MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

D.C. Maxwell - Lone Rider (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: D.C. Maxwell - Lone Rider - dekrentenuitdepop.blogspot.com

D.C. Maxwell - Lone Rider
De Nieuw-Zeelandse muzikant D.C. Maxwell debuteert deze week met Lone Rider, dat direct bij eerste beluistering een onuitwisbare indruk maakt en vervolgens alleen maar indrukwekkender en memorabeler wordt

D.C. Maxwell uit het Nieuw-Zeelandse Auckland zat een paar jaar geleden nog in een punkband, maar daar is niets meer van te horen op zijn solodebuut Lone Rider. Het album is bij vlagen zeer vol en wat theatraal ingekleurd met flink wat strijkers, maar bevat ook een aantal meer ingetogen momenten, waarin een bijzondere twist nooit ver weg is. Ook de zang van D.C. Maxwell bevat hier en daar het nodige drama, maar de stem van de muzikant uit Auckland tilt het album ook mijlenver op. Dan doen ook de songs op Lone Rider, want wat zit hier veel in en wat beschikken ze over veel groeipotentie. Absoluut een album met jaarlijstjespotentie deze parel van de andere kant van de wereld.

Sinds enkele jaren volg ik ook de Nieuw-Zeelandse muziekscene op de voet en dat levert af en toe geweldige albums op en meestal gaat het om albums die aan deze kant van de wereld maar weinig aandacht krijgen. De laatste maanden viel de oogst uit Nieuw-Zeeland wat tegen, maar deze week verscheen er eindelijk weer een album dat een hele goede kans gaat maken om hoog te eindigen in mijn jaarlijstje over een maand of vier.

Het gaat om Lone Rider van de Nieuw-Zeelandse muzikant D.C. Maxwell. De muzikant uit Auckland maakte in het verleden deel uit van de emopunkband Roidz, die ook in de Verenigde Staten succesvol was, maar met Lone Rider slaat D.C. Maxwell een totaal andere weg in. De Nieuw-Zeelandse muzikant noemt zelf onder andere Scott Walker, Lee Hazlewood en Nick Cave als inspiratiebronnen, maar als ik luister naar Lone Rider dringt vooral de naam van Marc Almond zich op.

Vergeleken met Marc Almond zingt D.C. Maxwell met net wat minder pathos, maar ook de zang van de Nieuw-Zeelandse muzikant is zeer expressief en hier en daar voorzien van het nodige drama. Ik vind Marc Almond een groot zanger en ook van de stem van D.C. Maxwell ben ik zeer onder de indruk. De Nieuw-Zeelandse muzikant vertelt op zijn debuutalbum een aantal aardedonkere verhalen, waarvan er een aantal zeer persoonlijk zijn, en hij doet dit met veel gevoel en expressie.

Alleen door de zang, die ook nog raakt aan die van de briljante Gavin Friday, vind ik Lone Rider al een geweldig album, maar het debuutalbum van de muzikant uit Auckland heeft veel meer te bieden. In vocaal opzicht heb ik zoals gezegd vooral associaties met het rijke oeuvre van Marc Almond en ook in muzikaal opzicht draagt de Britse muzikant relevant vergelijkingsmateriaal aan. Veel songs op Lone Rider zijn immers behoorlijk uitbundig en soms wat theatraal ingekleurd met flink wat strijkers.

Nu vind ik dit soort muziek al snel over the top, maar dat is het debuutalbum van D.C. Maxwell zeker niet. Hier en daar zwellen de strijkers stevig aan en doen ook de blazers een flinke duit in het zakje, maar tegenover de wat steviger aangezette klanken staan ook voldoende ingetogen tot zeer ingetogen passages. Zeker wanneer de songs van D.C. Maxwell wat minder uitbundig zijn ingekleurd en hij ook wat minder expressief zingt, klinkt Lone Ride opeens als een vergeten singer-songwriter klassieker uit de jaren 70 en ook in dit genre weet de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter zich makkelijk te onderscheiden.

Dat doet D.C. Maxwell ook zeker met de songs op Lone Rider, want de tien songs op het album zijn van een opvallend hoog niveau. D.C. Maxwell is op zijn eerste album goed voor songs die je onmiddellijk nieuwsgierig maken, die zich vervolgens snel opdringen en die ook nog eens interessanter worden wanneer je ze vaker hoort. In muzikaal opzicht zijn er steeds weer interessante wendingen en fraaie echo’s uit het verleden, maar ook in tekstueel opzicht is Lone Rider een fascinerend album, dat vaak goed is voor een traan, maar soms ook voor een lach.

Muziek uit Nieuw-Zeeland trekt in Nederland zeker niet vanzelfsprekend de aandacht, maar Lone Rider van D.C. Maxwell is een ontstellend goed album, dat ook hier moet worden bedolven onder de positieve woorden. Ik ben na een paar dagen zelf compleet verslingerd aan dit fascinerende album, maar Lone Rider groeit ook nog wel even door de komende tijd. Erwin Zijleman

D.H. Scott - My Body Longed for the Summer (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: D.H. Scott - My Body Longed For The Summer - dekrentenuitdepop.blogspot.com

D.H. Scott - My Body Longed For The Summer
Tijdloze singer-songwriter plaat, die op zijn minst herinnert aan de hoogtijdagen van Townes van Zandt
D.H. Scott is een muzikant uit Albuquerque, New Mexico, die deze week debuteert met het fraaie My Body Longed For The Summer. Het is een tijdloze singer-songwriter plaat die herinnert aan vervlogen tijden. De instrumentatie is sober maar zeer smaakvol, de stem van de Amerikaanse muzikant zorgt voor de in dit genre gebruikelijke hoeveelheid melancholie. D.H. Scott moet haast wel een groot bewonderaar van Townes van Zandt zijn, maar zijn album doet er absoluut toe. De Amerikaan vertelt mooie verhalen en vertolkt ze met hart en ziel, precies zoals we het zo graag horen in dit genre. Mooi album.

Ik kan op het Internet niet veel vinden over D.H. Scott en zijn album My Body Longed For The Summer, maar de muziek op het album spreekt gelukkig grotendeels voor zich.

D.H. Scott werd geboren in Bakersfield, California, maar woont tegenwoordig in Albuquerque, New Mexico. My Body Longed For The Summer werd eerder dit jaar opgenomen in Taos, New Mexico, en is het debuut van de Amerikaanse muzikant.

Het is een debuut dat wordt gedragen door de akoestische gitaar en de stem van D.H. Scott, die incidenteel wordt bijgestaan door een ritmesectie, strijkers, een orgel en wat achtergrondzang.

Het is zo ongeveer alles dat op het Internet is te vinden over het album, maar het album geeft zelf nog wat meer informatie prijs. Zo maakt D.H. Scott geen moment een geheim van zijn bewondering voor de muziek van Townes van Zandt. De door country en met name folk beïnvloede muziek van D.H. Scott doet op het eerste gehoor wat ouderwets aan en herinnert meer dan eens nadrukkelijk aan de betere dagen van Townes van Zandt en zijn soortgenoten.

Het is muziek die tegenwoordig niet meer zoveel wordt gemaakt (of mij niet weet te bereiken), maar het is ook muziek die volstrekt tijdloos is. Nu zou het de doodsteek zijn voor D.H. Scott wanneer zijn debuut moet worden vergeleken met de beste albums van Townes van Zandt en dat ga ik dan ook niet doen. Wat overblijft is een album dat indruk maakt met ingetogen folksongs.

Het zijn songs die sober maar mooi zijn ingekleurd en die het voor een belangrijk deel moeten hebben van de intense wijze waarop D.H. Scott zijn songs vertolkt. De muzikant uit New Mexico vertelt op zijn debuut mooie verhalen en doet dat met de passie en de emotie die je binnen dit genre verwacht.

De instrumentatie op het album is zoals gezegd sober, maar wel zeer smaakvol en trefzeker. Hier en daar zorgen strijkers voor wat extra weemoed in de songs op My Body Longed For The Summer, maar de meeste melancholie komt uit de zang van de Amerikaanse muzikant. Het doet op het eerste gehoor misschien wat ouderwets aan, maar al snel merk je dat je gegrepen wordt door de songs op het album en dat deze mooier, indringender en meeslepender worden.

Zeker wat later op de avond komen de stemmige songs van D.H. Scott prachtig uit de speakers, maar My Body Longed For The Summer is uiteindelijk een album voor alle momenten. Omdat ik normaal gesproken een voorkeur heb voor wat modernere vormen van Americana, luister ik niet heel vaak naar albums als het debuut van D.H. Scott. Ik vind het daarom lastig om het album te duiden, al ben ik er zo langzamerhand wel uit dat het een album is dat er in het genre bovenuit steekt op het moment.

My Body Longed For The Summer is een album dat inspireert tot het weer eens uit de kast trekken van een album van de grote Townes van Zandt, maar ook het debuut van D.H. Scott blijft met enige regelmaat terugkeren en wordt eigenlijk alleen maar beter. Bijzonder fraai debuut van deze Amerikaanse muzikant. Erwin Zijleman

D'Angelo - Voodoo (2000)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: D'Angelo - Voodoo (2000) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: D'Angelo - Voodoo (2000)
De eerder deze week overleden Amerikaanse muzikant D’Angelo zette halverwege de jaren 90 met zijn album Brown Sugar de neo-soul op de kaart en leverde met het in 2000 verschenen Voodoo zijn meesterwerk af

D’Angelo behoorde samen met onder andere Maxwell, Erykah Badu en Lauryn Hill tot de vaandeldragers van de zogenaamde neo-soul. In zijn muziek verwerkte de Amerikaanse muzikant zowel invloeden uit de soul en funk uit de jaren 60 en 70 als invloeden uit de R&B en hiphop van de jaren 90. Het is goed te horen op het in 2000 verschenen Voodoo, dat wordt gezien als het beste album van de deze week overleden muzikant. Voodoo is een album met een wat broeierige sfeer en het is een album dat gemaakt lijkt voor de kleine uurtjes. Ik vond er 25 jaar geleden eerlijk gezegd niet veel aan, maar hoor inmiddels wel waarom het album destijds zo uitvoerig werd geprezen.

De Amerikaanse muziekwebsite Paste publiceerde de afgelopen week een lijst met de 250 beste albums van deze eeuw. Ik ga me zelf nooit wagen aan zo’n lijst, want hoe vergelijk je albums die je al 25 jaar koestert met een pas enkele weken of maanden geleden verschenen meesterwerk. Paste had er kennelijk geen moeite mee en publiceerde een interessante lijst waaruit ik de komende tijd zeker nog ga putten wanneer ik stil sta bij albums die zijn verschenen voor de krenten uit de pop het levenslicht zag.

Ik begin deze week bij de nummer drie uit de lijst van Paste en dat is een album dat deze week werd voorzien van een gitzwart randje. Eerder deze week overleed immers de Amerikaanse soulzanger D’Angelo op slechts 51-jarige leeftijd. Michael D'Angelo Archer zou uiteindelijk maar drie studioalbums maken: Brown Sugar uit 1995, Voodoo uit 2000 en Black Messiah uit 2014.

Met zijn debuutalbum Brown Sugar was de Amerikaanse muzikant een van de vaandeldragers van de neo-soul, destijds een nieuw genre, terwijl hij zijn muziek op Black Messiah een stevige funkinjectie gaf. Voodoo uit 2000 wordt over het algemeen gezien als het meesterwerk van D’Angelo, al doen de andere twee albums er nauwelijks voor onder.

Ik was in 2000 zelf overigens geen fan van D’Angelo en vond Voodoo in mijn herinnering ook geen geweldig album. Ik had destijds meer met vintage soul dan met de gloednieuwe neo-soul en vond het tweede album van D’Angelo klinken als een minder album van Prince. Ik heb de afgelopen 25 jaar dan ook nauwelijks geluisterd naar de muziek van de Amerikaanse muzikant, al vond ik zijn in 2014 verschenen album prima.

Toen ik een paar dagen geleden voor het eerst weer eens luisterde naar Voodoo had ik ook direct weer associaties met de muziek van Prince. Dat is op zich ook niet zo gek, want net als D’Angelo heeft ook Prince goed geluisterd naar de soul en funk uit de jaren 60 en 70. Ik heb inmiddels meer met neo-soul dan 25 jaar geleden en ik hoorde dan ook direct waarom Paste het album zo hoog in haar lijst met de beste albums van deze eeuw heeft gezet.

Voodoo heeft een bijzondere sfeer en een zeer aangename flow. D’Angelo heeft zich inderdaad flink laten beïnvloeden door de soul en funk uit de jaren 60 en 70, maar verwerkt ook invloeden uit de R&B en hiphop zoals die rond het jaar 2000 werd gemaakt. Vergeleken met de klassieke soulalbums uit de jaren 60 en 70 klinkt vooral de zang anders. Net als Prince zingt ook D’Angelo voornamelijk ingehouden of met een falsetstem en waagt hij zich niet aan de uithalen van de grote soulzangers uit het verre verleden.

Ik vond Voodoo 25 jaar geleden maar wat voortkabbelen en klinken als Prince in een wat mindere vorm, maar ik hoor nu veel meer in het album. Het album heeft een wat broeierige maar ook bijzondere sfeer, die het met name goed doet wanneer de zon onder is. Ik heb soul liever wat rauwer dan de muziek die D’Angelo op Voodoo maakt, maar ik hoor inmiddels wel de kwaliteit van het album.

D’Angelo schaarde zich met het album onder de neo-soul sensaties van dat moment en bleek een imponerende podiumpersoonlijkheid, maar het leven van de Amerikaanse muzikant werd de afgelopen tien jaar ook getekend door gezondheidsproblemen die hem eerder deze week helaas fataal werden. Erwin Zijleman

D'Angelo and the Vanguard - Black Messiah (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: D'Angelo And The Vanguard - Black Messiah - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

D’Angelo uit Richmond, Virginia, stond in 1995 aan de basis van een compleet nieuw genre. Op zijn debuut Brown Sugar vermengde de Amerikaan op geheel eigen wijze invloeden uit de vintage soulmuziek uit de jaren 60 en 70 met invloeden uit de hip-hop en R&B van dat moment. Hiermee was de Neo-soul geboren.

Het heeft de Neo-soul pioniers vervolgens niet echt mee gezeten, waardoor uiteindelijk anderen aan de haal gingen met de vernieuwingsdrang van onder andere Lauryn Hill, Aaliyah, Maxwell en D’Angelo.

D’Angelo keerde zelf pas vijf jaar na Brown Sugar terug met het nog betere Voodoo, maar hierna werd het stil rond de Amerikaan, al was hij de afgelopen jaren wel weer met enige regelmaat op de podia te zien.

De stilte op releasegebied werd vorige week plotseling doorbroken met de release van een nieuwe plaat van D’Angelo. Zomaar uit het niets verscheen dan eindelijk de langverwachte derde cd van D’Angelo: Black Messiah.

Nu worden plotseling uitgebrachte platen over het algemeen stevig gehyped en dat is niet anders met Black Messiah, dat door nogal wat critici direct tot plaat van het jaar werd uitgeroepen. Dat is wat mij betreft wel wat overdreven, maar dat neemt niet weg dat Black Messiah van D’Angelo And The Vanguard een imponerende plaat is en bovendien een plaat is van het niveau dat je van D’Angelo mag verwachten.

D’Angelo ging de afgelopen twee decennia meer dan eens door diepe dalen, maar heeft zijn leven gelukkig weer op de rails en kan nu de hele wereld aan. Dat is goed te horen op Black Messiah, dat kan worden gezien als de plaat die Prince helaas niet heeft gemaakt het afgelopen jaar.

Waar Prince achteraf bezien met twee middelmatige platen op de proppen kwam, heeft D’Angelo een plaat gemaakt die aankomt als een mokerslag. Black Messiah gaat deels verder waar Voodoo bijna 15 jaar geleden ophield, maar is ook voorzien van een stevige funkinjectie.

Het klinkt zoals gezegd als de muziek die Prince had moeten maken en ooit ook gemaakt heeft, maar uiteraard geeft D’Angelo er ook zijn geheel eigen draai aan. Een aantal tracks klinkt behoorlijk psychedelisch en raakt aan de muziek van Parliament en Funkadelic, maar Black Messiah bevat ook een aantal wat stevigere tracks met rockinvloeden, een aantal ballads die juist weer zijn voorzien van een flinke laag R&B honing en een aantal lastiger te doorgronden jazzy tracks.

D’Angelo staat er op Black Messiah zeker niet alleen voor. Hij laat zich bijstaan door een band die bestaat uit onder andere drummer Questlove (The Roots), de ervaren sessiebassist Pino Palladino en zangeres Kendra Foster, die overigens meeschreef aan de meeste songs op de plaat. Het zijn muzikanten die geweldig kunnen spelen, wat zeker bijdraagt aan het hoge niveau van de nieuwe plaat.

Black Messiah is zeker geen makkelijke plaat. Zeker de broeierige funky tracks vragen door de vele wendingen en de meerdere lagen waaruit de muziek bestaat heel wat geduld van de luisteraar, maar deze wordt uiteindelijk rijkelijk beloond.

Plaat van het jaar vind ik persoonlijk wat teveel eer voor Black Messiah, maar dat is deels zo omdat dit niet mijn favoriete genre is. Waar de twee laatste platen van Prince de kast niet meer uit komen, zal Black Messiah nog met enige regelmaat uit de speakers gaan komen, zeker wanneer ik behoefte heb aan broeierige muziek die zijn klassiekers kent maar ook weet te vernieuwen. Knappe plaat. Erwin Zijleman

Daisy Jones & The Six - Aurora (2023)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Daisy Jones & The Six - AURORA - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Daisy Jones & The Six - AURORA
De Amerikaanse auteur Taylor Jenkins Reid verzon een prachtig verhaal over een niet bestaande rockband, waarbij nu een uitstekend passende en goed klinkende soundtrack is verzonnen

Kun je zelf muziek verzinnen bij het lezen van een boek over een niet bestaande band? Ik kon het bij Utopia Avenue van David Mitchell en bij A Visit from the Goon Squad van Jennifer Egan en ik kon het ook bij Daisy Jones & The Six van Taylor Jenkins Reid. Dat laatste boek is nu omgetoverd tot een serie en bij deze serie hoort AURORA, een echt album van Daisy Jones & The Six. Er zit niet eens zoveel ruimte tussen de muziek die ik zelf had bedacht bij het boek en de muziek die op het album terecht is gekomen. Dat heeft alles te maken met het jaren 70 geluid op het album en de invloeden van Fleetwood Mac. Het levert een album op dat, net als het boek, goed is voor een glimlach.

Daisy Jones & The Six van Taylor Jenkins Reid was niet het eerste boek over een fictieve rockband en ook zeker niet het eerste boek dat vrijwel volledig bestond uit verzonnen interviews. Hoewel ik niet zo gek ben op het laatste genre, las ik de roman over de opkomst en ondergang van een band in de jaren 70 in één ruk uit.

Het was dan ook een mooi verhaal over de jonge Daisy, die aan het eind van de jaren 60 opduikt in de muziekscene van Los Angeles en langzaam maar zeker uitgroeit tot een ster, zeker wanneer ze de samenwerking zoekt met de band The Six. Haar relatie met Billy, de voorman van The Six, stuwt de muziek van Daisy Jones & The Six niet alleen naar grote hoogten, maar betekent uiteindelijk ook de trieste ondergang van de band.

Wanneer een boek wordt verfilmd is het altijd even afwachten of de beelden die je zelf hebt bedacht overeenkomen met de beelden in de film, wat lang niet altijd het geval is. Dat zal niet anders zijn bij het bekijken van de serie Daisy Jones & The Six, die vanaf vorige week te zien is op Amazon Prime.

Met de gekozen acteurs en de geschoten beelden kan iedereen uiteindelijk wel vrede hebben denk ik, want het ziet er allemaal mooi en realistisch uit. Sinds vorige week is er echter ook de soundtrack bij de serie en wordt voor de lezers van het boek bepaald hoe de muziek van Daisy Jones & The Six klinkt.

Na eerste beluistering van deze soundtrack, of beter gezegd het album AURORA, kan ik concluderen dat het geluid op deze soundtrack niet mijlenver is verwijderd van de muziek die in mijn hoofd klonk bij het lezen van het boek. Dat is op zich niet zo gek, want vrijwel iedereen die Daisy Jones & The Six las had associaties met Fleetwood Mac, zeker door de liefdesperikelen in deze band ten tijde van het album Rumours.

Het album bij de serie Daisy Jones & The Six heeft zich ook stevig laten beïnvloeden door de muziek van Fleetwood Mac en klinkt meer dan eens als de opvolger van Rumours die Fleetwood Mac zelf niet maakte. Nu vind ik het deels heiligschennis om een poging te doen om een eigen Rumours te maken, maar op een of andere manier vind ik AURORA best een lekker album.

Dat heeft deels te maken met de hoge kwaliteit van de songs, waarvoor topkrachten als Jackson Browne, Phoebe Bridgers en Marcus Mumford werden gerekruteerd. Ook met de kwaliteit van de muzikanten zit het wel goed op het album, dat ook nog eens geweldig werd geproduceerd door topproducer Blake Mills, die het album heeft voorzien van een authentiek klinkend 70s geluid.

In vocaal opzicht wordt de kar getrokken door Riley Keough, die zich eerder liet zien in de film over de vrouwelijke rockband The Runaways. Riley Keough is de dochter van Lisa Marie Presley en hiermee de kleindochter die Elvis nooit gekend heeft. Ze heeft vast wat van de genen van haar opa meegekregen, want de zang op de soundtrack van Daisy Jones & The Six is prima, wat ook de verdienste is van haar mannelijke kompaan Sam Claflin.

Na één aflevering gezien te hebben kan ik wel concluderen dat de verfilming van het boek van Taylor Jenkins Reid geslaagd is. Ook AURORA voldoet verrassend goed aan mijn verwachtingen, al zal ik in de toekomst toch weer vooral grijpen naar de muziek van Fleetwood Mac als ik dit soort muziek wil horen. Blijft de vraag over of er voor Daisy Jones & The Six leven is na AURORA. Ik ben benieuwd. Erwin Zijleman

Daisy the Great - The Rubber Teeth Talk (2025)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Daisy The Great - The Rubber Teeth Talk - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Daisy The Great - The Rubber Teeth Talk
Daisy The Great lijkt op het eerste gehoor wel erg voort te borduren op de indierock uit de jaren 90, maar de songs van Kelley Nicole Dugan en Mina Walker zijn vaak voorzien van een bijzondere twist en wat zingen ze mooi

Daisy The Great is zeker niet de eerste band die de inspiratie voor een deel in de jaren 90 vindt en dan vooral bij de door vrouwen aangevoerde indierock uit dit decennium. Het zijn invloeden die absoluut hoorbaar zijn op The Rubber Teeth Talk, maar Daisy The Great is zeker niet blijven steken in de jaren 90. Het duwt de songs van Kelley Nicole Dugan en Mina Walker meerdere kanten op en ondertussen strooien de dames ook nog eens met prachtige harmonieën. Het duurde even voor ik door had dat Daisy The Great echt wel iets bijzonders te bieden heeft, maar sindsdien vind ik The Rubber Teeth Talk bij iedere keer horen weer net wat leuker en interessanter.

Ik heb in het verleden al wel eens geluisterd naar de muziek van Daisy The Great, maar tot een recensie kwam het dusver nog niet. Ik ging er bij eerste beluistering van het deze week verschenen The Rubber Teeth Talk van uit dat het nieuwe album van het duo uit New York hier niets aan zou gaan veranderen, maar ik ben langzaam maar zeker toch gevallen voor de charmes van het nieuwe album van Daisy The Great.

Dat ik de afgelopen jaren geen aandacht heb besteed aan de muziek van Kelley Nicole Dugan en Mina Walker, want dat zijn de twee leden van Daisy The Great, heeft niet eens zo heel veel te maken met hun muzikale en vocale kwaliteiten, want ze deden op hun vorige albums ook al heel veel goed. Dat doen Kelley Nicole Dugan en Mina Walker ook op het deze week verschenen The Rubber Teeth Talk, dat ook bij eerste beluistering al een aantal sterke punten liet horen.

Zo beschikken de twee muzikanten uit New York allebei over een mooie stem, maar The Rubber Teeth Talk wordt pas echt indrukwekkend wanneer Kelley Nicole Dugan en Mina Walker fraaie harmonieën door de speakers laten komen. Het zijn harmonieën die op de vorige albums van Daisy The Great al mooi waren, maar die nog wat mooier zijn op het nieuwe album van Daisy The Great.

Het duo uit New York spreekt ook in muzikaal opzicht makkelijk tot de verbeelding en ook met de songs van Kelley Nicole Dugan en Mina Walker is helemaal niets mis. Wat me in het verleden tegen hield is dat het allemaal wel erg bekend in de oren klinkt. Negatiever gesteld zou ik ook kunnen zeggen dat Daisy The Great in het verleden niet veel toevoegde aan alles dat er al is.

Dat gevoel had ik eerlijk gezegd ook bij de beluistering van de openingstrack van het deze week verschenen The Rubber Teeth Talk. Het is een track die bijzonder lekker klinkt en die opvalt door de echt prachtige zang van de twee leden van Daisy The Great, maar het is ook een track die je direct mee terug neemt naar de door vrouwen aangevoerde indierock uit de jaren 90 van bijvoorbeeld Juliana Hatfield of Belly.

Het klinkt vrij onweerstaanbaar voor liefhebbers van het genre, maar blijf zeker nog even luisteren als je geen behoefte meer hebt aan 90s indierock. Daisy The Great kan immers ook uit de voeten in andere genres en schakelt vrij makkelijk over naar andere invloeden. In eerste instantie komen deze ook nog uit de jaren 90, maar het duo uit New York schakelt vrij makkelijk over naar de indiepop van dit moment en geeft hier en daar een behoorlijk theatrale twist aan haar songs.

Je hoort het bijvoorbeeld in het fascinerende Lady Exhausted, waarin Kelley Nicole Dugan en Mina Walker opeens een volstrekt eigen geluid hebben. Het is me eerlijk gezegd wat te pompeus, maar ik heb ook wel weer respect voor dit uitstapje buiten de gebaande paden. Door de subtiele en minder subtiele uitstapjes buiten de gebaande paden slaagt Daisy The Great zich er wat mij betreft immers in om zich te onderscheiden van al die bandjes die fantasieloos voortborduren op de indierock uit de jaren 90.

Hierdoor vind ik The Rubber Teeth Talk een steeds leuker album. Het is een album dat vervolgens ook nog eens steeds beter wordt en dit met name door de echt hele mooie zang. Het duurde even voor ik het door had, maar Daisy The Great ontstijgt de grauwe middelmaat met speels gemak. Erwin Zijleman

Dakota - Here's the 101 on How to Disappear (2019)

poster
5,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dakota - Here's The 101 On How To Disappear - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Eerder dit jaar verscheen het debuut en mogelijk ook direct de zwanenzang van de Amsterdamse band Dakota en wat is het een prachtplaat

Vele maanden lag het debuut van de Nederlandse band Dakota op de stapel, mar toen ik het album eindelijk beluisterde was ik direct verliefd. Het is een album dat extra lading krijgt door het trieste verhaal dat komt met het album van de Amsterdammers en dat naar grote hoogten groeit door al het moois op het album. Here's The 101 On How To Disappear is een vast vol tegenstrijdigheden, dynamiek en avontuur, maar de songs van Dakota zijn ook songs van het type dat je onmiddellijk wilt omarmen en koesteren. Er zijn dit jaar wel meer goede debuten verschenen, maar er zijn er niet veel zo goed als dit prachtdebuut, dat hopelijk geen zwanenzang wordt.

Inmiddels alweer vele maanden geleden kreeg ik via een lezer van deze BLOG de tip om eens naar het debuut van de Nederlandse band Dakota te luisteren. Dat kwam er vanwege het enorme aanbod van nieuwe muziek helaas steeds maar niet van, maar onlangs kwam ik de naam van de band weer tegen op een lijstje met albums die ik nog eens moest beluisteren. Toen ik dat deed was ik vrij snel onder de indruk van Here's The 101 On How To Disappear, het debuut van de Amsterdamse band.

Na wat onderzoek op het Internet kwam ik vervolgens al snel het trieste verhaal tegen dat samengaat met de release van dit debuut. Dakota werd een paar jaar geleden opgericht door vier vriendinnen en kwam in eerste instantie niet echt van de grond, tot de band verscheen in een succesvolle Nederlandse film. Vervolgens ging het lopen voor Dakota en kon de band haar debuut opnemen. Here's The 101 On How Yo Disappear verscheen aan het begin van het jaar en werd goed ontvangen. Er leek een gouden toekomst aan te breken voor de Amsterdamse band, maar het succes leverde ook een hoop druk op. De zangeres van de band had al een leven van psychische problemen achter zich en kon de druk van het succes niet aan.

Haar drie vriendinnen in de band deden wat vriendinnen in zo’n geval moeten doen. Ondanks het aanstormende succes werd de stekker uit Dakota getrokken, waarmee het zo veelbelovende debuut ook direct de zwanenzang van de band lijkt te worden. Het is doodzonde, want het debuut van de Amsterdamse band is een geweldig debuut.

Dakota maakt op Here's The 101 On How To Disappear even aanstekelijke als stekelige indie-rock waarin uiteenlopende invloeden zijn verwerkt. De band heeft zich absoluut laten inspireren door dreampop uit de jaren 90, maar doet gelukkig veel meer dan het reproduceren van het inmiddels uit duizenden herkenbare dreampop geluid. Dakota vermengt invloeden uit de dreampop met indie-rock, postpunk en psychedelica, maar citeert ook uit de archieven van onder andere de Westcoast pop en de garagerock, om nog maar eens twee genres te noemen.

De Amsterdamse band verrast met songs die zich direct genadeloos opdringen, maar het zijn ook songs vol avontuur. De ruimtelijke gitaarlijnen op het album doen steeds iets dat je niet verwacht en hetzelfde geldt voor de ritmes en de baslijnen op Here's The 101 On How To Disappear. Dakota klinkt het ene moment tegendraads of op zijn minst stekelig, maar verleidt een paar noten later met geweldige melodieën of onweerstaanbare refreinen.

De twee kanten die je hoort in de muziek van de Amsterdamse band hoor je ook in de zang, die zwoel en verleidelijk, maar ook onderkoeld en melancholisch kan klinken. Het doet me meer dan eens denken aan de muziek van Warpaint, maar Dakota is er ook absoluut in geslaagd om een eigen geluid te creëren. Het is een geluid dat ook nog eens prachtig is opgenomen, want op Here's The 101 On How To Disappear hoor je alle details en buitelen de instrumenten op bijzondere wijze over elkaar heen.

Sinds ik het debuut van Dakota heb ontdekt ben ik langzaam maar zeker verliefd geworden op het album. Steeds weer ben ik onder de indruk van de dynamiek op het album, van de manier waarop lieflijk om kan slaan in rauw, van de emotievolle zang en de bijzondere koortjes, van het geweldige gitaarwerk op het album en van de songs die stuk voor stuk zijn begonnen als ruwe diamanten, maar die inmiddels stralen en fonkelen.

Het maakt het feit dat Dakota de titel van haar debuut wel erg serieus heeft genomen alleen maar pijnlijker. De Amsterdamse band heeft eerder dit jaar een prachtdebuut afgeleverd, maar moest er noodgedwongen mee stoppen voor het album goed kon landen. Hopelijk zien we deze prachtband nog eens terug. Erwin Zijleman

Damien Jurado - Ghost of David (2000)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Damien Jurado - Ghost Of David (2000) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Damien Jurado - Ghost Of David (2000)
Met Ghost Of David trok Damien Jurado in 2000 voor het eerst de aandacht in Europa en het blijft een mooi en bijzonder album, dat niet onder doet voor de vele uitstekende albums die zouden volgen

Mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse muzikant Damien Jurado is dit jaar alweer 23 jaar oud. Ghost Of David werd geprezen door de Britse muziekpers en stelde me zeker niet teleur. Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat Damien Jurado geen dertien in een dozijn folky is. Zijn songs zijn sober ingekleurd, maar het zijn ook songs met een aan lo-fi rakend geluid. Ook de stem van Damien Jurado is anders dan die van zijn meeste soortgenoten en dat geldt ook voor zijn songs, zeker als hij op de tweede helft van het album het experiment opzoekt. Ghost Of David was de start van een bijzonder oeuvre, maar het is wat mij betreft nog steeds een van de meest aansprekende albums van de Amerikaanse muzikant.

De Amerikaanse muzikant Damien Jurado heeft inmiddels een kleine twintig albums op zijn naam staan, waarvan met name de albums die hij maakte met de veel te jong overleden producer Richard Swift werden onthaald met superlatieven en opdoken in veel jaarlijstjes. Als ik moet kiezen uit de stapel albums van de muzikant uit Seattle, Washington, kies ik echter voor het album waarmee ik kennis maakte met de muziek van de Amerikaanse muzikant.

In 2000 zag ik de naam van Damien Jurado voor het eerst opduiken in een van de Britse muziektijdschriften, vermoedelijk Uncut, en ging ik op zoek naar het album Ghost Of David, wat in een tijdperk waarin muziek alleen fysiek beschikbaar was best een uitdaging was, zeker omdat de muziek van Damien Jurado in Nederland nog geen aandacht had gekregen.

Ghost Of David is het vierde album van Damien Jurado en de echte opvolger van het in 1999 verschenen Rehearsals For Departure. Tussendoor verscheen het met gesproken woord gevulde Postcards And Audio Letters, maar dat is wat mij betreft een smet op het oeuvre van de Amerikaanse muzikant. Rehearsals For Departure is objectief beschouwd waarschijnlijk het beste album van Damien Jurado, maar ik ben toch het meest gehecht aan Ghost Of David.

Ghost Of David is een album met twee gezichten. Zeker het eerste deel van het album klinkt behoorlijk sober en heeft genoeg aan gitaar, zang en hier en daar wat elementaire percussie en piano. Ghost Of David is hoorbaar met eenvoudige middelen opgenomen, waardoor de songs van Damien Jurado op Ghost Of David een lo-fi karakter hebben. Het zijn ook wat donkere en melancholische songs, maar de songs van de Amerikaanse muzikant zijn ook van een bijzondere schoonheid en intimiteit.

Zeker op de eerste helft van het album maakt de muzikant uit Seattle indruk met lekker in het gehoor liggende maar ook interessante folksongs. Het zijn sobere of zelfs Spartaans klinkende songs, maar toch mis ik niets in de songs, die de aanprijzing ‘less is more’ absoluut verdienen. Zeker op de eerste helft van het album maakt Damien Jurado indruk als songwriter en als zanger. De stem van de Amerikaanse muzikant is bijzonder, maar ik vind de zang, zeker in de wat toegankelijkere songs ook erg mooi.

Na het grotendeels door Rose Thomas gezongen Parking Lot verschiet Ghost Of David wat van kleur. De songs zijn in een aantal gevallen wat voller ingekleurd en hier en daar verrijkt met samples en het zijn bovendien songs die een stuk experimenteler zijn dan die op de eerste helft van het album, al keert Damien Jurado uiteindelijk weer terug naar het geluid van de eerste helft van het album.

Ik beperkte me in de jaren na de release vaak tot de eerste helft van Ghost Of David, maar ik heb de experimentelere songs op de tweede helft van het album zeker leren waarderen. Het zijn songs die laten horen dat Damien Jurado meer is dan de zoveelste folky singer-songwriter, iets dat hij nog vele malen zou bewijzen op de albums die volgden op Ghost Of David.

Ik luister de jaren wat minder naar de muziek van Damien Jurado, mede omdat zijn laatste albums helaas niet meer te beluisteren zijn via Spotify. Ook Ghost Of David had ik al een tijd niet meer gehoord, maar het album voelde direct weer als een warm bad en misschien zelfs nog wel aangenamer dan in 2000. Erwin Zijleman

Damien Jurado - In the Shape of a Storm (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Damien Jurado - In The Shape Of A Storm - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Damien Jurado kiest na lange tijd weer eens voor een album zonder opsmuk en het resultaat mag er zeker zijn

Damien Jurado debuteerde ooit met uiterst ingetogen albums, maar schoof de afgelopen twee decennia steeds meer op richting een rijk en vol geluid, waarbij hij dankbaar gebruik maakte van de vaardigheden van producer Richard Swift. Damien Jurado moet het voor het eerst in lange tijd doen zonder de vorig jaar plotseling overleden Richard Swift en heeft als eerbetoon een album gemaakt waarop de productie tot een minimum beperkt is. Damien Jurado heeft genoeg aan akoestische gitaar en zang en vertolkt op fraaie wijze een aantal songs die hij nog op de plank had liggen. Het levert een eenvoudig maar wonderschoon album op.

The Horizon Just Laughed, het vorige album van de Amerikaanse singer-songwriter Damien Jurado, ontdekte ik pas vele maanden na de release. Damien Jurado was op dat moment al goed voor een flinke rij albums in mijn platenkast, want ik volg de muzikant uit Seattle, Washington, al sinds het einde van de jaren 90.

Damien Jurado maakte voor het eerst indruk met het bijzonder fraaie Rehearsals For Departure uit 1999, maar maakte wat mij betreft zijn beste album met Ghost Of David uit 2000. Het zijn allebei betrekkelijk ingetogen albums, die werden gevolgd door een serie albums waarop het geluid steeds voller en de productie steeds belangrijker werd.

Ik dacht vorig jaar dat ik zo langzamerhand wel wat was uitgekeken op de muziek van de Amerikaanse muzikant, maar The Horizon Just Laughed bleek wederom een geweldig album. Het was ook weer een Damien Jurado album dat me deed verlangen naar een vooral ingetogen album van de Amerikaanse muzikant en dat album is er nu. In The Shape Of A Storm bevat 10 songs en klokt net iets onder het half uur. Het zijn uiterst sobere songs, waarin we niet veel meer horen dan de akoestische gitaar van Damien Jurado en zijn stem.

Het nieuwe album van de muzikant, die vorig jaar Seattle verruilde voor Los Angeles, werd deels uit nood geboren. Damien Jurado vertrouwde de afgelopen jaren vooral op de bijzondere arrangementen en productie van de vorig jaar plotseling overleden producer, muzikant en vriend Richard Swift en moest alleen verder.

In The Shape Of A Storm werd in slechts twee uur opgenomen en bevat een serie songs die nog op de plank lagen van zijn vorige albums; soms al meer dan 20 jaar. Het zijn mooie en intieme songs die herinneren aan de Amerikaanse folkies uit de jaren 60 en 70.

Akoestische gitaar en een stem. Het lijkt makkelijk, maar probeer de aandacht maar eens vast te houden, zeker in deze tijden waarin popmuziek over het algemeen wordt volgestopt met instrumenten, geluiden en productionele trucjes. Je komt ze allemaal niet tegen op het nieuwe album van Damien Jurado, maar desondanks houdt de Amerikaanse muzikant de aandacht moeiteloos tien songs vast.

Door het beperkte instrumentarium klinkt In The Shape Of The Storm eenvormiger dan zijn laatste paar albums, maar wat mij betreft is er voldoende variatie om het inzakken van het album te voorkomen. Damien Jurado dook ooit op als een getalenteerd vertolker van uiterst sobere songs en hij kan het nog steeds.

De stem van de singer-songwriter uit Los Angeles heeft de afgelopen twintig jaar alleen maar aan kracht gewonnen en klinkt expressiever en emotievoller. Het levert een album op van een soort dat in de jaren 60 en 70 zeer gangbaar was, maar tegenwoordig nauwelijks meer wordt gemaakt. Ik ben blij dat Damien Jurado het heeft gemaakt, want de tot de essentie teruggebrachte songs van de Amerikaan doen wat met me en worden ook nog eens beter en beter, net als die op de albums waarmee hij ooit opdook. Erwin Zijleman

Damien Jurado - Motorcycle Madness (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Damien Jurado - Motorcycle Madness - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Damien Jurado - Motorcycle Madness
Damien Jurado komt op de proppen met een nogal geheimzinnig album, maar het is ook een fascinerend album dat klinkt als een psychedelisch, jazzy en kosmisch soulalbum van heel veel decennia geleden

Het oeuvre van de Amerikaanse muzikant Damien Jurado was al een bijzonder fascinerend oeuvre, maar met Motorcycle Madness voegt de muzikant uit Seattle nog een uniek album toe. Motorcycle Madness is een wat mysterieus album dat live werd opgenomen met analoge apparatuur en dat totaal anders klinkt dan zijn voorgangers. Het album klinkt als een wat jazzy en ook psychedelische soulplaat uit de jaren 60 of 70, maar het is ook een Damien Jurado album, al is het maar vanwege de zang en het lo-fi geluid. Het is absoluut even wennen, maar na hopeloos fascineren weet dit bijzondere album ook al snel de juiste snaar te raken.

Begin dit jaar verscheen Sometimes You Hurt The Ones You Hate van Damien Jurado, maar deze week is er alweer een nieuw album van de Amerikaanse muzikant verschenen. Het is een album waarover nog maar heel weinig informatie is te vinden, maar duidelijk is wel dat de fysieke versie van het album in een zeer beperkte oplage is verschenen, maar niet is terug te vinden op de bandcamp pagina van de muzikant uit Seattle, Washington. De online versie staat tot mijn verbazing juist wel weer op Spotify, het platform waarmee Damien Jurado nog niet eens zo heel lang geleden niets meer te maken wilde hebben.

Niet alleen de release van het album is bijzonder, want ook in muzikaal opzicht klinkt Motorcycle Madness totaal anders dan de andere albums van Damien Jurado. De Amerikaanse muzikant liet na de onverwachte dood van zijn producer Richard Swift de bont ingekleurde albums even achter zich en maakte een aantal uiterst ingetogen albums, maar op Sometimes You Hurt The Ones You Hate en voorganger Reggae Film Star klonken de songs weer wat voller en doken hier en daar echo’s op van het werk met Richard Swift.

Motorcycle Madness klinkt zoals gezegd totaal anders en klinkt een groot deel van de tijd als een jazzy en psychedelisch soulalbum uit een heel ver verleden. Je hoort het direct in het intro met soulvolle klanken, een jazzy saxofoon en zwoele achtergrondzangeressen. De blazers keren terug in de eerste echte track, waarin Damien Jurado laat horen dat hij ook in een rijk georkestreerd soulvol geluid uit de voeten kan.

Het is een soulgeluid dat je mee terugneemt naar de jaren 60 en 70, zeker wanneer de strijkers aanzwellen, de blazers de lead nemen en de achtergrondzangeressen invallen. Damien Jurado geeft echter wel een bijzondere twist aan het soulgeluid op Motorcycle Madness, want het klinkt allemaal behoorlijk lo-fi of zelfs slecht, al is het ook een kwestie van wennen. Damien Jurado is verder natuurlijk geen typische soulzanger.

Bij eerste beluistering van het nieuwe album van Damien Jurado overheerst vooral de verbazing over het nieuwe en bijzondere geluid van de Amerikaanse muzikante en verwacht je ieder moment dat hij in een volgende track weer terugkeert naar zijn vertrouwde geluid. Dat gebeurt echter niet, wat van Motorcycle Madness een atypisch album maakt in zijn inmiddels behoorlijk omvangrijke oeuvre.

Eenmaal gewend aan het bijzondere geluid op het album kun je beginnen met genieten van Motorcycle Madness, want het is een fascinerend album. De kosmische en wat psychedelische soul bevat flarden uit de muziek die heel veel decennia geleden werd gemaakt, maar Damien Jurado geeft een eigen draai aan alle invloeden en kan ook klinken als een soulvolle versie van Pink Floyd of The Beatles of gewoon als zichzelf.

In muzikaal opzicht zit je op het puntje van de stoel en ook de bijzonder opgenomen en soms wat vervormde vocalen fascineren hopeloos. In productioneel opzicht is het album nog fascinerender, want ik ken geen enkel recent album dat klinkt als Motorcycle Madness. Op de website van Damien Jurado is beperkte informatie over het album te vinden en hier lees ik dat het album live werd opgenomen met analoge apparatuur en in mono, wat het unieke en wat ouderwetse geluid op het album verklaart.

Gezien de beperkte fysieke oplage, het ontbreken van het album op de bandcamp pagina van Damien Jurado en het ontbreken van informatie over het album zou Motorcycle Madness wel eens een tussendoortje kunnen zijn, maar ik vind het, zeker na een paar keer horen, echt veel meer dan dat. Een zeer fraaie aanvulling op een steeds bijzonderder wordend oeuvre. Erwin Zijleman

Damien Jurado - Reggae Film Star (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Damien Jurado - Reggae Film Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Damien Jurado - Reggae Film Star
Het is het inmiddels bekende Damien Jurado geluid dat is te horen op Reggae Film Star, maar het gebrek aan vernieuwing wordt ruimschoots gecompenseerd door de schoonheid van de songs, de muziek en de zang

De muziek van Damien Jurado is me inmiddels al heel lang dierbaar, maar het deze week verschenen Reggae Film Star kwam desondanks verrassend hard binnen. Het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant ligt in het verlengde van zijn directe voorgangers, maar ik vind Reggae Film Stars een stuk beter dan deze voorgangers. Het album is, met hulp van multi-instrumentalist Josh Gordon, subtiel maar prachtig ingekleurd, de songs zijn aansprekend en de zang is van het hoge niveau dat we inmiddels van de muzikant uit Seattle gewend zijn. Damien Jurado vertelt op zijn nieuwe album prachtige verhalen en maakt de luisteraar op indrukwekkende wijze deelgenoot van zijn bijzondere muzikante universum.

De Amerikaanse muzikant Damien Jurado heeft de afgelopen vijfentwintig jaar een even omvangrijk als indrukwekkend oeuvre opgebouwd. Het deze week verschenen Reggae Film Star is alweer zijn achttiende album en het zijn bijna allemaal uitstekende albums. Ik ontdekte Damien Jurado zelf in 2000 toen het behoorlijk ingetogen Ghost Of David verscheen en dat is nog altijd een van mijn favoriete albums van de muzikant uit Seattle, Washington.

Damien Jurado koos, zeker in de jaren waarin hij intensief samenwerkte met producer Richard Swift, voor een wat voller geluid, maar sinds de dood van zijn muzikale kompaan, klinkt de muziek van de Amerikaanse muzikant weer wat meer ingetogen. Reggae Film Star ligt in het verlengde van de vorige albums en is ook niet eens zo gek ver verwijderd van de muziek waarmee Damien Jurado ruim twintig jaar geleden doorbrak.

Reggae Film Star is, buiten de opvallende titel en de cover waarop de New Yorkse Twin Towers nog overeind staan, een album zonder grote verrassingen, maar dat is in het geval van Damien Jurado wat mij betreft geen probleem. Ook op Reggae Film Star is de Amerikaanse muzikant weer goed voor wonderschone songs en mooie verhalen en zoals we inmiddels van hem gewend zijn, zijn deze songs mooi ingekleurd en prachtig gezongen.

De stem van de muzikant uit Seattle behoort wat mij betreft al ruim twintig jaar tot de mooiste stemmen in het genre en ook dit keer stelt Damien Jurado ons zeker niet teleur met zang die met grote regelmaat goed is voor kippenvel. Ook in muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig. Op Reggae Film Star werkt Damien Jurado samen met multi-instrumentalist Josh Gordon die de songs op het album fraai heeft ingekleurd.

Het door Damien Jurado zelf geproduceerde album klinkt zoals gezegd een stuk soberder dan zijn werk met Richard Swift, maar er valt in muzikaal opzicht genoeg te genieten op het nieuwe album, dat in al zijn eenvoud behoorlijk gevarieerd klinkt. Ook Reggae Film Star krijgt weer het etiket indiefolk opgeplakt, maar ik vind het zelf een album dat niet zomaar in een hokje is te duwen. Een aantal tracks op het album klinkt inderdaad vooral folky, maar Damien Jurado kan op zijn nieuwe album ook soulvol klinken of verrassen met lekkere laidback pop met een 70s vibe, zeker wanneer strijkers en vrouwenstemmen worden ingezet.

Ik heb de afgelopen jaren zo af en het gevoel gehad dat ik de muziek van Damien Jurado zo langzamerhand wel kende, maar dit gevoel blijft vooralsnog uit bij beluistering van Reggae Film Star, dat ik echt over de hele linie een ijzersterk album vind. De songs op het album zijn stuk voor stuk wonderschoon, wat de verdienste van zowel de zang als de instrumentatie is, maar het zijn ook songs die lekker blijven hangen en die je bij herhaalde beluistering nog een stuk dierbaarder zijn dan bij de eerste kennismaking met het album. Het zijn bovendien beeldende songs, die de fantasie stevig prikkelen en aanzetten tot het visualiseren van de bijzondere songs op het album.

Damien Jurado zat na het overlijden van Richard Swift een tijdje in zak en as, maar hij heeft zijn goede vorm weer gevonden en levert weer albums af die steeds weer een stukje mooier en beter zijn. Het is nog wat te vroeg om Reggae Film Star goed te kunnen plaatsen in het omvangrijke oeuvre van de Amerikaanse muzikante, maar dit zou zomaar een van zijn beste albums tot dusver kunnen zijn, wat heel veel zegt over de kwaliteit van Reggae Film Star. Erwin Zijleman

Damien Jurado - The Monster Who Hated Pennsylvania (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Damien Jurado - The Monster Who Hated Pennsylvania - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De term lockdownalbum moeten we niet al te vaak gebruiken, maar The Monster Who Hated Pennsylvania van Damien Jurado is er wel een en het is wat mij betreft een hele mooie

Damien Jurado kwam ruim twintig jaar geleden uit het niets en leverde vervolgens het ene na het andere mooie album af. Dat is de Amerikaanse muzikant blijven doen, waarbij zijn muziek alle kanten op schoot. Na een aantal geweldige albums met producer Richard Swift is Damien Jurado de afgelopen jaren weer op zichzelf aangewezen, wat nu een behoorlijk ingetogen album oplevert, al is een verrassende wending nooit ver weg. Het ingetogen geluid herinnert hier en daar aan de vroege albums van de Amerikaanse muzikant en dat bevalt me wel. De songs zijn sterk, de instrumentatie is stemmig en de stem van Damien Jurado is erg mooi. Topalbum. De zoveelste van de muzikant uit Seattle.

Damien Jurado - Visions of Us on the Land (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Damien Jurado - Visions Of Us On The Land - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Damien Jurado ontdekte ik rond de start van het huidige millennium, toen zijn muziek opeens wel heel nadrukkelijk werd gepromoot door het prachtige Britse muziektijdschrift Uncut.

Sindsdien heeft de Amerikaanse muzikant me eigenlijk pas één keer teleurgesteld. Van het in 2000 uitgebrachte Postcards And Audio Letters (dat vooral is gevuld met gesprekken) kan ik geen chocolade en vooral geen muziek maken, maar al zijn andere platen zijn prachtig.

Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Visions Of Us On The Land, dat net als zijn twee voorgangers een nogal psychedelisch geluid laat horen.

Het is een geluid dat Damien Jurado op Visions Of Us On The Land verder heeft geperfectioneerd. De Amerikaanse singer-songwriter heeft flink geknutseld aan het geluid op zijn nieuwe plaat. Met name de tracks vol invloeden uit de psychedelica zijn voorzien van een overvol geluid vol speciale effecten, maar Damien Jurado is er ook in geslaagd om zijn songs te voorzien van een uiterst functionele en volstrekt tijdloze instrumentatie.

Luister naar Visions Of Us On The Land en je gaat een aantal decennia terug in de tijd. Dat is niet zonder risico, want ook met zijn nieuwe plaat moet Damien Jurado weer opboksen tegen een flink aantal klassiekers uit het verre verleden, maar ook dit keer slaagt hij daar moeiteloos in.

Visions Of Us On The Land bevat ruim 50 minuten muziek en in die 50 minuten komen maar liefst 17 tracks voorbij. Dat klink fragmentarisch, maar een fragmentarische plaat is Visions Of Us On The Land zeker niet. Ik heb de plaat inmiddels flink wat keren beluisterd en zie de 17 tracks op de plaat steeds meer als één fascinerend geheel.

Het is een geheel dat associaties oproept met tal van klassiekers uit het verleden, maar Damien Jurado heeft inmiddels zelf ook een uit duizenden herkenbaar geluid. Op het eerste deel van de plaat, met vooral psychedelische tracks, wordt de spanning flink opgebouwd, maar de muzikant uit Seattle maakt ook nog altijd de bezwerende en intieme folk van zijn vroege platen.

Het maakt van Visions Of Us On The Land een plaat die je opslokt en meesleept naar bijzondere landschappen als het landschap op de bijzondere cover. Er zijn niet veel muzikanten die 50 minuten weten te boeien met een plaat als deze, maar naar de nieuwe Damien Jurado luister je weer ademloos. Prachtig. Erwin Zijleman

Damien Jurado - What's New, Tomboy? (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Damien Jurado - What's New, Tomboy? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Damien Jurado - What's New, Tomboy?
Damien Jurado imponeert met een ingetogen maar zeer smaakvol ingekleurd album dat soms uit de jaren 60 of 70 blijkt te stammen, maar dan toch weer stappen zet naar het heden

Damien Jurado is alweer toe aan zijn derde album zonder zijn vaste producer Richard Swift, die in de zomer van 2018 onverwacht overleed. Hij heeft ervoor gekozen om zijn vaste kompaan ook dit keer niet te vervangen, waardoor What’s New, Tomboy? is voorzien van een betrekkelijk sober, maar wel zeer fraai geluid. Het is een geluid dat herinnert aan de folk uit de jaren 60 en 70, al is een eigentijdse twist nooit heel ver weg. Damien Jurado weet al bijna 20 jaar een angstvallig hoog niveau vast te houden en daar slaagt hij ook weer in met het wonderschone What’s New, Tomboy? dat de potentie heeft om uit te groeien tot een van de beste albums van de Amerikaanse muzikant.

Het is, toch wel enigszins tot mijn verbazing, alweer twintig jaar geleden dat het Britse muziektijdschrift Uncut het album Ghost Of David van Damien Jurado uitvoerig bejubelde. Het kostte destijds nog wat moeite om het album te pakken te krijgen (in tijden voor de komst van de streaming muziekdiensten), maar ik kon me direct volledig vinden in de superlatieven van Uncut.

Ghost Of David is nog altijd mijn favoriete album van de Amerikaanse muzikant, al komen vrijwel alle andere albums die Damien Jurado heeft gemaakt heel dicht in de buurt. Het is inmiddels een flinke stapel albums die de muzikant uit Seattle, Washington, op zijn naam heeft staan, maar het zijn ook albums die stuk voor stuk net wat anders klinken, waardoor het altijd weer even afwachten is waar Damien Jurado mee komt.

What’s New, Tomboy? volgt op het uiterst ingetogen In The Shape Of The Storm, dat net iets meer dan een jaar oud is. Het was een album dat deels in het teken stond van de onverwachte dood van Damien Jurado’s vaste producer Richard Swift en die trieste dood ebt ook op What’s New, Tomboy? nog na. Damien Jurado heeft ook dit keer gekozen om geen producer in te schakelen en eert Richard Swift in het bijzonder fraaie Ochoa nog maar eens.

Ook What’s New, Tomboy? is een behoorlijk ingetogen album, zeker als je het vergelijkt met de rijk ingekleurde albums die Damien Jurado met Richard Swift maakte. Vergeleken met voorganger In The Shape Of The Storm kiest Damien Jurado op zijn nieuwe album echter weer voor een net wat voller geluid.

Wat direct opvalt bij beluistering van What’s New, Tomboy? is dat het album zich in een vrij laag tempo voortsleept en dat de songs van de Amerikaanse muzikant wat nostalgisch aandoen. In een aantal van de eerste recensies van het album wordt Nick Drake genoemd als vergelijkingsmateriaal en daar is wel wat voor te zeggen, al is het maar vanwege de speelduur van slechts 29 minuten, maar ook de sfeer op het album doet wel wat denken aan de grote albums van de Britse folkmuzikant.

Damien Jurado heeft de folk, die hij een aantal jaren had afgezworen, weer nadrukkelijk omarmt en maakt intieme muziek die overloopt van gevoel. Het is muziek die ook weer wat dichter tegen die op zijn vroege albums zit, maar zoals eerder gezegd klinkt ieder Damien Jurado album weer net wat anders.

What’s New, Tomboy? is een ingetogen album, maar de instrumentatie op het album is bijzonder smaakvol en gaat een bijzondere twist hier en daar niet uit de weg, bijvoorbeeld wanneer toch opeens synths of een stokoude ritmebox opduiken. Het album klinkt voor het overgrote deel folky, maar ook invloeden uit de psychedelica hebben hun weg gevonden naar het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant.

Net als het nog veel spaarzamer georkestreerde In The Shape Of The Storm, is ook What’s New Tomboy? weer een album dat de aandacht onmiddellijk opeist. Enerzijds door de emotievolle zang van Damien Jurado, maar anderzijds ook zeker door de instrumentatie die steeds net weer wat andere wegen inslaat en in alle gevallen uiterst trefzeker blijkt.

What’s New, Tomboy? is wat mij betreft het sterkste album van de drie albums die Damien Jurado na het overlijden van zijn kompaan Richard Swift maakte. Het album klinkt mooier en evenwichtiger, de songs zijn aansprekender en de zang raakt me net wat meer. Het is de zoveelste kroon op een inmiddels buitengewoon indrukwekkend oeuvre. Erwin Zijleman

Damien Rice - My Favourite Faded Fantasy (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Damien Rice - My Favourite Faded Fantasy - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Ierse singer-songwriter Damien Rice dook aan het eind van de jaren 90 voor het eerst op met de band Juniper, maar verraste in 2003 vriend en vijand met het prachtige debuut O, dat in 2006 een vervolg kreeg met het bijna even mooie 9.

Sindsdien hebben we helaas niet al teveel meer gehoord van de Ierse muzikant, maar met My Favourite Faded Fantasy is Damien Rice eindelijk terug. En hoe.

Damien Rice werkte op 9 nog intensief samen met zijn vriendin Lisa Hannigan, maar de liefdesbreuk liet niet lang op zich wachten. Het is een liefdesbreuk die er stevig heeft ingehakt bij Damien Rice en afgaande op een deel van de teksten op My Favourite Faded Fantasy is hij er nog steeds niet helemaal overheen.

Nu was dat in het verleden voor veel singer-songwriters een voedingsbodem voor een prachtige plaat en deze vlieger blijkt ook op te gaan voor Damien Rice. My Favourite Faded Fantasy is een plaat die overloopt van emotie en van niet verwerkt leed. Het zorgt ervoor dat My Favourite Faded Fantasy snoeihard aankomt bij de luisteraar.

My Favourite Faded Fantasy is zeker geen plaat voor een feestje, maar wat valt er verschrikkelijk veel te genieten op de derde studioplaat van Damien Rice. Direct bij eerste beluistering van My Favourite Faded Fantasy had ik het gevoel dat ik naar een klassieker aan het luisteren was. Dat gevoel is eigenlijk alleen maar sterker geworden, waardoor het J(aarlijstjes) woord nauwelijks te onderdrukken is, wat in november natuurlijk ook helemaal niet erg is.

My Favourite Faded Fantasy bevat acht songs die worden gedomineerd door stemmige klanken. De instrumentatie op de plaat is vaak spaarzaam, maar de songs van Damien Rice bouwen in een aantal gevallen langzaam op naar een climax. De stemmige en zonder uitzondering wonderschone instrumentatie past prachtig bij de eveneens ingetogen en emotievolle vocalen van Damien Rice, die zijn ziel en zaligheid legt in de songs op My Favourite Faded Fantasy.

Het levert een collectie songs op die me meer dan eens doet denken aan de prachtige selectie songs die Jeff Buckley ons ooit op zijn meesterwerk en zwanenzang Grace voorschotelde. Net als Jeff Buckley zet Damien Rice zijn songs zwaar aan, maar waar het merendeel van de singer-songwriters zou verzuipen in een overdaad aan pathos, blijft Damien Rice, net als Jeff Buckley, moeiteloos overeind.

Ondanks het feit dat My Favourite Faded Fantasy vooral somber van aard is en vrijwel alle songs dik boven de vijf minuten klokken, is My Favourite Faded Fantasy een gevarieerde plaat die werkelijk geen moment verveeld. My Favourite Faded Fantasy is wat mij betreft een plaat die je koud laat of een plaat die je dwars door de ziel snijdt, al kan ik me eigenlijk nauwelijks voorstellen dat er muziekliefhebbers zijn die niet worden geraakt door de hartverscheurend mooie en hartverscheurend intense songs van Damien Rice.

Breakup platen behoren al decennia tot het meest ontroerende dat de popmuziek heeft voortgebracht. Damien Rice voegt met My Favourite Faded Fantasy een fraai hoofdstuk toe aan al het moois dat er al is. Damien Rice doet dit met zowel tijdloos klinkende songs als met een duidelijk eigen geluid.

O en 9 waren absoluut prachtige platen, maar My Favourite Faded Fantasy vind ik nog veel mooier en indrukwekkender. Het is waarschijnlijk deels de verdienste van producer Rick Rubin, die de door liefdesverdriet verscheurde Damien Rice weer aan het werk wist te krijgen en vervolgens inspireerde tot grootse daden. Een van de meest indrukwekkende platen van 2014? Absoluut. Erwin Zijleman

Damon Albarn - Everyday Robots (2014)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:

Damon Albarn wordt door flink wat muziekliefhebbers gezien als een muzikaal genie, maar zelf heb ik tot dusver maar heel weinig met de muziek van de Brit. Kiezen tussen Blur en Oasis vond ik altijd een bijzonder makkelijke opgave (een handjevol aardige songs versus een aantal onbetwiste klassiekers), in de muziek van het zo bejubelde Gorillaz hoorde ik helemaal niets en ‘supergroepen’ The Good, The Bad & The Queen en Rocketjuice & The Moon werden wat mij betreft zwaar overschat. Damon Albarn’s solodebuut Mali Music was wel aardig, maar Albarn was zeker niet de eerste die de muzikale rijkdom van Mali ontdekte en was daarom lang niet zo vernieuwend als door nogal wat recensenten werd gesuggereerd. Aan Albarn’s opera ben ik twee jaar geleden niet eens begonnen en ik had daarom ook geen enkele verwachting met betrekking tot Everyday Robots. Dit blijkt echter een fantastische plaat die me in een paar dagen tijd volledig heeft betoverd. Op Everyday Robots manifesteert Damon Albarn zich als een briljant songwriter, die zomaar in de voetsporen kan treden van de groten uit de jaren 60, 70 en 80. Everyday Robots blinkt uit door geweldige popliedjes van een niveau dat Albarn wat mij betreft met Blur nooit heeft gehaald. Het zijn klassiek aandoende popliedjes die je na één keer horen voorgoed in het geheugen hebt opgeslagen, maar het zijn ook popliedjes die vol verrassende wendingen zitten. Damon Albarn verkende de afgelopen decennia de meest uiteenlopende muzikale uithoeken, maar op Everyday Robots valt alles op zijn plaats. Veel songs op Everyday Robots beginnen bij de muziek van Blur, die voor een belangrijk deel schatplichtig was aan die van The Kinks en The Jam. Deze songs zijn vervolgens voorzien van bijzondere accenten, die variëren van een piepende viool tot doeltreffende samples. Everyday Robots is een vooral ingetogen plaat, waarop Damon Albarn niet alleen als songwriter, maar ook als zanger meer overtuigd dan ooit. Everyday Robots bevat volop flarden uit het verleden, die in een aantal gevallen verder terug gaan dan de inspiratiebronnen van Blur en raken aan de Britse crooners uit de jaren 50, maar het is ook een plaat die stevig verankerd is in het heden. Enerzijds door de bijzondere instrumentatie en de gloedvolle productie (van Richard Russell, met wie Albarn twee jaar geleden de prima comback plaat van soulzanger Bobby Womack, The Bravest Man In the Universe, produceerde) en anderzijds door de vele invloeden die Albarn in zijn muziek heeft verwerkt. Het zijn voor een belangrijk deel invloeden uit de rijke geschiedenis van de Britse rockmuziek, maar ook de invloeden die Albarn verwerkte in de muziek die hij in zijn leven na Blur maakte, hebben een plekje gekregen in de muziek op Everyday Robots, inclusief bijna klassieke invloeden en invloeden uit de Afrikaanse muziek. De unieke klanken van Brian Eno zijn de kers op de taart. Everyday Robots is een plaat die in één adem mag worden genoemd met de klassiekers van met name Ian Dury en Paul Weller, maar ik hoor ook veel van Elbow en zo kan ik nog wel wat grote namen noemen. Uiteindelijk gaan alle credits echter naar Damon Albarn. Albarn heeft een plaat afgeleverd met geweldige songs vol verrassingen en ook nog eens de nodige persoonlijke en emotionele diepgang (zijn verslavingen uit het verleden staan centraal op de plaat). Ik was zoals gezegd nooit zo’n fan van Damon Albarn, maar deze plaat is echt geweldig. Het is nog vroeg, maar deze schrijf ik alvast op voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman

Dan Auerbach - Waiting on a Song (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dan Auerbach - Waiting On A Song - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Sinds The Black Keys inmiddels een jaar of drie op een laag pitje staan, profileerde Dan Auerbach zich vooral als producer (Lana Del Rey, Ray LaMontagne, Dr. John, Nikki Lane, Pretenders), maar het werd zo langzamerhand ook wel weer eens tijd voor een nieuwe soloplaat.

Waiting On A Song is de opvolger van Dan Auerbach’s eerste soloplaat, Keep It Hid, die in 2009 verscheen.

Op zijn eerste soloplaat bleef de Amerikaan nog betrekkelijk dicht bij het werk van The Black Keys, maar liet hij ook een zwak voor popmuziek uit de jaren 70 horen.

Dat zwak krijgt nog veel meer ruimte op Waiting On A Song dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70. Dan Auerbach sluit aan bij de tijdloze popliedjes van Dave Edmunds en Nick Lowe, heeft zeker geluisterd naar de eerste platen van Dire Straits en de vroege platen van Robert Palmer en maakt ook geen geheim voor zijn bewondering van J.J. Cale en Lee Hazlewood.

Waar Dan Auerbach met The Black Keys terugkeerde naar de essentie van de bluesy garagerock en op zijn eerste soloplaat af en toe het experiment opzocht, kiest hij op Waiting On A Song voor bijna schaamteloos toegankelijke popliedjes.

Het zijn popliedjes zoals ze in de jaren 70 wel vaker werden gemaakt en het zijn popliedjes die kunnen worden getypeerd met trefwoorden als zonnig, zorgeloos, zoet, laid-back en tijdloos.

Het lijken popliedjes die Dan Auerbach bijna achteloos uit zijn mouw heeft geschud en in een verloren middag op de band heeft geslingerd, maar de Amerikaan heeft zich er zeker niet makkelijk van afgemaakt.

Waiting On A Song laat zich vrijwel uitsluitend beïnvloeden door popmuziek uit de jaren 70, maar bestrijkt een zeer breed palet. Aan het hierboven opgesomde lijstje dat bij eerste beluistering opkwam, kan ik nog allerlei namen toevoegen. Waiting On A Song sluit soms aan bij de soul van Marvin Gaye en Al Green, laat invloeden van de muziek van Jeff Lynne horen, is geïnspireerd door de filmmuziek uit de jaren 70 fietst er subtiel wat country in en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Laat Waiting On A Song uit de speakers komen en de zomer is onmiddellijk terug. Dan Auerbach heeft met zijn tweede soloplaat de ultieme feelgood plaat gemaakt, maar Waiting On A Song zit stiekem ook nog eens verschrikkelijk goed in elkaar.

Het gitaarwerk op de plaat is om van te watertanden, zeker als ook gitaargoden als Duane Eddy en Mark Knopfler aanschuiven, de productie is prachtig en boven alles zijn de songs echt verschrikkelijk goed.

Het lijkt er misschien even op dat Dan Auerbach een plaat met lichtvoetige popliedjes in elkaar heeft geflanst, maar hoe vaker ik naar de plaat luister hoe meer ik me besef dat de Amerikaan een klassieke popplaat van een ontzettend hoog niveau heeft gemaakt. Waiting On A Song klinkt als een omgevallen platenkast, maar pikt wel iedere keer het beste popliedje er uit. Het maakt het genot van deze ultieme zomerplaat nog wat groter. Erwin Zijleman

Dan Croll - Sweet Disarray (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dan Croll - Sweet Disarray - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb deze plaat lang laten liggen omdat ik niet zo goed wist wat ik er mee aan moest, maar uiteindelijk kan ik er niet om heen: ik heb iets met deze plaat. Dan Croll is een Britse muzikant die eind vorig jaar hoog scoorde in de lijstjes met de mogelijke smaakmakers van 2014 en als je het mij vraagt maakt Dan Croll het waar. Meer dan waar zelfs. Sweet Disarray is een leuke plaat vol met frisse popliedjes die anders klinken dan alle andere platen met frisse popliedjes die ik in de kast heb staan. Dat ligt voor een deel aan de originele instrumentatie die een 80s geluid koppelt aan af en toe bijna kitscherige elektronica, exotische ritmes en de nodige verrassende wendingen. Maar ook de wijze waarop Dan Croll de muziek van de grote singer-songwriters uit de jaren 70 naar het heden haalt draagt absoluut bij aan de overtuigingskracht van Sweet Disarray. Het is overtuigingskracht die tot dusver weinig critici lijkt te beïnvloeden, want waar het debuut van Dan Croll in Nederland nauwelijks aandacht krijgt moet de plaat het in de VS en het Verenigd Koninkrijk vaak doen met behoorlijk negatieve recensies. In deze recensies wordt Dan Croll verweten dat hij wat al te makkelijk leentjebuur speelt bij anderen en mede hierdoor geen duidelijk eigen geluid heeft. Met het eerste punt ben ik het ten dele eens. Dan Croll laat zich inderdaad door 1001 dingen beïnvloeden. Van de perfecte popliedjes van Paul McCartney en Paul Simon uit de jaren 70 tot de meest uiteenlopende bands uit de jaren 80 (van The Thompson Twins tot Duran Duran) tot aanstekelijke synthpop, zwoele funk, Jack Johnson achtige feelgood muziek of sprankelende Afrikaanse muziek. Van makkelijk leentjebuur spreken is echter geen sprake, want ga er maar eens aanstaan om zoveel en zulke uiteenlopende invloeden te verwerken en toch nog met een consistent geluid op de proppen te komen. Het is een geluid dat wat mij betreft juist wel een duidelijk eigen geluid is. Sweet Disarray lijkt misschien bij oppervlakkige beluistering op 1001 dingen, maar het lijkt als geheel op helemaal niets. Dan Croll heeft een plaat vol met frisse en aanstekelijke popliedjes gemaakt, maar het is ook een plaat die verrast en verbaast. De hoofdbestanddelen van de muziek van Dan Croll zijn misschien folk en elektronica, de hoofdbestanddelen die je momenteel op (te)veel platen tegen komt, maar de Britse muzikant voegt er zoveel bijzondere invloeden aan toe dat Sweet Disarray wel degelijk de smaaksensatie is die de Britse media vorig jaar nog in hem zagen. De Britse media zijn inmiddels grotendeels afgehaakt, maar wat mij betreft onderscheidt Dan Croll zich met deze zwoele en inspirerende plaat wel met speels gemak van de middelmaat. Hype: nee. Smaakmaker: Ja. Erwin Zijleman

Dan Hair - Living in the Night (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dan Hair - Living In The Night - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Dan Hair is het alter ego van de Nederlandse muzikant Daan van Haren, die met Living In The Night een uitstekend debuut heeft afgeleverd.

De uit Nijmegen afkomstige muzikant werkt vooral ’s nachts, wat de titel van zijn debuut verklaart. Alle nachtelijke uren hoor je terug in zijn songs die vaak een fluisterzachte basis hebben. Deze lome en uiterst ingetogen basis levert muziek op die in eerste instantie vooral herinnert aan de muziek van Elliott Smith.

Dat is mooi vergelijkingsmateriaal, maar het is ook vergelijkingsmateriaal waaraan veel van de soortgenoten van Daan van Haren uiteindelijk niet kunnen tippen.

Dat het Dan Hair wel lukt om overeind te blijven ligt vooral aan het feit dat Living In The Night weliswaar hoorbaar is geïnspireerd door het werk van Elliott Smith, maar vervolgens een eigen weg bewandelt.

Dan Hair kiest voor een geluid waarin ook flink wat invloeden van de muziek van Sparklehorse zijn te horen, waarmee we inmiddels twee songwriters die de jaren 90 op indringende wijze kleur gaven hebben genoemd.

Wanneer Dan Hair zich laat beïnvloeden door het werk van Elliott Smith en Mark Linkous van Sparklehorse (die wordt geëerd in een van de songs) betovert de Nijmegenaar met intieme popliedjes van een bijzondere schoonheid. Deze schoonheid krijgt vervolgens glans door de bijzondere accenten die Dan Hair toevoegt aan zijn muziek. Dit kunnen opvallend rauwe gitaarhalen zijn, maar ook subtiele bijdragen van blazers, strijkers, piano of synths.

Het afwisselen van fluisterzachte passages met stevigere of avontuurlijkere klanken voorziet Living In The Night van flink wat dynamiek, wat bij Dan Hair zelf en bij zijn platenmaatschappij namen als Eels en Grandaddy oproept. Ook dat zijn namen die inderdaad met enige regelmaat opduiken bij beluistering van het debuut van Dan Hair, maar hier blijft het niet bij.

De songstructuren op het debuut van Daan van Haren doen regelmatig aan het latere werk van The Beatles denken, met hier en daar de muziek van Electric Light Orchestra als ‘guilty pleasure’. De meeste raakvlakken hoor ik misschien nog wel met de uiterst lome en bezwerende muziek van Spain, ook een vergelijking om trots op te zijn.

Door de intimiteit van de muziek van Dan Hair is Living In The Night een plaat die aandacht vraagt van de luisteraar, maar deze luisteraar wordt vervolgens rijkelijk beloond met songs die steeds meer geheimen en schoonheid prijs geven. Living In The Night is me hierdoor in korte tijd zeer dierbaar geworden en is nog lang niet gestopt met groeien.

Het knappe is dat Dan Hair muziek maakt die bijzonder lekker in het gehoor ligt, maar op hetzelfde moment vol zit met onverwachte uitstapjes en verrassende wendingen. Het maakt van Living In The Night een plaat die in brede kring aandacht verdient en vervolgens respect zal afdwingen.

Daan van Haren heeft in de kleine uurtjes een aantal bijzondere songs in elkaar geknutseld en het zijn songs die betoveren, benevelen en imponeren. Heel veel aandacht krijgt het debuut van Dan Hair nog niet, maar dit is nu precies zo’n plaat waarvoor deze BLOG bestaat. Ga dit zeker horen. Erwin Zijleman

Dan Mangan + Blacksmith - Club Meds (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dan Mangan & Blacksmith - Club Meds - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De naam Dan Mangan zal bij de meeste lezers van deze BLOG niet direct een belletje doen rinkelen, maar in zijn vaderland Canada draait Dan Mangan inmiddels al ruim tien jaar mee. En met succes, want de Canadese singer-songwriter wist inmiddels al twee aansprekende Juno awards in de wacht te slepen.

Mangan was het afgelopen decennium vooral succesvol met traditioneel aandoende singer-songwriter muziek, maar sinds hij zich heeft omringd met een band, gooit hij het over een andere boeg. De naam van de band, Blacksmith, prijkt op de cover van Dan Mangan’s nieuwe plaat Club Meds en dat is niet voor niets.

Iedereen die Dan Mangan’s meest succesvolle plaat in Nederland tot dusver, het uit 2010 stammende Nice Nice Very Nice kent, zal verrast zijn door de nieuwe wegen die Dan Mangan & Blacksmith op Club Meds inslaan. Club Meds is immers voorzien van een donker en vaak wat experimenteel rockgeluid, dat me in muzikaal opzicht afwisselend aan Radiohead en Peter Gabriel doet denken.

Het is een vol geluid vol details en vol contrast. Zo worden in de openingstrack vervormde gitaren gecombineerd met wonderschone pianopartijen en betoverende synths, wat een heel bijzonder effect heeft. En zo valt er iedere keer wel iets bijzonders te beleven op de plaat van Dan Mangan en zijn band.

Ook in vocaal opzicht klinkt Club Meds anders dan de vorige platen van Dan Mangan. Waar de Canadees een paar jaar geleden nog klonk als een typische singer-songwriter, is het inmiddels een overtuigend voorman van een rockband.

Het is geen rockband die garant zal staan voor volle zalen of uitgestrekte festival weides, want daarvoor is de muziek van Dan Mangan & Blacksmith waarschijnlijk toch net wat te eigenzinnig en te veelzijdig. Dit betekent overigens niet dat Club Meds een ontoegankelijke of inconsistente plaat is.

Dan Mangan en zijn band citeren op Club Meds niet alleen uit de indie-rock van de afgelopen twee decennia, maar zijn ook niet vies van progrock of de muziek van Pink Floyd (die ik persoonlijk niet tot de progrock reken). Het zorgt voor flink wat dromerige en aangenaam klinkende passages, maar deze worden altijd weer gecompenseerd door mooie en avontuurlijke klanken met een wat experimenteler karakter.

Het past allemaal prachtig bij de vocalen van Dan Mangan, die me ook in vocaal opzicht wel wat aan Peter Gabriel doet denken, maar dan wel de Peter Gabriel die in de jaren 80 al weer bijna vergeten meesterwerken afleverde (die overigens de basis vormen voor alle platen van Elbow), maar ook de stem van Fink komt meerdere keren op als vergelijkingsmateriaal.

Club Meds blijft ondertussen maar verrassen. De ene keer met vervormde gitaren, de andere keer met stuwende blazers, dan weer met bijzondere ritmes of juist hele mooie gitaarloopjes. De ene keer met dromerige en zweverige klanken, de andere keer met recht voor zijn raap rock, die weer wat aan Pearl Jam of het rauwere werk van Bowie doet denken, maar altijd vol dynamiek en urgentie.

Het heeft allemaal niets te maken met de prima platen die Dan Mangan het afgelopen decennium afleverde, maar het is minstens van hetzelfde niveau. Ik luister inmiddels een aantal dagen naar deze plaat en ben diep onder de indruk. Het lukt me nog niet goed om de plaat in een hokje te duwen, maar misschien is dat juist wel de kracht van de bijzondere plaat van Dan Mangan & Blacksmith. Ik weet nu al zeker dat dit een plaat is die veel te weinig aandacht gaat trekken, maar dat is echt doodzonde. Snel luisteren dus naar het fascinerende muzikale universum van Dan Mangan & Blacksmith. Erwin Zijleman

Dan Michaelson - First Light (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Dan Michaelson - First Light - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Een paar jaar geleden was ik erg onder de indruk van Distance van Dan Michaelson & The Coastguards.

Toch wel enigszins tot mijn verbazing zie ik dat de plaat destijds niet is besproken op deze BLOG, terwijl een lovende recensie zeer op zijn plaats was geweest. Die lovende recensie komt er nu wel voor First Light, dat zonder The Coastguards is gemaakt.

Ik ging er min of meer van uit dat Dan Michaelson een Amerikaan was, maar het blijkt een Brit. De uit Northampton afkomstige muzikant maakte een jaar of tien geleden een aantal aardige platen met zijn band Absentee en begon hierna aan zijn soloproject met The Coastguards.

Het leverde een aantal platen op die, met name vanwege de instrumentatie en een hoofdrol van de pedal steel, nog wel in het hokje Amerikaanse rootsmuziek konden worden geduwd. In dat hokje hoort First Light wat mij betreft niet thuis.

Voor de instrumentatie leunt Dan Michaelson dit keer zwaar op een klassiek orkest dat bestaat uit flink wat strijkers, een dubbele bas en een enkele blazer. Aangevuld met mooie pianoklanken levert het een geluid op dat nieuwe invulling geeft aan de begrippen donker en stemmig.

Terwijl ik deze recensie schrijf valt de sneeuw al uren naar beneden en First Light vormt een steeds mooiere en treffendere soundtrack bij het winterlandschap dat buiten vorm krijgt. Dat is niet alleen de verdienste van de prachtig door Arnulf Lindner gearrangeerde strijkers, maar zeker ook van de bijzondere zang van Dan Michaelson.

De nog niet zo oude Brit beschikt over een donker en wat krakerig stemgeluid en heeft een manier van zingen die het gesproken woord af en toe dicht benadert. In eigen land is de Britse muzikant al vergeleken met Leonard Cohen, maar dat vind ik relatief kort na de dood van de oude meester nog even heiligschennis.

First Light doet mij vooral denken aan de muziek van Nick Cave, Bill Callahan, Mark Lanegan en John Murry, om maar een aantal namen te noemen, terwijl hier en daar een flard van Tom Waits, Lee Hazlewood of Van Morrison opduikt. Dan Michaelson heeft echter ook een duidelijk eigen geluid en het is een geluid van grote schoonheid.

De songs op First Light slepen zich uiterst langzaam voort en zijn voorzien van een instrumentatie die over het algemeen spaarzaam is. Dan Michaelson verlaagt het tempo van zijn muziek nog wat verder door zijn teksten over het algemeen langzaam uit te spreken.

First Light bevat negen songs, maar omdat de songs op elkaar lijken en allemaal een laag tempo kiezen, laat de plaat zich ook beluisteren als één lange track. Het is een uiterst stemmige track waarin schoonheid en melancholie hand in hand gaan. Het is bovendien een track die prachtige beelden op het netvlies tovert.

First Light van Dan Michaelson kleurt zoals gezegd prachtig bij het sneeuwlandschap dat zich voor mijn ogen heeft ontwikkeld de afgelopen uren, maar wanneer de zon onder gaat mag je ook je eigen beelden bedenken bij de prachtige maar ook zeer indringende klanken van Dan Michaelson. Bijzondere plaat die veel meer aandacht verdient dan de meeste releases uit december normaal gesproken krijgen. Erwin Zijleman

Dana Gavanski - When It Comes (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dana Gavinski - When It Comes - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dana Gavinski - When It Comes
Dana Gavanski heeft met When It Comes een buitengewoon knap en avontuurlijk album in elkaar geknutseld, dat steeds weer andere wegen in slaat en is voorzien van een bijzondere en ongrijpbare schoonheid

Ik was twee jaar geleden zeer gecharmeerd van het debuutalbum van de Canadese muzikante Dana Gavanski. Het deze week verschenen When It Comes wierp in eerste instantie hoge barrières op, want het is een ongrijpbaar en behoorlijk eigenzinnig album. Dana Gavanski kleurt ver buiten de lijntjes van de folk, heeft haar songs voorzien van een veelkleurige en avontuurlijke instrumentatie en gebruikt haar stem ook nog eens op bijzondere wijze. Ik moest er erg aan wennen, maar als je eenmaal gewend bent aan het album is het een intiem en fascinerend album, dat de belofte van het debuutalbum van Dana Gavanski meer dan waar maakt.

De Canadese singer-songwriter Dana Gavanski ken ik van haar twee jaar geleden verschenen debuutalbum Yesterday Is Gone. Het is een album dat helaas te vaak het stempel ‘traditionele folk’ opgedrukt heeft gekregen. Het debuut van de Canadese muzikante met Servische wortels bevatte absoluut ingrediënten uit de folkmuziek van heel lang geleden, maar het was wat mij betreft toch vooral een modern folkalbum, dat zich zowel in muzikaal als in vocaal opzicht op allerlei manieren wist te ontworstelen aan het strakke keurslijf van de traditionele folk.

Yesterday Is Gone maakte op mij behoorlijk wat indruk met een origineel en veelkleurig geluid, waarin ook invloeden uit de psychedelica, rock en jazz opdoken, met persoonlijke teksten die van het album een breakup album maakten en met een mooi helder maar ook zeer expressief stemgeluid. Ik had twee jaar geleden daarom niet veel tijd nodig om te vallen voor de muzikale charmes van Canadese muzikante, maar met het deze week verschenen When It Comes ging dat een stuk moeizamer.

Ik heb het tweede album van de inmiddels naar Londen uitgeweken Dana Gavanski een paar maal opzij geschoven en er vervolgens toch weer bij gepakt, maar langzaam maar zeker ben ik toch onder de indruk geraakt van When It Comes. Voor Dana Gavinski zelf kwam het album er overigens ook niet zonder slag of stoot, want nadat eerst de coronapandemie roet in het eten gooide, raakte ze hierna ook nog eens haar stem kwijt.

De basis van de songs op When It Comes werd uiteindelijk geschreven met een goedkoop speelgoed keyboard, waarna het album uiteindelijk in de studio in Londen werd voorzien van de avontuurlijke arrangementen die we kennen van het debuutalbum van de Canadese muzikante. Het samen met haar partner James Howard gemaakte album kan net als zijn voorganger worden versleten als een traditioneel folkalbum, maar When It Comes is dit nog veel minder dan zijn voorganger.

Ook op haar tweede album maakt Dana Gavanski met grote regelmaat uitstapjes naar andere genres, waaronder de jazz en de psychedelica, en in muzikaal opzicht kleurt ze dit keer met enige regelmaat heel ver buiten de lijntjes van de traditionele folkmuziek. Wanneer de instrumentatie redelijk sober en akoestisch is en wanneer zelfs een klavecimbel opduikt, hoor je de folkie in Dana Gavanski, maar de Canadese muzikante flirt dit keer ook wat meer met elektronica, soms subtiel, maar soms ook behoorlijk uitbundig, wat zweverige klanktapijten oplevert.

Het kleurt allemaal verrassend goed bij de heldere stem van Dana Gavanski, die gemaakt lijkt voor folk, maar die ook in elektronische getinte en behoorlijk zweverige songs overeind blijft. Dana Gavanski gebruikt haar stem dit keer bovendien als extra instrument, wat wel even wennen is, maar wat When It Comes uiteindelijk voorziet van een uniek geluid.

When It Comes overtuigde me niet direct en dat heeft waarschijnlijk veel, zo niet alles, te maken met de behoorlijk complexe songs op het album en met het bijzondere stemgebruik in een deel van de songs. Zeker de ingetogen songs op het album lijken makkelijk in het gehoor te liggen, maar doen toch ook met grote regelmaat dingen die je niet verwacht, waardoor de songs wat kunnen schuren, wat ook zeker geldt voor de breed uitwaaiende songs die nog hogere barrières opwerpen, tot ze je te pakken hebben. Dana Gavanski graaft op haar tweede album dieper dan op haar debuut, maar dit maakt het album, zeker na enige gewenning, zeer interessant. Erwin Zijleman

Dana Gavanski - Yesterday Is Gone (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dana Gavanski - Yesterday Is Gone - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dana Gavanski - Yesterday Is Gone
De Canadese singer-songwriter Dana Gavanski overtuigt met een eigenzinnig en veelkleurig debuut dat zich zowel in muzikaal als vocaal opzicht makkelijk weet te onderscheiden van de concurrentie

Op basis van de geplakte labeltjes verwachte ik een wat zoetsappig folkalbum, maar dat is Yesterday Is Gone van de Canadese muzikante Dana Gavanski zeker niet. De muzikante met Servische roots zingt veel expressiever dan de meeste van haar soortgenoten, wat haar debuut voorziet van een bijzondere lading. Hierbij komt een smaakvolle en kleurrijke instrumentatie, die het album met grote regelmaat uit de hoek van de folk trekt. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar ondertussen wordt ook de fantasie continu geprikkeld. Bijzonder sterk debuut.

Yesterday Is Gone is het debuut van de Canadese singer-songwriter Dana Gavanski, die zich met dit debuut staande moet zien te houden in een week waarin ontstellend veel nieuwe muziek wordt uitgebracht. De singer-songwriter uit het Canadese Toronto slaagt hier wonderwel in, want haar muziek klinkt anders dan die van haar soortgenoten.

Dana Gavanski woont al een tijd in Canada, maar heeft Servische roots. Die roots heeft ze de afgelopen jaren ontdekt, waarbij de Servische volksmuziek niet werd vergeten. Je hoort het hier en daar terug in het stemgebruik, waardoor Yesterday Is Gone net wat scherpere randjes heeft dan het gemiddelde album dat in het hokje folk wordt geduwd.

De zang van Dana Gavanski heeft zich misschien laten inspireren door Servische volksmuziek, maar de zang op haar debuut doet me ook wel wat denken aan die van folkies uit een ver verleden als Judee Sill, Karen Dalton, Anne Briggs en Vashti Bunyan. Laten we het er maar op houden dat Dana Gavanski net wat expressiever zingt dan de meeste van haar soortgenoten van het moment en dat bevalt me wel.

Vergelijk het maar met een lichte mousserende rosé of een rode wijn met wat meer body. Allebei lekker op zijn tijd, allebei wijn, maar toch ook heel verschillend. Yesterday Is Gone onderscheid zich niet alleen met de expressieve zang op het album, maar ook met de bijzondere productie van het album.

Het debuut van de Canadese muzikante werd geproduceerd door de eveneens Canadese Sam Gleason en de Britse muzikant Mike Lindsay, die we vooral kennen van de band Tunng. Ze hebben het debuut van Dana Gavanski voorzien van een geluid dat afwisselend folky en niet folky klinkt. Ingetogen klanken worden hier en daar doorsneden voor stevigere gitaren en hiernaast is er de belangrijke rol voor avontuurlijke elektronica. Het is elektronica die alle kanten op schiet en die het album steeds weer voorziet van een net wat ander en altijd bijzonder geluid.

Het maakt van Yesterday Is Gone een nog spannender album dan het al was door de expressieve zang. Het doet af en toe wel wat denken aan de muziek van Aldous Harding, maar ik hoor ook meer dan eens een vleugje eighties in de muziek van de Canadese singer-songwriter. De Canadese muzikante is naar verluidt een groot fan van de muziek van David Bowie en ook dat hoor je.

Zeker wanneer de instrumentatie vol of zelfs stevig klinkt breekt Dana Gavanski volledig uit het hokje folk en schuift ze op richting rock of psychedelica, maar het etiket folk misstaat ook niet volledig op het album, terwijl de songs met subtiele bijdragen van blazers ook wat jazzy klinken.

Bij eerste beluistering was ik vooral geïntrigeerd door de songs, de bijzondere zang en de fraaie maar lastig te doorgronden instrumentatie op het album, maar Dana Gavanski schrijft ook nog eens songs die bij herhaalde beluistering steeds meer geheimen prijs geven, waardoor haar debuut steeds verder boven het maaiveld uit steekt. Wanneer je je wat meer verdiept in de teksten van Dana Gavanski hoor je dat Yesterday Is Gone ook nog eens een persoonlijk album is dat niet misstaat in het hokje breakup albums. Je moet maar het geluk hebben dat je opvalt met nieuwe muziek op het moment, maar het debuut van Dana Gavanski verdient echt alle aandacht. Erwin Zijleman

Dana Sipos - The Astral Plane (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dana Sipos - The Astral Plane - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dana Sipos - The Astral Plane
De Canadese muzikante Dana Sipos heeft een prachtig album gemaakt met vooral invloeden uit de folk, maar ook uitstapjes buiten de gebaande paden en haar prachtige stem als sterkste wapen

The Astral Plane is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Canadese singer-songwriter Dana Sipos en het is een kennismaking die diepe indruk heeft gemaakt. Dana Sipos heeft haar muziek prachtig in laten kleuren met flink wat instrumenten en invloeden uit de folk, jazz en psychedelica, ze schrijft teksten die ergens over gaan en componeert songs vol avontuur. Haar sterkste wapen is echter haar stem, die wel wat lijkt op die van Natalie Merchant en die alle songs op het album met veel gevoel en souplesse vertolkt. Ik werd direct overdonderd door dit album, maar het wordt echt alleen maar mooier en indringender. Schande als dit album niet wordt opgemerkt.

The Astral Plane is het vierde album van de Canadese singer-songwriter Dana Sipos. Het is een album dat mijn aandacht trok door een recensie op de Britse muzieksite Folk Radio, die opende met de volgende zinnen: “Listening to The Astral Plane by Dana Sipos is like listening to the sun. How do you describe something that changes your perception of things?”. Ik was door deze zinnen voorbereid op een compleet unieke luisterervaring, maar ik had eigenlijk direct maar één associatie bij beluistering van het album: Natalie Merchant.

Dana Sipos heeft een stem die flink lijkt op die van een van mijn favoriete singer-songwriters aller tijden en net als Natalie Merchant kiest Dana Sipos in haar songs nooit voor de makkelijkste weg en altijd voor diepgang. Voor liefhebbers van teksten die ergens over gaan lezen de persoonlijke teksten op The Astral Plane als een indringende roman, maar in muzikaal en vocaal opzicht is het nieuwe album van Dana Sipos minstens even interessant.

De Canadese muzikante is zoals gezegd gezegend met een stem die flink lijkt op die van Natalie Merchant en het is een stem die de songs op het album met veel gevoel, emotie en urgentie vertolkt. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de stem van de Canadese muzikante (niet iedereen is immers gecharmeerd van de stem van Natalie Merchant), maar ik was na een paar noten overtuigd en naarmate ik vaker luister naar het album wordt de zang alleen maar mooier en intenser.

In muzikaal opzicht is The Astral Plane al even indrukwekkend. Dana Sipos heeft zich omringd met een flink aantal muzikanten, die tekenen voor een wonderschoon en rijk geluid. Het is een geluid dat stevig citeert uit de archieven van de folk, maar ook invloeden uit de psychedelica en de jazz spelen een voorname rol op het album. Het is een geluid waarin zowel organische als elektronische klanken een weg hebben gevonden en waarin altijd ruimte is voor spannende accenten.

Dana Sipos slaat in iedere track op het album weer een net wat andere weg is en steeds weer zit je op het puntje van je stoel. In muzikaal opzicht gebeurt er van alles en bovendien is er altijd de prachtige zang, die wat mij betreft van een mooi en interessant album een wonderschoon en fascinerend album maakt. Bijna veertig minuten maakt Dana Sipos muziek die altijd toegankelijk is en op een of andere manier ook altijd bekend klinkt, maar op hetzelfde moment doet ze bijna veertig minuten haar eigen ding.

Ik heb zoals gezegd veel associaties met het werk van Natalie Merchant, maar die heeft een album als The Astral Plane nog niet in haar oeuvre. In het oeuvre van Natalie Merchant zou ik het album van Dana Sipos overigens scharen onder de betere album, wat genoeg moet zeggen over de kwaliteit van het nieuwe album van de Canadese muzikante.

Dana Sipos moet met haar album de concurrentie aan met stapels releases van vrouwelijke singer-songwriters in het folky segment, maar wat zou het zonde zijn als dit album tussen wal en schip zou vallen. The Astral Plane van Dana Sipos houdt me sinds de eerste beluistering van het album in een wurggreep en die greep wordt naarmate ik het album vaker hoor alleen maar steviger. Met de cryptische woorden van Folk Radio kan ik nog steeds niet zo veel, maar als de Britse muzieksite wil zeggen dat Dana Sipos een album van een bijzondere schoonheid heeft gemaakt, kan ik ze alleen maar groot gelijk geven. Erwin Zijleman

Daneshevskaya - Long Is the Tunnel (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Daneshevskaya - Long Is The Tunnel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Daneshevskaya - Long Is The Tunnel
Mini-albums laat ik meestal links liggen, maar wat Daneshevskaya in de zeven tracks op haar mini-album laat horen is zo ontzettend goed dat ik Long Is The Tunnel echt voor geen goud had willen missen

Ik neem de tips van Paste Magazine heel serieus en maakte deze week dan ook direct ruimte voor het album van de week van de Amerikaanse muziekwebsite, ook al is Long Is The Tunnel van de New Yorkse muzikante Daneshevskaya niet meer dan een mini-album. Het is wel een mini-album dat het alter ego van Anna Beckerman op de kaart zet als een groot talent. De Amerikaanse muzikante maakt indruk met haar stem, met de inkleuring en productie van haar muziek en met het hoge niveau en de veelzijdigheid van haar songs, die alle zeven naar veel en veel meer smaken. Het is heel jammer dat Long Is The Tunnel er al na 21 minuten op zit, maar je kunt er echt eindeloos naar blijven luisteren.

Paste Magazine riep Long Is The Tunnel van Daneshevskaya deze week uit tot album van de week. Het is met slechts zeven songs en maar net iets meer dan 21 minuten muziek meer een mini-album dan een album, maar de zeven songs maakten ook op mij zoveel indruk, dat ik maar eens ben afgeweken van de regel om alleen volwaardige albums te bespreken.

Daneshevskaya is het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Anna Beckerman, die met de aan haar Russisch-Joodse overgrootmoeder ontleende tweede voornaam zeker niet heeft gekozen voor een makkelijk te onthouden artiestennaam (het op haar bandcamp pagina gebruikte ezelsbruggetje Dawn-eh-shev-sky-uh gaat mij ook niet helpen). Het is wel een naam die ik vanaf nu ga proberen te onthouden, want het mini-album van de Amerikaanse doet uitzien naar veel meer muziek van haar hand.

De muzikante uit Brooklyn, New York, zette aan het begin van 2017 al een eerste song op haar bandcamp pagina, maar tot veel meer dan een handvol songs was ze tot voor kort nog niet gekomen, waardoor haar oeuvre met dit mini-album opeens ruim twee keer zo groot is geworden. Voor haar eerste mini-album schakelde Daneshevskaya maar liefst drie producers in. De namen van Ruben Radlaue, Hayden Ticehurst en Artur Szerejko zeiden me eerlijk gezegd niets, maar ze hebben fraai werk afgeleverd.

In de openingstrack hoor je nog niet zo heel veel van de productie, want het album opent uiterst ingetogen en folky. Het vestigt de aandacht direct op de mooie en aangename stem van Anna Beckerman, die vrij makkelijk overtuigt. Wanneer je dezelfde openingstrack met de koptelefoon beluistert hoor je overigens dat er veel moois verstopt zit in de op het eerste gehoor sobere instrumentatie. Daneshevskaya stapelt op fraaie en bijzondere wijze meerdere lagen klanken op elkaar en doet dit naarmate het album vordert steeds intensiever.

De songs van de Amerikaanse muzikante klinken licht en ruimtelijk, maar in de zeven tracks komen uiteindelijk flink wat instrumenten voorbij, waaronder flink wat keyboards en gitaren (soms subtiel, soms gruizig), maar ook viool, lap steel en in twee tracks de saxofoon van Lewis Evans van de band New Country, Black Road, die Daneshevskaya dit jaar vroeg als support-act tijdens haar Amerikaanse tour.

Toen ik Long Is The Tunnel voor de tweede en derde keer beluisterde vielen de fraaie instrumentatie en productie me veel meer op dan bij eerste beluistering en won ook de uitstekende zang van de muzikante uit Brooklyn aan kracht. Het is al reden genoeg om de naam van Daneshevskaya in het geheugen op te slaan, maar de Amerikaanse muzikante trekt ook de aandacht met bijzonder warm en aangenaam klinkende songs, die je makkelijk overtuigen, maar die ook de fantasie prikkelen door alle bijzondere accenten en wendingen die Daneshevskaya in haar songs heeft verstopt.

Long Is The Tunnel spreekt zeven tracks tot de verbeelding met redelijk verschillende maar toch ook consistent klinkende songs, die zich niet in een hokje laten duwen. Ik vind het persoonlijk jammer dat de muzikante uit Brooklyn zich op Long Is The Tunnel beperkt tot slechts 21 minuten muziek, want in die 21 minuten hoor ik de basis van een sensationeel goed debuutalbum. Dat debuutalbum moet Daneshevskaya dan maar bewaren voor 2024, waarin ze zomaar kan uitgroeien tot een van grote beloften voor de toekomst, al is ze de belofte in de meeste tracks op dit mini-album al ver voorbij. Erwin Zijleman

Daniel Lanois - Goodbye to Language (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Daniel Lanois - Goodbye To Language - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Canadees Daniel Lanois vergaarde de meeste roem als producer van platen van onder andere U2, Emmylou Harris, Bob Dylan en Peter Gabriel, maar ook als muzikant heeft hij inmiddels een aardige staat van dienst.

In het oeuvre van de Canadees zijn een aantal platen te vinden waarop het etiket singer-songwriter kan worden geplakt, waaronder prachtplaten als Acadie (1989), For The Beauty Of Wynona (1993) en Shine (2003), maar Daniel Lanois heeft ook een zwak voor muziek met vooral invloeden uit de ambient.

Deze laatste invloeden domineren op zijn laatste plaat Goodbye To Language. Het is een vlag die de lading uitstekend dekt, want teksten en vocalen kom je op de plaat niet tegen.

Samen met collega gitarist Rocco DeLuca heeft Daniel Lanois een plaat gemaakt waarop de pedal steel van Daniel Lanois en de lap steel van Rocco DeLuca domineren. Verwacht echter geen doorsnee klanken van de steel varianten, want de klanken van het in de Americana veel gebruikte instrument worden zo nu en dan flink vervormd in bijzonder klinkende soundscapes.

Goodbye To Language is ver verwijderd van de singer-songwriter platen die Daniel Lanois in het verleden maakte en is zeker geen makkelijke plaat, maar toch overtuigen de bijzondere klanken op de plaat vrij makkelijk.

In eerste instantie zijn de bijzondere geluiden op de plaat, waartussen zo nu en dan flarden van de pedal en lap steel zijn te herkennen, vooral intrigerend, maar Goodbye To Language blijkt ook al heel snel een plaat die de fantasie genadeloos prikkelt.

Bij de fascinerende klanken op de plaat, die een uniek Americana geluid laten horen, kun je eigenlijk alleen maar bijzondere beelden verzinnen en waar de muziek alle kanten op schiet zijn de beelden in mijn geval vooral weids en rustgevend.

Daniel Lanois en Rocco DeLuca kiezen met enige regelmaat voor zeer ingetogen geluiden, maar laten de pedal steel en de lap steel soms ook scheuren op een manier waarop je deze instrumenten nog nooit hebt gehoord. Het maakt van het instrumentale Goodbye To Language een spannende en dynamische plaat, die echt geen moment verveelt, wat overigens ook de verdienste is van de fraaie wijze waarop Daniel Lanois de plaat heeft geproduceerd.

Goodbye To Language is zeker geen plaat voor alle momenten, maar op de juiste momenten is het een hallucinerende plaat vol toverkracht en schoonheid. Erwin Zijleman

Daniel Lanois - Heavy Sun (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Daniel Lanois - Heavy Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Daniel Lanois - Heavy Sun
Daniel Lanois is natuurlijk vooral bekend als producer, maar ook als muzikant doet hij zo nu en dan bijzondere dingen, zoals op dit zeer fraaie en vooral door gospel beïnvloede nieuwe album

Heavy Sun van Daniel Lanois wordt hier en daar beschreven als een mix van gospel, orgelmuziek en ambient. Dat leek me op voorhand op zijn minst een bijzondere combinatie, maar het pakt verrassend goed uit. De Canadese muzikant en producer maakte Heavy Sun met drie andere muzikanten en het heeft een bijzonder klinkend album opgeleverd, waarin het orgel en gospelvocalen inderdaad een belangrijke rol spelen, maar Daniel Lanois hier en daar ook zijn zo karakteristieke geluid kwijt kan. In muzikaal en vocaal opzicht is het smullen, maar uiteraard is ook de productie van het niveau dat we inmiddels van Daniel Lanois gewend zijn. Bijzonder album.

Daniel Lanois vergaarde alleen met zijn werk voor Bob Dylan, Emmylou Harris, Peter Gabriel en U2 al flink wat roem als producer, maar hij heeft ook zeker zijn sporen verdiend als muzikant. Met zijn debuut Acadie uit 1989, opvolger For The Beauty Of Wynona uit 1993 en Shine uit 2003 maakte de Canadese muzikant minstens drie memorabele albums en dat is op zich een hele acceptabele score voor een muzikant.

Deze week verscheen een nieuw album van Daniel Lanois, Heavy Sun. Het is de opvolger van de drie jaar geleden verschenen samenwerking met Venetian Snares (Venetian Snares x Daniel Lanois), waar ik persoonlijk helaas geen chocola van kon maken. Heavy Sun klinkt weer totaal anders dan de door experimentele elektronica gedomineerde voorganger.

Op Heavy Sun brengt Daniel Lanois zijn liefde voor gospel, orgels en ambient samen. Dat klonk voor mij op voorhand een beetje als patat met chocoladesaus en mandarijn partjes, oftewel als een combinatie van dingen die zich lastig laten verenigen.

Ik was daarom in eerste instantie vooral benieuwd naar de productie van het album, die Daniel Lanois uiteraard zelf voor zijn rekening nam. Die productie is, zoals we inmiddels ook wel van de Canadese muzikant en producer kunnen verwachten, een waar kunststukje. Het in Los Angeles en Toronto opgenomen album klinkt fantastisch, bevat hier en daar flarden van het zo karakteristieke Daniel Lanois geluid en laat alle ingrediënten van de muziek op Heavy Sun glashelder uit de speakers komen.

Daniel Lanois werkt op Heavy Sun samen met gitarist Rocco DeLuca en bassist Jim Wilson. Hiernaast werd een beroep gedaan op Johnny Shepherd, in het dagelijks leven zanger en organist in de Zion Baptist Church in Shreveport, Louisiana. Hier en daar zijn ook nog drums te horen, die me even deden denken aan de fabuleuze drummer Brian Blade, maar de drums werden door Daniel Lanois zelf geprogrammeerd.

Heavy Sun laat niet alleen vier geweldige muzikanten horen (Daniel Lanois speelt zelf gitaar op het album), maar ook vier uitstekende zangers, met een glansrol voor Johnny Shepherd. Deze Johnny Shepherd had absoluut zijn naam verdiend op de cover, want zijn geweldige orgelspel en zijn prachtige gospelvocalen zijn wat mij betreft de twee belangrijkste ingrediënten van de muziek op Heavy Sun.

Ik ben op zich geen groot gospelliefhebbers, maar Heavy Sun biedt de warmte en hoop die we momenteel goed kunnen gebruiken. Een pandemie album is het echter zeker niet, want het album werd voor de komst van het coronavirus in de Verenigde Staten en Canada opgenomen.

Voor een album dat ik op voorhand beschreef als patat met chocoladesaus en mandarijn partjes, is Heavy Sun een behoorlijk toegankelijk album. De ambient invloeden op het album hoor ik persoonlijk niet zo goed, of het moeten de hier en daar wat atmosferische klanken zijn. De combinatie van gospel en orgel is natuurlijk een prima combinatie en ook het prachtige gitaarwerk op het album en de donkere bassen sluiten naadloos aan op de rest van de instrumentatie.

Heavy Sun is al met al een album is dat ik geen moment van Daniel Lanois had verwacht. Het is op hetzelfde moment ook een album dat zijn talent als muzikant en als producer onderstreept. Fascinerend album. Erwin Zijleman

Daniel Romano - Finally Free (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Daniel Romano - Finally Free - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Finally Free lijkt een volledig vergeten klassieker uit de jaren 60 of 70, maar is gewoon de volgende prachtplaat van Daniel Romano

De Canadese muzikant Daniel Romano dook een jaar of vijf geleden op met wat kitscherig aandoende, maar na enige gewenning prachtige countryplaten. Het leek even het enige kunstje dat Daniel Romano beheerste, maar inmiddels weten we wel beter. Met Finally Free legt de Canadees de lat nog een stukje hoger en komt hij op de proppen met een plaat die zich in de jaren 60 en 70 onder de klassiekers zou hebben geschaard. Of de plaat dat ook in 2018 doet zal de tijd leren, maar Finally Free is een indrukwekkende plaat met songs die genadeloos intrigeren en diepe bewondering afdwingen.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik Daniel Romano een jaar of vijf geleden niet onmiddellijk serieus nam. Zijn eerste plaat die de aandacht trok, Come Cry With Me uit 2013, was gestoken in het soort hoes dat je in de tweedehands countrybakken wel vaker tegenkomt en klonk bij eerste beluistering ook wel een beetje zo.

Op Come Cry With Me en opvolger If I’ve Only One Time Askin’ uit 2015 nam Daniel Romano ons mee terug naar de country uit vervlogen tijden en met name uit de jaren 60 en 70 en dat deed hij met heel veel smaak en gevoel, al duurde het in mijn geval wel even voor ik dit door had.

Op basis van deze eerste twee platen leek de Canadese muzikant me een one-trick-pony, maar inmiddels weten we wel beter. Op Mossy uit 2016 en Modern Pressure uit 2017 sloeg Daniel Romano nadrukkelijk zijn vleugels uit. Op beide platen stonden de jaren 60 en 70 centraal, maar de country leek uit beeld verdwenen. Singer-songwriter, folk en vooral flink wat psychedelica domineerden op de platen, die de liefhebbers van het eerste uur teleurstelden, maar de critici steeds meer superlatieven wisten te ontlokken.

Eerder dit jaar bracht Daniel Romano twee uitstekende en al even veelzijdige platen uit via zijn bandcamp pagina en het zijn platen die inmiddels helaas ook al weer zijn verdwenen. Verder verkende hij de garagerock met gelegenheidsbands, maar met Finally Free komt Daniel Romano nu op de proppen met de echte opvolger van Modern Pressure.

Liefhebbers van country trekken ook bij beluistering van Finally Free weer aan het kortste eind, maar voor liefhebbers van popmuziek uit de jaren 60 en 70 in de breedste zin van het woord, valt er ook op de nieuwe plaat van de Canadese muzikant weer heel veel te genieten. Als je niet beter zou weten klinkt Finally Free vrijwel onmiddellijk als een vergeten klassieker uit de decennia waarin de popmuziek tot wasdom kwam. Finally Free klinkt oom als de plaat die Bob Dylan nooit heeft durven maken.

Invloeden uit de Amerikaanse folk spelen een belangrijke rol op de plaat, die Daniel Romano overigens in zijn uppie opnam, maar het is folk die is doorspekt met invloeden uit met name de psychedelica. Ik kijk momenteel op Netflix een hele lange documentaire over de Vietnamoorlog en denk dat Finally Free het prima zou doen als soundtrack.

Bij beluistering van de nieuwe plaat van Daniel Romano heb je geen moment het idee dat het 2018 is, maar word je een aantal decennia teruggeworpen in de tijd. Het knappe is dat Daniel Romano hierbij niet fantasieloos voortborduurt op al het moois dat destijds werd gemaakt, maar de geschiedenis van de genoemde decennia herschrijft met een plaat die we nog niet hadden.

Als ik naar Finally Free luister hoor ik steeds weer nieuwe dingen, raak ik steeds weer los van het heden en groeit de diepe bewondering voor de nieuwe plaat van de Canadese muzikant. De plaat klinkt prachtig tijdloos, maar maakt vooral indruk met geweldige songs, die een aantal decennia met de besten mee hadden gekund en dat ook nu kunnen. Nu december is begonnen begint voor mij het serieuze nadenken over een jaarlijstje, maar dat deze plaat er op zal staan lijkt me op het moment een zekerheid. Erwin Zijleman

Daniel Romano - Human Touch (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Daniel Romano - Nerveless / Human Touch - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Daniel Romano had er al flink wat jaren in de muziek op zitten toen hij in 2013 doorbrak met Come Cry With Me, waarop de Canadese muzikant op bijzondere wijze aan de haal ging met invloeden uit de traditionele countrymuziek.

Daniel Romano werd onmiddellijk omarmd door de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar heeft het met name de puristen in deze groep sindsdien niet makkelijk gemaakt.

Op het in 2015 verschenen If I've Only One Time Askin' bleef Daniel Romano de country nog redelijk trouw, maar op Mosey uit 2016 en op het vorig jaar verschenen Modern Pressure ging de muziek van de Canadees alle kanten op, met een duidelijke voorliefde voor psychedelische pop- en rockmuziek uit de jaren 60 en 70.

Modern Pressure is nog geen jaar oud, maar Daniel Romano heeft over inspiratie kennelijk niet te klagen op het moment. Als ‘tussendoortje’ bracht de muzikant uit Welland, Ontario, deze week immers twee digitale albums uit. Nerveless en Human Touch zijn naar verluidt slechts tijdelijk beschikbaar (mogelijk slechts tot medio februari) via de bandcamp pagina van Daniel Romano en voegen in totaal 20 tracks toe aan het oeuvre van de Canadees.

Laat ik eens beginnen bij Nerveless. Rootsliefhebbers die hopen op een wederopstanding van de liefde voor de countrymuziek kan ik direct teleurstellen. Op Nerveless spelen invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek geen enkele rol. Net als op Mosey en Modern Pressure domineren invloeden uit de popmuziek uit de jaren 60 en met name de jaren 70.

Bij beluistering van Modern Pressure had ik vorig jaar al flink wat associaties met de muziek van John Lennon en dat is een associatie die ook weer opduikt bij beluistering van Nerveless, net als de associatie met de muziek van Tom Petty. Ook op Nerveless schuwt Daniel Romano de uitstapjes richting psychedelische pop en rock niet, maar de voorkeur van de Canadees gaat dit keer uit naar schaamteloos toegankelijke en volstrekt tijdloze popliedjes. Het klinkt hier en daar verrassend lichtvoetig, maar voor liefhebbers van popmuziek uit de jaren 70 klinkt het ook bijzonder lekker.

Daniel Romano trekt op Nerveless een overvolle platenkast om en het is een platenkast vol moois. Het is momenteel ijskoud in Canada, waar Daniel Romano momenteel tourt, maar Nerveless klinkt voor het overgrote deel verrassend zonnig, zeker wanneer flarden Westcoast pop en invloeden van The Beach Boys opduiken. De eerste nieuwe plaat van Daniel Romano zal door de fans van het eerste uur niet erg worden gewaardeerd, maar ik vind Nerveless zeer de moeite waard.

In een keer twee platen uitbrengen is meestal teveel van het goede, maar Nerveless en Human Touch zijn zeker niet inwisselbaar.

Waar Daniel Romano op Nerveless vooral zonnige klanken en perfecte popliedjes laat horen, is Human Touch een behoorlijk ingetogen plaat met vooral akoestische klanken.

Het zijn klanken die hier en daar wat opschuiven richting de Amerikaanse rootsmuziek, wat mogelijk toch weer openingen biedt voor de fans van het eerste uur.

Human Touch doet me af en toe denken aan het meer ingetogen werk van Ryan Adams, verwijst nadrukkelijk naar het vroege werk van Bob Dylan en wanneer een vrouwenstem opduikt is zelfs de vergelijking met de duetten van Gram Parsons en Emmylou Harris niet helemaal te onderdrukken.

Waar Nerveless de kamer direct vult met volle en zonnige klanken, is Human Touch een sobere en donkere plaat die zich minder makkelijk opdringt, maar de songs op de plaat groeien snel en krijgen na een paar keer horen een indringend of zelf bezwerend karakter.

Nerveless en Human Touch zijn de eerste interessante releases van 2018 en het zijn releases die wat mij betreft veel meer zijn dan snel uitgebrachte tussendoortjes. Het illustreert nog maar eens hoe groot het talent van Daniel Romano is. Erwin Zijleman

Daniel Romano - Human Touch (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Daniel Romano - Nerveless / Human Touch - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Daniel Romano had er al flink wat jaren in de muziek op zitten toen hij in 2013 doorbrak met Come Cry With Me, waarop de Canadese muzikant op bijzondere wijze aan de haal ging met invloeden uit de traditionele countrymuziek.

Daniel Romano werd onmiddellijk omarmd door de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar heeft het met name de puristen in deze groep sindsdien niet makkelijk gemaakt.

Op het in 2015 verschenen If I've Only One Time Askin' bleef Daniel Romano de country nog redelijk trouw, maar op Mosey uit 2016 en op het vorig jaar verschenen Modern Pressure ging de muziek van de Canadees alle kanten op, met een duidelijke voorliefde voor psychedelische pop- en rockmuziek uit de jaren 60 en 70.

Modern Pressure is nog geen jaar oud, maar Daniel Romano heeft over inspiratie kennelijk niet te klagen op het moment. Als ‘tussendoortje’ bracht de muzikant uit Welland, Ontario, deze week immers twee digitale albums uit. Nerveless en Human Touch zijn naar verluidt slechts tijdelijk beschikbaar (mogelijk slechts tot medio februari) via de bandcamp pagina van Daniel Romano en voegen in totaal 20 tracks toe aan het oeuvre van de Canadees.

Laat ik eens beginnen bij Nerveless. Rootsliefhebbers die hopen op een wederopstanding van de liefde voor de countrymuziek kan ik direct teleurstellen. Op Nerveless spelen invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek geen enkele rol. Net als op Mosey en Modern Pressure domineren invloeden uit de popmuziek uit de jaren 60 en met name de jaren 70.

Bij beluistering van Modern Pressure had ik vorig jaar al flink wat associaties met de muziek van John Lennon en dat is een associatie die ook weer opduikt bij beluistering van Nerveless, net als de associatie met de muziek van Tom Petty. Ook op Nerveless schuwt Daniel Romano de uitstapjes richting psychedelische pop en rock niet, maar de voorkeur van de Canadees gaat dit keer uit naar schaamteloos toegankelijke en volstrekt tijdloze popliedjes. Het klinkt hier en daar verrassend lichtvoetig, maar voor liefhebbers van popmuziek uit de jaren 70 klinkt het ook bijzonder lekker.

Daniel Romano trekt op Nerveless een overvolle platenkast om en het is een platenkast vol moois. Het is momenteel ijskoud in Canada, waar Daniel Romano momenteel tourt, maar Nerveless klinkt voor het overgrote deel verrassend zonnig, zeker wanneer flarden Westcoast pop en invloeden van The Beach Boys opduiken. De eerste nieuwe plaat van Daniel Romano zal door de fans van het eerste uur niet erg worden gewaardeerd, maar ik vind Nerveless zeer de moeite waard.

In een keer twee platen uitbrengen is meestal teveel van het goede, maar Nerveless en Human Touch zijn zeker niet inwisselbaar.

Waar Daniel Romano op Nerveless vooral zonnige klanken en perfecte popliedjes laat horen, is Human Touch een behoorlijk ingetogen plaat met vooral akoestische klanken.

Het zijn klanken die hier en daar wat opschuiven richting de Amerikaanse rootsmuziek, wat mogelijk toch weer openingen biedt voor de fans van het eerste uur.

Human Touch doet me af en toe denken aan het meer ingetogen werk van Ryan Adams, verwijst nadrukkelijk naar het vroege werk van Bob Dylan en wanneer een vrouwenstem opduikt is zelfs de vergelijking met de duetten van Gram Parsons en Emmylou Harris niet helemaal te onderdrukken.

Waar Nerveless de kamer direct vult met volle en zonnige klanken, is Human Touch een sobere en donkere plaat die zich minder makkelijk opdringt, maar de songs op de plaat groeien snel en krijgen na een paar keer horen een indringend of zelf bezwerend karakter.

Nerveless en Human Touch zijn de eerste interessante releases van 2018 en het zijn releases die wat mij betreft veel meer zijn dan snel uitgebrachte tussendoortjes. Het illustreert nog maar eens hoe groot het talent van Daniel Romano is. Erwin Zijleman