MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Eagulls - Ullages (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eagulls - Ullages - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Leeds afkomstige band Eagulls debuteerde iets meer dan twee jaar geleden met een titelloze plaat, die zich stevig liet inspireren door de vroege punk en postpunk.

We zijn inmiddels twee jaar verder en ook Eagulls is opgeschoven met haar muziek. Waar het debuut van de band je mee terug nam naar 1977, zijn we inmiddels op zijn minst in 1980 beland.

Het is het jaar waarin The Cure Seventeen Seconds uitbracht en met The Cure hebben we direct de belangrijkste inspiratiebron voor het tweede album van Eagulls te pakken.

Eagulls heeft op Ullages de wat rauwere punk en postpunk verruild voor de postpunk en new wave zoals die in de jaren 80 werd gemaakt. De tweede plaat van de Britse band klinkt hierdoor een stuk minder energiek en boos dan zijn voorganger en strooit driftig met mooie melodieën.

Op Ullages domineren de donkere gitaarwolken en zingt zanger George Mitchell alsof hij het jonge broertje van Cure zanger Robert Smith is. Voor een ieder die het debuut van Eagulls twee jaar geleden heeft omarmd, is het waarschijnlijk even wennen of slikken, maar voor liefhebbers van wat minder rauwe postpunk en new wave is Ullages een prima plaat.

Ullages borduurt nadrukkelijk voort op de platen van The Cure. Ik hoor vooral veel van de platen die de band aan het begin van de jaren 80 maakte (naast Seventeen Seconds ook Faith en Pornography), maar ook Disintegration uit 1989 klinkt nadrukkelijk door.

Hier blijft het echter niet bij. De prachtige gitaarloopjes doen meer dan eens denken aan de loopjes die Johnny Marr op de platen van The Smiths slingerde, een aantal songs had zo op de eerste platen van Echo & The Bunnymen gekund en tenslotte klinken af en toe echo’s uit de beginjaren van Simple Minds door.

Ullages is hier en daar al bestempeld als een complete en/of goedkope Cure rip-off, maar dat vind ik veel te kort door de bocht. Ullages klinkt misschien wat minder urgent dan zijn bejubelde voorganger (die ik zelf overigens helemaal niet zo goed vond), maar bevat voor mij meer dan genoeg moois om de hele speelduur de aandacht vast te houden en meer dan eens te betoveren. Ik ben al met al helemaal niet ontevreden over de koerswijziging van Eagulls. Erwin Zijleman

Early James - Strange Time to Be Alive (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Early James - Strange Time To Be Alive - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Early James - Strange Time To Be Alive
Het debuut van Early James sneeuwde helaas onder door de eerste lockdowns van de coronapandemie, maar met zijn tweede album laat de muzikant uit Alabama horen dat hij een uniek talent met een oude ziel is

Laat Strange Time To Be Alive van Early James uit de speakers komen en je wordt vrijwel onmiddellijk betoverd door de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikant. Early James is nog een twintiger, maar imponeert op zijn tweede album met een opvallend rauwe, doorleefde en soulvolle strot. Het is een stem die zich als een vis in het water voelt op het door zuidelijke rootsmuziek gedomineerde album, dat op een breed terrein uit de voeten kan. Topproducer Dan Auerbach is precies de juiste man voor een album als dit, want de muziek van Early James klinkt decennia oud, maar absoluut niet gedateerd. Zijn debuut had hem wereldberoemd moeten maken, maar dat moet dit album dan maar gaan doen.

Met de release van een debuutalbum moet je altijd een beetje geluk hebben. Het is altijd maar de vraag of de internationale muziekpers het album van een nieuwkomer er uit pikt, wat weer voor een belangrijk deel afhankelijk is van de andere releases in een week. Het debuutalbum van Frederick James Mullis Jr., beter bekend onder zijn artiestennaam Early James, verscheen op 13 maart 2020. Het was zeker geen hele drukke dag qua nieuwe releases, maar het was wel de dag waarop in Nederland en in een aantal andere Europese landen voor de eerste keer een lockdown werd afgekondigd vanwege het op dat moment snel oprukkende coronavirus.

Singing For My Supper van Early James sneeuwde door alle aandacht voor het virus, dat ons nog een flinke tijd bezig zou houden, helaas wat onder of zelfs volledig onder. Ik kan me in ieder geval niet herinneren dat ik ooit iets over het album heb gelezen, waardoor het debuut van Early James volledig aan mijn aandacht ontsnapte. Met het deze week verschenen Strange Time To Be Alive is het tijd voor eerherstel.

Het tweede album van Early James is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse muzikant en het is er een die aankwam als de spreekwoordelijke mokerslag. Early James viert volgend jaar pas zijn dertigste verjaardag, maar hij klinkt op Strange Time To Be Alive als een oude ziel.

De muzikant uit Birmingham, Alabama, groeide op met de Amerikaanse rootsmuziek uit het zuiden van de Verenigde Staten en kan binnen dit genre op een opvallend breed terrein uit de voeten. Het tweede album van Early James bevat flink wat invloeden uit de blues en soul, maar kan ook overweg met jazz, country, swampock en nog wat obscuurdere rootsgenres uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten.

Dat Early James klinkt als een oude ziel hoor je in de muzikale invloeden die hij verwerkt, maar je hoort het vooral in zijn stem. Het is een stem die decennia ouder klinkt dan de 29 lentes die de muzikant uit Alabama telt. Het is een stem met lekker veel gruis op de stembanden en veel doorleving, die hier en daar klinkt als een jonge Bob Dylan met een stevige dosis soul uit Alabama.

Alleen de zang maakt van Strange Time To Be Alive al een fascinerend album, maar het album klinkt ook nog eens geweldig. Het tweede album van Early James is voorzien van een broeierig en moddervet geluid, waarin met name het gitaarwerk keer op keer de aandacht trekt. Strange Time To Be Alive verraadt de hand van een producer die precies weet hoe een album als dit moet klinken en die producer heeft Early James gevonden in de persoon van Dan Auerbach, die overigens ook het debuutalbum van de muzikant uit Alabama produceerde en Early James bovendien een contract aanbood bij zijn eigen label.

Early James kan prachtig loom zingen, maar wanneer Sierra Ferrell hem opjut in het fantastische duet Real Low Down Lonesome, haalt hij de noten en het gevoel uit zijn tenen. De voorliefde van Dan Auerbach voor retro is bekend, maar de muziek van Early James zou ik zelf toch vooral tijdloos noemen. Strange Time To Be Alive sleept je direct vanaf de eerste noten het diepe zuiden van de Verenigde Staten in en houdt je daar moeiteloos drie kwartier vast. Iedereen die zijn debuut kent weet het natuurlijk al lang, maar wat is deze Early James een groot talent. Erwin Zijleman

Earth - Full Upon Her Burning Lips (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Earth - Full Upon Her Burning Lips - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Earth - Full Upon Her Burning Lips
Je moet er iets mee hebben, maar als je er iets mee hebt zijn de drones van de legendarische Amerikaanse band Earth weer van een bijzondere schoonheid

Na stadgenoten Sunn O))) komt nu het legendarische Earth met een aantal even bedwelmende als beeldende gitaar drones op de proppen. Het zijn drones die wat minder donker en wat melodieuzer zijn dan die van Sunn O))), maar het is nog altijd muziek waar je iets mee moet hebben. Als je er iets mee hebt, blijkt ook het nieuwe album van Earth weer een fascinerende luistertrip vol geweldig gitaarwerk en avontuurlijke drumpartijen. Het is muziek die je langzaam maar zeker de wereld van Earth in sleept en dat is een wereld waarin gitaarklanken bedwelmen en hypnotiseren met een fascinerend album als resultaat.

Ik werd vorige maand zeer aangenaam verrast door Life Metal van de Amerikaanse band Sunn O))). De band had misschien maar een paar akkoorden nodig voor haar door elektrische gitaren gegenereerde drones, maar hoe vaker ik naar Life Metal luisterde, hoe meer de gitaarpartijen van Sunn O))) tot leven kwamen en hoe fascinerender de muziek van de band uit Seattle werd.

Sunn O))) begon ooit als een tribute band en eerde als tribute band de muziek van het eveneens uit Seattle afkomstige Earth. Earth debuteerde in 1990 en heeft inmiddels een aardig stapeltje albums op haar naam staan. Het zijn albums waar ik er eerlijk gezegd niet één van ken, want waar Sunn O))) werd geinspireerd door de muziek van Earth, heeft de muziek van Sunn O))) me nieuwsgierig gemaakt naar het werk van Earth.

Earth was de afgelopen jaren niet erg actief, maar bracht deze week een nieuw album uit. Op Full Upon Her Burning Lips horen we vooral lid van het eerste uur Dylan Carlson, die tekent voor fascinerende gitaarpartijen, maar hij deed ook dit keer weer een beroep op drumster Adrienne Davies, die inmiddels ook al een tijdje mee draait binnen Earth.

Full Upon Her Burning Lips opent met een ruim 12 minuten durende track, waarin we direct horen wat Earth te bieden heeft. Net als Sunn O))) vertrouwt ook Earth op door elektrische gitaren gegenereerde drones. Het zijn drones die bij Earth net wat melodieuzer en minder donker klinken, waardoor Full Upon Her Burning Lips toch flink anders klinkt dan Life Metal van Sunn O))).

Naast fascinerende gitaarmuren van Dylan Carlson horen we eigenlijk alleen de avontuurlijke drumpartijen van Adrienne Davies, maar toch is de muziek van Earth geen moment saai. Ruim een uur lang betovert Earth met geweldig gitaarwerk en fraai ondersteunende drums.

Net als het laatste album van Sunn O))) heeft ook het nieuwe album van Earth genoeg aan een paar akkoorden en het zijn akkoorden met een bezwerende of zelfs hypnotiserende uitwerking. Het tempo ligt laag, waardoor de gitaarpartijen van Dylan Carlson je langzaam maar zeker opslokken. Het zijn prachtig melodieuze gitaarpartijen, maar het zijn op hetzelfde moment meedogenloze drones die alles wat voor de voeten komt plat walsen.

Full Upon Her Burning Lips is een album dat hopeloos verveelt wanneer je niets hebt met de muziek van Earth, maar wanneer je de schoonheid hoort in de gitaarpartijen van de band uit Seattle is het een album dat steeds meer indruk maakt. Het is ook een album dat je langzaam maar zeker in een andere gemoedstoestand probeert te brengen en bij mij is dat zeker gelukt.

Ik dacht tot voor kort dat ik niets had met dit soort gitaar drones, maar na het uitstekende album van Sunn O))) is ook het nieuwe album van Earth er een die maar aan kracht en betovering blijft winnen. Erwin Zijleman

East Village - Drop Out (1993)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: East Village - Drop Out (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

East Village - Drop Out (1993)
De Britse band East Village maakte aan het begin van de jaren 90 een bescheiden meesterwerk, dat helaas pas werd uitgebracht toen de band niet meer bestond en dat ten onrechte de cultstatus niet wist te ontstijgen

Mede dankzij twee geweldige singles waren de verwachtingen rond de Britse band East Village aan het begin van de jaren 90 hooggespannen, maar de band viel al uit elkaar voordat het debuutalbum kon verschijnen. Dat debuutalbum verscheen uiteindelijk wel, maar deed niet heel veel. Dat is achteraf bezien best bijzonder, want Drop Out van East Village is een geweldig album. De band uit Londen laat zich op haar debuutalbum breed beïnvloeden en verrast met een serie zeer melodieuze en opvallend memorabele songs. Met een beetje meer geluk was Drop Out een van de grote albums van de jaren 90 geworden, nu is het een reissue van een vergeten album, dat overigens wel alle aandacht verdient.

De term eendagsvlieg wordt in de popmuziek te pas en te onpas gebruikt en meestal wordt het etiket ten onrechte op een muzikant of band geplakt. De Britse band East Village mag wat mij betreft echter zeker een eendagsvlieg worden genoemd. De band uit Londen bestond immers maar een paar jaar en kwam gedurende haar korte bestaan slechts tot twee singles. Uiteindelijk verscheen er ook nog een debuutalbum van de band, maar de leden van East Village hadden op dat moment de stekker al uit de band getrokken.

De muziek van East Village viel aan het begin van de jaren 90 hopeloos tussen wal en schip, maar het gekke is dat de band rond de broers Martin en Paul Kelly aan het eind van het betreffende decennium vaak werd genoemd als belangrijke inspiratiebron. Drop Out, het postuum uitgebrachte debuutalbum en tevens de zwanenzang van East Village, groeide hierdoor toch nog uit tot een cultalbum, zij het in kleine kring.

Ik moet toegeven dat de muziek van East Village mij in de jaren 90 volledig is ontgaan, maar mijn oog viel gelukkig wel op de vorige week verschenen reissue van het album, die net na de dertigste verjaardag van het album is uitgebracht. Bij beluistering van Drop Out is lastig te begrijpen waarom East Village destijds geen breed publiek wist aan te spreken, al zal het voortijdige einde van de Britse band hier zeker aan hebben bijgedragen.

Op Drop Out vermengt East Village ingrediënten uit een aantal decennia popmuziek. Uit de jaren 60 en 70 komen invloeden van The Byrds en een vleugje psychedelica, uit de jaren 80 is wat te horen van de gitaarsongs van onder andere Orange Juice, Lloyd Cole & The Commotions en Aztec Camera, eveneens uit de jaren 80 komen de invloeden uit de janglepop, terwijl East Village stiekem ook al aansluit bij de Britpop die een paar jaar later zou doorbreken.

East Village vermengt al deze invloeden op haar debuutalbum tot opvallend melodieuze gitaarsongs. Met name door het prachtige gitaarwerk, dat ook veelvuldig aan The Byrds herinnert, en de aangename zang, met af en toe fraaie harmonieën, streelt Drop Out van East Village genadeloos het oor. Het klinkt allemaal heerlijk, maar de band uit Londen maakt nog veel meer indruk met songs die je na één keer horen eindeloos wilt koesteren. Het zijn van die songs die je bij de eerste keer horen al jaren lijkt te kennen, maar het zijn ook songs die ook na talloze keren horen nog net zo fris klinken als bij eerste beluistering.

Het doet me af en toe ook wel wat denken aan The La’s, dat vanwege de briljante single There She Goes ook wel een eendagsvlieg wordt genoemd, maar daarvoor heeft deze band wat mij betreft net wat teveel goede muziek gemaakt. East Village mag dankzij de ongelukkige geschiedenis wel een eendagsvlieg worden genoemd, maar het is wel een hele goede en het is er bovendien een die begin dit jaar gelukkig opnieuw tot leven wordt gewekt.

Helaas trekt ook de reissue van het debuutalbum van East Village vooralsnog niet heel veel aandacht, maar liefhebbers van melodieuze gitaarsongs met een aangename jaren 60, 70 en 80 vibe horen het echt niet vaak veel beter dan op Drop Out van de Britse band East Village. De luxe heruitgave van het album bevat ook nog eens een schat aan bonusmateriaal, zodat je in één keer echt alles van de band in huis kunt halen. Erwin Zijleman

Ebba Åsman - Be Free (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ebba Åsman - Be Free - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ebba Åsman - Be Free
De jonge Zweedse jazzmuzikante Ebba Åsman kleurde met haar debuutalbum al fraai buiten de lijntjes van de jazz en doet dit nog wat nadrukkelijker op het zeer fraaie en beeldende minialbum Be Free

De Zweedse muzikante Ebba Åsman is nog een jonge twintiger, maar is al uitgegroeid tot een van de grote beloften van de jazz. Met haar trombone speelde ze inmiddels met meerdere grote namen uit de jazz, maar de muzikante uit Stockholm maakt ook haar eigen muziek. Haar debuutalbum Zoom Out bevond zich weliswaar buiten mijn comfort zone, maar ik vond het een opvallend mooi en sfeervol album. Het is een omschrijving die ook weer op gaat voor het deze week verschenen mini-album Be Free, dat nog wat nadrukkelijker buiten de lijntjes van de jazz kleurt, maar net als het debuutalbum van Ebba Åsman een fraai, spannend en beeldend geluid laat horen.

Een jaar of drie geleden zag ik min of meer bij toeval een NPO documentaire over een jonge muzikante die studeerde aan Codarts, een in Rotterdam gevestigde internationale hogeschool voor muziek en dans. Het ging om de Zweedse muzikante Ebba Åsman, die uitstekend overweg bleek te kunnen op de trombone. Het was niet alleen een mooie documentaire over een jonge muzikante vol ambitie, maar het was bovendien een documentaire die verrassend mooie muziek liet horen.

Het was muziek die afkomstig was van het debuutalbum van Ebba Åsman, Zoom Out. Het is een album dat terecht het stempel jazz opgeplakt kreeg en dat is een genre waar ik lang niet altijd gek op ben en zeker niet als het jazz van het nerveuze soort betreft. De meeste songs op Zoom Out van Ebba Åsman waren echter heerlijk rustgevend en door het mooie trombonespel van de Zweedse muzikante, die zich liet bijstaan door een pianist en een ritmesectie, ook zeer beeldend.

Zoom Out van Ebba Åsman bevond zich wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar ik heb het album heel vaak beluisterd en ben de Zweedse muzikante blijven volgen. Deze week verscheen de opvolger van Zoom Out, Be Free. Het is een minialbum met zeven songs en ruim twintig minuten muziek, maar ik vind het zo mooi en bijzonder dat ik de regel dat ik alleen volwaardige albums bespreek laat varen voor het nieuwe werk van Ebba Åsman.

De Zweedse muzikante is inmiddels professioneel muzikant en timmert in jazzkringen stevig aan de weg. Be Free zal waarschijnlijk buiten deze kringen niet heel veel aandacht krijgen, maar het minialbum van Ebba Åsman verdient deze aandacht absoluut. Ook op Be Free staat het fraaie trombonespel van de Zweedse muzikante centraal. Het is net als op Zoom Out ingetogen en zeer sfeervol trombonespel.

Net als het debuutalbum van Ebba Åsman is ook haar nieuwe werk beeldend van aard. Laat de rustgevende maar ook spannende klanken van Be Free uit de speakers komen en de fraaie beelden verschijnen vrijwel vanzelf op het netvlies. Ook Be Free past in het hokje jazz, maar de Zweedse muzikante heeft haar muziek nog wat verder gemoderniseerd en verrijkt met invloeden uit omliggende genres.

Ebba Åsman wordt op Be Free bijgestaan door een zeer avontuurlijk spelende ritmesectie, die hier en daar hip hop achtige ritmes speelt. Hiernaast is er een rol weggelegd voor een al even trefzeker spelende pianiste, die hier en daar ook wat elektronica en incidenteel haar stem toevoegt aan de songs op Be Free, vooral in de vorm van achtergrondvocalen, die prachtig blenden met de andere instrumenten. De hoofdrol wordt echter ook dit keer gespeeld door de trombone van Ebba Åsman, die met veel gevoel en precisie speelt. De trombone klinkt warm en sfeervol en voorziet de songs op het mini-album van een zeer aangename gevoelstemperatuur.

Be Free beperkt zich zeker niet tot invloeden uit de jazz, want invloeden uit de soul en R&B zijn duidelijk hoorbaar, maar worden wel ingepast in een jazzy raamwerk. Het knappe van de muziek van Ebba Åsman is dat de muzikale hoogstandjes elkaar in rap tempo opvolgen, maar dat nergens sprake is van overdadig spierballenvertoon. Alles staat in dienst van de muziek, die razendknap en soms onnavolgbaar is, maar die ook altijd bijzonder aangenaam is. Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op Be Free en dat is dat het album wat mij betreft twee of drie keer zo lang had mogen duren. Erwin Zijleman

Ebba Åsman - When You Know (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ebba Åsman - When You Know - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ebba Åsman - When You Know
Ebba Åsman is een Zweedse muzikante, die dankzij haar trombonespel inmiddels bekend is in de jazzwereld, maar die op haar nieuwe album When You Know laat horen dat ze ook in andere genres uit de voeten kan

Zonder een NTR documentaire die ik op een zondagmiddag tijdens het zappen toevallig tegen kwam had ik waarschijnlijk nooit gehoord van de Zweedse muzikante Ebba Åsman. Dankzij deze documentaire raakte ik verknocht aan haar debuutalbum en sindsdien volg ik haar. Het levert deze week met When You Know weer een nieuw album op. Ebba Åsman beperkte zich op haar debuutalbum tot haar trombone, maar op When You Know zingt ze ook en dat doet ze zeer verdienstelijk. Ebba Åsman vermengt op haar nieuwe album invloeden uit de jazz, soul, R&B en hiphop en vermengt deze invloeden in eigenzinnige maar ook zeer toegankelijke songs. Een mooie stap weer van deze talentvolle Zweedse muzikante.

Een jaar of zes geleden zag ik een documentaire over een piepjonge Zweedse muzikante, die aan de Rotterdamse muziekopleiding Codarts studeerde. De documentaire (overigens nog steeds te zien op NPO Start) vertelde niet alleen een mooi verhaal over een jonge ambitieuze muzikante, maar trok ook de aandacht met prachtige muziek, waarin de trombone van Ebba Åsman, want dat was de hoofdpersoon in de documentaire, centraal stond.

De muziek in de documentaire kwam van haar in 2019 verschenen debuutalbum Zoom Out, dat ik nog altijd met enige regelmaat beluister. Het is een instrumentaal jazzalbum en dat is zeker niet het soort album waar ik vaak naar luister, maar het prachtige trombonespel op het album doet iets met me en Zoom Out blijkt bovendien een album voor vele gelegenheden.

Ik ben Ebba Åsman sindsdien blijven volgen, wat in het voorjaar van 2023 het (mini-)album Be Free opleverde. Het is een album dat wat meer buiten de lijntjes van de jazz kleurde, een wat voller geluid liet horen en ook invloeden uit de soul en R&B bevatte. Het trombonespel van Ebba Åsman, inmiddels een professioneel muzikante, was ook op Be Free weer sfeerbepalend.

De Zweedse muzikante, die zich inmiddels weer in Zweden heeft gevestigd, keert deze week terug met When You Know, waarop ze volgende stappen zet. Ebba Åsman had van mij eindeloos albums als Zoom Out blijven maken, want dat is een album dat ik nog altijd intens koester, maar ook haar nieuwe stappen in de muziek zijn zeker interessant.

Ook op When You Know speelt de trombone een belangrijke rol, maar waar zang op Zoom Out geen rol van betekenis speelde en op Be Free slechts een zeer beperkte rol, laat Ebba Åsman op When You Know horen dat ze zich ook als zangeres heeft ontwikkeld. When You Know is een veelzijdig album, waarop invloeden uit de jazz worden gecombineerd met invloeden uit de soul, R&B en hiphop. Ebba Åsman verrast op haar derde album met lome beats, soulvolle klanken en zeer overtuigende vocalen en verrast bovendien met lekker in het gehoor liggende popsongs, die ook durven te experimenteren.

De Zweedse muzikante nam haar nieuwe album op in een cabin op het Zweedse platteland, terwijl de temperatuur buiten tot -30 daalde. Daar is niets van te merken op het album, want When You Know heeft een warm en soms zelfs wat broeierig geluid. De stem van Ebba Åsman speelt op haar nieuwe album een belangrijkere rol dan haar trombone, maar als ze haar trombone er bij pakt hoor je toch ook weer wat van de zo aangename en wat mij betreft magische sfeer op Zoom Out en Be Free.

De Zweedse muzikante was pas 18 jaar oud toen ze haar debuutalbum opnam en is de afgelopen zes jaar enorm gegroeid. When You Know laat een zelfverzekerde muzikante horen, die nadrukkelijk haar eigen ding doet en een geluid heeft ontwikkeld dat eigenzinnig klinkt, maar dat ook een groot publiek aan moet kunnen spreken.

Dat ik een enorm zwak heb voor het debuutalbum van Ebba Åsman zal inmiddels duidelijk zijn, maar ook When You Know bevalt me zeer, ook al is ook dit een album in een genre waar ik normaal gesproken niet vaak naar luister. Het was zes jaar geleden puur toeval dat ik aanraking kwam met de muziek van de Zweedse muzikante, maar Ebba Åsman is echt een groot talent, wat ook weer is te horen op het uitstekende When You Know, dat zich bij mij echt steeds meer opdringt. Erwin Zijleman

Ebba Åsman - Zoom Out (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ebba Åsman - Zoom Out - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ebba Åsman - Zoom Out
De jonge Zweedse muzikante Ebba Åsman verrast, verleidt en betovert met een bijzonder stemmig en beeldend jazz album, waarop haar trombone de hoofdrol speelt

Ik ben normaal gesproken niet zo gek op jazz en had nog nooit bewust een trombone gehoord, tot ik de muziek van Ebba Åsman tegen kwam in een NPO documentaire over jonge muzikanten. Het is een documentaire die een mooi verhaal verteld, maar die ook prachtige muziek laat horen. Het is de muziek op het eerste album van de Zweedse muzikante, die prachtig sfeervol speelt. Zoom Out is een album van de nacht en een album van de stad waarin Ebba Åsman momenteel woont, maar het is ook een ruimtelijk album dat je eindeloos mee sleept in haar bijzondere muzikale wereld.

Onlangs belandde ik tijdens het zappen bij een aflevering van de NPO serie New Generation. De aflevering was volledig gewijd aan de jonge Zweedse muzikante Ebba Åsman en vertelde haar verhaal.

Het is een verhaal dat begon toen Ebba Åsman op zeer jonge leeftijd wilde kiezen voor een instrument dat niemand anders bespeelde en uiteindelijk koos voor de trombone. Ze bleek zeer getalenteerd en vond door een gastles op haar middelbare school in Stockholm een geschikte docent in de Nederlandse trombonist Ilja Reijngoud.

Hij weet haar over te halen om na de middelbare school te kiezen voor Codarts, een in Rotterdam gevestigde internationale hogeschool gericht op muziek en dans, waar Ilja Reijngoud werkzaam is als docent. Ebba Åsman twijfelt geen moment en verruilt Stockholm voor Rotterdam, zelfs voor ze formeel is toegelaten op Codarts. Het blijkt een verstandige keuze, want Ebba Åsman ontwikkelt zich sindsdien razendsnel en is met haar trombone een graag geziene gast in talloze muziekprojecten.

Ik kwam de documentaire zoals gezegd tegen tijdens het zappen, maar ik ben tot de aftiteling blijven hangen en heb de paar minuten die ik heb gemist achteraf nog bekeken. Het is een documentaire die indruk maakte vanwege het mooie verhaal en de moedige keuzes van Ebba Åsman, maar ik werd ook geraakt door de muziek in de documentaire.

Dat is op zich gek, want de jonge Zweedse muzikante maakt vooral jazz en dat is een genre waarin ik nauwelijks thuis ben en dit geldt zeker voor jazz waarin de trombone de hoofdrol speelt. De muziek in de documentaire blijkt afkomstig van het eerste album van Ebba Åsman, het vorig jaar verschenen en binnenkort ook fysiek uitgebrachte Zoom Out. Het is een album dat me sindsdien verrassend dierbaar is geworden.

Op Zoom Out horen we naast Ebba Åsman een ritmesectie en een pianist, maar het is de trombone van de Zweedse muzikante die voor een belangrijk deel het geluid op het album bepaalt. De warme en sfeervolle klanken van de trombone maken van Zoom Out een album van de avond en de nacht en het zijn klanken die prima passen bij de verhalen die Ebba Åsman met haar muziek wil vertellen. Het zijn verhalen over nachtelijke ritten op haar fiets, de straat waarin ze woont die ’s avonds tot leven komt en de nachtelijke blik over de maas en de skyline van Rotterdam.

De muziek van Ebba Åsman is absoluut in het hokje jazz te duwen, maar het is niet het soort jazz waar ik vooral nerveus van wordt. De jazz van Ebba Åsman is zich langzaam voortslepende en bijzonder sfeervolle jazz. De jonge Zweedse muzikante maakt muziek van de nacht en muziek van de grote stad, maar het is ook ruimtelijke muziek, die zich ongetwijfeld heeft laten inspireren door de weidsheid van haar vaderland.

Ik hou normaal gesproken niet zo van instrumentale muziek en niet van jazz, maar de muziek van Ebba Åsman zit vol betovering en verleiding. Het is muziek die garant staat voor een lome sfeer en prachtige beelden op het netvlies, maar het is ook muziek die iedere keer weer opvalt door de rijkheid en de vele verassende wendingen. Zonder de fraaie NPO documentaire was ik dit album nooit op het spoor gekomen, maar inmiddels vormt het de basis voor het verder onderzoeken van dit genre. Erwin Zijleman

Ebony Lamb - Ebony Lamb (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ebony Lamb - Ebony Lamb - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ebony Lamb - Ebony Lamb
Nog maar net bekomen van een vorige verrassing uit Nieuw-Zeeland, dient het volgende prachtalbum uit Nieuw-Zeeland zich aan en het titelloze debuutalbum van Ebony Lamb is echt een hele mooie

Direct bij eerste beluistering werd ik gegrepen door de mooie en bijzondere stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante Ebony Lamb. De muzikante uit Wellington, die al drie albums maakte met haar vorige band, maakt niet alleen indruk met uitstekende zang, maar heeft ook in muzikaal opzicht een zeer interessant album afgeleverd, dat bovendien opvalt door een mooie en warme productie. Omdat het debuutalbum van Ebony Lamb ook nog eens vol staat met aansprekende songs vol invloeden uit zowel genres als de tijd, durf ik de Nieuw-Zeelandse muzikante op basis van dit debuutalbum absoluut een enorm talent te noemen. Hopelijk gaan we dat ook aan deze kant van de wereld in brede kring ontdekken.

De nieuwsbrief van het Nieuw-Zeelandse Flying Out Records had deze maand minstens twee grote verrassingen voor me in petto. De eerste was het uitstekende popalbum van Paige, dat ik eerder deze week besprak. Het was nog niet alles, want ook het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse muzikante Ebony Lamb had ik niet graag gemist.

Het is een album dat is verschenen op het label van singer-songwriter Nadia Reid en dat is niet de enige singer-songwriter van naam en faam die iets zag in de muziek van Ebony Lamb, die in eigen land overigens ook als fotograaf aan de weg timmert. Het titelloze debuutalbum van Ebony Lamb is immers geproduceerd door multi-instrumentalist Kody Nielson en door zijn partner Bic Runga, die in 1997 indruk maakte met haar geweldige debuutalbum Drive en sindsdien nog een aantal prima albums afleverde.

Bic Runga en Kody Nielson tekenen voor een zeer smaakvolle productie. Ze hebben het debuutalbum van Ebony Lamb voorzien van gloedvolle en bijzonder mooie klanken, die zijn opgenomen met uitsluitend analoge apparatuur, wat het album voorziet van een karakteristiek geluid. Het zijn klanken die de ruimte op aangename wijze verwarmen, maar de instrumentatie op het album heeft ook iets bijzonders.

De muziek van Ebony Lamb klinkt aan de ene kant aards en organisch, maar heeft ook iets zweverigs, wat fraai met elkaar contrasteert. Het past allemaal prachtig bij de krachtige stem van Ebony Lamb, die op haar eerste soloalbum indruk maakt als zangeres. Ze doet dit met een zeer veelzijdig geluid, dat aan van alles en nog wat doet denken, zonder dat ik de vinger er heel precies op kan leggen.

Helemaal uit de lucht vallen kwam ze overigens niet, want met haar band Eb & Sparrow maakte de Nieuw-Zeelandse muzikante ook al drie albums. Het zijn albums die ik ook direct even heb beluisterd en het zijn albums die in het verlengde liggen van het soloalbum van Ebony Lamb, al verwerkte haar band meer invloeden uit de alt-country. Die invloeden hoor ik veel minder op haar soloalbum, dat vooral invloeden uit de folk, jazz en pop verwerkt.

Het levert een origineel en zeer aansprekend geluid op, dat vervolgens flink wordt opgetild door de sterke songs en de prachtige stem van Ebony Lamb. Na vluchtige beluistering was ik er al uit dat ik dit album zeker zou selecteren, maar toen had ik nog niet verwacht dat het debuutalbum van de muzikante uit Wellington me zo snel zo dierbaar zou worden.

Zo vind ik de warme en soms wat broeierige instrumentatie echt steeds mooier en trefzekerder worden, maar vooral de stem van Ebony Lamb tilt haar debuutalbum steeds verder op. Ze zingt niet alleen bijzonder mooi, maar ook met veel gevoel en precisie en slaagt er bovendien in om steeds weer net wat anders te klinken.

Het album duurt helaas maar net iets meer dan een half uur, maar het is een half uur intens genieten van de mooie en bijzondere muziek van Ebony Lamb, die ook nog eens songs schrijft die fris en eigentijds kunnen klinken, maar je net zo makkelijk decennia mee terug kunnen nemen in de tijd. Wat je van ver haalt is lang niet altijd lekkerder, maar Ebony Lamb is weer eens zo’n bijzondere release uit Nieuw-Zeeland die het flinke aanbod uit de Verenigde Staten en Europa flink verrijkt. Erwin Zijleman

Echo & The Bunnymen - Meteorites (2014)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Echo & The Bunnymen - Meteorites - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Crocodiles, Heaven Up Here, Porcupine en Ocean Rain. Echo & The Bunnymen had tussen 1980 en 1984 nog geen vier jaar nodig om vier platen af te leveren die een onuitwisbare invloed op de ontwikkeling van de popmuziek in het algemeen en de post-punk in het bijzonder zouden hebben. Het zijn vier platen die inmiddels zijn uitgegroeid tot onbetwiste klassiekers. Het zijn bovendien vier klassiekers die in geen enkele platenkast mogen ontbreken.

Na vier prachtplaten op rij was de fut er helaas wel wat uit bij Echo & The Bunnymen, al heeft de band sindsdien nog een aantal bovengemiddeld goede platen gemaakt (en vind ik de titelloze plaat uit 1987 persoonlijk een ultiem 80s statement). De band uit Liverpool is sinds de oprichting in 1978 altijd blijven bestaan en is, nog altijd met zanger Ian McCulloch en gitarist Will Sergeant in de gelederen, ook altijd platen blijven maken, al waren de tussenpozen soms lang.

Het laatste wapenfeit van de band dat ik me herinner is het al weer uit 2005 stammende Siberia. Deze zeer geslaagde plaat werd in 2009 gevolgd door The Fountain, maar die plaat heb ik gemist (en volgens de critici hoef ik daar niet rouwig om te zijn).

Vijf jaar na de zoveelste mogelijke zwanenzang van de band, keert Echo & The Bunnymen terug met Meteorites. Is er iets veranderd? Nee, eigenlijk niet., althans niet wanneer ik kijk naar de grote lijnen. Ook Meteorites is niet zo goed en urgent als Crocodiles, Heaven Up Here, Porcupine of Ocean Rain, maar het is net als Siberia en enkele van zijn voorgangers wel een plaat die er mag zijn.

Echo & The Bunnymen is de afgelopen decennia wat opgeschoven in de richting van een net wat toegankelijker geluid, maar ook op Meteorites hoor je nog altijd de invloeden die de band uiteindelijk inspireerden tot het maken van vier klassiekers op rij. Net zoals in het verleden prefereert de band de donkere wolken boven de zonneschijn en net als in het verleden zijn het stemgeluid van Ian McCulloch en het breed uitwaaierende gitaarspel van Will Sergeant uit duizenden herkenbaar.

Toch is Meteorites niet meer van hetzelfde. Zelden waren de teksten van Ian McCulloch zo persoonlijk en hiernaast experimenteert de band op haar nieuwe plaat hier en daar voorzichtig met een net iets ander geluid, waarin zelfs ruimte is voor een vleugje roots en aan de andere kant van het spectrum voor toegankelijke rock die doet denken aan The Verve of zelfs Coldplay (al is dat tegenwoordig nauwelijks een aanbeveling meer). In grote lijnen is Meteorites echter een typische Echo & The Bunnymen plaat. Het is een plaat die voortborduurt op platen die inmiddels al weer 33 tot 34 jaar mee gaan, maar desondanks verveelt Meteorites geen moment.

De critici zullen ongetwijfeld roepen dat Meteorites geen Crocodiles, geen Heaven Up Here, geen Ocean Rain en zelfs geen Porcupine (toch de minste van het legendarische viertal) is. Daar hebben ze natuurlijk gelijk in, maar Meteorites is zeker geen slechte plaat en een veel betere plaat dan die van alle jonge honden die zich tot op de dag van vandaag laten inspireren door de band uit Liverpool. Bij vlagen klinkt Meteorites onweerstaanbaar; voor de rest scoort Echo een dikke voldoende. Een hele dikke voldoende. Genoeg om een krent uit de pop genoemd te worden. Ja, dat vind ik wel. Erwin Zijleman

Ed Harcourt - Beyond the End (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ed Harcourt - Beyond The End - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ed Harcourt beperkt zich op zijn nieuwe plaat tot zijn piano en levert een wonderschone soundtrack voor een nog niet gemaakte film af

Op het twee jaar geleden verschenen Furnaces bleek Ed Harcourt opeens ook met rock uit de voeten te kunnen. Het krijgt geen vervolg op Beyond The End waarop Ed Harcourt het roer weer eens omgooit, 180 graden dit keer. De Brit heeft een volledig instrumentale plaat gemaakt, waarop zijn piano centraal staat. De klassiek aandoende composities zijn stemmig, sfeervol en onthaastend, maar prikkelen ook de fantasie en zijn goed voor fraaie beelden op het netvlies. Het levert een plaat op die steeds weer nieuwe dingen laat horen en een baken van rust vormt in deze hectische tijden.


De Britse singer-songwriter Ed Harcourt is inmiddels al een jaar of 18 een buitengewoon veelzijdig muzikant. Ik leerde de muziek van de Britse muzikant ooit kennen via een cd bij het muziektijdschrift Uncut. Op deze cd stond het bijzonder fraaie Whistle Of A Distant Train, afkomstig van de EP Maplewood. De nadrukkelijk door Tom Waits geïnspireerde song is wat mij betreft nog altijd een van de mooiste songs van Ed Harcourt en het is een song die me destijds onmiddellijk overtuigde van het talent van de Brit.

Na Maplewood maakte Ed Harcourt inmiddels al acht albums en het zijn albums die meerdere kanten van het talent van Ed Harcourt laten horen. Met name de laatste jaren zijn de contrasten groot. Van opvallend rijk georkestreerde songs tot intieme door piano gedragen songs tot het in 2016 verschenen Furnaces dat hier en daar zelfs werd omschreven als apocalyptische rock en met afstand de meest uitbundige plaat van Ed Harcourt tot dusver was.

Op het deze week verschenen Beyond The End gooit Ed Harcourt het roer weer eens om en vergeleken met Furnaces gaat het roer zelfs 180 graden om. Beyond The End is een volledig instrumentale plaat, waarop Ed Harcourt laat horen dat hij ook als pianist uitstekend uit de voeten kan. Beyond The End is mijlenver verwijderd van de flirts met rock op Furnaces en sluit aan bij het werk van onder andere Phillip Glass, Arvo Part, Michael Nyman, Brian Eno en bij de muziek van klassieke componisten als Erik Satie en Claude Debussy.

Pianoklanken staan centraal op de nieuwe plaat van Ed Harcourt en het zijn pianoklanken vol melancholie, waardoor de plaat prachtig kleurt bij het seizoen. Hier en daar worden weemoedig klinkende strijkers ingezet, maar meestal heeft Ed Harcourt genoeg aan zijn piano. De Brit zocht lang naar een nieuwe piano en vond uiteindelijk een fraai exemplaar uit 1910. Het bracht hem terug naar de piano van zijn oma, waarop een piepjonge Ed Harcourt ooit piano leerde spelen.

Ik ben een groot liefhebber van de popsongs van Ed Harcourt en van zijn stem, maar ook de klassieke composities op Beyond The End bevallen me uitstekend. Beyond The End is een plaat die 40 minuten lang zorgt voor totale onthaasting. Het is bovendien een plaat met een beeldend karakter. Er zijn vast talloze trieste en melancholische speelfilms, die naar een hoger plan kunnen worden getild door de sfeervolle klanken van de piano van Ed Harcourt, maar je mag ook zelf de beelden verzinnen bij de prachtige klanken op de plaat.

Ik luister niet al te vaak naar pianomuziek en ben dus zeker geen kenner, maar Beyond The End is voor mij niet alleen een plaat die de ruimte fraai vult met stemmige klanken en die zorgt voor rust in een hectische wereld, maar het is ook een plaat die de fantasie prikkelt en je bewust of onbewust laat afdwalen naar andere ruimtes van je bewustzijn. Ik was op voorhand wel bang dat ik het na een paar keer wel gehoord zou hebben, maar op een of andere manier klinkt Beyond The End van Ed Harcourt iedere keer weer nieuw of anders.

Beyond The End is een buitenbeentje binnen de krenten die ik dit jaar uit de pop heb gepikt, maar het is wel een buitenbeentje dat doet uitzien naar meer, al mag Ed Harcourt van mij uiteraard ook best weer een singer-songwriter plaat maken, want ook die zal anders klinken dan alles dat ik van hem ken. Fascinerende muzikant. Erwin Zijleman

Ed Harcourt - Furnaces (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ed Harcourt - Furnaces - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er staat inmiddels een flink rijtje platen van Ed Harcourt in mijn platenkast en het zijn platen die ik zonder uitzondering hoog heb zitten.

De Britse singer-songwriter debuteerde in 2001 met de fraaie EP Maplewood (waarvan ik het schitterende Whistle of a Distant Train nog steeds schaar onder de hoogtepunten in zijn oeuvre) en bracht vervolgens zeven platen uit.

Furnaces is de meest recente van het stel en het is er wederom één die het absoluut verdient om gehoord te worden. Het is ook dit keer een plaat die niet lijkt op zijn voorgangers en dat siert Ed Harcourt.

Waar Ed Harcourt op zijn laatste platen koos voor uiterst ingetogen of stemmig georkestreerde muziek, verkent hij op Furnaces de rock. “I wanted to make a record that people can cry, fuck and fight to” vertelde hij aan de Britse kwaliteitskrant The Guardian. Ik heb me vooralsnog beperkt tot luisteren en dat was al niet altijd even makkelijk.

Furnaces is geproduceerd door niemand minder dan Flood (Nick Cave, PJ Harvey, Depeche Mode en natuurlijk U2), die de nieuwe plaat van Ed Harcourt heeft voorzien van een opvallend zwaar aangezet geluid. Het is een geluid dat me af en toe zelfs aan U2 doet denken, maar waar de muziek van de Ierse band al twee decennia niets meer met me doet, weet Ed Harcourt me met zijn nieuwe plaat wel te raken.

Furnaces is niet alleen zwaar aangezet, maar ook aardedonker. Apocalyptische pop noemt The Guardian het en dat is niet helemaal uit de lucht gegrepen. Furnaces ligt hierdoor in eerste instantie wel wat zwaar op de maag, al bevat de plaat ook een aantal songs die juist opvallen door flirts met grootse stadionrock.

Eenmaal gewend aan het wat stevigere en donkere en soms zelfs deprimerende geluid blijkt de nieuwe plaat van Ed Harcourt een groeiplaat. Het is een plaat waarop van alles gebeurt en waarop met veel emotie muziek wordt gemaakt. In de meest toegankelijke momenten zijn invloeden van Flood’s troetelkinderen U2 en Depeche Mode hoorbaar, maar Furnaces roept ook associaties op met de Berlijnse periode van Bowie en met het briljante debuut van Gavin Friday (waarmee de cirkel met U2 weer rond is).

Ik heb Furnaces inmiddels flink wat keren gehoord en de eerste teleurstelling heeft plaats gemaakt voor diepe bewondering. Ed Harcourt heeft weer eens een totaal andere plaat gemaakt, maar het is er wederom een vol songs van een niveau dat maar weinigen gegeven is. Oordeel niet te snel, na een paar keer horen is Furnaces, net als zoveel van de vorige platen van Ed Harcourt, een waar meesterwerk. Erwin Zijleman

Ed Harcourt - Orphic (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ed Harcourt - Orphic - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ed Harcourt - Orphic
De Britse muzikant Ed Harcourt staat inmiddels al 25 jaar garant voor kwaliteit en levert ook met zijn twaalfde album Orphic weer een album af dat niet onder doet voor de beste albums van het moment

Het blijft bijzonder hoe Ed Harcourt inmiddels al twaalf albums lang bijna vanzelfsprekend geweldige recensies krijgt, maar vervolgens maar moet afwachten of zijn albums iets gaan doen en of hij na het album nog wel een platencontract heeft. Ook het deze week verschenen Orphic is bijna geruisloos verschenen en is nog niet te vinden in de gemiddelde platenzaak. Het heeft niets te maken met de kwaliteit van het nieuwe album van de Britse muzikant, want die is hoog. Orphic is een typisch Ed Harcourt album, al klinkt het door de grote rol voor gitaren anders dan zijn meer piano georiënteerde albums. Twee dingen zijn niet veranderd. Ed Harcourt is nog altijd een geweldige songwriter en een uitstekende zanger. Topalbum weer.

Het is bijna op de dag af 25 jaar geleden dat ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van de Britse muzikant Ed Harcourt. Op 13 november 2000 verscheen immers zijn eerste EP Maplewood, die stevig werd geprezen door het Britse muziektijdschrift Uncut. Ik hoorde van deze EP het werkelijk prachtige Whistle Of A Distant Train en ik was verkocht. Uncut voorspelde Ed Harcourt een prachtige toekomst en dat leek na zijn geweldige debuut EP een zekerheid.

We zijn inmiddels 25 jaar verder. Ed Harcourt heeft inmiddels een imposant stapeltje albums op zijn naam staan, maakte soundtracks voor tv-series, was als gastmuzikant te horen op talloze albums, waaronder albums van Marianne Faithfull, Ron Sexsmith en Kathryn Williams en timmerde aan de weg als producer voor onder andere Kathryn Williams, Lissie en Kristina Train.

Zijn albums kunnen bovendien stuk voor stuk rekenen op zeer positieve recensies, maar desondanks is Ed Harcourt nog altijd relatief onbekend. Zelfs zo onbekend dat zijn deze week verschenen nieuwe album niet opdook in de lijsten met nieuwe albums van deze week. Dat is zeker niet de eerste keer, waardoor ik als liefhebber van de muziek van de Britse muzikant ook wel eens een album mis.

Het deze week verschenen Orphic is als ik goed geteld heb het twaalfde reguliere album van Ed Harcourt en het is wederom een hele mooie. Het is een album dat ik min of meer bij toeval tegen kwam, maar de Britse muzikant had ook dit keer niet veel tijd nodig om me te overtuigen. Orphic is een album dat precies op het juiste moment komt, want we nu we niet meer gaan ontsnappen aan de herfst en de winter, komen de sfeervolle klanken op Orphic als geroepen.

Er is helaas niet veel informatie te vinden over het nieuwe album van de Britse muzikant, buiten het feit dat Ed Harcourt zijn nieuwe album afgelopen winter opnam in zijn Wolf Cabin studio vlak bij Oxford. Verdere informatie ontbreek, maar gelukkig spreekt de muziek op Orphic voor zich.

Ik heb hierboven al verklapt dat Orphic een zeer sfeervol album is. Het is vergeleken met een aantal van zijn vorige album een behoorlijk ingetogen album en het is een album waarop gitaren domineren, al is de Britse muzikant zijn geliefde piano niet helemaal vergeten.

De muziek op Orphic is relatief sober, maar ook als de akoestische gitaar domineert worden er altijd wel wat bijzondere versiersels toegevoegd. De muziek op Orphic klinkt prachtig en nodigt uit tot lekker binnen blijven terwijl buiten de regen tegen het raam klettert.

Ik ben absoluut een liefhebbers van de piano georiënteerde songs van Ed Harcourt, maar ook het door gitaren gedomineerde geluid op Orphic is prachtig. Het wordt nog wat mooier wanneer Ed Harcourt zijn stem toevoegt, want hij beschikt over een bijzonder mooie stem die gedurende de afgelopen 25 jaar alleen maar mooier is geworden.

De fraaie instrumentatie en de bijzonder mooie zang komen samen in hoogstaande songs, die Orphic heel ver boven het maaiveld uit tillen. Orphic is zoals gezegd het twaalfde album van Ed Harcourt en van die twaalf vind ik er eigenlijk niet een tegenvallen. Orphic zou zomaar uitgroeien tot een van de mooiste albums van het stel en is er een voor de jaarlijstjes. Ed Harcourt staat inmiddels 25 jaar garant voor torenhoge kwaliteit. Doodzonde dat zijn muziek zo weinig aandacht krijgt. Erwin Zijleman

Ed Romanoff - The Orphan King (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ed Romanoff - The Orphan King - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ed Romanoff is een singer-songwriter uit New York, die zes jaar geleden, op zijn 53e (!), zijn eerste plaat uitbracht.

De titelloze plaat deed, ondanks gastbijdragen van onder andere Josh Ritter, Tift Merritt en Mary Gauthier, niet zo heel veel, al haalde de plaat wel de Euro Americana Chart; een gerenommeerde roots ranglijst van Nederlandse origine, die mij maandelijks interessante tips oplevert.

In deze lijst dook Ed Romanoff eerder deze maand op met een nieuw album. The Orphan King stoot meteen door naar de tweede plaats en moest alleen Mary Gauthier, die Ed Romanoff een paar jaar geleden in het zadel hielp, voor zich dulden. Het maakte me absoluut nieuwsgierig naar de tweede plaat van de Amerikaanse muzikant en The Orphan King heeft me zeker niet teleurgesteld.

De Amerikaanse laatbloeier wist ook voor zijn tweede plaat weer een aantal aansprekende gasten te strikken, want dit keer geven onder andere Rachael Yamagata, voormalig Dylan gitarist Cindy Cashdollar, de van Springsteen bekende Cindy Mizelle en het prachtige roots duo Larry Campbell en Teresa Williams act de présence, terwijl niemand minder dan Simone Felice de plaat produceerde en de al eerder genoemde Mary Gauthier meeschreef aan de titeltrack.

Ed Romanoff maakt ook op The Orphan King weer geen geheim van zijn bewondering voor oude (folk)helden als John Prine, Guy Clark, Phil Ochs, Townes van Zandt en Kris Kristofferson, maar slaagt er ook in om een eigen geluid te creëren, waarin ook zo nu en dan Dylan en Springsteen opduiken.

Op The Orphan King draait het voor een belangrijk deel om de mooie stem van Ed Romanoff en om de verhalen die hij vertelt, maar de tweede plaat van de singer-songwriter uit New York heeft meer sterke wapens.

Zo worden de songs van de Amerikaan stuk voor stuk prachtig ingekleurd. Simone Felice heeft de plaat voorzien van een tijdloos geluid waarin met name de pedal steel en de accordeon zorgen voor mooie accenten, maar ook de bijdragen van mandoline, banjo en viool mogen er zijn. The Orphan King is bovendien voorzien van fraai gitaarwerk, dat prachtig kan ondersteunen, maar ook elektrisch de aandacht op kan eisen met steviger werk.

Ed Romanoff maakt muziek die vaak in het hokje folk past, maar stiekem bestrijkt de Amerikaan op zijn tweede plaat een breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek en gaat hij ook aan de haal met invloeden uit de country, de bluegrass en zelfs de Southern soul of flirts met Mexicaanse mariachi trompetten. Verder zijn Keltische invloeden te horen, wat ongetwijfeld het gevolg is van de DNA test die ruim tien jaar geleden aantoonde dat hij geen Russische maar Ierse wortels heeft.

Ed Romanoff is op The Orphan King een meester in het vertellen van mooie verhalen. Het zijn vaak persoonlijke verhalen, maar de New Yorker schuwt ook de actualiteit niet. Het zijn verhalen die mooi worden ingekleurd door de bijzondere stem van Ed Romanoff die, zeker wanneer hij zich laat ondersteunen door hele mooie vrouwenstemmen, ook wel wat heeft van Leonard Cohen.

Het levert een prachtig klinkende plaat vol echo’s uit het verleden op die door de fraaie voordracht van Ed Romanoff en zijn indringende verhalen meer effect sorteert dan de meeste platen in dit genre. Een belofte kunnen we de bijna 60-jarige muzikant natuurlijk nauwelijks meer noemen, maar wat ben ik benieuwd naar de toekomstige verrichtingen van deze getalenteerde muzikant en wat geniet ik van zijn nieuwe plaat. Erwin Zijleman

Eddie Chacon - Lay Low (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Eddie Chacon - Lay Low - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Eddie Chacon - Lay Low
Eddie Chacon moest lang teren op de ene wereldhit die hij aan het begin van de jaren 90 scoorde, maar met drie uitstekende soloalbums op rij krijgt de tweede jeugd van de Amerikaanse muzikant steeds meer glans

Ik had me tot dusver nog niet gewaagd aan de muziek van de Amerikaanse soulzanger Eddie Chacon. Ten onrechte, want de twee soloalbums die Eddie Chacon de afgelopen jaren maakte waren uitstekend en ook het deze week verschenen Lay Low mag er weer zijn. Op zijn derde soloalbum smeedt de Amerikaanse muzikant op fraaie wijze invloeden uit de soulmuziek uit het verleden en meer eigentijdse klanken aan elkaar. Het levert een sprankelend maar ook heerlijk zwoel en lui album op, dat nog wat verder wordt opgetild door de prima soulstem van Eddie Chacon. Lay Low krijgt net als zijn twee voorgangers uitstekende recensies en dat is volkomen terecht.

Eddie Chacon maakte aan het begin van de jaren 90 deel uit van het duo Charles & Eddie, dat in 1992 een wereldhit scoorde met Would I Lie To You? Het is zo’n oorwurm die bijna iedereen mee kan zingen, maar die mij destijds niet nieuwsgierig maakte naar de andere muziek van het Amerikaanse tweetal. Would I Lie To You? is volgens mij het enige serieuze wapenfeit van Charles & Eddie, die na hun wereldhit dan ook snel uit beeld verdwenen.

Charles Pettigrew verloor in 2001 de strijd tegen kanker en Eddie (Chacon) dook pas weer op in 2020, toen zijn eerste soloalbum verscheen. Dat album, Pleasure, Joy And Happiness, kreeg verrassend goede kritieken, maar vanwege de associaties met Charles & Eddie heb ik destijds niet de tijd genomen om naar het album te luisteren. Ik kan me ook niet herinneren dat ik in 2023 heb geluisterd naar zijn tweede album Sundown, dat op nog positievere recensies kon rekenen.

Deze week verscheen het derde album van Eddie Chacon en ook Lay Low is weer zeer warm onthaald. Hoogste tijd dus om Eddie Chacon de oorwurm die hij meer dan dertig jaar geleden maakte eindelijk te vergeven. Daar heb ik geen spijt van gehad, want Lay Low is inderdaad een uitstekend album. Het is een album dat uitnodigt tot luieren in de winterzon en wie wil dat nou niet.

Lay Low is een lekker loom en zwoel klinkend album met een wat vintage soulgeluid. Verwacht geen dampende soul met blazers, maar eerder de wat meer kosmische soul die in de jaren 60 en 70 onder andere door Curtis Mayfield en met enige regelmaat door Marvin Gaye werd gemaakt.

Eddie Chacon maakte zijn eerste twee albums met producer John Carroll Kirby, maar werkt op Lay Low met producer Nick Hakim, die ik alleen ken van Lianne La Havas en Nilüfer Yanya. Nick Hakim heeft de jaren 60 en 70 vibe in de muziek van Eddie Chacon versterkt, maar is er ook in geslaagd om van Lay Low een eigentijds klinkend soulalbum te maken.

Lay Low is in muzikaal opzicht een soulalbum met een aangenaam nostalgisch tintje, maar het is ook een sprankelend album, dat niet alleen nostalgische gevoelens oproept, maar ook de fantasie prikkelt. De warme en wat broeierige klanken en de speelse ritmes dringen zich makkelijk op en zorgen er voor dat de prille winterzon van het moment een stuk warmer aanvoelt dan hij in werkelijkheid is.

In muzikaal en productioneel opzicht spreek Lay Low wat mij betreft zeer tot de verbeelding, maar Eddie Chacon blijkt ook een prima soulzanger. De Amerikaanse muzikant beschikt over een soulstem die het uitstekend doet in het soort muziek die hij maakt op Lay Low en die wat mij betreft meer overtuigt dan de stemmen van de vele, vaak wat schreeuwerige, jonge soulzangeres van het moment.

Met acht songs en een kleine 29 minuten muziek vind ik het derde album van Eddie Chacon wat aan de korte kant, zeker omdat ik na die acht tracks nog lang niet klaar ben met de muziek en de stem van de Amerikaanse muzikant, maar dat is het enige smetje wat mij betreft.

Lay Low van Eddie Chacon bewijst nog maar eens dat resultaten uit het verleden niets zeggen over resultaten in de toekomst, want de Amerikaanse soulzanger laat op zijn derde soloalbum horen dat hij veel meer is dan een inmiddels vergeten one-hit-wonder uit de jaren 90. Erwin Zijleman

Eden Brent - Jigsaw Heart (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eden Brent - Jigsaw Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De naam Eden Brent kwam ik tegen in een jaarlijstje dat ik niet meer terug kan vinden. De rest van het betreffende lijstje maakte me in ieder geval nieuwsgierig genoeg om de naam op te schrijven om in een later stadium nog eens te kunnen luisteren naar Jigsaw Heart.

Dat heb ik inmiddels gedaan en wat ben ik aangenaam verrast door en onder de indruk van de derde plaat van de muzikante uit Greenville, Mississippi.

Jigsaw Heart verscheen in 2014, maar had ook met gemak een aantal decennia eerder gemaakt kunnen worden. Eden Brent maakt muziek met vooral invloeden uit de blues en jazz en verrijkt deze muziek vervolgens met invloeden uit de gospel, rock ’n roll, soul, country en folk.

Jigsaw Heart is pas haar derde plaat, maar haar stem verraad dat ze al veel langer meedraait dan de 6 jaren die sinds haar debuut zijn verstreken. Eden Brent nadert de 50 en is inmiddels voorzien van een rauwe stem die herinnert aan de groten uit de blues en de jazz. Het is een stem vol gevoel en doorleving, maar het is ook een opvallend warme en krachtige stem. Het is een stem die bovendien uitstekend uit de voeten kan in de genres waarbinnen Eden Brent zich beweegt.

Jigsaw Heart laat zich hierbij niet te makkelijk in een hokje duwen en schakelt tussen meerdere uithoeken van de hierboven genoemde genres. Eden Brent kan uitstekend uit de voeten in jazzy songs waarin de strijkers flink mogen aanzwellen, maar imponeert ook in veel soberder aangeklede songs of in bluesy songs waarin de muzikanten juist stevig uit mogen pakken.

In vrijwel alle songs op de plaat domineert Eden Brent’s pianospel dat varieert van uiterst ingetogen tot buitengewoon opzwepend. Hiernaast is er altijd smaakvol en inventief gitaarwerk.

Het levert een serie songs op, die met enige fantasie ook uit de jaren 50, 60 of 70 hadden kunnen stammen, maar de muziek op Jigsaw Heart is zo tijdloos dat dit geen moment een bezwaar is.

Eden Brent moet met Jigsaw Heart concurreren met een heel arsenaal aan vergelijkbare zangeressen, aangevoerd door Madeleine Peyroux. Ze kan deze concurrentie aan om meerdere redenen. De heerlijk doorleefde en rauwe stem, het veelzijdige en knap in elkaar stekende geluid op de plaat en het feit dat Eden Brent flink wat van haar songs zelf schrijft zijn hiervan de belangrijkste.

Jigsaw Heart is zo’n plaat die eigenlijk op alle momenten goed tot zijn recht komt. Ochtend, avond, vrolijk of net wat minder vrolijk; het maakt voor Jigsaw Heart van Eden Brent niet zoveel uit. De derde plaat van Eden Brent ademt van de eerste tot de laatste noot de sfeer van het verleden, maar raakt je in het heden. Grootse plaat van een grootse zangeres. Uit welk jaarlijstje ik deze plaat heb gehaald weet ik nog steeds niet, maar ik ben de samensteller zeer dankbaar. Prachtige plaat ook om het volgende jaar krenten uit de pop mee te beginnen. Erwin Zijleman

Editors - In Dream (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Editors - In Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Dat de Britse band Editors zich vanaf haar debuut The Back Room nadrukkelijk heeft laten inspireren door de grote postpunk bands uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 valt niet te ontkennen.

Waar de meeste soortgenoten van de Britten inmiddels een jaar of tien eindeloos dezelfde plaat blijven maken, durft Editors zich echter te ontwikkelen.

Het leverde tot dusver vier prima platen op, waarop afwisselend een fraai gereproduceerd postpunk geluid, grootse stadionrock en elektronische muziek was te horen.

Ook op plaat nummer 5 laat Editors weer horen dat het zich durft te ontwikkelen en graag nieuwe wegen inslaat. Het levert een plaat op die bij de fans van het eerste uur mogelijk niet direct in goede aarde zal vallen. Ik moest zelf overigens ook flink wennen aan het nieuwe Editors geluid.

Invloeden van Joy Division en Echo & The Bunnymen, die de vorige platen van Editors domineerden, zijn nog altijd aanwezig, maar de Britse band citeert dit keer ook nadrukkelijk uit de wat minder donkere en bij vlagen zelfs kitscherige 80s pop.

Het levert een geluid op dat anders klinkt dan we van Editors gewend zijn. Het is een minder groots en bij vlagen zelfs redelijk ingetogen geluid, wat vervolgens gecontrasteerd wordt door bijna aanstekelijke 80s pop. Bij oppervlakkige beluistering is In Dream een plaat die je makkelijk aan de kant schuift, maar wanneer je er wat dieper in duikt is het toch weer een Editors plaat vol mooie momenten.

De donkere stem van Tom Smith wordt hier en daar prachtig gecombineerd met de zoete vocalen van voormalig Slowdive zangeres Rachel Goswell, de instrumentatie zit vol prachtige accenten die kriskras door de geschiedenis van de popmuziek schieten, de orkestratie is af en toe heerlijk pompeus en Editors slaagt er boven alles ook dit keer in om songs te schrijven die iets met je doen.

De band doet dat dit keer net iets anders dan op de vorige platen, maar na enige gewenning ben ik ook deze keer weer om. Erwin Zijleman

Edward Sharpe & The Magnetic Zeros - Person A (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Edward Sharpe & The Magnetic Zeros - Person A - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Edward Sharpe & The Magnetic Zeros is een band uit Los Angeles die in 2009 debuteerde en het enorme geluk (of juist de pech) had dat IKEA een song van dit debuut uitkoos voor een wereldwijde en jarenlange reclamecampagne.

Het heeft de band waarschijnlijk geen windeieren gelegd, al haakten de critici en serieuze muziekliefhebbers massaal af.

Home, want daar gaat het om, was inderdaad een nagenoeg perfect reclameliedje (en natuurlijk ook een perfect popliedje), maar de keerzijde was dat Edward Sharpe & The Magnetic Zeros alleen nog maar werden geassocieerd met IKEA en je bij iedere nieuwe plaat van de band onbewust weer de reclame kraker van weleer hoorde.

Mede daarom heb ik ook Person A, de onlangs verschenen vierde plaat van de band, snel terzijde gelegd, maar door toeval kwam de plaat toch weer onder mijn aandacht en nu viel het kwartje wel. En hoe.

Op Person A doet de band uit Los Angeles geen serieuze poging om een nieuwe Home te maken en durft het nadrukkelijk buiten de lijntjes van het toegankelijke popliedje te kleuren. Person A bevat een beperkt aantal redelijk popsongs die je mee kunt zingen, maar veel meer songs op de plaat durven flink te experimenteren en zetten je constant op het verkeerde been.

In beide typen songs grijpen Edward Sharpe & The Magnetic Zeros nadrukkelijk terug op het verleden, waarbij de jaren 60 en 70 centraal staan. Vooral invloeden uit de folk en psychedelica spelen een belangrijke rol op de nieuwe plaat van de band, maar ook invloeden van The Beatles duiken meerdere keren op, terwijl de hoge zang ook wel wat funky of soulvol klinkt.

Het is knap hoe een band die toch vooral bekend is van een zeer toegankelijk popliedje zo durft te experimenteren. Het is nog knapper hoe de band die door velen als eendagsvlieg wordt gezien zo weet te overtuigen of zelfs weet te imponeren.

Bij eerste beluistering klinkt het af en toe nog wat fragmentarisch, maar hoe vaker je Person A hoort, hoe meer de verschillende songs op de plaat samenvloeien tot een eenheid. Iedereen die de band vanwege het lichtvoetige Home uit de weg is gegaan, weet niet wat hem of haar overkomt bij beluistering van de nieuwe plaat. Person A lijkt zo weggelopen uit een heel ver verleden, al ken ik geen plaat die lijkt op de nieuwe plaat van Edward Sharpe & The Magnetic Zeros.

Natuurlijk wordt ook deze plaat weer aangeprezen als een nieuwe plaat van de band van het IKEA liedje, maar met Person A gaat IKEA geen enkel bouwpakket verkopen. Het oor strelen doet de band des te meer. Een even heerlijke als gewaagde plaat die echt alleen maar beter wordt. Erwin Zijleman

Edwyn Collins - Badbea (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Van de stapel: Edwyn Collins - Badbea - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Edwyn Collins is al heel wat jaren een cultheld, maar leverde eerder dit jaar een prachtalbum af dat in brede kring erkenning verdient

Met zijn band Orange Juice maakte Edwyn Collins een drietal albums die behoren tot de vergeten klassiekers van de jaren 80 en ook zijn soloalbums kregen niet allemaal de waardering die ze verdienen. De single A Girl Like You leek alles te veranderen, maar een zware hersenbloeding wierp de Schotse muzikant ver terug. Eerder dit jaar verscheen Badbea en wat is het een sterk album. Edwyn Collins stapt op zijn nieuwe album met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en door genres, maar alles wat hij op Badbea aanraakt verandert in goud. Prachtalbum van deze Schotse cultheld.

Edwyn Collins stond in de tweede helft van de jaren 70 aan de basis van de Schotse band Orange Juice. De band uit Glasgow dook op in de gloriejaren van de punk, maar moest zelf niet zo veel hebben van het genre, waardoor direct succes uitbleef.

Toen de band in 1982 dan eindelijk haar debuut uitbracht sloot de muziek van Orange Juice wel aan bij die van de op dat moment grote bands. Luister naar You Can't Hide Your Love Forever (1982), Rip It Up (1982) en The Orange Juice (1984) en je hoort de romantische en dansbare new-wave die de jaren 80 kleur gaf.

Orange Juice bleef ondanks haar drie geweldige albums helaas altijd een cultband, waardoor het doek voor de band viel voordat we aan de tweede helft van de jaren 80 begonnen. Edwyn Collins keerde pas aan het eind van de jaren 80 terug met het uitstekende soloalbum Hope And Despair, maar wist zich nog steeds niet te ontworstelen aan de culstatus. Dat lukte uiteindelijk in 1994 met het album Gorgeous George en vooral met de single A Girl Like You, die de Schotse muzikant eindelijk de erkenning opleverde die hij al zo lang verdiende.

In 2005 werd Edwyn Collins getroffen door een ernstige hersenbloeding en lange tijd was het de vraag of de Schotse muzikant voldoende zou herstellen om ooit weer muziek te maken. Twee jaar later keerde hij gelukkig terug en sindsdien levert de muzikant uit Glasgow met enige regelmaat nieuwe albums af. Het zijn albums die ik lang niet allemaal in de kast heb staan, maar het in 2010 verschenen Losing Sleep is een prachtalbum.

Ook het dit voorjaar verschenen Badbea versdween om onduidelijke redenen weer op de stapel, maar toen ik het album vorige week eindelijk eens goed beluisterde was ik direct verkocht. Badbea is een typisch Edwyn Collins album en het is een album vol geweldige songs.

De Schotse muzikant maakt muziek die zich laat inspireren door een aantal decennia popmuziek en beperkt zich zeker niet tot één genre. Het levert een rijk en gevarieerd album op dat steeds weer opvalt door een zeer smaakvolle instrumentatie, door songs die onmiddellijk een onuitwisbare indruk maken en door de bijzondere stem van Edwyn Collins, die zich heeft ontwikkeld tot een crooner met een geheel eigen geluid.

Badbea is het soort album waar Morrissey momenteel een moord voor zou doen en ook muzikanten als Nick Lowe, Jarvis Cocker, Peter Perrett, Lloyd Cole, Richard Hawley en Robert Forster zich niet zouden schamen voor een album van dit niveau, integendeel.

Het is knap hoe Edwyn Collins op Badbea schakelt tussen genres. Het ene moment citeert hij uit de catalogus van de grote crooners van de jaren 60 of uit het oeuvre van zijn eigen Orange Juice, maar het volgende moment verrast hij net zo makkelijk met de meest punky song die hij ooit heeft gemaakt, met soulvolle klanken, dansbare elektronische muziek of met alt-country uit de woestijn van Arizona.

Je moet van goeden huize komen op met een mengelmoes als op Badbea weg te komen, maar Edwyn Collins doet het en hij doet het op zeer overtuigende wijze. Badbea is twaalf songs lang een feest van herkenning, maar tegelijkertijd klinkt de muziek van de Schotse muzikant fris en avontuurlijk.

Edwyn Collins verruilde het mondaine Glasgow een paar jaar geleden voor het oude huis van zijn opa in de Schotse Hooglanden en in de daar gebouwde studio was er geen gebrek aan inspiratie. Badbea behoort tot het allerbeste dat Edwyn Collins tot dusver heeft gemaakt en verdient veel meer aandacht dan het album tot dusver heeft gekregen. Ik ga zelf diep door het stof voor het laten liggen van dit prachtalbum, maar wat levert het momenteel veel luisterplezier op. Badbea van Edwyn Collins is het eerste album in de categorie “van de stapel” en legt de lat meteen angstvallig hoog. Erwin Zijleman

Eefje de Visser - Bitterzoet (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eefje de Visser - Bitterzoet - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Eefje de Visser - Bitterzoet
Eefje de Visser vervolmaakt op Bitterzoet haar zo bijzondere geluid met flink wat elektronica en natuurlijk haar heerlijk dromerige manier van zingen

Het is momenteel flink dringen binnen de vrouwelijke Nederlandstalige popmuziek, maar Eefje de Visser steekt er wat mij betreft nog steeds een stukje bovenuit. Ze heeft Bitterzoet voorzien van een wonderschoon en fascinerend elektronisch geluid dat perfect past bij haar stem en manier van zingen, maar dat haar songs ook steeds weer een andere kant op stuurt. Luister naar Bitterzoet en je hoort dat alles net wat beter is dan de vorige albums van Eefje de Visser, wat gezien het hoge niveau van zeker haar vorige twee albums een knappe prestatie is. Bitterzoet sleurt je de nacht in en laat pas los wanneer de zon weer op komt.

Toen in 2011 het debuut van Eefje de Visser verscheen kon ik daar maar heel weinig mee. Ik was op dat moment absoluut geen liefhebber van Nederlandstalige popmuziek (integendeel zelfs), waardoor de songs van de Nederlandse singer-songwriter bij mij flink tegen de haren in streken.

Wat me wel opviel bij beluistering van De Koek, was dat het album in muzikaal opzicht interessant klonk, waardoor ik opvolger Het Is twee jaar later niet onmiddellijk terzijde schoof. Ik heb heel lang moeten wennen aan Het Is, maar uiteindelijk had Eefje de Visser me toch te pakken met haar bijzondere popliedjes. Album nummer drie, Nachtlicht, was daarom in 2016 verplichte kost en dat geldt ook weer voor het deze week verschenen Bitterzoet.

Als je de vier albums van Eefje de Visser achter elkaar beluisterd hoor je dat de singer-songwriter, die haar vorige thuisbasis Utrecht inmiddels heeft verruild voor het Belgische Gent, in de loop der jaren steeds beter is gaan zingen. De zang op Bitterzoet klinkt een stuk zelfverzekerder dan die op het alweer negen jaar oude debuut, maar op hetzelfde moment heeft Eefje de Visser haar karakteristieke stijl en eigen geluid behouden.

Wat voor de zang van Eefje de Visser geldt, geldt ook zeker voor de instrumentatie op haar nieuwe album. Bitterzoet is voorzien van een fraai en vol elektronisch geluid, dat niet meer zo rammelt als het geluid op haar eerste albums, maar dat de dromerigheid en de charme van dit geluid heeft behouden. Ook de songs van de Nederlandse singer-songwriter klinken op Bitterzoet minder gekunsteld dan in het verleden, maar het zijn nog wel uit de zo herkenbare Eefje de Visser songs.

Bitterzoet heeft al met al de charme van de vorige albums behouden, maar heeft ook stappen gezet. Eefje de Visser ontwikkelde de afgelopen jaren een dromerig, mysterieus en wat broeierig geluid en dit geluid heeft ze op Bitterzoet vervolmaakt. Bitterzoet is in muzikaal opzicht een spannend album, dat hier en daar wel wat doet denken aan Kate Bush, maar de muziek van Eefje de Visser is warmer en elektronischer.

Ik heb nog steeds regelmatig twijfels over de geschiktheid van de Nederlandse taal voor het maken van popmuziek, maar de teksten van Eefje de Visser slingeren zich op fascinerende wijze om de mooie klanken op het album heen, waardoor het Nederlands me echt geen moment in de weg zit.

Het zijn klanken die net wat minder vol en bovendien veel elektronischer klinken dan op het vorige album dat wat zwaarder was aangezet, maar de muziek van Eefje de Visser zit ook dit keer vol subtiele wendingen, waardoor het album spannend blijft. Het elektronische geluid op Bitterzoet maakt het een album van de nacht, wat goed past bij de stem van Eefje de Visser en haar dromerige manier van zingen.

Eefje de Visser legde de lat drie jaar geleden hoog met het betoverende Nachtlicht, maar na een aantal luisterbeurten komt Bitterzoet al dicht in de buurt, terwijl het net als de vorige albums van de Nederlandse singer-songwriter een album is dat de tijd moet krijgen om te kunnen rijpen en groeien. Het is de afgelopen weken dringen in de vijver met vrouwelijke singer-songwriters die het Nederlands verkiezen boven het Engels, maar Bitterzoet zou ik er zeker uit vissen. Erwin Zijleman

Eefje de Visser - Heimwee (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eefje de Visser - Heimwee - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Eefje de Visser - Heimwee
Met Heimwee heeft Eefje de Visser een ander album gemaakt dan het terecht zo bejubelde Bitterzoet uit 2020, maar ook het nieuwe album van de Nederlandse muzikante klinkt weer onmiskenbaar als Eefje de Visser

Op Bitterzoet koos Eefje de Visser ruim vier jaar geleden voor een spannend elektronisch geluid, dat verrassend mooi samenvloeide met haar stem. Het geluid op haar nieuwe album Heimwee is subtieler en organischer, al zijn de synths nog steeds aanwezig op de achtergrond. Ik moest zelf even wennen aan het wat intiemer en op het eerste gehoor wat minder spannend klinkende Heimwee, maar eenmaal gewend aan het nieuwe geluid valt alles snel op zijn plek. Eefje de Visser heeft een uit duizenden herkenbaar geluid dat inmiddels velen heeft beïnvloed, maar zelf is ze op Heimwee alweer een stap verder. Hoe vaker ik naar Heimwee luister hoe dierbaarder ook dit album van Eefje de Visser me weer wordt.

Eefje de Visser schaarde zich met het in 2020 verschenen Bitterzoet definitief onder de kroonjuwelen van de Nederlandse popmuziek. Het album eindigde hoog in flink wat Nederlandse jaarlijstjes, waaronder de eindlijst van Oor, die het album met afstand aanvoerde. Daar viel echt niets op af te dingen, want het was in alle opzichten een geweldig album. Op Bitterzoet waren de songs van Eefje de Visser nog wat aansprekender dan op haar eerste drie albums, was de muziek nog wat spannender en sprak ook de zo karakteristieke zang van de Nederlandse muzikante nog wat meer tot de verbeelding.

Het heeft de lat idioot hoog gelegd voor het vijfde studioalbum van Eefje de Visser, dat deze week, ruim vierenhalf jaar na Bitterzoet en na de coronapandemie, het verkregen moederschap en een eindeloze tour, is verschenen. De eerste recensies die zijn verschenen van het album zijn weer buitengewoon lovend, maar ik geef eerlijk toe dat ik Heimwee bij eerste beluistering zelf flink vond tegenvallen. Zoveel zelfs dat ik het album in eerste instantie niet selecteerde voor een recensie op de krenten uit de pop, maar toen ik het album tijdens een wandeling met oortjes beluisterde viel er meer op zijn plek en uiteindelijk heb ik toch een plekje vrijgemaakt voor Heimwee.

Het nieuwe album van Eefje de Visser viel me in eerste instantie tegen omdat het album in muzikaal opzicht een stuk minder spannend is of beter gezegd lijkt dan Bitterzoet. Vergeleken met het vorige album heeft de elektronica een flinke stap terug gedaan. Elektronica speelt nog altijd een rol op Heimwee, maar het album klinkt organischer en ook wat meer ingetogen dan zijn voorganger.

De andere veranderingen zijn minder duidelijk. Eefje de Visser heeft een uit duizenden herkenbare stem en ook haar manier van zingen en haar teksten zijn zeer karakteristiek. Het zorgde ervoor dat ik Heimwee vergeleken met Bitterzoet in eerste instantie meer van hetzelfde maar dan minder goed en bijzonder vond, maar nu ik het album vaker heb gehoord moet ik daar op terug komen.

Het heeft absoluut te maken met de manier waarop ik naar het album luisterde. Bij wat vluchtige beluistering bij laag volume kabbelt Heimwee in mijn beleving wat voort zonder echt spannend te worden. De teksten van Eefje de Visser zijn in dat geval nauwelijks te verstaan, wat het vluchtige karakter van het album versterkt.

Hoe anders is het als ik het album met volledige aandacht en met de koptelefoon of oortjes beluister. De teksten van Eefje de Visser komen in dat geval wel binnen en hetzelfde geldt voor de muziek. Vergeleken met Bitterzoet is Heimwee wat subtieler en wat minder elektronisch ingekleurd, maar wat zit het allemaal knap in elkaar. De subtielere en vaak ruimtelijk klinkende synths zijn prachtig en dat geldt in nog veel sterkere mate voor de akoestische laag in de muziek van Eefje de Visser, met een hoofdrol voor de weergaloze baslijnen.

Producer Pieterjan Coppejans, tevens de echtgenoot van Eefje de Visser, is er wederom in geslaagd om haar stem samen te laten vloeien met de muziek op het album. Het is muziek die misschien wat minder uitgesproken is dan op het vorige album, maar de klanken op Heimwee zijn ook veelzijdiger en sfeervoller.

Heimwee is een sfeervol en intiem album, dat misschien wat meer tijd vraagt dan Bitterzoet, maar dat wanneer je er vaker naar luistert alleen maar mooier wordt. De muziek van Eefje de Visser was altijd al benevelend, maar is op Heimwee ook met grote regelmaat sprookjesachtig mooi en hetzelfde geldt voor haar zang.

Meer van hetzelfde maar dan minder goed en bijzonder was mijn snelle en voorbarige conclusie, want inmiddels hoor ik absoluut nieuwe wegen op Heimwee en doet het album wat mij betreft niet heel veel of zelfs helemaal niet onder voor zijn briljante voorganger. Eefje de Visser heeft het weer geflikt. Erwin Zijleman

Eefje de Visser - Nachtlicht (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eefje de Visser - Nachtlicht - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Wat moest ik tweeënhalf jaar geleden wennen aan Het Is van Eefje de Visser, maar wat is de plaat me uiteindelijk dierbaar geworden.

Eefje de Visser won aan het eind van 2009 de Grote Prijs van Nederland (inmiddels wat uit beeld verdwenen, maar destijds een hele belangrijke kweekvijver voor jonge singer-songwriters) en creëerde vervolgens een geheel eigen geluid.

Ik vind de Nederlandse taal over het algemeen niet zo geschikt voor popmuziek, maar Eefje de Visser laat met haar unieke manier van zingen en haar bijzondere intonatie horen dat de Nederlandse taal en betoverende popmuziek prima samen gaan.

Nachtlicht, de nieuwe plaat van Eefje de Visser, ligt deels in het verlengde van voorganger Het Is. Ook op haar nieuwe plaat imponeert Eefje de Visser met heerlijk dromerige songs die je maar moeilijk loslaten en die stuk voor stuk zijn voorzien van betoverendere melodieën.

Nachtlicht klinkt echter ook zelfverzekerder, energieker en grootser en is, in tegenstelling tot zijn voorgangers, een echte bandplaat. Nachtlicht bevat een aantal songs die herinneren aan de kleine en intieme folksongs waarmee de singer-songwriter uit Utrecht ooit debuteerde, maar laat over het algemeen een broeierig geluid horen dat de sfeer van de grote stad ademt.

De bassen en ritmes hebben zich laten inspireren door triphop en dub, terwijl de toegevoegde synths de muziek van Eefje de Visser voorzien van een stevige elektronische impuls.

De mooie stem van Eefje de Visser gedijt uitstekend in het wat zwaarder aangezette en soms licht psychedelische muzikale landschap en het is nog altijd een stem die heel makkelijk verleidt en betovert.

Heel af en toe doet het wat denken aan de unieke muziek van Julia Holter, maar omdat de muziek van Eefje de Visser minstens net zo uniek is, is vergelijken zinloos. Aan Het Is heb ik zoals gezegd flink moeten wennen, maar op Nachtlicht was ik onmiddellijk verliefd en voorlopig wordt de plaat alleen maar beter.

Eefje de Visser is al een tijd lang een klasse apart in de Nederlandse popmuziek, maar met deze nieuwe plaat overtreft ze al mijn verwachtingen met speels gemak. Na de prachtplaat van Bowie nog een plaat die een onuitwisbare indruk maakt. Erwin Zijleman

Eels - Beautiful Freak (1996)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eels - Beautiful Freak - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Eels - Beautiful Freak
Eels maakte met Beautiful Freak een van de meest memorabele soundtracks van de jaren 90 en het album waarop voor het eerst het zo karakteristieke Eels geluid was te horen heeft de tand des tijds uitstekend doorstaan

Ik werd in 1996 verpletterd door het debuutalbum van de Amerikaanse band Eels en ik was zeker niet de enige. Het was voor de band rond Mark Oliver Everett de start van een mooie carrière die tot op de dag van vandaag duurt. In al die jaren heeft Eels een prachtig oeuvre opgebouwd, maar Beautiful Freak blijft voor mij toch de mooiste van het stel. Het is na al die jaren nog altijd een fris en spannend klinkend album, waarop donkere teksten samen gaan met songs vol schoonheid en avontuur. Het is een album dat af en toe gruizig klinkt, maar over het algemeen genomen is het een ingetogen, maar ook intiem en intens album van een groot muzikant.

Ik heb op deze BLOG al flink wat albums van de Amerikaanse band Eels besproken, maar de mooiste twee albums blijven wat mij betreft toch de eerste twee albums van de band rond Mark Oliver Everett, ook bekend als E. De Amerikaanse muzikant maakte aan het begin van de jaren 90 twee albums onder zijn eigen naam, maar de doorbraak kwam met het in 1996 verschenen debuutalbum van Eels, Beautiful Freak.

Hoewel opvolger Electro-Shock Blues objectief beschouwd misschien een beter album is dan Beautiful Freak, blijft het debuutalbum van Eels mijn favoriete album van de band. Het is een album dat ik in 1996 en de jaren die volgden compleet heb grijsgedraaid, maar inmiddels was het toch weer even geleden dat ik het album in zijn geheel had beluisterd. Bij de hernieuwde kennismaking met Beautiful Freak vond ik het album ingetogener dan in mijn herinnering, maar Beautiful Freak was ook direct weer een feest van herkenning.

Het album klonk in 1996 als geen ander album en introduceerde het inmiddels uit duizenden herkenbare Eels geluid. Het is een geluid dat voor een belangrijk deel wordt bepaald door de zeer karakteristieke zang van voorman Mark Oliver Everett, die in zijn donkere teksten het nodige persoonlijke leed en flink wat demonen voorbij laat komen. De Amerikaanse muzikant zingt wat onderkoeld, maar je hoort ook de nodige emotie in zijn zang, waardoor de songs van Eels hard binnenkomen.

Het is echter zeker niet alleen de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikant die het geluid van Eels op Beautiful Freak bepaalt. Ook in muzikaal opzicht was Beautiful Freak in 1996 een afwijkend album. In een aantal tracks op het album hoor je de destijds zeer gangbare hard-zacht dynamiek, maar gruizige gitaren spelen op het album slechts in beperkte mate een rol. De meeste tracks op Beautiful Freak zijn betrekkelijk ingetogen en trekken de aandacht met bijzondere arrangementen.

Beautiful Freak is een album vol fraai gitaarwerk, dat op mij nu veel meer indruk maakt dan op het moment van de release. Het is gitaarwerk dat het album een aards karakter geeft, waarna de keyboards zorgen voor de zweverige accenten in de muziek van de band. Wat me in 1996 helemaal niet is opgevallen is de belangrijke rol van de ritmesectie, die echt fantastisch speelt en op fascinerende wijze invloeden van ver buiten de indierock verwerkt.

In muzikaal opzicht staat Beautiful Freak ruim zesentwintig jaar na de release nog altijd als een huis en ook de zang op het album spreekt nog altijd tot de verbeelding, maar het meest indrukwekkend zijn toch de songs op het album. Beautiful Freak is vooral een rockalbum, maar voor een rockalbum neemt Eels wel erg vaak gas terug op het album. De Amerikaanse band verwerkt zeker invloeden uit de indierock van de jaren 90, maar ook invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hebben hun weg gevonden naar het album, dat hier en daar ook teruggrijpt op invloeden uit een verder verleden.

Met de kennis van nu is Beautiful Freak een van de onbetwiste klassiekers uit de jaren 90 en het is een klassieker die na al die jaren nog maar weinig of eigenlijk helemaal niets van zijn glans heeft verloren. Eels staat tot op de dag van vandaag garant voor uitstekende albums, maar Beautiful Freak heeft iets unieks en is daarom met afstand mijn favoriete album van de band. Erwin Zijleman

Eels - Earth to Dora (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eels - Earth To Dora - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Eels - Earth To Dora
Ondanks het inmiddels beproefde recept en de molensteen van het alweer bijna 25 jaar oude debuut, heeft Eels een prima album afgeleverd dat echt de nodige luisterbeurten verdient

Mark Oliver Everett neemt zo nu en dan afstand van het uit duizenden herkenbare Eels geluid, maar er zijn ook albums waarop hij het nadrukkelijk omarmt. Earth To Dora valt in de laatste categorie. Het is een album dat je direct mee terugneemt naar de zomer van 1996, toen Eels opdook met het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide Beautiful Freak. Dat is misschien een zwaktebod, maar voor mij werkt het nog altijd. Earth To Dora is een album dat makkelijk verleidt met een zo bekend geluid, maar het is ook een album dat tot leven komt wanneer je er wat vaker naar luistert. Zeker niet het beste album van Eels, maar absoluut een hele aangename.

Bij ieder nieuw album van Eels neem ik me voor om voor de afwisseling eens niet te beginnen over Beautiful Freak, het debuut van de band rond de Amerikaanse muzikant Mark Oliver Everett. Beautiful Freak vierde dit jaar immers alweer zijn vierentwintigste verjaardag en is bovendien onderdeel van een inmiddels behoorlijk indrukwekkend oeuvre.

Objectief gezien is Beautiful Freak misschien niet eens het beste van album van Eels, maar het is voor mij de soundtrack van een periode. Het was bovendien de eerste kennismaking met het zo karakteristieke en inmiddels uit duizenden herkenbare geluid van Eels.

De band, of feitelijk het alter ego van Mark Oliver Everett, ook bekend als E, grijpt op het grootste deel van haar albums terug op het geluid van Beautiful Freak. Het heeft er voor gezorgd dat ik alle albums van de band heb omarmd, maar als ik er een moet kiezen, kies ik toch altijd weer voor het debuut uit 1996.

De naam van het debuut van Eels is inmiddels al weer vele malen gevallen en dat is ook niet zo gek, want, meer dan zijn directe voorgangers, roept het deze week verschenen Earth To Dora onmiddellijk herinneringen op aan het album dat de zomer van 1996 zo bijzonder inkleurde. Mark Oliver Everett koos op het twee jaar geleden verschenen en absoluut sterke The Deconstruction voor een wat steviger aangezet geluid met hier en daar wat elektronica en maakte bovendien een aardedonker album. Op Earth To Dora keert Eels weer terug naar het meer organische geluid dat op zoveel Eels albums is te horen, inclusief de onmisbare xylofoon.

Mark Oliver Everett is zeker geen muzikant die het leven door een roze bril bekijkt. De Amerikaanse kant heeft de zware thema’s nooit geschuwd en putte hierbij uit de nodige persoonlijke levenservaring. Ook Earth To Dora is zeker geen album vol zonnestralen, maar vergeleken met de meeste andere Eels albums is het een behoorlijk optimistisch album. En dat in deze tijd.

Ondanks het als een molensteen om zijn nek hangende debuut kan Mark Oliver Everett over het algemeen rekenen op positieve recensies. Dit keer lijken de critici wat zuinig, maar op een of andere manier bevalt Earth To Dora me wel, al is het maar omdat het album me vaak mee terugneemt naar de zomer van 1996. Earth To Dora is een relatief makkelijk album met songs die zijn te omschrijven als vintage Eels.

Grote vraag is natuurlijk of Earth To Dora ook na een paar keer horen nog net zo vermaakt of dat de heimwee naar Beautiful Freak inmiddels zo hevig is dat het pijn doet. Ik geef het album voorlopig het voordeel van de twijfel, want ook bij herhaalde beluistering voelt het allemaal nog goed en is Earth To Dora van Eels een prima soundtrack voor Halloween in corona tijd.

Als ik Earth To Dora probeer te classificeren in het fraaie oeuvre van de band kom ik vooralsnog ergens in de middenmoot uit. Dat klinkt misschien mager, maar het is wat mij betreft een prima prestatie, al is het maar omdat het album, meer dan een aantal van zijn voorgangers, voortborduurt op successen uit het verleden. Om die reden zal Earth To Dora waarschijnlijk wat makkelijker worden afgeschreven dan de meeste andere Eels albums van recente datum, maar geef het album een kans en je zult horen dat het zeker niet tegen valt. Erwin Zijleman

Eels - The Cautionary Tales of Mark Oliver Everett (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eels - The Cautionary Tales of Mark Oliver Everett - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is knap hoe Mark Oliver Everett inmiddels al 18 jaar prachtige platen weet te maken als Eels. Het zijn platen die altijd zullen worden vergeleken met het niet te overtreffen debuut Beautiful Freak uit 1996, maar iedere keer ben ik weer verbaasd hoe dichtbij Mark Oliver Everett, ook bekend als E, komt. Dat deed hij vorig jaar met het verrassend veelzijdige en dynamische Wonderfoul, Glorious en dat doet hij nu met het meer ingetogen The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett. The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett is naar verluid een zeer persoonlijke plaat, maar persoonlijk zie ik in de teksten niet zoveel met zijn vorige platen, waarbij ook al flink wat persoonlijk leed voorbij kwam. Vergeleken met het bij vlagen rockende of zelfs funky Wonderful, Glorious, kiest The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett vooral voor zeer ingetogen en over het algemeen melancholisch en stemmig klinkende songs. Akoestische gitaar, incidenteel breed uitwaaierende elektrische gitaren, piano en strijkers bepalen voor een belangrijk deel het geluid op de nieuwe plaat van Eels. The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett lijkt een plaat zonder opsmuk, maar dit is deels schijn. Er is hoorbaar veel aandacht besteed aan de fraaie instrumentatie en ook de zang op de plaat is mooi verzorgd. Na het uitbundige Wonderful, Glorious lijkt The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett in eerste instantie een erg sobere en sombere plaat, maar dat valt erg mee. Op de nieuwe plaat van Eels domineren weliswaar de meer ingetogen en zich in een lager tempo voortslepende songs, maar iedere song klinkt net wat anders en bovendien is er ook op deze plaat beperkt ruimte voor een meer uptempo en wat vrolijkere klanken. The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett grijpt, meer dan de afgelopen paar platen, terug op het vroege werk van Eels. Hier en daar hoor ik flink wat van Beautiful Freak, maar het uit 2005 stammende Blinking Lights And Other Revelations biedt misschien nog wel meer aanknopingspunten. Mark Oliver Everett heeft in het verleden al zo vaak verrast met bijzondere muziek dat dit inmiddels bijna onmogelijk is, maar toch is ook de nieuwe plaat van Eels zeker geen herhalingsoefening. Hoewel ik best gecharmeerd was van de wat stevigere en voller klinkende platen die Eels de afgelopen jaren uitbracht, vond ik The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett direct bij eerste beluistering al beter. En in de afgelopen week is de nieuwe plaat van Eels zeker niet slechter geworden. In tekstueel opzicht komt er ook dit keer het nodige levensleed voorbij, maar de nieuwe Eels komt op mij zeker niet over als een deprimerende plaat. Met name de songs waarin Mark Oliver Everett zich vooral door piano laat begeleiden zijn van een enorme schoonheid en doen hier en daar wat denken aan het vroege werk van Tom Waits. Op de lichtvoetigere voorganger liet E de teugels af en toe vieren en kreeg je ook als luisteraar wat meer lucht, maar The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett is weer een plaat die je eigenlijk continu bij de strot grijpt. E heeft naar eigen zeggen een beangstigend persoonlijke plaat afgeleverd. Het is een plaat die veel meer impact heeft dan de vorige platen van Eels (die ook zeker niet slecht waren). Beautiful Freak wordt ook dit keer niet overtreffen, maar het stemmige en weemoedige The Cautionary Tales Of Mark Oliver Everett komt soms angstig dichtbij. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Eels - The Deconstruction (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eels - The Deconstruction - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In de zomer van 1996 was er opeens Beautiful Freak van Eels. Het debuut van de band rond de Amerikaanse muzikant Mark Oliver Everett, inmiddels vooral bekend als E, sloeg in als de spreekwoordelijke bom en verpakte een bijzonder eigen geluid in werkelijk gitzwarte songs.

Het is voor mij het geluid van de zomer van 1996 en zeker ook van de herfst en winter die volgden en ik denk niet dat 1996 uiteindelijk een betere plaat heeft opgeleverd dan de eerste van Eels.

De sensatie van het zo bijzondere debuut heeft Eels wat mij betreft nooit meer kunnen evenaren laat staan overtreffen, maar de band uit Los Angeles, met E als enige constante, heeft inmiddels wel een flinke stapel prima platen op haar naam staan.

Hier zitten een aantal platen tussen die alles bij elkaar genomen misschien nog wel beter en indrukwekkender zijn dan Beautiful Freak, waaronder zeker Electro-Shock Blues uit 1998 en Hombre Lomo uit 2009, maar als ik er één mag meenemen naar een onbewoond eiland, kies ik absoluut voor het debuut van Eels, dat ik inmiddels noot voor noot ken.

Waar het geluid op Beautiful Freak in 1996 totaal anders klonk dan alles wat ik gewend was, klinkt de nieuwe plaat van Eels echt vrijwel onmiddellijk vertrouwd. The Deconstruction bevat een aantal ingrediënten die ook op het debuut van de band een cruciale rol speelden, waaronder natuurlijk de zo herkenbare stem van E, de subtiele en opvallende instrumentatie en de zeker ook de zo karakteristieke donkere sfeer.

The Deconstruction is, net als vrijwel al zijn voorgangers, zeker geen vrolijke plaat, maar voor Eels begrippen klinkt het in muzikaal opzicht allemaal verrassend zonnig en hier en daar zelfs lichtvoetig.

Op The Deconstruction wordt de uit duizenden herkenbare stem van Mark Oliver Everett vooral omgeven door heerlijk zweverig of juist pastoraal klinkende synths, maar net als op vrijwel alle andere platen van de band, spelen ook de direct aan Eels te relateren gitaarlijnen een belangrijke rol en duiken verder hier en daar de van de band bekende stuwende ritmes op. Opvallend is de grote rol voor strijkers, wat de stemmige uitwerking van de songs op de plaat nog wat verder vergroot.

Ook The Deconstruction is natuurlijk niet zo goed of memorabel als het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide debuut van Eels uit 1996, maar vooralsnog vind ik het zeker een van de aangenamere platen van de band.

E kleurde zijn muziek de afgelopen decennia soms wel erg donker en deprimerend in en daar moet je tegen kunnen. Van mij mag het wel wat opgewekter en dat is precies hoe Eels klinkt op The Deconstruction. Eels ging op een aantal van de vroegere platen flink los, maar The Deconstruction is een vooral ingetogen en stemmige plaat, al zitten er ook wel wat uptempo songs tussen de maar liefst 15 songs waarmee E op de proppen komt.

Het zijn songs die met zevenmijlslaarzen door het inmiddels rijke oeuvre van de band springen en die flink blijven steken bij de plaat uit 1996 die velen zo dierbaar is. Opvallende plaat van een bijzonder mens en muzikant. Ook The Deconstruction is mij inmiddels dierbaar. Erwin Zijleman

EERA - Reflection of Youth (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: EERA - Reflections Of Youth - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het begint gelukkig wat rustiger te worden aan het release front en dat geeft me de tijd om nog eens door de stapel die zich de afgelopen maand(en) heeft opgebouwd te lopen.

Hierbij kwam ik eerder deze week Reflections Of Youth van EERA tegen en deze plaat schaar ik inmiddels onder de aangename verrassingen en de interessantere debuten van het moment.

EERA is het alter ego van de Noorse singer-songwriter Anna Lena Bruland, die al een tijdje vanuit Londen opereert. Reflections Of Youth is het debuut van de Noorse muzikante en het is een debuut dat zich niet makkelijk in een hokje laat duwen.

De plaat opent met een rauw en wat onderkoeld popliedje dat wel wat raakvlakken heeft met het werk van PJ Harvey. Die naam duikt vaker op bij beluistering van het debuut van EERA, maar Anna Lena Bruland springt niet alleen kris kras door het bijzondere oeuvre van PJ Harvey, maar geeft bovendien haar eigen draai aan de invloeden die ze heeft opgepikt.

In de tweede track lijkt de Noorse even in de voetsporen van Lana del Rey te treden, maar al snel trekken donkere wolken over. In deze donkere wolken is een vleugje dreampop verwerkt, maar EERA gaat ook aan de haal met invloeden uit de postpunk en verloochent ook haar afkomst niet. Reflections Of Youth heeft hier en daar het donkere en sprookjesachtige dat de platen van de Scandinavische ijsprinsessen kenmerkt, maar bij EERA kan het alle kanten op.

Het ene moment waaien de atmosferische klanken breed uit, maar niet veel later kiest de Noorse singer-songwriter voor een uiterst intiem en ingetogen popliedje, dat aan het eind toch weer verrast met een experimentele elektronische wending of voor een stevige gitaarsong.

Vergeleken met de meeste van haar soortgenoten is de muziek van EERA behoorlijk rauw en domineren de rafels. Het gitaarwerk op de plaat is ruw en eenvoudig en geeft de muziek van EERA een bijzondere energie. De meeste songs op Reflections Of Youth hebben een donkere ondertoon, maar het kan bij EERA zoals eerder gezegd alle kanten op.

De vanuit Londen opererende muzikante laat zich niet in een hokje duwen en kiest nadrukkelijk het experiment. De meeste tracks op de plaat eindigen hierdoor anders dan ze begonnen zijn, wat van het debuut van EERA een vat vol tegenstrijdigheden maakt. Het heeft absoluut wat van PJ Harvey, maar ook Patti Smith moet worden genoemd als vergelijkingsmateriaal, net als Jeff Buckley, Cat Power, The Cocteau Twins, een beetje Riot Grrrl, af en toe wat van Kate Bush, een beetje Beth Gibbons en zo kan ik nog wel even door gaan.

Laat ik er maar op houden dat vergelijken in het geval van EERA zinloos is. Op Reflections Of Youth slaat de Noorse muzikante uiteenlopende wegen in, maar maakt ze eigenlijk continu indruk met songs die dieper graven dan die van de concurrentie en songs die veel meer impact hebben dan die van haar soortgenoten.

Bij eerste beluistering springt de plaat misschien nog net wat teveel van de hak op de tak, maar bij de volgende ronde is iedere noot raak en betovert Anna Lena Bruland met afwisselend rauwe en sprookjesachtige klanken, met songs die de fantasie maar blijven prikkelen en met een stem die ruw kan uithalen, zwaar kan benevelen of zwoel kan verleiden.

Reflections Of Youth is in de release storm van een maand geleden ongetwijfeld bij velen uit beeld geraakt, maar het debuut van EERA verdient alle aandacht, al is het maar omdat het een jaarlijstjesplaat is. Erwin Zijleman

EERA - Speak (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: EERA - Speak - dekrentenuitdepop.blogspot.com

EERA - Speak
Anna Lena Bruland debuteerde vier jaar geleden lekker eigenzinnig als EERA en behoudt deze eigenzinnigheid op het uitstekende Speak, waarop ze de gitaren overgiet met een flinke bak elektronica

Ik moet eerlijk toegeven dat ik EERA al weer bijna vergeten was, maar wat was haar debuut Reflection Of Youth vier jaar geleden een leuk album. Het was een album dat me aan van alles en nog wat deed denken, maar dat uiteindelijk toch een lekker eigenwijs geluid liet horen. Op Speak herhaalt EERA dit kunstje, op een album dat deels voortborduurt op het goed ontvangen debuut en deels mijlenver is verwijderd van dit debuut. Dat laatste is vooral de verdienste voor de bak elektronica die de Noorse muzikante dit keer heeft ingezet. Speak klinkt hierdoor grootser en meeslepender dan zijn voorganger, maar ik hoor gelukkig ook nog steeds het ruwe en intieme van het debuut.

Ik was vier jaar geleden flink onder de indruk van Reflection Of Youth van EERA. Het debuutalbum van het alter ego van de Noorse muzikante Anna Lena Bruland liet een fris en avontuurlijk geluid horen. Aan de ene kant bewoog Reflection Of Youth zich kris kras door het volledige oeuvre van PJ Harvey, maar het had af en toe ook wel wat van Lana Del Rey en EERA klonk bovendien hier en daar als een echte Scandinavische ijsprinses.

Uiteindelijk sleepte ik er in mijn recensie van het album nog veel meer vergelijkingsmateriaal bij, variërend van Jeff Buckley, Cat Power en The Cocteau Twins tot een beetje Riot Grrrl, wat van Kate Bush en een beetje Beth Gibbons. Dat is prachtig vergelijkingsmateriaal voor een debuutalbum en ik voorspelde EERA dan ook een grote toekomst.

Anna Lena Bruland heeft de tijd genomen voor haar tweede album. De Noorse muzikante verruilde Londen voor Berlijn en ging de afgelopen jaren vooral op zoek naar zichzelf. Op Speak klinkt EERA zelfverzekerder, al was haar overtuigende debuutalbum wat mij betreft ook geen reden voor onzekerheid. De lange periode tussen Reflection Of Youth en Speak was voor de liefhebbers voor de muziek van EERA vervelend, maar het heeft de Noorse muzikante wel de tijd geboden om zich muzikaal te ontwikkelen.

Speak is een logisch vervolg op het debuutalbum van EERA, maar het is ook een album dat flink anders klinkt en een aantal indrukwekkende stappen zet. Direct vanaf de eerste noten hoor je de door postpunk beïnvloede gitaarlijnen die ook op het debuut van EERA te horen waren en duiken flarden PJ Harvey en Scandinavische ijsprinsessen op.

Aan de andere kant hoor je ook direct dat EERA op Speak heeft gekozen voor een veel voller geluid, dat uit meerdere lagen bestaat. Aan de vaak wat elementaire gitaarlijnen zijn meerdere lagen elektronica toegevoegd en ook de stem van Anna Lena Bruland komt in meerdere lagen uit de speakers.

Het is een geluid dat wel wat doet denken aan de shoegaze en dreampop uit de jaren 90, maar het knappe van de muziek van EERA is dat het muziek is die aan de ene kant groots, dromerig en meeslepend is en aan de andere kant klein, ruw en intiem. Net als op haar debuutalbum maakt de Noorse muzikante ook nog eens muziek die alle kanten op schiet, maar die op een of andere manier t ook consistent klinkt.

Ik moest wel wat wennen aan de wolken elektronica die voorbij drijven op Speak, maar na enige gewenning valt alles op zijn plek en maakt EERA minstens net zoveel indruk als met haar debuutalbum vier jaar geleden en wat mij betreft zelfs meer. In muzikaal opzicht is Speak veelkleuriger en in vocaal opzicht is het nieuwe album beter dan het debuut van EERA.

De Noorse muzikante is er verder in geslaagd om een eigenzinnig geluid te behouden, maar ook verder door te ontwikkelen. Reflection Of Youth kreeg ondanks een aantal hele positieve recensies niet overdreven veel aandacht en ook de aandacht voor Speak is tot dusver helaas beperkt. Het is zonde, want ook met album nummer twee laat Anne Lena Bruland weer horen dat ze veel te bieden heeft en dat ze zich vrij makkelijk weet te onderscheiden van de talloze collega muzikanten die zich momenteel bewegen in de genres die ze als EERA aanpakt. Erwin Zijleman

Eerie Wanda - Internal Radio (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eerie Wanda - Internal Radio - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Eerie Wanda - Internal Radio
Eerie Wanda, een project van de Nijmeegse muzikante Marina Tadic, vervolgt haar weg met het uitstekende Internal Radio, dat indruk maakt met donkere maar ook zeer sfeervolle songs vol geheimen

Marina Tadic maakte ruim drie jaar geleden indruk met Pet Town, het tweede album van haar project Eerie Wanda. Na een zeer geslaagd uitstapje met de Amerikaanse indierock band Kidbug, keert Eerie Wanda deze week terug met Internal Radio, dat nog een stuk mooier en indrukwekkender is dan zijn voorganger. Het nieuwe album van Eerie Wanda verschilt van zijn voorganger als de dag van de nacht. De zonnige klanken van Pet Town hebben plaats gemaakt voor een donker en wat dromerig geluid, waarin elektronica een belangrijke rol speelt en waarin Marina Tadic indruk maakt als zangeres. Internal Radio is een wonderschoon album dat steeds intenser betovert.

Pet Town, het tweede album van Eerie Wanda, liet ik in 2019 maar liefst tien maanden op de stapel liggen, voor ik het album eindelijk op de juiste waarde wist te schatten. Het project van de in Bosnië-Herzegovina geboren, maar in Nederland opgegroeide Marina Tadic, vermaakte op het tweede album van Eerie Wanda met buitengewoon zonnige maar ook knap in elkaar stekende popliedjes, die ik in eerste instantie omarmde als ‘guilty pleasures’, maar die uiteindelijk veel meer bleken dan dat. Het zijn popliedjes die het complete spectrum tussen Belle And Sebastian en Mazzy Star wisten te bestrijken, maar Eerie Wanda had op Pet Town ook een duidelijk eigen geluid, dat nieuwsgierig maakte naar volgende stappen.

Marina Tadic dook in 2020 op als lid van de Amerikaanse band Kidbug, die een uitstekend indierock album afleverde, maar inmiddels ligt de focus weer bij Eerie Wanda, dat deze week terugkeert met Internal Radio. Marina Tadic maakte het nieuwe album van Eerie Wanda samen met de legendarische Amerikaanse muzikant en producer (Mark) Kramer, het alter ego van Stephen Michael Bonner, die onder andere het complete oeuvre van Galaxie 500 produceerde, en hiernaast schoof Kidbug collega Adam Harding aan voor extra en altijd prachtige gitaarpartijen.

Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat Internal Radio een totaal ander album is geworden dan voorganger Pet Town. De zonnige klanken van het vorige album van Eerie Wanda hebben plaatsgemaakt voor een stemmiger en veel donkerder geluid, dat perfect past bij de vorige week binnengehaalde herfst. De meeste songs op het album slepen zich langzaam voort en zijn rijk versierd met wolken elektronica, wat in de openingstrack direct associaties oplevert met de muziek van Beach House.

Het Frans-Amerikaanse duo blijft het hele album lang relevant vergelijkingsmateriaal, maar ook dit keer heeft Eerie Wanda een duidelijk eigen geluid, waarin ook organische klanken hun weg hebben gevonden. Wanneer de gitaren wat steviger worden aangezet flirt Internal Radio voorzichtig met postpunk, maar het album bevat ook een aantal meer ingetogen en dromerige tracks met een vleugje dreampop en een snufje Cocteau Twins, die David Lynch zo kan gebruiken voor de prequel, sequel of spin-off van Twin Peaks.

Internal Radio is een veelzijdig album, waarop volop ruimte is voor experiment, maar Eerie Wanda slaagt er ook in om de wat donkere en mysterieuze sfeer vast te houden in alle tracks, waardoor Internal Radio een zeer consistent album is. Net als op het vorige album zijn de songs van Eerie Wanda van het soort dat makkelijk verleidt, maar ook dit keer zitten de songs van Marina Tadic knap in elkaar. Zo zijn de lagen elektronica die zijn toegevoegd verrassend subtiel en ook de andere instrumenten die zijn toegevoegd aan het mooie geluid op Internal Radio laten veel ruimte open.

Deze ruimte wordt fraai gevuld met de mooie stem van Marina Tadic, die zich als zangeres flink heeft ontwikkeld sinds haar vorige album en klaar lijkt voor een internationale carrière. Voor het op de juiste waarde schatten van het vorige album van Eerie Wanda had ik zoals eerder gezegd een maand of tien nodig, maar bij mijn eerste beluistering van Internal Radio was ik er echt onmiddellijk uit: Prachtplaat! Jaarlijstjesmateriaal! Punt. Erwin Zijleman

Eerie Wanda - Pet Town (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Eerie Wanda - Pet Town - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Eerie Wanda - Pet Town
Eerie Wanda heeft een album gemaakt waarbij het heerlijk wegdromen is, maar luister wat beter en je hoort hoe knap het allemaal in elkaar zit

Pet Town van Eerie Wanda verscheen helemaal aan het begin van 2019 en kreeg voor een album van een Nederlandse band verrassend veel aandacht in de Verenigde Staten. Daar valt niets op af te dingen, want het tweede album van Eerie Wanda is ijzersterk. De instrumentatie op het album is zoet en zonnig, maar steekt razendknap in elkaar. Het kleurt perfect bij de dromerige stem van Marina Tadic, die nog wat zonnestralen toevoegt aan een album dat bol blijkt te staan van de invloeden. Het zorgt ervoor dat je steeds weer nieuwe dingen hoort op Pet Town, maar de zoete verleiding van het album blijft onweerstaanbaar. Geweldige plaat.

Pet Town van Eerie Wanda verscheen aan het begin van 2019 en ligt inmiddels dus al bijna tien maanden op de stapel met albums die ik nog niet heb afgeschreven voor een plekje op mijn BLOG, wat uitzonderlijk lang is.

In die tien maanden twijfelde ik constant of het album nu een guilty pleasure is (wat dat vond ik het direct bij eerste beluistering) of meer dan dat, maar inmiddels ben ik er uit.

Eerie Wanda is de band rond de in Bosnië-Herzegovina geboren Marina Tadic. Als kind ontvluchtte ze met haar ouders de oorlog in het voormalige Joegoslavië en vond ze onderdak in Nederland. Inmiddels maakt ze al heel wat jaren muziek, wat in 2016 resulteerde in het goed ontvangen debuut van Eerie Wanda.

Pet Town is het tweede album van Eerie Wanda en het is een erg aangenaam album. Pet Town staat vol met zonnig klinkende en subtiel in elkaar zittende popliedjes. Het zijn popliedjes die op een of andere manier herinneren aan muziek uit een ver verleden, maar Pet Town klinkt ook absoluut eigentijds.

De subtiele en vaak opgewekte of zelfs zoet klinkende instrumentatie past goed bij de mooie stem van Marina Tadic, die op het tweede album van Eerie Wanda is voorzien van flink wat galm. De songs van Eerie Wanda klinken lichtvoetig en vaak honingzoet en doen aan van alles en nog wat denken. Soms heeft het wat van Belle & Sebastian en soms wat van Stereolab, maar het tweede album van de Nijmeegse band flirt ook met 60s psychedelica en Braziliaanse bossa nova.

De zoete en vaak wat dromerige songs doen het uitstekend als guilty pleasure, maar Pet Town van Eerie Wanda is wat mij betreft toch veel meer dan dat. Steeds weer valt op hoe knap de songs van de Nederlandse band in elkaar steken en hoe inventief gebruik wordt gemaakt van het instrumentarium. Pet Town klinkt daarom steeds weer net wat anders, maar blijft zwoel en verleidelijk, al is het maar vanwege de heerlijk dromerige zang van Marina Tadic, die uiteenlopende invloeden combineert in haar zang.

Het tweede album van Eerie Wanda is een album on heerlijk bij weg te dromen en voegt flink wat zonnestralen toe aan een week vol donkere albums. Helemaal vrij van melancholie is Pet Town echter ook niet, wat de lichtvoetige songs op het album voorziet van diepte.

Pet Town was voor mij maanden lang een lekker album voor op de achtergrond, maar pas sinds ik de muziek van Eerie Wanda beluister als meer dan een guilty pleasure, hoor ik hoe knap de songs op het album in elkaar steken. De voornamelijk akoestische klanken op het album doen steeds net iets anders dan je verwacht, krijgen hier en daar gezelschap van bijzonder klinkende orgeltjes en hebben iets speels door de bijzondere vormen van percussie. En wanneer het allemaal net wat minder zonnig klinkt, kan Eerie Wanda zomaar opschuiven richting Mazzy Star, waardoor mijn oorspronkelijke aarzeling verdween als sneeuw voor de zon.

Liefhebbers van een guilty pleasure die de herfst en de winter nog even buiten de deur houdt, zijn bij Pet Town van Eerie Wanda aan het juiste adres, maar ook de veeleisende muziekliefhebber kan zeker met het album van de de Nederlandse band uit de voeten. Pet Town vermaakt vanaf de eerste seconden meedogenloos, maar begint vervolgens met het vrijgeven van vele mooie geheimen. Voor mij zonder enige twijfel een krent uit de pop dus, al kom ik daar wel erg laat achter. Erwin Zijleman

Eiko Ishibashi - Antigone (2025)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Eiko Ishibashi - Antigone - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Eiko Ishibashi - Antigone
De Japanse muzikante Eiko Ishibashi maakt op Antigone mooie en bijzondere muziek, die zich heeft laten beïnvloeden door meerdere genres en die zowel door de muziek als de zang anders klinkt dan ik gewend ben

Ik heb lang getwijfeld over Antigone van Eiko Ishibashi, want de muzikante uit Tokyo maakt muziek die me keer op keer op het verkeerde been zet. Dat betekent niet dat Eiko Ishibashi moeilijke muziek maakt, want de muziek op Antigone is het grootste deel van de tijd heel aangenaam en toegankelijk. Het is muziek die zich niet heel makkelijk laat omschrijven, want de Japanse muzikante verwerkt uiteenlopende invloeden en smeedt al deze invloeden samen in een bijzonder geluid. Ik vond het wel even wennen, maar eenmaal gewend aan de mooie klanken en de bijzondere zang is Antigone van Eiko Ishibashi een album dat de fantasie uitvoerig prikkelt.

Ik doe, zeker nu het aantal interessante albums door de zomerstop wat begint af te nemen, regelmatig een greep uit de flinke stapel albums die de afgelopen maanden is blijven liggen. Een album dat hierbij met enige regelmaat terugkeert is Antigone van Eiko Ishibashi. Het is een album dat begin dit jaar zeer warm is onthaald door de critici, maar het is ook een album dat zich voor een belangrijk deel buiten mijn muzikale comfort zone beweegt, waardoor ik het al een paar keer heb teruggelegd op de stapel.

Het bewegen buiten mijn muzikale comfort zone begint al met de teksten in het Japans, maar ook in muzikaal en vocaal opzicht wijkt Antigone flink af van de albums waar ik normaal gesproken naar luister. Het betekent zeker niet dat het meest recente album van de Japanse muzikante Eiko Ishibashi een ontoegankelijk of lastig te doorgronden album is, want dat is het zeker niet.

Zo beschikt de muzikante uit Tokyo over een hele mooie stem, die misschien anders klinkt dan de stemmen uit de Europese en Amerikaanse popmuziek, maar toch makkelijk overtuigt, zeker wanneer je gewend bent aan de soms wat hoge klanken. Ook de muziek op Antigone is bijzonder mooi. Het is muziek die zich door van alles en nog wat heeft laten beïnvloeden, waardoor Antigone ook in muzikaal opzicht duidelijk andere klinkt dan muziek die in Europa of de VS wordt gemaakt.

Dat betekent overigens niet dat Eiko Ishibashi veel invloeden uit de Japanse muziek verwerkt op haar meest recente album, want dat valt reuze mee. Op Antigone spelen invloeden uit de jazz een belangrijke rol, maar ik hoor ook invloeden uit de ambient en hiernaast spelen zowel invloeden uit de avant garde als de pop een voorname rol op het album, dat ook neoklassieke elementen bevat en ook wel wat aan filmmuziek doet denken. Het levert een warm en bij vlagen zeer toegankelijk geluid op, maar het is ook een geluid dat de fantasie prikkelt en een geluid dat op een of andere manier duidelijk anders klinkt dan dat op de meeste andere albums van het moment.

Eiko Ishibashi, die overigens al een flinke stapel albums op haar naam heeft staan, werkt op Antigone samen met de zeer eigenzinnige Amerikaanse muzikant Jim O’Rourke, wiens albums ik over het algemeen overigens laat liggen. Ik heb verder niet zo heel veel informatie over het album, maar zo te horen wordt de Japanse muzikante bijgestaan door een aantal muzikanten uit de jazzscene.

Antigone bevat vooral wat lome jazzy klanken, met een hoofdrol voor stemmige blazers, en blijft gelukkig ver weg van de zenuwachtige jazz waar ik maar lastig tegen kan. Organische klanken worden op bijzondere wijze gecombineerd met elektronica, wat het eigen karakter van de muziek van Eiko Ishibashi verder versterkt. Antigone is een album dat zich als een warme deken om je heen slaat en het is wat mij betreft een album dat het vooral aan de randen van de dag erg goed doet.

De zeer verzorgd klinkende muziek op het album en de rustgevende vocalen van Eiko Ishibashi voorzien het album van een bijzondere sfeer, die uitnodigt tot ontspannen of zelfs wegdromen. Zak echter niet te ver weg, want Antigone is ook een album vol bijzonder mooie details, die het verdienen om uitgeplozen te worden. Het duurde even voor het kwartje viel, maar inmiddels ben ik volledig overtuigd van de kwaliteit van Antigone. Erwin Zijleman