MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Ataloona als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

R.E.M. - Out of Time (1991)

poster
2,5
R.E.M. – Out of Time

R.E.M. was altijd zo’n band waar ik niks mee kon. Radiohead was er ook zo’n een. Ik zette me altijd op de 1 of andere manier af tegen deze bands, waarom? Geen idee als ik eerlijk ben.
Ondertussen is R.E.M. allang een gevestigde band in mijn top 10 en Radiohead begint ook steeds verder te vallen.

Mijn 2de kennismaking (dat ik het goed begon te vinden) met R.E.M. was goed met Automatic for the People. Dit album was mijn 2de album dat ik beluisterde van hun.

Je kunt een album haast niet beter beginnen dan met zo’n swingend nummer als Radio Song. Funky bas, swingende gitaren, lekkere orgel, de drums echt alles klopt. Fijne combinatie van Stipe met KRS-One. Stipe zingt sterk en KRS-One levert een sterke bijdrage af. Erg sterke combinatie van hip-hop en poprock. Een aanklacht tegen de radio, de commercie neemt de overhand. Wanneer komt er eens muziek op de radio wat ergens over gaat? Er is geen boodschap in de muziek, Stipe kan het niet horen. Erg lekker in het gehoor liggend nummer.
4,5*

Dan de grote hit van R.E.M: Losing My Religion. Een fantastische popsong. Een verbitterde Stipe, depressief, hij weet wat hij fout heeft gedaan. Het nummer zit prima in elkaar, sterke tekst, goed gezongen, fijne melodie. Meezingen is niet verboden met dit nummer. Ik kan me nog herinneren dat ik 2 jaar terug naar Gran Canaria op vakantie ging. Er was ’s avonds laat een karaoke show. Een man die je nog geen stuiver zou geven als hij zou zeggen dat hij kon zingen maar het was net Michael Stipe. Een fantastische stem, kaal, iets te overenthousiast. (zo is Stipe natuurlijk niet ) Leuke herinneringen, dat wel.
4,5*

Low is rustig, donker, onheilspellend zelfs. Percussie, bas, orgel en stem gaan perfect samen. Ik krijg hier zowat een Donnie Darko gevoel van wanneer hij lachend wakker word.
Wanneer het op de juiste manier harder wordt op de gitaar komt er weer het rustige Low, Low, Low. Het nummer wordt harder, strijkers, de harde gitaar erbij en Michael Stipe die steeds bozer wordt. Hij zingt harder, hij moet zijn verhaal kwijt.
4*

Near Wild Heaven klinkt in mijn oren als een té enthousiast nummer. Er wordt niet fantastisch gezongen. Dat had anders gemogen. Met de muziek is niet veel mis. Een vrolijk deuntje, niet meer niet minder. Het is niet bijzonder, al komt het op mij over alsof ze hier niet mee hadden bedoelt om het als filler te gebruiken. Dat is goed te horen en daarom heb ik toch het gevoel dat dit een nogal gemiste kans is.
2,5*

De voorganger was lekker kort waardoor Endgame al snel in het veld mag komen. Een akoestische gitaar gaat gepaard met de hoog gestemde gitaar en de neuriënde Michael Stipe. Lekker rustig nummer maar de gitaren hadden van mij wel iets subtieler gemogen. Ze komen nogal erg op de voorgrond. Ze hadden hier een prachtig subtiel nummer van kunnen maken maar de gitaren klinken veel te hard. Erg gemiste kans want dit had echt prachtig kunnen zijn. Al is het nog steeds goed. Maar niet meer dan dat.
3*


Wanneer Endgame op zijn eind is gekomen zijn we aanbeland bij een prijsnummer van R.E.M.: Shiny Happy People samen met Kate Pierson van de B-52’s.
Dit nummer met ook een vrolijke inslag komt duidelijk beter uit de verf dan Near Wild Heaven. Kate Pierson en Michael Stipe zingen perfect in samenzang, de stemmen passen geweldig bij elkaar. Ook het intro wat later in het nummer nog herhaald wordt is perfect. De strijkers zijn werkelijk prachtig. Erg sterke popsong en naar mijn mening 1 van de beste nummers van R.E.M.
5*

Een prachtig nummer wordt opgevolgd door Belong. Een swingend intro met een dreigende bas. ‘’Creatures Belong to the Sea’’ hoor ik ongemerkt. ‘’Creatures jumped over the barricades’’. Als je zo’n tekst hoort weet je eigenlijk al dat het een eng nummer is.
Toch blijft de muziek vrij luchtig en Stipe makt ons opgelucht met zijn opbeurende stem.
Een verrassend nummer wat je niet verwacht na de voorgaande nummer. De rinkelende gitaar zoals LucM al goed opmerkte werkt erg goed bij dit nummer.
4*

Een folk nummer, dat komt er bij mij op bij het aanhoren van het intro van Half a World Away. Moet kunnen toch? Zo hoor ik R.E.M. niet het liefst maar het klinkt heel niet slecht, integendeel is dit nummer zelfs geslaagd. Het nummer is kort genoeg aangezien het een filler is, maar wel een goede filler.
3,5*

Met Texarkana grijpt R.E.M. terug naar de vroege jaren 80, hun begin periode. Een catchy nummer met goede teksten en goede zang. Het doet mij een beetje denken aan The Saints Are Coming van U2. Zou U2 daar zijn inspiratie vandaan hebben gehaald
4*

Country Feedback is een hoogtepunt, zeker weten. Zoals de titel al doet verspellen is dit nummer redelijk country gericht. Met de rustige akoestische gitaren, de rustig losbrekende elektrische gitaar en rustig gedrum. Deric Raven maakte al de opmerking dat de invloeden van americana langzaam verdwenen na dit album en dat is erg jammer wat dit komt goed uit de verf.
4,5*

Me In Honey is het laatste nummer van dit album, wederom samen Kate Pierson en ook dit nummer is goed al komt Kate Pierson hier alleen maar als achtergrond zangeresje voor, dat is nogal jammer. Kate Pierson en Michael Stipe zouden een goed duo kunnen zijn als ze beiden evenveel zongen...
3,5*

Dit is een erg goed album maar ik bungel nog tussen de 3,5 en 4. Waarom? Nou vrij simpel. Een aantal nummer zijn niet bepaald erg sterk en sommigen komen op mij over als echte album fillers. Meestal heb ik dat niet met R.E.M. (tot Automatic for the People dan) maar hier wel. Er staan ook nog een aantal zeer sterke popsongs op maar ik mis gewoon het gevoel en emotie wat ik wel hoor op Automatic for the People of het alternatieve geluid op de platen voor Out of Time. Maar toch een heel sterk album dat ook zeer toegankelijk is.

Radian - On Dark Silent Off (2016)

poster
4,0
Erg goed. Dit kan maar zo uitgroeien tot mijn eerste 4,5/5 over 2016. Een pulserende deken van elektronica met verrassende gitaarstrumming en repetitieve 'koele' drums. Elke song transformeert daardoor haast in een hypnotiserende groove. Ideale vrieskou-muziek, zo blijkt, doch kan dit werk met zomerse hitte weer een hele andere sfeer opwekken. Dit album heeft die kracht. Wat staat is dat dit moderne kunst is; het past perfect binnen de huidige zeitgeist van technologische vooruitgang. Zo hoort muziek anno nu te klinken. Uiterst origineel album.

Rational Youth - Cold War Night Life (1982)

poster
3,5
Sterk openen is een kunst, een kunst wat Rational Youth goed gebruikt.
Een lekkere synth opener wat de aandacht geeft en krijgt.
Kraftwerk hoor ik hier wel in, de drumcomputer en de heerlijke synths.
Kraftwerk kan het en Rational Youth kan het ook, die synths verwerven tot kunst.

Zonder te vervagen komt The Fly, Beware the Fly.
Een mysterieus piano verworven met een lekker synthpop deuntje.
Lijkt erg op de synthpop dat nog komen gaat.
Ik kende Rational Youth nooit maar invloed moeten ze wel hebben gehad.
Erg herkenbaar.

Ophouden doet Rational Youth niet, geen rust en geen tijd.
Gewoon doorgaan, als je sterke pop hebt gebruik het dan.
Een goede tip voor popbands, vervaag niet, houd het sterk.
Moet je kunnen natuurlijk maar Rational Youth kan het.
Hoge eisen worden gesteld maar gehaald.
Ook dit nummer is kwaliteits pop en erg herkenbaar.
Nu is het album al een leuke ontdekking, bedankt Haveman!

Nummertje 4 alweer.
Ook dit nummer heeft grote raakvlakken met Kraftwerk.
Het is duidelijk dat zij de grote inspiratie bron waren voor Rational Youth.
Zelfde drumcomputers, de zelfde schema's, de zelfde synth deuntjes.
Erg fijn. Zij hebben het ''poppy'' gedeelte van Kraftwerk verworven met ''catchy'' pop.
Erg knap en het is ook erg fijn om te horen.
Dit nummer is wat meer dromerig dan de voorgangers.
Zwevend maar nog steeds up-tempo.

Waar de voorganger al rustiger werd is dit nummer nog rustiger.
Nog steeds een redelijk snelle drumbeat maar wat breder uitgesponnen.
Rust, wat getover op de synthezisers, wat probeersels op de drums.
Klinkt lekker relaxt, erg mooie muziek.
Man of Sorrows moet ik gelijk geven met zijn vergelijking met Stylo.
Niet alleen op dit nummer maar ook met andere nummers hoor je invloeden die op Stylo van Gorillaz ook zitten.
Mooi om te horen.

Ring the Bells klinkt vertrouwd terwijl ik hem nu voor het eerst hoor.
Dat vind ik fijn met muziek, het herkenbare,
alsof je een nummer voor de duizendste keer hoord.

Geen gedateerdheid, niet zoals ik met sommigen andere synthpop platen heb.
Vrolijk en catchy, maar bij vlagen bedroefd.
Zonder beklemmend te zijn is deze plaat bedroefd.
Maar niet getreurd lijkt deze plaat te zeggen.
Sta niet te lang sitl bij je verdriet, ga weer door.
En dat doet deze plaat ook, we staan nu even stil maar gaan nu weer door.

City of Night is vrolijk, OMD hoor ik hier in.
Een beetje Enola Gay zonder meligheid (zo ervaar ik Enola Gay helaas )
Niet veel over te zeggen, vrolijke deuntjes over het nachtleven.
Robotisch nummer

Een liedje over de Berlijnse Muur.
Ironisch? Nogal ja.
Wie had kunnen weten dat ze een aantal jaren later letterlijk over de muur zouden dansen..
Catchy nummer wat gaat over een serieus onderwerp.
Zo pakken zij dit ook aan. Niet tragisch en traag treuren.
Gewoon treuren in pop, niet depressief, daar houden ze niet van.

De bonusnummers zijn behoorlijk sterk.
Coboloid Raice lijkt wel een combinatie New Order met Ian Curtis.
Erg sterk net als I Want To See The Light.

Een probleem met dit album is dat ik alles wel leuk vind maar het is zo lichtvoetig.
Het is niet sterk genoeg voor 47 minuten. Er had toch wel een beetje rust in mogen zitten.
Het is lastig voor mij om het album ook helemaal uit te zitten.
Eentonigheid en de catchy deuntjes ben ik uiteindelijk een keer zat.

Toch nog een nette 4*

Red House Painters - Down Colorful Hill (1992)

poster
5,0
Wat een prachtige opslokkende plaat is dit! Niet te geloven dat dit ''slechts'' demo's waren terwijl hier zo'n mooi album word afgeleverd. Het is zeer zware en eigenlijk gewoon flink depressieve muziek. Kozelek doet een boekje open en zingt welhaast autobiografisch. (zo oprecht komt het wel over) Hij zingt over het ouder worden en zijn angsten daarover, maar ook over zijn vrienden die met de verkeerde mensen omgaan. Hij komt erg cynisch over, maar enorm oprecht. Het album doet mij denken aan California van American Music Club en volgens mij hebben ze daar ook veel inspiratie vandaan gehaald. De gekwelde melodieuze muziek en eveneens gekwelde teksten doen mijn gemoedstoestand er niet beter op worden, maar o wat geniet ik van nummers als ''24'', ''Medicine Bottle'' (1 van de mooiste nummers ooit gemaakt) en ''Down Colourful Hill''. Je kunt eigenlijk niet eens spreken van een minder nummer. Het is muziek van vrijwel de hoogste klasse en ik kan hier niks anders geven dan een 5*.

Red Stars Theory - Life in a Bubble Can Be Beautiful (1999)

poster
4,0
Erg mooi album en fijne muziek is nog eens een understatement. Dit soort psychedelische muziek is vrijwel altijd fijn om even aan je oren te hebben. Je kunt het idd goed vergelijken met Built to Spill of kennelijk ook Codeine (ken ik zelf nog niet) De opener en de afsluiter zijn van grote klasse en duidelijk de sterkste nummers op deze plaat. Het mooiste aan deze groep is nog wel het magische viool gebruik dat doet denken aan Dirty Three, een aanrader dus! 4*

Rhythm Devils - The Apocalypse Now Sessions (1980)

Alternatieve titel: The Rhythm Devils Play River Music

poster
4,0
Alles wat uiteindelijk niet de score van Francis Ford Coppola's zweterige hallucinante film Apocalypse Now heeft bereikt. Een groep wereldpercussionisten (uit Zuid-, Midden en Noord-Amerika) onder leiding van de twee drummers van de Grateful Dead, die ooit al eens de bijnaam Rhythm Devils hadden gekregen; Mickey Hart als componist en Bill Kreutzmann. Dit is Mickey Hart op z'n best en zo'n 100x keer beter dan de uiteindelijke score van Carmine Coppola (waarop uiteindelijk de rocksongs en de score-composities - ook met Hart - het beste waren). Ontzettend sfeervol en uiteindelijk de perfecte soundtrack voor zowel Apocalypse Now, Alejo Carpentier's Heimwee naar de Jungle, als uiteraard Conrad's Heart of Darkness. Had ook zo onder één van Werner Herzog's avontuurlijke films gepast.

Bijzonder ook hoe de plaat is opgenomen. Een hoop field recordings vanuit de jungle werden gemixt, maar werden ook in de studio al improviserend door meerdere percussionisten en fluitisten nagebootst al kijkend naar de film. Die junglegeluiden werden later door Coppola in de film gebruikt. Op plaat geeft het haast diezelfde beklemmende en hallucinante sfeer. Heerlijk dus.

Rickie Lee Jones - Rickie Lee Jones (1979)

poster
4,0
Sterke plaat van deze vrouwelijke singer-songwriter. Misschien wel de beste vrouwelijke artiest sinds Joni Mitchell. Soms een beetje lieflijk, soms een beetje jazzy, soms een beetje folk, maar verder gewoon een erg leuke rockplaat.

Sterke ballads in een lounge sfeer, maar vooral haar stem valt op. Beetje moeilijk te verstaan, soms zelfs mompelend, maar een criticus zei het eens al mooi: ''A protegé of Tom Waits''. Doet me dan ook erg denken aan een vrouwelijke versie van hem.

Zeker ook originele teksten over het hectische leven in de stad met een tintje humor, beetje neurotiek, maar vooral gebracht met plezier en passie.

Leuke plaat en de 4* zijn binnen voor Rickie Lee.

Rob Mazurek and Black Cube SP - Return the Tides: Ascension Suite and Holy Ghost (2014)

poster
4,0
Bijzonder mooi album. Sterke free-jazz (heerlijke Braziliaanse invloeden) met een hoop ambient, vrije rockinvloeden en geëxperimenteer middels tapes en loops. Aan de ene kant wel jammer, want de pure jazz suites in het eerste, tweede, vierde en vijfde nummer zijn om van te smullen. Pure extase. Vooral Oh Mother (Angel's Wings) is waanzinnig. Aan de andere kant maakt het ongewone geëxperimenteer deze plaat ook wel bijzonder, maar ik kan het nog niet helemaal plaatsen. Zonder dat had ik 'm misschien wel 4,5/5 - 5/5 sterren gegeven. Nu laat ik het nog even bezinken, maar een 4/5 kan er makkelijk vanaf.

Rodrigo Amado, Joe McPhee, Kent Kessler, Chris Corsano - A History of Nothing (2018)

poster
4,0
Tweede plaat van dit kwartet na het debuut uit 2015. Dat album, alsook deze vervolgplaat vallen zozeer in de smaak dat er inmiddels ook een liveplaat in de pijpleiding zit. De adoratie is niet onbegrijpelijk. Dit is natuurlijk, voor ons improv-jazz fanatici, een lekkere fantasy opstelling. De solisten zijn de Portugese bandleider Rodrigo Amado op tenorsaxofoon en de Amerikaanse freejazz legende Joe McPhee (de man wordt 80 komend jaar bij de weg) op trompet en (bariton)saxofoon. Als het ruggengraat vinden we Kent Kessler terug op bas en Chris Corsano - de man die we ieder jaar in allerhande noise(rock) en jazzprojecten tegenkomen - roffelt leuk op de drums.

Nu zou je op voorhand voornamelijk Amado en McPhee hier als de grote sterren bestempelen en ze stellen zeker geen moment teleur, maar toch steelt wat mij betreft Corsano hier de show. De man haalt mooie foefjes uit om bijzondere percussie ten gehore te brengen, doch vooral achter de drums is het genieten geblazen van zijn rustige rake klappen op de snare die spontaan overgaan in razende ontstekingen waarbij geen enkel deel van het drumstel met rust gelaten wordt. Een genot om in spanning en anticipatie naar die man te luisteren. Na iedere release waarop de man te horen is rest mij enkel te concluderen dat hij iedere keer weer tot de hoogtepunten van die opname behoort.

''A History of Nothing'' brengt ons in feite niets nieuws onder de zon. Toch is het altijd weer genieten om vier bijzonder competente jazzmuzikanten te horen in een klassieke kwartetsamenstelling die samen gewoon lol maken in hun improvisaties. Eenvoudigweg charmant. Net als de mooie hoes overigens die sterk doet denken aan de film El Abrazo de la Serpiente. ****

Rova Saxophone Quartet - Invisible Frames (1981)

poster
4,0
Rova bestaat uit vier saxofonisten die vrij improviseren op hun platen. Larry Ochs, Jon Raskin, Andrew Voight en Bruce Ackley borduren alsmaar op de rand van pure kakafonie door hun individualistische manier van samenspel. Die rand is op Invisible Frames misschien wel dichterbij dan op hun voorgaande releases. Dit werk is chaotisch en krankzinnig. We hebben vier meestersaxofonisten - individualisten - die langs elkaar heen spelen en elke vorm van structuur als de malle mijden. Ze gaan allen hun eigen weg en eigenlijk is er ook geen vorm van een saxofoonduel of dans. Simpelweg vier saxofoons in een lege ruimte. Dit creëert een desolaat effect van pure paranoia. Alsof je als luisteraar verblijft in een witte volledig afgesloten kamer.

Het is koude muziek, kil en afstandelijk en elke vorm van een voorzichtige handelwijze wordt genegeert. Er is geen rustige introductie, er is geen uitleg, geen strategie om luisteraars te trekken, enkel een onbesuisde benadering van kakafonische jazz en uitersten daarin. Dat zorgt wel voor enige fascinatie en als je eenmaal door die moeilijke laag van wanorde heen bent blijkt dit toch wel hele mooie muziek te zijn. In de geest van Anthony Braxton's solo-saxofoon albums, alleen dan met vier saxofoons die tegen elkaar opspelen en een curieuze muur van ongerijmd expressionisme. Ik houd er wel van.

4/5

Roy Montgomery - And Now the Rain Sounds Like Life Is Falling Down Through It (1998)

poster
4,0
Roy Montgomery flikt het weer om een geweldig album te maken. Of het nou met Hash Jar Tempo is, onder zijn schuilnaam Dadamah of gewoon onder zijn eigen naam, het maakt niks uit, het is toch wel goed. Ook dit album weet prachtige psychedelische soundscapes af te wisselen met emotionele melodiën en soms fluisterende zang. Prachtige songtitels en een nog mooiere albumtitel. Hoogtepunten zijn Kafka Was Correct en het karakteristieke, meeslepende en zelfreflecterende Ill at Home. Roy Montgomery ís - en dat was al lang duidelijk voor mij - én blijft een held. Nu moet de rest van MuMe deze onbekende, maar gelukkig niet onderschatte, meesterkunstenaar, artiest en muzikant nog in haar armen sluiten.

Roy Montgomery - R M H Q: Headquarters (2016)

poster
4,0
Roy Montgomery is weer terug hoor, wat een muzikant. Oké, hij is de afgelopen veertien jaar niet helemaal weggeweest van de muziekwereld. Toch was het wachten op een soloplaat lang en dan krijg je er gewoon vier-in-één. Bijzonder knap om drie uur lang constant een hoog niveau te bereiken. Daarnaast is het voor zijn doen een afwisselende plaat geworden. Tuurlijk, het is nog steeds een psychedelische brij vol feedback en distortion, maar een stuk toegankelijker met zang (not bad), zo nu en dan liedvormen en wat rappere drumritmes.

De hoogtepunten blijven echter de lang uitgesponnen nummers; traag en meditatief, contemplatief en peinzende collages. De algemene impressie is er een die je bij elke plaat van Roy Montgomery kan plaatsen. Dromerig, melancholisch en soms een beetje droefenis (geen verrassing gezien de afgelopen jaren van Montgomery).

Kanshebber voor plaat van het jaar voor moi. Die ene andere kanshebber komt ook uit Nieuw-Zeeland, uit het zelfde sociaal milieu, heeft een zelfde muzikale achtergrond en heeft ook al deze jaargang een epische psychedelische gitaarplaat uitgebracht: The Dead C. 2016 is een goed jaar voor die oude geitenbreiers met hun kiwi's.

Roy Montgomery - The Allegory of Hearing (2000)

poster
4,5
Roy Montgomery laat hier weer eens zien wat een briljant muzikant hij wel niet is, vooral in de psychedelische hoek. Ook hier laat hij weer enorme psychedelische shit uit zijn gitaar komen. Echter is The Allegory of Hearing wel het album waar hij het meest van zijn gitaarkunsten laat zien.

Wereldse klanken, ijzige klanken, machinale klanken, dissonante klanken en gitaarsolo's komen allemaal tezamen uit het brein van Montgomery. De plaat weet een knappe prestatie af te leveren door een een sfeer te creëren die je in trance brengt, maar tevens geen terrein verliest in zijn diversiteit. Lome, dromerige gitaarslagen - die in principe gewoon drones zijn - met daaronder - als basis - Indische wereldachtige ritmes. Een unieke combinatie.

Dus wederom weer een magnifiek album in de toch al zo geweldige discografie van Roy Montgomery die weer enorme hoogtepunten telt. De beeldschone melodieën van Ex Cathedra, het ''lossere'' Where the Belltower Once Stood en dan het absolute magnum opus I.) a Vessel Sublime / II.) and But a Gentle Swell / III.) Hubris Fills the Rash and Young / IV.) The... Een 18 minuten durende suite die zijn weerga niet kent. Geweldige melodieën, dromerige klanken en een briljante afwisseling zorgen voor een tijdelijk hosanna moment. Hoogst opmerkelijk met hoe weinig materiaal (immers alleen zijn gitaren en taperecordings) Roy Montgomery een wereldse ervaring kan creëren. Een opmerkelijk artiest, mag ik toch wel opmerken. 4,5*

Royal Trux - Twin Infinitives (1990)

poster
4,5
In de 60's kreeg men Trout Mask Replica, in de 70's kreeg men The Modern Dance, in de 80's kreeg men Double Nickels on the Dime en toen kreeg men in de 90's wederom een ''Trout Mask Replica'': Royal Trux' Twin Infinitives. Echter is Twin Infinitives misschien nog wel de meest prodigieuze van dit illustere rijtje namen.

In de 60's verlegde Captain Beefheart met zijn Trout Mask Replica de grens binnen de rockmuziek. Absurd, vernieuwend en bovenal ongehoorde experimenten waren termen die een volledig nieuwe betekenis kregen. Blues, rock 'n roll, free-jazz en talloze andere genres vonden samen een nieuwe weg en zo werd Trout Mask Replica één van de meest bijzondere albums binnen de rockmuziek. Zo was Pere Ubu's The Modern Dance dat voor de no-wave en de Minutemen's Double Nickels on the Dime dat voor de punkmuziek. Twin Infinitives is van deze genoemde albums nog wel het album dat het dichtste bij TMR blijft, terwijl het toch ook wel weer anders is.

Voor de persoon die dit voor het eerst luistert, klinkt dit waarschijnlijk alleen op papier als Beefheart en volstrekt anders dan de muziek, maar als je 'm vaker draait lijkt het steeds meer op TMR. Haast volledig in dezelfde geest. De muziek zelf is natuurlijk een weergaloze brij van teringherrie. Een werkelijke klap voor je uithoudingsvermogen, zoveel herrie krijg je naar je toe gesmeten. Hagerty en Herrema (de leden van RT) waren destijds flinke junks en ze beweren dan wel dat ze nuchter waren tijdens de opnames, maar ik denk dat we die uitspraak anders moeten interpreteren. Het hele concept was nuchter onder de intense invloed van heroïne, zoiets. Aristoteles schreef al eens: ''pleasure in the job puts perfection in the work''. Nu schreef hij dit niet bepaald ten tijde van de release van Twin Infinitives, maar het beschrijft perfect de sfeer en mijn gevoel van dit haast maniakale album.

De muziek is dan ook volledig als wat te verwachten valt van iemand die de underground EP van Exile on Main St. heeft opgenomen en een partner in crime heeft die net als hij volledig vol gespoten is: markante, expressionistische en excentrieke herrie dat uit de krochten van de Hel lijkt te komen, maar dat opgenomen is met veel plezier en met de nodige hallucinerende buien. De rock n' roll van Chuck Berry, de blues van Beefheart, de hardrock van Black Sabbath, de compositionele eigenschappen van Zappa en de dik geplamuurde laag noise van Faust vinden elkaar op deze angstaanjagende plaat vol paranoia.

Het duurt even voordat je door hebt hoe subtiel deze plaat is, na elke luisterbeurt zijn er weer nieuwe dingen of bliepjes te horen. Als je eenmaal door de laag herrie en ''spacegeluiden'' (en ook nog eens letterlijk Space Invadersgeluiden) heen bent, gaat er een uiterst unieke en eigenaardige wereld voor je open vol structurele chaos en psychedelica waaraan de meest rare en intense Lsd-trip nog niet kan tippen. 5/5

Rudresh Mahanthappa - Gamak (2013)

poster
4,0
Fijne sfeer op deze jazzplaat die door het gitaarspel van David Fiuczynski ook wel een vleugje progressieve rock lijkt te bevatten. Gelukkig niet bovenmatig, waardoor dit soms de grenzen overzweeft van free jazz naar fusion en wat overblijft is een subtiele onconventionele jazzplaat met duidelijke Oosterse invloeden. Dit sterke quartet levert op Gamak een sublieme prestatie.

Rudresh Mahanthappa maakt met dit werk zijn status als ''rising star'' weer behoorlijk waar. Ik verwacht nog veel meer moois van deze altsaxofonist in de toekomst.

4/5

Ryley Walker - Deafman Glance (2018)

poster
2,5
Deafman Glance is al een maand of twee geleden gelekt. Ik heb er na de eerste keer luisteren geen aandacht meer aan geschonken: kon er direct weinig mee. Walker doet vooral zijn best om zijn eerdere folky albums af te kraken, en dit werkje te hypen als zijn beste werk. Hierop vermijt hij jams en improv en probeert hij zijn songs kort te houden en uit te schrijven. Zijn invloeden zijn vooral jaren 90 lethargische post-rockbands als Tortoise, The Sea and Cake en Gastr del Sol (met prog invloeden). Zo nu en dan hoor ik ook wel invloeden van de laatste periode in Tim Buckleys studio repertoire. Volgens Walker put hij ook inspiratie uit prog als King Crimson. Nergens wordt het echter zo goed als die bands. Ik moet eerder denken aan Father John Misty's pathos en slepende songs. Met andere woorden: het geheel is gigantisch saai en er gebeurd bar weinig.

Bovenal is de plaat zeer rommelig, structuurloos ondanks de hoeveelheid tijd die eraan is geweten (of juist daardoor), en worden halve ideeën matig, kort en warrig uitgewerkt. Totaal geen coherentie en consistentie en het wordt mij niet echt duidelijk wat Walker met dit album wil. Goed, uit de interviews blijkt dat enigszins, maar ik had liever gehad dat de muziek voor zich zou spreken. Neen, laat deze man maar gewoon jammen en improviseren. Dan lijkt zijn inspiratie makkelijker op plaat te verwerken.