Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Walker Diver - Mk III (2017)

4,0
0
geplaatst: 19 juni 2017, 20:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Walker Diver - Mk III - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Sinds ik het vinyl heb herontdekt kunnen LP’s op net wat meer aandacht rekenen dan cd’s en downloads.
Het zorgt ervoor dat ik platen oppik die ik anders ongetwijfeld over het hoofd had gezien in het enorme aanbod van het moment. Mk III van de Nederlandse band Walker Diver is zo’n plaat.
Walker Diver is een band uit Utrecht die inmiddels toe is aan zijn derde bezetting (en de derde plaat), waardoor de titel Mk III een vlag is die de lading dekt.
Op Mk III vermaakt Walker Diver met buitengewoon lekker in het gehoor liggende gitaarpop. Het is gitaarpop die uitnodigt tot associëren, want er komt een goed gevulde platenkast voorbij bij beluistering van de plaat.
Mk III doet wel wat denken aan de zonnige pop van Teenage Fanclub of Big Star, de powerpop van The Posies of Fountains Of Wayne, de stevigere rock van The Replacements of Dinosaur Jr. en de alt-country van Son Volt en The Jayhawks. Het is een heel mooi rijtje namen.
De gitaarpop van Walker Diver is van het zonnige soort. Laat de aangename gitaarsongs van de band uit Utrecht uit de speakers komen en de zon gaat schijnen en je humeur krijgt een positieve boost. Perfecte plaat dus om deze week uit de hoes te halen.
Walker Diver heeft op Mk III een aantal prima songs verzameld en het zijn songs die meerdere kanten op schieten. Het ene moment kiest de band voor toegankelijke melodieën en aanstekelijke koortjes, maar zonnige gitaarloopjes kunnen ook zomaar omslaan in venijnige riffs en solo’s, die zo aan de snaren van J. Mascis zouden kunnen zijn ontsnapt.
Het ene moment kruipt de muziek van Walker Diver dicht tegen de powerpop uit de jaren 90 aan, maar de band heeft ook een zwak voor roots en kan opeens invloeden uit de folk en de country verwerken in haar muziek. Hier blijft het niet bij, want in een aantal songs hoor ik flink wat invloeden van R.E.M. (de zang en de koortjes, de geweldige melodieën), ook al geen vergelijkingsmateriaal om je voor te schamen, terwijl ook invloeden uit de Amerikaanse radiorock of collegerock voorbij komen. Wat Britse invloeden, variërend van The Jam tot The Smiths maken het aangename geluid van Walker Diver compleet.
Het lijkt misschien makkelijk om een flinke bak met invloeden aan elkaar te smeden tot een consistent en eigen geluid, maar dat is het zeker niet. Walker Diver doseert alle invloeden perfect en maakt er een eigen geluid van, dat wordt verpakt in uitstekende songs. Het zijn van die songs die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen, maar het zijn ook songs die nog een tijdje nieuwe dingen laten horen.
Walker Diver heeft Mk III voorzien van een Amerikaans aandoend geluid, maar in de Verenigde Staten zijn er momenteel niet zoveel bands die zulke zonnige en ook veelzijdige gitaarpop maken en songs schrijven die zo goed en tijdloos zijn van die van de Utrechtse band.
Op vinyl klinkt het allemaal fantastisch, maar ook als de plaat via Spotify uit de speakers komt hoor je muziek die veel meer aandacht verdient dan Walker Diver in Nederland gaat krijgen. Alle reden om eens te gaan luisteren naar deze verrassend sterke plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Walker Diver - Mk III - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Sinds ik het vinyl heb herontdekt kunnen LP’s op net wat meer aandacht rekenen dan cd’s en downloads.
Het zorgt ervoor dat ik platen oppik die ik anders ongetwijfeld over het hoofd had gezien in het enorme aanbod van het moment. Mk III van de Nederlandse band Walker Diver is zo’n plaat.
Walker Diver is een band uit Utrecht die inmiddels toe is aan zijn derde bezetting (en de derde plaat), waardoor de titel Mk III een vlag is die de lading dekt.
Op Mk III vermaakt Walker Diver met buitengewoon lekker in het gehoor liggende gitaarpop. Het is gitaarpop die uitnodigt tot associëren, want er komt een goed gevulde platenkast voorbij bij beluistering van de plaat.
Mk III doet wel wat denken aan de zonnige pop van Teenage Fanclub of Big Star, de powerpop van The Posies of Fountains Of Wayne, de stevigere rock van The Replacements of Dinosaur Jr. en de alt-country van Son Volt en The Jayhawks. Het is een heel mooi rijtje namen.
De gitaarpop van Walker Diver is van het zonnige soort. Laat de aangename gitaarsongs van de band uit Utrecht uit de speakers komen en de zon gaat schijnen en je humeur krijgt een positieve boost. Perfecte plaat dus om deze week uit de hoes te halen.
Walker Diver heeft op Mk III een aantal prima songs verzameld en het zijn songs die meerdere kanten op schieten. Het ene moment kiest de band voor toegankelijke melodieën en aanstekelijke koortjes, maar zonnige gitaarloopjes kunnen ook zomaar omslaan in venijnige riffs en solo’s, die zo aan de snaren van J. Mascis zouden kunnen zijn ontsnapt.
Het ene moment kruipt de muziek van Walker Diver dicht tegen de powerpop uit de jaren 90 aan, maar de band heeft ook een zwak voor roots en kan opeens invloeden uit de folk en de country verwerken in haar muziek. Hier blijft het niet bij, want in een aantal songs hoor ik flink wat invloeden van R.E.M. (de zang en de koortjes, de geweldige melodieën), ook al geen vergelijkingsmateriaal om je voor te schamen, terwijl ook invloeden uit de Amerikaanse radiorock of collegerock voorbij komen. Wat Britse invloeden, variërend van The Jam tot The Smiths maken het aangename geluid van Walker Diver compleet.
Het lijkt misschien makkelijk om een flinke bak met invloeden aan elkaar te smeden tot een consistent en eigen geluid, maar dat is het zeker niet. Walker Diver doseert alle invloeden perfect en maakt er een eigen geluid van, dat wordt verpakt in uitstekende songs. Het zijn van die songs die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen, maar het zijn ook songs die nog een tijdje nieuwe dingen laten horen.
Walker Diver heeft Mk III voorzien van een Amerikaans aandoend geluid, maar in de Verenigde Staten zijn er momenteel niet zoveel bands die zulke zonnige en ook veelzijdige gitaarpop maken en songs schrijven die zo goed en tijdloos zijn van die van de Utrechtse band.
Op vinyl klinkt het allemaal fantastisch, maar ook als de plaat via Spotify uit de speakers komt hoor je muziek die veel meer aandacht verdient dan Walker Diver in Nederland gaat krijgen. Alle reden om eens te gaan luisteren naar deze verrassend sterke plaat. Erwin Zijleman
Wallice - The Jester (2024)

4,0
0
geplaatst: 22 november 2024, 15:59 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wallice - The Jester - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wallice - The Jester
De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie en een donkere bril zit overvol, maar The Jester van de Amerikaanse muzikante Wallice zou ik er zeker uitpikken
Hoeveel goede ideeën kun je kwijt in een song van zes minuten? Heel veel als het aan Wallice ligt. De muzikante uit Los Angeles gaat helemaal los in de openingstrack van haar debuutalbum en maakt wat mij betreft direct een onuitwisbare indruk. Dat is ook nodig, want de concurrentie in het genre is moordend. Wallice schakelt makkelijk tussen indiepop en indierock, beschikt over een mooie en aangename stem en heeft vakkundige producers ingeschakeld voor een veelkleurig en interessant geluid. The Jester is een album vol aanstekelijke popsongs, maar het zijn ook popsongs met inhoud, waardoor het debuutalbum van Wallice eigenlijk steeds interessanter wordt.
Hoeveel ruimte is er nog voor jonge vrouwelijke singer-songwriters die het leven niet altijd door een roze bril bekijken, een voorliefde hebben voor indiepop of indierock en in hun teksten het thema ‘coming of age’ als favoriete onderwerp hebben? Niet heel veel zou ik zeggen, maar gezien mijn zwak voor het genre probeer ik het met ieder nieuw album dat in dit hokje past.
Het is hierbij wel zo dat een album direct in de openingstrack indruk moet maken, want gezien het aanbod ben ik niet erg geduldig. Het was een relatief eenvoudige opgave voor Wallice, want haar debuutalbum The Jester opent fantastisch. Het toepasselijk getitelde The Opener doet zijn best om in bijna zes minuten alles te laten horen dat Wallice te bieden heeft en dat is veel.
Wallice is het alter ego van de Amerikaanse muzikante Wallice Hana Watanabe, die is geboren en getogen in Los Angeles en al een tijdje actief is in de muziek. Dat levert deze week haar debuutalbum op en dat opent zoals gezegd fascinerend. The Opener laat zich bijna beluisteren als een mini rockopera en laat zowel in de muziek als in de zang continu andere dingen horen.
In de meer ingetogen eerste passages hoor je dat de muzikante uit Los Angeles beschikt over een hele mooie stem. Het is een stem die aansluit bij andere mooie stemmen in de indiepop van het moment, maar de stem van Wallice klinkt net wat zuiverder en geschoolder. Wanneer The Opener wat meer uitbarst hoor je dat ze ook krachtiger kan zingen en met rock overweg kan en later op het album maakt ze ook indruk met een flink bereik. In muzikaal opzicht is The Opener nog wat diverser. De track put afwisselend uit de folk, de pop en de rock en dan vooral de indie varianten en de verschillende invloeden lopen naadloos in elkaar over.
Een track van zes minuten is bijna nooit een perfect popliedje, maar Wallice laat direct horen dat ze de kunst van het schrijven van dit soort popliedjes wel verstaat. Dat bewijst ze in de tracks die volgen. The Jester staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende popsongs, maar het zijn ook songs die de nieuwsgierigheid en de fantasie prikkelen.
In de muziek op het album slaat Wallice steeds weer net wat andere wegen in. Hiervoor worden af en toe flink wat synths gebruikt, maar die worden steeds op net wat andere wijze ingezet. Ook gitaren hebben overigens hun weg gevonden naar het album. Het klinkt over het algemeen aanstekelijk en toegankelijk, maar het leuke van The Jester is dat het album ook in iedere song wel even het experiment opzoekt. Het debuutalbum van Wallice is hierdoor een toegankelijk en aantrekkelijk popalbum, maar ik vind het ook een spannend album.
Wallice weet wat mij betreft makkelijk op te vallen binnen het enorme aanbod van het moment en ondanks het feit dat het wel heel erg druk is in de genres waarin ze opereert schat ik haar kans op succes redelijk hoog in. Dat succes verdient ze, want The Jester is in alle opzichten een knap gemaakt album, dat overloopt van de belofte en deze belofte in een deel van de songs ook al waarmaakt.
Ook de productie van The Jester valt overigens in positieve zin op en dat is ook niet zo gek gezien de bijdragen van gelouterde krachten David Marinelli en Mikey Freedom Hart. Ze hebben The Jester van Wallice volgestopt met veelkleurige klanken en bijzondere wendingen, maar desondanks klinkt het album licht en luchtig. Wat mij betreft moet Wallice een ster worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wallice - The Jester - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wallice - The Jester
De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie en een donkere bril zit overvol, maar The Jester van de Amerikaanse muzikante Wallice zou ik er zeker uitpikken
Hoeveel goede ideeën kun je kwijt in een song van zes minuten? Heel veel als het aan Wallice ligt. De muzikante uit Los Angeles gaat helemaal los in de openingstrack van haar debuutalbum en maakt wat mij betreft direct een onuitwisbare indruk. Dat is ook nodig, want de concurrentie in het genre is moordend. Wallice schakelt makkelijk tussen indiepop en indierock, beschikt over een mooie en aangename stem en heeft vakkundige producers ingeschakeld voor een veelkleurig en interessant geluid. The Jester is een album vol aanstekelijke popsongs, maar het zijn ook popsongs met inhoud, waardoor het debuutalbum van Wallice eigenlijk steeds interessanter wordt.
Hoeveel ruimte is er nog voor jonge vrouwelijke singer-songwriters die het leven niet altijd door een roze bril bekijken, een voorliefde hebben voor indiepop of indierock en in hun teksten het thema ‘coming of age’ als favoriete onderwerp hebben? Niet heel veel zou ik zeggen, maar gezien mijn zwak voor het genre probeer ik het met ieder nieuw album dat in dit hokje past.
Het is hierbij wel zo dat een album direct in de openingstrack indruk moet maken, want gezien het aanbod ben ik niet erg geduldig. Het was een relatief eenvoudige opgave voor Wallice, want haar debuutalbum The Jester opent fantastisch. Het toepasselijk getitelde The Opener doet zijn best om in bijna zes minuten alles te laten horen dat Wallice te bieden heeft en dat is veel.
Wallice is het alter ego van de Amerikaanse muzikante Wallice Hana Watanabe, die is geboren en getogen in Los Angeles en al een tijdje actief is in de muziek. Dat levert deze week haar debuutalbum op en dat opent zoals gezegd fascinerend. The Opener laat zich bijna beluisteren als een mini rockopera en laat zowel in de muziek als in de zang continu andere dingen horen.
In de meer ingetogen eerste passages hoor je dat de muzikante uit Los Angeles beschikt over een hele mooie stem. Het is een stem die aansluit bij andere mooie stemmen in de indiepop van het moment, maar de stem van Wallice klinkt net wat zuiverder en geschoolder. Wanneer The Opener wat meer uitbarst hoor je dat ze ook krachtiger kan zingen en met rock overweg kan en later op het album maakt ze ook indruk met een flink bereik. In muzikaal opzicht is The Opener nog wat diverser. De track put afwisselend uit de folk, de pop en de rock en dan vooral de indie varianten en de verschillende invloeden lopen naadloos in elkaar over.
Een track van zes minuten is bijna nooit een perfect popliedje, maar Wallice laat direct horen dat ze de kunst van het schrijven van dit soort popliedjes wel verstaat. Dat bewijst ze in de tracks die volgen. The Jester staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende popsongs, maar het zijn ook songs die de nieuwsgierigheid en de fantasie prikkelen.
In de muziek op het album slaat Wallice steeds weer net wat andere wegen in. Hiervoor worden af en toe flink wat synths gebruikt, maar die worden steeds op net wat andere wijze ingezet. Ook gitaren hebben overigens hun weg gevonden naar het album. Het klinkt over het algemeen aanstekelijk en toegankelijk, maar het leuke van The Jester is dat het album ook in iedere song wel even het experiment opzoekt. Het debuutalbum van Wallice is hierdoor een toegankelijk en aantrekkelijk popalbum, maar ik vind het ook een spannend album.
Wallice weet wat mij betreft makkelijk op te vallen binnen het enorme aanbod van het moment en ondanks het feit dat het wel heel erg druk is in de genres waarin ze opereert schat ik haar kans op succes redelijk hoog in. Dat succes verdient ze, want The Jester is in alle opzichten een knap gemaakt album, dat overloopt van de belofte en deze belofte in een deel van de songs ook al waarmaakt.
Ook de productie van The Jester valt overigens in positieve zin op en dat is ook niet zo gek gezien de bijdragen van gelouterde krachten David Marinelli en Mikey Freedom Hart. Ze hebben The Jester van Wallice volgestopt met veelkleurige klanken en bijzondere wendingen, maar desondanks klinkt het album licht en luchtig. Wat mij betreft moet Wallice een ster worden. Erwin Zijleman
Warhaus - Ha Ha Heartbreak (2022)

4,0
0
geplaatst: 14 november 2022, 15:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Warhaus - Ha Ha Heartbreak - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Warhaus - Ha Ha Heartbreak
Na vijf jaar stilte heeft Maarten Devoldere zijn project Warhaus nieuw leven ingeblazen, wat een zeer sfeervolle en verrassend soulvolle collectie songs oplevert, die de komende maanden voor heel wat warmte gaat zorgen
Maarten Devoldere kennen we vooral van de Belgische band Balthazar, maar ik vond de muziek die hij in 2016 en 2017 maakte als Warhaus eigenlijk interessanter. Na vijf jaar stilte keert Warhaus terug. Dit keer met een wat kleinere rol voor Sylvie Kreusch, maar ook Ha Ha Heartbreak is een bijzonder fraai album. Warhaus klinkt nog wat soulvoller dan op de vorige twee albums en heeft gekozen voor een wat broeierige instrumentatie waarin de strijkers flink mogen aanzwellen. Het levert een geluid op met een zeer aangename jaren 70 vibe, maar het blijft ook het karakteristieke Warhaus geluid, dat ook dit keer zeker niet onder doet voor de muziek van Balthazar.
Warhaus, een soloproject van Balthazar voorman Maarten Devoldere, dook in 2016 voor het eerst op met het prachtige We Fucked A Flame Into Being. Het album werd vergeleken met de albums van roemruchte muzikanten als Leonard Cohen en Nick Cave, maar zelf beluisterde ik het album vooral als een eerbetoon aan de minstens even legendarische Serge Gainsbourg.
We Fucked A Flame Into Being was een broeierig en sensueel album, dat opviel door een bijzonder sfeervolle instrumentatie vol echo’s uit zowel de Franse als de Amerikaanse filmmuziek. De al even broeierige zang van Maarten Devoldere, hier en daar bijgestaan door zijn toenmalige vriendin Sylvie Kreusch, was de kers op de taart.
Warhaus keerde een jaar na het debuutalbum terug met een minstens even bezwerend maar ook wat meer ingetogen titelloos tweede album, maar de afgelopen vijf jaar was het helaas stil rond Warhaus en lag de focus bij Balthazar. Deze week keert Maarten Devoldere echter terug met het derde album van Warhaus, Ha Ha Heartbreak.
We worden dit keer helaas minder vaak getrakteerd op de stem van Sylvie Kreusch, die zich na het briljante soloalbum Montbray van vorig jaar concentreert op haar solocarrière, maar Maarten Devoldere verkeert ook dit keer in een uitstekende vorm. Direct vanaf de eerste noten slaan de warme klanken van Warhaus zich als een warme deken om je heen en dat houden ze een album lang vol.
Ha Ha Heartbreak ligt in muzikaal opzicht in het verlengde van zijn twee voorgangers, maar het album klinkt ook weer net wat anders. De combinatie van broeierige klanken en veel strijkers roept ook dit keer associaties op met Franse filmmuziek en ook dit keer lijkt het unieke oeuvre van Serge Gainsbourg een belangrijke inspiratiebron, maar Ha Ha Heartbreak is ook een soulalbum en ook nog eens een breakup album.
Maarten Devoldere geeft de sfeervolle klanken op het album alle tijd om breed uit te waaien, wat het album voorziet van een bijzondere sfeer. De instrumentatie en arrangementen zijn hier en daar bijna overdadig, maar de muziek van Warhaus vliegt nergens uit de bocht. Vergeleken met de vorige twee albums klinkt Ha Ha Heartbreak, mede door de strijkersarrangementen flink wat soulvoller en dat bevalt me wel.
Zeker als de zon onder is verleiden de warme klanken van Warhaus bijzonder makkelijk en is het album ook in vocaal opzicht lastig te weerstaan. Maarten Devoldere heeft voor het derde album van zijn gelegenheidsband een serie bijzonder sterke songs vol melancholie geschreven. Het zijn songs die ook uit de jaren 70 zouden kunnen stammen, maar het klinkt geen moment gedateerd.
Ik heb persoonlijk niet zo heel veel met de muziek van Balthazar, maar Ha Ha Heartbreak van Warhaus maakte direct bij eerste beluistering indruk en sindsdien zijn vrijwel alle songs op het album flink gegroeid. Waar ik op de eerste twee albums ook nog wel wat van Leonard Cohen en Nick Cave hoorde, duiken op album nummer drie hier en daar echo’s van soulzangers als Marvin Gaye op, maar Warhaus klinkt op Ha Ha Heartbreak toch vooral als Warhaus, dat overigens meer is dan Maarten Devoldere, want wordt er op het album fantastisch gemusiceerd, waarbij de drummer een eervolle vermelding verdient. Wat een heerlijk album voor alle donkere en koude avonden die er aan komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Warhaus - Ha Ha Heartbreak - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Warhaus - Ha Ha Heartbreak
Na vijf jaar stilte heeft Maarten Devoldere zijn project Warhaus nieuw leven ingeblazen, wat een zeer sfeervolle en verrassend soulvolle collectie songs oplevert, die de komende maanden voor heel wat warmte gaat zorgen
Maarten Devoldere kennen we vooral van de Belgische band Balthazar, maar ik vond de muziek die hij in 2016 en 2017 maakte als Warhaus eigenlijk interessanter. Na vijf jaar stilte keert Warhaus terug. Dit keer met een wat kleinere rol voor Sylvie Kreusch, maar ook Ha Ha Heartbreak is een bijzonder fraai album. Warhaus klinkt nog wat soulvoller dan op de vorige twee albums en heeft gekozen voor een wat broeierige instrumentatie waarin de strijkers flink mogen aanzwellen. Het levert een geluid op met een zeer aangename jaren 70 vibe, maar het blijft ook het karakteristieke Warhaus geluid, dat ook dit keer zeker niet onder doet voor de muziek van Balthazar.
Warhaus, een soloproject van Balthazar voorman Maarten Devoldere, dook in 2016 voor het eerst op met het prachtige We Fucked A Flame Into Being. Het album werd vergeleken met de albums van roemruchte muzikanten als Leonard Cohen en Nick Cave, maar zelf beluisterde ik het album vooral als een eerbetoon aan de minstens even legendarische Serge Gainsbourg.
We Fucked A Flame Into Being was een broeierig en sensueel album, dat opviel door een bijzonder sfeervolle instrumentatie vol echo’s uit zowel de Franse als de Amerikaanse filmmuziek. De al even broeierige zang van Maarten Devoldere, hier en daar bijgestaan door zijn toenmalige vriendin Sylvie Kreusch, was de kers op de taart.
Warhaus keerde een jaar na het debuutalbum terug met een minstens even bezwerend maar ook wat meer ingetogen titelloos tweede album, maar de afgelopen vijf jaar was het helaas stil rond Warhaus en lag de focus bij Balthazar. Deze week keert Maarten Devoldere echter terug met het derde album van Warhaus, Ha Ha Heartbreak.
We worden dit keer helaas minder vaak getrakteerd op de stem van Sylvie Kreusch, die zich na het briljante soloalbum Montbray van vorig jaar concentreert op haar solocarrière, maar Maarten Devoldere verkeert ook dit keer in een uitstekende vorm. Direct vanaf de eerste noten slaan de warme klanken van Warhaus zich als een warme deken om je heen en dat houden ze een album lang vol.
Ha Ha Heartbreak ligt in muzikaal opzicht in het verlengde van zijn twee voorgangers, maar het album klinkt ook weer net wat anders. De combinatie van broeierige klanken en veel strijkers roept ook dit keer associaties op met Franse filmmuziek en ook dit keer lijkt het unieke oeuvre van Serge Gainsbourg een belangrijke inspiratiebron, maar Ha Ha Heartbreak is ook een soulalbum en ook nog eens een breakup album.
Maarten Devoldere geeft de sfeervolle klanken op het album alle tijd om breed uit te waaien, wat het album voorziet van een bijzondere sfeer. De instrumentatie en arrangementen zijn hier en daar bijna overdadig, maar de muziek van Warhaus vliegt nergens uit de bocht. Vergeleken met de vorige twee albums klinkt Ha Ha Heartbreak, mede door de strijkersarrangementen flink wat soulvoller en dat bevalt me wel.
Zeker als de zon onder is verleiden de warme klanken van Warhaus bijzonder makkelijk en is het album ook in vocaal opzicht lastig te weerstaan. Maarten Devoldere heeft voor het derde album van zijn gelegenheidsband een serie bijzonder sterke songs vol melancholie geschreven. Het zijn songs die ook uit de jaren 70 zouden kunnen stammen, maar het klinkt geen moment gedateerd.
Ik heb persoonlijk niet zo heel veel met de muziek van Balthazar, maar Ha Ha Heartbreak van Warhaus maakte direct bij eerste beluistering indruk en sindsdien zijn vrijwel alle songs op het album flink gegroeid. Waar ik op de eerste twee albums ook nog wel wat van Leonard Cohen en Nick Cave hoorde, duiken op album nummer drie hier en daar echo’s van soulzangers als Marvin Gaye op, maar Warhaus klinkt op Ha Ha Heartbreak toch vooral als Warhaus, dat overigens meer is dan Maarten Devoldere, want wordt er op het album fantastisch gemusiceerd, waarbij de drummer een eervolle vermelding verdient. Wat een heerlijk album voor alle donkere en koude avonden die er aan komen. Erwin Zijleman
Warhaus - Karaoke Moon (2024)

4,0
0
geplaatst: 27 november 2024, 19:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Warhaus - Karaoke Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Warhaus - Karaoke Moon
Karaoke Moon is het vierde album van de Belgische band Warhaus en het is een album dat mede door de terugkeer van Sylvie Kreusch het al zo mooie Belgische muziekjaar 2024 nog net wat meer glans geeft
Maarten Devoldere is misschien vooral bekend van de band Balthazar, maar met zijn soloproject Warhaus heeft hij inmiddels bijna net zoveel albums op zijn naam staan. Ik vind de albums van Warhaus persoonlijk interessanter dan de albums van Balthazar en ook het deze week verschenen Karaoke Moon is weer een uitstekend album. Warhaus citeerde in eerste instantie wel erg nadrukkelijk uit de catalogus van Serge Gainsbourg, maar heeft inmiddels een duidelijk eigen geluid. Het is een warm en broeierig geluid dat is gemaakt voor donkere en koude winteravonden, wat nog eens wordt versterkt door de stem van de Belgische muzikant, die op Karaoke Moon gelukkig weer gezelschap krijgt van Sylvie Kreusch.
De Belgische muzikant Maarten Devoldere debuteerde een kleine vijftien jaar geleden met de band Balthazar. De band heeft inmiddels een handvol albums uitgebracht, die stuk voor stuk konden rekenen op positieve recensies. Zelf heb ik niet zo heel veel met de muziek van Balthazar, al hoor ik wel de kwaliteit van de Belgische band.
Ik heb veel meer met de muziek van het soloproject van Maarten Devoldere. Warhaus debuteerde in 2016 met het verleidelijke en wat mij betreft onweerstaanbaar lekkere We Fucked A Flame Into Being. Het is een album dat mij af en toe deed denken aan Leonard Cohen, maar vooral aan een aantal geniale albums van Serge Gainsbourg. Het was niet alleen Maarten Devoldere die indruk maakte op het debuutalbum van Warhaus, want ook de zang van zijn toenmalige vriendin Sylvie Kreusch droeg bij aan de bijzondere sfeer op het album.
Die sfeer werd nog wat verder geperfectioneerd op het titelloze album dat in 2027 verscheen, waarna de focus van Maarten Devoldere lange tijd vooral bij Balthazar lag. In 2022 verscheen vervolgens Ha Ha Heartbreak. De relatie van Maarten Devoldere en Sylvie Kreusch was inmiddels op de klippen gelopen, waarna laatstgenoemde de focus richtte op haar solocarrière. Ondanks het ontbreken Sylvie Kreusch was het breakup album Ha Ha Heartbreak een uitstekend album, waarop Warhaus nog altijd geen geheim maakte van de bewondering voor Serge Gainsbourg, maar ook flinke stappen zette richting een eigen geluid.
Sylvie Kreusch heeft met het breakup album Montbray uit 2021 en het onlangs verschenen Comic Trip inmiddels twee geweldige soloalbums op haar naam staan. Deze week duikt ze ook weer op op het nieuwe album van Warhaus. De relatie tussen Maarten Devoldere en Sylvie Kreusch behoort weliswaar tot het verleden, maar de muzikale chemie is zeker niet verdwenen en draagt bij aan het hoge niveau van Karaoke Moon.
Ook op het vierde album van Warhaus hoor ik flarden Leonard Cohen en meer dan flarden van Serge Gainsbourg, maar het is toch vooral een Warhaus album. Het is een album dat het koude en donkere seizoen van het moment voorziet van een broeierige warmte. De warme klanken op Karaoke Moon zijn versierd met subtiele maar zeer fraaie gitaarakkoorden, zwoele ritmes en uiteraard flink wat strijkers en dat past perfect bij de stem van Maarten Devoldere, die gelukkig weer gezelschap heeft gekregen van de onweerstaanbare stem van Sylvie Kreusch.
Karaoke Moon is een album dat uitnodigt tot ontspannen en dat heerlijk voortkabbelt met lome en broeierige klanken en de karakteristieke zang van de Belgische muzikant en zijn voormalige geliefde, maar de songs op Karaoke Moon zijn ook spannend en hebben genoeg te bieden om het album interessant te houden. De weergaloze productie draagt verder bij aan de verleidingskracht van het album.
Sylvie Kreusch heeft met het fantastische Comic Trip de lat wel erg hoog gelegd een paar weken geleden. Karaoke Moon van Warhaus vind ik uiteindelijk net wat minder goed dan het album van Sylvie Kreusch, maar het album is zeker niet te versmaden en is nog altijd bovengemiddeld goed. Het muziekjaar 2024 nadert in rap tempo het einde, maar onze Zuiderburen gooien er de laatste weken nog een offensief tegenaan dat meerdere jaarlijstjesalbums oplevert, waaronder Karaoke Moon van Warhaus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Warhaus - Karaoke Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Warhaus - Karaoke Moon
Karaoke Moon is het vierde album van de Belgische band Warhaus en het is een album dat mede door de terugkeer van Sylvie Kreusch het al zo mooie Belgische muziekjaar 2024 nog net wat meer glans geeft
Maarten Devoldere is misschien vooral bekend van de band Balthazar, maar met zijn soloproject Warhaus heeft hij inmiddels bijna net zoveel albums op zijn naam staan. Ik vind de albums van Warhaus persoonlijk interessanter dan de albums van Balthazar en ook het deze week verschenen Karaoke Moon is weer een uitstekend album. Warhaus citeerde in eerste instantie wel erg nadrukkelijk uit de catalogus van Serge Gainsbourg, maar heeft inmiddels een duidelijk eigen geluid. Het is een warm en broeierig geluid dat is gemaakt voor donkere en koude winteravonden, wat nog eens wordt versterkt door de stem van de Belgische muzikant, die op Karaoke Moon gelukkig weer gezelschap krijgt van Sylvie Kreusch.
De Belgische muzikant Maarten Devoldere debuteerde een kleine vijftien jaar geleden met de band Balthazar. De band heeft inmiddels een handvol albums uitgebracht, die stuk voor stuk konden rekenen op positieve recensies. Zelf heb ik niet zo heel veel met de muziek van Balthazar, al hoor ik wel de kwaliteit van de Belgische band.
Ik heb veel meer met de muziek van het soloproject van Maarten Devoldere. Warhaus debuteerde in 2016 met het verleidelijke en wat mij betreft onweerstaanbaar lekkere We Fucked A Flame Into Being. Het is een album dat mij af en toe deed denken aan Leonard Cohen, maar vooral aan een aantal geniale albums van Serge Gainsbourg. Het was niet alleen Maarten Devoldere die indruk maakte op het debuutalbum van Warhaus, want ook de zang van zijn toenmalige vriendin Sylvie Kreusch droeg bij aan de bijzondere sfeer op het album.
Die sfeer werd nog wat verder geperfectioneerd op het titelloze album dat in 2027 verscheen, waarna de focus van Maarten Devoldere lange tijd vooral bij Balthazar lag. In 2022 verscheen vervolgens Ha Ha Heartbreak. De relatie van Maarten Devoldere en Sylvie Kreusch was inmiddels op de klippen gelopen, waarna laatstgenoemde de focus richtte op haar solocarrière. Ondanks het ontbreken Sylvie Kreusch was het breakup album Ha Ha Heartbreak een uitstekend album, waarop Warhaus nog altijd geen geheim maakte van de bewondering voor Serge Gainsbourg, maar ook flinke stappen zette richting een eigen geluid.
Sylvie Kreusch heeft met het breakup album Montbray uit 2021 en het onlangs verschenen Comic Trip inmiddels twee geweldige soloalbums op haar naam staan. Deze week duikt ze ook weer op op het nieuwe album van Warhaus. De relatie tussen Maarten Devoldere en Sylvie Kreusch behoort weliswaar tot het verleden, maar de muzikale chemie is zeker niet verdwenen en draagt bij aan het hoge niveau van Karaoke Moon.
Ook op het vierde album van Warhaus hoor ik flarden Leonard Cohen en meer dan flarden van Serge Gainsbourg, maar het is toch vooral een Warhaus album. Het is een album dat het koude en donkere seizoen van het moment voorziet van een broeierige warmte. De warme klanken op Karaoke Moon zijn versierd met subtiele maar zeer fraaie gitaarakkoorden, zwoele ritmes en uiteraard flink wat strijkers en dat past perfect bij de stem van Maarten Devoldere, die gelukkig weer gezelschap heeft gekregen van de onweerstaanbare stem van Sylvie Kreusch.
Karaoke Moon is een album dat uitnodigt tot ontspannen en dat heerlijk voortkabbelt met lome en broeierige klanken en de karakteristieke zang van de Belgische muzikant en zijn voormalige geliefde, maar de songs op Karaoke Moon zijn ook spannend en hebben genoeg te bieden om het album interessant te houden. De weergaloze productie draagt verder bij aan de verleidingskracht van het album.
Sylvie Kreusch heeft met het fantastische Comic Trip de lat wel erg hoog gelegd een paar weken geleden. Karaoke Moon van Warhaus vind ik uiteindelijk net wat minder goed dan het album van Sylvie Kreusch, maar het album is zeker niet te versmaden en is nog altijd bovengemiddeld goed. Het muziekjaar 2024 nadert in rap tempo het einde, maar onze Zuiderburen gooien er de laatste weken nog een offensief tegenaan dat meerdere jaarlijstjesalbums oplevert, waaronder Karaoke Moon van Warhaus. Erwin Zijleman
Warhaus - We Fucked a Flame Into Being (2016)

4,5
0
geplaatst: 5 september 2016, 15:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Warhaus - We Fucked A Flame Into Being - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Warhaus is een project van Maarten Devoldere, die vooral bekend is van de Belgische band Balthazar. Samen met Balthazar drummer Michel Balcaen en Soldier’s Heart zangeres Sylvie Kreusch (ook de vriendin van Devoldere) heeft de Belgische muzikant een plaat gemaakt die vermaakt en intrigeert.
Op een of andere manier weet Balthazar tot dusver aan mijn aandacht te ontsnappen, maar We Fucked A Flame Into Being van Warhaus wist mijn aandacht direct te grijpen en heeft sindsdien niet meer los gelaten.
Het debuut van Warhaus wordt in persberichten vergeleken met de muziek van Leonard Cohen, Serge Gainsbourg en Nick Cave, waarmee de lat wel erg hoog wordt gelegd.
Van dit vergelijkingsmateriaal hoor ik persoonlijk niet altijd even veel terug. We Fucked A Flame Into Being doet qua sfeer heel af en toe denken aan de muziek van Leonard Cohen (en vooruit, in een van de tracks is het ook in vocaal opzicht een duidelijk voorbeeld) en wanneer de donkere tinten overheersen is ook de vergelijking met Nick Cave niet helemaal onzinnig, maar beide namen zou ik zelf niet hebben verzonnen wanneer het gaat om het vinden van relevant vergelijkingsmateriaal voor het debuut van Warhaus.
De vergelijking met de muziek van Serge Gainsbourg ligt meer voor de hand. We Fucked A Flame Into Being heeft het zwoele en sensuele van de muziek die Gainsbourg maakte in de jaren 60 en 70 en deelt de liefde van Gainsbourg voor whisky, sigaretten en mooie vrouwen.
Het meest bijzondere aan de muziek van Warhaus is wat mij betreft echter de instrumentatie en op dit terrein voegt Warhaus iets toe aan alles wat er al is. Het is een instrumentatie die flink wat raakvlakken heeft met de filmmuziek uit de jaren 60 en 70, waarbij de Franse filmmuziek (waar Gainsbourg ook een liefhebber en leverancier van was) en de muziek uit spooky Amerikaanse films uit deze periode centraal staan.
We Fucked A Flame Into Being valt op door mooie stemmige klanken die vooral donker gekleurd zijn en verrassend worden ingekleurd met bijzondere accenten van vooral blazers en incidenteel strijkers. Het is een muzikaal landschap waarin de donkere en lome vocalen van Maarten Devoldere (de manier van zingen doet wel wat denken aan Lou Reed) en de zwoele en licht onderkoelde achtergrondvocalen van Sylvie Kreusch uitstekend gedijen.
Het debuut van Warhaus klinkt door de instrumentatie, sfeer en vocalen zo anders dan de meeste andere platen van het moment dat de nieuwsgierigheid constant wordt geprikkeld. Deze nieuwsgierigheid wordt beloond, want gedurende de hele spelduur van We Fucked A Flame Into Being blijft Warhaus verrassen, intrigeren en vermaken. Het is misschien een tussendoortje tussen twee Balthazar platen, maar wat mij betreft is Warhaus een blijvertje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Warhaus - We Fucked A Flame Into Being - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Warhaus is een project van Maarten Devoldere, die vooral bekend is van de Belgische band Balthazar. Samen met Balthazar drummer Michel Balcaen en Soldier’s Heart zangeres Sylvie Kreusch (ook de vriendin van Devoldere) heeft de Belgische muzikant een plaat gemaakt die vermaakt en intrigeert.
Op een of andere manier weet Balthazar tot dusver aan mijn aandacht te ontsnappen, maar We Fucked A Flame Into Being van Warhaus wist mijn aandacht direct te grijpen en heeft sindsdien niet meer los gelaten.
Het debuut van Warhaus wordt in persberichten vergeleken met de muziek van Leonard Cohen, Serge Gainsbourg en Nick Cave, waarmee de lat wel erg hoog wordt gelegd.
Van dit vergelijkingsmateriaal hoor ik persoonlijk niet altijd even veel terug. We Fucked A Flame Into Being doet qua sfeer heel af en toe denken aan de muziek van Leonard Cohen (en vooruit, in een van de tracks is het ook in vocaal opzicht een duidelijk voorbeeld) en wanneer de donkere tinten overheersen is ook de vergelijking met Nick Cave niet helemaal onzinnig, maar beide namen zou ik zelf niet hebben verzonnen wanneer het gaat om het vinden van relevant vergelijkingsmateriaal voor het debuut van Warhaus.
De vergelijking met de muziek van Serge Gainsbourg ligt meer voor de hand. We Fucked A Flame Into Being heeft het zwoele en sensuele van de muziek die Gainsbourg maakte in de jaren 60 en 70 en deelt de liefde van Gainsbourg voor whisky, sigaretten en mooie vrouwen.
Het meest bijzondere aan de muziek van Warhaus is wat mij betreft echter de instrumentatie en op dit terrein voegt Warhaus iets toe aan alles wat er al is. Het is een instrumentatie die flink wat raakvlakken heeft met de filmmuziek uit de jaren 60 en 70, waarbij de Franse filmmuziek (waar Gainsbourg ook een liefhebber en leverancier van was) en de muziek uit spooky Amerikaanse films uit deze periode centraal staan.
We Fucked A Flame Into Being valt op door mooie stemmige klanken die vooral donker gekleurd zijn en verrassend worden ingekleurd met bijzondere accenten van vooral blazers en incidenteel strijkers. Het is een muzikaal landschap waarin de donkere en lome vocalen van Maarten Devoldere (de manier van zingen doet wel wat denken aan Lou Reed) en de zwoele en licht onderkoelde achtergrondvocalen van Sylvie Kreusch uitstekend gedijen.
Het debuut van Warhaus klinkt door de instrumentatie, sfeer en vocalen zo anders dan de meeste andere platen van het moment dat de nieuwsgierigheid constant wordt geprikkeld. Deze nieuwsgierigheid wordt beloond, want gedurende de hele spelduur van We Fucked A Flame Into Being blijft Warhaus verrassen, intrigeren en vermaken. Het is misschien een tussendoortje tussen twee Balthazar platen, maar wat mij betreft is Warhaus een blijvertje. Erwin Zijleman
Warpaint - Heads Up (2016)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2016, 15:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Warpaint - Heads Up - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Heads Up, de derde plaat van de Amerikaanse band Warpaint, wordt tot dusver wat lauwtjes, of zelfs flink negatief ontvangen.
Ik probeer me over het algemeen niet zoveel aan te trekken van de recensies van anderen, maar het werkt kennelijk toch door, want ook ik heb de nieuwe plaat van de band uit Los Angeles wat langer laten liggen dan zijn twee voorgangers.
Ik begon vervolgens met niet al te hoge verwachtingen aan de beluistering van Heads Up, maar de plaat valt mij zeker niet tegen.
Warpaint kiest op haar derde plaat voor een wat ander geluid, maar heeft gelukkig ook een aantal vertrouwde ingrediënten behouden. Vergeleken met zijn twee voorgangers kiest Heads Up voor een wat lichtvoetiger geluid en het is bovendien een geluid met veel meer invloeden uit de pop en aangrenzende genres als hiphop, R&B, elektronica en dance.
Zeker vergeleken met de eerste plaat hebben de gitaren flink aan terrein verloren. Op Heads Up domineert de elektronica en het is elektronica die vaak stuurt in de richting van aanstekelijke popdeuntjes of dansbare tracks. Het is een ander geluid dan het vertrouwde en zo aangenaam hypnotiserende Warpaint geluid van de eerste twee platen, al zijn er wel degelijk raakvlakken met de vorige platen.
Zo draaien de stemmen van de zangeressen van de band weer prachtig om elkaar heen en hoewel het tempo in een aantal gevallen flink is opgeschroefd, komen de van de band bekende lome ritmes ook op Heads Up met enige regelmaat terug. De speelse ritmes en de diepe bassen geven de muziek van Warpaint nog steeds een bezwerend karakter en door dit bezwerende karakter werd ik op een gegeven moment toch weer gegrepen door de muziek van de band uit Los Angeles.
Heads Up klinkt bij oppervlakkige beluistering misschien als een toegankelijk popplaat, maar wanneer je wat beter naar de tracks op de plaat luistert, hoor je al snel dat de dames van Warpaint het experimenteren nog altijd hoog in het vaandel hebben staan en misschien niet vies zijn van pop, maar ook de postpunk trouw blijven.
Hoe meer ik naar Heads Up luister hoe meer ik hoor en hoe beter de plaat wordt. De derde van Warpaint is zeker anders dan zijn twee voorgangers, maar heeft van alles te bieden. En als aan het eind een heerlijk dromerig gitaarliedje voorbij komt is de cirkel opeens weer rond. Gewoon weer een prima plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Warpaint - Heads Up - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Heads Up, de derde plaat van de Amerikaanse band Warpaint, wordt tot dusver wat lauwtjes, of zelfs flink negatief ontvangen.
Ik probeer me over het algemeen niet zoveel aan te trekken van de recensies van anderen, maar het werkt kennelijk toch door, want ook ik heb de nieuwe plaat van de band uit Los Angeles wat langer laten liggen dan zijn twee voorgangers.
Ik begon vervolgens met niet al te hoge verwachtingen aan de beluistering van Heads Up, maar de plaat valt mij zeker niet tegen.
Warpaint kiest op haar derde plaat voor een wat ander geluid, maar heeft gelukkig ook een aantal vertrouwde ingrediënten behouden. Vergeleken met zijn twee voorgangers kiest Heads Up voor een wat lichtvoetiger geluid en het is bovendien een geluid met veel meer invloeden uit de pop en aangrenzende genres als hiphop, R&B, elektronica en dance.
Zeker vergeleken met de eerste plaat hebben de gitaren flink aan terrein verloren. Op Heads Up domineert de elektronica en het is elektronica die vaak stuurt in de richting van aanstekelijke popdeuntjes of dansbare tracks. Het is een ander geluid dan het vertrouwde en zo aangenaam hypnotiserende Warpaint geluid van de eerste twee platen, al zijn er wel degelijk raakvlakken met de vorige platen.
Zo draaien de stemmen van de zangeressen van de band weer prachtig om elkaar heen en hoewel het tempo in een aantal gevallen flink is opgeschroefd, komen de van de band bekende lome ritmes ook op Heads Up met enige regelmaat terug. De speelse ritmes en de diepe bassen geven de muziek van Warpaint nog steeds een bezwerend karakter en door dit bezwerende karakter werd ik op een gegeven moment toch weer gegrepen door de muziek van de band uit Los Angeles.
Heads Up klinkt bij oppervlakkige beluistering misschien als een toegankelijk popplaat, maar wanneer je wat beter naar de tracks op de plaat luistert, hoor je al snel dat de dames van Warpaint het experimenteren nog altijd hoog in het vaandel hebben staan en misschien niet vies zijn van pop, maar ook de postpunk trouw blijven.
Hoe meer ik naar Heads Up luister hoe meer ik hoor en hoe beter de plaat wordt. De derde van Warpaint is zeker anders dan zijn twee voorgangers, maar heeft van alles te bieden. En als aan het eind een heerlijk dromerig gitaarliedje voorbij komt is de cirkel opeens weer rond. Gewoon weer een prima plaat. Erwin Zijleman
Warpaint - Radiate Like This (2022)

4,0
1
geplaatst: 12 mei 2022, 19:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Warpaint - Radiate Like This - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Warpaint - Radiate Like This
Warpaint heeft ruim de tijd genomen voor haar vierde album, wat het meest evenwichtige en wat mij betreft ook het beste album tot dusver oplevert van deze bijzondere band uit Los Angeles
Bij de Amerikaanse Warpaint weet je nooit waar je aan toe bent. De eerste drie albums van de band klonken allemaal anders en wisselden bovendien instant klassiekers af met veel zwakkere songs. Ook op Radiate Like This klinken Emily Kokal, Jenny Lee Lindberg, Stella Mozgawa en Theresa Wayman weer totaal anders dan op hun vorige albums, maar de kwaliteit van de songs is dit keer verrassend constant. De muziek van het Amerikaanse viertal is nog altijd avontuurlijk en veelzijdig, maar Warpaint kiest dit keer ook voor een consistent geluid, dat een album lang aangenaam broeierig is. We hebben zes jaar moeten wachten op het vierde Warpaint album, maar Radiate Like This stelt geen moment teleur.
Radiate Like This is het vierde album van de Amerikaanse band Warpaint en de opvolger van het alweer zes jaar oude Heads Up. Na dit album namen de leden van de band de tijd voor hun soloprojecten en een normaal leven, waarna de coronapandemie het nieuwe album van de band nog wat verder vertraagde.
De coronapandemie zorgde ervoor dat de vier dames van Warpaint hun bijdragen aan het nieuwe album individueel opnamen in de eigen (thuis)studio’s, waarna er één geheel van werd gemaakt. Het was de afgelopen twee jaar een beproefde methode die soms goed en veel vaker minder goed werkte. In het geval van Warpaint heeft het in ieder geval uitstekend gewerkt, want Radiate Like This klinkt niet alleen als een bandalbum, maar is ook nog eens een heel goed bandalbum geworden.
Na zes jaar stilte is Warpaint bij velen van het netvlies en trommelvlies verdwenen, waardoor Radiate Like This klinkt als een nieuwe start, al moet ook gezegd worden dat in het verleden ieder nieuw Warpaint album klonk als een nieuwe start. Bij Warpaint kon je in het verleden terecht voor een opvallend bonte mix van steeds weer andere stijlen en ook op haar vierde album laat de band uit Los Angeles zich niet zomaar in een hokje duwen.
Radiate Like This klinkt echter meer als een eenheid en laat bovendien een wat constanter niveau horen dan op de vorige albums van Warpaint, die hoge pieken maar ook wel wat dalen kende. Op Radiate Like This kiest Warpaint vaak voor redelijk ingetogen songs, die flink afwijken van de uitbundige flirts met elektronica en beats op het vorige album.
Het zijn wat broeierig klinkende songs, waarin mooie gitaarloopjes worden gecombineerd met spannende ritmes, breed uitwaaiende wolken synths, heerlijk zwoele vrouwenvocalen en al even aangename koortjes. Het levert een redelijk toegankelijk, maar ook altijd spannend geluid op. Radiate Like This laat goed horen dat de leden van de band in alle rust hebben kunnen knutselen aan hun bijdragen, maar het zijn ook bijdragen die prachtig bij elkaar passen en elkaar versterken.
Zeker in de meest ingetogen songs klinkt Warpaint zomers en jazzy met een vleugje dreampop en een snufje triphop, maar ik hoor ook invloeden uit de psychedelica, postpunk, R&B en de onweerstaanbaar lekkere popmuziek waar Los Angeles in de jaren 70 het patent op had. Het zorgt ervoor dat het bijzonder lekker wegdromen is bij het vierde album van de Amerikaanse band, maar vergeet vooral niet om goed te luisteren naar al het moois op Radiate Like This.
Het was lang onzeker of Emily Kokal, Jenny Lee Lindberg, Stella Mozgawa en Theresa Wayman nog bij elkaar zouden komen voor een nieuw album, maar dit album is er gelukkig gekomen en zou zomaar het meest geslaagde Warpaint album tot dusver kunnen zijn. Het is een album vol bijzonder aangenaam klinkende songs, waarin de spanning steeds op subtiele wijze wordt opgebouwd en weer afgebouwd, waardoor het album bijzonder aangenaam voortkabbelt, maar nooit verveelt.
Het is ook een album vol bijzonder lekker in het gehoor liggende en wat zwoele en dromerige songs, die ook arty en avontuurlijk zijn, waarmee Warpaint zich makkelijk onderscheidt van de concurrentie. En omdat Warpaint ook op haar nieuwe album nooit voor de makkelijkste weg kiest, is Radiate Like This ook een album dat nog lang aan kracht blijft winnen. Het zou zomaar mijn eerste jaarlijstjesalbum van Warpaint kunnen zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Warpaint - Radiate Like This - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Warpaint - Radiate Like This
Warpaint heeft ruim de tijd genomen voor haar vierde album, wat het meest evenwichtige en wat mij betreft ook het beste album tot dusver oplevert van deze bijzondere band uit Los Angeles
Bij de Amerikaanse Warpaint weet je nooit waar je aan toe bent. De eerste drie albums van de band klonken allemaal anders en wisselden bovendien instant klassiekers af met veel zwakkere songs. Ook op Radiate Like This klinken Emily Kokal, Jenny Lee Lindberg, Stella Mozgawa en Theresa Wayman weer totaal anders dan op hun vorige albums, maar de kwaliteit van de songs is dit keer verrassend constant. De muziek van het Amerikaanse viertal is nog altijd avontuurlijk en veelzijdig, maar Warpaint kiest dit keer ook voor een consistent geluid, dat een album lang aangenaam broeierig is. We hebben zes jaar moeten wachten op het vierde Warpaint album, maar Radiate Like This stelt geen moment teleur.
Radiate Like This is het vierde album van de Amerikaanse band Warpaint en de opvolger van het alweer zes jaar oude Heads Up. Na dit album namen de leden van de band de tijd voor hun soloprojecten en een normaal leven, waarna de coronapandemie het nieuwe album van de band nog wat verder vertraagde.
De coronapandemie zorgde ervoor dat de vier dames van Warpaint hun bijdragen aan het nieuwe album individueel opnamen in de eigen (thuis)studio’s, waarna er één geheel van werd gemaakt. Het was de afgelopen twee jaar een beproefde methode die soms goed en veel vaker minder goed werkte. In het geval van Warpaint heeft het in ieder geval uitstekend gewerkt, want Radiate Like This klinkt niet alleen als een bandalbum, maar is ook nog eens een heel goed bandalbum geworden.
Na zes jaar stilte is Warpaint bij velen van het netvlies en trommelvlies verdwenen, waardoor Radiate Like This klinkt als een nieuwe start, al moet ook gezegd worden dat in het verleden ieder nieuw Warpaint album klonk als een nieuwe start. Bij Warpaint kon je in het verleden terecht voor een opvallend bonte mix van steeds weer andere stijlen en ook op haar vierde album laat de band uit Los Angeles zich niet zomaar in een hokje duwen.
Radiate Like This klinkt echter meer als een eenheid en laat bovendien een wat constanter niveau horen dan op de vorige albums van Warpaint, die hoge pieken maar ook wel wat dalen kende. Op Radiate Like This kiest Warpaint vaak voor redelijk ingetogen songs, die flink afwijken van de uitbundige flirts met elektronica en beats op het vorige album.
Het zijn wat broeierig klinkende songs, waarin mooie gitaarloopjes worden gecombineerd met spannende ritmes, breed uitwaaiende wolken synths, heerlijk zwoele vrouwenvocalen en al even aangename koortjes. Het levert een redelijk toegankelijk, maar ook altijd spannend geluid op. Radiate Like This laat goed horen dat de leden van de band in alle rust hebben kunnen knutselen aan hun bijdragen, maar het zijn ook bijdragen die prachtig bij elkaar passen en elkaar versterken.
Zeker in de meest ingetogen songs klinkt Warpaint zomers en jazzy met een vleugje dreampop en een snufje triphop, maar ik hoor ook invloeden uit de psychedelica, postpunk, R&B en de onweerstaanbaar lekkere popmuziek waar Los Angeles in de jaren 70 het patent op had. Het zorgt ervoor dat het bijzonder lekker wegdromen is bij het vierde album van de Amerikaanse band, maar vergeet vooral niet om goed te luisteren naar al het moois op Radiate Like This.
Het was lang onzeker of Emily Kokal, Jenny Lee Lindberg, Stella Mozgawa en Theresa Wayman nog bij elkaar zouden komen voor een nieuw album, maar dit album is er gelukkig gekomen en zou zomaar het meest geslaagde Warpaint album tot dusver kunnen zijn. Het is een album vol bijzonder aangenaam klinkende songs, waarin de spanning steeds op subtiele wijze wordt opgebouwd en weer afgebouwd, waardoor het album bijzonder aangenaam voortkabbelt, maar nooit verveelt.
Het is ook een album vol bijzonder lekker in het gehoor liggende en wat zwoele en dromerige songs, die ook arty en avontuurlijk zijn, waarmee Warpaint zich makkelijk onderscheidt van de concurrentie. En omdat Warpaint ook op haar nieuwe album nooit voor de makkelijkste weg kiest, is Radiate Like This ook een album dat nog lang aan kracht blijft winnen. Het zou zomaar mijn eerste jaarlijstjesalbum van Warpaint kunnen zijn. Erwin Zijleman
Watchhouse - Rituals (2025)

4,0
0
geplaatst: 2 juni 2025, 17:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Watchhouse - Rituals - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Watchhouse - Rituals
Mandolin Orange werd een paar jaar geleden Watchhouse, maar ook onder de nieuwe naam staan Emily Frantz en Andrew Marlin garant voor kwaliteit, waardoor ook Rituals weer een topalbum is
Ik heb inmiddels een aantal jaren een zwak voor de muziek van Emily Frantz en Andrew Marlin die mij betoverden met de laatste twee albums van Mandolin Orange en vervolgens indruk maakten met het eerste album van Watchhouse, dat deze week een vervolg krijgt met Rituals. De twee doen tegenwoordig minder met invloeden uit de bluegrass, maar maken mooi verzorgde Amerikaanse rootsmuziek met een randje pop. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, waarna de stemmen van Andrew Marlin en vooral die van Emily Frantz de kers op de taart zijn. De muziek van Mandolin Orange was misschien net wat meer uitgesproken, maar Rituals mag er zeker zijn.
Het verhaal van de Amerikaanse muzikanten Emily Frantz en Andrew Marlin is een bijzonder verhaal. Het duo en echtpaar uit Chapel Hill, North Carolina, formeerde in 2009 het duo Mandolin Orange, dat ik in 2016 ontdekte. Het duo had toen al een aantal albums op haar naam staan, maar na beluistering van het echt prachtige Blindfaller viel ook ik voor de muzikale charmes van Mandolin Orange.
Emily Frantz en Andrew Marlin bleken op dit album verrassend veelzijdig. Blindfaller bevatte een aantal bluegrass songs, maar ook songs met meer invloeden uit de country en bovendien een aantal songs met een klein randje pop. Blindfaller was in muzikaal opzicht een zeer smaakvol album, maar ik was vooral onder de indruk van de zang en dan vooral van de stem van Emily Frantz.
Ik was niet de enige die onder de indruk was van Blindfaller, want de populariteit van Mandolin Orange groeide, zeker nadat het tweetal in 2019 met Tides Of A Teardrop een minstens even mooi album afleverde. Het is een behoorlijk ingetogen en zich langzaam voortslepend album, dat zich wat minder snel opdrong dan voorganger Blindfaller, maar het was ook een groeiplaat die bij iedere keer horen nog wat mooier bleek.
Ik voorspelde Mandolin Orange in 2019 dan ook een grote toekomst, maar hoorde vervolgens niets meer van de band. In 2019 ontdekte ik bij toeval dat Emily Frantz en Andrew Marlin inmiddels muziek maakten onder de naam Watchhouse. Ik vond het een bijzondere move, zeker omdat de naam Mandoline Orange vanaf 2016 juist wat meer rond begon te zingen. De muziek van Watchhouse verschilde bovendien niet zo veel van de muziek van Mandolin Orange, al had topproducer Josh Kaufman het titelloze debuutalbum van Watchhouse wel voorzien van een net wat moderner klinkend geluid en van een bijzondere sfeer.
Ik vond het eerste album van Watchhouse uiteindelijk niet minder dan de laatste twee albums van Mandolin Orange, waardoor ik erg benieuwd was naar het nieuwe album van het duo uit North-Carolina. Na het debuutalbum verschenen nog een album met sobere en akoestische versies van de songs van het debuutalbum en een live-album, maar het deze week verschenen Rituals is het echte tweede album van Watchhouse.
Emily Franz en Andrew Marlin kozen dit keer de van The Dead Tongues bekende Ryan Gustafson als co-producer, maar echt heel veel veranderd is er niet. Vergeleken met de albums van Mandolin Orange zijn invloeden uit de bluegrass bijna helemaal verdwenen, waardoor de nadruk ligt op met name folk, country en een beetje pop. Het klinkt net als op het debuutalbum misschien niet heel spannend, maar wel warm en zeer sfeervol.
De instrumentatie is smaakvol en doeltreffend, maar de meeste magie op het album komt van de stemmen van Andrew Marlin en Emily Franz die prachtig bij elkaar passen. Als liefhebber van vrouwenstemmen had ik liever een wat grotere rol voor Emily Franz gehoord, maar ook Andrew Marlin beschikt over een mooie stem, die de songs van Watchhouse voorziet van een wat loom en tijdloos geluid.
Het klinkt allemaal net wat minder oorspronkelijk dan op de albums van Mandolin Orange, maar bij liefhebbers van authentieke Amerikaanse rootsmuziek met een fris tintje zal Rituals zeker in de smaak vallen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Watchhouse - Rituals - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Watchhouse - Rituals
Mandolin Orange werd een paar jaar geleden Watchhouse, maar ook onder de nieuwe naam staan Emily Frantz en Andrew Marlin garant voor kwaliteit, waardoor ook Rituals weer een topalbum is
Ik heb inmiddels een aantal jaren een zwak voor de muziek van Emily Frantz en Andrew Marlin die mij betoverden met de laatste twee albums van Mandolin Orange en vervolgens indruk maakten met het eerste album van Watchhouse, dat deze week een vervolg krijgt met Rituals. De twee doen tegenwoordig minder met invloeden uit de bluegrass, maar maken mooi verzorgde Amerikaanse rootsmuziek met een randje pop. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, waarna de stemmen van Andrew Marlin en vooral die van Emily Frantz de kers op de taart zijn. De muziek van Mandolin Orange was misschien net wat meer uitgesproken, maar Rituals mag er zeker zijn.
Het verhaal van de Amerikaanse muzikanten Emily Frantz en Andrew Marlin is een bijzonder verhaal. Het duo en echtpaar uit Chapel Hill, North Carolina, formeerde in 2009 het duo Mandolin Orange, dat ik in 2016 ontdekte. Het duo had toen al een aantal albums op haar naam staan, maar na beluistering van het echt prachtige Blindfaller viel ook ik voor de muzikale charmes van Mandolin Orange.
Emily Frantz en Andrew Marlin bleken op dit album verrassend veelzijdig. Blindfaller bevatte een aantal bluegrass songs, maar ook songs met meer invloeden uit de country en bovendien een aantal songs met een klein randje pop. Blindfaller was in muzikaal opzicht een zeer smaakvol album, maar ik was vooral onder de indruk van de zang en dan vooral van de stem van Emily Frantz.
Ik was niet de enige die onder de indruk was van Blindfaller, want de populariteit van Mandolin Orange groeide, zeker nadat het tweetal in 2019 met Tides Of A Teardrop een minstens even mooi album afleverde. Het is een behoorlijk ingetogen en zich langzaam voortslepend album, dat zich wat minder snel opdrong dan voorganger Blindfaller, maar het was ook een groeiplaat die bij iedere keer horen nog wat mooier bleek.
Ik voorspelde Mandolin Orange in 2019 dan ook een grote toekomst, maar hoorde vervolgens niets meer van de band. In 2019 ontdekte ik bij toeval dat Emily Frantz en Andrew Marlin inmiddels muziek maakten onder de naam Watchhouse. Ik vond het een bijzondere move, zeker omdat de naam Mandoline Orange vanaf 2016 juist wat meer rond begon te zingen. De muziek van Watchhouse verschilde bovendien niet zo veel van de muziek van Mandolin Orange, al had topproducer Josh Kaufman het titelloze debuutalbum van Watchhouse wel voorzien van een net wat moderner klinkend geluid en van een bijzondere sfeer.
Ik vond het eerste album van Watchhouse uiteindelijk niet minder dan de laatste twee albums van Mandolin Orange, waardoor ik erg benieuwd was naar het nieuwe album van het duo uit North-Carolina. Na het debuutalbum verschenen nog een album met sobere en akoestische versies van de songs van het debuutalbum en een live-album, maar het deze week verschenen Rituals is het echte tweede album van Watchhouse.
Emily Franz en Andrew Marlin kozen dit keer de van The Dead Tongues bekende Ryan Gustafson als co-producer, maar echt heel veel veranderd is er niet. Vergeleken met de albums van Mandolin Orange zijn invloeden uit de bluegrass bijna helemaal verdwenen, waardoor de nadruk ligt op met name folk, country en een beetje pop. Het klinkt net als op het debuutalbum misschien niet heel spannend, maar wel warm en zeer sfeervol.
De instrumentatie is smaakvol en doeltreffend, maar de meeste magie op het album komt van de stemmen van Andrew Marlin en Emily Franz die prachtig bij elkaar passen. Als liefhebber van vrouwenstemmen had ik liever een wat grotere rol voor Emily Franz gehoord, maar ook Andrew Marlin beschikt over een mooie stem, die de songs van Watchhouse voorziet van een wat loom en tijdloos geluid.
Het klinkt allemaal net wat minder oorspronkelijk dan op de albums van Mandolin Orange, maar bij liefhebbers van authentieke Amerikaanse rootsmuziek met een fris tintje zal Rituals zeker in de smaak vallen. Erwin Zijleman
Watchhouse - Watchhouse (2021)

4,0
2
geplaatst: 16 augustus 2021, 16:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Watchhouse - Watchhouse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Watchhouse - Watchhouse
Het debuutalbum van Watchhouse lag wat anoniem op de stapel, tot ik door had dat dit het muzikale vervolg is op Mandoline Orange en het is wat mij betreft een zeer interessant vervolg
Je moet het maar durven om te kiezen voor een nieuwe naam op een moment dat de vorige naam steeds meer de aandacht weet te trekken. Andrew Marlin en Emily Frantz durfden het en hebben Mandolin Orange achter zich gelaten. Watchhouse is een logisch vervolg op Mandolin Orange, maar het tweetal klinkt ook anders. Net wat toegankelijker, net wat minder traditioneel, maar nog altijd bezwerend en fascinerend. Het debuut van Watchhouse sleept zich langzaam voort en betovert langzaam maar steeds nadrukkelijker met mooie klanken, prachtige zang en harmonieën en songs die alleen maar mooier lijken te worden. Ik zal best nog wel eens verlangen naar Mandolin Orange, maar ook Watchhouse mag er zijn.
Watchhouse is een duo uit Chapel Hill, North Carolina, dat bestaat uit Andrew Marlin en Emily Frantz. Dat zijn voor mij sinds 2016 bekende namen, want toen pikte ik Blindfaller, het vijfde album van Mandolin Orange op. Blindfaller bleek een album dat zich niet heel makkelijk, maar uiteindelijk genadeloos opdrong. Dat gold ook weer voor het zesde album van het Amerikaanse tweetal, het in 2019 uitgebrachte Tides Of A Teardrop.
Dat laatste album blijkt nu de zwanenzang van Mandolin Orange, want Andrew Marlin en Emily Frantz maken een nieuwe start als Watchhouse. Het is een opvallende stap, want Mandolin Orange timmerde de afgelopen jaren met steeds meer succes aan de weg en leek klaar voor de doorbraak naar een breder publiek. Met name het eindeloze touren vormde echter een steeds grotere belasting voor het duo uit North Carolina, waardoor eind 2019 werd besloten om verder te gaan onder een andere naam.
Het titelloze debuut van Watchhouse is zeker niet mijlenver verwijderd van het geluid van Mandolin Orange, maar het borduurt ook zeker niet fantasieloos voort op de laatste twee albums van de vorige band van Andrew Marlin en Emily Frantz. Zeker op het eerste gehoor klinkt het debuut van Watchhouse toegankelijker en ook wat moderner dan de muziek van Mandolin Orange, wat deels de verdienste is van de inbreng van topproducer Josh Kaufman, die het geluid van het tweetal wat heeft opgepoetst.
De verschillen met de laatste twee albums van Mandolin Orange moeten ook weer niet overdreven worden, want ook Watchhouse laat zich beïnvloeden door bluegrass en de folk zoals die een eeuw geleden in de Appalachen werd gemaakt.
Het aan de voet van deze Appalachen opgenomen album is grotendeels ingekleurd door Andrew Marlin en Emily Frantz zelf. Eerstgenoemde tekent voor de gitaren en de mandoline, terwijl Emily Frantz vioolbijdragen toevoegt en net als Andrew Marlin verantwoordelijk is voor de vocalen. Gastmuzikanten dragen bas, drums en een aantal andere instrumenten aan en ook Josh Kaufman voegt nog wat accenten toe aan het over het algemeen genomen spaarzame geluid op het album.
Het duurde bij mij even voor de laatste twee albums van Mandoline Orange me grepen en ook het debuut van Watchhouse had tijd nodig. Zeker bij eerste beluistering sleept het album zich in een laag tempo voort en lijkt er niet al teveel te gebeuren, tot alle puzzelstukjes in elkaar vallen. Wanneer dat is gebeurd, is het debuut van Watchhouse een bezwerend album, dat steeds meer geheimen prijs geeft.
In muzikaal opzicht staat het als een huis, maar ook de zang van Andrew Marlin en Emily Frantz en hun harmonieën zijn prachtig, terwijl het duo in de teksten laat horen dat het zowel met de persoonlijke thema’s als met maatschappijkritische zaken uit de voeten kan.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij eerste beluistering wat teleurgesteld was, maar het debuut van Watchhouse groeit bij iedere beluistering en is inmiddels een album dat zomaar uit kan groeien tot mijn favorieten van het moment, al is het maar vanwege de bijzondere sfeer op het album, die de sfeer van een pandemie bedoeld of onbedoeld lijkt te vangen. Mandolin Orange is dood, leve Watchhouse! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Watchhouse - Watchhouse - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Watchhouse - Watchhouse
Het debuutalbum van Watchhouse lag wat anoniem op de stapel, tot ik door had dat dit het muzikale vervolg is op Mandoline Orange en het is wat mij betreft een zeer interessant vervolg
Je moet het maar durven om te kiezen voor een nieuwe naam op een moment dat de vorige naam steeds meer de aandacht weet te trekken. Andrew Marlin en Emily Frantz durfden het en hebben Mandolin Orange achter zich gelaten. Watchhouse is een logisch vervolg op Mandolin Orange, maar het tweetal klinkt ook anders. Net wat toegankelijker, net wat minder traditioneel, maar nog altijd bezwerend en fascinerend. Het debuut van Watchhouse sleept zich langzaam voort en betovert langzaam maar steeds nadrukkelijker met mooie klanken, prachtige zang en harmonieën en songs die alleen maar mooier lijken te worden. Ik zal best nog wel eens verlangen naar Mandolin Orange, maar ook Watchhouse mag er zijn.
Watchhouse is een duo uit Chapel Hill, North Carolina, dat bestaat uit Andrew Marlin en Emily Frantz. Dat zijn voor mij sinds 2016 bekende namen, want toen pikte ik Blindfaller, het vijfde album van Mandolin Orange op. Blindfaller bleek een album dat zich niet heel makkelijk, maar uiteindelijk genadeloos opdrong. Dat gold ook weer voor het zesde album van het Amerikaanse tweetal, het in 2019 uitgebrachte Tides Of A Teardrop.
Dat laatste album blijkt nu de zwanenzang van Mandolin Orange, want Andrew Marlin en Emily Frantz maken een nieuwe start als Watchhouse. Het is een opvallende stap, want Mandolin Orange timmerde de afgelopen jaren met steeds meer succes aan de weg en leek klaar voor de doorbraak naar een breder publiek. Met name het eindeloze touren vormde echter een steeds grotere belasting voor het duo uit North Carolina, waardoor eind 2019 werd besloten om verder te gaan onder een andere naam.
Het titelloze debuut van Watchhouse is zeker niet mijlenver verwijderd van het geluid van Mandolin Orange, maar het borduurt ook zeker niet fantasieloos voort op de laatste twee albums van de vorige band van Andrew Marlin en Emily Frantz. Zeker op het eerste gehoor klinkt het debuut van Watchhouse toegankelijker en ook wat moderner dan de muziek van Mandolin Orange, wat deels de verdienste is van de inbreng van topproducer Josh Kaufman, die het geluid van het tweetal wat heeft opgepoetst.
De verschillen met de laatste twee albums van Mandolin Orange moeten ook weer niet overdreven worden, want ook Watchhouse laat zich beïnvloeden door bluegrass en de folk zoals die een eeuw geleden in de Appalachen werd gemaakt.
Het aan de voet van deze Appalachen opgenomen album is grotendeels ingekleurd door Andrew Marlin en Emily Frantz zelf. Eerstgenoemde tekent voor de gitaren en de mandoline, terwijl Emily Frantz vioolbijdragen toevoegt en net als Andrew Marlin verantwoordelijk is voor de vocalen. Gastmuzikanten dragen bas, drums en een aantal andere instrumenten aan en ook Josh Kaufman voegt nog wat accenten toe aan het over het algemeen genomen spaarzame geluid op het album.
Het duurde bij mij even voor de laatste twee albums van Mandoline Orange me grepen en ook het debuut van Watchhouse had tijd nodig. Zeker bij eerste beluistering sleept het album zich in een laag tempo voort en lijkt er niet al teveel te gebeuren, tot alle puzzelstukjes in elkaar vallen. Wanneer dat is gebeurd, is het debuut van Watchhouse een bezwerend album, dat steeds meer geheimen prijs geeft.
In muzikaal opzicht staat het als een huis, maar ook de zang van Andrew Marlin en Emily Frantz en hun harmonieën zijn prachtig, terwijl het duo in de teksten laat horen dat het zowel met de persoonlijke thema’s als met maatschappijkritische zaken uit de voeten kan.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij eerste beluistering wat teleurgesteld was, maar het debuut van Watchhouse groeit bij iedere beluistering en is inmiddels een album dat zomaar uit kan groeien tot mijn favorieten van het moment, al is het maar vanwege de bijzondere sfeer op het album, die de sfeer van een pandemie bedoeld of onbedoeld lijkt te vangen. Mandolin Orange is dood, leve Watchhouse! Erwin Zijleman
Watkins Family Hour - Brother Sister (2020)

4,0
0
geplaatst: 15 april 2020, 17:32 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Watkins Family Hour - Brother Sister - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Watkins Family Hour - Brother Sister
Watkins Family Hour doet het dit keer zonder gastmuzikanten van naam en faam, maar in hun uppie kunnen Sara en Sean Watkins het ook
Ik was vijf jaar geleden zeer onder de indruk van het debuut van Watkins Family Hour. Dat was absoluut de verdienste van Sara en Sean Watkins, maar ook de bijdragen van flink wat grote muzikanten droegen bij aan het fraaie eindresultaat. Op Brother Sister schitteren de grote namen door afwezigheid, maar Sara en Sean Watkins kunnen het met zijn tweeën ook. Het nieuwe album van de band klinkt wat meer ingetogen en wat traditioneler, maar betovert nog altijd met muzikale hoogstandjes en de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van de twee Watkins telgen, die inmiddels toch een fraai oeuvre op hun naam hebben staan.
Watkins Family Hour is een project van broer en zus Sara en Sean Watkins, die we vooral kennen van de Amerikaanse progressive bluegrass band Nickel Creek.
Watkins Family Hour begon aan het begin van het huidige millennium als een kleinschalige theatershow in het fameuze The Largo theater in Los Angeles. Sara en Sean Watkins werden op het podium echter vergezeld door steeds meer muzikanten van naam en faam, waardoor het project steeds belangrijker en interessanter werd.
Vijf jaar geleden debuteerde Watkins Family Hour met een uitstekend titelloos album, waarop een aantal van deze muzikanten van naam en faam van de partij was. Dankzij Sara en Sean Watkins, maar zeker ook dankzij zwaargewichten als pianist Benmont Tench, pedal steel virtuoos Greg Leisz, bassist Sebastian Steinberg, meesterdrummer Don Heffington en niemand minder dan Fiona Apple, was het debuut van Watkins Family Hour een zeer geslaagd debuut, waarop invloeden uit de traditionele bluegrass, folk en country centraal stonden.
Na een stilte van vijf jaar verscheen deze week het tweede album van Watkins Family Hour. Sara en Sea Watkins staan dit keer alleen op de cover van het album dat ook nog eens de titel Brother Sister heeft meegekregen. Het suggereert dat de twee dit keer zonder de hulp van anderen een album hebben opgenomen. Dat blijkt niet helemaal het geval, maar de grote namen die het debuut van de gelegenheidsband vijf jaar geleden wat extra glans gaven ontbreken dit keer. Dat is op zich geen probleem want Sara en Sean Watkins kunnen uit de voeten op meerdere instrumenten en zijn bovendien voorzien van bijzonder mooie stemmen, die ook nog eens prachtig bij elkaar passen.
Het samen met producer Mike Viola (die vorige maand nog fraai werk leverde op het verrassend goede album van Mandy Moore) gemaakte Brother Sister klinkt een stuk soberder dan het vijf jaar oude debuut van de band en klinkt bovendien een stuk traditioneler.
De instrumentatie bestaat voor een belangrijk deel uit akoestische gitaar en viool, met op de achtergrond wat subtiele accenten van onder andere piano en keyboards. Het betekent dat er meer nadruk ligt op de stemmen van broer en zus Watkins en dat is geen straf. Met name Sara zingt weer prachtig, maar ook de harmonieën op het album zijn bijzonder fraai.
Brother Sister ligt vanwege het instrumentarium wat dichter bij de muziek van Nickel Creek en klinkt bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een minder breed palet dan het debuut van Watkins Family Hour. Bluegrass speelt een nog voornamere rol dan op het debuut van de band, maar net als met Nickel Creek slagen Sara en Sean Watkins er ook met Watkins Family Hour in om bluegrass fris en eigentijds te laten klinken.
Door het ontbreken van de grote namen is Brother Sister een flink ander album dan de geprezen voorganger, maar hoe vaker ik naar de tweede van Watkins Family Hour luister, hoe mooier ik het album vind. Brother Sister is een album zonder opsmuk, met gevoel voor traditie, vol muzikale hoogstandjes en met werkelijk wonderschone zang. Het onderstreept het enorme talent van broer en zus Watkins nog maar eens. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Watkins Family Hour - Brother Sister - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Watkins Family Hour - Brother Sister
Watkins Family Hour doet het dit keer zonder gastmuzikanten van naam en faam, maar in hun uppie kunnen Sara en Sean Watkins het ook
Ik was vijf jaar geleden zeer onder de indruk van het debuut van Watkins Family Hour. Dat was absoluut de verdienste van Sara en Sean Watkins, maar ook de bijdragen van flink wat grote muzikanten droegen bij aan het fraaie eindresultaat. Op Brother Sister schitteren de grote namen door afwezigheid, maar Sara en Sean Watkins kunnen het met zijn tweeën ook. Het nieuwe album van de band klinkt wat meer ingetogen en wat traditioneler, maar betovert nog altijd met muzikale hoogstandjes en de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van de twee Watkins telgen, die inmiddels toch een fraai oeuvre op hun naam hebben staan.
Watkins Family Hour is een project van broer en zus Sara en Sean Watkins, die we vooral kennen van de Amerikaanse progressive bluegrass band Nickel Creek.
Watkins Family Hour begon aan het begin van het huidige millennium als een kleinschalige theatershow in het fameuze The Largo theater in Los Angeles. Sara en Sean Watkins werden op het podium echter vergezeld door steeds meer muzikanten van naam en faam, waardoor het project steeds belangrijker en interessanter werd.
Vijf jaar geleden debuteerde Watkins Family Hour met een uitstekend titelloos album, waarop een aantal van deze muzikanten van naam en faam van de partij was. Dankzij Sara en Sean Watkins, maar zeker ook dankzij zwaargewichten als pianist Benmont Tench, pedal steel virtuoos Greg Leisz, bassist Sebastian Steinberg, meesterdrummer Don Heffington en niemand minder dan Fiona Apple, was het debuut van Watkins Family Hour een zeer geslaagd debuut, waarop invloeden uit de traditionele bluegrass, folk en country centraal stonden.
Na een stilte van vijf jaar verscheen deze week het tweede album van Watkins Family Hour. Sara en Sea Watkins staan dit keer alleen op de cover van het album dat ook nog eens de titel Brother Sister heeft meegekregen. Het suggereert dat de twee dit keer zonder de hulp van anderen een album hebben opgenomen. Dat blijkt niet helemaal het geval, maar de grote namen die het debuut van de gelegenheidsband vijf jaar geleden wat extra glans gaven ontbreken dit keer. Dat is op zich geen probleem want Sara en Sean Watkins kunnen uit de voeten op meerdere instrumenten en zijn bovendien voorzien van bijzonder mooie stemmen, die ook nog eens prachtig bij elkaar passen.
Het samen met producer Mike Viola (die vorige maand nog fraai werk leverde op het verrassend goede album van Mandy Moore) gemaakte Brother Sister klinkt een stuk soberder dan het vijf jaar oude debuut van de band en klinkt bovendien een stuk traditioneler.
De instrumentatie bestaat voor een belangrijk deel uit akoestische gitaar en viool, met op de achtergrond wat subtiele accenten van onder andere piano en keyboards. Het betekent dat er meer nadruk ligt op de stemmen van broer en zus Watkins en dat is geen straf. Met name Sara zingt weer prachtig, maar ook de harmonieën op het album zijn bijzonder fraai.
Brother Sister ligt vanwege het instrumentarium wat dichter bij de muziek van Nickel Creek en klinkt bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een minder breed palet dan het debuut van Watkins Family Hour. Bluegrass speelt een nog voornamere rol dan op het debuut van de band, maar net als met Nickel Creek slagen Sara en Sean Watkins er ook met Watkins Family Hour in om bluegrass fris en eigentijds te laten klinken.
Door het ontbreken van de grote namen is Brother Sister een flink ander album dan de geprezen voorganger, maar hoe vaker ik naar de tweede van Watkins Family Hour luister, hoe mooier ik het album vind. Brother Sister is een album zonder opsmuk, met gevoel voor traditie, vol muzikale hoogstandjes en met werkelijk wonderschone zang. Het onderstreept het enorme talent van broer en zus Watkins nog maar eens. Erwin Zijleman
Watkins Family Hour - Vol. II (2022)

4,0
0
geplaatst: 21 augustus 2022, 12:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Watkins Family Hour - Vol. II - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Watkins Family Hour - Vol. II
Sarah en Sean Watkins hebben hun Watkins Family Hour op Vol. II weer uitgebreid met flink wat gastmuzikanten van naam en faam, waardoor het de echte opvolger is van het debuutalbum uit 2015
Watkins Family Hour dook in 2015 op als gelegenheidsband van Sarah en Sean Watkins, die destijds nog deel uitmaakten van de band Nickel Creek. Samen met flink wat gelouterde gastmuzikanten leverden de twee een geïnspireerd klinkend debuutalbum vol aansprekende covers op. Op het twee jaar geleden verschenen Brother Sister waren vooral Sarah en Sean Watkins zelf te horen, maar op het deze week verschenen Vol. II is de gastenlijst weer goed gevuld, deels met namen die ook op de cover van het debuutalbum van de band prijkten en deels met andere bevriende muzikanten uit de muziekscene van Los Angeles. Het levert wederom een uitstekend album op, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht kwaliteit ademt.
Watkins Family Hour is een project van broer en zus Sarah en Sean Watkins, die aan het begin van het huidige millennium furore maakten met de ‘progressive bluegrass’ band Nickel Creek. Sarah en Sean Watkins maakten hiernaast deel uit van de gelegenheidsband Mutual Admiration Society en brachten meerdere soloalbums uit, waarvan met name die van Sarah Watkins zeer de moeite waard zijn. In 2015 verscheen het titelloze debuutalbum van Watkins Family Hour, dat werd gemaakt werd met een flink aantal gastmuzikanten, die ook allemaal te zien waren op de cover van het album.
Watkins Family Hour was oorspronkelijk overigens een project dat alleen was te zien en te horen op de planken van het Largo theater in Los Angeles, waar wekelijks een aantal muzikanten aanschoven, onder wie muzikanten van naam en faam als Jackson Browne, Fiona Apple, Benmont Tench, Greg Leisz en Don Heffington, die met uitzondering van eerstgenoemde allemaal waren te horen op het met louter covers gevulde en zeer goed ontvangen debuutalbum van Watkins Family Hour.
In 2020 doken Sarah en Sean Watkins weer op met het tweede album van Watkins Family Hour, Brother Sister. Zoals de titel al doet vermoeden was de rol van gastmuzikanten dit keer veel minder groot, maar het album, dat verraste met eigen songs en de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van broer en zus Watkins, deed zeker niet onder voor het debuutalbum van de band.
Deze week keert Watkins Family Hour terug met haar derde album, dat de enigszins verwarrende titel Vol. II heeft gekregen. Vol. II is, veel meer dan het twee jaar geleden verschenen Brother Sister, de opvolger van het titelloze debuutalbum uit 2015. Ook dit keer vertolkt Watkins Family Hour uitsluitend songs van anderen en waar Sarah en Sean Watkins op hun vorige album bijna alles zelf deden, is dit keer de sterrencast van het debuutalbum weer van de partij.
Op Vol. II keren oudgedienden Fiona Apple en Benmont Tench terug en dit keer krijgen ze gezelschap van onder andere Jon Brion, Jackson Browne, Madison Cunningham en Lucius, die overigens ook nog genoeg ruimte overlaten voor de prachtige stemmen en muzikale hoogstandjes van Sarah en Sean Watkins.
Net als op het debuut van de band, is de keuze van de songs op Vol. II even smaakvol als verrassend. Het album bevat een aantal songs die je verwacht bij de muzikanten die zijn te horen op het album, maar ook songs van onder andere Elliott Smith en tUnE-yArDs hebben een plekje gekregen op Vol. II.
Ik was en ben zeer gecharmeerd van Brother Sister, maar het is goed om de topmuzikanten van het debuutalbum weer eens te horen, al had de rol van Fiona Apple van mij wel wat groter mogen zijn. De bijdragen van gastmuzikanten zorgen voor flink wat afwisseling op een album, waarop met name Sarah Watkins niet vergeet om haar plekje in de spotlights op te eisen, wat zeker geen straf is.
Met zoveel topmuzikanten aan boord is het niet verrassend dat Vol. II fantastisch klinkt, maar het meeste kippenvel wordt wat mij betreft veroorzaakt door de geweldige zang op het album. Watkins Family Hour was ooit niet meer dan een gelegenheid om met een aantal bevriende muzikanten op ongedwongen wijze muziek te maken, maar op Vol. II klinkt Watkins Family Hour buitengewoon geïnspireerd en wordt met veel gevoel gezongen, waardoor de band rond Sarah en Watkins wederom veel meer is dan een gelegenheidsband of een uit de hand gelopen project. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Watkins Family Hour - Vol. II - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Watkins Family Hour - Vol. II
Sarah en Sean Watkins hebben hun Watkins Family Hour op Vol. II weer uitgebreid met flink wat gastmuzikanten van naam en faam, waardoor het de echte opvolger is van het debuutalbum uit 2015
Watkins Family Hour dook in 2015 op als gelegenheidsband van Sarah en Sean Watkins, die destijds nog deel uitmaakten van de band Nickel Creek. Samen met flink wat gelouterde gastmuzikanten leverden de twee een geïnspireerd klinkend debuutalbum vol aansprekende covers op. Op het twee jaar geleden verschenen Brother Sister waren vooral Sarah en Sean Watkins zelf te horen, maar op het deze week verschenen Vol. II is de gastenlijst weer goed gevuld, deels met namen die ook op de cover van het debuutalbum van de band prijkten en deels met andere bevriende muzikanten uit de muziekscene van Los Angeles. Het levert wederom een uitstekend album op, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht kwaliteit ademt.
Watkins Family Hour is een project van broer en zus Sarah en Sean Watkins, die aan het begin van het huidige millennium furore maakten met de ‘progressive bluegrass’ band Nickel Creek. Sarah en Sean Watkins maakten hiernaast deel uit van de gelegenheidsband Mutual Admiration Society en brachten meerdere soloalbums uit, waarvan met name die van Sarah Watkins zeer de moeite waard zijn. In 2015 verscheen het titelloze debuutalbum van Watkins Family Hour, dat werd gemaakt werd met een flink aantal gastmuzikanten, die ook allemaal te zien waren op de cover van het album.
Watkins Family Hour was oorspronkelijk overigens een project dat alleen was te zien en te horen op de planken van het Largo theater in Los Angeles, waar wekelijks een aantal muzikanten aanschoven, onder wie muzikanten van naam en faam als Jackson Browne, Fiona Apple, Benmont Tench, Greg Leisz en Don Heffington, die met uitzondering van eerstgenoemde allemaal waren te horen op het met louter covers gevulde en zeer goed ontvangen debuutalbum van Watkins Family Hour.
In 2020 doken Sarah en Sean Watkins weer op met het tweede album van Watkins Family Hour, Brother Sister. Zoals de titel al doet vermoeden was de rol van gastmuzikanten dit keer veel minder groot, maar het album, dat verraste met eigen songs en de prachtig bij elkaar kleurende stemmen van broer en zus Watkins, deed zeker niet onder voor het debuutalbum van de band.
Deze week keert Watkins Family Hour terug met haar derde album, dat de enigszins verwarrende titel Vol. II heeft gekregen. Vol. II is, veel meer dan het twee jaar geleden verschenen Brother Sister, de opvolger van het titelloze debuutalbum uit 2015. Ook dit keer vertolkt Watkins Family Hour uitsluitend songs van anderen en waar Sarah en Sean Watkins op hun vorige album bijna alles zelf deden, is dit keer de sterrencast van het debuutalbum weer van de partij.
Op Vol. II keren oudgedienden Fiona Apple en Benmont Tench terug en dit keer krijgen ze gezelschap van onder andere Jon Brion, Jackson Browne, Madison Cunningham en Lucius, die overigens ook nog genoeg ruimte overlaten voor de prachtige stemmen en muzikale hoogstandjes van Sarah en Sean Watkins.
Net als op het debuut van de band, is de keuze van de songs op Vol. II even smaakvol als verrassend. Het album bevat een aantal songs die je verwacht bij de muzikanten die zijn te horen op het album, maar ook songs van onder andere Elliott Smith en tUnE-yArDs hebben een plekje gekregen op Vol. II.
Ik was en ben zeer gecharmeerd van Brother Sister, maar het is goed om de topmuzikanten van het debuutalbum weer eens te horen, al had de rol van Fiona Apple van mij wel wat groter mogen zijn. De bijdragen van gastmuzikanten zorgen voor flink wat afwisseling op een album, waarop met name Sarah Watkins niet vergeet om haar plekje in de spotlights op te eisen, wat zeker geen straf is.
Met zoveel topmuzikanten aan boord is het niet verrassend dat Vol. II fantastisch klinkt, maar het meeste kippenvel wordt wat mij betreft veroorzaakt door de geweldige zang op het album. Watkins Family Hour was ooit niet meer dan een gelegenheid om met een aantal bevriende muzikanten op ongedwongen wijze muziek te maken, maar op Vol. II klinkt Watkins Family Hour buitengewoon geïnspireerd en wordt met veel gevoel gezongen, waardoor de band rond Sarah en Watkins wederom veel meer is dan een gelegenheidsband of een uit de hand gelopen project. Erwin Zijleman
Watkins Family Hour - Watkins Family Hour (2015)

4,5
1
geplaatst: 18 augustus 2015, 15:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Watkins Family Hour - Watkins Family Hour - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Watkins Family Hour is een project van broer en zus Sara en Sean Watkins, die de afgelopen 15 jaar hele mooie muziek hebben gemaakt met hun gezamenlijke en vooral in de Verenigde Staten zeer succesvolle band Nickel Creek.
Nickel Creek verwerkt op haar platen vooral invloeden uit de traditionele folk, country en bluegrass en deze genres staan ook centraal op het debuut van Watkins Family Hour.
Sara en Sean Watkins hebben voor het project Watkins Family Hour het afgelopen jaar in Los Angeles op het podium gestaan met nogal wat muzikanten van naam en faam en een aantal van deze muzikanten is ook te horen op het titelloze debuut van de band.
Met de muzikale kwaliteiten van Sara en Sean Watkins, die geweldig uit de voeten kunnen op respectievelijk de viool en uiteenlopende snareninstrumenten, valt het al niet mee om een slechte plaat te maken, maar als ook zwaargewichten als pianist Benmont Tench, pedal steel virtuoos Greg Leisz, bassist Sebastian Steinberg en drummer Don Heffington act de présence geven, weet je dat het in muzikaal opzicht wel goed zit. De bijdrage van niemand minder dan Fiona Apple is de kers op de taart.
Het levert een ontspannen plaat op, waarop broer en zus Watkins en hun muzikale medestanders op zeer gedreven wijze aan de haal gaan met invloeden uit een aantal decennia Amerikaanse rootsmuziek.
Op het debuut van Watkins Family Hour is zeker plaats voor muzikale hoogstandjes, maar uiteindelijk staan de songs staan centraal en deze songs zijn wonderschoon. Het zijn songs vol geweldige vocalen, vol emotie en vol plezier, wat beluistering van de muziek van Watkins Family Hour een waar feest maakt.
Het is een feest waarop muziek wordt gemaakt van een bij vlagen bijna onwerkelijk hoog niveau, maar het is ook muziek die van de eerste tot de laatste noot vermaakt. Heerlijke plaat en hopelijk de start van een omvangrijke serie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Watkins Family Hour - Watkins Family Hour - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Watkins Family Hour is een project van broer en zus Sara en Sean Watkins, die de afgelopen 15 jaar hele mooie muziek hebben gemaakt met hun gezamenlijke en vooral in de Verenigde Staten zeer succesvolle band Nickel Creek.
Nickel Creek verwerkt op haar platen vooral invloeden uit de traditionele folk, country en bluegrass en deze genres staan ook centraal op het debuut van Watkins Family Hour.
Sara en Sean Watkins hebben voor het project Watkins Family Hour het afgelopen jaar in Los Angeles op het podium gestaan met nogal wat muzikanten van naam en faam en een aantal van deze muzikanten is ook te horen op het titelloze debuut van de band.
Met de muzikale kwaliteiten van Sara en Sean Watkins, die geweldig uit de voeten kunnen op respectievelijk de viool en uiteenlopende snareninstrumenten, valt het al niet mee om een slechte plaat te maken, maar als ook zwaargewichten als pianist Benmont Tench, pedal steel virtuoos Greg Leisz, bassist Sebastian Steinberg en drummer Don Heffington act de présence geven, weet je dat het in muzikaal opzicht wel goed zit. De bijdrage van niemand minder dan Fiona Apple is de kers op de taart.
Het levert een ontspannen plaat op, waarop broer en zus Watkins en hun muzikale medestanders op zeer gedreven wijze aan de haal gaan met invloeden uit een aantal decennia Amerikaanse rootsmuziek.
Op het debuut van Watkins Family Hour is zeker plaats voor muzikale hoogstandjes, maar uiteindelijk staan de songs staan centraal en deze songs zijn wonderschoon. Het zijn songs vol geweldige vocalen, vol emotie en vol plezier, wat beluistering van de muziek van Watkins Family Hour een waar feest maakt.
Het is een feest waarop muziek wordt gemaakt van een bij vlagen bijna onwerkelijk hoog niveau, maar het is ook muziek die van de eerste tot de laatste noot vermaakt. Heerlijke plaat en hopelijk de start van een omvangrijke serie. Erwin Zijleman
Waxahatchee - Ivy Tripp (2015)

4,5
0
geplaatst: 16 april 2015, 14:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Waxahatchee - Ivy Tripp - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Waxahatchee, het alter ego van Amerikaanse singer-songwriter Katie Crutchfield haalde eind 2013 de Amerikaanse jaarlijstjes met haar tweede plaat Cerulean Salt. De plaat kreeg vervolgens ook in Nederland enige aandacht, maar inmiddels lijken we Waxahatchee hier al weer vergeten.
Ik ben Waxahatchee echter zeker niet vergeten. Cerulean Salt vergeleek ik eind 2013 met het briljante Exile In Guyville van Liz Phair en dat is een plaat waarmee maar heel weinig platen vergeleken mogen worden. Cerulean Salt vergeleek ik hiernaast met het betere werk van PJ Harvey, Cat Power, Kristin Hersh, Sinéad O'Connor, Juliana Hatfield, Ani DiFranco en Sleater Kinney, zodat ik met behoorlijk hoge verwachtingen uitkeek naar de nieuwe plaat van Waxahatchee.
Deze verscheen aan het begin van deze maand, maar krijgt in Nederland tot dusver helaas nauwelijks aandacht. Dat is niet alleen onbegrijpelijk maar ook doodzonde, want Ivy Tripp maakt mijn bijzonder hooggespannen verwachtingen meer dan waar.
Ook bij beluistering van Ivy Tripp komt het bovenstaande rijtje namen voorbij, maar net als op Cerulean Salt voegt Katie Crutchfield ook dit keer een flinke dosis eigenzinnigheid toe. Het levert stekelige popliedjes op waarvan je alleen maar kunt houden.
Vergeleken met zijn voorgangers rammelt Ivy Tripp net wat minder en dat komt de songs van Waxahatchee alleen maar ten goede. Nog meer dan op deze voorgangers heeft Waxahatchee een duidelijk eigen geluid en het is een geluid om te koesteren.
De muziek van Katie Crutchfield liet zich al niet in een hokje duwen en laat dat nog steeds niet toe. Ivy Tripp schiet hiervoor teveel kanten op en schakelt bijna achteloos tussen hopeloos aanstekelijke rocksongs, meer ingetogen songs en songs waarin Waxahatchee met wilde halen buiten de lijntjes mag kleuren.
Vergeleken met het zeker al niet misselijke Cerulean Salt laat Ivy Tripp op meerdere terreinen groei horen. In vocaal opzicht klinkt Katie Crutchfield een stuk zelfverzekerder, wat zowel in de meer ingetogen als in de wat uitbundigere songs prima vocalen oplevert.
In muzikaal opzicht rammelt Ivy Tripp zoals gezegd wat minder dan zijn voorgangers, maar hier blijft het niet bij. De instrumentatie op Ivy Tripp is voller dan op de vorige platen van Waxahatchee, maar zit ook vol verrassingen. Het gitaarwerk is vaak hoekig en elementair, maar minstens net zo vaak van een enorme schoonheid. Ook de bijdragen van (80s) synths en subtiel ingezette ritmeboxen geven de muziek van Waxahatchee steeds weer een net wat ander geluid en het is een geluid dat zeker niet alledaags is.
Nog meer dan op Cerulean Salt verrast Waxahatchee op Ivy Tripp met een serie geweldige popsongs. Het zijn popsongs die de grenzen opzoeken, maar het zijn ook popsongs die goed zijn voor een brede glimlach.
Waxahatchee werd bijna anderhalf jaar geleden terecht opgenomen in de jaarlijstjes van de eigenzinnigere muziektijdschriften en muzieksites, maar blijkt inmiddels een paar stappen verder. Ivy Tripp wordt inmiddels dan ook bejubeld in de Verenigde Staten en daar valt niets, maar dan ook niets op af te dingen. Hopelijk ontdekken we dat in Nederland ook snel, want Ivy Tripp is een plaat die je nog lang zal heugen en koesteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Waxahatchee - Ivy Tripp - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Waxahatchee, het alter ego van Amerikaanse singer-songwriter Katie Crutchfield haalde eind 2013 de Amerikaanse jaarlijstjes met haar tweede plaat Cerulean Salt. De plaat kreeg vervolgens ook in Nederland enige aandacht, maar inmiddels lijken we Waxahatchee hier al weer vergeten.
Ik ben Waxahatchee echter zeker niet vergeten. Cerulean Salt vergeleek ik eind 2013 met het briljante Exile In Guyville van Liz Phair en dat is een plaat waarmee maar heel weinig platen vergeleken mogen worden. Cerulean Salt vergeleek ik hiernaast met het betere werk van PJ Harvey, Cat Power, Kristin Hersh, Sinéad O'Connor, Juliana Hatfield, Ani DiFranco en Sleater Kinney, zodat ik met behoorlijk hoge verwachtingen uitkeek naar de nieuwe plaat van Waxahatchee.
Deze verscheen aan het begin van deze maand, maar krijgt in Nederland tot dusver helaas nauwelijks aandacht. Dat is niet alleen onbegrijpelijk maar ook doodzonde, want Ivy Tripp maakt mijn bijzonder hooggespannen verwachtingen meer dan waar.
Ook bij beluistering van Ivy Tripp komt het bovenstaande rijtje namen voorbij, maar net als op Cerulean Salt voegt Katie Crutchfield ook dit keer een flinke dosis eigenzinnigheid toe. Het levert stekelige popliedjes op waarvan je alleen maar kunt houden.
Vergeleken met zijn voorgangers rammelt Ivy Tripp net wat minder en dat komt de songs van Waxahatchee alleen maar ten goede. Nog meer dan op deze voorgangers heeft Waxahatchee een duidelijk eigen geluid en het is een geluid om te koesteren.
De muziek van Katie Crutchfield liet zich al niet in een hokje duwen en laat dat nog steeds niet toe. Ivy Tripp schiet hiervoor teveel kanten op en schakelt bijna achteloos tussen hopeloos aanstekelijke rocksongs, meer ingetogen songs en songs waarin Waxahatchee met wilde halen buiten de lijntjes mag kleuren.
Vergeleken met het zeker al niet misselijke Cerulean Salt laat Ivy Tripp op meerdere terreinen groei horen. In vocaal opzicht klinkt Katie Crutchfield een stuk zelfverzekerder, wat zowel in de meer ingetogen als in de wat uitbundigere songs prima vocalen oplevert.
In muzikaal opzicht rammelt Ivy Tripp zoals gezegd wat minder dan zijn voorgangers, maar hier blijft het niet bij. De instrumentatie op Ivy Tripp is voller dan op de vorige platen van Waxahatchee, maar zit ook vol verrassingen. Het gitaarwerk is vaak hoekig en elementair, maar minstens net zo vaak van een enorme schoonheid. Ook de bijdragen van (80s) synths en subtiel ingezette ritmeboxen geven de muziek van Waxahatchee steeds weer een net wat ander geluid en het is een geluid dat zeker niet alledaags is.
Nog meer dan op Cerulean Salt verrast Waxahatchee op Ivy Tripp met een serie geweldige popsongs. Het zijn popsongs die de grenzen opzoeken, maar het zijn ook popsongs die goed zijn voor een brede glimlach.
Waxahatchee werd bijna anderhalf jaar geleden terecht opgenomen in de jaarlijstjes van de eigenzinnigere muziektijdschriften en muzieksites, maar blijkt inmiddels een paar stappen verder. Ivy Tripp wordt inmiddels dan ook bejubeld in de Verenigde Staten en daar valt niets, maar dan ook niets op af te dingen. Hopelijk ontdekken we dat in Nederland ook snel, want Ivy Tripp is een plaat die je nog lang zal heugen en koesteren. Erwin Zijleman
Waxahatchee - Out in the Storm (2017)

4,5
0
geplaatst: 16 juli 2017, 09:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Waxahatchee - Out In The Storm - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Waxahatchee, het alter ego van Amerikaanse singer-songwriter Katie Crutchfield maakte met Cerulean Salt uit 2013 en Ivy Trip uit 2015 al twee jaarlijstjesplaten, maar overtreft beide platen vrij makkelijk met het werkelijk fantastische Out In The Storm.
Op haar nieuwe plaat bezingt de Amerikaanse singer-songwriter haar liefdesbreuk of eigenlijk meer de ontsnapping uit een relatie die niet goed voor haar was.
Het levert zeker geen plaat vol zielige luisterliedjes op, want Katie Crutchfield is vooral opgelucht. En boos.
In de openingstrack uit zich dat in een behoorlijk stevige rocksong en Out In The Storm bevat meer opvallend stevige songs. Deze stevige songs worden gecombineerd met intiemere luisterliedjes en vooral met heerlijk broeierige songs.
De muziek van Waxahatchee vergeleek ik in het verleden met de klassieker Exile In Guyville van Liz Phair (totaal onvergelijkbaar met haar andere platen) en met de muziek van onder andere PJ Harvey, Cat Power, Kristin Hersh, Sinéad O'Connor, Juliana Hatfield, Ani DiFranco, Courtney Barnett, Frankie Cosmos en Sleater Kinney. Het zijn allemaal namen die ook weer opduiken bij beluistering van Out In The Storm, maar Katie Crutchfield heeft op Out In The Storm toch vooral een eigen geluid.
Het is een geluid dat enorm veel kracht en urgentie uitstraalt, waardoor de plaat mij direct te pakken had. Vergeleken met Cerulean Salt en Ivy Trip heeft Out In The Storm een veel voller bandgeluid en dat bevalt me wel.
Waxahatchee imponeert op haar nieuwe plaat met een vol en bij vlagen overweldigend geluid, maar Out In The Storm klinkt door de persoonlijke teksten en de mooie stem van Katie Crutchfield ook intiem. Natuurlijk komt er de nodige persoonlijke ellende voorbij op de plaat, maar Waxahatchee komt vooral sterker uit de relatie die achter haar ligt.
Out In The Storm werd geproduceerd door de gelouterde John Agnello, die alles en iedereen tussen Dinosaur Jr. en Sonic Youth en tussen Cyndi Lauper en de Drive-By Truckers produceerde. Agnello heeft de nieuwe plaat van Waxahatchee voorzien van een tijdloos rockgeluid met flarden noiserock, maar heeft Out In The Storm ook voorzien van een broeierig geluid dat de perfecte basis vormt voor de persoonlijke songs van Katie Crutchfield.
Het bandgeluid op de plaat krijgt mede vorm door bijdragen van Sleater Kinney tour gitarist Katie Harkin en zus Allison, die aan het begin van het jaar ook al een breakup-plaat afleverde. Het zorgt er allemaal voor dat Katie Crutchfield zich comfortabel voelt en de kans krijgt om op Out In The Storm tot grote hoogten te stijgen.
De stevigere songs op de plaat komen aan als de spreekwoordelijke mokerslag, de broeierige songs grijpen je genadeloos bij de strot, terwijl de wat meer ingetogen songs op de plaat zorgen voor het kippenvel en de diepe bewondering voor de muziek van Waxahatchee.
Ik had Katie Crutchfield door haar vorige twee platen al heel hoog zitten, maar Out In The Storm heeft mijn stoutste verwachtingen overtroffen en is een mooi, krachtig en bijzonder muzikaal statement. Probeer overigens de luxe editie van de plaat te pakken te krijgen, want hierop komen alle songs ook nog eens in een ruwe demo vorm voorbij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Waxahatchee - Out In The Storm - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Waxahatchee, het alter ego van Amerikaanse singer-songwriter Katie Crutchfield maakte met Cerulean Salt uit 2013 en Ivy Trip uit 2015 al twee jaarlijstjesplaten, maar overtreft beide platen vrij makkelijk met het werkelijk fantastische Out In The Storm.
Op haar nieuwe plaat bezingt de Amerikaanse singer-songwriter haar liefdesbreuk of eigenlijk meer de ontsnapping uit een relatie die niet goed voor haar was.
Het levert zeker geen plaat vol zielige luisterliedjes op, want Katie Crutchfield is vooral opgelucht. En boos.
In de openingstrack uit zich dat in een behoorlijk stevige rocksong en Out In The Storm bevat meer opvallend stevige songs. Deze stevige songs worden gecombineerd met intiemere luisterliedjes en vooral met heerlijk broeierige songs.
De muziek van Waxahatchee vergeleek ik in het verleden met de klassieker Exile In Guyville van Liz Phair (totaal onvergelijkbaar met haar andere platen) en met de muziek van onder andere PJ Harvey, Cat Power, Kristin Hersh, Sinéad O'Connor, Juliana Hatfield, Ani DiFranco, Courtney Barnett, Frankie Cosmos en Sleater Kinney. Het zijn allemaal namen die ook weer opduiken bij beluistering van Out In The Storm, maar Katie Crutchfield heeft op Out In The Storm toch vooral een eigen geluid.
Het is een geluid dat enorm veel kracht en urgentie uitstraalt, waardoor de plaat mij direct te pakken had. Vergeleken met Cerulean Salt en Ivy Trip heeft Out In The Storm een veel voller bandgeluid en dat bevalt me wel.
Waxahatchee imponeert op haar nieuwe plaat met een vol en bij vlagen overweldigend geluid, maar Out In The Storm klinkt door de persoonlijke teksten en de mooie stem van Katie Crutchfield ook intiem. Natuurlijk komt er de nodige persoonlijke ellende voorbij op de plaat, maar Waxahatchee komt vooral sterker uit de relatie die achter haar ligt.
Out In The Storm werd geproduceerd door de gelouterde John Agnello, die alles en iedereen tussen Dinosaur Jr. en Sonic Youth en tussen Cyndi Lauper en de Drive-By Truckers produceerde. Agnello heeft de nieuwe plaat van Waxahatchee voorzien van een tijdloos rockgeluid met flarden noiserock, maar heeft Out In The Storm ook voorzien van een broeierig geluid dat de perfecte basis vormt voor de persoonlijke songs van Katie Crutchfield.
Het bandgeluid op de plaat krijgt mede vorm door bijdragen van Sleater Kinney tour gitarist Katie Harkin en zus Allison, die aan het begin van het jaar ook al een breakup-plaat afleverde. Het zorgt er allemaal voor dat Katie Crutchfield zich comfortabel voelt en de kans krijgt om op Out In The Storm tot grote hoogten te stijgen.
De stevigere songs op de plaat komen aan als de spreekwoordelijke mokerslag, de broeierige songs grijpen je genadeloos bij de strot, terwijl de wat meer ingetogen songs op de plaat zorgen voor het kippenvel en de diepe bewondering voor de muziek van Waxahatchee.
Ik had Katie Crutchfield door haar vorige twee platen al heel hoog zitten, maar Out In The Storm heeft mijn stoutste verwachtingen overtroffen en is een mooi, krachtig en bijzonder muzikaal statement. Probeer overigens de luxe editie van de plaat te pakken te krijgen, want hierop komen alle songs ook nog eens in een ruwe demo vorm voorbij. Erwin Zijleman
Waxahatchee - Saint Cloud (2020)

4,5
2
geplaatst: 28 maart 2020, 10:55 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Waxahatchee - Saint Cloud - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Waxahatchee - Saint Cloud
Waxahatchee kiest op Saint Cloud voor een wat meer roots georiënteerd en een wat meer ingetogen geluid en dat pakt werkelijk fantastisch uit
Ik heb al jaren een zwak voor de muziek van Waxahatchee en dacht inmiddels wel te weten wat ik kan verwachten. Tot nu dan, want na de wat atypische openingstrack van Saint Cloud, kiest het alter ego van Katie Crutchfield voor een geluid waarin invloeden uit de folk en de country een veel belangrijkere rol spelen dan op haar vorige albums. Het album klinkt prachtig loom en broeierig en dat past uitstekend bij de zang van Katie Crutchfield, die zichzelf in vocaal opzicht overtreft. Waxahatchee heeft een aangenaam klinkend album gemaakt, maar het is ook een album vol diepgang en urgentie, die langzaam maar zeer zeker aan de oppervlakte komen. Jaarlijstjesmateriaal, dat is duidelijk.
We worden de afgelopen jaren werkelijk overspoeld met jonge vrouwelijke singer-songwriters en ondanks mijn enorme zwak voor het genre vind ik zeker niet alles goed. Wanneer een nieuw album van Waxahatchee verschijnt heb ik echter geen enkele twijfel, want het alter ego van de uit Birmingham, Alabama afkomstige Katie Crutchfield, kan al sinds haar debuut American Weekend uit 2012 met de allerbesten mee.
Waxahatchee, vernoemd naar een meer in Alabama nabij de plek waar Katie Crutchfield opgroeide, debuteerde in 2012 met een uiterst ingetogen, maar ook ruw lo-fi folkalbum. Sindsdien koos de Amerikaanse singer-songwriter voor een steeds net wat steviger geluid met invloeden uit de indierock, al bleef er ook altijd plaats voor meer ingetogen songs. Het leverde met Cerulean Salt uit 2013, Ivy Tripp uit 2015 en Out In The Storm uit 2017 drie consistent klinkende en bovendien drie ijzersterke albums af, die stuk voor stuk jaarlijstjeswaardig waren.
Op het deze week verschenen Saint Cloud kiest Waxahatchee voor een wat ander geluid. De stevige gitaren van haar vorige albums zijn verruild voor een warm geluid waarin invloeden uit de Americana nadrukkelijk doorklinken. Katie Crutchfield werkt op haar nieuwe album met een band die bestaat uit Josh Kaufman (Bonny Light Horseman), twee leden van de band Bonny Doon (in 2018 goed voor het helaas vrijwel onopgemerkte meesterwerk Longwave) en Nick Kinsey (Elvis Perkins In Dearland).
Saint Cloud is voorzien van een hecht klinkend bandgeluid en het is een bandgeluid dat lomer en meer ingetogen klinkt dan het geluid op de vorige albums van Waxahatchee. Het is een geluid vol invloeden uit de folk, countryrock en Americana, maar Saint Cloud is zeker geen doorsnee rootsalbum, al is het maar omdat Katie Crutchfield de indie-rock en de lo-fi niet volledig heeft afgezworen.
Wat direct opvalt bij beluistering van het album is dat het prachtig klinkt. Producer Brad Cook heeft Saint Cloud voorzien van een warm geluid zonder opsmuk. Het is een geluid waarin de gitaren fraai klinken en het is een geluid waarin de mooie en bijzondere stem van Katie Crutchfield uitstekend tot zijn recht komt.
Hoewel ik zeer gesteld ben op de vorige albums van Waxahatchee, vond ik Saint Cloud direct bij eerste beluistering prachtig en misschien zelfs wel mooier dan de albums die de afgelopen jaren zoveel indruk maakten. Ik sta hier zeker niet alleen in, want de critici komen vooralsnog superlatieven tekort bij de bespreking van Saint Cloud en de Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt het album zelfs het beste album van 2020 tot dusver. Zover durf ik nog niet te gaan, maar dat Waxahatchee een uitstekend album heeft afgeleverd is ook voor mij zeker.
Saint Cloud staat vol fraai ingekleurde en vol emotie gezongen tracks, maar het zijn ook tracks die een enorme urgentie uitstralen. Waxahatchee heeft bovendien een veelzijdig album afgeleverd. In een aantal tracks hoor je iets van Bob Dylan, maar Saint Cloud roept net zo makkelijk associaties op met de muziek van Lucinda Williams, het eigenzinnige debuut van Liz Phair, de zuidelijke country en folk uit haar thuisstaat Alabama of het laatste album van Big Thief, maar gelukkig blijft Katie Crutchfield vooral zichzelf. De keuze voor een duidelijk ander geluid is altijd tricky, maar op Saint Cloud van Waxahatchee pakt het werkelijk fantastisch uit. Prachtalbum! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Waxahatchee - Saint Cloud - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Waxahatchee - Saint Cloud
Waxahatchee kiest op Saint Cloud voor een wat meer roots georiënteerd en een wat meer ingetogen geluid en dat pakt werkelijk fantastisch uit
Ik heb al jaren een zwak voor de muziek van Waxahatchee en dacht inmiddels wel te weten wat ik kan verwachten. Tot nu dan, want na de wat atypische openingstrack van Saint Cloud, kiest het alter ego van Katie Crutchfield voor een geluid waarin invloeden uit de folk en de country een veel belangrijkere rol spelen dan op haar vorige albums. Het album klinkt prachtig loom en broeierig en dat past uitstekend bij de zang van Katie Crutchfield, die zichzelf in vocaal opzicht overtreft. Waxahatchee heeft een aangenaam klinkend album gemaakt, maar het is ook een album vol diepgang en urgentie, die langzaam maar zeer zeker aan de oppervlakte komen. Jaarlijstjesmateriaal, dat is duidelijk.
We worden de afgelopen jaren werkelijk overspoeld met jonge vrouwelijke singer-songwriters en ondanks mijn enorme zwak voor het genre vind ik zeker niet alles goed. Wanneer een nieuw album van Waxahatchee verschijnt heb ik echter geen enkele twijfel, want het alter ego van de uit Birmingham, Alabama afkomstige Katie Crutchfield, kan al sinds haar debuut American Weekend uit 2012 met de allerbesten mee.
Waxahatchee, vernoemd naar een meer in Alabama nabij de plek waar Katie Crutchfield opgroeide, debuteerde in 2012 met een uiterst ingetogen, maar ook ruw lo-fi folkalbum. Sindsdien koos de Amerikaanse singer-songwriter voor een steeds net wat steviger geluid met invloeden uit de indierock, al bleef er ook altijd plaats voor meer ingetogen songs. Het leverde met Cerulean Salt uit 2013, Ivy Tripp uit 2015 en Out In The Storm uit 2017 drie consistent klinkende en bovendien drie ijzersterke albums af, die stuk voor stuk jaarlijstjeswaardig waren.
Op het deze week verschenen Saint Cloud kiest Waxahatchee voor een wat ander geluid. De stevige gitaren van haar vorige albums zijn verruild voor een warm geluid waarin invloeden uit de Americana nadrukkelijk doorklinken. Katie Crutchfield werkt op haar nieuwe album met een band die bestaat uit Josh Kaufman (Bonny Light Horseman), twee leden van de band Bonny Doon (in 2018 goed voor het helaas vrijwel onopgemerkte meesterwerk Longwave) en Nick Kinsey (Elvis Perkins In Dearland).
Saint Cloud is voorzien van een hecht klinkend bandgeluid en het is een bandgeluid dat lomer en meer ingetogen klinkt dan het geluid op de vorige albums van Waxahatchee. Het is een geluid vol invloeden uit de folk, countryrock en Americana, maar Saint Cloud is zeker geen doorsnee rootsalbum, al is het maar omdat Katie Crutchfield de indie-rock en de lo-fi niet volledig heeft afgezworen.
Wat direct opvalt bij beluistering van het album is dat het prachtig klinkt. Producer Brad Cook heeft Saint Cloud voorzien van een warm geluid zonder opsmuk. Het is een geluid waarin de gitaren fraai klinken en het is een geluid waarin de mooie en bijzondere stem van Katie Crutchfield uitstekend tot zijn recht komt.
Hoewel ik zeer gesteld ben op de vorige albums van Waxahatchee, vond ik Saint Cloud direct bij eerste beluistering prachtig en misschien zelfs wel mooier dan de albums die de afgelopen jaren zoveel indruk maakten. Ik sta hier zeker niet alleen in, want de critici komen vooralsnog superlatieven tekort bij de bespreking van Saint Cloud en de Britse kwaliteitskrant The Guardian noemt het album zelfs het beste album van 2020 tot dusver. Zover durf ik nog niet te gaan, maar dat Waxahatchee een uitstekend album heeft afgeleverd is ook voor mij zeker.
Saint Cloud staat vol fraai ingekleurde en vol emotie gezongen tracks, maar het zijn ook tracks die een enorme urgentie uitstralen. Waxahatchee heeft bovendien een veelzijdig album afgeleverd. In een aantal tracks hoor je iets van Bob Dylan, maar Saint Cloud roept net zo makkelijk associaties op met de muziek van Lucinda Williams, het eigenzinnige debuut van Liz Phair, de zuidelijke country en folk uit haar thuisstaat Alabama of het laatste album van Big Thief, maar gelukkig blijft Katie Crutchfield vooral zichzelf. De keuze voor een duidelijk ander geluid is altijd tricky, maar op Saint Cloud van Waxahatchee pakt het werkelijk fantastisch uit. Prachtalbum! Erwin Zijleman
Waxahatchee - Tigers Blood (2024)

4,5
2
geplaatst: 23 maart 2024, 10:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Waxahatchee - Tigers Blood - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Waxahatchee - Tigers Blood
Waxahatchee, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Katie Crutchfield, vervolgt op Tigers Blood haar weg binnen de Amerikaanse rootsmuziek en schaart zich definitief onder de smaakmakers in het genre
Saint Cloud was in 2020 de definitieve doorbraak van Waxahatchee, maar op het deze week verschenen Tigers Blood laat Katie Crutchfield horen dat het nog veel beter kan. Tigers Blood bevat een serie geweldige songs, die door producer Brad Cook zijn voorzien van een zeer smaakvol rootsgeluid, dat net wat voller klinkt dan op het vorige album en dat onder andere opvalt door het fraaie gitaarwerk van MJ Lenderman. Katie Crutchfield beschikt ook nog eens over een van de meest karakteristieke stemmen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, wat de songs op Tigers Blood een bijzonder eigen geluid geeft. Het levert een geweldig album op.
Het is een lange weg die de Amerikaanse singer-songwriter Katie Crutchfield heeft afgelegd. De muzikante die opgroeide in Birmingham, Alabama, nabij Waxahatchee Creek, debuteerde twaalf jaar geleden al onder de naam Waxahatchee, maar trok in eerste instantie slechts bescheiden aandacht met haar albums. Dat lag zeker niet aan de kwaliteit van American Weekend (2012), Cerulean Salt (2013), Ivy Tripp (2015) en Out In The Storm (2017), waarop Katie Crutchfield invloeden uit de folk, indierock en lo-fi vermengde en waarop ze wat mij betreft zeer overtuigde.
Het succes kwam in 2020 met het uitstekende Saint Cloud, waarop de muziek van Waxahatchee wat opschoof richting Amerikaanse rootsmuziek. Saint Cloud werd onthaald met superlatieven en zette Katie Crutchfield eindelijk en zeer terecht op de kaart als het grote talent dat ze is. Saint Cloud werd in 2022 gevolgd door het samen met Jess Williamson onder de naam Plains gemaakte I Walked With You A Ways, waarop invloeden uit de country een nog wat belangrijkere rol speelden. Zowel Saint Cloud als I Walked With You A Ways werden gemaakt met producer Brad Cook, die deze week terugkeert op het nieuwe album van Waxahatchee. Tigers Blood ligt in het verlengde van Saint Cloud, maar Katie Crutchfield is alleen maar beter geworden.
Ik vond de stem van Katie Crutchfield altijd al mooi, maar op Tigers Blood klinkt haar zang nog wat ruwer, wat de songs van Waxahatchee voorziet van veel gevoel en doorleving. Op haar nieuwe album klinkt Waxahatchee zo af en toe als Lucinda Williams in haar jongere jaren, maar de stem van Katie Crutchfield heeft ook een unieke klank, die de muziek van Waxahatchee zeer herkenbaar maakt en interessanter dan de meeste andere albums in het genre.
De Amerikaanse muzikante heeft zoals gezegd wederom Brad Cook gestrikt als producer en hij heeft Tigers Blood voorzien van een net wat warmer en voller geluid dan op Saint Cloud. Brad Cook en zijn broer Phil tekenen voor flink wat instrumenten, maar ook het drumwerk van Spencer Tweedy en vooral het gitaarwerk van MJ Lendermann, die de afgelopen jaren flink aan de weg timmert als solomuzikant en als lid van de band Wednesday, mogen niet onvermeld blijven. Het levert een lekker ruw rootsgeluid met geweldig gitaarwerk en vooral invloeden uit de countryrock en de folkrock op. Invloeden uit de lo-fi en indierock zijn inmiddels vrijwel volledig verdwenen uit de muziek van Waxahatchee.
Tigers Blood vind ik in vocaal en in muzikaal opzicht nog net wat beter dan Saint Cloud en ook de songs op het nieuwe album van Waxahatchee zijn nog wat aansprekender dan het album dat helemaal aan het begin van de coronapandemie verscheen. Het zijn songs die overigens meer dan eens bewondering voor de songs van Bob Dylan laten horen. De keuze voor Amerikaanse rootsmuziek was vier jaar geleden misschien nog een verrassende, maar het heeft echt fantastisch uitgepakt. Op Tigers Blood laat Katie Crutchfield immers niet alleen horen dat ze beschikt over een van de meest aansprekende stemmen in het genre, maar laat ze ook horen dat ze moet worden gerekend tot de beste songwriters binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.
Tigers Blood trekt ook nog eens de aandacht met aansprekende teksten, die vooral gaan over persoonlijke beslommeringen, onder andere over de strijd die de tegenwoordig in Kansas City woonachtige muzikant voerde met een drankverslaving. Ik had na Saint Cloud hele hoge verwachtingen van het nieuwe album van Waxahatchee, maar Tigers Blood overtreft ze met speels gemak. Ga dat ook zeker zien en horen deze zomer in Paradiso. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Waxahatchee - Tigers Blood - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Waxahatchee - Tigers Blood
Waxahatchee, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Katie Crutchfield, vervolgt op Tigers Blood haar weg binnen de Amerikaanse rootsmuziek en schaart zich definitief onder de smaakmakers in het genre
Saint Cloud was in 2020 de definitieve doorbraak van Waxahatchee, maar op het deze week verschenen Tigers Blood laat Katie Crutchfield horen dat het nog veel beter kan. Tigers Blood bevat een serie geweldige songs, die door producer Brad Cook zijn voorzien van een zeer smaakvol rootsgeluid, dat net wat voller klinkt dan op het vorige album en dat onder andere opvalt door het fraaie gitaarwerk van MJ Lenderman. Katie Crutchfield beschikt ook nog eens over een van de meest karakteristieke stemmen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, wat de songs op Tigers Blood een bijzonder eigen geluid geeft. Het levert een geweldig album op.
Het is een lange weg die de Amerikaanse singer-songwriter Katie Crutchfield heeft afgelegd. De muzikante die opgroeide in Birmingham, Alabama, nabij Waxahatchee Creek, debuteerde twaalf jaar geleden al onder de naam Waxahatchee, maar trok in eerste instantie slechts bescheiden aandacht met haar albums. Dat lag zeker niet aan de kwaliteit van American Weekend (2012), Cerulean Salt (2013), Ivy Tripp (2015) en Out In The Storm (2017), waarop Katie Crutchfield invloeden uit de folk, indierock en lo-fi vermengde en waarop ze wat mij betreft zeer overtuigde.
Het succes kwam in 2020 met het uitstekende Saint Cloud, waarop de muziek van Waxahatchee wat opschoof richting Amerikaanse rootsmuziek. Saint Cloud werd onthaald met superlatieven en zette Katie Crutchfield eindelijk en zeer terecht op de kaart als het grote talent dat ze is. Saint Cloud werd in 2022 gevolgd door het samen met Jess Williamson onder de naam Plains gemaakte I Walked With You A Ways, waarop invloeden uit de country een nog wat belangrijkere rol speelden. Zowel Saint Cloud als I Walked With You A Ways werden gemaakt met producer Brad Cook, die deze week terugkeert op het nieuwe album van Waxahatchee. Tigers Blood ligt in het verlengde van Saint Cloud, maar Katie Crutchfield is alleen maar beter geworden.
Ik vond de stem van Katie Crutchfield altijd al mooi, maar op Tigers Blood klinkt haar zang nog wat ruwer, wat de songs van Waxahatchee voorziet van veel gevoel en doorleving. Op haar nieuwe album klinkt Waxahatchee zo af en toe als Lucinda Williams in haar jongere jaren, maar de stem van Katie Crutchfield heeft ook een unieke klank, die de muziek van Waxahatchee zeer herkenbaar maakt en interessanter dan de meeste andere albums in het genre.
De Amerikaanse muzikante heeft zoals gezegd wederom Brad Cook gestrikt als producer en hij heeft Tigers Blood voorzien van een net wat warmer en voller geluid dan op Saint Cloud. Brad Cook en zijn broer Phil tekenen voor flink wat instrumenten, maar ook het drumwerk van Spencer Tweedy en vooral het gitaarwerk van MJ Lendermann, die de afgelopen jaren flink aan de weg timmert als solomuzikant en als lid van de band Wednesday, mogen niet onvermeld blijven. Het levert een lekker ruw rootsgeluid met geweldig gitaarwerk en vooral invloeden uit de countryrock en de folkrock op. Invloeden uit de lo-fi en indierock zijn inmiddels vrijwel volledig verdwenen uit de muziek van Waxahatchee.
Tigers Blood vind ik in vocaal en in muzikaal opzicht nog net wat beter dan Saint Cloud en ook de songs op het nieuwe album van Waxahatchee zijn nog wat aansprekender dan het album dat helemaal aan het begin van de coronapandemie verscheen. Het zijn songs die overigens meer dan eens bewondering voor de songs van Bob Dylan laten horen. De keuze voor Amerikaanse rootsmuziek was vier jaar geleden misschien nog een verrassende, maar het heeft echt fantastisch uitgepakt. Op Tigers Blood laat Katie Crutchfield immers niet alleen horen dat ze beschikt over een van de meest aansprekende stemmen in het genre, maar laat ze ook horen dat ze moet worden gerekend tot de beste songwriters binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.
Tigers Blood trekt ook nog eens de aandacht met aansprekende teksten, die vooral gaan over persoonlijke beslommeringen, onder andere over de strijd die de tegenwoordig in Kansas City woonachtige muzikant voerde met een drankverslaving. Ik had na Saint Cloud hele hoge verwachtingen van het nieuwe album van Waxahatchee, maar Tigers Blood overtreft ze met speels gemak. Ga dat ook zeker zien en horen deze zomer in Paradiso. Erwin Zijleman
Weaving - Webs (2025)

4,0
0
geplaatst: 21 maart 2025, 14:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Weaving - Webs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Weaving - Webs
Het ene moment waan je je in een film van David Lynch, het volgende moment in de jaren 50, in de jaren 80 of toch weer in het heden, wat van Webs van Weaving een interessant en bijzonder album maakt
Webs is mijn eerste kennismaking met de muziek die de Amerikaanse Derek Weaving maakt onder de naam Weaving en het is een kennismaking die naar meer smaakt. De muziek van de muzikant uit Brooklyn is niet eens zo makkelijk te omschrijven. Het is muziek die deels past in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, maar die er vervolgens invloeden uit een aantal decennia popmuziek bij sleept. Die invloeden gaan terug tot de jaren 50, maar toch klinkt Webs zeker niet gedateerd. Webs is een album dat anders klinkt, maar het is ook een album met een serie uitstekende songs, die ook nog eens prachtig worden uitgevoerd. Een interessante ontdekking wat mij betreft.
Weaving is een project van de Amerikaanse muzikant Derek Weaving, die deze week debuteert met het album Webs. Mijn eerste kennismaking met de muziek van Weaving was de single Moon en dat is een single die makkelijk de aandacht trekt. De muzikant uit Brooklyn maakt in Moon muziek die vooral lijkt geïnspireerd door muziek uit de jaren 50 en 60. Dat zit hem vooral in de muziek, maar ook de zang van Derek Weaving doet wat nostalgisch aan.
De single krijgt een uniek eigen karakter door de bijzondere vrouwenstemmen die worden toegevoegd. Het is een single die perfect gepast zou hebben op de soundtrack van de eerste seizoenen van Twin Peaks, maar ook in iedere andere film of serie van David Lynch zou Moon niet hebben misstaan. Het heeft af en toe ook wel wat van de muziek van The Handsome Family en dat is een naam die vaker opkomt bij beluistering van Webs.
Op het debuutalbum van Weaving maakt Derek Weaving muziek met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar net als de muziek van The Handsome Family maakt Weaving muziek die op een of andere manier uit een andere tijd lijkt te komen. Dat heeft alles te maken met de wat nostalgisch aandoende klanken op het album, al is Webs in veel opzichten niet eens zo heel ver verwijderd van veel eigentijdser klinkende singer-songwriter albums.
Zeker wanneer de pedal steel een voorname rol speelt, en dat is in flink wat tracks het geval, is Webs een heerlijk klinkend Amerikaans rootsalbum, dat door de inzet van net wat meer keyboards, accenten van vrouwenstemmen en een liefde voor muziek uit de jaren 50 en 60 ook een origineel geluid laat horen. Het doet me af en toe ook wel wat denken aan de vroege albums van M. Ward, maar als je me zou vertellen dat Webs een obscure parel uit de jaren 50 is zou ik het ook geloven.
Derek Weaving is niet vies van flink wat melancholie in zijn songs en die melancholie past ook wel bij zijn stem, die niet is gemaakt voor vrolijke meezingers. Zeker wat later op de avond doet Webs wonderen en zeker wanneer de zangeressen invallen waan je je in een andere tijd.
Ik luister niet heel vaak naar het soort muziek dat wordt gemaakt op Webs van Weaving, maar sinds ik het album voor het eerst hoorde ben ik stiekem wel een beetje verslaafd geraakt aan de nostalgische en melancholische songs van de muzikant uit Brooklyn. Het is een album dat interessanter wordt wanneer je er vaker naar luistert. Dan hoor je dat zowel de muziek op het album, met een hoofdrol voor gitaren en de pedal steel, en de zang op Webs heel mooi zijn. Je hoort bovendien dat Derek Weaving mooie en interessante songs schrijft.
Het zijn songs die in eerste instantie vooral uit de jaren 50 en 60 leken te komen, maar Webs heeft ook zeker een jaren 80 vibe en misstaat bovendien niet in het heden. Webs is een sfeervol en stemmig album dat het uitstekend doet op de nog koude en donkere avonden van het moment, maar ook in de lentezon doet het album het verrassend goed.
Webs van Weaving klinkt af en toe als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, maar het album klinkt ook verrassend consistent. Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die niet bang zijn voor een bijzondere twist hebben er met Webs van Weaving een interessant album bij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Weaving - Webs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Weaving - Webs
Het ene moment waan je je in een film van David Lynch, het volgende moment in de jaren 50, in de jaren 80 of toch weer in het heden, wat van Webs van Weaving een interessant en bijzonder album maakt
Webs is mijn eerste kennismaking met de muziek die de Amerikaanse Derek Weaving maakt onder de naam Weaving en het is een kennismaking die naar meer smaakt. De muziek van de muzikant uit Brooklyn is niet eens zo makkelijk te omschrijven. Het is muziek die deels past in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, maar die er vervolgens invloeden uit een aantal decennia popmuziek bij sleept. Die invloeden gaan terug tot de jaren 50, maar toch klinkt Webs zeker niet gedateerd. Webs is een album dat anders klinkt, maar het is ook een album met een serie uitstekende songs, die ook nog eens prachtig worden uitgevoerd. Een interessante ontdekking wat mij betreft.
Weaving is een project van de Amerikaanse muzikant Derek Weaving, die deze week debuteert met het album Webs. Mijn eerste kennismaking met de muziek van Weaving was de single Moon en dat is een single die makkelijk de aandacht trekt. De muzikant uit Brooklyn maakt in Moon muziek die vooral lijkt geïnspireerd door muziek uit de jaren 50 en 60. Dat zit hem vooral in de muziek, maar ook de zang van Derek Weaving doet wat nostalgisch aan.
De single krijgt een uniek eigen karakter door de bijzondere vrouwenstemmen die worden toegevoegd. Het is een single die perfect gepast zou hebben op de soundtrack van de eerste seizoenen van Twin Peaks, maar ook in iedere andere film of serie van David Lynch zou Moon niet hebben misstaan. Het heeft af en toe ook wel wat van de muziek van The Handsome Family en dat is een naam die vaker opkomt bij beluistering van Webs.
Op het debuutalbum van Weaving maakt Derek Weaving muziek met flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar net als de muziek van The Handsome Family maakt Weaving muziek die op een of andere manier uit een andere tijd lijkt te komen. Dat heeft alles te maken met de wat nostalgisch aandoende klanken op het album, al is Webs in veel opzichten niet eens zo heel ver verwijderd van veel eigentijdser klinkende singer-songwriter albums.
Zeker wanneer de pedal steel een voorname rol speelt, en dat is in flink wat tracks het geval, is Webs een heerlijk klinkend Amerikaans rootsalbum, dat door de inzet van net wat meer keyboards, accenten van vrouwenstemmen en een liefde voor muziek uit de jaren 50 en 60 ook een origineel geluid laat horen. Het doet me af en toe ook wel wat denken aan de vroege albums van M. Ward, maar als je me zou vertellen dat Webs een obscure parel uit de jaren 50 is zou ik het ook geloven.
Derek Weaving is niet vies van flink wat melancholie in zijn songs en die melancholie past ook wel bij zijn stem, die niet is gemaakt voor vrolijke meezingers. Zeker wat later op de avond doet Webs wonderen en zeker wanneer de zangeressen invallen waan je je in een andere tijd.
Ik luister niet heel vaak naar het soort muziek dat wordt gemaakt op Webs van Weaving, maar sinds ik het album voor het eerst hoorde ben ik stiekem wel een beetje verslaafd geraakt aan de nostalgische en melancholische songs van de muzikant uit Brooklyn. Het is een album dat interessanter wordt wanneer je er vaker naar luistert. Dan hoor je dat zowel de muziek op het album, met een hoofdrol voor gitaren en de pedal steel, en de zang op Webs heel mooi zijn. Je hoort bovendien dat Derek Weaving mooie en interessante songs schrijft.
Het zijn songs die in eerste instantie vooral uit de jaren 50 en 60 leken te komen, maar Webs heeft ook zeker een jaren 80 vibe en misstaat bovendien niet in het heden. Webs is een sfeervol en stemmig album dat het uitstekend doet op de nog koude en donkere avonden van het moment, maar ook in de lentezon doet het album het verrassend goed.
Webs van Weaving klinkt af en toe als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast, maar het album klinkt ook verrassend consistent. Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die niet bang zijn voor een bijzondere twist hebben er met Webs van Weaving een interessant album bij. Erwin Zijleman
Wednesday - Bleeds (2025)

4,5
2
geplaatst: 22 september 2025, 18:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Wednesday - Bleeds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Wednesday - Bleeds
Wednesday leverde in het voorjaar van 2023 met Rat Saw God een jaarlijstjesalbum af, maar laat op het afwisselend met gruizige indierock en Amerikaanse rootsmuziek gevulde Bleeds horen dat het nog veel beter kan
Toen ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van de Amerikaanse band Wednesday lag de vergelijking met Big Thief er wel erg dik bovenop, maar aan die vergelijking heeft de band uit Asheville, North Carolina, zich inmiddels wel ontworsteld. Wednesday is ook niet zomaar een band, want het beschikt, in ieder geval op het nieuwe album nog, in de persoon van MJ Lenderman over een geweldige gitarist en heeft met Karly Hartzman een zeer getalenteerd boegbeeld. De band kan ook nog eens uit de voeten met zowel rauwe indierock als doorleefde Amerikaanse rootsmuziek en in beide genres excelleert de band uit North Carolina op haar geweldige nieuwe album.
De Amerikaanse band Wednesday bracht aan het begin van 2020 haar debuutalbum I Was Trying To Describe You To Someone uit. De releasedatum viel zo ongeveer samen met de start van de coronapandemie, waardoor we aan het begin van 2020 wel iets anders aan ons hoofd hadden dan luisteren naar gruizige gitaarbands en er ook niets kwam van de promotie van het album.
Wednesday revancheerde zich in de zomer van 2021, toen het coronavirus even in een dipje zat, knap met het uitstekende Twin Plagues, dat ik schaar onder de beste gitaaralbums van het betreffende jaar. Iedereen die nog twijfelde aan de kwaliteiten van de band werd in 2023 over de streep getrokken door het geweldige Rat Saw God, dat volkomen terecht heel wat jaarlijstjes haalde, inclusief dat van mij.
Met haar mix van rauwe indierock en invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek wordt de band uit Asheville, North Carolina, vaak vergeleken met Big Thief. Daar is wel wat voor te zeggen, maar met een album van het niveau van Rat Saw God zette Wednesday zich wat mij betreft op de kaart als een van de betere rockbands van het moment.
Dat dankt de band zeker aan het gitaarspel van MJ Lenderman en aan de productionele vaardigheden van producer Alex Farrar, maar in de band draait het vooral om zangeres Karly Hartzman, die verantwoordelijk is voor de meeste songs en de teksten en die met haar stem bovendien voor een belangrijk deel van het geluid van Wednesday bepaalt.
MJ Lenderman timmerde de afgelopen jaren stevig aan de weg met zijn eigen muziek en heeft de band naar verluidt inmiddels (in ieder geval op het podium) verlaten, maar op het deze week verschenen Bleeds is hij gelukkig nog gewoon te horen. Ook producer Alex Farrar is weer van de partij, waardoor het vierde album van Wednesday voor een belangrijk deel een feest van herkenning is.
Ook op Bleeds vertrouwt de band weer op lekker ruw, gruizig en stevig gitaarwerk, dat werkelijk uit de speakers knalt en dat laat horen dat MJ Lenderman zeker niet minder wordt als gitarist. Ook de zang van Karly Hartzman wordt alleen maar beter. De Amerikaanse muzikante zingt af en toe wat onvast, ze wordt ook niet voor niets veelvuldig vergeleken met Big Thief’s Adrianne Lenker, maar de zang is echt stukken beter dan op het debuutalbum van de band, zowel als ze ingetogen zingt als wanneer ze de longen uit haar lijf schreeuwt.
Wednesday komt uit Asheville, North Carolina, en dat is een plek waarin Amerikaanse rootsmuziek het altijd goed doet. Dat hoor je ook in de muziek van Wednesday, die hier en daar flink uitslaat richting gruizige indierock, maar die ook absoluut invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek bevat en bovendien soms volledig opschuift richting folk en country.
Bleeds klinkt in muzikaal opzicht voor een belangrijk deel bekend en dat geldt ook voor de zang op het album, maar het klinkt allemaal net wat beter. Dat geldt in nog veel sterkere mate voor de songs op het album. Wednesday was op Rat Saw God al heel erg goed, maar is op Bleeds nog veel beter. Iedere song op het album is raak, waarbij het niet uitmaakt of de band kiest voor rauwe indierock of meer ingetogen rootsmuziek.
Direct vanaf de eerste noten grijpen Karly Hartzman en de andere leden van de band je bij de strot en ze laten pas los wanneer het album er na 12 songs en 36 minuten en 49 seconden op zit. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker, maar Bleeds kan het nog wel eens beter gaan doen dan zijn al zo uitvoerig geprezen voorganger. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Wednesday - Bleeds - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Wednesday - Bleeds
Wednesday leverde in het voorjaar van 2023 met Rat Saw God een jaarlijstjesalbum af, maar laat op het afwisselend met gruizige indierock en Amerikaanse rootsmuziek gevulde Bleeds horen dat het nog veel beter kan
Toen ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van de Amerikaanse band Wednesday lag de vergelijking met Big Thief er wel erg dik bovenop, maar aan die vergelijking heeft de band uit Asheville, North Carolina, zich inmiddels wel ontworsteld. Wednesday is ook niet zomaar een band, want het beschikt, in ieder geval op het nieuwe album nog, in de persoon van MJ Lenderman over een geweldige gitarist en heeft met Karly Hartzman een zeer getalenteerd boegbeeld. De band kan ook nog eens uit de voeten met zowel rauwe indierock als doorleefde Amerikaanse rootsmuziek en in beide genres excelleert de band uit North Carolina op haar geweldige nieuwe album.
De Amerikaanse band Wednesday bracht aan het begin van 2020 haar debuutalbum I Was Trying To Describe You To Someone uit. De releasedatum viel zo ongeveer samen met de start van de coronapandemie, waardoor we aan het begin van 2020 wel iets anders aan ons hoofd hadden dan luisteren naar gruizige gitaarbands en er ook niets kwam van de promotie van het album.
Wednesday revancheerde zich in de zomer van 2021, toen het coronavirus even in een dipje zat, knap met het uitstekende Twin Plagues, dat ik schaar onder de beste gitaaralbums van het betreffende jaar. Iedereen die nog twijfelde aan de kwaliteiten van de band werd in 2023 over de streep getrokken door het geweldige Rat Saw God, dat volkomen terecht heel wat jaarlijstjes haalde, inclusief dat van mij.
Met haar mix van rauwe indierock en invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek wordt de band uit Asheville, North Carolina, vaak vergeleken met Big Thief. Daar is wel wat voor te zeggen, maar met een album van het niveau van Rat Saw God zette Wednesday zich wat mij betreft op de kaart als een van de betere rockbands van het moment.
Dat dankt de band zeker aan het gitaarspel van MJ Lenderman en aan de productionele vaardigheden van producer Alex Farrar, maar in de band draait het vooral om zangeres Karly Hartzman, die verantwoordelijk is voor de meeste songs en de teksten en die met haar stem bovendien voor een belangrijk deel van het geluid van Wednesday bepaalt.
MJ Lenderman timmerde de afgelopen jaren stevig aan de weg met zijn eigen muziek en heeft de band naar verluidt inmiddels (in ieder geval op het podium) verlaten, maar op het deze week verschenen Bleeds is hij gelukkig nog gewoon te horen. Ook producer Alex Farrar is weer van de partij, waardoor het vierde album van Wednesday voor een belangrijk deel een feest van herkenning is.
Ook op Bleeds vertrouwt de band weer op lekker ruw, gruizig en stevig gitaarwerk, dat werkelijk uit de speakers knalt en dat laat horen dat MJ Lenderman zeker niet minder wordt als gitarist. Ook de zang van Karly Hartzman wordt alleen maar beter. De Amerikaanse muzikante zingt af en toe wat onvast, ze wordt ook niet voor niets veelvuldig vergeleken met Big Thief’s Adrianne Lenker, maar de zang is echt stukken beter dan op het debuutalbum van de band, zowel als ze ingetogen zingt als wanneer ze de longen uit haar lijf schreeuwt.
Wednesday komt uit Asheville, North Carolina, en dat is een plek waarin Amerikaanse rootsmuziek het altijd goed doet. Dat hoor je ook in de muziek van Wednesday, die hier en daar flink uitslaat richting gruizige indierock, maar die ook absoluut invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek bevat en bovendien soms volledig opschuift richting folk en country.
Bleeds klinkt in muzikaal opzicht voor een belangrijk deel bekend en dat geldt ook voor de zang op het album, maar het klinkt allemaal net wat beter. Dat geldt in nog veel sterkere mate voor de songs op het album. Wednesday was op Rat Saw God al heel erg goed, maar is op Bleeds nog veel beter. Iedere song op het album is raak, waarbij het niet uitmaakt of de band kiest voor rauwe indierock of meer ingetogen rootsmuziek.
Direct vanaf de eerste noten grijpen Karly Hartzman en de andere leden van de band je bij de strot en ze laten pas los wanneer het album er na 12 songs en 36 minuten en 49 seconden op zit. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker, maar Bleeds kan het nog wel eens beter gaan doen dan zijn al zo uitvoerig geprezen voorganger. Erwin Zijleman
Wednesday - Rat Saw God (2023)

4,5
3
geplaatst: 10 april 2023, 11:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wednesday - Rat Saw God - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wednesday - Rat Saw God
Wednesday laat op haar uitstekende derde album Rat Saw God horen dat de ruwe 90s indierock uit de stad en melancholische alt-country van het platteland niet zo heel ver uit elkaar hoeven te liggen
Op het in 2021 verschenen Twin Plagues liet de Amerikaanse band Wednesday al horen dat het niet vies is van gruizige 90s indierock, maar dat het ook prachtig gas terug kan nemen. Het is niet anders op Rat Saw God. Het ene moment domineren de gitaren, het volgende moment wordt de muziek van de band uit North Carolina fraai ingekleurd met een lap steel. De zang van frontvrouw Karly Hartzman is de constante factor, al kan het ook met de vocalen alle kanten op. Twin Plagues was in 2021 al een album dat je bij de strot greep en Rat Saw God doet dat nog veel nadrukkelijker. Het levert een intens en donker album op dat bij iedere keer horen indringender en overtuigender wordt.
Twin Plagues, het in de zomer van 2021 verschenen tweede album van de Amerikaanse band Wednesday, was wat mij betreft een van de beste gitaarplaten van het betreffende jaar en haalde dan ook met overtuiging mijn jaarlijstje. De band uit Asheville, North Carolina, nam de luisteraar op overtuigende wijze mee terug naar de indierock uit de jaren 90, maar was ook niet ver verwijderd van het wat gruizigere materiaal van Big Thief en kon bovendien op verrassende wijze gas terug nemen.
Vorig jaar verscheen het met covers gevulde tussendoortje Mowing The Leaves Instead Of Piling 'Em Up, dat af en toe aardig maar toch vooral wat overbodig klonk. Veel interessanter was wat mij betreft het soloalbum Boat Songs van gitarist MJ Lenderman, dat uiteindelijk in verrassend veel jaarlijstjes opdook. Deze week keert Wednesday terug met haar nieuwe album Rat Saw God, dat in tegenstelling tot zijn voorganger moet opboksen tegen behoorlijk hoge verwachtingen.
In Wednesday moet gitarist MJ Lenderman genoegen nemen met een rol op de achtergrond, want in de band uit North Carolina draait heel veel om frontvrouw Karly Hartzman. Ik vergeleek Twin Plagues twee jaar geleden niet alleen met de indierock die in de jaren 90 door bands met een vrouwelijk boegbeeld werd genaakt, maar ook met de muziek van Big Thief. Het is een vergelijking die zich dit keer nog wat nadrukkelijker opdringt, al bestrijkt Wednesday wel zo ongeveer het hele oeuvre van de band rond Adrianne Lenker.
Rat Saw God opent met twee behoorlijk stevige en gruizige rocksongs, waarvan de tweede (Bull Believer) uiteindelijk flink ontspoort, zeker wanneer Karly Hartzman het aan het eind van de track uitschreeuwt. In deze track hoor je niet dat de band naast gitaar, bas en drums ook nog ruimte biedt aan een lap steel en hoor je vooral invloeden uit de 90s indierock, ook de belangrijkste inspiratiebron op de eerste albums van Big Thief.
Big Thief verkende op het vorig jaar verschenen Dragon New Warm Mountain I Believe In You ook flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en die hoor je ook wanneer Wednesday de gruizige gitaarmuren tijdelijk verruild voor de sfeervolle klanken van de lap steel. Het zijn twee uitersten op Rat Saw God, maar op een andere manier weet Wednesday ze op logische wijze aan elkaar te smeden.
Ook de songs waarin de lap steel opduikt zitten immers vol geweldig gitaarwerk en ook de stem van Karly Hartzman zorgt voor een consistent geluid. Het is een stem die overigens wel wat lijkt op die van Adrianne Lenker, maar Karly Hartzman zingt wat mij betreft wel wat mooier dan de Big Thief zangeres. Net als Adrianne Lenker legt ze wel veel gevoel en pijn in de vaak donkere teksten, waardoor Rat Saw God net zo hard aan komt als de muziek van Big Thief.
Ik was in 2021 behoorlijk onder de indruk van Twin Plagues, maar op haar derde album maakt de band uit Asheville nog wat meer indruk. Enerzijds door de bijzondere wijze waarop invloeden uit de indierock en de Amerikaanse rootsmuziek aan elkaar worden gesmeed en anderzijds door de enorme intensiteit van de songs en de zang op Rat Saw God, dat klinkt als een album van een band die wel eens heel groot kan gaan worden de komende jaren. Het zou niet meer dan terecht zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wednesday - Rat Saw God - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wednesday - Rat Saw God
Wednesday laat op haar uitstekende derde album Rat Saw God horen dat de ruwe 90s indierock uit de stad en melancholische alt-country van het platteland niet zo heel ver uit elkaar hoeven te liggen
Op het in 2021 verschenen Twin Plagues liet de Amerikaanse band Wednesday al horen dat het niet vies is van gruizige 90s indierock, maar dat het ook prachtig gas terug kan nemen. Het is niet anders op Rat Saw God. Het ene moment domineren de gitaren, het volgende moment wordt de muziek van de band uit North Carolina fraai ingekleurd met een lap steel. De zang van frontvrouw Karly Hartzman is de constante factor, al kan het ook met de vocalen alle kanten op. Twin Plagues was in 2021 al een album dat je bij de strot greep en Rat Saw God doet dat nog veel nadrukkelijker. Het levert een intens en donker album op dat bij iedere keer horen indringender en overtuigender wordt.
Twin Plagues, het in de zomer van 2021 verschenen tweede album van de Amerikaanse band Wednesday, was wat mij betreft een van de beste gitaarplaten van het betreffende jaar en haalde dan ook met overtuiging mijn jaarlijstje. De band uit Asheville, North Carolina, nam de luisteraar op overtuigende wijze mee terug naar de indierock uit de jaren 90, maar was ook niet ver verwijderd van het wat gruizigere materiaal van Big Thief en kon bovendien op verrassende wijze gas terug nemen.
Vorig jaar verscheen het met covers gevulde tussendoortje Mowing The Leaves Instead Of Piling 'Em Up, dat af en toe aardig maar toch vooral wat overbodig klonk. Veel interessanter was wat mij betreft het soloalbum Boat Songs van gitarist MJ Lenderman, dat uiteindelijk in verrassend veel jaarlijstjes opdook. Deze week keert Wednesday terug met haar nieuwe album Rat Saw God, dat in tegenstelling tot zijn voorganger moet opboksen tegen behoorlijk hoge verwachtingen.
In Wednesday moet gitarist MJ Lenderman genoegen nemen met een rol op de achtergrond, want in de band uit North Carolina draait heel veel om frontvrouw Karly Hartzman. Ik vergeleek Twin Plagues twee jaar geleden niet alleen met de indierock die in de jaren 90 door bands met een vrouwelijk boegbeeld werd genaakt, maar ook met de muziek van Big Thief. Het is een vergelijking die zich dit keer nog wat nadrukkelijker opdringt, al bestrijkt Wednesday wel zo ongeveer het hele oeuvre van de band rond Adrianne Lenker.
Rat Saw God opent met twee behoorlijk stevige en gruizige rocksongs, waarvan de tweede (Bull Believer) uiteindelijk flink ontspoort, zeker wanneer Karly Hartzman het aan het eind van de track uitschreeuwt. In deze track hoor je niet dat de band naast gitaar, bas en drums ook nog ruimte biedt aan een lap steel en hoor je vooral invloeden uit de 90s indierock, ook de belangrijkste inspiratiebron op de eerste albums van Big Thief.
Big Thief verkende op het vorig jaar verschenen Dragon New Warm Mountain I Believe In You ook flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en die hoor je ook wanneer Wednesday de gruizige gitaarmuren tijdelijk verruild voor de sfeervolle klanken van de lap steel. Het zijn twee uitersten op Rat Saw God, maar op een andere manier weet Wednesday ze op logische wijze aan elkaar te smeden.
Ook de songs waarin de lap steel opduikt zitten immers vol geweldig gitaarwerk en ook de stem van Karly Hartzman zorgt voor een consistent geluid. Het is een stem die overigens wel wat lijkt op die van Adrianne Lenker, maar Karly Hartzman zingt wat mij betreft wel wat mooier dan de Big Thief zangeres. Net als Adrianne Lenker legt ze wel veel gevoel en pijn in de vaak donkere teksten, waardoor Rat Saw God net zo hard aan komt als de muziek van Big Thief.
Ik was in 2021 behoorlijk onder de indruk van Twin Plagues, maar op haar derde album maakt de band uit Asheville nog wat meer indruk. Enerzijds door de bijzondere wijze waarop invloeden uit de indierock en de Amerikaanse rootsmuziek aan elkaar worden gesmeed en anderzijds door de enorme intensiteit van de songs en de zang op Rat Saw God, dat klinkt als een album van een band die wel eens heel groot kan gaan worden de komende jaren. Het zou niet meer dan terecht zijn. Erwin Zijleman
Wednesday - Twin Plagues (2021)

4,0
0
geplaatst: 15 augustus 2021, 11:46 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wednesday - Twin Plagues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wednesday - Twin Plagues
Het rauwe en gruizige debuut van de Amerikaanse band Wednesday trok vorig jaar ondanks alle belofte niet veel aandacht, maar het veel betere tweede album van de band verdient deze aandacht absoluut
Startende bands zijn momenteel niet te benijden. De Amerikaanse band Wednesday bracht haar debuut vorig jaar vlak voor de start van de pandemie uit en komt nu in hopelijk de staart van deze pandemie met een tweede album op de proppen. Het is een uitstekend album vol dynamiek dat moeiteloos schakelt tussen gruizig gitaargeweld en mooie ingetogen passages. Het leverde vorig jaar een veelbelovend debuut op, maar met Twin Plagues is Wednesday de belofte wat mij betreft voorbij. De songs zijn beter, de instrumentatie is, net als de zang, mooier, maar Wednesday heeft haar ruwe charme gelukkig behouden. Heerlijke gitaarplaat.
Vorig jaar verscheen I Was Trying To Describe You To Someone van de Amerikaanse band Wednesday. Het debuutalbum van de band uit Asheville, North Carolina, bevatte acht songs en net een half uur muziek. De over het algemeen gruizige maar soms ook uiterst ingetogen muziek van Wednesday stond wat mij betreft bol van de belofte, maar het kwam er op het eerste album wat mij betreft nog net niet voldoende uit, al heb ik het debuut van Wednesday achteraf bezien verrassend vaak beluisterd.
Deze week verscheen Twin Plagues, het tweede album van de band rond boegbeeld Karly Hartzman. Het afgelopen anderhalf jaar is een lastig jaar geweest voor muzikanten en een hopeloos jaar voor startende bands als Wednesday. De band uit North Carolina heeft zich er echter goed doorheen geslagen en levert wat mij betreft een tweede album af dat de belofte van het debuut meer dan waar maakt.
Twin Plagues bevat vier minuten meer muziek dan het debuut, maar jaagt er in 34 minuten wel maar liefst twaalf songs doorheen. In de openingstrack hoor je direct de twee sterke kanten van het debuutalbum van de band terug. Wednesday bouwt hoge en gruizige gitaarmuren op, maar kiest ook de rust en dan met name wanneer Karly Hartzman zingt. Waar de band op haar debuut afwisselend voor stevige en meer ingetogen songs koos, vloeien alle invloeden in de muziek van Wednesday op Twin Plagues op mooie wijze samen.
Wednesday lijkt haar inspiratie vooral te vinden in de jaren 90. In vrijwel alle songs op Twin Plagues duiken flarden shoegaze, noiserock, indierock en indiefolk uit het betreffende decennium op. Zeker wanneer de gitaren de hoofdrol opeisen hoor je duidelijk de invloeden van shoegaze pioniers My Bloody Valentine, indierock helden Dinosaur Jr. en noiserock giganten Sonic Youth, maar door de zang van Karly Hartzman zijn ook associaties met rockbands uit de jaren 90 met een vrouwelijk boegbeeld niet te onderdrukken. Denk hierbij aan Belly en Throwing Muses, maar zeker ook aan The Breeders en Liz Phair in haar wilde jaren.
Hiermee zijn we er nog lang niet, want wanneer de gitaren vooral melodieus klinken, de mooie zang van Karly Hartzman centraal staat en zelfs een randje roots opduikt, hoor je ook nog wat van vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 90 als Cat Power en Aimee Mann, aan wiens stem de zang op Twin Plagues met enige regelmaat herinnert. Wednesday blijft echter zeker niet in de jaren 90 hangen en vindt ook aansluiting bij de wat meer rockende jonge vrouwelijke singer-songwriters die momenteel met zoveel succes aan de weg timmeren in het indiesegment, terwijl ik af en toe ook nog wel wat hoor van Big Thief.
Het zijn een heleboel namen, maar door de enorme dynamiek in het geluid van Wednesday is de Amerikaanse band absoluut een aanwinst voor de hedendaagse rockmuziek. Hoewel Twin Plagues qua geluid niet eens zoveel afwijkt van het debuutalbum van de band, is het qua niveau een wereld van verschil. De opbouw van de songs is keer op keer prachtig en ook in muzikaal en vocaal opzicht is het tweede album van Wednesday een paar klassen beter dan het vooral aardige debuut. Op hetzelfde moment heeft de band uit Asheville, North Carolina, het ongepolijste of zelfs ruwe randje van het debuut behouden, waardoor liefhebbers van ontsporend gitaarwerk ruimschoots aan hun trekken komen. Prima album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wednesday - Twin Plagues - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wednesday - Twin Plagues
Het rauwe en gruizige debuut van de Amerikaanse band Wednesday trok vorig jaar ondanks alle belofte niet veel aandacht, maar het veel betere tweede album van de band verdient deze aandacht absoluut
Startende bands zijn momenteel niet te benijden. De Amerikaanse band Wednesday bracht haar debuut vorig jaar vlak voor de start van de pandemie uit en komt nu in hopelijk de staart van deze pandemie met een tweede album op de proppen. Het is een uitstekend album vol dynamiek dat moeiteloos schakelt tussen gruizig gitaargeweld en mooie ingetogen passages. Het leverde vorig jaar een veelbelovend debuut op, maar met Twin Plagues is Wednesday de belofte wat mij betreft voorbij. De songs zijn beter, de instrumentatie is, net als de zang, mooier, maar Wednesday heeft haar ruwe charme gelukkig behouden. Heerlijke gitaarplaat.
Vorig jaar verscheen I Was Trying To Describe You To Someone van de Amerikaanse band Wednesday. Het debuutalbum van de band uit Asheville, North Carolina, bevatte acht songs en net een half uur muziek. De over het algemeen gruizige maar soms ook uiterst ingetogen muziek van Wednesday stond wat mij betreft bol van de belofte, maar het kwam er op het eerste album wat mij betreft nog net niet voldoende uit, al heb ik het debuut van Wednesday achteraf bezien verrassend vaak beluisterd.
Deze week verscheen Twin Plagues, het tweede album van de band rond boegbeeld Karly Hartzman. Het afgelopen anderhalf jaar is een lastig jaar geweest voor muzikanten en een hopeloos jaar voor startende bands als Wednesday. De band uit North Carolina heeft zich er echter goed doorheen geslagen en levert wat mij betreft een tweede album af dat de belofte van het debuut meer dan waar maakt.
Twin Plagues bevat vier minuten meer muziek dan het debuut, maar jaagt er in 34 minuten wel maar liefst twaalf songs doorheen. In de openingstrack hoor je direct de twee sterke kanten van het debuutalbum van de band terug. Wednesday bouwt hoge en gruizige gitaarmuren op, maar kiest ook de rust en dan met name wanneer Karly Hartzman zingt. Waar de band op haar debuut afwisselend voor stevige en meer ingetogen songs koos, vloeien alle invloeden in de muziek van Wednesday op Twin Plagues op mooie wijze samen.
Wednesday lijkt haar inspiratie vooral te vinden in de jaren 90. In vrijwel alle songs op Twin Plagues duiken flarden shoegaze, noiserock, indierock en indiefolk uit het betreffende decennium op. Zeker wanneer de gitaren de hoofdrol opeisen hoor je duidelijk de invloeden van shoegaze pioniers My Bloody Valentine, indierock helden Dinosaur Jr. en noiserock giganten Sonic Youth, maar door de zang van Karly Hartzman zijn ook associaties met rockbands uit de jaren 90 met een vrouwelijk boegbeeld niet te onderdrukken. Denk hierbij aan Belly en Throwing Muses, maar zeker ook aan The Breeders en Liz Phair in haar wilde jaren.
Hiermee zijn we er nog lang niet, want wanneer de gitaren vooral melodieus klinken, de mooie zang van Karly Hartzman centraal staat en zelfs een randje roots opduikt, hoor je ook nog wat van vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 90 als Cat Power en Aimee Mann, aan wiens stem de zang op Twin Plagues met enige regelmaat herinnert. Wednesday blijft echter zeker niet in de jaren 90 hangen en vindt ook aansluiting bij de wat meer rockende jonge vrouwelijke singer-songwriters die momenteel met zoveel succes aan de weg timmeren in het indiesegment, terwijl ik af en toe ook nog wel wat hoor van Big Thief.
Het zijn een heleboel namen, maar door de enorme dynamiek in het geluid van Wednesday is de Amerikaanse band absoluut een aanwinst voor de hedendaagse rockmuziek. Hoewel Twin Plagues qua geluid niet eens zoveel afwijkt van het debuutalbum van de band, is het qua niveau een wereld van verschil. De opbouw van de songs is keer op keer prachtig en ook in muzikaal en vocaal opzicht is het tweede album van Wednesday een paar klassen beter dan het vooral aardige debuut. Op hetzelfde moment heeft de band uit Asheville, North Carolina, het ongepolijste of zelfs ruwe randje van het debuut behouden, waardoor liefhebbers van ontsporend gitaarwerk ruimschoots aan hun trekken komen. Prima album. Erwin Zijleman
Weezer - Everything Will Be Alright in the End (2014)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2014, 13:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Weezer - Everything Will Be Alright In The End - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij de naam Weezer dacht ik in eerste instantie toch aan een band die al een tijdje over haar top heen is en ik zal val niet de enige zijn met deze gedachten.
De band uit Los Angeles debuteerde precies 20 jaar geleden met een titelloos debuut dat inmiddels als The Blue Album in de boeken is gekomen als klassieker. The Blue Album werd twee jaar later gevolgd door het geweldige Pinkerton, terecht uitgeroepen tot één van de meest invloedrijke platen van de jaren 90 al kwamen de meeste muziekliefhebbers (waaronder ikzelf) daar veel te laat achter. Pinkerton kreeg in 2001 een vervolg met een wederom titelloze plaat die inmiddels als The Green Album bekend staat. Sinds 2001 maakte Weezer nog vijf platen, waarvan wederom een titelloze plaat (The Red Album) de beste was. Het laatste wapenfeit van de band stamt uit 2010 toen Hurley verscheen, wat mij betreft de zwakste cd van Weezer, al was de cd ervoor ook al niet al te best.
Hurley had zomaar de zwanenzang van de band uit Los Angeles kunnen zijn, maar na vier jaar stilte keert Weezer terug met een nieuwe plaat. Everything Will Be Alright In The End werd geproduceerd door niemand minder dan Ric Ocasek, de voorman van The Cars, die zijn sporen inmiddels als muzikant en als producer inmiddels ruimschoots heeft verdiend.
Met Ric Ocasek aan het roer weet je al bijna dat het goed zit, zeker wanneer je terugdenkt aan de briljante comeback plaat van The Cars van een paar jaar geleden, maar Weezer moet het natuurlijk nog wel even waarmaken.
Wat mij betreft doet de band dat. Everything Will Be Alright In The End staat vol met popliedjes die je na één keer horen mee wilt zingen. Het zijn voor een deel de popliedjes waarmee Weezer twintig jaar geleden voor het eerst wist te verrassen, maar de band slaat ook zeker andere wegen in en schuurt hierbij een aantal malen dicht tegen het werk van The Cars aan.
Waar Weezer op haar vorige plaat een wat meer ingetogen geluid verkende, kiest het op Everything Will Be Alright In The End weer bijna uitsluitend voor uptempo popsongs. Het zijn popsongs die in een aantal malen zo afkomstig hadden kunnen zijn van het debuutalbum en meer dan eens refereren aan Buddy Holly, de eerste single van de band die mede door een briljante videoclip een wereldhit werd.
Het uptempo en meer gitaar georiënteerde rockgeluid past wat mij betreft beter bij Weezer dan het geluid waarmee de band vier jaar geleden nog experimenteerde, waardoor Everything Will Be Alright In The End aanvoelt als het spreekwoordelijke warme bad.
Weezer doet op Everything Will Be Alright In The End echter veel meer dan het reproduceren van het geluid waarmee de band ooit doorbrak. Een aantal tracks op de plaat doen zoals gezegd denken aan het geluid waarmee The Cars kleur gaf aan de Amerikaanse popmuziek, maar een keer of drie moest ik toch ook denken aan Queen, zeker wanneer Weezer kiest voor koortjes en het gitaarwerk met enige fantasie ook van Brian May had kunnen zijn. Ook met een fraai duet met Best Coast's Bethany Cosentino verruimt Weezer haar scope wederom zonder haar eigen identiteit te verliezen.
Uiteindelijk gaat het bij een band als Weezer natuurlijk maar om één ding: maakt de band popliedjes waar je vrolijk van wordt en gaat het om popliedjes die na één keer voorgoed in je hoofd zitten. Het antwoord is twee keer volmondig ja. Everything Will Be Alright In The End is een plaat vol briljante Weezer popliedjes uit het verleden, uit het heden en uit de toekomst. Heerlijke plaat voor alle gelegenheden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Weezer - Everything Will Be Alright In The End - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij de naam Weezer dacht ik in eerste instantie toch aan een band die al een tijdje over haar top heen is en ik zal val niet de enige zijn met deze gedachten.
De band uit Los Angeles debuteerde precies 20 jaar geleden met een titelloos debuut dat inmiddels als The Blue Album in de boeken is gekomen als klassieker. The Blue Album werd twee jaar later gevolgd door het geweldige Pinkerton, terecht uitgeroepen tot één van de meest invloedrijke platen van de jaren 90 al kwamen de meeste muziekliefhebbers (waaronder ikzelf) daar veel te laat achter. Pinkerton kreeg in 2001 een vervolg met een wederom titelloze plaat die inmiddels als The Green Album bekend staat. Sinds 2001 maakte Weezer nog vijf platen, waarvan wederom een titelloze plaat (The Red Album) de beste was. Het laatste wapenfeit van de band stamt uit 2010 toen Hurley verscheen, wat mij betreft de zwakste cd van Weezer, al was de cd ervoor ook al niet al te best.
Hurley had zomaar de zwanenzang van de band uit Los Angeles kunnen zijn, maar na vier jaar stilte keert Weezer terug met een nieuwe plaat. Everything Will Be Alright In The End werd geproduceerd door niemand minder dan Ric Ocasek, de voorman van The Cars, die zijn sporen inmiddels als muzikant en als producer inmiddels ruimschoots heeft verdiend.
Met Ric Ocasek aan het roer weet je al bijna dat het goed zit, zeker wanneer je terugdenkt aan de briljante comeback plaat van The Cars van een paar jaar geleden, maar Weezer moet het natuurlijk nog wel even waarmaken.
Wat mij betreft doet de band dat. Everything Will Be Alright In The End staat vol met popliedjes die je na één keer horen mee wilt zingen. Het zijn voor een deel de popliedjes waarmee Weezer twintig jaar geleden voor het eerst wist te verrassen, maar de band slaat ook zeker andere wegen in en schuurt hierbij een aantal malen dicht tegen het werk van The Cars aan.
Waar Weezer op haar vorige plaat een wat meer ingetogen geluid verkende, kiest het op Everything Will Be Alright In The End weer bijna uitsluitend voor uptempo popsongs. Het zijn popsongs die in een aantal malen zo afkomstig hadden kunnen zijn van het debuutalbum en meer dan eens refereren aan Buddy Holly, de eerste single van de band die mede door een briljante videoclip een wereldhit werd.
Het uptempo en meer gitaar georiënteerde rockgeluid past wat mij betreft beter bij Weezer dan het geluid waarmee de band vier jaar geleden nog experimenteerde, waardoor Everything Will Be Alright In The End aanvoelt als het spreekwoordelijke warme bad.
Weezer doet op Everything Will Be Alright In The End echter veel meer dan het reproduceren van het geluid waarmee de band ooit doorbrak. Een aantal tracks op de plaat doen zoals gezegd denken aan het geluid waarmee The Cars kleur gaf aan de Amerikaanse popmuziek, maar een keer of drie moest ik toch ook denken aan Queen, zeker wanneer Weezer kiest voor koortjes en het gitaarwerk met enige fantasie ook van Brian May had kunnen zijn. Ook met een fraai duet met Best Coast's Bethany Cosentino verruimt Weezer haar scope wederom zonder haar eigen identiteit te verliezen.
Uiteindelijk gaat het bij een band als Weezer natuurlijk maar om één ding: maakt de band popliedjes waar je vrolijk van wordt en gaat het om popliedjes die na één keer voorgoed in je hoofd zitten. Het antwoord is twee keer volmondig ja. Everything Will Be Alright In The End is een plaat vol briljante Weezer popliedjes uit het verleden, uit het heden en uit de toekomst. Heerlijke plaat voor alle gelegenheden. Erwin Zijleman
Wendy McNeill - One Colour More (2014)

4,0
0
geplaatst: 29 september 2014, 22:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wendy McNeill - One Colour More - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wendy McNeill is een van oorsprong Canadese singer-songwriter, die na een verblijf in Zweden inmiddels vanuit Spanje opereert. De afgelopen twaalf jaar maakte ze een aantal door de critici bejubelde, maar uiteindelijk helaas nauwelijks opgepikte, platen.
Zelf was ik een jaar of zes geleden zeer te spreken over het eigenzinnige A Dreamer's Guide To Hardcore Living, maar vervolgens ben ook ik Wendy McNeill weer uit het oog verloren. Zonder het enthousiasme van de Nederlandse promotor, had ik de nieuwe cd van Wendy McNeill waarschijnlijk gemist, want de deze week verschenen nieuwe plaat van Wendy McNeill krijgt weer veel te weinig aandacht. One Coulour More had ik echter niet graag gemist, want wat is dit een fascinerende plaat.
Iedereen die de muziek van Wendy McNeill kent weet dat de Canadese muzikante zich tot dusver bij voorkeur bedient van de kleur zwart, waardoor het hokje folk-noir tot dusver uitstekend bij haar past. Ook One Colour More bevat vooral donker getinte tracks, maar de nieuwe plaat van Wendy McNeill is net wat veelkleuriger dan zijn voorgangers. Op haar nieuwe plaat maakt Wendy McNeill muziek die in het bredere hokje folk past, waarbij folk-noir en licht theatrale folk dit keer de boventoon voeren.
Op One Colour More is Wendy McNeill weer een meester in het opbouwen van de spanning in haar songs. Een song die ingetogen begint kan eindigen met zwaar aangezette en zelfs wat dramatische klanken en bij Wendy McNeill klinkt het eigenlijk nooit gekunsteld, wat bijzonder is. Bij beluistering van One Colour More moest ik vaak denken aan het oude werk van Sinéad O’Connor (de zang, de dynamiek, het drama), maar One Colour More heeft ook iets van Kate Bush (het experimentele en expressieve), van Scandinavische ijsprinsessen (het mystieke en onderkoelde) en zeker ook van de eveneens wat minder bekende Nina Nastasia.
Indringende zang en donkere akoestische gitaar klanken (het lijkt soms wel een bas) vormen de basis van de meeste songs op One Colour More, maar hier en daar heeft de Zweedse producer Christoffer Lundqvist de plaat met bijzondere instrumenten voorzien van een voller geluid, geeft Wendy McNeill de songs met haar eigen accordeonspel meer kleur of wordt bijna dreigende percussie ingezet.
In muzikaal en vocaal opzicht is het allemaal prachtig, waarbij het overigens opvalt hoe zeer Wendy McNeill zich heeft laten inspireren door de Europese muzikale tradities, bijvoorbeeld door met een heuse Franse chanson op de proppen te komen. Maar ook in tekstueel opzicht is de nieuwe plaat van Wendy McNeill de moeite waard. One Colour More is een conceptplaat over immigratie die met grote regelmaat bijzonder fraaie verhalen vertelt. Het zijn verhalen die Wendy McNeill beeldend en bijna poëtisch verteld, wat haar muziek een geheel eigen geluid geeft. Het geeft de muziek van Wendy McNeill nog wat meer zeggingskracht en dynamiek.
In een tijd waarin muziek steeds weer een digitaal consumptiemiddel lijkt te worden, weet Wendy McNeill zich ook nog eens te onderscheiden met de wijze waarop ze One Colour More heeft verpakt. De verpakking van de cd is zwaar uitgevoerd en het lijvige boekwerk bij de cd staat vol relevante achtergrondinformatie, wat beluistering van de plaat extra leuk maakt.
Het had heel wat voeten in de aarde voordat Wendy McNeill deze plaat via crowdfunding gefinancierd kreeg, maar het is iedere geïnvesteerde cent waard geweest. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wendy McNeill - One Colour More - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wendy McNeill is een van oorsprong Canadese singer-songwriter, die na een verblijf in Zweden inmiddels vanuit Spanje opereert. De afgelopen twaalf jaar maakte ze een aantal door de critici bejubelde, maar uiteindelijk helaas nauwelijks opgepikte, platen.
Zelf was ik een jaar of zes geleden zeer te spreken over het eigenzinnige A Dreamer's Guide To Hardcore Living, maar vervolgens ben ook ik Wendy McNeill weer uit het oog verloren. Zonder het enthousiasme van de Nederlandse promotor, had ik de nieuwe cd van Wendy McNeill waarschijnlijk gemist, want de deze week verschenen nieuwe plaat van Wendy McNeill krijgt weer veel te weinig aandacht. One Coulour More had ik echter niet graag gemist, want wat is dit een fascinerende plaat.
Iedereen die de muziek van Wendy McNeill kent weet dat de Canadese muzikante zich tot dusver bij voorkeur bedient van de kleur zwart, waardoor het hokje folk-noir tot dusver uitstekend bij haar past. Ook One Colour More bevat vooral donker getinte tracks, maar de nieuwe plaat van Wendy McNeill is net wat veelkleuriger dan zijn voorgangers. Op haar nieuwe plaat maakt Wendy McNeill muziek die in het bredere hokje folk past, waarbij folk-noir en licht theatrale folk dit keer de boventoon voeren.
Op One Colour More is Wendy McNeill weer een meester in het opbouwen van de spanning in haar songs. Een song die ingetogen begint kan eindigen met zwaar aangezette en zelfs wat dramatische klanken en bij Wendy McNeill klinkt het eigenlijk nooit gekunsteld, wat bijzonder is. Bij beluistering van One Colour More moest ik vaak denken aan het oude werk van Sinéad O’Connor (de zang, de dynamiek, het drama), maar One Colour More heeft ook iets van Kate Bush (het experimentele en expressieve), van Scandinavische ijsprinsessen (het mystieke en onderkoelde) en zeker ook van de eveneens wat minder bekende Nina Nastasia.
Indringende zang en donkere akoestische gitaar klanken (het lijkt soms wel een bas) vormen de basis van de meeste songs op One Colour More, maar hier en daar heeft de Zweedse producer Christoffer Lundqvist de plaat met bijzondere instrumenten voorzien van een voller geluid, geeft Wendy McNeill de songs met haar eigen accordeonspel meer kleur of wordt bijna dreigende percussie ingezet.
In muzikaal en vocaal opzicht is het allemaal prachtig, waarbij het overigens opvalt hoe zeer Wendy McNeill zich heeft laten inspireren door de Europese muzikale tradities, bijvoorbeeld door met een heuse Franse chanson op de proppen te komen. Maar ook in tekstueel opzicht is de nieuwe plaat van Wendy McNeill de moeite waard. One Colour More is een conceptplaat over immigratie die met grote regelmaat bijzonder fraaie verhalen vertelt. Het zijn verhalen die Wendy McNeill beeldend en bijna poëtisch verteld, wat haar muziek een geheel eigen geluid geeft. Het geeft de muziek van Wendy McNeill nog wat meer zeggingskracht en dynamiek.
In een tijd waarin muziek steeds weer een digitaal consumptiemiddel lijkt te worden, weet Wendy McNeill zich ook nog eens te onderscheiden met de wijze waarop ze One Colour More heeft verpakt. De verpakking van de cd is zwaar uitgevoerd en het lijvige boekwerk bij de cd staat vol relevante achtergrondinformatie, wat beluistering van de plaat extra leuk maakt.
Het had heel wat voeten in de aarde voordat Wendy McNeill deze plaat via crowdfunding gefinancierd kreeg, maar het is iedere geïnvesteerde cent waard geweest. Wat een prachtplaat. Erwin Zijleman
Wesley Stace - Wesley Stace's John Wesley Harding (2017)

4,5
0
geplaatst: 27 februari 2017, 20:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wesley Stace - Wesley Stace's John Wesley Harding - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse singer-songwriter Wesley (Harding) Stace maakte tussen 1988 en 2011 een flinke stapel platen als John Wesley Harding (ontleend aan het fameuze album van Bob Dylan uit 1967).
Zijn eigen naam gebruikte Wesley Stace tot voor een paar jaar uitsluitend voor zijn uitingen als (overigens zeer succesvol) schrijver of muziekjournalist, maar sinds het in 2013 verschenen Self-Titled maakt Wesley Stace muziek onder de naam die ook op zijn paspoort staat.
Ik moet eerlijk toegeven dat Wesley Stace’s John Wesley Harding pas mijn eerste kennismaking is met de muziek van Wesley Stace, want tot dusver kende ik de singer-songwriter uit Hastings, East Sussex, uitsluitend als schrijver.
Dat ik ben gaan luisteren naar Wesley Stace's John Wesley Harding is overigens de verdienste van de band die Wesley Stace op zijn nieuwe plaat begeleidt, want de Brit heeft niemand minder dan de Amerikaanse alt-country band The Jayhawks weten te strikken. Dat is nog altijd een van mijn favoriete alt-country band, waardoor Wesley Stace’s John Wesley Harding me in muzikaal opzicht snel had overtuigd.
The Jayhawks hebben hun rol als begeleidingsband uitstekend opgepakt en zetten een verrassend veelzijdig geluid neer. Het is een geluid dat vaak klinkt als vintage Jayhawks, maar de band uit Minneapolis kiest ook een aantal malen voor een wat steviger rockgeluid (met heerlijke solo’s van Jayhawks voorman Gary Louris) of juist voor een wat experimenteler geluid dat wat psychedelisch aan doet.
Het is een fraaie basis, maar de rest moet Wesley Stace toch echt zelf doen. Hier slaagt hij verrassend goed in. De Brit is voorzien van een bijzonder aangenaam stemgeluid dat meestal doet denken aan dat van Elvis Costello, maar net wat aangenamer klinkt door een randje Nick Lowe en een randje Peter Gabriel.
Het is een stem die aangenaam klinkt bij de fraaie klanken van The Jayhawks, maar het is ook een stem die je heel makkelijk bij de les houdt. Dat doet Wesley Stace ook met de mooie verhalen die hij vertelt op Wesley Stace’s John Wesley Harding.
Door de mooie klanken van The Jayhawks en de bijzondere stem van Wesley Stace was ik direct onder de indruk van de nieuwe plaat van de Britse muzikant, maar Wesley Stace’s John Wesley Harding is me pas echt dierbaar geworden toen ik de plaat meerdere keren had gehoord.
Wesley Stace schrijft songs die iets met je doen en het zijn stuk voor stuk groeibriljanten. Ook de ene cover op de plaat trekt overigens aandacht, want met Don’t Turn Me Loose vertolkt Wesley Stace op fraaie wijze de grootste hit van het al lang vergeten Haagse duo Greenfield & Cook (Rink Groenveld en Peter Kok).
Zeker in Nederland trekt Wesley Stace niet heel veel aandacht met zijn muziek, maar het bijzonder fraaie Wesley Stace’s John Wesley Harding mag eigenlijk geen enkele muziekliefhebber missen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wesley Stace - Wesley Stace's John Wesley Harding - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse singer-songwriter Wesley (Harding) Stace maakte tussen 1988 en 2011 een flinke stapel platen als John Wesley Harding (ontleend aan het fameuze album van Bob Dylan uit 1967).
Zijn eigen naam gebruikte Wesley Stace tot voor een paar jaar uitsluitend voor zijn uitingen als (overigens zeer succesvol) schrijver of muziekjournalist, maar sinds het in 2013 verschenen Self-Titled maakt Wesley Stace muziek onder de naam die ook op zijn paspoort staat.
Ik moet eerlijk toegeven dat Wesley Stace’s John Wesley Harding pas mijn eerste kennismaking is met de muziek van Wesley Stace, want tot dusver kende ik de singer-songwriter uit Hastings, East Sussex, uitsluitend als schrijver.
Dat ik ben gaan luisteren naar Wesley Stace's John Wesley Harding is overigens de verdienste van de band die Wesley Stace op zijn nieuwe plaat begeleidt, want de Brit heeft niemand minder dan de Amerikaanse alt-country band The Jayhawks weten te strikken. Dat is nog altijd een van mijn favoriete alt-country band, waardoor Wesley Stace’s John Wesley Harding me in muzikaal opzicht snel had overtuigd.
The Jayhawks hebben hun rol als begeleidingsband uitstekend opgepakt en zetten een verrassend veelzijdig geluid neer. Het is een geluid dat vaak klinkt als vintage Jayhawks, maar de band uit Minneapolis kiest ook een aantal malen voor een wat steviger rockgeluid (met heerlijke solo’s van Jayhawks voorman Gary Louris) of juist voor een wat experimenteler geluid dat wat psychedelisch aan doet.
Het is een fraaie basis, maar de rest moet Wesley Stace toch echt zelf doen. Hier slaagt hij verrassend goed in. De Brit is voorzien van een bijzonder aangenaam stemgeluid dat meestal doet denken aan dat van Elvis Costello, maar net wat aangenamer klinkt door een randje Nick Lowe en een randje Peter Gabriel.
Het is een stem die aangenaam klinkt bij de fraaie klanken van The Jayhawks, maar het is ook een stem die je heel makkelijk bij de les houdt. Dat doet Wesley Stace ook met de mooie verhalen die hij vertelt op Wesley Stace’s John Wesley Harding.
Door de mooie klanken van The Jayhawks en de bijzondere stem van Wesley Stace was ik direct onder de indruk van de nieuwe plaat van de Britse muzikant, maar Wesley Stace’s John Wesley Harding is me pas echt dierbaar geworden toen ik de plaat meerdere keren had gehoord.
Wesley Stace schrijft songs die iets met je doen en het zijn stuk voor stuk groeibriljanten. Ook de ene cover op de plaat trekt overigens aandacht, want met Don’t Turn Me Loose vertolkt Wesley Stace op fraaie wijze de grootste hit van het al lang vergeten Haagse duo Greenfield & Cook (Rink Groenveld en Peter Kok).
Zeker in Nederland trekt Wesley Stace niet heel veel aandacht met zijn muziek, maar het bijzonder fraaie Wesley Stace’s John Wesley Harding mag eigenlijk geen enkele muziekliefhebber missen. Erwin Zijleman
Western Centuries - Weight of the World (2016)

4,0
0
geplaatst: 1 juli 2016, 15:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Western Centuries - Weight Of The World - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Weight Of The World van Western Centuries vond ik een tijdje geleden in mijn mailbox en viel direct op door het wat ouderwets aandoende artwork. Het past wel bij de muziek van de band, want ook deze is geworteld in tradities.
Western Centuries bestaat uit vijf muzikanten die hun sporen in de Amerikaanse rootsmuziek ruimschoots verdiend hebben, maar wiens namen alleen bij zeer fanatieke fans van het genre een belletje zullen doen rinkelen.
De enige bekende naam die ik tegen kwam was die van producer Bill Reynolds, die ik ken als lid van Band Of Horses. Reynolds nam de vijf gelouterde muzikanten mee naar zijn studio in Nashville, waar Weight Of The World op de band werd geslingerd.
De muziek van Western Centuries is zoals gezegd geworteld in tradities. De band verwerkt vooral invloeden uit de country in haar muziek, maar verrijkt deze invloeden vervolgens met allerlei andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, waaronder invloeden uit de bluegrass, honky tonk en Zydeco. Hier blijft het niet bij, want de muzikanten van Western Centuries maken ook geen geheim van hun liefde voor rhythm & blues en rock ’n roll.
Het instrumentarium op de plaat voldoet aan de verwachtingen die op basis van het bovenstaande worden gewekt en is lekker vol met veel gitaren en hiernaast fraaie bijdragen van pedal steel en viool. Overigens mag ook de zeer competent spelende ritmesectie niet onvermeld blijven, want deze voorziet de muziek van Western Centuries van veel swing en schwung.
Western Centuries bestaat uit vijf muzikanten die allemaal hun eigen muzikale bagage hebben meegenomen, waardoor de plaat heerlijk veelzijdig is. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat Western Centuries beschikt over maar liefst drie geweldige songwriters en zangers.
Het levert een plaat op die buiten het rootssegment waarschijnlijk geen zieltjes gaat winnen, maar voor liefhebbers van traditionele Amerikaanse rootsmuziek valt er op Weight Of The World veel te genieten. Western Centuries maakt immers niet alleen indruk met veelzijdige rootsmuziek en prima songs, maar weet deze ook op gloedvolle en geïnspireerde wijze te vertolken.
Ik geef toe dat het mij in eerste instantie net wat te traditioneel was, maar inmiddels heeft deze prima plaat me toch te pakken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Western Centuries - Weight Of The World - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Weight Of The World van Western Centuries vond ik een tijdje geleden in mijn mailbox en viel direct op door het wat ouderwets aandoende artwork. Het past wel bij de muziek van de band, want ook deze is geworteld in tradities.
Western Centuries bestaat uit vijf muzikanten die hun sporen in de Amerikaanse rootsmuziek ruimschoots verdiend hebben, maar wiens namen alleen bij zeer fanatieke fans van het genre een belletje zullen doen rinkelen.
De enige bekende naam die ik tegen kwam was die van producer Bill Reynolds, die ik ken als lid van Band Of Horses. Reynolds nam de vijf gelouterde muzikanten mee naar zijn studio in Nashville, waar Weight Of The World op de band werd geslingerd.
De muziek van Western Centuries is zoals gezegd geworteld in tradities. De band verwerkt vooral invloeden uit de country in haar muziek, maar verrijkt deze invloeden vervolgens met allerlei andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, waaronder invloeden uit de bluegrass, honky tonk en Zydeco. Hier blijft het niet bij, want de muzikanten van Western Centuries maken ook geen geheim van hun liefde voor rhythm & blues en rock ’n roll.
Het instrumentarium op de plaat voldoet aan de verwachtingen die op basis van het bovenstaande worden gewekt en is lekker vol met veel gitaren en hiernaast fraaie bijdragen van pedal steel en viool. Overigens mag ook de zeer competent spelende ritmesectie niet onvermeld blijven, want deze voorziet de muziek van Western Centuries van veel swing en schwung.
Western Centuries bestaat uit vijf muzikanten die allemaal hun eigen muzikale bagage hebben meegenomen, waardoor de plaat heerlijk veelzijdig is. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat Western Centuries beschikt over maar liefst drie geweldige songwriters en zangers.
Het levert een plaat op die buiten het rootssegment waarschijnlijk geen zieltjes gaat winnen, maar voor liefhebbers van traditionele Amerikaanse rootsmuziek valt er op Weight Of The World veel te genieten. Western Centuries maakt immers niet alleen indruk met veelzijdige rootsmuziek en prima songs, maar weet deze ook op gloedvolle en geïnspireerde wijze te vertolken.
Ik geef toe dat het mij in eerste instantie net wat te traditioneel was, maar inmiddels heeft deze prima plaat me toch te pakken. Erwin Zijleman
Wet Leg - moisturizer (2025)

4,0
1
geplaatst: 15 juli 2025, 16:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Wet Leg - moisturizer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Wet Leg - moisturizer
Wet Leg wist in 2022 te verrassen met een debuutalbum dat vol met onweerstaanbaar lekkere songs bleek te staan en verrast nu nog meer met moisturizer, waarop de Britse band eigenlijk alles nog net wat beter doet
Het lijkt allemaal zo eenvoudig, maar ondertussen was het razend knap hoe Rhian Teasdale en Hester Chambers op het debuutalbum van Wet Leg het ene na het andere aanstekelijke popliedje uit de hoge hoed wisten te toveren. Het is een kunst die de Britse band nog niet is verleerd, want ook moisturizer is een album dat vol staat met songs die je humeur een geweldige boost geven. Het knappe van het tweede album van Wet Leg is dat Rhian Teasdale, Hester Chambers en hun drie nieuwe bandgenoten eigenlijk alles nog een stuk beter doen dan op het debuutalbum, maar de ruwe charme van de eigenzinnige songs op dit album hebben weten te behouden.
Time flies. Tot mijn grote verbazing is het titelloze debuutalbum van het Britse duo Wet Leg alweer meer dan drie jaar oud. Het lijkt veel minder lang geleden, maar het album verscheen echt in het voorjaar van 2022. Ik was iets meer dan drie jaar geleden enorm op mijn hoede, want er werd een enorme hype gecreëerd rond het eerste album van Rhian Teasdale en Hester Chambers.
Uiteindelijk kon ik echter alleen maar concluderen dat die hype voor een belangrijk deel volkomen terecht was. Wet Leg toverde op haar debuutalbum het ene na het andere onweerstaanbare popliedje uit de hoge hoed. Het waren popliedjes die zich door van alles en nog wat hadden laten beïnvloeden en waar in muzikaal en vocaal opzicht wel wat aan schortte, maar ik kon ze echt met geen mogelijkheid weerstaan.
Deze week keert Wet Leg terug met een nieuw album en ik zal alvast verklappen dat de geschiedenis zich herhaalt. Rhian Teasdale en Hester Chambers hebben de muzikanten met wie ze de afgelopen jaren op het podium stonden toegevoegd aan Wet Leg, waardoor we nu met een heuse band te maken hebben. Het is een band die nog altijd flink de aandacht weet te trekken en dat geldt zeker voor boegbeeld Rhian Teasdale, die de afgelopen jaren een ware metamorfose heeft ondergaan.
Er is het een en ander veranderd rond Wet Leg, maar gelukkig is niet alles veranderd. Zo staat Wet Leg nog altijd garant voor geweldige popsongs waarvan je direct heel vrolijk wordt en die al snel lastig te weerstaan blijken. Het klinkt allemaal direct als Wet Leg, maar dat betekent niet dat moisturizer een kopie is van het debuutalbum van de band die ooit werd opgericht op The Isle Of Wight.
Het debuutalbum van Rhian Teasdale en Hester Chambers rammelde behoorlijk en deed dat in muzikaal opzicht, maar zeker ook in vocaal opzicht. De niet echt geweldige zang gaf de muziek van Wet Leg echter ook iets charmants en dat gold ook voor de rammelende instrumentatie. Direct bij eerste beluistering van moisturizer valt op dat Rhian Teasdale echt veel beter is gaan zingen, zonder het zo herkenbare geluid van Wet Leg te verliezen. Ook in muzikaal opzicht klinkt moisturizer een stuk beter dan zijn voorganger, maar de songs van Wet Leg houden iets ruws.
Wet Leg klinkt in het huidige poplandschap fris en eigentijds, maar de nieuwe songs van de band verwerken ook flink wat invloeden uit de jaren 90, met een voorliefde voor indierock. Vergeleken met het debuutalbum hebben gitaren flink aan terrein gewonnen op moisturizer, maar het nieuwe album van de Britse band is net zo goed een popalbum als een rockalbum.
Op het debuutalbum klonken de teksten van Rhian Teasdale en Hester Chambers nog heerlijk opstandig en af en toe puberaal, maar Rhian Teasdale is gevallen voor de liefde en maakt van haar hart geen moordkuil en kan vervelende mannen nog altijd meedogenloos fileren.
Wet Leg was in het voorjaar van 2022 een enorme hype, maar het debuutalbum van het Britse tweetal bleek uiteindelijk ook in artistiek opzicht interessant. De band rond boegbeeld Rhian Teasdale wordt nog altijd makkelijk gehyped, maar heeft met moisturizer een album afgeleverd dat zich laat beluisteren als een sterk verbeterde versie van het debuutalbum. Ik was nog altijd op mijn hoede, maar moisturizer blijkt al snel een album waarvan je alleen maar heel veel kunt houden, minstens een hele zomer lang, maar waarschijnlijk veel langer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Wet Leg - moisturizer - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Wet Leg - moisturizer
Wet Leg wist in 2022 te verrassen met een debuutalbum dat vol met onweerstaanbaar lekkere songs bleek te staan en verrast nu nog meer met moisturizer, waarop de Britse band eigenlijk alles nog net wat beter doet
Het lijkt allemaal zo eenvoudig, maar ondertussen was het razend knap hoe Rhian Teasdale en Hester Chambers op het debuutalbum van Wet Leg het ene na het andere aanstekelijke popliedje uit de hoge hoed wisten te toveren. Het is een kunst die de Britse band nog niet is verleerd, want ook moisturizer is een album dat vol staat met songs die je humeur een geweldige boost geven. Het knappe van het tweede album van Wet Leg is dat Rhian Teasdale, Hester Chambers en hun drie nieuwe bandgenoten eigenlijk alles nog een stuk beter doen dan op het debuutalbum, maar de ruwe charme van de eigenzinnige songs op dit album hebben weten te behouden.
Time flies. Tot mijn grote verbazing is het titelloze debuutalbum van het Britse duo Wet Leg alweer meer dan drie jaar oud. Het lijkt veel minder lang geleden, maar het album verscheen echt in het voorjaar van 2022. Ik was iets meer dan drie jaar geleden enorm op mijn hoede, want er werd een enorme hype gecreëerd rond het eerste album van Rhian Teasdale en Hester Chambers.
Uiteindelijk kon ik echter alleen maar concluderen dat die hype voor een belangrijk deel volkomen terecht was. Wet Leg toverde op haar debuutalbum het ene na het andere onweerstaanbare popliedje uit de hoge hoed. Het waren popliedjes die zich door van alles en nog wat hadden laten beïnvloeden en waar in muzikaal en vocaal opzicht wel wat aan schortte, maar ik kon ze echt met geen mogelijkheid weerstaan.
Deze week keert Wet Leg terug met een nieuw album en ik zal alvast verklappen dat de geschiedenis zich herhaalt. Rhian Teasdale en Hester Chambers hebben de muzikanten met wie ze de afgelopen jaren op het podium stonden toegevoegd aan Wet Leg, waardoor we nu met een heuse band te maken hebben. Het is een band die nog altijd flink de aandacht weet te trekken en dat geldt zeker voor boegbeeld Rhian Teasdale, die de afgelopen jaren een ware metamorfose heeft ondergaan.
Er is het een en ander veranderd rond Wet Leg, maar gelukkig is niet alles veranderd. Zo staat Wet Leg nog altijd garant voor geweldige popsongs waarvan je direct heel vrolijk wordt en die al snel lastig te weerstaan blijken. Het klinkt allemaal direct als Wet Leg, maar dat betekent niet dat moisturizer een kopie is van het debuutalbum van de band die ooit werd opgericht op The Isle Of Wight.
Het debuutalbum van Rhian Teasdale en Hester Chambers rammelde behoorlijk en deed dat in muzikaal opzicht, maar zeker ook in vocaal opzicht. De niet echt geweldige zang gaf de muziek van Wet Leg echter ook iets charmants en dat gold ook voor de rammelende instrumentatie. Direct bij eerste beluistering van moisturizer valt op dat Rhian Teasdale echt veel beter is gaan zingen, zonder het zo herkenbare geluid van Wet Leg te verliezen. Ook in muzikaal opzicht klinkt moisturizer een stuk beter dan zijn voorganger, maar de songs van Wet Leg houden iets ruws.
Wet Leg klinkt in het huidige poplandschap fris en eigentijds, maar de nieuwe songs van de band verwerken ook flink wat invloeden uit de jaren 90, met een voorliefde voor indierock. Vergeleken met het debuutalbum hebben gitaren flink aan terrein gewonnen op moisturizer, maar het nieuwe album van de Britse band is net zo goed een popalbum als een rockalbum.
Op het debuutalbum klonken de teksten van Rhian Teasdale en Hester Chambers nog heerlijk opstandig en af en toe puberaal, maar Rhian Teasdale is gevallen voor de liefde en maakt van haar hart geen moordkuil en kan vervelende mannen nog altijd meedogenloos fileren.
Wet Leg was in het voorjaar van 2022 een enorme hype, maar het debuutalbum van het Britse tweetal bleek uiteindelijk ook in artistiek opzicht interessant. De band rond boegbeeld Rhian Teasdale wordt nog altijd makkelijk gehyped, maar heeft met moisturizer een album afgeleverd dat zich laat beluisteren als een sterk verbeterde versie van het debuutalbum. Ik was nog altijd op mijn hoede, maar moisturizer blijkt al snel een album waarvan je alleen maar heel veel kunt houden, minstens een hele zomer lang, maar waarschijnlijk veel langer. Erwin Zijleman
Wet Leg - Wet Leg (2022)

4,5
1
geplaatst: 14 april 2022, 16:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Wet Leg - Wet Leg - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wet Leg - Wet Leg
Natuurlijk is het debuutalbum van het Britse duo Wet Leg een enorme hype, maar ondertussen leveren Rhian Teasdale en Hester Chambers wel het ene na het andere volstrekt onweerstaanbare popliedje af
Ik begon met enige scepsis aan mijn beluistering van het momenteel stevig gehypte debuutalbum van het Britse tweetal Wet Leg, maar ik moest deze scepsis al snel laten varen. Rhian Teasdale en Hester Chambers hadden al drie leuke singles op hun naam staan, maar op het debuutalbum van de twee Britse muzikanten komen daar nog negen briljante popliedjes bij. Het zijn popliedjes die na één keer horen voorgoed in je hoofd zitten, maar het zijn ook lekker eigenwijze popliedjes waarin Wet Leg alles goed doet. De ene keer klinkt het vooral elektronisch, de volgende keer gaan de gitaren los, maar keer op keer zijn de popliedjes van Wet Leg volstrekt onweerstaanbaar. Hype? Ja! Geweldig album? Ja!!
Er wordt al een aantal weken of misschien zelfs al wel maanden heel erg druk gedaan over het debuutalbum van Wet Leg. Het Britse duo, afkomstig van The Isle Of Wight, dook afgelopen zomer op en zette zichzelf direct stevig op de kaart met de singles Chaise Longue en Wet Dream. De singles met aanstekelijke deuntjes en wat puberale aan Lily Allen herinnerende teksten sloegen aan bij een breed publiek, waardoor het titelloze debuutalbum van Rhian Teasdale en Hester Chambers deze week waarschijnlijk de belangrijkste release is en ongetwijfeld de release waar de meeste aandacht naar uit gaat.
Dat er in het geval van Wet Leg sprake is van een stevige hype is zonneklaar en dus was ik op mijn hoede bij beluistering van het eerste album van het Britse duo. De eerste argwaan maakte vrijwel onmiddellijk plaats voor diepe bewondering, want Rhian Teasdale en Hester Chambers grossieren op hun debuutalbum in briljante popliedjes. Het zijn popliedjes die vooral een wat jonger publiek aan zullen spreken, maar ik kan ze ook maar moeilijk weerstaan, of, eerlijk gezegd, totaal niet weerstaan.
Wet Leg staat op haar eerste album voor popliedjes die je na één keer horen met geen mogelijkheid meer uit je hoofd krijgt, waarbij je de recht voor zijn raap teksten van het tweetal direct meeneemt. Het zijn popliedjes die herinneren aan Lily Allen en zeker niet alleen vanwege de teksten, maar ook alles dat de Britpop zo onweerstaanbaar maakte is terug te horen in de muziek van het tweetal, waarbij vooral gedacht moet worden aan een band als Elastica, die de hype nooit echt wist waar te maken.
Wet Leg kan uit de voeten met aanstekelijke elektronische popliedjes, maar de gitaren mogen ook ronken op dit debuut dat zo af en toe heerlijk uit de vocht vliegt. Stevig gehypte bands als Wet Leg zijn meestal een bedacht product dat een breed mogelijk publiek aan moet kunnen spreken, maar ik heb het idee dat Rhian Teasdale en Hester Chambers precies doen waar ze zelf zin in hebben en schijt hebben aan de verwachtingen die de platenmaatschappij heeft.
Het eerste album van Wet Leg klinkt ruw, eigenwijs en onbevangen, maar ondertussen klopt alles in de songs van het Britse duo. Wet Leg zal worden vergeleken met ‘hitmachines’ als Lily Allen (die overigens ook altijd precies doet waar ze zin in heeft), maar dit album moet ook liefhebbers van eigenzinnigere bands als Goat Girl (dat vorig jaar een zwaar onderschat meesterwerk afleverde) aan kunnen spreken.
Het laatste album van Goat Girl werd overigens geproduceerd door Dan Carey, die ook werkte met bekendere namen als Fontaines D.C., Kae Tempest, La Roux, Grimes, Bat For Lashes en Caroline Polachek. Dan Carey heeft ook het debuut van Wet Leg voorzien van diepe postpunk bassen en hier en daar postpunk gitaren, maar verder domineert de lekker in het gehoor liggende pop en rock.
Het debuutalbum van Wet Leg bevat twaalf songs en ze zijn allemaal even goed, maar ook allemaal net wat anders. De stevige hype die momenteel om het Britse duo heen waait, zal voor velen een reden zijn om ver weg te blijven van dit album, maar hiermee doe je jezelf echt tekort. Wet Leg maakt lekker in het gehoor liggende pop en rock, maar dertien in een dozijn pop en rock wordt het geen moment. Ik begon met enige scepsis, maar inmiddels zing ik het dozijn briljante popliedjes helemaal mee en het verveel vooralsnog echt geen moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Wet Leg - Wet Leg - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Wet Leg - Wet Leg
Natuurlijk is het debuutalbum van het Britse duo Wet Leg een enorme hype, maar ondertussen leveren Rhian Teasdale en Hester Chambers wel het ene na het andere volstrekt onweerstaanbare popliedje af
Ik begon met enige scepsis aan mijn beluistering van het momenteel stevig gehypte debuutalbum van het Britse tweetal Wet Leg, maar ik moest deze scepsis al snel laten varen. Rhian Teasdale en Hester Chambers hadden al drie leuke singles op hun naam staan, maar op het debuutalbum van de twee Britse muzikanten komen daar nog negen briljante popliedjes bij. Het zijn popliedjes die na één keer horen voorgoed in je hoofd zitten, maar het zijn ook lekker eigenwijze popliedjes waarin Wet Leg alles goed doet. De ene keer klinkt het vooral elektronisch, de volgende keer gaan de gitaren los, maar keer op keer zijn de popliedjes van Wet Leg volstrekt onweerstaanbaar. Hype? Ja! Geweldig album? Ja!!
Er wordt al een aantal weken of misschien zelfs al wel maanden heel erg druk gedaan over het debuutalbum van Wet Leg. Het Britse duo, afkomstig van The Isle Of Wight, dook afgelopen zomer op en zette zichzelf direct stevig op de kaart met de singles Chaise Longue en Wet Dream. De singles met aanstekelijke deuntjes en wat puberale aan Lily Allen herinnerende teksten sloegen aan bij een breed publiek, waardoor het titelloze debuutalbum van Rhian Teasdale en Hester Chambers deze week waarschijnlijk de belangrijkste release is en ongetwijfeld de release waar de meeste aandacht naar uit gaat.
Dat er in het geval van Wet Leg sprake is van een stevige hype is zonneklaar en dus was ik op mijn hoede bij beluistering van het eerste album van het Britse duo. De eerste argwaan maakte vrijwel onmiddellijk plaats voor diepe bewondering, want Rhian Teasdale en Hester Chambers grossieren op hun debuutalbum in briljante popliedjes. Het zijn popliedjes die vooral een wat jonger publiek aan zullen spreken, maar ik kan ze ook maar moeilijk weerstaan, of, eerlijk gezegd, totaal niet weerstaan.
Wet Leg staat op haar eerste album voor popliedjes die je na één keer horen met geen mogelijkheid meer uit je hoofd krijgt, waarbij je de recht voor zijn raap teksten van het tweetal direct meeneemt. Het zijn popliedjes die herinneren aan Lily Allen en zeker niet alleen vanwege de teksten, maar ook alles dat de Britpop zo onweerstaanbaar maakte is terug te horen in de muziek van het tweetal, waarbij vooral gedacht moet worden aan een band als Elastica, die de hype nooit echt wist waar te maken.
Wet Leg kan uit de voeten met aanstekelijke elektronische popliedjes, maar de gitaren mogen ook ronken op dit debuut dat zo af en toe heerlijk uit de vocht vliegt. Stevig gehypte bands als Wet Leg zijn meestal een bedacht product dat een breed mogelijk publiek aan moet kunnen spreken, maar ik heb het idee dat Rhian Teasdale en Hester Chambers precies doen waar ze zelf zin in hebben en schijt hebben aan de verwachtingen die de platenmaatschappij heeft.
Het eerste album van Wet Leg klinkt ruw, eigenwijs en onbevangen, maar ondertussen klopt alles in de songs van het Britse duo. Wet Leg zal worden vergeleken met ‘hitmachines’ als Lily Allen (die overigens ook altijd precies doet waar ze zin in heeft), maar dit album moet ook liefhebbers van eigenzinnigere bands als Goat Girl (dat vorig jaar een zwaar onderschat meesterwerk afleverde) aan kunnen spreken.
Het laatste album van Goat Girl werd overigens geproduceerd door Dan Carey, die ook werkte met bekendere namen als Fontaines D.C., Kae Tempest, La Roux, Grimes, Bat For Lashes en Caroline Polachek. Dan Carey heeft ook het debuut van Wet Leg voorzien van diepe postpunk bassen en hier en daar postpunk gitaren, maar verder domineert de lekker in het gehoor liggende pop en rock.
Het debuutalbum van Wet Leg bevat twaalf songs en ze zijn allemaal even goed, maar ook allemaal net wat anders. De stevige hype die momenteel om het Britse duo heen waait, zal voor velen een reden zijn om ver weg te blijven van dit album, maar hiermee doe je jezelf echt tekort. Wet Leg maakt lekker in het gehoor liggende pop en rock, maar dertien in een dozijn pop en rock wordt het geen moment. Ik begon met enige scepsis, maar inmiddels zing ik het dozijn briljante popliedjes helemaal mee en het verveel vooralsnog echt geen moment. Erwin Zijleman
Weval - Remember (2023)

4,0
2
geplaatst: 21 maart 2023, 17:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Weval - Remember - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Weval - Remember
Het Amsterdamse duo Weval laat op haar derde album Remember een uiterst veelzijdig, veelkleurig en spannend elektronisch geluid horen, maar verliest ook de toegankelijke popsong niet uit het oog
Remember is mijn eerste kennismaking met de muziek van Harm Coolen en Merijn Scholte Albers, oftewel Weval. Ik ging er tot voor kort van uit dat de muziek van het Amsterdamse duo niets voor mij was, maar ik vind Remember een fascinerend album. Weval trekt een flinke batterij elektronica uit de kast en slaagt er in om in iedere track weer net wat anders te klinken. Weval schuwt het experiment geen moment, maar is ook niet bang voor popsongs met een kop en een staart. Het zijn songs die putten uit de rijke historie van de elektronische popmuziek, maar het Amsterdamse duo creëert op haar derde album ook een duidelijk eigen geluid. Fascinerend album.
Ik had volgens mij nog niet eerder naar de muziek van Weval geluisterd, terwijl het deze week verschenen Remember toch al het derde album is van het Amsterdamse duo, dat tot dusver ook nog eens kan rekenen op zeer positieve recensies. Mogelijk heb ik me wat laten afschrikken door de etiketten elektronica en dance die vaak op de muziek van Weval worden geplakt, want dat zijn niet de genres waar mijn eerste voorkeur naar uit gaat bij de selectie van nieuwe albums.
Het blijkt in het geval van Weval onterecht, want Remember is een album waar ik juist heel goed mee uit de voeten kan. Dat heeft alles te maken met het tempo waarin de muziek van het Amsterdamse duo zich voortsleept. Op Remember vertrouwen Harm Coolen en Merijn Scholte Albers niet op stuwende beats, maar ligt het tempo over het algemeen laag. Met dance heeft het allemaal niet zo heel veel te maken, want Remember lijkt me geen album dat de dansvloer in vuur en vlam gaat zetten, al gaat het tempo aan het eind van het album nog wel wat omhoog.
Het lagere tempo is zeker niet het enige dat me over de streep trok bij beluistering van het nieuwe album van Weval, want het Amsterdamse tweetal heeft veel meer te bieden. De elektronica heeft door het wat lage tempo al snel een bezwerende uitwerking, maar het is ook elektronica die een breed en veelkleurig palet bestrijkt. Weval heeft zich deels laten beïnvloeden door de elektronica pioniers uit het verre verleden, maar klinkt minstens net zo vaak eigentijds of zelfs wat futuristisch.
Door steeds te kiezen voor andere ritmes en andere klanken is Remember, ondanks het feit dat het tempo vooral laag blijft, een opvallend gevarieerd album. De twee Amsterdamse muzikanten weten steeds weer te verrassen met bijzondere klanken, die variëren van sprookjesachtig en atmosferisch tot vervormd en vervreemdend of psychedelisch en bezwerend.
De flinke batterij aan elektronica op het album wordt gecombineerd met lekker lome en dromerige zang, die prachtig contrasteert met de klanken van alle synths. Door het toevoegen van zang stuurt Weval haar muziek makkelijk de kant op van popsongs met een kop en een staart en dat ontbreekt er nog wel eens aan op albums die in het hokje elektronica worden geduwd.
Dat die elektronica niet alleen mooi kleurt bij de stemmen van Harm Coolen en Merijn Scholte Albers is te horen in de track waarin wordt samengewerkt met Eefje de Visser en dat is een samenwerking die wat mij betreft naar veel meer smaakt. Maar ook zonder Eefje de Visser legt Weval de lat song na song hoog.
Weval maakt op Remember songs met een kop en een staart, maar het Nederlandse duo kiest nooit voor de makkelijkste weg. De songs op Remember zitten knap in elkaar en weten steeds weer te verrassen met bijzondere klanken, opvallende wendingen en fraaie spanningsbogen. Zeker bij niet al te aandachtige beluistering kabbelt de muziek van Weval aangenaam voort, maar pas bij aandachtige beluistering komt Remember tot leven en blijf je maar nieuwe dingen horen in de muziek van Harm Coolen en Merijn Scholte Albers.
Inmiddels heb ik ook de eerste twee albums van Weval beluisterd, maar Remember bevalt me net wat beter. Het heeft even geduurd, maar ik begrijp inmiddels waarom de muziek van Weval zo stevig wordt bewierookt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Weval - Remember - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Weval - Remember
Het Amsterdamse duo Weval laat op haar derde album Remember een uiterst veelzijdig, veelkleurig en spannend elektronisch geluid horen, maar verliest ook de toegankelijke popsong niet uit het oog
Remember is mijn eerste kennismaking met de muziek van Harm Coolen en Merijn Scholte Albers, oftewel Weval. Ik ging er tot voor kort van uit dat de muziek van het Amsterdamse duo niets voor mij was, maar ik vind Remember een fascinerend album. Weval trekt een flinke batterij elektronica uit de kast en slaagt er in om in iedere track weer net wat anders te klinken. Weval schuwt het experiment geen moment, maar is ook niet bang voor popsongs met een kop en een staart. Het zijn songs die putten uit de rijke historie van de elektronische popmuziek, maar het Amsterdamse duo creëert op haar derde album ook een duidelijk eigen geluid. Fascinerend album.
Ik had volgens mij nog niet eerder naar de muziek van Weval geluisterd, terwijl het deze week verschenen Remember toch al het derde album is van het Amsterdamse duo, dat tot dusver ook nog eens kan rekenen op zeer positieve recensies. Mogelijk heb ik me wat laten afschrikken door de etiketten elektronica en dance die vaak op de muziek van Weval worden geplakt, want dat zijn niet de genres waar mijn eerste voorkeur naar uit gaat bij de selectie van nieuwe albums.
Het blijkt in het geval van Weval onterecht, want Remember is een album waar ik juist heel goed mee uit de voeten kan. Dat heeft alles te maken met het tempo waarin de muziek van het Amsterdamse duo zich voortsleept. Op Remember vertrouwen Harm Coolen en Merijn Scholte Albers niet op stuwende beats, maar ligt het tempo over het algemeen laag. Met dance heeft het allemaal niet zo heel veel te maken, want Remember lijkt me geen album dat de dansvloer in vuur en vlam gaat zetten, al gaat het tempo aan het eind van het album nog wel wat omhoog.
Het lagere tempo is zeker niet het enige dat me over de streep trok bij beluistering van het nieuwe album van Weval, want het Amsterdamse tweetal heeft veel meer te bieden. De elektronica heeft door het wat lage tempo al snel een bezwerende uitwerking, maar het is ook elektronica die een breed en veelkleurig palet bestrijkt. Weval heeft zich deels laten beïnvloeden door de elektronica pioniers uit het verre verleden, maar klinkt minstens net zo vaak eigentijds of zelfs wat futuristisch.
Door steeds te kiezen voor andere ritmes en andere klanken is Remember, ondanks het feit dat het tempo vooral laag blijft, een opvallend gevarieerd album. De twee Amsterdamse muzikanten weten steeds weer te verrassen met bijzondere klanken, die variëren van sprookjesachtig en atmosferisch tot vervormd en vervreemdend of psychedelisch en bezwerend.
De flinke batterij aan elektronica op het album wordt gecombineerd met lekker lome en dromerige zang, die prachtig contrasteert met de klanken van alle synths. Door het toevoegen van zang stuurt Weval haar muziek makkelijk de kant op van popsongs met een kop en een staart en dat ontbreekt er nog wel eens aan op albums die in het hokje elektronica worden geduwd.
Dat die elektronica niet alleen mooi kleurt bij de stemmen van Harm Coolen en Merijn Scholte Albers is te horen in de track waarin wordt samengewerkt met Eefje de Visser en dat is een samenwerking die wat mij betreft naar veel meer smaakt. Maar ook zonder Eefje de Visser legt Weval de lat song na song hoog.
Weval maakt op Remember songs met een kop en een staart, maar het Nederlandse duo kiest nooit voor de makkelijkste weg. De songs op Remember zitten knap in elkaar en weten steeds weer te verrassen met bijzondere klanken, opvallende wendingen en fraaie spanningsbogen. Zeker bij niet al te aandachtige beluistering kabbelt de muziek van Weval aangenaam voort, maar pas bij aandachtige beluistering komt Remember tot leven en blijf je maar nieuwe dingen horen in de muziek van Harm Coolen en Merijn Scholte Albers.
Inmiddels heb ik ook de eerste twee albums van Weval beluisterd, maar Remember bevalt me net wat beter. Het heeft even geduurd, maar ik begrijp inmiddels waarom de muziek van Weval zo stevig wordt bewierookt. Erwin Zijleman
Weyes Blood - And in the Darkness, Hearts Aglow (2022)

4,5
2
geplaatst: 19 november 2022, 10:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Weyes Blood - And In The Darkness, Hearts Aglow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Weyes Blood - And In The Darkness, Hearts Aglow
Weyes Blood vervolgt haar imposante muzikale reis met het werkelijk prachtige And In The Darkness, Hearts Aglow, dat betovert met memorabele songs, wonderschone arrangementen en zang om van te watertanden
Na de jaarlijstjesalbums The Innocents, Front Row Seat To Earth en Titanic Rising lag de lat ontiegelijk hoog, maar het deze week verschenen And In The Darkness, Hearts Aglow gaat er wat mij betreft overheen. De songs van Natalie Mering zijn misschien wat toegankelijker geworden, maar de arrangementen op het album zijn wederom betoverend mooi, wat ook geldt voor de zang van de Amerikaanse muzikante, die hier en daar herinnert aan Karen Carpenter. And In The Darkness, Hearts Aglow slaat op fraaie wijze een brug tussen verleden en heden en voorziet de donkere avonden van het moment van een prachtige soundtrack. Schrijf maar alvast op voor de jaarlijstjes.
Natalie Mering maakte een tijdje deel uit van de Amerikaanse cultband Jackie-O Motherfucker, maar begon ruim 15 jaar geleden aan een solocarrière onder de naam Weyes Bludh. Haar eerste soloalbum bracht ze in 2011 uit onder de naam Weyes Blood & The Dark Juices, maar Natalie Mering maakte op mij voor het eerst een onuitwisbare indruk met het bijzondere The Innocents, dat in 2014 onder de naam Weyes Blood verscheen.
Het speelse en avontuurlijke album vormde de basis voor twee net wat toegankelijkere, maar wat mij betreft wonderschone albums. Front Row Seat To Earth uit 2016 en Titanic Rising uit 2019 kregen een hoge notering in mijn jaarlijstjes over de betreffende jaren en ik was zeker niet de enige die diep onder de indruk was van de sprookjesachtige klanken, de betoverende songs en de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante.
Dat het nog een flink stuk beter kan laat Natalie Mering horen op het nieuwe album van Weyes Blood, het tweede deel van een trilogie die werd gestart met Titanic Rising. Ik was direct bij de eerste keer horen hopeloos verliefd op And In The Darkness, Hearts Aglow en koester het album inmiddels als één van de mooiste of misschien wel het mooiste album van 2022. Op haar nieuwe album trekt de muzikante, die zich na omzwervingen door de VS heeft gevestigd in Los Angeles, de lijn van met name Titanic Rising door, maar het nieuwe album van Weyes Blood laat ook flinke groei horen.
Het alter ego van Natalie Mering maakt ook dit keer muziek die met één been in de jaren 70 en met één been in het heden staat. Alle songs op And In The Darkness, Hearts Aglow herinneren aan de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, maar de muziek van Weyes Blood raakt dit keer ook met enige regelmaat aan die van de door mij zeer bewonderde Aimee Mann.
Dat geldt niet direct voor de instrumentatie, want Natalie Mering pakt op haar nieuwe album flink uit met strijkers en elektronica, wat een groots en meeslepend geluid oplevert. Het is een geluid dat hier en daar tegen bombast aan schuurt, maar Natalie Mering trapt nergens in de valkuil van overdaad. And In The Darkness, Hearts Aglow is voorzien van een rijk en gloedvol geluid met hier en daar klassiek aandoende of new age achtige klanken, maar de arrangementen blijken keer op keer van een bijzondere schoonheid en trefzekerheid.
De stem van Natalie Mering vind ik misschien nog wel mooier. Ik hoor hier en daar een randje Aimee Mann, maar ik hoor ook flarden van Karen Carpenter, die inmiddels terecht wordt geschaard onder de mooiste stemmen uit de jaren 70. De zang op And In The Darkness, Hearts Aglow is tien songs lang goed voor kippenvel, waarna de prachtige klanken de bezwering nog wat verder opvoeren.
De meeste groei hoor ik echter in de songs van Natalie Mering. De Amerikaanse muzikante heeft een aantal betoverend mooie songs geschreven, waarin je steeds weer nieuwe lagen ontdekt. Het zijn songs vol echo’s uit het verleden, maar het nieuwe album van Weyes Blood is ook absoluut een eigentijds album.
Het is een album dat wonderen verricht wanneer de zon onder is en de temperatuur daalt, maar And In The Darkness, Hearts Aglow is zeker niet alleen een album voor de donkere seizoenen. Weyes Blood had al drie prachtplaten op haar naam staan, maar het nieuwe album is nog een flink stuk beter. En deel drie van de trilogie hebben we nog tegoed. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Weyes Blood - And In The Darkness, Hearts Aglow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Weyes Blood - And In The Darkness, Hearts Aglow
Weyes Blood vervolgt haar imposante muzikale reis met het werkelijk prachtige And In The Darkness, Hearts Aglow, dat betovert met memorabele songs, wonderschone arrangementen en zang om van te watertanden
Na de jaarlijstjesalbums The Innocents, Front Row Seat To Earth en Titanic Rising lag de lat ontiegelijk hoog, maar het deze week verschenen And In The Darkness, Hearts Aglow gaat er wat mij betreft overheen. De songs van Natalie Mering zijn misschien wat toegankelijker geworden, maar de arrangementen op het album zijn wederom betoverend mooi, wat ook geldt voor de zang van de Amerikaanse muzikante, die hier en daar herinnert aan Karen Carpenter. And In The Darkness, Hearts Aglow slaat op fraaie wijze een brug tussen verleden en heden en voorziet de donkere avonden van het moment van een prachtige soundtrack. Schrijf maar alvast op voor de jaarlijstjes.
Natalie Mering maakte een tijdje deel uit van de Amerikaanse cultband Jackie-O Motherfucker, maar begon ruim 15 jaar geleden aan een solocarrière onder de naam Weyes Bludh. Haar eerste soloalbum bracht ze in 2011 uit onder de naam Weyes Blood & The Dark Juices, maar Natalie Mering maakte op mij voor het eerst een onuitwisbare indruk met het bijzondere The Innocents, dat in 2014 onder de naam Weyes Blood verscheen.
Het speelse en avontuurlijke album vormde de basis voor twee net wat toegankelijkere, maar wat mij betreft wonderschone albums. Front Row Seat To Earth uit 2016 en Titanic Rising uit 2019 kregen een hoge notering in mijn jaarlijstjes over de betreffende jaren en ik was zeker niet de enige die diep onder de indruk was van de sprookjesachtige klanken, de betoverende songs en de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante.
Dat het nog een flink stuk beter kan laat Natalie Mering horen op het nieuwe album van Weyes Blood, het tweede deel van een trilogie die werd gestart met Titanic Rising. Ik was direct bij de eerste keer horen hopeloos verliefd op And In The Darkness, Hearts Aglow en koester het album inmiddels als één van de mooiste of misschien wel het mooiste album van 2022. Op haar nieuwe album trekt de muzikante, die zich na omzwervingen door de VS heeft gevestigd in Los Angeles, de lijn van met name Titanic Rising door, maar het nieuwe album van Weyes Blood laat ook flinke groei horen.
Het alter ego van Natalie Mering maakt ook dit keer muziek die met één been in de jaren 70 en met één been in het heden staat. Alle songs op And In The Darkness, Hearts Aglow herinneren aan de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, maar de muziek van Weyes Blood raakt dit keer ook met enige regelmaat aan die van de door mij zeer bewonderde Aimee Mann.
Dat geldt niet direct voor de instrumentatie, want Natalie Mering pakt op haar nieuwe album flink uit met strijkers en elektronica, wat een groots en meeslepend geluid oplevert. Het is een geluid dat hier en daar tegen bombast aan schuurt, maar Natalie Mering trapt nergens in de valkuil van overdaad. And In The Darkness, Hearts Aglow is voorzien van een rijk en gloedvol geluid met hier en daar klassiek aandoende of new age achtige klanken, maar de arrangementen blijken keer op keer van een bijzondere schoonheid en trefzekerheid.
De stem van Natalie Mering vind ik misschien nog wel mooier. Ik hoor hier en daar een randje Aimee Mann, maar ik hoor ook flarden van Karen Carpenter, die inmiddels terecht wordt geschaard onder de mooiste stemmen uit de jaren 70. De zang op And In The Darkness, Hearts Aglow is tien songs lang goed voor kippenvel, waarna de prachtige klanken de bezwering nog wat verder opvoeren.
De meeste groei hoor ik echter in de songs van Natalie Mering. De Amerikaanse muzikante heeft een aantal betoverend mooie songs geschreven, waarin je steeds weer nieuwe lagen ontdekt. Het zijn songs vol echo’s uit het verleden, maar het nieuwe album van Weyes Blood is ook absoluut een eigentijds album.
Het is een album dat wonderen verricht wanneer de zon onder is en de temperatuur daalt, maar And In The Darkness, Hearts Aglow is zeker niet alleen een album voor de donkere seizoenen. Weyes Blood had al drie prachtplaten op haar naam staan, maar het nieuwe album is nog een flink stuk beter. En deel drie van de trilogie hebben we nog tegoed. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman
Weyes Blood - Front Row Seat to Earth (2016)

4,5
1
geplaatst: 22 oktober 2016, 11:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Weyes Blood - Front Row Seat To Earth - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Front Row Seat To Earth is de opvolger van The Innocents, waarmee Weyes Blood ongeveer twee jaar geleden indruk maakte.
Het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Natalie Mering maakte het de luisteraar met deze plaat zeker niet makkelijk, al was dat ook niet te verwachten wanneer een plaat labels als avant garde folk of freak folk krijgt opgeplakt.
Die labels waren overigens slechts in beperkte mate van toepassing op The Innocents en gaan nog veel minder op voor Front Row Seat To Earth.
Vergeleken met het eerdere werk van Natalie Mering (die ook muziek maakte Weyes Bluhd en verder deel uit maakte van Jackie-O Motherfucker) is de nieuwe plaat van Weyes Blood een behoorlijk toegankelijke plaat. Het is een plaat waarop de mooie stem van Natalie Mering centraal staat en dat is een wijs besluit.
Het is een stem die het goed zou hebben gedaan in de pastorale folk van de jaren 60 en 70, maar die het even goed zou hebben gedaan in de psychedelica uit deze periode. Invloeden uit de folk en psychedelica uit vervlogen tijden spelen een belangrijke rol op Front Row Seat To Earth, maar in tegenstelling tot de meeste van haar soortgenoten slaagt Natalie Mering er in om een eigen draai te geven aan deze invloeden.
De nieuwe plaat van Weyes Blood heeft zich ook zeker laten beïnvloeden door de grote singer-songwriters uit de jaren 70 en maakt hiernaast uitstapjes richting The Cocteau Twins. Namen die minder vaak opduiken, maar die ik maar niet kan verdringen zijn die van Lana Del Rey en vooral die van Enya.
Front Row Seat To Earth wordt zoals gezegd gedragen door de mooie en bijzondere vocalen van Natalie Mering, maar ook de instrumentatie op en de productie van de plaat verdienen positieve woorden. Bijgestaan door Chris Cohen is de nieuwe plaat van Weyes Blood voorzien van een gloedvol, veelkleurig, vaak vol en soms honingzoet geluid, dat uitstapjes maakt binnen een aantal decennia popmuziek. Veel tracks op de plaat klinken daarom direct vertrouwd, al is het totale plaatje een plaatje dat in de jaren 60 en 70 nog niet was uitgevonden.
Waar ik af en toe nog wel wat moeite had met The Innocents slaat deze fraaie opvolger zich als een warme deken om je heen. Dat de warmbloedige songs nog veel dieper graven dan je bij eerste beluistering zult vermoeden blijkt vervolgens vanzelf. Het maakt van Front Row Seat To Earth een buitengewoon aangename, maar ook buitengewoon knappe plaat, die het hier uitstekend gaan doen nu de blaadjes weer gaan vallen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Weyes Blood - Front Row Seat To Earth - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Front Row Seat To Earth is de opvolger van The Innocents, waarmee Weyes Blood ongeveer twee jaar geleden indruk maakte.
Het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Natalie Mering maakte het de luisteraar met deze plaat zeker niet makkelijk, al was dat ook niet te verwachten wanneer een plaat labels als avant garde folk of freak folk krijgt opgeplakt.
Die labels waren overigens slechts in beperkte mate van toepassing op The Innocents en gaan nog veel minder op voor Front Row Seat To Earth.
Vergeleken met het eerdere werk van Natalie Mering (die ook muziek maakte Weyes Bluhd en verder deel uit maakte van Jackie-O Motherfucker) is de nieuwe plaat van Weyes Blood een behoorlijk toegankelijke plaat. Het is een plaat waarop de mooie stem van Natalie Mering centraal staat en dat is een wijs besluit.
Het is een stem die het goed zou hebben gedaan in de pastorale folk van de jaren 60 en 70, maar die het even goed zou hebben gedaan in de psychedelica uit deze periode. Invloeden uit de folk en psychedelica uit vervlogen tijden spelen een belangrijke rol op Front Row Seat To Earth, maar in tegenstelling tot de meeste van haar soortgenoten slaagt Natalie Mering er in om een eigen draai te geven aan deze invloeden.
De nieuwe plaat van Weyes Blood heeft zich ook zeker laten beïnvloeden door de grote singer-songwriters uit de jaren 70 en maakt hiernaast uitstapjes richting The Cocteau Twins. Namen die minder vaak opduiken, maar die ik maar niet kan verdringen zijn die van Lana Del Rey en vooral die van Enya.
Front Row Seat To Earth wordt zoals gezegd gedragen door de mooie en bijzondere vocalen van Natalie Mering, maar ook de instrumentatie op en de productie van de plaat verdienen positieve woorden. Bijgestaan door Chris Cohen is de nieuwe plaat van Weyes Blood voorzien van een gloedvol, veelkleurig, vaak vol en soms honingzoet geluid, dat uitstapjes maakt binnen een aantal decennia popmuziek. Veel tracks op de plaat klinken daarom direct vertrouwd, al is het totale plaatje een plaatje dat in de jaren 60 en 70 nog niet was uitgevonden.
Waar ik af en toe nog wel wat moeite had met The Innocents slaat deze fraaie opvolger zich als een warme deken om je heen. Dat de warmbloedige songs nog veel dieper graven dan je bij eerste beluistering zult vermoeden blijkt vervolgens vanzelf. Het maakt van Front Row Seat To Earth een buitengewoon aangename, maar ook buitengewoon knappe plaat, die het hier uitstekend gaan doen nu de blaadjes weer gaan vallen. Erwin Zijleman
Weyes Blood - The Innocents (2014)

4,0
0
geplaatst: 3 november 2014, 14:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Weyes Blood - The Innocents - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Innocents is de tweede plaat van Weyes Blood, het alter ego van de oorspronkelijk uit Pennsylvania afkomstige, maar lange tijd vanuit Portland, Oregon, opererende Amerikaanse multi-instrumentalist Natalie Mering.
Deze eigenzinnige muzikante speelde in het verleden een tijdje in de in de freakband Jackie-O Motherfucker, bracht als Weyes Bhlud een aantal cassettes met buitengewoon obscure muziek uit en dook na de release van het niet erg breed opgepikte The Outside Room uit 2011 op bij Ariel Pink, waarna ze zich verdiepte in de ins en out van de kruidengeneeskunde in Kentucky om zich vervolgens te vestigen in New York.
Op basis van het bovenstaande verwacht je waarschijnlijk geen toegankelijke plaat van Weyes Blood en dat is The Innocents ook niet. The Innocents wordt tot dusver vooral in het hokje folk/avant garde of freakfolk geduwd. Daar is wat voor te zeggen, al dekken deze vlaggen maar een deel van de lading.
Invloeden uit de folk zijn onmiskenbaar aanwezig in de muziek van Weyes Blood. Natalie Mering zingt net zo pastoraal als flink wat Britse en Amerikaanse folkzangeressen uit het verre verleden en heeft een voorliefde voor songs die in eerste instantie wat zwaar op de maag liggen. Toch is dit niet de zoveelste folkie die de mosterd in een ver verleden zoekt. Daarvoor zijn de vocalen van Natalie Mering te zwaar aangezet en ook te onvast.
The Innocents staat vol met nogal dramatisch klinkende songs, die voor velen waarschijnlijk wat teveel van het goede zijn, maar net zo makkelijk kunnen verrassen met een bijna onwerkelijke schoonheid.
De vocalen zetten je misschien af en toe wat op het verkeerde been, maar de instrumentatie op The Innocents doet dat vrijwel continu. Zo lijkt de openingstrack heel even een traditionele folksong, totdat je steeds vaker vreemde geluiden opmerkt in de sobere klanken en de stem van Natalie Mering steeds vaker uit de bocht vliegt.
The Innocents bevat deels prachtig snarenwerk of breed uitwaaiende en bijna new age achtige pianoklanken, maar de instrumentatie op The Innocents is altijd een instrumentatie met een twist. Het is een twist die vaak elektronisch en ongrijpbaar is, maar dat hoeft niet.
Heel in de verte klinkt Weyes Blood misschien als Karen Dalton, Joan Baez, Vashti Bunyan of een andere folkie van vroeger of juist als Enya in haar zweverigste dagen, maar luister beter naar de eigenzinnige klanken van The Innocents en je hoort steeds meer Zola Jesus, Grouper en vooral Weyes Blood.
Ik geef eerlijk toe dat ik al een tijdje een haat-liefde verhouding heb met The Innocents van Weyes Blood. Het is een verhouding die nadrukkelijk de grenzen op zoekt. Ook na herhaalde beluistering vind ik het nog steeds net zo makkelijk prachtig als afgrijselijk en dat kan iedere keer weer anders zijn, al vallen na herhaalde beluistering steeds meer elementen uit de muziek van Weyes Blood op hun plaats.
Weyes Blood heeft met The Innocents een ongrijpbare, betoverende, beangstigende, meeslepende en vervreemdende plaat gemaakt. Het is een plaat die respect afdwingt, maar die zich langzaam maar zeer zeker ook opdringt. Hoe meer de plaat zich opdringt, hoe meer schoonheid naar de oppervlakte opborrelt. Zeker geen plaat voor alle momenten, maar als het moment goed is, is dit een gewaagd pareltje vol glans en toverkracht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Weyes Blood - The Innocents - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Innocents is de tweede plaat van Weyes Blood, het alter ego van de oorspronkelijk uit Pennsylvania afkomstige, maar lange tijd vanuit Portland, Oregon, opererende Amerikaanse multi-instrumentalist Natalie Mering.
Deze eigenzinnige muzikante speelde in het verleden een tijdje in de in de freakband Jackie-O Motherfucker, bracht als Weyes Bhlud een aantal cassettes met buitengewoon obscure muziek uit en dook na de release van het niet erg breed opgepikte The Outside Room uit 2011 op bij Ariel Pink, waarna ze zich verdiepte in de ins en out van de kruidengeneeskunde in Kentucky om zich vervolgens te vestigen in New York.
Op basis van het bovenstaande verwacht je waarschijnlijk geen toegankelijke plaat van Weyes Blood en dat is The Innocents ook niet. The Innocents wordt tot dusver vooral in het hokje folk/avant garde of freakfolk geduwd. Daar is wat voor te zeggen, al dekken deze vlaggen maar een deel van de lading.
Invloeden uit de folk zijn onmiskenbaar aanwezig in de muziek van Weyes Blood. Natalie Mering zingt net zo pastoraal als flink wat Britse en Amerikaanse folkzangeressen uit het verre verleden en heeft een voorliefde voor songs die in eerste instantie wat zwaar op de maag liggen. Toch is dit niet de zoveelste folkie die de mosterd in een ver verleden zoekt. Daarvoor zijn de vocalen van Natalie Mering te zwaar aangezet en ook te onvast.
The Innocents staat vol met nogal dramatisch klinkende songs, die voor velen waarschijnlijk wat teveel van het goede zijn, maar net zo makkelijk kunnen verrassen met een bijna onwerkelijke schoonheid.
De vocalen zetten je misschien af en toe wat op het verkeerde been, maar de instrumentatie op The Innocents doet dat vrijwel continu. Zo lijkt de openingstrack heel even een traditionele folksong, totdat je steeds vaker vreemde geluiden opmerkt in de sobere klanken en de stem van Natalie Mering steeds vaker uit de bocht vliegt.
The Innocents bevat deels prachtig snarenwerk of breed uitwaaiende en bijna new age achtige pianoklanken, maar de instrumentatie op The Innocents is altijd een instrumentatie met een twist. Het is een twist die vaak elektronisch en ongrijpbaar is, maar dat hoeft niet.
Heel in de verte klinkt Weyes Blood misschien als Karen Dalton, Joan Baez, Vashti Bunyan of een andere folkie van vroeger of juist als Enya in haar zweverigste dagen, maar luister beter naar de eigenzinnige klanken van The Innocents en je hoort steeds meer Zola Jesus, Grouper en vooral Weyes Blood.
Ik geef eerlijk toe dat ik al een tijdje een haat-liefde verhouding heb met The Innocents van Weyes Blood. Het is een verhouding die nadrukkelijk de grenzen op zoekt. Ook na herhaalde beluistering vind ik het nog steeds net zo makkelijk prachtig als afgrijselijk en dat kan iedere keer weer anders zijn, al vallen na herhaalde beluistering steeds meer elementen uit de muziek van Weyes Blood op hun plaats.
Weyes Blood heeft met The Innocents een ongrijpbare, betoverende, beangstigende, meeslepende en vervreemdende plaat gemaakt. Het is een plaat die respect afdwingt, maar die zich langzaam maar zeer zeker ook opdringt. Hoe meer de plaat zich opdringt, hoe meer schoonheid naar de oppervlakte opborrelt. Zeker geen plaat voor alle momenten, maar als het moment goed is, is dit een gewaagd pareltje vol glans en toverkracht. Erwin Zijleman
