Hier kun je zien welke berichten niels94 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Negurã Bunget - Om (2006)

4,0
0
geplaatst: 30 april 2012, 19:52 uur
Naar aanleiding van het het topic ‘De metalen twijfels van AOVV’, waarin de desbetreffende user op zoek gaat naar het juiste metal album om in zijn top 10 te zetten, neem ik zijn shortlist volledig door. Ditmaal één van mijn allereerste aanrakingen met metal: Om van Negurã Bunget.
Ik heb het hier al beschreven, maar dit is dus zo’n beetje mijn eerste aanraking met metal (een powermetal album buiten beschouwing gelaten). Toen ik dit opzette was ik in de veronderstelling grunts, screams of iets in die richting te verafschuwen. Ik wist dan ook niet dat ik die hier zou gaan vinden. Toen ik dit album opzette werden alle negatieve vooroordelen over metal achteloos weggevaagd door het gitaargeweld van Negurã Bunget. Ik weet nog hoe de opener me beangstigde, dat doet het nog steeds een klein beetje, zij het in mindere mate, en hoe wat volgde mij iets bood wat geen andere muziek mij tot die tijd had weten te bieden.
Dit is muziek die je meeneemt naar alle duistere krochten van je ziel. Angst, woede, verdriet en haat worden hier tentoon gespreid door muziek die beukt als een gek en tegelijkertijd diep weet te beroeren. Heerlijke riffs zorgen ervoor dat je niet stil kunt blijven zitten en schitterende soundscapes die de sfeer verhogen vormen een dichte geluidsmuur waar je in opgenomen wordt. Onder deze verpletterende muur bevinden zich schitterende melodieën die kippenvel bezorgen of op zijn minst dat zweverige gevoel geven die alleen waarlijk mooie muziek je kan geven. Dit was voor mij een tot dan toe onbekende combinatie, maar inmiddels ééntje die ik bij meer metalartiesten heb weten te vinden. Hierbij mijn ode aan dit album en tevens mijn ode aan het genre, waar ik nog altijd veel van moet leren kennen (iets waar nu dus mee bezig ben, onder andere dankzij AOVV’s topic).
Wat dit album voornamelijk onderscheidt van al die andere metalartiesten is het toevoegen van traditionele instrumenten in de vorm van onder andere blazers, een fluitje en een xylofoon(?). Dit voegt sfeer toe en levert enkele prachtige passages op (het begin van Inarborat is hier waarschijnlijk het beste voorbeeld van). En dan de vocalen! Diepe, prachtige grunts die nog altijd bij de beste horen die ik ken, verpletterende screams en onheilspellende cleane vocalen, soms in spoken word. Dit alles in een voor mij onbekende, maar op dit album erg mooi klinkende taal die de mysterieuze sfeer die om dit album hangt nog wat extra verhoogt. Dit blijft één van mijn favoriete metalalbums: intens, duister en schitterend.
Mag dit album in AOVV’s top 10?
Neurosis heeft bij mij nog net een streepje voor (kun je nagaan), maar eigenlijk ontloopt Om dat album niet eens zoveel. Het zou een prima keuze zijn!
Ik heb het hier al beschreven, maar dit is dus zo’n beetje mijn eerste aanraking met metal (een powermetal album buiten beschouwing gelaten). Toen ik dit opzette was ik in de veronderstelling grunts, screams of iets in die richting te verafschuwen. Ik wist dan ook niet dat ik die hier zou gaan vinden. Toen ik dit album opzette werden alle negatieve vooroordelen over metal achteloos weggevaagd door het gitaargeweld van Negurã Bunget. Ik weet nog hoe de opener me beangstigde, dat doet het nog steeds een klein beetje, zij het in mindere mate, en hoe wat volgde mij iets bood wat geen andere muziek mij tot die tijd had weten te bieden.
Dit is muziek die je meeneemt naar alle duistere krochten van je ziel. Angst, woede, verdriet en haat worden hier tentoon gespreid door muziek die beukt als een gek en tegelijkertijd diep weet te beroeren. Heerlijke riffs zorgen ervoor dat je niet stil kunt blijven zitten en schitterende soundscapes die de sfeer verhogen vormen een dichte geluidsmuur waar je in opgenomen wordt. Onder deze verpletterende muur bevinden zich schitterende melodieën die kippenvel bezorgen of op zijn minst dat zweverige gevoel geven die alleen waarlijk mooie muziek je kan geven. Dit was voor mij een tot dan toe onbekende combinatie, maar inmiddels ééntje die ik bij meer metalartiesten heb weten te vinden. Hierbij mijn ode aan dit album en tevens mijn ode aan het genre, waar ik nog altijd veel van moet leren kennen (iets waar nu dus mee bezig ben, onder andere dankzij AOVV’s topic).
Wat dit album voornamelijk onderscheidt van al die andere metalartiesten is het toevoegen van traditionele instrumenten in de vorm van onder andere blazers, een fluitje en een xylofoon(?). Dit voegt sfeer toe en levert enkele prachtige passages op (het begin van Inarborat is hier waarschijnlijk het beste voorbeeld van). En dan de vocalen! Diepe, prachtige grunts die nog altijd bij de beste horen die ik ken, verpletterende screams en onheilspellende cleane vocalen, soms in spoken word. Dit alles in een voor mij onbekende, maar op dit album erg mooi klinkende taal die de mysterieuze sfeer die om dit album hangt nog wat extra verhoogt. Dit blijft één van mijn favoriete metalalbums: intens, duister en schitterend.
Mag dit album in AOVV’s top 10?
Neurosis heeft bij mij nog net een streepje voor (kun je nagaan), maar eigenlijk ontloopt Om dat album niet eens zoveel. Het zou een prima keuze zijn!
Negurã Bunget - Poartã de Dincolo (2011)

3,0
0
geplaatst: 25 april 2011, 13:57 uur
Ik vind dit toch maar een mooi EP'tje. Even een korte beschouwing:
Hotar is een erg lekker nummer, een typisch wat harder Negura Bunget nummer zoals we wel gewend zijn. Er wordt hier weer een mooie sfeer neergezet met heerlijke riffs, mysterieuze keyboards en die geweldig diepe schreeuwen. Alleen de 'cleane' zang is wat minder. Al met al een heerlijk nummer.
Maar dan komt het geweldige La Marginae Lumii, waarin een geweldige sfeer wordt neergezet. Eerst die fluit, dan de blazers en de xylofoon die hier weer te horen is. Dan neemt het nummer ineens een wending en wordt het harder, hier is het gitaar- en drumspel heel erg lekker en de schreeuwen weer diep, pijnlijk en vol emotie. Vervolgens komt een prachtige outro met die fluit en dan heb je beste nummer van deze EP gehad en eentje die in mijn ogen niet onderdoet voor het eerdere werk. Heerlijk sfeervol, geweldig. Eén van de beste nummers van het jaar tot nu toe.
Vervolgens het 'ambient' nummer Frig in Oaser. Ik blijf vinden dat dit nummer een mooi mysterieus sfeertje neerzet, met die ambient klanken en het duistere, demonische gefluister. Het had misschien iets korter gemogen maar het weet mijn aandacht aardig goed vast te houden.
Het titelnummer, Poartã de Dincolo, is weer lekker hard. Ik vind de schreeuwen nog steeds prachtig, wat een emotie kan die man daarin leggen. De cleane zang is hier wel weer beduidend minder dan op vorig werk, maar het stoort me niet. Ook mooi dat hier meerdere lagen inzitten. Geweldig ook hoe ze die fluit weer gebruiken. Weer een erg mooi en sfeervol nummer zoals we van deze band gewend zijn.
Al met al toch een zeer geslaagde EP in mijn ogen en dan druk ik me zacht uit. Ik was gisteren van plan deze een 3,5 te geven maar ik zet hem op 4*, ik vind hem echt geweldig. Ik krijg hiervan zin in het toekomstige 'trilogie' project. Ik begrijp ook totaal niet wat hier Don hier zo slecht aan vind, want ik krijg hierbij hetzelfde gevoel als de recensent van Zware Metalen:
''De liefhebber kan dit blind aanschaffen''
Het klinkt naar mijn mening namelijk zoals het eerdere werk en is niet van een enorm veel lager niveau, wat mij betreft. Kennelijk is niet iedereen het daarmee eens dus
Hotar is een erg lekker nummer, een typisch wat harder Negura Bunget nummer zoals we wel gewend zijn. Er wordt hier weer een mooie sfeer neergezet met heerlijke riffs, mysterieuze keyboards en die geweldig diepe schreeuwen. Alleen de 'cleane' zang is wat minder. Al met al een heerlijk nummer.
Maar dan komt het geweldige La Marginae Lumii, waarin een geweldige sfeer wordt neergezet. Eerst die fluit, dan de blazers en de xylofoon die hier weer te horen is. Dan neemt het nummer ineens een wending en wordt het harder, hier is het gitaar- en drumspel heel erg lekker en de schreeuwen weer diep, pijnlijk en vol emotie. Vervolgens komt een prachtige outro met die fluit en dan heb je beste nummer van deze EP gehad en eentje die in mijn ogen niet onderdoet voor het eerdere werk. Heerlijk sfeervol, geweldig. Eén van de beste nummers van het jaar tot nu toe.
Vervolgens het 'ambient' nummer Frig in Oaser. Ik blijf vinden dat dit nummer een mooi mysterieus sfeertje neerzet, met die ambient klanken en het duistere, demonische gefluister. Het had misschien iets korter gemogen maar het weet mijn aandacht aardig goed vast te houden.
Het titelnummer, Poartã de Dincolo, is weer lekker hard. Ik vind de schreeuwen nog steeds prachtig, wat een emotie kan die man daarin leggen. De cleane zang is hier wel weer beduidend minder dan op vorig werk, maar het stoort me niet. Ook mooi dat hier meerdere lagen inzitten. Geweldig ook hoe ze die fluit weer gebruiken. Weer een erg mooi en sfeervol nummer zoals we van deze band gewend zijn.
Al met al toch een zeer geslaagde EP in mijn ogen en dan druk ik me zacht uit. Ik was gisteren van plan deze een 3,5 te geven maar ik zet hem op 4*, ik vind hem echt geweldig. Ik krijg hiervan zin in het toekomstige 'trilogie' project. Ik begrijp ook totaal niet wat hier Don hier zo slecht aan vind, want ik krijg hierbij hetzelfde gevoel als de recensent van Zware Metalen:
''De liefhebber kan dit blind aanschaffen''
Het klinkt naar mijn mening namelijk zoals het eerdere werk en is niet van een enorm veel lager niveau, wat mij betreft. Kennelijk is niet iedereen het daarmee eens dus

Neurosis - Through Silver in Blood (1996)

5,0
0
geplaatst: 28 april 2012, 12:16 uur
Naar aanleiding van het het topic ‘De metalen twijfels van AOVV’, waarin de desbetreffende user op zoek gaat naar het juiste metal album om in zijn top 10 te zetten, neem ik zijn shortlist volledig door. Vandaag is één van mijn persoonlijke favorieten aan de beurt.
Toen ik net mijn eerste voorzichtige stapjes binnen de metal zette na het ontdekken van het machtige Om van Negurã Bunget (die overigens hierna komt in de shortlist van AOVV), was dit alom geprezen werkje één van de eerste albums die mij direct werd aangeraden. Mij viel het echter tegen. Ik vond het kil klinken en waar anderen het ontzettend sfeervol vonden, vond ik dat juist niet. Het deed me niets, ik vond de vocalen nogal vervelend en het duurde me allemaal veel te lang.
Gelukkig duurde deze fase niet lang: al gauw moest ik erkennen dat dit haast de definitie van sfeer is en dat de vocalen bij de mooiste horen die ik ken. Enclosure in Flame werd al gauw één van mijn favoriete nummers aller tijden (en is dat nog altijd: wauw). De riffs, de melodieën, de soundscapes, het gebruik van instrumenten als de doedelzak, de schitterende vocalen, de emotionele uitspattingen: dit alles maakt dit tot één van de meest intense, sfeervolle en emotionele platen die ik ken. Van begin tot eind puur genieten van de afwisseling tussen de rustige stukken, vol van onderhuidse spanning, en de momenten waarop alle woede, verdriet en pure wanhoop tot uiting komen. Er is slechts één metalalbum dat ik denk ik íets beter vind dan deze: The Eye of Every Storm. Riep iemand iets over beste metalband?
Mag dit album in AOVV’s top 10?
Waarom staat hij daar eigenlijk nog niet?
Toen ik net mijn eerste voorzichtige stapjes binnen de metal zette na het ontdekken van het machtige Om van Negurã Bunget (die overigens hierna komt in de shortlist van AOVV), was dit alom geprezen werkje één van de eerste albums die mij direct werd aangeraden. Mij viel het echter tegen. Ik vond het kil klinken en waar anderen het ontzettend sfeervol vonden, vond ik dat juist niet. Het deed me niets, ik vond de vocalen nogal vervelend en het duurde me allemaal veel te lang.
Gelukkig duurde deze fase niet lang: al gauw moest ik erkennen dat dit haast de definitie van sfeer is en dat de vocalen bij de mooiste horen die ik ken. Enclosure in Flame werd al gauw één van mijn favoriete nummers aller tijden (en is dat nog altijd: wauw). De riffs, de melodieën, de soundscapes, het gebruik van instrumenten als de doedelzak, de schitterende vocalen, de emotionele uitspattingen: dit alles maakt dit tot één van de meest intense, sfeervolle en emotionele platen die ik ken. Van begin tot eind puur genieten van de afwisseling tussen de rustige stukken, vol van onderhuidse spanning, en de momenten waarop alle woede, verdriet en pure wanhoop tot uiting komen. Er is slechts één metalalbum dat ik denk ik íets beter vind dan deze: The Eye of Every Storm. Riep iemand iets over beste metalband?
Mag dit album in AOVV’s top 10?
Waarom staat hij daar eigenlijk nog niet?
Neutral Milk Hotel - In the Aeroplane over the Sea (1998)

5,0
1
geplaatst: 7 juni 2012, 15:41 uur
Begin jaren 90 wordt in De Verenigde Staten een onbeduidend bandje opgericht door Jeff Mangum: Neutral Milk Hotel. Eigenlijk betrof het een project van Jeff Mangum en bestond de band uit wie er op dat moment aanwezig was. Onder deze ongedwongen omstandigheden werd in 1994 het nauwelijks opgemerkte en eigenlijk ook nauwelijks interessante Everything Is uitgebracht, waarop te horen is dat Jeff al prima liedjes kon schrijven, neem bijvoorbeeld het toch best mooie titelnummer, maar die als geheel toch heel wat gebreken heeft. De voorkeur voor de in die dagen met bands als Pavement en Guided By Voices florerende lo-fi muziek, distorted gitaarspel en experiment blijkt ook al duidelijk.
Twee jaar later wordt deze band al interessanter: met On Avery Island, het debuutalbum, krijgt het songwriter talent van Jeff Mangum veel meer vorm. Neem nu een schitterend ingetogen nummer als A Baby For Pree of het meeslepende Naomi, één van de beste Neutral Milk Hotel nummers ooit. Helaas wordt dergelijke pracht wat uit balans gebracht door het te lang durende experiment Pree-Sisters Swallowing a Donkey's Eye en wordt de échte potentie van de muziek negatief beïnvloed door de mix, waarin de schitterende stem van Jeff Mangum vaak te ver naar achteren staat. Zo komt het dat ik diep geroerd wordt door het in 2011 uitgekomen EP’tje Ferris Wheel On Fire (gaat dat horen!), met demo’s en onuitgebrachte versies van nummers uit die tijd waarop we doorgaans slechts Jeff Mangum op gitaar horen, en ik On Avery Island als geheel wat minder vind.
Tot zover een beknopte muzikale voorgeschiedenis van deze band met een inmiddels haast mythische status, voor ik aankom bij het album waar deze band die status aan te danken heeft: In the Aeroplane Over the Sea. Tegenwoordig wordt dit album in bepaalde kringen haast tot het achterlijke verafgood. Toch werd het in 1998, toen het uitkwam, nauwelijks opgemerkt door het grote publiek. Door mond tot mond reclame, een heruitgave in 2005 en niet te vergeten het internet is dit album geworden tot wat het was toen ik het eind 2010 ontdekte: een cultklassieker die wereldwijd meer dan 300.000 keer over de toonbank is gegaan.
Al vrij snel werd ik gevangen door de magie die hier tentoongespreid wordt door Jeff Mangum en consorten en werd het mijn favoriete album ooit. Sindsdien is het album alleen maar meer voor me gaan betekenen en is het alleen maar duidelijker geworden dat dit mijn favoriete album aller tijden is. Niet voor niets heb ik weleens gezegd dat als ik een top 10 favoriete nummers zou maken, ongeveer de helft van die nummers van dit album zou komen. En dat terwijl ik niet bepaald heel weinig muziek ken. Zo erg is het dus, en ik heb me in die dikke anderhalve jaar dat ik dit album haast deel van mezelf heb gemaakt suf gezocht naar het antwoord op de vraag waarom deze muziek me zo bizar meer aangrijpt dan de meeste andere muziek. Ik vrees dat ik dat antwoord nooit écht zal vinden. Het is het mysterie van muziek en wat het om de één of andere evolutionaire reden met ons mensen kan doen. Toch heb ik natuurlijk wel een idee wat dit album zo goed maakt.
Ten eerste naderen de songwriting vaardigheden van Jeff Mangum hier haast de perfectie. Met een briljant oor voor melodie zet hij schijnbaar achteloos zanglijnen neer die even pakkend als schitterend zijn. Hierdoor lopen de nummers erg lekker, er zit een heerlijke ‘flow’ in. Dit heeft ook te maken met de manier waarop hij rijmt, iets dat hij op briljante manier doet. Jeff heeft de Engelse taal op uitzonderlijke manier onder controle, zo blijkt ook uit zijn teksten (waarover later meer). Hierdoor zijn de coupletten pakkender en meeslepender dan het beste refrein van menige andere artiest.
Al heeft dit natuurlijk ook te maken met Jeff Mangums stem. Want ik durf zonder het geringste beetje twijfel te stellen dat ik Jeff de beste zanger aller tijden vind. Dit blijkt ook uit de eerder genoemde EP Ferris Wheel On Fire: hij hoeft zijn gitaar maar op te pakken en zijn mond open te doen en hij heeft mij al in zijn greep zoals geen andere artiest dat kan. Waarom dat precies zo is, dat is natuurlijk moeilijk te beschrijven. Het is ‘iets’ in zijn stem dat mij betovert. Zijn ingetogen zangstem, zoals te horen is bij mijn favoriete nummer van dit album - en daarmee favoriete nummer aller tijden - Two-Headed Boy Pt. 2, is ietwat schor en klagerig maar vreselijk meeslepend. Zeker als hij zijn stem laat kraken levert dat ladingen kippenvel op: de emotie die hij dan over weet te brengen is ongekend. Maar ook als hij uit volle borst zingt, waar hij natuurlijk zo befaamd om is omdat dat vaak resulteert in een aantal nogal valse noten, weet hij mij te raken door de passie die erin doorklinkt. Overigens moet deze man een enorme longinhoud hebben: als jij al lang buiten adem bent gaat Jeff door alsof hij geen lucht nodig heeft om te zingen. Ik durf te zeggen dat de stem van Jeff Mangum de belangrijkste reden is dat dit album zo mooi is.
Dit lijkt de band op In the Aeroplane Over the Sea eindelijk door te hebben gehad, want waar zijn stem op hun debuutalbum vaak niet de juiste ruimte krijgt, gebeurt dat hier wel. Maar dat betekent natuurlijk niet dat zijn zang het enige is dat dit album tot het beste album ooit maakt. Het akoestische gitaarspel is eigenlijk behoorlijk simpel, maar daardoor des te effectiever. Het rustige spel vormt precies de juiste basis voor slepende klaagzangen als Oh Comely en Two-Headed Boy Pt. 2, terwijl het snelle spel de meer enthousiast klinkende nummers als In the Aeroplane Over the Sea en The King of Carrot Flowers Pt. 1 van de nodige energie voorziet. Met het gebruik van het ‘fuzz effect’ op de elektrische gitaren, zoals te horen in Holland, 1945, King of Carrot Flowers Pts. Two and Three en Ghost grijpen ze terug op het lo-fi geluid die ook op eerder werk te horen wordt. Het resultaat is een chaos waarin Jeff Mangum toch niet verdrinkt. Dit zegt iets over de zangcapaciteiten van laatstgenoemde, maar ook over de productie; een album lo-fi laten klinken en ondertussen toch de juiste balans vinden tussen de verschillende elementen van de muziek vergt vakmanschap.
Verder komt er hier een breed scala aan blaasinstrumenten voorbij. Onder meer de trompet, trombone, saxofoon, flügelhorn en tenortuba maken hun opwachting. Zij zijn na Jeff Mangum de meest kippenvelopwekkende factor. Een goed voorbeeld is de trompetsolo op Communist Daughter, die een ware weeklacht op zich lijkt te zijn. De blazers komen vaker op deze manier over, terwijl ze in nummers als Holland, 1945 en In the Aeroplane Over the Sea juist een soort enthousiasme uitstralen en enorm veel energie aan het nummer geven. Het hoogtepunt op dit punt is natuurlijk het mooiste instrumentale nummer ooit: het slepende The Fool. Naast blazers zijn verder ook allerlei andere, vaak niet al te alledaagse, instrumenten te horen. Zo komen er onder meer verschillende soorten orgels, een banjo, een accordeon en zelfs een doedelzak (al is dit officieel ook een blaasinstrument) langs. En allemaal leveren ze een niet te missen bijdrage aan het kolkende geheel dat dit album is.
Het verhaal gaat dat Jeff Mangums belangrijkste inspiratie voor dit geweldige album een reeks dromen over een Joods gezin tijdens de Tweede Wereldoorlog was. Dit vindt zijn weerslag in Holland, 1945, een nummer met een tekstueel niet te ontcijferen begin dat later overgaat in een vertelling over het lot van Anne Frank en haar gezin. Het heeft ook direct één van de mooiste teksten van dit album. Mijn favoriete passage (al is het moeilijk kiezen) is toch wel:
“And here's where your mother sleeps,
And here is the room where your brothers were born,
Indentions in the sheets,
Where their bodies once moved but don't move any more.
And it's so sad to see, the world agree, that they'd rather see their faces fill with flies,
All when I'd want to keep white roses in their eyes.”
En als je een album zo door en door kent ga je ook filosoferen over de rest. Een gangbare theorie is dat dit hele album over Anne Frank zou gaan. Dit is nooit bevestigd door de groep, al heeft Jeff Mangum weleens gezegd dat haar dagboek hem geïnspireerd heeft. Of het nu klopt of niet, er lijkt enige samenhang in de teksten te zitten: vaak gaan ze over een meisje, meestal één die gestorven is. Opener The King of Carrot Flowers Pt. 1 verhaalt al over hoe hij en een meisje, kennelijk uit een probleemgezin, verliefd op elkaar zijn en elkaars lichamen ontdekken. Interessanter wordt het bij het titelnummer, het nummer met de allermooiste tekst die ik ken. Het begint met het beschrijven van een haast euforisch geluk dat hij beleeft samen met zijn geliefde: “And one day we will die, and our ashes will fly from the aeroplane over the sea, but for now we are young, let us lay in the sun and count every beautiful thing we can see. Love to be, in the arms of all I'm keeping here with me”. Vervolgens slaat het nummer echter om en wordt er in de verleden tijd gezongen: “Now how I remember you, how I would push my fingers through your mouth to make those muscles move that made your voice so smooth and sweet” om in de laatste alinea vooruit te blikken: “And when we meet on a cloud, I'll be laughing out loud, I'll be laughing with everyone I see”. Zijn geliefde blijkt al overleden.
En zo zijn er herhaaldelijke verwijzingen naar een verloren liefde die wellicht Anne Frank is. Zo zingt hij in Communist Daughter: “And wanting something warm and moving, ends towards herself the soothing proves that she must still exist, she moves herself about her fist”. Het meeslepende Oh Comely bevat ook verwijzingen naar een overleden vrouw of meisje, en daarnaast naar de holocaust: “And I know they buried her body with others, her sister and mother and five hundred families. And will she remember me fifty years later? I wished I could save her in some sort of time machine.” Nóg duidelijker wordt het in Ghost: “And she was born in a bottle rocket, 1929”. Voor de duidelijkheid: 1929 is het geboortejaar van Anne Frank. Verder gaat dit erg verwarrende nummer dus over een vrouwelijke geest. Wederom een verwijzing naar de uiteraard al lang en breed gestorven Anne Frank? In hoeverre al deze nummers met elkaar te maken hebben, is lastig te zeggen. Maar het vergt niet veel fantasie enige samenhang te ontdekken.
De afsluiter, het allermooiste nummer ooit geschreven, klinkt als Jeff Mangum die na de emotionele trip vol flarden van gedachten, bizarre metaforen, aanroepingen tot Jezus en verhalen over dood en leven, pijn en vreugde en natuurlijk de liefde tot bezinning is gekomen. In deze ultieme klaagzang heeft hij alles voor zichzelf op een rijtje gezet. Hij lijkt te verlangen naar een geliefde en een gezin en hij weet dat zijn vader dit ook graag zou zien (“Daddy please, hear this song that I sing. In your heart there's a spark that just screams for a lover to bring a child to your chest that could lay as you sleep, and love all you have left like your boy used to be, long ago wrapped in sheets warm and wet”). Even later spreekt hij deze al overleden geliefde, aan, misschien heeft hij haar zelfs nooit gekend, wat resulteert in het allermooiste en voor mij nog altijd meest emotionele stukje tekst dat ooit geschreven is: “And in my dreams you're alive and you're crying,as your mouth moves in mine, soft and sweet. Rings of flowers ‘round your eyes and I love you, for the rest of your life when you're ready”. Maar ook lijkt hij zijn broer of een goede vriend aan te spreken, met wie hij ruzie heeft: “Brother see, we are one and the same. And you left with your head filled with flames and you watched as your brains fell out through your teeth, push the pieces in place. Make your smile sweet to see, don't you take this away. I'm still wanting my face on your cheek.”
Wellicht lijken zijn schrijfsels aan het begin erg moeilijk en poëtisch, en voor een gedeelte zijn ze ook volledig onbegrijpelijk, maar bedenk je eens: is het meeste wat hij bezingt niet extreem menselijk? Dat is nu precies waarom deze teksten mij zo gigantisch aanspreken. Ik herken mezelf erin en voel me erdoor gesteund. Ik ken niemand die dat op deze manier heeft gedaan. En die vreemde teksten zo af en toe: passen die er eigenlijk niet perfect tussen? Want wie begrijpt er nu eigenlijk echt iets van deze plek waar we met zijn allen zijn? Een plek waar de meest afgrijselijke dingen om je heen gebeuren terwijl jij worstelt met jezelf en nergens écht iets van begrijpt. Ik ben hier zomaar neergezet, weet dat elke beweging die ik maak en alle informatie die ik opsla in de verzameling neuronen die mijn hersenen vormen eigenlijk totaal zinloos is omdat ik uiteindelijk doodga. En dat terwijl we ons niet eens kunnen voorstellen hoe alles om ons heen is ontstaan. Zowel het begrip eeuwigheid als eindigheid kunnen wij ons niet echt voorstellen, zoals we ons eigenlijk nauwelijks iets kunnen voorstellen. “Can’t believe, how strange it is to be anything at all”.
En met die zin, zo simpel maar zo herkenbaar, wil ik deze belachelijk lange bespreking waarin ik een vage poging onderneem uit te leggen wat deze plaat zo goed maakt eindigen. Wie tot hier is gekomen: respect, en mijn welgemeende dank dat je dit stuk hebt willen lezen. Nu ik het zo teruglees zie ik dat ik er nog nauwelijks in geslaagd ben de magie van dit album onder woorden te brengen. Ik troost mezelf met de gedachte dat er waarschijnlijk niemand is die dit écht goed kan. Het moge duidelijk zijn dat dit album veel bij mij losmaakt. Een raar album? Ergens wel. Maar aan de andere kant is dit misschien juist de meest menselijke en herkenbare muziek die ik ken. En dat hebben we allemaal te danken aan dat onbeduidende bandje dat begin jaren 90 werd opgericht.
Twee jaar later wordt deze band al interessanter: met On Avery Island, het debuutalbum, krijgt het songwriter talent van Jeff Mangum veel meer vorm. Neem nu een schitterend ingetogen nummer als A Baby For Pree of het meeslepende Naomi, één van de beste Neutral Milk Hotel nummers ooit. Helaas wordt dergelijke pracht wat uit balans gebracht door het te lang durende experiment Pree-Sisters Swallowing a Donkey's Eye en wordt de échte potentie van de muziek negatief beïnvloed door de mix, waarin de schitterende stem van Jeff Mangum vaak te ver naar achteren staat. Zo komt het dat ik diep geroerd wordt door het in 2011 uitgekomen EP’tje Ferris Wheel On Fire (gaat dat horen!), met demo’s en onuitgebrachte versies van nummers uit die tijd waarop we doorgaans slechts Jeff Mangum op gitaar horen, en ik On Avery Island als geheel wat minder vind.
Tot zover een beknopte muzikale voorgeschiedenis van deze band met een inmiddels haast mythische status, voor ik aankom bij het album waar deze band die status aan te danken heeft: In the Aeroplane Over the Sea. Tegenwoordig wordt dit album in bepaalde kringen haast tot het achterlijke verafgood. Toch werd het in 1998, toen het uitkwam, nauwelijks opgemerkt door het grote publiek. Door mond tot mond reclame, een heruitgave in 2005 en niet te vergeten het internet is dit album geworden tot wat het was toen ik het eind 2010 ontdekte: een cultklassieker die wereldwijd meer dan 300.000 keer over de toonbank is gegaan.
Al vrij snel werd ik gevangen door de magie die hier tentoongespreid wordt door Jeff Mangum en consorten en werd het mijn favoriete album ooit. Sindsdien is het album alleen maar meer voor me gaan betekenen en is het alleen maar duidelijker geworden dat dit mijn favoriete album aller tijden is. Niet voor niets heb ik weleens gezegd dat als ik een top 10 favoriete nummers zou maken, ongeveer de helft van die nummers van dit album zou komen. En dat terwijl ik niet bepaald heel weinig muziek ken. Zo erg is het dus, en ik heb me in die dikke anderhalve jaar dat ik dit album haast deel van mezelf heb gemaakt suf gezocht naar het antwoord op de vraag waarom deze muziek me zo bizar meer aangrijpt dan de meeste andere muziek. Ik vrees dat ik dat antwoord nooit écht zal vinden. Het is het mysterie van muziek en wat het om de één of andere evolutionaire reden met ons mensen kan doen. Toch heb ik natuurlijk wel een idee wat dit album zo goed maakt.
Ten eerste naderen de songwriting vaardigheden van Jeff Mangum hier haast de perfectie. Met een briljant oor voor melodie zet hij schijnbaar achteloos zanglijnen neer die even pakkend als schitterend zijn. Hierdoor lopen de nummers erg lekker, er zit een heerlijke ‘flow’ in. Dit heeft ook te maken met de manier waarop hij rijmt, iets dat hij op briljante manier doet. Jeff heeft de Engelse taal op uitzonderlijke manier onder controle, zo blijkt ook uit zijn teksten (waarover later meer). Hierdoor zijn de coupletten pakkender en meeslepender dan het beste refrein van menige andere artiest.
Al heeft dit natuurlijk ook te maken met Jeff Mangums stem. Want ik durf zonder het geringste beetje twijfel te stellen dat ik Jeff de beste zanger aller tijden vind. Dit blijkt ook uit de eerder genoemde EP Ferris Wheel On Fire: hij hoeft zijn gitaar maar op te pakken en zijn mond open te doen en hij heeft mij al in zijn greep zoals geen andere artiest dat kan. Waarom dat precies zo is, dat is natuurlijk moeilijk te beschrijven. Het is ‘iets’ in zijn stem dat mij betovert. Zijn ingetogen zangstem, zoals te horen is bij mijn favoriete nummer van dit album - en daarmee favoriete nummer aller tijden - Two-Headed Boy Pt. 2, is ietwat schor en klagerig maar vreselijk meeslepend. Zeker als hij zijn stem laat kraken levert dat ladingen kippenvel op: de emotie die hij dan over weet te brengen is ongekend. Maar ook als hij uit volle borst zingt, waar hij natuurlijk zo befaamd om is omdat dat vaak resulteert in een aantal nogal valse noten, weet hij mij te raken door de passie die erin doorklinkt. Overigens moet deze man een enorme longinhoud hebben: als jij al lang buiten adem bent gaat Jeff door alsof hij geen lucht nodig heeft om te zingen. Ik durf te zeggen dat de stem van Jeff Mangum de belangrijkste reden is dat dit album zo mooi is.
Dit lijkt de band op In the Aeroplane Over the Sea eindelijk door te hebben gehad, want waar zijn stem op hun debuutalbum vaak niet de juiste ruimte krijgt, gebeurt dat hier wel. Maar dat betekent natuurlijk niet dat zijn zang het enige is dat dit album tot het beste album ooit maakt. Het akoestische gitaarspel is eigenlijk behoorlijk simpel, maar daardoor des te effectiever. Het rustige spel vormt precies de juiste basis voor slepende klaagzangen als Oh Comely en Two-Headed Boy Pt. 2, terwijl het snelle spel de meer enthousiast klinkende nummers als In the Aeroplane Over the Sea en The King of Carrot Flowers Pt. 1 van de nodige energie voorziet. Met het gebruik van het ‘fuzz effect’ op de elektrische gitaren, zoals te horen in Holland, 1945, King of Carrot Flowers Pts. Two and Three en Ghost grijpen ze terug op het lo-fi geluid die ook op eerder werk te horen wordt. Het resultaat is een chaos waarin Jeff Mangum toch niet verdrinkt. Dit zegt iets over de zangcapaciteiten van laatstgenoemde, maar ook over de productie; een album lo-fi laten klinken en ondertussen toch de juiste balans vinden tussen de verschillende elementen van de muziek vergt vakmanschap.
Verder komt er hier een breed scala aan blaasinstrumenten voorbij. Onder meer de trompet, trombone, saxofoon, flügelhorn en tenortuba maken hun opwachting. Zij zijn na Jeff Mangum de meest kippenvelopwekkende factor. Een goed voorbeeld is de trompetsolo op Communist Daughter, die een ware weeklacht op zich lijkt te zijn. De blazers komen vaker op deze manier over, terwijl ze in nummers als Holland, 1945 en In the Aeroplane Over the Sea juist een soort enthousiasme uitstralen en enorm veel energie aan het nummer geven. Het hoogtepunt op dit punt is natuurlijk het mooiste instrumentale nummer ooit: het slepende The Fool. Naast blazers zijn verder ook allerlei andere, vaak niet al te alledaagse, instrumenten te horen. Zo komen er onder meer verschillende soorten orgels, een banjo, een accordeon en zelfs een doedelzak (al is dit officieel ook een blaasinstrument) langs. En allemaal leveren ze een niet te missen bijdrage aan het kolkende geheel dat dit album is.
Het verhaal gaat dat Jeff Mangums belangrijkste inspiratie voor dit geweldige album een reeks dromen over een Joods gezin tijdens de Tweede Wereldoorlog was. Dit vindt zijn weerslag in Holland, 1945, een nummer met een tekstueel niet te ontcijferen begin dat later overgaat in een vertelling over het lot van Anne Frank en haar gezin. Het heeft ook direct één van de mooiste teksten van dit album. Mijn favoriete passage (al is het moeilijk kiezen) is toch wel:
“And here's where your mother sleeps,
And here is the room where your brothers were born,
Indentions in the sheets,
Where their bodies once moved but don't move any more.
And it's so sad to see, the world agree, that they'd rather see their faces fill with flies,
All when I'd want to keep white roses in their eyes.”
En als je een album zo door en door kent ga je ook filosoferen over de rest. Een gangbare theorie is dat dit hele album over Anne Frank zou gaan. Dit is nooit bevestigd door de groep, al heeft Jeff Mangum weleens gezegd dat haar dagboek hem geïnspireerd heeft. Of het nu klopt of niet, er lijkt enige samenhang in de teksten te zitten: vaak gaan ze over een meisje, meestal één die gestorven is. Opener The King of Carrot Flowers Pt. 1 verhaalt al over hoe hij en een meisje, kennelijk uit een probleemgezin, verliefd op elkaar zijn en elkaars lichamen ontdekken. Interessanter wordt het bij het titelnummer, het nummer met de allermooiste tekst die ik ken. Het begint met het beschrijven van een haast euforisch geluk dat hij beleeft samen met zijn geliefde: “And one day we will die, and our ashes will fly from the aeroplane over the sea, but for now we are young, let us lay in the sun and count every beautiful thing we can see. Love to be, in the arms of all I'm keeping here with me”. Vervolgens slaat het nummer echter om en wordt er in de verleden tijd gezongen: “Now how I remember you, how I would push my fingers through your mouth to make those muscles move that made your voice so smooth and sweet” om in de laatste alinea vooruit te blikken: “And when we meet on a cloud, I'll be laughing out loud, I'll be laughing with everyone I see”. Zijn geliefde blijkt al overleden.
En zo zijn er herhaaldelijke verwijzingen naar een verloren liefde die wellicht Anne Frank is. Zo zingt hij in Communist Daughter: “And wanting something warm and moving, ends towards herself the soothing proves that she must still exist, she moves herself about her fist”. Het meeslepende Oh Comely bevat ook verwijzingen naar een overleden vrouw of meisje, en daarnaast naar de holocaust: “And I know they buried her body with others, her sister and mother and five hundred families. And will she remember me fifty years later? I wished I could save her in some sort of time machine.” Nóg duidelijker wordt het in Ghost: “And she was born in a bottle rocket, 1929”. Voor de duidelijkheid: 1929 is het geboortejaar van Anne Frank. Verder gaat dit erg verwarrende nummer dus over een vrouwelijke geest. Wederom een verwijzing naar de uiteraard al lang en breed gestorven Anne Frank? In hoeverre al deze nummers met elkaar te maken hebben, is lastig te zeggen. Maar het vergt niet veel fantasie enige samenhang te ontdekken.
De afsluiter, het allermooiste nummer ooit geschreven, klinkt als Jeff Mangum die na de emotionele trip vol flarden van gedachten, bizarre metaforen, aanroepingen tot Jezus en verhalen over dood en leven, pijn en vreugde en natuurlijk de liefde tot bezinning is gekomen. In deze ultieme klaagzang heeft hij alles voor zichzelf op een rijtje gezet. Hij lijkt te verlangen naar een geliefde en een gezin en hij weet dat zijn vader dit ook graag zou zien (“Daddy please, hear this song that I sing. In your heart there's a spark that just screams for a lover to bring a child to your chest that could lay as you sleep, and love all you have left like your boy used to be, long ago wrapped in sheets warm and wet”). Even later spreekt hij deze al overleden geliefde, aan, misschien heeft hij haar zelfs nooit gekend, wat resulteert in het allermooiste en voor mij nog altijd meest emotionele stukje tekst dat ooit geschreven is: “And in my dreams you're alive and you're crying,as your mouth moves in mine, soft and sweet. Rings of flowers ‘round your eyes and I love you, for the rest of your life when you're ready”. Maar ook lijkt hij zijn broer of een goede vriend aan te spreken, met wie hij ruzie heeft: “Brother see, we are one and the same. And you left with your head filled with flames and you watched as your brains fell out through your teeth, push the pieces in place. Make your smile sweet to see, don't you take this away. I'm still wanting my face on your cheek.”
Wellicht lijken zijn schrijfsels aan het begin erg moeilijk en poëtisch, en voor een gedeelte zijn ze ook volledig onbegrijpelijk, maar bedenk je eens: is het meeste wat hij bezingt niet extreem menselijk? Dat is nu precies waarom deze teksten mij zo gigantisch aanspreken. Ik herken mezelf erin en voel me erdoor gesteund. Ik ken niemand die dat op deze manier heeft gedaan. En die vreemde teksten zo af en toe: passen die er eigenlijk niet perfect tussen? Want wie begrijpt er nu eigenlijk echt iets van deze plek waar we met zijn allen zijn? Een plek waar de meest afgrijselijke dingen om je heen gebeuren terwijl jij worstelt met jezelf en nergens écht iets van begrijpt. Ik ben hier zomaar neergezet, weet dat elke beweging die ik maak en alle informatie die ik opsla in de verzameling neuronen die mijn hersenen vormen eigenlijk totaal zinloos is omdat ik uiteindelijk doodga. En dat terwijl we ons niet eens kunnen voorstellen hoe alles om ons heen is ontstaan. Zowel het begrip eeuwigheid als eindigheid kunnen wij ons niet echt voorstellen, zoals we ons eigenlijk nauwelijks iets kunnen voorstellen. “Can’t believe, how strange it is to be anything at all”.
En met die zin, zo simpel maar zo herkenbaar, wil ik deze belachelijk lange bespreking waarin ik een vage poging onderneem uit te leggen wat deze plaat zo goed maakt eindigen. Wie tot hier is gekomen: respect, en mijn welgemeende dank dat je dit stuk hebt willen lezen. Nu ik het zo teruglees zie ik dat ik er nog nauwelijks in geslaagd ben de magie van dit album onder woorden te brengen. Ik troost mezelf met de gedachte dat er waarschijnlijk niemand is die dit écht goed kan. Het moge duidelijk zijn dat dit album veel bij mij losmaakt. Een raar album? Ergens wel. Maar aan de andere kant is dit misschien juist de meest menselijke en herkenbare muziek die ik ken. En dat hebben we allemaal te danken aan dat onbeduidende bandje dat begin jaren 90 werd opgericht.
Nick Nicely - Psychotropia (2003)

3,0
0
geplaatst: 24 mei 2012, 17:02 uur
Mijn bespreking uit het Niels Tip-Topic. Deze werd me getipt door Ceasar:
Ik zit nu midden in mijn examens, waardoor ik even wat anders aan mijn hoofd had en het een tijdje geduurd heeft voordat ik hier een bespreking van kon geven. Door de omstandigheden heb ik ook weinig tijd gehad om albums in hun geheel te beluisteren en dit dus ook weinig gedaan. Wel heb ik geregeld losse nummers of stukjes van albums langs laten komen. Als ik dat deed betrof het niet zelden een nummer of deel van dit album.
En dat is niet omdat ik er zo snel mogelijk vanaf wilde zijn: de frisse mix van electropop en Beatlesque psychedelica doet het namelijk goed bij mij. Het past overigens ook uistekend bij het hete zomerweer van het moment. De sound doet mij ergens wel wat denken aan een wat ‘ouder’ klinkende variant van MGMT, en dan met name hun album Oracular Spectacular. Het is dan ook moeilijk dit album in een bepaalde tijd te plaatsen, dit overigens niet omdat de nummers uit verschillende tijden komen, dat verschil kan ik namelijk maar moeilijk horen.
Hoe dan ook, we hebben hier doorgaans te maken met behoorlijk catchy popnummertjes waarbij de sfeer niet uit het oog wordt verloren. De dromerige, zachte stem van Nick Nicely zelf, vaak ook bewerkt, bijvoorbeeld met echo’s, om dit effect te vergroten, past dan ook uitstekend bij de sfeer van het album. Dromerig is dan ook wat dit album is, het tempo ligt vrij laag en het geheel is erg rustig. Deze sfeer wordt over het hele album goed doorgezet, het is duidelijk dat Nick Nicely in de twintigtal jaar waaruit deze nummer afkomstig zijn weinig is veranderd qua stijl. Het gevolg is dat dit album toch als een geheel aanvoelt.
Ondanks dat het niveau redelijk constant is, kent het wel duidelijke hoogtepunten. Sowieso is het begin duidelijk het sterkste: De eerste vijf nummers, met mijn favoriet, de opener Hilly Fields (1892), zijn stuk voor stuk opvallend sterk. Hierna treedt er wel enige wisselvalligheid op. Met name in het middenstuk, met onder andere Heaven’s Gate, met een vervelende stembewerking, en het nogal saaie Remember, is wat minder, al wordt het nergens slecht. Hier staat dan wel weer het pakkende D.C.T. Dreams en het lome maar ronduit mooie The Other Side. Verder verdient het uiterst sfeervolle 1923, het langste nummer op het album, ook absoluut een vermelding.
Mijn conclusie is dat dit een erg fijne verzameling nummers is, maar dat dit wel zo’n album is waar ik in de toekomst eerder een paar losse nummers of een stuk van zal beluisteren dan het album als geheel. Dat het geweldige muziek bevat staat verder buiten kijf, dus een fijne ontdekking is het zeker, waarvoor ik Ceasar dank.
3,5*
Ik zit nu midden in mijn examens, waardoor ik even wat anders aan mijn hoofd had en het een tijdje geduurd heeft voordat ik hier een bespreking van kon geven. Door de omstandigheden heb ik ook weinig tijd gehad om albums in hun geheel te beluisteren en dit dus ook weinig gedaan. Wel heb ik geregeld losse nummers of stukjes van albums langs laten komen. Als ik dat deed betrof het niet zelden een nummer of deel van dit album.
En dat is niet omdat ik er zo snel mogelijk vanaf wilde zijn: de frisse mix van electropop en Beatlesque psychedelica doet het namelijk goed bij mij. Het past overigens ook uistekend bij het hete zomerweer van het moment. De sound doet mij ergens wel wat denken aan een wat ‘ouder’ klinkende variant van MGMT, en dan met name hun album Oracular Spectacular. Het is dan ook moeilijk dit album in een bepaalde tijd te plaatsen, dit overigens niet omdat de nummers uit verschillende tijden komen, dat verschil kan ik namelijk maar moeilijk horen.
Hoe dan ook, we hebben hier doorgaans te maken met behoorlijk catchy popnummertjes waarbij de sfeer niet uit het oog wordt verloren. De dromerige, zachte stem van Nick Nicely zelf, vaak ook bewerkt, bijvoorbeeld met echo’s, om dit effect te vergroten, past dan ook uitstekend bij de sfeer van het album. Dromerig is dan ook wat dit album is, het tempo ligt vrij laag en het geheel is erg rustig. Deze sfeer wordt over het hele album goed doorgezet, het is duidelijk dat Nick Nicely in de twintigtal jaar waaruit deze nummer afkomstig zijn weinig is veranderd qua stijl. Het gevolg is dat dit album toch als een geheel aanvoelt.
Ondanks dat het niveau redelijk constant is, kent het wel duidelijke hoogtepunten. Sowieso is het begin duidelijk het sterkste: De eerste vijf nummers, met mijn favoriet, de opener Hilly Fields (1892), zijn stuk voor stuk opvallend sterk. Hierna treedt er wel enige wisselvalligheid op. Met name in het middenstuk, met onder andere Heaven’s Gate, met een vervelende stembewerking, en het nogal saaie Remember, is wat minder, al wordt het nergens slecht. Hier staat dan wel weer het pakkende D.C.T. Dreams en het lome maar ronduit mooie The Other Side. Verder verdient het uiterst sfeervolle 1923, het langste nummer op het album, ook absoluut een vermelding.
Mijn conclusie is dat dit een erg fijne verzameling nummers is, maar dat dit wel zo’n album is waar ik in de toekomst eerder een paar losse nummers of een stuk van zal beluisteren dan het album als geheel. Dat het geweldige muziek bevat staat verder buiten kijf, dus een fijne ontdekking is het zeker, waarvoor ik Ceasar dank.
3,5*
Nils Frahm - Wintermusik (2009)

4,0
0
geplaatst: 10 maart 2011, 13:42 uur
Wintermusik van Nils Frahm begint ijskoud met de eerste tonen van Ambre. Ongekend mooie tonen. Ambre is een werkelijk prachtig pianostuk. Het is geen muziek waar je helemaal in opgaat, nee, dit is muziek die je naar andere plaatsen laat zweven. Gedachten vol melancholie, herinneringen van vroeger komen boven. Bambi in de sneeuw. Wat een rotfilm vond ik dat toch altijd. Of was dat eigenlijk gewoon omdat ik het zo zielig vond? Dergelijke gedachten komen in mij op. Van vroeger en van nu. Weinig vrolijke gedachten, hoewel je af en toe iets moois tegenkomt waarvan je een glimlach op je gezicht krijgt. Als er familieleden waren overleden om wie ik echt gaf moest ik nu waarschijnlijk huilen. Gelukkig is dat nog niet gebeurd. Ik weet echter dat het zal gaan gebeuren.
Dergelijke gedachten en de mooie muziek worden ineens ruw verstoord. We zitten al een paar minuten in Tristana en mijn gedachtegang wordt verstoord door een laag, brommend geluid. Een irritant, ergerlijk geluid. Ook de muziek begin ik saai te vinden, met als dieptepunt dus dat geluid. Ineens betrap ik mezelf erop dat ik aan allerlei andere dingen aan het denken ben, huiswerk e.d. Deze muziek houdt mijn aandacht niet meer vast en de melancholische gedachten en herinneringen zijn ook verdwenen.
Eindelijk komen we dan aan bij Nue, waar we weer fris en fruitig aan beginnen. Zeker het begin is erg mooi en ook de rest vind ik mooier dan Tristana, maar zo tergend mooi als Ambre wordt het nergens meer. Ook dit nummer vind ik iets te lang te duren.
Ik vind dit zelf erg jammer. Bij Ambre had ik torenhoge verwachtingen van dit album maar die zijn niet uitgekomen. Ambre vind ik nog steeds geweldig, één van de mooiste stukken pianospel die ik ken, een 5 sterren nummer zelfs, maar de rest kan mij niet echt boeien of irriteert mij zelfs. Toch 3* omdat ik het als geheel wel mooi vind, Nue is zeer goed te pruimen alleen Tristana vind ik wat minder.
Dergelijke gedachten en de mooie muziek worden ineens ruw verstoord. We zitten al een paar minuten in Tristana en mijn gedachtegang wordt verstoord door een laag, brommend geluid. Een irritant, ergerlijk geluid. Ook de muziek begin ik saai te vinden, met als dieptepunt dus dat geluid. Ineens betrap ik mezelf erop dat ik aan allerlei andere dingen aan het denken ben, huiswerk e.d. Deze muziek houdt mijn aandacht niet meer vast en de melancholische gedachten en herinneringen zijn ook verdwenen.
Eindelijk komen we dan aan bij Nue, waar we weer fris en fruitig aan beginnen. Zeker het begin is erg mooi en ook de rest vind ik mooier dan Tristana, maar zo tergend mooi als Ambre wordt het nergens meer. Ook dit nummer vind ik iets te lang te duren.
Ik vind dit zelf erg jammer. Bij Ambre had ik torenhoge verwachtingen van dit album maar die zijn niet uitgekomen. Ambre vind ik nog steeds geweldig, één van de mooiste stukken pianospel die ik ken, een 5 sterren nummer zelfs, maar de rest kan mij niet echt boeien of irriteert mij zelfs. Toch 3* omdat ik het als geheel wel mooi vind, Nue is zeer goed te pruimen alleen Tristana vind ik wat minder.
