MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

P.J.M. Bond - In Our Time (2023)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: P.J.M. Bond - In Our Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com

P.J.M. Bond - In Our Time
Paul Bond, die in 2021 debuteerde met het fraaie Sunset Blues, keert terug als P.J.M. Bond en heeft met In Our Time een indrukwekkend album afgeleverd, waarop hij de verhalen van Ernest Hemingway tot leven brengt

Je moet het maar durven om een conceptalbum te maken dat is gebaseerd op de korte verhalen van de Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway. P.J.M Bond durft het en weet waar hij het over heeft. De korte verhalen van de legendarische schrijver zijn op In Our Time omgevormd tot prachtig ingekleurde songs, die je moeiteloos betoveren. In muzikaal opzicht is het album van een bijzondere schoonheid en ook de stem van P.J.M. Bond overtuigt met het grootste gemak. In Our Time klinkt als een vergeten meesterwerk van een grote muzikant uit de Verenigde Staten, maar het is een album uit het hier en nu en het is bovendien een album van eigen bodem. Een enorme verrassing wat mij betreft dit bijzondere album.

De Nederlandse muzikant Paul Bond leverde aan het eind van 2021 met Sunset Blues een bijzonder knap mini-album af, waarop hij zich liet inspireren door de tijdloze singer-songwriter albums uit de jaren 70. De songs op Sunset Blues klonken direct bij eerste beluistering bijzonder lekker en wanneer je het album vaker hoorde werden de songs van Paul Bond eigenlijk alleen maar onweerstaanbaarder. Sunset Blues was overigens niet de eerste kennismaking met Paul Bond, want de Nederlandse muzikant maakte ook deel uit van de band Dandelion, die met Everest (2016) en Laika, Belka, Strelka (2019) twee prima albums vol lome 70s Westcoast pop met hier en daar een snufje Crosby, Stills & Nash afleverde.

Sinds het uitstekende Sunset Blues keek ik met hoge verwachtingen uit naar een volwaardig album van Paul Bond en dat is deze week verschenen. De muzikant uit Amsterdam noemt zich inmiddels P.J.M. Bond en heeft met In Our Time een zeer ambitieus album afgeleverd. Het is een conceptalbum over de eerste verzameling korte verhalen van de Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway, van wie in 1925 het boek In Our Time verscheen. Met het project komen de twee passies van P.J.M. Bond, popmuziek en Amerikaanse literatuur, samen, maar een project als dit is niet zonder gevaar. Een ambitieus project als dit wordt al snel een wat pretentieus project en dat levert lang niet altijd goede albums op.

Ik begon daarom met enige scepsis aan de beluistering van het album, maar die verdween vrijwel onmiddellijk als sneeuw voor de zon. Paul Bond heeft als P.J.M. Bond een razend knap album gemaakt dat recht doet aan de prachtige verhalen van Ernest Hemingway, maar dat ook in muzikaal opzicht makkelijk overeind blijft. Op In Our Time zet P.J.M. Bond een aantal flinke stappen vergeleken met het mini-album van twee jaar geleden. Gebleven is de prachtige stem van de Nederlandse muzikant, die zijn songs met veel warmte en gevoel vertolkt. Het is een stem die zich song na song als een warme deken om je heen slaat en die de songs van de Nederlandse muzikant een flinke zet in de rug geeft.

In muzikaal opzicht heeft In Our Time nog altijd een jaren 70 vibe, maar het album klinkt een stuk minder lichtvoetig dan het mini-album van twee jaar geleden. De songs op het album zijn voorzien van bijzonder fraaie en vaak wat klassiek aandoende arrangementen en fraai ingekleurd met flink wat verschillende instrumenten, waarvoor een aantal topmuzikanten uit de Nederlandse muziekscene zijn aangeschoven. Het is zeker geen eenvormig album geworden, want de klassiek aandoende passages worden moeiteloos afgewisseld met bluesy passages, die weer dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan kruipen.

P.J.M. Bond brengt op In Our Time de verhalen van de door hem bewonderde Ernest Hemingway op fraaie wijze tot leven, maar betovert ook met de ene na de andere wonderschone song. Het zijn songs die herinneren aan grote singer-songwriters uit de jaren 70 en die zouden zich zeker niet geschaamd hebben voor het bijzonder knap gemaakte In Our Time, dat de lat op een aantal terreinen bijzonder hoog legt, maar dat ook vol staat met popsongs die je na één keer horen voorgoed wilt koesteren. Paul Bond maakte met Sunset Blues een mini-album waar het talent van af spatte, maar als P.J.M. Bond heeft hij met In Our Time een bescheiden meesterwerk afgeleverd. Erwin Zijleman

PACKS - Melt the Honey (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: PACKS - Melt The Honey - dekrentenuitdepop.blogspot.com

PACKS - Melt The Honey
PACKS is een Canadese band rond Madeline Link, die met Melt The Honey een mooi en verrassend veelzijdig indierock album heeft gemaakt, dat bij aandachtige beluistering alleen maar beter wordt

Ik heb absoluut wat met indierock en zeker wanneer invloeden uit de jaren 90 worden verwerkt, maar het aanbod in het genre is zo groot dat ik wel eens wat mis. De muziek van PACKS is me tot dusver ontgaan, maar het derde album van de band rond Madeline Link vind ik echt uitstekend. Het in Mexico opgenomen album grijpt zeker terug op de indierock uit de jaren 90, maar bestrijkt in het genre ook een breed palet. Het levert een fris en anders klinkend album op, waarop Madeline Link en haar medemuzikanten laten horen dat ze boel in muzikaal en vocaal opzicht goed op orde hebben en bovendien tekenen voor een serie veelzijdige maar ook uitstekende songs.

Het deze week verschenen Melt The Honey is het derde album van PACKS. Dat ik de eerste twee albums niet heb opgemaakt zal deel te maken hebben met de weinig pakkende naam, maar zeker ook met het genre waarin PACKS beweegt. De band rond de Canadese muzikante Madeline Link maakt immers indierock en dat is een genre waarin het aanbod de afgelopen jaren enorm groot is en de concurrentie moordend.

Ik heb de eerdere albums van PACKS nog niet beluisterd, maar ik vind Melt The Honey een uitstekend album. PACKS maakt inderdaad indierock en het is indierock die zowel aansluit bij de muziek die in de jaren 90 in het genre werd gemaakt als bij de indierock van dit moment. Door de zang van Madeline Link ligt de vergelijking met bands die werden of worden aangevoerd door een vrouw of met vrouwelijke singer-songwriters in het indiesegment voor de hand.

Liefhebbers van het genre, en hier reken ik mezelf zeker toe, horen op Melt The Honey van PACKS veel bekends, maar Madeline Link en haar medemuzikanten laten op het album niet alleen horen dat ze zich ook buiten de gebaande paden durven te begeven, maar leveren bovendien een album van een bovengemiddeld hoge kwaliteit af. Voor Melt The Honey werd thuisbasis Toronto tijdelijk verruild voor het Mexicaanse Xalapa. Het heeft niet direct gezorgd voor zonnige klanken, maar er zit iets lichtvoetigs en looms in de indierock van de Canadese band en in een van de tracks duikt een Mexicaanse gastzangeres op.

Meestal zal ik bij indierock niet aandringen op het beluisteren met de koptelefoon vanwege alle bijzondere details, maar deze hoor ik wel op het album van PACKS. In een aantal songs wordt een akoestische laag fraai vermengd met gruizig elektrisch gitaarwerk, wat vervolgens prachtig combineert met de stem van Madeline Link, die beschikt over een aangename maar ook karakteristieke stem.

Ik heb Melt The Honey inmiddels enkele keren een indierock album genoemd, maar PACKS verkent op het album ook omliggende genres. De in een beperkt aantal dagen opgenomen songs hebben vaak een lo-fi karakter, terwijl de meest gruizige songs ook wel wat van de grunge uit de jaren 90 hebben. Het tempo wisselt tenslotte flink, wat het album voorziet van een bijzondere dynamiek.

Het gitaarwerk op het derde album van PACKS is deels akoestisch en deels elektrisch en bepaald vrijwel volledig het geluid op Melt The Honey, buiten de momenten waarop een aangenaam orgeltje opduikt. Het is veelzijdig gitaarwerk dat varieert van melodieus tot gruizig, waardoor de songs op het album zeker niet eenvormig klinken. Zeker de wat gruizige songs met invloeden uit de grunge doen me wel wat aan Hole denken, maar ook andere persoonlijke favorieten uit de jaren 90 komen voorbij.

Op hetzelfde moment sluit Melt The Honey van PACKS ook aan bij de indierock van het moment, al klinkt de band uit Toronto net wat anders, wat ook weer zorgt voor onderscheidend vermogen. PACKS heeft een album gemaakt dat bij vluchtige beluistering vooral bekend in de oren zal klinken maar misschien ook wat weinig onderscheidend is, maar als je de tijd neemt voor dit album groeit Melt The Honey in muzikaal en vocaal opzicht flink door en trekt het album bovendien in positieve zin de aandacht met een bijzondere sfeer, een mix van invloeden en sterke songs. Erwin Zijleman

Paddy McAloon - I Trawl the Megahertz (2003)

poster
4,0
Nu uit onder de naam Prefab Sprout

recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Prefab Sprout - I Trawl The Megahertz - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Eerder uitgebracht onder de naam van Paddy McAloon en nu uitgebracht als mooie maar ook atypische Prefab Sprout plaat

Laat je niet op het verkeerde been zetten. I Trawl The Megahertz is geen nieuwe Prefab Sprout plaat maar een reissue van de in 2003 verschenen soloplaat van voorman Paddy McAloon. Het is een plaat die slechts in één van de tracks herinnert aan het bijzondere geluid van de band die kleur gaf aan de jaren 80 en ook de afgelopen tien jaar twee prima platen afleverde, maar I Trawl The Megahertz is absoluut de moeite waard. De klassiek aandoende muziek op de plaat is niet alleen sfeervol en mooi, maar is ook opvallend beeldend, waardoor de plaat de fantasie genadeloos prikkelt. Prachtige klanken en zoals gezegd één track die direct het verlangen aanwakkert naar nieuwe muziek van Prefab Sprout.

Heel even dacht ik een nieuwe plaat van de Britse band Prefab Sprout in handen te hebben, wat zorgde voor grote vreugde en nieuwsgierigheid, maar die titel had ik toch eerder gezien?

I Trawl The Megahertz is inderdaad geen echt nieuwe Prefab Sprout plaat, maar een geremasterde reissue van de plaat die in 2003 werd uitgebracht als soloplaat van Prefab Sprout voorman Paddy McAloon.

I Trawl The Megahertz verschijnt nu dan onder de naam Prefab Sprout en het is een plaat die niet misstaat in het bijzondere en zo mooie oeuvre van de Britse band.

Het is een oeuvre dat in 1983 bescheiden opende met het veelbelovende Swoon en dat een bijzonder fraai vervolg kreeg met het in 1985 verschenen Steve McQueen; wat mij betreft één van de beste platen uit de jaren 80. From Langley Park To Memphis (1988), Protest Songs (1989) en Jordan: The Comeback (1990) maakten het decennium vol en alhoewel de band lang niet meer zo succesvol was als halverwege de jaren 80, bleef de muziek van Prefab Sprout van een zeer hoog niveau.

Rond de millennium wissel verschenen nog twee platen die ik net wat minder vond, maar met Let's Change The World With Music (2009) en Crimson/Red (2013) hervond Prefab Sprout de afgelopen tien jaar haar grootse vorm. Hiervoor was er dus die soloplaat van Paddy McAloon.

I Trawl The Megahertz is nog altijd een bijzondere maar in het oeuvre van de band ook atypische plaat, waardoor ik het besluit om de plaat onder de naam van Paddy McAloon uit te brengen destijds heel logisch vond. Ik vind het bijna even logisch dat de plaat nu alsnog wordt uitgebracht onder de naam Prefab Sprout, al is het maar om I Trawl The Megahertz onder de aandacht te brengen van een net wat breder publiek.

Heel makkelijk maakt Paddy McAloon het dit bredere publiek niet, want I Trawl The Megahertz is zeker geen toegankelijke plaat. De plaat opent met een muziekstuk van ruim 20 minuten. Het is een klassiek aandoend muziekstuk met flink wat strijkers, maar het is ook een sfeervol en beeldend muziekstuk, dat iets mysterieus en broeierigs krijgt door de toegevoegde trompetklanken, maar hiernaast ook van Disney achtige grootsheid is.

De stem van Paddy McAloon horen we niet in de openingstrack van I Trawl The Megahertz. Wel is er ‘spoken word’ van Yvonne Connors, die de mooie klanken iets dreigends geeft. Het heeft weinig te maken met de bijzondere popliedjes van Prefab Sprout, maar de bijzondere sfeer doet wel wat met me.

Ook in de tracks die volgen overheersen rijk georkestreerde en klassiek aandoende klanken en ontbreekt de uit duizenden herkenbare stem van Paddy McAloon. Toch heeft het wel wat van Prefab Sprout, dat altijd wist en weet uit te blinken met bijzondere arrangementen. I Trawl The Megahertz is een plaat die de fantasie eindeloos prikkelt en die garant staat voor mooie beelden op het netvlies. Met popmuziek heeft het niet zoveel te maken, maar de warme klanken van strijkers en blazers zorgen voor een bijzondere sfeer.

Pas in de zevende track duikt de stem van Paddy McAloon op en is de klassiek aandoende muziek opeens muziek van Prefab Sprout. Het is voor mij het hoogtepunt van I Trawl The Megahertz, maar de instrumentale songs zijn ook zeker de moeite waard en zijn te beluisteren als voorstudies op de muziek die Prefab Sprout jaren na I Trawl The Megahertz zou uitbrengen. Nieuwe zieltjes gaat deze oude Paddy McAloon plaat in een nieuwe Prefab Sprout jasje waarschijnlijk niet winnen, maar ik vond het ruim 15 jaar geleden een bijzondere plaat en dat is het nog steeds. Erwin Zijleman

Paige - King Clown (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paige - King Clown - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Paige - King Clown
De Nieuw-Zeelandse muzikante Paige levert met King Clown een razend knap popalbum af, dat continu aangenaam en aanstekelijk klinkt, maar dat zich stiekem met grote regelmaat buiten de gebaande paden beweegt

Een beetje popprinses droomt tegenwoordig van een carrière in het immer zonnige Los Angeles. De Nieuw-Zeelandse muzikante Paige doet dit ook in haar aanstekelijke single California, maar ze opereert vooralsnog vanuit Auckland in Nieuw-Zeeland. Dat is een verstandige keuze, want op haar debuutalbum King Clown heeft Paige zich niet in het keurslijf van de elektronisch getinte pop van het moment laten persen. Het levert een fris album op dat wel degelijk vol staat met zeer aanstekelijke popsongs, maar dat ook duidelijk anders klinkt. King Clown klinkt door een deels akoestische basis vooral lichter en dat is na al die zwaar aangezette popproducties van de laatste tijd een verademing. Het levert een van de betere popalbums van het moment op.

Paige, die vorige week debuteerde met King Clown, heeft in Nederland nog geen aandacht getrokken met haar muziek, maar dat is in andere delen van de wereld wel anders. Met name in Zuid-Korea is ze razend populair, maar ook in andere delen van Azië en in Australië en in Nieuw-Zeeland is de jonge muzikante inmiddels een zeer gerespecteerde popster, die goed is voor tientallen miljoenen streams van haar singles.

Paige Tapara (Ngāti Maniapoto) komt uit Nieuw-Zeeland en maakt deel uit van de Maori gemeenschap. Ze vecht niet alleen voor gelijke rechten voor de Maori, maar strijdt ook voor de queer community, waar ze eveneens deel van uitmaakt. Dat ik King Clown van Paige heb ontdekt heb ik wederom te danken aan de geweldige nieuwsbrief van het Nieuw-Zeelandse Flying Out Records, dat wekelijks de krenten uit de Nieuw-Zeelandse pop en rock vist.

Ik heb de laatste tijd al relatief veel albums van bekende en minder bekende popprinsessen besproken, waardoor ik King Clown even liet liggen, maar net als het eveneens onlangs verschenen The Rise And Fall Of A Midwest Princess van Chappell Roan is King Clown van Paige een album dat met succes aan de stoelpoten van de gevestigde orde kan zagen. King Clown is een album vol bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes, waarvan er zeker een aantal beschikken over stevige hitpotentie, maar het is ook een album dat anders klinkt dan gebruikelijk en hierdoor iets toevoegt aan alle popalbums die in de Verenigde Staten zijn gemaakt de afgelopen tijd.

Het grootste verschil zit in de productie van het debuutalbum van Paige. Waar de meeste popprinsessen van het moment kiezen voor een blik gerenommeerde producers die hun albums voorzien van een flinke laag polijst, had Paige genoeg aan de Nieuw-Zeelandse producer Simon Gooding, die eerder werkte met onder andere Ed Sheeran, Pink en Dua Lipa, maar ook met Neil Finn en Tiny Ruins. Hij heeft voor King Clown gekozen voor een relatief sober ingekleurd geluid, waardoor de songs van Paige de vrijheid hebben om te ademen.

Simon Gooding heeft een aantal songs op het album voorzien van een hip elektronisch geluid dat niet al te veel afwijkt van wat gebruikelijk is in het genre, maar de andere songs op King Clown hebben een akoestische basis, die folky en jazzy accenten toevoegt aan de muziek van Paige. Door de zang van de Nieuw-Zeelandse muzikante, de toegevoegde ritmes en de aanstekelijke koortjes blijft het pure pop, maar het is ook pop die fris en eigenzinnig klinkt.

De met elektronica en wat invloeden uit de R&B versierde songs op het album liggen lekker in het gehoor, maar ik veer vooral op als Paige haar eigen weg kiest. Door de keuze voor een gerenommeerde producer klinkt King Clown heel erg lekker en aanstekelijk en Paige is een prima zangeres, die goed uit de voeten kan in het genre. Het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse muzikante maakt echter vooral indruk met een aantal geweldige songs. Een single als California zou een wereldhit moeten worden en King Clown bevat veel meer van dit soort popparels.

Paige heeft haar vizier vooralsnog op het eigen continent en op Azië gericht, maar haar meer dan uitstekende debuutalbum moet ook in Europa en de Verenigde Staten een brede groep muziekliefhebbers aan kunnen spreken. Ik raak zelf steeds meer onder de indruk van de memorabele songs op het album en dat zijn er steeds meer. Erwin Zijleman

Paige Plaisance - Louisiana Lonely (2024)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Page Plaisance - Louisana Lonely - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Page Plaisance - Louisana Lonely
Het was het afgelopen jaar dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek waardoor veel albums tussen wal en schip vielen, maar het uitstekende Lousiana Lonely van Page Plaisance had echt wel wat meer aandacht verdient

Countrymuziek uit Austin, Texas, klinkt over het algemeen anders dan countrymuziek uit Nashville, Tennessee. De muziek van Page Plaisance klinkt nog wat anders, want je hoort op Louisiana Lonely dat ze aan de oevers van de Mississippi is opgegroeid. Het levert een wat traditioneler klinkend Amerikaans rootsalbum op met veel country en een vleugje soul. Page Plaisance heeft een geweldige band om zich heem verzameld, die zorgt voor flink wat muzikaal vuurwerk. Het past prachtig bij de krachtige stem van de Amerikaanse muzikante, die een ander geluid tegenover alle countrymuziek uit Nashville zet. Louisiana Lonely van Page Plaisance is een uitstekend debuutalbum dat naar veel meer smaakt.

Het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Page Plaisance verscheen afgelopen zomer al, maar ik kwam het album pas op het spoor toen het deze week opdook in een nieuwsbrief van Angela Backstrom, een promotor van Amerikaanse rootsmuziek, waarin de openingstrack van het album wordt aangeprezen. Highway 65 is inderdaad een geweldige track, die goed laat horen wat Page Plaisance in huis heeft.

Page Plaisance werd geboren in Louisiana en groeide op in een boerderij aan de oevers van de Mississippi. Haar muzikale geluk zocht ze echter in Austin, Texas, waar ze twee jaar geleden haar eerste EP uitbracht. De Amerikaanse muzikante heeft de oevers van de Mississippi misschien achter zich gelaten, maar op haar debuutalbum Louisiana Lonely klinkt haar geboortegrond nog nadrukkelijk door.

Page Plaisance maakt op haar debuutalbum wat traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek met onder andere invloeden uit de country, de soul en de honky tonk. In muzikaal opzicht is het smullen vanwege het werkelijk fantastische gitaarwerk op het album, dat Louisiana Lonely voorziet van soul, en het al even goede vioolspel, dat de country naar binnen haalt in de songs van Page Plaisance.

Ook met het pianospel op het album is overigens niets mis en ook de ritmesectie verdient een compliment. De muziek van de muzikante uit Austin, die verder wordt verrijkt met een greep uit instrumenten die binnen de Amerikaanse rootsmuziek een voorname rol spelen, klinkt wat traditioneler dan de muziek die in Nashville wordt gemaakt en hoewel ik zeker niet vies ben van wat moderner klinkende countrymuziek of countrypop, viel ik direct als een blok voor het geluid op het debuutalbum van Page Plaisance.

De gitaren en de viool vechten song na song prachtige duels uit, maar Louisiana Lonely is ook voorzien van een warm en wat broeierig geluid, dat de verzengende hitte in het diepe zuiden van de Verenigde Staten uit de speakers laat komen. Volgens Spotify heeft de mij onbekende Texaanse muzikant Jonathan Tyler het album geproduceerd en die heeft knap werk geleverd, want Louisiana Lonely klinkt echt heel mooi, zeker wanneer ook nog wat ruimtelijk klinkende lagen worden toegevoegd aan de songs.

Wie de muzikanten op het album zijn kan ik helaas niet direct vinden, maar de gitarist op het album is een held. In muzikaal opzicht is het debuutalbum van Page Plaisance dik in orde, maar ook haar songs zijn zeer aansprekend. Het zijn songs die direct een warm gevoel geven, maar het zijn ook songs die mooier worden wanneer je ze vaker hoort. Het zijn songs die ook een halve eeuw geleden gemaakt hadden kunnen zijn, maar Louisiana Lonely klinkt zeker niet achterhaald.

Over de stem van Page Plaisance heb ik het nog niet gehad en ook die spreekt zeer tot de verbeelding. Het is een krachtige maar ook mooie stem, die uitstekend gedijt in de net wat traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek die de singer-songwriter uit Austin maakt. Page Plaisance gooit haar ziel en zaligheid in de zang op haar debuutalbum, zoals de grote countryzangeressen dat in het verleden deden, en het is bij mij in meerdere songs goed voor kippenvel. Er is nog maar heel weinig geschreven over Louisiana Lonely van Page Plaisance, maar het is echt een fantastisch album. Erwin Zijleman

Palberta - Palberta5000 (2021)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Palberta - Palberta5000 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Palberta - Palberta5000
Het nieuwe album van Palberta maakt het je niet makkelijk met songs die in eerste instantie energie slurpen, maar hoe vaker je naar Palberta5000 luistert, hoe meer er op zijn plek valt

Meestal weet ik na één of twee keer horen wel of een album iets voor mij is of niet, maar bij beluistering van het nieuwe album van de Amerikaanse band Palberta kwam ik er maar niet uit. In eerste instantie lijken de drie dames uit New York maar wat te doen en zoeken ze de irritatiegrens nadrukkelijk op, maar hoe vaker je naar het album luistert, hoe leuker het wordt, al gaat Palberta het je nooit echt makkelijk maken met haar eigenzinnige popliedjes vol invloeden uit de postpunk, maar ook allerlei lastiger te plaatsen invloeden. Je houdt er van of je haat het, maar oordeel zeker niet te snel.

Palberta5000 van de Amerikaanse band Palberta heb ik de afgelopen week echt talloze keren opgepakt en toch weer terzijde geschoven. Steeds weer was er in eerste instantie een goed gevoel, maar ontbrak al snel het houvast of voldoende vertrouwen in de kwaliteit van het album.

Waardoor ik uiteindelijk toch overtuigd werd weet ik niet, maar als ik nu luister naar het album van de band uit New York heeft twijfel plaatsgemaakt voor bewondering. Het is vooral bewondering voor de eigenzinnigheid van de drie vrouwen uit New York, want Ani Ivry-Block, Lily Konigsberg en Nina Ryser leggen zichzelf geen beperkingen op.

De naam Palberta was me nog niet eerder opgevallen, maar Palberta5000 is al het zesde album van het New Yorkse drietal. Ik heb ook de vorige albums snel beluisterd en deze zijn nog een stuk chaotischer en eclectischer, waardoor de conclusie gerechtvaardigd is dat Palberta haar meest toegankelijke album tot dusver heeft afgeleverd.

Toegankelijk blijkt in het geval van Palberta5000 een zeer relatief begrip, want ik kan me voorstellen dat er muziekliefhebbers zijn die rode vlekken over houden aan beluistering van dit album, al is het maar omdat ik ze zelf ook had na de eerste luisterbeurten, zeker als in track twee bijna vier minuten lang dezelfde woorden voorbij komen. Deze tracks is overigens meteen een van de langere tracks op het album, want Palberta propt op Palberta5000 maar liefst 16 songs in 37 minuten.

Palberta maakt muziek met een punky attitude, maar haalt in muzikaal opzicht de inspiratie vooral uit de postpunk. Invloeden uit de postpunk hoor je in de stevig aangezette bassen en het puntige gitaarwerk, maar binnen het genre klinkt het drietal uit New York anders dan vrijwel al haar soortgenoten.

De relatief sobere instrumentatie wordt gecombineerd met meestal meerstemmige vocalen die al even onvast klinken als de instrumentatie en die bovendien contrasteren met de vaak wat stevig aangezette instrumentatie.

Ik ken weinig albums als Palberta5000 en denk ook niet dat ik daar behoefte aan heb, maar ik ben stiekem toch wel gecharmeerd van de muziek van Ani Ivry-Block, Lily Konigsberg en Nina Ryser. Het is muziek die hier en daar stevig tegen de haren instrijkt of zelfs de irritatiegrens opzoekt, maar op hetzelfde moment is de rammelende postpunk van het drietal buitengewoon avontuurlijk en ook verrassend vaak charmant en voorzichtig aanstekelijk.

Palberta heeft op haar nieuwe album echt geprobeerd om aanstekelijke popliedjes te maken, maar door de bijzondere eigen twist is het toch weer zwaardere kost dan bedoeld. Het is nog meer wennen dan een glas Rivella dat wordt omschreven als een beetje vreemd maar wel lekker.

Palberta5000 is vaak heel vreemd, tot het moment dat er dingen op zijn plek gaan vallen en je hoort dat de drie dames veel beter spelen dan je tot dat moment door had en dat de songs bovendien knapper in elkaar steken dan bij vluchtig beluisteren.

Vergelijken blijft lastig. Heel in de verte hoor ik iets van de cultband The Raincoats, maar veel meer dan in de verte is het niet. Je moet absoluut in de stemming zijn voor de wat onrustige en tegendraadse muziek van Palberta, maar zo op zijn tijd is het een album dat je steeds nieuwsgieriger maakt naar deze drie muzikanten uit New York. Erwin Zijleman

Pale Blue Eyes - This House (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Pale Blue Eyes - This House - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Pale Blue Eyes - This House
Pale Blue Eyes haalt een flink deel van de mosterd uit de jaren 80, maar de band uit Sheffield is zeker niet het zoveelste bandje dat invloeden uit de jaren 80 fantasieloos reproduceert en maakt indruk met This House

Lekkere diepe bassen, puntige gitaarloopjes, dromerige zang en wolken langzaam overdrijvende synths. De Britse band Pale Blue Eyes gebruikt een aantal ingrediënten die in de jaren 80 het muzikale landschap bepaalden, maar is ook niet vies van invloeden van latere datum. This House bevat een aantal zeer toegankelijke en voorzichtig dansbare popsongs, maar ook een aantal wat meer introspectieve tracks die het van de bezwering moeten hebben. This House is een album vol nostalgie en melancholie, dat het in de jaren 80 ongetwijfeld geweldig zou hebben gedaan, maar dat ook in het aanbod van het moment moeiteloos overeind blijft en dat ook nog eens bol blijkt te staan van de groeipotentie.

Ik kan me niet herinneren dat het debuutalbum van de Britse band Pale Blue Eyes vorig jaar heel veel aandacht heeft gekregen, maar het deze week verschenen This House heeft over aandacht zeker niet te klagen. Al die aandacht en lovende woorden zijn volkomen terecht, want het tweede album van de band uit Sheffield is een uitstekend album.

Het is een album dat, zeker bij eerste beluistering, wolken vol nostalgie en melancholie laat overdrijven. Die nostalgie komt in eerste instantie vooral uit de jaren 80, want invloeden uit de popmuziek van dit decennium drukken absoluut hun stempel op het nieuwe album van Pale Blue Eyes. Het is vooral de elektronische ingekleurde popmuziek uit de jaren 80 die terug is te horen op This House, waarbij Pale Blue Eyes een voorkeur heeft voor lekker in het gehoor liggende popsongs, zoals bijvoorbeeld OMD die kon maken.

In het vergelijkingsmateriaal dat wordt genoemd in de tot dusver verschenen recensies van het albums duikt vaak de naam van The Cocteau Twins op, maar vergeleken met deze band zijn de popsongs van Pale Blue Eyes een stuk toegankelijker en aanstekelijker. De donkere ondertoon van het album wordt versterkt door hier en daar te citeren uit de archieven van de postpunk, met name wanneer de bassen wat dieper klinken.

De melancholie op het album heeft echter ook een andere oorsprong, want op This House kijkt Pale Blue Eyes gitarist en zanger Matt Board terug op zijn jeugd in het algemeen en zijn ouderlijk huis in het bijzonder. Op de cover van het album prijkt dit ouderlijk huis in Devon en zijn ook de ouders van Matt Board te zien. Zijn beide ouders zijn kort na elkaar overleden, wat zeker zijn sporen heeft nagelaten op de muziek van Pale Blue Eyes.

De band uit Sheffield vervalt echter zeker niet volledig in 80s doom en combineert de wat donkerde invloeden uit de jaren 80 met de voorzichtig dansbare 80s pop. Gitaar, bas en drums leggen in de meeste tracks een donkere basis, waarna het geluid van Pale Blue Eyes wordt aangevuld met flink wat synths en wat dromerige vocalen. De synths klinken vaak wat ouderwets, waardoor Pale Blue Eyes een behoorlijk karakteristiek jaren 80 geluid heeft.

Nu zijn er de afgelopen decennia nogal wat bands opgedoken die zich hebben laten beïnvloeden door muziek uit de jaren 80, maar Pale Blue Eyes klinkt toch subtiel anders. Aan de ene kant is This House een album dat ik in de jaren 80 ongetwijfeld met veel liefde had opgepikt, maar aan de andere kant is het ook een album dat niet volledig in de jaren 80 is blijven hangen en ook goed past in de huidige tijd en bovendien aansluit bij de shoegaze revival.

Ik vind This House over de hele linie een aangenaam en interessant album, maar ik word het meest enthousiast wanneer Pale Blue Eyes kiest voor wat langere tracks, waarin ruimte is voor experiment en een vleugje Krautrock en waarin de bijzondere klankentapijten van de Britse band hun beeldende kracht maximaal benutten. Ook deze tracks zijn volop te vinden op het album.

Op basis van de recensies die aan het tweede album van Pale Blue Eyes vooraf gingen had ik het album niet direct op mijn lijstje gezet, maar This House is een stuk opwindender en spannender dan de gemiddelde opgewarmde prak uit de jaren 80 en zeker het tweede deel van het album is fantastisch met de slottrack Underwater als persoonlijk hoogtepunt. Erwin Zijleman

Palehound - Black Friday (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Palehound - Black Friday - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Palehound - Black Friday
Palehound maakt op Black Friday vooral stemmige en zachte muziek met fraaie fluistervocalen vol betovering en bezwering

Black Friday is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse band Palehound en het is een kennismaking die uitstekend is bevallen. Black Friday staat vol aantrekkelijke songs met messcherpe teksten over de liefde in de meest brede zin van het woord. Deze songs zijn verpakt in een mooi verzorgde en uitgebalanceerde instrumentatie, die weer perfect aansluit bij de mooie en dromerige fluisterzang van frontvrouw Ellen Kemper. Het levert een album op dat groeit en groeit en echt alle aandacht verdient. Doodzonde daarom dat dit prachtige album vooralsnog wat lijkt onder te sneeuwen.

De Amerikaanse singer-songwriter Ellen Kemper maakte een aantal jaren ingetogen en folky muziek vanuit haar slaapkamer, maar besloot een aantal jaren geleden een band te formeren. Die band werd Palehound en het een tijdje geleden verschenen Black Friday is het derde album van de band uit Boston, Massachusetts.

De vorige twee albums van de band zijn me eerlijk gezegd ontgaan en album nummer drie kwam ook alleen maar van de stapel omdat het aantal nieuwe releases momenteel tegenvalt (of meevalt, het is maar net hoe je het bekijkt). Het is een gelukkig toeval, want Black Friday van Palehound bevalt me zeer.

Ellen Kemper formeerde de band om rockmuziek te kunnen maken, maar gelukkig is ze ook de fluisterzachte lo-fi pop van haar soloalbums niet vergeten. Black Friday valt op door de fraaie fluisterzang van Ellen Kemper, door fraaie en stemmige klanken en door een meer rock georiënteerde band die zo zacht mogelijk probeert te spelen. Dat klinkt misschien wat onlogisch of zelfs vreemd, maar het resultaat is wat mij betreft heel bijzonder.

Black Friday staat vol met zachte rocksongs die in nevelen lijken gehuld. Uit het wat mistige geluid duikt de mooie fluisterzang van Ellen Kemper nadrukkelijk op, wat zorgt voor muziek met een bezwerende of hypnotiserende uitwerking, die alle kanten op kan schieten. In eerste instantie was ik vooral gefocust op de zang van de Amerikaanse singer-songwriter, maar hoe vaker ik naar Black Friday luisterde, hoe meer mijn aandacht werd getrokken door de fraaie instrumentatie op het derde album van Palehound.

Het is een instrumentatie waarin ruimtelijke gitaarlijnen domineren, maar ook de bijdragen van onder keyboards en de ritmesectie vallen op door hun trefzekerheid en avontuur. De band uit Boston herinnert met haar muziek aan de jaren 90, maar door het net wat zweverigere geluid en de fluisterzachte zang klinkt Black Friday toch anders dan de albums uit de jaren 90 die ik liefheb.

Met de bijzondere zang en de al even bijzondere instrumentatie heb ik al twee sterke punten van Black Friday te pakken, maar er zijn er meer. Zo grossiert de band op haar derde album in charmante popliedjes die akelig goed blijven hangen, wat inmiddels een flinke serie memorabele popliedjes heeft opgeleverd. Verder is Black Friday van Palehound in tekstueel opzicht interessant. Ellen Kemper heeft songs geschreven over alle kanten van de liefde en ontziet zichzelf niet.

Het zijn allemaal ingrediënten van een goed album en het zijn ingrediënten die op Black Friday naadloos in elkaar vallen. Palehound heeft een album afgeleverd dat je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen, maar het is ook een soort album dat je nog niet eerder gehoord hebt. Het kwam bij mij slechts door enorm veel toeval van de stapel met vrijwel kansloze albums af, maar wat ben ik inmiddels verknocht aan dit bijzondere album. Erwin Zijleman

Palehound - Eye on the Bat (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Palehound - Eye On The Bat - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Palehound - Eye On The Bat
El Kempner keert vier jaar na het uitstekende Black Friday terug met een nieuw album van Palehound, waarop een wat steviger en meer lo-fi, maar ook nog steeds interessant geluid is te horen

Palehound maakte in 2019 flink wat indruk met Black Friday, waarop invloeden uit de 90s indierock werden gecombineerd met een subtiel en dromerig geluid. Het deze week verschenen Eye On The Bat klinkt steviger en directer en heeft bovendien een wat meer lo-fi karakter. El Kempner levert met het nieuwe album van Palehound een breakup album af en het is een album dat misschien niet direct een onuitwisbare indruk maakt, maar dat beter wordt wanneer je het wat vaker hoort. Eye On The Bat is misschien niet de logische of gedroomde opvolger van het indrukwekkende Black Friday, maar het is wederom een album dat ruimschoots boven de middelmaat uitsteekt.

Palehound, het project van de Amerikaanse muzikant El (voorheen Ellen) Kempner, ken ik sinds 2019, toen Black Friday, het derde album van Palehound, verscheen. Ik vond het een bijzonder album waarop invloeden uit de 90s indierock op bijzondere wijze het huidige millennium in werden gesleept. Net als veel bands uit de jaren 90 vertrouwde Palehound op de combinatie van bijna lieflijk klinkende zang en wat gruizige gitaarmuziek, maar vergeleken met de indierock uit de jaren 90 speelden de muzikanten die waren te horen op Black Friday verrassend zacht, wat het album voorzag van een bijzonder aangenaam en wat dromerig geluid.

In 2001 bundelde El Kempner de krachten met Melina Duterte, oftewel Jay Som, wat het bijzonder fraaie Doomin’ Sun van Bachelor opleverde. Het debuutalbum van Bachelor lag in het verlengde van de muziek van Palehound, maar klonk misschien net wat meer lo-fi. El Kempner, die zichzelf inmiddels ziet als non-binair persoon, keert deze week terug als Palehound met Eye On The Bat, het vierde album van haar band.

Het nieuwe album van Palehound opent met wat steviger aangezette gitaarlijnen, die worden gecombineerd met de ook wat minder lieflijk klinkende stem van El Kempner. Wanneer ook de drums wat zwaarder worden aangezet en wat vervormde gitaren en elektronica worden ingezet, klinkt Palehound een stuk gruiziger en lo-fi en veel minder dromerig dan op het geweldige Black Friday. Dat vond ik in eerste instantie vooral jammer, want met Eye On The Bat kruipt El Kempner veel dichter tegen de 90s indierock aan en in dat genre heb ik al stapels albums.

Eye On The Bat is een breakup album dat werd gemaakt met Sam Owens (beter bekend als Sam Evian) en is in emotioneel opzicht een behoorlijk ruw album. De ruwe emotie in de teksten is overgeslagen naar de muziek, want waar op Black Friday vooral zacht en loom werd gespeeld, is het geluid op Eye On The Bat vooral rauw en redelijk rechttoe rechtaan. Bij eerste beluistering vond ik het nieuwe album van Palehound minder interessant, maar niet direct minder goed dan het vorige album, want ook de ruwe en lekker stevige songs komen flink binnen.

Met name het gitaarwerk op het album klinkt prima en bij vlagen geweldig en ook de wat rauwere en minder lieflijke en dromerige zang van El Kempner bevalt me uitstekend. Eye On The Bat zit wat dichter tegen de 90s indierock en de lo-fi aan en is daarom wat minder onderscheidend dan Black Friday, maar het is zeker geen album dat het geluid uit de jaren 90 nauwgezet probeert te reproduceren.

Het is een album dat het best tot zijn recht komt wanneer je het niet vergelijkt met zijn voorganger, want hiermee doe je met name Eye On The Bat geen recht. Hoe vaker ik naar het nieuwe album van Palehound luister, hoe meer ik onder de indruk van de songs op het album en van de fraaie uitvoering, die een stuk veelzijdiger en onderscheidender is dan bij mijn eerste kennismaking met het album het geval leek.

Zeker wanneer synths worden ingezet is Palehound opeens mijlenver verwijderd van de 90s indierock die elders op het album domineert en hoor je bovendien bijna niets meer van de dromerige klanken van Black Friday of de samenwerking met Jay Som. Dat is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant blijven die albums gewoon beschikbaar en is Eye On The Bat een interessante nieuwe en wederom verrassend goede kant van Palehound. Erwin Zijleman

Palmbomen II - Memories of Cindy (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Palmbomen II - Memories Of Cindy - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Palmbomen II is het alter ego van de Nederlandse muzikant en producer Kai Hugo, die overigens al enkele jaren in Los Angeles woont en een paar jaar geleden nog muziek maakte als Palmbomen.

Memories Of Cindy bestaat uit vier EP’s en is goed voor bijna anderhalf muziek.

Hoofdpersonage Cindy is ontleend aan een aflevering van de cultserie The X-Files en is aan het begin van de plaat om het leven gekomen door een noodlottig ongeval, waarna de plaat inzoomt op de plek waar ze leefde; het bijzondere dorp Carmel Vista, waar niets is als het lijkt.

Kai Hugo heeft het verhaal van Memories Of Cindy al ingevuld met elementen die geïnspireerd lijken door tv-series als Twin Peaks en The X-Files en heeft bovendien korte films gemaakt die het verhaal van Cindy visualiseren. Het ziet er allemaal prachtig uit, maar ik verzin toch liever mijn eigen beelden bij de muziek van Palmbomen II, die hiervoor volop aanknopingspunten biedt.

De anderhalf uur muziek op Memories Of Cindy is grotendeels instrumentaal en elektronisch. Hier en daar zijn stemmen te horen, maar deze worden vooral als instrument of als spoken word ingezet. Memories Of Cindy krijgt etiketten als dance en house opgeplakt, maar zelf ervaar ik luisteren naar de plaat als een anderhalf uur durende luistertrip vol atmosferische elektronische klanken en hier en daar uiterst subtiele beats.

De eerste keer dat ik naar de plaat luisterde deed ik dit omdat ik me op ander schrijfwerk wilde concentreren en niet wilde worden afgeleid door vocalen. Memories Of Cindy van Palmbomen II voldoet in dit soort gevallen uitstekend. De elektronische klanken op de plaat kabbelen heerlijk voort en zitten inspiratie niet in de weg.

Vervolgens heb ik de nieuwe plaat van Palmbomen II ook nog eens aan het einde van de avond opgezet en ook dan voldoet de muziek van het alter ego van Kai Hugo uitstekend en is Memories Of Cindy de soundtrack bij beelden die je zelf mag verzinnen.

Palmbomen II zet op Memories Of Cindy een flinke batterij moderne elektronica in, maar de plaat heeft een sfeer die herinnert aan de jaren 90, toen de al eerder genoemde series als Twin Peaks en The X-Files goed waren voor betovering en verwondering.

Enige liefde voor elektronische popmuziek is noodzakelijk om te kunnen genieten van de muziek van Palmbomen II. Het is een genre waar ik niet erg in thuis ben en dat normaal gesproken ook niet mijn voorkeur heeft, maar van het vleugje Kraftwerk dat hier en daar opduikt word ik uiteraard wel blij.

Ook de rest van de muziek op Memories Of Cindy heeft me aangenaam verrast. Het is prima muziek om bij te werken, maar de muziek van Palmbomen II is nog interessanter wanneer je alle lagen kunt ontrafelen en de fantasie de vrije loop kunt laten. Wanneer je daar even geen zin in hebt zijn er altijd nog de bijzondere beelden van Palmbomen II zelf.

Anderhalf uur instrumentale elektronische muziek leek me op voorhand een erg lange en niet bijster interessante zit, maar Palmbomen II heeft me aangenaam verrast met het fraaie en beeldende Memories Of Cindy. Erwin Zijleman

Paloma del Cerro - Para Bien (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paloma Del Cerro - Para Bien - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ieder jaar ontvang ik van een van de lezers van deze BLOG een jaarlijstje waarin de meeste platen me echt niets zeggen. Dat heeft alles te maken met het genre dat centraal staat in dit jaarlijstje, want in de wereldmuziek ben ik nu eenmaal niet echt thuis.

Bij de beluistering van de platen uit dit lijstje, merk ik echter ieder jaar weer dat het gaat om wereldmuziek die op allerlei manieren lijntjes uit gooit naar de westerse popmuziek en die hierdoor ook interessant is voor muziekliefhebbers die wereldmuziek niet tot hun favoriete genres rekenen.

Dit jaar werd ik het meest gegrepen door Para Bien van Paloma Del Cerro. Ik weet bijna niets over deze Paloma Del Cerro. Ik weet dat ze uit Argentinië komt en ik weet dat Para Bien haar tweede plaat is. De muziek zal dus het verhaal van Para Bien moeten vertellen en dat doet de muziek van Paloma Del Cerro op fascinerende wijze.

Para Bien begint bij traditionele Argentijnse volksmuziek, maar geeft hier vervolgens een geheel eigen draai aan. Paloma Del Cerro doet dit door haar songs op avontuurlijke wijze in te kleuren met samples, elektronica, moderne ritmes en flink wat invloeden uit de westerse popmuziek.

Deze uiteenlopende invloeden blijken verrassend goed bij elkaar te passen en zorgen er uiteindelijk voor dat Para Bien van Paloma Del Cerro niet klinkt als wereldmuziek en niet klinkt als de popmuziek die we hier kennen.

Para Bien is een vat vol tegenstrijdigheden. De muziek van de Argentijnse muzikante klinkt afwisselend traditioneel en modern, bevat lastig te doorgronden passages maar strooit ook driftig met vrijwel onweerstaanbare melodieën, bevat de emotionele passages die je verwacht bij Argentijnse muziek maar is ook speels en biedt tenslotte nauwelijks houvast maar slaagt er toch in om de aandacht drie kwartier vast te houden.

Het klinkt ook na vele keren horen heel bijzonder en ik heb het idee dat dit voor de liefhebbers van Argentijnse muziek niet anders zal zijn. Paloma Del Cerro creëert op Para Bien haar eigen muzikale wereld en het is een wereld waarin het goed toeven is.

Natuurlijk is dit geen muziek die in brede kring aandacht gaat krijgen, maar liefhebbers van avontuurlijke muziek die met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen gaan echt heel veel plezier hebben van deze bijzondere plaat. Erwin Zijleman

Paolo Nutini - Last Night in the Bittersweet (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paolo Nutini - Last Night In The Bittersweet - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Paolo Nutini - Last Night In The Bittersweet
Ik was tot dusver niet erg onder de indruk van Paolo Nutini, maar het na een stilte van acht jaar verschenen Last Night In The Bittersweet is een fantastisch album en niet alleen door de geweldige zang

Paolo Nutini heeft de tijd genomen voor zijn vierde album, maar pakt wel uit met zestien songs en ruim zeventig minuten muziek. Dat lijkt te veel of zelfs veel te veel, maar Last Night In The Bittersweet is een fantastisch album, dat door alle variatie in stijlen geen moment verveelt. Paolo Nutini koos tot dusver vooral voor de soul en de pop, maar op zijn nieuwe album is de rockmuzikant in hem wakker geworden en met succes. Last Night In The Bittersweet is in muzikaal opzicht een mooi en interessant album, dat nog een stukje verder wordt opgetild door de fantastische stem van de Schotse muzikant, die de noten hier en daar uit zijn tenen haalt. Een klassieker in de dop? Het zou zomaar kunnen.

Ik heb de muziek van de Schotse muzikant Paolo Nutini tot dusver echt volledig genegeerd, maar bij mijn eerste beluistering van zijn nieuwe album Last Night In The Bittersweet was ik direct verkocht. Achteraf bezien denk ik dat ik zijn vorige album, het in 2014 verschenen en door soul gedomineerde Caustic Love, niet helemaal op de juiste waarde heb geschat, maar het nieuwe album van de Schotse muzikant is nog een paar klassen beter.

Last Night In The Bittersweet is verschenen na een stilte van acht jaar en opent met het bijzondere Afterneath, dat met name door vocale uithalen ook zo op een album van Led Zeppelin had kunnen staan. Paolo Nutini doet me op de rest van het album niet vaak meer aan Robert Plant denken, maar hij laat wel zestien (!) songs lang horen dat hij een uitstekende zanger is.

Ik heb de vorige albums van de muzikant uit het Schotse Paisley er ook maar eens bij gepakt, maar met name zijn eerste twee albums zijn qua niveau niet te vergelijken met Last Night In The Bittersweet en ook Caustic Love doet me lang niet zoveel als het nieuwe album. Op zijn nieuwe album laat Paolo Nutini niet alleen horen dat hij een zeer getalenteerd zanger is, maar horen we ook de kwaliteiten van de muzikant en de songwriter Paolo Nutini.

Last Night In The Bittersweet is een verrassend veelzijdig album, dat meerdere genres verkent, maar het geluid op het album is behoorlijk consistent en beweegt zich in vrijwel alle tracks op het terrein van de rock, met uitstapjes richting soul en pop. Paolo Nutini heeft op zijn vierde album gekozen voor een tijdloos en mooi open rockgeluid. De open ruimte in dit geluid vult hij met zijn lekker rauwe en doorleefde stem, die fraai combineert met het vooral door gitaren gedomineerde geluid op het album.

Last Night In The Bittersweet bevat een aantal toegankelijke en redelijk rechttoe en rechtaan songs, maar Paolo Nutini durft op zijn nieuwe album ook te variëren en te experimenteren. Door de variatie klinkt iedere songs op het album in muzikaal opzicht weer net wat anders, maar ook in vocaal opzicht kan de Schotse muzikant meerdere kanten op.

Zeker wanneer Paolo Nutini de vocalen uit zijn tenen haalt maakt Last Night In The Bittersweet heel makkelijk indruk en horen we vooral de soulzanger Paolo Nutini, maar ook de wat meer ingetogen popsongs en de juist wat stevigere rocksongs op het album bevallen me steeds beter en ook deze songs vallen op door de geweldige zang van de Schotse muzikant.

Paolo Nutini heeft zich op de cover van Last Night In The Bittersweet laten afbeelden als een old school muzikant en het is er een die zijn klassiekers kent. Last Night In The Bittersweet citeert nadrukkelijk uit de archieven van de rockmuziek, met een voorkeur voor de jaren 70, maar Last Night In The Bittersweet klinkt zeker niet als een opgewarmde prak van lang geleden.

Ik was zoals gezegd direct onder de indruk van het nieuwe album van Paolo Nutini, maar de klasse van Last Night In The Bittersweet hoor je pas echt wanneer je het album vaker hoort. Ik schaarde Paolo Nutini tot voor kort onder de succesvolle maar niet bijster interessante jonge Britse muzikanten, maar op zijn nieuwe album hoor ik een singer-songwriter die het in zich heeft om een stapel klassiekers af te leveren. Of Paolo Nutini dit inderdaad gaat doen zal de tijd leren, maar het eerste album met klassieker potentie is er wat mij betreft. Erwin Zijleman

Papercuts - Past Life Regression (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Papercuts - Past Life Regression - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Papercuts - Past Life Regression
Bands die zich laten inspireren door Californische psychedelica uit de late jaren 60 zijn er volop, bands die muziek maken van de schoonheid van Past Life Regression van Papercuts zijn uiterst zeldzaam

Past Life Regression, het zevende album van de Amerikaanse band Papercuts, heeft maar een paar noten nodig om je decennia mee terug te slepen in de tijd. Laat het album van de band uit San Francisco uit de speakers komen, sluit je ogen, en je waant je in het California van de ‘summer of love’. Het knappe van de muziek van Papercuts is dat het aan de ene kant heerlijk authentiek en nostalgisch klinkt, maar dat de band rond Jason Quever aan de andere kant op subtiele wijze invloeden van een veel latere datum verwerkt. Past Life Regression is een album om heerlijk bij weg te dromen, maar ondertussen wil je geen noot van alle muzikale pracht op dit album missen. Wereldplaat.

De Amerikaanse band Papercuts bestaat dit jaar twintig jaar en brengt deze maand haar zevende album uit. De vorige zes komen me geen van allen ook maar enigszins bekend voor, maar ik ben zeer gecharmeerd van het deze maand verschenen Past Life Regression, dat me direct bij de eerste luisterbeurt overrompelde.

Papercuts komt uit San Francisco en neemt je in de openingstrack van haar nieuwe album mee naar het California van de late jaren 60 en vroege jaren 70 met bedwelmende analoge synths, onweerstaanbaar zonnige gitaarloopjes en buitengewoon dromerige vocalen. De openingstrack van Past Life Regression zou zo 50 jaar of 60 jaar oud kunnen zijn, tot de gitaren aan het eind misschien net wat teveel ontsporen. Dat voorzichtig ontsporen doet Past Life Regression van Papercuts wel vaker, maar de muziek van Papercuts blijft muziek uit vervlogen tijden, met hier en daar een eigentijdse touch.

Papercuts is een project van de Amerikaanse muzikant Jason Quever, die ook op het zevende album van de band alle touwtjes in handen houdt en buiten de drums en de vrouwenvocalen tekent voor alles dat het album te bieden heeft. En Past Life Regression heeft heel erg veel te bieden.

In de songs waarin de authentiek klinkende synths en orgeltjes domineren en de lagen van The Mamas & The Papas achtige mannen- en vrouwenvocalen vooral dromerig klinkt, hoor ik wel wat echo’s van een band als The Zombies, wanneer de cello wordt ingezet duiken onmiddellijk de Fab Four op, maar wanneer de gitaren domineren en heerlijk elementair klinken, hoor je goed dat Jason Quever vooral schatplichtig is aan het oeuvre van The Velvet Underground.

Ik noemde de muziek van Papercuts hierboven muziek uit vervlogen tijden met een eigentijdse touch en dat is nog niet zo eenvoudig als het lijkt. Tussen The Velvet Underground en The Jesus & Mary Chain en tussen The Zombies en Echo & The Bunnymen zitten een aantal lichtjaren, maar Papercuts overbrugt deze afstanden in een paar akkoorden.

Over het algemeen is het echter goed toeven in het muzikale landschap van het San Francisco uit de late jaren 60, waarin Papercuts op een breed terrein uit de voeten kan. Past Life Regression klinkt zo af en toe als een verzamelaar vol obscure psychedelica uit dit decennium, al is Papercuts vrijwel direct een bandje dat in dat geval de obscuriteit onmiddellijk zou moeten verruilen voor eeuwige roem.

Papercuts is echter een band van nu en zal moeten concurreren met heel veel andere bands die de mosterd in het California van de late jaren 60 halen. Het is stevige concurrentie, maar Papercuts kan het aan. Past Life Regression is een album waarvan je alleen maar heel erg vrolijk kan worden en het is bovendien een album dat in muzikaal en vocaal opzicht een stuk interessanter en ook veelzijdiger is dan alle bands die met het brede etiket neo-psychedelica kunnen worden gevangen.

Het is een etiket dat ook past op de band van Jason Quever, al is Papercuts wat mij betreft veel meer dan neo-psychedelica, al is het maar omdat de Amerikaanse muzikant ook op subtiele wijze invloeden uit de slowcore, lo-fi, jangle pop en shoegaze verwerkt in zijn muziek en tekent voor een productie waarvoor Phil Spector zich niet zou hebben geschaamd. Ik was zoals gezegd direct bij eerste beluistering om, maar inmiddels koester ik dit album als een van de hoogtepunten van het nog redelijk prille muziekjaar 2022. Erwin Zijleman

Paradisia - Sound of Freedom (2017)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paradisia - Sound Of Freedom - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Paradisia is een Brits trio dat bestaat uit Sophie-Rose, Kristy en Anna. De eerste twee zijn gezegend met gouden keeltjes, terwijl de derde prachtig harp speelt.

Op hun debuut Sound Of Freedom combineren Sophie-Rose, Kristy en Anna de gouden keeltjes en de sprookjesachtige harp met een hier en daar lekker vol klinkend geluid met vooral invloeden uit de folk en de pop.

Van deze invloeden is de pop, zeker in de eerste tracks, belangrijker dan de folk, waardoor het debuut van Paradisia niet direct een plaat is voor liefhebbers van traditionele rootsmuziek.

Liefhebbers van mooi verzorgde popliedjes vinden op het debuut van Paradisia echter veel van hun gading. In de meest ingetogen momenten zingen Sophie-Rose en Kristy soms vrijwel a capella en zorgt de harp van Anna voor een sprookjesachtige sfeer.

Sound Of Freedom bevat echter voornamelijk wat voller ingekleurde songs. In deze songs klinkt het geluid van Paradisia zowel organisch als elektronisch en altijd staan de prachtige stemmen centraal. Het zijn stemmen die individueel prachtig klinken, maar wanneer Sophie-Rose en Kristy tweestemmig zingen verandert schoonheid in magie.

De criticus zal beweren dat het Britse drietal wel erg netjes binnen de lijntjes van de folkpop kleurt. Dat is wat mij betreft slechts ten dele het geval. Paradisia heeft absoluut een zwak voor lekker in het gehoor liggende of zelfs hitgevoelige popliedjes, maar het drietal probeert ook steeds bijzondere accenten te leggen, waardoor het in Berlijn opgenomen Sound Of Freedom wat mij betreft een interessante plaat is, die flink wat raakvlakken heeft met het door mij gekoesterde debuut van HAIM.

Paradisia heeft zich absoluut laten beïnvloeden door de r&b uit de jaren 90 en door het vocale vuurwerk van Wilson Phillips en The Corrs uit dezelfde periode, maar ook invloeden van een band als Prefab Sprout zijn goed hoorbaar, zeker wanneer Paradisia in muzikaal opzicht het avontuur opzoekt, wat het overigens op de tweede helft van de plaat steeds vaker doet.

Paradisia vertrouwt uiteraard zwaar op de twee prachtige stemmen die het in huis heeft, maar is er toch in geslaagd om een gevarieerde plaat af te leveren. Wanneer de band op de tweede helft van de plaat begint aan een vertolking van Springsteen’s Dancing In The Dark dreigt het drietal ten onder te gaan aan overmoed, maar uiteindelijk vind ik de rond harp, piano en stemmen opgebouwde cover geslaagd en dat zal ik niet vaak zeggen wanneer anderen zich wagen aan de songs van The Boss.

Omdat ik zelf niet vies ben van mooi verzorgde pop heeft Sound Of Freedom van Paradisia mij, vooral vanwege de bijzonder mooie stemmen, heel makkelijk overtuigt. Een ieder die wat meer moeite heeft met de verzorgde pop die Paradisia maakt kan het debuut van het drietal altijd nog omarmen als een ‘guilty pleasure’, want dat het drietal een steuntje in de rug verdient staat wat mij betreft niet ter discussie. Erwin Zijleman

Paramore - This Is Why (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paramore - This Is Why - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Paramore - This Is Why
Het is een tijd stil geweest rond de Amerikaanse band Paramore, maar met het veelzijdige, aanstekelijke en interessante This Is Why levert de band wat mij betreft met afstand haar beste album tot dusver af

Ik ben in eerste instantie met een flinke boog om het nieuwe album van Paramore heen gelopen, want de muziek die ik van de band kende vond ik niet zo heel interessant. Inmiddels weet ik dat ik in het verleden misschien net wat te selectief heb geluisterd, maar ik weet ook dat de band rond Hayley Williams op haar nieuwe album in een uitstekende vorm steekt. This Is Why verwerkt uiteenlopende invloeden, staat vol geweldig gitaarwerk, bevat een serie sterke songs en dan is er ook nog het enorme talent van Hayley Williams, die de songs van haar band naar een nog wat hoger plan tilt. This Is Why is een zeer geslaagde comeback, maar doet ook uitzien naar de volgende stap van Paramore.

Ik had tot voor kort op de krenten uit de pop nog geen aandacht besteed aan de muziek van de Amerikaanse band Paramore. Ik moet eerlijk toegeven dat ik wel wat verbaasd was dat de band met het onlangs verschenen This Is Why alweer haar zesde album heeft uitgebracht, want ik heb naar hooguit twee albums van de band geluisterd en zeker niet heel uitvoerig. Die albums maakten op mij geen onuitwisbare indruk, al hoorde ik wel het talent van frontvrouw Hayley Williams, van wie ik in 2020 wel het prima soloalbum Petals For Armor besprak.

Het is, mede door de solocarrière van Hayley Williams maar ook door de coronapandemie, zes jaar stil geweest rond Paramore, maar onlangs verscheen dus This Is Why. Ik dacht in eerste instantie dat ik ook het zesde album van Paramore wel zou kunnen laten liggen, maar op een of andere manier bleef het album steeds terugkomen en groeide mijn waardering voor het album.

Ik heb me inmiddels ook wat meer verdiept in de rest van het oeuvre van Paramore en heb nog steeds niet zo heel veel met de ruwe emo uit de begindagen van de band, al vind ik de band rond Haley Williams beter dan de meeste soortgenoten uit die tijd. Ook de eerste bewegingen van Paramore richting pop spreken me nog niet heel erg aan, maar het met flink wat elektronica ingekleurde en met enige regelmaat lekker funky After Laughter uit 2017, dat ik destijds niet heb beluisterd, vind ik een verrassend leuk album.

Paramore had de lijn van After Laughter wat mij betreft best door mogen trekken, maar er kan veel gebeuren in bijna zes jaar. This Is Why is hierdoor slechts ten dele een logisch vervolg op het vorige album van Paramore, maar ik vind het een erg leuk en uiteindelijk ook interessant album en het is bovendien een album dat beschikt over flink wat groeipotentie.

Op This Is Why komen alle kanten die Paramore tot dusver van zichzelf heeft laten horen aan bod. Er zijn invloeden uit de emo van de begindagen van de band, maar het zesde album van Paramore schuwt ook uitstapjes richting toegankelijke pop niet en is ook de funky touch van haar vorige album is niet helemaal vergeten.

Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar ik vind de muziek van Paramore dit keer ook interessant. In muzikaal opzicht kleurt de band net wat meer buiten de lijntjes, wat een aantal wat ruwere momenten oplevert, maar ook een aantal momenten waarop de Amerikaanse band wat meer experimenteert. Vergeleken met het vorige album hebben de synths een flinke stap terug gedaan en plaats gemaakt voor mooie en soms aangenaam stekelige gitaarlijnen.

Ster van de band blijft natuurlijk Hayley Williams, die niet alleen met veel overtuiging en passie zingt, maar ook in haar stem laat horen dat ze beschikt over het nodige charisma. This Is Why valt niet in de categorie albums die mijn jaarlijstje gaan halen dit jaar, maar ik moet zeggen dat ik steeds meer geniet van de uitstekende songs op het album.

Paramore heeft ook nog eens een lekker gevarieerd album gemaakt, waarop zowel ruimte is voor uitbundige songs als meer introspectieve songs. Zeker de songs in de laatste categorie bevallen me uitstekend en inmiddels zelfs zo goed dat ik Paramore in staat acht om een jaarlijstjesalbum af te leveren wanneer het kiest voor de meer ingetogen weg die op This Is Why wordt bewandeld. Paramore is een tijd weg geweest en dat leek me niet zo erg, maar op het nieuwe album hoor ik toch een interessant bandje, dat tot nog meer in staat moet worden geacht. Erwin Zijleman

Paris Paloma - Cacophony (2024)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paris Paloma - Cacaphony - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Paris Paloma - Cacaphony
Paris Paloma had de wereld al aan haar voeten dankzij een TikTok hit, maar laat op haar uitstekende debuutalbum Cacaphony horen dat ze de aandacht van een veel breder publiek verdient

Met Labour heeft de Britse muzikante Paris Paloma bewezen dat ze een memorabel popliedje kan schrijven, wat haar flink wat volgers op de sociale media heeft opgeleverd. Dat ze nog veel meer kan laat ze horen op Cacaphony, dat een volwassen en verrassend veelzijdig debuutalbum is geworden. Paris Paloma kan net zo mooi fluisterzacht zingen als alle andere succesvolle popzangeressen van het moment, maar ze beschikt ook over een mooie en warme stem die in allerlei omliggende genres uit de voeten kan. De popliedjes van de Britse muzikanten zijn verassend veelzijdig, maar laten ook flink wat muzikaliteit en eigenzinnigheid horen. Alle reden dus om dit album eens te checken.

Paris Paloma schijnt populair te zijn op TikTok, wat verklaart dat haar eerste single Labour alleen op Spotify inmiddels al ruim 150 miljoen keer is beluisterd. Labour was ook mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse muzikante en ik begreep direct waarom Paris Paloma het zo goed doet op TikTok. Labour is een fris en aanstekelijk popliedje, dat zich makkelijk opdringt, maar dat wat mij betreft niet klinkt als een 13 in een dozijn popliedje.

Op Cacaphony, het debuutalbum van Paris Paloma, staan nog veel meer lekker in het gehoor liggende maar ook interessante popliedjes. De jonge Britse muzikante heeft een goed gevoel voor aanstekelijke popsongs, maar ze laat op haar debuutalbum ook verrassend veel diepgang horen.

Cacaphony valt direct op door het bijzondere gebruik van de stem van Paris Paloma, die niet alleen mooi maar ook veelkleurig is en die bovendien op fraaie wijze in meerdere lagen is opgenomen. Het is een stem die zwoel en lichtvoetig kan klinken, maar de zang op Cacaphony kan ook soulvoller en krachtiger zijn.

Ook in muzikaal opzicht kan het bij Paris Paloma meerdere kanten op. Haar debuutalbum opent met een behoorlijk vol en met elektronica en blazers gevuld geluid, maar de muzikante uit Londen kan ook uit de voeten met ingetogen folksongs met een hoofdrol voor de akoestische gitaar of de piano.

Zowel in de wat uitbundiger als in de wat soberder ingekleurde songs kiest Paris Paloma voor een net wat ander geluid dan de meeste van haar collega’s. De (indie)pop wordt momenteel gedomineerd door Amerikaanse zangeressen, maar Paris Paloma laat een duidelijk Brits geluid horen.

De songs op Cacaphony laten zich in een aantal gevallen makkelijk in het hokje folkpop duwen, maar schuiven in een aantal gevallen ook op richting tijdloze singer-songwriter muziek met vleugjes soul, jazz en folk. Zeker in de wat meer folky, jazzy of soulvol klinkende songs valt op hoe warm en krachtig de stem van Paris Paloma is, maar ze draait ook haar hand niet om voor een catchy indiepopsong die niet ver verwijderd is van de songs van haar succesvolle Amerikaanse collega’s.

Nu is het al een tijdje dringen in het genre en ik moet eerlijk zeggen dat verzadiging af en toe dreigt, maar ik vind Cacaphony eigenlijk in alle opzichten interessanter dan de bulk van de albums in het genre. Dat zit hem niet alleen in de uitstekende zang en het veelkleurige geluid, maar ook in de songs, die zoals gezegd lekker in het gehoor liggen of zelfs buitengewoon aanstekelijk zijn, maar toch ook verrassende dingen laten horen, waardoor Cacaphony een steeds interessanter album wordt.

Het is een album dat ik er waarschijnlijk negen van de tien keer niet uit zou pikken, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer ik overtuigd raak van de kwaliteiten van Paris Paloma. Ik had tot voor kort de neiging om met een grote boog heen te lopen om alles dat op TikTok populair is, maar het platform is er heel af en toe wel degelijk een die goede tips kan opleveren, die overigens ook makkelijk uit de playlists van Spotify zijn te halen.

Door de populariteit op TikTok heeft Paris Paloma mijn steun niet nodig, al denk ik dat er veel meer niet-TikTok’ers zijn die prima uit de voeten kunnen met dit veelzijdige en over de hele linie genomen uitstekende album. Erwin Zijleman

Passenger - Songs for the Drunk and Broken Hearted (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Passenger - Songs For The Drunk And Broken Hearted - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Passenger - Songs For The Drunk And Broken Hearted
Passenger was voor mij een bijna volledig blinde vlek, maar Songs For The Drunk And Broken Hearted overtuigt makkelijk met een serie uitstekende songs vol melancholie en weemoed

Luister naar de volledig akoestische songs op de luxe editie van Songs For The Drunk And Broken Hearted en je hoort een singer-songwriter die zo lijkt weggelopen uit de jaren 70. De reguliere versies van de songs op het album klinken wat moderner, maar ook dan maakt Passenger behoorlijk tijdloze folkpop. Ik kende vrijwel niets van de Britse muzikant, maar het dertiende album van Passenger overtuigt makkelijk en wordt vervolgens beter en beter. Het is een album vol prima songs en Passenger toont zich een verrassend goed zanger, wat ik op basis van de ene single die ik van hem kende absoluut niet had verwacht. Hier komen we de lockdown en de winter wel mee door.

Tot voor kort kende ik volgens mij maar één song van Passenger en dat was het uit 2012 stammende Let Her Go. Op een of andere manier irriteerde de zang me destijds enorm en liet ik de muziek van Passenger verder links liggen, mede omdat er destijds flink wat singer-songwriters met een kikker in de keel rondliepen.

In een week waarin slechts een handvol nieuwe albums is verschenen kon ik niet om het nieuwe album van Passenger heen en het op voorhand onwaarschijnlijke gebeurde: Songs For The Drunk And Broken Hearted bevalt me wel of zelfs uitstekend.

Ik heb inmiddels flink wat bijgeleerd. Ik weet nu dat Passenger het alter ego is van de Britse muzikant Mike Rosenberg en dat de man aan de lopende band albums aflevert. Ik hou de nieuwe releases volgens mij behoorlijk goed in de gaten, maar iedereen die had beweerd dat de singer-songwriter uit Brighton de afgelopen dertien jaar maar liefst dertien albums heeft uitgebracht had ik voor gek verklaard. Wat je niet wilt zien, zie je kennelijk niet. Het zijn albums die ik zeker nog ga verkennen, want album nummer dertien bevalt me zoals gezegd uitstekend.

Passenger bracht vorig jaar een album (Patchwork) uit dat hij maakte tijdens de eerste Britse lockdown. Songs For The Drunk And Broken Hearted werd opgenomen voor het coronavirus het Verenigd Koninkrijk bereikte en is een heus breakup album.

Direct bij eerste beluistering van het dertiende album van Passenger kwam ik weer in aanraking met de stem die me ruim acht jaar geleden nog in de weg zat. Mike Rosenberg beschikt nog steeds over een bijzonder stemgeluid, maar het klinkt toch minder atypisch dan in mijn beleving. Hier en daar hoor ik een vleugje David Gray, maar ik hoor toch vooral Cat Stevens.

Cat Stevens is sowieso interessant vergelijkingsmateriaal, want Passenger maakt net als de grote singer-songwriter uit vooral de jaren 70 songs waarin folk en pop hand in hand gaan en waarin de melancholie met flinke scheppen wordt geserveerd.

Dat laatste is op Songs For The Drunk And Broken Hearted niet zo gek, want het is zoals gezegd een breakup album. Passenger vertolkt zijn breakup songs vol gevoel en kleurt ze op bijzonder fraaie wijze in, waarbij invloeden uit de jaren 70 zeker niet uit de weg worden gegaan.

Passenger is na al die albums een gelouterd songwriter en tovert op zijn nieuwe album het ene na het andere uitstekende popliedje uit de hoge hoed. Het klinkt af en toe wel wat gepolijst, maar het rauwe randje op de stembanden van de Britse muzikant zorgt voor voldoende emotie om de breakup songs als oprecht te ervaren. Het is overigens gek dat de stem die me in 2012 nog vreselijk in de weg zat er nu toe bijdraagt dat de songs van Passenger interessanter klinken dan die van al die andere succesvolle Britse singer-songwriters.

Songs For The Drunk And Broken Hearted bevat tien mooie popliedjes en het zijn popliedjes van hoge kwaliteit. Als je hebt gekozen voor de luxe editie van het album komen de songs in omgekeerde volgorde nogmaals voorbij, maar nu in een volledig akoestische versie, waarin Passenger genoeg heeft aan een akoestische gitaar en zijn stem.

De meer aangeklede versies van de songs zijn ook zeker niet als overdadig te typeren, maar ontdaan van alle versiersels brengt Passenger zijn songs terug tot de ruwe essentie en levert hij aan de lopende band pareltjes af. Ik had het nooit verwacht, maar dit is echt een uitstekend album. Erwin Zijleman

Patrick Sweany - Daytime Turned to Nighttime (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Patrick Sweany - Daytime Turned To Nighttime - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Akron, Ohio afkomstige, maar tegenwoordig vanuit Nashville opererende Patrick Sweany maakt inmiddels al ruim 15 jaar platen, maar zelf ken ik de Amerikaanse singer-songwriter pas sinds uit 2013 stammende Close To The Floor, dat ik overigens pas een paar maanden geleden ontdekte.

Ik was nog steeds van plan om aandacht te besteden aan deze ijzersterke plaat, maar met Daytime Turned To Nighttime ligt er al weer een nieuwe plaat van Patrick Sweany in de winkel.

Het is een plaat die wederom laat horen dat Patrick Sweany beschikt over meerdere grote talenten.

Daytime Turned To Nighttime is allereerst een geweldige gitaarplaat. Het bluesy gitaarspel van Patrick Sweany is over het algemeen genomen heerlijk ingetogen en verrassend veelkleurig. Het is gitaarspel dat afwisselend associaties oproept met dat van grootheden als Tony Joe White, Sonny Landreth en Ry Cooder.

Patrick Sweany speelt zo aangenaam dat hij van mij best een hele plaat met zijn gitaarwerk zou mogen vullen, maar hij schrijft ook nog eens prima songs. Het zijn dit keer vooral lome en zeer ingetogen songs en dat past uitstekend bij het gitaarspel van Patrick Sweany en bij zijn mooie stem. Het is een stem die af en toe wat doet denken aan die van John Hiatt, al zijn de vocalen van Patrick Sweany wat gevarieerder en wat mij betreft ook emotievolle.

Daytime Turned To Nighttime bevat een aantal 100% blues songs, maar Patrick Sweany is ook een meester in het aan elkaar smeden van de verschillende stijlen binnen het rootssegment, wat van Daytime Turned To Nighttime een heerlijk veelzijdige plaat maakt.

De Amerikaan speelt en zingt zelf de sterren van de hemel, maar ook zijn band en achtergrondvocalisten dragen nadrukkelijk bij aan het muzikale plezier dat van deze plaat af spat. Echt een plaat om verliefd op te worden en vervolgens nog heel lang te blijven. Ik laat hem voorlopig niet meer los. Erwin Zijleman

Patti Smith - Horses (1975)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Patti Smith - Horses (1975) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Patti Smith - Horses (1975)
Patti Smith ambieerde lange tijd een carrière als dichter, maar met haar debuutalbum Horses uit 1975 schaarde de New Yorkse muzikante zich onder de iconen uit de geschiedenis van de popmuziek

Vanaf 1977 zou de popmuziek langzaam veranderen door de opkomst van de punk en new wave, die zowel vanuit Londen als New York de aanval opende op de gevestigde orde binnen de popmuziek. Twee jaar eerder verscheen Horses van Patti Smith en dat is met de kennis van nu een album dat zijn tijd ver vooruit was. Patti Smith begon misschien bij de rockmuziek als die in 1975 werd gemaakt, maar haar muziek klonk ruwer en haar zang indringender. Horses is een album dat vanaf de eerste noten urgent klinkt en dat doet het album bijna 50 jaar na de release nog steeds. Het is niet mijn favoriete Patti Smith album, maar wel haar beste en meest invloedrijke album.

Patti Smith wordt gerekend tot de vaandeldragers van de New Yorkse punk en new wave, die in de tweede helft van de jaren 70 tot bloei kwam in clubs als Max’s Kansas City en CBGB. Daar is in muzikaal opzicht misschien wel iets voor te zeggen, maar toen de Amerikaanse muzikante in 1975 opdook met haar debuutalbum waren de genres punk en new wave nog niet eens uitgevonden.

Patti Smith was sinds het begin van de jaren 70 al actief in New York, in eerste instantie als dichter, maar toen ze op ging trekken met gitarist Lenny Kaye combineerde ze haar gedichten steeds vaker met muziek. Het leverde Patti Smith uiteindelijk een platencontract op, waarna in 1975 haar debuutalbum Horses verscheen. Horses is en was een sensationeel album, dat wordt gerekend tot de klassiekers van de New Yorkse punk en new wave, maar dat ook ver buiten de lijntjes van deze genres kleurt.

Horses opent met Patti Smith’s versie van het door Van Morrison geschreven Gloria, waarna zeven songs volgen die Patti Smith schreef met een aantal bevriende muzikanten, onder wie de eerder genoemde Lenny Kaye en Tom Verlaine, die twee jaar na Horses met zijn band Television het prachtige Marquee Moon zou maken. Patti Smith maakt op Horses muziek die niet eens zoveel afwijkt van de rockmuziek en singer-songwriter muziek die in de vroege jaren 70 gangbaar was, maar de intensiteit en ruwe energie van haar muziek zorgden er voor dat Patti Smith in 1975 echt anders klonk dan haar collega muzikanten.

Die intensiteit en ruwe energie hoor je vooral terug in de expressieve zang van de New Yorkse muzikanten, die haar teksten met veel gevoel en passie voordraagt. De kracht van de zang wordt alleen maar sterker wanneer Patti Smith kiest voor poëtische teksten waarin haar verleden als dichter weer aan de oppervlakte komt. Horses is een album dat negen tracks lang urgentie uitstraalt en dat af en toe bijna beklemmend klinkt.

Het is de verdienste van de gedreven zang van Patti Smith, maar ook het rauwe geluid van haar band en met name het gitaarwerk van Lenny Kaye geven Horses twee jaar voor de opkomst van de punk in een aantal tracks een punky vibe. Horses werd opgenomen in de roemruchte Electric Lady Studios in New York en niemand minder dan John Cale produceerde het album. De voormalige Velvet Underground muzikant koos voor een redelijk rauw bandgeluid, wat bijdraagt aan de energie van Horses.

Het album flirt veelvuldig met rauwe garagerock, maar ook uitstapjes richting reggae (Redondo Beach), jazz en avant garde worden niet geschuwd. Het krachtigst zijn wat mij betreft de zich wat langzaam voortslepende tracks waarin Patti Smith haar ambities als dichter nog niet heeft opgegeven. Het ruim negen minuten durende Birdland begint misschien als een wat jazzy en door piano gedomineerde singer-songwriter track uit de vroege jaren 70, maar wanneer Patti Smith haar teksten steeds indringender en uitbundiger gaat voordragen en zich hierbij laat begeleiden door geweldige gitaarlijnen, is duidelijk dat ze uit ander hout is gesneden dan de andere vrouwelijke singer-songwriters van dat moment.

Ik luister echt veel vaker naar Easter uit 1977 en vooral Wave uit 1979, die wat toegankelijker zijn dan het debuutalbum van Patti Smith, maar Horses blijft toch het meest indrukwekkende album van Patti Smith en is inmiddels terecht uitgegroeid tot een van de kroonjuwelen van de New Yorkse rockmuziek van de jaren 70. Erwin Zijleman

Patty Griffin - Patty Griffin (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Patty Griffin - Patty Griffin - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Patty Griffin - Patty Griffin
Patty Griffin doet weer nadrukkelijk haar eigen ding op een plaat zonder opsmuk die imponeert met vocalen vol emotie en zeggingskracht

Patty Griffin maakt al ruim 20 jaar platen en de een is nog beter dan de ander. Ook op haar titelloze elfde plaat maakt de singer-songwriter uit Austin, Texas, weer indruk met een indringende rootsplaat zonder tierelantijntjes. De instrumentatie is puur en akoestisch, maar bijzonder fraai, de songs zijn zoals altijd uitstekend, maar de meeste kracht schuilt ook dit keer in de prachtige stem van Patty Griffin, die emotie en doorleving koppelt aan zeggingskracht en urgentie. Ook deze plaat grijpt je bij de eerste noten bij de strot en laat pas 13 songs en 56 minuten later weer los. Prachtplaat.

Toen Patty Griffin in 1996 debuteerde met het bijzonder fraaie Living With Ghosts, voorspelde vrijwel iedere liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek haar een grote toekomst.

De singer-songwriter die werd geboren in Old Town, Maine, zaagde op haar debuut nadrukkelijk aan de stoelpoten van de groten in de Amerikaanse countrymuziek.

Dat deed Patty Griffin vooral met haar stem, die vol emotie, passie en zeggingskracht zit. Die stem is in de loop der jaren alleen maar mooier geworden, maar ondanks tien geweldige albums is Patty Griffin nog steeds niet uit de schaduw gekomen van de groten in het genre en heeft ze bovendien concurrentie gekregen van een jongere garde, die stevig scoort met net wat lichtvoetigere muziek.

Patty Griffin brengt haar platen inmiddels op haar eigen label uit en neemt de tijd voor deze platen. Haar titelloze nieuwe plaat is de opvolger van het alweer uit 2015 stammende Servant Of Love en werd tussen oktober 2017 en september 2018 opgenomen in de Church House Studios in Austin, Texas.

In haar thuisbasis kreeg de singer-songwriter, die volgende week haar 55e verjaardag viert, gezelschap van een beperkt aantal maar zeer gelouterde gastmuzikanten, waarna ook nog wat strijkers en blazers aanschoven. Patty Griffin produceerde haar nieuwe plaat samen met muzikant en producer Craig Ross, die ook meerdere instrumenten bespeelde tijdens de opnamen.

De titelloze nieuwe plaat van Patty Griffin is voorzien van een mooi warm en akoestisch geluid. Het is een geluid waarin ruimte is voor prachtig snarenwerk en fraaie accenten van andere instrumenten, maar de hoofdrol is uiteraard weggelegd voor de geweldige stem van Patty Griffin. De muzikante uit Austin, Texas, is de afgelopen twintig jaar alleen maar mooier gaan zingen en imponeert met een stem vol emotie, die je onmiddellijk bij de strot grijpt.

Het is een stem die in meerdere genres uit de voeten kan en daar maakt Patty Griffin dankbaar gebruik van. Ze kon altijd al uitstekend uit de voeten binnen de folk en de country, maar voegt op haar nieuwe plaat ook nog wat uitstapjes richting onder andere blues en jazz toe. Patty Griffin schuift in deze uitstapjes op richting een zangeres als Madeleine Peyroux en ook deze topzangeres steekt ze makkelijk naar de kroon, net als alle zangeressen met wie ze in het verleden werd vergeleken.

Ook het nieuwe album van Patty Griffin is weer een sobere plaat zonder al te veel opsmuk. De instrumentatie doet wat traditioneel aan, net als de songs van de singer-songwriter uit Austin. Patty Griffin zal daarom niet zo makkelijk scoren als de countrypop zangeressen van het moment, maar wat legt ze weer veel gevoel in haar zang en wat zijn haar songs weer mooi en indringend.

En als dan ook Robert Plant nog eens opduikt in twee songs is het feest compleet. De twee werkten al eerder samen, maar mogen van mij best eens een heel gezamenlijk album uitbrengen. Ook met een volgende soloplaat van Patty Griffin ben ik overigens zeer tevreden, want ze laat ook op haar nieuwe en elfde album weer horen dat ze met de allerbesten mee kan. Erwin Zijleman

Patty Griffin - Servant of Love (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Patty Griffin - Servant Of Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is volgend jaar al weer 20 jaar geleden dat Patty Griffin haar debuut uitbracht. Sindsdien heeft ze volgens Allmusic.com alleen maar viersterrenplaten uitgebracht.

Dat vind ik eerder een voorzichtige inschatting dan overdreven, want in mijn optiek zitten er toch een paar tussen die net wat meer verdienen.

Desondanks is de muziek van Patty Griffin lang niet bij alle liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek bekend. Waar dat aan ligt weet ik niet, al zal het feit dat een plaat van Patty Griffin je niet in de koude kleren gaat zitten vast meespelen.

Ook Servant Of Love is weer een buitengewoon intense plaat met voornamelijk ingetogen songs die je vastgrijpen en niet zomaar los laten.

Patty Griffin heeft haar nieuwe plaat voorzien van een donker en wat broeierig geluid dat je meeneemt naar het Zuiden van de Verenigde Staten. Het is een veelzijdig geluid waarin volop ruimte is voor invloeden uit de folk, maar waarin ook invloeden uit de country, bluegrass, jazz en psychedelica met enige regelmaat opduiken.

Servant Of Love is een plaat over de zonnige en de minder zonnige kanten van de liefde en daar kan Patty Griffin over meepraten. Het levert een serie intense, vaak indringende en lang niet altijd makkelijk te doorgronden songs op, die zowel in muzikaal als in vocaal opzicht indruk maken. Over de stem van Patty Griffin zijn de meningen verdeeld, maar persoonlijk vind ik het een van de meest aansprekende en een van de meest veelzijdige stemmen in het genre.

De combinatie van een donkere en broeierige instrumentatie, de emotievolle vocalen van Patty Griffin en songs van een niveau waarvan de meeste singer-songwriter alleen maar kunnen dromen, leverde sinds 1996 al geregeld prachtplaten op en ook Servant Of Love is er weer een.

Leg hem zeker niet te snel opzij, want het is er ook nog eens een die veel mooier wordt wanneer je hem wat vaker hebt gehoord. Erwin Zijleman

Paul Bond - Sunset Blues (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul Bond - Sunset Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Paul Bond - Sunset Blues
De Nederlandse muzikant Paul Bond levert een tijdloos klinkend singer-songwriter album af, dat in muzikaal, vocaal en tekstueel opzicht indruk maakt en vooral smaakt naar veel en veel meer

Paul Bond timmert al aardig wat jaren aan de weg als lid van de band Dandelion en als sessiemuzikant, maar met Sunset Blues zet hij zijn eerste stappen als solomuzikant. Het is helaas slechts een minialbum, want Sunset Blues had van mij minstens twee keer zo lang mogen duren. Paul Bond herinnert met zijn muziek vol invloeden uit de folk, country en singer-songwriter muziek meerde malen aan de jaren 70, maar Sunset Blues klinkt ook fris. In muzikaal opzicht steekt het allemaal knap in elkaar en ook in vocaal opzicht maakt de Nederlandse muzikant makkelijk indruk. Sunset Blues is al met al een minialbum dat overloopt van de belofte.

Ik beperk me op de krenten uit de pop normaal gesproken tot volwaardige albums, want daarvan heb ik er week na week al veel meer dan ik kan bespreken. Af en toe maak ik echter een uitzondering voor EP’s of minialbums, zeker nu het aantal nieuwe releases wat af begint te nemen.

Sunset Blues van de Nederlandse muzikant Paul Bond wordt hier en daar een album genoemd, maar met zeven, vaak wat korte, songs en nog geen twintig minuten muziek is het wat mij betreft een minialbum. Het is wel een mooi en bijzonder mini-album, dat in die kleine twintig minuten geen steken laat vallen.

Paul Bond duikt geregeld op als sessiemuzikant, maar ik ken hem ook nog van de band Dandelion, die in 2016 en 2019 prima albums afleverde. Zeker op het album Everest uit 2016 maakte Dandelion bescheiden indruk met muziek die nogal eens herinnerde aan de muziek die in de jaren 70 werd gemaakt, met hier en daar wat echo’s naar de muziek van Crosby, Stills, Nash & Young.

Ook op Sunset Blues maakt Paul Bond geen geheim van zijn voorliefde voor muziek uit de jaren 70. Sunset Blues heeft niet alleen een cover die direct herinnert aan de jaren 70, maar ook in muzikaal opzicht zijn invloeden uit dit decennium nooit ver weg. Paul Bond heeft de songs op zijn albums voorzien van een Amerikaans aandoend geluid, dat je vooral mee terugneemt naar Los Angeles en de heuvels rond Los Angeles, waarin de jaren 60 en 70 veel mooie muziek werd gemaakt.

De Nederlandse muzikant kiest op zijn minialbum voor een basis van akoestische gitaar (en eenmaal voor een piano intermezzo) en een ritmesectie, maar in alle songs op het album worden fraaie versiersels toegevoegd, met name van orgels en keyboards, maar ook van blazers of de mondharmonica. Het steekt allemaal knap in elkaar, maar wat klinkt het ook allemaal onweerstaanbaar lekker.

Sunset Blues verschijnt in de herfst, maar ik kan me voorstellen dat de songs van Paul Bond het nog net wat beter doen in de lentezon of op een mooie zomeravond. In muzikaal opzicht is Sunset Blues een tijdloos minialbum vol echo’s uit de jaren 70, maar ook in vocaal opzicht maakt de Nederlandse muzikant makkelijk indruk.

Paul Bond beschikt over een warm en aangenaam stemgeluid, dat perfect past bij de muziek die hij maakt. Het is een stem die zich uitermate soepel beweegt door het gevarieerde muzikale landschap op Sunset Blue en die bij herhaalde beluistering alleen maar aangenamer klinkt en flink bijdraagt aan aangename sfeer die het album oproept.

De zang op Sunset Blues roept associaties op met flink wat zeer getalenteerde singer-songwriters uit het verleden, maar ik zou dit minialbum zeker niet in het hokje retro duren. De mix van folk, country en singer-songwriter muziek van weleer klinkt weliswaar zeer authentiek, maar misstaat ook zeker niet tussen de singer-songwriter albums uit het heden.

Paul Bond schrijft ook nog eens aanstekelijke songs en voorziet deze van diepgravende en vaak literaire teksten, die onder andere reflecteren op het vaderschap. Sunset Blues maakt zeven songs en bijna twintig minuten lang flink wat indruk met songs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden, waardoor dit minialbum niet alleen garant staat voor twintig minuten aangename muziek, maar boven alles smaakt naar veel en veel meer. Erwin Zijleman

Paul Carrack - These Days (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul Carrack - These Days - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ouwe rot overtuigt met zeer aangename portie blue-eyed soul (en meer)
Paul Carrack heeft een indrukwekkende staat van dienst binnen de Britse popmuziek en heeft inmiddels een imposante stapel platen op zijn naam staan. Het zijn platen die niet overdreven veel opzien hebben gebaard en ook These Days zal dat waarschijnlijk niet doen. De Brit heeft echter een bijzonder aangename plaat gemaakt, die zich langzaam, maar uiteindelijk zeer nadrukkelijk, opdringt. Het is een plaat vol zwoele blue-eyed soul en aanliggende genres, gespeeld door topmuzikanten en gezongen door een muzikant die niet altijd de waardering krijgt die hij verdient, maar op deze plaat laat horen dat hij mee kan met de besten.


Paul Carrack draait vanaf het begin van de jaren 70 mee in de Britse muziekscene. Hij speelde in bands als Ace, Mike & The Mechanics, Roxy Music en Squeeze, werkte intensief samen met de geweldige Frankie Miller en met Nick Lowe en maakte tussen 1980 en nu ook nog eens 17 soloplaten.

Buiten de twee Roxy Music platen waarop Paul Carrack meespeelt (Manifesto en Flesh And Blood) heb ik er waarschijnlijk maar weinig van in huis. Ik heb (als voormalig Genesis fan) helemaal niets met de muziek van Mike & The Mechanics en omdat ik Paul Carrack direct associeerde met deze band, heb ik zijn soloplaten tot dusver links laten liggen.

Dat was ik ook van plan met These Days, totdat de promotor van deze plaat me nog eens met klem adviseerde om er naar te luisteren. Toen ik dat deed was ik zeker niet direct verkocht. Op These Days maakt Paul Carrack de blue-eyed soul die ik in ruime mate in de kast heb staan, maar eigenlijk nauwelijks draai omdat de brown-eyed soul toch meestal de voorkeur krijgt.

These Days is echter een plaat die zich langzaam, maar uiteindelijk met veel overtuiging opdringt. Paul Carrack heeft voor zijn nieuwe soloplaat een aantal gelouterde muzikanten om zich heen verzameld, onder wie meesterdrummer Steve Gadd, McCartney gitarist Robbie MacIntosh en James Brown saxofonist Pee Wee Ellis. Het zorgt er voor dat These Days in muzikaal opzicht bijzonder aangenaam klinkt. De topmuzikanten op de plaat zorgen bovendien voor een zeer veelzijdig geluid, waarin volop ruimte is voor (blue-eyed) soul, maar ook invloeden uit de rhythm & blues, Steely Dan achtige jazz, blues en zelfs reggae een plekje hebben gekregen.

Het is een geluid waarin de soulvolle strot van Paul Carrack uitstekend gedijt. De Britse zanger draait al een flinke tijd mee, maar klinkt op zijn nieuwe plaat soepel en trefzeker. Zeker in de soulvolle tracks op de plaat hoor je flarden van de grote soulzangers uit het verleden, maar in de bluesy tracks kan Paul Carrack ook dicht tegen bijvoorbeeld Robert Cray aan schuren.

These Days is een plaat die door de soulvolle klanken en de prima zang vrij makkelijk zorgt voor een goed gevoel, maar de plaat maakte in eerste instantie op mij geen hele grote indruk. Het kwartje viel bij herhaalde beluistering echter wel. Enerzijds omdat het muzikaal staat als een huis en anderzijds omdat Paul Carrack op These Days een groot zanger is. Het is knap hoe de muzikanten op de plaat soepel schakelen tussen uiteenlopende genres en het is nog knapper hoe Paul Carrack al deze genres aan de zegekar bindt. De Brit maakt indruk in de soulvolle tracks op de plaat, maar imponeert in de wat meer ingetogen songs op de plaat.

These Days promoveert hierdoor razendsnel van een lekker plaatje voor op de achtergrond tot een plaat die steeds meer moois laat horen en ook steeds meer indruk maakt. Ik was tot dusver wat bevooroordeeld over het werk van Paul Carrack, maar These Days is echt een prima plaat. Erwin Zijleman

Paul Cauthen - Room 41 (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul Cauthen - Room 41 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Paul Cauthen - Room 41
Paul Cauthen zingt een hoop ellende van zich af op een zwaar, donker en bij vlagen zelfs wat onheilspellend rootsalbum dat opvalt door een bijzondere stem en een fraaie instrumentatie

Ik weet niet waar het aan lag, maar na een paar tracks had Room 41 van de Amerikaanse muzikant Paul Cauthen me opeens te pakken. Tot dat moment genoot ik van het donkere en vette geluid op het album, maar had ik wat moeite met de even donkere en wat dramatische stem van de Amerikaanse muzikant. Het is een stem die Room 41 uiteindelijk een uniek karakter geeft. Het is een uniek karakter dat verder wordt versterkt door een vol en warm geluid dat boordevol invloeden zit en dat zowel tijdloos als eigentijds klinkt. Terecht bejubeld in vele jaarlijstjes? Ja, wat mij betreft.

De volgende rootsplaat die hoog scoorde in de jaarlijstjes van de liefhebbers van het genre, maar die bij mij op de stapel bleef liggen is Room 41 van de Amerikaanse muzikant Paul Cauthen. Het albun sprak mij een paar maanden geleden in muzikaal opzicht direct aan, maar ik had wat moeite met de stem van de muzikant uit Dallas, Texas, waarna ik, vooral vanwege het enorme aanbod van dat moment, het album snel aan de kant schoof.

Toen ik het eerder deze week opnieuw probeerde met het album van de Amerikaanse muzikant, was de eerste indruk eigenlijk niet anders. Een lekker vet en soulvol rootsgeluid met geweldig gitaar- en orgelwerk, maar een stem die me niet direct te pakken had. Dit keer luisterde ik echter wat langer naar het album van Paul Cauthen en kwam ik ook toe aan de tweede track, waarin de stem van de Amerikaanse muzikant me al meer aanspraak, bijvoorbeeld vanwege het vleugje Johnny Cash in zijn stem.

De stem van Paul Cauthen blijft er een waarvan je moet houden, want het is een wat zwaar aangezette stem, die het geluid op Room 41 voor een belangrijk deel bepaalt en een wat onheilspellend karakter geeft. In eerste instantie hield ik me daarom vast aan de instrumentatie op het album die voller en steviger is dan op de meeste andere platen in het genre. Het is een instrumentatie vol invloeden uit de rhythm & blues en de soul, maar ook invloeden uit onder andere de folk, blues, country, funk, rock en gospel hebben hun weg gevonden naar het geluid op Room 41.

Room 41 klinkt als een album dat zo is weggelopen uit de jaren 70 en het is een geluid dat me wel bevalt. Het is een geluid dat uiteindelijk ook goed past bij de bijzondere stem van Paul Cauthen, die ook nog een randje Elvis in zijn stem heeft en hierdoor wat drama toevoegt aan de zang op zijn tweede album. Dat drama is niet misplaatst, want het leven van Paul Cauthen ging de afgelopen jaren niet over rozen. De Amerikaanse muzikant kampte de afgelopen jaren met verslavingen, problemen met zijn gezondheid en een stukgelopen relatie en kwam uiteindelijk terecht in een hotelkamer (kamer 41) van een hotel in Dallas, van waaruit hij zijn leven als muzikant probeert vorm te geven.

Dat lukt in muzikaal opzicht uitstekend met het gloedvolle album, waarop de Amerikaanse muzikant een aantal competente muzikanten als medestander heeft gevonden. Langzaam maar zeker begon ik vervolgens ook te wennen aan de stem van Paul Cauthen en hoor ik de meerwaarde van de bijzondere stem, die Room 41 voorziet van warmte en doorleving.

Het is niet alleen de stem waarmee het tweede album van Paul Cauthen zich uiteindelijk weet te onderscheiden van alle andere rootsplaten van het moment. De instrumentatie op het album is niet alleen gloedvol en tijdloos, maar laat met enige regelmaat ook verassende wendingen horen, bijvoorbeeld van synths, die de muziek van Paul Cauthen het heden in slepen.

Ik kan me goed voorstellen dat een ieder die direct een zwak heeft voor de stem van de Texaanse muzikant onmiddellijk gegrepen is door dit album, maar ook rootsliefhebbers bij wie deze stem in eerste instantie wat tegen de haren in strijkt moeten Room 41 zeker wat vaker beluisteren. Grote kans dat het album dan alsnog stijgt tot de hoogten die de eerste groep er al direct in hoorden. Erwin Zijleman

Paul Collins - Feel the Noise (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul Collins - Feel The Noise - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In 1978 formeerde de Amerikaanse muzikant Paul Collins in Los Angeles een bandje dat de naam The Beat kreeg. Niet veel later werd in het Britse Birmingham een band met dezelfde naam geformeerd.

Paul Collins had de oudste rechten, waardoor de Britse band formeel de naam The English Beat moest dragen, maar zeker in Europa denken we bij The Beat direct aan de (overigens ook zeker niet slechte) Britse ska band en niet aan de Amerikaanse powerpop band.

Het werkelijk geweldige titelloze debuut van de Amerikaanse versie van The Beat trok hierdoor in Europa nauwelijks aandacht en ook de als Paul Collins’ Beat uitgebrachte, en eveneens uitstekende, tweede plaat ging roemloos ten onder. Liefhebbers van powerpop kan ik met klem adviseren om de platen van de Amerikaanse versie van The Beat alsnog te beluisteren, want het zijn inmiddels klassiekers in de Amerikaanse powerpop. Hetzelfde geldt overigens voor de platen van de band die Paul Collins nog voor The Beat formeerde; The Nerves.

Mede door het gedoe met de naam viel het doek voor The Beat ergens halverwege de jaren 80, waarna Paul Collins aan een solocarrière begon. Deze solocarrière is me tot dusver eerlijk gezegd compleet ontgaan. Naar verluid maakte Paul Collins in eerste instantie countryrockplaten en keerde hij pas later terug naar de powerpop, waarna hij zich op zijn vorige, uit 2010 stammende, plaat, zelfs uitriep tot de koning van het genre. Collins was de afgelopen decennia naar verluid een cultheld in Spanje, maar de rest van de wereld vergat de man die de powerpop op de kaart zette, maar hier nooit enig krediet voor kreeg.

Met Feel The Noise is Paul Collins echter terug. Paul Collins is inmiddels heel wat jaartjes ouder geworden, maar klinkt op Feel The Noise nog altijd als de jonge hond van ruim 35 jaar geleden. Feel The Noise eert nadrukkelijk het klassieke powerpop geluid en het is een geluid dat nog niets van zijn glans, kracht en urgentie heeft verloren.

Liefhebbers van muzikale hoogstandjes zijn bij Paul Collins nog altijd aan het verkeerde adres. Feel The Noise grossiert in aanstekelijke powerpopsongs zonder al te veel pretenties of tierelantijntjes. Zeker in tekstueel opzicht graait Paul Collins wel erg opzichtig in de bak met rock ’n roll clichés, maar hij komt er mee weg.

Ook in muzikaal opzicht lijkt Collins over het algemeen netjes binnen de lijnen van het mede door hemzelf uitgevonden genre te kleuren, maar bij aandachtige beluistering hoor je dat Collins ook een aantal malen de grenzen van het genre opzoekt en bruggen slaat met de andere genres die hem aan het hart liggen.

Feel The Noise is daarom meer dan een herhalingsoefening, maar het is boven alles een plaat met vrijwel onweerstaanbare popsongs. Paul Collins schreef ze een eeuwigheid geleden voor The Beat, maar hij is het nog altijd niet verleerd. Collins is in al die jaren hooguit wat gruiziger en doorleefder gaan klinken, maar is verder nog steeds de angry young man van ruim 35 jaar geleden. Het gaat misschien wat ver om jezelf uit te roepen tot de “King of Powerpop”, maar afgaande op de kwaliteit van Feel The Noise valt er weinig tot niets op af te dingen. Erwin Zijleman

Paul McCartney - Egypt Station (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul McCartney - Egypt Station - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Uitstekende plaat met nadrukkelijk de hand van de meester
Natuurlijk is Egypt Station niet zo goed als de beste soloplaten van Paul McCartney of het beste van The Beatles of Wings, maar er valt meer dan genoeg te genieten op de nieuwe plaat van de legendarische Britse muzikant. Paul McCartney schrijft immers nog altijd geweldige songs, weet meerdere keren te verrassen en emotioneert stiekem toch ook met het randje sleet op de inmiddels 76 jaar oude stembanden. Egypt Station past prima in het rijtje sterke platen dat de Brit de afgelopen twintig jaar heeft gemaakt en kan absoluut mee met de betere platen van het moment.


Paul McCartney is al lang niet meer zo productief als in zijn jongere jaren. De inmiddels 76 jaar oude muzikant maakte vijf jaar geleden indruk met New en heeft zich met het rijtje Flaming Pie (1997), Run Devil Run (1999), Driving Rain (2001), Chaos And Creation In The Backyard (2005), Memory Almost Full (2007) en New (2013) knap gerevancheerd voor de veel zwakkere platen die hij vanaf de tweede helft van de jaren 80 afleverde.

Ik vind het persoonlijk lastig om het nieuwere werk van Paul McCartney te duiden. Ook Egypt Station kan, wil en mag ik niet vergelijken met zijn beste soloplaten of de beste platen van The Beatles en Wings, maar die verleiding is niet te weerstaan wanneer flarden van zijn oude werk opduiken op een nieuwe plaat.

Egypt Station bevat volop flarden uit het verleden. Na een kort intro opent McCartney zijn nieuwe plaat met een ballad zoals hij die al zoveel heeft gemaakt. Het is een ballad die direct aanspreekt en ook direct blijft hangen, maar het is ook een ballad die laat horen dat de stembanden van de Brit inmiddels flink aan slijtage onderhevig zijn.

In de uptempo track die volgt keert McCartney terug naar zijn jaren met Wings in een song die als niemendalletje begint, maar uiteindelijk toch lekker blijft hangen en ook nog even verrast wanneer aan het eind een Beatlesque sitar opduikt. Egypt Station staat vol met dit soort tracks en zeker in instrumentaal opzicht zijn er talloze verwijzingen naar het werk van The Beatles (luister maar eens naar de piano). Alle fraaie accenten in de instrumentatie hadden overigens een wat mooiere productie verdiend, maar dit terzijde.

Paul McCartney is het schrijven van geweldige popsongs nog altijd niet verleerd en maakt hierbij natuurlijk handig gebruik van al het moois dat hij sinds het begin van de jaren 60 heeft bijgedragen aan de popmuziek. Egypt Station vliegt eigenlijk maar één keer echt uit de bocht. Met Fuh You probeert de ode meester aan te sluiten bij de hitmakers van het moment en slaat hij de plank flink mis (met een Coldplay achtig deuntje). Het illustreert misschien ook wel dat het niveau van zijn oude werk op een veel hoger niveau ligt dan de songs die momenteel de hitlijsten bevolken.

Egypt Station staat zoals gezegd vol met echo’s uit het roemruchte verleden van Paul McCartney, waarbij hij zowel teruggrijpt op al zijn eigen werk als op de rock ’n roll waarmee hij aan het eind van de jaren 50 opgroeide in Liverpool. McCartney beperkt zich echter zeker niet tot zijn verleden en stopt ook meer dan genoeg eigentijdse klanken in zijn muziek, waardoor Egypt Station het volste bestaansrecht heeft.

In eerste instantie had ik wel wat moeite met het zwakker en kwetsbaarder klinkende stemgeluid van Paul McCartney, dat overigens flink wordt ondersteund door moderne techniek, maar het geeft de plaat ook een bijzondere emotionele lading, al is het maar omdat je je beseft dat ook Paul McCartney niet het eeuwige leven heeft. Voorlopig kunnen we echter nog genieten van zijn muziek en kan ik concluderen dat de Brit het hoge niveau van de platen die hij sinds 1997 heeft gemaakt vast heeft weten te houden.

Het is misschien niet zo goed als de echte kroonjuwelen uit zijn oeuvre, maar er zijn toch heel wat bejubelde jonge muzikanten die het niveau van Egypt Station bij lange na niet halen. Dat Egypt Station ook een aantal songs bevat die niet zouden misstaan op een goede McCartney verzamelaar zegt nog wat meer over het niveau van deze uitstekende plaat, die ook wel wat mindere songs bevat, maar dat kennen we van Paul McCartney en kan op een plaat met een uur muziek ook niet zo gek veel kwaad. Erwin Zijleman

Paul McCartney - Flaming Pie (1997)

poster
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul McCartney - Flaming Pie, Archive Collection - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Paul McCartney - Flaming Pie, Archive Collection
De volgende release in de Paul McCartney Archives serie en Flaming Pie is een hele mooie die niet al te veel onder doet voor de albums die de Britse muzikant in de jaren 70 uitbracht

Ik grijp niet zo heel snel naar het latere werk van Paul McCartney, maar voor Flaming Pie ga ik vaker een uitzondering maken. Op Flaming Pie grijpt McCartney terug op zijn werk met The Beatles en op zijn oudere solowerk en het pakt fantastisch uit. Het album staat niet alleen vol tijdloze McCartney songs, maar het zijn bovendien McCartney songs van het hoogste niveau. De instrumentatie is prachtig, de productie is vakwerk en McCartney zingt als in zijn beste jaren. Nu ook nog eens fraai geremastered en voorzien van veel bonusmateriaal. Een bijzonder mooie en waardevolle uitgave in de toch al zo mooie Archives Collection.

Als ik een album van Paul McCartney uit de kast trek, speel ik meestal op safe en kies ik er een uit de jaren 70 of hele vroege jaren 80 (tot en met Tug Of War uit 1982 kun je nauwelijks een slechte keuze maken). In de jaren die volgden waren de albums van Paul McCartney van wisselende kwaliteit, maar naast albums die het vooral van momenten moesten hebben, maakte de Britse muzikant ook een aantal uitstekende albums, met name in de late jaren 90 en in het huidige millennium.

Egypt Station (2018), New (2013), Memory Almost Full (2007), Chaos And Creation In The Backyard (2005), Driving Rain (2001) en Run Devil Run (1999) waren stuk voor stuk prima albums, maar het beste albums in het tweede deel van de carrière van Paul McCartney is wat mij betreft toch Flaming Pie uit 1997. Het is desondanks een album dat ik nauwelijks heb beluisterd de afgelopen 23 jaar, tot vorige week een fraaie reissue van het album verscheen in de McCartney Archive Collection.

McCartney liet zich tijdens de opnamen van Flaming Pie naar eigen zeggen inspireren door het omvangrijke Beatles Anthology project, dat destijds net was voltooid. Het is hoorbaar, want meer dan op de meeste andere albums die hij in de tweede helft van de jaren 80 en de jaren 90 afleverde, hebben de songs op Flaming Pie een hoog Beatles gehalte. Flaming Pie is een ontspannen klinkend album, waarop Paul McCartney niet probeert te vernieuwen, maar vooral doet waar hij goed in is.

Ik had Flaming Pie al meer dan 20 jaar niet meer gehoord, maar direct vanaf de eerste noten van de hernieuwde kennismaking valt op hoe goed en tijdloos de songs op het album zijn. McCartney grijpt op Flaming Pie niet alleen terug op zijn beste jaren van zijn solocarrière en op de laatste jaren met de band die de geschiedenis van de popmuziek veranderde, maar weet ook een bijzonder hoog niveau te halen. De songs op het album dringen zich stuk voor stuk genadeloos op en na één keer horen zitten ze voorgoed in het geheugen. Geen loze bewering, want ondanks het feit dat ik Flaming Pie al zo’n 20 jaar niet meer gehoord had was het onmiddellijk een feest van herkenning.

Paul McCartney wordt op het album bijgestaan door een waslijst aan muzikanten, waaronder de nodige strijkers en blazers, maar ook topkrachten als Steve Miller, Ringo Starr en Jeff Lynne, die het album werkelijk prachtig heeft geproduceerd. De geremasterde versie klinkt werkelijk perfect en laat een glashelder geluid vol nostalgie horen.

Flaming Pie bevalt me veel beter dan verwacht en gaat nog heel vaak terugkeren. Liefhebbers van extra materiaal hebben van alles te kiezen, want de nieuwe versies van Flaming Pie variëren van uitgebreid tot zeer uitgebreid met voor de liefhebber een schat aan bonusmateriaal. Zelf beperk ik meestal tot het originele album en dat is ook in dit geval een uitstekende keuze (en een voordelige, want de meest luxe versie kost een klein vermogen). Ik ben vast niet de enige die Flaming Pie al tijden niet meer beluisterd heeft, maar ik zou het zeker weer eens doen. Uiteraard kun je hiervoor ook op Spotify terecht. Erwin Zijleman

Paul McCartney - McCartney III (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul McCartney - McCartney III - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Paul McCartney - McCartney III
Na McCartney (1970) en McCartney II (1980) is er nu McCartney III en ook op dit lockdown album durft Paul McCartney te variëren en te experimenteren met nogal uiteenlopende stijlen

Paul McCartney had een wereldtournee gepland staan voor 2020, maar het liep anders. Thuis knutselde hij McCartney III in elkaar en het is net als de twee andere met huisvlijt gevulde Paul McCartney albums een buitengewoon fascinerend album. Op McCartney III draait het niet om de productie, maar om de songs en als het aankomt op het schrijven van songs behoort Paul McCartney nog altijd tot de allergrootsten. Het zijn stuk voor stuk songs die vermaken, maar het zijn ook songs die de fantasie prikkelen, zeker wanneer de inmiddels 78 jaar oude muzikant het experiment zoekt. Paul McCartney maakt nooit een slecht album, maar McCartney III is weer eens een hele goede.

Een week voor kerst is normaal gesproken niet het moment om een nieuw album uit te brengen en al helemaal niet als je een muzikant van naam en faam bent. Paul McCartney, een van de allergrootsten uit de geschiedenis van de popmuziek, heeft lak aan deze regel, want een week voor kerst verschijnt McCartney III.

Het album heeft deze titel niets voor niets meegekregen. Net als McCartney uit 1970 en McCartney II uit 1980 heeft Paul McCartney het nieuwe album helemaal alleen gemaakt. McCartney uit 1970 volgde op het uit elkaar vallen van The Beatles, terwijl McCartney II in 1980 volgde op het einde van Wings. Veertig jaar na McCartney II hoeft Paul McCartney niet te treuren over het uit elkaar vallen van zijn band, maar dit keer was het de corona pandemie die er voor zorgde dat de Britse muzikant er tijdelijk alleen voor stond en zijn tour werd geannuleerd.

Het dit jaar precies 50 jaar oude McCartney wordt nog altijd gezien als een van de beste soloalbums van de Britse muzikant, terwijl het 40 jaar oude McCartney II werd geroemd vanwege de experimenteerdrift van de voormalige Beatle. De eerste twee zelf in elkaar geknutselde albums werden gemaakt in een periode waarin Paul McCartney op de toppen van zijn kunnen presteerde. Dat gaat wat mij betreft ook op voor McCartney III.

Een geweldig songwriter als Paul McCartney kan geen echt slechte albums maken, maar de Britse muzikant heeft absoluut mindere perioden gekend. De afgelopen jaren steekt de inmiddels 78 jaar oude Paul McCartney echter in een uitstekende vorm. New uit 2013 en Egypt Station uit 2018 waren verrassend sterke albums en ook McCartney III bevalt me uitstekend.

McCartney III is echter een totaal ander album dan zijn twee voorgangers. Zowel New als Egypt Station waren voorzien van een blinkende productie waarin geen plek was voor schoonheidsfoutjes. McCartney III is daarentegen een door McCartney in elkaar geknutseld album dat rauw en eerlijk klinkt. De ene keer domineert de piano, de volgende keer de gitaren, maar in alle gevallen is de instrumentatie op McCartney III relatief sober en ontbreekt de vakkundige productie van de vorige albums van de Britse muzikant.

Schoonheidsfoutjes doen er niet toe op McCartney III en ook het gruis op en de slijtage van de stembanden van Paul McCartney mogen gehoord worden. Alles komt daarom aan op de songwriting skills van de Brit en die zijn nog altijd dik in orde. McCartney III laat zich beïnvloeden door de muziek waarmee Paul McCartney opgroeide, maar staat ook met minstens één been in het heden.

McCartney III laat zich natuurlijk niet vergelijken met zijn allerbeste werk, maar het album laat een geïnspireerde muzikant horen die op zijn 78e nog lang niet klaar is voor een plekje achter de geraniums. Ik liet me ook dit keer vrij makkelijk overtuigen door de grote klasse van de songwriter Paul McCartney, maar McCartney III is ook een album dat nog wel even kan doorgroeien. Het is een album dat ingrediënten van 50 jaar soloalbums samenvoegt en er nog een vleugje uit het heden en wat experiment aan toevoegt ook.

Of wat jongere muziekliefhebbers ook onder de indruk zullen zijn van de huisvlijt van Paul McCartney vraag ik me af, maar persoonlijk beleef ik al een aantal dagen heel veel plezier aan McCartney III en daar gaan als het aan mij ligt nog flink wat dagen, maanden en jaren bij komen. Erwin Zijleman

Paul McCartney - Pure (2016)

Alternatieve titel: Pure McCartney

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul McCartney - Pure McCartney - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik ben een groot fan van Paul McCartney en heb vrijwel alles dat hij gemaakt heeft in huis. Op de nieuwe compilatie Pure McCartney ben ik dan ook niets tegen gekomen, maar desondanks ben ik heel bij met de door Paul McCartney zelf samengestelde verzamelaar.

De luxe editie van Pure McCartney bestaat uit 4 cd’s of LP’s en bevat 67 songs en bijna vierenhalf uur muziek. De standaard editie moet het doen 39 songs in tweeënhalf uur en mist wat mij betreft teveel moois om echt interessant te zijn.

Ook met 67 songs doe je het imposante oeuvre van Paul McCartney nog geen recht, maar de vier schijven bieden zeker een aardige dwarsdoorsnede van het werk van één van de beste en meest invloedrijke songwriters uit de geschiedenis van de popmuziek.

De criticus zal roepen dat er al genoeg McCartney verzamelaars zijn, maar dat valt erg mee. All The Best uit 1987 focuste wel erg op de singles, terwijl op Wingspan een deel van zijn oeuvre, en uiteraard zijn recente werk, onderbelicht bleef. Het mooie van Pure McCartney is dat naast de overbekende singles ook veel minder werk voorbij komt, waaronder ook aardig wat werk van recentere datum.

Wanneer ik een plaat van McCartney uit de kast trek kies ik vrijwel altijd voor één van de klassiekers uit zijn oeuvre en niet voor een van de prima platen die hij de afgelopen decennia heeft gemaakt. De nieuwere songs op Pure McCartney laten horen dat dit niet terecht is en dat winst.

De vier schijven van de nieuwe compilatie richten zich op de muziek die Paul McCartney maakte na het uiteenvallen van The Beatles en komen van zijn soloplaten en de platen die Sir Paul maakte met Wings. Doel van Pure McCartney was volgens de samensteller zelf niet meer dan zorgen voor een paar uur muziek om lekker naar te luisteren, bijvoorbeeld tijdens een lange autorit of op een feestje. Dat is prima gelukt.

Pure McCartney springt bijna vierenhalf uur door het bijzonder rijke oeuvre van Paul McCartney en doet dit van de hak op de tak. McCartney heeft niet gekozen voor een chronologische volgorde en heeft ook in thematisch geen logische volgorde gekozen. Wereldhits worden hierdoor afgewisseld met wat obscuurdere tracks uit zijn oeuvre, terwijl gloednieuwe tracks worden afgewisseld met tracks die stammen uit de tijd dat Paul McCartney zijn eerste stapjes als solomuzikant zette.

Als fan van de songwriter Paul McCartney is het bijna alleen maar genieten, al komen er ook wel een paar hits voorbij die ik nog altijd net wat te lichtvoetig of zoetsappig vind. Over het algemeen genomen betovert Pure McCartney echter met muziek van een niveau dat de meeste muzikanten nooit zullen bereiken of zelfs maar benaderen. Pure McCartney doet me verlangen naar autoritten van minstens vierenhalf uur. Ik kan me niet herinneren dat een andere verzamelaar dat ooit voor elkaar heeft gekregen. Erwin Zijleman

Paul McCartney - Tug of War (1982)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Paul McCartney - Tug Of War, 2015 reissues - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Sinds een aantal jaren verschijnen met grote regelmaat fraaie reissues van het werk van Paul McCartney.

Een onlangs verschenen greep brengt ons terug naar 1982 en 1983, toen respectievelijk Tug Of War en Pipes Of Piece verschenen.

Nu waren de jaren 80 zeker niet de beste jaren in de lange carrière van Paul McCartney. Het decennium begon aardig met het frisse McCartney II, maar in mijn herinnering kwam vervolgens een zwakke periode die, wanneer het gaat om studiomateriaal, aan zou houden tot Flaming Pie uit 1997.

Na beluistering van de reissues van Tug Of War en Pipes Of Piece moet ik deze conclusie toch wat herzien. Pipes Of Piece draagt hier overigens slechts in bescheiden mate aan bij. Pipes Of Piece is een plaat van momenten, want goede momenten heeft een grootheid als Paul McCartney altijd. Pipes Of Piece experimenteert met funk en soul en bevat een aantal prima songs, waardoor de plaat misschien geen hoogvlieger is, maar zeker de moeite van het beluisteren waard is.

Tug Of War vind ik tot mijn verrassing wel een hoogvlieger. De plaat die ik tot voor kort eigenlijk alleen kende van de titeltrack en het samen met Stevie Wonder gemaakte Ebony And Ivory (Pipes Of Piece bevat het samen met Michael Jackson gemaakte Say Say Say), blijkt een sterke plaat met meer dan een handvol geweldige McCartney songs.

Voor Tug Of War deed McCartney een beroep op een heel legioen grootheden (Beatles producer George Martin, Carl Perkins, Stevie Wonder, Stanley Clarke, Eric Stewart, Andy Mackay en Ringo Starr), maar het zijn de uit duizenden herkenbare McCartney songs die van Tug Of War zo’n goede plaat maken.

Ook op Tug Of War experimenteert McCartney met soul en funk, maar de meeste songs borduren voort op het werk van The Beatles en McCartney ‘s geweldige solowerk en de platen van Wings uit de jaren 70. Tug Of War werd destijds makkelijk afgedaan als een zwakke plaat, maar Tug Of War is echt ijzersterk.

De liefhebber krijgt stapels bonusmateriaal. Waar het hoofdgerecht mij meestal het best smaakt is dit bonusmateriaal dit keer zeker ook niet te versmaden. De liefhebber van de perfecte McCartney pop voelt zich als een kind in een snoepwinkel. Erwin Zijleman