Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
J Mascis - Elastic Days (2018)

4,0
1
geplaatst: 13 november 2018, 17:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: J Mascis - Elastic Days - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dinosaur Jr. gitarist maakte al een aantal prima soloplaten, maar dit is zijn beste. Tijdloze songs, geweldig gitaarwerk
Het solowerk van Dinosaur Jr. gitarist J Mascis werd in eerste instantie niet zo heel serieus genomen, maar zijn laatste twee soloplaten waren verrassend goed. Elastic Days is nog veel beter. J Mascis is gegroeid als songwriter en zanger en verrast op zijn nieuwe plaat met melodieuze songs waarin zonnestralen en donkere wolken prachtig samen gaan. Het zijn songs die het oor strelen en naar nog wat grotere hoogten worden getild door de prachtige gitaarsolo’s van de Amerikaanse gitarist. Direct een hele aangename plaat, maar luister wat vaker en wat beter en het wordt duidelijk dat J Mascis een topplaat heeft afgeleverd.
J Mascis is natuurlijk vooral bekend als gitarist van het legendarische Dinosaur Jr., maar hij heeft inmiddels ook een respectabel stapeltje soloplaten op zijn naam staan en speelde bovendien in een aantal andere bandjes, waarvan vooral Witch, Sweet Apple en natuurlijk Ciccone Youth, waarin J. Mascis aanschoof bij Sonic Youth, me het meest zijn bijgebleven.
De soloplaten van de Amerikaanse gitarist waren in eerste instantie niet zo gek interessant, maar Several Shades Of Why uit 2011 en Tied To A Star uit 2014 vond ik prima platen.
Een ieder die het solowerk van J Mascis niet kent zal waarschijnlijk gruizige songs en hoge gitaarmuren verwachten, maar net als zijn twee voorgangers is het deze week verschenen Elastic Days een behoorlijk ingetogen plaat. J Mascis grijpt vooral naar zijn akoestische gitaar voor de basis van de songs, maar ook als hij kiest voor de elektrische variant zijn de songs op Elastic Days verrassend ingetogen.
J Mascis bespeelde ook dit keer zelf vrijwel alle instrumenten op de plaat en haalde voor de gelegenheid een antieke mellotron van stal. Buiten een pianist duiken verder alleen wat gastvocalisten op, onder wie Luluc’s Zoë Randell, maar ook in vocaal opzicht neemt J Mascis het voortouw op zijn nieuwe plaat.
Elastic Days opent direct heerlijk zonnig met akoestische klanken en lekker lome vocalen. Dat we met J Mascis te maken hebben wordt duidelijk wanneer hij met prachtig melodieuze gitaarsolo’s door de songs heen snijdt. Het is steeds weer de kers op de taart, want wat is J Mascis een geweldig gitarist.
Zijn solo’s klinken, zoals we van hem gewend zijn, opvallend helder en melodieus en slagen er steeds weer in om complexiteit eenvoudig te laten klinken. Bovendien klinkt geen solo hetzelfde. Alleen de gitaarsolo’s, die in iedere track wel even opduiken, maken de plaat al interessant, maar ook de songs van J Mascis zijn dit keer verrassend sterk.
Het zijn tijdloos klinkende songs waarin zonnige klanken en de nodige melancholie prachtig samen gaan en de Amerikaan nooit een geheim maakt van zijn liefde en bewondering voor het werk van Neil Young. Een heel groot zanger vind ik J Mascis nog steeds niet, maar naarmate de jaren gaan tellen en er meer doorleving in sluipt, zit de stem me op Elastic Days nergens in de weg.
Elastic Days is zo’n plaat die je na eerste beluistering nog veel vaker wilt horen, al is het maar omdat het allemaal zo aangenaam voortkabbelt en heerlijk schuurt wanneer J Mascis de elektrische gitaar tevoorschijn haalt. Het is echter ook een plaat die over flink wat groeipotentie beschikt. Nu Elastic Days voor de zoveelste keer uit de speakers komt, merk ik dat ik de songs op de plaat nog veel beter vind dat bij eerste beluistering en dat ze me nog meer aanspreken dan die op de vorige platen van de Amerikaan.
Het solowerk van J Mascis staat altijd wat in de schaduw van het werk met zijn bands in het algemeen en Dinosaur Jr. in het bijzonder, maar met Elastic Days laat hij horen dat er alle reden is om ook dit solowerk zeer serieus te nemen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: J Mascis - Elastic Days - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Dinosaur Jr. gitarist maakte al een aantal prima soloplaten, maar dit is zijn beste. Tijdloze songs, geweldig gitaarwerk
Het solowerk van Dinosaur Jr. gitarist J Mascis werd in eerste instantie niet zo heel serieus genomen, maar zijn laatste twee soloplaten waren verrassend goed. Elastic Days is nog veel beter. J Mascis is gegroeid als songwriter en zanger en verrast op zijn nieuwe plaat met melodieuze songs waarin zonnestralen en donkere wolken prachtig samen gaan. Het zijn songs die het oor strelen en naar nog wat grotere hoogten worden getild door de prachtige gitaarsolo’s van de Amerikaanse gitarist. Direct een hele aangename plaat, maar luister wat vaker en wat beter en het wordt duidelijk dat J Mascis een topplaat heeft afgeleverd.
J Mascis is natuurlijk vooral bekend als gitarist van het legendarische Dinosaur Jr., maar hij heeft inmiddels ook een respectabel stapeltje soloplaten op zijn naam staan en speelde bovendien in een aantal andere bandjes, waarvan vooral Witch, Sweet Apple en natuurlijk Ciccone Youth, waarin J. Mascis aanschoof bij Sonic Youth, me het meest zijn bijgebleven.
De soloplaten van de Amerikaanse gitarist waren in eerste instantie niet zo gek interessant, maar Several Shades Of Why uit 2011 en Tied To A Star uit 2014 vond ik prima platen.
Een ieder die het solowerk van J Mascis niet kent zal waarschijnlijk gruizige songs en hoge gitaarmuren verwachten, maar net als zijn twee voorgangers is het deze week verschenen Elastic Days een behoorlijk ingetogen plaat. J Mascis grijpt vooral naar zijn akoestische gitaar voor de basis van de songs, maar ook als hij kiest voor de elektrische variant zijn de songs op Elastic Days verrassend ingetogen.
J Mascis bespeelde ook dit keer zelf vrijwel alle instrumenten op de plaat en haalde voor de gelegenheid een antieke mellotron van stal. Buiten een pianist duiken verder alleen wat gastvocalisten op, onder wie Luluc’s Zoë Randell, maar ook in vocaal opzicht neemt J Mascis het voortouw op zijn nieuwe plaat.
Elastic Days opent direct heerlijk zonnig met akoestische klanken en lekker lome vocalen. Dat we met J Mascis te maken hebben wordt duidelijk wanneer hij met prachtig melodieuze gitaarsolo’s door de songs heen snijdt. Het is steeds weer de kers op de taart, want wat is J Mascis een geweldig gitarist.
Zijn solo’s klinken, zoals we van hem gewend zijn, opvallend helder en melodieus en slagen er steeds weer in om complexiteit eenvoudig te laten klinken. Bovendien klinkt geen solo hetzelfde. Alleen de gitaarsolo’s, die in iedere track wel even opduiken, maken de plaat al interessant, maar ook de songs van J Mascis zijn dit keer verrassend sterk.
Het zijn tijdloos klinkende songs waarin zonnige klanken en de nodige melancholie prachtig samen gaan en de Amerikaan nooit een geheim maakt van zijn liefde en bewondering voor het werk van Neil Young. Een heel groot zanger vind ik J Mascis nog steeds niet, maar naarmate de jaren gaan tellen en er meer doorleving in sluipt, zit de stem me op Elastic Days nergens in de weg.
Elastic Days is zo’n plaat die je na eerste beluistering nog veel vaker wilt horen, al is het maar omdat het allemaal zo aangenaam voortkabbelt en heerlijk schuurt wanneer J Mascis de elektrische gitaar tevoorschijn haalt. Het is echter ook een plaat die over flink wat groeipotentie beschikt. Nu Elastic Days voor de zoveelste keer uit de speakers komt, merk ik dat ik de songs op de plaat nog veel beter vind dat bij eerste beluistering en dat ze me nog meer aanspreken dan die op de vorige platen van de Amerikaan.
Het solowerk van J Mascis staat altijd wat in de schaduw van het werk met zijn bands in het algemeen en Dinosaur Jr. in het bijzonder, maar met Elastic Days laat hij horen dat er alle reden is om ook dit solowerk zeer serieus te nemen. Erwin Zijleman
J Mascis - What Do We Do Now (2024)

4,0
1
geplaatst: 9 februari 2024, 16:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: J Mascis - What Do We Do Now - dekrentenuitdepop.blogspot.com
J Mascis - What Do We Do Now
Dinosaur Jr zanger en gitarist J Mascis kiest op zijn soloalbums meestal voor het meer ingetogen werk, maar gaat op What Do We Do Now een paar keer flink los en levert bovendien een aantal zeer memorabele songs af
Bijna drie jaar na het laatste wapenfeit dan Dinosaur Jr kijken we natuurlijk uit naar een nieuw album van het roemruchte Amerikaanse drietal, maar voor het zover is moeten we doen met een nieuw soloalbum van J Mascis. Dat is over het algemeen geen straf want de muzikant uit Amherst, Massachusetts, bleek in het verleden ook prima als singer-songwriter uit de voeten te kunnen. Ook What Do We Do Now is meer een singer-songwriter album dan een indierock album, maar het klinkt allemaal net wat ruwer, zeker als J Mascis zijn elektrische gitaar te voorschijn haalt voor gitaarsolo’s die nadrukkelijk zijn stempel bevatten. Voor mij persoonlijk het beste J Mascis soloalbum tot dusver.
J Mascis heeft inmiddels een respectabel aantal soloalbums op zijn naam staan, maar we kennen hem natuurlijk vooral als zanger en gitarist van de legendarische band Dinosaur Jr, die halverwege de jaren 80 opdook en tot op de dag van vandaag actief is, zij het met tussenpozen. Het leverde een aantal inmiddels tot klassiekers uitgegroeide albums op, waaronder mijn persoonlijke favorieten You're Living All Over Me uit 1987 en Bug uit 1988, al vind ik ook Give A Glimpse Of What Yer Not uit 2016 echt heel erg goed.
Bijna drie jaar na Sweep It Into Space, het vooralsnog laatste wapenfeit van Dinosaur Jr, duikt J Mascis (de J staat voor Joseph, wat niet erg rock ’n roll klinkt) op met een nieuw soloalbum. What Do We Do Now is de opvolger van het in 2018 verschenen Elastic Days en is als ik goed geteld heb het vijfde reguliere studioalbum van de Amerikaanse muzikant. J Mascis bewaart over het algemeen het stevigere werk voor de albums van Dinosaur Jr en kiest op zijn soloalbums meestal voor een wat meer ingetogen en wat singer-songwriter achtig geluid.
Dat is op zich niet anders op What Do We Do Now, al klinkt het album wel wat voller dan een aantal van zijn voorgangers. J Mascis staat ook dit keer garant voor melodieuze songs, die eerder in de hokje folk(rock) en country(rock) passen dan in het indierock hokje waarin zijn band vooral opereert. Het zijn warm klinkende songs, die lekker in het gehoor liggen en die het grootste deel van de tijd redelijk ingetogen klinken.
J Mascis is dit keer echter niet vergeten dat hij ook nog altijd de gitarist van Dinosaur Jr is en gooit er af en toe een bijtende gitaarsolo uit. Dat klinkt zeker de eerste keer wat atypisch en gezocht, maar op een of andere manier past het uiteindelijk prima en geeft het de songs van J Mascis een eigen smoel. Van mij mag de Amerikaanse muzikant er veel driftiger op los soleren op zijn soloalbums, maar aan de andere kant is Dinosaur Jr er ook nog (naar verluidt wordt gewerkt aan een nieuw album).
De songs van J Mascis hebben op What Do We Do Now een eigen geluid door het incidentele gitaargeweld, maar ook buiten de rauwe maar ook melodieuze gitaarsolo’s valt er genoeg te genieten op het album. J Mascis heeft dit keer immers een aantal uitstekende songs geschreven, heeft ze smaakvol ingekleurd en zingt ze met veel gevoel.
What Do We Do Now doet in kwalitatief opzicht niet onder voor de meeste andere singer-songwriter albums van het moment en biedt nog een aangename bonus ook, maar voor J Mascis ligt de lat kennelijk wat hoger dan voor full-time singer-songwriters. Het levert een aantal wat zure recensies op, maar gelukkig weet een deel van de muziekpers het wat mij betreft uitstekende album wel op de juiste waarde te schatten. De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt het “a wonderfully agreeable record” en zo denk ik er ook over.
J Mascis schreef de meeste songs op het album overigens met alleen zijn akoestische gitaar binnen handbereik, maar besloot op het laatste moment om het album toch wat voller in te kleuren en ook zijn elektrische gitaar af en toe uit de koffer te halen. Het is wat mij betreft een terecht besluit, want What Do We Do Now vind ik interessanter dan het meer ingetogen solowerk van de Amerikaanse muzikant en doet zeer uitzien naar de volgende verrichtingen van Dinosaur Jr. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: J Mascis - What Do We Do Now - dekrentenuitdepop.blogspot.com
J Mascis - What Do We Do Now
Dinosaur Jr zanger en gitarist J Mascis kiest op zijn soloalbums meestal voor het meer ingetogen werk, maar gaat op What Do We Do Now een paar keer flink los en levert bovendien een aantal zeer memorabele songs af
Bijna drie jaar na het laatste wapenfeit dan Dinosaur Jr kijken we natuurlijk uit naar een nieuw album van het roemruchte Amerikaanse drietal, maar voor het zover is moeten we doen met een nieuw soloalbum van J Mascis. Dat is over het algemeen geen straf want de muzikant uit Amherst, Massachusetts, bleek in het verleden ook prima als singer-songwriter uit de voeten te kunnen. Ook What Do We Do Now is meer een singer-songwriter album dan een indierock album, maar het klinkt allemaal net wat ruwer, zeker als J Mascis zijn elektrische gitaar te voorschijn haalt voor gitaarsolo’s die nadrukkelijk zijn stempel bevatten. Voor mij persoonlijk het beste J Mascis soloalbum tot dusver.
J Mascis heeft inmiddels een respectabel aantal soloalbums op zijn naam staan, maar we kennen hem natuurlijk vooral als zanger en gitarist van de legendarische band Dinosaur Jr, die halverwege de jaren 80 opdook en tot op de dag van vandaag actief is, zij het met tussenpozen. Het leverde een aantal inmiddels tot klassiekers uitgegroeide albums op, waaronder mijn persoonlijke favorieten You're Living All Over Me uit 1987 en Bug uit 1988, al vind ik ook Give A Glimpse Of What Yer Not uit 2016 echt heel erg goed.
Bijna drie jaar na Sweep It Into Space, het vooralsnog laatste wapenfeit van Dinosaur Jr, duikt J Mascis (de J staat voor Joseph, wat niet erg rock ’n roll klinkt) op met een nieuw soloalbum. What Do We Do Now is de opvolger van het in 2018 verschenen Elastic Days en is als ik goed geteld heb het vijfde reguliere studioalbum van de Amerikaanse muzikant. J Mascis bewaart over het algemeen het stevigere werk voor de albums van Dinosaur Jr en kiest op zijn soloalbums meestal voor een wat meer ingetogen en wat singer-songwriter achtig geluid.
Dat is op zich niet anders op What Do We Do Now, al klinkt het album wel wat voller dan een aantal van zijn voorgangers. J Mascis staat ook dit keer garant voor melodieuze songs, die eerder in de hokje folk(rock) en country(rock) passen dan in het indierock hokje waarin zijn band vooral opereert. Het zijn warm klinkende songs, die lekker in het gehoor liggen en die het grootste deel van de tijd redelijk ingetogen klinken.
J Mascis is dit keer echter niet vergeten dat hij ook nog altijd de gitarist van Dinosaur Jr is en gooit er af en toe een bijtende gitaarsolo uit. Dat klinkt zeker de eerste keer wat atypisch en gezocht, maar op een of andere manier past het uiteindelijk prima en geeft het de songs van J Mascis een eigen smoel. Van mij mag de Amerikaanse muzikant er veel driftiger op los soleren op zijn soloalbums, maar aan de andere kant is Dinosaur Jr er ook nog (naar verluidt wordt gewerkt aan een nieuw album).
De songs van J Mascis hebben op What Do We Do Now een eigen geluid door het incidentele gitaargeweld, maar ook buiten de rauwe maar ook melodieuze gitaarsolo’s valt er genoeg te genieten op het album. J Mascis heeft dit keer immers een aantal uitstekende songs geschreven, heeft ze smaakvol ingekleurd en zingt ze met veel gevoel.
What Do We Do Now doet in kwalitatief opzicht niet onder voor de meeste andere singer-songwriter albums van het moment en biedt nog een aangename bonus ook, maar voor J Mascis ligt de lat kennelijk wat hoger dan voor full-time singer-songwriters. Het levert een aantal wat zure recensies op, maar gelukkig weet een deel van de muziekpers het wat mij betreft uitstekende album wel op de juiste waarde te schatten. De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt het “a wonderfully agreeable record” en zo denk ik er ook over.
J Mascis schreef de meeste songs op het album overigens met alleen zijn akoestische gitaar binnen handbereik, maar besloot op het laatste moment om het album toch wat voller in te kleuren en ook zijn elektrische gitaar af en toe uit de koffer te halen. Het is wat mij betreft een terecht besluit, want What Do We Do Now vind ik interessanter dan het meer ingetogen solowerk van de Amerikaanse muzikant en doet zeer uitzien naar de volgende verrichtingen van Dinosaur Jr. Erwin Zijleman
J.D. Souther - John David Souther (1972)

4,5
0
geplaatst: 22 februari 2016, 19:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: J.D. Souther - John David Souther (reissue) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Zolang er nog een generatie rondloopt die graag geld uitgeeft aan cd’s of LP’s, is het uitbrengen van reissues een zeer lucratieve bezigheid.
Zelf laat ik me ook met enige regelmaat verleiden door fraai uitgevoerde boxjes met net wat meer bonus-tracks of een beter geluid (om de plaat vervolgens vooral te streamen omdat dat zo makkelijk is).
Het komt hierbij regelmatig voor dat ik een plaat voor de tweede of derde keer in huis haal, maar het gebeurt eigenlijk vrijwel nooit dat ik een plaat in huis haal die ik nog niet had of zelfs nog niet kende. De reissue van het debuut van J.D. Souther valt echter wel in deze categorie.
John David Souther dook aan het eind van de jaren 60 op aan de zijde van Glenn Frey, met wie hij onder de naam Longbranch Pennywhistle een plaat maakte. Glenn Frey zou vervolgens The Eagles formeren en jaren later nog wel eens een beroep doen op J.D. Souther, maar in eerste instantie koos J.D. Souther zijn eigen weg.
Dat leverde in 1972 een geweldig debuut op, John David Souther. Het is een plaat die ik destijds nooit heb beluisterd, maar dankzij een recente reissue is dat gelukkig veranderd.
Het debuut van J.D. Souther was een van de eerste platen op het legendarische Asylum label en mocht wat kosten. Veel muzikanten uit de Californische muziekscene van de vroege jaren 70 zijn op de plaat te horen, onder wie natuurlijk Glenn Frey en verder onder andere Ry Cooder en keyboard virtuoos Larry Knechtel.
Het debuut van J.D. Souther verscheen uiteindelijk in hetzelfde jaar als het debuut van The Eagles en laat een blauwdruk horen van het geluid dat de band van Glenn Frey uiteindelijk zoveel succes zou brengen.
Vergeleken met de muziek van The Eagles klinkt de muziek van J.D. Souther echter een stuk rauwer en dat heeft zeker wat. Dat rauwe zit deels in de mix, waarin gitaren, violen en mondharmonica’s flink tekeer mogen gaan, maar ook de songs en de zang van J.D. Souther zijn net wat rauwer dan de songs en vocalen die terecht zouden komen op de eerste platen van The Eagles.
Waar ik die platen inmiddels soms net wat te zoetsappig vind, grijpt het debuut van J.D. Souther me bij de strot. Het debuut van J.D. Souther is in alle opzichten een klassieker en had een veel belangrijkere rol moeten spelen bij het vormgeven van de soundtrack van mijn jeugd, samen met de platen van onder andere The Byrds, Gram Parsons en The Eagles.
Dat kan ik niet meer veranderen, maar genieten van het bijzonder overtuigende debuut van J.D. Souther kan gelukkig nog steeds. De man verraste me vorig jaar met een prima plaat, maar dit tot voor kort voor mij onbekende debuut is talloze keren beter. Klassieker, maar dat weten de echte kenners inmiddels al een jaar of 44. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: J.D. Souther - John David Souther (reissue) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Zolang er nog een generatie rondloopt die graag geld uitgeeft aan cd’s of LP’s, is het uitbrengen van reissues een zeer lucratieve bezigheid.
Zelf laat ik me ook met enige regelmaat verleiden door fraai uitgevoerde boxjes met net wat meer bonus-tracks of een beter geluid (om de plaat vervolgens vooral te streamen omdat dat zo makkelijk is).
Het komt hierbij regelmatig voor dat ik een plaat voor de tweede of derde keer in huis haal, maar het gebeurt eigenlijk vrijwel nooit dat ik een plaat in huis haal die ik nog niet had of zelfs nog niet kende. De reissue van het debuut van J.D. Souther valt echter wel in deze categorie.
John David Souther dook aan het eind van de jaren 60 op aan de zijde van Glenn Frey, met wie hij onder de naam Longbranch Pennywhistle een plaat maakte. Glenn Frey zou vervolgens The Eagles formeren en jaren later nog wel eens een beroep doen op J.D. Souther, maar in eerste instantie koos J.D. Souther zijn eigen weg.
Dat leverde in 1972 een geweldig debuut op, John David Souther. Het is een plaat die ik destijds nooit heb beluisterd, maar dankzij een recente reissue is dat gelukkig veranderd.
Het debuut van J.D. Souther was een van de eerste platen op het legendarische Asylum label en mocht wat kosten. Veel muzikanten uit de Californische muziekscene van de vroege jaren 70 zijn op de plaat te horen, onder wie natuurlijk Glenn Frey en verder onder andere Ry Cooder en keyboard virtuoos Larry Knechtel.
Het debuut van J.D. Souther verscheen uiteindelijk in hetzelfde jaar als het debuut van The Eagles en laat een blauwdruk horen van het geluid dat de band van Glenn Frey uiteindelijk zoveel succes zou brengen.
Vergeleken met de muziek van The Eagles klinkt de muziek van J.D. Souther echter een stuk rauwer en dat heeft zeker wat. Dat rauwe zit deels in de mix, waarin gitaren, violen en mondharmonica’s flink tekeer mogen gaan, maar ook de songs en de zang van J.D. Souther zijn net wat rauwer dan de songs en vocalen die terecht zouden komen op de eerste platen van The Eagles.
Waar ik die platen inmiddels soms net wat te zoetsappig vind, grijpt het debuut van J.D. Souther me bij de strot. Het debuut van J.D. Souther is in alle opzichten een klassieker en had een veel belangrijkere rol moeten spelen bij het vormgeven van de soundtrack van mijn jeugd, samen met de platen van onder andere The Byrds, Gram Parsons en The Eagles.
Dat kan ik niet meer veranderen, maar genieten van het bijzonder overtuigende debuut van J.D. Souther kan gelukkig nog steeds. De man verraste me vorig jaar met een prima plaat, maar dit tot voor kort voor mij onbekende debuut is talloze keren beter. Klassieker, maar dat weten de echte kenners inmiddels al een jaar of 44. Erwin Zijleman
J.D. Souther - Tenderness (2015)

4,5
0
geplaatst: 14 juni 2015, 08:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: J.D. Souther - Tenderness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
John David Souther draait als J.D. Souther al sinds het begin van de jaren 70 mee in de Amerikaanse en met name Californische muziekscene. J.D. Souther vormde samen met Glenn Frey de band Longbranch Pennywhistle en stond diezelfde Glenn Frey veelvuldig bij toen deze eenmaal stevig aan de weg timmerde met The Eagles. J.D. Souther maakte officieel nooit deel uit van The Eagles, maar stond geregeld met de band op het podium en schreef bovendien mee aan een aantal van de band’s grootste hits (Best Of My Love, Heartache Tonight en New Kid in Town).
Later zou J.D. Souther nog intensief samenwerken met Linda Rondstadt en vormde hij met Chris Hillman en Richie Furay een aantal jaren de ‘supergroep’ Souther-Hillman-Furay Band.
In de jaren 70 maakte J.D. Souther een drietal geweldige soloplaten, maar deze trokken helaas minder aandacht dan de platen van anderen waaraan J.D. Souther had bijgedragen. Na de jaren 70 was J.D. Souther vooral achter de schermen actief, maar in 2008 keerde de Amerikaanse muzikant terug met het verrassend sterke en zeer goed ontvangen If The World Was You.
Die plaat kreeg in 2011 een vervolg met A Natural History, waarop J.D. Souther zijn oude werk opnieuw uitvond, maar op nieuw werk werd tot voor kort al acht jaar gewacht. Het onlangs verschenen Tenderness (dat in Nederland vreemd genoeg als Dance Real Slow in de systemen staat) maakt aan dat wachten een eind en ik moet zeggen dat Tenderness het wachten waard was. Meer dan waard zelfs.
J.D. Souther werkt op Tenderness samen met topproducer Larry Klein (die onlangs ook nog schitterde op de nieuwe plaat van Melody Gardot) en een aantal zeer ervaren sessiemuzikanten, onder wie drummer Jay Bellerose, toetsenist Patrick Warren en trompettist Till Brönner. Een flink orkest maakt het af met flink wat strijkers.
Met Larry Klein achter de knoppen is een wat meer jazzy geluid bijna vanzelfsprekend en Tenderness vormt hierop geen uitzondering. J.D. Souther kiest op zijn nieuwe plaat voor veel jazz en voor muziek die raakt aan The Great American Songbook.
Het zijn genres die uitstekend passen bij de veelzijdige en nog altijd opvallend soepel klinkende stem van J.D. Souther, maar het zijn ook genres waarin de concurrentie moordend is. Het is opvallend hoe makkelijk J.D. Souther overeind blijft.
Dat is deels de verdienste van producer Larry Klein en de vele topmuzikanten die J.D. Souther bijstaan, maar uiteindelijk zijn de geweldige stem van J.D. Souther en zijn vermogen om tijdloze songs te schrijven doorslaggevend.
J.D. Souther beperkt zich overigens niet tot louter jazzy songs, maar haalt ook oude liefdes als de countryrock en singer-songwriter muziek uit de jaren 70 van stal, wat onder andere resulteert in een bijzonder fraai duet met zangeres Liz Wright en een aantal songs die raken aan de geweldige soloplaten die Don Henley ooit maakte.
Tenderness van J.D Souther is vanwege de jazzy klanken een uitstekende plaat voor de kleine uurtjes en de zondagochtend, maar het is ook een plaat die veel te goed is om slechts oppervlakkig te worden beluisterd op de achtergrond.
Tenderness is immers een plaat die er op alle fronten uitspringt. De instrumentatie en productie zijn prachtig, J.D. Souther zingt nog beter dan in zijn allerbeste dagen en Tenderness staat ook nog eens vol met songs van absolute wereldklasse. Echt een fantastische plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: J.D. Souther - Tenderness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
John David Souther draait als J.D. Souther al sinds het begin van de jaren 70 mee in de Amerikaanse en met name Californische muziekscene. J.D. Souther vormde samen met Glenn Frey de band Longbranch Pennywhistle en stond diezelfde Glenn Frey veelvuldig bij toen deze eenmaal stevig aan de weg timmerde met The Eagles. J.D. Souther maakte officieel nooit deel uit van The Eagles, maar stond geregeld met de band op het podium en schreef bovendien mee aan een aantal van de band’s grootste hits (Best Of My Love, Heartache Tonight en New Kid in Town).
Later zou J.D. Souther nog intensief samenwerken met Linda Rondstadt en vormde hij met Chris Hillman en Richie Furay een aantal jaren de ‘supergroep’ Souther-Hillman-Furay Band.
In de jaren 70 maakte J.D. Souther een drietal geweldige soloplaten, maar deze trokken helaas minder aandacht dan de platen van anderen waaraan J.D. Souther had bijgedragen. Na de jaren 70 was J.D. Souther vooral achter de schermen actief, maar in 2008 keerde de Amerikaanse muzikant terug met het verrassend sterke en zeer goed ontvangen If The World Was You.
Die plaat kreeg in 2011 een vervolg met A Natural History, waarop J.D. Souther zijn oude werk opnieuw uitvond, maar op nieuw werk werd tot voor kort al acht jaar gewacht. Het onlangs verschenen Tenderness (dat in Nederland vreemd genoeg als Dance Real Slow in de systemen staat) maakt aan dat wachten een eind en ik moet zeggen dat Tenderness het wachten waard was. Meer dan waard zelfs.
J.D. Souther werkt op Tenderness samen met topproducer Larry Klein (die onlangs ook nog schitterde op de nieuwe plaat van Melody Gardot) en een aantal zeer ervaren sessiemuzikanten, onder wie drummer Jay Bellerose, toetsenist Patrick Warren en trompettist Till Brönner. Een flink orkest maakt het af met flink wat strijkers.
Met Larry Klein achter de knoppen is een wat meer jazzy geluid bijna vanzelfsprekend en Tenderness vormt hierop geen uitzondering. J.D. Souther kiest op zijn nieuwe plaat voor veel jazz en voor muziek die raakt aan The Great American Songbook.
Het zijn genres die uitstekend passen bij de veelzijdige en nog altijd opvallend soepel klinkende stem van J.D. Souther, maar het zijn ook genres waarin de concurrentie moordend is. Het is opvallend hoe makkelijk J.D. Souther overeind blijft.
Dat is deels de verdienste van producer Larry Klein en de vele topmuzikanten die J.D. Souther bijstaan, maar uiteindelijk zijn de geweldige stem van J.D. Souther en zijn vermogen om tijdloze songs te schrijven doorslaggevend.
J.D. Souther beperkt zich overigens niet tot louter jazzy songs, maar haalt ook oude liefdes als de countryrock en singer-songwriter muziek uit de jaren 70 van stal, wat onder andere resulteert in een bijzonder fraai duet met zangeres Liz Wright en een aantal songs die raken aan de geweldige soloplaten die Don Henley ooit maakte.
Tenderness van J.D Souther is vanwege de jazzy klanken een uitstekende plaat voor de kleine uurtjes en de zondagochtend, maar het is ook een plaat die veel te goed is om slechts oppervlakkig te worden beluisterd op de achtergrond.
Tenderness is immers een plaat die er op alle fronten uitspringt. De instrumentatie en productie zijn prachtig, J.D. Souther zingt nog beter dan in zijn allerbeste dagen en Tenderness staat ook nog eens vol met songs van absolute wereldklasse. Echt een fantastische plaat. Erwin Zijleman
J.E. Sunde - Alice, Gloria and Jon (2023)

4,0
0
geplaatst: 21 juni 2023, 12:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: J.E. Sunde - Alice, Gloria And Jon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
J.E. Sunde - Alice, Gloria And Jon
De vorige albums van de Amerikaanse muzikante J.E. Sunde zijn me niet opgevallen, maar zijn nieuwe album Alice, Gloria And Jon is een zeer aangename verrassing vol even aanstekelijke als tijdloze songs
Singer-songwriters die zich vooral hebben laten inspireren door hun helden uit de jaren 70 zijn er in overvloed, maar er zijn er niet veel die de geweldige songs uit hun mouw schudden en bovendien een eigentijdse twist geven aan alle invloeden uit het verleden. J.E. Sunde slaagt daar op zijn nieuwe album Alice, Gloria And John wel in en tekent ook nog eens voor songs die het uitstekend doen bij alle zonnestralen van het moment. Het is mijn eerste kennismaking met de muziek van de singer-songwriter uit Minneapolis, maar het is er een die doet uitzien naar veel meer perfecte popsongs van J.E. Sunde. Een zeer aangename verrassing dit bijzonder lekkere album.
Op Spotify zijn inmiddels vijf albums van J.E. Sunde te vinden, maar een week geleden had ik nog nooit van de Amerikaanse muzikant gehoord. Ook het deze week verschenen Alice, Gloria And Jon was waarschijnlijk tussen wal en schip gevallen als ik niet het dringende advies had gekregen om eens naar het album te luisteren. Ik ben blij dat ik dit advies heb opgevolgd, want het nieuwe album van de muzikant uit Minneapolis staat vol met songs die de mooie zomerdagen van het moment voorzien van bijzonder aangename klanken die de zon nog net wat aangenamer laten schijnen.
Jonathan Edward Sunde is een klassiek geschoold muzikant met een zwak voor de betere singer-songwriters uit de jaren 70 en van dit zwak maakt hij geen geheim. Net als bijvoorbeeld Ben Folds of Ron Sexsmith beschikt J.E. Sunde over het vermogen om tijdloze popsongs te schrijven. Het zijn popsongs die met één been in de jaren 70 en met één been in het heden staan en het zijn bovendien popsongs die direct bij eerste beluistering bekend in de oren klinken.
Dat is deels het gevolg van de vele echo’s uit de jaren 70 die doorklinken in de muziek van J.E, Sunde, maar het heeft ook alles te maken met de kwaliteit van de popsongs van de muzikant uit Minneapolis. Nu wordt er momenteel flink geciteerd uit de archieven van de jaren 70, maar net als de eerder genoemde Ben Folds en Ron Sexsmith schrijft J.E. Sunde niet alleen songs met een aangename jaren 70 vibe, maar schrijft hij ook songs die weten te verrassen.
In vrijwel alle tracks op Alice, Gloria And Jon vermaakt J.E. Sunde met alle ingrediënten die de popmuziek in de jaren 70 zo leuk maakte, maar net zo vaak voegt de Amerikaanse muzikant verrassende wendingen toe aan zijn tijdloos klinkende songs. Zeker in de folky songs maakt J.E. Sunde geen geheim van zijn liefde voor Bob Dylan en Leonard Cohen, maar ook invloeden van Paul McCartney en Paul Simon hebben hun weg gevonden naar het vijfde album van J.E. Sunde.
Het is nog maar het topje van de ijsberg, want Alice, Gloria And Jon roept steeds weer andere associaties op. Die blijven overigens zeker niet beperkt tot de jaren 70, want ik hoor ook wel wat van Elliott Smith, om nog maar eens een naam te noemen. Zeker wanneer J.E. Sunde synths inzet verdwijnen de jaren 70 naar de achtergrond en hoor je een muzikant die met beide benen in het heden staat, maar nog steeds onweerstaanbaar lekkere popliedjes schrijft.
Albums als Alice, Gloria And John moet ik altijd een paar keer horen, want een album vol popsongs die zich onmiddellijk opdringen kan me na een paar luisterbeurten ook wel eens tegen gaan staan. Dat is niet gebeurd bij beluistering van het nieuwe album van J.E. Sunde, want dat is sinds de eerste kennismaking alleen maar leuker en interessanter geworden.
De Amerikaanse muzikant trok met zijn vorige album al wat meer aandacht, maar het uitstekende Alice, Gloria And Jon verdient als je het mij vraagt nog een veel groter publiek. Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op het album en dat is dat het met net een half uur (en net wat minder dan een half uur als ik de wat overbodige instrumentale track er af trek) wat aan de korte kant is. Gelukkig is het een album dat je best twee keer achter elkaar kunt horen en er zijn nog wat albums van J.E. Sunde die ik moet gaan ontdekken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: J.E. Sunde - Alice, Gloria And Jon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
J.E. Sunde - Alice, Gloria And Jon
De vorige albums van de Amerikaanse muzikante J.E. Sunde zijn me niet opgevallen, maar zijn nieuwe album Alice, Gloria And Jon is een zeer aangename verrassing vol even aanstekelijke als tijdloze songs
Singer-songwriters die zich vooral hebben laten inspireren door hun helden uit de jaren 70 zijn er in overvloed, maar er zijn er niet veel die de geweldige songs uit hun mouw schudden en bovendien een eigentijdse twist geven aan alle invloeden uit het verleden. J.E. Sunde slaagt daar op zijn nieuwe album Alice, Gloria And John wel in en tekent ook nog eens voor songs die het uitstekend doen bij alle zonnestralen van het moment. Het is mijn eerste kennismaking met de muziek van de singer-songwriter uit Minneapolis, maar het is er een die doet uitzien naar veel meer perfecte popsongs van J.E. Sunde. Een zeer aangename verrassing dit bijzonder lekkere album.
Op Spotify zijn inmiddels vijf albums van J.E. Sunde te vinden, maar een week geleden had ik nog nooit van de Amerikaanse muzikant gehoord. Ook het deze week verschenen Alice, Gloria And Jon was waarschijnlijk tussen wal en schip gevallen als ik niet het dringende advies had gekregen om eens naar het album te luisteren. Ik ben blij dat ik dit advies heb opgevolgd, want het nieuwe album van de muzikant uit Minneapolis staat vol met songs die de mooie zomerdagen van het moment voorzien van bijzonder aangename klanken die de zon nog net wat aangenamer laten schijnen.
Jonathan Edward Sunde is een klassiek geschoold muzikant met een zwak voor de betere singer-songwriters uit de jaren 70 en van dit zwak maakt hij geen geheim. Net als bijvoorbeeld Ben Folds of Ron Sexsmith beschikt J.E. Sunde over het vermogen om tijdloze popsongs te schrijven. Het zijn popsongs die met één been in de jaren 70 en met één been in het heden staan en het zijn bovendien popsongs die direct bij eerste beluistering bekend in de oren klinken.
Dat is deels het gevolg van de vele echo’s uit de jaren 70 die doorklinken in de muziek van J.E, Sunde, maar het heeft ook alles te maken met de kwaliteit van de popsongs van de muzikant uit Minneapolis. Nu wordt er momenteel flink geciteerd uit de archieven van de jaren 70, maar net als de eerder genoemde Ben Folds en Ron Sexsmith schrijft J.E. Sunde niet alleen songs met een aangename jaren 70 vibe, maar schrijft hij ook songs die weten te verrassen.
In vrijwel alle tracks op Alice, Gloria And Jon vermaakt J.E. Sunde met alle ingrediënten die de popmuziek in de jaren 70 zo leuk maakte, maar net zo vaak voegt de Amerikaanse muzikant verrassende wendingen toe aan zijn tijdloos klinkende songs. Zeker in de folky songs maakt J.E. Sunde geen geheim van zijn liefde voor Bob Dylan en Leonard Cohen, maar ook invloeden van Paul McCartney en Paul Simon hebben hun weg gevonden naar het vijfde album van J.E. Sunde.
Het is nog maar het topje van de ijsberg, want Alice, Gloria And Jon roept steeds weer andere associaties op. Die blijven overigens zeker niet beperkt tot de jaren 70, want ik hoor ook wel wat van Elliott Smith, om nog maar eens een naam te noemen. Zeker wanneer J.E. Sunde synths inzet verdwijnen de jaren 70 naar de achtergrond en hoor je een muzikant die met beide benen in het heden staat, maar nog steeds onweerstaanbaar lekkere popliedjes schrijft.
Albums als Alice, Gloria And John moet ik altijd een paar keer horen, want een album vol popsongs die zich onmiddellijk opdringen kan me na een paar luisterbeurten ook wel eens tegen gaan staan. Dat is niet gebeurd bij beluistering van het nieuwe album van J.E. Sunde, want dat is sinds de eerste kennismaking alleen maar leuker en interessanter geworden.
De Amerikaanse muzikant trok met zijn vorige album al wat meer aandacht, maar het uitstekende Alice, Gloria And Jon verdient als je het mij vraagt nog een veel groter publiek. Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op het album en dat is dat het met net een half uur (en net wat minder dan een half uur als ik de wat overbodige instrumentale track er af trek) wat aan de korte kant is. Gelukkig is het een album dat je best twee keer achter elkaar kunt horen en er zijn nog wat albums van J.E. Sunde die ik moet gaan ontdekken. Erwin Zijleman
J.J. Cale - Stay Around (2019)

4,0
2
geplaatst: 27 april 2019, 09:06 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: J.J. Cale - Stay Around - dekrentenuitdepop.blogspot.com
J.J. Cale - Stay Around
Stay Around is wat oneerbiedig gezegd een verzameling restjes van J.J. Cale, maar het zijn wel hele goede restjes van de in 2013 overleden grootheid
Na de dood van J.J. Cale in 2013 doken zijn vrouw en manager in de goedgevulde archieven van de Amerikaanse muzikant. Stay Around is het eerste resultaat van deze duik in de archieven en levert een verrassend sterk album op. J.J. Cale veranderde niet al te veel aan zijn geluid gedurende zijn carrière en ook de songs op Stay Around laten het zo herkenbare J.J. Cale geluid horen. Het is een geluid dat doet verlangen naar luieren in de zon of naar een ijskoud biertje op een snikhete veranda in het Zuiden van de Verenigde Staten. Het typische J.J. Cale geluid was een inspiratiebron voor velen, maar zelf beheerste hij zijn kunstje toch het best. Restmateriaal is niet altijd even interessant, maar van deze restjes lust ik er nog veel en veel meer.
J.J. Cale overleed in de zomer van 2013, maar bijna zes jaar na zijn dood verschijnt er nog een album met niet eerder uitgebrachte muziek van de Amerikaanse muzikant.
De in Oklahoma City, Oklahoma, geboren maar in Tulsa, Oklahoma, opgegroeide muzikant teerde lange tijd op de vier geweldige albums die hij in de jaren 70 uitbracht. Naturally (1971), Really (1972), Okie (1974) en Troubadour (1976) zijn inmiddels al vele decennia klassiekers, maar leken ook lange tijd de enige interessante albums van J.J. Cale. Hiernaast schreef hij in deze periode natuurlijk wereldhits voor anderen als Call Me The Breeze voor Lynyrd Skynyrd en vooral After Midnight en Cocaine voor Eric Clapton.
In de late jaren 70 en in de jaren 80 en 90 was J.J. Cale vooral hopeloos uit vorm en de goede vorm hervond hij eigenlijk pas in 2004 toen het uitstekende To Tulsa And Back verscheen. Deze goede vorm werd behouden op het in 2006 verschenen en samen met Eric Clapton gemaakte The Road To Escondido en geconsolideerd op het in 2009 uitgebrachte Roll On.
Inmiddels zijn we tien jaar verder, is J.J. Cale helaas niet meer onder ons en is postuum Stay Around verschenen. Stay Around is oneerbiedig gezegd een verzameling restmateriaal. J.J. Cale’s vrouw Christine Lakeland en zijn manager Mike Kappus doken in de naar verluid goed gevulde archieven van de Amerikaanse muzikant en kwamen boven met 15 tracks.
Het zijn niet alleen 15 tracks die het uit duizenden herkenbare J.J. Cale geluid laten horen, maar het zijn ook 15 tracks die qua niveau niet hadden misstaan op zijn betere albums. Het uit duizenden herkenbare J.J. Cale geluid bevat vooral invloeden uit de blues, maar de Amerikaanse muzikant is ook niet vies van andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het geluid is zo herkenbaar vanwege het bijzondere gitaarspel van de Amerikaanse muzikant en zijn manier van zingen.
Zowel het gitaarspel van J.J. Cale en zijn zang zijn de afgelopen decennia een synoniem geworden voor het begrip laid-back en bij voorkeur LAID-BACK in hoofdletters. Luister naar de tracks op Stay Around en de aarde draait opeens een stuk minder snel. De muziek van J.J. Cale is muziek die uitnodigt tot luieren, bij voorkeur in een zomerzon of op zijn minst lentezon.
Het geluid van de muzikant uit Tulsa is de afgelopen decennia een inspiratiebron geweest voor velen, met Dire Straits als een van de meest aansprekende voorbeelden, maar J.J. Cale blijft ongeëvenaard De muziek van J.J. Cale klonk vrijwel altijd loom en puur en dat gaat ook weer op voor de songs op Stay Around. De Amerikaanse muzikant is in de meeste tracks de blues trouw en betovert met heerlijk laid-back gitaarspel, maar ook gitaarspel van grote schoonheid.
De tracks op Stay Around bestrijken naar verluidt (ik heb helaas geen hele precieze info) vrijwel de gehele carrière van J.J. Cale, maar het album klinkt desondanks consistent, wat iets zegt over het bijzondere geluid dat de Amerikaanse muzikant in de jaren 70 ontwikkelde en 40 jaar trouw zou blijven.
Er zijn ons de laatste jaren nogal wat muzikanten van naam en faam ontvallen, waaronder muzikanten die bekend stonden als archivaris van nogal wat onuitgebracht materiaal. Ook J.J. Cale nam altijd veel meer songs op dan hij nodig had, maar waar we het bij veel overleden muzikanten helaas moeten doen met obscuur demo materiaal, is Stay Around van een niveau dat ook bij leven zeer de moeite waard was geweest. De archieven van J.J. Cale bevatten volgens zijn vrouw en manager nog veel meer moois, dus dat belooft wat voor de toekomst. Voor het zover is kan ik prima uit de voeten met het verrassend sterke Stay Around. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: J.J. Cale - Stay Around - dekrentenuitdepop.blogspot.com
J.J. Cale - Stay Around
Stay Around is wat oneerbiedig gezegd een verzameling restjes van J.J. Cale, maar het zijn wel hele goede restjes van de in 2013 overleden grootheid
Na de dood van J.J. Cale in 2013 doken zijn vrouw en manager in de goedgevulde archieven van de Amerikaanse muzikant. Stay Around is het eerste resultaat van deze duik in de archieven en levert een verrassend sterk album op. J.J. Cale veranderde niet al te veel aan zijn geluid gedurende zijn carrière en ook de songs op Stay Around laten het zo herkenbare J.J. Cale geluid horen. Het is een geluid dat doet verlangen naar luieren in de zon of naar een ijskoud biertje op een snikhete veranda in het Zuiden van de Verenigde Staten. Het typische J.J. Cale geluid was een inspiratiebron voor velen, maar zelf beheerste hij zijn kunstje toch het best. Restmateriaal is niet altijd even interessant, maar van deze restjes lust ik er nog veel en veel meer.
J.J. Cale overleed in de zomer van 2013, maar bijna zes jaar na zijn dood verschijnt er nog een album met niet eerder uitgebrachte muziek van de Amerikaanse muzikant.
De in Oklahoma City, Oklahoma, geboren maar in Tulsa, Oklahoma, opgegroeide muzikant teerde lange tijd op de vier geweldige albums die hij in de jaren 70 uitbracht. Naturally (1971), Really (1972), Okie (1974) en Troubadour (1976) zijn inmiddels al vele decennia klassiekers, maar leken ook lange tijd de enige interessante albums van J.J. Cale. Hiernaast schreef hij in deze periode natuurlijk wereldhits voor anderen als Call Me The Breeze voor Lynyrd Skynyrd en vooral After Midnight en Cocaine voor Eric Clapton.
In de late jaren 70 en in de jaren 80 en 90 was J.J. Cale vooral hopeloos uit vorm en de goede vorm hervond hij eigenlijk pas in 2004 toen het uitstekende To Tulsa And Back verscheen. Deze goede vorm werd behouden op het in 2006 verschenen en samen met Eric Clapton gemaakte The Road To Escondido en geconsolideerd op het in 2009 uitgebrachte Roll On.
Inmiddels zijn we tien jaar verder, is J.J. Cale helaas niet meer onder ons en is postuum Stay Around verschenen. Stay Around is oneerbiedig gezegd een verzameling restmateriaal. J.J. Cale’s vrouw Christine Lakeland en zijn manager Mike Kappus doken in de naar verluid goed gevulde archieven van de Amerikaanse muzikant en kwamen boven met 15 tracks.
Het zijn niet alleen 15 tracks die het uit duizenden herkenbare J.J. Cale geluid laten horen, maar het zijn ook 15 tracks die qua niveau niet hadden misstaan op zijn betere albums. Het uit duizenden herkenbare J.J. Cale geluid bevat vooral invloeden uit de blues, maar de Amerikaanse muzikant is ook niet vies van andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het geluid is zo herkenbaar vanwege het bijzondere gitaarspel van de Amerikaanse muzikant en zijn manier van zingen.
Zowel het gitaarspel van J.J. Cale en zijn zang zijn de afgelopen decennia een synoniem geworden voor het begrip laid-back en bij voorkeur LAID-BACK in hoofdletters. Luister naar de tracks op Stay Around en de aarde draait opeens een stuk minder snel. De muziek van J.J. Cale is muziek die uitnodigt tot luieren, bij voorkeur in een zomerzon of op zijn minst lentezon.
Het geluid van de muzikant uit Tulsa is de afgelopen decennia een inspiratiebron geweest voor velen, met Dire Straits als een van de meest aansprekende voorbeelden, maar J.J. Cale blijft ongeëvenaard De muziek van J.J. Cale klonk vrijwel altijd loom en puur en dat gaat ook weer op voor de songs op Stay Around. De Amerikaanse muzikant is in de meeste tracks de blues trouw en betovert met heerlijk laid-back gitaarspel, maar ook gitaarspel van grote schoonheid.
De tracks op Stay Around bestrijken naar verluidt (ik heb helaas geen hele precieze info) vrijwel de gehele carrière van J.J. Cale, maar het album klinkt desondanks consistent, wat iets zegt over het bijzondere geluid dat de Amerikaanse muzikant in de jaren 70 ontwikkelde en 40 jaar trouw zou blijven.
Er zijn ons de laatste jaren nogal wat muzikanten van naam en faam ontvallen, waaronder muzikanten die bekend stonden als archivaris van nogal wat onuitgebracht materiaal. Ook J.J. Cale nam altijd veel meer songs op dan hij nodig had, maar waar we het bij veel overleden muzikanten helaas moeten doen met obscuur demo materiaal, is Stay Around van een niveau dat ook bij leven zeer de moeite waard was geweest. De archieven van J.J. Cale bevatten volgens zijn vrouw en manager nog veel meer moois, dus dat belooft wat voor de toekomst. Voor het zover is kan ik prima uit de voeten met het verrassend sterke Stay Around. Erwin Zijleman
Jack Bruce - Silver Rails (2014)

4,5
0
geplaatst: 25 oktober 2014, 20:21 uur
Vandaag overleden.
Daarom alsnog een recensie van zijn laatste plaat op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jack Bruce - Silver Rails - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eerder vandaag overleed de Britse muzikant Jack Bruce op 71-jarige leeftijd. Jack Bruce is vooral bekend als bassist van Cream, maar verdiende hiervoor al ruimschoots zijn sporen in de muziek als bassist bij roemruchte Britse blues muzikanten als Graham Bond en Alexis Korner en als lid van John Mayall’s Bluesbreakers. Na het uit elkaar vallen van Cream formeerde Bruce zijn Jack Bruce Band, die, in zeer uiteenlopende samenstellingen, is blijven bestaan tot aan zijn dood.
Jack Bruce heeft meer dan 25 soloplaten op zijn naam staan en er zitten er een paar tussen die ik behoorlijk hoog heb zitten, waaronder klassiekers als Songs For A Tailor (1969), Things We Like (1970), Harmony Row (1971), mijn persoonlijke favoriet I’ve Always Wanted To Do This uit 1980, door de critici bejubelde platen als A Question Of Time (1990) en Somethin Else (1993) en het verrassend sterke More Jack Than God uit 2003.
Eerder dit jaar verscheen de eerste studioplaat van Jack Bruce sinds het al weer 11 jaar oude More Jack Than God, Silver Rails. Silver Rails lag al een tijdje op de stapel om besproken te worden op deze BLOG, maar het kwam er maar niet van. Silver Rails is nu door het trieste overlijden van Jack Bruce alsnog op deze BLOG terecht gekomen en daar valt helemaal niets op af te dingen.
Silver Rails is immers niet alleen een hele overtuigende plaat, maar het is bovendien een typische Jack Bruce plaat. Een ieder die niet bekend is met het unieke geluid van Jack Bruce zal Silver Rails niet zomaar kunnen waarderen. Jack Bruce maakt op Silver Rails muziek die ook een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden en het is bovendien muziek die niet heel makkelijk in een hokje is te duwen.
Silver Rails sluit vrijwel naadloos aan op alle andere soloplaten die ik van Jack Bruce in huis heb. Dit ligt voor een belangrijk deel aan twee unieke ingrediënten in de muziek van Jack Bruce. Allereerst is Jack Bruce een unieke bassist met een geheel eigen geluid en hiernaast is Bruce een bijzonder zanger.
De stem van Jack Bruce is op Silver Rails misschien niet meer zo krachtig als in het verleden, maar het kwetsbare of zelfs breekbare in zijn stem voegt ook wat toe aan de songs op Silver Rails. Het baswerk is zoals altijd van bijzonder hoog niveau en ook de rest van de instrumentatie op de plaat is dik in orde. Dit is mede de verdienste van een aantal gastmuzikanten van naam en faam, waaronder topgitaristen als Phil Manzanera, Robin Trower en Bernie Marsden, maar het meest geniet ik toch van de bijdragen van Jack Bruce zelf.
Silver Rails bevat een aantal stevige rocksongs, een aantal bluesy songs, een aantal psychedelisch aandoende songs en een bijzonder indringende piano ballad. Allemaal songs die ook een aantal decennia geleden hadden kunnen zijn gemaakt, maar niet direct songs die zich heel makkelijk laten vergelijken met het werk van anderen.
Het is zoals gezegd muziek die een ieder die niet bekend is met het werk van Jack Bruce even op zich in zal moeten laten werken, maar als dit oude werk vertrouwde kost is, weet Silver Rails vrij makkelijk te overtuigen met songs die niet onder doen voor het beste werk van Jack Bruce.
Natuurlijk is het doodzonde dat Silver Rails uiteindelijk de zwanenzang van Jack Bruce is geworden, maar het is een zwanenzang waarop hij bijzonder trots kan zijn. Een mooi slotakkoord voor de liefhebbers van zijn muziek, een mogelijke start van een lange ontdekkingstocht voor de nieuwkomers. Met het overlijden van Jack Bruce verliest de popmuziek wel weer een icoon, we zullen hem missen. Erwin Zijleman
Daarom alsnog een recensie van zijn laatste plaat op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jack Bruce - Silver Rails - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Eerder vandaag overleed de Britse muzikant Jack Bruce op 71-jarige leeftijd. Jack Bruce is vooral bekend als bassist van Cream, maar verdiende hiervoor al ruimschoots zijn sporen in de muziek als bassist bij roemruchte Britse blues muzikanten als Graham Bond en Alexis Korner en als lid van John Mayall’s Bluesbreakers. Na het uit elkaar vallen van Cream formeerde Bruce zijn Jack Bruce Band, die, in zeer uiteenlopende samenstellingen, is blijven bestaan tot aan zijn dood.
Jack Bruce heeft meer dan 25 soloplaten op zijn naam staan en er zitten er een paar tussen die ik behoorlijk hoog heb zitten, waaronder klassiekers als Songs For A Tailor (1969), Things We Like (1970), Harmony Row (1971), mijn persoonlijke favoriet I’ve Always Wanted To Do This uit 1980, door de critici bejubelde platen als A Question Of Time (1990) en Somethin Else (1993) en het verrassend sterke More Jack Than God uit 2003.
Eerder dit jaar verscheen de eerste studioplaat van Jack Bruce sinds het al weer 11 jaar oude More Jack Than God, Silver Rails. Silver Rails lag al een tijdje op de stapel om besproken te worden op deze BLOG, maar het kwam er maar niet van. Silver Rails is nu door het trieste overlijden van Jack Bruce alsnog op deze BLOG terecht gekomen en daar valt helemaal niets op af te dingen.
Silver Rails is immers niet alleen een hele overtuigende plaat, maar het is bovendien een typische Jack Bruce plaat. Een ieder die niet bekend is met het unieke geluid van Jack Bruce zal Silver Rails niet zomaar kunnen waarderen. Jack Bruce maakt op Silver Rails muziek die ook een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden en het is bovendien muziek die niet heel makkelijk in een hokje is te duwen.
Silver Rails sluit vrijwel naadloos aan op alle andere soloplaten die ik van Jack Bruce in huis heb. Dit ligt voor een belangrijk deel aan twee unieke ingrediënten in de muziek van Jack Bruce. Allereerst is Jack Bruce een unieke bassist met een geheel eigen geluid en hiernaast is Bruce een bijzonder zanger.
De stem van Jack Bruce is op Silver Rails misschien niet meer zo krachtig als in het verleden, maar het kwetsbare of zelfs breekbare in zijn stem voegt ook wat toe aan de songs op Silver Rails. Het baswerk is zoals altijd van bijzonder hoog niveau en ook de rest van de instrumentatie op de plaat is dik in orde. Dit is mede de verdienste van een aantal gastmuzikanten van naam en faam, waaronder topgitaristen als Phil Manzanera, Robin Trower en Bernie Marsden, maar het meest geniet ik toch van de bijdragen van Jack Bruce zelf.
Silver Rails bevat een aantal stevige rocksongs, een aantal bluesy songs, een aantal psychedelisch aandoende songs en een bijzonder indringende piano ballad. Allemaal songs die ook een aantal decennia geleden hadden kunnen zijn gemaakt, maar niet direct songs die zich heel makkelijk laten vergelijken met het werk van anderen.
Het is zoals gezegd muziek die een ieder die niet bekend is met het werk van Jack Bruce even op zich in zal moeten laten werken, maar als dit oude werk vertrouwde kost is, weet Silver Rails vrij makkelijk te overtuigen met songs die niet onder doen voor het beste werk van Jack Bruce.
Natuurlijk is het doodzonde dat Silver Rails uiteindelijk de zwanenzang van Jack Bruce is geworden, maar het is een zwanenzang waarop hij bijzonder trots kan zijn. Een mooi slotakkoord voor de liefhebbers van zijn muziek, een mogelijke start van een lange ontdekkingstocht voor de nieuwkomers. Met het overlijden van Jack Bruce verliest de popmuziek wel weer een icoon, we zullen hem missen. Erwin Zijleman
Jackie West - Close to the Mystery (2024)

0
geplaatst: 15 mei 2024, 20:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jackie West - Close To The Mystery - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jackie West - Close To The Mystery
De Amerikaanse singer-songwriter Jackie West wordt nog niet overladen met aandacht voor haar debuutalbum Close To The Mystery, maar wat is het een bijzonder en vooral betoverend mooi album
Het debuutalbum van Jackie West uit Brooklyn, New York, lijkt in eerste instantie een album uit een ver verleden, maar in haar songs overbrugt de Amerikaanse muzikante keer op keer een aantal decennia. Dit doet ze met een prachtig geluid, dat bol staat van de invloeden en dat varieert van teder tot ruw, maar ook de prachtige stem van Jackie West draagt nadrukkelijk bij aan de kwaliteit van het album. Het is een album vol nostalgie en zwoele verleiding, maar het is ook een album waarvan je geen detail wilt missen en dat steeds weer nieuwe verrassingen laat horen. Probeer maar eens aandacht te trekken in het enorme aanbod van het moment, maar iedereen die dit album er uit pikt krijgt daar geen spijt van.
Direct wanneer de eerste noten van Close To The Mystery van Jackie West uit de speakers komen word je overspoeld door een vloedgolf van nostalgie. Het album van de Amerikaanse muzikante klinkt, zeker als in de openingstrack, als een album dat uit de jaren 50 of 60 van de vorige eeuw zou kunnen stammen. Zowel de muziek als de zang op Close To The Mystery heeft iets dat, zeker bij eerste beluistering van het album, niet van deze tijd lijkt.
De muziek op het album is in eerste instantie subtiel en sfeervol en ook de naar de voorgrond gemixte zang van Jackie West is vooral zacht en teder. Het klinkt misschien als muziek uit een heel ver verleden, maar het klinkt ook fantastisch en op een of andere manier ook eigentijds. Zeker op een rustige lenteochtend of zwoele lenteavond is de verleiding van de muziek van Jackie West meedogenloos en de ware kracht van het album moet dan nog aan de oppervlakte komen.
Die kracht schuilt deels in de heldere en zuivere stem van Jackie West, die met veel precisie en met veel gevoel zingt. De stem van de Amerikaanse is vooral fluisterzacht, maar de zang op Close To The Mystery blijkt een stuk veelzijdiger dan bij vluchtige beluistering het geval lijkt en wordt naarmate je het album hoort alleen maar mooier en veelzijdiger.
Wat voor de zang op het debuutalbum van Jackie West geldt, geldt in nog veel sterkere mate voor de prachtige muziek op het album. Ook in muzikaal opzicht is Close To The Mystery op het eerste gehoor een zacht en subtiel klinkend album, maar de instrumentatie op het album zit vol prachtige details en de gitaren kunnen zo nu en dan ook verrassend stevig klinken.
Aan de ene kant is er het prachtige akoestische en elektrische gitaarspel, maar in veel tracks is er ook een belangrijke rol weggelegd voor piano en keyboards en voor een subtiel spelende ritmesectie. Close To The Mystery werd gemaakt met een beperkt aantal muzikanten, onder wie multi-instrumentalisten Shahzad Ismaily en Sarah Pedinotti, waarvan laatstgenoemde het album ook produceerde.
Dat heeft ze knap gedaan, want zeker wanneer je het debuutalbum van Jackie West met de koptelefoon beluistert hoor je hoe rijk en wonderschoon de muziek op het album is. Close To The Mystery overtuigt in muzikaal en vocaal opzicht bijzonder makkelijk, zeker wanneer je vatbaar bent voor de lome en nostalgische verleiding van het album en niet bang bent voor de ruwere uitbarstingen, maar ook de songs op het album zijn zeer aansprekend.
Het zijn songs die zich breed hebben laten beïnvloeden. Close To The Mystery bevat niet alleen invloeden uit een aantal decennia popmuziek, met afwisselend een hoofdrol voor invloeden uit een heel ver verleden en invloeden uit het heden, maar heeft ook lak aan de grenzen van genres. Een aantal songs op het album hebben een folky karakter, maar Jackie West kan ook uit de voeten met jazz, pop en rock en dat zijn slechts de direct identificeerbare genres.
In recensies van het album kom ik namen tegen als die van Peggy Lee, Mazzy Star, Cowboy Junkies, en Lana Del Rey, maar ik hoor ze soms allemaal tegelijk en soms geen van allen. Jackie West overtuigt op haar debuutalbum met een fraai eigen geluid, dat je soms op het verkeerde been zet, maar dat je vooral aangenaam blijft verrassen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jackie West - Close To The Mystery - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jackie West - Close To The Mystery
De Amerikaanse singer-songwriter Jackie West wordt nog niet overladen met aandacht voor haar debuutalbum Close To The Mystery, maar wat is het een bijzonder en vooral betoverend mooi album
Het debuutalbum van Jackie West uit Brooklyn, New York, lijkt in eerste instantie een album uit een ver verleden, maar in haar songs overbrugt de Amerikaanse muzikante keer op keer een aantal decennia. Dit doet ze met een prachtig geluid, dat bol staat van de invloeden en dat varieert van teder tot ruw, maar ook de prachtige stem van Jackie West draagt nadrukkelijk bij aan de kwaliteit van het album. Het is een album vol nostalgie en zwoele verleiding, maar het is ook een album waarvan je geen detail wilt missen en dat steeds weer nieuwe verrassingen laat horen. Probeer maar eens aandacht te trekken in het enorme aanbod van het moment, maar iedereen die dit album er uit pikt krijgt daar geen spijt van.
Direct wanneer de eerste noten van Close To The Mystery van Jackie West uit de speakers komen word je overspoeld door een vloedgolf van nostalgie. Het album van de Amerikaanse muzikante klinkt, zeker als in de openingstrack, als een album dat uit de jaren 50 of 60 van de vorige eeuw zou kunnen stammen. Zowel de muziek als de zang op Close To The Mystery heeft iets dat, zeker bij eerste beluistering van het album, niet van deze tijd lijkt.
De muziek op het album is in eerste instantie subtiel en sfeervol en ook de naar de voorgrond gemixte zang van Jackie West is vooral zacht en teder. Het klinkt misschien als muziek uit een heel ver verleden, maar het klinkt ook fantastisch en op een of andere manier ook eigentijds. Zeker op een rustige lenteochtend of zwoele lenteavond is de verleiding van de muziek van Jackie West meedogenloos en de ware kracht van het album moet dan nog aan de oppervlakte komen.
Die kracht schuilt deels in de heldere en zuivere stem van Jackie West, die met veel precisie en met veel gevoel zingt. De stem van de Amerikaanse is vooral fluisterzacht, maar de zang op Close To The Mystery blijkt een stuk veelzijdiger dan bij vluchtige beluistering het geval lijkt en wordt naarmate je het album hoort alleen maar mooier en veelzijdiger.
Wat voor de zang op het debuutalbum van Jackie West geldt, geldt in nog veel sterkere mate voor de prachtige muziek op het album. Ook in muzikaal opzicht is Close To The Mystery op het eerste gehoor een zacht en subtiel klinkend album, maar de instrumentatie op het album zit vol prachtige details en de gitaren kunnen zo nu en dan ook verrassend stevig klinken.
Aan de ene kant is er het prachtige akoestische en elektrische gitaarspel, maar in veel tracks is er ook een belangrijke rol weggelegd voor piano en keyboards en voor een subtiel spelende ritmesectie. Close To The Mystery werd gemaakt met een beperkt aantal muzikanten, onder wie multi-instrumentalisten Shahzad Ismaily en Sarah Pedinotti, waarvan laatstgenoemde het album ook produceerde.
Dat heeft ze knap gedaan, want zeker wanneer je het debuutalbum van Jackie West met de koptelefoon beluistert hoor je hoe rijk en wonderschoon de muziek op het album is. Close To The Mystery overtuigt in muzikaal en vocaal opzicht bijzonder makkelijk, zeker wanneer je vatbaar bent voor de lome en nostalgische verleiding van het album en niet bang bent voor de ruwere uitbarstingen, maar ook de songs op het album zijn zeer aansprekend.
Het zijn songs die zich breed hebben laten beïnvloeden. Close To The Mystery bevat niet alleen invloeden uit een aantal decennia popmuziek, met afwisselend een hoofdrol voor invloeden uit een heel ver verleden en invloeden uit het heden, maar heeft ook lak aan de grenzen van genres. Een aantal songs op het album hebben een folky karakter, maar Jackie West kan ook uit de voeten met jazz, pop en rock en dat zijn slechts de direct identificeerbare genres.
In recensies van het album kom ik namen tegen als die van Peggy Lee, Mazzy Star, Cowboy Junkies, en Lana Del Rey, maar ik hoor ze soms allemaal tegelijk en soms geen van allen. Jackie West overtuigt op haar debuutalbum met een fraai eigen geluid, dat je soms op het verkeerde been zet, maar dat je vooral aangenaam blijft verrassen. Erwin Zijleman
Jackson Browne - Standing in the Breach (2014)

4,0
0
geplaatst: 5 januari 2015, 15:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jackson Browne - Standing In The Breach - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jackson Browne heeft inmiddels een stuk of twintig platen op zijn naam staan, maar meer dan twee of drie heb ik er volgens mij niet in de kast staan.
Dat heeft deels te maken met het feit dat de Amerikaanse singer-songwriter na de jaren 70 vooral erg wisselvallige platen heeft uitgebracht, maar ook met de platen uit de jaren 70 wil het lang niet altijd klikken tussen Jackson Browne en mij.
Ik ging er daarom van uit dat ik het eerder dit jaar verschenen Standing In The Breach met een gerust hard links zou kunnen laten liggen, maar omdat de plaat kon rekenen op bijzonder positieve recensies en uiteindelijk zelfs een aantal jaarlijstjes wist te halen werd ik toch nieuwsgierig naar de recente muzikale verrichtingen van Jackson Browne.
Standing In The Breach klonk, toch wel enigszins tot mijn verbazing, direct vertrouwd. Op zijn nieuwe plaat, zijn eerste studioplaat in een jaar of zes, borduurt Jackson Browne nadrukkelijk voort op zijn werk uit de jaren 70 en dat is muziek die er nog altijd toe doet.
Jackson Browne doet dit samen met een stel gelouterde muzikanten, onder wie topkrachten als Greg Leisz, Jay Bellerose, Jim Keltner, Val McCallum en Benmont Tench. Met de instrumentatie op Standing In The Breach zit het dus wel goed. Meer dan goed zelfs, want wat klinkt de plaat prachtig, wat zijn er veel muzikale hoogstandjes te horen en wat zorgen al die topmuzikanten voor een mooi en ook nog eens lekker veelzijdig geluid.
Jackson Browne grijpt op zijn nieuwe plaat nadrukkelijk terug op zijn eigen werk, maar ook de hoogtijdagen van The Byrds, een fraai vleugje psychedelica en een randje volstrekt tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70 spelen een belangrijke rol op Standing In The Breach.
Jackson Browne is de 65 inmiddels gepasseerd, maar de Amerikaan is op zijn nieuwe plaat nog verrassend goed bij stem. De tand des tijd lijkt totaal geen invloed te hebben gehad op zijn zo herkenbare stemgeluid en ook zijn songs klinken nog net zo urgent als op klassiekers als Jackson Browne (1972), For Everyman (1973), Late For The Sky (1974), The Pretender (1976) of Running on Empty (1977), waarvan ik er inmiddels toch vier in mijn platenkast heb geteld.
Ook in tekstueel opzicht is de nieuwe plaat van Jackson Browne weer sterk. Jackson Browne was nooit te beroerd om de Amerikaanse politiek of misstanden elders in de wereld aan de kaak te stellen dan dat doet hij ook weer op Standing In The Breach, zoals alleen een echte protestzanger dat kan.
Tijdloze songs, uitstekende vocalen, een prachtige instrumentatie en teksten met een boodschap; het zijn ingrediënten die de basis vormen voor een bovengemiddeld goede plaat die kwaliteit ademt, al moet je het nog wel op de juiste manier weten te vermengen en moet het gevoel nog worden toegevoegd. Ook hier is Jackson Browne in geslaagd, want Standing In The Breach is een plaat die de aandacht met speels gemak vast weet te houden en die bovendien weet te ontroeren.
Ik was misschien nooit een groot fan van Jackson Browne, maar Standing In The Breach vind ik echt een hele goede plaat. Er waren in 2014 flink wat gelouterde muzikanten die een prima plaat afleverden. Ik heb er al heel wat bewierookt, maar de laatste van Jackson Browne moet hier absoluut nog aan worden toegevoegd. Bij deze. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jackson Browne - Standing In The Breach - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jackson Browne heeft inmiddels een stuk of twintig platen op zijn naam staan, maar meer dan twee of drie heb ik er volgens mij niet in de kast staan.
Dat heeft deels te maken met het feit dat de Amerikaanse singer-songwriter na de jaren 70 vooral erg wisselvallige platen heeft uitgebracht, maar ook met de platen uit de jaren 70 wil het lang niet altijd klikken tussen Jackson Browne en mij.
Ik ging er daarom van uit dat ik het eerder dit jaar verschenen Standing In The Breach met een gerust hard links zou kunnen laten liggen, maar omdat de plaat kon rekenen op bijzonder positieve recensies en uiteindelijk zelfs een aantal jaarlijstjes wist te halen werd ik toch nieuwsgierig naar de recente muzikale verrichtingen van Jackson Browne.
Standing In The Breach klonk, toch wel enigszins tot mijn verbazing, direct vertrouwd. Op zijn nieuwe plaat, zijn eerste studioplaat in een jaar of zes, borduurt Jackson Browne nadrukkelijk voort op zijn werk uit de jaren 70 en dat is muziek die er nog altijd toe doet.
Jackson Browne doet dit samen met een stel gelouterde muzikanten, onder wie topkrachten als Greg Leisz, Jay Bellerose, Jim Keltner, Val McCallum en Benmont Tench. Met de instrumentatie op Standing In The Breach zit het dus wel goed. Meer dan goed zelfs, want wat klinkt de plaat prachtig, wat zijn er veel muzikale hoogstandjes te horen en wat zorgen al die topmuzikanten voor een mooi en ook nog eens lekker veelzijdig geluid.
Jackson Browne grijpt op zijn nieuwe plaat nadrukkelijk terug op zijn eigen werk, maar ook de hoogtijdagen van The Byrds, een fraai vleugje psychedelica en een randje volstrekt tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70 spelen een belangrijke rol op Standing In The Breach.
Jackson Browne is de 65 inmiddels gepasseerd, maar de Amerikaan is op zijn nieuwe plaat nog verrassend goed bij stem. De tand des tijd lijkt totaal geen invloed te hebben gehad op zijn zo herkenbare stemgeluid en ook zijn songs klinken nog net zo urgent als op klassiekers als Jackson Browne (1972), For Everyman (1973), Late For The Sky (1974), The Pretender (1976) of Running on Empty (1977), waarvan ik er inmiddels toch vier in mijn platenkast heb geteld.
Ook in tekstueel opzicht is de nieuwe plaat van Jackson Browne weer sterk. Jackson Browne was nooit te beroerd om de Amerikaanse politiek of misstanden elders in de wereld aan de kaak te stellen dan dat doet hij ook weer op Standing In The Breach, zoals alleen een echte protestzanger dat kan.
Tijdloze songs, uitstekende vocalen, een prachtige instrumentatie en teksten met een boodschap; het zijn ingrediënten die de basis vormen voor een bovengemiddeld goede plaat die kwaliteit ademt, al moet je het nog wel op de juiste manier weten te vermengen en moet het gevoel nog worden toegevoegd. Ook hier is Jackson Browne in geslaagd, want Standing In The Breach is een plaat die de aandacht met speels gemak vast weet te houden en die bovendien weet te ontroeren.
Ik was misschien nooit een groot fan van Jackson Browne, maar Standing In The Breach vind ik echt een hele goede plaat. Er waren in 2014 flink wat gelouterde muzikanten die een prima plaat afleverden. Ik heb er al heel wat bewierookt, maar de laatste van Jackson Browne moet hier absoluut nog aan worden toegevoegd. Bij deze. Erwin Zijleman
Jackson+Sellers - Breaking Point (2021)

4,0
1
geplaatst: 29 oktober 2021, 16:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jackson+Sellers - Breaking Point - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jackson+Sellers - Breaking Point
De jonge en talentvolle countryzangeressen Jade Jackson en Aubrie Sellers bundelen op Breaking Point, het debuut van Jackson+Sellers, de krachten en leveren een prima album af
Samenwerkingen tussen countryzangeressen uit Nashville, duiken de afgelopen jaren met enige regelmaat op, maar de samenwerking tussen de jonge muzikanten Jade Jackson en Aubrie Sellers is wat mij betreft verrassing. Een zeer aangename verrassing. Het debuutalbum van de twee valt op door lekker in het gehoor liggende songs, een bij vlagen behoorlijk stevig rockgeluid en vooral door de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Jade Jackson en Aubrie Sellers. Beiden tekenden de afgelopen jaren voor twee prima soloalbums, maar dit fraaie tussendoortje als Jackson+Sellers laat horen dat er nog volop groeit zit in de carrières van deze twee talenten uit Nashville.
Jackson+Sellers is een gelegenheidsduo dat bestaat uit Jade Jackson en Aubrie Sellers. Het zijn twee jonge countryzangeressen, die allebei inmiddels twee albums op hun naam hebben staan, en vooralsnog ben ik onder de indruk van het gehele oeuvre van zowel Jade Jackson als Aubrie Sellers.
De twee jonge singer-songwriters hebben, nadat ze samen speelden op het festival Americanafest in Nashville in 2019, hun krachten gebundeld op Breaking Point, het debuutalbum van Jackson+Sellers. Het is een album dat voor mij uit het niets kwam deze week en bovendien op een moment dat ik mijn selectie voor deze week al had gemaakt, maar het debuut van het duo Jackson+Sellers kon en wilde ik niet laten liggen.
Ik ben zoals gezegd onder de indruk van de eerste twee albums van zowel Jade Jackson als Aubrie Sellers. Het zijn albums die in het hokje countrypop thuis horen, maar binnen dit hokje bestrijken de twee muzikanten uit Nashville, Tennessee, een breed palet, dat zowel op kan schuiven richting pop als richting rock, met altijd flink wat invloeden uit de country als bepalend ingrediënt.
Het is niet anders op Breaking Point dat kan opschuiven richting countrypop, behoorlijk stevig kan uitpakken of juist aansluit bij de zwoele countrymuziek zoals die een aantal decennia geleden werd gemaakt. Breaking Point laat horen dat Jade Jackson en Aubrie Sellers niet voor niets de samenwerking hebben gezocht. De muzikale chemie tussen de twee jonge vrouwen is duidelijk hoorbaar op het album en wordt nog wat versterkt door hun prachtig bij elkaar kleurende stemmen.
Breaking Point opent met een lekker stevige versie van Julie Miller’s The Devil Is An Angel, die direct het vocale talent van de twee jonge zangeressen laat horen. Ook in de tweede track en titeltrack spelen stevige gitaren en vocaal vuurwerk een belangrijke rol, maar schuiven Jade Jackson en Aubrie Sellers wat op richting Nashville countrypop.
Het klinkt bijzonder lekker, maar het kippenvel kwam bij mij opzetten bij het meer ingetogen As You Run, waarin soberdere klanken worden gecombineerd met prachtige zang en harmonieën van de twee muzikanten uit Nashville. Het is een track die, nog wat meer dan de eerste twee tracks, laat horen dat 1+1 ook wel eens 3 is.
Breaking Point had van mij veel meer van dit soort tracks mogen bevatten, maar ook in de wat stevigere tracks maken Jade Jackson en Aubrie Sellers makkelijk indruk met goede en aanstekelijke songs, met een fraai klinkend geluid en vooral met uitstekende vocalen.
Voor het geluid tekent Ethan Ballinger, die het album niet alleen produceerde, maar ook tekent voor weergaloos gitaarwerk met af en toe heerlijke solo’s. Ook de overige instrumenten op het album klinken overigens prachtig en kleuren met enige regelmaat buiten de lijntjes van de geijkte Nashville countrypop, wat een pré is.
Breaking Point bevat naast de al eerder genoemde song van Julie Miller ook nog covers van Has Been van Shannon Wright en het vooral van Suzie Quatro (!) bekende The Wild One, maar zowel Jade Jackson als Aubrie Sellers dragen ook zelf een aantal uitstekende songs bij aan het album van het duo. Breaking Point doet zeer uitzien naar meer solowerk van Jade Jackson en Aubrie Sellers, maar ook het debuutalbum van dit gelegenheidsduo smaakt wat mij betreft naar meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jackson+Sellers - Breaking Point - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jackson+Sellers - Breaking Point
De jonge en talentvolle countryzangeressen Jade Jackson en Aubrie Sellers bundelen op Breaking Point, het debuut van Jackson+Sellers, de krachten en leveren een prima album af
Samenwerkingen tussen countryzangeressen uit Nashville, duiken de afgelopen jaren met enige regelmaat op, maar de samenwerking tussen de jonge muzikanten Jade Jackson en Aubrie Sellers is wat mij betreft verrassing. Een zeer aangename verrassing. Het debuutalbum van de twee valt op door lekker in het gehoor liggende songs, een bij vlagen behoorlijk stevig rockgeluid en vooral door de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Jade Jackson en Aubrie Sellers. Beiden tekenden de afgelopen jaren voor twee prima soloalbums, maar dit fraaie tussendoortje als Jackson+Sellers laat horen dat er nog volop groeit zit in de carrières van deze twee talenten uit Nashville.
Jackson+Sellers is een gelegenheidsduo dat bestaat uit Jade Jackson en Aubrie Sellers. Het zijn twee jonge countryzangeressen, die allebei inmiddels twee albums op hun naam hebben staan, en vooralsnog ben ik onder de indruk van het gehele oeuvre van zowel Jade Jackson als Aubrie Sellers.
De twee jonge singer-songwriters hebben, nadat ze samen speelden op het festival Americanafest in Nashville in 2019, hun krachten gebundeld op Breaking Point, het debuutalbum van Jackson+Sellers. Het is een album dat voor mij uit het niets kwam deze week en bovendien op een moment dat ik mijn selectie voor deze week al had gemaakt, maar het debuut van het duo Jackson+Sellers kon en wilde ik niet laten liggen.
Ik ben zoals gezegd onder de indruk van de eerste twee albums van zowel Jade Jackson als Aubrie Sellers. Het zijn albums die in het hokje countrypop thuis horen, maar binnen dit hokje bestrijken de twee muzikanten uit Nashville, Tennessee, een breed palet, dat zowel op kan schuiven richting pop als richting rock, met altijd flink wat invloeden uit de country als bepalend ingrediënt.
Het is niet anders op Breaking Point dat kan opschuiven richting countrypop, behoorlijk stevig kan uitpakken of juist aansluit bij de zwoele countrymuziek zoals die een aantal decennia geleden werd gemaakt. Breaking Point laat horen dat Jade Jackson en Aubrie Sellers niet voor niets de samenwerking hebben gezocht. De muzikale chemie tussen de twee jonge vrouwen is duidelijk hoorbaar op het album en wordt nog wat versterkt door hun prachtig bij elkaar kleurende stemmen.
Breaking Point opent met een lekker stevige versie van Julie Miller’s The Devil Is An Angel, die direct het vocale talent van de twee jonge zangeressen laat horen. Ook in de tweede track en titeltrack spelen stevige gitaren en vocaal vuurwerk een belangrijke rol, maar schuiven Jade Jackson en Aubrie Sellers wat op richting Nashville countrypop.
Het klinkt bijzonder lekker, maar het kippenvel kwam bij mij opzetten bij het meer ingetogen As You Run, waarin soberdere klanken worden gecombineerd met prachtige zang en harmonieën van de twee muzikanten uit Nashville. Het is een track die, nog wat meer dan de eerste twee tracks, laat horen dat 1+1 ook wel eens 3 is.
Breaking Point had van mij veel meer van dit soort tracks mogen bevatten, maar ook in de wat stevigere tracks maken Jade Jackson en Aubrie Sellers makkelijk indruk met goede en aanstekelijke songs, met een fraai klinkend geluid en vooral met uitstekende vocalen.
Voor het geluid tekent Ethan Ballinger, die het album niet alleen produceerde, maar ook tekent voor weergaloos gitaarwerk met af en toe heerlijke solo’s. Ook de overige instrumenten op het album klinken overigens prachtig en kleuren met enige regelmaat buiten de lijntjes van de geijkte Nashville countrypop, wat een pré is.
Breaking Point bevat naast de al eerder genoemde song van Julie Miller ook nog covers van Has Been van Shannon Wright en het vooral van Suzie Quatro (!) bekende The Wild One, maar zowel Jade Jackson als Aubrie Sellers dragen ook zelf een aantal uitstekende songs bij aan het album van het duo. Breaking Point doet zeer uitzien naar meer solowerk van Jade Jackson en Aubrie Sellers, maar ook het debuutalbum van dit gelegenheidsduo smaakt wat mij betreft naar meer. Erwin Zijleman
Jade Bird - Different Kinds of Light (2021)

4,0
0
geplaatst: 17 augustus 2021, 16:58 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jade Bird - Different Kinds Of Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jade Bird - Different Kinds Of Light
Jade Bird kiest op haar tweede album voor een gerenommeerd producer uit Nashville, maar verruilt de rootsmuziek van haar debuut toch vooral voor hele aangename pop en rock uit het verleden
De jonge Britse muzikante Jade Bird debuteerde twee jaar geleden veelbelovend en moet het nu waar gaan maken met haar tweede album. Met niemand minder dan Dave Cobb als producer had ik verwacht dat ze wat meer de kant van de Amerikaanse rootsmuziek op zou gaan, maar ondanks wat accenten die zo zijn weggelopen uit Nashville, kiest de Britse muzikante toch vooral voor pop en rock. Het is pop en rock die deels is geworteld in de jaren 70 en in de VS, maar Jade Bird vergeet ook de Britpop uit de jaren 90 niet. Het is allemaal redelijk netjes binnen de lijntjes, maar het klinkt ook bijzonder aangenaam en als je er vatbaar voor bent al snel behoorlijk verslavend.
Ik was iets meer dan twee jaar geleden positief over het titelloze debuutalbum van Jade Bird. Het debuut van de Britse muzikante verscheen een paar maanden na haar eenentwintigste verjaardag, maar Jade Bird wordt al sinds haar zestiende een mooie carrière in de muziek voorspeld. Het kwam er wat mij betreft uit op het onder andere door Simone Felice geproduceerde debuut.
Het is een debuut dat met één been in de pop en rock van het moment stond, maar met het andere been in de Amerikaanse rootsmuziek, waardoor het album de potentie had om in brede kring in de smaak te vallen. Ik was onder de indruk van het aangename geluid op het album en de prima zang van Jade Bird, waarna het album nog wat bonuspunten kreeg vanwege de leeftijd van Jade Bird.
De Britse muzikante is inmiddels bijna 24 en levert met Different Kinds Of Light haar tweede album af. De bonuspunten of compensatiepunten voor haar leeftijd is Jade Bird inmiddels wel kwijt, maar na enige aarzeling is ook mijn oordeel over het tweede album van de Britse muzikante positief.
Na het succes van het debuut zijn kosten noch moeite gespaard voor het lastige maar ook cruciale tweede album. Different Kinds Of Light werd kriskras door de Verenigde Staten opgenomen, waarbij Jade Bird een beroep kon doen op een van Nashville’s meest gewilde producers van het moment, Dave Cobb.
Op basis van het CV van Dave Cobb, waarop onder andere albums van The Highwomen, Chris Stapleton, Sturgill Simpson, Jason Isbell en Brandi Carlile prijken, had ik verwacht dat Jade Bird wat meer de kant van de rootsmuziek op zou gaan op haar tweede album, maar dat valt erg mee, of tegen, het is maar net hoe je het bekijkt. Op haar tweede album kiest de Britse muzikante nog wat nadrukkelijker voor pop en rock en het is dit keer pop en rock met een stevige 70s injectie, al laat ze zich ook zeker beïnvloeden door de Britpop uit de jaren 90.
Dave Cobb heeft Different Kinds Of Light op zeer fraaie wijze ingekleurd en put hierbij zowel uit de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek als uit die van de pop en rock van weleer. Bovendien heeft de zo geprezen producer een aantal geweldige muzikanten opgetrommeld, waardoor het album fantastisch klinkt.
Af en toe heb ik associaties met de roemruchte albums van Fleetwood Mac uit de jaren 70, maar het doet me af en toe ook wel denken aan de zo succesvolle soundtrack van de zoveelste remake van A Star Is Born, die ook door Dave Cobb werd geproduceerd. Het zijn slechts twee van vele associaties die opduiken.
De songs op het tweede album van Jade Bird zijn stuk voor stuk fraai ingekleurd, al klinkt het af en toe ook wel erg binnen de lijntjes of zelfs braaf, een enkele uitspatting daargelaten. Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang op het album en voor de songs. Jade Bird is een prima zangeres, die in meerdere genres uit de voeten kan, maar het klinkt op het eerste gehoor allemaal wel wat vlak en weinig doorleefd, wat gezien haar leeftijd ook niet zo gek ik. Bijt er echter vooral even doorheen, want het wordt veel beter.
Ik vond het nieuwe album van Jade Bird in eerste instantie wat tegen vallen, maar op een of andere manier is het album snel uitgegroeid tot een soms bijna onweerstaanbaar lekkere roadtrip langs een aantal decennia popmuziek. Het klinkt lekker, de flow is aangenaam en Jade Bird groeit nog lang door als zangeres en maakt toch weer indruk, zeker wanneer ze wat expressiever zingt. Maakt het de belofte van het debuut waar? Ja, voor mij wel. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jade Bird - Different Kinds Of Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jade Bird - Different Kinds Of Light
Jade Bird kiest op haar tweede album voor een gerenommeerd producer uit Nashville, maar verruilt de rootsmuziek van haar debuut toch vooral voor hele aangename pop en rock uit het verleden
De jonge Britse muzikante Jade Bird debuteerde twee jaar geleden veelbelovend en moet het nu waar gaan maken met haar tweede album. Met niemand minder dan Dave Cobb als producer had ik verwacht dat ze wat meer de kant van de Amerikaanse rootsmuziek op zou gaan, maar ondanks wat accenten die zo zijn weggelopen uit Nashville, kiest de Britse muzikante toch vooral voor pop en rock. Het is pop en rock die deels is geworteld in de jaren 70 en in de VS, maar Jade Bird vergeet ook de Britpop uit de jaren 90 niet. Het is allemaal redelijk netjes binnen de lijntjes, maar het klinkt ook bijzonder aangenaam en als je er vatbaar voor bent al snel behoorlijk verslavend.
Ik was iets meer dan twee jaar geleden positief over het titelloze debuutalbum van Jade Bird. Het debuut van de Britse muzikante verscheen een paar maanden na haar eenentwintigste verjaardag, maar Jade Bird wordt al sinds haar zestiende een mooie carrière in de muziek voorspeld. Het kwam er wat mij betreft uit op het onder andere door Simone Felice geproduceerde debuut.
Het is een debuut dat met één been in de pop en rock van het moment stond, maar met het andere been in de Amerikaanse rootsmuziek, waardoor het album de potentie had om in brede kring in de smaak te vallen. Ik was onder de indruk van het aangename geluid op het album en de prima zang van Jade Bird, waarna het album nog wat bonuspunten kreeg vanwege de leeftijd van Jade Bird.
De Britse muzikante is inmiddels bijna 24 en levert met Different Kinds Of Light haar tweede album af. De bonuspunten of compensatiepunten voor haar leeftijd is Jade Bird inmiddels wel kwijt, maar na enige aarzeling is ook mijn oordeel over het tweede album van de Britse muzikante positief.
Na het succes van het debuut zijn kosten noch moeite gespaard voor het lastige maar ook cruciale tweede album. Different Kinds Of Light werd kriskras door de Verenigde Staten opgenomen, waarbij Jade Bird een beroep kon doen op een van Nashville’s meest gewilde producers van het moment, Dave Cobb.
Op basis van het CV van Dave Cobb, waarop onder andere albums van The Highwomen, Chris Stapleton, Sturgill Simpson, Jason Isbell en Brandi Carlile prijken, had ik verwacht dat Jade Bird wat meer de kant van de rootsmuziek op zou gaan op haar tweede album, maar dat valt erg mee, of tegen, het is maar net hoe je het bekijkt. Op haar tweede album kiest de Britse muzikante nog wat nadrukkelijker voor pop en rock en het is dit keer pop en rock met een stevige 70s injectie, al laat ze zich ook zeker beïnvloeden door de Britpop uit de jaren 90.
Dave Cobb heeft Different Kinds Of Light op zeer fraaie wijze ingekleurd en put hierbij zowel uit de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek als uit die van de pop en rock van weleer. Bovendien heeft de zo geprezen producer een aantal geweldige muzikanten opgetrommeld, waardoor het album fantastisch klinkt.
Af en toe heb ik associaties met de roemruchte albums van Fleetwood Mac uit de jaren 70, maar het doet me af en toe ook wel denken aan de zo succesvolle soundtrack van de zoveelste remake van A Star Is Born, die ook door Dave Cobb werd geproduceerd. Het zijn slechts twee van vele associaties die opduiken.
De songs op het tweede album van Jade Bird zijn stuk voor stuk fraai ingekleurd, al klinkt het af en toe ook wel erg binnen de lijntjes of zelfs braaf, een enkele uitspatting daargelaten. Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang op het album en voor de songs. Jade Bird is een prima zangeres, die in meerdere genres uit de voeten kan, maar het klinkt op het eerste gehoor allemaal wel wat vlak en weinig doorleefd, wat gezien haar leeftijd ook niet zo gek ik. Bijt er echter vooral even doorheen, want het wordt veel beter.
Ik vond het nieuwe album van Jade Bird in eerste instantie wat tegen vallen, maar op een of andere manier is het album snel uitgegroeid tot een soms bijna onweerstaanbaar lekkere roadtrip langs een aantal decennia popmuziek. Het klinkt lekker, de flow is aangenaam en Jade Bird groeit nog lang door als zangeres en maakt toch weer indruk, zeker wanneer ze wat expressiever zingt. Maakt het de belofte van het debuut waar? Ja, voor mij wel. Erwin Zijleman
Jade Bird - Jade Bird (2019)

4,0
0
geplaatst: 22 april 2019, 15:54 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jade Bird - Jade Bird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jade Bird - Jade Bird
Jade Bird levert op haar 21e een knap debuut af dat ruimte biedt aan meerdere genres en vooral in vocaal opzicht flink wat indruk maakt
Jade Bird is nog piepjong, maar is desondanks al een jaar of twee een grote belofte voor de toekomst. Het komt er allemaal uit op het onder andere door Simone Felice geproduceerde debuutalbum van de Britse muzikante. Jade Bird omarmt op haar debuut de Amerikaanse rootsmuziek, maar is ook niet vies van pop en rock. Het levert een album op dat meerdere kanten op schiet en dat soms zeer ingetogen en soms zeer uitbundig is. De stem van Jade Bird is de constante op haar debuut en het is een stem die indruk maakt. De jonge Britse kan prachtig kwetsbaar en ingetogen zingen, maar kan ook met heel veel kracht uithalen, waarbij ze een aangenaam rauw randje op haar stembanden laat horen. Prima debuut dit.
Jade Elizabeth Bird is een jonge Britse singer-songwriter met een duidelijke voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek. Ze zette al op 16-jarige leeftijd haar eerste stappen in de muziek en debuteerde twee jaar geleden met een van belofte overlopende EP (Something American).
Jade Bird is inmiddels 21 en levert deze week eindelijk haar langverwachte debuut af. Het titelloze debuut van Jade Bird laat in de openingstrack direct horen wat de jonge Britse singer-songwriter te bieden heeft.
Mooie wat ruwe akoestische gitaarlijnen worden gecombineerd met een stem die zowel kwetsbaar als krachtig en zowel lieflijk als rauw kan klinken. Het is een stem die aan de ene kant jong klinkt, maar aan de andere kant is voorzien van een aangenaam rauw randje, waardoor Jade Bird doorleefder klinkt dan de meeste van haar leeftijdgenoten.
De akoestische gitaren krijgen in de bijzonder fraaie openingstrack Ruins na verloop van tijd gezelschap van keyboards, bas en drums en elektrische gitaren, waardoor Jade Bird in haar zang steeds een tandje bij moet schakelen. Dat doet de Britse singer-songwriter op zo’n indrukwekkende wijze dat ik eigenlijk na één track al verkocht was.
Jade Bird is nog jong en dat hoor je af en toe wel terug in haar teksten, maar in vocaal en muzikaal opzicht levert de muzikante uit het Britse Hexham, Northumberland, een prima prestatie. In muzikaal opzicht past het titelloze debuut van Jade Bird in het rijtje uitstekende countrypop albums dat de afgelopen jaren in Nashville is gemaakt, maar Jade Bird legt net wat andere accenten.
Ze voegt wat invloeden uit de Britse popmuziek toe aan haar muziek, kiest voor een net wat rauwer geluid dan in Nashville gebruikelijk en legt zichzelf in vocaal opzicht wat minder beperkingen op. De jonge Britse haalt in haar zang af en toe stevig uit, wat haar debuut voorziet van een bijzonder eigen geluid en het is een geluid dat me uitstekend bevalt.
Jade Bird zingt op haar debuut gepassioneerd en heeft haar debuut voorzien van een mix van pop, rock en roots die hoorbaar niet uit Nashville komt. Dat klopt ook, want de jonge Britse singer-songwriter nam haar debuut weliswaar op in de Verenigde Staten, maar koos niet voor Nashville, maar voor de ruwe Catskill Mountains in de staat New York. In de Catskill Mountains stonden producers David Baron en Simone Felice (The Felice Brothers) Jade Bird en haar eigen band bij.
Jade Bird heeft een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek, maar het is zeker niet alleen rootsmuziek die domineert op haar debuut. Het album flirt intens met pop en rock, maar het blijft wat mij betreft oorspronkelijk klinken. Het instrumentarium varieert van intiem en ingetogen tot groots en meeslepend en in beide uitersten kan Jade Bird uitstekend uit de voeten.
Zelf heb ik een duidelijke voorkeur voor de tracks waarin de instrumentatie klein wordt gehouden en Jade Bird niet voluit hoeft te zingen, maar de wat meer uitbundige tracks op het album mogen er zeker zijn. Voor een echt droomdebuut is het misschien nog net wat te wisselvallig en te weinig gefocust, maar de beste momenten van Jade Bird op haar debuut zijn echt heel goed, zodat zeker van een uitstekend en bijzonder veelbelovend debuut kan worden gesproken. Er zijn momenteel heel veel jonge singer-songwriters in de countrypop en omliggende genres, maar Jade Bird weet zich wat mij betreft te onderscheiden met een eigen geluid en een stem die flink wat meer met je doet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jade Bird - Jade Bird - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jade Bird - Jade Bird
Jade Bird levert op haar 21e een knap debuut af dat ruimte biedt aan meerdere genres en vooral in vocaal opzicht flink wat indruk maakt
Jade Bird is nog piepjong, maar is desondanks al een jaar of twee een grote belofte voor de toekomst. Het komt er allemaal uit op het onder andere door Simone Felice geproduceerde debuutalbum van de Britse muzikante. Jade Bird omarmt op haar debuut de Amerikaanse rootsmuziek, maar is ook niet vies van pop en rock. Het levert een album op dat meerdere kanten op schiet en dat soms zeer ingetogen en soms zeer uitbundig is. De stem van Jade Bird is de constante op haar debuut en het is een stem die indruk maakt. De jonge Britse kan prachtig kwetsbaar en ingetogen zingen, maar kan ook met heel veel kracht uithalen, waarbij ze een aangenaam rauw randje op haar stembanden laat horen. Prima debuut dit.
Jade Elizabeth Bird is een jonge Britse singer-songwriter met een duidelijke voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek. Ze zette al op 16-jarige leeftijd haar eerste stappen in de muziek en debuteerde twee jaar geleden met een van belofte overlopende EP (Something American).
Jade Bird is inmiddels 21 en levert deze week eindelijk haar langverwachte debuut af. Het titelloze debuut van Jade Bird laat in de openingstrack direct horen wat de jonge Britse singer-songwriter te bieden heeft.
Mooie wat ruwe akoestische gitaarlijnen worden gecombineerd met een stem die zowel kwetsbaar als krachtig en zowel lieflijk als rauw kan klinken. Het is een stem die aan de ene kant jong klinkt, maar aan de andere kant is voorzien van een aangenaam rauw randje, waardoor Jade Bird doorleefder klinkt dan de meeste van haar leeftijdgenoten.
De akoestische gitaren krijgen in de bijzonder fraaie openingstrack Ruins na verloop van tijd gezelschap van keyboards, bas en drums en elektrische gitaren, waardoor Jade Bird in haar zang steeds een tandje bij moet schakelen. Dat doet de Britse singer-songwriter op zo’n indrukwekkende wijze dat ik eigenlijk na één track al verkocht was.
Jade Bird is nog jong en dat hoor je af en toe wel terug in haar teksten, maar in vocaal en muzikaal opzicht levert de muzikante uit het Britse Hexham, Northumberland, een prima prestatie. In muzikaal opzicht past het titelloze debuut van Jade Bird in het rijtje uitstekende countrypop albums dat de afgelopen jaren in Nashville is gemaakt, maar Jade Bird legt net wat andere accenten.
Ze voegt wat invloeden uit de Britse popmuziek toe aan haar muziek, kiest voor een net wat rauwer geluid dan in Nashville gebruikelijk en legt zichzelf in vocaal opzicht wat minder beperkingen op. De jonge Britse haalt in haar zang af en toe stevig uit, wat haar debuut voorziet van een bijzonder eigen geluid en het is een geluid dat me uitstekend bevalt.
Jade Bird zingt op haar debuut gepassioneerd en heeft haar debuut voorzien van een mix van pop, rock en roots die hoorbaar niet uit Nashville komt. Dat klopt ook, want de jonge Britse singer-songwriter nam haar debuut weliswaar op in de Verenigde Staten, maar koos niet voor Nashville, maar voor de ruwe Catskill Mountains in de staat New York. In de Catskill Mountains stonden producers David Baron en Simone Felice (The Felice Brothers) Jade Bird en haar eigen band bij.
Jade Bird heeft een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek, maar het is zeker niet alleen rootsmuziek die domineert op haar debuut. Het album flirt intens met pop en rock, maar het blijft wat mij betreft oorspronkelijk klinken. Het instrumentarium varieert van intiem en ingetogen tot groots en meeslepend en in beide uitersten kan Jade Bird uitstekend uit de voeten.
Zelf heb ik een duidelijke voorkeur voor de tracks waarin de instrumentatie klein wordt gehouden en Jade Bird niet voluit hoeft te zingen, maar de wat meer uitbundige tracks op het album mogen er zeker zijn. Voor een echt droomdebuut is het misschien nog net wat te wisselvallig en te weinig gefocust, maar de beste momenten van Jade Bird op haar debuut zijn echt heel goed, zodat zeker van een uitstekend en bijzonder veelbelovend debuut kan worden gesproken. Er zijn momenteel heel veel jonge singer-songwriters in de countrypop en omliggende genres, maar Jade Bird weet zich wat mij betreft te onderscheiden met een eigen geluid en een stem die flink wat meer met je doet. Erwin Zijleman
Jade Bird - Who Wants to Talk About Love (2025)

4,0
1
geplaatst: 24 juli 2025, 16:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jade Bird - Who Wants To Talk About Love? - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jade Bird - Who Wants To Talk About Love?
De Britse singer-songwriter Jade Bird laat ook op haar derde album weer horen dat ze een zeer getalenteerd songwriter en een uitstekende zangeres is en voegt dit keer ook nog wat extra melancholie toe aan haar songs
We hebben het eerder gezien bij jonge vrouwelijke singer-songwriter, na ‘coming of age’ albums komt op een gegeven moment het breakup album. De Britse muzikante Jade Bird is toe aan haar breakup album en Who Wants To Talk About Love? is een indrukwekkend album geworden. Jade Bird woont al een tijdje in de VS en klinkt nog altijd meer Amerikaans dan Brits. Ze vermengt op fraaie wijze invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de pop en rock, schrijft songs die vermaken of iets met je doen en overtuigt op haar derde album nog net wat meer als zangeres. Het talent spat er weer van af op Who Wants To Talk About Love? en het klinkt ook nog eens bijzonder lekker.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van de Britse singer-songwriter Jade Bird. Het begon in 2017 met de EP Something American, waarop de destijds 19-jarige muzikante geen geheim maakte van haar liefde voor Amerikaanse rootsmuziek en liet horen dat ze beschikt over een bijzonder mooie en emotievolle stem.
Jade Bird koos vervolgens Amerikaanse producers voor haar eerste twee albums, wat gezien haar zwak voor Amerikaanse rootsmuziek niet zo gek is. Haar titelloze debuutalbum uit 2019 maakte ze met Simone Felice, die Jade Bird naar zijn studio in de Catskill Mountains haalde. Ook op haar debuutalbum maakte de jonge Britse muzikante indruk met haar stem die zowel lieflijk als rauw kon klinken.
Voor haar tweede album Different Kinds Of Light uit 2021 trok Jade Bird naar Nashville, waar ze werkte met de zeer gewilde producer Dave Cobb. Het album liet ondanks het Nashville stempel wat meer invloeden uit de pop en rock horen en zette Jade Bird wat mij betreft definitief op de kaart als groot talent.
We zijn inmiddels vier jaar verder en het is tijd voor een nieuw album van de Britse muzikante. Jade Bird is inmiddels 27, is via Austin in Los Angeles terecht gekomen en heeft kennis gemaakt met de donkere kanten van relaties in het algemeen en liefdesrelaties in het bijzonder. Who Wants To Talk About Love? komt na het op de klippen lopen van haar relatie en de breuk met haar vader en moet daarom worden gezien als een breakup album.
Op haar derde album werkt Jade Bird met meerdere producers, maar de meeste tracks zijn geproduceerd door de Amerikaanse producer Andrew Wells, wiens cv vooral met popalbums is gevuld. Who Wants To Talk About Love? ligt in muzikaal opzicht in het verlengde van het vorige album van Jade Bird. De Britse singer-songwriter verwerkt nog altijd invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs, maar is ook niet vies van pop en rock.
Het levert ook dit keer een aantal lekker in het gehoor liggende en aansprekende songs op. Het zijn songs waarin melancholie en weemoed een grotere rol spelen, want de liefdesbreuk heeft zijn sporen nagelaten in de nieuwe songs van Jade Bird. Je hoort het ook in haar stem, die nog wat meer emotie laat horen dan in het verleden en hierdoor nog meer aanspreekt.
Ik noemde Jade Bird op basis van haar tweede album vier jaar geleden al een groot talent en dat talent komt nog wat nadrukkelijker aan de oppervlakte op Who Wants To Talk About Love?, dat ik nog hoger inschat dan zijn voorgangers. Dat talent hoor ik in de wat mij betreft bijzonder mooie en interessante stem van Jade Bird, maar ook in haar songs, die zich makkelijk in het geheugen nestelen, maar ook opvallen door hun veelzijdigheid.
Met name de wat meer ingetogen en melancholische songs op Who Wants To Talk About Love? zijn bijzonder mooi, maar ook als Jade Bird kiest voor wat steviger en uitbundiger klinkende songs overtuigt ze bijzonder makkelijk. Er zijn momenteel heel veel jonge vrouwelijke singer-songwriters die strijden om een plekje in de spotlights, maar Jade Bird verdient dit plekje wat mij betreft absoluut. De Britse muzikante is immers een betere songwriter dan haar meeste concurrenten en maakt ook als zangeres meer indruk op haar in alle opzichten uitstekende derde album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Jade Bird - Who Wants To Talk About Love? - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Jade Bird - Who Wants To Talk About Love?
De Britse singer-songwriter Jade Bird laat ook op haar derde album weer horen dat ze een zeer getalenteerd songwriter en een uitstekende zangeres is en voegt dit keer ook nog wat extra melancholie toe aan haar songs
We hebben het eerder gezien bij jonge vrouwelijke singer-songwriter, na ‘coming of age’ albums komt op een gegeven moment het breakup album. De Britse muzikante Jade Bird is toe aan haar breakup album en Who Wants To Talk About Love? is een indrukwekkend album geworden. Jade Bird woont al een tijdje in de VS en klinkt nog altijd meer Amerikaans dan Brits. Ze vermengt op fraaie wijze invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de pop en rock, schrijft songs die vermaken of iets met je doen en overtuigt op haar derde album nog net wat meer als zangeres. Het talent spat er weer van af op Who Wants To Talk About Love? en het klinkt ook nog eens bijzonder lekker.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van de Britse singer-songwriter Jade Bird. Het begon in 2017 met de EP Something American, waarop de destijds 19-jarige muzikante geen geheim maakte van haar liefde voor Amerikaanse rootsmuziek en liet horen dat ze beschikt over een bijzonder mooie en emotievolle stem.
Jade Bird koos vervolgens Amerikaanse producers voor haar eerste twee albums, wat gezien haar zwak voor Amerikaanse rootsmuziek niet zo gek is. Haar titelloze debuutalbum uit 2019 maakte ze met Simone Felice, die Jade Bird naar zijn studio in de Catskill Mountains haalde. Ook op haar debuutalbum maakte de jonge Britse muzikante indruk met haar stem die zowel lieflijk als rauw kon klinken.
Voor haar tweede album Different Kinds Of Light uit 2021 trok Jade Bird naar Nashville, waar ze werkte met de zeer gewilde producer Dave Cobb. Het album liet ondanks het Nashville stempel wat meer invloeden uit de pop en rock horen en zette Jade Bird wat mij betreft definitief op de kaart als groot talent.
We zijn inmiddels vier jaar verder en het is tijd voor een nieuw album van de Britse muzikante. Jade Bird is inmiddels 27, is via Austin in Los Angeles terecht gekomen en heeft kennis gemaakt met de donkere kanten van relaties in het algemeen en liefdesrelaties in het bijzonder. Who Wants To Talk About Love? komt na het op de klippen lopen van haar relatie en de breuk met haar vader en moet daarom worden gezien als een breakup album.
Op haar derde album werkt Jade Bird met meerdere producers, maar de meeste tracks zijn geproduceerd door de Amerikaanse producer Andrew Wells, wiens cv vooral met popalbums is gevuld. Who Wants To Talk About Love? ligt in muzikaal opzicht in het verlengde van het vorige album van Jade Bird. De Britse singer-songwriter verwerkt nog altijd invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs, maar is ook niet vies van pop en rock.
Het levert ook dit keer een aantal lekker in het gehoor liggende en aansprekende songs op. Het zijn songs waarin melancholie en weemoed een grotere rol spelen, want de liefdesbreuk heeft zijn sporen nagelaten in de nieuwe songs van Jade Bird. Je hoort het ook in haar stem, die nog wat meer emotie laat horen dan in het verleden en hierdoor nog meer aanspreekt.
Ik noemde Jade Bird op basis van haar tweede album vier jaar geleden al een groot talent en dat talent komt nog wat nadrukkelijker aan de oppervlakte op Who Wants To Talk About Love?, dat ik nog hoger inschat dan zijn voorgangers. Dat talent hoor ik in de wat mij betreft bijzonder mooie en interessante stem van Jade Bird, maar ook in haar songs, die zich makkelijk in het geheugen nestelen, maar ook opvallen door hun veelzijdigheid.
Met name de wat meer ingetogen en melancholische songs op Who Wants To Talk About Love? zijn bijzonder mooi, maar ook als Jade Bird kiest voor wat steviger en uitbundiger klinkende songs overtuigt ze bijzonder makkelijk. Er zijn momenteel heel veel jonge vrouwelijke singer-songwriters die strijden om een plekje in de spotlights, maar Jade Bird verdient dit plekje wat mij betreft absoluut. De Britse muzikante is immers een betere songwriter dan haar meeste concurrenten en maakt ook als zangeres meer indruk op haar in alle opzichten uitstekende derde album. Erwin Zijleman
Jade Jackson - Gilded (2017)

4,5
0
geplaatst: 20 mei 2017, 10:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jade Jackson - Gilded - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jade Jackson groeit op in Santa Margarita; een klein dorp zonder al te veel vertier in California. Volgens de overlevering moest ze het thuis doen zonder computer en tv, waardoor ze was aangewezen op de goed gevulde en opvallend gevarieerde platenkast van haar ouders, waarin traditionele country werd geflankeerd door Britse punk en new wave.
Jade Jackson stond op haar 13e voor het eerst op het podium als muzikant en had op haar achttiende een collectie songs waarop menig ervaren singer-songwriter jaloers zal zijn.
Ze werd uiteindelijk ontdekt door de voorman van de punkband Social Distortion, die de jonge Jade Jackson meenam als support act en uiteindelijk ook haar debuut zou produceren. Dat debuut van de inmiddels 24 jaar oude Jade Jackson is deze week verschenen en is als je het mij vraagt een sensationeel debuut geworden.
Gilded werd zoals gezegd geproduceerd door Mike Ness van Social Distortion, maar is ver verwijderd van de muziek die de man normaal gesproken maakt. Jade Jackson heeft immers een onvervalste rootsplaat afgeleverd en wat is het een goede rootsplaat.
De hand van Mike Ness beperkt zich tot een hier en daar net wat steviger geluid en incidenteel een punky attitude, waardoor het debuut van Jade Jackson wel wat doet denken aan de platen van Lucinda Williams of aan de rauwere uitspatting van Allison Moorer (The Duel). Gilded bevat echter ook volop meer ingetogen songs.
Rootsmuziek slaat de klok op Glide en het is rootsmuziek die opvalt door heerlijke gitaren en prachtige bijdragen van onder andere de viool en de pedal steel. Voor het pedal steel werk tekent de gelouterde virtuoos Greg Leisz, terwijl voor de vioolbijdragen Sara Watkins werd aangetrokken.
Het zegt iets over het vertrouwen dat de platenmaatschappij heeft in Jade Jackson. Ik kan me er wel iets bij voorstellen, want de jonge singer-songwriter uit California straalt enorm veel zelfvertrouwen uit. Dat hoor je in haar songs, die volwassener klinken dan je van een 24-jarige verwacht en dat hoor je in haar stem, die verrassend veel emotie en doorleving laat horen en ook nog eens buiten de lijntjes durft te kleuren.
Wanneer dan ook de instrumentatie nog eens beter en net wat gedurfder klinkt dan op de gemiddelde rootsplaat, durf ik wel te voorspellen dat de platenmaatschappij met Gilded van Jade Jackson goud in handen heeft.
Dat is leuk voor de kassa, maar ook in artistiek opzicht is het debuut van Jade Jackson een hele interessante plaat. Jade Jackson stapt op Gilded op gloedvolle en gedreven wijze door het landschap van de Amerikaanse rootsmuziek en kan zowel uit de voeten in meer traditioneel aandoende countrymuziek als in de muziek die sinds de jaren 90 alt-country wordt genoemd.
Ook in vocaal opzicht maakt Jade Jackson indruk met een eigen geluid, dat duidelijk anders klinkt dan dat van al haar leeftijdsgenoten in Nashville. De jonge singer-songwriter beschikt over een expressief stemgeluid, dat zich stevig opdringt en ook makkelijk bruggen slaat richting pop en rock.
Uiteindelijk overheerst echter de Amerikaanse rootsmuziek, dat met Jade Jackson een bijzonder getalenteerde aanwinst in huis heeft. Een van de memorabele debuten van 2017, let maar op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jade Jackson - Gilded - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Jade Jackson groeit op in Santa Margarita; een klein dorp zonder al te veel vertier in California. Volgens de overlevering moest ze het thuis doen zonder computer en tv, waardoor ze was aangewezen op de goed gevulde en opvallend gevarieerde platenkast van haar ouders, waarin traditionele country werd geflankeerd door Britse punk en new wave.
Jade Jackson stond op haar 13e voor het eerst op het podium als muzikant en had op haar achttiende een collectie songs waarop menig ervaren singer-songwriter jaloers zal zijn.
Ze werd uiteindelijk ontdekt door de voorman van de punkband Social Distortion, die de jonge Jade Jackson meenam als support act en uiteindelijk ook haar debuut zou produceren. Dat debuut van de inmiddels 24 jaar oude Jade Jackson is deze week verschenen en is als je het mij vraagt een sensationeel debuut geworden.
Gilded werd zoals gezegd geproduceerd door Mike Ness van Social Distortion, maar is ver verwijderd van de muziek die de man normaal gesproken maakt. Jade Jackson heeft immers een onvervalste rootsplaat afgeleverd en wat is het een goede rootsplaat.
De hand van Mike Ness beperkt zich tot een hier en daar net wat steviger geluid en incidenteel een punky attitude, waardoor het debuut van Jade Jackson wel wat doet denken aan de platen van Lucinda Williams of aan de rauwere uitspatting van Allison Moorer (The Duel). Gilded bevat echter ook volop meer ingetogen songs.
Rootsmuziek slaat de klok op Glide en het is rootsmuziek die opvalt door heerlijke gitaren en prachtige bijdragen van onder andere de viool en de pedal steel. Voor het pedal steel werk tekent de gelouterde virtuoos Greg Leisz, terwijl voor de vioolbijdragen Sara Watkins werd aangetrokken.
Het zegt iets over het vertrouwen dat de platenmaatschappij heeft in Jade Jackson. Ik kan me er wel iets bij voorstellen, want de jonge singer-songwriter uit California straalt enorm veel zelfvertrouwen uit. Dat hoor je in haar songs, die volwassener klinken dan je van een 24-jarige verwacht en dat hoor je in haar stem, die verrassend veel emotie en doorleving laat horen en ook nog eens buiten de lijntjes durft te kleuren.
Wanneer dan ook de instrumentatie nog eens beter en net wat gedurfder klinkt dan op de gemiddelde rootsplaat, durf ik wel te voorspellen dat de platenmaatschappij met Gilded van Jade Jackson goud in handen heeft.
Dat is leuk voor de kassa, maar ook in artistiek opzicht is het debuut van Jade Jackson een hele interessante plaat. Jade Jackson stapt op Gilded op gloedvolle en gedreven wijze door het landschap van de Amerikaanse rootsmuziek en kan zowel uit de voeten in meer traditioneel aandoende countrymuziek als in de muziek die sinds de jaren 90 alt-country wordt genoemd.
Ook in vocaal opzicht maakt Jade Jackson indruk met een eigen geluid, dat duidelijk anders klinkt dan dat van al haar leeftijdsgenoten in Nashville. De jonge singer-songwriter beschikt over een expressief stemgeluid, dat zich stevig opdringt en ook makkelijk bruggen slaat richting pop en rock.
Uiteindelijk overheerst echter de Amerikaanse rootsmuziek, dat met Jade Jackson een bijzonder getalenteerde aanwinst in huis heeft. Een van de memorabele debuten van 2017, let maar op. Erwin Zijleman
Jade Jackson - Wilderness (2019)

4,0
0
geplaatst: 29 juni 2019, 10:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jade Jackson - Wilderness - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jade Jackson - Wilderness
Jade Jackson overtuigt nog net wat meer dan op haar debuut en vermaakt en imponeert met bijzonder lekker in het gehoor liggende Amerikaanse rootsmuziek met een beetje pop en een beetje rock
Gilded, het debuut van Jade Jackson deed hier in Europa helaas niet zoveel, maar in de Verenigde Staten werd het debuut van de singer-songwriter uit Californië terecht overladen met positieve kritieken. Op haar tweede album borduurt Jade Jackson nadrukkelijk voort op het geluid van haar debuut, maar klinkt ze nog net wat overtuigender. In muzikaal opzicht staat het als een huis, Jade Jackson is een geweldige zangeres en haar even lekker in het gehoor liggende als persoonlijke songs dringen zich stuk voor stuk genadeloos op. Het levert een bijzonder lekker en verrassend goed rootsalbum op.
Jade Jackson debuteerde net iets meer dan twee jaar geleden met het uitstekende Gilded. Het debuut van de singer-songwriter uit Californië maakte een volwassen indruk en overtuigde met zowel wat stevigere rootssongs als met rootssongs die wat meer tegen de pop aanleunden.
In dit genre is de concurrentie al jaren moordend, maar Jade Jackson bleef wat mij betrekkelijk makkelijk overeind, al is het maar omdat ze gezegend is met een geweldige stem, die ruwe emotie koppelt aan zwoele verleiding.
Haar album deed in Nederland uiteindelijk helaas niet zo gek veel, waardoor het tweede album van Jade Jackson een bescheiden plekje op de lijsten met de nieuwe releases van deze week inneemt. Vanwege mijn liefde voor het uitstekende debuut van de Amerikaanse singer-songwriter was ik echter heel nieuwsgierig naar de opvolger van Gilded en direct vanaf de eerste luisterbeurt viel Wilderness me zeker niet tegen.
Net als op haar debuut maakt Jade Jackson ook op haar tweede album vrij makkelijk indruk met bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes. Het zijn popliedjes die stevig zijn verankerd in de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook muziekliefhebbers die hun rootsmuziek het liefst geserveerd krijgen met een laagje pop of rock, zullen waarschijnlijk zeer gecharmeerd zijn van Wilderness.
Vergeleken met het debuut zijn de scherpe kantjes er wat van af, al mogen de gitaren vaak net wat steviger uithalen dan in het genre gebruikelijk is. Aan de andere kant klinkt het tweede album van Jade Jackson net wat zelfverzekerder en zijn de songs nog wat overtuigender.
Wilderness werd, net als het debuut van Jade Jackson, geproduceerd door oude punkheld Mike Ness van Social Distortion. Het is een opvallende keuze, maar buiten een lekker energiek geluid voegt Mike Ness (die zelf ook al eens een rootsalbum maakte) niet zo gek veel van zijn eigen muziek toe aan het geluid op Wilderness.
Wilderness is een persoonlijk album waarop de nasleep van een ernstig ongeluk van Jade Jackson centraal staat. Op dit ongeluk, dat de Californische singer-songwriter kreeg op haar twintigste, een jaar of zes voor de release van haar debuut, volgde een zware periode van revalidatie, maar ook een periode vol twijfel en niet alleen over de kansen op een volledig herstel. Het is allemaal goed gekomen met Jade Jackson, maar de zwarte periode in haar leven is goed voor een serie ijzersterke songs.
In de wat rauwere songs komen echo’s van Lucinda Williams aan de oppervlakte, maar Jade Jackson kan ook de concurrentie aan met de succesvolle vrouwelijke singer-songwriters in de countrypop. Vergeleken met de laatste groep heeft de muziek op Wilderness net wat meer byte en energie en dat is meer dan voldoende voor onderscheidend vermogen. Bovendien is Jade Jackson nog beter gaan zingen en kon ze ook voor haar tweede album beschikken over een aantal prima muzikanten.
Of het album in Nederland potten gaat breken vraag ik me af, maar liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment horen het op het moment niet veel beter dan op het tweede album van Jade Jackson. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jade Jackson - Wilderness - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jade Jackson - Wilderness
Jade Jackson overtuigt nog net wat meer dan op haar debuut en vermaakt en imponeert met bijzonder lekker in het gehoor liggende Amerikaanse rootsmuziek met een beetje pop en een beetje rock
Gilded, het debuut van Jade Jackson deed hier in Europa helaas niet zoveel, maar in de Verenigde Staten werd het debuut van de singer-songwriter uit Californië terecht overladen met positieve kritieken. Op haar tweede album borduurt Jade Jackson nadrukkelijk voort op het geluid van haar debuut, maar klinkt ze nog net wat overtuigender. In muzikaal opzicht staat het als een huis, Jade Jackson is een geweldige zangeres en haar even lekker in het gehoor liggende als persoonlijke songs dringen zich stuk voor stuk genadeloos op. Het levert een bijzonder lekker en verrassend goed rootsalbum op.
Jade Jackson debuteerde net iets meer dan twee jaar geleden met het uitstekende Gilded. Het debuut van de singer-songwriter uit Californië maakte een volwassen indruk en overtuigde met zowel wat stevigere rootssongs als met rootssongs die wat meer tegen de pop aanleunden.
In dit genre is de concurrentie al jaren moordend, maar Jade Jackson bleef wat mij betrekkelijk makkelijk overeind, al is het maar omdat ze gezegend is met een geweldige stem, die ruwe emotie koppelt aan zwoele verleiding.
Haar album deed in Nederland uiteindelijk helaas niet zo gek veel, waardoor het tweede album van Jade Jackson een bescheiden plekje op de lijsten met de nieuwe releases van deze week inneemt. Vanwege mijn liefde voor het uitstekende debuut van de Amerikaanse singer-songwriter was ik echter heel nieuwsgierig naar de opvolger van Gilded en direct vanaf de eerste luisterbeurt viel Wilderness me zeker niet tegen.
Net als op haar debuut maakt Jade Jackson ook op haar tweede album vrij makkelijk indruk met bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes. Het zijn popliedjes die stevig zijn verankerd in de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook muziekliefhebbers die hun rootsmuziek het liefst geserveerd krijgen met een laagje pop of rock, zullen waarschijnlijk zeer gecharmeerd zijn van Wilderness.
Vergeleken met het debuut zijn de scherpe kantjes er wat van af, al mogen de gitaren vaak net wat steviger uithalen dan in het genre gebruikelijk is. Aan de andere kant klinkt het tweede album van Jade Jackson net wat zelfverzekerder en zijn de songs nog wat overtuigender.
Wilderness werd, net als het debuut van Jade Jackson, geproduceerd door oude punkheld Mike Ness van Social Distortion. Het is een opvallende keuze, maar buiten een lekker energiek geluid voegt Mike Ness (die zelf ook al eens een rootsalbum maakte) niet zo gek veel van zijn eigen muziek toe aan het geluid op Wilderness.
Wilderness is een persoonlijk album waarop de nasleep van een ernstig ongeluk van Jade Jackson centraal staat. Op dit ongeluk, dat de Californische singer-songwriter kreeg op haar twintigste, een jaar of zes voor de release van haar debuut, volgde een zware periode van revalidatie, maar ook een periode vol twijfel en niet alleen over de kansen op een volledig herstel. Het is allemaal goed gekomen met Jade Jackson, maar de zwarte periode in haar leven is goed voor een serie ijzersterke songs.
In de wat rauwere songs komen echo’s van Lucinda Williams aan de oppervlakte, maar Jade Jackson kan ook de concurrentie aan met de succesvolle vrouwelijke singer-songwriters in de countrypop. Vergeleken met de laatste groep heeft de muziek op Wilderness net wat meer byte en energie en dat is meer dan voldoende voor onderscheidend vermogen. Bovendien is Jade Jackson nog beter gaan zingen en kon ze ook voor haar tweede album beschikken over een aantal prima muzikanten.
Of het album in Nederland potten gaat breken vraag ik me af, maar liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment horen het op het moment niet veel beter dan op het tweede album van Jade Jackson. Erwin Zijleman
Jadea Kelly - Love & Lust (2016)

4,5
0
geplaatst: 15 oktober 2017, 18:15 uur
recensie op de krenten uit de pop;
De krenten uit de pop: Jadea Kelly - Love & Lust - dekrentenuitdepop.blogspot.fr
Iets meer dan vier jaar geleden recenseerde ik Clover van de Canadese singer-songwriter Jadea Kelly.
De plaat kreeg vanwege haar muziekverleden (en haar debuut Eastbound Platform in het bijzonder) het etiket alt-country opgeplakt, maar met dit etiket deed je de veelkleurige muziek van Jadea Kelly op Clover flink tekort.
Na het uitstekende Clover ben ik Jadea Kelly helaas weer uit het oog verloren, waardoor ik er nu pas achter kom dat ze in 2016 haar derde plaat heeft uitgebracht. Helemaal toevallig is het overigens niet dat ik Love & Lust nu pas ontdek, want de plaat heeft onlangs eindelijk een Nederlandse release gekregen.
De eerste noten van Love & Lust laten horen dat Jadea Kelly niet is teruggekeerd naar het geluid van haar debuut, maar het opvallende geluid van Clover verder heeft verrijkt. Jadea Kelly bracht de afgelopen jaren veel tijd in Nashville door. Dat is zeker te horen op Love & Lust, maar de derde van de Canadese singer-songwriter is zeker geen 13 in een dozijn Nashville plaat.
In Nashville heeft Jadea Kelly het vermogen om lekker in het gehoor liggende popliedjes te schrijven opgepikt en de kunst om in deze popliedjes emotionele en persoonlijke verhalen te vertellen afgekeken. Love & Lust heeft bovendien een muzikale onderlaag die de sfeer van het Zuiden van de Verenigde Staten ademt en verrast met mooie, stemmige en vaak breed uitwaaiende gitaarlijnen. Het pas uitstekend bij de bijzonder mooie stem van Jadea Kelly, die niet alleen een flink bereik heeft en prachtig helder kan zingen, maar ook veel gevoel in haar stem kan leggen.
De muzikale onderlaag en de uitstekende stem van Jadea Kelly zouden goed geweest kunnen zijn voor een prima rootsplaat, maar de Canadese muzikante heeft haar geluid ook op Love & Lust verder verrijkt met een dromerig en vol klinkend geluid vol invloeden uit de dreampop en de pop-noir. Het zorgt ervoor dat Love & Lust flink anders klinkt dat de meeste andere platen die vanuit Nashville tot ons komen en het zorgt er ook voor dat rootspuristen waarschijnlijk niet goed uit de voeten kunnen met de derde plaat van Jadea Kelly en zeker af zullen haken wanneer de Canadese in een aantal tracks vol kiest voor de pop.
Ik kan er persoonlijk echter zeer goed mee uit de voeten. Jadea Kelly grossiert op Love & Lust in aanstekelijke popliedjes en het zijn popliedjes met een bijzonder geluid, waarin gelijke delen roots en dromerige pop zijn verwerkt, maar de balans ook wel eens uitslaat in de ene of de andere richting.
Het zijn popliedjes die niet alleen mooi verzorgd klinken en vol mooie accenten zitten, maar het zijn ook popliedjes die na één keer horen memorabel zijn en die bovendien vol zitten met zang om van te watertanden. Jadea Kelly imponeert als zangeres op Love & Lust nog meer dan op het zo geprezen Clover en legt bovendien veel gevoel in haar songs, die de mooie kanten en de keerzijden van liefde en lust en de soms heftige wisselwerking tussen beiden bezingen.
Love & Lust past net als zijn voorganger maar lastig in een hokje, maar verdient echt veel meer aandacht dan Jadea Kelly tot dusver krijgt. Clover was me vier jaar geleden lange tijd zeer dierbaar, maar Love & Lust vind ik persoonlijk nog wat mooier. Het moet genoeg zeggen over de hoge kwaliteit van deze plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jadea Kelly - Love & Lust - dekrentenuitdepop.blogspot.fr
Iets meer dan vier jaar geleden recenseerde ik Clover van de Canadese singer-songwriter Jadea Kelly.
De plaat kreeg vanwege haar muziekverleden (en haar debuut Eastbound Platform in het bijzonder) het etiket alt-country opgeplakt, maar met dit etiket deed je de veelkleurige muziek van Jadea Kelly op Clover flink tekort.
Na het uitstekende Clover ben ik Jadea Kelly helaas weer uit het oog verloren, waardoor ik er nu pas achter kom dat ze in 2016 haar derde plaat heeft uitgebracht. Helemaal toevallig is het overigens niet dat ik Love & Lust nu pas ontdek, want de plaat heeft onlangs eindelijk een Nederlandse release gekregen.
De eerste noten van Love & Lust laten horen dat Jadea Kelly niet is teruggekeerd naar het geluid van haar debuut, maar het opvallende geluid van Clover verder heeft verrijkt. Jadea Kelly bracht de afgelopen jaren veel tijd in Nashville door. Dat is zeker te horen op Love & Lust, maar de derde van de Canadese singer-songwriter is zeker geen 13 in een dozijn Nashville plaat.
In Nashville heeft Jadea Kelly het vermogen om lekker in het gehoor liggende popliedjes te schrijven opgepikt en de kunst om in deze popliedjes emotionele en persoonlijke verhalen te vertellen afgekeken. Love & Lust heeft bovendien een muzikale onderlaag die de sfeer van het Zuiden van de Verenigde Staten ademt en verrast met mooie, stemmige en vaak breed uitwaaiende gitaarlijnen. Het pas uitstekend bij de bijzonder mooie stem van Jadea Kelly, die niet alleen een flink bereik heeft en prachtig helder kan zingen, maar ook veel gevoel in haar stem kan leggen.
De muzikale onderlaag en de uitstekende stem van Jadea Kelly zouden goed geweest kunnen zijn voor een prima rootsplaat, maar de Canadese muzikante heeft haar geluid ook op Love & Lust verder verrijkt met een dromerig en vol klinkend geluid vol invloeden uit de dreampop en de pop-noir. Het zorgt ervoor dat Love & Lust flink anders klinkt dat de meeste andere platen die vanuit Nashville tot ons komen en het zorgt er ook voor dat rootspuristen waarschijnlijk niet goed uit de voeten kunnen met de derde plaat van Jadea Kelly en zeker af zullen haken wanneer de Canadese in een aantal tracks vol kiest voor de pop.
Ik kan er persoonlijk echter zeer goed mee uit de voeten. Jadea Kelly grossiert op Love & Lust in aanstekelijke popliedjes en het zijn popliedjes met een bijzonder geluid, waarin gelijke delen roots en dromerige pop zijn verwerkt, maar de balans ook wel eens uitslaat in de ene of de andere richting.
Het zijn popliedjes die niet alleen mooi verzorgd klinken en vol mooie accenten zitten, maar het zijn ook popliedjes die na één keer horen memorabel zijn en die bovendien vol zitten met zang om van te watertanden. Jadea Kelly imponeert als zangeres op Love & Lust nog meer dan op het zo geprezen Clover en legt bovendien veel gevoel in haar songs, die de mooie kanten en de keerzijden van liefde en lust en de soms heftige wisselwerking tussen beiden bezingen.
Love & Lust past net als zijn voorganger maar lastig in een hokje, maar verdient echt veel meer aandacht dan Jadea Kelly tot dusver krijgt. Clover was me vier jaar geleden lange tijd zeer dierbaar, maar Love & Lust vind ik persoonlijk nog wat mooier. Het moet genoeg zeggen over de hoge kwaliteit van deze plaat. Erwin Zijleman
Jadea Kelly - Roses (2022)

4,0
1
geplaatst: 17 maart 2022, 16:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jadea Kelly - Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jadea Kelly - Roses
De Canadese muzikante Jadea Kelly nam de tijd voor de opvolger van het sterke Love & Lust en keert terug met een zeer smaakvol album dat haar vocale en muzikale kwaliteiten nog maar eens onderstreept
Ik was de afgelopen jaren zeer gecharmeerd van de twee albums van de Canadese muzikante Jadea Kelly. Op deze albums maakte ze indruk met een hele mooie stem, maar ook met mooi verzorgde songs die zowel invloeden uit de pop als uit de Amerikaanse rootsmuziek lieten horen. Jadea Kelly is inmiddels neergestreken in Los Angeles en laat op haar nieuwe album Roses wat zonnigere klanken horen. Roses opent met een tweetal wat meer pop georiënteerd songs, maar uiteindelijk is het toch vooral een rootsalbum. Het is een rootsalbum dat net als zijn twee voorgangers kwaliteit ademt en dat makkelijk overtuigt met mooi ingekleurde songs en prachtige vocalen. Goed dat ze terug is.
Het is een aantal jaren stil geweest rond de Canadese muzikante Jadea Kelly, die in 2013 met Clover en in 2016 met Love & Lust twee uitstekende albums afleverde. Het zijn albums waarop Jadea Kelly indruk maakte met songs die zich zowel door pop-noir als door Amerikaanse rootsmuziek lieten beïnvloeden. De Canadese muzikante maakte hiernaast indruk met een bijzonder mooie stem, waardoor de twee albums zich makkelijk opdrongen.
Jadea Kelly verruilde haar Canadese thuisbasis Toronto in het verleden al eens een tijdje voor Nashville, Tennessee, en is momenteel neergestreken in het zonnige Los Angeles. Beide verblijven in de Verenigde Staten hebben invloed gehad op de muziek van Jadea Kelly, al werd haar nieuwe album ‘thuis’ in Canada opgenomen. In Nashville werd haar liefde voor Amerikaanse rootsmuziek aangewakkerd, terwijl het leven in California flink wat zonnestralen heeft toegevoegd aan haar muziek.
Roses ligt deels in het verlengde van de vorige twee albums, al is het maar vanwege de mooie stem van Jadea Kelly, die ook op Roses weer makkelijk verleidt. Ook in muzikaal opzicht is Roses niet heel ver verwijderd van zijn twee voorgangers. Ook op haar nieuwe album verwerkt de Canadese muzikante immers vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de pop en het zijn invloeden die op fraaie wijze aan elkaar zijn gesmeed, al domineert uiteindelijk de Amerikaanse rootsmuziek.
In het verleden schurkte de muziek van Jadea Kelly nog wel wat tegen de pop-noir van haar huidige stadgenote Lana Del Rey aan, maar op Roses klinken haar meer pop-georiënteerde songs wat minder donker. Roses bevat een aantal wat voller ingekleurde songs en flink wat meer ingetogen songs, die respectievelijk wat meer en wat minder invloeden uit de pop bevatten.
Ook wanneer invloeden uit de pop een belangrijke rol spelen blijft de muziek van Jadea Kelly zeer smaakvol en wat mij betreft ook geschikt voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Zeker de wat meer ingetogen songs zijn prachtig ingekleurd met subtiele klanken van onder andere de pedal steel, maar ook als Roses wat voller klinkt getuigt de instrumentatie van goede smaak en kleurt deze fraai bij de prachtstem van de Canadese muzikante.
Vergeleken met de vorige albums van Jadea Kelly klinkt Roses zeer gevarieerd, wat ongetwijfeld mede werd veroorzaakt door het werken met maar liefst vier producers. Toch is Roses zeker geen onsamenhangend geheel geworden. De Canadese muzikante laat op Roses horen wat ze allemaal kan en het is veel.
Roses is in muzikaal opzicht een zeer smaakvol album, Jadea Kelly zingt ook dit keer prachtig en samen met een aantal collega’s heeft ze songs geschreven die zowel de sfeer van Nashville als Los Angeles ademen en die bij een brede groep muziekliefhebbers in de smaak moeten kunnen vallen. Jadea Kelly heeft tijdens de lange periode waarin een pandemie ons in haar greep hield de tijd genomen voor haar nieuwe album en dat hoor je.
Ik was zoals gezegd onder de indruk van haar vorige twee albums, maar het fraaie en veelzijdige Roses sla ik nog net wat hoger aan. Na de release van haar vorige twee albums noemde ik Jadea Kelly nog een grote belofte voor de toekomst, maar met Roses is de Canadese muzikante de belofte wat mij betreft ver voorbij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jadea Kelly - Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jadea Kelly - Roses
De Canadese muzikante Jadea Kelly nam de tijd voor de opvolger van het sterke Love & Lust en keert terug met een zeer smaakvol album dat haar vocale en muzikale kwaliteiten nog maar eens onderstreept
Ik was de afgelopen jaren zeer gecharmeerd van de twee albums van de Canadese muzikante Jadea Kelly. Op deze albums maakte ze indruk met een hele mooie stem, maar ook met mooi verzorgde songs die zowel invloeden uit de pop als uit de Amerikaanse rootsmuziek lieten horen. Jadea Kelly is inmiddels neergestreken in Los Angeles en laat op haar nieuwe album Roses wat zonnigere klanken horen. Roses opent met een tweetal wat meer pop georiënteerd songs, maar uiteindelijk is het toch vooral een rootsalbum. Het is een rootsalbum dat net als zijn twee voorgangers kwaliteit ademt en dat makkelijk overtuigt met mooi ingekleurde songs en prachtige vocalen. Goed dat ze terug is.
Het is een aantal jaren stil geweest rond de Canadese muzikante Jadea Kelly, die in 2013 met Clover en in 2016 met Love & Lust twee uitstekende albums afleverde. Het zijn albums waarop Jadea Kelly indruk maakte met songs die zich zowel door pop-noir als door Amerikaanse rootsmuziek lieten beïnvloeden. De Canadese muzikante maakte hiernaast indruk met een bijzonder mooie stem, waardoor de twee albums zich makkelijk opdrongen.
Jadea Kelly verruilde haar Canadese thuisbasis Toronto in het verleden al eens een tijdje voor Nashville, Tennessee, en is momenteel neergestreken in het zonnige Los Angeles. Beide verblijven in de Verenigde Staten hebben invloed gehad op de muziek van Jadea Kelly, al werd haar nieuwe album ‘thuis’ in Canada opgenomen. In Nashville werd haar liefde voor Amerikaanse rootsmuziek aangewakkerd, terwijl het leven in California flink wat zonnestralen heeft toegevoegd aan haar muziek.
Roses ligt deels in het verlengde van de vorige twee albums, al is het maar vanwege de mooie stem van Jadea Kelly, die ook op Roses weer makkelijk verleidt. Ook in muzikaal opzicht is Roses niet heel ver verwijderd van zijn twee voorgangers. Ook op haar nieuwe album verwerkt de Canadese muzikante immers vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de pop en het zijn invloeden die op fraaie wijze aan elkaar zijn gesmeed, al domineert uiteindelijk de Amerikaanse rootsmuziek.
In het verleden schurkte de muziek van Jadea Kelly nog wel wat tegen de pop-noir van haar huidige stadgenote Lana Del Rey aan, maar op Roses klinken haar meer pop-georiënteerde songs wat minder donker. Roses bevat een aantal wat voller ingekleurde songs en flink wat meer ingetogen songs, die respectievelijk wat meer en wat minder invloeden uit de pop bevatten.
Ook wanneer invloeden uit de pop een belangrijke rol spelen blijft de muziek van Jadea Kelly zeer smaakvol en wat mij betreft ook geschikt voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Zeker de wat meer ingetogen songs zijn prachtig ingekleurd met subtiele klanken van onder andere de pedal steel, maar ook als Roses wat voller klinkt getuigt de instrumentatie van goede smaak en kleurt deze fraai bij de prachtstem van de Canadese muzikante.
Vergeleken met de vorige albums van Jadea Kelly klinkt Roses zeer gevarieerd, wat ongetwijfeld mede werd veroorzaakt door het werken met maar liefst vier producers. Toch is Roses zeker geen onsamenhangend geheel geworden. De Canadese muzikante laat op Roses horen wat ze allemaal kan en het is veel.
Roses is in muzikaal opzicht een zeer smaakvol album, Jadea Kelly zingt ook dit keer prachtig en samen met een aantal collega’s heeft ze songs geschreven die zowel de sfeer van Nashville als Los Angeles ademen en die bij een brede groep muziekliefhebbers in de smaak moeten kunnen vallen. Jadea Kelly heeft tijdens de lange periode waarin een pandemie ons in haar greep hield de tijd genomen voor haar nieuwe album en dat hoor je.
Ik was zoals gezegd onder de indruk van haar vorige twee albums, maar het fraaie en veelzijdige Roses sla ik nog net wat hoger aan. Na de release van haar vorige twee albums noemde ik Jadea Kelly nog een grote belofte voor de toekomst, maar met Roses is de Canadese muzikante de belofte wat mij betreft ver voorbij. Erwin Zijleman
Jadea Kelly - Weather Girl (2024)

4,0
0
geplaatst: 15 oktober 2024, 21:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jadea Kelly - Weather Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jadea Kelly - Weather Girl
De Canadese muzikante Jadea Kelly had met haar vorige albums al een groot publiek aan zich moeten binden en laat ook op Weather Girl weer horen dat ze een uitstekend songwriter en groot zangeres is
Jadea Kelly schakelt op haar albums tot dusver makkelijk tussen Amerikaanse rootsmuziek en pop-noir. Op het deze week verschenen Weather Girl staan de eerstgenoemde invloeden weer eens centraal. Het is een verstandige keuze, want de stem van de Canadese muzikante komt het best tot zijn recht wanneer er flink wat country in haar muziek zit. Jadea Kelly heeft voor haar nieuwe album een serie aansprekende songs geschreven en met name in de wat meer ingetogen songs laat ze wat mij betreft horen wat ze in huis heeft als zangeres en als songwriter. Jadea Kelly is nog behoorlijk onbekend helaas, maar verdient ook met Weather Girl weer alle aandacht.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van de Canadese muzikante Jadea Kelly, al duurde het even voor ik haar muziek ontdekte. Jadea Kelly debuteerde in 2008 met het album Second Spring, dat niet wordt genoemd op de website van de Canadese muzikante en in Nederland ook niet meer te beluisteren is op de streaming media diensten.
Het in 2010 verschenen Eastbound Platform is dat wel en als ik het album destijds had opgepikt had ik de Canadese muzikante op basis van de wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek en de geweldige zang op het album waarschijnlijk een grote belofte voor de toekomst genoemd. Die belofte werd in Canada overigens beloond met een aantal country awards.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Jadea Kelly stamt echter uit 2013 toen Clover verscheen. Op dit album schoof de muziek van Jadea Kelly op richting wat stemmige en melancholische popmuziek, ook wel bestempeld als pop-noir, met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Met name de zang op Clover was prachtig, maar ook de songs op het album etaleerden het talent van Jadea Kelly.
De Canadese singer-songwriter heeft haar tijd sindsdien verdeeld tussen het Canadese platteland, Nashville en Los Angeles. Het zijn drie plekken die allemaal invloed hebben op het geluid van Jadea Kelly. Op het in 2016 verschenen Love & Lust wonnen de countryinvloeden uit Nashville aan terrein, terwijl op het aan het begin van 2022 verschenen Roses weer wat meer invloeden uit de popmuziek uit Los Angeles boven kwamen drijven.
Op het deze week verschenen Weather Girl komen alle invloeden samen al domineren Canada en Nashville op het album. Het nieuwe album van Jadea Kelly werd voor een belangrijk deel geproduceerd door de Canadese muzikante en producer Jim Bryson, maar in Los Angeles werkte ze ook met andere producers.
Weather Girl bevat vooral songs die laten horen dat Jadea Kelly uitstekend uit de voeten kan met betrekkelijk sober ingekleurde Amerikaanse rootsmuziek. In een aantal wat spaarzaam ingekleurde songs komt haar stem echt fantastisch tot zijn recht, met vocale bijdragen van een aantal bevriende gastmuzikanten als kers op de taart. Ik vond de stem van Jadea Kelly elf jaar geleden al bijzonder mooi, maar de zang op Weather Girl is nog veel mooier.
Invloeden uit de pop hebben wat aan terrein verloren op het nieuwe album van de Canadese muzikante, maar als ze opduiken laat Jadea Kelly horen dat ze ook hiermee uit de voeten kan met haar stem. Wat mij betreft beperkt ze zich in de toekomst echter volledig tot de Amerikaanse rootsmuziek, want in dit genre vind ik zowel de stem van Jadea Kelly als haar songs het meest onderscheidend.
Met haar stem had Jadea Kelly inmiddels al veel bekender moeten zijn dan ze is, maar ook als songwriter maakt ze ook op Weather Girl, waarvoor ze overigens een crowdfunding campagne nodig had, weer makkelijk indruk. Jadea Kelly heeft tot dusver geen gelukkige hand bij het laten ontwerpen van haar cover art, want ook de cover van haar nieuwe album is weer spuuglelijk, maar verder heb ik echt niets aan te merken op Weather Girl, dat elf bijzonder aangenaam klinkende en makkelijk in het gehoor liggende songs bevat, die allemaal flink worden opgetild door de uitstekende zang van Jadea Kelly. Ga dat vooral horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jadea Kelly - Weather Girl - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jadea Kelly - Weather Girl
De Canadese muzikante Jadea Kelly had met haar vorige albums al een groot publiek aan zich moeten binden en laat ook op Weather Girl weer horen dat ze een uitstekend songwriter en groot zangeres is
Jadea Kelly schakelt op haar albums tot dusver makkelijk tussen Amerikaanse rootsmuziek en pop-noir. Op het deze week verschenen Weather Girl staan de eerstgenoemde invloeden weer eens centraal. Het is een verstandige keuze, want de stem van de Canadese muzikante komt het best tot zijn recht wanneer er flink wat country in haar muziek zit. Jadea Kelly heeft voor haar nieuwe album een serie aansprekende songs geschreven en met name in de wat meer ingetogen songs laat ze wat mij betreft horen wat ze in huis heeft als zangeres en als songwriter. Jadea Kelly is nog behoorlijk onbekend helaas, maar verdient ook met Weather Girl weer alle aandacht.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van de Canadese muzikante Jadea Kelly, al duurde het even voor ik haar muziek ontdekte. Jadea Kelly debuteerde in 2008 met het album Second Spring, dat niet wordt genoemd op de website van de Canadese muzikante en in Nederland ook niet meer te beluisteren is op de streaming media diensten.
Het in 2010 verschenen Eastbound Platform is dat wel en als ik het album destijds had opgepikt had ik de Canadese muzikante op basis van de wat traditionele Amerikaanse rootsmuziek en de geweldige zang op het album waarschijnlijk een grote belofte voor de toekomst genoemd. Die belofte werd in Canada overigens beloond met een aantal country awards.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van Jadea Kelly stamt echter uit 2013 toen Clover verscheen. Op dit album schoof de muziek van Jadea Kelly op richting wat stemmige en melancholische popmuziek, ook wel bestempeld als pop-noir, met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Met name de zang op Clover was prachtig, maar ook de songs op het album etaleerden het talent van Jadea Kelly.
De Canadese singer-songwriter heeft haar tijd sindsdien verdeeld tussen het Canadese platteland, Nashville en Los Angeles. Het zijn drie plekken die allemaal invloed hebben op het geluid van Jadea Kelly. Op het in 2016 verschenen Love & Lust wonnen de countryinvloeden uit Nashville aan terrein, terwijl op het aan het begin van 2022 verschenen Roses weer wat meer invloeden uit de popmuziek uit Los Angeles boven kwamen drijven.
Op het deze week verschenen Weather Girl komen alle invloeden samen al domineren Canada en Nashville op het album. Het nieuwe album van Jadea Kelly werd voor een belangrijk deel geproduceerd door de Canadese muzikante en producer Jim Bryson, maar in Los Angeles werkte ze ook met andere producers.
Weather Girl bevat vooral songs die laten horen dat Jadea Kelly uitstekend uit de voeten kan met betrekkelijk sober ingekleurde Amerikaanse rootsmuziek. In een aantal wat spaarzaam ingekleurde songs komt haar stem echt fantastisch tot zijn recht, met vocale bijdragen van een aantal bevriende gastmuzikanten als kers op de taart. Ik vond de stem van Jadea Kelly elf jaar geleden al bijzonder mooi, maar de zang op Weather Girl is nog veel mooier.
Invloeden uit de pop hebben wat aan terrein verloren op het nieuwe album van de Canadese muzikante, maar als ze opduiken laat Jadea Kelly horen dat ze ook hiermee uit de voeten kan met haar stem. Wat mij betreft beperkt ze zich in de toekomst echter volledig tot de Amerikaanse rootsmuziek, want in dit genre vind ik zowel de stem van Jadea Kelly als haar songs het meest onderscheidend.
Met haar stem had Jadea Kelly inmiddels al veel bekender moeten zijn dan ze is, maar ook als songwriter maakt ze ook op Weather Girl, waarvoor ze overigens een crowdfunding campagne nodig had, weer makkelijk indruk. Jadea Kelly heeft tot dusver geen gelukkige hand bij het laten ontwerpen van haar cover art, want ook de cover van haar nieuwe album is weer spuuglelijk, maar verder heb ik echt niets aan te merken op Weather Girl, dat elf bijzonder aangenaam klinkende en makkelijk in het gehoor liggende songs bevat, die allemaal flink worden opgetild door de uitstekende zang van Jadea Kelly. Ga dat vooral horen. Erwin Zijleman
Jaime Wyatt - Feel Good (2023)

4,5
1
geplaatst: 4 november 2023, 10:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jaime Wyatt - Feel Good - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jaime Wyatt - Feel Good
Jaime Wyatt verrijkt haar countrysongs op haar derde album Feel Good met een flinke dosis soul en Southern Rock, wat haar geweldige stem en haar doorleefde songs nog een stukje verder optilt
Na jaren van verslaving en een verblijf in de gevangenis maakte Jaime Wyatt in 2017 met het fraaie Felony Blues dan eindelijk haar debuut als muzikante. Het rauwe countryalbum kreeg in 2020 een prachtig vervolg met het nog sterkere Neon Cross, waarop Jaime Wyatt samenwerkte met producer Shooter Jennings. Voor Feel Good heeft de Amerikaanse muzikante gekozen voor de van Black Pumas bekende Adrian Quesada, die de muziek van Jaime Wyatt een stevige soulinjectie heeft gegeven. De geweldig klinkende mix van country, Southern rock en heel veel soul eert de muzikale tradities van het diepe zuiden van de Verenigde Staten en past prachtig bij de stem van Jaime Wyatt, die met Feel Good een van de beste rootsalbums van 2023 aflevert.
Jaime Wyatt groeide op in Tacoma, Washington, en kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten. Ze stond al op haar twaalfde op het podium en leek gemaakt voor een glansrijke carrière in de muziek. Op haar zeventiende verruilde ze Tacoma voor Los Angeles, waar ze vrijwel onmiddellijk een platencontract in de wacht wist te slepen. Dat contract werd door de malaise in de muziekindustrie echter al snel ontbonden, waarna Jaime Wyatt aan lager wal raakte. Ze greep naar de drugs en verdween na het beroven van haar dealer zelfs acht maanden achter de tralies.
De muzikale carrière van Jaime Wyatt leek ten einde voor hij goed en wel begonnen was, maar in 2017 keerde de Amerikaanse muzikante op 32-jarige leeftijd terug met het countryalbum Felony Blues, waarop de zwarte periode die aan het album vooraf ging centraal stond. Felony Blues stond bol van de belofte en die belofte maakte Jaime Wyatt meer dan waar met het in het voorjaar van 2020 verschenen Neon Cross. Het door Shooter Jennings geproduceerde album kreeg door de oprukkende coronapandemie misschien niet de aandacht die het album verdiende, maar iedereen die het album wel oppikte had er een favoriete countryzangeres bij.
Jaime Wyatt imponeerde op Neon Cross met haar krachtige en doorleefde stem, die prachtig kleurde bij de wonderschone pedal steel klanken op het album en bij de laatste verrichtingen van gitarist Neal Casal, die niet veel later een einde maakte aan zijn leven. Met Neon Cross maakte de tijdelijk naar Nashville uitgeweken Jaime Wyatt een prachtig countryalbum met zowel authentieke als moderne ingrediënten, wat absoluut naar meer smaakte.
Deze week keert Jaime Wyatt terug met haar derde album, Feel Good. Het is een album waarop wederom de imposante stem van de muzikante uit Los Angeles centraal staat, maar Feel Good klinkt anders dan Neon Cross en Felony Blues. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van producer en Black Pumas lid Adrian Quesada, die Jaime Wyatt naar een studio in Austin, Texas, haalde. De man achter het geluid van Black Pumas, dat vorige week haar tweede album uitbracht, heeft flink wat invloed gehad op het geluid van Jaime Wyatt, die op Feel Good vooral een stuk soulvoller klinkt dan op Neon Cross.
Feel Good is voorzien van een mooie en aangenaam broeierig klinkende mix van country, Southern rock en vooral heel veel soul. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig met een swingende ritmesectie, prachtige gitaarakkoorden en orgel dat uit de speakers knalt, maar de geweldige stem van Jaime Wyatt maakt nog net wat meer indruk en maakt van Feel Good een fantastisch album.
Het is een album dat na zijn twee behoorlijk donkere voorgangers een stuk opgewekter klinkt, wat Feel Good nog wat aantrekkelijker maakt. Ik was zeer gesteld op het countrygeluid van Jaime Wyatt en van mij had ze nog stapels countryalbums mogen maken, maar met de soulinjectie op haar derde album is helemaal niets mis en ik denk dat ik de stem van Jaime Wyatt in het soulvollere geluid zelfs nog wat beter tot zijn recht vind komen. Het is het derde geweldige album van de Amerikaanse muzikante, die zich na de valse start alsnog heeft geschaard onder het allerbeste dat de Amerikaanse rootsmuziek op het moment te bieden heeft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jaime Wyatt - Feel Good - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jaime Wyatt - Feel Good
Jaime Wyatt verrijkt haar countrysongs op haar derde album Feel Good met een flinke dosis soul en Southern Rock, wat haar geweldige stem en haar doorleefde songs nog een stukje verder optilt
Na jaren van verslaving en een verblijf in de gevangenis maakte Jaime Wyatt in 2017 met het fraaie Felony Blues dan eindelijk haar debuut als muzikante. Het rauwe countryalbum kreeg in 2020 een prachtig vervolg met het nog sterkere Neon Cross, waarop Jaime Wyatt samenwerkte met producer Shooter Jennings. Voor Feel Good heeft de Amerikaanse muzikante gekozen voor de van Black Pumas bekende Adrian Quesada, die de muziek van Jaime Wyatt een stevige soulinjectie heeft gegeven. De geweldig klinkende mix van country, Southern rock en heel veel soul eert de muzikale tradities van het diepe zuiden van de Verenigde Staten en past prachtig bij de stem van Jaime Wyatt, die met Feel Good een van de beste rootsalbums van 2023 aflevert.
Jaime Wyatt groeide op in Tacoma, Washington, en kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten. Ze stond al op haar twaalfde op het podium en leek gemaakt voor een glansrijke carrière in de muziek. Op haar zeventiende verruilde ze Tacoma voor Los Angeles, waar ze vrijwel onmiddellijk een platencontract in de wacht wist te slepen. Dat contract werd door de malaise in de muziekindustrie echter al snel ontbonden, waarna Jaime Wyatt aan lager wal raakte. Ze greep naar de drugs en verdween na het beroven van haar dealer zelfs acht maanden achter de tralies.
De muzikale carrière van Jaime Wyatt leek ten einde voor hij goed en wel begonnen was, maar in 2017 keerde de Amerikaanse muzikante op 32-jarige leeftijd terug met het countryalbum Felony Blues, waarop de zwarte periode die aan het album vooraf ging centraal stond. Felony Blues stond bol van de belofte en die belofte maakte Jaime Wyatt meer dan waar met het in het voorjaar van 2020 verschenen Neon Cross. Het door Shooter Jennings geproduceerde album kreeg door de oprukkende coronapandemie misschien niet de aandacht die het album verdiende, maar iedereen die het album wel oppikte had er een favoriete countryzangeres bij.
Jaime Wyatt imponeerde op Neon Cross met haar krachtige en doorleefde stem, die prachtig kleurde bij de wonderschone pedal steel klanken op het album en bij de laatste verrichtingen van gitarist Neal Casal, die niet veel later een einde maakte aan zijn leven. Met Neon Cross maakte de tijdelijk naar Nashville uitgeweken Jaime Wyatt een prachtig countryalbum met zowel authentieke als moderne ingrediënten, wat absoluut naar meer smaakte.
Deze week keert Jaime Wyatt terug met haar derde album, Feel Good. Het is een album waarop wederom de imposante stem van de muzikante uit Los Angeles centraal staat, maar Feel Good klinkt anders dan Neon Cross en Felony Blues. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van producer en Black Pumas lid Adrian Quesada, die Jaime Wyatt naar een studio in Austin, Texas, haalde. De man achter het geluid van Black Pumas, dat vorige week haar tweede album uitbracht, heeft flink wat invloed gehad op het geluid van Jaime Wyatt, die op Feel Good vooral een stuk soulvoller klinkt dan op Neon Cross.
Feel Good is voorzien van een mooie en aangenaam broeierig klinkende mix van country, Southern rock en vooral heel veel soul. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig met een swingende ritmesectie, prachtige gitaarakkoorden en orgel dat uit de speakers knalt, maar de geweldige stem van Jaime Wyatt maakt nog net wat meer indruk en maakt van Feel Good een fantastisch album.
Het is een album dat na zijn twee behoorlijk donkere voorgangers een stuk opgewekter klinkt, wat Feel Good nog wat aantrekkelijker maakt. Ik was zeer gesteld op het countrygeluid van Jaime Wyatt en van mij had ze nog stapels countryalbums mogen maken, maar met de soulinjectie op haar derde album is helemaal niets mis en ik denk dat ik de stem van Jaime Wyatt in het soulvollere geluid zelfs nog wat beter tot zijn recht vind komen. Het is het derde geweldige album van de Amerikaanse muzikante, die zich na de valse start alsnog heeft geschaard onder het allerbeste dat de Amerikaanse rootsmuziek op het moment te bieden heeft. Erwin Zijleman
Jaime Wyatt - Neon Cross (2020)

4,5
1
geplaatst: 30 mei 2020, 10:29 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jaime Wyatt - Neon Cross - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jaime Wyatt - Neon Cross
Jaime Wyatt levert met Neon Cross een album af dat overloopt van gevoel en doorleving en dat zich onmiddellijk schaart onder de betere albums binnen de Amerikaanse rootsmuziek dit jaar
Jaime Wyatt is nog jong, maar heeft al een leven vol ellende achter zich. Het voorziet haar songs van veel emotie, wat Neon Cross een flink stuk optilt. In vocaal opzicht maakt Jaime Wyatt diepe indruk met haar doorleefde strot en dit wordt prachtig gecombineerd met de bijdragen van een aantal topmuzikanten op het album, onder wie de betreurde Neal Casal, die nog één keer mag schitteren. Het levert een album op dat mee kan met de betere albums in het genre dit jaar en dat me meer dan eens doet denken aan de muziek van Allison Moorer. Veel warmer aanbevelen kan ik Neon Cross van Jaime Wyatt niet.
Felony Blues, het in 2017 verschenen debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Jaime Wyatt, ontdekte ik pas een paar maanden geleden, toen de eerste berichten over haar nieuwe album rond begonnen te zingen. Het debuutalbum, dat de singer-songwriter uit Nashville maakte nadat een heroïne verslaving haar de criminaliteit in had gedrongen en in de gevangenis deed belanden, was indrukwekkend genoeg om uit te kijken naar Neon Cross, dat deze week is verschenen.
Het tweede album van Jaime Wyatt maakt de hoge verwachtingen makkelijk waar en is nog een stuk beter dan haar debuut. Jaime Wyatt moet nog 35 worden, maar heeft al een zwaar leven achter zich. Dat hoor je op Neon Cross dat een stuk doorleefder klinkt dan de albums van haar leeftijdsgenoten.
Voor Neon Cross deed Jaime Wyatt een beroep op de getalenteerde producer Shooter Jennings (zoon van legende Waylon Jennings en singer-songwriter Jessi Colter), die een aantal uitstekende muzikanten naar de studio haalde. Neon Cross wordt gedragen door de fraaie en ruimtelijke pedal steel klanken van John Schreffler Jr., die beelden van weidse Amerikaanse landschappen op het netvlies toveren, maar bevat ook de laatste muzikale verrichtingen van Neal Casal, die kort na de opnamesessies voor Neon Cross een einde maakt aan zijn leven, maar nog één keer schittert met fraaie gitaar-, mondharmonica- en orgelbijdragen.
In muzikaal opzicht is Neon Cross een indrukwekkend album. Niet alleen omdat de topmuzikanten op het album prachtig spelen, maar ook omdat het binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet bestrijkt, met een voorliefde voor country. In vocaal opzicht is het tweede album van Jaime Wyatt nog veel indrukwekkender. De stem van de singer-songwriter uit Nashville is voorzien van een rauw randje en Jaime Wyatt vertolkt haar songs vol emotie en doorleving. Het zorgt er voor dat Neon Cross een album is dat je vastgrijpt en niet zomaar los laat.
Jaime Wyatt heeft de weg naar boven weer gevonden, maar maakt geen geheim van de vele diepe dalen die volgden op haar eerste succesvolle stappen in de Californische muziekscene. Neon Cross is hierdoor een intens album, maar bij beluistering van Neon Cross hoor ik ook veel speelplezier, wat het album voorziet van veel energie.
De Nashville scene wordt momenteel gedomineerd door zoetgevooisde zangeressen met een voorliefde voor countrypop, maar Jaime Wyatt is uit ander hout gesneden. Haar wat ruwe rootsmuziek zou uitstekend gedijen in Austin, Texas, maar natuurlijk lopen er ook in Nashville nog genoeg muzikanten rond die weinig op hebben met blinkende countrypop.
Zeker wanneer Jaime Wyatt wat krachtiger of met een wat stevigere snik zingt hoor ik wel wat raakvlakken met Alison Moorer, die haar songs ook met veel gevoel en doorleving vertolkt, wat ook niet zo gek is als je weet wat voor leven zijn achter zich heeft gelaten. Met Alison Moorer hebben we een van mijn favoriete singer-songwriters te pakken, maar Jaime Wyatt komt met het prachtige Neon Cross dicht in de buurt en heeft ook nog eens een album afgeleverd dat bij iedere keer horen weer wat mooier en indrukwekkender is. Alle reden dus om Jaime Wyatt te omarmen als een van de grootste beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jaime Wyatt - Neon Cross - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jaime Wyatt - Neon Cross
Jaime Wyatt levert met Neon Cross een album af dat overloopt van gevoel en doorleving en dat zich onmiddellijk schaart onder de betere albums binnen de Amerikaanse rootsmuziek dit jaar
Jaime Wyatt is nog jong, maar heeft al een leven vol ellende achter zich. Het voorziet haar songs van veel emotie, wat Neon Cross een flink stuk optilt. In vocaal opzicht maakt Jaime Wyatt diepe indruk met haar doorleefde strot en dit wordt prachtig gecombineerd met de bijdragen van een aantal topmuzikanten op het album, onder wie de betreurde Neal Casal, die nog één keer mag schitteren. Het levert een album op dat mee kan met de betere albums in het genre dit jaar en dat me meer dan eens doet denken aan de muziek van Allison Moorer. Veel warmer aanbevelen kan ik Neon Cross van Jaime Wyatt niet.
Felony Blues, het in 2017 verschenen debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Jaime Wyatt, ontdekte ik pas een paar maanden geleden, toen de eerste berichten over haar nieuwe album rond begonnen te zingen. Het debuutalbum, dat de singer-songwriter uit Nashville maakte nadat een heroïne verslaving haar de criminaliteit in had gedrongen en in de gevangenis deed belanden, was indrukwekkend genoeg om uit te kijken naar Neon Cross, dat deze week is verschenen.
Het tweede album van Jaime Wyatt maakt de hoge verwachtingen makkelijk waar en is nog een stuk beter dan haar debuut. Jaime Wyatt moet nog 35 worden, maar heeft al een zwaar leven achter zich. Dat hoor je op Neon Cross dat een stuk doorleefder klinkt dan de albums van haar leeftijdsgenoten.
Voor Neon Cross deed Jaime Wyatt een beroep op de getalenteerde producer Shooter Jennings (zoon van legende Waylon Jennings en singer-songwriter Jessi Colter), die een aantal uitstekende muzikanten naar de studio haalde. Neon Cross wordt gedragen door de fraaie en ruimtelijke pedal steel klanken van John Schreffler Jr., die beelden van weidse Amerikaanse landschappen op het netvlies toveren, maar bevat ook de laatste muzikale verrichtingen van Neal Casal, die kort na de opnamesessies voor Neon Cross een einde maakt aan zijn leven, maar nog één keer schittert met fraaie gitaar-, mondharmonica- en orgelbijdragen.
In muzikaal opzicht is Neon Cross een indrukwekkend album. Niet alleen omdat de topmuzikanten op het album prachtig spelen, maar ook omdat het binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet bestrijkt, met een voorliefde voor country. In vocaal opzicht is het tweede album van Jaime Wyatt nog veel indrukwekkender. De stem van de singer-songwriter uit Nashville is voorzien van een rauw randje en Jaime Wyatt vertolkt haar songs vol emotie en doorleving. Het zorgt er voor dat Neon Cross een album is dat je vastgrijpt en niet zomaar los laat.
Jaime Wyatt heeft de weg naar boven weer gevonden, maar maakt geen geheim van de vele diepe dalen die volgden op haar eerste succesvolle stappen in de Californische muziekscene. Neon Cross is hierdoor een intens album, maar bij beluistering van Neon Cross hoor ik ook veel speelplezier, wat het album voorziet van veel energie.
De Nashville scene wordt momenteel gedomineerd door zoetgevooisde zangeressen met een voorliefde voor countrypop, maar Jaime Wyatt is uit ander hout gesneden. Haar wat ruwe rootsmuziek zou uitstekend gedijen in Austin, Texas, maar natuurlijk lopen er ook in Nashville nog genoeg muzikanten rond die weinig op hebben met blinkende countrypop.
Zeker wanneer Jaime Wyatt wat krachtiger of met een wat stevigere snik zingt hoor ik wel wat raakvlakken met Alison Moorer, die haar songs ook met veel gevoel en doorleving vertolkt, wat ook niet zo gek is als je weet wat voor leven zijn achter zich heeft gelaten. Met Alison Moorer hebben we een van mijn favoriete singer-songwriters te pakken, maar Jaime Wyatt komt met het prachtige Neon Cross dicht in de buurt en heeft ook nog eens een album afgeleverd dat bij iedere keer horen weer wat mooier en indrukwekkender is. Alle reden dus om Jaime Wyatt te omarmen als een van de grootste beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman
Jaimee Harris - Boomerang Town (2023)

4,0
1
geplaatst: 20 februari 2023, 15:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jaimee Harris - Boomerang Town - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jaimee Harris - Boomerang Town
Na haar sensationele debuutalbum Red Rescue uit 2018 keert de van oorsprong Texaanse singer-songwriter Jaimee Harris terug met een wat meer ingetogen, maar wederom zeer indrukwekkend rootsalbum
Luister met flink volume naar Boomerang Town van Jaimee Harris en de krachtige stem van de Amerikaanse muzikante snijdt dwars door de ziel. Boomerang Town klinkt na het geweldige Red Rescue misschien wat minder opzienbarend, maar na een paar keer horen kun je alleen maar concluderen dat alles op het tweede album van Jaimee Harris goed is. Het album is smaakvol ingekleurd en fraai geproduceerd, de songs blijven makkelijk hangen en vertellen stuk voor stuk bijzondere verhalen, terwijl de stem van de tegenwoordig vanuit Nashville opererende muzikante alleen maar aan zeggingskracht en doorleving heeft gewonnen. Jaimee Harris is nog niet heel bekend, maar is echt een hele grote.
Jaimee Harris verruilde haar geboortestad Waco in Texas, bekend geworden door de slecht afgelopen belegering van de Branch Davidians sekte in 1993, al op jonge leeftijd voor het flink verderop gelegen Austin, waar ze het wilde gaan maken als muzikant. Dat ging zeker niet vanzelf, waardoor Jaimee Harris uiteindelijk niet terecht kwam in de spotlights, maar aan de zelfkant van de samenleving van Austin.
In 2018 debuteerde Jaimee Harris alsnog met het uitstekende Red Rescue, dat haar wat mij betreft onmiddellijk schaarde onder de grote beloften van de muziekscene van Austin, Texas. Het is vervolgens lag stil geweest rond Jaimee Harris, die in de tussentijd wel haar liefdesgeluk vond bij collega muzikante Mary Gauthier. Deze week keert Jaimee Harris eindelijk terug met haar tweede album en Boomerang Town is een duidelijk ander album dan Red Rescue.
Het debuutalbum van Jaimee Harris klonk bij vlagen lekker ruw en stevig, maar haar nieuwe album laat uitsluitend sober ingekleurde en behoorlijk ingetogen songs horen. Aan de ene kant is het jammer dat Jaimee Harris het incidentele gitaargeweld van haar debuutalbum heeft afgezworen, maar aan de andere kant hebben ook de ingetogen songs op het tweede album veel te bieden.
Jaimee Harris maakte op Red Rescue niet alleen indruk met aansprekende songs en een krachtige stem, maar ook met persoonlijke teksten en mooie verhalen. Ook Boomerang Town staat vol met indringende persoonlijke verhalen, die de songs op het album voorzien van een bijzondere lading. Het is een lading die wordt versterkt door de mooie stem van Jaimee Harris, die op Boomerang Town aan kracht en doorleving heeft gewonnen.
Jaimee Harris beperkt zich op haar tweede album overigens zeker niet tot de persoonlijke verhalen, want ook de dood van nogal wat grote rootsmuzikante onder wie haar mentor Jimmy LaFave, de diepe impact van de coronapandemie en de politieke aardverschuivingen in haar vaderland hebben hun weg gevonden naar het album.
Jaimee Harris heeft Austin inmiddels verruild voor Nashville en dat hoor je in haar muziek, die is opgeschoven in de richting van de Amerikaanse rootsmuziek zoals die in Nashville wordt gemaakt. Boomerang Town werd geproduceerd door Mark Hallman, die ik vooral ken van zijn werk voor Ani DiFranco en die het nieuwe album van Jaimee Harris zeer smaakvol heeft ingekleurd. Het album klinkt over het algemeen redelijk sober, maar door het gebruik van verschillende instrumenten, met hier en daar fraai viool en cello spel, klinkt het album ook gevarieerd.
Red Rescue blies me vijf jaar geleden echt compleet van mijn sokken en dat is dit keer anders. Ik vond de songs op Boomerang Town direct bij eerste beluistering mooi, al was het maar door de geweldige stem van Jaimee Harris, maar de impact was zeker niet zo groot als vijf jaar geleden. Het tweede album van de Amerikaanse singer-songwriter wordt echter wel steeds beter en wat mij betreft maakt Jaimee Harris de torenhoge belofte van haar debuutalbum dan ook waar op Boomerang Town.
Of dit ondanks of dankzij de duidelijke koerswijziging is durf ik nog niet te zeggen, al vind ik inmiddels wel dat de fantastische stem van Jaimee Harris in het nieuwe geluid nog beter tot zijn recht komt. Dat de muzikante, die de dertig pas net is gepasseerd, een hele grote toekomst voor zich heeft lijkt me zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jaimee Harris - Boomerang Town - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jaimee Harris - Boomerang Town
Na haar sensationele debuutalbum Red Rescue uit 2018 keert de van oorsprong Texaanse singer-songwriter Jaimee Harris terug met een wat meer ingetogen, maar wederom zeer indrukwekkend rootsalbum
Luister met flink volume naar Boomerang Town van Jaimee Harris en de krachtige stem van de Amerikaanse muzikante snijdt dwars door de ziel. Boomerang Town klinkt na het geweldige Red Rescue misschien wat minder opzienbarend, maar na een paar keer horen kun je alleen maar concluderen dat alles op het tweede album van Jaimee Harris goed is. Het album is smaakvol ingekleurd en fraai geproduceerd, de songs blijven makkelijk hangen en vertellen stuk voor stuk bijzondere verhalen, terwijl de stem van de tegenwoordig vanuit Nashville opererende muzikante alleen maar aan zeggingskracht en doorleving heeft gewonnen. Jaimee Harris is nog niet heel bekend, maar is echt een hele grote.
Jaimee Harris verruilde haar geboortestad Waco in Texas, bekend geworden door de slecht afgelopen belegering van de Branch Davidians sekte in 1993, al op jonge leeftijd voor het flink verderop gelegen Austin, waar ze het wilde gaan maken als muzikant. Dat ging zeker niet vanzelf, waardoor Jaimee Harris uiteindelijk niet terecht kwam in de spotlights, maar aan de zelfkant van de samenleving van Austin.
In 2018 debuteerde Jaimee Harris alsnog met het uitstekende Red Rescue, dat haar wat mij betreft onmiddellijk schaarde onder de grote beloften van de muziekscene van Austin, Texas. Het is vervolgens lag stil geweest rond Jaimee Harris, die in de tussentijd wel haar liefdesgeluk vond bij collega muzikante Mary Gauthier. Deze week keert Jaimee Harris eindelijk terug met haar tweede album en Boomerang Town is een duidelijk ander album dan Red Rescue.
Het debuutalbum van Jaimee Harris klonk bij vlagen lekker ruw en stevig, maar haar nieuwe album laat uitsluitend sober ingekleurde en behoorlijk ingetogen songs horen. Aan de ene kant is het jammer dat Jaimee Harris het incidentele gitaargeweld van haar debuutalbum heeft afgezworen, maar aan de andere kant hebben ook de ingetogen songs op het tweede album veel te bieden.
Jaimee Harris maakte op Red Rescue niet alleen indruk met aansprekende songs en een krachtige stem, maar ook met persoonlijke teksten en mooie verhalen. Ook Boomerang Town staat vol met indringende persoonlijke verhalen, die de songs op het album voorzien van een bijzondere lading. Het is een lading die wordt versterkt door de mooie stem van Jaimee Harris, die op Boomerang Town aan kracht en doorleving heeft gewonnen.
Jaimee Harris beperkt zich op haar tweede album overigens zeker niet tot de persoonlijke verhalen, want ook de dood van nogal wat grote rootsmuzikante onder wie haar mentor Jimmy LaFave, de diepe impact van de coronapandemie en de politieke aardverschuivingen in haar vaderland hebben hun weg gevonden naar het album.
Jaimee Harris heeft Austin inmiddels verruild voor Nashville en dat hoor je in haar muziek, die is opgeschoven in de richting van de Amerikaanse rootsmuziek zoals die in Nashville wordt gemaakt. Boomerang Town werd geproduceerd door Mark Hallman, die ik vooral ken van zijn werk voor Ani DiFranco en die het nieuwe album van Jaimee Harris zeer smaakvol heeft ingekleurd. Het album klinkt over het algemeen redelijk sober, maar door het gebruik van verschillende instrumenten, met hier en daar fraai viool en cello spel, klinkt het album ook gevarieerd.
Red Rescue blies me vijf jaar geleden echt compleet van mijn sokken en dat is dit keer anders. Ik vond de songs op Boomerang Town direct bij eerste beluistering mooi, al was het maar door de geweldige stem van Jaimee Harris, maar de impact was zeker niet zo groot als vijf jaar geleden. Het tweede album van de Amerikaanse singer-songwriter wordt echter wel steeds beter en wat mij betreft maakt Jaimee Harris de torenhoge belofte van haar debuutalbum dan ook waar op Boomerang Town.
Of dit ondanks of dankzij de duidelijke koerswijziging is durf ik nog niet te zeggen, al vind ik inmiddels wel dat de fantastische stem van Jaimee Harris in het nieuwe geluid nog beter tot zijn recht komt. Dat de muzikante, die de dertig pas net is gepasseerd, een hele grote toekomst voor zich heeft lijkt me zeker. Erwin Zijleman
Jaimee Harris - Red Rescue (2018)

4,5
1
geplaatst: 6 oktober 2018, 10:30 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jaimee Harris - Red Rescue - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jonge Texaanse singer-songwriter verruilt de goot voor een plekje tussen de groten van de Texaanse rootsmuziek
Jaimee Harris dacht het na de middelbare school even te gaan maken in de muziekscene van Austin, Texas, maar dat viel toch wat tegen. Na een aantal zware jaren is dan eindelijk haar langverwachte debuutalbum verschenen en deelt Jaimee Harris de mokerslag uit die ze een paar jaar geleden al in gedachten had. Jaimee Harris excelleert op haar debuut als zangeres en overtuigt als songwriter. De steun van de juiste mensen uit de scene van de Texaanse muziekhoofdstad maakt het af met een fraai en gloedvol geluid dat alle uithoeken van de Texaanse rootsmuziek verkent. Grootse plaat.
Jaimee Harris groeide op in Waco, Texas, en kreeg al op jonge leeftijd belangstelling voor muziek. Toen haar vader haar op een dag meenam naar het Austin City Limits Festival en de jonge Jaimee onder andere Emmylou Harris, Buddy & Julie Miller en Patty Griffin had zien optreden, wist ze precies wat ze later wilde worden en waar ze zich wilde vestigen.
Na de middelbare school vertrok Jaimee Harris in 2009 dan ook naar Austin, Texas, en begon ze een onzeker bestaan als muzikant in de lokale bars en cafés. Het talent van de jonge Texaanse muzikante werd echter zeker niet direct onderkend en langzaam maar zeker gleed Jaimee Harris af richting de zelfkant van de samenleving en zocht ze haar geluk in alcohol en drugs.
Toen ze zelfs kort achter de tralies belandde, was duidelijk dat het roer om moest. Jaimee Harris liet de drank en drugs staan en begon haar eigen songs te schrijven, hierbij bijgestaan door muzikale mentoren als Jimmy LaFave en Betty Soo en een aantal prima muzikanten uit de Austin scene.
Naar het debuut van Jaimee Harris werd inmiddels al een aantal maanden reikhalzend uitgekeken, maar inmiddels is de plaat dan eindelijk verschenen. Red Rescue werd vorige week op de prima muzieksite American Highways onthaald als het debuut van het jaar, terwijl Jaimee Harris direct werd toegevoegd aan de hoofdrolspelers binnen de Americana van het moment. Het zijn grote woorden, maar als ik luister naar het debuut van Jaimee Harris kan ik ze alleen maar beamen en bevestigen.
Jaimee Harris vertrok ooit naar Austin met een krachtige stem en die heeft ze nog steeds. Het is een stem vol warmte en emotie en het is bovendien een stem die alle kanten op kan, waardoor Jaimee Harris binnen de Americana op een breed terrein uit de voeten kan. Het is een stem die wat met je doet, waardoor haar songs direct binnen komen.
De Texaanse singer-songwriter is nog altijd jong (ze vierde eerder dit jaar haar 28e verjaardag), maar door haar zware eerste jaren in Austin heeft ze wel de nodige levenservaring opgedaan. Dat hoor je in haar songs, die minder onbezorgd klinken dan je iemand van haar leeftijd zou verwachten, en dat hoor je ook in haar stem, die verrassend veel emotie en doorleving laat horen.
Red Rescue werd gemaakt met haar vaste band en met producer Craig Ross, die ondere bekend is van zijn werkt met Patty Griffin. Jaimee Harris zong op de laatste twee platen van de in 2017 overleden Jimmy LaFave en de Texaanse singer-songwriter is op zijn beurt te horen op de titeltrack van de plaat; een van de vele hoogtepunten op dit debuut.
Red Rescue is een veelzijdige plaat, die binnen de Amerikaanse rootsmuziek meerdere kanten op schiet, maar altijd past binnen de rootsmuziek zoals die in Austin wordt gemaakt (Real Americana music from Austin, Tx noemt ze het op haar website). Het is rootsmuziek die niet bang is voor uitstapjes richting rock en incidenteel pop, maar echt stevig of poppy wordt het debuut van Jaimee Harris nergens.
Producer Craig Ross heeft gezorgd voor een vol geluid dat ook voorzichtig buiten de lijntjes van de rootsmuziek kleurt en het is een geluid dat uitstekend past bij de krachtige stem van Jaimee Harris, die in vocaal opzicht diepe indruk maakt op haar debuut.
Het levert een modern klinkende rootsplaat op, maar het is een moderne rootsplaat met respect voor de tradities van het genre, wat goed is te horen wanneer het volle en moderne geluid even wordt verruild voor slechts een akoestische gitaar en Jaimee Harris zorgt voor het kippenvel. En Red Rescue is ook nog eens een plaat die alleen maar beter en indrukwekkender wordt. Bijzonder imponerend debuut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jaimee Harris - Red Rescue - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jonge Texaanse singer-songwriter verruilt de goot voor een plekje tussen de groten van de Texaanse rootsmuziek
Jaimee Harris dacht het na de middelbare school even te gaan maken in de muziekscene van Austin, Texas, maar dat viel toch wat tegen. Na een aantal zware jaren is dan eindelijk haar langverwachte debuutalbum verschenen en deelt Jaimee Harris de mokerslag uit die ze een paar jaar geleden al in gedachten had. Jaimee Harris excelleert op haar debuut als zangeres en overtuigt als songwriter. De steun van de juiste mensen uit de scene van de Texaanse muziekhoofdstad maakt het af met een fraai en gloedvol geluid dat alle uithoeken van de Texaanse rootsmuziek verkent. Grootse plaat.
Jaimee Harris groeide op in Waco, Texas, en kreeg al op jonge leeftijd belangstelling voor muziek. Toen haar vader haar op een dag meenam naar het Austin City Limits Festival en de jonge Jaimee onder andere Emmylou Harris, Buddy & Julie Miller en Patty Griffin had zien optreden, wist ze precies wat ze later wilde worden en waar ze zich wilde vestigen.
Na de middelbare school vertrok Jaimee Harris in 2009 dan ook naar Austin, Texas, en begon ze een onzeker bestaan als muzikant in de lokale bars en cafés. Het talent van de jonge Texaanse muzikante werd echter zeker niet direct onderkend en langzaam maar zeker gleed Jaimee Harris af richting de zelfkant van de samenleving en zocht ze haar geluk in alcohol en drugs.
Toen ze zelfs kort achter de tralies belandde, was duidelijk dat het roer om moest. Jaimee Harris liet de drank en drugs staan en begon haar eigen songs te schrijven, hierbij bijgestaan door muzikale mentoren als Jimmy LaFave en Betty Soo en een aantal prima muzikanten uit de Austin scene.
Naar het debuut van Jaimee Harris werd inmiddels al een aantal maanden reikhalzend uitgekeken, maar inmiddels is de plaat dan eindelijk verschenen. Red Rescue werd vorige week op de prima muzieksite American Highways onthaald als het debuut van het jaar, terwijl Jaimee Harris direct werd toegevoegd aan de hoofdrolspelers binnen de Americana van het moment. Het zijn grote woorden, maar als ik luister naar het debuut van Jaimee Harris kan ik ze alleen maar beamen en bevestigen.
Jaimee Harris vertrok ooit naar Austin met een krachtige stem en die heeft ze nog steeds. Het is een stem vol warmte en emotie en het is bovendien een stem die alle kanten op kan, waardoor Jaimee Harris binnen de Americana op een breed terrein uit de voeten kan. Het is een stem die wat met je doet, waardoor haar songs direct binnen komen.
De Texaanse singer-songwriter is nog altijd jong (ze vierde eerder dit jaar haar 28e verjaardag), maar door haar zware eerste jaren in Austin heeft ze wel de nodige levenservaring opgedaan. Dat hoor je in haar songs, die minder onbezorgd klinken dan je iemand van haar leeftijd zou verwachten, en dat hoor je ook in haar stem, die verrassend veel emotie en doorleving laat horen.
Red Rescue werd gemaakt met haar vaste band en met producer Craig Ross, die ondere bekend is van zijn werkt met Patty Griffin. Jaimee Harris zong op de laatste twee platen van de in 2017 overleden Jimmy LaFave en de Texaanse singer-songwriter is op zijn beurt te horen op de titeltrack van de plaat; een van de vele hoogtepunten op dit debuut.
Red Rescue is een veelzijdige plaat, die binnen de Amerikaanse rootsmuziek meerdere kanten op schiet, maar altijd past binnen de rootsmuziek zoals die in Austin wordt gemaakt (Real Americana music from Austin, Tx noemt ze het op haar website). Het is rootsmuziek die niet bang is voor uitstapjes richting rock en incidenteel pop, maar echt stevig of poppy wordt het debuut van Jaimee Harris nergens.
Producer Craig Ross heeft gezorgd voor een vol geluid dat ook voorzichtig buiten de lijntjes van de rootsmuziek kleurt en het is een geluid dat uitstekend past bij de krachtige stem van Jaimee Harris, die in vocaal opzicht diepe indruk maakt op haar debuut.
Het levert een modern klinkende rootsplaat op, maar het is een moderne rootsplaat met respect voor de tradities van het genre, wat goed is te horen wanneer het volle en moderne geluid even wordt verruild voor slechts een akoestische gitaar en Jaimee Harris zorgt voor het kippenvel. En Red Rescue is ook nog eens een plaat die alleen maar beter en indrukwekkender wordt. Bijzonder imponerend debuut. Erwin Zijleman
Jaimie Branch - Fly or Die Fly or Die Fly or Die ((World War)) (2023)

4,5
0
geplaatst: 5 december 2023, 15:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jaimie Branch - Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jaimie Branch - Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War))
Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) van Jaimie Branch is prominent vertegenwoordigd in de jaarlijstjes en daar valt echt helemaal niets op af te dingen, want wat is dit een spectaculair album
De Amerikaanse muzikante Jaimie Branch overleed in de herfst van 2022 onverwacht op slechts 39-jarige leeftijd. Bijna een jaar later verscheen postuum haar derde album Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)). Het is een album waarop het label jazz is geplakt, maar Jaimie Branch maakt veel meer dan jazz. Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) is een album met een bonte mix van genres en stijlen en er gebeurt soms zo veel dat het je duizelt. Het is ook een album vol muzikaal vuurwerk, maar Jaimie Branch verliest de song met een kop en een staart nooit helemaal uit het oog. Het is doodzonde dat ze er niet meer is, maar haar muzikale erfenis is indrukwekkend.
In flink wat jaarlijstjes kom ik Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) van Jaimie Branch tegen. Het is een album dat ik eerder dit jaar heb laten liggen omdat het vooral in de hokjes jazz en avant-garde werd geduwd. Bij jazz en avant-garde denk ik aan muziek waar ik vooral heel onrustig van wordt of zelfs rode vlekken krijg, maar Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) van Jaimie Branch heeft vooralsnog alleen positieve effecten.
Het is het derde album van de Amerikaanse muzikante, die met Fly Or Die uit 2017 en Fly Or Die II uit 2019 al twee albums afleverde die met name in jazzkringen hoog werden gewaardeerd. Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) is een postuum uitgebracht album, want de Amerikaanse muzikante overleed in de herfst van 2022 plotseling op slechts 39-jarige leeftijd.
Na beluistering van Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) kan ik alleen maar concluderen dat de muziekwereld door de dood van Jaimie Branch een enorm talent heeft verloren. Het is niet alleen een groot verlies voor de jazzwereld, want op Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) laat Jaimie Branch horen dat ze in vele genres uit de voeten kan. De muzikante die opereerde vanuit Brooklyn klink vooral jazzy wanneer haar trompet de hoofdrol speelt, maar dat is lang niet altijd het geval.
Wanneer keyboards, cello en fluit het voortouw nemen klinkt er zelf een vleugje progrock door in de muziek van Jaimie Branch, maar de Amerikaanse muzikante kan ook uit de voeten met soul, funk, gospel, blues, hiphop, dub en wereldmuziek. Wanneer zang wordt toegevoegd aan de songs op Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) hoor je af en toe een vleugje pop, maar de door bijzondere ritmes en ruwe vocalen gedomineerde songs hebben ook wel wat van de postpunk van The Slits of de ruwe energie van het debuutalbum van Bow Wow Wow.
Wanneer de trompet van Jaimie Branch door de postpunk klanken heen snijdt krijgt Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) een uniek maar ook bijzonder opwindend geluid. Er gebeurt echt van alles in de bijzondere muziek van Jaimie Branch, die lak heeft aan hokjes en conventies. Ze speelt zelf de pannen van het dak met haar trompet, maar ook de muzikanten die haar begeleiden, met een hoofdrol voor de fantastische drummer, spelen de sterren van de hemel en voegen een bijzonder rijk en veelzijdig klankenpalet toe aan de songs van de muzikante uit Brooklyn.
Het is razend knap hoe Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) het ene moment kan overdonderen met een partij muzikaal vuurwerk om bang van te worden en het volgende moment terug kan keren naar de essentie. 46 minuten en 51 minuten kun je alleen maar ademloos luisteren naar dit fascinerende album, dat bij volgende beluisteringen eindeloos nieuwe dingen laat horen.
Het is ontzettend triest dat Jaimie Branch slechts 39 jaar oud is geworden en tijdens haar leven slechts in kleine kring erkenning heeft gekregen voor haar unieke muziek, maar gelukkig heeft ze Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) nog kunnen voltooien voor haar plotselinge dood. Het is een album dat zoals gezegd opduikt in flink wat jaarlijstjes en dat is volkomen terecht. Laat je niet afschrikken door labels als jazz en avant-garde, want dit is echt een zeldzaam goed album dat in geen enkel hokje past. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jaimie Branch - Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jaimie Branch - Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War))
Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) van Jaimie Branch is prominent vertegenwoordigd in de jaarlijstjes en daar valt echt helemaal niets op af te dingen, want wat is dit een spectaculair album
De Amerikaanse muzikante Jaimie Branch overleed in de herfst van 2022 onverwacht op slechts 39-jarige leeftijd. Bijna een jaar later verscheen postuum haar derde album Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)). Het is een album waarop het label jazz is geplakt, maar Jaimie Branch maakt veel meer dan jazz. Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) is een album met een bonte mix van genres en stijlen en er gebeurt soms zo veel dat het je duizelt. Het is ook een album vol muzikaal vuurwerk, maar Jaimie Branch verliest de song met een kop en een staart nooit helemaal uit het oog. Het is doodzonde dat ze er niet meer is, maar haar muzikale erfenis is indrukwekkend.
In flink wat jaarlijstjes kom ik Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) van Jaimie Branch tegen. Het is een album dat ik eerder dit jaar heb laten liggen omdat het vooral in de hokjes jazz en avant-garde werd geduwd. Bij jazz en avant-garde denk ik aan muziek waar ik vooral heel onrustig van wordt of zelfs rode vlekken krijg, maar Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) van Jaimie Branch heeft vooralsnog alleen positieve effecten.
Het is het derde album van de Amerikaanse muzikante, die met Fly Or Die uit 2017 en Fly Or Die II uit 2019 al twee albums afleverde die met name in jazzkringen hoog werden gewaardeerd. Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) is een postuum uitgebracht album, want de Amerikaanse muzikante overleed in de herfst van 2022 plotseling op slechts 39-jarige leeftijd.
Na beluistering van Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) kan ik alleen maar concluderen dat de muziekwereld door de dood van Jaimie Branch een enorm talent heeft verloren. Het is niet alleen een groot verlies voor de jazzwereld, want op Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) laat Jaimie Branch horen dat ze in vele genres uit de voeten kan. De muzikante die opereerde vanuit Brooklyn klink vooral jazzy wanneer haar trompet de hoofdrol speelt, maar dat is lang niet altijd het geval.
Wanneer keyboards, cello en fluit het voortouw nemen klinkt er zelf een vleugje progrock door in de muziek van Jaimie Branch, maar de Amerikaanse muzikante kan ook uit de voeten met soul, funk, gospel, blues, hiphop, dub en wereldmuziek. Wanneer zang wordt toegevoegd aan de songs op Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) hoor je af en toe een vleugje pop, maar de door bijzondere ritmes en ruwe vocalen gedomineerde songs hebben ook wel wat van de postpunk van The Slits of de ruwe energie van het debuutalbum van Bow Wow Wow.
Wanneer de trompet van Jaimie Branch door de postpunk klanken heen snijdt krijgt Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) een uniek maar ook bijzonder opwindend geluid. Er gebeurt echt van alles in de bijzondere muziek van Jaimie Branch, die lak heeft aan hokjes en conventies. Ze speelt zelf de pannen van het dak met haar trompet, maar ook de muzikanten die haar begeleiden, met een hoofdrol voor de fantastische drummer, spelen de sterren van de hemel en voegen een bijzonder rijk en veelzijdig klankenpalet toe aan de songs van de muzikante uit Brooklyn.
Het is razend knap hoe Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) het ene moment kan overdonderen met een partij muzikaal vuurwerk om bang van te worden en het volgende moment terug kan keren naar de essentie. 46 minuten en 51 minuten kun je alleen maar ademloos luisteren naar dit fascinerende album, dat bij volgende beluisteringen eindeloos nieuwe dingen laat horen.
Het is ontzettend triest dat Jaimie Branch slechts 39 jaar oud is geworden en tijdens haar leven slechts in kleine kring erkenning heeft gekregen voor haar unieke muziek, maar gelukkig heeft ze Fly Or Die Fly Or Die Fly Or Die ((World War)) nog kunnen voltooien voor haar plotselinge dood. Het is een album dat zoals gezegd opduikt in flink wat jaarlijstjes en dat is volkomen terecht. Laat je niet afschrikken door labels als jazz en avant-garde, want dit is echt een zeldzaam goed album dat in geen enkel hokje past. Erwin Zijleman
Jake Xerxes Fussell - Good and Green Again (2022)

4,0
0
geplaatst: 25 januari 2022, 16:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jake Xerxes Fussell - Good And Green Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jake Xerxes Fussell - Good And Green Again
De vorige albums van Jake Xerxes Fussell wisten mijn aandacht uiteindelijk niet vast te houden, maar hoe anders is het met het prachtig ingekleurde en van begin tot eind adembenemende Good And Green Again
Ook op zijn vierde album vertrouwt de Amerikaanse muzikant Jake Xerxes Fussell op zijn bijzondere stem, op zijn fenomenale gitaarspel en op zijn liefde voor folk traditionals, maar toch klinkt het album anders dan zijn voorgangers. Producer James Elkington heeft het album net wat voller ingekleurd met onder andere blazers, strijkers en een pedal steel en Jake Xerxes Fussell schreef dit keer ook zijn eigen songs. Het zijn twee dingen die zijn muziek wat mij betreft net wat interessanter maken. Zijn vorige albums kabbelden voor mij na enige tijd wat voort, maar het prachtige Good And Green Again is de hele speelduur lang intens en meeslepend. Prachtig album.
Ik heb de muziek van de Jake Xerxes Fussell nog niet eerder besproken op deze BLOG. De vorige drie albums van de Amerikaanse muzikant heb ik allemaal beluisterd en vond ik op het eerste gehoor stuk voor stuk veelbelovend, maar op een of andere manier beklijfde het niet. Waar het precies aan ligt weet ik niet, al ben ik niet altijd gek op akoestische folk en heb ik bovendien een duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen.
Of een album je uiteindelijk raakt of niet ligt echter veel subtieler. Good And Green Again, het vierde album van Jake Xerxes Fussell, verschilt niet overdreven veel van zijn drie voorgangers, maar waar ik bij de vorige drie albums mijn interesse na verloop van tijd verloor, is album nummer vier wel een blijvertje.
Ook op Good And Green Again vertrouwt Jake Xerxes Fussell voor een belangrijk deel op zijn donkere stem en op zijn vaardigheden als gitarist en ook op zijn nieuwe album vertolkt de Amerikaanse muzikant voor een belangrijk deel folk traditionals. Toch voelt Good And Green Again voor mij anders aan dan de vorige drie albums van de muzikant uit Durham, North Carolina.
Het is mogelijk de verdienste van producer James Elkington die de songs van Jake Xerxes Fussell net wat voller heeft ingekleurd met strijkers, blazers en wat extra snareninstrumenten, waaronder de pedal steel. Het zorgt er voor dat Good And Green Again net wat voller en hierdoor ook gevarieerder klinkt dan zijn voorgangers en het zorgt er bovendien voor dat de karakteristieke ingrediënten van de muziek van Jake Xerxes Fussell beter tot zijn recht komen.
Het gitaarwerk van de Amerikaanse muzikant is prachtig en ook zijn stem bevalt me een stuk beter dan tot dusver het geval was. Bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten levert Jake Xerxes Fussell een album vol muzikale hoogstandjes af. Het is knap hoe hij er wederom in is geslaagd om een aantal vergeten maar ook wonderschone traditionals te vinden, maar de muzikant uit North Carolina vertrouwt dit keer niet alleen op traditionals, maar schreef ook een aantal nieuwe songs, waaronder een aantal instrumentale songs.
Instrumentale songs vind ik persoonlijk maar zelden interessant, maar de songs zonder zang op Good And Green Again doen niet onder voor de andere songs op het album en dragen absoluut bij aan de bijzondere luisterervaring. Het levert alles bij elkaar een hoogstaand en gevarieerd album op dat zich ook na talloze keren horen nog stevig opdringt.
James Elkington heeft de instrumentatie niet alleen voorzien van wat extra accenten, die de muziek een atmosferisch karakter geven, maar heeft Good And Green bovendien prachtig opgenomen. Alles komt even helder uit de speakers en ieder accent is trefzeker. Het album doet het geweldig bij beluistering met de koptelefoon, maar nodigt ook uit tot het open draaien van de volumeknop bij beluistering via de speakers.
Jake Xerxes Fussell mag zich wat mij betreft veel vaker laten ondersteunen door mooie vrouwenstemmen, maar ook zonder deze stemmen maakt de Amerikaanse muzikant wonderschone muziek. Hoogtepunt is misschien wel de ruim 9 minuten durende vertolking van de traditional The Golden Willow Tree, die werkelijk geen seconde verveelt. Het heeft even geduurd, maar ik ben wat betreft Jake Xerxes Fussell helemaal om. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Jake Xerxes Fussell - Good And Green Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Jake Xerxes Fussell - Good And Green Again
De vorige albums van Jake Xerxes Fussell wisten mijn aandacht uiteindelijk niet vast te houden, maar hoe anders is het met het prachtig ingekleurde en van begin tot eind adembenemende Good And Green Again
Ook op zijn vierde album vertrouwt de Amerikaanse muzikant Jake Xerxes Fussell op zijn bijzondere stem, op zijn fenomenale gitaarspel en op zijn liefde voor folk traditionals, maar toch klinkt het album anders dan zijn voorgangers. Producer James Elkington heeft het album net wat voller ingekleurd met onder andere blazers, strijkers en een pedal steel en Jake Xerxes Fussell schreef dit keer ook zijn eigen songs. Het zijn twee dingen die zijn muziek wat mij betreft net wat interessanter maken. Zijn vorige albums kabbelden voor mij na enige tijd wat voort, maar het prachtige Good And Green Again is de hele speelduur lang intens en meeslepend. Prachtig album.
Ik heb de muziek van de Jake Xerxes Fussell nog niet eerder besproken op deze BLOG. De vorige drie albums van de Amerikaanse muzikant heb ik allemaal beluisterd en vond ik op het eerste gehoor stuk voor stuk veelbelovend, maar op een of andere manier beklijfde het niet. Waar het precies aan ligt weet ik niet, al ben ik niet altijd gek op akoestische folk en heb ik bovendien een duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen.
Of een album je uiteindelijk raakt of niet ligt echter veel subtieler. Good And Green Again, het vierde album van Jake Xerxes Fussell, verschilt niet overdreven veel van zijn drie voorgangers, maar waar ik bij de vorige drie albums mijn interesse na verloop van tijd verloor, is album nummer vier wel een blijvertje.
Ook op Good And Green Again vertrouwt Jake Xerxes Fussell voor een belangrijk deel op zijn donkere stem en op zijn vaardigheden als gitarist en ook op zijn nieuwe album vertolkt de Amerikaanse muzikant voor een belangrijk deel folk traditionals. Toch voelt Good And Green Again voor mij anders aan dan de vorige drie albums van de muzikant uit Durham, North Carolina.
Het is mogelijk de verdienste van producer James Elkington die de songs van Jake Xerxes Fussell net wat voller heeft ingekleurd met strijkers, blazers en wat extra snareninstrumenten, waaronder de pedal steel. Het zorgt er voor dat Good And Green Again net wat voller en hierdoor ook gevarieerder klinkt dan zijn voorgangers en het zorgt er bovendien voor dat de karakteristieke ingrediënten van de muziek van Jake Xerxes Fussell beter tot zijn recht komen.
Het gitaarwerk van de Amerikaanse muzikant is prachtig en ook zijn stem bevalt me een stuk beter dan tot dusver het geval was. Bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten levert Jake Xerxes Fussell een album vol muzikale hoogstandjes af. Het is knap hoe hij er wederom in is geslaagd om een aantal vergeten maar ook wonderschone traditionals te vinden, maar de muzikant uit North Carolina vertrouwt dit keer niet alleen op traditionals, maar schreef ook een aantal nieuwe songs, waaronder een aantal instrumentale songs.
Instrumentale songs vind ik persoonlijk maar zelden interessant, maar de songs zonder zang op Good And Green Again doen niet onder voor de andere songs op het album en dragen absoluut bij aan de bijzondere luisterervaring. Het levert alles bij elkaar een hoogstaand en gevarieerd album op dat zich ook na talloze keren horen nog stevig opdringt.
James Elkington heeft de instrumentatie niet alleen voorzien van wat extra accenten, die de muziek een atmosferisch karakter geven, maar heeft Good And Green bovendien prachtig opgenomen. Alles komt even helder uit de speakers en ieder accent is trefzeker. Het album doet het geweldig bij beluistering met de koptelefoon, maar nodigt ook uit tot het open draaien van de volumeknop bij beluistering via de speakers.
Jake Xerxes Fussell mag zich wat mij betreft veel vaker laten ondersteunen door mooie vrouwenstemmen, maar ook zonder deze stemmen maakt de Amerikaanse muzikant wonderschone muziek. Hoogtepunt is misschien wel de ruim 9 minuten durende vertolking van de traditional The Golden Willow Tree, die werkelijk geen seconde verveelt. Het heeft even geduurd, maar ik ben wat betreft Jake Xerxes Fussell helemaal om. Erwin Zijleman
James Elkington - Ever-Roving Eye (2020)

4,5
2
geplaatst: 8 april 2020, 14:39 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: James Elkington - Ever-Roving Eye - dekrentenuitdepop.blogspot.com
James Elkington - Ever-Roving Eye
De Britse muzikant James Elkington heeft een album gemaakt dat je constant blijft verrassen en dat van folk en psychedelica naar steeds meer omliggende genres springt
Bij eerste beluistering van Ever-Roving Eye van James Elkington denk je direct te weten waar de van oorsprong Britse muzikant de mosterd haalt. Het album lijkt immers geworteld in de Britse folk uit de jaren 70, maar hoe vaker je naar de songs van James Elkington luistert, hoe meer hij er bij lijkt te slepen. Het zijn songs die prachtig zijn opgebouwd en volgestopt zijn met buitengewoon fraai gitaarwerk, maar het zijn ook songs die steeds diepere lagen prijsgeven en je langzaam maar zeker het bijzondere muzikale universum van de muzikant uit Chicago in slepen. Dit zou zomaar uit kunnen groeien tot jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker.
Ever-Roving Eye is volgens Allmusic.com het vijfde album van James Elkington (en zijn tweede album alleen onder zijn eigen naam), maar het is mijn eerste kennismaking met de muziek van de uit Chicago opererende, maar in Engeland geboren muzikant, die in het verleden ook in een aantal bands speelde, waaronder The Zincs, waar ik wel vage herinneringen aan heb. Het is een kennismaking die naar veel meer smaakt, want Ever-Roving Eye is een bijzonder aangename verrassing.
James Elkington droeg de afgelopen jaren bij aan de muziek van flink wat muzikanten van naam en faam (variërend van de post-rock van Tortoise tot zijn held Richard Thompson), wat hem onder andere de aandacht van Wilco voorman Jeff Tweedy opleverde. Ever-Roving Eye werd opgenomen in de studio van Wilco in Chicago en is een album dat lijkt weggelopen uit een ver verleden.
Het is een album dat vaak past in het hokje van de 70s folk, maar ook invloeden uit de psychedelica, jazz en avant-garde uit deze periode hebben hun weg gevonden naar de muziek van James Elkington. Het is muziek waarin het vooral akoestische gitaarspel van de van oorsprong Britse muzikant een belangrijke rol speelt. Het is fingerpicking gitaarspel dat herinnert aan dat van folk legendes als Bert Jansch en John Fahey, al heeft James Elkington ook een duidelijk eigen geluid. Het is een geluid dat op Ever-Roving Eye verder wordt ingekleurd door een ritmesectie (met Jeff Tweedy’s zoon Spencer op drums) en bijdragen van houtblazers, strijkers en af en toe een vrouwenstem (van Tamara Lindeman, oftewel The Weather Station).
Luister naar Ever-Roving Eye en flarden Britse folk uit de jaren 70 duiken op. Niet alleen het gitaarspel van James Elkington roept herinneringen aan de Britse folk van een aantal decennia geleden, maar ook de stem van de Britse muzikant en de sfeer op het album doen wat folky aan. Toch is Ever-Roving Eye geen typisch folk album, want de muziek van James Elkington slaat steeds weer net wat andere richtingen in. In de meest psychedelische momenten sluit Ever-Roving Eye aan bij de jonge jaren van Pink Floyd of het solowerk van Syd Barrett, maar het album kan ook opschuiven richting jazz, hedendaagse Amerikaanse rootsmuziek, avant garde of postrock, al zijn de invloeden in dat geval wat subtieler dan de invloeden uit de folk of de psychedelica.
In eerste instantie was ik vooral onder de indruk van het gitaarspel op het album. Dit varieert van sfeervol tot onnavolgbaar en is altijd functioneel. Muziek als deze ontaard wel eens in doelloos gitaargepiel, maar hiervoor ben je bij James Elkington gelukkig aan het verkeerde adres.
De songs van James Elkington blijken al snel even indrukwekkend. Het zijn songs die voor een deel uitstekend gedijen in het bijzonder aangename lentezonnetje van het moment, maar het zijn ook songs die de fantasie maximaal prikkelen en die steeds dingen doen die je niet had verwacht. Wat voor de instrumentatie op het album geldt, geldt ook voor de zang van James Elkington, die steeds weer net wat anders lijkt te klinken en uiteindelijk geen moment goed in een hokje is te duwen.
Ever-Roving Eye is een folk album, maar het is ook een psychedelisch album en een album dat continu de grenzen opzoekt en hier en daar zelfs doet denken aan de late jaren van Talk Talk. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar ondertussen graaft de muzikant uit Chicago dieper dan zijn soortgenoten en levert hij een album af dat zich bijzonder makkelijk weet te onderscheiden van die van de concurrentie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: James Elkington - Ever-Roving Eye - dekrentenuitdepop.blogspot.com
James Elkington - Ever-Roving Eye
De Britse muzikant James Elkington heeft een album gemaakt dat je constant blijft verrassen en dat van folk en psychedelica naar steeds meer omliggende genres springt
Bij eerste beluistering van Ever-Roving Eye van James Elkington denk je direct te weten waar de van oorsprong Britse muzikant de mosterd haalt. Het album lijkt immers geworteld in de Britse folk uit de jaren 70, maar hoe vaker je naar de songs van James Elkington luistert, hoe meer hij er bij lijkt te slepen. Het zijn songs die prachtig zijn opgebouwd en volgestopt zijn met buitengewoon fraai gitaarwerk, maar het zijn ook songs die steeds diepere lagen prijsgeven en je langzaam maar zeker het bijzondere muzikale universum van de muzikant uit Chicago in slepen. Dit zou zomaar uit kunnen groeien tot jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker.
Ever-Roving Eye is volgens Allmusic.com het vijfde album van James Elkington (en zijn tweede album alleen onder zijn eigen naam), maar het is mijn eerste kennismaking met de muziek van de uit Chicago opererende, maar in Engeland geboren muzikant, die in het verleden ook in een aantal bands speelde, waaronder The Zincs, waar ik wel vage herinneringen aan heb. Het is een kennismaking die naar veel meer smaakt, want Ever-Roving Eye is een bijzonder aangename verrassing.
James Elkington droeg de afgelopen jaren bij aan de muziek van flink wat muzikanten van naam en faam (variërend van de post-rock van Tortoise tot zijn held Richard Thompson), wat hem onder andere de aandacht van Wilco voorman Jeff Tweedy opleverde. Ever-Roving Eye werd opgenomen in de studio van Wilco in Chicago en is een album dat lijkt weggelopen uit een ver verleden.
Het is een album dat vaak past in het hokje van de 70s folk, maar ook invloeden uit de psychedelica, jazz en avant-garde uit deze periode hebben hun weg gevonden naar de muziek van James Elkington. Het is muziek waarin het vooral akoestische gitaarspel van de van oorsprong Britse muzikant een belangrijke rol speelt. Het is fingerpicking gitaarspel dat herinnert aan dat van folk legendes als Bert Jansch en John Fahey, al heeft James Elkington ook een duidelijk eigen geluid. Het is een geluid dat op Ever-Roving Eye verder wordt ingekleurd door een ritmesectie (met Jeff Tweedy’s zoon Spencer op drums) en bijdragen van houtblazers, strijkers en af en toe een vrouwenstem (van Tamara Lindeman, oftewel The Weather Station).
Luister naar Ever-Roving Eye en flarden Britse folk uit de jaren 70 duiken op. Niet alleen het gitaarspel van James Elkington roept herinneringen aan de Britse folk van een aantal decennia geleden, maar ook de stem van de Britse muzikant en de sfeer op het album doen wat folky aan. Toch is Ever-Roving Eye geen typisch folk album, want de muziek van James Elkington slaat steeds weer net wat andere richtingen in. In de meest psychedelische momenten sluit Ever-Roving Eye aan bij de jonge jaren van Pink Floyd of het solowerk van Syd Barrett, maar het album kan ook opschuiven richting jazz, hedendaagse Amerikaanse rootsmuziek, avant garde of postrock, al zijn de invloeden in dat geval wat subtieler dan de invloeden uit de folk of de psychedelica.
In eerste instantie was ik vooral onder de indruk van het gitaarspel op het album. Dit varieert van sfeervol tot onnavolgbaar en is altijd functioneel. Muziek als deze ontaard wel eens in doelloos gitaargepiel, maar hiervoor ben je bij James Elkington gelukkig aan het verkeerde adres.
De songs van James Elkington blijken al snel even indrukwekkend. Het zijn songs die voor een deel uitstekend gedijen in het bijzonder aangename lentezonnetje van het moment, maar het zijn ook songs die de fantasie maximaal prikkelen en die steeds dingen doen die je niet had verwacht. Wat voor de instrumentatie op het album geldt, geldt ook voor de zang van James Elkington, die steeds weer net wat anders lijkt te klinken en uiteindelijk geen moment goed in een hokje is te duwen.
Ever-Roving Eye is een folk album, maar het is ook een psychedelisch album en een album dat continu de grenzen opzoekt en hier en daar zelfs doet denken aan de late jaren van Talk Talk. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar ondertussen graaft de muzikant uit Chicago dieper dan zijn soortgenoten en levert hij een album af dat zich bijzonder makkelijk weet te onderscheiden van die van de concurrentie. Erwin Zijleman
James McMurtry - Complicated Game (2015)

4,5
0
geplaatst: 12 maart 2015, 14:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: James McMurtry - Complicated Game - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Fort Worth, Texas, afkomstige Amerikaanse singer-songwriter James McMurtry debuteerde al in 1989, maar viel mij voor het eerst op in 2005, toen zijn achtste plaat Childish Things verscheen. Deze plaat werd in 2008 gevolgd door het geweldige Just Us Kids, maar sindsdien was het helaas vrijwel stil rond de al lange tijd vanuit het Texaanse Austin opererende singer-songwriter.
James McMurtry is inmiddels de 50 gepasseerd en levert met Complicated Game een in allen opzichten ingetogen plaat af. Waar James McMurtry op zijn voorlopige meesterwerk Just Us Kids fel uithaalde naar president George W. Bush en zijn politiek, zijn de observaties op Complicated Game milder en persoonlijker. Ook in muzikaal opzicht is Complicated Game ingetogener dan zijn voorganger(s).
James McMurtry laat op zijn nieuwe plaat een grotendeels akoestisch geluid horen, maar het is wel een geluid dat bijzonder fraai is ingekleurd. James McMurtry opent Complicated Game met een akoestische gitaar en zijn stem in een track die in eerste instantie vooral doet denken aan de protestzangers uit de jaren 60. Naarmate de track voller wordt ingekleurd met banjo en strijkers schuift James McMurtry op richting Springsteen’s Nebraska. Dat is voor veel rootspuristen helaas nog altijd geen aanbeveling, maar voor mij persoonlijk is het een maatstaf voor muziek in de buitencategorie.
Op Complicated Game houdt James McMurtry zijn geluid vrijwel over de hele linie sober. De al eerder genoemde instrumenten worden incidenteel bijgestaan door piano, orgel, een pedal steel en een ritmesectie, maar Complicated Game wordt nooit een hele uitbundige plaat, buiten hooguit één track waarin een rol is weggelegd voor een elektrische gitaar en bluesy licks.
Het past allemaal uitstekend bij de wijze waarop James McMurtry zijn songs voordraagt. Op Complicated Game vertelt de Amerikaan verhalen en het zijn verhalen die zowel opvallen door hun inhoud als door de bijzonder fraaie wijze waarop ze muzikaal worden ingekleurd. McMurtry is nooit gezien als een heel groot zanger, maar op de vocalen op Complicated Game valt weinig tot niets aan te merken.
Complicated Game is een plaat die vrij makkelijk overtuigt met mooie klanken en lekker in het gehoor liggende songs met gevoel voor traditie, maar wanneer je de plaat wat vaker hoort merk je dat dit veel meer is dan zomaar een aangename of goede plaat.
Dat James McMurtry een laatbloeier is wordt wel duidelijk wanneer je naar zijn discografie kijkt, maar dat de Texaan 7 jaar na het geweldige Just Us Kids de lat nog eens hoger zou kunnen leggen hadden waarschijnlijk maar weinig muziekliefhebbers van hem verwacht.
Complicated Game is een plaat die in het begin heerlijk voortkabbelt, maar de songs van James McMurtry worden steeds indringender en ook steeds urgenter. James McMurtry opereert al een aantal decennia in de schaduw van de grootheden in het genre, maar met Complicated Game levert hij een plaat af die deze grootheden graag gemaakt zouden hebben. Dat Complicated Game in rootskringen de afgelopen weken is onthaald als een waar meesterwerk wekt dan ook geen verbazing. Er valt bovendien niets, maar dan ook helemaal niets op af te dingen. Grootse plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: James McMurtry - Complicated Game - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Fort Worth, Texas, afkomstige Amerikaanse singer-songwriter James McMurtry debuteerde al in 1989, maar viel mij voor het eerst op in 2005, toen zijn achtste plaat Childish Things verscheen. Deze plaat werd in 2008 gevolgd door het geweldige Just Us Kids, maar sindsdien was het helaas vrijwel stil rond de al lange tijd vanuit het Texaanse Austin opererende singer-songwriter.
James McMurtry is inmiddels de 50 gepasseerd en levert met Complicated Game een in allen opzichten ingetogen plaat af. Waar James McMurtry op zijn voorlopige meesterwerk Just Us Kids fel uithaalde naar president George W. Bush en zijn politiek, zijn de observaties op Complicated Game milder en persoonlijker. Ook in muzikaal opzicht is Complicated Game ingetogener dan zijn voorganger(s).
James McMurtry laat op zijn nieuwe plaat een grotendeels akoestisch geluid horen, maar het is wel een geluid dat bijzonder fraai is ingekleurd. James McMurtry opent Complicated Game met een akoestische gitaar en zijn stem in een track die in eerste instantie vooral doet denken aan de protestzangers uit de jaren 60. Naarmate de track voller wordt ingekleurd met banjo en strijkers schuift James McMurtry op richting Springsteen’s Nebraska. Dat is voor veel rootspuristen helaas nog altijd geen aanbeveling, maar voor mij persoonlijk is het een maatstaf voor muziek in de buitencategorie.
Op Complicated Game houdt James McMurtry zijn geluid vrijwel over de hele linie sober. De al eerder genoemde instrumenten worden incidenteel bijgestaan door piano, orgel, een pedal steel en een ritmesectie, maar Complicated Game wordt nooit een hele uitbundige plaat, buiten hooguit één track waarin een rol is weggelegd voor een elektrische gitaar en bluesy licks.
Het past allemaal uitstekend bij de wijze waarop James McMurtry zijn songs voordraagt. Op Complicated Game vertelt de Amerikaan verhalen en het zijn verhalen die zowel opvallen door hun inhoud als door de bijzonder fraaie wijze waarop ze muzikaal worden ingekleurd. McMurtry is nooit gezien als een heel groot zanger, maar op de vocalen op Complicated Game valt weinig tot niets aan te merken.
Complicated Game is een plaat die vrij makkelijk overtuigt met mooie klanken en lekker in het gehoor liggende songs met gevoel voor traditie, maar wanneer je de plaat wat vaker hoort merk je dat dit veel meer is dan zomaar een aangename of goede plaat.
Dat James McMurtry een laatbloeier is wordt wel duidelijk wanneer je naar zijn discografie kijkt, maar dat de Texaan 7 jaar na het geweldige Just Us Kids de lat nog eens hoger zou kunnen leggen hadden waarschijnlijk maar weinig muziekliefhebbers van hem verwacht.
Complicated Game is een plaat die in het begin heerlijk voortkabbelt, maar de songs van James McMurtry worden steeds indringender en ook steeds urgenter. James McMurtry opereert al een aantal decennia in de schaduw van de grootheden in het genre, maar met Complicated Game levert hij een plaat af die deze grootheden graag gemaakt zouden hebben. Dat Complicated Game in rootskringen de afgelopen weken is onthaald als een waar meesterwerk wekt dan ook geen verbazing. Er valt bovendien niets, maar dan ook helemaal niets op af te dingen. Grootse plaat. Erwin Zijleman
James McMurtry - The Black Dog and The Wandering Boy (2025)

4,0
3
geplaatst: 24 juni 2025, 21:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: James McMurtry - The Black Dog And The Wandering Boy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: James McMurtry - The Black Dog And The Wandering Boy
De Texaanse muzikant James McMurtry maakt al sinds de late jaren 80 albums, maar lijkt alleen maar beter te worden, zoals is te horen op het deze week verschenen en echt prachtige The Black Dog And The Wandering Boy
Ik ontdekte James McMurtry twintig jaar geleden, toen de Amerikaanse muzikant al heel wat jaren meedraaide, maar sindsdien ben ik fan. De albums van de muzikant uit Austin lijken alleen maar beter te worden, want in 2021 leverde James McMurtry met The Horses And The Hounds zijn beste album tot dusver af. De goede vorm van dat album heeft hij behouden op het deze week verschenen The Black Dog And The Wandering Boy, Het is een typisch James McMurtry album dat in eerste instantie misschien vooral degelijk klinkt, maar waarop de Texaanse muzikant weer een hoog niveau aantikt met uitstekende songs waarin hij wederom prachtige verhalen vertelt. Topalbum van een topmuzikant.
De Amerikaanse muzikant James McMurtry, zoon van de zeer succesvolle en in 2021 overleden schrijver Larry McMurtry, bracht zijn debuutalbum uit aan het eind van de jaren 80, maakte vervolgens vier albums in de jaren 90 en drie albums in het eerste decennium van het huidige millennium. Heel actief is de Amerikaanse muzikant dus niet en het is er de afgelopen twee decennia zeker niet beter op geworden.
Ik ken James McMurtry zelf overigens pas sinds het in 2005 uitgebrachte Childish Things, dat ik net als het in 2008 verschenen Just Us Kids nog altijd een uitstekend album vind. De afgelopen vijftien jaar is de Texaanse muzikant nog een stuk minder productief, maar dat is zeker niet ten koste gegaan van de kwaliteit. Complicated Game uit 2015 en The Horses And The Hounds uit 2021 vind ik persoonlijk de twee beste albums van James McMurtry, waardoor ik met hele hoge verwachtingen begon aan zijn deze week verschenen nieuwe album.
Ook The Black Dog And The Wandering Boy heeft me weer niet teleurgesteld en laat horen dat James McMurtry nog altijd behoort tot de betere singer-songwriters binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. Ook The Black Dog And The Wandering Boy blinkt weer uit door de geweldige teksten van de Texaanse muzikant. James McMurtry vertelt ook op zijn nieuwe album weer mooie en indringende verhalen die soms heel persoonlijk zijn maar soms ook meer politiek getint zijn.
Het zijn verhalen zoals ook Bruce Springsteen die kan vertellen, maar denk ook aan een ons inmiddels ontvallen grootheid als John Prine. Het zijn verhalen die worden verteld door een inmiddels fraai doorleefd klinkende stem, die de verhalen voorziet van gevoel en urgentie.
James McMurtry werkte in een ver verleden al eens met producer Don Dixon, die terugkeert op The Black Dog And The Wandering Boy. De legendarische muzikant en producer drukt niet nadrukkelijk zijn stempel op het album, maar het klinkt allemaal prima. Veel meer heeft James McMurtry ook niet nodig en persoonlijk vind ik de zang en de muziek van de Amerikaanse muzikant het best tot zijn recht komen in een niet al te geproduceerd geluid.
James McMurtry werkt al langere tijd met een aantal prima muzikanten en ook The Black Dog And The Wandering Boy klinkt weer hecht en geïnspireerd. De muzikant uit Austin schuwt het wat stevigere werk niet, maar kan ook op fraaie wijze gas terug nemen. In het geluid op The Black Dog And The Wandering Boy domineren de gitaren, maar ook de fraaie achtergrondzang van oudgediende Betty Soo en het fraaie banjospel, waarvoor in een van de tracks Sarah Jarosz opduikt, spreken zeer tot de verbeelding.
James McMurtry heeft ook voor The Black Dog And The Wandering Boy weer een aantal fantastische songs geschreven, maar hij kan ook goed uit de voeten met het werk van anderen, wat hij laat horen in de songs van Jon Dee Graham en Kris Kristofferson, die ook een plekje hebben gekregen op het album.
Ik vind het altijd lastig om uit te leggen wat nu zo goed is aan de albums van James McMurtry, want op het eerste gehoor klinkt het misschien vooral degelijk. Het goede zit hem misschien niet per se in de verschillende ingrediënten (al zijn de teksten echt geweldig), maar in de som van de verschillende delen. Het is een som die steeds wat hoger uitvalt, want net als de vorige albums van de Amerikaanse muzikant is ook The Black Dog And The Wandering Boy een echt groeialbum. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: James McMurtry - The Black Dog And The Wandering Boy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: James McMurtry - The Black Dog And The Wandering Boy
De Texaanse muzikant James McMurtry maakt al sinds de late jaren 80 albums, maar lijkt alleen maar beter te worden, zoals is te horen op het deze week verschenen en echt prachtige The Black Dog And The Wandering Boy
Ik ontdekte James McMurtry twintig jaar geleden, toen de Amerikaanse muzikant al heel wat jaren meedraaide, maar sindsdien ben ik fan. De albums van de muzikant uit Austin lijken alleen maar beter te worden, want in 2021 leverde James McMurtry met The Horses And The Hounds zijn beste album tot dusver af. De goede vorm van dat album heeft hij behouden op het deze week verschenen The Black Dog And The Wandering Boy, Het is een typisch James McMurtry album dat in eerste instantie misschien vooral degelijk klinkt, maar waarop de Texaanse muzikant weer een hoog niveau aantikt met uitstekende songs waarin hij wederom prachtige verhalen vertelt. Topalbum van een topmuzikant.
De Amerikaanse muzikant James McMurtry, zoon van de zeer succesvolle en in 2021 overleden schrijver Larry McMurtry, bracht zijn debuutalbum uit aan het eind van de jaren 80, maakte vervolgens vier albums in de jaren 90 en drie albums in het eerste decennium van het huidige millennium. Heel actief is de Amerikaanse muzikant dus niet en het is er de afgelopen twee decennia zeker niet beter op geworden.
Ik ken James McMurtry zelf overigens pas sinds het in 2005 uitgebrachte Childish Things, dat ik net als het in 2008 verschenen Just Us Kids nog altijd een uitstekend album vind. De afgelopen vijftien jaar is de Texaanse muzikant nog een stuk minder productief, maar dat is zeker niet ten koste gegaan van de kwaliteit. Complicated Game uit 2015 en The Horses And The Hounds uit 2021 vind ik persoonlijk de twee beste albums van James McMurtry, waardoor ik met hele hoge verwachtingen begon aan zijn deze week verschenen nieuwe album.
Ook The Black Dog And The Wandering Boy heeft me weer niet teleurgesteld en laat horen dat James McMurtry nog altijd behoort tot de betere singer-songwriters binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. Ook The Black Dog And The Wandering Boy blinkt weer uit door de geweldige teksten van de Texaanse muzikant. James McMurtry vertelt ook op zijn nieuwe album weer mooie en indringende verhalen die soms heel persoonlijk zijn maar soms ook meer politiek getint zijn.
Het zijn verhalen zoals ook Bruce Springsteen die kan vertellen, maar denk ook aan een ons inmiddels ontvallen grootheid als John Prine. Het zijn verhalen die worden verteld door een inmiddels fraai doorleefd klinkende stem, die de verhalen voorziet van gevoel en urgentie.
James McMurtry werkte in een ver verleden al eens met producer Don Dixon, die terugkeert op The Black Dog And The Wandering Boy. De legendarische muzikant en producer drukt niet nadrukkelijk zijn stempel op het album, maar het klinkt allemaal prima. Veel meer heeft James McMurtry ook niet nodig en persoonlijk vind ik de zang en de muziek van de Amerikaanse muzikant het best tot zijn recht komen in een niet al te geproduceerd geluid.
James McMurtry werkt al langere tijd met een aantal prima muzikanten en ook The Black Dog And The Wandering Boy klinkt weer hecht en geïnspireerd. De muzikant uit Austin schuwt het wat stevigere werk niet, maar kan ook op fraaie wijze gas terug nemen. In het geluid op The Black Dog And The Wandering Boy domineren de gitaren, maar ook de fraaie achtergrondzang van oudgediende Betty Soo en het fraaie banjospel, waarvoor in een van de tracks Sarah Jarosz opduikt, spreken zeer tot de verbeelding.
James McMurtry heeft ook voor The Black Dog And The Wandering Boy weer een aantal fantastische songs geschreven, maar hij kan ook goed uit de voeten met het werk van anderen, wat hij laat horen in de songs van Jon Dee Graham en Kris Kristofferson, die ook een plekje hebben gekregen op het album.
Ik vind het altijd lastig om uit te leggen wat nu zo goed is aan de albums van James McMurtry, want op het eerste gehoor klinkt het misschien vooral degelijk. Het goede zit hem misschien niet per se in de verschillende ingrediënten (al zijn de teksten echt geweldig), maar in de som van de verschillende delen. Het is een som die steeds wat hoger uitvalt, want net als de vorige albums van de Amerikaanse muzikant is ook The Black Dog And The Wandering Boy een echt groeialbum. Erwin Zijleman
James McMurtry - The Horses and the Hounds (2021)

4,0
3
geplaatst: 26 augustus 2021, 16:40 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: James McMurtry - The Horses And The Hounds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
James McMurtry - The Horses And The Hounds
Het is een paar jaar stil geweest rond de Amerikaanse rootsmuzikant James McMurtry, maar op het deze week verschenen album The Horses And The Hounds verkeert hij nog altijd in topvorm
Bij de naam James McMurtry denk ik vooral aan de albums die hij in 2005 en 2008 uitbracht, maar ook in 2021is de Amerikaanse rootsmuzikant in goeden doen. In muzikaal opzicht kan de muzikant uit Texas zowel uit de voeten met rootsmuziek als met rock en in beide gevallen klinkt dat, alleen al vanwege het geweldige gitaarwerk, fantastisch. James McMurtry is ook nog eens een uitstekend tekst- en songwriter en vertolkt zijn teksten met de nodige doorleving. Het levert een album op dat in alle opzichten een hoog niveau aantikt en dat maar weer eens laat horen hoe goed James McMurtry is. Na zes jaar stilte was ik hem weer wat vergeten, maar The Horses And The Hounds staat hier inmiddels al een tijdje op repeat.
De Amerikaanse singer-songwriter James McMurtry debuteerde aan het eind van de jaren 80, maar zijn beste albums maakte hij wat mij betreft in het huidige millennium, al was het door John Cougar Mellencamp geproduceerde debuut Too Long In The Wasteland uit 1989 ook uitstekend.
Childish Things uit 2005 en Just Us Kids uit 2008 zijn wat mij betreft echter de voorlopige klassiekers in zijn oeuvre, maar ook het in 2015 verschenen Complicated Game behoort wat mij betreft tot de beste albums van de Texaanse muzikant.
Childish Things, Just Us Kids en Complicated Game waren tot voor kort overigens ook de enige studioalbums die de Amerikaanse muzikant de afgelopen 15 jaar uitbracht, maar gelukkig verscheen er deze week weer eens een nieuw album van James McMurtry, die in zijn woonplaats Austin, Texas, overigens wel zeer frequent op het podium te vinden is.
Door zijn niet al te hoge productiviteit is James McMurtry niet zo bekend als de meeste van zijn soortgenoten, maar met The Horses And The Hounds heeft hij weer een album gemaakt waar de klasse van af druipt.
The Horses And The Hounds bevat flink wat ingrediënten die we kennen van de Amerikaanse muzikant. Ook op zijn nieuwe album vertelt James McMurtry mooie verhalen, een vaardigheid die hij heeft geërfd van vader Larry, die eerder dit jaar overleed, maar bij leven een groot schrijver was. James McMurtry vertelt deze mooie verhalen met een stem die inmiddels prachtig doorleefd klinkt, maar die nog niet aan slijtage onderhevige is.
Ook in muzikaal opzicht klinkt The Horses And The Hounds geweldig, al is het maar vanwege het fraaie snarenwerk van gitaristen David Grissom en Charlie Sexton. Ook de andere muzikanten op het album spelen geweldig en alles is prachtig opgenomen in de fraaie productie van de gelouterde producer Ross Hogarth, met wie James McMurtry in een ver verleden ook al eens werkte, en die dit keer achter de knoppen zat in de studio van Jackson Browne in Santa Monica, California.
Het is een paar jaar stil geweest rond de Texaanse muzikant, maar op zijn nieuwe album heeft hij direct de goede vorm en het goede energieniveau te pakken. Net als op zijn vorige albums bestrijkt James McMurtry op The Horses And The Hounds een breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek en is hij niet vies van uitstapjes richting rock, waarin hij het terrein betreedt dat door Tom Petty is achtergelaten.
Het klinkt allemaal zo toegankelijk en aanstekelijk dat het wat mij betreft niet uitgesloten is dat James McMurtry, die volgend jaar 60 jaar oud wordt, nog een stap richting een breder publiek kan maken. Zeker voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek met een randje rock legt de muzikant uit Austin, Texas, de lat immers hoog op zijn nieuwe album, dat direct bij eerste beluistering aanvoelt als het spreekwoordelijke warme bad.
The Horses And The Hounds klinkt vooral oerdegelijk, maar het niveau ligt in alle opzichten hoog. Het geluid verleidt makkelijk, de zang is prima en de songs doen misschien geen nieuwe dingen, maar dat is ook precies zoals je het wilt op een album als dit. James McMurtry is de afgelopen twee decennia niet heel productief, maar alles dat hij uitbrengt is goed. Heel goed zelfs. Het geldt ook weer voor het uitstekende nieuwe album van de Texaan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: James McMurtry - The Horses And The Hounds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
James McMurtry - The Horses And The Hounds
Het is een paar jaar stil geweest rond de Amerikaanse rootsmuzikant James McMurtry, maar op het deze week verschenen album The Horses And The Hounds verkeert hij nog altijd in topvorm
Bij de naam James McMurtry denk ik vooral aan de albums die hij in 2005 en 2008 uitbracht, maar ook in 2021is de Amerikaanse rootsmuzikant in goeden doen. In muzikaal opzicht kan de muzikant uit Texas zowel uit de voeten met rootsmuziek als met rock en in beide gevallen klinkt dat, alleen al vanwege het geweldige gitaarwerk, fantastisch. James McMurtry is ook nog eens een uitstekend tekst- en songwriter en vertolkt zijn teksten met de nodige doorleving. Het levert een album op dat in alle opzichten een hoog niveau aantikt en dat maar weer eens laat horen hoe goed James McMurtry is. Na zes jaar stilte was ik hem weer wat vergeten, maar The Horses And The Hounds staat hier inmiddels al een tijdje op repeat.
De Amerikaanse singer-songwriter James McMurtry debuteerde aan het eind van de jaren 80, maar zijn beste albums maakte hij wat mij betreft in het huidige millennium, al was het door John Cougar Mellencamp geproduceerde debuut Too Long In The Wasteland uit 1989 ook uitstekend.
Childish Things uit 2005 en Just Us Kids uit 2008 zijn wat mij betreft echter de voorlopige klassiekers in zijn oeuvre, maar ook het in 2015 verschenen Complicated Game behoort wat mij betreft tot de beste albums van de Texaanse muzikant.
Childish Things, Just Us Kids en Complicated Game waren tot voor kort overigens ook de enige studioalbums die de Amerikaanse muzikant de afgelopen 15 jaar uitbracht, maar gelukkig verscheen er deze week weer eens een nieuw album van James McMurtry, die in zijn woonplaats Austin, Texas, overigens wel zeer frequent op het podium te vinden is.
Door zijn niet al te hoge productiviteit is James McMurtry niet zo bekend als de meeste van zijn soortgenoten, maar met The Horses And The Hounds heeft hij weer een album gemaakt waar de klasse van af druipt.
The Horses And The Hounds bevat flink wat ingrediënten die we kennen van de Amerikaanse muzikant. Ook op zijn nieuwe album vertelt James McMurtry mooie verhalen, een vaardigheid die hij heeft geërfd van vader Larry, die eerder dit jaar overleed, maar bij leven een groot schrijver was. James McMurtry vertelt deze mooie verhalen met een stem die inmiddels prachtig doorleefd klinkt, maar die nog niet aan slijtage onderhevige is.
Ook in muzikaal opzicht klinkt The Horses And The Hounds geweldig, al is het maar vanwege het fraaie snarenwerk van gitaristen David Grissom en Charlie Sexton. Ook de andere muzikanten op het album spelen geweldig en alles is prachtig opgenomen in de fraaie productie van de gelouterde producer Ross Hogarth, met wie James McMurtry in een ver verleden ook al eens werkte, en die dit keer achter de knoppen zat in de studio van Jackson Browne in Santa Monica, California.
Het is een paar jaar stil geweest rond de Texaanse muzikant, maar op zijn nieuwe album heeft hij direct de goede vorm en het goede energieniveau te pakken. Net als op zijn vorige albums bestrijkt James McMurtry op The Horses And The Hounds een breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek en is hij niet vies van uitstapjes richting rock, waarin hij het terrein betreedt dat door Tom Petty is achtergelaten.
Het klinkt allemaal zo toegankelijk en aanstekelijk dat het wat mij betreft niet uitgesloten is dat James McMurtry, die volgend jaar 60 jaar oud wordt, nog een stap richting een breder publiek kan maken. Zeker voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek met een randje rock legt de muzikant uit Austin, Texas, de lat immers hoog op zijn nieuwe album, dat direct bij eerste beluistering aanvoelt als het spreekwoordelijke warme bad.
The Horses And The Hounds klinkt vooral oerdegelijk, maar het niveau ligt in alle opzichten hoog. Het geluid verleidt makkelijk, de zang is prima en de songs doen misschien geen nieuwe dingen, maar dat is ook precies zoals je het wilt op een album als dit. James McMurtry is de afgelopen twee decennia niet heel productief, maar alles dat hij uitbrengt is goed. Heel goed zelfs. Het geldt ook weer voor het uitstekende nieuwe album van de Texaan. Erwin Zijleman
James Scott Bullard - Full Tilt Boogie (2018)

4,0
0
geplaatst: 2 mei 2018, 17:18 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: James Scott Bullard - Full Tilt Boogie - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er komen momenteel zoveel platen uit dat ik onmogelijk alles kan beluisteren wat hier binnen komt. Als ik al aan het beluisteren van een plaat toe kom, krijgt deze plaat meestal niet veel meer dan een paar minuten om indruk te maken en om indruk te maken moet de plaat maar net passen bij mijn stemming van dat moment.
Juist op het moment dat ik toe was aan lekker stevige rootsrock zonder al te veel pretenties en poespas kwam Full Tilt Boogie van James Scott Bullard voorbij.
Een plaat die me op een ander moment waarschijnlijk niet zou zijn opgevallen maakte nu wel indruk en sindsdien is de nieuwe plaat van de muzikant uit South Carolina alleen maar lekkerder en onweerstaanbaarder geworden.
De naam James Scott Bullard kwam me bekend voor en diep graven leverde een EP op waarop Stephanie Fagan was te horen als gastzangeres. Dat smaakte destijds naar meer en dat meer is er nu (en was er ook al want James Scott Bullard maakt al bijna 15 jaar platen).
In zijn eigen webstore wordt Full Tilt Boogie als volgt omschreven: “If Waylon Jennings had a pet eagle, named Evel Knievel, that liked to stand on furniture with a guitar, carried two revolvers in a tiny shoulder holster under each wing, had a homemade Smokey & The Bandit tattoo on it's chest, a Skynyrd tattoo on it's middle talon, Keith Richards' blood in it's veins, Johnny Rotten's cocked eye and John Oates' mustache, that MIGHT come close to a description of James Scott Bullard's new record, Full Tilt Boogie.”
Het is een omschrijving die al flink wat zegt over de muziek van de muzikant uit South Carolina. James Scott Bullard is van het type ‘ruwe bolster, blanke pit’. Hij is opgegroeid met de traditionele country van het Zuiden van de Verenigde Staten, maar omarmde ook de Southern Rock uit deze contreien. Full Tilt Boogie staat vol met uptempo songs die invloeden uit de countryrock, de bluesrock en de Southern rock combineren, waardoor een traditioneel aandoend rootsgeluid wordt gecombineerd met heerlijk scheurende gitaren.
Met name het gitaarwerk op de nieuwe plaat van James Scott Bullard is bijzonder lekker, maar ook de stem van de Amerikaan is zeer aansprekend. Hetzelfde geldt voor de lekker in het gehoor liggende songs, die ook nog eens mooie verhalen vertellen over met name de zelfkant van de Amerikaanse samenleving.
Full Tilt Boogie staat met twee benen in de Amerikaanse rootsmuziek, maar doet me af en toe ook wel wat denken aan de vroege platen van R.E.M., die veel rootsier waren dan de meest succesvolle platen van de band. Al met al een lekkere plaat. Een hele lekkere plaat zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: James Scott Bullard - Full Tilt Boogie - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er komen momenteel zoveel platen uit dat ik onmogelijk alles kan beluisteren wat hier binnen komt. Als ik al aan het beluisteren van een plaat toe kom, krijgt deze plaat meestal niet veel meer dan een paar minuten om indruk te maken en om indruk te maken moet de plaat maar net passen bij mijn stemming van dat moment.
Juist op het moment dat ik toe was aan lekker stevige rootsrock zonder al te veel pretenties en poespas kwam Full Tilt Boogie van James Scott Bullard voorbij.
Een plaat die me op een ander moment waarschijnlijk niet zou zijn opgevallen maakte nu wel indruk en sindsdien is de nieuwe plaat van de muzikant uit South Carolina alleen maar lekkerder en onweerstaanbaarder geworden.
De naam James Scott Bullard kwam me bekend voor en diep graven leverde een EP op waarop Stephanie Fagan was te horen als gastzangeres. Dat smaakte destijds naar meer en dat meer is er nu (en was er ook al want James Scott Bullard maakt al bijna 15 jaar platen).
In zijn eigen webstore wordt Full Tilt Boogie als volgt omschreven: “If Waylon Jennings had a pet eagle, named Evel Knievel, that liked to stand on furniture with a guitar, carried two revolvers in a tiny shoulder holster under each wing, had a homemade Smokey & The Bandit tattoo on it's chest, a Skynyrd tattoo on it's middle talon, Keith Richards' blood in it's veins, Johnny Rotten's cocked eye and John Oates' mustache, that MIGHT come close to a description of James Scott Bullard's new record, Full Tilt Boogie.”
Het is een omschrijving die al flink wat zegt over de muziek van de muzikant uit South Carolina. James Scott Bullard is van het type ‘ruwe bolster, blanke pit’. Hij is opgegroeid met de traditionele country van het Zuiden van de Verenigde Staten, maar omarmde ook de Southern Rock uit deze contreien. Full Tilt Boogie staat vol met uptempo songs die invloeden uit de countryrock, de bluesrock en de Southern rock combineren, waardoor een traditioneel aandoend rootsgeluid wordt gecombineerd met heerlijk scheurende gitaren.
Met name het gitaarwerk op de nieuwe plaat van James Scott Bullard is bijzonder lekker, maar ook de stem van de Amerikaan is zeer aansprekend. Hetzelfde geldt voor de lekker in het gehoor liggende songs, die ook nog eens mooie verhalen vertellen over met name de zelfkant van de Amerikaanse samenleving.
Full Tilt Boogie staat met twee benen in de Amerikaanse rootsmuziek, maar doet me af en toe ook wel wat denken aan de vroege platen van R.E.M., die veel rootsier waren dan de meest succesvolle platen van de band. Al met al een lekkere plaat. Een hele lekkere plaat zelfs. Erwin Zijleman
James Yorkston & The Second Hand Orchestra - The Wide, Wide River (2021)

4,0
1
geplaatst: 29 januari 2021, 16:03 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: James Yorkston & The Second Hand Orchestra - The Wide, Wide River - dekrentenuitdepop.blogspot.com
James Yorkston & The Second Hand Orchestra - The Wide, Wide River
De muziek van de Schotse muzikant James Yorkston schoot de afgelopen jaren wel erg veel kanten op, maar op The Wide, Wide River klinkt het allemaal weer bijzonder lekker
James Yorkston holt van samenwerkingsverband naar samenwerkingsverband en dat levert niet altijd albums op die iets met me doen. De samenwerking met het Zweedse orkest The Second Hand Orchestra is echter zeer geslaagd. Op The Wide, Wide River hoor je weer iets van de oude glorie van de vroege albums van James Yorkston met zijn band The Athletes, maar het is ook een ontspannen album waarop ruimte is voor flink wat improvisatie. De folksongs van de Schotse muzikant worden bijzonder fraai ingekleurd en afwisselend voorzien van een klassiek, uitbundig of psychedelisch sfeertje. Misschien niet zo essentieel als zijn twee meesterwerken van ruim 15 jaar geleden, maar wel bijzonder aangenaam.
De Schotse muzikant James Yorkston maakte een kleine twintig jaar geleden op mij voor het eerst indruk met het bijzonder fraaie Moving Up Country. Samen met zijn band The Athletes tekende de muzikant uit Edinburgh voor een zeer fraaie mix van Britse folk en Amerikaanse rootsmuziek. Het was zeker niet de eerste stap in de muziek van de Schotse muzikant, die in de jaren 80 al deel uit maakte van de punkband Huckleberry en hierna opschoof richting folk.
Het in 2004 verschenen Just Beyond The River was nog net wat beter dan het terecht bejubelde debuut van James Yorkston & The Athletes en ook de albums die volgden waren prima. Op een gegeven moment ben ik James Yorkston echter wat uit het oog verloren. De Schotse muzikant zocht steeds weer andere samenwerkingsverbanden op en schoot in muzikaal opzicht meerdere kanten op, zonder wat mij betreft het niveau van de bovengenoemde twee albums te benaderen.
Deze week keert James Yorkston terug met een nieuw samenwerkingsverband, maar voor de afwisseling is het er een die me zeer goed bevalt. Op The Wide, Wide River werkt James Yorkston samen met de Zweedse producer Karl-Jonas Winqvist en zijn band The Second Hand Orchestra.
Het Zweedse orkest begeleidt de songs van de Schotse muzikant zo nu en dan met klassiek aandoende klanken, maar hier en daar klinken de bijdragen van de Zweedse muzikanten ook verassend lichtvoetig en klink The Wide, Wide River als de samenwerking tussen James Yorkston en Belle & Sebastian. James Yorkston heeft het afgelopen decennium het patent op bijzondere samenwerkingen, maar de samenwerking met The Second Hand Orchestra is er een die geweldig uitpakt.
De Schotse muzikant heeft ook voor The Wide, Wide River een aantal folky songs geschreven. Het zijn songs die vaak sober openen en vervolgens eerst subtiel en vervolgens steeds uitbundiger worden ingekleurd door het Zweedse orkest.
Het knappe van het slechts in drie dagen opgenomen The Wide, Wide River is dat James Yorkston en het orkest goed naar elkaar zijn blijven luisteren. Nergens is sprake van egotripperij, alles dat je hoort is functioneel en voegt iets toe aan de songs.
Bij beluistering van The Wide, Wide River hoor ik direct weer wat ik ooit zo goed vond aan de muziek van de Schotse muzikant. James Yorkston schrijft nog altijd redelijk toegankelijke folksongs, maar schuwt ook het experiment niet.
De songs op The Wide, Wide River kwamen voor een belangrijk deel pas tijdens de opnamen in Zweden tot stand en zitten vol verrassende wendingen, met vaak een vleugje psychedelica, maar de muziek van James Yorkston heeft ook altijd nog wel wat van de albums van de Britse folk muzikant Nick Drake.
Omdat er in Zweden nog stevig geïmproviseerd werd in de studio zijn niet alle songs op het album even goed uitgewerkt of even goed, maar James Yorkston slaagt er wat mij betreft wel in om een heel behoorlijk minimumniveau vast te houden, met hier en daar stevige uitschieters naar boven.
Ik was James Yorkston zoals gezegd wat uit het oog verloren, maar The Wide, Wide River is absoluut reden om de Schotse muzikant vanaf nu weer in de gaten te houden. En het album met The Second Hand Orchestra groeit in de tussentijd nog wel even door. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: James Yorkston & The Second Hand Orchestra - The Wide, Wide River - dekrentenuitdepop.blogspot.com
James Yorkston & The Second Hand Orchestra - The Wide, Wide River
De muziek van de Schotse muzikant James Yorkston schoot de afgelopen jaren wel erg veel kanten op, maar op The Wide, Wide River klinkt het allemaal weer bijzonder lekker
James Yorkston holt van samenwerkingsverband naar samenwerkingsverband en dat levert niet altijd albums op die iets met me doen. De samenwerking met het Zweedse orkest The Second Hand Orchestra is echter zeer geslaagd. Op The Wide, Wide River hoor je weer iets van de oude glorie van de vroege albums van James Yorkston met zijn band The Athletes, maar het is ook een ontspannen album waarop ruimte is voor flink wat improvisatie. De folksongs van de Schotse muzikant worden bijzonder fraai ingekleurd en afwisselend voorzien van een klassiek, uitbundig of psychedelisch sfeertje. Misschien niet zo essentieel als zijn twee meesterwerken van ruim 15 jaar geleden, maar wel bijzonder aangenaam.
De Schotse muzikant James Yorkston maakte een kleine twintig jaar geleden op mij voor het eerst indruk met het bijzonder fraaie Moving Up Country. Samen met zijn band The Athletes tekende de muzikant uit Edinburgh voor een zeer fraaie mix van Britse folk en Amerikaanse rootsmuziek. Het was zeker niet de eerste stap in de muziek van de Schotse muzikant, die in de jaren 80 al deel uit maakte van de punkband Huckleberry en hierna opschoof richting folk.
Het in 2004 verschenen Just Beyond The River was nog net wat beter dan het terecht bejubelde debuut van James Yorkston & The Athletes en ook de albums die volgden waren prima. Op een gegeven moment ben ik James Yorkston echter wat uit het oog verloren. De Schotse muzikant zocht steeds weer andere samenwerkingsverbanden op en schoot in muzikaal opzicht meerdere kanten op, zonder wat mij betreft het niveau van de bovengenoemde twee albums te benaderen.
Deze week keert James Yorkston terug met een nieuw samenwerkingsverband, maar voor de afwisseling is het er een die me zeer goed bevalt. Op The Wide, Wide River werkt James Yorkston samen met de Zweedse producer Karl-Jonas Winqvist en zijn band The Second Hand Orchestra.
Het Zweedse orkest begeleidt de songs van de Schotse muzikant zo nu en dan met klassiek aandoende klanken, maar hier en daar klinken de bijdragen van de Zweedse muzikanten ook verassend lichtvoetig en klink The Wide, Wide River als de samenwerking tussen James Yorkston en Belle & Sebastian. James Yorkston heeft het afgelopen decennium het patent op bijzondere samenwerkingen, maar de samenwerking met The Second Hand Orchestra is er een die geweldig uitpakt.
De Schotse muzikant heeft ook voor The Wide, Wide River een aantal folky songs geschreven. Het zijn songs die vaak sober openen en vervolgens eerst subtiel en vervolgens steeds uitbundiger worden ingekleurd door het Zweedse orkest.
Het knappe van het slechts in drie dagen opgenomen The Wide, Wide River is dat James Yorkston en het orkest goed naar elkaar zijn blijven luisteren. Nergens is sprake van egotripperij, alles dat je hoort is functioneel en voegt iets toe aan de songs.
Bij beluistering van The Wide, Wide River hoor ik direct weer wat ik ooit zo goed vond aan de muziek van de Schotse muzikant. James Yorkston schrijft nog altijd redelijk toegankelijke folksongs, maar schuwt ook het experiment niet.
De songs op The Wide, Wide River kwamen voor een belangrijk deel pas tijdens de opnamen in Zweden tot stand en zitten vol verrassende wendingen, met vaak een vleugje psychedelica, maar de muziek van James Yorkston heeft ook altijd nog wel wat van de albums van de Britse folk muzikant Nick Drake.
Omdat er in Zweden nog stevig geïmproviseerd werd in de studio zijn niet alle songs op het album even goed uitgewerkt of even goed, maar James Yorkston slaagt er wat mij betreft wel in om een heel behoorlijk minimumniveau vast te houden, met hier en daar stevige uitschieters naar boven.
Ik was James Yorkston zoals gezegd wat uit het oog verloren, maar The Wide, Wide River is absoluut reden om de Schotse muzikant vanaf nu weer in de gaten te houden. En het album met The Second Hand Orchestra groeit in de tussentijd nog wel even door. Erwin Zijleman
