MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten itchy als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Magik Markers - Boss (2007)

poster
4,5
Geschreven in de top 100 van...:

Ook weer een voorbeeld van een onder-de-radarplaat die wel dusdanig veel indruk maakte dat ik hem ben blijven draaien, en deze lijst haalde. De liedjes die hierop staan zijn gewoon heel sterk, en ook afwisseling weer blijkt de sleutel om deze lijst te halen: elk liedje eigen smoel. Ales tussen woeste gitaarfeedbacknummers en pianoballads. Mijn favoriet bevindt zich in die laatste categorie: de haunting ballad Bad Dream/Halford's Beat Suite. altijd kippenvel en prikkende ogen bij dit oprechte huzarenstukje.

Aangekruist als favoriet:
1. Bad Dream / Halford's Beat Suite
2. Taste

Marnie Stern - This Is It and I Am It and You Are It and So Is That and He Is It and She Is It and It Is It and That Is That (2008)

poster
4,0
En dan nu de eerste post over de muziek op deze plaat:

Ondanks dat This Is It and I Am It and You Are It and So Is That and He Is It and She Is It and It Is It and That... verscheen op Kill Rock Stars (één van mijn favoriete labels), was ik bij het zien van de hoes bang met een dame met gitaar die kampvuurliedjes speelt te maken te krijgen. En een dame met gitaar kreeg ik, maar wat een beest van een (elektrische) gitariste is dit zeg! Dames en heren: we hebben hier te maken met een mathrockplaat. Classic rock gitaartechnieken (VEEL tapping, hammer-on's en pull-off's) worden naadloos geïntegreerd in schijnbare mathrockchaos. Samen met de drummer van Hella (liefhebbers weten genoeg en zwengelen NU hun pindakaas aan) zet ze een muur van geluid neer die, alhoewel wars van conventionele songstructuur, genoeg hooks bevat om lekker weg te luisteren. De stem van Marnie is van het type love-it-or-hate it en zal voor sommigen in de weg staan, net zoals bijvoorbeeld bij bands als Sleater-Kinney of Deerhoof.

Hier is absoluut niks manufactureds aan, we hebben hier juist te maken met een zeer oorspronkelijke artieste. Één van de origineelse platen die ik dit jaar hoorde!

McCoy Tyner - Song of the New World (1973)

poster
4,5
En we hebben hier een vijf sterren te pakken!

Een vreemd geval, deze plaat. Ooit op de bonnefooi gekocht en weinig beluisterd in de kast beland. Blijkbaar maakte dit destijds weinig indruk. Een paar weken geleden weer eens gepakt en sindsdien draai ik bijna meer niets anders dan deze plaat, die me opeens helemaal heeft ingepalmd. Misschien omdat in jazz mijn voorkeur inmiddels uitgaat naar de piano in plaats van koperinstrumenten.

Tyner gaat op deze plaat voor de totale overrompeling: Een zeer breed instrumentarium (check), drukke composities en heel veel ruimte voor zowel zijn imponerende pianospel als solo's van andere instrumenten.

De eerste twee nummers, waarop de orkestratie het verst is doorgevoerd, klinken bijna als een score (misschien word deze associatie gevoed door de op starwars-achtige wijze weglopende letters op de hoes). Een fluitintro opent de standaard Afro Blue, waarna het hoofdthema er kamerbreed inknalt. Niet subtiel, maar wel heel indrukwekkend. Daarna waaiert het nummer alle kanten op met zeer dynamisch spel. En dit blijft eigenlijk zo voor de rest van de plaat. De laatste drie nummers (kant B) leken in eerste instantie wat achter te blijven bij het geweld op kant A, maar blijken bij herbeluistering net zo sterk in elkaar te zitten.

Wat me op deze plaat opvalt is het samenspel tussen bas, drums en piano die elkaar constant op de hielen zitten, voortjagen en af en toe inhalen, een soort tikkertje. Het orkest zorgt voor de onverwachte accenten. De plaat is hierdoor erg druk, en het spel af en toe wat "rockerig". Daar moet je tegen kunnen in jazz, ik hou wel van dit stevige spel.
De solopassages zijn soms erg vrij, waarna de hoofdthema's op onverwachte momenten (soms maar voor even) weer opduiken. Voor mij werkt deze gradatie van vrijheid perfect.

Op naar de 5 sterren, hopelijk ontdek ik nog eens zo'n vergeten pareltje in mijn platenkast

Wil je dit luisteren op spotify: helaas staan er maar drie nummers op. Van de ontbrekende twee is prijsnummer Afro Blue het grootste gemis.

Melt-Banana - Melt-Banana Lite Live Ver 0.0 (2009)

poster
4,0
Soms laat Melt-Banana de gitaren thuis liggen en treedt dan op met alleen drum, synthesizers en zang: Melt-Banana Lite. Deze plaat is een live-opname in die setting. Sec genomen verschilt de lite-versie in geluid niet heel erg van de reguliere versie. Of de screeches en bliepjes nou uit gitaarefecten of een synth komen, het blijven dezelfde geluiden. Toch lijkt het hier allemaal hier nóg iets vetter en krachtiger te zijn dan normaal. Een geslaagde opzet dus. Een korte en krachtige lite, eh, live-set van een liveband bij uitstek.

Metal Molly - Surgery for Zebra (1996)

poster
4,5
Geschreven in de album top 100 van...

Ooit zag ik Metal Molly, Bettie Serveert en dEUS op één avond in het LVC in Leiden. Metal Molly kende ik toen nog niet en vond ik met kop en schouder de beste van de drie, en ook aan Bettie beleefde ik meer plezier dan aan dEUS. Dat kon je toen nog helemaal niet zeggen en mensen keken me dan ook vies aan toen ik dat waagde. Nou, driemaal raden welke van deze bands we niet gaan tegenkomen in mijn lijst! Hint: het is niet Metal Molly, want die staat hier op nummer 95.

Na die avond zo snel mogelijk deze CD gehaald en wat heb ik doorheen de tijd een plezier van deze aanschaf gehad. Het is de debuutplaat van dit trio en ook de enige goede, want de opvolger (en gelijk de laatste plaat) was een bummer van heb ik jou daar waarop alle magie die hier te horen is volledig is verdwenen.

Dit is zo'n plaat met bijna alleen maar goede liedjes, die nooit verveelt, waar bergen plezier in zit, een knipoog en een lach en een traan. Orange was een (festival)hit van jewelste maar het beste nummer vind ik het alle kanten opstuiterende Poolbell.

Aangekruist als favoriet:
1. Poolbell
2. Small Supernova
3. Orange

Metric - Fantasies (2009)

poster
5,0
Getypt in de album top 100 van...:

Goede popmuziek: volgens mij is dit een voorbeeld van. De muziek van het Canadese Metric is net zo glad als de benen van zangeres Emily Haines (ex- Broken Social Scene), maar zit gewoon buitengewoon sterk en verslavend in elkaar. Een beetje het muzikale equivalent van een goede glossy: het straalt je tegemoet en het is fijn om doorheen te bladeren. Een glad maar passend studiogeluid met gecompresste gitaren en pompende synths. Deze plaat (CD) heb ik helemaal grijs (tot skippens toe) gedraaid. Een heel constant hoog niveau, tussen de 10 de nummers zit geen enkele stinker. Er gebeurt een hoop maar het klinkt niet druk. Gewoon alleszins aangenaam, ik vind de beschrijving "lekker" in relatie tot muziek altijd erg vreemd maar ik moet toegeven: hier is het adjectief best op haar plaats. Lekkere muziek!

Aangekruist als favoriet:
1. Gimme Sympathy
2. Help I'm Alive

Metric - Synthetica (2012)

poster
4,5
Ik vond Fantasies één van de leukste popplaten van de afgelopen jaren. Synthetica leek op het eerste gehoor tegen te vallen, maar bleek erg verslavend en ook nu hebben de nummers zich weer in mijn hoofd genesteld en blijkt alles weer erg geraffineerd in elkaar te zitten. De plaat is weer erg geproduceerd en glad als het heuveltje van een 13-jarige Katy Perry-fan, maar dat geeft niks. Alleen Lost kitten balanceert op het randje van irritant.

Motorpsycho - Blissard (1996)

poster
5,0
Geschreven in De album Top 100 van...:

Afgelopen vrijdag verscheen het 29e studioalbum van Motorpsycho. Blissard is hun zesde. Tegenwoordig weet je dat je meestal neoprog krijgt (getsiebah dat ik dat woord nog eens moest opschrijven), Blissard komt uit de tijd dat de Noren nog laveerden tussen indierock, metal, country en folk. Blissard heeft een sterke indierock-ondertoon maar schroomt niet om af te sluiten met een ambient(!!!)-nummer.
What can I say? Destijds was ik idolaat van de band en ging ik met mijn bandgenoten van de band Blissard (!!! genoemd naar deze plaat !!!) elk optreden in Naderland af. Die band bestaat al eeuwen niet meer maar we weten dat we elkaar wel minstens één keer peer jaar zien op een Motorpsycho-concert.

Blissard schiet in de zesde versnelling uit de startblokken met Sinful, Wind-Borne en "Drug Thing", twee jachtige indierockers waar Teenage Riot en Freak Scene nooit ver weg zijn: deze band kent haar klassiekers. Zeer zeer gedreven, en flitsend gitaarspel om je vingers bij af te smikkelen.
Greener is bijna Slintiaans, langzaam en statig, hard en zacht.
's Numbness is weer in de lijn van de eerste twee. De zang is hier echt vals maar Bent Saether komt er nog mee weg ook! Op het einde nog een doorgedraaid kermisorgel.
The Nerve Tattoo: meer van het heerlijke zelfde! Fijne single was dit.

We draaien de plaat om: de tweede helft is best wel anders!

True Middle is een dreigend nummer met gesproken tekst van de geheimzinnige Matt Burt. Een totale breuk met al het voorgaande.
S.T.G. staat voor Sonic Teenage Guinevere en is samen met de openingstrack dé liveklassieker waarbij de gitaren omhoog gaan. Eerste helft opzwepend, ontaardt in noise, mooi spacy outro met zingende zaag (achtig) geluid.
Manmower was ook een singletje (met prachtige videoclip. Gaat een beetje richting dreampop/shoegaze.
Fool's Gold is een lofi akoestisch liedje van alleen Bent Saether+gitaar. Schitterend, intiem, naakt.
En Nathan Daniel's Tune from Hawaii kan dus het best beschreven worden als ambient. Het is eigenlijk een solo-nummer van Deathprod, die tot en met deze plaat deel uitmaakte van de band en daarna prachtige solo-muziek ging maken.

Aangekruist als favoriet:
1. Fool's gold
2. Sinful, Wind-Borne

Motorpsycho - Demon Box (1993)

poster
5,0
De plaat waarmee het Noorse trio (toen nog kwartet, Deathprod maakte nog deel uit van de band) zich op de kaart zette. De heren waren nog zwaar bedread en gepierced, en de heavy-rock achtergrond doet zich nog flink gelden in nummers als Feedtime, Demon Box en Sheer Profoundity.
Deze basis wordt doorspekt met een heerlijke mix van indierock (Babylon, Junior), folk (Waiting For the One, Come On In), psychedelica (Tuesday Morning, All Is Loneliness (oorspronkelijk een nummer van Moondog) en noise (Step Inside Again).
Nothing To Say is naast Hogwash de vroegste classic van de band en het sfeervolle Plan #1 wordt nog regelmatig live gespeeld.
Een verrassende plaat die de opmaat vormde voor misschien wel de sterkste reeks platen die ik ken.

Motorpsycho - Heavy Metal Fruit (2010)

poster
4,0
De nieuwe Motorpsycho, de derde met Kenneth Kapstad. Little Lucid Moments vond ik okee, Child of the Future liet me koud. Toch was ik weer benieuwd naar wat deze nieuwe zou brengen.

Starhammer opent wat vaag maar pakt daarna groots uit met een steengoede riff ondersteund met wat op een mellotron lijkt (maar het is gewoon keyboard volgens de hoes). Dit gaat al snel over in een jamgedeelte wat heel mooi geduldig opbouwt naar een climax, waarna het nummer weer wordt opgepakt. Sterke binnenkomer!

X3 doet me steeds terugdenken aan For Free van Phanerothyme. Dat is natuurlijk positief. Een soepel swingend en catchy nummer, wat op een gegeven moment omslaat in sfeer en dan smaakvol van trompet wordt voorzien door Mathias Eick van Jaga Jazzist. Op dit moment mijn favoriete nummer van de plaat.

The Bombpoof Roll and Beyond is een licht psychedelisch nummer dat qua geluid niet zou hebben misstaan op Trust Us. In tegenstelling tot de vorige nummers houden ze het compact, en dat is denk ik beter voor dit nummer dat van zichzelf boeiend genoeg is zo.

Close Your Eyes werd jaren geleden al live gespeeld. Toen vond ik het een vervelend nummer, vooral omdat het veel te lang doorzeurde. Dat is nu niet meer zo, het essentiële is er uit gefilterd en daarvan is een vederlicht, mooi rustig liedje gemaakt dat aan het eind bruut wordt afgebroken om over te gaan in WBAG.

W.B.A.G. begint jazzy jammend. Ook dit wordt weer zo makkelijk gespeeld... met Kapstad als vaste waarde erbij klinken ze weer echt als een hechte band. Het intro mondt uit in een herkenbare riff met catchy zanglijn. Typische Saether-zang, emotioneel en op het (goede) randje van vals.

Gullible's Travails Pt. I-IV is een suite, zoals ze er al een paar hebben gemaakt. Dit nummer deed er het langst over om bij me te landen, maar dat is nu wel gelukt. Het eerste stuk heeft een mooie zanglijn en wordt erg goed gezongen door gitarist Snah. Dit gaat over in een drumloos psychedelisch stuk met onaards mooie zang van Hanneke Hukkelberg. Daarna een jamstukje wat uitmondt in een epische climax.

De beste sinds Trust Us... ik was eerst wat terughoudend, maar ik kan me er steeds meer in vinden. Deze plaat is typisch Motorpsycho, laverend tussen rock, pop, indie en prog. Minder "rockerig" dan Child Of the Future, beter uitgebalanceerd dan op Little Lucid Moments. Het spelplezier spat er van af. En het klinkt als een klok, iets wat ik van het door Albini opgenomen Child Of the Future helemaal niet vond.
Wel vind ik de teksten, wat er tenminste van verstaanbaar is, zoals vaak bij MP uitermate beroerd. Prog-nonsens, vol rockclichés. Maar goed, Motorpsycho luister ik ook niet voor de teksten en het totaalplaatje klopt.
4 sterren, neigend naar 4.5. Op deze manier kan Motorpsycho nog jaren mee.

Het vinyl is trouwens schitterend verpakt, een dubbele klaphoes met foto's van de bandleden die uit een nare LSD-trip lijken te komen, met op kant 1 een mooie etching.

Motorpsycho - Here Be Monsters (2016)

poster
4,5
Behoorlijk enthousiast ben ik van deze nieuwe Motorpycho. Maar ik vind hem wat te kort... het lijkt nu vooral om Lacuna/Sunrise en Big Black Dog te draaien, met wat muziekjes daaromheen (die niet zo opvallen bij deze twee sleuteltracks maar op zichzelf best sterk zijn). Ietwat onevenwichtig dus. Maar wát een beest van een song is met name Big Black Dog. Met gemak het beste nummer sinds Heavy Metal Fruit.

Heb dit eens naast Ratcatcher gelegd (een song van vergelijkbare lengte die ik exemplarisch vind voor de laatste twee platen) en het verschil is schrijnend: waar die song doorslaat in nietszeggend en doelloos proggepiel zonder enige lijn of einde, staat Grote Zwarte Hond voor alles wat ik waardeer in deze band: majestues, stuwend, repetetief, opbouwend naar een mooie climax. Zonder al te veel gepiel. In de lijn van classics als The Wheel of The Golden Core. Met noisy gefreak op de achtergrond alsof Deathprod weer even meedoet. Wat heb ik hier zin an, 30 april in Tivoli!

Motorpsycho - It's a Love Cult (2002)

poster
3,0
Één van de minste Motorpsycho-albums. Zelfs de beste track (Serpentine) overtuigt niet helemaal, ondanks de ouderwetse Motorpsycho-opbouw halverwege. Het hele album zowel richting- als inspiratieloos. De nummers gaan alle kanten op. Voorheen een sterkte van de band, maar hier opeens een zwakte. Een paar nummers zijn langdradig en saai (This Otherness, Carousel, The Mirror and the Lie), anderen opeens erg poppy: Neverland, en het wel erg atypische Composite Head (dat ik wel erg veel weg vind hebben van Paperback Writer). De rockers Úberwagner en Custer's Last Stand (One More Daemon) rocken niet hard genoeg. Nee, de heren Saether en Snah laten het hier behoorlijk afweten en het door drummer Gebhardt gezongen What If doet me na Serpentine dan nog het meest.

Deze Gebhard verliet na dit album de band (Reden: [Gebhardt] feels his involvement with Motorpsycho has reached its natural conclusion, and prefers to continue his work with HGH and the various other projects he has been involved in since the last Motorpsycho album and proper tour in 2002) en dat was het einde van Motorpsycho 1.0.

Motorpsycho - Little Lucid Moments (2008)

poster
4,0
Motorpsycho en ik... ik volg de band al vijftien jaar, ben een tijd lang (zo t/m Let Them Eat Cake) totaal obsessief en fanboy geweest en heb ze ongeveer 35 keer live gezien. De reeks platen van Demon Box tot en met Trust Us is wat mij betreft de briljantste trits platen ooit door een band uitgebracht en werden vergezeld van hemelbestormende live-optredens, die soms drieëneenhalfuur duurden. Een schitterende tijd. Het ging mij daarom ook aan het hart dat na Trust Us het nivo langzaam maar zeker daalde. Let Them Eat Cake en Phanerothyme waren nog wel te pruimen en hadden nog sterke momenten, maar It's a Love Cult vind ik een mislukking. Een doodsaaie plaat. Daarna verliet drummer van het eerste uur Gebhardt de band, en was ik wel zo'n beetje klaar met Motorpsycho. Het einde?

De band lag een aantal jaar op haar gat en bracht toen opeens Black Hole/Black Canvas uit, gemaakt door de twee overgebleven leden Bent Saether en Hans Ryan. Deze plaat kon ten dele mijn enthousiasme voor de band weer terugbrengen, maar het euvel van deze dubbel-cd was dat hij veel te lang duurde. Het optreden dat ik daarna zag, met de nederlandse drummer Jacco de Rooy, was niet best. Ten dele door het geluid, maar ook omdat Jacco eenvoudigweg niet bij de band paste. Er was geen band aan het werk, maar drie muzikanten waarvan er één steeds gecoacht moest worden. Een pijnlijk gezicht, en mijn opgelaaide enthousiasme was weer danig bekoeld. Jacco de Rooy werd na de tour wijselijk geloosd.

Toen kwam eind 2007 State-X, waar met de nieuwe drummer (Kenneth Kapstad) werd opgetreden. Dat was een verademing. Er was weer een band aan het werk, en Kenneth past erg goed bij de band. Ook werd toen Suite: Little Lucid Moments gespeeld en daar werd ik wel blij van.

En dan nu de nieuwe cd! Ik kon me vandaag toch niet bedwingen om hem te kopen. Motorpsycho lijkt hier terug te grijpen naar de hoogtijdagen. Ik zou deze cd muzikaal in de buurt van Angels and Daemons at Play plaatsen. Het eerste nummer grijpt mij het minst. Ik vind het wat richtingsloos. Maar de nummers daarna zijn erg sterk. Dit is zeker het beste werk van de band sinds Phanerothyme. Maar het achterlijk hoge nivo van het oudere werk wordt niet gehaald.
Ik wacht nog even met stemmen, op dit moment zit ik tussen 3.5 en 4, maar dit kan voor mij nog alle kanten uit gaan.

papat schreef:
Kan iemand me vertellen waar deze plaat het meest op lijkt? Voortzetting van de vorige plaat (BH/BC) en daarmee wat harder? Of lijkt het meer op Let them eat cake, Phanetorhyme en It's a love cult. Ik hou zelf heel erg van die laatste drie en vond bh/bc een stuk minder.

Geen van beide dus. Ik vind het meer richting Blissard en vooral AADAP gaan.

Motorpsycho - Motorpsycho (2025)

poster
3,5
Inmiddels wel wat meer overtuigd, maar mijn favoriete MP gaat dit nooit worden. Misschien ben ik te streng, maar als persoon die duizenden euro's aan platen heeft uitgegeven en naar hun concerten gebracht mag dat ook

Lucifer, Bringer of Light heeft zijn titel niet mee, zeg maar. Ik krijg hier best wel moeilijke, nare progjeuk van. Het nummer heeft minder geslaagde en geslaagde momenten. De eerste drie minuten zijn autopiloot-motorpsycho. Maar het instrumentale deel dat op ongeveer 3:30 begint trekt het hele nummer omhoog. Het klinkt vrij "kaal" maar dat is het ook: gitaar (met een subtiele tweede partij)-bas-drums. Dit stuk neemt het grootste deel van de speelduur en bouwt mooi op. Maar dan gaat het weer terug naar het mindere eerste stuk, alsof dat verplicht is. In zijn geheel hoort dit zeker niet bij de beste nummers op deze plaat en ik had liever een andere opener gehad.

Laird of Heimly is licht psychedelisch. De muziek bevalt me best, de zang niet: de zanglijn is zeikerig en van wat ik van de tekst meekrijg krullen mijn tenen de lucht in.

Nee, het is de opening van de plaat die me een negatieve indruk gaf. Hierna wordt het gemiddeld ras beter.

Stanley (Tonight's the Night) was al bekend en van het intro krijg ik zin om mijn vuist omhoog te steken. Classic Rock-vibes all over, dit nummer groeit.

Bij The Comeback zakt het grafiekje van deze plaat toch weer naar beneden. Heel onopvallend nummer waaraan niks echt beklijft.

Kip Satie (ha! ha!) is een piano-tussenstukje dat niet irriteert, maar dat ik ook niet zou missen als het er niet was. De functie op deze plek van de plaat is me volledig onduidelijk.

Balthazaar bevalt me dan weer helemaal. Het enige nummer dat door Snah wordt gezongen, zijn zangbijdrage op deze plaat is opvallend beperkt. Lekker weird toetsen-intro, een heerlijke drive, en een smerige vuige gitaarsolo met een heel lelijke octaver, zo lelijk dat het fijn wordt. Zou ik graag live meemaken!

Op Bed Of Roses lijken ze weer eens iets helemaal nieuws te willen proberen. Alleen daarvoor al kudos. Wat is dit? Folk-vaudeville of zoiets?

Vrouwelijke zang leidt Neotzar (The Second Coming) in. Weet iemand wie zij is? Door de titel lijkt dit nummer het vervolg te zijn op Psychotzar, het enige nummer op The Crucible dat er voor mij mee door kan. Deze second coming is een enorm "stukjes"-nummer, als in allemaal stukjes aan elkaar geplakt en hoeplakee: we hebben weer een prognummer! Dat het niet per se allemaal bij elkaar past geeft niet, we doen gewoon alsof dat wel zo is. Vooral niet geforceerd kijken anders hebben ze het door! Nou, ik heb ze wel door maar ik vind het toch een tof nummer, al is dat dus vooral meer geluk dan wijsheid. Vooral de Sabbathiaanse "hoofd"riff dendert lekker door de huiskamer.

Core Memory Corrupt was ook al bekend: lekker hoor. Maar vooral in de context van de plaat, omdat het wat lucht brengt.Toch wel een oorwurm inderdaad.

Three Frightened Monkeys is pure zelfplagiaat: dit lijkt gewoon zo op N.O.X. part II dat ik het gewoon niet serieus neem.

Dead Of Winter is vervolgens het lekkerste, mooiste en sterkste liedje. Aan het eind nog even die "breezy" mellotron erin. Geen upsmuk, geen stukjesplakken, gewoon Motorpsycho op zijn/haar/hen/diens best.

Een plaat die alle kanten opspringt, zowel in kwaliteit als in kant die men opwil. En te weinig Snah-zang, ik heb nu een Bent-overkill. Dat maakt hem wat lastig te beoordelen, voorlopig: 3,5.

Motorpsycho - Roadwork Vol. 4 (2011)

Alternatieve titel: Intrepid Skronk

poster
4,0
Een dubbel gevoel bij deze dubbelelpee. Zoals vaak bij Motorpsycho zijn de nummers in de live-versies kapstokken om jams aan op te hangen. En dat gaat hier erg goed, er wordt op hoog niveau gemusiceerd. De jams worden puntig gehouden en nergens wordt té ver van het nummer afgedwaald, zoals wel eens het geval kan zijn. Vooral met het opgraven van Wishing Well (oorspronkelijk op de Starmelt-EP) maken ze me erg blij. En de versie van Landslide overstijgt die op Phanerotyme wat mij betreft met gemak.

Waarom dan dat dubbele gevoel? Nou, omdat een Motorpsycho-concert vaak zo'n kleine 3 uur duurt heb ik een beetje het gevoel naar een incompleet stuk te luisteren. Het zijn daardoor meer live-outtakes, waarbij het concert-gevoel ontbreekt. Wat mij betreft mogen ze wel eens een volledig concert uitbrengen in de Roadworks-serie, desnoods een wat korter festival-optreden.

Motorpsycho - The Tower (2017)

poster
4,0
Ook hier gemengde gevoelens van een (kritische) fan van het eerste uur. Motorpsycho is na Let Them Eat Cake voor mij grotendeels hit/miss geweest. Goede platen wisselden af met voor mij nietszeggende als Behind the Sun, waarvan ik me werkelijk geen fragment voor de geest kan halen. Drummer Kenneth Kapstad vond ik een vloek voor de band, werkelijk alles moest met dertigduizend slagen worden volgedrumd, het ging neigen naar muzikantenmuziek en opeens verschenen met name in op progmuziek gerichte bladen en sites reviews van de band. Een veeg teken.
Here Be Monsters was voor mij wél een voltreffer. Het leek wel of Kapstad de opdracht had zich in toom te houden, wat de muziek enorm ten goede kwam. Een beresterke plaat, vertrouwd zonder nostalgisch te zijn, met in de vorm van Big Black Dog eindelijk weer eens een lang nummer dat zich kan meten met een Chien d'espace of The Golden Core. En de exit van Kapstad.

En nu is hier The Tower met nieuwe drummer Tomas Järmyr. En gelukkig, deze weet meer in dienst van het liedje te drummen dan Kapstad. Op zeker een verbetering, al zal de persoonlijkheid die eerste drummer Gebhardt was/had wel nooit meer terugkomen. Toen was het een trio, nu is het al heel lang Bent en Snah + drummer.

Het titelnummer begint majestueus met een goede riff en herkenbare zanglijn, maar ontaardt gaandeweg in gepiel, daarna volgen een aantal stukjes die het nummer een hak-op-de tak gevoel geven, om weer terug te keren naar het beginthema. Dit nummer had voor mijn gevoel een prima inleiding van de plaat kunnen zijn als er vijf minuten bagage vanaf was gesneden.

Bartok of the Universe (net zo'n beroerde titel als Überwagner) is een nummer in dezelfde lijn. Te veel tierelantijntjes. Snah kan erg mooi zingen, vooral in breekbare nummers, maar dat doet hij hier zeker niet.

A.S.F.E. (A Song For Everyone) was als opwarmer al vrijgegeven en is (ondanks de lengte) compact, melodieus en aanstekelijk. Zo hoor ik de band veel liever! Hier hoor je wel een toekomstige live-klassieker.

Intrepid Explorer begint ingetogen en psychedelisch, kabbelt aangenaam voort tot er weer zo’n geforceerd aandoende overgang naar een instrumentaal stuk komt, wat op zichzelf ook wel lekker doorkabbelt, op een goede manier. Meer sfeer dan solo’s, mooi zo! Daarna nog een keer stukje 1, nu met effectje op de zang om het nóg psychedelischer te maken. Dat riekt naar effectbejag, lelijk!

Stardust is een “klein” akoestisch liedje. Op zijn Californisch qua sfeer. Het lijkt me té veel op Bedroom Eyes (van Phanerothyme). Het lijkt zelfs of dezelfde mellotronlijn erin zit.

In Every Dream Home gaat weer door in de lijn van de eerste nummers. De zanglijn lijkt wel heel erg op veel andere nummers van de band, al tijdens de eerste zin hoor je aankomen dat Bent aan het einde van de tweede zin omhoog gaat. Na couplet-refrein-couplet-refrein volgt dit keer gelukkig eens géén instrumentale sectie met veel noten, maar een fluitsolo. Het Californische sfeertje blijft. Helaas ook hier weer zo’n lelijk effect op de zang.

The Maypole gaat “breezy” verder, full-on CSNY. Met zijn allen lalalala om de meipaal dansen, de handen inelkander.

A Pacific Sonata opent akoestisch, Snah zingt weer en dat doet hij hier stukken beter. Dit nummer ontvouwt zich langzaam en bouwt op organische wijze uit naar een hypnotiserend xylofoon(?)-stuk. Erg mooi, en voor het eerst ben ik echt onder de indruk! Een echte climax ontbreekt, het nummer meandert door naar het einde, op zich helemaal niet vervelend, maar is wel erg abrupt afgelopen.

The Cuckoo laveert tussen heavy en liefelijk, en is ook weer wat geforceerd hak-op-de tak. Een stukjesnummer, met weinig cohesie.

In Ship Of Fools zijn ook weer genoeg ideeën voor drie nummers verwerkt, wat misschien een beter idee was geweest.

Afgaande Op A.S.F.E. en de nieuwe drummer dacht ik dat Motorpsycho nog eens een enorme knaller ging afleveren, maar helaas blijkt dat nummer niet representatief voor de rest van de plaat.
Vooral degelijk maar nergens echt verassend, deze plaat. Het blijft Motorpsycho dus slecht wordt het nooit, maar opeens valt er iets op zijn plek:
- vroegah maakte de band nummers met kop, staart en smoel en gebruikte die als uitgangspunt om live op te rekken, wat wondermooi kon zijn.
- de laatste jaren vindt dit oprekken vaak al plaats op de platen zelf, wat maakt dat de nummers doellozer klinken en wordt dit live nagespeeld.

Motorpsycho - Wearing Yr Smell (1994)

poster
3,5
Wearing Yr Smell is natuurlijk één van dé nummers van het beresterke Timothy's Monster. President Block was oorspronkelijk bedoeld voor een split 7" die nooit doorging en is ook een beest van een nummer. Had zo op TM gekund. Jr. is een krakkemikkige lofiversie van het gelijknamige nummer op Demon Box. Birds is een folky liedje, fijn geluid maar melodisch niet heel bijzonder. Leave it Like That (edit) is een korte versie van het origineel dat ook op TM Monster staat... doe mij maar die originele lange versie.

Motorpsycho - Yay! (2023)

poster
4,5
"Variatie" was het sleutelwoord in de eerste helft van het oeuvre van Motorpsycho. De band laveerde tussen heavy rock, psychedelica, folk en noise. Pak Demon Box er eens bij: de eerste vier nummers verschieten van kampvuur naar stoner naar schreeuwmetal naar apestonede psychedelica. De platen schoten alle kanten op en zelfs binnen deze variatie zorgde de band nog voor verrassingen met platen als Let Them Eat Cake en Phanerothyme, die opeens helemaal "sixties" waren.

Dit aansprekende aspect van de band verdween nagenoeg in de tweede helft van de carrière. Progrock werd het devies. Veel nieuwe fans haakten aan, maar een aantal oude viel af of werd steeds sceptischer. Hoewel het muzikale niveau onverminderd hoog bleef, verdween de gunfactor. Here Be Monsters, The Tower en The All Is One zie ik als oplevingen in een periode van monotonie. Monotonie op hoog niveau weliswaar, met nog steeds aansprekende momenten, maar: monotonie. De twee platen hiervoor heb ik beiden niet gekocht. Dat was al de tweede keer verdorie... (eerste keer was Still Life With Eggplant - Behind the Sun).

Toen bekend werd dat "Yay!" een ingetogen en korte plaat zou worden, was mijn reactie dan ook sceptisch. Dat hadden we vaker gehoord, en dan kwam er toch weer een plaat als The Crucible uitrollen, met nummers van 20 minuten propvol muzikaal geweld. Maar gelukkig: "Yay" voelt als een frisse wind, yay! Zelfs de hoes heeft weer iets van humor (tijd geleden!) en verwijst naar Pavement's Wowee Zowee, die op haar beurt weer verwijst naar Guru Guru's Känguru.

De plaat klinkt warm, licht, retro, en als het al met een bestaande plaat te vergelijken is, dan is dat wat mij betreft Phanerothyme (onlangs heruitgebracht op vinyl).

Kort voor het verschijnen van Yay! werd bekend dat drummer Tomas Järmyr vertrekt. Helaas... ik ben benieuwd hoe dit in de komende tour gaat worden opgevangen. Misschien wel [durft het bijna niet te zeggen] door terug te grijpen naar simpeler liedjes van weleer? We gaan het zien.

KANT A

Cold & Bored heeft een mooie zangmelodie, die drijft op spaarzame percussie en een eenzame sfeer die een beetje herinnert aan het prachtige Fool's Gold dat op Blissard staat. Melancholiek voert hoogtij en in gedachten zie ik de haven van Trondheim langzaam dichtvriezen.

Sentinels begint met een gitaarloopje dat ik al eerder van ze heb gehoord, ik kan me alleen even niet meer herinneren op welk nummer. Dit klinkt dus vertrouwd, misschien een beetje té. De zanglijn van Snah is wat zeurderig, en het nummer "loopt" niet echt lekker. Zeker geen hoogtepunt van de plaat.

De vooruitgeschoven single Patterns is dat wel. Op een warm bed van gitaren, bas, violen en mellotrons excelleert de droevige zanglijn (wederom van Snah). Dit is één van de paar tracks waarop een volledig drumstel is te horen. Het psychedelische liedje neemt de tijd om op te bouwen naar een mooie climax.

Dank State was al live te horen en is een spaarzaam, up-tempo nummer met een iets opgewektere sfeer dan de nummers tot nu toe. Het is bijna een meezinger, maar blijft aan de goede kant van de streep.

W.C.A. wordt alweer gezongen door Snah, die maar liefst drie van de vijf nummers op kant A voor zijn rekening neemt. Na de eerste luisterbeurten vond ik dit een minder nummer, maar inmiddels komt het helemaal tot leven. Er gebeurt veel, het is rijkelijk gearrangeerd.

KANT B

Bij Real Again (Norway Shrugs and Stays at Home) heb ik een * gezet. Ik vind het simpelweg een schitterend en ontroerend liedje. Het is het "kleinste" liedje van de plaat en klopt van voor tot achter: wat fijn om ze weer eens zo te horen, ik kan wel janken van geluk!

Voor Loch Meaninglessness & the Mull of Dull geldt min of meer hetzelfde, al vind ik dit de iets mindere van de twee. Dit nummer bevat een typische Motorpsycho-sfeer die ik moeilijk kan beschrijven maar altijd wat winters, depri en beklemmend voelt en bijvoorbeeld ook te horen is op Upstairs/Downstairs van Let Them Eat Cake.

Hotel Daedalus, hoewel een best goed nummer, is groots opgezet (Kashmir-vibes!) en daarmee is het een stijlbreuk. Het contrast met de rest van de plaat is mij wat te groot, het doorbreekt de flow. De zang van Bent Saether schiet ook gelijk weer in de voorspelbare modus die op de voorgangers te vaak te horen was.

Het sfeervolle instrumentaaltje Scaredcrow is een beetje de comedown van dit geweld en een overgang naar het einde van de plaat.

The Rapture kreeg mijn andere *. Mooie afsluiting van deze bondige plaat.

De toekomst zal uitwijzen of "Yay!" een opzichzelfstaande plaat is in een lange periode van monsterplaten, of de start van een andere koerswijziging. Ik vermoed het eerste, maar hoop dat de band toch weer wat meer de variatie gaat vertonen waarmee ze in de eerste helft van hun carrière bekend zijn geworden.

My Bloody Valentine - Loveless (1991)

poster
5,0
Geschreven in De album Top 100 van...:

Loveless: Ik ben volgens mij ooit begonnen met 4*, daarna 4.5, nu 5*, dus op basis van interpolatie is hij nog steeds stijgende. Dit is toch wel zo'n heerlijke plaat om in rond te zwemmen. Laverend tussen meer en minder abstract is er een ongelooflijke rijkdom aan sferen en geluiden. Het schijnt toch echt allemaal met gitaren te zijn gedaan, maar ik hoor (of denk te horen): fluiten, mellotrons, keyboards en strijkinstrumenten. Ja, een geestverruimende plaat! Druggy, mellow en ook heel zwoel en sexy.

Van start met Only Shallow. Éen massieve gitaarbrok en je laten meevoeren op de deining van het nummer.
Loomer is als een zonnesteek. Vaag en een tikje eng, je bent niet helemaal jezelf. Maar de engelenstem van Bilinda Butcher (op haar had (heb?) ik een giga-crush!) is geruststellend.
Touched - door dit tussenstukje.
To Here Knows When is het meest abstracte nummer, het is bijna berucht. De "gateway" tot deze plaat. Fladdert rond als een vlinder rond een lamp, dan weer wat meer en dan weer wat minder binnen focus. Ik vind het een kunstwerk, en het beste nummer.
Als contrast direct hierna de meest "poppy" song: When You Sleep. Spijkerharde gitaren en een slimme popsong. Deze zou ik wel eens gecoverd willen horen door Dinosaur Jr.
Statig schrijdt I Only Said voort, het gitaarmotiefje tot bijna gekmakend herhaald, ik moet me er aan overgeven als een konijn dat in de koplampen blijft kijken.
Die plechtige sfeer wordt nog even vastgehouden in Come In Alone, dat een ontroerende melodie heeft.
Sometimes kan ik bijna niet meer horen zonder het nachtelijke Tokyo uit Lost In Translation voor me te zien. Het geeft niet, want het is bijna uncanny hoe goed dat bij elkaar past. Dit nummer is perfectie.
Blown a Wish is luchtig en bubbly. Een lente-windvlaagje, heerlijk.
De gitaren in What I Want zijn weer onaards geil. Zei ik dat When You Sleep het meest poppy nummer was? Het zou ook deze kunnen zijn.
Soon is een uitnodiging tot een vervolg dat er niet meer kwam, of in elk geval niet snel. Dit nummer reikt de hand uit naar mogelijke toekomsten.

Aangekruist als favoriet:
1. To Here Knows When
2. Sometimes
3. When You Sleep