MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Babehoven - Light Moving Time (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Babehoven - Light Moving Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Babehoven - Light Moving Time
Babehoven maakt op haar debuutalbum muziek die op van alles en nog wat lijkt, maar door een eigenzinnige mix van invloeden en bijzondere songs weet het Amerikaanse duo zich makkelijk te onderscheiden

Light Moving Time van Babehoven is een bijzonder album. Het is een album dat eigenlijk direct vertrouwd klinkt, maar pas als je het album wat vaker hoort, hoor je hoe bijzonder het is. Het is allereerst de verdienste van de prachtige zang van frontvrouw Maya Bon, maar ook de bijzondere combinatie van invloeden, het mooie geluid en vooral de bijzondere songs van het Amerikaanse duo maken van het debuutalbum van Babehoven een uitstekend album. Het is een album dat makkelijk ondersneeuwt in het enorme aanbod van het moment, maar het is ook een album dat met een beetje geluk kan uitgroeien tot een van de obscure parels van 2022.

Ik had mijn selectie voor deze week eigenlijk al afgerond, toen zowel Pitchfork als Paste het album Light Moving Time van Babehoven aanwezen als een van de opvallendste en beste albums van deze week. Het is een album dat ik niet wilde laten liggen, enerzijds omdat de muziek van Babehoven heel goed aansluit op mijn smaak en anderzijds omdat het debuutalbum van het Amerikaanse duo van hoge kwaliteit is.

Babehoven is een duo uit Hudson, New York, dat bestaat uit Maya Bon en Ryan Albert. Maya Bon schreef de songs voor Light Moving Time en bepaalt met haar stem voor een belangrijk deel het geluid van Babehoven, dat weer fraai geproduceerd is door Ryan Albert. Op de bandcamp pagina van het tweetal worden slechts twee gastmuzikanten genoemd voor beperkte bijdragen, dus ik ga er van uit dat de twee niet alleen tekenen voor de songs, de productie en de zang, maar ook voor de mooie en veelkleurige klanken op het album.

Light Moving Time is het debuutalbum van Babehoven en volgt op een imposante stapel EP’s (ik tel er zeker zes). Omdat ik EP’s door een gebrek aan tijd vrijwel altijd laat liggen, is het debuutalbum van Babehoven mijn eerste kennismaking met de muziek van het duo en het is er een die uitstekend is bevallen en die absoluut naar meer smaakt.

Het Amerikaanse duo maakt muziek met flink wat invloeden uit de indiefolk, maar Maya Bon en Ryan Albert voegen ook invloeden uit de indierock, folkrock, psychedelica en hier en daar een snufje shoegaze toe aan hun muziek. Het debuut van Babehoven klinkt daarom ruwer dan de meeste indiefolk albums en zweveriger dan het gemiddelde indierock album. Die zweverigheid komt deels van de zachte vocalen van Maya Bon, maar ook de instrumentatie heeft de neiging om breed uit te waaien en meerdere kanten op te schieten.

Babehoven kan uit de voeten met mooie en toegankelijke folksongs, maar durft ook te experimenteren in haar songs, onder andere met atmosferische gitaarwolken. Light Moving Time is hierdoor een album waarop veel te ontdekken valt. De muziek van Babehoven heeft iets sobers en intiems, maar het is ook muziek waarin van alles gebeurt en waarin Maya Bon echt prachtig en met veel emotie zingt.

Zeker bij beluistering met de koptelefoon openbaart zich een fascinerend klankentapijt, waarin de tien songs op het album op fascinerende wijze in elkaar grijpen. Het is muziek die op van alles en nog wat lijkt, want Maya Bon en Ryan Albert hebben zich breed laten inspireren wanneer het gaat om genres en de tijd, maar toch zou ik niet direct een album kunnen noemen dat lijkt op het debuut van Babehoven. Qua sfeer heeft het af en toe wat van het ingetogen werk van Mazzy Star, maar buiten de sfeer gaat ook deze vergelijking niet op.

Het unieke karakter van de muziek van Babehoven komt vooral van de bijzondere songs van het tweetal. Het debuut van Babehoven bevat tien songs met een kop en een staart, maar de songstructuren van het Amerikaanse tweetal zijn zeker niet alledaags. Het zijn songs waarin spanningsbogen ontbreken en het tempo laag ligt, maar desondanks is Light Moving Time echt geen moment saai. Het debuutalbum van Babehoven veroverde mij onmiddellijk, maar ik kan me ook voorstellen dat dit een album is waarvan je moet leren houden. Ik omarm het zelf als een van mijn favorieten voor de kleine uurtjes van het moment. Erwin Zijleman

Babehoven - Water's Here in You (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Babehoven - Water's Here In You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Babehoven - Water's Here In You
Het New Yorkse duo Babehoven trok in 2022 echt veel te weinig aandacht met het prachtige Light Moving Time en verdient een veel beter lot met het nog mooiere en indrukwekkendere Water’s Here In You

Tussen de stapel nieuwe albums van deze week zal het nieuwe album van Babehoven waarschijnlijk niet direct opvallen, maar het is, net als zijn voorganger, een prachtig album dat echt alle aandacht verdient. Maya Bon en Ryan Albert maken indiefolk met een ruw randje en tekenen voor intieme en melodieuze songs vol verrassingen. De instrumentatie op Water’s Here In You is echt prachtig en kleurt fraai bij de al even mooie stem van Maya Bon. Zeker in de meer ingetogen momenten maakt Babehoven dromerige en bezwerende muziek en het is muziek die zich steeds weer als een warme deken om je heen slaat. Ik ben gek op het debuut van Babehoven, maar album nummer twee is nog een stuk beter.

Ik was in de herfst van 2022 zeer gecharmeerd van Light Moving Time, het debuutalbum van het Amerikaanse duo Babehoven. Het tweetal uit Hudson, New York, trok op haar eerste album, dat volgde op een respectabel aantal EP’s, makkelijk de aandacht met de mooie heldere stem van Maya Bon, maar ook de productie van haar metgezel Ryan Albert viel in positieve zin op.

Light Moving Time kreeg vooral het etiket indiefolk opgeplakt, maar vergeleken met de meeste andere albums in dit genre vond ik de muziek van Babehoven een stuk veelzijdiger. De folky songs van Maya Bon en Ryan Albert waren immers ook voorzien van invloeden uit onder andere indierock, folkrock, psychedelica zelfs een beetje shoegaze, maar dit ging niet ten koste van de intimiteit van de songs.

Voor een indiefolk album klonk het debuutalbum van Babehoven niet alleen verrassend veelzijdig, maar ook aangenaam ruw, waardoor het album er voor mij makkelijk uitsprong in de herfst van 2022. Het New Yorkse tweetal had haar songs ook nog eens bijzonder fraai en avontuurlijk ingekleurd, waardoor iedere track op het album weer een aangename verrassing was.

Helaas kreeg het debuutalbum van Babehoven maar heel weinig aandacht, zeker in Nederland. Op het muziekplatform Musicmeter werd buiten mijn recensie geen enkele reactie geplaatst, wat gezien de kwaliteit van het album best bijzonder mag worden genoemd. Ook het deze week verschenen Water’s Here In You zal het in een hele drukke releaseweek waarschijnlijk weer moeten doen met bescheiden aandacht, maar Maya Bon en Ryan Albert wisten mij weer direct te overtuigen.

Ook op Water’s Here In You namen de twee muzikanten uit New York de touwtjes weer stevig in handen, want Maya Bon en Ryan Albert deden ook dit keer vrijwel alles zelf. Dat is niet ten koste gegaan van de kwaliteit, want in productioneel, muzikaal en vocaal opzicht is het tweede album van Babehoven nog wat indrukwekkender dan zijn voorganger.

Ook Water’s Here In You is een album dat met enige fantasie in het hokje indiefolk past, maar ook op hun tweede album verwerken Maya Bon en Ryan Albert andere invloeden en zorgen ze voor een wat ruw randje, waardoor het net wat opvallender klinkt dan het gemiddelde indiefolk album.

Ik had direct bij eerste beluistering weer een enorm zwak voor de stem van Maya Bon, die in de verte wat aan Edie Brickell doet denken, maar nu ik het album meerdere keren heb beluisterd ben ik vooral onder de indruk van de geweldige songs op Water’s Here in You. Het duo uit New York tekent op haar tweede album voor heerlijk melodieuze songs en het zijn opvallend warmbloedige songs, die worden gedragen door akoestisch en elektrisch gitaarspel of dromerige synths, waaraan uiteenlopende instrumenten zijn toegevoegd.

Babehoven maakt muziek waarbij het aangenaam luieren of wegdromen is, maar de songs van de band zijn ook niet wars van de nodige melancholie. Maya Bon en Ryan Albert maken lekker in het gehoor liggende songs, maar zoeken ook zeker het experiment of de minder makkelijke weg, waardoor de songs op Water’s Here In You steeds interessanter worden. Net als op het vorige album lijkt Babehoven in een van de tracks Mazzy Star te eren, maar verder valt het New Yorkse tweetal vooral op door een bijzonder fraai eigen geluid. Erwin Zijleman

Bachelor - Doomin' Sun (2021)

poster
4,0
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bachelor - Doomin' Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bachelor bundelt de krachten van Jay Som en Palehound en combineert de dromerige popliedjes van de een met de gruizige rocksongs van de ander met een verrassend goed resultaat

Vlak voor de coronapandemie de wereld lam legde, namen Melina Duterte (Jay Som) en Ellen Kempner (Palehound) samen een aantal songs op, die nu zijn terecht gekomen op het debuut van Bachelor. Samen met wat muzikale vrienden werd een aantal dromerige popliedjes met een gruizige twist opgenomen. Het klinkt nog altijd prachtig, maar door de wat ruwere klanken heeft de muziek van Bachelor een bite, die verrassend goed past bij de dromerige vocalen op het album. Samenwerkingen als deze vallen lang niet altijd goed uit, maar de vrouwen achter Jay Som en Palehound slagen er in om elkaar te versterken op dit bijzonder aangename debuut van Bachelor.

Bad Bad Hats - Bad Bad Hats (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Bad Bad Hats - Bad Bad Hats - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Bad Bad Hats - Bad Bad Hats
Ook het vierde album van Bad Bad Hats werd afgelopen voorjaar slechts in kleine kring opgemerkt, maar de frisse en avontuurlijke popsongs van Kerry Alexander en Chris Hoge verdienen absoluut een groter publiek

Het eerder dit jaar verschenen titelloze album van de Amerikaanse band Bad Bad Hats kwam ik de afgelopen weken slechts in één jaarlijstje tegen, maar het was gelukkig wel een lijstje dat ik serieus nam. Het heeft me een eigenzinnig, maar ook bijzonder lekker popalbum opgeleverd. Kerry Alexander en Chris Hoge hebben zich laten inspireren door een flinke bak vol invloeden en hebben al deze invloeden samengesmeed tot popsongs die anders klinken dan de meeste andere popsongs van het moment. De muziek van Bad Bad Hats klinkt niet alleen anders, maar is ook spannend. Het zijn bovendien popsongs die zich direct bij de eerste keer horen genadeloos opdringen. Wat een verrassing dit album.

Bij het grasduinen in de stapels jaarlijstjes die de afgelopen weken zijn gepubliceerd kwam ik natuurlijk heel veel albums tegen die ik het afgelopen jaar heb beluisterd, maar ik hield ook een respectabel lijstje albums over die ik, nieuwsgierig geworden door lovende woorden en mooie omschrijvingen, de komende weken nog eens ga beluisteren. Veel van deze albums schuif ik overigens vrij snel terzijde omdat ze toch niet aansluiten bij mijn smaak, maar ik ben ook al een aantal albums tegen gekomen die ik niet graag had gemist.

Het titelloze album van Bad Bad Hats is een van deze albums. Omdat het een titelloos album betreft en ik echt nog nooit van Bad Bad Hats had gehoord, ging ik er van uit dat het om een debuutalbum ging, maar het blijkt al het vierde album van de band uit Minneapolis, Minnesota. De basis van Bad Bad Hats wordt gevormd door zangeres Kerry Alexander en multi-instrumentalist Chris Hoge, maar ook de drummer van de band (Con Davison) draait al een tijdje mee en is ook weer te horen op het nieuwe album.

Dat ik nog niet eerder van Bad Bad Hats had gehoord is niet zo heel gek, want het talent van Kerry Alexander en Chris Hoge werd de afgelopen jaren slechts in kleine kring op de juiste waarde geschat. Aan de kwaliteit van de albums van de twee ligt het niet, want alles dat Bad Bad Hats tot dusver heeft uitgebracht klinkt erg leuk. De muziek van het duo uit Minneapolis wordt wel steeds beter, want het afgelopen voorjaar verschenen vierde album sla ik een stuk hoger aan dan de drie albums en de drie EP’s die er aan vooraf gingen.

Kerry Alexander en Chris Hoge maken muziek die het best kan worden omschreven als indiepop. Het is fris klinkende indiepop en bovendien indiepop die in muzikaal opzicht andere paden bewandelt dan gebruikelijk in dit genre. Een band uit Minneapolis is bijna per definitie schatplichtig aan het werk van Prince en ook in de muziek van Bad Bad Hats hoor ik wel wat van de muziek van Prince. Het zit hem vooral in het gebruik van gitaren en synths, in de achtergrondzang en in de ritmes op het album, dat me af en toe wel wat doet denken aan de muziek van Wendy & Lisa, die jaren in The Revolution, de band van Prince speelden.

De invloed van Prince op het werk van Bad Bad Hats is overigens zeer subtiel en beperkt, want Kerry Alexander en Chris Hoge maken frisse en eigentijdse popmuziek en bovendien popmuziek die alle kanten op kan. De muziek van Kerry Alexander en Chris Hoge klinkt soms wat lo-fi, is af en toe wat steviger, maar strooit vooral met hopeloos aanstekelijke popsongs, die meer dan eens een jaren 80 of 90 vibe hebben. Het zijn popsongs die aan van alles en nog wat doen denken, maar uiteindelijk nergens echt op lijken.

De twee muzikanten uit Minneapolis doen op hun vierde album precies waar ze zelf zin in hebben en hebben een flinke stapel genres en stijlen in de blender gegooid met dit bijzondere album als resultaat. Het vierde album van Bad Bad Hats sprankelt in muzikaal opzicht en klinkt nog wat lekkerder door de prima stem van Kerry Alexander, die de songs van de band nog wat aangenamer maken.

In net iets meer dan een half uur tijd jaagt het duo er tien onweerstaanbare popsongs doorheen. Het zijn songs die de fantasie prikkelen, maar die ook grenzeloos vermaken. Ik kom het album bijna nergens tegen, maar AllMusic.com schaart het album terecht onder de betere indie albums van 2024. Wereldberoemd gaat Bad Bad Hats vast niet worden, maar wat is dit een leuk album. Erwin Zijleman

Band of Horses - Things Are Great (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Band Of Horses - Things Are Great - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Band Of Horses - Things Are Great
Het was zes jaar stil rond Band Of Horses, maar op haar nieuwe album hervindt de Amerikaanse band de goede vorm van de eerste twee albums en levert het een van haar beste albums tot dusver af

De spanning was wel wat weg op de laatste albums van Band Of Horses, waarna het ook nog eens lange tijd stil werd. Deze spanning is helemaal terug op Things Are Great, waarop de band uit Charleston, South Carolina, weer net zo gedreven en dynamisch klinkt als op haar vroege albums. Things Are Great schakelt op zeer fraaie wijze tussen melodieuze en dromerige passages en gitaaruitbarstingen en maakt muziek die zeer aangenaam vermaakt, maar je ook op het puntje van de stoel houdt. In muzikaal opzicht is het smullen, waarna de karakteristieke stem van voorman Ben Bridwell en zijn persoonlijke teksten Things Are Great nog wat verder optillen.

Het nieuwe album van Band Of Horses werd grotendeels voor de corona pandemie opgenomen en vervolgens ook nog eens tweemaal uitgesteld, maar deze week is Things Are Great dan eindelijk verschenen. Het is niet de meest gelukkige week om een album met deze titel uit te brengen, maar verder is het toch vooral goed nieuws dat het uit 2016 stammende Why Are You OK eindelijk een opvolger heeft gekregen.

De cover van Things Are Great ziet er vertrouwd uit en ook in muzikaal opzicht is het zesde album van de band die ooit begon in Seattle, Washington, maar inmiddels al vele jaren vanuit Charleston, South Carolina, opereert, een feest van herkenning. De band is sinds haar debuut Everything All The Time uit 2006 wat heen en weer geschoten tussen indierock, folkrock, countryrock en hier en daar wel erg toegankelijke pop, maar op Things Are Great keert de band terug naar de basis. Things Are Great klinkt als de logische opvolger van de eerste twee albums van de band en is weer wat verder verwijderd van het zes jaar geleden niet heel enthousiast ontvangen Why Are You OK.

De band zag de afgelopen jaren wat bandleden vertrekken, maar voorman Ben Bridwell is uiteraard gebleven. Met zijn karakteristieke stem bepaalt hij nog altijd voor een belangrijk deel het geluid van Band Of Horses, maar waar de muzikale inspiratie op de laatste twee albums af en toe wat zoek leek, heeft de band deze inspiratie weer helemaal gevonden op Things Are Great.

Band Of Horses is weer wat opgeschoven richting rock, wat overigens niet betekent dat de invloeden uit de folkrock, countryrock en dromerige pop helemaal zijn verdwenen uit het geluid van de band. Ook Things Are Great klinkt op veel momenten aards, loom en dromerig, maar waar het geluid op de vorige albums wel eens wat gezapig kon klinken, klinkt Things Are Great tien songs lang urgent.

Band Of Horses klinkt weer urgent omdat de dynamiek terug is in de muziek van de Amerikaanse band. Ook Things Are Great kan meedogenloos verleiden met melodieuze en dromerige passages, maar de gitaren kunnen ook zomaar uit de bocht vliegen, waardoor de spanningsbogen terug zijn in de muziek van de band.

Door de bijzondere stem van Ben Bridwell en de flinke dosis melancholie die hij in zijn zeer persoonlijke teksten stopt, is Things Are Great van de eerste tot en met de laatst noot een typisch Band Of Horses album, maar zo goed als op het nieuwe album had ik de band al een tijdje niet meer gehoord.

Het album opent vooral loom, maar het tweede deel van het album is een stuk intenser en ook wat spannender. Het is lastig kiezen tussen de dromerige en de wat meer dynamische songs op het album, want alles op Things Are Great is even mooi. Na zes jaar stilte had ik geen overdreven hoge verwachtingen van een nieuw album van Band Of Horses, maar de nieuwe songs behoren absoluut bij het mooiste dat de Amerikaanse band tot dusver heeft gemaakt.

Laten we hopen dat de titel van het album binnen afzienbare tijd weer van toepassing is op de wereld waarin we leven, maar als ik me beperkt tot de muziek op het zesde album van Band Of Horses, kan ik alleen maar beamen dat alles weer fantastisch is. Band Of Horses had ooit alles om een hele grote band te worden en klinkt op Things Are Great als deze hele grote band. Erwin Zijleman

Band of Horses - Why Are You OK (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Band Of Horses - Why Are You OK - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Je hebt van die bands die al jarenlang prima platen maken, maar die er op een of andere manier maar niet in slagen om de aandacht vast te houden, waardoor die prima platen na de eerste luisterbeurten voorgoed in de platenkast verdwijnen.

Band Of Horses is voor mij zo’n band. De eerste vier platen van de band uit Seattle vond ik allemaal uitstekend, maar ik kan me niet herinneren dat ik ze de afgelopen jaren uit de kast heb gehaald of op Spotify heb afgespeeld.

Omdat de positieve indruk van de band kennelijk wel in het geheugen was opgeslagen, was ik wel weer nieuwsgierig naar de nieuwe plaat van Band Of Horses en ook Why Are You OK stelt me na de eerste beluisteringen weer niet teleur.

Band Of Horses koos op het al weer vier jaar oude Mirage Rock aan de hand van de legendarische producer Glyn Johns voor een geluid met wat minder rock en wat meer countryinvloeden en slaat ook op Why Are You OK weer nieuwe wegen in.

De keuze van de producer heeft hier zeker invloed op gehad, want mede door de inbreng van voormalig Grandaddy voorman Jason Lytle klinkt de vijfde plaat van Band Of Horses geregeld wat moderner, zweveriger en elektronischer dan zijn voorgangers.

Mede omdat Why Are You OK ook nadrukkelijk teruggrijpt op de eerdere platen van de band, is de vijfde van Band Of Horses vooralsnog niet erg positief ontvangen. De plaat wordt weinig consistent genoemd, maar ook over het niveau van de songs bestaat dit keer nogal wat twijfel.

De kritiek op de consistentie kan ik wel begrijpen. Op Why Are You OK rockt Band Of Horses als in haar beste dagen, maar is er ook volop ruimte voor de countryrock die de band op haar vorige plaat zo hartstochtelijk omarmde en hiernaast ook nog eens ruimte voor de invloeden uit de neo-psychedelica die Jason Lytle heeft toegevoegd aan de nieuwe plaat.

Het zogenaamde gebrek aan consistentie vind ik persoonlijk overigens eerder een pré dan een bezwaar. Door de variatie blijven de songs beter hangen en maken ze op mij ook meer indruk.

Ook over de kwaliteit van de songs heb ik niets te klagen. Why Are You OK bevat aangename countryrock songs die de zon onmiddellijk laten schijnen, maar bevat ook voldoende avontuurlijke songs die de fantasie prikkelen.

Om te testen of Why Are You OK, net als zijn voorgangers, snel vervliegt heb ik de plaat voor het schrijven van deze recensie wat vaker voorbij laten komen, maar ik heb nog steeds het idee dat Why Are You OK een blijvertje is, dat ook over een aantal maanden nog uit de speakers komt.

Er zijn misschien redenen om deze plaat af te branden, maar oordeel vooral zelf. Ik vind de vijfde van de band uit Seattle in ieder geval een bijzonder aangename verrassing met een aantal echte parels. Erwin Zijleman

Banks - Goddess (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Banks - Goddess - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Achter Banks gaat de Amerikaanse singer-songwriter Jillian Banks schuil. Van de uit Los Angeles afkomstige Banks, die vorig jaar al eens werd omschreven als de missing link tussen Fiona Apple en Massive Attack, wordt al maanden heel veel verwacht, wat de verwachtingen met betrekking tot haar debuutplaat Goddess flink heeft opgeschroefd.

Ook mijn verwachtingen met betrekking tot dit debuut waren bijzonder hoog. Aan de hoogtijdagen van Massive Attack bewaar ik immers goede herinneringen en Fiona Apple schaar ik onder mijn favorieten c.q. muzikale helden.

Mede hierdoor viel Goddess in eerste instantie toch wat tegen. Ik hoor op het debuut van Jillian Banks inderdaad wel wat van Massive Attack, maar weinig tot niets van Fiona Apple.

Nadat ik me eenmaal over deze teleurstelling heen had gezet, begon het debuut van Banks echter toch wel te groeien en inmiddels heb ik wel wat met deze plaat. Denk op zoek naar vergelijkingsmateriaal niet langer aan Massive Attack en zeker niet aan Fiona Apple, maar denk aan platen van veel recentere datum en met name aan die van Lorde en London Grammar. Ook dit is overigens vergelijkingsmateriaal dat niet oneindig mee gaat, want Jillian Banks heeft ondanks haar leeftijd (ze is pas 26) en haar debuterende status een opvallend eigen geluid gecreëerd.

Het is een geluid dat wordt bepaald door donkere en soms bijna beklemmende elektronische klankentapijten (deels afkomstig van Sohn), door tegendraadse ritmes en door een stem die heel veel kanten op kan.

De stem van Jillian Banks is absoluut een van de meest bijzondere ingrediënten op Goddess. Banks kan net zo vervreemdend klinken als Lorde, maar kan ook imponeren met een soulvolle strot of beangstigen met een stem als een misthoorn.

De veelzijdigheid van de stem van Jillian Banks en haar constante schakelen tussen zwoel verleiden en stevig uithalen voorzien Goddess van veel dynamiek. Het is dynamiek die weer prachtig contrasteert met de wat onderkoelde en vaak lome instrumentatie op de plaat. Het is overigens een instrumentatie die voornamelijk de lagere noten op het keyboard gebruikt (heb ik toch nog een overeenkomst met de muziek van Fiona Apple gevonden).

Goddess valt op door betoverend mooie, maar ook vaak wat beklemmende of op zijn minst donkere klanken. Het zijn klanken die eindeloos uit lijken te waaien, maar Banks houdt haar songs in het gareel door gebruik te maken van sturende of juist alle kanten op schietende ritmes.

Door het bijzondere elektronische klankentapijt en de veelzijdige stem van Jillian Banks weet Banks zich op haar debuut met gemak te onderscheiden van haar in het R&B segment opererende soortgenoten en slaat ze, net als Lorde, een brug naar de muziekliefhebber die van wat meer muzikale uitdagingen houdt.

Zelf koester ik het debuut van Banks inmiddels en is het, zeker als de zon onder is, een uiterst sfeervol einde van de dag. De verwachtingen waren zoals gezegd (te) hooggespannen, maar wat mij betreft maakt Banks ze nog waar ook. Erwin Zijleman

bar italia - Some Like It Hot (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: bar italia - Some Like It Hot - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: bar italia - Some Like It Hot
Met Tracey Denim en The Twits schaarde de Britse band bar italia zich in 2023 onder de leukste nieuwe bands van dat jaar en dat dit geen toevalstreffers waren bewijst de band deze week met het zeker niet mindere Some Like It Hot

Er doken in 2023 heel wat nieuwe bands op, maar er waren niet veel bands die zo fris en eigenzinnig klonken als bar italia. De band maakte in 2023 ook nog eens indruk met twee albums binnen een paar maanden tijd en dit zonder te verslappen. Voor het deze week verschenen Some Like It Hot heeft bar italia net wat meer tijd genomen. De band klinkt meer ervaren dan twee jaar geleden, waardoor de muziek op Some Like It Hot wat minder lo-fi klinkt. De band heeft het rammelende karakter van haar muziek gelukkig niet volledig afgezworen, want bar italia maakt nog altijd muziek die even eigenzinnig als onweerstaanbaar is. Ook de veelheid aan invloeden is gebleven, waardoor ook Some Like It Hot weer twaalf tracks lang weet te verrassen.

De Britse band bar italia bracht in 2020 en 2021 twee mini-albums uit, die misschien nog geen onuitwisbare indruk maakten, maar die op een of andere manier wel naar meer smaakten. Toen dat meer er in 2023 kwam werd al snel duidelijk dat mijn goede gevoel over de mini-albums van bar italia echt volkomen terecht was.

In 2023 bracht bar italia binnen een paar maanden uit twee albums uit en ik vond het lastig kiezen tussen Tracey Denim en The Twits, al heb ik achteraf bezien net wat meer met Tracey Denim. Beide albums vielen op door een eigenzinnige mix van invloeden en door stekelige songs die de fantasie prikkelden, maar die ook direct vanaf de eerste keer horen hopeloos verslavend waren.

De leden van de Britse band maakten in 2023 nog niet heel lang muziek en Tracey Denim en The Twits rammelden dan ook aan alle kanten. Het rammelende karakter was aan de ene kant een beperking, maar aan de andere kant ook de charme van de muziek van de band uit Londen.

Na de release van de twee albums in 2023 heeft bar italia vaak op het podium gestaan en is er veel geleerd. Het zorgt er voor dat het deze week verschenen Some Like It Hot in muzikaal opzicht een stuk volwassener klinkt dan zijn twee voorgangers, wat je met name hoort in het gitaarwerk, maar de muziek van bar italia heeft nog altijd iets ruws en spontaans.

Wat ook is gebleven is de bijzondere mix van invloeden, want ook op Some Like It Hot schiet de muziek van bar italia meerdere kanten op. Ook op haar nieuwe album is de Britse band niet vies van invloeden uit de postpunk, maar Some Like It Hot is zeker geen postpunk album. Naast invloeden uit de postpunk zijn ook invloeden uit de indierock te horen en ik kan nog wel tien genres noemen die invloed hebben gehad op de songs op Some Like It Hot.

Net als op de vorige albums sleept bar italia een aantal decennia Britse popmuziek met zich mee, maar de band kan ook Amerikaans klinken, zeker wanneer ik vooral associaties heb met de meedogenloos onweerstaanbare songs die de New Yorkse band The Strokes maakte op haar debuutalbum.

Het geluid van bar italia blijft ook op Some Like It Hot verrassend veelzijdig, wat alles te maken heeft met het feit dat de band in de personen van zangeres Nina Cristante en zangers Tarik Fehmi en Sam Fenton beschikt over maar liefst drie aansprekende stemmen. Het zijn stemmen die de songs van bar italia steeds weer een net wat andere kant op duwen, maar op een of andere manier sluiten de songs, waarin steeds weer net wat andere vocale accenten worden gelegd, ook naadloos op elkaar aan.

Ik had heel veel met de ruwe charme van de vorige twee albums van bar italia, maar de groei die de band in muzikaal opzicht heeft doorgemaakt is niet ten koste gegaan van het aangenaam ruwe karakter van de net wat voorzichtiger rammelende songs op Some Like It Hot. Een aantal songs op Some Like It Hot is ook niet zo heel ver verwijderd van de songs op Tracey Denim en The Twits, maar bar italia slaat ook een aantal keren nieuwe wegen in met mooie en meer ingetogen songs.

Alles bij elkaar is bar italia er op haar derde album in geslaagd om haar geluid naar een wat hoger niveau te tillen zonder dat dit ten koste is gegaan van alles dat de vorige twee albums van de Britse band zo leuk en onweerstaanbaar maakte. De mate van onweerstaanbaarheid groeide bij mij overigens bij herhaalde beluistering van Tracey Denim en The Twits en ik ga er van uit dat dit bij herhaalde beluistering van Some Like It Hot niet anders zal zijn. Erwin Zijleman

bar italia - The Twits (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: bar italia - The Twits - dekrentenuitdepop.blogspot.com

bar italia - The Twits
Nog geen half jaar na haar debuutalbum Tracey Denim keert de Britse band bar italia terug met een tweede album en The Twits is nog wat beter en interessanter dan het terecht zo geprezen debuut van de band uit Londen

Tracey Denim van bar italia staat op de groslijst voor mijn jaarlijstje over 2023, maar een van de meest interessante en eigenzinnige gitaarplaten van het jaar krijgt op de valreep nog stevige concurrentie uit onverwachte hoek. Met The Twits levert bar italia immers nog een album af en het tweede album van de Britse band klinkt volwassener, evenwichtiger en interessanter. Bovendien laat de band in zowel vocaal als muzikaal opzicht groei horen, waardoor The Twits nog net een stukje beter is dan het droomdebuut van de band uit Londen. De songs van de band zijn misschien net wat toegankelijker, maar bar italia heeft op het knappe The Twits ook absoluut haar eigenzinnigheid behouden.

De Britse band bar italia debuteerde het afgelopen voorjaar verrassend sterk met Tracey Denim. Verrassend sterk omdat ik de twee mini-albums die aan het debuutalbum vooraf gingen behoorlijk wisselvallig en ongrijpbaar vond. Eerlijk gezegd vond ik er niet veel aan, waardoor ik geen hoge verwachtingen had van Tracey Denim, maar het album wist me enorm te verrassen. Ook op Tracey Denim serveerde bar italia zeker geen hapklare brokken, maar het popliedje met een kop en een staart was op het debuutalbum zeker niet volledig uit het oog verloren.

Op haar debuutalbum liet de Britse band zich beïnvloeden door een aantal decennia Britse en Amerikaanse rockmuziek, met invloeden uit de postpunk, Britpop, Madchester, 90s indierock, slowcore, postpunk, noiserock, grunge en shoegaze als belangrijkste ingrediënten. Het zijn invloeden die werden gecombineerd met het nodige experiment, waardoor de songs van de Britse band direct opvielen binnen het aanbod van dat moment. Tracey Denim was een sterk en veelzijdig album en die veelzijdigheid werd versterkt door de vocalen van zangeres Nina Cristante en zangers Tarik Fehmi en Sam Fenton, die alle drie op hun eigen manier hun invloed uitoefenden op het geluid van bar italia.

Het debuutalbum van bar italia is nog geen half jaar oud, maar deze week keert de band uit Londen alweer terug met haar tweede album. The Twits gaat verder waar Tracey Denim zes maanden geleden ophield en klinkt daarom direct vertrouwd. Op hetzelfde moment laat bar italia op haar tweede album flinke groei horen, wat gezien de korte tijd die tussen de twee albums zit een bijzondere prestatie is.

Op The Twits heeft Nina Cristante een net wat groter deel van de zang naar haar toe getrokken en dat vind ik persoonlijk een goede zaak. Haar zang geeft bar italia een bijzonder eigen geluid, wat overigens wel wordt versterkt door de trefzekere aanvullende zangpartijen van haar mannelijke collega’s in de band. De zang op The Twits is mooier dan op het debuutalbum van bar italia en dat geldt ook zeker voor het gitaarwerk, dat wat minder gejaagd en wat melodieuzer en veelkleuriger is.

De muziek van bar italia klinkt op The Twits nog wat psychedelischer dan op het debuutalbum van de Britse band, maar de bijzondere combinatie van aan de ene kant 1001 invloeden en aan de andere kant flink wat experiment is gebleven. The Twits citeert wat nadrukkelijker uit de archieven van de postpunk en bevat bovendien een groter aantal min of meer conventionele popsongs, maar het is nog altijd geen dertien in een dozijn gitaarmuziek die bar italia maakt. De Britse band heeft haar songs tenslotte nog wat beter uitgewerkt wat de muziek van bar italia interessanter en aantrekkelijker maakt.

The Twits werd afgelopen zomer opgenomen op het Spaanse vakantie-eiland Mallorca, maar de muziek van bar italia is ook dit keer vooral donker en wat somber. Met Tracey Denim maakte bar italia eerder dit jaar een album voor de jaarlijstjes en waarschijnlijk is de band met het in kwalitatief opzicht betere The Twits te laat voor deze lijstjes, maar als ik moet kiezen, kies ik absoluut voor het nieuwe album van de Britse band, die er weer in slaagt om te verrassen met haar creativiteit maar ook steeds meer met goede songs. Erwin Zijleman

bar italia - Tracey Denim (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: bar italia - Tracey Denim - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De Britse band bar italia hoort bij de eigenzinnigere bands van de Londense muziekscene, maar op het deze week verschenen Tracey Denim heeft de schoonheid het wat mij betreft gewonnen van het experiment

De twee mini-albums die de Britse band bar italia de afgelopen twee jaar uitbracht, waren wat mij betreft te wisselvallig en pretentieus om de band te scharen onder de grote beloften van de Britse popmuziek, maar met Tracey Denim bewijst de band uit Londen mijn ongelijk. Het debuutalbum van de band is nog altijd behoorlijk ongrijpbaar en bij vlagen tegendraads, maar de band is dit keer de popsong met een kop en een staart niet vergeten. Het zijn popsongs met een fantastisch spelende ritmesectie en wonderschoon gitaarwerk. De Britse band verwerkt flink wat ingrediënten uit de rockmuziek van de jaren 90 tot een uniek eigen gerecht, dat na enige gewenning steeds beter en fascinerender smaakt.

De Britse band bar italia bracht de afgelopen twee jaar al twee mini-albums uit, die ik bij vlagen heel interessant vond, maar die ook wel erg wisselvallig en ongrijpbaar waren en me uiteindelijk toch onvoldoende wisten te overtuigen. Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van het deze week verschenen debuutalbum van de band uit Londen, maar op Tracey Denim zijn de goede ideeën gebleven en is de wisselvalligheid grotendeels verdwenen.


De muziek van de Britse band, die haar naam ontleende aan een song van Pulp op het album Different Class, is nog altijd een vat vol tegenstrijdigheden. Ik hoor invloeden uit de postpunk, maar ook invloeden uit de Britpop, madchester, 90s indierock, slowcore, shoegaze en zelfs een beetje grunge, maar de muziek van bar italia past in geen van deze hokjes. Dat is ook niet zo gek, want Tracey Denim is een album waarop met grote regelmaat het experiment wordt gezocht. Dat sloeg op de minialbums van de band wat te ver door, maar op Tracey Denim heeft de band uit Londen de balans gevonden tussen enigszins toegankelijke songs en ongebreideld experiment.

Ook op haar debuutalbum kiest bar italia voor niet alledaagse songstructuren, maar de songs van de band bevatten ook betoverend mooie passages, bijvoorbeeld wanneer fraai repeterende gitaarloopjes worden gecombineerd met de stem van zangeres Nina Cristante, zie zich hier en daar in net zulke bijzondere bochten wringt als de snaren van de gitaren. Zeker wanneer de Italiaanse zangeres tekent voor de vocalen heeft de muziek van bar italia iets zwoels en tegendraads, maar ook wanneer ze de zang overlaat aan haar mannelijke collega Tarik Fehmi, heeft de muziek van de Britse band iets dromerigs en ongrijpbaars.

Wanneer invloeden uit de postpunk hoorbaar zijn en diepe bassen en staccato gitaarwerk de songs van bar italia domineren, is de muziek van de band uit Londen behoorlijk donker en hoor ik hier en daar iets van het donkerste werk van The Cure, maar de muziek van bar italia kan ook lichter of zweveriger klinken. De Britse band maakt het je op haar debuutalbum nooit echt makkelijk, maar waar ik bij beluistering van de mini-albums van de band vooral werd afgeleid door een verrassende wending en tegendraadse toevoeging teveel, houdt Tracey Denim me de hele speeldeur van een kleine drie kwartier op het puntje van de stoel.

In die kleine drie kwartier jaagt bar italia er maar liefst vijftien songs doorheen, maar dat is wat mij betreft een verstandige keuze. Ook wanneer de band flink experimenteert blijven de korte songs van de band voldoende toegankelijk en hierdoor interessant. In muzikaal opzicht is het smullen van het fantastische drumwerk en het bij vlagen wonderschone gitaarwerk, maar ook in vocaal opzicht overtuigt bar italia wat mij betreft volledig.

Tracey Denim is een album dat zeker bij eerste beluistering wat tegen de haren instrijkt, want de band uit Londen maakt muziek die lak heeft aan de conventies van welk genre dan ook, maar waar ik bij beluistering van de mini-albums langzaam maar zeker afhaakte, vind ik Tracey Denim alleen maar mooier en indrukwekkender worden. Het is een album waarop bar italia een aantal genres uit met name de jaren 90 combineert in een eigen geluid dat heerlijk eigenzinnig, maar ook heel vaak wonderschoon is. Erwin Zijleman

Barbara Pravi - On N'Enferme Pas les Oiseaux (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Barbara Pravi - On N'Enferme Pas les Oiseaux - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Barbara Pravi - On N'Enferme Pas les Oiseaux
Barbara Pravi, ja die van het Eurovisie Songfestival, overtuigt met songs die stevig zijn beïnvloed door het Franse chanson uit het verre verleden en imponeert met een sensationeel goede stem

Voilà van Barbara Pravi was onbetwist de beste songs tijdens het afgelopen Eurovisie Songfestival, maar het was voor mij geen reden om naar haar debuutalbum te luisteren afgelopen zomer. Dat blijkt een gemiste kans, want de Franse muzikante overtreft de song die haar bijna de winst opleverde in Rotterdam tien keer met speels gemak. Barbara Pravi vertolkt op haar debuutalbum het Franse chanson zoals de grote Franse zangeressen uit de vorige eeuw dat deden en ze doet dat met net zoveel emotie als precisie. Het levert een prachtig album op, dat de liefde voor het traditionele Franse chanson onmiddellijk op laat bloeien. Indrukwekkend album.

Dankzij het uitstekende tv-programma CHANSONS! van Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps staat het Franse chanson momenteel in Nederland volop in de schijnwerpers. In de eerste aflevering, waarin Édith Piaf centraal stond, kwam ook Barbara Pravi voorbij.

Barbara Pravi deed dit jaar mee aan het Eurovisie Songfestival en werd met Voilà tweede achter een stel weinig opzienbarende Italiaanse rockers. Voilà was met afstand het mooiste liedje van de afgelopen editie van het Eurovisie Songfestival, maar ik vond het ook net wat teveel Édith Piaf.

Afgelopen zomer verscheen het debuutalbum van Barbara Pravi, On N'Enferme Pas les Oiseaux. Het album opent met het inmiddels bekende Voilà, dat prachtig ingetogen opent en naarmate het einde nadert helemaal los gaat. Na Voilà wordt het wat mij betreft alleen maar mooier en hoor je pas echt hoe goed Barbara Pravi is.

De afgelopen decennia zijn we overspoeld met Franse zuchtmeisjes die zich slechts in zeer beperkte mate hebben laten inspireren door het Franse chanson en hiernaast was er Zaz, die het Franse chanson weliswaar weer op de kaart zette, maar zich ook met grote regelmaat buiten de vaste kaders van het Franse chanson begaf.

Barbara Pravi doet dat veel minder en eert op On N'Enferme Pas les Oiseaux nadrukkelijk het Franse chanson, zoals dat in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw werd gemaakt. Met het al eerder genoemde Voilà eert de muzikante uit Parijs nadrukkelijk haar grote voorbeeld Édith Piaf, maar het debuutalbum van Barbara Pravi blijft hier gelukkig niet in hangen.

On N'Enferme Pas les Oiseaux is een veelzijdig album, dat zich laat beluisteren als een tocht langs de geschiedenis van het Franse chanson, met hier en daar een eigentijds uitstapje. Dat eigentijdse uitstapje kan een korte flirt met pop zijn of een chanson dat is verrijkt met Arabische klanken (Barbara Pravi heeft Iraanse (en Servische) wortels), maar over het algemeen genomen blijft Barbara Pravi toch dicht bij het traditionele Franse chanson.

De meeste songs op het album beginnen met ingetogen pianoklanken en de geweldige stem van de Franse muzikante, die na verloop van tijd gezelschap krijgen van rijke orkestraties met de nodige strijkers.

Ik vind de instrumentatie persoonlijk het mooist wanneer wordt gekozen voor behoorlijk ingetogen klanken, want de stem van Barbara Pravi is van een bijzondere schoonheid en verdient alle ruimte. Aan de andere kant krijgt deze stem ook iets zwierigs wanneer de strijkers en blazers aanzwellen en de piano aangenaam kabbelt en dat heeft wat.

On N'Enferme Pas les Oiseaux klinkt prachtig, maar het is uiteindelijk vooral de stem van Barbara Pravi die haar debuutalbum flink de hoogte in tilt. De Franse muzikante kan prachtig fluisteren en praten, kan met heel veel gevoel en precisie zingen, maar kan ook flink los gaan, zoals dat af en toe hoort in het Franse chanson.

Ik heb het debuutalbum van Barbara Pravi de afgelopen zomer laten liggen omdat Voilà geen onuitwisbare indruk had gemaakt, maar ik ben zeer onder de indruk van een album dat je decennia mee terug neemt in de tijd en het romantische Parijs in sleurt.

Door het tv-programma van Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps was mijn interesse in het Franse chanson weer flink aangewakkerd en komen oude helden weer met enige regelmaat uit de speakers. Barbara Pravi misstaat met haar veelzijdige debuut geen moment tussen deze oude helden en dat is razend knap. Erwin Zijleman

Barbara Rivage - Tout Sera Beau (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Barbara Rivage - Tout Sera Beau - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Barbara Rivage - Tout Sera Beau
Een week geleden sprak ik mijn teleurstelling uit over de nieuwe aanwas in de Franse popmuziek, maar door het duo Barbara Rivage en hun debuutalbum Tout Sera Beau is er volop reden tot vreugde

Barbara Rivage is een Frans duo dat op haar debuutalbum overweg kan met eigentijdse elektronische popmuziek, maar Roxane Argouin en Vivien Tacinelli laten zich ook beïnvloeden door zwoele popmuziek van een aantal decennia geleden en kennen bovendien hun klassiekers binnen het Franse chanson. Het levert met Tout Sera Beau een album op dat onmiddellijk goed is voor lentekriebels, maar de songs van de twee muzikanten uit Rennes zijn in artistiek opzicht interessanter dan je bij eerste beluistering kunt vermoeden. In muzikaal opzicht is het debuutalbum van Barbara Rivage een bijzonder aangename verrassing, die alleen maar groter wordt door de heerlijke zang.

Vorige week riep ik in mijn recensie van het nieuwe album van de Franse muzikante Olivia Ruiz dat er de laatste tijd maar heel weinig interessants gebeurt in de Franse popmuziek. Guuz Hoogaerts, ook bekend als Guuzbourg, van de website Filles Sourires reageerde vrijwel onmiddellijk en beweerde het tegendeel en droeg als bewijsmateriaal een lijstje met mij onbekende namen aan. Het heeft inmiddels een aantal mooie tips opgeleverd met het onlangs verschenen album van Barbara Rivage als voorlopige favoriet.

Barbara Rivage is een duo dat voor de afwisseling eens niet uit Parijs komt maar uit Rennes. Roxane Argouin en Vivien Tacinelli hebben met Tout Sera Beau hun debuutalbum afgeleverd en het is een album waar ik alleen maar heel vrolijk kan worden. Sinds ik het debuutalbum van Barbara Rivage heb ontdekt is de lente begonnen en zijn de lentekriebels weer geactiveerd en dat kan echt geen toeval zijn.

Roxane Argouin en Vivien Tacinelli maken op het eerste album van Barbara Rivage vooral frisse en eigentijds klinkende Franse popsongs. Het zijn popsongs die met enige regelmaat flirten met de dansvloer, maar Tout Sera Beau staat ook vol met lome en zwoele popsongs. Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Clara Luciani, al citeerde die op het in de zomer van 2021 verschenen Cœur veel nadrukkelijker uit de archieven van de jaren 70 disco dan Barbara Rivage doet.

Tout Sera Beau heeft af en toe een jaren 70 en jaren 80 vibe, maar het grootste deel van de tijd dompelen Roxane Argouin en Vivien Tacinelli zich onder in een elektrisch klankentapijt dat alleen maar uit het heden kan komen. Ondanks de moderne elektronische klanken heeft Barbara Rivage haar Franse identiteit behouden. Dat heeft alles te maken met de Franstalige teksten, maar ik hoor ook invloeden uit het Franse chanson voorbij komen, waardoor Tout Sera Beau zeker niet inwisselbaar is tegen elektronische popmuziek uit de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk.

Het klinkt allemaal bijzonder lekker en de zonnestralen vliegen je werkelijk om de oren in de mooi maar ook fantasierijk ingekleurde songs. Het zijn songs met af en toe een nostalgisch tintje, dat het Franse karakter van de muziek van Barbara Rivage benadrukt. In muzikaal opzicht is Tout Sera Beau een album om de lente en zomer mee te omarmen en dat is het ook in vocaal opzicht. Met name de vrouwelijke zang op het album klinkt zwoel en verleidelijk, maar ook een stuk doorleefder dan in het zuchtmeisjes genre.

Ik vond Tout Sera Beau van Barbara Rivage onmiddellijk een gouden tip, maar sinds de eerste beluistering ben ik het album steeds meer gaan waarderen. Er valt veel te beleven in de songs van Roxane Argouin en Vivien Tacinelli, die zowel in muzikaal als in vocaal opzicht een knap album hebben afgeleverd en het is knap hoe het man-vrouw duo uit Rennes makkelijk schakelt tussen heerlijk lichtvoetige popsongs en wat weemoediger klinkende songs die laten horen dat de twee zijn opgegroeid op een streng dieet van Franse chansons.

Het is misschien al een tijdje stil rond de Franse zangeressen die ik al jaren volg, maar dat betekent zeker niet dat er momenteel niets gebeurt in de Franse popmuziek. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het debuutalbum van Barbara Rivage, dat vooralsnog met afstand mijn favoriete Franse popalbum van het laatste jaar of zelfs twee jaar is. Erwin Zijleman

Barna Howard - Quite a Feelin' (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Barna Howard - Quite A Feelin' - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Quite A Feelin’ van Barna Howard ziet er uit als een vergeten plaat uit de jaren 60 of 70. Omdat de plaat ook klinkt als een vergeten plaat van een aantal decennia geleden, ging ik er even van uit dat het hier een heruitgave betreft, maar Quite A Feelin’ van Barna Howard is wel degelijk een gloednieuwe plaat.

Barna Howard is een jonge Amerikaanse singer-songwriter die is opgegroeid in het lege mid-westen van de Verenigde Staten, maar inmiddels vanuit het hippere Portland, Oregon, opereert.

Samen met producer Adam Selzer (M. Ward, Jolie Holland, Laura Veirs, The Decemberists) heeft Barna Howard een plaat gemaakt die nadrukkelijk teruggrijpt op het verleden.

Barna Howard vertelt verhalen op de manier waarop de folkzangers en protestzangers uit de jaren 60 en 70 dit deden. De songs van de jonge Amerikaan doen vaak denken aan die van een jonge Bob Dylan, maar in vocaal opzicht liggen de twee mijlenver uit elkaar.

Barna Howard beperkt zich overigens zeker niet tot de folk, maar verwerkt ook flink wat invloeden uit de country in zijn muziek, wat weer associaties met andere grootheden oproept. Townes van Zandt, Bob Dylan, Donovan, John Prine, Jim Croce; het zijn maar een aantal van de namen die opkomen bij beluistering van Quite A Feelin’ van Barna Howard.

Nu zijn er op het moment veel meer muzikanten die muziek maken zoals Barna Howard dit doet, maar waar ik bij het merendeel van deze muzikanten na twee of drie tracks toch weer grijp naar de klassiekers uit het verleden, is Quite A Feelin’ een plaat die mijn aandacht moeiteloos weet vast te houden.

Dat heeft meerdere redenen. Barna Howard beschikt over een bijzonder aangenaam stemgeluid, heeft zijn songs voorzien van een sobere maar zeer smaakvolle en ook veelzijdige instrumentatie en beschikt over het vermogen om songs te schrijven die je weten te grijpen.

Op Quite A Feelin’ keert Barna Howard terug naar zijn jeugd in Eureka, Missouri, wat mooie verhalen oplevert. Het zijn verhalen waar je naar moet luisteren en het zijn verhalen die de songs van Barna Howard een extra lading geven.

Quite A Feelin’ is een plaat die dankzij de mooie instrumentatie, de warme vocalen en de tijdloze songs heerlijk voortkabbelt op de achtergrond, maar echt goed wordt de plaat pas wanneer je je onderdompelt in de songs van Barna Howard.

Ik was eerlijk gezegd wel een beetje bang dat Quite A Feelin’ na een paar keer horen zou gaan vervelen, maar het tegenovergestelde is gebeurd; de songs van Barna Howard zijn me steeds dierbaarder geworden.

De tweede plaat van Barna Howard ziet er misschien uit als een plaat uit vervlogen tijden en klinkt ook zo, maar het is op hetzelfde moment één van de hoogtepunten in het enorme aanbod van het moment. Quite A Feelin’ is een bescheiden plaat, maar als je het mij vraagt een bescheiden meesterwerk. Erwin Zijleman

Baroness - Purple (2015)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Baroness - Purple - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik luister niet al te vaak meer naar platen die vroeger allemaal in het hokje hardrock werden geduwd, maar tegenwoordig van 1001 verschillende labeltjes zijn voorzien.

Als ik behoefte heb aan stevige rockmuziek grijp ik meestal naar de klassiekers uit het verleden, maar zo af en toe glipt er ook wat nieuws doorheen.

Purple van Baroness is voorzien van het mij onbekende label ‘sludge metal’, maar de band uit Savannah, Georgia, maakt wat mij betreft gewoon hardrock.

Het is hardrock die zich voor een deel laat beïnvloeden door de grote hardrock bands uit het verleden en die hiernaast aanhaakt bij de metal van een band als Metallica.

Baroness timmert al flink wat jaren aan de weg, maar was de afgelopen jaren nauwelijks actief door een ernstig busongeluk dat de band in 2012 trof en dat uiteindelijk het einde betekende van de muzikale carrière van de ritmesectie. Met Purple is Baroness echter weer terug en levert het een uitstekende rockplaat af.

Purple werd geproduceerd door de vooral van The Flaming Lips bekende Dave Fridmann. Dat lijkt een weinig voor de hand liggende keuze, maar het pakt prima uit. Baroness kiest op Purple vooral voor een lekker stevig geluid met een beukende ritmesectie en meedogenloze gitaarriffs, maar de band kan ook uit de voeten met de melodieuzere rockmuziek die de jaren 70 domineerde en neemt bovendien een aantal keren flink gas terug en overtuigt dan met bezwerende muziek vol invloeden uit de psychedelica en de progrock.

Wanneer de band zich laat inspireren door hardrock uit de jaren 70 hoor ik afwisselend wat van Queen en Thin Lizzy, maar over het algemeen zit de muziek van Baroness dichter tegen de wat zwaarder aangezette muziek van Metallica of tegen de rechttoe rechtaan rock van een band als The Foo Fighters aan.

Ik reken mezelf zeker niet tot de kenners van het genre, maar weet wel wanneer ik een hardrock plaat vaker wil horen. Purple van Baroness valt zeker in deze categorie. Erwin Zijleman

Barry Gibb & Friends - Greenfields (2021)

Alternatieve titel: The Gibb Brothers Songbook, Vol. 1

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Barry Gibb - Greenfields: The Gibb Brothers’ Songbook (Vol. 1) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Barry Gibb - Greenfields: The Gibb Brothers’ Songbook (Vol. 1)
Barry Gibb duikt samen met flink wat gastmuzikanten van naam en faam in het werk van de broers Gibb, wat alternatieve en absoluut waardevolle versies van klassiekers oplevert

Barry Gibb is pas 74, maar is desondanks al enige tijd de enige nog levende mannelijke telg van de gebroeders Gibb, die met name als de Bee Gees een duizelingwekkend aantal wereldhits hebben geschreven. Een deel van die hits komt terug op Greenfields: The Gibb Brothers’ Songbook (Vol. 1). Samen met nogal wat grote muzikanten worden songs die je al decennia kent in een ander jasje gestoken en het is een jasje dat iets toevoegt aan de versies die er al waren. Barry Gibb is niet meer zo goed bij stem als in zijn jonge jaren, maar de topzangers en topzangeressen die hij heeft uitgenodigd ondersteunen hem op fraaie wijze. Mooi album.

Deze week verscheen Greenfields: The Gibb Brothers’ Songbook (Vol. 1). Het is een album dat op naam staat van Barry Gibb, want de oudste van de vier broers Gibb is ook de laatst overgebleven mannelijke Gibb telg (zijn oudere zus Lesley leeft nog wel). Het jongere broertje Andy overleed al in 1988, terwijl Maurice en Robin, de tweeling met wie Barry Gibb de Bee Gees vormde, overleden in respectievelijk 2003 en 2012.

Barry Gibb is inmiddels 74 en heeft een staat van dienst om bang van te worden. De broers Gibb werden geboren in Engeland, maar groeiden op in Australië. Na terugkeer in Engeland in de tweede helft van de jaren 60 formeerden de drie broers de Bee Gees en volgde niet alleen hit op hit, maar maakte het drietal bovendien een aantal uitstekende albums, die helaas lang niet door iedereen op de juiste waarde worden geschat.

Toen het succes langzaam maar zeker verdampte trokken de broers Gibb naar de Verenigde Staten. Dat leverde in eerste instantie nog niet het gewenste succes op, tot de broers Gibb in de tweede helft van de jaren 70 een aantal songs bijdroegen aan de soundtrack bij de film Saturday Night Fever en transformeerden in de helden van de disco van de jaren 70. In de jaren 80 werd het een stuk stiller rond de Bee Gees, maar in de jaren 90 voegden de broers Gibb nog wat hits toe aan de imposante stapel uit de jaren 70.

Ik trek het verzamelde werk van de Bee Gees nog altijd graag uit de kast, maar was ook direct benieuwd naar de nieuwe bewerkingen van Barry Gibb. Die maakte de 74-jarige muzikant natuurlijk niet in zijn uppie, want harmonieën waren een belangrijk of zelfs essentieel onderdeel van de muziek van de Bee Gees.

Barry Gibb tekent daarom dit keer voor duetten met onder andere Jason Isbell, Brandi Carlile, Alison Krauss, Little Big Town, Dolly Parton, Miranda Lambert, Sheryl Crow, Olivia Newton-John en David Rawlings & Gillian Welch, die Barry Gibb vocaal ondersteunen. Dat is ook nodig, want de 74 jaar oude muzikant klinkt niet meer zo krachtig als in zijn jonge jaren en haalt uiteraard ook de hele hoge noten van de Bee Gees niet meer.

Op Greenfields: The Gibb Brothers’ Songbook (Vol. 1) staan vooral stemmige en rijk georkestreerde versies van de songs die we kennen uit het verre verleden. Ook voor de productie van het album wist Barry Gibb een topkracht binnen te halen en dat hoor je. De productie van Nashville’s meest gewilde producer, Dave Cobb, laat stemmen prachtig samensmelten en kiest voor een geluid dat zich niet al teveel opdringt zodat de stemmen kunnen schitteren.

Barry Gibb komt op dit album zeker niet met de ultieme versies van nogal wat klassiekers op de proppen, maar het zijn versies die het beluisteren absoluut waard zijn en die goed laten horen wat een geweldige songs de broers Gibb hebben geschreven.

Als liefhebber van het werk van de broers Gibb, weet ik dat Barry Gibb nog meerdere delen van Greenfields kan uitbrengen, zonder al teveel concessies te hoeven doen wanneer het gaat om de kwaliteit van de songs. Het eerste deel vind ik ondanks het vaak wat gepolijste of erg zoete geluid en ondanks de wat breekbare vocalen van Barry Gibb in ieder geval zeer de moeite waard. Het is deels de verdienste van de prachtige gastenlijst, maar Barry Gibb verdient uiteindelijk alle eer. Erwin Zijleman

Bartees Strange - Farm to Table (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bartees Strange - Farm To Table - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bartees Strange - Farm To Table
Bartees Strange maakt het je niet altijd makkelijk met songs die echt alle kanten op kunnen, maar de veelzijdigheid van Farm To Table draagt ook stevig bij aan de kwaliteit van dit fascinerende album

Het debuutalbum van Bartees Strange sneeuwde, in ieder geval voor mij, wat onder door de coronapandemie en ook het tweede album van de muzikant uit Washington D.C. greep steeds naast een plekje op de krenten uit de pop. Mede door flink wat halfjaarlijstjes heb ik alsnog de tijd genomen voor dit album en daar heb ik geen spijt van gehad, want Farms To Table is een uitstekend album. Bartees Strange wordt in het hokje indierock geduwd, maar dit is slechts een van de hokjes waarin de Brits-Amerikaanse muzikant zicht beweegt. Ik moest zelf even de tijd nemen voor dit album, maar sindsdien is het tweede album van Bartees Strange alleen maar interessanter geworden.

Ik heb het in de weken rond de release een paar keer geprobeerd met Farm To Table, het debuutalbum van Bartees Strange, maar er waren steeds andere albums die ik net wat beter vond of die me wat makkelijker wisten te overtuigen. Langzaam maar zeker ben ik echter steeds meer onder de indruk geraakt van het tweede album van de muzikant die werd geboren in het Verenigd Koninkrijk, opgroeide in Oklahoma en momenteel opereert vanuit Washington D.C., waarna de notering in flink wat halfjaarlijstjes het beslissende zetje gaf.

Bartees Strange debuteerde in 2020 met Live Forever, maar dat album sneeuwde helaas flink onder door de coronapandemie, al leverde het hem wel een platencontract op bij het roemruchte 4AD label. Het debuutalbum van Bartees Strange is een album dat ook ik gemist heb, waardoor Farm To Table mijn eerste kennismaking met de muziek van de Bartees Strange is.

Het is een kennismaking die zoals gezegd niet vanzelf ging, wat alles te maken heeft met het brede spectrum dat de Brits-Amerikaanse muzikant bestrijkt op zijn tweede album. Het is een album dat incidenteel is te typeren als indierock, maar Bartees Strange kan ook uit de voeten met onder andere pop, soul, folk, hiphop en elektronica, wat een bont gekleurd album oplevert.

Het is een album dat niet alleen meerdere genres bestrijkt, maar dat ook qua soort songs meerdere kanten op kan. Bartees Strange maakt op Farm To Table lekker in het gehoor liggende of zelfs hitgevoelige songs, maar het album bevat ook een aantal songs die wat dieper graven en die je meerdere keren moet horen voordat ze je te pakken hebben. Ook qua tempo varieert Bartees Strange er flink op los, want een uptempo song wordt moeiteloos gevolgd door een zich langzaam voortslepende song.

Het zijn songs die gevarieerd, maar zonder uitzondering mooi zijn ingekleurd, waarbij met name het veelzijdige gitaarspel in positieve zin opvalt. Naast het mooie gitaarspel is de ]bijzondere stem van Bartees Strange op Farm To Table sfeerbepalend. Het is een stem die warm en soulvol klinkt in de meer laidback songs, maar die ook rauwer kan klinken in de wat meer rock georiënteerde songs op het album.

Hoewel Farm To Table in muzikaal opzicht niet veel raakvlakken heeft met de muziek die Prince maakte, doet het tweede album van Bartees Strange me meer dan eens denken aan de albums van Prince. Dat heeft deels te maken met de veelzijdigheid van Farms To Table, maar het zijn vooral de muzikaliteit en eigenzinnigheid van Bartees Strange die bij mij associaties oproepen met songs van het genie uit Minneapolis, die met een beetje fantasie ook best een album als Farm To Table had kunnen maken (maar dit helaas niet deed).

Ik heb zoals gezegd zelf best moeten wennen aan het tweede album van Bartees Strange. De klasse of zelfs genialiteit die ik nu hoor in de songs op het album, ontgingen me compleet bij eerste beluistering, toen ik nog vooral moeite had om het album te duiden, wat je bij een album als dit ook niet moet proberen.

Bartees Strange heeft inmiddels aansluiting gevonden bij de Amerikaanse indiescene, maar ik ben er van overtuigd dat hij ook binnen de soul, hiphop of R&B met de besten mee zou kunnen. Zeker binnen de indiescene slaagt hij er echter makkelijk in om zich te onderscheiden. Dat doet Bartees Strange op Farms To Table op indrukwekkende wijze en dit album wordt echt alleen maar beter. Erwin Zijleman

Bas Jan - Yes I Jan (2018)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bas Jan - Yes I Jan - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bas Jan is een Brits/Amerikaans trio dat is vernoemd naar de Nederlandse beeldkunstenaar Bas Jan Ader.

Deze Bas Jan Ader timmerde in de late jaren 60 en vroege jaren 70 vanuit Los Angeles stevig aan de weg met zijn foto’s en films, maar besloot in 1975 in een klein bootje (Guppy 13) de Atlantische oceaan over te steken.

Zijn bootje werd negen maanden later terug gevonden, maar het lichaam van Bas Jan Ader werd nooit gevonden (al claimen meerdere mensen hem na 1975 nog gezien te hebben).

Bas Jan is zoals gezegd een trio, maar de meeste aandacht wordt opgeëist door de Britse muzikante Serafina Steer. Deze Serafina Steer maakte met haar harp een aantal lastig te doorgronden platen, die haar uiteraard wel de vergelijking opleverde met Joanna Newsom, maar gooit het nu over een andere boeg.

Op het debuut van Bas Jan is de harp niet te horen en persoonlijk vind ik dat niet zo erg. Het eigenzinnig klankentapijt van Bas Jan bestaat uit viool, drums en flink wat synths. Het levert een bijzonder geluid op, dat wordt gecombineerd met al even bijzondere zang en de nog minder gangbare songstructuren.

Bas Jan laat zich op Yes I Jan vooral beïnvloeden door muziek uit de late jaren 70 en vroege jaren 80. Het drietal heeft goed geluisterd naar bands als The Slits, The Raincoats en Young Marble Giants en gaat aan de haal met flink wat invloeden uit de new wave en postpunk. Een punky (of lo-fi) attitude en een stiekeme voorliefde voor aanstekelijke popliedjes en wat flirts met de 60s psychedelica van Jefferson Airplane maken het geluid van Bas Jan compleet.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij eerste beluistering niet veel moois hoorde in de muziek van Bas Jan. De muziek van het drietal rammelt aan alle kanten, de zang is vaak behoorlijk onvast, de drums lijken vaak maar wat te doen, de wolken synths vliegen alle kanten op en aan de songs van het drietal is vaak geen touw vast te knopen.

Voorzichtig was ik echter wel gecharmeerd van de vrijgevochten viool en ik moest toegeven dat de drie dames hier en daar tekenen voor honingzoete en behoorlijk trefzekere koortjes en incidenteel een flard van een goed popliedje.

Wanneer de koortjes worden uitgebuit en Bas Jan kiest voor net wat lekkerder in het gehoor liggende popliedjes klinkt het als Bananarama in haar eerste en nog behoorlijk alternatieve jaren (en hoor ik bovendien voorzichtige raakvlakken met The Mamas & The Papas en The Bangles) en zorgt Yes I Jan subtiel voor zoete verleiding. Het is deze zoete verleiding die er voor zorgde dat ik het debuut van Bas Jan vaker heb beluisterd en toen ik dit deed viel er toch wel meer op zijn plek.

Bas Jan strijkt op Yes I Jan lekker eigenzinnig tegen de haren in en heeft een plaat gemaakt die in niets lijkt op alle andere platen die deze week zijn verschenen. Het drietal sluit op deze plaat aan bij de muziek van vergeten smaakmakers uit de late jaren 70 en grossiert in songs die misschien in eerste instantie wel erg stekelig klinken, maar uiteindelijk toch de juiste snaar weten te raken.

Of ik Yes I Jan met grote regelmaat ga beluisteren durf ik te betwijfelen, maar zo op zijn tijd is de vrijgevochten en eigenzinnige popmuziek van het Brits/Amerikaanse drietal precies wat ik nodig heb. Grappige plaat en bovendien een plaat met flink wat groeipotentie. Erwin Zijleman

Basia Bulat - Basia's Palace (2025)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Basia Bulat - Basia's Palace - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Basia Bulat - Basia's Palace
Basia’s Palace is het zevende album van de Canadese muzikante Basia Bulat en het is een album waarop de muzikante uit Montreal kiest voor een wat ander geluid, wat niet altijd geslaagd is, maar haar wel siert

Ik had me enorm verheugd op een nieuw album van Basia Bulat en had Basia's Palace zonder te beluisteren toegevoegd aan mijn selectie voor deze week. Zeker de openingstracks van Basia’s Palace waren voor mij echter wel schrikken. Het wat meer elektronische en pop georiënteerde geluid klinkt flink anders dan we van Basia Bulat gewend zijn. Naarmate het album vordert hoor je ook wel weer wat meer van de muziek die kennen van de Canadese muzikante, maar Basia’s Palace is absoluut een buitenbeentje in haar oeuvre. Het is een buitenbeentje dat uiteindelijk zeker wat te bieden heeft. Even wennen dus aan het nieuwe geluid van deze talentvolle muzikante uit Montreal.

Ik heb absoluut een zwak voor de albums van de Canadese muzikante Basia Bulat. De muzikante uit Montreal maakte tussen 2007 en 2020 vijf uitstekende en verrassend veelzijdige albums. Op het in 2022 uitgebrachte The Garden nam Basia Bulat een aantal songs van haar eerste vijf albums opnieuw op, waarbij ze flink profiteerde van de bijzonder mooie strijkersarrangementen van onder andere Owen Pallett.

Deze week verscheen het zevende album van Basia Bulat en bij beluistering van Basia’s Palace valt direct op dat de Canadese muzikante op haar nieuwe album heeft gekozen voor een wat lichtvoetiger en meer pop georiënteerd geluid. Basia Bulat maakte in 2022 een pas op de plaats en begon vervolgens in haar nieuwe huis muziek te maken. Ze omringde zich voor het eerst met elektronica en begon te experimenteren met voor haar nieuwe klanken en texturen.

De muziek van de Canadese muzikante bevatte in het verleden altijd flink wat invloeden uit de folk, maar op Basia’s Palace domineert de pop en zijn organische klanken voor een deel verruild voor elektronica. Ik moet eerlijk toegeven dat ik Basia’s Palace bij eerste beluistering echt enorm vond tegenvallen. Ik ben zeker niet vies van pop, maar de soulvolle pop op het nieuwe album van Basia Bulat kwam bij mij in eerste instantie totaal niet binnen.

Het klonk me allemaal wat te gewoontjes en te lichtvoetig, maar vanwege de mooie stem van Basia Bulat ben ik toch blijven luisteren. Gelukkig maar, want de songs op Basia’s Palace schuiven uiteindelijk wel wat op van pop naar soulpop en ook in muzikaal opzicht wordt het album snel interessanter, zeker wanneer de flirts met disco naarmate het album vordert plaats maken voor interessantere klanken.

Basia Bulat maakte haar nieuwe album samen met de van The Arcade Fire bekende producer Mark Lawson, met wie ze ook al eerder werkte, waarna topproducer Tucker Martine de mix voor zijn rekening nam. Basia’s Palace klinkt prachtig en dat hoor je vooral wanneer de Canadese muzikante op het tweede deel van het album wat gas terug neemt. Zeker in de wat minder lichtvoetige songs kruipt Basia Bulat weer tegen haar vertrouwde geluid aan en overtuigt ze weer makkelijk als zangeres.

Ik moest absoluut even wennen aan het nieuwe geluid van Basia Bulat, maar eenmaal gewend is Basia’s Palace een warm klinkend album vol songs die je een goed gevoel geven, een echt feelgood album dus. Dat is wel wat anders dan de vaak wat melancholische folkpop uit het verleden, maar aan het einde van het album sluipt de melancholie er stiekem toch weer wat in en blijkt dat ook Basia Bulat nieuwe stijl veel te bieden heeft.

Basia’s Palace is wel een wat tricky album, want zeker de eerste paar tracks kunnen de fans van het eerste uur makkelijk verjagen, maar zullen de Canadese muzikante ook niet direct scharen onder de grote popzangeressen van het moment. Fans van het eerste uur kunnen wat mij betreft het beste beginnen met de tweede helft van Basia’s Palace, die ik persoonlijk interessanter vind dan de eerste helft en die er bovendien voor zorgt dat deze eerste helft wat minder heftig overkomt dan wanneer je begint met de uptempo songs aan het begin van het album. Een wat wisselend oordeel al met al, maar uiteindelijk overtuigt Basia Bulat me net. Erwin Zijleman

Basia Bulat - Good Advice (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Basia Bulat - Good Advice - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Canadese singer-songwriter Basia Bulat heeft de afgelopen jaren gewerkt aan een fraai, maar helaas relatief onbekend gebleven oeuvre.

Drie jaar na het uitstekende, met leden van The Arcade Fire gemaakte, Tall Tall Shadow, is Basia Bulat terug met Good Advice.

Voor haar nieuwe plaat bleef Basia Bulat eens niet in haar vaderland Canada, maar trok ze naar de Verenigde Staten. Dit deed ze deels om therapeutische redenen, maar in Jim James (My Morning Jacket) heeft ze ook een producer gevonden die de muziek van Basia Bulat een volgend zetje in de goede richting kan geven.

De lange roadtrip naar Louisville, Kentucky, bood Basia Bulat de mogelijkheid om na te denken over het op de klippen lopen van haar relatie en inspireerde haar uiteindelijk tot een bijzondere breakup plaat.

Good Advice heeft een ander geluid dan de vorige platen van Basia Bulat, maar het is vooral een plaat met meer emotie. Jim James hoorde de soul in de stem van de Canadese singer-songwriter en heeft Good Advice voorzien van een warm en grotendeels organisch geluid dat put uit de archieven van de soulmuziek, maar ook een betrekkelijk lichtvoetig karakter heeft. Het is een geluid dat uitstekend past bij de bijzondere stem van Basia Bulat, die dit keer ook nog eens alle ellende van zich af zingt, wat haar stem meer diepgang en impact geeft.

Basia Bulat experimenteerde op haar vorige platen flink met elektronica en ook deze elektronica heeft een plekje gekregen op Good Advice, al is het wel vintage elektronica van een aantal decennia geleden. Het levert een bijzonder geluid op, waarin de prachtige gitaarlijnen en het gloedvolle orgeltje prachtig samenvloeien met de spaarzaam ingezette elektronische klanken.

Good Advice is in tekstueel en vocaal opzicht een echte breakup plaat, maar klinkt door de flirts met elektronica en betrekkelijk toegankelijke popliedjes lang niet altijd zo zwaar als de gemiddelde plaat in deze categorie, waardoor je er ook best vrolijk van mag worden. Al met al een mooie volgende stap in de carrière van Basia Bulat en wederom een plaat die beter is dan zijn al niet misselijke voorgangers. Erwin Zijleman

Basia Bulat - The Garden (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Basia Bulat - The Garden - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Basia Bulat - The Garden
Nieuwe versies van oude songs opnemen is meestal een vrij zinloze exercitie, maar dat het ook anders kan laat de Canadese muzikante Basia Bulat horen op het prachtige gearrangeerde The Garden

De Canadese muzikante Basia Bulat heeft vijf prima albums op haar naam staan. Voor album nummers zes heeft ze een aantal songs van haar vorige albums opnieuw opgenomen. Nu zijn nieuwe versies van oude songs lang niet altijd een succes, maar Basia Bulat heeft er iets moois van gemaakt. De songs van haar eerste vijf albums zijn op The Garden voorzien van bijzonder fraaie strijkersarrangementen, waardoor de nieuwe versies wezenlijk verschillen van de originelen. Ook de vocalen zijn op de nieuwe versies misschien nog wel mooier dan op de originele versies, waardoor The Garden een zeer waardevolle aanvulling is op het al zo mooie oeuvre van Basia Bulat.

De Canadese muzikante Basia Bulat is een vaste gast op de krenten uit de pop. Van haar eerste vijf albums verscheen er één voor de geboorte van deze BLOG, maar van de resterende vier besprak ik er drie. Waarom ik in 2020 geen aandacht heb besteed aan Are You In Love? weet ik eerlijk gezegd niet, want het is echt een prachtig album.

Het zal duidelijk zijn dat ik Basia Bulat hoog heb zitten, maar toch had ik geen hele hoge verwachtingen van haar nieuwe album. Op The Garden vindt Basia Bulat immers songs van haar eerste vijf albums opnieuw uit en mijn ervaring leert dat dit maar zelden een succes is. Nieuwe bewerkingen van oude songs klinken meestal zouteloos en vrijwel altijd overbodig. Ik begon daarom met lage verwachtingen aan beluistering van The Garden, maar Basia Bulat liet al heel snel horen dat haar herbewerkingen van oude songs wel degelijk interessant zijn.

Nieuwe versies van oude songs hebben wat mij betreft alleen zin wanneer de nieuwe versies van de songs flink anders klinken dan de originelen uit het verleden. Dat is op The Garden dik in orde, want Basia Bulat heeft gekozen voor een totaal andere instrumentatie en flink andere arrangementen, waardoor The Garden klinkt als een nieuw album.

De originele klanken zijn op The Garden vooral vervangen door strijkers. De muzikante uit Montreal deed voor de bijzondere fraaie en klassieke strijkersarrangementen een beroep op onder andere Owen Pallett, Paul Frith en Zou Zou Robidoux, die de oude songs van Basia Bulat hebben voorzien van wonderschone klanken. Basia Bulat produceerde haar nieuwe album deels zelf, maar kreeg ook hulp van de onder andere van The Arcade Fire bekende Mark Lawson.

The Garden klinkt echt fantastisch en hoewel ik verknocht ben aan de originelen, vind ik de nieuwe versies in flink wat gevallen mooier en spannender. The Garden is hierdoor zeker geen overbodig album, maar een fraaie aanvulling op het bijzondere oeuvre van de Canadese muzikante.

Ik vind herbewerkingen van oude songs ook vaak zouteloos klinken. De passie van originele versies ontbreekt vaak, al is het maar omdat herbewerkingen over het algemeen meer ingetogen zijn dan de originelen. The Garden van Basia Bulat klinkt verre van zouteloos. De instrumentatie is razend spannend en gewaagd, maar ook de zang van Basia Bulat klinkt gepassioneerder.

The Garden is daarom in meerdere opzichten een totaal ander album dan het gemiddelde album met oude songs in een nieuw jasje. Er wordt met ontzettend veel gevoel gemusiceerd en ook de zang van Basia Bulat klinkt emotievoller dan in de versies uit het verleden. The Garden is een album dat je bij de strot grijpt en dat is toch geen standaard ervaring bij de muziek van de Canadese muzikante, die in het verleden toch vooral bijzonder lekker in het gehoor liggende muziek maakte.

Basia Bulat maakte The Garden tijdens de eindeloze coronapandemie en dat hoor je. Enerzijds omdat er alle tijd was om heel veel zorg te besteden aan de instrumentatie en arrangementen op het album, maar anderzijds ook door de bijzondere sfeer die Basia Bulat weet op te roepen op The Garden. Ik had er op voorhand niet veel van verwacht, maar The Garden doet niet onder voor de vorige albums van Basia Bulat en kan wel eens uitgroeien tot het meest bijzondere album in haar zo fraaie oeuvre. Erwin Zijleman

Basically Nancy - Basically Nancy (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Basically Nancy - Basically Nancy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Basically Nancy - Basically Nancy
Gitaarbandjes die lekker gruizige muziek zonder opsmuk maken maar ook memorabele songs afleveren zijn helaas schaars tegenwoordig, maar het Amerikaanse drietal Basically Nancy is er gelukkig weer een

Direct bij eerste beluistering van het debuutalbum van de Amerikaanse band Basically Nancy was ik verkocht, al ging ik er nog wel van uit dat ik het debuut van de drie meiden uit Savannah, Georgia, maar even leuk zou vinden. Dat laatste viel erg mee. Het debuut van Basically Nancy is een debuut zonder tierelantijntjes dat nog een tijdje groeit. De Amerikaanse band maakt vrij elementaire muziek met vooral invloeden uit de garagerock, indierock en Riot Grrrl, maar wat klinkt het lekker en wat is de uitvoering goed, zeker als je je bedenkt dat de leden van de band de middelbare school nog maar net zijn ontgroeid en pas een jaartje samen spelen. Ik hoop dat we na dit prima debuut nog veel van ze gaan horen.

Basically Nancy is een trio uit Savannah, Georgia, dat ongeveer een jaar bestaat en deze week debuteert met een titelloos album. Alayna Bowen, Esther Hines en Greta Schroeder zijn de middelbare school nog maar net ontgroeid en maken nog niet heel lang muziek. Dat hoor je op het titelloze debuutalbum van het Amerikaanse drietal dat hier en daar flink rammelt, al verrast Basically Nancy me ook met een aantal geweldige songs.

Basically Nancy heeft op haar debuutalbum genoeg aan de drie-eenheid van bas, gitaar en drums, waardoor het eerste album van de band uit Georgia lekker rauw klinkt. De leden van de band zijn stuk voor stuk piepjong, maar ze laten op hun eerste album horen dat ze hun klassiekers kennen. Denk hierbij aan Riot Grrrl pioniers Bikini Kill en Heavens To Betsy, maar ook zeker aan Hole, The Breeders en Sleater-Kinney, aangevuld met de betere indierock bands uit de jaren 90. Hier blijft het niet bij, want ik hoor ook nog wel wat garagerock uit de jaren 60, maar met de bovenstaande namen hebben we het belangrijkste vergelijkingsmateriaal wel te pakken.

Basically Nancy maakt lekkere rauwe gitaarmuziek zonder opsmuk. De gitaren klinken lekker gruizig en de ritmesectie strak en ondanks het feit dat Alayna Bowen, Esther Hines en Greta Schroeder nog niet heel lang uit de voeten kunnen op hun instrumenten, hoor je dat ze inmiddels flink wat hebben bijgeleerd. Het debuut van Basically Nancy klinkt tien songs en net iets meer dan dertig minuten lang heerlijk elementair, maar ook fris en urgent.

In muzikaal opzicht klinkt het misschien niet hoogstaand, maar wel bijzonder lekker en echt uit de bocht vliegen de leden van de band nooit. Ook in vocaal opzicht klinkt het allemaal prima, wat Basically Nancy nog wat extra bonuspunten oplevert. De meeste kracht schuilt echter in de songs van de band. De band uit Savannah maakt op haar debuutalbum muziek zonder poespas, maar bijna stiekem laten Alayna Bowen, Esther Hines en Greta Schroeder het ene na het andere memorabele popliedje uit de speakers komen.

Het zijn popliedjes zonder al te veel pretenties, die je na een paar keer horen mee kunt zingen. Basically Nancy klinkt op haar debuutalbum net zo onweerstaanbaar lekker als Sleater-Kinney dat albums lang deed, tot de band besloot om zowel zichzelf als de muziek flink te stylen. Basically Nancy moet daar gelukkig nog niets van hebben. De leden van de band halen hun outfits nog uit de tweedehands zaken en doen in muzikaal opzicht precies waar ze zelf zin in hebben (en buiten de muziek ook hoop ik).

Het debuut van Basically Nancy is zo’n jonge honden album waarvan er momenteel veel te weinig gemaakt worden. Het is een album dat mag rammelen, dat zich uitspreekt over alles dat de leden van Basically Nancy zint en niet zint, maar dat ondertussen flink wat uitstekende songs bevat.

Ik had op voorhand eerlijk gezegd wel verwacht dat ik het na een paar luisterbeurten wel gehoord zou hebben, maar de songs van het Amerikaanse drietal blijven zich opdringen en verliezen niets van hun kracht. Albums als deze worden zoals gezegd veel te weinig gemaakt en ook bands als Basically Nancy zijn er momenteel veel te weinig. Ik hoop dan ook dat Alayna Bowen, Esther Hines en Greta Schroeder blijvertjes zijn. Hun debuutalbum is er in ieder geval goed genoeg voor. Erwin Zijleman

Bat for Lashes - The Bride (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bat For Lashes - The Bride - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is iedere keer weer even afwachten waar Natasha Khan mee op de proppen komt, maar dat de platen die ze uitbrengt als Bat For Lashes heel goed zijn is inmiddels al lang geen verrassing meer.

Op The Bride hebben we vier jaar moeten wachten, maar sinds de eerste noten van de plaat uit de speakers kwamen ben ik geïntegreerd door de vierde plaat van Bat For Lashes.

The Bride is een conceptplaat over een bruid die bij het altaar tevergeefs wacht op haar aanstaande echtgenoot, omdat deze op weg naar de kerk bij een auto ongeluk om het leven is gekomen. De bruid besluit vervolgens om alleen op huwelijksreis te gaan en doet verslag van haar emoties. Het zijn de ingrediënten voor een prima keukenroman, maar gelukkig maakt Natasha Khan er een echt kunststukje van.

The Bride is door de thematiek vaak wat zwaar aangezet en dat past wel bij de prachtige stem van de zangeres met Pakistaanse en Britse roots. De geweldige stem van Natasha Khan wordt op The Bride omgeven door een verrassend veelzijdig instrumentarium. Een aantal tracks doet bijna klassiek aan, maar Bat For Lashes strooit op The Bride ook driftig met speelse elektronica of met stemmige gitaren.

Door het steeds weer anders klinkende instrumentarium valt er op The Bride van alles te beleven. De klanken zijn vaak donker en stemmig, maar hier en daar breken de donkere wolken open en waait een veelkleurig klankentapijt breed uit.

Hoe mooi de instrumentatie ook is, alles staat in dienst van de vocalen van Natasha Khan die op indrukwekkende wijze in de huid van de betreurde bruid kruipt. Natasha Khan doet dit afwisselend op zeer intieme en op zeer theatrale wijze, maar het blijft smaakvol, ook als alle registers open gaan.

The Bride is het mooist als je je volledig op laat slokken door de plaat en alle emoties van de bruid doorleeft. Zeker met de koptelefoon blijf je je verbazen over de volle maar ook subtiele instrumentatie en groeit de bewondering voor de prachtige vocalen op de plaat.

Het maakt Natasha Khan niet zoveel uit of ze de strijd aan moet gaan met een vol elektronisch klankentapijt of haar stem tegen een subtiel gitaarloopje (dat één keer stevig is geïnspireerd door Fleetwood Mac’s Albatross) aan mag vlijen. De zang is altijd even emotievol en trefzeker en tilt de prachtige klinkende plaat iedere keer naar een nog wat hoger niveau.

De Britse muziekpers kan voor The Bride prachtwoorden als ‘haunting’ en ‘bewitching’ uit de kast trekken, ik moet het doen met bezwerend en betoverend. Het doet de pracht en emotie van The Bride van Bat For Lashes net wat tekort. Wat een indrukwekkende plaat. Erwin Zijleman

Bat for Lashes - The Dream of Delphi (2024)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bat For Lashes - The Dream Of Delphi - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bat For Lashes - The Dream Of Delphi
Bat For Lashes keert na een afwezigheid van vijf jaar terug met The Dream Of Delphi en kiest voor een rijk en betoverend geluid, dat ook dit keer prachtig past bij de bijzonder mooie stem van frontvrouw Natasha Khan

Na het wat mij betreft zeer teleurstellende Lost Girls verwachte ik eerlijk gezegd weinig meer van Bat For Lashes. Deze week keert Natasha Khan echter, bijna uit het niets, terug met een nieuw album van haar project. Op The Dream Of Delphi slaat de Brits-Pakistaanse muzikante weer andere wegen in dan op het vorige album en keert ze deels terug naar het geluid van haar vroege albums. The Dream Of Delphi doet soms bijna klassiek aan, maar bevat ook elektronische impulsen. Verder is er natuurlijk de bijzondere stem van Natasha Khan, die ook op haar nieuwe album veel associaties oproept, maar uiteindelijk toch vooral klinkt als Natasha Khan. Mooi dat ze terug is.

In een week waarin de van oorsprong Pakistaanse muzikante Arooj Aftab nadrukkelijk de aandacht trekt met het prachtige Night Reign, laat ook de eveneens uit Pakistaan afkomstige Natasha Khan weer van zich horen. Natasha Khan dook in 2006 op met haar project Bat For Lashes en maakte direct indruk met het debuutalbum van haar band. Fur And Gold viel op door een wat mysterieus en sprookjesachtig geluid en zeker ook door de stem van Natasha Khan, die afwisselend deed denken aan Björk, Sinéad O'Connor, Tori Amos, Siouxsie Sioux, PJ Harvey en Kate Bush, niet de minsten.

Op het in 2009 verschenen Two Suns borduurde Bat For Lashes voort op het geluid van Fur And Gold, maar klonk het geluid van de band wel wat gepolijster, terwijl het in 2012 verschenen The Haunted Man een wat soberder geluid liet horen. Bat For Lashes overtrof wat mij betreft de eerste drie albums op alle fronten met het prachtige conceptalbum The Bride uit 2016, dat zowel in vocaal als muzikaal opzicht imponeerde. Na het prachtige The Bride vond ik het in 2019 verschenen Lost Girls een flinke tegenvaller. De prachtige stem van Natasha Khan verzoop in een overdaad aan elektronica en ook de songs van de Brits-Pakistaanse muzikante bleven ver achter bij die op haar vorige albums.

Bijna vijf jaar na Lost Girls keert Natasha Khan terug met een nieuwe album van Bat For Lashes. In de tussentijd kreeg Natasha Khan haar dochter Delphi, die centraal staat op The Dream Of Delphi. Op haar nieuwe album heeft Natasha Khan de goedkoop klinkende elektronica van Lost Girls weer achter zich gelaten en keert ze terug naar het sprookjesachtige geluid van haar vroege albums. Op The Dream Of Delphi laat de stem van Natasha Khan zich weer omringen door prachtige pianoklanken en flink wat strijkers, waarna het klankenpalet nog wat verder wordt verrijkt met elektronica.

In de openingstrack en titeltrack gooit Natasha Khan er ook nog wat triphop beats tegenaan, maar overdadig wordt het nooit. Veel tracks op The Dream Of Delphi doen wat klassiek aan en moeten het doen met ijle klanken, die alle ruimte krijgen en fraai combineren met de prachtige stem van Natasha Khan. Hiertegenover staan met subtiele elektronica verrijkte songs, die echter een vergelijkbare en wat serene sfeer hebben.

Natasha Khan reflecteert op The Dream Of Delphi op de geboorte van haar dochter en alles wat hier bij kwam kijken, maar ze kijkt ook naar de boze buitenwereld waarin haar dochter moet opgroeien. The Dream Of Delphi is net als The Bride een conceptalbum, maar waar Natasha Khan op The Bride een verhaal verzon, heeft ze op The Dream Of Delphi te maken met de werkelijkheid, wat meer gevoel toevoegt aan de songs op het album.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik Bat For Lashes na het vorige album min of meer had afgeschreven, maar het nieuwe album van het project van Natasha Khan is echt heel mooi. The Dream Of Delphi is een album dat de ruimte prachtig vult, maar het is ook een album dat het verdient om met volledige aandacht te worden beluisterd, waarbij de teksten niet moeten worden vergeten. Het is een album dat in tegenstelling tot zijn voorganger ver verwijderd is van de toegankelijke popsongs, maar liefhebbers van de vroege albums van Bat For Lashes zullen waarschijnlijk, net als ik, blij zijn met het nieuwe album, waarop Natasha Khan laat horen dat ze het maken van prachtige albums nog niet is verleerd. Erwin Zijleman

Bats - Good Game Baby (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Bats - Good Game Baby - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Bats - Good Game Baby
De Amerikaanse muzikante Jess Awh heeft als Bats een uitstekend album afgeleverd, dat invloeden uit de country, folk en indierock combineert in songs die je direct bij eerste beluistering dierbaar zijn

Jess Awh trok met haar project Bats nog niet heel veel aandacht, maar met haar derde album Good Game Baby zet de muzikante uit Nashville serieuze stappen. Good Game Baby is een album dat in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar ook als de voorkeur uitgaat naar indierock valt er flink wat te genieten op dit album, zeker als de gitaren los gaan. In muzikaal opzicht zoekt Bats op subtiele wijze de verbinding tussen verschillende genres en dat doet Jess Awh ook met haar stem en met haar songs, die lekker in het gehoor liggen, maar ook op subtiele wijze het avontuur zoeken. Het zou terecht zijn als dit album in bredere kring wordt opgepakt.

Ik dacht heel even een nieuw album van de Nieuw-Zeelandse band The Bats op het spoor te zijn, maar Good Game Baby is een album van Bats, wat een project is van Jess Awh, die in Nashville, Tennessee, niet alleen aan de weg timmert als muzikante, maar ook als houtbewerker. Good Game Baby is het derde album van de Amerikaanse muzikante, die echt een bijzonder knap album in elkaar heeft geknutseld.

Ik heb inmiddels ook de eerste twee albums van Bats beluisterd en die waren wat mij betreft niet alleen erg wisselvallig, maar ook weinig onderscheidend. In de twee jaar die zijn verstreken sinds haar vorige album Blue Cabinet heeft Jess Awh zich echter stevig ontwikkeld. Good Game Baby is wat de kwaliteit betreft een stuk consistenter dan de vorige twee albums van Bats, maar bevat ook songs van een veel hoger niveau.

Jess Awh komt zoals gezegd uit Nashville en daar maakt ze geen geheim van op haar derde album. Good Game Baby bevat flink wat invloeden uit de countrymuziek zoals die in Nashville wordt gemaakt, maar Jess Awh geeft absoluut een eigenwijze draai aan de invloeden die domineren in de Amerikaanse muziekhoofdstad.

Je hoort het direct in de uitstekende openingstrack Going For Oysters, waarmee Bats een fraai visitekaartje afgeeft. Het is een track die aan de ene kant zacht en folky klinkt, maar die ook een aantal ruwe gitaaruitbarstingen bevat, waarna ook nog eens wolken pedal steel opduiken. Het is een combinatie van invloeden die niet heel gebruikelijk is en die direct laat horen dat Bats zich niet makkelijk in een hokje laat duwen.

De openingstrack van Good Game Baby is misschien nog het best te omschrijven als indierock met een indiefolk en country twist en ook de meeste andere songs op het derde album van Bats doen hun best om anders te klinken dan de meeste andere muziek uit Nashville. Ook als Jess Awh relatief dicht bij de countrymuziek uit Nashville blijft hebben haar songs op een of andere manier iets eigenzinnigs.

Het heeft deels te maken met haar stem, die je eerdere associeert met indie dan met mainstream rootsmuziek uit Nashville, maar ook de hele subtiele uitstapjes buiten de gebaande paden dragen bij aan het onderscheidende vermogen van het album. De ene keer gaat het om de bijzondere ritmes van de drummachine, de volgende keer om de inzet van synths of om de al genoemde inzet van gruizig klinkende gitaren.

Het zorgt er voor dat Good Game Baby van Bats geen typisch rootsalbum is, maar ook geen typisch indierock album. Het zorgt er ook voor dat Jess Awh steeds weer weet te verrassen met bijzonder klinkende songs. Het zijn op hetzelfde moment bijzonder lekker in het gehoor liggende songs die zowel liefhebbers van rootsmuziek als die van indierock aan moet kunnen spreken.

Ik ben zeer gecharmeerd van de mooie en aangename klanken op Good Game Baby, maar ik ben nog veel meer gecharmeerd van de heldere stem van Jess Awh en van de mooie en tijdloze songs op haar derde album. Het is een album dat, in tegenstelling tot zijn twee voorgangers, goed genoeg is om stevig te worden bewierookt door de muziekpers, waardoor het jammer is dat zowel Pitchfork als Paste het album er niet uit pikte de afgelopen week, terwijl Good Game Baby van Bats zeker in het straatje van beiden past. Ik had het perfect in mijn straatje passende album in ieder geval niet graag gemist. Erwin Zijleman

BATTS - The Nightline (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: BATTS - The Nightline - dekrentenuitdepop.blogspot.com

BATTS - The Nightline
De Australische muzikante BATTS overtuigt met een wat melancholisch aandoend album vol tijdloze klanken, maar het is ook een album dat in muzikaal en zeker ook in vocaal opzicht steeds meer indruk maakt

Bij eerste beluistering hoorde ik nog niet zo goed wat The Nightline van BATTS bijzonder maakt, al vond ik het tweede album van de Australische muzikante Tanya Batt wel direct bijzonder aangenaam. Na een paar keer horen was ik echter verkocht en sindsdien ben ik verknocht aan de tijdloze popsongs, de warme klanken, de persoonlijke verhalen en de uitstekende zang van BATTS. The Nightline is een album dat op een of andere manier direct bekend klinkt, maar het is aan de andere kant ook een album dat zich makkelijk weet te onderscheiden van al die andere albums van vrouwelijke singer-songwriters en dat is knap. Het debuut van BATTS heb ik gemist, maar sinds The Nightline ben ik fan.

The Nightline is het tweede album van BATTS en de opvolger van het in 2019 verschenen The Grand Tour, dat me destijds eerlijk gezegd niet is opgevallen. Dat laatste is jammer, want het debuutalbum van BATTS is een mooi en interessant album, dat in 2019 meer aandacht had verdiend. Voorlopig focus ik me echter maar op The Nightline, dat ik nog net wat mooier en overtuigender vind dan het debuutalbum van BATTS.

BATTS is het alter ego van de uit het Australische Melbourne afkomstige Tanya Batt. Op haar tweede album maakt deze Tanya Batt zeer sfeervolle singer-songwriter pop, waarmee The Nightline van BATTS zich beweegt in een momenteel werkelijk overvol genre. In dit genre sla ik Tanya Batt echter wat hoger aan dan de meeste van haar soortgenoten. De Australische muzikante schrijft mooie, avontuurlijke en bijna zonder uitzondering zeer persoonlijke songs, beschikt over een aangename en bijzondere stem en tekende als producer van The Nightline ook nog eens voor een verzorgd en zeer sfeervol geluid.

Tanya Batt nam haar tweede album samen met haar band op in de Australische wildernis, wat een aards en vaak wat broeierig klinkend album heeft opgeleverd. The Nightline bevat in twee songs bijdragen van de muzikale helden van Tanya Batt, Sharon van Etten en Jessica Dobson van de Amerikaanse band Deep Sea Diver, maar de Australische muzikante trekt zelf de meeste aandacht.

BATTS debuteerde drie jaar geleden met een conceptalbum over de Voyager missie van NASA, maar op The Nightline concentreert de Australische muzikante zich vooral op persoonlijke misère, waaronder een chronische ziekte, mentale problemen en de dood van haar schoonvader, voor wie ze The Nightline uiteindelijk maakte.

The Nightline van BATTS is een album dat zich niet zo makkelijk laat duiden. De muziek van de muzikante uit Melbourne klinkt eigentijds, maar The Nightline laat ook veel invloeden uit het verleden en met name uit de jaren 70 horen. Het is een album dat past in het hokje singer-songwriter pop, maar hier en daar klinkt de muziek van BATTS ook wat psychedelisch al zijn deze invloeden subtiel.

Het onderscheidende karakter van het album zit hem wat mij betreft in de bijzondere sfeer die Tanya Batt weet te creëren in haar songs. De volle en tijdloze instrumentatie is warm en aangenaam, maar de klanken hebben ook iets sprookjesachtigs en op hetzelfde moment iets zwaar melancholisch. Het combineert prachtig met de mooie stem van Tanya Batt die haar songs met veel emotie vertolkt en die nergens ondersneeuwt in de bij vlagen zwaar aangezette instrumentatie op The Nightline.

Zeker als de zon onder is slaan de prachtige klanken op het album en de bijzonder aangename stem van Tanya Batt als een warme deken om je heen en geven de tijdloze songs van de muzikante uit Melbourne het laatste zetje. Ik heb een paar keer moeten luisteren naar het album voordat The Nightline van aardig en aangenaam veranderde in wonderschoon en bezwerend, maar inmiddels is het tweede album van BATTS een album dat ik koester en hoe vaker ik naar dit album luister, hoe mooier en verslavender het album wordt. Het is iedere week weer dringen in het land van de vrouwelijke singer-songwriters, maar The Nightline van BATTS zou ik zeker niet laten liggen. Erwin Zijleman

Baxter Dury - The Night Chancers (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Baxter Dury - The Night Chancers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Baxter Dury - The Night Chancers
Baxter Dury is op zijn nieuwe album The Night Chancers een kind van zijn roemruchte vader Ian Dury en de bastaardzoon van Serge Gainsbourg op een zwoele soundtrack voor de nacht

Ik was Baxter Dury na zijn uitstekende eerste twee albums wat uit het oog verloren, maar de hernieuwde kennismaking is een aangename. Op een album met een knipoog naar het werk van zijn vader Ian en zeker ook het werk van Serge Gainsbourg verhaalt Baxter Dury met een vet Cockney accent over het nachtleven. De muziek is loom en broeierig en hetzelfde geldt voor de gesproken zang van de Britse muzikant, die fraaie verhalen optekent en deze voorziet van bijpassende muziek. Het levert een fraai album van de nacht op, dat direct vermaakt, maar vervolgens alleen maar leuker wordt.

Ik vond de eerste twee albums van Baxter Dury, zoon van de legendarische Britse muzikant Ian Dury (ja die van Sex & Drugs & Rock ‘n Roll, Wake Up And Make Love With Me, Hit Me With Your Rhythm Stick en Reasons To Be Cheerful, Part 3) erg goed, maar de afgelopen 15 jaar heb ik de verrichtingen van de jongere Dury telg eerlijk gezegd niet meer gevolgd. Deze week verscheen het zesde album van de Britse muzikant en The Night Chancers bevalt me erg goed.

Het album opent met een lome elektronische beat, ijle synths en melancholische strijkers, die vervolgens gezelschap krijgen van de gesproken teksten van Ian Dury, die net als zijn vader is gezegend met een heerlijk platte Cockney tongval. Net als je je bedenkt dat de muziek wel wat Frans aandoet vallen de achtergrondzangeressen in met een Frans refrein en is de verleiding compleet.

Het is een mooie start van een album dat laat horen dat Baxter Dury de muzikale erfenis van zijn te vroeg overleden vader in ere houdt, maar de afgelopen twee decennia ook een eigen geluid heeft ontwikkeld. Het is een geluid dat voor een belangrijk deel wordt bepaald door de praatzang van Baxter Dury en zijn platte Britse accent. Ik ben normaal gesproken niet zo gek op dit soort praatzang, maar het Cockney accent van de Britse muzikant heeft iets zangerigs en bovendien doet de Britse muzikant veelvuldig een beroep op achtergrondzangeressen, die The Night Chancers in vocaal opzicht verrijken.

Het warme geluid op The Night Chancers doet hier en daar wel wat denken aan de muziek van vader Ian, maar Baxter Dury verrijkt het rhythm & blues geluid met funky accenten en invloeden uit de dub van zijn vader veelvuldig met elektronica en strijkers. De veelvuldige associaties met de muziek van Ian Dury hebben me er toe gebracht om ook het briljante New Boots And Panties!! uit 1977 weer eens uit de kast te trekken, maar ook het nieuwe album van zijn zoon mag er zijn.

In de openingstrack is het refrein Franstalig, maar ook op de rest van het album duiken invloeden uit de Franse popmuziek op. The Night Chancers is bedoeld of onbedoeld een eerbetoon aan de grote albums die Serge Gainsbourg in de jaren 60 en jaren 70 maakte, maar staat ook in het heden. Baxter Dury bezingt op The Night Chancers vooral het nachtleven, waarin hij de afgelopen jaren zo te horen een graag geziene gast was. Het is het nachtleven dat de komende tijd compleet op zijn gat ligt, dus we zullen het even moeten doen met de sfeer die Baxter Dury oproept op zijn nieuwe album.

The Night Chancers is een zwoel en broeierig album dat de sfeer van de nacht ademt, maar het is ook een album dat meer doet dan oppervlakkig vermaken, al is het maar omdat de Britse muzikant er prachtig over vertelt en niet alleen met succesverhalen op de proppen komt. Bovendien weet hij in muzikaal opzicht de fantasie te prikkelen.

Baxter Dury maakte zijn beste album precies 15 jaar geleden met het uitstekende Floorshow, maar het flink anders klinkende The Night Chancers komt wat mij betreft heel dicht in de buurt. Baxter Dury schept in muzikaal opzicht een bijzondere sfeer met een vette knipoog naar Serge Gainsbourg en verrijkt die sfeer met zijn mooi uitgesproken teksten en fraaie muzikale uitstapjes. En iedere keer dat je er naar luistert dringt dit album zich nog wat meer op. Erwin Zijleman

BC Camplight - A Sober Conversation (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: BC Camplight - A Sober Conversation - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: BC Camplight - A Sober Conversation
BC Camplight heeft met A Sober Conversation alweer zijn zevende album afgeleverd en het is een fascinerend album met stevig aangezette arrangementen en flink wat echo’s uit de singer-songwriter muziek uit de jaren 70

BC Camplight kwam er tot dusver nog niet aan te pas op de krenten uit de pop, maar A Sober Conversation is een album waar ik niet omheen kan. Brian Christinzio, de man achter BC Camplight, heeft een aantal verslavingen achter zich gelaten en een zeer geïnspireerd album afgeleverd. Het is een album waarop invloeden uit de jaren 70 een voorname rol spelen, maar de Amerikaanse muzikant geeft een bijzondere eigen draai aan deze invloeden en heeft een album gemaakt dat steeds weer weet te verrassen, te verbazen en te imponeren. De muziek is soms bijna pompeus, maar A Sober Conversation is ook een album met mooie en intieme popliedjes die steeds wat indrukwekkender worden. Prachtalbum!

Ik besprak op de krenten uit de pop nog niet eerder een album van BC Camplight en dat is best bijzonder. Het alter ego van Brian Christinzio maakt immers al twintig jaar albums die ik bij eerste beluistering vrijwel zonder uitzondering zeker interessant vond. Ik heb maar één album van de Amerikaanse muzikant in de kast staan, maar Blink Of A Nihilist uit 2007 stamt uit de periode voor de geboorte van de krenten uit de pop.

Sindsdien heb ik echt alle albums van BC Camplight beluisterd en het zijn stuk voor stuk albums die ik serieus heb overwogen voor een recensie. Het gold vorige week ook voor het meest recente album van de muzikant, die sinds een aantal jaren uit het Britse Manchester opereert. A Sober Conversation werd uiteindelijk verslagen door albums van vrouwelijke muzikanten, want mijn voorliefde voor vrouwenstemmen is vaak doorslaggevend.

In een wat rustigere muziekweek heb ik A Sober Conversation alsnog een kans gegeven en daar ben ik blij mee, want wat is het een sterk album. Het is een album dat met name in de Britse muziekmedia geweldige recensies krijgt en inmiddels kan ik me volledig vinden in de vele loftuitingen.

Prijsnummer op A Sober Conversation is wat mij betreft het duet met The Last Dinner Party zangeres Abigail Morris (Two Legged Dog), maar ook als er geen vrouwenstem is te horen op het album van BC Camplight of alleen op de achtergond opduiken stijgt A Sober Conversation naar grote hoogten.

Brian Christinzio verruilde een aantal jaren geleden de Verenigde Staten voor het Verenigd Koninkrijk en dat is te horen op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant. A Sober Conversation klinkt wat mij betreft vooral Brits en doet een ruime greep uit alle inspiratie die de Britse popmuziek inmiddels te bieden heeft.

Het is moeilijk om precies aan te geven waardoor BC Camplight zich heeft laten inspireren op A Sober Conversation, want het album springt met zevenmijlslaarzen door de tijd. In een aantal songs hoor je duidelijke invloeden uit de 70s singer-songwriter muziek, waarbij overigens ook de grote Amerikaanse singer-songwriters uit het decennium niet worden vergeten, maar ook echo’s uit de Britpop van de jaren 90 zijn hoorbaar.

Wanneer invloeden uit de jaren70 domineren valt de muziek van BC Camplight op door weelderige arrangementen, mooie klanken, bombastisch pianospel en vocalen met veel gevoel. De arrangementen zijn af en toe zwaar aangezet en schuiven op richting pompeus, maar de songs van BC Camplight blijven op een of andere manier ook intiem. In de songs waarin invloeden uit wat recentere tijden opduiken zijn de arrangementen nog wat spannender, maar ondanks wat meer dynamiek en wat scherpe randjes blijven de songs van BC Camplight opvallend warm en melodieus.

Ik kan me inmiddels niet meer voorstellen dat ik dit album in eerste instantie liet liggen, want wanneer je eenmaal gewend bent aan het fascinerende geluid en de bijzonder aangename popsongs op A Sober Conversation is het een album om hopeloos verliefd op te worden.

Het is ook nog eens een album vol diepgang, want Brian Christinzio ging de afgelopen jaren door eigen doen door diepe dalen en heeft deze een plek gegeven in de teksten van zijn nieuwe songs. Ik ben inmiddels diep onder de indruk van A Sober Conversation en het album wordt alleen maar beter. Erwin Zijleman

bdrmm - I Don't Know (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: bdrmm - I Don't Know - dekrentenuitdepop.blogspot.com

bdrmm - I Don't Know
Op I Don’t Know verrijkt de Britse band bdrmm het geluid van haar debuutalbum met extra invloeden en kiest het bovendien voor een veelzijdiger geluid waarin het experiment niet wordt geschuwd

Het debuutalbum van bdrmm heb ik drie jaar geleden gemist, maar ik ben behoorlijk onder de indruk van het deze week verschenen tweede album van de band uit Hull. Het is een album waarop de Britse band nog wat extra invloeden toevoegt aan het geluid van haar debuutalbum, dat werd gedomineerd door invloeden uit de shoegaze. Op I Don’t Know heeft bdrmm niet alleen haar horizon verbreed, maar zoekt het bovendien met grotere regelmaat het experiment. Het levert acht tracks op die aan de ene kant vol dynamiek zitten, maar die ook kunnen ontaarden in lome en dromerige geluidstapijten. Het resultaat is een duidelijk eigen geluid waarmee bdrmm wat mij betreft vooruit kan.

De Britse band bdrmm maakte tussen 2016 en 2019 een aantal EP’s voordat in 2020 het debuutalbum Bedroom verscheen en duidelijk werd waar de wat cryptische naam van de band voor staat. Ik heb het allemaal gemist, want het deze week verschenen tweede album van de band is de eerste muziek die ik van bdrmm hoor.

Ik lees op het Internet best wat behoorlijk kritische reacties op I Don’t Know, maar persoonlijk vind ik het een mooi en interessant album. Om de negatieve reacties te begrijpen heb ik ook naar het debuutalbum van de band uit Hull geluisterd en dat album klinkt inderdaad anders dan het deze week verschenen album.

Ik heb Bedroom precies drie jaar geleden niet opgemerkt, maar had dat wel moeten doen. Het is een interessant album met vooral invloeden uit de shoegaze, dat vol staat met melodieuze en breed uitwaaiende songs. Het is een album dat misschien vooral aansluit op de rijke tradities van de shoegaze, maar een goed album in het genre kan er altijd bij.

Op I Don’t Know heeft bdrmm zich een stuk breder georiënteerd. De Britse band verwerkt ook dit keer invloeden uit de hoogtijdagen van de shoegaze, maar hier blijft het niet bij. Ook invloeden uit de 70s en 80s postpunk en new wave hebben hun weg gevonden naar het geluid van bdrmm, dat bovendien wat experimenteler is dan het geluid op het debuutalbum van de band.

Je hoort het direct in de openingstrack waarin de band uit Hull experimenteert met tegendraadse ritmes en eigenzinnige elektronische impulsen, maar ook als de band, net als op haar debuutalbum, vertrouwt op breed uitwaaiende gitaarpartijen en dromerige zang, klinkt I Don’t Know anders dan zijn voorganger. Het tempo ligt lager, de songs zitten complexer in elkaar en de melodieën zijn wat minder betoverend.

Ik kan me voorstellen dat het nieuwe materiaal op het podium wat lastiger indruk zal maken, maar uit de speakers klinkt het wat mij betreft allemaal geweldig. Het is knap hoe bdrmm haar shoegaze geluid van weleer steeds weer weet te verrijken met bijzondere wendingen. Dat zijn de eerdere keer de al eerder genoemde ritmes en elektronische impulsen, maar de Britse band speelt ook met dynamiek die de ene keer wordt gecreëerd met net wat hogere gitaarmuren en de volgende keer met veel ingetogener passages, waarbij vooral gitaren, maar ook een piano wordt ingezet.

Wanneer hoge gitaarmuren worden opgebouwd schuift bdrmm weer wat dichter naar de shoegaze toe, maar I Don’t Know kan ook aangenaam psychedelisch klinken. Hier blijft het niet bij, want met vleugjes ambient, spacerock, slowcore en Krautrock bestrijkt bdrmm dit keer een opvallend breed palet aan stijlen.

Het dringt zich misschien net wat minder makkelijk op dan de grootse en meeslepende songs van het debuutalbum van de band, maar hoe vaker ik naar I Don’t Know luister, hoe mooier ik het tweede album van bdrmm vind. Het is een album met acht tracks die allemaal boven de vier minuten klokken, wat de band de tijd geeft om fraaie spanningsbogen op te bouwen. Dat doet bdrmm in een aantal tracks op fascinerende wijze, maar de band is ook niet bang om het zonder spanningsbogen te doen.

I Don’t Know is zoals gezegd mijn eerste kennismaking met de muziek van bdrmm, maar inmiddels heb ik ook het debuutalbum van de Britse band omarmd. Album nummer twee heeft echter duidelijk mijn voorkeur en het is ook nog eens een album dat de komende tijd nog wel, eens flink door kan groeien. Erwin Zijleman

beabadoobee - Beatopia (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: beabadoobee - Beatopia - dekrentenuitdepop.blogspot.com

beabadoobee - Beatopia
Na een geslaagd debuut met vooral invloeden uit de 90s indierock, laat beabadoobee op haar tweede album een veelzijdiger geluid horen, wat een serie aanstekelijke maar ook knappe pop- en rocksongs oplevert

De jonge Brits-Filipijnse muzikante beabadoobee debuteerde een kleine twee jaar geleden met het interessante Fake It Flowers, dat zich vooral liet inspireren door de 90s indierock die werd gemaakt voor ze werd geboren. Het zijn invloeden die ook zijn te horen op haar nieuwe album Beatopia, maar de muzikante uit Londen kiest dit keer voor een veelzijdiger geluid, waarin ook zeker ruimte is voor invloeden uit de pop. Beatopia is een persoonlijk album, waarop beabadoobee van haar hart geen moordkuil maakt, maar de jonge muzikante laat ook horen dat ze en zeer getalenteerd songwriter is, die ook nog eens in meerdere genres uit de voeten kan. Je hoort het er misschien niet direct aan af, maar dit is een knap album.

Ik was in de herfst van 2020 zeer gecharmeerd van het debuutalbum van beabadoobee, het alter ego van de op de Filipijnen geboren, maar in Londen opgegroeide muzikante Beatrice Kristi Laus. Bij het verschijnen van Fake It Flowers was beabadoobee pas twintig jaar oud, maar ze had er op dat moment al een aantal jaren in de muziek op zitten.

De jonge muzikante voelde zich in Londen vaak onbegrepen en buitengesloten en vluchtte in de muziek van met name haar helden Pavement en Elliott Smith. Het zijn invloeden die nog niet zo goed waren te horen op de eerste muziek die beabadoobee maakte en beschikbaar maakte via TikTok en een aantal prima EP’s, waarop vooral lome bedroom pop was te horen.

Op Fake It Flowers pakte de jonge muzikante uit Londen echter de gitaren op en nam ze de luisteraar mee terug naar de vrouwelijke indierock uit de jaren 90. Het debuut van beabadoobee herinnerde vooral aan destijds ook piepjonge muzikanten als Michelle Branch en Avril Lavigne, maar ik hoorde af en toe ook wel wat van Juliana Hatfield en dat was en is een groot compliment.

Fake It Flowers kon overigens ook zo af en toe de kant van de 90s pop op gaan, maar alles bij elkaar genomen kreeg het debuutalbum van de jonge muzikante uit Londen van mij een prima rapportcijfer. Alle reden dus om uit te kijken naar het tweede album van beabadoobee en dat album is deze week verschenen.

Beatopia borduurt deels voort op het geluid van het debuutalbum van beabadoobee, maar Beatrice Kristi Laus weet haar geluid ook te vernieuwen. Beatopia opent met een lekker stevige rocksong, die je, net als een aantal andere songs op Fake It Flowers, onmiddellijk mee terug neemt naar de vrouwelijke indierock uit de jaren 90.

Vaker dan het debuutalbum van beabadoobee schuift Beatopia echter op richting pop en R&B. Het is de pop en R&B van dit moment, maar een jaren 90 vibe is nooit heel ver weg in de muziek van beabadoobee. Dat blijft bijzonder want ze heeft het betreffende decennium zelfs in de luiers niet meegemaakt.

Ik heb zelf nog altijd een voorkeur voor de wat meer rock georiënteerde songs van de jonge muzikante uit Londen, want gruizige gitaren en fluisterzachte meisjeszang is nog altijd een aangename combinatie. Ook de popsongs van beabadoobee kan ik overigens wel waarderen, want ook in de songs die aansluiten bij pop en R&B slaagt beabadoobee er in om net wat eigenzinniger te klinken dan de meeste van haar leeftijdsgenoten in het genre.

Vergeleken met Fake It Flowers is Beatopia op een aantal terreinen een duidelijk beter album. De instrumentatie is mooier en veelzijdiger, de productie is trefzekerder en ook de zang van Beatrice Kristi Laus is beter dan op het debuutalbum. Het grootste verschil zit hem echter in de songs, die misschien wat meer tegen pop aanleunen, maar ook volwassener klinken, zonder dat het persoonlijke karakter van de songs van beabadoobee is verdwenen.

Verder blijkt beabadoobee op Beatopia van vele markten thuis en dat is knap. Indierock, pop, R&B, folk en zelfs bossa nova komen voorbij op het nieuwe album van de muzikante uit Londen en uit de bocht vliegen doet ze nooit. Iedereen die, net als ik, een zwak had voor het debuut van beabadoobee, zal ook Beatopia kunnen waarderen, maar iedereen die dit debuut liet liggen, moet het misschien toch nog eens proberen met dikt album. Erwin Zijleman

beabadoobee - Fake It Flowers (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: beabadoobee - Fake It Flowers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

beabadoobee - Fake It Flowers
De muzikante achter beabadoobee werd geboren in het jaar 2000, maar laat op haar uitstekende debuut vooral de jaren 90 herleven en doet dat op uitstekende wijze

Luister naar het debuut van beabadoobee en je hoort vooral invloeden uit de rockmuziek uit de jaren 90. Dat is best bijzonder want Bea Kristi werd geboren toen de jaren 90 achter ons lagen. Fake It Flowers, het debuutalbum van beabadoobee, citeert nadrukkelijk uit de archieven van de betere rockmuziek van de jaren 90, maar de op de Filippijnen geboren maar in Londen opgegroeide muzikante heeft ook een uitstekend gevoel voor lekker in het gehoor liggende of zelfs hitgevoelige popsongs. Fake It Flowers haalt mooie herinneringen op aan de jaren 90, maar is ook een eigentijds album dat de wel erg hoge verwachtingen rond beabadoobee nog waar maakt ook.

De naam beabadoobee zingt inmiddels al een jaar of drie flink rond, maar in één keer foutloos intypen lukt me helaas nog steeds maar zelden. De pas 20 jaar oude Bea Kristi werd geboren op de Filippijnen, maar groeide op in Londen, waar ze zich vaak buitengesloten voelde en haar geluk zocht in opstandig gedrag, drugs en vooral in de muziek van onder andere Elliott Smith en Pavement.

Ze begon als jonge tiener met het maken van haar eigen muziek op haar slaapkamer en bereikte met haar lome lo-fi popliedjes een miljoenenpubliek op het platform TikTok. Na twee EP’s met lome slaapkamerpop, pikte beabadoobee vorig jaar de gitaren op en verraste ze met de lekker stevige EP Space Cadet. Space Cadet gaf ook wat meer inzicht in de muzieksmaak van beabadoobee, al was het maar door een van de songs I Wish I Was Stephen Malkmus te noemen.

Bea Kristi werd geboren in het jaar 2000, maar haar hart ligt in muzikaal opzicht in de jaren 90. Het is nog wat duidelijker te horen op haar deze week verschenen debuut Fake It Flowers. Op haar debuutalbum trekt beabadoobee de lijn van de vorig jaar verschenen EP door en is de lome slaapkamerpop grotendeels verdreven door songs met wat steviger aangezette gitaren.

Met name de Britse muziekpers is hier en daar lyrisch over het debuut van beabadoobee. Als vergelijkingsmateriaal worden de allergrootsten uit de jaren 90 aangedragen, maar dat is wat overdreven. De nog piepjonge beabadoobee kent absoluut haar klassiekers uit de jaren 90 en verwerkt een vat vol invloeden.

90s rock staat centraal op Fake It Flowers en is het 90s rock die mij met grote regelmaat doet denken aan de muziek van Juliana Hatfield uit het betreffende decennium. Dat is wat mij betreft een groot compliment. De jonge muzikante uit Londen is echter ook niet vies van net wat lichtvoetigere pop. In de tracks waarin de gitaren net wat minder stevig klinken, schuift beabadoobee wat op richting vrouwelijke singer-songwriters die in de jaren 90 net zo oud waren als zij nu, waarbij onder andere moet worden gedacht aan Avril Lavigne en Michelle Branch.

Het knappe van het debuut van beabadoobee is dat invloeden uit de betere indie-rock van de jaren 90 fraai samensmelten met hitgevoelige pop en rock uit het betreffende decennium. Fake It Flowers bevat hiernaast ook nog wel wat van de lome lo-fi pop waarmee beabadoobee een paar jaar geleden opdook.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en ook de wat meisjesachtige vocalen van beabadoobee zijn absoluut aangenaam. Fake It Flowers werd geproduceerd door de van The Vaccines bekende Pete Robertson, geen gelouterde producer, maar zijn productie van het debuut van beabadoobee is bijzonder fraai.

En dan zijn er natuurlijk nog de songs en ook die zijn over het algemeen van een hoog niveau. Soms klinkt het lekker stevig, soms loom en zwoel en altijd is er het goede gevoel voor mooie klanken en melodieën, trefzekere zang en de nodige dynamiek.

Hier en daar heeft Fake It Flowers net wat teveel jeugdige bravoure, maar dat mag je een muzikante van maar net twintig natuurlijk niet kwalijk nemen. Van beabadoobee werden voorafgaand aan de release van haar debuut wonderen verwacht en daar slaagt ze zo nu en dan nog in ook. Echt een uitstekend debuut van de jonge Britse muzikante. Erwin Zijleman