Hier kun je zien welke berichten niels94 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Das Synthetische Mischgewebe - Inventaire & Contradictions (2004)
Alternatieve titel: Retrospective 1982-1988

2,5
0
geplaatst: 14 maart 2012, 12:48 uur
Mijn bespreking uit het Niels Tip-Topic. Deze werd me getipt door tangmaster:
De twee tips hiervoor, van ArthurDZ en bennerd, waren voor mij erg gemakkelijk te doorgronden en waarderen, beide albums pasten redelijk tot precies in mijn straatje en waren verder nergens ‘moeilijk’. Tangmaster lijkt dat in één klap te willen neutraliseren met zijn tip.
“Een staaltje vreemdsoortige electronica” noemt hij het zelf. Nuja, dat dekt de lading inderdaad redelijk, want vreemdsoortige electronica is het. Het gaat om zeer minimalistische, zichzelf continu repeterende ‘geluiden’, meer eigenlijk niet. Af en toe doet het me wat aan een softe variant van noise denken en ook weleens aan een erg langzame vorm van industrial, maar meestal is het moeilijk te plaatsen wat het nu precies is. Het morrelt, ratelt, klappert, bonkt, schuurt en wat al niet meer in een ononderbroken tempo (want structuur zit er zeer duidelijk in!). Het doet sterk denken aan een soort machine, al hoor je ook af en toe duidelijke electronics: het nummer Work Pt. 2 heeft zelfs een heuse beat en is wat minder slepend. Af en toe zit er echter een lichte variatie in, maar dat zit hem dan in ‘nieuwe’ geluiden want de basis blijft gedurende het hele nummer steeds hetzelfde.
Tot zover wat het is, wat vínd ik er nu eigenlijk van? Ook dat vind ik lastig uit te leggen. Je moet ervoor in de stemming zijn, maar als je dat bent kan ik hier best van genieten. Door de herhaling heeft het iets hypnotiserends. Wat ik er verder precies ‘genietbaar’ aan vind kan ik eigenlijk niet zo goed zeggen, net als met noise. Misschien is het toch de duistere sfeer en de ‘trance’ die het toch wel enigszins oproept. Verder is het door de (soort van) afwisseling binnen de nummers ook redelijk vol te houden, maar het duurt mij met zijn kleine 60 minuten toch wel erg lang, ik heb dit soort muziek liever wat korter. Hierdoor krijgt het geen hoog punt, maar zeker ook geen onvoldoende. 3*
De twee tips hiervoor, van ArthurDZ en bennerd, waren voor mij erg gemakkelijk te doorgronden en waarderen, beide albums pasten redelijk tot precies in mijn straatje en waren verder nergens ‘moeilijk’. Tangmaster lijkt dat in één klap te willen neutraliseren met zijn tip.
“Een staaltje vreemdsoortige electronica” noemt hij het zelf. Nuja, dat dekt de lading inderdaad redelijk, want vreemdsoortige electronica is het. Het gaat om zeer minimalistische, zichzelf continu repeterende ‘geluiden’, meer eigenlijk niet. Af en toe doet het me wat aan een softe variant van noise denken en ook weleens aan een erg langzame vorm van industrial, maar meestal is het moeilijk te plaatsen wat het nu precies is. Het morrelt, ratelt, klappert, bonkt, schuurt en wat al niet meer in een ononderbroken tempo (want structuur zit er zeer duidelijk in!). Het doet sterk denken aan een soort machine, al hoor je ook af en toe duidelijke electronics: het nummer Work Pt. 2 heeft zelfs een heuse beat en is wat minder slepend. Af en toe zit er echter een lichte variatie in, maar dat zit hem dan in ‘nieuwe’ geluiden want de basis blijft gedurende het hele nummer steeds hetzelfde.
Tot zover wat het is, wat vínd ik er nu eigenlijk van? Ook dat vind ik lastig uit te leggen. Je moet ervoor in de stemming zijn, maar als je dat bent kan ik hier best van genieten. Door de herhaling heeft het iets hypnotiserends. Wat ik er verder precies ‘genietbaar’ aan vind kan ik eigenlijk niet zo goed zeggen, net als met noise. Misschien is het toch de duistere sfeer en de ‘trance’ die het toch wel enigszins oproept. Verder is het door de (soort van) afwisseling binnen de nummers ook redelijk vol te houden, maar het duurt mij met zijn kleine 60 minuten toch wel erg lang, ik heb dit soort muziek liever wat korter. Hierdoor krijgt het geen hoog punt, maar zeker ook geen onvoldoende. 3*
Dave Holland Quartet - Conference of the Birds (1973)

4,0
0
geplaatst: 28 maart 2012, 17:45 uur
Mijn bespreking uit het Niels Tip-Topic. Deze werd me getipt door korenbloem:
Het is een beetje zwart-wit, maar ik ben een beetje op een tocht op jacht naar ‘de nieuwe The Black Saint and the Sinner Lady’ (moet andere albums van Charles Mingus nog beluisteren trouwens, misschien maar eens doen
). Eigenlijk is dat een metafoor voor mijn jazz ontdekkingstocht. Het is een tocht waar ik mezelf nou niet bepaald op gestort heb, maar langzaam maar zeker maak, af en toe eens een (meestal volgens korenbloem of Ataloona) pareltje beluisterend en telkens weer tot de conclusie komend dat het prima muziek is die vrijwel altijd op een voldoende kan rekenen, maar nooit echt een hoge beoordeling krijgt. De enige uitzondering hierop is tot nu toe dus het eerder genoemde album van Charles Mingus. De volgende stap die ik hierin maak is dankzij korenbloem in het Niels Tip-Topic: weet het Dave Holland Quintet wél zo te overtuigen als ik hoop ooit overtuigd te worden door een jazz album? Het antwoord is, misschien helaas, niet volmondig ja, maar het heeft me zeker wat dingen geleerd over jazz en een soort primeur voor dat genre (zoals ik zo uit zal leggen) en is absoluut bevallen.
Wat direct opvalt, intrigeert en bevalt is de ‘achtergrondinstrumentatie’ (de bas en percussie dus). Waar die op de meeste jazzalbums die ik ken een soort onveranderlijke basis op de achtergrond vormt waarover de, meestal, blaasinstrumenten hun ding kunnen doen, hebben ze hier veel meer een eigen leven en een belangrijke rol, Q & A is hier het beste voorbeeld van. Misschien is dit net zoiets als zeggen: “leuk dat ze gebruik maken van samples” bij een hiphip album (even voor de duidelijkheid: ik ken dus nog maar erg weinig jazz), maar mij viel dat positief op. Het maakt de muziek extra interessant en spannend.
Zoals ik al zei heeft dit album een ‘primeur’ op jazzgebied, het bevat namelijk het eerste nummer die mij echt raakt zoals ik hoopte dat jazz mij ooit eens zou raken. Dat zwevende gevoel… ach, jullie kennen het wel
Het gaat hier om het werkelijk prachtige titelnummer. Die is dus niet alleen interessant, want er gebeurt van alles, maar ook nog eens oprecht mooi. De rest van het album raakt me niet zoals dat nummer, maar is alleszins erg fijne muziek. Sterk ook is de balans die ze hebben gevonden tussen gestructureerd en ongestructureerd. Het bevat spanning die ik mis in te ‘brave’ jazz en is toch niet dusdanig structuurloos dat het in de oren klinkt als een verzameling onsamenhangende noten. Gewoon een erg fijn album dus. Maar, om even terug te komen bij het begin, de ‘nieuwe’ The Black Saint and the Sinner Lady is het niet en het eerste jazz album dat mij écht betoverd ook niet. Misschien is jazz gewoon niet voor mij weggelegd op een manier waarop het voor sommigen is weggelegd, wat inhoudt dat ik er wel degelijk van kan genieten, maar ik zie me er nog altijd geen 4,5 of zelfs 5 sterren aan geven. Zo ook voor deze niet, al verdient het natuurlijk een prima cijfer voor een prima plaat.
3,5*
Het is een beetje zwart-wit, maar ik ben een beetje op een tocht op jacht naar ‘de nieuwe The Black Saint and the Sinner Lady’ (moet andere albums van Charles Mingus nog beluisteren trouwens, misschien maar eens doen
). Eigenlijk is dat een metafoor voor mijn jazz ontdekkingstocht. Het is een tocht waar ik mezelf nou niet bepaald op gestort heb, maar langzaam maar zeker maak, af en toe eens een (meestal volgens korenbloem of Ataloona) pareltje beluisterend en telkens weer tot de conclusie komend dat het prima muziek is die vrijwel altijd op een voldoende kan rekenen, maar nooit echt een hoge beoordeling krijgt. De enige uitzondering hierop is tot nu toe dus het eerder genoemde album van Charles Mingus. De volgende stap die ik hierin maak is dankzij korenbloem in het Niels Tip-Topic: weet het Dave Holland Quintet wél zo te overtuigen als ik hoop ooit overtuigd te worden door een jazz album? Het antwoord is, misschien helaas, niet volmondig ja, maar het heeft me zeker wat dingen geleerd over jazz en een soort primeur voor dat genre (zoals ik zo uit zal leggen) en is absoluut bevallen.Wat direct opvalt, intrigeert en bevalt is de ‘achtergrondinstrumentatie’ (de bas en percussie dus). Waar die op de meeste jazzalbums die ik ken een soort onveranderlijke basis op de achtergrond vormt waarover de, meestal, blaasinstrumenten hun ding kunnen doen, hebben ze hier veel meer een eigen leven en een belangrijke rol, Q & A is hier het beste voorbeeld van. Misschien is dit net zoiets als zeggen: “leuk dat ze gebruik maken van samples” bij een hiphip album (even voor de duidelijkheid: ik ken dus nog maar erg weinig jazz), maar mij viel dat positief op. Het maakt de muziek extra interessant en spannend.
Zoals ik al zei heeft dit album een ‘primeur’ op jazzgebied, het bevat namelijk het eerste nummer die mij echt raakt zoals ik hoopte dat jazz mij ooit eens zou raken. Dat zwevende gevoel… ach, jullie kennen het wel
Het gaat hier om het werkelijk prachtige titelnummer. Die is dus niet alleen interessant, want er gebeurt van alles, maar ook nog eens oprecht mooi. De rest van het album raakt me niet zoals dat nummer, maar is alleszins erg fijne muziek. Sterk ook is de balans die ze hebben gevonden tussen gestructureerd en ongestructureerd. Het bevat spanning die ik mis in te ‘brave’ jazz en is toch niet dusdanig structuurloos dat het in de oren klinkt als een verzameling onsamenhangende noten. Gewoon een erg fijn album dus. Maar, om even terug te komen bij het begin, de ‘nieuwe’ The Black Saint and the Sinner Lady is het niet en het eerste jazz album dat mij écht betoverd ook niet. Misschien is jazz gewoon niet voor mij weggelegd op een manier waarop het voor sommigen is weggelegd, wat inhoudt dat ik er wel degelijk van kan genieten, maar ik zie me er nog altijd geen 4,5 of zelfs 5 sterren aan geven. Zo ook voor deze niet, al verdient het natuurlijk een prima cijfer voor een prima plaat.3,5*
Dawn - Slaughtersun (Crown of the Triarchy) (1998)

3,0
0
geplaatst: 5 mei 2012, 21:19 uur
In het topic ‘De metalen twijfels van AOVV’ gaat de desbetreffende user op zoek gaat naar het juiste metal album om in zijn top 10 te zetten. Ik heb het tot mijn missie gemaakt de shortlist in zijn geheel door te nemen. Het is ditmaal aan de grote onbekende: Dawn.
2 stemmen en nul berichten maken dit album de vreemde eend in de bijt in de shortlist als het gaat om bekendheid. Ik kan me voorstellen hoe dit gegaan is: AOVV vond dit album op de één of andere manier, ging het zonder echte verwachtingen beluisteren en werd omver geblazen. Zou het voor mij ook zo gaan uitpakken?
Jammer genoeg niet echt. Alles is strak gespeeld en met name de gitarist levert mooi werk af met een paar sterke riffs en mooie melodieën. Toch kan ik nou ook weer niet zeggen dat ik omver geblazen ben, integendeel. Klacht één is dat de vocalen een veel te grote rol hebben. Ik vind ze niet erg bijzonder, maar dat zou geen probleem zijn als ze met mate werden toegepast, zoals bijvoorbeeld bij Agalloch. Nu krijgen ze helaas een erg grote rol en dat haalt het niveau van de plaat naar beneden. Klacht twee is dat ik de drummer bijzonder fantasieloos vind drummen. Hij roffelt maar een eind in de rondte, dit slechts onderbrekend voor een roffeltje of een klap tegen de cymbalen af en toe. Het gevolg is dat het een nogal eentonig album wordt doordat er weinig variatie is aangebracht.
Opvallend is het enorme verschil in beleving tussen hoe dit klinkt als ik het door de boxen hoor of door de koptelefoon. In het geval van die eerste klinkt het echt ontzettend veel beter. De simpele reden is dat het gitaarwerk dan meer tot de voorgrond treedt. Het moge duidelijk zijn waar de kwaliteiten van dit album liggen. Als ik het op die manier beluister is het ook best een goed album, ondanks de eentonigheid, en is het, zoals eerder gezegd, de moeite van het beluisteren waard. Een luisterbeurt via de boxen (ik doel hiermee op goede boxen, niet op mijn pc speakers, dan klinkt dit helemaal ruk) levert een uur lang aan roffels en geschreeuw op, waarbij het mooie gitaarspel om de één of andere reden sterk naar de achtergrond is geschoven.
Een vreemde gewaarwording, er is wel meer muziek die mooier door de koptelefoon klinkt, maar zo erg als bij dit album heb ik het nog nooit meegemaakt; ik durf het haast bizar te noemen. Laat ik mijn beoordeling dan ook maar op de luisterbeurten via de koptelefoon baseren, zo dient deze muziek kennelijk beluisterd te worden. Het is dus wat eentonig, waar vooral de drummer debet aan is, en de zanger mag een iets kleinere rol krijgen, verder is het een aardig plaatje die prima wegluistert (over de koptelefoon!) maar weinig memorabel is.
Mag dit album in AOVV’s top 10?
En dat laatste is direct groot deel van het antwoord op deze vraag: ik zie eigenlijk niet in wat hier zo bijzonder aan is, laat staan waarom je het in je top 10 zou zetten. Maar kennelijk denk jij er heel anders over...
2 stemmen en nul berichten maken dit album de vreemde eend in de bijt in de shortlist als het gaat om bekendheid. Ik kan me voorstellen hoe dit gegaan is: AOVV vond dit album op de één of andere manier, ging het zonder echte verwachtingen beluisteren en werd omver geblazen. Zou het voor mij ook zo gaan uitpakken?
Jammer genoeg niet echt. Alles is strak gespeeld en met name de gitarist levert mooi werk af met een paar sterke riffs en mooie melodieën. Toch kan ik nou ook weer niet zeggen dat ik omver geblazen ben, integendeel. Klacht één is dat de vocalen een veel te grote rol hebben. Ik vind ze niet erg bijzonder, maar dat zou geen probleem zijn als ze met mate werden toegepast, zoals bijvoorbeeld bij Agalloch. Nu krijgen ze helaas een erg grote rol en dat haalt het niveau van de plaat naar beneden. Klacht twee is dat ik de drummer bijzonder fantasieloos vind drummen. Hij roffelt maar een eind in de rondte, dit slechts onderbrekend voor een roffeltje of een klap tegen de cymbalen af en toe. Het gevolg is dat het een nogal eentonig album wordt doordat er weinig variatie is aangebracht.
Opvallend is het enorme verschil in beleving tussen hoe dit klinkt als ik het door de boxen hoor of door de koptelefoon. In het geval van die eerste klinkt het echt ontzettend veel beter. De simpele reden is dat het gitaarwerk dan meer tot de voorgrond treedt. Het moge duidelijk zijn waar de kwaliteiten van dit album liggen. Als ik het op die manier beluister is het ook best een goed album, ondanks de eentonigheid, en is het, zoals eerder gezegd, de moeite van het beluisteren waard. Een luisterbeurt via de boxen (ik doel hiermee op goede boxen, niet op mijn pc speakers, dan klinkt dit helemaal ruk) levert een uur lang aan roffels en geschreeuw op, waarbij het mooie gitaarspel om de één of andere reden sterk naar de achtergrond is geschoven.
Een vreemde gewaarwording, er is wel meer muziek die mooier door de koptelefoon klinkt, maar zo erg als bij dit album heb ik het nog nooit meegemaakt; ik durf het haast bizar te noemen. Laat ik mijn beoordeling dan ook maar op de luisterbeurten via de koptelefoon baseren, zo dient deze muziek kennelijk beluisterd te worden. Het is dus wat eentonig, waar vooral de drummer debet aan is, en de zanger mag een iets kleinere rol krijgen, verder is het een aardig plaatje die prima wegluistert (over de koptelefoon!) maar weinig memorabel is.
Mag dit album in AOVV’s top 10?
En dat laatste is direct groot deel van het antwoord op deze vraag: ik zie eigenlijk niet in wat hier zo bijzonder aan is, laat staan waarom je het in je top 10 zou zetten. Maar kennelijk denk jij er heel anders over...

De Jeugd van Tegenwoordig - De Machine (2008)

2,5
0
geplaatst: 16 april 2011, 18:19 uur
Ook ik heb me aan dit toch veelgeprezen album van De Jeugd van Tegenwoordig gewaagd. Hun laatste had ik al beluisterd en daar vond ik niet al teveel aan (2,5*) en omdat deze beter beoordeelt wordt en een vriend van mij (Snoeperd op de site) hier toch wel enthousiast over is, was ik hier toch best benieuwd naar. Helaas beviel deze niet heel veel beter.
De producties zijn allemaal zeer dik in orde, lekkere electronicabeats. Het probleem zit hem vooral in de MC's: wat mij betreft is dit één groot tekstueel drama. Het enige wat we te horen krijgen is 'tieten dit', 'kutten dat', 'ik ben vet en ik ga hard' en 'schud je billen', in allerlei, niet al te goed gevonden, variaties. En dat een heel album lang, zelden schakelen ze over op een ander onderwerp. Ik begrijp dat het lollig bedoeld is, maar ik vind de heren op een enkele uitzondering na totaal niet grappig. Dit bereikt het dieptepunt in 'Applaus', wat echt een verschrikkelijk, bijna walgelijk, nummer is. Platte humor: oké, maar deze mannen maken het wel heel erg bont.
Het hoogtepunt van deze plaat zijn dan de stukken met de twee oude dames die een gesprek over negers hebben in 'Hollereer'. Dat is in mijn ogen erg grappig. Verder is 'Hollereer' ook het enige nummer dat ik enigszins goed vind op de plaat, nadeel van dat nummer is de outro die toch echt te lang duurt. Maar dat alle muziek op dit album het aflegt tegen een skit zegt denk ik al genoeg.
Sterker nog: de enige reden dat dit album niet een hele diepe onvoldoende krijgt zijn de beats, die erg sterk zijn en heel wat goedmaken. Productioneel dus dik in orde, de MC's vind ik echter 3x niks. Eén aardige hit, de rest is waardeloos, waardoor dit album echt veel te lang duurt. Persoonlijk vond ik hun laatste, 'De Lachende Derde', ook net wat beter. Jammer, maar helaas, De Jeugd van Tegenwoordig weet mij weer niet te boeien.
2,5*
De producties zijn allemaal zeer dik in orde, lekkere electronicabeats. Het probleem zit hem vooral in de MC's: wat mij betreft is dit één groot tekstueel drama. Het enige wat we te horen krijgen is 'tieten dit', 'kutten dat', 'ik ben vet en ik ga hard' en 'schud je billen', in allerlei, niet al te goed gevonden, variaties. En dat een heel album lang, zelden schakelen ze over op een ander onderwerp. Ik begrijp dat het lollig bedoeld is, maar ik vind de heren op een enkele uitzondering na totaal niet grappig. Dit bereikt het dieptepunt in 'Applaus', wat echt een verschrikkelijk, bijna walgelijk, nummer is. Platte humor: oké, maar deze mannen maken het wel heel erg bont.
Het hoogtepunt van deze plaat zijn dan de stukken met de twee oude dames die een gesprek over negers hebben in 'Hollereer'. Dat is in mijn ogen erg grappig. Verder is 'Hollereer' ook het enige nummer dat ik enigszins goed vind op de plaat, nadeel van dat nummer is de outro die toch echt te lang duurt. Maar dat alle muziek op dit album het aflegt tegen een skit zegt denk ik al genoeg.
Sterker nog: de enige reden dat dit album niet een hele diepe onvoldoende krijgt zijn de beats, die erg sterk zijn en heel wat goedmaken. Productioneel dus dik in orde, de MC's vind ik echter 3x niks. Eén aardige hit, de rest is waardeloos, waardoor dit album echt veel te lang duurt. Persoonlijk vond ik hun laatste, 'De Lachende Derde', ook net wat beter. Jammer, maar helaas, De Jeugd van Tegenwoordig weet mij weer niet te boeien.
2,5*
De Staat - Machinery (2011)

3,5
0
geplaatst: 9 maart 2011, 13:13 uur
Dit album is één van de grootste verassingen van dit jaar voor mij. Ik had eigenlijk nauwelijks verwachtingen van dit album. Ik ken de vorige plaat niet, had daar alleen een nummer van gehoord en die vond ik niet zo heel speciaal. Ik hoorde Sweatshop en dat vond ik een weinig bijzonder doch aardig nummer op het eerste gehoor. Ik besloot dit album maar te volgen. Heb hem uiteindelijk beluisterd en de sound beviel mij meteen, een paar luisterbeurten op de VPRO luisterpaal later ben ik enorm aangenaam verrast en heb ik deze inmiddels op CD, in een werkelijk prachtige hoes!
Het album begint met wat geluiden uit de verte, de machine draait zich warm, want dit album doet mij denken aan een stampende en stomende machine die je op de cover ziet. Dan knalt de gitaar er direct in. Ah, I See is begonnen. De eigenzinnige sound van dit album is direct te horen: rauwe, hoekige instrumentatie als door een machine gemaakt en nonchalante, al even zo hoekige zang die er perfect bijpast. Het toch best lelijke Nederlandse accent dat er toch een beetje doorheen schemert past er wat mij betreft zelfs bij. Het nummer heeft een duistere sfeer, dan wordt je opgeschrikt door een klaxon-achtig deuntje dat iedereen wel kent. Eigenlijk vind ik dit een beetje jammer, het had van mij niet gehoeven. Al met al toch wel een lekker nummertje.
Dan een knaller: Sweatshop, een nummer over het harde leven in de sweatshops, hoewel de tekst doet vermoeden dat ze het eigenlijk helemaal niet zo erg vinden. Dit is één van mijn favoriete nummers van dit album gebleken na wat meer luisterbeurten. Zanger Torre Florim wordt hier bijgestaan door Kelly Thijssen, die er ook erg goed bijpast. De nonchalante zang in de coupletten heeft hier bijna weg van een zangerige manier van rappen. Een heel erg lekker nummer.
Hierna wordt het wat rustiger bij I'll Never Marry You, desondanks is de hoekige, machine-achtige sound nog duidelijk aanwezig. Florim zingt hier wat melodieuzer. In dit nummer verklaart hij niets van liefde te moeten hebben, liefde is namelijk degene met wie hij nooit zal trouwen. Een erg mooi nummer in elk geval.
Old Macdonald Don't Have No Farm No More is één van de meeste eigenzinnige nummers op dit album. Opzwepende, rauwe percussie waarin naast drums ook handenklappen en ijzeren dozen worden gebruikt, iets dat nog vake wordt gedaan op dit album. Daarbij die heerlijke nonchalante zang die hier meer op schreeuwen lijkt. Een erg fijn nummer met een zeer duister sfeertje. De lyrics zijn heerlijk duister en ironisch, er wordt beschreven hoe alle dieren van Old Macdonald één voor één worden afgeslacht, waarna er lekker ironisch en zonder enig mededogen wordt verkondigd dat Old Macdonald nu geen boerderij meer heeft.
Vervolgens I'm A Rat, hierin zingt Florim met kopstem en bewijst dit ook goed te kunnen. Dit nummer is erg swingend en vrolijk, met een echt vrolijk doch niet alledaags deuntje. Ook heerlijk hoe die gitaar er inknalt. Leuke lyrics ook weer, het nummer gaat over een rat die huisdier is maar die wil ontsnappen. Wellicht een nummer met hitpotentie.
Daarna Keep Me Home, dat weer lekker onheilspellend is, met lekker donkere strijkers en een slepende percussie, qua instrumentatie doet dit nummer me aan Venus In Furs van The Velvet Underground denken. Het refrein met het koor is heerlijk duister, evenals de tekst. Florim zingt er goed op dit nummer. Het nummer heeft iets hypnotiserends en is wellicht het duisterste nummer van het album. Een favoriet van mij.
Tumbling Down is dan weer een stukken vrolijker, bijna dansbaar nummer, maar toch weer met een duister sfeertje. Een niet zo heel bijzonder nummer, maar zeker een leuk nummer. Ondanks het vrolijke is de tekst weer duister, waar het over gaat is mij tot nu toe onduidelijk.
Nu gaan we lekker stampen op Psycho Disco, ook één van mijn favoriete nummers van dit album. Een swingend nummer met een heerlijk deuntje. Het doet echt denken aan een maniakale disco, met een pompende bas en gestoorde deuntjes en zang.
Ook Rooster Man is een dijk van een nummer, wederom begeleidt door slepende percussie. De scheurende gitaren zijn echt heerlijk. Dit nummer heeft een echt knalrefrein, het is een beetje een meezinger en heeft wat mij betreft hitpotentie en lijkt mij live echt een knaller.
Waar Serial Killer over gaat, daar is geen twijfel over mogelijk, een verschrikkelijke seriemoordenaar is los, niemand weet wie het is, hijzelf vind het in elk geval juist wat hij doet. Desodanks is de muziek weer vrolijk. Scheurende gitaren, zeer goed drumwerk en vrolijke synthesizer deuntjes kenmerken dit nummer.
Dan Back To The Grind, een heel bijzonder nummer, Geert Jonkers, iemand die niet bij de band hoort, heeft namelijk een machine gemaakt die in dit nummer meespeelt. Een nummer over een dorp waar alles doodgaat en niets meer wil groeien, hoop vervliegt terwijl de honger toeslaat. Nu zijn de mijnen heropend en wordt er weer naar goud gezocht als laatste hoop, de kans dat er wat gevonden wordt is echter klein en het is bovendien gevaarlijk. Uiteraard hoor je de machine aan het werk, dit levert een interessante en eigenzinnige percussie op. Desondanks vind ik dit nummer zelf één van de mindere.
Al met al vind ik dit een erg goed album, deze jongens uit Nijmegen durven een eigen geluid neer te zetten, met eigenzinnige percussie en zang en ruimte voor experiment, daarnaast vind ik dat ze erg goede teksten hebben. Ik hoop dat deze jongens nog lang door gaan, ik kijk al reikhalzend uit naar het volgende project en hoop ze binnenkort zeker live te gaan zien.
Een dik verdiende 4,5*
Het album begint met wat geluiden uit de verte, de machine draait zich warm, want dit album doet mij denken aan een stampende en stomende machine die je op de cover ziet. Dan knalt de gitaar er direct in. Ah, I See is begonnen. De eigenzinnige sound van dit album is direct te horen: rauwe, hoekige instrumentatie als door een machine gemaakt en nonchalante, al even zo hoekige zang die er perfect bijpast. Het toch best lelijke Nederlandse accent dat er toch een beetje doorheen schemert past er wat mij betreft zelfs bij. Het nummer heeft een duistere sfeer, dan wordt je opgeschrikt door een klaxon-achtig deuntje dat iedereen wel kent. Eigenlijk vind ik dit een beetje jammer, het had van mij niet gehoeven. Al met al toch wel een lekker nummertje.
Dan een knaller: Sweatshop, een nummer over het harde leven in de sweatshops, hoewel de tekst doet vermoeden dat ze het eigenlijk helemaal niet zo erg vinden. Dit is één van mijn favoriete nummers van dit album gebleken na wat meer luisterbeurten. Zanger Torre Florim wordt hier bijgestaan door Kelly Thijssen, die er ook erg goed bijpast. De nonchalante zang in de coupletten heeft hier bijna weg van een zangerige manier van rappen. Een heel erg lekker nummer.
Hierna wordt het wat rustiger bij I'll Never Marry You, desondanks is de hoekige, machine-achtige sound nog duidelijk aanwezig. Florim zingt hier wat melodieuzer. In dit nummer verklaart hij niets van liefde te moeten hebben, liefde is namelijk degene met wie hij nooit zal trouwen. Een erg mooi nummer in elk geval.
Old Macdonald Don't Have No Farm No More is één van de meeste eigenzinnige nummers op dit album. Opzwepende, rauwe percussie waarin naast drums ook handenklappen en ijzeren dozen worden gebruikt, iets dat nog vake wordt gedaan op dit album. Daarbij die heerlijke nonchalante zang die hier meer op schreeuwen lijkt. Een erg fijn nummer met een zeer duister sfeertje. De lyrics zijn heerlijk duister en ironisch, er wordt beschreven hoe alle dieren van Old Macdonald één voor één worden afgeslacht, waarna er lekker ironisch en zonder enig mededogen wordt verkondigd dat Old Macdonald nu geen boerderij meer heeft.
Vervolgens I'm A Rat, hierin zingt Florim met kopstem en bewijst dit ook goed te kunnen. Dit nummer is erg swingend en vrolijk, met een echt vrolijk doch niet alledaags deuntje. Ook heerlijk hoe die gitaar er inknalt. Leuke lyrics ook weer, het nummer gaat over een rat die huisdier is maar die wil ontsnappen. Wellicht een nummer met hitpotentie.
Daarna Keep Me Home, dat weer lekker onheilspellend is, met lekker donkere strijkers en een slepende percussie, qua instrumentatie doet dit nummer me aan Venus In Furs van The Velvet Underground denken. Het refrein met het koor is heerlijk duister, evenals de tekst. Florim zingt er goed op dit nummer. Het nummer heeft iets hypnotiserends en is wellicht het duisterste nummer van het album. Een favoriet van mij.
Tumbling Down is dan weer een stukken vrolijker, bijna dansbaar nummer, maar toch weer met een duister sfeertje. Een niet zo heel bijzonder nummer, maar zeker een leuk nummer. Ondanks het vrolijke is de tekst weer duister, waar het over gaat is mij tot nu toe onduidelijk.
Nu gaan we lekker stampen op Psycho Disco, ook één van mijn favoriete nummers van dit album. Een swingend nummer met een heerlijk deuntje. Het doet echt denken aan een maniakale disco, met een pompende bas en gestoorde deuntjes en zang.
Ook Rooster Man is een dijk van een nummer, wederom begeleidt door slepende percussie. De scheurende gitaren zijn echt heerlijk. Dit nummer heeft een echt knalrefrein, het is een beetje een meezinger en heeft wat mij betreft hitpotentie en lijkt mij live echt een knaller.
Waar Serial Killer over gaat, daar is geen twijfel over mogelijk, een verschrikkelijke seriemoordenaar is los, niemand weet wie het is, hijzelf vind het in elk geval juist wat hij doet. Desodanks is de muziek weer vrolijk. Scheurende gitaren, zeer goed drumwerk en vrolijke synthesizer deuntjes kenmerken dit nummer.
Dan Back To The Grind, een heel bijzonder nummer, Geert Jonkers, iemand die niet bij de band hoort, heeft namelijk een machine gemaakt die in dit nummer meespeelt. Een nummer over een dorp waar alles doodgaat en niets meer wil groeien, hoop vervliegt terwijl de honger toeslaat. Nu zijn de mijnen heropend en wordt er weer naar goud gezocht als laatste hoop, de kans dat er wat gevonden wordt is echter klein en het is bovendien gevaarlijk. Uiteraard hoor je de machine aan het werk, dit levert een interessante en eigenzinnige percussie op. Desondanks vind ik dit nummer zelf één van de mindere.
Al met al vind ik dit een erg goed album, deze jongens uit Nijmegen durven een eigen geluid neer te zetten, met eigenzinnige percussie en zang en ruimte voor experiment, daarnaast vind ik dat ze erg goede teksten hebben. Ik hoop dat deze jongens nog lang door gaan, ik kijk al reikhalzend uit naar het volgende project en hoop ze binnenkort zeker live te gaan zien.
Een dik verdiende 4,5*
Deathspell Omega - Si Monumentum Requires, Circumspice (2004)

4,5
0
geplaatst: 3 augustus 2012, 13:52 uur
In het topic ‘De metalen twijfels van AOVV’ gaat de desbetreffende user op zoek gaat naar het juiste metal album om in zijn top 10 te zetten. Ik heb het tot mijn missie gemaakt de shortlist in zijn geheel door te nemen. We zijn aanbeland bij Deathspell Omega, met een album waar ik toch wel enige verwachtingen van had.
Deze verwachtingen werden eigenlijk vooral veroorzaakt doordat ik dit behoorlijk hooggewaardeerde album vaker voorbij heb zien komen. Daarnaast deed de kreet dat dit album “wordt genoemd als de enige echte black metal release uit de jaren '00 die ertoe doet” de verwachtingen ook wel stijgen, of ik het nou met die uitspraak eens ben of niet.
Gelukkig bleek dit verwachtingspatroon niet overdreven: Si Monumentum Requires, Circumspice is een geweldig album. Dit is black metal in de meest letterlijke zin van het woord, ik heb namelijk zelden een zwarter album gehoord. Het betreft traditionele black metal in de lijn van Mayhem, maar dan nog een pak beter uitgevoerd naar mijn mening. Dit is compromisloze, zwartgallige herrie met slechts een aantal rustpunten. Deze rustpunten komen in de vorm van de drie ‘Prayers’, sfeervolle stukken met rustig gitaarspel, soundscapes en/of gregoriaanse zang, en tijdens Carnal Malefactor, waar een heel lang stuk van dergelijke zang te horen is. Dit laatste duurt mij veel te lang en is dan ook een minder stuk van het album, helaas. Op de rest van het album ligt het tempo hoog en wordt de voet nauwelijks van het gaspedaal afgehaald.
Dichte gitaarmuren waar op kundige wijze vaak schitterende melodieën in verweven zijn en beukende riffs, bijgestaan door knallend drumgeweld en opzwepend basspel vormen de belangrijkste bouwstenen van dit album. Daarnaast zijn natuurlijk de afschrikwekkende black metalvocalen, ook in de traditie van bands als Mayhem, essentieel voor de beleving van dit album. Ook het thema waar dit album grotendeels om draait, de Duivel, loopt natuurlijk vrij parallel met laatstgenoemde, al heb ik begrepen Deathspell Omega iets intelligenter met het onderwerp omspringt – ik heb me er verder (nog) niet in verdiept.
Waar dit album echter om draait is natuurlijk die pikzwarte sfeer die zo geweldig wordt neergezet. Deathspell Omega bewijst dat sfeer geen rust vereist, maar dat het prima samen kan gaan met gruwelijke herrie. Zoals gezegd vind ik het een geweldig album met een behoorlijk constant niveau. Alleen het eerste genoemde stuk gregoriaanse zang op Carnal Malefactor vind ik echt minder, verder is het vrijwel uitsluitend genieten, met af en toe een kippenvelopwekkend hoogtepunt als Sola Fide II of Jubilate Deo (O Be Joyful in the Lord). Ook de albumcover vind ik overigens geweldig: waar veel metalbands in een poging met een angstaanjagende of duistere hoes vervallen in kitsch of simpelweg te ver doorschieten, heeft Si Monumentum Requires, Circumspice juist een perfecte, ultiem verdorven hoes die volkomen bij de muziek van het album past. Je ziet het ‘ding’ zo liggen tijdens een Duivels ritueel, wachtend tot het volgroeid is om de wereld de verdoemenis in te slepen. Je snapt de strekking. Dit album lijkt zo’n beetje de definitie van black metal, voor zover een relatieve leek als ik zo’n uitspraak mag doen.
Mag dit album in AOVV’s top 10?
Ja
Deze verwachtingen werden eigenlijk vooral veroorzaakt doordat ik dit behoorlijk hooggewaardeerde album vaker voorbij heb zien komen. Daarnaast deed de kreet dat dit album “wordt genoemd als de enige echte black metal release uit de jaren '00 die ertoe doet” de verwachtingen ook wel stijgen, of ik het nou met die uitspraak eens ben of niet.
Gelukkig bleek dit verwachtingspatroon niet overdreven: Si Monumentum Requires, Circumspice is een geweldig album. Dit is black metal in de meest letterlijke zin van het woord, ik heb namelijk zelden een zwarter album gehoord. Het betreft traditionele black metal in de lijn van Mayhem, maar dan nog een pak beter uitgevoerd naar mijn mening. Dit is compromisloze, zwartgallige herrie met slechts een aantal rustpunten. Deze rustpunten komen in de vorm van de drie ‘Prayers’, sfeervolle stukken met rustig gitaarspel, soundscapes en/of gregoriaanse zang, en tijdens Carnal Malefactor, waar een heel lang stuk van dergelijke zang te horen is. Dit laatste duurt mij veel te lang en is dan ook een minder stuk van het album, helaas. Op de rest van het album ligt het tempo hoog en wordt de voet nauwelijks van het gaspedaal afgehaald.
Dichte gitaarmuren waar op kundige wijze vaak schitterende melodieën in verweven zijn en beukende riffs, bijgestaan door knallend drumgeweld en opzwepend basspel vormen de belangrijkste bouwstenen van dit album. Daarnaast zijn natuurlijk de afschrikwekkende black metalvocalen, ook in de traditie van bands als Mayhem, essentieel voor de beleving van dit album. Ook het thema waar dit album grotendeels om draait, de Duivel, loopt natuurlijk vrij parallel met laatstgenoemde, al heb ik begrepen Deathspell Omega iets intelligenter met het onderwerp omspringt – ik heb me er verder (nog) niet in verdiept.
Waar dit album echter om draait is natuurlijk die pikzwarte sfeer die zo geweldig wordt neergezet. Deathspell Omega bewijst dat sfeer geen rust vereist, maar dat het prima samen kan gaan met gruwelijke herrie. Zoals gezegd vind ik het een geweldig album met een behoorlijk constant niveau. Alleen het eerste genoemde stuk gregoriaanse zang op Carnal Malefactor vind ik echt minder, verder is het vrijwel uitsluitend genieten, met af en toe een kippenvelopwekkend hoogtepunt als Sola Fide II of Jubilate Deo (O Be Joyful in the Lord). Ook de albumcover vind ik overigens geweldig: waar veel metalbands in een poging met een angstaanjagende of duistere hoes vervallen in kitsch of simpelweg te ver doorschieten, heeft Si Monumentum Requires, Circumspice juist een perfecte, ultiem verdorven hoes die volkomen bij de muziek van het album past. Je ziet het ‘ding’ zo liggen tijdens een Duivels ritueel, wachtend tot het volgroeid is om de wereld de verdoemenis in te slepen. Je snapt de strekking. Dit album lijkt zo’n beetje de definitie van black metal, voor zover een relatieve leek als ik zo’n uitspraak mag doen.
Mag dit album in AOVV’s top 10?
Ja

Dominik Eulberg - Diorama (2011)

3,5
0
geplaatst: 16 juli 2011, 22:07 uur
Dit album blijkt inderdaad geweldig. Het geheel doet voor mij eigenlijk 'organisch' aan. Als een regenwoud, waar het net geregend heeft en alles fris en groen is. Deze plaat klinkt zelf namelijk heel fris, heel helder. Het lijkt net een muzikaal portret van het oerwoud, er gebeurt van alles, een rivier kabbelt voort, mieren lopen af en aan, een luipaard sluipt elegant door het woud, een dauwdruppel valt van een blad, felgekleurde kikkers springen weg. Daar doet deze muziek me aan denken. Een organisch geheel, met organische geluiden, alles in evenwicht als het oerwoud.
Klinkt erg romantisch, maar dat is dit album op een bepaalde manier eigenlijk ook, pure schoonheid, geen donkere muziek. Neem een track als Aeronaut, dat is toch gewoon de vrede zelve? Ik hoor de kikkers van hun leliebladeren springen, de miljarden insecten in het rond trippelen terwijl er in het woud grotere dieren rondlopen. Bovendien krijg ik op de één of andere manier het gevoel dat er iets over hen waakt: 'Moeder natuur'? Dit is slechts een voorbeeld. Bij Der Tanz der Gluewuermchen krijg ik bijvoorbeeld beelden van een rivier die op en neer golft, met onder het oppervlak allerlei leven. Zo krijg ik allerlei beelden bij dit album.
Dit is muziek waar je van alles mee kan. Je kunt er op dansen, je kunt op je bed gaan liggen en je erdoor laten opnemen om er rustig van genieten. Je kunt geconcentreerd luisteren naar wat er allemaal gebeurd, maar het kan ook uitstekend op de achtergrond gedraaid worden terwijl je wat anders aan het doen bent, kletsen met vrienden of gewoon naar huis aan het fietsen. Het is maar net waar je op let in de muziek. Die muziek zit namelijk zeer goed in elkaar, laag wordt over laag gelegd in prachtige opbouwen, er is veel afwisseling, zowel tussen als binnen de nummers, en er is van alles te ontdekken in dit oerwoud.
Die 3 Millionen Musketiere is inmiddels mijn favoriet, boven Der Tanz der Gluehwuermchen. Toen ik dat nummer net uit mijn stereo hoorde dacht ik dat ik gek werd, heb serieus even door de kamer staan springen van pure vreugde om de één of andere reden (
). Als een nummer zoiets met je doet, is het goed. Mijn andere sterretje staat bij Teddy Tausendentod, ook een geniaal nummer. Maar ook de andere nummers zijn geweldig, want het geheel heeft een ontzettend hoog niveau die de hele tijd volgehouden wordt.
Dit is dus een erg fijne ontdekking (waarvoor ik Herman dank). Staat op het moment ook zeker in mijn top 10 van 2011. Nu ga ik op vakantie, dit album lekker vaak draaien en wie weet verhoog ik hem wel als ik terug ben! Voor nu in elk geval: 4*
Klinkt erg romantisch, maar dat is dit album op een bepaalde manier eigenlijk ook, pure schoonheid, geen donkere muziek. Neem een track als Aeronaut, dat is toch gewoon de vrede zelve? Ik hoor de kikkers van hun leliebladeren springen, de miljarden insecten in het rond trippelen terwijl er in het woud grotere dieren rondlopen. Bovendien krijg ik op de één of andere manier het gevoel dat er iets over hen waakt: 'Moeder natuur'? Dit is slechts een voorbeeld. Bij Der Tanz der Gluewuermchen krijg ik bijvoorbeeld beelden van een rivier die op en neer golft, met onder het oppervlak allerlei leven. Zo krijg ik allerlei beelden bij dit album.
Dit is muziek waar je van alles mee kan. Je kunt er op dansen, je kunt op je bed gaan liggen en je erdoor laten opnemen om er rustig van genieten. Je kunt geconcentreerd luisteren naar wat er allemaal gebeurd, maar het kan ook uitstekend op de achtergrond gedraaid worden terwijl je wat anders aan het doen bent, kletsen met vrienden of gewoon naar huis aan het fietsen. Het is maar net waar je op let in de muziek. Die muziek zit namelijk zeer goed in elkaar, laag wordt over laag gelegd in prachtige opbouwen, er is veel afwisseling, zowel tussen als binnen de nummers, en er is van alles te ontdekken in dit oerwoud.
Die 3 Millionen Musketiere is inmiddels mijn favoriet, boven Der Tanz der Gluehwuermchen. Toen ik dat nummer net uit mijn stereo hoorde dacht ik dat ik gek werd, heb serieus even door de kamer staan springen van pure vreugde om de één of andere reden (
). Als een nummer zoiets met je doet, is het goed. Mijn andere sterretje staat bij Teddy Tausendentod, ook een geniaal nummer. Maar ook de andere nummers zijn geweldig, want het geheel heeft een ontzettend hoog niveau die de hele tijd volgehouden wordt. Dit is dus een erg fijne ontdekking (waarvoor ik Herman dank). Staat op het moment ook zeker in mijn top 10 van 2011. Nu ga ik op vakantie, dit album lekker vaak draaien en wie weet verhoog ik hem wel als ik terug ben! Voor nu in elk geval: 4*
Drudkh - Autumn Aurora (2004)

3,5
0
geplaatst: 3 mei 2012, 16:05 uur
Naar aanleiding van het het topic ‘De metalen twijfels van AOVV’, waarin de desbetreffende user op zoek gaat naar het juiste metal album om in zijn top 10 te zetten, neem ik zijn shortlist volledig door. De beurt is aan Drudkh met een album dat toch wel als cultklassiekertje wordt gezien naar mijn idee.
En dat is zeker niet onterecht. Eén van de ‘criteria’ voor een geslaagd metalalbum voor mij is absoluut aanwezig: sfeer. Sterker nog, dat is zo’n beetje waar dit album om draait. Het is een muziekstuk die je 40 minuten lang in een herfstachtig bos doet wanen. Waar veel metalalbums iets ellendigs over zich heen hebben is dat hier dan ook niet het geval wat bij betreft: je kunt het moeilijk lichtzinnige muziek noemen, maar al te zwaarmoedig vind ik het ook niet. Wel is het erg fijn. Sluit je ogen en laat je meevoeren door de schitterende soundscapes die Drudkh hier creëert en ontdek details in de vorm van heerlijke melodieën (in Summoning the Rain
) en subtiele folkinvloeden. Drudkh verstaat het vak van subtiliteit.
Waarom prijkt er dan geen écht hoog cijfer naast het gele sterretje? Omdat ik wat kleine ‘klachten’ heb. Het draait mij iets te veel om één detail, vaak in de vorm van één geweldige melodie waar het hele nummer dan op steunt. Verder ben ik niet weg van de vocalen. Ze zijn niet slecht, maar weten maar weinig bij mij los te maken. Gelukkig is hun rol ook klein, maar toch. Dit alles zorgt ervoor dat de muziek van bovengemiddeld niveau is, maar niet genoeg weet te raken om 4* binnen te halen.
Mag dit album in AOVV’s top 10?
Dat het een mooi album is staat buiten kijf, zie ook het prima cijfer. Maar waar het sfeer te over heeft, mis ik wat emotie, en dat vind ik toch wel erg belangrijk voor een top 10 album. Wat mij betreft doet dit album dan ook onder voor dat van Negurã Bunget, waarmee het toch wel wat raakvlakken heeft.
En dat is zeker niet onterecht. Eén van de ‘criteria’ voor een geslaagd metalalbum voor mij is absoluut aanwezig: sfeer. Sterker nog, dat is zo’n beetje waar dit album om draait. Het is een muziekstuk die je 40 minuten lang in een herfstachtig bos doet wanen. Waar veel metalalbums iets ellendigs over zich heen hebben is dat hier dan ook niet het geval wat bij betreft: je kunt het moeilijk lichtzinnige muziek noemen, maar al te zwaarmoedig vind ik het ook niet. Wel is het erg fijn. Sluit je ogen en laat je meevoeren door de schitterende soundscapes die Drudkh hier creëert en ontdek details in de vorm van heerlijke melodieën (in Summoning the Rain
) en subtiele folkinvloeden. Drudkh verstaat het vak van subtiliteit. Waarom prijkt er dan geen écht hoog cijfer naast het gele sterretje? Omdat ik wat kleine ‘klachten’ heb. Het draait mij iets te veel om één detail, vaak in de vorm van één geweldige melodie waar het hele nummer dan op steunt. Verder ben ik niet weg van de vocalen. Ze zijn niet slecht, maar weten maar weinig bij mij los te maken. Gelukkig is hun rol ook klein, maar toch. Dit alles zorgt ervoor dat de muziek van bovengemiddeld niveau is, maar niet genoeg weet te raken om 4* binnen te halen.
Mag dit album in AOVV’s top 10?
Dat het een mooi album is staat buiten kijf, zie ook het prima cijfer. Maar waar het sfeer te over heeft, mis ik wat emotie, en dat vind ik toch wel erg belangrijk voor een top 10 album. Wat mij betreft doet dit album dan ook onder voor dat van Negurã Bunget, waarmee het toch wel wat raakvlakken heeft.
