Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
X - Smoke & Fiction (2024)

4,0
1
geplaatst: 7 augustus 2024, 16:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: X - Smoke & Fiction - dekrentenuitdepop.blogspot.com
X - Smoke & Fiction
De Amerikaanse punkband X vind het na ruim 45 jaar genoeg, maar gaat er uit met een knal, want wat is hun vermeende zwanenzang Smoke & Fiction een fris, energiek en geïnspireerd klinkend album geworden
Er zijn niet veel bands die aan het eind van de jaren 70 zijn opgericht en nog altijd energiek klinken. De punkband X doet het wel op het album Smoke & Fiction dat volgens de band zelf echt het allerlaatste album is. De band is na al die jaren de punk nog altijd trouw. Smoke & Fiction bevat vooral energieke en punky songs, die er in een flink tempo doorheen worden gejaagd. De leden van de band kunnen echter wel spelen en ook de zang op het album is uitstekend. De punk van X klinkt heerlijk melodieus en zoekt hier en daar de grenzen op door een vleugje Americana toe te voegen, maar Smoke & Fiction verdient ook absoluut het predicaat punk. Het levert een mooi en waardig afscheid op.
De Amerikaanse band X werd in 1977 opgericht en moet worden gerekend tot een van de vaandeldragers van de punkscene van Los Angeles. De band ontstond toen bassist, zanger en songwriter John Doe (echte naam: John Nommensen Duchac) kennis had gemaakt met de New Yorkse punkscene in het algemeen en de muziek van The Ramones in het bijzonder en zelf dit soort muziek wilde maken.
Hij vond medestanders in gitarist Billy Zoom (echte naam: Ty Kindell) en zangeres Exene Cervenka (echte naam: Christine Cervenkova). De band versleet een aantal drummers, tot in 1978 D.J. Bonebrake opdook en de ultieme bezetting van X een feit was. De band maakte sindsdien een aardig stapeltje albums, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit naar een album van X heb geluisterd. Ik ken voorman John Doe daarentegen wel als singer-songwriter, want in die hoedanigheid overtrof hij de productie van X.
Gelukkig ben ik nog net op tijd voor het afscheidsfeestje van X, want de band bracht deze week naar eigen zeggen haar allerlaatste album uit. Smoke & Fiction kreeg met name in de Verenigde Staten opvallend goede recensies en hoewel ik nog maar zelden naar punk luister, werd ik door alle lovende woorden toch nieuwsgierig naar de verrichtingen van de mij tot dusver onbekende band.
De leden van X hebben de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels bereikt, maar klinken op het nieuwe album van hun band nog verrassend fris. Smoke & Fiction opent met flink wat energie en alles wat je verwacht bij punk, al klinkt X wel duidelijk anders dan de punkbands die ik me herinner uit de late jaren 70.
De ritmesectie beukt er lekker op los, de gitaarriffs zijn eenvoudig maar trefzeker en de zang is lekker ruw en energiek, maar vergeleken met de bands uit de begindagen van de punk, klinken zowel de muziek als de zang op het album van X wel wat beter. De punky songs van de band zijn rauw, maar ook opvallend melodieus en dit geldt ook voor de zang van John Doe en Exene Cervenka die elkaar op fraaie wijze aanvullen en versterken.
Ik was na de twee punky songs aan het begin van het album eigenlijk direct gecharmeerd van de muziek van X, maar de band kan meer. In de derde track schuift de band wat op richting de Amerikaanse rootsmuziek die John Doe zo goed kent en ook in deze track spreken het gitaarwerk en de fraai bij elkaar passende stemmen van John Doe en Exene Cervenka zeer tot de verbeelding.
De leden van de band zijn inmiddels misschien aardig op leeftijd, maar dat is niet te horen op Smoke & Fiction dat tien songs lang fris en geïnspireerd klinkt. Na een klein half uurtje zit het er al weer op, maar in dat half uurtje krijgt je humeur en je energieniveau een flinke boost.
De liefde voor de muziek van The Ramones is nog altijd hoorbaar in de songs van X, maar de band uit Los Angeles doet inmiddels wel haar eigen ding met de invloeden uit het verleden en klinkt hierdoor een stuk veelzijdiger dan de grote voorbeelden van weleer.
Het besluit om na een aantal decennia te stoppen met X zullen we moeten accepteren, maar als ik naar Smoke & Fiction luister hoor ik een band die nog wel even mee kan. Ik heb meer dan veertig jaar een blinde vlek gehad voor de muziek van X, maar ben blij dat ik desondanks ben uitgenodigd voor dit zeer geslaagde afscheidsfeestje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: X - Smoke & Fiction - dekrentenuitdepop.blogspot.com
X - Smoke & Fiction
De Amerikaanse punkband X vind het na ruim 45 jaar genoeg, maar gaat er uit met een knal, want wat is hun vermeende zwanenzang Smoke & Fiction een fris, energiek en geïnspireerd klinkend album geworden
Er zijn niet veel bands die aan het eind van de jaren 70 zijn opgericht en nog altijd energiek klinken. De punkband X doet het wel op het album Smoke & Fiction dat volgens de band zelf echt het allerlaatste album is. De band is na al die jaren de punk nog altijd trouw. Smoke & Fiction bevat vooral energieke en punky songs, die er in een flink tempo doorheen worden gejaagd. De leden van de band kunnen echter wel spelen en ook de zang op het album is uitstekend. De punk van X klinkt heerlijk melodieus en zoekt hier en daar de grenzen op door een vleugje Americana toe te voegen, maar Smoke & Fiction verdient ook absoluut het predicaat punk. Het levert een mooi en waardig afscheid op.
De Amerikaanse band X werd in 1977 opgericht en moet worden gerekend tot een van de vaandeldragers van de punkscene van Los Angeles. De band ontstond toen bassist, zanger en songwriter John Doe (echte naam: John Nommensen Duchac) kennis had gemaakt met de New Yorkse punkscene in het algemeen en de muziek van The Ramones in het bijzonder en zelf dit soort muziek wilde maken.
Hij vond medestanders in gitarist Billy Zoom (echte naam: Ty Kindell) en zangeres Exene Cervenka (echte naam: Christine Cervenkova). De band versleet een aantal drummers, tot in 1978 D.J. Bonebrake opdook en de ultieme bezetting van X een feit was. De band maakte sindsdien een aardig stapeltje albums, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit naar een album van X heb geluisterd. Ik ken voorman John Doe daarentegen wel als singer-songwriter, want in die hoedanigheid overtrof hij de productie van X.
Gelukkig ben ik nog net op tijd voor het afscheidsfeestje van X, want de band bracht deze week naar eigen zeggen haar allerlaatste album uit. Smoke & Fiction kreeg met name in de Verenigde Staten opvallend goede recensies en hoewel ik nog maar zelden naar punk luister, werd ik door alle lovende woorden toch nieuwsgierig naar de verrichtingen van de mij tot dusver onbekende band.
De leden van X hebben de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels bereikt, maar klinken op het nieuwe album van hun band nog verrassend fris. Smoke & Fiction opent met flink wat energie en alles wat je verwacht bij punk, al klinkt X wel duidelijk anders dan de punkbands die ik me herinner uit de late jaren 70.
De ritmesectie beukt er lekker op los, de gitaarriffs zijn eenvoudig maar trefzeker en de zang is lekker ruw en energiek, maar vergeleken met de bands uit de begindagen van de punk, klinken zowel de muziek als de zang op het album van X wel wat beter. De punky songs van de band zijn rauw, maar ook opvallend melodieus en dit geldt ook voor de zang van John Doe en Exene Cervenka die elkaar op fraaie wijze aanvullen en versterken.
Ik was na de twee punky songs aan het begin van het album eigenlijk direct gecharmeerd van de muziek van X, maar de band kan meer. In de derde track schuift de band wat op richting de Amerikaanse rootsmuziek die John Doe zo goed kent en ook in deze track spreken het gitaarwerk en de fraai bij elkaar passende stemmen van John Doe en Exene Cervenka zeer tot de verbeelding.
De leden van de band zijn inmiddels misschien aardig op leeftijd, maar dat is niet te horen op Smoke & Fiction dat tien songs lang fris en geïnspireerd klinkt. Na een klein half uurtje zit het er al weer op, maar in dat half uurtje krijgt je humeur en je energieniveau een flinke boost.
De liefde voor de muziek van The Ramones is nog altijd hoorbaar in de songs van X, maar de band uit Los Angeles doet inmiddels wel haar eigen ding met de invloeden uit het verleden en klinkt hierdoor een stuk veelzijdiger dan de grote voorbeelden van weleer.
Het besluit om na een aantal decennia te stoppen met X zullen we moeten accepteren, maar als ik naar Smoke & Fiction luister hoor ik een band die nog wel even mee kan. Ik heb meer dan veertig jaar een blinde vlek gehad voor de muziek van X, maar ben blij dat ik desondanks ben uitgenodigd voor dit zeer geslaagde afscheidsfeestje. Erwin Zijleman
Xan Tyler & Dusty Stray - Home (2025)
Alternatieve titel: 2025

4,0
0
geplaatst: 8 december 2025, 07:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Xan Tyler & Dusty Stray - Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Xan Tyler & Dusty Stray - Home
De Amerikaanse muzikant Jonathan Brown maakt al heel wat jaren uitstekende albums onder de naam Dusty Stray en werkt op het nieuwe album Home samen met Xan Tyler, wat een sober maar mooi album oplevert
Ik moet iedere keer weer gewezen worden op nieuwe muziek van de in Amsterdam wonende Amerikaanse muzikant Jonathan Brown, maar de albums die hij maakt onder de naam Dusty Stray stellen me nooit teleur. Op het vorige maand verschenen Home werkt Jonathan Brown als Dusty Stray samen met de Schotse muzikante Xan Tyler en dat levert een fraai album op. Het is een sober of zelfs Spartaans klinkend album, waarop naast de stemmen van de twee vooral een akoestische gitaar is te horen. Home klinkt hierdoor als een folkalbum en het is een folkalbum van het intieme en spaarzaam ingekleurde soort. Er zijn niet veel muzikanten die een album als Home durven te maken, maar Dusty Stray en Xan Tyler doen het op zeer geslaagde wijze.
Dusty Stray is inmiddels al heel wat jaren een vaste gast op de krenten uit de pop. Het project van de Amerikaanse muzikant Jonathan Brown, die overigens al vele jaren in Amsterdam woont, maakte de afgelopen zestien jaar zes uitstekende albums, met Estranged uit 2018 en Fire Place uit 2023 als mijn favoriete albums, maar de andere albums van Dusty Stray doen er nauwelijks voor onder.
De muziek van Dusty Stray is over het algemeen folky en vaak wat melancholisch van aard, maar Jonathan Brown voorziet zijn songs ook altijd van fraaie arrangementen, die ik in mijn recensie van zijn vorige album omschreef als afwisselend Dylanesque en Beatlesque. De albums van Dusty Stray worden helaas nog altijd niet in brede kring opgemerkt, maar als ze worden opgepikt krijgt de Amerikaanse muzikant lovende recensies en terecht.
Omdat de muziek van Dusty Stray ook na zes albums nog relatief onbekend is, zie ik nieuwe albums makkelijk over het hoofd, maar gelukkig houdt Jonathan Brown me sinds jaar en dag op de hoogte van zijn muzikale verrichtingen. Niet zo lang geleden kwam hij weer op de lijn vanwege de release van het zevende album van Dusty Stray. Home verscheen een maand geleden en is een album dat weer iets moois toevoegt aan het fraaie oeuvre van de Amerikaanse muzikant.
Het is overigens geen album van Dusty Stray alleen, want de van oorsprong Texaanse muzikant maakte zijn nieuwe album samen met de Schotse muzikante Xan Tyler, die ook met haar naam op de cover staat. Jonathan Brown en Xan Tyler begonnen met het gezamenlijk muziek maken tijdens de coronapandemie, toen ze elkaar muziek stuurden en dit combineerden tot songs.
Home ligt door de samenwerking met Xan Tyler maar deels in het verlengde van de vorige albums van Dusty Stray. Dat hoor je natuurlijk in de zang, waarin de stemmen van de twee muzikanten worden gecombineerd. De stemmen van Xan Tyler en Jonathan Brown passen prachtig bij elkaar en weten elkaar te versterken.
Veel meer dan hun stem hebben de twee niet nodig, want Home is uiterst spaarzaam ingekleurd met het grootste deel van de tijd alleen een akoestische gitaar. Ik hou zelf wel van een wat voller geluid en een uit meerdere lagen bestaande productie, maar ik ben desondanks zeer gecharmeerd van het album van Xan Tyler en Dusty Stray.
Het is niet zo eenvoudig om met slechts een akoestische gitaar en twee stemmen indruk te maken, maar de Schotse muzikante en de Amerikaanse muzikant doen het. Ondanks het sobere en pure karakter van de songs op Home is het album bovendien zeker niet eenvormig en het is ook absoluut geen album dat je na één keer beluisteren wel gehoord hebt.
Jonathan Brown vermaakte op het vorige album van Dusty Stray nog met mooie arrangementen, maar heeft de songs op Home samen met zijn Schotse metgezel teruggebracht tot de essentie. Het levert een puur en intiem album op, dat misschien niet heel makkelijk de aandacht trekt, maar dat absoluut de moeite waard is.
Ik ben heel benieuwd hoe de stemmen van de twee het doen in wat voller gekleurde songs, zoals die op het vorige album van Dusty Stray, maar dit sobere uitstapje misstaat absoluut niet in het oeuvre van Dusty Stray en het is een oeuvre dat zo langzamerhand wel wat meer bekendheid verdient. Misschien handig om als nieuwkomer eerst naar de vorige twee albums te luisteren, maar vergeet Home vervolgens zeker niet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Xan Tyler & Dusty Stray - Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Xan Tyler & Dusty Stray - Home
De Amerikaanse muzikant Jonathan Brown maakt al heel wat jaren uitstekende albums onder de naam Dusty Stray en werkt op het nieuwe album Home samen met Xan Tyler, wat een sober maar mooi album oplevert
Ik moet iedere keer weer gewezen worden op nieuwe muziek van de in Amsterdam wonende Amerikaanse muzikant Jonathan Brown, maar de albums die hij maakt onder de naam Dusty Stray stellen me nooit teleur. Op het vorige maand verschenen Home werkt Jonathan Brown als Dusty Stray samen met de Schotse muzikante Xan Tyler en dat levert een fraai album op. Het is een sober of zelfs Spartaans klinkend album, waarop naast de stemmen van de twee vooral een akoestische gitaar is te horen. Home klinkt hierdoor als een folkalbum en het is een folkalbum van het intieme en spaarzaam ingekleurde soort. Er zijn niet veel muzikanten die een album als Home durven te maken, maar Dusty Stray en Xan Tyler doen het op zeer geslaagde wijze.
Dusty Stray is inmiddels al heel wat jaren een vaste gast op de krenten uit de pop. Het project van de Amerikaanse muzikant Jonathan Brown, die overigens al vele jaren in Amsterdam woont, maakte de afgelopen zestien jaar zes uitstekende albums, met Estranged uit 2018 en Fire Place uit 2023 als mijn favoriete albums, maar de andere albums van Dusty Stray doen er nauwelijks voor onder.
De muziek van Dusty Stray is over het algemeen folky en vaak wat melancholisch van aard, maar Jonathan Brown voorziet zijn songs ook altijd van fraaie arrangementen, die ik in mijn recensie van zijn vorige album omschreef als afwisselend Dylanesque en Beatlesque. De albums van Dusty Stray worden helaas nog altijd niet in brede kring opgemerkt, maar als ze worden opgepikt krijgt de Amerikaanse muzikant lovende recensies en terecht.
Omdat de muziek van Dusty Stray ook na zes albums nog relatief onbekend is, zie ik nieuwe albums makkelijk over het hoofd, maar gelukkig houdt Jonathan Brown me sinds jaar en dag op de hoogte van zijn muzikale verrichtingen. Niet zo lang geleden kwam hij weer op de lijn vanwege de release van het zevende album van Dusty Stray. Home verscheen een maand geleden en is een album dat weer iets moois toevoegt aan het fraaie oeuvre van de Amerikaanse muzikant.
Het is overigens geen album van Dusty Stray alleen, want de van oorsprong Texaanse muzikant maakte zijn nieuwe album samen met de Schotse muzikante Xan Tyler, die ook met haar naam op de cover staat. Jonathan Brown en Xan Tyler begonnen met het gezamenlijk muziek maken tijdens de coronapandemie, toen ze elkaar muziek stuurden en dit combineerden tot songs.
Home ligt door de samenwerking met Xan Tyler maar deels in het verlengde van de vorige albums van Dusty Stray. Dat hoor je natuurlijk in de zang, waarin de stemmen van de twee muzikanten worden gecombineerd. De stemmen van Xan Tyler en Jonathan Brown passen prachtig bij elkaar en weten elkaar te versterken.
Veel meer dan hun stem hebben de twee niet nodig, want Home is uiterst spaarzaam ingekleurd met het grootste deel van de tijd alleen een akoestische gitaar. Ik hou zelf wel van een wat voller geluid en een uit meerdere lagen bestaande productie, maar ik ben desondanks zeer gecharmeerd van het album van Xan Tyler en Dusty Stray.
Het is niet zo eenvoudig om met slechts een akoestische gitaar en twee stemmen indruk te maken, maar de Schotse muzikante en de Amerikaanse muzikant doen het. Ondanks het sobere en pure karakter van de songs op Home is het album bovendien zeker niet eenvormig en het is ook absoluut geen album dat je na één keer beluisteren wel gehoord hebt.
Jonathan Brown vermaakte op het vorige album van Dusty Stray nog met mooie arrangementen, maar heeft de songs op Home samen met zijn Schotse metgezel teruggebracht tot de essentie. Het levert een puur en intiem album op, dat misschien niet heel makkelijk de aandacht trekt, maar dat absoluut de moeite waard is.
Ik ben heel benieuwd hoe de stemmen van de twee het doen in wat voller gekleurde songs, zoals die op het vorige album van Dusty Stray, maar dit sobere uitstapje misstaat absoluut niet in het oeuvre van Dusty Stray en het is een oeuvre dat zo langzamerhand wel wat meer bekendheid verdient. Misschien handig om als nieuwkomer eerst naar de vorige twee albums te luisteren, maar vergeet Home vervolgens zeker niet. Erwin Zijleman
Xenia Rubinos - Black Terry Cat (2016)

4,0
0
geplaatst: 18 juli 2016, 15:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Xenia Rubinos - Black Terry Cat - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse muzikante Xenia Rubinos wordt op allmusic.com in de hokjes ‘alternative, indierock’, jazzrock, ‘alternative R&B’, ‘alternative singer-songwriter’ en indie-electronic geduwd.
Dat zijn hokjes die ik nauwelijks met elkaar kan verenigen, maar na beluistering van Black Terry Cat kan ik alleen maar concluderen dat de Amerikaanse muzieksite het bij het juiste eind heeft.
De tweede plaat van Xenia Rubinos is hierdoor een plaat waar je tegen moet kunnen. Ik werd in eerste instantie wel wat nerveus van de veelheid aan stijlen en de vele verassende wendingen op de plaat, maar Black Terry Cat is ook een plaat die zich steeds meer opdringt en die steeds meer respect afdwingt.
Met haar tweede plaat manoeuvreert de muzikante uit Brooklyn zich ergens tussen de geniale platen van tUnE-yArDs en Janelle Monáe in en roept ze bovendien herinneringen op aan het legendarische debuut van Lauryn Hill.
De muziek van Xenia Rubinos schuurt aan de oppervlakte tegen de in artistiek opzicht interessantere R&B aan, maar de inkleuring van de songs is over het algemeen ver van de R&B verwijderd en citeert afwisselend uit de jazz, de elektronica en de rock.
Het zijn songs die op het eerste gehoor flink tegen de haren instrijken door de tegendraadse instrumentatie en zeker niet de makkelijkste vocalen, maar wanneer je eenmaal gewend bent aan het bijzondere geluid van Xenia Rubinos valt er steeds meer op zijn plaats.
Allmusic.com is overigens nog voorzichtig geweest met het verzinnen van hokjes waar de muziek van Xenia Rubinos met enige fantasie in kan worden geduwd, want Black Terry Cat past ook best in de hokjes soul, hip-hop, avant-garde en graait ook nog wat bij elkaar uit de Latin en de muziek uit het Caribisch gebied. Het is in het begin zoveel dat het je duizelt, maar het vreemde is dat Black Terry Cat na enige gewenning een plaat is met verrassend veel stilte en ruimte.
Makkelijk is het allemaal zeker niet, want de Amerikaanse muzikante experimenteert er samen met producer Marco Buccelli (die overigens ook verantwoordelijk is voor het geweldige drumwerk op de plaat) driftig op los. Ook hier geldt echter dat gewenning wonderen doet. Wat bij eerste beluistering nog een vervreemdende uitwerking heeft, verleidt na meerdere luisterbeurten meedogenloos.
Het is nog altijd geen muziek die ik iedere dag wil horen, maar wanneer ik muziek wil horen die vrij durft te experimenteren maar de popsong toch niet uit het oog verliest, is Black Terry Cat van Xenia Rubinos een uitstekende kandidaat en bovendien een plaat die nog lang kan groeien. Ik zou zeker eens luisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Xenia Rubinos - Black Terry Cat - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse muzikante Xenia Rubinos wordt op allmusic.com in de hokjes ‘alternative, indierock’, jazzrock, ‘alternative R&B’, ‘alternative singer-songwriter’ en indie-electronic geduwd.
Dat zijn hokjes die ik nauwelijks met elkaar kan verenigen, maar na beluistering van Black Terry Cat kan ik alleen maar concluderen dat de Amerikaanse muzieksite het bij het juiste eind heeft.
De tweede plaat van Xenia Rubinos is hierdoor een plaat waar je tegen moet kunnen. Ik werd in eerste instantie wel wat nerveus van de veelheid aan stijlen en de vele verassende wendingen op de plaat, maar Black Terry Cat is ook een plaat die zich steeds meer opdringt en die steeds meer respect afdwingt.
Met haar tweede plaat manoeuvreert de muzikante uit Brooklyn zich ergens tussen de geniale platen van tUnE-yArDs en Janelle Monáe in en roept ze bovendien herinneringen op aan het legendarische debuut van Lauryn Hill.
De muziek van Xenia Rubinos schuurt aan de oppervlakte tegen de in artistiek opzicht interessantere R&B aan, maar de inkleuring van de songs is over het algemeen ver van de R&B verwijderd en citeert afwisselend uit de jazz, de elektronica en de rock.
Het zijn songs die op het eerste gehoor flink tegen de haren instrijken door de tegendraadse instrumentatie en zeker niet de makkelijkste vocalen, maar wanneer je eenmaal gewend bent aan het bijzondere geluid van Xenia Rubinos valt er steeds meer op zijn plaats.
Allmusic.com is overigens nog voorzichtig geweest met het verzinnen van hokjes waar de muziek van Xenia Rubinos met enige fantasie in kan worden geduwd, want Black Terry Cat past ook best in de hokjes soul, hip-hop, avant-garde en graait ook nog wat bij elkaar uit de Latin en de muziek uit het Caribisch gebied. Het is in het begin zoveel dat het je duizelt, maar het vreemde is dat Black Terry Cat na enige gewenning een plaat is met verrassend veel stilte en ruimte.
Makkelijk is het allemaal zeker niet, want de Amerikaanse muzikante experimenteert er samen met producer Marco Buccelli (die overigens ook verantwoordelijk is voor het geweldige drumwerk op de plaat) driftig op los. Ook hier geldt echter dat gewenning wonderen doet. Wat bij eerste beluistering nog een vervreemdende uitwerking heeft, verleidt na meerdere luisterbeurten meedogenloos.
Het is nog altijd geen muziek die ik iedere dag wil horen, maar wanneer ik muziek wil horen die vrij durft te experimenteren maar de popsong toch niet uit het oog verliest, is Black Terry Cat van Xenia Rubinos een uitstekende kandidaat en bovendien een plaat die nog lang kan groeien. Ik zou zeker eens luisteren. Erwin Zijleman
XTC - English Settlement (1982)

4,5
4
geplaatst: 20 november 2022, 19:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: XTC - English Settlement (1982) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
XTC - English Settlement (1982)
Er zijn maar heel weinig bands met zo’n mooi en bijzonder oeuvre als dat van de Britse band XTC, waarin het veertig jaar later nog altijd briljante English Settlement uit 1982 er voor mij net wat uitspringt
Ik grijp nog regelmatig terug op de muziek van de grote Britse bands uit het verleden, maar luister nog maar zelden naar de albums van XTC. Dat is onterecht, want de band behoort misschien niet tot de meest succesvolle, maar wel tot de beste bands uit de Britse muziekgeschiedenis. De band bouwde met name in de jaren 70 en 80 een prachtig oeuvre op, waarin English Settlement uit 1982 behoort tot de hoogtepunten. Het is een album dat XTC in 1982 niet zo groot maakte als de band had verdiend, maar veertig jaar later klinkt het album nog verrassend urgent en vallen de vijftien songs op het album op door een beangstigend hoog niveau.
Allmusic.com noemt de Britse band XTC in haar korte biografie van de band ‘the great lost pop band’. Dat is misschien wat overdreven, maar dat XTC lang niet zo succesvol is geweest als de grote bands uit de Britse muziekgeschiedenis is zeker. Aan de critici heeft het zeker niet gelegen, want vrijwel alle albums van de Britse band werden onthaald met superlatieven. Daar viel overigens niets op af te dingen, want nagenoeg alle albums van XTC zijn van een zeer hoog niveau.
XTC werd geformeerd in 1976 en liftte in eerste instantie mee op de golven van de punk en new wave. Uiteindelijk ontsteeg de band beide genres en maakte het vooral inventieve popmuziek van een bijzonder hoog niveau. De band maakte haar meeste en ook beste albums tussen de late jaren 70 en vroege jaren 90, maar ook de in 1999 en 2000 verschenen slotakkoorden van de roemruchte band waren uitstekend.
Het valt dan ook niet mee om er één XTC album uit te pikken. Wat mij betreft zijn Drums And Wires (1979), Black Sea (1980), English Settlement (1982), The Big Express (1984), Skylarking (1986), Oranges & Lemons (1989), Nonsuch (1992) en Apple Venus, Vol. 1 (1999) allemaal albums die het hadden verdiend om uit te groeien tot klassiekers, maar als ik er één album van de band uit moet pikken, kies ik voor English Settlement uit 1982.
Dat doe ik vooral omdat ik dit album veel vaker heb beluisterd dan de andere albums van de band, maar ik ben zeker niet de enige die dit album noemt als het beste XTC album. English Settlement, een dubbelalbum met ruim zeventig minuten muziek, is niet alleen van de beste, maar ook een van de meest ambitieuze albums van de band rond songwriters Andy Partridge en Colin Moulding. Aan de andere kant is het een typisch XTC album, dat is gevuld met even perfecte als puntige popsongs.
XTC liet zich beïnvloeden door de grote bands uit de jaren 60 en 70, waaronder zeker The Beatles, The Kinks en The Beach Boys, maar de band was ook vatbaar door de ruwe energie van de punk en de new wave uit de tweede helft van de jaren 70. English Settlement voegt hier ook nog wat invloeden uit de jaren 80 aan toe.
Het knappe van de muziek van XTC is dat de Britse band op het eerste gehoor grossiert in lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar dat je bij net wat aandachtigere beluistering hoort dat het bovendien songs zijn die vol zitten met spitsvondigheden en die keer op keer dingen doen die je niet had verwacht.
Het was even geleden dat ik naar English Settlement had geluisterd, maar het album maakte direct weer indruk. English Settlement is een album dat me vrijwel onmiddellijk mee terugneemt naar de vroege jaren 80, maar het is ook een album dat 40 jaar na de release nog opvallend fris en urgent klinkt, wat ook een compliment is voor de productie van Hugh Padham.
Dat frisse en urgente geldt niet voor heel veel album uit deze periode en er zijn maar heel weinig albums uit die tijd die ook in 2022 nog eigentijds of zelfs vernieuwend klinken. English Settlement doet het, net als bijvoorbeeld de meeste albums van Talking Heads en dat is een band waarmee ik uiteindelijk toch de meeste raakvlakken hoor, al is XTC wel 100% Brits. English Settlement is een razend knap album en ook een mooie gelegenheid om de rest van het oeuvre van deze unieke Britse band te herontdekken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: XTC - English Settlement (1982) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
XTC - English Settlement (1982)
Er zijn maar heel weinig bands met zo’n mooi en bijzonder oeuvre als dat van de Britse band XTC, waarin het veertig jaar later nog altijd briljante English Settlement uit 1982 er voor mij net wat uitspringt
Ik grijp nog regelmatig terug op de muziek van de grote Britse bands uit het verleden, maar luister nog maar zelden naar de albums van XTC. Dat is onterecht, want de band behoort misschien niet tot de meest succesvolle, maar wel tot de beste bands uit de Britse muziekgeschiedenis. De band bouwde met name in de jaren 70 en 80 een prachtig oeuvre op, waarin English Settlement uit 1982 behoort tot de hoogtepunten. Het is een album dat XTC in 1982 niet zo groot maakte als de band had verdiend, maar veertig jaar later klinkt het album nog verrassend urgent en vallen de vijftien songs op het album op door een beangstigend hoog niveau.
Allmusic.com noemt de Britse band XTC in haar korte biografie van de band ‘the great lost pop band’. Dat is misschien wat overdreven, maar dat XTC lang niet zo succesvol is geweest als de grote bands uit de Britse muziekgeschiedenis is zeker. Aan de critici heeft het zeker niet gelegen, want vrijwel alle albums van de Britse band werden onthaald met superlatieven. Daar viel overigens niets op af te dingen, want nagenoeg alle albums van XTC zijn van een zeer hoog niveau.
XTC werd geformeerd in 1976 en liftte in eerste instantie mee op de golven van de punk en new wave. Uiteindelijk ontsteeg de band beide genres en maakte het vooral inventieve popmuziek van een bijzonder hoog niveau. De band maakte haar meeste en ook beste albums tussen de late jaren 70 en vroege jaren 90, maar ook de in 1999 en 2000 verschenen slotakkoorden van de roemruchte band waren uitstekend.
Het valt dan ook niet mee om er één XTC album uit te pikken. Wat mij betreft zijn Drums And Wires (1979), Black Sea (1980), English Settlement (1982), The Big Express (1984), Skylarking (1986), Oranges & Lemons (1989), Nonsuch (1992) en Apple Venus, Vol. 1 (1999) allemaal albums die het hadden verdiend om uit te groeien tot klassiekers, maar als ik er één album van de band uit moet pikken, kies ik voor English Settlement uit 1982.
Dat doe ik vooral omdat ik dit album veel vaker heb beluisterd dan de andere albums van de band, maar ik ben zeker niet de enige die dit album noemt als het beste XTC album. English Settlement, een dubbelalbum met ruim zeventig minuten muziek, is niet alleen van de beste, maar ook een van de meest ambitieuze albums van de band rond songwriters Andy Partridge en Colin Moulding. Aan de andere kant is het een typisch XTC album, dat is gevuld met even perfecte als puntige popsongs.
XTC liet zich beïnvloeden door de grote bands uit de jaren 60 en 70, waaronder zeker The Beatles, The Kinks en The Beach Boys, maar de band was ook vatbaar door de ruwe energie van de punk en de new wave uit de tweede helft van de jaren 70. English Settlement voegt hier ook nog wat invloeden uit de jaren 80 aan toe.
Het knappe van de muziek van XTC is dat de Britse band op het eerste gehoor grossiert in lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar dat je bij net wat aandachtigere beluistering hoort dat het bovendien songs zijn die vol zitten met spitsvondigheden en die keer op keer dingen doen die je niet had verwacht.
Het was even geleden dat ik naar English Settlement had geluisterd, maar het album maakte direct weer indruk. English Settlement is een album dat me vrijwel onmiddellijk mee terugneemt naar de vroege jaren 80, maar het is ook een album dat 40 jaar na de release nog opvallend fris en urgent klinkt, wat ook een compliment is voor de productie van Hugh Padham.
Dat frisse en urgente geldt niet voor heel veel album uit deze periode en er zijn maar heel weinig albums uit die tijd die ook in 2022 nog eigentijds of zelfs vernieuwend klinken. English Settlement doet het, net als bijvoorbeeld de meeste albums van Talking Heads en dat is een band waarmee ik uiteindelijk toch de meeste raakvlakken hoor, al is XTC wel 100% Brits. English Settlement is een razend knap album en ook een mooie gelegenheid om de rest van het oeuvre van deze unieke Britse band te herontdekken. Erwin Zijleman
