MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

h. pruz - No Glory (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: h. pruz - No Glory - dekrentenuitdepop.blogspot.com

h. pruz - No Glory
Hannah Pruzinski vertrouwt als h. pruz op binnen de indiefolk vertrouwde ingrediënten als subtiele klanken en fluisterzachte zang, maar als haar songs eenmaal binnen komen, komen ze ook hard binnen

No Glory van h. pruz maakt misschien niet direct indruk met de zachte zang van Hannah Pruzinski en de nogal sobere klanken, maar de intieme songs van de singer-songwriter uit New York hebben iets. De subtiele accenten in de instrumentatie voorzien alle songs op het album van een eigen karakter en wanneer je eenmaal bent gevallen voor de zang wordt deze steeds mooier. No Glory van h. pruz is een album vol tedere en intieme songs, die door de persoonlijke teksten behoorlijk indringend zijn. Het zijn songs die zeker bij eerste beluistering aanvoelen als ruwe diamanten, maar luister wat vaker en de songs van h. pruz gaan steeds feller blinken en schitteren.

Je hebt albums die zich direct bij de eerste keer horen genadeloos opdringen, maar er zijn ook albums die meer tijd nodig hebben. No Glory van h. pruz is voor mij een album in de laatste categorie. Bij eerste beluistering vond ik de uiterst ingetogen songs met fluisterzachte zang weinig onderscheidend en ook weinig aansprekend, maar op een gegeven moment viel alles op zijn plek en raakte ik wel in de ban van de intieme songs van h. pruz op No Glory.

h. pruz is het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Hannah Pruzinski. De singer-songwriter uit Queens, New York, die zichzelf ziet als een non-binair persoon, bracht de afgelopen twee jaar al twee EP’s uit, maar debuteert nu met een volwaardig album. Het is een album dat opent met wat getokkel op de akoestische gitaar, waarna de fluisterzachte zang van Hannah Pruzinski invalt. Het is een inmiddels redelijk beproefd recept binnen de indiefolk van het moment en het is een recept waarop ik ook wel wat raak uitgekeken.

No Glory is in muzikaal opzicht over de hele linie een behoorlijk sober album en ook de zang van de Amerikaanse muzikant blijft op het overgrote deel van het album ingetogen en fluisterzacht. Luister net wat beter en je hoort dat h. pruz de songs op No Glory van subtiele maar fantasierijke klanken heeft voorzien. In de meeste songs op het album domineert de akoestische gitaar, maar op de achtergrond duiken ook accenten op van piano, synths, bas, elektrische gitaar, percussie, klarinet en cello.

De instrumentatie is in vrijwel alle songs uiterst ingetogen of zelfs sober, wat in combinatie met de zachte stem van h. pruz een serie bijna verstilde songs oplevert. De singer-songwriter uit New York nam het album op in een afgelegen hut in Woodstock, New York, en heeft de stilte van de omgeving gevangen op haar album. De zang op No Glory is af en toe zo zacht dat je het gevoel hebt dat Hannah Pruzinski de rust in de omgeving niet wilde verstoren.

Het sobere karakter van No Glory komt bij vluchtige beluistering van het album niet goed over, maar wanneer je wat dieper in het album duikt en alles om je heen even buiten sluit, komen de intieme songs van h. pruz een stuk makkelijker binnen. Hannah Pruzinski maakt ook deel uit van de New Yorkse rockband Sister, maar op een enkele net wat uitbundigere song op No Glory na, wordt op het debuutalbum als solomuzikant gekozen voor de intimiteit. Die intimiteit wordt versterkt door de persoonlijke teksten, waarin pijn uit het verleden niet uit de weg wordt gegaan. Het voorziet de songs van h. pruz van een emotionele lading, die de songs op No Glory nog wat mooier en indringender maakt.

Het debuutalbum van h. pruz is een album dat ik zomaar aan de kant had kunnen schuiven en dat in het enorme aanbod van het moment makkelijk tussen wal en schip zou kunnen vallen. Dat was bij mij ook gebeurd wanneer ik was af gegaan op mijn eerste indruk, die zoals gezegd niet heel positief was. Inmiddels maakt No Glory een hele andere indruk.

De persoonlijke songs, die in de meeste gevallen de tijd nemen, worden bij beluistering met volledige aandacht alleen maar mooier en ondanks het beperkte instrumentarium en de vrijwel uitsluitend ingehouden zang van Hannah Pruzinski vind ik No Glory inmiddels ook zeker geen eenvormig album. Het is een album dat aansluit bij de betere indiefolk albums van het moment, maar het had net zo goed een folkalbum uit de jaren 60 of 70 kunnen zijn. Neem er de tijd voor en je hebt er een prachtalbum bij. Erwin Zijleman

h. pruz - Red Sky at Morning (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: h. pruz - Red Sky At Morning - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: h. pruz - Red Sky At Morning
Hannah Pruzinsky levert deze week het tweede album onder de naam h. pruz af en net als het debuutalbum No Glory is ook Red Sky At Morning een album vol met mooie en intieme maar ook avontuurlijke songs

Het debuutalbum van h. pruz sneeuwde vorig jaar helaas wat onder en dat ook zomaar kunnen gebeuren met opvolger Red Sky At Morning. Dat zou jammer zijn, want het tweede album van het alter ego van Hannah Pruzinsky is een erg mooi album. Het is een album met zachte zang en redelijk ingetogen klanken, maar h. pruz heeft wel veel moois verstopt in deze klanken, waardoor het album de aandacht makkelijk weet vast te houden. Het geluid op het album rammelt wat en dat doet ook een deel van de songs, maar dat is ook de charme van de muziek van h. pruz, die een album heeft afgeleverd dat wat mij betreft opvalt in het enorme aanbod van het moment.

De naam h. pruz kwam ik een paar maanden geleden nog tegen, toen ik het debuutalbum van de Amerikaanse band Sister. (met een punt) besprak. Sister. is een Amerikaans trio rond de muzikanten Ceci Sturman en Hannah Pruzinsky. De band leverde met Two Birds een uitstekend, maar helaas ook wat tussen wal en schip geraakt album af. Hannah Pruzinsky, die zichzelf ziet als non-binair persoon, maakte vorig jaar ook al indruk en deed dat toen onder de naam h. pruz.

No Glory, het debuutalbum van h. pruz, was in alle opzichten een mooi album, dat op knappe wijze invloeden uit de folk zoals die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt combineerde met invloeden uit de indiefolk van het moment. Het album kreeg een aantal zeer positieve recensies, maar werd uiteindelijk slechts in kleine kring opgemerkt, net als het album van Sister. een paar maanden geleden.

Hannah Pruzinsky krijgt een tweede kans met het deze week uitgebrachte Red Sky At Morning. Het is net als het debuutalbum van de muzikant uit Brooklyn, New York, een album met spaarzaam ingekleurde songs. Het zijn songs die in het hokje folk passen, waarbij Hannah Pruzinsky wederom aansluiting vindt bij folk uit het verleden en het heden.

Vergeleken met het debuutalbum klinkt het tweede album van h. pruz net wat voller, al is vol een relatief begrip. Ook de songs op Red Sky At Morning zijn betrekkelijk spaarzaam ingekleurd met een hoofdrol voor de akoestische of elektrische gitaar, maar naast bas en drums spelen ook andere instrumenten af en toe een rol op het album. In de openingstrack is een lekker tegendraadse saxofoon te horen, maar h. pruz kiest ook één keer voor een wat gruiziger klinkende song en schuift in een aantal tracks wat op richting country.

Haar songs doen in het laatste geval wel wat denken aan de meest ingetogen songs van Big Thief en nog meer aan het solowerk van Big Thief zangeres Adrianne Lenker. Dat heeft alles te maken met de stem van Hannah Pruzinsky, die over het algemeen fluisterzacht, maar ook met veel gevoel zingt. Adrianne Lenker heeft wat onvaste wendingen in haar stem als handelsmerk, maar de zang op Red Sky At Morning is prachtig zuiver.

Ik hou wel van dit soort muziek, zeker als de dagen korter en kouder worden, maar het aanbod is momenteel wel erg groot. Ik ben echter blij dat de Amerikaanse website Paste ook het tweede album van h. pruz weer heeft gevonden, maar verder is het vooralsnog veel te stil rond Red Sky At Morning. Het is absoluut zo dat het tweede album van h. pruz op het eerste gehoor niet heel veel toevoegt aan alles dat er al is in het genre, maar net als No Glory vorig jaar is het een album dat beschikt over de nodige groeipotentie.

Bij eerste beluistering was ik minder gecharmeerd van de songs op het album waarin vooral geïmproviseerd wordt, maar ook deze dragen uiteindelijk bij aan de bijzondere sfeer van het album. Die sfeer zorgt er voor dat het af en toe lijkt of Hannah Pruzinsky en de andere muzikanten die op het album zijn te horen zo ongeveer naast je staan.

De sobere klanken en de zachte zang voorzien de songs van een bijzondere intimiteit, waardoor ik Red Sky At Morning steeds mooier ga vinden. En zo heeft Hannah Pruzinsky in anderhalf jaar tijd drie albums afgeleverd die het absoluut verdienen om ontdekt te worden. Van deze albums schat ik het nieuwe album van h. pruz inmiddels het hoogst in. Erwin Zijleman

H.C. McEntire - Every Acre (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: H.C. McEntire - Every Acre - dekrentenuitdepop.blogspot.com

H.C. McEntire - Every Acre
Na het prachtige Lionheart en het misschien nog wel mooiere Eno Axis, legt de Amerikaanse muzikante H.C. McEntire de lat op het wat meer ingetogen maar echt prachtige Every Acre nog wat hoger

H.C. McEntire wordt nog niet geschaard onder de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar laat op haar derde album horen dat dit slechts een kwestie van tijd is. De muzikante uit North Carolina is een geweldige zangeres, maar ze overtuigt ook op Every Acre weer als songwriter met tijdloze rootssongs die ergens over gaan. Ook in muzikaal opzicht is het derde album van H.C. McEntire een geslaagd album. De Amerikaanse muzikante citeert nog steeds uit de archieven van de countryrock uit de jaren 70, maar klinkt ook absoluut eigentijds. Het is dringen in dit genre, maar het derde album van Heather McEntire zou ik zeker niet laten liggen.

H.C. McEntire, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Heather McEntire, timmerde in het verleden aan de weg met de bands Bellafea en Mount Moriah, maar debuteerde in 2018 als solomuzikante met het werkelijk prachtige Lionheart. Lionheart greep in muzikaal opzicht vooral terug op de countryrock van de jaren 70, met hier en daar een beetje gospel, maar in tekstueel opzicht was het een eigentijds album. Dat kwam vooral door de zeer persoonlijke teksten, waarin H.C. McEntire worstelde met haar homoseksualiteit. Het was en is in het aartsconservatieve zuiden van de Verenigde Staten nog altijd een gevoelig thema, wat van Lionheart een moedig album maakte.

In 2020 keerde H.C. McEntire terug met Eno Axis, dat ik nog wat mooier en indrukwekkender vond dan het debuutalbum. Ook op haar tweede album maakte H.C. McEntire vooral door 70s countryrock beïnvloede muziek, maar de gitaren klonken net wat gruiziger en ook in productioneel opzicht was Eno Axis wat mij betreft net wat beter dan zijn voorganger. Deze week keert H.C. McEntire terug met haar derde album, Every Acre. De muzikante uit Durham, North Carolina, nam haar nieuwe album op in gebieden die toebehoren aan een aantal Indianenstammen, waarmee H.C. McEntire aandacht vraagt voor de problematiek van de oorspronkelijke inwoners van de Verenigde Staten.

In muzikaal opzicht is er niet zo gek veel veranderd op Every Acre. Ook op haar derde album heeft H.C. McEntire zich deels laten inspireren door de archieven van de 70s countryrock met hier en daar een vleugje Laurel Canyon folk, maar Every Acre is ook een eigentijds klinkend alt-country album. De meeste songs op het album zijn behoorlijk ingetogen en zeer sfeervol. De gitaaruithalen van het vorige album duiken nog maar een enkele keer op en hebben plaats gemaakt voor een subtieler maar zeer smaakvol geluid. Het voorziet Every Acre van een wat lome en broeierige sfeer, zoals die wel vaker is te horen op albums die in het zuiden van de Verenigde Staten worden gemaakt.

H.C. McEntire heeft haar nieuwe album gemaakt met een beperkt aantal muzikanten, onder wie medeproducers Luke Norton en Missy Thanks, en deed hiernaast een beroep op Amy Ray en S.G. Goodman voor een duet. Every Acre is vooral ingetogen ingekleurd, maar er zijn veel mooie details verwerkt in de fraaie instrumentatie op het album, waarin vooral de ruimtelijke gitaarakkoorden opvallen. Ook de bijdragen van andere instrumenten zijn overigens bijzonder mooi en raak.

Ik heb het nog niet gehad over de zang op het album, maar die zang is wat mij betreft het sterkste wapen van H.C. McEntire. De stem van Heather McEntire lijkt op die van veel andere muzikanten in het genre, maar ze zingt met veel gevoel, waardoor de sterke songs op Every Acre zich makkelijk opdringen. Zeker wanneer je de volumeknop wat verder open draait komt de stem van H.C. McEntire flink binnen en onderscheidt het album zich in positieve zin van de meeste andere releases in het genre.

Na de twee geweldige voorgangers is de verrassing van een nieuwkomer er op album drie misschien wat af, maar ook Every Acre overtuigt weer verrassend makkelijk en schaart H.C. McEntire wat mij betreft onder de toppers in het genre. Every Acre doet niet onder voor de laatste albums van bijvoorbeeld Courtney Marie Andrews en Margo Price. Het moet genoeg zeggen over de kwaliteit van dit album. Erwin Zijleman

H.C. McEntire - Lionheart (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: H.C. McEntire - Lionheart - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

H.C. (Heather) McEntire zal een enkeling kennen als de zangeres die zoveel indruk maakte op de drie platen van de alt-country band Mount Moriah (met name Miracle Temple uit 2013 is een prachtplaat) of nog eerder met de platen van het nog onbekendere Bellafea.

Mount Moriah bestaat nog steeds, maar met Lionheart heeft H.C. McEntire eerst de soloplaat gemaakt die ze al zo lang wilde of zelfs moest maken.

Heather McEntire is homoseksueel en dat wordt in het Zuiden van de Verenigde Staten nog lang niet door iedereen geaccepteerd (luister ook maar eens naar de twee platen van Julien Baker, waarop hetzelfde thema centraal staat).

H.C. McEntire (ik blijf er bij het typen over struikelen) wilde de houding ten opzichte van homoseksualiteit in het oerconservatieve en diepreligieuze Zuiden van de Verenigde Staten al veel langer aan de kaak stellen, maar hier was moed voor nodig. Bevriende muzikanten als Angel Olsen en vooral muzikante en activiste Kathleen Hanna (met Bikini Kill een van de grondleggers van de Riot grrrl beweging) trokken Heather McEntire uiteindelijk over de streep met Lionheart als resultaat.

In tekstueel opzicht trekt Lionheart hier en daar stevig van leer, maar in muzikaal opzicht strijkt de plaat geen moment tegen de haren in (al is het misschien een krachtig statement om op een protestplaat de muziek van het conservatieve deel van het land te omarmen).

H.C. McEntire heeft namelijk een klassiek aandoende country(rock) plaat gemaakt, die herinnert aan de platen van onder andere Emmylou Harris en Linda Ronstadt uit de jaren 70 en die wat dichter bij in de tijd aansluit bij platen van onder andere Maria McKee (You Gotta Sin To Get Saved) en Tift Merritt.

De muzikale basis wordt gelegd door leden van haar band en de van Megafaun bekende Phil Cook (die de afgelopen jaren op verrassend veel sterke rootsplaten opduikt) en het is een opvallend fraaie muzikale basis. Lionheart sluit zoals gezegd aan bij de countryrock uit de jaren 70, maar de muzikanten op de plaat hebben ook een wat donkere ondertoon toegevoegd, wat de muziek van H.C. McEntire iets bezwerends geeft.

In vocaal opzicht krijgt de Amerikaanse muzikante, die zelf ook dit keer weer de sterren van de hemel zingt, steun van onder andere Amy Ray, Kathleen Hanna, Tift Merritt en Angel Olsen, wat zo nu en dan hemeltergend mooie harmonieën oplevert.

Countryrock staat zoals gezegd centraal op Lionheart, maar Heather McEntire blijft een kind van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten, waardoor ook invloeden uit de soul en gospel nooit ver weg zijn.

Lionheart is een plaat waarbij het bijzonder lekker wegdromen is en die betovert door de fraaie klanken en de werkelijk geweldige zang, maar vergeet ook de boodschap van H.C. McEntire niet, daar was het haar immers allemaal om te doen. Erwin Zijleman

Habibi - Anywhere but Here (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Habibi - Anywhere But Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Habibi - Anywhere But Here
Habibi trok helaas maar weinig aandacht met een geweldig debuut, maar revancheert zich met een fantastisch tweede album dat meedogenloos verleidt en de fantasie eindeloos prikkelt

Habibi, het is een naam die bij niet iedereen een belletje zal doen rinkelen, maar wat heeft de band uit New York met Anywhere But Here een fantastisch album afgeleverd. Habibi begint bij de Phil Spector girlpop uit de jaren 60, maar neemt je via garagerock, Surf en new wave mee naar het heden. De popliedjes van het New Yorkse viertal liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar zijn ook veel spannender dan je bij vluchtige beluistering zult vermoeden. De prachtige zang en koortjes zorgen voor de verleiding, terwijl het gitaarwerk constant het avontuur opzoekt. De diepere onderlagen van de muziek van Habibi bevatten nog veel meer invloeden, waardoor dit album groeit en groeit. Habibi, onthouden die naam.

Habibi is een band uit Brooklyn, New York, die al een jaar of negen bestaat. De uit vier vrouwen bestaande band debuteerde in 2014 met een bijzonder lekker klinkend debuut dat een punky attitude combineerde met een vleugje Motown, Surf, Bananarama en Phil Spector girlpop.

De band werd destijds op één hoop gegooid met bands als Vivian Girls, Dum Dum Girls, Best Coast en noem ze allemaal maar op. Het is een hoop waarop de concurrentie moordend is, waardoor het titelloze album van Habibi in 2014 niet heel veel deed. Ik kan met terugwerkende kracht concluderen dat dit werkelijk doodzonde is, want het debuut van de band uit Brooklyn is een fantastisch debuut.

Het is een debuut dat duidelijk anders klinkt dan de albums van de bands die in 2014 als vergelijkingsmateriaal werden aangevoerd en het is een debuut dat destijds uitvoerig bejubeld had moeten worden. Ik heb dat helaas niet gedaan, al heb ik het album wel in handen gehad, en stond daar helaas niet alleen in.

Inmiddels zijn we zes jaar verder en is het tijd voor eerherstel. Habibi keerde deze week terug met haar tweede album Anywhere But Here en ook dit is een geweldig album. Sterker nog, het is een album dat nog veel beter is dan het zo ondergewaardeerde debuut.

De vier vrouwen uit Brooklyn zijn de invloeden van hun helaas zo genegeerde debuut gelukkig niet vergeten. Ook Anywhere But Here staat vol met aanstekelijke popliedjes, die hier en daar citeren uit de archieven van de garagerock, punk en new wave. Anywhere But Here klinkt met enige regelmaat als Phil Spector girlpop met The Undertones als begeleidingsband en het jonge Bananarama als achtergrondkoortje en dat klinkt verrassend lekker.

Het is muziek die ook niet zo gek ver verwijderd is van die van Vivian Girls en al haar soortgenoten, maar Habibi klinkt toch net wat anders. Dat hoor je in de gitaren die steeds weer andere invloeden verkennen en een stiekeme voorliefde voor Surf hebben, maar je hoort het vooral in de songs waarin het New Yorkse viertal gas terugneemt en dat gebeurt op Anywhere But Here met grote regelmaat.

Habibi klinkt dan net wat psychedelischer en verwerkt bovendien op subtiele wijze invloeden uit de muziek uit het Midden Oosten in haar muziek. Het wordt gecombineerd met bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes en prachtige koortjes, waarin de stemmen elkaar prachtig aanvullen.

Anywhere But Here heeft de zwoele verleiding van perfecte 60s pop, het stekelige van 70s en 80s new wave en combineert deze invloeden met alles dat momenteel voorhanden is. Door de lekker in het gehoor liggende popliedjes verleidt Anywhere But Here van Habibi meedogenloos, maar het tweede album van de band uit New York is ook een razend spannend album dat steeds weer wat moois voor je in petto heeft.

Voor mij springen het veelkleurige gitaarwerk en de vocalen er uit, maar als je wat dieper in de muziek van Habibi duikt blijf je mooie dingen horen. Het doet misschien nog wel het meest denken aan de Amerikaanse band La Luz, die in 2018 imponeerde met het prachtige Floating Features, maar het nieuwe album van Habibi is nog wat veelzijdiger en spannender.

Het valt op het moment niet mee om op te vallen met een nieuw album, maar na het over het hoofd zien van het geweldige debuut van Habibi kunnen we dit veel betere tweede album echt niet laten liggen. Erwin Zijleman

Habibi - Dreamachine (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Habibi - Dreamachine - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Habibi - Dreamachine
Habibi keert na het soloalbum van frontvrouw Rahill Jamalifard terug met een nieuw album en het is een album waarop de band weer heel veel en net wat andere invloeden dan we van de band gewend zijn verwerkt

Habibi kon voor het in 2020 verschenen Anywhere But Here rekenen op zeer positieve recensies en dat was volkomen terecht. De band uit Brooklyn, New York, combineerde zeer uiteenlopende invloeden in een mooi en aanstekelijk geluid dat naar veel meer smaakte. Dat meer is deze week verschenen en klinkt weer flink anders. Een deel van de invloeden van het vorige album is gebleven, maar Dreamachine is ook een stuk dansbaarder en heeft de girlpop van Phil Spector grotendeels verruild voor de New Yorkse New Wave uit het midden van de jaren 70. De band heeft het vervolgens wel overgoten met het bijzondere Habibi sausje en dat pakt ook dit keer geweldig uit.

Mijn recensie van Anywhere But Here van Habibi schopte het in 2020 toch wel wat verrassend tot de vijf meest gelezen recensies op de krenten uit de pop in dat jaar. Alle aandacht voor het tweede album van de band uit Brooklyn, New York was volkomen terecht, want Anywhere But Here is een bijzonder lekker en ook nog eens verrassend album.

Het is een album dat ik aan het begin van 2020 omschreef als “Phil Spector girlpop met The Undertones als begeleidingsband en het jonge Bananarama als achtergrondkoortje”. Dat klinkt misschien als een wat vreemde combinatie, maar het pakte geweldig uit. Met dit vergelijkingsmateriaal vertelde ik overigens maar een deel van het verhaal van Anywhere But Here, want het album verwerkte ook flink wat invloeden uit de psychedelica en voegde bovendien invloeden uit de muziek die in het Midden Oosten wordt gemaakt toe aan de al zo bijzondere mix.

Vorig jaar bracht Habibi frontvrouw Rahill Jamalifard onder de naam Rahill het fascinerende Flowers At Your Feet out, waarop ze aan de slag ging met hele andere invloeden. De invloeden uit de jazz, soul, hiphop en de echo’s van de muziek uit Iran, het vaderland van Rahill Jamalifard, zijn weer grotendeels verdwenen op het deze week verschenen derde album van Habibi. Grotendeels verdwenen, want in de openingstrack van Dreamachine duikt een dansbaar ritme op, dat wordt gecombineerd met lekker ruw gitaarwerk, dromerige synths en mooie vrouwenstemmen.

Het zijn ingrediënten die terugkeren in veel songs op het album. Habibi heeft op Dreamachine de Phil Spector girlpop uit de jaren 50 en 60 achter zich gelaten en duikt de muziekscene van New York uit de jaren 70 in. De ritmes op Dreamachine flirten hier en daar uitbundig met de disco uit de jaren 70, terwijl de rest van de instrumentatie vooral aansluiting zoekt bij de new wave en postpunk uit dezelfde periode.

Zeker wanneer zowel gitaren als synths worden ingezet klinkt het nieuwe geluid van Habibi behoorlijk vol, maar in combinatie met de stevig aangezette beats en de diepe bassen is nergens sprake van overdaad. Het doet me af en toe wel wat denken aan de dansbare muziek van Talking Heads uit de jaren 70 of die van Talking Heads spin-off Tom Tom Club. Dat ligt vooral aan de ritmes, de funky of staccato gitaren en de synths, want door de meerstemmige zang blijft Habibi in ieder geval ook enigszins in de buurt bij het geluid dat Anywhere But Here in 2020 zo onweerstaanbaar maakte, terwijl het op het zelfde moment meerdere nieuwe wegen verkent.

Bij de aankondiging van een nieuw album van Habibi hoopte ik eerlijk gezegd op Anywhere But Here deel twee, maar het siert de band uit Brooklyn, New York, dat het nieuwe wegen blijft inslaan. Nu ik Dreamachine wat vaker hebt gehoord vind ik het album niet onder doen voor de vergeten cultplaat uit 2020 en hoor ik bovendien de overeenkomsten tussen beide albums. Habibi is immers ook dit keer goed voor songs die je blij maken, die mooie herinneringen oproepen en die stiekem ook de fantasie nog prikkelen.

Ik ben na het uitstekende Flowers At Your Feet van vorig jaar zeker nieuwsgierig naar het vervolg van de solocarrière van Rahill Jamalifard, maar het is ook fantastisch nieuws dat Habibi een nieuw album heeft gemaakt en het is er wederom een die naar veel meer smaakt. Ga dat horen dus! Erwin Zijleman

Habitants - One Self (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Habitants - One Self - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Habitants is een nieuwe Nederlandse band met een aantal oudgedienden. Frank Boeijen (niet te verwarren met de Nederlandstalige singer-songwriter uit Nijmegen) en René Rutten maakten deel uit van The Gathering, dat sinds het begin van de jaren 90 stevig aan de weg timmerde, maar het vertrek van zangeres Anneke van Giersbergen in 2007 eigenlijk nooit volledig te boven kwam.

In Habitants werken Frank Boeijen en René Rutten samen met Gema Perèz, Mirte Heutmekers, Jerôme Miedendorp de Bie (Drive by Wire) en zangeres Anne van den Hoogen.

Met name die laatste naam is verrassend. Anne van den Hoogen droeg weliswaar bij aan één van de platen in het post Anneke van Giersbergen tijdperk van The Gathering, maar maakte aan het begin van dit jaar ook behoorlijk wat indruk met het debuut van Rosemary & Garlic. Wat precies de status van Habitants is weet ik niet, maar het zou jammer zijn als Rosemary & Garlic het al na één plaat voor gezien zou houden.

Dat betekent overigens niet dat Anne van den Hoogen geen indruk maakt als zangeres van Habitants, want dat doet ze zeker. We kennen de Nederlandse zangeres vooral van prachtig ingetogen luisterliedjes met heldere vocalen, maar op de plaat van Habitants laat ze horen dat ze ook in een aantal andere genres uitstekend uit de voeten kan.

One Self, het debuut van Habitants, is gezien de voorgeschiedenis van de meeste muzikanten in de band een verrassend ingetogen plaat. Het is ook een plaat vol melancholie, wat ongetwijfeld te maken heeft met de dood van de pasgeboren zoon van Gema Perèz en René Rutten. Het voorziet het debuut van Habitants van een wat donkere ondertoon, maar de eerste plaat van de Nederlandse band straalt ook kracht uit.

In muzikaal opzicht zijn er af en toe raakvlakken met de muziek van The Gathering (dat zich tijdens haar lange bestaan zeker niet beperkte tot één genre), maar de muziek van Habitants schiet ook alle kanten op. Hier en daar hoor je gothrock, af en toe wat shoegaze, maar Habitants is ook niet bang voor of vies van invloeden uit de progrock of de dromerige en atmosferische sfeermuziek van een band als The Cocteau Twins. In muzikaal opzicht gebeurt er van alles en ondanks het feit dat het debuut van de band een behoorlijk ingetogen plaat is kan One Self heel af en toe ook flink uit de bocht vliegen of verrassen met uitstapjes buiten de gebaande paden.

Het instrumentarium op de plaat is vooral stemmig, breed uitwaaiend en licht mysterieus, wat prachtig past bij de geweldige stem van Anne van den Hoogen. De Nederlandse zangeres maakte zoals gezegd indruk op het debuut van Rosemary & Garlic, maar op het debuut van Habitants imponeert ze met prachtig heldere vocalen die alle kanten op kunnen. Het ene moment klinkt de zang op de plaat fluisterzacht, maar ook in de wat stevigere tracks blijft Anne van den Hoogen makkelijk overeind. Het zijn bovendien vocalen die overlopen van gevoel, wat het donkere geluid van de plaat extra beklemmend maakt.

Ik ontdekte het debuut van Habitants in eerste instantie vanwege de bijzondere hoes van het album, maar de muziek op de plaat heeft inmiddels een indrukwekkend groeiproces doorgemaakt, waardoor alle songs op de plaat flink aan kracht en impact hebben gewonnen. The Gathering heeft misschien wat te lang doorgemodderd, maar in Habitants heeft de legendarische band een waardig opvolger gevonden. Er komt nog altijd veel te veel uit, maar deze prachtplaat van eigen bodem mag echt niet blijven liggen. 'Music noir' noemt de band het zelf, maar daarmee doet het dit prachtige en verrassend veelkleurige debuut wat mij betreft wat tekort. Ik hoor zelf alle kleuren van de regenboog. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Hachiku - The Joys of Being Pure at Heart (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hachiku - The Joys Of Being Pure At Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Hachiku - The Joys Of Being Pure At Heart
Er is helaas bijna niets over geschreven, maar Hachiku heeft met The Joys Of Being Pure At Heart een album gemaakt dat het uitstekend doet als soundtrack voor de mooie lentedagen van het moment

Ik had nog niet eerder van Hachiku gehoord, maar het project van de Australisch-Duitse muzikante Anika Ostendorf heeft een interessant album gemaakt. Het is een album dat uitstekend past bij de lentezon van het moment, maar de aanstekelijke popsongs van Hachiku prikkelen ook zeker de fantasie. In muzikaal opzicht kan het op The Joys Of Being Pure At Heart meerdere kanten op en ook qua invloeden is de muziek van Hachiku zeker niet eenkennig. Het levert een album op dat aan de ene kant direct vertrouwd klinkt, maar dat toch ook wat ongrijpbaar is. Het was natuurlijk Paste dat er de afgelopen week over schreef en wat hadden ze het weer bij het juiste eind.

Paste Magazine wees me de afgelopen week op The Joys Of Being Pure At Heart van Hachiku. Het is een album waarvan ik de cover wel voorbij had zien komen in de overzichten met nieuwe albums, maar op basis van deze cover had ik niet direct het idee dat dit een interessant album zou kunnen zijn. Het gezegde “Never Judge A Book By Its Cover” bleek echter weer eens op te gaan, want Hachiku heeft een bijzonder klinkend album gemaakt.

Hachiku is een project van de van oorsprong Duitse muzikante en producer Anika Ostendorf, die momenteel het Australische Melbourne als thuisbasis heeft. Ze debuteerde aan het eind van 2020 met het album I’ll Probably Be Asleep, dat in kleine kring geweldige recensies kreeg, maar dat mij destijds niet is opgevallen. The Joys Of Being Pure At Heart is me dankzij de inspanningen van Paste Magazine wel opgevallen en dat is maar goed ook, want Hachiku heeft echt een bijzonder klinkend album gemaakt.

Wat opvalt bij beluistering van het album is dat Anika Ostendorf een goed gevoel heeft voor lekker in het gehoor liggende popsongs. Het tweede album van de Duitse muzikante staat vol met songs die zich vrijwel onmiddellijk opdringen en die op een of andere manier direct bekend klinken. Het zijn songs die op zich passen in het hokje indiepop, maar de muziek van Hachiku klinkt anders dan de indiepop die in de Verenigde Staten wordt gemaakt.

Voor haar songs maakt Anika Ostendorf gebruik van flink wat elektronica, maar The Joys Of Being Pure At Heart is niet alleen een elektronisch popalbum. In de meer uptempo songs op het album is de muziek van Hachiku met enige fantasie nog wel te omschrijven als synthpop, maar wanneer de muzikante uit Melbourne wat gas terug neemt, klinkt haar muziek een stuk organischer, met hier en daar ook klassiek aandoende orkestraties. Het heeft af en toe wel wat van de dreampop die in de jaren 90 werd gemaakt, maar het is zeker niet zo dat de invloeden uit de 90s dreampop er heel dik bovenop liggen.

Wat The Joys Of Being Pure At Heart zo leuk maakt is de combinatie van lekker in het gehoor liggende en opvallend melodieuze en toegankelijke popsongs en het subtiele experiment dat Anika Ostendorf in haar songs heeft verstopt. Constante factor in de songs op The Joys Of Being Pure At Heart is de aangename stem van de Duitse muzikante, maar in muzikaal opzicht kan het echt alle kanten op. Het is daarom best lastig om de muziek van Hachiku te karakteriseren, want in geen van de eerder genoemde hokjes is het album volledig op zijn plaats.

Het tweede album van Hachiku is een album dat direct bij eerste beluistering erg lekker klinkt, maar je hoort pas echt hoe goed dit album is wanneer je er meerdere keren met volledige aandacht naar hebt geluisterd en je ook alle bijzondere details en wendingen hebt opgepikt. Ik vind The Joys Of Being Pure At Heart persoonlijk een echt koptelefoonalbum, want juist met de koptelefoon hoor je de subtiele accenten en de meerdere lagen in de muziek van Anika Ostendorf.

Paste Magazine vergelijkt het met The Beths, Kate Nash en Magdalena Bay. Dat hoor ik niet direct, maar met de conclusie van Paste dat The Joys Of Being Pure At Heart van Hachiku voorlopig het feelgood album van 2025 is kan ik me best vinden. Ik lees er verder helaas helemaal niets over, maar dit is echt een leuk en interessant album. Erwin Zijleman

Hadley McCall Thackston - Hadley McCall Thackston (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hadley McCall Thackston - Hadley McCall Thackston - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ik kan op het Internet nog niet heel veel vinden over Hadley McCall Thackston, maar wat ben ik onder de indruk van haar titelloze debuut, dat deze week ook in Nederland is verschenen.

Hadley McCall Thackston is een jonge singer-songwriter uit Decatur, Georgia, die de muziek thuis met de paplepel kreeg ingegoten. Vanwege haar liefde voor alles wat Iers is, verruilde ze Georgia een aantal jaren geleden voor Ierland, waar ze begon aan een theater opleiding.

De liefde voor de muziek bleek uiteindelijk groter dan de liefde voor het toneel en de carrière van Hadley McCall Thackston kreeg een boost toen een van haar demo’s in handen kwam van singer-songwriter David Corley, die de jonge muzikante uit Georgia vervolgens in contact bracht met zijn producer Hugh Christopher Brown. Het debuut van Hadley McCall Thackston werd vervolgens deels in Canada (de thuisbasis van de producer) en deels in de Verenigde Staten opgenomen en het is wat mij betreft een debuut dat overloopt van de belofte.

De singer-songwriter uit Georgia maakt muziek die stevig is geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek zoals die in het Zuiden van de Verenigde State wordt gemaakt. Het is muziek met vooral invloeden uit de folk en de country. In muzikaal opzicht doet het me wel wat denken aan de platen die bands als Po’Girl en de Be Good Tanyas het afgelopen decennium maakten en ook de soloplaten van Jolie Holland dragen relevant vergelijkingsmateriaal aan.

Ik heb niet veel informatie over de muzikanten die op het debuut van Hadley McCall Thackston spelen, maar het zijn muzikanten die uitstekend uit de voeten kunnen met de rootsmuziek zoals die in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten wordt gemaakt, met een glansrol voor de violist. Hugh Christopher Brown heeft al eerder laten horen dat hij heel goed weet hoe een goede Amerikaanse rootsplaat moet klinken en ook het debuut van Hadley McCall Thackston klinkt geweldig.

De jonge Amerikaanse kijkt niet op een invloed meer of minder, waardoor haar titelloze debuut een verrassend veelzijdige plaat is geworden. Het is een plaat die behoorlijk traditioneel kan klinken, maar er staan ook een aantal songs op die als lichtvoetig kunnen worden bestempeld.

Ook de teksten van Hadley McCall Thackston schieten meerdere kanten op. Haar debuut bevat een aantal liefdesliedjes, maar ze schuwt ook de politieke thema’s niet en spreekt haar afschuw uit over het grote aantal jonge zwarten in de Verenigde Staten dat ten onrechte of onnodig sneuvelt door politiekogels. Het geeft het debuut van Hadley McCall Thackston een bijzondere lading en het levert een aantal songs op die volwassener klinken dan haar leeftijd rechtvaardigt.

Het titelloze debuut van Hadley McCall Thackston is in muzikaal, tekstueel en productioneel opzicht een interessante plaat, maar het sterkste wapen van de muzikante uit Georgia heb ik nog niet eens genoemd. Het is immers met name de zang op de plaat die diepe indruk maakt.

Hadley McCall Thackston beschikt over een bijzonder stemgeluid en een heerlijke Zuidelijke tongval. Het is een stem die wel wat doet denken aan die van Jolie Holland, maar Hadley McCall Thackston heeft ook het onweerstaanbare (en ongrijpbare) dat de stem van Natalie Merchant heeft. Het tilt het debuut van de jonge Amerikaanse een flink stuk boven het maaiveld uit. Het is zoals gezegd een debuut dat overloopt van de belofte, maar het is ook een debuut dat direct mee kan met de beste platen van het moment in het genre. Ga dat horen. Erwin Zijleman

Hailey Blais - Wisecrack (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hailey Blais - Wisecrack - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Hailey Blais - Wisecrack
De Canadese muzikante Hailey Blais laat op het in alle opzichten prachtige Wisecrack horen dat ze veel meer is dan de zoveelste jonge vrouwelijke singer-songwriter met een voorliefde voor indiepop en indierock

Wisecrack, het tweede album van de uit het Canadese Vancouver afkomstige Hailey Blais, sneeuwt vooralsnog helaas wat onder, maar wat is het een goed album. Het is een album dat heel even doet denken aan de muziek van Phoebe Bridgers, maar die vergelijking verdwijnt al snel naar de achtergrond. Hailey Blais beschikt over een hele mooie stem, heeft haar songs met heel veel smaak en precisie ingekleurd en tekent ook nog eens voor songs met diepgang in zowel de teksten als de muziek. Verzadiging ligt op de loer in het genre waarin de Canadese muzikante beweegt, maar Wisecrack is echt een heel goed album, dat niet onder doet voor de beste albums in het genre dit jaar.

Zes jaar geleden verscheen Stranger In The Alps, het debuutalbum van Phoebe Bridgers. Het is een album dat ongelooflijk veel invloed heeft gehad op jonge vrouwelijke singer-songwriters met een liefde voor indiepop en indierock en die invloed hoor je tot op de dag van vandaag. Iedere week zit er tussen het aanbod aan nieuwe albums minstens één album dat direct associaties oproept met de muziek van Phoebe Bridgers en het zijn albums die ik steeds vaker laat liggen, al is het maar omdat de muziek van de Californische muzikante bijna altijd klassen beter is dan die van haar talloze volgelingen.

Ook het onlangs verschenen Wisecrack van de Canadese muzikante Hailey Blais is een album dat bij eerste beluistering doet denken aan de muziek van Phoebe Bridgers. Soft Spot For Monarchs, de openingstrack van het tweede album van de singer-songwriter uit Vancouver, heeft de wat lome en donkere sfeer die je ook vaak bij Phoebe Bridgers hoort en ook de vooral zacht zang van Hailey Blais klinkt direct bekend in de oren.

Hailey Blais is echter zeker niet de zoveelste jonge vrouwelijke singer-songwriter die een graantje probeert mee te pikken van de grenzeloze populariteit van Phoebe Bridgers. Wisecrack bewandelt misschien een vergelijkbaar muzikaal pad, maar tikt voor de afwisseling eens wel een bijzonder hoog niveau aan. Hailey Blais is ook zeker geen nieuwkomer, want ze timmerde als tiener al aan de weg met haar songs en was bovendien enkele jaren actief als operazangeres.

Van dat laatste is niets meer te horen op Wisecrack, want op haar nieuwe album zingt de Canadese zangeres vooral fluisterzacht. Je hoort overigens wel dat ze een geschoold zangeres is, want de zang op het album is opvallend mooi en zuiver. Het is de prachtige zang die me in eerste instantie overtuigde van de kwaliteit van Wisecrack, maar Hailey Blais heeft op haar tweede album veel meer te bieden.

Zo is Wisecrack bijzonder smaakvol ingekleurd en bovendien een stuk veelzijdiger dan het gemiddelde indiepop of indierock album. Door de prachtige klanken, waarvoor een heel arsenaal aan instrumenten is ingezet, klinkt Wisecrack een groot deel van de tijd ook als een tijdloos singer-songwriter album en het is een bijzonder mooi singer-songwriter album.

Zowel de zang als de muziek op Wisecrack strelen continu het oor, maar Hailey Blais kleurt lang niet altijd binnen de lijntjes en voorziet haar songs continu van bijzondere klanken en bijzondere twists, wat dynamiek toevoegt aan het vooral ingetogen geluid. Door alle schoonheid verdwijnt de vergelijking met Phoebe Bridgers al snel naar de achtergrond en kan alle aandacht worden gericht op de vele talenten van Hailey Blais. De Canadese muzikante heeft een serie wonderschone songs geschreven en het zijn persoonlijke songs die terugkijken op haar jeugd en vervolgens een brug slaan naar het heden.

Vrouwelijke singer-songwriters die zich op zijn minst enigszins hebben laten inspireren door de muziek van Phoebe Bridgers trekken nog steeds makkelijk de aandacht van met name de Amerikaanse muziekpers, maar rond het bijzonder mooie Wisecrack van Hailey Blais blijft het vooralsnog verrassend stil. Ik blijf er zelf naar luisteren, wordt alleen maar enthousiaster en zie zo langzamerhand zelfs de jaarlijstjes opdoemen. Echt veel te mooi om te laten liggen dit fraaie album van Hailey Blais. Erwin Zijleman

Hailey Whitters - Corn Queen (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Hailey Whiters - Corn Queen - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Hailey Whiters - Corn Queen
Corn Queen is alweer het vierde album van de Amerikaanse muzikante Hailey Whitters, die in Nederland nog niet heel bekend is, maar wederom laat horen dat ze binnen de countrypop van het moment met de besten mee kan

Hailey Whitters maakte met haar tweede album The Dream en met name met haar derde album Raised in ieder geval op mij een hele goede indruk. Op beide albums liet ze horen dat ze een uitstekende zangeres is en ook de songs op de albums waren zeer aansprekend. Hailey Whitters liet bovendien een geluid horen dat zich zowel liet beïnvloeden door country uit het verleden als door countrypop van het moment. Dit doet ze allemaal ook weer op haar nieuwe album Corn Queen dat ik in alle opzichten nog net wat aansprekender vind. Hailey Whitters is nog niet heel erg bekend, maar gezien de kwaliteit van haar albums moet dat zeker gaan veranderen. Corn Queen is een van de betere albums in het genre op het moment.

Black Sheep, het bijna tien jaar geleden verschenen debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Hailey Whitters, maakte op mij niet direct een onuitwisbare indruk binnen het enorme aanbod van dat moment, maar ik was wel zeer gecharmeerd van de twee albums die de muzikante uit Nashville, Tennessee, hierna maakte. In mijn recensie van het in 2020 verschenen The Dream noemde ik Hailey Whitters een grote belofte voor de toekomst, terwijl ik in mijn recensie van het in 2022 uitgebrachte Raised concludeerde dat de Amerikaanse muzikante de belofte inmiddels ver voorbij was.

Op haar vorige twee albums liet Hailey Whitters horen dat ze een uitstekend songwriter is en bovendien beschikt over een stem die het heel goed doet in de countrymuziek die ze maakt. Zowel The Dream als Raised werden vooral countrypop albums genoemd, maar het waren allebei wel albums waarin de muzikante uit Nashville meer invloeden uit de country dan invloeden uit de pop verwerkte.

Het is het soort countrypop waar mijn voorkeur naar uit gaat, waardoor de albums van Hailey Whitters mij makkelijk wisten te overtuigen. Vergeleken met mijn favoriete zangeressen in het genre klonken de songs van Hailey Whitters misschien nog net wat traditioneler, maar het waren ook bijzonder lekker in het gehoor liggende en zeer aansprekende songs.

Zeker na het geweldige Raised waren mijn verwachtingen met betrekking tot het nieuwe album van Hailey Whitters hooggespannen en Corn Queen valt me zeker niet tegen. Op haar vierde album gaat de muzikante uit Nashville, Tennessee, verder waar Raised ruim drie jaar geleden ophield, maar de Amerikaanse muzikante zet ook weer stappen.

Ook Corn Queen staat vol met aansprekende en toegankelijke songs. Het zijn songs die in het hokje countrypop passen, maar Hailey Whitters klinkt net wat anders dan de meeste andere countrypop zangeressen van dit moment. Ze woont en werkt inmiddels al een tijdje in Nashville, maar ze is haar wortels op het platteland van het middenwesten van de Verenigde Staten niet vergeten (de titel van het nieuwe album refereert naar haar wortels in Iowa).

Het duwt haar muziek wat in de richting van de traditionelere countrymuziek van weleer, maar Corn Queen is zeker niet in het verleden blijven steken en sluit ook zeker aan bij de countrypop van het moment, met Megan Moroney als mijn persoonlijke favoriet. Het album doet me overigens ook wel wat denken aan de country(pop) zoals die aan het begin van dit millennium werd gemaakt door onder andere Miranda Lambert, al klonken haar songs over het algemeen net wat steviger.

Hailey Whitters laat op haar nieuwe album niets aan het toeval over. Ze werkt samen met een aantal ervaren songwriters uit Nashville, heeft aansprekende gasten al Molly Tuttle en Charles Wesley Godwin naar de studio gehaald en werkt bovendien samen met prima muzikanten en producer en echtgenoot Jake Gear.

Hailey Whitters is ook met haar nieuwe album uit de greep van de dominante countrypop in Nashville gebleven en dat siert haar. Het zorgt er bovendien voor dat Corn Queen net wat anders klinkt dan al die andere countrypop albums die momenteel worden gemaakt in de Amerikaanse muziekhoofdstad en dat spreekt wat mij betreft in het voordeel van Hailey Whitters. Met Corn Queen bevestigt Hailey Whitters wat mij betreft dan ook haar status als een van de smaakmakers binnen de countrypop van het moment. Erwin Zijleman

Hailey Whitters - Raised (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hailey Whitters - Raised - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Hailey Whitters - Raised
De Amerikaanse singer-songwriter Hailey Whitters maakte twee jaar geleden indruk met het uitstekende The Dream en bevestigt haar status als aanstormend talent met het ijzersterke Raised

Hailey Whitters heeft haar sporen als songwriter in Nashville al ruimschoots verdiend, maar ook als muzikante timmert ze sinds het geweldige The Dream uit 2020 stevig aan de weg. Met Raised bevestigt ze de belofte van het terecht zo geprezen album. Ook op Raised maakt Hailey Whitters indruk als songwriter en als zangeres, maar ze durft dit keer ook wat buiten de strikte lijntjes van de Nashville countrypop te kleuren. Raised klinkt wat traditioneler en is een eerbetoon aan de plek waar Hailey Whitters opgroeide, maar de songs liggen nog altijd bijzonder lekker in het gehoor en zijn zeer aanstekelijk. De fraaie instrumentatie maakt het af. Hailey Whitters is de belofte voorbij.

De Amerikaanse muzikante Hailey Whitters timmerde al een aantal jaren aan de weg als songwriter, toen ze in 2020 haar eigen plekje in de spotlights opeiste met het uitstekende The Dream, dat vorig jaar met flink wat bonus-tracks nog eens werd uitgebracht als Living The Dream. Het tweede album van de muzikante uit Nashville (haar debuut Black Sheep verscheen in 2015) werd warm onthaald in Nashville en kreeg ook in Nederland enige aandacht, onder andere via deze BLOG. Met het deze week verschenen Raised bevestigt Hailey Whitters de belofte van haar vorige album.

De Amerikaanse muzikante werd geboren in Shueyville, Iowa, maar zocht al op haar zeventiende haar geluk in Nashville, Tennessee. Inmiddels zijn we vijftien jaar verder en is Hailey Whitters in Nashville een gerespecteerd songwriter en muzikante. Ook Raised werd gemaakt in Nashville, maar het album is een eerbetoon aan het Amerikaanse platteland in het algemeen en haar geboortegrond in het bijzonder.

Het album opent met een klassiek intro, maar al snel horen we de countrypop die The Dream twee jaar geleden zo aangenaam en interessant maakte. Hailey Whitters heeft zich voor haar nieuwe album omringd met een aantal uitstekende muzikanten, maar ze trekt zelf de meeste aandacht met haar voor de countrymuziek gemaakte stem en haar vermogen om lekker in het gehoor liggende maar ook interessante songs te schrijven.

Ook op Raised vertelt Hailey Whitters weer persoonlijke verhalen, die ze vol gevoel en passie vertolkt. De zang van de Amerikaanse muzikante sprong er twee jaar geleden op The Dream uit en dat is op Raised niet anders. In muzikaal opzicht slaat Raised echter net wat andere wegen in. Waar Hailey Whitters zich op The Dream conformeerde aan de strikte kaders van de Nashville countrypop, klinkt Raised wat traditioneler.

Op het album keert de Amerikaanse muzikante niet alleen terug naar de plek waar ze opgroeide, maar laat ze zich ook inspireren door de rootsmuziek waarmee ze opgroeide. Toch is Raised zeker geen album dat tegen de haren in zal strijken in het wat eenkennige Nashville. Hailey Whitters behoort tot de meest getalenteerde songwriters in de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek en countrypop en laat op Raised horen waarom dat zo is.

De songs van de Amerikaanse muzikante liggen ook op Raised bijzonder lekker in het gehoor en het zijn songs van het soort dat na één keer horen voorgoed in je hoofd zit. De songs zijn misschien net wat meer beïnvloed door de wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek, maar ook Raised past in het hokje countrypop, al is het countrypop met een traditionele twist.

Het is al tijden dringen in de countrypop, waardoor het niet meevalt om er uit te springen, maar Hailey Whitters is er wat mij betreft in geslaagd. De songs op Raised zijn van een bovengemiddeld niveau, zowel de instrumentatie als de productie knallen uit de speakers en Hailey Whitters is ook nog eens een bovengemiddeld goede zangeres, die haar persoonlijke verhalen vol vuur vertolkt. Door het wat traditionele sausje klinkt Raised ook nog eens net wat oorspronkelijker dan de terecht zo bejubelde voorganger. Enige liefde voor countrypop is nodig om van dit album te kunnen houden, maar als die liefde er is, is het smullen. Erwin Zijleman

Hailey Whitters - The Dream (2020)

Alternatieve titel: Living the Dream

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hailey Whitters - The Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Hailey Whitters - The Dream
Hailey Whitters schreef de afgelopen jaren vooral songs voor anderen, maar eist nu op indrukwekkende wijze haar eigen plekje in de spotlights op met een prima country(pop) album

De Amerikaanse muziekpers schaart Hailey Whitters onder de country beloften voor 2020 en daar valt niet zoveel op af te dingen. De jonge Amerikaanse muzikante is een talentvol songwriter en beschikt bovendien aan een stem die gemaakt is voor countrymuziek. Op The Dream wil Hailey Whitters niet kiezen tussen traditionele country, alternatieve country of countrypop en dat hoeft ook niet. In alle hoeken van de countrymuziek kan ze uitstekend uit de voeten en maakt ze indruk met haar songs en met haar stem. In het begin klinkt het misschien nog wat schel, maar The Dream maakt iedere keer weer wat meer indruk.

Hailey Whitters groeide op in een klein dorp in Iowa, waar ze de muziek vooral via de radio binnenkreeg. Ze ontwikkelde al op jonge leeftijd een voorliefde voor country, ging zelf muziek maken in haar tienerjaren en vertrok naar Nashville toen haar leeftijd dit toeliet.

Hailey Whitters debuteerde een jaar of vijf geleden, maar Black Sheep trok vooral de aandacht van collega muzikanten, die de songwriting skills van de jonge Amerikaanse singer-songwriter, in tegenstelling tot het grote publiek, wel op de juiste waarde wisten te schatten. De afgelopen jaren schreef Hailey Whitters vooral songs voor anderen (onder wie Martina McBride en Little Big Town), maar met The Dream eist ze haar eigen plekje in de spotlights op.

Het tweede album van de muzikante uit Nashville opent sterk met het ingetogen en voornamelijk akoestische Ten Year Town, dat vorig jaar al flink scoorde in de Verenigde Staten. Ten Year Town laat horen dat Hailey Whitters aansprekende songs kan schrijven en laat bovendien horen dat de jonge Amerikaanse beschikt over een stem die gemaakt lijkt voor de country. Ten Year Town maakt indruk met emotievolle zang, waarin de snik nooit ver weg is.

Waar de openingstrack van The Dream nog doet vermoeden dat Hailey Whitters vooral de traditionele kant van de country opzoekt, kiest ze in een aantal tracks die volgen voor de countrypop, zoals die het afgelopen decennium met zoveel succes wordt gemaakt in Nashville. Het is countrypop die lekker in het gehoor ligt en die ingrediënten uit de traditionele countrymuziek vermengt met aanstekelijke Nashville pop.

Nu heb je countrypop en countrypop. Aan de ene kant van het spectrum staan de dertien in een dozijn popzangeressen die een beetje country faken, maar je hebt ook countryzangeressen die niet vies zijn van wat pop. De laatste categorie wordt aangevoerd door Kacey Musgraves, maar ook Hailey Whitters hoort wat mij betreft aan deze kant van het spectrum thuis.

The Dream is voor mij in eerste instantie een countryalbum en het is een countryalbum dat uitstapjes buiten de gebaande paden niet schuwt. Hier en daar hoor je pop, maar ik hoor ook soul, blues en folk en uiteindelijk vooral country, die ook weer opeens heel traditioneel kan klinken.

Sterkste punt van The Dream vind ik persoonlijk de zang van Hailey Whitters, maar het is zang die niet iedereen zal bevallen. De stem van de jongere Amerikaanse klinkt soms wat schel. Voor mij overigens geen probleem, want het voorziet The Dream wat mij betreft van de broodnodige scherpe kantjes en ik merk bovendien dat ik haar stem na eerste aarzeling steeds mooier vind. Het is een stem die de prima songs op het album voorziet van een eigen geluid en dat is wat waard in dit overvolle genre.

Met Hailey Whitters heeft de country(pop) er een singer-songwriter bij die alle kanten op kan. Een carrière in de countrypop lonkt, maar Hailey Whitters is ook uit het juiste hout gesneden om het liefhebbers van traditionele of alternatieve country naar de zin te maken, zoals ze laat horen in de tracks waarin ze de pop even helemaal vergeet en haar stem door de ziel snijdt. Op The Dream gooit ze alle countryinvloeden nog op een hoop en dat levert een aantrekkelijk album op, dat terecht wordt geprezen door de Amerikaanse muziekpers. Het aanbod is momenteel groot of zelfs te groot, maar deze Hailey Whitters komt er wel. Let maar op. Erwin Zijleman

HAIM - I quit (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: HAIM - I quit - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: HAIM - I quit
HAIM duikt deze week op met haar vierde album en ook op I quit laten Alana, Danielle en Este Haim weer horen dat ze een goed gevoel hebben voor lekker in het gehoor liggende maar zeker ook knap in elkaar zittende popsongs

We zijn in Nederland nog niet zo heel enthousiast over de muziek van HAIM, maar dat zegt niets over de kwaliteit van de albums van de Amerikaanse zussen Haim. Zelf ben ik inmiddels al een jaar of twaalf fan van Alana, Danielle en Este Haim, die wat mij betreft al drie uitstekende albums op hun naam hadden staan. Ook met I quit leveren de zussen weer vakwerk af. HAIM verstaat de kunst van het schrijven van buitengewoon lekker in het gehoor liggende popsongs, die aansluiten bij popmuziek uit het verleden, maar het zijn ook in kwalitatief opzicht hoogstaande popsongs. Het zijn songs die verder worden opgetild door de prima zang van Danielle Haim. Vakwerk wat mij betreft.

HAIM, de band rond de Amerikaanse zussen Alana, Danielle en Este Haim heeft de tijd genomen voor haar nieuwe album. Het vorige album van het drietal, Women in Music Pt. III, verscheen in de zomer van 2020 en is inmiddels dus vijf jaar oud. Het is een album dat nogal wisselend werd ontvangen, maar ik vond en vind Women in Music Pt. III het beste album van de drie albums die HAIM tussen 2013 en 2020 uitbracht.

Ik was overigens ook zeer te spreken over Days Are Gone, het debuutalbum van HAIM uit 2013 en opvolger Something To Tell You uit 2017. Het zijn albums die door de alternatieve muziekplatforms wel heel makkelijk in het hokje mainstream werden geduwd, maar daarmee doe je de sprankelende en ook knappe popliedjes van de zussen Haim wat mij betreft flink tekort. Het zijn popliedjes waarin de drie zussen geen geheim maken van hun liefde voor tijdloze popmuziek uit de jaren 70 en 80, maar de songs van Haim klinken ook altijd fris en eigentijds.

Alana, Danielle en Este Haim deden de afgelopen jaren naast touren vooral andere dingen en Danielle zag ook haar relatie nog eens op de klippen lopen. Het inspireerde het drietal om een album lang stil te staan bij de klassieke breakup song, waarvan I quit er maar liefst vijftien bevat.

HAIM werkt voor het eerst niet samen met producer Ariel Rechtshaid, ook wel logisch want dat is inmiddels de ex van Danielle Haim. De leadzangeres van HAIM nam daarom dit keer de productie van het album deels zelf voor haar rekening, bijgestaan door producer Rostam Batmanglij, die ook bij het vorige album al van de partij was, en co-producer Buddy Ross.

Ook met I quit heeft HAIM wat mij betreft weer een geweldig popalbum afgeleverd. Danielle Haim is een uitstekende zangeres, terwijl haar zussen er steeds weer in slagen om haar stem prachtig te ondersteunen. De productie van I quit klinkt prachtig en tijdloos en de songs van het Amerikaanse drietal zijn allemaal goed.

Haim was ook in het verleden niet vies van het verkennen van verschillende genres, maar doet dit nog wat fanatieker op hun vierde album. Ook op I quit laat Haim zich in haar popsongs beïnvloeden door een aantal decennia popmuziek, maar de variëteit is op het nieuwe album nog net wat groter, mede omdat HAIM de inspiratie dit keer ook nog nadrukkelijk in de jaren 90 zoekt en vindt.

Er zijn voorzichtige uitstapjes richting rock, maar er is ook ruimte voor flirts met R&B en dansbare pop en hier en daar hoor ik ook nog een vleugje psychedelica en wat samples van onder andere George Michael en U2. Ook de invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zijn gelukkig niet verdwenen uit de muziek van HAIM. Het is de kant van de band die ik het liefst hoor, zeker als er ook nog een vleugje jaren 70 opduikt in de songs.

I quit is het meest veelzijdige album van HAIM tot dusver, maar de vijftien songs op het album klinken ook als een eenheid en dat is knap. De stem van Danielle Haim blijft voor mij het sterkste wapen van het Amerikaanse drietal, maar ook de bijzondere ritmes en de zeer fraaie achtergrondvocalen mogen niet onvermeld blijven. Je moet absoluut iets met pop hebben om te houden van de songs van HAIM op I quit, maar als je van pop houdt hoor je het momenteel niet vaak beter dan op het nieuwe album van Alana, Danielle en Este Haim, dat ik nu al nog wat beter vind dan voorganger Women in Music Pt. III. Mijn liefde voor HAIM blijft vooralsnog onvoorwaardelijk. Erwin Zijleman

HAIM - Something to Tell You (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: HAIM - Something To Tell You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De zussen Alana, Danielle en Este Haim debuteerden al weer bijna vier jaar geleden met Days Are Gone. Het trio uit San Fernando Valley, California, maakte op haar debuut indruk met frisse popliedjes, prima vocalen en vooral met een verrassende mix van invloeden.

Ik was persoonlijk zeer te spreken over het aanstekelijke en sprankelende debuut van HAIM en daarom heel nieuwsgierig naar de vandaag verschenen tweede plaat van de zingende zussen uit Californië.

Er zit een relatief lange periode tussen het debuut van het drietal en de nieuwe plaat van HAIM, maar bij beluistering van Something To Tell You blijkt er relatief weinig veranderd.

Ook op haar nieuwe plaat haalt HAIM haar inspiratie weer uit een aantal decennia popmuziek. De succesvolle platen van Fleetwood Mac uit de jaren 70, die in het ouderlijk huis van Alana, Danielle en Este grijs werden gedraaid, zijn nog steeds een hele belangrijke inspiratiebron, net als de harmonieën van Wilson Phillips, de funky escapades van Prince protegés als Jill Jones en Wendy & Lisa en de R&B van TLC, die de jonge zusjes Haim in de jaren 90 warm maakten voor de popmuziek.

HAIM maakt ook op Something To Tell You weer Popmuziek met een hoofdletter P en daar moet je tegen kunnen. Als je er tegen kunt valt er op de tweede plaat van HAIM echter heel veel te genieten.

Ook op Something To Tell You grossiert HAIM weer in nagenoeg perfecte popliedjes. Het zijn popliedjes zoals Stevie Nicks ze in haar jonge jaren schreef voor Fleetwood Mac, maar de perfecte pop van Fleetwood Mac uit de jaren 70 is op fascinerende wijze het nieuwe millennium in gehaald en steekt veel knapper in elkaar dan de snel oordelende criticus of de oppervlakkige luisteraar zal vermoeden.

Ook op de tweede plaat van HAIM vervult producer Ariel Rechtshaid weer een belangrijke rol. Hij heeft de aangename popliedjes van de zussen Haim voorzien van een fris en sprankelend geluid, dat nadrukkelijk citeert uit de jaren 80 en vooral de jaren 90, maar ook met één been in het heden staat.

Alana, Danielle en Este Haim zijn sinds het debuut weer vier jaar ouder geworden en hebben zich flink ontwikkeld. Something To Tell You bulkt van het zelfvertrouwen en laat in vocaal, muzikaal en compositorisch opzicht flinke groei horen. De individuele vocalen zijn krachtiger, terwijl de harmonieën een meer eigen geluid laten horen en waar de rijke mix van invloeden op het debuut nog niet altijd even consistent klonk, heeft HAIM nu een herkenbaar eigen geluid waar het makkelijk patent op kan aanvragen.

De songs van het drietal zijn nog net zo onweerstaanbaar als op het debuut, maar laten hier en daar wel wat meer eigenzinnigheid horen. Een vleugje melancholie dat voortkomt uit de niet altijd succesvolle stappen op het liefdespad van Alana, Danielle en Este Haim geven de sprankelende popliedjes van het drietal tenslotte net wat meer diepgang.

Something To Tell You doet het prima op de achtergrond als een soundtrack voor een mooie zomerdag, maar luister net wat beter en de kwaliteit van de tweede plaat van HAIM komt nadrukkelijk aan de oppervlakte. En luister zeker tot en met de laatste track, want die is van een bijzondere schoonheid en laat horen dat we van HAIM nog veel meer kunnen verwachten. Erwin Zijleman

HAIM - Women in Music Pt. III (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: HAIM - Women In Music Pt. III - dekrentenuitdepop.blogspot.com

HAIM - Women In Music Pt. III
HAIM verfrist haar geluid met flink wat hedendaagse invloeden en productionele hoogstandjes, maar de volstrekt onweerstaanbare popliedjes van Alana, Danielle en Este Haim zijn gebleven

Het Amerikaanse trio HAIM maakte al twee uitstekende albums, maar album nummer drie is nog een paar klassen beter. De productie van het album is een stuk voller en veelzijdiger en het geluid van de zussen HAIM een stuk moderner, maar de aanstekelijke popliedjes die een mooie zomerdag prachtig inkleuren zijn gelukkig gebleven. Women In Music Pt. III is een album met even tijdloze als eigentijdse popsongs en het zijn popsongs die je alleen maar kunt omarmen. HAIM komt op de proppen met een smaakvol gevulde omgevallen platenkast, maar het heeft haar geluid ook prachtig geperfectioneerd. De soundtrack van een hele mooie zomer, ook al is het de zomer van 2020.

Ik was in 2013 en 2017 behoorlijk enthousiast over de muziek van HAIM, maar ik heb de albums Days Are Gone (2013) en Something To Tell You (2017) pas het afgelopen jaar echt leren waarderen. De zussen Alana, Danielle en Este Haim staan op deze twee albums garant voor nagenoeg perfecte popliedjes. Het zijn popliedjes die de perfecte popmuziek van Fleetwood Mac uit de jaren 70 eren, maar HAIM bleek op haar eerste twee albums van alle markten thuis en maakte ook muziek waaraan Prince zijn goedkeuring zou hebben verleend.

Door het enorme plezier dat ik het afgelopen jaar heb beleefd aan de eerste twee albums van HAIM, kijk ik al een tijd enorm uit naar album nummer drie. Women In Music Pt. III zou oorspronkelijk een paar maanden geleden al verschijnen, maar het corona virus gooide roet in het eten. Het is misschien maar goed ook, want het derde album van de zussen Haim heeft met een dag waarop de dertig graden werd aangetikt een perfecte releasedatum gekregen.

Women In Music Pt. III is niet alleen de soundtrack van een mooie zomer, maar ook het beste album van HAIM tot dusver. Op hun derde album trekken Alana, Danielle en Este Haim de lijn van hun eerste twee albums door, maar alles is voller, aanstekelijker, veelzijdiger, spannender, onweerstaanbaarder en uiteindelijk beter.

Dat hoor je bijvoorbeeld in de productie van het album. De Amerikaanse band heeft ook dit keer een beroep gedaan op Rostam Batmanglij en Ariel Rechtshaid, beiden onder andere bekend van Vampire Weekend, maar het derde album van HAIM klinkt in productioneel opzicht anders dan zijn twee voorgangers. Werkelijk alles wordt uit de kast getrokken om het geluid van HAIM te verrijken en het resultaat mag er zijn.

Ook in muzikaal opzicht is Women In Music Pt. III een ander album dan zijn voorgangers. Waar HAIM tot dusver een voorkeur leken te hebben voor een retro geluid, is het derde album van de band een fris klinkend popalbum dat meerdere uithoeken van het genre verkent, van R&B tot rock, maar altijd een aantrekkelijk pop sausje heeft.

Natuurlijk zijn ook op Women In Music, Pt III nog wel flarden uit het verleden te horen, maar het ligt er minder dik bovenop dan op de eerste twee albums van de band. Op Women In Music Pt. III hoor je absoluut minder Fleetwood Mac (gelukkig nog wel een enkele keer), maar HAIM klinkt nog wel met enige regelmaat als een Prince protegee, al wordt het dit keer vanuit het heden en dus helaas vanuit het hiernamaals aangestuurd door het genie uit Minneapolis.

Wat HAIM niet heeft veranderd is het schrijven van volstrekt onweerstaanbare en nagenoeg perfecte popliedjes. Het zijn popliedjes die dit keer alle kanten op schieten, maar het is bijna altijd heel erg goed. Hetzelfde geldt voor de zang van Danielle Haim, die nog wat zelfverzekerder klinkt en ook dit keer prachtig wordt ondersteund door Alana en Este Haim.

Het klinkt zoals gezegd zoals een soundtrack voor een mooie zomerdag moet klinken, maar onder de oppervlakte is Women In Music Pt. III ook een album waarin de donkere kanten van het leven niet onder het tapijt worden geveegd. De eerste paar luisterbeurten zitten er inmiddels op en het derde album van HAIM is me inmiddels al net zo dierbaar als albums één en twee en de rek is er nog lang niet uit. Je moet absoluut van pop houden, maar als je dit doet is Women In Music Pt. III van HAIM een wereldplaat. Erwin Zijleman

Hajk - Drama (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hajk - Drama - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Hajk - Drama
Hajk combineert schaamteloos toegankelijke popmuziek met een vleugje Noors avontuur op een plaat die je langzaam maar zeker in een wurggreep krijgt

Noorse muziek is vaak aardedonker en behoorlijk experimenteel. Hajk is anders. De Noorse band maakt warmbloedige of zelfs broeierige popmuziek die zomaar hitgevoelig zou kunnen zijn. Op hetzelfde moment voorziet de band uit Oslo haar muziek van subtiele avontuurlijke accenten, waardoor Drama niet alleen aangenaam maar ook interessant is. De band beschikt ook nog eens over een zangeres van wereldklasse, die helaas ook wel eens langs de zijlijn staat. De tegenstellingen in het geluid van de Noorse band staan me af en toe nog wel eens tegen, maar ze maken van Drama ook een buitengewoon interessante (en aangename) plaat.

Noorwegen gaat op bestuurlijk niveau zijn eigen gang in Europa en ook de Noorse muziekscene wijkt flink af van die van de rest van Europa.

Ik krijg met enige regelmaat flink wat Noorse muziek toegestuurd en het is bijna altijd muziek die driftiger buiten de lijntjes kleurt en intensiever het experiment opzoekt dan in de rest van Europa gewoon is.

Het is bovendien muziek die vaker flirt met jazz en avant garde, waardoor ik uiteindelijk lang niet altijd gecharmeerd ben van de muziek uit Noorwegen, al zijn er gelukkig met enige regelmaat ook platen die ik juist prachtig vind.

Drama van het Oslo afkomstige Hajk is zo’n plaat. Het is een plaat die in de eerste noten nog enigszins voldoet aan het hierboven geschetste beeld van Noorse popmuziek. De plaat opent met wat vervormde elektronica en een lastig ritme, maar wanneer de vocalen invallen, transformeert Hajk de openingstrack die licht experimenteel begon in een buitengewoon aangenaam en toegankelijk popliedje.

Het is een popliedje dat een stuk warmer en zonniger klinkt dan de meeste andere popmuziek uit Noorwegen. Veel Noorse bands dragen de zware last van koude en lange winters en dagen waarop het nauwelijks licht wil worden met zich mee in hun muziek, maar Hajk heeft daar geen last van. De muziek van de Noorse band klinkt lichtvoetig, broeierig en aangenaam en slaat zich als een warme deken om je heen.

Het is een deken die in het begin wat onaangenaam kriebelde, want de muziek van Hajk gaat in de openingstrack richting pop en R&B en blijft uiteindelijk overeind door de avontuurlijke accenten in de instrumentatie, die op fraaie wijze een flinke bak elekctronica combineert met organische instrumenten, waaronder blazers.

Ook de tweede track van Drama is een popsongs met uitstapjes richting R&B en funk. Hajk legt een warm en gloedvol geluid neer dat hier en daar zelfs een snufje Prince (of minimaal Wendy & Lisa) bevat, maar het is een geluid dat wederom subtiel is versierd met enkele bijzondere accenten. Bovendien toveren de Noren in de tweede track nog een sterke troef uit de hoge hoed in de vorm van de vocalen van zangeres Sigrid Aase, die me veel meer overtuigd dan de zanger in de openingstrack.

Ook op de rest van de plaat strooit Hajk driftig met bijna schaamteloos toegankelijke popliedjes. Het zijn popliedjes die de gemiddelde Amerikaanse pop of R&B band moeiteloos tot eenheidsworst zou verwerken, maar Hajk blijft continu aan de goede kant van de streep door net voldoende avontuur te verwerken in haar muziek en de platgetreden paden op subtiele wijze te vermijden.

Dat lukt het makkelijkst wanneer Sigrid Aase de lead vocalen voor haar rekening neemt, want dan sprankelt de muziek van Hajk bijna automatisch. De songs waarin Preben Sælid Andersen zingt en driftig gebruik maakt van auto-tune, spreken me vaak net wat minder aan, maar ook deze songs onderscheiden zich makkelijk van de dertien in een dozijn pop.

Het is knap hoe de Noorse band lome en warmbloedige klanken en direct memorabele melodieën weet te voorzien van net voldoende avontuur om Drama zowel aangenaam als interessant te maken. Het levert een plaat op waaraan ik nog steeds moet wennen, maar stiekem ook al aardig verslaafd ben. Erwin Zijleman

Hala - Red Herring (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hala - Red Herring - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Hala - Red Herring
Hala vermaakt met wat rammelende en volstrekt tijdloze popliedjes vol invloeden, maar het zijn ook popliedjes waarin een bijzondere twist nooit ver weg is

Hala, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Ian Ruhala, maakte in eigen beheer al een aantal albums, maar met zijn officiële debuut Red Herring zet hij een flinke stap vooruit. De Amerikaanse muzikant verwerkt 1001 invloeden, waaronder vaak een snufje Beatles, in songs die aangenaam rammelen, maar die ook volgestopt zijn met bijzondere klanken en opvallende wendingen. Het klinkt soms als bewonderingswaardige huisvlijt, maar dankzij een aantal hele goede songs levert het uiteindelijk een album op dat zich niet alleen aangenaam opdringt, maar dat zich ook weet te onderscheiden van de meeste andere releases van het moment.

Ik weet niet waar het aan ligt, maar precies 50 jaar na het uit elkaar vallen van The Beatles, duiken er opeens verrassend veel albums op waarop invloeden van de band uit Liverpool een belangrijke rol spelen. Het geldt ook voor Red Herring van Hala, al levert het niet direct een album op dat het predicaat Beatlesque verdient.

De naam Hala deed bij mij overigens geen belletje rinkelen, maar het blijkt het alter ego van de uit Detroit, Michigan, afkomstige muzikant Ian Ruhala, die met Red Herring een sterk album heeft afgeleverd.

Red Herring is niet het eerste album van Hala, maar wel het eerste album dat in een studio is opgenomen en het eerste album dat niet in eigen beheer is uitgebracht. Red Herring klinkt hierdoor een stuk beter dan de wat rammelende albums die Hala al op zijn naam heeft staan en het is een album dat alle aandacht verdient.

Associaties met het werk van The Beatles duiken overigens niet direct op bij beluistering van het album. Red Herring opent met een zwoel en zomers popliedje dat een wat eigenzinniger karakter krijgt door de bijzondere percussie. Het is een popliedje dat me wel wat deed denken aan het solowerk van Paul McCartney uit de late jaren 70 en vroege jaren 80, maar Beatlesque klinkt het nog niet direct.

Ook de tweede track valt op door bijzondere percussie en combineert invloeden uit de 70s blue-eyed soul met een eigentijds en eigenzinnig tintje, onder andere door af en toe zwaar aangezette strijkers toe te voegen. In de derde track nemen invloeden van The Beatles toe, al is de instrumentatie ook dit keer heerlijk eigenwijs, zeker wanneer stevige en vervormde gitaren worden ingezet.

Hala is op dat moment al goed voor drie bijzonder aangenaam klinkende maar ook verrassende popliedjes. Het zijn popliedjes met een hoog lo-fi gehalte, maar voor lo-fi klinkt de muziek van Hala wel erg vol. Track nummer vier citeert nog wat nadrukkelijker uit de catalogus van The Beatles, maar een bijzondere twist is ook dit keer niet ver weg. Red Herring klinkt vaak als een album waaraan net wat te vaak een laag instrumenten is toegevoegd, maar door het volle geluid en de vele opvallende wendingen slaagt de Amerikaanse muzikant er wel in om een origineel geluid neer te zetten.

Het is een geluid dat bij eerste beluistering nog vooral goed was voor een glimlach, maar langzaam maar zeker ben ik zeer gehecht geraakt aan de rafelige popliedjes op Red Herring van Hala. Ik hoor zoals gezegd vaak invloeden van The Beatles op het album, maar misschien nog wel meer aan latere Amerikaanse volgelingen van de Fab Four, van The Cars tot The Strokes.

Red Herring graaft zeker niet de hele speelduur even diep, want er komt af en toe ook wel een niemendalletje voorbij, maar hier tegenover staan flink wat tijdloze popliedjes die heerlijk rammelend worden uitgevoerd. In 36 minuten komt een dozijn popliedjes voorbij en het merendeel hiervan steekt wat mij betreft ruim boven het maaiveld uit.

Red Herring van Hala is een heerlijk nostalgisch album vol eigentijdse accenten. Het is een album waarbij het lekker wegdromen is, al moet je er tegen kunnen dat Hala je steeds weer wakker prikt met een uitstapje dat je nu net niet had verwacht. Perfect is het allemaal zeker niet, maar het is wel een album vol lef, avontuur en een goed gevoel voor aanstekelijke popsongs. Ik doe het er voor. Erwin Zijleman

Haley Bonar - Impossible Dream (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Haley Bonar - Impossible Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Canadese singer-songwriter Haley Bonar leverde haar eerste plaat af in 2002.

The Size Of Planets verscheen op het label van Low voorman Alan Sparhawk en werd niet alleen vergeleken met Low maar ook met Mazzy Star, Shannon Wright en Elliott Smith.

Dat zijn stuk voor stuk bands en muzikanten die ik heel hoog heb zitten, maar desondanks had ik nog nooit van Haley Bonar gehoord.

Inmiddels weet ik dat de vijf platen die de Canadese muzikante de afgelopen 15 jaar uitbracht konden rekenen op zeer positieve recensies, maar ik beperk me voorlopig maar even tot haar zesde plaat.

Impossible Dream verscheen een week of zes geleden en pikte ik op dankzij een zeer lovende recensie in een Brits muziektijdschrift (ik gok dat het Uncut was). Sinds de eerste noten van de plaat ben ik fan, want Haley Bonar maakt muziek waar ik een ongelooflijk zwak voor heb.

Het is muziek die meerdere kanten op schiet, waardoor Impossible Dream een behoorlijk ongrijpbare plaat is. Haley Bonar verwerkt flink wat invloeden uit de folk en de country in haar muziek, maar een rootsplaat is Impossible Dream zeker niet. Een aantal tracks op de plaat is bijzonder aanstekelijk, maar Haley Bonar is ook zeker geen typische popprinses. Dankzij alle galm en de mooie helder gitaarlijnen heeft de muziek van de uit St. Paul, Minnesota, opererende singer-songwriter wat oppervlakkige raakvlakken met de dreampop en de slowcore, maar ook deze raakvlakken zijn uiteindelijk slechts van beperkte waarde.

Laten we het er maar op houden dat Haley Bonar een bijzonder eigen geluid heeft, waarin uiteenlopende invloeden zijn verwerkt.

De stem van de Canadese is al even moeilijk te omschrijven. Haley Bonar kan net zo’n countrystrot open trekken als Neko Case, maar is net zo makkelijk een zangeres van lome en dromerige torch songs of een rockchick die het stevigere werk niet schuwt.

Het maakt van Impossible Dream een vat vol tegenstrijdigheden en een hopeloze plaat voor recensenten die een plaat bij voorkeur binnen een paar regels in een hokje willen proppen. Het is echter ook een plaat vol geweldige songs, die worden gedragen door een hele bijzondere instrumentatie vol aangename galm en een stem die alle kanten op kan.

Grote kans dat je door alle loze vergelijkingen helemaal niets aan deze recensie hebt, maar ga, net als ik een week geleden deed, gewoon luisteren en de kans is groot dat Haley Bonar overtuigt. Bij mij groeit Impossible Dream nog wel even door, want het is ook nog eens een plaat die maar nieuwe geheimen blijft prijsgeven. Erwin Zijleman

Haley Harkin - To Heal Her Too (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Haley Harkin - To Heal Her Too - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Haley Harkin - To Heal Her Too
De Amerikaanse muzikante Haley Harkin bracht vorig jaar het album To Heal Her uit, dat deze week gezelschap krijgt van ‘companion album’ To Heal Her Too, dat nog een stuk mooier en indrukwekkender is

To Heal Her Too is het derde album van Haley Harkin uit Austin, Texas, en het is wat mij betreft haar beste album tot dusver. Het is over het algemeen een vrij ingetogen folkalbum, maar door de bijdragen van met name strijkers kan de muziek van Haley Harkin ook een stuk voller klinken. De instrumentatie op To Heal Her Too is relatief sober, maar zeer smaakvol en de Amerikaanse muzikante schrijft mooie songs die een ontspannende uitwerking hebben. Het mooist vind ik echter de stem van Haley Harkin die haar persoonlijke songs met veel gevoel en expressie vertolkt. To Heal Her Too is ook nog eens een album dat steeds beter wordt. Absoluut het ontdekken waard.

Tussen de eerste releases van 2023 kwam ik To Heal Her Too van de voor mij tot voor kort onbekende Haley Harkin tegen. Het is het derde album van de singer-songwriter uit Austin, Texas, en de opvolger van het precies een jaar geleden verschenen To Heal Her. Dat deze twee albums iets met elkaar te maken hebben zal duidelijk zijn. Op To Heal Her keek Haley Harkin vorig jaar volgens haar bandcamp pagina van buiten naar binnen, terwijl op To Heal Her Too de blik van binnen naar buiten domineert.

De omschrijvingen op de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante zijn wat aan de zweverige kant en ook de muziek van Haley Harkin doet, zeker bij eerste beluistering, misschien wat zweverig aan, maar To Heal Her Too is ook een erg mooi rootsalbum, dat de muzikante die opgroeide in Fort Collins, Colorado, wat mij betreft schaart onder de vele beloften in het genre.

Too Heal Her Too bevat elf songs, die samen goed zijn voor zo’n drie kwartier muziek. De songs van Haley Harkin zijn te typeren als folksongs en het zijn folksongs die redelijk spaarzaam en grotendeels akoestisch zijn ingekleurd. Haley Harkin vertrouwt voor een belangrijk deel op haar akoestische gitaar en haar stem, maar ze voegt zelf ook nog wat elektrische gitaar, banjo, mondharmonica en percussie toe aan haar mooi en verzorgd klinkende geluid. Dit geluid wordt verder op subtiele wijze verrijkt met bijdragen van bas, viool en cello.

De Amerikaanse muzikante combineert de ingetogen maar zeer sfeervolle en smaakvolle klanken met een mooie en karakteristieke stem, die af en toe in meerdere lagen is opgenomen. Het is een stem vol gevoel, waardoor de songs van Haley Harkin direct impact hebben. Het is een stem die gemaakt lijkt voor het vertolken van Appalachen folk, maar ook in de moderner klinkende songs overtuigt Haley Harkin makkelijk met haar stem.

Too Heal Her Too is in muzikaal en tekstueel opzicht hier en daar zoals gezegd aan de zweverige kant, maar dit zorgt er wel voor dat het album zich als een warme en ontspannende deken om je heen slaat. Zeker tijdens de donkere winteravonden van het moment klinkt de muziek van Haley Harkin bijzonder aangenaam en op de afgelopen Blue Monday verdreef het album met speels gemak alle donkere wolken.

Haley Harkin klinkt vaak folky, maar To Heal Her Too schuurt hier en daar voorzichtig tegen de singer-songwriter pop aan en heel af en toe herinnert ze me zelfs aan de dreampop van Harriet Wheeler van The Sundays. Uiteindelijk is To Heal Her Too echter vooral een rootsalbum.

Natuurlijk zijn er heel veel vrouwelijke singer-songwriters die folky songs maken als die van Haley Harkin, maar wat mij betreft beschikt de muzikante uit Austin over voldoende onderscheidend vermogen. In muzikaal opzicht kiest de Amerikaanse muzikante voor net wat meer rust en ontspanning dan de meeste van haar soortgenoten en door de subtiele toevoegingen vind ik haar geluid ook origineler dan de meeste andere folky albums van het moment.

De bijzondere stem van Haley Harkin springt er voor mij nog wat meer uit. Ze vertolkt haar songs met veel emotie en expressie, waardoor, ondanks de vaak sobere klanken, geen sprake is van een album dat maar wat voortkabbelt. Haley Harkin houdt je niet alleen bij de les met haar muziek, maar maakt ook indruk met een aantal songs die stevig bezweren.

Ik heb natuurlijk ook het precies een jaar geleden To Heal Her er bij gepakt en ondanks de andere invalshoek is dit album vergelijkbaar met het deze week verschenen album, al vind ik zowel de instrumentatie en de zang als de songs op het nieuwe album nog net wat aansprekender, al spraken de blazers op To Heal Her me ook wel aan. Mooie ontdekking deze Haley Harkin. Erwin Zijleman

Haley Heynderickx - I Need to Start a Garden (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Haley Heynderickx - I Need To Start A Garden - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Portland, Oregon, afkomstige singer-songwriter Haley Heynderickx, maakte de afgelopen jaren al indruk met wat singles en een EP, maar brengt nu dan eindelijk haar volwaardige debuut uit.

I Need To Start A Garden bevat acht tracks en duurt slechts een half uur, maar in dat half uur hang je aan de lippen van Haley Heynderickx.

De jonge Amerikaanse singer-songwriter doet dat met vooral wat traditioneel aandoende folksongs, die meestal genoeg hebben aan een sobere maar sfeervolle instrumentatie en aan een stem die dwars door de ziel snijdt.

De instrumentatie leunt zwaar op de akoestische gitaar, maar door incidenteel een trombone, een elektrische gitaar (die uit het niets zorgt voor een rockimpuls), een piano, een ritmesectie en subtiele elektronica in te zetten, houdt Haley Heynderickx haar muziek spannend en veelzijdig.

Met name de trombone voorziet het debuut van Haley Heynderickx van een bijzondere sfeer en het is een sfeer die perfect past bij haar bijzondere stem. Het is een stem die het goed doet in het ingetogen en wat donkere muzikale landschap dat op I Need To Start A Garden domineert, maar Haley Heynderickx is zeker niet de zoveelste pastoraal klinkende folkie.

De stem van de jonge Amerikaanse singer-songwriter kan meerdere kanten op schieten, kan hier en daar wat onvast klinken en loopt vooral over van emotie. I Need To Start A Garden doet me daarom wel wat denken aan de folkie platen van Joni Mitchell, al lijken de stemmen van de levende legende en de debuterende singer-songwriter niet echt op elkaar.

De veelzijdigheid van Haley Heynderickx is goed te beschrijven door het feit dat ik op I Need To Start A Garden ook met grote regelmaat wat hoor van P.J. Harvey, die net als Haley Heynderickx in ieder woord dat ze zingt gevoel kan leggen. Verdere invloeden variëren van Nick Drake tot Jeff Buckley, maar al deze invloeden dragen uiteindelijk maar een klein beetje bij aan het bijzondere geluid dat Haley Heynderickx op haar debuut creëert en dat ook zo maar richting de folk-noir kan schieten.

Het is razend knap hoe de singer-songwriter uit Portland je kan betoveren met eenvoudige akkoorden en een stem en het is minstens even knap hoe Haley Heynderickx haar songs prachtig inkleurt met allerlei accenten en toch een over het algemeen sober en intiem geluid weet te behouden, waarin een enkele uitbarsting geen verbazing wekt.

I Need To Start A Garden duurt misschien maar 30 minuten, maar omdat de muziek van Haley Heynderickx van een opvallende intimiteit en intensiteit is, is dat ook voldoende. Ik hoor I Need To Start A Garden inmiddels voor de zoveelste keer en iedere keer dat ik de songs van Haley Heynderickx hoor ben ik nog wat meer onder de indruk van haar stem en haar teksten, word ik nog wat meer betoverd door de fraaie instrumentatie en word ik beneveld door de unieke sfeer die Haley Heynderickx weet te creëren.

Het levert een debuut van een hele bijzondere schoonheid en intensiteit op en het is een debuut dat naar veel meer smaakt. Wat een talent, wat een belofte. Erwin Zijleman

Haley Heynderickx - Seed of a Seed (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Haley Heynderickx - Seed Of A Seed - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Haley Heynderickx - Seed Of A Seed
Haley Heynderickx maakte in 2018 indruk met haar inmiddels alweer vergeten debuutalbum, maar doet dit opnieuw met het nog wat mooiere Seed Of A Seed, dat wederom een geweldige zangeres laat horen

Seed Of A Seed van Haley Heynderickx is een album dat het uitstekend doet in het herfstzonnetje van het moment. De warme en grotendeels akoestische instrumentatie is smaakvol en sfeervol en past prachtig bij de bijzondere stem van Haley Heynderickx, die wat mij betreft betovert met fraaie en karakteristieke zang. Seed Of A Seed bevat vooral folksongs en het zijn folksongs die deels zijn geworteld in de Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70, maar op een of andere manier kunnen de songs van de Amerikaanse muzikante ook eigentijds klinken, zeker wanneer ze net wat ruwer zingt. Seed Of A Seed is een album om heerlijk bij weg te dromen en wordt vervolgens alleen maar mooier.

De Amerikaanse muzikante Haley Heynderickx debuteerde in het prille voorjaar van 2018 met het prachtige I Need To Start A Garden. Het album, dat tot mijn verbazing al weer ruim zesenhalf jaar oud is, duurde maar net een half uur, maar maakte in dat half uur indruk met vrij sober ingekleurde en wat nostalgisch klinkende folksongs. In muzikaal opzicht had de muzikante uit Portland, Oregon, in de basis genoeg aan fraai akoestisch gitaarspel, maar door de bijzonder mooie accenten van onder andere de trombone klonk I Need To Start A Garden zeker niet als een Spartaans folkalbum.

Het debuutalbum van Haley Heynderickx sprak in muzikaal opzicht zeer tot de verbeelding, maar het album maakte op mij vooral een onuitwisbare indruk door de prachtige en zeer expressieve stem van de Amerikaanse singer-songwriter. Door het nostalgische karakter van het debuutalbum van Haley Heynderickx werd ze vooral in het hokje Laurel Canyon folk geduwd, maar zeker in de wat ruwer klinkende songs deed I Need To Start A Garden me ook met enige regelmaat denken aan de wat soberdere songs van PJ Harvey en Jeff Buckley.

Alle reden dus om met hoge verwachtingen uit te kijken naar het tweede album van Haley Heynderickx en dat album is deze week dan eindelijk verschenen. Ook Seed Of A Seed is met 35 minuten muziek wat aan de korte kant, maar ook de tien songs op het nieuwe album zijn prachtig.

Seed Of A Seed opent met de akoestische gitaar en de stem van Haley Henderickx. Het klinkt folky, maar door de energieke en wat venijnige zang heb ik ook weer direct associaties met PJ Harvey, maar dan wel PJ Harvey die in de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk aan de oppervlakte is gekomen.

De sobere klanken maken naarmate de song vordert plaats voor een wat voller geluid en ook dit keer slaagt Haley Heynderickx er in om op te vallen met bijzondere klanken. De trombone van het vorige album heeft plaats gemaakt voor een cello en hiernaast vallen de mooie bas- en elektrische gitaarlijnen op.

Invloeden uit de Laurel Canyon folk spelen nog altijd een belangrijke rol in de muziek van Haley Heynderickx, die als ze nog net wat expressiever zingt ook wel wat aan Joni Mitchell doet denken. De zang zorgde op het debuutalbum van de muzikante uit Portland, Oregon, voor het meeste onderscheidend vermogen en dat is dit keer niet anders. Stemmen als die van Haley Heynderickx kunnen me makkelijk tegen staan, maar ik vind de zang op Seed Of A Seed echt prachtig, al is het jammer dat de wat ruwere momenten dit keer beperkt in aantal zijn.

De relatief ingetogen instrumentatie ondersteunt de stem van de Amerikaanse muzikante op zeer trefzekere wijze en zorgt er voor dat de zang nog wat meer opvalt. Omdat Haley Heynderickx haar inspiratie deels zoekt in het verleden klinkt ze anders dan de indie-folkies van het moment, maar Seed Of A Seed is zeker geen album dat in het verleden is blijven hangen.

Na 35 minuten ben ik nog lang niet verzadigd, maar gelukkig zijn de songs op het album interessant genoeg om ze flink wat keren te kunnen beluisteren, ook direct achter elkaar. Haley Heynderickx heeft ons wel heel lang laten wachten op de opvolger van I Need To Start A Garden, waardoor ze helaas alweer wat vergeten is, maar met het bijzonder mooie Seed Of A Seed maakt ze duidelijk dat we nog steeds rekening moeten houden met haar bijzondere talent. Erwin Zijleman

Haley Heynderickx & Max García Conover - What of Our Nature (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Haley Heynderickx en Max García Conover - What Of Our Nature - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Haley Heynderickx en Max García Conover - What Of Our Nature
What Of Our Nature vond ik bij eerste beluistering echt veel te traditioneel en ook te sober, maar de songs van Haley Heynderickx en Max García Conover wisten me uiteindelijk toch vrij makkelijk te overtuigen

Ik heb de soloalbums van de Amerikaanse muzikante Haley Heynderickx heel hoog zitten, maar over het album dat ze vorige maand uitbracht met Max García Conover was ik in eerste instantie minder enthousiast. Deels omdat ze de leadvocalen op het album moet delen, maar ook omdat het album wel erg klinkt als een folkalbum van heel lang geleden. Dat laatste is uiteindelijk de kracht van What Of Our Nature en ook de stem van Max García Conover bevalt me inmiddels wel wat beter, al blijf ik een voorkeur houden voor de echt prachtige stem van Haley Heynderickx, die wat mij betreft ook weer heel snel met een nieuwe soloalbum op de proppen mag komen.

Ik ben dit jaar echt geen enkel interessant kerstalbum tegengekomen, al moet ik wel toegeven dat ik er ook niet echt naar heb gezocht. Mijn kerstmuziek bestaat dit jaar uit folk en country en voor vandaag heb ik een album uitgezocht dat ik in eerste instantie eigenlijk wat te traditioneel vond, maar dat me langzaam maar zeker heeft veroverd. Het gaat om What Of Our Nature van Haley Heynderickx en Max García Conover.

Het is een album dat op voorhand kon rekenen op mijn warme sympathie, want ik was zeer gecharmeerd van de albums die Haley Heynderickx de afgelopen jaren uitbracht. Op I Need To Start A Garden uit 2018 en Seed Of A Seed uit 2024 maakte de Amerikaanse singer-songwriter vooral indruk met haar stem, die de songs op haar albums mijlenver optilde.

Het zijn albums met folksongs die vaak lijken weggelopen uit de jaren 60 en 70 en zowel herinneren aan de Laurel Canyon folk als aan de psychedelische folk die op hetzelfde moment in de Verenigde Staten werd gemaakt. Ook op het samen met Max García Conover gemaakte What Of Our Nature maakt Haley Heynderickx folk die ook vele decennia geleden had kunnen zijn gemaakt.

Verschil met de soloalbums van de Amerikaanse muzikante is dat op What Of Our Nature ook haar mannelijke medemuzikant de zang voor zijn rekening neemt en het aandeel van Max García Conover is behoorlijk groot. Ik heb absoluut een voorkeur voor vrouwenstemmen en veer dan ook vooral op wanneer Haley Heynderickx plaats neemt achter de microfoon, maar met de zang van Max García Conover is niet veel mis.

De Amerikaanse muzikant beschikt net als Haley Heynderickx over een stem die gemaakt is voor traditioneel klinkende folk en de stemmen van de twee passen ook nog eens goed bij elkaar. Op What Of Our Nature vertolken de twee songs die zijn geïnspireerd door het leven en het werk van folklegende Woody Guthrie. Het zijn songs die zomaar van de hand van de Amerikaanse folkmuzikant zouden kunnen zijn, want als je mij zou hebben verteld dat What Of Our Nature zestig jaar geleden was gemaakt had ik het zeker geloofd. Zeker Max García Conover herinnert aan folkies uit vervlogen tijden, maar ook Haley Heynderickx zou niet hebben misstaan in de folkscene van de jaren 60.

What Of Our Nature is een album zonder enige opsmuk. Akoestische gitaar en twee stemmen, veel meer is het niet. Ik moest er wel wat aan wennen, maar zeker de songs die worden gezongen door Haley Heynderickx wisten me relatief snel te overtuigen, al is het niet altijd het juiste moment voor de Spartaans klinkende folksongs op het album.

What Of Our Nature is wat mij betreft geen album dat je kunt beoordelen na één keer beluisteren. Ik vond er bij de eerste keer luisteren niet veel aan, maar ontdekte pas bij herhaalde beluistering de ruwe schoonheid van de songs van Haley Heynderickx en Max García Conover.

De songs waarin eerstgenoemde de leadzang voor haar rekening neemt komen bij mij nog altijd harder binnen dan de songs van haar mannelijke metgezel, al waardeer ik de stem en de zang van Max García Conover inmiddels veel meer dan bij eerste beluisteringen van het album. Een kerstalbum is What Of Our Nature zeker niet, maar op een of andere manier vind ik het album goed passen vandaag en ook na vandaag gaat het album nog geregeld terug komen. Erwin Zijleman

Half Moon Run - Sun Leads Me On (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Half Moon Run - Sun Leads Me On - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Een goed begin is het halve werk. Het is een cliché, maar het is ook vaak waar. Neem nu Sun Leads Me On, de tweede plaat van de Canadese band Half Moon Run.

Ik was tot dusver nog niet echt onder de indruk van de muziek van de band uit Montreal, maar de openingstrack van hun tweede plaat is werkelijk wonderschoon. Het is een track die je mee terug neemt naar de melodieuze Westcoast popmuziek uit de jaren 70 en dat is muziek die vaker terugkeert op Sun Leads Me On.

Half Moon Run is nog steeds niet vies van Fleet Foxes achtige folk, maar het geluid op de tweede plaat van de band is veel rijker en avontuurlijker dan het geluid op het debuut, dat me maar matig kon bekoren.

Half Moon Run laat op Sun Leads Me On de zon schijnen met gloedvolle gitaarmuziek, maar het experimenteert zo nu en dan ook flink met elektronica en invloeden uit de Krautrock. In een aantal tracks schuift Half Moon Run op richting de psychedelische Americana van een band als My Morning Jacket, maar Sun Leads Me On flirt ook opzichtig met grootse popmuziek (een aantal tracks doet denken aan Muse, een andere track aan Coldplay). Ook invloeden uit de muziek van stadgenoten The Arcade Fire zijn dit keer duidelijk hoorbaar.

Bands die kiezen voor een dergelijk breed spectrum klinken vaak stuurloos, maar Sun Leads Me On van Half Moon Run is een plaat vol focus en urgentie. Het is een plaat die gebruik maakt van de vele sterke wapens die de Canadese band in huis heeft.

De zang en de koortjes (van CSN allure) op de plaat zijn niet alleen prachtig, maar geven de plaat ook een aangenaam nostalgisch geluid. Het brede en trefzekere instrumentarium draagt bij aan het warme geluid van de plaat, maar is ook de motor van de veelzijdigheid.

Half Moon Run was op haar debuut nog geen hele opvallende band, maar laat op haar tweede plaat horen dat het zich op meerdere terreinen kan onderscheiden. Het is daarom jammer dat Sun Leads Me On tot dusver niet de aandacht en waardering heeft gekregen die de plaat zo verdient. Ik heb de tweede van Half Moon Run zelf ook lang laten liggen, maar vind het inmiddels toch een plaat die met kop en schouders boven de middelmaat uitsteekt. Erwin Zijleman

Half Waif - Lavender (2018)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Half Waif - Lavender - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De naam Half Waif duikt al een tijdje op in lijstjes met muzikanten die je maar beter in de gaten kunt houden, maar tot voor kort had ik nog geen noot van de muziek van de band uit Brooklyn, New York gehoord.

Half Waif is de band rond de Amerikaanse singer-songwriter Nandi Rose Plunkett, die eerder deel uit maakte van de band Pinegrove.

Op Lavender, de derde plaat van Half Waif, maakt deze Nandi Rose Plunkett indruk met bijzondere vocalen en een al even bijzonder klankentapijt.

Op Lavender domineren de synths en deze komen in vele lagen uit de speakers, samen met drums, piano en al even veel lagen van de stem van Nandi Rose Plunkett. Het levert een plaat op met een bijzondere en hier en daar bijna mystieke sfeer.

Lavender zal daarom wat minder in de smaak vallen bij muziekliefhebbers met een allergie voor zweverigheid, maar liefhebbers van klanken die breed uitwaaien en van klanken die beelden van surrealistische landschappen op het netvlies toveren zijn bij Half Waif absoluut aan het juiste adres.

De muziek van de band uit Brooklyn heeft raakvlakken met de bijzondere klanken van Julia Holter, heeft soms wat van Agnes Obel, maar roept bij mij ook met grote regelmaat associaties op met de muziek van Tori Amos, al heeft Nandi Rose Plunkett haar demonen wat beter onder controle en mogen de popliedjes van Half Waif deels vervliegen voor ze uit de speakers komen.

Zeker wanneer de piano de vele lagen synths verdringt, is de muziek van Half Waif wonderschoon en maakt Nandi Rose Plunkett indruk met haar zang, die soms langs de Autotune lijkt gegaan, maar die ook intens en emotievol kan klinken.

Toen ik Lavender van Half Waif voor de eerste keer beluisterde kabbelde de plaat aangenaam maar ook wat anoniem voort op de achtergrond, maar bij aandachtige beluistering en zeker bij beluistering met de koptelefoon openbaart zich een spannend en wonderschoon muzikaal universum.

Het is de muziek die Kate Bush had gemaakt wanneer ze veertig jaar later was geboren, maar Half Waif vindt ook net zo makkelijk inspiratie bij Joni Mitchell of bij Florence & The Machine.

Met het noemen van namen doe je Lavender van Half Waif uiteindelijk tekort, want de bijzondere klanken op de plaat kiezen nadrukkelijk een eigen weg. Het is een weg die waarschijnlijk niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar hoe vaker ik naar deze plaat luister hoe intenser ik de prachtsongs van Nandi Rose Plunkett koester en hoe meer bijzonders ik ontdek in de fascinerende muziek van haar band. En ik weet heel zeker dat deze bijzondere plaat nog lang niet is uitgegroeid. Erwin Zijleman

Half Waif - Mythopoetics (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Half Waif - Mythopoetics - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Half Waif - Mythopoetics
Half Waif gaat het je ook met Mythopoetics weer niet makkelijk maken, maar wat valt er weer veel moois en bijzonders te ontdekken in het unieke muzikale universum van Nandi Rose Plunket

Na het geweldige Lavender uit 2018 viel het vorig jaar verschenen The Caretaker me wat tegen, maar waarschijnlijk heb ik het album niet genoeg tijd gegeven. Die tijd heb ik gelukkig wel gereserveerd voor Mythopoetics en wat is het een mooi en bijzonder album. Het is een album dat alle kanten op kan en dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht de grenzen opzoekt, maar het is ook een album dat je steeds weer nieuwe dingen laat horen en dat je constant heen en weer slingert tussen uitersten als aanstekelijke elektronische popmuziek en muziek die nadrukkelijk het experiment opzoekt. Zeker niet geschikt voor iedereen, maar ik vind het fantastisch.

Ik heb vooralsnog een wat ingewikkelde relatie met de muziek van Half Waif. Het geesteskind van de Amerikaanse muzikante Nandi Rose Plunket betoverde me in 2018 met het bijzonder fraaie Lavender, dat ik omschreef als de muziek die Kate Bush zou hebben gemaakt wanneer ze veertig jaar later zou zijn geboren. Met het vorig jaar verschenen The Caretaker had ik minder, al ben ik het album uiteindelijk wel meer gaan waarderen.

Het nieuwe album van Half Waif, als ik goed geteld heb de vijfde, verscheen deze week en Mythopoetics is een album waar ik in eerste instantie maar lastig grip op kon krijgen. Het album opent prachtig met warme pianoklanken en de mooie stem van Nandi Rose Plunket, die wat plechtig zingt. De openingstrack van het album is weer zo’n track die Kate Bush gemaakt zou hebben wanneer ze een paar decennia later geboren zou zijn, wat je vooral hoort wanneer Nandi Rose Plunket de hogere regionen van haar stem opzoekt.

In de tweede track gaat het echter een totaal andere kant op en wordt de muziek van Half Waif volledig gedomineerd door elektronica. Af en toe vindt Half Waif aansluiting bij de hitgevoelige elektronische popmuziek en R&B van het moment, maar over het algemeen genomen is de muzikante uit New York veel te eigenzinnig voor deze aansluiting. De door elektronica gedomineerde songs op het album komen wat mij betreft het best tot zijn recht wanneer je ze met de koptelefoon beluistert en hoort hoe knap Half Waif het geluid heeft opgebouwd.

Het alter ego van Nandi Rose Plunket blijft op Mythopoetics schakelen tussen de twee uitersten van de eerste twee tracks. Soms klinkt het organisch, soms elektronisch, maar de muziek van Half Waif is altijd spannend en vaak ongrijpbaar. Als ik luister naar Mythopoetics begrijp ik waarom het vorig jaar niet zo wilde lukken met The Caretaker, maar nu ik wat meer geduld heb gehad met het nieuwe album, valt er meer op zijn plek.

Nandi Rose Plunket doet op haar nieuwe album hele mooie dingen met haar stem, die alle kanten op kan en dat ook doet. Je moet absoluut tegen het dramatische in haar stem kunnen, maar juist dat dramatische roept herinneringen op aan Kate Bush en welke vrouwelijke singer-songwriter wil daar nu niet mee worden vergeleken?

Net als Kate Bush kiest Half Waif niet voor de makkelijkste deuntjes, maar moet je constant op je hoede zijn voor verrassende wendingen, dubbele bodems of onverwachte uitbarstingen. Door de complexe songstructuren, het vaak wat experimenteel aandoende elektronische geluid en de bijzondere stem van Nandi Rose Plunket, is Mythopoetics normaal gesproken geen album dat je onmiddellijk weet te veroveren en dat lukte het album bij mij dan ook niet.

Ik weet inmiddels echter dat de songs van Half Waif vragen om gewenning of zelfs moeten rijpen en dat doen de songs op het nieuwe album van de muzikante uit New York op indrukwekkende wijze. Zeker bij beluistering met de koptelefoon blijf je maar mooie dingen horen op het album en langzaam maar zeker worden de wat ongrijpbare songs van Nandi Rose Plunket songs die je alleen maar wilt koesteren. Van intieme singer-songwriter muziek vol emotie tot grootse elektronische popmuziek met een twist, Half Waif beheerst het allemaal en verlegt ondertussen ook nog even wat grenzen. Razend knap album. Erwin Zijleman

Half Waif - See You at the Maypole (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Half Waif - See You At The Maypol - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Half Waif - See You At The Maypol
Nandi Rose Plunkett’s project Half Waif levert met See You At The Maypol een complex maar ook wonderschoon album af, dat zoveel bijzondere details bevat dat het je duizelt, maar uiteindelijk valt veel op zijn plek

De vorige albums van Half Waif werden veelvuldig vergeleken met de muziek van Kate Bush, wat een van de mooiste complimenten is die een muzikant kan krijgen. Ook See You At The Maypol doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Kate Bush, maar Nandi Rose Plunkett heeft de invloeden uit het verleden op bijzondere wijze naar het heden getild. Het nieuwe album van Half Waif imponeert met prachtige klanken en weelderige arrangementen, maar trekt ook de aandacht met de bijzondere stem van Nandi Rose Plunkett en haar persoonlijke songs. Ik vond de vorige albums van Half Waif best lastig, maar See You At The Maypol is een uur lang prachtig.

Half Waif is een project van de klassiek geschoolde muzikante Nandi Rose Plunkett. De muzikante uit New York maakt ook nog lange tijd deel uit van de band Pinegrove, maar ze stopt de afgelopen jaren de meeste energie in haar soloproject. Dat leverde de afgelopen jaren een aantal bijzondere albums op.

Ik ontdekte de muziek van Half Waif zelf in de lente van 2018, toen Lavender, het derde album van het project van Nandi Rose Plunkett verscheen. Op Lavender trok de Amerikaanse muzikante de aandacht met bijzondere elektronische klankentapijten, die werden gecombineerd met de expressieve stem van Nandi Rose Plunkett. Ik omschreef het album destijds zelf als de muziek die Kate Bush zou hebben gemaakt als ze veertig jaar later zou zijn geboren.

De muziek van Half Waif was op Lavender niet altijd makkelijk te doorgronden, maar als je eenmaal werd meegezogen in de bijzondere songs op het album groeide de waardering razendsnel. Dat gebeurde bij mij overigens niet bij beluistering van opvolger The Caretaker, al kan ik achteraf niet goed uitleggen waarom dit zo was.

Met het in 2021 verschenen Mythopoetics overtuigde Half Waif mij weer wel, al was ook dit album met deels door piano gedragen en deels met flink wat elektronica ingekleurde songs zeker niet makkelijk. Mythopoetics krijgt deze week een vervolg met See You At The Maypol en ook dit is weer een album met meerdere gezichten.

Nandi Rose Plunkett kreeg voor het opnemen van haar nieuwe album te maken met ziektegevallen in haar omgeving en kreeg zelf een miskraam. Het voorziet See You At The Maypol van een deken van melancholie, waardoor het niet het wat lichtvoetiger klinkende album is geworden dat Nandi Rose Plunket eigenlijk voor ogen had.

Ook het nieuwe album van Half Waif is weer een complex album, dat het best tot zijn recht komt wanneer je het met de koptelefoon beluistert. Er gebeurt ook dit keer van alles in het deels organische en deels elektronische geluid van de New Yorkse muzikante en het zit ook dit keer razend knap in elkaar.

See You At The Maypol is voorzien van een sfeervol geluid, zeker wanneer strijkers, blazers en de harp goed zijn voor sprookjesachtige klanken, maar onder de oppervlakte broeit er van alles. De muziek op See You At The Maypol is complex en soms lastig te doorgronden, maar de fraaie klanken op het album zijn zeker niet ontoegankelijk.

Ook de zang van Nandi Rose Plunkett is opvallend, maar ook de expressieve stem van de Amerikaanse muzikante is dit keer vooral mooi. Het doet me af en toe wat denken aan de muziek van Tori Amos, maar ook Kate Bush blijft relevant vergelijkingsmateriaal, al is de stem van Nandi Rose Plunkett warmer en minder schel.

Nandi Rose Plunkett heeft met See You At The Maypol een emotioneel album gemaakt en mede hierdoor raakt het album me net wat meer dan zijn voorgangers. In het verleden vond ik de muziek van Half Waif vaak wat ongrijpbaar, maar het nieuwe album van Nandi Rose Plunkett is eigenlijk alleen maar mooi.

Met 17 songs en nagenoeg een uur muziek is See You At The Maypol aan de lange kant, maar door de veelkleurige instrumentatie en de keer op keer bijzondere arrangementen en klanken houdt Nandi Rose Plunkett de aandacht makkelijk vast. Haar vorige albums waren vooral geschikt voor een wat kleiner publiek, maar met See You At The Maypol heeft Half Waif een album gemaakt dat ondanks alle complexiteit een breder publiek verdient. Erwin Zijleman

Hallo Venray - Show (2014)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Hallo Venray - Show - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Hallo Venray vierde twee jaar geleden haar vijfentwintigjarig bestaan met een reissue van haar doorbraakplaat The More I Laugh, The Hornier Due Gets uit 1992 en een tour waarin dit album integraal werd vertolkt. Dat Hallo Venray ook nog nieuwe platen kan maken die er toe doen, bewijst de band uit Den Haag met het geweldige Show, dat onlangs verscheen. De openingstrack Airy zet direct de toon. Heerlijke lome gitaarklanken en dromerige zang, met hier dwars doorheen een tegendraads gitaarloopje dat de track een typische Hallo Venray twist geeft, maar ook wel wat heeft van één van de meest onderschatte bands aller tijden: The Feelies. Ook in de tracks die volgen blijft Hallo Venray citeren uit de geschiedenis van met name de Amerikaanse rockmuziek, maar blijft het ook volledig zichzelf. In Favourite Uncles komt Lou Reed weer even tot leven (en hij komt op de plaat nog een paar keer terug), terwijl de track die volgt weer meer aan Neil Young doet denken. En zo hoor je in iedere track wel iets van een grootheid uit het verleden, maar hiernaast altijd heel veel Hallo Venray. De band was de afgelopen jaren niet heel productief, maar klinkt op Show als een goed geoliede machine. De band beschikt in de persoon van voorman Henk Koorn over een uitstekende zanger en ook het gitaarwerk op de plaat is van grote klasse. De kracht van Hallo Venray schuilt op Show vooral in de veelzijdigheid en eigenzinnigheid. Alle tracks klinken weer net wat anders en het zijn stuk voor stuk tracks waarmee Hallo Venray ook best een hele cd had mogen vullen. Persoonlijk vind ik de tracks met een dromerige mix van Americana en psychedelica het meest indrukwekkend, maar ook de wat stekeligere songs en de opvallend rauwe tracks overtuigen vrij makkelijk en zelfs als Hallo Venray zich op unieke wijze vergrijpt aan Controversy van Prince blijft de band met gemak overeind (sterker nog: de versie van Prince verbleekt bij deze prachtige onderkoelde versie van Hallo Venray). Het is op zich niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat Show nu precies zo’n bijzondere plaat maakt. Wat ik vooral bijzonder vind aan de plaat is dat Show direct bij eerste beluistering klinkt als een plaat die je al decennia kent, maar hiernaast ook iedere keer weer sprankelt en verrast. Hallo Venray springt op Show van de hak op de tak, maar alle 14 tracks op de plaat zijn raak. En goed ook. Hallo Venray heeft de afgelopen 27 jaar haar plekje in de Nederlandse popmuziek weten te veroveren, maar wordt over het algemeen toch net wat lager ingeschat dan de echte top. Met Show bewijst de Haagse band dat het wel degelijk tot deze top behoort. Show is een gitaarplaat met internationale allure. Het is een gitaarplaat die in eerste instantie misschien over komt als een wel erg bonte mix van stijlen, maar uiteindelijk vind ik het toch een coherent geheel met een buitengewoon hoge kwaliteit als verbindend element. Show is door de Nederlandse muziekpers al overladen met superlatieven. Daar ga ik niet overheen proberen te komen, maar ik concludeer bij deze wel dat er geen woord van gelogen is. Hallo Venray vierde haar jubileum met een reissue en een tour, maar zet met Show pas echt de kroon op haar werk. Geweldige plaat. Erwin Zijleman

Halo Maud - Celebrate (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Halo Maud - Celebrate - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Halo Maud - Celebrate
De Franse muzikante Maud Nadal maakt op Celebrate, het tweede album van haar project Halo Maud, bijzondere muziek die niet makkelijk in een hokje is te duwen en die continu van kleur verschiet

Je Suis Une Île, het debuutalbum van Halo Maud, kon bijna zes jaar geleden rekenen op positieve recensies. De muzikante uit Parijs maakte indruk met complexe songs die zowel in muzikaal als in vocaal opzicht op bijzondere wijze waren ingekleurd, maar het knappe van Je Suis Une Île was dat het ondanks de complexiteit van de songs geen hele zware kost was. Het gaat ook weer op voor Celebrate, dat nog wat veelzijdiger en eigenzinniger klinkt, maar dat na enige gewenning wederom een prachtig album blijkt. Het is een album dat niet in een hokje is te duwen, maar dat wel continu het oor streelt met afwisselend bijzonder mooie en bijzonder avontuurlijke passages.

Bij de naam Halo Maud moest ik even heel diep graven in het geheugen. Het debuutalbum van het project van de Franse muzikante Maud Nadal verscheen immers bijna zes jaar geleden. Op Je Suis Une Île combineerde de muzikante uit Paris, die eerder deel uit maakte van de Franse band Melody's Echo Chamber, op bijzondere wijze nogal uiteenlopende invloeden. Het debuutalbum van Halo Maud liet zich absoluut inspireren door een aantal decennia Franse popmuziek, maar kon ook uit de voeten met invloeden uit met name de dreampop en de psychedelica.

Al deze invloeden werden verwerkt in een complex maar toch ook toegankelijk geluid, dat verder werd verrijkt door de bijzondere zang van Maud Nadal, die kon klinken als een Frans zuchtmeisje, maar ook als een Scandinavische ijsprinses. Het laatste zorgde er voor dat Je Suis Une Île meer dan eens werd vergeleken met Björk, maar zelf vond ik deze vergelijking slechts in een beperkt aantal gevallen relevant.

Halo Maud keerde vorige week terug met Celebrate, dat volgt op een stilte van bijna zes jaar. Het is een album dat deels in het verlengde ligt van voorganger Je Suis Une Île, maar Maud Nadal kiest op haar tweede album, dat in Los Angeles werd opgenomen met Deerhoof’s Greg Saunier als producer, ook voor een aantal nieuwe richtingen.

Het eerste dat opvalt bij beluistering van Celebrate is dat de muzikante uit Parijs de Franse taal deels heeft verruild voor het Engels. Verder valt op dat het geluid van Halo Maud nog net wat stekeliger klinkt dan op het debuutalbum, al is ook Celebrate een album dat zowel complex als toegankelijk kan klinken.

De songs van Halo Maud bestaan nog altijd deels uit breed uitwaaiende wolken synths, die herinneren aan de dreampop, maar de zweverige passages op het album worden ruw onderbroken door wat steviger aangezet en verrassend veelkleurig gitaarwerk en door psychedelisch aandoende uitspattingen. Het maakt het geluid van Halo Maud nog wat eigenzinniger en interessanter dan op het debuutalbum.

Het is een geluid waar je waarschijnlijk wel even aan moet wennen, want de Franse muzikante sleept er, samen met flink wat gastmuzikanten, echt van alles bij op haar nieuwe album. Celebrate stapt met zevenmijlslaarzen door genres, door de tijd en over continenten en verschiet zo vaak van kleur dat het je zeker bij eerste beluistering duizelt. Na enige gewenning levert het een fascinerende luistertrip op, die steeds weer nieuwe dingen laat horen.

Het bijzondere geluid van Halo Maud krijgt nog een extra dimensie door de expressieve zang van Maud Nadal, die in de uithalen soms wat aan Björk doet denken, maar wat mij betreft niet voldoende om de IJslandse muzikante continu aan te voeren als belangrijk vergelijkingsmateriaal. De zang op Celebrate kan meerdere kanten op en het veelzijdige karakter ervan wordt versterkt door het continu schakelen tussen Frans en Engels, wat het unieke karakter van de muziek van Halo Maud onderstreept.

Door het complexe karakter valt Celebrate waarschijnlijk makkelijk tussen wal en schip, zeker in een drukke releaseweek als die van vorige week, maar net als het debuutalbum van Halo Maud is ook Celebrate weer een album dat het verdient om beluisterd te worden. Doe dit bij voorkeur een paar keer en de kans is groot dat je er een album bij hebt dat de fantasie eindeloos prikkelt, maar toch niet zorgt voor hoofdpijn. Erwin Zijleman

Halo Maud - Je Suis une île (2018)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Halo Maud - Je Suis Une Île - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Halo Maud is een Franse band rond Maud Nadal (geen familie van), die opgroeide op het Franse platteland, maar inmiddels al een tijdje in Parijs woonde.

Ze maakte even deel uit van de eveneens vanuit Parijs opererende band Melody's Echo Chamber (die binnenkort met een fantastische nieuwe plaat gaat komen), maar formeerde een paar jaar geleden haar eigen band, Halo Maud. Het debuut van de band is inmiddels verschenen en is een bijzondere plaat.

Op Je Suis Une Île verwerkt de band uit Parijs zeer uiteenlopende invloeden. Halo Maud verwerkt lichtvoetige invloeden uit de Franse popmuziek, maar laat op haar debuut ook invloeden uit de dreampop, de psychedelische popmuziek en zelfs een vleugje progrock horen. Het geluid van de band is soms aanstekelijk, maar steekt hier en daar ook complex in elkaar, wat van beluistering van Je Suis Une Île een bijzondere ervaring maakt.

Ook de stem van Maud Nadal laat zich niet zo makkelijk in een hokje duwen. De Française kan net zo verleidelijk klinken als de zuchtmeisjes uit haar vaderland, maar kan ook klinken als een Scandinavische ijsprinses, met Björk als meest extreme vergelijkingsmateriaal.

De stem van Maud Nadal moet voor de meeste verleiding zorgen, maar ik ben toch het meest onder de indruk van het fascinerende klankentapijt dat Halo Maud, met hulp van flink wat gerenommeerde Franse gastmuzikanten, in elkaar heeft geflanst.

Het is een geluid dat begint bij de psychedelische popmuziek uit de jaren 60 en dat via de progrock uit de jaren 70 en de synthpop uit de jaren 80 bij de dreampop uit de jaren 90 terecht komt. De bonte mix van invloeden wordt vervolgens het heden in geslingerd door het sausje Franse pop dat Halo Maud over haar complexe muziek heeft uitgestrooid.

Ook dit Franse sausje is overigens een culinair hoogstandje, want waar Halo Maud het ene moment in een Franse filmsoundtrack uit de vroege jaren 70 lijkt beland, is het het volgende moment onderdeel van de hedendaagse elektropop.

De band uit Parijs verrast niet alleen met een bijzondere mix van invloeden, maar slaagt er ook in om experiment en aanstekelijke melodieën met elkaar te verbinden, waardoor Je Suis Une Île heerlijk klinkt, maar ook spannend genoeg is om je van de eerste tot en met de laatste noot geboeid te houden.

Halo Maud doet zeker denken aan het al eerder genoemde Melody's Echo Chamber, maar de muziek van de band heeft ook wat van een band als Stereolab. Ondertussen hoor ik ook nog wat van Beach House, iets van Portishead of zelfs iets van Pink Floyd, maar door de Franstalige teksten en het Parijse avontuur dat is toegevoegd aan de muziek van Halo Maud, snijden de meeste vergelijkingen uiteindelijk geen hout.

Bij eerste beluistering is Je Suis Une Île een nogal eclectische en overweldigende plaat, maar als alles op zijn plek is gevallen groeit de plaat uit tot een buitengewoon fascinerende en fraaie luistertrip. Erwin Zijleman