Hier kun je zien welke berichten RoyDeSmet als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
La Belle Époque - La Belle Époque, Volume 1 (2021)

4,0
2
geplaatst: 18 september 2021, 12:33 uur
Nadat Danny van Tiggele begin 2020 Franse film La Belle Époque (2019) bekeek op aanraden van een bandgenoot, was de titel voor zijn nieuwe muzikale project bepaald. In deze film keert een uitgebluste zestiger terug naar de week waarin hij, 40 jaar eerder, zijn grote liefde ontmoette. Muzikaal gezien keert Van Tiggele zelf ook graag terug naar het verleden. Van huis uit is hij liefhebber van muziek uit de jaren ’60, maar hij luistert eigenlijk naar van alles.
In 2013 studeerde Danny van Tiggele af aan de Herman Brood Academie waar hij met drie klasgenoten de folk-geinspireerde indiepop-band Mister and Mississippi vormde. Tegenwoordig is hij gitarist van de garagerockband TOUSCH en speelt hij basgitaar in de livebands van Nederlandse artiesten als Yorick van Norden, Judy Blank en Blaudzun. Voor zijn eigen belle époque keerde Van Tiggele terug naar de demo’s die hij in de afgelopen jaren had opgenomen. Omdat hij nog geen eigen band om zich heen had, leek het hem leuk verschillende muzikanten te vragen waar hij al eens mee had samengewerkt of waar hij wel platen van in de kast had staan, maar nog nooit mee had samengewerkt.
In de Heirloom studio van Tom Broshuis, die van 2013 tot 2018 met Danny van Tiggele in Mister and Mississippi speelde, namen de twee oud-bandgenoten samen de basis van de meeste nummers op. Nadat gitaar, bas en toetsen waren opgenomen, werden vervolgens zangers gezocht die Van Tiggele bij die specifieke track vond passen. Deze werden uitgenodigd om een tekst en melodie te schrijven, en het lied in te zingen. Zij, en andere bevriende muzikanten, speelden vervolgens ook instrumenten in op de nummers van andere artiesten die aan het project meededen. Sommigen van de artiesten die meewerkten zijn voor de hand liggend: Natousch Gerritsen is de frontvrouw van de band TOUSCH waar Van Tiggele in speelt en via zijn rol als bassist in de band van Yorick van Norden is het lijntje met die zanger ook snel gemaakt. Laatstgenoemde doet waar hij goed in is: Yorick van Norden (geb. 1986) roept in ‘Love’s All That Matters’ muzikale herinneringen aan de jaren ’60 op door in de brug van zijn lied geluidseffecten te verwerken die doen denken aan het Pet Sounds-album van The Beach Boys en door in het refrein op elke tel een slag van een stok met bellen te plaatsen. Het recreëren van het geluid van de popklassiekers uit de midden jaren ‘60 is typerend voor de muziek van Yorick van Norden. In de geest van The Beatles (die al zongen dat “love is all you need”), verkondigt hij in zijn lied dat “love’s all that matters”, wat hij de hele laatste minuut van dit tweeënhalve minuut durende lied herhaalt.
Waar de bijdrage van Yorick van Norden niet veel afwijkt van wat we van hem gewend zijn, laat Natousch Gerritsen een ander geluid horen. Het door haar gezongen ‘The Wait’ klinkt een stuk minder puntig dan de twee singles van haar band, TOUSCH. Het is een van de stevigste nummers op het La Belle Époque-album waar de harde drums en gitaren zijn ingekapseld in een psychedelische productie. Passend bij deze muziek, schreef zij ook een wat dromerigere tekst. De tweede single van TOUSCH getiteld ‘Speedracer II’ is een echt energiek garagerock-nummer. ‘The Wait’ is daar in bijna alles een complete tegenhanger van. Toch sluit de duistere sfeer goed aan bij de andere nummers van de band en zou het niet misstaan in de live-set.
Als bassist bij Yorick van Norden heeft Danny van Tiggele meerdere artiesten leren kennen die nu hun bijdrage aan La Belle Époque, Volume 1 hebben geleverd. Zo is de toetsenist in deze band Paul Bond, op wiens aanstaande debuut-EP Van Tiggele op zijn beurt ook meespeelt. Samen schreven zij het lied ‘Stretched Along the Line’ dat door Paul Bond (componist en frontman van Dandelion) gezongen wordt. Met dit lied roept Bond een beeld in mij op van een persoon die zoekt naar betekenis en hoop. Zelf verklaarde Bond dat hij zich voor de tekst van het lied voorstelde dat Jezus Christus in de huidige tijd zou verrijzen. In de traditie van de Amerikaanse westkust-songwriters uit de vroege jaren ’70, schept Bond met zijn woorden herkenbare beelden die een bepaalde sfeer oproepen. Op een manier zoals Iron & Wine die ook vaak toepast, maakt Bond deze sfeer tastbaar door herkenbare details uit de natuur en het alledaagse leven in zijn tekst te benoemen. Zo vergelijkt hij het geluid van een startende auto met het gezang van een blauwe lijster. Volgens mij is dat niet hoe je wilt dat het ontstekingssysteem van je automotor klinkt! In een exclusief gesprek met enClave vertelde Paul dat de gitaarsolo in ‘Stretched Along the Line’ door Anne Soldaat wordt gespeeld. Sinds zijn tiende luistert Paul al naar Anne Soldaat en zijn werk met de band Daryll-Ann. Dat hij nu een solo speelt op zijn nummer, vindt Paul heel bijzonder!
Paul Bond en Danny van Tiggele deelden het podium met Soldaat tijdens tribute-shows ter ere van de 50e verjaardag van het Pet Sounds–album van The Beach Boys en van het Woodstock festival. Vanaf 1990 maakte Soldaat onderdeel uit van de alternatieve-rockband Daryll-Ann. De nestor van de alternatieve Nederlandse popmuziek had, tussen het opnemen van zijn vierde solo-album en het produceren van het nieuwe album van Clean Pete, nog wat tijd over om voor La Belle Époque het lied ‘Before the Chills’ in te zingen. Het was de eerste demo die voor dit album werd opgenomen. Leuk om op te merken, is dat dit lied heel anders klinkt dan de nummers op Soldaat zijn nieuwste solo-album Facts & Fears dat door Pablo van de Poel (DeWolff) werd geproduceerd. Desondanks sluit het lied thematisch wel aan bij de nummers van Facts & Fears. Deze laat Anne Soldaat vaak vertrekken vanuit een wat weemoedige songtekst die de inmiddels 56-jarige songwriter verstopt achter vrolijke popmelodieën. Uiteindelijk krijgen de nummers altijd een hoopvolle twist. Dat is ook het geval in ‘Before the Chills’, waar Soldaat zingt dat er van alles om hem heen verandert en zijn plannen in het water vallen, om te besluiten maar het beste van deze veranderingen proberen te maken.
‘Phase Out’ had volgens Van Tiggele en Tom Broshuis de energie van een live performance nodig. Daarom vroegen ze voornoemde Pablo van de Poel (die tijdens de Woodstock-concerten een ode aan Jimi Hendrix bracht) hen te helpen. In Van de Poels Electrosaurus Southern Sound Studio in Utrecht schreven Van Tiggele en Van de Poel het lied samen af. Om het een ongepolijste feel mee te geven werd de band (Kees Schaper op drums, Gerben Bielderman op bas en Tom Broshuis op elektrische gitaar) niet veel tijd gegund om het lied voor te bereiden. Er werd gekozen voor een psychedelisch geluid met lange gitaarsolo op het eind die de DeWolff-gitarist voor zijn rekening nam. In het persbericht van platenlabel V2 Records – dat op 10 september La Belle Époque, Volume 1 uitbracht – vertelde Pablo van de Poel dat het lied gaat over “de controle die wij denken te hebben als mensheid. Eigenlijk levert dat vaak gigantisch veel stress op terwijl veel van deze zaken uiteindelijk tóch wel gebeuren of juist niet, met of zonder onze inmenging. We hebben nou eenmaal niet alles in de hand en dat is maar goed ook.”
Het volgende lied op het album werd door Danny van Tiggele en Judy Blank samen geschreven op de terugrit van het Plato Planet festival in 2018. ‘Anyone’s Favorite Girl’ gaat over gekke situaties die zij allebei hebben meegemaakt met fans. Het lied wordt gezongen vanuit het perspectief van zo’n fan. Dit levert een ongemakkelijk moment op als Judy Blank in de derde en vierde regel zingt: “I know I’m not supposed to, but I dream of you crying sometimes”. Voor het tijdschrift Gitarist namen Van Tiggele en Tom Broshuis vier video’s op in de Gibson Showroom in Amersfoort waarin zij akoestische versies van de nummers van het La Belle Époque-album spelen. In de video van deze Gibson Sessions met Judy Blank legt zij uit: “Wat ik interessant vind is dat fans vaak het idee hebben dat ze een stukje van jou mogen claimen, puur omdat je in de kijker staat.” Judy Blank werd in 2013 bekend door haar deelname aan het tv-programma De beste singer-songwriter van Nederland en haar muziek is het best te omschrijven als americana. In dit genre zijn de songteksten vaak vrij direct en traditioneel. Wanneer Blank er dan voor kiest om een modern begrip als ‘ghosting’ te verwerken in de vijfde zin van het lied (“I’d never ghost you”), levert dat voor mij één van de meest verrassende momenten op het album op!
Met alle muzikanten die tot nu toe zijn beschreven, speelde Danny van Tiggele al meerdere keren samen. Met de volgende vier muzikanten op het album tot dan toe nog niet zo vaak: Kim Janssen (voormalig The Black Atlantic), Blaudzun (hoewel de twee elkaar al jaren kennen, trad Van Tiggele afgelopen april pas voor het eerst op in zijn liveband), Ruben Hein, en Emil Landman. Het lied waar Kim Janssen de tekst voor schreef en zong, ‘Mickey Mouse March’, is een andere favoriet van mij. Uit dit lied spreekt een gevoel van rusteloosheid wat uitmondt in een zoektocht naar verbondenheid. Daartoe haalt hij zelfs het lijflied van de Mickey Mouse Club aan om aan! In ‘Another Day’ roept Blaudzun het beeld op van twee mensen die tijdens een lange reis in de woestenij in een impasse belanden die zij samen moeten zien door te komen. In het tijdschrift Heaven gaf Van Tiggele aan dat Blaudzun de structuur van dit lied wat heeft aangepast en dat zij het lied samen hebben geproduceerd. Hierdoor klinkt ‘Another Day’ het meest van alle nummers op La Belle Époque, Volume 1 als een solo-nummer van de meewerkende artiest en valt het daardoor misschien een beetje uit de toon.
Het lied dat wordt gezongen door Ruben Hein, ‘Memoirs of a Man’, verschilt heel erg van de jazz-geïnspireerde popmuziek die hij normaal gesproken maakt. Dit in tegenstelling tot ‘Our Hearts Are All The Same’ dat samen met Emil Landman werd geschreven. Na een uitstapje naar de elektronische muziek op zijn laatste album, February, keert Landman met dit lied terug naar het meer organische geluid van zijn eerdere albums. Beide nummers zijn ingetogen, moderne singer-songwriterliedjes. De introspectieve songteksten zullen bij de aandachtige luisteraar in de smaak vallen. Waar Ruben Hein zingt over een man die terugkomt uit een donkere periode, heft Emil Landman een glas en trekt de gevoelens van de man uit ‘Memoirs of a Man’ breder door te stellen dat “our hearts are all the same”.
De meest verrassende namen op La Belle Époque, Volume 1 zijn voor mij die van Marrit van Brummelen en Frank Kooijman. Zij vormen samen het hart van de band Bark en komen uit Den Helder, waar Danny van Tiggele zelf ook opgroeide. Tientallen keren speelden zij samen tijdens jamsessies in Café Pimpandoer. Het laatste lied op het album, ‘Calm, But Still in Motion’, werd door Van Tiggele samen met Frank Kooijman geschreven. Danny van Tiggele schreef de muziek, en Frank Kooijnman de tekst. Marrit van Brummelen neemt het grootste deel van de vocalen voor haar rekening. Het is in de kern een traditioneel americana-lied, maar beperkt zich door de moderne productie niet tot slechts dat ene genre. De kernzin van het lied luidt: “Love is like an ocean: calm, but still in motion”. De treffendheid van deze zin weten de jongere songwriters op dit album niet te evenaren en zorgt zodoende opnieuw voor een hoogtepunt op dit zeer diverse album.
Toen de meeste nummers voor La Belle Époque, Volume 1 waren geschreven, kon Danny van Tiggele een goede inschatting maken van wat het album nog miste. Een uptempo song, gedragen door gitaarrifs zou de ontbrekende schakel zijn. Samen met Marien Dorleijn (van de band Moss) schreef hij het nummer ‘Sanity’. Dorleijn is vaak te vinden in creatieve broedplaats Den Dolder, waar Tom Broshuis zijn studio heeft. Zo wisten de drie elkaar gemakkelijk te vinden. ‘Sanity’ was de eerste single van dit samenwerkingsproject en fungeert als een soort check om te kijken of “we allemaal nog oké zijn, of zijn we helemaal gek aan het worden?”
In de composities op La Belle Époque, Volume 1 zijn de invloeden uit de jaren ’60 en ’70 duidelijk aanwezig, maar initiatiefnemer Danny van Tiggele en producer Tom Broshuis verstaan de hedendaagse muziekscene ook dusdanig, dat dit album heel eigentijds klinkt. De inbreng van elke afzonderlijke artiest die heeft bijgedragen aan dit project zorgt ervoor dat het een gevarieerd album is geworden terwijl de productie van Van Tiggele en Broshuis ervoor zorgt dat het één geheel vormt. In mijn tienerjaren leerde ik veel nieuwe artiesten kennen door befaamde samenwerkingsprojecten als The Concert for Bangladesh en The Last Waltz. Misschien zal La Belle Époque over dertig jaar een vergelijkbare rol vervullen voor mensen die geïnteresseerd zijn in de muziekcultuur van de Nederlandse alternatieve popmuziek aan het begin van deze eeuw.
Dit stuk is door mij geschreven voor de EnClave-blog en daar 18 september voor het eerst gepubliceerd: La Belle Époque, Volume 1 - enClave
In 2013 studeerde Danny van Tiggele af aan de Herman Brood Academie waar hij met drie klasgenoten de folk-geinspireerde indiepop-band Mister and Mississippi vormde. Tegenwoordig is hij gitarist van de garagerockband TOUSCH en speelt hij basgitaar in de livebands van Nederlandse artiesten als Yorick van Norden, Judy Blank en Blaudzun. Voor zijn eigen belle époque keerde Van Tiggele terug naar de demo’s die hij in de afgelopen jaren had opgenomen. Omdat hij nog geen eigen band om zich heen had, leek het hem leuk verschillende muzikanten te vragen waar hij al eens mee had samengewerkt of waar hij wel platen van in de kast had staan, maar nog nooit mee had samengewerkt.
In de Heirloom studio van Tom Broshuis, die van 2013 tot 2018 met Danny van Tiggele in Mister and Mississippi speelde, namen de twee oud-bandgenoten samen de basis van de meeste nummers op. Nadat gitaar, bas en toetsen waren opgenomen, werden vervolgens zangers gezocht die Van Tiggele bij die specifieke track vond passen. Deze werden uitgenodigd om een tekst en melodie te schrijven, en het lied in te zingen. Zij, en andere bevriende muzikanten, speelden vervolgens ook instrumenten in op de nummers van andere artiesten die aan het project meededen. Sommigen van de artiesten die meewerkten zijn voor de hand liggend: Natousch Gerritsen is de frontvrouw van de band TOUSCH waar Van Tiggele in speelt en via zijn rol als bassist in de band van Yorick van Norden is het lijntje met die zanger ook snel gemaakt. Laatstgenoemde doet waar hij goed in is: Yorick van Norden (geb. 1986) roept in ‘Love’s All That Matters’ muzikale herinneringen aan de jaren ’60 op door in de brug van zijn lied geluidseffecten te verwerken die doen denken aan het Pet Sounds-album van The Beach Boys en door in het refrein op elke tel een slag van een stok met bellen te plaatsen. Het recreëren van het geluid van de popklassiekers uit de midden jaren ‘60 is typerend voor de muziek van Yorick van Norden. In de geest van The Beatles (die al zongen dat “love is all you need”), verkondigt hij in zijn lied dat “love’s all that matters”, wat hij de hele laatste minuut van dit tweeënhalve minuut durende lied herhaalt.
Waar de bijdrage van Yorick van Norden niet veel afwijkt van wat we van hem gewend zijn, laat Natousch Gerritsen een ander geluid horen. Het door haar gezongen ‘The Wait’ klinkt een stuk minder puntig dan de twee singles van haar band, TOUSCH. Het is een van de stevigste nummers op het La Belle Époque-album waar de harde drums en gitaren zijn ingekapseld in een psychedelische productie. Passend bij deze muziek, schreef zij ook een wat dromerigere tekst. De tweede single van TOUSCH getiteld ‘Speedracer II’ is een echt energiek garagerock-nummer. ‘The Wait’ is daar in bijna alles een complete tegenhanger van. Toch sluit de duistere sfeer goed aan bij de andere nummers van de band en zou het niet misstaan in de live-set.
Als bassist bij Yorick van Norden heeft Danny van Tiggele meerdere artiesten leren kennen die nu hun bijdrage aan La Belle Époque, Volume 1 hebben geleverd. Zo is de toetsenist in deze band Paul Bond, op wiens aanstaande debuut-EP Van Tiggele op zijn beurt ook meespeelt. Samen schreven zij het lied ‘Stretched Along the Line’ dat door Paul Bond (componist en frontman van Dandelion) gezongen wordt. Met dit lied roept Bond een beeld in mij op van een persoon die zoekt naar betekenis en hoop. Zelf verklaarde Bond dat hij zich voor de tekst van het lied voorstelde dat Jezus Christus in de huidige tijd zou verrijzen. In de traditie van de Amerikaanse westkust-songwriters uit de vroege jaren ’70, schept Bond met zijn woorden herkenbare beelden die een bepaalde sfeer oproepen. Op een manier zoals Iron & Wine die ook vaak toepast, maakt Bond deze sfeer tastbaar door herkenbare details uit de natuur en het alledaagse leven in zijn tekst te benoemen. Zo vergelijkt hij het geluid van een startende auto met het gezang van een blauwe lijster. Volgens mij is dat niet hoe je wilt dat het ontstekingssysteem van je automotor klinkt! In een exclusief gesprek met enClave vertelde Paul dat de gitaarsolo in ‘Stretched Along the Line’ door Anne Soldaat wordt gespeeld. Sinds zijn tiende luistert Paul al naar Anne Soldaat en zijn werk met de band Daryll-Ann. Dat hij nu een solo speelt op zijn nummer, vindt Paul heel bijzonder!
Paul Bond en Danny van Tiggele deelden het podium met Soldaat tijdens tribute-shows ter ere van de 50e verjaardag van het Pet Sounds–album van The Beach Boys en van het Woodstock festival. Vanaf 1990 maakte Soldaat onderdeel uit van de alternatieve-rockband Daryll-Ann. De nestor van de alternatieve Nederlandse popmuziek had, tussen het opnemen van zijn vierde solo-album en het produceren van het nieuwe album van Clean Pete, nog wat tijd over om voor La Belle Époque het lied ‘Before the Chills’ in te zingen. Het was de eerste demo die voor dit album werd opgenomen. Leuk om op te merken, is dat dit lied heel anders klinkt dan de nummers op Soldaat zijn nieuwste solo-album Facts & Fears dat door Pablo van de Poel (DeWolff) werd geproduceerd. Desondanks sluit het lied thematisch wel aan bij de nummers van Facts & Fears. Deze laat Anne Soldaat vaak vertrekken vanuit een wat weemoedige songtekst die de inmiddels 56-jarige songwriter verstopt achter vrolijke popmelodieën. Uiteindelijk krijgen de nummers altijd een hoopvolle twist. Dat is ook het geval in ‘Before the Chills’, waar Soldaat zingt dat er van alles om hem heen verandert en zijn plannen in het water vallen, om te besluiten maar het beste van deze veranderingen proberen te maken.
‘Phase Out’ had volgens Van Tiggele en Tom Broshuis de energie van een live performance nodig. Daarom vroegen ze voornoemde Pablo van de Poel (die tijdens de Woodstock-concerten een ode aan Jimi Hendrix bracht) hen te helpen. In Van de Poels Electrosaurus Southern Sound Studio in Utrecht schreven Van Tiggele en Van de Poel het lied samen af. Om het een ongepolijste feel mee te geven werd de band (Kees Schaper op drums, Gerben Bielderman op bas en Tom Broshuis op elektrische gitaar) niet veel tijd gegund om het lied voor te bereiden. Er werd gekozen voor een psychedelisch geluid met lange gitaarsolo op het eind die de DeWolff-gitarist voor zijn rekening nam. In het persbericht van platenlabel V2 Records – dat op 10 september La Belle Époque, Volume 1 uitbracht – vertelde Pablo van de Poel dat het lied gaat over “de controle die wij denken te hebben als mensheid. Eigenlijk levert dat vaak gigantisch veel stress op terwijl veel van deze zaken uiteindelijk tóch wel gebeuren of juist niet, met of zonder onze inmenging. We hebben nou eenmaal niet alles in de hand en dat is maar goed ook.”
Het volgende lied op het album werd door Danny van Tiggele en Judy Blank samen geschreven op de terugrit van het Plato Planet festival in 2018. ‘Anyone’s Favorite Girl’ gaat over gekke situaties die zij allebei hebben meegemaakt met fans. Het lied wordt gezongen vanuit het perspectief van zo’n fan. Dit levert een ongemakkelijk moment op als Judy Blank in de derde en vierde regel zingt: “I know I’m not supposed to, but I dream of you crying sometimes”. Voor het tijdschrift Gitarist namen Van Tiggele en Tom Broshuis vier video’s op in de Gibson Showroom in Amersfoort waarin zij akoestische versies van de nummers van het La Belle Époque-album spelen. In de video van deze Gibson Sessions met Judy Blank legt zij uit: “Wat ik interessant vind is dat fans vaak het idee hebben dat ze een stukje van jou mogen claimen, puur omdat je in de kijker staat.” Judy Blank werd in 2013 bekend door haar deelname aan het tv-programma De beste singer-songwriter van Nederland en haar muziek is het best te omschrijven als americana. In dit genre zijn de songteksten vaak vrij direct en traditioneel. Wanneer Blank er dan voor kiest om een modern begrip als ‘ghosting’ te verwerken in de vijfde zin van het lied (“I’d never ghost you”), levert dat voor mij één van de meest verrassende momenten op het album op!
Met alle muzikanten die tot nu toe zijn beschreven, speelde Danny van Tiggele al meerdere keren samen. Met de volgende vier muzikanten op het album tot dan toe nog niet zo vaak: Kim Janssen (voormalig The Black Atlantic), Blaudzun (hoewel de twee elkaar al jaren kennen, trad Van Tiggele afgelopen april pas voor het eerst op in zijn liveband), Ruben Hein, en Emil Landman. Het lied waar Kim Janssen de tekst voor schreef en zong, ‘Mickey Mouse March’, is een andere favoriet van mij. Uit dit lied spreekt een gevoel van rusteloosheid wat uitmondt in een zoektocht naar verbondenheid. Daartoe haalt hij zelfs het lijflied van de Mickey Mouse Club aan om aan! In ‘Another Day’ roept Blaudzun het beeld op van twee mensen die tijdens een lange reis in de woestenij in een impasse belanden die zij samen moeten zien door te komen. In het tijdschrift Heaven gaf Van Tiggele aan dat Blaudzun de structuur van dit lied wat heeft aangepast en dat zij het lied samen hebben geproduceerd. Hierdoor klinkt ‘Another Day’ het meest van alle nummers op La Belle Époque, Volume 1 als een solo-nummer van de meewerkende artiest en valt het daardoor misschien een beetje uit de toon.
Het lied dat wordt gezongen door Ruben Hein, ‘Memoirs of a Man’, verschilt heel erg van de jazz-geïnspireerde popmuziek die hij normaal gesproken maakt. Dit in tegenstelling tot ‘Our Hearts Are All The Same’ dat samen met Emil Landman werd geschreven. Na een uitstapje naar de elektronische muziek op zijn laatste album, February, keert Landman met dit lied terug naar het meer organische geluid van zijn eerdere albums. Beide nummers zijn ingetogen, moderne singer-songwriterliedjes. De introspectieve songteksten zullen bij de aandachtige luisteraar in de smaak vallen. Waar Ruben Hein zingt over een man die terugkomt uit een donkere periode, heft Emil Landman een glas en trekt de gevoelens van de man uit ‘Memoirs of a Man’ breder door te stellen dat “our hearts are all the same”.
De meest verrassende namen op La Belle Époque, Volume 1 zijn voor mij die van Marrit van Brummelen en Frank Kooijman. Zij vormen samen het hart van de band Bark en komen uit Den Helder, waar Danny van Tiggele zelf ook opgroeide. Tientallen keren speelden zij samen tijdens jamsessies in Café Pimpandoer. Het laatste lied op het album, ‘Calm, But Still in Motion’, werd door Van Tiggele samen met Frank Kooijman geschreven. Danny van Tiggele schreef de muziek, en Frank Kooijnman de tekst. Marrit van Brummelen neemt het grootste deel van de vocalen voor haar rekening. Het is in de kern een traditioneel americana-lied, maar beperkt zich door de moderne productie niet tot slechts dat ene genre. De kernzin van het lied luidt: “Love is like an ocean: calm, but still in motion”. De treffendheid van deze zin weten de jongere songwriters op dit album niet te evenaren en zorgt zodoende opnieuw voor een hoogtepunt op dit zeer diverse album.
Toen de meeste nummers voor La Belle Époque, Volume 1 waren geschreven, kon Danny van Tiggele een goede inschatting maken van wat het album nog miste. Een uptempo song, gedragen door gitaarrifs zou de ontbrekende schakel zijn. Samen met Marien Dorleijn (van de band Moss) schreef hij het nummer ‘Sanity’. Dorleijn is vaak te vinden in creatieve broedplaats Den Dolder, waar Tom Broshuis zijn studio heeft. Zo wisten de drie elkaar gemakkelijk te vinden. ‘Sanity’ was de eerste single van dit samenwerkingsproject en fungeert als een soort check om te kijken of “we allemaal nog oké zijn, of zijn we helemaal gek aan het worden?”
In de composities op La Belle Époque, Volume 1 zijn de invloeden uit de jaren ’60 en ’70 duidelijk aanwezig, maar initiatiefnemer Danny van Tiggele en producer Tom Broshuis verstaan de hedendaagse muziekscene ook dusdanig, dat dit album heel eigentijds klinkt. De inbreng van elke afzonderlijke artiest die heeft bijgedragen aan dit project zorgt ervoor dat het een gevarieerd album is geworden terwijl de productie van Van Tiggele en Broshuis ervoor zorgt dat het één geheel vormt. In mijn tienerjaren leerde ik veel nieuwe artiesten kennen door befaamde samenwerkingsprojecten als The Concert for Bangladesh en The Last Waltz. Misschien zal La Belle Époque over dertig jaar een vergelijkbare rol vervullen voor mensen die geïnteresseerd zijn in de muziekcultuur van de Nederlandse alternatieve popmuziek aan het begin van deze eeuw.
Dit stuk is door mij geschreven voor de EnClave-blog en daar 18 september voor het eerst gepubliceerd: La Belle Époque, Volume 1 - enClave
Lady of the Sunshine - Smoking Gun (2009)

2,0
0
geplaatst: 21 juli 2012, 00:04 uur
Na me recent te hebben gestort op Angus' nieuwe plaat Broken Brights heb ik deze weer eens opgezet.
Ik moet zeggen dat hij me een stuk minder bevalt dan Broken Brights, en ook dan het materiaal met zijn zus.
De nummers raken me geenszins. Zowel qua muziek, sfeer en tekst niet. Het is ook vaak erg repetitief.
Het eerste hoogtepuntje van dit album komt pas van 3:15 tot 4:15 op het nummer Home Sweet Home. We horen hier kindertjes zingen zoals we dat herkennen van A&JS-song 'Another Day'. Als je hoopte dat na anderhalf nietszeggend nummer het niveau terugkomt, kom je bedrogen uit.
'White Rose Parade' begint interessant met elektrische gitaar, maar al gauw merk je dat het niet is waar je op hoopte. Een middelmatig rocknummer. Interessant? Zeker, voor twee keer, omdat het anders is dan we gewend zijn, maar Angus is beter in het maken van relaxte folkliedjes dan vuige rockplaten.
Daarnaast is Angus zonder achtergrondzang van zus Julia lang niet zo interessant. Neem bijvoorbeeld het volgende nummer, Jack Nimble. Opzich is het een aardig lied, maar vijf minuten is véél te lang voor dit nummer. Toegegeven, Julia had dit waarschijnlijk ook niet kunnen redden, maar het gebrek aan Julia wordt op Big Jet Plane toch wel duidelijk. Overigens is dat hele nummer een vreemde eend in de bijt tussen de drie hardere nummers. Vooral zo vlak voor Smoking Gun is het tamelijk vreemd.
Het versterkt het contrast alleen maar meer, en het geeft des te meer aan dat dit geen lieve Angus & Julia Stone-muziek is.
Smoking Gun zelf,... is aardig, maar heel eentonig. Dat is het voornaamste probleem met dit album: het is allemaal heel eentonig. Ook bij Daisychain vind ik het in het begin heel eentonig. De refreinen en drums hebben iets dat doet terugverlangen naar de tijd met zijn zus, maar veel meer doet het ook niet.
The Wolf is wel een fijn lied, maar direct na het luisteren weet ik niet meer hoe het lied ging, en dat heb ik bij alle liedjes. Het komt gewoon niet binnen.
Het gitaarloopje Anna doet me aan 'The Loner' van Neil Young denken. Of dat gegrond is kan ik zo echter niet verifiëren.
Kings Black Magic vind ik onbeschaamd rotzooi. Onsamenhangend.
Lady Sunshine is wel fijn. Misschien zelfs een beetje in de stijl van Broken Lights waar hij destijds misschien al rustig in zijn hoofd mee bezig was.
Samengevat: Angus kan zich beter bezig houden met relaxte folkliedjes zoals hij dat met zijn zus deed, en gelukkig ook doet op zijn nieuwe album Broken Brights. Een rocker is hij niet, en hij heeft een goed stel muzikanten nodig om zijn platen te redden. Het wordt heel snel heel eentonig en zowel qua teksten als muziek hoef je op deze plaat geen meesterwerken te verwachten. Het is muziek die me behoorlijk koud laat. Onsamenhangend, weinig gevarieerd, gewoon niet interessant. Het ene oor in, het andere oor uit. Ik zie niet in waarom ik dit een half jaar geleden nog 3,5 ster gaf.
Ik moet zeggen dat hij me een stuk minder bevalt dan Broken Brights, en ook dan het materiaal met zijn zus.
De nummers raken me geenszins. Zowel qua muziek, sfeer en tekst niet. Het is ook vaak erg repetitief.
Het eerste hoogtepuntje van dit album komt pas van 3:15 tot 4:15 op het nummer Home Sweet Home. We horen hier kindertjes zingen zoals we dat herkennen van A&JS-song 'Another Day'. Als je hoopte dat na anderhalf nietszeggend nummer het niveau terugkomt, kom je bedrogen uit.
'White Rose Parade' begint interessant met elektrische gitaar, maar al gauw merk je dat het niet is waar je op hoopte. Een middelmatig rocknummer. Interessant? Zeker, voor twee keer, omdat het anders is dan we gewend zijn, maar Angus is beter in het maken van relaxte folkliedjes dan vuige rockplaten.
Daarnaast is Angus zonder achtergrondzang van zus Julia lang niet zo interessant. Neem bijvoorbeeld het volgende nummer, Jack Nimble. Opzich is het een aardig lied, maar vijf minuten is véél te lang voor dit nummer. Toegegeven, Julia had dit waarschijnlijk ook niet kunnen redden, maar het gebrek aan Julia wordt op Big Jet Plane toch wel duidelijk. Overigens is dat hele nummer een vreemde eend in de bijt tussen de drie hardere nummers. Vooral zo vlak voor Smoking Gun is het tamelijk vreemd.
Het versterkt het contrast alleen maar meer, en het geeft des te meer aan dat dit geen lieve Angus & Julia Stone-muziek is.
Smoking Gun zelf,... is aardig, maar heel eentonig. Dat is het voornaamste probleem met dit album: het is allemaal heel eentonig. Ook bij Daisychain vind ik het in het begin heel eentonig. De refreinen en drums hebben iets dat doet terugverlangen naar de tijd met zijn zus, maar veel meer doet het ook niet.
The Wolf is wel een fijn lied, maar direct na het luisteren weet ik niet meer hoe het lied ging, en dat heb ik bij alle liedjes. Het komt gewoon niet binnen.
Het gitaarloopje Anna doet me aan 'The Loner' van Neil Young denken. Of dat gegrond is kan ik zo echter niet verifiëren.
Kings Black Magic vind ik onbeschaamd rotzooi. Onsamenhangend.
Lady Sunshine is wel fijn. Misschien zelfs een beetje in de stijl van Broken Lights waar hij destijds misschien al rustig in zijn hoofd mee bezig was.
Samengevat: Angus kan zich beter bezig houden met relaxte folkliedjes zoals hij dat met zijn zus deed, en gelukkig ook doet op zijn nieuwe album Broken Brights. Een rocker is hij niet, en hij heeft een goed stel muzikanten nodig om zijn platen te redden. Het wordt heel snel heel eentonig en zowel qua teksten als muziek hoef je op deze plaat geen meesterwerken te verwachten. Het is muziek die me behoorlijk koud laat. Onsamenhangend, weinig gevarieerd, gewoon niet interessant. Het ene oor in, het andere oor uit. Ik zie niet in waarom ik dit een half jaar geleden nog 3,5 ster gaf.
Laura Marling - A Creature I Don't Know (2011)

3,5
0
geplaatst: 4 september 2011, 00:12 uur
Laura Marling heeft ons al verrast met twee prachtige platen.
En nu komt haar derde album uit waarmee ze een iets andere richting mee ingaat.
Iets duisterder, maar ook met vlagen heel opgewekt.
Ik bespeur hier en daar een beetje country wat dit uiteindelijk tot een mooie mix maakt.
Eerder zei ik dat 'Rest In The Bed' en 'Don't Ask Me Why' niet zulk een grote verandering ten opzichte van haar eerdere werk was. Gelukkig maar, want deze nummers zorgen ervoor dat het de Laura Marling nog is die we kennen.
Prachtige nieuwe nummers als 'Night after night' en 'Sophia' staan er op deze nieuwe CD die in een net iets andere stijl zijn als het oudere werk.
Net als het prachtige -en mijn persoonlijke favoriet - 'Salinas' dat heel mooi overvloeit vanuit het eerdergenoemde 'Don't Ask Me Why'.
Een medley die het oudere werk heel mooi verbindt met het nieuwe werk.
Laura heeft op deze plaat een hele goede band achter haar die de plaat inkleuren met cello, bas, toetsen, mandoline en drums.
Tekstueel vind ik deze plaat tot nu toe iets minder dan de voorgangers, maar daar kan ik natuurlijk nog niet veel van zeggen omdat ik het album pas één keer geluisterd heb.
De single 'Sophia' is een heel sterk nummer dat ook de geest van dit album mooi te pakken heeft.
Het begint rustig, wordt drukker en is zowel vrolijk als mysterieus en duister.
Het is een perfecte afspiegeling van het album. Het album is zowel opgewekt als duister.
Ik krijg het gevoel alsof het gaat over opkruipen na een wat mindere periode.
Voorlopig geef ik deze plaat 4 sterren en dat wordt misschien nog 4.5 als ik de echte CD heb.
En nu komt haar derde album uit waarmee ze een iets andere richting mee ingaat.
Iets duisterder, maar ook met vlagen heel opgewekt.
Ik bespeur hier en daar een beetje country wat dit uiteindelijk tot een mooie mix maakt.
Eerder zei ik dat 'Rest In The Bed' en 'Don't Ask Me Why' niet zulk een grote verandering ten opzichte van haar eerdere werk was. Gelukkig maar, want deze nummers zorgen ervoor dat het de Laura Marling nog is die we kennen.
Prachtige nieuwe nummers als 'Night after night' en 'Sophia' staan er op deze nieuwe CD die in een net iets andere stijl zijn als het oudere werk.
Net als het prachtige -en mijn persoonlijke favoriet - 'Salinas' dat heel mooi overvloeit vanuit het eerdergenoemde 'Don't Ask Me Why'.
Een medley die het oudere werk heel mooi verbindt met het nieuwe werk.
Laura heeft op deze plaat een hele goede band achter haar die de plaat inkleuren met cello, bas, toetsen, mandoline en drums.
Tekstueel vind ik deze plaat tot nu toe iets minder dan de voorgangers, maar daar kan ik natuurlijk nog niet veel van zeggen omdat ik het album pas één keer geluisterd heb.
De single 'Sophia' is een heel sterk nummer dat ook de geest van dit album mooi te pakken heeft.
Het begint rustig, wordt drukker en is zowel vrolijk als mysterieus en duister.
Het is een perfecte afspiegeling van het album. Het album is zowel opgewekt als duister.
Ik krijg het gevoel alsof het gaat over opkruipen na een wat mindere periode.
Voorlopig geef ik deze plaat 4 sterren en dat wordt misschien nog 4.5 als ik de echte CD heb.
Laura Marling - I Speak Because I Can (2010)

4,0
0
geplaatst: 16 maart 2012, 15:13 uur
Ik zie dat ik op dit album nog niet had gecomment.
Ik vind deze mooier dan de opvolger.
Iets rijker qua instrumentatie. Wat 'toegankelijker' ook, op een bepaalde manier.
Het is allemaal wat makkelijker te bevatten.
Heerlijke teksten. Laura is echt een enorm talent.
Heerlijke luistermuziek.
De rol van haar achtergrondzangeres en cellist vind ik ook heel mooi uitgewerkt op dit album.
Ik vind deze mooier dan de opvolger.
Iets rijker qua instrumentatie. Wat 'toegankelijker' ook, op een bepaalde manier.
Het is allemaal wat makkelijker te bevatten.
Heerlijke teksten. Laura is echt een enorm talent.
Heerlijke luistermuziek.
De rol van haar achtergrondzangeres en cellist vind ik ook heel mooi uitgewerkt op dit album.
Laura Marling - Once I Was an Eagle (2013)

4,5
0
geplaatst: 21 mei 2013, 16:14 uur
Ik zal laag inzetten.
Toen de eerste vijf nummers openbaar kwamen vond ik eigenlijk al dat de individuele nummers onderdeden voor het concept. Hiermee bedoel ik dat het een cool idee was om een 'medley' te maken, en dat dit goed klonk, maar dat de nummers waaruit die medley bestond afzonderlijk niet zo fantastisch waren.
Het volgende nummer, Master Hunter, was overigens wel gelijk raak.
Ieder die de korte film 'When Brave Bird Saved' vooraf heeft gezien zal het zijn opgevallen dat er Indische invloeden merkbaar zijn op dit album. Nu ik het hele album twee keer beluisterd heb kan ik zeggen dat die lijn zich doorzet.
Afijn. Na 'Master Hunter' komt er een rustig lied en dan is er opeens 'Devil's Resting Place' waar er doubletracking op haar stem lijkt te hebben plaatsgevonden. Als enige nummer op het album met dit effect is dat een vreemde eend in de bijt. Verder is het overigens wel een goed nummer!
Verder in het album menen we loopjes te herkennen van eerder in het album. Noem het eenheid creëren, maar ik denk dat het feit dat ik weinig nummers heb onthouden er misschien voor spreekt dat ze die nummers misschien beter had kunnen samenvoegen. Een album van ruim een uur lijkt nog niet weg te zijn gelegd voor Laura.
Natuurlijk staan er niet alleen 'niemendalletjes' op. Nummers als 'Pray For Me', 'Love Be Brave' en 'When Were You Happy?' verdienen van mij een extra plek in het zonnetje. Deze zijn wel van kwaliteit, maar de kwaliteit van afzonderlijke nummers ligt voor mij nu nog niet zo hoog als op haar vorige albums.
Toen de eerste vijf nummers openbaar kwamen vond ik eigenlijk al dat de individuele nummers onderdeden voor het concept. Hiermee bedoel ik dat het een cool idee was om een 'medley' te maken, en dat dit goed klonk, maar dat de nummers waaruit die medley bestond afzonderlijk niet zo fantastisch waren.
Het volgende nummer, Master Hunter, was overigens wel gelijk raak.
Ieder die de korte film 'When Brave Bird Saved' vooraf heeft gezien zal het zijn opgevallen dat er Indische invloeden merkbaar zijn op dit album. Nu ik het hele album twee keer beluisterd heb kan ik zeggen dat die lijn zich doorzet.
Afijn. Na 'Master Hunter' komt er een rustig lied en dan is er opeens 'Devil's Resting Place' waar er doubletracking op haar stem lijkt te hebben plaatsgevonden. Als enige nummer op het album met dit effect is dat een vreemde eend in de bijt. Verder is het overigens wel een goed nummer!
Verder in het album menen we loopjes te herkennen van eerder in het album. Noem het eenheid creëren, maar ik denk dat het feit dat ik weinig nummers heb onthouden er misschien voor spreekt dat ze die nummers misschien beter had kunnen samenvoegen. Een album van ruim een uur lijkt nog niet weg te zijn gelegd voor Laura.
Natuurlijk staan er niet alleen 'niemendalletjes' op. Nummers als 'Pray For Me', 'Love Be Brave' en 'When Were You Happy?' verdienen van mij een extra plek in het zonnetje. Deze zijn wel van kwaliteit, maar de kwaliteit van afzonderlijke nummers ligt voor mij nu nog niet zo hoog als op haar vorige albums.
Leo Nocentelli - Another Side (2021)

1
geplaatst: 25 juli 2022, 12:19 uur
Het verhaal achter Leo Nocentelli’s album Another Side doet denken aan dat van ‘Sugar Man’ Sixto Rodriguez – de slooparbeider die zonder het te weten een status als legendarische artiest genoot in Zuid-Afrika. Het lijkt ook op het verhaal van Linda Perhacs, de mondhygiëniste wier muzikale carrière begin deze eeuw nieuw leven werd ingeblazen door Devendra Banhart. Hij haalde haar enige album, Parallelograms, ruim 30 jaar na het verschijnen uit de vergetelheid en nam vervolgens nieuwe muziek met haar op. Een week geleden vertelde mijn collega Ricardo mij het verhaal van het verloren gewaande solo-debuut van The Meters-gitarist Leo Nocentelli. Hij bracht me vervolgens in contact met de producer die een premaster van het album maakte om aan Nocentelli zelf te laten horen.
Ik sprak over Another Side met producer en geluidstechnicus Mario Caldato Jr., die meer dan tien jaar lang het geluid van de Beastie Boys mee hielp bepalen en daarnaast veel samenwerkte met artiesten als Beck, Blur, Seu Jorge en Zack de la Rocha (Rage Against the Machine). Mario vertelde mij dat hij van een vriend, muziekverzamelaar Mike Nishita, onaangekondigd foto’s kreeg toegestuurd van dozen vol tapes die op de Roadium openluchtmarkt in Torrance, California werden verkocht. De verkoper had de 16 dozen opgekocht tijdens een veiling van opslagboxen in Los Angeles en op de tapes stonden namen van artiesten als Dr. John, Lee Dorsey, Allen Toussaint en The Meters. “Koop ze allemaal!” antwoordde Caldato meteen. Hij herkende namelijk de naam van Allen Toussaint’s Sea-Saint studio in New Orleans op de labels en wist dat deze dozen uit de privécollectie van de invloedrijke muzikant, arrangeur, producer en studiobaas kwamen. Een tweede geïnteresseerde wilde gaan bieden, maar de verkoper hield zich aan de prijsafspraak die hij met Nishita had. Voor 100 dollar per doos gingen de 673 tapes met hem mee.
Nishita en Caldato spitten samen door de dozen: “Er waren twee of drie dozen met materiaal uit New Orleans. Originele meersporenbanden, maar er zaten ook afgemixte quarter-inch tapes tussen.” Als grote fans van The Meters, trokken de quarter-inch tapes met de naam van Nocentelli direct hun aandacht. Ze namen deze tapes mee naar Caldato’s studio om ze te kunnen beluisteren. “Het eerste lied dat we hoorden was ‘Thinking of the Day’. Ik werd weggeblazen door de kwaliteit van het geluid! De magneetbanden waren op lage snelheid beschreven waardoor er veel detail op de tapes is vastgelegd.” Als gitarist van The Meters staat Nocentelli bekend als één van de beste funkgitaristen ter wereld. Op de tapes troffen Nishita en Caldato echter grotendeels akoestische liedjes aan. Over ‘Thinking of the Day’ zei Caldato: “Het is zo’n lied dat recht uit zijn hart komt!”. Uiteindelijk vonden ze tien nummers die Nocentelli waarschijnlijk allemaal in 1971 opnam, hoewel Caldato vermoedt dat sommige opnames uit de jaren kort daaropvolgend stammen. Negen hiervan zijn eigen composities waarin heel duidelijk is te horen dat Nocentelli zich in deze periode liet inspireren door de muziek van James Taylor. Dit is terug te horen in de gitaarloopjes, alsook in de introspectieve teksten. Het tiende lied was een soulvolle cover van Elton John’s ‘Your Song’. “Het zijn demo’s; er zitten nog foutjes in. Ik denk dat deze tapes bedoeld waren als referentiemateriaal voor de muzikanten om thuis naar te luisteren en zo te bedenken hoe ze de nummers beter konden produceren. Sommige nummers zijn in mono opgenomen en andere in stereo. Wat ik heb gedaan, is een volgorde van de tracks bepalen en ik heb de nummers een beetje bewerkt om ze beter op elkaar aan te laten sluiten. Er zijn geen overdubs toegevoegd. Ik heb alleen misschien wat meer ruimte in de opnames gebracht. De mix die je hoort is ook hoe die destijds door Allen Toussaint is gemaakt.”
Via vrienden en bekenden wisten Mike Nishita en Mario Caldato Jr. uiteindelijk in contact te komen met Leo Nocentelli zelf. Als midden-twintiger schreef hij deze nummers in de periode dat zijn band, The Meters, even zonder platencontract zat. Twee van zijn bandgenoten, gitarist George Porter Jr. en drummer Zigaboo Modeliste, spelen op sommige nummers mee. Op andere nummers drumt New Orleans jazz-legende James N. Black. Allen Toussaint speelt op enkele nummers piano. Het resultaat is een eclectische mengelmoes van ingetogen americana, rhythm-and-blues en funky folk.
Toen The Meters een nieuw platencontract kregen, werd dit soloproject op de plank gelegd. The Meters speelden onder andere nog mee op het album In The Right Place (1973) van Dr. John en nadat de groep in 1980 uit elkaar ging, bleef Leo Nocentelli met Allen Toussaint samenwerken als sessiemuzikant voor onder andere Etta James en Patti Labelle. Nocentelli’s eigen exemplaar van de Another Side-tapes was hij al jaren kwijt. Toen hij Caldato’s premaster te horen kreeg, had hij de opnames al ruim 25 jaar niet meer gehoord! Toen de Sea-Saint studio in 2005 werd verwoest door orkaan Katrina, nam Nocentelli aan dat de originele tapes verloren waren gegaan.
Dat het album ruim 40 jaar na dato alsnog is teruggevonden, mag een klein wonder heten. Ik vroeg Mario Caldato hoe kwetsbaar dit soort tapes zijn.“Tape is een analoge datadrager. Als je het goed op kamertemperatuur bewaart, en het niet in contact laat komen met vocht en voorkomt dat het uitdroogt in het zonlicht, is het eigenlijk ontzettend sterk. Sommige tapes die Mike (Nishita) toen opkocht, zijn al meer dan 60 jaar oud en klinken nog fantastisch!” De tapes van Leo Nocentelli’s Another Side hebben jaren in een opslag in Los Angeles gelegen. Dat ze daar vanuit het archief van Sea-Saint op tijd terecht zijn gekomen voor Katrina, is misschien toevallig. Dat ze jaren later op een openluchtmarkt in de handen van Mike Nishita kwamen, die de contacten had om het album zoveel jaar later af te maken om alsnog uitgebracht te worden, is puur geluk.
---
Dit stuk is door mij geschreven voor de EnClave-blog en daar 23 juli 2022 voor het eerst gepubliceerd: Leo Nocentelli - Another Side - enClave
Ik sprak over Another Side met producer en geluidstechnicus Mario Caldato Jr., die meer dan tien jaar lang het geluid van de Beastie Boys mee hielp bepalen en daarnaast veel samenwerkte met artiesten als Beck, Blur, Seu Jorge en Zack de la Rocha (Rage Against the Machine). Mario vertelde mij dat hij van een vriend, muziekverzamelaar Mike Nishita, onaangekondigd foto’s kreeg toegestuurd van dozen vol tapes die op de Roadium openluchtmarkt in Torrance, California werden verkocht. De verkoper had de 16 dozen opgekocht tijdens een veiling van opslagboxen in Los Angeles en op de tapes stonden namen van artiesten als Dr. John, Lee Dorsey, Allen Toussaint en The Meters. “Koop ze allemaal!” antwoordde Caldato meteen. Hij herkende namelijk de naam van Allen Toussaint’s Sea-Saint studio in New Orleans op de labels en wist dat deze dozen uit de privécollectie van de invloedrijke muzikant, arrangeur, producer en studiobaas kwamen. Een tweede geïnteresseerde wilde gaan bieden, maar de verkoper hield zich aan de prijsafspraak die hij met Nishita had. Voor 100 dollar per doos gingen de 673 tapes met hem mee.
Nishita en Caldato spitten samen door de dozen: “Er waren twee of drie dozen met materiaal uit New Orleans. Originele meersporenbanden, maar er zaten ook afgemixte quarter-inch tapes tussen.” Als grote fans van The Meters, trokken de quarter-inch tapes met de naam van Nocentelli direct hun aandacht. Ze namen deze tapes mee naar Caldato’s studio om ze te kunnen beluisteren. “Het eerste lied dat we hoorden was ‘Thinking of the Day’. Ik werd weggeblazen door de kwaliteit van het geluid! De magneetbanden waren op lage snelheid beschreven waardoor er veel detail op de tapes is vastgelegd.” Als gitarist van The Meters staat Nocentelli bekend als één van de beste funkgitaristen ter wereld. Op de tapes troffen Nishita en Caldato echter grotendeels akoestische liedjes aan. Over ‘Thinking of the Day’ zei Caldato: “Het is zo’n lied dat recht uit zijn hart komt!”. Uiteindelijk vonden ze tien nummers die Nocentelli waarschijnlijk allemaal in 1971 opnam, hoewel Caldato vermoedt dat sommige opnames uit de jaren kort daaropvolgend stammen. Negen hiervan zijn eigen composities waarin heel duidelijk is te horen dat Nocentelli zich in deze periode liet inspireren door de muziek van James Taylor. Dit is terug te horen in de gitaarloopjes, alsook in de introspectieve teksten. Het tiende lied was een soulvolle cover van Elton John’s ‘Your Song’. “Het zijn demo’s; er zitten nog foutjes in. Ik denk dat deze tapes bedoeld waren als referentiemateriaal voor de muzikanten om thuis naar te luisteren en zo te bedenken hoe ze de nummers beter konden produceren. Sommige nummers zijn in mono opgenomen en andere in stereo. Wat ik heb gedaan, is een volgorde van de tracks bepalen en ik heb de nummers een beetje bewerkt om ze beter op elkaar aan te laten sluiten. Er zijn geen overdubs toegevoegd. Ik heb alleen misschien wat meer ruimte in de opnames gebracht. De mix die je hoort is ook hoe die destijds door Allen Toussaint is gemaakt.”
Via vrienden en bekenden wisten Mike Nishita en Mario Caldato Jr. uiteindelijk in contact te komen met Leo Nocentelli zelf. Als midden-twintiger schreef hij deze nummers in de periode dat zijn band, The Meters, even zonder platencontract zat. Twee van zijn bandgenoten, gitarist George Porter Jr. en drummer Zigaboo Modeliste, spelen op sommige nummers mee. Op andere nummers drumt New Orleans jazz-legende James N. Black. Allen Toussaint speelt op enkele nummers piano. Het resultaat is een eclectische mengelmoes van ingetogen americana, rhythm-and-blues en funky folk.
Toen The Meters een nieuw platencontract kregen, werd dit soloproject op de plank gelegd. The Meters speelden onder andere nog mee op het album In The Right Place (1973) van Dr. John en nadat de groep in 1980 uit elkaar ging, bleef Leo Nocentelli met Allen Toussaint samenwerken als sessiemuzikant voor onder andere Etta James en Patti Labelle. Nocentelli’s eigen exemplaar van de Another Side-tapes was hij al jaren kwijt. Toen hij Caldato’s premaster te horen kreeg, had hij de opnames al ruim 25 jaar niet meer gehoord! Toen de Sea-Saint studio in 2005 werd verwoest door orkaan Katrina, nam Nocentelli aan dat de originele tapes verloren waren gegaan.
Dat het album ruim 40 jaar na dato alsnog is teruggevonden, mag een klein wonder heten. Ik vroeg Mario Caldato hoe kwetsbaar dit soort tapes zijn.“Tape is een analoge datadrager. Als je het goed op kamertemperatuur bewaart, en het niet in contact laat komen met vocht en voorkomt dat het uitdroogt in het zonlicht, is het eigenlijk ontzettend sterk. Sommige tapes die Mike (Nishita) toen opkocht, zijn al meer dan 60 jaar oud en klinken nog fantastisch!” De tapes van Leo Nocentelli’s Another Side hebben jaren in een opslag in Los Angeles gelegen. Dat ze daar vanuit het archief van Sea-Saint op tijd terecht zijn gekomen voor Katrina, is misschien toevallig. Dat ze jaren later op een openluchtmarkt in de handen van Mike Nishita kwamen, die de contacten had om het album zoveel jaar later af te maken om alsnog uitgebracht te worden, is puur geluk.
---
Dit stuk is door mij geschreven voor de EnClave-blog en daar 23 juli 2022 voor het eerst gepubliceerd: Leo Nocentelli - Another Side - enClave
Leonard Cohen - Thanks for the Dance (2019)

4,0
1
geplaatst: 31 december 2019, 16:43 uur
"I intend to live forever" zei Leonard Cohen in oktober 2016, een week voor zijn album You Want It Darker uitkwam en drie weken voor hij overleed. Tijdens de opnamesessies voor You Want It Darker nam Leonard ook al vocals op voor andere nummers. Nummers die hij niet bleek af te kunnen maken. De afgelopen drie jaar heeft Leonard's zoon, Adam Cohen, deze laatste opnames van zijn vader afgemaakt met de hulp van muzikanten met wie Leonard zelf ook veelvuldig samenwerkte. You Want It Darker was al gitzwart en ging heel erg over Leonard's aanstaande overlijden. Thanks For The Dance is een ode aan het leven en een prachtige afsluiter van het ouevre van Leonard Cohen.
Linda Perhacs - The Soul of All Natural Things (2014)

3,5
0
geplaatst: 8 maart 2014, 19:36 uur
Voor een vrouw van deze leeftijd klinkt dit ontzettend modern. Dat zal ook voor een deel te danken zijn aan Sufjan Stevens (plaat is uitgekomen op zijn label) en Devandra Banhardt (die haar enkele jaren geleden bekend maakte bij het grotere publiek). Toch voelt dit niet zo treffend als Paralellograms. Die plaat wist de tijdsgeest zó goed te pakken en was tegelijkertijd vernieuwend.
Bij deze... weet ik het nog net niet.
Bij deze... weet ik het nog net niet.
Lord Huron - Long Lost (2021)

4,0
3
geplaatst: 3 augustus 2021, 18:14 uur
In 2018 zag ik Lord Huron in TivoliVredenburg. Dit optreden stond in het teken van de release van hun derde album, Vide Noir, drie maanden later. Ik had kaartjes gekocht omdat ik de dromerige americana-muziek van de twee eerdere albums goed vond, maar met de nieuwe nummers bleek de band een grote stap richting rockmuziek te hebben gezet. Vide Noir liet ik daarom links liggen, net als de maandelijkse streaming show van Lord Huron, die afgelopen december werd aangekondigd.
Toen in februari en maart 2021 twee nieuwe singles uitkwamen, werd ik toch nieuwsgierig. ‘Not Dead Yet’ en ‘Mine Forever’ klonken weer als vanouds. Akoestische gitaren, strijkers en een flinke dosis galm zorgden voor het warme geluid van de eerste twee albums. Daarom werd mijn interesse in het aanstaande vierde album, Long Lost, toch gewekt.
Op 21 mei 2021 kwam het album uit. Net als de vorige twee albums, nam Lord Huron dit nieuwe album op in Whispering Pines, de studio die zij in 2014 kochten. Op dat moment was de studio al vijfentwintig jaar verlaten. Volgens de leden van Lord Huron huizen er muzikale geesten in het pand die af en toe in de opnames doorklinken. De band heeft de geschiedenis van hun studio (nog) niet geheel boven water kunnen krijgen. Zo vertelde frontman Ben Schneider in 2014 nog dat ze uit een betrouwbare bron hadden vernomen dat de studio gebouwd zou zijn voor Sam Cooke die in 1964 werd vermoord voordat de studio werd opgeleverd. Tegenwoordig houden ze de vroege jaren ’70 aan als bouwdatum. Omdat het pand niet te vinden is in de oude stadsregisters van Los Angeles, heeft de band zelf een geschiedenis bedacht voor de Whispering Pines studio. Zo zou de studio het kloppend hart geweest zijn van een vroegere platenmaatschappij, Whispering Pines Records. Deze indrukwekkende mythevorming rond de studio en deze fictieve platenmaatschappij vormden de basis voor Long Lost.
Het idee is dat lang vergeten artiesten in de Whispering Pines studio hun albums opnamen, net als de soundtracks van “geliefde films als Gun Thunder en L’île Cosmique”. Met het verstrijken van de tijd zijn die artiesten en films echter in de vergetelheid geraakt. Daarom worden zij in de vierdelige streaming show Alive from Whispering Pines door de (fictieve) oprichter van Whispering Pines Records, Tubbs Tarbell, in herinnering geroepen. Alleen zijn deze herinneringen door de tijd vervaagd en zijn alle gezichten op de foto’s en in de video’s weggeveegd en van de albumhoezen weggesleten.
Alive from Whispering Pines bracht de fictieve geschiedenis naar de echte wereld. De nummers van de ‘lang verloren’ muzikanten van Whispering Pines Records, zijn de nummers van Long Lost. Over het openingslied van het album, ‘The Moon doesn’t Mind’, vertelt Lord Huron-frontman Ben Schneider aan Flood Magazine dat hij zich voorstelt dat het aan het eind van de Westernfilm Gun Thunder gespeeld wordt: “een droevig cowboydeuntje dat een tragisch verhaal bevat over tegenspoed in het Oude Westen”. Doordat dit lied klinkt alsof het op een oude bandrecorder is opgenomen, creëert het gelijk de nostalgische sfeer die past bij de mythevorming rond het oude Whispering Pines Records.
Over het tweede lied op het album, ‘Mine Forever’, vertelde Ben Schneider bij de The Late Late Show with James Corden, dat het is geschreven vanuit het perspectief van iemand die waanvoorstellingen heeft met betrekking tot een relatie waarvan hij weigert te accepteren dat die voorbij is. Dat neemt behoorlijk obsessieve vormen aan. Vertaald in het Nederlands luidt de brug van het lied: “Ik kan niet slapen zonder jou. Misschien kan ik over je dromen als ik in mijn graf lig. […] Ik wil niet sterven, maar ik kan niet zonder jou leven. Ik ben te jong om te sterven! […] We zullen altijd samen zijn. In gedachten ben je eeuwig de mijne”. Op het album herinnert Tubbs Tarbell ons na dit nummer in een gesproken interlude eraan dat Long Lost gezien moet worden als een bloemlezing van de artiesten die vroeger in de Whispering Pines studio hebben opgenomen: “Now folks, from what I hear this young fella comin’ up next is one helluva performer. So without any further delay, let’s see what he can do!”.
Van meerdere passages op het album kan ik me voorstellen dat ze je een contactverbod zouden opleveren wanneer je ze direct tegen iemand zegt in plaats zingt. Zeker bij de volgende twee nummers, ‘Love Me Like You Used To’ en ‘Meet me in the City’, bekruipt mij het gevoel alsof ik naar de Amerikaanse Tino Martin of Nielson aan het luisteren ben. Net als in ‘Jij Liet me Vallen’ (Tino Martin) en ‘IJskoud’ (Nielson) lijken de ik-personen in deze nummers namelijk niet te willen beseffen dat de mening en de gevoelens van de ander er in een relatie ook nog toe doen. In het tweede couplet van ‘Love Me Like You Used To’ geeft de zanger toe fouten gemaakt te hebben, maar bezweert hij te zijn veranderd. Ze heeft hem nog niet eens binnengelaten, of hij vraagt al: “Will you let me lay beside you? Will you grant me my request?”. Ook het refrein heeft iets disfunctioneels: “Love me like you used to and I’ll praise you like I should. Love me if you choose to, though you say that I’m no good”. In ‘Meet me in the City’ draagt hij ‘zijn liefste’ letterlijk op haar partner te verlaten en hem in de stad te ontmoeten. Gelukkig is het allemaal ‘niet echt’.
Na een nieuwe interlude van Tubbs (“Alright, and what would you like to sing for us tonight?”) volgen vijf nummers waarin rijkelijk wordt verwezen naar liedjes, personages en verhalen van de eerdere Lord Huron-albums. De pastorale beschrijvingen van een leven in de vrije natuur op titeltrack ‘Long Lost’ wekken herinneringen op aan de dromerige sfeer van de eerste twee albums. Een verwijzing die het fictieve Lord Huron-universum ontstijgt maar juist verwijst naar de band zelf, is wanneer in ‘Where Did the Time Go’ wordt gezongen “May you learn the reasons why. May you live until you die.” Lord Huron werd in 2017 namelijk plots wereldwijd geliefd nadat hun lied “The Night we Met” een belangrijke rol speelde in het eerste seizoen van de Netflix-serie 13 Reasons Why. In ‘Meet me in the City’ werd deze verwijzing al voorbereid in het eerste couplet met de zin “Put on the dress you wore the night we met”.
“May you live until you die” is de zin waar Tubbs Tarbell elke aflevering van Alive from Whispering Pines mee afsloot. De oorspronkelijke artiesten van Whispering Pines Records zijn inmiddels overleden of in ieder geval vergeten, maar Lord Huron is ‘Not Dead Yet’. Long Lost is meer dan een album. Het geeft een inkijkje in een alternatieve dimensie. Het wordt afgesloten met ‘Time’s Blur’, een 14-minuten durende soundscape die is opgebouwd uit de geïsoleerde sporen van de strijkinstrumenten en koorstemmen welke met een analoge bandrecorder sterk zijn vertraagd. Dit sluitstuk stelt de vervaging voor die de verstrijkende tijd met zich meebrengt, zoals in de grafische uitingen alle gezichten door de tijd zijn uitgeveegd. Lord Huron geeft met Long Lost opnieuw een gezicht aan Whispering Pines zodat deze geschiedenis niet vergeten wordt. May you live until you die!
Dit stuk is door mij geschreven voor de EnClave-blog en daar op 3 augustus 2021 voor het eerst gepubliceerd: Lord Huron – ‘Long Lost‘ - enClave
Toen in februari en maart 2021 twee nieuwe singles uitkwamen, werd ik toch nieuwsgierig. ‘Not Dead Yet’ en ‘Mine Forever’ klonken weer als vanouds. Akoestische gitaren, strijkers en een flinke dosis galm zorgden voor het warme geluid van de eerste twee albums. Daarom werd mijn interesse in het aanstaande vierde album, Long Lost, toch gewekt.
Op 21 mei 2021 kwam het album uit. Net als de vorige twee albums, nam Lord Huron dit nieuwe album op in Whispering Pines, de studio die zij in 2014 kochten. Op dat moment was de studio al vijfentwintig jaar verlaten. Volgens de leden van Lord Huron huizen er muzikale geesten in het pand die af en toe in de opnames doorklinken. De band heeft de geschiedenis van hun studio (nog) niet geheel boven water kunnen krijgen. Zo vertelde frontman Ben Schneider in 2014 nog dat ze uit een betrouwbare bron hadden vernomen dat de studio gebouwd zou zijn voor Sam Cooke die in 1964 werd vermoord voordat de studio werd opgeleverd. Tegenwoordig houden ze de vroege jaren ’70 aan als bouwdatum. Omdat het pand niet te vinden is in de oude stadsregisters van Los Angeles, heeft de band zelf een geschiedenis bedacht voor de Whispering Pines studio. Zo zou de studio het kloppend hart geweest zijn van een vroegere platenmaatschappij, Whispering Pines Records. Deze indrukwekkende mythevorming rond de studio en deze fictieve platenmaatschappij vormden de basis voor Long Lost.
Het idee is dat lang vergeten artiesten in de Whispering Pines studio hun albums opnamen, net als de soundtracks van “geliefde films als Gun Thunder en L’île Cosmique”. Met het verstrijken van de tijd zijn die artiesten en films echter in de vergetelheid geraakt. Daarom worden zij in de vierdelige streaming show Alive from Whispering Pines door de (fictieve) oprichter van Whispering Pines Records, Tubbs Tarbell, in herinnering geroepen. Alleen zijn deze herinneringen door de tijd vervaagd en zijn alle gezichten op de foto’s en in de video’s weggeveegd en van de albumhoezen weggesleten.
Alive from Whispering Pines bracht de fictieve geschiedenis naar de echte wereld. De nummers van de ‘lang verloren’ muzikanten van Whispering Pines Records, zijn de nummers van Long Lost. Over het openingslied van het album, ‘The Moon doesn’t Mind’, vertelt Lord Huron-frontman Ben Schneider aan Flood Magazine dat hij zich voorstelt dat het aan het eind van de Westernfilm Gun Thunder gespeeld wordt: “een droevig cowboydeuntje dat een tragisch verhaal bevat over tegenspoed in het Oude Westen”. Doordat dit lied klinkt alsof het op een oude bandrecorder is opgenomen, creëert het gelijk de nostalgische sfeer die past bij de mythevorming rond het oude Whispering Pines Records.
Over het tweede lied op het album, ‘Mine Forever’, vertelde Ben Schneider bij de The Late Late Show with James Corden, dat het is geschreven vanuit het perspectief van iemand die waanvoorstellingen heeft met betrekking tot een relatie waarvan hij weigert te accepteren dat die voorbij is. Dat neemt behoorlijk obsessieve vormen aan. Vertaald in het Nederlands luidt de brug van het lied: “Ik kan niet slapen zonder jou. Misschien kan ik over je dromen als ik in mijn graf lig. […] Ik wil niet sterven, maar ik kan niet zonder jou leven. Ik ben te jong om te sterven! […] We zullen altijd samen zijn. In gedachten ben je eeuwig de mijne”. Op het album herinnert Tubbs Tarbell ons na dit nummer in een gesproken interlude eraan dat Long Lost gezien moet worden als een bloemlezing van de artiesten die vroeger in de Whispering Pines studio hebben opgenomen: “Now folks, from what I hear this young fella comin’ up next is one helluva performer. So without any further delay, let’s see what he can do!”.
Van meerdere passages op het album kan ik me voorstellen dat ze je een contactverbod zouden opleveren wanneer je ze direct tegen iemand zegt in plaats zingt. Zeker bij de volgende twee nummers, ‘Love Me Like You Used To’ en ‘Meet me in the City’, bekruipt mij het gevoel alsof ik naar de Amerikaanse Tino Martin of Nielson aan het luisteren ben. Net als in ‘Jij Liet me Vallen’ (Tino Martin) en ‘IJskoud’ (Nielson) lijken de ik-personen in deze nummers namelijk niet te willen beseffen dat de mening en de gevoelens van de ander er in een relatie ook nog toe doen. In het tweede couplet van ‘Love Me Like You Used To’ geeft de zanger toe fouten gemaakt te hebben, maar bezweert hij te zijn veranderd. Ze heeft hem nog niet eens binnengelaten, of hij vraagt al: “Will you let me lay beside you? Will you grant me my request?”. Ook het refrein heeft iets disfunctioneels: “Love me like you used to and I’ll praise you like I should. Love me if you choose to, though you say that I’m no good”. In ‘Meet me in the City’ draagt hij ‘zijn liefste’ letterlijk op haar partner te verlaten en hem in de stad te ontmoeten. Gelukkig is het allemaal ‘niet echt’.
Na een nieuwe interlude van Tubbs (“Alright, and what would you like to sing for us tonight?”) volgen vijf nummers waarin rijkelijk wordt verwezen naar liedjes, personages en verhalen van de eerdere Lord Huron-albums. De pastorale beschrijvingen van een leven in de vrije natuur op titeltrack ‘Long Lost’ wekken herinneringen op aan de dromerige sfeer van de eerste twee albums. Een verwijzing die het fictieve Lord Huron-universum ontstijgt maar juist verwijst naar de band zelf, is wanneer in ‘Where Did the Time Go’ wordt gezongen “May you learn the reasons why. May you live until you die.” Lord Huron werd in 2017 namelijk plots wereldwijd geliefd nadat hun lied “The Night we Met” een belangrijke rol speelde in het eerste seizoen van de Netflix-serie 13 Reasons Why. In ‘Meet me in the City’ werd deze verwijzing al voorbereid in het eerste couplet met de zin “Put on the dress you wore the night we met”.
“May you live until you die” is de zin waar Tubbs Tarbell elke aflevering van Alive from Whispering Pines mee afsloot. De oorspronkelijke artiesten van Whispering Pines Records zijn inmiddels overleden of in ieder geval vergeten, maar Lord Huron is ‘Not Dead Yet’. Long Lost is meer dan een album. Het geeft een inkijkje in een alternatieve dimensie. Het wordt afgesloten met ‘Time’s Blur’, een 14-minuten durende soundscape die is opgebouwd uit de geïsoleerde sporen van de strijkinstrumenten en koorstemmen welke met een analoge bandrecorder sterk zijn vertraagd. Dit sluitstuk stelt de vervaging voor die de verstrijkende tijd met zich meebrengt, zoals in de grafische uitingen alle gezichten door de tijd zijn uitgeveegd. Lord Huron geeft met Long Lost opnieuw een gezicht aan Whispering Pines zodat deze geschiedenis niet vergeten wordt. May you live until you die!
Dit stuk is door mij geschreven voor de EnClave-blog en daar op 3 augustus 2021 voor het eerst gepubliceerd: Lord Huron – ‘Long Lost‘ - enClave
Lou Reed - Transformer (1972)

4,0
0
geplaatst: 15 september 2011, 20:12 uur
Lekker album met een aantal klassiekers: Vicious, Perfect Day, Walk On The Wild Side, Satellite Of Love
en dan die prachtige backing vocals van David Bowie...
Er staan ook wat 'mindere' nummers op. Ik zou ze niet minder noemen, maar anders.
Geen klassiekers, maar wel leuke nummers.
Ik heb ook na de Classic Albums-aflevering meer waardering gekregen voor dit album.
Zeker voor het laatste nummer, dat geloof ik een favoriet van Bowie was.
en dan die prachtige backing vocals van David Bowie...
Er staan ook wat 'mindere' nummers op. Ik zou ze niet minder noemen, maar anders.
Geen klassiekers, maar wel leuke nummers.
Ik heb ook na de Classic Albums-aflevering meer waardering gekregen voor dit album.
Zeker voor het laatste nummer, dat geloof ik een favoriet van Bowie was.
Love - Forever Changes (1967)

5,0
0
geplaatst: 15 april 2013, 20:26 uur
En dit album komt op 2 binnen in mijn top 10!
De eerste keer dat ik dit album beluisterde, enkele jaren geleden, snapte ik niet zo goed wat hier nu goed aan was
maar toen ik het laatst nog eens opzette voelde alles gelijk vertrouwd.
De plaatjes zijn wonderschoon. Zowel qua tekst als muzikale productie.
De eerste dag dat ik het weer eens beluisterde heb ik het gelijk vier keer beluisterd die dag: ik wilde het gewoon nog een keer horen. En nog een keer. En het verveelde niet. Integendeel!
Nog steeds luister ik het elke dag minstens één keer, en ik geloof niet dat ik dat ooit eerder heb gehad met een album!
De eerste keer dat ik dit album beluisterde, enkele jaren geleden, snapte ik niet zo goed wat hier nu goed aan was
maar toen ik het laatst nog eens opzette voelde alles gelijk vertrouwd.
De plaatjes zijn wonderschoon. Zowel qua tekst als muzikale productie.
De eerste dag dat ik het weer eens beluisterde heb ik het gelijk vier keer beluisterd die dag: ik wilde het gewoon nog een keer horen. En nog een keer. En het verveelde niet. Integendeel!
Nog steeds luister ik het elke dag minstens één keer, en ik geloof niet dat ik dat ooit eerder heb gehad met een album!
Lucky Fonz III - All of Amsterdam (2013)

1,5
0
geplaatst: 14 augustus 2013, 16:19 uur
Even drie keer slikken als je eigenlijk alleen Hoe Je Honing Maakt kent van deze derde generatie "Fons de Mazzelpik" kent. Binnen Nederland kan ik zo snel niet iets opnoemen in deze stijl. Ergens luistert het naar de "MAX" EP van Case Mayfield. Niet zo vreemd: het zijn maatjes van het Amsterdam Songwriters Guild. Binnen deze stijl is het eigenlijk heel matig en nergens verrassend of vernieuwend. Dat is niet altijd nodig, maar wel jammer. Leuk om een keer naar te luisteren, maar nodigt niet zozeer uit tot een volgende luisterbeurt.
