MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten RoyDeSmet als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

E.B. The Younger - To Each His Own (2019)

poster
4,0
Van het soloproject van Midlake-lid Eric Pulido had ik verwacht dat het beter opgepakt zou worden. Misschien had het er mee te maken dat Ajax diezelfde avond tegen Juventus speelde, maar in de bovenzaal van Paradiso konden mijn neef en ik de andere bezoekers op onze (20) vingers tellen. To Each His Own is een heel fijn album waarop de invloeden en de sfeer van de vroege jaren '70 goed te horen zijn.

Eckhardt - Big Blue Yonder (2010)

poster
3,0
Ik vind dit een hele mooie CD.
Lekker rustig en somber, en op de juiste momenten 'uplifting'.

Well spent eurotjes!

Eddie Vedder - Into the Wild (2007)

poster
3,0
Puur als album vind ik dit niet zo geslaagd. Weinig samenhangend en liedjes die over het algemeen te kort zijn om te blijven hangen en me te raken.
Filler 'Toulumne' voegt niets toe aan dit album.

'Rise', 'Hard Sun' en 'Society' blijven als nummers wel staan. Samen met het onalledaagse 'The Wolf' zijn die eerste twee genoemde mijn favorieten van dit albumpje dat slechts een half uur duurt.

Ik ken dit album al twee jaar, maar luister er niet zo verdomd vaak naar. Elke keer dat ik ernaar luister voelt het weer alsof ik het voor het eerst hoor.

Binnenkort ga ik de film maar eens bekijken!

Elbow - Build a Rocket Boys! (2011)

poster
4,0
Ok, ik ga hier eerlijk zijn: ik vind dit een goed album.
Het zal er ongetwijfeld mee te maken hebben dat dit het eerste nieuwe album van Elbow was nadat ik ze leerde kennen na Seldom Seen Kid en tot op de dag van vandaag het werk van vóór SSK niet ken.

Vergeleken met SSK en de nieuwe plaat, The Take Off and Landing of Everything, is deze plaat een stuk melancholischer. Het begint heel gewaagd met een lang uitgesponnen lied van maarliefst acht minuten! Met Lippy Kids erbij gebeurt er in het eerste kwartier eigenlijk niet zo verdomd veel op deze plaat. Toch is Lippy Kids een hoogtepuntje: een heel fijn lied.
Andere nummers kan ik echter ook zeer waarderen: Jesus is a Rochdale Girl en High Ideals, maar ook With Love en Neat Little Rows.

Ik erken dat Seldom Seen Kid na haar onmetelijke succes hier enigszins als blauwdruk gebruikt kan zijn. Zo dient Neat Little Rows als de Grounds For Divorce op dit album. Éven de gezette toon doorbreken. En The Night Will Always Win gaat over een vergelijkbaar gevoel als The Loneliness of a Tower Crane Driver.

Ik vind deze nummers helemaal niet zo slecht, en ook als geheel vind ik het album helemaal niet teleurstellend. De reprise versie van The Birds vind ik heel stijlvol en geeft perfect het gevoel van de plaat weer, terwijl het gelijk de eendracht versterkt.

Ik blijf even op 4 sterren staan. Misschien pas ik dat nog iets aan naar beneden zodra ik The Take Off and Landing of Everything heb beoordeeld.

Elbow - Giants of All Sizes (2019)

poster
3,5
Sinds 'The Seldom Seen Kid' kent iedereen dit powerhouse uit Manchester. 'build a rocket boys' vond ik zelf ook nog goed, maar eerlijk gezegd is Elbow nooit een urgente rockband geweest. Op dit nieuwe album is de urgentie echter hoog, en dat bevalt goed!

Elbow - The Seldom Seen Kid (2008)

poster
5,0
Prachtplaat!
4 sterren.

Hele mooie muziek die blijft hangen en ook heel kunstig in elkaar zit

Elbow - The Take Off and Landing of Everything (2014)

poster
4,0
Dit is de zesde luisterbeurt. Met het zonnetje door mijn slaapkamerraam doet deze het nu eindelijk een stuk beter dan de vorige keren. Tijdens de vorige luisterbeurten kon ik nooit echt iets aanwijzen dat eruit sprong maar nu herken ik steeds meer mooie momentjes. Bijvoorbeeld My Sad Captains sprong er zojuist absoluut uit. The Take Off and Landing of Everything (lied) echode na een vorige luisterbeurt nog door in mijn oren. Kan iemand trouwens de eerste twee zinnen voor mij verstaan?

Als album is deze plaat totaal iets anders dan de twee voorgangers, ondanks het vrije lenen uit oudere nummers. Waar ik op 'build a rocket boys!' kon merken dat The Seldom Seen Kid als blauwdruk is gebruikt, heb ik dat hier niet. Daar moet ik bij zeggen dat ik de eerste 3 albums van Elbow nog nooit heb gehoord. Misschien gaan ze juist terug naar hun roots maar daar kan ik dus niet over oordelen.

In het geheel klinkt deze plaat erg fijn. Geen enkel nummer is slecht, maar aan de andere kant springt er ook niet zoveel boven het gemiddelde niveau uit. Het begin van Honey Son vind ik overigens wel zwaar misplaatst.

Waar ik 'build a rocket boys!' zeker kon waarderen, weet ik niet waar ik dit album kan plaatsen: op deze plaat weet Guy Garvey wat minder gevoel op mij over te brengen dan op 'build a rocket boys!'. Ik geef hem 4 sterren, net zoals ik aan barb en TSSK gaf. Eigenlijk vind ik dit drie platen die je zeer zeker los van elkaar moet zien en eigenlijk niet met elkaar zou moeten vergelijken.

Elbow and the BBC Concert Orchestra - The Seldom Seen Kid Live at Abbey Road (2009)

poster
4,5
De toevoeging van het orkest was een hele mooie zet.
Prachtarrangementen op nummers als Grounds For Divorce en The Loneliness Of A Tower Crane Driver.
Kippenvelplaat. 4,5 ster!

Elvis Costello & The Imposters - The Boy Named If (2022)

poster
3,5
"Er wordt op dit album sowieso een hoop vergist."

De angry young man is terug: Elvis Costello bracht op 14 januari 2022 zijn 32e studioalbum uit. The Boy Named If klinkt boos, energiek en poppy als de albums van Elvis Costello & The Attractions uit de jaren ’70 en eerste helft jaren ’80. Het ronkende orgel van Steve Nieve en de rammelende Jazzmastergitaar van Costello zijn al 44 jaar lang bepalend voor de klassieke Costello-sound. Hun samenwerking gaat terug tot The Attractions (begeleidingsband van Elvis Costello tussen 1977 en 1987 en daarna van 1994 tot 1996) die na het vervangen van bassist Bruce Thomas door Davey Faragher in 2001 verder gingen als The Imposters. Op The Boy Named If wordt Elvis Costello opnieuw door hen ondersteund. Dit nieuwe album werd gecoproduceerd door Sebastian Krys, die ook voorgangers Hey Clockface (2020) en Look Now (2018) samen met Costello produceerde. Hoewel Hey Clockface niet samen met The Imposters werd opgenomen (maar wel met Steve Nieve) is er op het drietal albums sinds 2018 heel consistent sprake van een moderne Costello-sound. En die is succesvol! Look Now (2018) won in 2020 een Grammy Award in de categorie Best Traditional Pop Vocal Album en The Boy Named If wordt ook al positief ontvangen door de internationale muziekmedia.

Muzikaal grijpt The Boy Named If veelvuldig terug op herkenbare klanken uit het oeuvre van de 67-jarige Britse artiest. Opener ‘Farewell, OK’ heeft de energie van ‘Radio, Radio’, het lied waardoor Costello van 1977 tot 1989 werd verbannen uit Saturday Night Live. Het pianospel in ‘The Difference’ doet sterk denken aan ‘Oliver’s Army’ van het album Armed Forces uit 1979. ‘Paint the Red Rose Blue’, dat als tweede single werd uitgebracht, is een bitterzoete ballade (de enige ballade op dit album) die niet had misstaan op Painted From Memory, het album uit 1998 waarop Costello samenwerkte met Burt Bacharach. De meeste muzikale verwijzingen komen echter uit de eerste drie platen die Costello in de jaren ’70 uitbracht: met wat fantasie weerklinkt in de eerste maten van ‘My Most Beautiful Mistake’ het intro van ‘Alison’ (1977) terwijl het samenspel van drum en bas op ‘Magnificent Hurt’ doet denken aan ‘Pump it Up’ (1978). Waar die oudste albums redelijk rechttoe rechtaan rock-‘n-roll albums waren, met dito productie, kent de moderne Costello-sound een gelaagde productie waarin de akoestische gitaar zich soms een weg naar voren probeert te wurmen tussen de snoeiharde drums, grommende orgels en altijd heldere basgitaar.

Waar de productie complexer is geworden, geldt dat ook voor de songteksten. Elk lied is een losse scène uit een opzichzelfstaand verhaal. De refreinen of tekstuele hooks zijn vaak voldoende duidelijk om een algemene indruk te krijgen van dit verhaal, terwijl de details in de coupletten wat meer aandacht behoeven om de scène volledig in te beelden. Elvis Costello is een schrijver volgens het principe ‘Show, don’t tell’. Door de afzonderlijke handelingen te bezingen in plaats van de overkoepelende actie, en de ik-persoon in het ene lied een jong meisje te laten zijn en in het andere een oudere man, is het soms lastig begrijpen naar welk verhaal je luistert. Er wordt sowieso een hoop vergist op het album: ‘Mistook me For a Friend’ en ‘My Most Beautiful Mistake’ zijn twee titels en in ‘The Difference’, een vader “mistook me, he took me for his spouse”. Als je de beeldspraak dus af en toe mist, of je Costello’s zang soms net niet verstaat in de mix, maak je daarmee als luisteraar goed deel uit van The Boy Named If.

Dit stuk is door mij geschreven voor de EnClave-blog en daar 15 februari 2022 voor het eerst gepubliceerd: Elvis Costello & The Imposters - The Boy Named If - enClave

Ewert and the Two Dragons - Good Man Down (2011)

poster
3,0
Titmeister schreef:
Hoewel ik niet echt van die betiteling houd, zou je dit kunnen zien als de Estse tegenhanger van Mumford & Sons.


Nee, dat vind ik nu totaal niet opgaan.
Mumford & Sons is toch van een hele andere orde. Veel dynamischer en meer 'op de emotie gericht'.
Dit is veel rustiger. Ik vind hun teksten tamelijk nietszeggend en geforceerd overkomen, een beetje van 'als we over uitstervende diersoorten zingen denken ze dat we over de dingen nadenken'.

Echt 'feel good' zou ik dit ook niet noemen: het is over het algemeen allemaal een beetje triestig.
'Folk' vind ik ook niet gepast. Meer typische indie/pop.

Juist de tweede helft van deze plaat (vanaf Sailor Man) vind ik de betere.
Titelplaat Good Man Down is wel een goed nummer en Sailor Man vind ik ook wel fijn. The Rabbit is ook een van de betere nummers op dit album maar die had makkelijk anderhalve minuut korter gekund.
Road To The Hill vind ik dan weer een heel toegankelijk, vrolijk, leuk, up-tempo nummertje.

Sailer Man beschikt in het middenstuk over een interessant instrumentarium en over de gehele linie kan ik al die belletjes en dergelijke in de nummers wel waarderen.
De eerste helft (afgezien van de titelplaat) kan me niet bekoren. De tweede is meer mijn cup of tea.
Falling is helaas weer waardeloos. Het raakt niet en het boeit geen enkele seconde.
You Had Me At Hello is wel weer raak met een instrumentatie die ontleend lijkt uit de progrock en me doet denken aan Hammock met een vleugje Sigur Rós. Een waardige afsluiter die zelfs zeven minuten lang niet verveelt.

Vanwege de mindere eerste helft en de mindere nummers op de tweede helft ga ik voor 3 sterren: het album is weinig coherent met een sound die van het ene op het andere nummer totaal kan verschillen. Ik heb dan zoiets van: make up your mind!