MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten CorvisChristi als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Jim Kirkwood - Pilgrim on a Crooked Path (2010)

poster
4,5
CorvisChristi (crew)
En daar was ik weer !! Om de muziek van dit album eens even onder de loep te nemen.

Jim knalt er meteen goed in met de opener "Part 1: Always Night".
Akoestische gitaar-aanslagen luiden de half uur durende openingstrack in en de toon is meteen gezet. Wat volgt is een ruim 2 minuten durende, dreigende en meeslepende inleiding op een reis door de nacht die allesbehalve aangenaam en prettig zal zijn. Alhoewel...het valt nog best mee, want Jim laat na het intro-gedeelte een relatief vrij vreedzaam en levendig klinkende mid-tempo sectie naar voren komen, die zeer aangenaam in het gehoor klinkt. Tussen de pakkende en ritmische stukken door, vliegen er hier en daar wat venijnige en scherpe synth-aanslagen m'n speakers uit, om toch aan te geven, dat het niet de bedoeling is, dat het allemaal zo behouden blijft klinken. En uiteindelijk wordt dit dan ook bewaarheid, met een agressieve sequence, die rond de 9de minuut aan komt zwellen en het overneemt van de mid-tempo sectie. Zodra de sequence pas echt tot kracht komt, verdwijnt ie plotsklaps om plaats te maken voor een brei van twinkelende en sprookjesachtige klanken, die als een regen op me neer vallen. Eer ik van deze verbazing ben bekomen, wordt ik alweer opgeschrikt door de gemene sequence, die vanuit het niets, in één keer besluit zijn allesvernietigende voort te zetten. Na een paar minuten sterft dan ook deze sequence weg, en komt de mid-tempo sectie weer terug om vervolgens ook weer langzaam te verdwijnen. Na wat zweverige klanken, zijn daar in één keer weer die akoestische gitaar-aanslagen die als het ware de laatste fase van het nummer inluiden. Een zeer verontrustende verzameling aan huilende en kermende stemmen die klinken als de zielen van dode strijders die nog geen rust hebben kunnen vinden in het hiernamaals, zijn een voorbode voor een uiterst intens stuk muziek die dan zijn intrede doet. Een alles omverwerpende sectie die de soundtrack zou kunnen zijn van een brute slag tussen inheemse en heidense volkeren die elkaar te lijf gaan op een slagveld die binnen een mum van tijd doordrenkt is met bloed, ledematen en nog veel erger. Op de achtergrond pakken donkere wolken zich samen boven een ruig en regenachtig landschap, die het slagveld zelf en daardoor ook de muziek alleen maar ruiger en spectaculairder maken. De muziek van Jim Kirkwood overstijgt zichzelf hier. Een lekker ritme waarin de ene na de andere flitsende melodielijn elkaar opvolgt en qua intensiteit lekker heftig klinkt. Heerlijk !!!
Als uiteindelijk de laatste sectie wegsterft, kondigt zich nog één keer de akoestische gitaar-aanslag aan en stopt uiteindelijk langzaam het gehuil en geweeklaag van de dodelijk gewond geraakte slachtoffers.

"Part 2: Upon a Windswept Tree" vervolgt het album op meeslepende wijze met een überduister, lang beginstuk wat klinkt alsof één van de gewonde krijgers zich uit het slagveld wist te slepen en nu, strompelend en gekweld zich een weg probeert te vinden door een duister en besneeuwd woud. Op de hielen gezeten door hongerige en bloeddorstige wolven, weet de man, dat zijn laatste uren geteld zijn. Als de muziek zich meer begint te ontwikkelen, raakt het tot een conflict tussen de man en de wolven. Gewapend met nog slechts een mes, weet hij een aantal wolven van zich af te slaan en zelfs een tweetal te doden. Maar zodra in de 17de minuut een ritme zich laat vergezellen met de slepende sequence-sectie en ferme en nadrukkelijke synth-aanslagen de verschillende lead-solo's beginnen te overheersen, stort de wolvenclan zich uiteindelijk op de eenzame en gewonde krijger en moet hij uiteindelijk het onderspit delven. De laatste synth-aanslag laat het met bloed doordrenkte en ontzielde lichaam van de krijger in een verwrongen houding zien, verscheurd, morsdood en achtergelaten door de verzadigde kinderen van de nacht.

Met een geweldig, bombastisch intro in de beste Vangelis-traditie, knalt "Part 3: I Fear for Hugin", er goed in. Wat dan volgt is een sfeervol en beladen gedeelte, die enkel en alleen dient als opwachting voor een messcherpe sequence-sectie, die het nummer meteen nog meer power met zich meegeeft. Het klinkt allemaal vertrouwd, zeer herkenbaar, maar ongelooflijk intens. Jim Kirkwood laat er vooral geen gras over groeien en sluit dit juweel van een album op heftige wijze af.

Als deze Pilgrim on a Crooked Path qua niveau pas het begin is van nog maar liefst 8!! te volgen Yggdrasil-albums, beloofd het in ieder geval nog heel wat. Want dit album staat als een huis. Een knaller van de eerste orde, die ik ga bezegelen met een 4,5.

Jim Kirkwood - Relics from a Future Age (2011)

Alternatieve titel: The Dark Embrace Vol. 2

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Met koude windvlagen die zich als het ware aan je ziel weten vast te kleven, begint "The Wind That Burns Cold", de eerste track van het tweede hoofdstuk van The Dark Embrace die op zichzelf weer een bewerking is van het Lucifaere-album Embracing the Dark.
Ontevreden als Jim Kirkwood was over Embracing the Dark, besloot hij het complete album opnieuw onder de loep te nemen, wat uiteindelijk resulteerde in een omvangrijker project dan ooit voor mogelijk werd gezien: 1 album uitsmeren over waarschijnlijk (dat is op het moment van berichtplaatsing nog niet helemaal duidelijk), 4 albums!!
Hoe dan ook, Relics from a Future Age is betrouwbaar terrein v.w.b. Jim Kirkwood's muziek.

"The Wind That Burns Cold" heeft zo'n aangrijpend en kil begin met duistere en dreigende windvlagen die alleen maar naderend onheil aankondigen.
Als een stampende beat zich mengt met een sequencer, begint een mooie, maar ergens ook onbetrouwbare viool-melodie de kop op te steken. Later komen daar zowaar de geluiden van dolfijnen om de hoek kijken, maar naarmate het nummer vordert, lijken deze zelfde geluiden demonischer te gaan klinken, alsof de dolfijnen bezeten lijken te zijn.
Het nummer zou een reis kunnen zijn door de innerlijke psychoses van de ziel en laat Jim van een herkenbare, maar tegelijkertijd ook wat andere kant zien, aangezien het nummer behoudend blijft en nergens echt op een geweldadige manier tot volle wasdom komt. Wat in dit geval het nummer alleen maar ten goede komt.

"A Steampunk Reality" ligt qua sfeer in het verlengde van nr. 1. Het opent met onaardse en onwerkelijke, zware klanken. Als een windvlaag in proportie steeds meer toeneemt en harder en scherper wordt, begint een hypnotiserende en monotone sequencer aan zijn reis door een vreemd en dreigend muzikaal landschap van aaneengevlochte klanken en melodielijnen. Verderop komt een stuwend ritme de boel versterken en lijken meer sub-thema's en aanverwante muzikale structuren in elkaar te versmelten tot één geheel.

Het titelnummer is in ieder geval het paradepaardje, zowel in speelduur als intensiteit. Het begint met de aankondiging van het begin van Armageddon: loodzware aanslagen alsof een orkest wil duidelijk maken dat The Four Horsemen gearriveerd zijn om hun plicht te doen. Engelen die wanhopig hun liederen nog ten gehore willen brengen maar weten dat er geen redding meer mogelijk is, proberen boven het muzikale tumult uit te komen. Helaas is er geen ontkomen meer aan en een rappe sequencer doet zijn intrede en spreidt het pad der verwoesting uit als een rode loper van bloed. Vanaf dan is het een wilde en afgrijselijke rit langs platgebrande dorpen en steden, kale en dorre niemandslanden van eenzaamheid en verdorvenheid. Zodra de allesvernietigende plicht gedaan is, is daar weer het zware orkest te horen, om de overwinning te vieren. Als in een vlaag van euforie gaan de plunderingen en verwoestingen gewoon verder als de sequencer ook verder gaat. Zodra het onherroepelijke einde in zicht is, wordt er nog één keer flink gas gegeven als de laatste sequencer (eentje van het kaliber van Tangerine Dream's Rubycon, maar dan 'on speed') uit de startblokken schiet. Het einde van alles is onontkoombaar.

Het album eindigt met "The Demolition of a Name" en sluit het album op een passende manier af. Deze laatste compositie is weer van meer meeslepende aard en wil als het ware de overblijfselen van een verdoemde wereld ten toon spreiden, op een mistroostige en aangenaam groezelige manier.

Het is een toepasselijk einde voor een album die middels de titel mijn denkbeelden omtrent de muziek van dit wederom weer erg fijne Kirkwood-album, aardig eer aan doet. Vanwege de karaktervolle composities weet deze Relics... ook net even wat meer te overtuigen dan het vorige deel van dit project, Asylum of Trees. Die leek wat meer uit knip- en plakwerk te bestaan, getuige de diverse stukken die aan elkaar geplakt tot één nummer van ruim een uur, net even wat minder sterk over kwam.

Een dikke 4 punten voor Relics from a Future Age.

Jim Kirkwood - The Legend of Sam Gamgee (2008)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Dit is misschien wel het meest ingetogen album die Jim Kirkwood gemaakt heeft. Tussen alle grootschalige en vooral duistere synth-albums die Jim voornamelijk uitbrengt, brengt The Legend of Samwise Gamgee licht in de duisternis. Een kort, zweverig en rustig album waarop Jim zijn meer vredelievende kant ten gehore brengt. Een album geïnspireerd op één van de meest voorname karakters uit The Lord of the Rings: de getrouwe metgezel en vriend van Frodo Baggins, Sam Gamgee.
Jim is sowiezo al een groot liefhebber van Tolkien en heeft al veel muzikale projecten laten baseren op de verhalen van de schrijver.
Zo ook dit mini-album, die bestaat uit 7 nummers, maar eigenlijk één geheel vormen.

Jim laat alles mooi ontvouwen middels het rustige intro "The Shire at Summers Ending" en laat de rest van het album bestaan uit soms, lieflijke, dan weer meer meeslepende stukken, waarvan het vredige "The World Should Be a Garden" en "Dancing with Rose Cotton" één van de hoogtepunten vormen. De laatste is een langzaam, ritmisch en gedwee nummer, waar ruimte is voor mooie, langzaam voorbij drijvende solo's die het nummer tegelijkertijd een portie kracht geeft.
De sfeervolle, verbeeldingsrijke passages van "Dawn Along the Brandywine" klinken zeer ambient-achtig, en geven dit album, ondanks het feeërieke karakter, ook iets mystieks en ongrijpbaars mee.
"Goldberry" is een prachtig, sprookjesachtig juweeltje, waar het klateren van water samen gaat met fluitende vogels en engelachtig gezang. Tevens hangt er als het ware een warme gloed over het geheel, wat zorgt voor een levendig effect binnen de muziek.
Het album sluit af met "My Heart Is in the Shire" die zeer ijl en visionair begint, maar vervolgens ontluikt in een zeer langzame sequence-sectie en het album op een passende manier afsluit.

Ondanks de korte speelduur, is dit album een bijzonder tussendoortje, die als het ware zich laat beluisteren als een muzikaal sprookje. En dat is het in feite ook. In ieder geval leidt het tot zeer mooie muzikale taferelen.

Jim Kirkwood - The Light Beyond the Hedgerow (2010)

poster
3,5
CorvisChristi (crew)
Jim Kirkwood is een zeer productief heerschap. Vooral de afgelopen 2 jaar heeft hij een behoorlijk aantal albums uitgebracht, waaronder het ambitieuze Morningstar-project.
Dit jaar heeft hij tot nu toe 5!!! albums uitgebracht op een speciaal daarvoor in het leven geroepen platenlabel: WFAV (Without Form And Void). Een label waarop Jim uitsluitend puur ambient-georiënteerde albums uitbrengt. De eerste in deze nieuwe reeks albums is deze The Light Beyond the Hedgerow.
Dat Jim een zwak heeft voor electronische ambient-soundscapes, was voor mij al lang en breed bekend. Op zijn vele solo-albums, maar ook die van Lucifaere en The Ancient Technology Cult, zijn er veelvuldig van die typische soundscapes te horen. Maar waar die soundscapes op een gegeven moment onderbroken worden door opvallend in het gehoor klinkende thema's, sequences en ritmes, zijn die op de WFAV-releases in geen velden of wegen te bekennen. Dus is het puur ambient wat ik voorgeschoteld krijg, wat zeker sfeervol en mooi te noemen valt. Toch bemerk ik, dat het niveau niet constant blijft, en neigt de muziek, naarmate de passages vorderen, wat af te zwakken. De soundscapes zijn dan wel mooi, maar niet sterk genoeg om een compleet album te vullen. Daar klinkt het net niet aangrijpend genoeg voor. Plus het feit dat ik zo gewend ben van de muziek van Jim, dat er ieder moment uit de oersoep van geluidscollages, een rollende sequence te voorschijn komt. Niets van dat alles dus en daar is de muziek in dit geval ook niet voor bedoeld.
Over het algemeen dus een prima alternatief van Jim om ook zijn meer ingetogen en abstractere kant te laten zien en voor op de achtergrond is het toch wel bijzonder sfeervol te noemen. Over het algemeen is de ambient, zoals die op dit album naar voren komt, ook redelijk 'lichtvoetig' te noemen, aangezien ik toch met redelijke regelmaat naar behoorlijke dark ambient luister. De muziek uitgebracht op WFAV laat Jim dus van een weliswaar wat vriendelijkere, maar tegelijkertijd ook een meer ongrijpbare kant zien.
Het is in ieder geval weer eens wat anders. Maar ondanks dat, lang niet zo aangrijpend en spraakmakend als het meer heftige materiaal van Jim.

Jim Kirkwood - They Walk Amongst the Stars Like Giants (2010)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Het was alweer een tijd geleden dat ik uitgebreid stil heb gestaan bij het veelomvattende muzikale werk van Jim Kirkwood. Uiteindelijk vond ik het weer eens tijd worden om eens wat uitgebreider stil te staan bij één van zijn vele albums. Die eer viel dit keer te beurt aan They Walk Amongst the Stars Like Giants.

They Walk Amongst the Stars Like Giants is geïnspireerd op de Amerikaanse SF-serie Babylon 5, waar Jim Kirkwood een grote fan van is. Hoewel ik de serie van naam ken, heb ik er nooit wat van gezien, maar het schijnt (als je van SF houdt), zéér de moeite waard te zijn. Diverse citaten, zoals de titel van het album, schijnen direct uit de serie te komen.
Ondanks deze verwijzing, wil ik me puur op de muziek richten en daar draait het in dit geval natuurlijk om.

Sluimerend en geheimzinnig begint "Born to the Purple". Na ruim 2 minuten volgen kloppende geluiden die klinken alsof een gigantisch wezen op de hemelpoort (of die van de hel?) aan het bonken is, totdat een bombastisch Vangelis-achtig stuk zijn intrede doet en vrij snel weer verdwijnt. De sluimerende, ruimtelijke klanken doen vervolgens meteen weer hun intrede totdat even later een langzame sequence-sectie langzaam maar zeker op gang komt. Vanaf dat moment begint het nummer meer en meer tot leven te komen, alhoewel Jim het vooral in de eerste sectie heel kalmpjes aan doet. Het is vooral de manier hoe Jim op een kalme en geduldige wijze de muziek steeds rijker en intenser laat klinken, zonder over-de-top te gaan. Na de negende minuut wordt het ritme strakker en lijkt de muziek meer aan kracht toe te nemen. De sequence-sectie wordt ook steeds levendiger. Totdat rond de 16de minuut de kloppende geluiden weer te horen zijn en het zg. Vangelis-stuk weer z'n intrede doet, waarmee op een sublieme wijze dit nummer wordt afgesloten.
Al met al is dit sterk materiaal, waarmee Jim bewijst dat hij ook met meer behoudend synth-materiaal goed voor de dag komt. In ieder geval is "Born to the Purple" een overtuigende opener.

"By the Sacred Light of G'Quan" begint al net zo sfeervol als het vorige nummer, alhoewel e.e.a. vanwege de collage van klanken, wat exotischer lijkt te klinken. Het dromerige karakter, wat door de wir-war aan fluit- en vioolklanken vermengd met wat gezang, zich alleen maar versterkt, werkt zowaar rustgevend. Jim laat je als het ware in een extase komen en neemt hiervoor ook alle tijd. En dan volgt de eerste sequencer zich vanaf de achtste minuut, die al snel bijval krijgt door een andere. De structuur heeft zich gevormd en de muziek begint nu echt tot leven te komen. Dit zorgt voor een onderhoudende luistertrip zoals alleen Jim Kirkwood die kan schetsen, alhoewel ook dit nummer erg behouden blijft klinken. En dat is niet altijd de gewoonte van Jim, die vaak genoeg de neiging heeft om het gaspedaal in te trappen. Wel lijkt het tempo vanaf de zeventiende minuut ietsje meer omhoog te gaan vanwege de sequence-sectie die als het ware los van de grond komt. Ook her en der wat bombast zorgt ervoor dat ook dit nummer wat meer spierballen krijgt. In ieder geval is het meeslepend en mooi materiaal wat ik hier voorgeschoteld krijgt. Ook is hier toch wel redelijk goed te horen hoe Jim sterk is beïnvloedt door de muziek van Klaus Schulze, één van zijn belangrijkste inspiratiebronnen.

Met een venijnige, korte klap begint "If You Go to Z’ar Dum, You Will Die". De toon is direct een stuk donkerder, ja zelfs diabolisch te noemen. Een bizarre vloedgolf aan helle-klanken spoelen over mij heen, maar dit is van korte duur: na een plotselinge, korte stilte is er een eenzame fluit te horen, die wordt gevolgd door een hele mooie, toegankelijke sequence-sectie. Heel apart is het wel. Alsof je plotseling ontwaakt uit een koortsdroom en beseft dat je je in een onbezorgd, vredig oord bevindt. Wat dat betreft is het best knap te noemen hoe Jim zijn muziek het ene moment nog duister en het andere moment vreedzaam kan doen laten klinken, zonder dat het geforceerd klinkt overigens...
Toch gaat de muziek vanaf de negende minuut heviger en zorgwekkender klinken, alsof het toch niet helemaal pluis is in het anders zo vredige oord. Alsof ik me opeens realiseer dat ik toch in Z'ar Dum ben en ieder moment kan sterven. Help!!
En aangekomen bij de tweede helft van het nummer is het écht dekking zoeken, aangezien Jim nu wel zijn muzikale tanden laat zien. Een flink stukje bombast in de beste Vangelis-traditie gaat op een gegeven moment samen met een messcherpe synth-solo zoals ik die alleen van Jim Kirkwood ken. Een boost in de sequence-sectie geeft het nummer ook nog wat meer kracht, ondanks dat de fluitklanken die er tegelijkertijd te horen zijn, probeert e.e.a. weer in het gareel te krijgen. Uiteindelijk lukt dit, aangezien de sequencer langzaam verdwijnt en we weer terug zijn in het bekende, vredige oord. Of is dit slechts schijn? Aangezien de laatste 2 minuten toch een voorspelling van angst, dood en vernietiging laat horen....

En zo eindigt dit wederom zeer verdienstelijke Kirkwood-album. De muziek is wellicht niet zo donker en intens als op veel andere van zijn albums. Het zijn die dreigende en onrustbarende kenmerken binnen zijn muziek die me vooral heel erg aanspreken. Echter zijn die dus minder vertegenwoordigd hier, wat overigens het album er niet minder om maakt. Het bewijst gewoon hoe vindingrijk Jim Kirkwood is in het schrijven van goede muziek waar ook duidelijk een handelsmerk in te horen valt. Of zijn muziek nou kwaadaardig klinkt of niet.

Jim Kirkwood - To See the World Behind the Mirror (2009)

Alternatieve titel: By the Light of the Morningstar Part 2

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
The World Behind the Mirror is het 2de Morningstar-album die Jim heeft uitgebracht. Als dubbel-album uitgebracht, aangezien "The Desolation of Truth" niet met de rest van de tracks op één disc zou passen.
N.a.v. zijn grootscheepse Morningstar-project, besloot hij alle nummers die hij daarvoor geschreven heeft, verspreidt uit te brengen en tot nu toe zijn er 5 delen uitgebracht, maar Jim heeft al aangegeven dat er nog meerdere delen gaan komen.

Het album begint met "Sanctuary for a Wounded Crow".
Het krassen van een getergde en gewonde kraai, donderklappen, een kerkkoor en onderhuids aanwezige, vervormde stemmen luiden het intro in. Een dreigende synth-laag voorspeld weinig goeds. Sowiezo klinkt het begin erg dreigend, maar ook treurig en mooi, dit vanwege een mooie fluit-melodie die de druilerige reeks van klanken op een aangename manier contrasteerd. Als eenmaal een langzame sequence-sectie zich begint op te bouwen tot wel 3 verschillende, over elkaar heen rollende sequences, laat Jim een sterke lead-solo in de vorm van een fluit, om de beurt afgewisseld door een vervormde electrische gitaar, de boel domineren. Als er dan vanaf ongeveer de 7de minuut er een nieuwe, snellere sequence zich aankondigt, komt het nummer pas echt flink tot leven en is het tot aan de 14de minuut gaan met die banaan. Jim laat daarna het nummer langzaam tot z'n einde komen en tot slot komt het nummer tot rust met bijna 2 minuten lang het rustgevende gezang en getjilp van allerlei lieftallige zangvogeltjes. Alsof de gewonde kraai, die nog 3 keer zijn krassende roep laat horen, uiteindelijk rust heeft gevonden in zijn schuilplaats, omringt door allerlei gevederde vriendjes.

Waar normaal gesproken de muziek van Jim Kirkwood raast en tiert, is dat met "Eala Erendel" eigenlijk niet het geval. Het nummer vangt aan met wederom vogel-geluiden, waarbij een behoorlijk New Age-achtig, transparant klinkende synth-line het nummer op een sprookjesachtige manier aankondigt. Een eigenzinnige sequence materialiseert zich en krijgt op een gegeven moment ondersteuning van een zwaardere, gecombineerd met eigenzinnig, ietwat exotisch klinkend percussie-werk. Ondanks dat, klinkt dit nummer overduidelijk lichtvoetiger dan ik gewend ben van Jim. Wat het nummer er niet minder om maakt, overigens...Na een korte onderbreking, start Jim in de 9de minuut met een nieuwe sequence, eentje in de beste 2de helft jaren '80 Tangerine Dream-traditie, om het zo maar even te vermelden. Subtiel, behoudend, maar toch erg lekker. Naarmate het nummer vordert, krijgt de nieuwe sequence bijval van degene uit het begin. Ietwat dreigend klinkende belklanken geven de muziek een wat steviger smoelwerk mee, waarmee dit opvallende nummer eindigt met in dit geval meer tropisch klinkende vogel-geluiden.

"The God Who Walked the Earth" heeft een typisch karakter, wat zich vooral in het begin laat gelden, als na een onrustbarend, maar tevens majestueus intro, een ritmische begeleiding op zowaar een akoestische gitaar zich laat openbaren. Jim trekt vervolgens na een aantal minuten alle registers open met een alles omvermaaiende, snelle sequence-sectie. Wat dat aangaat, wordt met dit nummer het gaspedaal pas goed ingetrapt. Het snelle tempo, de vele door elkaar heen vloeiende synth-lagen krijgen een excentrieke overgang, wanneer de sequence verdwijnt. Vervolgens keert de sequence in alle hevigheid terug, om vervolgens met een snerpende, metaalachtige knal te eindigen. Wat overblijft zijn nachtmerrie-achtige, huilerige klanken die langzaam wegsterven.

"The Universe Has a Shadow" laat de intensiteit van de vorige track nog verder ontvouwen. Na een intro met wat rommelende en schuivende klanken, gecombineerd met wat geluiden uit een fabriek zouden kunnen zijn, komt een geweldige sequence tevoorschijn. Als uiteindelijk een pompende bas-line op de sequence mee gaat deinen, en Jim uiteindelijk allerlei geweldige thema's uit zijn mouw schudt, is er sprake van een intens muzikaal spektakel. Als de sequence in één keer verdwijnt, maar het pompende ritme blijft, nemen allerlei folk-achtige melodieën het over, en krijgt het nummer een zich apart karakter met zich mee. Een vrij onverwachte wending is daarmee het gevolg. Uiteindelijk keert de sequence weer terug en komen alle muzikale ingrediënten samen.

Het album eindigt met "The Desolation of Truth" die vanwege de hoge speelduur van het album, noodgedwongen in z'n eentje op de 2de disc van dit album is terug te vinden.
Jim neemt de tijd met het opbouwen van de muziek. Langzaam laat hij een onheilspellende laag van klanken samen komen en laat pas ergens in de 7de minuut het ritme gestaag tot leven wekken. Als eenmaal de sequence arriveert, zitten we al in de 11de minuut van de track. Messcherpe synth-solo's vliegen me uiteindelijk om de oren en zorgen andermaal voor een hoop luistergenot. Uiteindelijk laat Jim het nummer eindigen, waarmee het begon.

Morningstar Part 2: The World Behind the Mirror herbergt een aantal muzikale verrassingen, maar is voornamelijk toch wederom weer een op-en-top Kirkwood-album, waarop een hoop te genieten valt. En in het geval van dit album, krijg je er ruim 80!! minuten muziek voor terug.

Jim Kirkwood - We Are Nightingales (2007)

Alternatieve titel: Caught in a Maelstrom of Chaos

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
"We Are Nightingales" is een pittig Jim Kirkwood-album die in weze weer erg goed is, maar het is zeker niet zijn toegankelijkste album. "Touching the Arc" is daarvan een prima voorbeeld. Ook in dit nummer neemt Jim rustig de tijd om e.e.a. op te bouwen, middels dreigende en uit het duister opborrelende synthklanken, om ergens in de 4de minuut een langzame, maar toch gemene sequence tot leven te wekken, die zich al vrij snel tot een wat snellere ontwikkelt. Zoals ik wel van Jim gewend ben, weet hij tussen verontrustende pauzes door, weer een spervuur van synthgeweld op me af te vuren, die vooral erg heftig wordt omstreeks de 25ste minuut. Het ruim half uur durende nummer is behoorlijk indrukwekkend te noemen.
"The Illusion of the World" is daarentegen één van de weinige nummers waarin Jim zich voor zijn doen erg inhoudt. Galmende, duistere klanken doen hun intrede en worden op een gegeven moment opgevolgd door een accentuerende, pingelende sequence waaroverheen Jim allerlei ongrijpbare klanktapijten legt, zoals ik het wel van hem gewend ben.
"Speaking in Tongues" schudt mij uiteindelijk behoorlijk wakker. Na eerst wat rommelende klanken en mooi, maar ergens ook wat naargeestig gezang geïntroduceerd te hebben, begint een plechtig, bombastisch stuk zijn intrede te doen die krachtiger wordt en een indrukwekkend thema ten gehore laat brengen. Aan het einde van de 5de minuut staat Jim dan al weer klaar om met één van de snelste sequences die ik sinds tijden heb gehoord op een Kirkwood-album, op de proppen te komen. Het is het startsein voor een hard en hels muzikaal synth-avontuur waarmee Jim weer eens bewijst, zeer bruut synth-materiaal te kunnen produceren. En ook nog eens op een vrij intens en hoog niveau. Maar het is over de gehele linie gezien, zelfs voor Kirkwood-maatstaven, best zware kost, wat ik ook al aangaf aan het begin van dit bericht. Het is m.i. daarom, voor mensen die willen kennis maken met Jim Kirkwood, niet een geschikt album om mee te beginnen. Ik zou dan zelf kiezen voor één van de albums uit de "Vampyre"-trilogy of zo, die i.m.o. wat gemakkelijker te behapstukken zijn.
Feit blijft wel, dat ook deze "We Are Nightingales" wederom een top-album is van deze duistere synth-tovenaar.

Johan Timman - Trip into the Body (1981)

poster
4,0
CorvisChristi (crew)
Tja, Johan Timman....Als ik de LP dankzij de vader van een jeugdvriend van mij zo'n 20 jaar geleden niet ontdekt had, zou dit album volledig langs mij heen zijn gegaan en was ik wellicht nooit op deze klassieker gestuit. Wat natuurlijk vrij onwaarschijnlijk zou zijn geweest; vroeg of laat zou ik toch op Trip into the Body gestuit zijn om me daarna af te vragen waarom ik in vredesnaam dit niet ken?

Het moet me wel van het hart dat, toen ik het album voor het eerst leerde kennen, me het gek genoeg niet zoveel deed. Wel was ik toen al lang en breed bekend met de muziek van Vangelis, Jarre, Kitaro, Tangerine Dream en onze landgenoten van Peru, dus binnen het genre dus al wat gewend. Wellicht mede daardoor en de toch eigenzinnige stijl die Johan toepast op het album, greep het me niet en sprak het me niet zo aan.

Vandaag de dag denk ik daar zeker anders over en beschouw ik Trip into the Body weliswaar deels als een eigengereid album, maar mede daardoor is het wel een klassieker te noemen.
Het is dan ook tot op de dag van vandaag erg jammer dat Johan hier geen vervolg meer op heeft gemaakt. Echter maakt dit het album wel tot dé cultklassieker die het in feite is. Een gedurfd en bij vlagen briljant en afwisselend album waar de elektronische muziekliefhebber pap van lust.

Des te meer bijzonder is het dat ik dit album reeds pas op CD heb weten aan te schaffen. Tja, soms heb je dat wel eens. Ergens onbegrijpelijk, gezien ik dit album al veel eerder had willen hebben. Echter is het wel zo dat jarenlang Trip into the Body alleen op vinyl verkrijgbaar was. En in tegenstelling tot vele andere muziekliefhebbers, ben ik meer van de CD's dan van vinyl. Gelukkig kwam daar in 2006 verandering in, toen het Groove-label besloot deze tijdloze klassieker eindelijk de CD-release te geven die het al jaren verdiende. En nu mag ik me ook de trotse bezitter van deze klassieker noemen, op CD, mét extra toegevoegd een geweldige live-versie van "The Heart".

Het album luistert weg als een tierelier. Er gebeurt belachelijk veel binnen de nummers en duidelijk is eraan af te horen dat Johan Timman heel veel tijd besteedt heeft om er een knap, doordacht, maar bovenal zeer plezierig album van te maken.
Is er dan nog wat op aan te merken? Jawel, aangezien ik vind dat in het midden de plaat de neiging heeft een beetje in te kakken. En dat gevoel heb ik voornamelijk tijdens "The Blood" en "The Blood and the Antibodies": het dendert nét wat te lang door, waardoor deze nummers wat aan kracht dreigen in te leveren.

Voor de rest is het genieten met het toffe titelnummer, opgevolgt door het wel héél typische, maar erg gave "The Brain" (compleet met geschifte vocoder-vocalen waarop Johan volledig los gaat) en het vrolijke "The Heart". Tevens is het heerlijke up-tempo "The Lungs" en de formidabele afsluiter "Hearing (Ocean of Sound) van eenzame topklasse.

Concreet is Trip into the Body een uniek en hoogstaand synth-album van Nederlandse bodem. Tegelijkertijd is het één van de belangrijkste en meest invloedrijke synth-albums die er volgens mij überhaupt zijn gemaakt en dat is zeker een compliment waard voor Johan Timman! En alhoewel dus niet het gehele album me kan bekoren, beschouw ik dit verder uiteraard als een weergaloze topper. En dus is mijn score van 4 punten wellicht wat 'karig' te noemen, maar dat is wel het gevoel wat ik heb bij dit album. Dat ie een 4 sowieso waard is. Absoluut niet lager, maar ook niet hoger.