MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

U​-​Bahn - U​-​Bahn (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: U-Bahn - U-Bahn - dekrentenuitdepop.blogspot.com

U-Bahn - U-Bahn
Het lang genegeerde debuut van de Australische band U-Bahn wordt de laatste weken zelfs een voorzichtige hype en daar valt niets op af te dingen

Laat het debuut van de Australische band U-Bahn uit de speakers komen en je hoort flarden Talking Heads en Devo uit de late jaren 70, luister nog wat beter en je hoort veel van de baanbrekende albums van King Crimson uit de vroege jaren 80. En zo hoor je iedere keer weer wat anders in de stekelige en soms zelfs tegendraadse, maar tegelijkertijd ook aanstekelijke popsongs van de band uit Melbourne. Het strijkt tegen de haren in, maar het is bij vlagen ook compleet onweerstaanbaar en altijd prikkelt het de fantasie. Heerlijk album van deze Australische band.

Het titelloze debuut van de Australische band U-Bahn verscheen al aan het begin van het jaar, maar trekt hier pas de laatste maanden meer aandacht, wat de laatste weken zelfs lijkt om te slaan in een voorzichtige hype. Daar is wat voor te zeggen, want de band uit Melbourne heeft een buitengewoon fascinerend debuut afgeleverd.

Het is een debuut dat zich heeft laten inspireren door flink wat muziek uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 en de band heeft hierbij een voorkeur voor invloeden die destijds wat tegen de stroom in roeiden.

Luister naar het debuut van U-Bahn en je hoort flarden Talking Heads en vooral Devo, maar U-Bahn put zeker niet alleen uit de archieven van de Amerikaanse new wave uit deze periode. Ook de muziek die de Britse band King Crimson in de eerste helft van de jaren 80 maakte op albums als Discipline, Beat en Three Of A Perfect Pair heeft zijn sporen nagelaten op het debuut van de Australische band en hiernaast hoor je op het titelloze debuut van U-Bahn flarden postpunk en synthpop. Ook hiermee zijn we er nog niet, want een Australische band met een Duitse naam kan ook niet heen om de Duitse Krautrock uit de jaren 70 en 80 en kan evenmin de elektronica van Kraftwerk negeren.

U-Bahn giet al deze invloeden in een mal die uiteindelijk stekelige maar ook aanstekelijke popliedjes opleveren. Het zijn popliedjes met wat staccato klinkende gitaren, die niet alleen herinneren aan een deel van de bovengenoemde bands, maar ook aan de muziek die Bowie maakte in zijn Berlijnse periode. Wanneer de synths aanzwellen en de basloopjes dwingender worden schuift het geluid van U-Bahn wat op van de jaren 70 naar de jaren 80, maar het blijft heerlijk eigenzinnig en het roept hier en daar ook weer herinneringen op aan het werk van The Residents.

Uiteindelijk is vergelijken zinloos, want het titelloze debuut van U-Bahn is een vat vol tegenstrijdigheden. De Australische band strijkt soms flink tegen de haren in, maar verrast ook met aanstekelijke refreinen en met muzikale passages die de fantasie eindeloos prikkelen. Het kan hierbij alle kanten op, want waar de Australische band het ene moment vertrouwt op ruwe en wat tegendraadse gitaarlijnen, kiest het op het volgende moment net zo makkelijk voor breed uitwaaiende synths die hier en daar zelfs een progrock motiefje niet schuwen.

Al dit moois is betrekkelijk ruw opgenomen, waardoor de muziek van U-Bahn zo af en toe heerlijk rammelt, maar het volgende moment toch weer met een bijna militaire precisie in elkaar lijkt gesleuteld.

Het debuut van U-Bahn is een album dat zeker in vocaal opzicht niet hoogstaand is, maar de muzikale hoogstandjes van gitaren en elektronica compenseren stevig voor de wat monotone en staccato vocalen op het album, die natuurlijk wel prima passen bij de muziek van de Australische band.

Het titelloze debuut van U-Bahn is een album dat je mee terug neemt naar inmiddels al weer wat vergeten muziek uit de jaren 70 en 80 en het blijkt muziek die decennia later nog net zo spannend en avontuurlijk klinkt. Ik ben lang niet altijd in de stemming voor de muziek van de band uit Melbourne, maar bij incidentele beluistering is het nauwelijks te weerstaan en is het bovendien een stimulans om de vroege albums van Talking Heads en Devo en het genoemde werk van King Crimson weer eens uit de kast te trekken. Erwin Zijleman

U.S. Girls - Half Free (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: U.S. Girls - Half Free - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De afgelopen jaren haalde ik nog aardig wat over het hoofd geziene meesterwerken uit de jaarlijstjes van de 1001 muziektijdschriften en muziekwebsites, maar dit jaar valt de oogst wat tegen (al maakt de schoonheid van het debuut van Julien Baker heel veel zo niet alles goed).

In de onderste regionen van een aantal Amerikaanse jaarlijstjes kwam ik Half Free van U.S. Girls tegen en dat is, zeker na enige gewenning, een plaat die ik niet had willen missen.

Achter U.S. Girls gaat de vanuit het Canadese Toronto opererende Meghan Remy uit schuil. Ze heeft al een aantal platen op haar naam staan en dat zijn platen die het etiket lo-fi opgeplakt hebben gekregen. Ook Half Free van U.S. Girls mag af en toe aangenaam rammelen, maar met lo-fi doe je deze plaat echt flink te kort.

U.S. Girls maakt op Half Free immers muziek die met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen. Het is een plaat die haar inspiratie deels vindt in de 60s girlpop die zo fraai door Phil Spector werd geproduceerd, maar deze invloeden gaan hand in hand met invloeden uit de hiphop van nu (de plaat werd geproduceerd door de Canadese hiphop producer Onakabazien).

De combinatie van invloeden uit de 60s pop en eigentijdse hiphop wordt nog onnavolgbaarder door allerlei andere invloeden die U.S. Girls er bij sleept. Half Free bevat pure pop, gaat aan de haal met zwoele dub en reggae, maar is ook niet vies van rammelpop, heuse glamrock of donkere elektronische pop.

Zeker in de meer elektronisch ingekleurde songs licht de vergelijking met labelgenoot Grimes voor de hand, maar wanneer de elektronica achterwege wordt gelaten is die vergelijking direct onzinnig.

Half Free bevat 36 minuten muziek die nauwelijks houvast geeft. U.S. Girls schiet steeds weer andere kanten op en combineert hierbij geniale deuntjes met ongrijpbare passages. Bij fragmentarisch beluisteren is het een kakofonie van stijlen, bij aandachtige beluistering een steeds consistenter en steeds fraaier geheel. Bijzondere plaat. Erwin Zijleman

U.S. Girls - Heavy Light (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: U.S. Girls - Heavy Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com

U.S. Girls - Heavy Light
U.S. Girls kiest ook dit keer voor de toegankelijke popliedjes, maar het zijn popliedjes vol invloeden en een bijzondere twist is nooit ver weg op het fascinerende Heavy Light

De Canadese muzikante Meg Remy maakte met haar alter ego U.S. Girls een aantal jaren vooral behoorlijk experimentele muziek, maar de laatste jaren grossiert ze in toegankelijke popliedjes. Ook haar nieuwe album Heavy Light is weer verrassend toegankelijk, maar het is op hetzelfde moment een vat vol tegenstrijdigheden. Invloeden uit een aantal decennia popmuziek komen voorbij in songs die aangenaam en makkelijk klinken, maar op hetzelfde moment alle kanten op schieten en waarin een eigenzinnige wending nooit ver weg is. U.S. Girls maakte lange tijd muziek voor een kleine groep muziekliefhebbers, maar dit moet toch in bredere kring gewaardeerd kunnen worden?

U.S. Girls, het alter ego van de Canadese muzikante Meg Remy, brengt inmiddels al een jaar of twaalf albums uit en heeft zo langzamerhand een aardig stapeltje op haar naam staan. Het zijn albums die in eerste instantie vooral in kleine kring werden opgepikt, wat gezien het experimentele karakter van de muziek van U.S. Girls niet zo gek was.

Met het in 2012 verschenen GEM trok Meg Remy voor het eerst wat meer aandacht met haar muziek en zelf ontdekte ik haar aan het eind van 2015 toen ik Half Free uit een obscuur jaarlijstje pikte.

Half Free was nog steeds geen alledaags album, maar zeker niet meer zo experimenteel als de eerste albums van U.S. Girls. Het was wel een onnavolgbaar album dat er zoveel invloeden bij sleepte dat het je soms duizelde. Ik vergeleek Half Free in 2015 met de muziek van Grimes, die inmiddels is getransformeerd in een eigenzinnige popprinses. Die status zal Meg Remy niet snel verkrijgen met haar muziek, maar de muzikante uit het Canadese Toronto bleek de afgelopen jaren niet vies van pop.

Half Free liet af en toe al flarden van een aanstekelijk popliedje horen, maar het in 2018 uitgebrachte In A Poem Unlimited grossierde er in. Het in kleine kring terecht bejubelde album klonk weer totaal anders dan al zijn voorganger en was met afstand het meest toegankelijke album van U.S. Girls tot dat moment.

Ik had zelf weer de grootste moeite om het album te beschrijven en kwam uiteindelijk tot het volgende: “U.S. Girl creëerteen geluid dat bol staat van de invloeden uit de 70s funk en disco, maar Meg Remy citeert ook nadrukkelijk uit de archieven van Madonna in haar jonge jaren, heeft goed geluisterd naar de eerste platen van Roxy Music, flirt met foute Franse filmsoundtracks uit de jaren 70 en gaat terug naar de invloeden uit de zwarte muziek die in de jaren 70 door Blondie maar vooral door David Bowie werden opgepikt. Op hetzelfde moment slaat de Amerikaanse muzikante een brug naar de eigentijdse of zelfs voorzichtig futuristische elektronische popmuziek van St. Vincent.” Een omschrijving waar niemand iets mee kan, maar als ik naar In A Poem Unlimited luister kan ik er nog steeds niet veel anders van maken.

Deze week verscheen een nieuw album van U.S. Girls en Heavy Light klinkt weer totaal anders dan zijn voorgangers. Het brengt Allmusic.com er toe om het alter ego van Meg Remy te omschrijven als “an ever-mutating organism”, wat in deze tijden wat griezelig klinkt, maar de muziek van U.S. Girls wel recht doet.

Heavy Light laat direct horen dat Meg Remy haar een paar jaar geleden ontstane voorliefde voor toegankelijke popliedjes nog niet verloren is. Het album opent met een soulvol popliedje dat in de jaren 70 zomaar een wereldhit had kunnen worden en dat niet had misstaan op Young Americans van David Bowie. U.S. Girls heeft op Heavy Light wel vaker een zwak voor soulvolle pop, wat wordt verstrekt door de grote rol voor background vocals.

U.S. Girls neemt je even mee terug naar de jaren 70, zeker wanneer ook nog een saxofoon opduikt, maar door de toevoeging van moderne elektronica krijgen de songs ook een eigentijdse twist, die weer gezelschap krijgt van flink wat invloeden uit de Phil Spector girlpop uit de late jaren 50.

Heavy Light werd gemaakt met een legioen aan sessiemuzikanten en heeft een lekker vol geluid, dat ook dit keer met zevenmijlslaarzen door genres en decennia wandelt. Het klinkt allemaal bijzonder lekker en vaak aanstekelijk, zeker ook vanwege de mooie stem van Meg Remy, maar eigenzinnigheid is nooit ver weg. Het zijn het vat vol tegenstrijdigheden en de diepgang (die ook zeker terug komt in de teksten) waarop U.S. Girls inmiddels een aantal jaren het patent heeft. Ik ben fan. Erwin Zijleman

U.S. Girls - In a Poem Unlimited (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: U.S. Girls - In A Poem Unlimited - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

U.S. Girls, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Meg (Meghan) Remy, heeft een verleden in de noiserock en lo-fi, maar zelf ken ik de muziek van de vanuit het Canadese Toronto opererende muzikante pas sinds Half Free, dat in 2015 in een aantal alternatieve jaarlijstjes opdook.

Op Half Free verraste Meg Remy met een plaat vol behoorlijk toegankelijke popsongs met flink wat invloeden uit de 50s en 60s girlpop, al waren het ook popsongs vol verrassing en avontuur.

Het is een lijn die wordt doorgetrokken op het vorige week verschenen In A Poem Unlimited. Ook de nieuwe plaat van U.S. Girls staat weer bol van de invloeden, maar klinkt totaal anders dan zijn voorganger, al is de fascinatie voor perfecte popliedjes gebleven.

Op de plaat is een belangrijke rol weggelegd voor een flink aantal gastmuzikanten, onder wie het uit Toronto afkomstige muzikantencollectief The Cosmic Range, en de bijdrage van al deze gastmuzikanten staat garant voor een even fascinerend als aanstekelijk geluid.

Het is een geluid dat bol staat van de invloeden uit de 70s funk en disco, maar Meg Remy citeert ook nadrukkelijk uit de archieven van Madonna in haar jonge jaren, heeft goed geluisterd naar de eerste platen van Roxy Music, flirt met foute Franse filmsoundtracks uit de jaren 70 en gaat terug naar de invloeden uit de zwarte muziek die in de jaren 70 door Blondie maar vooral door David Bowie werden opgepikt. Op hetzelfde moment slaat de Amerikaanse muzikante een brug naar de eigentijdse of zelfs voorzichtig futuristische elektronische popmuziek van St. Vincent.

Met het noemen van al deze namen en invloeden ben ik er nog lang niet en dat zegt veel over de eigenzinnigheid waarmee Meg Remy muziek maakt. Ook in de teksten op In A Poem Unlimited neemt Meg Remy overigens geen blad voor de mond en klaagt ze van alles aan dat haar niet zint, variërend van de wijze waarop vrouwen nog steeds worden bejegend tot alles wat de president van haar vaderland roept en doet, waarbij overigens ook het militaire beleid van zijn voorganger niet wordt gespaard.

Zeker in muzikaal opzicht is In A Poem Unlimited een vat vol tegenstrijdigheden. U.S. Girls strooit driftig met aanstekelijke deuntjes, waarin zoals gezegd invloeden uit de disco niet worden geschuwd en Meg Remy af en toe nadrukkelijk op het randje van kunst en kitsch balanceert, maar de songs op In A Poem Unlimited zitten ook vol met stekelige passages en zelfs passages waarin het experiment nadrukkelijk wordt opgezocht. Het maakt van beluistering van In A Poem Unlimited een even aangename als fascinerende luistertrip.

U.S. Girls heeft een plaat gemaakt die aanzet tot associëren met van alles en nog wat uit de rijke geschiedenis en de popmuziek, maar het is ook een plaat die je op het puntje van je stoel houdt. Daarnaast heeft U.S. Girls natuurlijk ook gewoon een plaat vol schaamteloos toegankelijke deuntjes gemaakt, waarbij Meg Remy opvallend vaak een perfect popliedje produceert.

In A Poem Unlimited beschikt hierdoor over dezelfde verleiding als zijn voorganger, maar steekt nog net wat knapper, eigenzinniger en aanstekelijker in elkaar. Bijzondere plaat. Ik houd er wel van. Erwin Zijleman

U.S. Girls - Scratch It (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: U.S. Girls - Scratch It - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: U.S. Girls - Scratch It
Voor Scratch It vertrok Meg Remy, de vrouw achter U.S. Girls, naar Nashville om een album op te nemen met veel meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, zonder het unieke U.S. Girls geluid te verliezen

Ik heb tot dusver lang niet alle albums van US. Girls opgepikt, maar als ik dat doe en de tijd neem voor het album ben ik over het algemeen zeer te spreken over de muziek van het project van Meg Remy uit Toronto. Ik moest heel even wennen aan het deze week verschenen Scratch It, maar raak steeds meer gehecht aan dit album. Het is een album dat werd opgenomen in Nashville en niet in Toronto, de thuisbasis van Meg Remy, en dat hoor je. Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten spelen een voorname rol op het album, maar het blijft toch ook onmiskenbaar U.S. Girl, dat werkt aan een fascinerend oeuvre.

U.S. Girls, het project van de Amerikaanse maar tegenwoordig in het Canadese Toronto woonachtige muzikante Meg Remy, strooit naar mijn gevoel met albums. Dat valt op zich wel mee, want na 17 jaar staat de teller als ik goed tel op negen studioalbums en een live-album, wat ver weg blijft van bands die meerdere albums per jaar uitbrengen, want die zijn er ook.

Op een of andere manier associeer ik U.S. Girls echter toch met veel of zelfs net wat teveel. Het zal dus niet aan het aantal albums liggen, maar aan iets anders. Ik had het gevoel ook weer bij beluistering van het deze week verschenen Scratch It. De songs van de Amerikaanse muzikante zijn voorzien van een behoorlijk vol geluid, Meg Remy heeft flink wat tekst en springt ook nog eens makkelijk van genre naar genre. Er gebeurt dus van alles en dat kan wel eens teveel zijn.

Wanneer ik terugkijk op mijn persoonlijke relatie met de muziek van U.S. Girls kan ik concluderen dat ik een enkele keer wel heel enthousiast was over de albums van het project van Meg Remy, maar dat ik verreweg de meeste albums heb laten liggen. Ik denk wel dat ik vrijwel alle albums van U.S. Girls heb beluisterd, zeker omdat de muziek van Meg Remy vrijwel altijd kan rekenen op zeer positieve recensies, met name in de Amerikaanse muziekmedia.

Ik weet nu ook waar het mis gaat, want bij eerste beluistering van Scratch It was ik wederom niet zo heel enthousiast. Ik hoor de kwaliteit die afdruipt van de songs van de Amerikaanse muzikante en ik hoor ook de kwaliteit in de muziek en de zang, maar op een of andere manier vind ik het zo overweldigend dat het niet blijft hangen. De oplossing is eenvoudig. Luister een paar keer naar de muziek van U.S. Girls en alles valt op zijn plek.

Ook Scratch It is weer een album dat rijk is ingekleurd, waarna de stem van Meg Remy alle open ruimte opvult, maar de muziek van U.S. Girls kan ook wel degelijk subtiel zijn. Het verhaal achter het nieuwe album van U.S. Girls is mooi. Meg Remy werd uitgenodigd voor een festival in het zuiden van de Verenigde Staten, ver weg van haar thuisbasis Toronto, maar had eigenlijk geen band. Ze benaderde Dillon Watson, een bevriende muzikant uit Nashville, die snel een band samenstelde.

Over het festival weet ik niet zo veel, maar in Nashville, Tennessee, nam Meg Remy samen met Dillon Watson en de door hem gerekruteerde muzikanten in slechts een paar dage Scratch It op. Dat het album snel werd opgenomen hoor je in het af en toe wat ruwe geluid, al klinkt het zeker niet als een lo-fi album.

De muziek van U.S. Girls kon in het verleden alle kanten op, al zat er altijd flink wat pop in de songs van Meg Remy. Scratch It werd zoals gezegd opgenomen in Nashville met muzikanten die vooral thuis zijn in de Amerikaanse rootsmuziek en dat is te horen. Het album ademt de sfeer van het diepe zuiden van de Verenigde Staten en bevat een heerlijke dosis soul uit deze contreien.

Het past verrassend goed bij de stem van Meg Remy die naarmate het album vordert steeds beter gaat zingen. Het opent allemaal misschien wat vol, maar ook in muzikaal opzicht wordt Scratch It steeds subtieler. De Amerikaanse muziekcritici zijn wederom lyrisch en hoe vaker ik naar Scratch It luister, hoe beter ik dat begrijp. Ik vind het vaak even doorbijten bij U.S. Girls, maar de beloning is dit keer zeker de moeite waard. Erwin Zijleman

U2 - Boy (1980)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: U2 - Boy (1980) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: U2 - Boy (1980)
U2 zou in de jaren 80 razendsnel uitgroeien tot een band die stadions kon vullen, maar het begon in 1980 klein met Boy, waarop de blauwdruk is te vinden van het uit duizenden herkenbare geluid van de band

Ik had echt al heel lang niet meer naar Boy van U2 geluisterd. Enerzijds omdat ik niet zoveel meer heb met de muziek van de Ierse band en anderzijds omdat ik andere favorieten heb of dacht te hebben in het oeuvre van de band. Boy verscheen aan het begin van de jaren 80 en klonk anders dan de meeste andere albums van dat moment. U2 gebruikte geen synths in haar muziek en had een bijzonder spelende ritmesectie. Het meest in het oor sprong het ruimtelijke en heldere gitaarwerk van The Edge, dat U2 haar unieke geluid gaf. De band beschikte ook nog eens over een charismatische zanger, waardoor het succes niet uit kon blijven en dat deed het dan ook niet, maar het begon allemaal met Boy.

Ik ben al heel lang niet meer geïnteresseerd in de muziek van U2. Het laatste album van de Ierse band dat ik echt van begin tot eind goed vond is Achtung Baby en dat album is volgend jaar alweer 35 jaar oud. Als ik naar U2 luister koos ik tot voor kort uitsluitend voor The Joshua Tree, dat ik met afstand het beste album van de band vond en vind. Een tijdje geleden pakte ik echter ook Boy, het debuutalbum van de band uit 1980, er weer eens bij en sindsdien is ook de liefde voor dat album weer flink opgebloeid.

Boy verscheen in de herfst van 1980 en deed in eerste instantie buiten Ierland niet zo heel veel. Dat veranderde toen de band op 8 juni 1981 op het toen nog eendaagse Pinkpop festival stond. De Ierse band stond in de ochtend geprogrammeerd en maakte een onuitwisbare indruk met een flinke dosis jonge honden energie en een bijzonder eigen geluid. Het zou vervolgens snel gaan voor U2, dat in een paar jaar tijd zou uitgroeien tot een wereldberoemde band.

Ik weet niet meer precies wanneer ik Boy ontdekte, maar het was volgens mij voor dat legendarische optreden op Pinkpop. Aan het begin van de jaren 80 waren vooral de synths hip, maar daar deed U2 niet aan. De band uit Dublin vertrouwde op de beproefde combinatie van gitaar, bas en drums, maar klonk anders dan de andere gitaarbands van die tijd en de gitaarbands uit de decennia die er aan vooraf gingen.

Als ik nu luister naar Boy vind ik het geluid van U2 op haar debuutalbum nog steeds bijzonder. Het is een geluid dat langzaam maar zeker evolueerde in een nogal mainstream pop en rock geluid, maar op Boy hoor ik een unieke eigen stijl. Het is een stijl die deels wordt bepaald door het stuwende baswerk van Adam Clayton, door de opvallend roffelende drums van Larry Mullen Jr. en hier en daar een xylofoon, maar het is vooral het gitaarwerk van The Edge dat Boy zo’n uniek eigen geluid geeft.

U2 laat zich op haar debuutalbum zeker beïnvloeden door andere gitaarmuziek van dat moment, maar de ruimtelijke en wat galmende gitaarakkoorden van The Edge zorgen voor een unieke sfeer. The Edge zou zijn gitaarwerk in de jaren die volgden verder perfectioneren, maar persoonlijk vind ik zijn gitaarspel op Boy het mooist en bijzonderst, zeker wanneer hij ingetogen en ruimtelijke akkoorden speelt. De zang van Bono ging me naarmate U2 beroemder werd steeds meer irriteren, maar op Boy hoor ik wel de nodige bravoure, maar klinkt de zanger van U2 nog niet zo pathetisch. als in later dagen.

Boy is niet over de hele linie even sterk, maar bevat een aantal geweldige songs. Ik ben nooit zo gek geweest op I Will Follow en het album bevat nog een aantal van dit soort rechttoe rechtaan rocksongs, maar alleen al de serie Twilight, An Cat Dubh, Into The Heart en Out Of Control is geweldig en laat horen dat de muziek van U2 niet alleen energiek is, maar ook durft te experimenteren en durft te spelen met dynamiek.

U2 zou de lijn van Boy nog even doortrekken op October en War en zou vervolgens andere wegen verkennen met The Unforgettable Fire en The Joshua Tree. October staat lager aangeschreven dan Boy, maar War wordt over het algemeen hoger ingeschat dan het debuutalbum van de Ierse band. Ik heb er nog eens met de oren van nu naar geluisterd en kies zonder enige twijfel voor Boy, waarop de band een voor een debuutalbum ongekend grootse vorm liet horen. De rest kwam vanzelf. Erwin Zijleman

Ultimate Painting - Dusk (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ultimate Painting - Dusk - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ultimate Painting wordt nog altijd het ‘hobbyproject’ van de gitaristen van Mazes en Veronica Falls genoemd.

Nu Jack Cooper en James Hoar al weer hun derde plaat hebben uitgebracht (de eerder dit jaar verschenen live plaat tel ik niet eens mee) en van hun voormalige bands niet al te veel meer wordt vernomen, moeten we Ultimate Painting zo langzamerhand echter maar eens gaan zien als een echte band.

En wat is het een leuke band. Aangevuld met drummer Melissa Rigby betoveren Jack Cooper en James Hoar ook op hun derde plaat met oorstrelende gitaarpop.

Ook de derde plaat van Ultimate Painting werd weer opgenomen in het appartement van James Hoare, waarbij ook dit keer vintage apparatuur werd gebruikt. Er mocht kennelijk niet al teveel lawaai worden gemaakt tijdens het opnemen van Dusk gedurende de afgelopen winter, want Ultimate Painting klonk nog niet eerder zo ingetogen als op haar derde plaat. Dusk rammelt ook wat minder dan we van de band gewend zijn en staat vol met mooi verzorgde gitaarpop.

Het zijn heerlijk lome popliedjes, die dit keer minder associaties oproepen met The Velvet Underground, al zijn invloeden van de legendarische band nog steeds hoorbaar. Dusk is vooral beïnvloed door Westcoast pop en psychedelica uit een ver verleden, maar sluit ook vrijwel naadloos aan op de muziek van het Schotse Teenage Fanclub of de muziek van Amerikaanse bands als Yo La Tengo (die ik bij de vorige plaat ook al noemde als prominent vergelijkingsmateriaal) en The American Analog Set (die aan het eind van de jaren 90 in topvorm verkeerden).

Dusk overtuigt makkelijk met prachtige, licht zweverige gitaarloopjes, dromerige en vaak fluisterzachte vocalen, eenvoudig tikkende drums en hier en daar een heerlijke orgeltje of keyboard. Het is muziek vol echo's uit het verleden, maar Dusk klinkt ook zeker eigentijds.

Het is een plaat die koude winteravonden gaat voorzien van warmte, maar ook nu de regen met bakken naar beneden komt tijdens het schrijven van deze recensie, heeft de muziek van Ultimate Painting een helende werking.

Jack Cooper en James Hoar zijn de afgelopen twee jaar extreem productief geweest, maar ten koste van de kwaliteit van hun muziek gaat het niet. Integendeel zelfs, want ook Dusk is weer een plaat om te koesteren en wat mij betreft de mooiste van het tot dusver verschenen drietal. Erwin Zijleman

Ultimate Painting - Green Lanes (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ultimate Painting - Green Lanes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ultimate Painting, het muzikale project van de gitaristen van Veronica Falls en Mazes (die elkaar tijdens een gezamenlijke tour tegen het lijf liepen), debuteerde nog geen jaar geleden met een plaat die ik omschreef als leuk en vaak zelfs totaal onweerstaanbaar.

Het project van Jack Cooper en James Hoare is na een geslaagde tour direct de studio in gedoken en levert nu al weer een tweede plaat af die nog een stuk leuker en vooral beter is dan zijn voorganger.

Ultimate Painting slaagde er op haar debuut al in om een aantal memorabele popsongs af te leveren, maar op Green Lanes schudt de band de memorabele popsongs bijna achteloos uit de mouw.

Vergeleken met het debuut hebben invloeden van The Velvet Underground wat aan terrein verloren, terwijl invloeden van The Beatles juist prominenter aanwezig zijn. Op Green Lanes zijn de arrangementen rijker en is de instrumentatie verzorgder, wat de kwaliteit van de popsongs van Ultimate Painting zeer ten goede komt.

Dat betekent overigens niet dat Green Lanes een gepolijste plaat is. Het gitaarwerk op de plaat, dat ook dit keer meer dan eens refereert naar de muziek van Pavement, mag lekker rammelen, wat de songs op Green Lanes een bijzondere sfeer geeft.

Met het hierboven genoemde vergelijkingsmateriaal zijn we er overigens nog lang niet. Bij beluistering van Green Lanes hoor ik af en toe wat van The Beach Boys, veel van Teenage Fanclub, maar zeker wanneer Ultimate Painting het tempo laag houdt, hoor ik ook zeker invloeden van bands als Yo La Tengo en Low.

Het levert een lekker loom gitaarplaatje op dat een stuk minder stekelig is dan zijn voorganger, maar uiteindelijk zelfs nog net wat aangenamer. Liefhebbers van zonnige, melodieuze en Beatlesque gitaarpop kunnen er als je het mij vraagt met geen mogelijkheid omheen. Erwin Zijleman

Ultimate Painting - Ultimate Painting (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ultimate Painting - Ultimate Painting - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Tijdens de tour van Veronica Falls van 2013 verzorgde Mazes het voorprogramma. Het bracht de gitaristen van beide Britse bands, respectievelijk James Hoare en Jack Cooper, met elkaar in contact.

Het is een contact dat uiteindelijk heeft geleid tot muzikale samenwerking onder de naam Ultimate Painting. Datzelfde Ultimate Painting heeft onlangs een debuut afgeleverd en wat is dat een leuk en vaak zelfs totaal onweerstaanbaar plaatje.

Ultimate Painting maakt op haar debuut lekker rammelende popmuziek die zich voor een belangrijk deel heeft laten inspireren door muziek uit de jaren 60 en 70. Het is muziek die meer dan eens associaties op zal roepen met de muziek van The Velvet Underground en daar is natuurlijk helemaal niets mis mee.

Het titelloze debuut van het duo staat vol met lekker dromerige muziek, waarin sprankelende gitaarlijnen en lome vocalen centraal staan. Zeker de wat stekeligere songs herinneren nadrukkelijk aan het werk van The Velvet Underground, maar wanneer Ultimate Painting de bakens wat verzet komt een breed palet aan klanken uit de jaren 60 voorbij, waarin in de meest toegankelijke momenten ook zeker The Beatles opduiken.

Hier blijft het niet bij, want de muziek van Ultimate Painting haakt ook aan bij muziek van recentere datum. James Hoare en Jack Cooper hebben uiteraard ook invloeden uit de muziek van hun eigen bands verwerkt in de muziek van Ultimate Painting en grijpen hiernaast ook af en toe terug op de muziek van de al lang vergeten Young Marble Giants (met dank aan The Guardian voor het opwerpen van dit vergelijkingsmateriaal), zeker wanneer de drums en bas monotoon klinken en er ijle synths opduiken.

Het debuut van Ultimate Painting is een lekker rammelende plaat, maar zit beter in elkaar dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Vooral het gitaarwerk op de plaat is van hoog niveau, maar ook de songs blijken in steeds meer gevallen ruwe diamanten die na enig slijpwerk blinken en fonkelen.

Iedere keer als je denkt dat je het debuut van Ultimate Painting volledig hebt kunnen doorgronden, duikt er wel weer wat nieuws op. Het ene moment hoor je opeens flarden van The Byrds of van Bob Dylan, het andere moment is het toch opeens een vleugje Krautrock of psychedelica dat je op het verkeerde been zet. Het ene moment zit je midden in de jaren 60, het volgende moment toch weer nadrukkelijk in het heden.

Het debuut van Ultimate Painting blijft hierdoor maar intrigeren, maar vermaakt ook meedogenloos. Het inspireerde het al eerder genoemde The Guardian (een krant met veel verstand van popmuziek) eerder deze maand tot het uitdelen van de maximale score. Dat is onverwacht voor een snel in elkaar geflanst hobbyprojectje, maar valt er veel op af te dingen? Nee, eigenlijk niet. Ultimate Painting ... onthouden die naam. Erwin Zijleman

Ulver - Flowers of Evil (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ulver - Flowers Of Evil - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ulver - Flowers Of Evil
De Noorse band Ulver verrast nog maar een keer met behoorlijk toegankelijke, maar ook zeer knap in elkaar stekende songs vol invloeden uit de 80s en 90s synthpop, postpunk en rock

De uit het Noorse Oslo afkomstige band Ulver is van vele markten thuis, maar zelf hoor ik de band het liefst zoals op het in 2017 verschenen The Assassination Of Julius Caesar, dat vol stond met door 80s en 90s synthpop beïnvloede muziek. Flowers Of Evil trekt de lijn van de voorganger door en is misschien nog wel toegankelijker dan deze voorganger. Ook op Flowers Of Evil klinken invloeden van met name Depeche Mode door, maar ik hoor ook wel wat van Talk Talk, om maar eens twee namen te noemen. Ulver is niet vies van synthpop, maar schuwt ook de gitaren niet in songs die weliswaar toegankelijk zijn, maar ook vol bijzondere accenten en wendingen zitten. Fascinerende band, geweldige plaat.

De Noorse band Ulver bestaat al ruim 25 jaar en heeft inmiddels een behoorlijk uit de kluiten gewassen oeuvre op haar naam staan. De band uit Oslo begon ooit als black metal band, maar heeft zich de afgelopen 25 jaar in meerdere genres bekwaamd, waaronder ambient en avant garde. Ik heb er overigens zelf niet veel van meegekregen, want ik ken Ulver uitsluitend van het in 2017 verschenen The Assassination Of Julius Caesar, waarop de Noorse band indruk maakte met behoorlijk toegankelijke songs vol invloeden uit met name de 80s en 90s synthpop.

The Assassination Of Julius Caesar werd drie jaar geleden vergeleken met de muziek van bands als Human League, Orchestral Manoeuvres In The Dark en New Order, maar vooral met Depeche Mode en dan vooral met Depeche Mode in de jaren waarin de band zich ontworstelde aan de kaders van de pure synthpop. Op het deze week verschenen Flowers Of Evil trekt Ulver de lijn van het vorige album door en verleidt het wederom redelijk makkelijk met toegankelijke songs met invloeden uit de 80s en 90s synthpop en rock.

Ook dit keer hoor ik vooral flarden van Depeche Mode in de muziek van Ulver, zeker wanneer de synths een belangrijke plek in nemen in het geluid van Ulver. Dat is op een groot deel van het album, dat niet voor niets in het hokje synthpop wordt geduwd, het geval, maar Ulver laat op Flowers Of Evil veel meer horen dan synthpop.

Vergeleken met The Assassination Of Julius Caesar lijken de songs nog wat toegankelijker geworden en is Ulver nog wat verder verwijderd geraakt van haar experimentele of door metal gedomineerde dagen. Het gaat de band uitstekend af. Flowers Of Evil staat vol met songs die herinneren aan de jaren 80 en 90. Het zijn songs die vaak aan Depeche Mode doen denken, maar bij beluistering van Flowers Of Evil heb ik ook associaties met de muziek van Talk Talk. De Noorse band kan echter ook opschuiven richting postpunk, doom of industrial en klinkt dan opeens een stuk donkerder.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker. De synths klinken heerlijk vol, wat prachtig contrasteert met de wat rauwere gitaarlijnen en de diepe bassen en drums. Het klinkt zoals gezegd verrassend toegankelijk, maar Ulver kiest niet altijd voor de makkelijkste weg en voegt ook nog het nodige avontuur toe aan haar muziek. Ook in vocaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend. Zanger en voorman Kristoffer "Garm" Rygg beschikt over een aangename stem en laat zich hier en daar fraai ondersteunen.

Flowers Of Evil is een album dat met een beetje fantasie ook in de jaren 80 of 90 gemaakt zou kunnen zijn en had destijds met de beste albums meegekund. Voor een album met zoveel flarden uit de jaren 80 en 90 klinkt het nieuwe album van Ulver echter ook verrassend fris. Het heeft alles te maken met al het avontuur dat de Noorse band heeft toegevoegd aan de op het eerste gehoor redelijk toegankelijke klanken.

Het heeft bovendien alles te maken met de geweldige songs die de band uit Oslo heeft geschreven voor haar nieuwe album. Ik heb de muziek van Ulver nu al een paar keer vergeleken met Depeche Mode, maar ik ken geen Depeche Mode waarop zoveel memorabele songs staan als op Flowers Of Evil. Ulver was voor mij drie jaar geleden nog een enorme ontdekking, waarna het afwachten was of de band nog een vergelijkbaar album zou maken. Dat album is er nu en het is nog een stuk beter dan zijn voorganger. Erwin Zijleman

Ulver - The Assassination of Julius Caesar (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ulver - The Assassination Of Julius Caesar - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

The Assassination Of Julius Caesar van de Noorse band Ulver trok in eerste instantie vooral mijn aandacht vanwege de bijzondere titel, maar sinds ik de plaat heb beluisterd, houdt de Noorse band flink wat grote namen uit de cd-speler.

The Assassination Of Julius Caesar is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Noorse band, maar de Noren maken al sinds 1994 platen en hebben inmiddels een aardige stapel op hun naam staan.

Het zijn platen waaraan op Allmusic.com een imposant rijtje genres en stijlen is gekoppeld (van black metal tot jazz en avant garde), maar op The Assassination Of Julius Caesar maken de Noren vooral muziek die het etiket synthpop zal krijgen opgeplakt. Het is synthpop die hier en daar is verrijkt met donkere gitaren en het is synthpop die niet kiest voor de lichtvoetige deuntjes, maar voor een betrekkelijk zwaar aangezet geluid.

Het is een geluid dat wel wat doet denken aan het geluid waarmee Depeche Mode in de jaren 90 transformeerde van een synthpop band in een rockband, maar vergeleken met Depeche Mode kiest Ulver veel vaker het experiment. Op hetzelfde moment klinkt de muziek van de Noren vaak dansbaar en hier en daar zelfs soulvol.

The Assassination Of Julius Caesar is hierdoor een vat vol tegenstrijdigheden, maar het is ook een plaat die een bijna bezwerende uitwerking heeft en die je wanneer je er eenmaal gevoelig voor bent meesleurt tot de allerlaatste noten.

Ulver verwerkt op knappe wijze invloeden uit de 80s en 90s synthpop en pop en geeft vervolgens een eigen draai aan deze invloeden. Zeker wanneer de vocalen zwaar worden aangezet en verrijkt met vrouwenstemmen klinkt het allemaal verrassend toegankelijk (voor zover dat tenminste mogelijk is in een track van ruim 9 minuten), maar Ulver zet je minstens net zo vaak op het verkeerde been met uit de bocht vliegende elektronica of een kakafonie van lawaai.

Wanneer de band flink buiten de lijntjes kleurt hoor je waarom de band ook wel eens het etiket metal opgeplakt heeft gekregen en hoor je bovendien flink wat invloeden uit de progrock en de psychedelica, maar Ulver is ook niet vies van popsongs met een kop en een staart en raakt hierbij meerdere malen aan de muziek van Pet Shop Boys.

Met The Assassination Of Julius Caesar heeft Ulver voor de afwisseling eens een popalbum willen maken en ook dat is met grote regelmaat gelukt. Het is een popalbum dat verrast met sterke songs en bijzonder fraaie klankentapijten, maar door de constante dreiging van ontsporing heeft de muziek van de Noren altijd een bijzondere lading.

Ik was een paar weken geleden behoorlijk positief over de laatste plaat van Depeche Mode, maar The Assassination Of Julius Caesar van Ulver is echt klassen beter. Er zijn vorige week heel veel platen verschenen, maar deze knappe plaat van de band uit Noorwegen mag echt niet ondersneeuwen. Erwin Zijleman

Unknown Mortal Orchestra - Multi-Love (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Unknown Mortal Orchestra - Multi-Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ruim twee jaar geleden recenseerde ik II van Unknown Mortal Orchestra en begon ik met de volgende alinea’s. “II van Unknown Mortal Orchestra is de afgelopen weken met zulke uiteenlopende dingen vergeleken, dat ik me op voorhand geen enkele voorstelling kon maken bij de muziek van de band uit Portland, Oregon. Ik moest bij de eerste track zelf vooral aan het psychedelische werk van The Beatles denken, maar in de volgende track waren het opeens The Zombies, hierna werd het opeens Sly & The Family Stone, om vervolgens via Jimi Hendrix bij The Soft Machine uit te komen. Hierna was ik het spoor bijster of lag ik uitgeteld in de hoek. Wanneer je II van Unknown Mortal Orchestra wilt vergelijken met het werk van anderen is het een buitengewoon vermoeiende plaat, want steeds als je het denkt te weten duikt er weer andere vergelijkingsmateriaal op. Je kunt de muziek van de band rond de Nieuw Zeelander Ruban Nielson daarom maar beter als een op zichzelf staande cd beluisteren, of als een mix van alles wat in de 60s ook maar enigszins raakte aan psychedelica”.

Het is een advies dat ik zelf nog vaak ter harte heb genomen, waardoor tot ik op de dag van vandaag geniet van de tweede plaat van de Amerikaanse (eenmans)band. II moet inmiddels concurreren met Multi-Love en ook dat blijkt een buitengewoon intrigerende plaat.

Het is een plaat die slechts in beperkte mate is te vergelijken met zijn voorganger. Waar Ruban Nielson het leven op II nog bekeek door een roze bril, ging hij het afgelopen jaar door diepe dalen. Multi-Love moet gezien worden als een heuse breakup plaat, maar het is zeker geen somber geheel geworden.

Waar op de vorige plaat psychedelica werd verrijkt met invloeden uit onder andere de funk, staan deze invloeden uit de funk dit keer centraal en zorgen de invloeden uit de psychedelica voor de puntjes op de i. Multi-Love is zwaar beïnvloed door het werk van met name Funkadelic en Parliament, maar ook de betere platen van Prince hebben heel veel invloed gehad op de derde plaat van Unknown Mortal Orchestra.

Multi-Love klinkt hierdoor toegankelijker, lichtvoetiger en minder geestverruimend dan zijn voorganger, maar gelukkig maakt Ruban Nielson het de luisteraar nog steeds niet makkelijk. De songs op Multi-Love liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar het zijn ook nog steeds songs vol verborgen kamers, dubbele bodems, boobytraps en andere verrassingen.

Ruban Nielson heeft de jaren 60 grotendeels achter zich gelaten en loopt op Multi-Love op zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek. Het levert een plaat op die bij eerste beluistering vooral verbaast en intrigeert, maar niet veel later hopeloos verslavend blijkt.

Alles op Multi-Love klinkt even lekker, maar ondertussen loopt de plaat ook over van avontuur en inspiratie. De derde plaat van Unknown Mortal Orchestra is volgestopt met instrumenten en geluiden, maar het zijn geen tierelantijntjes.

Multi-Love is een plaat die je verleidt en verovert, maar het is ook een plaat die maar blijft verbazen en groeien. II was prima, maar Multi-Love durf ik best een meesterwerk te noemen, al is het maar omdat Unknown Mortal Orchestra uiteindelijk niet onder doet voor het allerbeste van het genoemde vergelijkingsmateriaal en dat is nogal wat. Erwin Zijleman

Unknown Mortal Orchestra - Sex & Food (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Unknown Mortal Orchestra - Sex & Food - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ruban Nielson, de man achter Unknown Mortal Orchestra, neemt ons inmiddels al zeven jaar en vier albums mee op een fascinerende ‘roller coaster ride’ langs een aantal uithoeken van de geschiedenis van de popmuziek.

Het debuut van Unknown Mortal Orchestra ontging me in 2011 nog grotendeels, maar het in 2013 verschenen II was een buitengewoon avontuurlijke plaat, waarop Ruban Nielson begon bij de bekende en minder bekende smaakmakers uit de geschiedenis van de psychedelica, om er vervolgens van alles en nog wat bij te slepen, waardoor de plaat je maar heen en weer bleef slingeren tussen decennia vol popmuziek en zeer uiteenlopende genres en stijlen.

In 2015 keerde Ruban Nielson terug met een gebroken hart en met Multi-Love. De heuse breakup-plaat citeerde nog altijd nadrukkelijk uit de archieven van de psychedelica, maar funk stond dit keer centraal, waardoor de plaat stevige associaties opriep met de platen van grootheden als Funkadelic, Parliament en natuurlijk Prince, die op zijn tijd ook niet vies was van de combinatie van funk en psychedelica.

Deze week keert Ruban Nielson dan eindelijk terug met de opvolger van Multi-Love en de muzikant uit Portland, Oregon, heeft ook op Sex & Food weer niet gekozen voor de makkelijkste weg.

De plaat werd (deels met lokale muzikanten) opgenomen in Nieuw-Zeeland (waar zijn wieg stond), Vietnam, Mexico, IJsland, Zuid-Korea en thuisbasis Portland en net als op zijn vorige platen put Ruban Nielson inspiratie uit veel genres en periodes uit de geschiedenis van de popmuziek.

Sex & Food begint ergens halverwege de jaren 60 en rijkt via zeer uiteenlopende wegen en invloeden tot het heden. Het maakt het beluisteren van de muziek van Unknown Mortal Orchestra ook dit keer tot een vermoeiende activiteit, zeker wanneer je alle invloeden wilt herkennen en benoemen, maar je kunt er ook in onderdompelen en er van genieten.

En wat valt er ook dit keer weer veel te genieten in de muziek van de fascinerende band uit Portland, Oregon. Dat vraagt wel even tijd overigens, want zeker bij eerste beluistering springt Sex & Love wel erg van de hak op de tak en lijkt de mysterieuze kluis van Prince in zijn Paisley Park studio’s in Minneapolis in één keer over de nietsvermoedende luisteraar uitgestort te worden.

De plaat opent met 60s psychedelica die een eigentijdse twist mee krijgt, maar al snel eisen ook bluesy rock en broeierige funk hun rol op. Zeker in de door funk, jazz en R&B gevoede passages kruipt Ruban Nielson dicht tegen Prince aan, maar het is wel Prince in zijn meest onvoorspelbare of meest wellustige buien.

Het contrasteert behoorlijk met de rauwe en gruizige rocktracks op de plaat, al had ook Prince natuurlijk een zwak voor Jimi Hendrix, waar Ruban Nielson nog een flinke dosis Led Zeppelin aan toevoegt.

Vergeleken met zijn voorgangers is Sex & Food een bij vlagen behoorlijk ontoegankelijke plaat, maar luister een paar keer en Unknown Mortal Orchestra heeft je toch weer te pakken, al is het maar omdat Prince een aantal van de beste tracks op de plaat helaas nooit meer kan maken. Erwin Zijleman