MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

I Am Kloot - Hold Back the Night (2015)

Alternatieve titel: Live

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: I Am Kloot - Hold Back The Night, I Am Kloot Live - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bij dubbele live albums denk ik aan hard rock en symfonische rock bands uit de jaren 70. Bij I Am Kloot denk ik aan een band die vooral in de studio goed tot zijn recht komt en grossiert in de wat meer ingetogen luisterliedjes.

Het zijn twee gedachten die weinig waard blijken te zijn bij beluistering van Hold Back The Night, I Am Kloot Live.

De onlangs verschenen dubbele live plaat van de band uit Manchester laat immers horen dat dubbele live platen er ook in 2015 nog toe kunnen doen en laat bovendien horen dat I Am Kloot een uitstekende live-band is die zowel uit de voeten kan in kleine en intieme popliedjes als in bijna groots klinkende rocksongs.

I Am Kloot dook aan het begin van het huidige millennium op als onderdeel van de New Acoustics Movement, maar heeft deze beweging inmiddels ruimschoots overleefd. De band maakte inmiddels zes platen, waarvan ik er minstens vier als bovengemiddeld goed durf te bestempelen. Werk van al deze platen komt voorbij tijdens een bijna anderhalf uur durende live-set, die alle kanten van I Am Kloot belicht.

Wat opvalt bij beluistering van Hold Back The Night is dat de muziek van I Am Kloot veel dichter bij al die andere grote bands uit Manchester zit dan ik tot dusver had gehoord. Natuurlijk zijn er de raakvlakken met Elbow, maar die waren ook op de laatste platen van I Am Kloot al goed te horen, maar ik hoor af en toe ook een vleugje Oasis en The Stone Roses, waarbij het overigens vooral gaat om bravoure en zelfverzekerdheid.

De live-plaat van I Am Kloot is te beluisteren als een fraai carrière overzicht, maar het live geluid voegt ook iets toe aan de studioplaten van de band. I Am Kloot heeft geen poging gedaan om de perfecte live-set op de plaat te persen, maar laat een eerlijk en open live geluid horen. Het is een geluid dat absoluut iets toevoegt aan de studio versies van de gespeelde songs.

De live versies op Hold Back The Night bevatten meer dynamiek dan de studio versies en laten bovendien wat meer rafelige en wat meer rauwere randjes horen. Het komt de muziek van I Am Kloot ten goede. Zeker op haar eerste platen klonk de band uit Manchester soms wat tam, maar de op het podium gespeelde versies van dezelfde tracks knallen uit de speakers.

Het is knap hoe I Am Kloot hierbij kan schakelen tussen behoorlijk ingetogen en intieme tracks of passages en tracks of passages die veel steviger van leer trekken of voorzichtig de progrock kant op schieten. In alle tracks valt op hoe mooi en veelzijdig de instrumentatie is en hoe trefzeker de zang.

Ik had op voorhand niet verwacht dat ik een dubbele live-plaat van I Am Kloot in zijn geheel uit zou kunnen zitten, maar dat blijkt echt geen enkel probleem. Hold Back The Night overtuigt anderhalf uur met speels gemak en laat horen dat I Am Kloot al lang onder de grootse Britse bands van het moment had moet worden geschaard. Grappig dat een dubbele live-plaat dit moet bewijzen, maar het is niet anders. Erwin Zijleman

I Am Kloot - Let It All In (2013)

poster
4,5
Wederom aan de hand genomen door Elbow's Guy Garvey, maar I Am Kloot is dit keer meer zichzelf. Het levert een nog betere plaat op.

Lees mijn volledige recensie op:
De krenten uit de pop: I Am Kloot - Let It All In - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Erwin

I Am Oak - Odd Seeds (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: I Am Oak - Odd Seeds (Part 1 & 2) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

I Am Oak - Odd Seeds (Part 1 & 2)
2020 bracht ons een hoop ellende, maar ook het “lockdown album”, waarvan het uit twee delen bestaande Odd Seeds van de Nederlandse band I Am Oak een prachtig voorbeeld is

Wat doe je als je als muzikant noodgedwongen maanden thuis zit? Veel muzikanten maakten nieuwe muziek, maar Thijs Kuijken, de man achter I Am Oak, besloot om songs van zijn band live in te spelen. Hij deed dit 50 dagen lang, wat 50 songs opleverde. 26 hiervan kwamen terecht op Odd Seeds dat uiterst sobere versies van deels bekende en deels onbekende I Am Oak songs laat horen. De instrumentatie is spaarzaam, de zang fluisterzacht. Met minimale middelen sorteert Thijs Kuijken echter een maximaal effect. De songs op Odd Seeds klinken als nieuwe I Am Oak songs en het zijn intieme songs vol zeggingskracht. Odd Seeds is hierdoor het zoveelste prachtige I Am Oak album.

De Nederlandse band I Am Oak bouwde de afgelopen tien jaar aan een bijzonder fraai oeuvre, dat inmiddels uit zes albums en een live-album bestaat. Hier kwamen onlangs nog twee albums bij: Odd Seeds (Pt 1) en Odd Seeds (Pt 2). Beide albums werden gemaakt door Thijs Kuijken, altijd al de belangrijkste muzikant van de band.

Odd Seeds, ook verkrijgbaar op dubbel vinyl, ontstond min of meer bij toeval. Net zoals zoveel van ons zat Thijs Kuijken vanaf half maart thuis en was er niet veel meer te doen dan muziek opnemen. Als alternatief voor de live-shows van I Am Oak experimenteerde hij wat met het filmen van songs die hij thuis inspeelde. Het leverde uiteindelijk een verzameling van zo’n 50 songs op, waarvan ruim de helft is terecht gekomen op Odd Seeds.

Thijs Kuijken maakte al eerder herbewerkingen van songs van I Am Oak op het buitengewoon fraaie Ols Songd uit 2014, dat ik zelf goed genoeg vind om mee te tellen als regulier I Am Oak album. Dat laatste geldt ook zeker voor Odd Seeds, dat me uitstekend bevalt. Odd Seeds bevat in totaal 26 songs, deels herbewerkingen van songs die eerder op I Am Oak albums terecht kwamen en deels herbewerkingen van I Am Oak songs die nog op de plank lagen.

De albums van de band rond Thijs Kuijken zijn over het algemeen ingetogen, maar op Odd Seeds zijn de deels bekende en deels onbekende songs uit het oeuvre van de band ontdaan van alle opsmuk en franje. Thijs Kuijken vertolkt een deel van de songs met een akoestische gitaar (en incidenteel met een banjo), terwijl voor een ander deel van de songs sobere en uiterst subtiele elektronica wordt ingezet.

De instrumentatie is zonder uitzondering zacht, wat ook wel moet, want ook de zang van Thijs Kuijken is over het algemeen fluisterzacht. Het geeft een extra dimensie aan de songs uit het oeuvre van I Am Oak. De zachte en sobere klanken en zang geven de versies van de songs op Odd Seeds een intiem karakter, maar ze voorzien de songs ook van een fraai soort onderhuidse spanning.

Hier en daar zijn de nieuwe versies nog wel te herleiden tot de versies die eerder zijn verschenen, maar Odd Seeds klinkt uiteindelijk toch zo anders dat ik het album ervaar als een nieuw I Am Oak album en dat is altijd goed nieuws.

De songs die worden gedragen door de akoestische gitaar hebben door de warme klanken en het fraai kleuren bij de zang mijn voorkeur, maar ook de door bijna minimalistische elektronica ondersteunde songs hebben hun charme. Het zijn de laatste songs die zorgen voor afwisseling, maar het zijn ook de songs die de muziek van I Am Oak voorzien van nieuw avontuur.

Odd Seeds bevat ruim 70 minuten muziek en het is 70 minuten muziek van hoog niveau. De wat kale versies van de songs laten horen hoe goed deze songs zijn en ook de fraaie vertolking van Thijs Kuijken verdient alle lof.

2020 heeft ons flink wat echte lockdown album opgeleverd en Odd Seeds van I Am Oak is er ook zeker een. Het is een album van eenzaamheid en isolement, maar het is ook een album van een bijzondere schoonheid. Het is een knap en wonderschoon oeuvre dat I Am Oak de afgelopen tien jaar heeft opgebouwd en Odd Seeds is een waardevolle aanvulling op dit oeuvre. Niet als een aardig tussendoortje, maar als volwaardig album, net als Ols Songd jaren geleden. Erwin Zijleman

I Am Oak - Osmosis (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: I Am Oak - Osmosis - dekrentenuitdepop.blogspot.com

I Am Oak - Osmosis
Alweer het zesde album van I Am Oak en het is er net als de vorige albums een om te bewonderen en te koesteren

Thijs Kuijken maakt inmiddels al ruim tien jaar muziek als I Am Oak een heeft in die ruim tien jaar inmiddels zes albums afgeleverd. Album nummers zes, Osmosis, ligt deels in het verlengde van zijn voorgangers, maar laat ook weer een net wat ander geluid horen. Bovendien laat de Utrechtse muzikant op al zijn albums groei horen en dat doet hij ook dit keer. Osmosis heeft een dromerig en ontspannend geluid met invloeden uit de folk en de rock en een 70’s feel, maar I Am Oak doet ook altijd dingen die je niet verwacht, waardoor steeds meer schoonheid en avontuur aan de oppervlakte komt.

I Am Oak, de band rond de Utrechtse muzikant Thijs Kuijken, heeft in de afgelopen tien jaar een bijzonder fraai oeuvre opgebouwd. Osmosis is alweer het zesde album van I Am Oak en het is wederom een album van grote schoonheid.

Thijs Kuijken slaagt er iedere keer weer in om zijn door folk, rock en slowcore beïnvloede muziek anders te laten klinken en ook Osmosis klinkt weer net wat anders dan de vorige albums van de band. Thijs Kuijken schreef de meeste songs dit keer achter de piano en het is dan ook niet zo gek dat dit instrument een wat voornamere rol heeft gekregen op het nieuwe album van I Am Oak.

Ook Osmosis laat weer een vooral ingetogen geluid horen. Het is een geluid vol invloeden uit de folk, maar door het lage en bezwerende tempo van de songs, wordt de muziek van I Am Oak ook met enige regelmaat in het hokje slowcore geduwd. Het ingetogen geluid van de band mag af en toe ook ontsporen met gruizige gitaaruithalen, wat Osmosis weer meer de kant van de rock op duwt. Hiernaast maakt Thijs Kuijken op het zesde album van zijn band muziek die herinnert aan de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70, wat het album weer een net wat andere kant op duwt.

Net als op de vorige albums benevelt I Am Oak met uiterst ingetogen klanken, maar een verrassing ligt altijd op de loer, waardoor de muziek van de Utrechtse muzikant de fantasie stevig prikkelt. Op Osmosis worden aangenaam voortkabbelende pianoakkoorden met enige regelmaat doorsneden met prachtig ruw gitaarwerk, maar de bijzondere accenten die zijn aangebracht in de muziek op Osmosis zijn even vaak bijzonder subtiel. In het verleden was er nog wel eens twijfel over de zang van Thijs Kuijken, maar vergeleken met de vroege albums van de band is Utrechtse singer-songwriter, die ook vrijwel alle instrumenten op het album bespeelt, veel beter gaan zingen, waardoor de zang nu prominent in de mix mag staan.

I Am Oak maakte al een aantal uitstekende albums, maar het oeuvre van de band laat ook een stijgende lijn zien en horen. Het is een lijn die wordt doorgetrokken op Osmosis dat ik weer net wat sterker vind dan het vorige album van de band. Het is deels de verdienste van de betere zang op het album, maar het is vooral de bijzondere sfeer op het album die de songs op het album nog een stukje verder omhoog tilt.

I Am Oak maakte in het verleden een aantal melancholische albums en ook Osmosis is niet vies van een dosis melancholie. Aan de andere kant straalt de muziek op het door de natuur geïnspireerde album een vredige rust uit door de laid-back 70’s sfeer en klinken de organische klanken op het album puur.

I Am Oak heeft een album gemaakt waarbij het bijzonder lekker wegdromen is, maar het is ook een album vol geheimen, die je stuk voor stuk wilt ontrafelen. Dat laatste kan ik zeker aanraden, want er gebeurt van alles in de loom klinkende songs van de Thijs Kuijken. Het levert voor de zesde keer een prachtalbum van I Am Oak op en het is ook dit keer een album dat iets unieks toevoegt aan het inmiddels rijke en unieke oeuvre van de Utrechtse muzikant. Erwin Zijleman

I Am Oak - Our Blood (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: I Am Oak - Our Blood - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Thijs Kuijken heeft de afgelopen jaren als I Am Oak gewerkt aan een even prachtig als eigenzinnig oeuvre.

Twee jaar na Ols Songd, waarop oude songs in een nieuw jasje werden gestoken, is I Am Oak terug met Our Blood.

Het is weer een typische I Am Oak plaat geworden, al zet Thijs Kuijken ook op al zijn platen stapjes in andere richtingen en dat doet hij ook dit keer.

Gebleven zijn de zeer ingetogen en zich vaak langzaam voortslepende songs met mooie dromerige vocalen en vaak een wat melancholische ondertoon. Our Blood laat daarom een bekend geluid horen en het is nog steeds een geluid van grote schoonheid.

De songs van I Am Oak zijn geworteld in de folk, maar hebben door het lage tempo ook volop raakvlakken met de roemruchte slowcore bands uit het verleden. Our Blood is vooral zeer ingetogen, maar zo nu en dan verrast I Am Oak met een net wat voller geluid of met een voorzichtige uitbarsting, al zijn deze ook dit keer schaars.

Vergeleken met de vorige platen zijn de teksten op Our Blood nog wat persoonlijker dan we van Thijs Kuijken gewend zijn. Een deel van de teksten refereert naar het overlijden van zijn vader of naar het verlies van dierbaren in het algemeen. Het zorgt er voor dat Our Blood een indringende plaat is, die je langzaam maar zeker opslokt.

I Am Oak maakte ook op haar vorige platen al indruk met wonderschone folksongs, maar op de nieuwe plaat zijn deze songs nog net wat mooier en bijzonderder. I Am Oak heeft hierdoor inmiddels een geheel eigen geluid ontwikkeld. Het is een geluid waarin donkere tinten domineren, maar de muziek op Our Blood straalt ook warmte uit.

Ook deze plaat van I Am Oak is weer op verschillende manieren te beluisteren. De lome en wat dromerige songs lenen zich uitstekend voor ontspannen of wegdromen, maar I Am Oak heeft ook een plaat gemaakt waarvan je alle geheimen wilt ontrafelen. Met name dan hoor je dat Our Blood toch weer anders is dan zijn ook al zo goede voorgangers en hoor je bovendien hoeveel moois er is verstopt in de songs van Thijs Kuijken.

Our Blood doet het heerlijk bij het troosteloze weer dat op het moment van het schrijven van deze recensie voorbij trekt, maar ook wanneer de zon weer gaat schijnen zal ik Our Blood koesteren. De mooiste plaat van I Am Oak tot dusver. Iedereen die de voorgangers kent weet hoeveel dat betekent. Erwin Zijleman

I Break Horses - Warnings (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: I Break Horses - Warnings - dekrentenuitdepop.blogspot.com

I Break Horses - Warnings
Ik vond I Break Horses op de vorige albums nog wat gewoontjes, maar dat is het buitengewoon fascinerende en wonderschone derde album van Maria Lindén werkelijk geen moment
Met de openingstrack van Warnings, het derde album van I Break Horses, zet Maria Lindén direct de toon. Negen minuten lang word je betoverd door een buitengewoon spannend en zeer fraai elektronisch klankentapijt en door de al even mooie en bijzondere stem van de Zweedse muzikante. Het klinkt hier en daar best aanstekelijk, maar het is ook muziek die steeds weer nieuwe lagen elektronica uit de speakers laat komen en die overloopt van het avontuur. De eerste twee albums van I Break Horses vond ik best leuk maar niets meer dan dat. Warnings is geweldig en niets minder.

Ik hoorde de afgelopen jaren wel iets in de muziek van de Zweedse band I Break Horses, maar werd niet weggeblazen. Het duo uit Stockholm putte op haar debuut Hearts uit 2011 vooral uit de archieven van de 80s synthpop, maar sleepte er af en toe ook wat invloeden uit de 90s shoegaze bij, wat een aangenaam geluid opleverde. Op het in 2014 verschenen Chiaroscuro sloeg de muziek van de band wat door richting synthpop, maar het klonk nog steeds bijzonder aangenaam, met de dromerige vocalen van zangeres Maria Lindén als kers op de taart.

Zeker een band om in de gaten te houden dus, maar de eerste twee album waren wat mij betreft net niet onderscheidend genoeg om lang interessant te blijven. Multi-instrumentalist Maria Lindén was zelf kennelijk ook niet helemaal tevreden met het geluid van haar band, want ze ging na het tweede album definitief haar eigen weg en zocht zes jaar lang naar een nieuw geluid voor I Break Horses.

Het deze week verschenen Warnings laat horen dat de Zweedse muzikante dit geluid inmiddels heeft gevonden en het is een prachtgeluid. Maria Lindén maakte het derde album van I Break Horses grotendeels in haar uppie, maar deed uiteindelijk een beroep op producer en engineer Chris Coady, die onder andere werkte met Beach House. Met Beach House hebben we direct vergelijkingsmateriaal te pakken, want het nieuwe geluid van I Break Horses klinkt meer dan eens net zo dromerig en mysterieus als dat van Beach House.

Vergeleken met de muziek van Beach House klinkt de muziek van I Break Horses wel een stuk voller, dynamischer en gevarieerder. Maria Lindén heeft een bijzonder elektronisch klankentapijt in elkaar gesleuteld, dat hier en daar nog net zo aanstekelijk klinkt als dat op de eerste twee albums van haar band, maar dat ook een stuk minder lichtvoetig is. Het uit vele lagen bestaande geluid zoekt continu naar nieuwe wegen en legt ook steeds net wat andere accenten, waardoor de songs soms behoorlijk ongrijpbaar zijn.

Je hoort goed dat Maria Lindén uitstekend thuis is in de elektronische muziek. Invloeden van Kraftwerk uit de vroege jaren 70 worden moeiteloos afgewisseld met flarden synthpop uit de jaren 80, toch nog wat shoegaze en dreampop uit de jaren 90 (al schitteren de gitaarmuren door afwezigheid) en invloeden uit de elektronische muziek van nu.

Waar de songs op de eerste twee albums van I Break Horses nog aangenaam maar weinig onderscheidend waren, houdt Maria Lindén je nu 54 minuten lang op het puntje van de stoel. Warnings klinkt vaak donker en dreigend, maar kan zomaar uitbarsten in gloedvolle pop of juist in experimenteel aandoende songs, die lang mogen duren. Het lijkt wel wat op Beach House, maar het is wel Beach House dat de valium per ongeluk heeft verruild met iets dat het energieniveau flink opkrikt.

Het levert een fascinerend album op, waarop de vaak bloedstollend mooie en razend spannende elektronische klanken fraai om de prachtige stem van Maria Lindén heen draaien. Het is een stem die het goed doet in de aanstekelijke tracks en de wat dromerige tracks op het album, maar Maria Lindén kan ook uitstekend uit de voeten als Scandinavische ijsprinses.

En als je het aandurft om Warnings te beluisteren met de koptelefoon klinkt het allemaal nog een stuk indrukwekkender en blijven maar betoverende lagen opduiken. I Break Horses was twee albums een voorzichtige belofte, maar is die belofte nu echt ver voorbij. Erwin Zijleman

I saw Les Monte - A Dawn Chorus (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: I saw Les Monte - Trilogy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

I saw Les Monte - Trilogy
De Nederlandse band I saw Les Monte voltooit deze week met foxfires at the changing tree een in 2021 gestarte trilogie, wat in totaal 80 minuten bijzondere muziek oplevert, waarin je steeds nieuwe dingen blijft horen

Na machine & men uit 2021 en a dawn chorus uit 2022 bracht de Amsterdamse band I saw Les Montes deze week foxfires at the changing tree uit. Hiermee voltooit de band een trilogie die goed is voor 80 minuten bijzondere muziek. Het is muziek die niet in een hokje is te duwen en die evenmin is te vergelijken met de muziek van anderen. I saw Les Montes springt op haar drie albums van genre en naar genre en creëert een soms lastig te doorgronden, maar ook mooie en bijzondere soundtrack waarbij je zelf de beelden zal moeten verzinnen. Het kost even wat tijd om te wennen aan de muziek van de band, maar deze inspanning wordt uiteindelijk rijkelijk beloond.

De Nederlandse band I saw Les Monte (IsLM) begon in de herfst van 2021 aan een heuse trilogie. Het eerste deel van deze trilogie, machine & men, werd in het voorjaar van 2022 gevolgd door het tweede deel, a dawn chorus, en deze week is de trilogie compleet gemaakt met de release van foxfires at the changing tree (dat de band niet van titels met hoofdletters houdt zal inmiddels duidelijk zijn).

Het completeren van de trilogie is een mooi moment om aandacht te besteden aan de bijzondere muziek van de Amsterdamse band. Het is muziek die de band zelf omschrijft als ‘a mix of (lyric) dream pop with a (sometimes) dark twist’. Dat klinkt redelijk toegankelijk, maar I saw Les Monte komt zeker niet op de proppen met lichtvoetige dreampop deuntjes, waarbij je aangenaam kunt wegdromen.

Het eerste deel van de trilogie opent met mooie en atmosferische klanken, waarna de zang invalt. Het is zang die de muziek van het Amsterdamse trio voorziet van donkere accenten en het is zang die ik zeker bij eerste beluistering niet heel toegankelijk vond, maar die op den duur aan kracht wint.

In muzikaal opzicht gaat het vervolgens alle kanten op. Door het lage tempo bevat de muziek van I saw Les Monte zeker invloeden uit de slowcore, maar ik hoor ook folk, elektronica, postrock, psychedelica en avant garde in de muziek van de Amsterdamse band. Het is muziek die zich niet of nauwelijks laat vergelijken met de muziek van anderen. Heel af en toe hoor ik wat van Pink Floyd, Talk Talk en Sparklehorse, maar het zijn vergelijkingen die de plank minstens net zo vaak compleet mis slaan.

Zeker bij eerste beluistering is machine & mean een lastig te doorgronden album, maar het is een album dat na enige gewenning aan kracht wint en vervolgens veel toegankelijker en ook veel mooier blijkt dan bij eerste beluistering het geval was. Dat geldt ook voor a dawn chorus dat deels in het verlengde ligt van het eerste deel van de trilogie, maar dat ook andere wegen in slaat.

Ook bij beluistering van a dawn chorus had ik af en toe associaties met de songs die Roger Waters schreef voor Pink Floyd en zijn soloalbums, maar de muziek van I saw Les Monte is veel verder verwijderd van de popsong met een kop en een staart. De Nederlandse band maakt muziek met meerdere gezichten, waardoor prachtige filmische geluidstapijten kunnen worden afgewisseld met donkere en lastiger te doorgronden passages.

I saw Les Monte completeert haar trilogie deze week met foxfires at the changing tree, dat in het verlengde ligt van de eerste twee delen, maar ook weer net wat anders klinkt. Persoonlijk vind ik het derde deel overigens het beste deel van de trilogie, al zijn ook de eerste twee delen essentieel.

Gebleven zijn ook op deel drie de filmische klanken, de liefde voor experiment, de verwijzingen naar de natuur en de verwijzingen naar de toekomst, maar de elektronica is dit keer wat zwaarder aangezet en hier en daar duikt zelfs een popsong met een kop en een staart op. In tegenstelling tot bij de eerste twee delen hoor ik dit keer wel wat van Radiohead, maar I saw Les Monte opereert wel in een ander muzikaal universum, waardoor de vergelijking al snel mank gaat.

Met de drie inmiddels verschenen albums schotelt I saw Les Monte de luisteraar een kleine 80 minuten muziek voor. Het is muziek waar je even voor moet gaan zitten en waaraan je ook wel even moet wennen, maar uiteindelijk krijg je een fascinerende en steeds weer van kleur verschietende soundtrack, waarbij je zelf de beelden mag verzinnen. Absoluut de moeite van het ontdekken waard. Erwin Zijleman

I saw Les Monte - Intimate Strangers (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: I saw Les Monte - intimate strangers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: I saw Les Monte - intimate strangers
De Amsterdamse band I saw Les Monte maakt het je ook op intimate strangers weer niet makkelijk, maar wat valt er veel moois en bijzonders te ontdekken in de fascinerende en eigenzinnige muziek van de band

Het boxje Trilogy van I saw Les Monte was vorig jaar goed voor bijna 80 minuten bijzondere muziek. Op het vorige maand verschenen intimate strangers moeten we het doen met maar net iets meer dan 25 minuten muziek, maar het is wel muziek die je ruim 25 minuten op het puntje van de stoel houdt. De Amsterdamse band maakt muziek die zich niet zomaar in een hokje laat duwen en die zich beweegt op het snijvlak van experimentele klanken en popsongs met een kop en een staart. Dat klinkt anders dan de meeste andere popmuziek van het moment en vraagt enige gewenning, maar hoe vaker je naar intimate strangers luistert, hoe mooier ook dit album van I saw Les Monte wordt.

Vorig jaar besprak ik een interessant boxje met drie albums van de Nederlandse band I saw Les Monte (IsLM). Trilogy bevatte de albums machine & men, a dawn chorus en foxfires at the changing tree (allemaal zonder hoofdletters), die tussen 2021 en 2023 werden uitgebracht. Trilogy was een interessante kennismaking met de muziek van de Amsterdamse band, die op fascinerende wijze varieerde tussen experimentelere songs en songs met een kop en een staart.

Ik beschreef de muziek van I saw Les Monte in mijn recensie van het drieluik als een mix van slowcore, dreampop, folk, elektronica, postrock, psychedelica en avant garde en noemde Pink Floyd, Talk Talk en Sparklehorse als enigszins relevant vergelijkingsmateriaal, maar zowel qua genres als qua vergelijkingsmateriaal kon ik er het ene moment heel dichtbij zitten en het volgende moment de plank volledig mis slaan.

Een interessante band dus, die een paar weken geleden een nieuw album uitbracht. Ik heb intimate strangers (nog steeds geen hoofdletters) een tijd laten rijpen, want I saw Les Monte maakt nog altijd muziek die tijd vraagt van de luisteraar. Het investeren van tijd in het nieuwe album van de band is echter een goede investering, die zich uiteindelijk terug ruimschoots betaald.

Net als de vorige drie albums is ook intimate strangers voorzien van bijzonder fraai artwork en ook in muzikaal opzicht weet de Amsterdamse band weer indruk te maken. Het is jammer dat intimate strangers maar net iets meer dan 25 minuten muziek bevat, maar in die 25 minuten komen acht bijzondere tracks voorbij.

Jan Luitjes, Ben Westervoorde en Rick Haring (eerstgenoemde twee speelden in het verleden in de band Goldzounds) waren ook dit keer niet van plan om het de luisteraar makkelijk te maken. Het album opent met afwisselend mooie en sfeervolle en juist vervormde en tegendraadse klanken, wat bijzondere contrasten en een minstens even bijzondere sfeer oplevert. Het blijft ver verwijderd van een toegankelijke popsong, maar het prikkelt absoluut de fantasie.

De toegankelijke popsong komt een stuk dichterbij in de tweede track, die ondanks hier en daar wat dreigende klanken zich verrassend makkelijk opdringt. Het nieuwe album van I saw Les Monte beweegt zich continu op de scheidslijn tussen experimentele tracks, beeldende tracks en tracks die best een popsong mogen worden genoemd. Het doet me heel af en toe denken aan muziek uit het verleden, bijvoorbeeld aan fragmenten uit het werk van David Bowie, maar de Amsterdamse band laat op haar nieuwe album toch vooral een eigen geluid horen.

Het is nog altijd een vat vol tegenstrijdigheden dat I saw Les Monte ons voorschotelt, maar het geluid van de band is minder fragmentarisch dan op de albums uit het drieluik en bevat een groot deel van de tijd bijna rustgevende vocalen. Het is een album dat een groot deel van de tijd echt betoverend mooi, beeldend en sfeervol is, waarna het bijna logisch is dat intimate strangers ook af en toe uit de bocht vliegt met experimentelere en vaak donkere klanken.

Ook na meerdere keren beluisteren is intimate strangers van I saw Les Monte nog geen album dat je op de achtergrond laat voortkabbelen, want dan blijft er niets over van de muziek op het album. I saw Les Monte maakt muziek waar je in moet duiken en als je dit doet is intimate strangers echt 25 minuten prachtig. Erwin Zijleman

I'm Kingfisher - Glue (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: I'm Kingfisher - Glue - dekrentenuitdepop.blogspot.com

I'm Kingfisher - Glue
De Zweedse muzikant Thomas Denver Jonsson heeft inmiddels al heel wat mooie albums op zijn naam staan, maar overtreft zichzelf met het werkelijk wonderschone Glue van zijn band I’m Kingfisher

Ik kwam de muziek van I’m Kingfisher een kleine drie jaar geleden bij toeval tegen en ook Glue had zomaar aan mijn aandacht kunnen ontsnappen, want zoveel aandacht krijgt de muziek van de Zweedse muzikant Thomas Denver Jonsson helaas niet. Ik ben blij dat ik Glue niet heb gemist, want het nieuwe album van I’m Kingfisher is nog wat mooier dan zijn voorganger. Door de samenwerking met flink wat muzikanten klinkt Glue rijker en experimenteler en klinken ook wat andere invloeden door. Gebleven zijn het zeer stemmige geluid, de wat weemoedige klanken en de bijzondere stem van Thomas Denver Jonsson, die echt veel meer waardering verdient voor zijn muziek.

In de herfst van 2020 besprak ik het wonderschone The Past Has Begun van de band I’m Kingfisher. Het bleek al het vierde album van de band rond de Zweedse muzikant Thomas Denver Jonsson, die in het eerste decennium van dit millennium ook al drie prima albums onder zijn eigen naam uitbracht. The Past Has Begun beviel me nog wat beter dan de drie soloalbums van de Zweedse muzikant, die ik in tegenstelling tot de eerste drie albums van I’m Kingfisher wel kende.

Het album klonk aangenaam melancholisch, was bijzonder mooi ingekleurd met flink wat instrumenten, verwerkte op fraaie wijze invloeden uit met name de folk en werd nog wat verder opgetild door de wat weemoedig maar ook prachtig klinkende stem van Thomas Denver Jonsson.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik de naam I’m Kingfisher inmiddels al lang weer was vergeten, al triggerde iets me om toch even naar het album te luisteren. Het album had vervolgens maar een paar minuten nodig om me te overtuigen, want Glue is, net als voorganger The Past Has Begun, een prachtig album.

Direct vanaf de eerste noten is er de fraaie en stemmige instrumentatie die het vorige album van I’m Kingfisher zo mooi maakte en niet veel later valt de uit duizenden herkenbare en zeer karakteristieke stem van Thomas Denver Jonsson in. De eerste noten blijken representatief voor de rest van het album, want Glue is zowel in muzikaal als in vocaal opzicht een bijzonder mooi album.

Het is een album dat in het verlengde ligt van het helaas nauwelijks opgemerkte The Past Has Begun, maar ik vind het nieuwe album van de band van Thomas Denver Jonsson in alle opzichten nog wat mooier dan de al zo bijzondere voorganger. De Zweedse muzikant werkt op Glue samen met een flinke waslijst aan muzikanten, onder wie Martin Hederos, Bebe Risenfors, Vilma Flood en Niamh Regan. Het zijn misschien niet de bekendste namen, maar het zijn stuk voor stuk muzikanten die hun sporen in de muziek ruimschoots verdiend hebben.

Op The Past Has Begun verwerkte I’m Kingfisher vooral invloeden uit de folk en dat doet de band ook op Glue, al klinkt het nieuwe album anders dan zijn voorganger. De instrumentatie neemt dit keer wat meer afstand van de gebaande paden van de folk en klinkt, zeker wanneer blazers worden ingezet ook wat jazzy. In muzikaal opzicht klinkt Glue nog een stuk sfeervoller dan het vorige album van de band en ook net wat experimenteler, wat zorgt voor een interessant klankentapijt.

Het is een klankentapijt waarin de unieke stem van Thomas Denver Jonsson uitstekend gedijt. De Zweedse muzikant zingt nog wat mooier en trefzekerder dan op het vorige album van I’m Kingfisher en zeker wanneer hij zich laat bijstaan door de al even mooie stem van Vilma Flood, is de zang op Glue van een bijzondere schoonheid.

Dat geldt ook voor de songs, die net wat meer het experiment opzoeken dan op het vorige album, maar die de avond bog altijd prachtig inkleuren. Glue lijkt gemaakt voor koude winteravonden, maar ik heb het idee dat dit album ook in de andere seizoenen van het jaar gekoesterd kan worden. Net als zijn voorganger is ook Glue van I’m Kingfisher een album dat makkelijk over het hoofd kan worden gezien, maar dit bijzonder fraaie album verdient absoluut een beter lot. Erwin Zijleman

I'm Kingfisher - The Past Has Begun (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop: De krenten uit de pop: I'm Kingfisher - The Past Has Begun - dekrentenuitdepop.blogspot.com

I'm Kingfisher - The Past Has Begun
De Zweedse muzikant Thomas Denver Jonsson noemt zich al een tijdje I’m Kingfisher en levert nu een album af vol invloeden uit de folk, maar ook met een melancholische Zweedse inslag

Zeker bij eerste en oppervlakkige beluistering klinkt The Past Has Begun van I’m Kingfisher wel erg sober en weemoedig, maar luister wat beter en je hoort hoe mooi en subtiel de songs van de Zweedse muzikant zijn ingekleurd en hoeveel gevoel Thomas Denver Jonsson in zijn zang legt. Zeker op een donkere en kille herfstavond, en daar komen er nog velen van, wordt het vierde album van I’m Kingfisher alleen maar mooier en indringender en valt steeds meer op hoe mooi de instrumentatie, de zang en de vrouwenstemmen die bijdragen aan het album zijn. Ik heb de soundtrack voor de komende herfst in ieder geval gevonden.

The Past Has Begun is het vierde album van I’m Kingfisher en mijn eerste kennismaking met de muziek van dit eenmansproject, althans dat dacht ik even. Kingfisher ken ik al heel lang als een prima Indiaas bier, maar ook de man achter I’m Kingfisher ken ik al heel wat jaren.

Het gaat immers om de Zweedse muzikant Thomas Denver Jonsson, die in de eerste tien jaar van het huidige millennium een aantal uitstekende albums afleverde. Het zijn album waarop de Zweedse muzikant geen geheim maakte van zijn liefde voor countryrock uit de jaren 70 en het zijn albums die ik stuk voor stuk zeer kon waarderen.

Sinds 2010 maakt Thomas Denver Jonsson muziek als I’m Kingfisher en lijkt hij zijn liefde voor de countryrock te hebben verruild voor een nieuwe liefde, de folk. De nieuwe naam verklaart dat ik de Zweedse muzikant sinds 2010 compleet uit het oog ben verloren, maar de hernieuwde kennismaking bevalt me zeer.

The Past Has Begun laat zoals gezegd vooral invloeden uit de folk horen en het is zowel de folk uit een ver verleden als de indie-folk van het moment. I’m Kingfisher heeft een album afgeleverd zonder al te veel opsmuk. Over het algemeen moeten we het doen met het sobere akoestische gitaarspel en de wat weemoedige zang van de Zweedse muzikant.

Hier en daar duiken echter mooie vrouwenstemmen op, onder andere van Vilma Flood, Ella Blixt en Slowgold, en incidenteel wordt de muziek van I’m Kingfisher subtiel versierd met bijzonder fraaie bijdragen van onder ander elektrische gitaar, viool, fluit, klarinet of een variatie aan synths, waaronder antieke types als de mellotron en de mini-Moog.

Het geluid op The Past Has Begun is zeker te omschrijven als sober, maar dankzij de subtiele bijdragen van verschillende instrumenten is het ook een veelzijdig geluid. Het is bovendien een zeer trefzeker geluid. In de openingstrack snijdt de viool door de ziel en wordt de koude Scandinavische winter over je heen gestort en zo gebeurt er in alle tracks op het vierde album van I’m Kingfisher wel iets bijzonders.

The Past Has Begun doet vanwege alle invloeden uit de folk vooral Amerikaans aan, maar de wolken van melancholie en weemoed die zo af en toe op je neerdalen, geven het album ook een typisch Scandinavisch karakter. I’m Kingfisher heeft hierdoor een zeer geschikte soundtrack voor de herfst afgeleverd.

Het is een soundtrack die het vooral goed doet bij aandachtige beluistering. Dan immers hoor je de bijna eindeloze rij aan fraaie accenten in de instrumentatie en dringt ook de weemoedige zang van Thomas Denver Jonsson zich meer op. Ik ben normaal gesproken niet eens zo heel gek op dit soort, op het eerste gehoor wat navelstarende, albums, maar op een gegeven moment had I’m Kingfisher me te pakken en sindsdien is The Past Has Begun een trouwe metgezel op de donkere herfstavonden van het moment.

Het doet me af en toe wel wat denken aan de albums waarmee Damien Jurado, wiens gitarist Josh Gordon is te horen op het album, twintig jaar geleden opdook, maar ik hoor ook wat van Smog en Songs:Ohia. The Past Has Begun is een album waarvoor je in de stemming moet zijn, vooral een weemoedige stemming denk ik, maar als je dit bent, valt er op het intieme album van I’m Kingfisher veel te genieten. Erwin Zijleman

I'm with Her - See You Around (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: I'm With Her - See You Around - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De slogan I’m With Her (I'm Still With Her) speelde een belangrijke rol in campagne waarmee Hillary Clinton een mislukte gooi naar het Witte Huis deed, maar I’m With Her is ook de naam van een bandje dat twee jaar voor deze campagne werd geformeerd.

Het is een bandje dat bestaat uit drie dames die op de cover van de plaat in hun mooiste jurk zorgeloos in de zon kijken. Als je niet beter zou weten verwacht je bij beluistering van See You Around van I’m With Her waarschijnlijk radiovriendelijke popmuziek van een matig tot redelijk niveau, maar I’m With Her is niet zomaar een popbandje.

I’m With Her herbergt immers drie smaakmakers uit de Amerikaanse rootsmuziek van de afgelopen jaren en zal zeker bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek met flink wat invloeden uit de bluegrass zeer in de smaak vallen.

Op See You Around horen we Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz; alle drie goed voor jaarlijstjesplaten de afgelopen jaren. De drie liepen elkaar toevallig tegen het lijf op tournee en maakten in eerste instantie alleen voor de lol samen muziek. De samenwerking bleek echter zo goed te klinken dat de drie uiteindelijk samen met topproducer Ethan Johns de studio van Peter Gabriel in het Engelse Bath in doken.

De keuze voor Ethan Johns is een verstandige, want drie geweldige zangeressen en ook nog eens drie vrouwen die op flink wat instrumenten geweldig uit de voeten kunnen, is zeker geen garantie voor succes.

Op See You Around is een heel arsenaal aan snareninstrumenten te horen, maar Ethan Johns heeft er voor gezorgd dat er nooit teveel tegelijk in worden gezet, zodat op See You Around een sfeervol en ingetogen geluid domineert. Het is een geluid waarin de verschillende snarenwonders volop de ruimte krijgen om te excelleren op onder andere gitaar, viool, ukelele, mandoline en banjo, maar het is ook een geluid waarin heel veel ruimte is opengelaten voor de stemmen van Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz.

Het zijn drie stemmen om van te watertanden, maar wanneer de drie kiezen voor harmonieën loopt het kwijl uit je mond. Het zijn harmonieën waarin de drie elkaar alle ruimte geven, maar waarin ze elkaar ook naar grote hoogten stuwen. Kippenvel valt hierbij niet te onderdrukken.

Ik heb geen idee waarom de drie hebben gekozen voor de foto op de cover, want hij past totaal niet bij de muziek. Op See You Around domineren immers invloeden uit de bluegrass en uit de stokoude folk zoals die in de Appalachen werd gemaakt. Denk aan de oudere platen van Alison Krauss, soms aan de harmonieën van Wilson Phillips of Dixie Chicks, maar denk ook zeker aan de muziek van Gillian Welch, aan de platen van Nickel Creek (waar Sara Watkins deel van uit maakte) en natuurlijk aan de soloplaten van de drie.

Het is behoorlijk traditionele muziek, maar oubollig klinkt het debuut van I’m With Her geen moment. Ik ben zeker niet altijd in de stemming voor traditionele muziek met vooral invloeden uit de bluegrass en Appalachen folk, maar See You Around is een traktatie.

Van de stemmen en wonderschone harmonieën kan ik geen genoeg krijgen, maar ook de instrumentatie op het debuut van I’m With Her is van een ontzettend hoog niveau. Het is fraai hoe de snaren uitermate subtiel kunnen worden beroerd, maar net zo makkelijk stevig kunnen worden aangeslagen, waarna de viool van Sara Watkins en de banjo van Sarah Jarosz er prachtig doorheen snijden.

Natuurlijk moeten de drie nu weer soloplaten gaan maken, maar de samenwerking als I’m With Her is zeker voor herhaling vatbaar. Mooie plaat. Erwin Zijleman

I'm with Her - Wild and Clear and Blue (2025)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: I'm With Her - Wild And Clear And Blue - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: I'm With Her - Wild And Clear And Blue
Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz maakten aan het begin van 2018 indruk met het debuutalbum van hun project I’m With Her en herhalen dit kunstje nu met het nog net wat betere tweede album

Laat Wild And Clear And Blue van I’m With Her uit de speakers komen en je hoort muzikanten en zangeressen van wereldklasse. Dat klopt ook, want Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz zingen als engeltjes en kunnen ook nog eens geweldig spelen. Zet ze in een studio met topproducer Josh Kaufman en je hebt alle ingrediënten voor een geweldig album. De drie hadden op hun debuutalbum een voorliefde voor traditionele rootsmuziek en die liefde hoor je ook op Wild And Clear And Blue, al klinkt het album ook wel wat moderner. Het past allemaal prachtig bij de geweldige stemmen van de drie, die goed zijn voor pure magie in de wonderschone harmonieën.

Drie geweldige zangeressen bij elkaar zetten en een album laten maken is zeker geen garantie op succes of voor een goed album, maar in het geval van Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz pakte het in 2018 uitstekend uit. Het eerste album van de gelegenheidsband I’m With Her, opgenomen in de studio van Peter Gabriel in het Britse band en geproduceerd door topproducer Ethan Johns, was immers een uitstekend album, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht een hoog niveau aantikte.

Nu zijn Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz ook niet zomaar drie zangeressen. Ze hebben alle drie hun sporen in de Amerikaanse rootsmuziek ruimschoots verdiend en Sara Watkins en Sarah Jarosz zijn niet alleen uitstekende zangeressen maar ook nog eens virtuoze muzikanten. Je hoorde het allemaal op See You Around, het debuutalbum van I’m With Her.

Het is een album dat wat prijzen in de wacht sleepte, maar in Nederland volgens mij niet zo heel veel deed, maar toen ik het de afgelopen week nog eens beluisterde, was ik echt diep onder de indruk van het weergaloze snarenwerk op het album, van de prachtige stemmen van Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz en van de wonderschone harmonieën van de drie.

Op See You Around verwerkten de drie vooral invloeden uit de bluegrass en de Appalachen folk in hun songs, maar er waren ook subtiele uitstapjes naar omliggende genres. Ik luisterde weer eens naar See You Around omdat in de lijsten met albums van deze week een nieuw album van I’m With Her opdook. Na de hernieuwde kennismaking met I’m With Her was ik heel nieuwsgierig naar het nieuwe album van het drietal en Wild And Clear And Blue heeft me zeker niet teleur gesteld.

Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz deden de afgelopen jaren veel andere dingen, maar jaren na het debuutalbum van I’m With Her was er gelukkig weer tijd voor het gelegenheidsproject dat gelukkig geen eenmalig gelegenheidsproject is gebleken. De drie trokken dit keer naar upstate New York waar Wild And Clear And Blue werd opgenomen.

De drie gelouterde zangeressen en muzikanten zagen ook dit keer de meerwaarde van een producer van naam en faam en rekruteerden niemand minder dan Josh Kaufman, die de afgelopen jaren een indrukwekkend cv heeft opgebouwd met zijn werk voor onder andere Cassandra Jenkins, The Hold Steady, Anaïs Mitchell, Mary Chapin Carpenter en zijn eigen band Bonny Light Horseman.

Ook op het nieuwe album van I’m With Her wordt in muzikaal opzicht flink uitgepakt met vooral weergaloos snarenwerk (variërend van de mandoline tot de viool), maar Josh Kaufman heeft het allemaal geïntegreerd in een smaakvol geluid dat nergens over the top klinkt en dat alle ruimte biedt aan de zang.

Die zang is ook dit keer om van te watertanden, want Aoife O'Donovan, Sara Watkins en Sarah Jarosz zingen alle drie prachtig, maar als hun stemmen samenvloeien wordt het nog wat mooier en indrukwekkender. Ook op het tweede album is I’m With Her niet vies van Appalachen folk en bluegrass, maar het album klinkt ook wat moderner en dat bevalt me wel. Gelegenheidsbands vallen eerlijk gezegd meestal vies tegen, maar wat I’m With Her laat horen is wederom prachtig. Erwin Zijleman

Ian Fisher - Koffer (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ian Fisher - Koffer - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ian Fisher werd geboren op het platteland van Missouri en groeide hier ook op. De afgelopen jaren is de Amerikaan echter vooral in Europa te vinden.

Zo verbleef hij lange tijd in Berlijn, waar hij zijn vorige plaat, het uitstekend ontvangen en ook op deze BLOG geprezen Nero, opnam.

Ian Fisher heeft Berlijn inmiddels verruild voor Wenen, maar ik ga er van uit dat hij binnenkort wel weer ergens anders op zal duiken. Koffer is dan ook een goed gekozen titel voor de nieuwe plaat van de Amerikaan, die nog steeds wordt omarmd door het Nederlandse Snowstar Records.

De titel van de nieuwe plaat van de Amerikaan is echter geïnspireerd door zijn Berlijnse jaren, want in de titeltrack vertolkt Ian Fisher op geheel eigen wijze het van Marlene Dietrich bekende Ich hab’ noch einen Koffer in Berlin. Het is als je het mij vraagt de enige wat zwakkere track op de nieuwe plaat van Ian Fisher (mede door zijn onverstaanbare Duits) en het is ook nog eens een track die in twee versies terugkomt.

Waar de Amerikaan op Nero (dat overigens nog geen jaar oud is) koos voor uiterst ingetogen songs, ligt het tempo op Koffer soms wat hoger. In de tweede track, een ode aan Elvis, trekt Ian Fisher zelfs stevig van leer op de elektrische gitaar, die vervolgens terugkeert in de titeltrack, maar in de meeste tracks domineert de akoestische gitaar.

Het past allemaal prachtig bij de stem van Ian Fisher, die ook op zijn nieuwe plaat weer indruk maakt als verhalenverteller en flarden van de jonge Bob Dylan, Johnny Cash en Neil Young laat horen. Het zijn verhalen die teruggaan naar zijn Amerikaanse roots, maar die ook zeker zijn verrijkt door de belevenissen in Europa.

Zeker in de zich langzaam voortslepende songs, waarin de akoestische gitaar soms gezelschap krijgt van een piano, een pedal steel en een vrouwenstem, is goed te horen dat Ian Fisher niet alleen mooie verhalen kan vertellen, maar ook prachtig kan zingen. Het zijn daarom vooral de ingetogen songs die Koffer naar een hoger plan tillen, maar ik heb persoonlijk ook wel respect voor de songs waarin Ian Fisher iets anders probeert en zich zo onderscheidt van de meeste van zijn soortgenoten en ook een aantal van de uptempo songs zijn na een paar keer horen memorabel.

Het is momenteel zo druk in het land van de singer-songwriters in het rootssegment dat je een in Europa verdwaalde Amerikaan snel over het hoofd ziet of op de stapel laat liggen, maar Koffer doet zeker niet onder voor de meeste andere singer-songwriter platen die dit jaar zijn verschenen.

De keren dat buiten de lijntjes wordt gekleurd zullen voor de purist smetjes zijn, maar ze voorzien Koffer wat mij betreft van glans, al moet Ian Fisher vanaf nu wel worden verboden zich aan songs in het Duits te wagen. Erwin Zijleman

Ian Fisher - Nero (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ian Fisher - Nero - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De wieg van Ian Fisher stond op het Amerikaanse platteland, maar als muzikant opereert hij al geruime tijd vanuit Europa.
In zijn huidige thuisbasis Berlijn maakte hij zijn nieuwe plaat Nero en het is een prachtige plaat geworden.

Berlijn is een stad vol inspiratie, maar op Nero speelt de wereldstad op het eerste gehoor geen rol van betekenis. Nero klinkt immers opvallend Amerikaans en lijkt nauwer verbonden met de geboortegrond van Ian Fisher in Missouri dan met de Duitse metropool.

Nero is een uiterst ingetogen plaat die associaties oproept met de grote leegte van het Amerikaanse platteland. Invloeden uit de country staan immers centraal in het instrumentarium en in de met emotie gevulde vocalen.

De instrumentatie op Nero is behoorlijk sober. Een akoestische gitaar legt de basis, waarna pedal steel, elektrische gitaar, piano en viool de songs van Ian Fisher spaarzaam mogen inkleuren.

De instrumentatie is wat naar de achtergrond gemixt, waardoor de stem van Ian Fisher de meeste aandacht trekt. Op zich niet onverstandig, want de Amerikaan beschikt over een donkere en krachtige stem, die wel wat doet denken aan een jonge Johnny Cash.

Op Nero gaat Ian Fisher op zoek naar zichzelf, wat een serie persoonlijke verhalen oplevert. Deze zijn soms indringend, soms lichtvoetig, maar altijd de basis van songs die vrij makkelijk overtuigen.

Nero moet concurreren met 1001 andere ingetogen singer-songwriter platen met wortels in de Amerikaanse countrymuziek. Dat is nog lastig wanneer je de plaat voor het eerst hoort, maar Nero blijkt al snel een groeiplaat, waarna de mooie instrumentatie, de bijzondere verhalen en vooral de geweldige stem van Ian Fisher Nero naar een steeds hoger plan tillen.

Nero blijft al die tijd een vooral Amerikaans klinkende plaat, al hoor je na verloop van tijd toch ook wel wat invloeden uit de grote stad, wat Nero voorziet van nog wat meer verrassing en diepgang. Al met al een hele bijzondere en een hele mooie plaat, die overigens is verschenen op het Nederlandse Snowstar Records; een garantie voor kwaliteit. Erwin Zijleman

Ian Hunter & The Rant Band - Fingers Crossed (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ian Hunter & The Rant Band - Fingers Crossed - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ian Hunter dook aan het eind van de jaren 60 op als zanger van de Britse glamrock band Mott The Hoople. De band werd aan het begin van de jaren 70 in het zadel geholpen door niemand minder dan David Bowie, die de band’s doorbraakalbum All The Young Dudes produceerde en de titeltrack schreef.

Ian Hunter heeft, ondanks een aantal uitstekende soloplaten (zijn titelloze debuut uit 1975, You're Never Alone With A Schizophrenic uit 1979 en Short Back And Sides uit 1981 kan ik iedereen aanbevelen), altijd wat in de schaduw gestaan van de allergrootsten, maar is ze op zijn oude dag alsnog de baas. Hunter, die afgelopen zomer zijn 77e verjaardag vierde, maakte de afgelopen dit millennium al vier uitstekende platen en voegt met Fingers Crossed nog een vijfde toe.

Waar zijn vriend en inspiratiebron David Bowie zich gedurende zijn hele carrière is blijven vernieuwen, borduren Ian Hunter en zijn Rant Band nog altijd voort op de muziek uit de jaren 70. Ik heb er geen problemen mee wanneer het een plaat van het niveau van Fingers Crossed oplevert.

Op zijn nieuwe plaat klinkt de ouwe rocker op leeftijd een stuk geïnspireerder en energieker dan de jonge honden van het moment en levert Ian Hunter een serie songs af die stuk voor stuk goed zijn voor een brede glimlach.

De Rant band speelt degelijk en zet een lekker vol geluid neer dat vaak lekker stevig kan rocken. Het is een geluid dat uitstekend past bij de stem van Ian Hunter. De Brit is op 77-jarige leeftijd nog opvallend goed bij stem en steekt meerdere malen Rod Stewart naar de kroon.

In muzikaal opzicht grijpt Ian Hunter meer dan eens terug op de muziek die hij decennia geleden maakte met Mott The Hoople, maar het is David Bowie die de meeste invloed heeft gehad op de nieuwe plaat van Ian Hunter. Fingers Crossed bevat een fraai eerbetoon aan de begin dit jaar overleden muzikale vriend, maar ook in de andere tracks zijn volop verwijzingen te vinden naar de muziek die David Bowie met name aan het begin van de jaren 70 maakte.

Fingers Crossed is mede hierdoor een plaat die met een beetje fantasie ook 40 jaar geleden gemaakt had kunnen worden, maar de muziek van Ian Hunter komt ook in het heden nog prima aan en moet worden gerekend tot het beste dat de man tot dusver heeft gemaakt.

Er zijn op het moment meer muzikanten op leeftijd die zeer respectabele platen afleveren, maar op je 76e de rest van je oeuvre naar de kroon steken is best bijzonder. Geweldige plaat van deze ouwe rot. Erwin Zijleman

Ian Noe - Between the Country (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ian Noe - Between The Country - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ian Noe heeft een traditioneel maar werkelijk prachtig klinkend rootsalbum vol geweldige songs gemaakt en het is een album dat groeit en groeit

Between The Country van de Amerikaanse singer-songwriter Ian Noe heb ik in eerste instantie lang laten liggen, maar inmiddels is het album van de singer-songwriter uit Kentucky mee zeer dierbaar. Ian Noe doet soms aan een jonge Dylan denken, maar sluit ook aan bij de grote singer-songwriters uit de jaren 70. De Amerikaan vertelt indringende verhalen en vertolkt ze met veel gevoel, hier en daar geholpen door een uitstekende zangeres. De prachtige productie van wonderboy voorziet de intieme songs van de Amerikaanse muzikant van een warm en gloedvol geluid. Het levert een album op dat bij iedere keer horen weer net wat beter is dan de vorige keer.

Ik maak geen geheim van mijn duidelijke voorliefde voor vrouwelijke singer-songwriters, waardoor hun mannelijke collega’s er op deze BLOG over het algemeen bekaaid van af komen.

Omdat ik binnen de Amerikaanse rootsmuziek bovendien een voorkeur heb voor de net wat minder traditionele muziek, komen mannelijke singer-songwriters die zich bewegen in de traditionelere hoeken van de Amerikaanse rootsmuziek helemaal niet of nauwelijks aan bod.

Het veroordeeld zijn tot de stapel met albums waar ik misschien nog eens wat mee moet is dan het hoogst haalbare, al zijn er natuurlijk uitzonderingen. Zo is mijn liefde voor het eerder dit jaar verschenen debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Ian Noe langzaam maar zeker flink gegroeid en inmiddels durf ik wel te beweren dat ik zeer gesteld ben geraakt op Between The Country.

Of het aan de titel van het album ligt weet ik niet, maar het debuut van de singer-songwriter uit Louisville, Kentucky, wordt vooralsnog vaak in het hokje country geduwd. In dat hokje hoort Between The Country zeker niet alleen thuis, want ik hoor op het debuut van Ian Noe toch vooral invloeden uit de folk en uit de singer-songwriter muziek uit de jaren 70.

In de wat soberder ingekleurde tracks op het album doet de singer-songwriter uit Kentucky meer dan eens denken aan een jonge Bob Dylan, al is de stem van Ian Noe net wat warmer. Het mooist vind ik Between The Country echter wanneer Ian Noe kiest voor een gloedvol geluid, waarin ook nog ruimte is voor een vrouwenstem op de achtergrond.

Het debuut van Ian Noe is een overwegend traditioneel klinkend album met een lekker vol geluid. Het is een album dat lijkt geworteld in de jaren 60 en 70, maar gedateerd of oubollig klinkt het geen moment. Integendeel zelfs. Sinds ik Between The Country voor het eerst beluisterde zijn de songs op het debuut van de singer-songwriter uit Louisville langzaam maar zeker gegroeid en inmiddels zijn ze me stuk voor stuk dierbaar.

Ian Noe toont zich op Between The Country een zeer getalenteerd songwriter, die binnen de genoemde genres een breed palet bestrijkt en ook nog eens indringende verhalen vertelt. Zijn debuut staat vol met songs die zich stuk voor stuk in het geheugen nestelen. De ene keer door prachtig gitaarwerk, de andere keer door de Dylanesque intonatie in de zang, dan weer door intieme en emotievolle voordracht of door de trefzekere bijdragen van de gastzangeres op het album (ene Savannah Conley). Ian Noe is niet alleen een getalenteerd songwriter, maar ook een uitstekende zanger, waardoor de prima songs op het album zich nog wat makkelijker opdringen.

Bij beluistering van Between The Country valt me steeds meer op hoe mooi het album klinkt, wat de hand van een gelouterde producer verraadt. Ook dat blijkt te kloppen want niemand minder dan Nashville’s golden boy Dave Cobb (onder andere bekend van Chris Stapleton, Sturgill Simpson, Jason Isbell, Brandi Carlile) produceerde het album en voegde ook nog wat mooi gitaarwerk toe. Het levert een album op dat echt veel te mooi is om te laten liggen. Erwin Zijleman

Ian Noe - River Fools & Mountain Saints (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ian Noe - River Fools & Mountain Saints - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ian Noe - River Fools & Mountain Saints
De Amerikaanse muzikant Ian Noe neemt ons ook op River Fools & Mountain Saints weer mee terug naar de folk en country uit de jaren 70 en doet dat dit keer met een wat voller maar zeer smaakvol geluid

Ian Noe maakte drie jaar geleden flink wat indruk met Between The Country, waarop hij invloeden uit de folk en country uit vervlogen tijden op fraaie wijze het heden in tilde. Ook op River Fools & Mountain Saints lijkt de muziek van de Amerikaanse muzikant rechtstreeks uit de jaren 70 te komen. Vergeleken met zijn vorige album kiezen Ian Noe en producer Andrija Tockic voor een wat voller geluid en het album mag bovendien een paar keer opschuiven richting rock. Het klinkt allemaal prachtig, maar Ian Noe maakt ook dit keer de meeste indruk met zijn geweldige stem, die dit keer minder als Bob Dylan en meer als Ian Noe klinkt. Het levert een fantastisch album op.

Between The Country van de Amerikaanse singer-songwriter Ian Noe liet ik in 2019 lang op de stapel liggen, maar uiteindelijk raakte ik toch nog zeer gecharmeerd van het debuutalbum van de muzikant uit Beattyville, Kentucky. Between The Country leek zo weggelopen uit de jaren 70, met 70s country en de folk van Bob Dylan en John Prine als belangrijke inspiratiebronnen. De gloedvolle productie van Nashville wonderboy Dave Cobb, die ook nog eens fantastisch gitaarwerk toevoegde, maakte het album helemaal af.

Vorige week keerde Ian Noe terug met zijn tweede album, River Fools & Mountain Saints. Ian Noe moet het dit keer doen zonder Dave Cobb, maar wist wel Andrija Tockic te strikken voor de productie van zijn nieuwe album. De producer uit Nashville is vooral bekend van de productie van het zo memorabele debuutalbum van Alabama Shakes, maar hij werkte ook met onder andere Josephine Foster en Sam Doores.

Andrija Tockic heeft River Fools & Mountain Saints voorzien van een net wat voller geluid, maar het nieuwe album van Ian Noe is niet overdreven ver verwijderd van zijn voorganger. Ook River Fools & Mountain Saints is een album dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70 en dat zich vooral heeft laten beïnvloeden door folk en country uit dit decennium. De zang van Ian Noe klinkt wat minder Dylanesque dan de zang op Between The Country, maar ik hoor nog steeds wel wat van een jonge Bob Dylan op het album.

Net als op het terecht bejubelde Between The Country schakelt Ian Noe ook op River Fools & Mountain Saints weer makkelijk tussen de rijke historie van Nashville en de muziek uit de Appalachen waarmee hij opgroeide. Ik had op voorhand verwacht dat de productionele vaardigheden van Dave Cobb zeer gemist zouden worden, maar de wat vollere productie van Andrija Tockic bevalt me zeer.

Voor River Fools & Mountain Saints zijn zo ongeveer alle in de rootsmuziek gangbare instrumenten uit de kast getrokken, maar omdat ze spaarzaam worden ingezet, is het nieuwe album van Ian Noe nog altijd een behoorlijk ingetogen album, al mag het hier en daar voorzichtig ontsporen richting rock. De inzet van flink wat muzikanten zorgt bovendien een voor een prachtig veelzijdig geluid, wat de kracht van het album zeker ten goede komt.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal heerlijk authentiek en ook de stem van Ian Noe lijkt weggelopen uit een ver verleden. Vergeleken met Between The Country vind ik de zang op River Fools & Mountain Saints nog een stuk beter. De muzikant uit Kentucky heeft op zijn nieuwe album een wat meer eigen geluid en het is een geluid waarmee hij zich makkelijk schaart onder de betere zangers in het genre.

Gezien alle associaties met muziek van flink wat decennia geleden, liet ik ook River Fools & Mountain Saints weer even liggen vorige week, maar dit is, net als zijn voorganger, geen album om te laten liggen. Zeker de wat meer ingetogen songs op het album zijn van een bijzondere schoonheid en vallen niet alleen op door geweldige zang, maar ook door een subtiele maar zeer smaakvolle instrumentatie. Ian Noe is een jonge dertiger, maar neemt je op zijn nieuwe album als een oude ziel mee terug naar de jaren 70, waarin zijn helden als Bob Dylan en vooral John Prine nog relatief jonge honden waren. Prachtig. Erwin Zijleman

Ian Sweet - Sucker (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: IAN SWEET - SUCKER - dekrentenuitdepop.blogspot.com

IAN SWEET - SUCKER
Ik had tot voor kort nog nooit van IAN SWEET gehoord, maar de band rond de Amerikaanse muzikante Jilian Medford levert met haar vierde album SUCKER een even aanstekelijke als eigenzinnige popparel af

Ik heb de laatste tijd zoveel popalbums beluisterd en bejubeld dat ik er van uit ging dat de koek van 2023 zo langzamerhand op was, maar SUCKER van IAN SWEET mengt zich deze week nog in de strijd om de betere popalbums van het jaar. Het knappe van het vierde album van de band rond de Amerikaanse muzikante Jilian Medford is dat het enerzijds vol gaat voor de aanstekelijke pop, maar anderzijds nergens vervalt in wat eendimensionale songs. De zang van Jilian Medford is aangenaam, maar heeft ook iets onderkoelds en ook in muzikaal opzicht is een wat stekelige wending nooit ver weg. Het komt allemaal samen in songs die direct genadeloos verleiden, maar die ook razend knap in elkaar zitten.

SUCKER (alleen hoofdletters) is al het vierde album van IAN SWEET (ook alleen hoofdletters), maar het is mijn eerste kennismaking met het project van de Amerikaanse muzikante Jilian Medford. Het is een kennismaking die me uitstekend is bevallen, want SUCKER is een album vol bijzonder aanstekelijke popsongs, maar het zijn ook popsongs die durven te experimenteren en die de fantasie prikkelen en dat is een bijzondere combinatie.

Jilian Medford begon met IAN SWEET toen ze nog studeerde aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston, maar het soloproject groeide uit tot een band toen ze Boston had verruild voor Brooklyn, New York. Met Shapeshifter uit 2016, Crush Crusher uit 2018 en Show Me How You Disappear uit 2021 maakte IAN SWEET drie albums die ik absoluut opgepikt zou hebben wanneer ik ze was tegengekomen, maar op een of andere manier heb ik ze allemaal gemist.

Het zijn albums waarop Jilian Medford en haar medemuzikanten in eerste instantie vooral kozen voor wat stekelige indierock, maar met name op Show Me How You Disappear doken ook wat meer invloeden uit de indiepop op. De eerste drie albums van IAN SWEET ga ik de komende tijd zeker vaker beluisteren, maar het deze week verschenen SUCKER is vooralsnog mijn favoriete album van de Amerikaanse band.

Op SUCKER slaat de balans wat of zelfs flink door in de richting van de pop en het is pop van het aanstekelijke en hitgevoelige soort. Het betekent overigens niet dat Jilian Medford haar voorkeur voor indierock en indiepop opeens is kwijtgeraakt, want de songs op SUCKER hebben twee kanten. Aan de ene kant zijn er de aanstekelijke refreinen en de groots aandoende klanken die horen bij de pure popmuziek van het moment, maar aan de andere kant hebben de songs van IAN SWEET ook nog altijd iets eigenzinnigs.

Je hoort het in de muziek op het album, maar ook in de zang van Jilian Medford. De Amerikaanse muzikante zingt net zo fluisterzacht als een aantal van de gevestigde namen onder de popzangeressen van het moment, maar de zang op SUCKER heeft ook iets kwetsbaars, waardoor de songs van IAN SWEET meer op het gevoel spelen dan de gemiddelde pure popsong.

Het contrast dat je hoort in de zang op SUCKER, hoor je ook in de muziek op het album. De songs van IAN SWEET blijven stuk voor stuk direct na eerste beluistering heerlijk hangen en voorzien ook een regenachtige dag van zonnestralen, maar de muziek van Jilian Medford en haar medemuzikanten klinkt ook een stuk subtieler dan het geluid op het gemiddelde popalbum en neemt af en toe een eigenzinnige of gruizige afslag.

SUCKER vertrouwt niet op stevig aangezette elektronica of stuwende beats, maar kiest voor een redelijk ingetogen en zeer smaakvol geluid, dat is voorzien van een al even smaakvol laagje pop. Het is dit jaar dringen binnen de pure pop, onder andere door de albums van een aantal van de grote namen in het genre, maar SUCKER van IAN SWEET kan, net als het weer totaal anders klinkende maar ook weergaloze The Rise And Fall Of A Midwest Princess van Chappel Roan, de concurrentie met de gevestigde orde makkelijk aan.

Ook liefhebbers van een meer indie pop- of rockgeluid kunnen overigens uitstekend uit de voeten met SUCKER, want ook binnen de indiepop en indierock van het moment kan het vierde album van IAN SWEET met de besten mee. Ook dit album kwam ik overigens op het spoor na een tip van Paste Magazine, zonder wie ik heel wat geweldige albums zou hebben gemist. Erwin Zijleman

Ibeyi - Ash (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ibeyi - Ash - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De tweelingzussen Naomi en Lisa-Kainde Díaz maakten ongeveer tweeënhalf jaar geleden diepe indruk met het titelloze debuut van Ibeyi.

De in Parijs opgegroeide zussen combineerden op deze plaat op hele bijzondere wijze invloeden uit de hedendaagse popmuziek met invloeden uit de traditionele West-Afrikaanse Yorùbá cultuur, die ze via hun Cubaanse vader (die ooit in de legendarische bezetting van Buena Vista Social Club speelde) met de paplepel kregen ingegoten tijdens hun jeugd.

Het debuut van Ibeyi stond hierdoor met één been in de hedendaagse elektronische popmuziek en R&B, maar klonk door alle exotische invloeden en het gebruik van meerdere talen totaal anders.

Het is een omschrijving die ook op gaat voor de muziek op de tweede plaat van Ibeyi, maar Naomi en Lisa-Kainde Díaz hebben zich er zeker niet makkelijk van af gemaakt. Ash is vergeleken met zijn voorganger misschien net wat toegankelijker, maar schijn bedriegt. De plaat bevat een serie lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar het zijn nog altijd popliedjes vol verrassing en avontuur.

Door het succes van de eerste plaat van Ibeyi hadden de Parijse zussen dit keer de beschikking over een wat rianter budget en was het bovendien haalbaar om wat gasten van naam en faam uit te nodigen. Topmuzikanten als Meshell Ndegeocello en Kamasi Washington zorgen voor mooie momenten, terwijl producer Richard Russell Ash heeft voorzien van een warm en vol klinkend geluid. De onbetwiste sterren op de plaat zijn echter ook dit keer Naomi en Lisa-Kainde Díaz.

De zussen voorzien alle songs op de plaat van soulvolle en prachtig bij elkaar kleurende stemmen, die niet bang zijn om buiten de lijntjes te kleuren maar zich nergens te buiten gaan aan overdaad. Samples van Le Mystère des Voix Bulgares en Michelle Obama, wiens legendarische speech over vrouwenrechten wordt ingezet als basis van een song, voorzien de plaat van nog wat extra vocaal vuurwerk.

Ook in muzikaal opzicht gebeurt er van alles op de tweede plaat van Ibeyi. Waar de vorige plaat op knappe wijze bijna tegenstrijdige invloeden wist te combineren, zijn deze invloeden op Ash volledig samengesmolten tot een uniek eigen geluid. Het zijn deels dezelfde invloeden als op het debuut van Ibeyi, maar Naomi en Lisa-Kainde Díaz hebben hun blik ook verruimd.

Ash bevat vergeleken met het debuut van Ibeyi veel meer invloeden uit de hiphop, maar biedt ook ruimte aan invloeden uit de jazz en de ambient en ook deze kleuren mooi bij de invloeden uit de wereldmuziek die ook dit keer een belangrijke rol spelen.

Een aantal songs wordt gedomineerd door diepe en stevig aangezette hiphop beats, maar Ash bevat ook een aantal songs waarin het tempo uiterst laag ligt en de prachtige stemmen van de Frans-Cubaanse zussen alleen maar worden gecombineerd met ambient achtige klanken.

Met al dit moois zijn we er nog niet, want Naomi en Lisa-Kainde Díaz hebben ook nog eens wat te zeggen. De twee komen op hun tweede plaat strijdlustig op voor gelijke rechten voor iedereen en stellen discriminatie vanwege ras of geslacht stevig aan de kaak. Het geeft de toch al zo overtuigende plaat nog wat extra zeggingskracht.

Omdat Ash ook nog eens bij iedere luisterbeurt mooier en bijzonderder wordt, sluit ik niet uit dat Ash zich, net als zijn voorganger gaat scharen onder de beste platen van het jaar. Ga dat horen dus. Erwin Zijleman

Ibeyi - Ibeyi (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ibeyi - Ibeyi - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ibeyi is een duo dat bestaat uit de tweelingzussen Naomi en Lisa-Kainde Díaz. De twee groeiden op in Parijs, maar hebben ook Cubaanse roots.

Miguel 'Angá' Díaz, de vader van de zusjes, speelde als percussionist in de legendarische bezetting van de Buena Vista Social Club en had op zijn beurt weer zijn eigen roots. Het zijn de roots van de West-Afrikaanse Yorùbá cultuur, die zich in de tijd van de slavernij over de wereld verspreidde en op een aantal plaatsen (waaronder Cuba) verrassend goed intact bleef.

Op het titelloze debuut van Ibeyi eren Naomi en Lisa-Kainde Díaz de Cubaanse en vooral de Yorùbá wortels van hun in 2006 overleden vader, maar het zijn ook kinderen van deze tijd, met een voorliefde voor moderne elektronische muziek.

De botsing tussen traditionele Afrikaanse muziek en moderne elektronica levert fascinerende muziek op. Het debuut van Ibeyi klinkt bij vlagen, en zeker wanneer wordt gezongen in de Yorùbá taal, zeer traditioneel maar klinkt net zo vaak heel modern. In de meeste gevallen versterken beide uitersten elkaar echter in een volkomen uniek geluid.

Het is een geluid dat af en toe raakt aan dat van Björk, al hebben de zussen Díaz gelukkig een net wat toegankelijkere zangtechniek dan de IJslandse zangeres. De stemmen van Naomi en Lisa-Kainde klinken af en toe heerlijk zweverig, maar dit kan zomaar omslaan in traditioneel Afrikaans gezang of in lekker soulvolle klanken.

De stemmen van de zussen worden hier en daar gecombineerd met tribaal aandoende ritmes, maar op het overgrote deel van de plaat overheerst de moderne elektronica. De zussen Díaz zijn naar verluid fan van de muziek van James Blake en dat is te horen. Het titelloze debuut heeft een wat minimalistisch aandoend elektronisch geluid, maar het is een geluid dat uitstekend past bij de stemmen van de twee.

Het debuut van Ibeyi is niet altijd even toegankelijk, maar naast experimentele songs bevat de plaat ook volop songs die in brede kring gewaardeerd zullen worden. Het is echter ook een plaat die je constant op het verkeerde been zet. Het ene moment word je betoverd door opvallende ritmes en zang in het Yoruba, het volgende moment nemen atmosferische elektronica en subtiele beats het over, maar het debuut van Ibeyi bevat ook passages waarin subtiele pianoklanken worden gecombineerd met prachtige Engelstalige vocalen.

Ik probeer muziek altijd in een hokje te duwen, maar dat is bij het debuut van Ibeyi onbegonnen werk. De plaat blijft maar alle kanten op schieten en bestrijkt hierbij een bijna onwerkelijk groot terrein. Van Björk naar The Xx, van FKA Twigs naar de West-Afrikaanse binnenlanden, van James Blake naar Adele. Buitengewoon fascinerende plaat van een duo dat momenteel stevig wordt gehyped, maar ook wel degelijk heel veel te bieden heeft. Erwin Zijleman

Ibeyi - Spell 31 (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ibeyi - Spell 31 - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ibeyi - Spell 31
Het Frans-Cubaanse duo Ibeyi kiest op haar derde album voor een nog wat moderner geluid, maar het is een geluid vol verrassende wendingen, dubbele bodems en vooral heel veel avontuur

Na de vorige twee albums van de Parijse zussen Lisa-Kaindé en Naomi Diaz waren de verwachtingen voor album nummer drie hooggespannen. Spell 31 duurt slechts 26 minuten, maar dat is het enige minpuntje dat ik kan bedenken. Ibeyi put dit keer nauwelijks uit de traditionele Afrikaanse muziek die op het debuut van het tweetal zo’n voorname rol speelde, maar ook Spell 31 klinkt weer totaal anders dan alle andere albums van het moment. Het is absoluut even wennen, maar vervolgens verleiden Lisa-Kaindé en Naomi Diaz meedogenloos met eigentijds klinkende songs met een bijzondere twist. En hoe vaker je naar dit album luistert, hoe meer bijzonders je ontdekt.

Spell 31 is het derde album van het duo Ibeyi en de opvolger van het in 2017 verschenen Ash, dat weer volgde op het titelloze debuutalbum uit 2015. Ibeyi maakte op haar eerste twee albums muziek die zich ver buiten mijn comfort zone bevond, maar toch was ik zeer gecharmeerd van de eerste twee albums van de zussen Lisa-Kaindé en Naomi Diaz.

De zussen uit Parijs hebben Cubaanse roots en dat was met name goed te horen op het debuutalbum van het tweetal, dat de Afro-Cubaanse wortels van hun vader, die deel uitmaakte van de legendarische bezetting van Buena Vista Social Club, op fascinerende wijze eerde. Ibeyi combineerde op haar debuutalbum invloeden uit de traditionele Cubaanse en Afrikaanse muziek met moderne elektronica, wat een fascinerend geluid opleverde.

Op Ash schoof Ibeyi wat op richting eigentijdse pop, maar het Parijse tweetal koos zeker niet voor de makkelijkste weg, wat wederom een eigenzinnig en avontuurlijk album opleverde. Na een paar jaar stilte keren Lisa-Kaindé en Naomi Diaz deze week terug met hun derde album en ook Spell 31 is een bijzonder album.

Op dit derde album schuift Ibeyi nog wat meer op richting eigentijdse popmuziek, zeker wanneer Parijse gastmuzikanten aanschuiven, maar ook Spell 31 is een album dat de fantasie genadeloos prikkelt. Lisa-Kaindé en Naomi Diaz putten ook dit keer nauwelijks uit de traditionele Afrikaanse muziek die op hun debuut zo’n voorname rol speelde, maar helemaal weg zijn de invloeden niet, waardoor de popmuziek van het tweetal anders klinkt dan andere popmuziek van het moment. Dat heeft overigens ook alles te maken met het feit dat Ibeyi deel uitmaakt van de muziekscene van Parijs, die nu eenmaal anders is dan die van Londen of Los Angeles.

Ik noemde de eerste twee albums van Ibeyi eerder albums die zich (ver) buiten mijn comfort zone bevonden en ook Spell 31 is zo’n album. De elektronische popmuziek met flink wat invloeden uit de hiphop zou ik in de meeste gevallen langs me heen laten gaan, maar de muziek van Ibeyi heeft iets.

Spell 31 duurt maar 26 minuten, wat extreem kort is voor een regulier album, maar in die 26 minuten gebeurt er zoveel dat het lijkt alsof je er een muzikale wereldreis op hebt zitten wanneer de laatste noten weg ebben. Het zal te maken met het gebruik van meerdere talen en heel veel invloeden.

Zeker bij eerste beluistering lijkt Spell 31 van de hak op de tak te springen, waardoor enig houvast ontbreekt, maar hoe vaker je naar het album luistert, hoor meer er op zijn plek valt. Ibeyi intrigeert tien songs lang met bijzondere ritmes, moderne elektronica, traditionele invloeden, eigentijdse invloeden, prachtige koortjes en natuurlijk de wonderschone stemmen van Lisa-Kaindé en Naomi Diaz.

Als je de muziek van Ibeyi niet kent zal het even wennen zijn en ook als je alleen het debuut van het Parijse duo kent zal het wennen zijn, maar na enige gewenning kan ik alleen maar concluderen dat Spell 31 van Ibeyi een buitengewoon spannend en avontuurlijk album is dat continu de grenzen verlegt, maar dat ook vol staat met lekker in het gehoor liggende songs die het ook op een warme zomeravond goed gaan doen. Er is vooralsnog weinig aandacht voor dit album, maar het is echt een kunststukje. Erwin Zijleman

Ichiko Aoba - Luminescent Creatures (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Ichiko Aoba - Luminescent Creatures - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Ichiko Aoba - Luminescent Creatures
De Japanse muzikante Ichiko Aoba maakt muziek die deels in de hokjes folk, neoklassiek en ambient past, maar haar zang, muziek en songs hebben ook een uniek eigen karakter, dat bijzondere dingen met je doet

Ik heb het meerdere keren moeten proberen met Luminescent Creatures van de Japanse muzikante Ichiko Aoba, maar dit is muziek waar je even de tijd voor moet nemen. Het is muziek die door de taal en de zang anders klinkt dan je waarschijnlijk gewend bent, maar de songs van Ichiko Aoba zijn ook songs met een bijzondere mix van invloeden, waarvan invloeden uit de folk, de (neo-)klassieke muziek en de ambient de belangrijkste zijn. Luminescent Creatures kan het ene moment klinken als muziek uit een andere wereld, maar het volgende moment dringen de fraai georkestreerde en sereen klinkende songs van de Japanse muzikant zich toch opeens makkelijk op.

Ik was de naam van Ichiko Aoba tot voor kort nog nooit tegen gekomen, terwijl de Japanse muzikante inmiddels al heel wat albums op haar naam heeft staan. Het vorige maand verschenen Luminescent Creatures werd me echter aangeraden door zowel Pitchfork als Paste en beide Amerikaanse muziekwebsites zijn tipgevers die ik serieus neem.

Het nieuwe album van Ichiko Aoba intrigeerde me wel, maar uiteindelijk vond ik het album toch te ver buiten mijn muzikale comfort zone liggen en koos ik voor andere albums op de krenten uit de pop. Op een of andere manier bleef het album echter wel steeds terug komen in mijn gedachten en opeens was er een moment waarop alles wel op zijn plek viel.

Dat Luminescent Creatures in eerste instantie buiten mijn muzikale comfort zone leek te liggen heeft in eerste instantie vooral te maken met het feit dat Ichiko Aoba in het Japans zingt. De Japanse taal is mooi en melodieus en past op zich prima bij de muziek die Ichiko Aoba maakt, maar ik blijf het toch lastig vinden om helemaal niets te verstaan van de woorden die voorbij komen.

Ook de stem van de Japanse muzikante vond ik in eerste instantie niet heel mooi, want ze zingt opvallend hoog en daar ben ik niet altijd fan van. Toen ik wel begon te vallen voor de muzikale charmes van Luminescent Creatures zaten zowel de stem van Ichiko Aoba en de taal waarin ze zingt me niet meer in de weg en droegen beiden vooral bij aan het unieke karakter van haar muziek.

Ook in muzikaal opzicht is Luminescent Creatures van Ichiko Aoba geen alledaags album. De muziek van de Japanse muzikante wordt in de meeste recensies omschreven als folk, maar het is zeker geen dertien in een dozijn folk. De muziek van de Japanse muzikante bevat wel elementen uit de folk, zeker wanneer de muzikante uit Tokyo vooral vertrouwt op de akoestische gitaar en haar stem.

In de meeste tracks klinkt haar geluid echter een stuk voller. Veel songs op Luminescent Creatures zijn voorzien van fraaie orkestraties met onder andere flink wat strijkers. Zeker wanneer de fraaie orkestraties de hoofdrol opeisen zit het nieuwe album van Ichiko Aoba dichter tegen de (neo-)klassieke muziek dan tegen de folk aan. Ook invloeden uit de ambient en de jazz hebben overigens hun weg gevonden naar de uniek klinkende muziek van Ichiko Aoba.

Ik moest absoluut wennen aan Luminescent Creatures en het is voor mij ook zeker geen muziek voor alle momenten, maar bijvoorbeeld op een lome zondagochtend doen de mooie klanken en de bijzondere zang van de Japanse muzikante het prima. Het album doet het dan prima op de achtergrond, maar ik vind het album nog een stuk beter wanneer je er met volledige aandacht naar luistert en hoort hoeveel moois en bijzonders Ichiko Aoba in haar zang, muziek en songs heeft gestopt.

Het is muziek uit een andere wereld en het is muziek waaraan ik echt enorm moest wennen, maar als je eenmaal gewend bent aan de muziek van Ichiko Aoba strijkt deze muziek echt geen moment meer tegen de haren in. Ik ben blij dat ik Luminescent Creatures een kans ben blijven geven, want uiteindelijk prikkelt haar interessante muziek steeds intensiever de fantasie. Ik heb me ook wat verdiept in de rest van haar oeuvre, maar haar meest recente album lijkt me het meest interessante startpunt voor het verkennen van haar bijzondere muzikale universum. Erwin Zijleman

Ida Mae - Chasing Lights (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ida Mae - Chasing Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ida Mae - Chasing Light
Ida Mae overtuigt op haar uitstekende debuut zowel met stevige bluesy rock met een vleugje hardrock als met meer ingetogen folky songs vol melancholie

Het Britse duo Ida Mae trekt momenteel alle aandacht van de muziekpers. Daar valt niets op af te dingen, want het debuut van het tweetal is uitstekend. Ida Mae geeft zich laten inspireren door de muziek van The White Stripes en de muziek van The Civil Wars en combineert rauw en bluesy gitaarwerk met meer ingetogen songs. In beide uitersten vertrouwt het duo op prima gitaarwerk en op de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Chris Turpin en Stephanie Jean. Het levert een veelzijdig album op dat makkelijk overtuigt en dat voorlopig stevig doorgroeit. Dit is grotendeels de verdienste van het Britse tweetal zelf, maar de fraaie retro productie van topproducer Ethan Johns is de kers op de taart.

Ida Mae is een Brits duo dat bestaat uit man en vrouw Chris Turpin en Stephanie Jean. De twee omschrijven hun muziek zelfs als “a sensual version of White Stripes meets Civil Wars meets XX”. Dat klinkt leuk en ik herken het ook nog eens voor een belangrijk deel.

Ida Mae heeft de ruwe eenvoud van The White Stripes en de vocale chemie van The Civil Wars. The XX hoor ik persoonlijk niet of nauwelijks, maar met het andere vergelijkingsmateriaal komen we al een heel eind.

Chris Turpin en Stephanie Jean zijn gezegend met prima stemmen en zingen vol passie en vuur, waarbij de stemmen van de twee bijna naadloos in elkaar overlopen. In vocaal opzicht herinnert het zoals gezegd aan het vuurwerk van Joy Williams en John White in The Civil Wars, maar waar het Amerikaanse duo zich vooral liet beïnvloeden door de countrymuziek, zijn invloeden uit dit genre nagenoeg afwezig op Chasing Lights van Ida Mae, ook al wonen Chris Turpin en Stephanie Jean een groot deel van het jaar in Nashville en namen ze hun album ook op in de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek.

Het Britse duo klinkt af en toe net zo rauw en bluesy als The White Stripes, maar in tegenstelling tot Meg en Jack White nemen Chris Turpin en Stephanie Jean veel vaker gas terug, laten ze hun stemmen nadrukkelijker samenvloeien en zijn ze tenslotte niet vies van een flinke dosis 70s hardrock en folk in hun muziek. De uptempo tracks en de wat stevigere tracks op het album overtuigen door het heerlijke gitaarwerk en de prima stemmen van de twee vrij makkelijk, maar ook de meer ingetogen tracks zijn na enige gewenning zeer de moeite waard.

In deze tracks is de muziek van Ida Mae wat moeilijker in een hokje te duwen, maar bij The XX kom ik nog steeds niet uit, of het moeten de atmosferische keyboards zijn die met enige regelmaat opduiken. Wel hoor ik invloeden uit de folk en ook in dit genre kan het Britse tweetal prima uit de voeten. Zeker wanneer het Britse tweetal experimenteert met bijzondere ritmes en een vleugje psychedelica schuift Ida Mae bovendien op richting ons eigen My Baby en voegt het nog een extra dimensie toe aan haar veelzijdige geluid.

Chasing Lights is voorzien van een bijzonder lekker retro geluid dat de hand van een producer van naam en faam verraadt. Dat blijkt ook te kloppen, want het debuut van Ida Mae werd geproduceerd door niemand minder dan Ethan Johns, die het geluid van het Britse tweetal fraai heeft opgepoetst en heeft voorzien van flink wat dynamiek.

Ik vind de songs op het debuut van Ida Mae eerlijk gezegd nog niet allemaal even sterk, maar het duo heeft absoluut potentie, deels door de gouden keeltjes van Chris Turpin en Stephanie Jean, deels door het heerlijke gitaarwerk en deels door het vermogen van de twee om rauwe en stevige tracks af te wisselen met meer ingetogen en introspectieve tracks. Chasing Light verdient hiermee absoluut het predicaat veelbelovend debuut, terwijl Ida Mae op basis van dit debuut onder de beloften voor de toekomst mag worden geschaard. Omdat Chasing Light zich de afgelopen week heeft ontwikkeld tot een heuse groeiplaat kan het overigens best zo zijn dat Ida Mae de belofte met haar debuut binnenkort al voorbij is. Erwin Zijleman

Ida Mae - Click Click Domino (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ida Mae - Click Click Domino - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ida Mae - Click Click Domino
Het Britse duo Ida Mae debuteerde twee jaar geleden ijzersterk en houdt het hoge niveau moeiteloos vast op haar wat meer tegen Amerikaanse rootsmuziek aan leunende tweede album

Het Britse duo Ida Mae imponeerde twee jaar geleden met het geweldige Chasing Light, waarop het tweetal zich naar eigen zeggen tussen The White Stripes en The Civil Wars in wurmde. Het zijn invloeden die terugkeren op het tweede album van de tegenwoordig vanuit Nashville opererende Britten, al leunt Click Click Domino wel wat meer tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal wat spannender en sfeervoller dan op het debuut, maar in vocaal opzicht is het ook dit keer weer smullen. Ida Mae heeft een aantal aansprekende voorbeelden, maar slaagt er in om een geheel eigen en fantastisch klinkend geluid te creëren.

Het Britse duo Ida Mae debuteerde net iets meer dan twee jaar geleden opvallend met het uitstekende Chasing Light, dat terecht werd onthaald met lovende recensies. Chris Turpin en Stephanie Jean omschreven hun muziek zelf als “a sensual version of White Stripes meets Civil Wars meets XX” en dat dekte de lading heel aardig.

Het Britse duo kon op haar debuut uit de voeten met de rauwe en bluesy rock ’n roll van The White Stripes en deed met de uit de tenen komende zang van het tweetal denken aan het vocale vuurwerk van The Civil Wars. The XX hoorde ik er persoonlijk niet in, maar dat kon de pret zeker niet drukken. Ida Mae liet op haar debuutalbum een lekker ruw en gepassioneerd geluid horen en klonk ook net iets anders dan alles dat er al was, waardoor het album absoluut op wist te vallen.

Een paar weken geleden verscheen het tweede album van Ida Mae, Click Click Domino. De sensatie van het verrassende nieuwe geluid is er natuurlijk wat af op het tweede album, maar Click Click Domino is een waardig opvolger van het zo gedenkwaardige debuutalbum van het Britse duo en het is ook zeker geen fantasieloos vervolg op dit debuutalbum.

Ida Mae gaat er direct lekker stevig in met twee bluesy tracks met ruw gitaarwerk, gepassioneerde zang en in de tweede track ook nog wat gitaaruithalen van bluesmuzikant Marcus King, die later op het album nog eens terugkeert, net als gitarist Jake Kiszka van Greta Van Fleet. In de derde track draait alles om de zang van Chris Turpin en Stephanie Jean in een wat lome rootsy track en die zang is weer raak.

Na deze drie tracks was ik eigenlijk al overtuigd van de kwaliteit van het tweede album van Ida Mae, maar Click Click Domino heeft veel meer moois te bieden. Vergeleken met het debuutalbum van het tweetal is het nieuwe album wat meer geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek, wat wordt versterkt door het gebruik van instrumenten als de banjo en de mandoline. Ook het feit dat Ida Mae tegenwoordig vanuit Nashville, Tennessee, opereert, heeft ongetwijfeld bijgedragen aan het rootsy karakter van het nieuwe album.

Het debuut van Ida Mae klonk prachtig door de productie van Ethan Johns en die is gelukkig ook op de nieuwe partij van het album. Ethan Johns heeft Click Click Domino voorzien van een warm en sfeervol geluid en het is een geluid dat rust uitstraalt. Chris Turpin en Stephanie Jean namen hun nieuwe album op na de uitbraak van de coronapandemie en hadden alle tijd om te sleutelen aan hun nieuwe songs.

Dat hoor je in de instrumentatie waarin hier en daar wat bijzondere instrumenten opduiken als stokoude snareninstrumenten en een bijzonder klinkende ritmebox. Het voorziet het geluid van Ida Mae van net wat meer detail en subtiliteit, waardoor de songs nog wat interessanter zijn dan die op het debuut van het tweetal.

Ida Mae overtuigt makkelijk met de wat rauwere en uptempo bluesy songs, maar de zich wat langzamer voortslepende, meer ingetogen en meer country georiënteerde songs vind ik persoonlijk interessanter. Met name in deze songs hoor je dat Ida Mae zich verder heeft ontwikkeld sinds het debuut en dat dit debuut zeker geen toevalstreffer was. Click Click Domino heeft vooralsnog niet heel veel aandacht gekregen helaas, maar het is in alle opzichten een fantastisch album. Erwin Zijleman

iET - Clarity (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: iET - Clarity - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Lisa van Viegen maakt inmiddels al enkele jaren flink wat indruk als iET.

Eerst met twee delen The Kitchen Sessions, waarop ze samenwerkte met een aantal geweldige Nederlandse zangeressen, vervolgens met So Unreal, waarop ze indruk maakte met songs vol invloeden, en nu dan met Clarity.

Clarity vormt de basis voor een voorstelling vol muziek, dans en video art, die de afgelopen week te zien was, maar ook zonder de bijbehorende beelden en actie valt er op de nieuwe plaat van iET heel veel te genieten.

Dat hoor je direct in de openingstrack waarin Lisa van Viegen met haar geweldige stem meteen garant staat voor kippenvel en ook in muzikaal opzicht weet te verrassen.

Op Clarity heeft iET hoorbaar veel aandacht besteed aan de instrumentatie en productie. De plaat werd gemaakt met een beperkt aantal muzikanten, maar deze kunnen op flink wat instrumenten uit de voeten, wat zorgt voor een bijzonder en afwisselend geluid.

Alle instrumenten worden uiterst spaarzaam ingezet, waarbij opvalt dat ieder accent trefzeker is. Het zorgt voor een mooi, warm en stemmig akoestisch geluid en het is een geluid dat uitstekend past bij de prachtige stem van Lisa van Viegen, die absoluut moet worden gerekend tot de beste Nederlandse zangeressen en ook buiten Nederland het merendeel van de zangeressen de baas is.

Net als op haar vorige platen maakt iET muziek die niet makkelijk in een hokje is te duwen. Clarity bevat flink wat elementen uit de jazz en de folk, maar past nergens in de standaard beschikbare hokjes.

Ik kan me overigens goed voorstellen dat Clarity de basis vormt voor een voorstelling met dans en video art, want wat gebeurt er veel op de nieuwe plaat van iET. De instrumentatie is avontuurlijk genoeg om je op het puntje van de stoel te houden en de zang en koortjes van Lisa van Viegen zijn niet alleen wonderschoon, maar zorgen ook nog eens voor unieke klanken, waardoor feitelijk een instrument wordt toegevoegd aan het al zo mooie klankentapijt.

Ook op Clarity durft iET weer nadrukkelijk buiten de hokjes te kleuren, bijvoorbeeld in de tracks met gastbijdragen van Pete Philly, Buddy Mokoginta en Pink Oculus, waarin de ritmes wat belangrijker zijn en Lisa van Viegen laat horen dat ze ook soul heeft.

Iedere keer dat ik Clarity hoor ben ik weer meer onder de indruk van het unieke talent van iET en iedere keer dat ik de plaat hoor is het kippenvel intenser en volhardender. iET heeft met Clarity een razend knappe plaat gemaakt en het is een plaat van een bijna onwerkelijke schoonheid. Iedereen zijn eigen smaak, maar Clarity van iET moet iedere muziekliefhebber horen. Erwin Zijleman

iET - Hunger (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: iET - Hunger - dekrentenuitdepop.blogspot.com

iET - Hunger
Hunger van de Nederlandse muzikante iET verscheen een paar maanden geleden en is helaas wat ondergesneeuwd, maar het is een wonderschoon en razend knap album, dat maar blijft verbazen en betoveren

Ik ken iET, het alter ego van Lisa van Vliegen-Mokoginta, inmiddels een jaar of elf en in die elf jaar heeft de Nederlandse muzikante een aantal waanzinnig mooie en al even bijzondere albums gemaakt. Het een paar maanden geleden verschenen Hunger doet er met de fascinerende instrumentatie nog een schepje bovenop, maar ook de zang van iET is weer prachtig, terwijl haar songs net zo makkelijk benevelen als hopeloos intrigeren. iET maakt op Hunger muziek van een bijzondere schoonheid en is de meeste vrouwelijke singer-songwriters van het moment echt straatlengten voor. Hunger is een album dat direct imponeert, maar vervolgens mooier en mooier wordt.

Ik was erg onder de indruk van de vorige albums van iET en heb deze dan ook uitvoerig bejubeld op de krenten uit de pop, maar desondanks heb ik het bijna drie maanden geleden verschenen Hunger helemaal over het hoofd gezien. Dat zal deels het gevolg zijn van het feit dat het tussen Clarity, het vorige album van iET, en Hunger bijna zes jaar stil was rond iET en hiernaast krijgt de muziek van de Nederlandse muzikante helaas veel te weinig aandacht, waardoor haar albums makkelijk tussen wal en schip vallen.

Aan de kwaliteit van de albums van iET ligt dit in ieder geval niet, want net als The Kitchen Recordings Series 1 uit 2011, The Kitchen Recordings Series 2 uit 2013, So Unreal uit 2014 en Clarity uit 2016, is ook het afgelopen zomer verschenen Hunger een in kwalitatief opzicht hoogstaand album.

iET is het alter ego van de Nederlandse muzikante Lisa van Vliegen-Mokoginta, die met Hunger meer dan alleen een album heeft uitgebracht. De muziek op haar nieuwe album maakt immers ook onderdeel uit van een tentoonstelling in de Rotterdamse Kunsthal, die helaas alleen morgen (4 september) nog is te zien. In deze tentoonstelling komen de autobiografische songs van iET bijzonder fraai tot leven, maar ook zonder de bijbehorende beelden is Hunger een zeer indrukwekkend album.

De combinatie met een tentoonstelling suggereert misschien dat iET muziek maakt die ver is verwijderd van popsongs met een kop en een staart, maar dat is zeker niet het geval. De songs van Lisa van Vliegen-Mokoginta zijn absoluut toegankelijk, al zijn het ook songs die behoorlijk diep graven. Het zijn songs die zich desondanks makkelijk opdringen, wat deels de verdienste is van de bijzonder mooie stem van de Nederlandse muzikante.

Lisa van Vliegen-Mokoginta beschikt over een warme stem, maar het is ook een stem vol expressie en gevoel, die zowel zacht als krachtig kan zingen. Het is een stem die op Hunger hier en daar fraai gezelschap krijgt van een mannenstem en het is bovendien een stem die er in slaagt om steeds een net wat andere sfeer te creëren. Met haar zang wist iET zich op haar vorige albums te onderscheiden van de meeste andere zangeressen in haar genre en dat lukt haar ook met Hunger.

De stem van Lisa van Vliegen-Mokoginta past prachtig bij de klanken op het album, die al even onderscheidend zijn. Hunger is voorzien van een ingetogen en intieme, maar ook zeer smaakvolle en vaak wat mysterieuze instrumentatie, die de bijzondere sfeer die iET creëert met haar stem nog wat verder versterkt.

Het is een instrumentatie die in een aantal songs bijna klassiek aandoet, maar iET kiest op Hunger ook voor spaarzaam ingekleurde songs of voor songs met atmosferische klanken die herinneren aan die van Scandinavische IJsprinsessen. De bijzondere en zich vaak in een wat lager tempo voortslepende klanken op Hunger prikkelen de fantasie uitbundig en zijn beeldend of filmisch te noemen, met hier en daar een vleugje van de Franse filmmuziek uit de jaren 70.

Hunger bevat zoals gezegd songs die zich makkelijk opdringen, maar het zijn ook songs die verschrikkelijk knap in elkaar zitten, waardoor je steeds weer andere dingen hoort in de prachtige zang, in de sfeervolle instrumentatie, in de extra geluidjes en in de bijzondere songstructuren van Lisa van Vliegen-Mokoginta en haar echtgenoot Budy Mokoginta. De kwaliteit spat er weer van af, wat het extra wrang maakt dat ook dit album weer niet de aandacht heeft gekregen die het zo verdient. In Nederland en ver daarbuiten. Erwin Zijleman

Ilen Mer - Öar (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ilen Mer - Öar - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Nederlandse band Ilen Mer leverde aan het begin van 2015 met The Things That Sleep In The Woods een bijzonder indrukwekkend debuut af.

Op haar debuut combineerde Ilen Mer invloeden uit de Britse folk uit de jaren 70 met invloeden uit de hedendaagse indie-pop en een vleugje Kate Bush.

The Things That Sleep In The Woods liet zich hierdoor niet makkelijk in een hokje duwen, wat knap is voor een debuut, en stond ook nog eens bol van de potentie en de belofte.

Ik was daarom heel benieuwd naar de tweede plaat van de Nederlandse band en die is nu dan eindelijk verschenen. Öar werd in de zomer van 2016 opgenomen in Zweden, waar Ilen Mer zich ‘in the middle of nowhere had’ opgesloten in een huisje in de eindeloze bossen van het Scandinavische land. De band heeft Öar vervolgens nog een hele tijd voor zichzelf gehouden, maar trekt nu met haar nieuwe plaat de wijde wereld in.

Dat hoop ik tenminste, want Öar is een ontzettend sterke plaat, die geen moment onder doet voor alles dat in het buitenland wordt bejubeld op het moment. Ook op haar tweede plaat combineert Ilen Mer invloeden uit de Britse folk van weleer met invloeden uit de hedendaagse indie-pop, maar vergeleken met het debuut laat de band een enorme groei horen.

Wat direct opvalt bij beluistering van Öar is de enorme rust die de plaat uitstraalt. Ilen Mer heeft de weidsheid en de stilte van de Zweedse bossen gevangen in haar muziek en heeft de schoonheid van de uitgestrekte Zweedse natuur direct maar meegepikt. Het maakt van de beluistering van Öar een even rustgevende als spannende luistertrip.

Ilen Mer sloeg op haar debuut al een brug tussen verleden en heden, maar doet dat dit keer niet alleen veelvuldiger, maar ook op veel knappere wijze. De organische klanken uit het verleden vloeien prachtig samen met de elektronica uit het heden en ook qua invloeden smeedt Ilen Mer op bijzondere wijze van alles aan elkaar.

De Nederlandse band houdt het tempo op haar tweede plaat vooral laag en heeft haar songs voorzien van heel veel ruimte. In deze ruimte worden details bijzonder fraai uitgewerkt, waarbij vooral de gitaren en de keyboards op weten te vallen met wonderschone versiersels, maar Ilen Mer is ook niet bang om ruimte leeg te laten.

Ook Öar verwerkt nadrukkelijk invloeden uit de folk zoals die in de jaren 70 in Engeland werd gemaakt, maar de band staat ook met minstens één been in het heden en maakt muziek die durft te vernieuwen. Het zorgt voor bijzondere contrasten, zeker wanneer de band ook nog eens (onbewust?) flirt met invloeden uit de progrock en op hetzelfde moment strooit met moderne gitaarloopjes en ritmes.

The Things That Sleep In The Woods maakte al weer ruim tweeënhalf jaar geleden vooral indruk op mij met de vocalen, maar Öar is ook in muzikaal opzicht een hele bijzondere plaat. Ilen Mer creëert op haar tweede plaat een bijzondere sfeer en het is een sfeer die predicaten als sprookjesachtig en benevelend verdient.

Ook met de zang is dit keer overigens helemaal niets mis. Frontvrouw Merit Visser kan prachtig ingetogen zingen, maar staat ook op Öar weer garant voor expressieve vocalen vol lading en emotie. Het voorziet de zo mooi gearrangeerde songs van Ilen Mer van nog net wat meer diepgang en urgentie en tilt Öar naar een nog wat hoger plan.

De groei van Ilen Mer blijft overigens niet beperkt tot de instrumentatie en de zang. Ook de songs op de plaat zijn van een bijzonder hoog niveau en weten steeds weer te verrassen en te imponeren, waardoor Öar na de eerste beluistering begint aan een duizelingwekkende groei, waarvan het einde voor mij nog steeds niet in zicht is.

Is er dan helemaal niets mis met deze prachtplaat? Ja, na 30 minuten zit Öar er al weer op, waarna de betoverde luisteraar alleen maar kan smachten naar veel en veel meer Ilen Mer. Ik zet Öar daarom nog maar eens op en ben weer net wat meer onder de indruk. Jaarlijstjesplaat. Punt. Erwin Zijleman

Ilen Mer - The Things That Sleep in the Woods (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ilen Mer - The Things That Sleep In The Woods - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ilen Mer is een uit Tilburg afkomstige band die eerder deze maand debuteerde met The Things That Sleep In The Woods.

Het is een debuut dat mij in eerste instantie vooral aan de muziek van Kate Bush deed denken. Dat lijkt natuurlijk heel mooi, maar wanneer je een band vergelijkt met Kate Bush ligt de lat meteen onrealistisch hoog en is een debuut van een debuterende band eigenlijk kansloos.

De associatie met de muziek van Kate Bush ligt voor een deel aan de bij vlagen hoge stem van zangeres Merit Visser, maar veel belangrijker is de spannende en compromisloze wijze waarop Ilen Mer muziek maakt. Het is deze wijze van muziek maken waarmee Ilen Mer uiteindelijk ook ontsnapt aan iedere vergelijking en toch weer gewoon kan worden beoordeeld als een debuut van een jonge band.

Ilen Mer stopt haar debuut zelf in het hokje indie-folk, maar daarmee doet de band zichzelf wat mij betreft tekort. Natuurlijk hoor je af en toe duidelijke verwijzingen naar de Britse folk uit de vroege jaren 70, zeker de stem van Merit Visser wordt gecombineerd met die van haar mede bandleden en natuurlijk heeft The Things That Sleep In The Woods af en toe een duidelijk indie-geluid, maar persoonlijk reserveer ik voor deze plaat toch het hokje Popmuziek met een hoofdletter P.

Ilen Mer heeft op haar debuut niet gekozen voor de makkelijkste weg. De songs van de band zitten volgepropt met mooie accenten en slaan bovendien constant nieuwe wegen in. De bijzondere instrumentatie van de plaat, die invloeden uit de folk combineert met invloeden uit uiteenlopende genres, wordt steeds gecombineerd met de stem van Merit Visser. Het is net als de stem van Kate Bush een stem die in eerste instantie niet direct hoeft te overtuigen of zelfs tegen kan staan, maar wanneer je eenmaal geraakt wordt door de vocalen op The Things That Sleep In The Woods dragen ze in hoge mate bij aan de kwaliteit van de plaat.

Het is overigens een stem die meerdere kanten op kan. Merit Visser kan klinken als de grote Britse folkzangeressen uit de jaren 70, kan zoals gezegd klinken als Kate Bush, maar klinkt, zeker wanneer de muziek van Ilen Mer wat zwaarder wordt aangezet, ook als de zangeressen in het gothrock segment.

Met Merit Visser heeft Ilen Mer een bijzonder sterk wapen in handen, zeker omdat ze ook nog eens de basis voor de meeste songs aandroeg, maar ook de rest van de band draagt absoluut bij aan het fraaie eindresultaat. The Things That Sleep In The Woods is een plaat die makkelijk had kunnen ontsporen door een overdaad aan bombast, maar de op zich vol klinkende instrumentatie zit vol rustmomenten en heeft bovendien een prachtig open geluid, waardoor hol bombast geen enkele kans krijgt. Dit geluid wordt alleen maar mooier als Ilen Mer ook nog strijkers en prachtige blazers inzet en deze contrasteert met mooie gitaaruithalen en een bijzonder klinkende ritmesectie.

The Things That Sleep In The Woods bevat een aantal songs met duidelijke invloeden uit de Britse folk uit de jaren 70, maar het mooist vind ik toch de tijdloze popliedjes die met geen mogelijkheid in een hokje of in een tijdvak zijn te duwen. Mijn conclusie zal duidelijk zijn: Ilen Mer heeft met The Things That Sleep In The Woods een buitengewoon knap en bijzonder overtuigend debuut afgeleverd. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman

illuminati hotties - Let Me Do One More (2021)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Illuminati Hotties - Let Me Do One More - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Illuminati Hotties - Let Me Do One More
Illuminati Hotties, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Sarah Tudzin, is een van de lievelingen van de Amerikaanse muziekpers en laat op een deel van haar nieuwe album horen waarom dat zo is

Ik had tot dusver nog niet veel met de muziek van Sarah Tudzin, AKA Illuminati Hotties, en als ik luister naar de wat rechttoe rechtaan punkpop songs op haar nieuwe album, heb ik dat nog steeds niet, maar Illuminati Hotties heeft op Let Me Do One More ook een andere kant. Zeker als Sarah Tudzin wat gas terugneemt en kiest voor introverte en zeer persoonlijke songs, stijgt het niveau van het album flink en hoor ik opeens waarom de Amerikaanse muziekcritici zo enthousiast zijn over de muzikante en producer uit Los Angeles. De kauwgomballen punkpop vergeet ik direct weer, maar als Sarah Tudzin dieper graaft valt er heel veel moois te ontdekken op haar derde album.

De naam Illuminati Hotties zingt inmiddels een jaar of drie rond en heeft met name de Amerikaanse muziekpers een aantal zeer positieve verhalen ontlokt. Zelf heb ik de eerste twee albums van het project van Sarah Tudzin slechts vluchtig beluisterd en ik was niet echt onder de indruk. De "tenderpunk" van de muzikante uit Los Angeles klonk me wat gewoontjes in de oren en bovendien had ik dit soort muziek wel eens beter gehoord.

Sarah Tudzin is overigens wel een intrigerende persoon. Ze werd opgeleid een het prestigieuze Berklee College Of Music en timmerde al op jonge leeftijd aan de weg als muzikante, songwriter, studiotechnicus en producer, waarbij ze werkte met de groten op aarde, onder wie Lady Gaga.

Deze week verscheen Let Me Do One More, het derde album van Illuminati Hotties, en ook dit keer lees ik op de Amerikaanse muzieksites vooral positieve recensies (het kritische Pitchfork geeft het album zelfs een zeldzame . Ik hoorde het er in de eerste tracks echt niet van af, maar het loont om even door te luisteren.

Let Me Do One More opent met aanstekelijke, maar zeker niet opzienbarende punkpop. Het is punkpop zoals ik die al veel vaker heb gehoord, al hoor je bij beluistering met de koptelefoon wel dat het in productioneel opzicht knap in elkaar steekt. In eerste instantie gaat het wat mij betreft echter om de songs en zeker de eerste twee tracks maken me niet heel enthousiast.

Na twee wat doorsnee punkpop tracks wordt het echter interessanter in de derde track, waarin het tempo omlaag gaat, de instrumentatie mooier en veelzijdiger wordt, de zang opeens in positieve zin opvalt en de songs van Sarah Tudzin flink aan kwaliteit en kracht winnen. De wat broeierige tracks komen opeens in de buurt van het niveau van de songs van bijvoorbeeld Phoebe Bridgers en Lucy Dacus, die wat mij betreft deel uit maken van de meest interessante jonge en vrouwelijke singer-songwriters van het moment.

Het is een wereld van verschil met de rechttoe rechtaan punkpop songs, die gelukkig flink in de minderheid zijn op het album. Het zijn songs die me ook na meerdere keren horen weinig tot niets doen, maar de andere tracks op het album maken veel goed. In deze tracks schuift Illuminati Hotties zoals gezegd op richting de indiepop en indierock van Phoebe Bridgers, maar Let Me Do One More flirt ook incidenteel met countrypop, met de 50s girlpop die Phil Spector beroemd maakte of met de vrouwelijke indierock uit de jaren 90.

In de punky songs op het albums klinkt Sarah Tudzin behoorlijk extravert, maar voor Let Me Do One More geldt dat het alleen maar interessanter wordt naarmate de Amerikaanse muzikante introverter klinkt. Met name dan hoor je de vele talenten van Sarah Tudzin, die indruk maakt als songwriter, zangeres en producer.

Het tilt het album hier en daar op tot behoorlijke hoogten, wat het extra jammer maakt dat het album ook een aantal veel zwakkere songs bevat. Ik beperkt me voorlopig maar tot de in kwalitatief opzicht uitstekende 75% van het derde album van Illuminati Hotties en hoop maar dat Sarah Tudzin op album nummer vier een aantal andere keuzes maakt. Voor het eerst begrijp ik echter wel waarom de Amerikaanse muziekpers zo enthousiast is over de muziek van Illuminati Hotties. Erwin Zijleman

illuminati hotties - Power (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: illuminati hotties - POWER - dekrentenuitdepop.blogspot.com

illuminati hotties - POWER
In de Verenigde Staten zijn er weer veel lovende woorden voor illuminati hotties, maar ook in Nederland moeten de goede en aanstekelijke indierock en indiepop songs van Sarah Tudzin aan kunnen slaan

Laat POWER van illuminati hotties uit de speakers komen en je wordt getrakteerd op een serie songs die onmiddellijk aanspreekt. Het project van Sarah Tudzin sluit aan bij de indierock van het moment, maar heeft ook een zwak voor muziek uit de jaren 90. Het klinkt allemaal bijzonder lekker en aanstekelijk, maar de songs van Sarah Tudzin benaderen stuk voor stuk de nagenoeg perfecte popsong en zitten in muzikaal opzicht knap in elkaar. De stem van de muzikante uit Los Angeles roept allerlei associaties op, maar verleidt ook bijzonder makkelijk. Het vorige album van illuminati hotties vond ik pas na meerdere keren horen overtuigend, maar de verleiding van POWER was bij de eerste kennismaking al niet te weerstaan.

Met name de Amerikaanse media waren vorige week behoorlijk positief over POWER van illuminati hotties. Dat is op zich geen verrassing, want ook het in de herfst van 2021 verschenen Let Me Do One More werd in de Verenigde Staten bedolven onder de zeer lovende recensies.

Dat hoorde ik er in 2021 overigens niet direct aan af, want de ‘tenderpunk’ songs van illuminati hotties klonken bij eerste beluistering niet heel onderscheidend. Uiteindelijk wist het project van Sarah Tudzin me wel te overtuigen met Let Me Do One More, maar het deze week verschenen POWER vind ik echt klassen beter.

Het nieuwe album van illuminati hotties sluit goed aan bij de meest succesvolle indiepop en indierock albums van het moment en is bovendien niet vies van invloeden uit de 90s indierock, die tegenwoordig overigens ook gemeengoed zijn. Qua invloeden is er niets nieuws onder de zon op POWER en ook de songs op het album zijn stuk voor stuk songs die je bij eerste beluistering al jaren of zelfs decennia lijkt te kennen.

Dat laatste is ook de kracht van het album, want de songs van illuminati hotties voelen ook aan als het spreekwoordelijke warme bad. Zeker wanneer Sarah Tudzin wat meisjesachtig zingt hoor ik wel wat van de meest verleidelijke songs van Juliana Hatfield, maar het sluit minstens even naadloos aan op de beste indiepop en indierock van de afgelopen jaren. Het is deels de verdienste van de verleidelijke maar ook bijzonder mooie stem van Sarah Tudzin, die de songs van illuminati hotties iets zwoels en verleidelijks geeft, ook wanneer de gitaren of de synths wat zwaarder worden aangezet.

De zang is overigens niet het enige dat in alle opzichten klopt. Sarah Tudzin heeft een verleden als producer en kan bovendien op meerdere instrumenten uit de voeten. Ze weet dus hoe een goed indierock of indiepop album moet klinken en heeft deze kennis volledig toegepast op POWER. Het knappe van het nieuwe album van illuminati hotties is dat de songs van de muzikante uit Los Angeles aan de ene kant vol geproduceerd en wat gelikt klinken, maar aan de andere kant ook iets ruws hebben. Het contrasteert allemaal prachtig met de mooie stem van Sarah Tudzin, die haar stem hier en daar vervormt om net wat rauwer te klinken.

Vergeleken met Let Me Do One More is POWER in muzikaal opzicht interessanter en in vocaal opzicht beter, maar de grootste groei hoor ik in de songs. Het zijn songs die op het eerste gehoor vooral lekker klinken maar op hetzelfde moment niet heel onderscheidend lijken. Dat lekker klinken wordt al snel heel erg lekker klinken en de songs van illuminati hotties weten zich in kwalitatief opzicht vervolgens wel te onderscheiden.

Sarah Tudzin heeft op POWER een zwak voor songs met een hang naar de vrouwelijke indierock uit de jaren 90, maar met een lichtvoetige en zonnige popsong als Sleeping Inn laat ze horen dat ze ook iets heel anders kan. In Nederland doet de muziek van illuminati hotties tot dusver nog niet heel veel, maar dat heeft niets te maken met de kwaliteit van het nieuwe album, dat met een beetje promotie hier en daar zomaar hoge ogen zou kunnen gooien. Of POWER heel lang houdbaar is durf ik nog niet te zeggen, maar voorlopig doet het album uitstekend dienst als soundtrack voor mooie zomerdagen. Erwin Zijleman