MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

T. Hardy Morris - Artificial Tears (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: T. Hardy Morris - Artificial Tears - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: T. Hardy Morris - Artificial Tears
Artificial Tears is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse muzikant T. Hardy Morris, die al heel wat jaren muziek maakt, en het is een zeer aangename kennismaking die naar veel meer smaakt

T. Hardy Morris maakte al vier soloalbums en maakte bovendien deel uit van een aantal bands. Met zijn vijfde soloalbum Artificial Tears trekt hij voor het eerst mijn aandacht en ik ben aangenaam verrast door het album. Het is een album dat put uit de archieven van de countryrock, de lo-fi en de indierock, maar T. Hardy Morris smeedt al deze invloeden aan elkaar in een even fris als tijdloos geluid. De songs van de Amerikaanse muzikant doen het uitstekend in het huidige seizoen, maar hebben naast iets zonnigs ook iets ruws. Dat T. Hardy Morris een getalenteerd songwriter is blijkt al snel, want wat blijven de songs van de muzikant uit Georgia lekker hangen.

De Amerikaanse muzikant Thomas Hardy Morris formeerde in de tweede helft van de jaren 90 in Georgia de Southern hardrockband Dead Confederate. Het is een band waarvan ik de naam volgens mij nooit ben tegengekomen, maar met name het derde album van de band uit 2013 klinkt met een mix van Southern rock, psychedelica en grunge best interessant en had destijds zeker mijn aandacht verdiend.

Thomas Hardy Morris maakte hierna ook nog even deel uit van de mij eveneens onbekende ‘supergroep’ Diamond Rugs, die ook twee albums maakte, en begon vervolgens aan een solocarrière onder de naam T. Hardy Morris. De muzikant uit Athens, Georgia, leverde deze week alweer zijn vijfde soloalbum af en Artificial Tears is wat mij betreft een zeer aangename verrassing.

Op zijn eerste soloalbums koos T. Hardy Morris met enige regelmaat voor het stevigere werk, met Neil Young achtige gitaarsolo’s, en daar hoor je ook nog wel wat flarden van terug op zijn nieuwe album. Het vorige album van de Amerikaanse muzikant was meer ingetogen en ook hiervan zijn echo’s te horen op Artificial Tears.

Voor het opnemen van zijn vijfde soloalbum verruilde T. Hardy Morris Georgia tijdelijk voor Nashville, Tennessee, waar hij samen met My Morning Jacket’s Carl Broemel het grootste deel van het album in elkaar knutselde. De twee tekenen samen voor de productie van het album en een groot deel van de instrumentatie, waardoor verder eigenlijk alleen een ritmesectie moest worden gerekruteerd.

Carl Broemel en T. Hardy Morris gingen de studio in met niet veel meer dan een handvol ruwe demo’s die bij Carl Broemel thuis werden opgenomen, maar het idee om de songs verder uit te werken in de studio bleek niet in alle gevallen goed te werken, waardoor Artificial Tears deels thuisopnamen bevat. Het resultaat mag er zijn, want de twaalf songs op het album zijn stuk voor stuk geslaagd.

De muziek van T. Hardy Morris klinkt op Artificial Tears op een of andere manier zonnig, maar de songs op het album hebben ook iets ruws en zijn ook het lo-fi karakter van de demo’s waarmee werd gestart niet helemaal kwijt geraakt. Het klinkt wat mij betreft zeer aangenaam, maar ik vind de songs van T. Hardy Morris ook interessant.

De muzikant uit Georgia maakt op het eerste gehoor tijdloze popsongs die makkelijk een aantal decennia oud hadden kunnen zijn, maar de songs op Artificial Tears hebben ook iets bijzonders. Dat bijzondere komt in eerste instantie van het gitaarwerk, dat heerlijk melodieus kan klinken, maar dat ook ruwer uit de speakers kan komen of zelfs kan ontsporen, met name wanneer er een solo tegenaan wordt gegooid. Het kan echter ook een andere kant op, want het album klinkt ook regelmatig als een countryrock album uit een ver verleden.

Het gitaarwerk vormt een fraaie aanvulling op de wat vlakke zang van de Amerikaanse muzikant, die met zijn stem wel bijdraagt aan het nostalgische tintje dat op Artificial Tears is te horen. De combinatie van nostalgische klanken en af en toe uit de bocht vliegend gitaarwerk klinkt wat mij betreft onweerstaanbaar lekker, maar T. Hardy Morris schrijft ook nog eens prima songs, die na één keer horen in het geheugen zijn opgeslagen. Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek die R.E.M., ook afkomstig uit Athens, Georgia, in met name haar beginjaren maakte, maar T. Hardy Morris heeft een beter gevoel voor tijdloze popsongs. Echt een aangename verrassing dit album. Erwin Zijleman

Talk Talk - Spirit of Eden (1988)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Talk Talk - Spirit Of Eden (1988) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Talk Talk - Spirit Of Eden (1988)
Na twee in commercieel opzicht succesvolle albums gooide de Britse band Talk Talk het roer in 1988 om met het bijzondere Spirit Of Eden, dat niet direct werd begrepen, maar uiteindelijk werd erkend als meesterwerk

Ik las pas dat EMI, de platenmaatschappij van de Britse band Talk Talk, in 1988 diep ongelukkig werd van het door de band opgenomen Spirit Of Eden, dat werd bestempeld als onverkoopbaar. Spirit Of Eden is, zeker vergeleken met zijn twee voorgangers, een lastig album, maar inmiddels weten we ook dat het album misschien in commercieel opzicht tegenviel, maar in artistiek opzicht moet worden geschaard onder de hoogtepunten van de jaren 80. Spirit Of Eden is bovendien nog een stuk toegankelijker dan het laatste Talk Talk album en het enige soloalbum dat zanger Mark Hollis zou maken. Ik had er een tijd niet meer naar geluisterd, maar wat is het prachtig.

De Britse band Talk Talk debuteerde in 1982 vrij onopvallend met het album The Party’s Over. Het album trok niet heel veel aandacht, maar is zeker niet zo oninteressant als vaak wordt beweerd. Met opvolger It’s My Life uit 1984 trok de band uit Londen wel de aandacht. Met Such A Shame en It’s My Life scoorde Talk Talk twee dikke hits en maakte de band de overstap van de kleine podia naar de grote zalen.

De lijn van It’s My Life werd doorgetrokken op het in 1986 uitgebrachte The Colour Of Spring, dat met Life’s What You Make It en Living In Another World twee hitsingles toevoegde aan het oeuvre van de Britse band. The Colour Of Spring klonk misschien net iets experimenteler dan zijn voorganger, maar het album stond het succes van Talk Talk zeker niet in de weg.

En toen verscheen in 1988 Spirit Of Eden. Het is een album dat EMI, de platenmaatschappij van de band, tot wanhoop moet hebben gedreven, want Spirit Of Eden is een totaal ander album dan zijn twee zo succesvolle voorgangers. Op haar vierde album koos de Britse band voor een meer ingetogen en experimenteler geluid. Het is een geluid waarin de synthesizers zijn verruild voor organische klanken, waarin het tempo een flink stuk lager ligt en waarin bijna niets meer herinnert aan het geluid van de eerdere albums van Talk Talk.

Het is bovendien een album waarop de popsongs met een kop en een staart uit het oog zijn verloren en waarop aanstekelijke tracks van drie à vier minuten zijn vervangen door lange tracks. Het zijn alleen de vocalen van zanger Mark Hollis die nog wat associaties oproepen met de muziek die Talk Talk voor Spirit Of Eden had gemaakt, al klinkt ook de meer ingetogen en zich langzaam voortslepende zang op het album anders dan we voor 1988 gewend waren van Talk Talk.

Ik weet eerlijk gezegd zelf niet meer zo goed wat ik bij eerste beluistering vond van het album, maar ga er van uit dat het flink wennen was. Inmiddels vind ik Spirit Of Eden het beste album van de Britse band en bovendien een van de meest indrukwekkende albums uit de jaren 80. Op haar vierde album betovert Talk Talk met bijzondere klanken, fascinerende arrangementen en songs die van de hak op de tak lijken te springen, maar uiteindelijk toch razend knap in elkaar blijken te steken.

Spirit Of Eden werd in 1988 beplakt met etiketten als jazzrock, ambient en avant garde, maar als ik nu naar het album luister vind ik het nog wel een pop- en rockalbum, al is het label post-rock ook hier en daar een optie. Talk Talk zou overigens verder opschuiven richting jazz, avant garde en klassieke muziek op het in 1991 verschenen Laughing Stock, dat direct ook de zwanenzang van de Britse band was.

In commercieel opzicht was Spirit Of Eden, zeker vergeleken met zijn twee voorgangers, een drama, maar in artistiek opzicht presteert Talk Talk wat mij betreft op de toppen van haar kunnen. Spirit Of Eden is een stemmig en bezwerend album dat het met name goed doet wanneer de zon onder is en het is bovendien een album dat nooit gaat vervelen, mede omdat de vluchtige klanken steeds weer nieuwe dingen laten horen.

Spirit Of Eden was het begin van het einde voor Talk Talk en helaas ook het einde van de succesvolle carrière van Mark Hollis, die na Laughing Stock nog één en nog lastiger te doorgronden soloalbum zou maken. Spirit Of Eden is echter ook een album dat wat mij betreft mag worden geschaard onder de parels uit de geschiedenis van de popmuziek. Erwin Zijleman

Talking Heads - Remain in Light (1980)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Talking Heads - Remain In Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Talking Heads - Remain In Light
De Amerikaanse band Talking Heads had in 1980 al drie geweldige albums op haar naam staan, maar legde de lat nog een flink stuk hoger op het in alle opzichten bijzonder fascinerende Remain In Light

De New Yorkse band Talking Heads bestond uiteindelijk zestien jaar, maar maakte slechts gedurende een periode van elf jaar albums. In die elf jaar leverde de band een baanbrekend en bijzonder hoogstaand oeuvre af. Binnen dit oeuvre springt het in 1980 verschenen Remain In Light er uit. Het door Brian Eno geproduceerde Remain In Light is een behoorlijk experimenteel album, waarop Talking Heads experimenteert met funk en Afrikaanse muziek. Met name de percussie op het album is weergaloos, maar ook alle andere ingrediënten van het geluid op Remain In Light zijn van een opmerkelijk hoog niveau. Dat het album inmiddels wordt gezien als een klassieker is dan ook volkomen terecht.

De Amerikaanse band Talking Heads maakte tussen 1977 en 1988 acht studioalbums en twee livealbums. Dat is in kwantitatief opzicht een behoorlijk indrukwekkende prestatie, maar ook in kwalitatief opzicht wist de band uit New York tijdens haar relatief korte bestaan continu opzien te baren.

Wanneer ik de twee, overigens uitstekende, livealbums The Name Of This Band Is Talking Heads uit 1982 en Stop Making Sense uit 1984 vergeet en ook de net wat minder geslaagde slotakkoorden True Stories uit 1986 en Naked uit 1988 laat liggen, blijven er zes uitstekende studioalbums over, waartussen het heel lastig kiezen is.

Talking Heads: 77 uit 1977 en More Songs About Buildings And Food uit 1978 werden uitgebracht in de pioniersjaren van de punk en new wave, maar lieten horen dat Talking Heads binnen deze genres een unieke band was. Fear Of Music uit 1979 is lange tijd mijn favoriete album van de band geweest en is terecht de boeken in gegaan als een onbetwist meesterwerk. Speaking In Tongues uit 1983 en Little Creatures uit 1985 lieten tenslotte horen dat een band die in artistiek opzicht excelleert wel degelijk hitsingles kan afleveren.

Er is dan nog één album over en dat is het album dat ik inmiddels beschouw als het beste Talking Heads album. Het door Brian Eno geproduceerde Remain In Light uit 1980 is een album dat in 1980 zijn tijd ver vooruit was en dat ook bijna 45 jaar later nog vernieuwend klinkt.

De basis voor Remain In Light werd gelegd op Fear Of Music, waarop Talking Heads al experimenteerde met invloeden uit de Afrikaanse muziek. Op Remain In Light werd het bijzondere geluid van Talking Heads verder geperfectioneerd. De bijzondere ritmes en de funky gitaarloopjes klonken anders dan die van andere bands van dat moment en dat geldt ook voor de bijzondere manier van zingen van David Byrne, die wordt bijgestaan door bijna gospel achtige koortjes. De keyboards van Jerry Harrison bliepen hier af en toe dwars doorheen, wat de muziek van Talking Heads een nog wat vervreemdender karakter geeft.

David Byrne trekt met zijn bijzondere zang de meeste aandacht naar zich toe, maar Tina Weymouth en Chris Frantz spelen buitengewoon swingend en leggen op Remain In Light alvast de basis voor de muziek die ze een jaar later als Tom Tom Club zouden maken. Minstens even belangrijk op Remain Of Light zijn de bijdragen van de gastmuzikanten. Brian Eno heeft het album voorzien van een bijzonder fraaie productie, terwijl Adrian Belew met zijn unieke gitaarlijnen een vleugje van Bowie uit zijn Berlijnse periode toevoegt en Jon Hassell tekent voor fraaie blazersarrangementen.

Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe knap Remain In Light is geproduceerd en hoeveel aandacht is besteed aan de percussie, die echt van alle kanten op je af komt. Remain In Light was in 1980 een behoorlijk experimenteel album, maar het is achteraf bezien ook een album met een aantal zeer memorabele songs.

Ik luister eerlijk gezegd nog maar zelden naar de muziek van Talking Heads, maar sinds ik Remain In Light weer wat vaker uit de kast haal, is ook de interesse voor de andere albums van de New Yorkse band weer gegroeid. Het zijn album die er al die jaren nog steeds toe doen, maar die ook heel veel invloed hebben gehad op de avontuurlijkere popmuziek van de afgelopen decennia. Ik had er in 1980 best wat moeite mee, maar Remain In Light is in alle opzichten een weergaloos album. Erwin Zijleman

Tallies - Patina (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tallies - Patina - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tallies - Patina
De Canadese band Tallies neemt je mee terug naar de hoogtijdagen van de dreampop, betovert met wonderschone klanken en nog mooiere zang, maar slaagt er ook in om iets van zichzelf toe te voegen

Ik was het debuutalbum van Tallies eerlijk gezegd alweer vergeten, maar bij beluistering van het tweede album van de Canadese band was ik direct weer bij de les. Op Patina heeft de band uit Toronto haar geluid nog wat verder vervolmaakt. Het is een geluid dat flink is beïnvloed door de dreampop uit de jaren 80 en 90, maar Tallies heeft ok geluisterd naar omliggende genres en heeft bovendien eigentijdse ingrediënten toegevoegd aan haar muziek. Sterkste wapen van de band is de dromerige stem van Sarah Cogan, maar ook de andere muzikanten van de band maken indruk met subtiel drumwerk, mooie baslijnen en prachtige gitaarloopjes. Heerlijk.

De naam Tallies riep bij mij niet direct herinneringen op, tot ik, toch wel enigszins tot mijn verbazing, mijn recensie van het titelloze debuutalbum van de band tegen kwam tussen de Google zoekresultaten. Ik was aan het begin van 2019 bijzonder enthousiast over dit album en omschreef het als de perfecte mix van The Sundays en Lush. Dat zijn twee van mijn favoriete bands uit de gloriejaren van de dreampop, waardoor ik met hoge verwachtingen begon aan de beluistering van het deze week verschenen tweede album van de band uit Toronto.

Ik was overigens zeker niet de enige die onder de indruk was van het debuutalbum van Tallies, want Bella Union platenbaas en voormalig Cocteau Twins bassist Simon Raymonde deed er na beluistering van dit album alles aan om de Canadese band te laten tekenen bij zijn label en met succes. Met Cocteau Twins voeg ik direct nog een naam toe aan het lijstje met relevant vergelijkingsmateriaal, want ook de muziek van de roemruchte Britse band heeft zijn sporen nagelaten in de songs van Tallies.

Patina ademt, net als het debuut van de band, de sfeer van de jaren 80 en 90. Zeker de combinatie van prachtige en vaak breed uitwaaiende gitaarloopjes en de fluisterzachte zang van Sarah Cogan herinnert nadrukkelijk aan Reading, Writing And Arithmetic , het briljante debuut van de Britse band The Sundays uit 1990, maar Patina van Tallies blijft zeker niet hangen in mooie herinneringen uit een ver verleden.

De Canadese band put absoluut stevig uit de archieven van de dreampop, maar heeft zich ook laten beïnvloeden door shoegaze, psychedelica en janglepop en voegt bovendien ook eigentijdse elementen toe aan haar muziek, waardoor het nieuwe album van de band veel meer is dan pure nostalgie.

De band profiteert stevig van de mooie stem van Sarah Cogan, die Patina voorziet van een heerlijk dromerig geluid, maar ook in muzikaal opzicht valt er veel te genieten op het album. De heerlijk ruimtelijke gitaarloopjes met hier en daar een vleugje Johnny Marr in zijn jonge jaren springen het meest in het oor, maar ook de ritmesectie maakt indruk met een solide maar ook swingende basis. Tallies staat op haar tweede album ook nog eens garant voor sterke songs en alles bij elkaar genomen vind ik Patina nog wat sterker dan het titelloze debuut van de Canadese band, dat ik er ook maar weer eens heb bij gepakt.

Er verschijnen de afgelopen jaren best veel albums die geen geheim maken van hun liefde voor en inspiratie uit muziek uit de jaren 80 en 90 en vooral muziek uit het hokje dreampop en het zijn stuk voor stuk albums die zorgen voor een onbedwingbare neiging om weer eens een stapeltje dreampop klassiekers uit de kast te trekken. Ook Patina van Tallies zet aan tot het beluistering van de beste albums van Lush, The Sundays, Cocteau Twins en vele anderen, maar ook het tweede album van de band uit Toronto dwingt het af om de greep in de platenkast uit te stellen tot de laatste noten van Patina hebben geklonken, waarmee Tallies zich weet te onderscheiden van haar talloze soortgenoten.

Het moet genoeg zeggen over de kwaliteit van het tweede album van de Canadese band, dat echt veel meer aandacht verdient dan het uitstekende debuutalbum van zo’n drieënhalf jaar geleden en dan niet alleen van muziekliefhebbers met een zwak voor de smaakmakers uit de dreampop van weleer. Erwin Zijleman

Tallies - Tallies (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tallies - Tallies - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Invloeden uit de 90s dreampop horen we de laatste tijd wel vaker of zelfs te vaak, maar het debuut van Tallies springt er flink bovenuit

Direct bij de eerste noten hoor je het al. De Canadese band Tallies heeft een zwak voor dreampop en maakt hier geen geheim van. Tallies klinkt als de perfecte mix van The Sundays en Lush, maar de band uit Toronto heeft ook iets eigenzinnigs. In de bijzondere mix duiken de prima vocalen op in breed uitwaaiend gitaarwerk van grote schoonheid en keer op keer blijken de songs van de Canadese band van hoog niveau. De muziek van Tallies is melodieus en zonnig, maar ook ongrijpbaar en heerlijk zweverig. Niet iedereen zal er van houden, maar zeker voor liefhebbers van dreampop is dit er een om te koesteren.

Direct bij de eerste noten van het titelloze debuut van de Canadese band Tallies is duidelijk in welk genre deze band zich beweegt. De openingstrack van het debuut van de band uit Toronto wentelt zich in de dreampop uit de jaren 90 en ook in veel andere tracks op de plaat zijn invloeden uit de dreampop duidelijk hoorbaar.

Tallies is zeker niet de eerste band die teruggrijpt op de gloriejaren van de dreampop. Integendeel zelfs. De afgelopen jaren zijn zoveel platen in het genre verschenen dat ik de meeste platen die flirten met dreampop laat liggen en kies voor de klassiekers uit het verleden, waaronder die van Lush; nog steeds mijn favoriete band in het genre.

Het debuut van Tallies is echter een stuk interessanter. Waar de meeste bands die Tallies voor gingen de afgelopen jaren vooral probeerden om de klassiekers uit de dreampop nauwkeurig te reproduceren, kiest de Canadese band haar eigen weg.

Flarden dreampop worden in de openingstrack gecombineerd met zweverige gitaarmuren die zijn te beschrijven als shoegaze met een vleugje psychedelica, maar in de tweede track gaat het roer om en betovert Tallies met een opgewekt popliedje dat is te omschrijven als een opgevoerde versie van The Sundays. In beide tracks is het gitaarwerk mooi en veelkleurig en overtuigt zangeres Sarah Cogan met een opvallend eigen geluid dat op bijzondere wijze in de mix is verwerkt.

Ook in de derde track op de plaat hoor ik veel van The Sundays en maakt Tallies opnieuw indruk met fraai zweverig gitaarwerk en met de prima zang van het boegbeeld van de band. Ook de ritmesectie levert overigens prima werk en combineert melodieuze baslijnen met strak drumwerk. Het is muziek waar het stempel dreampop uitstekend op past, maar het is wel dreampop die de jaren 90 achter zich heeft gelaten en het heden in is gestapt.

Met breed uitwaaiend gitaarwerk en een stem die iets met je doet heeft Tallies al twee belangrijke ingrediënten van goede dreampop te pakken, maar het titelloze debuut van de band uit Toronto staat ook nog eens vol met geweldige songs. Het zijn heerlijk melodieuze songs vol zonnestralen, maar Tallies durft ook rauw en eigenzinnig te klinken.

Het debuut van Tallies is hierdoor een plaat die meerdere kanten op schiet. Het is aan de ene kant een plaat vol flarden uit het verleden, maar het is ook een plaat die eigentijds klinkt. Het is een plaat vol zonnige en verleidelijke popliedjes, maar Tallies durft ook te experimenteren. Het is een plaat die uitstekend in het hokje dreampop past, maar het is ook een plaat die de grenzen van het genre opzoekt.

Ik had als goed voornemen voor 2019 om dit jaar eens niet alle platen die voortborduren op het genre dat mij zo dierbaar is op te pikken, maar om het debuut van Tallies kan en wil ik niet heen. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Tamara Woestenburg - The Colony (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tamara Woestenburg - The Colony - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Chauvinisme is mij vreemd. Dat vind ik in deze tijden van oprukkend populisme ook helemaal niet erg, maar Nederlandse muzikanten die mij hun muziek toesturen (en dat gebeurt zeer regelmatig) hebben er wel eens last van.

The Colony is een plaat die opvalt door een fraaie en kleurige cover en door songtitels die diepgang en humor verraden, maar omdat de plaat niet werd gemaakt door een Amerikaanse of Britse singer-songwriter met een mooi en internationaal klinkende naam, maar door de Rotterdamse muzikante Tamara Woestenburg, lag de plaat al een tijd op de stapel.

Bij de naam Tamara Woestenburg denk ik aan Nederlandstalige popliedjes die neigen naar kleinkunst en niet aan popsongs die kunnen concurreren met het beste dat op het moment gemaakt wordt. Het is een vooroordeel dat onmiddellijk werd gelogenstraft toen The Colony dan eindelijk in de cd-speler was verdwenen. Tamara Woestenburg heeft met The Colony immers een plaat vol prachtig eigenzinnige popliedjes gemaakt en het zijn popliedjes die niet onder doen voor die van de uitvoerig bejubelde Julia Jacklin, om maar eens één naam te noemen.

De Rotterdamse muzikante maakte The Colony samen met de Amerikaanse producer (Mark) Kramer, die na het horen van een aantal songs overtuigt was van het talent van de Rotterdamse. Kramer is een naam die we de laatste jaren niet heel vaak meer horen, maar aan het eind van de jaren 80 en het begin van de jaren 90 was het een invloedrijk producer, die Low ontdekte en zo ongeveer het hele oeuvre van de wereldband Galaxie 500 produceerde.

Door zijn werk met deze bands stond Kramer aan de wieg van de slowcore, maar Kramer produceerde ook platen van onder andere Will Oldham en Daniel Johnston. Zijn liefde voor de slowcore viel vast in goede aarde bij Tamara Woestenburg, want een aantal van de zich langzaam voortslepende popliedjes op The Colony heeft zich zeker laten beïnvloeden door de slowcore van weleer (en door de dreampop die er op volgde).

Het zijn slechts twee van de vele invloeden die hoorbaar zijn op The Colony, want Tamara Woestenburg heeft een plaat gemaakt die in geen enkel hokje past. Een aantal tracks op de plaat schuift op richting stekelige gitaarpop, maar The Colony biedt ook ruimte aan invloeden uit de pastorale 70s folk of aan popsongs die flink durven te experimenteren met elektronica, om twee uitersten te noemen.

Welke invloeden Tamara Woestenburg ook kiest, ze kiest nergens voor de makkelijkste weg, waardoor ze een bijzonder eigen geluid heeft ontwikkeld. Mede hierdoor klinkt zelfs een cover (van de Talking Heads song Heaven) als een Tamara Woestenburg song en dat is bijzonder. Het zorgt er ook voor dat de intrigerende songs op The Colony steeds weer nieuwe dingen laten horen, waardoor de plaat alleen maar beter wordt.

Wel jammer dat ik The Colony pas deze week een kans gaf, want een plek in het jaarlijstje zou echt niet zo gek zijn voor deze bijzondere plaat van eigen bodem, waarop we zeker trots mogen zijn, misschien zelfs wel een beetje chauvinistisch. Erwin Zijleman

Tamaryn - Cranekiss (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tamaryn - Cranekiss - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Tamaryn leverde drie jaar geleden met Tender New Signs een bijzonder aangename portie dreampop af.

Het borduurde hierbij driftig voort op het beste uit het genre dat haar hoogtijdagen in de jaren 90 kende, maar verrijkte de invloeden uit het verleden bovendien met flink wat shoegaze en een snufje van de zweverigheid van The Cocteau Twins.

Tamaryn wist zich hierdoor te onderscheiden van haar soortgenoten en was lange tijd niet uit mijn cd-speler te krijgen (het is de fanatieke lezer van deze BLOG inmiddels wel duidelijk dat ik een zwak heb voor dreampop).

De afgelopen jaren is het aantal platen dat citeert uit de archieven van de dreampop fors toegenomen, wat het voor Tamaryn flink lastiger maakt om op te vallen. De band rond de van oorsprong uit Nieuw Zeeland afkomstige zangeres Tamaryn slaagt hier echter ook dit keer in.

Tamaryn krijgt dit voor elkaar door haar nieuwe plaat Cranekiss niet alleen te voorzien van invloeden uit de dreampop, shoegaze en de zweverigheid van The Cocteau Twins, maar ook een flinke greep te doen uit de archieven van de 80s pop in het algemeen en de 80s synthpop in het bijzonder.

Cranekiss heeft hierdoor het betoverende en zweverige van de dreampop en het aanstekelijke van de 80s synthpop. Het is een combinatie die uitstekend blijkt te werken. De wat kitscherige 80s synthpop krijgt door de bezwerende klanken uit de dreampop veel meer diepgang, terwijl de afgelopen jaren wel erg uitgekauwde dreampop wordt voorzien van een nieuwe impuls.

Cranekiss van Tamaryn valt op door een bijzonder trefzekere instrumentatie, waarin de dreampop gitaarlijnen naadloos overgaan in de aanstekelijke elektronica impulsen, die het geluid van de band het heden in slepen. Hiernaast maakt zangeres Tamaryn indruk met vocalen die vaak fluisterzacht zijn, maar minstens even vaak net zo meedogenloos kunnen verleiden als de betere popprinses dat kan. Het maakt van Cranekiss een even bijzondere als verslavende plaat. Erwin Zijleman

Tame Impala - Currents (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tame Impala - Currents - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Australische band Tame Impala maakte tot dusver twee, in brede kring bejubelde, platen vol met psychedelica die zo leek weggelopen uit de jaren 60.

De nieuwe plaat van de band wordt veel kritischer ontvangen dan zijn twee voorgangers, want Tame Impala kiest op Currents voor een duidelijk ander geluid.

Kevin Parker, de man achter Tame Impala, deed dit keer geen beroep op (neo-) psychedelica producer Dave Fridmann, maar voorzag Currents zelf van een opvallend eigentijds geluid, dat naar verluid werd gekleurd door een liefdesbreuk.

Op de nieuwe plaat van Tame Impala zijn de gitaren vrijwel volledig naar de achtergrond gedrongen en domineren de synths. Deze synths bepalen bovendien een geluid dat niet langer vooral wordt beïnvloed door psychedelica uit de jaren 60.

Dat hoor je direct in de bijna 8 minuten durende openingstrack, waarin Tame Impala de hippiescene uit de jaren 60 al heel snel verruilt voor de dansvloer in het heden en afwisselend flirt met Kraftwerk, Michael Jackson en Daft Punk. Het is voor een ieder die de vorige twee platen van de band heeft gekoesterd even wennen, maar geduld wordt uiteindelijk beloond.

Currents is een totaal andere plaat dan Innerspeaker en Lonerism, maar het is net als deze voorgangers een plaat die je weet mee te slepen. Dit keer eens niet uitsluitend naar psychedelica uit de late jaren 60, maar ook naar de softpop en disco uit de jaren 70 en vooral naar het heden.

Om van Currents te kunnen genieten moet je de vorige twee platen van de band los laten en bereid zijn om buiten de eigen comfort zone te treden. Hierna blijkt Currents al snel een fascinerende luistertrip vol verrassingen die net zo hypnotiserend blijkt als de psychedelica van de vorige platen.

Zo goed als Innerspeaker en Lonerism vind ik Currents nog niet, maar de nieuwe plaat van Tame Impala verdient absoluut een kans en begint bij mij na een weekje flink te groeien. Erwin Zijleman

Tame Impala - The Slow Rush (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tame Impala - The Slow Rush - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tame Impala - The Slow Rush
Tame Impala heeft de neo-psychedelica van tien jaar geleden definitief verruild voor de popmuziek van nu en die klinkt op The Slow Rush werkelijk fantastisch

Na twee geniale albums leverde Tame Impala met Currents vijf jaar geleden een wat teleurstellend album af, maar het was wel een album dat van Kevin Parker een wereldster maakte. Op The Slow Rush werkt de Australische muzikant het geluid van Currents verder uit en dat levert een bijzonder lekker klinkend album op. Tame Impala maakt warmbloedige muziek met een zwak voor softpop, disco en de dansmuziek van nu. Het klinkt misschien wat lichtvoetig of zelfs oppervlakkig, maar wat zit het allemaal knap in elkaar. The Slow Rush bestaat uit heel veel lagen en in iedere laag hoor je weer wat anders moois. Popmuziek met een hoofdletter P.

Tame Impala schaarde zich tien jaar geleden met haar debuut InnerSpeaker direct onder de smaakmakers binnen de neo-psychedelica en bevestigde die status twee jaar later met Lonerism, dat de gitaren deels verruilde voor elektronica.

De band rond de Australische muzikant Kevin Parker keerde in 2015 terug met het als breakup album gepresenteerde Currents, maar het bleek een verrassend lichtvoetig breakup album. Op Currents flirtte Kevin Parker nadrukkelijk met onder andere soft pop, disco en de elektronische popmuziek van Daft Punk, was er geen rol meer weggelegd voor gitaren en nauwelijks plek voor invloeden uit de neo-psychedelica.

Je kunt over Currents zeggen wat je wilt, maar het album stak wel knap in elkaar en maakte van Kevin Parker een wereldster. De afgelopen jaren trouwde de Australische muzikant met een jeugdvriendin en had hij het verder druk met een wereldster zijn, waardoor het vierde album van Tame Impala bijna vijf jaar op zich heeft laten wachten. Ik beluisterde het album een aantal dagen voor de release vluchtig en concludeerde vrijwel direct dat Kevin Parker op The Slow Rush verder gaat waar Currents in 2015 ophield. Niet veel aan was mijn tweede conclusie.

The Slow Rush lag al op de stapel met afgeschreven albums toen iemand me adviseerde om het album vooral eens met de koptelefoon te beluisteren. Dat scheelt een heleboel, want net als Currents zit het geluid op het nieuwe album van Tame Impala bijzonder knap in elkaar. Kevin Parker kiest ook op zijn nieuwe album weer voor een elektronisch geluid, waarin de lagen synths hoog zijn opgestapeld. Liefhebbers van de neo-psychedelica van de eerste twee albums van Tame Impala trekken wederom aan het kortste eind, want ook dit keer kiest Kevin Parker voor een bonte mix van invloeden met een duidelijke voorliefde voor softpop en muziek voor de dansvloer.

The Slow Rush klinkt, zeker bij beluistering met de koptelefoon, als een omgevallen platenkast en het is een platenkast waarin zwoele popliedjes en tracks voor op de dansvloer domineren. Het is muziek die bij beluistering met de koptelefoon pas echt tot leven komt. Kevin Parker heeft van zijn bonte geluid inmiddels zijn handelsmerk gemaakt en doet op zijn eigen album nog net wat meer zijn best dan op de albums van anderen.

Het levert een bont zoekplaatje op waarin invloeden uit een aantal decennia popmuziek zijn verstopt. Het zijn invloeden die op knappe wijze aan elkaar worden gesmeed. 70s soul en softpop blijken prima te combineren met moderne elektronica en leveren eigentijdse popliedjes op die je makkelijk de dansvloer op slepen, maar die ook uitnodigen tot het eindeloos uitpluizen van al het moois dat Kevin Parker in zijn muziek heeft verstopt en het is heel veel moois.

Vergeleken met Currents klinkt The Slow Rush ook nog eens een stuk warmer en nog veel rijker. Vergeet dat Tame Impala ooit heel andere muziek maakte en het is makkelijk om van het nieuwe album van de Australische eenmansband te houden. The Slow Rush schiet als een roller coaster door een aantal decennia popmuziek, maar springt niet van de hak op de tak. Kevin Parker maakt op zijn nieuwe album de popmuziek van de jaren 20 en overtuigt iedere keer dat je naar het album luistert net wat meer. Erwin Zijleman

Tami Neilson - Chickaboom! (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tami Neilson - CHICKABOOM! - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tami Neilson - CHICKABOOM!
Tami Neilson slingert je een aantal decennia terug in de tijd en imponeert met een geweldige retro sound en een stem die je continu verplettert

Toen ik de muziek van Tami Neilson een paar jaar geleden voor her eerst hoorde vond ik het vooral een gimmick, maar na het beluisteren van SASSAFRASS! was ik anderhalf jaar geleden compleet overtuigd van haar talent. Het deze week verschenen CHICKABOOM! is nog een stuk beter en imponeert met een moddervet geluid vol invloeden uit de jaren 50 en 60. Tami Neilson schakelt moeiteloos tussen country, soul, rockabilly en nog veel meer en doet dit vol overtuiging. De Nieuw-Zeelandse zangeres beschikt over een geweldige stem, die herinnert aan uiteenlopende grootheden, maar blijft ook vooral zichzelf. Wat een geweldig album!

In de zomer van 2018 verscheen SASSAFRASS! van de in Canada geboren maar sinds 2007 vanuit Nieuw-Zeeland opererende Tami Neilson. De kleurige cover van het album en de schreeuwerige titel knalden er uit en hetzelfde gold voor de muziek van Tami Neilson.

De Nieuw-Zeelandse muzikante moest op haar vierde album niets hebben van vernieuwing, maar greep vol vuur terug op een aantal decennia popmuziek met een voorliefde voor de jaren 50 en 60. De bonte mix van onder andere soul, country, rockabilly, blues, jazz en nog veel meer zat zo vol met verleiding dat je alleen maar als een blok kon vallen voor de retro van Tami Neilson.

Het was retro die in muzikaal opzicht perfect werd uitgevoerd, maar het sterkste wapen van de Nieuw-Zeelandse muzikante was toch haar stem, die met orkaankracht uit de speakers kwam en herinnerde aan uiteenlopende vocale grootheden.

We zijn anderhalf jaar verder en Tami Neilson keert deze week terug met een nieuw album. Ook CHICKABOOM! is voorzien van een titel in chocoladeletters en heeft een cover die retro ademt. De foto op de cover laat Tami Neilson zien met een imposante suikerspin op haar hoofd en hier blijft het niet bij wanneer het gaat om retro.

Ook in muzikaal opzicht neemt CHICKABOOM! je vrijwel onmiddellijk mee terug naar een aantal decennia geleden, om in de jaren 50 en 60 te blijven hangen. Tami Neilson wordt op de cover van haar nieuwe album “The Hot Rockin’ Lady of Country, Rockabilly & Soul” genoemd en dat is ze.

Ook voor CHICKABOOM! wist Tami Neilson een aantal geweldige muzikanten naar de studio in het Nieuw-Zeelandse Auckland te lokken. Het zijn muzikanten die weten hoe de country, rockabilly en soul van een aantal decennia geleden moeten klinken, maar het zijn ook muzikanten die het geluid van weleer vol passie neerzetten en stiekem ook nog wat buiten de lijntjes kleuren.

Het klinkt in muzikaal opzicht misschien nog wel lekkerder dan SASSAFRASS!, dat ik anderhalf jaar geleden al bestempelde als volstrekt onweerstaanbaar. De band speelt hecht, schakelt met speels gemak tussen stijlen en met name de gitarist tovert de mooiste noten uit zijn instrument.

Het legt de perfecte basis voor de geweldige stem van Tami Neilson, die ook dit keer het beste van Patsy Cline, Peggy Lee, Etta James, Janis Joplin, Wanda Jackson, Bobbie Gentry en Amy Winehouse, om maar eens een aantal namen te noemen, weet te combineren. Het klinkt niet alleen onweerstaanbaar lekker, maar het blaast je ook compleet van je sokken en tilt CHICKABOOM! bovendien een flink stuk boven het maaiveld uit.

Tami Neilson imponeert 26 minuten lang met een bonte mix van stijlen en heel veel muzikaal en vocaal vuurwerk. 26 minuten … het lijkt misschien kort, maar na die 26 minuten hap je naar adem. En als je bent bijgekomen begint het feest gewoon nog een keer opnieuw.

Ik ben lang niet altijd gek op dit soort retro klanken, maar CHICKABOOM! van Tami Neilson slingert je met een tijdmachine een aantal decennia terug in de tijd en laat horen dat het destijds nog best een beetje wilder en gepassioneerder had gekund. CHICKABOOM! is een album om heel, heel erg vrolijk van te worden, maar het is ook heel goed. SASSAFRASS! werd door lang niet iedereen serieus genomen, maar het nieuwe album van Tami Neilson verdient in brede kring diep respect. Erwin Zijleman

Tami Neilson - Kingmaker (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tami Neilson - Kingmaker - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tami Neilson - Kingmaker
Tami Neilson imponeert ook op Kingmaker weer met haar fantastische stem, maar ook de muziek en de songs op het album zijn nog wat indrukwekkender dan op de al niet misselijke vorige albums van de Nieuw-Zeelandse muzikante

Tami Neilson beschikt over een van de meest imposante stemmen binnen de rootsmuziek van het moment, waardoor ook haar nieuwe album Kingmaker weer niet veel tijd nodig heeft voor het maken van diepe indruk. De muzikante uit Auckland kan het flink laten stormen, maar ze zingt ook met veel gevoel en doorleving. In muzikaal opzicht vind ik Kingmaker nog wat interessanter dan zijn voorgangers. Tami Neilson neemt je een aantal decennia mee terug in de tijd en sleurt je langs de oevers van de Mississippi, waar country, soul, blues, rock ’n roll en gospel voorbij komen. Kingmaker grijpt je vanaf de eerste noten bij de strot en laat pas los wanneer de tien tracks er op zitten.

De Nieuw-Zeelandse muzikante Tami Neilson debuteerde precies vijftien jaar geleden, maar ik ken haar muziek sinds het in 2016 verschenen Don’t Be Afraid. Op dat album maakte de overigens in het Canadese Toronto geboren muzikante indruk met muziek die leek weggelopen uit een heel ver verleden en imponeerde ze met haar krachtige en doorleefde stem.

De albums die volgden op Don’t Be Afraid, het in 2018 verschenen Sassafrass! en het uit 2020 stammende Chickaboom!, vond ik nog een stuk beter, waardoor ik met hoge verwachtingen begon aan de beluistering van het deze week verschenen Kingmaker. Tami Neilson had vervolgens maar een paar noten nodig om wederom een onuitwisbare indruk te maken en laat bovendien horen dat het nog beter kan dan op haar vorige albums.

Kingmaker opent met de titeltrack die begint met twangy gitaren en de fantastische stem van Tami Neilson. Wanneer de gitaren wat steviger worden aangezet doet de Nieuw-Zeelandse muzikante er nog een flinke schep bovenop en haalt ze de zang uit haar tenen. Wanneer een flinke bak strijkers en de nodige achtergrondvocalen worden toegevoegd is het compleet over the top en maakt Tami Neilson muziek waar vrijwel iedere zangeres zich aan zou vertillen, maar de muzikante uit Auckland kan het aan en zorgt voor het eerste kippenvel.

De indrukwekkende stem van Tami Neilson gedijt uitstekend in een bad vol strijkers, maar wanneer ze in het tweede track moet doen met handgeklap, percussie, een verdwaalde blazer en wat achtergrondzang maakt ze net zo makkelijk indruk. Het zijn uitersten die op het album veel vaker worden verkend.

De Nieuw-Zeelandse muzikante kan enorm uithalen met haar stem, maar ze kan ook perfect doseren en snel schakelen tussen zang met orkaankracht en meer ingetogen zang vol gevoel. De zang op Kingmaker is bovendien altijd zang vol gevoel en doorleving, waardoor je ieder woord in de mooie verhalen op het album gelooft.

In muzikaal opzicht haalt Tami Neilson ook dit keer haar inspiratie vooral in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw. Ook Kingmaker heeft een zwak voor country en soul, maar ook invloeden uit de rock ’n roll, de gospel en de blues hebben hun weg gevonden naar het album. Tami Neilson heeft met Kingmaker een heerlijk gevarieerd album afgeleverd, dat je heen en weer slingert tussen Nashville country, Memphis rock ’n roll en een fraaie selectie spaghetti westerns.

Tami Neilson opereert inmiddels al een tijd vanuit Nieuw-Zeeland, maar wanneer ze haar songs vol vuur vertolkt lijkt haar wieg eerder aan de oevers van de Mississippi te hebben gestaan dan in het Canadese Toronto. Hetzelfde geldt overigens voor de muzikanten die in Nieuw-Zeeland naar de studio van Neil Finn kwamen.

Ik vind Kingmaker zoals eerder gezegd nog wat beter dan de vorige albums van Tami Neilson. Op die albums konden de met nostalgie doordrenkte songs nog wel eens wat kitscherig klinken, maar op Kingmaker wint de pure emotie het van de kitsch. Ook Kingmaker had meer dan zestig jaar geleden gemaakt kunnen worden, maar het is geen moment zouteloze retro.

Tami Neilson zingt hier en daar de veters uit je schoenen, terwijl haar geweldige band de pannen van het dak speelt, maar de Nieuw-Zeelandse muzikante kan je ook tot tranen toe roeren, zoals in het met veel strijkers versierde duet met Willie Neilson. Tami Neilson blijft binnen de rootsmuziek een vreemde eend in de bijt, maar op Kingmaker veegt ze op indrukwekkende wijze de vloer aan met de concurrentie. Erwin Zijleman

Tami Neilson - Neon Cowgirl (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tami Neilson - Neon Cowgirl - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tami Neilson - Neon Cowgirl
Ook op haar nieuwe album laat Tami Neilson weer horen dat ze behoort tot de beste soulzangeressen van het moment, maar op Neon Cowgirl schaart ze zich bovendien onder de beste countryzangeressen

Neon Cowgirl, het nieuwe album van de Nieuw-Zeelandse muzikante Tami Neilson, bevat een aantal bekende ingrediënten. De band speelt geweldig, de muzikale invloeden komen vooral uit een ver verleden en Tami Neilson is een geweldige zangeres, die je ook dit keer van je sokken blaast met haar krachtige stem. Het is een stem die dit keer ook wat meer ingetogen kan klinken en hierdoor alleen maar aan impact wint. Neon Cowgirl bevat wat meer invloeden uit de countrymuziek en ook deze invloeden passen perfect bij de weergaloze stem van Tami Neilson, die nog maar eens laat horen dat ze behoort tot de allerbesten binnen de (Amerikaanse) rootsmuziek van het moment.

De in het Canadese Toronto geboren, maar al geruime tijd in Nieuw-Zeeland woonachtige Tami Neilson, ontdekte ik een kleine tien jaar geleden toen haar album Don’t Be Afraid verscheen. Het was mijn eerste kennismaking met haar zeer indrukwekkende stemgeluid en haar vooral door invloeden uit de jaren 50 en 60 gedomineerde muziek.

Sinds het weergaloze Don’t Be Afraid, dat ik te laat ontdekte voor een recensie op de krenten uit de pop, ben ik fan van Tami Neilson, die sindsdien alleen maar beter is geworden. Op Sassafrass! uit 2018, Chickaboom! uit 2020 en Kingmaker uit 2022 was de mix van country, blues, rock ’n roll en heel veel soul nog wat onweerstaanbaarder en de stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante nog wat imposanter.

Vorig jaar verscheen in de vorm van Neilson Sings Nelson nog een bijzonder tussendoortje. Op het in de studio van Willie Nelson in Texas opgenomen mini-album vertolkte Tami Neilson, samen met haar broers, een aantal songs van de legendarische countrymuzikant en dat deed ze met veel passie. Zeker de moeite waard, maar het deze week verschenen echte nieuwe album van Tami Neilson sla ik toch hoger aan.

Neon Cowgirl werd weer opgenomen in haar vaste thuisbasis in Nieuw-Zeeland, maar net als op haar vorige albums vindt Tami Neilson haar muzikale inspiratie vooral in de Verenigde Staten en dan bij voorkeur in het diepe zuiden van de VS en als het even kan aan de oevers van de MIssissippi.

Neon Cowgirl opent met een song die wat afwijkt van de songs die de Nieuw-Zeelandse muzikante op haar vorige albums liet horen. Tami Neilson zingt in de openingstrack van haar nieuwe album met wat meer country dan soul en heeft zich bovendien omringd met heel veel strijkers. Het klinkt misschien net wat anders dan we van haar gewend zijn, maar Tami Neilson vindt de inspiratie nog altijd vooral in het verre verleden en zingt zoals altijd de veters uit je schoenen.

Foolish Heart is een song die waarschijnlijk prachtig zou zijn vertolkt door Roy Orbison, wat zeker ook geldt voor de slottrack, maar ook Tami Neilson kan er uitstekend mee overweg. De Nieuw-Zeelandse muzikante had van mij best een album vol met dit soort songs mogen maken, maar Neon Cowgirl kiest ook voor het vertrouwde recept.

Tami Neilson doet er dan in vocaal opzicht een schepje bovenop, terwijl haar band de pannen van het dak speelt. Wanneer de strijkers aanzwellen krijgen we vooral de crooner Tami Neilson te horen, maar ook het wat ruwere werk met veel soul en rock ’n roll is bij haar nog altijd in uitstekende handen. Tami Neilson steelt zelf de show op haar nieuwe album, maar ook de gastbijdragen van Neil Finn, Ashley McBryde, Grace Bowers en Shelly Fairchild, The Secret Sisters en JD McPherson mogen niet onvermeld blijven.

Door de hier en daar stevige inzet van strijkers klinkt Neon Cowgirl uiteindelijk toch net wat anders dan de vorige albums van Tami Neilson en het nieuwe geluid is zeker niet minder indrukwekkend. De zang op het album is van een ontzettend hoog niveau en is af en toe van een kracht om bang van te worden. In muzikaal opzicht valt niet alleen de grotere rol voor strijkers op, maar ook de net wat grotere rol voor invloeden uit de country en country-noir in plaats van invloeden uit de soul, al blijft Tami Neilson ook een geweldige soulzangeres.

Je moet wel van een beetje nostalgie houden, want ook Neon Cowgirl staat weer met minstens één been in de jaren 50 en 60, maar als je er van houdt is ook het nieuwe album van Tami Neilson weer een hoogstaande luistertrip, gemaakt door een fantastische zangeres en een stel geweldige muzikanten. Erwin Zijleman

Tami Neilson - Sassafrass! (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tami Neilson - SASSAFRASS! - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Het is kennelijk de week van de retro, want naast de geweldige plaat van Shannon Shaw (Shannon in Nashville) draait ook SASSAFRASS! van Tami Neilson momenteel overuren in mijn cd speler.

De muzikante uit Nieuw Zeeland kon, in tegenstelling tot Shannon Shaw, niet beschikken over een topproducer als Dan Auerbach, maar combineert dit gemis door er nog wat meer invloeden bij te slepen dan de al zo veelzijdige Shannon Shaw.

SASSAFRASS! stapt met zevenmijlslaarzen door de popmuziek van met name de jaren 50 en 60 en gaat aan de haal met heel veel soul en country, maar schuwt ook invloeden uit onder andere de rockabilly, jazz, Tropicalia en blues niet.

Tami Neilson laat zich op haar vierde plaat begeleiden door haar vaste band en producer, waardoor de plaat hecht klinkt. De muzikanten hebben misschien (nog) niet de naam en faam van sessiemuzikanten die een producer als Dan Auerbach kan optrommelen, maar wat wordt er fantastisch gespeeld op SASSAFRASS!. De band kan lekker rauw uithalen met flink wat invloeden uit de rockabilly, maar kan ook prachtig ingetogen of zwoel en broeierig spelen.

Tami Neilson komt misschien uit Nieuw Zeeland, maar bij beluistering van haar nieuwe plaat waan je je constant in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. Tami Neilson neemt je niet alleen mee naar andere oorden, maar ook naar een andere tijd. Op haar bandcamp pagina wordt verwezen naar Patsy Cline, Mavis Staples en Etta James, maar dat zijn slechts drie van de grote namen die opkomen bij beluistering van het fantastische SASSAFRASS!.

In de wat meer uptempo of wat soulvollere tracks vindt de singer-songwriter uit Nieuw Zeeland makkelijk aansluiting bij de grote soulzangeressen uit het verre verleden of bij ons recent ontvallen iconen als Amy Winehouse en Sharon Jones, maar Tami Neilson kan echt alle kanten op en maakt net zo makkelijk indruk in doorleefde bluesy en jazzy ballads als in een lichtvoetig en exotisch deuntje.

Retro overtuigt door het feest van herkenning over het algemeen makkelijk en deze vlieger gaat ook op voor de nieuwe plaat van Tami Neilson. Laat SASSAFRASS! uit de speakers komen en het is onmiddellijk een feestje, al kan Tami Neilson je ook stevig en meedogenloos bij de strot grijpen met al even makkelijk verleidende songs vol passie en doorleving.

Retro is hiernaast een genre waarvan de houdbaarheid over het algemeen beperkt is, al is het maar omdat je er na eindeloos associëren ook de originelen wel weer eens bij wilt pakken. Ik heb er bij beluistering van SASSAFRASS! maar heel weinig last van, waarbij het feit dat ik het niet red zonder een nauwelijks te tillen stapel originelen een grote rol speelt.

Tami Neilson haalt de mosterd in een ver verleden, maar doet op fascinerende wijze haar eigen ding met alle inspiratiebronnen. Ze doet dit met een band die alle kanten op kan, maar vooral met een stem die alles wat ze aanraakt verandert in goud. Bij de vorige platen van de singer-songwriter uit Nieuw Zeeland had ik nog wat twijfels, maar SASSAFRASS! is een weergaloze plaat. Erwin Zijleman

Tamikrest - Kidal (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tamikrest - Kidal - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het zijn mooie tijden voor de liefhebbers van de Noord-Afrikaanse woestijnrock, want een paar weken na de release van de nieuwe plaat van Tinariwen, duikt ook Tamikrest weer op met een nieuwe plaat.

Tamikrest stond voor mij altijd wat in de schaduw van Tinariwen, maar met Chatma leverde de vanuit Mali opererende band in 2013 een plaat af die wat mij betreft moet worden geschaard onder het beste dat de woestijnrock tot dusver heeft voortgebracht.

Op haar nieuwe plaat eert Tamikrest haar historische thuisbasis; Kidal.

Kidal is een plaats in Noord-Mali en ligt midden in de Zuidelijke Sahara. Het was in het verleden één van de belangrijke culturele, commerciële en strategische centra van de Toeareg, maar momenteel is het vooral een broeinest van moslim extremisme. Kidal is ook de plek waar Tamikrest ooit werd geformeerd, wat het eerbetoon aan de voormalige thuisbasis van de band voorziet van nog wat extra emotionele lading.

In muzikaal opzicht borduurt het in Bamako opgenomen Kidal voort op zijn voorganger. In de bakermat van de Mali blues werd de band bijgestaan door producer Mark Mulholland en David Odlum (die in het verleden verantwoordelijk was voor de mix van een aantal platen van Tinariwen). De Schot en de Ier hebben Kidal voorzien van een fantastisch klinkend geluid, maar verder is Tamikrest gelukkig vooral zichzelf gebleven.

Ook op Kidal staat het zo kenmerkende gitaargeluid uit de Noord-Afrikaanse woestijnrock centraal. Het is bluesy gitaarspel vol Afrikaanse invloeden dat zich op ingenieuze wijze door de bezwerende ritmes op de plaat heen slingert.

Net als op Chatma kiest Tamikrest ook op Kidal weer vooral voor zich langzaam voortslepende songs. Het zijn songs waarin de gitaren zorgen voor de spanning, terwijl de lome ritmes en de soms bijna hypnotiserende vocalen zorgen voor de bezwering.

Waar gitaarsolo’s in de westerse rockmuziek bijna altijd garant staan voor spierballenvertoon, zijn de gitaristen van Tamikrest meesters in het creëren van heerlijke dromerige en vaak wat psychedelisch aandoende gitaartapijten vol herhaling.

Vergeleken met de vorige platen van Tamikrest zijn de vrouwenvocalen vrijwel volledig naar de achtergrond gedrongen, wat ik persoonlijk jammer vind. Tamikrest kruipt hierdoor wat dichter tegen Tinariwen aan, maar doet al lang niet meer onder voor de voormalige grote broer.

Het is bijzonder hoe onze, of in ieder geval mijn westerse oren gewend zijn geraakt aan de muziek uit de Noord-Afrikaanse woestijn. Wat ik een jaar of 15 geleden nog bijzonder exotisch vond klinken en wat toen bovendien nadrukkelijk tegen de haren instreek, voorziet de hectiek van onze samenleving nu onmiddellijk van de broodnodige rust. Het is de rust die Tamikrest uiteindelijk weer hoopt te vinden in haar thuisbasis Kidal, maar dat zal helaas nog wel wat tijd gaan vragen.

Tamikrest imponeerde ruim drieënhalf jaar geleden met het bijzonder fraaie Chatma en levert nu met Kidal een plaat af die de status van de band bevestigd. Het is vandaag weer even herfst in Nederland, maar met Kidal uit de speakers en de ogen dicht ben je even in Kidal, waar het vandaag onbewolkt is en de temperatuur oploopt richting een graad of 40 (Celsius). Rustig aan dus en genieten maar. Erwin Zijleman

Tamikrest - Tamotaït (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tamikrest - Tamotaït - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tamikrest - Tamotaït
Tamikrest hypnotiseert en bezweert met wonderschoon en verrassend veelkleurig gitaarspel en volop klanken uit een andere wereld op dit geweldige "woestijnrock" album

De Malinese band Tamikrest stond altijd wat in de schaduw van landgenoten Tinariwen, maar de laatste jaren vind ik de albums van Tamikrest net wat beter dan die van de grotere broer. Het geldt ook weer voor Tamotaït, waarop het geluid van Tamikrest nog wat veelzijdiger en nog wat bezwerender is geworden. Het gitaarspel op het album is van een unieke schoonheid en past prachtig bij de invloeden uit de traditionele Afrikaanse muziek en de hypnotiserende zang. Het levert een album op waarmee je even kunt vluchten uit de werkelijkheid van het moment en direct kunt relativeren, want het lot van de Toeareg is een stuk schrijnender dan dat van ons.

Ik hou op zijn tijd wel van het genre dat wat oneerbiedig “woestijnrock” of “woestijnblues” wordt genoemd. Het is een genre dat een tijd lang is gedomineerd door de Malinese band Tinariwen, maar de afgelopen jaren laat ook de eveneens uit Mali afkomstige band Tamikrest nadrukkelijk van zich horen. De laatste twee albums van Tamikrest vond ik persoonlijk net wat beter dan die van Tinariwen, zodat ik met hooggespannen verwachtingen uitkeek naar het nieuwe album van de band, dat deze week is verschenen.

Tamotaït laat vanaf de eerste noten een bekend geluid horen en het is een geluid dat me zeer goed bevalt. Liefhebbers van het betere gitaarwerk kunnen ook bij beluistering van Tamotaït weer hun hart ophalen. Het gitaarwerk op het nieuwe album van Tamikrest is rauw en bluesy, maar ook zeer melodieus en bezwerend. Het is gitaarwerk dat niet had misstaan op een rockalbum uit de jaren 70, maar uiteindelijk klinkt Tinariwen totaal anders dan de gemiddelde rockband uit deze periode.

Bijzonder fraai gitaarwerk wordt ook op Tamotaït weer gecombineerd met Afrikaanse ritmes en met de bezwerende zang in de lokale taal van de Toeareg. Nieuw is het misschien niet, want de eerste kennismaking met dit soort muziek is alweer ruim 20 jaar oud, maar de wijze waarop een brug wordt geslagen tussen Westerse rockmuziek uit het verleden en traditionele Afrikaanse muziek spreekt nog steeds zeer tot de verbeelding.

We zitten hier momenteel in een crisis, maar voor de leden van de Toeareg stam is het inmiddels al vele decennia crisis. Ook op Tamotaït staat de band weer uitgebreid stil bij de lastige situatie waarin de Toeareg verzeild zijn geraakt. Leden van de stam zijn inmiddels al lange tijd verdreven van hun geboortegrond en verblijven in vluchtelingenkampen nabij de Algerijnse grens of in het noorden van Mali; allebei gebieden waar het door extremisme en terrorisme al lange tijd onveilig is.

De leden van Tamikrest (waarvan er overigens twee geen Toeareg maar een Europese achtergrond hebben) toeren inmiddels de wereld over en hebben hun leefsituatie daarom flink kunnen verbeteren, maar de band blijft onophoudelijk aandacht vragen voor de uitzichtloze situatie van de Toeareg. Het voorziet de muziek van Tamikrest van nog wat meer urgentie.

Op het eerste gehoor lijkt er misschien weinig ontwikkeling te zitten in de woestijnrock, maar als ik Tamotaït vergelijk met het vorige album van Tamikrest hoor ik een afwisselender geluid. Tamikrest is de afgelopen jaren in aanraking gekomen met muziek uit alle windstreken en verwerkt die op uiterst subtiele wijze in haar muziek. Aan de andere kant eert de Malinese band de tradities van de Toeareg en maakt het nog steeds muziek die aansluit bij de tradities van de stam.

Persoonlijk ben ik vooral zeer gecharmeerd van de psychedelische uitstapjes op het album, waarin het tempo net wat lager is en het gitaarwerk van een bijzondere schoonheid is. Het is gitaarwerk dat zich bijna hypnotiserend kan voortslepen, maar de Afrikaanse band schuwt ook de stevigere riffs niet. Tamotaït sleurt je 40 minuten lang mee naar een andere wereld en dat is in deze tijd van verplicht thuis zitten ook wel eens lekker. Ook voor een iedere die de muziek van de band uit Mali tot dusver links liet liggen. Erwin Zijleman

Tamino - Every Dawn's a Mountain (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Tamino - Every Dawn's A Mountain - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Tamino - Every Dawn's A Mountain
Every Dawn's A Mountain is vreemd genoeg mijn eerste kennismaking met de muziek van Tamino, maar het derde album van de Belgisch-Egyptische muzikant heeft een verpletterende indruk gemaakt

Tamino dook een paar jaar geleden op met de prachtige single Habibi en is sindsdien de wereld aan het veroveren. Het was me helemaal ontgaan, maar na eerste beluistering van zijn derde album Every Dawn's A Mountain ben ik helemaal bij de les. Het derde album van Tamino klinkt soms als een singer-songwriter album van een hele tijd geleden, maar het is ook een uniek klinkend album, al is het maar vanwege het veelvuldig gebruik van de oed op het album. Every Dawn's A Mountain wordt een volkomen uniek album door de stem van de Belgisch-Egyptische muzikant. Het is een stem die van alles met je doet en die, zeker ook in combinatie met de prachtige muziek, tien songs lang schittert.

Ook als je denkt dat je de ontwikkelingen in de popmuziek heel goed bij houdt mis je helaas wel eens wat. Ik moet eerlijk toegeven dat ik tot deze week echt nog nooit van Tamino had gehoord. Dat is best bijzonder, want de Belgisch-Egyptische muzikant debuteerde een jaar of negen geleden, bracht met Amir (2018) en Sahar (2022) twee uitvoerig geprezen albums uit en werd vergeleken met muzikanten die ik echt heel hoog heb zitten, onder wie Jeff Buckley en Radiohead.

Ook het deze week verschenen Every Dawn's A Mountain stond oorspronkelijk niet op mijn lijstje en kwam er pas op nadat ik het album bij toeval hoorde in een lokale platenzaak. Inmiddels heb ik alle drie de albums van Tamino beluisterd en ben ik diep onder de indruk van zijn muziek. Amir en Sahar zijn in muzikaal opzicht fascinerende albums, staan vol met prachtige songs en worden vervolgens mijlenver opgetild door de geweldige stem van de Belgisch-Egyptische muzikant.

Op Amir en Sahar moet ik misschien later nog eens terug komen, want deze week gaat alle aandacht uit naar Every Dawn's A Mountain. Tamino verruilde Antwerpen een paar jaar geleden voor Amsterdam, maar heeft zich inmiddels gevestigd in New York. Zijn nieuwe album werd opgenomen in Brussel, New Orleans en New York, maar kwam vooral ‘on the road’ tot stand.

Tamino schreef de songs voor zijn nieuwe album met de oed, een twaalfsnarig instrument dat uit het Midden-Oosten stamt, en het geluid van dit bijzondere instrument speelt ook een centrale rol op Every Dawn's A Mountain. Het zorgt er voor dat het album anders klinkt dan andere albums in het genre.

De muziek van Tamino is in het verleden zoals gezegd vergeleken met de muziek van Jeff Buckley en dat begrijp ik wanneer ik luister naar de songs op het nieuwe album van de Belgisch-Egyptische muzikant. De songs van Tamino hebben een verrassende intimiteit, maar het zijn ook meeslepende songs. Het zijn songs die worden gedragen door een stem die je teder omarmt maar ook ruw bij de strot kan grijpen. Wat mij betreft hebben de songs van Tamino echter een uniek karakter en doe je hem met geen enkele vergelijking recht.

Every Dawn's A Mountain bevat een aantal sobere songs met de oed als basis, maar de songs van Tamino kunnen ook worden verrijkt met stevig aangezette strijkers, wat zijn songs voorziet van vaart en dramatiek. Atmosferische klanken, fraaie koortjes en een prachtig duet met Mitski voegen nog wat extra glans toe aan de fraaie klanken op het album.

De muziek is echt prachtig, maar ik vind de stem van Tamino nog een stuk indrukwekkender. De zang op Every Dawn's A Mountain varieert in kracht en tempo en steeds als je denkt dat de grenzen van het enorme bereik van de stem van Tamino wel zijn bereikt doet hij er nog een schepje bovenop. De muzikant uit New York klinkt af en toe als een singer-songwriter uit een ver verleden, maar Every Dawn's A Mountain is ook een album dat overloopt van hedendaagse urgentie.

Tien songs lang maakt Tamino diepe indruk met prachtige persoonlijke songs, met muziek die zich als een warme deken om je heen slaat en met een stem die je voorgoed wilt koesteren. Ik schaam me diep dat ik de muziek van Tamino tot dusver niet had opgemerkt, maar het voordeel is dat ik er opeens drie fantastische albums bij heb. Van deze albums vind ik het zeer sfeervolle Every Dawn's A Mountain vooralsnog het mooist, maar ook Amir en Sahar zullen zonder enige twijfel uitgroeien tot persoonlijke favorieten. Erwin Zijleman

Tangarine - There and Back (2016)

poster
4,5
Today:
De krenten uit de pop: Tangarine - There And Back - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het door de tweelingbroers Arnout en Sander Brinks gevormde duo Tangarine vormde een seizoen lang het gezicht van De Wereld Draait Door, maar ik ken het tweetal toch vooral van het uitstekende Seek & Sigh uit 2013 (en in iets mindere mate van Move On uit 2014).

Voor hun nieuwe plaat trokken de tweelingbroers naar Tucson, Arizona, waar Calexico voormannen Joey Burns en John Convertino klaar zaten in de studio.

Burns en Convertino drukken over het algemeen hun stempel op de platen die ze produceren, maar There And Back laat horen dat Tangarine haar bijzondere geluid grotendeels heeft behouden.

Dat betekent dat ook de nieuwe plaat van Tangarine weer volop associaties oproept met de muziek van onder andere The Everly Brothers en Simon & Garfunkel en driftig strooit met tijdloze popliedjes die goed zijn voor een hele brede glimlach.

Joey Burns en John Convertino hebben het geluid van Tangarine weliswaar niet volgepropt met Mariachi trompetten of andere invloeden uit het arsenaal van Calexico, maar hebben wel degelijk invloed gehad op het geluid van de broers Brinks. Vergeleken met zijn voorgangers laat There And Back meer invloeden uit de country horen en bovendien klinkt de plaat werkelijk fantastisch.

Het zorgt ervoor dat de bijna onwerkelijk mooi bij elkaar kleurende stemmen van Arnout en Sander Brinks nog wat fraaier uit de speakers komen. Het zijn deze stemmen die There And Back uiteindelijk naar grote hoogten tillen. De songs op de plaat en de instrumentatie en productie zijn van een bijzonder hoog niveau, maar als de broers Brink gaan zingen gebeurt er iets. De zon gaat opeens schijnen, alle ellende van de wereld om je heen is verdwenen en een gevoel van gelukzaligheid maakt zich van je meester.

Natuurlijk borduurt Tangarine voort op flink wat muziek die inmiddels enkele decennia oud is, maar gedateerd klinkt het geen moment. There And Back staat vol met goudeerlijke popliedjes waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. De prachtige vocalen op de plaat zorgen voor het kippenvel dat de bijzondere luisterervaring compleet maakt.

Seek & Sigh vond ik erg goed, met There And Back bereikt Tangarine een niveau dat in, maar ook buiten Nederland betrekkelijk zeldzaam is. Erwin Zijleman

Tangerine Dream - In Search of Hades (2019)

Alternatieve titel: The Virgin Recordings 1973 -1979

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tangerine Dream - In Search Of Hades: The Virgin Recordings, 1973-1979 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tangerine Dream - In Search Of Hades: The Virgin Recordings, 1973-1979
Lijvige box-set van de Duitse elektronica pioniers Tangerine Dream blijkt een schatkist vol moois die de popmuziek tot op de dag van vandaag beïnvloedt

Tangerine Dream heeft een stapel platen om bang van te worden op haar naam staan en timmert nog steeds aan de weg. Een van de eerste creatieve pieken van de band ligt tussen 1973 en 1979 toen Tangerine Dream was ingelijfd door het Virgin label. Het is een periode die is verzameld op de fraaie box-set In Search Of Hades. Het is een box-set die goed laat horen hoe Tangerine Dream in de jaren 70 pionierde met elektronische muziek, maar de band opereerde in meerdere genres en was in ieder genre zijn tijd- en soortgenoten ver voor. De Duitse band stond in haar Virgin jaren garant voor fascinerende muziek waarin je steeds weer nieuwe dingen hoort. Het kost wat, maar dan heb je ook wat.

De Duitse band Tangerine Dream debuteerde in 1970 en heeft sindsdien een bijna onwaarschijnlijke stapel albums afgeleverd. Het zijn albums die in de meeste platenkasten ontbreken, maar het zijn ook albums die tot op de dag van vandaag heel veel invloed hebben. Het is invloed die genres overstijgt. Tangerine Dream veranderde voorgoed de elektronische popmuziek, maar had ook invloed op de ontwikkeling van genres als Krautrock en symfonische rock, veranderde het landschap van de filmmuziek en stond ook nog eens aan de basis van genres als ambient, new age en techno. De band is minstens net zo invloedrijk als landgenoten Kraftwerk, maar helaas een stuk minder bekend.

Onlangs verscheen de verzamelaar In Search Of Hades, ondertitel: The Virgin Recordings, 1973-1979. Het is een lijvige box-set met maar liefst 16 cd’s en 2 Blu-Rays en in totaal 16 uur muziek. Dat is als kennismaking te veel van het goede, maar iedereen die wat dieper in de muziek van Tangerine Dream wil duiken krijgt met In Search Of Hades een ware schatkist in handen.

De Duitse band debuteerde zoals gezegd in 1970, maar bereikte met het in 1975 verschenen Phaedra haar eerste creatieve piek. In Search Of Hades opent met Phaedra en het is nog altijd een indrukwekkend album. Het is alleen maar indrukwekkender wanneer je je bedenkt dat voor de atmosferische elektronische klanken, die nu uit ieder standaard keyboard komen, destijds een hele batterij aan elektronica nodig was. Tangerine Dream behoorde tot de pioniers van de elektronische popmuziek en experimenteerde als een van de eerste bands met het destijds gloednieuwe speelgoed.

Phaedra laat goed horen hoe belangrijk het album was voor de ontwikkeling van de elektronische popmuziek, maar het is ook een filmisch album dat de blauwdruk vormde voor heel veel later gemaakte film scores. De muziek die Tangerine Dream op In Search Of Hades maakt is muziek die zijn geheimen maar langzaam prijsgeeft. Elektronische nevelwolken trekken uiterst langzaam voorbij en hebben vaak een repeterend karakter, hier en daar verrijkt met natuurgeluiden. Het is muziek die je meesleurt naar surrealistische landschappen, maar het is ook muziek die je nieuwsgierig maakt naar iedere noot die nog komt. De songs van Tangerine Dream lijken vaak een kop en een staart te missen, maar steken ondertussen razendknap in elkaar.

In Search Of Hades bevat geremasterde versies van alle albums die Tangerine Dream maakte in haar Virgin jaren, dat de band tekende op advies van fan van het eerste uur John Peel. Hieronder klassiekers als Phaedra, Rubycon, Ricochet, Stratosfear, ‘Encore en Force Majeure. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat Steven Wilson de albums opnieuw zou mixen, maar dit bleek uiteindelijk alleen mogelijk voor Ricochet en een aantal tracks van Phaedra. Niet iedereen is liefhebber van de remixen van Steven Wilson, maar na fraai werk voor King Crimson en Yes, brengt de Britse muzikant ook een deel van de muziek van Tangerine Dream op fraaie wijze tot leven.

In Search Of Hades bevat niet alleen de originele albums uit de periode 1973-1979, maar ook een schat aan bonusmateriaal en live-materiaal. Het is veel, heel veel en misschien zelfs wel te veel, maar wat zit er veel moois en bijzonders tussen. Tangerine Dream stond aan de basis van de elektronische popmuziek, maar het greep net zo makkelijk naar meer organische klanken en een door gitaren gedomineerd geluid. De Duitse band klinkt dan net wat conventioneler, maar het blijft muziek die alle kanten op schiet en je op het puntje van de stoel houdt.

Ik doe met enige regelmaat een greep uit de schatkist die In Search Of Hades is en blijf nieuwe dingen horen in de fascinerende muziek van de Duitse band, die een prachtige verzamelaar als In Search Of Hades verdient. En dan te bedenken dat het een verzamelaar is die slechts een klein deel van de vele decennia die de band inmiddels bestaat. De band is overigens nog steeds actief. Helaas zonder voorman Edgar Froese, die in 2015 overleed. Erwin Zijleman

Tango With Lions - The Light (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tango With Lions - The Light - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bij Griekenland denk ik aan van alles en nog wat, maar zeker niet direct aan interessante popmuziek.

Ik had dan ook geen hoge verwachtingen toen een Grieks label me vroeg of ze me wat muziek toe mochten sturen, al was ik stiekem ook wel nieuwsgierig natuurlijk.

De eerste release van Inner Ear Records uit het Griekse Patras blijkt tot mijn verbazing direct een voltreffer. En wat voor een.

The Light is de derde plaat van Tango With Lions, de band rond singer-songwriter Kat, wat weer het alter ego van Katerina Papachristou is.

The Light is een bijzondere plaat vol stemmige en vaak wat dromerige muziek. Het is muziek die zeker is beïnvloed door genres als slowcore en dreampop, maar hier laat Tango With Lions het niet bij. In de meest ingetogen momenten laat Katerina Papachristou zich vooral inspireren door wat weemoedige vrouwelijke singer-songwriters, maar de muziek van de Griekse band kan ook veel pompeuzer klinken en laat dan invloeden uit de psychedelica of zelfs de progrock doorklinken.

Ook hiermee zijn we er nog lang niet, want de muziek van Tango With Lions kan het ene moment net zo dromerig zijn als die van bijvoorbeeld Mazzy Star of Beach House, maar het volgende moment klinkt de band uit Athene net zo makkelijk lichtvoetig en schuift de muziek op The Light wat op richting pop, om niet veel later te verrassen met een song die de band meesleept naar Nashville.

Door de vele invloeden en het gemak waarmee Tango With Lions schakelt tussen genres, is The Light een plaat die ik met geen mogelijkheid in een hokje kan duwen. De Griekse band schiet alle kanten op en dat hoor je niet alleen in de songs, maar ook in de instrumentatie die koel en elektronisch kan klinken, maar ook warm en organisch, zeker wanneer op fraaie wijze blazers worden ingezet.

Zeker wanneer warme klanken worden gecombineerd met zich langzaam voortslepende, wat dromerig aandoende en opvallend melodieuze songs, verleidt de muziek van Tango With Lions bijzonder makkelijk, maar de band rond boegbeeld Katerina Papachristou maakt het de luisteraar niet altijd makkelijk en durft ook te experimenteren en durft vooral te variëren.

Katerina Papachristou schakelt als zangeres net zo makkelijk tussen verschillende klankkleuren en genres als de muzikanten in de band en maakt indruk met bijzonder aangename vocalen, die het vooral goed in de songs die aanzetten tot dromen, maar ook overtuigen wanneer ze iets steviger aan moet zetten.

Nadat ik The Light voor het eerst gehoord had vond ik het een verzameling prima popsongs, maar ook een opvallend bonte verzameling songs, maar naarmate ik de plaat vaker hoor schuiven er steeds meer puzzelstukjes in elkaar.

Tango With Lions klinkt nergens Grieks, maar klinkt op een of andere manier wel anders dan Amerikaanse en Britse bands die zich in vergelijkbare genres bewegen. Tango With Lions klinkt niet alleen anders, maar toont ook meer lef dan veel andere bands, wat van The Light een hele bijzondere plaat maakt.

Ik was misschien sceptisch toen me muziek van een Grieks label werd aangeboden, maar met Tango With Lions heeft het label goud in handen. Dat moet de rest van de wereld overigens nog wel even ontdekken, maar iedereen die deze laat liggen mist wat. Erwin Zijleman

Tanita Tikaram - Closer to the People (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tanita Tikaram - Closer To The People - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Denk aan Tanita Tikaram en je denkt aan het pas 19 jaar oude meisje dat in 1988 zo indrukwekkend debuteerde met Ancient Heart.

Het debuut van Tanita Tikaram moet worden gerekend tot de beste vrouwelijke singer-songwriter platen uit de jaren 80 en bevat met de single Twist In My Sobriety ook nog eens een klassieker.

Tanita Tikaram viel vervolgens helaas in het gat dat wel vaker opdoemt na een zeer succesvol debuut. Het in 1990 verschenen The Sweet Keeper was een teleurstellend zwakke plaat en Tanita Tikaram was terug bij af.

Sindsdien blijft de vanuit Engeland opererende singer-songwriter het proberen, maar het succes van haar debuut heeft ze nooit meer benaderd.

Ik heb zelf ook lang niet alle platen die Tanita Tikaram sinds haar mislukte tweede plaat heeft gemaakt, maar het in 2012 verschenen Can’t Go Back vond ik een prima plaat en het onlangs verschenen Closer To The People is nog beter.

Ancient Heart viel in 1988 op door de donkere stem van Tanita Tikaram en die heeft ze natuurlijk nog steeds. Het is een stem die wel wat aan warmte heeft gewonnen en dat is zeer aangenaam.

Hetzelfde kan gezegd worden van de instrumentatie op Closer To The People. Het is een warme en gloedvolle instrumentatie vol blazers en strijkers, die uitstekend past bij de donkere maar ook zwoele vocalen van Tanita Tikaram.

Tanita Tikaram heeft nooit voor de makkelijkste weg gekozen en dat doet ze ook op haar nieuwe plaat weer niet. De plaat bevat voornamelijk songs met invloeden uit de jazz, blues en de soul en het zijn songs die herinneren aan het decennium waarin Tanita Tikaram geboren werd en de decennia hiervoor.

De uitstekende muzikanten op de plaat hebben gespeeld op platen van onder andere Van Morrison en John Martyn, wat direct fraai vergelijkingsmateriaal aandraagt, maar Tanita Tikaram grijpt ook terug op jazz van veel eerdere datum.

Het commerciële succes van haar debuut gaat Tanita Tikaram niet evenaren met deze plaat, maar in artistiek opzicht is ze weer helemaal terug met deze even aangename als knappe plaat. Erwin Zijleman

Tanlines - The Big Mess (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tanlines - The Big Mess - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tanlines - The Big Mess
The Big Mess van het Amerikaanse duo Tanlines heeft anderhalve maand geleden nauwelijks aandacht gekregen, maar wat bevat het vooral met 80s rock gevulde album een serie fantastische songs

De Amerikaanse muziekwebsite AllMusic was vorige maand zo ongeveer als enige razend enthousiast over The Big Mess van Tanlines. En gelijk hadden ze, want wat is het derde album van het duo uit Brooklyn, New York, een goed album. Tanlines put op The Big Mess uit de archieven van de 80s pop en rock en komt op de proppen met een serie songs die de meeste bands uit dit decennium graag hadden geschreven. Het zijn het soort songs die al snel overdadig klinken, maar Tanlines blijft altijd aan de juiste streep van de goede smaak. Tanlines heeft het soort album gemaakt dat ik negen van de tien keer links zou laten liggen, maar wat is The Big Mess raak. Imponerend.

Uit de ‘editor’s choice’ van het Amerikaanse muziekplatform Allmusic haalde ik deze week het anderhalve maand geleden verschenen The Big Mess van Tanlines. Ik was de naam Tanlines nog niet eerder tegengekomen, maar The Big Mess blijkt al het derde album van het duo uit Brooklyn, New York. De vorige twee albums van het tweetal, dat bestaat uit Eric Emm en Jesse Cohen, stammen uit 2012 en 2015 en zijn nauwelijks te vergelijken met het onlangs verschenen The Big Mess.

Omdat The Big Mess me onmiddellijk wist te veroveren en snel uitgroeide tot een van mijn favoriete albums van het moment, heb ik nog wel even geluisterd naar Mixed Emotions uit 2012 en Highlights uit 2015, maar de mix van met name synthpop, dance en 80s pop was slechts goed voor een flauwe glimlach. Het zijn albums die met name vanwege de invloeden uit de jaren 80 uit zouden kunnen groeien tot 'guilty pleasures', maar echt niet meer dan dat. Hoe anders is het met The Big Mess dat direct bij eerste beluistering een onuitwisbare indruk maakte en inmiddels vol staat met songs die me dierbaar zijn.

Eric Emm en Jesse Cohen hebben acht jaar de tijd gehad voor het maken van hun derde album en hebben flink gesleuteld aan hun geluid. Invloeden uit de dance zijn verdwenen uit het geluid van het New Yorkse duo en ook invloeden uit de synthpop hebben flink aan terrein verloren. The Big Mess heeft nog wel een jaren 80 vibe, maar van een 'guilty pleasure' is geen sprake meer. De invloeden die uit de muziek van Tanlines zijn verdwenen hebben vooral plaats gemaakt voor invloeden uit de rock en wat klinkt dat lekker.

De titeltrack waarmee het album opent is een groots klinkende rocksong met het vermogen om uit te groeien tot een anthem. Ook wanneer in de tweede track synths opduiken blijft de muziek van Tanlines groots of zelfs monumentaal klinken en hoor je een monsterverbond van Fleetwood Mac, Bruce Springsteen en U2, maar dan anders. Het zijn songs die in de jaren 80 stadions hadden kunnen vullen en dat zouden ze nog steeds moeten kunnen.

Veel bands hebben zich vertild aan het soort songs waarmee The Big Mess van Tanlines opent, maar het New Yorkse duo blijft eenvoudig overeind. Naast de grootse klanken zijn er ook allerlei subtiele miniatuurtjes verstopt in de songs van Eric Emm en Jesse Cohen, die er voor zorgen dat het nieuwe album van Tanlines nergens uit de bocht vliegt of eindigt in een pompeuze brei.

Ik ben normaal gesproken helemaal niet zo gek op het soort hitgevoelige rock dat Tanlines maakt, maar de songs van het duo uit Brooklyn zijn onweerstaanbaar aanstekelijk, maar zitten ook vol spitsvondigheden. The Big Mess is bovendien geen eenvormig album. Alle songs op het album klinken even groots en even gelikt, maar ze zijn allemaal net even anders.

Vergeleken met de wat flauwe synthpop op de eerste twee albums van Tanlines, zet het duo op haar derde album reuzenstappen. In muzikaal en productioneel opzicht staat het album als een huis en ook de zang op The Big Mess is dik in orde. Het waren echter vooral de songs waar ik als een blok voor viel en inmiddels is het aantal topsongs op het album alleen maar gegroeid. The Big Mess van Tanlines is een album dat ik op basis van een beschrijving nooit opgepikt zou hebben en ik heb het ook bijna over het hoofd gezien, maar wat is dit een sterk album. Dat heeft Allmusic goed gezien en zo ongeveer als enige. Chapeau. Erwin Zijleman

Tanukichan - Sundays (2018)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tanukichan - Sundays - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Achter Tanukichan gaat de vanuit Oakland, California, opererende muzikante Hannah van Loon schuil.

De singer-songwriter met een naam die in Nederland vast veel vaker voor komt dan in de Verenigde Staten, zette haar eerste stapjes in de muziek toen ze aan The University of California in Berkeley studeerde en maakte enige tijd deel uit van de band Trails and Ways. Het is de band die in 2015 hopeloos intrigeerde met haar debuut Pathology, waarop het naar eigen zeggen “bossa nova dreampop” maakte.

Op het debuut van Tanukichan werkt Hannah van Loon samen met de van Toro y Moi bekende Chaz Bear. Samen hebben de twee een plaat gemaakt die stevig citeert uit de archieven van de dreampop en de shoegaze. Laat Sundays uit de speakers komen en je bent onmiddellijk terug in de tijd van vaandeldragers als My Bloody Valentine en Lush.

Dat zijn inspiratiebronnen die de afgelopen jaren volledig zijn uitgemolken, waardoor het debuut van Tanukichan niet overal lof zal oogsten, maar als je een zwak hebt voor dit soort muziek strelen de klanken op het debuut van Tanukichan op bijzondere aangename wijze het oor.

Sundays is een plaat vol atmosferische synths, het is een plaat met flink wat dreigende gitaarwolken maar ook gitaarloopjes die de zon doen schijnen en het is natuurlijk een plaat vol prachtig onderkoelde vrouwenvocalen. Het recept is inmiddels bekend en Tanukichan is niet van plan om heel veel af te wijken van het inmiddels beproefde concept. Toch kleurt Sundays met enige regelmaat buiten de bekende lijntjes, al doen Hannah van Loon en Chaz Bear dat wel op hele subtiele wijze.

Als liefhebber van shoegaze en dreampop vind ik het allemaal prachtig. De zang van Hannah van Loon is honingzoet maar ook zwaar onderkoeld, wat de plaat voorziet van een hele bijzondere sfeer. Het is een sfeer die wordt versterkt door ijle en zweverige synths en wonderschone gitaren, waarna bijzondere ritmes het geluid van Tanukichan een net iets anders kant op proberen te duwen.

Af en toe word je zwoel in slaap gesust met zwaar dromerige klanken, maar Sundays kan ook wat ruwer van zich af bijten, wat je niet alleen bij de les houdt, maar wat de plaat ook voorziet van veel dynamiek.

Hier en daar liggen de invloeden van met name Lush er wel erg dik bovenop, maar toch klinkt Sundays voor mij geen moment als een overbodige herhalingsoefening. Natuurlijk wordt er teveel muziek gemaakt in dit genre en blijft het vaak dicht bij de originelen uit de jaren 90, maar Tanukichan weet bij mij de fantasie te prikkelen en weet me bovendien te betoveren met hele mooie muzikale passages en wendingen en vocalen die nog net wat dromeriger en verleidelijker klinken dan die van de grote voorbeelden uit het verleden. Ik heb het geprobeerd, maar ik kan Sundays van Tanukichan uiteindelijk niet weerstaan. Erwin Zijleman

Tape Toy - Honey, WTF (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: TAPE TOY - Honey, WTF - dekrentenuitdepop.blogspot.com

TAPE TOY - Honey, WTF
Gevoed door persoonlijke misère en de ellende van een aanhoudende pandemie, heeft de Amsterdamse band TAPE TOY een heerlijke gitaarplaat gemaakt, die alleen maar leuker en onweerstaanbaarder wordt

Het is deze week nog heel rustig met nieuwe releases, waardoor de release van het debuut van de Nederlandse band TAPE TOY flink opvalt. Dat is ook niet meer dan terecht, want wat heeft de Amsterdamse band een goede gitaarplaat gemaakt. Honey, WTF bestaat uit twee delen indierock uit de jaren 90 en één deel woede van frontvrouw Roos, die de nodige ellende van zich af zingt op dit album. Honey, WTF is echter zeker geen tranendal, want TAPE TOY tekent op haar debuutalbum voor de ene memorabele gitaarsong na de andere. Het zijn gitaarsongs die de balans hebben gevonden tussen gruizige gitaarmuren en prachtig melodieuze songs, met de mooie stem van frontvrouw Roos als kers op de taart.

De Nederlandse band TAPE TOY tekende de afgelopen jaren voor een aantal prima singles, die lieten horen dat ons land weer een bijzonder leuk gitaarbandje rijker was. In deze nog betrekkelijk rustige releaseweek komt de band uit Amsterdam met haar debuutalbum op de proppen. De singles die de afgelopen jaren zijn uitgebracht ontbreken op Honey, WTF, wat aan de ene kant opvallend en jammer is, maar aan de andere kant is het aandeel van nieuw werk nu maximaal.

Dat de eerdere singles ontbreken heeft mogelijk te maken met de omstandigheden waaronder het debuutalbum van TAPE TOY werd gemaakt. Frontvrouw Roos van Tuil kreeg twee jaar geleden te maken met het verlies van iemand die haar zeer dierbaar was en zag vervolgens ook nog eens haar relatie op de klippen lopen. Dan maar alle energie gebruiken voor TAPE TOY zal ze gedacht hebben, maar vervolgens dook het virus op dat ons inmiddels al bijna twee jaar bezig houdt en dat de cultuursector heeft verlamd.

Min of meer opgesloten in een kleine kamer schreef ze vervolgens de songs voor het eerste album van haar band en het zal niemand verbazen dat die songs wat donkerder en bozer klinken dan de vroege singles van de band. Samen met haar drie mannelijke bandgenoten heeft Roos vervolgens wel een fantastische gitaarplaat gemaakt.

Honey, WTF staat vol met heerlijk gruizige gitaarsongs die een ruwe basis combineren met een uitstekend gevoel voor lekker in het gehoor liggende rocksongs. TAPE TOY begint op haar debuutalbum bij het vroege werk van Bettie Serveert en sleept er vervolgens heel veel prima indierock uit de jaren 90 bij, waarbij de bands uit dit decennium met een vrouwelijk boegbeeld het meest relevante vergelijkingsmateriaal aanreiken.

Zangeres Roos gebruikt het debuutalbum van TAPE TOY om het nodige leed van zich af te zingen en ze doet dit met veel energie en gevoel. Ze wordt hierbij perfect ondersteund door de rest van de band die lekker strak speelt, maar ook voldoende varieert met klanken en dynamiek.

Honey, WTF is een album dat bij een ieder die de indierock uit de jaren 90 met de paplepel ingegoten heeft gekregen, of deze muziek, zoals ik, op latere leeftijd heeft geconsumeerd, vrijwel onmiddellijk bekend in de oren zal klinken. Bij eerste beluistering had ik daarom nog wel wat twijfel of het album overeind zou blijven na confrontatie met de helden uit de jaren 90, maar ik ben alleen maar enthousiaster geworden over het debuut van TAPE TOY.

Honey, WTF staat vol met hopeloos aanstekelijke en bijzonder lekker in het gehoor liggende songs. De muziek van de Amsterdamse band is lekker ruw en gruizig, maar ondanks al het gitaargeweld blijven de songs van TAPE TOY ook heerlijk melodieus. Frontvrouw Roos is verder een uitstekend zangeres, die zeker haar door woede gevoede teksten met heel veel passie uitspuugt, maar ook in de songs waarin was gas wordt teruggenomen makkelijk overeind blijft met prima vocalen.

De criticus zal beweren dat TAPE TOY niet veel nieuws doet en vooral voortborduurt op alles dat er al sinds de jaren 90 is. Daar heeft de criticus deels gelijk in, maar ik vind het debuut van TAPE TOY verrassend veelzijdig en boven alles heb ik al een tijd niet zo’n lekkere gitaarplaat gehoord als Honey, WTF. In de jaren 90 was TAPE TOY absoluut een van mijn favoriete bands in het genre geweest, maar ook een paar decennia later is dit album waanzinnig lekker en reuze verslavend. Heerlijk. Erwin Zijleman

Tara Jane O'Neil - Tara Jane O'Neil (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tara Jane O'Neil - Tara Jane O'Neil - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Tara Jane O’Neil debuteerde in 2000 en maakte in de jaren die volgden een aantal platen die naar veel meer smaakten, maar helaas niet zoveel deden.

Na het in 2006 verschenen In Circles ben ik de singer-songwriter uit Chicago helaas ook wat uit het oog verloren, maar met de onlangs verschenen titelloze plaat maakt Tara Jane O’Neil een verrassend sterke nieuwe start.

Het is een nieuwe plaat die niet eens zo heel ver is verwijderd van het eerder genoemde In Circles. Ook op haar nieuwe plaat maakt Tara Jane O’Neil fluisterzachte folk en deze folk is in de loop der jaren alleen maar zachter, intiemer en subtieler geworden.

De nieuwe plaat van Tara Jane O’Neil wordt gekenmerkt door lome en fluisterzachte vocalen en een al even zachte en lome instrumentatie. De muzikante uit Chicago bespeelt zelf flink wat instrumenten, maar heeft topkrachten ingehuurd voor bloedstollende bijdragen van de pedal steel, blazers en de staande bas.

Het is niet zo makkelijk om indruk te maken met muziek die zich zo langzaam voortsleept en die het vooral moet hebben van uiterst subtiele muzikale en vocale bijdragen, maar Tara Jane O’Neil heeft met haar nieuwe plaat een bescheiden meesterwerk afgeleverd.

De zich langzaam voortslepende songs waarin flarden van de folk uit de Laurel Canyon hoorbaar zijn, kabbelen bij vluchtige beluistering vooral bijzonder aangenaam voort, maar luister met aandacht en bij wat hoger volume naar de nieuwe plaat van de singer-songwriter uit Chicago en er openbaart zich een fascinerend muzikaal landschap vol verrassingen.

De instrumentatie op de nieuwe plaat van Tara Jane O’Neil is uiterst subtiel, maar van bijzonder hoog niveau. De uiterst subtiele en zeer sfeervolle gitaarakkoorden leggen een sfeervolle basis. Het is een basis die prachtig past bij de zachte en heldere vocalen van Tara Jane O’Neil, die qua zang wel wat doet denken aan de Britse Kathryn Williams.

De al zo mooie gitaarakkoorden en vocalen worden naar een hoger plan getild door de wonderschone bijdragen van de staande bas, de pedal steel, blazers, piano en keyboards, waarbij vooral de spooky bijdragen van de pedal steel en de trompet van grote waarde zijn.

Het is een flinke lijst instrumenten die wordt ingezet op de nieuwe plaat van Tara Jane O’Neil, maar er wordt echt geen noot teveel gespeeld. De nieuwe plaat van Tara Jane O’Neil opent loom en subtiel, maar naarmate de plaat vordert wordt haar muziek alleen maar dromeriger en trager. Op hetzelfde moment zijn de songs op de plaat uitermate trefzeker.

Wanneer je je eenmaal hebt open gesteld voor de subtiele muziek van Tara Jane O’Neil wint deze in sneltreinvaart aan kracht. Tara Jane O’Neil is er de afgelopen 15 jaar niet in geslaagd om heel veel aandacht te trekken met haar muziek en ook deze nieuwe plaat krijgt tot dusver nauwelijks aandacht. Het is echt doodzonde, want de nieuwe plaat van de muzikante uit Chicago is in alle opzichten een prachtplaat. Ga dat horen. Erwin Zijleman

Tash Sultana - Flow State (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Tash Sultana - Flow State - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De Australische muzikante Tash Sultana vulde ruim voor de release van haar debuut al grote zalen. De singer-songwriter uit Melbourne maakt op het podium inmiddels enkele jaren diepe indruk met haar bijzondere gitaarspel, dat dankzij flink wat technische snufjes in vele lagen neerslaat in bezwerende soundscapes.

Het zijn soundscapes die op het podium een betoverend effect hebben, maar die zich op de twee jaar geleden verschenen eerste EP van Tash Sultana maar lastig lieten vangen en uiteindelijk snel vervlogen. Aan Tash Sultana kleeft hierdoor het vooroordeel dat we te maken hebben met een podiumdier dat niet zomaar een goede plaat aflevert.

Het is een nogal voorbarig vooroordeel, want tot dusver was het wachten op het debuut van de Australische muzikante. Flow State verscheen gisteren en moet de vraag of Tash Sultana een echt goede plaat kan maken beantwoorden. Het is een vraag die zich in eerste instantie niet heel makkelijk laat beantwoorden.

Flow State bevat absoluut een aantal van de ingrediënten die de liveoptredens van Tash Sultana zo indrukwekkend maken. Het gitaarspel op de plaat is van een bijzonder hoog niveau. Het is gitaarspel dat breed uit kan waaien in bezwerende solo’s, maar het gitaarwerk van Tash Sultana kan ook rauw en direct, funky en swingend en en loom en bluesy klinken. Tash Sultana laat zich hierdoor niet makkelijk vergelijken met de oude gitaarhelden uit de geschiedenis van de rockmuziek, al hoor ik zelf veel terug van gitaarheld Prince in de muziek van Tash Sultana.

Ook de van het podium bekende voorliefde voor lome en dromerige klanken en exotische ritmes hebben een plekje gevonden op Flow State. In flink wat songs op de plaat ligt het tempo laag en neemt Tash Sultana de tijd voor haar muziek. Flow State bevat maar liefst 13 tracks en is goed voor net wat meer dan een uur muziek.

Het is muziek die wat gepolijster klinkt dan we van Tash Sultana gewend zijn. Dat is ook niet zo gek, want waar de Australische op het podium alle zeilen bij moet zetten om haar “one-woman band” geluid neer te zetten, kon ze nu alle tijd nemen om met een heel arsenaal aan instrumenten een fraai en verzorgd geluid in elkaar te sleutelen.

Het is een geluid dat vol fraaie details maar ook vol tegenstrijdigheden zit. Zeker in de gitaarsolo’s op de plaat manifesteert Tash Sultana zich als een rockchick die flink wat oude gitaarhelden met een gerust hart met pensioen kan sturen, maar Flow State is zeker geen rockplaat. Een aantal tracks op de plaat doet wat jazzy aan, maar de meeste songs op de plaat zou ik eerder in het hokje R&B dan in het hokje rock duwen. Dat zal voor rockfans even slikken zijn, maar persoonlijk vind ik het de hoogste tijd voor het opdoeken van de hokjes en het maken van muziek die uitersten combineert en integreert.

Als je het hokjes denken opgeeft is Flow State een geweldige plaat. Tash Sultana kan zwoel verleiden met lome en dromerige R&B, maar kan je ook benevelen met jazzy en psychedelische muziek, waarin de spanning langzaam maar zeker wordt opgebouwd, of kan je raken met een folky track met geweldige zang.

Zeker wanneer Tash Sultana kiest voor lange instrumentale passages maakt ze muziek die op het podium waarschijnlijk makkelijker indruk maakt dan op de plaat, maar als Flow State lekker hard uit de speakers of door de koptelefoon komt, heeft Tash Sultana mij toch snel te pakken. Net als het wat te dromerig, zwoel en langdradig wordt is er het fantastische gitaarwerk op de plaat, dat je op fascinerende wijze in een wurggreep houdt.

Ik moet toegeven dat ik Flow State, een week of twee geleden, bij eerste beluistering een wat tegenvallende plaat vond, maar hoe vaker ik naar het debuut van Tash Sultana luister, hoe meer ik overtuigd raak van het unieke talent van de muzikante uit Melbourne. Flow State heeft misschien niet de directe impact van haar liveoptredens, maar als je de tijd neemt voor deze plaat komt er steeds meer schoonheid en avontuur aan de oppervlakte. Missie geslaagd dus. Erwin Zijleman

Tash Sultana - Terra Firma (2021)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tash Sultana - Terra Firma - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tash Sultana - Terra Firma
Tash Sultana geeft de gitaren helaas wat minder ruimte op een laidback maar ook wat gepolijst album, dat absoluut aan kracht wint wanneer je er wat langer en vooral beter naar luistert

Tash Sultana leek een paar jaar geleden nog uit te groeien tot gitaarheld, maar de Australische muzikant is flink opgeschoven richting pop met een flinke snuf R&B. Op Terra Firma komen hier nog wat invloeden uit de jazz en fusion bij. In eerste instantie klonk het me wel erg gepolijst in de oren, maar bij net wat aandachtigere beluistering blijkt Terra Firma toch mooier en interessanter dan ik had gedacht. Onder de glazuurlaag hoor je een getalenteerde muzikant die een mooi verzorgd geluid neerzet en heerlijk lome songs schrijft. De volgende keer mag het van mij best een totaal andere kant op, maar zo op zijn tijd voldoet het tweede album van Tash Sultana uitstekend.

De Australische muzikant Tash Sultana, die zichzelf overigens ziet als een non-binair persoon, dook een jaar of vijf geleden op en imponeerde onmiddellijk door als one-person-band een fascinerend vol geluid neer te zetten, onder andere door met loop-pedalen vele lagen geweldig gitaarwerk op elkaar te stapelen. Het is te horen op de EP’s die werden uitgebracht voor in 2018 het debuutalbum van Tash Sultana verscheen.

Iedereen die ook op Flow State vele lagen gitaarwerk en muziek die vooral in het hokje rock paste had verwacht kwam (helaas) bedrogen uit, want Tash Sultana koos op het debuutalbum toch vooral voor pop met hier en daar flink wat invloeden uit de R&B en hier en daar een vleugje reggae.

Het is een lijn die deels wordt doorgetrokken op het deze week verschenen Terra Firma. De Australische muzikant trekt dit keer nog wat minder tijd uit voor het zo bijzondere gitaarwerk van de eerste EP’s en kiest vooral voor laid-back songs, die zijn te omschrijven met termen als loom, lui en dromerig maar ook als wat glad en aan de zoete kant.

Het gitaarwerk op het album is nog altijd fraai, maar het is nu een beperkt onderdeel van de instrumentatie en ook niet meer dan dat. Het is een rijke instrumentatie, die naast gitaren bestaat uit elektronica, hier en daar blazers en een soepel spelende ritmesectie. Het is een instrumentatie die vrij makkelijk de ruimte vult met aangename maar ook wat gepolijste klanken. Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de vocalen op het album, die lekker soulvol en laid-back klinken, maar een ruw randje missen.

Net als op het debuut van Tash Sultana spelen invloeden uit de pop en de R&B een belangrijke rol op het album, maar invloeden uit de jazz en de fusion hebben flink aan terrein gewonnen op het album, met hier en daar een hip-hop ritme als bonus, terwijl rock en een vleugje reggae vrijwel zijn verdwenen uit het geluid Tash Sultana.

Ik heb wel even geworsteld of beter gezegd lang en stevig geworsteld met mijn mening over Terra Firma en had het album na een eerste selectie eigenlijk al terzijde geschoven vanwege een toch wel erg gepolijst en op het eerste gehoor weinig spannend geluid. Het is echter een album dat net wat meer aandacht verdient.

Inmiddels ben ik wel gecharmeerd van het warme en laid-back geluid op het album en wanneer ik het album met de koptelefoon beluister hoor ik ook nog eens hoe knap het allemaal in elkaar steekt met hier en daar toch bijzonder fraai gitaarwerk.

Tash Sultana had zich makkelijk kunnen ontwikkelen tot de gitaarheld van de jaren 20, maar in plaats hiervan horen we nu een veelzijdig muzikant en een getalenteerd songwriter aan het werk. Terra Firma is een heerlijk album om bij weg te dromen, maar het is ook een album waarvoor Prince zich waarschijnlijk niet geschaamd zou hebben, al hoor je dat er niet direct aan af.

Natuurlijk is het jammer dat Tash Sultana het avontuurlijke pad van het vroegere werk heeft verlaten, maar dat kan zomaar terug komen op een volgend album van de jonge Australische muzikant. Welke kant dat op gaat zal de tijd moeten leren, maar in de tussentijd is er alle ruimte om Terra Firma te ontdekken. Ik heb dat de laatste dagen veelvuldig gedaan en heb mijn mening echt flink bij moeten stellen. Zo op zijn tijd een heerlijk album. Erwin Zijleman

Tasha - All This and So Much More (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tasha - All This And So Much More - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tasha - All This And So Much More
De Amerikaanse muzikante Tasha maakte al twee interessante en in meerdere opzichten veelbelovende albums, maar met het veelzijdige All This And So Much More maakt ze de belofte meer dan waar

Na één keer horen wist ik het eigenlijk al. All This And So Much More is het album dat van de Amerikaanse muzikante Tasha een ster gaat maken. De potentie was er al op de vorige twee albums van de muzikante uit Chicago. Die albums vielen op door de mooie en aangename stem van Tasha en haar vermogen om bruggen te slaan tussen uiteenlopende genres in aansprekende popsongs. Op All This And So Much More beheerst Tasha dit alles nog veel beter. Het album klinkt nog wat veelzijdiger, ze zingt nog wat beter en de songs zijn nog aansprekender dan op de vorige twee albums. All This And So Much More heeft echt alles wat een goed en eigenzinnig popalbum moet hebben.

De Amerikaanse muzikante Tasha (Viets-VanLear) debuteerde in 2018 met het wat ongrijpbare Alone At Last, dat klonk als een soulalbum maar zeker geen standaard soulalbum was. Het album maakte misschien geen onuitwisbare indruk, maar het maakte me wel nieuwsgierig naar de volgende stappen van de muzikante uit Chicago, Illinois.

Die nieuwsgierigheid werd bevredigd met de release van het tweede album van Tasha aan het eind van 2021. Tell Me What You Miss The Most verkende zowel invloeden uit de soul als uit de folk, maar het was geen soulalbum en het was geen folkalbum. De muziek van Tasha bleef hierdoor wat ongrijpbaar en dat was het album ook door haar bijzondere stem. Tell Me What You Miss The Most maakte in tegenstelling tot het debuutalbum echter wel een onuitwisbare indruk, waardoor het jammer is dat het album het moest doen met relatief bescheiden aandacht.

Inmiddels lijken de critici wel overtuigd van de kwaliteiten en de potentie van Tasha, waardoor haar deze week verschenen derde album wat nadrukkelijker in de schijnwerpers staat. Dat is terecht, want All This And So Much More maakt de belofte van het debuutalbum en vooral het tweede album van Tasha meer dan waar.

Tasha maakte haar vorige album samen met producer Eric Littmann, die kort na het opnemen van het album overleed en aan wie het fraaie en indringende Eric Song is opgedragen. Met producer Gregory Uhlmann heeft Tasha een waardig vervanger gevonden, want ook het nieuwe album van de muzikante uit Chicago klinkt prachtig.

De vorige twee albums van Tasha waren niet zomaar in een hokje te duwen en ook All This And So Much More staat dit niet toe. Vergeleken met zijn voorgangers schuift het derde album van Tasha in een aantal songs wat op richting indierock, maar ze laat zich zeker niet vastpinnen op één genre en verwerkt net zo makkelijk invloeden uit de folk, jazz, indiepop en R&B in haar muziek, die varieert van ingetogen tot uitbundig. Het is muziek die zeer smaakvol is ingekleurd met zowel gitaren als synths, terwijl op de achtergrond telkens weer bijzondere orkestraties opduiken, die de muziek op het album spannend en avontuurlijk maken.

Ondanks de prachtige en vaak ruimtelijke en beeldende klanken gaat de meeste aandacht ook dit keer uit naar de zeer aangename maar ook bijzonder mooie stem van Tasha. Die stem komt het best tot zijn recht in de wat spaarzamer en zelfs sober ingekleurde songs op het album, maar ook de wat uitbundiger klinkende songs vallen op door de mooie stem van de Amerikaanse muzikante. All This And So Much More is niet alleen veelzijdiger dan de vorige twee albums van Tasha, maar ik vind de songs op het album zowel in vocaal als in muzikaal opzicht weer net wat beter. De songs zijn, mede door de veelzijdigheid, ook weer wat interessanter geworden.

Als ik naar All This And So Much More luister kan ik echt geen enkele reden bedenken die de erkenning van Tasha door een breed publiek in de weg kan staan. All This And So Much More is een album dat eigenlijk direct aanspreekt en dat vervolgens vol memorabele songs blijkt te staan. Het zijn ook nog eens songs die beter worden naarmate je ze vaker hoort, wat het album nog net wat knapper maakt. Ik had na de vorige twee albums van Tasha hoge en misschien wel te hoge verwachtingen ten aanzien van All This And So Much More, maar het album heeft ze ruim overtroffen. Erwin Zijleman

Tasha - Tell Me What You Miss the Most (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tasha - Tell Me What You Miss The Most - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tasha - Tell Me What You Miss The Most
De Amerikaanse muzikante Tasha kleurt op bijzondere wijze buiten de lijntjes op een sober maar fraai klinkend album, dat opvalt door eigenzinnige songs en vocalen vol gevoel en urgentie

Bij eerste beluistering van Tell Me What You Miss The Most van Tasha kon ik het album maar moeilijk plaatsen. Het past niet in een van de standaardhokjes en als je er al een etiket op kunt plakken slaat het album vrijwel onmiddellijk weer een andere weg in. Ook de zang van Tasha heeft iets ongrijpbaars, maar langzaam maar zeker is Tell Me What You Miss The Most een album dat groeit en groeit en groeit. Het album is verrassend maar ook heel mooi ingekleurd en doet het goed in deze tijd waarin de blaadjes dan echt van de bomen vallen. Ook de persoonlijke en wat melancholische songs van Tasha kleuren fraai in het seizoen en vallen ook nog eens op door een stem die folky maar ook soulvol kan klinken.

Alone At Last, het in 2018 verschenen debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Tasha, maakte op mij zeker geen onuitwisbare indruk, maar het album maakte me op een of andere manier wel nieuwsgierig naar de volgende verrichtingen van de singer-songwriter uit Chicago. Deze week wordt deze nieuwsgierigheid beloond met Tell Me What You Miss The Most, dat laat horen dat Tasha de voorzichtige belofte van haar debuutalbum meer dan waar maakt.

De Amerikaanse muzikante maakte haar tweede album met producer Eric Littmann, die niet lang na het afronden van het album overleed, waardoor Tell Me What You Miss The Most helaas zijn zwanenzang is als producer. Het is gelukkig een mooi slotakkoord, want Eric Littmann heeft de muziek van Tasha op fraaie wijze geproduceerd.

De muziek van Tasha laat zich op haar tweede album niet makkelijk in een hokje duwen en evenmin makkelijk vergelijken met de muziek van de talloze andere jonge vrouwelijke singer-songwriters die momenteel aan de weg timmeren, waardoor dit album zich zeker weet te onderscheiden.

Tell Me What You Miss The Most opent met Bed Song 1, waarin sobere klanken van de akoestische gitaar worden gecombineerd met de expressieve stem van Tasha. Het is een stem die makkelijk compenseert voor de relatief sobere klanken, al duiken naarmate de track vordert steeds meer mooie accenten op in de instrumentatie, die deels past in het hokje folk. Bed Song 1 maakt je direct nieuwsgierig naar de muziek van Tasha, die een bezwerend karakter heeft, maar die ook kwaliteit ademt.

De fraaie openingstrack laat slechts één van de vele kanten van de muziek van Tasha laat horen. In de tweede track, het zeer fraaie History, klinkt Tasha een stuk soulvoller en klinkt ze als Adele die de mainstream pop vaarwel heeft gezegd. Het is een in vocaal opzicht interessante track, al is het maar omdat de stem van Tasha steeds dingen doet die je niet verwacht, maar ook de instrumentatie en productie trekken weer op fraaie wijze de aandacht.

Na twee wat soberdere en melancholische tracks laat Tasha de zon schijnen met het uptempo Perfect Wife, dat weer een andere kant van de muzikante uit Chicago laat horen. Ik hoor Tasha zelf het liefst in de wat meer ingetogen tracks, waarin mooie gitaarlijnen worden gecombineerd met subtiele versiersels en met de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante, en dit soort tracks domineren gelukkig op Tell Me What You Miss The Most.

Het tweede album van Tasha past uiteindelijk misschien nog het best in het hokje folk, maar het is in dit hokje wel een vreemde eind in de bijt. Enerzijds vanwege de bijzondere klanken op het album en alle richtingen waarin deze klanken kunnen gaan en anderzijds door het expressieve en veelzijdige stemgeluid van de muzikante uit Chicago, die keer op keer de grenzen opzoekt, maar uiteindelijk vrij makkelijk overtuigt met een stem vol emotie en urgentie.

Tell Me What You Miss The Most is bovendien ook nog eens een album dat zich langzaam maar zeker steeds meer opdringt, waarna de bezwerende werking van het album zo groot wordt dat je blijft luisteren naar het tweede album van Tasha. Op haar debuut hoorde ik drie jaar geleden in de verte iets bijzonders, maar op haar tweede muziek komt de muziek van Tasha op fraaie en bijzondere wijze tot bloei. Erwin Zijleman

TaxiWars - Artificial Horizon (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: TaxiWars - Artificial Horizon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

TaxiWars - Artificial Horizon
TaxiWars klinkt op haar derde album wat minder rauw en eclectisch en imponeert niet alleen met muzikale hoogstandjes maar ook met geweldige songs

Ik kon niet zo goed uit de voeten met de eerste twee album van de Belgische band TaxiWars, maar het derde album van de band is een voltreffer. De band die dEUS-voorman Tom Barman vijf jaar geleden formeerde en die verder bestaat uit een stel geweldige en gelouterde jazzmuzikanten heeft dit keer wat meer aandacht besteed aan de songs en het zijn songs die niet alleen overlopen van avontuur, maar ook vermaken met een combinatie van jazz, soul, funk, hiphop en nog veel meer. Ook in muzikaal opzicht is het smullen. De ritmesectie van de band speelt de sterren van de hemel en hiernaast is er het fraaie saxofoonspel van Robin Verheyen. Het is Tom Barman die het vervolgens mag afmaken met zijn bijzondere stem die de muziek van TaxiWars nog wat onderscheidender maakt.

Artificial Horizon is het derde album van de Belgische band TaxiWars. De band werd vijf jaar geleden geformeerd door dEUS voorman Tom Barman en saxofonist Robin Verheyen. De twee rekruteerden in jazzkringen een ritmesectie en niet veel later verscheen het titelloze debuut van de band.

Het is een debuut dat me wel intrigeerde, maar waarvan ik uiteindelijk onvoldoende kon genieten. Met opvolger Fever uit 2016 gebeurde eigenlijk hetzelfde, waardoor ik niet met hele hoge verwachtingen begon aan het deze week verschenen derde album van de band, dat ik inmiddels al een ruim een maand in huis heb.

Artificial Horizon bevalt me echter een stuk beter dan zijn twee voorgangers. TaxiWars heeft op haar derde album gekozen voor een wat minder rauw en eclectisch geluid. Op Artificial Horizon draait het wat meer om de songs en die zijn toegankelijker dan we van de band gewend zijn. Lekker in het gehoor liggende deuntjes maakt TaxiWars gelukkig nog steeds niet, maar het strijkt bij mij niet langer tegen de haren in.

In de openingstrack Drop Shot wordt de bijna gesproken zang van Tom Barman gecombineerd met een prachtig subtiel spelende ritmesectie, al even subtiel pianospel, een experimentelere elektronische onderlaag en dialogen uit Franse films. Na enige tijd mag Robin Verheyen lekker zwoel saxofoonspel toevoegen en krijgt de wat rauwe zang van Tom Barman gezelschap van heerlijk soulvolle vocalen. Het doet wel wat denken aan de muziek van het legendarische Morphine, waarvoor Tom Barman naar verluidt een stevig zwak heeft.

Het is nog altijd muziek met veel invloeden uit de jazz die TaxiWars maakt, maar het schuurt minder dan in het verleden. In de tweede track worden de invloeden uit de jazz gecombineerd met een beetje soul en funk en een flinke hiphop injectie in de ritmes. Het is wederom de ritmesectie die de meeste aandacht trekt, want wat spelen bassist Nicolas Thys en drummer Antoine Pierre avontuurlijk, maar op hetzelfde moment strak en trefzeker. Tom Barman zingt en rapt er weer vrolijk op los, Robin Verheyen voegt wat stoten saxofoon toe en een dameskoortje voegt een snufje Prince toe aan de muziek van TaxiWars.

Het is goed te horen dat de band inmiddels een tijdje bestaat, want wat hoor je op Artificial Horizon een geoliede machine. Waar de ritmesectie normaal gesproken de gaten dicht, treden drums en bas bij TaxiWars nadrukkelijk op de voorgrond en vullen de saxofoon en de piano van Robin Verheyen de gaten. Tom Barman doet de rest met zijn bijzondere combinatie van zang, gesproken woord en rap.

Het is knap hoe TaxiWars pure jazz kan doen omslaan in broeierige soulvolle pop en omgekeerd. Het is ook knap hoe de Belgische band een album heeft gemaakt vol muzikale hoogstandjes, maar er dit keer ook in is geslaagd om redelijk makkelijk in het gehoor liggende songs af te leveren, met het meeslepende Different Or Not als mijn favoriet.

Artificial Horizon staat vol met muziek die Tom Barman niet kwijt kan in dEUS, maar het is ook muziek die nadrukkelijk zijn stempel bevat. Zeker wanneer Robin Verheyen los gaat op zijn saxofoon heb ik associaties met Bowie’s Blackstar, maar TaxiWars draait de hand ook niet om voor een sobere piano ballad waarin Tom Barman alle aandacht naar zich toe mag trekken, tot zijn medemuzikanten invallen en de songs weer een andere kant op sleuren.

TaxiWars heeft al met al een razend knap album afgeleverd. Het is een album waarop de muzikale grenzen continu verlegd worden, maar dat ook gewoon vermaakt met songs die afwisselend verbazen en ontroeren. En iedere keer dat ik het album hoor is het weer beter. Erwin Zijleman

Taylor Ashton - Stranger to the Feeling (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Taylor Ashton - Stranger To The Feeling - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Taylor Ashton - Stranger To The Feeling
De Amerikaanse muzikant Taylor Ashton maakte een lange roadtrip door de Verenigde Staten en nam ondertussen een album op, dat op het eerste gehoor vooral bijzonder klinkt, maar ook steeds mooier wordt

Ik was de naam Taylor Ashton nog niet eerder tegengekomen, maar met Stranger To Paradise heeft de Amerikaanse muzikant een bijzonder album gemaakt. Het is een album dat werd opgenomen tijdens een lange roadtrip van kust tot kust in de Verenigde Staten, waarbij Taylor Ashton hulp kreeg van flink wat bevriende muzikanten. Stranger To Paradise is voorzien van een bijzondere productie, die de songs van Taylor Ashton voorziet van een eigen geluid, maar het zijn ook mooie en aansprekende songs, die vaak een folky basis hebben, maar zich ook regelmatig ontworstelen aan het keurslijf van het genre. Interessant album van een eigenzinnige muzikant.

Taylor Ashton is een Amerikaanse muzikant uit Brooklyn, New York, die me, ondanks een stuk of vier eerdere albums, nooit is opgevallen. Ook het deze week verschenen Stranger To The Feeling viel me in eerste instantie niet direct op en na het lezen van een aantal positieve recensies was ik bij eerste beluistering niet onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van het album.

Stranger To The Feeling werd opgenomen tijdens een lange roadtrip, die van de ene naar de andere kust van de Verenigde Staten ging. Zeker bij eerste beluistering valt op dat het album is voorzien van een bijzonder geluid. Het is een geluid waarin de instrumenten vrij hard en direct in de mix zijn opgenomen en ook de zang klinkt vrij hard. Zeker wanneer wat extra instrumenten, waaronder blazers, worden toegevoegd komt het allemaal nogal ruw binnen en daar moest ik persoonlijk erg aan wennen.

Inmiddels vind ik het bijzondere geluid op Stranger To The Feeling juist een van de sterkste punten van het album, want het lijkt af en toe wel of Taylor Ashton en zijn medemuzikanten bij je in de woonkamer staan. Het is een goed gevulde woonkamer, want de Amerikaanse muzikant kwam tijdens zijn lange roadtrip nogal wat medemuzikanten tegen die bijdroegen aan het album.

Dat laatste beperkt zich niet tot het instrumentarium, want ook in vocaal opzicht krijgt de muzikant uit Brooklyn flink wat gezelschap. Van alle gastmuzikanten springt de naam van Big Thief gitarist Buck Meek het meest in het oog, maar ook de vocalen van Courtney Hartman verdienen het om genoemd te worden.

Op de bandcamp pagina van Taylor Ashton worden Nick Drake en Paul Simon genoemd als vergelijkingsmateriaal. Dat klinkt niet erg bescheiden, maar het zijn namen die ik zelf ook zou noemen na beluistering van Stranger To The Feeling. Zeker de wat meer ingetogen en folky songs hebben wel iets van de songs van Nick Drake, terwijl de wat uitbundiger ingekleurde songs associaties oproepen met de muziek van Paul Simon. Wanneer Taylor Ashton wat fluisterend zingt kan ik Elliott Smith toevoegen aan de lijst met vergelijkingsmateriaal.

Taylor Ashton maakt je op zijn nieuwe album deelgenoot van zijn imposante roadtrip, want je hoort de sfeer op het album steeds iets veranderen, terwijl je ondertussen de vogeltjes op de achtergrond hoort fluiten. In zijn songs benoemt de Amerikaanse muzikant zowel de pieken als het dalen in het leven en deze lijken samen te vloeien met de landschappen waar hij doorheen reist tijdens het opnemen van het album. De bijzondere wijze waarop het album tot stand kwam voorziet het album van warmte, die steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte komt.

De Amerikaanse muzikant heeft gekozen voor een bijzondere aanpak en dat levert ook een bijzonder album op. Het is een album met een eigenzinnig geluid dat steeds mooier en intiemer wordt. De songs van Taylor Ashton passen vooral in het hokje folk, maar de muzikant uit Brooklyn zoekt zeker de grenzen van het genre op, waardoor Stranger To The Feeling zeker geen standaard folkalbum is. Ik heb inmiddels ook naar de andere albums van de Amerikaanse muzikante geluisterd, maar zijn nieuwe album steekt er wat mij betreft flink bovenuit en het is een album dat ook hier in Nederland in de smaak moet kunnen vallen. Erwin Zijleman