Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Oasis - Definitely Maybe (1994)

4,5
0
geplaatst: 22 mei 2014, 22:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oasis - Definitely Maybe, Remastered Deluxe Version - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het regent de afgelopen weken weer reissues. Dat is leuk voor de platen die ik al weer lang vergeten was, maar behoorlijk confronterend wanneer het gaat om platen die voor mijn gevoel nog niets eens zo heel lang geleden zijn verschenen.
Definitely Maybe van Oasis is zo’n plaat. Natuurlijk weet ik dat het wel even geleden is dat de broertjes Gallagher voor het eerst opdoken, maar 20 jaar? Ja, het is echt zo. Definitely Maybe verscheen in de zomer van 1994 en viert dit jaar daarom al weer zijn 20e verjaardag.
Het debuut van Oasis verscheen in een periode waarin Amerikaanse bands domineerden. Het waren de hoogtijdagen van de grunge en bands als Nirvana en Pearl Jam. In Engeland werd eigenlijk al sinds het uit elkaar van The Stone Roses gezocht naar nieuwe rock ’n roll helden en deze werden in de eerste helft van de jaren 90 gevonden in bands als Blur, Suede, Pulp en Oasis. Van deze bands, die allemaal in het nieuwe hokje Britpop werden geduwd, streden met name Blur en Oasis om de gunsten van een breed publiek.
De strijd tussen Blur en Oasis werd uiteindelijk bijna net zo serieus als de strijd tussen de Beatles en de Stones in de jaren 60. Je was in 1994 voor Oasis of voor Blur. Mijn hart lag bij Oasis, al vond ik de tweestrijd tussen de twee bands destijds niet zo zinvol en achteraf bezien misplaatst, want zoveel hadden Blur en Oasis in muzikaal opzicht niet met elkaar te maken. Goed, Definitely Maybe was in 1994 mijn plaat.
Het was een plaat die stevig was beïnvloedt door het werk van The Beatles, maar ook invloeden van The Rolling Stones, The Small Faces, The Jam, The Stone Roses, The Smiths, T. Rex, The Happy Mondays, Sex Pistols, The Kinks en The Who vonden hun weg naar het debuut van Oasis. Definitely Maybe is een recht voor zijn raap rock ’n roll plaat die klinkt als de optelsom van een aantal decennia Britse rockmuziek.
De band experimenteerde rond de release van de plaat al met een wat meer pop-georiënteerd geluid (bijvoorbeeld op de geweldige single Whatever), maar op Definitely Maybe regeert de rock ’n roll.
Definitely Maybe laat direct horen wat een geniaal songwriter Noel Gallagher is, al zouden de echte parels c.q. grote hits pas opduiken op het in 1995 verschenen (What's the Story) Morning Glory?.
Definitely Maybe stond uiteindelijk wat in de schaduw van de opvolger die zorgde voor wereldwijd succes, maar wat is het debuut van Oasis nog altijd een goede plaat. Nee, een memorabele plaat.
Twintig jaar na dato spat de energie en de urgentie er nog altijd van af, misschien nog wel meer dan van de toch wat te vaak gehoorde singles van plaat nummer twee. De gitaren zijn recht voor zijn raap, de vocalen zowel sloom als agressief en de dosis energie is van een griezelig hoog niveau. Natuurlijk zijn niet alle songs op de plaat even goed, maar persoonlijk vind ik het nog steeds 11 tracks lang genieten.
De luxe editie van Definitely Maybe is uiteraard voorzien van heel veel extra’s. Hieronder flink wat demo’s en live materiaal, maar gelukkig ook het geweldige Whatever.
Oasis zou gedurende haar carrière flink afzakken en uiteindelijk waren de broertjes Gallagher natuurlijk stomvervelend en bloedirritant, maar Definitely Maybe is inmiddels een klassieker. Ik keek persoonlijk vooral uit naar de reissue van (What's the Story) Morning Glory?, die later zal volgen, maar ik heb Definitely Maybe inmiddels weer helemaal ontdekt en ben enthousiaster over de plaat dan ooit tevoren. Toe aan een plaat met geweldige Britse rock ‘n roll met heel veel bravoure maar nog zonder al te veel pretenties? Probeer Definitely Maybe eens. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Oasis - Definitely Maybe, Remastered Deluxe Version - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het regent de afgelopen weken weer reissues. Dat is leuk voor de platen die ik al weer lang vergeten was, maar behoorlijk confronterend wanneer het gaat om platen die voor mijn gevoel nog niets eens zo heel lang geleden zijn verschenen.
Definitely Maybe van Oasis is zo’n plaat. Natuurlijk weet ik dat het wel even geleden is dat de broertjes Gallagher voor het eerst opdoken, maar 20 jaar? Ja, het is echt zo. Definitely Maybe verscheen in de zomer van 1994 en viert dit jaar daarom al weer zijn 20e verjaardag.
Het debuut van Oasis verscheen in een periode waarin Amerikaanse bands domineerden. Het waren de hoogtijdagen van de grunge en bands als Nirvana en Pearl Jam. In Engeland werd eigenlijk al sinds het uit elkaar van The Stone Roses gezocht naar nieuwe rock ’n roll helden en deze werden in de eerste helft van de jaren 90 gevonden in bands als Blur, Suede, Pulp en Oasis. Van deze bands, die allemaal in het nieuwe hokje Britpop werden geduwd, streden met name Blur en Oasis om de gunsten van een breed publiek.
De strijd tussen Blur en Oasis werd uiteindelijk bijna net zo serieus als de strijd tussen de Beatles en de Stones in de jaren 60. Je was in 1994 voor Oasis of voor Blur. Mijn hart lag bij Oasis, al vond ik de tweestrijd tussen de twee bands destijds niet zo zinvol en achteraf bezien misplaatst, want zoveel hadden Blur en Oasis in muzikaal opzicht niet met elkaar te maken. Goed, Definitely Maybe was in 1994 mijn plaat.
Het was een plaat die stevig was beïnvloedt door het werk van The Beatles, maar ook invloeden van The Rolling Stones, The Small Faces, The Jam, The Stone Roses, The Smiths, T. Rex, The Happy Mondays, Sex Pistols, The Kinks en The Who vonden hun weg naar het debuut van Oasis. Definitely Maybe is een recht voor zijn raap rock ’n roll plaat die klinkt als de optelsom van een aantal decennia Britse rockmuziek.
De band experimenteerde rond de release van de plaat al met een wat meer pop-georiënteerd geluid (bijvoorbeeld op de geweldige single Whatever), maar op Definitely Maybe regeert de rock ’n roll.
Definitely Maybe laat direct horen wat een geniaal songwriter Noel Gallagher is, al zouden de echte parels c.q. grote hits pas opduiken op het in 1995 verschenen (What's the Story) Morning Glory?.
Definitely Maybe stond uiteindelijk wat in de schaduw van de opvolger die zorgde voor wereldwijd succes, maar wat is het debuut van Oasis nog altijd een goede plaat. Nee, een memorabele plaat.
Twintig jaar na dato spat de energie en de urgentie er nog altijd van af, misschien nog wel meer dan van de toch wat te vaak gehoorde singles van plaat nummer twee. De gitaren zijn recht voor zijn raap, de vocalen zowel sloom als agressief en de dosis energie is van een griezelig hoog niveau. Natuurlijk zijn niet alle songs op de plaat even goed, maar persoonlijk vind ik het nog steeds 11 tracks lang genieten.
De luxe editie van Definitely Maybe is uiteraard voorzien van heel veel extra’s. Hieronder flink wat demo’s en live materiaal, maar gelukkig ook het geweldige Whatever.
Oasis zou gedurende haar carrière flink afzakken en uiteindelijk waren de broertjes Gallagher natuurlijk stomvervelend en bloedirritant, maar Definitely Maybe is inmiddels een klassieker. Ik keek persoonlijk vooral uit naar de reissue van (What's the Story) Morning Glory?, die later zal volgen, maar ik heb Definitely Maybe inmiddels weer helemaal ontdekt en ben enthousiaster over de plaat dan ooit tevoren. Toe aan een plaat met geweldige Britse rock ‘n roll met heel veel bravoure maar nog zonder al te veel pretenties? Probeer Definitely Maybe eens. Erwin Zijleman
Oasis - Knebworth 1996 (2021)

4,0
1
geplaatst: 26 november 2021, 11:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oasis - Knebworth 1996 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Oasis - Knebworth 1996
Op 10 en 11 augustus 1996 was de Britse band Oasis heel even de grootste band ter wereld en ook nog eens in topvorm, wat prachtig is gevangen op het bijzonder fraaie tijdsdocument Knebworth 1996
Je moet het geluk maar hebben als band: op je grootste optreden uit je carrière ook nog eens in je beste vorm verkeren. Oasis had het geluk en 250.000 fans waren getuige (en vele anderen via de radio). Het live-materiaal van 10 en 11 augustus 1996 is terecht gekomen op Knebworth 1996, dat deze week in een aantal varianten is verschenen. Ik beperk me tot de muziek en die is geweldig. Opgejut door uitzinnige fans gaat Oasis vliegend van start en houdt het een uur en veertig minuten lang een bijzonder hoog niveau vast. De setlist is prachtig, de muzikanten van de band zijn in topvorm en Liam Gallagher zingt de sterren van de hemel. Twee grootse dagen in 1996, nu prachtig gevangen.
Deze week verschenen twee belangrijke live-albums: The Legendary 1979 No Nukes Concerts van Bruce Springsteen & The E Street Band en Knebworth 1996 van Oasis. De eerste heb ik uiteindelijk toch laten liggen. Bruce Springsteen en zijn band waren tijdens de No Nukes concerten in New York in september 1979 in prima vorm, maar ik heb Springsteen en zijn band nog veel beter gehoord en ook de inmiddels beschikbare live registraties zijn deels beter dan de nu beschikbare opnamen uit 1979.
Het ligt anders voor Knebworth 1996 van Oasis. De Britse band bereikte in de zomer van 1996 niet alleen het toppunt van haar roem maar stak op de twee avonden in augustus ook in absolute topvorm. Op 10 en 11 augustus trad Oasis op voor in totaal 250.000 fans op de festivalweide in het Britse Knebworth. Oasis had de jarenlange strijd met Blur definitief gewonnen en had met speels gemak een veelvoud van het recordaantal van 250.000 kaarten kunnen verkopen.
Als de band op 10 augustus voor het eerst het podium in Knebworth betreedt staat een uitzinnige menigte klaar, terwijl wereldwijd miljoenen fans aan de radio gekluisterd zitten. Oasis speelt een bij voorbaat gewonnen wedstrijd, maar moet uitkijken dat de zenuwen niet toeslaan. Dat doen ze niet.
De band uit Manchester staat vanaf de eerste noot met heel veel zelfvertrouwen en bravoure op het podium en laat vervolgens een uur en veertig minuten lang horen dat het in topvorm verkeert. De band zou uiteindelijk ten onder gaan aan de vele ruzies tussen de broers Liam en Noel Gallagher, maar in 1996 weten ze nog het beste in elkaar naar boven te halen.
Direct vanaf de eerste noten gaat de band er stevig in en hoor je dat de topvorm niet beperkt blijft tot de broers Gallagher, want ook de ritmesectie en de extra gitarist spelen vanaf de eerste noten geweldig. Oasis klinkt op Knebworth 1996 als een geoliede machine die het publiek met speels gemak om haar vinger windt. Noel Gallagher soleert er driftig op los, maar zijn broer Liam steelt wat mij betreft de show met geweldige zang.
De setlist is natuurlijk prachtig en bouwt fraai op naar de publieksfavorieten die vooral in het tweede deel van de set zitten, maar persoonlijk vind ik het eerste deel van de set met vooral wat stevigere albumtracks het best.
Live-registraties zijn door de beschikbaarheid van heel veel materiaal op YouTube tegenwoordig wat overbodig, maar Knebworth 1996 is het soort livealbum waar je in het pre-Internet tijdperk zo vurig op hoopte. Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat Oasis bezig is met een bijzonder optreden en het is knap hoe de band het hoge niveau vast houdt, terwijl de fans steeds uitzinniger worden. Het klinkt heerlijk ruw allemaal, maar het blijft ook melodieus.
Heel even was Oasis de allergrootste band op aarde en de band heeft het geluk dat juist dit moment perfect is gevangen op deze prachtige live-registratie. Heel even lijkt het overigens wat in te zakken wanneer het tempo wat omlaag gaat halverwege de setlist, maar de band herstelt zich snel.
Ook na Knebworth 1996 zou Oasis nog een aantal prima albums maken en met veel succes optreden, maar de pure magie van de twee zomeravonden in 1996 keerde niet meer terug. Of ik er heel vaak naar ga luisteren weet ik niet, maar bij gebrek aan echte concerten gaat dit zeer memorabele concert er zo op zijn tijd wel in. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Oasis - Knebworth 1996 - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Oasis - Knebworth 1996
Op 10 en 11 augustus 1996 was de Britse band Oasis heel even de grootste band ter wereld en ook nog eens in topvorm, wat prachtig is gevangen op het bijzonder fraaie tijdsdocument Knebworth 1996
Je moet het geluk maar hebben als band: op je grootste optreden uit je carrière ook nog eens in je beste vorm verkeren. Oasis had het geluk en 250.000 fans waren getuige (en vele anderen via de radio). Het live-materiaal van 10 en 11 augustus 1996 is terecht gekomen op Knebworth 1996, dat deze week in een aantal varianten is verschenen. Ik beperk me tot de muziek en die is geweldig. Opgejut door uitzinnige fans gaat Oasis vliegend van start en houdt het een uur en veertig minuten lang een bijzonder hoog niveau vast. De setlist is prachtig, de muzikanten van de band zijn in topvorm en Liam Gallagher zingt de sterren van de hemel. Twee grootse dagen in 1996, nu prachtig gevangen.
Deze week verschenen twee belangrijke live-albums: The Legendary 1979 No Nukes Concerts van Bruce Springsteen & The E Street Band en Knebworth 1996 van Oasis. De eerste heb ik uiteindelijk toch laten liggen. Bruce Springsteen en zijn band waren tijdens de No Nukes concerten in New York in september 1979 in prima vorm, maar ik heb Springsteen en zijn band nog veel beter gehoord en ook de inmiddels beschikbare live registraties zijn deels beter dan de nu beschikbare opnamen uit 1979.
Het ligt anders voor Knebworth 1996 van Oasis. De Britse band bereikte in de zomer van 1996 niet alleen het toppunt van haar roem maar stak op de twee avonden in augustus ook in absolute topvorm. Op 10 en 11 augustus trad Oasis op voor in totaal 250.000 fans op de festivalweide in het Britse Knebworth. Oasis had de jarenlange strijd met Blur definitief gewonnen en had met speels gemak een veelvoud van het recordaantal van 250.000 kaarten kunnen verkopen.
Als de band op 10 augustus voor het eerst het podium in Knebworth betreedt staat een uitzinnige menigte klaar, terwijl wereldwijd miljoenen fans aan de radio gekluisterd zitten. Oasis speelt een bij voorbaat gewonnen wedstrijd, maar moet uitkijken dat de zenuwen niet toeslaan. Dat doen ze niet.
De band uit Manchester staat vanaf de eerste noot met heel veel zelfvertrouwen en bravoure op het podium en laat vervolgens een uur en veertig minuten lang horen dat het in topvorm verkeert. De band zou uiteindelijk ten onder gaan aan de vele ruzies tussen de broers Liam en Noel Gallagher, maar in 1996 weten ze nog het beste in elkaar naar boven te halen.
Direct vanaf de eerste noten gaat de band er stevig in en hoor je dat de topvorm niet beperkt blijft tot de broers Gallagher, want ook de ritmesectie en de extra gitarist spelen vanaf de eerste noten geweldig. Oasis klinkt op Knebworth 1996 als een geoliede machine die het publiek met speels gemak om haar vinger windt. Noel Gallagher soleert er driftig op los, maar zijn broer Liam steelt wat mij betreft de show met geweldige zang.
De setlist is natuurlijk prachtig en bouwt fraai op naar de publieksfavorieten die vooral in het tweede deel van de set zitten, maar persoonlijk vind ik het eerste deel van de set met vooral wat stevigere albumtracks het best.
Live-registraties zijn door de beschikbaarheid van heel veel materiaal op YouTube tegenwoordig wat overbodig, maar Knebworth 1996 is het soort livealbum waar je in het pre-Internet tijdperk zo vurig op hoopte. Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat Oasis bezig is met een bijzonder optreden en het is knap hoe de band het hoge niveau vast houdt, terwijl de fans steeds uitzinniger worden. Het klinkt heerlijk ruw allemaal, maar het blijft ook melodieus.
Heel even was Oasis de allergrootste band op aarde en de band heeft het geluk dat juist dit moment perfect is gevangen op deze prachtige live-registratie. Heel even lijkt het overigens wat in te zakken wanneer het tempo wat omlaag gaat halverwege de setlist, maar de band herstelt zich snel.
Ook na Knebworth 1996 zou Oasis nog een aantal prima albums maken en met veel succes optreden, maar de pure magie van de twee zomeravonden in 1996 keerde niet meer terug. Of ik er heel vaak naar ga luisteren weet ik niet, maar bij gebrek aan echte concerten gaat dit zeer memorabele concert er zo op zijn tijd wel in. Erwin Zijleman
Octave Lissner - Wildflower (2017)

4,0
0
geplaatst: 21 december 2017, 20:39 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Octave Lissner - Wildflower - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Octave Lissner is een jonge singer-songwriter uit Parijs, die in zijn jeugd flink wat instrumenten leerde bespelen en zich daarom een multi-instrumentalist mag noemen.
In zijn jonge jaren ambieerde de Fransman een bestaan als violist, maar getuige zijn debuut Wildflower heeft Octave Lissner zijn ambities inmiddels verlegd richting de pop.
Wildflower is een plaat die zich direct als een warme deken om je heen slaat, wat in december een bijzonder aangename eigenschap is.
Octave Lissner maakt op zijn debuut warmbloedige popmuziek met vooral invloeden uit de soul, jazz, blues, funk, folk en pop. Het is popmuziek die buitengewoon lekker in het gehoor ligt en bijzonder aangenaam voortkabbelt, waardoor je niet direct door hebt hoe knap het allemaal in elkaar steekt.
Ik ben over het algemeen niet zo gek op blue-eyed soul en dat is een etiket dat wel degelijk op Wildflower moet worden geplakt. Octave Lissner heeft een stem die als soulvol kan worden getypeerd, maar de spreekwoordelijke blauwe ogen hoor je. Dat zit me meestal in de weg, maar Octave Lissner behoort tot het selecte groepje blanke soulzangers (variërend van Daryl Hall tot Paul Young en van Boz Scaggs tot Steve Winwood) dat me wel weet te raken.
De Fransman doet dan ook niet zijn best om zich als authentieke soulzanger te manifesteren, maar kiest voor een geluid waarin van alles en nog wat aan elkaar wordt gesmeed. Op zoek naar vergelijkingsmateriaal kom ik uiteindelijk vooral bij John Mayer uit; een muzikant waar ik nooit iets mee had, maar die me dit jaar opeens volledig wist te overtuigen met het knappe The Search For Everything.
Net als John Mayer maakt Octave Lissner laid-back muziek vol invloeden, maar de muziek van de Fransman is wel wat lomer, broeieriger en veelzijdiger dan die van de Amerikaan. Octave Lissner flirt frequent met soul en jazz, maar kan ook aangenaam bluesy klinken. In een aantal andere tracks schuift de Fransman moeiteloos op richting de eigentijdse folk van het moment of juist richting de blue-eyed soul zoals die in de jaren 70 werd gemaakt.
Wildflower is voorzien van een organisch klankentapijt dat warm en dromerig klinkt en vooral indruk maakt met de fraaie jazzy gitaarlijnen en de heerlijk warm klinkende orgels. Het geeft de muziek van Octave Lissner een bijzondere sfeer en het is een sfeer die aan kracht wint naarmate je het debuut van de Fransman vaker hoort.
Dat geldt overigens ook voor de stem en voor de songs van de muzikant uit Parijs, want waar ik Wildflower in eerste instantie bijzonder aangenaam maar ook wat gewoontjes vond klinken, hoor ik bij iedere nieuwe beluistering weer meer moois in de songs van Octave Lissner.
Wildflower is een heerlijke plaat voor bij de open haard, maar het is ook een plaat die het verdient om ontdekt en gekoesterd te worden en die er uiteindelijk in slaagt om een bijzonder eigen geluid te laten horen. Het muzikale talent van Octave Lissner wordt veel geprezen, maar komt er op zijn debuut ook echt uit. Knappe plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Octave Lissner - Wildflower - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Octave Lissner is een jonge singer-songwriter uit Parijs, die in zijn jeugd flink wat instrumenten leerde bespelen en zich daarom een multi-instrumentalist mag noemen.
In zijn jonge jaren ambieerde de Fransman een bestaan als violist, maar getuige zijn debuut Wildflower heeft Octave Lissner zijn ambities inmiddels verlegd richting de pop.
Wildflower is een plaat die zich direct als een warme deken om je heen slaat, wat in december een bijzonder aangename eigenschap is.
Octave Lissner maakt op zijn debuut warmbloedige popmuziek met vooral invloeden uit de soul, jazz, blues, funk, folk en pop. Het is popmuziek die buitengewoon lekker in het gehoor ligt en bijzonder aangenaam voortkabbelt, waardoor je niet direct door hebt hoe knap het allemaal in elkaar steekt.
Ik ben over het algemeen niet zo gek op blue-eyed soul en dat is een etiket dat wel degelijk op Wildflower moet worden geplakt. Octave Lissner heeft een stem die als soulvol kan worden getypeerd, maar de spreekwoordelijke blauwe ogen hoor je. Dat zit me meestal in de weg, maar Octave Lissner behoort tot het selecte groepje blanke soulzangers (variërend van Daryl Hall tot Paul Young en van Boz Scaggs tot Steve Winwood) dat me wel weet te raken.
De Fransman doet dan ook niet zijn best om zich als authentieke soulzanger te manifesteren, maar kiest voor een geluid waarin van alles en nog wat aan elkaar wordt gesmeed. Op zoek naar vergelijkingsmateriaal kom ik uiteindelijk vooral bij John Mayer uit; een muzikant waar ik nooit iets mee had, maar die me dit jaar opeens volledig wist te overtuigen met het knappe The Search For Everything.
Net als John Mayer maakt Octave Lissner laid-back muziek vol invloeden, maar de muziek van de Fransman is wel wat lomer, broeieriger en veelzijdiger dan die van de Amerikaan. Octave Lissner flirt frequent met soul en jazz, maar kan ook aangenaam bluesy klinken. In een aantal andere tracks schuift de Fransman moeiteloos op richting de eigentijdse folk van het moment of juist richting de blue-eyed soul zoals die in de jaren 70 werd gemaakt.
Wildflower is voorzien van een organisch klankentapijt dat warm en dromerig klinkt en vooral indruk maakt met de fraaie jazzy gitaarlijnen en de heerlijk warm klinkende orgels. Het geeft de muziek van Octave Lissner een bijzondere sfeer en het is een sfeer die aan kracht wint naarmate je het debuut van de Fransman vaker hoort.
Dat geldt overigens ook voor de stem en voor de songs van de muzikant uit Parijs, want waar ik Wildflower in eerste instantie bijzonder aangenaam maar ook wat gewoontjes vond klinken, hoor ik bij iedere nieuwe beluistering weer meer moois in de songs van Octave Lissner.
Wildflower is een heerlijke plaat voor bij de open haard, maar het is ook een plaat die het verdient om ontdekt en gekoesterd te worden en die er uiteindelijk in slaagt om een bijzonder eigen geluid te laten horen. Het muzikale talent van Octave Lissner wordt veel geprezen, maar komt er op zijn debuut ook echt uit. Knappe plaat. Erwin Zijleman
Odetta Hartman - 222 (2015)

4,5
0
geplaatst: 2 januari 2016, 16:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Odetta Hartman - 222 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Odetta Hartman is een jonge muzikante uit New York. De muziek op haar eerder dit jaar verschenen plaat 222 omschrijft ze zelf als “an experimental, bedroom-produced, hybrid of folk, musique concrète and psychedelia”.
Daar kon ik me op voorhand niets bij voorstellen, maar het intrigeert wel. Dat doet de muziek op 222 ook. De plaat duurt maar 22 minuten, maar het zijn 22 minuten van grote schoonheid.
Odetta Hartman maakt muziek die voor een belangrijk bestaat uit eenvoudig getokkel op haar banjo of gitaar en opvallend mooie vocalen.
Het is muziek die je bij vlagen mee terug neemt naar de Appalachen folk uit vervlogen tijden, maar een verrassing ligt altijd op de loer. In de openingstrack duikt aan het eind opeens een beat op en zo duikt er in iedere track wel iets op dat je niet verwacht.
De intieme folk op 222 heeft wel iets van de muziek van Joanna Newsom, al is Odetta Hartman wel een veel betere zangeres. 222 beperkt zich overigens niet tot intieme folk met af en toe een verrassende wending. De muzikante uit New York overtuigt in een van de tracks ook met rauwe blues, waarin net zo makkelijk een stuwende beat als een blatend schaap kan opduiken en waarin de Billie Holiday in Odetta Hartman ontwaakt.
Het is muziek die allerlei associaties oproept, maar die je niet vaak zal doen denken aan een slaapkamer in The Big Apple waar de plaat is opgenomen. Wat 222 uiteindelijk zo knap maakt is dat Odetta Hartman muziek die al minstens een eeuw mee gaat weet te verrijken met subtiele invloeden uit de grote stad.
Banjo en samples blijken wel degelijk samen te gaan en de onverwachte combinatie klinkt geen moment gekunsteld. 222 is daarom in de Verenigde Staten al omschreven als ‘futuristische folk’, maar persoonlijk stel ik me bij deze omschrijving andere muziek voor dan de intieme en vaak traditioneel aandoende muziek op deze plaat.
Ik zie 222 vooral als een eigentijdse plaat van een muzikante die met een open blik naar de folk uit het verleden kijkt. Het duurt misschien maar 22 minuten, maar het zijn zoals gezegd 22 minuten van een onwaarschijnlijke en intense schoonheid. Van deze bijzondere muzikante gaan we nog veel horen, dat is zeker. Een prachtige start derhalve van het muziekjaar 2016. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Odetta Hartman - 222 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Odetta Hartman is een jonge muzikante uit New York. De muziek op haar eerder dit jaar verschenen plaat 222 omschrijft ze zelf als “an experimental, bedroom-produced, hybrid of folk, musique concrète and psychedelia”.
Daar kon ik me op voorhand niets bij voorstellen, maar het intrigeert wel. Dat doet de muziek op 222 ook. De plaat duurt maar 22 minuten, maar het zijn 22 minuten van grote schoonheid.
Odetta Hartman maakt muziek die voor een belangrijk bestaat uit eenvoudig getokkel op haar banjo of gitaar en opvallend mooie vocalen.
Het is muziek die je bij vlagen mee terug neemt naar de Appalachen folk uit vervlogen tijden, maar een verrassing ligt altijd op de loer. In de openingstrack duikt aan het eind opeens een beat op en zo duikt er in iedere track wel iets op dat je niet verwacht.
De intieme folk op 222 heeft wel iets van de muziek van Joanna Newsom, al is Odetta Hartman wel een veel betere zangeres. 222 beperkt zich overigens niet tot intieme folk met af en toe een verrassende wending. De muzikante uit New York overtuigt in een van de tracks ook met rauwe blues, waarin net zo makkelijk een stuwende beat als een blatend schaap kan opduiken en waarin de Billie Holiday in Odetta Hartman ontwaakt.
Het is muziek die allerlei associaties oproept, maar die je niet vaak zal doen denken aan een slaapkamer in The Big Apple waar de plaat is opgenomen. Wat 222 uiteindelijk zo knap maakt is dat Odetta Hartman muziek die al minstens een eeuw mee gaat weet te verrijken met subtiele invloeden uit de grote stad.
Banjo en samples blijken wel degelijk samen te gaan en de onverwachte combinatie klinkt geen moment gekunsteld. 222 is daarom in de Verenigde Staten al omschreven als ‘futuristische folk’, maar persoonlijk stel ik me bij deze omschrijving andere muziek voor dan de intieme en vaak traditioneel aandoende muziek op deze plaat.
Ik zie 222 vooral als een eigentijdse plaat van een muzikante die met een open blik naar de folk uit het verleden kijkt. Het duurt misschien maar 22 minuten, maar het zijn zoals gezegd 22 minuten van een onwaarschijnlijke en intense schoonheid. Van deze bijzondere muzikante gaan we nog veel horen, dat is zeker. Een prachtige start derhalve van het muziekjaar 2016. Erwin Zijleman
Odetta Hartman - Old Rockhounds Never Die (2018)

4,5
0
geplaatst: 20 augustus 2018, 16:58 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Odetta Hartman - Old Rockhounds Never Die - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Odetta Hartman imponeerde zo’n tweeënhalf jaar geleden met de buitengewoon fascinerende EP 222.
De jonge singer-songwriter uit New York verraste op deze EP (haar vierde weet ik inmiddels) met een aantal songs vol invloeden uit de stokoude folk zoals die in de Appalachen werd gemaakt, maar ook een aantal songs die deze oude folk verrijkten met veel modernere invloeden.
Het is een lijn die de singer-songwriter uit The Big Apple doortrekt op haar volwaardige debuut Old Rockhounds Never Die.
Ook op haar debuut album laat Odetta Hartman zich nadrukkelijk beïnvloeden door de Appalachen folk uit de 19e en 20e eeuw. De songs die genoeg hebben aan een akoestische gitaar of banjo en eenvoudig opgenomen vocalen lijken wel opnamen uit het archief van de musicoloog Alan Lomax, die de geschiedenis van de Amerikaanse folk prachtig heeft gedocumenteerd, maar nog meer dan op 222 kan de muziek van Odetta Hartman op Old Rockhounds Never Die razendsnel een andere kant op schieten.
Door het toevoegen van strijkers, elektronica of gepassioneerd klinkende zang, verruil je de serene rust van de Appalachen in de 19e of 20e eeuw in één klap voor het hectische New York in de 21e eeuw. Als je de uitersten op Old Rockhounds Never Die naast elkaar legt, is het moeilijk te geloven dat ze van dezelfde plaat komen, maar wanneer Odetta Hartman in de bijzondere songs op haar debuut van de hak op de tak springt, heb je geen moment het idee dat er iets niet klopt.
Stokoude folk smelt naadloos samen met invloeden uit de psychedelica, pop of zelfs trip-hop en avant garde, banjo en akoestische gitaar worden fraai afgewisseld met elektronica en strijkers en de zang van Odetta Hartman kan nog veel meer kanten op dan de songs of de instrumentatie.
Odetta Hartman loopt met Old Rockhounds Never Die het risico dat zowel de liefhebbers van traditionele folk als de liefhebbers van avontuurlijk pop afhaken vanwege een gebrek aan houvast, maar er zal ook een groep muziekliefhebbers zijn die zich wel laat betoveren door de avontuurlijke muziek van de singer-songwriter uit New York. Ik hoor absoluut bij deze laatste groep.
Muziek die zich alleen laat inspireren door folk uit de Appalachen ben ik meestal snel zat en hetzelfde geldt voor muziek die tegen de avant garde aan schuurt. Odetta Hartman weet het beste uit beide werelden te verenigen door muziek die met één been in het verleden staat, met het andere been nadrukkelijk in het heden of zelfs de toekomst te zetten.
Luister onbevangen naar Old Rockhounds Never Die en je hoort een plaat die bijna tegenstrijdige invloeden heeft gecombineerd in songs die hun gelijke niet kennen. Het zijn songs die, zeker in eerste instantie, flink tegen de haren in strijken, maar het zijn ook songs die steeds weer nieuwe dingen laten horen. Het zijn bovendien songs waarin steeds meer op zijn plek valt, waardoor je steeds meer respect krijgt voor de muzikale kwaliteiten van de jonge Amerikaanse singer-songwriter.
Heel veel aandacht krijgt de plaat tot dusver niet, maar iedereen die een plaat vol lef en avontuur wil horen en zowel oude folk als gloedvolle pop kan waarderen, haalt met Old Rockhounds Never Die van Odetta Hartman iets bijzonders in huis. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Odetta Hartman - Old Rockhounds Never Die - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Odetta Hartman imponeerde zo’n tweeënhalf jaar geleden met de buitengewoon fascinerende EP 222.
De jonge singer-songwriter uit New York verraste op deze EP (haar vierde weet ik inmiddels) met een aantal songs vol invloeden uit de stokoude folk zoals die in de Appalachen werd gemaakt, maar ook een aantal songs die deze oude folk verrijkten met veel modernere invloeden.
Het is een lijn die de singer-songwriter uit The Big Apple doortrekt op haar volwaardige debuut Old Rockhounds Never Die.
Ook op haar debuut album laat Odetta Hartman zich nadrukkelijk beïnvloeden door de Appalachen folk uit de 19e en 20e eeuw. De songs die genoeg hebben aan een akoestische gitaar of banjo en eenvoudig opgenomen vocalen lijken wel opnamen uit het archief van de musicoloog Alan Lomax, die de geschiedenis van de Amerikaanse folk prachtig heeft gedocumenteerd, maar nog meer dan op 222 kan de muziek van Odetta Hartman op Old Rockhounds Never Die razendsnel een andere kant op schieten.
Door het toevoegen van strijkers, elektronica of gepassioneerd klinkende zang, verruil je de serene rust van de Appalachen in de 19e of 20e eeuw in één klap voor het hectische New York in de 21e eeuw. Als je de uitersten op Old Rockhounds Never Die naast elkaar legt, is het moeilijk te geloven dat ze van dezelfde plaat komen, maar wanneer Odetta Hartman in de bijzondere songs op haar debuut van de hak op de tak springt, heb je geen moment het idee dat er iets niet klopt.
Stokoude folk smelt naadloos samen met invloeden uit de psychedelica, pop of zelfs trip-hop en avant garde, banjo en akoestische gitaar worden fraai afgewisseld met elektronica en strijkers en de zang van Odetta Hartman kan nog veel meer kanten op dan de songs of de instrumentatie.
Odetta Hartman loopt met Old Rockhounds Never Die het risico dat zowel de liefhebbers van traditionele folk als de liefhebbers van avontuurlijk pop afhaken vanwege een gebrek aan houvast, maar er zal ook een groep muziekliefhebbers zijn die zich wel laat betoveren door de avontuurlijke muziek van de singer-songwriter uit New York. Ik hoor absoluut bij deze laatste groep.
Muziek die zich alleen laat inspireren door folk uit de Appalachen ben ik meestal snel zat en hetzelfde geldt voor muziek die tegen de avant garde aan schuurt. Odetta Hartman weet het beste uit beide werelden te verenigen door muziek die met één been in het verleden staat, met het andere been nadrukkelijk in het heden of zelfs de toekomst te zetten.
Luister onbevangen naar Old Rockhounds Never Die en je hoort een plaat die bijna tegenstrijdige invloeden heeft gecombineerd in songs die hun gelijke niet kennen. Het zijn songs die, zeker in eerste instantie, flink tegen de haren in strijken, maar het zijn ook songs die steeds weer nieuwe dingen laten horen. Het zijn bovendien songs waarin steeds meer op zijn plek valt, waardoor je steeds meer respect krijgt voor de muzikale kwaliteiten van de jonge Amerikaanse singer-songwriter.
Heel veel aandacht krijgt de plaat tot dusver niet, maar iedereen die een plaat vol lef en avontuur wil horen en zowel oude folk als gloedvolle pop kan waarderen, haalt met Old Rockhounds Never Die van Odetta Hartman iets bijzonders in huis. Erwin Zijleman
Odie Leigh - Carrier Pigeon (2024)

4,5
0
geplaatst: 25 juli 2024, 21:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Odie Leigh - Carrier Pigeon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Odie Leigh - Carrier Pigeon
Odie Leigh is een jonge muzikante uit New Orleans, die met Carrier Pigeon een charmant, puur en ruw debuutalbum heeft afgeleverd, maar het is ook een album met geweldige songs, die haar wel eens heel groot kunnen gaan maken
Je hebt van die album die direct bij eerste beluistering goed zijn voor een glimlach. Carrier Pigeon van Odie Leigh is zo’n album. De Amerikaanse muzikante schrijft persoonlijke songs waar je alleen maar van kunt houden. De folky songs van Odie Leigh zijn puur en ingetogen, maar de Amerikaanse muzikante weet ook hoe een perfect popliedje moet klinken, al weet ze ook dan goudeerlijk te klinken. De ruwe charme van de songs van Odie Leigh spreekt direct aan, maar je hoort pas later hoe verschrikkelijk goed de songs van de muzikante uit New Orleans zijn. Carrier Pigeon bevat tien songs en net iets meer dan een half uur muziek, maar na dit half uur weet ik zeker dat Odie Leigh een ster gaat worden.
Er is een parallel muzikaal universum waar ik geen deel van uit maak, maar waar ik wel steeds vaker mee in aanraking kom. Vrouwelijke singer-songwriters die ik zie als cultartiesten blijken met speels gemak grote zalen uit te verkopen, waarin ze worden verwelkomd door zeer fanatieke fans die alle songs woord voor woord meezingen. Ook het onlangs verschenen Carrier Pigeon van Odie Leigh schijn ik te danken te hebben aan dit parallelle muzikale universum, want de muzikante uit New Orleans, Louisiana, overwoog haar gitaar voorgoed in de koffer op te bergen, tot een van haar songs toch nog werd opgepikt.
Er wordt vaak wat neerbuigend gedaan over het parallelle muzikale universum dat luistert naar de naam TikTok, maar ook het debuutalbum van Odie Leigh laat horen dat het wel degelijk interessante alternatieve popmuziek op kan leveren. Ik was zelf in ieder geval direct bij eerste beluistering buitengewoon gecharmeerd van de songs van Odie Leigh. Het zijn eenvoudige en over het algemeen folky songs die vaak genoeg hebben aan de akoestische gitaar en de expressieve stem van Odie Leigh, maar die hier en daar ook voller zijn ingekleurd.
Invloeden uit de folk worden op Carrier Pigeon vermengd met een vleugje Americana en invloeden uit de indiepop en de indierock. In muzikaal opzicht verlegt Odie Leigh geen grenzen, maar ze laat op haar debuutalbum wel horen dat ze een buitengewoon goed gevoel heeft voor zeer aansprekende popsongs. Het zijn deels opvallend melodieuze popsongs, maar de Amerikaanse muzikante kan ook uit de voeten met intieme en meer ingetogen songs.
Het zijn in beide gevallen songs die worden gedragen door de bijzondere stem van Odie Leigh. Het is een stem die aangenaam klinkt, maar het is ook een stem met veel gevoel, wat de songs op Carrier Pigeon voorziet van emotionele lading. Qua energie doen de songs van Odie Leigh me wel wat denken aan de songs van een jonge Ani DiFranco en net als Ani Difranco maakt Odie Leigh van haar hart geen moordkuil.
Carrier Pigeon staat vol met persoonlijke songs die zich durven uit te spreken. Het lijkt op het eerste gehoor misschien eenvoudig wat Odie Leigh doet, maar bij beluistering met volledige aandacht hoor je dat alles klopt op het debuutalbum van de muzikante uit New Orleans. Carrier Pigeon kan sober klinken en wat rammelen, maar de songs van Odie Leigh zijn ook volgestopt met trefzekere versiersels en fraaie arrangementen.
Ik vond Carrier Pigeon bij eerste beluistering vooral een fris en charmant album, maar inmiddels hoor ik ook het enorme talent van Odie Leigh, die zomaar een nieuwe generatie jonge vrouwelijke singer-songwriters aan kan gaan voeren. Ze doet dit met een geluid dat hier en daar raakt aan de populaire indiepop, indierock en indiefolk van het moment, maar het debuutalbum van Odie Leigh klinkt wat mij betreft ook anders. Dat zit hem deels in het folky karakter van de songs op Carrier Pigeon, maar ook qua intimiteit verlegt de Amerikaanse muzikante wat mij betreft grenzen.
Bij TikTok wordt nog vaak gedacht aan foute dansjes en het recyclen van passages uit grote pophits, maar het debuutalbum van Odie Leigh laat horen dat het platform ook in artistiek opzicht zeer aansprekende muziek kan lanceren. Odie Leigh had haar geluk zoals gezegd bijna buiten de muziek gezocht, maar met Carrier Pigeon heeft ze een album gemaakt dat haar wel eens heel groot kan gaan maken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Odie Leigh - Carrier Pigeon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Odie Leigh - Carrier Pigeon
Odie Leigh is een jonge muzikante uit New Orleans, die met Carrier Pigeon een charmant, puur en ruw debuutalbum heeft afgeleverd, maar het is ook een album met geweldige songs, die haar wel eens heel groot kunnen gaan maken
Je hebt van die album die direct bij eerste beluistering goed zijn voor een glimlach. Carrier Pigeon van Odie Leigh is zo’n album. De Amerikaanse muzikante schrijft persoonlijke songs waar je alleen maar van kunt houden. De folky songs van Odie Leigh zijn puur en ingetogen, maar de Amerikaanse muzikante weet ook hoe een perfect popliedje moet klinken, al weet ze ook dan goudeerlijk te klinken. De ruwe charme van de songs van Odie Leigh spreekt direct aan, maar je hoort pas later hoe verschrikkelijk goed de songs van de muzikante uit New Orleans zijn. Carrier Pigeon bevat tien songs en net iets meer dan een half uur muziek, maar na dit half uur weet ik zeker dat Odie Leigh een ster gaat worden.
Er is een parallel muzikaal universum waar ik geen deel van uit maak, maar waar ik wel steeds vaker mee in aanraking kom. Vrouwelijke singer-songwriters die ik zie als cultartiesten blijken met speels gemak grote zalen uit te verkopen, waarin ze worden verwelkomd door zeer fanatieke fans die alle songs woord voor woord meezingen. Ook het onlangs verschenen Carrier Pigeon van Odie Leigh schijn ik te danken te hebben aan dit parallelle muzikale universum, want de muzikante uit New Orleans, Louisiana, overwoog haar gitaar voorgoed in de koffer op te bergen, tot een van haar songs toch nog werd opgepikt.
Er wordt vaak wat neerbuigend gedaan over het parallelle muzikale universum dat luistert naar de naam TikTok, maar ook het debuutalbum van Odie Leigh laat horen dat het wel degelijk interessante alternatieve popmuziek op kan leveren. Ik was zelf in ieder geval direct bij eerste beluistering buitengewoon gecharmeerd van de songs van Odie Leigh. Het zijn eenvoudige en over het algemeen folky songs die vaak genoeg hebben aan de akoestische gitaar en de expressieve stem van Odie Leigh, maar die hier en daar ook voller zijn ingekleurd.
Invloeden uit de folk worden op Carrier Pigeon vermengd met een vleugje Americana en invloeden uit de indiepop en de indierock. In muzikaal opzicht verlegt Odie Leigh geen grenzen, maar ze laat op haar debuutalbum wel horen dat ze een buitengewoon goed gevoel heeft voor zeer aansprekende popsongs. Het zijn deels opvallend melodieuze popsongs, maar de Amerikaanse muzikante kan ook uit de voeten met intieme en meer ingetogen songs.
Het zijn in beide gevallen songs die worden gedragen door de bijzondere stem van Odie Leigh. Het is een stem die aangenaam klinkt, maar het is ook een stem met veel gevoel, wat de songs op Carrier Pigeon voorziet van emotionele lading. Qua energie doen de songs van Odie Leigh me wel wat denken aan de songs van een jonge Ani DiFranco en net als Ani Difranco maakt Odie Leigh van haar hart geen moordkuil.
Carrier Pigeon staat vol met persoonlijke songs die zich durven uit te spreken. Het lijkt op het eerste gehoor misschien eenvoudig wat Odie Leigh doet, maar bij beluistering met volledige aandacht hoor je dat alles klopt op het debuutalbum van de muzikante uit New Orleans. Carrier Pigeon kan sober klinken en wat rammelen, maar de songs van Odie Leigh zijn ook volgestopt met trefzekere versiersels en fraaie arrangementen.
Ik vond Carrier Pigeon bij eerste beluistering vooral een fris en charmant album, maar inmiddels hoor ik ook het enorme talent van Odie Leigh, die zomaar een nieuwe generatie jonge vrouwelijke singer-songwriters aan kan gaan voeren. Ze doet dit met een geluid dat hier en daar raakt aan de populaire indiepop, indierock en indiefolk van het moment, maar het debuutalbum van Odie Leigh klinkt wat mij betreft ook anders. Dat zit hem deels in het folky karakter van de songs op Carrier Pigeon, maar ook qua intimiteit verlegt de Amerikaanse muzikante wat mij betreft grenzen.
Bij TikTok wordt nog vaak gedacht aan foute dansjes en het recyclen van passages uit grote pophits, maar het debuutalbum van Odie Leigh laat horen dat het platform ook in artistiek opzicht zeer aansprekende muziek kan lanceren. Odie Leigh had haar geluk zoals gezegd bijna buiten de muziek gezocht, maar met Carrier Pigeon heeft ze een album gemaakt dat haar wel eens heel groot kan gaan maken. Erwin Zijleman
Offa Rex - The Queen of Hearts (2017)

4,5
1
geplaatst: 18 juli 2017, 15:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Offa Rex - The Queen Of Hearts - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De gelegenheidsband (?) Offa Rex verenigt de talenten van de Amerikaanse band The Decemberists en de Britse singer-songwriter Olivia Chaney.
De band uit Portland, Oregon, behoeft waarschijnlijk geen nadere toelichting, maar de naam van Olivia Chaney zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen.
Bij mij staat de in Italie geboren Britse singer-songwriter echter op het netvlies (en trommelvlies) sinds haar inmiddels al weer twee jaar oude debuut The Longest River, waarop Olivia Chaney indruk maakte met de eigen draai die ze gaf aan de traditionele Britse folk uit de jaren 70.
Ook het debuut van Offa Rex zoekt de inspiratie nadrukkelijk bij de Britse folk uit de jaren 70. The Queen Of Hearts bevat voornamelijk traditionals en borduurt op intense wijze voort op het werk van roemruchte Britse bands als Steeleye Span en Fairport Convention. In muzikaal opzicht kleurt Offa Rex vooral binnen de lijntjes van de Britse folk, al is er hier en daar wel een uitstapje buiten de gebaande paden, bijvoorbeeld wanneer de band net wat steviger rockt.
The Queen Of Hearts maakt veruit de meeste indruk wanneer de gelegenheidsband vertrouwt op de vocalen van Olivia Chaney en dat doet Offa Rex gelukkig in ruime mate. De mooie maar degelijke instrumentatie op de plaat krijgt dan een flinke kwaliteitsimpuls, want de Britse singer-songwriter zingt op The Queen Of Hearts met grote regelmaat de sterren van de hemel.
Op haar soloplaat herinnerde Olivia Chaney al meer dan eens aan de groten uit de traditionele Britse folk, maar schoof ze ook op richting een ingetogen Kate Bush wanneer ze de traditionele folk verruilde voor modernere en net wat minder conventionele klanken. Op The Queen Of Hearts beperkt Offa Rex zich voornamelijk tot de Britse folk en wat past dit mooi bij de stem van Olivia Chaney.
De stem van de Britse bevat flarden van de stemmen van grootheden als Sandy Denny, Maddy Prior en Anne Briggs en streelt continu het oor. Zeker wanneer Olivia Chaney vrijwel a capella zingt valt op hoe mooi haar stem is en hoe onderkoeling en warmte prachtig samen gaan.
In muzikaal opzicht is The Queen Of Hearts misschien net wat minder spannend, maar je hoort wel een gelouterde band spelen, die hier en daar toch bijzondere accenten, waaronder met name accenten uit de hedendaagse Americana, probeert te leggen. In de net wat Amerikaanser ingekleurde songs schuift Offa Rex wat op in de richting van de betoverende klanken van Cowboy Junkies, maar de diepe liefde voor traditionele Britse folk is nooit heel ver weg.
Ik ben niet eens zo’n heel groot liefhebber van de traditionele Britse folk uit de jaren 70, maar The Queen Of Hearts van Offa Rex is voor mij volstrekt onweerstaanbaar. Zolang het eindresultaat de som der delen overtreft mag Offa Rex van mij platen blijven maken en na dit fraaie debuut ligt de lat direct hoog. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Offa Rex - The Queen Of Hearts - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De gelegenheidsband (?) Offa Rex verenigt de talenten van de Amerikaanse band The Decemberists en de Britse singer-songwriter Olivia Chaney.
De band uit Portland, Oregon, behoeft waarschijnlijk geen nadere toelichting, maar de naam van Olivia Chaney zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen.
Bij mij staat de in Italie geboren Britse singer-songwriter echter op het netvlies (en trommelvlies) sinds haar inmiddels al weer twee jaar oude debuut The Longest River, waarop Olivia Chaney indruk maakte met de eigen draai die ze gaf aan de traditionele Britse folk uit de jaren 70.
Ook het debuut van Offa Rex zoekt de inspiratie nadrukkelijk bij de Britse folk uit de jaren 70. The Queen Of Hearts bevat voornamelijk traditionals en borduurt op intense wijze voort op het werk van roemruchte Britse bands als Steeleye Span en Fairport Convention. In muzikaal opzicht kleurt Offa Rex vooral binnen de lijntjes van de Britse folk, al is er hier en daar wel een uitstapje buiten de gebaande paden, bijvoorbeeld wanneer de band net wat steviger rockt.
The Queen Of Hearts maakt veruit de meeste indruk wanneer de gelegenheidsband vertrouwt op de vocalen van Olivia Chaney en dat doet Offa Rex gelukkig in ruime mate. De mooie maar degelijke instrumentatie op de plaat krijgt dan een flinke kwaliteitsimpuls, want de Britse singer-songwriter zingt op The Queen Of Hearts met grote regelmaat de sterren van de hemel.
Op haar soloplaat herinnerde Olivia Chaney al meer dan eens aan de groten uit de traditionele Britse folk, maar schoof ze ook op richting een ingetogen Kate Bush wanneer ze de traditionele folk verruilde voor modernere en net wat minder conventionele klanken. Op The Queen Of Hearts beperkt Offa Rex zich voornamelijk tot de Britse folk en wat past dit mooi bij de stem van Olivia Chaney.
De stem van de Britse bevat flarden van de stemmen van grootheden als Sandy Denny, Maddy Prior en Anne Briggs en streelt continu het oor. Zeker wanneer Olivia Chaney vrijwel a capella zingt valt op hoe mooi haar stem is en hoe onderkoeling en warmte prachtig samen gaan.
In muzikaal opzicht is The Queen Of Hearts misschien net wat minder spannend, maar je hoort wel een gelouterde band spelen, die hier en daar toch bijzondere accenten, waaronder met name accenten uit de hedendaagse Americana, probeert te leggen. In de net wat Amerikaanser ingekleurde songs schuift Offa Rex wat op in de richting van de betoverende klanken van Cowboy Junkies, maar de diepe liefde voor traditionele Britse folk is nooit heel ver weg.
Ik ben niet eens zo’n heel groot liefhebber van de traditionele Britse folk uit de jaren 70, maar The Queen Of Hearts van Offa Rex is voor mij volstrekt onweerstaanbaar. Zolang het eindresultaat de som der delen overtreft mag Offa Rex van mij platen blijven maken en na dit fraaie debuut ligt de lat direct hoog. Erwin Zijleman
Office Culture - Enough (2024)

0
geplaatst: 6 november 2024, 11:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Office Culture - Enough - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Office Culture - Enough
Enough is het vierde album van de voor mij tot voor kort onbekende Amerikaanse band Office Culture, maar de band uit New York levert met dit 70 minuten durende album een bijzonder interessant visitekaartje af
Ik had eerlijk gezegd nog nooit van de band Office Culture gehoord, maar nieuwsgierig geworden door een aantal zeer positieve recensies begon ik aan Enough, wat inderdaad een bijzonder album is. Office Culture maakt muziek die wordt omschreven als soft-rock, jazzy pop of artpop, maar met geen van deze labels doe je de muziek van de band uit Brooklyn recht. De muziek van Office Culture is laidback en loom, maar Enough is ook een album vol bijzondere wendingen. Ik moest er absoluut even aan wennen, maar inmiddels begrijp ik de zeer positieve recensies die ik onlangs tegen kwam wel. Enough is een interessant album dat echt nog veel meer aandacht verdient.
Het Britse muziektijdschrift Uncut is de laatste maanden wat scheutiger met het rapportcijfer 9, dat in het verleden vooral was voorbehouden aan reissues van stokoude klassiekers. Vorige maand gaf het Britse muziektijdschrift een 9 aan Enough van Office Culture. Het is een album waarvan ik de opvallende cover wel voorbij heb zien komen, maar ik had tot voor kort niet geluisterd naar het vierde album van de band uit Brooklyn, New York.
Enough is een album waar ik wel even aan moest wennen, maar inmiddels begrijp ik de hoge waardering van Uncut wel. Het gerenommeerde Britse muziektijdschrift is overigens niet de enige die erg enthousiast is over het album van Office Culture, want ook een aantal Amerikaanse muziekwebsites, waaronder Pitchfork, zijn behoorlijk positief over het album.
Het is alleen al vanwege de speelduur een ambitieus album, want Enough bevat 16 songs en is goed voor 70 minuten muziek. In die 70 minuten maakt de band uit New York bijzondere muziek. Het is muziek die aan de ene kant lekker in het gehoor ligt en vermaakt met bijna zwoele klanken, maar de muziek van Office Culture zoekt aan de andere kant continu het experiment met bijzondere en soms wat schurende passages.
Bij eerste beluistering van het album had ik associaties met de muziek van de Schotse band The Blue Nile en dat is een associatie die ook na meerdere keren horen overeind is gebleven. Net als The Blue Nile maakt Office Culture sfeervolle muziek vol bijzondere wendingen, maar de muziek van de band uit Brooklyn klinkt wel wat Amerikaanse dan die van de Schotse band, die tussen 1984 en 2004 kwam tot vier prachtige albums. Office Culture is met Enough ook aanbeland bij haar vierde album, maar had daar slechts zeven jaar voor nodig.
Het valt niet mee om de muziek van Office Culture goed te beschrijven. Pitchfork omschrijft de muziek op Enough als soft-rock en draagt Steely Dan aan als vergelijkingsmateriaal. Dat laatste is vooral zinvol wanneer de muziek van Office Culture wat jazzier is, wat met enige regelmaat geval is. Ook het predicaat soft-rock is niet helemaal uit de lucht gegrepen, want wanneer de muziek op Enough loom en zonnig klinkt hoor je inderdaad wel wat invloeden uit dit genre.
Beide vergelijkingen houden echter geen rekening met het experiment dat Office Culture zoekt op haar nieuwe album. Het is vooral dit experiment dat van Enough een bijzonder album maakt. Met 70 minuten jazzy softrock zou de verveling op een gegeven moment gaan toeslaan, maar Enough blijkt 70 minuten spannend. Die spanning komt het ene moment van wat tegendraadse klanken, maar kan ook komen van bijzondere ritmes of van bijzondere lagen vocalen.
Office Culture noemt zichzelf een artpop band, maar dat is een stempel waar ik persoonlijk niet zoveel mee kan. Enough is wat mij betreft een album met een bijzondere mix van stijlen, waarvoor geen eenduidig etiket is te bedenken. Dat biedt misschien niet veel houvast, maar ondertussen valt er veel te genieten van de sfeervolle en veelkleurige muziek op het album, van de mooie zang en van de songs die je maar heen en weer sleuren tussen wegdromen en op het puntje van de stoel zitten. Dat heeft Uncut weer goed gehoord. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Office Culture - Enough - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Office Culture - Enough
Enough is het vierde album van de voor mij tot voor kort onbekende Amerikaanse band Office Culture, maar de band uit New York levert met dit 70 minuten durende album een bijzonder interessant visitekaartje af
Ik had eerlijk gezegd nog nooit van de band Office Culture gehoord, maar nieuwsgierig geworden door een aantal zeer positieve recensies begon ik aan Enough, wat inderdaad een bijzonder album is. Office Culture maakt muziek die wordt omschreven als soft-rock, jazzy pop of artpop, maar met geen van deze labels doe je de muziek van de band uit Brooklyn recht. De muziek van Office Culture is laidback en loom, maar Enough is ook een album vol bijzondere wendingen. Ik moest er absoluut even aan wennen, maar inmiddels begrijp ik de zeer positieve recensies die ik onlangs tegen kwam wel. Enough is een interessant album dat echt nog veel meer aandacht verdient.
Het Britse muziektijdschrift Uncut is de laatste maanden wat scheutiger met het rapportcijfer 9, dat in het verleden vooral was voorbehouden aan reissues van stokoude klassiekers. Vorige maand gaf het Britse muziektijdschrift een 9 aan Enough van Office Culture. Het is een album waarvan ik de opvallende cover wel voorbij heb zien komen, maar ik had tot voor kort niet geluisterd naar het vierde album van de band uit Brooklyn, New York.
Enough is een album waar ik wel even aan moest wennen, maar inmiddels begrijp ik de hoge waardering van Uncut wel. Het gerenommeerde Britse muziektijdschrift is overigens niet de enige die erg enthousiast is over het album van Office Culture, want ook een aantal Amerikaanse muziekwebsites, waaronder Pitchfork, zijn behoorlijk positief over het album.
Het is alleen al vanwege de speelduur een ambitieus album, want Enough bevat 16 songs en is goed voor 70 minuten muziek. In die 70 minuten maakt de band uit New York bijzondere muziek. Het is muziek die aan de ene kant lekker in het gehoor ligt en vermaakt met bijna zwoele klanken, maar de muziek van Office Culture zoekt aan de andere kant continu het experiment met bijzondere en soms wat schurende passages.
Bij eerste beluistering van het album had ik associaties met de muziek van de Schotse band The Blue Nile en dat is een associatie die ook na meerdere keren horen overeind is gebleven. Net als The Blue Nile maakt Office Culture sfeervolle muziek vol bijzondere wendingen, maar de muziek van de band uit Brooklyn klinkt wel wat Amerikaanse dan die van de Schotse band, die tussen 1984 en 2004 kwam tot vier prachtige albums. Office Culture is met Enough ook aanbeland bij haar vierde album, maar had daar slechts zeven jaar voor nodig.
Het valt niet mee om de muziek van Office Culture goed te beschrijven. Pitchfork omschrijft de muziek op Enough als soft-rock en draagt Steely Dan aan als vergelijkingsmateriaal. Dat laatste is vooral zinvol wanneer de muziek van Office Culture wat jazzier is, wat met enige regelmaat geval is. Ook het predicaat soft-rock is niet helemaal uit de lucht gegrepen, want wanneer de muziek op Enough loom en zonnig klinkt hoor je inderdaad wel wat invloeden uit dit genre.
Beide vergelijkingen houden echter geen rekening met het experiment dat Office Culture zoekt op haar nieuwe album. Het is vooral dit experiment dat van Enough een bijzonder album maakt. Met 70 minuten jazzy softrock zou de verveling op een gegeven moment gaan toeslaan, maar Enough blijkt 70 minuten spannend. Die spanning komt het ene moment van wat tegendraadse klanken, maar kan ook komen van bijzondere ritmes of van bijzondere lagen vocalen.
Office Culture noemt zichzelf een artpop band, maar dat is een stempel waar ik persoonlijk niet zoveel mee kan. Enough is wat mij betreft een album met een bijzondere mix van stijlen, waarvoor geen eenduidig etiket is te bedenken. Dat biedt misschien niet veel houvast, maar ondertussen valt er veel te genieten van de sfeervolle en veelkleurige muziek op het album, van de mooie zang en van de songs die je maar heen en weer sleuren tussen wegdromen en op het puntje van de stoel zitten. Dat heeft Uncut weer goed gehoord. Erwin Zijleman
Office Dog - Spiel (2024)

4,5
2
geplaatst: 2 februari 2024, 16:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Office Dog - Spiel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Office Dog - Spiel
Ook weer eens toe aan zo’n rauwe en gruizige maar ook melodieuze gitaarplaat zonder poespas? De Nieuw-Zeelandse band Office Dog heeft hem met Spiel gemaakt en legt de lat vroeg in 2024 hoog
Spiel, het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band Office Dog had maar een paar minuten nodig om me te overtuigen en sindsdien ben ik verslaafd aan dit album. Het is een album dat je met grote regelmaat mee terug neemt naar de rockmuziek uit de jaren 90, maar Spiel klinkt echt geen moment gedateerd. Office Dog is de band rond de Nieuw-Zeelandse muzikant Kane Strang, die niet alleen laat horen dat hij een uitstekend gitarist en een prima zanger is, maar ook een groot songwriter. Spiel staat vol met songs waar de liefhebber van gitaaralbums heel gelukkig van wordt en dat gevoel van geluk neemt alleen maar toe wanneer je dit album vaker hoort. Office Dog dus. Onthouden die naam.
Ook in Nieuw-Zeeland is het muziekjaar 2024 nu echt begonnen, want naast de opvallende release van Admiral Drowsy is er ook het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band Office Dog. De band uit Auckland tekende voor dit debuutalbum een contract bij het legendarische Flying Nun Records, maar Spiel wordt ook direct wereldwijd uitgebracht door het eveneens aansprekende New West label. Er zijn de afgelopen week dan ook wereldwijd lovende woorden over het album te lezen en dat begrijp ik volledig. Spiel van Office Dog is namelijk een fantastische gitaarplaat, die naarmate je hem vaker hoort alleen maar beter wordt.
Centraal in de band staat zanger, gitarist en songwriter Kane Strang, die al een tijdje aan de weg timmerde als solomuzikant en minstens drie prima soloalbums maakte. Office Dog ontstond toen Kane Strang de drummer en de bassist waarmee hij toerde vroeg om een band te formeren, waarna Office Dog de studio indook met producer De Stevens (Marlin’s Dreaming). Spiel stond vervolgens in een vloek en een zucht op de band, wat een lekker ruw en energiek album oplevert.
Office Dog heeft op Spiel genoeg aan bas, drums, gitaar en zang, wat een heerlijk geluid zonder opsmuk oplevert. Het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band verdient het predicaat indierock en het is indierock die zich stevig heeft laten beïnvloeden door alles wat in de jaren 90 werd gemaakt. Office Dog beperkt zich hierbij niet tot de indierock uit de jaren 90, maar kan ook uit de voeten met de lo-fi uit dit decennium en hier blijft het niet bij.
De muziek van het trio uit Auckland kan behoorlijk stevig zijn, maar de band neemt af en toe ook gas terug en klinkt dan opvallend melodieus en bij vlagen zelfs Beatlesque. Office Dog is niet vies van de hard-zacht dynamiek die in de jaren 90 zo vaak en met veel succes werd toegepast en het werkt nog steeds. Af en toe hoor ik wat van de briljante albums die de Amerikaanse band Buffalo Tom maakte, maar bij beluistering van Spiel komen veel meer namen boven drijven.
Office Dog klinkt wat minder eigenzinnig dan de meeste andere bands uit Nieuw-Zeeland, maar zo lang de songs zo goed zijn als op het debuutalbum van de band hoor je mij hier niet over klagen. Spiel bevat twaalf songs en ze zijn allemaal even lekker en even memorabel. Het gitaarwerk is lekker stevig en gruizig, de ritmesectie houdt de vaart er in en de zang heeft iets aangenaam dromerigs. Het komt allemaal samen in songs die je direct bij eerste beluistering in je hart sluit, want wat is Kane Strang en getalenteerde songwriter.
Spiel van Office Dog is eindelijk weer eens zo’n heerlijk compromisloze gitaarplaat, die ruwe klanken koppelt aan een flinke dosis energie, maar ook aan geweldige melodieën en aanstekelijke refreinen. Als dit album in de jaren 90 was verschenen was het ongetwijfeld uitgegroeid tot een klassieker of in ieder geval tot een zeer succesvol album, maar ook in het heden spreekt de muziek van Office Dog zeer tot de verbeelding.
Spiel is vooralsnog met afstand de beste gitaarplaat van 2024 en wat mij betreft heeft de Nieuw-Zeelandse band de lat bijzonder hoog gelegd. En vergeet na het beluisteren van Spiel van Office Dog ook vooral niet om eens te luisteren naar de wat psychedelischer klinkende soloalbums van Kane Strang, want ook die zijn geweldig. Het credo wat je van ver haalt is lekkerder gaat weer eens op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Office Dog - Spiel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Office Dog - Spiel
Ook weer eens toe aan zo’n rauwe en gruizige maar ook melodieuze gitaarplaat zonder poespas? De Nieuw-Zeelandse band Office Dog heeft hem met Spiel gemaakt en legt de lat vroeg in 2024 hoog
Spiel, het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band Office Dog had maar een paar minuten nodig om me te overtuigen en sindsdien ben ik verslaafd aan dit album. Het is een album dat je met grote regelmaat mee terug neemt naar de rockmuziek uit de jaren 90, maar Spiel klinkt echt geen moment gedateerd. Office Dog is de band rond de Nieuw-Zeelandse muzikant Kane Strang, die niet alleen laat horen dat hij een uitstekend gitarist en een prima zanger is, maar ook een groot songwriter. Spiel staat vol met songs waar de liefhebber van gitaaralbums heel gelukkig van wordt en dat gevoel van geluk neemt alleen maar toe wanneer je dit album vaker hoort. Office Dog dus. Onthouden die naam.
Ook in Nieuw-Zeeland is het muziekjaar 2024 nu echt begonnen, want naast de opvallende release van Admiral Drowsy is er ook het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band Office Dog. De band uit Auckland tekende voor dit debuutalbum een contract bij het legendarische Flying Nun Records, maar Spiel wordt ook direct wereldwijd uitgebracht door het eveneens aansprekende New West label. Er zijn de afgelopen week dan ook wereldwijd lovende woorden over het album te lezen en dat begrijp ik volledig. Spiel van Office Dog is namelijk een fantastische gitaarplaat, die naarmate je hem vaker hoort alleen maar beter wordt.
Centraal in de band staat zanger, gitarist en songwriter Kane Strang, die al een tijdje aan de weg timmerde als solomuzikant en minstens drie prima soloalbums maakte. Office Dog ontstond toen Kane Strang de drummer en de bassist waarmee hij toerde vroeg om een band te formeren, waarna Office Dog de studio indook met producer De Stevens (Marlin’s Dreaming). Spiel stond vervolgens in een vloek en een zucht op de band, wat een lekker ruw en energiek album oplevert.
Office Dog heeft op Spiel genoeg aan bas, drums, gitaar en zang, wat een heerlijk geluid zonder opsmuk oplevert. Het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band verdient het predicaat indierock en het is indierock die zich stevig heeft laten beïnvloeden door alles wat in de jaren 90 werd gemaakt. Office Dog beperkt zich hierbij niet tot de indierock uit de jaren 90, maar kan ook uit de voeten met de lo-fi uit dit decennium en hier blijft het niet bij.
De muziek van het trio uit Auckland kan behoorlijk stevig zijn, maar de band neemt af en toe ook gas terug en klinkt dan opvallend melodieus en bij vlagen zelfs Beatlesque. Office Dog is niet vies van de hard-zacht dynamiek die in de jaren 90 zo vaak en met veel succes werd toegepast en het werkt nog steeds. Af en toe hoor ik wat van de briljante albums die de Amerikaanse band Buffalo Tom maakte, maar bij beluistering van Spiel komen veel meer namen boven drijven.
Office Dog klinkt wat minder eigenzinnig dan de meeste andere bands uit Nieuw-Zeeland, maar zo lang de songs zo goed zijn als op het debuutalbum van de band hoor je mij hier niet over klagen. Spiel bevat twaalf songs en ze zijn allemaal even lekker en even memorabel. Het gitaarwerk is lekker stevig en gruizig, de ritmesectie houdt de vaart er in en de zang heeft iets aangenaam dromerigs. Het komt allemaal samen in songs die je direct bij eerste beluistering in je hart sluit, want wat is Kane Strang en getalenteerde songwriter.
Spiel van Office Dog is eindelijk weer eens zo’n heerlijk compromisloze gitaarplaat, die ruwe klanken koppelt aan een flinke dosis energie, maar ook aan geweldige melodieën en aanstekelijke refreinen. Als dit album in de jaren 90 was verschenen was het ongetwijfeld uitgegroeid tot een klassieker of in ieder geval tot een zeer succesvol album, maar ook in het heden spreekt de muziek van Office Dog zeer tot de verbeelding.
Spiel is vooralsnog met afstand de beste gitaarplaat van 2024 en wat mij betreft heeft de Nieuw-Zeelandse band de lat bijzonder hoog gelegd. En vergeet na het beluisteren van Spiel van Office Dog ook vooral niet om eens te luisteren naar de wat psychedelischer klinkende soloalbums van Kane Strang, want ook die zijn geweldig. Het credo wat je van ver haalt is lekkerder gaat weer eens op. Erwin Zijleman
Oh Pep! - Stadium Cake (2016)

4,0
0
geplaatst: 23 augustus 2016, 16:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oh Pep! - Stadium Cake - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Stadium Cake is het debuut van het Australische duo Oh Pep! en het is een debuut dat zeker opvalt binnen het ruime en kwalitatief hoogstaande aanbod van 2016.
Het duo uit Melbourne dat bestaat uit Olivia Hally en Pepita Emmerichs verrast op haar eerste plaat met frisse en eigenzinnige popliedjes.
Eigenzinnig staat in het geval van Oh Pep! zeker niet gelijk aan ontoegankelijk, want de mooie popliedjes van het Australische duo vermaken bijzonder makkelijk.
Het zijn popliedjes die in eerste instantie opvallen door aangename melodieën en vooral door de gevarieerde instrumentatie die wordt ingezet om de popliedjes op Stadium Cake in te kleuren.
Door het veelkleurige instrumentarium is het debuut van Oh Pep! een gevarieerde plaat die niet snel verveelt. Oh Pep! liet op haar eerste EP’s een geluid horen dat werd gedomineerd door akoestische folk, maar op het eerste album worden akoestische instrumenten afgewisseld met elektronische klanken. Ook de stemming op de plaat slaat met enige regelmaat om, waardoor lichtvoetige popliedjes hand in hand gaan met stemmigere songs.
De popliedjes van Oh Pep! klinken stuk voor stuk betrekkelijk eenvoudig, maar het zijn op hetzelfde moment popliedjes die vol verrassingen zitten. In muzikaal opzicht weet de muziek van Oh Pep! absoluut te prikkelen (met hier en daar arrangementen die herinneren aan The Arcade Fire) en ook in vocaal opzicht overtuigen Olivia Hally en Pepita Emmerichs vrij makkelijk met ingetogen maar gloedvolle vocalen.
Heel af en toe doet Stadium Cake wel wat denken aan de platen van Lucius (en dan vooral vanwege de zang), maar het is een vergelijking die meestal geen hout snijdt. Het debuut van Oh Pep! laat zich hierdoor lastig vergelijken met de muziek van anderen, maar toch klonk Stadium Cake voor mij direct bij eerste beluistering vertrouwd.
Inmiddels heb ik het debuut van Oh Pep! veel vaker gehoord en ben ik flink gesteld geraakt op de plaat. Olivia Hally en Pepita Emmerichs betoveren met sprankelende en lichtvoetige popliedjes, maken indruk met een aantal ingetogen songs met net wat meer melancholie en doen boven alles lekker eigenwijs hun ding. Het zal niet bij iedereen in de smaak vallen, maar Stadium Cake is een plaat die hier nog heel vaak uit de speakers gaat komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Oh Pep! - Stadium Cake - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Stadium Cake is het debuut van het Australische duo Oh Pep! en het is een debuut dat zeker opvalt binnen het ruime en kwalitatief hoogstaande aanbod van 2016.
Het duo uit Melbourne dat bestaat uit Olivia Hally en Pepita Emmerichs verrast op haar eerste plaat met frisse en eigenzinnige popliedjes.
Eigenzinnig staat in het geval van Oh Pep! zeker niet gelijk aan ontoegankelijk, want de mooie popliedjes van het Australische duo vermaken bijzonder makkelijk.
Het zijn popliedjes die in eerste instantie opvallen door aangename melodieën en vooral door de gevarieerde instrumentatie die wordt ingezet om de popliedjes op Stadium Cake in te kleuren.
Door het veelkleurige instrumentarium is het debuut van Oh Pep! een gevarieerde plaat die niet snel verveelt. Oh Pep! liet op haar eerste EP’s een geluid horen dat werd gedomineerd door akoestische folk, maar op het eerste album worden akoestische instrumenten afgewisseld met elektronische klanken. Ook de stemming op de plaat slaat met enige regelmaat om, waardoor lichtvoetige popliedjes hand in hand gaan met stemmigere songs.
De popliedjes van Oh Pep! klinken stuk voor stuk betrekkelijk eenvoudig, maar het zijn op hetzelfde moment popliedjes die vol verrassingen zitten. In muzikaal opzicht weet de muziek van Oh Pep! absoluut te prikkelen (met hier en daar arrangementen die herinneren aan The Arcade Fire) en ook in vocaal opzicht overtuigen Olivia Hally en Pepita Emmerichs vrij makkelijk met ingetogen maar gloedvolle vocalen.
Heel af en toe doet Stadium Cake wel wat denken aan de platen van Lucius (en dan vooral vanwege de zang), maar het is een vergelijking die meestal geen hout snijdt. Het debuut van Oh Pep! laat zich hierdoor lastig vergelijken met de muziek van anderen, maar toch klonk Stadium Cake voor mij direct bij eerste beluistering vertrouwd.
Inmiddels heb ik het debuut van Oh Pep! veel vaker gehoord en ben ik flink gesteld geraakt op de plaat. Olivia Hally en Pepita Emmerichs betoveren met sprankelende en lichtvoetige popliedjes, maken indruk met een aantal ingetogen songs met net wat meer melancholie en doen boven alles lekker eigenwijs hun ding. Het zal niet bij iedereen in de smaak vallen, maar Stadium Cake is een plaat die hier nog heel vaak uit de speakers gaat komen. Erwin Zijleman
Oh Sees - Smote Reverser (2018)

4,5
0
geplaatst: 21 augustus 2018, 17:03 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oh Sees - Smote Reverser - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gitarist John Dwyer stond in 1997 aan de basis van de band Thee Oh Sees. De band uit San Francisco maakt sinds 2006 platen en is tot dusver opvallend productief.
In twaalf jaar tijd maakte de band bijna twintig platen, waarvan de laatste, het vorig jaar verschenen Orc, onder de naam Oh Sees werd uitgebracht.
Op deze BLOG dook de band nog niet eerder op, al heb ik daar heel vaak over getwijfeld. De mix van garagerock, psychedelica en rock maakte bij eerste beluistering altijd indruk, maar uiteindelijk bleef er bij mij nooit zoveel hangen, of was er al weer een volgende Thee Oh Sees plaat, die weer net wat leuker leek dan zijn voorganger.
Het wederom onder de naam Oh Sees uitgebrachte Smote Reverser heb ik inmiddels een aantal weken in huis en dit keer is mijn ervaring met de muziek van de Amerikaanse band anders. Ook Smote Reverser komt direct bij eerste beluistering binnen als een bijzonder lekkerder klinkende mix van garagerock, psychedelica en rock, waarbij ik van alles hoor uit de platenkast die in de jaren 70 werd gevuld met rockmuziek.
Het is muziek die de gitaren alle tijd geeft om te soleren en dat doen ze op indrukwekkende wijze. De ritmesectie zorgt voor een even hechte als opwindende basis en een werkelijk heerlijk orgeltje zeurt overal heerlijk doorheen. Zeker in de wat langere tracks schiet de muziek van Oh Sees alle kanten op, maar Smote Reverser bevat ook een aantal songs met een kop en een staart en nogal psychedelisch aandoende zangpartijen.
Thee Oh Sees begon ooit als garagerock band, maar sinds de metamorfose tot Oh Sees, klinkt de muziek van de Amerikaanse band zo nu en dan behoorlijk complex. Smote Reverser citeert nadrukkelijk uit de psychedelische rock en hardrock uit de jaren 70, maar gaat ook uitstapjes richting jazzrock en symfonische rock uit deze periode niet uit de weg. Net als je denkt dat de band wel erg driftig strooit met muzikale hoogstandjes krijg je echter een oorverdovende bak herrie voor je kiezen en keert de rauwe garagerock van de band in alle glorie terug.
Smote Reverser bevat 11 songs en bijna een uur muziek. Het is een uur muziek dat in duizelingwekkende snelheid aan je voorbij trekt. Steeds hoor je weer wat anders in de muziek van Oh Sees. Van mysterieus en zweverig tot onnavolgbaar en bezwerend tot rauw en meedogenloos. De plaat klinkt als een omgevallen platenkast met een voorliefde voor de jaren 60 en 70, maar een plaat als Smote Reverser durfde niemand in de jaren 60 of 70 te maken.
De vorige platen van (Thee) Oh Sees vond ik vaak net wat teveel los zand, maar op de nieuwe plaat van de band uit San Francisco grijpen alle zandkorrels stevig in elkaar. Heel af en toe is er tijd om adem te halen, maar vrijwel onmiddellijk voert de band het tempo weer op en wordt je meegesleurd in fantastische gitaarsolo’s of bedwelmende wolken vol keyboards.
Smote Reverser is een plaat met een bijna onwaarschijnlijk hoog energieniveau, maar van afhaken is geen sprake, je moet en zal mee. Het levert een luistertrip op die vermaakt en fascineert, die alle energie uit je slurpt, maar je ook weer volledig oplaadt. Het lukte tot dusver niet zo tussen mij en (Thee) Oh Sees, maar ik vrees dat ik nog maar eens beter moet gaan luisteren, want een waanzinnige plaat als Smote Reverser maak je niet zomaar. Nog maar even happen naar adem en door. Sensationele plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Oh Sees - Smote Reverser - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Gitarist John Dwyer stond in 1997 aan de basis van de band Thee Oh Sees. De band uit San Francisco maakt sinds 2006 platen en is tot dusver opvallend productief.
In twaalf jaar tijd maakte de band bijna twintig platen, waarvan de laatste, het vorig jaar verschenen Orc, onder de naam Oh Sees werd uitgebracht.
Op deze BLOG dook de band nog niet eerder op, al heb ik daar heel vaak over getwijfeld. De mix van garagerock, psychedelica en rock maakte bij eerste beluistering altijd indruk, maar uiteindelijk bleef er bij mij nooit zoveel hangen, of was er al weer een volgende Thee Oh Sees plaat, die weer net wat leuker leek dan zijn voorganger.
Het wederom onder de naam Oh Sees uitgebrachte Smote Reverser heb ik inmiddels een aantal weken in huis en dit keer is mijn ervaring met de muziek van de Amerikaanse band anders. Ook Smote Reverser komt direct bij eerste beluistering binnen als een bijzonder lekkerder klinkende mix van garagerock, psychedelica en rock, waarbij ik van alles hoor uit de platenkast die in de jaren 70 werd gevuld met rockmuziek.
Het is muziek die de gitaren alle tijd geeft om te soleren en dat doen ze op indrukwekkende wijze. De ritmesectie zorgt voor een even hechte als opwindende basis en een werkelijk heerlijk orgeltje zeurt overal heerlijk doorheen. Zeker in de wat langere tracks schiet de muziek van Oh Sees alle kanten op, maar Smote Reverser bevat ook een aantal songs met een kop en een staart en nogal psychedelisch aandoende zangpartijen.
Thee Oh Sees begon ooit als garagerock band, maar sinds de metamorfose tot Oh Sees, klinkt de muziek van de Amerikaanse band zo nu en dan behoorlijk complex. Smote Reverser citeert nadrukkelijk uit de psychedelische rock en hardrock uit de jaren 70, maar gaat ook uitstapjes richting jazzrock en symfonische rock uit deze periode niet uit de weg. Net als je denkt dat de band wel erg driftig strooit met muzikale hoogstandjes krijg je echter een oorverdovende bak herrie voor je kiezen en keert de rauwe garagerock van de band in alle glorie terug.
Smote Reverser bevat 11 songs en bijna een uur muziek. Het is een uur muziek dat in duizelingwekkende snelheid aan je voorbij trekt. Steeds hoor je weer wat anders in de muziek van Oh Sees. Van mysterieus en zweverig tot onnavolgbaar en bezwerend tot rauw en meedogenloos. De plaat klinkt als een omgevallen platenkast met een voorliefde voor de jaren 60 en 70, maar een plaat als Smote Reverser durfde niemand in de jaren 60 of 70 te maken.
De vorige platen van (Thee) Oh Sees vond ik vaak net wat teveel los zand, maar op de nieuwe plaat van de band uit San Francisco grijpen alle zandkorrels stevig in elkaar. Heel af en toe is er tijd om adem te halen, maar vrijwel onmiddellijk voert de band het tempo weer op en wordt je meegesleurd in fantastische gitaarsolo’s of bedwelmende wolken vol keyboards.
Smote Reverser is een plaat met een bijna onwaarschijnlijk hoog energieniveau, maar van afhaken is geen sprake, je moet en zal mee. Het levert een luistertrip op die vermaakt en fascineert, die alle energie uit je slurpt, maar je ook weer volledig oplaadt. Het lukte tot dusver niet zo tussen mij en (Thee) Oh Sees, maar ik vrees dat ik nog maar eens beter moet gaan luisteren, want een waanzinnige plaat als Smote Reverser maak je niet zomaar. Nog maar even happen naar adem en door. Sensationele plaat. Erwin Zijleman
Oh Susanna - Namedropper (2014)

4,0
0
geplaatst: 3 december 2014, 15:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oh Susanna - Namedropper - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Oh Susanna. Het is voor mij een naam die me minstens een jaar of tien mee terug neemt in de tijd. Het alter ego van de Canadese singer-songwriter Suzie Ungerleider maakte in 2001 op mij een onuitwisbare indruk met het geweldige Sleepy Little Sailor, dat ik uitvoerig bejubelde in de roemruchte nieuwsbrief van Plato Den Haag (Plato.NL).
Sleepy Little Sailor ging dankzij deze nieuwsbrief in redelijke aantallen over de toonbank van de helaas niet meer bestaande Haagse vestiging van Plato, wat gezien het feit dat de plaat alleen via obscure import kon worden verkregen best opmerkelijk was, maar hier bleef het ook direct bij.
Twee jaar later verscheen er nog een titelloze plaat van Oh Susanna en weer wat later de cd Short Stories, maar deze moesten het toch doen zonder de magie van Sleepy Little Sailor. Ondanks het feit dat deze platen wel in Nederland werden uitgebracht deden ze niet veel.
De afgelopen jaren heb ik helemaal niet meer aan Oh Susanna gedacht, maar bijna uit het niets was er een paar weken geleden opeens Namedropper, dat overigens veel te lang op mijn digitale stapel is blijven liggen, want ook uit het oor is uit het hart. Zonde, want de terugkeer van Oh Susanna is er één om in te lijsten.
Direct in de eerste track is er weer die heerlijke stem van Suzie Ungerleider. Het is een stem die het best tot zijn recht komt in rootssongs met een vleugje pop of popsongs met veel roots, zoals je wilt. Het zijn deze songs die domineren op het opvallend sterke Namedropper.
Hoewel ik Suzie Ungerleider ken als een bijzonder getalenteerd singer-songwriter schreef ze geen van de songs op Namedropper zelf. Voor Namedropper leunde Oh Susanna volledig op de songwriting skills van bevriende Canadese muzikanten als Ron Sexsmith, Royal Wood, Luke Doucet, Amelia Curran en Melissa McClelland. Stuk voor stuk muzikanten aan wie je het schrijven van een memorabele popsong wel kunt toevertrouwen.
Op aanraden van producer Jim Bryson koos Suzie Ungerleider niet voor het vertolken van bekende songs van haar muzikale vrienden, maar schreven deze vrienden voor Namedropper gloednieuwe songs. Het zijn stuk voor stuk prachtige songs, die in uitstekende handen blijken bij Oh Susanna en haar op het lijf zijn geschreven.
Namedropper is een voornamelijk ingetogen plaat met sfeervolle, vaak wat lieflijke rootspopliedjes. Het heeft vaak wel wat van de platen van 10,000 Maniacs, al beschikt Suzie Ungerleider over een veel toegankelijkere stem dan Natalie Merchant. Ik kan me beroerder vergelijkingsmateriaal bedenken.
Namedropper is een plaat die hoorbaar met veel liefde en plezier is gemaakt. De songs zijn stuk voor stuk uitstekend en al deze songs worden zowel in muzikaal als in vocaal opzicht met veel passie uitgevoerd. Namedropper is zo’n plaat die heel makkelijk weet te verleiden, want wat ligt het allemaal lekker in het gehoor, maar het blijkt uiteindelijk ook nog eens veel meer dan slechts een vluchtige verleiding, want iedere keer zijn de songs op Namedropper me weer iets dierbaarder.
Om de terugkeer van Oh Susanna te vieren heb ik ook Sleepy Little Sailor weer eens uit de kast gehaald. Namedropper is een hele andere plaat, maar minder is hij zeker niet. Liefhebbers van toegankelijke, gloedvolle, maar ook emotievolle rootspop horen deze op het moment echt niet veel beter dan op deze geweldige comeback van Suzie Ungerleider’s Oh Susanna. Zeer warm aanbevolen derhalve. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Oh Susanna - Namedropper - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Oh Susanna. Het is voor mij een naam die me minstens een jaar of tien mee terug neemt in de tijd. Het alter ego van de Canadese singer-songwriter Suzie Ungerleider maakte in 2001 op mij een onuitwisbare indruk met het geweldige Sleepy Little Sailor, dat ik uitvoerig bejubelde in de roemruchte nieuwsbrief van Plato Den Haag (Plato.NL).
Sleepy Little Sailor ging dankzij deze nieuwsbrief in redelijke aantallen over de toonbank van de helaas niet meer bestaande Haagse vestiging van Plato, wat gezien het feit dat de plaat alleen via obscure import kon worden verkregen best opmerkelijk was, maar hier bleef het ook direct bij.
Twee jaar later verscheen er nog een titelloze plaat van Oh Susanna en weer wat later de cd Short Stories, maar deze moesten het toch doen zonder de magie van Sleepy Little Sailor. Ondanks het feit dat deze platen wel in Nederland werden uitgebracht deden ze niet veel.
De afgelopen jaren heb ik helemaal niet meer aan Oh Susanna gedacht, maar bijna uit het niets was er een paar weken geleden opeens Namedropper, dat overigens veel te lang op mijn digitale stapel is blijven liggen, want ook uit het oor is uit het hart. Zonde, want de terugkeer van Oh Susanna is er één om in te lijsten.
Direct in de eerste track is er weer die heerlijke stem van Suzie Ungerleider. Het is een stem die het best tot zijn recht komt in rootssongs met een vleugje pop of popsongs met veel roots, zoals je wilt. Het zijn deze songs die domineren op het opvallend sterke Namedropper.
Hoewel ik Suzie Ungerleider ken als een bijzonder getalenteerd singer-songwriter schreef ze geen van de songs op Namedropper zelf. Voor Namedropper leunde Oh Susanna volledig op de songwriting skills van bevriende Canadese muzikanten als Ron Sexsmith, Royal Wood, Luke Doucet, Amelia Curran en Melissa McClelland. Stuk voor stuk muzikanten aan wie je het schrijven van een memorabele popsong wel kunt toevertrouwen.
Op aanraden van producer Jim Bryson koos Suzie Ungerleider niet voor het vertolken van bekende songs van haar muzikale vrienden, maar schreven deze vrienden voor Namedropper gloednieuwe songs. Het zijn stuk voor stuk prachtige songs, die in uitstekende handen blijken bij Oh Susanna en haar op het lijf zijn geschreven.
Namedropper is een voornamelijk ingetogen plaat met sfeervolle, vaak wat lieflijke rootspopliedjes. Het heeft vaak wel wat van de platen van 10,000 Maniacs, al beschikt Suzie Ungerleider over een veel toegankelijkere stem dan Natalie Merchant. Ik kan me beroerder vergelijkingsmateriaal bedenken.
Namedropper is een plaat die hoorbaar met veel liefde en plezier is gemaakt. De songs zijn stuk voor stuk uitstekend en al deze songs worden zowel in muzikaal als in vocaal opzicht met veel passie uitgevoerd. Namedropper is zo’n plaat die heel makkelijk weet te verleiden, want wat ligt het allemaal lekker in het gehoor, maar het blijkt uiteindelijk ook nog eens veel meer dan slechts een vluchtige verleiding, want iedere keer zijn de songs op Namedropper me weer iets dierbaarder.
Om de terugkeer van Oh Susanna te vieren heb ik ook Sleepy Little Sailor weer eens uit de kast gehaald. Namedropper is een hele andere plaat, maar minder is hij zeker niet. Liefhebbers van toegankelijke, gloedvolle, maar ook emotievolle rootspop horen deze op het moment echt niet veel beter dan op deze geweldige comeback van Suzie Ungerleider’s Oh Susanna. Zeer warm aanbevolen derhalve. Erwin Zijleman
OHMME - Fantasize Your Ghost (2020)

4,5
0
geplaatst: 8 juni 2020, 16:39 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: OHMME - Fantasize Your Ghost - dekrentenuitdepop.blogspot.com
OHMME - Fantasize Your Ghost
Het Amerikaanse duo OHMME experimenteert er driftig op los, maar betovert ook met prachtige melodieën en wonderschone harmonieën op een album dat hopeloos intrigeert
Sima Cunningham en Macie Stewart maken als OHMME muziek die alle kanten op kan schieten. Het ene moment is het nog aangenaam en toegankelijk, het volgende moment kan het totaal ontsporen of op zijn minst stevig tegen de haren instrijken. Fraaie harmonieën en ingenieus gitaarspel zijn de belangrijkste ingrediënten van een album dat zich laat omschrijven als een vat vol tegenstrijdigheden. Het is even wennen, maar hoe vaker je naar het album luistert, hoe meer er op zijn plek valt. OHMME maakt het je zeker niet altijd makkelijk, maar dat is ook precies wat de muziek van het duo uit Chicago zo leuk en zo interessant maakt.
OHMME is een Amerikaans duo dat bestaat uit Sima Cunningham en Macie Stewart. Beiden hadden hun sporen in de muziekscene van Chicago ruimschoots verdiend voor ze in 2014 OHMME formeerden. Het leverde twee jaar geleden het debuutalbum Parts op, dat nu wordt gevolgd door Fantasize Your Ghost.
Fantasize Your Ghost is mijn eerste kennismaking met het duo uit Chicago en het is absoluut een enerverende kennismaking. OHMME maakt muziek die stevig tegen de haren instrijkt en die, zeker bij eerste beluistering, maar weinig aanknopingspunten biedt. Aan de andere kant maken Sima Cunningham en Macie Stewart ook muziek die nieuwsgierig maakt en die niet alleen tegendraads, maar ook verleidelijk is. Het maakt van Fantasize Your Ghost een vat vol tegenstrijdigheden, dat ik uiteindelijk niet had willen missen.
Openingstrack Flood Your Gut laat direct horen wat ik bedoel met het bovenstaande. De track opent met natuurgeluiden en mooie puntige gitaarlijnen. Het combineert fraai met de harmonieën van Sima Cunningham en Macie Stewart, die verleidelijke koortjes combineren met wat staccato intermezzo’s. Wanneer ook het gitaarwerk steeds wat verder ontspoort raakt OHMME verder verwijderd van de verleidelijke klanken aan het begin van de track.
Selling Candy, track nummer twee, is nog een stuk steviger. De gitaren mogen onmiddellijk ontsporen en ook de koortjes van Sima Cunningham en Macie Stewart zijn een stuk steviger aangezet. Het ontaardt met enige regelmaat in een enorme bak herrie, maar OHMME verliest het popliedje over het algemeen niet helemaal uit het oog. Het is muziek die flink wat muziekliefhebbers de gordijnen in zal jagen, maar het intrigeert me mateloos.
Na de bak herrie keert het tweetal in Ghost weer terug naar wat melodieuzere muziek. Het combineert prachtig met de zang van het duo uit Chicago, maar ook in deze wat toegankelijkere track is heel veel spannends verstopt in zowel de instrumentatie als in de zang. Ook in The Limit slagen Sima Cunningham en Macie Stewart er weer in om toegankelijke elementen te combineren met experiment, wat een volgend popliedje oplevert dat de fantasie eindeloos prikkelt.
Het is zeker geen muziek die je op de achtergrond laat voortkabbelen, want daarvoor gebeurt er teveel in de muziek van OHMME. Naarmate het album vordert en je gewend raakt aan de muziek van het Amerikaanse tweetal, vallen de tegendraadse elementen in de muziek van OHMME steeds minder op en groeit de fascinatie voor de muziek van het duo uit Chicago, dat uitstekend past in de avontuurlijke muziekscene van The Windy City. Het blijft echter een album van uitersten. Het mooie en atmosferische Some Kind Of Calm wordt gevolgd door het zwaar experimentele Sturgeon Moon, dat een noise variant op jazz laat horen.
Ik heb Fantasize Your Ghost inmiddels vele malen beluisterd en ben steeds meer onder de indruk van de combinatie van wonderschone gitaarlijnen, warm klinkende harmonieën, geweldige melodieën en heel veel en vaak wat grillig experiment. Het tweede album van OHMME is geen album dat ik op ieder moment van de dag kan verdragen of waarderen, maar zo op zijn tijd is het een album dat in eerste instantie wat energie kost, maar uiteindelijk vooral energie geeft.
Heel veel albums die momenteel verschijnen roepen bij mij 1001 associaties met muziek uit het verleden op, wat best aangenaam kan zijn overigens. Fantasize Your Ghost van OHMME doet dit nauwelijks, wat het een uniek album maakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: OHMME - Fantasize Your Ghost - dekrentenuitdepop.blogspot.com
OHMME - Fantasize Your Ghost
Het Amerikaanse duo OHMME experimenteert er driftig op los, maar betovert ook met prachtige melodieën en wonderschone harmonieën op een album dat hopeloos intrigeert
Sima Cunningham en Macie Stewart maken als OHMME muziek die alle kanten op kan schieten. Het ene moment is het nog aangenaam en toegankelijk, het volgende moment kan het totaal ontsporen of op zijn minst stevig tegen de haren instrijken. Fraaie harmonieën en ingenieus gitaarspel zijn de belangrijkste ingrediënten van een album dat zich laat omschrijven als een vat vol tegenstrijdigheden. Het is even wennen, maar hoe vaker je naar het album luistert, hoe meer er op zijn plek valt. OHMME maakt het je zeker niet altijd makkelijk, maar dat is ook precies wat de muziek van het duo uit Chicago zo leuk en zo interessant maakt.
OHMME is een Amerikaans duo dat bestaat uit Sima Cunningham en Macie Stewart. Beiden hadden hun sporen in de muziekscene van Chicago ruimschoots verdiend voor ze in 2014 OHMME formeerden. Het leverde twee jaar geleden het debuutalbum Parts op, dat nu wordt gevolgd door Fantasize Your Ghost.
Fantasize Your Ghost is mijn eerste kennismaking met het duo uit Chicago en het is absoluut een enerverende kennismaking. OHMME maakt muziek die stevig tegen de haren instrijkt en die, zeker bij eerste beluistering, maar weinig aanknopingspunten biedt. Aan de andere kant maken Sima Cunningham en Macie Stewart ook muziek die nieuwsgierig maakt en die niet alleen tegendraads, maar ook verleidelijk is. Het maakt van Fantasize Your Ghost een vat vol tegenstrijdigheden, dat ik uiteindelijk niet had willen missen.
Openingstrack Flood Your Gut laat direct horen wat ik bedoel met het bovenstaande. De track opent met natuurgeluiden en mooie puntige gitaarlijnen. Het combineert fraai met de harmonieën van Sima Cunningham en Macie Stewart, die verleidelijke koortjes combineren met wat staccato intermezzo’s. Wanneer ook het gitaarwerk steeds wat verder ontspoort raakt OHMME verder verwijderd van de verleidelijke klanken aan het begin van de track.
Selling Candy, track nummer twee, is nog een stuk steviger. De gitaren mogen onmiddellijk ontsporen en ook de koortjes van Sima Cunningham en Macie Stewart zijn een stuk steviger aangezet. Het ontaardt met enige regelmaat in een enorme bak herrie, maar OHMME verliest het popliedje over het algemeen niet helemaal uit het oog. Het is muziek die flink wat muziekliefhebbers de gordijnen in zal jagen, maar het intrigeert me mateloos.
Na de bak herrie keert het tweetal in Ghost weer terug naar wat melodieuzere muziek. Het combineert prachtig met de zang van het duo uit Chicago, maar ook in deze wat toegankelijkere track is heel veel spannends verstopt in zowel de instrumentatie als in de zang. Ook in The Limit slagen Sima Cunningham en Macie Stewart er weer in om toegankelijke elementen te combineren met experiment, wat een volgend popliedje oplevert dat de fantasie eindeloos prikkelt.
Het is zeker geen muziek die je op de achtergrond laat voortkabbelen, want daarvoor gebeurt er teveel in de muziek van OHMME. Naarmate het album vordert en je gewend raakt aan de muziek van het Amerikaanse tweetal, vallen de tegendraadse elementen in de muziek van OHMME steeds minder op en groeit de fascinatie voor de muziek van het duo uit Chicago, dat uitstekend past in de avontuurlijke muziekscene van The Windy City. Het blijft echter een album van uitersten. Het mooie en atmosferische Some Kind Of Calm wordt gevolgd door het zwaar experimentele Sturgeon Moon, dat een noise variant op jazz laat horen.
Ik heb Fantasize Your Ghost inmiddels vele malen beluisterd en ben steeds meer onder de indruk van de combinatie van wonderschone gitaarlijnen, warm klinkende harmonieën, geweldige melodieën en heel veel en vaak wat grillig experiment. Het tweede album van OHMME is geen album dat ik op ieder moment van de dag kan verdragen of waarderen, maar zo op zijn tijd is het een album dat in eerste instantie wat energie kost, maar uiteindelijk vooral energie geeft.
Heel veel albums die momenteel verschijnen roepen bij mij 1001 associaties met muziek uit het verleden op, wat best aangenaam kan zijn overigens. Fantasize Your Ghost van OHMME doet dit nauwelijks, wat het een uniek album maakt. Erwin Zijleman
Oi Va Voi - Memory Drop (2018)

4,0
0
geplaatst: 14 november 2018, 16:37 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oi Va Voi - Memory Drop - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Oi Va Voi keert terug na negen jaar stilte. De pure magie is misschien wat weg, maar de bijzondere schoonheid is gebleven
Oi Va Voi was in 2004 een ware sensatie met een unieke mix van exotische invloeden en westerse popmuziek. Hierna zakte de band wat weg en na 2009 raakte Oi Va Voi helemaal in de vergetelheid. Met Memory Drop is de band uit Londen terug met een plaat die voortborduurt op het verleden, maar ook nieuwe wegen in slaat. Het klinkt wat minder magisch en ook wat minder exotisch, maar we zijn inmiddels natuurlijk ook meer gewend aan deze invloeden. Na enige gewenning groeit de plaat, wordt de muziek steeds mooier en exotischer en steelt zangeres Zohara Niddam de show met zang die naadloos samenvloeit met de nog altijd bijzondere muziek van de Britse band.
Oi Va Voi, het klinkt voor mij als een herinnering uit een heel ver verleden. Dat is best gek, want Laughter Through Tears, de tweede plaat van de band en de plaat waarmee Oi Va Voi doorbrak naar een groot publiek, is pas veertien jaar oud. Hierna kwam de band nog op de proppen met een titelloze plaat in 2007 en met Travelling The Face Of The Globe in 2009, dat pas negen jaar oud is.
Nu vond ik Laughter Through Tears wel met afstand de meest indrukwekkende plaat van de band uit Londen, al is het maar omdat Oi Va Voi op de plaat van haar doorbraak een nieuw en uniek geluid liet horen.
Oi Va Voi dook in 2004 op met een geluid waarin traditionele Joodse, Oost Europese en Mediterrane muziek werd vermengd met Westerse popmuziek. Het leverde een smeltkroes van culturen op die niet alleen spannend, maar ook bijzonder aangenaam klonk. Oi Va Voi zorgde op Laughter Through Tears zelf voor het fascinerende instrumentarium met een hoofdrol voor strijkers en blazers en deed het voor de zang een beroep op de toen nog onbekende KT Tunstall.
KT Tunstall timmert inmiddels al een aantal jaren solo aan de weg en is op Memory Drop vervangen door zangeres Zohara Niddam, die in de meeste tracks op de plaat te horen is (maar in de openingstrack ontbreekt). Memory Drop klinkt vanaf de openingstrack onmiskenbaar als Oi Va Voi, al had ik wel idee dat het wat meer mainstream klinkt dan 14 jaar geleden.
Dat blijkt na beluistering van Laughter Through Tears, dat ik al minstens tien jaar niet meer had gehoord, best mee te vallen. Memory Drop ligt duidelijk in het verlengde van de voorgangers en is gemaakt met vergelijkbare ingrediënten. Kennelijk was de mix van invloeden van Oi Va Voi 14 jaar geleden exotischer dan nu en dat is op zich ook wel logisch.
Ook op Memory Drop spelen strijkers (met name viool) en blazers (met name klarinet en trompet) een belangrijke rol en verwerkt Oi Va Voi op subtiele wijze invloeden uit de klezmer en omliggende genres. Het klinkt bijzonder fraai en het wordt spannend wanneer de percussie op hol slaat en de muziek van de band uit Londen voorziet van bijzondere ritmes. Het past allemaal mooi bij de heldere zang van Zohara Niddam, die naadloos samenvloeit met het fraaie instrumentarium.
Memory Drop kan natuurlijk nooit de sensatie teweeg brengen van 14 jaar geleden, want het geluid van de band is inmiddels bekend. De nieuwe plaat van Oi Va Voi viel me mede hierom toch wat tegen, maar ik moet zeggen dat Memory Drop snel beter wordt wanneer je de plaat wat vaker een kans geeft. Op het gehoor vond ik het wat minder onderscheidend, maar wanneer je goed luistert hoor je toch weer alle exotische invloeden die de muziek van Oi Va Voi 14 jaar geleden zo fascinerend maakten.
Vergeleken met de plaat van 14 jaar geleden klinken de songs van Oi Va Voi nu wel wat Britser en eigenzinniger, wat uiteindelijk alleen maar mooier contrasteert met de bijzondere invloeden in de muziek.
En zo is een plaat die me bij eerste beluistering gewoon vies tegenviel gegroeid tot een plaat die ik steeds beter en fascinerender ga vinden en die wat mij betreft flink boven het maaiveld uitsteekt. De pure magie van Laughter Through Tears ontbreekt misschien, maar het na een stilte van negen jaar opgedoken Oi Va Voi heeft met haar nog altijd bijzondere geluid absoluut bestaansrecht en onderscheidingskracht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Oi Va Voi - Memory Drop - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Oi Va Voi keert terug na negen jaar stilte. De pure magie is misschien wat weg, maar de bijzondere schoonheid is gebleven
Oi Va Voi was in 2004 een ware sensatie met een unieke mix van exotische invloeden en westerse popmuziek. Hierna zakte de band wat weg en na 2009 raakte Oi Va Voi helemaal in de vergetelheid. Met Memory Drop is de band uit Londen terug met een plaat die voortborduurt op het verleden, maar ook nieuwe wegen in slaat. Het klinkt wat minder magisch en ook wat minder exotisch, maar we zijn inmiddels natuurlijk ook meer gewend aan deze invloeden. Na enige gewenning groeit de plaat, wordt de muziek steeds mooier en exotischer en steelt zangeres Zohara Niddam de show met zang die naadloos samenvloeit met de nog altijd bijzondere muziek van de Britse band.
Oi Va Voi, het klinkt voor mij als een herinnering uit een heel ver verleden. Dat is best gek, want Laughter Through Tears, de tweede plaat van de band en de plaat waarmee Oi Va Voi doorbrak naar een groot publiek, is pas veertien jaar oud. Hierna kwam de band nog op de proppen met een titelloze plaat in 2007 en met Travelling The Face Of The Globe in 2009, dat pas negen jaar oud is.
Nu vond ik Laughter Through Tears wel met afstand de meest indrukwekkende plaat van de band uit Londen, al is het maar omdat Oi Va Voi op de plaat van haar doorbraak een nieuw en uniek geluid liet horen.
Oi Va Voi dook in 2004 op met een geluid waarin traditionele Joodse, Oost Europese en Mediterrane muziek werd vermengd met Westerse popmuziek. Het leverde een smeltkroes van culturen op die niet alleen spannend, maar ook bijzonder aangenaam klonk. Oi Va Voi zorgde op Laughter Through Tears zelf voor het fascinerende instrumentarium met een hoofdrol voor strijkers en blazers en deed het voor de zang een beroep op de toen nog onbekende KT Tunstall.
KT Tunstall timmert inmiddels al een aantal jaren solo aan de weg en is op Memory Drop vervangen door zangeres Zohara Niddam, die in de meeste tracks op de plaat te horen is (maar in de openingstrack ontbreekt). Memory Drop klinkt vanaf de openingstrack onmiskenbaar als Oi Va Voi, al had ik wel idee dat het wat meer mainstream klinkt dan 14 jaar geleden.
Dat blijkt na beluistering van Laughter Through Tears, dat ik al minstens tien jaar niet meer had gehoord, best mee te vallen. Memory Drop ligt duidelijk in het verlengde van de voorgangers en is gemaakt met vergelijkbare ingrediënten. Kennelijk was de mix van invloeden van Oi Va Voi 14 jaar geleden exotischer dan nu en dat is op zich ook wel logisch.
Ook op Memory Drop spelen strijkers (met name viool) en blazers (met name klarinet en trompet) een belangrijke rol en verwerkt Oi Va Voi op subtiele wijze invloeden uit de klezmer en omliggende genres. Het klinkt bijzonder fraai en het wordt spannend wanneer de percussie op hol slaat en de muziek van de band uit Londen voorziet van bijzondere ritmes. Het past allemaal mooi bij de heldere zang van Zohara Niddam, die naadloos samenvloeit met het fraaie instrumentarium.
Memory Drop kan natuurlijk nooit de sensatie teweeg brengen van 14 jaar geleden, want het geluid van de band is inmiddels bekend. De nieuwe plaat van Oi Va Voi viel me mede hierom toch wat tegen, maar ik moet zeggen dat Memory Drop snel beter wordt wanneer je de plaat wat vaker een kans geeft. Op het gehoor vond ik het wat minder onderscheidend, maar wanneer je goed luistert hoor je toch weer alle exotische invloeden die de muziek van Oi Va Voi 14 jaar geleden zo fascinerend maakten.
Vergeleken met de plaat van 14 jaar geleden klinken de songs van Oi Va Voi nu wel wat Britser en eigenzinniger, wat uiteindelijk alleen maar mooier contrasteert met de bijzondere invloeden in de muziek.
En zo is een plaat die me bij eerste beluistering gewoon vies tegenviel gegroeid tot een plaat die ik steeds beter en fascinerender ga vinden en die wat mij betreft flink boven het maaiveld uitsteekt. De pure magie van Laughter Through Tears ontbreekt misschien, maar het na een stilte van negen jaar opgedoken Oi Va Voi heeft met haar nog altijd bijzondere geluid absoluut bestaansrecht en onderscheidingskracht. Erwin Zijleman
Oisin Leech - Cold Sea (2024)

4,0
0
geplaatst: 20 maart 2024, 12:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oisin Leech - Cold Sea - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Oisin Leech - Cold Sea
Oisin Leech maakte mooie albums met de Ierse band The Lost Brothers, maar maakt minstens evenveel indruk met zijn eerste soloalbum, waarop betoverend mooie klanken worden gecombineerd met een imposante stem
Zeker als de zon onder is doet Cold Sea van Oisin Leech wonderen. De klanken van de akoestische gitaar verwarmen de ruimte, waarna atmosferische synths en strijkers uitnodigen tot wegdromen. Het is de bijzonder mooie stem van Oisin Leech die je bij de les houdt, want de zang op Cold Sea is van een bijzondere schoonheid. De folky songs van de Ierse muzikant durven te experimenteren, maar de meeste songs op het album strelen uitvoerig het oor. Cold Sea had een nagenoeg perfect album kunnen zijn, maar persoonlijk ben ik minder gecharmeerd van de instrumentale tracks op het album. Het zijn tracks die echter niet kunnen voorkomen dat ik Cold Sea een betoverend mooi album vind.
Cold Sea van Oisin Leech had ik vorige week al bijna geselecteerd voor een plekje op de krenten uit de pop, maar op het laatste moment viel het album toch nog af. Dat lag zeker niet aan de tracks op het album waarop vocalen zijn te horen, want die zijn stuk voor stuk prachtig. Mijn twijfel werd vooral veroorzaakt door de paar instrumentele tracks op het album, waarin weliswaar mooie klanken voorbij komen, maar die ik vorige week ook behoorlijk overbodig vond klinken. De ene week is de andere week niet kennelijk, want deze week raken de vocale tracks op het album me misschien nog wel harder, terwijl de instrumentale tracks op Cold Sea vrij eenvoudig vervliegen.
De naam Oisin Leech kwam me niet direct bekend voor, maar ik bleek hem toch al te kennen. Oisin Leech is immers lid van het Ierse duo The Lost Brothers, dat vier jaar geleden met After The Fire After The Rain een prachtig album afleverde, waarop gloedvolle Americana werd verrijkt met een vleugje The Everly Brothers en een beetje Ierse volksmuziek. Oisin Leech maakte met zijn stem indruk op het album van The Lost Brothers en dat doet hij ook op zijn debuutalbum als solomuzikant.
Op Cold Sea verruilt de Ierse muzikant de Americana voor de folk, maar Oisin Leech heeft zeker geen doorsnee folkalbum gemaakt. Cold Sea opent met prachtig akoestisch gitaarspel en de imposante stem van Oisin Leech, die met veel overtuiging uit de speakers komt en onmiddellijk de aandacht opeist. October Sun is een openingstrack van een bijzonder hoog niveau, wat vooral de verdienste is van de prachtige stem van Oisin Leech, maar ook de wijze waarop de subtiele klanken van de akoestische gitaar worden verrijkt dwingt direct bewondering af.
Cold Sea is in muzikaal opzicht een rijk en veelzijdig album, maar het werd desondanks in een vloek en een zucht opgenomen in een oud schoolgebouw aan de ruige Ierse westkust. Oisin Leech deed dit niet alleen, maar werd bijgestaan door de Amerikaanse gitarist, singer-songwriter en producer Steve Gunn, die ook nog een aantal gerenommeerde muzikanten inschakelde, onder wie de van Bob Dylan bekende bassist Tony Garnier en M Ward.
Ook in de tweede track op het album zijn de akoestische gitaar en de indrukwekkende stem van Oisin Leech de belangrijkste ingrediënten, maar er worden ook op fraaie wijze synths ingezet, die de muziek van Oisin Leech een ruimtelijk en beeldend karakter geven. Cold Sea bevat negen tracks waarin de stem van Oisin Leech is te horen en deze zijn stuk voor stuk prachtig.
Het zijn folky tracks waarin het experiment niet wordt geschuwd en waarin de stem van de Ierse muzikant wordt omgeven door prachtige klanken van gitaren, synths, de bouzouki en strijkers. Het is muziek van een bedwelmende schoonheid die keer op keer prachtig combineert met de indrukwekkende zang van Oisin Leech.
In drie tracks op het album is geen zang te horen en deze tracks vond ik in eerste instantie vooral saai. Inmiddels hoor ik ook wel wat in deze songs waarin het vooral draait om de sfeer, al vind ik het ook bijna misdadig om een prachtige stem als die van Oisin Leech niet in te zetten. Het is een stem die tweederde van het album optilt tot indrukwekkende hoogten. Met negen vocale tracks was Cold Sea nog wat beter geweest, maar ook in de huidige vorm is het een bijzonder mooi en beeldend album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Oisin Leech - Cold Sea - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Oisin Leech - Cold Sea
Oisin Leech maakte mooie albums met de Ierse band The Lost Brothers, maar maakt minstens evenveel indruk met zijn eerste soloalbum, waarop betoverend mooie klanken worden gecombineerd met een imposante stem
Zeker als de zon onder is doet Cold Sea van Oisin Leech wonderen. De klanken van de akoestische gitaar verwarmen de ruimte, waarna atmosferische synths en strijkers uitnodigen tot wegdromen. Het is de bijzonder mooie stem van Oisin Leech die je bij de les houdt, want de zang op Cold Sea is van een bijzondere schoonheid. De folky songs van de Ierse muzikant durven te experimenteren, maar de meeste songs op het album strelen uitvoerig het oor. Cold Sea had een nagenoeg perfect album kunnen zijn, maar persoonlijk ben ik minder gecharmeerd van de instrumentale tracks op het album. Het zijn tracks die echter niet kunnen voorkomen dat ik Cold Sea een betoverend mooi album vind.
Cold Sea van Oisin Leech had ik vorige week al bijna geselecteerd voor een plekje op de krenten uit de pop, maar op het laatste moment viel het album toch nog af. Dat lag zeker niet aan de tracks op het album waarop vocalen zijn te horen, want die zijn stuk voor stuk prachtig. Mijn twijfel werd vooral veroorzaakt door de paar instrumentele tracks op het album, waarin weliswaar mooie klanken voorbij komen, maar die ik vorige week ook behoorlijk overbodig vond klinken. De ene week is de andere week niet kennelijk, want deze week raken de vocale tracks op het album me misschien nog wel harder, terwijl de instrumentale tracks op Cold Sea vrij eenvoudig vervliegen.
De naam Oisin Leech kwam me niet direct bekend voor, maar ik bleek hem toch al te kennen. Oisin Leech is immers lid van het Ierse duo The Lost Brothers, dat vier jaar geleden met After The Fire After The Rain een prachtig album afleverde, waarop gloedvolle Americana werd verrijkt met een vleugje The Everly Brothers en een beetje Ierse volksmuziek. Oisin Leech maakte met zijn stem indruk op het album van The Lost Brothers en dat doet hij ook op zijn debuutalbum als solomuzikant.
Op Cold Sea verruilt de Ierse muzikant de Americana voor de folk, maar Oisin Leech heeft zeker geen doorsnee folkalbum gemaakt. Cold Sea opent met prachtig akoestisch gitaarspel en de imposante stem van Oisin Leech, die met veel overtuiging uit de speakers komt en onmiddellijk de aandacht opeist. October Sun is een openingstrack van een bijzonder hoog niveau, wat vooral de verdienste is van de prachtige stem van Oisin Leech, maar ook de wijze waarop de subtiele klanken van de akoestische gitaar worden verrijkt dwingt direct bewondering af.
Cold Sea is in muzikaal opzicht een rijk en veelzijdig album, maar het werd desondanks in een vloek en een zucht opgenomen in een oud schoolgebouw aan de ruige Ierse westkust. Oisin Leech deed dit niet alleen, maar werd bijgestaan door de Amerikaanse gitarist, singer-songwriter en producer Steve Gunn, die ook nog een aantal gerenommeerde muzikanten inschakelde, onder wie de van Bob Dylan bekende bassist Tony Garnier en M Ward.
Ook in de tweede track op het album zijn de akoestische gitaar en de indrukwekkende stem van Oisin Leech de belangrijkste ingrediënten, maar er worden ook op fraaie wijze synths ingezet, die de muziek van Oisin Leech een ruimtelijk en beeldend karakter geven. Cold Sea bevat negen tracks waarin de stem van Oisin Leech is te horen en deze zijn stuk voor stuk prachtig.
Het zijn folky tracks waarin het experiment niet wordt geschuwd en waarin de stem van de Ierse muzikant wordt omgeven door prachtige klanken van gitaren, synths, de bouzouki en strijkers. Het is muziek van een bedwelmende schoonheid die keer op keer prachtig combineert met de indrukwekkende zang van Oisin Leech.
In drie tracks op het album is geen zang te horen en deze tracks vond ik in eerste instantie vooral saai. Inmiddels hoor ik ook wel wat in deze songs waarin het vooral draait om de sfeer, al vind ik het ook bijna misdadig om een prachtige stem als die van Oisin Leech niet in te zetten. Het is een stem die tweederde van het album optilt tot indrukwekkende hoogten. Met negen vocale tracks was Cold Sea nog wat beter geweest, maar ook in de huidige vorm is het een bijzonder mooi en beeldend album. Erwin Zijleman
Okay Kaya - Oh My God - That's So Me (2024)

4,0
1
geplaatst: 25 september 2024, 15:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Okay Kaya - Oh My God - That's So Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Okay Kaya - Oh My God - That's So Me
De van oorsprong Noorse muzikante Kaya Wilkins maakt ook op haar nieuwe album Oh My God - That's So Me weer fascinerende en dit keer ook verrassend toegankelijke muziek onder de naam Okay Kaya
Oh My God - That's So Me, het nieuwe album van Okay Kaya, is inmiddels een paar weken uit, maar ik lees er nog niet veel over. Ik had het album zelf overigens ook bijna gemist, maar de muziek van de Noorse, maar vanuit New York opererende muzikante, is echt te mooi en bijzonder om te laten liggen. Oh My God - That's So Me klinkt weer anders dan het vorige album van Okay Kaya en is, op een paar uitstapjes na, een verrassend ingetogen en vooral jazzy en soulvol album. De muziek op het album is sober maar fantasierijk en hetzelfde kan gezegd worden over de zang van Kaya Wilkins. Oh My God - That's So Me is toegankelijker dan zijn voorgangers en verdient absoluut een breder publiek.
Toen begin deze maand het album Oh My God - That's So Me van Okay Kaya verscheen, ging er bij mij geen belletje rinkelen. Dat is best bijzonder, want in mijn eind 2022 verschenen recensie van haar vorige album SAP ben ik buitengewoon lovend over de songs van de muzikante uit New York.
Ik ben helaas zeker niet de enige die niet direct opveert bij de release van een nieuw album van Okay Kaya, want Oh My God - That's So Me is nou niet bepaald overladen met aandacht. Dat is niet nieuw, want ook SAP kreeg in 2022 slechts bescheiden aandacht en ook de eerdere albums van Okay Kaya werden niet uitvoerig besproken.
Het heeft alles te maken met de muziek die het alter ego van Kaya Wilkins maakt, want de songs van Okay Kaya moet je even op je laten inwerken. Kaya Wilkins komt overigens oorspronkelijk uit Noorwegen, maar vertrok een aantal jaren geleden naar New York voor een carrière als actrice, model en muzikante. Net als het uitstekende SAP uit 2022 onderstreept het deze maand verschenen Oh My God - That's So Me dat Kay Wilkins in ieder geval als muzikante mooie dingen doet.
De Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork moest me overigens wijzen op de kwaliteit van Oh My God - That's So Me, al doet de wat taaie recensie het album wat mij betreft geen recht. Het Pitchfork rapportcijfer 8 doet dat wel, want Oh My God - That's So Me is een mooi en bijzonder album.
Net als op haar vorige album doet Kaya Wilkins op haar nieuwe album zo ongeveer alles zelf, wat muziek oplevert die anders klinkt dan nagenoeg alle andere muziek die momenteel wordt gemaakt. Het album werd opgenomen in Noorwegen en dat hoor je, want Oh My God - That's So Me heeft eerder de sfeer van de Scandinavische natuur dan die van de metropool waarin Kaya Wilkins woont.
Vergeleken met het vorige album klinkt het nieuwe album van Okay Kaya wat meer ingetogen en veel minder elektronisch. Strijkers spelen een grotere rol in de songs die soms breed uitwaaien, maar ook aards klinken. De muziek is vooral ingetogen en sfeervol en dat past prima bij de zang van Kaya Wilkins die soulvol en jazzy zingt.
Het jazzy element in de muziek op Oh My God - That's So Me wordt benadrukt door de subtiele gitaarlijnen, terwijl de baslijnen en de strijkers de soul in de muziek van Okay Kaya onderstrepen. In een aantal tracks flirt Kaya Wilkins subtiel met de door disco geïnspireerde elektronica van een band als Air, maar meestal domineren de lome en atmosferische klanken.
De Noorse muzikante maakt echter zeker geen doorsnee jazz of soul, want de muziek op het album is bijna minimalistisch, al zijn de subtiele details in de muziek op het album zeer fraai uitgewerkt. Het vorige album van Okay Kaya vond ik een best ingewikkeld album dat de nodige energie vroeg van de luisteraar. Oh My God - That's So Me is zeker bij eerste beluistering een album waarbij je ook lekker kunt wegdromen, maar het is uiteindelijk ook een album dat het verdient om volledig uitgeplozen te worden.
Dat uitpluizen geldt overigens ook voor de teksten waarin Griekse mythologie en filosofie worden gekoppeld aan de grote mondiale vraagstukken van het moment. Dat klinkt allemaal heel ambitieus en hoogdravend, maar Oh My God - That's So Me is ook een erg lekker en laidback album, dat Okay Kaya bekender moet kunnen maken dan ze nu is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Okay Kaya - Oh My God - That's So Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Okay Kaya - Oh My God - That's So Me
De van oorsprong Noorse muzikante Kaya Wilkins maakt ook op haar nieuwe album Oh My God - That's So Me weer fascinerende en dit keer ook verrassend toegankelijke muziek onder de naam Okay Kaya
Oh My God - That's So Me, het nieuwe album van Okay Kaya, is inmiddels een paar weken uit, maar ik lees er nog niet veel over. Ik had het album zelf overigens ook bijna gemist, maar de muziek van de Noorse, maar vanuit New York opererende muzikante, is echt te mooi en bijzonder om te laten liggen. Oh My God - That's So Me klinkt weer anders dan het vorige album van Okay Kaya en is, op een paar uitstapjes na, een verrassend ingetogen en vooral jazzy en soulvol album. De muziek op het album is sober maar fantasierijk en hetzelfde kan gezegd worden over de zang van Kaya Wilkins. Oh My God - That's So Me is toegankelijker dan zijn voorgangers en verdient absoluut een breder publiek.
Toen begin deze maand het album Oh My God - That's So Me van Okay Kaya verscheen, ging er bij mij geen belletje rinkelen. Dat is best bijzonder, want in mijn eind 2022 verschenen recensie van haar vorige album SAP ben ik buitengewoon lovend over de songs van de muzikante uit New York.
Ik ben helaas zeker niet de enige die niet direct opveert bij de release van een nieuw album van Okay Kaya, want Oh My God - That's So Me is nou niet bepaald overladen met aandacht. Dat is niet nieuw, want ook SAP kreeg in 2022 slechts bescheiden aandacht en ook de eerdere albums van Okay Kaya werden niet uitvoerig besproken.
Het heeft alles te maken met de muziek die het alter ego van Kaya Wilkins maakt, want de songs van Okay Kaya moet je even op je laten inwerken. Kaya Wilkins komt overigens oorspronkelijk uit Noorwegen, maar vertrok een aantal jaren geleden naar New York voor een carrière als actrice, model en muzikante. Net als het uitstekende SAP uit 2022 onderstreept het deze maand verschenen Oh My God - That's So Me dat Kay Wilkins in ieder geval als muzikante mooie dingen doet.
De Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork moest me overigens wijzen op de kwaliteit van Oh My God - That's So Me, al doet de wat taaie recensie het album wat mij betreft geen recht. Het Pitchfork rapportcijfer 8 doet dat wel, want Oh My God - That's So Me is een mooi en bijzonder album.
Net als op haar vorige album doet Kaya Wilkins op haar nieuwe album zo ongeveer alles zelf, wat muziek oplevert die anders klinkt dan nagenoeg alle andere muziek die momenteel wordt gemaakt. Het album werd opgenomen in Noorwegen en dat hoor je, want Oh My God - That's So Me heeft eerder de sfeer van de Scandinavische natuur dan die van de metropool waarin Kaya Wilkins woont.
Vergeleken met het vorige album klinkt het nieuwe album van Okay Kaya wat meer ingetogen en veel minder elektronisch. Strijkers spelen een grotere rol in de songs die soms breed uitwaaien, maar ook aards klinken. De muziek is vooral ingetogen en sfeervol en dat past prima bij de zang van Kaya Wilkins die soulvol en jazzy zingt.
Het jazzy element in de muziek op Oh My God - That's So Me wordt benadrukt door de subtiele gitaarlijnen, terwijl de baslijnen en de strijkers de soul in de muziek van Okay Kaya onderstrepen. In een aantal tracks flirt Kaya Wilkins subtiel met de door disco geïnspireerde elektronica van een band als Air, maar meestal domineren de lome en atmosferische klanken.
De Noorse muzikante maakt echter zeker geen doorsnee jazz of soul, want de muziek op het album is bijna minimalistisch, al zijn de subtiele details in de muziek op het album zeer fraai uitgewerkt. Het vorige album van Okay Kaya vond ik een best ingewikkeld album dat de nodige energie vroeg van de luisteraar. Oh My God - That's So Me is zeker bij eerste beluistering een album waarbij je ook lekker kunt wegdromen, maar het is uiteindelijk ook een album dat het verdient om volledig uitgeplozen te worden.
Dat uitpluizen geldt overigens ook voor de teksten waarin Griekse mythologie en filosofie worden gekoppeld aan de grote mondiale vraagstukken van het moment. Dat klinkt allemaal heel ambitieus en hoogdravend, maar Oh My God - That's So Me is ook een erg lekker en laidback album, dat Okay Kaya bekender moet kunnen maken dan ze nu is. Erwin Zijleman
Okay Kaya - SAP (2022)

4,0
0
geplaatst: 16 december 2022, 15:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Okay Kaya - SAP - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Okay Kaya - SAP
De Noors-Amerikaanse muzikante Kaya Wilkins levert als Okay Kaya een bijzonder fascinerend en wonderschoon album af, dat echt veel en veel beter is dan je bij eerste beluistering van het album kunt vermoeden
SAP van Okay Kaya sneeuwde vorige maand wat onder in een hele volle releaseweek, maar het is een album dat echt alle aandacht verdient. Oppervlakkige aandacht is in dit geval niet voldoende, want SAP is een album waar je de tijd voor moet nemen en dat je bovendien met volledige aandacht moet beluisteren. Dan pas valt op hoe mooi en origineel de instrumentatie is, hoe bijzonder de vocalen, hoe inventief de songs en hoe trefzeker de productie. SAP past in het hokje pop, maar het album is mijlenver verwijderd van het gemiddelde popalbum. Het is ook nog eens een album vol geheimen, waardoor het derde album van Okay Kaya groeit en groeit en groeit. Bijzonder fascinerend album.
Vorige maand verscheen SAP, het derde album van Okay Kaya, oftewel Kaya Wilkins. Kaya Wilkins komt oorspronkelijk uit Noorwegen, maar timmert inmiddels een paar jaar als muzikante, actrice en model aan de weg in New York. De eerste twee albums van Okay Kaya vond ik zeker interessant, maar uiteindelijk net niet goed genoeg. Ik oordeelde vorige maand min of meer hetzelfde over SAP, maar heb mijn mening over het album inmiddels flink bijgesteld.
Kaya Wilkins legde de basis voor SAP in Berlijn, maar maakte het album uiteindelijk af in Brooklyn, New York, samen met flink wat bevriende muzikanten. De muziek van Okay Kaya is te karakteriseren als pop, maar het is zeker geen dertien in een dozijn pop die de Noors-Amerikaanse muzikante ons voorschotelt. SAP bevat vooral redelijk ingetogen songs die zich meestal betrekkelijk langzaam voortslepen, maar wat gebeurt er veel in de muziek van Okay Kaya.
In muzikaal opzicht dringt het album zich direct makkelijk op, maar je hoort pas later hoe knap het allemaal in elkaar steekt. Okay Kaya experimenteert driftig met vooral elektronische klanken, maar SAP klinkt ook warm en organisch. Door alle gastmuzikanten klinkt iedere song op het album weer net wat anders, maar de verzameling songs klinkt wat mij betreft wel consistent. Zeker bij herhaalde beluistering valt er in muzikaal opzicht steeds meer op zijn plek op het album, waardoor SAP uiteindelijk makkelijk en opvallend ruim boven het maaiveld uitsteekt.
Het zijn niet alleen de finesses in de instrumentatie die je niet onmiddellijk hoort. Ook de songs van de muzikante uit New York geven steeds meer geheimen prijs en kleuren steeds opvallender buiten de lijntjes van de pop zoals die momenteel zoveel wordt gemaakt. SAP is dan ook veel meer dan een popalbum.
Wat voor de instrumentatie en de songstructuren geldt, geldt ook voor de zang van Kaya Wilkins. Op het eerste gehoor heeft de Noors-Amerikaanse muzikante een mooie maar niet heel opvallende stem, maar de lagen vocalen blijken al snel net zo bijzonder als de experimentele klanken en alle wendingen in de songs op SAP. Zeker wanneer de vocalen in meerdere lagen worden opgestapeld is het derde album van Okay Kaya een album met een wat mystieke sfeer.
SAP is soms behoorlijk vol ingekleurd, maar Kaya Wilkins schakelt makkelijk terug naar redelijk sobere klanken, al is er altijd wel een laag met bijzondere klanken toegevoegd. SAP is hierdoor een album waar je zeker even de tijd voor moet nemen. Bij niet al te aandachtige beluistering kabbelt het allemaal wat voort, maar luister net wat beter en je zit uitsluitend op het puntje van de stoel.
SAP is in muzikaal, vocaal en compositorisch een album vol hoogstandjes, maar ook in productioneel opzicht is het een fascinerend album. Kaya Wilkins tekende ook nog eens voor deze productie, die niet onder doet voor die van de topproducers van het moment. Ik haalde SAP min of meer bij toeval uit een jaarlijstje en wat ben ik blij dat ik dit album een tweede kans heb gegeven. Het is dit jaar bijzonder druk in het land van de vrouwelijke muzikanten, maar Kaya Wilkins weet zich als Okay Kaya makkelijk te onderscheiden. Inmiddels luister ik voor de zoveelste keer naar het album en het is weer beter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Okay Kaya - SAP - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Okay Kaya - SAP
De Noors-Amerikaanse muzikante Kaya Wilkins levert als Okay Kaya een bijzonder fascinerend en wonderschoon album af, dat echt veel en veel beter is dan je bij eerste beluistering van het album kunt vermoeden
SAP van Okay Kaya sneeuwde vorige maand wat onder in een hele volle releaseweek, maar het is een album dat echt alle aandacht verdient. Oppervlakkige aandacht is in dit geval niet voldoende, want SAP is een album waar je de tijd voor moet nemen en dat je bovendien met volledige aandacht moet beluisteren. Dan pas valt op hoe mooi en origineel de instrumentatie is, hoe bijzonder de vocalen, hoe inventief de songs en hoe trefzeker de productie. SAP past in het hokje pop, maar het album is mijlenver verwijderd van het gemiddelde popalbum. Het is ook nog eens een album vol geheimen, waardoor het derde album van Okay Kaya groeit en groeit en groeit. Bijzonder fascinerend album.
Vorige maand verscheen SAP, het derde album van Okay Kaya, oftewel Kaya Wilkins. Kaya Wilkins komt oorspronkelijk uit Noorwegen, maar timmert inmiddels een paar jaar als muzikante, actrice en model aan de weg in New York. De eerste twee albums van Okay Kaya vond ik zeker interessant, maar uiteindelijk net niet goed genoeg. Ik oordeelde vorige maand min of meer hetzelfde over SAP, maar heb mijn mening over het album inmiddels flink bijgesteld.
Kaya Wilkins legde de basis voor SAP in Berlijn, maar maakte het album uiteindelijk af in Brooklyn, New York, samen met flink wat bevriende muzikanten. De muziek van Okay Kaya is te karakteriseren als pop, maar het is zeker geen dertien in een dozijn pop die de Noors-Amerikaanse muzikante ons voorschotelt. SAP bevat vooral redelijk ingetogen songs die zich meestal betrekkelijk langzaam voortslepen, maar wat gebeurt er veel in de muziek van Okay Kaya.
In muzikaal opzicht dringt het album zich direct makkelijk op, maar je hoort pas later hoe knap het allemaal in elkaar steekt. Okay Kaya experimenteert driftig met vooral elektronische klanken, maar SAP klinkt ook warm en organisch. Door alle gastmuzikanten klinkt iedere song op het album weer net wat anders, maar de verzameling songs klinkt wat mij betreft wel consistent. Zeker bij herhaalde beluistering valt er in muzikaal opzicht steeds meer op zijn plek op het album, waardoor SAP uiteindelijk makkelijk en opvallend ruim boven het maaiveld uitsteekt.
Het zijn niet alleen de finesses in de instrumentatie die je niet onmiddellijk hoort. Ook de songs van de muzikante uit New York geven steeds meer geheimen prijs en kleuren steeds opvallender buiten de lijntjes van de pop zoals die momenteel zoveel wordt gemaakt. SAP is dan ook veel meer dan een popalbum.
Wat voor de instrumentatie en de songstructuren geldt, geldt ook voor de zang van Kaya Wilkins. Op het eerste gehoor heeft de Noors-Amerikaanse muzikante een mooie maar niet heel opvallende stem, maar de lagen vocalen blijken al snel net zo bijzonder als de experimentele klanken en alle wendingen in de songs op SAP. Zeker wanneer de vocalen in meerdere lagen worden opgestapeld is het derde album van Okay Kaya een album met een wat mystieke sfeer.
SAP is soms behoorlijk vol ingekleurd, maar Kaya Wilkins schakelt makkelijk terug naar redelijk sobere klanken, al is er altijd wel een laag met bijzondere klanken toegevoegd. SAP is hierdoor een album waar je zeker even de tijd voor moet nemen. Bij niet al te aandachtige beluistering kabbelt het allemaal wat voort, maar luister net wat beter en je zit uitsluitend op het puntje van de stoel.
SAP is in muzikaal, vocaal en compositorisch een album vol hoogstandjes, maar ook in productioneel opzicht is het een fascinerend album. Kaya Wilkins tekende ook nog eens voor deze productie, die niet onder doet voor die van de topproducers van het moment. Ik haalde SAP min of meer bij toeval uit een jaarlijstje en wat ben ik blij dat ik dit album een tweede kans heb gegeven. Het is dit jaar bijzonder druk in het land van de vrouwelijke muzikanten, maar Kaya Wilkins weet zich als Okay Kaya makkelijk te onderscheiden. Inmiddels luister ik voor de zoveelste keer naar het album en het is weer beter. Erwin Zijleman
Okkervil River - Away (2016)

4,0
0
geplaatst: 13 september 2016, 19:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Okkervil River - Away - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Buiten is het misschien nog volop zomer, maar de muzikale herfst lijkt inmiddels toch echt begonnen. Op de vorige week verschenen platen domineren de donkere wolken en krijgt de zon nauwelijks kans. Het is ook het geval op de nieuwe plaat van Okkervil River, Away.
Okkervil River voorman Will Sheff zag ook de afgelopen jaren weer meerdere leden van zijn in 1998 in Austin, Texas, geformeerde band vertrekken en werd bovendien geconfronteerd met het overlijden van zijn grootvader, die hij rekende tot zijn persoonlijke helden.
Away is een eerbetoon aan de grootvader van Will Sheff en werd in New York opgenomen met flink wat sessiemuzikanten. Of Okkervil River nog bestaat is dan ook de vraag, al lijkt de openingstrack Okkervil River R.I.P. het antwoord al te geven. Away is dan ook meer een soloplaat van Will Sheff dan een Okkervil River plaat, maar het is wel een hele mooie plaat geworden.
Okkervil River kon in het verleden nog wel eens stevig rocken, maar Will Sheff kiest op Away voor een redelijk ingetogen en opvallend stemmig geluid, waarin de fraaie blazers en strijkers van het ensemble yMusic meer dan eens aanzwellen en zorgen voor een bijzonder geluid dat meer roots georiënteerd is dan rock georiënteerd.
Away is waarschijnlijk de meest persoonlijke plaat die Will Sheff tot dusver heeft gemaakt en dat heeft flink wat invloed op zijn muziek. De teksten zijn meer dan in het verleden de moeite van het bestuderen waard en ook in vocaal opzicht graaft Will Sheff dieper dan voorheen, wat zijn songs voorziet van urgentie.
Ook de keuze voor sessiemuzikanten uit de New Yorkse jazz en avant-garde scene pakt verrassend goed uit. De instrumentatie op Away is verrassend veelzijdig en zit vol fraaie accenten, die prachtig kleuren bij de invloeden uit de rootsmuziek die nog altijd belangrijk zijn in het geluid van Okkervil River. Dat alles in een paar takes op de band stond is dan ook nauwelijks te geloven en in ieder geval niet hoorbaar.
Verder bijgestaan door Marissa Nadler en Jonathan Meiburg (die deel uit maakte van Okkervil River tot hij koos voor zijn eigen band Shearwater) maakt Will Sheff indruk met songs die dieper raken dan bij Okkervil River gebruikelijk is. Away staat vol met songs die lekker in het gehoor liggen, maar ook overlopen van emotie. De prachtige instrumentatie zorgt er voor dat er in de songs volop te ontdekken valt, waardoor Away voorlopig alleen maar blijft groeien.
Away zou best wel eens de zwanenzang van Okkervil River kunnen zijn, maar ook zonder zijn band valt er van Will Sheff heel veel moois te verwachten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Okkervil River - Away - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Buiten is het misschien nog volop zomer, maar de muzikale herfst lijkt inmiddels toch echt begonnen. Op de vorige week verschenen platen domineren de donkere wolken en krijgt de zon nauwelijks kans. Het is ook het geval op de nieuwe plaat van Okkervil River, Away.
Okkervil River voorman Will Sheff zag ook de afgelopen jaren weer meerdere leden van zijn in 1998 in Austin, Texas, geformeerde band vertrekken en werd bovendien geconfronteerd met het overlijden van zijn grootvader, die hij rekende tot zijn persoonlijke helden.
Away is een eerbetoon aan de grootvader van Will Sheff en werd in New York opgenomen met flink wat sessiemuzikanten. Of Okkervil River nog bestaat is dan ook de vraag, al lijkt de openingstrack Okkervil River R.I.P. het antwoord al te geven. Away is dan ook meer een soloplaat van Will Sheff dan een Okkervil River plaat, maar het is wel een hele mooie plaat geworden.
Okkervil River kon in het verleden nog wel eens stevig rocken, maar Will Sheff kiest op Away voor een redelijk ingetogen en opvallend stemmig geluid, waarin de fraaie blazers en strijkers van het ensemble yMusic meer dan eens aanzwellen en zorgen voor een bijzonder geluid dat meer roots georiënteerd is dan rock georiënteerd.
Away is waarschijnlijk de meest persoonlijke plaat die Will Sheff tot dusver heeft gemaakt en dat heeft flink wat invloed op zijn muziek. De teksten zijn meer dan in het verleden de moeite van het bestuderen waard en ook in vocaal opzicht graaft Will Sheff dieper dan voorheen, wat zijn songs voorziet van urgentie.
Ook de keuze voor sessiemuzikanten uit de New Yorkse jazz en avant-garde scene pakt verrassend goed uit. De instrumentatie op Away is verrassend veelzijdig en zit vol fraaie accenten, die prachtig kleuren bij de invloeden uit de rootsmuziek die nog altijd belangrijk zijn in het geluid van Okkervil River. Dat alles in een paar takes op de band stond is dan ook nauwelijks te geloven en in ieder geval niet hoorbaar.
Verder bijgestaan door Marissa Nadler en Jonathan Meiburg (die deel uit maakte van Okkervil River tot hij koos voor zijn eigen band Shearwater) maakt Will Sheff indruk met songs die dieper raken dan bij Okkervil River gebruikelijk is. Away staat vol met songs die lekker in het gehoor liggen, maar ook overlopen van emotie. De prachtige instrumentatie zorgt er voor dat er in de songs volop te ontdekken valt, waardoor Away voorlopig alleen maar blijft groeien.
Away zou best wel eens de zwanenzang van Okkervil River kunnen zijn, maar ook zonder zijn band valt er van Will Sheff heel veel moois te verwachten. Erwin Zijleman
Okkervil River - In the Rainbow Rain (2018)

4,0
0
geplaatst: 4 mei 2018, 16:08 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Okkervil River - In The Rainbow Rain - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het in 2016 verschenen Away van Okkervil River opende met de track Okkervil River R.I.P., waarmee de zwanenzang van de band rond Will Sheff in de maak leek.
Away was feitelijk al een soloplaat van de voorman van Okkervil River en verraste met ingetogen en opvallend stemmig geluid, waarin de blazers en strijkers van het ensemble yMusic een prominente rol speelden en Will Sheff de rock van de vorige platen van zijn band verruilde voor meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek.
Away was uiteindelijk toch niet de zwanenzang van de band die inmiddels een elftal platen op haar naam heeft staan (waaronder minstens een handvol hele mooie), want vorige week verscheen In The Rainbow Rain.
Will Sheff dook dit keer de studio in met de band die hij formeerde voor de tour die volgde op Away, wat zorgt voor een vol klinkend bandgeluid, dat verder werd opgepoetst door Shawn Everett (The War on Drugs).
Het is een geluid dat flink afwijkt van dat op alle vorige platen van de band en dat verrassend opgewekt klinkt. In The Rainbow Rain laat zich beluisteren als een tijdreis door een aantal decennia muziekhistorie, waarbij Will Sheff en zijn band verrassend vaak in de jaren 80 blijven steken.
Direct in de openingstrack verrast Okkervil River met zonnige, volle en bijna lichtvoetige klanken die zich ergens tussen de late platen van Roxy Music en de platen van Aztec Camera, China Crisis en Talk Talk in dringen, maar die ook zijn voorzien van soul en gospel en van een verwijzing naar Waterloo Sunset van The Kinks in de slotakkoorden.
In The Rainbow Rain roept door alle verwijzingen naar het verleden een waslijst aan associaties op, maar de meeste namen vervliegen net zo snel als ze gekomen zijn. Het ene moment zit je midden in de vol klinkende (en soms wat kitscherige) 80s pop, het volgende moment hoor je toch weer invloeden uit de jaren 70 (van Bowie tot softrock), uit de Britpop uit de jaren 90 (Pulp) of uit het heden (The Arcade Fire), maar citaten uit het rijke oeuvre van Okkervil River zijn ook nooit ver weg.
Bij eerste beluistering komt In The Rainbow Rain misschien erg groots of zelfs overweldigend over, maar wanneer je vaker naar de plaat luistert valt er veel op zijn plek. Zelf ben ik inmiddels erg onder de indruk van het nieuwe hoofdstuk in de carrière van Okkervil River. Waar de muziek van de band vaak een donkere ondertoon had, wordt er nu met ontzettend veel plezier muziek gemaakt en verrast de band met zeer uiteenlopende accenten en verrassende invloeden. Het plezier waarmee de plaat gemaakt is heeft uiteindelijk ook effect op de luisteraar, want langzaam maar zeker gaat de zon steeds feller schijnen.
Ik had na Away eerlijk gezegd geen nieuwe plaat van Okkervil River meer verwacht, maar In The Rainbow Rain laat horen dat de band uit Austin, Texas, nog springlevend is en vol frisse en nieuwe energie zit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Okkervil River - In The Rainbow Rain - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het in 2016 verschenen Away van Okkervil River opende met de track Okkervil River R.I.P., waarmee de zwanenzang van de band rond Will Sheff in de maak leek.
Away was feitelijk al een soloplaat van de voorman van Okkervil River en verraste met ingetogen en opvallend stemmig geluid, waarin de blazers en strijkers van het ensemble yMusic een prominente rol speelden en Will Sheff de rock van de vorige platen van zijn band verruilde voor meer invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek.
Away was uiteindelijk toch niet de zwanenzang van de band die inmiddels een elftal platen op haar naam heeft staan (waaronder minstens een handvol hele mooie), want vorige week verscheen In The Rainbow Rain.
Will Sheff dook dit keer de studio in met de band die hij formeerde voor de tour die volgde op Away, wat zorgt voor een vol klinkend bandgeluid, dat verder werd opgepoetst door Shawn Everett (The War on Drugs).
Het is een geluid dat flink afwijkt van dat op alle vorige platen van de band en dat verrassend opgewekt klinkt. In The Rainbow Rain laat zich beluisteren als een tijdreis door een aantal decennia muziekhistorie, waarbij Will Sheff en zijn band verrassend vaak in de jaren 80 blijven steken.
Direct in de openingstrack verrast Okkervil River met zonnige, volle en bijna lichtvoetige klanken die zich ergens tussen de late platen van Roxy Music en de platen van Aztec Camera, China Crisis en Talk Talk in dringen, maar die ook zijn voorzien van soul en gospel en van een verwijzing naar Waterloo Sunset van The Kinks in de slotakkoorden.
In The Rainbow Rain roept door alle verwijzingen naar het verleden een waslijst aan associaties op, maar de meeste namen vervliegen net zo snel als ze gekomen zijn. Het ene moment zit je midden in de vol klinkende (en soms wat kitscherige) 80s pop, het volgende moment hoor je toch weer invloeden uit de jaren 70 (van Bowie tot softrock), uit de Britpop uit de jaren 90 (Pulp) of uit het heden (The Arcade Fire), maar citaten uit het rijke oeuvre van Okkervil River zijn ook nooit ver weg.
Bij eerste beluistering komt In The Rainbow Rain misschien erg groots of zelfs overweldigend over, maar wanneer je vaker naar de plaat luistert valt er veel op zijn plek. Zelf ben ik inmiddels erg onder de indruk van het nieuwe hoofdstuk in de carrière van Okkervil River. Waar de muziek van de band vaak een donkere ondertoon had, wordt er nu met ontzettend veel plezier muziek gemaakt en verrast de band met zeer uiteenlopende accenten en verrassende invloeden. Het plezier waarmee de plaat gemaakt is heeft uiteindelijk ook effect op de luisteraar, want langzaam maar zeker gaat de zon steeds feller schijnen.
Ik had na Away eerlijk gezegd geen nieuwe plaat van Okkervil River meer verwacht, maar In The Rainbow Rain laat horen dat de band uit Austin, Texas, nog springlevend is en vol frisse en nieuwe energie zit. Erwin Zijleman
Oklou - choke enough (2025)

4,5
3
geplaatst: 8 februari 2025, 11:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Oklou - choke enough - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Oklou - choke enough
De Franse muzikante Oklou maakte een paar jaar geleden al eens een baanbrekend popalbum, maar doet er op het van de eerste tot en met de laatste noot fascinerende choke enough nog een flinke schep bovenop
Voor 2025 zijn al een aantal hele interessante popalbums aangekondigd, maar of ze zo goed zijn als het nieuwe album van Oklou is maar zeer de vraag. De Franse muzikante maakte al diepe indruk met haar vorige album Galore, maar het deze week verschenen choke enough is nog een stuk interessanter en indrukwekkender. In muzikaal opzicht gebeurt er van alles in de bijzondere klankentapijten op het album en ook als je niet van de autotune houdt overtuigt de zang van Oklou makkelijk. De songs op het album zijn deels aanstekelijk, maar het zijn ook songs die de fantasie maar blijven prikkelen. Oklou heeft met choke enough een in alle opzichten opzienbarend popalbum gemaakt.
Oklou leverde in 2020 met Galore een werkelijk fantastisch popalbum af. Het is een popalbum dat deels klonk als de andere grote popalbums van dat moment, maar het debuutalbum van Oklou klonk een stuk avontuurlijker dan deze andere grote popalbums en gaf wat mij betreft bovendien een voorproefje op de popmuziek van de toekomst.
Galore ontleende een deel van zijn kracht aan de prachtige productie van de destijds zeer gewilde A.G. Cook en de Canadese muzikant Casey MQ, maar zette uiteindelijk vooral Oklou op de kaart als een van de grote beloften van de moderne popmuziek. Galore werd in 2020 best warm onthaald, maar had de ontvangst verdiend die Caroline Polachek drie jaar later zou krijgen met het eveneens geweldige Desire, I Want To Turn Into You, dat in meerdere opzichten aan Galore deed denken.
Deze week keert het alter ego van de Franse muzikante Marylou Mayniel terug met haar tweede album en gezien de kwaliteit van Galore waren de verwachting onrealistisch hooggespannen. Het zijn verwachtingen die Oklou meer dan waar maakt, want ook choke enough (geen hoofdletters) is echt een weergaloos popalbum, dat nog net wat meer indruk maakt dan zijn voorganger.
Ook op haar tweede album werkt Oklou samen met Casey MQ en ook topproducer A.G. Cook duikt weer op in een aantal tracks. Op choke enough gaat Oklou deels verder waar Galore in de herfst van 2020 ophield, maar het is ook een duidelijk ander album. Oklou heeft de tijd genomen voor haar tweede album en dat hoor je. De voor een belangrijk deel met behulp van elektronica gemaakte muziek op het album bestaat uit vele lagen en zit vol met bijzondere details. Het geluid wordt verder verrijkt door af en toe blazers in te zetten, wat verrassend goed combineert met de lagen elektronica.
Oklou houdt het tempo in een groot deel van de songs betrekkelijk laag en kiest dan voor ruimtelijke klankentapijten die niet volledig zijn ingekleurd, wat choke enough voorziet van een bijzondere sfeer. Het is een sfeer die een wat futuristisch karakter krijgt door de vele lagen vocalen die zijn toegevoegd aan de songs. Het zijn af en toe behoorlijk vervormde en door de autotune toegetakelde vocalen, maar Oklou laat ook op choke enough weer horen dat ze kan zingen.
Met Galore maakte de muzikante uit Parijs een album dat aansloot op de popmuziek van dat moment, maar wel wat avontuurlijker klonk. Op choke enough raakt Oklou wat verder verwijderd van de popmuziek van het moment. Het album klinkt met grote regelmaat behoorlijk experimenteel en is zijn tijd behoorlijk vooruit. Het doet soms aan de bijzondere muziek van yeule denken, maar het klinkt toch ook weer anders.
Ik hou lang niet altijd van popmuziek die wordt gedomineerd door zwaar aangezette elektronica, maar choke enough houdt me sinds de eerste beluistering in een wurggreep. Het tweede album van Oklou bevat dertien tracks, maar laat zich ook beluisteren als een lange en bijzonder fascinerende luistertrip van 35 minuten en 42 seconden. Het is een luistertrip die soms vervreemdend, soms sprookjesachtig mooi, soms bijzonder aanstekelijk en soms grenzeloos vernieuwend klinkt en meestal alles tegelijk.
Oklou heeft met choke een fascinerend en vernieuwend album afgeleverd, maar het is ook een popalbum met een hoofdletter P. Het moet toch raar lopen als Oklou met choke enough niet in de voetsporen gaat treden van Caroline Polachek en haar Desire, I Want To Turn Into You, maar in de popmuziek weet je het maar nooit. Ik weet het inmiddels wel: choke enough is een popalbum dat in 2025 niet zomaar overtroffen gaat worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Oklou - choke enough - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Oklou - choke enough
De Franse muzikante Oklou maakte een paar jaar geleden al eens een baanbrekend popalbum, maar doet er op het van de eerste tot en met de laatste noot fascinerende choke enough nog een flinke schep bovenop
Voor 2025 zijn al een aantal hele interessante popalbums aangekondigd, maar of ze zo goed zijn als het nieuwe album van Oklou is maar zeer de vraag. De Franse muzikante maakte al diepe indruk met haar vorige album Galore, maar het deze week verschenen choke enough is nog een stuk interessanter en indrukwekkender. In muzikaal opzicht gebeurt er van alles in de bijzondere klankentapijten op het album en ook als je niet van de autotune houdt overtuigt de zang van Oklou makkelijk. De songs op het album zijn deels aanstekelijk, maar het zijn ook songs die de fantasie maar blijven prikkelen. Oklou heeft met choke enough een in alle opzichten opzienbarend popalbum gemaakt.
Oklou leverde in 2020 met Galore een werkelijk fantastisch popalbum af. Het is een popalbum dat deels klonk als de andere grote popalbums van dat moment, maar het debuutalbum van Oklou klonk een stuk avontuurlijker dan deze andere grote popalbums en gaf wat mij betreft bovendien een voorproefje op de popmuziek van de toekomst.
Galore ontleende een deel van zijn kracht aan de prachtige productie van de destijds zeer gewilde A.G. Cook en de Canadese muzikant Casey MQ, maar zette uiteindelijk vooral Oklou op de kaart als een van de grote beloften van de moderne popmuziek. Galore werd in 2020 best warm onthaald, maar had de ontvangst verdiend die Caroline Polachek drie jaar later zou krijgen met het eveneens geweldige Desire, I Want To Turn Into You, dat in meerdere opzichten aan Galore deed denken.
Deze week keert het alter ego van de Franse muzikante Marylou Mayniel terug met haar tweede album en gezien de kwaliteit van Galore waren de verwachting onrealistisch hooggespannen. Het zijn verwachtingen die Oklou meer dan waar maakt, want ook choke enough (geen hoofdletters) is echt een weergaloos popalbum, dat nog net wat meer indruk maakt dan zijn voorganger.
Ook op haar tweede album werkt Oklou samen met Casey MQ en ook topproducer A.G. Cook duikt weer op in een aantal tracks. Op choke enough gaat Oklou deels verder waar Galore in de herfst van 2020 ophield, maar het is ook een duidelijk ander album. Oklou heeft de tijd genomen voor haar tweede album en dat hoor je. De voor een belangrijk deel met behulp van elektronica gemaakte muziek op het album bestaat uit vele lagen en zit vol met bijzondere details. Het geluid wordt verder verrijkt door af en toe blazers in te zetten, wat verrassend goed combineert met de lagen elektronica.
Oklou houdt het tempo in een groot deel van de songs betrekkelijk laag en kiest dan voor ruimtelijke klankentapijten die niet volledig zijn ingekleurd, wat choke enough voorziet van een bijzondere sfeer. Het is een sfeer die een wat futuristisch karakter krijgt door de vele lagen vocalen die zijn toegevoegd aan de songs. Het zijn af en toe behoorlijk vervormde en door de autotune toegetakelde vocalen, maar Oklou laat ook op choke enough weer horen dat ze kan zingen.
Met Galore maakte de muzikante uit Parijs een album dat aansloot op de popmuziek van dat moment, maar wel wat avontuurlijker klonk. Op choke enough raakt Oklou wat verder verwijderd van de popmuziek van het moment. Het album klinkt met grote regelmaat behoorlijk experimenteel en is zijn tijd behoorlijk vooruit. Het doet soms aan de bijzondere muziek van yeule denken, maar het klinkt toch ook weer anders.
Ik hou lang niet altijd van popmuziek die wordt gedomineerd door zwaar aangezette elektronica, maar choke enough houdt me sinds de eerste beluistering in een wurggreep. Het tweede album van Oklou bevat dertien tracks, maar laat zich ook beluisteren als een lange en bijzonder fascinerende luistertrip van 35 minuten en 42 seconden. Het is een luistertrip die soms vervreemdend, soms sprookjesachtig mooi, soms bijzonder aanstekelijk en soms grenzeloos vernieuwend klinkt en meestal alles tegelijk.
Oklou heeft met choke een fascinerend en vernieuwend album afgeleverd, maar het is ook een popalbum met een hoofdletter P. Het moet toch raar lopen als Oklou met choke enough niet in de voetsporen gaat treden van Caroline Polachek en haar Desire, I Want To Turn Into You, maar in de popmuziek weet je het maar nooit. Ik weet het inmiddels wel: choke enough is een popalbum dat in 2025 niet zomaar overtroffen gaat worden. Erwin Zijleman
Oklou - Galore (2020)

4,5
1
geplaatst: 30 november 2020, 15:37 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Oklou - Galore - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Oklou - Galore
De Franse muzikante Oklou begint op haar debuutalbum Galore bij de hitgevoelige elektronische popmuziek van het moment, maar schiet vervolgens met een bak avontuur de toekomst in
Heel even dacht ik te maken met de zoveelste door A.G. Cook geproduceerde popprinses, maar de Franse muzikante Oklou blijkt een stuk eigenzinniger. Haar songs klinken soms toegankelijk, maar kunnen ook stevig het experiment opzoeken. Elektronische popmuziek klinkt vaak wat kil, maar Oklou verrast met een warm en stiekem toch ook organisch geluid vol elektronische uitbarstingen. Het zit soms heel dicht tegen de andere popprinsessen van A.G. Cook aan, maar iedere keer dat het wat gewoontjes dreigt te worden, komt de verrassing weer uit alle hoeken en gaten. Enige liefde voor moderne pop is onontbeerlijk, maar wat heb je vervolgens een mooi en eigenzinnig album in handen.
Oklou is het alter ego van de Franse muzikante Marylou Maynie en debuteert deze week met Galore. Het is mijn eerste kennismaking met de muziek van Oklou en het is absoluut een fascinerende kennismaking.
Voor zwoele Franse zuchtmeisjes pop ben je bij Oklou aan het verkeerde adres en ook met de rijke historie van het Franse chanson heeft ze niet veel op. Galore is een volledig Engelstalig album en het is een album dat vooral zal worden omschreven als pop. Alledaags is de pop van Oklou echter zeker niet.
Het Britse muziektijdschrift NME omschreef Galore van Oklou een tijdje geleden al als “an avant-garde mixtape that hints at the future of pop”. Daar is wel wat voor te zeggen, al is de muziek van de Franse muzikante voor een belangrijk deel samengesteld uit ingrediënten die we ook in de hitgevoelige popmuziek van het moment tegen komen.
Het is popmuziek die wordt gedomineerd door elektronica. Aan de ene kant hoor je het elektronische geluid dat je tegenwoordig wel vaker hoort, net als de wat lome beats. Aan de andere kant zoekt Oklou de net wat meer door experiment gedreven elektronische muziek op, waardoor Galore niet alleen klinkt als een hitgevoelig popalbum, maar ook als een album waarop ruimte is voor avontuur en experiment.
De zang van Marylou Maynie zoekt eveneens de middenweg tussen de platgetreden paden en flink wat avontuur. Haar stem wordt op vrijwel het hele album flink vervormd en hiernaast zijn ook de vocoder en de auto-tune maximaal ingezet.
Het zijn stuk voor stuk geen ingrediënten waar ik heel gek op ben, maar Galore vind ik een bijzonder fascinerend album. Het is knap hoe de Franse muzikante dicht tegen de net wat eigenzinnigere popprinsessen aan kan kruipen met melodieuze songs, moderne synths en aangename beats, maar net zo makkelijk het avontuur kan opzoeken. Oklou slaagt er bovendien in om haar elektronische muziek organisch te laten klinken door subtiel wat akoestische instrumenten en natuurgeluiden toe te voegen.
Dat laatste doet Oklou vooral met wat voller en eigenzinniger klinkende elektronica. Het is elektronica die de ruimte volledig kan vullen, maar Oklou zoekt minstens net zo vaak de leegte in haar muziek. Galore bevat een aantal songs die naadloos aansluiten bij de popmuziek van het moment en dat geldt vooral voor de songs waarin invloeden uit de R&B een belangrijke rol spelen, maar steeds als je denkt dat Oklou vast gaat houden aan de toegankelijke popmuziek uit het heden slaat ze toch weer nieuwe wegen in en het is vaak de afslag richting de toekomst.
Dat Galore soms klinkt als de hitgevoelige popmuziek is overigens niet zo gek, want Galore werd geproduceerd door de popproducer van het moment, A.G. Cook. Oklou slaagt er, in tegenstelling tot de gemiddelde popprinses in om zich te ontworstelen aan het strakke keurslijf van deze topproducer. Galore is een album dat je steeds weer weet te verrassen en de muzikante uit Parijs doet dit aan de enen kant met goede songs en aan de andere kant met een steeds weer bijzonder klinkend geluid.
De elektronische popalbums van het moment vind ik meestal wat kil en vaak ook wat zielloos klinken, maar Oklou heeft een album gemaakt waar je het niet alleen warm van krijgt, maar het is ook een album dat vol leven zit en steeds weer wegspringt als je er vat op lijkt te hebben. Of Oklou er direct wereldberoemd mee gaat worden durf ik niet te voorspellen, maar de eigenzinnige Franse muzikante is er absoluut een voor de toekomst. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Oklou - Galore - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Oklou - Galore
De Franse muzikante Oklou begint op haar debuutalbum Galore bij de hitgevoelige elektronische popmuziek van het moment, maar schiet vervolgens met een bak avontuur de toekomst in
Heel even dacht ik te maken met de zoveelste door A.G. Cook geproduceerde popprinses, maar de Franse muzikante Oklou blijkt een stuk eigenzinniger. Haar songs klinken soms toegankelijk, maar kunnen ook stevig het experiment opzoeken. Elektronische popmuziek klinkt vaak wat kil, maar Oklou verrast met een warm en stiekem toch ook organisch geluid vol elektronische uitbarstingen. Het zit soms heel dicht tegen de andere popprinsessen van A.G. Cook aan, maar iedere keer dat het wat gewoontjes dreigt te worden, komt de verrassing weer uit alle hoeken en gaten. Enige liefde voor moderne pop is onontbeerlijk, maar wat heb je vervolgens een mooi en eigenzinnig album in handen.
Oklou is het alter ego van de Franse muzikante Marylou Maynie en debuteert deze week met Galore. Het is mijn eerste kennismaking met de muziek van Oklou en het is absoluut een fascinerende kennismaking.
Voor zwoele Franse zuchtmeisjes pop ben je bij Oklou aan het verkeerde adres en ook met de rijke historie van het Franse chanson heeft ze niet veel op. Galore is een volledig Engelstalig album en het is een album dat vooral zal worden omschreven als pop. Alledaags is de pop van Oklou echter zeker niet.
Het Britse muziektijdschrift NME omschreef Galore van Oklou een tijdje geleden al als “an avant-garde mixtape that hints at the future of pop”. Daar is wel wat voor te zeggen, al is de muziek van de Franse muzikante voor een belangrijk deel samengesteld uit ingrediënten die we ook in de hitgevoelige popmuziek van het moment tegen komen.
Het is popmuziek die wordt gedomineerd door elektronica. Aan de ene kant hoor je het elektronische geluid dat je tegenwoordig wel vaker hoort, net als de wat lome beats. Aan de andere kant zoekt Oklou de net wat meer door experiment gedreven elektronische muziek op, waardoor Galore niet alleen klinkt als een hitgevoelig popalbum, maar ook als een album waarop ruimte is voor avontuur en experiment.
De zang van Marylou Maynie zoekt eveneens de middenweg tussen de platgetreden paden en flink wat avontuur. Haar stem wordt op vrijwel het hele album flink vervormd en hiernaast zijn ook de vocoder en de auto-tune maximaal ingezet.
Het zijn stuk voor stuk geen ingrediënten waar ik heel gek op ben, maar Galore vind ik een bijzonder fascinerend album. Het is knap hoe de Franse muzikante dicht tegen de net wat eigenzinnigere popprinsessen aan kan kruipen met melodieuze songs, moderne synths en aangename beats, maar net zo makkelijk het avontuur kan opzoeken. Oklou slaagt er bovendien in om haar elektronische muziek organisch te laten klinken door subtiel wat akoestische instrumenten en natuurgeluiden toe te voegen.
Dat laatste doet Oklou vooral met wat voller en eigenzinniger klinkende elektronica. Het is elektronica die de ruimte volledig kan vullen, maar Oklou zoekt minstens net zo vaak de leegte in haar muziek. Galore bevat een aantal songs die naadloos aansluiten bij de popmuziek van het moment en dat geldt vooral voor de songs waarin invloeden uit de R&B een belangrijke rol spelen, maar steeds als je denkt dat Oklou vast gaat houden aan de toegankelijke popmuziek uit het heden slaat ze toch weer nieuwe wegen in en het is vaak de afslag richting de toekomst.
Dat Galore soms klinkt als de hitgevoelige popmuziek is overigens niet zo gek, want Galore werd geproduceerd door de popproducer van het moment, A.G. Cook. Oklou slaagt er, in tegenstelling tot de gemiddelde popprinses in om zich te ontworstelen aan het strakke keurslijf van deze topproducer. Galore is een album dat je steeds weer weet te verrassen en de muzikante uit Parijs doet dit aan de enen kant met goede songs en aan de andere kant met een steeds weer bijzonder klinkend geluid.
De elektronische popalbums van het moment vind ik meestal wat kil en vaak ook wat zielloos klinken, maar Oklou heeft een album gemaakt waar je het niet alleen warm van krijgt, maar het is ook een album dat vol leven zit en steeds weer wegspringt als je er vat op lijkt te hebben. Of Oklou er direct wereldberoemd mee gaat worden durf ik niet te voorspellen, maar de eigenzinnige Franse muzikante is er absoluut een voor de toekomst. Erwin Zijleman
Old 97's - Graveyard Whistling (2017)

3,5
0
geplaatst: 2 maart 2017, 13:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Old 97's - Graveyard Whistling - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse band Old 97’s bestaat al sinds 1993 en heeft in de Verenigde Staten een flinke staat van dienst.
In Nederland moeten we niet zo heel veel hebben van de band uit Dallas, Texas en dat heeft de band voor een deel aan zichzelf te danken.
Old 97’s werd in haar begindagen in het hokje alt-country geduwd, maar flirtte naarmate de jaren vorderden geregeld met pop, rock en zelfs Britpop en daar moet je van houden.
Het heeft de band in de Verenigde Staten geen windeieren gelegd, maar Nederlandse liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek laten de band het afgelopen decennium dus vooral links liggen.
Helemaal terecht is dat niet, want de band heeft een aantal sterke platen op haar naam staan, met de twee delen The Grand Theatre uit 2010 en 2011 en natuurlijk klassieker Too Far To Care uit 1997 als mijn persoonlijke favorieten tot dusver.
Die platen krijgen nu serieuze concurrentie van Graveyard Whistling, want op haar nieuwe plaat omarmt Old 97’s de Amerikaanse rootsmuziek weer eens hartstochtelijk. Op haar nieuwe plaat kiest Old 97’s vooral voor uptempo songs. Het zijn songs met roffelende drums, gierende gitaren en energieke vocalen die als een stoomtrein door het Amerikaanse landschap razen.
Eenmaal tot stilstand gekomen overtuigt Old 97’s net zo makkelijk met zich langzamer voortslepende songs met al even mooie gitaaruithalen en hier en daar een jankende pedal steel.
De band uit Texas gaat in een aantal songs ver terug in de tijd, maar is het toevoegen van invloeden uit meerdere decennia muziekgeschiedenis nog niet verleert. Graveyard Whistling verwerkt voor de afwisseling eens weinig invloeden uit de radiovriendelijke pop en rock maar citeert driftig uit de archieven van de countryrock, de alt-country, rootsrock, hillbilly en cowpunk.
In muzikaal opzicht klinkt Old 97’s als een geoliede machine en ook zanger Rhett Miller overtuigt dit keer vrij makkelijk met hartstochtelijke zang. Old 97’s doet op haar nieuwe plaat misschien geen hele opzienbarende dingen, maar maakt wel indruk met een enorme hoeveelheid jonge honden energie. De leden van de band hebben stuk voor stuk een middelbare leeftijd bereikt, maar Old 97’s schrijft nog steeds songs over meisjes en bier en brengt deze met een overtuiging die respect afdwingt.
En net als de verveling wat toe dreigt te slaan zijn er op Graveyard Whistling de geweldige vocalen van Nicole Atkins, Brandi Carlile en Caitlin Rose, die de songs van Old 97’s weer een extra slinger in de goede richting geven.
Ook ik was de afgelopen jaren lang niet altijd enthousiast over de muziek van Old 97’s, maar Graveyard Whistling is echt een goede plaat. Misschien niets meer dan dat, maar ook zeker niets minder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Old 97's - Graveyard Whistling - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse band Old 97’s bestaat al sinds 1993 en heeft in de Verenigde Staten een flinke staat van dienst.
In Nederland moeten we niet zo heel veel hebben van de band uit Dallas, Texas en dat heeft de band voor een deel aan zichzelf te danken.
Old 97’s werd in haar begindagen in het hokje alt-country geduwd, maar flirtte naarmate de jaren vorderden geregeld met pop, rock en zelfs Britpop en daar moet je van houden.
Het heeft de band in de Verenigde Staten geen windeieren gelegd, maar Nederlandse liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek laten de band het afgelopen decennium dus vooral links liggen.
Helemaal terecht is dat niet, want de band heeft een aantal sterke platen op haar naam staan, met de twee delen The Grand Theatre uit 2010 en 2011 en natuurlijk klassieker Too Far To Care uit 1997 als mijn persoonlijke favorieten tot dusver.
Die platen krijgen nu serieuze concurrentie van Graveyard Whistling, want op haar nieuwe plaat omarmt Old 97’s de Amerikaanse rootsmuziek weer eens hartstochtelijk. Op haar nieuwe plaat kiest Old 97’s vooral voor uptempo songs. Het zijn songs met roffelende drums, gierende gitaren en energieke vocalen die als een stoomtrein door het Amerikaanse landschap razen.
Eenmaal tot stilstand gekomen overtuigt Old 97’s net zo makkelijk met zich langzamer voortslepende songs met al even mooie gitaaruithalen en hier en daar een jankende pedal steel.
De band uit Texas gaat in een aantal songs ver terug in de tijd, maar is het toevoegen van invloeden uit meerdere decennia muziekgeschiedenis nog niet verleert. Graveyard Whistling verwerkt voor de afwisseling eens weinig invloeden uit de radiovriendelijke pop en rock maar citeert driftig uit de archieven van de countryrock, de alt-country, rootsrock, hillbilly en cowpunk.
In muzikaal opzicht klinkt Old 97’s als een geoliede machine en ook zanger Rhett Miller overtuigt dit keer vrij makkelijk met hartstochtelijke zang. Old 97’s doet op haar nieuwe plaat misschien geen hele opzienbarende dingen, maar maakt wel indruk met een enorme hoeveelheid jonge honden energie. De leden van de band hebben stuk voor stuk een middelbare leeftijd bereikt, maar Old 97’s schrijft nog steeds songs over meisjes en bier en brengt deze met een overtuiging die respect afdwingt.
En net als de verveling wat toe dreigt te slaan zijn er op Graveyard Whistling de geweldige vocalen van Nicole Atkins, Brandi Carlile en Caitlin Rose, die de songs van Old 97’s weer een extra slinger in de goede richting geven.
Ook ik was de afgelopen jaren lang niet altijd enthousiast over de muziek van Old 97’s, maar Graveyard Whistling is echt een goede plaat. Misschien niets meer dan dat, maar ook zeker niets minder. Erwin Zijleman
Old Sea Brigade - Ode to a Friend (2019)

4,0
2
geplaatst: 9 januari 2019, 17:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Old Sea Brigade - Ode To A Friend - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bijzonder mooi ingekleurde folky plaat die rustgevende klanken koppelt aan een flinke dosis avontuur
Old Sea Brigade, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Ben Cramer (!), brengt deze week zo ongeveer als enige een serieuze nieuwe plaat uit. Het is een plaat die opvalt door lekker in het gehoor liggende en stemmig klinkende songs en vooral door een bijzonder mooie instrumentatie. Het is een instrumentatie die vaak de kant van de atmosferische elektronische soundscapes op gaat, maar Old Sea Bridge betovert ook met wonderschone gitaarlijnen. Typisch zo’n plaat die zich niet direct opdringt, maar neem de tijd voor deze plaat en het ene na het andere pareltje komt aan de oppervlakte.
Ode To A Friend van Old Sea Brigade is wat mij betreft de eerste serieuze release van 2019 en het is een release die me zeer bevalt.
Old Sea Brigade is het alter ego van de in Atlanta, Georgia, geboren, maar inmiddels al een aantal jaren vanuit Nashville, Tennessee, opererende singer-songwriter Ben Cramer. Of de Amerikaanse singer-songwriter het alter ego heeft gekozen vanwege de Nederlandse zanger met dezelfde naam weet ik niet, maar ik ben in ieder geval blij dat de plaat niet onder de naam Ben Cramer in de winkel ligt, want dan had ik hem vast laten liggen.
Ode To A Friend is het debuut van Old Sea Brigade en het is een debuut waarop ingetogen en folky aandoende songs zijn voorzien van een bijzondere instrumentatie. Zeker wanneer de muziek van Ben Cramer uitbundig is ingekleurd doet Ode To A Friend me onmiddellijk denken aan de muziek van Ben Howard, maar het debuut van Old Sea Brigade heeft ook raakvlakken met de vroege albums van onder andere Bon Iver en Hiss Golden Messenger, om nog maar eens twee namen te noemen. Ben Cramer heeft zich hiernaast laten beïnvloeden door Julien Baker, voor wie hij een tijd als support-act fungeerde. Net als Julien Baker kan hij muziek die klein wordt gehouden groots laten klinken.
De meeste songs op Ode To A Friend zijn ingetogen, maar door de bijzondere instrumentatie is het debuut van Old Sea Brigade absoluut geen saaie plaat. Ben Cramer heeft er verstandig aan gedaan om zijn muziek zo opvallend in te kleuren, want de Amerikaan beschikt over een niet heel opvallende stem. In combinatie met alle fraaie klanken is het echter wel een hele aangename stem, die de songs op de plaat voorziet van warmte.
In een aantal tracks kleurt de Amerikaanse singer-songwriter zijn muziek in met vooral atmosferische klinkende elektronica vol invloeden uit de ambient, maar hier en daar grijpt de muzikant uit Nashville ook naar meer organische klanken.
Wanneer Ben Cramer zijn songs zou hebben uitgevoerd met alleen een akoestische gitaar en zang was Ode To A Friend absoluut een folkplaat geworden, maar door de rijke en veelkleurige instrumentatie ontworstelt het debuut van Old Sea Brigade zich aan de hokjes van de Amerikaanse rootsmuziek en past Ode To A Friend net zo makkelijk in de hokjes pop en rock.
Het levert een stemmig debuut op dat aangenaam voortkabbelt, maar het is ook een avontuurlijk debuut vol verrassende wendingen en onderhuidse spanning. Ode To A Friend van Old Sea Brigade is typisch zo’n plaat die je te snel terzijde schuift, maar nu het zo ongeveer de enige nieuwe release is deze week, is er geen enkele reden om niet uitgebreid te luisteren naar het debuut van het alter ego van Ben Cramer (blijft apart die naam). Zelf ben ik inmiddels redelijk verslingerd aan de rustgevende maar ook bijzonder interessante muziek van de singer-songwriter uit Nashville en Ode To A Friend groeit voorlopig nog wel even door. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Old Sea Brigade - Ode To A Friend - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Bijzonder mooi ingekleurde folky plaat die rustgevende klanken koppelt aan een flinke dosis avontuur
Old Sea Brigade, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Ben Cramer (!), brengt deze week zo ongeveer als enige een serieuze nieuwe plaat uit. Het is een plaat die opvalt door lekker in het gehoor liggende en stemmig klinkende songs en vooral door een bijzonder mooie instrumentatie. Het is een instrumentatie die vaak de kant van de atmosferische elektronische soundscapes op gaat, maar Old Sea Bridge betovert ook met wonderschone gitaarlijnen. Typisch zo’n plaat die zich niet direct opdringt, maar neem de tijd voor deze plaat en het ene na het andere pareltje komt aan de oppervlakte.
Ode To A Friend van Old Sea Brigade is wat mij betreft de eerste serieuze release van 2019 en het is een release die me zeer bevalt.
Old Sea Brigade is het alter ego van de in Atlanta, Georgia, geboren, maar inmiddels al een aantal jaren vanuit Nashville, Tennessee, opererende singer-songwriter Ben Cramer. Of de Amerikaanse singer-songwriter het alter ego heeft gekozen vanwege de Nederlandse zanger met dezelfde naam weet ik niet, maar ik ben in ieder geval blij dat de plaat niet onder de naam Ben Cramer in de winkel ligt, want dan had ik hem vast laten liggen.
Ode To A Friend is het debuut van Old Sea Brigade en het is een debuut waarop ingetogen en folky aandoende songs zijn voorzien van een bijzondere instrumentatie. Zeker wanneer de muziek van Ben Cramer uitbundig is ingekleurd doet Ode To A Friend me onmiddellijk denken aan de muziek van Ben Howard, maar het debuut van Old Sea Brigade heeft ook raakvlakken met de vroege albums van onder andere Bon Iver en Hiss Golden Messenger, om nog maar eens twee namen te noemen. Ben Cramer heeft zich hiernaast laten beïnvloeden door Julien Baker, voor wie hij een tijd als support-act fungeerde. Net als Julien Baker kan hij muziek die klein wordt gehouden groots laten klinken.
De meeste songs op Ode To A Friend zijn ingetogen, maar door de bijzondere instrumentatie is het debuut van Old Sea Brigade absoluut geen saaie plaat. Ben Cramer heeft er verstandig aan gedaan om zijn muziek zo opvallend in te kleuren, want de Amerikaan beschikt over een niet heel opvallende stem. In combinatie met alle fraaie klanken is het echter wel een hele aangename stem, die de songs op de plaat voorziet van warmte.
In een aantal tracks kleurt de Amerikaanse singer-songwriter zijn muziek in met vooral atmosferische klinkende elektronica vol invloeden uit de ambient, maar hier en daar grijpt de muzikant uit Nashville ook naar meer organische klanken.
Wanneer Ben Cramer zijn songs zou hebben uitgevoerd met alleen een akoestische gitaar en zang was Ode To A Friend absoluut een folkplaat geworden, maar door de rijke en veelkleurige instrumentatie ontworstelt het debuut van Old Sea Brigade zich aan de hokjes van de Amerikaanse rootsmuziek en past Ode To A Friend net zo makkelijk in de hokjes pop en rock.
Het levert een stemmig debuut op dat aangenaam voortkabbelt, maar het is ook een avontuurlijk debuut vol verrassende wendingen en onderhuidse spanning. Ode To A Friend van Old Sea Brigade is typisch zo’n plaat die je te snel terzijde schuift, maar nu het zo ongeveer de enige nieuwe release is deze week, is er geen enkele reden om niet uitgebreid te luisteren naar het debuut van het alter ego van Ben Cramer (blijft apart die naam). Zelf ben ik inmiddels redelijk verslingerd aan de rustgevende maar ook bijzonder interessante muziek van de singer-songwriter uit Nashville en Ode To A Friend groeit voorlopig nog wel even door. Erwin Zijleman
Olga Bell - Край (2014)
Alternatieve titel: Krai

4,0
0
geplaatst: 4 juli 2014, 12:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Olga Bell - Krai - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Olga Bell werd geboren in Moskou, groeide op in Alaska, maar maakt inmiddels al enige tijd deel uit van de meer eigenzinnige muziekscene van New York. Het afgelopen decennium werkte Olga Bell onder andere met Philip Glass en Tom Vek en maakte ze deel uit van bands als Dirty Projectors en Chairlift. Onlangs leverde ze haar solodebuut af, Krai.
Het is een plaat die tot dusver nog niet heel veel aandacht trekt en dat is ook wel te verklaren. Om te beginnen zingt Olga Bell op Krai uitsluitend in het Russisch. Dat is een taal die op het moment vooral wordt geassocieerd met de oorlogsretoriek van Vladimir Poetin en daar maak je nu even geen vrienden mee.
Het is echter niet alleen de taal die de nodige barrières opwerpt. Krai is een behoorlijk experimentele plaat waarop vele lagen vocalen centraal staan. Deze vocalen worden vervolgens gecombineerd met een al even onnavolgbare instrumentatie die bestaat uit lagen klassieke muziek, gitaren en elektronica. Dit alles wordt ook nog eens gegoten in songs die ver verwijderd blijven van de klassieke popsongs en ook geen moment toenadering zoeken tot deze klassieke popsongs.
Het levert een plaat op waarvan, ik in ieder geval, in eerste instantie geen chocola kon maken en eerlijk gezegd vind ik dat nog steeds moeilijk. Op hetzelfde moment heeft Krai door alle ongrijpbare elementen iets fascinerends en moet gezegd worden dat de uitvoering van de verschillende elementen keer op keer avontuurlijk en wonderschoon is.
Bij beluistering van muziek wil ik altijd graag verbanden leggen met de muziek van anderen, maar dat is in dit geval lastig. Zo heel af en toe heb ik bij beluistering van Krai associaties met de muziek van onder andere Björk, St. Vincent, Laurie Anderson, Kate Bush en de Bulgaarse zangeressen (Le Mystere Des Voix Bulgares) met wie de laatste zich enige tijd omringde, maar heel lang houden deze associaties geen stand.
Krai is deels een traditioneel aandoende Russische folkplaat. Olga Bell bezingt op Krai de grenzen van haar vaderland en deze blijken net zo grillig als het wereldnieuws doet vermoeden. Nu zou ik de gemiddelde Russische folkplaat waarschijnlijk niet uitzitten, maar Krai is veel meer dan dat. Olga Bell vertoefde het afgelopen decennium binnen de crème de la crème van de avant-gardistische New Yorkse muziekscene en heeft al deze invloeden ook meegenomen op haar soloplaat. Het zorgt er voor dat Krai uit een aantal lagen bestaat. Het zijn lagen die elkaar in eerste instantie vooral lijken te bevechten, maar uiteindelijk versterken ze elkaar.
Makkelijk is het allemaal niet. Krai is ook na vele keren horen nog altijd een plaat die flink tegen de haren in strijkt, maar zo heel af en toe is dat fijn. Het siert Olga Bell dat ze het aandurft om een plaat te maken die zover verwijderd is van het min of meer gangbare muzikale landschap, maar gezien haar vele kwaliteiten kan ze dit ook aan.
Mijn advies: luister een aantal malen naar Krai zonder te oordelen en zonder zelfs maar te proberen om de plaat te begrijpen. Luister vervolgens alleen naar de wonderschone muziek op de plaat en pak er pas na flinke gewenning de vocalen bij. Mogelijk krijgt de plaat je na verloop van tijd te pakken. Ik durf zelf nog altijd niet te beweren dat ik ook maar iets begrijp van deze plaat, maar zo af en toe zitten de bijzondere klanken op Krai vol toverkracht en bezwering. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Olga Bell - Krai - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Olga Bell werd geboren in Moskou, groeide op in Alaska, maar maakt inmiddels al enige tijd deel uit van de meer eigenzinnige muziekscene van New York. Het afgelopen decennium werkte Olga Bell onder andere met Philip Glass en Tom Vek en maakte ze deel uit van bands als Dirty Projectors en Chairlift. Onlangs leverde ze haar solodebuut af, Krai.
Het is een plaat die tot dusver nog niet heel veel aandacht trekt en dat is ook wel te verklaren. Om te beginnen zingt Olga Bell op Krai uitsluitend in het Russisch. Dat is een taal die op het moment vooral wordt geassocieerd met de oorlogsretoriek van Vladimir Poetin en daar maak je nu even geen vrienden mee.
Het is echter niet alleen de taal die de nodige barrières opwerpt. Krai is een behoorlijk experimentele plaat waarop vele lagen vocalen centraal staan. Deze vocalen worden vervolgens gecombineerd met een al even onnavolgbare instrumentatie die bestaat uit lagen klassieke muziek, gitaren en elektronica. Dit alles wordt ook nog eens gegoten in songs die ver verwijderd blijven van de klassieke popsongs en ook geen moment toenadering zoeken tot deze klassieke popsongs.
Het levert een plaat op waarvan, ik in ieder geval, in eerste instantie geen chocola kon maken en eerlijk gezegd vind ik dat nog steeds moeilijk. Op hetzelfde moment heeft Krai door alle ongrijpbare elementen iets fascinerends en moet gezegd worden dat de uitvoering van de verschillende elementen keer op keer avontuurlijk en wonderschoon is.
Bij beluistering van muziek wil ik altijd graag verbanden leggen met de muziek van anderen, maar dat is in dit geval lastig. Zo heel af en toe heb ik bij beluistering van Krai associaties met de muziek van onder andere Björk, St. Vincent, Laurie Anderson, Kate Bush en de Bulgaarse zangeressen (Le Mystere Des Voix Bulgares) met wie de laatste zich enige tijd omringde, maar heel lang houden deze associaties geen stand.
Krai is deels een traditioneel aandoende Russische folkplaat. Olga Bell bezingt op Krai de grenzen van haar vaderland en deze blijken net zo grillig als het wereldnieuws doet vermoeden. Nu zou ik de gemiddelde Russische folkplaat waarschijnlijk niet uitzitten, maar Krai is veel meer dan dat. Olga Bell vertoefde het afgelopen decennium binnen de crème de la crème van de avant-gardistische New Yorkse muziekscene en heeft al deze invloeden ook meegenomen op haar soloplaat. Het zorgt er voor dat Krai uit een aantal lagen bestaat. Het zijn lagen die elkaar in eerste instantie vooral lijken te bevechten, maar uiteindelijk versterken ze elkaar.
Makkelijk is het allemaal niet. Krai is ook na vele keren horen nog altijd een plaat die flink tegen de haren in strijkt, maar zo heel af en toe is dat fijn. Het siert Olga Bell dat ze het aandurft om een plaat te maken die zover verwijderd is van het min of meer gangbare muzikale landschap, maar gezien haar vele kwaliteiten kan ze dit ook aan.
Mijn advies: luister een aantal malen naar Krai zonder te oordelen en zonder zelfs maar te proberen om de plaat te begrijpen. Luister vervolgens alleen naar de wonderschone muziek op de plaat en pak er pas na flinke gewenning de vocalen bij. Mogelijk krijgt de plaat je na verloop van tijd te pakken. Ik durf zelf nog altijd niet te beweren dat ik ook maar iets begrijp van deze plaat, maar zo af en toe zitten de bijzondere klanken op Krai vol toverkracht en bezwering. Erwin Zijleman
Olivia Chaney - Circus of Desire (2024)

4,5
0
geplaatst: 27 maart 2024, 12:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Olivia Chaney - Circus Of Desire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Olivia Chaney - Circus Of Desire
Oliva Chaney maakte al twee prachtige soloalbums en een uitstekend album met Offa Rex, maar zet een fraaie volgende stap op Circus Of Desire, waarop de Britse muzikante diepe indruk maakt met haar stem
Er zijn niet veel zangeressen die genoeg hebben aan wat subtiele piano- of gitaarakkoorden, maar voor Olivia Chaney is het meer dan genoeg. De Britse muzikante heeft haar nieuwe album uiterst sober in laten kleuren door producer en muzikant Thomas Bartlett, die de voornamelijk door Britse folk beïnvloede songs van Olivia Chaney heeft voorzien van stemmige klanken. Het is vervolgens aan de stem van de Britse muzikante om indruk te maken en dat doet de stem van Olivia Chaney elf songs en 45 minuten lang. Circus Of Desire is een behoorlijk sober album, maar alles op Circus Of Desire klopt. Het is druk deze week, maar het zou doodzonde zijn als het album van een van de beste zangeressen van het moment tussen wal en schip valt.
In een week met heel veel nieuwe albums van vrouwelijke singer-songwriters zal het voor de relatief onbekende Olivia Chaney waarschijnlijk niet meevallen om aandacht te trekken met haar nieuwe album Circus Of Desire. De Britse muzikante wist zich dankzij de albums die ze de afgelopen jaren heeft uitgebracht gelukkig wel direct verzekerd van mijn aandacht, want Circus Of Desire is een album dat ik niet graag had gemist.
Op haar debuutalbum The Longest River uit 2015 liet Olivia Chaney horen dat ze niet voor niets al een tijd werd geschaard onder de grote beloften van de Britse folk. Het album herinnerde aan belangrijke Britse folkalbums uit de jaren 60 en 70, waarbij meer dan eens de naam van Sandy Denny op kwam als vergelijkingsmateriaal. Twee jaar later dook de Britse muzikante op in de gelegenheidsband Offa Rex, die verder bestond uit de leden van de Amerikaanse band The Decemberists, die de Britse folk verrijkten met een vleugje Americana.
Vervolgens verscheen in 2018 het wat mij betreft nog mooiere Shelter, waarop Olivia Chaney zowel invloeden uit de Britse als de Amerikaanse folk verwerkte en haar stem op prachtige wijze werd gecombineerd met de sobere maar zeer smaakvolle klanken van producer Thomas Bartlett. Ook op haar tweede soloalbum maakte de Britse singer-songwriter indruk met haar stem, die het beste van Sandy Denny, Eva Cassidy, Joni Mitchell en Kate Bush leek te verenigen.
Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het deze week verschenen Circus Of Desire. Olivia Chaney heeft ruim vijf jaar gewerkt aan haar derde soloalbum, dat uiteindelijk in New York werd opgenomen. Ook Circus Of Desire is weer geproduceerd door Thomas Bartlett, die ook dit keer zijn best heeft gedaan om de stem van Olivia Chaney centraal te stellen.
De Britse muzikante kiest ook op haar nieuwe album voor relatief sober en akoestisch ingekleurde songs met een hoofdrol voor de akoestische gitaar en de piano en maar heel af en toe wat strijkers. Het zijn songs die vaak een wat melancholisch karakter hebben, wat terug komt in de stemmige klanken, maar vooral in de stem van Olivia Chaney.
De muzikante uit het Britse York maakt ook dit keer diepe indruk met haar prachtige stem, die de songs op het album met veel gevoel en precisie vertolkt. Ook de zang op Circus Of Desire roept weer herinneringen op aan een aantal grote zangeressen, maar Olivia Chaney heeft ook een herkenbaar eigen geluid.
Circus Of Desire verschijnt zoals gezegd in een week waarin het dringen is, zeker wanneer het gaat om nieuwe albums van vrouwelijke singer-songwriters, maar Olivia Chaney is haar concurrenten in vocaal opzicht makkelijk de baas. Ook de sober ingekleurde songs op het album zijn stuk voor stuk van een bijzondere schoonheid en het zijn songs die alleen maar mooier worden wanneer je ze vaker hoort en je nog wat intenser gaat houden van de geweldige stem van Olivia Chaney.
Het is een stem die me op haar nieuwe album misschien net wat meer aan Eva Cassidy doet denken dan aan de andere bovengenoemde zangeressen. Eva Cassidy vertolkte vooral songs van anderen en dat doet Olivia Chaney ook prachtig wanneer ze aan de haal gaat met Dory Previn’s Lady With The Braid, maar de Britse muzikante schrijft zelf ook fantastische songs, die nooit kiezen voor de makkelijkste weg, genoeg hebben op een uiterst sobere muzikale basis en vertrouwen op een stem die behoort tot de mooiste stemmen van het moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Olivia Chaney - Circus Of Desire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Olivia Chaney - Circus Of Desire
Oliva Chaney maakte al twee prachtige soloalbums en een uitstekend album met Offa Rex, maar zet een fraaie volgende stap op Circus Of Desire, waarop de Britse muzikante diepe indruk maakt met haar stem
Er zijn niet veel zangeressen die genoeg hebben aan wat subtiele piano- of gitaarakkoorden, maar voor Olivia Chaney is het meer dan genoeg. De Britse muzikante heeft haar nieuwe album uiterst sober in laten kleuren door producer en muzikant Thomas Bartlett, die de voornamelijk door Britse folk beïnvloede songs van Olivia Chaney heeft voorzien van stemmige klanken. Het is vervolgens aan de stem van de Britse muzikante om indruk te maken en dat doet de stem van Olivia Chaney elf songs en 45 minuten lang. Circus Of Desire is een behoorlijk sober album, maar alles op Circus Of Desire klopt. Het is druk deze week, maar het zou doodzonde zijn als het album van een van de beste zangeressen van het moment tussen wal en schip valt.
In een week met heel veel nieuwe albums van vrouwelijke singer-songwriters zal het voor de relatief onbekende Olivia Chaney waarschijnlijk niet meevallen om aandacht te trekken met haar nieuwe album Circus Of Desire. De Britse muzikante wist zich dankzij de albums die ze de afgelopen jaren heeft uitgebracht gelukkig wel direct verzekerd van mijn aandacht, want Circus Of Desire is een album dat ik niet graag had gemist.
Op haar debuutalbum The Longest River uit 2015 liet Olivia Chaney horen dat ze niet voor niets al een tijd werd geschaard onder de grote beloften van de Britse folk. Het album herinnerde aan belangrijke Britse folkalbums uit de jaren 60 en 70, waarbij meer dan eens de naam van Sandy Denny op kwam als vergelijkingsmateriaal. Twee jaar later dook de Britse muzikante op in de gelegenheidsband Offa Rex, die verder bestond uit de leden van de Amerikaanse band The Decemberists, die de Britse folk verrijkten met een vleugje Americana.
Vervolgens verscheen in 2018 het wat mij betreft nog mooiere Shelter, waarop Olivia Chaney zowel invloeden uit de Britse als de Amerikaanse folk verwerkte en haar stem op prachtige wijze werd gecombineerd met de sobere maar zeer smaakvolle klanken van producer Thomas Bartlett. Ook op haar tweede soloalbum maakte de Britse singer-songwriter indruk met haar stem, die het beste van Sandy Denny, Eva Cassidy, Joni Mitchell en Kate Bush leek te verenigen.
Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het deze week verschenen Circus Of Desire. Olivia Chaney heeft ruim vijf jaar gewerkt aan haar derde soloalbum, dat uiteindelijk in New York werd opgenomen. Ook Circus Of Desire is weer geproduceerd door Thomas Bartlett, die ook dit keer zijn best heeft gedaan om de stem van Olivia Chaney centraal te stellen.
De Britse muzikante kiest ook op haar nieuwe album voor relatief sober en akoestisch ingekleurde songs met een hoofdrol voor de akoestische gitaar en de piano en maar heel af en toe wat strijkers. Het zijn songs die vaak een wat melancholisch karakter hebben, wat terug komt in de stemmige klanken, maar vooral in de stem van Olivia Chaney.
De muzikante uit het Britse York maakt ook dit keer diepe indruk met haar prachtige stem, die de songs op het album met veel gevoel en precisie vertolkt. Ook de zang op Circus Of Desire roept weer herinneringen op aan een aantal grote zangeressen, maar Olivia Chaney heeft ook een herkenbaar eigen geluid.
Circus Of Desire verschijnt zoals gezegd in een week waarin het dringen is, zeker wanneer het gaat om nieuwe albums van vrouwelijke singer-songwriters, maar Olivia Chaney is haar concurrenten in vocaal opzicht makkelijk de baas. Ook de sober ingekleurde songs op het album zijn stuk voor stuk van een bijzondere schoonheid en het zijn songs die alleen maar mooier worden wanneer je ze vaker hoort en je nog wat intenser gaat houden van de geweldige stem van Olivia Chaney.
Het is een stem die me op haar nieuwe album misschien net wat meer aan Eva Cassidy doet denken dan aan de andere bovengenoemde zangeressen. Eva Cassidy vertolkte vooral songs van anderen en dat doet Olivia Chaney ook prachtig wanneer ze aan de haal gaat met Dory Previn’s Lady With The Braid, maar de Britse muzikante schrijft zelf ook fantastische songs, die nooit kiezen voor de makkelijkste weg, genoeg hebben op een uiterst sobere muzikale basis en vertrouwen op een stem die behoort tot de mooiste stemmen van het moment. Erwin Zijleman
Olivia Chaney - Shelter (2018)

4,0
1
geplaatst: 16 juni 2018, 10:36 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Olivia Chaney - Shelter - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Britse singer-songwriter Olivia Chaney debuteerde net iets meer dan drie jaar geleden met het bijzonder mooie The Longest River.
De plaat kon met name in Engeland rekenen op bijzonder positieve recensies, waarbij de flinke hoeveelheid invloeden uit de traditionele Britse folk uit de jaren 60 en 70 ongetwijfeld een rol zal hebben gespeeld. Olivia Chaney verwerkte op haar debuut echter net zo makkelijk invloeden uit de Amerikaanse folk en zocht in een aantal songs ook nog het experiment.
Ook ik was zeer onder de indruk van het debuut van de in het Italiaanse Florence geboren singer-songwriter en gaf The Longest River uiteindelijk een plekje in mijn jaarlijstje over 2015. Vorig jaar dook Olivia Chaney op met leden van The Decemberists, wat onder de naam Offa Rex ook een plaat van jaarlijstjes kaliber opleverde (The Queen Of Hearts).
Inmiddels is ook de tweede soloplaat van Olivia Chaney verschenen en ook dit is weer een hele mooie plaat. Shelter is natuurlijk niet zo verrassend als het debuut van Olivia Chaney, dat drie jaar geleden kwam als een donderslag bij heldere hemel. Op Shelter borduurt Olivia Chaney nadrukkelijk voort op haar debuut en maakt ze wederom indruk met uiterst ingetogen songs, die zich vooral hebben laten inspireren door de Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70.
Shelter valt op door een uitermate sobere instrumentatie, waarin de akoestische gitaar centraal staat en slechts incidenteel gezelschap krijgt van andere instrumenten, waaronder wat strijkers en de piano van producer Thomas Bartlett. De instrumentatie op Shelter is stemmig en sober, maar uitermate doeltreffend. Alles draait op Shelter immers op de prachtige stem van Olivia Chaney, die het prima redt zonder al te veel versiersels en tierelantijntjes.
De muziek van Olivia Chaney werd drie jaar geleden vaak vergeleken met die van Sandy Denny en dat is een vergelijking die nog steeds op gaat, al zijn de stemmen van de twee flink verschillend (ik hoor meer van Eva Cassidy). Shelter doet hiernaast nadrukkelijk denken aan de platen van Joni Mitchell, waardoor invloeden uit de Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70 ook dit keer hand in hand gaan.
Olivia Chaney zingt net zo ingetogen als de instrumentatie op de plaat, maar als ze een enkele keer uithaalt hoor je ook dit keer een vleugje Kate Bush, wat illustreert dat Olivia Chaney alle kanten op kan. Deze keer kiest ze voor de kant van de intieme en sobere folk zonder al teveel opsmuk en dat is iets dat Olivia Chaney uitstekend aan kan.
De Britse singer-songwriter maakt muziek die lijkt weggelopen uit een ver verleden, maar voorziet haar songs van flink wat hedendaagse emotie, waardoor Shelter geen moment gedateerd klinkt. Shelter vond ik, overigens net als het debuut van Olivia Chaney een paar jaar geleden, bij eerste beluistering wat traditioneel en misschien zelfs gewoontjes, maar als je eenmaal wordt gegrepen door de bijzondere muziek van Olivia Chaney, groeit ook deze plaat snel tot grote hoogten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Olivia Chaney - Shelter - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Britse singer-songwriter Olivia Chaney debuteerde net iets meer dan drie jaar geleden met het bijzonder mooie The Longest River.
De plaat kon met name in Engeland rekenen op bijzonder positieve recensies, waarbij de flinke hoeveelheid invloeden uit de traditionele Britse folk uit de jaren 60 en 70 ongetwijfeld een rol zal hebben gespeeld. Olivia Chaney verwerkte op haar debuut echter net zo makkelijk invloeden uit de Amerikaanse folk en zocht in een aantal songs ook nog het experiment.
Ook ik was zeer onder de indruk van het debuut van de in het Italiaanse Florence geboren singer-songwriter en gaf The Longest River uiteindelijk een plekje in mijn jaarlijstje over 2015. Vorig jaar dook Olivia Chaney op met leden van The Decemberists, wat onder de naam Offa Rex ook een plaat van jaarlijstjes kaliber opleverde (The Queen Of Hearts).
Inmiddels is ook de tweede soloplaat van Olivia Chaney verschenen en ook dit is weer een hele mooie plaat. Shelter is natuurlijk niet zo verrassend als het debuut van Olivia Chaney, dat drie jaar geleden kwam als een donderslag bij heldere hemel. Op Shelter borduurt Olivia Chaney nadrukkelijk voort op haar debuut en maakt ze wederom indruk met uiterst ingetogen songs, die zich vooral hebben laten inspireren door de Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70.
Shelter valt op door een uitermate sobere instrumentatie, waarin de akoestische gitaar centraal staat en slechts incidenteel gezelschap krijgt van andere instrumenten, waaronder wat strijkers en de piano van producer Thomas Bartlett. De instrumentatie op Shelter is stemmig en sober, maar uitermate doeltreffend. Alles draait op Shelter immers op de prachtige stem van Olivia Chaney, die het prima redt zonder al te veel versiersels en tierelantijntjes.
De muziek van Olivia Chaney werd drie jaar geleden vaak vergeleken met die van Sandy Denny en dat is een vergelijking die nog steeds op gaat, al zijn de stemmen van de twee flink verschillend (ik hoor meer van Eva Cassidy). Shelter doet hiernaast nadrukkelijk denken aan de platen van Joni Mitchell, waardoor invloeden uit de Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70 ook dit keer hand in hand gaan.
Olivia Chaney zingt net zo ingetogen als de instrumentatie op de plaat, maar als ze een enkele keer uithaalt hoor je ook dit keer een vleugje Kate Bush, wat illustreert dat Olivia Chaney alle kanten op kan. Deze keer kiest ze voor de kant van de intieme en sobere folk zonder al teveel opsmuk en dat is iets dat Olivia Chaney uitstekend aan kan.
De Britse singer-songwriter maakt muziek die lijkt weggelopen uit een ver verleden, maar voorziet haar songs van flink wat hedendaagse emotie, waardoor Shelter geen moment gedateerd klinkt. Shelter vond ik, overigens net als het debuut van Olivia Chaney een paar jaar geleden, bij eerste beluistering wat traditioneel en misschien zelfs gewoontjes, maar als je eenmaal wordt gegrepen door de bijzondere muziek van Olivia Chaney, groeit ook deze plaat snel tot grote hoogten. Erwin Zijleman
Olivia Chaney - The Longest River (2015)

4,5
0
geplaatst: 13 mei 2015, 16:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Olivia Chaney - The Longest River - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de Britse muziektijdschriften wordt het debuut van Olivia Chaney zeer warm onthaald.
Dat wekt geen verbazing, want de Britse singer-songwriter, die overigens al een aantal jaren wordt geschaard onder de grote talenten van de hedendaagse Britse folk scene, maakt op haar debuut The Longest River muziek die heel dicht tegen de traditionele Britse folk uit de jaren 60 en 70 aan schuurt.
Bij beluistering van The Longest River komt de naam van Sandy Denny meerdere malen op en dat is een naam die nog altijd veel emoties oproept onder de liefhebbers van traditionele Britse folk.
Nu zijn er heel veel Britse singer-songwriters die met de erfenis van de veel te jong overleden Sandy Denny aan de haal zijn gegaan en nog steeds gaan, maar Olivia Chaney steekt er op haar debuut toch wel wat boven uit, al heeft het even geduurd voor ik er zo over dacht.
Hoewel de muziek van de jonge Britse singer-songwriter absoluut diep is geworteld in de Britse folk uit de jaren 60 en 70, slaagt Olivia Chaney er ook in om een eigen en eigentijdse draai te geven aan de mooie invloeden uit het verleden. Dit doet ze door in de instrumentatie af en toe buiten de gebaande paden van de Britse folk te treden, bijvoorbeeld door de inzet van synthesizers en een harmonium, maar ook in vocaal opzicht beperkt Olivia Chaney zich niet uitsluitend tot de invloeden van de groten uit de Britse folk.
The Longest River lijkt op het eerste gehoor misschien oer-Brits, maar na verloop van tijd hoorde ik toch ook invloeden uit de Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70. Hiernaast verwerkt Olivia Chaney ook op subtiele wijze invloeden uit de jazz en de klassieke muziek in haar songs en hoor ik heel af en toe iets van een redelijk conventioneel klinkende Kate Bush.
Uiteindelijk bepalen de verwerkte invloeden slechts ten dele of een plaat me aanspreekt of niet. Er zijn de afgelopen jaren zoveel folkies opgedoken dat ik af en toe wat sceptisch wordt, maar Olivia Chaney heeft me met The Longest River uiteindelijk genadeloos ingepakt.
De songs van de Britse singer-songwriter zijn zeker geen dertien in een dozijn folksongs en zitten zowel wanneer het gaat om de instrumentatie als de vocalen razend knap in elkaar. In beide gevallen opereert de Britse zeer subtiel.
The Longest River is een buitengewoon ingetogen en stemmige plaat vol door piano of gitaar gedragen songs, die in eerste instantie erg traditioneel en wat plechtig aan doen, maar het is ook een plaat vol songs die bijna eindeloos lijken te groeien. Ik geef eerlijk toe dat ik bij eerste beluistering van The Longest River nog wel wat twijfelde. Ik vond het bij eerste beluistering allemaal wel erg traditioneel en de songs van Olivia Chaney bleven bovendien maar moeilijk hangen.
Zeker wanneer je geen heel groot liefhebber van traditionele Britse folk bent, is The Longest River een plaat die hoge barrières op kan werpen, maar wanneer Olivia Chaney je eenmaal raakt met haar bijzondere songs, raakt ze je ook diep. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de werkelijk prachtige stem van de Britse, maar ook de instrumentatie op, de productie van en de songs op The Longest River blijken na enige gewenning kunststukjes. Terecht dus dat deze bijzondere plaat in Engeland wordt bejubeld. Nu Nederland nog. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Olivia Chaney - The Longest River - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de Britse muziektijdschriften wordt het debuut van Olivia Chaney zeer warm onthaald.
Dat wekt geen verbazing, want de Britse singer-songwriter, die overigens al een aantal jaren wordt geschaard onder de grote talenten van de hedendaagse Britse folk scene, maakt op haar debuut The Longest River muziek die heel dicht tegen de traditionele Britse folk uit de jaren 60 en 70 aan schuurt.
Bij beluistering van The Longest River komt de naam van Sandy Denny meerdere malen op en dat is een naam die nog altijd veel emoties oproept onder de liefhebbers van traditionele Britse folk.
Nu zijn er heel veel Britse singer-songwriters die met de erfenis van de veel te jong overleden Sandy Denny aan de haal zijn gegaan en nog steeds gaan, maar Olivia Chaney steekt er op haar debuut toch wel wat boven uit, al heeft het even geduurd voor ik er zo over dacht.
Hoewel de muziek van de jonge Britse singer-songwriter absoluut diep is geworteld in de Britse folk uit de jaren 60 en 70, slaagt Olivia Chaney er ook in om een eigen en eigentijdse draai te geven aan de mooie invloeden uit het verleden. Dit doet ze door in de instrumentatie af en toe buiten de gebaande paden van de Britse folk te treden, bijvoorbeeld door de inzet van synthesizers en een harmonium, maar ook in vocaal opzicht beperkt Olivia Chaney zich niet uitsluitend tot de invloeden van de groten uit de Britse folk.
The Longest River lijkt op het eerste gehoor misschien oer-Brits, maar na verloop van tijd hoorde ik toch ook invloeden uit de Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70. Hiernaast verwerkt Olivia Chaney ook op subtiele wijze invloeden uit de jazz en de klassieke muziek in haar songs en hoor ik heel af en toe iets van een redelijk conventioneel klinkende Kate Bush.
Uiteindelijk bepalen de verwerkte invloeden slechts ten dele of een plaat me aanspreekt of niet. Er zijn de afgelopen jaren zoveel folkies opgedoken dat ik af en toe wat sceptisch wordt, maar Olivia Chaney heeft me met The Longest River uiteindelijk genadeloos ingepakt.
De songs van de Britse singer-songwriter zijn zeker geen dertien in een dozijn folksongs en zitten zowel wanneer het gaat om de instrumentatie als de vocalen razend knap in elkaar. In beide gevallen opereert de Britse zeer subtiel.
The Longest River is een buitengewoon ingetogen en stemmige plaat vol door piano of gitaar gedragen songs, die in eerste instantie erg traditioneel en wat plechtig aan doen, maar het is ook een plaat vol songs die bijna eindeloos lijken te groeien. Ik geef eerlijk toe dat ik bij eerste beluistering van The Longest River nog wel wat twijfelde. Ik vond het bij eerste beluistering allemaal wel erg traditioneel en de songs van Olivia Chaney bleven bovendien maar moeilijk hangen.
Zeker wanneer je geen heel groot liefhebber van traditionele Britse folk bent, is The Longest River een plaat die hoge barrières op kan werpen, maar wanneer Olivia Chaney je eenmaal raakt met haar bijzondere songs, raakt ze je ook diep. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de werkelijk prachtige stem van de Britse, maar ook de instrumentatie op, de productie van en de songs op The Longest River blijken na enige gewenning kunststukjes. Terecht dus dat deze bijzondere plaat in Engeland wordt bejubeld. Nu Nederland nog. Erwin Zijleman
Olivia Dean - Messy (2023)

4,0
0
geplaatst: 1 juli 2023, 11:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Olivia Dean - Messy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Olivia Dean - Messy
Olivia Dean laat op haar debuutalbum Messy horen dat ze beschikt over het muzikale en vocale talent dat nodig is om uit te groeien tot de betere soulzangeressen die het Verenigd Koninkrijk rijk is
Direct bij eerste beluistering van Messy van de Britse Olivia Dean hoor je dat ze een uitstekende zangeres is. Ze beschikt over een stem vol soul, maar in tegenstelling tot veel van haar collega’s overschreeuwt ze zich geen moment en blijft ze met veel precisie en gevoel zingen. Zeker wanneer Olivia Dean kiest voor ingetogen en wat jazzy klanken is Messy een album van een hoog niveau, maar ook de wat meer uptempo en pop georiënteerd songs op het album maken een goede indruk. Messy is in vocaal opzicht een prima album, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht steekt het debuutalbum van Olivia Dean flink boven het maaiveld uit. Messy is een heerlijk zomerplaatje, maar ook veel meer dan dat.
De Engelse BRIT School is de afgelopen decennia een zeer succesvolle kraamkamer voor muzikaal talent gebleken. De lijst met alumni van de inmiddels roemruchte school bevat de namen van onder andere Adele, Amy Winehouse, Kae Tempest, Katie Melua en onze eigen Tessa Rose Jackson (Someone) en dat is slechts het topje van de ijsberg. Ook Olivia Dean, die deze week debuteert met het album Messy, zat op de BRIT School en kan wel eens het volgende grote talent zijn dat de school heeft voortgebracht.
De Britse muzikante beschikt om te beginnen over een geweldige stem. Het is een stem die af en toe wel wat aan die van Adele doet denken, maar ik hoor veel meer soul in de stem van Olivia Dean. De jonge Britse zangeres kan bovendien veel beter doseren en zingt vooral ingetogen, wat bijzonder aangenaam klinkt en mij een stuk beter bevalt dan de vaak wat schreeuwerige zang van Adele en veel van de andere jonge soulzangeressen van het moment.
In vocaal opzicht stijgt Olivia Dean met Messy ruimschoots boven de middelmaat uit, maar ook in muzikaal opzicht heeft ze een interessant album gemaakt. Messy is wel een album dat wat hinkt op twee gedachten. Het is een album dat aan de ene kant voortborduurt op de toegankelijke en succesvolle Britse albums van de afgelopen jaren met vooral invloeden uit de neo-soul, R&B en pop, maar aan de andere kant kiest Olivia Dean ook in flink wat tracks voor meer ingetogen en jazzy klanken en zoekt ze incidenteel voorzichtig het experiment.
Ik hoor op Messy raakvlakken met de muziek van onder andere Corinne Bailey Rae, Lianne La Havas, Celeste en iets mindere mate Jessie Ware en Arlo Parks, die de afgelopen jaren stuk voor stuk prima albums afleverden. Ook Messy van Olivia Dean is een prima album. De toegankelijke en aanstekelijke songs met een flinke dosis pop klinken aangenaam, maar ook smaakvol en fantasierijk.
Olivia Dean is echter nog een flink stuk beter wanneer ze wat afstand neemt van de hitgevoelige pop. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het ingetogen Everybody’s Crazy waarin de instrumentatie vooral bestaat uit piano en de zang van de Britse muzikante diepe indruk maakt. Ook de net wat jazzier of elektronischer ingekleurde songs op het album laten het enorme talent van Olivia Dean horen.
Het is misschien jammer dat Olivia Dean geen album vol uiterst ingetogen songs heeft gemaakt, maar aan de andere kant vind ik de veelzijdigheid en dynamiek ook een van de sterke punten van Messy. Olivia Dean heeft verder het geluk dat ze heeft kunnen werken met producer Matt Hales, die in het verleden zelf muziek maakte als Aqualung en als producer onder andere werkte met Lianne La Havas. Matt Hales heeft Messy voorzien van een smaakvol geluid dat nergens doorschiet richting overdaad en altijd in dienst staat van de stem van Olivia Dean.
Messy zal het goed doen op zwoele zomeravond feestjes, maar is ook zeker een album dat het verdient om met veel aandacht beluisterd te worden. Net als de Britse krant The Guardian, die uitstekend schrijft over popmuziek, denk ik dat Olivia Dean nog veel beter kan dan ze laat horen op haar debuutalbum, maar in tegenstelling tot The Guardian vind ik dat Messy een veel hoger rapportcijfer verdient dan het magere zesje van de Britse kwaliteitskrant. Olivia Dean zorgt met haar stem immers meerdere keren voor kippenvel en levert een ruime handvol prachtsongs af op dit debuut dat bol staat van de belofte. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Olivia Dean - Messy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Olivia Dean - Messy
Olivia Dean laat op haar debuutalbum Messy horen dat ze beschikt over het muzikale en vocale talent dat nodig is om uit te groeien tot de betere soulzangeressen die het Verenigd Koninkrijk rijk is
Direct bij eerste beluistering van Messy van de Britse Olivia Dean hoor je dat ze een uitstekende zangeres is. Ze beschikt over een stem vol soul, maar in tegenstelling tot veel van haar collega’s overschreeuwt ze zich geen moment en blijft ze met veel precisie en gevoel zingen. Zeker wanneer Olivia Dean kiest voor ingetogen en wat jazzy klanken is Messy een album van een hoog niveau, maar ook de wat meer uptempo en pop georiënteerd songs op het album maken een goede indruk. Messy is in vocaal opzicht een prima album, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht steekt het debuutalbum van Olivia Dean flink boven het maaiveld uit. Messy is een heerlijk zomerplaatje, maar ook veel meer dan dat.
De Engelse BRIT School is de afgelopen decennia een zeer succesvolle kraamkamer voor muzikaal talent gebleken. De lijst met alumni van de inmiddels roemruchte school bevat de namen van onder andere Adele, Amy Winehouse, Kae Tempest, Katie Melua en onze eigen Tessa Rose Jackson (Someone) en dat is slechts het topje van de ijsberg. Ook Olivia Dean, die deze week debuteert met het album Messy, zat op de BRIT School en kan wel eens het volgende grote talent zijn dat de school heeft voortgebracht.
De Britse muzikante beschikt om te beginnen over een geweldige stem. Het is een stem die af en toe wel wat aan die van Adele doet denken, maar ik hoor veel meer soul in de stem van Olivia Dean. De jonge Britse zangeres kan bovendien veel beter doseren en zingt vooral ingetogen, wat bijzonder aangenaam klinkt en mij een stuk beter bevalt dan de vaak wat schreeuwerige zang van Adele en veel van de andere jonge soulzangeressen van het moment.
In vocaal opzicht stijgt Olivia Dean met Messy ruimschoots boven de middelmaat uit, maar ook in muzikaal opzicht heeft ze een interessant album gemaakt. Messy is wel een album dat wat hinkt op twee gedachten. Het is een album dat aan de ene kant voortborduurt op de toegankelijke en succesvolle Britse albums van de afgelopen jaren met vooral invloeden uit de neo-soul, R&B en pop, maar aan de andere kant kiest Olivia Dean ook in flink wat tracks voor meer ingetogen en jazzy klanken en zoekt ze incidenteel voorzichtig het experiment.
Ik hoor op Messy raakvlakken met de muziek van onder andere Corinne Bailey Rae, Lianne La Havas, Celeste en iets mindere mate Jessie Ware en Arlo Parks, die de afgelopen jaren stuk voor stuk prima albums afleverden. Ook Messy van Olivia Dean is een prima album. De toegankelijke en aanstekelijke songs met een flinke dosis pop klinken aangenaam, maar ook smaakvol en fantasierijk.
Olivia Dean is echter nog een flink stuk beter wanneer ze wat afstand neemt van de hitgevoelige pop. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het ingetogen Everybody’s Crazy waarin de instrumentatie vooral bestaat uit piano en de zang van de Britse muzikante diepe indruk maakt. Ook de net wat jazzier of elektronischer ingekleurde songs op het album laten het enorme talent van Olivia Dean horen.
Het is misschien jammer dat Olivia Dean geen album vol uiterst ingetogen songs heeft gemaakt, maar aan de andere kant vind ik de veelzijdigheid en dynamiek ook een van de sterke punten van Messy. Olivia Dean heeft verder het geluk dat ze heeft kunnen werken met producer Matt Hales, die in het verleden zelf muziek maakte als Aqualung en als producer onder andere werkte met Lianne La Havas. Matt Hales heeft Messy voorzien van een smaakvol geluid dat nergens doorschiet richting overdaad en altijd in dienst staat van de stem van Olivia Dean.
Messy zal het goed doen op zwoele zomeravond feestjes, maar is ook zeker een album dat het verdient om met veel aandacht beluisterd te worden. Net als de Britse krant The Guardian, die uitstekend schrijft over popmuziek, denk ik dat Olivia Dean nog veel beter kan dan ze laat horen op haar debuutalbum, maar in tegenstelling tot The Guardian vind ik dat Messy een veel hoger rapportcijfer verdient dan het magere zesje van de Britse kwaliteitskrant. Olivia Dean zorgt met haar stem immers meerdere keren voor kippenvel en levert een ruime handvol prachtsongs af op dit debuut dat bol staat van de belofte. Erwin Zijleman
Olivia Dean - The Art of Loving (2025)

4,0
1
geplaatst: 30 september 2025, 18:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Olivia Dean - The Art Of Loving - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Olivia Dean - The Art Of Loving
De Britse muzikante Olivia Dean is in nauwelijks twee jaar tijd uitgegroeid tot een ware wereldster en laat op het echt in alle opzichten werkelijk prachtige The Art Of Loving horen dat dit volkomen terecht is
Dat Olivia Dean kan zingen liet ze al horen op haar ruim twee jaar geleden verschenen debuutalbum Messy, maar de zang op het deze week verschenen The Art Of Loving is nog klassen beter. Vergeleken met de meeste andere jonge soulzangeressen van het moment zingt de Britse muzikante vooral ingetogen en zonder allerlei overbodige versiersels, maar wat komt haar stem binnen. De zang op The Art Of Loving tilt het album echt mijlenver op, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht is het een hoogstaand album, dat ook nog eens vol staat met buitengewoon lekker in het gehoor liggende maar ook interessante songs. Dat Olivia Dean heel groot aan het worden is hoeft niemand meer te verbazen.
Doorbreken in de muziek is soms een lang en frustrerend proces. Olivia Dean had de prestigieuze BRIT school nog maar net verlaten toen het succes haar in 2017 toe leek te lachen, maar het zou vervolgens nog zes jaar duren voor haar debuutalbum Messy verscheen.
Doorbreken in de muziek kan soms ook razendsnel gaan, want nadat het debuutalbum van Olivia Dean in de zomer van 2023 was verschenen ging het heel hard voor de Britse muzikante, mede dankzij een aantal hits op TikTok. Vorig jaar gaf ze nog op indrukwekkende wijze haar visitekaartje af in een bomvol Paradiso en ook de twee concerten die ze volgend jaar geeft in de Ziggo Dome waren in een vloek en een zucht uitverkocht.
Ik begrijp het wel, want Messy was een zeer aantrekkelijk debuutalbum met een aangename mix van jazz, pop en soul. Op basis van haar debuutalbum werd Olivia Dean door de internationale muziekpers geschaard onder de grote beloften van de Britse popmuziek, maar ik vond zelf dat de jonge Britse muzikante de belofte al voorbij was.
Alle reden dus om met hooggespannen verwachtingen uit te kijken naar het tweede album van Olivia Dean, dat deze week is verschenen. Ik kreeg The Art Of Loving een tijd geleden al toegestuurd en ben in de afgelopen weken intens van het album gaan houden. Het tweede album van Olivia Dean vind ik nog een stuk beter dan haar debuutalbum en maakt eigenlijk op alle fronten indruk.
Ook op The Art Of Loving vermengt Olivia Dean invloeden uit de soul, jazz, R&B en pop, maar waar ik Messy een album van deze tijd vind, heeft het tweede album van de Britse muzikante ook een aangename jaren 70 vibe. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal nog net wat warmer, verzorgder en rijker en ook de productie van het album spreekt zeer tot de verbeelding. Voor The Art Of Loving werd een flink blik producers en muzikanten open getrokken, wat meestal geen recept is voor een consistent klinkend album, maar het nieuwe album van Olivia Dean is dat wel.
Ook als songwriter heeft de Britse muzikante flinke stappen gezet, want het niveau van de songs op The Art Of Loving is hoger en constanter dan op Messy, dat bij vlagen wat wisselvallig was. Voor het schrijven van de songs schakelde Olivia Dean een aantal gerenommeerde songwriters in, die haar songs net dat beetje extra geven dat nodig is om te imponeren.
The Art Of Loving is een lekker zwoel en loom album, dat op zich prima past in het hokje neo-soul, maar zich ook in omliggende genres beweegt. Het is een album dat het heerlijk doet op de achtergrond, maar beluister het ook eens met volledige aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon.
Dan immers hoor je hoe geweldig Olivia Dean zingt op haar tweede album. De zang op Messy was al uitstekend, maar de stem van Olivia Dean klinkt op The Art Of Loving nog veel mooier. Het is een stem vol warmte en soul, maar waar de meeste jonge soulzangeressen van het moment zich met grote regelmaat laten verleiden tot vocale krachtpatserij of acrobatiek, blijft Olivia Dean prachtig ingetogen zingen.
Echt iedere noot is mooi op The Art Of Loving, maar de stem van de Britse muzikante weet je ook te raken en klinkt song na song oprecht. Iedereen die na Messy nog twijfelde over de kwaliteiten van Olivia Dean moet maar eens snel naar The Art Of Loving gaan luisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Olivia Dean - The Art Of Loving - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Olivia Dean - The Art Of Loving
De Britse muzikante Olivia Dean is in nauwelijks twee jaar tijd uitgegroeid tot een ware wereldster en laat op het echt in alle opzichten werkelijk prachtige The Art Of Loving horen dat dit volkomen terecht is
Dat Olivia Dean kan zingen liet ze al horen op haar ruim twee jaar geleden verschenen debuutalbum Messy, maar de zang op het deze week verschenen The Art Of Loving is nog klassen beter. Vergeleken met de meeste andere jonge soulzangeressen van het moment zingt de Britse muzikante vooral ingetogen en zonder allerlei overbodige versiersels, maar wat komt haar stem binnen. De zang op The Art Of Loving tilt het album echt mijlenver op, maar ook in muzikaal en productioneel opzicht is het een hoogstaand album, dat ook nog eens vol staat met buitengewoon lekker in het gehoor liggende maar ook interessante songs. Dat Olivia Dean heel groot aan het worden is hoeft niemand meer te verbazen.
Doorbreken in de muziek is soms een lang en frustrerend proces. Olivia Dean had de prestigieuze BRIT school nog maar net verlaten toen het succes haar in 2017 toe leek te lachen, maar het zou vervolgens nog zes jaar duren voor haar debuutalbum Messy verscheen.
Doorbreken in de muziek kan soms ook razendsnel gaan, want nadat het debuutalbum van Olivia Dean in de zomer van 2023 was verschenen ging het heel hard voor de Britse muzikante, mede dankzij een aantal hits op TikTok. Vorig jaar gaf ze nog op indrukwekkende wijze haar visitekaartje af in een bomvol Paradiso en ook de twee concerten die ze volgend jaar geeft in de Ziggo Dome waren in een vloek en een zucht uitverkocht.
Ik begrijp het wel, want Messy was een zeer aantrekkelijk debuutalbum met een aangename mix van jazz, pop en soul. Op basis van haar debuutalbum werd Olivia Dean door de internationale muziekpers geschaard onder de grote beloften van de Britse popmuziek, maar ik vond zelf dat de jonge Britse muzikante de belofte al voorbij was.
Alle reden dus om met hooggespannen verwachtingen uit te kijken naar het tweede album van Olivia Dean, dat deze week is verschenen. Ik kreeg The Art Of Loving een tijd geleden al toegestuurd en ben in de afgelopen weken intens van het album gaan houden. Het tweede album van Olivia Dean vind ik nog een stuk beter dan haar debuutalbum en maakt eigenlijk op alle fronten indruk.
Ook op The Art Of Loving vermengt Olivia Dean invloeden uit de soul, jazz, R&B en pop, maar waar ik Messy een album van deze tijd vind, heeft het tweede album van de Britse muzikante ook een aangename jaren 70 vibe. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal nog net wat warmer, verzorgder en rijker en ook de productie van het album spreekt zeer tot de verbeelding. Voor The Art Of Loving werd een flink blik producers en muzikanten open getrokken, wat meestal geen recept is voor een consistent klinkend album, maar het nieuwe album van Olivia Dean is dat wel.
Ook als songwriter heeft de Britse muzikante flinke stappen gezet, want het niveau van de songs op The Art Of Loving is hoger en constanter dan op Messy, dat bij vlagen wat wisselvallig was. Voor het schrijven van de songs schakelde Olivia Dean een aantal gerenommeerde songwriters in, die haar songs net dat beetje extra geven dat nodig is om te imponeren.
The Art Of Loving is een lekker zwoel en loom album, dat op zich prima past in het hokje neo-soul, maar zich ook in omliggende genres beweegt. Het is een album dat het heerlijk doet op de achtergrond, maar beluister het ook eens met volledige aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon.
Dan immers hoor je hoe geweldig Olivia Dean zingt op haar tweede album. De zang op Messy was al uitstekend, maar de stem van Olivia Dean klinkt op The Art Of Loving nog veel mooier. Het is een stem vol warmte en soul, maar waar de meeste jonge soulzangeressen van het moment zich met grote regelmaat laten verleiden tot vocale krachtpatserij of acrobatiek, blijft Olivia Dean prachtig ingetogen zingen.
Echt iedere noot is mooi op The Art Of Loving, maar de stem van de Britse muzikante weet je ook te raken en klinkt song na song oprecht. Iedereen die na Messy nog twijfelde over de kwaliteiten van Olivia Dean moet maar eens snel naar The Art Of Loving gaan luisteren. Erwin Zijleman
Olivia Ellen Lloyd - Do It Myself (2025)

4,0
0
geplaatst: 27 maart 2025, 15:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Olivia Ellen Lloyd - Do It Myself - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Olivia Ellen Lloyd - Do It Myself
Het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Olivia Ellen Lloyd kreeg in 2021 helaas niet heel veel aandacht, maar de nog net wat betere opvolger Do It Myself verdient absoluut een beter lot
Het is nog altijd dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, waarin muzikanten uit Nashville net wat makkelijker de aandacht trekken. Olivia Ellen Lloyd komt uit New York en was ook voor het maken van haar tweede album op zichzelf aangewezen. Het levert wederom een uitstekend album op, want na Loose Cannon weet ook Do It Myself zich te onderscheiden binnen het enorme aanbod van het moment. Ook Do It Myself is weer een knap gemaakt rootsalbum met vooral invloeden uit de folk en de country, een aansprekend rootsgeluid, interessante en persoonlijke songs en een stem die alles nog een beetje verder optilt. Echt een talent deze muzikante uit New York.
Aan het begin van 2021 verscheen Loose Cannon, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Olivia Ellen Lloyd. Midden in de coronapandemie konden muzikanten niet veel anders doen dan albums uitbrengen, waardoor het aanbod destijds overweldigend was. Loose Cannon sneeuwde daarom helaas wat onder, maar zelf kwam ik het album in de zomer van 2021 alsnog tegen en raakte ik snel gecharmeerd van het album.
Olivia Ellen Lloyd kwam voor de afwisseling eens niet uit Nashville, maar uit New York, wat een net wat ander soort rootsalbum opleverde. De folk en country van Olivia Ellen Lloyd klonk op Loose Cannon zowel traditioneel als eigentijds en vooral de stem van de Amerikaanse muzikante sprak me enorm aan. Alle reden dus om enthousiast op te veren toen ik deze week de naam van Olivia Ellen Lloyd tegen kwam in de lijst met nieuwe albums.
Do It Myself is de opvolger van het debuutalbum van 2021 en het is wederom een uitstekend rootsalbum geworden. Het is een album dat gelukkig de aandacht heeft getrokken van de Amerikaanse muziekwebsite No Depression, een begrip onder liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, want verder lees ik helaas nog maar heel weinig over dit uitstekende album.
Do It Myself ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van het debuutalbum van Olivia Ellen Lloyd. De Amerikaanse muzikante integreert net wat traditioneler aandoende klanken uit de folk en de country met een wat eigentijdser geluid, waardoor het album zowel authentiek als fris klinkt.
Snareninstrumenten, waaronder de pedal steel, de viool en de mandoline, domineren in het geluid op het album, dat zowel ingetogen als wat steviger kan klinken. Ik heb ook dit keer weinig informatie over de muzikanten die zijn te horen op het album, maar het klinkt allemaal uitstekend.
Olivia Ellen Lloyd liet op haar debuutalbum al horen dat ze een uitstekend songwriter is en dat hoor je ook op haar nieuwe album. De songs op Do It Myself dringen zich makkelijk op en klinken vaak als songs die je al langer lijkt te kennen, wat iets zegt over het tijdloze karakter van de songs van de Amerikaanse muzikante.
Met de muziek en de songs is Do It Myself al een prima album, maar Olivia Ellen Lloyd schrijft ook teksten die ergens over gaan, met wederom een verloren liefde als centraal thema. Boven alles is Olivia Ellen Lloyd een geweldige zangeres. Ze beschikt over een mooi en zeker ook karakteristiek stemgeluid en het is een stemgeluid dat in ieder geval met mij iets doet.
De muzikante uit New York kan zowel krachtig als ingetogen zingen en zingt ook altijd met veel gevoel, wat goed past bij haar wat melancholische folk- en countrysongs. Er zit ook lekker veel vaart in haar songs en ook in de wat meer uptempo songs valt de zang van Olivia Ellen Lloyd in positieve zin op.
Ook dit keer heeft de Amerikaanse muzikante haar album zelf uitgebracht, wat het er allemaal niet makkelijker op maakt, maar het resultaat mag er zijn en verdient echt de aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Olivia Ellen Lloyd moet het doen zonder de hulp van de machtige muziekindustrie in Nashville, maar ook op het uitstekende Do It Myself laat ze de muziek weer spreken en overtreft ze haar al zo goede debuutalbum. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Olivia Ellen Lloyd - Do It Myself - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Olivia Ellen Lloyd - Do It Myself
Het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter Olivia Ellen Lloyd kreeg in 2021 helaas niet heel veel aandacht, maar de nog net wat betere opvolger Do It Myself verdient absoluut een beter lot
Het is nog altijd dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, waarin muzikanten uit Nashville net wat makkelijker de aandacht trekken. Olivia Ellen Lloyd komt uit New York en was ook voor het maken van haar tweede album op zichzelf aangewezen. Het levert wederom een uitstekend album op, want na Loose Cannon weet ook Do It Myself zich te onderscheiden binnen het enorme aanbod van het moment. Ook Do It Myself is weer een knap gemaakt rootsalbum met vooral invloeden uit de folk en de country, een aansprekend rootsgeluid, interessante en persoonlijke songs en een stem die alles nog een beetje verder optilt. Echt een talent deze muzikante uit New York.
Aan het begin van 2021 verscheen Loose Cannon, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Olivia Ellen Lloyd. Midden in de coronapandemie konden muzikanten niet veel anders doen dan albums uitbrengen, waardoor het aanbod destijds overweldigend was. Loose Cannon sneeuwde daarom helaas wat onder, maar zelf kwam ik het album in de zomer van 2021 alsnog tegen en raakte ik snel gecharmeerd van het album.
Olivia Ellen Lloyd kwam voor de afwisseling eens niet uit Nashville, maar uit New York, wat een net wat ander soort rootsalbum opleverde. De folk en country van Olivia Ellen Lloyd klonk op Loose Cannon zowel traditioneel als eigentijds en vooral de stem van de Amerikaanse muzikante sprak me enorm aan. Alle reden dus om enthousiast op te veren toen ik deze week de naam van Olivia Ellen Lloyd tegen kwam in de lijst met nieuwe albums.
Do It Myself is de opvolger van het debuutalbum van 2021 en het is wederom een uitstekend rootsalbum geworden. Het is een album dat gelukkig de aandacht heeft getrokken van de Amerikaanse muziekwebsite No Depression, een begrip onder liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, want verder lees ik helaas nog maar heel weinig over dit uitstekende album.
Do It Myself ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van het debuutalbum van Olivia Ellen Lloyd. De Amerikaanse muzikante integreert net wat traditioneler aandoende klanken uit de folk en de country met een wat eigentijdser geluid, waardoor het album zowel authentiek als fris klinkt.
Snareninstrumenten, waaronder de pedal steel, de viool en de mandoline, domineren in het geluid op het album, dat zowel ingetogen als wat steviger kan klinken. Ik heb ook dit keer weinig informatie over de muzikanten die zijn te horen op het album, maar het klinkt allemaal uitstekend.
Olivia Ellen Lloyd liet op haar debuutalbum al horen dat ze een uitstekend songwriter is en dat hoor je ook op haar nieuwe album. De songs op Do It Myself dringen zich makkelijk op en klinken vaak als songs die je al langer lijkt te kennen, wat iets zegt over het tijdloze karakter van de songs van de Amerikaanse muzikante.
Met de muziek en de songs is Do It Myself al een prima album, maar Olivia Ellen Lloyd schrijft ook teksten die ergens over gaan, met wederom een verloren liefde als centraal thema. Boven alles is Olivia Ellen Lloyd een geweldige zangeres. Ze beschikt over een mooi en zeker ook karakteristiek stemgeluid en het is een stemgeluid dat in ieder geval met mij iets doet.
De muzikante uit New York kan zowel krachtig als ingetogen zingen en zingt ook altijd met veel gevoel, wat goed past bij haar wat melancholische folk- en countrysongs. Er zit ook lekker veel vaart in haar songs en ook in de wat meer uptempo songs valt de zang van Olivia Ellen Lloyd in positieve zin op.
Ook dit keer heeft de Amerikaanse muzikante haar album zelf uitgebracht, wat het er allemaal niet makkelijker op maakt, maar het resultaat mag er zijn en verdient echt de aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Olivia Ellen Lloyd moet het doen zonder de hulp van de machtige muziekindustrie in Nashville, maar ook op het uitstekende Do It Myself laat ze de muziek weer spreken en overtreft ze haar al zo goede debuutalbum. Erwin Zijleman
