MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten itchy als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Can - Ege Bamyasi (1972)

poster
5,0
Geschreven in De album Top 100 van...:

Tago Mago, de voorganger van deze plaat, kende ik al heel lang maar het kwartje wilde maar niet vallen. Toen dat een paar jaar geleden eindelijk toch gebeurde heb ik me verdiept in al het werk van deze band en wat ik er uit meeneem is de heilige drie-eenheid Tago Mago - Ege Bamyasi - Future Days en daarvan vind ik Ege Bamyasi dan het lekkerst. Mmm, okra-schoten! Ege Bamyasi is met 39 minuten een stuk lichter te verteren dan de voorganger.
Het recept van Can is dat ze, in de geest van die tijd, met zijn allen bij elkaar woonden en ellenlange jams speelden onder het genot van een jonko e.d.
Al dat gejam werd opgenomen en bassist Holger Czukay plakte en mixte in zijn vrije tijd op vooruitstrevende en invloedrijke wijze al die fragmenten aan en door elkaar, zodat er weer wat heel nieuws ontstond. En in de gelederen hadden zij natuurlijk een paar kleurrijke figuren: werelddrummer Jaki Liebezeit (een mix van funk en duitse punctualiteit) en zanger (I am) Damo Suziki, een enigmatisch persoon die net twee centimeter boven het aardoppervlak voortbewoog. En dan waren er nog gitarist Michael Karoli (die nogal de neiging heeft om door alles heen te soleren maar op deze plaat valt dat gelukkig reuze mee) en toetsenist Irmin Schmidt (hij is de enige die nog in leven is).

Ege Bamyasi gaat van start met Pinch, dat opent met een gitaarfeedback en de drums van Liebezeit. Deze laatste klinken echt WAANZINNIG: ruimtelijk, helder, naturel, super-crispy, het lijkt wel een Albini-opname. Tussen alle instrumenten zit op deze plaat heel veel ruimte, wat me heel goed bevalt. Al snel valt de rest in. en Pinch gaat ruim 9 minuten door zonder duidelijke structuur of richting, en toch is het helemaal kloppend, tof en fascinerend.
Sing Swan Song is veel gestructureerder, bijna een slaapliedje. Gestructureerder dan dit ga je het bij Can niet krijgen. Het is heel mooi van sfeer, dromerig en wat afstandelijk.
Op One More Night staan de drums weer op de voorgrond, de andere instrumenten en de zang draaien er om heen en doen eigenlijk heel weinig. Maar het is meer dan de som der delen, het eindresultaat is een soort regenwoudfunk uit Keulen.
Vitamin C is waarschijnlijk Can's bekendste nummer en het is dan ook een eindeloos fascinerend werkstukje. Het is een soort "half" liedje. Geen standaard couplet/refrein structuur maar er zitten toch duidelijke elementen van een liedje in, maar sec gezien is het geen liedje. Maar het is superpakkend. Ik kan het echt niet omschrijven, aargh!
Soup is het meest "out there" nummer. Het eerste deel is een soort heavy funk, maar als dat is afgelopen gaat alleen de drums door en wat daarna komt is niet anders te beschrijven als dat Czukay in de nabewerking flink over de schreef is gegaan en dat Suzuki zich als sjamanistische spreekstalmeester uitleeft. Bijna musique concrète, ik vind het heerlijk om in te verdwalen.
I'm So Green is weer een heerlijk ongrijpbaar muziekje in de lijn van Vitamin C.
Of Spoon zou ook wel eens het bekendste nummer kunnen zijn. In Duitsland was dit een bona-fide hit, en ook nummer is kort en pakkend zonder een echte songstructuur te hebben.
39 minuten maar het lijkt veel korter... achteraf heb ik vaak zin om 'm nóg een keer op te leggen (en vaak doe ik dat ook!).

Aangekruist als favoriet:
1. Vitamin C
2. Pinch

Captain Beefheart and The Magic Band - Doc at the Radar Station (1980)

poster
4,5
Geschreven in de top 100 van...:

itchy schreef:
Een andere constatering: Parallel ben ik mijn artiesten-top 100 aan het maken. Toch leuk om te zien dat in deze lijst best veel platen staan van artiesten die niet in mijn artiesten-top 100 komen. Bijvoorbeeld omdat het aandeel platen van ze die ik goed vind klein is ten opzichte van de rest.

Een goed voorbeeld van zo'n artiest is Captain Beefheart. Niet dat ik zijn werk slecht vind, het doet me alleen weinig. Behalve de platen Shiny Beast en Doc At the Radar Station dan. Blijkbaar is daarop precies het geluid aanwezig dat me wél raakt. De schots en scheve rammelmuziek, die met gaffertape aan elkaar hangt en precies de goede dosis weirdness. Toffe nummers hier die het hele spectrum tussen "wazig" en "coherent" bestrijken en daarmee verveelt deze plaat niet snel.

Cat Power - Moon Pix (1998)

poster
5,0
Mijn persoonlijke favoriete Cat Power album. De liedjes zijn soms stekelig, zoals het met feedback doordrenkte "American Flag", waar Chan Marshall met haar stem het randje van de irritatie opzoekt, mar net aan de goede kant blijft zitten. "Metal Heart" en "Colors And The Kids" zijn onwaarschijnlijk mooie nummers. Maar ook mijn overall favoriete Cat Power song staat erop: "Cross Bones Style". Een hypnotiserende, spiralende song doordrenkt van melancholie met een lome sfeer.

Cat Power - The Greatest (2006)

poster
3,5
Tegenvaller van het jaar (tot nu toe) wat mij betreft. Alles wat ik waardeerde in Cat Power (de stekeligheden, het labiele, het grimmige, de gekte), is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor vlakke MOR-achtige nummers. Door de spekgladde productie worden ook nog eens de laatste plooien gladgestreken. En zie daar, een plaat die ongemerkt voorbijkabbelt.

Charlemagne Palestine - Strumming Music (1976)

poster
5,0
Geschreven in De Album Top 100 van...:

Ik ben als luisteraar helemaal gevloerd als ik dit heb geluisterd, maar hoe is dat dan wel niet voor de uitvoerend artiest? Voor Strumming Music neemt Charlemagne Palestine plaats achter de Bösendorfer-piano, drukt het sustain-pedaal helemaal naar beneden en begint razendsnel twee nootjes te spelen. Deze beginnen te resoneren, interfereren, om elkaar heen te dansen. Er worden een paar noten toegevoegd. Meer interactie, er wordt een huis van klank gebouwd. Er resoneert zoveel om elkaar heen dat je niet meer weet wat gespeeld wordt, en wat na-geluid is van eerdere noten. En je gaat dingen horen die er niet zijn: zo denk ik telkens dat er in bepaalde gedeelten ook orgelpartijen te horen zijn, maar dat is echt niet zo. Dat gaat een uur zo door, en in dat uur golft het op en neer en zijn aparte "hoofdstukken" te onderscheiden. Dit klinkt allemaal heel erg analytisch maar de muziek wekt zowel pure emotie als een fysieke reactie bij me op. Erg geestverruimend allemaal. Spaarzaam draaien: altijd prachtig! Dit is ook veel minder gecomponeerd en meer geimprovideerd dan de minimal music van zijn tijdgenoten, en in die zin menselijker.
Op deze hele informatieve pagina staat een uitgebreide uitleg over zowel dit stuk als de paradijsvogel die Charlemagne Palestine als persoon is.

Chat Pile - Cool World (2024)

poster
4,5
Haalt Cool World hetzelfde niveau als God's Country? Spannond! En het antwoord is: zo goed als. En als dit de plaat zou zijn waarmee ik de band ontdekte zou ik 'm wellicht beter vinden dan de illustere voorganger. Het "ontdekeffect" valt niet te onderschatten.

Het basisgeluid van deze band bevalt me gewoon al zo ontzettend goed. Het is allemaal heerlijk bot, gewelddadig en in je gezicht. Zanger Raygun Busch (Reagan Bush vat u 'm?) blaft zich een weg door de plaat. Ik word blij van deze man: als hij "HUMAN FLESH" aan het schreeuwen is op een nummer als Rainbow Meat (niet op deze plaat, maar op de eerste EP) moet ik gewoon ontzettend glimlachten omdat hij er op de en of andere manier zoveel absurditeit in weet te leggen. Live wordt dat versterkt omdat hij er als een knuffelbeer uitziet als hij met zijn ontblootte Amerikaanse pens blootsvoets over het podium ijsbeert.

Op Cool World is het geluid misschien nog net een graadje botter dan op het zelf-geproduceerde God's Country. Tegelijk zit in sommige nummers iets meer lucht. Dynamiek dus! En ook: soms wat goth-vibes. En ook: nog meer kORN-achtige baslijnen, het swingt als een tiet. De nu-metal waar de bandleden naar luisterden toen ze jonge mannetjes waren komt naar buiten, alleen klink dit als iets wat nu-metal had moeten zijn in plaats van de gebakken lucht die het was.

Fun Fact: Cool World is op de dag af exact 30 jaar na het debuut van kORN uitgebracht, volgens de band volledig toevallig.

Het niveau is constant hoog, met geen uitschieters naar boven en beneden. Op Camcorder en Milk Of Human Kindness wordt met ruimte en atmosfeer gespeeld, op een manier die we nog niet eerder hoorden. Shame is heel melodieus en had bijna van Nirvana kunnen zijn ware het niet voor de hele lage grunts op het einde. Frownland is helaas niet de Beefheart-cover waarop ik hoopte maar wel heel tof. Het favorietst zijn Masc, Funny Man, The Real World en No Way out.
Het enige wat deze plaat mist is een nummer dat de hele plaat het heelal inschiet als Grimace_Smoking_Weed.Jpeg. Maar dat nummer is dan ook zo'n uitzondelijke gebeurtenis waarvan ik niet perse verwacht dat die zo even worden uitgepoept.

Live zien op Roadburn en hopelijk meer!

Cloud Nothings - Here and Nowhere Else (2014)

poster
4,5
De perfecte punkpop? Beter nog dan Attack On Memory. Van mij mag Cloud Nothings nog 10 van zulke korte&krachtige platen maken (al denkt Baldi dat zelf niet te doen, zie dit interview).
Er staan geen zwakke broeders op de plaat, en na het al niet misselijke niveau van de eerste zes nummers wordt er in de twee afsluiters nog een schepje bovenop gedaan. Pattern Walks is alweer zo'n heerlijk lange knaller, met in de tweede helft hallucinerend mooie melodiën.

Come - Don't Ask Don't Tell (1994)

poster
5,0
Geschreven in De album Top 100 van...:

deric raven schreef:
Mooie tip; inderdaad een soort van Greg Dulli die door Sonic Youth begeleid wordt.

Meneer Bungel schreef:
Een soort van vrouwelijke Greg Dulli dan.

Met de toevoeging dat het dan om een Sonic Youth gaat die de blues heeft en waar de zwartgalligheid van Dulli ophoudt, die van Thalia Zedek (de zangeres van Come) begint. dit is een extreem zwartgallige en zwaar op de maag liggende gitaarplaat. Maar ook een hele mooie: de nummers hebben allemaal een hele goede en niet per sé standaard structuur. Het gitaarwerk van Zedek en Chris Brokaw (onthoud die naam) is bijzonder smaakvol. De stem van Zedek is raspend en getekend door het leven. Come leek in de jaren 90 even een wat grotere naam te worden, het kwam ook wel langs op de alternatieve programma's van MTV maar uiteindelijk was de muziek gewoon te depressief voor een groot publiek. De platen van de band en met name deze staan echter nog steeds als een huis en steken met kop en schouders uit boven grootste deel het grunge-werk uit die tijd. Onlangs zijn ze opnieuw uitgebracht op LP, doe er je voordeel mee (zelf leg ik nog regelmatig mijn originele exemplaar op).

Aangekruist als favoriet:
1. Finish Line
2. In/Out

Come - Near Life Experience (1996)

poster
4,5
Vervolg op het zeer sterke "Don't Ask, Don't Tell". Gedreven duistere indie-gitaarrock. De ritmesectie had inmiddels de band verlaten, en zangeres/gitariste Thalia Zedek en gitarist Chris Brokaw worden hier bijgestaan door gastmuzikanten uit uiteenlopende bands uit de Chicago-scene zoals Jesus Lizard, Tortoise en Gastr del Sol. Liefhebbers weten genoeg.
Een pietsje minder dan voorgenoemd album, maar toch een drietal werkelijk schitterende nummers: Hurricane, Weak as The Moon en Shoot me First, die in de voorhoede van het Come-oeuvre opereren.