainey, Cab Calloway en Benny Goodman. En New Orleans/Dixieland klarinettist – en toen inmiddels ook AOW-er Herb Hall uit Don Albert's band. Voeg deze oldtimers bij een groep moderne vrijere jazzmuzikanten als Harris, Dave Burrell en bassisten Ron Carter, Jimmy Garrison en Cecil McBee en je krijgt een bijzonder fijn resultaat. Aanradertje!
Ben Goldberg - Everything Happens to Be. (2021)

4,0
2
geplaatst: 19 juni 2021, 23:42 uur
Prima album van deze klarinettist die bij deze sessies leiding geeft aan een volledig New York's kwintet. Vooral de ritmesectie van dit collectief valt op - die bestaat volledig uit de leden van het onvolprezen Thumbscrew (gitarist Mary Halvorson, bassist Michael Formanek en drummer Tomas Fujiwara): één van de fijnste en meest originele freejazz-collectieven waarvan de leden ieder voor zich ook nog eens solide componisten zijn. Eigenlijk weet je met die vaststelling al dat het kwalitatief goed zit. Het kwintet wordt tenslotte vervolmaakt door Ennery Eskelin op de tenorsaxofoon, iemand die in het verleden veelvuldig heeft samengewerkt met Goldberg.
De composities zijn in de kern meer gelegen in het verleden, met de disclaimer dat er op de tweede helft van het album zeker de tijd wordt genomen voor het meer abstracte werk. Er komen swingsecties langs; zo nu en dan klinkt er een ragtime showtune; er is genoeg ruimte voor gevoelige ballades (waarin vooral Halvorson en Goldberg met zijn klassieke New Orleans-sound zich heerlijk kunnen verliezen); we horen wat (post-)bop; dan komt weer kamermuziek voorbij en zo nu en dan sijpelen wat klezmerinvloeden door in het spel van Goldberg (zie bijvoorbeeld ''Long Last Moment'').
Op het eerste gehoor zijn het veelal de lieden van Thumbscrew die de composities een wat eigenzinniger en modern randje geven. Het samenspel tussen de drie ervaren compagnons is zoals altijd om van te watertanden. Fujiwara en Formanek spelen vrij hoekige en ruime ritmes en Halvorson volgt dat voortreffelijk met vrije solo's, dan wel strakke akkoorden waarop vervolgens Goldberg en Eskelin naar hartenlust kunnen soleren. Maar ook Goldberg toont zich, bijvoorbeeld op ''Cold Weather'', als voortreffelijk leider. Daar neemt hij van begin tot eind het voortouw met zijn klarinetimprovisaties en is het juist aan de rest om hem te volgen (en ontsteekt de boel onder zijn leiding in een steeds meer aanzwellende collectieve solo). Of neem ''Chorale Type'', waarin hij in de openingsfase duelleert met Halvorson. Die lijkt daar te fluctueren tussen Django Reinhardt-achtig swingspel, het subtiele ''gepiel'' van Charlie Christian, wat folkstyle fingerpicking en dan haast razendsnelle korte flamencopassages. Goldberg en Halvorson blijven soleren, maar drijven meer naar de achtergrond waardoor Formanek en de tenor van Eskelin aan de hand van Goldberg's spel meer op de voorgrond komen. Eskelin en Fujiwara krijgen vervolgens op ''Thomas Plays the Drums'' de spotlights op hen en tussendoor mag ook Halvorson flink shredden op haar gitaar; de wisselwerking is ontzettend gevarieerd en zo is er genoeg ruimte voor alle medewerkers om hun ei kwijt te kunnen. Het neveneffect is tegelijk dat de plaat nergens als een ''Thumbscrew met blazers-plaat'' gaat klinken zoals vooraf wellicht gevreesd, maar ten aller tijden klinkt als een plaat onder leiding van Goldberg.
Top!
De composities zijn in de kern meer gelegen in het verleden, met de disclaimer dat er op de tweede helft van het album zeker de tijd wordt genomen voor het meer abstracte werk. Er komen swingsecties langs; zo nu en dan klinkt er een ragtime showtune; er is genoeg ruimte voor gevoelige ballades (waarin vooral Halvorson en Goldberg met zijn klassieke New Orleans-sound zich heerlijk kunnen verliezen); we horen wat (post-)bop; dan komt weer kamermuziek voorbij en zo nu en dan sijpelen wat klezmerinvloeden door in het spel van Goldberg (zie bijvoorbeeld ''Long Last Moment'').
Op het eerste gehoor zijn het veelal de lieden van Thumbscrew die de composities een wat eigenzinniger en modern randje geven. Het samenspel tussen de drie ervaren compagnons is zoals altijd om van te watertanden. Fujiwara en Formanek spelen vrij hoekige en ruime ritmes en Halvorson volgt dat voortreffelijk met vrije solo's, dan wel strakke akkoorden waarop vervolgens Goldberg en Eskelin naar hartenlust kunnen soleren. Maar ook Goldberg toont zich, bijvoorbeeld op ''Cold Weather'', als voortreffelijk leider. Daar neemt hij van begin tot eind het voortouw met zijn klarinetimprovisaties en is het juist aan de rest om hem te volgen (en ontsteekt de boel onder zijn leiding in een steeds meer aanzwellende collectieve solo). Of neem ''Chorale Type'', waarin hij in de openingsfase duelleert met Halvorson. Die lijkt daar te fluctueren tussen Django Reinhardt-achtig swingspel, het subtiele ''gepiel'' van Charlie Christian, wat folkstyle fingerpicking en dan haast razendsnelle korte flamencopassages. Goldberg en Halvorson blijven soleren, maar drijven meer naar de achtergrond waardoor Formanek en de tenor van Eskelin aan de hand van Goldberg's spel meer op de voorgrond komen. Eskelin en Fujiwara krijgen vervolgens op ''Thomas Plays the Drums'' de spotlights op hen en tussendoor mag ook Halvorson flink shredden op haar gitaar; de wisselwerking is ontzettend gevarieerd en zo is er genoeg ruimte voor alle medewerkers om hun ei kwijt te kunnen. Het neveneffect is tegelijk dat de plaat nergens als een ''Thumbscrew met blazers-plaat'' gaat klinken zoals vooraf wellicht gevreesd, maar ten aller tijden klinkt als een plaat onder leiding van Goldberg.
Top!
Beverly Glenn-Copeland - Beverly Glenn​-​Copeland (1971)

4,0
5
geplaatst: 17 juni 2018, 01:44 uur
Bijzonder verhaal achter deze (overigens transgendere - hence the name) zanger. Zijn muziek is momenteel online vrij populair in de niche, terwijl zijn twee studioalbums (een uit 1970 en een uit 1986) in zeer geringe oplages in totale obscuriteit uitkwamen. De muziek is ook vrij bijzonder. Waar zijn studioalbum uit 1986 praktisch keyboard new age is met net booming Detroit-techno invloeden, is deze debuutplaat radicaal anders. Echte freefolk (jazz meets folk), ondanks dat deze term destijds nog niet echt geschapen was. Daarnaast is het bijzonder hoeveel Beverly klinkt als Tim Buckley. Muzikaal zijn er genoeg overeenkomsten te benoemen, maar vooral vocaal lijken de heren zeer op elkaar. En dan heb ik het over de experimentele Buckley. De Buckley van het vierluik 'Happy/Sad', 'Blue Afternoon', 'Lorca' en 'Starsailor'. Muzikaal is Beverly misschien hier niet tot in het extreme zo experimenterend als Buckley op 'Lorca' en 'Starsailor', doch is het zeker vergelijkbaar met 'Blue Afternoon'. Het tempo van die plaat komt overeen met dit plaatje eveneens de zo meanderende instrumentatie en het melismatische gezang. Gaat het luisteren! En gaat hem daarna zien op LGW18 komende november. Ik ben zeer benieuwd wat hij gaat spelen, hoe hij het gaat spelen en met welk instrumentarium hij zijn 'songbook' gaat performen.
Big Black - Atomizer (1986)

4,5
1
geplaatst: 10 oktober 2011, 20:37 uur
Angstaanjagende plaat van Big Black die inderdaad doet denken aan Ministry. Erg machinaal allemaal, gitaren vol vervorming die op je afkomen als grote metale monsters en Steve Albini die gruwelijke teksten zingt vol woede en frustratie over criminaliteit, macabere moorden en frustratie over zijn leven. Samen met de invloeden van de moderne apparatuur en hakkende drums zorgt dat voor een spannende plaat vol met razernij.
Funky baslijnen, scheurende gitaren met feedback, drums die maar blijven doorbeuken en een maniakale zanger die maar door blijft schreeuwen. Geniale teksten, geniale geluiden en zeer strakke nummers. Je valt gelijk midden in de plaat met het explosieve Jordan, Minnesota dat de plaat gelijk al samenvat: een 37 minuten durende verwoesting van al dat je lief hebt en al je opgekropte frustratie. Je verpeste jeugd, je zelfdestructieve neigingen, je irritante gezin: ''Throw it all away!'' De absolute hoogtepunten zijn wel het metalen Kerosene vol woede, het meest ''vriendelijke'' (
) nummer Fists of Love en Bazooka Joe.
Loeiharde en vette plaat. Even al je maandelijks opgekropte woede eruit gooien en je voelt je al een stuk beter! 4,5*
Funky baslijnen, scheurende gitaren met feedback, drums die maar blijven doorbeuken en een maniakale zanger die maar door blijft schreeuwen. Geniale teksten, geniale geluiden en zeer strakke nummers. Je valt gelijk midden in de plaat met het explosieve Jordan, Minnesota dat de plaat gelijk al samenvat: een 37 minuten durende verwoesting van al dat je lief hebt en al je opgekropte frustratie. Je verpeste jeugd, je zelfdestructieve neigingen, je irritante gezin: ''Throw it all away!'' De absolute hoogtepunten zijn wel het metalen Kerosene vol woede, het meest ''vriendelijke'' (
) nummer Fists of Love en Bazooka Joe.Loeiharde en vette plaat. Even al je maandelijks opgekropte woede eruit gooien en je voelt je al een stuk beter! 4,5*
Black Dresses - Wasteisolation (2018)

4,0
2
geplaatst: 22 juli 2018, 00:08 uur
Even een gewaagde uitspraak doen; ik ben geneigd te zeggen dat dit plaatje beter is dan de nieuwe - en enigszins (in thema en geluid) verwante - SOPHIE plaat! Heerlijk plaatje met explosieve electro noisepop en verveelde teenage (Valley Girl) zangstemmen die het ongemerkt over de meest serieuze thema's hebben (denk in de hoek van transgender-issues, identiteitscrises, depressiviteit) tussen zogenaamde teenage partygirl onzin door. Maar de muzikaliteit is alhier vooral de smaakmaker. Tussen al het gruis zitten geweldige melodieën, kneiterharde beats en onverwachte zanglijntjes van dit duo. Een plaat van tegenstellingen dus: zwaarlijvige thema's vs. lichtvoetige thema's, noisepop vs. commercieel rete-aantrekkelijke pop. Ik kan er bijzonder van genieten. Een van de platen van het jaar als je het mij vraagt.
Overigens is de ene helft van dit duo Girls Rituals, een aardig bekende internetpersoonlijkheid en muzikante. Ik was vorig jaar al redelijk onder de indruk van haar talent (klik!). Fijn om te weten dat er direct stijgende lijn in zit!
Overigens is de ene helft van dit duo Girls Rituals, een aardig bekende internetpersoonlijkheid en muzikante. Ik was vorig jaar al redelijk onder de indruk van haar talent (klik!). Fijn om te weten dat er direct stijgende lijn in zit!
Bobby Previte - Claude's Late Morning (1988)

4,0
1
geplaatst: 27 november 2017, 23:39 uur
Ik ben een behoorlijk liefhebber van Bobby Previte. Een drummer uit rockgroepen die later als bandleider in uiteenlopende jazz samenstellingen aan de slag ging (haha). Hij is werkelijk waar wars van conventies en doet op iedere plaat weer iets anders (zelfs in 2017 brengt hij zowat iedere maand een plaat uit!). Zijn eerdere platen waren typische free-jazz werken, maar wat hij op Claude's Late Morning doet slaat alles. Een ongelooflijk breed scala aan instrumenten (Bill Frisell duikt op met zijn gitaar, maar we horen vooral verschillende typen drums, tuba's, trombones, harp, accordeon, orgel, steel guitar etc.) wordt gepureerd en er komt iets bijzonders uit. Soms een diep emotioneel moment, soms geëxperimenteer in de ruimte. Ik ben er gek op. En dat in 1988. Niet direct een jaar dat ik associeer met fantastische jazz - ondanks dat er in de jaren daaromheen hele toffe dingen zijn gemaakt in het genre.
Hoogtepunten zijn de drie opeenvolgende tracks Claude's Late Morning, First Song for Kate
en de slagwerkexercitie Ballet.
Hoogtepunten zijn de drie opeenvolgende tracks Claude's Late Morning, First Song for Kate
en de slagwerkexercitie Ballet.
Breakestra - Hit the Floor (2005)

3,0
0
geplaatst: 2 april 2011, 23:56 uur
Om mijn inhaalslag van Het ¨Review-Album van de Week!¨-Topic te beginnen heb ik gekozen uit de tips van AOVV en uiteindelijk is het deze plaat geworden.
Breakestra - Hit the Floor
Naar deze plaat was ik al tijden benieuwd, hij zou in mijn straatje moeten passen en na mijn eerste beluistering was dit dan ook zeker waar.
Op een warme zomerse dag als vandaag doet dit plaatje het uitstekend, maar ook nu rond 0:00.
Het begint heerlijk met Stand Up, energiek, een warme stem en een heerlijke beat begeleid met een pompende bas zorgen voor een mooi geheel. Heerlijk achterover leunen, een biertje erbij en gewoon luisteren. Nou ja, dat deed ik vanmiddag toen ik niet aan het typen was..
De heerlijke productie van dit album doet het hem eigenlijk al.
Die rollende drums, geen ingewikkelde beats op machines, nee gewoon ouderwets op het drumstel.
De muzikale begeleiding werkt over de hele plaat top, en de zang is gewoon erg lekker.
Dit album bewijst zich zeker en dit ís gewoon funk.
Het verveeld niet snel en de nummers zijn divers.
De muziek beschrijft zichzelf als funk met geflirt met jazz en de stem vol gegoten met soulsaus.
De nummers hoeven niet eens beschreven te worden, het spreekt allemaal voor zich en dus een vette aanrader als je van sfeervolle en opzwepende muziek houdt!
Het album geeft een lekkere ouderwetse fibe die zelfs mijn ouders doet dansen.... Helaas...
Hit the Floor doet dus wel degelijk op. Mijn verwachtingen waren hoog en gelukkig is het niveau van dit album ook erg hoog. Geen slechte tracks, maar wel veel hoogtepunten.
Heerlijk op de warme dag, chillen op het strand met de cd in de draagbare radio en jezelf verwennen met het warme weer, het lekkere water, de mooie muziek en natuurlijk het mooie uitzicht
Breakestra - Hit the Floor
Naar deze plaat was ik al tijden benieuwd, hij zou in mijn straatje moeten passen en na mijn eerste beluistering was dit dan ook zeker waar.
Op een warme zomerse dag als vandaag doet dit plaatje het uitstekend, maar ook nu rond 0:00.
Het begint heerlijk met Stand Up, energiek, een warme stem en een heerlijke beat begeleid met een pompende bas zorgen voor een mooi geheel. Heerlijk achterover leunen, een biertje erbij en gewoon luisteren. Nou ja, dat deed ik vanmiddag toen ik niet aan het typen was..
De heerlijke productie van dit album doet het hem eigenlijk al.
Die rollende drums, geen ingewikkelde beats op machines, nee gewoon ouderwets op het drumstel.
De muzikale begeleiding werkt over de hele plaat top, en de zang is gewoon erg lekker.
Dit album bewijst zich zeker en dit ís gewoon funk.
Het verveeld niet snel en de nummers zijn divers.
De muziek beschrijft zichzelf als funk met geflirt met jazz en de stem vol gegoten met soulsaus.
De nummers hoeven niet eens beschreven te worden, het spreekt allemaal voor zich en dus een vette aanrader als je van sfeervolle en opzwepende muziek houdt!
Het album geeft een lekkere ouderwetse fibe die zelfs mijn ouders doet dansen.... Helaas...
Hit the Floor doet dus wel degelijk op. Mijn verwachtingen waren hoog en gelukkig is het niveau van dit album ook erg hoog. Geen slechte tracks, maar wel veel hoogtepunten.
Heerlijk op de warme dag, chillen op het strand met de cd in de draagbare radio en jezelf verwennen met het warme weer, het lekkere water, de mooie muziek en natuurlijk het mooie uitzicht

Brian Eno - Ambient 1 (1978)
Alternatieve titel: Music for Airports

4,0
0
geplaatst: 8 mei 2011, 01:42 uur
Hoewel ik veel muziek van Eno ken, producties van hem, collaboraties met oa. David Byrne, maar zeker ook solo werk, heb ik deze nog nooit beluisterd. Je kunt wel zeggen dat ik het genegeerd heb, vooral omdat het ook nog eens op mijn Ipod staat. Zijn eerste 2 albums waren nog echte glamrock albums, maar later ging het een toen nog ''vreemde'' kant op, iets wat we later ambient zouden noemen.
Na zijn eerste 2 solo albums en zijn grote en opvallende rol bij Roxy Music sloeg hij een nieuwe weg in. Een weg die heel rustig en intiem was. Heel dromerig vol met soundscapes en uitgesponnen sfeer muziek. Perfect als achtergrond of als slaapmuziek, maar ook om intens van te genieten. En dat is eigenlijk ook wel het geval met dit album. De benoemde uitvinder van de ambient zorgt op zijn eerste eigengenoemde Ambient 1 voor een mystieke, maar o zo zwijmelende muziek. Dromerig en confronterend, en enorm fundamenteel voor de muziek.
Het was nieuw in die tijd, experimenteel. Tijdgenoten als Tangerine Dream deden het was anders, zij waren ook wel ''minimaal'', maar voor met de nadruk op de electronics. Maar Eno doet het met een heel miniaal sfeertje. Een piano is sfeer bepalend en Eno is ongelovelijk.
Een meester kan ik hem noemen. Hij is een meester in producties, maar zelf kan hij er ook wat van. En wat is hij met belangrijke albums betrokken geweest zeg, zelfs bij 2 van mijn favoriete platen: Low van Bowie en Remain in Light van Talking Heads, maar ook als prominent genoemde muzikant in My Life in the Bush of Ghosts samen met David Byrne.
Een fantastische carriere dus.
Maar genoeg over de achtergrond en terug naar binnen, naar dit album.
Vier nummers, van een uitgesponnen lengte en in totaal 48:33 minuten. Zo lang kun je precies genieten in de nacht. In ieder geval met Eno die een dromerige sfeer neerzet met de opener.
Hij bespeelt rustig de piano en bouwt er een breekbare muur, of eigenlijk een wand omheen.
Van buiten lijkt het gewoon wat pianomuziek, maar als je eenmaal binnen de wand, en niet buiten de wand komt via de koptelefoon, dan begint het nadenken pas. Even stresvrij achterover leunen en gewoon eens genieten. Even vergeten aan het echte leven en even pure rust krijgen.
Alsof Eno het geschreven heeft voor mensen die lopen te stressen voor een bepaald Wis A PO
Die genialiteit zet hij door in het album. De engelen daarboven, het doet mij ook aan een kerk denken. Ik weet nog wel dat ik met kerst, op de basisschool altijd kerstviering had in de kerk. We moesten altijd van die versen oplezen, psalmen zingen, en een soort toneelstuk doen. En dan als je even pauze had, dat je naar de gigantische muren keek, naar de schilderijen, de glas-in-lood ramen en natuurlijk de schilderingen op het plafond. Ik was onder de indruk. Ik ben al tijden niet meer gelovig, maar als ik daar aan denk verlang ik eigenlijk wel weer terug naar die vredige tijden toen ik nergens aan hoefde te denken, zelfs ik heb dat, een 16 jarige. En dat zal ik altijd we blijven houden denk ik, gelukkig
Met 1/2 heb je een combinatie van de zang van 2 en de piano van 1, dat gevoel krijg ik en het zorgt voor een mooi geheel. Helaas zakt mijn interesse toch af. Bijna 50 minuten lang hele rustige muziek zonder climax, zonder kracht is ietwat lang, 35 minuten was perfect geweest.
Gelukkig brengt 2/2 wat meer, wat lagere en langere tonen zorgen voor een soort filmachtig beeld en door dit nummer raak ik toch niet verveeld door het album, maar steeds, in wat voor volgorde ik het album afspeel, altijd blijven de eerste 2 nummers het meest boeien, als ik de tracklist omdraai zouden die eerste nummers het meest boeien. Je kunt dat als negatief punt beschouwen, maar dat doe ik niet. Het weerspiegeld juist de genialiteit van Eno.
Hulde dus voor deze meester!
Na zijn eerste 2 solo albums en zijn grote en opvallende rol bij Roxy Music sloeg hij een nieuwe weg in. Een weg die heel rustig en intiem was. Heel dromerig vol met soundscapes en uitgesponnen sfeer muziek. Perfect als achtergrond of als slaapmuziek, maar ook om intens van te genieten. En dat is eigenlijk ook wel het geval met dit album. De benoemde uitvinder van de ambient zorgt op zijn eerste eigengenoemde Ambient 1 voor een mystieke, maar o zo zwijmelende muziek. Dromerig en confronterend, en enorm fundamenteel voor de muziek.
Het was nieuw in die tijd, experimenteel. Tijdgenoten als Tangerine Dream deden het was anders, zij waren ook wel ''minimaal'', maar voor met de nadruk op de electronics. Maar Eno doet het met een heel miniaal sfeertje. Een piano is sfeer bepalend en Eno is ongelovelijk.
Een meester kan ik hem noemen. Hij is een meester in producties, maar zelf kan hij er ook wat van. En wat is hij met belangrijke albums betrokken geweest zeg, zelfs bij 2 van mijn favoriete platen: Low van Bowie en Remain in Light van Talking Heads, maar ook als prominent genoemde muzikant in My Life in the Bush of Ghosts samen met David Byrne.
Een fantastische carriere dus.
Maar genoeg over de achtergrond en terug naar binnen, naar dit album.
Vier nummers, van een uitgesponnen lengte en in totaal 48:33 minuten. Zo lang kun je precies genieten in de nacht. In ieder geval met Eno die een dromerige sfeer neerzet met de opener.
Hij bespeelt rustig de piano en bouwt er een breekbare muur, of eigenlijk een wand omheen.
Van buiten lijkt het gewoon wat pianomuziek, maar als je eenmaal binnen de wand, en niet buiten de wand komt via de koptelefoon, dan begint het nadenken pas. Even stresvrij achterover leunen en gewoon eens genieten. Even vergeten aan het echte leven en even pure rust krijgen.
Alsof Eno het geschreven heeft voor mensen die lopen te stressen voor een bepaald Wis A PO

Die genialiteit zet hij door in het album. De engelen daarboven, het doet mij ook aan een kerk denken. Ik weet nog wel dat ik met kerst, op de basisschool altijd kerstviering had in de kerk. We moesten altijd van die versen oplezen, psalmen zingen, en een soort toneelstuk doen. En dan als je even pauze had, dat je naar de gigantische muren keek, naar de schilderijen, de glas-in-lood ramen en natuurlijk de schilderingen op het plafond. Ik was onder de indruk. Ik ben al tijden niet meer gelovig, maar als ik daar aan denk verlang ik eigenlijk wel weer terug naar die vredige tijden toen ik nergens aan hoefde te denken, zelfs ik heb dat, een 16 jarige. En dat zal ik altijd we blijven houden denk ik, gelukkig

Met 1/2 heb je een combinatie van de zang van 2 en de piano van 1, dat gevoel krijg ik en het zorgt voor een mooi geheel. Helaas zakt mijn interesse toch af. Bijna 50 minuten lang hele rustige muziek zonder climax, zonder kracht is ietwat lang, 35 minuten was perfect geweest.
Gelukkig brengt 2/2 wat meer, wat lagere en langere tonen zorgen voor een soort filmachtig beeld en door dit nummer raak ik toch niet verveeld door het album, maar steeds, in wat voor volgorde ik het album afspeel, altijd blijven de eerste 2 nummers het meest boeien, als ik de tracklist omdraai zouden die eerste nummers het meest boeien. Je kunt dat als negatief punt beschouwen, maar dat doe ik niet. Het weerspiegeld juist de genialiteit van Eno.
Hulde dus voor deze meester!
Bruce Springsteen - Born in the U.S.A. (1984)
Bruce Springsteen - Darkness on the Edge of Town (1978)

4,0
0
geplaatst: 8 juni 2017, 09:22 uur
brandos schreef:
Metgezelzegt
Metgezelzegt
(quote)
Nee voor mij is het precies omgekeerd, dit was een mooie opwarmer voor 'The river' waar dit album qua sfeer en aanpak best veel mee gemeen heeft. Maar als ik een handvol favoriete songs moet noemen dan komen die toch meerendeels van 'The river' zoals 'Jacksons cage' en 'The ties that bind'. Ook heb je bij 'The river' nog meer dan bij DOTEOT het idee van een samenhangende verhalenbundel. Ja, die laatste zin vind ik treffend. Óók duidelijk mijn favoriet van The Boss, terwijl hij het je soms best moeilijk kan maken om een favoriete plaat van 'm te noemen. Originele songkeuzes ook. Ik ga wat dat betreft voor Drive All Night, The Ties That Bind en Stolen Car. Vooruit; Ramrod of I'm a Rocker erbij. En oh ja; Wreck on the Highway en... ik kan wel even doorgaan. Zijn meest gevarieerde plaat en alle aspecten van Springsteen zijn te horen op die plaat. Van roadhouse showstopper tot bewogen troubadour.
Wat deze plaat betreft. Ik vind dit toch één van de mindere in het rijtje vanaf The Wild, The Innocent t/m Tunnel of Love. De songs zijn mijn inziens haast perfect, maar komen op de plaat zelf zo dof voor. Live hoor je echt hoe goed de songs zijn. Racing in the Street is daar een perfect voorbeeld van, die in de jaren steeds meer is uitgerekt en emotioneler is geworden dankzij de solo van Roy Bitten. Factory die met een stevig kloppende ritmesectie en sublieme orgelsolo van Federici echt tot leven komt. Badlands en Promised Land dat vol energie gebracht wordt, doch in de studio veel van die energie mist. Prove It All Night met die razende gitaarsolo intro van the Boss himself... en zo kan ik wel even doorgaan.
Eigenlijk alleen Something In the Night leunt perfect op de desolate productie met die doffe drums en een soort Jim Steinman-achtig refrein. Ik snap dat Bruce na de volle productie op BtR, nu een lege productie wou (en op papier klinkt dat heerlijk bij Bruce z'n stem), maar het resultaat is niet echt fantastisch. Mijn hoge score is echt te danken aan het fantastische songmateriaal, dat terecht volop in zijn setlists te bespeuren is. Qua sound betreft raakte hij op The River eindelijk de juiste snaar. Een geweldige mix van gestripte nummers en vollere nummers, waarop de welbekende livesound van de E-Street Band duidelijk te horen is.
Bruce Springsteen - Human Touch (1992)

2,5
10
geplaatst: 29 maart 2020, 13:32 uur
In tijden van isolatie moet een mens zich maar enigszins bezig houden. Daarom ga ik de komende tijd zo nu en dan besprekingen plaatsen van albums uit de wat minder goed ontvangen en minder besproken periode van ''The Boss''. Van de week daagde mij namelijk dat ik na het uitkomen van de Album Collection, Vol. 2 [1987-1996] eigenlijk nooit meer echt aandachtig naar een Springsteenalbum uit die periode heb geluisterd, terwijl de remasters naar mijn idee toch wel iets beter klinken dan de oorspronkelijke producten. Waarschuwing vooraf. Dit wordt een meanderende longread. Een gewaarschuwd man telt voor twee.
Ik begin maar bij Human Touch, want chronologie is ook zo wat. Volgens vele fans van de man zijn meest beroerde album. Persoonlijk zou ik die titel liever vergeven aan Working on a Dream, of nee, beter nog aan High Hopes, maar Human Touch kan best meedingen om die titel: het is zeker geen hoogtepunt in 's mans carrière. An sich is dat zonde, want het had een goed project kunnen worden. Ook als je weet in wat voor een product het heeft geresulteerd. De voortekenen waren eigenlijk wel goed. Springsteen nam Tunnel of Love – formeel gezien nog een E Street Band product, maar praktisch een solo-album – immers ook al op als puur studioproduct en dat is zeker niet mislukt. Een erg introspectief album en dat uitte zich ook in de opnames. Het meeste spul speelde hij zelf op synths en (bas)gitaren in en verschillende bandleden werden slechts sporadisch de studio ingevlogen om kort een riedeltje te spelen. Dat duidde er reeds op dat Springsteen een beetje moe werd van het schrijven van muziek waarin per se een orgeltje of saxofoon op te horen moest zijn. Hier wilde hij terug naar de basis en simpelere gitaar-georiënteerde rockmuziek maken met de nodige soul, gospel en country-invloeden. Dat de E Street Band opzij werd geschoven na 2 lange slopende tournees in '88 is wat dat betreft niet geheel verrassend. Een scheiding enerzijds en het starten van een gezin anderzijds nog niet eens meegewogen.
Human Touch is ergens net zo goed een puur studioproduct als Tunnel of Love dat is. Het duurde bij Human Touch echter wat langer voordat het eindproduct gereed voor verkoop was omdat er lang werd getwijfeld over welke nummers op het album zouden moeten komen. Gedurende 2 jaar werden er opnamesessies gehouden met een aantal befaamde studiomuzikanten (waaronder Jeff Porcaro, Randy Jackson en voormalig E Streetlid David Sancious die een paar verwaarloosbare keren opduikt), enkele respectabele soulzangers van weleer (Bobby King, Bobby Hatfield en Sam ''zonder Dave'' Moore) en Roy Bittan – naast Patti Scialfa – de enige overgebleven E Street rakker. De rol van Bittan is naar mijn vermoeden vrij groot geweest bij deze opnames; hij is co-producer, schreef een paar songs en we weten van The River (met Little Steven als co-producer) en bijvoorbeeld The Rising dat andere producers een aardig stempel weten te drukken op Springsteen's albums. Dat is ook waar het op dit album finaal misgaat. De productie en de sound. De studiomuzikanten leveren prima werk af en weten bij vlagen de songs wat identiteit te geven, maar zelfs met de E Street Band had je hier geen hoogtepunt mee gecreëerd.
Het album klinkt ontiegelijk gedateerd. De gitaren roepen eerder associaties op van KISS op hun gladde eind jaren '80 producties; de drums klinken als tinnen blik; de synth fills zijn fouter dan fout; op de meest rare momenten worden vage rimboegeluidjes uit de nieuwste-van-de-nieuwste-hipperdehippe-synthesizer ingezet en de mix is aalglad. Nu waren Born in the USA en Tunnel of Love ook al ontzettend afhankelijk van hun synthesizer gedreven geluid, en op Tunnel of Love werd zelfs met de drumcomputer gekloot, maar hier zijn echt verkeerde keuzes gemaakt. Misschien een beetje zwaar om dat Bittan, ten dele, aan te rekenen, maar het gekozen geluid van zijn keyboards op de hierna volgende tour verraden wel dat Springsteen en hij kennelijk een fascinatie hadden voor dit specifieke type fills in die tijd. Helaas.
Dan de songs. Dat is nogal een mixed bag. Springsteen geeft tegenwoordig aan dat hij heeft getracht om voor de verandering ''happy songs'' te schrijven en geeft toe dat hij simpele nummers schreef die puur voor live-optredens zijn geschreven. Volgens mij is dat maar half waar, want ik hoor bij vlagen wel degelijk een serieuze en geïnspireerde artiest. Ik hoor dikwijls country-invloeden opduiken (Bruce begint hier met twang te zingen, iets dat hij daarna nooit meer helemaal is verloren – en laat zijn gitaren ook constant 'twangen'). Invloeden die op Tunnel of Love ook veel naar boven komen. Ik hoor hoofdrollen voor de achtergrondzang (met doo wop en soul passages), iets wat tijdens de navolgende wereldtournee met de achtergrondkoren en gospel-rendities ook nadrukkelijk naar voren kwam en ook weer voortborduurt op ideeën van de Tunnel of Love Express Tour. Ik hoor ook persoonlijke songs; waar hij voorheen schreef over fictieve personages lijkt hij hier steeds vaker over zichzelf te schrijven. Over depressie, over het ontsporen van zijn privéleven, het ouder worden. Iets wat op Lucky Town nog veel duidelijker blijkt.
Zoals eerder gezegd had het album best perspectief. Bij een tweetal benefietconcerten in 1990 (The Christic Shows – ken je ze niet? Zoek ze rap op!) speelde hij nieuw materiaal van de Human Touch sessies. Akoestisch zonder al die irrelevante opsmuk. Een countrysong in de geest van Jimmie Rodgers, dat ook nog eens dient als schunnige tribuut aan zijn vrouw (''Red Headed Woman''), een ode aan zijn moeder verpakt in een countrysong met de nodige twang (''The Wish''), een dreigende song in de stijl van Tunnel of Love (''When the Lights Go Out'') en een drietal songs dat uiteindelijk wel op het album zou komen. Alle songs werden, terecht, met groot enthousiasme ontvangen door het publiek. Speelde hij op de eerste avond nog maar twee nieuwe ''probeersels'', op de tweede avond was het zelfvertrouwen alweer toegenomen en waren dat er al zes. ''57 Channels'' was een gevaarlijke rockabilly track, ''Soul Driver'' werd met spaarzaam gitaarspel bijna schreeuwend gebracht (en voelt haast als voorbode voor The Seeger Sessions en Hard Times) en ''Real World'', met een autobiografische tekst die de nodige emotionele lading heeft, als gepassioneerde pianoballade. Had ik die avonden in het publiek gezeten, dan had ik zonder twijfel wederom een essentieel Springsteen album verwacht.
Zoals we inmiddels weten is dat het niet geworden. Er staat de nodige filler op Human Touch waarmee live flink geknald moest worden, maar wat uiteindelijk maar weinig gespeeld werd (''The Long Goodbye'', ''Gloria's Eyes'', ''All Or Nothing At All''). Liedjes die niet slecht of goed zijn, maar wat identiteitsloos. Er staan twee gênante drollen op genaamd ''Real Man'' (zelfs door Springsteen met enige gene geïntroduceerd tijdens een concert in 1992) en ''Man's Job'', die niet alleen aalglad, maar ook armoedig geschreven zijn. Human Touch kent liedjes die in hun gestripte oerversies prachtige krachtige songs zijn, maar met alle opsmuk aan kracht inkrimpen (''Real World'', ''Soul Driver''). Desniettemin staan er op deze plaat ook songs die toch bijzonder goed gelukt zijn. De titeltrack is een gedreven lied, machtig gezongen om als luisteraar heerlijk mee te blèren, dat ontaard in een heerlijke eruptie van gitaren, drums en gekreun. ''With Every Wish'' is om onnavolgbare redenen volledig genegeerd door Springsteen in al die jaren, maar dient met haar subtiele trompetspel als indrukwekkende opvolger van ''Meeting Across the River'' (1975). ''57 Channels'' is van harde rockabilly track getransformeerd naar een een sterke, verrassend cynische, aanklacht tegen massaconsumptie – in een tijd dat een aanklacht tegen massaconsumptie nog sterk kon zijn. ''Roll of the Dice'' is een swingende soulvolle niks-aan-de-hand song die later op tournee werd uitgebreid tot Solomon Burke gospelmedley en ten slotte is er nog het hoogtepunt ''I Wish I Were Blind'' – een uiterst gevoelige en meeslepende countryrocker met een tekst die het George Jones niet had misstaan te zingen.
Al met al een album dat misschien iets te overdreven verguisd wordt, maar waar zeker het een en ander op aan te merken is. Waar The Boss normaliter kritische keuzes maakt over het selecteren van songs voor het uiteindelijke album, is hij hier niet kritisch genoeg geweest. Hij had makkelijk de helft kunnen schrappen. Misschien had hij uiteindelijk maar een tijdje extra in de studio moeten blijven om van Human Touch en Lucky Town één album te maken. Toch verhoog ik mijn cijfer naar een 2,5*, want eerlijk is eerlijk; op een select aantal stinkers na zijn de songs helemaal niet zo slecht of ongeïnspireerd. Ze lijden alleen aan de klinische productie en zijn in essentie gewoon wat simpeler dan dat we van The Boss gewend zijn.
Ik begin maar bij Human Touch, want chronologie is ook zo wat. Volgens vele fans van de man zijn meest beroerde album. Persoonlijk zou ik die titel liever vergeven aan Working on a Dream, of nee, beter nog aan High Hopes, maar Human Touch kan best meedingen om die titel: het is zeker geen hoogtepunt in 's mans carrière. An sich is dat zonde, want het had een goed project kunnen worden. Ook als je weet in wat voor een product het heeft geresulteerd. De voortekenen waren eigenlijk wel goed. Springsteen nam Tunnel of Love – formeel gezien nog een E Street Band product, maar praktisch een solo-album – immers ook al op als puur studioproduct en dat is zeker niet mislukt. Een erg introspectief album en dat uitte zich ook in de opnames. Het meeste spul speelde hij zelf op synths en (bas)gitaren in en verschillende bandleden werden slechts sporadisch de studio ingevlogen om kort een riedeltje te spelen. Dat duidde er reeds op dat Springsteen een beetje moe werd van het schrijven van muziek waarin per se een orgeltje of saxofoon op te horen moest zijn. Hier wilde hij terug naar de basis en simpelere gitaar-georiënteerde rockmuziek maken met de nodige soul, gospel en country-invloeden. Dat de E Street Band opzij werd geschoven na 2 lange slopende tournees in '88 is wat dat betreft niet geheel verrassend. Een scheiding enerzijds en het starten van een gezin anderzijds nog niet eens meegewogen.
Human Touch is ergens net zo goed een puur studioproduct als Tunnel of Love dat is. Het duurde bij Human Touch echter wat langer voordat het eindproduct gereed voor verkoop was omdat er lang werd getwijfeld over welke nummers op het album zouden moeten komen. Gedurende 2 jaar werden er opnamesessies gehouden met een aantal befaamde studiomuzikanten (waaronder Jeff Porcaro, Randy Jackson en voormalig E Streetlid David Sancious die een paar verwaarloosbare keren opduikt), enkele respectabele soulzangers van weleer (Bobby King, Bobby Hatfield en Sam ''zonder Dave'' Moore) en Roy Bittan – naast Patti Scialfa – de enige overgebleven E Street rakker. De rol van Bittan is naar mijn vermoeden vrij groot geweest bij deze opnames; hij is co-producer, schreef een paar songs en we weten van The River (met Little Steven als co-producer) en bijvoorbeeld The Rising dat andere producers een aardig stempel weten te drukken op Springsteen's albums. Dat is ook waar het op dit album finaal misgaat. De productie en de sound. De studiomuzikanten leveren prima werk af en weten bij vlagen de songs wat identiteit te geven, maar zelfs met de E Street Band had je hier geen hoogtepunt mee gecreëerd.
Het album klinkt ontiegelijk gedateerd. De gitaren roepen eerder associaties op van KISS op hun gladde eind jaren '80 producties; de drums klinken als tinnen blik; de synth fills zijn fouter dan fout; op de meest rare momenten worden vage rimboegeluidjes uit de nieuwste-van-de-nieuwste-hipperdehippe-synthesizer ingezet en de mix is aalglad. Nu waren Born in the USA en Tunnel of Love ook al ontzettend afhankelijk van hun synthesizer gedreven geluid, en op Tunnel of Love werd zelfs met de drumcomputer gekloot, maar hier zijn echt verkeerde keuzes gemaakt. Misschien een beetje zwaar om dat Bittan, ten dele, aan te rekenen, maar het gekozen geluid van zijn keyboards op de hierna volgende tour verraden wel dat Springsteen en hij kennelijk een fascinatie hadden voor dit specifieke type fills in die tijd. Helaas.
Dan de songs. Dat is nogal een mixed bag. Springsteen geeft tegenwoordig aan dat hij heeft getracht om voor de verandering ''happy songs'' te schrijven en geeft toe dat hij simpele nummers schreef die puur voor live-optredens zijn geschreven. Volgens mij is dat maar half waar, want ik hoor bij vlagen wel degelijk een serieuze en geïnspireerde artiest. Ik hoor dikwijls country-invloeden opduiken (Bruce begint hier met twang te zingen, iets dat hij daarna nooit meer helemaal is verloren – en laat zijn gitaren ook constant 'twangen'). Invloeden die op Tunnel of Love ook veel naar boven komen. Ik hoor hoofdrollen voor de achtergrondzang (met doo wop en soul passages), iets wat tijdens de navolgende wereldtournee met de achtergrondkoren en gospel-rendities ook nadrukkelijk naar voren kwam en ook weer voortborduurt op ideeën van de Tunnel of Love Express Tour. Ik hoor ook persoonlijke songs; waar hij voorheen schreef over fictieve personages lijkt hij hier steeds vaker over zichzelf te schrijven. Over depressie, over het ontsporen van zijn privéleven, het ouder worden. Iets wat op Lucky Town nog veel duidelijker blijkt.
Zoals eerder gezegd had het album best perspectief. Bij een tweetal benefietconcerten in 1990 (The Christic Shows – ken je ze niet? Zoek ze rap op!) speelde hij nieuw materiaal van de Human Touch sessies. Akoestisch zonder al die irrelevante opsmuk. Een countrysong in de geest van Jimmie Rodgers, dat ook nog eens dient als schunnige tribuut aan zijn vrouw (''Red Headed Woman''), een ode aan zijn moeder verpakt in een countrysong met de nodige twang (''The Wish''), een dreigende song in de stijl van Tunnel of Love (''When the Lights Go Out'') en een drietal songs dat uiteindelijk wel op het album zou komen. Alle songs werden, terecht, met groot enthousiasme ontvangen door het publiek. Speelde hij op de eerste avond nog maar twee nieuwe ''probeersels'', op de tweede avond was het zelfvertrouwen alweer toegenomen en waren dat er al zes. ''57 Channels'' was een gevaarlijke rockabilly track, ''Soul Driver'' werd met spaarzaam gitaarspel bijna schreeuwend gebracht (en voelt haast als voorbode voor The Seeger Sessions en Hard Times) en ''Real World'', met een autobiografische tekst die de nodige emotionele lading heeft, als gepassioneerde pianoballade. Had ik die avonden in het publiek gezeten, dan had ik zonder twijfel wederom een essentieel Springsteen album verwacht.
Zoals we inmiddels weten is dat het niet geworden. Er staat de nodige filler op Human Touch waarmee live flink geknald moest worden, maar wat uiteindelijk maar weinig gespeeld werd (''The Long Goodbye'', ''Gloria's Eyes'', ''All Or Nothing At All''). Liedjes die niet slecht of goed zijn, maar wat identiteitsloos. Er staan twee gênante drollen op genaamd ''Real Man'' (zelfs door Springsteen met enige gene geïntroduceerd tijdens een concert in 1992) en ''Man's Job'', die niet alleen aalglad, maar ook armoedig geschreven zijn. Human Touch kent liedjes die in hun gestripte oerversies prachtige krachtige songs zijn, maar met alle opsmuk aan kracht inkrimpen (''Real World'', ''Soul Driver''). Desniettemin staan er op deze plaat ook songs die toch bijzonder goed gelukt zijn. De titeltrack is een gedreven lied, machtig gezongen om als luisteraar heerlijk mee te blèren, dat ontaard in een heerlijke eruptie van gitaren, drums en gekreun. ''With Every Wish'' is om onnavolgbare redenen volledig genegeerd door Springsteen in al die jaren, maar dient met haar subtiele trompetspel als indrukwekkende opvolger van ''Meeting Across the River'' (1975). ''57 Channels'' is van harde rockabilly track getransformeerd naar een een sterke, verrassend cynische, aanklacht tegen massaconsumptie – in een tijd dat een aanklacht tegen massaconsumptie nog sterk kon zijn. ''Roll of the Dice'' is een swingende soulvolle niks-aan-de-hand song die later op tournee werd uitgebreid tot Solomon Burke gospelmedley en ten slotte is er nog het hoogtepunt ''I Wish I Were Blind'' – een uiterst gevoelige en meeslepende countryrocker met een tekst die het George Jones niet had misstaan te zingen.
Al met al een album dat misschien iets te overdreven verguisd wordt, maar waar zeker het een en ander op aan te merken is. Waar The Boss normaliter kritische keuzes maakt over het selecteren van songs voor het uiteindelijke album, is hij hier niet kritisch genoeg geweest. Hij had makkelijk de helft kunnen schrappen. Misschien had hij uiteindelijk maar een tijdje extra in de studio moeten blijven om van Human Touch en Lucky Town één album te maken. Toch verhoog ik mijn cijfer naar een 2,5*, want eerlijk is eerlijk; op een select aantal stinkers na zijn de songs helemaal niet zo slecht of ongeïnspireerd. Ze lijden alleen aan de klinische productie en zijn in essentie gewoon wat simpeler dan dat we van The Boss gewend zijn.
Bruce Springsteen - Lucky Town (1992)

3,5
7
geplaatst: 29 maart 2020, 14:52 uur
Lucky Town, een companion piece voor Human Touch. Het is bij vlagen ook een antithesis voor Human Touch. Waar voor Human Touch allerlei hippe productiefoefjes zijn uitgehaald, is Lucky Town in al zijn eenvoud in Springsteen's eigen studio opgenomen. Waar op Human Touch een grote pot met bekende sessiemuzikanten werd geopend, speelt Springsteen de liedjes op Lucky Town grotendeels zelf in. Waar de songs op Human Touch doorspekt zijn met pop, gospel, soul en héél véél synthesizer riedeltjes bestaat Lucky Town voornamelijk uit meer bluesy gitaar-georiënteerde songs. Toch zijn er ook de nodige overeenkomsten. Ook Lucky Town kent een paar simpele uitbundige rockers als ''Leap of Faith'' en ''Local Hero'', vol met groots aangezette achtergrondkoren die impliceren dat dit album inderdaad rond hetzelfde tijdsbestek als Human Touch is opgenomen. Songs als ''Better Days'', ''Local Hero'' en ''Living Proof'' klinken net als ''Real World'' van het Human Touch-album vrolijk en jolig, maar bevatten telkens een diep persoonlijke tekst die doen vermoeden dat Springsteen hier tracht af te rekenen met een zware gemoedstoestand. ''Yeah just sittin' around waitin' for my life to begin/while it was all just slippin' away'', ''when you find yourself pretendin'/to be a richman in a poor man's shirt'' en ''you shot through my anger and my rage/to show me my prison was just an open cage''. Een veertiger die zich na hectische jonge jaren en een mislukt huwelijk achter zijn naam ten doel stelt dat zijn nieuwe familieleven koste wat het koste mòèt slagen. ''Better days are shinin' through''. Nog nooit was hij zo direct en to-the-point in zijn teksten als op dit album.
Er sprankelt hier meer urgentie af van Springsteen dan op Human Touch – het eigenlijke ''hoofdproduct'' om het zo maar uit te drukken. Anders kan ik het niet brengen. Het mag geen wonder heten dat het album in rap tempo is opgenomen en afgewerkt. Springsteen klinkt gepassioneerd en geïnspireerd. Naar mijn weten is er zelfs geen enkele outtake van deze sessies buiten het album beland. Het album is vele malen compacter dan Human Touch (waar dik twee jaar aan is gewerkt), doch werden er meer nummers van Lucky Town live gespeeld naarmate zijn wereldtournee vorderde, dan van Human Touch. Waar een song als ''Man's Job'' soms nogal ongemakkelijk met dito ongemakkelijke podiumact werd ingezet, daar werden songs als ''Lucky Town'' en ''Better Days'' met het nodige vuur en daadkracht gebracht. Het klinkt allemaal wat organischer en meer naar wat Springsteen uiteindelijk voor ogen had voor zijn nieuwe liveband. Er is zelfs weer ruimte voor een mondharmonica zo nu en dan.
Dat betekend niet dat dit album perfect is. Nee, verre van. ''Local Hero'' en ''Leap of Faith'' zijn wat generieke rockers die Springsteen op any given day uit z'n mouw gooit, en ''Book of Dreams'' is een wat aarzelend zoet liedje met misplaatste synthfills. Aan de andere kant brengt het album ook de sterke westernrocker ''Lucky Town'' en het ambigue (in de zin dat het zowel als huwelijks- als uitvaartlied kan worden gebruikt) ''If I Should Fall Behind'' dat in al die jaren is uitgegroeid naar klassiekerstatus. Voor mij een van de meest beladen composities van Springsteen, daar het lied in de prachtige ''MTV Plugged'' uitvoering op de uitvaart van mijn grootvader werd gedraaid afgelopen jaar. Dan volgt nog ''The Big Muddy'', gebaseerd op een gelijknamige Vietnam-protestsong van Pete Seeger, een moerassige meanderende blues dat doet denken aan de akoestische oerversie van ''Soul Driver'' zoals te horen op de Christic Shows om weer een link te leggen tussen Human Touch en Lucky Town. ''The Big Muddy'' is thematisch haast een voortzetting van de Woody Guthrie songs die Springsteen ten tijde van Tunnel of Love zong en alvast een voorbode op het Tom Joad-album dat hierna zou volgen. En dan is er nog ''Living Proof'' waarin Springsteen met de geboorte van zijn eerste kind in het reine probeert te komen met zichzelf.
Per slotsom horen we hier zeker een meer geïnspireerde Springsteen dan op Human Touch, maar ook hier bekruipt mij het gevoel dat er meer in het vat had gezeten. Waar ik bij Human Touch nog schreef dat ik de E Street Band niet per se mis, is dat hier wel het geval. Het geheel klinkt qua sound zeker meer aangenaam dan Human Touch, maar ik mis soms wat muzikaal vakmanschap tussendoor. Het ge-musiceer is allemaal wel heel basic en mist net dat beetje extra. Een ''My Beautiful Reward'' bijvoorbeeld wordt in een apart tempo ingespeeld en er danig snel doorheen gejast. Meer geduld was voor dit album op z'n plaats geweest. Lucky Town klinkt verder gewoon onwijs als een album dat voor de E Street Band is geschreven. Op momenten verwacht ik Federici's orgel te horen; op spaarzame momenten fantaseer ik de aanwezigheid van Clarence's sax in de mix en in mijn hoofd hoor ik 'Miami' Steve van Zandt op de achtergrond kenmerkend de refreinen van ''Better Days'' en ''Lucky Town'' meeschreeuwen. Latere live-rendities door de E Street Band lijken mijn vermoedens te bevestigen dat het album in de handen van de E Street Band op handen gedragen zou worden. Al ontkom je ook dan niet aan het feit dat een aantal composities gewoon niet van het hoge niveau is als dat we dat na al die jaren van Springsteen gewend zijn geraakt. Maar het album zelf is niettemin van een prima niveau en aardig onderschat. Ik verwacht in de komende jaren eigenlijk dat critici het album positiever zullen gaan benaderen. Dat begint bij mij in ieder geval wel steeds meer te gebeuren.
Er sprankelt hier meer urgentie af van Springsteen dan op Human Touch – het eigenlijke ''hoofdproduct'' om het zo maar uit te drukken. Anders kan ik het niet brengen. Het mag geen wonder heten dat het album in rap tempo is opgenomen en afgewerkt. Springsteen klinkt gepassioneerd en geïnspireerd. Naar mijn weten is er zelfs geen enkele outtake van deze sessies buiten het album beland. Het album is vele malen compacter dan Human Touch (waar dik twee jaar aan is gewerkt), doch werden er meer nummers van Lucky Town live gespeeld naarmate zijn wereldtournee vorderde, dan van Human Touch. Waar een song als ''Man's Job'' soms nogal ongemakkelijk met dito ongemakkelijke podiumact werd ingezet, daar werden songs als ''Lucky Town'' en ''Better Days'' met het nodige vuur en daadkracht gebracht. Het klinkt allemaal wat organischer en meer naar wat Springsteen uiteindelijk voor ogen had voor zijn nieuwe liveband. Er is zelfs weer ruimte voor een mondharmonica zo nu en dan.
Dat betekend niet dat dit album perfect is. Nee, verre van. ''Local Hero'' en ''Leap of Faith'' zijn wat generieke rockers die Springsteen op any given day uit z'n mouw gooit, en ''Book of Dreams'' is een wat aarzelend zoet liedje met misplaatste synthfills. Aan de andere kant brengt het album ook de sterke westernrocker ''Lucky Town'' en het ambigue (in de zin dat het zowel als huwelijks- als uitvaartlied kan worden gebruikt) ''If I Should Fall Behind'' dat in al die jaren is uitgegroeid naar klassiekerstatus. Voor mij een van de meest beladen composities van Springsteen, daar het lied in de prachtige ''MTV Plugged'' uitvoering op de uitvaart van mijn grootvader werd gedraaid afgelopen jaar. Dan volgt nog ''The Big Muddy'', gebaseerd op een gelijknamige Vietnam-protestsong van Pete Seeger, een moerassige meanderende blues dat doet denken aan de akoestische oerversie van ''Soul Driver'' zoals te horen op de Christic Shows om weer een link te leggen tussen Human Touch en Lucky Town. ''The Big Muddy'' is thematisch haast een voortzetting van de Woody Guthrie songs die Springsteen ten tijde van Tunnel of Love zong en alvast een voorbode op het Tom Joad-album dat hierna zou volgen. En dan is er nog ''Living Proof'' waarin Springsteen met de geboorte van zijn eerste kind in het reine probeert te komen met zichzelf.
Per slotsom horen we hier zeker een meer geïnspireerde Springsteen dan op Human Touch, maar ook hier bekruipt mij het gevoel dat er meer in het vat had gezeten. Waar ik bij Human Touch nog schreef dat ik de E Street Band niet per se mis, is dat hier wel het geval. Het geheel klinkt qua sound zeker meer aangenaam dan Human Touch, maar ik mis soms wat muzikaal vakmanschap tussendoor. Het ge-musiceer is allemaal wel heel basic en mist net dat beetje extra. Een ''My Beautiful Reward'' bijvoorbeeld wordt in een apart tempo ingespeeld en er danig snel doorheen gejast. Meer geduld was voor dit album op z'n plaats geweest. Lucky Town klinkt verder gewoon onwijs als een album dat voor de E Street Band is geschreven. Op momenten verwacht ik Federici's orgel te horen; op spaarzame momenten fantaseer ik de aanwezigheid van Clarence's sax in de mix en in mijn hoofd hoor ik 'Miami' Steve van Zandt op de achtergrond kenmerkend de refreinen van ''Better Days'' en ''Lucky Town'' meeschreeuwen. Latere live-rendities door de E Street Band lijken mijn vermoedens te bevestigen dat het album in de handen van de E Street Band op handen gedragen zou worden. Al ontkom je ook dan niet aan het feit dat een aantal composities gewoon niet van het hoge niveau is als dat we dat na al die jaren van Springsteen gewend zijn geraakt. Maar het album zelf is niettemin van een prima niveau en aardig onderschat. Ik verwacht in de komende jaren eigenlijk dat critici het album positiever zullen gaan benaderen. Dat begint bij mij in ieder geval wel steeds meer te gebeuren.
Bruce Springsteen - The Christic Shows (2016)
Alternatieve titel: November 16 & 17, 1990

4,0
0
geplaatst: 17 juni 2017, 00:24 uur
Je moet je toch afvragen of Springsteen ooit beter bij stem is geweest als bij deze liefdadigheidsconcerten. Al was hij sowieso wat dat betreft in de 90's erg goed bezig. Bijzonder ook om deze rendities van Real World en Soul Driver te horen. Human Touch was een matige (geproduceerde) plaat, maar de songs zitten toch wel goed in elkaar, zo blijkt uit deze gestripte haast rondspokende versies. Vooral Real World wordt hier zeer krachtig, doch emotioneel voorgedragen. Dat leek zoveel potentie te bieden voor de eerste E-Street Bandloze albums, maar het mocht niet zo zijn. Gelukkig blijkt dankzij zowel deze shows, als latere concerten, dat een hoop songs van die albums gewoon hele sterke composities zijn.
Verder mogen de uitvoeringen van de Nebraska liedjes er zijn, met leuke introducties en natuurlijk het voor zijn moeder geschreven The Wish wordt erg mooi gespeeld. Ook de fuckups van Bruce op de piano tijdens Thunder Road zijn vrij grappig. Muzikaal waarder ik zelf echter de periode 96-98 meer qua akoestische arrangementen. Daar zat meer originaliteit in, waar hij hier dicht bij de studio-opnames blijft. Met een stem echter, zo vol kracht dat dit een must-listen is. Zelf heb ik alleen de eerste show aangevuld met de songs uit de tweede show die de eerste avond niet werden gespeeld. Een speelduur van 3 uur is een beetje te veel van het goede voor deze setting en arrangementen.
Verder mogen de uitvoeringen van de Nebraska liedjes er zijn, met leuke introducties en natuurlijk het voor zijn moeder geschreven The Wish wordt erg mooi gespeeld. Ook de fuckups van Bruce op de piano tijdens Thunder Road zijn vrij grappig. Muzikaal waarder ik zelf echter de periode 96-98 meer qua akoestische arrangementen. Daar zat meer originaliteit in, waar hij hier dicht bij de studio-opnames blijft. Met een stem echter, zo vol kracht dat dit een must-listen is. Zelf heb ik alleen de eerste show aangevuld met de songs uit de tweede show die de eerste avond niet werden gespeeld. Een speelduur van 3 uur is een beetje te veel van het goede voor deze setting en arrangementen.
Bruce Springsteen & The E Street Band - Nassau Coliseum, New York, December 29, 1980 (2019)

4,0
0
geplaatst: 28 juli 2019, 11:08 uur
Ja, tamelijk fantastisch concert ook. Helder geluid, goed hoorbaar publiek en een razende energieke Springsteen. Tweede avond van het legendarische concert drieluik tussen Kerst en nieuwjaars in het Nassau Coliseum in New York. Het oud-en-nieuw concert was al eerder uitgegeven ( Bruce Springsteen & The E Street Band - Nassau Coliseum, New York 1980 (2015) ), maar dit is ook een meer dan welkome toevoeging aan de toch al rijke live-catalogus. Who'll Stop the Rain (CCR) en This Land is Your Land (Woody Guthrie) worden hier voor een van de eerste keren gespeeld door The E Street Band en zouden ook de gehele Europese leg van de tour als vaste prik op de setlists pronken. Gaandeweg die tweede leg van The River tour werden de rendities van die nummers (en ook losse covers van Elvis - Follow That Dream en Chuck Berry - Johnny Bye Bye) steeds verstilder, rustiger met meer aanvoelbare onderhuidse spanning en maakte dat langzaamaan de weg vrij voor het Nebraska album welke er spoedig aan zat te komen. Mooi om die ontwikkeling zo te volgen aan de hand van al die liveopnames.
Overigens is van het boven aangehaalde nieuwjaarsconcert nu ook een geremixte versie verschenen. Deze heeft nu, net als dit concert, een wat helderder geluid dat meer focust op de band. Persoonlijk vind ik de oude versie van dat concert al meer dan goed genoeg - een liveopname mag van mij wel wat echo, feedback en een zeer luid publiek bevatten. Toch hebben de mensen in de studio er, zeker wat betreft het 29/12/1980 concert, een mooi product van weten te maken.
Overigens is van het boven aangehaalde nieuwjaarsconcert nu ook een geremixte versie verschenen. Deze heeft nu, net als dit concert, een wat helderder geluid dat meer focust op de band. Persoonlijk vind ik de oude versie van dat concert al meer dan goed genoeg - een liveopname mag van mij wel wat echo, feedback en een zeer luid publiek bevatten. Toch hebben de mensen in de studio er, zeker wat betreft het 29/12/1980 concert, een mooi product van weten te maken.
Bugskull - Phantasies and Senseitions (1994)

4,0
1
geplaatst: 14 oktober 2011, 19:12 uur
Vage plaat van deze Bugskull. Uiteindelijk lijkt het album wel een samenraapsel van aparte geluiden waar de man zomaar eens tegen aan gelopen lijkt te zijn. Alles is opgenomen vanaf een taperecoder en zo zijn veel geluiden ontstaan en vervormd. Het album is erg lo-fi en dat geeft de nummers erg veel kracht mee.
Dit leidt meestal tot erg sterke songs. Soms een beetje hallucinant en psychedelisch, maar vooral erg depressief makend. De man zingt erg tragisch, op een manier dat het lijkt alsof hij volledig is overmand door emoties. Hij is volledig in zichzelf gekeerd en zijn stem komt er maar heel zachtjes - soms zelfs fluisterend - uit. Alsof zijn leven voorbij is. En zo klinkt de muziek ook, als een hele reeks paradoxen. Lievelijke folksongs, geflipte escapades, onverwachte geluiden, hallucinerende tonen en vervormde nummers vol distortion en feedback. Vaak zo ontoegankelijk als de neten, maar soms zoals op bijvoorbeeld Sit on This gewoon erg toegankelijke rocknummers. Echter worden die vaak uit zichzelf moeilijk verteerbare nummers dankzij de gekwelde zang van Bugskull. (Waar je immers toch wel van moet houden)
Sterk album vol vervormingen, knappe experimenten, mooie folksongs en goede rockers. Interessant album die open staat voor een intense lading depressiviteit, hallucinaties, een hoop psychedelica en vage geluiden. 4*
Dit leidt meestal tot erg sterke songs. Soms een beetje hallucinant en psychedelisch, maar vooral erg depressief makend. De man zingt erg tragisch, op een manier dat het lijkt alsof hij volledig is overmand door emoties. Hij is volledig in zichzelf gekeerd en zijn stem komt er maar heel zachtjes - soms zelfs fluisterend - uit. Alsof zijn leven voorbij is. En zo klinkt de muziek ook, als een hele reeks paradoxen. Lievelijke folksongs, geflipte escapades, onverwachte geluiden, hallucinerende tonen en vervormde nummers vol distortion en feedback. Vaak zo ontoegankelijk als de neten, maar soms zoals op bijvoorbeeld Sit on This gewoon erg toegankelijke rocknummers. Echter worden die vaak uit zichzelf moeilijk verteerbare nummers dankzij de gekwelde zang van Bugskull. (Waar je immers toch wel van moet houden)
Sterk album vol vervormingen, knappe experimenten, mooie folksongs en goede rockers. Interessant album die open staat voor een intense lading depressiviteit, hallucinaties, een hoop psychedelica en vage geluiden. 4*
Byard Lancaster - My Pure Joy (1992)

2,5
1
geplaatst: 16 augustus 2021, 11:58 uur
Strut is al een tijdje bezig om verschillende platen (ooit in zeer beperkte oplage uitgebracht) van het kleine Black Fire-label opnieuw uit te brengen. De kwaliteit van die werkjes is nogal wisselend. Deze worp van Byard Lancaster is tot nu toe verreweg de minste van de re-issues. Begrijp mij niet verkeerd; de plaat begint an sich geweldig met een aantal sterke composities die een intrigerende mengelmoes vormen van westerse jazz tradities contra Afrikaanse en Indiaanse (poly-)ritmiek en folkmuziek. Echter zakt My Pure Joy daarna al gauw als een kaarthuis in elkaar met slappe aalgladde muzak en fusion dat niet zou misstaan als telefonisch wachtmuziekje van één of ander assuradeuren kantoor.
Soms zijn er wat goede ideeën te horen (zoals de solo-sax op de achtste compositie), maar die worden nergens overtuigend uitgewerkt en worden eigenlijk terstond gesaboteerd door de duffe sound. Tegen het einde van het album heeft fusioncompositie ''What Is That I Smell'' vervolgens nog wel wat peper in zich met zijn harde jazzrock gitaarsolo, maar valt juist daardoor uit de toon van het smooth jazzkarakter welke het album in de loop van zijn speelduur heeft gekregen. De compositie is zelf ook onevenwichtig met z'n ietwat rauwe gitaarsolo, maar tergende laidback blazers- en basbegeleiding. Nee, niet echt geslaagd dit.
Soms zijn er wat goede ideeën te horen (zoals de solo-sax op de achtste compositie), maar die worden nergens overtuigend uitgewerkt en worden eigenlijk terstond gesaboteerd door de duffe sound. Tegen het einde van het album heeft fusioncompositie ''What Is That I Smell'' vervolgens nog wel wat peper in zich met zijn harde jazzrock gitaarsolo, maar valt juist daardoor uit de toon van het smooth jazzkarakter welke het album in de loop van zijn speelduur heeft gekregen. De compositie is zelf ook onevenwichtig met z'n ietwat rauwe gitaarsolo, maar tergende laidback blazers- en basbegeleiding. Nee, niet echt geslaagd dit.

