MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Fabiana Palladino - Fabiana Palladino (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fabiana Palladino - Fabiana Palladino - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fabiana Palladino - Fabiana Palladino
Fabiana Palladino kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten en laat op haar titelloze en heerlijk soulvolle debuutalbum horen dat ze zelf ook beschikt over het nodige muzikale en vocale talent

De Britse muzikante Fabiana Palladino heeft de tijd genomen voor haar debuutalbum, dat deze week, tien jaar na haar eerste single, is verschenen. Het is een album waarop ze zich in eerste instantie laat inspireren door Britse soul, R&B en pop uit de jaren 80, maar Fabiana Palladino is zeker niet blijven steken in het verleden. In muzikaal opzicht is het debuutalbum van de Britse muzikante heerlijk zwoel, maar het steekt, mede door de geweldige baslijnen van vader Pino, ook knap in elkaar. Het vraagt alleen nog om een goede en soulvolle stem en ook hierover blijkt Fabiana Palladino te beschikken op haar lang verwachte debuutalbum, dat de verwachtingen makkelijk waar maakt.

Bij de achternaam Palladino moet ik onmiddellijk denken aan de Britse bassist Pino Palladino, die is te horen op talloze albums van muzikanten van naam en faam en bovendien op het podium heeft gestaan met menige grootheid. De in Wales geboren bassist is actief sinds de jaren 80 en wordt al enkele decennia gerekend tot de betere bassisten. Deze week verscheen het debuutalbum van Fabiana Palladino en ook op dit album is Pino Palladino, de vader van Fabiana, te horen.

Fabiana Palladino heeft tot dusver zeker geen haast met haar carrière in de muziek. Haar eerste single verscheen tien jaar geleden en hier zijn sindsdien nog een paar singles bij gekomen. Hiernaast werkte Fabiana Palladino vooral samen met anderen, onder wie Jessie Ware. Deze week is dan eindelijk het (titelloze) debuutalbum van Fabiana Palladino verschenen en het is een album dat het wel eens goed kan gaan doen.

Dat is deels de verdienste van het wederom uitstekende baswerk van vader Pino, die in de studio ook nog twee van zijn andere kinderen (Rocco en Giancarla) en zijn vrouw (Maz) tegen kwam. Het opnemen van het debuutalbum van Fabiana Palladino was zeker niet alleen een familieaangelegenheid, want de Britse muzikante deed ook een beroep op de mij onbekende producer Harry Craze, de wel bekende strijkersarrangeur Rob Moose en de gelouterde sessiedrummer Steve Ferrone.

Centraal thema op het debuutalbum van Fabiana Palladino is het op de klippen lopen van een liefdesrelatie, wat in ieder geval in de teksten zorgt voor een wat weemoedige sfeer. In muzikaal opzicht is de melancholie minder goed hoorbaar, want het debuutalbum van Fabiana Palladino is een warm of zelfs zwoel klinkend album. De Britse muzikante put vooral uit de archieven van de soul, R&B en pop en is niet vies van invloeden uit de jaren 80.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker. Enerzijds door de geweldige baslijnen van vader Pino, maar ook de wat vintage klinkende synths klinken fantastisch. Het doet me af en toe flink denken aan de albums waarop Janet Jackson boven zichzelf uit steeg, maar het album is ook schatplichtig aan de Britse soulpop uit de jaren 80 en 90 en heeft ook wel wat van de muziek van Wendy & Lisa, zeker als Prince met een schuin oog mee keek.

Ondanks alle verwijzingen naar muziek uit de jaren 80 en 90 is het debuutalbum van Fabiana Palladino ook absoluut een eigentijds klinkend album, dat op bijzondere wijze invloeden uit verschillende tijden combineert. Het is een album dat makkelijk verleidt, maar de Palladino telg maakt ook zeker indruk met knap in elkaar stekende en fantasierijk en verrassend subtiel ingekleurde songs, die bij herhaalde beluistering alleen maar beter en interessanter worden. In muzikaal opzicht is het debuutalbum van Fabiana Palladino een uitstekend album en ook de songs van de Britse muzikante zijn stuk voor stuk aansprekend. Ze is bovendien een prima zangeres, die een extra dimensie toevoegt aan het fraaie geluid op haar debuutalbum.

Als ik luister naar het album ben ik vooral verbaasd dat Fabiana Palladino tien jaar heeft gedaan over het uitbrengen van haar eerste album, al is dit de kwaliteit van het album vast ten goede gekomen. De Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt het “sublime 80s pop innovation meets 21st-century chaos” en dat is wel een mooie omschrijving van een album, dat soulvolle pop uit het verleden op knappe wijze het heden in sleurt. Erwin Zijleman

Fabrizio Cammarata - Of Shadows (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fabrizio Cammarata - Of Shadows - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Onlangs kreeg ik Of Shadows van ene Fabrizio Cammarata in handen. De naam kwam me wel enigszins bekend voor en na wat speurwerk in de platenkast vond ik het in 2011 verschenen Rooms.

Rooms, een ode aan de Siciliaanse hoofdstad Palermo, vond ik destijds een hele mooie en indrukwekkende plaat. Het was een plaat waarop de Italiaanse muzikant begon bij de jonge jaren van Bob Dylan en Cat Stevens, maar er uiteindelijk ook de nodige exotische invloeden bij sleepte en de plaat bovendien voorzag van de verwachte Mediterrane passie en emotie.

Op Of Shadows klinkt Fabrizio Cammarata wat anders dan op Rooms, maar ook de nieuwe plaat van de Italiaan vind ik weer een hele bijzondere. Ook op zijn nieuwe plaat stopt de Italiaanse muzikant weer flink wat emotie in zijn vocalen, waardoor de muziek van Fabrizio Cammarata zich makkelijk opdringt. Of Shadows is hiernaast voorzien van een opvallend sfeervolle, stemmige en ingetogen instrumentatie.

De bijdragen van gitaar en piano zijn opvallend subtiel, waarna het geluid op de nieuwe plaat van Fabrizio Cammarata al even subtiel verder wordt ingekleurd met sfeervolle elektronica en eenvoudige percussie. Alles klinkt ook nog eens glashelder in de bijzonder fraaie productie van Dani Castelar (Paolo Nutini, Editors).

Door de aangename klanken en de al even aangename stem van Fabrizio Cammarata overtuigt de Italiaanse muzikant makkelijk, maar Of Shadows is ook een plaat die nog verrassend lang blijft groeien. Wanneer je de plaat vaker beluistert wordt de instrumentatie alleen maar warmer en sfeervoller, komen steeds meer fraaie accenten aan de oppervlakte en worden de songs van de Italiaanse muzikant alleen maar mooier en indringender.

Zeker bij beluistering met de koptelefoon komt alles bijzonder fraai aan de oppervlakte en groeit de toverkracht van de plaat. Belangrijker nog is dat de songs van Fabrizio Cammarata steeds meer aan kracht en diepte winnen en dat gaat met name op voor de net wat minder toegankelijke songs op de tweede helft van de plaat.

Bij eerste beluistering leek de Italiaan zich nog te scharen onder de grote groep populaire mannelijke singer-songwriters van het moment, maar toen ik bij herhaalde beluistering steeds meer raakvlakken hoorde met de grote platen van Peter Gabriel uit de jaren 80, begon ik me te beseffen dat Of Shadows een bijzondere plaat is.

Vergeleken met het eerder genoemde Rooms sluit de muzikant uit het fascinerende Palermo dit keer wat meer aan bij de Britse en Amerikaanse popmuziek en ontbreken de exotische invloeden die Rooms zo bijzonder maakte, maar ook met Of Shadows laat Fabrizio Cammarata op een of andere manier een ander geluid horen. Het is een geluid vol donkere en vaak wat melancholische schoonheid en een geluid vol Mediterraan temperament.

Heerlijk voor koude winterdagen en donkere winteravonden, maar ik heb het idee dat Of Shadows veel langer mee kan en Fabrizio Cammarata ook in Nederland de waardering moet gaan schenken die de Italiaan zo verdient. Ik ben in ieder geval volledig overtuigd door de bijzondere schoonheid van deze plaat. Erwin Zijleman

Fairground Attraction - The First of a Million Kisses (1988)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fairground Attraction - The First Of A Million Kisses (1988) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fairground Attraction - The First Of A Million Kisses (1988)
De Britse band Fairground Attraction leverde in 1988, mede dankzij de fantastische zang van frontvrouw Eddi Reader, een droomdebuut af met The First Of A Million Kisses, maar hier bleef het helaas ook bij

In 1988 was er opeens de Britse band Fairground Attraction, die in eerste instantie aandacht trok met de aanstekelijke single Perfect, maar hierna op haar debuutalbum The First Of A Million Kisses liet horen dat het nog veel beter kon. Het was deels de verdienste van de nostalgische songs vol invloeden en het bijzonder aangename akoestische geluid op het album, maar het was vooral de geweldige stem van de zangeres van de band die indruk maakte. Die zangeres, Eddi Reader, zou de band na het debuutalbum verruilen voor een carrière als solomuzikant, maar zo goed op The First Of A Million Kisses, dat ook bijna 35 jaar later nog geweldig klinkt, zou het helaas nooit meer worden.

De Schotse singer-songwriter Eddi Reader begon aan het begin van de jaren 90 aan een solocarrière, die inmiddels een flinke stapel albums heeft opgeleverd. Het zijn albums die zeker niet allemaal memorabel zijn, maar er zitten een aantal uitstekende albums tussen, waarvan het titelloze album uit 1994 en Driftwood uit 2002 mijn persoonlijke favorieten zijn. Mijn favoriete album waarop Eddi Reader de hoofdrol speelt is echter zonder enige twijfel The First Of A Million Kisses, het debuutalbum van haar band Fairground Attraction uit 1988.

De Britse band zou uiteindelijk blijven steken op twee albums, maar bij de release van het zwakke Any Fond Kiss in 1990 had Eddi Reader de band al verlaten voor haar solocarrière. Het debuutalbum van Fairground Attraction blijft echter een fantastisch album, dat de tand des tijds ook nog eens verrassend goed heeft doorstaan.

Fairground Attraction brak in 1988 door met de aanstekelijke single Perfect, maar ik vind nagenoeg alle andere tracks op The First Of A Million Kisses beter dan de succesvolle single. The First Of A Million Kisses vertrouwt stevig op de stem van Eddi Reader, die op het debuutalbum van Fairground Attraction echt geweldig zingt. De Schotse muzikante zingt met veel gevoel en expressie, maar varieert ook eindeloos met haar stem, die bijzonder krachtig en uitbundig kan klinken, maar die ook ingetogen en gevoelig kan zijn.

Het is de zang die het debuutalbum van de band zo goed maakt, maar ook in muzikaal opzicht is The First Of A Million Kisses dik in orde. De band heeft haar debuutalbum voorzien van een akoestisch geluid dat uiteenlopende invloeden verwerkt, waaronder invloeden uit de folk, country, jazz, gipsy en cajun. Het zijn invloeden die bovendien van ver voor 1988 stammen, wat het album een nostalgisch tintje geeft.

De band beperkt zich zelf tot gitaren, waaronder de Mexicaanse guitarron, en drums, maar gastmuzikanten kleuren de muziek van Fairground Attraction fraai in met onder andere accordeon, piano, mandoline en klarinet. Het zijn klanken die het goed doen bij wat hogere temperaturen, maar als de temperatuur buiten daalt, verwarmt het debuutalbum van Fairground Attraction op aangename wijze de ruimte.

De muziek op The First Of A Million Kisses klinkt wat nostalgisch en ook de songs op het album lijken weggelopen uit andere tijden, zeker wanneer de muziek van Fairground Attraction wat theatraal of cabaretesk klinkt. Hoe Fairground Attraction op haar debuutalbum ook klinkt, altijd is er de fascinerende stem van Eddi Reader, die zich soepel beweegt langs de mooie, warme en zonnige akoestische klanken op het album en bij mij met grote regelmaat goed is voor kippenvel.

Met haar debuutalbum leek Fairground Attraction verzekerd van een prachtige toekomst, maar de band viel al uit elkaar voor het de vruchten kon plukken van het succes van het debuutalbum. Het is achteraf bezien best triest, zeker als je je beseft dat ook de solocarrière van Eddi Reader de torenhoogte belofte van The First Of A Million Kisses nooit helemaal heeft waargemaakt. Het was even geleden dat ik het album had beluisterd, maar het had me direct weer te pakken en is inmiddels een trouwe muzikale metgezel op de eerste herfstavonden van 2022. Erwin Zijleman

Fana Hues - Flora + Fana (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fana Hues - flora + fana - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fana Hues - flora + fana
De muziek van Fana Hues past in het hokje R&B, maar op flora + fana kiest ze wel voor de avontuurlijke variant van R&B, die ook zeker in de smaak zal vallen bij een ieder die normaal niets met het genre heeft

Ik ben geen groot R&B kenner, waardoor het vinden van de betere albums in het genre vaak een toevalstreffer is. Ik beperkt me over het algemeen tot de wat avontuurlijkere albums in het genre, wat lastig te doorgronden albums als het uitvoerige bejubelde album van L’Rain kan opleveren, maar dat het ook anders kan laat Fana Hues horen op haar tweede album flora + fana. Het is een album dat, zeker voor R&B begrippen, verrassend subtiel in ingekleurd en ook de zang op het album is niet zo uitbundig als in het genre gebruikelijk is. De muziek van Fana Hues is ook nog eens verrassend toegankelijk, maar ondertussen steekt het allemaal razend knap in elkaar, waardoor flora + fana steeds interessanter wordt.

Ik ben op zijn minst selectief wanneer het gaat om het oppakken van nieuwe albums in het R&B genre, maar nadat ik albums van onder andere Solange, Janelle Monáe, Tirzah, Cleo Sol, Jamila Woods, Amel Larrieux en Kelela heb bejubeld en in een aantal gevallen zelfs (hoog) liet opduiken in mijn jaarlijstjes, is niet langer vol te houden dat ik geen liefhebber ben van R&B, zoals ik in het verleden vaak heb beweerd. Nu heb ik R&B bij voorkeur wel wat avontuurlijker dan in de mainstream van het genre, waarvoor we bij de bovengenoemde dames zeker aan het juiste adres zijn.

Aan het lijstje met mijn favoriete R&B muzikanten kan ik nu Fana Hues toevoegen, want het onlangs verschenen flora + fana is een uitstekend album. Fana Hues debuteerde aan het eind van 2020 veelbelovend met het album Hues, maar flora + fana vind ik nog een stuk overtuigender. Het is een album dat op Allmusic.com het etiket “alternative R&B” krijgt opgeplakt, maar zo alternatief is de R&B van de muzikante uit Los Angeles nu ook weer niet.

Het tweede album van Fana Hues is een zeer toegankelijk album dat een voorkeur heeft voor betrekkelijk ingetogen en wat lome en dromerige R&B. Op flora + fana kiest de Amerikaanse muzikante niet voor zwaar aangezette beats en ook voor vocale capriolen ben je bij Fana Hues vooral aan het verkeerde adres. Het levert een album op dat bijzonder lekker in het gehoor ligt en dat ook zeker in de smaak zal vallen bij liefhebbers van zwoele soulmuziek.

Toch is Fana Hues zeker geen doorsnee R&B muzikante. Zeker wanneer de instrumentatie op flora + fana wat elektronischer en ruimtelijker of zelfs zweveriger klinkt, heeft de R&B van de Amerikaanse muzikante iets psychedelisch, maar Fana Hues kan ook overweg met funky klanken, waardoor ze, zeker vergeleken met de gemiddelde R&B muzikant, een breed palet bestrijkt.

Wanneer de synths domineren in de instrumentatie op flora + fana klinkt het album voorzichtig onderkoeld, maar over het algemeen genomen is het tweede album van Fana Hues een warm en zwoel album. Het klinkt allemaal buitengewoon lekker op de achtergrond, maar flora + fana is een album dat het verdient om met volledige aandacht en bij voorkeur met een goede koptelefoon te worden beluisterd.

Zeker wanneer de instrumentatie bij vluchtige beluistering behoorlijk Spartaans of zelfs bijna minimalistisch is, zijn veel mooie details verstopt in de muziek op het album. Juist in de wat soberder ingekleurde songs op het album hoor je bovendien hoe mooi de stem van Fana Hues is. De muzikante uit Los Angeles zingt een groot deel van de tijd fluisterzacht en dat is een verademing vergeleken met al die schreeuwerige R&B zangeressen die vooral voluit zingen en continu goochelen met stembuiginkjes.

Fana Hues doet dat gelukkig niet aan, maar zoekt de kracht en schoonheid in subtiliteit. Zowel de instrumentatie als de zang op flora + fana is behoorlijk subtiel, maar dit voorziet de muziek van Fana Hues ook van een bijzondere onderhuidse spanning. Ik noemde hierboven al een groot aantal smaakmakers binnen de wat meer avontuurlijke R&B. Fana Hues schaart zich met haar tweede album onder deze smaakmakers en doet dit met een album dat ook nog eens verrassend toegankelijk is, wat knap is. Erwin Zijleman

Fana Hues - Moth (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fana Hues - Moth - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fana Hues - Moth
Met flora + fauna schaarde Fana Hues zich onder de avontuurlijkere exponenten van de Amerikaanse R&B en met het deze week verschenen Moth bevestigt ze wat mij betreft haar status

Met name de alternatieve Amerikaanse muziekpers is behoorlijk enthousiast over Moth van Fana Hues. Dat was in 2022 niet anders toen het vorige album van Fana Hues verscheen. Ik begrijp het volkomen, want de muzikante uit Los Angeles maakt met grote regelmaat lekker in het gehoor liggende R&B, maar ook R&B die anders en zeker ook spannender klinkt dan gebruikelijk in het genre. Op Moth sleept Fana Hues er flink wat andere invloeden bij, kiest ze voor een ingetogener geluid dan gebruikelijk in het genre en zingt ze prachtig ingetogen. Ik heb over het algemeen niet zo heel veel met R&B albums, maar Moth wist me eigenlijk direct te boeien en wordt steeds interessanter.

De Amerikaanse muzikante Fana Hues trok in het voorjaar van 2022 nadrukkelijk de aandacht met haar tweede album flora + fauna. Het is een album dat terecht het label R&B kreeg opgeplakt en dat is een genre waar ik niet zonder meer voor warm loop. Het album van Fana Hues hoorde wat mij betreft echter thuis in het rijtje avontuurlijke R&B albums waar ik wel mee uit de voeten kan.

Net als bijvoorbeeld Solange, Janelle Monáe, Tirzah, Cleo Sol, Amel Larrieux en Kelela maakte Fana Hues op flora + fauna lekker in het gehoor liggende R&B, maar ook R&B met een avontuurlijke twist. Het tweede album van de muzikante uit Los Angeles viel op door een combinatie van lome en dromerige R&B en een wat sober en bij vlagen onderkoeld geluid. De muziek van Fana Hues klonk niet alleen anders dan het gemiddelde album in het genre, maar bovendien een stuk avontuurlijker. De Amerikaanse muzikante vertrouwde voor de afwisseling eens niet op zwaar aangezette beats en gelukkig ook niet op al die irritante stembuigingen die tegenwoordig bijna gemeengoed zijn in het genre.

Fana Hues keert deze week terug met Moth en ook het derde album van de muzikante uit Los Angeles is zeker geen standaard R&B album. Ook op Moth ligt het tempo betrekkelijk laag, is de muziek behoorlijk subtiel en bij vlagen experimenteel en is de zang van Fana Hues vooral ingetogen. Net als flora + fauna is Moth onmiskenbaar een R&B album, maar het is er wederom een die ook liefhebbers van omliggende genres en die van wat spannendere R&B zal aanspreken.

Op Moth kan Fana Hues ook verrassend folky klinken en ook invloeden uit de soul, jazz, psychedelica, rock, hip hop en pop spelen een belangrijke rol op het album. Wanneer Fana Hues kiest voor een fraai ingekleurde R&B ballad kun je je zomaar voorstellen dat ze nog eens een dikke hit gaat scoren, maar haar muziek kan ook ver verwijderd zijn van de R&B song met flink wat hitpotentie.

Net als op flora + fauna overtuigt Fana Hues makkelijk met mooie en lekker in het gehoor liggende songs, maar het zijn ook spannende songs, die minder voorspelbaar zijn dan ze op het eerste gehoor lijken. Dat hoor je bijvoorbeeld in de geweldige en razend knap in elkaar zittende muziek op het album, maar ook in de songstructuren.

Ik vind het door producer Josh Grant gecreëerde geluid nog wat mooier en subtieler dan het geluid op het vorige album en ook de stem van Fana Hues komt op het nieuwe album nog beter uit de verf, zeker wanneer ze kiest voor heerlijk zwoele zang en subtiele klanken. Moth is net wat toegankelijker dan flora + fauna en hierdoor misschien ook wat minder spannend, maar het is wat mij betreft nog altijd een stuk interessanter dan het gemiddelde R&B album.

Persoonlijk vind ik Moth overigens nog wat beter dan zijn voorganger omdat Fana Hues echt prachtig zingt in de toegankelijkere songs op het album en bovendien oorstrelend mooie muziek maakt. Ik vind de meeste R&B albums die ik de laatste tijd heb gehoord wat tegenvallen en dat geldt ook voor de albums die zijn gemaakt door R&B muzikanten die me eerder wel wisten te verrassen, maar Fana Hues laat op Moth horen dat ze binnen de wat avontuurlijkere R&B nog altijd met de besten mee kan. Warm aanbevolen dus, ook voor een ieder die normaal gesproken niet veel kan met het genre. Erwin Zijleman

fanclubwallet - Living While Dying (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: fanclubwallet - Living While Dying - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: fanclubwallet - Living While Dying
Het tweede album van fanclubwallet, een project van de Canadese muzikante Hannah Judge, krijgt vooralsnog maar heel weinig aandacht, maar het is net als zijn voorganger een leuk, fris en zeer fantasierijk indiepop en indierock album

You Have Got To Be Kidding Me, het debuutalbum van fanclubwallet, bleef in 2022 wat onderbelicht, maar gelukkig kreeg ik het album wel op het netvlies. Het project van Hannah Judge uit Ottawa opereerde binnen de overvolle indiepop en indierock van dat moment, maar klonk origineler en spannender dan de meeste andere albums in het genre. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen tweede album van de Canadese muzikante. Ook Living While Dying past in de hokjes indiepop en indierock, maar Hannah Judge doet alles net even wat anders. Het gaat haar waarschijnlijk niet wereldberoemd maken, maar dat dit album meer aandacht verdient dan het vooralsnog krijgt is 100% zeker.

De Canadese muzikante Hannah Judge maakte onder de naam fanclubwallet misschien niet het beste album van 2022, maar het in het voorjaar van dat jaar uitgebrachte You Have Got To Be Kidding Me behoorde wat mij betreft wel tot de leukere debuutalbums van 2022.

Op haar debuutalbum als fanclubwallet maakte Hannah Judge muziek die goed aansloot bij de indiepop en indierock van persoonlijke favorieten van mij uit het betreffende jaar als Soccer Mommy, Snail Mail en Phoebe Bridgers, maar het album van fanclubwallet klonk ook lekker eigenzinnig en trok steeds weer de aandacht met verrassende wendingen, bijzondere klanken en andere eigenwijsheden.

Er was in het voorjaar van 2022 helaas maar heel weinig aandacht voor het album van fanclubwallet, want eigenlijk pikte alleen de Amerikaanse muziekwebsite Paste het album op. Paste heeft het deze week verschenen nieuwe album van het project van Hannah Judge helaas niet opgemerkt, waardoor Living While Dying het waarschijnlijk met nog minder aandacht moet doen dan zijn voorganger.

Het is jammer, want ook het tweede album van fanclubwallet is een album waar ik in ieder geval heel vrolijk van word. Living While Dying ligt in het verlengde van You Have Got To Be Kidding Me en is een album dat goed overweg kan met de etiketten indiepop en indierock. Ook op haar tweede album werkt Hannah Judge weer samen met muzikant en producer Michael Watson, die ook Living While Dying heeft voorzien van een fantasierijk geluid, dat continu een glimlach op je gezicht tovert.

Het is een geluid waarin jengelende gitaren en soms wat cheesy klinkende synths op avontuurlijke wijze om elkaar heen draaien en steeds weer zorgen voor net wat andere accenten. Wanneer je het nieuwe album van fanclubwallet met de koptelefoon beluistert hoor je hoe knap het in muzikaal opzicht allemaal in elkaar zit, maar de muziek van fanclubwallet doet op hetzelfde moment wat lo-fi aan.

Living While Dying is in meerdere oprichten een album van tegenstrijdigheden. De titel van het album verwijst naar de chronische ziekte waaraan Hannah Judge lijdt en die veel impact heeft op haar leven. Het zorgt er voor dat haar songs soms wat melancholisch klinken, maar het tweede album van fanclubwallet is ook een album vol zonnestralen.

Bij vluchtige beluistering lijkt de muziek van de muzikante uit Ottawa misschien op de indiepop en indierock die wordt gemaakt door een heel legioen aan jonge vrouwelijke muzikanten, maar fanclubwallet weet zich wat mij betreft redelijk makkelijk te onderscheiden van alles dat er al is.

De songs van Hannah Judge liggen stuk voor stuk bijzonder lekker in het gehoord, wat zowel de verdienste is van de veelkleurige en avontuurlijke instrumentatie als van de aangename fluisterstem van de Canadese muzikante, maar de songs op Living While Dying zijn interessanter dan de gemiddelde songs in deze genres en blijven de fantasie maar prikkelen.

Het is daarom jammer dat vaste en invloedrijke tipgevers als Pitchfork en Paste deze week niet thuis geven, want het tweede album van fanclubwallet past wat mij betreft perfect in het muzikale straatje van beide websites. Ik ben zelf in ieder geval heel blij met dit leuke album van fanclubwallet, dat net als zijn voorganger toegankelijkheid en schoonheid combineert met avontuur en eigenzinnigheid. Erwin Zijleman

fanclubwallet - You Have Got to Be Kidding Me (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: fanclubwallet - You Have Got To Be Kidding Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

fanclubwallet - You Have Got To Be Kidding Me
Hannah Judge, oftewel fanclubwallet, gaat de competitie met alle jonge vrouwelijke muzikanten in het indiesegment aan en lijkt zeker kansrijk met een even aangenaam als avontuurlijk klinkend album

Dankzij een tip van de Amerikaanse website Paste Magazine kwam ik deze week in aanraking met het debuutalbum van de Canadese muzikante Hannah Judge, die muziek maakt onder de naam fanclubwallet. Ze opereert in een genre waarin verzadiging al een tijdje dreigt, maar You Have Got To Be Kidding Me is een album dat me vrijwel onmiddellijk wist te overtuigen en dat sindsdien leuker en leuker wordt. De muzikante uit Ottawa varieert tussen indiepop en indierock en maakt muziek die lekker in het gehoor ligt en aangenaam aanvoelt. Zeker de muzikale inkleuring van het album is verrassend avontuurlijk, wat de songs van fanclubwallet flink optilt. Zeer aangename verrassing.

De Amerikaanse website Paste Magazine maakt wekelijks een selectie uit de over het algemeen genomen flinke stapel nieuwe albums. Het is een selectie die meestal slechts voor een klein deel overeen komt met mijn eigen selectie, maar zo nu en dan zit er een album tussen dat ik er zelf niet uitgepikt zou hebben, maar dat wel degelijk aansluit op mijn smaak.

De afgelopen week pikte de Amerikaanse website zo ongeveer als enige You Have Go To Be Kidding Me van fanclubwallet uit het aanbod van de week. Het is een album dat ik verder nergens ben tegen gekomen en zonder de hulp van Paste Magazine ook nooit zou hebben opgepikt, maar zeker na een paar keer horen vind ik het debuutalbum van fanclubwallet een enorme verrassing.

Achter fanclubwallet gaat de Canadese muzikante Hannah Judge schuil. De muzikante uit Ottawa bracht via haar bandcamp pagina al een aantal singles uit, maar debuteert deze week met een volwaardig album. Het is een album dat tot dusver zoals gezegd nog niet zo heel veel aandacht heeft gekregen, waardoor het niet mee zal vallen om op te vallen tussen al die andere jonge vrouwelijke singer-songwriters die momenteel aan de weg timmeren.

You Have Go To Be Kidding Me is, zeker op het eerste gehoor, ook niet zo gek ver verwijderd van de muziek van een aantal van deze jonge vrouwelijke singer-songwriters, wat het voor fanclubwallet nog wat lastiger maakt om op te vallen. Bij eerste beluistering van You Have Go To Be Kidding Me had ik associaties met de albums van onder andere Soccer Mommy, Snail Mail en Phoebe Bridgers, die ik overigens stuk voor stuk reken tot mijn persoonlijke favorieten.

Of fanclubwallet zich ook onder deze persoonlijke favorieten gaat scharen durf ik nog niet te zeggen, maar het debuutalbum van de Canadese muzikante is absoluut een album vol belofte. Het is een album vol met fluisterzachte vocalen, maar in muzikaal opzicht laat fanclubwallet zich minder makkelijk in een hokje duwen. De muzikante uit Ottawa opereert op haar debuutalbum op het snijvlak van indiepop en indierock en laat beide genres naadloos in elkaar overlopen.

In muzikaal opzicht valt er veel te genieten op You Have Go To Be Kidding Me, want fanclubwallet zoekt steeds het avontuur en verrast vrijwel continu met bijzondere wendingen en verrassende accenten en combineert op bijzondere wijze elektronica en gitaren. De muziek van de Canadese muzikante is avontuurlijk, maar haar debuutalbum is voor het overgrote deel ook een heel toegankelijk album.

Het is een album waarop echt van alles gebeurt, maar desondanks is het een heerlijk album om op de achtergrond zijn werk te laten doen. Ik adviseer overigens om de bijzondere instrumentatie op het debuut van fanclubwallet volledig uit te pluizen, want de songs van Hannah Judge zitten knap in elkaar. Het zal deels de verdienste zijn van producer en multi-instrumentalist Michael Watson, die het album produceerde en inkleurde en fraai werk heeft geleverd.

Verder weet ik eigenlijk niets over You Have Go To Be Kidding Me van fanclubwallet, maar als ik de muziek laat spreken bevalt het debuutalbum van fanclubwallet me echt steeds beter en komt dat plekje naast de hierboven genoemde persoonlijke favorieten langzaam maar zeker dichterbij. Echt een mooie ontdekking van Paste Magazine dit debuutalbum, dat het met veel overtuiging tot krent uit de pop heeft geschopt. Erwin Zijleman

Fantastic Negrito - Have You Lost Your Mind Yet? (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fantastic Negrito - Have You Lost Your Mind Yet? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fantastic Negrito - Have You Lost Your Mind Yet?
Fantastic Negrito springt op Have You Lost Your Mind Yet? van de hak op tak, maar imponeert uiteindelijk toch met een zeer bonte, maar ook coherente mix van invloeden en stijlen

Luister naar het nieuwe album van Fantastic Negrito en je moet haast wel aan Prince denken. Soul en funk, heerlijk gitaarwerk, songs die kunnen ontaarden in jams of in tijdloze popsongs en de nodige eigenzinnigheid: Have You Lost Your Mind Yet? ademt Prince, maar Fantastic Negrito kiest ook zeker een eigen weg door er nog flink wat invloeden bij te slepen, waaronder invloeden uit de blues. Have You Lost Your Mind Yet? slingert je continu heen en weer tussen invloeden en stijlen, maar het is ook een heerlijk zomers album waarop je steeds weer nieuwe dingen ontdekt. Het is mijn eerste kennismaking met Fantastic Negrito, maar het smaakt naar veel meer.

Ik heb me tot dusver niet echt verdiept in de muziek van Fantastic Negrito, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Xavier Dphrepaulezz (het kiezen van een artiestennaam is een begrijpelijke keuze), maar het deze week verschenen Have You Lost Your Mind Yet? is behoorlijk binnen gekomen.

Op zijn vierde album als Fantastic Negrito maakt Xavier Dphrepaulezz immers diepe indruk met een bonte mix aan invloeden en een geluid dat het extra goed doet wanneer de temperaturen stijgen tot zomerse waarden.

Het geluid van Fantastic Negrito wordt vaak omschreven als blues, maar invloeden uit de blues vormen slechts een deel van het geluid op Have You Lost Your Mind Yet?, dat net zo makkelijk put uit de soul, funk, gospel, hiphop, R&B en rock. Al deze invloeden worden verwerkt in een totaalgeluid dat niet alleen opvallend bont, maar ook verrassend consistent klinkt.

Bij beluistering van Have You Lost Your Mind Yet? kan ik niet uit onder het noemen van één naam: Prince. Zeker wanneer Fantastic Negrito soulvol of funky klinkt, is Have You Lost Your Mind Yet? een album dat Prince gemaakt zou kunnen hebben en waarschijnlijk nog graag ook. Het is echter een album dat Prince niet gemaakt heeft. Daarvoor verwerkt Fantastic Negrito net wat teveel invloeden die onderbelicht bleven bij het genie uit Minneapolis en kiest hij ook voor net wat andere instrumenten, waaronder een heerlijk klinkend Hammond orgel. Bovendien gaat de Amerikaanse muzikant vaak ver terug in de tijd en komt hij terecht in een tijdperk waarin Prince nog slechts kon dromen van een bestaan als superster.

Have You Lost Your Mind Yet? laat zich bovendien zeker niet alleen beïnvloeden door het werk van Prince. Hier en daar klinkt het album soulvol en funky, maar Fantastic Negrito kan ook uit de voeten met authentiek klinkende blues of met muziek die niet zou misstaan in het hokje “classic rock”.

Zeker bij herhaalde beluistering is Have You Lost Your Mind Yet? de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een zeer goed gevulde platenkast. Fantastic Negrito kan in een paar noten schakelen van vintage Deep Purple naar vintage Prince om vervolgens binnen net zoveel noten over te schakelen naar stokoude soul, gedreven gospel of juist moderne R&B.

Door alle invloeden en alle stijlwisselingen is Have You Lost Your Mind Yet? zo af en toe een wel erg bonte lappendeken, al zijn de momenten waarop Xavier Dphrepaulezz vaker van kleur verschiet dan een kameleon in een bloementuin ook precies de momenten waarop Have You Lost Your Mind Yet? de meeste indruk maakt.

Wanneer de muziek lijkt te bestaan uit jams lijkt Prince weer opgestaan en direct aan de slag gegaan met de muziek van 2020, zeker wanneer Fantastic Negrito ook nog eens geweldige gitaarsolo’s uit de hoge hoed tovert of de soul en funk uit zijn tenen haalt. Tegenover de wat fragmentarische stukken op Have You Lost Your Mind Yet? staan overigens ook songs die onmiddellijk memorabel en volstrekt tijdloos klinken.

In muzikaal en vocaal opzicht is het allemaal geweldig, maar ook in tekstueel opzicht maakt Xavier Dphrepaulezz zich er niet makkelijk af en stelt hij genadeloos misstanden in de Amerikaanse samenleving aan de kaak. Ik grijp nog heel vaak naar de stapel albums die Prince ons heeft nagelaten, maar ook Have You Lost Your Mind Yet? van Fantastic Negrito gaat nog vaak langs komen. Erwin Zijleman

Far Caspian - Autofiction (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Far Caspian - Autofiction - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Far Caspian - Autofiction
Met name de Amerikaanse muziekpers was de afgelopen week behoorlijk enthousiast over het nieuwe album van het wel degelijk Britse Far Caspian en daar valt echt helemaal niets maar dan ook echt niets op af te dingen

De Britse muzikant Joel Johnston twijfelde de afgelopen jaren erg over de toekomst van zijn band of project Far Caspian, waardoor het klein wonder is dat Autofiction is verschenen. Met dit kleine wonder mogen we heel blij zijn, want het nieuwe album van Far Caspian is een geweldig album. Het is een album dat verrast met elf ruwe diamanten waarin niet alleen hele mooie popsongs maar ook flink wat avontuur is verstopt. Joel Johnston vindt de inspiratie deels in de jaren 80 en 90, maar geeft een eigen draai aan de invloeden uit het verleden. Autofiction voelt daarom deels als een warm bad, maar prikkelt op hetzelfde moment ook de fantasie. De eerste recensies zijn bijzonder lovend en dat is volkomen terecht.

De naam Far Caspian, die deze week opdook in de lijst met nieuwe albums, kwam me echt op geen enkele manier bekend voor. Dat is best bijzonder, want maar net iets meer dan twee jaar geleden was ik behoorlijk enthousiast over The Last Remaining Light, het tweede album van de Britse muzikant Joel Johnston.

Ik schreef er destijds het volgende over op en het zijn woorden waar ik me nog steeds volledig in kan vinden: “The Last Remaining Light van Far Caspian is een album dat direct associaties oproept met de muziek van anderen, maar uiteindelijk houdt geen enkele vergelijking lang stand. Het project van de Britse multi-instrumentalist en producer Joel Johnston is opgebouwd uit meerdere lagen, die stuk voor stuk wat lo-fi klinken, maar samensmelten tot aansprekende songs met een eigenzinnig geluid. The Last Remaining Light valt op door bijzonder gitaarwerk, dat kan variëren van bijna minimalistisch tot behoorlijk stevig. Het levert fraaie contrasten op met de wat dromerige zang van de Britse muzikant, die met name door de Amerikaanse muziekpers wordt bewierookt, en terecht.”

De Amerikaanse muziekpers was de afgelopen week ook weer enthousiast over het nieuwe album van Far Caspian en er valt wederom niets op af te dingen. Ook Autofiction maakte Joel Johnston weer grotendeels alleen en de muzikant uit Leeds levert wederom knap werk af.

De Britse muzikant kampte de afgelopen jaren met lichamelijk en geestelijk ongemak en dat heeft allemaal een plekje gekregen op Autofiction. Het is een album waar ik grotendeels dezelfde woorden voor kan gebruiken als de woorden die ik heb besteed aan The Last Remaining Light iets meer dan twee jaar geleden. Ook Autofiction lijkt tegelijkertijd op van alles en op helemaal niets. Ik hoor flink wat invloeden uit de jaren 80 en 90, maar ken geen band die destijds precies zo klonk als Far Caspian.

Joel Johnston verwerkt uit de jaren 80 vooral invloeden uit de postpunk en de weemoedige pop, terwijl uit de jaren 90 invloeden uit de lo-fi en de indierock voorbij komen, met hier en daar ook nog een randje Elliott Smith. Ook Autofiction kan weer behoorlijk ruw en stevig klinken, maar de Britse muzikant verrast ook continu met heerlijk melodieuze en direct memorabele popsongs.

Het zijn popsongs die soms zo lekker in het gehoor liggen dat je niet weet hoe je het hebt van gelukzaligheid, maar de muziek van Far Caspian kan ook makkelijk ontsporen in gitaargeweld of experiment, wat de songs van de Britse muzikant naast onweerstaanbaar ook interessant maakt.

Autofiction was er overigens bijna niet gekomen, want na The Last Remaining Light overwoog Joel Johnston om verder te gaan als producer en het zelf maken van muziek achter zich te laten. Autofiction laat goed horen hoe talentvol de Brit is als producer, maar ook de songs op het nieuwe album van Far Caspian had ik niet graag gemist.

Het zijn songs met een fraai randje nostalgie uit de jaren 80 en 90, maar de songs van Joel Johnston zijn ook in het hier en nu van een bijzondere schoonheid. Het zijn ook nog eens songs die veel betere worden wanneer je ze wat vaker hoort en de tijd hebt genomen om alle verstopte geheimen en verrassingen in de songs van Far Caspian te ontdekken en te ontrafelen. Ik was de naam van het project van Joel Johnston zoals gezegd alweer vergeten, maar die ga ik vanaf nu zeker onthouden. Erwin Zijleman

Far Caspian - The Last Remaining Light (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Far Caspian - The Last Remaining Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Far Caspian - The Last Remaining Light
De naam Far Caspian deed bij mij geen belletje rinkelen, maar het tweede album van de Britse muzikant Joel Johnston trekt makkelijk en nadrukkelijk de aandacht met een even eigenzinnig als aansprekend geluid

The Last Remaining Light van Far Caspian is een album dat direct associaties oproept met de muziek van anderen, maar uiteindelijk houdt geen enkele vergelijking lang stand. Het project van de Britse multi-instrumentalist en producer Joel Johnston is opgebouwd uit meerdere lagen, die stuk voor stuk wat lo-fi klinken, maar samensmelten tot aansprekende songs met een eigenzinnig geluid. The Last Remaining Light valt op door bijzonder gitaarwerk, dat kan variëren van bijna minimalistisch tot behoorlijk stevig. Het levert fraaie contrasten op met de wat dromerige zang van de Britse muzikant, die met name door de Amerikaanse muziekpers wordt bewierookt, en terecht.

Zowel Paste als Pitchfork tipten afgelopen vrijdag The Last Remaining Light van Far Caspian als één van de meest interessante nieuwe albums van deze week. Het zijn tipgevers die me maar zelden teleurstellen en ook in het geval van Far Caspian hadden de aansprekende Amerikaanse muziekwebsites het weer bij het juiste eind. Ik kan met niet herinneren dat ik de naam Far Caspian eerder ben tegengekomen, maar The Last Remaining Light is het tweede album van het project van de Britse muzikant en producer Joel Johnston.

De muzikant uit Leeds heeft ook The Last Remaining Light in zijn eentje in elkaar gesleuteld, maar dat is niet te horen. Joel Johnston kan op meerdere instrumenten uit de voeten en weet bovendien hoe je met eenvoudige middelen een goed klinkend album kunt maken. In de muziek van Far Caspian staan de gitaren centraal en de Britse muzikant heeft een bijzonder gitaargeluid. In veel songs op het album repeteren de gitaarlijnen, maar draaien ze ook deels tegen elkaar in, wat zorgt voor een bijzonder geluid. Het voorziet de songs van Far Caspian hier en daar van een complex karakter, maar de muziek van Joel Johnston heeft ook met enige regelmaat een lo-fi vibe.

Zeker als het tempo wordt opgevoerd buitelen de eigenzinnige gitaarakkoorden over elkaar heen en krijgt de muziek van Far Caspian een wat eclectisch karakter, zeker wanneer ook de ritmes complexer worden. Het contrasteert op bijzondere wijze met de stem van Joel Johnston die eerder loom of zelfs lui klinkt en met de zeer melodieuze songs van de Britse muzikant. De combinatie van gitaren en zang doet me in combinatie met wat Beatlesque arrangementen af en toe denken aan de muziek van Elliott Smith, maar de songs van Far Caspian zijn wat dynamischer en bovendien wat minder donker.

Ik vond The Last Remaining Light na de tip van Pitchfork en Paste direct aangenaam klinken, maar het album van de muzikant uit Leeds wordt interessanter wanneer je het vaker hoort. Het is bovendien een album dat baat heeft bij beluistering met de koptelefoon, want hiermee hoor je pas goed hoe mooi en bijzonder het gitaarwerk is en uit hoeveel lagen de muziek van Far Caspian bestaat. Het doet me af en toe ook wel wat denken aan de muziek van de Ierse singer-songwriter David Kitt, die met name op zijn vroege albums ook experimenteerde met repeterende gitaarlijnen en gelaagde arrangementen.

Vergeleken met het genoemde vergelijkingsmateriaal voegt Far Caspian veel meer dynamiek toe aan de songs. Ingetogen en zweverige passages worden binnen een paar akkoorden afgewisseld met rauwere en uptempo passages, waardoor de songs van Joel Johnston spannend zijn en blijven. Het zijn ook nog eens songs die deels verrassend toegankelijk klinken, maar die soms ook experimenteler of introspectiever klinken, waardoor The Last Remaining Light zich makkelijk weet te onderscheiden van alle meer standaard singer-songwriter albums van het moment.

Ik lees nog verrassend weinig over dit bijzondere album, maar gelukkig kan ik wekelijks vertrouwen op goede tipgevers als Pitchfork en Paste. Eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik meestal vrij nauwkeurig kan voorspellen welke albums de Amerikaanse muziekwebsites gaan selecteren uit het nieuwe aanbod, maar The Last Remaining Light van Far Caspian was een complete verrassing en wat een aangename verrassing. Erwin Zijleman

Farao - Till It's All Forgotten (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Farao - Till It's All Forgotten - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er zijn momenteel nogal wat zangeressen die zich bij voorkeur omgeven met een flinke bak elektronica, waardoor het niet meevalt om aandacht te trekken in dit genre.

Till It’s All Forgotten van Farao krijgt tot dusver maar weinig van deze aandacht en dat is jammer. Het alter ego van de Noorse singer-songwriter Kari Jahnsen heeft immers een hele spannende en bijzondere plaat gemaakt.

Till It’s All Forgotten werd deels in Londen en deels in Berlijn opgenomen en werd geproduceerd door de ook van de folktronica band Tunng bekende Mike Lindsay. Mike Lindsay zorgde ervoor dat het debuut van Farao prachtig en ook opvallend warm klinkt; Kari Jahnsen doet de rest.

Op Till It’s All Forgotten speelt elektronica een belangrijke rol, maar de plaat klinkt ook geregeld zeer organisch. Het is slechts één van de vele tegenstrijdigheden die van het debuut van Farao zo’n bijzondere plaat maken.

Kari Jahnsen heeft aan de ene kant een voorliefde voor toegankelijke popliedjes, maar schuwt aan de andere kant ook het experiment niet. De Noorse maakt af en toe warmbloedige popliedjes, maar kan ook klinken als een echte Scandinavische ijsprinses. Till It’s All Forgotten bevat atmosferische klankentapijten waarbij het heerlijk wegdromen is, maar staat ook bol van tegendraadse ritmes en andere klanken die tegen de haren instrijken. Farao maakt muziek die af en toe heerlijk rustgevend is, maar aan de andere kant gebeurt er zoveel op de plaat dat het je meer dan eens duizelt.

Till It’s All Forgotten van Farao kost daarom in eerste instantie flink wat energie, maar wat krijg je er uiteindelijk veel voor terug. Na enige gewenning werd ik compleet betoverd door het bijzondere debuut van Farao. Het is een debuut dat je steeds weer blijft verrassen en verbazen, maar het is ook een debuut dat vol staat met memorabele popliedjes waarvan je alleen maar intens kunt houden.

Till It’s All Forgotten van Farao is een ontzettend knappe plaat, die echt veel meer aandacht verdient dan de plaat tot dusver krijgt. Ik schrijf hem op voor mijn jaarlijstje. Ja, echt. Erwin Zijleman

Fashion Club - Scrutiny (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fashion Club - Scrutiny - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fashion Club - Scrutiny
Fashion Club citeert op haar debuutalbum Scrutiny driftig uit de archieven van de 70s en 80s postpunk, synthpop, new wave en artrock en vermengt dit alles tot nagenoeg onweerstaanbaar lekkere songs

Pascal Stevenson draait al een tijdje mee in de muziekscene van Los Angeles, maar debuteert deze week met haar eigen muziek. Ze noemt zelf een aantal bijzondere inspiratiebronnen voor het debuutalbum van haar band Fashion Club, maar ik hoor zelf hele andere invloeden. Scrutiny vermengt invloeden uit meerdere genres die aan het eind van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 groot waren en maakt er een bijzonder geheel van. Het is een geheel dat onmiddellijk vertrouwt klinkt, maar Fashion Club verlegt ook grenzen. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker, waarna de donkere stem van de muzikante uit Los Angeles het helemaal af maakt. Prachtalbum.

Fashion Club is het alter ego van de Amerikaanse muzikante Pascal Stevenson, die we kennen van de band Moaning, maar die de afgelopen jaren ook intensief samenwerkte met onder andere Girlpool, Cherry Glazerr en SASAMI. Als Fashion Club maakt ze de muziek die ze al een aantal jaren in haar hoofd had en het is naar verluidt muziek die zich met name heeft laten beïnvloeden door de muziek van Kate Bush, Brian Eno en Colin Newman (Wire) en door de producties van Jimmy Jam en Terry Lewis van de jaren 80 albums van Janet Jackson (Control uit 1986 en Rhythm Nation 1814 uit 1989).

Scrutiny, het debuutalbum van Fashion Club, is een persoonlijk album, dat volgt op een aantal jaren van verslavingen, die de muzikante uit Los Angeles inmiddels achter zich heeft gelaten. Ik was op basis van de genoemde inspiratiebronnen erg nieuwsgierig naar de muziek van Fashion Club, maar eerlijk gezegd hoor ik helemaal niets terug van deze inspiratiebronnen. Als ik luister naar Scrutiny hoor ik hele andere inspiratiebronnen en ze stammen vrijwel zonder uitzondering uit de late jaren 70 en vroege jaren 80.

Luister naar het debuut van Fashion Club en je hoort flarden postpunk, synthpop, new wave, artrock en nog wat meer. Het is de muziek die je zou krijgen als je invloeden van Roxy Music, Japan, Joy Division, New Order, Gary Numan, A Flock Of Seagulls en af en toe een heel klein beetje van Duran Duran in de blender gooit. Door deze invloeden klinkt Scrutiny van Fashion Club of een of andere manier direct bekend in de oren, maar een album als dit werd in de late jaren 70 of vroege jaren 80 niet gemaakt.

Pascal Stevenson, die het debuutalbum van Fashion vrijwel in haar eentje maakte, levert met Scrutiny een bonte mix van avontuurlijke basloopjes, strakke drums, soms industriële ritmes, bijzonder fraaie gitaarloopjes en alles verslindende wolken synths af en dat klinkt verrassend lekker.

Ook in vocaal opzicht baart het debuutalbum van Fashion Club opzien. Pascal Stevenson, die als transvrouw door het leven gaat, beschikt over een behoorlijk donker stemgeluid, dat de muziek van Fashion Club het deprimerende geeft dat je in de jaren 80 wel vaker hoorde, al is het niet van het kaliber Ian Curtis.

Ik was zoals gezegd nieuwsgierig geworden door de invloeden die Pascal Stevenson zelf noemt en was minder snel gaan luisteren als ze mijn rijtje namen zou hebben genoemd. Desondanks vind ik Scrutiny van Fashion Club een fantastisch album. De donkere klanken dringen zich vrijwel onmiddellijk op en de muzikante uit Los Angeles is er ook nog eens in geslaagd om negen uitstekende songs te schrijven.

Het zijn negen songs die je onmiddellijk een jaartje of veertig mee terugnemen in de tijd, al ben ik zoals gezegd destijds geen album als Scrutiny tegen gekomen, al komt het album dat Japan nooit maakte misschien nog het meest in de buurt. De huidige postpunk golf schijnt niet zonder praatzangers of praatzangeressen te kunnen en daar ben ik inmiddels echt op uitgekeken.

De met allerlei invloeden verrijkte 'postpunk' van het alter ego van Pascal Stevenson streelt daarentegen voor de zoveelste keer het oor en wordt alleen maar mooier, aanstekelijker en onweerstaanbaarder. Ik lees echt nog veel te weinig over het debuutalbum van Fashion Club, maar dit is echt een pareltje. Erwin Zijleman

Faten Kanaan - A Mythology of Circles (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Faten Kanaan - A Mythology Of Circles - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Faten Kanaan - A Mythology Of Circles
Faten Kanaan imponeert met een album, waarop de muzikante uit Brooklyn in verrassend veel hokjes blijkt te passen en continu imponeert met even experimentele als betoverende muziek

Nadat ik alle informatie over het nieuwe album van Faten Kanaan had gelezen, ging ik er van uit dat A Mythology Of Circles geen album voor mij zou zijn. De muziek op het nieuwe album van de muzikante uit Brooklyn vertelt echter een heel ander verhaal. Direct vanaf de eerste noten was ik geïntrigeerd door de bijzondere muziek op het album en hoe vaker ik er naar luister hoe meer ik er in hoor. Faten Kanaan past in hokjes als avant-garde, elektronica, neoklassiek en minimal music, maar ze maakt ook beeldende muziek die niet zou misstaan bij een film. De beelden mag je er vooralsnog zelf bij bedenken en het zijn fascinerende en wonderschone beelden. Wat een bijzonder album.

Faten Kanaan is een muzikante uit Brooklyn, New York, die vooral in hokjes als elektronica, neoklassiek en avant-garde wordt geduwd en dat zijn niet mijn favoriete hokjes. Ook de informatie op de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante maakten mij niet onmiddellijk nieuwsgierig naar haar muziek.

Volgens deze bandcamp pagina benadert Faten Kanaan het maken van muziek als volgt: “Faten builds songs by live-looping them into a narrative, without the use of samplers, sequencers, or arpeggiators. In symbiosis with technology is an appreciation for the vulnerability of human limitations and for subtle gestures. Inspired by cinematic forms and mythological arcs, she focuses on bringing an earthy, visceral touch to electronic music”.

Bij eerste beluistering herkende ik zowel de gekozen hokjes als de muzikale benadering van Faten Kanaan, maar waar ik had verwacht dat het niets voor mij zou zijn, ben ik inmiddels al een tijdje behoorlijk in de ban van A Mythology Of Circles, het vierde album van de muzikante uit Brooklyn.

Het is een album dat past in de hierboven genoemde hokjes, maar als ik zelf zou mogen kiezen, zou ik ook zeker de hokjes minimal music en filmmuziek overwegen. A Mythology Of Circles is misschien niet bedoeld voor een concrete film, maar het zou niet misstaan als soundtrack bij een film of documentaire. De muziek van Faten Kanaan is immers zeer beeldend, roep emotie op en slaagt er in om een steeds wat andere sfeer te creëren. Ook invloeden uit de minimal music zijn hoorbaar, al is het maar omdat Faten Kanaan veel werkt met repeterende elementen en bovendien kiest voor veel leegte in haar muziek.

Mijn eerste associatie bij beluistering van A Mythology Of Circles was de filmmuziek van Ryuichi Sakamoto, gevolgd door de muziek van onder andere Philip Glass, Michael Nyman en Steve Reich, maar ook de muziek van bijvoorbeeld Julianna Barwick draagt relevant vergelijkingsmateriaal aan.

De muziek van Faten Kanaan doet soms neoklassiek aan, maar wordt ook met enige regelmaat volledig gedomineerd door elektronica. Faten Kanaan maakt het je op Mythology Of Circles nooit echt makkelijk, wat het opplakken van het etiket avant-garde rechtvaardigt, maar ik vind het zeker geen ontoegankelijk album.

Laat Mythology Of Circles uit de speakers, of beter nog door de koptelefoon, komen en de fantasie wordt eindeloos geprikkeld. De muziek van Faten Kanaan inspireert tot het bedenken van veelkleurige beelden, die vaak donker en dreigend zullen zijn, al heeft Mythology Of Circles ook momenten waarop de schoonheid regeert. Door alle repeterende elementen heeft het nieuwe album van Faten Kanaan en bezwerende of zelfs hypnotiserende uitwerking, wat de kracht van het album nog wat verder vergroot.

Bij beluistering van Mythology Of Circles wil je alle geheimen van de muziek van Faten Kanaan ontrafelen, al voldoet het album ook verrassend goed als moment van rust in deze hectische tijden. Faten Kanaan houdt je ruim veertig minuten op het puntje van je stoel met muziek vol experiment, maar ook met wonderschone klanken die je bij iedere keer horen nog wat meer betoveren. Op voorhand leek het me niet mijn muziek, maar wat is dit een mooi, bijzonder en intrigerend album. Erwin Zijleman

Faten Kanaan - Diary of a Candle (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Faten Kanaan - Diary Of A Candle - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Faten Kanaan - Diary Of A Candle
A Mythology Of Circles van Faten Kanaan was voor mij vijf jaar geleden een toevalstreffer, maar ook op haar nieuwe album maakt de muzikante uit Amman in Jordanië weer wonderschone muziek die de fantasie maar blijft prikkelen

Ik luister maar zelden naar muziek die zich beweegt in de genres waarin Faten Kanaan actief is en ook het deze week verschenen Diary Of A Candle bevindt zich weer ver buiten mijn muzikale comfort zone. Het is op hetzelfde moment een album dat me weer stevig intrigeert. Faten Kanaan maakt muziek die totaal anders klinkt dan de muziek waar ik normaal gesproken naar luister, maar wat is het weer mooi. Het is muziek die de fantasie prikkelt en bijna vanzelf bijzondere beelden op het netvlies tovert. Diary Of A Candle is net als het album van vijf jaar geleden een bijzonder album en het legt bovendien weer net wat andere accenten, waardoor het wederom in alle opzichten fascineert.

Bijna vijf jaar geleden besprak ik het album A Mythology Of Circles van de met Syrisch, Palestijns, Jordaans en Libanees bloed gezegende muzikante Faten Kanaan. Ik bespreek maar zelden volledig instrumentale albums en het is ook niet het soort albums waar ik normaal gesproken graag naar luister, maar A Mythology Of Circles van Faten Kanaan intrigeerde me hopeloos.

Het is een album dat vooral in hokjes als neoklassiek en avant garde werd geduwd, maar ik hoorde ook volop invloeden uit de minimal music en de filmmuziek. Er zijn stapels albums die in deze hokjes passen en het zijn albums die ik meestal laat liggen, maar A Mythology Of Circles had iets speciaals. Dat zat hem deels in de muziek, waarin invloeden uit de neoklassieke muziek op bijzondere wijze werden vermengd met elektronica, maar het zat hem ook zeker in het beeldende karakter van het album van de muzikante die destijds Brooklyn, New York, als thuisbasis had.

Het album van Faten Kanaan zou het nog altijd uitstekend doen bij films en documentaires, maar de muziek van de bijzondere muzikante was op zijn mooist wanneer je zelf de beelden mocht verzinnen bij de vaak betoverend mooie maar ook razend spannende klanken. Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar het deze week verschenen Diary Of A Candle, het deze week verschenen nieuwe album van Faten Kanaan.

Bij beluistering op Spotify kwam ik er achter dat ik twee jaar geleden het album Afterpoem heb gemist. Het is een album met deels dezelfde ingrediënten als A Mythology Of Circles en ook Afterpoem is prachtig, maar op dit moment gaat mijn aandacht uit naar Diary Of A Candle. Wat voor Afterpoem geldt, geldt trouwens ook voor het nieuwe album van Faten Kanaan, want ook Diary Of A Candle lijkt in meerdere opzichten op het album dat me aan het eind van 2020 zo wist te verrassen.

Ook op haar nieuwe album vermengt de muzikante, die Brooklyn inmiddels heeft verruild voor Amman in Jordanië, invloeden uit de neoklassieke muziek met andere invloeden. Waar op A Mythology Of Circles elektronica een belangrijke rol speelde, domineren op Diary Of A Candle de meer organische klanken. Het doet me qua klanken af en toe denken aan de filmmuziek van de Japanse muzikant Ryuichi Sakamoto, maar Faten Kanaan heeft ook een duidelijk eigen geluid, dat dit keer wat meer invloeden uit de Aziatische muziek verwerkt.

Het is een geluid dat dankzij de repeterende elementen meer dan eens doet denken aan minimal music, maar ook invloeden uit de ambient en new age hebben hun weg gevonden naar het album. Het is nog altijd een soort muziek waar ik niet al te vaak naar luister, maar net als A Mythology Of Circles doet ook Diary Of A Candle weer wat met me. De klanken op het album zijn vaak wat weemoedig, maar ook bijzonder mooi en ook op haar nieuwe album betovert Faten Kanaan weer met beeldende klanken die de fantasie uitvoerig prikkelen.

Ook Diary Of A Candle is weer een soundtrack voor een film waarvan je zelf de beelden mag bedenken en iedere keer dat je naar het album luistert is het weer een andere film. Na het kleine half uur dat het nieuwe album van Faten Kanaan duurt ben ik wel weer toe aan andere muziek, maar was het iedere keer een fijn en ontspannend half uur. Erwin Zijleman

Father John Misty - Chloë and the Next 20th Century (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Father John Misty - Chloë & The Next 20th Century - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Father John Misty - Chloë & The Next 20th Century
Chloë & The Next 20th Century van Father John Misty verscheen afgelopen lente, maar de buitengewoon stemmige songs op het album schreeuwen om lange, donkere en koude winteravonden

Ik heb absoluut een zwak voor tijdloze jaren 70 singer-songwriter pop, maar desondanks klikte het eerder dit jaar maar matig met Chloë & The Next 20th Century van Father John Misty. De Amerikaanse muzikant sluit op zijn laatste album deels aan bij de groten uit het genre, maar er schuilt ook een crooner in Joshua Michael Tillman. De meeste songs op het album zijn sfeervol ingekleurd, waarbij niet moeilijk wordt gedaan over een strijker meer of minder. De songs van Father John Misty zijn af en toe wat aan de zoete kant, maar het zijn ook songs die een donkere winteravond fraai kunnen verwarmen. Ik had er afgelopen lente niet veel mee, maar nu valt alles op zijn plek.

Joshua Michael Tillman maakte al een aantal jaren muziek als J. Tillman toen hij in 2008 aan de slag ging als drummer bij de Amerikaanse band Fleet Foxes. De focus lag echter al snel weer bij zijn eigen muziek, zeker toen de albums van J. Tillman in steeds bredere kring de aandacht trokken. In 2012 verruilde Joshua Michael Tillman zijn alter ego J. Tillman voor een nieuwe artiestennaam, Father John Misty.

Het was meer dan alleen een naamswijziging, want ook in muzikaal opzicht sloeg de Amerikaanse muzikant nieuwe wegen in. De ingetogen folk van J. Tillman maakte plaats voor de groots klinkende jaren 70 pop van Father John Misty en in eerste instantie beviel me dit uitstekend. De afgelopen jaren heb ik de albums van Father John Misty echter laten liggen en ook het eerder dit jaar verschenen Chloë & The Next 20th Century leek definitief op de stapel te blijven liggen.

Misschien werd ik wat op het verkeerde been gezet door de wat theatrale en barokke openingstrack, maar Chloë & The Next 20th Century verscheen wat mij betreft ook op het verkeerde moment. Father John Misty maakt op zijn laatste album muziek die uitstekend tot zijn recht komt in de donkere seizoenen van het jaar, maar die bij mij in ieder geval niet aan kwam op een moment dat de lentezon aangenaam begon te schijnen.

Aangemoedigd door flink wat jaarlijstjes heb ik het toch nog een keer geprobeerd met Chloë & The Next 20th Century en na de matige openingstrack wist Father John Misty me dit keer wel te overtuigen. Ook dit keer kiest de Amerikaanse muzikant vooral voor nostalgische klanken en het zijn klanken die herinneren aan de grote singer-songwriters uit de jaren 60 en 70. Denk hierbij ook dit keer aan Elton John, maar Chloë & The Next 20th Century bevat ook volop echo’s van de jaren 70 albums van Randy Newman, Harry Nilsson en Don McLean.

Father John Misty kiest in veel songs op het album voor een warm en akoestisch geluid, met hier en daar flarden uit de Amerikaanse rootsmuziek en meestal een flinke bak strijkers. Het zijn klanken die aan van alles en nog wat herinneren, maar in het huidige seizoen klinkt het allemaal prachtig. De warme en zeer smaakvolle klanken passen bovendien uitstekend bij de stem van de Amerikaanse muzikant. Father John Misty klinkt meer dan eens als een van de grote singer-songwriters uit de jaren 70, maar hij laat ook horen dat hij uitstekend uit de voeten kan als crooner.

Chloë & The Next 20th Century is af en toe aan de zoete kant en dat stond me eerder dit jaar nog wel eens tegen, maar bij vallende blaadjes, korte dagen en af en toe lage temperaturen slaat de muziek van Father John Misty zich als een warme deken om je heen. Het doet af en toe wel wat denken aan de muziek van Rufus Wainwright, maar vergeleken met zijn muziek klinkt het nieuwe album van Father John Misty opeens sober.

De albums van Father John Misty zijn voor mij absoluut geen zekerheid, maar ik kan inmiddels wel toegeven dat ik met mijn eerste oordeel over Chloë & The Next 20th Century flink fout zat. Naast de spreekwoordelijke warme deken die is gevuld met louter tijdloze songs, is het immers ook een album dat zowel in muzikaal en vocaal als in tekstueel opzicht knap in elkaar zit. Erwin Zijleman

Father John Misty - I Love You, Honeybear (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Father John Misty - I Love You, Honeybear - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Joshua Tillman wordt nog steeds ‘de drummer van Fleet Foxes’ genoemd, maar zijn bijdrage aan de zo langzamerhand al weer vergeten band is inmiddels niet meer dan een voetnoot in zijn carrière.

Twee jaar voordat Fleet Foxes haar inmiddels roemruchte debuut uitbracht, debuteerde Joshua Tillman als J. Tillman met het uitstekende Minor Works en ook gedurende zijn verblijf in Fleet Foxes bleef hij zijn eigen muziek maken, waardoor de teller in 2011 op een ruime handvol prima platen stond.

Nadat Joshua Tillman Fleet Foxes in 2011 de rug had toegekeerd verruilde hij zijn artiestennaam J. Tillman voor een nieuwe, Father John Misty. Het leverde in 2012 met Fear Fun direct een plaat op die nog veel beter was dan alle J. Tillman platen, maar je hoorde dat er meer in zat.

We hebben bijna drie jaar op dat meer moeten wachten, maar met I Love You, Honeybear levert Joshua Tillman zijn eerste meesterwerk af. De tweede plaat van Father John Misty is nog een paar klassen beter dan zijn voorganger en is zo’n plaat die je na één keer horen niet meer los wilt laten.

De openingstrack en titeltrack zet direct de toon met grootse popmuziek die herinnert aan de beste dagen van Elton John. Het is popmuziek zoals die tegenwoordig niet al te veel meer wordt gemaakt, maar Father John Misty blijkt er een meester in. I Love You, Honeybear bevat veel haakjes naar de popmuziek uit de jaren 60 en 70, maar blijft hier zeker niet in steken.

De combinatie van grootse arrangementen vol strijkers met elektronica doet denken aan de manier waarop John Grant muziek maakt, al klinkt de muziek van Father John Misty nog grootser en meeslepender. I Love You, Honeybear roept het ene moment associaties op met de tijdloze popmuziek van Harry Nilsson, maar zet je niet veel later weer compleet op het verkeerde been met een Mexicaanse blazerskapel of moderne synths en beats, waarna Father John Misty op de proppen komt met een song waarvoor Brian Wilson een moord zou hebben gedaan of een song die mij persoonlijk herinnert aan de briljante platen van Fiona Apple.

De tweede plaat van Father John Misty slingert je heen en weer tussen een aantal decennia popmuziek, maar is desondanks geen allegaartje. I Love You, Honeybear overtuigt vanaf de eerste noten en blijft dit doen tot de laatste noten wegsterven.

Waar de platen van J. Tillman geniale momenten afwisselden met opvallend zwakke momenten, is I Love You, Honeybear van een consistent en opvallend hoog niveau. Het knappe is dat de plaat klinkt als een aaneenschakeling van perfecte popsongs, maar het zijn ook popsongs die maar lastig te doorgronden zijn.

Het is de liefde die Joshua Tillman heeft geïnspireerd tot I Love You, Honeybear en deze liefde heeft gezorgd voor focus. I Love You, Honeybear valt in eerste instantie vooral op door de geweldige arrangementen en muziek, maar ook de zang op de plaat is om van te watertanden en hetzelfde geldt voor de songs, die maar aan diepgang blijven winnen.

Joshua Tillman maakte tot dusver muziek waarvan je alleen maar kon houden, maar waarop ook altijd wel wat viel aan te merken. is I Love You, Honeybear is een plaat om zielsveel van te houden en bovendien een plaat zonder zwakke momenten. Wat een wereldplaat. Tot over een maand of tien in de jaarlijstjes. Erwin Zijleman

Father John Misty - Mahashmashana (2024)

Alternatieve titel: All is Silent Now

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Father John Misty - Mahashmashana - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Father John Misty - Mahashmashana
Father John Misty laat ook op zijn nieuwe album Mahashmashana weer horen dat hij wat theatrale jaren 70 singer-songwriter muziek kan maken, maar beweegt zich ook in allerlei andere richtingen

Chloë And The Next 20th Century pikte ik pas vele maanden na de oorspronkelijke release van het album op, maar sindsdien koester ik het album van Father John Misty. De Amerikaanse muzikant keert deze week terug met Mahashmashana, dat begint bij het vorige album, maar vervolgens in vele richtingen beweegt. Father John Misty is nog altijd een meester in het maken van wat zwaar aangezette songs met echo’s van de grote singer-songwriters uit de jaren 70, maar Mahashmashana is een behoorlijk divers album, dat zich in meerdere richtingen beweegt. Het is soms wat veel van het goede, maar Father John Misty blijft toch vooral aan de goede kant van de streep en ruim ook.

Joshua Michael Tillman verdiende de kost enige tijd als drummer, onder andere in de band Fleet Foxes, maar brengt inmiddels ook al een kleine twintig jaar soloalbums uit. Dat deed de Amerikaanse muzikant in eerste instantie als J. Tillman, maar vanaf 2011 kennen we Joshua Michael Tillman vooral als Father John Misty. In al die jaren waren de albums van J. Tillman en Father John Misty voor mij persoonlijk geen zekerheid, al besprak ik er incidenteel wel eens een.

Het in de lente van 2022 verschenen Chloë And The Next 20th Century besprak ik pas aan het begin van 2023, toen ik het album in zoveel jaarlijstjes was tegengekomen dat ik het bijna als mijn plicht voelde om het album nog een keer te beluisteren. In een koude wintermaand viel opeens alles op zijn plek en sindsdien ben ik zeer gehecht aan het soms wat theatrale en zwaar aangezette, maar ook bijzonder sfeervolle en tijdloze album.

Chloë And The Next 20th Century klonk afwisselend als een jaren 70 album van Harry Nilsson, Randy Newman en Elton John, maar dan wel vertolkt door Father John Misty. Door de opgebloeide liefde voor het vorige album van Father John Misty, dat ook wel wat deed denken aan de net wat minder bombastische albums van Rufus Wainwright, schreef ik het deze week verschenen Mahashmashana als eerste op voor een recensie.

Met Mahashmashana heeft Father John Misty wederom een ambitieus album gemaakt. Je hoort het direct in de openingstrack en titeltrack, die maar liefst negen minuten duurt en waarin Father John Misty direct alles uit de kast trekt. Het is een track die herinnert aan de al eerder genoemde singer-songwriters uit de jaren 70, maar dan wel bijgestaan door een heel leger aan muzikanten en geproduceerd door Phil Spector in een bui waarin er nog wel een schepje bovenop kan.

Het klinkt barok, bombastisch, pompeus en bijna overdadig, maar net als het teveel dreigt te worden neemt de muziek gas terug en is er voor de stem van Father John Misty, die uitstekend gedijt in een wat voller klankenpalet. Alleen door de titeltrack vind ik Mahashmashana al een fantastisch album, maar het album bevat na de imposante openingstrack nog ruim veertig minuten muziek.

In die veertig minuten laat Father John Misty horen dat hij meer kan dan tijdloze en wat theatrale singer-songwriter muziek maken. Mahashmashana is een verrassend divers album, waarop de Amerikaanse muzikant steeds weer andere wegen in slaat. De zwaar aangezette openingstrack wordt gevolgd door een wat venijnige maar ook groovy en Bowiesque rocksong (She Cleans Up), die weer wordt gevolgd door een wat broeierige track (Josh Tillman And The Accidental Dose), die ook op Lou Reed’s New York had kunnen staan.

Het sfeervolle en met veel strijkers opgetuigde Mental Health klinkt zoet en sprookjesachtig en ligt weer wat meer in het verlengde van de songs op Chloë And The Next 20th Century en ook in de twee tracks die volgen domineert de tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70. Het is wederom wat zwaar aangezet, maar echt prachtig uitgevoerd.

Father John Misty lijkt weer geland, maar komt in het ruim acht minuten durende I Guess Time Just Makes Fools Of Us All met een funky injectie op de proppen, waarna het album zeer stemmig met heel veel strijkers en een sfeer die herinnert aan de albums van de grote crooners uit de jaren 50 en 60. Het is absoluut veel dat Father John Misty uit de speakers laat komen, maar ik vind het ook dit keer prachtig. Erwin Zijleman

Fatoumata Diawara - Fenfo (2018)

Alternatieve titel: Something to Say

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fatoumata Diawara - Fenfo - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik volg de ontwikkelingen binnen de wereldmuziek zeker niet op de voet, maar zo af en toe pik ik een plaat uit het enorme aanbod in dit genre, overigens met wisselend succes.

Al weer zeven jaar geleden was het debuut van Fatoumata Diawara echter een voltreffer. Op Fenfou maakte de (uit Malinese ouders) in Ivoorkust geboren en via het Malinese Bamako uiteindelijk in Parijs terecht gekomen muzikante indruk met muziek die flink wat invloeden uit de Afrikaanse muziek bevatte, maar ook nadrukkelijk aan de haal ging met invloeden uit de folk, jazz en soul.

Ik weet niet waarom het zo lang stil is geweest rond Fatoumata Diawara, maar de Malinese singer-songwriter is gelukkig terug met een nieuwe plaat. Waar Fatoumata Diawara op haar debuut zwaar leunde tegen de Westerse folk, jazz en soul, lijkt ze op Fenfo te hebben gekozen voor een wat meer Afrikaans aandoend geluid. Het is een geluid dat in veel tracks net wat uitbundiger klinkt dan de songs op haar debuut, al bied Fenfo ook ruimte aan tracks die betrekkelijk dicht bij het destijds zo bejubelde debuut liggen.

Zowel in de wat meer ingetogen als in de wat uitbundigere songs, kiest Fatoumata Diawara niet voor het grote gebaar. In muzikaal opzicht steekt Fenfo buitengewoon knap in elkaar, waarbij een balans is gevonden tussen zonnige of zelfs broeierige klanken en subtiliteit en avontuur. Het maakt van Fenfo een hele interessante plaat, maar ook buiten de fascinerende instrumentatie valt er op de nieuwe plaat van Fatoumata Diawara veel te genieten.

De Malinese singer-songwriter zingt wat expressiever dan op haar debuut en kan net zo makkelijk uit de voeten met swingende uptempo songs vol Afrikaanse gitaarlijnen en ritmes als met ingetogen ballads die meer tegen de folk en jazz aan leunen. Het is knap hoe de nog steeds vanuit Parijs opererende muzikante haar songs steeds weer weet te voorzien van verschillende klanken en verschillende vocalen, maar Fenfo is ook nog eens een plaat die een verrassend groot aantal genres en stijlen met elkaar weet te verbinden.

Fatoumata Diawara springt hierbij niet van de hak op de tak, maar incorporeert alles dat haar lief is in een totaalgeluid dat ik best uniek durf te noemen. Fenfo slaat een brug tussen Afrikaanse en Westerse popmuziek, maar zorgt er ook voor dat aan beide zijden van de brug dezelfde muziek is te horen. Ook in tekstueel opzicht schijnt Fenfo een interessante plaat te zijn met veel aandacht voor rechten van vrouwen, migratie en armoede, maar dat kan ik uiteraard niet bevestigen.

Ik ben zoals gezegd geen kenner of groot liefhebber van wereldmuziek, maar Fenfo van Fatoumata Diawara is een geweldige plaat. Het is een plaat die fascineert, maar het is ook een plaat die heerlijk vermaakt, waarbij het vast helpt dat de temperaturen momenteel tot tropische waarden zijn gestegen.

Zeven jaar gelden voorspelde ik Fatoumata Diawara een mooie toekomst, maar de kwaliteit van Fenfo overtreft mijn stoutste verwachtingen. Het levert een plaat op die absoluut behoort tot de smaakmakers binnen de wereldmuziek, maar die ook binnen de muziek in het algemeen met de allerbesten mee kan. Erwin Zijleman

Fatoumata Diawara - London Ko (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fatoumata Diawara - London Ko - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fatoumata Diawara - London Ko
Fatoumata Diawara levert met London Ko haar derde album af en het is er een die nog wat nadrukkelijker dan zijn voorgangers een brug slaat tussen Afrikaanse muziek en Westerse popmuziek

London Ko, het derde album van de Malinese muzikante Fatoumata Diawara, is goed voor een zomers gevoel en heel veel zonnestralen, maar het is ook een interessante smeltkroes van traditionele Afrikaanse muziek en eigentijdse Westerse popmuziek. Het knappe is dat Fatoumata Diawara, ondanks alle moderne invloeden, de authenticiteit van haar muziek heeft weten te behouden. London Ko, dat mede werd geproduceerd door Blur’s Damon Albarn, klinkt onweerstaanbaar lekker, maar het is ook een buitengewoon knap in elkaar stekend album vol muzikaal en vocaal vuurwerk. Het bevestigt de status van Fatoumata Diawara als een van de grote sterren binnen de Afrikaanse popmuziek.

Ik volg het genre dat wat oneerbiedig wordt aangeduid met de verzamelterm ‘wereldmuziek’ zeker niet op de voet, maar de albums van de in Ivoorkust geboren, maar in Mali opgegroeide Fatoumata Diawara laat ik tot dusver niet liggen. Mijn eerste kennismaking met de muziek van de Malinese muzikante stamt uit 2011 toen haar debuutalbum Fatou verscheen. Het is een album dat in 2011 werd geschaard onder de beste albums binnen de wereldmuziek, maar het album was ook te vinden in flink wat breder georiënteerde jaarlijstjes.

Fatou staat bol van de invloeden uit de Afrikaanse muziek, maar het is ook een verrassend toegankelijk album dat ook invloeden uit de folk, jazz en soul verwerkt en daarom zeker niet alleen in de smaak viel bij liefhebbers van wereldmuziek. Het debuutalbum van Fatoumata Diawara werd pas in 2018 gevolgd door het uitstekende Fenfo, dat ik nog een stuk beter vond dan haar debuutalbum.

Op haar tweede album koos Fatoumata Diawara voor een wat Afrikaanser en bovendien traditioneler klinkend geluid, maar ze sloeg nog altijd op bijzonder aangename wijze een brug tussen Afrikaanse en Westerse popmuziek. Op Fenfo maakte de bijzondere stem van de Malinese muzikante nog net wat meer indruk en het album was bovendien een album vol muzikaal vuurwerk, waarbij de bezwerende ritme en het heerlijk zonnige gitaarwerk er wat mij betreft uit sprongen.

Deze week keert Fatoumata Diawara terug met Londen Ko en op haar derde album maakt de Malinese muzikante echte wereldmuziek. Het genre wordt meestal gebruikt voor muziek die buiten de Westerse wereld wordt gemaakt, maar op Londen Ko combineert Fatoumata Diawara op eigenzinnige wijze invloeden uit de Afrikaanse muziek met invloeden uit de Westerse popmuziek.

Zeker het zonnige gitaarwerk en de fraaie ritmes putten nadrukkelijk uit de archieven van de Afrikaanse popmuziek, maar door de inzet van synths en af en toe wat zinnen in het Engels laat Fatoumata Diawara horen dat ze de grenzen tussen beide werelden nog wat nadrukkelijker heeft overbrugd dan op haar eerste twee albums.

Dat is op zich niet zonder risico, want wanneer de balans teveel doorslaat richting Westerse popmuziek gaat de authenticiteit van de muziek snel verloren. Fatoumata Diawara weet deze authenticiteit op Londen Ko goed te bewaken. Dit doet ze door de invloeden uit de Afrikaanse muziek waarmee ze opgroeide zuiver te houden en aan te vullen met ingrediënten uit andere windstreken.

Londen Ko klinkt weer wat toegankelijker dan voorganger Fenfo, maar de Malinese muzikante verloochent haar afkomst geen moment. Het derde album van Fatoumata Diawara is een album dat de ruimte vult met zonnestralen en het is een album dat zich, mede door het gebrek aan zonnestralen gedurende de afgelopen maanden, genadeloos opdringt.

Nog meer dan op haar eerste twee albums slaagt de Malinese muzikante er in om Afrikaanse muziek te maken die een heel breed publiek kan aanspreken. Meteen boeken deze dame voor de zomerfestivals die er aan komen, maar ook thuis op de bank doet Londen Ko uitstekend zijn werk. Het is wat mij betreft het beste album van Fatoumata Diawara tot dusver en het is er een die het absoluut verdient om beluisterd te worden, ook als je normaal gesproken niets hebt met ‘wereldmuziek’. Erwin Zijleman

Faye Webster - Atlanta Millionaires Club (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Faye Webster - Atlanta Millionaires Club - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Faye Webster - Atlanta Millionaires Club
Faye Webster vermengt op bijzondere wijze invloeden uit de country en de R&B met bijzonder aangename verleiding als resultaat

Faye Webster is pas 21, maar maakt al een aantal jaren muziek. Op Atlanta Millionaires Club vloeit al haar vorige muziek prachtig samen in een warmbloedige mix van R&B, soul en een beetje country. Atlanta Millionaires Club staat vol met even broeierige als lome klanken, waarbij het heerlijk wegdromen is, maar vergeet ook vooral niet te luisteren naar de uitstekende muzikanten, naar de prima zang, naar de bijzondere mix van invloeden en naar de persoonlijke teksten van de jonge Amerikaanse singer-songwriter. Het valt niet mee om in 2019 nog met een origineel geluid op de proppen te komen, maar Faye Webster slaagt er glansrijk in.

Faye Webster groeide op in Atlanta, Georgia, en kreeg de muziek thuis met de paplepel ingegoten. Als jonge tiener schreef ze vooral countrysongs, maar op de middelbare school groeide de liefde voor hiphop en R&B en omarmde ze vooral de muziek van R&B ster Aaliyah, die overleed toen Faye Webster nog in de luiers zat.

Het lijken uitersten, maar op Atlanta Millionaires Club smeedt Faye Webster met name country en R&B moeiteloos aan elkaar. Atlanta Millionaires Club is niet het eerste album van Faye Webster, maar wel het eerste album voor een platenmaatschappij van naam en faam (Secretly Canadian).

Het album opent direct met zeer dominant aanwezige pedal steel klanken, die wel vaker terugkeren op Atlanta Millionaires Club. De pedal steel en een bijzonder aangenaam klinkend orgel geven de muziek van Faye Webster een country feel, maar de rest van de instrumentatie en de stem van de jonge Amerikaanse singer-songwriter staan veel verder van de country af.

Faye Webster heeft een voorliefde voor lome en zwoele klanken en combineert deze met al even lome en zwoele vocalen. Wanneer je alleen naar de keyboards, de blazers, de ritmes en de zang luistert zal Atlanta Millionaires Club vooral associaties oproepen met pop en R&B, maar dan is er toch ook weer die pedal steel die de muziek van Faye Webster voorziet van accenten uit de Amerikaanse rootsmuziek, waarbij zowel invloeden uit de country als invloeden uit de soul opduiken.

Het is zoals gezegd een bijzondere combinatie, maar het is een combinatie die verrassend goed werkt. Het geluid van de pas 21 jaar oude Faye Webster dringt zich genadeloos op, maar prikkelt ook steeds weer de fantasie. Atlanta Millionaires Club is een zwoel album om lekker bij weg te dromen, maar het is ook een album waarvan je geen detail wilt missen.

Er is helaas maar weinig informatie over de muzikanten op het in Athens, Georgia, opgenomen album, maar het door Drew Vandenberg en Faye Webster zelf geproduceerde album klinkt fantastisch en betovert continu met warmbloedige klanken. Met name aan het begin van het album zijn de rootsinvloeden net wat dominanter, terwijl aan het eind de R&B zich wat meer opdringt, zeker wanneer rapper Father aanschuift, maar het mooist zijn toch de tracks waarin alle invloeden prachtig samenvloeien en Faye Webster meedogenloos verleidt met dromerige klanken.

Ook dan is er meer, want in tekstueel opzicht is de jonge Amerikaanse niet op haar mondje gevallen, wat Atlanta Millionaires Club voorziet van wat extra byte. Het levert een album op dat anders klinkt dan de albums van haar collega vrouwelijke singer-songwriters (hier en daar hoor ik wel wat van Cat Power overigens) en dat zich hierdoor makkelijk weet te onderscheiden. Ik was op basis van haar vorige albums voorzichtig benieuwd naar het nieuwe album van Faye Webster, maar Atlanta Millionaires Club overtreft wat mij betreft alle verwachtingen. Erwin Zijleman

Faye Webster - I Know I'm Funny Haha (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Faye Webster - I Know I’m Funny haha - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Faye Webster - I Know I’m Funny haha
Faye Webster heeft met I Know I’m Funny haha de perfecte soundtrack voor de zomer gemaakt, maar ook een razendknap album dat zowel in muzikaal als vocaal opzicht een hoog niveau aantikt

Ik heb lang moeten wennen aan Atlanta Millionaires Club van de Amerikaanse Faye Webster, maar uiteindelijk was het er wat mij betreft een voor de jaarlijstjes. Het deze week verschenen I Know I’m Funny haha overtuigde me een stuk makkelijker, want wat klinkt dit album onweerstaanbaar lekker. Het nieuwe album van Faye Webster is de soundtrack voor een hele lange zomer, maar ondertussen zit alles bijzonder knap in elkaar. De instrumentatie is loom en zwoel maar ook prachtig en wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang van de Amerikaanse muzikante. I Know I’m Funny haha is een album vol zwoele verleiding, maar het is ook een verzameling kunststukjes die alleen maar mooier en indrukwekkender wordt.

De Amerikaanse muzikante Faye Webster leverde net iets meer dan twee jaar geleden met Atlanta Millionaires Club wat mij betreft een bijzonder fascinerend album af, dat uiteindelijk zelfs mijn jaarlijstje haalde. De muzikante uit Atlanta, Georgia, verraste op haar derde album met zwoele popliedjes, die zich in gelijke mate door country en door soul en R&B lieten inspireren. Nu was soul met een pedal steel in een ver verleden niets bijzonders, maar tegenwoordig hoor je het niet vaak meer. Gelukkig nog wel bij Faye Webster, die ook op haar deze week verschenen vierde album weer met enige regelmaat een beroep doet op de pedal steel.

I Know I’m Funny haha is direct vanaf de eerste noten een lekker loom, laidback en broeierig album dat stevig doet verlangen naar een zorgeloze zomer waar maar geen eind aan lijkt te komen. De ritmesectie speelt lekker soulvol met diepe bassen en swingende ritmes en ook de gitaristen en de pianist lijken uit de hoek van de soul en de jazz afkomstig met subtiele bijdragen. Voor de kers op de taart is er ook dit keer de pedal steel die je meer associeert met country, maar die perfect pas bij de broeierige klanken.

Het is een inmiddels bekend maar ook nog altijd bijzonder geluid, dat fraai wordt aangevuld door de zang van Faye Webster, die voor de gelegenheid ook nog wat zwoeler en lomer klinkt dan op haar vorige album. De openingstrack van I Know I’m Funny haha is zo’n onweerstaanbaar lekkere song waarvan je in de zomerzon maar geen genoeg kunt krijgen en het album bevat veel meer van dit soort songs. Het zijn songs die perfect kunnen functioneren als muzikaal behang op een mooie zomeravond, maar daar is Faye Webster toch echt te goed voor.

De songs op I Know I’m Funny haha zijn stuk voor stuk bijzonder fraai gearrangeerd en ingekleurd. Naast de uitstekend spelende ritmesectie strijden de piano, een orgel en gitaren subtiel om de belangrijkste bijrol, waarna met name de pedal steel en strijkers hier en daar de open ruimte mogen inkleuren. Het klinkt bijzonder aangenaam maar ondertussen zit het allemaal knap in elkaar en klinkt I Know I’m Funny haha bij net wat aandachtigere beluistering wat eigenzinniger en avontuurlijker dan bij oppervlakkige beluistering het geval lijkt. Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang, die zwoel en verleidelijk is, maar ook wonderschoon.

Ook het vierde album van Faye Webster misstaat niet in de hokjes soul en R&B, want dat zijn de genres die domineren op I Know I’m Funny haha. Invloeden uit de country zijn, ondanks de af en toe opduikende pedal steel, minder belangrijk dan op het vorige album van Faye Webster en hebben plaats gemaakt voor jazzy invloeden. Het luistert allemaal bijzonder lekker weg, zeker wanneer de zon schijnt, maar de songs op het vierde album van Faye Webster zijn ook vrijwel allemaal van het soort dat niet alleen aangenamer maar ook beter wordt wanneer je ze wat vaker hoort.

Veel beter zelfs, want waar ik het album bij de eerste beluistering een paar weken geleden aangenaam maar af en toe ook wel wat gewoontjes vond, hoor ik inmiddels de schoonheid in nagenoeg alle songs op het album. I Know I’m Funny haha van Faye Webster is een album dat iedere zomerdag nog talloze malen aangenamer maakt dan ze al zijn, maar het is ook een album dat tot in het kleinste detail bestudeerd en gekoesterd mag worden. Bij haar eerste twee albums wist ik het nog niet, Atlanta Millionaires Club was indrukwekkend, maar I Know I’m Funny haha is nog veel beter. Prachtalbum! Erwin Zijleman

Faye Webster - Underdressed at the Symphony (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Faye Webster - Underdressed At The Symphony - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Faye Webster - Underdressed At The Symphony
Faye Webster wordt echt alleen maar beter en perfectioneert haar al zo eigenzinnige geluid nog wat verder met extra invloeden, fraaie klanken en mooie zang, verpakt in songs van een bijzonder hoog niveau

De uit Atlanta, Georgia, afkomstige Faye Webster wist op haar vorige twee albums een bijzonder eigen geluid te creëren, dat country combineerde met onder andere R&B. Op het deze week verschenen Underdressed At The Symphony voegt de Amerikaanse muzikante nog wat extra invloeden toe aan haar songs en heeft ze deze bovendien nog smaakvoller ingekleurd. In muzikaal opzicht is het nieuwe album van Faye Webster nog wat interessanter en veelzijdiger dan de twee terecht geprezen voorgangers en ook de zang en de songs van de Amerikaanse muzikante spreken nog net wat meer aan. Faye Webster is inmiddels een ster op TikTok, nu nog in de wereld buiten dit platform.

Toen de Amerikaanse muzikante Faye Webster in 2014, op haar zestiende (!), debuteerde met Run And Tell hoorde ik wel iets van belofte in haar muziek en zeker ook in haar stem, maar een onuitwisbare indruk maakte ze zeker niet met haar destijds nog redelijk doorsnee Amerikaanse rootsmuziek. Op haar in 2017 verschenen titelloze tweede album maakte de muzikante uit Atlanta, Georgia, wat mij betreft veel meer indruk en voegde ze wat invloeden uit de soul toe aan haar countrysongs, die in muzikaal en vocaal opzicht een stuk rijper klonken.

Alles viel op zijn plek op het in 2019 verschenen Atlanta Millionaires Club, waarop invloeden uit de country, indierock, soul en R&B op even mooie als eigenzinnige wijze samenvloeiden. Het album dook op in de nodige jaarlijstjes, waaronder dat van mij, maar helaas bleef de muziek van Faye Webster op dat moment bij het grote publiek nog onbekend. De muzikante uit Atlanta perfectioneerde haar geluid vervolgens op het in 2021 verschenen I Know I’m Funny haha, dat ook dienst deed als de perfecte soundtrack voor een hele warme zomer.

Faye Webster is nog altijd pas 26 jaar oud, maar levert deze week met Underdressed At The Symphony alweer haar vijfde album af. Het is een album dat deels in het verlengde ligt van zijn twee voorgangers en dat net als deze voorgangers invloeden uit de country, indierock, soul en R&B vermengt. Net als voorganger I Know I’m Funny haha is Underdressed At The Symphony, ondanks het feit dat het moet worden gezien als een breakup album, bovendien wederom een behoorlijk zomers klinkend album, waardoor het album de ruimte direct vanaf de eerste noten aangenaam verwarmt.

Faye Webster liet op al haar vorige albums groei horen en doet dat ook weer op haar nieuwe album, waarop ik de songs nog net wat sterker vind en waarop de Amerikaanse muzikante ook met haar stem en met de inkleuring van haar songs stappen zet. De vaak wat lome en dromerige maar ook bijzonder mooie zang wordt op Underdressed At The Symphony omgeven door een lekker vol en wat broeierig klinkend geluid, dat ook een aantal decennia oud had kunnen zijn, totdat Faye Webster iets meer in de richting van de R&B leunt.

Het is vergeleken met de vorige albums een nog net wat organischer klinkend geluid, waaraan Wilco gitarist Nels Cline prachtige gitaarlijnen heeft toegevoegd, maar ook de pedal steel, die zo dominant aanwezig was op de vorige albums van Faye Webster, is nog steeds van de partij en zorgt voor een dromerige country tintje. Faye Webster flirtte op een eerdere EP nadrukkelijk met rijke orkestraties, maar doet dat op het nieuwe album maar een enkele keer.

Faye Webster kiest dit keer afwisselend voor een meer ingetogen en wat uitbundiger of zelfs zwaar aangezet geluid, dat, zeker wanneer de piano domineert, zelfs wat theatraal kan klinken, maar dat Underdressed At The Symphony ook voorziet van een duidelijk eigen geluid. De muzikante uit Atlanta is inmiddels, en naar verluidt tegen wil en dank, een ster op TikTok, maar verdient ook de aandacht van een ieder die niet actief is op dit platform.

Underdressed At The Symphony is een album waarop heel veel te ontdekken valt en dat nog heel lang aan kracht wint. Het is bovendien een album waarop Faye Webster zich wederom weet te vernieuwen, bijvoorbeeld door te experimenteren met het op smaakvolle wijze vervormen van haar stem met de autotune of de vocoder of door te flirten met invloeden uit de hiphop en zeker ook de jazz, al houdt haar muziek, al is het maar door de pedal steel, ook altijd een country vibe. Het levert ook dit keer een prachtig en zeker ook eigenzinnig album op. Erwin Zijleman

Fazerdaze - Soft Power (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fazerdaze - Soft Power - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fazerdaze - Soft Power
De Nieuw-Zeelandse muzikante Amelia Murray blaast haar project Fazerdaze nieuw leven in op Soft Power, dat makkelijk verleidt, maar ook steeds interessanter wordt wanneer je het album vaker hoort

Soft Power van Fazerdaze leek me op het eerste gehoor een album van een soort waarvan ik er al flink wat heb gehoord. Het project van de Nieuw-Zeelandse muzikante Amelia Murray maakt immers muziek met flink wat invloeden uit de dreampop en dat zijn invloeden die ik de laatste tijd (te) vaak tegen kom. Soft Power is echter wel een knap gemaakt album met mooie zang en gelaagde klanken en het is bovendien een album dat veelzijdiger is dan de meeste andere albums in het genre. Amelia Murray is bovendien een uitstekend songwriter en heeft ook nog eens een aantal veelzijdige songs gepend. Het zorgt er voor dat ik steeds enthousiaster wordt over dit album.

Popmuziek uit Nieuw-Zeeland klinkt vaak net wat anders dan popmuziek die in het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten of het Europese vasteland wordt gemaakt, waardoor het interessant is om ook de ontwikkelingen aan de andere kant van de wereld te volgen. Het leverde me deze week het album Soft Power van Fazerdaze op.

Het is het tweede album van het project van de Nieuw-Zeelandse muzikante Amelia Murray. De muzikante uit Christchurch debuteerde alweer zeven jaar geleden met het in eigen land goed ontvangen Morningside. Ik volgde de Nieuw-Zeelandse popmuziek destijds nog niet zo intensief als ik nu doe, maar als ik dit wel had gedaan had ik Morningside ongetwijfeld een heel erg leuk album gevonden. Het is een album met loom maar ook fris klinkende gitaarpop met zowel invloeden uit de indierock als de dreampop.

Mede door een burn-out heeft Amelia Murray lang de tijd moeten nemen voor het tweede album van Fazerdaze, maar dat is er nu. Vergeleken met haar debuutalbum heeft de Nieuw-Zeelandse muzikante Soft Power voorzien van een veel voller geluid, waarin synths een belangrijkere rol spelen en gitaren genoegen hebben moeten nemen met een bescheidenere rol. Soft Power klinkt ook wat minder ruw dan zijn voorganger en het tweede album van Fazerdaze kruipt bovendien wat dichter tegen de dreampop aan met atmosferische klanken, trage ritmes en lome zang. Ook Soft Power is echter een prima album.

Nieuw-Zeelandse popmuziek klinkt misschien vaak net wat anders dan popmuziek uit andere delen van de wereld, maar het tweede album van Fazerdaze klinkt wat mij betreft minder onderscheidend. Bij beluistering van Soft Power heb ik associaties met een aantal van mijn favoriete dreampop albums uit het verleden en ik moet ook verrassend vaak aan de muziek van The Cardigans denken. De muziek van Japanese Breakfast reikt overigens vergelijkingsmateriaal uit het heden aan.

Amelia Murray is door een zware periode gegaan en dit heeft geresulteerd in een serie persoonlijke songs. Het voorziet haar songs van net wat meer lading die gebruikelijk is dit genre, waardoor ik Soft Power, ondanks het wat minder duidelijke onderscheidend vermogen zeker niet op de grote hoop wil gooien.

Amelia Murray beschikt over een mooie en onderscheidende stem die goed past bij de lome songs die ze schrijft. Die songs zijn zeer melodieus en liggen lekker in gehoor en ook in muzikaal en productioneel opzicht heeft de muzikante uit Christchurch knap werkt verricht met een geluid dat bestaat uit meerdere lagen. Het tweede album van Fazerdaze wedt bovendien niet op één paard en verkent ook invloeden van buiten de dreampop met onder andere uitstapjes naar indierock, bedroompop, 80s pop, synthpop en indiepop.

Soft Power is een geweldig album voor beluistering tijdens wandelingen door de natuur, maar ook wat later op de avond komt dit album uitstekend tot zijn recht. Het tweede album van Fazerdaze is wat mij betreft vooral een album waarover je niet te snel en te makkelijk moet oordelen. Wat bij eerste beluistering misschien wat voortkabbelt of wat gewoontjes klinkt, komt na een paar keer horen steeds fraaier tot leven. Het was al met al toch weer een goed idee om de Nieuw-Zeelandse popmuziek in de gaten te houden. Erwin Zijleman

Feeble Little Horse - Girl with Fish (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: feeble little horse - Girl With Fish - dekrentenuitdepop.blogspot.com

feeble little horse - Girl With Fish
De Amerikaanse band feeble little horse verwerkt op Girl With Fish een aantal bekende invloeden uit met name de jaren 90, maar slaagt er desondanks in om opvallend fris en eigenzinnig te klinken

Het tweede album van feeble little horse uit Pittsburgh kan met name in de Verenigde Staten rekenen op uitstekende recensies. Dat is volkomen terecht, want op Girl With Fish maakt de Amerikaanse band indruk met een eigenzinnig geluid vol echo’s uit de jaren 90. Het is een geluid waarin gruizige gitaren worden gecombineerd met een aangename vrouwenstem. Dat is een beproefd recept, maar feeble little horse experimenteert er ook flink op los en voegt nog een aantal bijzondere invloeden toe aan de mix van shoegaze en indierock. Girl With Fish bevat slechts 26 minuten muziek, maar het album is ook 26 minuten leuk en interessant. Dit smaakt naar veel meer.

Girl With Fish van de Amerikaanse band feeble little horse (geen hoofdletters) verscheen aan het begin van deze maand en is me toen eerlijk gezegd niet opgevallen in het enorme aanbod van dat moment. Ik werd pas nieuwsgierig naar het album toen het Amerikaanse muziekplatform Paste het tweede album van de band uit Pittsburgh, Pennsylvania, vorige week in de top drie van haar lijst met de beste albums van de eerste helft van 2023 zette. Dat is misschien wat overdreven, maar Girl With Fish is absoluut een interessant album.

Het is een album dat bij eerste beluistering onmiddellijk doet denken aan de indierock die in de jaren 90 werd gemaakt door bands met een vrouwelijk boegbeeld. Het nieuwe album van feeble little horse trekt de aandacht met gruizige gitaren, lekker stevige riffs en de bijna lieflijk klinkende stem van frontvrouw Lydia Slocum. Zeker wanneer feeble little horse gruizige gitaarmuren opbouwt citeert Girl With Fish niet alleen uit de archieven van de 90s indierock, maar zijn ook invloeden uit de shoegaze zoals die in de jaren 90 werd gemaakt duidelijk hoorbaar.

De combinatie van gruizige gitaren en een aansprekende vrouwenstem verleidt wat mij betreft makkelijk, maar ik heb al heel veel jaren wat of zelfs veel met dit soort muziek. Het is muziek die sinds de jaren 90 in grote hoeveelheden is gemaakt, maar de songs van feeble little horse hebben iets bijzonders. De band trakteert de luisteraar op een aantal melodieuze en lekker in het gehoor liggende songs, maar zeker wanneer de gitaren vervormen is het ook een flinke bak herrie die de band ons voorschotelt.

Girl With Fish is bovendien een album waarop het experiment zeker niet uit de weg wordt gegaan. In alle songs op het album betovert de Amerikaanse band met mooie melodieën en fraaie klanken, maar in iedere song zit ook wel een tegendraadse passage. Het zorgt er voor dat de songs van feeble little horse een stuk interessanter zijn dan die van de meeste anders bands die zich hebben laten inspireren door indierock en shoegaze uit de jaren 90.

Ik was direct bij eerste beluistering zeer gecharmeerd van de stem van Lydia Slocum, maar ik vind Girl With Fish ook in muzikaal opzicht steeds interessanter worden, waarbij het veelzijdige gitaarwerk er voor mij uit springt. De band telt overigens twee gitaristen, wat in een aantal gevallen bijzondere patronen van gitaren oplevert. Shoegaze en indierock zijn zoals gezegd de belangrijkste genres waarin feeble little horse zich beweegt, maar Girl With Fish klinkt ook behoorlijk lo-fi en raakt, zeker wanneer het tempo laag ligt, ook aan de slowcore, met hier en daar ook nog een folky of psychedelisch uitstapje.

Girl With Fish is een album waarop enorm veel gebeurt en dat is knap, zeker als je je bedenkt dat het album slechts 26 minuten duurt. Het zijn 26 minuten die ik zomaar over het hoofd had kunnen zien, maar zoals zo vaak zette Paste me op het goede spoor. Ondanks het feit dat het tweede album van de Amerikaanse band op het aansprekende Saddle Creek label is verschenen, is het in Nederland vooralsnog verrassend stil rond feeble little horse, dat niet alleen door Paste, maar ook door Pitchfork is bewierookt. Girl With Fish zou daarom zomaar onder kunnen sneeuwen in de zomerperiode waarin de festivals centraal staan, maar dit superleuke en eigenwijze album verdient echt een beter lot. Erwin Zijleman

Feist - Multitudes (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Feist - Multitudes - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Feist - Multitudes
Het is lang stil geweest rond de Canadese muzikante (Leslie) Feist, maar op het behoorlijk ingetogen maar ook avontuurlijke Multitudes benadert ze moeiteloos het niveau van haar vorige albums

Leslie Feist is misschien niet heel productief, maar alles dat de Canadese muzikante tot dusver heeft gemaakt is heel goed. Het geldt ook weer voor het na een stilte van zes jaar verschenen Multitudes. Het is een behoorlijk ingetogen album geworden, al klinkt een aantal songs wat voller en zijn in alle songs mooie accenten verstopt, die je prachtig hoort wanneer je het album met een koptelefoon beluistert. De ingetogen klanken passen uitstekend bij de mooie stem van de Canadese muzikante, die haar songs met veel gevoel vertolkt. Multitudes is een prachtige aanvulling op het niet heel grote maar o zo mooie oeuvre van Leslie Feist en groeit nog wel even door.

Het deze week verschenen Multitudes is pas het vijfde reguliere album van de Canadese muzikante (Leslie) Feist en dat is niet veel voor een muzikante die al in de vroege jaren 90 opdook in de muziekscene van Calgary, al droeg ze natuurlijk ook bij aan een aantal albums van het Canadese muzikantencollectief Broken Social Scene.

Naast de vijf reguliere albums is er het door bijna niemand opgemerkte debuutalbum Monarch (Lay Your Jewelled Head Down) uit 1999, de verzameling restmateriaal Open Season uit 2006 en de live-registratie Look At What The Light Did Now, maar ook met deze albums blijft het oeuvre van Leslie Feist redelijk bescheiden.

Tegenover de beperkte kwantiteit staat een hoge kwaliteit, want Let It Die (2004), The Reminder (2007), Metals (2011) en Pleasure (2017) zijn allemaal uitstekende albums. Het lijstje jaartallen laat zien dat Feist al eerder een stilte van zes jaar liet vallen en dat is ook de tijd die er tussen Pleasure en Multitudes zit.

Na het behoorlijk ingetogen Pleasure opent Multitudes opvallend uitbundig met opvallende ritmes, flink wat elektronica en expressieve zang. De openingstrack van Multitudes klinkt als de muziek die Kate Bush mogelijk zou hebben gemaakt wanneer ze een aantal decennia later was geboren, maar het is ook onmiskenbaar Feist.

Na de experimentele openingstrack keert Leslie Feist terug naar de ingetogen en folky songs die we van haar kennen. Wanneer de Canadese muzikante zich in het eerste deel van Forever Before alleen laat begeleiden door een akoestische gitaar, hoor je goed hoe mooi haar stem is en hoeveel gevoel ze kan leggen in haar zang.

Multitudes bevat veel meer songs waarin de instrumentatie redelijk ingetogen, eenvoudig en akoestisch is en Leslie Feist het vooral moet doen met haar stem. Het maakt de openingstrack wat atypisch, maar ik ben persoonlijk zeer gecharmeerd van de meer folky songs, al is het maar omdat Leslie Feist ze met veel gevoel en zeggingskracht vertolkt. Multitudes bevat zeker niet alleen spaarzaam ingekleurde songs, al vormen de akoestische gitaar en zang wel de basis van de meeste songs op het album, die hier en daar worden versierd met extra lagen zang of subtiele elektronica. Multitudes is uiteindelijk het meest ingetogen album van Feist, maar het zou ook zomaar uit kunnen groeien tot het mooiste album van de Canadese muzikante.

Feist probeert incidenteel om haar tijdloze folky songs te vernieuwen, maar meer dan haar vorige albums gaat de Canadese muzikante op Multitudes terug in de tijd. Feist heeft zich op haar nieuwe album, dat ze maakte in roerige tijden, absoluut laten beïnvloeden door de singer-songwriters uit de Laurel Canyon scene van de late jaren 60 en vroege jaren 70. Dat is op het moment een belangrijke inspiratiebron, maar in tegenstelling tot de meeste van haar collega’s heeft Feist een album gemaakt dat ondanks de echo’s uit het verleden altijd eigentijds klinkt.

De Canadese muzikante zoekt hier en daar het experiment met meerdere lagen vocalen, maar kan ook zomaar een groots klinkende popsong als Borrow Trouble uit de hoge hoed toveren, wat van Multitudes een veelzijdig album maakt. Het is een album dat door de ingetogen klanken en de mooie zang bijzonder makkelijk overtuigt, maar Multitudes is ook een album waarop heel veel bijzonders te ontdekken is en dat blijft nog lange tijd het geval. Erwin Zijleman

Feist - Pleasure (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Feist - Pleasure - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Canadese singer-songwriter Leslie Feist leek tien jaar geleden, op het in commercieel opzicht zeer geslaagde The Reminder, nog te kiezen voor de honingzoete en hitgevoelige pop, maar koos op het na een stilte van vier jaar verschenen Metals gelukkig weer voor een wat avontuurlijker geluid, al waren haar lieflijke popliedjes bij de juiste dosering ook niet te versmaden.

Voor opvolger Pleasure heeft Leslie Feist bijna zes jaar de tijd genomen. Het levert haar meest avontuurlijke plaat tot dusver af en het is een plaat die aansluit bij de avontuurlijke bands uit de Toronto scene (onder wie het geweldige Broken Social Scene) waarin ze ooit op jonge leeftijd opdook.

Feist betoverde tien jaar geleden misschien nog met lekker in het gehoor liggende popliedjes met een flinke suikerlaag, maar kiest nu voor een betrekkelijk kaal en rauw geluid en behoorlijk ingetogen en soms zelfs bijna verstilde songs.

De instrumentatie op Pleasure mag best kaal worden genoemd. Zeker in de eerste tracks staan eenvoudige en opvallend rauw klinkende gitaarakkoorden centraal. Het zijn soms wat bluesy aandoende gitaarakkoorden, die bij mij vooral associaties oproepen met de eerste twee platen van PJ Harvey.

De rauwe en vaak eenvoudige akkoorden staan lijnrecht tegenover de warme, soms in meerdere lagen opgenomen vocalen van Feist, wat een fraai contrast oplevert. Voor de verdere inkleuring wordt hier en daar wat sprookjesachtige elektronica of soms wat basale percussie ingezet, maar veel is het niet, buiten de enkele keer dat een compleet koor opduikt of Jarvis Cocker een spoken word bijdrage levert.

Door het gitaarwerk had ik onmiddellijk associaties met de eerste albums van PJ Harvey, maar ook de songs en de vocalen van Feist doen op Pleasure meer dan eens denken aan de vroege platen van de Britse muzikante.

Waar de zoete en kleurrijke popliedjes van Leslie Feist zich in het verleden snel en genadeloos opdrongen, is Pleasure een plaat die tijd vraagt. Op het eerste gehoor is het een wat rommelig klinkende plaat vol songs die flink tegen de haren instrijken en zeker niet direct blijven hangen.

Ik denk dan ook dat veel liefhebbers van het oudere werk van Feist teleurgesteld zullen afhalen, maar ik ben zelf, zeker na enige gewenning, behoorlijk onder de indruk van de nieuwe plaat van de Canadese singer-songwriter.

Zeker bij beluistering met de koptelefoon vallen naast de rauwe gitaaruithalen en de mooie vocalen ook de nodige details op en verder blijken de nieuwe songs van Feist te groeien wanneer je Pleasure vaker hoort. Feist produceerde het album samen met de al even geheimzinnige Mocky en de Franse producer Renaud Letang, die flink buiten de lijntjes mogen kleuren, wat pas na enige gewenning effect sorteert.

Waar bij eerste beluistering vooral de wat rauwe en rommelige klanken (en zelfs een sample van metal band Mastodon) het meest in het oor springen, hoor je bij herhaalde beluistering toch ook voldoende van de intieme folkliedjes waarmee Leslie Feist ooit opdook. Zo zacht en zoet als vroeger zijn ze niet, maar boeiend is de nieuwe plaat van Feist absoluut.

Pleasure is een plaat die respect afdwingt vanwege de keuze voor een bijzonder nieuw en wat tegendraads eigen geluid, maar het blijkt al snel ook een plaat vol mooie en eigenzinnige popliedjes. Leslie Feist is lang weggeweest, maar maakt nog altijd muziek die er toe doet. Sterker nog, Pleasure is misschien wel haar beste plaat tot dusver, al zal het in de meeste gevallen even duren voor je er zo over denkt. Erwin Zijleman

Femme Vanille - Another Time (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Femme Vanille - Another Time - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Femme Vanille is het alter ego van de Nederlandse muzikante Karindra Perrier. Het is een muzikante met een bijzonder dubbelleven. Karindra Perrier is volgens haar LinkedIn pagina immers “Physicist by day and musician by night” en dat is een bijzondere en bewonderenswaardige combinatie.

Over de wetenschappelijke kwaliteiten van Karindra Perrier weet ik verder niets, maar in muzikaal opzicht maakt ze als Femme Vanille indruk. Diepe indruk durf ik wel te zeggen.

Femme Vanille maakte voorheen vooral jazzy muziek met invloeden uit de klassieke muziek, maar op Another Time kiest ze nadrukkelijk voor de pop. Het is echter zeker geen 13 in een dozijn pop, want de bijzondere muziek van Femme Vanille steekt bijzonder knap in elkaar en blijft maar verrassen.

Op Another Time laat Karindra Perrier zich bijstaan door een aantal uitstekende muzikanten en deze zetten een smaakvol, filmisch en avontuurlijk geluid neer. Het is een atmosferisch geluid vol subtiele accenten. Deze komen de ene keer aan de oppervlakte via bijzondere ritmes of kabbelende piano’s, de volgende keer via bijzonder gitaarwerk of sprookjesachtig toetsenwerk.

Het bijzondere geluid op Another Time wordt verder ingekleurd door de mooie en opvallend veelzijdige stem van Karindra Perrier. Het is een stem die lieflijk kan fluisteren maar die ook flink kan uithalen of jazzy kan verleiden, waardoor iedere track op de plaat weer net wat anders klinkt.

De muziek van Femme Vanille wordt tot dusver vooral vergeleken met die van van onder andere Regina Spektor, Feist en Florence & The Machine, maar zelf hoor ik vooral veel van Kate Bush (het onconventionele en het sprankelende) en Fiona Apple (de donkere melancholie en het tegendraadse).

Dat zijn zeker niet de minste namen en het zegt dan ook veel over het hoge niveau van Another Time. Of Karindra Perrier haar opvallende dubbelleven nog lang vol kan houden durf ik inmiddels te betwijfelen. Het knappe Another Time steekt immers niet alleen de nationale en internationale concurrentie naar de kroon, maar smaakt vooral naar veel en veel meer. Een slimme meid kiest exact, maar platen als deze willen we absoluut niet missen. Erwin Zijleman

FENNE - Angel with a Darkness (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: FENNE - Angel With A Darkness - dekrentenuitdepop.blogspot.com

FENNE - Angel With A Darkness
De Nederlandse muzikante FENNE maakt op haar album Angel With A Darkness indruk met een zwoel geluid met uiteenlopende invloeden, met zeer aansprekende songs en met een werkelijk prachtige stem

Na het in kleine kring opgepikte debuutalbum Hope nam de Utrechtse muzikante FENNE de tijd voor haar tweede album. Dat blijkt een verstandig besluit, want alle aandacht die in de songs, muziek en zang op Angel With A Darkness is gestopt betaalt zich uit. FENNE laat een geluid horen dat de ruimte aangenaam verwarmt en dat soepel schakelt tussen met name jazz, folk, soul, R&B en op. De muziek op het album is smaakvol en heeft veel oog voor details. Die details hoor je ook in de uitstekende zang van FENNE, die al even makkelijk schakelt tussen uiteenlopende genres. Het komt allemaal samen in songs die direct aanspreken en vervolgens alleen maar mooier worden. Een zeer aangename verrassing al met al.

Ik was de naam FENNE nog niet eerder tegengekomen, maar het deze week verschenen Angel With A Darkness is het tweede album van de Nederlandse muzikante Fenne Scholte. Het is de opvolger van het in 2021 verschenen Hope, dat ik inmiddels ook heb beluisterd. Het debuutalbum van FENNE is vooral een album waarop de muzikante uit Utrecht laat horen dat ze over potentie beschikt, maar deze komt er pas echt uit op haar tweede album, dat echt in alle opzichten beter is dan het debuutalbum.

Bij eerste beluistering van Angel With A Darkness vond ik het vooral een heel erg lekker album. FENNE heeft haar nieuwe album, samen met producer Boudewijn Pleij, voorzien van een loom, warm en wat broeierig geluid. Het is een geluid dat bestaat uit een gloedvolle organische basis, waaraan vervolgens uiteenlopende accenten zijn toegevoegd. Het zorgt er voor dat de songs van FENNE zich direct als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaan, maar dat er ook wat valt te ontdekken in de muziek op haar nieuwe album.

Het is muziek die makkelijk schakelt tussen verschillende genres, want FENNE pint zich op Angel With A Darkness niet vast op één genre. De Utrechtse muzikante verwerkt flink wat invloeden uit de jazz in haar muziek, maar ook invloeden uit de folk, soul, R&B en pop hebben hun weg gevonden naar de songs op het album. Het levert bijzondere klanken op, waarin jazzy gitaarlijnen worden gecombineerd met soulvolle baslijnen en ritmes en keyboards met een R&B feel, wat er voor zorgt dat alle genres die FENNE bezoekt fraai in elkaar overlopen.

Het is allemaal zeer vakkundig geproduceerd door Boudewijn Pleij, die er voor heeft gezorgd dat Angel With A Darkness warm en sfeervol klinkt, maar ook tekent voor een geluid waarin alle subtiele details goed hoorbaar zijn. In muzikaal opzicht is Angel With A Darkness het perfecte album voor koude en donkere herfst- en winteravonden en de zang van Fenne Scholte sluit hier perfect bij aan.

De Nederlandse muzikante beschikt over een warme en heldere stem, die uitstekend past bij wat meer jazzy repertoire, maar die haar songs ook een soulinjectie of een folky touch kunnen geven of, zeker wanneer de zang in fraaie harmonieën uit de speakers komt, ook nog voor een R&B vibe kunnen zorgen. De zang is mooi, maar voelt ook eerlijk en oprecht aan.

FENNE nam naar haar debuutalbum de tijd voor haar nieuwe songs en schreef er, in afwachting van het geld dat nodig was om het album te kunnen maken, een stuk of 50. Er zal vast een lastig proces van afstrepen hebben gevolgd, maar het heeft er ook voor gezorgd dat het niveau van de songs op Angel With A Darkness opvallend hoog is. Ik was direct bij eerste beluistering van het album gecharmeerd van het gloedvolle en veelzijdige geluid en van de bijzondere mooie stem van FENNE, maar door de kwaliteit van de vooral ingetogen songs wordt het album me steeds dierbaarder.

FENNE is zeker niet de enige die zich beweegt op het snijvlak van jazz, folk, soul, R&B en pop en heeft vooral internationaal flink wat concurrenten, maar hoe vaker ik naar Angel With A Darkness luister hoe meer ik overtuigd raak van de internationale allure van het album van FENNE, dat in muzikaal, vocaal, productioneel en compositorisch opzicht kwaliteit ademt. En wat klinkt het ondertussen allemaal lekker. Ik krijg het er warm van. Erwin Zijleman

Fenne Lily - Big Picture (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fenne Lily - Big Picture - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fenne Lily - Big Picture
Fenne Lily legt op haar derde album Big Picture de lat weer net een stukje hoger met een mooi en sfeervol geluid, aangename en fluisterzachte zang en zich in een laag tempo voortslepende songs vol moois

Het valt niet mee om als jonge vrouwelijke singer-songwriter met een voorliefde voor indiepop, indierock of indiefolk nog op te vallen binnen het enorme aanbod van het moment. Fenne Lily kleurt redelijk binnen de lijnen van alles dat er al is, maar de Britse muzikante weet zich te onderscheiden met de kwaliteit van haar werk. Haar derde album Big Picture werd vakkundig geproduceerd door Brad Cook, is mooi en sfeervol ingekleurd en bevat een serie sterke songs. De muzikante uit Bristol beschikt bovendien over een van de mooiere fluisterstemmen in het genre en bekijkt het leven voor de afwisseling wat zonniger, wat Big Picture nog net wat aangenamer maakt.

De Britse singer-songwriter Fenne Lily debuteerde in 2018 knap met On Hold. Het debuutalbum van de muzikante die werd geboren in Dorset in het zuidwesten van Engeland, was in muzikaal opzicht misschien niet heel onderscheidend, maar Fenne Lily wist al op jonge leeftijd intense songs over een liefdesbreuk te schrijven en vertolkte ze in vocaal opzicht op overtuigende wijze. Het deels door John Parish (PJ Harvey) geproduceerde album was bovendien mooi ingekleurd met een hoofdrol voor fraaie gitaarlijnen.

Dat On Hold geen toevalstreffer was bewees Fenne Lily in 2020 toen BREACH verscheen. BREACH was nog een stuk beter dan het debuutalbum van Fenne Lily en maakte indruk met soms fluisterzachte en soms voorzichtig gruizige popliedjes, die zich ergens tussen de songs van Laura Marling en Phoebe Bridgers manoeuvreerden.

De Britse muzikant kon in de persoon van Brian Deck (Modest Mouse, Iron & Wine, Gomez) ook voor haar tweede album beschikken over een gerenommeerde producer, maar ook levende legende Steve Albini zette nog wat puntjes op de i, wat het wederom behoorlijk donkere en melancholische album nog wat meer glans gaf.

Ruim tweeënhalf jaar na BREACH keert Fenne Lily terug met Big Picture. Vergeleken met de vorige twee albums klinken de songs van de muzikante uit Bristol wat minder donker en somber. Fenne Lily lijkt het liefdesgeluk eindelijk gevonden te hebben, al gaat het allemaal niet vanzelf.

De Britse muzikante ging ook dit keer op zoek naar een producer van naam en faam en vond die in de persoon van Brad Cook (Hurray For The Riff Raff, Snail Mail, Waxahatchee, Plains), die de Britse muzikante naar zijn studio in Durham, North Carolina, haalde. In de studio werd de Britse muzikante bijgestaan door haar band, waarna ook Christian Lee Hutson en Katy Kirby bijdroegen aan het album en Melina Duterte van Jay Som de mix voor haar rekening nam.

Met Big Picture heeft Fenne Lily een album gemaakt dat past in het hokje indiefolk, maar dat hier en daar ook tegen de hokjes indierock en indiepop aan schuurt. Het is muziek die tegenwoordig in grote hoeveelheden wordt gemaakt, waardoor Fenne Lily zich kwetsbaar maakt, want hoeveel ruimte is er nog aan de top?

Wat mij betreft bewijst Fenne Lily met Big Picture echter dat ze behoort tot de beteren in het genre. Ze beschikt over een mooie stem, die vooral fluisterzacht meedogenloos verleidt, ze schrijft persoonlijke songs die zowel de pieken als de dalen in het leven bestrijken, ze heeft een goede neus voor producers die haar songs net dat beetje extra op kunnen tillen en het zijn ook nog eens aansprekende en mooi ingekleurde songs, die zich in de meeste gevallen in een opvallend laag tempo voortslepen, wat het album voorziet van een bijzondere sfeer.

Fenne Lily biedt hiernaast wat Brits tegenwicht, wat gezien de Amerikaanse dominantie in het genre een goede zaak is. Dat Britse tegenwicht bestaat ook dit keer uit een laagje met invloeden uit de Britse folk uit zowel heden als verleden. Ik hou normaal gesproken wel van donkere songs, maar ook het streepje zonlicht dat is doorgedrongen in de songs van Fenne Lily doet haar muziek goed. Big Picture vind ik voorlopig dan ook het meest aansprekende album binnen het oeuvre van de muzikante uit Bristol, die ik tot nog veel grootsere daden in staat acht. Erwin Zijleman

Fenne Lily - BREACH (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Fenne Lily - BREACH - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fenne Lily - BREACH
De jonge Britse singer-songwriter Fenne Lily debuteerde twee jaar geleden zeer verdienstelijk, maar zet een reuzenstap op haar tweede album dat in alle opzichten indrukwekkende groei laat horen

Het is druk in het land van de jonge vrouwelijke singer-songwriter, waarin de jonge Britse muzikante Fenne Lily zicht twee jaar geleden onder de beloften schaarde. Met haar tweede album schaart de singer-songwriter zich onder de smaakmakers in het genre. BREACH staat vol met fluisterzachte popliedjes die soms voorzichtig mogen ontsporen met gruizige gitaren, maar die ook folky kunnen klinken. Het zijn prachtig ingekleurde popliedjes die worden gedragen door de mooie stem van Fenne Lily, die de luisteraar continu onderdompelt in flink wat melancholie. BREACH is een mooi en avontuurlijk album dat ook nog eens beschikt over flink wat groeipotentie.

On Hold, het debuut van de jonge Britse singer-songwriter Fenne Lily, lag twee jaar geleden een aantal maanden op de stapel, maar toen het album hier eenmaal van af was gekomen, was ik direct behoorlijk onder de indruk.

Fenne Lily, die op haar 16e al een miljoenenpubliek bereikte met een video op YouTube, leverde met het deels door de van PJ Harvey bekende John Parish geproduceerde On Hold een echt breakup album af en het was een intens breakup album van een bijzondere schoonheid. Het leverde de jonge Britse singer-songwriter onder andere de vergelijking op met Laura Marling en dat is een vergelijking waar je mee thuis kunt komen.

BREACH, het tweede album van Fenne Lily ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van haar debuut, maar klinkt ook rijker en volwassener. De singer-songwriter uit Bristol haalde na het in eigen beheer uitgebrachte debuut een platencontract binnen bij het aansprekende label Dead Oceans, dat ook onder andere Phoebe Bridgers onder contract heeft staan.

BREACH doet me wederom denken aan Laura Marling, maar ook meer dan eens aan het laatste album van Phoebe Bridgers. Net als Phoebe Bridgers kan Fenne Lily uitstekend uit de voeten met fluisterzachte popsongs, maar schuwt ze ook wat gruiziger klinkende songs niet. Zowel Phoebe Bridgers als Fenne Lily zijn verder niet vies van flink wat melancholie in hun muziek.

Na het breakup album On Hold ging Fenne Lilly op BREACH op zoek naar zichzelf, waarbij ze in Berlijn het isolement verkoos op een moment dat een pandemie nog vooral iets uit een Hollywood film was. Ook bij beluistering van BREACH wordt snel duidelijk dat de Britse muzikante het leven meestal niet door een roze bril bekijkt, wat het album voorziet van een wat donkere sfeer.

Ik hou persoonlijk wel van fluisterzachte popliedjes met hier en daar een gruizig uitstapje en vrijwel continu een flinke dosis weemoed en melancholie en vind BREACH dan ook een bijzonder mooi album. Het is een album dat zoals gezegd voortborduurt op het debuut van de jonge Britse singer-songwriter, maar BREACH is veel mooier en een stuk veelzijdiger ingekleurd.

Fenne Lily werkte op haar debuut met de gerenommeerde producer John Parish en kon ook voor haar tweede album een beroep doen op producers van naam en faam. Fenne Lily produceerde haar nieuwe album grotendeels samen met Brian Deck (Modest Mouse, Iron & Wine, Gomez), maar ook Steve Albini zette nog wat puntjes op de i.

Ik vergeleek BREACH hierboven met het laatste album van Phoebe Bridgers, maar naast overeenkomsten zijn er ook verschillen tussen de Britse en de Amerikaanse singer-songwriter. Fenne Lily heeft vergeleken met haar Amerikaanse soortgenoot een minder onderscheidende stem, maar ze is de betere zangeres. Bovendien bevat BREACH meer invloeden uit de folk en is de muziek van Fenne Lily ondanks de donkere tinten wat sprookjesachtiger dan die van Phoebe Bridgers.

Belangrijkste overeenkomst tussen de twee is dat beiden in het genre mee kunnen met de besten. BREACH laat vergeleken met het debuut van Fenne Lily flinke groei horen en is een album dat mij twaalf songs lang vrij makkelijk overtuigt. Zowel in de instrumentatie als in de songs en de teksten (vol woordspelingen en cynisme) heeft de muzikante uit Bristol bovendien zoveel moois verstopt dat BREACH nog wel even doorgroeit ook. Bijzonder sterk album al met al. Erwin Zijleman