Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
10,000 Maniacs - Twice Told Tales (2015)

4,0
0
geplaatst: 11 mei 2015, 15:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: 10,000 Maniacs - Twice Told Tales - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Natuurlijk liggen de hoogtijdagen van 10,000 Maniacs ver achter ons. Voor velen viel het doek voor de band zelfs toen Natalie Merchant in 1992 begon aan een solocarrière, maar persoonlijk was ik best gecharmeerd van Love Among The Ruins; de eerste plaat die de band zonder Natalie Merchant maakte.
Op Love Among The Ruins keerde lid van het eerste uur John Lombardo terug en in zijn kielzog kwam folkzangeres Mary Ramsey (met wie hij in de voorliggende jaren het folkduo John & Mary vormde) mee.
De nieuwe line-up van de band wist mij te verrassen met geïnspireerd en fris klinkende songs, maar mijn positieve mening over 10,000 Maniacs versie 2.0 werd helaas door vrijwel niemand gedeeld.
Sindsdien is 10,000 Maniacs niet al te productief meer. Love Among The Ruins werd in 1999 gevolgd door het wat mij betreft net wat mindere Earth Pressed Flat, dat op zijn beurt pas een vervolg kreeg met het in 2013 verschenen en wel weer aardige Music From The Motion Picture.
Inmiddels zijn we weer twee jaar verder en ligt bijna uit het niets een volgende plaat van 10,000 Maniacs in de winkel. Op Twice Told Tales vertolkt 10,0000 Maniacs uitsluitend traditionals uit de Britse folkmuziek, waardoor de plaat wat traditioneler klinkt dan we van de band gewend zijn.
In een aantal songs blijft 10,000 Maniacs dicht bij de traditionele Britse folk, maar in een aantal andere songs hoor je een band die dicht tegen de klassieke 10,000 Maniacs sound aan schuurt.
Zeker in de wat traditioneler aandoende folksongs heeft de band met Mary Ramsey een sterk wapen in huis. Ramsey beschikt over een mooie heldere stem, die zeker in typische folksongs uitstekend tot zijn recht komt. Ook in de songs die wat dichter tegen het vintage 10,000 Maniacs geluid aan zitten, komt Mary Ramsey echter uitstekend uit de verf. In vocaal opzicht kruipt ze een aantal keren dicht tegen Natalie Merchant aan. Als Lombardo dan los mag gaan op zijn gitaar herleven oude tijden.
Het siert 10,000 Maniacs dat het op Twice Told Tales niet uitsluitend kiest voor een geluid dat herinnert aan het verleden van de band, maar ook kiest voor een mooi en behoorlijk traditioneel folk geluid. Het maakt van Twice Told Tales een lekker gevarieerde plaat, die wat mij betreft laat horen dat 10,000 Maniacs nog steeds bestaansrecht heeft.
Heel veel nieuwe zieltjes gaat de band er waarschijnlijk niet mee winnen (of het moeten oude folkies zijn) en ik vrees dat ook niet veel fans van het eerste uur, die afhaakten toen Natalie Merchant de band verliet, zullen terugkeren op het oude honk. Iedereen die de band trouw is gebleven toen Mary Ramsey het stokje overnam van Natalie Merchant zal echter ook weer genieten van deze plaat, die wat mij betreft net wat minder overtuigt dan Love Among The Ruins, maar beter is dan de twee andere platen van deze line-up van 10,000 Maniacs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: 10,000 Maniacs - Twice Told Tales - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Natuurlijk liggen de hoogtijdagen van 10,000 Maniacs ver achter ons. Voor velen viel het doek voor de band zelfs toen Natalie Merchant in 1992 begon aan een solocarrière, maar persoonlijk was ik best gecharmeerd van Love Among The Ruins; de eerste plaat die de band zonder Natalie Merchant maakte.
Op Love Among The Ruins keerde lid van het eerste uur John Lombardo terug en in zijn kielzog kwam folkzangeres Mary Ramsey (met wie hij in de voorliggende jaren het folkduo John & Mary vormde) mee.
De nieuwe line-up van de band wist mij te verrassen met geïnspireerd en fris klinkende songs, maar mijn positieve mening over 10,000 Maniacs versie 2.0 werd helaas door vrijwel niemand gedeeld.
Sindsdien is 10,000 Maniacs niet al te productief meer. Love Among The Ruins werd in 1999 gevolgd door het wat mij betreft net wat mindere Earth Pressed Flat, dat op zijn beurt pas een vervolg kreeg met het in 2013 verschenen en wel weer aardige Music From The Motion Picture.
Inmiddels zijn we weer twee jaar verder en ligt bijna uit het niets een volgende plaat van 10,000 Maniacs in de winkel. Op Twice Told Tales vertolkt 10,0000 Maniacs uitsluitend traditionals uit de Britse folkmuziek, waardoor de plaat wat traditioneler klinkt dan we van de band gewend zijn.
In een aantal songs blijft 10,000 Maniacs dicht bij de traditionele Britse folk, maar in een aantal andere songs hoor je een band die dicht tegen de klassieke 10,000 Maniacs sound aan schuurt.
Zeker in de wat traditioneler aandoende folksongs heeft de band met Mary Ramsey een sterk wapen in huis. Ramsey beschikt over een mooie heldere stem, die zeker in typische folksongs uitstekend tot zijn recht komt. Ook in de songs die wat dichter tegen het vintage 10,000 Maniacs geluid aan zitten, komt Mary Ramsey echter uitstekend uit de verf. In vocaal opzicht kruipt ze een aantal keren dicht tegen Natalie Merchant aan. Als Lombardo dan los mag gaan op zijn gitaar herleven oude tijden.
Het siert 10,000 Maniacs dat het op Twice Told Tales niet uitsluitend kiest voor een geluid dat herinnert aan het verleden van de band, maar ook kiest voor een mooi en behoorlijk traditioneel folk geluid. Het maakt van Twice Told Tales een lekker gevarieerde plaat, die wat mij betreft laat horen dat 10,000 Maniacs nog steeds bestaansrecht heeft.
Heel veel nieuwe zieltjes gaat de band er waarschijnlijk niet mee winnen (of het moeten oude folkies zijn) en ik vrees dat ook niet veel fans van het eerste uur, die afhaakten toen Natalie Merchant de band verliet, zullen terugkeren op het oude honk. Iedereen die de band trouw is gebleven toen Mary Ramsey het stokje overnam van Natalie Merchant zal echter ook weer genieten van deze plaat, die wat mij betreft net wat minder overtuigt dan Love Among The Ruins, maar beter is dan de twee andere platen van deze line-up van 10,000 Maniacs. Erwin Zijleman
2:54 - The Other I (2014)

4,0
1
geplaatst: 13 november 2014, 15:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: 2:54 - The Other I - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is al weer ruim tweeënhalf jaar geleden dat ik als een blok viel voor het debuut van 2:54 (Two:Fifty-Four). Op dit debuut strooiden de Britse zusjes Hannah en Colette Thurlow driftig met gruizige gitaren, diepe bassen, atmosferische elektronische klanken en dromerige vrouwenstemmen.
Op haar debuut combineerde 2:54, volgens de destijds op deze BLOG geplaatste recensie, de dreampop van Lush met de shoegaze van My Bloody Valentine en het surrealistische van de Cocteau Twins.
Het is een kunstje dat sindsdien nog heel vaak is herhaald, want platen met invloeden uit de dreampop en de shoegaze waren de afgelopen twee jaar niet aan te slepen. Het is ook een kunstje dat me steeds weer weet te verleiden, maar desondanks heeft het debuut van 2:54 een speciaal plekje in mijn hart gekregen en ook gehouden.
Hannah en Colette Thurlow bouwden op hun debuut, net als vele soortgenoten, verder op de stevige fundamenten van de dreampop en shoegaze uit de jaren 90, maar lieten het hier, in tegenstelling tot de meeste soortgenoten, niet bij. 2:54 schoof op haar debuut een aantal malen op richting een veel steviger geluid met invloeden uit de noise rock en zelfs de stoner rock, maar wist aan de andere kant te betoveren met een zwaar onderkoeld en ingetogen geluid dat wel wat deed denken aan de muziek van The Xx. De fraaie productie en mix van ervaren krachten Rob Ellis (PJ Harvey) en Alan Moulder (Depeche Mode, Smashing Pumpkins en natuurlijk Lush) maakte het af.
2:54 heeft het rauwe Fat Possum label inmiddels verruild voor het meestal heerlijk dromerige Bella Union, maar dat is maar ten dele hoorbaar op The Other I. Op The Other I gaat 2:54 voor een belangrijk deel verder waar het zo overtuigende debuut tweeënhalf jaar geleden ophield. Ook The Other I staat bol van de invloeden uit de dreampop en de shoegaze en ook The Other I heeft hiernaast een mystieke component.
Toch is de tweede plaat van de zusjes Thurlow zeker niet meer van hetzelfde. The Other I is wat minder rauw dan zijn voorganger en biedt meer ruimte aan invloeden uit de postpunk en de pop. De echt gruizige gitaarmuren schitteren dit keer grotendeels door afwezigheid, maar gelukkig zijn de betoverende gitaarloopjes gebleven. Hiernaast heeft 2:54 op The Other I meer aandacht voor ritmes en complexere zangpartijen, wat de plaat voorziet van lekker veel dynamiek.
Een aantal tracks op de plaat is op het eerste gehoor misschien wel erg poppy, maar al snel valt alles weer op zijn plaats. 2:54 zoekt meer dan haar soortgenoten het avontuur, maar verloochent op hetzelfde moment haar grote voorbeelden uit de hoogtijdagen van dit keer met name de dreampop niet. Het zorgt ervoor dat 2:54 veel meer doet dan het reproduceren van een inmiddels bekend geluid. Nog meer dan zijn voorganger weet The Other I het genre te vernieuwen, waardoor 2:54 weet te ontsnappen uit het hokje shoegaze en dreampop revival. Dat is knap.
De liefde op het eerste gezicht van het titelloze debuut is bij mij dit keer uitgebleven (twee keer liefde op het eerste gezicht kan natuurlijk ook niet), maar heeft plaats gemaakt voor een diepere liefde die bij iedere luisterbeurt groeit. De tweede plaat van 2:54 is er immers één die groeit en groeit en uiteindelijk het debuut overtreft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: 2:54 - The Other I - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is al weer ruim tweeënhalf jaar geleden dat ik als een blok viel voor het debuut van 2:54 (Two:Fifty-Four). Op dit debuut strooiden de Britse zusjes Hannah en Colette Thurlow driftig met gruizige gitaren, diepe bassen, atmosferische elektronische klanken en dromerige vrouwenstemmen.
Op haar debuut combineerde 2:54, volgens de destijds op deze BLOG geplaatste recensie, de dreampop van Lush met de shoegaze van My Bloody Valentine en het surrealistische van de Cocteau Twins.
Het is een kunstje dat sindsdien nog heel vaak is herhaald, want platen met invloeden uit de dreampop en de shoegaze waren de afgelopen twee jaar niet aan te slepen. Het is ook een kunstje dat me steeds weer weet te verleiden, maar desondanks heeft het debuut van 2:54 een speciaal plekje in mijn hart gekregen en ook gehouden.
Hannah en Colette Thurlow bouwden op hun debuut, net als vele soortgenoten, verder op de stevige fundamenten van de dreampop en shoegaze uit de jaren 90, maar lieten het hier, in tegenstelling tot de meeste soortgenoten, niet bij. 2:54 schoof op haar debuut een aantal malen op richting een veel steviger geluid met invloeden uit de noise rock en zelfs de stoner rock, maar wist aan de andere kant te betoveren met een zwaar onderkoeld en ingetogen geluid dat wel wat deed denken aan de muziek van The Xx. De fraaie productie en mix van ervaren krachten Rob Ellis (PJ Harvey) en Alan Moulder (Depeche Mode, Smashing Pumpkins en natuurlijk Lush) maakte het af.
2:54 heeft het rauwe Fat Possum label inmiddels verruild voor het meestal heerlijk dromerige Bella Union, maar dat is maar ten dele hoorbaar op The Other I. Op The Other I gaat 2:54 voor een belangrijk deel verder waar het zo overtuigende debuut tweeënhalf jaar geleden ophield. Ook The Other I staat bol van de invloeden uit de dreampop en de shoegaze en ook The Other I heeft hiernaast een mystieke component.
Toch is de tweede plaat van de zusjes Thurlow zeker niet meer van hetzelfde. The Other I is wat minder rauw dan zijn voorganger en biedt meer ruimte aan invloeden uit de postpunk en de pop. De echt gruizige gitaarmuren schitteren dit keer grotendeels door afwezigheid, maar gelukkig zijn de betoverende gitaarloopjes gebleven. Hiernaast heeft 2:54 op The Other I meer aandacht voor ritmes en complexere zangpartijen, wat de plaat voorziet van lekker veel dynamiek.
Een aantal tracks op de plaat is op het eerste gehoor misschien wel erg poppy, maar al snel valt alles weer op zijn plaats. 2:54 zoekt meer dan haar soortgenoten het avontuur, maar verloochent op hetzelfde moment haar grote voorbeelden uit de hoogtijdagen van dit keer met name de dreampop niet. Het zorgt ervoor dat 2:54 veel meer doet dan het reproduceren van een inmiddels bekend geluid. Nog meer dan zijn voorganger weet The Other I het genre te vernieuwen, waardoor 2:54 weet te ontsnappen uit het hokje shoegaze en dreampop revival. Dat is knap.
De liefde op het eerste gezicht van het titelloze debuut is bij mij dit keer uitgebleven (twee keer liefde op het eerste gezicht kan natuurlijk ook niet), maar heeft plaats gemaakt voor een diepere liefde die bij iedere luisterbeurt groeit. De tweede plaat van 2:54 is er immers één die groeit en groeit en uiteindelijk het debuut overtreft. Erwin Zijleman
3hattrio - Lord of the Desert (2018)

4,0
1
geplaatst: 1 maart 2018, 20:07 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: 3hattrio - Lord Of The Desert - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In mijn omgeving hoor ik inmiddels al enkele jaren jubelverhalen over de muziek van 3hattrio, maar zelf werd ik tot dusver nog niet gegrepen door de platen van het trio uit Utah.
Ook de nieuwe plaat van 3hattrio, Lord Of The Desert, leek eerder deze week weer buiten de boot te vallen, tot ik het net wat langer probeerde dan voorheen en opeens wel werd getroffen door de bijzondere schoonheid van de muziek van de Amerikaanse band.
3hattrio bestaat uit twee ouwe rotten en een hele jonge muzikant. Hal Cannon zingt en speelt banjo en gitaar, Greg Istock speelt staande bas en percussie met zijn voeten, terwijl de veel jongere Eli Wrankle de muziek van 3hattrio voorziet van bijzonder fraai vioolspel.
Wanneer je de muziek van 3hattrio een kans geeft, is het belangrijk om niet te snel te oordelen. Zelf had ik de muziek van de Amerikaanse band alleen op basis van de openingstrack van Lord Of The Desert al snel (en te snel) in het hokje Appalachen folk geduwd, terwijl het drietal uit de omgeving van Zion National Park naar eigen zeggen American Desert Music maakt.
Dat hoor je wanneer je net wat langer en wat aandachtiger naar de nieuwe plaat van de band luistert. 3hattrio maakt muziek die zeker raakvlakken heeft met de stokoude folk uit de Appalachen, maar de muziek van het trio uit Utah heeft ook wat broeierigs en wat bezwerends.
Invloeden uit de traditionele Amerikaanse folk en bluegrass worden vermengd met de muziek die al vele decennia in New Orleans wordt gemaakt door bijvoorbeeld Dr. John en 3hattrio laat zich bovendien beïnvloeden door de muziek van de inheemse bevolking van het land en geeft haar muziek ook nog eens een stevige psychedelische injectie.
Waar de openingstrack nog vrij rechttoe rechtaan is, krijgt de muziek van 3hattrio al snel iets bijzonders. Het is muziek die de klok wat minder snel laat tikken en het is muziek die je meesleurt naar de Amerikaanse woestijn of je dat nu wilt of niet.
De muziek van 3hattrio is gebouwd op een op het eerste oor vrij eenvoudige basis van banjo, gitaar en bas en wordt vervolgens voorzien van een bijzondere sfeer door het benevelende vioolspel van Eli Wrankle. Zeker de wat meer ingetogen songs op de plaat hebben een bijzondere sfeer en neigen meer naar psychedelica en ambient dan naar Amerikaanse folk uit vervlogen tijden.
In de wat meer ingetogen songs hoor je pas goed wat een geweldige muzikanten Hal Cannon, Greg Istock en Eli Wrankle zijn. Er wordt werkelijk geen noot teveel gespeeld, maar de beeldende muziek van 3hattrio houdt je moeiteloos bij de les en staat garant voor fraaie beelden uit de veelkleurige en fascinerende landschappen van Utah.
3hattrio maakt op Lord Of The Desert muziek die schreeuwt om tijd en aandacht. Bij oppervlakkige beluistering blijft er waarschijnlijk niet veel over van de intense muziek van de Amerikaanse band, maar diezelfde muziek is opeens van een unieke schoonheid wanneer je je overgeeft aan de bijzondere klanken van 3hattrio.
Inmiddels heb ik ook de vorige platen van de band beluisterd en ook deze schat ik nu op de juiste waarde. Van deze platen is Lord Of The Desert wel mijn favoriet. De muziek van de band uit Utah is immers in de loop der jaren wel iets toegankelijker geworden, al is dat in het geval van 3hattrio een relatief begrip.
Terwijl de gevoelstemperatuur hier in Nederland tot ver onder nul daalt, geef ik me nog maar eens over aan de bijzondere klanken van de American Desert Music van 3hattrio, die af en toe voor een koel briesje zorgen, maar toch vooral de zon lekker laat branden, terwijl het zoveelste bijna surrealistische landschap aan me voorbij trekt. Indrukwekkend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: 3hattrio - Lord Of The Desert - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In mijn omgeving hoor ik inmiddels al enkele jaren jubelverhalen over de muziek van 3hattrio, maar zelf werd ik tot dusver nog niet gegrepen door de platen van het trio uit Utah.
Ook de nieuwe plaat van 3hattrio, Lord Of The Desert, leek eerder deze week weer buiten de boot te vallen, tot ik het net wat langer probeerde dan voorheen en opeens wel werd getroffen door de bijzondere schoonheid van de muziek van de Amerikaanse band.
3hattrio bestaat uit twee ouwe rotten en een hele jonge muzikant. Hal Cannon zingt en speelt banjo en gitaar, Greg Istock speelt staande bas en percussie met zijn voeten, terwijl de veel jongere Eli Wrankle de muziek van 3hattrio voorziet van bijzonder fraai vioolspel.
Wanneer je de muziek van 3hattrio een kans geeft, is het belangrijk om niet te snel te oordelen. Zelf had ik de muziek van de Amerikaanse band alleen op basis van de openingstrack van Lord Of The Desert al snel (en te snel) in het hokje Appalachen folk geduwd, terwijl het drietal uit de omgeving van Zion National Park naar eigen zeggen American Desert Music maakt.
Dat hoor je wanneer je net wat langer en wat aandachtiger naar de nieuwe plaat van de band luistert. 3hattrio maakt muziek die zeker raakvlakken heeft met de stokoude folk uit de Appalachen, maar de muziek van het trio uit Utah heeft ook wat broeierigs en wat bezwerends.
Invloeden uit de traditionele Amerikaanse folk en bluegrass worden vermengd met de muziek die al vele decennia in New Orleans wordt gemaakt door bijvoorbeeld Dr. John en 3hattrio laat zich bovendien beïnvloeden door de muziek van de inheemse bevolking van het land en geeft haar muziek ook nog eens een stevige psychedelische injectie.
Waar de openingstrack nog vrij rechttoe rechtaan is, krijgt de muziek van 3hattrio al snel iets bijzonders. Het is muziek die de klok wat minder snel laat tikken en het is muziek die je meesleurt naar de Amerikaanse woestijn of je dat nu wilt of niet.
De muziek van 3hattrio is gebouwd op een op het eerste oor vrij eenvoudige basis van banjo, gitaar en bas en wordt vervolgens voorzien van een bijzondere sfeer door het benevelende vioolspel van Eli Wrankle. Zeker de wat meer ingetogen songs op de plaat hebben een bijzondere sfeer en neigen meer naar psychedelica en ambient dan naar Amerikaanse folk uit vervlogen tijden.
In de wat meer ingetogen songs hoor je pas goed wat een geweldige muzikanten Hal Cannon, Greg Istock en Eli Wrankle zijn. Er wordt werkelijk geen noot teveel gespeeld, maar de beeldende muziek van 3hattrio houdt je moeiteloos bij de les en staat garant voor fraaie beelden uit de veelkleurige en fascinerende landschappen van Utah.
3hattrio maakt op Lord Of The Desert muziek die schreeuwt om tijd en aandacht. Bij oppervlakkige beluistering blijft er waarschijnlijk niet veel over van de intense muziek van de Amerikaanse band, maar diezelfde muziek is opeens van een unieke schoonheid wanneer je je overgeeft aan de bijzondere klanken van 3hattrio.
Inmiddels heb ik ook de vorige platen van de band beluisterd en ook deze schat ik nu op de juiste waarde. Van deze platen is Lord Of The Desert wel mijn favoriet. De muziek van de band uit Utah is immers in de loop der jaren wel iets toegankelijker geworden, al is dat in het geval van 3hattrio een relatief begrip.
Terwijl de gevoelstemperatuur hier in Nederland tot ver onder nul daalt, geef ik me nog maar eens over aan de bijzondere klanken van de American Desert Music van 3hattrio, die af en toe voor een koel briesje zorgen, maar toch vooral de zon lekker laat branden, terwijl het zoveelste bijna surrealistische landschap aan me voorbij trekt. Indrukwekkend. Erwin Zijleman
77:78 - Jellies (2018)

4,5
0
geplaatst: 12 juli 2018, 17:08 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: 77:78 - Jellies - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Britse muzikanten Aaron Fletcher en Tim Parkin stonden ooit aan de basis van de Britse band The Bees. De vanaf The Isle of Wight opererende band leverde in 2004 met Free The Bees een bescheiden meesterwerk af, maar sinds 2010 is het helaas stil rond de band.
Aaron Fletcher en Tim Parkin werken sinds 2010 samen onder de naam 77:78 en die samenwerking heeft nu een eerste plaat opgeleverd.
Iedereen die het meesterwerk van The Bees kent, weet dat de band zo ongeveer de hele Britse muziekgeschiedenis van de late jaren 60 in haar songs had gepropt en voor het gemak de Amerikaanse muziekgeschiedenis van deze periode ook nog maar had toegevoegd.
Ook het debuut van 77:78 staat bol van de invloeden en neemt je vooral mee terug naar vervlogen tijden. Dat is momenteel erg in, maar waar de meeste bands het associëren met een goedgevulde platenkast niet erg moeilijk maken, is het niet zo eenvoudig om relevant vergelijkingsmateriaal aan te dragen voor het duiden van de muziek van 77:78. Jellies is een plaat vol zoete verassingen en het zijn verrassingen in alle kleuren.
77:78 citeert op haar archief nadrukkelijk uit de archieven van de (Northern) soul, maar gaat net zo makkelijk aan de haal met psychedelica, funk, Westcoast pop of zelfs dub. 77:78 combineert een vat vol invloeden, maar voegt hier een vat vol tegenstrijdigheden aan toe. Het ene moment hoor je wat van The Beach Boys, het volgende moment duikt Syd Barret op of levert 10cc haar beste werk af, maar 77:78 tovert ook een lome versie van Big Audio Dynamite of een soulvolle versie van The Style Council uit de hoge hoed.
Met het noemen van namen doe je het Britse duo altijd te kort, want geen enkele vergelijking gaat lang mee en vrijwel niets doet het bijzondere geluid op Jellies recht. 77:78 haalt de mosterd immers zeker niet alleen in het verleden, maar voegt ook eigentijdse invloeden aan haar muziek, flirt met hip-hop ritmes en kleurt stiekem ook nog op talloze andere manieren buiten de lijntjes. Jellies staat hierdoor bol van het avontuur, maar het is ook de perfecte soundtrack voor een broeierige zomeravond of een luierdag.
Natuurlijk doet de muziek van 77:78 ook geregeld denken aan de terecht bewierookte platen van The Bees, maar Aaron Fletcher en Tim Parkin slaan ook allerlei andere wegen in. Het ene moment wordt je betoverd door soulvolle blazers of een aangenaam tegendraads orgeltje, het volgende moment betovert het tweetal met Beach Boys achtige koortjes. In de ene track domineren organische en soulvolle klanken, maar niet veel later krijg je een flinke dosis moderne elektronica voor de kiezen en lijkt de Beta Band opgestaan.
Het zal duidelijk zijn dat Jellies van 77:78 met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen. Het is een plaat waarop teveel gebeurt om op te noemen, maar het is ook een plaat vol zoete popliedjes die je na één keer horen wilt koesteren. Het wispelturige muzikale karakter van Aaron Fletcher en Tim Parkin zal waarschijnlijk flink wat muziekliefhebbers tegenstaan, maar wat mij betreft heeft het Britse tweetal een plaat afgeleverd die niet in de schaduw hoeft te staan van het meesterwerk dat ze ooit maakten met The Bees. Ik zet Jellies nog maar eens op en ik hoor weer nieuwe dingen. Ondertussen wordt het oor steeds meedogenlozer gestreeld met popliedjes waarvan ik alleen maar zielsveel kan houden. Geweldige plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: 77:78 - Jellies - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Britse muzikanten Aaron Fletcher en Tim Parkin stonden ooit aan de basis van de Britse band The Bees. De vanaf The Isle of Wight opererende band leverde in 2004 met Free The Bees een bescheiden meesterwerk af, maar sinds 2010 is het helaas stil rond de band.
Aaron Fletcher en Tim Parkin werken sinds 2010 samen onder de naam 77:78 en die samenwerking heeft nu een eerste plaat opgeleverd.
Iedereen die het meesterwerk van The Bees kent, weet dat de band zo ongeveer de hele Britse muziekgeschiedenis van de late jaren 60 in haar songs had gepropt en voor het gemak de Amerikaanse muziekgeschiedenis van deze periode ook nog maar had toegevoegd.
Ook het debuut van 77:78 staat bol van de invloeden en neemt je vooral mee terug naar vervlogen tijden. Dat is momenteel erg in, maar waar de meeste bands het associëren met een goedgevulde platenkast niet erg moeilijk maken, is het niet zo eenvoudig om relevant vergelijkingsmateriaal aan te dragen voor het duiden van de muziek van 77:78. Jellies is een plaat vol zoete verassingen en het zijn verrassingen in alle kleuren.
77:78 citeert op haar archief nadrukkelijk uit de archieven van de (Northern) soul, maar gaat net zo makkelijk aan de haal met psychedelica, funk, Westcoast pop of zelfs dub. 77:78 combineert een vat vol invloeden, maar voegt hier een vat vol tegenstrijdigheden aan toe. Het ene moment hoor je wat van The Beach Boys, het volgende moment duikt Syd Barret op of levert 10cc haar beste werk af, maar 77:78 tovert ook een lome versie van Big Audio Dynamite of een soulvolle versie van The Style Council uit de hoge hoed.
Met het noemen van namen doe je het Britse duo altijd te kort, want geen enkele vergelijking gaat lang mee en vrijwel niets doet het bijzondere geluid op Jellies recht. 77:78 haalt de mosterd immers zeker niet alleen in het verleden, maar voegt ook eigentijdse invloeden aan haar muziek, flirt met hip-hop ritmes en kleurt stiekem ook nog op talloze andere manieren buiten de lijntjes. Jellies staat hierdoor bol van het avontuur, maar het is ook de perfecte soundtrack voor een broeierige zomeravond of een luierdag.
Natuurlijk doet de muziek van 77:78 ook geregeld denken aan de terecht bewierookte platen van The Bees, maar Aaron Fletcher en Tim Parkin slaan ook allerlei andere wegen in. Het ene moment wordt je betoverd door soulvolle blazers of een aangenaam tegendraads orgeltje, het volgende moment betovert het tweetal met Beach Boys achtige koortjes. In de ene track domineren organische en soulvolle klanken, maar niet veel later krijg je een flinke dosis moderne elektronica voor de kiezen en lijkt de Beta Band opgestaan.
Het zal duidelijk zijn dat Jellies van 77:78 met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen. Het is een plaat waarop teveel gebeurt om op te noemen, maar het is ook een plaat vol zoete popliedjes die je na één keer horen wilt koesteren. Het wispelturige muzikale karakter van Aaron Fletcher en Tim Parkin zal waarschijnlijk flink wat muziekliefhebbers tegenstaan, maar wat mij betreft heeft het Britse tweetal een plaat afgeleverd die niet in de schaduw hoeft te staan van het meesterwerk dat ze ooit maakten met The Bees. Ik zet Jellies nog maar eens op en ik hoor weer nieuwe dingen. Ondertussen wordt het oor steeds meedogenlozer gestreeld met popliedjes waarvan ik alleen maar zielsveel kan houden. Geweldige plaat. Erwin Zijleman
9Bach - Anian (2016)

4,5
0
geplaatst: 15 mei 2016, 09:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: 9Bach - Anian - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Tincian van band 9Bach vond ik bijna twee jaar geleden een enorme en bijzonder aangename verrassing.
De band uit Wales maakte op haar tweede plaat indruk met een geheel eigen geluid, dat op fraaie wijze nogal uiteenlopende invloeden aan elkaar smeedde.
Aan de hand van de geweldige zangeres Lisa Jên betoverde 9Bach met geheimzinnige teksten in het Welsh (Cymraeg) en muzikale invloeden die varieerden van invloeden uit de folk, Keltische muziek, New Age en triphop.
Tincian klonk als een bijzondere cocktail met gelijke delen Clannad en Portishead en het was een cocktail die vooral naar veel meer smaakte.
Dat meer is nu beschikbaar en smaakt misschien nog wel beter dan twee jaar geleden. Anian trekt de lijn van zijn voorganger door, maar legt ook nieuwe accenten waardoor de band groei laat horen.
Gebleven zijn de wonderschone vocalen van Lisa Jên, de stemmige en bijzondere instrumentatie en de bijzondere, aan triphop herinnerende, ritmes, maar de uitvoering is nog net wat mooier en doeltreffender dan op de vorige plaat.
Ook op Anian voorziet 9Bach traditioneel aandoende volksmuziek van moderne accenten en creëert het door de teksten in een voor mij totaal onbegrijpelijke taal een hele bijzondere sfeer.
Veel songs op Anian hebben een bijna bezwerende uitwerking door de repeterende elementen in de muziek van de band uit Wales. Deze komen soms van repeterende vocalen, maar meestal zijn de moderne ritmes op de plaat verantwoordelijk voor het bezwerende effect van Anian.
Het contrasteert prachtig met de traditionele invloeden uit de Keltische volksmuziek, accenten van instrumenten als de harp en het vleugje New Age dat de plaat heeft meegekregen.
Anian is een behoorlijk ingetogen plaat, maar het is ook een plaat vol onderhuidse spanning. Die komt maar heel af en toe aan de oppervlakte, maar het geeft de muziek van 9Bach continu een bijzondere sfeer, die zijn uitwerking zeker niet mist.
De sensatie van Tincian ontbreekt op de nieuwe plaat natuurlijk, maar toch weet ook Anian me weer constant te verrassen en te verbazen. De schoonheid van en het avontuur op de plaat stuwen ook Anian weer met gemak boven de grauwe middelmaat uit en zorgen ervoor dat ook de nieuwe 9Bach weer een plaat is om te bewonderen en te koesteren. Indrukwekkend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: 9Bach - Anian - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Tincian van band 9Bach vond ik bijna twee jaar geleden een enorme en bijzonder aangename verrassing.
De band uit Wales maakte op haar tweede plaat indruk met een geheel eigen geluid, dat op fraaie wijze nogal uiteenlopende invloeden aan elkaar smeedde.
Aan de hand van de geweldige zangeres Lisa Jên betoverde 9Bach met geheimzinnige teksten in het Welsh (Cymraeg) en muzikale invloeden die varieerden van invloeden uit de folk, Keltische muziek, New Age en triphop.
Tincian klonk als een bijzondere cocktail met gelijke delen Clannad en Portishead en het was een cocktail die vooral naar veel meer smaakte.
Dat meer is nu beschikbaar en smaakt misschien nog wel beter dan twee jaar geleden. Anian trekt de lijn van zijn voorganger door, maar legt ook nieuwe accenten waardoor de band groei laat horen.
Gebleven zijn de wonderschone vocalen van Lisa Jên, de stemmige en bijzondere instrumentatie en de bijzondere, aan triphop herinnerende, ritmes, maar de uitvoering is nog net wat mooier en doeltreffender dan op de vorige plaat.
Ook op Anian voorziet 9Bach traditioneel aandoende volksmuziek van moderne accenten en creëert het door de teksten in een voor mij totaal onbegrijpelijke taal een hele bijzondere sfeer.
Veel songs op Anian hebben een bijna bezwerende uitwerking door de repeterende elementen in de muziek van de band uit Wales. Deze komen soms van repeterende vocalen, maar meestal zijn de moderne ritmes op de plaat verantwoordelijk voor het bezwerende effect van Anian.
Het contrasteert prachtig met de traditionele invloeden uit de Keltische volksmuziek, accenten van instrumenten als de harp en het vleugje New Age dat de plaat heeft meegekregen.
Anian is een behoorlijk ingetogen plaat, maar het is ook een plaat vol onderhuidse spanning. Die komt maar heel af en toe aan de oppervlakte, maar het geeft de muziek van 9Bach continu een bijzondere sfeer, die zijn uitwerking zeker niet mist.
De sensatie van Tincian ontbreekt op de nieuwe plaat natuurlijk, maar toch weet ook Anian me weer constant te verrassen en te verbazen. De schoonheid van en het avontuur op de plaat stuwen ook Anian weer met gemak boven de grauwe middelmaat uit en zorgen ervoor dat ook de nieuwe 9Bach weer een plaat is om te bewonderen en te koesteren. Indrukwekkend. Erwin Zijleman
9Bach - Tincian (2014)

4,5
0
geplaatst: 22 juni 2014, 13:52 uur
Geweldige tip! Bedankt
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: 9Bach - Tincian - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een tip op de steeds waardevoller wordende muzieksite musicmeter.nl attendeerde me onlangs op Tincian van 9Bach.
9Bach is een band uit Noord-Wales die hele bijzondere muziek maakt. Dat bijzondere wordt voor een belangrijk deel bepaald door de teksten, die in het Welsh (Cymraeg) worden gezongen. Een enkeling zal de taal misschien kennen van het album (Mwng) waarop de Super Furry Animals zich volledig tot het Welsh beperkten en verder raakt de taal stevig aan het Iers-Gaelisch, dat in het verleden vaak door Clannad werd gebruikt. Het is een taal die geen enkel aanknopingspunt biedt, maar het is ook een taal die zich prima leent voor het maken van muziek.
Het eerder genoemde Clannad is ook direct belangrijk vergelijkingsmateriaal voor de muziek van 9Bach, dat net als Clannad flink wat invloeden uit de Keltische volksmuziek en de New Age verwerkt in haar muziek.
Net als Clannad beschikt 9Bach bovendien over een zeer getalenteerde zangeres. Deze zangeres, Lisa Jen, beschikt over een prachtig en opvallend helder stemgeluid en een bijzondere techniek. In eerste instantie deed Tincian me door de zang vooral denken aan Portugese Fado platen die ik in huis heb, al zet de afwijkende instrumentatie je bij deze vergelijking keer op keer op het verkeerde been.
Deze instrumentatie gaat een stuk verder dan hetgeen dat gebruikelijk is in de Keltische volksmuziek en de New Age. 9Bach verwerkt ook op subtiele wijze elektronica in haar muziek en experimenteert hiernaast flink met het combineren van meerdere lagen vocalen (wat één keer een bijna Laurie Anderson achtige song oplevert).
Zeker wanneer de elektronica wat zwaarder wordt aangezet en wordt gekozen voor opvallende ritmes, doet Tincian me in muzikaal opzicht voorzichtig denken aan Portishead in haar meest ingetogen momenten, maar door de totaal andere vocalen blijft er van deze vergelijking uiteindelijk weinig overeind. Tincian roept bij beluistering constant meerdere associaties op (ik moet ook nog steeds heel vaak aan Kate Bush denken), maar de muziek van 9Bach is uiteindelijk uniek.
Je zou verwachten dat muziek met teksten in een absoluut niet te volgen taal veel tijd nodig heeft, maar dat valt in de praktijk erg mee. Ik was eigenlijk direct bij eerste beluistering verkocht en koester Tincian van 9Bach sindsdien.
De kracht van de muziek van 9Bach schuilt voor een belangrijk deel in de prachtige stem van Lisa Jen, maar de avontuurlijke instrumentatie, die steeds weer anders maar altijd verrassend klinkt en uiteindelijk ook opvalt door prachtige gitaarlijnen en onnavolgbare pianoloopjes, draagt zeker bij aan het bijzondere effect dat de muziek van 9Bach sorteert.
Omdat 9Bach niet goed of eigenlijk helemaal niet in een hokje valt te duwen, zal het niet meevallen om aandacht te trekken met Tincian, maar deze plaat verdient echt een zetje in de rug. 9Bach maakt op Tincian immers avontuurlijke en tegelijkertijd wonderschone muziek. Het is muziek die zijn gelijke niet kent, die eenvoudig overtuigt en vervolgens nog heel lang beter wordt.
Absoluut één van de meest bijzondere platen van het moment dus en als je het mij vraagt ook één van de beste. Ik heb mijn voordeel gedaan met de fraaie tip op MusicMeter (Willem bedankt) en dit verdient navolging. Op grote schaal. Erwin Zijleman
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: 9Bach - Tincian - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Een tip op de steeds waardevoller wordende muzieksite musicmeter.nl attendeerde me onlangs op Tincian van 9Bach.
9Bach is een band uit Noord-Wales die hele bijzondere muziek maakt. Dat bijzondere wordt voor een belangrijk deel bepaald door de teksten, die in het Welsh (Cymraeg) worden gezongen. Een enkeling zal de taal misschien kennen van het album (Mwng) waarop de Super Furry Animals zich volledig tot het Welsh beperkten en verder raakt de taal stevig aan het Iers-Gaelisch, dat in het verleden vaak door Clannad werd gebruikt. Het is een taal die geen enkel aanknopingspunt biedt, maar het is ook een taal die zich prima leent voor het maken van muziek.
Het eerder genoemde Clannad is ook direct belangrijk vergelijkingsmateriaal voor de muziek van 9Bach, dat net als Clannad flink wat invloeden uit de Keltische volksmuziek en de New Age verwerkt in haar muziek.
Net als Clannad beschikt 9Bach bovendien over een zeer getalenteerde zangeres. Deze zangeres, Lisa Jen, beschikt over een prachtig en opvallend helder stemgeluid en een bijzondere techniek. In eerste instantie deed Tincian me door de zang vooral denken aan Portugese Fado platen die ik in huis heb, al zet de afwijkende instrumentatie je bij deze vergelijking keer op keer op het verkeerde been.
Deze instrumentatie gaat een stuk verder dan hetgeen dat gebruikelijk is in de Keltische volksmuziek en de New Age. 9Bach verwerkt ook op subtiele wijze elektronica in haar muziek en experimenteert hiernaast flink met het combineren van meerdere lagen vocalen (wat één keer een bijna Laurie Anderson achtige song oplevert).
Zeker wanneer de elektronica wat zwaarder wordt aangezet en wordt gekozen voor opvallende ritmes, doet Tincian me in muzikaal opzicht voorzichtig denken aan Portishead in haar meest ingetogen momenten, maar door de totaal andere vocalen blijft er van deze vergelijking uiteindelijk weinig overeind. Tincian roept bij beluistering constant meerdere associaties op (ik moet ook nog steeds heel vaak aan Kate Bush denken), maar de muziek van 9Bach is uiteindelijk uniek.
Je zou verwachten dat muziek met teksten in een absoluut niet te volgen taal veel tijd nodig heeft, maar dat valt in de praktijk erg mee. Ik was eigenlijk direct bij eerste beluistering verkocht en koester Tincian van 9Bach sindsdien.
De kracht van de muziek van 9Bach schuilt voor een belangrijk deel in de prachtige stem van Lisa Jen, maar de avontuurlijke instrumentatie, die steeds weer anders maar altijd verrassend klinkt en uiteindelijk ook opvalt door prachtige gitaarlijnen en onnavolgbare pianoloopjes, draagt zeker bij aan het bijzondere effect dat de muziek van 9Bach sorteert.
Omdat 9Bach niet goed of eigenlijk helemaal niet in een hokje valt te duwen, zal het niet meevallen om aandacht te trekken met Tincian, maar deze plaat verdient echt een zetje in de rug. 9Bach maakt op Tincian immers avontuurlijke en tegelijkertijd wonderschone muziek. Het is muziek die zijn gelijke niet kent, die eenvoudig overtuigt en vervolgens nog heel lang beter wordt.
Absoluut één van de meest bijzondere platen van het moment dus en als je het mij vraagt ook één van de beste. Ik heb mijn voordeel gedaan met de fraaie tip op MusicMeter (Willem bedankt) en dit verdient navolging. Op grote schaal. Erwin Zijleman
Ão - Ao Mar (2023)

4,0
2
geplaatst: 11 oktober 2023, 12:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ão - Ao Mar - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ão - Ao Mar
De Belgische band Ão laat op haar tweede album Ao Mar een buitengewoon fascinerend geluid horen, dat zich niet laat vergelijken met de muziek van anderen en dat steeds meer fraaie en exotische geheimen prijs geeft
Ão is een band uit Brussel, maar de band klinkt alsof ze lange tijd aan een Braziliaans palmenstrand heeft vertoefd. De muziek van de Belgische band is zwoel met invloeden uit de Portugese en de Braziliaanse muziek, maar Ao Mar is ook een verrassend avontuurlijk album, dat zich niet laat vergelijken met andere albums van het moment. In muzikaal opzicht klinkt het heerlijk, maar ook de warme en emotievolle zang van Brenda Corijn tilt de muziek van Ão op tot grote hoogten. Het is absoluut even wennen aan de bijzondere klanken en songstructuren, maar als je eenmaal gewend bent aan het unieke geluid van Ão wordt Ao Mar alleen maar aangenamer en interessanter.
Zonder enige achtergrondinformatie begon ik aan mijn eerste beluistering van het album Ao Mar van de band Ão, dat ik tegen kwam in de releaselijsten van deze week. Het bleek al snel een bijzonder fascinerende luistertrip, die geen moment leek op een van de andere nieuwe albums die ik deze week heb beluisterd en dat waren er veel.
Zonder verdere informatie zou ik er van uit zijn gegaan dat Ão een Portugese of Braziliaanse band is, maar de band komt uit België. Ao Mar is het tweede album van de band uit Brussel, die in eerste instantie bestond uit zangeres Brenda Corijn en gitarist Siebe Chau, maar die op het tweede album van de band is uitgebreid met toetsenist Jolan Decaestecker en percussionist Bert Peyffers.
Dat ik de band eerder in Portugal of Brazilië positioneerde dan in België heeft alles te maken met de teksten van de songs van Ão, die voornamelijk in het Portugees en heel af en toe in het Engels worden gezongen. De keuze voor de Portugese taal is ingegeven door de Mozambikaanse en Portugese wortels van zangeres Brenda Corijn, die beschikt over een mooie en warme stem.
Ão noemt op haar bandcamp pagina Madredeus, Lhasa De Sela, FKA Twigs, Arooj Aftab en James Blake als inspiratiebronnen, maar die hoor ik niet allemaal terug in de muziek op Ao Mar en als ik ze hoor, hoor ik ze in beperkte mate. De combinatie van het Portugees en de mooie en warme stem van Brenda Corijn, die ook nog eens met veel gevoel en precisie zingt, roept wel wat associaties op met de Portugese fado, maar in muzikaal opzicht blijft Ão redelijk ver verwijderd van de traditionele Portugese fado.
De band beschrijft haar muziek zelf als een mix van saudade, indie, elektronica en folk, waarbij saudade een mix van Portugese en Braziliaanse muziek is. Het is muziek die buitengewoon subtiel wordt uitgevoerd. In veel songs op Ao Mar vormen het bijzondere en grotendeels akoestische gitaarspel van Siebe Chau en de prachtige stem van Brenda Corijn de basis, waarna subtiele bijdragen van elektronica en percussie worden toegevoegd. In een aantal tracks zijn de elektronica en de percussie en beats net wat zwaarder aangezet en klinkt de muziek van Ão weer heel anders.
Het is muziek die ik in eerste instantie associeerde met broeierige zomeravonden, maar in de herfst doen de songs van de Belgische band het ook geweldig. Ao Mar is een album dat aan de ene kant uitnodigt tot luieren, wat uitstekend lukt bij de zwoele en wat dromerige klanken en de prachtige zang, maar beluister Ao Mar met de koptelefoon en je blijft je verbazen over alle schoonheid in de muziek van Ão. Ao Mar heeft de betoverende schoonheid en het in eerste instantie wat vervreemdende karakter dat ook de muziek van Arooj Aftab heeft, maar ook dit door de band genoemde vergelijkingsmateriaal hoor ik verder niet veel terug op Ao Mar.
Ao Mar is een album waaraan ik zeker moest wennen. Ik was vrij snel overtuigd van de schoonheid van de muziek van de Belgische band, maar was nog wel bang dat ik de muziek van de band snel te eenvormig zou vinden, waardoor het album snel zou gaan vervelen. Dat laatste valt erg mee, al is het maar omdat de muziek van Ão helemaal niet eenvormig is. Wanneer je de muziek van de band uit Brussel met aandacht beluistert gebeurt er echt van alles op dit fascinerende album, dat totaal anders klinkt dan alles dat je tot dusver hebt gehoord dit jaar. En wat klinkt het lekker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Ão - Ao Mar - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ão - Ao Mar
De Belgische band Ão laat op haar tweede album Ao Mar een buitengewoon fascinerend geluid horen, dat zich niet laat vergelijken met de muziek van anderen en dat steeds meer fraaie en exotische geheimen prijs geeft
Ão is een band uit Brussel, maar de band klinkt alsof ze lange tijd aan een Braziliaans palmenstrand heeft vertoefd. De muziek van de Belgische band is zwoel met invloeden uit de Portugese en de Braziliaanse muziek, maar Ao Mar is ook een verrassend avontuurlijk album, dat zich niet laat vergelijken met andere albums van het moment. In muzikaal opzicht klinkt het heerlijk, maar ook de warme en emotievolle zang van Brenda Corijn tilt de muziek van Ão op tot grote hoogten. Het is absoluut even wennen aan de bijzondere klanken en songstructuren, maar als je eenmaal gewend bent aan het unieke geluid van Ão wordt Ao Mar alleen maar aangenamer en interessanter.
Zonder enige achtergrondinformatie begon ik aan mijn eerste beluistering van het album Ao Mar van de band Ão, dat ik tegen kwam in de releaselijsten van deze week. Het bleek al snel een bijzonder fascinerende luistertrip, die geen moment leek op een van de andere nieuwe albums die ik deze week heb beluisterd en dat waren er veel.
Zonder verdere informatie zou ik er van uit zijn gegaan dat Ão een Portugese of Braziliaanse band is, maar de band komt uit België. Ao Mar is het tweede album van de band uit Brussel, die in eerste instantie bestond uit zangeres Brenda Corijn en gitarist Siebe Chau, maar die op het tweede album van de band is uitgebreid met toetsenist Jolan Decaestecker en percussionist Bert Peyffers.
Dat ik de band eerder in Portugal of Brazilië positioneerde dan in België heeft alles te maken met de teksten van de songs van Ão, die voornamelijk in het Portugees en heel af en toe in het Engels worden gezongen. De keuze voor de Portugese taal is ingegeven door de Mozambikaanse en Portugese wortels van zangeres Brenda Corijn, die beschikt over een mooie en warme stem.
Ão noemt op haar bandcamp pagina Madredeus, Lhasa De Sela, FKA Twigs, Arooj Aftab en James Blake als inspiratiebronnen, maar die hoor ik niet allemaal terug in de muziek op Ao Mar en als ik ze hoor, hoor ik ze in beperkte mate. De combinatie van het Portugees en de mooie en warme stem van Brenda Corijn, die ook nog eens met veel gevoel en precisie zingt, roept wel wat associaties op met de Portugese fado, maar in muzikaal opzicht blijft Ão redelijk ver verwijderd van de traditionele Portugese fado.
De band beschrijft haar muziek zelf als een mix van saudade, indie, elektronica en folk, waarbij saudade een mix van Portugese en Braziliaanse muziek is. Het is muziek die buitengewoon subtiel wordt uitgevoerd. In veel songs op Ao Mar vormen het bijzondere en grotendeels akoestische gitaarspel van Siebe Chau en de prachtige stem van Brenda Corijn de basis, waarna subtiele bijdragen van elektronica en percussie worden toegevoegd. In een aantal tracks zijn de elektronica en de percussie en beats net wat zwaarder aangezet en klinkt de muziek van Ão weer heel anders.
Het is muziek die ik in eerste instantie associeerde met broeierige zomeravonden, maar in de herfst doen de songs van de Belgische band het ook geweldig. Ao Mar is een album dat aan de ene kant uitnodigt tot luieren, wat uitstekend lukt bij de zwoele en wat dromerige klanken en de prachtige zang, maar beluister Ao Mar met de koptelefoon en je blijft je verbazen over alle schoonheid in de muziek van Ão. Ao Mar heeft de betoverende schoonheid en het in eerste instantie wat vervreemdende karakter dat ook de muziek van Arooj Aftab heeft, maar ook dit door de band genoemde vergelijkingsmateriaal hoor ik verder niet veel terug op Ao Mar.
Ao Mar is een album waaraan ik zeker moest wennen. Ik was vrij snel overtuigd van de schoonheid van de muziek van de Belgische band, maar was nog wel bang dat ik de muziek van de band snel te eenvormig zou vinden, waardoor het album snel zou gaan vervelen. Dat laatste valt erg mee, al is het maar omdat de muziek van Ão helemaal niet eenvormig is. Wanneer je de muziek van de band uit Brussel met aandacht beluistert gebeurt er echt van alles op dit fascinerende album, dat totaal anders klinkt dan alles dat je tot dusver hebt gehoord dit jaar. En wat klinkt het lekker. Erwin Zijleman
ØXN - Cyrm (2023)

4,5
6
geplaatst: 5 november 2023, 10:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: ØXN - CYRM - dekrentenuitdepop.blogspot.com
ØXN - CYRM
ØXN is een Ierse band die, net als de landgenoten van Lankum, niet vies is van aardedonkere en bijna beangstigende doomfolk, maar doet er op haar bijzonder indrukwekkende debuutalbum CYRM nog een schepje bovenop
De openingstrack van het debuutalbum van de Ierse band ØXN komt aan als een mokerslag en zet de toon voor de rest van het indrukwekkende album. Wat begint als een traditioneel klinkende en a capella gezongen Ierse folksong bouwt steeds verder op richting duistere en bezwerende klanken die je genadeloos bij de strot grijpen. Ook in de vijf tracks die volgen weet de Ierse band indruk te maken met bijzonder ingekleurde folksongs, de bijzondere stemmen van Katie Kim en Lankum’s Radie Peat, fascinerende spanningsbogen en aardedonkere verhalen. Ruim 45 minuten lang maakt ØXN een onuitwisbare indruk en CYRM wordt alleen maar indrukwekkender.
Cruel Mother, de openingstrack van het debuutalbum van de Ierse band ØXN, duurt 9 minuten en 29 seconden en dat is meer dan genoeg om een onuitwisbare indruk te maken. Het is een track die opent als een traditionele Ierse folksong met indringende a capella zang, maar wanneer de instrumentatie steeds wat voller wordt, heb je snel door dat ØXN niet blijft hangen in traditionele Ierse folksongs. De zang blijft de hele track hetzelfde, maar de instrumentatie er omheen verandert continu en ook het tempo wordt steeds wat verder opgevoerd.
Cruel Mother is prachtig opgebouwd met een geluid dat steeds voller, maar ook steeds donkerder en uiteindelijk duister en dreigend wordt. Dat doet de Ierse band met subtiele overgangen, maar de spanningsbogen zijn uiteindelijk indrukwekkend hoog. De openingstrack van het debuutalbum van ØXN doet wel wat denken aan de meest donkere en bezwerende tracks van de eveneens Ierse band Lankum, maar in Cruel Mother doet ØXN er nog een schepje bovenop.
Dat de muziek van ØXN associaties oproept met die van Lankum is overigens niet zo gek, want de band heeft met zangeres Radie Peat en producer John “Spud” Murphy een lid en de producer van Lankum aan boord. Zangeres, toetsenist en gitarist Katie Kim en drumster Eleanor Myler van de experimentele rockband Percolator maken de bezetting van ØXN compleet.
CYRM, het debuutalbum van de band, opent imponerend en houdt hierna een indrukwekkend niveau vast. The Trees They Do Grow High, dat bijna acht minuten duurt verschiet minder heftig van kleur dan de openingstrack, maar ook met een betrekkelijk monotone instrumentatie maakt de Ierse band duistere en bezwerende muziek.
CYRM bevat slechts zes tracks, waarvan de kortste bijna vijf minuten en de langste bijna dertien minuten duurt. Het zijn tracks die steeds beginnen bij traditionele Ierse folksongs met vooral aardedonkere teksten. De stemmen van Katie Kim en Radie Peat voelen zich als een vis in het water in dit genre, maar houden zich ook makkelijk staande wanneer de instrumentatie langzaam maar zeker afdwaalt van het pad van de traditionele Ierse folk en verdwaalt in donkere en duistere bossen, waarin gevaar schuilt achter iedere boom.
De verschuivingen in de instrumentatie zijn vaak subtiel, maar John “Spud” Murphy schuwt ook het gebruik van bijna angstaanjagende drones niet. Het zijn klanken waarmee hij indruk maakte op de albums van Lankum, maar de muziek op CYRM van ØXN vind ik misschien nog wel mooier en indrukwekkender. “Irish folk full of unsettling dark magic” noemt de Britse kwaliteitskrant The Guardian het en dat is een prachtige omschrijving.
Ik vind CYRM het indrukwekkendst wanneer ØXN alles uit de kast trekt, maar ook de wat soberder ingekleurde songs winnen snel aan kracht en slagen er ook steeds beter in om de woonkamer te veranderen in een donker bos of een duister kasteel. Dat alles uit de kast trekken doet de Ierse band overigens het indrukwekkendst in het bijna dertien minuten durende Farmer In The City (geschreven door Scott Walker), waarin loodzware synths en ontsporende drones zorgen voor een indrukwekkend slotakkoord, wat ook zomaar van de hand van PJ Harvey had kunnen zijn. CYRM van ØXN past prachtig in het huidige seizoen, maar is boven alles een bijzonder indrukwekkend album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: ØXN - CYRM - dekrentenuitdepop.blogspot.com
ØXN - CYRM
ØXN is een Ierse band die, net als de landgenoten van Lankum, niet vies is van aardedonkere en bijna beangstigende doomfolk, maar doet er op haar bijzonder indrukwekkende debuutalbum CYRM nog een schepje bovenop
De openingstrack van het debuutalbum van de Ierse band ØXN komt aan als een mokerslag en zet de toon voor de rest van het indrukwekkende album. Wat begint als een traditioneel klinkende en a capella gezongen Ierse folksong bouwt steeds verder op richting duistere en bezwerende klanken die je genadeloos bij de strot grijpen. Ook in de vijf tracks die volgen weet de Ierse band indruk te maken met bijzonder ingekleurde folksongs, de bijzondere stemmen van Katie Kim en Lankum’s Radie Peat, fascinerende spanningsbogen en aardedonkere verhalen. Ruim 45 minuten lang maakt ØXN een onuitwisbare indruk en CYRM wordt alleen maar indrukwekkender.
Cruel Mother, de openingstrack van het debuutalbum van de Ierse band ØXN, duurt 9 minuten en 29 seconden en dat is meer dan genoeg om een onuitwisbare indruk te maken. Het is een track die opent als een traditionele Ierse folksong met indringende a capella zang, maar wanneer de instrumentatie steeds wat voller wordt, heb je snel door dat ØXN niet blijft hangen in traditionele Ierse folksongs. De zang blijft de hele track hetzelfde, maar de instrumentatie er omheen verandert continu en ook het tempo wordt steeds wat verder opgevoerd.
Cruel Mother is prachtig opgebouwd met een geluid dat steeds voller, maar ook steeds donkerder en uiteindelijk duister en dreigend wordt. Dat doet de Ierse band met subtiele overgangen, maar de spanningsbogen zijn uiteindelijk indrukwekkend hoog. De openingstrack van het debuutalbum van ØXN doet wel wat denken aan de meest donkere en bezwerende tracks van de eveneens Ierse band Lankum, maar in Cruel Mother doet ØXN er nog een schepje bovenop.
Dat de muziek van ØXN associaties oproept met die van Lankum is overigens niet zo gek, want de band heeft met zangeres Radie Peat en producer John “Spud” Murphy een lid en de producer van Lankum aan boord. Zangeres, toetsenist en gitarist Katie Kim en drumster Eleanor Myler van de experimentele rockband Percolator maken de bezetting van ØXN compleet.
CYRM, het debuutalbum van de band, opent imponerend en houdt hierna een indrukwekkend niveau vast. The Trees They Do Grow High, dat bijna acht minuten duurt verschiet minder heftig van kleur dan de openingstrack, maar ook met een betrekkelijk monotone instrumentatie maakt de Ierse band duistere en bezwerende muziek.
CYRM bevat slechts zes tracks, waarvan de kortste bijna vijf minuten en de langste bijna dertien minuten duurt. Het zijn tracks die steeds beginnen bij traditionele Ierse folksongs met vooral aardedonkere teksten. De stemmen van Katie Kim en Radie Peat voelen zich als een vis in het water in dit genre, maar houden zich ook makkelijk staande wanneer de instrumentatie langzaam maar zeker afdwaalt van het pad van de traditionele Ierse folk en verdwaalt in donkere en duistere bossen, waarin gevaar schuilt achter iedere boom.
De verschuivingen in de instrumentatie zijn vaak subtiel, maar John “Spud” Murphy schuwt ook het gebruik van bijna angstaanjagende drones niet. Het zijn klanken waarmee hij indruk maakte op de albums van Lankum, maar de muziek op CYRM van ØXN vind ik misschien nog wel mooier en indrukwekkender. “Irish folk full of unsettling dark magic” noemt de Britse kwaliteitskrant The Guardian het en dat is een prachtige omschrijving.
Ik vind CYRM het indrukwekkendst wanneer ØXN alles uit de kast trekt, maar ook de wat soberder ingekleurde songs winnen snel aan kracht en slagen er ook steeds beter in om de woonkamer te veranderen in een donker bos of een duister kasteel. Dat alles uit de kast trekken doet de Ierse band overigens het indrukwekkendst in het bijna dertien minuten durende Farmer In The City (geschreven door Scott Walker), waarin loodzware synths en ontsporende drones zorgen voor een indrukwekkend slotakkoord, wat ook zomaar van de hand van PJ Harvey had kunnen zijn. CYRM van ØXN past prachtig in het huidige seizoen, maar is boven alles een bijzonder indrukwekkend album. Erwin Zijleman
