Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Gabriel Garzón-Montano - Jardín (2017)

4,0
1
geplaatst: 3 februari 2017, 15:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gabriel Garzón-Montano - Jardin - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Gabriel Garzón-Montano is een muzikant uit New York die het etiket R&B opgeplakt heeft gekregen.
Het is een etiket waarvoor ik over het algemeen niet direct enthousiast opveer, maar dat deed ik wel toen de eerste noten van Jardin uit de speakers kwamen.
De muziek van Gabriel Garzón-Montano bevat absoluut invloeden uit de R&B, maar de tweede plaat van de Amerikaan (zijn debuut Bishouné: Alma del Huila ken ik niet) is ook niet vies van invloeden uit onder andere de soul, funk, pop, psychedelica en jazz.
Jardin is door alle invloeden een plaat die associaties oproept met van alles en nog wat. Zeker in de psychedelische en funky momenten lijkt het er op dat Prince is opgestaan, maar Gabriel Garzón-Montano sluit ook aan bij een deel van het oeuvre van Stevie Wonder, de eerste plaat van Lenny Kravitz, de soul van Maxwell en D’Angelo, de veelkleurige muziek van Todd Rundgren uit de jaren 70, het experimentelere werk van Paul McCartney en zo kan ik nog wel even door gaan.
Ook de liefhebber van hip hop en R&B zal waarschijnlijk van alles herkennen op Jardin, maar ik ben niet genoeg thuis in dit genre om te kunnen zeggen of vaak genoemde namen als J Dilla en Timbaland relevant zijn.
De muziek van Gabriel Garzón-Montano is muziek die absoluut buiten de lijntjes kleurt, maar toch maakt de muzikant uit New York het je niet heel moeilijk met Jardin. De voornamelijk ingetogen klanken liggen bijzonder lekker in het gehoor en voldoen ook uitstekend op de achtergrond.
Jardin wordt echter een stuk interessanter wanneer je de muziek van Gabriel Garzón-Montano met volledige aandacht beluistert. Jardin valt op door bijzondere songstructuren, een veelheid aan invloeden en songs die zowel het oor strelen als de aandacht prikkelen.
Jardin klinkt bijzonder en dat is vooral de verdienste van de instrumentatie die op fraaie wijze warmbloedige organische klanken (met een hoofdrol voor de piano) combineert met elektronica. Het is een uiterst subtiele instrumentatie die er voor zorgt dat Jardin warm en ontspannen klinkt, wat in deze tijden van overvolle producties een oase van rust oplevert. Die rust domineert overigens ook in de vocalen, die zich vrijwel nergens overdreven opdringen.
Bij eerste beluisteringen van Jardin vond ik het na een tijdje wel wat eenvormig worden, maar naarmate je de plaat vaker hoort, blijken vrijwel alle songs op de plaat aan kracht te winnen.
Jardin begeeft zich absoluut op terreinen die ik normaal gesproken niet zo kan waarderen, maar Gabriel Garzón-Montano doet zoveel mooie dingen dat ik blijf luisteren. "Quiet Magic" noemde The Daily Californian eerder deze week en dat is een mooie omschrijving van deze fascinerende plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gabriel Garzón-Montano - Jardin - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Gabriel Garzón-Montano is een muzikant uit New York die het etiket R&B opgeplakt heeft gekregen.
Het is een etiket waarvoor ik over het algemeen niet direct enthousiast opveer, maar dat deed ik wel toen de eerste noten van Jardin uit de speakers kwamen.
De muziek van Gabriel Garzón-Montano bevat absoluut invloeden uit de R&B, maar de tweede plaat van de Amerikaan (zijn debuut Bishouné: Alma del Huila ken ik niet) is ook niet vies van invloeden uit onder andere de soul, funk, pop, psychedelica en jazz.
Jardin is door alle invloeden een plaat die associaties oproept met van alles en nog wat. Zeker in de psychedelische en funky momenten lijkt het er op dat Prince is opgestaan, maar Gabriel Garzón-Montano sluit ook aan bij een deel van het oeuvre van Stevie Wonder, de eerste plaat van Lenny Kravitz, de soul van Maxwell en D’Angelo, de veelkleurige muziek van Todd Rundgren uit de jaren 70, het experimentelere werk van Paul McCartney en zo kan ik nog wel even door gaan.
Ook de liefhebber van hip hop en R&B zal waarschijnlijk van alles herkennen op Jardin, maar ik ben niet genoeg thuis in dit genre om te kunnen zeggen of vaak genoemde namen als J Dilla en Timbaland relevant zijn.
De muziek van Gabriel Garzón-Montano is muziek die absoluut buiten de lijntjes kleurt, maar toch maakt de muzikant uit New York het je niet heel moeilijk met Jardin. De voornamelijk ingetogen klanken liggen bijzonder lekker in het gehoor en voldoen ook uitstekend op de achtergrond.
Jardin wordt echter een stuk interessanter wanneer je de muziek van Gabriel Garzón-Montano met volledige aandacht beluistert. Jardin valt op door bijzondere songstructuren, een veelheid aan invloeden en songs die zowel het oor strelen als de aandacht prikkelen.
Jardin klinkt bijzonder en dat is vooral de verdienste van de instrumentatie die op fraaie wijze warmbloedige organische klanken (met een hoofdrol voor de piano) combineert met elektronica. Het is een uiterst subtiele instrumentatie die er voor zorgt dat Jardin warm en ontspannen klinkt, wat in deze tijden van overvolle producties een oase van rust oplevert. Die rust domineert overigens ook in de vocalen, die zich vrijwel nergens overdreven opdringen.
Bij eerste beluisteringen van Jardin vond ik het na een tijdje wel wat eenvormig worden, maar naarmate je de plaat vaker hoort, blijken vrijwel alle songs op de plaat aan kracht te winnen.
Jardin begeeft zich absoluut op terreinen die ik normaal gesproken niet zo kan waarderen, maar Gabriel Garzón-Montano doet zoveel mooie dingen dat ik blijf luisteren. "Quiet Magic" noemde The Daily Californian eerder deze week en dat is een mooie omschrijving van deze fascinerende plaat. Erwin Zijleman
Gabriella Cohen - Blue No More (2022)

4,0
0
geplaatst: 27 januari 2022, 17:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gabriella Cohen - Blue No More - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gabriella Cohen - Blue No More
De Australische muzikante Gabriella Cohen verrast wederom met een collectie volstrekt onweerstaanbaar lekkere popliedjes, die echt veel beter zijn dan je bij eerste beluistering denkt
Ik was zeer gecharmeerd van de eerste twee albums van Gabriella Cohen en ook het deze week en overigens vrij anoniem verschenen derde album van de muzikante uit Melbourne is weer heerlijk. Blue No More is net zo onweerstaanbaar als zijn twee voorgangers, maar een stuk veelzijdiger. Het album opent met een paar behoorlijk lichtvoetige popliedjes, maar langzaam maar zeker wordt de sfeer donkerder en intenser en worden de songs experimenteler. Het lijkt op het eerste gehoor misschien niet zo bijzonder wat Gabriella Cohen doet, maar ook dit album bevat weer geweldige popsongs en wat worden ze goed en veelkleurig uitgevoerd. Topalbum nummer drie van deze Australische muzikante.
Ik was in de allereerste dagen van 2017 heel enthousiast over het helemaal aan het eind van 2016 verschenen Full Closure And No Details van de Australische muzikante Gabriella Cohen. Omdat het album pas in het prille voorjaar van 2017 officieel in Nederland werd uitgebracht, kon ik het album aan het eind van 2017 opnemen in mijn jaarlijstje, waarin het debuut van de muzikante uit Melbourne verrassend hoog eindigde.
Op haar debuutalbum liet Gabriella Cohen zich stevig inspireren door de Phil Spector girlpop uit de jaren 50 en 60, maar de Australische muzikante sleepte er van alles bij. Full Closure And No Details was een album waar ik in ieder geval heel vrolijk van werd en dat was niet anders met het in de zomer van 2018 verschenen Pink Is The Colour Of Unconditional Love, dat wat verder was verwijderd van de girlpop van Phil Spector en ook wat minder donker klonk, maar zich wel vooral liet beïnvloeden door muziek uit met name de jaren 50 en 60.
Deze week dook Gabriella Cohen op met haar derde album, Blue No More. Het is een album dat ontbrak in de meeste releaselijstjes van de afgelopen week, maar gelukkig viel een Instagram post van de muzikante zelf me net voldoende op. Blue No More ligt deels in het verlengde van zijn twee voorgangers, maar klinkt toch ook weer net wat anders.
Gebleven zijn de invloeden uit een soms heel ver verleden, al zijn het wel net wat andere invloeden die Gabriella Cohen verwerkt in haar muziek. Gebleven zijn gelukkig ook de popliedjes waar ik in ieder geval heel vrolijk van word. Vergeleken met zijn twee voorgangers klinkt Blue No More vooral een stuk diverser.
Gabriella Cohen laat op haar derde album haar meest zorgeloze en lichtvoetige popliedjes tot dusver horen, maar staat ook garant voor donker getinte muziek met vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. De wel erg aanstekelijke popsongs aan het begin van het album kunnen menig muziekliefhebber op het verkeerde been zetten vrees ik, maar luister vooral verder, want op de tweede helft van het album laat de Amerikaanse muzikante horen dat ze ook met folk-noir en met zeer soulvolle tracks uit de voeten kan en ook voor een bluesy rocksong draait ze haar hand niet om.
Blue No More lijkt een album zonder muzikale en vocale hoogstandjes, maar schijn bedriegt. In een aantal tracks is de instrumentatie echt wonderschoon en waar Gabriella Cohen de ene keer wat nonchalant zingt, staat ze de volgende keer garant voor kippenvel. Alles op dit album is uiteindelijk veel beter dan het bij vluchtige eerste beluistering lijkt.
Blue No More is zoals gezegd het meest veelzijdige album van de muzikante uit Melbourne tot dusver en dat is zowel de zwakte als de kracht van het album. De songs op het album schieten aan de ene kant wel erg veel kanten op, waardoor de consistentie wat ontbreekt, maar aan de andere kant laat album nummer drie nog veel beter horen wat Gabriella Cohen allemaal in huis heeft.
Full Closure And No Details en Pink Is The Colour Of Unconditional Love waren toch vooral albums waar ik vrolijk van werd, maar op Blue No More hoor ik ook het eigenzinnige talent van Gabriella Cohen. Ik kan me goed voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd is van dit album, maar mij had de Australische muzikante direct weer te pakken met haar tijdloze popliedjes, die eigenlijk alleen maar leuker en zeker ook interessanter worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gabriella Cohen - Blue No More - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gabriella Cohen - Blue No More
De Australische muzikante Gabriella Cohen verrast wederom met een collectie volstrekt onweerstaanbaar lekkere popliedjes, die echt veel beter zijn dan je bij eerste beluistering denkt
Ik was zeer gecharmeerd van de eerste twee albums van Gabriella Cohen en ook het deze week en overigens vrij anoniem verschenen derde album van de muzikante uit Melbourne is weer heerlijk. Blue No More is net zo onweerstaanbaar als zijn twee voorgangers, maar een stuk veelzijdiger. Het album opent met een paar behoorlijk lichtvoetige popliedjes, maar langzaam maar zeker wordt de sfeer donkerder en intenser en worden de songs experimenteler. Het lijkt op het eerste gehoor misschien niet zo bijzonder wat Gabriella Cohen doet, maar ook dit album bevat weer geweldige popsongs en wat worden ze goed en veelkleurig uitgevoerd. Topalbum nummer drie van deze Australische muzikante.
Ik was in de allereerste dagen van 2017 heel enthousiast over het helemaal aan het eind van 2016 verschenen Full Closure And No Details van de Australische muzikante Gabriella Cohen. Omdat het album pas in het prille voorjaar van 2017 officieel in Nederland werd uitgebracht, kon ik het album aan het eind van 2017 opnemen in mijn jaarlijstje, waarin het debuut van de muzikante uit Melbourne verrassend hoog eindigde.
Op haar debuutalbum liet Gabriella Cohen zich stevig inspireren door de Phil Spector girlpop uit de jaren 50 en 60, maar de Australische muzikante sleepte er van alles bij. Full Closure And No Details was een album waar ik in ieder geval heel vrolijk van werd en dat was niet anders met het in de zomer van 2018 verschenen Pink Is The Colour Of Unconditional Love, dat wat verder was verwijderd van de girlpop van Phil Spector en ook wat minder donker klonk, maar zich wel vooral liet beïnvloeden door muziek uit met name de jaren 50 en 60.
Deze week dook Gabriella Cohen op met haar derde album, Blue No More. Het is een album dat ontbrak in de meeste releaselijstjes van de afgelopen week, maar gelukkig viel een Instagram post van de muzikante zelf me net voldoende op. Blue No More ligt deels in het verlengde van zijn twee voorgangers, maar klinkt toch ook weer net wat anders.
Gebleven zijn de invloeden uit een soms heel ver verleden, al zijn het wel net wat andere invloeden die Gabriella Cohen verwerkt in haar muziek. Gebleven zijn gelukkig ook de popliedjes waar ik in ieder geval heel vrolijk van word. Vergeleken met zijn twee voorgangers klinkt Blue No More vooral een stuk diverser.
Gabriella Cohen laat op haar derde album haar meest zorgeloze en lichtvoetige popliedjes tot dusver horen, maar staat ook garant voor donker getinte muziek met vooral invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. De wel erg aanstekelijke popsongs aan het begin van het album kunnen menig muziekliefhebber op het verkeerde been zetten vrees ik, maar luister vooral verder, want op de tweede helft van het album laat de Amerikaanse muzikante horen dat ze ook met folk-noir en met zeer soulvolle tracks uit de voeten kan en ook voor een bluesy rocksong draait ze haar hand niet om.
Blue No More lijkt een album zonder muzikale en vocale hoogstandjes, maar schijn bedriegt. In een aantal tracks is de instrumentatie echt wonderschoon en waar Gabriella Cohen de ene keer wat nonchalant zingt, staat ze de volgende keer garant voor kippenvel. Alles op dit album is uiteindelijk veel beter dan het bij vluchtige eerste beluistering lijkt.
Blue No More is zoals gezegd het meest veelzijdige album van de muzikante uit Melbourne tot dusver en dat is zowel de zwakte als de kracht van het album. De songs op het album schieten aan de ene kant wel erg veel kanten op, waardoor de consistentie wat ontbreekt, maar aan de andere kant laat album nummer drie nog veel beter horen wat Gabriella Cohen allemaal in huis heeft.
Full Closure And No Details en Pink Is The Colour Of Unconditional Love waren toch vooral albums waar ik vrolijk van werd, maar op Blue No More hoor ik ook het eigenzinnige talent van Gabriella Cohen. Ik kan me goed voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd is van dit album, maar mij had de Australische muzikante direct weer te pakken met haar tijdloze popliedjes, die eigenlijk alleen maar leuker en zeker ook interessanter worden. Erwin Zijleman
Gabriella Cohen - Full Closure and No Details (2016)

4,5
0
geplaatst: 2 januari 2017, 11:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gabriella Cohen - Full Closure And No Details - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De eerste releases van 2017 laten nog even op zich wachten, maar 2016 heeft me gelukkig nog meer dan genoeg tot dusver onbesproken moois nagelaten. Full Closure And No Details van Gabriella Cohen bijvoorbeeld.
Gabriella Cohen is een singer-songwriter uit het Australische Melbourne, die tot dusver vooral bekend is als frontvrouw van de Australische rockband The Furrs.
Na een op de klippen gelopen liefdesrelatie dook ze de studio in en tien dagen later lag er een prachtige breakup plaat.
Het is dat Phil Spector nog flink wat jaren achter de tralies zit, want anders was ik er van overtuigd geweest dat de oude meester Full Closure And No Details heeft geproduceerd. Het solodebuut van Gabriella Cohen is immers voorzien van een geluid vol echo’s naar de hoogtijdagen van Phil Spector’s Wall of Sound en zijn fameuze meidengroepen.
De Australische muzikante heeft hiernaast flink wat invloeden uit de dreampop en shoegaze in haar muziek gestopt en strooit verder driftig met invloeden uit de psychedelica en lo-fi. De laatste invloeden zorgen er voor dat Full Closure And No Details flink rammelt. Daar moet je tegen kunnen, maar persoonlijk vind ik het heerlijk.
Gabriella Cohen overtuigt op haar solodebuut met voor mij onweerstaanbare gitaarmuziek. Ze beschikt over een heerlijk dromerige, maar ook krachtige stem, die misschien nog wel het best is te omschrijven als een mix van Hope Sandoval en Bob Dylan. Met Hope Sandoval hebben we direct ook belangrijk vergelijkingsmateriaal te pakken, want Full Closure And No Details klinkt vaak als Mazzy Star dat is terug geflitst naar de jaren 60, om daar met Phil Spector een psychedelisch pareltje te maken. En net als Dylan slaagt Gabriella Cohen om je deelgenoot te maken van haar liefdesongeluk op een manier die bijna pijn doet.
Gabriella Cohen betreedt met haar solodebuut qua invloeden plat getreden paden, maar slaagt er desondanks in om anders te klinken dan de concurrentie. Ze doet dit door verrassende elementen als zweverige elektronica, strijkers of loeiende koeien (!) toe te voegen aan de instrumentatie of door opeens de tijd te nemen voor lang gitaargepingel.
Het zorgt ervoor dat Full Closure And No Details je langzaam maar zeker opzuigt in de wereld van Gabriella Cohen. Het is een wereld die even donker is gekleurd door haar liefdesbreuk, maar achter de donkere wolken zie ik al weer een flauw zonnetje opduiken.
Full Closure And No Details had me direct bij eerste beluistering al stevig te pakken, maar hoe vaker ik de plaat hoor, hoe mooier, indringender en indrukwekkender hij wordt. Als ik vandaag mijn jaarlijstje zou moeten maken, zou ik zeker een plekje inruimen voor dit prachtdebuut van de Australische singer-songwriter. Full Closure And No Details is immers een van de mooiste ruwe diamanten die ik het afgelopen jaar heb gehoord. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gabriella Cohen - Full Closure And No Details - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De eerste releases van 2017 laten nog even op zich wachten, maar 2016 heeft me gelukkig nog meer dan genoeg tot dusver onbesproken moois nagelaten. Full Closure And No Details van Gabriella Cohen bijvoorbeeld.
Gabriella Cohen is een singer-songwriter uit het Australische Melbourne, die tot dusver vooral bekend is als frontvrouw van de Australische rockband The Furrs.
Na een op de klippen gelopen liefdesrelatie dook ze de studio in en tien dagen later lag er een prachtige breakup plaat.
Het is dat Phil Spector nog flink wat jaren achter de tralies zit, want anders was ik er van overtuigd geweest dat de oude meester Full Closure And No Details heeft geproduceerd. Het solodebuut van Gabriella Cohen is immers voorzien van een geluid vol echo’s naar de hoogtijdagen van Phil Spector’s Wall of Sound en zijn fameuze meidengroepen.
De Australische muzikante heeft hiernaast flink wat invloeden uit de dreampop en shoegaze in haar muziek gestopt en strooit verder driftig met invloeden uit de psychedelica en lo-fi. De laatste invloeden zorgen er voor dat Full Closure And No Details flink rammelt. Daar moet je tegen kunnen, maar persoonlijk vind ik het heerlijk.
Gabriella Cohen overtuigt op haar solodebuut met voor mij onweerstaanbare gitaarmuziek. Ze beschikt over een heerlijk dromerige, maar ook krachtige stem, die misschien nog wel het best is te omschrijven als een mix van Hope Sandoval en Bob Dylan. Met Hope Sandoval hebben we direct ook belangrijk vergelijkingsmateriaal te pakken, want Full Closure And No Details klinkt vaak als Mazzy Star dat is terug geflitst naar de jaren 60, om daar met Phil Spector een psychedelisch pareltje te maken. En net als Dylan slaagt Gabriella Cohen om je deelgenoot te maken van haar liefdesongeluk op een manier die bijna pijn doet.
Gabriella Cohen betreedt met haar solodebuut qua invloeden plat getreden paden, maar slaagt er desondanks in om anders te klinken dan de concurrentie. Ze doet dit door verrassende elementen als zweverige elektronica, strijkers of loeiende koeien (!) toe te voegen aan de instrumentatie of door opeens de tijd te nemen voor lang gitaargepingel.
Het zorgt ervoor dat Full Closure And No Details je langzaam maar zeker opzuigt in de wereld van Gabriella Cohen. Het is een wereld die even donker is gekleurd door haar liefdesbreuk, maar achter de donkere wolken zie ik al weer een flauw zonnetje opduiken.
Full Closure And No Details had me direct bij eerste beluistering al stevig te pakken, maar hoe vaker ik de plaat hoor, hoe mooier, indringender en indrukwekkender hij wordt. Als ik vandaag mijn jaarlijstje zou moeten maken, zou ik zeker een plekje inruimen voor dit prachtdebuut van de Australische singer-songwriter. Full Closure And No Details is immers een van de mooiste ruwe diamanten die ik het afgelopen jaar heb gehoord. Erwin Zijleman
Gabriella Cohen - Pink Is the Colour of Unconditional Love (2018)

4,5
0
geplaatst: 3 juni 2018, 10:25 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gabriella Cohen - Pink Is The Colour Of Unconditional Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Het debuut van de Australische singer-songwriter Gabriella Cohen haalde ik in de eerste dagen van 2017 uit een aantal obscure jaarlijstjes over 2016, dook vervolgens nogmaals op toen de plaat alsnog in Nederland werd uitgebracht en kwam uiteindelijk terecht in de hoogste regionen van mijn jaarlijstje over 2017.
Full Closure And No Details was een debuut vol memorabele popliedjes, maar ook een lekker eigenzinnige plaat vol invloeden, variërend van Phil Spector meidenpop en 60s psychedelica tot dreampop en lo-fi. Ik omschreef het uiteindelijk als Mazzy Star geproduceerd door Phil Spector op een plaat vol Bob Dylan covers en dat is een omschrijving die maar zeer ten dele van toepassing is op de tweede plaat van Gabriella Cohen.
Ook op Pink Is The Colour Of Unconditional Love grijpt Gabriella Cohen graag terug op muziek uit een ver verleden, maar vergeleken met haar debuut klinkt haar nieuwe plaat stekeliger, directer en zonniger, maar ook een stuk minder loom en dromerig.
Pink Is The Colour Of Unconditional Love is misschien een andere plaat dan de zo bejubelde voorganger, maar is zeker niet minder goed. Gabriella Cohen schrijft nog altijd bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar het zijn op het zelfde moment heerlijk eigenzinnige popliedjes vol verrassingen.
Net als op Full Closure And No Details spelen gitaren een belangrijke rol, maar waar het gitaarwerk vorige keer zweverig en dromerig was, kiest de singer-songwriter dit keer afwisselend voor zonnige en stekelige akkoorden. In een aantal tracks heeft Gabriella Cohen genoeg aan dit gitaarwerk, maar de plaat bevat ook een aantal rijker georkestreerde tracks, waarin naast blazers vooral geweldige koortjes opduiken. In muzikaal opzicht laat de Australische muzikante zich weer door van alles en nog wat beïnvloeden, waarbij de popmuziek uit de jaren 50 en 60 nog steeds centraal lijkt te staan.
Op haar debuut liet Gabriella Cohen zich nog beluisteren als Hope Sandoval na een paar koppen sterke koffie, maar op haar nieuwe plaat heb ik naast associaties met de girlpop van Phil Spector enkele associaties met Patti Smith, al worden invloeden uit de muziek zoals die in de tweede helft van de jaren 70 werd gemaakt steeds weer verrijkt met de destijds verguisde invloeden uit het decennium ervoor, met hier en daar een verrassende voorliefde voor The Doors (de ritmes, het orgeltje).
Pink Is The Colour Of Unconditional Love is een plaat die aan de ene kant 50 jaar oud kan zijn, maar aan de andere kant alleen maar in het heden kan zijn gemaakt. Het is te hopen dat Phil Spector er in de gevangenis naar mag luisteren, want ook op de tweede plaat van Gabriella Cohen waart de hand van de oude meester rond.
Pink Is The Colour Of Unconditional Love is een plaat die direct goed is voor een glimlach, maar pas na vele keren hoor je hoe goed de tweede van Gabriella Cohen echt is. Waar de voorganger je onmiddellijk bedwelmde met lome en dromerige klanken, schudt de tweede van Gabriella Cohen je vooral wakker, waarna je wordt getrakteerd op popmuziek die met een noodgang door de geschiedenis van de popmuziek schiet en de leukste invloeden met grote kracht het heden in slingert.
Het levert een plaat op die zich nauwelijks laat vergelijken met andere platen van het moment en wat mij betreft wederom een goede kandidaat is voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gabriella Cohen - Pink Is The Colour Of Unconditional Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Het debuut van de Australische singer-songwriter Gabriella Cohen haalde ik in de eerste dagen van 2017 uit een aantal obscure jaarlijstjes over 2016, dook vervolgens nogmaals op toen de plaat alsnog in Nederland werd uitgebracht en kwam uiteindelijk terecht in de hoogste regionen van mijn jaarlijstje over 2017.
Full Closure And No Details was een debuut vol memorabele popliedjes, maar ook een lekker eigenzinnige plaat vol invloeden, variërend van Phil Spector meidenpop en 60s psychedelica tot dreampop en lo-fi. Ik omschreef het uiteindelijk als Mazzy Star geproduceerd door Phil Spector op een plaat vol Bob Dylan covers en dat is een omschrijving die maar zeer ten dele van toepassing is op de tweede plaat van Gabriella Cohen.
Ook op Pink Is The Colour Of Unconditional Love grijpt Gabriella Cohen graag terug op muziek uit een ver verleden, maar vergeleken met haar debuut klinkt haar nieuwe plaat stekeliger, directer en zonniger, maar ook een stuk minder loom en dromerig.
Pink Is The Colour Of Unconditional Love is misschien een andere plaat dan de zo bejubelde voorganger, maar is zeker niet minder goed. Gabriella Cohen schrijft nog altijd bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar het zijn op het zelfde moment heerlijk eigenzinnige popliedjes vol verrassingen.
Net als op Full Closure And No Details spelen gitaren een belangrijke rol, maar waar het gitaarwerk vorige keer zweverig en dromerig was, kiest de singer-songwriter dit keer afwisselend voor zonnige en stekelige akkoorden. In een aantal tracks heeft Gabriella Cohen genoeg aan dit gitaarwerk, maar de plaat bevat ook een aantal rijker georkestreerde tracks, waarin naast blazers vooral geweldige koortjes opduiken. In muzikaal opzicht laat de Australische muzikante zich weer door van alles en nog wat beïnvloeden, waarbij de popmuziek uit de jaren 50 en 60 nog steeds centraal lijkt te staan.
Op haar debuut liet Gabriella Cohen zich nog beluisteren als Hope Sandoval na een paar koppen sterke koffie, maar op haar nieuwe plaat heb ik naast associaties met de girlpop van Phil Spector enkele associaties met Patti Smith, al worden invloeden uit de muziek zoals die in de tweede helft van de jaren 70 werd gemaakt steeds weer verrijkt met de destijds verguisde invloeden uit het decennium ervoor, met hier en daar een verrassende voorliefde voor The Doors (de ritmes, het orgeltje).
Pink Is The Colour Of Unconditional Love is een plaat die aan de ene kant 50 jaar oud kan zijn, maar aan de andere kant alleen maar in het heden kan zijn gemaakt. Het is te hopen dat Phil Spector er in de gevangenis naar mag luisteren, want ook op de tweede plaat van Gabriella Cohen waart de hand van de oude meester rond.
Pink Is The Colour Of Unconditional Love is een plaat die direct goed is voor een glimlach, maar pas na vele keren hoor je hoe goed de tweede van Gabriella Cohen echt is. Waar de voorganger je onmiddellijk bedwelmde met lome en dromerige klanken, schudt de tweede van Gabriella Cohen je vooral wakker, waarna je wordt getrakteerd op popmuziek die met een noodgang door de geschiedenis van de popmuziek schiet en de leukste invloeden met grote kracht het heden in slingert.
Het levert een plaat op die zich nauwelijks laat vergelijken met andere platen van het moment en wat mij betreft wederom een goede kandidaat is voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman
Gabrielle Louise - If the Static Clears (2016)

4,5
1
geplaatst: 4 december 2016, 10:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gabrielle Louise - If The Static Clears - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Luister naar If The Static Clears van Gabrielle Louise en de kans is heel groot dat je aan Alison Krauss moet denken.
Ik was er zelfs even van overtuigd dat er muziek van Alison Krauss uit de speakers kwam, maar de prachtige stem op de plaat behoort wel degelijk toe aan Gabrielle Louise en dit hoor je ook wel wanneer je wat langer naar de plaat luistert.
If The Static Clears is voor mij het eerste wapenfeit van de singer-songwriter uit Boulder, Colorado, die overigens al een tijdje aan de weg timmert, en het is een wapenfeit dat is aangekomen als de spreekwoordelijke mokerslag.
We hebben het al een tijdje moeten doen zonder de mooie stem van Alison Krauss, maar wat Gabrielle Louise laat horen op haar nieuwe plaat doet er zeker niet voor onder. Haar stem is net zo helder als die van de koningin van de bluegrass revival en is ook net zo warm. Het is een stem die overigens niet alleen aan Alison Krauss doet denken, maar ook af en toe raakt aan die van Eva Cassidy of menig countryzangeres (er ligt een naam op het puntje van de tong) naar de kroon steekt. Het moet genoeg zeggen over de vocale capaciteiten van Gabrielle Louise, die haar stem ook nog eens voorziet van flink wat gevoel.
In muzikaal opzicht vind ik de muziek van Gabrielle Louise misschien nog wel aansprekender dan die van Alison Krauss, want de singer-songwriter die haar opleiding genoot aan het roemruchte Berklee College of Music in Boston, verrijkt haar folksongs met uiteenlopende invloeden. Zo zijn in veel tracks invloeden uit de country te horen, maar ook uitstapjes richting bluegrass, jazz en zelfs Latin worden niet geschuwd.
If The Static Clears van Gabrielle Louise werd mogelijk na een crowdfunding campagne en laat horen dat iedere binnengekomen Dollar goed werd besteed. De Amerikaanse singer-songwriter wordt op haar plaat bijgestaan door gelouterde muzikanten, die haar prachtige stem omgeven met stemmige en veelzijdige klanken, het geluid op de plaat klinkt glashelder en ook het artwork is mooi verzorgd.
Het zijn ingrediënten die If The Static Clears van Gabrielle Louise met gemak boven de middelmaat uit tillen, maar de Amerikaanse singer-songwriter heeft nog meer te bieden. Zo zijn haar songs stuk voor stuk van een opvallend hoog niveau en heeft ze ook in tekstueel opzicht iets te zeggen.
Alles bij elkaar genomen durf ik best te spreken van een sensatie, want If The Static Clears is ook nog eens een groeiplaat. Ik schaam me dan ook diep dat ik deze prachtige plaat zo lang heb laten liggen, al doen de warme klanken van Gabrielle Louise het in dit jaargetijde misschien nog wel beter dan in de herfst waarin de plaat verscheen. Zeer warm aanbevolen, maar dat zal duidelijk zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gabrielle Louise - If The Static Clears - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Luister naar If The Static Clears van Gabrielle Louise en de kans is heel groot dat je aan Alison Krauss moet denken.
Ik was er zelfs even van overtuigd dat er muziek van Alison Krauss uit de speakers kwam, maar de prachtige stem op de plaat behoort wel degelijk toe aan Gabrielle Louise en dit hoor je ook wel wanneer je wat langer naar de plaat luistert.
If The Static Clears is voor mij het eerste wapenfeit van de singer-songwriter uit Boulder, Colorado, die overigens al een tijdje aan de weg timmert, en het is een wapenfeit dat is aangekomen als de spreekwoordelijke mokerslag.
We hebben het al een tijdje moeten doen zonder de mooie stem van Alison Krauss, maar wat Gabrielle Louise laat horen op haar nieuwe plaat doet er zeker niet voor onder. Haar stem is net zo helder als die van de koningin van de bluegrass revival en is ook net zo warm. Het is een stem die overigens niet alleen aan Alison Krauss doet denken, maar ook af en toe raakt aan die van Eva Cassidy of menig countryzangeres (er ligt een naam op het puntje van de tong) naar de kroon steekt. Het moet genoeg zeggen over de vocale capaciteiten van Gabrielle Louise, die haar stem ook nog eens voorziet van flink wat gevoel.
In muzikaal opzicht vind ik de muziek van Gabrielle Louise misschien nog wel aansprekender dan die van Alison Krauss, want de singer-songwriter die haar opleiding genoot aan het roemruchte Berklee College of Music in Boston, verrijkt haar folksongs met uiteenlopende invloeden. Zo zijn in veel tracks invloeden uit de country te horen, maar ook uitstapjes richting bluegrass, jazz en zelfs Latin worden niet geschuwd.
If The Static Clears van Gabrielle Louise werd mogelijk na een crowdfunding campagne en laat horen dat iedere binnengekomen Dollar goed werd besteed. De Amerikaanse singer-songwriter wordt op haar plaat bijgestaan door gelouterde muzikanten, die haar prachtige stem omgeven met stemmige en veelzijdige klanken, het geluid op de plaat klinkt glashelder en ook het artwork is mooi verzorgd.
Het zijn ingrediënten die If The Static Clears van Gabrielle Louise met gemak boven de middelmaat uit tillen, maar de Amerikaanse singer-songwriter heeft nog meer te bieden. Zo zijn haar songs stuk voor stuk van een opvallend hoog niveau en heeft ze ook in tekstueel opzicht iets te zeggen.
Alles bij elkaar genomen durf ik best te spreken van een sensatie, want If The Static Clears is ook nog eens een groeiplaat. Ik schaam me dan ook diep dat ik deze prachtige plaat zo lang heb laten liggen, al doen de warme klanken van Gabrielle Louise het in dit jaargetijde misschien nog wel beter dan in de herfst waarin de plaat verscheen. Zeer warm aanbevolen, maar dat zal duidelijk zijn. Erwin Zijleman
Gabrielle Louise - The Unending Alteration of the Human Heart (2020)

4,0
0
geplaatst: 13 mei 2020, 21:21 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gabrielle Louise - The Unending Alteration Of The Human Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gabrielle Louise - The Unending Alteration Of The Human Heart
De Amerikaanse singer-songwriter Gabrielle Louise imponeert met een zich langzaam voortslepend album vol prachtige klanken en zang die continu goed is voor kippenvel
Ik was drieënhalf jaar geleden zeer onder de indruk van If The Static Clears van de Amerikaanse singer-songwriter Gabrielle Louise. Haar onlangs verschenen nieuwe album is nog veel mooier. The Unending Alteration Of The Human Heart ademt rust en betovert met een uitermate subtiele maar bijzonder fraaie instrumentatie, zich langzaam voortslepende songs en heldere zang die het oor intens streelt. Gabrielle Louise doet qua stem wel wat denken aan Alison Krauss, maar schuift in muzikaal opzicht wat meer op richting folk en country. Het levert een album op dat uitnodigt tot wegdromen, maar ondertussen wil je ook geen noot missen van de subtiele instrumentatie en de wonderschone zang op dit mooie album.
Aan het eind van 2016 maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Gabrielle Louise en was ik onmiddellijk onder de indruk van haar prachtige stem. Het is een stem die me wel wat deed denken aan die van Alison Krauss en dat is wat mij betreft één van de mooiste stemmen binnen de Amerikaanse rootmuziek.
Ook de wat traditioneel aandoende rootsmuziek van Gabrielle Louise beviel me zeer, waardoor ik If The Static Clears nog altijd met enige regelmaat in de cd-speler stop. Onlangs verscheen een nieuw album van de singer-songwriter uit Paonia, Colorado, en ook The Unending Alteration Of The Human Heart is een album dat ik nog heel vaak ga beluisteren.
Gabrielle Louise woonde de afgelopen jaren in een klein dorp in de bergen van Colorado en heeft de rust van het leven ver van de grote stad gevangen op haar nieuwe album. The Unending Alteration Of The Human Heart werd gemaakt met een prachtig ingetogen spelende ritmesectie, met twee snarenwonders en met producer Tim Mitchell, terwijl Gabrielle Louise zelf tekende voor akoestische gitaar, piano en natuurlijk de prachtige vocalen op het album.
The Unending Alteration Of The Human Heart is een album vol zich langzaam voortslepende songs, die prachtig zijn ingekleurd en die worden gedragen door de vocalen, die nog mooier zijn dan die op het vorige album van Gabrielle Louise. Het is knap hoe de muzikanten op het album uiterst subtiel en spaarzaam spelen, maar er toch voor zorgen dat The Unending Alteration Of The Human Heart prachtig is ingekleurd. Met name de twee snarenwonders op het album maken indruk met een heel arsenaal aan snareninstrumenten, die de songs op het album steeds weer voorzien van wonderschone en zeer trefzekere accenten. Het tilt de stem van Gabrielle Louise nog een stukje verder op.
Ook The Unending Alteration Of The Human Heart roept weer associaties op met de muziek van Alison Krauss. Enerzijds door de invloeden uit de traditionele Amerikaanse rootsmuziek die nadrukkelijk doorklinken en anderzijds vanwege de zang, die 11 songs en 52 minuten lang garant staat voor kippenvel. Vergeleken met de muziek van Alison Krauss is The Unending Alteration Of The Human Heart echter minder verankerd in de tradities van de bluegrass en worden vooral invloeden uit de folk en de country verwerkt, met hier en daar een spoortje jazz.
Zoals gezegd ademt het album de sfeer van het Amerikaanse platteland (al is dat een rare benaming voor een ruraal bergdorp). Gabrielle Louise zorgt met haar zich langzaam voortslepende en prachtig ingekleurde songs voor onthaasting, maar ondertussen wil je ook geen noot missen van dit knappe album.
Zeker wanneer het tempo laag ligt en de snareninstrumenten mogen uitwaaien, heeft de muziek van Gabrielle Louise niet alleen iets van Alison Krauss, maar ook wel wat van de muziek van Gillian Welch. Met Alison Krauss en Gillian Welch hebben we twee muzikanten te pakken die de afgelopen jaren niet uitblinken door hun productiviteit, maar Gabrielle Louise biedt met The Unending Alteration Of The Human Heart een prachtig alternatief. Heel bekend is de singer-songwriter uit Colorado nog niet, maar dat moet gaan veranderen met een prachtalbum als dit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gabrielle Louise - The Unending Alteration Of The Human Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gabrielle Louise - The Unending Alteration Of The Human Heart
De Amerikaanse singer-songwriter Gabrielle Louise imponeert met een zich langzaam voortslepend album vol prachtige klanken en zang die continu goed is voor kippenvel
Ik was drieënhalf jaar geleden zeer onder de indruk van If The Static Clears van de Amerikaanse singer-songwriter Gabrielle Louise. Haar onlangs verschenen nieuwe album is nog veel mooier. The Unending Alteration Of The Human Heart ademt rust en betovert met een uitermate subtiele maar bijzonder fraaie instrumentatie, zich langzaam voortslepende songs en heldere zang die het oor intens streelt. Gabrielle Louise doet qua stem wel wat denken aan Alison Krauss, maar schuift in muzikaal opzicht wat meer op richting folk en country. Het levert een album op dat uitnodigt tot wegdromen, maar ondertussen wil je ook geen noot missen van de subtiele instrumentatie en de wonderschone zang op dit mooie album.
Aan het eind van 2016 maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Gabrielle Louise en was ik onmiddellijk onder de indruk van haar prachtige stem. Het is een stem die me wel wat deed denken aan die van Alison Krauss en dat is wat mij betreft één van de mooiste stemmen binnen de Amerikaanse rootmuziek.
Ook de wat traditioneel aandoende rootsmuziek van Gabrielle Louise beviel me zeer, waardoor ik If The Static Clears nog altijd met enige regelmaat in de cd-speler stop. Onlangs verscheen een nieuw album van de singer-songwriter uit Paonia, Colorado, en ook The Unending Alteration Of The Human Heart is een album dat ik nog heel vaak ga beluisteren.
Gabrielle Louise woonde de afgelopen jaren in een klein dorp in de bergen van Colorado en heeft de rust van het leven ver van de grote stad gevangen op haar nieuwe album. The Unending Alteration Of The Human Heart werd gemaakt met een prachtig ingetogen spelende ritmesectie, met twee snarenwonders en met producer Tim Mitchell, terwijl Gabrielle Louise zelf tekende voor akoestische gitaar, piano en natuurlijk de prachtige vocalen op het album.
The Unending Alteration Of The Human Heart is een album vol zich langzaam voortslepende songs, die prachtig zijn ingekleurd en die worden gedragen door de vocalen, die nog mooier zijn dan die op het vorige album van Gabrielle Louise. Het is knap hoe de muzikanten op het album uiterst subtiel en spaarzaam spelen, maar er toch voor zorgen dat The Unending Alteration Of The Human Heart prachtig is ingekleurd. Met name de twee snarenwonders op het album maken indruk met een heel arsenaal aan snareninstrumenten, die de songs op het album steeds weer voorzien van wonderschone en zeer trefzekere accenten. Het tilt de stem van Gabrielle Louise nog een stukje verder op.
Ook The Unending Alteration Of The Human Heart roept weer associaties op met de muziek van Alison Krauss. Enerzijds door de invloeden uit de traditionele Amerikaanse rootsmuziek die nadrukkelijk doorklinken en anderzijds vanwege de zang, die 11 songs en 52 minuten lang garant staat voor kippenvel. Vergeleken met de muziek van Alison Krauss is The Unending Alteration Of The Human Heart echter minder verankerd in de tradities van de bluegrass en worden vooral invloeden uit de folk en de country verwerkt, met hier en daar een spoortje jazz.
Zoals gezegd ademt het album de sfeer van het Amerikaanse platteland (al is dat een rare benaming voor een ruraal bergdorp). Gabrielle Louise zorgt met haar zich langzaam voortslepende en prachtig ingekleurde songs voor onthaasting, maar ondertussen wil je ook geen noot missen van dit knappe album.
Zeker wanneer het tempo laag ligt en de snareninstrumenten mogen uitwaaien, heeft de muziek van Gabrielle Louise niet alleen iets van Alison Krauss, maar ook wel wat van de muziek van Gillian Welch. Met Alison Krauss en Gillian Welch hebben we twee muzikanten te pakken die de afgelopen jaren niet uitblinken door hun productiviteit, maar Gabrielle Louise biedt met The Unending Alteration Of The Human Heart een prachtig alternatief. Heel bekend is de singer-songwriter uit Colorado nog niet, maar dat moet gaan veranderen met een prachtalbum als dit. Erwin Zijleman
Gabrielle Shonk - Across the Room (2023)

4,0
0
geplaatst: 26 februari 2023, 10:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gabrielle Shonk - Across The Room - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gabrielle Shonk - Across The Room
Na een veelbelovend debuutalbum was het lang stil rond de Canadese muzikante Gabrielle Shonk, maar gelukkig is ze terug met een album dat aanvoelt als een warm bad, al is het maar vanwege de uitstekende zang
Het is flink dringen in het land van de vrouwelijke singer-songwriters, waardoor helaas flink wat prima albums ondersneeuwen. Het mag wat mij betreft niet gebeuren met Across The Room, het tweede album van de Canadese muzikante Gabrielle Shonk. De muzikante uit Montreal kleurt met een mix van soul, jazz, folk, pop en R&B wat buiten de lijntjes van de indiepop van het moment, wat een pré is, maar de Canadese muzikante is vooral een geweldige zangeres. De stem van Gabrielle Shonk zit vol soul en kan meerdere kanten op, maar ze blijft gelukkig ver weg van onnodige vocale acrobatiek, waardoor Across The Room zich bijzonder aangenaam om je heen slaat.
Bij de naam Gabrielle Shonk moest ik diep graven in het geheugen, maar uiteindelijk kwam ik uit bij haar titelloze debuutalbum, dat in de herfst van 2017 verscheen. Het is een album dat ik best vaak heb beluisterd, maar dat, toch wel enigszins tot mijn verbazing, geen aandacht heeft gekregen op de krenten uit de pop. Het debuutalbum van de Canadese muzikante was in muzikaal opzicht misschien niet heel onderscheidend, maar het album klonk absoluut smaakvol en bovendien zeer aangenaam. Gabrielle Shonk liet op haar eerste album echter ook horen dat ze een bovengemiddeld goede zangeres is met flink wat soul in haar stem en dat had reden genoeg moeten zijn om het album te koesteren.
Dat werd het debuutalbum van Gabrielle Shonk helaas veel te weinig, maar deze week keert ze terug met haar tweede album Across The Room en mag ze de wereld nogmaals proberen te overtuigen van haar talenten. Ik was zoals gezegd gecharmeerd van het vorige album van de muzikante uit Montreal en ook met Across The Room wist Gabrielle Shonk me onmiddellijk te overtuigen. Dat deed ze ook deze keer in eerste instantie met haar stem.
De Canadese muzikante beschikt over een warme en aangename stem en het is een stem vol soul en gevoel. Het is een veelkleurige stem met een aantrekkelijk ruw randje, waardoor de zang op Across The Room wat mij betreft zeker niet te gepolijst klinkt. Gabrielle Shonk beschikt over een stem die alle kanten op kan, maar ze laat zich gelukkig nergens verleiden tot een overdaad aan stembuiginkjes en tierelantijntjes, wat momenteel een plaag is.
Op haar debuutalbum koos Gabrielle Shonk nog vooral voor folky en jazzy repertoire, maar op Across The Room buit ze de flinke dosis soul in haar stem beter uit, zonder direct het overvolle pad van de soulzangeressen te bewandelen. Dat is deels de verdienste van de Canadese muzikant en producer Jesse Mac Cormack, die Across The Room heeft voorzien van een bijzonder fraaie productie.
Het album is vooral warm en organisch ingekleurd, met een hoofdrol voor gitaren. Het is een aangenaam en tijdloos geluid, maar het is ook een geluid dat perfect past bij de stem van Gabrielle Shonk, die nog wat mooier klinkt dan op haar helaas vooral genegeerde debuutalbum. Ook Across The Room moet het in de releaselijsten van deze week doen met een bescheiden plek, maar Gabrielle Shonk heeft wat mij betreft een album gemaakt dat een groot en breed publiek moet kunnen aanspreken.
De mix van folk, soul, jazz en vleugjes R&B en pop ligt makkelijk in het gehoor en klinkt eigenlijk altijd lekker, de songs van de Canadese muzikante zijn stuk voor stuk aansprekend, het album is fraai ingekleurd en knap geproduceerd en Gabrielle Shonk is echt een uitstekende zangeres. De verschillende onderdelen weten elkaar ook nog eens prachtig te versterken.
De criticus zal beweren dat het allemaal wel wat gepolijst klinkt en dat ook in vocaal opzicht de ruwe randjes wat ontbreken, maar zelf ben ik nauwelijks weg te krijgen uit het warme bad dat Gabrielle Shonk op Across The Room aanreikt. Ik heb de laatste tijd teveel albums gehoord waarop de zang een kunstje wordt en soms een heel irritant kunstje en ben alleen maar blij dat Gabrielle Shonk zich hier niet toe heeft laten verleiden. Onder het gepolijste laagje zit bovendien veel meer muzikaal en vocaal avontuur dan je bij eerste beluistering hoort, zeker in de wat meer ingetogen songs. Prima album dit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gabrielle Shonk - Across The Room - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gabrielle Shonk - Across The Room
Na een veelbelovend debuutalbum was het lang stil rond de Canadese muzikante Gabrielle Shonk, maar gelukkig is ze terug met een album dat aanvoelt als een warm bad, al is het maar vanwege de uitstekende zang
Het is flink dringen in het land van de vrouwelijke singer-songwriters, waardoor helaas flink wat prima albums ondersneeuwen. Het mag wat mij betreft niet gebeuren met Across The Room, het tweede album van de Canadese muzikante Gabrielle Shonk. De muzikante uit Montreal kleurt met een mix van soul, jazz, folk, pop en R&B wat buiten de lijntjes van de indiepop van het moment, wat een pré is, maar de Canadese muzikante is vooral een geweldige zangeres. De stem van Gabrielle Shonk zit vol soul en kan meerdere kanten op, maar ze blijft gelukkig ver weg van onnodige vocale acrobatiek, waardoor Across The Room zich bijzonder aangenaam om je heen slaat.
Bij de naam Gabrielle Shonk moest ik diep graven in het geheugen, maar uiteindelijk kwam ik uit bij haar titelloze debuutalbum, dat in de herfst van 2017 verscheen. Het is een album dat ik best vaak heb beluisterd, maar dat, toch wel enigszins tot mijn verbazing, geen aandacht heeft gekregen op de krenten uit de pop. Het debuutalbum van de Canadese muzikante was in muzikaal opzicht misschien niet heel onderscheidend, maar het album klonk absoluut smaakvol en bovendien zeer aangenaam. Gabrielle Shonk liet op haar eerste album echter ook horen dat ze een bovengemiddeld goede zangeres is met flink wat soul in haar stem en dat had reden genoeg moeten zijn om het album te koesteren.
Dat werd het debuutalbum van Gabrielle Shonk helaas veel te weinig, maar deze week keert ze terug met haar tweede album Across The Room en mag ze de wereld nogmaals proberen te overtuigen van haar talenten. Ik was zoals gezegd gecharmeerd van het vorige album van de muzikante uit Montreal en ook met Across The Room wist Gabrielle Shonk me onmiddellijk te overtuigen. Dat deed ze ook deze keer in eerste instantie met haar stem.
De Canadese muzikante beschikt over een warme en aangename stem en het is een stem vol soul en gevoel. Het is een veelkleurige stem met een aantrekkelijk ruw randje, waardoor de zang op Across The Room wat mij betreft zeker niet te gepolijst klinkt. Gabrielle Shonk beschikt over een stem die alle kanten op kan, maar ze laat zich gelukkig nergens verleiden tot een overdaad aan stembuiginkjes en tierelantijntjes, wat momenteel een plaag is.
Op haar debuutalbum koos Gabrielle Shonk nog vooral voor folky en jazzy repertoire, maar op Across The Room buit ze de flinke dosis soul in haar stem beter uit, zonder direct het overvolle pad van de soulzangeressen te bewandelen. Dat is deels de verdienste van de Canadese muzikant en producer Jesse Mac Cormack, die Across The Room heeft voorzien van een bijzonder fraaie productie.
Het album is vooral warm en organisch ingekleurd, met een hoofdrol voor gitaren. Het is een aangenaam en tijdloos geluid, maar het is ook een geluid dat perfect past bij de stem van Gabrielle Shonk, die nog wat mooier klinkt dan op haar helaas vooral genegeerde debuutalbum. Ook Across The Room moet het in de releaselijsten van deze week doen met een bescheiden plek, maar Gabrielle Shonk heeft wat mij betreft een album gemaakt dat een groot en breed publiek moet kunnen aanspreken.
De mix van folk, soul, jazz en vleugjes R&B en pop ligt makkelijk in het gehoor en klinkt eigenlijk altijd lekker, de songs van de Canadese muzikante zijn stuk voor stuk aansprekend, het album is fraai ingekleurd en knap geproduceerd en Gabrielle Shonk is echt een uitstekende zangeres. De verschillende onderdelen weten elkaar ook nog eens prachtig te versterken.
De criticus zal beweren dat het allemaal wel wat gepolijst klinkt en dat ook in vocaal opzicht de ruwe randjes wat ontbreken, maar zelf ben ik nauwelijks weg te krijgen uit het warme bad dat Gabrielle Shonk op Across The Room aanreikt. Ik heb de laatste tijd teveel albums gehoord waarop de zang een kunstje wordt en soms een heel irritant kunstje en ben alleen maar blij dat Gabrielle Shonk zich hier niet toe heeft laten verleiden. Onder het gepolijste laagje zit bovendien veel meer muzikaal en vocaal avontuur dan je bij eerste beluistering hoort, zeker in de wat meer ingetogen songs. Prima album dit. Erwin Zijleman
Ganavya - Nilam (2025)

4,0
1
geplaatst: 26 juni 2025, 11:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ganavya - Nilam - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ganavya - Nilam
Ganavya is een geschoolde muzikante uit India, die de afgelopen jaren flink wat aandacht trok met haar jazzalbums, maar op het vorige maand verschenen Nilam ook haar Indiase culturele wortels verkent
Via een artikel over haar vorige album, het wereldwijd bejubelde Daughter Of A Temple, kwam ik uit bij het nieuwe album van Ganavya. Het is een album waarin ik flink moest wennen omdat zowel de invloeden uit de Indiase muziek als de invloeden uit de ambient die op het album te horen zijn buiten mijn muzikale comfort zone liggen. Dat ligt ook de zang op het album, maar eenmaal gewend aan Nilam vind ik het bijzonder en zeer sfeervol album. Het is een album dat een bijna serene sfeer creëert, maar in de muziek van Ganavya, die op Nilam samenwerkt met Nils Frahm, valt veel moois te ontdekken, als je maar opent staat voor de bijzondere muzikale wereld van de Indiase muzikante.
Ik las pas een mooi verhaal over het album Daughter Of A Temple van Ganavya. Het maakte me nieuwsgierig naar het album, maar het was me uiteindelijk toch net wat te jazzy en te experimenteel. Ik kwam vervolgens wel haar album Nilam tegen, dat vorige maand is verschenen en dat veel minder aandacht heeft gekregen dan het in opvallend brede kring geprezen Daughter Of A Temple, dat zelfs flink wat jaarlijstjes haalde.
Ganavya werd geboren in New York, maar groeide op de Indiase provincie Tamil Nadu, waar ze uitgebreid kennis maakte met de Tamil cultuur, die zich uitstrekt over een deel van het zuiden van India en het er onder gelegen Sri Lanka. Het is de muziek uit de Tamil cultuur die centraal staat op het ruim dertig minuten durende Nilam. Het werpt waarschijnlijk een wat hogere drempel op dan de jazzalbums die Ganavya maakt, maar als je even de tijd neemt voor het album valt er veel moois te ontdekken op Nilam.
Ganavya beperkt zich op haar nieuwste album overigens zeker niet met de muziek waarmee ze opgroeide in Tamil Nadu, maar verwerkt ook invloeden uit de jazz die ze de afgelopen jaren maakte, zij het op bescheiden wijze. Nilam klinkt misschien voor een belangrijk deel als een album dat in het zuiden van India werd gemaakt, maar dat is niet het geval. Voor de productie van Nilam deed Ganavya ook een beroep op Nils Frahm, die haar naar zijn studio in Berlijn haalde.
Nils Frahm coproduceerde Nilam, maar droeg ook bij aan de muziek en dat hoor je in de vaak wat atmosferische en ambient achtige klanken op het album. Het zijn klanken die opvallend mooi blenden met de zang van Ganavya, die wel dicht bij de muziek uit de Tamil cultuur blijft.
Ik deed ooit een stage op Sri Lanka en sta sindsdien meer open voor de muziek zoals die in de Tamil cultuur wordt gemaakt, maar het is geen muziek waar ik met grote regelmaat naar luister. Ook Nilam is geen album dat ik met hele grote regelmaat zal beluisteren, maar ik ben toch aangenaam verrast door het album. Door de taal en de zang is het geen heel toegankelijk album, maar op een of andere manier dringt Nilam zich toch makkelijk op.
Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de muziek, die aan de ene kant misschien wat zweverig en mysterieus klinkt, maar die ook beeldend, rustgevend en bezwerend is. Het doet vanwege de onderliggende muziek uit Azië wel wat in het verlengde van de wonderschone muziek van Arooj Aftab, al moeten we invloeden uit Pakistan en India niet te makkelijk op één hoop gooien.
Net als de muziek van Arooj Aftab klinkt het album van Ganavya als muziek uit een andere wereld en het is muziek die de fantasie stevig prikkelt. Het is muziek die pas echt tot leven komt wanneer je Nilam beluistert met de koptelefoon of in ieder geval met volledige aandacht. Dan hoor je hoe mooi en gedetailleerd de muziek is en hoe trefzeker de zang van Ganavya.
Door het effect dat Nilam op me heeft ben ik ook weer gaan luisteren naar de meer jazz georiënteerde albums van Ganavya en ook die beginnen me steeds beter te bevallen, al is het muziek die nog wat verder buiten mijn comfort zone ligt dan het prachtige Nilam, dat me echter langzaam maar zeker steeds dierbaarder wordt, zeker wanneer ik er wat later op de avond naar luister. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Ganavya - Nilam - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Ganavya - Nilam
Ganavya is een geschoolde muzikante uit India, die de afgelopen jaren flink wat aandacht trok met haar jazzalbums, maar op het vorige maand verschenen Nilam ook haar Indiase culturele wortels verkent
Via een artikel over haar vorige album, het wereldwijd bejubelde Daughter Of A Temple, kwam ik uit bij het nieuwe album van Ganavya. Het is een album waarin ik flink moest wennen omdat zowel de invloeden uit de Indiase muziek als de invloeden uit de ambient die op het album te horen zijn buiten mijn muzikale comfort zone liggen. Dat ligt ook de zang op het album, maar eenmaal gewend aan Nilam vind ik het bijzonder en zeer sfeervol album. Het is een album dat een bijna serene sfeer creëert, maar in de muziek van Ganavya, die op Nilam samenwerkt met Nils Frahm, valt veel moois te ontdekken, als je maar opent staat voor de bijzondere muzikale wereld van de Indiase muzikante.
Ik las pas een mooi verhaal over het album Daughter Of A Temple van Ganavya. Het maakte me nieuwsgierig naar het album, maar het was me uiteindelijk toch net wat te jazzy en te experimenteel. Ik kwam vervolgens wel haar album Nilam tegen, dat vorige maand is verschenen en dat veel minder aandacht heeft gekregen dan het in opvallend brede kring geprezen Daughter Of A Temple, dat zelfs flink wat jaarlijstjes haalde.
Ganavya werd geboren in New York, maar groeide op de Indiase provincie Tamil Nadu, waar ze uitgebreid kennis maakte met de Tamil cultuur, die zich uitstrekt over een deel van het zuiden van India en het er onder gelegen Sri Lanka. Het is de muziek uit de Tamil cultuur die centraal staat op het ruim dertig minuten durende Nilam. Het werpt waarschijnlijk een wat hogere drempel op dan de jazzalbums die Ganavya maakt, maar als je even de tijd neemt voor het album valt er veel moois te ontdekken op Nilam.
Ganavya beperkt zich op haar nieuwste album overigens zeker niet met de muziek waarmee ze opgroeide in Tamil Nadu, maar verwerkt ook invloeden uit de jazz die ze de afgelopen jaren maakte, zij het op bescheiden wijze. Nilam klinkt misschien voor een belangrijk deel als een album dat in het zuiden van India werd gemaakt, maar dat is niet het geval. Voor de productie van Nilam deed Ganavya ook een beroep op Nils Frahm, die haar naar zijn studio in Berlijn haalde.
Nils Frahm coproduceerde Nilam, maar droeg ook bij aan de muziek en dat hoor je in de vaak wat atmosferische en ambient achtige klanken op het album. Het zijn klanken die opvallend mooi blenden met de zang van Ganavya, die wel dicht bij de muziek uit de Tamil cultuur blijft.
Ik deed ooit een stage op Sri Lanka en sta sindsdien meer open voor de muziek zoals die in de Tamil cultuur wordt gemaakt, maar het is geen muziek waar ik met grote regelmaat naar luister. Ook Nilam is geen album dat ik met hele grote regelmaat zal beluisteren, maar ik ben toch aangenaam verrast door het album. Door de taal en de zang is het geen heel toegankelijk album, maar op een of andere manier dringt Nilam zich toch makkelijk op.
Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de muziek, die aan de ene kant misschien wat zweverig en mysterieus klinkt, maar die ook beeldend, rustgevend en bezwerend is. Het doet vanwege de onderliggende muziek uit Azië wel wat in het verlengde van de wonderschone muziek van Arooj Aftab, al moeten we invloeden uit Pakistan en India niet te makkelijk op één hoop gooien.
Net als de muziek van Arooj Aftab klinkt het album van Ganavya als muziek uit een andere wereld en het is muziek die de fantasie stevig prikkelt. Het is muziek die pas echt tot leven komt wanneer je Nilam beluistert met de koptelefoon of in ieder geval met volledige aandacht. Dan hoor je hoe mooi en gedetailleerd de muziek is en hoe trefzeker de zang van Ganavya.
Door het effect dat Nilam op me heeft ben ik ook weer gaan luisteren naar de meer jazz georiënteerde albums van Ganavya en ook die beginnen me steeds beter te bevallen, al is het muziek die nog wat verder buiten mijn comfort zone ligt dan het prachtige Nilam, dat me echter langzaam maar zeker steeds dierbaarder wordt, zeker wanneer ik er wat later op de avond naar luister. Erwin Zijleman
Gang of Youths - Angel in Realtime (2022)

4,5
1
geplaatst: 3 maart 2022, 16:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gang Of Youths - angel in realtime. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gang Of Youths - angel in realtime.
Angel In Realtime van de Australische band Gang Of Youths is een groots, meeslepend, emotioneel en ook wel wat overweldigend album, waarop steeds meer moois te ontdekken valt
Zeker bij eerste beluistering is het nieuwe album van Gang Of Youths een behoorlijk intense luisterervaring. De band uit Sydney gaat er met veel energie en passie tegenaan en komt met een muur van geluid waarop Phil Spector stik jaloers op zou zijn geweest. Het is een geluid dat bij eerste beluistering een wat bombastische indruk zal maken, maar langzaam maar zeker hoor je steeds meer details in de muziek van de Australische band en worden de songs op Angel In Realtime steeds mooier. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch, maar ook de gepassioneerde zang en de persoonlijke teksten van zanger David Le'aupepe tillen dit album een flink stuk op. Imponerend.
Go Farther In Lightness was helemaal aan het eind van 2017 mijn eerste kennismaking met de muziek van de Australische band Gang Of Youths. Het was een behoorlijk overweldigende kennismaking, want de muziek van de band uit Sydney komt nogal hard aan. Go Farther In Lightness combineerde de grootse klanken van Bruce Springsteen’s E-Street band met de stadionpretenties van Editors, de pathos van U2 en zo kon ik nog wel wat meer groots en meeslepend vergelijkingsmateriaal aandragen.
Go Farther In Lightness klonk niet alleen overweldigend, maar duurde ook nog eens bijna 80 minuten, wat de mokerslag van het album nog wat krachtiger maakte. Het tweede album van Gang Of Youths kon ik in eerste instantie maar moeilijk verdragen, maar de songs van de Australische band bleven maar groeien, waardoor Go Farther In Lightness uiteindelijk uitgroeide tot een persoonlijke favoriet.
Deze week verscheen een nieuw album van Gang Of Youths en vreemd genoeg herhaalde de geschiedenis zich voor mij. Zeker bij eerste beluistering vond ik het nieuwe album van de Australische band zo overweldigend dat het energie slurpte en het al na een paar minuten pijn deed aan mijn oren. Mede gezien de zeer positieve recensies die ik over het album las en mijn uiteindelijk goede ervaringen met het vorige album van de band, ben ik het blijven proberen en net als ruim vier jaar geleden viel het uiteindelijk de goede kant op.
Angel In Realtime (officieel geschreven als: angel in realtime.) ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van zijn voorganger. Het nieuwe album bevat dertien songs, die in totaal goed zijn voor 70 minuten muziek. Het tempo ligt net als op het vorige album hoog, het energieniveau nog net wat hoger en net als op Go Farther In Lightness klinken ook op Angel In Realtime de meeste songs groots en meeslepend.
Gang Of Youths legt wel net wat andere accenten op haar derde album. Invloeden van Bruce Springsteen’s E-Street band zijn wat minder nadrukkelijk aanwezig, terwijl invloeden van Editors en U2 nadrukkelijker doorklinken. Deze namen kunnen worden aangevuld met de namen van onder andere Simple Minds, The Waterboys, The Pogues en Deacon Blue, waardoor Angel In Realtime wat Europeser klinkt dan zijn voorganger. Hier en daar hoor ik ook een vleugje Coldplay overigens, maar gelukkig wel van het bandje dat aan het begin van het millennium zo veelbelovend begon met Parachutes.
Ook Angel In Realtime is een vol of zelfs overweldigend klinkend album, maar er zit wat meer dynamiek in de songs dan op Go Farther In Lightness, waardoor er ook ruimte is voor rustpunten. Zeker wanneer ook nog eens driftig wordt gestrooid met strijkers is de muziek van Gang Of Youths bombastisch te noemen, maar hiernaast zijn de persoonlijke en emotionele songs van de band uit Sydney ook altijd recht voor zijn raap.
De songs worden bovendien met zoveel passie vertolkt dat Gang Of Youths uiteindelijk bijna al het vergelijkingsmateriaal achter zich laat en zeker op dit moment op eenzame hoogte staat. De stem van zanger David Le'aupepe heb ik nog niets eens genoemd, maar wat heeft hij een heerlijke strot.
Het duurde even voor ik kon houden van Go Farther In Lightness en dat was bij Angel In Realtime niet anders, maar nu ik het album meerdere keren heb gehoord, sla ik het nieuwe album van de band nog net wat hoger aan dan zijn voorganger, al is het maar omdat er nog veel meer moois en bijzonders is verstopt in de volle klanken op dit imponerende album en je af en toe de tijd krijgt om adem te halen. Wat een album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gang Of Youths - angel in realtime. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gang Of Youths - angel in realtime.
Angel In Realtime van de Australische band Gang Of Youths is een groots, meeslepend, emotioneel en ook wel wat overweldigend album, waarop steeds meer moois te ontdekken valt
Zeker bij eerste beluistering is het nieuwe album van Gang Of Youths een behoorlijk intense luisterervaring. De band uit Sydney gaat er met veel energie en passie tegenaan en komt met een muur van geluid waarop Phil Spector stik jaloers op zou zijn geweest. Het is een geluid dat bij eerste beluistering een wat bombastische indruk zal maken, maar langzaam maar zeker hoor je steeds meer details in de muziek van de Australische band en worden de songs op Angel In Realtime steeds mooier. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch, maar ook de gepassioneerde zang en de persoonlijke teksten van zanger David Le'aupepe tillen dit album een flink stuk op. Imponerend.
Go Farther In Lightness was helemaal aan het eind van 2017 mijn eerste kennismaking met de muziek van de Australische band Gang Of Youths. Het was een behoorlijk overweldigende kennismaking, want de muziek van de band uit Sydney komt nogal hard aan. Go Farther In Lightness combineerde de grootse klanken van Bruce Springsteen’s E-Street band met de stadionpretenties van Editors, de pathos van U2 en zo kon ik nog wel wat meer groots en meeslepend vergelijkingsmateriaal aandragen.
Go Farther In Lightness klonk niet alleen overweldigend, maar duurde ook nog eens bijna 80 minuten, wat de mokerslag van het album nog wat krachtiger maakte. Het tweede album van Gang Of Youths kon ik in eerste instantie maar moeilijk verdragen, maar de songs van de Australische band bleven maar groeien, waardoor Go Farther In Lightness uiteindelijk uitgroeide tot een persoonlijke favoriet.
Deze week verscheen een nieuw album van Gang Of Youths en vreemd genoeg herhaalde de geschiedenis zich voor mij. Zeker bij eerste beluistering vond ik het nieuwe album van de Australische band zo overweldigend dat het energie slurpte en het al na een paar minuten pijn deed aan mijn oren. Mede gezien de zeer positieve recensies die ik over het album las en mijn uiteindelijk goede ervaringen met het vorige album van de band, ben ik het blijven proberen en net als ruim vier jaar geleden viel het uiteindelijk de goede kant op.
Angel In Realtime (officieel geschreven als: angel in realtime.) ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van zijn voorganger. Het nieuwe album bevat dertien songs, die in totaal goed zijn voor 70 minuten muziek. Het tempo ligt net als op het vorige album hoog, het energieniveau nog net wat hoger en net als op Go Farther In Lightness klinken ook op Angel In Realtime de meeste songs groots en meeslepend.
Gang Of Youths legt wel net wat andere accenten op haar derde album. Invloeden van Bruce Springsteen’s E-Street band zijn wat minder nadrukkelijk aanwezig, terwijl invloeden van Editors en U2 nadrukkelijker doorklinken. Deze namen kunnen worden aangevuld met de namen van onder andere Simple Minds, The Waterboys, The Pogues en Deacon Blue, waardoor Angel In Realtime wat Europeser klinkt dan zijn voorganger. Hier en daar hoor ik ook een vleugje Coldplay overigens, maar gelukkig wel van het bandje dat aan het begin van het millennium zo veelbelovend begon met Parachutes.
Ook Angel In Realtime is een vol of zelfs overweldigend klinkend album, maar er zit wat meer dynamiek in de songs dan op Go Farther In Lightness, waardoor er ook ruimte is voor rustpunten. Zeker wanneer ook nog eens driftig wordt gestrooid met strijkers is de muziek van Gang Of Youths bombastisch te noemen, maar hiernaast zijn de persoonlijke en emotionele songs van de band uit Sydney ook altijd recht voor zijn raap.
De songs worden bovendien met zoveel passie vertolkt dat Gang Of Youths uiteindelijk bijna al het vergelijkingsmateriaal achter zich laat en zeker op dit moment op eenzame hoogte staat. De stem van zanger David Le'aupepe heb ik nog niets eens genoemd, maar wat heeft hij een heerlijke strot.
Het duurde even voor ik kon houden van Go Farther In Lightness en dat was bij Angel In Realtime niet anders, maar nu ik het album meerdere keren heb gehoord, sla ik het nieuwe album van de band nog net wat hoger aan dan zijn voorganger, al is het maar omdat er nog veel meer moois en bijzonders is verstopt in de volle klanken op dit imponerende album en je af en toe de tijd krijgt om adem te halen. Wat een album. Erwin Zijleman
Gang of Youths - Go Farther in Lightness (2017)

4,0
3
geplaatst: 26 december 2017, 10:10 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gang Of Youths - Go Farther In Lightness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Go Farther In Lightness van de Australische band Gang Of Youths heeft in Nederland vooralsnog niet veel aandacht gekregen en dat is gek, want het is een bijzondere plaat.
In vroegere tijden duurde het altijd even voordat muziek uit het verre Australië in Europa doorsijpelde, maar wanneer het gaat om muziek doen geografische afstanden er momenteel nauwelijks meer toe, dus daar kan het niet aan liggen.
De band uit Sydney heeft een plaat gemaakt die je verafschuwt of waar je intens van houdt, dus aandacht voor de tweede plaat van Gang Of Youths is zeker op zijn plaats.
Zelf had ik Go Farther In Lightness overigens ook helemaal gemist, maar gelukkig krijg ik de mooiste tips van lezers van deze BLOG, waardoor ik inmiddels intens kan houden van deze plaat uit Australië.
Voor ik vertel waarom ik zo onder de indruk ben van Go Farther In Lightness van Gang Of Youths, geef ik eerst maar wat redenen om deze plaat te verafschuwen. De Australische band komt op haar tweede plaat met maar liefst 16 songs en 80 minuten muziek en het is muziek die vooral groots en meeslepend klinkt. Denk hierbij in eerste instantie aan Bruce Springsteen en zijn E-Street Band (luister maar eens naar de openingstrack), maar vervolgens direct aan stadion bands als U2 en Editors. Voeg nog wat grootsheid van onder andere The National, Arcade Fire en The War on Drugs toe en je hebt de basis van de muziek van de Australische band wel te pakken.
Het bovenstaande is waarschijnlijk genoeg om een deel van de muziekliefhebbers af te schrikken en er volgt waarschijnlijk nog een deel wanneer ik vertel dat Gang Of Youths na een stevige rockstart de strijkers stevig omarmt, wat de muziek van de band van nog wat meer bombast voorziet en bovendien zorgt voor een aantal ballads die door menigeen als zoet zullen worden bestempeld. Go Farther In Lightness neemt na een zeer meeslepende start gelukkig af en toe gas terug, maar komt in het grootste deel van de 80 minuten als een stoomwals over je heen. Het is een stoomwals die niet vies is van bombast en dramatiek en ook een randje kitsch niet schuwt.
Wat de een afschrikt trekt de ander aan en al het bovenstaande is precies waarom ik zo onder de indruk ben van Go Farther In Lightness van Gang Of Youths. De band uit Sydney grossiert op haar tweede plaat in songs die je een paar keer horen niet meer wilt vergeten en het zijn songs die domineren door de tomeloze energie en passie die er uit spreekt.
Natuurlijk overdrijft Gang Of Youths het draaien aan de knoppen van grootsheid en meeslependheid wat en slaat het af en toe flink door met de strijkers, maar wat zijn de songs van de band goed en wat zitten ze vol met geweldige melodieën, aanstekelijke refreinen en muziek die garant staat voor een goed gevoel. En wat vertolkt de Australische band haar songs met veel passie en energie.
Hier en daar liggen de invloeden er net wat te dik bovenop, maar wanneer je meerdere grote namen nodig hebt om de muziek van de band te beschrijven kan van epigonisme geen sprake zijn. Gang Of Youths klinkt op Go Farther In Lightness als een omgevallen platenkast, maar de band slaagt er ook in om in 80 minuten een geluid neer te zetten dat anders klinkt dan alles dat er al is, bijvoorbeeld door het klassieke randje dat hier en daar wordt toegevoegd.
Natuurlijk is 80 minuten muziek die over het algemeen intens en overweldigend is (ook als de band gas terug neemt) wat veel van het goede, maar op een of andere manier verslapt de plaat niet en valt er steeds meer op zijn plek wanneer je je wel bijna anderhalf uur overgeeft aan de muziek van de Australiërs. Het is muziek die op de grote zomerfestivals moeiteloos een groot publiek aan zich zal binden, maar ook op de plaat doet Gang Of Youths er absoluut toe, zeker wanneer de gitaren los mogen gaan of de zanger van de band de vocalen uit zijn tenen mag laten komen.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik beluistering van Go Farther In Lightness in eerste instantie een vermoeiende bezigheid vond, maar nu ik niet meer hoef te zoeken naar vergelijkingsmateriaal en alleen maar hoef te genieten, ga ik steeds meer van deze bijzondere plaat houden en groeien de songs op de plaat stuk voor stuk naar grote hoogten. Indrukwekkende plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gang Of Youths - Go Farther In Lightness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Go Farther In Lightness van de Australische band Gang Of Youths heeft in Nederland vooralsnog niet veel aandacht gekregen en dat is gek, want het is een bijzondere plaat.
In vroegere tijden duurde het altijd even voordat muziek uit het verre Australië in Europa doorsijpelde, maar wanneer het gaat om muziek doen geografische afstanden er momenteel nauwelijks meer toe, dus daar kan het niet aan liggen.
De band uit Sydney heeft een plaat gemaakt die je verafschuwt of waar je intens van houdt, dus aandacht voor de tweede plaat van Gang Of Youths is zeker op zijn plaats.
Zelf had ik Go Farther In Lightness overigens ook helemaal gemist, maar gelukkig krijg ik de mooiste tips van lezers van deze BLOG, waardoor ik inmiddels intens kan houden van deze plaat uit Australië.
Voor ik vertel waarom ik zo onder de indruk ben van Go Farther In Lightness van Gang Of Youths, geef ik eerst maar wat redenen om deze plaat te verafschuwen. De Australische band komt op haar tweede plaat met maar liefst 16 songs en 80 minuten muziek en het is muziek die vooral groots en meeslepend klinkt. Denk hierbij in eerste instantie aan Bruce Springsteen en zijn E-Street Band (luister maar eens naar de openingstrack), maar vervolgens direct aan stadion bands als U2 en Editors. Voeg nog wat grootsheid van onder andere The National, Arcade Fire en The War on Drugs toe en je hebt de basis van de muziek van de Australische band wel te pakken.
Het bovenstaande is waarschijnlijk genoeg om een deel van de muziekliefhebbers af te schrikken en er volgt waarschijnlijk nog een deel wanneer ik vertel dat Gang Of Youths na een stevige rockstart de strijkers stevig omarmt, wat de muziek van de band van nog wat meer bombast voorziet en bovendien zorgt voor een aantal ballads die door menigeen als zoet zullen worden bestempeld. Go Farther In Lightness neemt na een zeer meeslepende start gelukkig af en toe gas terug, maar komt in het grootste deel van de 80 minuten als een stoomwals over je heen. Het is een stoomwals die niet vies is van bombast en dramatiek en ook een randje kitsch niet schuwt.
Wat de een afschrikt trekt de ander aan en al het bovenstaande is precies waarom ik zo onder de indruk ben van Go Farther In Lightness van Gang Of Youths. De band uit Sydney grossiert op haar tweede plaat in songs die je een paar keer horen niet meer wilt vergeten en het zijn songs die domineren door de tomeloze energie en passie die er uit spreekt.
Natuurlijk overdrijft Gang Of Youths het draaien aan de knoppen van grootsheid en meeslependheid wat en slaat het af en toe flink door met de strijkers, maar wat zijn de songs van de band goed en wat zitten ze vol met geweldige melodieën, aanstekelijke refreinen en muziek die garant staat voor een goed gevoel. En wat vertolkt de Australische band haar songs met veel passie en energie.
Hier en daar liggen de invloeden er net wat te dik bovenop, maar wanneer je meerdere grote namen nodig hebt om de muziek van de band te beschrijven kan van epigonisme geen sprake zijn. Gang Of Youths klinkt op Go Farther In Lightness als een omgevallen platenkast, maar de band slaagt er ook in om in 80 minuten een geluid neer te zetten dat anders klinkt dan alles dat er al is, bijvoorbeeld door het klassieke randje dat hier en daar wordt toegevoegd.
Natuurlijk is 80 minuten muziek die over het algemeen intens en overweldigend is (ook als de band gas terug neemt) wat veel van het goede, maar op een of andere manier verslapt de plaat niet en valt er steeds meer op zijn plek wanneer je je wel bijna anderhalf uur overgeeft aan de muziek van de Australiërs. Het is muziek die op de grote zomerfestivals moeiteloos een groot publiek aan zich zal binden, maar ook op de plaat doet Gang Of Youths er absoluut toe, zeker wanneer de gitaren los mogen gaan of de zanger van de band de vocalen uit zijn tenen mag laten komen.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik beluistering van Go Farther In Lightness in eerste instantie een vermoeiende bezigheid vond, maar nu ik niet meer hoef te zoeken naar vergelijkingsmateriaal en alleen maar hoef te genieten, ga ik steeds meer van deze bijzondere plaat houden en groeien de songs op de plaat stuk voor stuk naar grote hoogten. Indrukwekkende plaat. Erwin Zijleman
Garciaphone - Dreameater (2017)

4,0
1
geplaatst: 23 november 2017, 16:50 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Garciaphone - Dreameater - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het Franse label Microcultures, dat ons deze week ook al heeft heeft verblijd met de bijzonder fraaie reissue van Fête Foraine van de Australische band The Apartments, is ook de thuisbasis van de band Garciaphone.
Dankzij het Nederlandse label Tiny Room Records is Dreameater, de tweede plaat van de Franse band, nu ook in Nederland ruim beschikbaar. Dat is maar goed ook, want Dreameater van Garciaphone is een pareltje.
Garciaphone is de band van de Franse muzikant Olivier Pérez. Pérez opereert vanuit de weinig opwindende Franse provinciestad Clermont-Ferrand, maar was het afgelopen decennium ook veel op reis, wat veel beelden en inspiratie opleverde.
Bij terugkeer maakte hij met medemuzikanten Zacharie Boissau, Matthieu Lopez, Christophe Adam en Julie Lopez bij hem thuis het bijzonder fraaie Dreameater, de opvolger van het een paar jaar geleden verschenen en helaas nauwelijks opgemerkte Constancia. Met Dreameater moet de Franse band veel meer aandacht gaan afdwingen, want de tweede van Garciaphone is een hele mooie en bijzondere plaat.
Garciaphone maakt op Dreameater muziek die me in eerste instantie vooral aan bands als Sparklehorse en Spain deed denken. Olivier Pérez heeft gekozen voor een smaakvolle maar betrekkelijk ingetogen en grotendeels organisch klinkende instrumentatie en voorziet deze vervolgens van heerlijk dromerige vocalen.
Ik vond de muziek van Garciaphone in eerste instantie vooral weemoedig klinken en kwam daarom naast Sparklehorse en Spain ook al snel uit bij Elliott Smith, die qua stem dicht bij Olivier Pérez zit. Naarmate ik Dreameater vaker hoorde verdween de melancholie echter wat naar de achtergrond en hoorde ik ook het melodieuze, sprookjesachtige en experimentele in de muziek van de Franse band.
Garciaphone flirt hier en daar met lome Westcoast pop, maar schuwt ook het meer elektronische experiment en een vleugje Grandaddy niet. Hiernaast hebben de songs van de band van Olivier Pérez iets Beatlesque, overigens zonder dat ik hier precies de vinger op kan leggen.
Garciaphone is op haar tweede plaat een meester in het maken van lome en stemmige muziek, maar het is ook muziek die steeds de fantasie weet te prikkelen met verassende wendingen en licht tegendraadse accenten. Het avontuur op Dreameater is meestal subtiel, maar hier en daar durft de Franse band ook wat nadrukkelijker voor het experiment te kiezen, wat spannende muziek oplevert.
Olivier Pérez had naar verluid nachten zonder dromen door alle ellende in de wereld, maar begon weer te dromen toen Dreameater was opgenomen. Ik kan me daar van alles bij voorstellen. Dreameater van Garciaphone is een plaat die uitnodigt tot luieren en wegdromen en zorgt voor beelden en dromen vol schoonheid, maar ook vol avontuur. Het is muziek die prachtig past bij vallende blaadjes en een knisperend haardvuur, maar Garciaphone maakt ook muziek vol zonnestralen en hoop. Het levert een betoverend mooie plaat op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Garciaphone - Dreameater - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het Franse label Microcultures, dat ons deze week ook al heeft heeft verblijd met de bijzonder fraaie reissue van Fête Foraine van de Australische band The Apartments, is ook de thuisbasis van de band Garciaphone.
Dankzij het Nederlandse label Tiny Room Records is Dreameater, de tweede plaat van de Franse band, nu ook in Nederland ruim beschikbaar. Dat is maar goed ook, want Dreameater van Garciaphone is een pareltje.
Garciaphone is de band van de Franse muzikant Olivier Pérez. Pérez opereert vanuit de weinig opwindende Franse provinciestad Clermont-Ferrand, maar was het afgelopen decennium ook veel op reis, wat veel beelden en inspiratie opleverde.
Bij terugkeer maakte hij met medemuzikanten Zacharie Boissau, Matthieu Lopez, Christophe Adam en Julie Lopez bij hem thuis het bijzonder fraaie Dreameater, de opvolger van het een paar jaar geleden verschenen en helaas nauwelijks opgemerkte Constancia. Met Dreameater moet de Franse band veel meer aandacht gaan afdwingen, want de tweede van Garciaphone is een hele mooie en bijzondere plaat.
Garciaphone maakt op Dreameater muziek die me in eerste instantie vooral aan bands als Sparklehorse en Spain deed denken. Olivier Pérez heeft gekozen voor een smaakvolle maar betrekkelijk ingetogen en grotendeels organisch klinkende instrumentatie en voorziet deze vervolgens van heerlijk dromerige vocalen.
Ik vond de muziek van Garciaphone in eerste instantie vooral weemoedig klinken en kwam daarom naast Sparklehorse en Spain ook al snel uit bij Elliott Smith, die qua stem dicht bij Olivier Pérez zit. Naarmate ik Dreameater vaker hoorde verdween de melancholie echter wat naar de achtergrond en hoorde ik ook het melodieuze, sprookjesachtige en experimentele in de muziek van de Franse band.
Garciaphone flirt hier en daar met lome Westcoast pop, maar schuwt ook het meer elektronische experiment en een vleugje Grandaddy niet. Hiernaast hebben de songs van de band van Olivier Pérez iets Beatlesque, overigens zonder dat ik hier precies de vinger op kan leggen.
Garciaphone is op haar tweede plaat een meester in het maken van lome en stemmige muziek, maar het is ook muziek die steeds de fantasie weet te prikkelen met verassende wendingen en licht tegendraadse accenten. Het avontuur op Dreameater is meestal subtiel, maar hier en daar durft de Franse band ook wat nadrukkelijker voor het experiment te kiezen, wat spannende muziek oplevert.
Olivier Pérez had naar verluid nachten zonder dromen door alle ellende in de wereld, maar begon weer te dromen toen Dreameater was opgenomen. Ik kan me daar van alles bij voorstellen. Dreameater van Garciaphone is een plaat die uitnodigt tot luieren en wegdromen en zorgt voor beelden en dromen vol schoonheid, maar ook vol avontuur. Het is muziek die prachtig past bij vallende blaadjes en een knisperend haardvuur, maar Garciaphone maakt ook muziek vol zonnestralen en hoop. Het levert een betoverend mooie plaat op. Erwin Zijleman
Garda - Odds (2018)

4,5
0
geplaatst: 4 oktober 2018, 17:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Garda - Odds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Duitse band luidt de herfst in met een stemmige soundtrack vol weemoed en schoonheid
Odds van Garda lag bij mij op de stapel van de wat anonieme nieuwe releases van deze week, maar de plaat ontstijgt deze stapel direct wanneer de eerste klanken uit de speakers komen. De band uit Dresden heeft een buitengewoon stemmige herfstsoundtrack vol invloeden en vol fraaie accenten gemaakt. Soms uiterst ingetogen, dan weer groots en meeslepend of flink ontsporend. Een heel rijtje grote namen komt bij als vergelijkingsmateriaal en het is een rijtje dat iedere keer weer anders is. Een plaat die ik niet zou willen missen.
Ik weet niet zo gek veel over de Duitse band Garda. Ik weet dat de band uit Dresden komt en de afgelopen jaren een indrukwekkende live-reputatie heeft opgebouwd. Ik weet verder dat de band de afgelopen jaren twee, met name in Duitsland, goed ontvangen platen heeft uitgebracht en dat deze platen niet alleen opvielen door bijzonder fraai artwork, maar ook door mooie en spannende muziek.
Die muziek heb ik zelf overigens pas gehoord na beluistering van de nieuwe plaat van de band en ik moet de critici gelijk geven. Odds, de nieuwe plaat van de Duitse band, valt me qua artwork wat tegen, maar het gaat natuurlijk om de muziek. In muzikaal opzicht heeft Garda wat mij betreft flinke stappen gezet, want Odds is een mooie en bijzondere plaat, die nog een stuk beter is dan zijn voorgangers.
Garda werd vooralsnog in het hokje folk gedrukt en ook Odds opent ingetogen met een akoestische gitaar en sprookjesachtige klanken. Wanneer de stem van zanger en voorman Kai Lehmann voor het eerst opduikt in een bad van strijkers met hier en daar wat venijnige gitaaruithalen, ontstijgt Garda het hokje folk direct. De smaakvolle en avontuurlijk instrumentatie in combinatie met stemmige vocalen en de wat donkere ondertoon doen wel wat denken aan de muziek die David Sylvian maakte op zijn eerste soloplaten, maar waar de voormalig Japan zanger uiteindelijk verstilde klanken opzocht, laat Garda haar muziek meerdere malen ontsporen.
De openingstrack ontspoort eerst met ruwe gitaren, maar slaat hierna om in een toegankelijk en buitengewoon fraai en rijk georkestreerd popliedje. Alleen in de openingstrack heeft Garda al meerdere gezichten laten zien en dat doet de band ook op de rest van de plaat. Odds is soms folky en ingetogen, soms groots en meeslepend en soms ruw en avontuurlijk.
De band maakt steeds weer indruk met de bijzondere instrumentatie, waarin gloedvolle strijkers, warme en organische klanken en sprookjesachtige elektronica steeds prachtig samenvloeien. Garda maakt op Odds bovendien indruk met het gemak waarmee de band tussen genres en stijlen schakelt.
In iedere track doet de band me weer aan van alles en nog wat denken, waarbij illustere rijtjes op kunnen duiken als The Blue Nile, New Order, Ben Howard en American Music Club. Het is een rijtje dat in iedere song weer anders kan zijn, maar het is altijd een aansprekend rijtje namen.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed met hoeveel aandacht Garda heeft gesleuteld aan haar muziek. Ondanks het grote aantal instrumenten valt alles keurig op zijn plek, hoor je ieder detail en slaagt Garda er ook nog eens in om ruimte te creëren in haar muziek. Het is muziek die prachtig past bij de langzaam opduikende herfstkleuren en bijpassende weerbeelden, maar is ook muziek die ondanks alle melancholie en weemoed verwarmt met mooie klanken in al even mooie songs.
Als ik dan toch een kritische noot moet kraken is dat je hoort dat Kai Lehmann geen native speaker van het Engels is, maar hoe erg is dat? Het zit mij in ieder geval nergens in de weg. Mooie en bijzondere plaat, die echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Garda - Odds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Duitse band luidt de herfst in met een stemmige soundtrack vol weemoed en schoonheid
Odds van Garda lag bij mij op de stapel van de wat anonieme nieuwe releases van deze week, maar de plaat ontstijgt deze stapel direct wanneer de eerste klanken uit de speakers komen. De band uit Dresden heeft een buitengewoon stemmige herfstsoundtrack vol invloeden en vol fraaie accenten gemaakt. Soms uiterst ingetogen, dan weer groots en meeslepend of flink ontsporend. Een heel rijtje grote namen komt bij als vergelijkingsmateriaal en het is een rijtje dat iedere keer weer anders is. Een plaat die ik niet zou willen missen.
Ik weet niet zo gek veel over de Duitse band Garda. Ik weet dat de band uit Dresden komt en de afgelopen jaren een indrukwekkende live-reputatie heeft opgebouwd. Ik weet verder dat de band de afgelopen jaren twee, met name in Duitsland, goed ontvangen platen heeft uitgebracht en dat deze platen niet alleen opvielen door bijzonder fraai artwork, maar ook door mooie en spannende muziek.
Die muziek heb ik zelf overigens pas gehoord na beluistering van de nieuwe plaat van de band en ik moet de critici gelijk geven. Odds, de nieuwe plaat van de Duitse band, valt me qua artwork wat tegen, maar het gaat natuurlijk om de muziek. In muzikaal opzicht heeft Garda wat mij betreft flinke stappen gezet, want Odds is een mooie en bijzondere plaat, die nog een stuk beter is dan zijn voorgangers.
Garda werd vooralsnog in het hokje folk gedrukt en ook Odds opent ingetogen met een akoestische gitaar en sprookjesachtige klanken. Wanneer de stem van zanger en voorman Kai Lehmann voor het eerst opduikt in een bad van strijkers met hier en daar wat venijnige gitaaruithalen, ontstijgt Garda het hokje folk direct. De smaakvolle en avontuurlijk instrumentatie in combinatie met stemmige vocalen en de wat donkere ondertoon doen wel wat denken aan de muziek die David Sylvian maakte op zijn eerste soloplaten, maar waar de voormalig Japan zanger uiteindelijk verstilde klanken opzocht, laat Garda haar muziek meerdere malen ontsporen.
De openingstrack ontspoort eerst met ruwe gitaren, maar slaat hierna om in een toegankelijk en buitengewoon fraai en rijk georkestreerd popliedje. Alleen in de openingstrack heeft Garda al meerdere gezichten laten zien en dat doet de band ook op de rest van de plaat. Odds is soms folky en ingetogen, soms groots en meeslepend en soms ruw en avontuurlijk.
De band maakt steeds weer indruk met de bijzondere instrumentatie, waarin gloedvolle strijkers, warme en organische klanken en sprookjesachtige elektronica steeds prachtig samenvloeien. Garda maakt op Odds bovendien indruk met het gemak waarmee de band tussen genres en stijlen schakelt.
In iedere track doet de band me weer aan van alles en nog wat denken, waarbij illustere rijtjes op kunnen duiken als The Blue Nile, New Order, Ben Howard en American Music Club. Het is een rijtje dat in iedere song weer anders kan zijn, maar het is altijd een aansprekend rijtje namen.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed met hoeveel aandacht Garda heeft gesleuteld aan haar muziek. Ondanks het grote aantal instrumenten valt alles keurig op zijn plek, hoor je ieder detail en slaagt Garda er ook nog eens in om ruimte te creëren in haar muziek. Het is muziek die prachtig past bij de langzaam opduikende herfstkleuren en bijpassende weerbeelden, maar is ook muziek die ondanks alle melancholie en weemoed verwarmt met mooie klanken in al even mooie songs.
Als ik dan toch een kritische noot moet kraken is dat je hoort dat Kai Lehmann geen native speaker van het Engels is, maar hoe erg is dat? Het zit mij in ieder geval nergens in de weg. Mooie en bijzondere plaat, die echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
Gareth Dickson - Orwell Court (2016)

4,5
0
geplaatst: 10 januari 2017, 14:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gareth Dickson - Orwell Court - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ben zo langzamerhand aanbeland bij de interessantere individuele jaarlijstjes van 2016 (en dat is maar goed ook, want eind deze week komen de eerste interessante releases van 2017 er aan) en in een van deze jaarlijstjes kwam ik Orwell Court van Gareth Dickson tegen.
Gareth Dickson is een uit het Schotse Glasgow afkomstige singer-songwriter, die vanuit de donkere buitenwijken van de stad al een paar jaar muziek uitbrengt en via bandcamp beschikbaar maakt.
Het is muziek die meestal genoeg heeft aan de bijzondere stem van de Schot en aan zijn zeker niet alledaagse akoestische gitaarspel. Het zijn ook de belangrijkste ingrediënten op zijn laatste plaat Orwell Court, maar dit keer heeft Gareth Dickson zijn muziek iets meer aangekleed.
Dat heeft hij gelukkig niet overdreven, waardoor ook Orwell Court opvalt door een hele bijzondere sfeer. Het is een sfeer die op het Internet fraai wordt beschreven als “A quiet Scottish melancholy underpinned by a grace and ethereal purity paired with a unique impression where the delicacy of Nick Drake mixes with the openness and space Brian Eno”. Mooier kan ik het niet zeggen.
Door de voorname rol voor de akoestische gitaar, de lome sfeer en de fluisterzachte vocalen, roept Orwell Court onmiddellijk associaties op met de drie grootse platen die Nick Drake tussen 1969 en 1972 uitbracht, maar Orwell Court is zeker niet de zoveelste plaat die in de voetsporen van de Britse folkie treedt.
Gareth Dickson begint misschien bij de ingetogen folksong, maar voegt vervolgens veel bijzonders toe aan zijn muziek. Door flink wat galm te gebruiken vult het akoestische gitaarspel de hele ruimte, waarna accenten van percussie, keyboards en in een aantal gevallen vrouwenstemmen (waaronder die van folklegende Vashti Bunyan, met wie Gareth Dickson al een aantal jaren toert) zorgen voor de variatie.
Door het bijzondere gitaarspel en een voorkeur voor een soms bijna minimalistische instrumentatie, doet Orwell Court af en toe ook wel wat denken aan de ambient van Brian Eno (al gebeurt er op de plaat van Gareth Dickson gelukkig wel wat meer dan op de laatste van Eno).
Het zorgt voor muziek met een bijna bezwerende uitwerking, die nog eens wordt versterkt door de bijzondere vocalen van de Schot, die fluisterzacht en in laag tempo uit de speakers komen.
In eerste instantie was ik bang dat de plaat snel zou gaan vervelen, maar Orwell Court wordt eigenlijk alleen maar mooier en indrukwekkender, al is het maar omdat de plaat de onthaasting uit de kerstvakantie weer even terughaalt.
En als Gareth Dickson aan het eind van de plaat ook nog eens Joy Division’s Atmosphere naar zijn hand zet is alle twijfel verdwenen. Prachtplaat van een muzikant die echt veel meer aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gareth Dickson - Orwell Court - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ben zo langzamerhand aanbeland bij de interessantere individuele jaarlijstjes van 2016 (en dat is maar goed ook, want eind deze week komen de eerste interessante releases van 2017 er aan) en in een van deze jaarlijstjes kwam ik Orwell Court van Gareth Dickson tegen.
Gareth Dickson is een uit het Schotse Glasgow afkomstige singer-songwriter, die vanuit de donkere buitenwijken van de stad al een paar jaar muziek uitbrengt en via bandcamp beschikbaar maakt.
Het is muziek die meestal genoeg heeft aan de bijzondere stem van de Schot en aan zijn zeker niet alledaagse akoestische gitaarspel. Het zijn ook de belangrijkste ingrediënten op zijn laatste plaat Orwell Court, maar dit keer heeft Gareth Dickson zijn muziek iets meer aangekleed.
Dat heeft hij gelukkig niet overdreven, waardoor ook Orwell Court opvalt door een hele bijzondere sfeer. Het is een sfeer die op het Internet fraai wordt beschreven als “A quiet Scottish melancholy underpinned by a grace and ethereal purity paired with a unique impression where the delicacy of Nick Drake mixes with the openness and space Brian Eno”. Mooier kan ik het niet zeggen.
Door de voorname rol voor de akoestische gitaar, de lome sfeer en de fluisterzachte vocalen, roept Orwell Court onmiddellijk associaties op met de drie grootse platen die Nick Drake tussen 1969 en 1972 uitbracht, maar Orwell Court is zeker niet de zoveelste plaat die in de voetsporen van de Britse folkie treedt.
Gareth Dickson begint misschien bij de ingetogen folksong, maar voegt vervolgens veel bijzonders toe aan zijn muziek. Door flink wat galm te gebruiken vult het akoestische gitaarspel de hele ruimte, waarna accenten van percussie, keyboards en in een aantal gevallen vrouwenstemmen (waaronder die van folklegende Vashti Bunyan, met wie Gareth Dickson al een aantal jaren toert) zorgen voor de variatie.
Door het bijzondere gitaarspel en een voorkeur voor een soms bijna minimalistische instrumentatie, doet Orwell Court af en toe ook wel wat denken aan de ambient van Brian Eno (al gebeurt er op de plaat van Gareth Dickson gelukkig wel wat meer dan op de laatste van Eno).
Het zorgt voor muziek met een bijna bezwerende uitwerking, die nog eens wordt versterkt door de bijzondere vocalen van de Schot, die fluisterzacht en in laag tempo uit de speakers komen.
In eerste instantie was ik bang dat de plaat snel zou gaan vervelen, maar Orwell Court wordt eigenlijk alleen maar mooier en indrukwekkender, al is het maar omdat de plaat de onthaasting uit de kerstvakantie weer even terughaalt.
En als Gareth Dickson aan het eind van de plaat ook nog eens Joy Division’s Atmosphere naar zijn hand zet is alle twijfel verdwenen. Prachtplaat van een muzikant die echt veel meer aandacht verdient. Erwin Zijleman
Garland Jeffreys - 14 Steps to Harlem (2017)

4,0
1
geplaatst: 30 april 2017, 11:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Garland Jeffreys - 14 Steps To Harlem - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Garland Jeffreys kende ik lange tijd alleen maar van de twee redelijk succesvolle singles die hij in de jaren 70 (Matador) en jaren 90 (Hail Hail Rock & Roll) uitbracht.
Inmiddels ken ik de Amerikaanse singer-songwriter van een prachtig oeuvre, dat in eerste instantie in de jaren 70, 80 en 90 een aantal hele mooie platen heeft opgeleverd (met Ghost Writer uit 1977 als mijn persoonlijke favoriet).
Het oeuvre van de singer-songwriter uit New York stopte lange tijd in 1997, maar sinds Garland Jeffreys in 2011 begon aan zijn tweede jeugd presteert hij gelukkig weer op de toppen van zijn kunnen en is hij misschien nog wel productiever dan in zijn jonge jaren.
Na The King Of In Between uit 2011 en Truth Serum uit 2013, is 14 Steps To Harlem al weer het derde album uit de tweede jeugd van Garland Jeffreys. Het is wederom een hele sterke plaat, die laat horen dat de inmiddels 72 jaar oude muzikant nog lang niet versleten is.
14 Steps To Harlem volgt in grote lijnen vrijwel hetzelfde recept als alle vorige platen van de Amerikaan. De muziek van Garland Jeffreys is verankerd in de rock ’n roll uit de jaren 50, maar sleept er vervolgens van alles bij.
De muzikant uit New York is niet vies van soul en blues, maar verloochent ook zijn deels Puerto Ricaanse wortels niet. Wanneer invloeden uit de rhythm & blues domineren schuurt ook 14 Steps To Harlem weer dicht tegen de platen van Van Morrison aan, maar Garland Jeffreys zaagt ook op zijn nieuwe plaat weer nadrukkelijk aan de stoelpoten van de Rolling Stones, raakt af en toe aan de muziek van Springsteen en Southside Johnny, doet wel wat denken aan de geweldige platen van Ian Hunter en heeft, zoals altijd, ook een zonnig klinkend reggae deuntje in de aanbieding.
Ook 14 Steps To Harlem is daarom weer een heerlijke muzikale smeltkroes met invloeden uit uiteenlopende genres, maar de songs van Garland Jeffreys vallen ook op door al het gevoel dat de Amerikaan in zijn vocalen legt en door de bijzondere verhalen die hij vertelt.
In het verleden waarin dit vaak verhalen waarin misstanden in de Amerikaanse samenleving (en met name racisme) meedogenloos aan de kaak werden gesteld. Op zijn nieuwe plaat blikt Garland Jeffreys vooral terug op zijn leven in New York, op zijn bijzondere muzikale carrière en op alle collega muzikanten die ons inmiddels ontvallen zijn, waaronder Lou Reed, wiens Waiting For The Man een fraaie vertolking krijgt (de beste van de wat overbodige covers op de plaat).
Hopelijk kan Garland Jeffreys nog een tijdje mee, want ook 14 Steps To Heaven is weer een plaat die makkelijk overtuigt met tijdloze popsongs vol emotie en urgentie en een instrumentatie vol vakmanschap, die zowel in de wat stevigere songs als in de sfeervolle ballads goed tot zijn recht komt.
Garland Jeffreys is zeker niet de enige ouwe rot die nog uitstekende platen maakt, maar vergeleken met de meeste van zijn leeftijdsgenoten is hij nog verrassend goed bij stem. Het geeft 14 Steps To Harlem hopelijk het zetje in de rug dat nodig is om deze plaat de aandacht te geven die de muziek van Garland Jeffreys zo verdient, want ook 14 Steps To Heaven is weer een grootse plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Garland Jeffreys - 14 Steps To Harlem - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Garland Jeffreys kende ik lange tijd alleen maar van de twee redelijk succesvolle singles die hij in de jaren 70 (Matador) en jaren 90 (Hail Hail Rock & Roll) uitbracht.
Inmiddels ken ik de Amerikaanse singer-songwriter van een prachtig oeuvre, dat in eerste instantie in de jaren 70, 80 en 90 een aantal hele mooie platen heeft opgeleverd (met Ghost Writer uit 1977 als mijn persoonlijke favoriet).
Het oeuvre van de singer-songwriter uit New York stopte lange tijd in 1997, maar sinds Garland Jeffreys in 2011 begon aan zijn tweede jeugd presteert hij gelukkig weer op de toppen van zijn kunnen en is hij misschien nog wel productiever dan in zijn jonge jaren.
Na The King Of In Between uit 2011 en Truth Serum uit 2013, is 14 Steps To Harlem al weer het derde album uit de tweede jeugd van Garland Jeffreys. Het is wederom een hele sterke plaat, die laat horen dat de inmiddels 72 jaar oude muzikant nog lang niet versleten is.
14 Steps To Harlem volgt in grote lijnen vrijwel hetzelfde recept als alle vorige platen van de Amerikaan. De muziek van Garland Jeffreys is verankerd in de rock ’n roll uit de jaren 50, maar sleept er vervolgens van alles bij.
De muzikant uit New York is niet vies van soul en blues, maar verloochent ook zijn deels Puerto Ricaanse wortels niet. Wanneer invloeden uit de rhythm & blues domineren schuurt ook 14 Steps To Harlem weer dicht tegen de platen van Van Morrison aan, maar Garland Jeffreys zaagt ook op zijn nieuwe plaat weer nadrukkelijk aan de stoelpoten van de Rolling Stones, raakt af en toe aan de muziek van Springsteen en Southside Johnny, doet wel wat denken aan de geweldige platen van Ian Hunter en heeft, zoals altijd, ook een zonnig klinkend reggae deuntje in de aanbieding.
Ook 14 Steps To Harlem is daarom weer een heerlijke muzikale smeltkroes met invloeden uit uiteenlopende genres, maar de songs van Garland Jeffreys vallen ook op door al het gevoel dat de Amerikaan in zijn vocalen legt en door de bijzondere verhalen die hij vertelt.
In het verleden waarin dit vaak verhalen waarin misstanden in de Amerikaanse samenleving (en met name racisme) meedogenloos aan de kaak werden gesteld. Op zijn nieuwe plaat blikt Garland Jeffreys vooral terug op zijn leven in New York, op zijn bijzondere muzikale carrière en op alle collega muzikanten die ons inmiddels ontvallen zijn, waaronder Lou Reed, wiens Waiting For The Man een fraaie vertolking krijgt (de beste van de wat overbodige covers op de plaat).
Hopelijk kan Garland Jeffreys nog een tijdje mee, want ook 14 Steps To Heaven is weer een plaat die makkelijk overtuigt met tijdloze popsongs vol emotie en urgentie en een instrumentatie vol vakmanschap, die zowel in de wat stevigere songs als in de sfeervolle ballads goed tot zijn recht komt.
Garland Jeffreys is zeker niet de enige ouwe rot die nog uitstekende platen maakt, maar vergeleken met de meeste van zijn leeftijdsgenoten is hij nog verrassend goed bij stem. Het geeft 14 Steps To Harlem hopelijk het zetje in de rug dat nodig is om deze plaat de aandacht te geven die de muziek van Garland Jeffreys zo verdient, want ook 14 Steps To Heaven is weer een grootse plaat. Erwin Zijleman
Garrett T. Capps - All Right, All Night (2019)

4,0
0
geplaatst: 3 september 2019, 16:07 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Garrett T. Capps - All Right, All Night - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Garrett T. Capps - All Right, All Night
Nog geen jaar na zijn vorige album is Garrett T. Capps alweer terug met een portie wederom volstrekt onweerstaanbare “space country”
Voortborduren op de goed gevulde archieven van de 60’s en 70’s countryrock en toch ook vernieuwen. Het valt niet mee, maar Garrett T. Capps doet het. De Texaanse muzikant verrijkt zijn “space country” met een lekker vol geluid en hier en daar wat bezwerende synths. Het klinkt niet alleen net iets anders, maar ook bijzonder lekker. All Right, All Night is een album met een heerlijke flow en het is een flow waarin je alleen maar mee kunt gaan. In muzikaal opzicht valt er heel veel te genieten op het album, maar ook in tekstueel en vocaal opzicht zet de Texaanse muzikant een prima prestatie neer, zeker wanneer de jonge Carson McHone mag meezingen in een bloedstollend mooi duet. Prachtplaat weer van deze Amerikaanse muzikant.
Nog geen jaar geleden maakte de Texaanse muzikant Garrett T. Capps een onuitwisbare indruk met zijn album In The Shadows (Again). De Amerikaan borduurde op dit album met zijn countrymuziek voort op de countryrock uit de jaren 60 en 70, maar gaf ook een eigen draai aan al deze invloeden uit het verleden in wat hij zelf “space country” noemde.
De muzikant uit San Antonio, Texas, heeft kennelijk over inspiratie niet te klagen, want er ligt alweer een nieuw album van Garrett T. Capps in de winkel. Ook op All Right, All Night maakt Garrett T. Caps rootsmuziek met een hang naar het verleden, maar ook dit keer heeft hij zijn muziek voorzien van een eigentijds tintje.
De “space country” van de Texaanse muzikant klinkt ook op zijn nieuwe album weer erg lekker. All Right, All Night is voorzien van een lekker vol geluid, waarin de instrumenten bijna over elkaar struikelen. Het is een geluid dat herinnert aan de countryrock van een aantal decennia geleden en zeker aan de countryrock die werd verrijkt met invloeden uit de psychedelica.
Helemaal nieuw is de “space country” van Garrett T. Capps overigens niet, want in de praktijk zijn de verschillen met de “Cosmic American Music” van onder andere Gram Parsons niet zo heel groot (het verschil zit met name in het gebruik van de synths). Garrett T. Capps sluit met zijn muziek bovendien ook aan bij die van hedendaagse countryhelden als Chris Stapleton, Jason Isbell, Sturgill Simpson, Tyler Childers en Brent Cobb.
Toch weet All Right, All Night zich wat mij betreft vrij makkelijk te onderscheiden van de meeste andere rootsalbums van het moment. Zijn Texaanse country klinkt net wat rauwer dan die uit Nashville en de muziek van Garrett T. Capps klinkt door de spacy invloeden ook net wat zweveriger.
Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant heeft bovendien een geluid waarin je alleen maar wilt verdrinken. De ritmesectie staat als een huis, het gitaarwerk waait heerlijk breed uit en de bijdragen van onder andere viool, pedal steel en accordeon vullen alle gaten prachtig op. Het al behoorlijk volle geluid wordt afgemaakt met een subtiel laagje synths, dat de muziek van Garrett T. Capps definitief onderscheidt van die van al zijn soortgenoten.
De muzikant uit San Antonio schrijft ook nog eens lekker veelzijdige songs en vertelt mooie verhalen. In de meeste songs op het album ligt het tempo laag en betoveren de muzikanten rond Garrett T. Capps met benevelende klanken, maar hier en daar wordt de gashendel flink opengedraaid. Het lome en zweverige geluid past prima bij de zeer aangename vocalen, waarin zo nu en dan de voor het genre typerende snik opduikt.
De vergelijking met de muziek van Gram Parsons is al eerder voorbij gekomen en duikt nog wat nadrukkelijker op wanneer Garrett T. Capps samen met Carson McHone (luister zeker eens naar haar eerder dit jaar verschenen prachtdebuut Carousel) tekent voor een ballad die herinnert aan de hoogtijdagen van Gram Parsons en Emmylou Harris. Het is de kroon op een album dat minstens net zo overtuigt als zijn voorganger en Garrett T. Capps wat mij betreft definitief schaart onder de smaakmakers van de rootsmuziek van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Garrett T. Capps - All Right, All Night - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Garrett T. Capps - All Right, All Night
Nog geen jaar na zijn vorige album is Garrett T. Capps alweer terug met een portie wederom volstrekt onweerstaanbare “space country”
Voortborduren op de goed gevulde archieven van de 60’s en 70’s countryrock en toch ook vernieuwen. Het valt niet mee, maar Garrett T. Capps doet het. De Texaanse muzikant verrijkt zijn “space country” met een lekker vol geluid en hier en daar wat bezwerende synths. Het klinkt niet alleen net iets anders, maar ook bijzonder lekker. All Right, All Night is een album met een heerlijke flow en het is een flow waarin je alleen maar mee kunt gaan. In muzikaal opzicht valt er heel veel te genieten op het album, maar ook in tekstueel en vocaal opzicht zet de Texaanse muzikant een prima prestatie neer, zeker wanneer de jonge Carson McHone mag meezingen in een bloedstollend mooi duet. Prachtplaat weer van deze Amerikaanse muzikant.
Nog geen jaar geleden maakte de Texaanse muzikant Garrett T. Capps een onuitwisbare indruk met zijn album In The Shadows (Again). De Amerikaan borduurde op dit album met zijn countrymuziek voort op de countryrock uit de jaren 60 en 70, maar gaf ook een eigen draai aan al deze invloeden uit het verleden in wat hij zelf “space country” noemde.
De muzikant uit San Antonio, Texas, heeft kennelijk over inspiratie niet te klagen, want er ligt alweer een nieuw album van Garrett T. Capps in de winkel. Ook op All Right, All Night maakt Garrett T. Caps rootsmuziek met een hang naar het verleden, maar ook dit keer heeft hij zijn muziek voorzien van een eigentijds tintje.
De “space country” van de Texaanse muzikant klinkt ook op zijn nieuwe album weer erg lekker. All Right, All Night is voorzien van een lekker vol geluid, waarin de instrumenten bijna over elkaar struikelen. Het is een geluid dat herinnert aan de countryrock van een aantal decennia geleden en zeker aan de countryrock die werd verrijkt met invloeden uit de psychedelica.
Helemaal nieuw is de “space country” van Garrett T. Capps overigens niet, want in de praktijk zijn de verschillen met de “Cosmic American Music” van onder andere Gram Parsons niet zo heel groot (het verschil zit met name in het gebruik van de synths). Garrett T. Capps sluit met zijn muziek bovendien ook aan bij die van hedendaagse countryhelden als Chris Stapleton, Jason Isbell, Sturgill Simpson, Tyler Childers en Brent Cobb.
Toch weet All Right, All Night zich wat mij betreft vrij makkelijk te onderscheiden van de meeste andere rootsalbums van het moment. Zijn Texaanse country klinkt net wat rauwer dan die uit Nashville en de muziek van Garrett T. Capps klinkt door de spacy invloeden ook net wat zweveriger.
Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant heeft bovendien een geluid waarin je alleen maar wilt verdrinken. De ritmesectie staat als een huis, het gitaarwerk waait heerlijk breed uit en de bijdragen van onder andere viool, pedal steel en accordeon vullen alle gaten prachtig op. Het al behoorlijk volle geluid wordt afgemaakt met een subtiel laagje synths, dat de muziek van Garrett T. Capps definitief onderscheidt van die van al zijn soortgenoten.
De muzikant uit San Antonio schrijft ook nog eens lekker veelzijdige songs en vertelt mooie verhalen. In de meeste songs op het album ligt het tempo laag en betoveren de muzikanten rond Garrett T. Capps met benevelende klanken, maar hier en daar wordt de gashendel flink opengedraaid. Het lome en zweverige geluid past prima bij de zeer aangename vocalen, waarin zo nu en dan de voor het genre typerende snik opduikt.
De vergelijking met de muziek van Gram Parsons is al eerder voorbij gekomen en duikt nog wat nadrukkelijker op wanneer Garrett T. Capps samen met Carson McHone (luister zeker eens naar haar eerder dit jaar verschenen prachtdebuut Carousel) tekent voor een ballad die herinnert aan de hoogtijdagen van Gram Parsons en Emmylou Harris. Het is de kroon op een album dat minstens net zo overtuigt als zijn voorganger en Garrett T. Capps wat mij betreft definitief schaart onder de smaakmakers van de rootsmuziek van het moment. Erwin Zijleman
Garrett T. Capps - In the Shadows (Again) (2018)

4,5
1
geplaatst: 16 september 2018, 10:31 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Garrett T. Capps - In The Shadows (Again) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nieuwkomer Garrett T. Capps blaast je van je sokken met zijn space country
Een goed begin is het halve werk moet Garrett T. Capps gedacht hebben, want na de weergaloze openingstrack speelt de Texaanse muzikant een gewonnen wedstrijd. Op zijn nieuwe plaat kan de Amerikaan uit de voeten met countryrock die herinnert aan vervlogen tijden, maar in zijn beste songs creëert Garrett T. Capps zijn eigen space country en maakt hij diepe indruk met een wonderschone instrumentatie, doorleefde vocalen en muziek die nadrukkelijk buiten de lijntjes van de traditionele countryrock kleurt. Het schaart In The Shadows (Again) onder de interessantere rootsplaten van het jaar.
Drie minuten en drie seconden duurt de openingstrack van de nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter Garrett T. Capps en het is genoeg om een onuitwisbare indruk te maken.
Een akoestische gitaar krijgt gezelschap van een emotievolle en doorleefde stem, waarna het geluid wordt verrijkt met atmosferische synths, een weemoedige pedal steel en werkelijk prachtig uitwaaiend gitaarwerk.
Het is een openingstrack die ik inmiddels al talloze keren heb beluisterd en Born Into A Ballroom wordt alleen maar mooier en indrukwekkender. Het geldt eigenlijk voor de hele plaat die Garrett T. Capps heeft afgeleverd.
De muzikant uit San Antonio, Texas, brengt inmiddels al een aantal jaren platen uit via bandcamp, maar met In The Shadows (Again), dat overigens al een tijdje op zijn bandcamp pagina staat, moet hij wat mij betreft gaan doorbreken naar een groot publiek.
Na de wonderschone openingstrack waagt Garrett T. Capps zich aan traditioneler klinkende rootsrock en countryrock en vindt de jonge Amerikaanse muzikant aansluiting bij nieuwe helden als Chris Stapleton, Jason Isbell, Sturgill Simpson, Tyler Childers en Brent Cobb. Net als al deze muzikanten grijpt Garrett T. Capps terug op de country en countryrock van een aantal decennia geleden, maar vindt hij ook makkelijk aansluiting bij de alt-country uit het heden.
In The Shadows (Again) is voor de afwisseling eens geen plaat uit Nashville, maar ademt de sfeer van Texas. De muziek van Garrett T. Capps klinkt hierdoor net wat rauwer en mag bovendien de tijd nemen om eindeloze ruimtes te vullen. De Texaan kleurt hierbij nadrukkelijk buiten de lijntjes van de rootsrock en kiest hier en daar voor een toegankelijk rockgeluid.
Hierbij valt keer op keer op dat de Amerikaan zich heeft omringd met geweldige muzikanten. De pedal steel klanken op de plaat zijn bijna geestverruimend en vloeien hier en daar bijna samen met de al even mooie synths. Het is ruimtelijke muziek die fraai wordt opgevuld door prachtige gitaarakkoorden en de geweldige zang van Garrett T. Capps, die in zijn stem ook wel wat van Gram Parsons heeft. De Texaan vertelt op In The Shadows (Again) ook nog eens mooie verhalen en het zijn verhalen die een ruig leven verraden.
De openingstrack wordt niet overtroffen door de wat traditionelere rootstracks op de plaat, maar halverwege de plaat wordt je van je sokken geblazen door het ruim zes minuten durende Here Right Now, dat prachtig opbouwt naar een climax en opvalt door een hemeltergend mooie instrumentatie. Na een aantal traditioneler klinkende tracks laat Garrett T. Capps horen dat het nog wel wat bezwerender kan met het elf minuten durende Trouble’s Callin’. De Texaan omschrijft zijn muziek zelf als space country en dat is zeker in de langere tracks een vlag die de lading dekt.
Na bijna drie kwartier zit In The Shadows (Again) er op en al na de eerste keer horen was ik overtuigd van de kwaliteiten van deze plaat. Het is een plaat die ik kan blijven beluisteren, maar ook de rest van het oeuvre van de muzikant uit San Antonio is fascinerend. Liefhebbers van rauwe Texaanse countryrock zullen zich geen buil vallen aan het geweldige Y Los Lonely Hipsters, maar ik hou het toch op de nieuwe plaat van Garrett T. Capps, die ik bij deze schaar onder de grote nieuwe talenten binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Garrett T. Capps - In The Shadows (Again) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Nieuwkomer Garrett T. Capps blaast je van je sokken met zijn space country
Een goed begin is het halve werk moet Garrett T. Capps gedacht hebben, want na de weergaloze openingstrack speelt de Texaanse muzikant een gewonnen wedstrijd. Op zijn nieuwe plaat kan de Amerikaan uit de voeten met countryrock die herinnert aan vervlogen tijden, maar in zijn beste songs creëert Garrett T. Capps zijn eigen space country en maakt hij diepe indruk met een wonderschone instrumentatie, doorleefde vocalen en muziek die nadrukkelijk buiten de lijntjes van de traditionele countryrock kleurt. Het schaart In The Shadows (Again) onder de interessantere rootsplaten van het jaar.
Drie minuten en drie seconden duurt de openingstrack van de nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter Garrett T. Capps en het is genoeg om een onuitwisbare indruk te maken.
Een akoestische gitaar krijgt gezelschap van een emotievolle en doorleefde stem, waarna het geluid wordt verrijkt met atmosferische synths, een weemoedige pedal steel en werkelijk prachtig uitwaaiend gitaarwerk.
Het is een openingstrack die ik inmiddels al talloze keren heb beluisterd en Born Into A Ballroom wordt alleen maar mooier en indrukwekkender. Het geldt eigenlijk voor de hele plaat die Garrett T. Capps heeft afgeleverd.
De muzikant uit San Antonio, Texas, brengt inmiddels al een aantal jaren platen uit via bandcamp, maar met In The Shadows (Again), dat overigens al een tijdje op zijn bandcamp pagina staat, moet hij wat mij betreft gaan doorbreken naar een groot publiek.
Na de wonderschone openingstrack waagt Garrett T. Capps zich aan traditioneler klinkende rootsrock en countryrock en vindt de jonge Amerikaanse muzikant aansluiting bij nieuwe helden als Chris Stapleton, Jason Isbell, Sturgill Simpson, Tyler Childers en Brent Cobb. Net als al deze muzikanten grijpt Garrett T. Capps terug op de country en countryrock van een aantal decennia geleden, maar vindt hij ook makkelijk aansluiting bij de alt-country uit het heden.
In The Shadows (Again) is voor de afwisseling eens geen plaat uit Nashville, maar ademt de sfeer van Texas. De muziek van Garrett T. Capps klinkt hierdoor net wat rauwer en mag bovendien de tijd nemen om eindeloze ruimtes te vullen. De Texaan kleurt hierbij nadrukkelijk buiten de lijntjes van de rootsrock en kiest hier en daar voor een toegankelijk rockgeluid.
Hierbij valt keer op keer op dat de Amerikaan zich heeft omringd met geweldige muzikanten. De pedal steel klanken op de plaat zijn bijna geestverruimend en vloeien hier en daar bijna samen met de al even mooie synths. Het is ruimtelijke muziek die fraai wordt opgevuld door prachtige gitaarakkoorden en de geweldige zang van Garrett T. Capps, die in zijn stem ook wel wat van Gram Parsons heeft. De Texaan vertelt op In The Shadows (Again) ook nog eens mooie verhalen en het zijn verhalen die een ruig leven verraden.
De openingstrack wordt niet overtroffen door de wat traditionelere rootstracks op de plaat, maar halverwege de plaat wordt je van je sokken geblazen door het ruim zes minuten durende Here Right Now, dat prachtig opbouwt naar een climax en opvalt door een hemeltergend mooie instrumentatie. Na een aantal traditioneler klinkende tracks laat Garrett T. Capps horen dat het nog wel wat bezwerender kan met het elf minuten durende Trouble’s Callin’. De Texaan omschrijft zijn muziek zelf als space country en dat is zeker in de langere tracks een vlag die de lading dekt.
Na bijna drie kwartier zit In The Shadows (Again) er op en al na de eerste keer horen was ik overtuigd van de kwaliteiten van deze plaat. Het is een plaat die ik kan blijven beluisteren, maar ook de rest van het oeuvre van de muzikant uit San Antonio is fascinerend. Liefhebbers van rauwe Texaanse countryrock zullen zich geen buil vallen aan het geweldige Y Los Lonely Hipsters, maar ik hou het toch op de nieuwe plaat van Garrett T. Capps, die ik bij deze schaar onder de grote nieuwe talenten binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman
Garrison Starr - Girl I Used to Be (2021)

4,0
0
geplaatst: 20 maart 2021, 17:42 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Garrison Starr - Girl I Used To Be - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Garrison Starr - Girl I Used To Be
De Amerikaanse singer-songwriter Garrison Starr keert terug na flink wat jaren afwezigheid en overtuigt makkelijk met een zeer persoonlijk album vol lekker in het gehoor liggende rootsmuziek
Bij de naam Garrison Starr moest ik flink graven in het verleden, maar uiteindelijk herinnerde ik me een paar uitstekende albums. De Amerikaanse muzikante is een tijd weg geweest, maar met het deze maand verschenen Girl I Used To Be ligt er weer een prima album. Het is een zeer persoonlijk album waarop de Amerikaanse singer-songwriter terugkeert naar haar bepaald niet makkelijke jeugd in het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Girl I Used To Be is in tekstueel opzicht een zwaar album, maar de rootsmuziek op het album is gloedvol en ligt lekker in het gehoor. Het is een geluid dat uitstekend past bij de uitstekende stem van Garrison Starr. Mooi dat ze terug is.
De Amerikaanse singer-songwriter Garrison Starr leverde halverwege de jaren 90 haar eerste EP af, maar trok voor het eerst mijn aandacht met het in 2002 verschenen Songs From Take Off To Landing, waarop ze indruk maakte met een mix van Amerikaanse rootsmuziek en lekker in het gehoor liggende pop en rock. Er volgden nog vier uitstekende albums, die wat meer opschoven richting de Amerikaanse rootsmuziek, maar helaas steeds minder aandacht trokken. Na Amateur uit 2012 werd het helemaal stil rond de Amerikaanse muzikante, tot ze deze maand weer opdook met Girl I Used To Be.
Garrison Starr heeft met Girl I Used To Be een zeer persoonlijk album gemaakt, dat teruggaat naar haar jeugd en dat afrekent met een aantal demonen uit deze jeugd. De Amerikaanse muzikante groeide op in Mississippi, in een gemeenschap waarin het geloof een belangrijke rol speelde. In deze streng gelovige gemeenschap was er geen ruimte voor de seksualiteit van Garrison Starr, die afweek van de geldende norm. Het heeft gezorgd voor de nodige littekens, die op Girl I Used To Be een voor een aan de oppervlakte komen.
Ik heb helaas maar weinig informatie over het nieuwe album van Garrison Starr kunnen vinden en zelfs de biografie op haar eigen website stopt een jaar of vijf geleden. Ik weet dan ook niet welke muzikanten zijn te horen op het nieuwe album en weet ook niet wie het produceerde. Ik weet evenmin waarom Garrison Starr zo lang geen nieuwe muziek heeft uitgebracht. De muziek op Girl I Used To Be moet daarom maar spreken en het is muziek die me heel goed bevalt.
Garrison Starr was in haar jongere jaren niet vies van rock, maar beperkt zich op Girl I Used To Be toch vooral tot Americana in de ruimste zin van het woord. Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante staat vol met gloedvolle Americana met vooral invloeden uit de folk en de country.
In de instrumentatie staan de gitaren centraal, maar het is ook een instrumentatie die de stem van Garrison Starr alle ruimte geeft. Het is een stem die het uitstekend doet in de Amerikaanse rootsmuziek, maar het is ook een stem die lekker rauw uit de hoek kan komen. Als Garrison Starr wat rauwer zingt hoor ik af en toe wel wat van Melissa Etheridge, maar ook voor vol gevoel gezongen songs vol invloeden uit de folk en country ben je bij de Amerikaanse muzikante aan het juiste adres.
Op haar vroege albums had Garrison Starr een goed gevoel voor lekker in het gehoor liggende popsongs en dat gevoel is ze zeker niet kwijtgeraakt, want naast sobere en intieme rootssongs biedt Girl I Used To Be ook ruimte aan lekker in het gehoor liggende songs, die hier en daar worden voorzien van wat extra invloeden als een vleugje gospel.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik de muziek van Garrison Starr al lang was vergeten, mijn laatste herinnering was The Sound Of You And Me uit 2005. Desondanks riep haar naam direct goede herinneringen op. Het zijn herinneringen die worden bevestigd door het fraaie Girl I Used To Be, dat opvalt door de intieme en persoonlijke teksten en door een mooi en warm geluid, maar ook door een aansprekende stem en al even aansprekende songs. Het is inmiddels flink dringen in het genre dat Garrison Starr negen jaar geleden achter zich liet, maar ze verdient haar plekje met dit prima album nog steeds. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Garrison Starr - Girl I Used To Be - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Garrison Starr - Girl I Used To Be
De Amerikaanse singer-songwriter Garrison Starr keert terug na flink wat jaren afwezigheid en overtuigt makkelijk met een zeer persoonlijk album vol lekker in het gehoor liggende rootsmuziek
Bij de naam Garrison Starr moest ik flink graven in het verleden, maar uiteindelijk herinnerde ik me een paar uitstekende albums. De Amerikaanse muzikante is een tijd weg geweest, maar met het deze maand verschenen Girl I Used To Be ligt er weer een prima album. Het is een zeer persoonlijk album waarop de Amerikaanse singer-songwriter terugkeert naar haar bepaald niet makkelijke jeugd in het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Girl I Used To Be is in tekstueel opzicht een zwaar album, maar de rootsmuziek op het album is gloedvol en ligt lekker in het gehoor. Het is een geluid dat uitstekend past bij de uitstekende stem van Garrison Starr. Mooi dat ze terug is.
De Amerikaanse singer-songwriter Garrison Starr leverde halverwege de jaren 90 haar eerste EP af, maar trok voor het eerst mijn aandacht met het in 2002 verschenen Songs From Take Off To Landing, waarop ze indruk maakte met een mix van Amerikaanse rootsmuziek en lekker in het gehoor liggende pop en rock. Er volgden nog vier uitstekende albums, die wat meer opschoven richting de Amerikaanse rootsmuziek, maar helaas steeds minder aandacht trokken. Na Amateur uit 2012 werd het helemaal stil rond de Amerikaanse muzikante, tot ze deze maand weer opdook met Girl I Used To Be.
Garrison Starr heeft met Girl I Used To Be een zeer persoonlijk album gemaakt, dat teruggaat naar haar jeugd en dat afrekent met een aantal demonen uit deze jeugd. De Amerikaanse muzikante groeide op in Mississippi, in een gemeenschap waarin het geloof een belangrijke rol speelde. In deze streng gelovige gemeenschap was er geen ruimte voor de seksualiteit van Garrison Starr, die afweek van de geldende norm. Het heeft gezorgd voor de nodige littekens, die op Girl I Used To Be een voor een aan de oppervlakte komen.
Ik heb helaas maar weinig informatie over het nieuwe album van Garrison Starr kunnen vinden en zelfs de biografie op haar eigen website stopt een jaar of vijf geleden. Ik weet dan ook niet welke muzikanten zijn te horen op het nieuwe album en weet ook niet wie het produceerde. Ik weet evenmin waarom Garrison Starr zo lang geen nieuwe muziek heeft uitgebracht. De muziek op Girl I Used To Be moet daarom maar spreken en het is muziek die me heel goed bevalt.
Garrison Starr was in haar jongere jaren niet vies van rock, maar beperkt zich op Girl I Used To Be toch vooral tot Americana in de ruimste zin van het woord. Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante staat vol met gloedvolle Americana met vooral invloeden uit de folk en de country.
In de instrumentatie staan de gitaren centraal, maar het is ook een instrumentatie die de stem van Garrison Starr alle ruimte geeft. Het is een stem die het uitstekend doet in de Amerikaanse rootsmuziek, maar het is ook een stem die lekker rauw uit de hoek kan komen. Als Garrison Starr wat rauwer zingt hoor ik af en toe wel wat van Melissa Etheridge, maar ook voor vol gevoel gezongen songs vol invloeden uit de folk en country ben je bij de Amerikaanse muzikante aan het juiste adres.
Op haar vroege albums had Garrison Starr een goed gevoel voor lekker in het gehoor liggende popsongs en dat gevoel is ze zeker niet kwijtgeraakt, want naast sobere en intieme rootssongs biedt Girl I Used To Be ook ruimte aan lekker in het gehoor liggende songs, die hier en daar worden voorzien van wat extra invloeden als een vleugje gospel.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik de muziek van Garrison Starr al lang was vergeten, mijn laatste herinnering was The Sound Of You And Me uit 2005. Desondanks riep haar naam direct goede herinneringen op. Het zijn herinneringen die worden bevestigd door het fraaie Girl I Used To Be, dat opvalt door de intieme en persoonlijke teksten en door een mooi en warm geluid, maar ook door een aansprekende stem en al even aansprekende songs. Het is inmiddels flink dringen in het genre dat Garrison Starr negen jaar geleden achter zich liet, maar ze verdient haar plekje met dit prima album nog steeds. Erwin Zijleman
Gary Louris - Dark Country (2025)

4,0
2
geplaatst: 19 februari 2025, 11:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Gary Louris - Dark Country - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Gary Louris - Dark Country
The Jayhawks voorman Gary Louris heeft voor het op Valentijnsdag verschenen Dark Country een aantal songs over de liefde opgenomen die behoorlijk ingetogen en met heel veel gevoel worden vertolkt
Als voorman van de Amerikaanse band The Jayhawks hoort Gary Louris bij de grootheden binnen de Amerikaanse alt-country scene die aan het begin van de jaren 90 opbloeide. De band heeft inmiddels een respectabel aantal albums op haar naam staan, waaronder een aantal klassiekers. Het solowerk van de Amerikaanse muzikant vond ik altijd net wat minder aansprekend, maar het deze week verschenen Dark Country valt me zeker niet tegen. Het is een album dat eerder klinkt als een folk- of countryalbum uit de jaren 70 dan als een alt-country album, maar door de zang van Gary Louris is het ook niet heel ver verwijderd van de muziek van The Jayhawks. Genieten dus.
Gary Louris kennen we als voorman van de Amerikaanse band The Jayhawks, die in de eerste helft van de jaren 90 met Hollywood Town Hall en Tomorrow The Green Grass twee onbetwiste alt-country klassiekers afleverde. In de band uit Minneapolis, Minnesota, draaide in eerste instantie alles om de dynamiek tussen Gary Louris en Mark Olson, maar sinds de tweede helft van de jaren 90 trekt Gary Louris de kar.
Hollywood Town Hall en Tomorrow The Green Grass zijn nog altijd de uitschieters in het oeuvre van The Jayhawks, maar de band timmert nog altijd met veel succes aan de weg en blijft een van de smaakmakers in het genre. XOXO, het laatste wapenfeit van de Amerikaanse band is inmiddels alweer vijf jaar oud, maar Gary Louris geeft deze week weer een levensteken af met zijn derde soloalbum (het album dat hij samen maakte met Mark Olson niet mee geteld).
Vagabonds uit 2008 en Jump For Joy vond ik allebei prima albums, al vind ik de albums van The Jayhawks over het algemeen beter. Dat was ook mijn eerste conclusie na eerste beluistering van het deze week verschenen Dark Country. Nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd moet ik mijn mening toch wat bijstellen, want Gary Louris heeft een mooi album gemaakt.
Ook Dark Country is weer een album dat onmiddellijk aan de muziek van The Jayhawks doet denken. Dat is ook niet zo gek, want Gary Louris bepaalt met zijn stem voor een belangrijk deel het geluid van de band uit Minneapolis. Ook in muzikaal opzicht is Dark Country geen lichtjaren verwijderd van de muziek van The Jayhawks, al klinkt een soloalbum van Gary Louris wel anders dan een album van zijn band.
Dark Country is een behoorlijk ingetogen album waarop we vooral gitaren, piano, mondharmonica en de stem van Gary Louris horen. Het op Valentijnsdag verschenen album is een ode aan de liefde en werd door de Amerikaanse muzikant thuis opgenomen. Het is een album dat door de sobere inkleuring nogal nostalgisch aan doet, maar de songs zijn aansprekend en de uitvoering is fraai.
Ik heb al sinds de beginjaren van The Jayhawks wat met de stem van Gary Louris en ook de zang op Dark Country is zeer aansprekend. De Amerikaanse muzikant heeft een karakteristieke stem en legt veel gevoel in zijn zang. Door de sobere setting hoor ik dit keer wat minder van de muziek van The Jayhawks, al zijn er wel raakvlakken met het meer ingetogen werk van de band, en klinkt Dark Country meer als de folk- en countryalbums uit de jaren 70 dan als de alt-country albums uit de jaren 90.
Ik moest er even aan wennen, maar zeker wat later op de avond dringen de nieuwe songs van Gary Louris zich genadeloos op. Dat ligt niet alleen aan de mooie zang op het album, maar zeker ook aan het prachtige gitaarwerk, zeker wanneer de Amerikaanse muzikant elektrische gitaren gebruikt. Elf songs lang klinkt Dark Country behoorlijk consistent, maar in de laatste tracks gooit Gary Louris er nog wat synths tegenaan en klinkt zijn muziek toch opeens weer een stuk voller.
Dark Country is een album dat doet uitzien naar een nieuw Jayhawks album, maar meer dan de vorige soloalbums van Gary Louris is het ook een album dat zich makkelijk staande houdt naast de geweldige albums van de band uit Minneapolis. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Gary Louris - Dark Country - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Gary Louris - Dark Country
The Jayhawks voorman Gary Louris heeft voor het op Valentijnsdag verschenen Dark Country een aantal songs over de liefde opgenomen die behoorlijk ingetogen en met heel veel gevoel worden vertolkt
Als voorman van de Amerikaanse band The Jayhawks hoort Gary Louris bij de grootheden binnen de Amerikaanse alt-country scene die aan het begin van de jaren 90 opbloeide. De band heeft inmiddels een respectabel aantal albums op haar naam staan, waaronder een aantal klassiekers. Het solowerk van de Amerikaanse muzikant vond ik altijd net wat minder aansprekend, maar het deze week verschenen Dark Country valt me zeker niet tegen. Het is een album dat eerder klinkt als een folk- of countryalbum uit de jaren 70 dan als een alt-country album, maar door de zang van Gary Louris is het ook niet heel ver verwijderd van de muziek van The Jayhawks. Genieten dus.
Gary Louris kennen we als voorman van de Amerikaanse band The Jayhawks, die in de eerste helft van de jaren 90 met Hollywood Town Hall en Tomorrow The Green Grass twee onbetwiste alt-country klassiekers afleverde. In de band uit Minneapolis, Minnesota, draaide in eerste instantie alles om de dynamiek tussen Gary Louris en Mark Olson, maar sinds de tweede helft van de jaren 90 trekt Gary Louris de kar.
Hollywood Town Hall en Tomorrow The Green Grass zijn nog altijd de uitschieters in het oeuvre van The Jayhawks, maar de band timmert nog altijd met veel succes aan de weg en blijft een van de smaakmakers in het genre. XOXO, het laatste wapenfeit van de Amerikaanse band is inmiddels alweer vijf jaar oud, maar Gary Louris geeft deze week weer een levensteken af met zijn derde soloalbum (het album dat hij samen maakte met Mark Olson niet mee geteld).
Vagabonds uit 2008 en Jump For Joy vond ik allebei prima albums, al vind ik de albums van The Jayhawks over het algemeen beter. Dat was ook mijn eerste conclusie na eerste beluistering van het deze week verschenen Dark Country. Nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd moet ik mijn mening toch wat bijstellen, want Gary Louris heeft een mooi album gemaakt.
Ook Dark Country is weer een album dat onmiddellijk aan de muziek van The Jayhawks doet denken. Dat is ook niet zo gek, want Gary Louris bepaalt met zijn stem voor een belangrijk deel het geluid van de band uit Minneapolis. Ook in muzikaal opzicht is Dark Country geen lichtjaren verwijderd van de muziek van The Jayhawks, al klinkt een soloalbum van Gary Louris wel anders dan een album van zijn band.
Dark Country is een behoorlijk ingetogen album waarop we vooral gitaren, piano, mondharmonica en de stem van Gary Louris horen. Het op Valentijnsdag verschenen album is een ode aan de liefde en werd door de Amerikaanse muzikant thuis opgenomen. Het is een album dat door de sobere inkleuring nogal nostalgisch aan doet, maar de songs zijn aansprekend en de uitvoering is fraai.
Ik heb al sinds de beginjaren van The Jayhawks wat met de stem van Gary Louris en ook de zang op Dark Country is zeer aansprekend. De Amerikaanse muzikant heeft een karakteristieke stem en legt veel gevoel in zijn zang. Door de sobere setting hoor ik dit keer wat minder van de muziek van The Jayhawks, al zijn er wel raakvlakken met het meer ingetogen werk van de band, en klinkt Dark Country meer als de folk- en countryalbums uit de jaren 70 dan als de alt-country albums uit de jaren 90.
Ik moest er even aan wennen, maar zeker wat later op de avond dringen de nieuwe songs van Gary Louris zich genadeloos op. Dat ligt niet alleen aan de mooie zang op het album, maar zeker ook aan het prachtige gitaarwerk, zeker wanneer de Amerikaanse muzikant elektrische gitaren gebruikt. Elf songs lang klinkt Dark Country behoorlijk consistent, maar in de laatste tracks gooit Gary Louris er nog wat synths tegenaan en klinkt zijn muziek toch opeens weer een stuk voller.
Dark Country is een album dat doet uitzien naar een nieuw Jayhawks album, maar meer dan de vorige soloalbums van Gary Louris is het ook een album dat zich makkelijk staande houdt naast de geweldige albums van de band uit Minneapolis. Erwin Zijleman
Gary Louris - Jump for Joy (2021)

4,0
1
geplaatst: 11 juni 2021, 11:28 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gary Louris - Jump For Joy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gary Louris - Jump For Joy
The Jayhawks voorman Gary Louris heeft de lockdown goed gebruikt, want helemaal in zijn uppie nam hij een soloalbum op dat vol staat met bijzonder aangename en wat Beatlesque popliedjes
Het vorige soloalbum van Gary Louris is me niet echt bijgebleven, want dat voegde niet veel toe aan het werk van zijn band The Jayhawks en was bovendien minder sterk. Op het deze week verschenen Jump For Joy horen we vooral Gary Louris aan het werk. Hij experimenteert wat met synths, gooit er hier en daar een stevige gitaarsolo tegenaan, maar Jump For Joy staat vooral vol met Beatlesque popliedjes, die zeker op het eerste gehoor zonnig aandoen. Het voegt absoluut iets toe aan de muziek die Gary Louris maakt met The Jayhawks, maar ook qua niveau doet Jump For Joy niet onder voor de meeste albums die The Jayhawks na hun twee meesterwerken uit de vroege jaren 90 hebben gemaakt.
De Amerikaanse muzikant Gary Louris trad in 1985 toe tot de een paar maanden eerder door Mark Olson geformeerde band The Jayhawks. De samenwerking tussen Mark Olson en Gary Louris bleek een gouden greep. The Jayhawks groeiden al snel uit tot pioniers van de alt-country met het koppel Olson/Louris als de Lennon/McCartney van het genre. Mark Olson hield het na twee albums gezien en sindsdien voert Gary Louris de band uit Minneapolis, Minnesota, aan.
De band had sinds de successen in de eerste helft van de jaren 90 haar ups en downs, maar de afgelopen jaren staat de band weer garant voor prima albums. Na het vorig jaar verschenen XOXO, dat ik zelf overigens een prima album vind, maar de meningen zijn verdeeld, komt Gary Louris deze week op de proppen met een soloalbum.
Dat deed hij in 2008 al ook al eens, maar Vagabonds voegde wat mij betreft niet zo heel veel toe aan de muziek van The Jayhawks, wat het nut van een soloalbum onduidelijk maakt. Het deze week Jump For Joy heeft ook wel wat raakvlakken met de muziek van The Jayhawks, maar Gary Louris doet ook wat nadrukkelijker zijn eigen ding, waardoor zijn soloalbum toegevoegde waarde heeft.
Direct in de openingstrack van het album experimenteert Gary Louris er driftig op los met synths, waardoor hij direct flink afwijkt van de muziek van zijn inmiddels ruim 35 jaar aan de weg timmerende band. De openingstrack van Jump For Joy valt niet alleen op door fris klinkende synths, maar ook door flink wat invloeden van The Beatles.
Gary Louris heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor de Fab Four, maar zo duidelijk als op zijn nieuwe soloalbum hoorde ik het nog niet eerder. Je hoort het in de opbouw van de songs, je hoort het in de instrumentatie, je hoort het in de zang en je hoort het in de koortjes. Jump For Joy bevat flink wat popliedjes die wat Beatlesque aan doen, maar ook andere invloeden uit de jaren 70 sijpelen door en natuurlijk heeft ook 35 jaar The Jayhawks zijn sporen nagelaten op het nieuwe album van Gary Louris.
De muzikant uit Minneapolis had het hoorbaar naar zijn zin bij het maken van zijn nieuwe album, wat hij overigens in zijn uppie deed. Jump For Joy is een album vol invloeden uit de platenkast waarmee Gary Louris opgroeide, maar het is ook een album vol songs die zich makkelijk opdringen en die ook nog eens driftig strooien met zonnestralen.
Af en toe klinkt het als vintage The Jayhawks, maar dan zonder de geweldige harmonieën met Mark Olson, soms klinkt het als The Jayhawks van de afgelopen jaren, maar Jump For Joy klinkt uiteindelijk vooral als Gary Louris, die zich ook als gitarist laat gelden. Van een soloalbum verwacht je dat het iets toevoegt aan het werk van de band van een muzikant en dat is Gary Louris gelukt.
Als groot fan van The Jayhawks hoeven solo uitstapjes van mij normaal gesproken niet, want dat gaat alleen maar ten koste van nieuwe muziek van de band, maar nu ik Jump For Joy een paar keer gehoord heb, maak ik voor het nieuwe soloalbum van Gary Louris graag een uitzondering. Jump For Joy blinkt en sprankelt en staat vol popliedjes die je na een keer horen niet meer gaat en ook niet meer wilt vergeten. Nu eerst maar weer een nieuw album van The Jayhawks, maar hierna mag Gary Louris van mij nog best een soloalbum als Jump For Joy opnemen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gary Louris - Jump For Joy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gary Louris - Jump For Joy
The Jayhawks voorman Gary Louris heeft de lockdown goed gebruikt, want helemaal in zijn uppie nam hij een soloalbum op dat vol staat met bijzonder aangename en wat Beatlesque popliedjes
Het vorige soloalbum van Gary Louris is me niet echt bijgebleven, want dat voegde niet veel toe aan het werk van zijn band The Jayhawks en was bovendien minder sterk. Op het deze week verschenen Jump For Joy horen we vooral Gary Louris aan het werk. Hij experimenteert wat met synths, gooit er hier en daar een stevige gitaarsolo tegenaan, maar Jump For Joy staat vooral vol met Beatlesque popliedjes, die zeker op het eerste gehoor zonnig aandoen. Het voegt absoluut iets toe aan de muziek die Gary Louris maakt met The Jayhawks, maar ook qua niveau doet Jump For Joy niet onder voor de meeste albums die The Jayhawks na hun twee meesterwerken uit de vroege jaren 90 hebben gemaakt.
De Amerikaanse muzikant Gary Louris trad in 1985 toe tot de een paar maanden eerder door Mark Olson geformeerde band The Jayhawks. De samenwerking tussen Mark Olson en Gary Louris bleek een gouden greep. The Jayhawks groeiden al snel uit tot pioniers van de alt-country met het koppel Olson/Louris als de Lennon/McCartney van het genre. Mark Olson hield het na twee albums gezien en sindsdien voert Gary Louris de band uit Minneapolis, Minnesota, aan.
De band had sinds de successen in de eerste helft van de jaren 90 haar ups en downs, maar de afgelopen jaren staat de band weer garant voor prima albums. Na het vorig jaar verschenen XOXO, dat ik zelf overigens een prima album vind, maar de meningen zijn verdeeld, komt Gary Louris deze week op de proppen met een soloalbum.
Dat deed hij in 2008 al ook al eens, maar Vagabonds voegde wat mij betreft niet zo heel veel toe aan de muziek van The Jayhawks, wat het nut van een soloalbum onduidelijk maakt. Het deze week Jump For Joy heeft ook wel wat raakvlakken met de muziek van The Jayhawks, maar Gary Louris doet ook wat nadrukkelijker zijn eigen ding, waardoor zijn soloalbum toegevoegde waarde heeft.
Direct in de openingstrack van het album experimenteert Gary Louris er driftig op los met synths, waardoor hij direct flink afwijkt van de muziek van zijn inmiddels ruim 35 jaar aan de weg timmerende band. De openingstrack van Jump For Joy valt niet alleen op door fris klinkende synths, maar ook door flink wat invloeden van The Beatles.
Gary Louris heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor de Fab Four, maar zo duidelijk als op zijn nieuwe soloalbum hoorde ik het nog niet eerder. Je hoort het in de opbouw van de songs, je hoort het in de instrumentatie, je hoort het in de zang en je hoort het in de koortjes. Jump For Joy bevat flink wat popliedjes die wat Beatlesque aan doen, maar ook andere invloeden uit de jaren 70 sijpelen door en natuurlijk heeft ook 35 jaar The Jayhawks zijn sporen nagelaten op het nieuwe album van Gary Louris.
De muzikant uit Minneapolis had het hoorbaar naar zijn zin bij het maken van zijn nieuwe album, wat hij overigens in zijn uppie deed. Jump For Joy is een album vol invloeden uit de platenkast waarmee Gary Louris opgroeide, maar het is ook een album vol songs die zich makkelijk opdringen en die ook nog eens driftig strooien met zonnestralen.
Af en toe klinkt het als vintage The Jayhawks, maar dan zonder de geweldige harmonieën met Mark Olson, soms klinkt het als The Jayhawks van de afgelopen jaren, maar Jump For Joy klinkt uiteindelijk vooral als Gary Louris, die zich ook als gitarist laat gelden. Van een soloalbum verwacht je dat het iets toevoegt aan het werk van de band van een muzikant en dat is Gary Louris gelukt.
Als groot fan van The Jayhawks hoeven solo uitstapjes van mij normaal gesproken niet, want dat gaat alleen maar ten koste van nieuwe muziek van de band, maar nu ik Jump For Joy een paar keer gehoord heb, maak ik voor het nieuwe soloalbum van Gary Louris graag een uitzondering. Jump For Joy blinkt en sprankelt en staat vol popliedjes die je na een keer horen niet meer gaat en ook niet meer wilt vergeten. Nu eerst maar weer een nieuw album van The Jayhawks, maar hierna mag Gary Louris van mij nog best een soloalbum als Jump For Joy opnemen. Erwin Zijleman
Gavin Friday - Ecce Homo (2024)

4,5
0
geplaatst: 31 oktober 2024, 15:56 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gavin Friday - Ecce Homo - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gavin Friday - Ecce Homo
Het was heel lang stil rond Gavin Friday, maar met Ecce Homo geeft de eigenzinnige Ierse muzikant eindelijk weer eens een teken van leven af en het is er een die zowel intrigeert als overtuigt
Na dertien lange jaren wachten kan een comeback album eigenlijk alleen maar tegenvallen, maar de Ierse muzikant Gavin Friday laat met Ecce Homo horen dat het ook anders kan. Het zat Gavin Friday in zijn muzikale carrière vaak tegen, waardoor hij niet heel veel muziek op zijn naam heeft staan, maar de albums die hij maakte zijn me dierbaar. Ook Ecce Homo is weer niet zo goed als het briljante solodebuut Each Man Kills The Thing He Loves uit 1989, maar wanneer de wat pompeuze beats uit de eerste tracks vervagen overtuigt Gavin Friday steeds meer met eigenzinnig ingekleurde songs, de bijzondere bespiegelingen van de Ierse muzikant en natuurlijk met zijn bijzondere stem. Goed dat hij terug is!
Het verhaal is inmiddels bekend. De Ierse muzikant Gavin Friday (echte naam: Fionán Martin Hanvey) creëert samen met zijn vrienden Paul en David de fantasiewereld Lypton Village in het Dublin van de jaren 70 en samen zetten ze hun eerste stappen in de muziek. In 1977 formeert Gavin Friday de band Virgin Prunes, die in de jaren 80 zal uitgroeien tot een cultband, maar nooit verder komt dan dat.
Gavin Friday raakt langzaam maar zeker in de vergetelheid terwijl zijn jeugdvrienden Paul en David als Bono en The Edge wereldberoemd worden met hun band U2. Het eerherstel komt in 1989 als Gavin Friday het in alle opzichten briljante Each Man Kills The Thing He Loves uitbrengt. Even lacht het succes de Ierse muzikant toe, maar Adam 'n' Eve (1992), Shag Tobacco (1995) en Catholic (2011) zijn niet zo goed en succesvol als het debuutalbum van de Ierse muzikant, wiens carrière op een laag pitje komt te staan.
Er zijn al jaren geruchten dat Gavin Friday zou werken aan een nieuw album, maar de afgelopen dertien jaar was het vooral stil. De geruchten blijken gelukkig toch te kloppen, want deze week is er opeens een nieuw album van de Ierse muzikant. Ecce Homo is ook in een luxe editie verschenen, die goed is voor dertien tracks en ruim 50 minuten muziek. Op voorhand was voor mij duidelijk dat Gavin Friday met Ecce Homo het niveau van het briljante Each Man Kills The Thing He Loves niet zou kunnen benaderen laat staan overtreffen, maar een gewoon goed album van de Ierse muzikant is ook niet verkeerd.
Voor de productie van zijn nieuwe album deed Gavin Friday een beroep op Michael Heffernan en Dave Ball. Laatstgenoemde is natuurlijk bekend van Soft Cell, maar produceerde ook een van de albums van Virgin Prunes. Dave Ball heeft Ecce Homo hier en daar voorzien van flink wat elektronica, maar de songs op het album zijn ook verrijkt met een opvallende selectie blazers en hier en daar strijkers.
Zeker in de eerste tracks lijkt Gavin Friday te kiezen voor veel synths en nogal pompeuze beats. Dat deed hij in het verleden ook wel eens en dat leverde niet mijn favoriete Gavin Friday songs op. Gelukkig verdwijnen de stevig aangezette beats na een tijdje uit beeld en kiest de Ierse muzikant voor een subtieler geluid, waarin elektronica en organische instrumenten op bijzondere wijze tegen elkaar in strijken.
Het lijkt niet direct op het geluid dat het debuutalbum van Gavin Friday zo bijzonder maakte, maar de wat meer ingetogen songs en de songs die op een aangename manier bombastisch klinken overtuigen vrij makkelijk, zeker wanneer Gavin Friday zijn ze karakteristieke stem inzet.
Bij eerste beluistering viel er bij mij eerlijk gezegd nog niet zo heel veel op zijn plek, maar nu ik Ecce Homo vaker heb beluisterd vind ik het een intrigerend album met een aantal prachtige songs en een aantal songs die zich op een of andere manier toch lekker opdringen, waardoor zelfs de uptempo songs met flinke beats iets met me doen.
Gavin Friday sleepte er in het verleden van alles bij en dat doet hij ook dit keer. Van de pioniers van de elektronische muziek tot heel veel David Bowie en van glamrock tot Eurodisco, maar alle songs op Ecce Homo dragen ook het eigenzinnige en unieke stempel van Gavin Friday. Natuurlijk had ik liever een wat cabaretesk en weemoedig album als Each Man Kills The Thing He Loves gehad, maar ik schat Ecce Homo zeker niet lager in dan de vorige albums van deze bijzondere Ierse muzikant en dat is al met al een knappe prestatie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gavin Friday - Ecce Homo - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gavin Friday - Ecce Homo
Het was heel lang stil rond Gavin Friday, maar met Ecce Homo geeft de eigenzinnige Ierse muzikant eindelijk weer eens een teken van leven af en het is er een die zowel intrigeert als overtuigt
Na dertien lange jaren wachten kan een comeback album eigenlijk alleen maar tegenvallen, maar de Ierse muzikant Gavin Friday laat met Ecce Homo horen dat het ook anders kan. Het zat Gavin Friday in zijn muzikale carrière vaak tegen, waardoor hij niet heel veel muziek op zijn naam heeft staan, maar de albums die hij maakte zijn me dierbaar. Ook Ecce Homo is weer niet zo goed als het briljante solodebuut Each Man Kills The Thing He Loves uit 1989, maar wanneer de wat pompeuze beats uit de eerste tracks vervagen overtuigt Gavin Friday steeds meer met eigenzinnig ingekleurde songs, de bijzondere bespiegelingen van de Ierse muzikant en natuurlijk met zijn bijzondere stem. Goed dat hij terug is!
Het verhaal is inmiddels bekend. De Ierse muzikant Gavin Friday (echte naam: Fionán Martin Hanvey) creëert samen met zijn vrienden Paul en David de fantasiewereld Lypton Village in het Dublin van de jaren 70 en samen zetten ze hun eerste stappen in de muziek. In 1977 formeert Gavin Friday de band Virgin Prunes, die in de jaren 80 zal uitgroeien tot een cultband, maar nooit verder komt dan dat.
Gavin Friday raakt langzaam maar zeker in de vergetelheid terwijl zijn jeugdvrienden Paul en David als Bono en The Edge wereldberoemd worden met hun band U2. Het eerherstel komt in 1989 als Gavin Friday het in alle opzichten briljante Each Man Kills The Thing He Loves uitbrengt. Even lacht het succes de Ierse muzikant toe, maar Adam 'n' Eve (1992), Shag Tobacco (1995) en Catholic (2011) zijn niet zo goed en succesvol als het debuutalbum van de Ierse muzikant, wiens carrière op een laag pitje komt te staan.
Er zijn al jaren geruchten dat Gavin Friday zou werken aan een nieuw album, maar de afgelopen dertien jaar was het vooral stil. De geruchten blijken gelukkig toch te kloppen, want deze week is er opeens een nieuw album van de Ierse muzikant. Ecce Homo is ook in een luxe editie verschenen, die goed is voor dertien tracks en ruim 50 minuten muziek. Op voorhand was voor mij duidelijk dat Gavin Friday met Ecce Homo het niveau van het briljante Each Man Kills The Thing He Loves niet zou kunnen benaderen laat staan overtreffen, maar een gewoon goed album van de Ierse muzikant is ook niet verkeerd.
Voor de productie van zijn nieuwe album deed Gavin Friday een beroep op Michael Heffernan en Dave Ball. Laatstgenoemde is natuurlijk bekend van Soft Cell, maar produceerde ook een van de albums van Virgin Prunes. Dave Ball heeft Ecce Homo hier en daar voorzien van flink wat elektronica, maar de songs op het album zijn ook verrijkt met een opvallende selectie blazers en hier en daar strijkers.
Zeker in de eerste tracks lijkt Gavin Friday te kiezen voor veel synths en nogal pompeuze beats. Dat deed hij in het verleden ook wel eens en dat leverde niet mijn favoriete Gavin Friday songs op. Gelukkig verdwijnen de stevig aangezette beats na een tijdje uit beeld en kiest de Ierse muzikant voor een subtieler geluid, waarin elektronica en organische instrumenten op bijzondere wijze tegen elkaar in strijken.
Het lijkt niet direct op het geluid dat het debuutalbum van Gavin Friday zo bijzonder maakte, maar de wat meer ingetogen songs en de songs die op een aangename manier bombastisch klinken overtuigen vrij makkelijk, zeker wanneer Gavin Friday zijn ze karakteristieke stem inzet.
Bij eerste beluistering viel er bij mij eerlijk gezegd nog niet zo heel veel op zijn plek, maar nu ik Ecce Homo vaker heb beluisterd vind ik het een intrigerend album met een aantal prachtige songs en een aantal songs die zich op een of andere manier toch lekker opdringen, waardoor zelfs de uptempo songs met flinke beats iets met me doen.
Gavin Friday sleepte er in het verleden van alles bij en dat doet hij ook dit keer. Van de pioniers van de elektronische muziek tot heel veel David Bowie en van glamrock tot Eurodisco, maar alle songs op Ecce Homo dragen ook het eigenzinnige en unieke stempel van Gavin Friday. Natuurlijk had ik liever een wat cabaretesk en weemoedig album als Each Man Kills The Thing He Loves gehad, maar ik schat Ecce Homo zeker niet lager in dan de vorige albums van deze bijzondere Ierse muzikant en dat is al met al een knappe prestatie. Erwin Zijleman
Gavin Friday & The Man Seezer - Each Man Kills the Thing He Loves (1989)

5,0
3
geplaatst: 13 februari 2022, 19:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gavin Friday & The Man Seezer - Each Man Kills The Thing He Loves - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gavin Friday & The Man Seezer - Each Man Kills The Thing He Loves
Vergeten albums ..... Op de krenten uit de pop bespreek ik tot dusver uitsluitend nieuwe albums (en af en toe nieuwe reissues), maar vanaf nu sta ik ook zo af en toe stil bij een 'vergeten album' uit mijn collectie. Het zijn albums die lang niet altijd in brede kring bekend zijn, maar die de tand des tijds wat mij betreft verrassend uitstekend hebben doorstaan. Het zijn meestal albums die ik zelf ook al tijden niet meer had beluisterd, maar die sinds de herontdekking weer met enige regelmaat uit de speakers komen. Deze week is mijn vergeten album het debuutalbum van de Ierse muzikant Gavin Friday uit 1989.
De Ierse muzikant Gavin Friday verruilde de cultstatus aan het eind van de jaren 80 heel even voor de sterrenstatus met het nog altijd wonderschone en bijzondere Each Man Kills The Thing He Loves
Gavin Friday maakte in de jaren 80 deel uit van de Ierse cultband The Virgin Prunes. Terwijl zijn jeugdvrienden Bono en The Edge met U2 wereldberoemd werden, werd de muziek van The Virgin Prunes vooral niet begrepen. Toen het doek voor de band was gevallen leek het gedaan met de carrière van Gavin Friday, maar in 1989 verraste hij vriend en vijand met het prachtige Each Man Kills The Thing He Loves. Het is een inmiddels vergeten album, dat echter niets van zijn kracht heeft verloren. Het theatrale maar ook intense en emotievolle album verdient ruim 30 jaar later de klassieker status. De muziek is prachtig, de songs kruipen stuk voor stuk onder de huid en Gavin Friday zingt alsof zijn leven er van af hangt. Bijzonder indrukwekkend.
De Ierse muzikant Gavin Friday werd geboren in 1959 in Dublin als Fionán Martin Hanvey. Toen in 1977 de Britse punkgolf de Ierse hoofdstad bereikte, zette Gavin Friday zijn eerste stappen in de muziek. Een van zijn eerste wapenfeiten was het formeren van de band The Lypton Village. De band bestond vooral uit de jeugdvrienden waarmee Gavin Friday was opgegroeid, onder wie ook ene Paul Hewson en ene David Evans.
The Lypton Village werd nooit een serieuze band, maar kreeg een vervolg als The Virgin Prunes. Paul Hewson en David Evans waren op dat moment al niet meer van de partij en begonnen hun eigen bandje. Een paar jaar later zouden ze als Bono en The Edge wereldberoemd worden met hun band U2.
The Virgin Prunes zouden uitgroeien tot de lievelingen van de critici, maar hun mix van postpunk, new wave en avant garde was aan het begin van de jaren 80 zijn tijd te ver vooruit. The Virgin Prunes gingen na een paar jaar dan ook roemloos ten onder en Gavin Friday keerde de muziek de rug toe.
Aan het eind van de jaren 80 keerde hij samen met pianist Maurice Roycroft, beter bekend als The Man Seezer, terug aan het muziekfront met het werkelijk prachtige Each Man Kills The Thing He Loves (ontleend aan een quote van Oscar Wilde). Het album werd lovend ontvangen door de critici en even ging het Gavin Friday voor de wind. Opeens stond hij in een stijf uitverkocht Paradiso en een paar maanden later zelfs in Carré, waar de Ierse muzikant liet horen dat zijn debuutalbum als solomuzikant geen toevalstreffer was.
Na Each Man Kills The Thing He Loves volgde in 1992 Adam 'n' Eve waarop de Ierse muzikant koos voor een wat aanstekelijker geluid, waarna in 1996 het uitstekende Shag Tobacco volgde. Vervolgens werd het stil rond Gavin Friday tot in 2011 het fraaie Catholic verscheen. Sindsdien is het helaas weer stil rond de Ierse muzikant. Gavin Friday maakte geen slecht album, maar de magie van zijn debuut heeft hij wat mij betreft nooit meer geëvenaard.
Each Man Kills The Thing He Loves bevat een aantal ingrediënten uit het werk van The Virgin Prunes, maar heeft zich ook laten beïnvloeden door het Berlijnse cabaret van Berthold Brecht en Kurt Weill uit de jaren 30 van de vorige eeuw, door het werk van Jacques Brel (wiens Au Suivant hij prachtig vertolkt als Next), door David Bowie in zijn Berlijnse jaren en door de wat theatrale muziek die Marc Almond aan het eind van de jaren 80 maakte. Het is op hetzelfde moment een album met een uniek eigen geluid.
The Man Seezer tekent voor prachtig pianospel, maar het debuutalbum van Gavin Friday is ook met enige regelmaat voorzien van een rijke orkestratie en van een wat broeierig geluid. De Ierse muzikant nam het album op in New York, waar de nodige topmuzikanten aanschoven, onder wie Marc Ribot en Bill Frisell.
De grootste kracht van het album schuilt echter in de karakteristieke stem van de muzikant uit Dublin en in zijn expressieve en emotievolle manier van zingen. Naast een song van Jacques Brel vertolkt Gavin Friday ook Bob Dylan’s Death Is Not The End, maar de twaalf songs van zijn eigen hand doen hier niet voor onder. Het zijn songs voor songs die je stuk voor stuk bij de strot grijpen, zoals alleen de allerbeste songs dat doen.
Het album maakte in 1989 een onuitwisbare indruk en toen ik het album pas weer eens beluisterde, deed het album dat nog steeds. Ondanks het feit dat ruim 30 jaren zijn verstreken klinkt Each Man Kills The Thing He Loves nog net zo krachtig en urgent als op de dag van de release. Stiekem hoop ik nog steeds op een comeback van Gavin Friday, maar het niveau van zijn debuut gaat hij echt nooit meer halen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gavin Friday & The Man Seezer - Each Man Kills The Thing He Loves - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gavin Friday & The Man Seezer - Each Man Kills The Thing He Loves
Vergeten albums ..... Op de krenten uit de pop bespreek ik tot dusver uitsluitend nieuwe albums (en af en toe nieuwe reissues), maar vanaf nu sta ik ook zo af en toe stil bij een 'vergeten album' uit mijn collectie. Het zijn albums die lang niet altijd in brede kring bekend zijn, maar die de tand des tijds wat mij betreft verrassend uitstekend hebben doorstaan. Het zijn meestal albums die ik zelf ook al tijden niet meer had beluisterd, maar die sinds de herontdekking weer met enige regelmaat uit de speakers komen. Deze week is mijn vergeten album het debuutalbum van de Ierse muzikant Gavin Friday uit 1989.
De Ierse muzikant Gavin Friday verruilde de cultstatus aan het eind van de jaren 80 heel even voor de sterrenstatus met het nog altijd wonderschone en bijzondere Each Man Kills The Thing He Loves
Gavin Friday maakte in de jaren 80 deel uit van de Ierse cultband The Virgin Prunes. Terwijl zijn jeugdvrienden Bono en The Edge met U2 wereldberoemd werden, werd de muziek van The Virgin Prunes vooral niet begrepen. Toen het doek voor de band was gevallen leek het gedaan met de carrière van Gavin Friday, maar in 1989 verraste hij vriend en vijand met het prachtige Each Man Kills The Thing He Loves. Het is een inmiddels vergeten album, dat echter niets van zijn kracht heeft verloren. Het theatrale maar ook intense en emotievolle album verdient ruim 30 jaar later de klassieker status. De muziek is prachtig, de songs kruipen stuk voor stuk onder de huid en Gavin Friday zingt alsof zijn leven er van af hangt. Bijzonder indrukwekkend.
De Ierse muzikant Gavin Friday werd geboren in 1959 in Dublin als Fionán Martin Hanvey. Toen in 1977 de Britse punkgolf de Ierse hoofdstad bereikte, zette Gavin Friday zijn eerste stappen in de muziek. Een van zijn eerste wapenfeiten was het formeren van de band The Lypton Village. De band bestond vooral uit de jeugdvrienden waarmee Gavin Friday was opgegroeid, onder wie ook ene Paul Hewson en ene David Evans.
The Lypton Village werd nooit een serieuze band, maar kreeg een vervolg als The Virgin Prunes. Paul Hewson en David Evans waren op dat moment al niet meer van de partij en begonnen hun eigen bandje. Een paar jaar later zouden ze als Bono en The Edge wereldberoemd worden met hun band U2.
The Virgin Prunes zouden uitgroeien tot de lievelingen van de critici, maar hun mix van postpunk, new wave en avant garde was aan het begin van de jaren 80 zijn tijd te ver vooruit. The Virgin Prunes gingen na een paar jaar dan ook roemloos ten onder en Gavin Friday keerde de muziek de rug toe.
Aan het eind van de jaren 80 keerde hij samen met pianist Maurice Roycroft, beter bekend als The Man Seezer, terug aan het muziekfront met het werkelijk prachtige Each Man Kills The Thing He Loves (ontleend aan een quote van Oscar Wilde). Het album werd lovend ontvangen door de critici en even ging het Gavin Friday voor de wind. Opeens stond hij in een stijf uitverkocht Paradiso en een paar maanden later zelfs in Carré, waar de Ierse muzikant liet horen dat zijn debuutalbum als solomuzikant geen toevalstreffer was.
Na Each Man Kills The Thing He Loves volgde in 1992 Adam 'n' Eve waarop de Ierse muzikant koos voor een wat aanstekelijker geluid, waarna in 1996 het uitstekende Shag Tobacco volgde. Vervolgens werd het stil rond Gavin Friday tot in 2011 het fraaie Catholic verscheen. Sindsdien is het helaas weer stil rond de Ierse muzikant. Gavin Friday maakte geen slecht album, maar de magie van zijn debuut heeft hij wat mij betreft nooit meer geëvenaard.
Each Man Kills The Thing He Loves bevat een aantal ingrediënten uit het werk van The Virgin Prunes, maar heeft zich ook laten beïnvloeden door het Berlijnse cabaret van Berthold Brecht en Kurt Weill uit de jaren 30 van de vorige eeuw, door het werk van Jacques Brel (wiens Au Suivant hij prachtig vertolkt als Next), door David Bowie in zijn Berlijnse jaren en door de wat theatrale muziek die Marc Almond aan het eind van de jaren 80 maakte. Het is op hetzelfde moment een album met een uniek eigen geluid.
The Man Seezer tekent voor prachtig pianospel, maar het debuutalbum van Gavin Friday is ook met enige regelmaat voorzien van een rijke orkestratie en van een wat broeierig geluid. De Ierse muzikant nam het album op in New York, waar de nodige topmuzikanten aanschoven, onder wie Marc Ribot en Bill Frisell.
De grootste kracht van het album schuilt echter in de karakteristieke stem van de muzikant uit Dublin en in zijn expressieve en emotievolle manier van zingen. Naast een song van Jacques Brel vertolkt Gavin Friday ook Bob Dylan’s Death Is Not The End, maar de twaalf songs van zijn eigen hand doen hier niet voor onder. Het zijn songs voor songs die je stuk voor stuk bij de strot grijpen, zoals alleen de allerbeste songs dat doen.
Het album maakte in 1989 een onuitwisbare indruk en toen ik het album pas weer eens beluisterde, deed het album dat nog steeds. Ondanks het feit dat ruim 30 jaren zijn verstreken klinkt Each Man Kills The Thing He Loves nog net zo krachtig en urgent als op de dag van de release. Stiekem hoop ik nog steeds op een comeback van Gavin Friday, maar het niveau van zijn debuut gaat hij echt nooit meer halen. Erwin Zijleman
Gaz Coombes - Turn the Car Around (2023)

4,0
0
geplaatst: 20 januari 2023, 15:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gaz Coombes - Turn The Car Around - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gaz Coombes - Turn The Car Around
Gaz Coombes werd bekend met de band Supergrass, maar op zijn uitstekende vierde soloalbum Turn The Car Around stijgt de Britse muzikant als zanger en als songwriter ver boven zichzelf uit
Ik had het nieuwe album van Gaz Coombes niet direct geselecteerd voor een plekje op de krenten uit de pop, want sinds het derde album van zijn band Supergrass heb ik de Britse muzikant niet meer gevolgd. Dat is in ieder geval voor Turn The Car Around ten onrechte, want wat is dit een sterk album. Gaz Coombes overtuigt op zijn vierde album als zanger en misschien nog wel meer als songwriter. De veelzijdige songs staan bol van de invloeden, maar het zijn ook stuk voor stuk songs van een hoog niveau. Turn The Car Around is ook nog eens prachtig ingekleurd, waardoor Gaz Coombes garant staat voor een interessante en bijzonder aangename luisterervaring.
Ik moest even heel goed nadenken uit welke band Gaz Coombes ook alweer kwam, maar dat is natuurlijk Supergrass. De Britse band debuteerde in 1995 met het uitstekende I Should Coco en kwam uiteindelijk tot zes albums, waarvan de laatste in 2008 verscheen. Achteraf bezien wist de Britse band gedurende haar bestaan een behoorlijk hoog niveau vast te houden, maar zelf hield ik na het wat mij betreft net wat mindere derde album van de band voor gezien.
Aan de solocarrière van Gaz Coombes ben ik eigenlijk nooit begonnen, maar nieuwsgierig geworden door een aantal zeer positieve recensies, heb ik zijn deze week verschenen vierde soloalbum een kans gegeven. Daar heb ik zeker geen spijt van gekregen, want Turn The Car Around is een verrassend sterk album.
Ik ben nog niet toegekomen aan de vorige soloalbums van de Britse muzikant, maar de muziek die Gaz Coombes op Turn The Car Around maakt smaakt naar veel meer. Het is muziek die deels teruggrijpt op de hoogtijdagen van de Britpop, waaraan Supergrass ook stevig bijdroeg, al werd de band nooit zo groot als de vaandeldragers van het genre, maar het muzikale spectrum op het album is veel breder.
Gaz Coombes smeedt op zijn nieuwe soloalbum op soepele wijze uiteenlopende invloeden uit de pop en rock aan elkaar en voegt er hier en daar een vleugje soul en psychedelica aan toe. Hier en daar hoor ik echo’s van de Britpop van Supergrass, maar invloeden van met name David Bowie en hier en daar zeker ook Radiohead duiken veel vaker op. Dat legt de lat hoog voor de Britse muzikant, maar Gaz Coombes houdt zich op Turn The Car Around vrij makkelijk staande.
In mijn herinnering was Gaz Coombes geen groot zanger, maar de zang is absoluut een van de sterke punten op het nieuwe album van de Britse muzikant. Gaz Coombes zingt op zijn nieuwe album trefzeker en ontspannen en laat in meerdere tracks horen dat zijn ambities om als crooner aan de weg te timmeren zeker niet misplaatst zijn.
De voormalige Supergrass voorman maakt nog net wat meer indruk als songwriter. Turn The Car Around bevat een serie ijzersterke songs, die zich makkelijk opdringen, maar die ook aan kracht blijven winnen. Het zijn songs vol herinneringen aan een aantal decennia popmuziek, maar het zijn ook stuk voor stuk songs met een duidelijk Gaz Coombes stempel.
De Britse muzikant staat wat eenzaam op de cover van zijn nieuwe album, maar Turn The Car Around werd gemaakt met flink wat extra muzikanten en maakt indruk met een mooi en veelzijdig geluid. Het is een geluid met warme klanken van onder andere piano en hier en daar venijnige gitaaruithalen. Gaz Coombes heeft zijn songs bijzonder fraai gearrangeerd en voorzien van een mooi gelaagd en gevarieerd geluid, dat heerlijk melodieus en vaak wat spacy is.
Het klinkt allemaal prachtig, zeker in combinatie met de zang, maar iedere track op Turn The Car Around maakt ook nieuwsgierig naar hetgeen dat komen gaat. Ik ben zoals gezegd nog niet toegekomen aan de vorige soloalbums van Gaz Coombes, maar gezien de hoge kwaliteit van zijn nieuwe album kunnen die nooit slecht zijn. Ik had het album op voorhand zeker niet opgeschreven voor een plekje op de krenten uit de pop, maar het album verdrong op indrukwekkende wijze een aantal grote kanshebbers en wordt alleen maar sterker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gaz Coombes - Turn The Car Around - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gaz Coombes - Turn The Car Around
Gaz Coombes werd bekend met de band Supergrass, maar op zijn uitstekende vierde soloalbum Turn The Car Around stijgt de Britse muzikant als zanger en als songwriter ver boven zichzelf uit
Ik had het nieuwe album van Gaz Coombes niet direct geselecteerd voor een plekje op de krenten uit de pop, want sinds het derde album van zijn band Supergrass heb ik de Britse muzikant niet meer gevolgd. Dat is in ieder geval voor Turn The Car Around ten onrechte, want wat is dit een sterk album. Gaz Coombes overtuigt op zijn vierde album als zanger en misschien nog wel meer als songwriter. De veelzijdige songs staan bol van de invloeden, maar het zijn ook stuk voor stuk songs van een hoog niveau. Turn The Car Around is ook nog eens prachtig ingekleurd, waardoor Gaz Coombes garant staat voor een interessante en bijzonder aangename luisterervaring.
Ik moest even heel goed nadenken uit welke band Gaz Coombes ook alweer kwam, maar dat is natuurlijk Supergrass. De Britse band debuteerde in 1995 met het uitstekende I Should Coco en kwam uiteindelijk tot zes albums, waarvan de laatste in 2008 verscheen. Achteraf bezien wist de Britse band gedurende haar bestaan een behoorlijk hoog niveau vast te houden, maar zelf hield ik na het wat mij betreft net wat mindere derde album van de band voor gezien.
Aan de solocarrière van Gaz Coombes ben ik eigenlijk nooit begonnen, maar nieuwsgierig geworden door een aantal zeer positieve recensies, heb ik zijn deze week verschenen vierde soloalbum een kans gegeven. Daar heb ik zeker geen spijt van gekregen, want Turn The Car Around is een verrassend sterk album.
Ik ben nog niet toegekomen aan de vorige soloalbums van de Britse muzikant, maar de muziek die Gaz Coombes op Turn The Car Around maakt smaakt naar veel meer. Het is muziek die deels teruggrijpt op de hoogtijdagen van de Britpop, waaraan Supergrass ook stevig bijdroeg, al werd de band nooit zo groot als de vaandeldragers van het genre, maar het muzikale spectrum op het album is veel breder.
Gaz Coombes smeedt op zijn nieuwe soloalbum op soepele wijze uiteenlopende invloeden uit de pop en rock aan elkaar en voegt er hier en daar een vleugje soul en psychedelica aan toe. Hier en daar hoor ik echo’s van de Britpop van Supergrass, maar invloeden van met name David Bowie en hier en daar zeker ook Radiohead duiken veel vaker op. Dat legt de lat hoog voor de Britse muzikant, maar Gaz Coombes houdt zich op Turn The Car Around vrij makkelijk staande.
In mijn herinnering was Gaz Coombes geen groot zanger, maar de zang is absoluut een van de sterke punten op het nieuwe album van de Britse muzikant. Gaz Coombes zingt op zijn nieuwe album trefzeker en ontspannen en laat in meerdere tracks horen dat zijn ambities om als crooner aan de weg te timmeren zeker niet misplaatst zijn.
De voormalige Supergrass voorman maakt nog net wat meer indruk als songwriter. Turn The Car Around bevat een serie ijzersterke songs, die zich makkelijk opdringen, maar die ook aan kracht blijven winnen. Het zijn songs vol herinneringen aan een aantal decennia popmuziek, maar het zijn ook stuk voor stuk songs met een duidelijk Gaz Coombes stempel.
De Britse muzikant staat wat eenzaam op de cover van zijn nieuwe album, maar Turn The Car Around werd gemaakt met flink wat extra muzikanten en maakt indruk met een mooi en veelzijdig geluid. Het is een geluid met warme klanken van onder andere piano en hier en daar venijnige gitaaruithalen. Gaz Coombes heeft zijn songs bijzonder fraai gearrangeerd en voorzien van een mooi gelaagd en gevarieerd geluid, dat heerlijk melodieus en vaak wat spacy is.
Het klinkt allemaal prachtig, zeker in combinatie met de zang, maar iedere track op Turn The Car Around maakt ook nieuwsgierig naar hetgeen dat komen gaat. Ik ben zoals gezegd nog niet toegekomen aan de vorige soloalbums van Gaz Coombes, maar gezien de hoge kwaliteit van zijn nieuwe album kunnen die nooit slecht zijn. Ik had het album op voorhand zeker niet opgeschreven voor een plekje op de krenten uit de pop, maar het album verdrong op indrukwekkende wijze een aantal grote kanshebbers en wordt alleen maar sterker. Erwin Zijleman
Gemma Laurence - Lavender (2022)

4,5
1
geplaatst: 10 november 2022, 16:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gemma Laurence - Lavender - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gemma Laurence - Lavender
De Amerikaanse folkie Gemma Laurence maakt op Lavender diepe indruk met intieme en emotievolle folksongs en prachtige zang, maar durft ook buiten de lijntjes te kleuren met bijzondere klanken
Lavender van Gemma Laurence begint als een standaard folkalbum met akoestische gitaar, banjo en een mooie stem, maar naarmate het album vordert laat de Amerikaanse muzikante horen dat ze geen standaard folkie is. De stem van Gemma Laurence is niet alleen uitzonderlijk mooi, maar ze vertolkt haar persoonlijke songs ook met veel gevoel. Verder zoekt ze in de vaak zeer sfeervolle instrumentatie zo nu en dan flink het avontuur, waardoor Lavender veel meer is dan het zoveelste folkalbum van het moment. Hoe vaker ik er naar luister, hoe indrukwekkender dit album wordt. Lavender zou zomaar een van de grote verrassingen van 2022 kunnen worden.
De (alt-)countryspecialisten van het Amerikaanse muziektijdschrift No Depression wezen me eerder deze week op Lavender van Gemma Laurence. Het is een (mini-)album dat slechts acht songs en een kleine dertig minuten muziek bevat, maar dat is ook echt het enige dat ik heb aan te merken op het tweede album van de singer-songwriter uit Brunswick, Maine, die sinds kort vanuit Brooklyn, New York, opereert.
Haar debuutalbum Crooked Heart verscheen overigens in de zomer van 2020 en sneeuwde helaas wat onder door de coronapandemie. Lavender verdient een veel beter lot, want het is een prachtig en veelzijdig album. Gemma Laurence kan op haar tweede album uit de voeten met uiterst ingetogen en traditioneel aandoende folk, maar ze kan haar songs ook een stuk avontuurlijker inkleuren.
Lavender bevat een aantal relatief sober klinkende folksongs, waarin fraai akoestisch gitaarspel of banjospel en de mooie en warme stem van de Amerikaanse muzikante domineren. Wanneer je deze songs met wat meer aandacht beluistert hoor je dat Gemma Laurence haar muziek op subtiele wijze verder heeft ingekleurd met vooral organische klanken, waaronder die van de pedal steel, slide gitaar, cello en trompet.
Een enkele keer kiest de muzikante uit Brooklyn voor een wat steviger geluid, zoals in de prachtige titelcrack waarin ze de sobere folk langzaam maar zeker verruilt voor een tegen rock aanleunend geluid met hier en daar zelfs wat gruizige gitaarmuren. Het is een song vol dynamiek in de instrumentatie, maar ook in de zang.
Gemma Laurence kleurt vaak subtiel buiten de lijntjes van de akoestische folk, maar omdat ze dit ook een enkele keer nadrukkelijk doet, klinkt Lavender duidelijk anders dan de albums van al die andere folkies. De muziek van Gemma Laurence zou van mij veel vaker mogen ontsporen als in de titeltrack, maar ook wanneer de Amerikaanse muzikante kiest voor wat traditioneler ingekleurde folksongs overtuigt ze mij vrij makkelijk van haar kwaliteiten.
Dat heeft alles te maken met haar bijzondere stem. Het is een stem die uitstekend past bij het folky repertoire, maar de stem van Gemma Laurence klinkt wat minder steriel en wat warmer dan gebruikelijk in het genre. Zeker in de wat intiemer klinkende songs op het album zingt de muzikante uit Brooklyn bovendien met veel gevoel en expressie en laat haar stem ook nog eens fraai ondersteunen door de stemmen van flink wat achtergrondzangers en -zangeressen.
Het zijn helaas slechts acht songs die Gemma Laurence heeft uitgebracht, maar het zijn stuk voor stuk wonderschone songs. Het zijn songs die zich zeer makkelijk opdringen, maar onder andere door de fraaie accenten in de instrumentatie en de zeer overtuigende zang, zijn het ook songs die nog lang beter worden.
Lavender van Gemma Laurence begon deze week als één van de vele albums die aanspraak kon maken op een plekje op de krenten uit de pop, maar uiteindelijk schreef ik het als een van de eerste albums op en sindsdien is het tweede album van Gemma Laurence nog een flink stuk gegroeid, mede door de persoonlijke teksten die inzoomen op de diepere emoties en de seksuele identiteit van de Amerikaanse muzikante. Lavender van Gemma Laurence is helaas niet breed opgepikt de afgelopen week, maar het is wat mij betreft een sensationeel goed album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gemma Laurence - Lavender - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gemma Laurence - Lavender
De Amerikaanse folkie Gemma Laurence maakt op Lavender diepe indruk met intieme en emotievolle folksongs en prachtige zang, maar durft ook buiten de lijntjes te kleuren met bijzondere klanken
Lavender van Gemma Laurence begint als een standaard folkalbum met akoestische gitaar, banjo en een mooie stem, maar naarmate het album vordert laat de Amerikaanse muzikante horen dat ze geen standaard folkie is. De stem van Gemma Laurence is niet alleen uitzonderlijk mooi, maar ze vertolkt haar persoonlijke songs ook met veel gevoel. Verder zoekt ze in de vaak zeer sfeervolle instrumentatie zo nu en dan flink het avontuur, waardoor Lavender veel meer is dan het zoveelste folkalbum van het moment. Hoe vaker ik er naar luister, hoe indrukwekkender dit album wordt. Lavender zou zomaar een van de grote verrassingen van 2022 kunnen worden.
De (alt-)countryspecialisten van het Amerikaanse muziektijdschrift No Depression wezen me eerder deze week op Lavender van Gemma Laurence. Het is een (mini-)album dat slechts acht songs en een kleine dertig minuten muziek bevat, maar dat is ook echt het enige dat ik heb aan te merken op het tweede album van de singer-songwriter uit Brunswick, Maine, die sinds kort vanuit Brooklyn, New York, opereert.
Haar debuutalbum Crooked Heart verscheen overigens in de zomer van 2020 en sneeuwde helaas wat onder door de coronapandemie. Lavender verdient een veel beter lot, want het is een prachtig en veelzijdig album. Gemma Laurence kan op haar tweede album uit de voeten met uiterst ingetogen en traditioneel aandoende folk, maar ze kan haar songs ook een stuk avontuurlijker inkleuren.
Lavender bevat een aantal relatief sober klinkende folksongs, waarin fraai akoestisch gitaarspel of banjospel en de mooie en warme stem van de Amerikaanse muzikante domineren. Wanneer je deze songs met wat meer aandacht beluistert hoor je dat Gemma Laurence haar muziek op subtiele wijze verder heeft ingekleurd met vooral organische klanken, waaronder die van de pedal steel, slide gitaar, cello en trompet.
Een enkele keer kiest de muzikante uit Brooklyn voor een wat steviger geluid, zoals in de prachtige titelcrack waarin ze de sobere folk langzaam maar zeker verruilt voor een tegen rock aanleunend geluid met hier en daar zelfs wat gruizige gitaarmuren. Het is een song vol dynamiek in de instrumentatie, maar ook in de zang.
Gemma Laurence kleurt vaak subtiel buiten de lijntjes van de akoestische folk, maar omdat ze dit ook een enkele keer nadrukkelijk doet, klinkt Lavender duidelijk anders dan de albums van al die andere folkies. De muziek van Gemma Laurence zou van mij veel vaker mogen ontsporen als in de titeltrack, maar ook wanneer de Amerikaanse muzikante kiest voor wat traditioneler ingekleurde folksongs overtuigt ze mij vrij makkelijk van haar kwaliteiten.
Dat heeft alles te maken met haar bijzondere stem. Het is een stem die uitstekend past bij het folky repertoire, maar de stem van Gemma Laurence klinkt wat minder steriel en wat warmer dan gebruikelijk in het genre. Zeker in de wat intiemer klinkende songs op het album zingt de muzikante uit Brooklyn bovendien met veel gevoel en expressie en laat haar stem ook nog eens fraai ondersteunen door de stemmen van flink wat achtergrondzangers en -zangeressen.
Het zijn helaas slechts acht songs die Gemma Laurence heeft uitgebracht, maar het zijn stuk voor stuk wonderschone songs. Het zijn songs die zich zeer makkelijk opdringen, maar onder andere door de fraaie accenten in de instrumentatie en de zeer overtuigende zang, zijn het ook songs die nog lang beter worden.
Lavender van Gemma Laurence begon deze week als één van de vele albums die aanspraak kon maken op een plekje op de krenten uit de pop, maar uiteindelijk schreef ik het als een van de eerste albums op en sindsdien is het tweede album van Gemma Laurence nog een flink stuk gegroeid, mede door de persoonlijke teksten die inzoomen op de diepere emoties en de seksuele identiteit van de Amerikaanse muzikante. Lavender van Gemma Laurence is helaas niet breed opgepikt de afgelopen week, maar het is wat mij betreft een sensationeel goed album. Erwin Zijleman
Gemma Laurence - We Were Bodies Underwater (2025)

4,0
0
geplaatst: 4 december 2025, 15:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop;
De krenten uit de pop: Review: Gemma Laurence - We Were Bodies Underwater - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Gemma Laurence - We Were Bodies Underwater
Gemma Laurence maakte drie jaar geleden een slechts in kleine kring opgepikt maar verbluffend mooi album en dat kunstje herhaalt ze met het nog minder breed opgemerkte maar prachtige We Were Bodies Underwater
We Were Bodies Underwater van de Amerikaanse singer-songwriter Gemma Laurence is een album met meerdere gezichten. Een groot deel van de tijd is het een sober folkalbum met zelfs wat invloeden uit de Appalachen folk, maar de muzikante uit Brooklyn, New York, kan razendsnel naar het heden springen. Sober folky snarenwerk van de banjo wordt moeiteloos afgewisseld met een jankende pedal steel of met een gitaarsolo die je normaal alleen in rockmuziek hoort. Het maakt allemaal niet uit voor de intensiteit en schoonheid waarmee Gemma Laurence haar persoonlijke songs vertolkt. 99 van de 100 keer zou ik dit album hebben gemist, maar die ene keer gooit Gemma Laurence wederom hoge ogen.
Deze week bladerde ik weer eens door mijn jaarlijstjes van de afgelopen jaren. Ik kwam veel bekende namen tegen, waaronder een aantal namen die ook dit jaar zullen opduiken in mijn jaarlijstje, maar ik kwam ook namen tegen die ik eerlijk gezegd al lang weer was vergeten. De meest opvallende naam in dit rijtje is de naam van de Amerikaanse singer-songwriter Gemma Laurence.
De muzikante uit Brooklyn, New York, bereikte in 2022 de top drie van mijn jaarlijstje met haar tweede album Lavender en moest alleen Ethel Cain en Lera Lynn voor zich dulden. Ik was benieuwd of de Amerikaanse muzikante sinds 2022 nog van zich had laten horen en tot mijn verbazing en vreugde vond ik het deze zomer verschenen We Were Bodies Underwater.
Voor ik in ga op dit album ga ik eerst even terug naar de november 2022, toen Lavender verscheen. Op haar tweede album imponeert Gemma Laurence met zeer persoonlijke songs die vaak beginnen als akoestische folksongs, maar zich langzaam maar zeker ontworstelen aan het strakke keurslijf van de folk. De songs van de Amerikaanse muzikante lopen op Lavender over van zeggingskracht en imponeren door de emotievolle zang van Gemma Laurence.
Ik heb na het opstellen van mijn jaarlijstje in 2022 veel te weinig geluisterd naar Lavender, maar toen ik het album deze week weer eens beluisterde vond ik het direct weer prachtig. Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het eerder dit jaar verschenen derde album van Gemma Laurence. We Were Bodies Underwater is net als Lavender aan de korte kant met dit keer net iets meer dan een half uur muziek, maar het is wel net iets meer dan een half uur bijzonder mooi.
Heel veel veranderd is er niet. De songs van Gemma Laurence bestaan nog altijd voor een deel uit ingrediënten die herinneren aan traditioneel aandoende folk uit het verleden, zeker wanneer de banjo haar geluid bepaalt, maar hiernaast bevatten de songs van de Amerikaanse muzikante ook invloeden uit totaal andere genres, waardoor We Were Bodies Underwater razendsnel kan schakelen tussen sobere folk en vrij stevige rock, inclusief een gitaarsolo waarvoor menig hardrock gitarist zich niet zou hebben geschaamd.
Het combineren van uiteenlopende invloeden deed Gemma Laurence ook al op Lavender, maar de uitersten liggen op haar nieuwe album nog wat verder uit elkaar. Het is knap hoe Gemma Laurence een brug slaat tussen folk uit het verleden en indiefolk uit het heden en van hieruit en soms met een beetje country de connectie zoekt en vindt met indiepop en indierock. We Were Bodies Under Water is soms een puur rootsalbum, maar soms ook helemaal niet en dat is bijzonder.
Wat is gebleven is de gevoelige zang van de Amerikaanse muzikante, die ook dit keer de persoonlijke thema’s niet schuwt en af en toe tekent voor behoorlijk donkere teksten. We Were Bodies Underwater sluit hiermee goed aan op een aantal andere indie albums van jonge vrouwelijke muzikanten die het leven niet alleen door een roze bril bekijken en hun ziel graag bloot leggen.
Lavender pakte me na een paar keer horen volledig in en groeide binnen een maand uit tot een van mijn favoriete albums van het jaar en ook het nieuwe album van Gemma Laurence is hard op weg om uit te groeien tot een persoonlijke favoriet en de rek is er nog lang niet uit. Het is puur toeval dat ik het album alsnog heb ontdekt, maar wat ben ik er blij mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Gemma Laurence - We Were Bodies Underwater - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Gemma Laurence - We Were Bodies Underwater
Gemma Laurence maakte drie jaar geleden een slechts in kleine kring opgepikt maar verbluffend mooi album en dat kunstje herhaalt ze met het nog minder breed opgemerkte maar prachtige We Were Bodies Underwater
We Were Bodies Underwater van de Amerikaanse singer-songwriter Gemma Laurence is een album met meerdere gezichten. Een groot deel van de tijd is het een sober folkalbum met zelfs wat invloeden uit de Appalachen folk, maar de muzikante uit Brooklyn, New York, kan razendsnel naar het heden springen. Sober folky snarenwerk van de banjo wordt moeiteloos afgewisseld met een jankende pedal steel of met een gitaarsolo die je normaal alleen in rockmuziek hoort. Het maakt allemaal niet uit voor de intensiteit en schoonheid waarmee Gemma Laurence haar persoonlijke songs vertolkt. 99 van de 100 keer zou ik dit album hebben gemist, maar die ene keer gooit Gemma Laurence wederom hoge ogen.
Deze week bladerde ik weer eens door mijn jaarlijstjes van de afgelopen jaren. Ik kwam veel bekende namen tegen, waaronder een aantal namen die ook dit jaar zullen opduiken in mijn jaarlijstje, maar ik kwam ook namen tegen die ik eerlijk gezegd al lang weer was vergeten. De meest opvallende naam in dit rijtje is de naam van de Amerikaanse singer-songwriter Gemma Laurence.
De muzikante uit Brooklyn, New York, bereikte in 2022 de top drie van mijn jaarlijstje met haar tweede album Lavender en moest alleen Ethel Cain en Lera Lynn voor zich dulden. Ik was benieuwd of de Amerikaanse muzikante sinds 2022 nog van zich had laten horen en tot mijn verbazing en vreugde vond ik het deze zomer verschenen We Were Bodies Underwater.
Voor ik in ga op dit album ga ik eerst even terug naar de november 2022, toen Lavender verscheen. Op haar tweede album imponeert Gemma Laurence met zeer persoonlijke songs die vaak beginnen als akoestische folksongs, maar zich langzaam maar zeker ontworstelen aan het strakke keurslijf van de folk. De songs van de Amerikaanse muzikante lopen op Lavender over van zeggingskracht en imponeren door de emotievolle zang van Gemma Laurence.
Ik heb na het opstellen van mijn jaarlijstje in 2022 veel te weinig geluisterd naar Lavender, maar toen ik het album deze week weer eens beluisterde vond ik het direct weer prachtig. Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het eerder dit jaar verschenen derde album van Gemma Laurence. We Were Bodies Underwater is net als Lavender aan de korte kant met dit keer net iets meer dan een half uur muziek, maar het is wel net iets meer dan een half uur bijzonder mooi.
Heel veel veranderd is er niet. De songs van Gemma Laurence bestaan nog altijd voor een deel uit ingrediënten die herinneren aan traditioneel aandoende folk uit het verleden, zeker wanneer de banjo haar geluid bepaalt, maar hiernaast bevatten de songs van de Amerikaanse muzikante ook invloeden uit totaal andere genres, waardoor We Were Bodies Underwater razendsnel kan schakelen tussen sobere folk en vrij stevige rock, inclusief een gitaarsolo waarvoor menig hardrock gitarist zich niet zou hebben geschaamd.
Het combineren van uiteenlopende invloeden deed Gemma Laurence ook al op Lavender, maar de uitersten liggen op haar nieuwe album nog wat verder uit elkaar. Het is knap hoe Gemma Laurence een brug slaat tussen folk uit het verleden en indiefolk uit het heden en van hieruit en soms met een beetje country de connectie zoekt en vindt met indiepop en indierock. We Were Bodies Under Water is soms een puur rootsalbum, maar soms ook helemaal niet en dat is bijzonder.
Wat is gebleven is de gevoelige zang van de Amerikaanse muzikante, die ook dit keer de persoonlijke thema’s niet schuwt en af en toe tekent voor behoorlijk donkere teksten. We Were Bodies Underwater sluit hiermee goed aan op een aantal andere indie albums van jonge vrouwelijke muzikanten die het leven niet alleen door een roze bril bekijken en hun ziel graag bloot leggen.
Lavender pakte me na een paar keer horen volledig in en groeide binnen een maand uit tot een van mijn favoriete albums van het jaar en ook het nieuwe album van Gemma Laurence is hard op weg om uit te groeien tot een persoonlijke favoriet en de rek is er nog lang niet uit. Het is puur toeval dat ik het album alsnog heb ontdekt, maar wat ben ik er blij mee. Erwin Zijleman
Gena Rose Bruce - Deep Is the Way (2023)

4,0
0
geplaatst: 1 februari 2023, 15:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Gena Rose Bruce - Deep Is The Way - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gena Rose Bruce - Deep Is The Way
Wat je van ver haalt is lang niet altijd lekkerder, maar de uit Melbourne afkomstige Gena Rose Bruce heeft een album gemaakt dat niet alleen mooi is, maar ook op alle fronten anders klinkt dan die van de concurrentie
Deep Is The Way van Gena Rose Bruce is een album dat je niet moet beoordelen na vluchtige beluistering. De Australische muzikante beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid en heeft haar songs voorzien van een bijzondere instrumentatie en productie, die vaak echo’s uit het verleden bevat, zonder dat dit ten koste gaat van het eigentijdse geluid op het album. Ik had het album zelf in eerste instantie terzijde geschoven, maar hoe vaker ik naar Deep Is The Way van Gena Rose Bruce luister, hoe meer ik onder de indruk raak van haar bijzondere stem, de mooie gitaarklanken, de bijzondere productie en vooral van de fantastische songs van de Australische muzikante.
Gena Rose Bruce kende ik tot voor kort alleen van haar fraaie bijdrage aan het album Roses van de Australische band The Paper Kites uit 2021. De muzikante uit Melbourne debuteerde in 2019 met het album Can’t Make You Love Me en keert deze week terug met Deep Is The Way. Het is aan het begin van 2023 nogal druk in land van de vrouwelijke singer-songwriters, waardoor ik Deep Is The Way na mijn eerste selectie liet liggen. Dat lag niet alleen aan het grote aanbod in het genre, maar ook aan de muziek die Gena Rose Bruce maakt. De songs van de Australische muzikante wijken in meerdere opzichten af van wat momenteel gangbaar is, waardoor Deep Is The Way zich, in ieder geval bij mij, niet direct opdrong.
De muzikante uit Melbourne beschikt om te beginnen over een bijzonder stemgeluid. De zang op Deep Is The Way vond ik niet direct mooi, maar de stem van Gena Rose Bruce is mooier en veelkleuriger dan je bij oppervlakkige beluistering hoort. Het is een stem die geregeld wordt vergeleken met die van Angel Olsen, maar de zang op Deep Is The Way zit op een of andere manier ook vol met echo’s uit de jaren 80 en 90, zonder dat ik dat direct kan koppelen aan concrete namen.
Ook in muzikaal opzicht is het tweede album van Gena Rose Bruce geen doorsnee album. De Australische muzikante heeft de gitaren een prominente rol gegeven op haar tweede album. De gitaarlijnen zijn soms elementair, soms rauw en soms ruimtelijk, waardoor Deep Is The Way uiteindelijk voldoende gevarieerd klinkt. Zeker wanneer de inkleuring van de songs zich beperkt tot gitaarlijnen heeft Gena Rose Bruce een bijzonder eigen geluid met zowel invloeden uit de rootsmuziek als uit de indierock, maar ook als ze wat synths toevoegt aan haar muziek en opschuift richting pop, klinkt haar muziek anders dan die van haar talloze soortgenoten.
Het bijzondere karakter van het tweede album van Gena Rose Bruce wordt doorgetrokken in de productie, die ook afwijkt van wat momenteel gangbaar is. Met hier en daar flink wat galm en een wat zompig geluid bevat Deep Is The Way ook in productioneel opzicht wat echo’s uit de jaren 80 en 90. Ik moest er even aan wennen, maar uiteindelijk komen alle bijzondere ingrediënten in de muziek van Gena Rose Bruce fraai samen in de eigenzinnige productie van Tim Harvey.
De Australische muzikante is een bijzondere zangeres met een stemgeluid dat langzaam maar zeker steeds mooier wordt en dat vol gevoel zit, maar ze laat op Deep Is The Way vooral horen dat ze een groot songwriter is. Vrijwel alle songs op het album komen na een paar keer horen tot leven en blijven vervolgens aangenaam hangen. Het zijn songs die ook nog eens zijn voorzien van interessante teksten vol melancholie, die het album in kwalitatief opzicht nog wat verder optillen.
Hoewel de muziekwereld een stuk kleiner is geworden dan een aantal decennia geleden, toen albums uit Australië daadwerkelijk een paar weken onderweg waren, trekken Australische muzikanten nog altijd minder makkelijk aandacht dan hun Britse of Amerikaanse collega’s. Dat zal ook gelden voor Gena Rose Bruce, maar de muzikante uit Melbourne heeft een album gemaakt dat ook aan deze kant van de wereld alle aandacht verdient. Misschien helpt het fraaie duet met Bill Callahan, maar de rest van het album is nog een stuk beter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Gena Rose Bruce - Deep Is The Way - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gena Rose Bruce - Deep Is The Way
Wat je van ver haalt is lang niet altijd lekkerder, maar de uit Melbourne afkomstige Gena Rose Bruce heeft een album gemaakt dat niet alleen mooi is, maar ook op alle fronten anders klinkt dan die van de concurrentie
Deep Is The Way van Gena Rose Bruce is een album dat je niet moet beoordelen na vluchtige beluistering. De Australische muzikante beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid en heeft haar songs voorzien van een bijzondere instrumentatie en productie, die vaak echo’s uit het verleden bevat, zonder dat dit ten koste gaat van het eigentijdse geluid op het album. Ik had het album zelf in eerste instantie terzijde geschoven, maar hoe vaker ik naar Deep Is The Way van Gena Rose Bruce luister, hoe meer ik onder de indruk raak van haar bijzondere stem, de mooie gitaarklanken, de bijzondere productie en vooral van de fantastische songs van de Australische muzikante.
Gena Rose Bruce kende ik tot voor kort alleen van haar fraaie bijdrage aan het album Roses van de Australische band The Paper Kites uit 2021. De muzikante uit Melbourne debuteerde in 2019 met het album Can’t Make You Love Me en keert deze week terug met Deep Is The Way. Het is aan het begin van 2023 nogal druk in land van de vrouwelijke singer-songwriters, waardoor ik Deep Is The Way na mijn eerste selectie liet liggen. Dat lag niet alleen aan het grote aanbod in het genre, maar ook aan de muziek die Gena Rose Bruce maakt. De songs van de Australische muzikante wijken in meerdere opzichten af van wat momenteel gangbaar is, waardoor Deep Is The Way zich, in ieder geval bij mij, niet direct opdrong.
De muzikante uit Melbourne beschikt om te beginnen over een bijzonder stemgeluid. De zang op Deep Is The Way vond ik niet direct mooi, maar de stem van Gena Rose Bruce is mooier en veelkleuriger dan je bij oppervlakkige beluistering hoort. Het is een stem die geregeld wordt vergeleken met die van Angel Olsen, maar de zang op Deep Is The Way zit op een of andere manier ook vol met echo’s uit de jaren 80 en 90, zonder dat ik dat direct kan koppelen aan concrete namen.
Ook in muzikaal opzicht is het tweede album van Gena Rose Bruce geen doorsnee album. De Australische muzikante heeft de gitaren een prominente rol gegeven op haar tweede album. De gitaarlijnen zijn soms elementair, soms rauw en soms ruimtelijk, waardoor Deep Is The Way uiteindelijk voldoende gevarieerd klinkt. Zeker wanneer de inkleuring van de songs zich beperkt tot gitaarlijnen heeft Gena Rose Bruce een bijzonder eigen geluid met zowel invloeden uit de rootsmuziek als uit de indierock, maar ook als ze wat synths toevoegt aan haar muziek en opschuift richting pop, klinkt haar muziek anders dan die van haar talloze soortgenoten.
Het bijzondere karakter van het tweede album van Gena Rose Bruce wordt doorgetrokken in de productie, die ook afwijkt van wat momenteel gangbaar is. Met hier en daar flink wat galm en een wat zompig geluid bevat Deep Is The Way ook in productioneel opzicht wat echo’s uit de jaren 80 en 90. Ik moest er even aan wennen, maar uiteindelijk komen alle bijzondere ingrediënten in de muziek van Gena Rose Bruce fraai samen in de eigenzinnige productie van Tim Harvey.
De Australische muzikante is een bijzondere zangeres met een stemgeluid dat langzaam maar zeker steeds mooier wordt en dat vol gevoel zit, maar ze laat op Deep Is The Way vooral horen dat ze een groot songwriter is. Vrijwel alle songs op het album komen na een paar keer horen tot leven en blijven vervolgens aangenaam hangen. Het zijn songs die ook nog eens zijn voorzien van interessante teksten vol melancholie, die het album in kwalitatief opzicht nog wat verder optillen.
Hoewel de muziekwereld een stuk kleiner is geworden dan een aantal decennia geleden, toen albums uit Australië daadwerkelijk een paar weken onderweg waren, trekken Australische muzikanten nog altijd minder makkelijk aandacht dan hun Britse of Amerikaanse collega’s. Dat zal ook gelden voor Gena Rose Bruce, maar de muzikante uit Melbourne heeft een album gemaakt dat ook aan deze kant van de wereld alle aandacht verdient. Misschien helpt het fraaie duet met Bill Callahan, maar de rest van het album is nog een stuk beter. Erwin Zijleman
Genesis - Duke (1980)

5,0
9
geplaatst: 13 maart 2022, 19:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Genesis - Duke (1980) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Genesis - Duke (1980)
Het in 1980 verschenen Duke wordt over het algemeen niet in één adem genoemd met de erkende klassiekers van Genesis, maar het is een bijzonder knap album dat uiteindelijk zeer invloedrijk zou blijken
Genesis begon in 1978 wat onzeker als trio na het vertrek van twee bepalende leden, maar op het in 1980 verschenen Duke werpen Phil Collins, Tony Banks en Mike Rutherford alle schroom van zich af en leggen ze de basis voor de in commercieel opzicht zeer geslaagde tweede jeugd van de band. Duke is een overgangsalbum waarop de symfonische rock van de band op razend knappe wijze wordt gemoderniseerd. Duke is het enige Genesis album waarop de bombastische symfonische rock uit de vroege jaren 70 met succes wordt gecombineerd met modernere klanken. Het is een album dat inmiddels ruim 40 jaar oud is, maar wat heeft het de tand des tijds goed doorstaan. Ik vind het persoonlijk een van de beste Genesis albums en misschien zelfs wel de beste.
Duke is naast Abacab het enige Genesis album dat ik op de dag van de release kocht. Voor het op de dag van de release aanschaffen van het vroege werk van de Britse band was ik te jong en na Abacab verloor ik razendsnel mijn interesse in de muziek van de band. Abacab kan ik bij vlagen meer waarderen dan bij de release in 1981, maar het blijft een matig album, waarop Genesis de transformatie naar een popband grotendeels heeft voltooid. Duke is altijd een van mijn favoriete Genesis albums geweest, maar inmiddels vind ik het ook een van hun beste albums.
Het is het album waarop Phil Collins, Tony Banks en Mike Rutherford op zoek zijn naar een nieuw geluid, maar nog geen afscheid hebben genomen van het geluid uit de jongere jaren van de band. Duke is hiermee een album dat ergens tussen symfonische rock uit de jaren 70 en pop en rock uit de jaren 80 in zit. Nu zijn overgangsalbums als deze maar zelden echt geslaagd, maar Duke is wat mij betreft de uitzondering op de regel.
Genesis was na het vertrek van Peter Gabriel in 1975 en het vertrek van Steve Hackett in 1977 gereduceerd tot een trio en het vertrek van twee sterspelers was een aderlating. De band bracht in 1978 het matige ...And Then There Were Three... uit en deed dit op de golven van de punkbeweging, die het muzikale landschap in het Verenigd Koninkrijk voorgoed veranderde. Oude rockhelden waren opeens dinosaurussen die met uitsterven werden bedreigd en ook voor Genesis zag de toekomst er aan het eind van de jaren 70 somber uit.
De drie leden van de band werkten aan soloalbums en Phil Collins zat in zak en as door zijn eerste echtscheiding. Het is achteraf bezien zeker niet de meest spectaculaire echtscheiding van de Britse muzikant, maar waarschijnlijk wel degene die hem het diepst raakte en zeker degene die hem inspireerde tot de meeste songs. Een aantal songs op Duke staat in het teken van de echtscheiding van Phil Collins, die een nog veel dominantere rol speelde op zijn in 1981 verschenen soloalbum Face Value (waarop de openingstrack van Duke Behind The Lines met blazers wordt uitgevoerd).
Waar Abacab hier en daar klonk als een Phil Collins soloalbum, is de invloed van met name toetsenist Tony Banks op Duke nog enorm groot. Duke flirt intensief met pop- en rocksongs met een kop en een staart, maar het is bij vlagen ook nog altijd een behoorlijk bombastisch symfonisch rockalbum, al vind ik persoonlijk wel dat Genesis er op Duke in is geslaagd om haar muziek te moderniseren en succesvol over de punkgolf heen te tillen.
Duke is de eerste stap richting het veel minder door symfonische rock gedomineerde geluid dat de band haar grootste commerciële successen zou opleveren, maar in muzikaal opzicht vind ik Duke veel interessanter dan alle albums die zouden volgen. Het is een album dat zich absoluut niet laat vergelijken met de klassiekers als Selling England By The Pound en The Lamb Lies Down On Broadway, maar wat mij betreft doet Duke qua niveau niet onder voor deze klassiekers.
Ook Duke is inmiddels ruim 40 jaar oud, maar waar veel vroege Genesis albums op zijn minst klinken als muziek uit een ander tijdperk, vind ik Duke nog altijd opvallend fris klinken. Duke bevat bijna een uur muziek, maar echt zwakke momenten heeft het album niet. Duke was de blauwdruk voor het progrock geluid van bands als Marillion en het was het startpunt voor de commerciële successen van Genesis, dat uiteindelijk stadions zou vullen met haar muziek. Genesis is voor mij inmiddels vooral een jeugdliefde, maar de liefde voor Duke is nooit verdwenen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Genesis - Duke (1980) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Genesis - Duke (1980)
Het in 1980 verschenen Duke wordt over het algemeen niet in één adem genoemd met de erkende klassiekers van Genesis, maar het is een bijzonder knap album dat uiteindelijk zeer invloedrijk zou blijken
Genesis begon in 1978 wat onzeker als trio na het vertrek van twee bepalende leden, maar op het in 1980 verschenen Duke werpen Phil Collins, Tony Banks en Mike Rutherford alle schroom van zich af en leggen ze de basis voor de in commercieel opzicht zeer geslaagde tweede jeugd van de band. Duke is een overgangsalbum waarop de symfonische rock van de band op razend knappe wijze wordt gemoderniseerd. Duke is het enige Genesis album waarop de bombastische symfonische rock uit de vroege jaren 70 met succes wordt gecombineerd met modernere klanken. Het is een album dat inmiddels ruim 40 jaar oud is, maar wat heeft het de tand des tijds goed doorstaan. Ik vind het persoonlijk een van de beste Genesis albums en misschien zelfs wel de beste.
Duke is naast Abacab het enige Genesis album dat ik op de dag van de release kocht. Voor het op de dag van de release aanschaffen van het vroege werk van de Britse band was ik te jong en na Abacab verloor ik razendsnel mijn interesse in de muziek van de band. Abacab kan ik bij vlagen meer waarderen dan bij de release in 1981, maar het blijft een matig album, waarop Genesis de transformatie naar een popband grotendeels heeft voltooid. Duke is altijd een van mijn favoriete Genesis albums geweest, maar inmiddels vind ik het ook een van hun beste albums.
Het is het album waarop Phil Collins, Tony Banks en Mike Rutherford op zoek zijn naar een nieuw geluid, maar nog geen afscheid hebben genomen van het geluid uit de jongere jaren van de band. Duke is hiermee een album dat ergens tussen symfonische rock uit de jaren 70 en pop en rock uit de jaren 80 in zit. Nu zijn overgangsalbums als deze maar zelden echt geslaagd, maar Duke is wat mij betreft de uitzondering op de regel.
Genesis was na het vertrek van Peter Gabriel in 1975 en het vertrek van Steve Hackett in 1977 gereduceerd tot een trio en het vertrek van twee sterspelers was een aderlating. De band bracht in 1978 het matige ...And Then There Were Three... uit en deed dit op de golven van de punkbeweging, die het muzikale landschap in het Verenigd Koninkrijk voorgoed veranderde. Oude rockhelden waren opeens dinosaurussen die met uitsterven werden bedreigd en ook voor Genesis zag de toekomst er aan het eind van de jaren 70 somber uit.
De drie leden van de band werkten aan soloalbums en Phil Collins zat in zak en as door zijn eerste echtscheiding. Het is achteraf bezien zeker niet de meest spectaculaire echtscheiding van de Britse muzikant, maar waarschijnlijk wel degene die hem het diepst raakte en zeker degene die hem inspireerde tot de meeste songs. Een aantal songs op Duke staat in het teken van de echtscheiding van Phil Collins, die een nog veel dominantere rol speelde op zijn in 1981 verschenen soloalbum Face Value (waarop de openingstrack van Duke Behind The Lines met blazers wordt uitgevoerd).
Waar Abacab hier en daar klonk als een Phil Collins soloalbum, is de invloed van met name toetsenist Tony Banks op Duke nog enorm groot. Duke flirt intensief met pop- en rocksongs met een kop en een staart, maar het is bij vlagen ook nog altijd een behoorlijk bombastisch symfonisch rockalbum, al vind ik persoonlijk wel dat Genesis er op Duke in is geslaagd om haar muziek te moderniseren en succesvol over de punkgolf heen te tillen.
Duke is de eerste stap richting het veel minder door symfonische rock gedomineerde geluid dat de band haar grootste commerciële successen zou opleveren, maar in muzikaal opzicht vind ik Duke veel interessanter dan alle albums die zouden volgen. Het is een album dat zich absoluut niet laat vergelijken met de klassiekers als Selling England By The Pound en The Lamb Lies Down On Broadway, maar wat mij betreft doet Duke qua niveau niet onder voor deze klassiekers.
Ook Duke is inmiddels ruim 40 jaar oud, maar waar veel vroege Genesis albums op zijn minst klinken als muziek uit een ander tijdperk, vind ik Duke nog altijd opvallend fris klinken. Duke bevat bijna een uur muziek, maar echt zwakke momenten heeft het album niet. Duke was de blauwdruk voor het progrock geluid van bands als Marillion en het was het startpunt voor de commerciële successen van Genesis, dat uiteindelijk stadions zou vullen met haar muziek. Genesis is voor mij inmiddels vooral een jeugdliefde, maar de liefde voor Duke is nooit verdwenen. Erwin Zijleman
Genevieve Artadi - Forever Forever (2023)

4,0
0
geplaatst: 18 maart 2023, 11:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Genevieve Artadi - Forever Forever - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Genevieve Artadi - Forever Forever
Genevieve Artadi draait al een tijdje mee, maar vindt op Forever Forever de rust en de toegankelijke popsong, al zijn beiden op dit bijzonder fascinerende album zeer relatieve begrippen
Bij eerste beluistering van Forever Forever van Genevieve Artadi kon ik maar weinig met dit album, maar de muzikante uit Los Angeles heeft een album gemaakt dat zich steeds meer opdringt. Het is een album dat op eigenzinnige wijze invloeden uit de jazz en de elektronische muziek combineert, maar Genevieve Artadi sleept er nog veel meer bij. Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht zal het voor menig muziekliefhebber even doorbijten zijn, maar alle energie die je in dit album steekt wordt dubbel en dwars terugbetaald. Forever Forever zat heel ver buiten mijn muzikale comfort zone, maar inmiddels kan ik er geen genoeg van krijgen en het album groeit maar door.
De Amerikaanse muzikante Genevieve Artadi is inmiddels een kleine twintig jaar actief in de muziek. Ze maakte deel uit van de duo’s Pollyn en KNOWER en bracht met Genevieve Lalala uit 2015 en Dizzy Strange Summer uit 2020 ook al twee soloalbums uit. Ik heb alles overigens pas voor het eerst gehoord nadat ik haar deze week verschenen derde soloalbum Forever Forever had beluisterd.
De meeste muziek die de singer-songwriter en producer uit Los Angeles tot dusver heeft gemaakt werkt bij mij eerlijk gezegd vooral op de zenuwen en ook bij eerste beluistering van Forever Forever kon ik maar lastig chocolade maken van de muziek van Genevieve Artadi en kreeg ik er spontaan rode vlekken van. Op een of andere manier intrigeerde het album me echter wel en toen ik wat langer naar Forever Forever had geluisterd begon er steeds meer op zijn plek te vallen.
Genevieve Artadi maakte tot dusver vooral door elektronica en pop gedomineerde muziek, maar ze is ook een geschoold jazzmuzikante. Dat is duidelijk te horen op haar nieuwe album, dat is voorzien van een flinke jazzinjectie, al is het wel een eigenzinnige jazzinjectie. Forever Forever klinkt een stuk organischer dan de muziek die de muzikante uit Los Angeles tot dusver maakte, maar ook op haar nieuwe album speelt elektronica een zeer voorname rol.
Ik werd bij eerste beluistering zoals gezegd vooral nerveus van de muziek op Forever Forever en dat zal niet alleen bij mij het geval zijn. De songs van Genevieve Artadi zijn voorzien van springerige jazzy ritmes en het zijn bovendien songs die zowel in muzikaal opzicht als in vocaal opzicht lastig te doorgronden zijn. In muzikaal opzicht schiet het binnen de songs van de Amerikaanse muzikante soms alle kanten op, terwijl haar wat hoge stem en de bijzondere zanglijnen zeker in eerste instantie wat tegen de haren instrijken.
De songs van Genevieve Artadi zijn songs waarin invloeden uit de jazz en de elektronische popmuziek op bijzondere wijze samenvloeien, maar het in Mexico opgenomen album bevat ook subtiele invloeden uit de Braziliaanse muziek, kan af en toe flink psychedelisch klinken en kan ook incidenteel de dansvloer opzoeken, een vleugje Prince oppikken of opschuiven richting progrock.
Het levert een album op dat zich vrijwel continu flink buiten mijn muzikale comfort zone beweegt en dat vaak klinkt als een vat vol tegenstrijdigheden. Zo kan de muziek van Genevieve Artadi binnen een paar noten niet alleen van ouderwets naar hypermodern springen, maar ook van loom en zwoel naar tegendraads en eclectisch. Ondanks of misschien wel dankzij deze tegenstrijdigheden is het nieuwe album van Genevieve Artadi een album dat me uitstekend bevalt.
Forever Forever van Genevieve Artadi werd gemaakt met flink wat gastmuzikanten en hoewel geen van de namen me iets zegt, is duidelijk te horen dat het gaat om gelouterde muzikanten. Alle instrumenten op het album klinken even mooi en sfeervol en met name het drumwerk is hier en daar weergaloos.
Ook in vocaal opzicht wordt het nieuwe album van Genevieve Artadi alleen maar beter, want de stem van de muzikante uit Los Angeles is niet alleen bijzonder, maar ook mooi. Forever Forever is een album dat ik in 99 van de 100 gevallen niet zou hebben geselecteerd, want dit is een album dat je vaker moet horen en dat zeker bij eerste beluistering best even doorbijten is. Hierna wordt dit bijzondere album echt alleen maar mooier. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Genevieve Artadi - Forever Forever - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Genevieve Artadi - Forever Forever
Genevieve Artadi draait al een tijdje mee, maar vindt op Forever Forever de rust en de toegankelijke popsong, al zijn beiden op dit bijzonder fascinerende album zeer relatieve begrippen
Bij eerste beluistering van Forever Forever van Genevieve Artadi kon ik maar weinig met dit album, maar de muzikante uit Los Angeles heeft een album gemaakt dat zich steeds meer opdringt. Het is een album dat op eigenzinnige wijze invloeden uit de jazz en de elektronische muziek combineert, maar Genevieve Artadi sleept er nog veel meer bij. Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht zal het voor menig muziekliefhebber even doorbijten zijn, maar alle energie die je in dit album steekt wordt dubbel en dwars terugbetaald. Forever Forever zat heel ver buiten mijn muzikale comfort zone, maar inmiddels kan ik er geen genoeg van krijgen en het album groeit maar door.
De Amerikaanse muzikante Genevieve Artadi is inmiddels een kleine twintig jaar actief in de muziek. Ze maakte deel uit van de duo’s Pollyn en KNOWER en bracht met Genevieve Lalala uit 2015 en Dizzy Strange Summer uit 2020 ook al twee soloalbums uit. Ik heb alles overigens pas voor het eerst gehoord nadat ik haar deze week verschenen derde soloalbum Forever Forever had beluisterd.
De meeste muziek die de singer-songwriter en producer uit Los Angeles tot dusver heeft gemaakt werkt bij mij eerlijk gezegd vooral op de zenuwen en ook bij eerste beluistering van Forever Forever kon ik maar lastig chocolade maken van de muziek van Genevieve Artadi en kreeg ik er spontaan rode vlekken van. Op een of andere manier intrigeerde het album me echter wel en toen ik wat langer naar Forever Forever had geluisterd begon er steeds meer op zijn plek te vallen.
Genevieve Artadi maakte tot dusver vooral door elektronica en pop gedomineerde muziek, maar ze is ook een geschoold jazzmuzikante. Dat is duidelijk te horen op haar nieuwe album, dat is voorzien van een flinke jazzinjectie, al is het wel een eigenzinnige jazzinjectie. Forever Forever klinkt een stuk organischer dan de muziek die de muzikante uit Los Angeles tot dusver maakte, maar ook op haar nieuwe album speelt elektronica een zeer voorname rol.
Ik werd bij eerste beluistering zoals gezegd vooral nerveus van de muziek op Forever Forever en dat zal niet alleen bij mij het geval zijn. De songs van Genevieve Artadi zijn voorzien van springerige jazzy ritmes en het zijn bovendien songs die zowel in muzikaal opzicht als in vocaal opzicht lastig te doorgronden zijn. In muzikaal opzicht schiet het binnen de songs van de Amerikaanse muzikante soms alle kanten op, terwijl haar wat hoge stem en de bijzondere zanglijnen zeker in eerste instantie wat tegen de haren instrijken.
De songs van Genevieve Artadi zijn songs waarin invloeden uit de jazz en de elektronische popmuziek op bijzondere wijze samenvloeien, maar het in Mexico opgenomen album bevat ook subtiele invloeden uit de Braziliaanse muziek, kan af en toe flink psychedelisch klinken en kan ook incidenteel de dansvloer opzoeken, een vleugje Prince oppikken of opschuiven richting progrock.
Het levert een album op dat zich vrijwel continu flink buiten mijn muzikale comfort zone beweegt en dat vaak klinkt als een vat vol tegenstrijdigheden. Zo kan de muziek van Genevieve Artadi binnen een paar noten niet alleen van ouderwets naar hypermodern springen, maar ook van loom en zwoel naar tegendraads en eclectisch. Ondanks of misschien wel dankzij deze tegenstrijdigheden is het nieuwe album van Genevieve Artadi een album dat me uitstekend bevalt.
Forever Forever van Genevieve Artadi werd gemaakt met flink wat gastmuzikanten en hoewel geen van de namen me iets zegt, is duidelijk te horen dat het gaat om gelouterde muzikanten. Alle instrumenten op het album klinken even mooi en sfeervol en met name het drumwerk is hier en daar weergaloos.
Ook in vocaal opzicht wordt het nieuwe album van Genevieve Artadi alleen maar beter, want de stem van de muzikante uit Los Angeles is niet alleen bijzonder, maar ook mooi. Forever Forever is een album dat ik in 99 van de 100 gevallen niet zou hebben geselecteerd, want dit is een album dat je vaker moet horen en dat zeker bij eerste beluistering best even doorbijten is. Hierna wordt dit bijzondere album echt alleen maar mooier. Erwin Zijleman
Genevieve Stokes - With a Lightning Strike (2024)

4,0
0
geplaatst: 11 oktober 2024, 16:58 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Genevieve Stokes - With A Lightning Strike - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Genevieve Stokes - With A Lightning Strike
Genevieve Stokes debuteert deze week met het knappe With A Lightning Strike, waarop de Amerikaanse muzikante lekker in het gehoor liggende indie popsongs combineert met diepgang en intensiteit
Ik had With A Lightning Strike van Genevieve Stokes eind vorige week eerlijk gezegd verwacht in de meeste lijstjes met tips, maar het is helaas redelijk stil gebleven rond het album. Dat is jammer, want de muzikante uit Maine heeft een uitstekend album gemaakt. Het door niemand minder dan Tony Berg geproduceerde album kan worden omschreven als indiepop, maar het is wel indiepop die zich onderscheidt van de meeste albums in het genre. Dat doet Genevieve Stokes met haar stem, met de inkleuring van haar songs en met de songs zelf. With A Lightning Strike dringt zich makkelijk op, maar er valt ook veel te ontdekken op dit intense album, dat mij in ieder geval heeft overrompeld.
EP’s en mini-albums laat ik meestal links liggen, er zijn immers al veel meer nieuwe albums dan ik kan bespreken in een week op de krenten uit de pop, maar over het mini-album Swimming Lessons van Genevieve Stokes uit 2021 en haar EP Catching Rabbits uit 2023 heb ik erg getwijfeld. De muzikante uit Maine maakte op haar beide releases indruk met interessante maar ook aanstekelijke songs en vooral met een flinke dosis eigenzinnigheid. Ik keek dan ook erg uit naar het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante en dat album is deze week verschenen.
Bij beluistering van het mini-album en de EP van Genevieve Stokes moest ik af en toe aan Fiona Apple denken. Dat is een van mijn muzikale helden en het is er een van wie ik helaas maar zelden invloeden hoor op albums van andere muzikanten. In de songs van Genevieve Stokes hoorde ik ze echter wel en dat was een van vele redenen om onder de indruk te zijn van Swimming Lessons en Catching Rabbits. Ik hoor ze ook op haar debuutalbum With A Lightning Strike, waarop Genevieve Stokes laat horen dat het nog veel beter kan dan ze tot dusver liet horen.
Invloeden van Fiona Apple zijn ook dit keer subtiel aanwezig en duiken met name op in het pianospel en in de intensiteit van de songs van Genevieve Stokes. De naam van Fiona Apple is zeker niet de enige naam die opduikt bij beluistering van With A Lightning Strike, want het debuutalbum van Genevieve Strokes klinkt af en toe als een omgevallen platenkast met heel veel persoonlijke favorieten, onder wie zeker Phoebe Bridgers en Billie Eilish, maar het zijn er veel meer.
With A Lightning Strike is een album dat goed past in het hokje indiepop, maar binnen dit genre zoekt Genevieve Stokes de eigenzinnige hoek op. De songs op With A Lightning Strike zijn avontuurlijker dan op de meeste andere indiepop albums en ook eigenzinniger. Je hoort het in de muziek, die mooi is maar ook steeds de fantasie weet te prikken en je hoort het in de zang van Genevieve Strokes, die zingt met veel gevoel en expressie.
De songs op With A Lightning Strike zitten vol bijzondere wendingen, maar het zijn ook lekker in het gehoor liggende en vaak aanstekelijke en direct memorabele songs, wat knap is. Het album klinkt ook nog eens perfect, wat mede de verdienste is van producer Tony Berg, die een prachtig cv heeft, waarop inmiddels de namen van onder andere Paul McCartney, Phoebe Bridgers, Boygenius en Lizzy McAlpine prijken.
Laatstgenoemde maakte wat mij betreft een van de beste indiepop albums van 2024 en het is een album dat verrassend weinig aandacht heeft gekregen van de gerenommeerde muziekpers. Die laat het momenteel ook afweten wanneer het gaat om het debuutalbum van Genevieve Stokes en daar begrijp ik echt niets van. Gelukkig weet de muzikante uit Portland, Maine, via TikTok een groot publiek te bereiken, maar With A Lightning Strike had ook zeker niet misstaan tussen de wekelijkse tips van bijvoorbeeld Pitchfork en Paste.
Zelf ben ik in ieder geval heel gelukkig met het debuutalbum van Genevieve Stokes dat dieper graaft dan de meeste andere albums in het genre en ook een stuk intenser is. Die intensiteit neemt alleen maar toe wanneer je het album vaker hoort en nieuwe dingen blijft ontdekken in de bijzondere songs van Genevieve Stokes. Jaarlijstjesmateriaal wat mij betreft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Genevieve Stokes - With A Lightning Strike - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Genevieve Stokes - With A Lightning Strike
Genevieve Stokes debuteert deze week met het knappe With A Lightning Strike, waarop de Amerikaanse muzikante lekker in het gehoor liggende indie popsongs combineert met diepgang en intensiteit
Ik had With A Lightning Strike van Genevieve Stokes eind vorige week eerlijk gezegd verwacht in de meeste lijstjes met tips, maar het is helaas redelijk stil gebleven rond het album. Dat is jammer, want de muzikante uit Maine heeft een uitstekend album gemaakt. Het door niemand minder dan Tony Berg geproduceerde album kan worden omschreven als indiepop, maar het is wel indiepop die zich onderscheidt van de meeste albums in het genre. Dat doet Genevieve Stokes met haar stem, met de inkleuring van haar songs en met de songs zelf. With A Lightning Strike dringt zich makkelijk op, maar er valt ook veel te ontdekken op dit intense album, dat mij in ieder geval heeft overrompeld.
EP’s en mini-albums laat ik meestal links liggen, er zijn immers al veel meer nieuwe albums dan ik kan bespreken in een week op de krenten uit de pop, maar over het mini-album Swimming Lessons van Genevieve Stokes uit 2021 en haar EP Catching Rabbits uit 2023 heb ik erg getwijfeld. De muzikante uit Maine maakte op haar beide releases indruk met interessante maar ook aanstekelijke songs en vooral met een flinke dosis eigenzinnigheid. Ik keek dan ook erg uit naar het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante en dat album is deze week verschenen.
Bij beluistering van het mini-album en de EP van Genevieve Stokes moest ik af en toe aan Fiona Apple denken. Dat is een van mijn muzikale helden en het is er een van wie ik helaas maar zelden invloeden hoor op albums van andere muzikanten. In de songs van Genevieve Stokes hoorde ik ze echter wel en dat was een van vele redenen om onder de indruk te zijn van Swimming Lessons en Catching Rabbits. Ik hoor ze ook op haar debuutalbum With A Lightning Strike, waarop Genevieve Stokes laat horen dat het nog veel beter kan dan ze tot dusver liet horen.
Invloeden van Fiona Apple zijn ook dit keer subtiel aanwezig en duiken met name op in het pianospel en in de intensiteit van de songs van Genevieve Stokes. De naam van Fiona Apple is zeker niet de enige naam die opduikt bij beluistering van With A Lightning Strike, want het debuutalbum van Genevieve Strokes klinkt af en toe als een omgevallen platenkast met heel veel persoonlijke favorieten, onder wie zeker Phoebe Bridgers en Billie Eilish, maar het zijn er veel meer.
With A Lightning Strike is een album dat goed past in het hokje indiepop, maar binnen dit genre zoekt Genevieve Stokes de eigenzinnige hoek op. De songs op With A Lightning Strike zijn avontuurlijker dan op de meeste andere indiepop albums en ook eigenzinniger. Je hoort het in de muziek, die mooi is maar ook steeds de fantasie weet te prikken en je hoort het in de zang van Genevieve Strokes, die zingt met veel gevoel en expressie.
De songs op With A Lightning Strike zitten vol bijzondere wendingen, maar het zijn ook lekker in het gehoor liggende en vaak aanstekelijke en direct memorabele songs, wat knap is. Het album klinkt ook nog eens perfect, wat mede de verdienste is van producer Tony Berg, die een prachtig cv heeft, waarop inmiddels de namen van onder andere Paul McCartney, Phoebe Bridgers, Boygenius en Lizzy McAlpine prijken.
Laatstgenoemde maakte wat mij betreft een van de beste indiepop albums van 2024 en het is een album dat verrassend weinig aandacht heeft gekregen van de gerenommeerde muziekpers. Die laat het momenteel ook afweten wanneer het gaat om het debuutalbum van Genevieve Stokes en daar begrijp ik echt niets van. Gelukkig weet de muzikante uit Portland, Maine, via TikTok een groot publiek te bereiken, maar With A Lightning Strike had ook zeker niet misstaan tussen de wekelijkse tips van bijvoorbeeld Pitchfork en Paste.
Zelf ben ik in ieder geval heel gelukkig met het debuutalbum van Genevieve Stokes dat dieper graaft dan de meeste andere albums in het genre en ook een stuk intenser is. Die intensiteit neemt alleen maar toe wanneer je het album vaker hoort en nieuwe dingen blijft ontdekken in de bijzondere songs van Genevieve Stokes. Jaarlijstjesmateriaal wat mij betreft. Erwin Zijleman
Géonne Hartman - He Went to the Sea (2022)

4,5
1
geplaatst: 9 januari 2023, 15:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Géonne Hartman - He Went To The Sea - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Géonne Hartman - He Went To The Sea
De Nederlandse muzikante Géonne Hartman debuteerde vorig jaar met He Went To The Sea, wat een sprookjesachtig mooi en razend spannend album blijkt, dat in alle jaarlijstjes had moeten staan (en in ieder geval in dat van mij)
Er verschenen vorig jaar stapels albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters, waarvan ik er zelf ook flink wat van heb bewierookt op de krenten uit de pop. Een van de allermooiste albums in het genre heb ik echter over het hoofd gezien en dat is het debuutalbum van de Utrechtse muzikante Géonne Hartman. He Went To The Sea staat vol met wonderschone folksongs, maar het zijn ook spannende folksongs die verwonderen en betoveren. De akoestische basis en de mooie stem van Géonne Hartman worden gecombineerd met fraaie accenten en verrassende wendingen, waardoor iedere track op het album diep respect afdwingt. Wat een geweldige verrassing dit album.
Het was ook het afgelopen jaar weer flink dringen in het land van de jonge vrouwelijke singer-songwriters, waardoor er, ondanks mijn grote liefde voor het genre, helaas flink wat prima albums buiten de boot vielen. Van deze albums heb ik er de afgelopen weken nog flink wat beluisterd en er zat één album tussen dat er voor mij duidelijk uit sprong. Het gaat om He Went To The Sea van de Nederlandse singer-songwriter Géonne Hartman.
Het album verscheen het afgelopen voorjaar en ik vrees dat ik er destijds hooguit vluchtig naar heb geluisterd. Het is nog veel waarschijnlijker dat ik er helemaal niet aan toe ben gekomen, want het debuutalbum van Géonne Hartman laat vrijwel onmiddellijk horen dat het een heel bijzonder album is en zeker geen dertien in een dozijn vrouwelijk singer-songwriter album.
In de openingstrack Landscape experimenteert de muzikante uit Utrecht met meerdere lagen van haar stem en wordt bovendien op bijzondere wijze elektronica ingezet. Landscape is in de basis een ingetogen folky song met mooie vocalen, maar door de elektronische accenten en ritmes en de meerdere lagen vocalen wordt het een song die de fantasie prikkelt en die je nieuwsgierig maakt naar de tracks die komen gaan.
Géonne Hartman laat in een aantal tracks op haar debuutalbum horen dat ze uit de voeten kan met redelijk sobere folksongs, maar er is bijna altijd meer dan de akoestische gitaar en de stem van de Nederlandse muzikante. Ondanks het feit dat in veel tracks gebruikt wordt gemaakt van bijzondere elektronische klanken en van extra lagen vocalen, is He Went To The Sea een gevarieerd klinkend album. Een enkele keer grijpt de Utrechtse muzikante overigens ook naar strijkers, waardoor haar muziek opeens een neoklassiek tintje krijgt.
Het siert de Nederlandse muzikante dat ze steeds weer op subtiele wijze het experiment zoekt, want zonder de avontuurlijke uitstapjes zou ze het de gemiddelde liefhebber van vrouwelijke folkies waarschijnlijk een stuk makkelijker hebben gemaakt. Zelf ben ik zeer gecharmeerd van de wijze waarop Géonne Hartman steeds weer buiten de lijntjes van de standaard folksongs kleurt.
Ik vind toevoegingen van bijzondere ritmes, wolkjes elektronica en op elkaar gestapelde vocalen meestal wat gekunsteld overkomen, maar in de songs van Géonne Hartman is iedere toevoeging functioneel. De Nederlandse muzikante betovert makkelijk met aansprekende melodieën, sfeervolle klanken en een bijzonder mooie stem, maar door alle extra’s zit je bij beluistering van He Went To The Sea op het puntje van de stoel. Dit geldt zeker voor de ruim zes minuten durende titeltrack, die zich ver buiten de kaders van de folksong beweegt en een bezwerende uitwerking heeft.
Ook in productioneel opzicht spreekt He Went To The Sea zeer tot de verbeelding. Ik had op basis van het gehoorde een producer van naam en faam verwacht, maar het album blijkt geproduceerd door Géonne Hartman en Tessa Rose Jackson, die als Someone mijn favoriete album van 2021 maakte en ook als producer indruk maakt met een album dat werkelijk prachtig uit de speakers komt.
Ik heb het afgelopen jaar torenhoge stapels met albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters beluisterd en heb een flinke stapel van deze albums besproken op de krenten uit de pop, maar er zijn er niet veel zo creatief en spannend als het debuutalbum van Géonne Hartman. Het maakt het des te schrijnender dat ik juist dit album heb laten liggen. Ik zet hem met terugwerkende kracht in de top 10 van mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Géonne Hartman - He Went To The Sea - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Géonne Hartman - He Went To The Sea
De Nederlandse muzikante Géonne Hartman debuteerde vorig jaar met He Went To The Sea, wat een sprookjesachtig mooi en razend spannend album blijkt, dat in alle jaarlijstjes had moeten staan (en in ieder geval in dat van mij)
Er verschenen vorig jaar stapels albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters, waarvan ik er zelf ook flink wat van heb bewierookt op de krenten uit de pop. Een van de allermooiste albums in het genre heb ik echter over het hoofd gezien en dat is het debuutalbum van de Utrechtse muzikante Géonne Hartman. He Went To The Sea staat vol met wonderschone folksongs, maar het zijn ook spannende folksongs die verwonderen en betoveren. De akoestische basis en de mooie stem van Géonne Hartman worden gecombineerd met fraaie accenten en verrassende wendingen, waardoor iedere track op het album diep respect afdwingt. Wat een geweldige verrassing dit album.
Het was ook het afgelopen jaar weer flink dringen in het land van de jonge vrouwelijke singer-songwriters, waardoor er, ondanks mijn grote liefde voor het genre, helaas flink wat prima albums buiten de boot vielen. Van deze albums heb ik er de afgelopen weken nog flink wat beluisterd en er zat één album tussen dat er voor mij duidelijk uit sprong. Het gaat om He Went To The Sea van de Nederlandse singer-songwriter Géonne Hartman.
Het album verscheen het afgelopen voorjaar en ik vrees dat ik er destijds hooguit vluchtig naar heb geluisterd. Het is nog veel waarschijnlijker dat ik er helemaal niet aan toe ben gekomen, want het debuutalbum van Géonne Hartman laat vrijwel onmiddellijk horen dat het een heel bijzonder album is en zeker geen dertien in een dozijn vrouwelijk singer-songwriter album.
In de openingstrack Landscape experimenteert de muzikante uit Utrecht met meerdere lagen van haar stem en wordt bovendien op bijzondere wijze elektronica ingezet. Landscape is in de basis een ingetogen folky song met mooie vocalen, maar door de elektronische accenten en ritmes en de meerdere lagen vocalen wordt het een song die de fantasie prikkelt en die je nieuwsgierig maakt naar de tracks die komen gaan.
Géonne Hartman laat in een aantal tracks op haar debuutalbum horen dat ze uit de voeten kan met redelijk sobere folksongs, maar er is bijna altijd meer dan de akoestische gitaar en de stem van de Nederlandse muzikante. Ondanks het feit dat in veel tracks gebruikt wordt gemaakt van bijzondere elektronische klanken en van extra lagen vocalen, is He Went To The Sea een gevarieerd klinkend album. Een enkele keer grijpt de Utrechtse muzikante overigens ook naar strijkers, waardoor haar muziek opeens een neoklassiek tintje krijgt.
Het siert de Nederlandse muzikante dat ze steeds weer op subtiele wijze het experiment zoekt, want zonder de avontuurlijke uitstapjes zou ze het de gemiddelde liefhebber van vrouwelijke folkies waarschijnlijk een stuk makkelijker hebben gemaakt. Zelf ben ik zeer gecharmeerd van de wijze waarop Géonne Hartman steeds weer buiten de lijntjes van de standaard folksongs kleurt.
Ik vind toevoegingen van bijzondere ritmes, wolkjes elektronica en op elkaar gestapelde vocalen meestal wat gekunsteld overkomen, maar in de songs van Géonne Hartman is iedere toevoeging functioneel. De Nederlandse muzikante betovert makkelijk met aansprekende melodieën, sfeervolle klanken en een bijzonder mooie stem, maar door alle extra’s zit je bij beluistering van He Went To The Sea op het puntje van de stoel. Dit geldt zeker voor de ruim zes minuten durende titeltrack, die zich ver buiten de kaders van de folksong beweegt en een bezwerende uitwerking heeft.
Ook in productioneel opzicht spreekt He Went To The Sea zeer tot de verbeelding. Ik had op basis van het gehoorde een producer van naam en faam verwacht, maar het album blijkt geproduceerd door Géonne Hartman en Tessa Rose Jackson, die als Someone mijn favoriete album van 2021 maakte en ook als producer indruk maakt met een album dat werkelijk prachtig uit de speakers komt.
Ik heb het afgelopen jaar torenhoge stapels met albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters beluisterd en heb een flinke stapel van deze albums besproken op de krenten uit de pop, maar er zijn er niet veel zo creatief en spannend als het debuutalbum van Géonne Hartman. Het maakt het des te schrijnender dat ik juist dit album heb laten liggen. Ik zet hem met terugwerkende kracht in de top 10 van mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
George Michael - Listen Without Prejudice, Vol. 1 (1990)

4,5
3
geplaatst: 18 september 2022, 19:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: George Michael - Listen Without Prejudice, Vol. 1 (1990) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
George Michael - Listen Without Prejudice, Vol. 1 (1990)
Het oeuvre van George Michael is helaas vrij klein gebleven, maar de Britse muzikant heeft met Listen Without Prejudice, Vol. 1 uit 1990 minstens één en helaas toch wel wat onderschatte klassieker op zijn naam staan
Serieuze muziekliefhebbers durfden lange tijd niet te bekennen dat een van de twee heren van het popduo Wham! echt wel iets kon, maar op een gegeven moment viel niet meer te ontkennen dat George Michael een groot zanger was. Dat de Britse muzikant ook een groot songwriter was liet hij vooral horen op het in 1990 verschenen Listen Without Prejudice, Vol. 1, dat wat mij betreft met afstand het beste album van George Michael is. Het is een album met vooral ingetogen songs waarin George Michael de sterren van de hemel zingt en die ook ruim dertig jaar later van een bijzondere schoonheid zijn en bovendien nog maar weinig van hun kracht hebben verloren. Prachtalbum!
Toen het Britse duo Wham! in 1983 opdook met zeer succesvolle maar in artistiek opzicht niet al te interessante singles als Young Guns (Go For It), Club Tropicana en Bad Boys kon niemand vermoeden dat een van de twee leden van de band nog een zeer serieuze en bovendien waardevolle bijdrage aan de popmuziek zou gaan leveren.
Op het tweede album van het duo, het in 1984 verschenen Make It Big, stonden al een aantal fatsoenlijke singles, waaronder Careless Whisper, waarin George Michael liet horen dat hij een zeer verdienstelijk zanger was (zijn kompaan Andrew Ridgeley was daarentegen nog steeds niet op enig talent te betrappen). Wham! ontsteeg wat mij betreft het niveau van de ‘guilty pleasure’ echter niet al te vaak.
Dat deed George Michael wel op zijn eerste soloalbum Faith, dat in 1987 verscheen. Het is wat mij betreft het op een na beste album van de Britse muzikant, die me met alle muziek die hij tussen 1996 en zijn trieste dood in 2016 maakte helaas niet echt meer kon boeien, zijn geweldige stem ten spijt. Faith vind ik voor de helft prachtig, maar de andere helft doet me niet zoveel.
Het beste album van George Michael verscheen voor mij in 1990 en luisterde naar de titel Listen Without Prejudice, Vol. 1. Het album bevatte met Freedom een wereldhit, maar ik vind het persoonlijk de minste track op het tweede album van George Michael, samen met het enigszins vergelijkbare Soul Free.
Het zijn tracks die nog wel wat voortborduren op het geluid van Wham!, al zijn beide tracks klassen beter dan de tracks op de albums van het duo dat uiteindelijk maar een jaar of vijf bestond. Het zijn bovendien tracks die wat dichter bij het latere en wat mij betreft minder interessante werk van de Britse muzikant liggen.
In de resterende tracks op Listen Without Prejudice, Vol. 1 laat Georgios Kyriacos Panayiotou, zoon van een Grieks-Cypriotische restauranthouder horen wat hij echt kan. Listen Without Prejudice, Vol. 1 opent met het prachtige Praying For Time, waarin George Michael niet alleen de sterren van de hemel zingt, maar de noten bovendien uit zijn tenen haalt. Het is een track waarin de Britse muzikant zich niet alleen laat gelden als een geweldig zanger, maar ook als een zeer getalenteerd songwriter.
Listen Without Prejudice, Vol. 1 bevat meer songs waarin het popidool George Michael transformeert in een groot songwriter en crooner. Met name de meer ingetogen tracks op het album zijn van een bijzondere schoonheid en worden mijlenver omhoog getild door de vocale capaciteiten van George Michael.
De Brit imponeert met zijn stem net zo makkelijk in ingetogen pianoballads als het indrukwekkende They Won't Go When I Go, oorspronkelijk een song van Stevie Wonder, en het emotievolle Mothers Pride als in het zwoele en jazzy Cowboys And Angels. Listen Without Prejudice, Vol. 1 bevat bovendien een aantal geweldige popsongs, waaronder het ingetogen en lome Something To Save, het met een fragment uit You Can’t Always Get What You Want van de Rolling Stones verrijkte Waiting For That Day en de instant classic Heal The Pain.
Ik had het album echt al heel lang niet meer beluisterd, maar ik was direct weer onder de indruk van de geweldige zang op Listen Without Prejudice, Vol. 1, de hoge kwaliteit van nagenoeg alle songs op het album en de geweldige productie, die tot mijn verbazing van de hand van George Michael zelf blijkt te zijn. Het is bovendien een album dat de tand des tijds geweldig heeft doorstaan en een album dat laat horen dat George Michael zeker niet alles uit zijn te korte carrière heeft gehaald helaas. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: George Michael - Listen Without Prejudice, Vol. 1 (1990) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
George Michael - Listen Without Prejudice, Vol. 1 (1990)
Het oeuvre van George Michael is helaas vrij klein gebleven, maar de Britse muzikant heeft met Listen Without Prejudice, Vol. 1 uit 1990 minstens één en helaas toch wel wat onderschatte klassieker op zijn naam staan
Serieuze muziekliefhebbers durfden lange tijd niet te bekennen dat een van de twee heren van het popduo Wham! echt wel iets kon, maar op een gegeven moment viel niet meer te ontkennen dat George Michael een groot zanger was. Dat de Britse muzikant ook een groot songwriter was liet hij vooral horen op het in 1990 verschenen Listen Without Prejudice, Vol. 1, dat wat mij betreft met afstand het beste album van George Michael is. Het is een album met vooral ingetogen songs waarin George Michael de sterren van de hemel zingt en die ook ruim dertig jaar later van een bijzondere schoonheid zijn en bovendien nog maar weinig van hun kracht hebben verloren. Prachtalbum!
Toen het Britse duo Wham! in 1983 opdook met zeer succesvolle maar in artistiek opzicht niet al te interessante singles als Young Guns (Go For It), Club Tropicana en Bad Boys kon niemand vermoeden dat een van de twee leden van de band nog een zeer serieuze en bovendien waardevolle bijdrage aan de popmuziek zou gaan leveren.
Op het tweede album van het duo, het in 1984 verschenen Make It Big, stonden al een aantal fatsoenlijke singles, waaronder Careless Whisper, waarin George Michael liet horen dat hij een zeer verdienstelijk zanger was (zijn kompaan Andrew Ridgeley was daarentegen nog steeds niet op enig talent te betrappen). Wham! ontsteeg wat mij betreft het niveau van de ‘guilty pleasure’ echter niet al te vaak.
Dat deed George Michael wel op zijn eerste soloalbum Faith, dat in 1987 verscheen. Het is wat mij betreft het op een na beste album van de Britse muzikant, die me met alle muziek die hij tussen 1996 en zijn trieste dood in 2016 maakte helaas niet echt meer kon boeien, zijn geweldige stem ten spijt. Faith vind ik voor de helft prachtig, maar de andere helft doet me niet zoveel.
Het beste album van George Michael verscheen voor mij in 1990 en luisterde naar de titel Listen Without Prejudice, Vol. 1. Het album bevatte met Freedom een wereldhit, maar ik vind het persoonlijk de minste track op het tweede album van George Michael, samen met het enigszins vergelijkbare Soul Free.
Het zijn tracks die nog wel wat voortborduren op het geluid van Wham!, al zijn beide tracks klassen beter dan de tracks op de albums van het duo dat uiteindelijk maar een jaar of vijf bestond. Het zijn bovendien tracks die wat dichter bij het latere en wat mij betreft minder interessante werk van de Britse muzikant liggen.
In de resterende tracks op Listen Without Prejudice, Vol. 1 laat Georgios Kyriacos Panayiotou, zoon van een Grieks-Cypriotische restauranthouder horen wat hij echt kan. Listen Without Prejudice, Vol. 1 opent met het prachtige Praying For Time, waarin George Michael niet alleen de sterren van de hemel zingt, maar de noten bovendien uit zijn tenen haalt. Het is een track waarin de Britse muzikant zich niet alleen laat gelden als een geweldig zanger, maar ook als een zeer getalenteerd songwriter.
Listen Without Prejudice, Vol. 1 bevat meer songs waarin het popidool George Michael transformeert in een groot songwriter en crooner. Met name de meer ingetogen tracks op het album zijn van een bijzondere schoonheid en worden mijlenver omhoog getild door de vocale capaciteiten van George Michael.
De Brit imponeert met zijn stem net zo makkelijk in ingetogen pianoballads als het indrukwekkende They Won't Go When I Go, oorspronkelijk een song van Stevie Wonder, en het emotievolle Mothers Pride als in het zwoele en jazzy Cowboys And Angels. Listen Without Prejudice, Vol. 1 bevat bovendien een aantal geweldige popsongs, waaronder het ingetogen en lome Something To Save, het met een fragment uit You Can’t Always Get What You Want van de Rolling Stones verrijkte Waiting For That Day en de instant classic Heal The Pain.
Ik had het album echt al heel lang niet meer beluisterd, maar ik was direct weer onder de indruk van de geweldige zang op Listen Without Prejudice, Vol. 1, de hoge kwaliteit van nagenoeg alle songs op het album en de geweldige productie, die tot mijn verbazing van de hand van George Michael zelf blijkt te zijn. Het is bovendien een album dat de tand des tijds geweldig heeft doorstaan en een album dat laat horen dat George Michael zeker niet alles uit zijn te korte carrière heeft gehaald helaas. Erwin Zijleman
