Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Y La Bamba - Mujeres (2019)

4,0
1
geplaatst: 26 april 2019, 15:16 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Y La Bamba - Mujeres - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Y La Bamba - Mujeres
Y La Bamba neemt je mee op een rollercoaster ride langs 1001 invloeden en het is een ritje dat evenveel vermaakt als intrigeert
Mujeres is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse band Y La Bamba en het is een kennismaking die naar veel meer smaakt. Frontvrouw Luz Elena Mendoza is niet vies van een invloed meer of minder en voert de luisteraar mee op een buitengewoon intrigerende reis langs folk, dreampop, lo-fi, psychedelica en flink wat invloeden uit de wereldmuziek. Mujeres klinkt totaal anders dan de andere albums die ik dit jaar heb beluisterd en maakt het me niet altijd makkelijk, maar na enige gewenning liet dit bijzondere album me niet meer los. Sindsdien is het album van Y La Bamba me alleen maar dierbaarder geworden.
Mujeres van Y La Bamba lag denk ik al een maand of drie op de virtuele stapel, maar een paar dagen geleden kwam ik dan eindelijk toe aan het album van de mij onbekende Amerikaanse band. Het blijkt een bijzonder intrigerend album, dat in een paar dagen tijd is uitgegroeid tot een album dat hier nog vaak door de speakers of door de koptelefoon zal komen.
De naam Y La Bamba zei me eerlijk gezegd niets, maar de band rond de uit Portland, Oregon, afkomstige Luz Elena Mendoza bestaat al een aantal jaren en maakte een vijftal albums, die met name in de alternatieve Amerikaanse muziekpers konden rekenen op zeer positieve recensies.
Luz Elena Mendoza heeft Mexicaanse ouders, maar groeide zelf op in de Verenigde Staten. Invloeden uit de Mexicaanse muziek duiken echter met enige regelmaat op in het werk van Y La Bamba. Het zijn zeker niet de enige invloeden, wamt Mujeres blijkt een vat vol tegenstrijdigheden.
Het album opent met bijna pastorale folky klanken, maar die slaan al snel om in een vol klinkend popliedje met een vleugje dreampop en gitaarakkoorden vol zonnestralen. Het is een popliedje van het soort waar Y La Bamba van mij het hele album had mogen vullen, maar Luz Elena Mendoza wil graag ook nog 1001 andere invloeden kwijt. Fluitende vogeltjes verbinden de eerste twee tracks op Mujeres, maar het zijn tracks die totaal verschillend klinken. Na de volle en zonnige openingstrack klinkt de tweede track rauw en kaal. Het is een track met een hoog lo-fi gehalte, maar het is ook een track die ondanks de eenvoud van de gitaarlijnen en de stem de aandacht vast weet te houden.
Track nummer drie verrast met jazzy gitaarlijnen die me herinneren aan de jaren 80 en klinkt weer zwoel en zomers, waarna in de vierde track zwoele ritmes domineren en Luz Elena Mendoza het Engels verruilt voor het Spaans. De muziek van Y La Bamba wordt opeens een stuk ongrijpbaarder en combineert invloeden uit de wereldmuziek met een flinke dosis psychedelica. Het is even wennen, maar het intrigeert hopeloos.
De vijfde track van het album is weer van grote schoonheid en combineert het vleugje dreampop dat we al eerder hoorden met een sfeertje dat doet denken aan zwoele filmmuziek uit de jaren 70. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd zal zijn van het vat vol tegenstrijdigheden dat Mujeres is, maar na enige gewenning valt er heel veel op zijn plek.
Ook in de tracks die volgen schiet Mujeres van Y La Bamba alle kanten op. In de ene track ben je bij een Mexicaanse hoge mis belandt, waarna Luz Elena Mendoza je richting Cuba en Zuid-Amerika sleept en dansbare ritmes hun intrede doen of Mujeres toch weer opschuift richting folk of dreampop.
Met name de dromerige songs op het album zijn van grote schoonheid, waarbij het me niet zoveel uitmaakt of Luz Elena Mendoza in het Engels of in het Spaans zingt, al klinkt de meeste emotie door wanneer voor het Spaans wordt gekozen.
Mujeres bevat maar liefst 14 songs, maar waar het album in eerste instantie vooral energie slurpt, was ik na een aantal luisterbeurten flink verslaafd aan het nieuwe album van Y La Bamba. Het is een album dat lijkt op geen enkel album dat ik de laatste tijd heb beluisterd en het is een album dat niet past in de hokjes die we met zijn allen hebben bedacht. Van psychedelisch en overvol tot intiem en bijna leeg. Y La Bamba neemt je mee op een rollercoaster ride die in eerste instantie verbazing wekt, maar al snel heel veel respect afdwingt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Y La Bamba - Mujeres - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Y La Bamba - Mujeres
Y La Bamba neemt je mee op een rollercoaster ride langs 1001 invloeden en het is een ritje dat evenveel vermaakt als intrigeert
Mujeres is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse band Y La Bamba en het is een kennismaking die naar veel meer smaakt. Frontvrouw Luz Elena Mendoza is niet vies van een invloed meer of minder en voert de luisteraar mee op een buitengewoon intrigerende reis langs folk, dreampop, lo-fi, psychedelica en flink wat invloeden uit de wereldmuziek. Mujeres klinkt totaal anders dan de andere albums die ik dit jaar heb beluisterd en maakt het me niet altijd makkelijk, maar na enige gewenning liet dit bijzondere album me niet meer los. Sindsdien is het album van Y La Bamba me alleen maar dierbaarder geworden.
Mujeres van Y La Bamba lag denk ik al een maand of drie op de virtuele stapel, maar een paar dagen geleden kwam ik dan eindelijk toe aan het album van de mij onbekende Amerikaanse band. Het blijkt een bijzonder intrigerend album, dat in een paar dagen tijd is uitgegroeid tot een album dat hier nog vaak door de speakers of door de koptelefoon zal komen.
De naam Y La Bamba zei me eerlijk gezegd niets, maar de band rond de uit Portland, Oregon, afkomstige Luz Elena Mendoza bestaat al een aantal jaren en maakte een vijftal albums, die met name in de alternatieve Amerikaanse muziekpers konden rekenen op zeer positieve recensies.
Luz Elena Mendoza heeft Mexicaanse ouders, maar groeide zelf op in de Verenigde Staten. Invloeden uit de Mexicaanse muziek duiken echter met enige regelmaat op in het werk van Y La Bamba. Het zijn zeker niet de enige invloeden, wamt Mujeres blijkt een vat vol tegenstrijdigheden.
Het album opent met bijna pastorale folky klanken, maar die slaan al snel om in een vol klinkend popliedje met een vleugje dreampop en gitaarakkoorden vol zonnestralen. Het is een popliedje van het soort waar Y La Bamba van mij het hele album had mogen vullen, maar Luz Elena Mendoza wil graag ook nog 1001 andere invloeden kwijt. Fluitende vogeltjes verbinden de eerste twee tracks op Mujeres, maar het zijn tracks die totaal verschillend klinken. Na de volle en zonnige openingstrack klinkt de tweede track rauw en kaal. Het is een track met een hoog lo-fi gehalte, maar het is ook een track die ondanks de eenvoud van de gitaarlijnen en de stem de aandacht vast weet te houden.
Track nummer drie verrast met jazzy gitaarlijnen die me herinneren aan de jaren 80 en klinkt weer zwoel en zomers, waarna in de vierde track zwoele ritmes domineren en Luz Elena Mendoza het Engels verruilt voor het Spaans. De muziek van Y La Bamba wordt opeens een stuk ongrijpbaarder en combineert invloeden uit de wereldmuziek met een flinke dosis psychedelica. Het is even wennen, maar het intrigeert hopeloos.
De vijfde track van het album is weer van grote schoonheid en combineert het vleugje dreampop dat we al eerder hoorden met een sfeertje dat doet denken aan zwoele filmmuziek uit de jaren 70. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd zal zijn van het vat vol tegenstrijdigheden dat Mujeres is, maar na enige gewenning valt er heel veel op zijn plek.
Ook in de tracks die volgen schiet Mujeres van Y La Bamba alle kanten op. In de ene track ben je bij een Mexicaanse hoge mis belandt, waarna Luz Elena Mendoza je richting Cuba en Zuid-Amerika sleept en dansbare ritmes hun intrede doen of Mujeres toch weer opschuift richting folk of dreampop.
Met name de dromerige songs op het album zijn van grote schoonheid, waarbij het me niet zoveel uitmaakt of Luz Elena Mendoza in het Engels of in het Spaans zingt, al klinkt de meeste emotie door wanneer voor het Spaans wordt gekozen.
Mujeres bevat maar liefst 14 songs, maar waar het album in eerste instantie vooral energie slurpt, was ik na een aantal luisterbeurten flink verslaafd aan het nieuwe album van Y La Bamba. Het is een album dat lijkt op geen enkel album dat ik de laatste tijd heb beluisterd en het is een album dat niet past in de hokjes die we met zijn allen hebben bedacht. Van psychedelisch en overvol tot intiem en bijna leeg. Y La Bamba neemt je mee op een rollercoaster ride die in eerste instantie verbazing wekt, maar al snel heel veel respect afdwingt. Erwin Zijleman
Yak - Pursuit of Momentary Happiness (2019)

4,0
0
geplaatst: 14 februari 2019, 16:43 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yak - Pursuit of Momentary Happiness - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yak debuteerde drie jaar geleden aardig met een plaat vol 60s garagerock, maar sleept er nu van alles bij en imponeert van de eerste tot de laatste noot
Het debuut van Yak vond ik drie jaar geleden goed, maar uiteindelijk toch niet een plaat lang boeiend. Op Pursuit Of Momentary Happiness boeit de band uit Londen wel van de eerste tot de laatste noot. De 60s garagerock van het debuut heeft gezelschap gekregen van een nog wat dominantere bluesrock injectie, maar ook flink wat andere invloeden hebben hun weg gevonden naar de tweede plaat van de band. Pursuit Of Momentary Happiness van Yak is zo nu en dan bijzonder rauw en meedogenloos, maar de band neemt ook regelmatig gas terug en bedwelmt en benevelt dan met tijdloze psychedelica. Prachtplaat.
De Britse band Yak debuteerde drie jaar geleden met het goed ontvangen Alas Salvation. Op dit debuut liet Yak zich vooral inspireren door 60s garagerock (alles vanaf The Stooges en verder), al waren ook invloeden uit de bluesrock, punk en psychedelica te horen.
Na haar debuut dook de band in Nieuw-Zeeland de studio in met Tame Impala lid Jay Watson als producer, maar de sessies leverden helaas niets bruikbaars op (naar verluidt omdat er vooral gedronken en weinig gemusiceerd werd). Vervolgens viel Yak vrijwel volledig uit elkaar, zodat er nu een bijna totaal vernieuwde line-up staat.
Voor Pursuit Of Momentary Happiness deed de band uit Londen een beroep op producer Marta Salogni, die eerder werkte met Björk en Goldfrapp. De openingstrack van de tweede plaat van Yak opent heerlijk psychedelisch met een dwarsfluit en aan het eind van de track komen ook nog flink wat psychedelisch aandoende andere blazers uit de speakers. Pursuit Of Momentary Happiness klinkt sowieso flink psychedelischer dan zijn voorganger, maar Yak is ook haar voorliefde voor garagerock niet vergeten en propt ook nog steeds wat bluesrock in haar muziek. Hier blijft het niet bij, want Yak klinkt op haar tweede plaat bij vlagen ook soulvol en funky (met een Beastie Boys impuls), maar kiest ook met enige regelmaat voor de rauwe energie van de punk.
Het levert een plaat op die bij eerste beluistering met twee benen in een ver verleden lijkt te staan, maar Pursuit Of Momentary Happiness bevat ook flink wat invloeden die in de jaren 60 en 70 nog niet aan de oppervlakte waren gekomen. De tweede plaat van Yak klinkt als de perfecte mix van The Stooges, The Jon Spencer Blues Explosion en The White Stripes, maar stiekem fietsen ook nog allerlei andere invloeden door het geluid van de band.
Pursuit Of Momentary Happiness overtuigt bijzonder makkelijk wanneer Yak kiest voor lekker rauwe garagerock met een bluesrock en psychedelica injectie, maar de band laat ook horen dat het meer in huis heeft wanneer de gashendel tijdelijk wordt teruggedraaid. Zeker wanneer invloeden uit de psychedelica aan terrein winnen hoor ik wel wat van Spiritualized en al haar soortgenoten (tot The Verve aan toe), maar waar deze bands een hele plaat lang kunnen bedwelmen, doet Yak dit alleen om de luisteraar even op adem te laten komen. Zweverige passages worden al snel verwisseld voor meedogenloze riffs, wat Pursuit Of Momentary Happiness voorziet van flink wat dynamiek en energie.
Ik moet eerlijk zeggen dat het debuut van de band me een paar jaar geleden niet volledig kon overtuigen. Na een tijdje sloeg de verveling wat toe. Hiervan is gelukkig totaal geen sprake bij beluistering van Pursuit Of Momentary Happiness. De plaat laat zich beluisteren als een roadtrip langs een aantal decennia rockmuziek, waarbij flink wat genres voorbij komen en alleen de dosis jonge honden energie een constante is.
Bij eerste beluistering vond ik het vooral lekker klinken, maar hoe vaker ik naar Pursuit Of Momentary Happiness van Yak luister, hoe meedogenlozer en verslavender de plaat wordt. Yak krijgt het stempel neo-psychedelica opgedrukt en moet hierdoor concurreren met talloze andere bands. Pursuit Of Momentary Happiness past echter niet in dit hokje en blijft de concurrentie bovendien mijlenver voor. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Yak - Pursuit of Momentary Happiness - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yak debuteerde drie jaar geleden aardig met een plaat vol 60s garagerock, maar sleept er nu van alles bij en imponeert van de eerste tot de laatste noot
Het debuut van Yak vond ik drie jaar geleden goed, maar uiteindelijk toch niet een plaat lang boeiend. Op Pursuit Of Momentary Happiness boeit de band uit Londen wel van de eerste tot de laatste noot. De 60s garagerock van het debuut heeft gezelschap gekregen van een nog wat dominantere bluesrock injectie, maar ook flink wat andere invloeden hebben hun weg gevonden naar de tweede plaat van de band. Pursuit Of Momentary Happiness van Yak is zo nu en dan bijzonder rauw en meedogenloos, maar de band neemt ook regelmatig gas terug en bedwelmt en benevelt dan met tijdloze psychedelica. Prachtplaat.
De Britse band Yak debuteerde drie jaar geleden met het goed ontvangen Alas Salvation. Op dit debuut liet Yak zich vooral inspireren door 60s garagerock (alles vanaf The Stooges en verder), al waren ook invloeden uit de bluesrock, punk en psychedelica te horen.
Na haar debuut dook de band in Nieuw-Zeeland de studio in met Tame Impala lid Jay Watson als producer, maar de sessies leverden helaas niets bruikbaars op (naar verluidt omdat er vooral gedronken en weinig gemusiceerd werd). Vervolgens viel Yak vrijwel volledig uit elkaar, zodat er nu een bijna totaal vernieuwde line-up staat.
Voor Pursuit Of Momentary Happiness deed de band uit Londen een beroep op producer Marta Salogni, die eerder werkte met Björk en Goldfrapp. De openingstrack van de tweede plaat van Yak opent heerlijk psychedelisch met een dwarsfluit en aan het eind van de track komen ook nog flink wat psychedelisch aandoende andere blazers uit de speakers. Pursuit Of Momentary Happiness klinkt sowieso flink psychedelischer dan zijn voorganger, maar Yak is ook haar voorliefde voor garagerock niet vergeten en propt ook nog steeds wat bluesrock in haar muziek. Hier blijft het niet bij, want Yak klinkt op haar tweede plaat bij vlagen ook soulvol en funky (met een Beastie Boys impuls), maar kiest ook met enige regelmaat voor de rauwe energie van de punk.
Het levert een plaat op die bij eerste beluistering met twee benen in een ver verleden lijkt te staan, maar Pursuit Of Momentary Happiness bevat ook flink wat invloeden die in de jaren 60 en 70 nog niet aan de oppervlakte waren gekomen. De tweede plaat van Yak klinkt als de perfecte mix van The Stooges, The Jon Spencer Blues Explosion en The White Stripes, maar stiekem fietsen ook nog allerlei andere invloeden door het geluid van de band.
Pursuit Of Momentary Happiness overtuigt bijzonder makkelijk wanneer Yak kiest voor lekker rauwe garagerock met een bluesrock en psychedelica injectie, maar de band laat ook horen dat het meer in huis heeft wanneer de gashendel tijdelijk wordt teruggedraaid. Zeker wanneer invloeden uit de psychedelica aan terrein winnen hoor ik wel wat van Spiritualized en al haar soortgenoten (tot The Verve aan toe), maar waar deze bands een hele plaat lang kunnen bedwelmen, doet Yak dit alleen om de luisteraar even op adem te laten komen. Zweverige passages worden al snel verwisseld voor meedogenloze riffs, wat Pursuit Of Momentary Happiness voorziet van flink wat dynamiek en energie.
Ik moet eerlijk zeggen dat het debuut van de band me een paar jaar geleden niet volledig kon overtuigen. Na een tijdje sloeg de verveling wat toe. Hiervan is gelukkig totaal geen sprake bij beluistering van Pursuit Of Momentary Happiness. De plaat laat zich beluisteren als een roadtrip langs een aantal decennia rockmuziek, waarbij flink wat genres voorbij komen en alleen de dosis jonge honden energie een constante is.
Bij eerste beluistering vond ik het vooral lekker klinken, maar hoe vaker ik naar Pursuit Of Momentary Happiness van Yak luister, hoe meedogenlozer en verslavender de plaat wordt. Yak krijgt het stempel neo-psychedelica opgedrukt en moet hierdoor concurreren met talloze andere bands. Pursuit Of Momentary Happiness past echter niet in dit hokje en blijft de concurrentie bovendien mijlenver voor. Erwin Zijleman
Yaya Bey - Do It Afraid (2025)

4,0
0
geplaatst: 11 juli 2025, 13:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Yaya Bey - do it afraid - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Yaya Bey - do it afraid
Yaya Bey is binnen de R&B uitgegroeid tot een van de lievelingen van de critici en ook op het deze week verschenen do it afraid laat de muzikante uit Brooklyn, New York, weer horen dat dit volkomen terecht is
Toen ik do it afraid van Yaya Bey vorige maand beluisterde hoorde ik niet zoveel in het album en vond ik het een stuk minder dan het album dat ik eind 2022 zo indrukwekkend vond. Het heeft waarschijnlijk niet zo heel veel met het album te maken en meer met de vraag of ik in de stemming ben voor een R&B album of niet. Toen ik dat wel was beviel het nieuwe album van Yaya Bey me opeens een stuk beter. De Amerikaanse muzikante maakt zeker geen dertien in een dozijn R&B maar verwerkt uiteenlopende invloeden in haar songs. Ze is bovendien een uitstekende zangeres die ver weg blijft van de vocale trucjes die zo vaak zijn te horen in het genre.
Ik heb een bijzondere relatie met het genre R&B. Het is een genre waar ik meestal niet zo heel veel van moet hebben en soms zelfs helemaal niets, maar zo af en toe duiken er ook R&B albums op die ik goed genoeg vind voor mijn jaarlijstje, met A Seat At The Table van Solange als “all time favourite” en de albums van Cleo Sol hier vlak achteraan.
Ook Remember Your North Star van Yaya Bey is een R&B album dat best in mijn jaarlijstje had kunnen opduiken, maar ik haalde het album aan het eind van 2022 uit het jaarlijstje van Pitchfork. Ik vind het nog altijd een fantastisch album, dat op bijzondere wijze invloeden uit de R&B, neo-soul, jazz, hiphop en een vleugje reggae combineert.
Het is tot dusver ook het enige album dat ik van de New Yorkse muzikante heb opgepikt, want voor Remember Your North Star kende ik Yaya Bey niet en het in 2024 verschenen Tenfold sprak me minder aan dan zijn voorganger. Het is een album dat ik uiteindelijk wel op de juiste waarde heb weten te schatten en hetzelfde geldt eigenlijk voor het vorige maand verschenen do it afraid.
Het is een album dat een paar weken geleden warm werd onthaald door de critici, maar zelf was ik zeker niet overtuigd door het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante. Het nieuwe album van Yaya Bey opent met een track waarin ze rapt in plaats van zingt en dan sta je bij mij al met 3-0 achter. Dat zegt niets over de kwaliteit van het nieuwe album van de muzikante uit New York en alles over mijn smaak, want van rap blijf ik rode vlekken krijgen.
Het was voor mij reden om do it afraid even opzij te leggen, maar ik had beter de eerste track even over kunnen slaan, want rap speelt buiten de openingstrack slechts een zeer bescheiden rol op het album. Vanaf de tweede track is er de zwoele R&B die ook centraal stond op het ook door mij geroemde Remember Your North Star.
Het is lome en zwoele en ook wat broeierige R&B die anders klinkt dan de mainstream R&B, zeker wanneer de instrumentatie een stuk subtieler is dan gebruikelijk in de R&B, de ritmes behoorlijk ingetogen klinken, er flink wat organische instrumenten worden ingezet en Yaya Bey echt prachtig zingt. Het klinkt allemaal zwoel en verleidelijk, maar Yaya Bey gooit er hier en daar behoorlijk expliciete teksten tegenaan en laat zich ook dit keer niet in het keurslijf van de R&B persen.
Ook op do it afraid verwerkt de muzikante uit New York niet alleen invloeden uit de R&B, maar stopt ze ook een flinke dosis soul in haar muziek en zijn er ook dit keer uitstapjes richting hiphop, jazz en incidenteel wat reggae. Zeker nu de temperaturen weer wat oplopen komt de zwoele R&B van Yaya Bey uitstekend tot zijn recht, want het album is gemaakt voor een zweterige zomerdag.
Met Remember The North Star wist Yaya Bey me aan het eind van 2022 vrijwel direct te overtuigen. Dat lukt met opvolger Tenfold niet en ook do it afraid had bij mij iets meer tijd nodig om te landen. 2025 is voor mij vooralsnog geen jaar waarin R&B albums het goed doen, maar do it afraid is echt veel beter dan ik bij eerste beluistering kon vermoeden. Ik heb geen idee of Yaya Bey inmiddels wordt geschaard onder de groten binnen de R&B, want daarvoor ken ik het genre te slecht, maar met albums als Remember Your North Star en do it afraid hoort ze zeker thuis in deze groep. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Yaya Bey - do it afraid - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Yaya Bey - do it afraid
Yaya Bey is binnen de R&B uitgegroeid tot een van de lievelingen van de critici en ook op het deze week verschenen do it afraid laat de muzikante uit Brooklyn, New York, weer horen dat dit volkomen terecht is
Toen ik do it afraid van Yaya Bey vorige maand beluisterde hoorde ik niet zoveel in het album en vond ik het een stuk minder dan het album dat ik eind 2022 zo indrukwekkend vond. Het heeft waarschijnlijk niet zo heel veel met het album te maken en meer met de vraag of ik in de stemming ben voor een R&B album of niet. Toen ik dat wel was beviel het nieuwe album van Yaya Bey me opeens een stuk beter. De Amerikaanse muzikante maakt zeker geen dertien in een dozijn R&B maar verwerkt uiteenlopende invloeden in haar songs. Ze is bovendien een uitstekende zangeres die ver weg blijft van de vocale trucjes die zo vaak zijn te horen in het genre.
Ik heb een bijzondere relatie met het genre R&B. Het is een genre waar ik meestal niet zo heel veel van moet hebben en soms zelfs helemaal niets, maar zo af en toe duiken er ook R&B albums op die ik goed genoeg vind voor mijn jaarlijstje, met A Seat At The Table van Solange als “all time favourite” en de albums van Cleo Sol hier vlak achteraan.
Ook Remember Your North Star van Yaya Bey is een R&B album dat best in mijn jaarlijstje had kunnen opduiken, maar ik haalde het album aan het eind van 2022 uit het jaarlijstje van Pitchfork. Ik vind het nog altijd een fantastisch album, dat op bijzondere wijze invloeden uit de R&B, neo-soul, jazz, hiphop en een vleugje reggae combineert.
Het is tot dusver ook het enige album dat ik van de New Yorkse muzikante heb opgepikt, want voor Remember Your North Star kende ik Yaya Bey niet en het in 2024 verschenen Tenfold sprak me minder aan dan zijn voorganger. Het is een album dat ik uiteindelijk wel op de juiste waarde heb weten te schatten en hetzelfde geldt eigenlijk voor het vorige maand verschenen do it afraid.
Het is een album dat een paar weken geleden warm werd onthaald door de critici, maar zelf was ik zeker niet overtuigd door het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante. Het nieuwe album van Yaya Bey opent met een track waarin ze rapt in plaats van zingt en dan sta je bij mij al met 3-0 achter. Dat zegt niets over de kwaliteit van het nieuwe album van de muzikante uit New York en alles over mijn smaak, want van rap blijf ik rode vlekken krijgen.
Het was voor mij reden om do it afraid even opzij te leggen, maar ik had beter de eerste track even over kunnen slaan, want rap speelt buiten de openingstrack slechts een zeer bescheiden rol op het album. Vanaf de tweede track is er de zwoele R&B die ook centraal stond op het ook door mij geroemde Remember Your North Star.
Het is lome en zwoele en ook wat broeierige R&B die anders klinkt dan de mainstream R&B, zeker wanneer de instrumentatie een stuk subtieler is dan gebruikelijk in de R&B, de ritmes behoorlijk ingetogen klinken, er flink wat organische instrumenten worden ingezet en Yaya Bey echt prachtig zingt. Het klinkt allemaal zwoel en verleidelijk, maar Yaya Bey gooit er hier en daar behoorlijk expliciete teksten tegenaan en laat zich ook dit keer niet in het keurslijf van de R&B persen.
Ook op do it afraid verwerkt de muzikante uit New York niet alleen invloeden uit de R&B, maar stopt ze ook een flinke dosis soul in haar muziek en zijn er ook dit keer uitstapjes richting hiphop, jazz en incidenteel wat reggae. Zeker nu de temperaturen weer wat oplopen komt de zwoele R&B van Yaya Bey uitstekend tot zijn recht, want het album is gemaakt voor een zweterige zomerdag.
Met Remember The North Star wist Yaya Bey me aan het eind van 2022 vrijwel direct te overtuigen. Dat lukt met opvolger Tenfold niet en ook do it afraid had bij mij iets meer tijd nodig om te landen. 2025 is voor mij vooralsnog geen jaar waarin R&B albums het goed doen, maar do it afraid is echt veel beter dan ik bij eerste beluistering kon vermoeden. Ik heb geen idee of Yaya Bey inmiddels wordt geschaard onder de groten binnen de R&B, want daarvoor ken ik het genre te slecht, maar met albums als Remember Your North Star en do it afraid hoort ze zeker thuis in deze groep. Erwin Zijleman
Yaya Bey - Remember Your North Star (2022)

4,0
0
geplaatst: 28 december 2022, 14:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yaya Bey - Remember Your North Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yaya Bey - Remember Your North Star
Yaya Bey tekent op Remember Your North Star voor heerlijk zwoele R&B klanken, maar de Amerikaanse muzikante kleurt ook buiten de lijntjes met flink wat extra invloeden en bijzonder expliciete teksten
Remember Your North Star van Yaya Bey duikt deze weken op in meerdere jaarlijstjes, met een top 10 notering in het lijstje van het gerenommeerde Pitchfork als hoogtepunt. Op het eerste gehoor lijkt de muziek van Yaya Bey niet al teveel af te wijken van de meeste andere muziek in het genre, maar de Amerikaanse muzikante verwerkt op subtiele wijze invloeden uit met name de de soul, hiphop en jazz in haar muziek en maakt bovendien indruk als zangeres en met haar rake teksten. Yaya Bey slaagt er bovendien in om de 18 (!) korte tracks op haar album aan elkaar te smeden tot een zowel verleidelijke als in artistiek opzicht interessante luistertrip. Dat heeft Pitchfork goed gehoord.
In het jaarlijstje van de Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork is de R&B verrassend goed vertegenwoordigd dit jaar. Met het laatste album van Beyoncé, dat de eerste plaats in het lijstje van Pitchfork heeft gehaald, heb ik nog steeds niet zo heel veel, maar er zijn wel twee andere R&B albums uit de lijst die me aangenaam verrast hebben.
De eerste is Remember Your North Star van Yaya Bey. Het is een album dat ik afgelopen zomer al uit de halfjaarlijstjes haalde, maar destijds ging mijn voorkeur uit naar het uitstekende album van Amber Mark. Ook het album van Yaya Bey is echter zeer de moeite waard.
Ik begin recensies van R&B albums meestal met de bewering dat ik niet zo gek ben op R&B, maar ook dit jaar besprak ik minstens een handvol albums in het genre, waarvan ik inmiddels kennelijk toch ben gaan houden. Ook Remember Your North Star van Yaya Bey is een album dat zich bij mij makkelijk opdringt. De muzikante uit Washington D.C. maakt op haar vierde album heerlijk zwoele R&B, die gemaakt lijkt voor broeierige zomeravonden, maar die het ook op een donkere en koude winteravond goed doet.
Remember Your North Star bevat een aantal ingrediënten die karakteristiek zijn voor de R&B. De ritmes zijn heerlijk loom, de bijdragen van de andere instrumenten zijn subtiel met een hoofdrol voor fraaie gitaarlijnen, de zang is over het algemeen zwoel en dromerig en de teksten zijn vrijwel zonder uitzondering expliciet. De muziek van Yaya Bey zal daarom zeker in de smaak vallen bij liefhebbers van R&B, maar Remember Your North Star is zeker geen standaard R&B album.
Wat direct opvalt bij beluistering van het album is dat Yaya Bey er flink wat tracks doorheen jaagt. Het album bevat maar liefst 18 tracks, waarvoor de Amerikaanse muzikante nog geen 35 minuten nodig heeft. Het is een recept voor een fragmentarisch klinkend album, maar dat is Remember Your North Star zeker niet. De 18 tracks op het album lopen vrijwel naadloos in elkaar over, waardoor het nieuwe album van Yaya Bey eerder klinkt als een lange luistertrip van 35 minuten dan als een enorme verzameling individuele tracks.
De grote hoeveelheid tracks is niet de enige reden dat Remember Your North Star niet klinkt als een standaard R&B album. Invloeden uit de R&B spelen weliswaar een voorname rol op het album, maar Yaya Bey schuwt de uitstapjes naar omliggende genres zeker niet. De muzikante uit Washington D.C. citeert ook meer dan eens uit de archieven van de (neo-)soul en kan ook uit de voeten met invloeden uit de jazz en de hiphop. Hier blijft het niet bij, want tussen de 18 tracks op het album vind je ook een reggae track, wat ook niet zo gek is, want Yaya Bey groeide op in de buurt Jamaica in het New Yorkse Queens.
De songs op Remember Your North Star klinken allemaal even zwoel en dromerig, maar door het verwerken van uiteenlopende invloeden is het een bijzonder veelzijdig album. Het is een album waarop Yaya Bey niet alleen indruk maakt met aangename klanken en met aansprekende songs, maar ook laat horen dat ze een uitstekende zangeres en tekstschrijver is. Remember Your North Star vult de ruimte misschien met lome en zwoele klanken, maar in de expliciete teksten bijt Yaya Bey flink van zich af, wat dit uitstekende album nog wat specialer maakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Yaya Bey - Remember Your North Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yaya Bey - Remember Your North Star
Yaya Bey tekent op Remember Your North Star voor heerlijk zwoele R&B klanken, maar de Amerikaanse muzikante kleurt ook buiten de lijntjes met flink wat extra invloeden en bijzonder expliciete teksten
Remember Your North Star van Yaya Bey duikt deze weken op in meerdere jaarlijstjes, met een top 10 notering in het lijstje van het gerenommeerde Pitchfork als hoogtepunt. Op het eerste gehoor lijkt de muziek van Yaya Bey niet al teveel af te wijken van de meeste andere muziek in het genre, maar de Amerikaanse muzikante verwerkt op subtiele wijze invloeden uit met name de de soul, hiphop en jazz in haar muziek en maakt bovendien indruk als zangeres en met haar rake teksten. Yaya Bey slaagt er bovendien in om de 18 (!) korte tracks op haar album aan elkaar te smeden tot een zowel verleidelijke als in artistiek opzicht interessante luistertrip. Dat heeft Pitchfork goed gehoord.
In het jaarlijstje van de Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork is de R&B verrassend goed vertegenwoordigd dit jaar. Met het laatste album van Beyoncé, dat de eerste plaats in het lijstje van Pitchfork heeft gehaald, heb ik nog steeds niet zo heel veel, maar er zijn wel twee andere R&B albums uit de lijst die me aangenaam verrast hebben.
De eerste is Remember Your North Star van Yaya Bey. Het is een album dat ik afgelopen zomer al uit de halfjaarlijstjes haalde, maar destijds ging mijn voorkeur uit naar het uitstekende album van Amber Mark. Ook het album van Yaya Bey is echter zeer de moeite waard.
Ik begin recensies van R&B albums meestal met de bewering dat ik niet zo gek ben op R&B, maar ook dit jaar besprak ik minstens een handvol albums in het genre, waarvan ik inmiddels kennelijk toch ben gaan houden. Ook Remember Your North Star van Yaya Bey is een album dat zich bij mij makkelijk opdringt. De muzikante uit Washington D.C. maakt op haar vierde album heerlijk zwoele R&B, die gemaakt lijkt voor broeierige zomeravonden, maar die het ook op een donkere en koude winteravond goed doet.
Remember Your North Star bevat een aantal ingrediënten die karakteristiek zijn voor de R&B. De ritmes zijn heerlijk loom, de bijdragen van de andere instrumenten zijn subtiel met een hoofdrol voor fraaie gitaarlijnen, de zang is over het algemeen zwoel en dromerig en de teksten zijn vrijwel zonder uitzondering expliciet. De muziek van Yaya Bey zal daarom zeker in de smaak vallen bij liefhebbers van R&B, maar Remember Your North Star is zeker geen standaard R&B album.
Wat direct opvalt bij beluistering van het album is dat Yaya Bey er flink wat tracks doorheen jaagt. Het album bevat maar liefst 18 tracks, waarvoor de Amerikaanse muzikante nog geen 35 minuten nodig heeft. Het is een recept voor een fragmentarisch klinkend album, maar dat is Remember Your North Star zeker niet. De 18 tracks op het album lopen vrijwel naadloos in elkaar over, waardoor het nieuwe album van Yaya Bey eerder klinkt als een lange luistertrip van 35 minuten dan als een enorme verzameling individuele tracks.
De grote hoeveelheid tracks is niet de enige reden dat Remember Your North Star niet klinkt als een standaard R&B album. Invloeden uit de R&B spelen weliswaar een voorname rol op het album, maar Yaya Bey schuwt de uitstapjes naar omliggende genres zeker niet. De muzikante uit Washington D.C. citeert ook meer dan eens uit de archieven van de (neo-)soul en kan ook uit de voeten met invloeden uit de jazz en de hiphop. Hier blijft het niet bij, want tussen de 18 tracks op het album vind je ook een reggae track, wat ook niet zo gek is, want Yaya Bey groeide op in de buurt Jamaica in het New Yorkse Queens.
De songs op Remember Your North Star klinken allemaal even zwoel en dromerig, maar door het verwerken van uiteenlopende invloeden is het een bijzonder veelzijdig album. Het is een album waarop Yaya Bey niet alleen indruk maakt met aangename klanken en met aansprekende songs, maar ook laat horen dat ze een uitstekende zangeres en tekstschrijver is. Remember Your North Star vult de ruimte misschien met lome en zwoele klanken, maar in de expliciete teksten bijt Yaya Bey flink van zich af, wat dit uitstekende album nog wat specialer maakt. Erwin Zijleman
Yeah Yeah Yeahs - Cool It Down (2022)

4,0
0
geplaatst: 4 januari 2023, 15:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yeah Yeah Yeahs - Cool It Down - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yeah Yeah Yeahs - Cool It Down
Na lange afwezigheid keerde de Amerikaanse band Yeah Yeah Yeahs in 2022 terug met een nieuw album, dat ver is verwijderd van het debuutalbum van de band, maar dat verrassend makkelijk overtuigt
Het was een jaar of negen stil rond de Amerikaanse band Yeah Yeah Yeahs, maar in de herfst van 2022 verscheen dan toch nog een niet meer verwacht album. Cool It Down lijkt in niets op het met garagerock gevulde debuutalbum van de band, maar verrast met een met veel elektronica ingekleurd geluid. Het is een donker en melancholisch, maar ook wat mysterieus geluid, dat makkelijk indruk maakt en iets toevoegt aan het oeuvre van de Amerikaanse band. De meerdere lagen atmosferisch klinkende synths passen prachtig bij de zang van frontvrouw Karen O, waarna mooie gitaarlijnen en bijzondere beats het album voorzien van een geheel eigen geluid. Mooie comeback.
Bij de naam Yeah Yeah Yeahs denk ik toch vooral aan Fever To Tell, het geweldige debuutalbum van de band uit New York. Op het album uit 2003 maakte de Amerikaanse band nog behoorlijk rauwe muziek met vooral invloeden uit de garagerock en de punk. Die invloeden waren ook nog wel te horen op het net wat mindere maar nog steeds uitstekende Show Your Bones uit 2006. Op It's Blitz! koos Yeah Yeah Yeahs voor een veel elektronischer geluid, met zo nu en dan invloeden uit de postpunk.
Na het album verloor ik de band rond boegbeeld Karen O uit het oog, want aan het in 2013 verschenen Mosquito heb ik geen enkele herinnering. De afgelopen negen jaar was het stil rond de band en moesten we het doen met aardig maar niet opzienbarend solowerk van Karen O. Het afgelopen herfst verschenen Cool It Down sneeuwde bij mij wat onder door het grote aantal releases tijdens de herfstmaanden, maar nieuwsgierig geworden door de notering in flink wat jaarlijstjes, heb ik het album er toch bij gepakt.
Toen de openingstrack door de speakers kwam, vond ik het maar moeilijk te geloven dat Cool It Down is gemaakt door dezelfde band die negentien jaar geleden zoveel indruk maakte met Fever To Tell. De rauwe gitaarriffs van het debuutalbum hebben plaatsgemaakt voor wolken synths, die overtrekken als donkere wolken op een mooie zomerdag. Het zwaar aangezette elektronische klankentapijt wordt gecombineerd met de prachtig klinkende stem van Karen O, die maar heel af en toe een venijnige noot laat horen.
De openingstrack van Cool It Down is geen uitzondering, want ook op de rest van het album domineren de synths. De donkere of zelfs duistere lagen elektronica vloeien fraai samen met de soms gesproken zang van Karen O die zich als een Scandinavische ijsprinses door de tracks heen praat en zingt. Het lijkt misschien in niets op het debuutalbum van de band uit New York, maar ik vind het verrassend mooi.
Brian Chase, Nick Zinner en Karen O zijn sinds het debuutalbum van de band enorm gegroeid als muzikant en ook de productie van Dave Sitek is bijzonder overtuigend. Het is heel lang stil geweest rond Yeah Yeah Yeahs en dat is meestal geen goed teken. Lange stiltes leveren maar zelden memorabele comeback albums op, maar Cool It Down behoort tot de uitzonderingen. Het vijfde album van Yeah Yeah Yeahs laat een geïnspireerd klinkende band horen en het is bovendien een band die zich heeft vernieuwd.
Bij beluistering van Cool It Down verlang ik met enige regelmaat terug naar de garagerock uit de begindagen van de band, maar ik vind het door elektronica gedomineerde en wat meer pop georiënteerde geluid van Yeah Yeah Yeahs zeker aangenaam en absoluut interessant. Achter alle elektronica zijn overigens nog wel wat flarden van het originele geluid van de band te horen, met hier en daar lekker ruw gitaarwerk, maar meestal domineren de grootse en vaak wat melancholische klanken, hier en daar aangevuld met stuwende beats met een hiphop tintje.
Misschien nog wel het interessantst zijn de momenten waarop de band gas terug neemt, zoals in het geweldige Burning, dat nogal wat echo’s uit een aantal decennia popmuziek bevat. De tweede helft van het album vind ik sowieso een stuk subtieler en sterker dan het eerste deel. Ik let het album afgelopen herfst makkelijk liggen, maar daar is dit album, dat het best tot zijn recht komt bij beluistering met de koptelefoon, echt veel te goed voor. Jammer dat het wat aan de korte kant is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Yeah Yeah Yeahs - Cool It Down - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yeah Yeah Yeahs - Cool It Down
Na lange afwezigheid keerde de Amerikaanse band Yeah Yeah Yeahs in 2022 terug met een nieuw album, dat ver is verwijderd van het debuutalbum van de band, maar dat verrassend makkelijk overtuigt
Het was een jaar of negen stil rond de Amerikaanse band Yeah Yeah Yeahs, maar in de herfst van 2022 verscheen dan toch nog een niet meer verwacht album. Cool It Down lijkt in niets op het met garagerock gevulde debuutalbum van de band, maar verrast met een met veel elektronica ingekleurd geluid. Het is een donker en melancholisch, maar ook wat mysterieus geluid, dat makkelijk indruk maakt en iets toevoegt aan het oeuvre van de Amerikaanse band. De meerdere lagen atmosferisch klinkende synths passen prachtig bij de zang van frontvrouw Karen O, waarna mooie gitaarlijnen en bijzondere beats het album voorzien van een geheel eigen geluid. Mooie comeback.
Bij de naam Yeah Yeah Yeahs denk ik toch vooral aan Fever To Tell, het geweldige debuutalbum van de band uit New York. Op het album uit 2003 maakte de Amerikaanse band nog behoorlijk rauwe muziek met vooral invloeden uit de garagerock en de punk. Die invloeden waren ook nog wel te horen op het net wat mindere maar nog steeds uitstekende Show Your Bones uit 2006. Op It's Blitz! koos Yeah Yeah Yeahs voor een veel elektronischer geluid, met zo nu en dan invloeden uit de postpunk.
Na het album verloor ik de band rond boegbeeld Karen O uit het oog, want aan het in 2013 verschenen Mosquito heb ik geen enkele herinnering. De afgelopen negen jaar was het stil rond de band en moesten we het doen met aardig maar niet opzienbarend solowerk van Karen O. Het afgelopen herfst verschenen Cool It Down sneeuwde bij mij wat onder door het grote aantal releases tijdens de herfstmaanden, maar nieuwsgierig geworden door de notering in flink wat jaarlijstjes, heb ik het album er toch bij gepakt.
Toen de openingstrack door de speakers kwam, vond ik het maar moeilijk te geloven dat Cool It Down is gemaakt door dezelfde band die negentien jaar geleden zoveel indruk maakte met Fever To Tell. De rauwe gitaarriffs van het debuutalbum hebben plaatsgemaakt voor wolken synths, die overtrekken als donkere wolken op een mooie zomerdag. Het zwaar aangezette elektronische klankentapijt wordt gecombineerd met de prachtig klinkende stem van Karen O, die maar heel af en toe een venijnige noot laat horen.
De openingstrack van Cool It Down is geen uitzondering, want ook op de rest van het album domineren de synths. De donkere of zelfs duistere lagen elektronica vloeien fraai samen met de soms gesproken zang van Karen O die zich als een Scandinavische ijsprinses door de tracks heen praat en zingt. Het lijkt misschien in niets op het debuutalbum van de band uit New York, maar ik vind het verrassend mooi.
Brian Chase, Nick Zinner en Karen O zijn sinds het debuutalbum van de band enorm gegroeid als muzikant en ook de productie van Dave Sitek is bijzonder overtuigend. Het is heel lang stil geweest rond Yeah Yeah Yeahs en dat is meestal geen goed teken. Lange stiltes leveren maar zelden memorabele comeback albums op, maar Cool It Down behoort tot de uitzonderingen. Het vijfde album van Yeah Yeah Yeahs laat een geïnspireerd klinkende band horen en het is bovendien een band die zich heeft vernieuwd.
Bij beluistering van Cool It Down verlang ik met enige regelmaat terug naar de garagerock uit de begindagen van de band, maar ik vind het door elektronica gedomineerde en wat meer pop georiënteerde geluid van Yeah Yeah Yeahs zeker aangenaam en absoluut interessant. Achter alle elektronica zijn overigens nog wel wat flarden van het originele geluid van de band te horen, met hier en daar lekker ruw gitaarwerk, maar meestal domineren de grootse en vaak wat melancholische klanken, hier en daar aangevuld met stuwende beats met een hiphop tintje.
Misschien nog wel het interessantst zijn de momenten waarop de band gas terug neemt, zoals in het geweldige Burning, dat nogal wat echo’s uit een aantal decennia popmuziek bevat. De tweede helft van het album vind ik sowieso een stuk subtieler en sterker dan het eerste deel. Ik let het album afgelopen herfst makkelijk liggen, maar daar is dit album, dat het best tot zijn recht komt bij beluistering met de koptelefoon, echt veel te goed voor. Jammer dat het wat aan de korte kant is. Erwin Zijleman
Yes - Progeny: Seven Shows from Seventy-Two (2015)

4,0
0
geplaatst: 31 mei 2015, 21:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yes - Progeny: Seven Shows From Seventy-Two - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Liefde voor symfonische rock uit de jaren 70 wordt inmiddels door veel muziekliefhebbers afgedaan als een jeugdzonde, maar persoonlijk kan ik nog steeds erg genieten van de muziek die ik inmiddels al weer enkele decennia geleden koesterde en me ervoor schamen doe ik zeker niet.
Het genre hou ik al lang niet meer bij, maar de klassiekers van met name Yes, destijds mijn favoriete band, weet ik nog steeds met enige regelmaat te vinden.
Wanneer ik denk aan Yes, denk ik vooral aan Yessongs uit 1973. In een tijd waarin dubbele live-LP’s behoorden tot de standaarduitrusting van iedere zichzelf respecterende rockband, zocht Yes de overtreffende trap met een uit 3 LP’s bestaande live-plaat.
Yessongs heb ik zo vaak gedraaid dat ik het wat zompige geluid op de LP’s die nog altijd prominent in de kast staan weet aan slijtage, maar ook in digitale vorm klinkt het album niet best.
Alleen daarom is het goed nieuws dat Yes onlangs het uit maar liefst 14 schijven bestaande Progeny: Seven Shows From Seventy-Two uitbracht. Het is een vlag die de lading uitstekend dekt, want Progeny: Seven Shows From Seventy-Two bevat registraties van 7 shows en al deze shows stammen uit 1972 en werden in oktober en november van het betreffende jaar opgenomen in Canada en de Verenigde Staten. Het is de tour die een jaar later ook zou leiden tot Yessongs, wat Progeny een mooi alternatief maakt voor de live-klassieker uit het oeuvre van Yes.
Yes klinkt in 1972 als een gelouterde band, maar feitelijk stond de band in een deels nieuwe bezetting op het podium. Zanger Jon Anderson, gitarist Steve Howe en bassist Chris Squire draaiden al even mee, maar toetsenist Rick Wakeman was pas een jaar van de partij, terwijl drummer Alan White pas een aantal maanden deel uit maakte van de band. Het leverde uiteindelijk de beste bezetting van de band op, maar op Progeny: Seven Shows From Seventy-Two klinkt de band ook nog fris en buitengewoon gedreven.
Alle shows die deel uitmaken van deze imposante box hebben een vergelijkbare tracklist en het is een tracklist die voor een belangrijk deel overlapt met die van Yessongs, wat betekent dat alle klassiekers uit de beginjaren van de band voorbij komen. Progeny: Seven Shows From Seventy-Two is hierdoor vooral interessant voor de fanatieke fans van de band, al vind ik het persoonlijk ook wel wat hebben om zeven volledige shows te beluisteren.
De zeven shows zijn overigens ook als aparte uitgaven te verkrijgen en hiernaast is er ook nog een release met de beste versies (maar wie bepaalt dit?) van de songs van de set uit 1972.
Het ziet er allemaal mooi uit, maar het belangrijkste is natuurlijk dat Progeny: Seven Shows From Seventy-Two geweldig klinkt, waardoor het niet zoveelste live-album van Yes is (de band heeft er inmiddels heel wat uitgebracht en bracht ook de laatste jaren nog flink wat live-platen uit), maar een live-album dat kan concurreren met het legendarische Yessongs.
Voor iedereen die Yessongs net zo heeft gekoesterd als ik, of nog steeds koestert, bevat Progeny: Seven Shows From Seventy-Two op zich weinig nieuws, maar toch kon ik het niet laten om alle concerten te beluisteren en ik moet zeggen dat het, mede door de veel betere geluidskwaliteit, smullen was en is. Mooie en waardevolle release dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Yes - Progeny: Seven Shows From Seventy-Two - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Liefde voor symfonische rock uit de jaren 70 wordt inmiddels door veel muziekliefhebbers afgedaan als een jeugdzonde, maar persoonlijk kan ik nog steeds erg genieten van de muziek die ik inmiddels al weer enkele decennia geleden koesterde en me ervoor schamen doe ik zeker niet.
Het genre hou ik al lang niet meer bij, maar de klassiekers van met name Yes, destijds mijn favoriete band, weet ik nog steeds met enige regelmaat te vinden.
Wanneer ik denk aan Yes, denk ik vooral aan Yessongs uit 1973. In een tijd waarin dubbele live-LP’s behoorden tot de standaarduitrusting van iedere zichzelf respecterende rockband, zocht Yes de overtreffende trap met een uit 3 LP’s bestaande live-plaat.
Yessongs heb ik zo vaak gedraaid dat ik het wat zompige geluid op de LP’s die nog altijd prominent in de kast staan weet aan slijtage, maar ook in digitale vorm klinkt het album niet best.
Alleen daarom is het goed nieuws dat Yes onlangs het uit maar liefst 14 schijven bestaande Progeny: Seven Shows From Seventy-Two uitbracht. Het is een vlag die de lading uitstekend dekt, want Progeny: Seven Shows From Seventy-Two bevat registraties van 7 shows en al deze shows stammen uit 1972 en werden in oktober en november van het betreffende jaar opgenomen in Canada en de Verenigde Staten. Het is de tour die een jaar later ook zou leiden tot Yessongs, wat Progeny een mooi alternatief maakt voor de live-klassieker uit het oeuvre van Yes.
Yes klinkt in 1972 als een gelouterde band, maar feitelijk stond de band in een deels nieuwe bezetting op het podium. Zanger Jon Anderson, gitarist Steve Howe en bassist Chris Squire draaiden al even mee, maar toetsenist Rick Wakeman was pas een jaar van de partij, terwijl drummer Alan White pas een aantal maanden deel uit maakte van de band. Het leverde uiteindelijk de beste bezetting van de band op, maar op Progeny: Seven Shows From Seventy-Two klinkt de band ook nog fris en buitengewoon gedreven.
Alle shows die deel uitmaken van deze imposante box hebben een vergelijkbare tracklist en het is een tracklist die voor een belangrijk deel overlapt met die van Yessongs, wat betekent dat alle klassiekers uit de beginjaren van de band voorbij komen. Progeny: Seven Shows From Seventy-Two is hierdoor vooral interessant voor de fanatieke fans van de band, al vind ik het persoonlijk ook wel wat hebben om zeven volledige shows te beluisteren.
De zeven shows zijn overigens ook als aparte uitgaven te verkrijgen en hiernaast is er ook nog een release met de beste versies (maar wie bepaalt dit?) van de songs van de set uit 1972.
Het ziet er allemaal mooi uit, maar het belangrijkste is natuurlijk dat Progeny: Seven Shows From Seventy-Two geweldig klinkt, waardoor het niet zoveelste live-album van Yes is (de band heeft er inmiddels heel wat uitgebracht en bracht ook de laatste jaren nog flink wat live-platen uit), maar een live-album dat kan concurreren met het legendarische Yessongs.
Voor iedereen die Yessongs net zo heeft gekoesterd als ik, of nog steeds koestert, bevat Progeny: Seven Shows From Seventy-Two op zich weinig nieuws, maar toch kon ik het niet laten om alle concerten te beluisteren en ik moet zeggen dat het, mede door de veel betere geluidskwaliteit, smullen was en is. Mooie en waardevolle release dus. Erwin Zijleman
Yes - Tormato (1978)

4,0
1
geplaatst: 10 april 2022, 20:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yes - Tormato (1978) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yes - Tormato (1978)
Het in 1978 verschenen Tormato staat bekend als een van de allerslechtste albums van de Britse symfonische rockband Yes, maar met de oren van nu kom ik tot een hele andere conclusie
Nadat de symfonische rock in 1977 door de Britse punkbeweging dood was verklaard, kwam de Britse band Yes in 1978 op de proppen met Tormato. Het album zou het einde van de klassieke bezetting van de band betekenen en staat in de boeken als een draak van een album. Het was ook mijn associatie met een album dat ik destijds nauwelijks heb beluisterd, maar 44 jaar later vind ik Tormato helemaal niet zo slecht. Integendeel zelfs. De leden van de band spelen op Tormato als vanouds maar kiezen voor wat compactere songs, die door het frisse toetsenwerk moderner klinken dan het werk uit de vroege jaren 70. Niet alles op Tormato is raak, maar het album is echt veel beter dan de geschiedschrijving ons doet vermoeden.
Toen ik in 1978 naast de hardrock ook de symfonische rock ontdekte, was de Britse band Yes al snel een van mijn favoriete bands. Op advies van andere fans van de band richtte ik me als jonge puber op The Yes Album uit 1970, Fragile uit 1972, Close To The Edge uit 1972 en Yessongs uit 1973. Hierna kwamen ook de andere albums van de band aan de beurt en ik denk dat het inmiddels al 1979 was toen ik het in 1978 verschenen Tormato aanschafte. Ik vond het destijds met afstand het slechtste Yes album en het is dan ook niet zo gek dat de lp er decennia later nog altijd puntgaaf uit ziet.
Na Tormato kwam nog het met totaal verschillende bezettingen gemaakte Drama uit 1980 en 90125, maar hierna heb ik nooit meer een Yes album aangeschaft, buiten de Steven Wilson remixes van de vroege albums van de band. De laatste tijd ben ik Yes wat aan het herontdekken en kwam uiteindelijk ook Tormato weer eens voorbij.
Het album met de bijzondere cover (van de hand van voor Yes vertrouwde Hipgnosis) was in 1978 de opvolger van het uit 1977 stammende Going For The One, waarop de Britse band koos voor wat compactere songs. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op Tormato, waarop Yes de hele bombastische symfonische rock uit het verleden van zich afwerpt en kiest voor een toegankelijker geluid. Tormato is hierdoor vergelijkbaar met bijvoorbeeld Duke van Genesis, maar Yes was wel twee jaar eerder en bracht Tormato uit terwijl de stofwolken van de introductie van de Britse punk nog optrokken.
Ik had echt al heel lang niet meer naar Tormato geluisterd en werd eerlijk gezegd aangenaam verrast door het album. Tormato is het laatste Yes album met de volledige bezetting uit de jaren 70 en stamt uit de tijd dat symfonische rockbands bijna uitgestorven dinosaurussen werden genoemd. Voor een bijna uitgestorven dinosaurus klinkt Yes op Tormato echter opvallend fris.
In muzikaal opzicht slaat de band nieuwe wegen in, maar er is nog genoeg te horen van het oude Yes geluid. Steve Howe laat op het album horen dat hij niet alleen een geweldig maar ook zeer veelzijdig gitarist is, Chris Squire strooit met zijn uit duizenden herkenbare basloopjes, Alan White trommelt er heerlijk op los en mag zelfs een bescheiden drumsolo op ons los laten en Jon Anderson is echt uitstekend bij stem en niet het piepkuiken waarvoor hij nog wel eens wordt uitgemaakt.
Alleen Rick Wakeman klinkt wat anders dan we van hem gewend zijn. De Britse toetsenist, die in 1977 was teruggekeerd bij de band, kiest voor de afwisseling eens niet voor zwaar bombastische klanken of alles verzengende kerkorgels, maar neemt met de modern klinkende synthesizers op het album alvast een voorschotje op de jaren 80. Het ene uitstapje op de klavecimbel zullen we hem maar vergeven).
In muzikaal en vocaal opzicht is er helemaal niets mis mee, maar ook de songs vallen me zeker niet tegen. Tormato bevat hier en daar wel een smetje, maar de meeste songs klinken fris en hebben de tand des tijds misschien wel beter doorstaan dan de oudere tracks die hele plaatkanten besloegen.
Tormato is ooit opnieuw uitgebracht en uitgebreid met heel veel bonustracks en ook hier zit prima materiaal tussen. Bij AllMusic.com is Tormato een van de laagst gewaardeerde Yes albums en ook in mijn beleving was het een draak van een album. Die mening moet ik inmiddels toch herzien.
Op Tormato horen we een aantal nog relatief jonge muzikanten die de oude roem even vergeten en nieuwe wegen in proberen te slaan. Het pakte in 1978 desastreus uit, want op het in 1980 verschenen Drama (dat ook niet zo slecht is als ik destijds dacht) ontbraken Rick Wakeman en Jon Anderson. Desondanks vind ik het zo langzamerhand wel tijd voor eerherstel. Tormato is niet het beste Yes album, maar hoe vaker ik er naar luister hoe meer moois ik er op hoor. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Yes - Tormato (1978) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yes - Tormato (1978)
Het in 1978 verschenen Tormato staat bekend als een van de allerslechtste albums van de Britse symfonische rockband Yes, maar met de oren van nu kom ik tot een hele andere conclusie
Nadat de symfonische rock in 1977 door de Britse punkbeweging dood was verklaard, kwam de Britse band Yes in 1978 op de proppen met Tormato. Het album zou het einde van de klassieke bezetting van de band betekenen en staat in de boeken als een draak van een album. Het was ook mijn associatie met een album dat ik destijds nauwelijks heb beluisterd, maar 44 jaar later vind ik Tormato helemaal niet zo slecht. Integendeel zelfs. De leden van de band spelen op Tormato als vanouds maar kiezen voor wat compactere songs, die door het frisse toetsenwerk moderner klinken dan het werk uit de vroege jaren 70. Niet alles op Tormato is raak, maar het album is echt veel beter dan de geschiedschrijving ons doet vermoeden.
Toen ik in 1978 naast de hardrock ook de symfonische rock ontdekte, was de Britse band Yes al snel een van mijn favoriete bands. Op advies van andere fans van de band richtte ik me als jonge puber op The Yes Album uit 1970, Fragile uit 1972, Close To The Edge uit 1972 en Yessongs uit 1973. Hierna kwamen ook de andere albums van de band aan de beurt en ik denk dat het inmiddels al 1979 was toen ik het in 1978 verschenen Tormato aanschafte. Ik vond het destijds met afstand het slechtste Yes album en het is dan ook niet zo gek dat de lp er decennia later nog altijd puntgaaf uit ziet.
Na Tormato kwam nog het met totaal verschillende bezettingen gemaakte Drama uit 1980 en 90125, maar hierna heb ik nooit meer een Yes album aangeschaft, buiten de Steven Wilson remixes van de vroege albums van de band. De laatste tijd ben ik Yes wat aan het herontdekken en kwam uiteindelijk ook Tormato weer eens voorbij.
Het album met de bijzondere cover (van de hand van voor Yes vertrouwde Hipgnosis) was in 1978 de opvolger van het uit 1977 stammende Going For The One, waarop de Britse band koos voor wat compactere songs. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op Tormato, waarop Yes de hele bombastische symfonische rock uit het verleden van zich afwerpt en kiest voor een toegankelijker geluid. Tormato is hierdoor vergelijkbaar met bijvoorbeeld Duke van Genesis, maar Yes was wel twee jaar eerder en bracht Tormato uit terwijl de stofwolken van de introductie van de Britse punk nog optrokken.
Ik had echt al heel lang niet meer naar Tormato geluisterd en werd eerlijk gezegd aangenaam verrast door het album. Tormato is het laatste Yes album met de volledige bezetting uit de jaren 70 en stamt uit de tijd dat symfonische rockbands bijna uitgestorven dinosaurussen werden genoemd. Voor een bijna uitgestorven dinosaurus klinkt Yes op Tormato echter opvallend fris.
In muzikaal opzicht slaat de band nieuwe wegen in, maar er is nog genoeg te horen van het oude Yes geluid. Steve Howe laat op het album horen dat hij niet alleen een geweldig maar ook zeer veelzijdig gitarist is, Chris Squire strooit met zijn uit duizenden herkenbare basloopjes, Alan White trommelt er heerlijk op los en mag zelfs een bescheiden drumsolo op ons los laten en Jon Anderson is echt uitstekend bij stem en niet het piepkuiken waarvoor hij nog wel eens wordt uitgemaakt.
Alleen Rick Wakeman klinkt wat anders dan we van hem gewend zijn. De Britse toetsenist, die in 1977 was teruggekeerd bij de band, kiest voor de afwisseling eens niet voor zwaar bombastische klanken of alles verzengende kerkorgels, maar neemt met de modern klinkende synthesizers op het album alvast een voorschotje op de jaren 80. Het ene uitstapje op de klavecimbel zullen we hem maar vergeven).
In muzikaal en vocaal opzicht is er helemaal niets mis mee, maar ook de songs vallen me zeker niet tegen. Tormato bevat hier en daar wel een smetje, maar de meeste songs klinken fris en hebben de tand des tijds misschien wel beter doorstaan dan de oudere tracks die hele plaatkanten besloegen.
Tormato is ooit opnieuw uitgebracht en uitgebreid met heel veel bonustracks en ook hier zit prima materiaal tussen. Bij AllMusic.com is Tormato een van de laagst gewaardeerde Yes albums en ook in mijn beleving was het een draak van een album. Die mening moet ik inmiddels toch herzien.
Op Tormato horen we een aantal nog relatief jonge muzikanten die de oude roem even vergeten en nieuwe wegen in proberen te slaan. Het pakte in 1978 desastreus uit, want op het in 1980 verschenen Drama (dat ook niet zo slecht is als ik destijds dacht) ontbraken Rick Wakeman en Jon Anderson. Desondanks vind ik het zo langzamerhand wel tijd voor eerherstel. Tormato is niet het beste Yes album, maar hoe vaker ik er naar luister hoe meer moois ik er op hoor. Erwin Zijleman
yeule - Evangelic Girl Is a Gun (2025)

4,5
0
geplaatst: 3 juni 2025, 16:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: yeule - Evangelic Girl Is A Gun - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: yeule - Evangelic Girl Is A Gun
De vorige twee albums van yeule stonden vol met muziek die je nog nooit eerder had gehoord, waardoor het deze week verschenen Evangelic Girl Is A Gun misschien wat gewoontjes klinkt, maar er valt weer genoeg te ontdekken
Met de vorige twee albums haalde yeule mijn jaarlijstje en in beide lijstjes wat het een wat vreemde eend in de bijt. De albums van de muzikant uit Singapore bevonden zich, zeker op het eerste gehoor, ver buiten mijn muzikale comfort zone, maar er viel ook heel veel moois te ontdekken in de bijzondere muzikale universum van yeule. Op het deze week verschenen Evangelic Girl Is A Gun klinkt het allemaal wat minder futuristisch. Veel songs op het album klinken zelfs als redelijk conventionele popsongs, tot ze toch weer andere kanten op schieten. De vorige twee albums van yeule blijven unieke albums, maar ook Evangelic Girl Is A Gun mag er zeker zijn.
Ik omschreef de muziek van de uit Singapore afkomstige muzikant yeule, die zichzelf omschrijft als een non-binaire cyborg, in mijn recensies van twee eerder verschenen albums als muziek van de toekomst en ik was zeker niet de enige die de muziek van yeule futuristisch vond klinken.
Het tweede album van yeule, Glitch Princess uit 2022, was een vat vol tegenstrijdigheden. Het album klonk zweverig maar ook verrassend aards, bombastisch maar ook subtiel, kil en afstandelijk maar ook intiem en warm, experimenteel maar ook toegankelijk en zo kan ik nog wel even doorgaan. De muziek van yeule klonk totaal anders dan de andere muziek van dat moment en ook anders dan de muziek uit het verleden. Het zijn omschrijvingen die ook op gingen voor het in 2023 verschenen softscars, dat minstens net zo ongrijpbaar maar ook net zo fascinerend klonk als Glitch Princess.
Het alter ego van de uit Singapore afkomstige maar tegenwoordig vanuit Londen en Los Angeles opererende Nat Ćmiel, die werd geboren als Natasha Yelin Chang, komt deze week weer met een nieuw album op de proppen, Evangelic Girl Is A Gun. Bij muziek van de toekomst denk ik tegenwoordig helaas vooral aan door AI gegenereerde meuk, die alles wat eerder gemaakt is combineert in fantasieloze muzak. Voor de muziek van yeule moet ik daarom maar iets anders verzinnen, al is het maar omdat het geluid van de muzikant uit Singapore inmiddels op zijn minst enigszins bekend klinkt.
Enigszins bekend, want yeule borduurt op Evangelic Girl Is A Gun deels voort op het geluid van de vorige albums, maar slaat ook weer net wat andere wegen in. Het nieuwe album van yeule klinkt flink consistenter en zeker ook toegankelijker dan de vorige twee albums en dat is niet alleen omdat ik inmiddels gewend ben aan de muziek van yeule.
Evangelic Girl Is A Gun flirt veel nadrukkelijker met mainstream pop dan Glitch Princess en softscars en klinkt hier en daar als een album waarvoor ook de grote popsterren van het moment zich niet zouden schamen. Dat is aan de ene kant jammer, al is enig houvast op zijn tijd ook wel prettig. Het is bovendien zeker niet zo dat yeule opeens dertien in een dozijn popsongs maakt.
De songs op Evangelic Girl Is A Gun kunnen nog steeds alle kanten op en kiezen net zo makkelijk voor aanstekelijke melodieën en catchy refreinen als voor ruwe passages en het nodige experiment. Ook op het nieuwe album laat yeule zich beïnvloeden door uiteenlopende genres binnen de pop en de rock, waarbij zowel wordt aangesloten bij de ‘coming of age’ pop van het moment als bij de wat deprimerende rockmuziek uit de jaren 90. Hier blijft het niet bij, want yeule sleept er nog veel meer bij op Evangelic Girl Is A Gun.
Waar de muzikant uit Singapore op de vorige albums een eigen muzikale universum creëerde, is het nieuwe album ook niet zo heel ver verwijderd van Saya Gray’s briljante SAYA, al hoor ik ook heel veel verschillen tussen de twee albums. Ik kan me voorstellen dat liefhebbers van muziek die ver verwijderd blijft van de toegankelijke popsong het nieuwe album van yeule een lichte tegenvaller vinden, maar als liefhebber van zowel de toegankelijke popsong als de popsong waarin het avontuur domineert kan ik wel wat met Evangelic Girl Is A Gun. Ik ben nu al benieuwd naar de volgende stap van yeule, want het blijft een fascinerende muzikant. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: yeule - Evangelic Girl Is A Gun - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: yeule - Evangelic Girl Is A Gun
De vorige twee albums van yeule stonden vol met muziek die je nog nooit eerder had gehoord, waardoor het deze week verschenen Evangelic Girl Is A Gun misschien wat gewoontjes klinkt, maar er valt weer genoeg te ontdekken
Met de vorige twee albums haalde yeule mijn jaarlijstje en in beide lijstjes wat het een wat vreemde eend in de bijt. De albums van de muzikant uit Singapore bevonden zich, zeker op het eerste gehoor, ver buiten mijn muzikale comfort zone, maar er viel ook heel veel moois te ontdekken in de bijzondere muzikale universum van yeule. Op het deze week verschenen Evangelic Girl Is A Gun klinkt het allemaal wat minder futuristisch. Veel songs op het album klinken zelfs als redelijk conventionele popsongs, tot ze toch weer andere kanten op schieten. De vorige twee albums van yeule blijven unieke albums, maar ook Evangelic Girl Is A Gun mag er zeker zijn.
Ik omschreef de muziek van de uit Singapore afkomstige muzikant yeule, die zichzelf omschrijft als een non-binaire cyborg, in mijn recensies van twee eerder verschenen albums als muziek van de toekomst en ik was zeker niet de enige die de muziek van yeule futuristisch vond klinken.
Het tweede album van yeule, Glitch Princess uit 2022, was een vat vol tegenstrijdigheden. Het album klonk zweverig maar ook verrassend aards, bombastisch maar ook subtiel, kil en afstandelijk maar ook intiem en warm, experimenteel maar ook toegankelijk en zo kan ik nog wel even doorgaan. De muziek van yeule klonk totaal anders dan de andere muziek van dat moment en ook anders dan de muziek uit het verleden. Het zijn omschrijvingen die ook op gingen voor het in 2023 verschenen softscars, dat minstens net zo ongrijpbaar maar ook net zo fascinerend klonk als Glitch Princess.
Het alter ego van de uit Singapore afkomstige maar tegenwoordig vanuit Londen en Los Angeles opererende Nat Ćmiel, die werd geboren als Natasha Yelin Chang, komt deze week weer met een nieuw album op de proppen, Evangelic Girl Is A Gun. Bij muziek van de toekomst denk ik tegenwoordig helaas vooral aan door AI gegenereerde meuk, die alles wat eerder gemaakt is combineert in fantasieloze muzak. Voor de muziek van yeule moet ik daarom maar iets anders verzinnen, al is het maar omdat het geluid van de muzikant uit Singapore inmiddels op zijn minst enigszins bekend klinkt.
Enigszins bekend, want yeule borduurt op Evangelic Girl Is A Gun deels voort op het geluid van de vorige albums, maar slaat ook weer net wat andere wegen in. Het nieuwe album van yeule klinkt flink consistenter en zeker ook toegankelijker dan de vorige twee albums en dat is niet alleen omdat ik inmiddels gewend ben aan de muziek van yeule.
Evangelic Girl Is A Gun flirt veel nadrukkelijker met mainstream pop dan Glitch Princess en softscars en klinkt hier en daar als een album waarvoor ook de grote popsterren van het moment zich niet zouden schamen. Dat is aan de ene kant jammer, al is enig houvast op zijn tijd ook wel prettig. Het is bovendien zeker niet zo dat yeule opeens dertien in een dozijn popsongs maakt.
De songs op Evangelic Girl Is A Gun kunnen nog steeds alle kanten op en kiezen net zo makkelijk voor aanstekelijke melodieën en catchy refreinen als voor ruwe passages en het nodige experiment. Ook op het nieuwe album laat yeule zich beïnvloeden door uiteenlopende genres binnen de pop en de rock, waarbij zowel wordt aangesloten bij de ‘coming of age’ pop van het moment als bij de wat deprimerende rockmuziek uit de jaren 90. Hier blijft het niet bij, want yeule sleept er nog veel meer bij op Evangelic Girl Is A Gun.
Waar de muzikant uit Singapore op de vorige albums een eigen muzikale universum creëerde, is het nieuwe album ook niet zo heel ver verwijderd van Saya Gray’s briljante SAYA, al hoor ik ook heel veel verschillen tussen de twee albums. Ik kan me voorstellen dat liefhebbers van muziek die ver verwijderd blijft van de toegankelijke popsong het nieuwe album van yeule een lichte tegenvaller vinden, maar als liefhebber van zowel de toegankelijke popsong als de popsong waarin het avontuur domineert kan ik wel wat met Evangelic Girl Is A Gun. Ik ben nu al benieuwd naar de volgende stap van yeule, want het blijft een fascinerende muzikant. Erwin Zijleman
yeule - Glitch Princess (2022)

4,5
1
geplaatst: 9 februari 2022, 15:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: yeule - Glitch Princess - dekrentenuitdepop.blogspot.com
yeule - Glitch Princess
Glitch Princess van yeule is het spreekwoordelijke vat vol tegenstrijdigheden, maar ook een wonderschoon en buitengewoon avontuurlijk album dat popmuziek laat horen zoals je die nog niet eerder heb gehoord
Bij eerste beluisteringen van Glitch Princess wist ik eerlijk gezegd niet wat ik moest met de muziek van yeule. Het is muziek die varieert van intiem, aards, warm en lieflijk tot afstandelijk, buitenaards, koud en onderkoeld. yeule maakt popmuziek die alle kanten op kan en die anders klinkt dan de popmuziek zoals die wordt gemaakt door de popprinsessen van het moment. Glitch Princess is soms mooi en ingetogen, maar net zo makkelijk hard en pompeus. Soms klinkt het album verrassend toegankelijk, maar yeule zoekt ook het experiment. Na één keer horen vond ik het vreselijk, na vijf keer horen bijzonder en na tien keer horen geweldig. yeule maakt op Glitch Princess de popmuziek van de toekomst.
yeule debuteerde in 2019 met het album Serotonin II , dat deze week een vervolg krijgt met Glitch Princess. yeule is het alter ego van de uit Singapore afkomstige, maar tegenwoordig vanuit Londen opererende Nat Ćmiel, die werd geboren als Natasha Yelin Chang. Op Engelstalige muzieksites wordt vanwege de aangenomen identiteit ‘non-binaire cyborg’ in het meervoud geschreven over yeule, wat ik in het Nederlands nog altijd ingewikkeld vind.
Een cyborg is overigens een organisme waarin mens en machine zijn samengesmolten. Dat is gemeengoed in science fiction films, maar hoe het bij yeule precies zit weet ik niet. De muziek van yeule is echter wel precies de muziek die je van een cyborg zou verwachten. Dat begint al met de computerstem waarmee het album opent, maar ook de muziek die volgt op de gesproken introductie, waarin alle hobby’s van yeule voorbij komen, doet vooral futuristisch aan.
yeule omringt zich op Glitch Princess met heel veel elektronica en maakt muziek die zich ergens tussen de hokjes ‘bedroom pop’ en elektropop in manoeuvreert. De gesproken introductie van bijna drie minuten vind ik persoonlijk een lange zit, maar hierna maakt Glitch Princess je deelgenoot van een buitengewoon fascinerend muzikaal landschap.
De muziek van yeule is afwisselend zeer subtiel en zwaar aangezet, terwijl de zang afwisselend flink vervormd of juist loepzuiver is. Ik ben normaal gesproken helemaal niet gek op dit soort muziek, maar na de openingstrack hield yeule de aandacht een flink aantal songs verrassend makkelijk vast.
Glitch Princess is een album dat, in ieder geval op de streaming media diensten, goed is voor 5 uur en 27 minuten (!) luisterplezier, al is de slottrack van vier uur en drie kwartier vooral muzikaal behang. Tussen de gesproken introductie van yeule en de meditatieve slottrack imponeert de muzikale cyborg uit Londen met muziek die continu verbaast, maar die ook ontroert.
De muziek van yeule klinkt vaak futuristisch of zelfs buitenaards, maar kan ook verrassend aards klinken, bijvoorbeeld wanneer een song zich voor een substantieel deel beperkt tot piano en zang. Wanneer de elektronica losbarst in de muziek en rond de stem van yeule is het zoeken naar houvast, maar Glitch Princess bevat ook intieme passages zonder al te veel opsmuk. Het ene moment klinkt het album kil en afstandelijk, het volgende moment intiem en warm.
Ook de stem van yeule kan alle kanten op en varieert van onderkoeld en afstandelijk tot lieflijk en intiem. Zeker bij eerste beluisteringen lijkt Glitch Princess alle kanten op te schieten en maar heel weinig houvast te bieden of zelfs uit een ander universum te komen, maar naarmate je vaker naar dit album luistert, valt er van alles op zijn plek en groeit de bewondering voor het unieke muzikale universum van yeule.
Glitch Princess is uiteindelijk een fascinerende luistertrip die je door een muzikaal sprookjesbos leidt. Het is er soms donker en griezelig, maar ook de futuristische wezens die er huizen blijken ons goedgezind. Ik ken geen enkel album als Glitch Princess van yeule en toen ik het album voor het eerst beluisterde was ik er van overtuigd dat ik er echt helemaal niets mee kon, maar inmiddels ben ik volledig verkocht en denk ik met enige regelmaat dat ik de toekomst van de popmuziek heb gehoord. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: yeule - Glitch Princess - dekrentenuitdepop.blogspot.com
yeule - Glitch Princess
Glitch Princess van yeule is het spreekwoordelijke vat vol tegenstrijdigheden, maar ook een wonderschoon en buitengewoon avontuurlijk album dat popmuziek laat horen zoals je die nog niet eerder heb gehoord
Bij eerste beluisteringen van Glitch Princess wist ik eerlijk gezegd niet wat ik moest met de muziek van yeule. Het is muziek die varieert van intiem, aards, warm en lieflijk tot afstandelijk, buitenaards, koud en onderkoeld. yeule maakt popmuziek die alle kanten op kan en die anders klinkt dan de popmuziek zoals die wordt gemaakt door de popprinsessen van het moment. Glitch Princess is soms mooi en ingetogen, maar net zo makkelijk hard en pompeus. Soms klinkt het album verrassend toegankelijk, maar yeule zoekt ook het experiment. Na één keer horen vond ik het vreselijk, na vijf keer horen bijzonder en na tien keer horen geweldig. yeule maakt op Glitch Princess de popmuziek van de toekomst.
yeule debuteerde in 2019 met het album Serotonin II , dat deze week een vervolg krijgt met Glitch Princess. yeule is het alter ego van de uit Singapore afkomstige, maar tegenwoordig vanuit Londen opererende Nat Ćmiel, die werd geboren als Natasha Yelin Chang. Op Engelstalige muzieksites wordt vanwege de aangenomen identiteit ‘non-binaire cyborg’ in het meervoud geschreven over yeule, wat ik in het Nederlands nog altijd ingewikkeld vind.
Een cyborg is overigens een organisme waarin mens en machine zijn samengesmolten. Dat is gemeengoed in science fiction films, maar hoe het bij yeule precies zit weet ik niet. De muziek van yeule is echter wel precies de muziek die je van een cyborg zou verwachten. Dat begint al met de computerstem waarmee het album opent, maar ook de muziek die volgt op de gesproken introductie, waarin alle hobby’s van yeule voorbij komen, doet vooral futuristisch aan.
yeule omringt zich op Glitch Princess met heel veel elektronica en maakt muziek die zich ergens tussen de hokjes ‘bedroom pop’ en elektropop in manoeuvreert. De gesproken introductie van bijna drie minuten vind ik persoonlijk een lange zit, maar hierna maakt Glitch Princess je deelgenoot van een buitengewoon fascinerend muzikaal landschap.
De muziek van yeule is afwisselend zeer subtiel en zwaar aangezet, terwijl de zang afwisselend flink vervormd of juist loepzuiver is. Ik ben normaal gesproken helemaal niet gek op dit soort muziek, maar na de openingstrack hield yeule de aandacht een flink aantal songs verrassend makkelijk vast.
Glitch Princess is een album dat, in ieder geval op de streaming media diensten, goed is voor 5 uur en 27 minuten (!) luisterplezier, al is de slottrack van vier uur en drie kwartier vooral muzikaal behang. Tussen de gesproken introductie van yeule en de meditatieve slottrack imponeert de muzikale cyborg uit Londen met muziek die continu verbaast, maar die ook ontroert.
De muziek van yeule klinkt vaak futuristisch of zelfs buitenaards, maar kan ook verrassend aards klinken, bijvoorbeeld wanneer een song zich voor een substantieel deel beperkt tot piano en zang. Wanneer de elektronica losbarst in de muziek en rond de stem van yeule is het zoeken naar houvast, maar Glitch Princess bevat ook intieme passages zonder al te veel opsmuk. Het ene moment klinkt het album kil en afstandelijk, het volgende moment intiem en warm.
Ook de stem van yeule kan alle kanten op en varieert van onderkoeld en afstandelijk tot lieflijk en intiem. Zeker bij eerste beluisteringen lijkt Glitch Princess alle kanten op te schieten en maar heel weinig houvast te bieden of zelfs uit een ander universum te komen, maar naarmate je vaker naar dit album luistert, valt er van alles op zijn plek en groeit de bewondering voor het unieke muzikale universum van yeule.
Glitch Princess is uiteindelijk een fascinerende luistertrip die je door een muzikaal sprookjesbos leidt. Het is er soms donker en griezelig, maar ook de futuristische wezens die er huizen blijken ons goedgezind. Ik ken geen enkel album als Glitch Princess van yeule en toen ik het album voor het eerst beluisterde was ik er van overtuigd dat ik er echt helemaal niets mee kon, maar inmiddels ben ik volledig verkocht en denk ik met enige regelmaat dat ik de toekomst van de popmuziek heb gehoord. Erwin Zijleman
yeule - softscars (2023)

4,5
2
geplaatst: 27 september 2023, 15:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: yeule - softscars - dekrentenuitdepop.blogspot.com
yeule - softscars
yeule maakte op het vorig jaar verschenen Glitch Princess de popmuziek van de toekomst en herhaalt dit kunstje op het minstens even ongrijpbare maar ook minstens even fascinerende softscars
De uit Singapore afkomstige yeule leverde vorig jaar met Glitch Princess een onverwacht jaarlijstjesalbum af. Het is een album dat is te omschrijven als een vat vol tegenstrijdigheden, maar ook als een onuitputbare bron van goede ideeën. Het is een omschrijving die ook van toepassing is op het nieuwe album van yeule. Op softscars klinkt yeule weer flink anders dan op haar vorige album, maar het is wederom een ongrijpbaar album dat het ene moment redelijk toegankelijke popsongs laat horen, maar hier het volgende moment weer mijlenver van verwijderd is. Het is een album dat 1001 invloeden verwerkt, maar uiteindelijk blijft yeule volkomen uniek.
In mijn jaarlijstje over 2022 was Glitch Princess van yeule wat mij betreft een van de meest bijzondere albums. Het is een album waar ik in eerste instantie helemaal niets mee kon, tot de puzzelstukjes in elkaar begonnen te vallen. Glitch Princess was een vat vol tegenstrijdigheden, waarin yeule af en toe dicht tegen de erkende popprinsessen van het moment aan kroop, om zich er niet veel later weer totaal van te vervreemden. Glitch Princess trok niet alleen in muzikaal opzicht de aandacht maar baarde ook opzien door de presentatie van yeule als een ‘non-binaire cyborg’, wat het album voorzag van een futuristisch tintje.
Ik sloot de inleiding van mijn recensie van het tweede album van yeule af met de volgende woorden en daar sta ik nog steeds achter: “Glitch Princess is soms mooi en ingetogen, maar net zo makkelijk hard en pompeus. Soms klinkt het album verrassend toegankelijk, maar yeule zoekt ook het experiment. Na één keer horen vond ik het vreselijk, na vijf keer horen bijzonder en na tien keer horen geweldig. yeule maakt op Glitch Princess de popmuziek van de toekomst.”
Deze week keert het alter ego van de uit Singapore afkomstige maar tegenwoordig vanuit Londen en Los Angeles opererende Nat Ćmiel, die werd geboren als Natasha Yelin Chang, terug met een nieuw album, softscars. Het is een album dat net als zijn voorgangers is te omschrijven als een vat vol tegenstrijdigheden, maar softscars is een ander album dan Glitch Princess. Je hoort het direct in de openingstrack, waarin yeule zich omringt met de bocht uit vliegende gitaren en het in vocaal opzicht uitschreeuwt. Het is een ruwe uitbarsting die wordt gevolgd door een redelijk conventioneel popliedje, al is conventioneel een begrip dat in het woordenboek van yeule niet voor komt.
Net als zijn voorganger is softscars is muzikaal opzicht een spannend album, want het kan meerdere kanten op. Wanneer yeule kiest voor subtiele elektronische klanken en wat steviger aangezette beats hoor je redelijk toegankelijke popsongs, al blijft het even wennen aan de zachte en af en toe vervormde zang. Ook op softscars kan yeule echter ook stevig tegen de haren instrijken, bijvoorbeeld met een bak herrie, al is het zwaar vervormde geluid uit de openingstrack (gelukkig) een uitzondering. Invloeden uit de 90sn indierock en shoegaze komen meer dan eens voorbij, maar yeule verwerkt ze op geheel eigen wijze.
Het nieuwe album van yeule is waarschijnlijk te excentriek om de muzikant uit Singapore te scharen onder de meest succesvolle popprinsessen van het moment, maar zelf vind ik het album niet misstaan tussen de albums van deze popprinsessen, al is yeule de tijd flink wat jaren vooruit.
Het leuke en interessante van Glitch Princess was dat het album steeds weer nieuwe dingen liet horen en dat is op softscars niet anders. Het nieuwe album van yeule is niet alleen een vat vol tegenstrijdigheden, maar ook een schatkist vol goede ideeën. Deze goede ideeën zijn gevoed door uiteenlopende genres en bestrijken een aantal decennia popmuziek, maar de muziek van yeule klinkt ook uniek, al doet het me af en toe wel wat aan de muziek van Grimes denken.
Of softscars net zoveel impact op me gaat hebben als het briljante Glitch Princess durf ik nog niet te voorspellen, maar na een paar keer horen durf ik al wel te beweren dat yeule met softscars een van de meest bijzondere popalbums van 2023 heeft gemaakt en iedere keer als ik naar het album luister valt er weer iets nieuws op zijn plek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: yeule - softscars - dekrentenuitdepop.blogspot.com
yeule - softscars
yeule maakte op het vorig jaar verschenen Glitch Princess de popmuziek van de toekomst en herhaalt dit kunstje op het minstens even ongrijpbare maar ook minstens even fascinerende softscars
De uit Singapore afkomstige yeule leverde vorig jaar met Glitch Princess een onverwacht jaarlijstjesalbum af. Het is een album dat is te omschrijven als een vat vol tegenstrijdigheden, maar ook als een onuitputbare bron van goede ideeën. Het is een omschrijving die ook van toepassing is op het nieuwe album van yeule. Op softscars klinkt yeule weer flink anders dan op haar vorige album, maar het is wederom een ongrijpbaar album dat het ene moment redelijk toegankelijke popsongs laat horen, maar hier het volgende moment weer mijlenver van verwijderd is. Het is een album dat 1001 invloeden verwerkt, maar uiteindelijk blijft yeule volkomen uniek.
In mijn jaarlijstje over 2022 was Glitch Princess van yeule wat mij betreft een van de meest bijzondere albums. Het is een album waar ik in eerste instantie helemaal niets mee kon, tot de puzzelstukjes in elkaar begonnen te vallen. Glitch Princess was een vat vol tegenstrijdigheden, waarin yeule af en toe dicht tegen de erkende popprinsessen van het moment aan kroop, om zich er niet veel later weer totaal van te vervreemden. Glitch Princess trok niet alleen in muzikaal opzicht de aandacht maar baarde ook opzien door de presentatie van yeule als een ‘non-binaire cyborg’, wat het album voorzag van een futuristisch tintje.
Ik sloot de inleiding van mijn recensie van het tweede album van yeule af met de volgende woorden en daar sta ik nog steeds achter: “Glitch Princess is soms mooi en ingetogen, maar net zo makkelijk hard en pompeus. Soms klinkt het album verrassend toegankelijk, maar yeule zoekt ook het experiment. Na één keer horen vond ik het vreselijk, na vijf keer horen bijzonder en na tien keer horen geweldig. yeule maakt op Glitch Princess de popmuziek van de toekomst.”
Deze week keert het alter ego van de uit Singapore afkomstige maar tegenwoordig vanuit Londen en Los Angeles opererende Nat Ćmiel, die werd geboren als Natasha Yelin Chang, terug met een nieuw album, softscars. Het is een album dat net als zijn voorgangers is te omschrijven als een vat vol tegenstrijdigheden, maar softscars is een ander album dan Glitch Princess. Je hoort het direct in de openingstrack, waarin yeule zich omringt met de bocht uit vliegende gitaren en het in vocaal opzicht uitschreeuwt. Het is een ruwe uitbarsting die wordt gevolgd door een redelijk conventioneel popliedje, al is conventioneel een begrip dat in het woordenboek van yeule niet voor komt.
Net als zijn voorganger is softscars is muzikaal opzicht een spannend album, want het kan meerdere kanten op. Wanneer yeule kiest voor subtiele elektronische klanken en wat steviger aangezette beats hoor je redelijk toegankelijke popsongs, al blijft het even wennen aan de zachte en af en toe vervormde zang. Ook op softscars kan yeule echter ook stevig tegen de haren instrijken, bijvoorbeeld met een bak herrie, al is het zwaar vervormde geluid uit de openingstrack (gelukkig) een uitzondering. Invloeden uit de 90sn indierock en shoegaze komen meer dan eens voorbij, maar yeule verwerkt ze op geheel eigen wijze.
Het nieuwe album van yeule is waarschijnlijk te excentriek om de muzikant uit Singapore te scharen onder de meest succesvolle popprinsessen van het moment, maar zelf vind ik het album niet misstaan tussen de albums van deze popprinsessen, al is yeule de tijd flink wat jaren vooruit.
Het leuke en interessante van Glitch Princess was dat het album steeds weer nieuwe dingen liet horen en dat is op softscars niet anders. Het nieuwe album van yeule is niet alleen een vat vol tegenstrijdigheden, maar ook een schatkist vol goede ideeën. Deze goede ideeën zijn gevoed door uiteenlopende genres en bestrijken een aantal decennia popmuziek, maar de muziek van yeule klinkt ook uniek, al doet het me af en toe wel wat aan de muziek van Grimes denken.
Of softscars net zoveel impact op me gaat hebben als het briljante Glitch Princess durf ik nog niet te voorspellen, maar na een paar keer horen durf ik al wel te beweren dat yeule met softscars een van de meest bijzondere popalbums van 2023 heeft gemaakt en iedere keer als ik naar het album luister valt er weer iets nieuws op zijn plek. Erwin Zijleman
Yo La Tengo - Painful (1993)

0
geplaatst: 8 december 2014, 15:46 uur
Mooie reissue.
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yo La Tengo - Extra Painful - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de herfst van 1993 verscheen Painful van de uit Hoboken, New Jersey afkomstige band Yo La Tengo.
Painful was al de zesde plaat van de band, maar het was de eerste plaat die in bredere kring aandacht trok. Painful is bovendien nog altijd één van de betere, zo niet de beste plaat van Yo La Tengo.
Om de 21e verjaardag van Painful en bovendien het 30-jarige bestaan van de band te vieren, verscheen deze week Extra Painful.
Extra Painful bestaat uit een geremasterde versie van de plaat uit 1993 en een bonus bestaande uit demo’s, live-tracks en outtakes. Het bonus-materiaal doet me niet zo gek veel, al is het zeker niet slecht, maar wat is Painful nog altijd een geweldige plaat.
Tot Painful was Yo La Tengo een band die zich nadrukkelijk liet beïnvloeden door The Velvet Underground, maar op Painful slaat de band haar vleugels uit in meerdere richtingen.
Painful opent met een dromerige track die citeert uit de op dat moment net opgedoken dreampop, maar aan de langzaam aanzwellende gitaren hoor je al dat de muziek van Yo La Tengo ook gaat uitbarsten.
Het is nog altijd prachtig hoe Yo La Tengo de spanning opbouwt in haar muziek. De dromerige tracks op Painful klinken als de periode vlak voor een onweersbui. Het is nog prachtig weer, maar het begint te rommelen. Je weet dat de hemel ieder moment kan openscheuren, maar toch komt het als een verrassing. Ik heb de openingstrack van Painful in het verleden minstens tientallen keren gehoord, maar toch had de track me weer onmiddellijk te pakken; ruim zeven minuten lang.
Het geldt ook voor de stevigere gitaartracks die volgen. Het zijn tracks die aansluiten bij de shoegaze van het moment van de release van Painful, maar de stevigere muziek van Yo La Tengo sluit nog veel beter aan bij de noise-rock van Sonic Youth. Ook als Yo la Tengo kiest voor stevigere gitaren en betrekkelijk toegankelijke songstructuren houdt de muziek van de band iets looms en dromerigs.
Het is iets looms en dromerigs dat af en toe tijdelijk wordt onderbroken door scheurende gitaren, wat ook de stevigere songs van Yo La Tengo voorziet van dynamiek. Net zoals de dromerige en vaak wat psychedelische of juist de bijna folky tracks worden voorzien van bijzondere accenten die de muziek van Yo La Tengo een spannend en geheel eigen geluid geven.
Painful is inmiddels 21 jaar oud, maar in tegenstelling tot veel andere platen uit deze periode klinkt de beste plaat van Yo La Tengo nog geen moment gedateerd. Ik had de plaat al zeker tien jaar niet meer gehoord, maar het was direct weer een feest van herkenning.
Yo La Tengo zou na Painful nog een aantal hele goede platen maken en is nog steeds actief, maar Painful blijkt, zeker achteraf gezien van een zeldzame klasse (al vind ik persoonlijk And Then Nothing Turned Itself Inside-Out uit 2000 vrijwel net zo goed).
Painful is een plaat vol songs die maar blijven intrigeren, een plaat met geweldig gitaarwerk en een plaat met een unieke, en als je het mij vraagt betoverende, sfeer, vol onderhuidse spanning. Iedereen die de plaat kent maar lang niet meer heeft gehoord zal verrast zijn door de kracht en urgentie. Iedereen die de plaat niet kent, zal Extra Painful binnenhalen als een meesterwerk, want dat is het. Erwin Zijleman
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yo La Tengo - Extra Painful - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de herfst van 1993 verscheen Painful van de uit Hoboken, New Jersey afkomstige band Yo La Tengo.
Painful was al de zesde plaat van de band, maar het was de eerste plaat die in bredere kring aandacht trok. Painful is bovendien nog altijd één van de betere, zo niet de beste plaat van Yo La Tengo.
Om de 21e verjaardag van Painful en bovendien het 30-jarige bestaan van de band te vieren, verscheen deze week Extra Painful.
Extra Painful bestaat uit een geremasterde versie van de plaat uit 1993 en een bonus bestaande uit demo’s, live-tracks en outtakes. Het bonus-materiaal doet me niet zo gek veel, al is het zeker niet slecht, maar wat is Painful nog altijd een geweldige plaat.
Tot Painful was Yo La Tengo een band die zich nadrukkelijk liet beïnvloeden door The Velvet Underground, maar op Painful slaat de band haar vleugels uit in meerdere richtingen.
Painful opent met een dromerige track die citeert uit de op dat moment net opgedoken dreampop, maar aan de langzaam aanzwellende gitaren hoor je al dat de muziek van Yo La Tengo ook gaat uitbarsten.
Het is nog altijd prachtig hoe Yo La Tengo de spanning opbouwt in haar muziek. De dromerige tracks op Painful klinken als de periode vlak voor een onweersbui. Het is nog prachtig weer, maar het begint te rommelen. Je weet dat de hemel ieder moment kan openscheuren, maar toch komt het als een verrassing. Ik heb de openingstrack van Painful in het verleden minstens tientallen keren gehoord, maar toch had de track me weer onmiddellijk te pakken; ruim zeven minuten lang.
Het geldt ook voor de stevigere gitaartracks die volgen. Het zijn tracks die aansluiten bij de shoegaze van het moment van de release van Painful, maar de stevigere muziek van Yo La Tengo sluit nog veel beter aan bij de noise-rock van Sonic Youth. Ook als Yo la Tengo kiest voor stevigere gitaren en betrekkelijk toegankelijke songstructuren houdt de muziek van de band iets looms en dromerigs.
Het is iets looms en dromerigs dat af en toe tijdelijk wordt onderbroken door scheurende gitaren, wat ook de stevigere songs van Yo La Tengo voorziet van dynamiek. Net zoals de dromerige en vaak wat psychedelische of juist de bijna folky tracks worden voorzien van bijzondere accenten die de muziek van Yo La Tengo een spannend en geheel eigen geluid geven.
Painful is inmiddels 21 jaar oud, maar in tegenstelling tot veel andere platen uit deze periode klinkt de beste plaat van Yo La Tengo nog geen moment gedateerd. Ik had de plaat al zeker tien jaar niet meer gehoord, maar het was direct weer een feest van herkenning.
Yo La Tengo zou na Painful nog een aantal hele goede platen maken en is nog steeds actief, maar Painful blijkt, zeker achteraf gezien van een zeldzame klasse (al vind ik persoonlijk And Then Nothing Turned Itself Inside-Out uit 2000 vrijwel net zo goed).
Painful is een plaat vol songs die maar blijven intrigeren, een plaat met geweldig gitaarwerk en een plaat met een unieke, en als je het mij vraagt betoverende, sfeer, vol onderhuidse spanning. Iedereen die de plaat kent maar lang niet meer heeft gehoord zal verrast zijn door de kracht en urgentie. Iedereen die de plaat niet kent, zal Extra Painful binnenhalen als een meesterwerk, want dat is het. Erwin Zijleman
Yo La Tengo - Stuff Like That There (2015)

4,0
0
geplaatst: 9 september 2015, 15:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yo La Tengo - Stuff Like That There - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Yo La Tengo vindt op haar nieuwe plaat Stuff Like That There voor een deel haar eigen werk opnieuw uit en gaat hiernaast aan de haal met songs van anderen.
Dat klinkt als een tussendoortje en dat is het ook. Bij een band als Yo La Tengo zijn echter ook de tussendoortjes interessant en dat geldt zeker voor Stuff Like That There.
Voor een band die op haar reguliere platen (en dat is inmiddels een enorme stapel) veelvuldig van de hak op de tak kan springen, is de nieuwe plaat van Yo La Tengo een verrassend consistente plaat.
Alle songs op de plaat zijn voorzien van een dromerig, grotendeels akoestisch en licht psychedelisch geluid, dat vrijwel zonder uitbarstingen uit de speakers komt.
Stuff Like That There bevat zoals gezegd een aantal nieuwe versies van oudere Yo La Tengo songs, maar leuker vind ik persoonlijk de covers. Yo La Tengo gaat op haar nieuwe plaat aan de haal met songs van onder andere The Cure, The Lovin’ Spoonful, The Parliaments en Hank Williams en slaagt er in om eigen versies van soms behoorlijk uitgekauwde songs te maken. Zo levert Yo La Tengo de zoveelste versie van I'm So Lonesome I Could Cry van Hank Williams af en het is wat mij betreft een hele mooie. Ook Friday I’m In Love van The Cure weet Yo La Tengo naar haar hand te zetten en het doet het op een manier waarop Belle And Sebastian strontjaloers zal zijn.
Stuff Like That There is een heerlijk ingetogen plaat vol geweldige gitaarlijnen, zwoele fluisterzang, een heerlijk loom tempo en subtiel opgebouwde spanning. Vergeleken met de andere platen van Yo La Tengo mis ik zo nu en dan de scherpe randjes of de rafelige kanten, maar zo op zijn tijd is dat helemaal niet erg en stiekem zelfs best lekker. Wederom een Yo La Tengo plaat om te koesteren dus. De zoveelste. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Yo La Tengo - Stuff Like That There - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Yo La Tengo vindt op haar nieuwe plaat Stuff Like That There voor een deel haar eigen werk opnieuw uit en gaat hiernaast aan de haal met songs van anderen.
Dat klinkt als een tussendoortje en dat is het ook. Bij een band als Yo La Tengo zijn echter ook de tussendoortjes interessant en dat geldt zeker voor Stuff Like That There.
Voor een band die op haar reguliere platen (en dat is inmiddels een enorme stapel) veelvuldig van de hak op de tak kan springen, is de nieuwe plaat van Yo La Tengo een verrassend consistente plaat.
Alle songs op de plaat zijn voorzien van een dromerig, grotendeels akoestisch en licht psychedelisch geluid, dat vrijwel zonder uitbarstingen uit de speakers komt.
Stuff Like That There bevat zoals gezegd een aantal nieuwe versies van oudere Yo La Tengo songs, maar leuker vind ik persoonlijk de covers. Yo La Tengo gaat op haar nieuwe plaat aan de haal met songs van onder andere The Cure, The Lovin’ Spoonful, The Parliaments en Hank Williams en slaagt er in om eigen versies van soms behoorlijk uitgekauwde songs te maken. Zo levert Yo La Tengo de zoveelste versie van I'm So Lonesome I Could Cry van Hank Williams af en het is wat mij betreft een hele mooie. Ook Friday I’m In Love van The Cure weet Yo La Tengo naar haar hand te zetten en het doet het op een manier waarop Belle And Sebastian strontjaloers zal zijn.
Stuff Like That There is een heerlijk ingetogen plaat vol geweldige gitaarlijnen, zwoele fluisterzang, een heerlijk loom tempo en subtiel opgebouwde spanning. Vergeleken met de andere platen van Yo La Tengo mis ik zo nu en dan de scherpe randjes of de rafelige kanten, maar zo op zijn tijd is dat helemaal niet erg en stiekem zelfs best lekker. Wederom een Yo La Tengo plaat om te koesteren dus. De zoveelste. Erwin Zijleman
Yo La Tengo - There's a Riot Going On (2018)

4,0
0
geplaatst: 20 maart 2018, 16:56 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yo La Tengo - There's A Riot Going On - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Yo La Tengo werd in 1984 geformeerd in Hoboken, New Jersey, en gaat inmiddels dus al weer bijna 35 jaar mee.
In die 35 jaar maakte de Amerikaanse band een flinke stapel platen, waaronder een aantal platen die het predicaat ‘klassieker’ zo langzamerhand wel verdienen.
Als ik zelf mijn klassiekers mag kiezen uit het rijke oeuvre van de band ga ik voor Painful uit 1993, I Can Hear The Heart Beating As One uit 1997 of voor And Then Nothing Turned Itself Inside-Out uit 2000, maar ook vrijwel alle andere platen van Yo La Tengo zijn zeer de moeite waard.
De band uit New Jersey kondigde haar nieuwe plaat There's A Riot Going On enkele maanden geleden aan en de titel wekte uiteraard de nodige verwachtingen. Zou de band die bekend staat om haar ingetogen en dromerige muziek opeens fel uithalen? Voorman Ira Kaplan deed het wel even vermoeden, maar op het vorige week verschenen There's A Riot Going On is er niet veel van te horen.
Ook de vijftiende plaat van Yo La Tengo is een plaat die uitnodigt tot luieren en navelstaren. Het tempo ligt niet al te hoog, de gitaarlijnen zijn zoals altijd wonderschoon, de spaarzaam ingezette vocalen zijn dromerig en de sitar-achtige klanken op de plaat geven de muziek van Yo La Tengo iets psychedelisch.
Als er iets niet rustgevend is aan de nieuwe plaat van de Amerikaanse band zijn het de avontuurlijk spelende drummer of het heel af en toe opduikende gruizige gitaarwerk, maar uiteindelijk moeten ook die geloven aan de rustgevende deken die Yo La Tengo over haar muziek heeft gelegd.
Het is muziek die ik bij heel veel bands uiteindelijk als wat saai zou typeren, maar Yo La Tengo maakt geen saaie platen. Alleen het gitaarwerk is al om je vingers bij af te likken, maar ook voor de rest klopt alles en zoals altijd kleurt Yo La Tengo weer prachtig en uiterst subtiel buiten de eigen lijntjes.
There's A Riot Going On haalt nogal wat invloeden uit de jaren 60, maar waar de titel de suggestie wekt dat Yo La Tengo de ook in de jaren 60 populaire barricades opzoekt, is de band uiteindelijk toch weer gezwicht voor vloeistofdia’s en LSD en maakt het muziek waarbij het lekker tot rust komen is.
Yo La Tengo blijft echter Yo La Tengo en ook There's A Riot Going On is daarom niet alleen een plaat die rustig voortkabbelt, maar ook een plaat die de fantasie genadeloos prikkelt. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe veel er gebeurt op de nieuwe plaat van Yo La Tengo en hoe knap het allemaal in elkaar is gesleuteld.
De songs die nog wat snel kunnen vervliegen wanneer ze uit de speakers komen, groeien bij beluistering met de koptelefoon snel uit tot songs zoals alleen Yo La Tengo ze kan maken. Het zijn misschien onrustige tijden die vragen om actie, maar je moet zo af en toe ook kunnen ontspannen, onrustige tijden of niet. Voor die ontspanning ben je bij Yo La Tengo nog steeds aan het juiste adres en wat mij betreft is de band uit New Jersey nog altijd een klasse apart in het genre. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Yo La Tengo - There's A Riot Going On - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Yo La Tengo werd in 1984 geformeerd in Hoboken, New Jersey, en gaat inmiddels dus al weer bijna 35 jaar mee.
In die 35 jaar maakte de Amerikaanse band een flinke stapel platen, waaronder een aantal platen die het predicaat ‘klassieker’ zo langzamerhand wel verdienen.
Als ik zelf mijn klassiekers mag kiezen uit het rijke oeuvre van de band ga ik voor Painful uit 1993, I Can Hear The Heart Beating As One uit 1997 of voor And Then Nothing Turned Itself Inside-Out uit 2000, maar ook vrijwel alle andere platen van Yo La Tengo zijn zeer de moeite waard.
De band uit New Jersey kondigde haar nieuwe plaat There's A Riot Going On enkele maanden geleden aan en de titel wekte uiteraard de nodige verwachtingen. Zou de band die bekend staat om haar ingetogen en dromerige muziek opeens fel uithalen? Voorman Ira Kaplan deed het wel even vermoeden, maar op het vorige week verschenen There's A Riot Going On is er niet veel van te horen.
Ook de vijftiende plaat van Yo La Tengo is een plaat die uitnodigt tot luieren en navelstaren. Het tempo ligt niet al te hoog, de gitaarlijnen zijn zoals altijd wonderschoon, de spaarzaam ingezette vocalen zijn dromerig en de sitar-achtige klanken op de plaat geven de muziek van Yo La Tengo iets psychedelisch.
Als er iets niet rustgevend is aan de nieuwe plaat van de Amerikaanse band zijn het de avontuurlijk spelende drummer of het heel af en toe opduikende gruizige gitaarwerk, maar uiteindelijk moeten ook die geloven aan de rustgevende deken die Yo La Tengo over haar muziek heeft gelegd.
Het is muziek die ik bij heel veel bands uiteindelijk als wat saai zou typeren, maar Yo La Tengo maakt geen saaie platen. Alleen het gitaarwerk is al om je vingers bij af te likken, maar ook voor de rest klopt alles en zoals altijd kleurt Yo La Tengo weer prachtig en uiterst subtiel buiten de eigen lijntjes.
There's A Riot Going On haalt nogal wat invloeden uit de jaren 60, maar waar de titel de suggestie wekt dat Yo La Tengo de ook in de jaren 60 populaire barricades opzoekt, is de band uiteindelijk toch weer gezwicht voor vloeistofdia’s en LSD en maakt het muziek waarbij het lekker tot rust komen is.
Yo La Tengo blijft echter Yo La Tengo en ook There's A Riot Going On is daarom niet alleen een plaat die rustig voortkabbelt, maar ook een plaat die de fantasie genadeloos prikkelt. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe veel er gebeurt op de nieuwe plaat van Yo La Tengo en hoe knap het allemaal in elkaar is gesleuteld.
De songs die nog wat snel kunnen vervliegen wanneer ze uit de speakers komen, groeien bij beluistering met de koptelefoon snel uit tot songs zoals alleen Yo La Tengo ze kan maken. Het zijn misschien onrustige tijden die vragen om actie, maar je moet zo af en toe ook kunnen ontspannen, onrustige tijden of niet. Voor die ontspanning ben je bij Yo La Tengo nog steeds aan het juiste adres en wat mij betreft is de band uit New Jersey nog altijd een klasse apart in het genre. Erwin Zijleman
Yo La Tengo - This Stupid World (2023)

4,0
2
geplaatst: 14 februari 2023, 15:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yo La Tengo - This Stupid World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yo La Tengo - This Stupid World
Yo La Tengo was toch vooral een band met een rijk verleden, maar op het geweldige This Stupid World klinken de drie leden van de band weer als een stel jonge honden en zijn ze goed voor de ene na de andere prachtsong
Ik had geen hele hoge verwachtingen van het deze week verschenen This Stupid World van Yo La Tengo, maar wat heeft de Amerikaanse band een weergaloos album afgeleverd. This Stupid World is een fascinerend album, dat continu van kleur verschiet. De band experimenteert er flink op los met een stevige dosis gitaargeweld, maar kan ook dromerig of zelfs benevelend klinken. In alle songs op het album gebeurt er van alles en steeds weer raken Ira Kaplan, James McNew en Georgia Hubley aan hun beste werk. This Stupid World is een album vol avontuur en zonder compromissen en het is ook nog eens een album met de ruwe energie van een live-album. Yo La Tengo op zijn best, dat was even geleden.
De Amerikaanse band Yo La Tengo werd halverwege de jaren 80 opgericht en bouwde met name in de jaren 90 en gedurende het eerste decennium van dit millennium aan een imposant oeuvre. Sinds 2010 bracht de band uit Hoboken, New Jersey, helaas slechts vier albums uit, waarvan het atypische We Have Amnesia Sometimes uit 2020 tot voor kort de laatste was. Het deze week verschenen This Stupid World ligt niet in het verlengde van het instrumentale pandemiealbum van de Amerikaanse band en moet gezien worden als de opvolger van het inmiddels al weer bijna vijf jaar oude There's A Riot Going.
Omdat de laatste paar Yo La Tengo albums toch wel wat minder waren dan het beste werk van de band, had ik geen hele hoge verwachtingen van This Stupid World, maar Yo La Tengo is een band die je nooit moet onderschatten. This Stupid World is een album waarover je niet te snel moet oordelen, maar nu ik het album flink wat keren heb gehoord, durf ik wel te concluderen dat Yo La Tengo in heel wat jaren niet zo’n goed album heeft gemaakt.
This Stupid World opent met het ruim zeven minuten durende Sinatra Drive Breakdown, dat direct de toon zet. De track wordt gedragen door wat monotone baslijnen van James McNew en al even monotoon drumwerk van Georgia Hubley. Georgia Hubley en Yo La Tengo voorman Ira Kaplan voegen hier en daar wat dromerige vocalen toe, maar het grootste deel van de tijd wordt door Ira Kaplan gevuld met gruizig en af en toe ontsporend gitaarwerk. Sinatra Drive Breakdown heeft door het wat monotone ritme en de dromerige zang een bijna hypnotiserende werking, al houdt het scheurende gitaarwerk je continu bij de les.
Ira Kaplan, James McNew en Georgia Hubley maakten This Stupid World met zijn drieën en namen ook de productie en de mix voor hun rekening. Het levert een album op met de ruwe energie van een live-album en dat past uitstekend bij de muziek van de Amerikaanse band. In een deel van de tracks gaat Ira Kaplan volledig los met zijn gitaar en dat was even geleden. Het contrast tussen het explosieve gitaarwerk en de dromerige zang wordt fraai onderstreept met subtiele keyboards, die weer uitstekend bassen bij de ritmes, die hier en daar opschuiven richting postpunk.
Zeker de wat stevigere tracks zullen zeer in de smaak vallen bij een ieder die Yo La Tengo gedurende de jaren 90 omarmde, maar ook de wat meer ingetogen tracks op het album zijn prachtig, zeker wanneer Ira Kaplan en Georgia Hubley de zang samen voor hun rekening nemen in het folky Aselestine. This Stupid World bevat bijna vijftig minuten muziek, waarin slechts ruimte is voor negen tracks. De wat langere tracks domineren op het album en bieden Yo La Tengo de mogelijkheid om te improviseren en te jammen.
Bands die zo lang mee gaan als de band uit Hoboken, New Jersey, klinken inmiddels uitgeblust of op zijn minst wat belegen, maar Ira Kaplan, James McNew en Georgia Hubley klinken op hun nieuwe album als een stel jonge honden. Het is geen hele lichte kost die Yo La Tengo ons op This Stupid World voorschotelt, maar zeker als je ervoor in de stemming bent is het album een bijzonder fascinerende luistertrip die herinnert aan de beste dagen van de band. Het is een luistertrip die vraagt om flink volume, waarna het alleen maar mooier wordt. Fascinerende band, geweldig album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Yo La Tengo - This Stupid World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yo La Tengo - This Stupid World
Yo La Tengo was toch vooral een band met een rijk verleden, maar op het geweldige This Stupid World klinken de drie leden van de band weer als een stel jonge honden en zijn ze goed voor de ene na de andere prachtsong
Ik had geen hele hoge verwachtingen van het deze week verschenen This Stupid World van Yo La Tengo, maar wat heeft de Amerikaanse band een weergaloos album afgeleverd. This Stupid World is een fascinerend album, dat continu van kleur verschiet. De band experimenteert er flink op los met een stevige dosis gitaargeweld, maar kan ook dromerig of zelfs benevelend klinken. In alle songs op het album gebeurt er van alles en steeds weer raken Ira Kaplan, James McNew en Georgia Hubley aan hun beste werk. This Stupid World is een album vol avontuur en zonder compromissen en het is ook nog eens een album met de ruwe energie van een live-album. Yo La Tengo op zijn best, dat was even geleden.
De Amerikaanse band Yo La Tengo werd halverwege de jaren 80 opgericht en bouwde met name in de jaren 90 en gedurende het eerste decennium van dit millennium aan een imposant oeuvre. Sinds 2010 bracht de band uit Hoboken, New Jersey, helaas slechts vier albums uit, waarvan het atypische We Have Amnesia Sometimes uit 2020 tot voor kort de laatste was. Het deze week verschenen This Stupid World ligt niet in het verlengde van het instrumentale pandemiealbum van de Amerikaanse band en moet gezien worden als de opvolger van het inmiddels al weer bijna vijf jaar oude There's A Riot Going.
Omdat de laatste paar Yo La Tengo albums toch wel wat minder waren dan het beste werk van de band, had ik geen hele hoge verwachtingen van This Stupid World, maar Yo La Tengo is een band die je nooit moet onderschatten. This Stupid World is een album waarover je niet te snel moet oordelen, maar nu ik het album flink wat keren heb gehoord, durf ik wel te concluderen dat Yo La Tengo in heel wat jaren niet zo’n goed album heeft gemaakt.
This Stupid World opent met het ruim zeven minuten durende Sinatra Drive Breakdown, dat direct de toon zet. De track wordt gedragen door wat monotone baslijnen van James McNew en al even monotoon drumwerk van Georgia Hubley. Georgia Hubley en Yo La Tengo voorman Ira Kaplan voegen hier en daar wat dromerige vocalen toe, maar het grootste deel van de tijd wordt door Ira Kaplan gevuld met gruizig en af en toe ontsporend gitaarwerk. Sinatra Drive Breakdown heeft door het wat monotone ritme en de dromerige zang een bijna hypnotiserende werking, al houdt het scheurende gitaarwerk je continu bij de les.
Ira Kaplan, James McNew en Georgia Hubley maakten This Stupid World met zijn drieën en namen ook de productie en de mix voor hun rekening. Het levert een album op met de ruwe energie van een live-album en dat past uitstekend bij de muziek van de Amerikaanse band. In een deel van de tracks gaat Ira Kaplan volledig los met zijn gitaar en dat was even geleden. Het contrast tussen het explosieve gitaarwerk en de dromerige zang wordt fraai onderstreept met subtiele keyboards, die weer uitstekend bassen bij de ritmes, die hier en daar opschuiven richting postpunk.
Zeker de wat stevigere tracks zullen zeer in de smaak vallen bij een ieder die Yo La Tengo gedurende de jaren 90 omarmde, maar ook de wat meer ingetogen tracks op het album zijn prachtig, zeker wanneer Ira Kaplan en Georgia Hubley de zang samen voor hun rekening nemen in het folky Aselestine. This Stupid World bevat bijna vijftig minuten muziek, waarin slechts ruimte is voor negen tracks. De wat langere tracks domineren op het album en bieden Yo La Tengo de mogelijkheid om te improviseren en te jammen.
Bands die zo lang mee gaan als de band uit Hoboken, New Jersey, klinken inmiddels uitgeblust of op zijn minst wat belegen, maar Ira Kaplan, James McNew en Georgia Hubley klinken op hun nieuwe album als een stel jonge honden. Het is geen hele lichte kost die Yo La Tengo ons op This Stupid World voorschotelt, maar zeker als je ervoor in de stemming bent is het album een bijzonder fascinerende luistertrip die herinnert aan de beste dagen van de band. Het is een luistertrip die vraagt om flink volume, waarna het alleen maar mooier wordt. Fascinerende band, geweldig album. Erwin Zijleman
YOKKO - Seven Seas (2014)

4,0
0
geplaatst: 11 februari 2015, 11:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: YOKKO - Seven Seas - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Of het een trend is weet ik niet, maar feit is dat ik voor de tweede dag op rij een plaat bespreek die (in Nederland) alleen in digitale vorm verkrijgbaar is. Persoonlijk vind ik dat jammer. Ik heb niets tegen de geluidskwaliteit van digitale muziek, maar het niet in handen hebben van een fysiek product maakt de totale beleving voor mij net wat minder bijzonder. Liever een LP dan een MP3 voor mij. Ouderwets waarschijnlijk, maar het is niet anders.
Het is echter geen reden om voorbij te gaan aan Seven Seas van YOKKO, want dit is een plaat die zich bij mij de afgelopen weken nadrukkelijk heeft opgedrongen (mede dankzij de wel degelijk fysieke promo).
YOKKO is een Zwitserse band die inmiddels al een aantal jaren bestaat en al die jaren heeft gewerkt aan haar debuut. Dat is te horen, want wat is Seven Seas een groots en volwassen klinkende plaat.
Op haar debuut maakt YOKKO muziek die lijkt gemaakt voor de grote arena’s. De band leunt hierbij zwaar op grote bands uit de afgelopen decennia, maar omdat de inspiratiebronnen van YOKKO zo zijn verspreid door de tijd hebben de Zwitsers wel degelijk een eigen geluid.
Het is een geluid waarin mooie gitaarmuren worden gecombineerd met zwaar aangezette elektronica en een lekker stevig beukende ritmesectie. Denk aan alles tussen Editors, Snow Patrol en The Killers, alles tussen INXS, Icehouse en U2 of alles tussen de namen van een aantal willekeurige andere grote bands uit het recente verleden.
YOKKO maakt op haar debuut songs die bij de eerste keer horen memorabel zijn en hierna hun kracht niet meer verliezen. In de instrumentatie ben ik vooral gecharmeerd van het heerlijke gitaarwerk, maar de belangrijkste troef van de band is ongetwijfeld zanger Adrian Erni, die menig groot rockzanger naar de kroon steekt.
Liefhebbers van kleine popliedjes zijn bij YOKKO absoluut aan het verkeerde adres. Bijna alles op Seven Seas is groots en meeslepend en als er al ruimte is voor een rustmomentje is het ongetwijfeld de aanzet tot een zwaar aangezette finale.
Toch is Seven Seas een plaat vol dynamiek. Ook grootse en meeslepende songs hebben uitbundige en minder uitbundige momenten en YOKKO blijkt zeer bedreven in het schakelen tussen deze momenten. En als de band dan een keer kiest voor een redelijk ingetogen song, blijft het dankzij de geweldige zang van Adrian Erni heel makkelijk overeind.
Luister naar Seven Seas en je hoort een gelouterde band, die inmiddels een breed publiek lijkt te hebben veroverd. Zo lang is YOKKO in de praktijk nog lang niet, maar de band is er zeker klaar voor.
Seven Seas is een plaat vol met songs waarvoor de genoemde grote voorbeelden zich niet zouden schamen en ook in instrumentaal en zeker vocaal opzicht doet YOKKO absoluut niet onder voor de concurrentie. Snel omarmen dus deze Zwitsers.
Seven Seas is inmiddels te vinden op meerdere streaming en MP3 diensten. Liefhebbers van een echte cd moeten er helaas flink wat peperdure Zwitserse Franken tegenaan gooien. Het is het overigens wel waard. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: YOKKO - Seven Seas - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Of het een trend is weet ik niet, maar feit is dat ik voor de tweede dag op rij een plaat bespreek die (in Nederland) alleen in digitale vorm verkrijgbaar is. Persoonlijk vind ik dat jammer. Ik heb niets tegen de geluidskwaliteit van digitale muziek, maar het niet in handen hebben van een fysiek product maakt de totale beleving voor mij net wat minder bijzonder. Liever een LP dan een MP3 voor mij. Ouderwets waarschijnlijk, maar het is niet anders.
Het is echter geen reden om voorbij te gaan aan Seven Seas van YOKKO, want dit is een plaat die zich bij mij de afgelopen weken nadrukkelijk heeft opgedrongen (mede dankzij de wel degelijk fysieke promo).
YOKKO is een Zwitserse band die inmiddels al een aantal jaren bestaat en al die jaren heeft gewerkt aan haar debuut. Dat is te horen, want wat is Seven Seas een groots en volwassen klinkende plaat.
Op haar debuut maakt YOKKO muziek die lijkt gemaakt voor de grote arena’s. De band leunt hierbij zwaar op grote bands uit de afgelopen decennia, maar omdat de inspiratiebronnen van YOKKO zo zijn verspreid door de tijd hebben de Zwitsers wel degelijk een eigen geluid.
Het is een geluid waarin mooie gitaarmuren worden gecombineerd met zwaar aangezette elektronica en een lekker stevig beukende ritmesectie. Denk aan alles tussen Editors, Snow Patrol en The Killers, alles tussen INXS, Icehouse en U2 of alles tussen de namen van een aantal willekeurige andere grote bands uit het recente verleden.
YOKKO maakt op haar debuut songs die bij de eerste keer horen memorabel zijn en hierna hun kracht niet meer verliezen. In de instrumentatie ben ik vooral gecharmeerd van het heerlijke gitaarwerk, maar de belangrijkste troef van de band is ongetwijfeld zanger Adrian Erni, die menig groot rockzanger naar de kroon steekt.
Liefhebbers van kleine popliedjes zijn bij YOKKO absoluut aan het verkeerde adres. Bijna alles op Seven Seas is groots en meeslepend en als er al ruimte is voor een rustmomentje is het ongetwijfeld de aanzet tot een zwaar aangezette finale.
Toch is Seven Seas een plaat vol dynamiek. Ook grootse en meeslepende songs hebben uitbundige en minder uitbundige momenten en YOKKO blijkt zeer bedreven in het schakelen tussen deze momenten. En als de band dan een keer kiest voor een redelijk ingetogen song, blijft het dankzij de geweldige zang van Adrian Erni heel makkelijk overeind.
Luister naar Seven Seas en je hoort een gelouterde band, die inmiddels een breed publiek lijkt te hebben veroverd. Zo lang is YOKKO in de praktijk nog lang niet, maar de band is er zeker klaar voor.
Seven Seas is een plaat vol met songs waarvoor de genoemde grote voorbeelden zich niet zouden schamen en ook in instrumentaal en zeker vocaal opzicht doet YOKKO absoluut niet onder voor de concurrentie. Snel omarmen dus deze Zwitsers.
Seven Seas is inmiddels te vinden op meerdere streaming en MP3 diensten. Liefhebbers van een echte cd moeten er helaas flink wat peperdure Zwitserse Franken tegenaan gooien. Het is het overigens wel waard. Erwin Zijleman
Yola - Walk Through Fire (2019)

4,5
2
geplaatst: 26 februari 2019, 16:32 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yola - Walk Through The Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yola - Walk Through The Fire
Yola imponeert op haar solodebuut van een hoeveelheid soul om bang van te worden en neemt je mee terug naar de hoogtijdagen van de Southern soul en countrysoul
Jaren geleden maakte Yola al diepe indruk als zangeres van de helaas nooit doorgebroken band Phantom Limb, maar die doorbraak moet er nu echt gaan komen. Aan de hand van producer Dan Auerbach heeft Yola een plaat gemaakt die herinnert aan soulmuziek uit vervlogen tijden. Dan Auerbach zet een fraai retro soulgeluid neer vol echo’s uit de Southern soul en de countrysoul, waarna Yola alleen maar de sterren van de hemel hoeft te zingen. Dat doet de Britse zangeres vol overtuiging. Yola heeft op haar solodebuut alles wat een goede soulzangeres moet hebben en overtuigt twaalf songs lang.
Yola wordt hier en daar binnengehaald als een nieuwe soulster, maar de Britse zangeres gaat al een tijdje mee. Als Yolanda Quartey is ze op flink wat platen te horen als achtergrondzangeres en diezelfde Yolanda Quartey maakte een jaar of zes geleden diepe indruk als zangeres van de uit het Britse Bristol afkomstige band Phantom Limb.
Phantom Limb leek destijds minstens net zo groot te gaan worden als tijdgenoten als The Alabama Shakes, maar net toen de doorbraak aanstaande leek na de release van het imponerende The Pines viel het doek voor de band.
Het is slechts één van de vele tegenslagen in het leven van Yolanda Quartey, die niets voor niets heeft gekregen in het leven. Bij toeval werd de Britse zangeres een paar jaar geleden ontdekt door producer Dan Auerbach en sindsdien lacht het geluk haar dan eindelijk toe. Yolanda Quartey maakt nu een nieuwe start als Yola en heeft met Walk Through Fire een geweldige plaat afgeleverd.
Het is een plaat waarop Dan Auerbach nadrukkelijk zijn stempel heeft gedrukt als producer. Walk Trough The Fire is voorzien van een productie die tot dusver vooral wordt ontvangen met woorden als netjes, clean en braaf, maar ik ben zelf zeer te spreken over de productie van het solodebuut van Yola.
Dan Auerbach heeft Walk Through The Fire voorzien van een mooi helder geluid waarin ieder instrument goed te onderscheiden is. Dat is knap, want de Amerikaanse producer heeft flink wat instrumenten uit de kast getrokken voor het debuut van Yola. Walk Through The Fire is rijkelijk voorzien van gitaren, orgels en violen en is hiernaast nog eens versierd met talloze andere instrumenten.
Het is een productie die hier en daar zelfs neigt naar die van Phil Spector (luister maar eens naar het bombastische Lonely The Night), al kiest Dan Auerbach in de meeste songs op de plaat voor een geluid dat je mee terug neemt naar de hoogtijdagen van de Southern soul en de countrysoul.
De Britse Yola klinkt op Walk Through The Fire dan ook vooral Amerikaans, al hoor ik hier en daar ook wel wat van de blue-eyed soul van Dusty Springfield, die haar beste platen natuurlijk ook maakte in het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
De instrumentatie op en de productie van Walk Through The Fire zijn verzorgd, vol en hier en daar honingzoet, maar het geluid op de plaat staat gelukkig volledig in dienst van de stem van Yola, die van de eerste tot de laatste noot van haar debuut de pannen van het dak zingt.
De Britse zangeres heeft in haar tenen al meer soul dan de meeste andere soulzangeressen van het moment in hun hele lijf en imponeert met rauwe uithalen die herinneren uit de groten uit het genre. Yola kan echter niet alleen uithalen, maar kan ook prachtig doseren of zelfs ingetogen en gevoelig zingen. Ik voorspelde haar jaren geleden al een hele mooie toekomst toen ze indruk maakte met The Pines. Toen kwam het er even niet van, maar met Walk Trough The Fire moet Yola toch potten gaan breken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Yola - Walk Through The Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yola - Walk Through The Fire
Yola imponeert op haar solodebuut van een hoeveelheid soul om bang van te worden en neemt je mee terug naar de hoogtijdagen van de Southern soul en countrysoul
Jaren geleden maakte Yola al diepe indruk als zangeres van de helaas nooit doorgebroken band Phantom Limb, maar die doorbraak moet er nu echt gaan komen. Aan de hand van producer Dan Auerbach heeft Yola een plaat gemaakt die herinnert aan soulmuziek uit vervlogen tijden. Dan Auerbach zet een fraai retro soulgeluid neer vol echo’s uit de Southern soul en de countrysoul, waarna Yola alleen maar de sterren van de hemel hoeft te zingen. Dat doet de Britse zangeres vol overtuiging. Yola heeft op haar solodebuut alles wat een goede soulzangeres moet hebben en overtuigt twaalf songs lang.
Yola wordt hier en daar binnengehaald als een nieuwe soulster, maar de Britse zangeres gaat al een tijdje mee. Als Yolanda Quartey is ze op flink wat platen te horen als achtergrondzangeres en diezelfde Yolanda Quartey maakte een jaar of zes geleden diepe indruk als zangeres van de uit het Britse Bristol afkomstige band Phantom Limb.
Phantom Limb leek destijds minstens net zo groot te gaan worden als tijdgenoten als The Alabama Shakes, maar net toen de doorbraak aanstaande leek na de release van het imponerende The Pines viel het doek voor de band.
Het is slechts één van de vele tegenslagen in het leven van Yolanda Quartey, die niets voor niets heeft gekregen in het leven. Bij toeval werd de Britse zangeres een paar jaar geleden ontdekt door producer Dan Auerbach en sindsdien lacht het geluk haar dan eindelijk toe. Yolanda Quartey maakt nu een nieuwe start als Yola en heeft met Walk Through Fire een geweldige plaat afgeleverd.
Het is een plaat waarop Dan Auerbach nadrukkelijk zijn stempel heeft gedrukt als producer. Walk Trough The Fire is voorzien van een productie die tot dusver vooral wordt ontvangen met woorden als netjes, clean en braaf, maar ik ben zelf zeer te spreken over de productie van het solodebuut van Yola.
Dan Auerbach heeft Walk Through The Fire voorzien van een mooi helder geluid waarin ieder instrument goed te onderscheiden is. Dat is knap, want de Amerikaanse producer heeft flink wat instrumenten uit de kast getrokken voor het debuut van Yola. Walk Through The Fire is rijkelijk voorzien van gitaren, orgels en violen en is hiernaast nog eens versierd met talloze andere instrumenten.
Het is een productie die hier en daar zelfs neigt naar die van Phil Spector (luister maar eens naar het bombastische Lonely The Night), al kiest Dan Auerbach in de meeste songs op de plaat voor een geluid dat je mee terug neemt naar de hoogtijdagen van de Southern soul en de countrysoul.
De Britse Yola klinkt op Walk Through The Fire dan ook vooral Amerikaans, al hoor ik hier en daar ook wel wat van de blue-eyed soul van Dusty Springfield, die haar beste platen natuurlijk ook maakte in het diepe zuiden van de Verenigde Staten.
De instrumentatie op en de productie van Walk Through The Fire zijn verzorgd, vol en hier en daar honingzoet, maar het geluid op de plaat staat gelukkig volledig in dienst van de stem van Yola, die van de eerste tot de laatste noot van haar debuut de pannen van het dak zingt.
De Britse zangeres heeft in haar tenen al meer soul dan de meeste andere soulzangeressen van het moment in hun hele lijf en imponeert met rauwe uithalen die herinneren uit de groten uit het genre. Yola kan echter niet alleen uithalen, maar kan ook prachtig doseren of zelfs ingetogen en gevoelig zingen. Ik voorspelde haar jaren geleden al een hele mooie toekomst toen ze indruk maakte met The Pines. Toen kwam het er even niet van, maar met Walk Trough The Fire moet Yola toch potten gaan breken. Erwin Zijleman
Yorick van Norden - Playing by Ear (2021)

4,0
0
geplaatst: 17 november 2021, 17:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yorick van Norden - Playing By Ear - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yorick van Norden - Playing By Ear
Yorick van Norden maakte drie jaar geleden indruk met knappe songs vol invloeden uit de jaren 70, die hij op het razend knappe Playing By Ear heeft gemoderniseerd en heeft voorzien van een eigen smoel
De Nederlandse muzikant Yorick van Norden maakt ook op zijn nieuwe album Playing By Ear geen geheim van zijn muzikale helden, die hun gloriejaren meestal beleefden in de jaren 70. Waar de Nederlandse muzikant zijn songs op The Jester uit 2018 nog overgoot met een smaakvolle maar ook wat zware jaren 70 saus, klinken de songs op zijn nieuwe album Playing By Ear frisser, lichter en eigentijdser. Ook Playing By Ear is een zoekplaatje vol echo’s uit de geschiedenis van de popmuziek, maar Yorick van Norden heeft dit keer ook een duidelijker eigen geluid. Het is een smaakvol geluid vol diepgang en mooie verrassingen, maar het is ook een geluid dat de zon nog even laat schijnen.
Ik begon drie jaar geleden met enige aarzeling aan mijn eerste beluistering van het tweede album van de Nederlandse muzikant Yorick van Norden, maar The Jester overtuigde me vrijwel onmiddellijk. Op The Jester maakte Yorick van Norden geen moment een geheim van zijn bewondering voor een aantal muzikale helden uit de jaren 70 en met name voor het werk van The Beatles, maar hij stapte niet in de valkuil waar veel van zijn muzikale soortgenoten helaas wel in stappen.
Wanneer het halen van inspiratie uit de jaren 70 omslaat in het nauwkeurig reproduceren van de muziek uit dit decennium, haak ik over het algemeen snel af. En dit is precies wat Yorick van Norden niet deed op The Jester, maar wel hetgeen waar ik op voorhand bang voor was. The Jester stond weliswaar met één been in de jaren 70, maar bleef daar gelukkig niet in hangen, waardoor Yorick van Norden ook de soundtrack voor de nazomer van 2018 afleverde.
Deze week keert de Nederlandse muzikant terug met zijn derde soloalbum, Playing By Ear. Na het succes van The Jester kreeg Yorick van Norden te maken met een aantal diepe dalen in zijn leven. Zijn moeder overleed aan een erfelijke nierziekte, waaraan hij inmiddels zelf ook blijkt te lijden, net als zijn zus. Vervolgens kwam ook nog eens de coronapandemie, die een streep zette door het mooie plan om zijn derde soloalbum op te nemen in de legendarische Abbey Road Studios in Londen.
Yorick van Norden week noodgedwongen uit naar een Nederlandse studio en dat is misschien helemaal niet zo slecht geweest. Een album opnemen in de roemruchte studio’s in Londen had Playing By Ear mogelijk toch wat meer de kant van de retro opgetrokken, maar het in Nederland opgenomen album klinkt opvallend fris en eigentijds.
Op de cover van het album zien we het kleine huisje op het Canarische Eiland La Palma, dat welhaast door een wonder ontsnapte aan de allesverwoestende lavastromen. Het is een mooi beeld dat houvast geeft in deze bijzondere tijden, waarbij we maar even moeten vergeten dat het huisje later alsnog ten prooi is gevallen aan de lavastromen.
Yorick van Norden liet op The Jester horen dat hij een uitstekend songwriter is, die ook zijn klassiekers kent. Dat laatste hoor je ook weer op Playing By Ear, dat hier en daar klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, zonder de muziek van weleer te willen reproduceren.
Dat Yorick van Norden een getalenteerd songwriter is, hoor je misschien nog wel beter dan op het vorige album van de Nederlandse muzikant. Playing By Ear staat vol met songs waar je, ondanks de melancholie op het album, onmiddellijk vrolijk van wordt en wat zijn het goede songs.
Het zijn songs die bijzonder aangenaam en zeer gevarieerd zijn ingekleurd, wat mede de verdienste is van producer Tom Broshuis (Mister and Mississippi), die de tijdloze songs van Yorick van Norden steeds weer voorziet van een eigentijds geluid met wat echo’s uit het verleden.
Die echo’s uit het verleden komen dit keer niet alleen uit de jaren 70, want ik hoor ook invloeden van menig klassieker uit de Excelsior stal, waartoe Yorick van Norden inmiddels zelf ook behoort, en van de Britse bands die zich decennia na het uit elkaar vallen van The Beatles lieten beïnvloeden door de muzikale erfenis van de Fab Four. The Jester was voor mij nog een album vol belofte, maar met Playing By Ear maakt Yorick van Norden de belofte meer dan waar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Yorick van Norden - Playing By Ear - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Yorick van Norden - Playing By Ear
Yorick van Norden maakte drie jaar geleden indruk met knappe songs vol invloeden uit de jaren 70, die hij op het razend knappe Playing By Ear heeft gemoderniseerd en heeft voorzien van een eigen smoel
De Nederlandse muzikant Yorick van Norden maakt ook op zijn nieuwe album Playing By Ear geen geheim van zijn muzikale helden, die hun gloriejaren meestal beleefden in de jaren 70. Waar de Nederlandse muzikant zijn songs op The Jester uit 2018 nog overgoot met een smaakvolle maar ook wat zware jaren 70 saus, klinken de songs op zijn nieuwe album Playing By Ear frisser, lichter en eigentijdser. Ook Playing By Ear is een zoekplaatje vol echo’s uit de geschiedenis van de popmuziek, maar Yorick van Norden heeft dit keer ook een duidelijker eigen geluid. Het is een smaakvol geluid vol diepgang en mooie verrassingen, maar het is ook een geluid dat de zon nog even laat schijnen.
Ik begon drie jaar geleden met enige aarzeling aan mijn eerste beluistering van het tweede album van de Nederlandse muzikant Yorick van Norden, maar The Jester overtuigde me vrijwel onmiddellijk. Op The Jester maakte Yorick van Norden geen moment een geheim van zijn bewondering voor een aantal muzikale helden uit de jaren 70 en met name voor het werk van The Beatles, maar hij stapte niet in de valkuil waar veel van zijn muzikale soortgenoten helaas wel in stappen.
Wanneer het halen van inspiratie uit de jaren 70 omslaat in het nauwkeurig reproduceren van de muziek uit dit decennium, haak ik over het algemeen snel af. En dit is precies wat Yorick van Norden niet deed op The Jester, maar wel hetgeen waar ik op voorhand bang voor was. The Jester stond weliswaar met één been in de jaren 70, maar bleef daar gelukkig niet in hangen, waardoor Yorick van Norden ook de soundtrack voor de nazomer van 2018 afleverde.
Deze week keert de Nederlandse muzikant terug met zijn derde soloalbum, Playing By Ear. Na het succes van The Jester kreeg Yorick van Norden te maken met een aantal diepe dalen in zijn leven. Zijn moeder overleed aan een erfelijke nierziekte, waaraan hij inmiddels zelf ook blijkt te lijden, net als zijn zus. Vervolgens kwam ook nog eens de coronapandemie, die een streep zette door het mooie plan om zijn derde soloalbum op te nemen in de legendarische Abbey Road Studios in Londen.
Yorick van Norden week noodgedwongen uit naar een Nederlandse studio en dat is misschien helemaal niet zo slecht geweest. Een album opnemen in de roemruchte studio’s in Londen had Playing By Ear mogelijk toch wat meer de kant van de retro opgetrokken, maar het in Nederland opgenomen album klinkt opvallend fris en eigentijds.
Op de cover van het album zien we het kleine huisje op het Canarische Eiland La Palma, dat welhaast door een wonder ontsnapte aan de allesverwoestende lavastromen. Het is een mooi beeld dat houvast geeft in deze bijzondere tijden, waarbij we maar even moeten vergeten dat het huisje later alsnog ten prooi is gevallen aan de lavastromen.
Yorick van Norden liet op The Jester horen dat hij een uitstekend songwriter is, die ook zijn klassiekers kent. Dat laatste hoor je ook weer op Playing By Ear, dat hier en daar klinkt als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, zonder de muziek van weleer te willen reproduceren.
Dat Yorick van Norden een getalenteerd songwriter is, hoor je misschien nog wel beter dan op het vorige album van de Nederlandse muzikant. Playing By Ear staat vol met songs waar je, ondanks de melancholie op het album, onmiddellijk vrolijk van wordt en wat zijn het goede songs.
Het zijn songs die bijzonder aangenaam en zeer gevarieerd zijn ingekleurd, wat mede de verdienste is van producer Tom Broshuis (Mister and Mississippi), die de tijdloze songs van Yorick van Norden steeds weer voorziet van een eigentijds geluid met wat echo’s uit het verleden.
Die echo’s uit het verleden komen dit keer niet alleen uit de jaren 70, want ik hoor ook invloeden van menig klassieker uit de Excelsior stal, waartoe Yorick van Norden inmiddels zelf ook behoort, en van de Britse bands die zich decennia na het uit elkaar vallen van The Beatles lieten beïnvloeden door de muzikale erfenis van de Fab Four. The Jester was voor mij nog een album vol belofte, maar met Playing By Ear maakt Yorick van Norden de belofte meer dan waar. Erwin Zijleman
Yorick van Norden - The Jester (2018)

4,5
2
geplaatst: 15 september 2018, 10:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Yorick van Norden - The Jester - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Haarlemse muzikant imponeert met zonnige en volstrekt tijdloze popliedjes van hoog niveau
Ik begon vrijwel blanco aan The Jester, maar toen de eerste luisterbeurt er op zat bleef mijn mond open staan van verbazing. Yorick van Norden imponeert op The Jester met een serie volstrekt tijdloze popliedjes vol echo’s uit het verleden, maar ook allerlei bruggetjes naar het heden. Het zijn popliedjes die de zon laten schijnen, maar het zijn ook popliedjes vol briljante vondsten en subtiele verwijzingen naar de allergrootsten uit de popmuziek. Op de eerste helft domineren de gitaren, de tweede helft is veel rijker georkestreerd, maar alles is even mooi en bijzonder. Een diepe buiging is op zijn plaats voor het razend knappe The Jester.
Yorick van Norden kende ik tot voor kort eerlijk gezegd alleen van het in de pers breed uitgemeten en natuurlijk ook mooie verhaal over een ernstig zieke Amerikaanse fan die een geslaagde crowdfunding campagne opzette om de Nederlandse muzikant naar de VS te halen voor een aantal huiskamerconcerten.
Yorick van Norden speelde hiervoor in de band The Hype, bracht een paar jaar geleden een goed ontvangen solodebuut uit en deed een tweetal zeer succesvolle theatershows met onder andere Anne Soldaat, Leo Blokhuis, Tim Knol en Janne Schra.
Het is me allemaal ontgaan, waardoor ik volledig blanco kon beginnen aan de tweede soloplaat van de muzikant uit Haarlem.
Stiekem ben ik natuurlijk ook wel even in het verleden van Yorick van Norden gedoken en kwam ik er achter dat in de genoemde theatershows vergeten helden en vergeten klassieke songs uit de jaren 60 en 70 centraal stonden. Bij beluistering van The Jester is onmiddellijk duidelijk dat Yorick van Norden veel heeft opgestoken van deze theatershows, want op zijn tweede plaat schrijft hij de tijdloze popliedjes vol invloeden uit het verre verleden gewoon zelf.
Laat The Jester uit de speakers komen en je wordt onmiddellijk een aantal decennia teruggeworpen in de tijd. Yorick van Norden maakte op jonge leeftijd kennis met de muziek van The Beatles en dat is duidelijk te horen op The Jester. Veel songs op de plaat maken geen geheim van een diepere bewondering voor het oeuvre van The Beatles, waarbij de songs van Paul McCartney een streepje voor lijken te hebben.
Het blijft echter niet bij invloeden van The Beatles alleen, want Yorick van Norden sleept er op The Jester van alles bij. The Jester klinkt vaak heerlijk psychedelisch, maar de plaat strooit ook driftig met heerlijk zonnige gitaarpop en heeft zich ook zeker laten inspireren door de klassiekers van The Beach Boys.
Het siert Yorick van Norden dat hij niet bij al het moois uit het verleden is blijven steken, maar ook eigentijdse invloeden heeft toegevoegd aan zijn muziek. Zeker wanneer de gitaren op hun zonnigst klinken en de melodieën honingzoet zijn, sluit de Haarlemse muzikant aan bij de serie briljante lenteplaten van zijn label Excelsior Recordings (Daryll-Ann, Johan), maar Yorick van Norden schrijft ook songs waar de broertjes Gallagher uit Manchester waarschijnlijk stikjaloers op zijn. The Jester bevat immers een aantal Beatlesque prachtsongs die Oasis graag gemaakt zou hebben in haar gloriejaren.
De twee plaatkanten van The Jester zijn behoorlijk verschillend. Waar de eerste plaatkant grossiert in zonnige gitaarpop, bevat de tweede plaatkant wat rijker georkestreerde songs. Het zijn songs vol strijkers die ook wat meer ingetogen klinken dan die op de eerste plaatkant, maar de briljante popliedjes blijven maar komen.
Ik raad absoluut aan om The Jester ook een paar keer met de koptelefoon te beluisteren, want dan pas hoor je hoe veel moois en bijzonders is verstopt in de productie en instrumentatie, waarbij steeds meer flarden uit een ver verleden opduiken, maar ook steeds meer van het talent van Yorick van Worden te horen is.
Excelsior had in het verleden het patent op platen die garant stonden voor een mooie lente en zomer. De release van The Jester komt wat dat betreft misschien op een vreemd moment, maar het feit dat de temperaturen de komende dagen weer oplopen tot zomerse waarden kan geen toeval zijn. Briljante plaat! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Yorick van Norden - The Jester - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Haarlemse muzikant imponeert met zonnige en volstrekt tijdloze popliedjes van hoog niveau
Ik begon vrijwel blanco aan The Jester, maar toen de eerste luisterbeurt er op zat bleef mijn mond open staan van verbazing. Yorick van Norden imponeert op The Jester met een serie volstrekt tijdloze popliedjes vol echo’s uit het verleden, maar ook allerlei bruggetjes naar het heden. Het zijn popliedjes die de zon laten schijnen, maar het zijn ook popliedjes vol briljante vondsten en subtiele verwijzingen naar de allergrootsten uit de popmuziek. Op de eerste helft domineren de gitaren, de tweede helft is veel rijker georkestreerd, maar alles is even mooi en bijzonder. Een diepe buiging is op zijn plaats voor het razend knappe The Jester.
Yorick van Norden kende ik tot voor kort eerlijk gezegd alleen van het in de pers breed uitgemeten en natuurlijk ook mooie verhaal over een ernstig zieke Amerikaanse fan die een geslaagde crowdfunding campagne opzette om de Nederlandse muzikant naar de VS te halen voor een aantal huiskamerconcerten.
Yorick van Norden speelde hiervoor in de band The Hype, bracht een paar jaar geleden een goed ontvangen solodebuut uit en deed een tweetal zeer succesvolle theatershows met onder andere Anne Soldaat, Leo Blokhuis, Tim Knol en Janne Schra.
Het is me allemaal ontgaan, waardoor ik volledig blanco kon beginnen aan de tweede soloplaat van de muzikant uit Haarlem.
Stiekem ben ik natuurlijk ook wel even in het verleden van Yorick van Norden gedoken en kwam ik er achter dat in de genoemde theatershows vergeten helden en vergeten klassieke songs uit de jaren 60 en 70 centraal stonden. Bij beluistering van The Jester is onmiddellijk duidelijk dat Yorick van Norden veel heeft opgestoken van deze theatershows, want op zijn tweede plaat schrijft hij de tijdloze popliedjes vol invloeden uit het verre verleden gewoon zelf.
Laat The Jester uit de speakers komen en je wordt onmiddellijk een aantal decennia teruggeworpen in de tijd. Yorick van Norden maakte op jonge leeftijd kennis met de muziek van The Beatles en dat is duidelijk te horen op The Jester. Veel songs op de plaat maken geen geheim van een diepere bewondering voor het oeuvre van The Beatles, waarbij de songs van Paul McCartney een streepje voor lijken te hebben.
Het blijft echter niet bij invloeden van The Beatles alleen, want Yorick van Norden sleept er op The Jester van alles bij. The Jester klinkt vaak heerlijk psychedelisch, maar de plaat strooit ook driftig met heerlijk zonnige gitaarpop en heeft zich ook zeker laten inspireren door de klassiekers van The Beach Boys.
Het siert Yorick van Norden dat hij niet bij al het moois uit het verleden is blijven steken, maar ook eigentijdse invloeden heeft toegevoegd aan zijn muziek. Zeker wanneer de gitaren op hun zonnigst klinken en de melodieën honingzoet zijn, sluit de Haarlemse muzikant aan bij de serie briljante lenteplaten van zijn label Excelsior Recordings (Daryll-Ann, Johan), maar Yorick van Norden schrijft ook songs waar de broertjes Gallagher uit Manchester waarschijnlijk stikjaloers op zijn. The Jester bevat immers een aantal Beatlesque prachtsongs die Oasis graag gemaakt zou hebben in haar gloriejaren.
De twee plaatkanten van The Jester zijn behoorlijk verschillend. Waar de eerste plaatkant grossiert in zonnige gitaarpop, bevat de tweede plaatkant wat rijker georkestreerde songs. Het zijn songs vol strijkers die ook wat meer ingetogen klinken dan die op de eerste plaatkant, maar de briljante popliedjes blijven maar komen.
Ik raad absoluut aan om The Jester ook een paar keer met de koptelefoon te beluisteren, want dan pas hoor je hoe veel moois en bijzonders is verstopt in de productie en instrumentatie, waarbij steeds meer flarden uit een ver verleden opduiken, maar ook steeds meer van het talent van Yorick van Worden te horen is.
Excelsior had in het verleden het patent op platen die garant stonden voor een mooie lente en zomer. De release van The Jester komt wat dat betreft misschien op een vreemd moment, maar het feit dat de temperaturen de komende dagen weer oplopen tot zomerse waarden kan geen toeval zijn. Briljante plaat! Erwin Zijleman
Yoshika Colwell - On the Wing (2025)

4,0
0
geplaatst: 1 augustus 2025, 21:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Yoshika Colwell - On The Wing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Yoshika Colwell - On The Wing
De Britse muzikante Yoshika Colwell heeft haar debuutalbum On The Wing niet op het handigste moment uitgebracht, maar het is wel een bijzonder mooi album dat een eigen draai geeft aan invloeden uit de Britse folk
Luister naar On The Wing van de Britse muzikante Yoshika Colwell en je kunt eigenlijk alleen maar concluderen dat alles op haar debuutalbum bijzonder mooi is. De muziek op het album is warm en sfeervol maar is ook veelkleurig en zeer verzorgd. Het past allemaal prachtig bij de stem van Yoshika Colwell, die een Britse folkzangeres kan worden genoemd, maar het is er wel een die anders klinkt dan de meeste andere Britse folkzangeressen. Dat doet de muzikante uit Kent ook met haar songs, die opvallen door de fraaie arrangementen, maar die op hetzelfde moment stil staan bij de pieken en dalen in het leven. Ik lees heel weinig over On The Wing van Yoshika Colwell, maar het is echt een prachtig album.
Midden in de zomer een album uitbrengen is over het algemeen genomen geen handige zet, al is de concurrentie natuurlijk wel een stuk kleiner in een tijd die vaak als komkommertijd wordt omschreven. Toch zou ik een debuutalbum bij voorkeur niet in een periode uitbrengen waarin ook de schrijvende pers voor een belangrijk deel vakantie viert.
Het is een advies dat in de wind is geslagen door de Britse muzikante Yoshika Colwell, die in de laatste week van juli haar debuutalbum On The Wing heeft uitgebracht. Yoshika Colwell komt uit het Britse Kent en woont volgens haar bandcamp pagina in een caravan, waarin ze vooral bezig is met het maken van muziek. Of die informatie nog helemaal actueel is weet ik niet, want op de bandcamp pagina van de Britse muzikante is On The Wing niet te vinden.
Ik heb heel weinig informatie over het album van Yoshika Colwell, maar heb wel gelezen dat On The Wing volgt op een liefdesbreuk en dus een breakup album mag worden genoemd. Ik gun iedere muzikant zijn of haar liefdesgeluk, maar het is over het algemeen wel zo dat een flinke portie persoonlijke misère vaak mooie albums oplevert. Dat is ook zo in het geval van Yoshika Colwell, die met On The Wing een album heeft afgeleverd dat echt veel te mooi is om in de zomermaanden tussen wal en schip te vallen.
Ik heb zoals gezegd maar heel weinig informatie over het album, maar gelukkig spreekt de muziek op On The Wing grotendeels voor zichzelf. Ook zonder achtergrondinformatie hoor ik dat het debuutalbum van Yoshika Colwell een typisch Brits album is. Het is een album met vooral invloeden uit de Britse folk, maar het is niet de spaarzaam ingekleurde Britse folk, maar de wat voller ingekleurde en vaak rijk georkestreerde variant, waarin strijkers een voorname rol spelen.
De songs op On The Wing zijn echt opvallend mooi ingekleurd. De instrumentatie is folky, maar de orkestraties voegen ook een klassiek tintje toe aan de songs op het debuutalbum van Yoshika Colwell. De muziek op het album is vooral akoestisch, maar de organische klanken zijn gevangen in zeer smaakvolle en ook weelderige arrangementen.
De muziek is niet het enige op On The Wing dat ik typisch Brits vind klinken, want ook de stem van Yoshika Colwell en haar zang zijn wat mij typisch Brits. Het is niet eens zo makkelijk om uit te leggen waarom ik dit zo ervaar, want Yoshika Colwell klinkt zeker niet als een typische Britse folkie.
De zang op het debuutalbum van de muzikante uit Kent is niet alleen typisch Brits maar ook opvallend mooi. Het is een stem die bijzonder fraai kleurt bij het rijke en veelkleurige geluid op On The Wing. Het is een geluid dat het vast uitstekend gaat doen op stormachtige herfstavonden of ijskoude winteravonden, maar ook op een broeierige zomerdag doet On The Wing van Yoshika Colwell het opvallend goed.
Ik ben zeer gecharmeerd van de muziek op het debuutalbum van Yoshika Colwell en nog net wat meer van de prachtige stem van de Britse muzikante, maar ook haar songs zijn van een hoog niveau. Het zijn songs die je niet verwacht van een debuterende muzikante, maar Yoshika Colwell heeft er ook al wel wat jaren in de muziek op zitten.
Een muzikante die een bijzonder mooi album als On The Wing uit brengt gun ik alle succes van de wereld, maar ik vrees dat het album in deze periode van het jaar makkelijk tussen wal en schip gaat vallen. Bij mij in ieder geval niet en daar ben ik echt heel blij mee. Ga dit album vooral horen, als het moet na de zomerstop. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Yoshika Colwell - On The Wing - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Yoshika Colwell - On The Wing
De Britse muzikante Yoshika Colwell heeft haar debuutalbum On The Wing niet op het handigste moment uitgebracht, maar het is wel een bijzonder mooi album dat een eigen draai geeft aan invloeden uit de Britse folk
Luister naar On The Wing van de Britse muzikante Yoshika Colwell en je kunt eigenlijk alleen maar concluderen dat alles op haar debuutalbum bijzonder mooi is. De muziek op het album is warm en sfeervol maar is ook veelkleurig en zeer verzorgd. Het past allemaal prachtig bij de stem van Yoshika Colwell, die een Britse folkzangeres kan worden genoemd, maar het is er wel een die anders klinkt dan de meeste andere Britse folkzangeressen. Dat doet de muzikante uit Kent ook met haar songs, die opvallen door de fraaie arrangementen, maar die op hetzelfde moment stil staan bij de pieken en dalen in het leven. Ik lees heel weinig over On The Wing van Yoshika Colwell, maar het is echt een prachtig album.
Midden in de zomer een album uitbrengen is over het algemeen genomen geen handige zet, al is de concurrentie natuurlijk wel een stuk kleiner in een tijd die vaak als komkommertijd wordt omschreven. Toch zou ik een debuutalbum bij voorkeur niet in een periode uitbrengen waarin ook de schrijvende pers voor een belangrijk deel vakantie viert.
Het is een advies dat in de wind is geslagen door de Britse muzikante Yoshika Colwell, die in de laatste week van juli haar debuutalbum On The Wing heeft uitgebracht. Yoshika Colwell komt uit het Britse Kent en woont volgens haar bandcamp pagina in een caravan, waarin ze vooral bezig is met het maken van muziek. Of die informatie nog helemaal actueel is weet ik niet, want op de bandcamp pagina van de Britse muzikante is On The Wing niet te vinden.
Ik heb heel weinig informatie over het album van Yoshika Colwell, maar heb wel gelezen dat On The Wing volgt op een liefdesbreuk en dus een breakup album mag worden genoemd. Ik gun iedere muzikant zijn of haar liefdesgeluk, maar het is over het algemeen wel zo dat een flinke portie persoonlijke misère vaak mooie albums oplevert. Dat is ook zo in het geval van Yoshika Colwell, die met On The Wing een album heeft afgeleverd dat echt veel te mooi is om in de zomermaanden tussen wal en schip te vallen.
Ik heb zoals gezegd maar heel weinig informatie over het album, maar gelukkig spreekt de muziek op On The Wing grotendeels voor zichzelf. Ook zonder achtergrondinformatie hoor ik dat het debuutalbum van Yoshika Colwell een typisch Brits album is. Het is een album met vooral invloeden uit de Britse folk, maar het is niet de spaarzaam ingekleurde Britse folk, maar de wat voller ingekleurde en vaak rijk georkestreerde variant, waarin strijkers een voorname rol spelen.
De songs op On The Wing zijn echt opvallend mooi ingekleurd. De instrumentatie is folky, maar de orkestraties voegen ook een klassiek tintje toe aan de songs op het debuutalbum van Yoshika Colwell. De muziek op het album is vooral akoestisch, maar de organische klanken zijn gevangen in zeer smaakvolle en ook weelderige arrangementen.
De muziek is niet het enige op On The Wing dat ik typisch Brits vind klinken, want ook de stem van Yoshika Colwell en haar zang zijn wat mij typisch Brits. Het is niet eens zo makkelijk om uit te leggen waarom ik dit zo ervaar, want Yoshika Colwell klinkt zeker niet als een typische Britse folkie.
De zang op het debuutalbum van de muzikante uit Kent is niet alleen typisch Brits maar ook opvallend mooi. Het is een stem die bijzonder fraai kleurt bij het rijke en veelkleurige geluid op On The Wing. Het is een geluid dat het vast uitstekend gaat doen op stormachtige herfstavonden of ijskoude winteravonden, maar ook op een broeierige zomerdag doet On The Wing van Yoshika Colwell het opvallend goed.
Ik ben zeer gecharmeerd van de muziek op het debuutalbum van Yoshika Colwell en nog net wat meer van de prachtige stem van de Britse muzikante, maar ook haar songs zijn van een hoog niveau. Het zijn songs die je niet verwacht van een debuterende muzikante, maar Yoshika Colwell heeft er ook al wel wat jaren in de muziek op zitten.
Een muzikante die een bijzonder mooi album als On The Wing uit brengt gun ik alle succes van de wereld, maar ik vrees dat het album in deze periode van het jaar makkelijk tussen wal en schip gaat vallen. Bij mij in ieder geval niet en daar ben ik echt heel blij mee. Ga dit album vooral horen, als het moet na de zomerstop. Erwin Zijleman
You Raskal You - It Takes a Whole Lot of Fools to Build a Pyramid but Love Just Takes Two (2014)

4,0
0
geplaatst: 19 december 2014, 14:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: You Raskal You - It Takes A Whole Lot Of Fools To Build A Pyramid But Love Just Takes Two - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er zijn niet heel veel weken in een jaar waarin nauwelijks interessante nieuwe releases verschijnen, maar in de laatste twee weken van het jaar blijft het vakje met nieuwe aanwinsten in de platenzaak meestal echt angstvallig leeg. Zo ook dit jaar.
Het biedt mij de mogelijkheid om eens wat te doen aan de enorme stapel met de releases die ooit eens door een strenge eerste selectie heen zijn gekomen, maar vervolgens toch werden veroordeeld tot een roemloos bestaan op de stapel.
Het is een stapel die zo heel af en toe nog eens een vergeten prachtplaat oplevert, zoals in het geval van It Takes A Whole Lot Of Fools To Build A Pyramid But Love Just Takes Two (jaja) van de Belgische band You Raskal You.
De tweede plaat van de band uit Antwerpen valt in eerste instantie vooral op vanwege de lange titel, maar al snel neemt de muziek het over. You Raskal You maakt muziek vol invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het zijn invloeden die soms heel ver terug gaan in de tijd, maar You Raskal You slaagt er ook in om haar muziek eigentijds te laten klinken en dat is knap. De tweede plaat van You Raskal You klinkt hiernaast eigenzinnig en ook dat is in dit genre knap.
It Takes A Whole Lot Of Fools To Build A Pyramid But Love Just Takes Two valt op door mooie ingetogen songs. Het zijn songs met een instrumentatie die aanvoelt als een warme deken. Nu wordt deze associatie meestal gebruikt voor iets dat vertrouwd aanvoelt, maar dat gaat in het geval van You Raskal You maar ten dele op. De instrumentatie op de tweede plaat van de Antwerpenaren is warm en sfeervol, maar kleurt veelvuldig buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek, bijvoorbeeld door jazzy of experimentele accenten op te nemen of door de gitaren voor de afwisseling eens stevig te laten ronken, zoals Neil Young dat in zijn wildste dagen deed.
It Takes A Whole Lot Of Fools To Build A Pyramid But Love Just Takes Two is niet alleen vanwege de instrumentatie een plaat die het uitstekend zal doen op koude winteravonden. You Raskal You baart immers in vocaal opzicht minstens net zoveel opzien. De band beschikt over een zanger die zacht en melodieus durft te zingen, wat uitstekend past bij de sfeervolle muziek van de band en de muziek van You Raskal You bovendien een opvallend en eigen geluid geeft.
Met de instrumentatie en de vocalen heb ik al twee sterke wapens van You Raskal You benoemd, maar hier kan ik de songs nog aan toevoegen. You Raskal You slaagt er op It Takes A Whole Lot Of Fools To Build A Pyramid But Love Just Takes Two in om lekker in het gehoor liggende songs te vertolken die ook tegen de haren in durven te strijken; een bijzondere combinatie. De tweede plaat van de band uit Antwerpen is er hierdoor één die vrij makkelijk overtuigt, maar ook op de wat langere termijn blijft boeien.
Ik heb de tweede plaat van You Raskal You maanden lang op de stapel laten liggen, maar inmiddels weet ik dat deze plaat een beter lot verdient. Voor de zuinige Nederlander heeft het lange wachten wel een voordeel: de tweede plaat van You Raskal You is inmiddels zeer aantrekkelijk geprijsd.Doe er je voordeel mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: You Raskal You - It Takes A Whole Lot Of Fools To Build A Pyramid But Love Just Takes Two - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Er zijn niet heel veel weken in een jaar waarin nauwelijks interessante nieuwe releases verschijnen, maar in de laatste twee weken van het jaar blijft het vakje met nieuwe aanwinsten in de platenzaak meestal echt angstvallig leeg. Zo ook dit jaar.
Het biedt mij de mogelijkheid om eens wat te doen aan de enorme stapel met de releases die ooit eens door een strenge eerste selectie heen zijn gekomen, maar vervolgens toch werden veroordeeld tot een roemloos bestaan op de stapel.
Het is een stapel die zo heel af en toe nog eens een vergeten prachtplaat oplevert, zoals in het geval van It Takes A Whole Lot Of Fools To Build A Pyramid But Love Just Takes Two (jaja) van de Belgische band You Raskal You.
De tweede plaat van de band uit Antwerpen valt in eerste instantie vooral op vanwege de lange titel, maar al snel neemt de muziek het over. You Raskal You maakt muziek vol invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het zijn invloeden die soms heel ver terug gaan in de tijd, maar You Raskal You slaagt er ook in om haar muziek eigentijds te laten klinken en dat is knap. De tweede plaat van You Raskal You klinkt hiernaast eigenzinnig en ook dat is in dit genre knap.
It Takes A Whole Lot Of Fools To Build A Pyramid But Love Just Takes Two valt op door mooie ingetogen songs. Het zijn songs met een instrumentatie die aanvoelt als een warme deken. Nu wordt deze associatie meestal gebruikt voor iets dat vertrouwd aanvoelt, maar dat gaat in het geval van You Raskal You maar ten dele op. De instrumentatie op de tweede plaat van de Antwerpenaren is warm en sfeervol, maar kleurt veelvuldig buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek, bijvoorbeeld door jazzy of experimentele accenten op te nemen of door de gitaren voor de afwisseling eens stevig te laten ronken, zoals Neil Young dat in zijn wildste dagen deed.
It Takes A Whole Lot Of Fools To Build A Pyramid But Love Just Takes Two is niet alleen vanwege de instrumentatie een plaat die het uitstekend zal doen op koude winteravonden. You Raskal You baart immers in vocaal opzicht minstens net zoveel opzien. De band beschikt over een zanger die zacht en melodieus durft te zingen, wat uitstekend past bij de sfeervolle muziek van de band en de muziek van You Raskal You bovendien een opvallend en eigen geluid geeft.
Met de instrumentatie en de vocalen heb ik al twee sterke wapens van You Raskal You benoemd, maar hier kan ik de songs nog aan toevoegen. You Raskal You slaagt er op It Takes A Whole Lot Of Fools To Build A Pyramid But Love Just Takes Two in om lekker in het gehoor liggende songs te vertolken die ook tegen de haren in durven te strijken; een bijzondere combinatie. De tweede plaat van de band uit Antwerpen is er hierdoor één die vrij makkelijk overtuigt, maar ook op de wat langere termijn blijft boeien.
Ik heb de tweede plaat van You Raskal You maanden lang op de stapel laten liggen, maar inmiddels weet ik dat deze plaat een beter lot verdient. Voor de zuinige Nederlander heeft het lange wachten wel een voordeel: de tweede plaat van You Raskal You is inmiddels zeer aantrekkelijk geprijsd.Doe er je voordeel mee. Erwin Zijleman
You Tell Me - You Tell Me (2019)

4,0
0
geplaatst: 14 januari 2019, 17:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: You Tell Me - You Tell Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Hayes en Peter Brewis maken het je lang niet altijd makkelijk, maar alle geduld en energie wordt uiteindelijk beloond
De folk van Sarah Hayes en het avontuur van de van Field Music bekende Peter Brewis strijken op het debuut van You Tell Me soms flink tegen de haren in, maar beetje bij beetje groeit de bijzondere combinatie van invloeden op het debuut van het Britse tweetal. Liefde voor oude folk, de unieke muziek van Kate Bush, vol klinkende popmuziek uit de 80s en het grenzeloze avontuur van Field Music weten elkaar uiteindelijk op bijzondere wijze te versterken, wat een plaat oplevert die totaal anders klinkt dan de andere platen van het moment. De ultieme Rivella muziek; een beetje vreemd, maar wel lekker.
You Tell Me is een Brits duo dat bestaat uit Sarah Hayes en Peter Brewis. Eerstgenoemde is in kleine kring bekend als folkzangeres en maakte hiernaast een drietal platen met de mij onbekende band Admiral Fallow. Peter Brewis ken ik een stuk beter, want hij maakt inmiddels al meer dan tien jaar hele bijzondere muziek met de band Field Music.
De twee kwamen elkaar tegen bij een concert van Kate Bush en die gezamenlijke liefde bleek een voedingsbodem voor het project You Tell Me.
Op voorhand leek de som der delen me een hele interessante en veelbelovende, maar het titelloze debuut van You Tell Me wist me zeker niet direct te overtuigen.
In muzikaal opzicht schieten Sarah Hayes en Peter Brewis meerdere kanten op. Het debuut van het Britse tweetal overtuigt makkelijk wanneer de avontuurlijke popmuziek van Field Music het startpunt is voor de muziek van You Tell Me en Peter Brewis de belangrijkste vocalen voor zijn rekening neemt, maar zeker bij eerste beluistering had ik veel meer moeite met de rijk georkestreerde songs waarin de wat pastoraal klinkende vocalen van Sarah Hayes domineren.
In deze songs slaat You Tell Me een brug tussen de oude folkies die Sarah Hayes vast in de platenkast van haar ouders heeft gevonden en de avontuurlijke muziek van Kate Bush. Dit wordt vervolgens nov overgoten met wat van The Beatles, een flinke dosis 80s popmuziek en het van Field Music bekende avontuur. Het is absoluut spannende muziek, maar het is ook muziek die in eerste instantie schuurt en mij in ieder geval niet direct te pakken had.
Het debuut van You Tell Me is een plaat die mij zo ongeveer noot voor noot heeft moeten overtuigen. Een mooi pianoloopje, een spannend ritme, wat engelachtige vocalen, een tegendraads uitstapje buiten de gebaande paden, een geweldige melodie, een ongrijpbare wending. Ik hoor iedere keer dat ik naar het debuut van You Tell Me luister weer iets anders dat ik mooi vind en langzaam maar zeker valt er steeds meer op zijn plek.
Sarah Hayes en Peter Brewis hadden het de luisteraar veel makkelijker kunnen maken, want hier en daar is het zo mooi dat iedereen als een blok zal vallen voor de muziek van het tweetal. Het siert de twee dat ze dit niet gedaan hebben, want juist het vat vol tegenstrijdigheden maakt het titelloze debuut van You Tell Me zo’n bijzondere plaat. Het is een debuut dat anders klinkt dan alle andere platen van het moment, maar op hetzelfde moment is het een plaat vol citaten uit de goedgevulde archieven van de popmuziek, waarbij de liefde voor oude Britse folk, de gedeelde liefde voor Kate Bush en avontuurlijke popmuziek met een hang naar de jaren 80 constanten zijn.
Het ene moment is het sober en ingetogen, het volgende moment rijk en uitbundig, maar luister nog even door en alles kan weer anders zijn. Van Fairport Convention, naar Kate Bush, naar Field Music en weer terug. Ik heb nog lang niet alle geheimen van het debuut van You Tell Me ontdekt, maar waar ik in eerste instantie geen twee kon maken van de één van Sarah Hayes en de één van Peter Brewis, is het Britse duo deze twee inmiddels voorbij en komt de drie in zicht. Het kost misschien tijd, maar deze plaat is het echt waard. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: You Tell Me - You Tell Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sarah Hayes en Peter Brewis maken het je lang niet altijd makkelijk, maar alle geduld en energie wordt uiteindelijk beloond
De folk van Sarah Hayes en het avontuur van de van Field Music bekende Peter Brewis strijken op het debuut van You Tell Me soms flink tegen de haren in, maar beetje bij beetje groeit de bijzondere combinatie van invloeden op het debuut van het Britse tweetal. Liefde voor oude folk, de unieke muziek van Kate Bush, vol klinkende popmuziek uit de 80s en het grenzeloze avontuur van Field Music weten elkaar uiteindelijk op bijzondere wijze te versterken, wat een plaat oplevert die totaal anders klinkt dan de andere platen van het moment. De ultieme Rivella muziek; een beetje vreemd, maar wel lekker.
You Tell Me is een Brits duo dat bestaat uit Sarah Hayes en Peter Brewis. Eerstgenoemde is in kleine kring bekend als folkzangeres en maakte hiernaast een drietal platen met de mij onbekende band Admiral Fallow. Peter Brewis ken ik een stuk beter, want hij maakt inmiddels al meer dan tien jaar hele bijzondere muziek met de band Field Music.
De twee kwamen elkaar tegen bij een concert van Kate Bush en die gezamenlijke liefde bleek een voedingsbodem voor het project You Tell Me.
Op voorhand leek de som der delen me een hele interessante en veelbelovende, maar het titelloze debuut van You Tell Me wist me zeker niet direct te overtuigen.
In muzikaal opzicht schieten Sarah Hayes en Peter Brewis meerdere kanten op. Het debuut van het Britse tweetal overtuigt makkelijk wanneer de avontuurlijke popmuziek van Field Music het startpunt is voor de muziek van You Tell Me en Peter Brewis de belangrijkste vocalen voor zijn rekening neemt, maar zeker bij eerste beluistering had ik veel meer moeite met de rijk georkestreerde songs waarin de wat pastoraal klinkende vocalen van Sarah Hayes domineren.
In deze songs slaat You Tell Me een brug tussen de oude folkies die Sarah Hayes vast in de platenkast van haar ouders heeft gevonden en de avontuurlijke muziek van Kate Bush. Dit wordt vervolgens nov overgoten met wat van The Beatles, een flinke dosis 80s popmuziek en het van Field Music bekende avontuur. Het is absoluut spannende muziek, maar het is ook muziek die in eerste instantie schuurt en mij in ieder geval niet direct te pakken had.
Het debuut van You Tell Me is een plaat die mij zo ongeveer noot voor noot heeft moeten overtuigen. Een mooi pianoloopje, een spannend ritme, wat engelachtige vocalen, een tegendraads uitstapje buiten de gebaande paden, een geweldige melodie, een ongrijpbare wending. Ik hoor iedere keer dat ik naar het debuut van You Tell Me luister weer iets anders dat ik mooi vind en langzaam maar zeker valt er steeds meer op zijn plek.
Sarah Hayes en Peter Brewis hadden het de luisteraar veel makkelijker kunnen maken, want hier en daar is het zo mooi dat iedereen als een blok zal vallen voor de muziek van het tweetal. Het siert de twee dat ze dit niet gedaan hebben, want juist het vat vol tegenstrijdigheden maakt het titelloze debuut van You Tell Me zo’n bijzondere plaat. Het is een debuut dat anders klinkt dan alle andere platen van het moment, maar op hetzelfde moment is het een plaat vol citaten uit de goedgevulde archieven van de popmuziek, waarbij de liefde voor oude Britse folk, de gedeelde liefde voor Kate Bush en avontuurlijke popmuziek met een hang naar de jaren 80 constanten zijn.
Het ene moment is het sober en ingetogen, het volgende moment rijk en uitbundig, maar luister nog even door en alles kan weer anders zijn. Van Fairport Convention, naar Kate Bush, naar Field Music en weer terug. Ik heb nog lang niet alle geheimen van het debuut van You Tell Me ontdekt, maar waar ik in eerste instantie geen twee kon maken van de één van Sarah Hayes en de één van Peter Brewis, is het Britse duo deze twee inmiddels voorbij en komt de drie in zicht. Het kost misschien tijd, maar deze plaat is het echt waard. Erwin Zijleman
You+Me - Rose Ave. (2014)

3,5
0
geplaatst: 12 november 2014, 14:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: You+Me - Rose Ave - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Rose Ave van You+Me is de komende dagen te koop voor een zeer aantrekkelijk prijsje. Het was voor mij eigenlijk de belangrijkste reden om eens te luisteren naar deze plaat.
You+ Me bestaat uit Alecia Beth Moore en Dallas Green. Geen namen die bij mij een belletje deden rinkelen, maar de stemmen van dit man-vrouw duo klonken verrassend bekend.
Dat bleek te kloppen, want Alecia Beth Moore is wereldberoemd onder haar artiestennaam Pink, terwijl Dallas Green in kleinere kring bekendheid geniet als voorman van Alexisonfire en de man achter City and Colour.
Dallas Green heeft een aantal hele knappe platen op zijn naam staan, terwijl Pink garant staat voor wereldhits. Het maakt You+Me tot een bijzondere combinatie, maar het is ook nog eens een combinatie die verrassend goed uitpakt.
Rose Ave bevat vooral ingetogen folksongs met veel minder ingetogen vocalen. The Civil Wars is het meest voor de hand liggende vergelijkingsmateriaal en dat is geen vergelijkingsmateriaal om je voor te schamen. Het heeft af en toe ook wel wat van de al weer vergeten Common Linnets, al voegt You+Me wat meer invloeden uit de pop aan haar muziek toe.
De instrumentatie op Rose Ave is zoals gezegd uiterst ingetogen. Veel akoestische gitaar, soms wat piano en hier en daar wat strijkers. Heel ver verwijderd van de grootse pop van Pink, maar het is een setting waarin de Amerikaanse zangeres opvallend makkelijk stand houdt.
Pink is over het algemeen geen zangeres die doseert en ook op Rose Ave gaat ze vooral voluit, waarbij opvalt dat haar stem bijzonder fraai kleurt bij de stem van haar Canadese metgezel.
Rose Ave valt niet alleen op door vocaal vuurwerk, maar ook door een bijzondere, vaak wat broeierige sfeer en door goede songs, die in bijna alle gevallen door het tweetal zelf zijn geschreven.
Net als bij The Civil Wars vind ik het af en toe in vocaal opzicht net wat te zwaar aangezet en verlang ik zo nu en dan naar een rustpuntje. Die rustpuntjes komen, bijvoorbeeld in de enige cover op de plaat, een buitengewoon zwoele en ingetogen versie van Sade’s No Ordinary Love, misschien wel de sterkste track op de plaat.
Rose Ave en You+Me is een plaat die vrij makkelijk verleidt, maar mogelijk ook snel vervliegt, vooral omdat de instrumentatie uiteindelijk net wat teveel in dienst staat van de stemmen. Het zijn deze stemmen die voorlopig de aandacht trekken en wat mij betreft flink overtuigen. Rose Ave is al met al geen plaat om heel druk over te doen, maar wel een aangenaam tussendoortje in de oeuvres van deze twee tegenpolen. Opposites attract? Het pakt in dit geval erg goed uit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: You+Me - Rose Ave - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Rose Ave van You+Me is de komende dagen te koop voor een zeer aantrekkelijk prijsje. Het was voor mij eigenlijk de belangrijkste reden om eens te luisteren naar deze plaat.
You+ Me bestaat uit Alecia Beth Moore en Dallas Green. Geen namen die bij mij een belletje deden rinkelen, maar de stemmen van dit man-vrouw duo klonken verrassend bekend.
Dat bleek te kloppen, want Alecia Beth Moore is wereldberoemd onder haar artiestennaam Pink, terwijl Dallas Green in kleinere kring bekendheid geniet als voorman van Alexisonfire en de man achter City and Colour.
Dallas Green heeft een aantal hele knappe platen op zijn naam staan, terwijl Pink garant staat voor wereldhits. Het maakt You+Me tot een bijzondere combinatie, maar het is ook nog eens een combinatie die verrassend goed uitpakt.
Rose Ave bevat vooral ingetogen folksongs met veel minder ingetogen vocalen. The Civil Wars is het meest voor de hand liggende vergelijkingsmateriaal en dat is geen vergelijkingsmateriaal om je voor te schamen. Het heeft af en toe ook wel wat van de al weer vergeten Common Linnets, al voegt You+Me wat meer invloeden uit de pop aan haar muziek toe.
De instrumentatie op Rose Ave is zoals gezegd uiterst ingetogen. Veel akoestische gitaar, soms wat piano en hier en daar wat strijkers. Heel ver verwijderd van de grootse pop van Pink, maar het is een setting waarin de Amerikaanse zangeres opvallend makkelijk stand houdt.
Pink is over het algemeen geen zangeres die doseert en ook op Rose Ave gaat ze vooral voluit, waarbij opvalt dat haar stem bijzonder fraai kleurt bij de stem van haar Canadese metgezel.
Rose Ave valt niet alleen op door vocaal vuurwerk, maar ook door een bijzondere, vaak wat broeierige sfeer en door goede songs, die in bijna alle gevallen door het tweetal zelf zijn geschreven.
Net als bij The Civil Wars vind ik het af en toe in vocaal opzicht net wat te zwaar aangezet en verlang ik zo nu en dan naar een rustpuntje. Die rustpuntjes komen, bijvoorbeeld in de enige cover op de plaat, een buitengewoon zwoele en ingetogen versie van Sade’s No Ordinary Love, misschien wel de sterkste track op de plaat.
Rose Ave en You+Me is een plaat die vrij makkelijk verleidt, maar mogelijk ook snel vervliegt, vooral omdat de instrumentatie uiteindelijk net wat teveel in dienst staat van de stemmen. Het zijn deze stemmen die voorlopig de aandacht trekken en wat mij betreft flink overtuigen. Rose Ave is al met al geen plaat om heel druk over te doen, maar wel een aangenaam tussendoortje in de oeuvres van deze twee tegenpolen. Opposites attract? Het pakt in dit geval erg goed uit. Erwin Zijleman
Young Dreams - Waves 2 You (2018)

4,5
0
geplaatst: 16 januari 2018, 16:34 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Young Dreams - Waves 2 You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is al weer bijna vijf jaar geleden dat de Noorse band Young Dreams debuteerde met het werkelijk geweldige Between Places.
Op haar debuut greep de band uit het Noorse Bergen nadrukkelijk terug op de muziek uit de hoogtijdagen van The Beach Boys en The Free Design, maar verwerkte het ook op buitengewoon knappe wijze elektronische invloeden uit het heden.
Het leverde een plaat op die AllMusic.com inspireerde tot het volgende citaat: “The album sometimes amazingly sounds as if the Zombies had reunited in 1980 for an album produced by the Buggles' Trevor Horn, resulting in a joyful, 50-minute orgasm of chamber pop jubilation”.
Zelf kwam ik niet verder dan “Young Dreams slaagt er op Between Places in om bijna onverenigbare genres met elkaar te verbinden en weet haar unieke geluid ook nog eens te verpakken in briljante popliedjes, die niet alleen de fantasie blijven prikkelen, maar je ook nog eens ongelooflijk gelukkig maken”.
Mooie woorden dus in 2013, maar ik was het debuut van Young Dreams al lang weer vergeten en veerde ook niet direct enthousiast op toen ik de naam van de band tegen kwam in de lijst met de releases van de afgelopen week. Gelukkig werden net op tijd de juiste verbindingen in het geheugen gelegd en verdween Waves 2 You niet direct weer uit het zicht.
De Noorse band heeft de tijd genomen voor haar tweede plaat en dat is te horen. Ik was persoonlijk best tevreden geweest met nog een keer meer van hetzelfde, maar de band rond de Noorse muzikant Matias Tellez had de lat hoger liggen.
Ook Waves 2 You laat zich weer beluisteren als een tijdreis door een aantal decennia popmuziek, maar waar Young Dreams de vorige keer kris kras door de tijd sprong, heeft het alle invloeden nu geïntegreerd in één geluid dat zowel tijdloos als modern klinkt.
Het is een geluid dat zich niet makkelijk laat beschrijven. Waves 2 You doet me in muzikaal opzicht af en toe denken aan de beste platen van Marvin Gaye of de platen van Paul McCartney en John Lennon uit de jaren 70, maar de plaat put ook duidelijk uit de archieven van de 80s synthpop en is de invloeden uit de 60s, die zo’n belangrijke rol speelden op het debuut van de band, ook niet helemaal vergeten.
De flarden uit het verleden worden op bijzondere wijze gecombineerd met de elektronica van bands als Air en Daft Punk en met Flaming Lips en MGMT achtige neo-psychedelica uit het heden, waardoor er op Waves 2 You geen duidelijk tijdstempel valt te drukken.
Ik heb inmiddels al een aantal invloeden genoemd, maar met slechts een handvol namen of invloeden doe je Waves 2 You enorm tekort. Young Dreams herinnert op haar tweede plaat aan heel veel namen in mijn goedgevulde platenkast, maar sleept er nog veel meer bij, waardoor je bij iedere track weer op het puntje van je stoel zit.
De Noorse band is zeker niet vies van schaamteloos toegankelijke en zelfs wat kitscherige elektronische popliedjes, maar laat zich ook inspireren door de parels uit de geschiedenis van de popmuziek. Bij eerste beluistering klinkt het misschien nog wat te fragmentarisch en eclectisch, maar wanneer je Waves 2 You vaker hoort vallen de bijzondere puzzelstukjes steeds beter en steeds mooier in elkaar.
Young Dreams kon in 2013 rekenen op hele mooie woorden in meerdere recensies en verdient deze mooie woorden ook dit keer. Waves 2 You is immers een bijzondere plaat vol moois dat langzaam maar zeker tot volle wasdom komt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Young Dreams - Waves 2 You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het is al weer bijna vijf jaar geleden dat de Noorse band Young Dreams debuteerde met het werkelijk geweldige Between Places.
Op haar debuut greep de band uit het Noorse Bergen nadrukkelijk terug op de muziek uit de hoogtijdagen van The Beach Boys en The Free Design, maar verwerkte het ook op buitengewoon knappe wijze elektronische invloeden uit het heden.
Het leverde een plaat op die AllMusic.com inspireerde tot het volgende citaat: “The album sometimes amazingly sounds as if the Zombies had reunited in 1980 for an album produced by the Buggles' Trevor Horn, resulting in a joyful, 50-minute orgasm of chamber pop jubilation”.
Zelf kwam ik niet verder dan “Young Dreams slaagt er op Between Places in om bijna onverenigbare genres met elkaar te verbinden en weet haar unieke geluid ook nog eens te verpakken in briljante popliedjes, die niet alleen de fantasie blijven prikkelen, maar je ook nog eens ongelooflijk gelukkig maken”.
Mooie woorden dus in 2013, maar ik was het debuut van Young Dreams al lang weer vergeten en veerde ook niet direct enthousiast op toen ik de naam van de band tegen kwam in de lijst met de releases van de afgelopen week. Gelukkig werden net op tijd de juiste verbindingen in het geheugen gelegd en verdween Waves 2 You niet direct weer uit het zicht.
De Noorse band heeft de tijd genomen voor haar tweede plaat en dat is te horen. Ik was persoonlijk best tevreden geweest met nog een keer meer van hetzelfde, maar de band rond de Noorse muzikant Matias Tellez had de lat hoger liggen.
Ook Waves 2 You laat zich weer beluisteren als een tijdreis door een aantal decennia popmuziek, maar waar Young Dreams de vorige keer kris kras door de tijd sprong, heeft het alle invloeden nu geïntegreerd in één geluid dat zowel tijdloos als modern klinkt.
Het is een geluid dat zich niet makkelijk laat beschrijven. Waves 2 You doet me in muzikaal opzicht af en toe denken aan de beste platen van Marvin Gaye of de platen van Paul McCartney en John Lennon uit de jaren 70, maar de plaat put ook duidelijk uit de archieven van de 80s synthpop en is de invloeden uit de 60s, die zo’n belangrijke rol speelden op het debuut van de band, ook niet helemaal vergeten.
De flarden uit het verleden worden op bijzondere wijze gecombineerd met de elektronica van bands als Air en Daft Punk en met Flaming Lips en MGMT achtige neo-psychedelica uit het heden, waardoor er op Waves 2 You geen duidelijk tijdstempel valt te drukken.
Ik heb inmiddels al een aantal invloeden genoemd, maar met slechts een handvol namen of invloeden doe je Waves 2 You enorm tekort. Young Dreams herinnert op haar tweede plaat aan heel veel namen in mijn goedgevulde platenkast, maar sleept er nog veel meer bij, waardoor je bij iedere track weer op het puntje van je stoel zit.
De Noorse band is zeker niet vies van schaamteloos toegankelijke en zelfs wat kitscherige elektronische popliedjes, maar laat zich ook inspireren door de parels uit de geschiedenis van de popmuziek. Bij eerste beluistering klinkt het misschien nog wat te fragmentarisch en eclectisch, maar wanneer je Waves 2 You vaker hoort vallen de bijzondere puzzelstukjes steeds beter en steeds mooier in elkaar.
Young Dreams kon in 2013 rekenen op hele mooie woorden in meerdere recensies en verdient deze mooie woorden ook dit keer. Waves 2 You is immers een bijzondere plaat vol moois dat langzaam maar zeker tot volle wasdom komt. Erwin Zijleman
Young Fathers - Heavy Heavy (2023)

3,5
1
geplaatst: 8 februari 2023, 13:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Young Fathers - Heavy Heavy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Young Fathers - Heavy Heavy
De Schotse band Young Fathers schiet op Heavy Heavy echt alle kanten op en bij voorkeur alle kanten tegelijk, maar als je de ergste chaos hebt ontward is het een album dat steeds interessanter en fascinerender wordt
Ik had tot dusver niet veel met de muziek van Young Fathers en ook op Heavy Heavy maakt de band uit het Schotse band Edinburgh muziek die zich ver buiten mijn comfort zone bevindt. Het is muziek waarvan je doodmoe kunt worden, maar op het juiste moment is bijna alles raak. Heavy Heavy is met geen mogelijkheid in een hokje te duwen en als het al lukt zit je een track later alweer hopeloos mis. De critici bejubelen de muziek van het Schotse drietal al jaren en langzaam maar zeker begin ik te begrijpen waarom dat zo is. Heavy Heavy is meestal niet mijn muziek, maar ik kan maar niet stoppen met luisteren naar dit krankzinnige maar ook fascinerende album.
Cocoa Sugar, het derde album van de Schotse band Young Fathers, werd in 2018 overladen met superlatieven, dook aan het einde van het betreffende jaar op in flink wat jaarlijstjes en haalde een jaar later ook nog eens de prestigieuze Mercury Price binnen. Ik heb het zelf heel vaak geprobeerd met de hiphop en soul van het drietal uit Edinburgh, maar kon niet overweg met het album.
Ik ging er van uit dat ik gelijke ervaringen zou hebben met het deze week verschenen Heavy Heavy, maar op een of andere manier bevalt dit nieuwe album me wel. Dat is best opvallend, want Heavy Heavy wijkt niet fundamenteel af van Cocoa Sugar, al zijn er wel verschillen tussen Young Fathers in 2018 en 2022. Ik omschreef de muziek van het Schotse drietal hierboven als hiphop en soul, maar dit zijn vlaggen die de lading slechts ten dele dekken.
Ook op Heavy Heavy maakt Young Fathers muziek die zich door vele genres en stijlen heeft laten beïnvloeden, maar in geen enkel hokje echt past. Soul, hiphop, pop, rock, elektronica, tribal, het is het allemaal wel en niet. De Britse krant The Guardian omschrijft het nieuwe album van Young Fathers als “a joyous feast of noise” en dat is op zich een aardige omschrijving.
Heavy Heavy is een album waarvoor je in de stemming moet zijn. Wanneer je dat niet bent is het album een bak herrie die van de hak op de tak springt en energie vreet, maar als je het wel bent is Heavy Heavy een album vol songs die anders klinken dan alle andere muziek die je recent (of minder recent) hebt gehoord.
In een aantal songs domineren de zwaar aangezette beats, maar Young Fathers kan ook vertrouwen op subtiele ritmes en een bak elektronica. Heavy Heavy is een album dat direct vanaf de eerste noten vol gas geeft en de luisteraar ruim een half uur lang nauwelijks de kans geeft om op adem te komen. Alles is volgestopt met ritmes, elektronica en meerdere lagen zang, waardoor het, in ieder geval bij mij, even duurde voor ik songs met een kop en een staart hoorde op Heavy Heavy.
Die songs zijn er uiteindelijk wel en het zijn songs die niet alleen avontuurlijk zijn, maar bij vlagen ook bijzonder mooi. Zeker als de band net wat gas terug neemt en kiest voor atmosferische synths en soulvolle vocalen is de muziek van Young Fathers bijna toegankelijk, maar een bijzondere wending is nooit ver weg bij de Schotse band, die ook op Heavy Heavy toch vooral ongrijpbaar blijft.
Ik laat albums buiten mijn comfort zone als deze meestal liggen, maar ik blijf maar luisteren naar Heavy Heavy, ook als de muziek van de band me vooral tegen staat of ik er doodmoe van word. De meeste songs op het album staan me overigens niet tegen, maar fascineren me hopeloos. Zeker wanneer je het album wat vaker hebt gehoord valt er wel het een en ander op zijn plek, maar Heavy Heavy blijkt een uniek album, dat nooit alle geheimen tegelijk prijs geeft. Het is bovendien een album dat je het ene moment in vervoering kan brengen en het volgende moment voor hoofdpijn zorgt.
De muziek van Young Fathers is aan de ene kant ruw en eclectisch, maar op hetzelfde moment heb ik het idee dat over iedere noot goed is nagedacht. Heavy Heavy bevindt zich voor een belangrijk deel mijlenver buiten mijn comfort zone, maar toch kan ik het maar niet los laten. In 2018 was ik totaal niet vatbaar voor het wijdverspreide Young Fathers virus, maar deze keer heeft de band uit Edinburgh me toch te pakken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Young Fathers - Heavy Heavy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Young Fathers - Heavy Heavy
De Schotse band Young Fathers schiet op Heavy Heavy echt alle kanten op en bij voorkeur alle kanten tegelijk, maar als je de ergste chaos hebt ontward is het een album dat steeds interessanter en fascinerender wordt
Ik had tot dusver niet veel met de muziek van Young Fathers en ook op Heavy Heavy maakt de band uit het Schotse band Edinburgh muziek die zich ver buiten mijn comfort zone bevindt. Het is muziek waarvan je doodmoe kunt worden, maar op het juiste moment is bijna alles raak. Heavy Heavy is met geen mogelijkheid in een hokje te duwen en als het al lukt zit je een track later alweer hopeloos mis. De critici bejubelen de muziek van het Schotse drietal al jaren en langzaam maar zeker begin ik te begrijpen waarom dat zo is. Heavy Heavy is meestal niet mijn muziek, maar ik kan maar niet stoppen met luisteren naar dit krankzinnige maar ook fascinerende album.
Cocoa Sugar, het derde album van de Schotse band Young Fathers, werd in 2018 overladen met superlatieven, dook aan het einde van het betreffende jaar op in flink wat jaarlijstjes en haalde een jaar later ook nog eens de prestigieuze Mercury Price binnen. Ik heb het zelf heel vaak geprobeerd met de hiphop en soul van het drietal uit Edinburgh, maar kon niet overweg met het album.
Ik ging er van uit dat ik gelijke ervaringen zou hebben met het deze week verschenen Heavy Heavy, maar op een of andere manier bevalt dit nieuwe album me wel. Dat is best opvallend, want Heavy Heavy wijkt niet fundamenteel af van Cocoa Sugar, al zijn er wel verschillen tussen Young Fathers in 2018 en 2022. Ik omschreef de muziek van het Schotse drietal hierboven als hiphop en soul, maar dit zijn vlaggen die de lading slechts ten dele dekken.
Ook op Heavy Heavy maakt Young Fathers muziek die zich door vele genres en stijlen heeft laten beïnvloeden, maar in geen enkel hokje echt past. Soul, hiphop, pop, rock, elektronica, tribal, het is het allemaal wel en niet. De Britse krant The Guardian omschrijft het nieuwe album van Young Fathers als “a joyous feast of noise” en dat is op zich een aardige omschrijving.
Heavy Heavy is een album waarvoor je in de stemming moet zijn. Wanneer je dat niet bent is het album een bak herrie die van de hak op de tak springt en energie vreet, maar als je het wel bent is Heavy Heavy een album vol songs die anders klinken dan alle andere muziek die je recent (of minder recent) hebt gehoord.
In een aantal songs domineren de zwaar aangezette beats, maar Young Fathers kan ook vertrouwen op subtiele ritmes en een bak elektronica. Heavy Heavy is een album dat direct vanaf de eerste noten vol gas geeft en de luisteraar ruim een half uur lang nauwelijks de kans geeft om op adem te komen. Alles is volgestopt met ritmes, elektronica en meerdere lagen zang, waardoor het, in ieder geval bij mij, even duurde voor ik songs met een kop en een staart hoorde op Heavy Heavy.
Die songs zijn er uiteindelijk wel en het zijn songs die niet alleen avontuurlijk zijn, maar bij vlagen ook bijzonder mooi. Zeker als de band net wat gas terug neemt en kiest voor atmosferische synths en soulvolle vocalen is de muziek van Young Fathers bijna toegankelijk, maar een bijzondere wending is nooit ver weg bij de Schotse band, die ook op Heavy Heavy toch vooral ongrijpbaar blijft.
Ik laat albums buiten mijn comfort zone als deze meestal liggen, maar ik blijf maar luisteren naar Heavy Heavy, ook als de muziek van de band me vooral tegen staat of ik er doodmoe van word. De meeste songs op het album staan me overigens niet tegen, maar fascineren me hopeloos. Zeker wanneer je het album wat vaker hebt gehoord valt er wel het een en ander op zijn plek, maar Heavy Heavy blijkt een uniek album, dat nooit alle geheimen tegelijk prijs geeft. Het is bovendien een album dat je het ene moment in vervoering kan brengen en het volgende moment voor hoofdpijn zorgt.
De muziek van Young Fathers is aan de ene kant ruw en eclectisch, maar op hetzelfde moment heb ik het idee dat over iedere noot goed is nagedacht. Heavy Heavy bevindt zich voor een belangrijk deel mijlenver buiten mijn comfort zone, maar toch kan ik het maar niet los laten. In 2018 was ik totaal niet vatbaar voor het wijdverspreide Young Fathers virus, maar deze keer heeft de band uit Edinburgh me toch te pakken. Erwin Zijleman
Young Gun Silver Fox - AM Waves (2018)

4,0
1
geplaatst: 28 april 2018, 10:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Young Gun Silver Fox - AM Waves - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Young Gun Silver Fox is de samenwerking tussen de Britse muzikant Andy Platts (mogelijk bekend als voorman van de Britse band Mamas Gun) en de Amerikaanse muzikant en producer Shawn Lee (met name bekend als producer van onder andere Jeff Buckley en Lana Del Rey of als de maker van muziek bij games en films).
Als Young Gun Silver Fox keren ze in een tijdmachine terug naar de jaren 70 en maken ze daar soulvolle softrock, die direct associaties zal oproepen met de muziek van onder andere Chicago, The Doobie Brothers, Kenny Loggins & Jim Messina en America.
Het zijn de namen die bij mij als eerste opkwamen bij beluistering van AM Waves, maar inmiddels hoor ik minstens net zoveel van de Bee Gees, The Eagles, Boz Scaggs, Steely Dan en zeker ook Hall & Oates.
Het is muziek waar ik in het verleden niet zo gek op was, waardoor het genre ondervertegenwoordigd is in mijn platenkast, maar met name de laatste jaren kan ik de zwoele en zonnige klanken uit de softrock wel waarderen, zeker als ik even niets hoef of moet.
Het gemis in de platenkast wordt volledig opgevangen door het album van Young Gun Silver Fox (dat hetzelfde kunstje overigens al eerder liet horen op haar debuut West End Coast), dat klinkt als een verzamelaar van de beste songs van alle bovengenoemde bands, duo’s en muzikanten.
Muziekliefhebbers met een allergie voor zoete en gepolijste klanken moeten hier niet eens aan beginnen, want de muziek die Andy Platts en Shawn Lee als Young Gun Silver Fox maken is suikerzoet en zo glad als een net gevangen aal. Het is aan de andere kant muziek die de zon laat schijnen en die je in een keer meevoert naar het California uit de jaren 70.
In muzikaal opzicht zit het allemaal geweldig in elkaar, waarbij de klanken die de temperatuur minstens een paar graden doen stijgen worden gecombineerd met flink wat muzikale hoogstandjes en een flinke dosis galm.
Hierop mogen de heren hun vocale kunstje doen en ook op dit vlak leveren Andy Platts en Shawn Lee een topprestatie. De zang doet af en toe denken aan die van Don Henley, maar herinnert ook nadrukkelijk aan Steely Dan en kan ook nog eens met falsetstemmen richting The Doobie Brothers of de Bee Gees schieten.
AM Waves had probleemloos in de jaren 70 gemaakt kunnen zijn, wat betekent dat de Brit en de Amerikaan een knap staaltje retro hebben afgeleverd. Hiermee doe je Young Gun Silver Fox ook flink tekort, want wanneer AM Waves in de jaren 70 was verschenen had de plaat absoluut met de besten meegekund. Young Gun Silver Fox komt immers met een geweldige serie songs op de proppen en het zijn songs waaraan ik na een keer horen verslaafd was.
Grote kans dat ik uiteindelijk toch de oeuvres van alle hierboven genoemde artiesten ga uitpluizen, maar voorlopig heb ik genoeg aan het geweldige AM Waves van Young Gun Silver Fox. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Young Gun Silver Fox - AM Waves - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Young Gun Silver Fox is de samenwerking tussen de Britse muzikant Andy Platts (mogelijk bekend als voorman van de Britse band Mamas Gun) en de Amerikaanse muzikant en producer Shawn Lee (met name bekend als producer van onder andere Jeff Buckley en Lana Del Rey of als de maker van muziek bij games en films).
Als Young Gun Silver Fox keren ze in een tijdmachine terug naar de jaren 70 en maken ze daar soulvolle softrock, die direct associaties zal oproepen met de muziek van onder andere Chicago, The Doobie Brothers, Kenny Loggins & Jim Messina en America.
Het zijn de namen die bij mij als eerste opkwamen bij beluistering van AM Waves, maar inmiddels hoor ik minstens net zoveel van de Bee Gees, The Eagles, Boz Scaggs, Steely Dan en zeker ook Hall & Oates.
Het is muziek waar ik in het verleden niet zo gek op was, waardoor het genre ondervertegenwoordigd is in mijn platenkast, maar met name de laatste jaren kan ik de zwoele en zonnige klanken uit de softrock wel waarderen, zeker als ik even niets hoef of moet.
Het gemis in de platenkast wordt volledig opgevangen door het album van Young Gun Silver Fox (dat hetzelfde kunstje overigens al eerder liet horen op haar debuut West End Coast), dat klinkt als een verzamelaar van de beste songs van alle bovengenoemde bands, duo’s en muzikanten.
Muziekliefhebbers met een allergie voor zoete en gepolijste klanken moeten hier niet eens aan beginnen, want de muziek die Andy Platts en Shawn Lee als Young Gun Silver Fox maken is suikerzoet en zo glad als een net gevangen aal. Het is aan de andere kant muziek die de zon laat schijnen en die je in een keer meevoert naar het California uit de jaren 70.
In muzikaal opzicht zit het allemaal geweldig in elkaar, waarbij de klanken die de temperatuur minstens een paar graden doen stijgen worden gecombineerd met flink wat muzikale hoogstandjes en een flinke dosis galm.
Hierop mogen de heren hun vocale kunstje doen en ook op dit vlak leveren Andy Platts en Shawn Lee een topprestatie. De zang doet af en toe denken aan die van Don Henley, maar herinnert ook nadrukkelijk aan Steely Dan en kan ook nog eens met falsetstemmen richting The Doobie Brothers of de Bee Gees schieten.
AM Waves had probleemloos in de jaren 70 gemaakt kunnen zijn, wat betekent dat de Brit en de Amerikaan een knap staaltje retro hebben afgeleverd. Hiermee doe je Young Gun Silver Fox ook flink tekort, want wanneer AM Waves in de jaren 70 was verschenen had de plaat absoluut met de besten meegekund. Young Gun Silver Fox komt immers met een geweldige serie songs op de proppen en het zijn songs waaraan ik na een keer horen verslaafd was.
Grote kans dat ik uiteindelijk toch de oeuvres van alle hierboven genoemde artiesten ga uitpluizen, maar voorlopig heb ik genoeg aan het geweldige AM Waves van Young Gun Silver Fox. Erwin Zijleman
Young Gun Silver Fox - Canyons (2020)

4,5
1
geplaatst: 23 februari 2020, 11:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Young Gun Silver Fox - Canyons - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Young Gun Silver Fox - Canyons
De Nederlandse zomer laat normaal gesproken nog wel even op zich wachten, maar met Canyons van Young Gun Silver Fox haal je de zomer onmiddellijk in huis
AM Waves van Young Gun Silver Fox maakte bijna twee jaar geleden een hele stapel blue-eyed soul albums uit de jaren 70 in één klap overbodig. Het album klonk als een soundtrack uit vervlogen tijden en het was een soundtrack die niet of nauwelijks te weerstaan was. Op Canyons trekt het Brits/Amerikaanse duo de lijn door en strooit het nog wat driftiger met zonnestralen en honingzoete melodieën. De instrumentatie en de zang zijn ook dit keer prachtig, de productie is overdadig maar wonderschoon, terwijl de songs nog wat beter zijn en de grote voorbeelden uit de jaren 70 nadrukkelijk naar de kroon steken. Volstrekt onweerstaanbaar als je het mij vraagt.
In het verleden greep ik op de vroege zondagochtend nog wel eens naar albums van vooral in de jaren 70 populaire muzikanten als Chicago, The Doobie Brothers, Kenny Loggins & Jim Messina, America, maar zeker ook The Bee Gees, The Eagles, Boz Scaggs, Steely Dan, Toto en Hall & Oates. Het is allemaal niet meer nodig sinds ik in het voorjaar van 2018 AM Waves van het Amerikaanse duo Young Gun Silver Fox in handen kreeg.
De Britse muzikant Andy Platts (eerder actief met de zwaar onderschatte band Mamas Gun) en de Amerikaanse muzikant en producer Shawn Lee (die onder andere werkte met Lana Del Rey en Jeff Buckley en een beroemd maker van soundtracks voor games is) grepen op het tweede album van hun band schaamteloos terug op de zonnige blue-eyed soul, die in de jaren 70 vooral aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt. AM Waves van Young Gun Silver Fox was suikerzoet, maar het album ging er bij mij in als koek.
Vorig jaar was er het al even aangename soloalbum van Shawn Lee, maar dit jaar staat weer in het teken van Young Gun Silver Fox. Op Canyons zet het Brits/Amerikaanse tweetal geen nieuwe stappen, maar gaat het verder waar het bijna twee jaar geleden was opgehouden. Ook Canyons grijpt terug op de blue-eyed soul van de jaren 70 en strooit driftig met zonnestralen.
Vergeleken met AM Waves klinkt het allemaal nog wat zoeter en is de productie nog wat voller. Het levert een album op waarvoor heel wat muziekliefhebbers de neus zullen ophalen, maar ik kan ook het nieuwe album van Young Gun Silver Fox met geen mogelijkheid weerstaan. Ik hou zo af en toe immers wel van de muziek van de bovengenoemde inspiratiebronnen en kan ook een lekkere volle productie wel waarderen.
In muzikaal en productioneel opzicht haalt Young Gun Silver Fox alles uit de kast en laat het zich niet alleen inspireren door alle bovenstaande namen, maar dit keer ook zeker door Earth, Wind & Fire en hier en daar een beperkt vleugje 80s Prince. Invloeden uit de 70s blue-eyed soul en softpop domineren echter op dit album.
Canyons valt op door een vol, maar ook warm en zonnig geluid, dat bijzonder lekker uit de speakers komt. Er is flink gesleuteld aan de muziek van Young Gun Silver Fox en het resultaat is er naar. Laat Canyons uit de speakers komen en de gevoelstemperatuur stijgt tot een graad of 25. De bassen leggen een heerlijke basis, waarop met name het gitaarwerk en de orgeltjes kunnen excelleren, maar ook de blazers (die in tegenstelling tot een aantal beweringen op het Internet zeker niet uit een doosje komen) klinken geweldig.
Luister naar Canyons en de Nederlandse winter wordt in één keer verruild voor de Californische zomer. Het nieuwe album van Young Gun Silver Fox klinkt in muzikaal en productioneel opzicht fantastisch, maar ook de zang op het album verleidt bijzonder makkelijk en dan zijn er ook nog eens de songs, die in de jaren 70 stuk voor stuk wereldhits zouden zijn geworden.
De criticus zal beweren dat Young Gun Silver Fox een kunstje beheerst en dat inmiddels wel erg lang uitmelkt, maar ach wat beheersen Andy Platts en Shawn Lee dit kunstje goed en misschien nog wel beter dan veel van hun inspiratiebronnen. Canyons is 40 minuten pure nostalgie, maar ook 40 minuten zorgeloos genieten van laid-back muziek die lichaam en geest op bijzonder aangename wijze tot rust laat komen. Canyons klinkt misschien nog wel beter dan zijn voorganger en is een album dat ik heel vaak ga beluisteren. En zeker niet als guilty pleasure. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Young Gun Silver Fox - Canyons - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Young Gun Silver Fox - Canyons
De Nederlandse zomer laat normaal gesproken nog wel even op zich wachten, maar met Canyons van Young Gun Silver Fox haal je de zomer onmiddellijk in huis
AM Waves van Young Gun Silver Fox maakte bijna twee jaar geleden een hele stapel blue-eyed soul albums uit de jaren 70 in één klap overbodig. Het album klonk als een soundtrack uit vervlogen tijden en het was een soundtrack die niet of nauwelijks te weerstaan was. Op Canyons trekt het Brits/Amerikaanse duo de lijn door en strooit het nog wat driftiger met zonnestralen en honingzoete melodieën. De instrumentatie en de zang zijn ook dit keer prachtig, de productie is overdadig maar wonderschoon, terwijl de songs nog wat beter zijn en de grote voorbeelden uit de jaren 70 nadrukkelijk naar de kroon steken. Volstrekt onweerstaanbaar als je het mij vraagt.
In het verleden greep ik op de vroege zondagochtend nog wel eens naar albums van vooral in de jaren 70 populaire muzikanten als Chicago, The Doobie Brothers, Kenny Loggins & Jim Messina, America, maar zeker ook The Bee Gees, The Eagles, Boz Scaggs, Steely Dan, Toto en Hall & Oates. Het is allemaal niet meer nodig sinds ik in het voorjaar van 2018 AM Waves van het Amerikaanse duo Young Gun Silver Fox in handen kreeg.
De Britse muzikant Andy Platts (eerder actief met de zwaar onderschatte band Mamas Gun) en de Amerikaanse muzikant en producer Shawn Lee (die onder andere werkte met Lana Del Rey en Jeff Buckley en een beroemd maker van soundtracks voor games is) grepen op het tweede album van hun band schaamteloos terug op de zonnige blue-eyed soul, die in de jaren 70 vooral aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt. AM Waves van Young Gun Silver Fox was suikerzoet, maar het album ging er bij mij in als koek.
Vorig jaar was er het al even aangename soloalbum van Shawn Lee, maar dit jaar staat weer in het teken van Young Gun Silver Fox. Op Canyons zet het Brits/Amerikaanse tweetal geen nieuwe stappen, maar gaat het verder waar het bijna twee jaar geleden was opgehouden. Ook Canyons grijpt terug op de blue-eyed soul van de jaren 70 en strooit driftig met zonnestralen.
Vergeleken met AM Waves klinkt het allemaal nog wat zoeter en is de productie nog wat voller. Het levert een album op waarvoor heel wat muziekliefhebbers de neus zullen ophalen, maar ik kan ook het nieuwe album van Young Gun Silver Fox met geen mogelijkheid weerstaan. Ik hou zo af en toe immers wel van de muziek van de bovengenoemde inspiratiebronnen en kan ook een lekkere volle productie wel waarderen.
In muzikaal en productioneel opzicht haalt Young Gun Silver Fox alles uit de kast en laat het zich niet alleen inspireren door alle bovenstaande namen, maar dit keer ook zeker door Earth, Wind & Fire en hier en daar een beperkt vleugje 80s Prince. Invloeden uit de 70s blue-eyed soul en softpop domineren echter op dit album.
Canyons valt op door een vol, maar ook warm en zonnig geluid, dat bijzonder lekker uit de speakers komt. Er is flink gesleuteld aan de muziek van Young Gun Silver Fox en het resultaat is er naar. Laat Canyons uit de speakers komen en de gevoelstemperatuur stijgt tot een graad of 25. De bassen leggen een heerlijke basis, waarop met name het gitaarwerk en de orgeltjes kunnen excelleren, maar ook de blazers (die in tegenstelling tot een aantal beweringen op het Internet zeker niet uit een doosje komen) klinken geweldig.
Luister naar Canyons en de Nederlandse winter wordt in één keer verruild voor de Californische zomer. Het nieuwe album van Young Gun Silver Fox klinkt in muzikaal en productioneel opzicht fantastisch, maar ook de zang op het album verleidt bijzonder makkelijk en dan zijn er ook nog eens de songs, die in de jaren 70 stuk voor stuk wereldhits zouden zijn geworden.
De criticus zal beweren dat Young Gun Silver Fox een kunstje beheerst en dat inmiddels wel erg lang uitmelkt, maar ach wat beheersen Andy Platts en Shawn Lee dit kunstje goed en misschien nog wel beter dan veel van hun inspiratiebronnen. Canyons is 40 minuten pure nostalgie, maar ook 40 minuten zorgeloos genieten van laid-back muziek die lichaam en geest op bijzonder aangename wijze tot rust laat komen. Canyons klinkt misschien nog wel beter dan zijn voorganger en is een album dat ik heel vaak ga beluisteren. En zeker niet als guilty pleasure. Erwin Zijleman
Young Gun Silver Fox - Pleasure (2025)

4,0
0
geplaatst: 7 mei 2025, 11:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Young Gun Silver Fox - Pleasure - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Young Gun Silver Fox - Pleasure
Met zomerse temperaturen in aantocht is het de hoogste tijd voor een aangenaam zomerse soundtrack en die wordt geleverd door Young Gun Silver Fox, dat je meeneemt naar de Amerikaanse westkust van de jaren 70
Het is inmiddels al lang geen geheim meer waar de Britse muzikant Andy Platts en de Amerikaanse muzikant Shawn Lee de mosterd halen. De eerste vier albums van hun band Young Gun Silver Fox stonden vol met de zwoele en melodieuze muziek die in de jaren 70 aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt. Het zijn albums waar de inspiratiebronnen dik bovenop liggen, maar zeker de laatste drie albums van Young Gun Silver Fox voelden zeker niet aan als overbodige retro. Dat geldt ook weer niet voor het deze week verschenen Pleasure waarop de twee hun geluid en hun songs verder hebben geperfectioneerd. Het levert een album op dat doet uitzien naar een lange, warme en vooral ook zorgeloze zomer. De soundtrack voor deze zomer is nu alvast beschikbaar.
West End Coast, het bijna tien jaar geleden verschenen debuutalbum van het duo Young Gun Silver Fox, moedigde mij vooral aan om een aantal vergeten albums uit de jaren 70 weer eens uit de kast te halen. Op hun debuutalbum maakten de Britse muzikant Andy Platts, die eerder aan de weg timmerde met zijn band Mamas Gun, en de Amerikaanse muzikant en producer Shawn Lee, die onder andere actief was Jeff Buckley en Lana Del Rey, muziek die de hoogtijdagen van onder andere The Eagles, America, Steely Dan, Hall & Oates en The Doobie Brothers deed herleven.
Het debuutalbum van Young Gun Silver Fox klonk als een playlist met wat obscure maar absoluut zonnige en aangename softrock, blue-eyed soul en AM rock zoals die in de jaren 70 aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt. Ik vond het zeker niet slecht en in de meeste gevallen zelfs bijzonder aangenaam, maar koos vervolgens toch snel voor een playlist met de hits uit deze genres en periode.
Andy Platts en Shawn Lee vervolmaakten hun geluid vervolgens op hun tweede album AM Waves uit 2018, dat een vergelijkbaar geluid liet horen, maar dan wel met betere songs en een zowel in muzikaal als vocaal opzicht mooier geluid. AM Waves vond ik daarom wel een aardig alternatief voor een playlist met muziek uit de jaren 70 en hetzelfde ging op voor Canyons uit 2020, dat wat extra soul en een beetje funk toevoegde in een nog net wat zwoeler klinkende productie.
Na Canyons ging ik er echter wel van uit dat twee albums van het duo wel genoeg zou zijn, maar met Ticket To Shangri-La leverden Andy Platts en Shawn Lee in 2022 hun beste album tot dat moment af, waardoor ik het album echt niet kon laten liggen. Ticket To Shangri-La was niet alleen een productioneel hoogstandje, maar het album bevatte ook songs die in de jaren 70 stuk voor stuk zouden zijn uitgegroeid tot grote hits en alles werd ook nog eens perfect uitgevoerd.
Alle reden dus om toch weer nieuwsgierig te zijn naar het deze week verschenen vijfde album van het Brits-Amerikaanse duo. Pleasure is op zich niets nieuws onder de zon, maar de titel van het nieuwe album van Young Gun Silver Fox is wel een vlag die de lading dekt, zeker nu de temperaturen weer gaan stijgen tot zomerse waarden. Ook het nieuwe album van het Brits-Amerikaanse duo is weer een album dat de ruimte vult met zonnestralen en warmte en dat alle urgentie om ook maar iets te doen wegneemt.
Aan de inspiratiebronnen is niets veranderd. Ook op Pleasure keert Young Gun Silver Fox terug naar de jaren 70 en dan met name naar de Amerikaanse westkust. Waar het duo op haar debuutalbum flink achter bleef bij de grote voorbeelden, is het op Pleasure goed voor songs van hoog niveau.
Pleasure klinkt als een verzameling hits uit de jaren 70 en het zijn hits die mee hadden gekund met de hits van de eerder genoemde inspiratiebronnen. Hall & Oates zouden hebben getekend voor een collectie songs als deze en dat geldt voor meer voorbeelden van Young Gun Silver Fox.
Ook de kwaliteit van de muziek en de zang voldoet aan de hoogste kwaliteitsstandaarden. De instrumentatie klinkt warm en verzorgd, maar zit ook vol mooie details en ook de zang en de harmonieën op Pleasure zijn van topkwaliteit. Natuurlijk maken Andy Platts en Shawn Lee muziek die al eerder is gemaakt, maar ze doen dit wel heel erg goed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Young Gun Silver Fox - Pleasure - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Young Gun Silver Fox - Pleasure
Met zomerse temperaturen in aantocht is het de hoogste tijd voor een aangenaam zomerse soundtrack en die wordt geleverd door Young Gun Silver Fox, dat je meeneemt naar de Amerikaanse westkust van de jaren 70
Het is inmiddels al lang geen geheim meer waar de Britse muzikant Andy Platts en de Amerikaanse muzikant Shawn Lee de mosterd halen. De eerste vier albums van hun band Young Gun Silver Fox stonden vol met de zwoele en melodieuze muziek die in de jaren 70 aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt. Het zijn albums waar de inspiratiebronnen dik bovenop liggen, maar zeker de laatste drie albums van Young Gun Silver Fox voelden zeker niet aan als overbodige retro. Dat geldt ook weer niet voor het deze week verschenen Pleasure waarop de twee hun geluid en hun songs verder hebben geperfectioneerd. Het levert een album op dat doet uitzien naar een lange, warme en vooral ook zorgeloze zomer. De soundtrack voor deze zomer is nu alvast beschikbaar.
West End Coast, het bijna tien jaar geleden verschenen debuutalbum van het duo Young Gun Silver Fox, moedigde mij vooral aan om een aantal vergeten albums uit de jaren 70 weer eens uit de kast te halen. Op hun debuutalbum maakten de Britse muzikant Andy Platts, die eerder aan de weg timmerde met zijn band Mamas Gun, en de Amerikaanse muzikant en producer Shawn Lee, die onder andere actief was Jeff Buckley en Lana Del Rey, muziek die de hoogtijdagen van onder andere The Eagles, America, Steely Dan, Hall & Oates en The Doobie Brothers deed herleven.
Het debuutalbum van Young Gun Silver Fox klonk als een playlist met wat obscure maar absoluut zonnige en aangename softrock, blue-eyed soul en AM rock zoals die in de jaren 70 aan de Amerikaanse westkust werd gemaakt. Ik vond het zeker niet slecht en in de meeste gevallen zelfs bijzonder aangenaam, maar koos vervolgens toch snel voor een playlist met de hits uit deze genres en periode.
Andy Platts en Shawn Lee vervolmaakten hun geluid vervolgens op hun tweede album AM Waves uit 2018, dat een vergelijkbaar geluid liet horen, maar dan wel met betere songs en een zowel in muzikaal als vocaal opzicht mooier geluid. AM Waves vond ik daarom wel een aardig alternatief voor een playlist met muziek uit de jaren 70 en hetzelfde ging op voor Canyons uit 2020, dat wat extra soul en een beetje funk toevoegde in een nog net wat zwoeler klinkende productie.
Na Canyons ging ik er echter wel van uit dat twee albums van het duo wel genoeg zou zijn, maar met Ticket To Shangri-La leverden Andy Platts en Shawn Lee in 2022 hun beste album tot dat moment af, waardoor ik het album echt niet kon laten liggen. Ticket To Shangri-La was niet alleen een productioneel hoogstandje, maar het album bevatte ook songs die in de jaren 70 stuk voor stuk zouden zijn uitgegroeid tot grote hits en alles werd ook nog eens perfect uitgevoerd.
Alle reden dus om toch weer nieuwsgierig te zijn naar het deze week verschenen vijfde album van het Brits-Amerikaanse duo. Pleasure is op zich niets nieuws onder de zon, maar de titel van het nieuwe album van Young Gun Silver Fox is wel een vlag die de lading dekt, zeker nu de temperaturen weer gaan stijgen tot zomerse waarden. Ook het nieuwe album van het Brits-Amerikaanse duo is weer een album dat de ruimte vult met zonnestralen en warmte en dat alle urgentie om ook maar iets te doen wegneemt.
Aan de inspiratiebronnen is niets veranderd. Ook op Pleasure keert Young Gun Silver Fox terug naar de jaren 70 en dan met name naar de Amerikaanse westkust. Waar het duo op haar debuutalbum flink achter bleef bij de grote voorbeelden, is het op Pleasure goed voor songs van hoog niveau.
Pleasure klinkt als een verzameling hits uit de jaren 70 en het zijn hits die mee hadden gekund met de hits van de eerder genoemde inspiratiebronnen. Hall & Oates zouden hebben getekend voor een collectie songs als deze en dat geldt voor meer voorbeelden van Young Gun Silver Fox.
Ook de kwaliteit van de muziek en de zang voldoet aan de hoogste kwaliteitsstandaarden. De instrumentatie klinkt warm en verzorgd, maar zit ook vol mooie details en ook de zang en de harmonieën op Pleasure zijn van topkwaliteit. Natuurlijk maken Andy Platts en Shawn Lee muziek die al eerder is gemaakt, maar ze doen dit wel heel erg goed. Erwin Zijleman
Young Gun Silver Fox - Ticket to Shangri-La (2022)

4,0
0
geplaatst: 13 november 2022, 11:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Young Gun Silver Fox - Ticket To Shangri-La - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Young Gun Silver Fox - Ticket To Shangri-La
Young Gun Silver Fox laat ook op Ticket To Shangri-La de hoogtijdagen van de Californische blue-eyed soul herleven met onweerstaanbaar lekkere songs, die ook nog eens knap in elkaar steken
Ik dacht eerlijk gezegd dat ik de nostalgische blue-eyed soul van het Brits-Amerikaanse duo Young Gun Silver Fox na drie albums wel gehoord had, maar na eerste aarzeling heb ik ook album nummer vier weer omarmd. Ook Ticket To Shangri-La staat immers weer vol met songs die uitnodigen tot wegdromen en die doen verlangen naar mooie zomerdagen. Andy Platts en Shawn Lee weten met flink wat blazers het geluid uit de jaren 70 prachtig te reproduceren en staan ook op hun vierde album weer garant voor songs die kwaliteit ademen. Young Gun Silver Fox neemt alle zorgen van deze onzekere tijden tien songs lang weg met heerlijke klanken, die ik alleen maar wil koesteren.
Ticket To Shangri-La van Young Gun Silver Fox verscheen een paar weken geleden al, maar in eerste instantie heb ik het vierde album van het Brits-Amerikaanse duo laten liggen. Ticket To Shangri-La klinkt weliswaar direct vanaf de eerste noten onweerstaanbaar lekker en blijft dit ook een album lang doen, maar de muziek van de Britse muzikant Andy Platts en de Amerikaanse muzikant en producer Shawn Lee volgt een inmiddels beproefd recept, waardoor de verrassing er wel wat af is.
Ik ging er daarom in eerste instantie van uit dat het vierde album van het bijzondere duo niet al te veel toe zou voegen aan West End Coast uit 2015, AM Waves uit 2018, dat zelfs mijn jaarlijstje haalde, en Canyons uit 2020. In muzikaal opzicht is dat ook zo. Ook Ticket To Shangri-La neemt je direct vanaf de eerste noten mee terug naar de blue-eyed soul zoals die in de jaren 70 en 80 vooral in Los Angeles werd gemaakt.
In mijn recensies van de vorige albums van Young Gun Silver Fox noemde ik de muziek van Chicago, The Doobie Brothers, Kenny Loggins & Jim Messina, Earth, Wind & Fire, America, maar zeker ook The Bee Gees, The Eagles, Boz Scaggs, Steely Dan, Toto en Hall & Oates als vergelijkingsmateriaal en al deze namen zijn ook voor het beschrijven van de muziek op Ticket To Shangri-La relevant.
Het vierde album van Young Gun Silver Fox is hierdoor een album zonder verrassingen, maar nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd, kan ik wel concluderen dat Andy Platts en Shawn Lee hun geluid verder hebben geperfectioneerd. Ook het vierde album van het Brits-Amerikaanse duo grossiert bovendien weer in zwoele klanken en honingzoete songs.
Wanneer de eerste noten van het album uit de speakers komen word je een aantal decennia teruggeworpen in de tijd, al waren er destijds maar weinig albums die zo mooi klinken als Ticket To Shangri-La. Young Gun Silver Fox verrast ook op haar nieuwe album met klanken die de gevoelstemperatuur een aantal graden laten stijgen. De meeste songs op het album klinken in de basis vrij subtiel en zijn hierna verder aangekleed met onder andere elektronica en blazers.
Het is vastgelegd in een bijzonder mooie en heldere productie, waarin ieder detail aan de oppervlakte komt. Met name de gitaarlijnen op het album vind ik prachtig , maar ook alle andere ingrediënten van het blue-eyed soul geluid van weleer worden fraai en trefzeker gereproduceerd. Het past allemaal prachtig bij de dromerige zang, die weer wordt versterkt door de karakteristieke koortjes, die onlosmakelijk zijn verbonden met het genre.
Ticket To Shangri-La is in muzikaal en vocaal opzicht misschien geen heel verrassend album, maar de songs op het vierde album van Young Gun Silver Fox kan ik steeds lastiger weerstaan. Het zijn songs vol nostalgie waarbij het heerlijk wegdromen is, maar het zijn ook bijzonder knap gemaakte songs, die steeds weer nieuwe details laten horen.
Ik kan me best voorstellen dat er flink wat muziekliefhebbers zijn die hier helemaal niets aan vinden of het minstens een bijzonder flauwe hap vinden, maar zo op zijn tijd vind ik dit soort muziek echt bijzonder lekker en veel beter dan op Ticket To Shangri-La wordt het wat mij betreft niet gemaakt. Hebben Andy Platts en Shawn Lee me toch weer te pakken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Young Gun Silver Fox - Ticket To Shangri-La - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Young Gun Silver Fox - Ticket To Shangri-La
Young Gun Silver Fox laat ook op Ticket To Shangri-La de hoogtijdagen van de Californische blue-eyed soul herleven met onweerstaanbaar lekkere songs, die ook nog eens knap in elkaar steken
Ik dacht eerlijk gezegd dat ik de nostalgische blue-eyed soul van het Brits-Amerikaanse duo Young Gun Silver Fox na drie albums wel gehoord had, maar na eerste aarzeling heb ik ook album nummer vier weer omarmd. Ook Ticket To Shangri-La staat immers weer vol met songs die uitnodigen tot wegdromen en die doen verlangen naar mooie zomerdagen. Andy Platts en Shawn Lee weten met flink wat blazers het geluid uit de jaren 70 prachtig te reproduceren en staan ook op hun vierde album weer garant voor songs die kwaliteit ademen. Young Gun Silver Fox neemt alle zorgen van deze onzekere tijden tien songs lang weg met heerlijke klanken, die ik alleen maar wil koesteren.
Ticket To Shangri-La van Young Gun Silver Fox verscheen een paar weken geleden al, maar in eerste instantie heb ik het vierde album van het Brits-Amerikaanse duo laten liggen. Ticket To Shangri-La klinkt weliswaar direct vanaf de eerste noten onweerstaanbaar lekker en blijft dit ook een album lang doen, maar de muziek van de Britse muzikant Andy Platts en de Amerikaanse muzikant en producer Shawn Lee volgt een inmiddels beproefd recept, waardoor de verrassing er wel wat af is.
Ik ging er daarom in eerste instantie van uit dat het vierde album van het bijzondere duo niet al te veel toe zou voegen aan West End Coast uit 2015, AM Waves uit 2018, dat zelfs mijn jaarlijstje haalde, en Canyons uit 2020. In muzikaal opzicht is dat ook zo. Ook Ticket To Shangri-La neemt je direct vanaf de eerste noten mee terug naar de blue-eyed soul zoals die in de jaren 70 en 80 vooral in Los Angeles werd gemaakt.
In mijn recensies van de vorige albums van Young Gun Silver Fox noemde ik de muziek van Chicago, The Doobie Brothers, Kenny Loggins & Jim Messina, Earth, Wind & Fire, America, maar zeker ook The Bee Gees, The Eagles, Boz Scaggs, Steely Dan, Toto en Hall & Oates als vergelijkingsmateriaal en al deze namen zijn ook voor het beschrijven van de muziek op Ticket To Shangri-La relevant.
Het vierde album van Young Gun Silver Fox is hierdoor een album zonder verrassingen, maar nu ik wat vaker naar het album heb geluisterd, kan ik wel concluderen dat Andy Platts en Shawn Lee hun geluid verder hebben geperfectioneerd. Ook het vierde album van het Brits-Amerikaanse duo grossiert bovendien weer in zwoele klanken en honingzoete songs.
Wanneer de eerste noten van het album uit de speakers komen word je een aantal decennia teruggeworpen in de tijd, al waren er destijds maar weinig albums die zo mooi klinken als Ticket To Shangri-La. Young Gun Silver Fox verrast ook op haar nieuwe album met klanken die de gevoelstemperatuur een aantal graden laten stijgen. De meeste songs op het album klinken in de basis vrij subtiel en zijn hierna verder aangekleed met onder andere elektronica en blazers.
Het is vastgelegd in een bijzonder mooie en heldere productie, waarin ieder detail aan de oppervlakte komt. Met name de gitaarlijnen op het album vind ik prachtig , maar ook alle andere ingrediënten van het blue-eyed soul geluid van weleer worden fraai en trefzeker gereproduceerd. Het past allemaal prachtig bij de dromerige zang, die weer wordt versterkt door de karakteristieke koortjes, die onlosmakelijk zijn verbonden met het genre.
Ticket To Shangri-La is in muzikaal en vocaal opzicht misschien geen heel verrassend album, maar de songs op het vierde album van Young Gun Silver Fox kan ik steeds lastiger weerstaan. Het zijn songs vol nostalgie waarbij het heerlijk wegdromen is, maar het zijn ook bijzonder knap gemaakte songs, die steeds weer nieuwe details laten horen.
Ik kan me best voorstellen dat er flink wat muziekliefhebbers zijn die hier helemaal niets aan vinden of het minstens een bijzonder flauwe hap vinden, maar zo op zijn tijd vind ik dit soort muziek echt bijzonder lekker en veel beter dan op Ticket To Shangri-La wordt het wat mij betreft niet gemaakt. Hebben Andy Platts en Shawn Lee me toch weer te pakken. Erwin Zijleman
Young Guv - GUV I & II (2019)

4,5
0
geplaatst: 14 november 2019, 17:18 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Young Guv - GUV I+II - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Young Guv - GUV I+II
Young Guv bracht dit jaar al twee albums uit en bundelt ze nu tot een uur onweerstaanbare (power)pop die de zon uitbundig laat schijnen
Matthew Sweet had er ooit het patent op. Een orkaan van briljante powerpopsongs die de zon lieten schijnen en je in katzwijm achter lieten. Het is een kunstje dat de Canadese muzikant Young Guv ook tot in de perfectie beheerst. Het alter ego van Ben Cook schotelt je in een uur maar liefst 19 perfecte powerpopliedjes voor en de een is nog lekkerder dan de ander. Soms klinkt het wat ruw, soms rammelt het een beetje, maar dat draagt alleen maar bij aan het geweldige gevoel dat GUV I+II je geeft. Het lijkt Young Guv geen enkele moeite te kosten, maar ondertussen levert de Canadese muzikant een razendknappe prestatie. Wat een heerlijke plaat.
Young Guv, het alter ego van de Canadese muzikant Ben Cook, bracht dit jaar al twee albums uit, GUV I en GUV II. De twee albums trokken nog niet overdreven veel aandacht, maar dat moet nu maar eens gaan veranderen nu de twee albums zijn gebundeld tot GUV I+II.
Ben Cook maakt al een aantal jaren muziek en maakte een tijdje deel uit van de Canadese punkband Fucked up, maar sinds hij als Young Guv opereert grossiert hij in onweerstaanbare (power)popliedjes.
Luister naar 19 songs op GUV I+II en één naam duikt direct op in het geheugen (althans bij mij). Matthew Sweet maakte vanaf het begin van de jaren 90 het ene na het andere album met volstrekt tijdloze popliedjes, tot de koek opeens op was.
Ben Cook zit nog aan het begin van zijn carrière en heeft over inspiratie nog niet te klagen. Net als Matthew Sweet heeft Ben Cook goed geluisterd naar bands als Big Star en Teenage Fanclub en heeft hij een zwak voor powerpop.
De powerpop die de muzikant uit het Canadese Toronto met een uitvalsbasis in Brooklyn, New York, als Young Guv maakt is niet alleen onweerstaanbaar lekker, maar klinkt ook gruizig en mag rammelen. Door het lo-fi karakter van de muziek van Young Guv lijkt het of Young Guv de perfecte powerpopliedjes uit de mouw schudt en begint hij aan een nieuw popliedje als het huidige nog niet eens is afgelopen.
GUV I+II betovert een uur lang met honingzoete melodieën en heerlijke refreinen. Ben Cook put hierbij nadrukkelijk uit de archieven van de 90s powerpop, inclusief die van de eerder genoemde Matthew Sweet, maar is ook niet vies van Beatlesque refreinen en hier en daar een vleugje Westcoast pop.
Door het wat ruwe karakter van de songs van Young Guv is GUV I+II een album waar de energie van af spat. In sneltreinvaart komen 19 perfecte (power)popliedjes voorbij en de een is nog leuker dan de andere. Soms klinkt het wat ruw of rammelend, maar de muziek van Young Guv kan ook opvallend melodieus en compleet klinken.
Laat GUV I+II van Young Guv uit de speakers komen en een brede glimlach is niet te onderdrukken. De Canadese muzikant maakt popmuziek waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden en het is popmuziek die je hoofd vult met heel veel zonnestralen.
Ik ken wel meer albums als GUV I+II van Young Guv en vaak zijn het albums die in eerste instantie vol verleidingskracht zitten, maar al snel het grootste deel van hun smaak verliezen. Net als Matthew Sweet tapt Ben Cook uit een ander vaatje. De 19 songs op GUV I+II worden naarmate ze je vaker hoort alleen maar lekkerder en geven steeds meer onweerstaanbare geheimen prijs, waarbij het absoluut helpt dat Ben Cook steeds wat andere accenten legt in zowel de songs als de instrumentatie.
Powerpop lijkt de afgelopen jaren wat aan populariteit te hebben ingeboet en dat verklaart misschien waarom de twee albums van Young Guv niet zijn onthaald met superlatieven. Het is gelukkig niet te laat voor eerherstel, want het deze week verschenen GUV I+II strooit een uur lang ongelooflijk veel leuks over je uit.
De alternatieve Amerikaanse muziekpers heeft het talent van Young Guv inmiddels ontdekt, maar ook hier in Nederland moeten we snel wakker worden. Iedereen die behoefte heeft aan vitamine D kan natuurlijk het vliegtuig naar zonnige bestemmingen pakken, maar GUV I+II werkt misschien nog wel beter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Young Guv - GUV I+II - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Young Guv - GUV I+II
Young Guv bracht dit jaar al twee albums uit en bundelt ze nu tot een uur onweerstaanbare (power)pop die de zon uitbundig laat schijnen
Matthew Sweet had er ooit het patent op. Een orkaan van briljante powerpopsongs die de zon lieten schijnen en je in katzwijm achter lieten. Het is een kunstje dat de Canadese muzikant Young Guv ook tot in de perfectie beheerst. Het alter ego van Ben Cook schotelt je in een uur maar liefst 19 perfecte powerpopliedjes voor en de een is nog lekkerder dan de ander. Soms klinkt het wat ruw, soms rammelt het een beetje, maar dat draagt alleen maar bij aan het geweldige gevoel dat GUV I+II je geeft. Het lijkt Young Guv geen enkele moeite te kosten, maar ondertussen levert de Canadese muzikant een razendknappe prestatie. Wat een heerlijke plaat.
Young Guv, het alter ego van de Canadese muzikant Ben Cook, bracht dit jaar al twee albums uit, GUV I en GUV II. De twee albums trokken nog niet overdreven veel aandacht, maar dat moet nu maar eens gaan veranderen nu de twee albums zijn gebundeld tot GUV I+II.
Ben Cook maakt al een aantal jaren muziek en maakte een tijdje deel uit van de Canadese punkband Fucked up, maar sinds hij als Young Guv opereert grossiert hij in onweerstaanbare (power)popliedjes.
Luister naar 19 songs op GUV I+II en één naam duikt direct op in het geheugen (althans bij mij). Matthew Sweet maakte vanaf het begin van de jaren 90 het ene na het andere album met volstrekt tijdloze popliedjes, tot de koek opeens op was.
Ben Cook zit nog aan het begin van zijn carrière en heeft over inspiratie nog niet te klagen. Net als Matthew Sweet heeft Ben Cook goed geluisterd naar bands als Big Star en Teenage Fanclub en heeft hij een zwak voor powerpop.
De powerpop die de muzikant uit het Canadese Toronto met een uitvalsbasis in Brooklyn, New York, als Young Guv maakt is niet alleen onweerstaanbaar lekker, maar klinkt ook gruizig en mag rammelen. Door het lo-fi karakter van de muziek van Young Guv lijkt het of Young Guv de perfecte powerpopliedjes uit de mouw schudt en begint hij aan een nieuw popliedje als het huidige nog niet eens is afgelopen.
GUV I+II betovert een uur lang met honingzoete melodieën en heerlijke refreinen. Ben Cook put hierbij nadrukkelijk uit de archieven van de 90s powerpop, inclusief die van de eerder genoemde Matthew Sweet, maar is ook niet vies van Beatlesque refreinen en hier en daar een vleugje Westcoast pop.
Door het wat ruwe karakter van de songs van Young Guv is GUV I+II een album waar de energie van af spat. In sneltreinvaart komen 19 perfecte (power)popliedjes voorbij en de een is nog leuker dan de andere. Soms klinkt het wat ruw of rammelend, maar de muziek van Young Guv kan ook opvallend melodieus en compleet klinken.
Laat GUV I+II van Young Guv uit de speakers komen en een brede glimlach is niet te onderdrukken. De Canadese muzikant maakt popmuziek waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden en het is popmuziek die je hoofd vult met heel veel zonnestralen.
Ik ken wel meer albums als GUV I+II van Young Guv en vaak zijn het albums die in eerste instantie vol verleidingskracht zitten, maar al snel het grootste deel van hun smaak verliezen. Net als Matthew Sweet tapt Ben Cook uit een ander vaatje. De 19 songs op GUV I+II worden naarmate ze je vaker hoort alleen maar lekkerder en geven steeds meer onweerstaanbare geheimen prijs, waarbij het absoluut helpt dat Ben Cook steeds wat andere accenten legt in zowel de songs als de instrumentatie.
Powerpop lijkt de afgelopen jaren wat aan populariteit te hebben ingeboet en dat verklaart misschien waarom de twee albums van Young Guv niet zijn onthaald met superlatieven. Het is gelukkig niet te laat voor eerherstel, want het deze week verschenen GUV I+II strooit een uur lang ongelooflijk veel leuks over je uit.
De alternatieve Amerikaanse muziekpers heeft het talent van Young Guv inmiddels ontdekt, maar ook hier in Nederland moeten we snel wakker worden. Iedereen die behoefte heeft aan vitamine D kan natuurlijk het vliegtuig naar zonnige bestemmingen pakken, maar GUV I+II werkt misschien nog wel beter. Erwin Zijleman
Young Guv - GUV III (2022)

4,5
0
geplaatst: 16 maart 2022, 16:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Young Guv - GUV III - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Young Guv - GUV III
Na het briljante GUV I en GUV II is de Canadese band Young Guv terug met het minstens even goede GUV III dat meedogenloos verleidt met geweldige popsongs die de zon uitbundig laten schijnen
Toen ik aan het eind van 2019 voor het eerst in aanraking kwam met de muziek van Young Guv twijfelde ik echt geen moment: GUV I & II was er een voor mijn jaarlijstje. Het album eindigde hoog in dit jaarlijstje en daar viel wat mij betreft niets op af te dingen. Op GUV I & II grossierde Young Guv in onweerstaanbaar lekkere powerpop songs, met hier en daar uitstapjes naar omliggende genres. Het is niet anders op GUV III, dat misschien net wat verzorgder klinkt, maar in alle opzichten de gedroomde opvolger van GUV I & II is. Ondertussen komt GUV IV er ook alweer aan en heeft het er alle schijn van dat 2022, net als 2019, het jaar van Young Guv gaat worden.
Young Guv bracht in 2019 twee uitstekende albums uit, GUV I en GUV II. Het zijn albums die ik overigens pas opmerkte toen ze aan het eind van het betreffende jaar werden gebundeld tot GUV I & II. Op GUV I & II maakte het alter ego van de Canadese muzikant Ben Cook wat mij betreft een onuitwisbare indruk. GUV I & II eindigde uiteindelijk op de elfde plaats in mijn jaarlijstje over 2019 en ik weet zeker dat het album hoger was geëindigd wanneer ik het een paar maanden eerder had ontdekt.
Op GUV I & II imponeerde Ben Cook bijna een uur lang met onweerstaanbaar lekkere en volstrekt onweerstaanbare powerpop songs. Het waren songs zoals Matthew Sweet, Teenage Fanclub en Big Star die in hun allerbeste jaren maakte, maar Young Guv was ook niet vies van wat Westcoast pop, lo-fi en een Beatlesque randje, wat de songs van de Canadese muzikant nog wat onweerstaanbaarder maakte.
Voor GUV I en GUV II maakte Young Guv overigens twee veel minder aansprekende albums, maar deze week wordt het oeuvre van de band dan eindelijk uitgebreid met GUV III. We moeten het dit keer doen met slechts elf songs en een kleine 35 minuten muziek, maar volgens de bandcamp pagina van Ben Cook ligt ook GUV IV inmiddels op de plank en kan ik aan het eind van het jaar GUV III & IV aan mijn jaarlijstje toevoegen. De kans dat dit gaat gebeuren is groot, want ook de songs op GUV III zijn weer om door een ringetje te halen.
Het album werd in 2020 opgenomen nadat Ben Cook en zijn band waren gestrand in de woestijn van New Mexico en hun toevlucht zochten in een zogenaamd “earthship”. De overweldigende natuur van New Mexico inspireerde Ben Cook en zijn band tot een aantal geweldige songs, die uiteindelijk in de studio nog wat werden opgepoetst.
GUV III ligt in het directe verlengde van zijn twee voorgangers. Ook op zijn nieuwe album maakt de Canadese muzikant powerpop zoals de groten in dat genre dat in de jaren 90 deden, maar net als op GUV I & II zijn er ook uitstapjes naar omliggende genres. Het geluid van Young Guv rammelt dit keer wat minder en klinkt wat verzorgder dan op de vorige albums van Ben Cook, maar de verleiding blijft genadeloos en is misschien wel groter dan verwacht omdat GUV III iets toevoegt aan zijn twee voorgangers.
Net als op de vorige twee albums van Young Guv, strooit ook GUV III weer met heerlijk melodieuze popliedjes vol zonnestralen en hier en daar een wolkje melancholie. GUV III klinkt als een klassieker uit de jaren 90 of uit de jaren 70 als het moet, maar de muziek van de band rond Ben Cook klinkt geen moment als overbodige retro. De songs op het album zijn stuk voor stuk tijdloos, maar de Canadese muzikant probeert ook altijd iets eigenzinnigs of eigentijds toe te voegen aan zijn muziek.
Natuurlijk ben ik nu al heel benieuwd naar GUV IV dat later dit jaar volgt, maar ook met de elf songs die er nu al zijn kan de lente direct beginnen. Van het wereldnieuws word je op het moment zeker niet vrolijk of raak je zelfs gedeprimeerd, maar met GUV III kun je even ontsnappen aan de harde werkelijkheid en even vertoeven in een wereld vol liefde waarin de zon alleen maar schijnt. Ik was Young Guv alweer een beetje vergeten, maar wat is het toch een heerlijke band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Young Guv - GUV III - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Young Guv - GUV III
Na het briljante GUV I en GUV II is de Canadese band Young Guv terug met het minstens even goede GUV III dat meedogenloos verleidt met geweldige popsongs die de zon uitbundig laten schijnen
Toen ik aan het eind van 2019 voor het eerst in aanraking kwam met de muziek van Young Guv twijfelde ik echt geen moment: GUV I & II was er een voor mijn jaarlijstje. Het album eindigde hoog in dit jaarlijstje en daar viel wat mij betreft niets op af te dingen. Op GUV I & II grossierde Young Guv in onweerstaanbaar lekkere powerpop songs, met hier en daar uitstapjes naar omliggende genres. Het is niet anders op GUV III, dat misschien net wat verzorgder klinkt, maar in alle opzichten de gedroomde opvolger van GUV I & II is. Ondertussen komt GUV IV er ook alweer aan en heeft het er alle schijn van dat 2022, net als 2019, het jaar van Young Guv gaat worden.
Young Guv bracht in 2019 twee uitstekende albums uit, GUV I en GUV II. Het zijn albums die ik overigens pas opmerkte toen ze aan het eind van het betreffende jaar werden gebundeld tot GUV I & II. Op GUV I & II maakte het alter ego van de Canadese muzikant Ben Cook wat mij betreft een onuitwisbare indruk. GUV I & II eindigde uiteindelijk op de elfde plaats in mijn jaarlijstje over 2019 en ik weet zeker dat het album hoger was geëindigd wanneer ik het een paar maanden eerder had ontdekt.
Op GUV I & II imponeerde Ben Cook bijna een uur lang met onweerstaanbaar lekkere en volstrekt onweerstaanbare powerpop songs. Het waren songs zoals Matthew Sweet, Teenage Fanclub en Big Star die in hun allerbeste jaren maakte, maar Young Guv was ook niet vies van wat Westcoast pop, lo-fi en een Beatlesque randje, wat de songs van de Canadese muzikant nog wat onweerstaanbaarder maakte.
Voor GUV I en GUV II maakte Young Guv overigens twee veel minder aansprekende albums, maar deze week wordt het oeuvre van de band dan eindelijk uitgebreid met GUV III. We moeten het dit keer doen met slechts elf songs en een kleine 35 minuten muziek, maar volgens de bandcamp pagina van Ben Cook ligt ook GUV IV inmiddels op de plank en kan ik aan het eind van het jaar GUV III & IV aan mijn jaarlijstje toevoegen. De kans dat dit gaat gebeuren is groot, want ook de songs op GUV III zijn weer om door een ringetje te halen.
Het album werd in 2020 opgenomen nadat Ben Cook en zijn band waren gestrand in de woestijn van New Mexico en hun toevlucht zochten in een zogenaamd “earthship”. De overweldigende natuur van New Mexico inspireerde Ben Cook en zijn band tot een aantal geweldige songs, die uiteindelijk in de studio nog wat werden opgepoetst.
GUV III ligt in het directe verlengde van zijn twee voorgangers. Ook op zijn nieuwe album maakt de Canadese muzikant powerpop zoals de groten in dat genre dat in de jaren 90 deden, maar net als op GUV I & II zijn er ook uitstapjes naar omliggende genres. Het geluid van Young Guv rammelt dit keer wat minder en klinkt wat verzorgder dan op de vorige albums van Ben Cook, maar de verleiding blijft genadeloos en is misschien wel groter dan verwacht omdat GUV III iets toevoegt aan zijn twee voorgangers.
Net als op de vorige twee albums van Young Guv, strooit ook GUV III weer met heerlijk melodieuze popliedjes vol zonnestralen en hier en daar een wolkje melancholie. GUV III klinkt als een klassieker uit de jaren 90 of uit de jaren 70 als het moet, maar de muziek van de band rond Ben Cook klinkt geen moment als overbodige retro. De songs op het album zijn stuk voor stuk tijdloos, maar de Canadese muzikant probeert ook altijd iets eigenzinnigs of eigentijds toe te voegen aan zijn muziek.
Natuurlijk ben ik nu al heel benieuwd naar GUV IV dat later dit jaar volgt, maar ook met de elf songs die er nu al zijn kan de lente direct beginnen. Van het wereldnieuws word je op het moment zeker niet vrolijk of raak je zelfs gedeprimeerd, maar met GUV III kun je even ontsnappen aan de harde werkelijkheid en even vertoeven in een wereld vol liefde waarin de zon alleen maar schijnt. Ik was Young Guv alweer een beetje vergeten, maar wat is het toch een heerlijke band. Erwin Zijleman
