Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
C Duncan - Architect (2015)

4,0
0
geplaatst: 24 december 2015, 12:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: C. Duncan - Architect - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Architect van C (Christopher) Duncan lag echt al maanden op de stapel, maar dankzij de vermelding in nogal wat jaarlijstjes is de plaat er gelukkig toch nog van af gekomen.
‘Elk nadeel heb zijn voordeel’ want door het wat langere wachten kan ik nu aan de slag met de Expanded Edition die vijf extra tracks bevat.
C Duncan is een muzikant uit Glasgow en Architect heeft hij op zijn slaapkamer in elkaar geknutseld. Ik hou over het algemeen wel van die in de late uurtjes in elkaar gesmede platen en ook Architect wist me onmiddellijk te veroveren.
C Duncan maakt de dromerige en ingetogen muziek die je bij zo’n slaapkamerplaat verwacht. Het tempo ligt laag, de klanken zijn sfeervol, de sfeer is intiem.
De Schot heeft lang geknutseld aan deze plaat, die is opgebouwd uit heel veel lagen. Het begint met fraaie akoestische klanken, waarop lagen met prachtig dromerige vocalen zijn gestapeld. Hierop liggen nog eens lagen met betoverende elektronische klanken, die de muziek van C Duncan voorzien van extra magie en diepte.
C Duncan is opgegroeid met klassieke muziek en dat hoor je. Aan de andere kant heeft de Schot ook een feilloos gevoel voor betoverende popliedjes. Het zijn popliedjes die meer dan eens associaties oproepen met de geniale popliedjes van Brian Wilson en dat is een compliment dat maar weinig muzikanten gemaakt mag worden.
Architect is een plaat om heerlijk bij weg te dromen. Dat is niet zonder gevaar, want droom net wat te ver weg en je vergeet de muziek. Dat gaat je bij Architect van C Duncan echter niet gebeuren, want wat heeft de Schotse muzikant veel moois verstopt in zijn muziek, die durft te experimenteren maar ook heerlijk toegankelijk is.
C Duncan heeft op zijn slaapkamer een uniek muzikaal landschap gecreëerd. Het is een landschap dat maar blijft uitnodigen tot ontdekken. De alternatieve kerstsoundtrack en de soundtrack van een koude, donkere en lange winter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: C. Duncan - Architect - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Architect van C (Christopher) Duncan lag echt al maanden op de stapel, maar dankzij de vermelding in nogal wat jaarlijstjes is de plaat er gelukkig toch nog van af gekomen.
‘Elk nadeel heb zijn voordeel’ want door het wat langere wachten kan ik nu aan de slag met de Expanded Edition die vijf extra tracks bevat.
C Duncan is een muzikant uit Glasgow en Architect heeft hij op zijn slaapkamer in elkaar geknutseld. Ik hou over het algemeen wel van die in de late uurtjes in elkaar gesmede platen en ook Architect wist me onmiddellijk te veroveren.
C Duncan maakt de dromerige en ingetogen muziek die je bij zo’n slaapkamerplaat verwacht. Het tempo ligt laag, de klanken zijn sfeervol, de sfeer is intiem.
De Schot heeft lang geknutseld aan deze plaat, die is opgebouwd uit heel veel lagen. Het begint met fraaie akoestische klanken, waarop lagen met prachtig dromerige vocalen zijn gestapeld. Hierop liggen nog eens lagen met betoverende elektronische klanken, die de muziek van C Duncan voorzien van extra magie en diepte.
C Duncan is opgegroeid met klassieke muziek en dat hoor je. Aan de andere kant heeft de Schot ook een feilloos gevoel voor betoverende popliedjes. Het zijn popliedjes die meer dan eens associaties oproepen met de geniale popliedjes van Brian Wilson en dat is een compliment dat maar weinig muzikanten gemaakt mag worden.
Architect is een plaat om heerlijk bij weg te dromen. Dat is niet zonder gevaar, want droom net wat te ver weg en je vergeet de muziek. Dat gaat je bij Architect van C Duncan echter niet gebeuren, want wat heeft de Schotse muzikant veel moois verstopt in zijn muziek, die durft te experimenteren maar ook heerlijk toegankelijk is.
C Duncan heeft op zijn slaapkamer een uniek muzikaal landschap gecreëerd. Het is een landschap dat maar blijft uitnodigen tot ontdekken. De alternatieve kerstsoundtrack en de soundtrack van een koude, donkere en lange winter. Erwin Zijleman
Caamp - By & By (2019)

4,0
0
geplaatst: 22 augustus 2019, 07:09 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caamp - By And By - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caamp - By And By
By And By van de Amerikaanse band Caamp klinkt bij eerste beluistering vooral zonnig en aangenaam, maar wordt echt steeds beter en interessanter
By And By van Caamp omarmede ik in eerste instantie als een heerlijk zomers album om lekker bij weg te dromen in de zon, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe interessanter het wordt. Het Amerikaanse trio grossiert op haar debuut in bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes vol invloeden. Het debuut van de band past in het hokje folkrock, maar laat ook zeker ander invloeden horen. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar ook verrassend rauw en doorleefd, waarbij de zang keer op keer opvalt, maar ook de instrumentatie op By And By is prachtig. Nauwelijks opgemerkt midden in de zomervakantie, maar het debuut van Caamp is echt prachtig.
Caamp is een band uit Columbus, Ohio, die een paar jaar geleden werd geformeerd door jeugdvrienden Evan Westfall en Taylor Meier. De eerste speelt banjo, de tweede speelt gitaar en zingt.
Na twee veelbelovende EP’s verscheen onlangs het debuutalbum van Caamp, waarop de twee jeugdvrienden gezelschap hebben gekregen van bassist Matt Vinson. De drie voegden in de studio zelf nog wat drums, percussie en piano toe aan het geluid van de band en hiernaast mocht een trompettist hier en daar nog een riedeltje meeblazen.
Het geluid van Caamp is behoorlijk sober, maar desondanks mis ik niets in het geluid van de band. De banjo en de gitaren weten elkaar prachtig te versterken, terwijl de bas van Matt Vinson op solide wijze de gaten dicht. De songs van Caamp zijn vrijwel zonder uitzondering ingetogen, maar hebben op een of andere manier ook iets rauws.
Dit is deels de verdienste van het heerlijke gitaarwerk op het album, maar het is vooral de ruwe strot van Taylor Meier die het geluid van Caamp rauwer maakt dan gebruikelijk in het genre. By And By doet me af en toe wel wat denken aan een band als Lumineers, maar het debuut van Caamp heeft ook een 60s en 70s feel en doet me op een of andere manier meer dan eens denken aan Creedence Clearwater Revival, wiens geweldige live-set op Woodstock maar door mijn hoofd blijft spoken.
By And By staat vol buitengewoon aangenaam klinkende songs en doet het heerlijk op de achtergrond, maar het blijkt al snel ook een album dat volledige aandacht verdient. Met name de zang van Taylor Meier maakt steeds meer indruk. Het ene moment doet hij denken aan Mark Oliver Everett, de voorman van Eels, maar ik hoor ook flarden John Fogerty, Rod Stewart, Jack Johnson en Bruce Springsteen in zijn stem.
In muzikaal opzicht past Caamp vooral in het hokje folkrock, waarbij net zo makkelijk wordt geciteerd uit de archieven van het genre als uit de catalogus van bands als het al eerder genoemde Lumineers. Het levert een album op dat een warme zomerdag voorziet van een zonnige soundtrack, maar een regenachtige avond net zo makkelijk voorziet van de gewenste dosis melancholie.
Het lijken op het eerste gehoor misschien eenvoudige folksongs, maar de songs van de Amerikaanse band verrassen steeds weer met geweldige melodieën, met fraaie warmbloedige klanken en met zang die je steeds meer weet te raken. Dat laatste bereikt Taylor Meier alleen niet alleen door de laag gruis op zijn stembanden, maar ook door al het gevoel dat in de zang wordt gelegd.
By And By onderscheidt zich door de net wat rauwere klanken, de uitstekende zang en de prima songs langzaam maar zeer zeker van vergelijkbare albums in dit genre en wordt een steeds aangenamere metgezel, zeker wanneer je ontdekt dat de band haar klassiekers kent en meer dan eens buiten de lijntjes van de folkrock kleurt. By And By is een album dat makkelijk over het hoofd wordt gezien deze zomermaanden, maar het is een album dat echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caamp - By And By - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caamp - By And By
By And By van de Amerikaanse band Caamp klinkt bij eerste beluistering vooral zonnig en aangenaam, maar wordt echt steeds beter en interessanter
By And By van Caamp omarmede ik in eerste instantie als een heerlijk zomers album om lekker bij weg te dromen in de zon, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe interessanter het wordt. Het Amerikaanse trio grossiert op haar debuut in bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes vol invloeden. Het debuut van de band past in het hokje folkrock, maar laat ook zeker ander invloeden horen. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar ook verrassend rauw en doorleefd, waarbij de zang keer op keer opvalt, maar ook de instrumentatie op By And By is prachtig. Nauwelijks opgemerkt midden in de zomervakantie, maar het debuut van Caamp is echt prachtig.
Caamp is een band uit Columbus, Ohio, die een paar jaar geleden werd geformeerd door jeugdvrienden Evan Westfall en Taylor Meier. De eerste speelt banjo, de tweede speelt gitaar en zingt.
Na twee veelbelovende EP’s verscheen onlangs het debuutalbum van Caamp, waarop de twee jeugdvrienden gezelschap hebben gekregen van bassist Matt Vinson. De drie voegden in de studio zelf nog wat drums, percussie en piano toe aan het geluid van de band en hiernaast mocht een trompettist hier en daar nog een riedeltje meeblazen.
Het geluid van Caamp is behoorlijk sober, maar desondanks mis ik niets in het geluid van de band. De banjo en de gitaren weten elkaar prachtig te versterken, terwijl de bas van Matt Vinson op solide wijze de gaten dicht. De songs van Caamp zijn vrijwel zonder uitzondering ingetogen, maar hebben op een of andere manier ook iets rauws.
Dit is deels de verdienste van het heerlijke gitaarwerk op het album, maar het is vooral de ruwe strot van Taylor Meier die het geluid van Caamp rauwer maakt dan gebruikelijk in het genre. By And By doet me af en toe wel wat denken aan een band als Lumineers, maar het debuut van Caamp heeft ook een 60s en 70s feel en doet me op een of andere manier meer dan eens denken aan Creedence Clearwater Revival, wiens geweldige live-set op Woodstock maar door mijn hoofd blijft spoken.
By And By staat vol buitengewoon aangenaam klinkende songs en doet het heerlijk op de achtergrond, maar het blijkt al snel ook een album dat volledige aandacht verdient. Met name de zang van Taylor Meier maakt steeds meer indruk. Het ene moment doet hij denken aan Mark Oliver Everett, de voorman van Eels, maar ik hoor ook flarden John Fogerty, Rod Stewart, Jack Johnson en Bruce Springsteen in zijn stem.
In muzikaal opzicht past Caamp vooral in het hokje folkrock, waarbij net zo makkelijk wordt geciteerd uit de archieven van het genre als uit de catalogus van bands als het al eerder genoemde Lumineers. Het levert een album op dat een warme zomerdag voorziet van een zonnige soundtrack, maar een regenachtige avond net zo makkelijk voorziet van de gewenste dosis melancholie.
Het lijken op het eerste gehoor misschien eenvoudige folksongs, maar de songs van de Amerikaanse band verrassen steeds weer met geweldige melodieën, met fraaie warmbloedige klanken en met zang die je steeds meer weet te raken. Dat laatste bereikt Taylor Meier alleen niet alleen door de laag gruis op zijn stembanden, maar ook door al het gevoel dat in de zang wordt gelegd.
By And By onderscheidt zich door de net wat rauwere klanken, de uitstekende zang en de prima songs langzaam maar zeer zeker van vergelijkbare albums in dit genre en wordt een steeds aangenamere metgezel, zeker wanneer je ontdekt dat de band haar klassiekers kent en meer dan eens buiten de lijntjes van de folkrock kleurt. By And By is een album dat makkelijk over het hoofd wordt gezien deze zomermaanden, maar het is een album dat echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman
Cafe Racer - Shadow Talk (2020)

4,5
1
geplaatst: 14 mei 2020, 15:57 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cafe Racer - Shadow Talk - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cafe Racer - Shadow Talk
Prachtig en bijzonder spannend album van de Amerikaanse band Cafe Racer, waarop lome psychedelische popsongs steeds weer worden verrijkt met avontuurlijk gitaargeweld
Je leest er bijna nergens iets over, maar de Amerikaanse band Cafe Racer heeft deze week met Shadow Talk een eigenzinnig en uitstekend album afgeleverd. De band uit Chicago verliest de popsong met een kop en een staart maar af en toe uit het oog, maar heeft haar muziek volgestopt met verrassende wendingen. Lome psychedelische passages kunnen binnen een paar noten omslaan in gruizig maar altijd veelkleurig gitaargeweld en ook de weg terug heeft Cafe Racer steeds snel gevonden op een album dat bol staat van experiment en invloeden, maar dat ook verrassend toegankelijk is. Vooralsnog onbekend en onbemind, maar dat moet echt heel snel gaan veranderen.
Vorige week verscheen Shadow Talk van de Amerikaanse band Cafe Racer. Paste Magazine schaarde het album onder de tien interessantste releases van de week en Pitchfork kwam vrij snel met een lovende recensie op de proppen, maar verder is het heel stil rond het album van de band uit Chicago. Onbekend op Allmusic.com, nog geen 10 hits bij een zoektocht met Google; veel obscuurder dan dit kom ik ze niet tegen. Het tweede album van Cafe Racer is echter een zeer interessant album, dat het verdient om in brede kring gehoord en bejubeld te worden.
Shadow Talk opent met een kort intro met vervormde gitaren, waarna heerlijk dromerige klanken het overnemen. Het zijn psychedelische klanken met al even dromerige vocalen die herinneren aan de beste dagen van Spiritualized, maar ook teruggrijpen op psychedelische muziek uit de jaren 60.
Dat Cafe Racer niet het zoveelste neo-psychedelica bandje is, is gelukkig ook onmiddellijk duidelijk. Onder het lome en dromerige geluid broeit vrijwel continu iets. Af en toe proberen de gruizige gitaarwolken het over te nemen van de mooie psychedelische gitaarlijnen en naarmate de openingstrack vordert lukt dat steeds vaker. Ik hou wel van songs vol dynamiek en songs waarin de spanning wordt opgebouwd en Cafe Racer slaagt daar in de openingstrack van haar tweede album uitstekend in.
Het is gelukkig geen toevalstreffer, want Shadow Talk is een uitstekend album vol verrassende wendingen. Cafe Racer grijpt vaak terug op psychedelisch aandoende songs en oplaaiend gitaargeweld, maar kan nog veel meer. Wanneer de band uit Chicago kiest voor wat meer uptempo songs schuift het wat op richting jangle pop, maar het is wel jangle pop met psychedelische, shoegaze, noiserock, post-rock en postpunk injecties.
Helemaal nieuw is het misschien niet, want het tweede album van Cafe Racer doet me aan van alles denken, zonder goed te kunnen benoemen wat het is, maar waar soortgenoten vaak verzanden in ellenlange tracks zonder kop of staart, verliest Cafe Racer de popsong nooit uit het oog en kiest het alleen helemaal aan het eind voor een track die de 10 minuten grens passeert.
Het betekent dat Cafe Racer niet veel tijd heeft om dromerige psychedelische klanken om te laten slaan in gruizige gitaaruitbarstingen en omgekeerd, maar de band lijkt hier geen enkele moeite mee te hebben. Binnen een paar noten staat de muziek van de band compleet op zijn kop en in het geval van Cafe Racer klinkt het volkomen logisch.
Shadow Talk valt vooral op door fantastisch gitaarwerk dat constant van kleur verschiet, maar ook de andere muzikanten op het album verdienen alle lof voor het in goede banen leiden van de vele tempowisselingen en kleurverschuivingen en het hechte bandgeluid dat het resultaat is.
Paste Magazine introduceerde Cafe Racer eind vorige week als een experimentele band, maar daar hoef je je niet door te laten afschrikken. Shadow Talk is een album vol bijzonder aangename popsongs, waarin toegankelijke momenten naadloos samenvloeien met experiment. Dat experiment krijgt naarmate het album vordert wel een wat grotere rol, zeker in de ruim tien minuten durende slottrack en titeltrack, maar echt moeilijk maakt Cafe Racer het je nooit.
Dit is nou echt zo’n obscuur album dat op steeds meer plekken bejubelt wordt en uiteindelijk jaarlijstjes haalt. Hoogste tijd dus om de stilte rond Shadow Talk van Cafe Racer te doorbreken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cafe Racer - Shadow Talk - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Cafe Racer - Shadow Talk
Prachtig en bijzonder spannend album van de Amerikaanse band Cafe Racer, waarop lome psychedelische popsongs steeds weer worden verrijkt met avontuurlijk gitaargeweld
Je leest er bijna nergens iets over, maar de Amerikaanse band Cafe Racer heeft deze week met Shadow Talk een eigenzinnig en uitstekend album afgeleverd. De band uit Chicago verliest de popsong met een kop en een staart maar af en toe uit het oog, maar heeft haar muziek volgestopt met verrassende wendingen. Lome psychedelische passages kunnen binnen een paar noten omslaan in gruizig maar altijd veelkleurig gitaargeweld en ook de weg terug heeft Cafe Racer steeds snel gevonden op een album dat bol staat van experiment en invloeden, maar dat ook verrassend toegankelijk is. Vooralsnog onbekend en onbemind, maar dat moet echt heel snel gaan veranderen.
Vorige week verscheen Shadow Talk van de Amerikaanse band Cafe Racer. Paste Magazine schaarde het album onder de tien interessantste releases van de week en Pitchfork kwam vrij snel met een lovende recensie op de proppen, maar verder is het heel stil rond het album van de band uit Chicago. Onbekend op Allmusic.com, nog geen 10 hits bij een zoektocht met Google; veel obscuurder dan dit kom ik ze niet tegen. Het tweede album van Cafe Racer is echter een zeer interessant album, dat het verdient om in brede kring gehoord en bejubeld te worden.
Shadow Talk opent met een kort intro met vervormde gitaren, waarna heerlijk dromerige klanken het overnemen. Het zijn psychedelische klanken met al even dromerige vocalen die herinneren aan de beste dagen van Spiritualized, maar ook teruggrijpen op psychedelische muziek uit de jaren 60.
Dat Cafe Racer niet het zoveelste neo-psychedelica bandje is, is gelukkig ook onmiddellijk duidelijk. Onder het lome en dromerige geluid broeit vrijwel continu iets. Af en toe proberen de gruizige gitaarwolken het over te nemen van de mooie psychedelische gitaarlijnen en naarmate de openingstrack vordert lukt dat steeds vaker. Ik hou wel van songs vol dynamiek en songs waarin de spanning wordt opgebouwd en Cafe Racer slaagt daar in de openingstrack van haar tweede album uitstekend in.
Het is gelukkig geen toevalstreffer, want Shadow Talk is een uitstekend album vol verrassende wendingen. Cafe Racer grijpt vaak terug op psychedelisch aandoende songs en oplaaiend gitaargeweld, maar kan nog veel meer. Wanneer de band uit Chicago kiest voor wat meer uptempo songs schuift het wat op richting jangle pop, maar het is wel jangle pop met psychedelische, shoegaze, noiserock, post-rock en postpunk injecties.
Helemaal nieuw is het misschien niet, want het tweede album van Cafe Racer doet me aan van alles denken, zonder goed te kunnen benoemen wat het is, maar waar soortgenoten vaak verzanden in ellenlange tracks zonder kop of staart, verliest Cafe Racer de popsong nooit uit het oog en kiest het alleen helemaal aan het eind voor een track die de 10 minuten grens passeert.
Het betekent dat Cafe Racer niet veel tijd heeft om dromerige psychedelische klanken om te laten slaan in gruizige gitaaruitbarstingen en omgekeerd, maar de band lijkt hier geen enkele moeite mee te hebben. Binnen een paar noten staat de muziek van de band compleet op zijn kop en in het geval van Cafe Racer klinkt het volkomen logisch.
Shadow Talk valt vooral op door fantastisch gitaarwerk dat constant van kleur verschiet, maar ook de andere muzikanten op het album verdienen alle lof voor het in goede banen leiden van de vele tempowisselingen en kleurverschuivingen en het hechte bandgeluid dat het resultaat is.
Paste Magazine introduceerde Cafe Racer eind vorige week als een experimentele band, maar daar hoef je je niet door te laten afschrikken. Shadow Talk is een album vol bijzonder aangename popsongs, waarin toegankelijke momenten naadloos samenvloeien met experiment. Dat experiment krijgt naarmate het album vordert wel een wat grotere rol, zeker in de ruim tien minuten durende slottrack en titeltrack, maar echt moeilijk maakt Cafe Racer het je nooit.
Dit is nou echt zo’n obscuur album dat op steeds meer plekken bejubelt wordt en uiteindelijk jaarlijstjes haalt. Hoogste tijd dus om de stilte rond Shadow Talk van Cafe Racer te doorbreken. Erwin Zijleman
Caitlin Cannon - Love Addict (2025)

4,0
0
geplaatst: 14 mei 2025, 15:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Caitlin Cannon - Love Addict - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Caitlin Cannon - Love Addict
Caitlin Cannon is de zoveelste nieuwe naam in de country(pop) scene van Nashville, maar haar album Love Addict laat een aansprekend geluid horen, dat toch weer net wat anders klinkt dan alles dat we al hebben
Ondanks een enorm zwak voor country(pop) dreigt zelfs bij mij de verzadiging zo nu en dan toe te slaan. Het aanbod in het genre is momenteel echt idioot groot en het niveau ligt over het algemeen hoog. Het betekent dat een gewoon goed country(pop) album momenteel niet goed genoeg meer is. Gelukkig zijn er ook albums als Love Addict van Caitlin Cannon, die iets toevoegen aan alles dat er al is. De muzikante uit Nashville maakt vooral ingetogen country en veel ballads, maar het is country die een brug slaat tussen verleden en heden en het is country met een bijzondere sfeer, die wordt versterkt door de mooie stem van de Amerikaanse muzikante. Interessante muzikante deze Caitlin Cannon.
Op basis van de cover van Love Addict van Caitlin Cannon had ik een doorsnee countrypop album verwacht. Dat is het officiële debuutalbum (in 2020 verscheen ook al eens een album) van de muzikante uit Nashville, Tennessee, echter zeker niet, want Love Addict is meer een countryalbum dan een countrypopalbum. De cover van het eerste album van Caitlin Cannon (zou misschien ook wel de cover van een doorsnee countryalbum uit de jaren 70 kunnen zijn, maar ook dat is Love Addict zeker niet.
Caitlin Cannon komt op haar debuutalbum op de proppen met een bijzonder geluid en het is wat mij betreft een geluid dat bol staat van de belofte. Dat Caitlin Cannon veel te bieden heeft kwam voor mij zeker niet als een verrassing, want het album wordt deze weken aangeprezen in de nieuwsbrief Backstrom’s Sonic Tonic van muziekpromotor Angela Backstrom en dat is een nieuwsbrief waarin de lat over het algemeen behoorlijk hoog ligt en die me al talloze interessante tips heeft opgeleverd.
Het is een nieuwsbrief die de afgelopen jaren zeer goed gevuld is, want worden er veel albums gemaakt in het hokje Amerikaanse rootsmuziek. Het valt niet mee om je binnen dit hokje nog te onderscheiden met een enigszins eigen geluid, maar Caitlin Cannon is hier op haar debuutalbum wat mij betreft glansrijk in geslaagd.
Love Addict is een album met vooral countryballads. Daar zijn er echt al heel veel, maar de ballads van Caitlon Cannon klinken anders. Dat ligt in eerste instantie aan de stem van de Amerikaanse muzikante, die zeker niet beschikt over de standaard countrystem vol weemoed en met een onmiskenbare snik.
De stem van de muzikante uit Nashville klinkt ook niet als die van de zangeressen die momenteel de lakens uitdelen in de countrypop uit de Amerikaanse muziekhoofdstad. Ik hoor hier en daar een vleugje Kacey Musgraves in de stem van Caitlin Cannon en dat is een van mijn favoriete stemmen, maar de stem van Caitlin Cannon heeft ook iets tijdloos dat herinnert aan de jaren 70 singer-songwriter muziek.
Ook in muzikaal opzicht klinkt Love Addict anders dan de meeste andere country(pop) albums van het moment. Het is een album dat hier en daar flarden van de countrymuziek uit het verleden laat horen, maar dat ook ingrediënten uit de countrypop zoals die momenteel gemaakt wordt bevat.
De instrumentatie op Love Addict is redelijk ingetogen, maar zit ook vol met fraaie accenten van gitaren, de pedal steel en strijkers. Ook in muzikaal opzicht doet het me, zeker qua sfeer, wel wat denken aan Kacey Musgraves, maar ik zeg zeker niet dat de muziek op het debuutalbum van Caitlin Cannon echt lijkt op die van de door mij zo geliefde Kacey Musgraves.
Love Addict geeft me misschien vooral hetzelfde aangename gevoel als met name Golden Hour en Deeper Well van Kacey Musgraves me geven, wat ligt aan de combinatie van een mooie stem, een smaakvolle instrumentatie, een ruimtelijke productie en sterke songs, die op Love Addict het hele spectrum van de liefde bestrijken, inclusief alle ups en downs.
Ik beluisterde het debuutalbum van Caitlin Cannon voor het eerst op de late avond en dan doet dit album echt wonderen, maar uiteindelijk is dit een album voor alle tijden en alle seizoenen. Er zijn dit jaar al veel goede country(pop) albums verschenen, maar dit is echt een bijzondere, die hoge ogen zou moeten gooien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Caitlin Cannon - Love Addict - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Caitlin Cannon - Love Addict
Caitlin Cannon is de zoveelste nieuwe naam in de country(pop) scene van Nashville, maar haar album Love Addict laat een aansprekend geluid horen, dat toch weer net wat anders klinkt dan alles dat we al hebben
Ondanks een enorm zwak voor country(pop) dreigt zelfs bij mij de verzadiging zo nu en dan toe te slaan. Het aanbod in het genre is momenteel echt idioot groot en het niveau ligt over het algemeen hoog. Het betekent dat een gewoon goed country(pop) album momenteel niet goed genoeg meer is. Gelukkig zijn er ook albums als Love Addict van Caitlin Cannon, die iets toevoegen aan alles dat er al is. De muzikante uit Nashville maakt vooral ingetogen country en veel ballads, maar het is country die een brug slaat tussen verleden en heden en het is country met een bijzondere sfeer, die wordt versterkt door de mooie stem van de Amerikaanse muzikante. Interessante muzikante deze Caitlin Cannon.
Op basis van de cover van Love Addict van Caitlin Cannon had ik een doorsnee countrypop album verwacht. Dat is het officiële debuutalbum (in 2020 verscheen ook al eens een album) van de muzikante uit Nashville, Tennessee, echter zeker niet, want Love Addict is meer een countryalbum dan een countrypopalbum. De cover van het eerste album van Caitlin Cannon (zou misschien ook wel de cover van een doorsnee countryalbum uit de jaren 70 kunnen zijn, maar ook dat is Love Addict zeker niet.
Caitlin Cannon komt op haar debuutalbum op de proppen met een bijzonder geluid en het is wat mij betreft een geluid dat bol staat van de belofte. Dat Caitlin Cannon veel te bieden heeft kwam voor mij zeker niet als een verrassing, want het album wordt deze weken aangeprezen in de nieuwsbrief Backstrom’s Sonic Tonic van muziekpromotor Angela Backstrom en dat is een nieuwsbrief waarin de lat over het algemeen behoorlijk hoog ligt en die me al talloze interessante tips heeft opgeleverd.
Het is een nieuwsbrief die de afgelopen jaren zeer goed gevuld is, want worden er veel albums gemaakt in het hokje Amerikaanse rootsmuziek. Het valt niet mee om je binnen dit hokje nog te onderscheiden met een enigszins eigen geluid, maar Caitlin Cannon is hier op haar debuutalbum wat mij betreft glansrijk in geslaagd.
Love Addict is een album met vooral countryballads. Daar zijn er echt al heel veel, maar de ballads van Caitlon Cannon klinken anders. Dat ligt in eerste instantie aan de stem van de Amerikaanse muzikante, die zeker niet beschikt over de standaard countrystem vol weemoed en met een onmiskenbare snik.
De stem van de muzikante uit Nashville klinkt ook niet als die van de zangeressen die momenteel de lakens uitdelen in de countrypop uit de Amerikaanse muziekhoofdstad. Ik hoor hier en daar een vleugje Kacey Musgraves in de stem van Caitlin Cannon en dat is een van mijn favoriete stemmen, maar de stem van Caitlin Cannon heeft ook iets tijdloos dat herinnert aan de jaren 70 singer-songwriter muziek.
Ook in muzikaal opzicht klinkt Love Addict anders dan de meeste andere country(pop) albums van het moment. Het is een album dat hier en daar flarden van de countrymuziek uit het verleden laat horen, maar dat ook ingrediënten uit de countrypop zoals die momenteel gemaakt wordt bevat.
De instrumentatie op Love Addict is redelijk ingetogen, maar zit ook vol met fraaie accenten van gitaren, de pedal steel en strijkers. Ook in muzikaal opzicht doet het me, zeker qua sfeer, wel wat denken aan Kacey Musgraves, maar ik zeg zeker niet dat de muziek op het debuutalbum van Caitlin Cannon echt lijkt op die van de door mij zo geliefde Kacey Musgraves.
Love Addict geeft me misschien vooral hetzelfde aangename gevoel als met name Golden Hour en Deeper Well van Kacey Musgraves me geven, wat ligt aan de combinatie van een mooie stem, een smaakvolle instrumentatie, een ruimtelijke productie en sterke songs, die op Love Addict het hele spectrum van de liefde bestrijken, inclusief alle ups en downs.
Ik beluisterde het debuutalbum van Caitlin Cannon voor het eerst op de late avond en dan doet dit album echt wonderen, maar uiteindelijk is dit een album voor alle tijden en alle seizoenen. Er zijn dit jaar al veel goede country(pop) albums verschenen, maar dit is echt een bijzondere, die hoge ogen zou moeten gooien. Erwin Zijleman
Caitlin Canty - Motel Bouquet (2018)

4,5
1
geplaatst: 2 april 2018, 10:25 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caitlin Canty - Motel Bouquet - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Caitlin Canty maakte in 2015 een jaarlijstjesplaat met het werkelijk prachtige Reckless Skyline.
De in Proctor, Vermont, geboren singer-songwriter timmerde op dat moment al een tijd aan de weg en zocht haar geluk achtereenvolgens in Williamstown, Massachusetts, en New York City, voordat ze een jaar of vijf geleden haar spullen inpakte en uiteindelijk terecht kwam in Nashville, Tennessee.
In Nashville liep ze singer-songwriter Jeffrey Foucault tegen het lijf liep en wist ze hem te strikken als producer voor de plaat die ze al zo lang wilde maken.
Een stevige crowdfunding campagne was nodig om haar favoriete muzikanten te kunnen betalen, maar het resultaat was er naar. Reckless Skyline liet een fraaie mix van country, folk, rock en blues horen, met werkelijk fantastisch gitaarspel, mooie en indringende vocalen en een heerlijk broeierige productie als meest in het oor springende componenten.
Caitlin Canty staat nog altijd op eigen benen, waardoor ook aan haar nieuwe plaat Motel Bouquet weer een crowdfunding campagne vooraf ging. Voor Motel Bouquet nam Noam Pikelny (Punch Brothers) plaats achter de knoppen en ook dit keer kon Caitlin Canty een beroep doen op een aantal prima muzikanten. Omdat de middelen uiteraard niet onbeperkt waren, moest ook dit keer worden beknibbeld op de dure studiotijd, waardoor de plaat in slechts drie dagen werd opgenomen.
Het is absoluut niet ten koste gegaan van de kwaliteit van de plaat, want net als Reckless Skyline klinkt ook Motel Bouquet werkelijk fantastisch. De nieuwe plaat ligt in het verlengde van zijn voorganger en maakt indruk met prima songs, fraai gitaarwerk, mooie bijdragen van banjo, pedal steel en met name viool, een wederom wat broeierige productie en natuurlijk de prachtige stem van Caitlin Canty, die ook dit keer indruk maakt met even mooie als emotievolle vocalen.
Vergeleken met Reckless Skyline is het geluid wel een stuk ingetogener en hoor ik af en toe wel raakvlakken met de platen van Kathleen Edwards, wiens tijdelijke vertrek uit de muziek helaas al vier jaar duurt, en wanneer het tempo verder omlaag gaat zelfs met de muziek van Gillian Welch. De songs op Motel Bouquet werden voornamelijk ‘on the road’ geschreven en zitten vol mooie persoonlijke verhalen en kleurrijke observaties uit een fascinerend land.
De uitgebreide tour die volgde op het succes van Reckless Skyline leverde niet alleen mooie verhalen op, maar heeft er ook voor gezorgd dat Caitlin Canty als songwriter en als zangeres is gegroeid. Waar de muzikante uit Nashville drie jaar geleden nog werd geschaard onder de grote beloften, is Motel Bouquet een plaat waarmee ze de concurrentie met de beteren in het genre aan kan.
De nieuwe plaat van Caitlin Canty is een opvallend intense plaat vol songs die alleen maar aan kracht aan schoonheid winnen. Het moet genoeg zijn voor de definitieve doorbraak van dit enorme talent. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caitlin Canty - Motel Bouquet - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Caitlin Canty maakte in 2015 een jaarlijstjesplaat met het werkelijk prachtige Reckless Skyline.
De in Proctor, Vermont, geboren singer-songwriter timmerde op dat moment al een tijd aan de weg en zocht haar geluk achtereenvolgens in Williamstown, Massachusetts, en New York City, voordat ze een jaar of vijf geleden haar spullen inpakte en uiteindelijk terecht kwam in Nashville, Tennessee.
In Nashville liep ze singer-songwriter Jeffrey Foucault tegen het lijf liep en wist ze hem te strikken als producer voor de plaat die ze al zo lang wilde maken.
Een stevige crowdfunding campagne was nodig om haar favoriete muzikanten te kunnen betalen, maar het resultaat was er naar. Reckless Skyline liet een fraaie mix van country, folk, rock en blues horen, met werkelijk fantastisch gitaarspel, mooie en indringende vocalen en een heerlijk broeierige productie als meest in het oor springende componenten.
Caitlin Canty staat nog altijd op eigen benen, waardoor ook aan haar nieuwe plaat Motel Bouquet weer een crowdfunding campagne vooraf ging. Voor Motel Bouquet nam Noam Pikelny (Punch Brothers) plaats achter de knoppen en ook dit keer kon Caitlin Canty een beroep doen op een aantal prima muzikanten. Omdat de middelen uiteraard niet onbeperkt waren, moest ook dit keer worden beknibbeld op de dure studiotijd, waardoor de plaat in slechts drie dagen werd opgenomen.
Het is absoluut niet ten koste gegaan van de kwaliteit van de plaat, want net als Reckless Skyline klinkt ook Motel Bouquet werkelijk fantastisch. De nieuwe plaat ligt in het verlengde van zijn voorganger en maakt indruk met prima songs, fraai gitaarwerk, mooie bijdragen van banjo, pedal steel en met name viool, een wederom wat broeierige productie en natuurlijk de prachtige stem van Caitlin Canty, die ook dit keer indruk maakt met even mooie als emotievolle vocalen.
Vergeleken met Reckless Skyline is het geluid wel een stuk ingetogener en hoor ik af en toe wel raakvlakken met de platen van Kathleen Edwards, wiens tijdelijke vertrek uit de muziek helaas al vier jaar duurt, en wanneer het tempo verder omlaag gaat zelfs met de muziek van Gillian Welch. De songs op Motel Bouquet werden voornamelijk ‘on the road’ geschreven en zitten vol mooie persoonlijke verhalen en kleurrijke observaties uit een fascinerend land.
De uitgebreide tour die volgde op het succes van Reckless Skyline leverde niet alleen mooie verhalen op, maar heeft er ook voor gezorgd dat Caitlin Canty als songwriter en als zangeres is gegroeid. Waar de muzikante uit Nashville drie jaar geleden nog werd geschaard onder de grote beloften, is Motel Bouquet een plaat waarmee ze de concurrentie met de beteren in het genre aan kan.
De nieuwe plaat van Caitlin Canty is een opvallend intense plaat vol songs die alleen maar aan kracht aan schoonheid winnen. Het moet genoeg zijn voor de definitieve doorbraak van dit enorme talent. Erwin Zijleman
Caitlin Canty - Night Owl Envies the Mourning Dove (2025)

4,0
0
geplaatst: 5 oktober 2025, 10:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Caitlin Canty - Night Owl Envies The Mourning Dove - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Caitlin Canty - Night Owl Envies The Mourning Dove
Caitlin Canty schaarde zich met haar vorige drie albums onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek en laat met Night Owl Envies The Mourning Dove horen dat daar niets op valt af te dingen
De Amerikaanse muzikante Caitlin Canty is nog niet heel bekend, maar iedereen die haar albums kent weet dat ze een uitstekende zangeres en een getalenteerde songwriter is. Het leverde de afgelopen jaren een serie geweldige albums op en ook het deze week verschenen Night Owl Envies The Mourning Dove is er weer een. Caitlin Canty maakt Amerikaanse rootsmuziek met uiteenlopende invloeden en het is muziek die opvalt door bijzonder mooi gitaarwerk, sterke songs en de mooie en krachtige stem van de muzikante uit Vermont. Ik heb haar vorige albums heel hoog zitten, maar ook haar nieuwe album stelt weer geen moment teleur.
De Amerikaanse singer-songwriter Caitlin Canty bracht al in mei haar vijfde album uit, maar beperkte zich in het voorjaar tot de versie op cd en vinyl, die via haar website was te bestellen. Ik heb er even over getwijfeld, maar door de absurd hoge verzendkosten van het moment en de grote kans op aanvullende douanekosten besloot ik te wachten tot de officiële release deze week.
Dat ik ondanks de torenhoge kosten toch nog even twijfelde heeft alles te maken met de kwaliteit van de vorige drie albums van Caitlin Canty. Golden Hour, het in 2011 verschenen debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, trok nog niet mijn aandacht, maar Reckless Skyline uit 2015, Motel Bouquet uit 2018 en Quiet Flame uit 2023 zijn rootsalbums die wat mij betreft mee konden met de beste rootsalbums van dat moment.
Met name het samen met Jeffrey Foucault gemaakte Reckless Skyline is nog altijd een bijzonder indrukwekkend album, waarop Caitlin Canty excelleert als zangeres en songwriter en waarop bovendien fantastisch gitaarwerk is te horen. Op Motel Bouquet schoof de Amerikaanse muzikante wat op richting een meer ingetogen geluid en dat deed ze in nog wat sterkere mater op Quiet Flame, waarop de muziek vooral ingetogen en akoestisch was en bovendien wat traditioneler van aard.
Op het deze week dan eindelijk officieel verschenen en ook via de streaming media platforms beschikbare Night Owl Envies The Mourning Dove schuift Caitlin Canty weer op richting een net wat steviger geluid, dat dichter tegen het geluid op Reckless Skyline aan kruipt, al is er ook volop ruimte voor meer ingetogen songs.
Caitlin Canty heeft Nashville, Tennessee, inmiddels verruild voor haar geboortegrond in Danby, Vermont en week uit naar het nabijgelegen platteland van Maine om haar nieuwe album op te nemen. Night Owl Envies The Mourning Dove werd samen met een beperkt aantal muzikanten nagenoeg live opgenomen in slechts vier dagen tijd, waarbij moet worden vermeld dat Caitlin Canty tijdens het opnemen van het album bijna acht maanden zwanger was.
De productie van het album deed ze samen met de vooral van Josh Ritter en van het vorig jaar verschenen en indrukwekkende debuutalbum van Louisa Stancioff bekende Sam Kassirer en het is een bijzonder fraaie productie. Night Owl Envies The Mourning Dove bevat een aantal ingetogen, een aantal net wat stevigere en een beperkt aantal bezwerende songs en ze zijn allemaal even mooi.
Net als op haar vorige albums verwerkt Caitlin Canty vooral invloeden uit de folk en country in haar songs en komen af en toe wat invloeden uit de blues voorbij. Haar songs vallen ook dit keer vooral op door fraai gitaarwerk en hier en daar een pedal steel, maar Night Owl Envies The Mourning Dove bevat ook een tweetal songs waarin de keyboards domineren en waarmee Caitlin Canty een voor haar nieuw geluid laat horen.
Wat niet is veranderd is de kwaliteit van de zang, want die is ook op het nieuwe album van Caitlin Canty weer erg hoog. De Amerikaanse singer-songwriter beschikt over een prachtige stem, die zowel in de meer ingetogen als in de wat stevigere songs op het album makkelijk indruk maakt. De zang van Caitlin Canty is wat mij betreft het mooist in de indringende slottrack Heartache Don’t Live Here, maar de zang in de andere tracks is niet veel minder. Het zal inmiddels duidelijk zijn dat Caitlin Canty wederom een prachtig rootsalbum heeft gemaakt. Voor iedereen die het horen wil. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Caitlin Canty - Night Owl Envies The Mourning Dove - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Caitlin Canty - Night Owl Envies The Mourning Dove
Caitlin Canty schaarde zich met haar vorige drie albums onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek en laat met Night Owl Envies The Mourning Dove horen dat daar niets op valt af te dingen
De Amerikaanse muzikante Caitlin Canty is nog niet heel bekend, maar iedereen die haar albums kent weet dat ze een uitstekende zangeres en een getalenteerde songwriter is. Het leverde de afgelopen jaren een serie geweldige albums op en ook het deze week verschenen Night Owl Envies The Mourning Dove is er weer een. Caitlin Canty maakt Amerikaanse rootsmuziek met uiteenlopende invloeden en het is muziek die opvalt door bijzonder mooi gitaarwerk, sterke songs en de mooie en krachtige stem van de muzikante uit Vermont. Ik heb haar vorige albums heel hoog zitten, maar ook haar nieuwe album stelt weer geen moment teleur.
De Amerikaanse singer-songwriter Caitlin Canty bracht al in mei haar vijfde album uit, maar beperkte zich in het voorjaar tot de versie op cd en vinyl, die via haar website was te bestellen. Ik heb er even over getwijfeld, maar door de absurd hoge verzendkosten van het moment en de grote kans op aanvullende douanekosten besloot ik te wachten tot de officiële release deze week.
Dat ik ondanks de torenhoge kosten toch nog even twijfelde heeft alles te maken met de kwaliteit van de vorige drie albums van Caitlin Canty. Golden Hour, het in 2011 verschenen debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, trok nog niet mijn aandacht, maar Reckless Skyline uit 2015, Motel Bouquet uit 2018 en Quiet Flame uit 2023 zijn rootsalbums die wat mij betreft mee konden met de beste rootsalbums van dat moment.
Met name het samen met Jeffrey Foucault gemaakte Reckless Skyline is nog altijd een bijzonder indrukwekkend album, waarop Caitlin Canty excelleert als zangeres en songwriter en waarop bovendien fantastisch gitaarwerk is te horen. Op Motel Bouquet schoof de Amerikaanse muzikante wat op richting een meer ingetogen geluid en dat deed ze in nog wat sterkere mater op Quiet Flame, waarop de muziek vooral ingetogen en akoestisch was en bovendien wat traditioneler van aard.
Op het deze week dan eindelijk officieel verschenen en ook via de streaming media platforms beschikbare Night Owl Envies The Mourning Dove schuift Caitlin Canty weer op richting een net wat steviger geluid, dat dichter tegen het geluid op Reckless Skyline aan kruipt, al is er ook volop ruimte voor meer ingetogen songs.
Caitlin Canty heeft Nashville, Tennessee, inmiddels verruild voor haar geboortegrond in Danby, Vermont en week uit naar het nabijgelegen platteland van Maine om haar nieuwe album op te nemen. Night Owl Envies The Mourning Dove werd samen met een beperkt aantal muzikanten nagenoeg live opgenomen in slechts vier dagen tijd, waarbij moet worden vermeld dat Caitlin Canty tijdens het opnemen van het album bijna acht maanden zwanger was.
De productie van het album deed ze samen met de vooral van Josh Ritter en van het vorig jaar verschenen en indrukwekkende debuutalbum van Louisa Stancioff bekende Sam Kassirer en het is een bijzonder fraaie productie. Night Owl Envies The Mourning Dove bevat een aantal ingetogen, een aantal net wat stevigere en een beperkt aantal bezwerende songs en ze zijn allemaal even mooi.
Net als op haar vorige albums verwerkt Caitlin Canty vooral invloeden uit de folk en country in haar songs en komen af en toe wat invloeden uit de blues voorbij. Haar songs vallen ook dit keer vooral op door fraai gitaarwerk en hier en daar een pedal steel, maar Night Owl Envies The Mourning Dove bevat ook een tweetal songs waarin de keyboards domineren en waarmee Caitlin Canty een voor haar nieuw geluid laat horen.
Wat niet is veranderd is de kwaliteit van de zang, want die is ook op het nieuwe album van Caitlin Canty weer erg hoog. De Amerikaanse singer-songwriter beschikt over een prachtige stem, die zowel in de meer ingetogen als in de wat stevigere songs op het album makkelijk indruk maakt. De zang van Caitlin Canty is wat mij betreft het mooist in de indringende slottrack Heartache Don’t Live Here, maar de zang in de andere tracks is niet veel minder. Het zal inmiddels duidelijk zijn dat Caitlin Canty wederom een prachtig rootsalbum heeft gemaakt. Voor iedereen die het horen wil. Erwin Zijleman
Caitlin Canty - Quiet Flame (2023)

4,5
0
geplaatst: 24 juni 2023, 10:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caitlin Canty - Quiet Flame - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caitlin Canty - Quiet Flame
Caitlin Canty schaarde zich met haar vorige twee albums onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek en bevestigt deze status met het totaal anders klinkende maar wederom prachtige Quiet Flame
Caitlin Canty is zeker niet de bekendste muzikante uit Nashville, Tennessee, maar met Reckless Skyline uit 2015 en Motel Bouquet uit 2018 leverde ze twee uitstekende albums af, die terecht opdoken in de nodige jaarlijstjes. Quiet Flame heeft lang op zich laten wachten, maar wat is het een goed album. Caitlin Canty heeft haar soms lekker stevige gitaargeluid van de vorige albums verruild voor een akoestisch geluid met een hoofdrol voor de viool en de snareninstrumenten van Sarah Jarosz. Quiet Flame klinkt hierdoor wat traditioneler en een stuk meer ingetogen, maar het is ook dit keer de prachtige stem van Caitlin Canty die het album naar grote hoogten tilt.
Motel Bouquet, het vorige album van de Amerikaanse singer-songwriter Caitlin Canty, verscheen ruim vijf jaar geleden, maar desondanks was ik haar zeker niet vergeten. De muzikante, die na de nodige omzwervingen in Nashville, Tennessee, terecht kwam, maakte in 2015 immers het werkelijk prachtige Reckless Skyline, dat flink wat jaarlijstjes haalde, waaronder die van mij. Reckless Skyline, dat werd opgenomen met producer en muzikant Jeffrey Foucault en een fantastische band, was het officiële debuutalbum van Caitlin Canty en behoorde tot de beste rootsalbums van 2015.
Ook het in 2018 verschenen Motel Bouquet kon binnen het genre met de besten mee en deed in kwalitatief opzicht niet onder voor Reckless Skyline. Het is dan ook niet zo gek dat ik met bijna onrealistisch hoge verwachtingen uitkeek naar het nieuwe album van Caitlin Canty, dat deze week dan eindelijk is verschenen.
Reckless Skyline en Motel Bouquet waren allebei uitstekende albums, maar het waren ook verschillende albums. Op Reckless Skyline kon de muzikante uit Nashville uit de voeten met folk, country, blues en rock en liet ze af en toe een lekker stevig gitaargeluid horen. Motel Bouquet lag deels in het verlengde van zijn voorganger, maar liet ook een wat meer ingetogen geluid horen.
Die lijn is flink doorgetrokken op het deze week verschenen Quiet Flame, want het nieuwe album van Caitlin Canty is met afstand haar meest ingetogen album. Caitlin Canty moest het ook dit keer doen met een bescheiden budget en haalde wat minder muzikanten naar de studio, waar Quiet Flame in slechts vier dagen werd opgenomen. Het album werd geproduceerd door Punch Brothers Chris Eldridge, die het stokje heeft overgenomen van de eveneens uit deze band afkomstige Noam Pikelny, die Motel Bouquet produceerde.
Waar dat album nog in het verlengde lag van Reckless Skyline, klinkt Quiet Flame flink anders. Caitlin Canty kiest dit keer voor een wat traditioneler geluid met vooral invloeden uit de folk en de country en het is een grotendeels akoestisch en bijzonder klinkend geluid. Het is een geluid dat naast akoestische gitaren en bas vooral bijdragen van viool, banjo en mandoline bevat. Voor die laatste twee instrumenten wist Caitlin Canty een muzikante van naam en faam te strikken, want niemand minder dan Sarah Jarosz is te horen op het album. Ook het vioolspel van Brittany Haas (Crooked Still) is overigens prachtig.
Quiet Flame lijkt in muzikaal opzicht nauwelijks op zijn twee voorgangers, maar één ding is gelukkig niet veranderd. Ook op nieuwe album schittert Caitlin Canty met haar prachtige stem. Ik vond de Amerikaanse muzikante op haar vorige twee albums al beschikken over een van de mooiste stemmen die Nashville rijk is, maar op Quiet Flame is de zang nog wat mooier en overtuigender.
Ik hou normaal gesproken wat meer van het gitaar georiënteerde geluid dat op Reckless Skyline en Motel Bouquet was te horen dan van het wat traditionelere geluid op Quiet Flame, maar het nieuwe album van Caitlin Canty doet zeker niet onder voor zijn voorgangers. Het siert de muzikante uit Nashville dat ze andere wegen in slaat en het pakt door het muzikale en vocale vuurwerk echt prachtig uit.
Caitlin Canty is nog niet heel erg bekend en heeft wederom flinke offers moeten brengen voor het opnemen van haar nieuwe album, maar het is een album dat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zeker zal bevallen. Ik schrijf ook dit album van de muzikante uit Nashville alvast op voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caitlin Canty - Quiet Flame - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caitlin Canty - Quiet Flame
Caitlin Canty schaarde zich met haar vorige twee albums onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek en bevestigt deze status met het totaal anders klinkende maar wederom prachtige Quiet Flame
Caitlin Canty is zeker niet de bekendste muzikante uit Nashville, Tennessee, maar met Reckless Skyline uit 2015 en Motel Bouquet uit 2018 leverde ze twee uitstekende albums af, die terecht opdoken in de nodige jaarlijstjes. Quiet Flame heeft lang op zich laten wachten, maar wat is het een goed album. Caitlin Canty heeft haar soms lekker stevige gitaargeluid van de vorige albums verruild voor een akoestisch geluid met een hoofdrol voor de viool en de snareninstrumenten van Sarah Jarosz. Quiet Flame klinkt hierdoor wat traditioneler en een stuk meer ingetogen, maar het is ook dit keer de prachtige stem van Caitlin Canty die het album naar grote hoogten tilt.
Motel Bouquet, het vorige album van de Amerikaanse singer-songwriter Caitlin Canty, verscheen ruim vijf jaar geleden, maar desondanks was ik haar zeker niet vergeten. De muzikante, die na de nodige omzwervingen in Nashville, Tennessee, terecht kwam, maakte in 2015 immers het werkelijk prachtige Reckless Skyline, dat flink wat jaarlijstjes haalde, waaronder die van mij. Reckless Skyline, dat werd opgenomen met producer en muzikant Jeffrey Foucault en een fantastische band, was het officiële debuutalbum van Caitlin Canty en behoorde tot de beste rootsalbums van 2015.
Ook het in 2018 verschenen Motel Bouquet kon binnen het genre met de besten mee en deed in kwalitatief opzicht niet onder voor Reckless Skyline. Het is dan ook niet zo gek dat ik met bijna onrealistisch hoge verwachtingen uitkeek naar het nieuwe album van Caitlin Canty, dat deze week dan eindelijk is verschenen.
Reckless Skyline en Motel Bouquet waren allebei uitstekende albums, maar het waren ook verschillende albums. Op Reckless Skyline kon de muzikante uit Nashville uit de voeten met folk, country, blues en rock en liet ze af en toe een lekker stevig gitaargeluid horen. Motel Bouquet lag deels in het verlengde van zijn voorganger, maar liet ook een wat meer ingetogen geluid horen.
Die lijn is flink doorgetrokken op het deze week verschenen Quiet Flame, want het nieuwe album van Caitlin Canty is met afstand haar meest ingetogen album. Caitlin Canty moest het ook dit keer doen met een bescheiden budget en haalde wat minder muzikanten naar de studio, waar Quiet Flame in slechts vier dagen werd opgenomen. Het album werd geproduceerd door Punch Brothers Chris Eldridge, die het stokje heeft overgenomen van de eveneens uit deze band afkomstige Noam Pikelny, die Motel Bouquet produceerde.
Waar dat album nog in het verlengde lag van Reckless Skyline, klinkt Quiet Flame flink anders. Caitlin Canty kiest dit keer voor een wat traditioneler geluid met vooral invloeden uit de folk en de country en het is een grotendeels akoestisch en bijzonder klinkend geluid. Het is een geluid dat naast akoestische gitaren en bas vooral bijdragen van viool, banjo en mandoline bevat. Voor die laatste twee instrumenten wist Caitlin Canty een muzikante van naam en faam te strikken, want niemand minder dan Sarah Jarosz is te horen op het album. Ook het vioolspel van Brittany Haas (Crooked Still) is overigens prachtig.
Quiet Flame lijkt in muzikaal opzicht nauwelijks op zijn twee voorgangers, maar één ding is gelukkig niet veranderd. Ook op nieuwe album schittert Caitlin Canty met haar prachtige stem. Ik vond de Amerikaanse muzikante op haar vorige twee albums al beschikken over een van de mooiste stemmen die Nashville rijk is, maar op Quiet Flame is de zang nog wat mooier en overtuigender.
Ik hou normaal gesproken wat meer van het gitaar georiënteerde geluid dat op Reckless Skyline en Motel Bouquet was te horen dan van het wat traditionelere geluid op Quiet Flame, maar het nieuwe album van Caitlin Canty doet zeker niet onder voor zijn voorgangers. Het siert de muzikante uit Nashville dat ze andere wegen in slaat en het pakt door het muzikale en vocale vuurwerk echt prachtig uit.
Caitlin Canty is nog niet heel erg bekend en heeft wederom flinke offers moeten brengen voor het opnemen van haar nieuwe album, maar het is een album dat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zeker zal bevallen. Ik schrijf ook dit album van de muzikante uit Nashville alvast op voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
Caitlin Canty - Reckless Skyline (2015)

4,5
0
geplaatst: 24 januari 2015, 10:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caitlin Canty - Reckless Skyline - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de categorie onbekend talent in het rootssegment staat vandaag Reckless Skyline van Caitlin Canty centraal. Het is een plaat waar ik stiekem al maanden hevig verliefd op en zwaar verslaafd aan ben, maar nu de plaat dan eindelijk officieel verkrijgbaar is moet ik er maar eens mee naar buiten komen.
Caitlin Canty is een jonge Amerikaanse singer-songwriter die opgroeide in een klein dorp in Vermont. Haar muzikale opleiding kreeg ze in New York, maar haar carrière kwam pas echt van de grond toen ze naar Nashville vertrok en daar singer-songwriter Jeffrey Foucault tegen het lijf liep.
Foucault stemde al vrij snel in om Caitlin Canty als producer bij te staan op de plaat die ze al zo lang wilde maken (overigens al haar derde), waarna ze begon aan het samenstellen van haar droomband. Dit moest vervolgens natuurlijk wel betaald worden zodat een crowdfunding project werd gestart. Dit project is gelukkig geslaagd, want wat is Reckless Skyline een goede plaat geworden.
Caitlin Canty dook uiteindelijk met Jeffrey Foucault en een aantal gelouterde muzikanten, onder wie Morphine drummer Billy Conway, Booker T bassist Jeremy Moses Curtis en de pedal steel virtuoos van onder andere Tift Merritt en Ray Lamontagne, de studio in, om na slechts vier dagen met de basis voor een prachtplaat naar buiten te komen.
Reckless Skyline werd noodgedwongen grotendeels live opgenomen in de studio. Dat gaat altijd ten koste van de technische perfectie, maar het geeft de plaat wel een heel bijzonder en wat mij betreft ook erg mooi geluid. Het is een rauw en wat donker geluid, dat geweldig past bij de mooie en indringende songs van Caitlin Canty.
Caitlin Canty blijkt op Reckless Skyline van vele markten thuis en kan zowel uit de voeten met folk en country als met blues en rock. Reckless Skyline is ook nog eens een geweldige gitaarplaat. Dat Jeffrey Foucault een aardig potje gitaar kan spelen is bekend, maar ook Caitlin Canty kan uitstekend uit de voeten op diverse snarenmonsters, zodat Reckless Skyline net wat rauwer klinkt dan de platen van de moordende concurrentie in het genre. Ik vind het persoonlijk een enorme pre.
Reckless Skyline heeft hiernaast een wat lome sfeer, die me persoonlijk wel wat doet denken aan de rootsplaten van Daniel Lanois. Wanneer ik ook nog eens prima songs en een geweldige stem toevoeg aan het lijstje met sterke punten van Reckless Skyline, zal het duidelijk zijn dat Caitlin Canty een hele sterke plaat heeft afgeleverd.
Het is een plaat die ik zoals gezegd al maanden koester, maar uitgegroeid is de plaat nog lang niet. Met name de donkere en zich langzaam voortslepende songs op de plaat hebben een meedogenloze impact, maar Caitlin Canty kan ook op emotievolle wijze een eenvoudige folksong vertolken of Neil Young’s Unknown Legend voorzien van een versie die er mag zijn, wat knap is. Caitlin Canty heeft met Reckless Skyline een hele mooie en bijzondere plaat gemaakt. De lat voor vrouwelijke singer-songwriters ligt meteen akelig hoog. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caitlin Canty - Reckless Skyline - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de categorie onbekend talent in het rootssegment staat vandaag Reckless Skyline van Caitlin Canty centraal. Het is een plaat waar ik stiekem al maanden hevig verliefd op en zwaar verslaafd aan ben, maar nu de plaat dan eindelijk officieel verkrijgbaar is moet ik er maar eens mee naar buiten komen.
Caitlin Canty is een jonge Amerikaanse singer-songwriter die opgroeide in een klein dorp in Vermont. Haar muzikale opleiding kreeg ze in New York, maar haar carrière kwam pas echt van de grond toen ze naar Nashville vertrok en daar singer-songwriter Jeffrey Foucault tegen het lijf liep.
Foucault stemde al vrij snel in om Caitlin Canty als producer bij te staan op de plaat die ze al zo lang wilde maken (overigens al haar derde), waarna ze begon aan het samenstellen van haar droomband. Dit moest vervolgens natuurlijk wel betaald worden zodat een crowdfunding project werd gestart. Dit project is gelukkig geslaagd, want wat is Reckless Skyline een goede plaat geworden.
Caitlin Canty dook uiteindelijk met Jeffrey Foucault en een aantal gelouterde muzikanten, onder wie Morphine drummer Billy Conway, Booker T bassist Jeremy Moses Curtis en de pedal steel virtuoos van onder andere Tift Merritt en Ray Lamontagne, de studio in, om na slechts vier dagen met de basis voor een prachtplaat naar buiten te komen.
Reckless Skyline werd noodgedwongen grotendeels live opgenomen in de studio. Dat gaat altijd ten koste van de technische perfectie, maar het geeft de plaat wel een heel bijzonder en wat mij betreft ook erg mooi geluid. Het is een rauw en wat donker geluid, dat geweldig past bij de mooie en indringende songs van Caitlin Canty.
Caitlin Canty blijkt op Reckless Skyline van vele markten thuis en kan zowel uit de voeten met folk en country als met blues en rock. Reckless Skyline is ook nog eens een geweldige gitaarplaat. Dat Jeffrey Foucault een aardig potje gitaar kan spelen is bekend, maar ook Caitlin Canty kan uitstekend uit de voeten op diverse snarenmonsters, zodat Reckless Skyline net wat rauwer klinkt dan de platen van de moordende concurrentie in het genre. Ik vind het persoonlijk een enorme pre.
Reckless Skyline heeft hiernaast een wat lome sfeer, die me persoonlijk wel wat doet denken aan de rootsplaten van Daniel Lanois. Wanneer ik ook nog eens prima songs en een geweldige stem toevoeg aan het lijstje met sterke punten van Reckless Skyline, zal het duidelijk zijn dat Caitlin Canty een hele sterke plaat heeft afgeleverd.
Het is een plaat die ik zoals gezegd al maanden koester, maar uitgegroeid is de plaat nog lang niet. Met name de donkere en zich langzaam voortslepende songs op de plaat hebben een meedogenloze impact, maar Caitlin Canty kan ook op emotievolle wijze een eenvoudige folksong vertolken of Neil Young’s Unknown Legend voorzien van een versie die er mag zijn, wat knap is. Caitlin Canty heeft met Reckless Skyline een hele mooie en bijzondere plaat gemaakt. De lat voor vrouwelijke singer-songwriters ligt meteen akelig hoog. Erwin Zijleman
Caitlin Harnett - The River Runs North (2014)

4,0
0
geplaatst: 12 januari 2015, 07:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caitlin Harnett - The River Runs North - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In Spotify kiezen voor Browse - Discover: het leverde heel lang vooral merkwaardige of zelfs bijna lachwekkende suggesties op. Nu ik een jaartje heel intensief gebruik maak van Spotify heeft de software het echter ook heel vaak bij het juiste eind. Hierbij worden uiteraard heel wat open deuren ingetrapt (...probeer Joni Mitchell eens), maar Spotify weet me zo af en toe ook echt te verrassen met een gouden tip, zoals in het geval van The River Runs North van Caitlin Harnett.
Caitlin Harnett is een singer-songwriter uit het Australische Sydney, maar voor het opnemen van haar debuut zocht ze haar geluk in Canada. Ze kwam uiteindelijk terecht in Ottawa, waar ze de studio in dook met producer Dave Draves (voor mij vooral bekend van Kathleen Edwards), singer-songwriter Jim Bryson en een aantal muzikanten uit de lokale scene. Het levert een fascinerende plaat met meerdere gezichten op.
Caitlin Harnett maakt op The River Runs North geen geheim van haar belangrijkste inspiratiebronnen. Flink wat tracks op de plaat herinneren aan het vroege Laurel Canyon geluid van Joni Mitchell of aan de muziek van de helaas vergeten Judee Sill. In deze tracks domineert de licht zweverige folk van weleer, maar het blijkt uiteindelijk slechts een van de vele gezichten van het debuut van Caitlin Harnett.
De Australische singer-songwriter sluit immers ook aan bij de groten uit de jaren 70 (Carole King, Laura Nyro) en heeft in Canada bovendien de zo herkenbare Canadese variant op de Americana opgepikt.
Hierdoor neemt The River Runs North je keer op keer mee naar de late jaren 60, verruil je de heuvels rond Los Angeles vervolgens voor de grote stad in de jaren 70, om uiteindelijk toch weer in de hedendaagse Canadese muziekscene terecht te komen.
Producer Dave Draves heeft The River Runs North voorzien van een authentiek klinkend geluid, waarin vaak strijkers worden ingezet voor de stemmige accenten en waarin akoestische instrumenten domineren. Het is een warm en gloedvol instrumentarium dat in harmonie is met de wat onderkoelde stem van Caitlin Harnett en dat deze stem versterkt.
Het is een stem die waarschijnlijk niet door iedereen gewaardeerd zal worden, maar het is voor mij één van de smaakmakers op The River Runs North, ook wanneer de smaakvolle instrumentatie een keer achterwege blijft en we het moeten doen met een akoestische gitaar en emotievolle vocalen.
The River Runs North roept bij mij associaties op met een aantal decennia popmuziek, maar toch ken ik niet veel platen als deze. Je struikelt op het moment werkelijk over vrouwelijke singer-songwriters, maar The River Runs North van Caitlin Harnett heeft direct bij eerste beluistering iets unieks en iets intiems. De songs van de Australische singer-songwriter weten hierdoor te intrigeren en raken me ook, keer op keer. Als dan ook nog eens Kathleen Edwards (lang niets van gehoord overigens) opduikt voor een duet is het feest compleet.
The River Runs North van Caitlin Harnett heb ik bij toeval ontdekt, maar deze plaat verdient echt in veel bredere kring aandacht. Dat de plaat in 2014 is verschenen moeten we maar even vergeten; dit is voor mij één van de eerste grote releases van 2015 en een prachtige start van de categorie 'minder bekend talent in het rootssegment'. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caitlin Harnett - The River Runs North - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In Spotify kiezen voor Browse - Discover: het leverde heel lang vooral merkwaardige of zelfs bijna lachwekkende suggesties op. Nu ik een jaartje heel intensief gebruik maak van Spotify heeft de software het echter ook heel vaak bij het juiste eind. Hierbij worden uiteraard heel wat open deuren ingetrapt (...probeer Joni Mitchell eens), maar Spotify weet me zo af en toe ook echt te verrassen met een gouden tip, zoals in het geval van The River Runs North van Caitlin Harnett.
Caitlin Harnett is een singer-songwriter uit het Australische Sydney, maar voor het opnemen van haar debuut zocht ze haar geluk in Canada. Ze kwam uiteindelijk terecht in Ottawa, waar ze de studio in dook met producer Dave Draves (voor mij vooral bekend van Kathleen Edwards), singer-songwriter Jim Bryson en een aantal muzikanten uit de lokale scene. Het levert een fascinerende plaat met meerdere gezichten op.
Caitlin Harnett maakt op The River Runs North geen geheim van haar belangrijkste inspiratiebronnen. Flink wat tracks op de plaat herinneren aan het vroege Laurel Canyon geluid van Joni Mitchell of aan de muziek van de helaas vergeten Judee Sill. In deze tracks domineert de licht zweverige folk van weleer, maar het blijkt uiteindelijk slechts een van de vele gezichten van het debuut van Caitlin Harnett.
De Australische singer-songwriter sluit immers ook aan bij de groten uit de jaren 70 (Carole King, Laura Nyro) en heeft in Canada bovendien de zo herkenbare Canadese variant op de Americana opgepikt.
Hierdoor neemt The River Runs North je keer op keer mee naar de late jaren 60, verruil je de heuvels rond Los Angeles vervolgens voor de grote stad in de jaren 70, om uiteindelijk toch weer in de hedendaagse Canadese muziekscene terecht te komen.
Producer Dave Draves heeft The River Runs North voorzien van een authentiek klinkend geluid, waarin vaak strijkers worden ingezet voor de stemmige accenten en waarin akoestische instrumenten domineren. Het is een warm en gloedvol instrumentarium dat in harmonie is met de wat onderkoelde stem van Caitlin Harnett en dat deze stem versterkt.
Het is een stem die waarschijnlijk niet door iedereen gewaardeerd zal worden, maar het is voor mij één van de smaakmakers op The River Runs North, ook wanneer de smaakvolle instrumentatie een keer achterwege blijft en we het moeten doen met een akoestische gitaar en emotievolle vocalen.
The River Runs North roept bij mij associaties op met een aantal decennia popmuziek, maar toch ken ik niet veel platen als deze. Je struikelt op het moment werkelijk over vrouwelijke singer-songwriters, maar The River Runs North van Caitlin Harnett heeft direct bij eerste beluistering iets unieks en iets intiems. De songs van de Australische singer-songwriter weten hierdoor te intrigeren en raken me ook, keer op keer. Als dan ook nog eens Kathleen Edwards (lang niets van gehoord overigens) opduikt voor een duet is het feest compleet.
The River Runs North van Caitlin Harnett heb ik bij toeval ontdekt, maar deze plaat verdient echt in veel bredere kring aandacht. Dat de plaat in 2014 is verschenen moeten we maar even vergeten; dit is voor mij één van de eerste grote releases van 2015 en een prachtige start van de categorie 'minder bekend talent in het rootssegment'. Erwin Zijleman
Caitlin Jemma - A Wider View (2024)

4,0
0
geplaatst: 22 augustus 2024, 20:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caitlin Jemma - A Wider View - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caitlin Jemma - A Wider View
Caitlin Jemma uit Los Angeles maakte afgelopen voorjaar een album dat helaas nauwelijks aandacht heeft gekregen, maar het zeer veelzijdige A Wider View maakt eigenlijk in alle opzichten indruk
Door de stapels albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters vallen er ook wel wat albums tussen wal en schip en dit lijkt gebeurd met A Wider View van de Amerikaanse muzikante Caitlin Jemma. Het is doodzonde, want dit is een album dat ik er persoonlijk zeker uit zou pikken, al had ik de hulp van Spotify nodig om het album te ontdekken. Caitlin Jemma maakt op haar album indruk met uitstekend gitaarwerk, met prima zang en vooral met een flinke veelzijdigheid. Ze bestrijkt op A Wider View meerdere genres en in al deze genres maakt de Amerikaanse muzikante vrij makkelijk indruk. Het levert een album op dat helaas over het hoofd is gezien, maar het is tijd voor eerherstel.
Spotify wees me onlangs op A Wider View van Caitlin Jemma. Het afgelopen voorjaar verschenen album is volgens Spotify het derde album van de muzikante uit Los Angeles, maar volgens haar bandcamp pagina staat de teller inmiddels op vier. Op deze bandcamp pagina is helaas maar heel weinig info te vinden over A Wider View en ook op de rest van het Internet kom ik nauwelijks informatie tegen over het album of over Caitlin Jemma zelf.
De beperkte informatie die er is komt van de website van de Amerikaanse muzikante, maar ook die is niet heel scheutig met informatie over Caitlin Jemma en vertelt vrijwel niets over haar laatste album. Uit de bio van de Amerikaanse muzikante weet ik inmiddels dat ze zich laat inspireren door woestijnlandschappen, dat ze teksten schrijft over mortaliteit, verlies van dierbaren, gebroken harten, compassie en ware liefde en dat ze onder andere Courtney Barnett, Phoebe Bridgers, Weyes Blood, Joni Mitchell en Sheryl Crow tot haar muzikale helden rekent.
Heel veel wijzer ben ik dus niet geworden door de informatie die ik heb gevonden over Caitlin Jemma of haar nieuwe album, waardoor de muziek voor zich zal moeten spreken. Dat doet de muziek op A Wider View gelukkig vrij makkelijk, want Spotify heeft me echt een prima album voorgeschoteld.
Caitlin Jemma noemt hierboven folkies uit het verleden en indierock muzikanten uit het heden als inspiratiebronnen en die hoor je allebei direct terug in de openingstrack, die zacht en folky begint, maar uiteindelijk ontspoort met flink wat gitaargeweld. Het gitaarwerk in de openingstrack van A Wider View is echt fantastisch, zeker als er ook nog een scheurende gitaarsolo voorbij komt, maar het zijn niet alleen de gitaren die indruk maken in de eerste track van het album.
Ook de stem van Caitlin Jemma schakelt makkelijk tussen zacht en hard en varieert van gevoelig tot ruw. Nadat Caitlin Jemma heeft bewezen dat ze zowel met folk als met indierock uit de voeten kan, herhaalt ze dit kunstje niet eindeloos, wat van mij overigens best had gemogen, maar laat ze horen dat ze nog veel meer kan.
A Wider View vervolgt met een tijdloze popsong, met aan het eind nog een stevige surprise, en wordt gevolgd door een fraaie ballad, die nog wat beter laat horen hoe goed en met hoeveel passie Caitlin Jemma zingt. In deze ballad is goed te horen dat de Amerikaanse muzikante ook een zwak heeft voor de tijdloze en vaak wat zwoele en zomerse singer-songwriter muziek uit de jaren 70 en daar ben ik ook zeker niet vies van.
Wanneer de muzikante uit Los Angeles ook nog laat horen dat ze uit de voeten kan met pure folk, waarin haar stem nog wat mooier en gevoeliger klinkt, of met gloedvolle Americana hebben we alle pijlers van A Wider View wel gehad. Door de veelzijdigheid van het album weet Caitlin Jemma makkelijk op te vallen, waarna de kwaliteit van het gitaarwerk en de zang op het album de rest doen.
Het is een album dat ik afgelopen voorjaar echt in geen enkele releaselijst ben tegengekomen en waarover de afgelopen maanden dus ook vrijwel niets is geschreven. Ik ben lang niet altijd onder de indruk van de algoritmes van Spotify, maar het adviseren van A Wider View van Caitlin Jemma is echt een schot in de roos. Nu maar hopen dat veel meer liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters dit echt uitstekende album voorgeschoteld krijgen, want Caitlin Jemma blukt van het talent. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caitlin Jemma - A Wider View - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caitlin Jemma - A Wider View
Caitlin Jemma uit Los Angeles maakte afgelopen voorjaar een album dat helaas nauwelijks aandacht heeft gekregen, maar het zeer veelzijdige A Wider View maakt eigenlijk in alle opzichten indruk
Door de stapels albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters vallen er ook wel wat albums tussen wal en schip en dit lijkt gebeurd met A Wider View van de Amerikaanse muzikante Caitlin Jemma. Het is doodzonde, want dit is een album dat ik er persoonlijk zeker uit zou pikken, al had ik de hulp van Spotify nodig om het album te ontdekken. Caitlin Jemma maakt op haar album indruk met uitstekend gitaarwerk, met prima zang en vooral met een flinke veelzijdigheid. Ze bestrijkt op A Wider View meerdere genres en in al deze genres maakt de Amerikaanse muzikante vrij makkelijk indruk. Het levert een album op dat helaas over het hoofd is gezien, maar het is tijd voor eerherstel.
Spotify wees me onlangs op A Wider View van Caitlin Jemma. Het afgelopen voorjaar verschenen album is volgens Spotify het derde album van de muzikante uit Los Angeles, maar volgens haar bandcamp pagina staat de teller inmiddels op vier. Op deze bandcamp pagina is helaas maar heel weinig info te vinden over A Wider View en ook op de rest van het Internet kom ik nauwelijks informatie tegen over het album of over Caitlin Jemma zelf.
De beperkte informatie die er is komt van de website van de Amerikaanse muzikante, maar ook die is niet heel scheutig met informatie over Caitlin Jemma en vertelt vrijwel niets over haar laatste album. Uit de bio van de Amerikaanse muzikante weet ik inmiddels dat ze zich laat inspireren door woestijnlandschappen, dat ze teksten schrijft over mortaliteit, verlies van dierbaren, gebroken harten, compassie en ware liefde en dat ze onder andere Courtney Barnett, Phoebe Bridgers, Weyes Blood, Joni Mitchell en Sheryl Crow tot haar muzikale helden rekent.
Heel veel wijzer ben ik dus niet geworden door de informatie die ik heb gevonden over Caitlin Jemma of haar nieuwe album, waardoor de muziek voor zich zal moeten spreken. Dat doet de muziek op A Wider View gelukkig vrij makkelijk, want Spotify heeft me echt een prima album voorgeschoteld.
Caitlin Jemma noemt hierboven folkies uit het verleden en indierock muzikanten uit het heden als inspiratiebronnen en die hoor je allebei direct terug in de openingstrack, die zacht en folky begint, maar uiteindelijk ontspoort met flink wat gitaargeweld. Het gitaarwerk in de openingstrack van A Wider View is echt fantastisch, zeker als er ook nog een scheurende gitaarsolo voorbij komt, maar het zijn niet alleen de gitaren die indruk maken in de eerste track van het album.
Ook de stem van Caitlin Jemma schakelt makkelijk tussen zacht en hard en varieert van gevoelig tot ruw. Nadat Caitlin Jemma heeft bewezen dat ze zowel met folk als met indierock uit de voeten kan, herhaalt ze dit kunstje niet eindeloos, wat van mij overigens best had gemogen, maar laat ze horen dat ze nog veel meer kan.
A Wider View vervolgt met een tijdloze popsong, met aan het eind nog een stevige surprise, en wordt gevolgd door een fraaie ballad, die nog wat beter laat horen hoe goed en met hoeveel passie Caitlin Jemma zingt. In deze ballad is goed te horen dat de Amerikaanse muzikante ook een zwak heeft voor de tijdloze en vaak wat zwoele en zomerse singer-songwriter muziek uit de jaren 70 en daar ben ik ook zeker niet vies van.
Wanneer de muzikante uit Los Angeles ook nog laat horen dat ze uit de voeten kan met pure folk, waarin haar stem nog wat mooier en gevoeliger klinkt, of met gloedvolle Americana hebben we alle pijlers van A Wider View wel gehad. Door de veelzijdigheid van het album weet Caitlin Jemma makkelijk op te vallen, waarna de kwaliteit van het gitaarwerk en de zang op het album de rest doen.
Het is een album dat ik afgelopen voorjaar echt in geen enkele releaselijst ben tegengekomen en waarover de afgelopen maanden dus ook vrijwel niets is geschreven. Ik ben lang niet altijd onder de indruk van de algoritmes van Spotify, maar het adviseren van A Wider View van Caitlin Jemma is echt een schot in de roos. Nu maar hopen dat veel meer liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters dit echt uitstekende album voorgeschoteld krijgen, want Caitlin Jemma blukt van het talent. Erwin Zijleman
Caitlin Rose - CAZIMI (2022)

4,0
1
geplaatst: 23 november 2022, 17:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caitlin Rose - CAZIMI - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caitlin Rose - CAZIMI
Na negen lange jaren wachten keert Caitlin Rose terug met CAZIMI, dat er wederom in slaagt om een brug te slaan tussen country uit het verleden en het heden en lekker in het gehoor liggende popmuziek
Met The Stand-In gaf Caitlin Rose net iets meer dan negen jaar geleden een indrukwekkend visitekaartje af. Op haar derde album eerde de Amerikaanse muzikante de countrymuziek uit het verleden, maar was ze ook niet vies van invloeden uit de pop, zonder direct te vervallen in de countrypop zoals die in Nashville zo veel wordt gemaakt. Caitlin Rose trekt de lijn van haar vorige album door op CAZIMI, waarop het geluid van The Stand-In verder is geperfectioneerd. CAZIMI is een prachtig klinkend album met sterke vocalen en uitstekende songs en het is een album dat laat horen dat Caitlin Rose best mag worden geschaard onder de grote talenten in Nashville.
Caitlin Rose groeide op in Nashville, Tennessee, waar haar moeder Liz een veelgevraagd songwriter was, die onder andere samenwerkte met een jonge Taylor Swift. Caitlin Rose, een leeftijdgenoot van Taylor Swift, ambieerde ook al op jonge leeftijd een carrière in de muziek en schreef als tiener haar eerste songs. De carrière van Caitlin Rose verliep wat minder voorspoedig dan die van Taylor Swift, maar met haar tweede album, het in 2010 verschenen Own Side Now, trok de jonge Amerikaanse muzikante nadrukkelijk de aandacht.
Own Side Now vond ik vooral een aardig album, maar ook een album vol belofte en die belofte maakte Caitlin Rose wat mij betreft waar met het in 2013 verschenen The Stand-In. Op dit album greep de Amerikaanse singer-songwriter terug op de muziek van de countryzangeressen uit het verre verleden, maar The Stand-In had ook een aangename poptwist en schuurde bovendien tegen de alt-country aan.
Ik omschreef het album ruim negen jaar geleden als een cocktail die bestond uit gelijke delen Patsy Cline, Linda Rondstadt en Laura Cantrell en dat bleek een cocktail die naar veel meer smaakte. Caitlin Rose heeft ons geduld sindsdien flink op de proef gesteld. Na het succes van The Stand-In en de hiermee gepaard gaande druk trok ze zich een tijdje terug, waarna de in 2017 gemaakte opnamen voor de opvolger van The Stand-In in de prullenbak verdwenen.
Bij een volgende poging sloeg de coronapandemie hard toe en daarom hebben we uiteindelijk meer dan negen jaar moeten wachten op het nieuwe album van Caitlin Rose. Desondanks zijn de verschillen tussen The Stand-In en het deze week verschenen CAZIMI niet zo heel groot. Hier en daar lijkt Caitlin Rose de afslag richting pop te hebben genomen, maar CAZIMI is het grootste deel van de tijd ook een rootsalbum.
Laat ik het er maar op houden dat de singer-songwriter op CAZIMI een nog wat breder palet bestrijkt. Dat is in de rootsmuziek niet altijd handig, want lang niet alle liefhebbers van het genre stellen de frivoliteiten die zijn te horen op CAZIMI op prijs. Zelf hou ik er wel van als rootsmuzikanten de vernieuwing zoeken en dat is Caitlin Rose wat mij betreft uitstekend gelukt.
Ze heeft hierbij niets aan het toeval over gelaten, want de lijst muzikanten die heeft bijgedragen aan het album is imposant. Naast multi-instrumentalist en co-producer Jordan Lehning leveren onder andere Spencer Cullum, Courtney Marie Andrews en de band met wie Caitlin Rose speelde tijdens een David Berman tribute een bijdrage aan het album en dat is nog maar het topje van de ijsberg.
Door de bijdrage van flink wat snarenwonders klinkt CAZIMI werkelijk fantastisch en ook in vocaal opzicht stelt Caitlin Rose niet teleur. De muzikante uit Nashville maakt echter de meeste indruk als songwriter. Caitlin Rose verwerkt op haar nieuwe album niet alleen heel veel invloeden, maar springt ook kris kras door de tijd, waardoor ze een geluid creëert dat zeker niet inwisselbaar is. Verder is ze er in geslaagd om songs te schrijven die bijzonder aangenaam in het gehoor liggen, maar die ook in artistiek opzicht interessant zijn.
Na The Stand-In waren de verwachtingen hooggespannen en die verwachtingen zijn alleen maar hoger geworden door het lange wachten. Na een paar keer horen durf ik echter al wel te concluderen dat Caitlin Rose de verwachtingen waar maakt. Zo beroemd als Taylor Swift is ze nog lang niet, maar het talent is er absoluut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caitlin Rose - CAZIMI - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caitlin Rose - CAZIMI
Na negen lange jaren wachten keert Caitlin Rose terug met CAZIMI, dat er wederom in slaagt om een brug te slaan tussen country uit het verleden en het heden en lekker in het gehoor liggende popmuziek
Met The Stand-In gaf Caitlin Rose net iets meer dan negen jaar geleden een indrukwekkend visitekaartje af. Op haar derde album eerde de Amerikaanse muzikante de countrymuziek uit het verleden, maar was ze ook niet vies van invloeden uit de pop, zonder direct te vervallen in de countrypop zoals die in Nashville zo veel wordt gemaakt. Caitlin Rose trekt de lijn van haar vorige album door op CAZIMI, waarop het geluid van The Stand-In verder is geperfectioneerd. CAZIMI is een prachtig klinkend album met sterke vocalen en uitstekende songs en het is een album dat laat horen dat Caitlin Rose best mag worden geschaard onder de grote talenten in Nashville.
Caitlin Rose groeide op in Nashville, Tennessee, waar haar moeder Liz een veelgevraagd songwriter was, die onder andere samenwerkte met een jonge Taylor Swift. Caitlin Rose, een leeftijdgenoot van Taylor Swift, ambieerde ook al op jonge leeftijd een carrière in de muziek en schreef als tiener haar eerste songs. De carrière van Caitlin Rose verliep wat minder voorspoedig dan die van Taylor Swift, maar met haar tweede album, het in 2010 verschenen Own Side Now, trok de jonge Amerikaanse muzikante nadrukkelijk de aandacht.
Own Side Now vond ik vooral een aardig album, maar ook een album vol belofte en die belofte maakte Caitlin Rose wat mij betreft waar met het in 2013 verschenen The Stand-In. Op dit album greep de Amerikaanse singer-songwriter terug op de muziek van de countryzangeressen uit het verre verleden, maar The Stand-In had ook een aangename poptwist en schuurde bovendien tegen de alt-country aan.
Ik omschreef het album ruim negen jaar geleden als een cocktail die bestond uit gelijke delen Patsy Cline, Linda Rondstadt en Laura Cantrell en dat bleek een cocktail die naar veel meer smaakte. Caitlin Rose heeft ons geduld sindsdien flink op de proef gesteld. Na het succes van The Stand-In en de hiermee gepaard gaande druk trok ze zich een tijdje terug, waarna de in 2017 gemaakte opnamen voor de opvolger van The Stand-In in de prullenbak verdwenen.
Bij een volgende poging sloeg de coronapandemie hard toe en daarom hebben we uiteindelijk meer dan negen jaar moeten wachten op het nieuwe album van Caitlin Rose. Desondanks zijn de verschillen tussen The Stand-In en het deze week verschenen CAZIMI niet zo heel groot. Hier en daar lijkt Caitlin Rose de afslag richting pop te hebben genomen, maar CAZIMI is het grootste deel van de tijd ook een rootsalbum.
Laat ik het er maar op houden dat de singer-songwriter op CAZIMI een nog wat breder palet bestrijkt. Dat is in de rootsmuziek niet altijd handig, want lang niet alle liefhebbers van het genre stellen de frivoliteiten die zijn te horen op CAZIMI op prijs. Zelf hou ik er wel van als rootsmuzikanten de vernieuwing zoeken en dat is Caitlin Rose wat mij betreft uitstekend gelukt.
Ze heeft hierbij niets aan het toeval over gelaten, want de lijst muzikanten die heeft bijgedragen aan het album is imposant. Naast multi-instrumentalist en co-producer Jordan Lehning leveren onder andere Spencer Cullum, Courtney Marie Andrews en de band met wie Caitlin Rose speelde tijdens een David Berman tribute een bijdrage aan het album en dat is nog maar het topje van de ijsberg.
Door de bijdrage van flink wat snarenwonders klinkt CAZIMI werkelijk fantastisch en ook in vocaal opzicht stelt Caitlin Rose niet teleur. De muzikante uit Nashville maakt echter de meeste indruk als songwriter. Caitlin Rose verwerkt op haar nieuwe album niet alleen heel veel invloeden, maar springt ook kris kras door de tijd, waardoor ze een geluid creëert dat zeker niet inwisselbaar is. Verder is ze er in geslaagd om songs te schrijven die bijzonder aangenaam in het gehoor liggen, maar die ook in artistiek opzicht interessant zijn.
Na The Stand-In waren de verwachtingen hooggespannen en die verwachtingen zijn alleen maar hoger geworden door het lange wachten. Na een paar keer horen durf ik echter al wel te concluderen dat Caitlin Rose de verwachtingen waar maakt. Zo beroemd als Taylor Swift is ze nog lang niet, maar het talent is er absoluut. Erwin Zijleman
Caitlyn Smith - High & Low (2023)

4,0
1
geplaatst: 21 april 2023, 15:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caitlyn Smith - High & Low - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caitlyn Smith - High & Low
Caitlyn Smith timmert al heel lang aan de weg als songwriter in Nashville, maar laat op High & Low voor de derde keer op rij horen dat ze ook zelf haar plekje in de spotlights meer dan verdient
Ook ik vind countrypop vaak te zoet en overdadig, maar met goed gemaakte countrypop is wat mij betreft niets mis. Caitlyn Smith maakt ook op High & Low weer muziek die het label countrypop rechtvaardigt, maar de Amerikaanse muzikante maakt makkelijk indruk met uitstekende zang, een smaakvolle instrumentatie en prima songs. Zeker met de meer ingetogen songs strijkt Caitlyn Smith niet tegen de haren van de rootspuristen in, maar ook als ze wat meer invloeden uit de countrypop toevoegt aan haar muziek blijven de songs op High & Low zeer smaakvol. Het derde sterke album op rij van deze ervaren songwriter uit Nashville.
Ik was zeer gecharmeerd van de vorige twee albums van de Amerikaanse singer-songwriter Caitlyn Smith. Ik ben lang niet altijd gek op countrypop, maar maak graag een uitzondering voor goed gemaakte countrypop. Caitlyn Smith maakte die goed gemaakte countrypop op Starfire uit 2018 en Supernova uit 2020. Vorig jaar bracht de muzikante uit Nashville, Tennessee, de prima EP High uit, die nu de basis vormt voor het album High & Low.
Caitlyn Smith schaarde zich met haar vorige twee albums onder de beloften van de countrypop, maar ze draait al veel langer mee in Nashville, waar ze op hele jonge leeftijd twee albums uitbracht, waarna ze als songwriter aan de slag ging in de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek en songs schreef voor iedereen van Dolly Parton tot Miley Cyrus.
Zeker in Nederland, waar we helaas nog vaak de neus ophalen voor countrypop, is Caitlyn Smith nog niet heel bekend, maar ook High & Low is wat mij betreft weer een uitstekend album. De Amerikaanse muzikante maakt ook op haar nieuwe album weliswaar mooi verzorgde countrypop, maar het is niet het soort countrypop waarvan het glazuur spontaan van de tanden springt.
In muzikaal opzicht heeft Caitlyn Smith haar muziek relatief bescheiden ingekleurd en ook in vocaal opzicht gaat de Amerikaanse niet continu vol op het orgel, wat in het genre helaas wel enigszins gebruikelijk is. Caitlyn Smith schreef de songs voor haar nieuwe album tijdens de verschillende corona lockdowns en maakte er een persoonlijk album van, dat inzoomt op de pieken en de dalen van het leven.
Zeker in de wat meer ingetogen songs op het album hoor je goed dat Caitlyn Smith een uitstekende zangeres is, die haar songs met veel gevoel en de nodige dynamiek kan vertolken. In die ingetogen songs vind ik de instrumentatie zeer smaakvol en schuift de Amerikaanse muzikante dichter tegen de pure Amerikaanse rootsmuziek aan dan op haar vorige albums. Vergeleken met die albums hoor je de invloeden van het isolement van de coronapandemie op High & Low, maar het album klinkt wat mij betreft niet als een typisch lockdown album.
Caitlyn Smith maakt op haar nieuwe album makkelijk indruk als zangeres met een stem vol soul, maar je hoort ook dat ze haar sporen als songwriter inmiddels ruimschoots verdiend heeft. High & Low bevat een serie lekker in het gehoor liggende, maar ook sterke songs, die niet zouden misstaan op de albums van de erkende smaakmakers in het genre. Op basis van de drie albums die Caitlyn Smith de afgelopen vijf jaar heeft afgeleverd vind ik het persoonlijk niet zo gek om de muzikante uit Nashville zo langzamerhand te scharen onder deze smaakmakers.
Ik laat EP’s meestal liggen, waardoor ik High vorig jaar gemist heb. Fans van Caitlyn Smith die de EP wel kennen, moeten het doen met slechts zes nieuwe tracks, maar die zijn absoluut de moeite waard. Voor mij bevat het album veertien nieuwe songs en zwakke songs zitten er niet tussen. Ik blijf wat kieskeurig wanneer het gaat om countrypop, maar op het uitstekende High & Low van Caitlyn Smith zit het genre me absoluut niet in de weg. Hoogste tijd dus dat we de muziek van de singer-songwriter uit Nashville ook in Nederland op de juiste waarde gaan schatten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caitlyn Smith - High & Low - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caitlyn Smith - High & Low
Caitlyn Smith timmert al heel lang aan de weg als songwriter in Nashville, maar laat op High & Low voor de derde keer op rij horen dat ze ook zelf haar plekje in de spotlights meer dan verdient
Ook ik vind countrypop vaak te zoet en overdadig, maar met goed gemaakte countrypop is wat mij betreft niets mis. Caitlyn Smith maakt ook op High & Low weer muziek die het label countrypop rechtvaardigt, maar de Amerikaanse muzikante maakt makkelijk indruk met uitstekende zang, een smaakvolle instrumentatie en prima songs. Zeker met de meer ingetogen songs strijkt Caitlyn Smith niet tegen de haren van de rootspuristen in, maar ook als ze wat meer invloeden uit de countrypop toevoegt aan haar muziek blijven de songs op High & Low zeer smaakvol. Het derde sterke album op rij van deze ervaren songwriter uit Nashville.
Ik was zeer gecharmeerd van de vorige twee albums van de Amerikaanse singer-songwriter Caitlyn Smith. Ik ben lang niet altijd gek op countrypop, maar maak graag een uitzondering voor goed gemaakte countrypop. Caitlyn Smith maakte die goed gemaakte countrypop op Starfire uit 2018 en Supernova uit 2020. Vorig jaar bracht de muzikante uit Nashville, Tennessee, de prima EP High uit, die nu de basis vormt voor het album High & Low.
Caitlyn Smith schaarde zich met haar vorige twee albums onder de beloften van de countrypop, maar ze draait al veel langer mee in Nashville, waar ze op hele jonge leeftijd twee albums uitbracht, waarna ze als songwriter aan de slag ging in de hoofdstad van de Amerikaanse countrymuziek en songs schreef voor iedereen van Dolly Parton tot Miley Cyrus.
Zeker in Nederland, waar we helaas nog vaak de neus ophalen voor countrypop, is Caitlyn Smith nog niet heel bekend, maar ook High & Low is wat mij betreft weer een uitstekend album. De Amerikaanse muzikante maakt ook op haar nieuwe album weliswaar mooi verzorgde countrypop, maar het is niet het soort countrypop waarvan het glazuur spontaan van de tanden springt.
In muzikaal opzicht heeft Caitlyn Smith haar muziek relatief bescheiden ingekleurd en ook in vocaal opzicht gaat de Amerikaanse niet continu vol op het orgel, wat in het genre helaas wel enigszins gebruikelijk is. Caitlyn Smith schreef de songs voor haar nieuwe album tijdens de verschillende corona lockdowns en maakte er een persoonlijk album van, dat inzoomt op de pieken en de dalen van het leven.
Zeker in de wat meer ingetogen songs op het album hoor je goed dat Caitlyn Smith een uitstekende zangeres is, die haar songs met veel gevoel en de nodige dynamiek kan vertolken. In die ingetogen songs vind ik de instrumentatie zeer smaakvol en schuift de Amerikaanse muzikante dichter tegen de pure Amerikaanse rootsmuziek aan dan op haar vorige albums. Vergeleken met die albums hoor je de invloeden van het isolement van de coronapandemie op High & Low, maar het album klinkt wat mij betreft niet als een typisch lockdown album.
Caitlyn Smith maakt op haar nieuwe album makkelijk indruk als zangeres met een stem vol soul, maar je hoort ook dat ze haar sporen als songwriter inmiddels ruimschoots verdiend heeft. High & Low bevat een serie lekker in het gehoor liggende, maar ook sterke songs, die niet zouden misstaan op de albums van de erkende smaakmakers in het genre. Op basis van de drie albums die Caitlyn Smith de afgelopen vijf jaar heeft afgeleverd vind ik het persoonlijk niet zo gek om de muzikante uit Nashville zo langzamerhand te scharen onder deze smaakmakers.
Ik laat EP’s meestal liggen, waardoor ik High vorig jaar gemist heb. Fans van Caitlyn Smith die de EP wel kennen, moeten het doen met slechts zes nieuwe tracks, maar die zijn absoluut de moeite waard. Voor mij bevat het album veertien nieuwe songs en zwakke songs zitten er niet tussen. Ik blijf wat kieskeurig wanneer het gaat om countrypop, maar op het uitstekende High & Low van Caitlyn Smith zit het genre me absoluut niet in de weg. Hoogste tijd dus dat we de muziek van de singer-songwriter uit Nashville ook in Nederland op de juiste waarde gaan schatten. Erwin Zijleman
Caitlyn Smith - Starfire (2018)

4,0
1
geplaatst: 5 februari 2018, 16:56 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caitlyn Smith - Starfire - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De in Cannon Falls, Minnesota, opgegroeide Caitlyn Smith maakte al op jonge leeftijd muziek in huiselijke en kerkelijke kring en debuteerde toen ze pas 15 jaar oud was.
Haar eigen platen deden niet zo heel veel, maar de afgelopen 15 groeide Caitlyn Smith in Nashville uit tot één van de meest gewilde songwriters van het moment.
Het broed kruipt soms waar het niet gaan kan en daarom probeert Caitlyn Smith het nu opnieuw met een eigen plaat. Wanneer ik luister naar Starfire, vraag ik me af waarom ze dat niet veel eerder heeft gedaan.
De nieuwe plaat van Caitlyn Smith heeft immers alles dat een plaat in het countrypop genre moet hebben en het is stiekem ook nog eens een plaat die liefhebbers van de wat minder gepolijste Amerikaanse rootsmuziek aan moet kunnen spreken.
Ik heb stiekem ook nog even geluisterd naar het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter, maar hier moeten we Starfire echt niet mee vergelijken. De stem van Caitlyn Smith heeft de afgelopen 15 jaar enorm aan kracht gewonnen en haar songs zijn veel beter geworden. Caitlyn Smith is de afgelopen jaren de nodige foute mannen tegen gekomen en deze hebben genoeg materiaal aangedragen voor songs vol emotie en doorleving.
Starfire sluit verder naadloos aan op alles dat de countrypop uit Nashville zo succesvol en soms ook zo onweerstaanbaar maakt. De plaat staat vol met popliedjes die zich eenvoudig laten omarmen, maar het zijn ook popliedjes met meer dan voldoende invloeden uit de country. Caitlyn Smith kiest op haar volwassen debuut voor songs die soms wat steviger rocken, maar is ook niet vies van met flink wat strijkers opgetuigde ballads.
Het zijn allemaal songs waarin haar stem flink wat ruimte krijgt en het is een stem die wat mij betreft niet onder doet voor die van de besten in het genre. Bij beluistering van Starfire komen bij mij meerdere namen op, maar die van Jewel blijft het langst hangen. Dat heeft alles te maken met het feit dat de stem van Caitlyn Smith vaak als twee druppels water op die van Jewel lijkt, maar ook in muzikaal opzicht laat Starfire raakvlakken horen met de muziek van de singer-songwriter uit Alaska.
Het gekke is dat ik bij eerste beluistering nog wel enige twijfel had over de plaat van Caitlyn Smith. Met de songs op de plaat is niets mis en ook in muzikaal en vocaal opzicht klinkt Starfire als een klok, maar ik vond het allemaal net wat teveel en ook net wat te zoet. Bij herhaalde beluistering heb ik hier vreemd genoeg helemaal geen last meer van gehad.
Natuurlijk hoor je dat Caitlyn Smith met twee benen in de Nashville countrypop staat, maar inmiddels geloof ik ieder woord dat ze zingt en zijn haar songs flink gegroeid. Iedereen die allergisch is voor een beetje pop in de country moet hier niet aan beginnen, maar een ieder die hier juist een zwak voor heeft zou Starfire van Caitlyn Smith wel eens een prima plaat kunnen vinden. Ik schaar me met overtuiging onder de tweede groep, al is het maar omdat Cailtlyn Smith zowel in vocaal opzicht en als songwriter de vloer aanveegt met de concurrentie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caitlyn Smith - Starfire - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De in Cannon Falls, Minnesota, opgegroeide Caitlyn Smith maakte al op jonge leeftijd muziek in huiselijke en kerkelijke kring en debuteerde toen ze pas 15 jaar oud was.
Haar eigen platen deden niet zo heel veel, maar de afgelopen 15 groeide Caitlyn Smith in Nashville uit tot één van de meest gewilde songwriters van het moment.
Het broed kruipt soms waar het niet gaan kan en daarom probeert Caitlyn Smith het nu opnieuw met een eigen plaat. Wanneer ik luister naar Starfire, vraag ik me af waarom ze dat niet veel eerder heeft gedaan.
De nieuwe plaat van Caitlyn Smith heeft immers alles dat een plaat in het countrypop genre moet hebben en het is stiekem ook nog eens een plaat die liefhebbers van de wat minder gepolijste Amerikaanse rootsmuziek aan moet kunnen spreken.
Ik heb stiekem ook nog even geluisterd naar het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter, maar hier moeten we Starfire echt niet mee vergelijken. De stem van Caitlyn Smith heeft de afgelopen 15 jaar enorm aan kracht gewonnen en haar songs zijn veel beter geworden. Caitlyn Smith is de afgelopen jaren de nodige foute mannen tegen gekomen en deze hebben genoeg materiaal aangedragen voor songs vol emotie en doorleving.
Starfire sluit verder naadloos aan op alles dat de countrypop uit Nashville zo succesvol en soms ook zo onweerstaanbaar maakt. De plaat staat vol met popliedjes die zich eenvoudig laten omarmen, maar het zijn ook popliedjes met meer dan voldoende invloeden uit de country. Caitlyn Smith kiest op haar volwassen debuut voor songs die soms wat steviger rocken, maar is ook niet vies van met flink wat strijkers opgetuigde ballads.
Het zijn allemaal songs waarin haar stem flink wat ruimte krijgt en het is een stem die wat mij betreft niet onder doet voor die van de besten in het genre. Bij beluistering van Starfire komen bij mij meerdere namen op, maar die van Jewel blijft het langst hangen. Dat heeft alles te maken met het feit dat de stem van Caitlyn Smith vaak als twee druppels water op die van Jewel lijkt, maar ook in muzikaal opzicht laat Starfire raakvlakken horen met de muziek van de singer-songwriter uit Alaska.
Het gekke is dat ik bij eerste beluistering nog wel enige twijfel had over de plaat van Caitlyn Smith. Met de songs op de plaat is niets mis en ook in muzikaal en vocaal opzicht klinkt Starfire als een klok, maar ik vond het allemaal net wat teveel en ook net wat te zoet. Bij herhaalde beluistering heb ik hier vreemd genoeg helemaal geen last meer van gehad.
Natuurlijk hoor je dat Caitlyn Smith met twee benen in de Nashville countrypop staat, maar inmiddels geloof ik ieder woord dat ze zingt en zijn haar songs flink gegroeid. Iedereen die allergisch is voor een beetje pop in de country moet hier niet aan beginnen, maar een ieder die hier juist een zwak voor heeft zou Starfire van Caitlyn Smith wel eens een prima plaat kunnen vinden. Ik schaar me met overtuiging onder de tweede groep, al is het maar omdat Cailtlyn Smith zowel in vocaal opzicht en als songwriter de vloer aanveegt met de concurrentie. Erwin Zijleman
Caitlyn Smith - Supernova (2020)

4,0
2
geplaatst: 16 maart 2020, 15:50 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caitlyn Smith - Supernova - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caitlyn Smith - Supernova
Caitlyn Smith brak twee jaar geleden door met een prima countrypop album en herhaalt dit kunstje nu op het bijzonder overtuigende Supernova dat in het genre met de besten mee kan
Countrypop, je moet er van houden, maar als je er van houdt, valt er in het genre de afgelopen jaren ontzettend veel te genieten. Caitlyn Smith beproefde haar geluk twee jaar geleden met het uitstekende Starfire en komt nu op de proppen met het nog betere Supernova. Het nieuwe album van de singer-songwriter uit Nashville is opvallend rijk geïnstrumenteerd en geproduceerd, maar haar uitstekende stem en prima songwriting skills blijven ook dit keer makkelijk overeind en tillen Supernova een stuk boven de albums van de concurrentie uit. De rootspurist zal het niks vinden, maar voor de liefhebber van countrypop is het smullen.
Caitlyn Smith had er al een heel muzikaal leven opzitten toen in 2018 het uitstekende Starfire verscheen. De in Cannon Falls, Minnesota, geboren Caitlyn Smith ontdekte de muziek in de kerkbanken, maar begon al op jonge leeftijd zelf songs te schrijven.
Haar debuutalbum verscheen in 2001, toen ze pas 15 jaar oud was. Drie jaar later vestigde ze zich in Nashville en verscheen haar tweede album, waarna in 2007 ook nog een derde album werd uitgebracht. Geen van deze albums deed erg veel, maar Caitlyn Smith ontwikkelde zich wel tot een gewild songwriter in Nashville.
Haar droom van een eigen carrière als muzikant gaf ze nooit op en werd werkelijkheid met het in 2018 verschenen Starfire, dat met name in de Verenigde Staten goed werd ontvangen. Rootspuristen haalden hun neus op voor het album, maar ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van Starfire. Caitlyn Smith imponeerde op haar comeback album niet direct met een origineel geluid, maar haar lekker in het gehoor liggende countrypop viel wel op door ijzersterke songs en door uitstekende vocalen.
Ik schaarde Caitlyn Smith daarom onder de smaakmakers in het genre en was erg benieuwd naar haar nieuwe album. Dat album verscheen deze week en bevalt me uitstekend. Op Supernova trekt de singer-songwriter uit Nashville de lijn van voorganger Starfire door, al slaat de balans dit keer nog wat verder door richting de pop. Ook Supernova past wat mij betreft nog wel in het hokje countrypop, al is het maar omdat het geluid op het album hoorbaar uit Nashville komt, maar iedereen die het album beschrijft als pure pop heeft wat mij betreft ook gelijk.
Supernova moet concurreren met stapels in artistiek interessante albums in het genre, waarbij Golden Hour van Kacey Musgraves voor mij nog altijd bovenop ligt. Het niveau van het laatste album van Kacey Musgraves haalt Caitlyn Smith misschien niet, maar ze doet met haar nieuwe album absoluut mee met de besten in de countrypop.
Supernova ontleent, net als voorganger Starfire, een goot deel van zijn kracht aan de overtuigende songs en aan de even overtuigende zang op het album, die me heel af en toe wel wat aan die van Jewel doet denken. Zeker als Caitlyn Smith wat meer ingetogen zingt hoor je hoe mooi haar stem is, maar ook als ze tegenwicht moet bieden aan het rijk geproduceerde en geïnstrumenteerde geluid op het album, blijft Caitlyn Smith makkelijk overeind.
Liefhebbers van traditionele of alternatieve rootsmuziek zullen niet veel hebben met dit album, maar muziekliefhebbers met een zwak voor countrypop zullen veel van hun gading vinden op het album. Supernova is vakkundig geproduceerd door Christian “Leggy” Langdon, die ik vooral ken van het prima album van Joseph, en is ingespeeld door gelouterde muzikanten uit de Nashville scene, die flink uit kunnen pakken, maar ook fraai gedoseerd kunnen spelen.
De hoofdrol op het album is echter weggelegd voor Caitlyn Smith zelf, die nog maar eens laat horen dat het geen hoogmoed was toen ze op 15-jarige leeftijd koos voor een leven als muzikant. Hier en daar klinkt het misschien net wat te gelikt, maar Supernova staat wat mij betreft ook bol van de mooie momenten, waardoor Caitlyn Smith de lat hoog legt in het genre dit jaar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caitlyn Smith - Supernova - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caitlyn Smith - Supernova
Caitlyn Smith brak twee jaar geleden door met een prima countrypop album en herhaalt dit kunstje nu op het bijzonder overtuigende Supernova dat in het genre met de besten mee kan
Countrypop, je moet er van houden, maar als je er van houdt, valt er in het genre de afgelopen jaren ontzettend veel te genieten. Caitlyn Smith beproefde haar geluk twee jaar geleden met het uitstekende Starfire en komt nu op de proppen met het nog betere Supernova. Het nieuwe album van de singer-songwriter uit Nashville is opvallend rijk geïnstrumenteerd en geproduceerd, maar haar uitstekende stem en prima songwriting skills blijven ook dit keer makkelijk overeind en tillen Supernova een stuk boven de albums van de concurrentie uit. De rootspurist zal het niks vinden, maar voor de liefhebber van countrypop is het smullen.
Caitlyn Smith had er al een heel muzikaal leven opzitten toen in 2018 het uitstekende Starfire verscheen. De in Cannon Falls, Minnesota, geboren Caitlyn Smith ontdekte de muziek in de kerkbanken, maar begon al op jonge leeftijd zelf songs te schrijven.
Haar debuutalbum verscheen in 2001, toen ze pas 15 jaar oud was. Drie jaar later vestigde ze zich in Nashville en verscheen haar tweede album, waarna in 2007 ook nog een derde album werd uitgebracht. Geen van deze albums deed erg veel, maar Caitlyn Smith ontwikkelde zich wel tot een gewild songwriter in Nashville.
Haar droom van een eigen carrière als muzikant gaf ze nooit op en werd werkelijkheid met het in 2018 verschenen Starfire, dat met name in de Verenigde Staten goed werd ontvangen. Rootspuristen haalden hun neus op voor het album, maar ik was persoonlijk zeer gecharmeerd van Starfire. Caitlyn Smith imponeerde op haar comeback album niet direct met een origineel geluid, maar haar lekker in het gehoor liggende countrypop viel wel op door ijzersterke songs en door uitstekende vocalen.
Ik schaarde Caitlyn Smith daarom onder de smaakmakers in het genre en was erg benieuwd naar haar nieuwe album. Dat album verscheen deze week en bevalt me uitstekend. Op Supernova trekt de singer-songwriter uit Nashville de lijn van voorganger Starfire door, al slaat de balans dit keer nog wat verder door richting de pop. Ook Supernova past wat mij betreft nog wel in het hokje countrypop, al is het maar omdat het geluid op het album hoorbaar uit Nashville komt, maar iedereen die het album beschrijft als pure pop heeft wat mij betreft ook gelijk.
Supernova moet concurreren met stapels in artistiek interessante albums in het genre, waarbij Golden Hour van Kacey Musgraves voor mij nog altijd bovenop ligt. Het niveau van het laatste album van Kacey Musgraves haalt Caitlyn Smith misschien niet, maar ze doet met haar nieuwe album absoluut mee met de besten in de countrypop.
Supernova ontleent, net als voorganger Starfire, een goot deel van zijn kracht aan de overtuigende songs en aan de even overtuigende zang op het album, die me heel af en toe wel wat aan die van Jewel doet denken. Zeker als Caitlyn Smith wat meer ingetogen zingt hoor je hoe mooi haar stem is, maar ook als ze tegenwicht moet bieden aan het rijk geproduceerde en geïnstrumenteerde geluid op het album, blijft Caitlyn Smith makkelijk overeind.
Liefhebbers van traditionele of alternatieve rootsmuziek zullen niet veel hebben met dit album, maar muziekliefhebbers met een zwak voor countrypop zullen veel van hun gading vinden op het album. Supernova is vakkundig geproduceerd door Christian “Leggy” Langdon, die ik vooral ken van het prima album van Joseph, en is ingespeeld door gelouterde muzikanten uit de Nashville scene, die flink uit kunnen pakken, maar ook fraai gedoseerd kunnen spelen.
De hoofdrol op het album is echter weggelegd voor Caitlyn Smith zelf, die nog maar eens laat horen dat het geen hoogmoed was toen ze op 15-jarige leeftijd koos voor een leven als muzikant. Hier en daar klinkt het misschien net wat te gelikt, maar Supernova staat wat mij betreft ook bol van de mooie momenten, waardoor Caitlyn Smith de lat hoog legt in het genre dit jaar. Erwin Zijleman
Caleb Caudle - Crushed Coins (2018)

4,0
1
geplaatst: 15 maart 2018, 16:59 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caleb Caudle - Crushed Coins - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Caleb Caudle viel me twee jaar geleden al eens op, maar op Carolina Ghost was de muziek van de singer-songwriter uit Winston-Salem, North Carolina, wat mij betreft net niet onderscheidend genoeg om een plekje op deze BLOG te rechtvaardigen.
Onlangs verscheen een nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter en Crushed Coins is voor mij een plaat die er wel bovenuit steekt.
Caleb Caudle doet dit met een plaat die zich keurig beweegt binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek, maar toch klinkt Crushed Coins anders dan de meeste andere platen die de afgelopen tijd in dit genre zijn verschenen.
Dat ligt vooral aan de productie van de plaat. Jon Ashley, die eerder werkte met onder andere The War On Drugs, Hiss Golden Messenger en American Aquarium, heeft gekozen voor een productie die wat meer blinkt dan gebruikelijk in het genre, waardoor Crushed Coins bij eerste beluistering wat glad over komt.
Daar moet je van houden, maar de productie van de nieuwe plaat van Caleb Caudle valt ook op door een prachtig helder geluid, waarin flink wat instrumenten prachtig te onderscheiden zijn. Het zijn instrumenten die worden bespeeld door een stel gelouterde muzikanten, wat de songs van de Amerikaanse singer-songwriter voorziet van een gedegen basis en heel veel prachtige accenten van met name de elektrische gitaar, de viool en de pedal steel.
De productie van Jon Ashley is absoluut gepolijst, maar klinkt ook gloedvol en heeft hier en daar iets mysterieus, wat onmiddellijk doet denken aan de producties van Daniel Lanois, die ook zeker een inspiratiebron is geweest voor het gitaarwerk op de plaat. Rootspuristen zullen het geluid van Caleb Caudle mogelijk wat te vol en te gepolijst vinden, maar zelf ben ik zeer gecharmeerd van de warme klanken op de plaat.
Het is ook nog eens de ideale ondergrond voor de geweldige stem van Caleb Caudle. In vocaal opzicht vond ik ook de vorige plaat van de muzikant uit Winston-Salem, North Carolina, al bijzonder sterk, maar op Crushed Coins valt alles op zijn plek en staat de stem van de Amerikaan met enige regelmaat garant voor kippenvel.
Caleb Caudle vindt op zijn vijfde plaat een plekje tussen aan de ene kant alt-country helden als Ryan Adams (van wie Caleb Caudle een groot fan is), Chris Stapleton en Jason Isbell en aan de andere kant de muzikanten die het zo goed doen op de door Nashville country gedomineerde radiostations in de Verenigde Staten.
Het is vervolgens afhankelijk van je smaak of het de ene kant of de andere kant op valt. Voor mij valt Crushed Coins absoluut de goede kant op. De instrumentatie en productie zijn van hoog niveau, de stem van Caleb Caudle is geweldig, zijn songs liggen buitengewoon lekker in het gehoor en de plaat is in muzikaal veel interessanter dan de gemiddelde plaat uit de Nashville countryfabriek.
Zeker wat later op de avond slaat de muziek van Caleb Caudle zich als een warme deken om je heen en combineert de Amerikaan op overtuigende wijze invloeden uit de countrymuziek van weleer en de betere alternatieve country van het moment. Mooie plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caleb Caudle - Crushed Coins - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Caleb Caudle viel me twee jaar geleden al eens op, maar op Carolina Ghost was de muziek van de singer-songwriter uit Winston-Salem, North Carolina, wat mij betreft net niet onderscheidend genoeg om een plekje op deze BLOG te rechtvaardigen.
Onlangs verscheen een nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter en Crushed Coins is voor mij een plaat die er wel bovenuit steekt.
Caleb Caudle doet dit met een plaat die zich keurig beweegt binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek, maar toch klinkt Crushed Coins anders dan de meeste andere platen die de afgelopen tijd in dit genre zijn verschenen.
Dat ligt vooral aan de productie van de plaat. Jon Ashley, die eerder werkte met onder andere The War On Drugs, Hiss Golden Messenger en American Aquarium, heeft gekozen voor een productie die wat meer blinkt dan gebruikelijk in het genre, waardoor Crushed Coins bij eerste beluistering wat glad over komt.
Daar moet je van houden, maar de productie van de nieuwe plaat van Caleb Caudle valt ook op door een prachtig helder geluid, waarin flink wat instrumenten prachtig te onderscheiden zijn. Het zijn instrumenten die worden bespeeld door een stel gelouterde muzikanten, wat de songs van de Amerikaanse singer-songwriter voorziet van een gedegen basis en heel veel prachtige accenten van met name de elektrische gitaar, de viool en de pedal steel.
De productie van Jon Ashley is absoluut gepolijst, maar klinkt ook gloedvol en heeft hier en daar iets mysterieus, wat onmiddellijk doet denken aan de producties van Daniel Lanois, die ook zeker een inspiratiebron is geweest voor het gitaarwerk op de plaat. Rootspuristen zullen het geluid van Caleb Caudle mogelijk wat te vol en te gepolijst vinden, maar zelf ben ik zeer gecharmeerd van de warme klanken op de plaat.
Het is ook nog eens de ideale ondergrond voor de geweldige stem van Caleb Caudle. In vocaal opzicht vond ik ook de vorige plaat van de muzikant uit Winston-Salem, North Carolina, al bijzonder sterk, maar op Crushed Coins valt alles op zijn plek en staat de stem van de Amerikaan met enige regelmaat garant voor kippenvel.
Caleb Caudle vindt op zijn vijfde plaat een plekje tussen aan de ene kant alt-country helden als Ryan Adams (van wie Caleb Caudle een groot fan is), Chris Stapleton en Jason Isbell en aan de andere kant de muzikanten die het zo goed doen op de door Nashville country gedomineerde radiostations in de Verenigde Staten.
Het is vervolgens afhankelijk van je smaak of het de ene kant of de andere kant op valt. Voor mij valt Crushed Coins absoluut de goede kant op. De instrumentatie en productie zijn van hoog niveau, de stem van Caleb Caudle is geweldig, zijn songs liggen buitengewoon lekker in het gehoor en de plaat is in muzikaal veel interessanter dan de gemiddelde plaat uit de Nashville countryfabriek.
Zeker wat later op de avond slaat de muziek van Caleb Caudle zich als een warme deken om je heen en combineert de Amerikaan op overtuigende wijze invloeden uit de countrymuziek van weleer en de betere alternatieve country van het moment. Mooie plaat. Erwin Zijleman
Caleb Klauder & Reeb Willms - Gold in Your Pocket (2024)

4,0
0
geplaatst: 14 januari 2025, 20:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Caleb Klauder & Reeb Willms - Gold In Your Pocket - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Caleb Klauder & Reeb Willms - Gold In Your Pocket
Caleb Klauder en Reeb Willms overtuigen op Gold In Your Pocket met hun fraai bij elkaar kleurende stemmen, maar ook in muzikaal opzicht valt er veel te beleven op het album van de twee Amerikaanse muzikanten
Liefhebbers van wat traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek vielen vorig jaar als een blok voor Gold In Your Pocket van Caleb Klauder en Reeb Willms. Zelf heb ik de Amerikaanse rootsmuziek liever wat moderner, maar het prachtige en vooral door Reeb Willms gezongen Same Little Heart wist me genadeloos te verleiden, waarna de rest van het album snel volgde. Caleb Klauder en Reeb Willms maken al een tijd samen muziek, waardoor hun stemmen inmiddels prachtig op elkaar aansluiten. Samen met een aantal aansprekende muzikanten hebben de twee een zowel in vocaal als muzikaal opzicht zeer aansprekend album gemaakt en het is een album vol prima songs. Aanrader.
Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek waren de afgelopen weken heel erg enthousiast over het album Gold In Your Pocket van Caleb Klauder en Reeb Willms, dat onder andere de hoogste regionen van de EuroAmericana chart wist te bereiken. Ik heb het zelf vorige maand ook geprobeerd met het album, maar de muziek van het duo uit Portland, Oregon, was mij wat te traditioneel. Voor de wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek moet ik in de stemming zijn en dat was ik vorige maand kennelijk niet.
Ik ben het deze maand kennelijk wel, want toen ik het album er vorige week weer eens bij pakte, was ik wel onder de indruk van de muziek van Caleb Klauder en Reeb Willms. Gold In Your Pocket is al het derde album van het tweetal en voor de start van de samenwerking met Reeb Willms maakte Caleb Klauder ook al een aantal soloalbums. Het is me allemaal ontgaan, maar nu ik Gold In Your Pocket heb omarmd, moet ik in iedere geval ook de andere twee albums van het duo maar eens gaan beluisteren.
Gold In Your Pocket is zoals gezegd een wat traditioneler klinkend Amerikaans rootsalbum. In de meest traditionele momenten op het album zijn Caleb Klauder en Reeb Willms niet zo heel ver verwijderd van de door Appalachen folk beïnvloede muziek van Gillian Welch en David Rawlings, die ik altijd wel direct op de juiste waarde weet te schatten. Gold In Your Pocket blijft niet hangen in de Appalachen folk, want ook invloeden uit de country spelen een zeer voorname rol op het album. Hetzelfde geldt voor invloeden uit de bluegrass, Cajun en honky tonk, wat van Gold In Your Pocket een lekker veelzijdig album maakt.
Ik heb persoonlijk het meest met de stem van Reeb Willms, maar ook als Caleb Klauder in vocaal opzicht het voortouw neemt overtuigt het album van het Amerikaanse echtpaar zeer. Caleb Klauder en Reeb Willms beschikken allebei over een aansprekende stem, die met grote regelmaat samen komen in mooie harmonieën.
Ook in muzikaal opzicht laten Caleb Klauder en Reeb Willms een aansprekend geluid horen. Caleb Klauder kan zeer goed uit de voeten op de mandoline en speelt net als Reeb Willms gitaar. De extra muzikanten die zijn te horen op het album tekenen voor minstens even smaakvolle bijdragen van onder andere viool, pedal steel, bas en drums.
God In Your Pocket is een album dat best vele decennia oud zou kunnen zijn, maar het album klinkt op een of andere manier ook fris en doet hiermee wel wat denken aan het laatste album van Gilliam Welch en David Rawlings, dat terecht zo goed scoorde in heel veel jaarlijstjes.
Dat Gold In Your Pocket van Caleb Klauder en Reeb Willms een aantal op Amerikaanse rootsmuziek gerichte lijstjes wist te halen verbaast mij ook niet. Het album bevat 13 songs en een slechte song zit er wat mij betreft niet tussen. In die 13 songs valt er in muzikaal opzicht genoeg te beleven, met wat mij betreft hoofdrollen voor de mandoline en de viool, en ook de zang op het album maakt je steeds weer nieuwsgierig naar hetgeen dat komen gaat.
Het is me soms allemaal net wat te traditioneel, waardoor ik het album niet op ieder moment even goed vind, maar als ik er voor in de stemming, en dat is steeds vaker get geval, ben is Gold In Your Pocket van Caleb Klauder en Reeb Willms smullen, ook voor een liefhebber van wat modernere Amerikaanse rootsmuziek als ik. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Caleb Klauder & Reeb Willms - Gold In Your Pocket - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Caleb Klauder & Reeb Willms - Gold In Your Pocket
Caleb Klauder en Reeb Willms overtuigen op Gold In Your Pocket met hun fraai bij elkaar kleurende stemmen, maar ook in muzikaal opzicht valt er veel te beleven op het album van de twee Amerikaanse muzikanten
Liefhebbers van wat traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek vielen vorig jaar als een blok voor Gold In Your Pocket van Caleb Klauder en Reeb Willms. Zelf heb ik de Amerikaanse rootsmuziek liever wat moderner, maar het prachtige en vooral door Reeb Willms gezongen Same Little Heart wist me genadeloos te verleiden, waarna de rest van het album snel volgde. Caleb Klauder en Reeb Willms maken al een tijd samen muziek, waardoor hun stemmen inmiddels prachtig op elkaar aansluiten. Samen met een aantal aansprekende muzikanten hebben de twee een zowel in vocaal als muzikaal opzicht zeer aansprekend album gemaakt en het is een album vol prima songs. Aanrader.
Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek waren de afgelopen weken heel erg enthousiast over het album Gold In Your Pocket van Caleb Klauder en Reeb Willms, dat onder andere de hoogste regionen van de EuroAmericana chart wist te bereiken. Ik heb het zelf vorige maand ook geprobeerd met het album, maar de muziek van het duo uit Portland, Oregon, was mij wat te traditioneel. Voor de wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek moet ik in de stemming zijn en dat was ik vorige maand kennelijk niet.
Ik ben het deze maand kennelijk wel, want toen ik het album er vorige week weer eens bij pakte, was ik wel onder de indruk van de muziek van Caleb Klauder en Reeb Willms. Gold In Your Pocket is al het derde album van het tweetal en voor de start van de samenwerking met Reeb Willms maakte Caleb Klauder ook al een aantal soloalbums. Het is me allemaal ontgaan, maar nu ik Gold In Your Pocket heb omarmd, moet ik in iedere geval ook de andere twee albums van het duo maar eens gaan beluisteren.
Gold In Your Pocket is zoals gezegd een wat traditioneler klinkend Amerikaans rootsalbum. In de meest traditionele momenten op het album zijn Caleb Klauder en Reeb Willms niet zo heel ver verwijderd van de door Appalachen folk beïnvloede muziek van Gillian Welch en David Rawlings, die ik altijd wel direct op de juiste waarde weet te schatten. Gold In Your Pocket blijft niet hangen in de Appalachen folk, want ook invloeden uit de country spelen een zeer voorname rol op het album. Hetzelfde geldt voor invloeden uit de bluegrass, Cajun en honky tonk, wat van Gold In Your Pocket een lekker veelzijdig album maakt.
Ik heb persoonlijk het meest met de stem van Reeb Willms, maar ook als Caleb Klauder in vocaal opzicht het voortouw neemt overtuigt het album van het Amerikaanse echtpaar zeer. Caleb Klauder en Reeb Willms beschikken allebei over een aansprekende stem, die met grote regelmaat samen komen in mooie harmonieën.
Ook in muzikaal opzicht laten Caleb Klauder en Reeb Willms een aansprekend geluid horen. Caleb Klauder kan zeer goed uit de voeten op de mandoline en speelt net als Reeb Willms gitaar. De extra muzikanten die zijn te horen op het album tekenen voor minstens even smaakvolle bijdragen van onder andere viool, pedal steel, bas en drums.
God In Your Pocket is een album dat best vele decennia oud zou kunnen zijn, maar het album klinkt op een of andere manier ook fris en doet hiermee wel wat denken aan het laatste album van Gilliam Welch en David Rawlings, dat terecht zo goed scoorde in heel veel jaarlijstjes.
Dat Gold In Your Pocket van Caleb Klauder en Reeb Willms een aantal op Amerikaanse rootsmuziek gerichte lijstjes wist te halen verbaast mij ook niet. Het album bevat 13 songs en een slechte song zit er wat mij betreft niet tussen. In die 13 songs valt er in muzikaal opzicht genoeg te beleven, met wat mij betreft hoofdrollen voor de mandoline en de viool, en ook de zang op het album maakt je steeds weer nieuwsgierig naar hetgeen dat komen gaat.
Het is me soms allemaal net wat te traditioneel, waardoor ik het album niet op ieder moment even goed vind, maar als ik er voor in de stemming, en dat is steeds vaker get geval, ben is Gold In Your Pocket van Caleb Klauder en Reeb Willms smullen, ook voor een liefhebber van wat modernere Amerikaanse rootsmuziek als ik. Erwin Zijleman
Caleb Landry Jones - The Mother Stone (2020)

4,5
3
geplaatst: 8 mei 2020, 16:53 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Caleb Landry Jones - The Mother Stone - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caleb Landry Jones - The Mother Stone
Caleb Landry Jones, tot dusver vooral bekend als acteur, gaat volledig los op een album dat The Beatles en Syd Barrett samen hadden kunnen maken in 1968
Muziekliefhebbers met een allergie voor bombast moeten met een hele wijde boog om The Mother Stone van Caleb Landry Jones heen lopen. De Amerikaanse acteur en muzikant pakt immers heel stevig uit op zijn debuut dat zich heeft laten inspireren door The White Album van The Beatles en het debuut van Syd Barrett. De instrumenten stuiten over elkaar heen, de songs zitten volgestopt met verrassende wendingen en het bombast komt uit alle hoeken en gaten van de speakers. Als je er tegen kunt valt er heel veel te genieten op het album, dat iedere keer weer nieuwe dingen laat horen en je ruim een uur lang het verre verleden en een bijzonder muzikaal universum in sleurt.
Caleb Landry Jones komt uit een zeer muzikale Texaanse familie, waarin al generaties lang professioneel de viool (of eigenlijk de fiddle) wordt bespeeld. Hij koos zelf voor een andere weg en timmerde het afgelopen decennium stevig aan de weg als acteur. Het bloed kruipt kennelijk toch waar het niet gaan kan, want met The Mother Stone debuteert Caleb Landry Jones, overigens op advies van regisseur Jim Jarmusch, alsnog als muzikant, al is het niet als violist.
In het persbericht bij het album wordt uitvoerig uiteengezet dat de muzikant uit Los Angeles door twee dingen werd geïnspireerd toen hij zijn debuut opnam. Eerst ontdekte hij The White Album van The Beatles en niet veel later kwam hij in aanraking met The Madcap Laughs van Syd Barrett. Het is informatie die ook achterwege had kunnen worden gelaten, want je hoort het onmiddellijk als je The Mother Stone uit de speakers laat komen.
Het debuut van Caleb Landry Jones klinkt als Syd Barrett die in de zomer van 1968 tijdens het opnemen van The White Album de Abbey Road Studios binnen is komen vallen met flink wat geestverruimend spul op zak en vervolgens wat muziek heeft opgenomen met de Fab Four.
In de ruim 7 minuten durende openingstrack pakt de Amerikaanse muzikant meteen flink uit. In het intro komt een heel arsenaal aan instrumenten voorbij, waaronder een flink orkest en alleen als Caleb Landry Jones zingt is er een moment van rust. The White Album is al een album dat overloopt van goede (en een aantal net wat minder goede) ideeën, maar Caleb Landry Jones gaat nog een paar stappen verder. The Mother Stone is de ADHD versie van het meesterwerk van The Beatles en verschiet vaker van kleur dan een kameleon in een bloementuin.
Als er één album is dat het predicaat “over the top” verdient is het dit album wel, maar op een of andere manier zit alle bombast mij niet in de weg. Ik kijk steeds weer uit naar de wat psychedelisch aandoende rustpuntjes op het album, maar ook de eclectische passages bevallen me wel.
Het is knap hoe Caleb Landry Jones een Beatles album heeft gemaakt dat aan het eind van de jaren 60 best door de Britse band gemaakt had kunnen zijn. Het is ook knap hoe de Amerikaanse muzikant ruim een uur lang weet te boeien. Zeker in de wat langere songs op het album gebeurt er meer dan een gemiddeld mens kan bevatten, maar dit zorgt er ook voor dat je meerdere keren naar het album kunt luisteren en steeds verschillende dingen hoort.
Zo hoor je dat de twee albums die Caleb Landry Jones hebben geïnspireerd tot het maken van het album nadrukkelijk hun stempel hebben gedrukt op The Mother Stone, maar de muzikant uit Los Angeles is zeker niet blijven steken in de late jaren 60 en kan ook uit de voeten met bijvoorbeeld glamrock uit de jaren 70 en met nog veel meer.
Er zijn de afgelopen weken nogal wat albums verschenen die stevig citeren uit de catalogus van The Beatles, maar The Mother Stone van Caleb Landry Jones is met afstand de indrukwekkendste. Het is ook nog eens een imponerend stukje huisvlijt, want buiten de strijkers en de blazers speelde Caleb Landry Jones alles zelf in. The Mother Stone is naar verluidt slechts een tussendoortje voor de acteur, maar zijn debuut als muzikant is dermate indrukwekkend dat een carrièreswitch zeker aan te raden is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Caleb Landry Jones - The Mother Stone - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Caleb Landry Jones - The Mother Stone
Caleb Landry Jones, tot dusver vooral bekend als acteur, gaat volledig los op een album dat The Beatles en Syd Barrett samen hadden kunnen maken in 1968
Muziekliefhebbers met een allergie voor bombast moeten met een hele wijde boog om The Mother Stone van Caleb Landry Jones heen lopen. De Amerikaanse acteur en muzikant pakt immers heel stevig uit op zijn debuut dat zich heeft laten inspireren door The White Album van The Beatles en het debuut van Syd Barrett. De instrumenten stuiten over elkaar heen, de songs zitten volgestopt met verrassende wendingen en het bombast komt uit alle hoeken en gaten van de speakers. Als je er tegen kunt valt er heel veel te genieten op het album, dat iedere keer weer nieuwe dingen laat horen en je ruim een uur lang het verre verleden en een bijzonder muzikaal universum in sleurt.
Caleb Landry Jones komt uit een zeer muzikale Texaanse familie, waarin al generaties lang professioneel de viool (of eigenlijk de fiddle) wordt bespeeld. Hij koos zelf voor een andere weg en timmerde het afgelopen decennium stevig aan de weg als acteur. Het bloed kruipt kennelijk toch waar het niet gaan kan, want met The Mother Stone debuteert Caleb Landry Jones, overigens op advies van regisseur Jim Jarmusch, alsnog als muzikant, al is het niet als violist.
In het persbericht bij het album wordt uitvoerig uiteengezet dat de muzikant uit Los Angeles door twee dingen werd geïnspireerd toen hij zijn debuut opnam. Eerst ontdekte hij The White Album van The Beatles en niet veel later kwam hij in aanraking met The Madcap Laughs van Syd Barrett. Het is informatie die ook achterwege had kunnen worden gelaten, want je hoort het onmiddellijk als je The Mother Stone uit de speakers laat komen.
Het debuut van Caleb Landry Jones klinkt als Syd Barrett die in de zomer van 1968 tijdens het opnemen van The White Album de Abbey Road Studios binnen is komen vallen met flink wat geestverruimend spul op zak en vervolgens wat muziek heeft opgenomen met de Fab Four.
In de ruim 7 minuten durende openingstrack pakt de Amerikaanse muzikant meteen flink uit. In het intro komt een heel arsenaal aan instrumenten voorbij, waaronder een flink orkest en alleen als Caleb Landry Jones zingt is er een moment van rust. The White Album is al een album dat overloopt van goede (en een aantal net wat minder goede) ideeën, maar Caleb Landry Jones gaat nog een paar stappen verder. The Mother Stone is de ADHD versie van het meesterwerk van The Beatles en verschiet vaker van kleur dan een kameleon in een bloementuin.
Als er één album is dat het predicaat “over the top” verdient is het dit album wel, maar op een of andere manier zit alle bombast mij niet in de weg. Ik kijk steeds weer uit naar de wat psychedelisch aandoende rustpuntjes op het album, maar ook de eclectische passages bevallen me wel.
Het is knap hoe Caleb Landry Jones een Beatles album heeft gemaakt dat aan het eind van de jaren 60 best door de Britse band gemaakt had kunnen zijn. Het is ook knap hoe de Amerikaanse muzikant ruim een uur lang weet te boeien. Zeker in de wat langere songs op het album gebeurt er meer dan een gemiddeld mens kan bevatten, maar dit zorgt er ook voor dat je meerdere keren naar het album kunt luisteren en steeds verschillende dingen hoort.
Zo hoor je dat de twee albums die Caleb Landry Jones hebben geïnspireerd tot het maken van het album nadrukkelijk hun stempel hebben gedrukt op The Mother Stone, maar de muzikant uit Los Angeles is zeker niet blijven steken in de late jaren 60 en kan ook uit de voeten met bijvoorbeeld glamrock uit de jaren 70 en met nog veel meer.
Er zijn de afgelopen weken nogal wat albums verschenen die stevig citeren uit de catalogus van The Beatles, maar The Mother Stone van Caleb Landry Jones is met afstand de indrukwekkendste. Het is ook nog eens een imponerend stukje huisvlijt, want buiten de strijkers en de blazers speelde Caleb Landry Jones alles zelf in. The Mother Stone is naar verluidt slechts een tussendoortje voor de acteur, maar zijn debuut als muzikant is dermate indrukwekkend dat een carrièreswitch zeker aan te raden is. Erwin Zijleman
Calexico - El Mirador (2022)

4,0
1
geplaatst: 12 april 2022, 17:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Calexico - El Mirador - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Calexico - El Mirador
Calexico raakte op haar afgelopen albums wat vervreemd van de muzikale smeltkroes uit Tucson, Arizona, maar op El Mirador vloeien Americana en Mexicaanse muziek weer prachtig samen
Het heilige vuur leek het afgelopen decennium wat gedoofd bij de Amerikaanse band Calexico, maar op El Mirador brandt het weer in alle hevigheid. Toetsenist Sergio Mendoza heeft dit keer een stevige vinger in de pap en herstelt op El Mirador de balans tussen invloeden uit de Americana uit de woestijn van Arizona en alle invloeden uit de Midden-Amerikaanse en Zuid-Amerikaanse muziek. Het zorgt niet alleen voor flink wat zonnestralen, maar ook voor muziek vol inspiratie. Calexico klinkt op El Mirador als in haar jonge jaren, maar de band doet er in muzikaal opzicht ook nog een schepje bovenop en levert, toch wel wat onverwacht, een van haar betere albums af.
Ik ben het afgelopen decennium wat uitgekeken geraakt op de muziek van de Amerikaanse band Calexico. De band uit Tucson, Arizona, debuteerde alweer vijfentwintig jaar geleden en maakte met name op haar eerste albums indruk met een bijzondere mix van Americana en invloeden uit de Midden-Amerikaanse en Zuid-Amerikaanse muziek. Die laatste invloeden verdwenen helaas langzaam maar zeker steeds meer naar de achtergrond, waardoor de muziek van Calexico wat mij betreft minder onderscheidend werd.
Onlangs hoorde ik wel weer wat van de magie van het oude Calexico op Sinner’s Shrine van de Schotse muzikant Dean Owens, die in de studio in Tucson onder andere gezelschap kreeg van Calexico voormannen Joey Burns en John Convertino. De voormannen van de band hebben het snikhete Tucson inmiddels een groot deel van het jaar verruild voor oorden met een aangenamer klimaat, maar voor het vijftiende studioalbum van Calexico keerden ze terug naar de oude thuisbasis, waar ze neerstreken in de studio van Calexico toetsenist Sergio Mendoza, die er naast Calexico een Tex-Mex orkest op na houdt.
Sergio Mendoza heeft op El Mirador een flinke vinger in de pap, want de invloeden uit de Midden- en Zuid-Amerikaanse muziek zijn op El Mirador helemaal terug. Op het nieuwe album van Calexico horen we weer de vertrouwde mix van invloeden. De trompetten en violen zwellen weer heerlijk aan en combineren prachtig met de lome klanken van de Americana uit de woestijn in Arizona. Het is voor de Calexico fans van het eerste uur een vertrouwd geluid, al was de invloed van Sergio Mendoza nog niet eerder zo groot. Het resultaat mag er zijn. El Mirador sprankelt vanaf de eerste noten en blijft dit bijna veertig minuten doen.
Calexico heeft op El Mirador een prachtig donker geluid, dat vooral gevoed wordt door knap drumwerk van John Convertino. Joey Burns en Sergio Mendoza voegen een heel arsenaal aan instrumenten toe en tekenen onder andere voor fraaie lagen van gitaren en synths. De pedal steel mag de muziek hier en daar de kant van de Americana op duwen, terwijl de strijkers en de blazers zorgen voor de accenten uit onder andere de Mexicaanse muziek en hier en daar een vrouwenstem tekent voor de finishing touch.
In een aantal songs sleept Calexico je ver over de zuidgrens van de Verenigde Staten, maar El Mirador bevat ook een aantal songs die dicht bij de Tucson sound die ooit werd bedacht door Giant Sand voorman Howe Gelb blijven. Calexico klonk op haar laatste albums wat uitgeblust (ik vond het kerstalbum uit 2020 misschien nog wel het beste album van de band uit de afgelopen tien jaar), maar op El Mirador brandt het heilige vuur als nooit tevoren.
El Mirador is een energiek album waar lekker veel vaart in zit en door alle Mexicaanse invloeden sleurt de Amerikaanse band de zon direct mee. De zonnige verrassing van El Mirador geeft het humeur direct een boost, maar het nieuwe album van Calexico is ook een album dat bij herhaalde beluistering interessanter wordt, zeker wanneer je alle zonnestralen van de bovenlaag er even af pelt en terecht komt bij de bijzonder knap in elkaar stekende onderlagen. Ook ik heb Calexico de afgelopen jaren wel eens afgeschreven, maar El Mirador laat horen hoe voorbarig dit was. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Calexico - El Mirador - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Calexico - El Mirador
Calexico raakte op haar afgelopen albums wat vervreemd van de muzikale smeltkroes uit Tucson, Arizona, maar op El Mirador vloeien Americana en Mexicaanse muziek weer prachtig samen
Het heilige vuur leek het afgelopen decennium wat gedoofd bij de Amerikaanse band Calexico, maar op El Mirador brandt het weer in alle hevigheid. Toetsenist Sergio Mendoza heeft dit keer een stevige vinger in de pap en herstelt op El Mirador de balans tussen invloeden uit de Americana uit de woestijn van Arizona en alle invloeden uit de Midden-Amerikaanse en Zuid-Amerikaanse muziek. Het zorgt niet alleen voor flink wat zonnestralen, maar ook voor muziek vol inspiratie. Calexico klinkt op El Mirador als in haar jonge jaren, maar de band doet er in muzikaal opzicht ook nog een schepje bovenop en levert, toch wel wat onverwacht, een van haar betere albums af.
Ik ben het afgelopen decennium wat uitgekeken geraakt op de muziek van de Amerikaanse band Calexico. De band uit Tucson, Arizona, debuteerde alweer vijfentwintig jaar geleden en maakte met name op haar eerste albums indruk met een bijzondere mix van Americana en invloeden uit de Midden-Amerikaanse en Zuid-Amerikaanse muziek. Die laatste invloeden verdwenen helaas langzaam maar zeker steeds meer naar de achtergrond, waardoor de muziek van Calexico wat mij betreft minder onderscheidend werd.
Onlangs hoorde ik wel weer wat van de magie van het oude Calexico op Sinner’s Shrine van de Schotse muzikant Dean Owens, die in de studio in Tucson onder andere gezelschap kreeg van Calexico voormannen Joey Burns en John Convertino. De voormannen van de band hebben het snikhete Tucson inmiddels een groot deel van het jaar verruild voor oorden met een aangenamer klimaat, maar voor het vijftiende studioalbum van Calexico keerden ze terug naar de oude thuisbasis, waar ze neerstreken in de studio van Calexico toetsenist Sergio Mendoza, die er naast Calexico een Tex-Mex orkest op na houdt.
Sergio Mendoza heeft op El Mirador een flinke vinger in de pap, want de invloeden uit de Midden- en Zuid-Amerikaanse muziek zijn op El Mirador helemaal terug. Op het nieuwe album van Calexico horen we weer de vertrouwde mix van invloeden. De trompetten en violen zwellen weer heerlijk aan en combineren prachtig met de lome klanken van de Americana uit de woestijn in Arizona. Het is voor de Calexico fans van het eerste uur een vertrouwd geluid, al was de invloed van Sergio Mendoza nog niet eerder zo groot. Het resultaat mag er zijn. El Mirador sprankelt vanaf de eerste noten en blijft dit bijna veertig minuten doen.
Calexico heeft op El Mirador een prachtig donker geluid, dat vooral gevoed wordt door knap drumwerk van John Convertino. Joey Burns en Sergio Mendoza voegen een heel arsenaal aan instrumenten toe en tekenen onder andere voor fraaie lagen van gitaren en synths. De pedal steel mag de muziek hier en daar de kant van de Americana op duwen, terwijl de strijkers en de blazers zorgen voor de accenten uit onder andere de Mexicaanse muziek en hier en daar een vrouwenstem tekent voor de finishing touch.
In een aantal songs sleept Calexico je ver over de zuidgrens van de Verenigde Staten, maar El Mirador bevat ook een aantal songs die dicht bij de Tucson sound die ooit werd bedacht door Giant Sand voorman Howe Gelb blijven. Calexico klonk op haar laatste albums wat uitgeblust (ik vond het kerstalbum uit 2020 misschien nog wel het beste album van de band uit de afgelopen tien jaar), maar op El Mirador brandt het heilige vuur als nooit tevoren.
El Mirador is een energiek album waar lekker veel vaart in zit en door alle Mexicaanse invloeden sleurt de Amerikaanse band de zon direct mee. De zonnige verrassing van El Mirador geeft het humeur direct een boost, maar het nieuwe album van Calexico is ook een album dat bij herhaalde beluistering interessanter wordt, zeker wanneer je alle zonnestralen van de bovenlaag er even af pelt en terecht komt bij de bijzonder knap in elkaar stekende onderlagen. Ook ik heb Calexico de afgelopen jaren wel eens afgeschreven, maar El Mirador laat horen hoe voorbarig dit was. Erwin Zijleman
Calexico - Seasonal Shift (2020)

3,5
0
geplaatst: 25 december 2020, 12:29 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Calexico - Seasonal Shift - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Calexico - Seasonal Shift
Er zijn ook dit jaar weer heel veel suikerzoete en totaal overbodige kerstalbums verschenen, maar het kerstalbum van de Amerikaanse band Calexico is het beluisteren zeker waard
Calexico komt op haar kerstalbum slechts met één wat uitgekauwde kerstklassieker op de proppen en dat is ook meteen de minste track op het album. Verder gaat de band uit Arizona aan de haal met wat minder bekende kerstsongs en met stemmige songs die passen bij het seizoen. Sporadisch duikt het zo herkenbare Calexico geluid op, maar de band slaat ook een aantal nieuwe wegen in die naar meer smaken. Seasonal Shift van Calexico is zeker geen kerstklassieker, maar wel een prima album van de Amerikaanse band en een album dat het prima doet in deze donkere dagen aan het einde van het jaar.
Kerstalbums. Ook dit jaar zijn er weer flink wat verschenen, misschien zelfs wel meer dan ooit tevoren, maar veel bijzonders zat er niet tussen. Het maakt niet eens zoveel uit wie zich nog maar eens vergrijpt aan de klassieke kerstsongs, want bijna alle dit jaar verschenen kerstalbums zijn zo zoet dat het glazuur spontaan van je tanden springt.
Het is niet anders dan andere jaren, want kerstalbums die het aanhoren waard zijn, zijn zeer schaars (vorig jaar was er nog een hele aardige van Los Lobos overigens) en echte kerstklassiekers zijn nog veel schaarser, met nog altijd het briljante kerstalbum van Phil Spector als ijkpunt.
Ook dit jaar verschenen er echter wel een aantal heel redelijke kerstalbums. Vandaag aandacht voor het kerstalbum van de Amerikaanse band Calexico; vooralsnog mijn favoriete kerstalbum dit jaar.
De band uit Tucson, Arizona, heeft met Seasonal Shift een kerstalbum afgeleverd dat in ieder geval geweldig klinkt en dat het glazuur op de tanden onaangetast laat. Seasonal Shift opent met nostalgisch aandoende klanken die herinneringen aan de hoogtijdagen van The Everly Brothers en, aan 50s rock ’n roll, aan 70’s softrock en aan een vleugje The Pogues, tot de van de band bekende Mariachi trompetten opduiken en de muziek van Calexico toch weer een zuidelijk tintje krijgt.
Dat zuidelijk tintje wordt versterkt wanneer een aantal mij onbekende Mexicaanse gastmuzikanten opduiken en Calexico met haar kerstalbum toch nog stiekem dicht tegen dat van Los Lobos aan kruipt.
Seasonal Shift is onmiskenbaar een kerstalbum, maar de band uit Arizona kiest voor de afwisseling eens niet voor de geijkte kerstsongs. Het bekendste kerstliedje op het album is voor mij Happy Xmas (War Is Over) van John Lennon en dat blijft er een die ik ook na maanden kerstterreur nog prima kan verdragen, al had Calexico haar wat gezapige versie best achterwege mogen.
Verder komen er wat Mexicaanse kerstsongs voorbij en een aantal songs die vooral de sfeer van kerstmis proberen te vangen. Het zorgt ervoor dat Seasonal Shift een kerstalbum is, maar ook een album dat je prima op kunt zetten wanneer de nachten kouder en donkerder worden.
Het is ook een album dat doet uitzien naar een volgend album van Calexico, want de band slaat af en toe bijzondere wegen in. Zo smaakt de samenwerking met de Nigeriaanse Toeareg gitarist Bombino naar veel meer en zo zijn er meer wendingen in het Calexico geluid die ook buiten een kerstalbum best eens verder mogen uitgewerkt.
Het gaat wat te ver om Seasonal Shift van Calexico nu al uit te roepen tot kerstklassieker, maar ik durf het al wel een prima Calexico album te noemen en hiermee onderscheidt de band uit Tucson, Arizona, zich van vrijwel alle andere muzikanten die dit jaar een kerstalbum hebben afgeleverd. Niets om heel druk over te doen, maar ik heb ze in het kerstgenre niet veel beter gehoord dit jaar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Calexico - Seasonal Shift - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Calexico - Seasonal Shift
Er zijn ook dit jaar weer heel veel suikerzoete en totaal overbodige kerstalbums verschenen, maar het kerstalbum van de Amerikaanse band Calexico is het beluisteren zeker waard
Calexico komt op haar kerstalbum slechts met één wat uitgekauwde kerstklassieker op de proppen en dat is ook meteen de minste track op het album. Verder gaat de band uit Arizona aan de haal met wat minder bekende kerstsongs en met stemmige songs die passen bij het seizoen. Sporadisch duikt het zo herkenbare Calexico geluid op, maar de band slaat ook een aantal nieuwe wegen in die naar meer smaken. Seasonal Shift van Calexico is zeker geen kerstklassieker, maar wel een prima album van de Amerikaanse band en een album dat het prima doet in deze donkere dagen aan het einde van het jaar.
Kerstalbums. Ook dit jaar zijn er weer flink wat verschenen, misschien zelfs wel meer dan ooit tevoren, maar veel bijzonders zat er niet tussen. Het maakt niet eens zoveel uit wie zich nog maar eens vergrijpt aan de klassieke kerstsongs, want bijna alle dit jaar verschenen kerstalbums zijn zo zoet dat het glazuur spontaan van je tanden springt.
Het is niet anders dan andere jaren, want kerstalbums die het aanhoren waard zijn, zijn zeer schaars (vorig jaar was er nog een hele aardige van Los Lobos overigens) en echte kerstklassiekers zijn nog veel schaarser, met nog altijd het briljante kerstalbum van Phil Spector als ijkpunt.
Ook dit jaar verschenen er echter wel een aantal heel redelijke kerstalbums. Vandaag aandacht voor het kerstalbum van de Amerikaanse band Calexico; vooralsnog mijn favoriete kerstalbum dit jaar.
De band uit Tucson, Arizona, heeft met Seasonal Shift een kerstalbum afgeleverd dat in ieder geval geweldig klinkt en dat het glazuur op de tanden onaangetast laat. Seasonal Shift opent met nostalgisch aandoende klanken die herinneringen aan de hoogtijdagen van The Everly Brothers en, aan 50s rock ’n roll, aan 70’s softrock en aan een vleugje The Pogues, tot de van de band bekende Mariachi trompetten opduiken en de muziek van Calexico toch weer een zuidelijk tintje krijgt.
Dat zuidelijk tintje wordt versterkt wanneer een aantal mij onbekende Mexicaanse gastmuzikanten opduiken en Calexico met haar kerstalbum toch nog stiekem dicht tegen dat van Los Lobos aan kruipt.
Seasonal Shift is onmiskenbaar een kerstalbum, maar de band uit Arizona kiest voor de afwisseling eens niet voor de geijkte kerstsongs. Het bekendste kerstliedje op het album is voor mij Happy Xmas (War Is Over) van John Lennon en dat blijft er een die ik ook na maanden kerstterreur nog prima kan verdragen, al had Calexico haar wat gezapige versie best achterwege mogen.
Verder komen er wat Mexicaanse kerstsongs voorbij en een aantal songs die vooral de sfeer van kerstmis proberen te vangen. Het zorgt ervoor dat Seasonal Shift een kerstalbum is, maar ook een album dat je prima op kunt zetten wanneer de nachten kouder en donkerder worden.
Het is ook een album dat doet uitzien naar een volgend album van Calexico, want de band slaat af en toe bijzondere wegen in. Zo smaakt de samenwerking met de Nigeriaanse Toeareg gitarist Bombino naar veel meer en zo zijn er meer wendingen in het Calexico geluid die ook buiten een kerstalbum best eens verder mogen uitgewerkt.
Het gaat wat te ver om Seasonal Shift van Calexico nu al uit te roepen tot kerstklassieker, maar ik durf het al wel een prima Calexico album te noemen en hiermee onderscheidt de band uit Tucson, Arizona, zich van vrijwel alle andere muzikanten die dit jaar een kerstalbum hebben afgeleverd. Niets om heel druk over te doen, maar ik heb ze in het kerstgenre niet veel beter gehoord dit jaar. Erwin Zijleman
Calicos - Sugarcoat It (2024)

4,0
0
geplaatst: 28 november 2024, 20:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Calicos - Sugercoat It - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Calicos - Sugercoat It
De Belgische band Calicos leverde in de lente van 2021 een uitstekend debuutalbum af en overtreft dat deze week met het weer net wat anders klinkende maar wederom heel erg goede Sugercoat It
België gooit er in de laatste weken van 2024 nog een indrukwekkend aantal prachtalbums tegenaan. De meest recente van het stel komt van Calicos uit Antwerpen, dat in 2021 als The Calicos ook al flink wat indruk maakte. De Belgische band verwerkt ook op haar tweede album weer uiteenlopende invloeden en heeft deze gegoten in melodieuze en bijzonder lekker in het gehoor liggende popsongs. De band kruipt af en toe dicht tegen de indierock aan, maar kan ook uit de voeten met roots en pop. Net als zijn voorganger maakt Sugercoat It makkelijk indruk, maar het is ook een album dat nog lang leuker en interessanter wordt. Het debuutalbum van de band kreeg positieve kritieken en dat verdient deze opvolger ook.
Het is alweer drieënhalf jaar geleden dat de Belgische band The Calicos debuteerde met het uitstekende The Soft Landing. Het is een album dat ik in de lente van 2021 als volgt aanprees: “The Calicos strooit op haar debuutalbum driftig met prachtig melodieuze popliedjes met invloeden uit de pop, rock en roots. Het zijn popliedjes die de zon aangenaam laten schijnen, maar het zijn ook popliedjes waarin de spanning vaak fraai wordt opgebouwd. In muzikaal opzicht is het smullen, maar ook in vocaal opzicht maakt de Belgische band makkelijk indruk”.
Het zijn woorden waar ik nog steeds volledig achter sta, want toen ik The Soft Landing eerder deze week weer eens beluisterde, was ik direct weer onder de indruk van het album. The Calicos kwam in 2021 zeker niet uit de lucht vallen, wamt drie jaar eerder sleepte de band uit Antwerpen de beker van de prestigieuze Humo’s Rock Rally binnen en dat is alleen de smaakmakers binnen de Belgische muziekscene gegeven.
De Belgische band is de afgelopen jaren het voorvoegsel “The” kennelijk kwijtgeraakt en noemt zich nu Calicos. Met Sugercoat It is deze week het tweede album van de band verschenen en na een paar keer horen durf ik wel te zeggen dat het nieuwe album minstens net zo goed of misschien zelfs nog wel beter is dan het zo goede debuutalbum.
Het is een album waarop de band uit Antwerpen de hoeveelheid invloeden uit de rootsmuziek wat heeft teruggeschroefd en is opgeschoven richting de indierock en pop. Het geluid klinkt nog wat voller door met enige regelmaat een prominentere rol voor synths, maar ook Sugercoat It is een zeer sfeervol klinkend album.
Qua ingrediënten is het tweede album van Calicos minder ver verwijderd van het debuutalbum. Ook Sugercoat It valt op door een fraaie productie (van de onder andere van Isolde Lasoen en BLUAI bekende Tobie Speleman), door een rijk geluid waarin zowel gitaren als synths het voortouw nemen, door heerlijk melodieuze songs die zich direct makkelijk opdringen en door de prima zang van Quinten Vermaelen.
In muzikaal opzicht zit het allemaal weer knap in elkaar, maar het geluid van Calicos slaat zich ook als een heerlijk warme deken om je heen. Met name de naar indierock neigende songs met wat meer dynamiek doen we voorzichtig aan Radiohead denken, maar Calicos kan ook nog altijd vermaken met lekker in het gehoor liggende pop (met hier en daar een 80s tintje), softrock of een vleugje roots. Op het debuutalbum viel de Belgische band op met af en toe lekker stevig gitaarwerk en dat duikt ook op Sugercoat It met enige regelmaat op. Het uitstekende gitaarwerk wordt hier en daar verdreven door synths, maar ook dat levert een aantrekkelijk geluid op.
In mijn recensie van het debuutalbum van (The) Calicos schreef ik dat het niveau van de songs ver boven het gemiddelde niveau op een debuutalbum lag en dat hoge niveau heeft de band uit Antwerpen vastgehouden op haar tweede album, dat vol staat met popsongs die zich direct in het geheugen nestelen en die nog lang leuker en interessanter worden. Ik weet niet wat er momenteel in België in het water zit, want met de nieuwe albums van Sylvie Kreusch, Isaac Roux, Warhaus en nu Calicos komen er opeens wel heel veel prachtalbums van onze Zuiderburen. Ook Sugarcoat It van Calicos is wat mij betreft een blijvertje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Calicos - Sugercoat It - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Calicos - Sugercoat It
De Belgische band Calicos leverde in de lente van 2021 een uitstekend debuutalbum af en overtreft dat deze week met het weer net wat anders klinkende maar wederom heel erg goede Sugercoat It
België gooit er in de laatste weken van 2024 nog een indrukwekkend aantal prachtalbums tegenaan. De meest recente van het stel komt van Calicos uit Antwerpen, dat in 2021 als The Calicos ook al flink wat indruk maakte. De Belgische band verwerkt ook op haar tweede album weer uiteenlopende invloeden en heeft deze gegoten in melodieuze en bijzonder lekker in het gehoor liggende popsongs. De band kruipt af en toe dicht tegen de indierock aan, maar kan ook uit de voeten met roots en pop. Net als zijn voorganger maakt Sugercoat It makkelijk indruk, maar het is ook een album dat nog lang leuker en interessanter wordt. Het debuutalbum van de band kreeg positieve kritieken en dat verdient deze opvolger ook.
Het is alweer drieënhalf jaar geleden dat de Belgische band The Calicos debuteerde met het uitstekende The Soft Landing. Het is een album dat ik in de lente van 2021 als volgt aanprees: “The Calicos strooit op haar debuutalbum driftig met prachtig melodieuze popliedjes met invloeden uit de pop, rock en roots. Het zijn popliedjes die de zon aangenaam laten schijnen, maar het zijn ook popliedjes waarin de spanning vaak fraai wordt opgebouwd. In muzikaal opzicht is het smullen, maar ook in vocaal opzicht maakt de Belgische band makkelijk indruk”.
Het zijn woorden waar ik nog steeds volledig achter sta, want toen ik The Soft Landing eerder deze week weer eens beluisterde, was ik direct weer onder de indruk van het album. The Calicos kwam in 2021 zeker niet uit de lucht vallen, wamt drie jaar eerder sleepte de band uit Antwerpen de beker van de prestigieuze Humo’s Rock Rally binnen en dat is alleen de smaakmakers binnen de Belgische muziekscene gegeven.
De Belgische band is de afgelopen jaren het voorvoegsel “The” kennelijk kwijtgeraakt en noemt zich nu Calicos. Met Sugercoat It is deze week het tweede album van de band verschenen en na een paar keer horen durf ik wel te zeggen dat het nieuwe album minstens net zo goed of misschien zelfs nog wel beter is dan het zo goede debuutalbum.
Het is een album waarop de band uit Antwerpen de hoeveelheid invloeden uit de rootsmuziek wat heeft teruggeschroefd en is opgeschoven richting de indierock en pop. Het geluid klinkt nog wat voller door met enige regelmaat een prominentere rol voor synths, maar ook Sugercoat It is een zeer sfeervol klinkend album.
Qua ingrediënten is het tweede album van Calicos minder ver verwijderd van het debuutalbum. Ook Sugercoat It valt op door een fraaie productie (van de onder andere van Isolde Lasoen en BLUAI bekende Tobie Speleman), door een rijk geluid waarin zowel gitaren als synths het voortouw nemen, door heerlijk melodieuze songs die zich direct makkelijk opdringen en door de prima zang van Quinten Vermaelen.
In muzikaal opzicht zit het allemaal weer knap in elkaar, maar het geluid van Calicos slaat zich ook als een heerlijk warme deken om je heen. Met name de naar indierock neigende songs met wat meer dynamiek doen we voorzichtig aan Radiohead denken, maar Calicos kan ook nog altijd vermaken met lekker in het gehoor liggende pop (met hier en daar een 80s tintje), softrock of een vleugje roots. Op het debuutalbum viel de Belgische band op met af en toe lekker stevig gitaarwerk en dat duikt ook op Sugercoat It met enige regelmaat op. Het uitstekende gitaarwerk wordt hier en daar verdreven door synths, maar ook dat levert een aantrekkelijk geluid op.
In mijn recensie van het debuutalbum van (The) Calicos schreef ik dat het niveau van de songs ver boven het gemiddelde niveau op een debuutalbum lag en dat hoge niveau heeft de band uit Antwerpen vastgehouden op haar tweede album, dat vol staat met popsongs die zich direct in het geheugen nestelen en die nog lang leuker en interessanter worden. Ik weet niet wat er momenteel in België in het water zit, want met de nieuwe albums van Sylvie Kreusch, Isaac Roux, Warhaus en nu Calicos komen er opeens wel heel veel prachtalbums van onze Zuiderburen. Ook Sugarcoat It van Calicos is wat mij betreft een blijvertje. Erwin Zijleman
Califone - Villagers (2023)

4,5
0
geplaatst: 30 mei 2023, 19:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Califone - villagers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Califone - villagers
De Amerikaanse band Califone bestaat al ruim 25 jaar en heeft een aantal geweldige albums gemaakt, maar met het wonderschone en intrigerende villagers overtreft de band zichzelf en verdient het louter superlatieven
Califone is zo’n band waarvan ik de naam al heel lang ken en na lang graven misschien ook wel wat muziek naar boven komt, maar echt vooraan in het geheugen zat de band nooit. Het onlangs verschenen villagers had ik dan ook niet opgemerkt, totdat het Britse muziektijdschrift Uncut het album stevig bewierookte. Dat is volkomen terecht, want villagers is een prachtig album, waarop Califone grossiert in prachtige songs, maar ook in songs die continu dingen doen die je niet had verwacht. De muziek van de band laat zich niet makkelijk in een hokje duwen, maar moet ondanks het experiment een breed publiek kunnen aanspreken. villagers van Califone is een prachtplaat. Punt.
Voor de muziek van de Amerikaanse band Califone moest ik flink graven in het geheugen. Ik heb drie van de eerste vijf albums van de band (Roomsound uit 2001, Quicksand/Cradlesnakes uit 2003 en Heron King Blues uit 2004) in de kast staan, maar hierna ben ik de band, die ooit werd geformeerd in Chicago, Illinois, maar inmiddels al een tijd gevestigd is in Los Angeles, California, volledig uit het oog verloren.
De band is niet altijd even productief geweest, maar met het onlangs verschenen villagers (geen hoofdletters) staat de teller toch op tien albums. In mijn beleving was Califone vooral een alt-country band, maar nu ik weer wat dieper in het oeuvre van de Amerikaanse band ben gedoken weet ik dat je Califone hiermee flink tekort doet. Ik had niet veel herinneringen aan de vroege albums van Califone, maar het zijn echt geweldige albums, die zich geen moment op een genre laten vastpinnen.
Aanleiding om wat dieper in het oeuvre van Califone te duiken was de release van villagers, dat in eerste instantie aan mijn aandacht was ontsnapt, maar waar ik heel nieuwsgierig naar werd toen het Britse muziektijdschrift Uncut het album tot album van de maand bestempelde in de meest recente uitgave van het prachtige tijdschrift. Sindsdien ben ik behoorlijk onder de indruk van meerdere vroege albums van de band en zeker van het deze maand verschenen villagers.
In Califone draait alles om Tim Rutili, die voor Califone de band Red Red Meat aanvoerde. De Amerikaanse muzikant werkt al heel wat jaren met een vaste groep muzikanten en die zijn ook op villagers weer van de partij. Met villagers heeft de band een album gemaakt dat anders klinkt dan de vorige albums van de band, die ook stuk voor stuk verschillende richtingen verkende.
Op het nieuwe album van Califone lijkt Tim Rutili zich vooral hebben laten beïnvloeden door popmuziek uit de jaren 70. Bij beluistering van het album moest ik af en toe aan David Bowie denken en af en toe aan Roxy Music, maar vergelijkingen zijn in het geval van Califone meestal onzinnig. De vergelijking met David Bowie en Roxy Music kwam vooral op door het bijzondere gebruik van de saxofoon in de openingstrack, maar als deze in de tweede track schittert door afwezigheid heb ik opeens associaties met de muziek van Talk Talk, al is ook dat een vergelijking die niet heel stand houdt.
De echo’s uit de jaren 70 en af en toe de jaren 80 zijn hardnekkiger, al voegt Califone ook wat vervreemdende elektronica toe die alleen uit het heden kan komen. villagers is subtiele roller coaster ride van drie kwartier. Compleet over de kop gaat het nergens, maar vaste grond onder de voeten heb je ook niet.
Het album wordt hier en daar omschreven als 70s softrock, maar het is wel 70s softrock die is volgestopt met avontuurlijke accenten, waardoor er geen moment tijd is om achterover te leunen. Direct bij de eerste keer horen begreep ik wel waarom Uncut zo positief is over dit album, maar villagers wordt alleen maar beter en interessanter en ondertussen is het ook gewoon een buitengewoon aangenaam album.
Califone is de cultstatus de afgelopen vijfentwintig jaar nooit echt ontgroeid, wat bijzonder is als je je bedenkt wat een geweldige albums de band op haar naam heeft staan. Hopelijk is de steun van Uncut voldoende om de band nu wel onder de aandacht te brengen van een breder publiek, want villagers is een klassieker in de dop. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Califone - villagers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Califone - villagers
De Amerikaanse band Califone bestaat al ruim 25 jaar en heeft een aantal geweldige albums gemaakt, maar met het wonderschone en intrigerende villagers overtreft de band zichzelf en verdient het louter superlatieven
Califone is zo’n band waarvan ik de naam al heel lang ken en na lang graven misschien ook wel wat muziek naar boven komt, maar echt vooraan in het geheugen zat de band nooit. Het onlangs verschenen villagers had ik dan ook niet opgemerkt, totdat het Britse muziektijdschrift Uncut het album stevig bewierookte. Dat is volkomen terecht, want villagers is een prachtig album, waarop Califone grossiert in prachtige songs, maar ook in songs die continu dingen doen die je niet had verwacht. De muziek van de band laat zich niet makkelijk in een hokje duwen, maar moet ondanks het experiment een breed publiek kunnen aanspreken. villagers van Califone is een prachtplaat. Punt.
Voor de muziek van de Amerikaanse band Califone moest ik flink graven in het geheugen. Ik heb drie van de eerste vijf albums van de band (Roomsound uit 2001, Quicksand/Cradlesnakes uit 2003 en Heron King Blues uit 2004) in de kast staan, maar hierna ben ik de band, die ooit werd geformeerd in Chicago, Illinois, maar inmiddels al een tijd gevestigd is in Los Angeles, California, volledig uit het oog verloren.
De band is niet altijd even productief geweest, maar met het onlangs verschenen villagers (geen hoofdletters) staat de teller toch op tien albums. In mijn beleving was Califone vooral een alt-country band, maar nu ik weer wat dieper in het oeuvre van de Amerikaanse band ben gedoken weet ik dat je Califone hiermee flink tekort doet. Ik had niet veel herinneringen aan de vroege albums van Califone, maar het zijn echt geweldige albums, die zich geen moment op een genre laten vastpinnen.
Aanleiding om wat dieper in het oeuvre van Califone te duiken was de release van villagers, dat in eerste instantie aan mijn aandacht was ontsnapt, maar waar ik heel nieuwsgierig naar werd toen het Britse muziektijdschrift Uncut het album tot album van de maand bestempelde in de meest recente uitgave van het prachtige tijdschrift. Sindsdien ben ik behoorlijk onder de indruk van meerdere vroege albums van de band en zeker van het deze maand verschenen villagers.
In Califone draait alles om Tim Rutili, die voor Califone de band Red Red Meat aanvoerde. De Amerikaanse muzikant werkt al heel wat jaren met een vaste groep muzikanten en die zijn ook op villagers weer van de partij. Met villagers heeft de band een album gemaakt dat anders klinkt dan de vorige albums van de band, die ook stuk voor stuk verschillende richtingen verkende.
Op het nieuwe album van Califone lijkt Tim Rutili zich vooral hebben laten beïnvloeden door popmuziek uit de jaren 70. Bij beluistering van het album moest ik af en toe aan David Bowie denken en af en toe aan Roxy Music, maar vergelijkingen zijn in het geval van Califone meestal onzinnig. De vergelijking met David Bowie en Roxy Music kwam vooral op door het bijzondere gebruik van de saxofoon in de openingstrack, maar als deze in de tweede track schittert door afwezigheid heb ik opeens associaties met de muziek van Talk Talk, al is ook dat een vergelijking die niet heel stand houdt.
De echo’s uit de jaren 70 en af en toe de jaren 80 zijn hardnekkiger, al voegt Califone ook wat vervreemdende elektronica toe die alleen uit het heden kan komen. villagers is subtiele roller coaster ride van drie kwartier. Compleet over de kop gaat het nergens, maar vaste grond onder de voeten heb je ook niet.
Het album wordt hier en daar omschreven als 70s softrock, maar het is wel 70s softrock die is volgestopt met avontuurlijke accenten, waardoor er geen moment tijd is om achterover te leunen. Direct bij de eerste keer horen begreep ik wel waarom Uncut zo positief is over dit album, maar villagers wordt alleen maar beter en interessanter en ondertussen is het ook gewoon een buitengewoon aangenaam album.
Califone is de cultstatus de afgelopen vijfentwintig jaar nooit echt ontgroeid, wat bijzonder is als je je bedenkt wat een geweldige albums de band op haar naam heeft staan. Hopelijk is de steun van Uncut voldoende om de band nu wel onder de aandacht te brengen van een breder publiek, want villagers is een klassieker in de dop. Erwin Zijleman
Cam - All Things Light (2025)

4,0
0
geplaatst: 27 juli 2025, 15:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Cam - All Things Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cam - All Things Light
De Amerikaanse muzikante Cam speelde de afgelopen jaren een grote rol achter de schermen in Nashville, maar laat met haar derde soloalbum All Things Light horen dat ze ook met haar eigen albums flink wat indruk kan maken
In Nashville weten ze het al lang, Cameron Ochs, beter bekend als Cam, is een geweldige songwriter. Die geweldige songs schreef ze de afgelopen jaren vooral voor anderen, maar met het uitstekende All Things Light eist Cam haar eigen plekje in de spotlights op. Het derde album van Cam is geen countryalbum en ook geen countrypopalbum, maar een album waarop invloeden uit de country, folk en pop prachtig samenvloeien. In muzikaal en productioneel opzicht klinkt All Things Light verzorgd maar ook eigenzinnig en ook met haar zang weet Cam de juiste snaar te raken. Ik heb zomaar het idee dat Cam dit jaar een flinke sprong gaat maken. Het zou zeer verdiend zijn.
Toen ik tien jaar geleden Untamed, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Cam, besprak op de krenten uit de pop, was countrypop voor mij nog vooral een ‘guilty pleasure’. Desondanks was ik best onder de indruk van het album, dat liet horen dat Cam destijds bovengemiddeld goede songs schreef en beschikte over een stem die gemaakt is voor het genre.
De afgelopen jaren ben ik totaal anders over countrypop gaan denken en is het al lang geen ‘guilty pleasure’ meer. Countrypop albums doken de afgelopen jaren hoog op in mijn jaarlijstjes en nieuwe albums in het genre kunnen absoluut rekenen op mijn aandacht. En daarom was ik ook benieuwd naar het deze week verschenen All Things Light van Cam.
Het is het derde album van Cam, overigens het alter ego van Camaron Ochs, en volgt op het in 2020 verschenen The Otherside, dat verscheen voordat mijn zwak voor countrypop groeide en dat ik daarom niet heb beluisterd, maar Untamed zat kennelijk nog ergens in het geheugen.
Cam lijkt met drie albums in tien jaar tijd niet overdreven productief, maar ze is ook actief als songwriter, producer en achtergrondzangeres en speelde bijvoorbeeld een zeer voorname rol op Beyoncé’s ‘countryalbum’ Cowboy Carter, dat ik zelf nog altijd een heel matig album vind, en schreef bovendien songs voor Miley Cyrus. All Things Light valt me zeker niet tegen, want wat is het derde album van Cam een goed album.
Het is een album dat gezien het verleden van de muzikante uit Californië, makkelijk in het hokje countrypop zal worden geduwd en dat deed ik op voorhand ook zelf, maar ik vind het geen moment een typisch countrypop album. Cam verwerkt op haar nieuwe album absoluut invloeden uit de country en de pop, maar blijft ver verwijderd van het gangbare countrypop geluid uit Nashville en overstijgt wat mij betreft genres.
Dat hoor je zeker in de muziek op het album, die geen moment kiest voor de geijkte patronen. Het is knap hoe Cam invloeden uit de country, folk, pop en rock samen laat komen in een zeer smaakvol geluid. Het is een geluid dat in de basis subtiel is, maar dat ook verrassend vol kan klinken.
De folky gitaarlijnen op het album klinken bijzonder en geven de songs van Cam een intiem karakter, wat wordt versterkt wanneer de Amerikaanse muzikante vooral ingetogen zingt. Er zit echter veel dynamiek in de songs van Cam, die het hele palet van ingetogen folk en country tot en met vol klinkende pop bestrijkt.
De zang van de Amerikaanse muzikante klinkt mooier dan op het album dat ik tien jaar geleden besprak. Cam beschikte toen over een stem die leek gemaakt voor de countrypop die ze toen maakte, maar de zang op All Things Light is een stuk indrukwekkender en kan in meerdere genres uit de voeten. Het levert samen met een prachtige productie een album op dat op bijzondere wijze invloeden uit meerdere genres en invloeden uit verschillende tijden combineert.
Je hoort goed dat Cam heeft gewerkt met grote muzikanten, want All Things Light klinkt als een album van een gelouterde muzikante. Het is een muzikante die op haar nieuwe album niet alleen een knap geluid neerzet, maar het is ook een geluid dat afwijkt van alles dat er momenteel in Nashville wordt gemaakt. In de recensies die zijn verschenen van het album wordt zeer positief geschreven over het derde album van Cam en dat is volkomen terecht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Cam - All Things Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Cam - All Things Light
De Amerikaanse muzikante Cam speelde de afgelopen jaren een grote rol achter de schermen in Nashville, maar laat met haar derde soloalbum All Things Light horen dat ze ook met haar eigen albums flink wat indruk kan maken
In Nashville weten ze het al lang, Cameron Ochs, beter bekend als Cam, is een geweldige songwriter. Die geweldige songs schreef ze de afgelopen jaren vooral voor anderen, maar met het uitstekende All Things Light eist Cam haar eigen plekje in de spotlights op. Het derde album van Cam is geen countryalbum en ook geen countrypopalbum, maar een album waarop invloeden uit de country, folk en pop prachtig samenvloeien. In muzikaal en productioneel opzicht klinkt All Things Light verzorgd maar ook eigenzinnig en ook met haar zang weet Cam de juiste snaar te raken. Ik heb zomaar het idee dat Cam dit jaar een flinke sprong gaat maken. Het zou zeer verdiend zijn.
Toen ik tien jaar geleden Untamed, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Cam, besprak op de krenten uit de pop, was countrypop voor mij nog vooral een ‘guilty pleasure’. Desondanks was ik best onder de indruk van het album, dat liet horen dat Cam destijds bovengemiddeld goede songs schreef en beschikte over een stem die gemaakt is voor het genre.
De afgelopen jaren ben ik totaal anders over countrypop gaan denken en is het al lang geen ‘guilty pleasure’ meer. Countrypop albums doken de afgelopen jaren hoog op in mijn jaarlijstjes en nieuwe albums in het genre kunnen absoluut rekenen op mijn aandacht. En daarom was ik ook benieuwd naar het deze week verschenen All Things Light van Cam.
Het is het derde album van Cam, overigens het alter ego van Camaron Ochs, en volgt op het in 2020 verschenen The Otherside, dat verscheen voordat mijn zwak voor countrypop groeide en dat ik daarom niet heb beluisterd, maar Untamed zat kennelijk nog ergens in het geheugen.
Cam lijkt met drie albums in tien jaar tijd niet overdreven productief, maar ze is ook actief als songwriter, producer en achtergrondzangeres en speelde bijvoorbeeld een zeer voorname rol op Beyoncé’s ‘countryalbum’ Cowboy Carter, dat ik zelf nog altijd een heel matig album vind, en schreef bovendien songs voor Miley Cyrus. All Things Light valt me zeker niet tegen, want wat is het derde album van Cam een goed album.
Het is een album dat gezien het verleden van de muzikante uit Californië, makkelijk in het hokje countrypop zal worden geduwd en dat deed ik op voorhand ook zelf, maar ik vind het geen moment een typisch countrypop album. Cam verwerkt op haar nieuwe album absoluut invloeden uit de country en de pop, maar blijft ver verwijderd van het gangbare countrypop geluid uit Nashville en overstijgt wat mij betreft genres.
Dat hoor je zeker in de muziek op het album, die geen moment kiest voor de geijkte patronen. Het is knap hoe Cam invloeden uit de country, folk, pop en rock samen laat komen in een zeer smaakvol geluid. Het is een geluid dat in de basis subtiel is, maar dat ook verrassend vol kan klinken.
De folky gitaarlijnen op het album klinken bijzonder en geven de songs van Cam een intiem karakter, wat wordt versterkt wanneer de Amerikaanse muzikante vooral ingetogen zingt. Er zit echter veel dynamiek in de songs van Cam, die het hele palet van ingetogen folk en country tot en met vol klinkende pop bestrijkt.
De zang van de Amerikaanse muzikante klinkt mooier dan op het album dat ik tien jaar geleden besprak. Cam beschikte toen over een stem die leek gemaakt voor de countrypop die ze toen maakte, maar de zang op All Things Light is een stuk indrukwekkender en kan in meerdere genres uit de voeten. Het levert samen met een prachtige productie een album op dat op bijzondere wijze invloeden uit meerdere genres en invloeden uit verschillende tijden combineert.
Je hoort goed dat Cam heeft gewerkt met grote muzikanten, want All Things Light klinkt als een album van een gelouterde muzikante. Het is een muzikante die op haar nieuwe album niet alleen een knap geluid neerzet, maar het is ook een geluid dat afwijkt van alles dat er momenteel in Nashville wordt gemaakt. In de recensies die zijn verschenen van het album wordt zeer positief geschreven over het derde album van Cam en dat is volkomen terecht. Erwin Zijleman
Cam - Untamed (2015)

3,5
1
geplaatst: 30 december 2015, 10:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cam - Untamed - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik weet niet meer welk country jaarlijstje het was, maar ik weet nog wel dat Untamed van Cam bovenaan stond.
Toen ik de plaat had opgezocht in Spotify kon ik me na het bekijken van de cover maar moeilijk voorstellen dat deze plaat de prachtplaten van onder andere Kacey Musgraves, Chris Stapleton en Ashley Monroe had verslagen. Een typisch geval van ‘Don’t judge a book by it’s cover’, want deze Cam kan wel wat.
Cam is het alter ego van de in California opgegroeide Camaron Ochs. Dat is geen staat die ik direct associeer met countrymuziek, maar dat is wel het genre waarin Cam zich beweegt.
Helemaal nieuw in de muziek is Cam overigens niet, want de afgelopen jaren profileerde ze zich al als songwriter en schreef ze onder andere songs voor Miley Cyrus. Ook op Untamed laat Cam horen dat ze het schrijven van songs prima beheerst. De songs op Untamed liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar het zijn zeker niet de niemendalletjes die in een groot deel van de Nashville country gemeengoed zijn.
Cam laat op haar debuut horen dat ze zowel in uptempo songs als in ballads uitstekend uit de voeten kan. Haar songs zijn zeer smaakvol gearrangeerd en vakkundig geproduceerd. Natuurlijk is het een productie zonder al teveel scherpe kantjes, maar ik hoor het uit Nashville wel eens gepolijster.
Cam schrijft niet alleen prima songs, maar blijft ook als zangeres makkelijk overeind. Ze kan uitstekend uit de voeten in songs met een lichte country snik, maar overtuigt net zo makkelijk in songs met meer invloeden uit de West Coast popmuziek, die er eveneens aan bijdragen dat deze plaat beter is dan de gemiddelde plaat uit Nashville.
Net als de onlangs besproken plaat van Maddie & Tae is het een plaat die het ongetwijfeld geweldig zal doen op de Amerikaanse countrystations, maar ik kan er persoonlijk ook goed mee uit de voeten. Cam heeft een plaat gemaakt vol knap in elkaar stekende countrysongs, die met speels gemak boven de grijze massa uitsteken. Het klinkt bijzonder lekker, maar het heeft ook inhoud. Prima plaat! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cam - Untamed - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik weet niet meer welk country jaarlijstje het was, maar ik weet nog wel dat Untamed van Cam bovenaan stond.
Toen ik de plaat had opgezocht in Spotify kon ik me na het bekijken van de cover maar moeilijk voorstellen dat deze plaat de prachtplaten van onder andere Kacey Musgraves, Chris Stapleton en Ashley Monroe had verslagen. Een typisch geval van ‘Don’t judge a book by it’s cover’, want deze Cam kan wel wat.
Cam is het alter ego van de in California opgegroeide Camaron Ochs. Dat is geen staat die ik direct associeer met countrymuziek, maar dat is wel het genre waarin Cam zich beweegt.
Helemaal nieuw in de muziek is Cam overigens niet, want de afgelopen jaren profileerde ze zich al als songwriter en schreef ze onder andere songs voor Miley Cyrus. Ook op Untamed laat Cam horen dat ze het schrijven van songs prima beheerst. De songs op Untamed liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar het zijn zeker niet de niemendalletjes die in een groot deel van de Nashville country gemeengoed zijn.
Cam laat op haar debuut horen dat ze zowel in uptempo songs als in ballads uitstekend uit de voeten kan. Haar songs zijn zeer smaakvol gearrangeerd en vakkundig geproduceerd. Natuurlijk is het een productie zonder al teveel scherpe kantjes, maar ik hoor het uit Nashville wel eens gepolijster.
Cam schrijft niet alleen prima songs, maar blijft ook als zangeres makkelijk overeind. Ze kan uitstekend uit de voeten in songs met een lichte country snik, maar overtuigt net zo makkelijk in songs met meer invloeden uit de West Coast popmuziek, die er eveneens aan bijdragen dat deze plaat beter is dan de gemiddelde plaat uit Nashville.
Net als de onlangs besproken plaat van Maddie & Tae is het een plaat die het ongetwijfeld geweldig zal doen op de Amerikaanse countrystations, maar ik kan er persoonlijk ook goed mee uit de voeten. Cam heeft een plaat gemaakt vol knap in elkaar stekende countrysongs, die met speels gemak boven de grijze massa uitsteken. Het klinkt bijzonder lekker, maar het heeft ook inhoud. Prima plaat! Erwin Zijleman
Camel - Nude (1981)

4,0
2
geplaatst: 26 november 2023, 20:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Camel - Nude (1981) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Camel - Nude (1981)
De Britse band Camel moderniseerde haar geluid vanaf het eind van de jaren 70, wat in 1981 resulteerde in het fraaie conceptalbum Nude, dat gelukkig weer beschikbaar is in fysieke en digitale vorm
De Britse band Camel stond in de jaren 70 wat in de schaduw van de grote symfonische rockbands, maar deed met haar albums zeker niet onder voor de grote bands in het genre. Net als deze bands moderniseerde Camel haar geluid vanaf het eind van de jaren 70 en deed dat, zeker achteraf bezien op prachtige wijze. Ik was aan het begin van de jaren 80 vooral gecharmeerd van Nude uit 1981 en het conceptalbum, dat deze week gelukkig weer opdook op de streaming media diensten, heeft de tand des tijds wat mij betreft verrassend goed doorstaan en doet zeker niet onder voor de door symfonische rock beïnvloede albums die destijds door de concurrentie werden gemaakt.
Aan het begin van de jaren 80 begon mijn muzieksmaak wat te verbreden, maar hield ik nog vooral van de breed uitgesponnen symfonische rock uit de jaren 70. De bands die verantwoordelijk waren voor deze muziek waren aan het begin van de jaren 80 overigens zelf al nadrukkelijk de grenzen van het genre aan het opzoeken. Een van de bands die hier achteraf bezien het best in slaagde was de Britse band Camel.
De band rond gitarist en zanger Andrew Latimer maakte halverwege de jaren 70 nog grootse en meeslepende symfonische rock op albums als Snowgoose en Moonmadness, maar koos op het in 1978 verschenen Breathless voor een lichtvoetiger geluid, waarin invloeden uit de symfonische rock werden vermengd met invloeden uit de jazz en zeker ook de pop. Breathless was in de vroege jaren 80 zeker niet mijn favoriete album van Camel, maar opende wel de deur naar de albums die de band in de jaren 80 zou uitbrengen.
Breathless wordt op AllMusic.com inmiddels het beste album van de Britse band genoemd, maar persoonlijk heb ik nog altijd meer met het in 1982 verschenen The Single Factor, dat volgens datzelfde AllMusic.com het minst geslaagde Camel album is, en vooral met het in 1981 uitgebrachte Nude, dat er wel goed van af komt op de Amerikaanse muziekwebsite.
Liefhebbers van de muziek van de Britse band kwamen er op de streaming media diensten tot voor kort overigens bekaaid van af, want er was nauwelijks een album van de band te vinden. Dat veranderde deze week met de release van de lijvige box-set Air Born, waarin een heel groot deel van de muziek van de band is verzameld. Op hetzelfde moment is een groot deel van de catalogus van de band ook beschikbaar gemaakt op de streaming media diensten, waaronder Nude.
Nude is voor mij met afstand het meest beluisterde album van de band rond Andrew Latimer, maar omdat de LP ergens op zolder staat had ik er echt al decennia niet meer naar geluisterd. Het was direct bij de hernieuwde kennismaking een feest van herkenning en wat mij betreft ook een geslaagde nieuwe kennismaking. Nude klinkt ruim veertig jaar later misschien wel wat gedateerd, maar ik vind het ook nog altijd een fris klinkend album.
Nude is een conceptalbum dat het verhaal vertelt van de Japanner Hiroo Onoda. De Japanse militair maakte in 1945 deel uit van de Japanse strijdkrachten die waren gelegerd op de Filippijnen, maar toen er in augustus 1945 definitief een einde kwam aan de Tweede wereldoorlog zat Hiroo Onoda diep verscholen in de jungle. De Tweede wereldoorlog eindigde voor Hiroo Onoda pas in 1974, toen zijn toenmalige commandant hem wist te overtuigen van het einde van de oorlog bijna dertig jaar eerder. Het is een bijzonder verhaal dat prachtig wordt uitgewerkt door Camel.
De Britse band leunt op Nude hier en daar nog zwaar tegen de symfonische rock uit de jaren 70 aan, maar slaagt er in om invloeden uit het genre te combineren met invloeden uit de pop. Met name het melodieuze gitaarwerk van Andrew Latimer, dat wel wat lijkt op het gitaarwerk van David Gilmour van Pink Floyd, en zijn wat dromerige zang klinken prachtig in de geremasterde versie en nog mooier in de als bonus toegevoegde nieuwe mix, maar ook de beeldende instrumentale, de saxofoon partijen van Mel Collins en de wat ambient klinkende passages en keyboard partijen komen beter uit de verf. Wat mij betreft dus heel goed nieuws dat een groot deel van het oeuvre van de Britse band eindelijk weer te beluisteren is op Spotify en de andere streaming media diensten. En wat beleef ik zelf weer veel plezier aan Nude. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Camel - Nude (1981) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Camel - Nude (1981)
De Britse band Camel moderniseerde haar geluid vanaf het eind van de jaren 70, wat in 1981 resulteerde in het fraaie conceptalbum Nude, dat gelukkig weer beschikbaar is in fysieke en digitale vorm
De Britse band Camel stond in de jaren 70 wat in de schaduw van de grote symfonische rockbands, maar deed met haar albums zeker niet onder voor de grote bands in het genre. Net als deze bands moderniseerde Camel haar geluid vanaf het eind van de jaren 70 en deed dat, zeker achteraf bezien op prachtige wijze. Ik was aan het begin van de jaren 80 vooral gecharmeerd van Nude uit 1981 en het conceptalbum, dat deze week gelukkig weer opdook op de streaming media diensten, heeft de tand des tijds wat mij betreft verrassend goed doorstaan en doet zeker niet onder voor de door symfonische rock beïnvloede albums die destijds door de concurrentie werden gemaakt.
Aan het begin van de jaren 80 begon mijn muzieksmaak wat te verbreden, maar hield ik nog vooral van de breed uitgesponnen symfonische rock uit de jaren 70. De bands die verantwoordelijk waren voor deze muziek waren aan het begin van de jaren 80 overigens zelf al nadrukkelijk de grenzen van het genre aan het opzoeken. Een van de bands die hier achteraf bezien het best in slaagde was de Britse band Camel.
De band rond gitarist en zanger Andrew Latimer maakte halverwege de jaren 70 nog grootse en meeslepende symfonische rock op albums als Snowgoose en Moonmadness, maar koos op het in 1978 verschenen Breathless voor een lichtvoetiger geluid, waarin invloeden uit de symfonische rock werden vermengd met invloeden uit de jazz en zeker ook de pop. Breathless was in de vroege jaren 80 zeker niet mijn favoriete album van Camel, maar opende wel de deur naar de albums die de band in de jaren 80 zou uitbrengen.
Breathless wordt op AllMusic.com inmiddels het beste album van de Britse band genoemd, maar persoonlijk heb ik nog altijd meer met het in 1982 verschenen The Single Factor, dat volgens datzelfde AllMusic.com het minst geslaagde Camel album is, en vooral met het in 1981 uitgebrachte Nude, dat er wel goed van af komt op de Amerikaanse muziekwebsite.
Liefhebbers van de muziek van de Britse band kwamen er op de streaming media diensten tot voor kort overigens bekaaid van af, want er was nauwelijks een album van de band te vinden. Dat veranderde deze week met de release van de lijvige box-set Air Born, waarin een heel groot deel van de muziek van de band is verzameld. Op hetzelfde moment is een groot deel van de catalogus van de band ook beschikbaar gemaakt op de streaming media diensten, waaronder Nude.
Nude is voor mij met afstand het meest beluisterde album van de band rond Andrew Latimer, maar omdat de LP ergens op zolder staat had ik er echt al decennia niet meer naar geluisterd. Het was direct bij de hernieuwde kennismaking een feest van herkenning en wat mij betreft ook een geslaagde nieuwe kennismaking. Nude klinkt ruim veertig jaar later misschien wel wat gedateerd, maar ik vind het ook nog altijd een fris klinkend album.
Nude is een conceptalbum dat het verhaal vertelt van de Japanner Hiroo Onoda. De Japanse militair maakte in 1945 deel uit van de Japanse strijdkrachten die waren gelegerd op de Filippijnen, maar toen er in augustus 1945 definitief een einde kwam aan de Tweede wereldoorlog zat Hiroo Onoda diep verscholen in de jungle. De Tweede wereldoorlog eindigde voor Hiroo Onoda pas in 1974, toen zijn toenmalige commandant hem wist te overtuigen van het einde van de oorlog bijna dertig jaar eerder. Het is een bijzonder verhaal dat prachtig wordt uitgewerkt door Camel.
De Britse band leunt op Nude hier en daar nog zwaar tegen de symfonische rock uit de jaren 70 aan, maar slaagt er in om invloeden uit het genre te combineren met invloeden uit de pop. Met name het melodieuze gitaarwerk van Andrew Latimer, dat wel wat lijkt op het gitaarwerk van David Gilmour van Pink Floyd, en zijn wat dromerige zang klinken prachtig in de geremasterde versie en nog mooier in de als bonus toegevoegde nieuwe mix, maar ook de beeldende instrumentale, de saxofoon partijen van Mel Collins en de wat ambient klinkende passages en keyboard partijen komen beter uit de verf. Wat mij betreft dus heel goed nieuws dat een groot deel van het oeuvre van de Britse band eindelijk weer te beluisteren is op Spotify en de andere streaming media diensten. En wat beleef ik zelf weer veel plezier aan Nude. Erwin Zijleman
Camera - Remember I Was Carbon Dioxide (2014)

4,0
0
geplaatst: 3 oktober 2014, 12:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Camera - Remember I Was Carbon Dioxide - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik hou van popliedjes met een kop en een staart. Ik hou van popliedjes met herkenbare melodieën en refreinen die je na één keer horen mee kunt zingen. Eindeloos jammen is aan mij dus meestal niet besteed en instrumentale muziek kan mij vrijwel nooit bekoren.
Ik hou dus eigenlijk niet van platen als Remember I Was Carbon Dioxide van het uit Berlijn afkomstige Camera, maar waarom ben ik dan toch zo verslaafd aan de plaat van de band die roemruchte Krautrock bands als Neu! en Can tot haar belangrijkste inspiratiebronnen rekent?
Dat is lastig uit te leggen. Laat ik beginnen bij het beschrijven van de muziek van de Duitse band. Remember I Was Carbon Dioxide (met zo’n titel weet je al dat het geen makkelijke plaat laat worden) is geen typische Krautrock plaat, maar is een plaat die allerlei invloeden met elkaar vermengt.
Belangrijke ingrediënten van de muziek van Camera zijn diepe grommende bassen, uiteenlopende maar altijd dwingende ritmes, psychedelische elektronica die meestal breed uitwaaiert en gitaren die alle kanten op schieten. Vocalen spelen geen rol op de tweede plaat van Camera; heel af en toe zijn stemmen te horen, maar van zang is geen sprake.
De ritmes op de plaat zijn soms heel strak en toegankelijk, maar zijn minstens net zo vaak loom en bijna eindeloos. In het eerste geval raakt de muziek van Camera aan die van Kraftwerk, in het tweede geval kom je ergens tussen de Duitse Krautrock pioniers en Pink Floyd in haar jonge jaren uit.
De elektronica op de plaat is atmosferisch, stemmig en geestverruimend en vormt de perfecte basis voor misschien wel het belangrijkste onderdeel van de muziek van Camera: het gitaarwerk. Dit varieert van psychedelisch en melodisch tot gruizig en overstuurd. Het zijn uitersten die elkaar binnen enkele seconden kunnen bereiken, waardoor er altijd wel wat gebeurt in de muziek van Camera.
Camera kent haar klassiekers uit het verleden, maar desondanks klinkt Remember I Was Carbon Dioxide slechts bij vlagen als een plaat die zomaar uit de vroege jaren 70 zou kunnen stammen. Camera kent haar klassiekers, maar het neemt alle invloeden uit het verleden mee naar het heden en raakt hierdoor ook aan een band als Swans.
Het levert een plaat op die heel ver weg blijft van popsongs met een kop en een staart, maar toch is Remember I Was Carbon Dioxide geen hele ontoegankelijke plaat. De vele repeterende passages in de muziek van Camera geven de plaat iets meeslepends en iets hypnotiserends, waardoor je steeds weer wilt luisteren naar deze bijzondere plaat en steeds sneller wordt betoverd door de bijzondere klanken.
Remember I Was Carbon Dioxide betovert niet alleen steeds sneller, maar laat ook steeds weer net wat andere dingen horen, waardoor de muziek van Camera onvoorspelbaar en intrigerend blijft.
Op basis van de beschrijving van de muziek op Remember I Was Carbon Dioxide had ik niet het idee dat dit een plaat zou kunnen zijn die ik zou kunnen koesteren, maar het is er echt een. Wat voor mij geldt, geldt vast voor meer mensen, dus sluit je een uurtje op met deze plaat en geef Camera een kans. Ik sluit niet uit dat er veel meer muziekliefhebbers gaan vallen voor de mystieke toverkracht van Remember I Was Carbon Dioxide. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Camera - Remember I Was Carbon Dioxide - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik hou van popliedjes met een kop en een staart. Ik hou van popliedjes met herkenbare melodieën en refreinen die je na één keer horen mee kunt zingen. Eindeloos jammen is aan mij dus meestal niet besteed en instrumentale muziek kan mij vrijwel nooit bekoren.
Ik hou dus eigenlijk niet van platen als Remember I Was Carbon Dioxide van het uit Berlijn afkomstige Camera, maar waarom ben ik dan toch zo verslaafd aan de plaat van de band die roemruchte Krautrock bands als Neu! en Can tot haar belangrijkste inspiratiebronnen rekent?
Dat is lastig uit te leggen. Laat ik beginnen bij het beschrijven van de muziek van de Duitse band. Remember I Was Carbon Dioxide (met zo’n titel weet je al dat het geen makkelijke plaat laat worden) is geen typische Krautrock plaat, maar is een plaat die allerlei invloeden met elkaar vermengt.
Belangrijke ingrediënten van de muziek van Camera zijn diepe grommende bassen, uiteenlopende maar altijd dwingende ritmes, psychedelische elektronica die meestal breed uitwaaiert en gitaren die alle kanten op schieten. Vocalen spelen geen rol op de tweede plaat van Camera; heel af en toe zijn stemmen te horen, maar van zang is geen sprake.
De ritmes op de plaat zijn soms heel strak en toegankelijk, maar zijn minstens net zo vaak loom en bijna eindeloos. In het eerste geval raakt de muziek van Camera aan die van Kraftwerk, in het tweede geval kom je ergens tussen de Duitse Krautrock pioniers en Pink Floyd in haar jonge jaren uit.
De elektronica op de plaat is atmosferisch, stemmig en geestverruimend en vormt de perfecte basis voor misschien wel het belangrijkste onderdeel van de muziek van Camera: het gitaarwerk. Dit varieert van psychedelisch en melodisch tot gruizig en overstuurd. Het zijn uitersten die elkaar binnen enkele seconden kunnen bereiken, waardoor er altijd wel wat gebeurt in de muziek van Camera.
Camera kent haar klassiekers uit het verleden, maar desondanks klinkt Remember I Was Carbon Dioxide slechts bij vlagen als een plaat die zomaar uit de vroege jaren 70 zou kunnen stammen. Camera kent haar klassiekers, maar het neemt alle invloeden uit het verleden mee naar het heden en raakt hierdoor ook aan een band als Swans.
Het levert een plaat op die heel ver weg blijft van popsongs met een kop en een staart, maar toch is Remember I Was Carbon Dioxide geen hele ontoegankelijke plaat. De vele repeterende passages in de muziek van Camera geven de plaat iets meeslepends en iets hypnotiserends, waardoor je steeds weer wilt luisteren naar deze bijzondere plaat en steeds sneller wordt betoverd door de bijzondere klanken.
Remember I Was Carbon Dioxide betovert niet alleen steeds sneller, maar laat ook steeds weer net wat andere dingen horen, waardoor de muziek van Camera onvoorspelbaar en intrigerend blijft.
Op basis van de beschrijving van de muziek op Remember I Was Carbon Dioxide had ik niet het idee dat dit een plaat zou kunnen zijn die ik zou kunnen koesteren, maar het is er echt een. Wat voor mij geldt, geldt vast voor meer mensen, dus sluit je een uurtje op met deze plaat en geef Camera een kans. Ik sluit niet uit dat er veel meer muziekliefhebbers gaan vallen voor de mystieke toverkracht van Remember I Was Carbon Dioxide. Erwin Zijleman
Camera Obscura - Look to the East, Look to the West (2024)

4,5
1
geplaatst: 9 mei 2024, 11:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Camera Obscura - Look To The East, Look To The West - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Camera Obscura - Look To The East, Look To The West
Het is elf jaar stil geweest rond de Schotse band Camera Obscura, maar met Look To The East, Look To The West levert de band rond Tracyanne Campbell een album af dat niet onder doet voor de parels uit het verleden
Camera Obscura is een band uit Glasgow, die in muzikaal opzicht nauw is verbonden met stadgenoten Belle And Sebastian. Dat is geen probleem, want net als Belle And Sebastian stond Camera Obscura in het verleden garant voor albums van een bijzonder hoog niveau. Het is, mede door het overlijden van de toetseniste van de band, heel lang stil geweest rond Camera Obscura, maar met Look To The East, Look To The West is de band gelukkig helemaal terug. Het nieuwe album van de Schotse band klinkt wat ingetogener dan de albums uit het verleden, maar staat nog altijd garant voor bitterzoete popsongs met een hoofdrol voor de prachtige stem van Tracyanne Campbell.
De Britse band Camera Obscura trad aan het begin van dit millennium in de voetsporen van stadgenoten Belle And Sebastian, die net in een, overigens kortdurend, dipje zaten. Camera Obscura vulde de leegte met twee zeer memorabele albums (Biggest Bluest Hi-Fi uit 2001 en Underachievers Please Try Harder uit 2003).
Het zijn albums die vol staan met rijk georkestreerde en bitterzoete popsongs die meedogenloos verleiden met zonnestralen, met een veelkleurige instrumentatie met onder andere blazers en strijkers en met de betoverende stem van Tracyanne Campbell. Het was onmogelijk om naar deze albums te luisteren en niet aan Belle And Sebastian te denken, maar de albums van Camera Obscura hadden absoluut bestaansrecht en ik vond ze persoonlijk beter dan de albums die Belle And Sebastian helemaal aan het begin van dit millennium maakte.
Dat het nog beter kon liet Camera Obscura horen op het in 2006 verschenen Let’s Get Out Of This Country, waarop de songs van de band uit Glasgow nog wat onweerstaanbaarder waren, de instrumentatie nog wat mooier en de stem van Tracyanne Campbell nog wat verleidelijker. Sindsdien was Camera Obscura helaas niet heel productief meer. Na het uitstekende My Maudlin Career uit 2009 volgde in 2013 alleen nog het wat mij betreft net wat mindere Desire Lines, maar sindsdien was het stil rond Camera Obscura.
Het laatste levensteken rond de band kwam in 2018, toen zangeres Tracyanne Campbell samen met Danny Coughlan (Crybaby) een album uitbracht onder de naam Tracyanne & Danny. Na de dood van toetseniste Carey Lander in 2015 leek het doek definitief gevallen voor Camera Obscura, maar deze week duikt de band uit Glasgow toch weer op met een nieuw album.
Het zaadje voor dit album werd geplant toen Belle & Sebastian de band een paar jaar geleden uitnodigde voor een rondreizend festival en dit zaadje groeide uit tot het prachtige Look To The East, Look To The West. Voor de productie deed Tracyanne Campbell een beroep op Jari Haapalainen, die ook Underachievers Please Try Harder en Let's Get Out of This Country produceerde.
Ik begon met bescheiden verwachtingen aan de eerste beluistering van Look To The East, Look To The West, want hoeveel bands keren na lange afwezigheid terug met een album dat er echt toe doet? Deze bescheiden verwachtingen maakten al snel plaats voor diepe bewondering, want Camera Obscura heeft een werkelijk prachtig album gemaakt.
Ook op Look To The East, Look To The West betovert de Schotse band met honingzoete melodieën, bitterzoete songs, zwoele klanken en de prachtige stem van Tracyanne Campbell, maar het nieuwe album borduurt zeker niet fantasieloos voort op de albums uit het verleden. De band doet dit keer nauwelijks een beroep op strijkers en blazers, wat zorgt voor een meer ingetogen geluid, met hier en daar een countryimpuls. Piano en gitaren nemen de vrijgekomen ruimte in en doen dit met prachtige klanken, die nog steeds goed zijn voor flink wat zonnestralen, al overheerst dit keer de melancholie, ook in de geweldige zang van Tracyanne Campbell.
Ik was zeer gesteld op het oude geluid van Camera Obscura, maar na meerdere keren horen vind ik Look To The East, Look To The West nog wat mooier dan die fantastische albums uit het verleden. Een comeback na meer dan tien jaar afwezigheid is weinig bands gegeven, maar de comeback van Camera Obscura is een glorieuze. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Camera Obscura - Look To The East, Look To The West - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Camera Obscura - Look To The East, Look To The West
Het is elf jaar stil geweest rond de Schotse band Camera Obscura, maar met Look To The East, Look To The West levert de band rond Tracyanne Campbell een album af dat niet onder doet voor de parels uit het verleden
Camera Obscura is een band uit Glasgow, die in muzikaal opzicht nauw is verbonden met stadgenoten Belle And Sebastian. Dat is geen probleem, want net als Belle And Sebastian stond Camera Obscura in het verleden garant voor albums van een bijzonder hoog niveau. Het is, mede door het overlijden van de toetseniste van de band, heel lang stil geweest rond Camera Obscura, maar met Look To The East, Look To The West is de band gelukkig helemaal terug. Het nieuwe album van de Schotse band klinkt wat ingetogener dan de albums uit het verleden, maar staat nog altijd garant voor bitterzoete popsongs met een hoofdrol voor de prachtige stem van Tracyanne Campbell.
De Britse band Camera Obscura trad aan het begin van dit millennium in de voetsporen van stadgenoten Belle And Sebastian, die net in een, overigens kortdurend, dipje zaten. Camera Obscura vulde de leegte met twee zeer memorabele albums (Biggest Bluest Hi-Fi uit 2001 en Underachievers Please Try Harder uit 2003).
Het zijn albums die vol staan met rijk georkestreerde en bitterzoete popsongs die meedogenloos verleiden met zonnestralen, met een veelkleurige instrumentatie met onder andere blazers en strijkers en met de betoverende stem van Tracyanne Campbell. Het was onmogelijk om naar deze albums te luisteren en niet aan Belle And Sebastian te denken, maar de albums van Camera Obscura hadden absoluut bestaansrecht en ik vond ze persoonlijk beter dan de albums die Belle And Sebastian helemaal aan het begin van dit millennium maakte.
Dat het nog beter kon liet Camera Obscura horen op het in 2006 verschenen Let’s Get Out Of This Country, waarop de songs van de band uit Glasgow nog wat onweerstaanbaarder waren, de instrumentatie nog wat mooier en de stem van Tracyanne Campbell nog wat verleidelijker. Sindsdien was Camera Obscura helaas niet heel productief meer. Na het uitstekende My Maudlin Career uit 2009 volgde in 2013 alleen nog het wat mij betreft net wat mindere Desire Lines, maar sindsdien was het stil rond Camera Obscura.
Het laatste levensteken rond de band kwam in 2018, toen zangeres Tracyanne Campbell samen met Danny Coughlan (Crybaby) een album uitbracht onder de naam Tracyanne & Danny. Na de dood van toetseniste Carey Lander in 2015 leek het doek definitief gevallen voor Camera Obscura, maar deze week duikt de band uit Glasgow toch weer op met een nieuw album.
Het zaadje voor dit album werd geplant toen Belle & Sebastian de band een paar jaar geleden uitnodigde voor een rondreizend festival en dit zaadje groeide uit tot het prachtige Look To The East, Look To The West. Voor de productie deed Tracyanne Campbell een beroep op Jari Haapalainen, die ook Underachievers Please Try Harder en Let's Get Out of This Country produceerde.
Ik begon met bescheiden verwachtingen aan de eerste beluistering van Look To The East, Look To The West, want hoeveel bands keren na lange afwezigheid terug met een album dat er echt toe doet? Deze bescheiden verwachtingen maakten al snel plaats voor diepe bewondering, want Camera Obscura heeft een werkelijk prachtig album gemaakt.
Ook op Look To The East, Look To The West betovert de Schotse band met honingzoete melodieën, bitterzoete songs, zwoele klanken en de prachtige stem van Tracyanne Campbell, maar het nieuwe album borduurt zeker niet fantasieloos voort op de albums uit het verleden. De band doet dit keer nauwelijks een beroep op strijkers en blazers, wat zorgt voor een meer ingetogen geluid, met hier en daar een countryimpuls. Piano en gitaren nemen de vrijgekomen ruimte in en doen dit met prachtige klanken, die nog steeds goed zijn voor flink wat zonnestralen, al overheerst dit keer de melancholie, ook in de geweldige zang van Tracyanne Campbell.
Ik was zeer gesteld op het oude geluid van Camera Obscura, maar na meerdere keren horen vind ik Look To The East, Look To The West nog wat mooier dan die fantastische albums uit het verleden. Een comeback na meer dan tien jaar afwezigheid is weinig bands gegeven, maar de comeback van Camera Obscura is een glorieuze. Erwin Zijleman
Cameron Avery - Ripe Dreams, Pipe Dreams (2017)

4,0
0
geplaatst: 15 maart 2017, 17:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cameron Avery - Ripe Dreams, Pipe Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ripe Dreams, Pipe Dreams van Cameron Avery wordt aangekondigd als het solodebuut van de muzikant die eerder in de psychedelische bands Pond en Tame Impala en de garagerock band The Growl speelde.
Dat wekt bepaalde verwachtingen met betrekking tot de eerste soloplaat van de Australische muzikant, maar deze verwachtingen komen op geen enkele manier uit.
Cameron Avery heeft zijn verleden in de psychedelica en de garagerock volledig achter zich gelaten en laat zich op Ripe Dreams, Pipe Dreams inspireren door crooners als Frank Sinatra en Dean Martin.
Het levert een plaat op die zich, zeker bij eerste beluistering, op het snijvlak van kunst en kitsch beweegt, maar na mijn eerste aarzelingen ben ik heel snel van deze plaat gaan houden.
Ripe Dreams, Pipe Dreams opent ingetogen met akoestische gitaren, bas, subtiele blazers en de gevoelige bariton van Cameron Avery, die direct laat horen dat zijn ambitie om als crooner aan de slag te gaan zeker realistisch zijn.
In de tweede tracks dreigt het allemaal net wat zoetsappig te worden met een overdaad aan strijkers, maar Cameron Avery trekt de song op het eind toch nog naar zich toe. Wanneer de Australiër in de derde track opeens met rauwe gitaren, stevig aangezette drums en aardedonkere vocalen op de proppen komt, is duidelijk dat Cameron Avery zeker geen one-trick pony is.
Invloeden van Frank Sinatra zijn absoluut hoorbaar op Ripe Dreams, Pipe Dreams, maar Cameron Avery blijft lang niet zo dicht bij zijn voorbeeld als Bob Dylan op zijn laatste twee platen. Hier en daar schuift de Australische muzikant op richting Johnny Cash en Lee Hazelwood, om vervolgens aan te haken bij crooners van recentere datum als Richard Hawley, Stuart Staples (Tindersticks), Gavin Friday, Nick Cave en Marc Almond.
Cameron Avery overtuigt op zijn solodebuut als zanger, maar overtuigt misschien nog wel meer met het brede palet aan stijlen dat hij op Ripe Dreams, Pipe Dreams bestrijkt. Een aantal van de songs op de plaat is honingzoet en blinkt stevig, maar Cameron Avery is ook niet vies van aardedonkere songs met een rauw en scherp randje, waarbij invloeden vooral uit de jaren 50, 60 en 70 lijken te komen.
Zijn stem sluit steeds prachtig aan bij de instrumentatie en deze instrumentatie is keer op keer wonderschoon. Door de variatie, maar uiteindelijk vooral door de mooie klanken en de zeer overtuigende zang, is Ripe Dreams, Pipe Dreams mij snel heel dierbaar geworden. Het solodebuut van Cameron Avery kan een donkere avond voorzien van stemmige kaarsen of juist bright lights, maar Ripe Dreams, Pipe Dreams is ook een soundtrack van de donkere nacht of de lome ochtend.
We hebben de afgelopen jaren een chronisch gebrek aan crooners als de hierboven genoemde muzikanten, maar Cameron Avery is er weer een. Zeker na de tweede track van Ripe Dreams, Pipe Dreams is het even doorbijten, maar vervolgens stijgt dit fraaie debuut keer op keer naar grote hoogten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cameron Avery - Ripe Dreams, Pipe Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ripe Dreams, Pipe Dreams van Cameron Avery wordt aangekondigd als het solodebuut van de muzikant die eerder in de psychedelische bands Pond en Tame Impala en de garagerock band The Growl speelde.
Dat wekt bepaalde verwachtingen met betrekking tot de eerste soloplaat van de Australische muzikant, maar deze verwachtingen komen op geen enkele manier uit.
Cameron Avery heeft zijn verleden in de psychedelica en de garagerock volledig achter zich gelaten en laat zich op Ripe Dreams, Pipe Dreams inspireren door crooners als Frank Sinatra en Dean Martin.
Het levert een plaat op die zich, zeker bij eerste beluistering, op het snijvlak van kunst en kitsch beweegt, maar na mijn eerste aarzelingen ben ik heel snel van deze plaat gaan houden.
Ripe Dreams, Pipe Dreams opent ingetogen met akoestische gitaren, bas, subtiele blazers en de gevoelige bariton van Cameron Avery, die direct laat horen dat zijn ambitie om als crooner aan de slag te gaan zeker realistisch zijn.
In de tweede tracks dreigt het allemaal net wat zoetsappig te worden met een overdaad aan strijkers, maar Cameron Avery trekt de song op het eind toch nog naar zich toe. Wanneer de Australiër in de derde track opeens met rauwe gitaren, stevig aangezette drums en aardedonkere vocalen op de proppen komt, is duidelijk dat Cameron Avery zeker geen one-trick pony is.
Invloeden van Frank Sinatra zijn absoluut hoorbaar op Ripe Dreams, Pipe Dreams, maar Cameron Avery blijft lang niet zo dicht bij zijn voorbeeld als Bob Dylan op zijn laatste twee platen. Hier en daar schuift de Australische muzikant op richting Johnny Cash en Lee Hazelwood, om vervolgens aan te haken bij crooners van recentere datum als Richard Hawley, Stuart Staples (Tindersticks), Gavin Friday, Nick Cave en Marc Almond.
Cameron Avery overtuigt op zijn solodebuut als zanger, maar overtuigt misschien nog wel meer met het brede palet aan stijlen dat hij op Ripe Dreams, Pipe Dreams bestrijkt. Een aantal van de songs op de plaat is honingzoet en blinkt stevig, maar Cameron Avery is ook niet vies van aardedonkere songs met een rauw en scherp randje, waarbij invloeden vooral uit de jaren 50, 60 en 70 lijken te komen.
Zijn stem sluit steeds prachtig aan bij de instrumentatie en deze instrumentatie is keer op keer wonderschoon. Door de variatie, maar uiteindelijk vooral door de mooie klanken en de zeer overtuigende zang, is Ripe Dreams, Pipe Dreams mij snel heel dierbaar geworden. Het solodebuut van Cameron Avery kan een donkere avond voorzien van stemmige kaarsen of juist bright lights, maar Ripe Dreams, Pipe Dreams is ook een soundtrack van de donkere nacht of de lome ochtend.
We hebben de afgelopen jaren een chronisch gebrek aan crooners als de hierboven genoemde muzikanten, maar Cameron Avery is er weer een. Zeker na de tweede track van Ripe Dreams, Pipe Dreams is het even doorbijten, maar vervolgens stijgt dit fraaie debuut keer op keer naar grote hoogten. Erwin Zijleman
Camille - Ouï (2017)

4,0
1
geplaatst: 8 juni 2017, 14:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Camille - Ouï - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Franse singer-songwriter (en actrice) Camille (Dalmais) begon haar muzikale carrière als ‘zuchtmeisje’ in de succesvolle Franse band Nouvelle Vague (die met speels gemak new wave klassiekers transformeerde in zwoele Franse pop met een vleugje Bossa Nova), maar maakt sinds het begin van het huidige millennium buitengewoon fascinerende soloplaten.
Sinds het bijzondere, zeer veelzijdige en deels Engelstalige Ilo Veyou uit 2011, hebben we het moeten doen met een aardige live-plaat (Ilo Lympia), maar vorige week lag er bijna uit het niets gelukkig weer eens een nieuwe plaat van de uit Parijs afkomstige singer-songwriter op de mat.
Waar de vorige platen van de Française alle kanten op schoten, heeft Camille dit keer een wat eenvormige plaat gemaakt. Ouï is bovendien een plaat die net wat minder lijkt te experimenteren dan we van Camille gewend zijn. Een ieder die nu denkt dat Camille dit keer op de proppen komt met zwoele en verleidelijke maar monotone Franse kauwgomballenpop, komt echter bedrogen uit.
Camille gebruikt voor alle songs op Ouï een vergelijkbaar recept, maar het is zeker geen alledaags recept. Waar de Française in het verleden nog wel eens uitpakte met een volle en uitbundige instrumentatie, moet Ouï het doen met uiterst spaarzaam ingezette en wat kille synths en over het algemeen genomen sobere percussie. Hier en daar vliegt de instrumentatie wat uit de bocht en eenmaal flirt Camille zelfs met funky dance, maar in de meeste tracks kiest Camille voor een behoorlijk ingetogen geluid.
De instrumentatie is sober en kaal, maar Ouï is desondanks een vol klinkende plaat. Camille vult de lege ruimte makkelijk met haar mooie en warme stem, maar heeft ook nog uit meerdere lagen bestaande koortjes toegevoegd.
Het levert een verre van alledaags geluid op en het is een geluid dat zeker niet iedereen zal kunnen waarderen, wat ook wel blijkt uit flink wat minder positieve recensies van de nieuwe plaat van de Franse lieveling van de critici. Zelf was ik ook niet direct overtuigd van de kwaliteiten van het voornamelijk Franstalige Ouï (alleen de protestsong Seeds is Engelstalig), maar Ouï heeft me langzaam maar zeker voor zich gewonnen.
De sobere synths op de plaat en de subtiele percussie vervliegen bij eerste beluistering vrij makkelijk, maar hebben na enige gewenning een bezwerend of zelfs hypnotiserend effect. Hetzelfde geldt voor de mooie en uiteindelijk toch ook weer verleidelijke vocalen van Camille, die al haar songs voorziet van een bijzonder keurmerk, maar af en toe ook op meer conventionele wijze de sterren van de hemel zingt. De koortjes vind ik af en toe wel wat over the top, maar dat is een kwestie van smaak. Bovendien voorzien ze Ouï van dynamiek, die zeker welkom is op de verder vrij sobere plaat.
Camille heeft al met al weer een bijzonder klinkende plaat aan haar zo mooie oeuvre toegevoegd. Het is een plaat waaraan je moet wennen, maar dat geldt voor alle platen van de Française. Wanneer je eenmaal gewend bent aan het nieuwe geluid van Camille openbaart zich al snel een sprookjesachtig muzikaal landschap. Kom bij Camille niet om de zoete sprookjes met de gelukkige afloop, maar verwacht alle kanten op geslingerd te worden, precies zoals de muzikante uit Parijs dat al zo mooi en avontuurlijk deed op haar vorige platen. Het duurde even, maar ook Ouï is voor mij inmiddels weer een plaat om te koesteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Camille - Ouï - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Franse singer-songwriter (en actrice) Camille (Dalmais) begon haar muzikale carrière als ‘zuchtmeisje’ in de succesvolle Franse band Nouvelle Vague (die met speels gemak new wave klassiekers transformeerde in zwoele Franse pop met een vleugje Bossa Nova), maar maakt sinds het begin van het huidige millennium buitengewoon fascinerende soloplaten.
Sinds het bijzondere, zeer veelzijdige en deels Engelstalige Ilo Veyou uit 2011, hebben we het moeten doen met een aardige live-plaat (Ilo Lympia), maar vorige week lag er bijna uit het niets gelukkig weer eens een nieuwe plaat van de uit Parijs afkomstige singer-songwriter op de mat.
Waar de vorige platen van de Française alle kanten op schoten, heeft Camille dit keer een wat eenvormige plaat gemaakt. Ouï is bovendien een plaat die net wat minder lijkt te experimenteren dan we van Camille gewend zijn. Een ieder die nu denkt dat Camille dit keer op de proppen komt met zwoele en verleidelijke maar monotone Franse kauwgomballenpop, komt echter bedrogen uit.
Camille gebruikt voor alle songs op Ouï een vergelijkbaar recept, maar het is zeker geen alledaags recept. Waar de Française in het verleden nog wel eens uitpakte met een volle en uitbundige instrumentatie, moet Ouï het doen met uiterst spaarzaam ingezette en wat kille synths en over het algemeen genomen sobere percussie. Hier en daar vliegt de instrumentatie wat uit de bocht en eenmaal flirt Camille zelfs met funky dance, maar in de meeste tracks kiest Camille voor een behoorlijk ingetogen geluid.
De instrumentatie is sober en kaal, maar Ouï is desondanks een vol klinkende plaat. Camille vult de lege ruimte makkelijk met haar mooie en warme stem, maar heeft ook nog uit meerdere lagen bestaande koortjes toegevoegd.
Het levert een verre van alledaags geluid op en het is een geluid dat zeker niet iedereen zal kunnen waarderen, wat ook wel blijkt uit flink wat minder positieve recensies van de nieuwe plaat van de Franse lieveling van de critici. Zelf was ik ook niet direct overtuigd van de kwaliteiten van het voornamelijk Franstalige Ouï (alleen de protestsong Seeds is Engelstalig), maar Ouï heeft me langzaam maar zeker voor zich gewonnen.
De sobere synths op de plaat en de subtiele percussie vervliegen bij eerste beluistering vrij makkelijk, maar hebben na enige gewenning een bezwerend of zelfs hypnotiserend effect. Hetzelfde geldt voor de mooie en uiteindelijk toch ook weer verleidelijke vocalen van Camille, die al haar songs voorziet van een bijzonder keurmerk, maar af en toe ook op meer conventionele wijze de sterren van de hemel zingt. De koortjes vind ik af en toe wel wat over the top, maar dat is een kwestie van smaak. Bovendien voorzien ze Ouï van dynamiek, die zeker welkom is op de verder vrij sobere plaat.
Camille heeft al met al weer een bijzonder klinkende plaat aan haar zo mooie oeuvre toegevoegd. Het is een plaat waaraan je moet wennen, maar dat geldt voor alle platen van de Française. Wanneer je eenmaal gewend bent aan het nieuwe geluid van Camille openbaart zich al snel een sprookjesachtig muzikaal landschap. Kom bij Camille niet om de zoete sprookjes met de gelukkige afloop, maar verwacht alle kanten op geslingerd te worden, precies zoals de muzikante uit Parijs dat al zo mooi en avontuurlijk deed op haar vorige platen. Het duurde even, maar ook Ouï is voor mij inmiddels weer een plaat om te koesteren. Erwin Zijleman
Camille Camille - Could You Lend Me Your Eyes (2021)

4,5
3
geplaatst: 20 september 2021, 15:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Camille Camille - Could You Lend Me Your Eyes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Camille Camille - Could You Lend Me Your Eyes
De Belgische muzikante Camille Willemart levert als Camille Camille een fraai en vaak fluisterzacht folkalbum af, dat opvalt door mooie klanken en imponeert door wonderschone zang
De Belgische muzikante Camille Willemart toog vorig jaar naar Zweden voor het opnemen van haar debuutalbum, maar corona gooide roet in het eten, waardoor ze het album moest afmaken op haar slaapkamer in Leipzig. Het heeft geen gevolgen gehad voor de kwaliteit van het album, want de sober ingekleurde songs op de tweede helft van het album bevallen me misschien nog wel beter dan de net wat voller klinkende songs op de eerste helft. Camille Camille laat horen dat fluisterfolk niet saai hoeft te zijn en laat bovendien horen dat je op vele manieren fluisterzacht kunt zingen. Daar moet je natuurlijk wel de stem voor hebben en die heeft Camille Willemart. Wonderschoon debuut.
Ik had deze week veel verwacht van het nieuwe album van José González, dat hier en daar wordt beloond met een 5-sterren recensie, maar ik hoor persoonlijk maar weinig nieuws op het album van de Zweedse muzikant. Veel interessanter is wat mij betreft het debuutalbum van de uit België afkomstige Camille Camille.
Dat ik het debuutalbum van het alter ego van Camille Willemart in één adem noem met de muziek van José González is niet zo gek, want ze maken allebei intieme en vaak fluisterzachte folk, waarin een akoestische gitaar en een stem meestal voldoende zijn. Dat klinkt op het nieuwe album van de Zweedse muzikant wat mij betreft wat vlak en inspiratieloos, maar dat ingetogen fluisterfolk wel degelijk spannend kan zijn laat Camille Camille horen op Could You Lend Me Your Eyes.
De Belgische muzikante trok een paar jaar geleden de aandacht tijdens de Belgische talentenjacht De Nieuwe Lichting van Studio Brussel en toog vorig jaar naar Zweden om daar samen met producer Anders Lagerfors haar debuutalbum op te nemen. Helaas gooide de coronapandemie roet in het eten, waardoor Camille Willemart met een half album terugkeerde naar haar nieuwe thuisbasis Leipzig.
Ze besloot het album met minimale middelen af te maken op haar slaapkamer in de Duitse stad. Het werkt uitstekend voor de intieme luisterliedjes, die ook in de studio in Zweden over het algemeen niet al te veel werden opgepoetst.
In de meeste tracks op het album horen we alleen of vooral de akoestische gitaar en de stem van Camille Willemart. Haar gitaarspel is betrekkelijk sober, maar er zit wel vaart en dynamiek in. Hier en daar zijn wat atmosferische klanken en elementaire percussie toegevoegd aan de songs, waardoor Could You Lend Me Your Eyes niet zo eenvormig klinkt als veel andere albums in het genre.
Zeker wanneer klanken worden toegevoegd aan het gitaarspel van de Belgische muzikante, ontstijgt Camille Willemart het hokje fluisterfolk en manifesteert ze zich als een bezwerende Scandinavische ijsprinses. Waar de in Zweden opgenomen tracks goed zijn voor beelden van uitgestrekte Zweedse bossen, klinken de thuis in de slaapkamer opgenomen songs een stuk ingetogener en intiemer.
In alle songs op het album is de instrumentatie mooi, sfeervol en doeltreffend, maar het debuutalbum van Camille Camille wordt gedragen door de geweldige stem van Camille Willemart. Het is een stem die prachtig kan fluisteren, maar die ook vol passie en emotie kan zingen en verrassend veelzijdig blijkt. Het tilt het album op tot flinke hoogten.
Het soort akoestische folk dat is te horen op Could You Lend Me Your Eyes heeft de neiging om snel wat fantasieloos voort te kabbelen, maar het debuut van Camille Camille krijgt hier de kans niet voor. Steeds weer dringt de heldere stem van Camille Willemart zich genadeloos op en voorziet ze haar songs met prachtige zang van een kloppend hart.
Door de redelijk sobere instrumentatie is Could You Lend Me Your Eyes vooral een album voor de vroege ochtend of late avond, maar door de emotievolle zang is dit zeker geen album om bij weg te dromen. Camille Willemart sleurt je met haar mooie en krachtige stem met steeds meer overtuiging haar muzikale universum in, waardoor het debuut van Camille Camille steeds mooier en indrukwekkender wordt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Camille Camille - Could You Lend Me Your Eyes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Camille Camille - Could You Lend Me Your Eyes
De Belgische muzikante Camille Willemart levert als Camille Camille een fraai en vaak fluisterzacht folkalbum af, dat opvalt door mooie klanken en imponeert door wonderschone zang
De Belgische muzikante Camille Willemart toog vorig jaar naar Zweden voor het opnemen van haar debuutalbum, maar corona gooide roet in het eten, waardoor ze het album moest afmaken op haar slaapkamer in Leipzig. Het heeft geen gevolgen gehad voor de kwaliteit van het album, want de sober ingekleurde songs op de tweede helft van het album bevallen me misschien nog wel beter dan de net wat voller klinkende songs op de eerste helft. Camille Camille laat horen dat fluisterfolk niet saai hoeft te zijn en laat bovendien horen dat je op vele manieren fluisterzacht kunt zingen. Daar moet je natuurlijk wel de stem voor hebben en die heeft Camille Willemart. Wonderschoon debuut.
Ik had deze week veel verwacht van het nieuwe album van José González, dat hier en daar wordt beloond met een 5-sterren recensie, maar ik hoor persoonlijk maar weinig nieuws op het album van de Zweedse muzikant. Veel interessanter is wat mij betreft het debuutalbum van de uit België afkomstige Camille Camille.
Dat ik het debuutalbum van het alter ego van Camille Willemart in één adem noem met de muziek van José González is niet zo gek, want ze maken allebei intieme en vaak fluisterzachte folk, waarin een akoestische gitaar en een stem meestal voldoende zijn. Dat klinkt op het nieuwe album van de Zweedse muzikant wat mij betreft wat vlak en inspiratieloos, maar dat ingetogen fluisterfolk wel degelijk spannend kan zijn laat Camille Camille horen op Could You Lend Me Your Eyes.
De Belgische muzikante trok een paar jaar geleden de aandacht tijdens de Belgische talentenjacht De Nieuwe Lichting van Studio Brussel en toog vorig jaar naar Zweden om daar samen met producer Anders Lagerfors haar debuutalbum op te nemen. Helaas gooide de coronapandemie roet in het eten, waardoor Camille Willemart met een half album terugkeerde naar haar nieuwe thuisbasis Leipzig.
Ze besloot het album met minimale middelen af te maken op haar slaapkamer in de Duitse stad. Het werkt uitstekend voor de intieme luisterliedjes, die ook in de studio in Zweden over het algemeen niet al te veel werden opgepoetst.
In de meeste tracks op het album horen we alleen of vooral de akoestische gitaar en de stem van Camille Willemart. Haar gitaarspel is betrekkelijk sober, maar er zit wel vaart en dynamiek in. Hier en daar zijn wat atmosferische klanken en elementaire percussie toegevoegd aan de songs, waardoor Could You Lend Me Your Eyes niet zo eenvormig klinkt als veel andere albums in het genre.
Zeker wanneer klanken worden toegevoegd aan het gitaarspel van de Belgische muzikante, ontstijgt Camille Willemart het hokje fluisterfolk en manifesteert ze zich als een bezwerende Scandinavische ijsprinses. Waar de in Zweden opgenomen tracks goed zijn voor beelden van uitgestrekte Zweedse bossen, klinken de thuis in de slaapkamer opgenomen songs een stuk ingetogener en intiemer.
In alle songs op het album is de instrumentatie mooi, sfeervol en doeltreffend, maar het debuutalbum van Camille Camille wordt gedragen door de geweldige stem van Camille Willemart. Het is een stem die prachtig kan fluisteren, maar die ook vol passie en emotie kan zingen en verrassend veelzijdig blijkt. Het tilt het album op tot flinke hoogten.
Het soort akoestische folk dat is te horen op Could You Lend Me Your Eyes heeft de neiging om snel wat fantasieloos voort te kabbelen, maar het debuut van Camille Camille krijgt hier de kans niet voor. Steeds weer dringt de heldere stem van Camille Willemart zich genadeloos op en voorziet ze haar songs met prachtige zang van een kloppend hart.
Door de redelijk sobere instrumentatie is Could You Lend Me Your Eyes vooral een album voor de vroege ochtend of late avond, maar door de emotievolle zang is dit zeker geen album om bij weg te dromen. Camille Willemart sleurt je met haar mooie en krachtige stem met steeds meer overtuiging haar muzikale universum in, waardoor het debuut van Camille Camille steeds mooier en indrukwekkender wordt. Erwin Zijleman
Camp Cope - How to Socialise & Make Friends (2018)

4,5
0
geplaatst: 11 december 2019, 17:01 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Georgia Maq - Pleaser / Camp Cope - How To Socialise & Make Friends - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Georgia Maq - Pleaser / Camp Cope - How To Socialise & Make Friends
Georgia Maq leverde deze week een prima debuut af vol synthpop invloeden, maar het vorig jaar verschenen rockalbum van haar band Camp Cope is nog veel beter
Het aantal nieuwe releases is deze week zeer beperkt, maar het solodebuut van Georgia Maq mag er zeker zijn. De Australische singer-songwriter heeft een geweldige stem, die zich soepel beweegt in een vooral elektronisch klankentapijt. Dezelfde Georgia Maq leverde vorig jaar een geweldig album af met haar band Camp Cope. Het is een album dat eveneens wordt gedragen door de geweldige stem van Georgia Maq, die nog wat meer los gaat in een instrumentarium waarin de synths zijn vervangen door gruizige gitaren. Het debuut van Georgia Maq is uitstekend, maar het album van haar band is een instant klassieker.
De Australische band Camp Cope leverde vorig jaar het in kleine kring uitvoerig geprezen album How To Socialise & Make Friends af. Het is een album dat ik pas heb beluisterd nadat ik het soloalbum van Georgia Maq een paar dagen geleden tegen kwam tussen de nieuwe releases van deze week. Het album van Camp Cope is inderdaad zeer de moeite waard en hetzelfde kan gezegd worden over Pleaser van Georgia Maq.
Georgia Maq werd geboren als Georgia McDonald en maakt al vanaf jonge leeftijd muziek (op haar 16e dook ze voor het eerst op met de band Menstrual As Anything). Op het vorig jaar verschenen tweede album van Camp Cope maakte ze indruk met haar geweldige stem en deze stem domineert ook het geluid op haar eerste soloalbum.
Waar Georgia Maq met Camp Cope muziek maakt die vooral in het hokje rock past, verkent ze op Pleaser voornamelijk de pop. Het album opent met intense folkpop, die vanwege het ruwe en directe karakter niet eens zo heel ver is verwijderd van de muziek van Camp Cope, maar Pleaser flirt in de andere songs op het album nadrukkelijk met stuwende synthpop.
In muzikaal opzicht klinkt het best lekker, maar het meest in het oor springt de krachtige stem van Georgia Maq. Het is een stem die me meer dan eens doet denken aan die van Tracy Thorn (Everything But The Girl), die over het algemeen echter niet zo expressief en rauw zingt als Georgia Maq.
Pleaser duurt een half uur en verrast in dat half uur met prima songs en vooral met een geweldige stem, die zich prima staande houdt tussen de zwaar aangezette elektronische klanken en beats. Het smaakt absoluut naar meer, maar in de tussentijd laat How To Socialise & Make Friends van Camp Cope me maar niet los.
Ook op het tweede album van het Australische vrouwentrio uit Melbourne domineert de prachtstem van Georgia Maq, maar deze stem wordt dit keer niet omgeven door synths en beats maar door stevige gitaren.
Het maakt in muzikaal opzicht meer indruk, maar ook in vocaal opzicht grijpt Georgia Maq je steviger bij de strot dan met haar soloalbum. De Australische zangeres zingt in haar band net wat intenser en durft het hier en daar ook uit te schreeuwen, wat How To Socialise & Make Friends voorziet van heel veel dynamiek. Het past prachtig bij het licht gruizige gitaarwerk op het album, dat me wel wat doet denken aan de Amerikaanse band Buffalo Tom.
How To Socialise & Make Friends van Camp Cope citeert vooral uit de archieven van de 90s indie-rock (en schuurt hier en daar tegen Hole aan), maar de band sleept er hier en daar ook wat postpunk en Riot grrrl bij, zeker wanneer Georgia Maq in de teksten tegen flink wat onrecht aanschopt.
Pleaser is een prima solodebuut van de Australische singer-songwriter, maar op het laatste album van haar band hoor je pas echt hoe goed ze is. Camp Cope grijpt je op How To Socialise & Make Friends 40 minuten lang bij de strot met songs waar de urgentie en de passie van af spatten. Het is in muzikaal opzicht allemaal eerder gedaan, maar het gevoel en de woede in de stem van Georgia Maq tillen het tweede album van Camp Cope naar grote hoogten. How To Socialise & Make Friends haalde in Australië meer dan eens de jaarlijstjes en dat begrijp ik wel.
Al met al ben ik best blij met het eerste soloalbum van Georgia Maq, maar zielsgelukkig met het tweede album van haar band, dat ik, wanneer het album dit jaar zou zijn verschenen, zo in mijn jaarlijst zou hebben gezet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Georgia Maq - Pleaser / Camp Cope - How To Socialise & Make Friends - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Georgia Maq - Pleaser / Camp Cope - How To Socialise & Make Friends
Georgia Maq leverde deze week een prima debuut af vol synthpop invloeden, maar het vorig jaar verschenen rockalbum van haar band Camp Cope is nog veel beter
Het aantal nieuwe releases is deze week zeer beperkt, maar het solodebuut van Georgia Maq mag er zeker zijn. De Australische singer-songwriter heeft een geweldige stem, die zich soepel beweegt in een vooral elektronisch klankentapijt. Dezelfde Georgia Maq leverde vorig jaar een geweldig album af met haar band Camp Cope. Het is een album dat eveneens wordt gedragen door de geweldige stem van Georgia Maq, die nog wat meer los gaat in een instrumentarium waarin de synths zijn vervangen door gruizige gitaren. Het debuut van Georgia Maq is uitstekend, maar het album van haar band is een instant klassieker.
De Australische band Camp Cope leverde vorig jaar het in kleine kring uitvoerig geprezen album How To Socialise & Make Friends af. Het is een album dat ik pas heb beluisterd nadat ik het soloalbum van Georgia Maq een paar dagen geleden tegen kwam tussen de nieuwe releases van deze week. Het album van Camp Cope is inderdaad zeer de moeite waard en hetzelfde kan gezegd worden over Pleaser van Georgia Maq.
Georgia Maq werd geboren als Georgia McDonald en maakt al vanaf jonge leeftijd muziek (op haar 16e dook ze voor het eerst op met de band Menstrual As Anything). Op het vorig jaar verschenen tweede album van Camp Cope maakte ze indruk met haar geweldige stem en deze stem domineert ook het geluid op haar eerste soloalbum.
Waar Georgia Maq met Camp Cope muziek maakt die vooral in het hokje rock past, verkent ze op Pleaser voornamelijk de pop. Het album opent met intense folkpop, die vanwege het ruwe en directe karakter niet eens zo heel ver is verwijderd van de muziek van Camp Cope, maar Pleaser flirt in de andere songs op het album nadrukkelijk met stuwende synthpop.
In muzikaal opzicht klinkt het best lekker, maar het meest in het oor springt de krachtige stem van Georgia Maq. Het is een stem die me meer dan eens doet denken aan die van Tracy Thorn (Everything But The Girl), die over het algemeen echter niet zo expressief en rauw zingt als Georgia Maq.
Pleaser duurt een half uur en verrast in dat half uur met prima songs en vooral met een geweldige stem, die zich prima staande houdt tussen de zwaar aangezette elektronische klanken en beats. Het smaakt absoluut naar meer, maar in de tussentijd laat How To Socialise & Make Friends van Camp Cope me maar niet los.
Ook op het tweede album van het Australische vrouwentrio uit Melbourne domineert de prachtstem van Georgia Maq, maar deze stem wordt dit keer niet omgeven door synths en beats maar door stevige gitaren.
Het maakt in muzikaal opzicht meer indruk, maar ook in vocaal opzicht grijpt Georgia Maq je steviger bij de strot dan met haar soloalbum. De Australische zangeres zingt in haar band net wat intenser en durft het hier en daar ook uit te schreeuwen, wat How To Socialise & Make Friends voorziet van heel veel dynamiek. Het past prachtig bij het licht gruizige gitaarwerk op het album, dat me wel wat doet denken aan de Amerikaanse band Buffalo Tom.
How To Socialise & Make Friends van Camp Cope citeert vooral uit de archieven van de 90s indie-rock (en schuurt hier en daar tegen Hole aan), maar de band sleept er hier en daar ook wat postpunk en Riot grrrl bij, zeker wanneer Georgia Maq in de teksten tegen flink wat onrecht aanschopt.
Pleaser is een prima solodebuut van de Australische singer-songwriter, maar op het laatste album van haar band hoor je pas echt hoe goed ze is. Camp Cope grijpt je op How To Socialise & Make Friends 40 minuten lang bij de strot met songs waar de urgentie en de passie van af spatten. Het is in muzikaal opzicht allemaal eerder gedaan, maar het gevoel en de woede in de stem van Georgia Maq tillen het tweede album van Camp Cope naar grote hoogten. How To Socialise & Make Friends haalde in Australië meer dan eens de jaarlijstjes en dat begrijp ik wel.
Al met al ben ik best blij met het eerste soloalbum van Georgia Maq, maar zielsgelukkig met het tweede album van haar band, dat ik, wanneer het album dit jaar zou zijn verschenen, zo in mijn jaarlijst zou hebben gezet. Erwin Zijleman
