Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
S.G. Goodman - Old Time Feeling (2020)

4,5
2
geplaatst: 23 juli 2020, 13:56 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: S.G. Goodman - Old Time Feeling - dekrentenuitdepop.blogspot.com
S.G. Goodman - Old Time Feeling
Wat een geweldig debuut van S.G. Goodman, die zich met haar mooie geluid, haar geweldige zang en haar sterke songs in één keer schaart onder de smaakmakers in het genre
Ik had een week geleden nog nooit van S.G. Goodman gehoord, maar wat ben ik onder de indruk van haar debuut Old Time Feeling. Ik werd onmiddellijk gegrepen door haar geweldige stem vol emotie, maar ook het geluid van haar band is prachtig, net als de productie van My Morning Jacket voorman Jim James. Old Time Feeling staat ook nog eens vol met geweldige songs en kan bovendien in meerdere hoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten. In eerste instantie is het vooral de stem van S.G. Goodman die je bij de strot grijpt, maar vaker ik luister hoe beter het debuut van de singer-songwriter uit Kentucky wordt.
Er zijn niet heel veel debuutalbums die binnen slechts een paar noten een onuitwisbare indruk maken, maar Old Time Feeling van S.G. Goodman is er absoluut een. Het debuutalbum van Shania Goodman uit Murray, Kentucky, opent met prachtige ruimtelijke gitaarlijnen, waarna S.G. Goodman invalt met haar stem. Het is een stem vol vuur, emotie en doorleving en het is een stem die mij onmiddellijk in een wurggreep hield.
Ik hield direct van de stem van S.G. Goodman, maar ook de muzikanten die haar begeleiden in de openingstrack van haar debuutalbum maken indruk met even subtiel als trefzeker spel, met een prachtige gitaarsolo als kers op de taart.
S.G. Goodman had van mij nog negen keer mogen variëren op de prachtige openingstrack, die ik in het hokje country-noir zou duwen, maar in de tweede track laat ze horen dat ze op meerdere terreinen uit de voeten kan. In deze tweede track laten haar muzikanten horen dat ze ook kunnen rocken en dat past verrassend goed bij de stem van S.G. Goodman, die in eerste instantie gemaakt lijkt voor de countrymuziek.
In alle tracks op het album hoor je dat Shania Goodman opgroeide aan de oevers van de Mississippi en de muziek met de paplepel kreeg ingegoten. Net zoals zoveel van haar soortgenoten begon ze in het lokale kerkkoor, maar met haar debuut kan ze zomaar uitgroeien tot de selecte groep van smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
Old Time Feeling bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet, maar S.G. Goodman kan het allemaal makkelijk aan en blijft maar de sterren van de hemel zingen. De muzikanten die haar omringen maken bijna net zoveel indruk, want wat klinkt de instrumentatie op Old Time Feeling fantastisch. Het verraadt de hand van een groot muzikant en producer en dat blijkt te kloppen, want niemand minder dan My Morning Jacket voorman Jim James produceerde het debuut van S.G. Goodman. Het is met name het bij vlagen heerlijk rauwe gitaarwerk dat keer op keer diepe indruk maakt. Het is gitaarwerk dat volgens S.G. Goodman is geïnspireerd door het titelloze debuut van Link Wray uit 1971, fantastische plaat overigens, al hoor ik dat niet echt.
Old Time Feeling bestrijkt niet alleen verschillende genres, maar varieert ook flink met het tempo. Vooral in de wat meer ingetogen tracks hoor je goed dat de stem van S.G. Goodman niet alleen krachtig maar ook gevoelig kan klinken, wat weer prachtig contrasteert met de jankende pedal steel op de achtergrond, maar ook als het tempo flink wordt opgevoerd imponeert S.G. Goodman met haar stem.
Het debuut van de singer-songwriter uit Kentucky heeft nog meer te bieden dan prachtige klanken en zang die je bij de strot grijpt, want ook de verhalen die S.G. Goodman op haar debuut vertelt verraden veel talent. En dan zijn er ook nog eens de songs, die zich in de meeste gevallen net zo genadeloos opdringen als de zang van de Amerikaanse singer-songwriter en keer op keer prachtig zijn opgebouwd.
Old Time Feeling van S.G. Goodman is een debuut dat in deze rare tijden makkelijk over het hoofd gezien kan worden, maar dat zou doodzonde zijn. Het is immers ook een debuut dat aan het eind van het jaar mee kan met de beste albums in het genre en dat bovendien veel belooft voor de toekomst. S.G. Goodman: onthouden die naam! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: S.G. Goodman - Old Time Feeling - dekrentenuitdepop.blogspot.com
S.G. Goodman - Old Time Feeling
Wat een geweldig debuut van S.G. Goodman, die zich met haar mooie geluid, haar geweldige zang en haar sterke songs in één keer schaart onder de smaakmakers in het genre
Ik had een week geleden nog nooit van S.G. Goodman gehoord, maar wat ben ik onder de indruk van haar debuut Old Time Feeling. Ik werd onmiddellijk gegrepen door haar geweldige stem vol emotie, maar ook het geluid van haar band is prachtig, net als de productie van My Morning Jacket voorman Jim James. Old Time Feeling staat ook nog eens vol met geweldige songs en kan bovendien in meerdere hoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten. In eerste instantie is het vooral de stem van S.G. Goodman die je bij de strot grijpt, maar vaker ik luister hoe beter het debuut van de singer-songwriter uit Kentucky wordt.
Er zijn niet heel veel debuutalbums die binnen slechts een paar noten een onuitwisbare indruk maken, maar Old Time Feeling van S.G. Goodman is er absoluut een. Het debuutalbum van Shania Goodman uit Murray, Kentucky, opent met prachtige ruimtelijke gitaarlijnen, waarna S.G. Goodman invalt met haar stem. Het is een stem vol vuur, emotie en doorleving en het is een stem die mij onmiddellijk in een wurggreep hield.
Ik hield direct van de stem van S.G. Goodman, maar ook de muzikanten die haar begeleiden in de openingstrack van haar debuutalbum maken indruk met even subtiel als trefzeker spel, met een prachtige gitaarsolo als kers op de taart.
S.G. Goodman had van mij nog negen keer mogen variëren op de prachtige openingstrack, die ik in het hokje country-noir zou duwen, maar in de tweede track laat ze horen dat ze op meerdere terreinen uit de voeten kan. In deze tweede track laten haar muzikanten horen dat ze ook kunnen rocken en dat past verrassend goed bij de stem van S.G. Goodman, die in eerste instantie gemaakt lijkt voor de countrymuziek.
In alle tracks op het album hoor je dat Shania Goodman opgroeide aan de oevers van de Mississippi en de muziek met de paplepel kreeg ingegoten. Net zoals zoveel van haar soortgenoten begon ze in het lokale kerkkoor, maar met haar debuut kan ze zomaar uitgroeien tot de selecte groep van smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek.
Old Time Feeling bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet, maar S.G. Goodman kan het allemaal makkelijk aan en blijft maar de sterren van de hemel zingen. De muzikanten die haar omringen maken bijna net zoveel indruk, want wat klinkt de instrumentatie op Old Time Feeling fantastisch. Het verraadt de hand van een groot muzikant en producer en dat blijkt te kloppen, want niemand minder dan My Morning Jacket voorman Jim James produceerde het debuut van S.G. Goodman. Het is met name het bij vlagen heerlijk rauwe gitaarwerk dat keer op keer diepe indruk maakt. Het is gitaarwerk dat volgens S.G. Goodman is geïnspireerd door het titelloze debuut van Link Wray uit 1971, fantastische plaat overigens, al hoor ik dat niet echt.
Old Time Feeling bestrijkt niet alleen verschillende genres, maar varieert ook flink met het tempo. Vooral in de wat meer ingetogen tracks hoor je goed dat de stem van S.G. Goodman niet alleen krachtig maar ook gevoelig kan klinken, wat weer prachtig contrasteert met de jankende pedal steel op de achtergrond, maar ook als het tempo flink wordt opgevoerd imponeert S.G. Goodman met haar stem.
Het debuut van de singer-songwriter uit Kentucky heeft nog meer te bieden dan prachtige klanken en zang die je bij de strot grijpt, want ook de verhalen die S.G. Goodman op haar debuut vertelt verraden veel talent. En dan zijn er ook nog eens de songs, die zich in de meeste gevallen net zo genadeloos opdringen als de zang van de Amerikaanse singer-songwriter en keer op keer prachtig zijn opgebouwd.
Old Time Feeling van S.G. Goodman is een debuut dat in deze rare tijden makkelijk over het hoofd gezien kan worden, maar dat zou doodzonde zijn. Het is immers ook een debuut dat aan het eind van het jaar mee kan met de beste albums in het genre en dat bovendien veel belooft voor de toekomst. S.G. Goodman: onthouden die naam! Erwin Zijleman
S.G. Goodman - Planting by the Signs (2025)

4,5
1
geplaatst: 23 juni 2025, 15:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: S.G. Goodman - Planting By The Signs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: S.G. Goodman - Planting By The Signs
De Amerikaanse muzikante S.G. Goodman deed werkelijk alles goed op haar vorige twee albums, maar op het prachtig klinkende Planting By The Signs doet de muzikante uit Kentucky alles nog net wat beter
Na de eerste keer horen was ik diep onder de indruk van het deze week verschenen derde album van de Amerikaanse muzikante S.G. Goodman, maar Planting By The Signs is sindsdien alleen maar beter geworden. Dat de muzikante uit Kentucky een geweldige zangeres is wisten we al, maar de zang op haar nieuwe album kinkt nog wat beter. In muzikaal opzicht zet ze nog wat grotere stappen, want het album is aan de ene kant geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar begeeft zich aan de andere kant ook regelmatig buiten de grenzen van het genre. Ik wist al dat S.G. Goodman heel goed is, maar toch ben ik zeer aangenaam verrast door dit geweldige album.
S.G. Goodman maakte in 2017 een album (Kudzu) met haar band The Savage Radley, maar trok pas echt de aandacht met het onder haar eigen naam uitgebrachte Old Time Feeling uit 2020. Het debuutalbum van de muzikante uit Murray, Kentucky, is zo’n rootsalbum waarop echt alles klopt.
Haar band zorgt voor een ruimtelijk en gloedvol rootsgeluid vol gitaren dat zowel ingetogen kan klinken als kan rocken, de productie van My Morning Jacket voorman Jim James is feilloos, de persoonlijke songs van de Amerikaanse muzikante herinneren aan het beste dat binnen de country en countryrock uit de jaren 70 werd gemaakt en S.G. Goodman beschikt boven alles over een geweldige of zelfs weergaloze stem, die vanaf de eerste noten van Old Time Feeling dwars door de ziel snijdt. Het is een lekker rauwe en emotievolle stem die echt fantastisch klinkt in combinatie met het heerlijke gitaarwerk, dat volgens S.G. Goodman is geïnspireerd door het werk van Link Wray.
De op het platteland van Kentucky opgegroeide muzikante, die haar eerste stapjes in de muziek zette in het lokale kerkkoor, liet op het drie jaar geleden Teeth Marks horen dat haar geweldige debuutalbum geen toevalstreffer was. Het door Drew Vandenberg (Faye Webster, Stella Donnelly) geproduceerde album klinkt nog wat mooier en veelzijdiger dan het debuutalbum en laat wederom horen dat S.G. Goodman een fantastische zangeres is.
Zowel Old Time Feeling als Teeth Marks klinken zowel authentiek als eigentijds en dat is een knappe combinatie. Het is een combinatie die ook weer is te horen op het deze week verschenen Planting By The Signs, het derde album van S.G. Goodman. Ook op haar derde album imponeert de muzikante uit Kentucky in eerste instantie met haar stem, die ruw en doorleefd klinkt, maar ook ingehouden en gevoelig.
In muzikaal opzicht klinkt Planting By The Signs net wat anders dan zijn twee voorgangers. Ook het derde album van S.G. Goodman heeft zich absoluut laten inspireren door de country(rock) uit het verre verleden en de alt-country van iets recentere datum, maar de Amerikaanse muzikante slaat ook op bijzondere wijze een brug naar de rockmuziek van dit moment.
Voor de productie deed S.G. Goodman wederom een beroep op Drew Vandenberg, maar ook de op het oude nest teruggekeerde Matthew Rowan levert een bijdrage aan de fraaie productie van het album en is bovendien verantwoordelijk voor het fantastische gitaarwerk op het album. In productioneel opzicht doet het af en toe wel wat denken aan de producties van Daniel Lanois en dat is een groot compliment voor Planting By The Signs.
Het klinkt allemaal fantastisch, zeker in combinatie met de uitstekende stem van S.G. Goodman, maar de songs op het nieuwe album, die soms flink worden opgerekt, zijn ook spannend en laten nog lang nieuwe dingen horen. Het album werd opgenomen in Alabama en ademt deels de spooky en broeierige sfeer van het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar S.G. Goodman beperkt zich zeker niet tot de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek, waardoor ik Planting By The Signs nog wat interessanter vind dan haar vorige twee albums.
S.G. Goodman maakte al twee fantastische albums, maar haar derde album is nog een stuk beter en zou zomaar uit kunnen groeien tot een van de beste albums van 2025. Ik schrijf het album alvast op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: S.G. Goodman - Planting By The Signs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: S.G. Goodman - Planting By The Signs
De Amerikaanse muzikante S.G. Goodman deed werkelijk alles goed op haar vorige twee albums, maar op het prachtig klinkende Planting By The Signs doet de muzikante uit Kentucky alles nog net wat beter
Na de eerste keer horen was ik diep onder de indruk van het deze week verschenen derde album van de Amerikaanse muzikante S.G. Goodman, maar Planting By The Signs is sindsdien alleen maar beter geworden. Dat de muzikante uit Kentucky een geweldige zangeres is wisten we al, maar de zang op haar nieuwe album kinkt nog wat beter. In muzikaal opzicht zet ze nog wat grotere stappen, want het album is aan de ene kant geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar begeeft zich aan de andere kant ook regelmatig buiten de grenzen van het genre. Ik wist al dat S.G. Goodman heel goed is, maar toch ben ik zeer aangenaam verrast door dit geweldige album.
S.G. Goodman maakte in 2017 een album (Kudzu) met haar band The Savage Radley, maar trok pas echt de aandacht met het onder haar eigen naam uitgebrachte Old Time Feeling uit 2020. Het debuutalbum van de muzikante uit Murray, Kentucky, is zo’n rootsalbum waarop echt alles klopt.
Haar band zorgt voor een ruimtelijk en gloedvol rootsgeluid vol gitaren dat zowel ingetogen kan klinken als kan rocken, de productie van My Morning Jacket voorman Jim James is feilloos, de persoonlijke songs van de Amerikaanse muzikante herinneren aan het beste dat binnen de country en countryrock uit de jaren 70 werd gemaakt en S.G. Goodman beschikt boven alles over een geweldige of zelfs weergaloze stem, die vanaf de eerste noten van Old Time Feeling dwars door de ziel snijdt. Het is een lekker rauwe en emotievolle stem die echt fantastisch klinkt in combinatie met het heerlijke gitaarwerk, dat volgens S.G. Goodman is geïnspireerd door het werk van Link Wray.
De op het platteland van Kentucky opgegroeide muzikante, die haar eerste stapjes in de muziek zette in het lokale kerkkoor, liet op het drie jaar geleden Teeth Marks horen dat haar geweldige debuutalbum geen toevalstreffer was. Het door Drew Vandenberg (Faye Webster, Stella Donnelly) geproduceerde album klinkt nog wat mooier en veelzijdiger dan het debuutalbum en laat wederom horen dat S.G. Goodman een fantastische zangeres is.
Zowel Old Time Feeling als Teeth Marks klinken zowel authentiek als eigentijds en dat is een knappe combinatie. Het is een combinatie die ook weer is te horen op het deze week verschenen Planting By The Signs, het derde album van S.G. Goodman. Ook op haar derde album imponeert de muzikante uit Kentucky in eerste instantie met haar stem, die ruw en doorleefd klinkt, maar ook ingehouden en gevoelig.
In muzikaal opzicht klinkt Planting By The Signs net wat anders dan zijn twee voorgangers. Ook het derde album van S.G. Goodman heeft zich absoluut laten inspireren door de country(rock) uit het verre verleden en de alt-country van iets recentere datum, maar de Amerikaanse muzikante slaat ook op bijzondere wijze een brug naar de rockmuziek van dit moment.
Voor de productie deed S.G. Goodman wederom een beroep op Drew Vandenberg, maar ook de op het oude nest teruggekeerde Matthew Rowan levert een bijdrage aan de fraaie productie van het album en is bovendien verantwoordelijk voor het fantastische gitaarwerk op het album. In productioneel opzicht doet het af en toe wel wat denken aan de producties van Daniel Lanois en dat is een groot compliment voor Planting By The Signs.
Het klinkt allemaal fantastisch, zeker in combinatie met de uitstekende stem van S.G. Goodman, maar de songs op het nieuwe album, die soms flink worden opgerekt, zijn ook spannend en laten nog lang nieuwe dingen horen. Het album werd opgenomen in Alabama en ademt deels de spooky en broeierige sfeer van het diepe zuiden van de Verenigde Staten, maar S.G. Goodman beperkt zich zeker niet tot de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek, waardoor ik Planting By The Signs nog wat interessanter vind dan haar vorige twee albums.
S.G. Goodman maakte al twee fantastische albums, maar haar derde album is nog een stuk beter en zou zomaar uit kunnen groeien tot een van de beste albums van 2025. Ik schrijf het album alvast op. Erwin Zijleman
S.G. Goodman - Teeth Marks (2022)

4,5
1
geplaatst: 5 juni 2022, 11:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: S.G. Goodman - Teeth Marks - dekrentenuitdepop.blogspot.com
S.G. Goodman - Teeth Marks
De Amerikaanse muzikante S.G. Goodman leverde twee jaar geleden met Old Time Feeling een geweldig rootsalbum af en herhaalt dit kunstje met het nog wat betere Teeth Marks, dat met de allerbesten mee kan
Shania Goodman had twee jaar geleden niet veel tijd nodig om me te overtuigen van haar kwaliteiten. De Amerikaanse muzikante bleek voorzien van een stem die dwars door de ziel snijdt en liet ook nog eens indrukwekkende persoonlijke verhalen en een lekker rauw gitaargeluid horen. Het zijn ingrediënten die allemaal terugkeren op het deze week verschenen Teeth Marks, dat de torenhoge belofte van het debuutalbum van S.G. Goodman waar maakt. Teeth Marks is een nog wat veelzijdiger album dan zijn voorganger en is net als deze voorganger vrijwel continu goed voor kippenvel door de geweldige zang van de Amerikaanse muzikante, die de aandacht van alle liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek meer dan verdient.
Bijna twee jaar geleden debuteerde de Amerikaanse singer-songwriter S.G. Goodman met het geweldige Old Time Feeling. Het debuutalbum van Shania Goodman uit Murray, Kentucky, betoverde met prachtig gitaarwerk, met persoonlijke verhalen en vooral met een opvallend doorleefde en emotievolle stem. De fraaie productie van My Morning Jacket voorman Jim James en de heerlijk zuidelijke tongval van de muzikante die opgroeide aan de oevers van de Mississippi waren de kers op de taart. Het was voor mij genoeg om S.G. Goodman te scharen onder de grote beloften en misschien zelfs wel onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.
Deze week keert S.G. Goodman terug met Teeth Marks en laat ze horen dat haar debuutalbum geen toevalstreffer was. De muzikante uit Kentucky kon dit keer geen beroep doen op een producer met de status van Jim James, maar koos voor de talentvolle Drew Vandenberg, die met de laatste albums van Faye Webster en Stella Donnelly liet horen dat hij de kunst van het produceren verstaat. S.G. Goodman en haar band verlieten de thuisbasis in Murray, Kentucky, tijdelijk voor de studio voor Drew Vandenberg in Athens, Georgia, waar Teeth Marks werd opgenomen.
Teeth Marks is een album dat in het verlengde ligt van het terecht bejubelde Old Time Feeling, dat overigens wel in veel bredere kring geprezen had moeten worden. Ook op Teeth Marks kiezen S.G. Goodman en haar band voor een voornamelijk gitaar georiënteerd geluid, dat soms lekker ruw kan klinken. De band speelt nog wat hechter dan op het debuutalbum en het gitaarwerk is nog wat mooier, maar het is ook dit keer vooral de zang van Shania Goodman die opzien baart.
De Amerikaanse muzikante beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid, dat behoorlijk krachtig kan klinken, maar ook in het meer ingetogen werk tot grootse dingen in staat is. In de meest rauwe tracks met een bluesy randje lijkt Janis Joplin opgestaan uit de dood, maar Shania Goodman kan ook uit de voeten met country tranentrekkers of met intieme folksongs. De stem van de muzikante uit Kentucky zal vast niet bij iedereen in de smaak vallen, maar mij had ze weer onmiddellijk te pakken met haar doorleefde stem en emotievolle voordracht.
Ook Teeth Marks staat weer vol met persoonlijke verhalen. Waar S.G. Goodman op haar debuutalbum terugkeek op haar jeugd in een streng religieuze gemeenschap aan de oevers van de Mississippi, staat Teeth Marks deels in het teken van de ontvangst van haar ‘coming out’ in het traditionele en behoorlijk homofobe Kentucky.
Op Teeth Marks laat S.G. Goodman een nog wat veelzijdiger geluid horen dan op haar debuutalbum. De Amerikaanse muzikante kan uit de voeten met Appalachen folk, country, blues en stevige rootsrock en tovert net zo makkelijk een stampende rocksong als een a capella gezongen folksong uit de hoge hoed.
Natuurlijk zorgt Teeth Marks niet voor zo’n daverende verrassing als Old Time Feeling twee jaar geleden, maar de hoge verwachtingen waarmee ik aan de beluistering van het tweede album van S.G. Goodman begon worden absoluut waargemaakt op het tweede album van de Amerikaanse muzikante. Het moet genoeg zijn om dit keer wat meer harten te stelen van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Ik ben in ieder geval definitief fan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: S.G. Goodman - Teeth Marks - dekrentenuitdepop.blogspot.com
S.G. Goodman - Teeth Marks
De Amerikaanse muzikante S.G. Goodman leverde twee jaar geleden met Old Time Feeling een geweldig rootsalbum af en herhaalt dit kunstje met het nog wat betere Teeth Marks, dat met de allerbesten mee kan
Shania Goodman had twee jaar geleden niet veel tijd nodig om me te overtuigen van haar kwaliteiten. De Amerikaanse muzikante bleek voorzien van een stem die dwars door de ziel snijdt en liet ook nog eens indrukwekkende persoonlijke verhalen en een lekker rauw gitaargeluid horen. Het zijn ingrediënten die allemaal terugkeren op het deze week verschenen Teeth Marks, dat de torenhoge belofte van het debuutalbum van S.G. Goodman waar maakt. Teeth Marks is een nog wat veelzijdiger album dan zijn voorganger en is net als deze voorganger vrijwel continu goed voor kippenvel door de geweldige zang van de Amerikaanse muzikante, die de aandacht van alle liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek meer dan verdient.
Bijna twee jaar geleden debuteerde de Amerikaanse singer-songwriter S.G. Goodman met het geweldige Old Time Feeling. Het debuutalbum van Shania Goodman uit Murray, Kentucky, betoverde met prachtig gitaarwerk, met persoonlijke verhalen en vooral met een opvallend doorleefde en emotievolle stem. De fraaie productie van My Morning Jacket voorman Jim James en de heerlijk zuidelijke tongval van de muzikante die opgroeide aan de oevers van de Mississippi waren de kers op de taart. Het was voor mij genoeg om S.G. Goodman te scharen onder de grote beloften en misschien zelfs wel onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.
Deze week keert S.G. Goodman terug met Teeth Marks en laat ze horen dat haar debuutalbum geen toevalstreffer was. De muzikante uit Kentucky kon dit keer geen beroep doen op een producer met de status van Jim James, maar koos voor de talentvolle Drew Vandenberg, die met de laatste albums van Faye Webster en Stella Donnelly liet horen dat hij de kunst van het produceren verstaat. S.G. Goodman en haar band verlieten de thuisbasis in Murray, Kentucky, tijdelijk voor de studio voor Drew Vandenberg in Athens, Georgia, waar Teeth Marks werd opgenomen.
Teeth Marks is een album dat in het verlengde ligt van het terecht bejubelde Old Time Feeling, dat overigens wel in veel bredere kring geprezen had moeten worden. Ook op Teeth Marks kiezen S.G. Goodman en haar band voor een voornamelijk gitaar georiënteerd geluid, dat soms lekker ruw kan klinken. De band speelt nog wat hechter dan op het debuutalbum en het gitaarwerk is nog wat mooier, maar het is ook dit keer vooral de zang van Shania Goodman die opzien baart.
De Amerikaanse muzikante beschikt over een zeer karakteristiek stemgeluid, dat behoorlijk krachtig kan klinken, maar ook in het meer ingetogen werk tot grootse dingen in staat is. In de meest rauwe tracks met een bluesy randje lijkt Janis Joplin opgestaan uit de dood, maar Shania Goodman kan ook uit de voeten met country tranentrekkers of met intieme folksongs. De stem van de muzikante uit Kentucky zal vast niet bij iedereen in de smaak vallen, maar mij had ze weer onmiddellijk te pakken met haar doorleefde stem en emotievolle voordracht.
Ook Teeth Marks staat weer vol met persoonlijke verhalen. Waar S.G. Goodman op haar debuutalbum terugkeek op haar jeugd in een streng religieuze gemeenschap aan de oevers van de Mississippi, staat Teeth Marks deels in het teken van de ontvangst van haar ‘coming out’ in het traditionele en behoorlijk homofobe Kentucky.
Op Teeth Marks laat S.G. Goodman een nog wat veelzijdiger geluid horen dan op haar debuutalbum. De Amerikaanse muzikante kan uit de voeten met Appalachen folk, country, blues en stevige rootsrock en tovert net zo makkelijk een stampende rocksong als een a capella gezongen folksong uit de hoge hoed.
Natuurlijk zorgt Teeth Marks niet voor zo’n daverende verrassing als Old Time Feeling twee jaar geleden, maar de hoge verwachtingen waarmee ik aan de beluistering van het tweede album van S.G. Goodman begon worden absoluut waargemaakt op het tweede album van de Amerikaanse muzikante. Het moet genoeg zijn om dit keer wat meer harten te stelen van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Ik ben in ieder geval definitief fan. Erwin Zijleman
Saâda Bonaire - Saâda Bonaire (2013)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2024, 20:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Saâda Bonaire - Saâda Bonaire (2013) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Saâda Bonaire - Saâda Bonaire (2013)
Het unieke experiment van de Duitse band Saâda Bonaire mislukte in de eerste helft van de jaren 80 volledig, maar de destijds niet uitgebrachte opnamen laten horen dat het in muzikaal opzicht zeer geslaagd was
Wat voor muziek krijg je als je een Duitse DJ opsluit met twee modellen en een uit Koerdische vluchtelingen bestaande band. Het zal verschillen over de tijd, maar in de hoogtijdagen van de Neue Deutsche Welle leverde het de muziek op die is te horen op het titelloze debuutalbum van Saâda Bonaire. Het is muziek met een bijna onwaarschijnlijk bonte mix aan invloeden, maar op een of andere manier combineerden al deze invloeden prachtig. Het debuutalbum van Saâda Bonaire is in veel opzichten een typisch jaren 80 album, maar een album als het eerste album van Saâda Bonaire werd destijds niet gemaakt. En zou ook later niet worden gemaakt. De bij elkaar geraapte opnames zijn niet allemaal even goed, maar als geheel is het een fascinerend album.
Tussen de reissues van deze week vond ik een album van de Duitse band Saâda Bonaire. Het is een naam die bij mij eerlijk gezegd geen belletje deed rinkelen en dat is ook niet zo gek, want de nu uitgebrachte muziek stamt uit het West-Duitsland van de vroege jaren 80 en was destijds niet erg succesvol.
Saâda Bonaire werd aan het begin van de jaren 80 in Bremen geformeerd door de Duitse DJ Ralf Behrendt. Voor zijn project rekruteerde hij eerst twee goed uitziende modellen c.q. zangeressen, waarna de rest van de uit de kluiten gewassen band uit een opvangcentrum voor Koerdische vluchtelingen werd geplukt.
De platenmaatschappij EMI zag wel wat in de band met de bijzondere samenstelling en huurde de Kraftwerk studio van Conny Plank in Keulen af, waar Saâda Bonaire werd bijgestaan door de Britse producer Dennis Bovell, die eerder had gewerkt met The Pop Group en The Slits. Na een single vond EMI de muziek van Saâda Bonaire echter toch wat te obscuur en verdwenen de opnamen van de band op de plank.
Het titelloze debuutalbum van de band verscheen uiteindelijk in 2013 op cd en nu dan ook op vinyl. Saâda Bonaire was ook in de jaren 90 nog actief, wat is te horen op het in 2022 uitgebrachte album 1992. Het is een dat deels dezelfde invloeden bevat als het jaren 80 werk van de band, maar de magie ontbreekt volledig op de wat mij betreft wat platte dansmuziek op 1992.
Het titelloze debuutalbum van Saâda Bonaire is echter van een heel ander kaliber. Op dit album smeedt de band uit Bremen op unieke wijze nogal uiteenlopende invloeden aan elkaar. De muziek van Saâda Bonaire laat zich op het debuutalbum van de band beïnvloeden door de elektronische Duitse popmuziek uit de jaren 70, door de zwoele eurodisco van Amanda Lear, door de Britse synthpop uit de jaren 80, door de op dat moment ook populaire dub en door de Duitse muziek die aan het eind van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 in het hokje Neue Deutsche Welle werd geduwd. En alsof het nog niet genoeg was werd de muziek van de band deels gemaakt door een Koerdische band, die ook flink wat van de eigen culturele bagage achter liet op het album.
Het levert een krankzinnige mix van invloeden op, die verrassend goed uitwerkt. De wat minimalistische elektronica en de invloeden uit de Neue Deutsche Welle op het album worden fraai aangevuld door de bijzondere klanken van de Koerdische muzikanten en hun snareninstrumenten, waarna wat kitscherige wolken 80s synths het album weer een andere kant op duwen.
De twee zangeressen van de band werden waarschijnlijk niet alleen geselecteerd op hun zangkwaliteiten, maar de deels gesproken teksten met een vet Duits accent hebben wel wat en doen niet alleen aan Amanda Lear denken maar ook aan Grace Jones. Het draagt allemaal bij aan het unieke karakter van de muziek van de Duitse band.
De muziek van Saâda Bonaire had in de eerste helft van de jaren 80 een veel beter lot verdient, maar ook veertig jaar later klinkt de muziek van de band nog verrassend fris al hoor je wel dat de muziek van Saâda Bonaire uit een ander muzikaal universum komt en dat de muziek van de band flink wisselt in kwaliteit. Zonder de reissue van deze week was ik de band uit Bremen waarschijnlijk nooit op het spoor gekomen, maar ik ben absoluut blij met de wat verlate kennismaking met de muziek van het bijzondere Saâda Bonaire. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Saâda Bonaire - Saâda Bonaire (2013) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Saâda Bonaire - Saâda Bonaire (2013)
Het unieke experiment van de Duitse band Saâda Bonaire mislukte in de eerste helft van de jaren 80 volledig, maar de destijds niet uitgebrachte opnamen laten horen dat het in muzikaal opzicht zeer geslaagd was
Wat voor muziek krijg je als je een Duitse DJ opsluit met twee modellen en een uit Koerdische vluchtelingen bestaande band. Het zal verschillen over de tijd, maar in de hoogtijdagen van de Neue Deutsche Welle leverde het de muziek op die is te horen op het titelloze debuutalbum van Saâda Bonaire. Het is muziek met een bijna onwaarschijnlijk bonte mix aan invloeden, maar op een of andere manier combineerden al deze invloeden prachtig. Het debuutalbum van Saâda Bonaire is in veel opzichten een typisch jaren 80 album, maar een album als het eerste album van Saâda Bonaire werd destijds niet gemaakt. En zou ook later niet worden gemaakt. De bij elkaar geraapte opnames zijn niet allemaal even goed, maar als geheel is het een fascinerend album.
Tussen de reissues van deze week vond ik een album van de Duitse band Saâda Bonaire. Het is een naam die bij mij eerlijk gezegd geen belletje deed rinkelen en dat is ook niet zo gek, want de nu uitgebrachte muziek stamt uit het West-Duitsland van de vroege jaren 80 en was destijds niet erg succesvol.
Saâda Bonaire werd aan het begin van de jaren 80 in Bremen geformeerd door de Duitse DJ Ralf Behrendt. Voor zijn project rekruteerde hij eerst twee goed uitziende modellen c.q. zangeressen, waarna de rest van de uit de kluiten gewassen band uit een opvangcentrum voor Koerdische vluchtelingen werd geplukt.
De platenmaatschappij EMI zag wel wat in de band met de bijzondere samenstelling en huurde de Kraftwerk studio van Conny Plank in Keulen af, waar Saâda Bonaire werd bijgestaan door de Britse producer Dennis Bovell, die eerder had gewerkt met The Pop Group en The Slits. Na een single vond EMI de muziek van Saâda Bonaire echter toch wat te obscuur en verdwenen de opnamen van de band op de plank.
Het titelloze debuutalbum van de band verscheen uiteindelijk in 2013 op cd en nu dan ook op vinyl. Saâda Bonaire was ook in de jaren 90 nog actief, wat is te horen op het in 2022 uitgebrachte album 1992. Het is een dat deels dezelfde invloeden bevat als het jaren 80 werk van de band, maar de magie ontbreekt volledig op de wat mij betreft wat platte dansmuziek op 1992.
Het titelloze debuutalbum van Saâda Bonaire is echter van een heel ander kaliber. Op dit album smeedt de band uit Bremen op unieke wijze nogal uiteenlopende invloeden aan elkaar. De muziek van Saâda Bonaire laat zich op het debuutalbum van de band beïnvloeden door de elektronische Duitse popmuziek uit de jaren 70, door de zwoele eurodisco van Amanda Lear, door de Britse synthpop uit de jaren 80, door de op dat moment ook populaire dub en door de Duitse muziek die aan het eind van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 in het hokje Neue Deutsche Welle werd geduwd. En alsof het nog niet genoeg was werd de muziek van de band deels gemaakt door een Koerdische band, die ook flink wat van de eigen culturele bagage achter liet op het album.
Het levert een krankzinnige mix van invloeden op, die verrassend goed uitwerkt. De wat minimalistische elektronica en de invloeden uit de Neue Deutsche Welle op het album worden fraai aangevuld door de bijzondere klanken van de Koerdische muzikanten en hun snareninstrumenten, waarna wat kitscherige wolken 80s synths het album weer een andere kant op duwen.
De twee zangeressen van de band werden waarschijnlijk niet alleen geselecteerd op hun zangkwaliteiten, maar de deels gesproken teksten met een vet Duits accent hebben wel wat en doen niet alleen aan Amanda Lear denken maar ook aan Grace Jones. Het draagt allemaal bij aan het unieke karakter van de muziek van de Duitse band.
De muziek van Saâda Bonaire had in de eerste helft van de jaren 80 een veel beter lot verdient, maar ook veertig jaar later klinkt de muziek van de band nog verrassend fris al hoor je wel dat de muziek van Saâda Bonaire uit een ander muzikaal universum komt en dat de muziek van de band flink wisselt in kwaliteit. Zonder de reissue van deze week was ik de band uit Bremen waarschijnlijk nooit op het spoor gekomen, maar ik ben absoluut blij met de wat verlate kennismaking met de muziek van het bijzondere Saâda Bonaire. Erwin Zijleman
Sabina - Toujours (2014)

4,5
0
geplaatst: 6 juni 2014, 15:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sabina - Toujours - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De van oorsprong Italiaanse Sabina (niet te verwarren met haar rondborstige landgenote Sabrina, die in de tweede helft van de jaren 80 een wereldhit had met het weinig om het lijf hebbende Boys), kwam na omzwervingen in Europa uiteindelijk terecht in New York, waar ze met name aandacht trok door haar bijdrage aan de fascinerende platen van Brazilian Girls, inmiddels al weer bijna tien jaar geleden.
Toujours is de eerste soloplaat van Sabina (Sciubba) en het is een even verleidelijke als intrigerende plaat geworden. De plaat zal in eerste instantie opvallen door de bijzondere cover, maar al snel eist de muziek alle aandacht op.
De door de eveneens van Brazilian Girls bekende Frederik Rubens geproduceerde plaat is een plaat die met geen mogelijkheid in een hokje is te stoppen of zelfs te duwen. Toujours klinkt als Nico geproduceerd door Serge Gainsbourg en zo kan ik nog talloze even treffende als onzinnige omschrijvingen verzinnen.
Sabina heeft een stem die meer dan eens doet denken aan die van Nico, maar gelukkig is de muziek van Sabina veel minder zwaar op de hand en ook minder monotoon, waardoor de zonnestralen het uiteindelijk makkelijk winnen van de donkere wolken.
Sabina is zoals gezegd geboren in Italië, maar ze heeft ook lange tijd in Duitsland en Frankrijk gewoond en dat hoor je. Toujours ademt de sfeer van de zwoele Franse chansons uit de jaren 60 en combineert deze met Duitse onderkoeling en Italiaanse passie. Hier blijft het niet bij, want ook de New Yorkse jaren van Sabina dragen nadrukkelijk bij aan de muziek op Toujours. Sabina combineert de typisch Europese invloeden immers met de eigenzinnigheid van Brazilian Girls en Talking Heads en schuwt ook uitstapjes richting Zuid-Amerikaanse ritmes niet.
Sabina is een echte wereldburger en maakt een plaat die past bij een wereld die steeds kleiner wordt. Een handvol talen (Frans, Duits, Italiaans, Engels) en meerdere handen vol met stijlen (jazz, Franse chansons, soul, filmmuziek, pop, rock, psychedelica, Krautrock en nog veel meer); zelden hoorde ik een zo diverse plaat die toch een eenheid is.
Toujours van Sabina is een hopeloze plaat voor een ieder die platen graag in hokjes duwt, maar liefhebbers van avontuurlijke muziek die niet alleen over continenten beweegt maar ook nog eens door de tijd schiet, worden rijkelijk beloond.
Toujours is in alle opzichten een avontuurlijke, ongrijpbare en intrigerende plaat, maar het is ook een hele lekkere plaat. Met Toujours uit de speakers stijgt de temperatuur tot zomerse waarden en begin je aan een wereldreis en tijdreis die zijn weerga niet kent.
Sabina schotelt je op Toujours een dozijn geweldige popliedjes voor. Stuk voor stuk popliedjes om heel vrolijk van te worden, maar ook popliedjes die de fantasie maar blijven prikkelen. Uiteindelijk nauwelijks te beschrijven, dus luister vooral zelf naar de muziek uit de wondere wereld van Sabina. Mijn oordeel: Toujours is in alle opzichten een wereldplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sabina - Toujours - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De van oorsprong Italiaanse Sabina (niet te verwarren met haar rondborstige landgenote Sabrina, die in de tweede helft van de jaren 80 een wereldhit had met het weinig om het lijf hebbende Boys), kwam na omzwervingen in Europa uiteindelijk terecht in New York, waar ze met name aandacht trok door haar bijdrage aan de fascinerende platen van Brazilian Girls, inmiddels al weer bijna tien jaar geleden.
Toujours is de eerste soloplaat van Sabina (Sciubba) en het is een even verleidelijke als intrigerende plaat geworden. De plaat zal in eerste instantie opvallen door de bijzondere cover, maar al snel eist de muziek alle aandacht op.
De door de eveneens van Brazilian Girls bekende Frederik Rubens geproduceerde plaat is een plaat die met geen mogelijkheid in een hokje is te stoppen of zelfs te duwen. Toujours klinkt als Nico geproduceerd door Serge Gainsbourg en zo kan ik nog talloze even treffende als onzinnige omschrijvingen verzinnen.
Sabina heeft een stem die meer dan eens doet denken aan die van Nico, maar gelukkig is de muziek van Sabina veel minder zwaar op de hand en ook minder monotoon, waardoor de zonnestralen het uiteindelijk makkelijk winnen van de donkere wolken.
Sabina is zoals gezegd geboren in Italië, maar ze heeft ook lange tijd in Duitsland en Frankrijk gewoond en dat hoor je. Toujours ademt de sfeer van de zwoele Franse chansons uit de jaren 60 en combineert deze met Duitse onderkoeling en Italiaanse passie. Hier blijft het niet bij, want ook de New Yorkse jaren van Sabina dragen nadrukkelijk bij aan de muziek op Toujours. Sabina combineert de typisch Europese invloeden immers met de eigenzinnigheid van Brazilian Girls en Talking Heads en schuwt ook uitstapjes richting Zuid-Amerikaanse ritmes niet.
Sabina is een echte wereldburger en maakt een plaat die past bij een wereld die steeds kleiner wordt. Een handvol talen (Frans, Duits, Italiaans, Engels) en meerdere handen vol met stijlen (jazz, Franse chansons, soul, filmmuziek, pop, rock, psychedelica, Krautrock en nog veel meer); zelden hoorde ik een zo diverse plaat die toch een eenheid is.
Toujours van Sabina is een hopeloze plaat voor een ieder die platen graag in hokjes duwt, maar liefhebbers van avontuurlijke muziek die niet alleen over continenten beweegt maar ook nog eens door de tijd schiet, worden rijkelijk beloond.
Toujours is in alle opzichten een avontuurlijke, ongrijpbare en intrigerende plaat, maar het is ook een hele lekkere plaat. Met Toujours uit de speakers stijgt de temperatuur tot zomerse waarden en begin je aan een wereldreis en tijdreis die zijn weerga niet kent.
Sabina schotelt je op Toujours een dozijn geweldige popliedjes voor. Stuk voor stuk popliedjes om heel vrolijk van te worden, maar ook popliedjes die de fantasie maar blijven prikkelen. Uiteindelijk nauwelijks te beschrijven, dus luister vooral zelf naar de muziek uit de wondere wereld van Sabina. Mijn oordeel: Toujours is in alle opzichten een wereldplaat. Erwin Zijleman
Sade - Diamond Life (1984)

4,0
0
geplaatst: 21 april 2024, 19:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sade - Diamond Life (1984) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sade - Diamond Life (1984)
Sade was halverwege de jaren 80 zeer succesvol met de zowel jazzy als soulvolle pop op Diamond Life en de zwoele songs van de Britse band hebben de tand des tijds echt verrassend goed doorstaan
Halverwege de jaren 80 werd de donkere en onderkoelde postpunk en new wave deels verjaagd door zwoele jazzy en soulvolle klanken. De Britse band Sade behoorde samen met onder andere Everything But The Girl en The Style Council tot de vaandeldragers van dit genre en was uitermate succesvol met haar debuutalbum Diamond Life. Het is een album dat veertig jaar na de release nog verrassend fris en aangenaam klinkt. Diamond Life klinkt met de oren van nu misschien wat glad, maar is vakkundig geproduceerd. Ook in muzikaal en zeker in vocaal opzicht spreekt het album nog tot de verbeelding en dat kan van lang niet alle succesvolle albums uit de jaren 80 gezegd worden.
Diamond Life van Sade had ik halverwege de jaren 80 in de platenkast staan, maar in mijn herinnering was het album vooral bedoeld als muzikaal belang voor wat later op de avond. Dat muzikale behang is kennelijk heel vaak voorbij gekomen, want toen ik het album onlangs eindelijk weer eens beluisterde, bleek ik zo ongeveer iedere noot op Diamond Life te kennen.
Sade (uit te spreken als “shah-day”) dook in de eerste helft van de jaren 80 op als de band van de van oorsprong uit Nigeria afkomstige maar in Londen opgegroeide Helen Folasade Adu, die zichzelf ook Sade Adu noemde. De band trok direct de aandacht met haar eerste single Your Love Is King, dat samen met de tweede single Smooth Operator de weg plaveide voor het debuutalbum van de band.
De jazzy pop van Sade viel halverwege de jaren 80 zeer in de smaak en sloot goed aan op de eveneens populaire jazzy klanken van bands als Everything But The Girl en The Style Council en de soulvollere klanken van bijvoorbeeld Simply Red en Fine Young Canibals. Diamond Life, het debuutalbum van Sade, verscheen in 1984 en groeide uit tot een van de meest succesvolle albums van de jaren 80.
Het album werd in 1985 gevolgd door het eveneens succesvolle Promise, waarna in 1988 het wat meer ingetogen Stronger Than Pride volgde. Hierna verloor ik Sade uit het oog, maar de Britse band zou tussen 1992 en 2010 nog drie studioalbums en een live-album maken. In mijn herinnering vond ik Promise en Stronger Than Pride in de jaren 80 beter dan Diamond Life, maar toen ik de albums onlangs nog eens beluisterde ging mijn voorkeur duidelijk uit naar het debuutalbum van Sade.
Diamond Life is een album met lekker zwoele popsongs met zowel invloeden uit de jazz en de soul, al hoor ik nu toch vooral pop op het album. Het is pop met een duidelijke jaren 80 vibe, want zowel de instrumentatie als de productie van het album bevatten flink wat ingrediënten uit de popmuziek van de jaren 80 en dan met name uit de wat gladdere jaren 80 pop.
Toch vind ik de productie van Robin Millar, die in de jaren 80 ook albums van onder andere Everything But The Girl, Big Country, Black en Fine Young Cannibals produceerde, tijdlozer dan veel andere producties uit het betreffende decennium. Ook in muzikaal opzicht heeft Diamond Life de tand des tijds beter doorstaan dan veel andere albums uit de jaren 80. Het album klinkt redelijk gepolijst, maar het gitaar- en toetsenwerk op het album is zeker smaakvol, het spel van de ritmesectie swingend met een hoofdrol voor geweldige baslijnen, terwijl de blazers zorgen voor aangenaam broeierige accenten.
Wat me vooral opvalt bij de hernieuwde kennismaking met Diamond Life is hoe goed de zang van Helen Folasade Adu is. De van oorsprong Nigeriaanse zangeres heeft een bijzonder stemgeluid en het is een stemgeluid met veel soul en verrassend veel klankkleuren. De zang op Diamond Life versterkt het zwoele karakter van de muziek van Sade, maar het is zang die nu meer met me doet dan in de jaren 80 toen ik de muziek van de Britse band zoals gezegd vooral zag als muzikaal behang.
Inmiddels schat ik Diamond Life veel hoger in, zeker omdat Sade zeker niet alleen maar songs over bloemetjes en bijtjes maakte, maar ook de maatschappelijke thema’s niet schuwde. Wanneer ik de albums uit mijn jaren 80 platenkast door mijn handen laat gaan kom ik veel albums tegen die ik echt nooit meer ga beluisteren, maar Diamond Life van Sade gaat na de zeer geslaagde hernieuwde kennismaking ook in de toekomst zeker nog voorbij komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sade - Diamond Life (1984) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sade - Diamond Life (1984)
Sade was halverwege de jaren 80 zeer succesvol met de zowel jazzy als soulvolle pop op Diamond Life en de zwoele songs van de Britse band hebben de tand des tijds echt verrassend goed doorstaan
Halverwege de jaren 80 werd de donkere en onderkoelde postpunk en new wave deels verjaagd door zwoele jazzy en soulvolle klanken. De Britse band Sade behoorde samen met onder andere Everything But The Girl en The Style Council tot de vaandeldragers van dit genre en was uitermate succesvol met haar debuutalbum Diamond Life. Het is een album dat veertig jaar na de release nog verrassend fris en aangenaam klinkt. Diamond Life klinkt met de oren van nu misschien wat glad, maar is vakkundig geproduceerd. Ook in muzikaal en zeker in vocaal opzicht spreekt het album nog tot de verbeelding en dat kan van lang niet alle succesvolle albums uit de jaren 80 gezegd worden.
Diamond Life van Sade had ik halverwege de jaren 80 in de platenkast staan, maar in mijn herinnering was het album vooral bedoeld als muzikaal belang voor wat later op de avond. Dat muzikale behang is kennelijk heel vaak voorbij gekomen, want toen ik het album onlangs eindelijk weer eens beluisterde, bleek ik zo ongeveer iedere noot op Diamond Life te kennen.
Sade (uit te spreken als “shah-day”) dook in de eerste helft van de jaren 80 op als de band van de van oorsprong uit Nigeria afkomstige maar in Londen opgegroeide Helen Folasade Adu, die zichzelf ook Sade Adu noemde. De band trok direct de aandacht met haar eerste single Your Love Is King, dat samen met de tweede single Smooth Operator de weg plaveide voor het debuutalbum van de band.
De jazzy pop van Sade viel halverwege de jaren 80 zeer in de smaak en sloot goed aan op de eveneens populaire jazzy klanken van bands als Everything But The Girl en The Style Council en de soulvollere klanken van bijvoorbeeld Simply Red en Fine Young Canibals. Diamond Life, het debuutalbum van Sade, verscheen in 1984 en groeide uit tot een van de meest succesvolle albums van de jaren 80.
Het album werd in 1985 gevolgd door het eveneens succesvolle Promise, waarna in 1988 het wat meer ingetogen Stronger Than Pride volgde. Hierna verloor ik Sade uit het oog, maar de Britse band zou tussen 1992 en 2010 nog drie studioalbums en een live-album maken. In mijn herinnering vond ik Promise en Stronger Than Pride in de jaren 80 beter dan Diamond Life, maar toen ik de albums onlangs nog eens beluisterde ging mijn voorkeur duidelijk uit naar het debuutalbum van Sade.
Diamond Life is een album met lekker zwoele popsongs met zowel invloeden uit de jazz en de soul, al hoor ik nu toch vooral pop op het album. Het is pop met een duidelijke jaren 80 vibe, want zowel de instrumentatie als de productie van het album bevatten flink wat ingrediënten uit de popmuziek van de jaren 80 en dan met name uit de wat gladdere jaren 80 pop.
Toch vind ik de productie van Robin Millar, die in de jaren 80 ook albums van onder andere Everything But The Girl, Big Country, Black en Fine Young Cannibals produceerde, tijdlozer dan veel andere producties uit het betreffende decennium. Ook in muzikaal opzicht heeft Diamond Life de tand des tijds beter doorstaan dan veel andere albums uit de jaren 80. Het album klinkt redelijk gepolijst, maar het gitaar- en toetsenwerk op het album is zeker smaakvol, het spel van de ritmesectie swingend met een hoofdrol voor geweldige baslijnen, terwijl de blazers zorgen voor aangenaam broeierige accenten.
Wat me vooral opvalt bij de hernieuwde kennismaking met Diamond Life is hoe goed de zang van Helen Folasade Adu is. De van oorsprong Nigeriaanse zangeres heeft een bijzonder stemgeluid en het is een stemgeluid met veel soul en verrassend veel klankkleuren. De zang op Diamond Life versterkt het zwoele karakter van de muziek van Sade, maar het is zang die nu meer met me doet dan in de jaren 80 toen ik de muziek van de Britse band zoals gezegd vooral zag als muzikaal behang.
Inmiddels schat ik Diamond Life veel hoger in, zeker omdat Sade zeker niet alleen maar songs over bloemetjes en bijtjes maakte, maar ook de maatschappelijke thema’s niet schuwde. Wanneer ik de albums uit mijn jaren 80 platenkast door mijn handen laat gaan kom ik veel albums tegen die ik echt nooit meer ga beluisteren, maar Diamond Life van Sade gaat na de zeer geslaagde hernieuwde kennismaking ook in de toekomst zeker nog voorbij komen. Erwin Zijleman
Sade - Promise (1985)

4,0
0
geplaatst: 23 juni 2024, 20:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sade - Promise (1985) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sade - Promise (1985)
Sade kwam na het zeer succesvolle debuutalbum Diamond Life op de proppen met het in 1985 verschenen Promise, dat niet alleen heerlijk zwoel klinkt, maar in muzikaal en vocaal opzicht ook flink wat te bieden heeft
Promise, het tweede album van Sade is een stuk minder bekend dan het debuutalbum van de band rond zangeres Sade Adu, maar het is zeker geen minder album. In muzikaal opzicht vind ik het wat subtielere maar ook gelaagde geluid op Promise zelfs interessanter dan dat op het zo succesvolle Diamond Life en ook de zang vind ik op het tweede album van de Britse band mooier dan op het zo geprezen debuut. Ook Promise doet het uitstekend op een broeierige zomeravond, maar de songs van Sade doen veel meer dan oppervlakkig vermaken. Ik hoorde het er in de jaren 80 niet aan af, maar bijna veertig jaar na de release ben ik onder de indruk van Promise.
Twee maanden geleden stond ik stil bij het album Diamond Life van Sade uit 1984. Het is een album dat ik, toch wel enigszins tot mijn verbazing, na al die jaren nog noot voor noot bleek te kennen en dat ik bovendien veel beter vond dan ik me kon herinneren. Deze week zijn reissues van de eerste drie albums van Sade verschenen en ben ik ook wat dieper in de opvolgers van het zo succesvolle Diamond Life gedoken.
Na Diamond Life heb ik in 1988 ook Stronger Than Pride, het derde album van Sade, aangeschaft, maar Promise uit 1985 kwam niet in mijn platenkast terecht. Dat is op zich niet zo vreemd, want de zwoele pop van Sade was in 1985 niet het soort muziek waar ik warm voor liep. Dat is het misschien nog steeds niet helemaal, maar ik ben zeer aangenaam verrast door de kwaliteit van het tweede album van de band rond de Nigeriaanse zangeres Helen Folasade Adu, beter bekend als Sade Adu.
Het album opent prachtig met het ingetogen en ruim zes minuten durende Is It A Crime. De zwoele jazzy track valt op door bijzonder mooie klanken, een fraaie opbouw en zeker ook door de prachtige stem van Sade Adu, die echt geweldig zingt. Het is een wat minder toegankelijke track dan de hitsingles van Diamond Life, maar Is It A Crime laat goed horen waartoe Sade in 1985 in staat was. Het album vervolgt met hitsingle The Sweetest Taboo, dat wel aansluit bij de singles van het debuutalbum van de Britse band, al graaft ook deze track in muzikaal opzicht dieper dan de tracks op het debuutalbum.
Promise werd voor een belangrijk deel gemaakt met het team dat ook verantwoordelijk was voor Diamond Life, wat betekent dat Robin Millar het grootste deel van de productie van het album voor zijn rekening nam. De op dat moment vooral van Everything But The Girl bekende Britse producer heeft Promise voorzien van een warm en zwoel geluid en het is een geluid dat op Promise gedetailleerder is dan op Diamond Life. Het klinkt als een geluid waaraan eindeloos is gesleuteld, maar ook Promise werd voor het overgrote deel live opgenomen.
Met Everything But The Girl hebben we direct ook het belangrijkste vergelijkingsmateriaal te pakken, maar waar de band rond Tracey Thorn altijd kon rekenen op de steun van de critici, kreeg Promise het na het succes van Diamond Life zwaar te verduren. Het destijds aansprekende tijdschrift Spin noemde de zang van Sade Adu destijds zelfs compleet zielloos en dat is een bewering die maar moeilijk te begrijpen is.
Ik vind de zang op Promise echt verrassend mooi en ook in muzikaal opzicht heeft het album echt veel meer te bieden dan de critici (en ikzelf) er destijds in hoorden. De jazzy R&B pop van Sade doet het heerlijk op een zomerse dag als vandaag, maar het jazzy geluid op het album is ook gelaagd, behoorlijk subtiel en voorzien van prachtige accenten van vooral piano, percussie en blazers.
Vergeleken met Diamond Life vind ik Promise niet alleen mooier en subtieler, maar ook een stuk veelzijdiger, waardoor het album je steeds weer verrast. Het is allemaal prachtig gevangen in de productie van Robin Millar, die met Promise vakwerk heeft afgeleverd. Hoewel het album maar matig werd gewaardeerd door de critici was Promise in commercieel opzicht behoorlijk succesvol en daar is zeker achteraf bezien echt niets op af te dingen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sade - Promise (1985) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sade - Promise (1985)
Sade kwam na het zeer succesvolle debuutalbum Diamond Life op de proppen met het in 1985 verschenen Promise, dat niet alleen heerlijk zwoel klinkt, maar in muzikaal en vocaal opzicht ook flink wat te bieden heeft
Promise, het tweede album van Sade is een stuk minder bekend dan het debuutalbum van de band rond zangeres Sade Adu, maar het is zeker geen minder album. In muzikaal opzicht vind ik het wat subtielere maar ook gelaagde geluid op Promise zelfs interessanter dan dat op het zo succesvolle Diamond Life en ook de zang vind ik op het tweede album van de Britse band mooier dan op het zo geprezen debuut. Ook Promise doet het uitstekend op een broeierige zomeravond, maar de songs van Sade doen veel meer dan oppervlakkig vermaken. Ik hoorde het er in de jaren 80 niet aan af, maar bijna veertig jaar na de release ben ik onder de indruk van Promise.
Twee maanden geleden stond ik stil bij het album Diamond Life van Sade uit 1984. Het is een album dat ik, toch wel enigszins tot mijn verbazing, na al die jaren nog noot voor noot bleek te kennen en dat ik bovendien veel beter vond dan ik me kon herinneren. Deze week zijn reissues van de eerste drie albums van Sade verschenen en ben ik ook wat dieper in de opvolgers van het zo succesvolle Diamond Life gedoken.
Na Diamond Life heb ik in 1988 ook Stronger Than Pride, het derde album van Sade, aangeschaft, maar Promise uit 1985 kwam niet in mijn platenkast terecht. Dat is op zich niet zo vreemd, want de zwoele pop van Sade was in 1985 niet het soort muziek waar ik warm voor liep. Dat is het misschien nog steeds niet helemaal, maar ik ben zeer aangenaam verrast door de kwaliteit van het tweede album van de band rond de Nigeriaanse zangeres Helen Folasade Adu, beter bekend als Sade Adu.
Het album opent prachtig met het ingetogen en ruim zes minuten durende Is It A Crime. De zwoele jazzy track valt op door bijzonder mooie klanken, een fraaie opbouw en zeker ook door de prachtige stem van Sade Adu, die echt geweldig zingt. Het is een wat minder toegankelijke track dan de hitsingles van Diamond Life, maar Is It A Crime laat goed horen waartoe Sade in 1985 in staat was. Het album vervolgt met hitsingle The Sweetest Taboo, dat wel aansluit bij de singles van het debuutalbum van de Britse band, al graaft ook deze track in muzikaal opzicht dieper dan de tracks op het debuutalbum.
Promise werd voor een belangrijk deel gemaakt met het team dat ook verantwoordelijk was voor Diamond Life, wat betekent dat Robin Millar het grootste deel van de productie van het album voor zijn rekening nam. De op dat moment vooral van Everything But The Girl bekende Britse producer heeft Promise voorzien van een warm en zwoel geluid en het is een geluid dat op Promise gedetailleerder is dan op Diamond Life. Het klinkt als een geluid waaraan eindeloos is gesleuteld, maar ook Promise werd voor het overgrote deel live opgenomen.
Met Everything But The Girl hebben we direct ook het belangrijkste vergelijkingsmateriaal te pakken, maar waar de band rond Tracey Thorn altijd kon rekenen op de steun van de critici, kreeg Promise het na het succes van Diamond Life zwaar te verduren. Het destijds aansprekende tijdschrift Spin noemde de zang van Sade Adu destijds zelfs compleet zielloos en dat is een bewering die maar moeilijk te begrijpen is.
Ik vind de zang op Promise echt verrassend mooi en ook in muzikaal opzicht heeft het album echt veel meer te bieden dan de critici (en ikzelf) er destijds in hoorden. De jazzy R&B pop van Sade doet het heerlijk op een zomerse dag als vandaag, maar het jazzy geluid op het album is ook gelaagd, behoorlijk subtiel en voorzien van prachtige accenten van vooral piano, percussie en blazers.
Vergeleken met Diamond Life vind ik Promise niet alleen mooier en subtieler, maar ook een stuk veelzijdiger, waardoor het album je steeds weer verrast. Het is allemaal prachtig gevangen in de productie van Robin Millar, die met Promise vakwerk heeft afgeleverd. Hoewel het album maar matig werd gewaardeerd door de critici was Promise in commercieel opzicht behoorlijk succesvol en daar is zeker achteraf bezien echt niets op af te dingen. Erwin Zijleman
Sadurn - Radiator (2022)

4,5
0
geplaatst: 9 mei 2022, 15:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sadurn - Radiator - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sadurn - Radiator
De Amerikaanse band Sadurn verrast met een lekker ruw maar ook ingetogen gitaaralbum, dat beter en beter wordt door de kwaliteit van de songs en door de vocalen van frontvrouw Genevieve DeGroot
Nieuwsgierig geworden door een aantal positieve recensies begon ik aan het debuutalbum van Sadurn uit Philadelphia. Het is een album dat misschien niet onmiddellijk een onuitwisbare indruk maakt, maar hoe vaker ik naar het album luister hoe meer ik gecharmeerd raak van de gitaarsongs van de Amerikaanse band. Het zijn wat ruwe songs die folky kunnen klinken, maar die ook opschuiven richting indierock. Van de stem van Genevieve DeGroot moet je houden denk ik, maar als je er van houdt, is de liefde voor Radiator van Sadurn al snel onvoorwaardelijk. Genevieve DeGroot maakt pas een paar jaar muziek, maar laat horen dat ze over flink wat talent beschikt. Ik moest even wennen, maar dit is er inmiddels een om te koesteren.
Met name de Amerikaanse muziekpers is erg enthousiast over het deze week verschenen debuutalbum van de band Sadurn. Ik kan me wel vinden in dit enthousiasme, want Radiator is een album naar mijn hart en het is bovendien een album dat iedere keer dat ik het hoor echt veel beter is dan de vorige keer.
Sadurn begon ooit als een soloproject van de Amerikaanse singer-songwriter Genevieve DeGroot, die de gitaar pas voor het eerst oppakte toen ze de schoolbanken definitief had verlaten. De muzikante uit Philadelphia, Pennsylvania, omringde zich uiteindelijk met een aantal gelijkgestemden, waardoor het debuut van Sadurn klinkt als het debuut van een band.
De openingstrack van Radiator laat goed horen wat Sadurn te bieden heeft. De muziek van de Amerikaanse band is gitaar georiënteerd en kan zowel opschuiven richting folk als richting indierock. Het is muziek zonder opsmuk, waardoor het debuutalbum van de Amerikaanse band lekker ruw klinkt.
Zeker bij eerste beluistering had ik associaties met de muziek die Edie Brickell in haar jonge jaren maakte, wat vooral te maken heeft met de stem van Genevieve DeGroot. De Amerikaanse muzikante beschikt wat mij betreft over een aansprekend stemgeluid en legt vooral lekker veel gevoel in haar zang, waardoor Radiator zich, in ieder geval bij mij, makkelijk opdringt.
In muzikaal opzicht kiest Sadurn voor een geluid zonder opsmuk, maar het is ook, zeker op het eerste gehoor, een relatief eenvoudig geluid. Het gitaarwerk op Radiator is mooi, maar verwacht geen muzikale hoogstandjes, al ga ik het gitaarwerk op het album echt steeds meer waarderen. Het is vooral functioneel gitaarwerk dat de muziek van de band uit Philadelphia heen en weer slingert tussen folk en rock.
In beide genres kan Genevieve DeGroot uitstekend uit de voeten. Ik denk dat niet iedereen gecharmeerd zal zijn van haar stem en haar manier van zingen, maar de zang is voor mij het sterkste wapen van Sadurn en die zang wordt naarmate je het album vaker hoort alleen maar beter.
Radiator werd opgenomen met eenvoudige middelen en dat hoor je, maar het wat ruwe karakter van het album is direct ook de kracht van het debuutalbum van Sadurn. Het is zoals gezegd een album dat varieert tussen folk en rock, maar het knappe van de muziek van Sadurn is dat de twee uitersten best ver uit elkaar kunnen liggen, maar Radiator aan de andere kant een album met een consistent geluid is.
In de tracks waarin de band het verst opschuift richting folk moest ik wel wat denken aan de muziek van Gillian Welch, maar Sadurn kan aan de andere kant van haar spectrum opschuiven richting Mazzy Star of richting de smaakmakers uit de vrouwelijke indierock uit de jaren 90. Radiator van Sadurn valt echter vooral op door een bijzonder eigen geluid.
Zeker bij eerste beluistering vond ik het wat eenvoudig klinken, maar naarmate ik het album vaker hoor, vind ik de songs mooier en inventiever worden en raak ik vooral steeds meer gecharmeerd van de emotievolle voordracht van Genevieve DeGroot, die er in slaagt om je langzaam maar zeker te betoveren met haar zich langzaam voortslepende songs en met haar bijzondere stem.
Radiator van Sadurn zal in de smaak vallen bij liefhebbers van de talloze vrouwelijke singer-songwriters in het indiesegment, maar het album voegt wat mij ook iets toe aan alles dat er al is, bijvoorbeeld door kracht te zoeken in eenvoud en wat tragere songs en vooral door meer als band te klinken dan de meeste soortgenoten in het genre.
Ik lees in Europa nog niet veel of beter gezegd helemaal niets over het debuutalbum van Sadurn, maar de Amerikaanse muziekpers, die het album wel heeft opgepikt heeft het wat mij betreft bij het juiste eind. Een zeer aangename verrassing. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sadurn - Radiator - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sadurn - Radiator
De Amerikaanse band Sadurn verrast met een lekker ruw maar ook ingetogen gitaaralbum, dat beter en beter wordt door de kwaliteit van de songs en door de vocalen van frontvrouw Genevieve DeGroot
Nieuwsgierig geworden door een aantal positieve recensies begon ik aan het debuutalbum van Sadurn uit Philadelphia. Het is een album dat misschien niet onmiddellijk een onuitwisbare indruk maakt, maar hoe vaker ik naar het album luister hoe meer ik gecharmeerd raak van de gitaarsongs van de Amerikaanse band. Het zijn wat ruwe songs die folky kunnen klinken, maar die ook opschuiven richting indierock. Van de stem van Genevieve DeGroot moet je houden denk ik, maar als je er van houdt, is de liefde voor Radiator van Sadurn al snel onvoorwaardelijk. Genevieve DeGroot maakt pas een paar jaar muziek, maar laat horen dat ze over flink wat talent beschikt. Ik moest even wennen, maar dit is er inmiddels een om te koesteren.
Met name de Amerikaanse muziekpers is erg enthousiast over het deze week verschenen debuutalbum van de band Sadurn. Ik kan me wel vinden in dit enthousiasme, want Radiator is een album naar mijn hart en het is bovendien een album dat iedere keer dat ik het hoor echt veel beter is dan de vorige keer.
Sadurn begon ooit als een soloproject van de Amerikaanse singer-songwriter Genevieve DeGroot, die de gitaar pas voor het eerst oppakte toen ze de schoolbanken definitief had verlaten. De muzikante uit Philadelphia, Pennsylvania, omringde zich uiteindelijk met een aantal gelijkgestemden, waardoor het debuut van Sadurn klinkt als het debuut van een band.
De openingstrack van Radiator laat goed horen wat Sadurn te bieden heeft. De muziek van de Amerikaanse band is gitaar georiënteerd en kan zowel opschuiven richting folk als richting indierock. Het is muziek zonder opsmuk, waardoor het debuutalbum van de Amerikaanse band lekker ruw klinkt.
Zeker bij eerste beluistering had ik associaties met de muziek die Edie Brickell in haar jonge jaren maakte, wat vooral te maken heeft met de stem van Genevieve DeGroot. De Amerikaanse muzikante beschikt wat mij betreft over een aansprekend stemgeluid en legt vooral lekker veel gevoel in haar zang, waardoor Radiator zich, in ieder geval bij mij, makkelijk opdringt.
In muzikaal opzicht kiest Sadurn voor een geluid zonder opsmuk, maar het is ook, zeker op het eerste gehoor, een relatief eenvoudig geluid. Het gitaarwerk op Radiator is mooi, maar verwacht geen muzikale hoogstandjes, al ga ik het gitaarwerk op het album echt steeds meer waarderen. Het is vooral functioneel gitaarwerk dat de muziek van de band uit Philadelphia heen en weer slingert tussen folk en rock.
In beide genres kan Genevieve DeGroot uitstekend uit de voeten. Ik denk dat niet iedereen gecharmeerd zal zijn van haar stem en haar manier van zingen, maar de zang is voor mij het sterkste wapen van Sadurn en die zang wordt naarmate je het album vaker hoort alleen maar beter.
Radiator werd opgenomen met eenvoudige middelen en dat hoor je, maar het wat ruwe karakter van het album is direct ook de kracht van het debuutalbum van Sadurn. Het is zoals gezegd een album dat varieert tussen folk en rock, maar het knappe van de muziek van Sadurn is dat de twee uitersten best ver uit elkaar kunnen liggen, maar Radiator aan de andere kant een album met een consistent geluid is.
In de tracks waarin de band het verst opschuift richting folk moest ik wel wat denken aan de muziek van Gillian Welch, maar Sadurn kan aan de andere kant van haar spectrum opschuiven richting Mazzy Star of richting de smaakmakers uit de vrouwelijke indierock uit de jaren 90. Radiator van Sadurn valt echter vooral op door een bijzonder eigen geluid.
Zeker bij eerste beluistering vond ik het wat eenvoudig klinken, maar naarmate ik het album vaker hoor, vind ik de songs mooier en inventiever worden en raak ik vooral steeds meer gecharmeerd van de emotievolle voordracht van Genevieve DeGroot, die er in slaagt om je langzaam maar zeker te betoveren met haar zich langzaam voortslepende songs en met haar bijzondere stem.
Radiator van Sadurn zal in de smaak vallen bij liefhebbers van de talloze vrouwelijke singer-songwriters in het indiesegment, maar het album voegt wat mij ook iets toe aan alles dat er al is, bijvoorbeeld door kracht te zoeken in eenvoud en wat tragere songs en vooral door meer als band te klinken dan de meeste soortgenoten in het genre.
Ik lees in Europa nog niet veel of beter gezegd helemaal niets over het debuutalbum van Sadurn, maar de Amerikaanse muziekpers, die het album wel heeft opgepikt heeft het wat mij betreft bij het juiste eind. Een zeer aangename verrassing. Erwin Zijleman
Saint Etienne - I've Been Trying to Tell You (2021)

4,5
1
geplaatst: 24 september 2021, 16:13 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Saint Etienne - I've Been Trying To Tell You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Saint Etienne - I've Been Trying To Tell You
Het was vier jaar stil rond Saint Etienne, maar met I’ve Been Trying To Tell You levert de Britse band een verassend avontuurlijk album af, dat je maar blijft verbazen, intrigeren en betoveren
Ik probeer het altijd met nieuwe albums van Saint Etienne, maar tot dusver wist de Britse band me nooit echt te boeien. Het is een enorm contrast met de ervaring die ik heb met het nieuwe album van de band. Waar de muziek van de band in het verleden altijd licht verteerbaar was en vaak niet meer deed dan luchtig vermaken, is I’ve Been Trying To Tell You een fascinerende luistertrip. Het is een luistertrip die het je geen moment echt makkelijk maakt, maar het is er ook een vol verleiding, bezwering en betovering. Het nieuwe album van Saint Etienne staat bol van de invloeden uit de 90s triphop, maar de band geeft er ook een unieke eigen draai aan. Wat een geweldig album. Had ik niet zien aan komen.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik me nooit echt heb verdiept in de muziek van Saint Etienne. De band uit het Britse Croydon bestaat al sinds 1988 en debuteerde vier jaar later. De tien albums die Saint Etienne tussen 1992 en 2017 maakte heb ik allemaal beluisterd, maar onder de indruk was ik nooit.
Saint Etienne maakt op al deze album op het eerste gehoor vooral zomerse, dromerige en betrekkelijk lichtvoetige popmuziek. Het is popmuziek die tegen de chamber pop aan kon leunen of een vleugje bossanova kon bevatten, maar veel vaker flirtte de Britse band met zwoele pop, met elektronica en meestal ook nog met de dansvloer.
Hierdoor waren de albums van Saint Etienne wat mij betreft leuk voor een zomers feestje, maar verder niet zo interessant, al moet ik direct toegeven dat ik nooit veel verder ben gekomen dan oppervlakkige beluistering. Het heeft er wel voor gezorgd dat ik geen hoge verwachtingen had van het onlangs verschenen I’ve Been Trying To Tell You, dat na een stilte van vier jaar is verschenen, al werd mijn nieuwsgierigheid wel aangewakkerd door een aantal hele positieve recensies.
Direct bij eerste beluistering klonk I’ve Been Trying To Tell You anders in de oren dan de muziek van Saint Etienne die ik tot dat moment had gehoord. Voor een band die tot dusver grossierde in zwoele en lichtvoetige popliedjes, is I’ve Been Trying To Tell You een behoorlijk experimenteel album. Het is een album dat zich naar verluidt vooral heeft laten inspireren door popmuziek uit de jaren 90 of zelfs al een ode aan dit decennium moet worden gezien.
De vele samples uit de jaren 90 die worden gebruikt in de songs op het nieuwe album van Saint Etienne verwijzen nog naar de toegankelijke pop die het zelf ook zo lang maakte, maar de samples zijn verstopt in bijzondere klanken. Het zijn grotendeels elektronische klanken, die meestal een beeldend karakter hebben en een bijzondere sfeer creëren.
In muzikaal opzicht lijkt Saint Etienne vooral terug te grijpen op de pioniersdagen van de Britse triphop met zwaar aangezette ritmes en atmosferische klanken. Qua sfeer doet het album wel wat denken aan de eerste albums van Massive Attack, maar het gaat Saint Etienne dit keer meer om de sfeer dan om de songs met een kop en een staart.
Saint Etienne bestaat nog steeds uit leden van het eerste moment Bob Stanley, Pete Wiggs en Sarah Cracknell, die allen vanuit huis bijdroegen aan het album, maar laatstgenoemde speelt op I’ve Been Trying To Tell You een bescheiden rol. Vocalen spelen een ondergeschikte rol op het album en komen nog deels van samples ook en als Sarah Cracknell mag zingen lijkt het vaak of er lukkraak wat vocalen op de muziek zijn geplakt. Het draagt op een of andere manier wel bij aan de unieke sfeer op het album.
I’ve Been Trying To Tell You is veertig minuten lang een fascinerende en bezwerende luistertrip. Het is een bedwelmende maar ook sprookjesachtig mooie soundtrack bij een film waarvan je zelf de beelden mag bedenken. Ik heb de laatste dagen ook wat geluisterd naar de rest van het oeuvre van Saint Etienne, dat wel wat beter is dan in mijn beleving, maar de pure magie hoor ik alleen op het wonderschone I’ve Been Trying To Tell You, dat de fantasie genadeloos prikkelt, maar je ook binnen de kortste keren naar een droomwereld voert. Wat een fascinerend album van Saint Etienne. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Saint Etienne - I've Been Trying To Tell You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Saint Etienne - I've Been Trying To Tell You
Het was vier jaar stil rond Saint Etienne, maar met I’ve Been Trying To Tell You levert de Britse band een verassend avontuurlijk album af, dat je maar blijft verbazen, intrigeren en betoveren
Ik probeer het altijd met nieuwe albums van Saint Etienne, maar tot dusver wist de Britse band me nooit echt te boeien. Het is een enorm contrast met de ervaring die ik heb met het nieuwe album van de band. Waar de muziek van de band in het verleden altijd licht verteerbaar was en vaak niet meer deed dan luchtig vermaken, is I’ve Been Trying To Tell You een fascinerende luistertrip. Het is een luistertrip die het je geen moment echt makkelijk maakt, maar het is er ook een vol verleiding, bezwering en betovering. Het nieuwe album van Saint Etienne staat bol van de invloeden uit de 90s triphop, maar de band geeft er ook een unieke eigen draai aan. Wat een geweldig album. Had ik niet zien aan komen.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik me nooit echt heb verdiept in de muziek van Saint Etienne. De band uit het Britse Croydon bestaat al sinds 1988 en debuteerde vier jaar later. De tien albums die Saint Etienne tussen 1992 en 2017 maakte heb ik allemaal beluisterd, maar onder de indruk was ik nooit.
Saint Etienne maakt op al deze album op het eerste gehoor vooral zomerse, dromerige en betrekkelijk lichtvoetige popmuziek. Het is popmuziek die tegen de chamber pop aan kon leunen of een vleugje bossanova kon bevatten, maar veel vaker flirtte de Britse band met zwoele pop, met elektronica en meestal ook nog met de dansvloer.
Hierdoor waren de albums van Saint Etienne wat mij betreft leuk voor een zomers feestje, maar verder niet zo interessant, al moet ik direct toegeven dat ik nooit veel verder ben gekomen dan oppervlakkige beluistering. Het heeft er wel voor gezorgd dat ik geen hoge verwachtingen had van het onlangs verschenen I’ve Been Trying To Tell You, dat na een stilte van vier jaar is verschenen, al werd mijn nieuwsgierigheid wel aangewakkerd door een aantal hele positieve recensies.
Direct bij eerste beluistering klonk I’ve Been Trying To Tell You anders in de oren dan de muziek van Saint Etienne die ik tot dat moment had gehoord. Voor een band die tot dusver grossierde in zwoele en lichtvoetige popliedjes, is I’ve Been Trying To Tell You een behoorlijk experimenteel album. Het is een album dat zich naar verluidt vooral heeft laten inspireren door popmuziek uit de jaren 90 of zelfs al een ode aan dit decennium moet worden gezien.
De vele samples uit de jaren 90 die worden gebruikt in de songs op het nieuwe album van Saint Etienne verwijzen nog naar de toegankelijke pop die het zelf ook zo lang maakte, maar de samples zijn verstopt in bijzondere klanken. Het zijn grotendeels elektronische klanken, die meestal een beeldend karakter hebben en een bijzondere sfeer creëren.
In muzikaal opzicht lijkt Saint Etienne vooral terug te grijpen op de pioniersdagen van de Britse triphop met zwaar aangezette ritmes en atmosferische klanken. Qua sfeer doet het album wel wat denken aan de eerste albums van Massive Attack, maar het gaat Saint Etienne dit keer meer om de sfeer dan om de songs met een kop en een staart.
Saint Etienne bestaat nog steeds uit leden van het eerste moment Bob Stanley, Pete Wiggs en Sarah Cracknell, die allen vanuit huis bijdroegen aan het album, maar laatstgenoemde speelt op I’ve Been Trying To Tell You een bescheiden rol. Vocalen spelen een ondergeschikte rol op het album en komen nog deels van samples ook en als Sarah Cracknell mag zingen lijkt het vaak of er lukkraak wat vocalen op de muziek zijn geplakt. Het draagt op een of andere manier wel bij aan de unieke sfeer op het album.
I’ve Been Trying To Tell You is veertig minuten lang een fascinerende en bezwerende luistertrip. Het is een bedwelmende maar ook sprookjesachtig mooie soundtrack bij een film waarvan je zelf de beelden mag bedenken. Ik heb de laatste dagen ook wat geluisterd naar de rest van het oeuvre van Saint Etienne, dat wel wat beter is dan in mijn beleving, maar de pure magie hoor ik alleen op het wonderschone I’ve Been Trying To Tell You, dat de fantasie genadeloos prikkelt, maar je ook binnen de kortste keren naar een droomwereld voert. Wat een fascinerend album van Saint Etienne. Erwin Zijleman
Saint Sister - Shape of Silence (2018)

4,5
0
geplaatst: 12 oktober 2018, 21:28 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Saint Sister - Shape Of Silence - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Noord-Iers duo betovert met wonderschone “atmosfolk” vol toverkracht en bezwering en stemmen om intens van te houden
Het debuut van Saint Sister zal in deze week vol releases waarschijnlijk vaak over het hoofd worden gezien. Het is doodzonde, want het Noord-Ierse duo heeft een plaat gemaakt die in muzikaal opzicht intrigeert en in vocaal opzicht imponeert. De instrumentatie kan worden getypeerd als sprookjesachtig terwijl aan de stemmen van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre best het predicaat hemels mag worden opgehangen. Het debuut van het tweetal staat vol atmosferische klanken en prachtige zang, maar wat gebeurt er veel op deze plaat, die je zeker bij beluistering met de koptelefoon maar blijft betoveren en bezweren. Prachtplaat.
Saint Sister is een duo uit Noord-Ierland dat bestaat uit Gemma Doherty en Morgan MacIntyre. De twee hebben het landelijke Noord-Ierland inmiddels verruild voor de grote stad en opereren vanuit het Ierse Dublin. De muziek van het tweetal is wat mij betreft echter niet de muziek van de grote stad, maar muziek vol ruimte die associaties oproept met uitgestrekte vlaktes of donkere bossen.
Het is muziek die hier en daar het label folktronica krijgt opgeplakt en dat is op het eerste gehoor geen gekke omschrijving. De prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre zouden ook niet misstaan in de folk, terwijl de instrumentatie op hun debuut lijkt te worden gedomineerd door elektronica.
Toch vind ik Shape Of Silence van Saint Sister geen paat die je recht doet met het label folktronica. Hiervoor klinkt de muziek van het Noord-Ierse tweetal te organisch, terwijl hiernaast het tempo veel lager ligt dan gebruikelijk in de folktronica. De basis van de muziek van Saint Sister wordt gevormd door ijle piano en harp klanken en twee geweldige stemmen, die elkaar subtiel ondersteunen, maar elkaar ook naar grote hoogten kunnen tillen.
Het tempo op Shape Of Silence ligt laag, maar door hier en daar subtiel beats toe te voegen klinkt het niet heel loom of sloom. Naast beats voegt Saint Sister op fraaie wijze allerlei elektronica toe aan haar geluid, wat prachtig samenvloeit met de harp en piano klanken en atmosferische soundscapes creëert. De muziek van Saint Sister is hierdoor soms sprookjesachtig en soms bedwelmend.
Het is muziek die alle kanten op kan schieten. Soms hoor ik wat van de New Age van Enya, soms hoor ik het zweverige van The Cocteau Twins, maar de twee Noord-Ierse muzikanten kunnen ook opschuiven richting de triphop van Portishead of Massive Attack, al is het wel een sobere triphop variant, of herinneringen oproepen aan de vernieuwingsdrang van Kate Bush.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoeveel subtiele details zijn toegevoegd aan het geluid van het tweetal, wat de songs op Shape Of Silence voorziet van diepte en avontuur. Ik heb de term sprookjesachtig al een keer gebruikt en dit is een term die bij mij vaak naar boven komt bij beluistering van de muziek van Saint Sister.
Het sprookjesachtige karakter op het debuut van het Noord-Ierse duo wordt eindeloos versterkt door de prachtige zang op de plaat. Gemma Doherty en Morgan MacIntyre zingen vaak prachtig ingetogen en altijd loepzuiver. Het is razend knap hoe ze hun stemmen tegen elkaar aanleggen en tekenen voor harmonieën die alleen maar mooier en mooier worden. Het zijn stemmen die op een of andere manier ook nog een laag instrumenten toevoegen aan het bijzondere geluid op het debuut van Saint Sister, bijvoorbeeld wanneer de meeste echte instrumenten een stap terug doen en alles van de stembanden van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre moet komen.
Shape Of Silence is een plaat die je wat vaker moet horen en is daarom wat ongelukkig getimed in een week met een overdaad aan releases (de week voor kerst zou beter zijn geweest), maar als je eenmaal de tijd hebt genomen neemt de schoonheid en betovering van het debuut van Saint Sister alleen maar toe en wordt het dozijn songs op dit debuut een dozijn songs om intens lief te hebben en te koesteren.
Atmosfolk noemt The Irish Times het en dat is mooi gevonden. Het is atmosfollk die doet verlangen naar ijsbloemen op de ramen en naar lange en aardedonkere avonden en nachten. Hier en daar hoor ik al een kerstklokje en lijkt de zomer van het moment totaal verdwenen. Zonder enige twijfel de grootste verrassing van de afgelopen week dit wonderschone en buitengewoon intrigerende debuut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Saint Sister - Shape Of Silence - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Noord-Iers duo betovert met wonderschone “atmosfolk” vol toverkracht en bezwering en stemmen om intens van te houden
Het debuut van Saint Sister zal in deze week vol releases waarschijnlijk vaak over het hoofd worden gezien. Het is doodzonde, want het Noord-Ierse duo heeft een plaat gemaakt die in muzikaal opzicht intrigeert en in vocaal opzicht imponeert. De instrumentatie kan worden getypeerd als sprookjesachtig terwijl aan de stemmen van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre best het predicaat hemels mag worden opgehangen. Het debuut van het tweetal staat vol atmosferische klanken en prachtige zang, maar wat gebeurt er veel op deze plaat, die je zeker bij beluistering met de koptelefoon maar blijft betoveren en bezweren. Prachtplaat.
Saint Sister is een duo uit Noord-Ierland dat bestaat uit Gemma Doherty en Morgan MacIntyre. De twee hebben het landelijke Noord-Ierland inmiddels verruild voor de grote stad en opereren vanuit het Ierse Dublin. De muziek van het tweetal is wat mij betreft echter niet de muziek van de grote stad, maar muziek vol ruimte die associaties oproept met uitgestrekte vlaktes of donkere bossen.
Het is muziek die hier en daar het label folktronica krijgt opgeplakt en dat is op het eerste gehoor geen gekke omschrijving. De prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre zouden ook niet misstaan in de folk, terwijl de instrumentatie op hun debuut lijkt te worden gedomineerd door elektronica.
Toch vind ik Shape Of Silence van Saint Sister geen paat die je recht doet met het label folktronica. Hiervoor klinkt de muziek van het Noord-Ierse tweetal te organisch, terwijl hiernaast het tempo veel lager ligt dan gebruikelijk in de folktronica. De basis van de muziek van Saint Sister wordt gevormd door ijle piano en harp klanken en twee geweldige stemmen, die elkaar subtiel ondersteunen, maar elkaar ook naar grote hoogten kunnen tillen.
Het tempo op Shape Of Silence ligt laag, maar door hier en daar subtiel beats toe te voegen klinkt het niet heel loom of sloom. Naast beats voegt Saint Sister op fraaie wijze allerlei elektronica toe aan haar geluid, wat prachtig samenvloeit met de harp en piano klanken en atmosferische soundscapes creëert. De muziek van Saint Sister is hierdoor soms sprookjesachtig en soms bedwelmend.
Het is muziek die alle kanten op kan schieten. Soms hoor ik wat van de New Age van Enya, soms hoor ik het zweverige van The Cocteau Twins, maar de twee Noord-Ierse muzikanten kunnen ook opschuiven richting de triphop van Portishead of Massive Attack, al is het wel een sobere triphop variant, of herinneringen oproepen aan de vernieuwingsdrang van Kate Bush.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoeveel subtiele details zijn toegevoegd aan het geluid van het tweetal, wat de songs op Shape Of Silence voorziet van diepte en avontuur. Ik heb de term sprookjesachtig al een keer gebruikt en dit is een term die bij mij vaak naar boven komt bij beluistering van de muziek van Saint Sister.
Het sprookjesachtige karakter op het debuut van het Noord-Ierse duo wordt eindeloos versterkt door de prachtige zang op de plaat. Gemma Doherty en Morgan MacIntyre zingen vaak prachtig ingetogen en altijd loepzuiver. Het is razend knap hoe ze hun stemmen tegen elkaar aanleggen en tekenen voor harmonieën die alleen maar mooier en mooier worden. Het zijn stemmen die op een of andere manier ook nog een laag instrumenten toevoegen aan het bijzondere geluid op het debuut van Saint Sister, bijvoorbeeld wanneer de meeste echte instrumenten een stap terug doen en alles van de stembanden van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre moet komen.
Shape Of Silence is een plaat die je wat vaker moet horen en is daarom wat ongelukkig getimed in een week met een overdaad aan releases (de week voor kerst zou beter zijn geweest), maar als je eenmaal de tijd hebt genomen neemt de schoonheid en betovering van het debuut van Saint Sister alleen maar toe en wordt het dozijn songs op dit debuut een dozijn songs om intens lief te hebben en te koesteren.
Atmosfolk noemt The Irish Times het en dat is mooi gevonden. Het is atmosfollk die doet verlangen naar ijsbloemen op de ramen en naar lange en aardedonkere avonden en nachten. Hier en daar hoor ik al een kerstklokje en lijkt de zomer van het moment totaal verdwenen. Zonder enige twijfel de grootste verrassing van de afgelopen week dit wonderschone en buitengewoon intrigerende debuut. Erwin Zijleman
Saint Sister - Where I Should End (2021)

4,5
0
geplaatst: 29 juni 2021, 15:58 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Saint Sister - Where I Should End - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Saint Sister - Where I Should End
Ik liet me in de herfst van 2018 makkelijk betoveren door de bijzondere klanken Saint Sister en ook met het deze week verschenen tweede album had het Noord-Ierse duo me onmiddellijk te pakken
Shape Of Silence van Saint Sister was een van de grote verrassingen in mijn jaarlijstje over 2018. Het duo uit Noord-Ierland maakte indruk met twee prachtige stemmen, maar imponeerde met een bijzondere instrumentatie en een unieke combinatie van invloeden. Het leverde een album vol toverkracht en vol geheimen op, dat tot op de dag van vandaag een bijzondere uitwerking op me heeft. Met het deze week verschenen Where I Should End is het niet anders. Saint Sister doet er op alle vlakken nog een schepje bovenop en stort wolken vol avontuur en schoonheid over je uit. Iedere keer hoor je weer nieuwe dingen en iedere keer is het nog wat mooier. Een album om noot voor noot te ontdekken.
Het Noord-Ierse duo Saint Sister debuteerde in de herfst van 2018 met het bijzonder mooie Shape Of Silence, dat een paar maanden na mijn eerste kennismaking met het album opdook in de bovenste helft van mijn jaarlijstje. Op hun debuutalbum maakten Gemma Doherty en Morgan MacIntyre diepe indruk met prachtige vocalen en met een bijzonder klankentapijt dat invloeden uit de folk en de new age liet horen, maar dat in geen van beide hokjes thuis hoorde.
Shape Of Silence bleek al snel een betoverend mooi album, dat, zeker bij beluistering met de koptelefoon, steeds weer nieuwe dingen liet horen. Gezien mijn zeer goede herinneringen aan het debuut van Saint Sister, begon ik een paar weken geleden met torenhoge verwachtingen aan het tweede album van het Noord-Ierse duo en dat album is deze week verschenen.
Where I Should End ligt absoluut in het verlengde van het debuut van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre. Ook dit keer is een hoofdrol weggelegd voor de prachtige stemmen van het tweetal. Het zijn stemmen die flink van elkaar verschillen, maar die ook prachtig bij elkaar kleuren. Vergeleken met het debuutalbum is de zang op Where I Should End net wat zelfverzekerder en uitgesprokener en wat voor de zang geldt, geldt ook voor de instrumentatie.
Waar het debuut van Saint Sister nog wel eens opschoof richting de new age van Enya of de zweverige klanken van The Cocteau Twins, klinkt Where I Should End meestal net wat aardser. De verschillen tussen beide albums moeten ook niet overdreven worden, want door het gebruik van onder andere de harp klinkt ook het tweede album van de twee Noord-Ierse muzikanten vaak sprookjesachtig.
Gemma Doherty en Morgan MacIntyre noemden hun muziek bijna drie jaar geleden zelf ‘atmosfolk’ en dat etiket past ook op hun tweede album. Hier en daar hoor je invloeden uit de Ierse folk, maar atmosferische klanken die eerder doen denken aan Scandinavische bossen zijn minstens net zo dominant aanwezig.
Het klinkt op Where I Should End allemaal net wat voller dan op het debuutalbum van de inmiddels vanuit het Ierse Dublin opererende muzikanten en wanneer elektronica wordt ingezet klinkt het allemaal ook net wat moderner en wat minder zweverig, maar ook het tweede album van Saint Sister is een album vol mooie geheimen, waaronder klassiek aandoende uitstapjes.
Ook Where I Should End bloeit op wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en alle onderdelen van de instrumentatie en de prachtige stemmen van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre je van alle kanten om de oren vliegen. Het is knap hoe Saint Sister haar geluid net wat heeft weten te moderniseren, zonder de magie van haar debuutalbum te verliezen.
Zeker wanneer Gemma Doherty en Morgan MacIntyre acapella zingen hoor je hoe mooi hun stemmen bij elkaar passen, maar ook wanneer de instrumentatie net wat voller is, blijven de stemmen van de twee bijzonder makkelijk overeind en is kippenvel nooit ver weg.
Ik had zoals gezegd torenhoge verwachtingen toen ik begon aan mijn eerste beluistering van Where I Should End. Ik ben inmiddels een paar weken verder en het tweede album van Saint Sister heeft me zeker niet teleurgesteld. Integendeel zelfs. Saint Sister heeft haar unieke geluid geperfectioneerd, maar heeft de charme van haar debuut behouden. Prachtig album! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Saint Sister - Where I Should End - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Saint Sister - Where I Should End
Ik liet me in de herfst van 2018 makkelijk betoveren door de bijzondere klanken Saint Sister en ook met het deze week verschenen tweede album had het Noord-Ierse duo me onmiddellijk te pakken
Shape Of Silence van Saint Sister was een van de grote verrassingen in mijn jaarlijstje over 2018. Het duo uit Noord-Ierland maakte indruk met twee prachtige stemmen, maar imponeerde met een bijzondere instrumentatie en een unieke combinatie van invloeden. Het leverde een album vol toverkracht en vol geheimen op, dat tot op de dag van vandaag een bijzondere uitwerking op me heeft. Met het deze week verschenen Where I Should End is het niet anders. Saint Sister doet er op alle vlakken nog een schepje bovenop en stort wolken vol avontuur en schoonheid over je uit. Iedere keer hoor je weer nieuwe dingen en iedere keer is het nog wat mooier. Een album om noot voor noot te ontdekken.
Het Noord-Ierse duo Saint Sister debuteerde in de herfst van 2018 met het bijzonder mooie Shape Of Silence, dat een paar maanden na mijn eerste kennismaking met het album opdook in de bovenste helft van mijn jaarlijstje. Op hun debuutalbum maakten Gemma Doherty en Morgan MacIntyre diepe indruk met prachtige vocalen en met een bijzonder klankentapijt dat invloeden uit de folk en de new age liet horen, maar dat in geen van beide hokjes thuis hoorde.
Shape Of Silence bleek al snel een betoverend mooi album, dat, zeker bij beluistering met de koptelefoon, steeds weer nieuwe dingen liet horen. Gezien mijn zeer goede herinneringen aan het debuut van Saint Sister, begon ik een paar weken geleden met torenhoge verwachtingen aan het tweede album van het Noord-Ierse duo en dat album is deze week verschenen.
Where I Should End ligt absoluut in het verlengde van het debuut van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre. Ook dit keer is een hoofdrol weggelegd voor de prachtige stemmen van het tweetal. Het zijn stemmen die flink van elkaar verschillen, maar die ook prachtig bij elkaar kleuren. Vergeleken met het debuutalbum is de zang op Where I Should End net wat zelfverzekerder en uitgesprokener en wat voor de zang geldt, geldt ook voor de instrumentatie.
Waar het debuut van Saint Sister nog wel eens opschoof richting de new age van Enya of de zweverige klanken van The Cocteau Twins, klinkt Where I Should End meestal net wat aardser. De verschillen tussen beide albums moeten ook niet overdreven worden, want door het gebruik van onder andere de harp klinkt ook het tweede album van de twee Noord-Ierse muzikanten vaak sprookjesachtig.
Gemma Doherty en Morgan MacIntyre noemden hun muziek bijna drie jaar geleden zelf ‘atmosfolk’ en dat etiket past ook op hun tweede album. Hier en daar hoor je invloeden uit de Ierse folk, maar atmosferische klanken die eerder doen denken aan Scandinavische bossen zijn minstens net zo dominant aanwezig.
Het klinkt op Where I Should End allemaal net wat voller dan op het debuutalbum van de inmiddels vanuit het Ierse Dublin opererende muzikanten en wanneer elektronica wordt ingezet klinkt het allemaal ook net wat moderner en wat minder zweverig, maar ook het tweede album van Saint Sister is een album vol mooie geheimen, waaronder klassiek aandoende uitstapjes.
Ook Where I Should End bloeit op wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en alle onderdelen van de instrumentatie en de prachtige stemmen van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre je van alle kanten om de oren vliegen. Het is knap hoe Saint Sister haar geluid net wat heeft weten te moderniseren, zonder de magie van haar debuutalbum te verliezen.
Zeker wanneer Gemma Doherty en Morgan MacIntyre acapella zingen hoor je hoe mooi hun stemmen bij elkaar passen, maar ook wanneer de instrumentatie net wat voller is, blijven de stemmen van de twee bijzonder makkelijk overeind en is kippenvel nooit ver weg.
Ik had zoals gezegd torenhoge verwachtingen toen ik begon aan mijn eerste beluistering van Where I Should End. Ik ben inmiddels een paar weken verder en het tweede album van Saint Sister heeft me zeker niet teleurgesteld. Integendeel zelfs. Saint Sister heeft haar unieke geluid geperfectioneerd, maar heeft de charme van haar debuut behouden. Prachtig album! Erwin Zijleman
Sallie Ford - Soul Sick (2017)

4,5
2
geplaatst: 15 februari 2017, 19:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sallie Ford - Soul Sick - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Sallie Ford groeide op in Asheville, North Carolina, maar verruilde haar thuisstaat voor het mondaine Portland, Oregon, toen duidelijk werd dat haar hart lag bij het maken van muziek en niet bij het volgen van een opleiding.
Samen met haar band The Sound Outside maakte ze twee goed ontvangen maar niet heel breed opgepakte platen, die opvielen door een fraai retro geluid en de opvallend krachtige stem van Sallie Ford.
In 2014 nam Sallie Ford afscheid van The Sound Outside en bracht ze haar eerste soloalbum uit, Slap Back. Die plaat krijgt nu eindelijk een vervolg met Soul Sick.
Voor iedereen die de muziek van Sallie Ford kent voelt Soul Sick onmiddellijk als een warm bad. Ook op haar nieuwe plaat laat Sallie Ford een geluid horen dat valt te typeren als retro en maakt ze wederom indruk met een verrassend krachtige stem 9die je niet direct koppelt aan haar verschijning).
Soul Sick klinkt bekend, maar is zeker geen herhalingsoefening. Sallie Ford verwerkte ook in het verleden al invloeden uit meerdere genres, maar doet er dit keer nog een schepje bovenop. Soul Sick citeert uit de archieven van de country, folk, jazz en blues, maar voegt ook een flinke schep invloeden uit de indie-rock, psychedelica, 60s girl pop en rockabilly toe.
Het valt daarom niet mee om Sallie Ford in een hokje te duwen. In een aantal tracks sluit ze aan op de meer eigenzinnige rootsmuzikanten, maar de Amerikaanse singer-songwriter kan ook te keer gaan als de betere soulzangeressen of aansluiten bij indie-rock grootheden als PJ Harvey of Sharon Von Etten. Zeker wanneer de invloeden uit de rockabilly domineren hoor ik wel wat raakvlakken met de muziek van de helaas wat uit beeld verdwenen Sarah Borges en zo kan ik nog wel even doorgaan.
De veelheid aan invloeden maakt het misschien niet makkelijk om de muziek van Sallie Ford te classificeren, maar het maakt van Soul Sick wel een hele interessante plaat. De plaat wordt nog interessanter door de persoonlijke en vaak behoorlijk expliciete teksten op de plaat en de passie en emotie waarmee Sallie Ford deze teksten vertolkt.
Soul Sick springt vrij lichtvoetig door een aantal decennia muziekgeschiedenis, maar heeft door de energie waarmee Sallie Ford muziek maakt ook een enorme urgentie. In vocaal opzicht maakt Soul Sick onmiddellijk indruk, maar ook de instrumentatie op de plaat wint snel aan kracht, waarbij het fraaie gitaarspel van Sallie Ford een van de smaakmakers is, maar ook de subtiel ingezette blazers en het heerlijke orgeltje flink bijdragen aan het fraaie eindresultaat.
Soul Sick is een plaat die flink van de hak op de tak springt en daar moet je tegen kunnen. Als je er tegen kunt is de tweede soloplaat van Sallie Ford er een die goed is voor veel luisterplezier en smaakt Soul Sick vooral naar veel meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sallie Ford - Soul Sick - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Sallie Ford groeide op in Asheville, North Carolina, maar verruilde haar thuisstaat voor het mondaine Portland, Oregon, toen duidelijk werd dat haar hart lag bij het maken van muziek en niet bij het volgen van een opleiding.
Samen met haar band The Sound Outside maakte ze twee goed ontvangen maar niet heel breed opgepakte platen, die opvielen door een fraai retro geluid en de opvallend krachtige stem van Sallie Ford.
In 2014 nam Sallie Ford afscheid van The Sound Outside en bracht ze haar eerste soloalbum uit, Slap Back. Die plaat krijgt nu eindelijk een vervolg met Soul Sick.
Voor iedereen die de muziek van Sallie Ford kent voelt Soul Sick onmiddellijk als een warm bad. Ook op haar nieuwe plaat laat Sallie Ford een geluid horen dat valt te typeren als retro en maakt ze wederom indruk met een verrassend krachtige stem 9die je niet direct koppelt aan haar verschijning).
Soul Sick klinkt bekend, maar is zeker geen herhalingsoefening. Sallie Ford verwerkte ook in het verleden al invloeden uit meerdere genres, maar doet er dit keer nog een schepje bovenop. Soul Sick citeert uit de archieven van de country, folk, jazz en blues, maar voegt ook een flinke schep invloeden uit de indie-rock, psychedelica, 60s girl pop en rockabilly toe.
Het valt daarom niet mee om Sallie Ford in een hokje te duwen. In een aantal tracks sluit ze aan op de meer eigenzinnige rootsmuzikanten, maar de Amerikaanse singer-songwriter kan ook te keer gaan als de betere soulzangeressen of aansluiten bij indie-rock grootheden als PJ Harvey of Sharon Von Etten. Zeker wanneer de invloeden uit de rockabilly domineren hoor ik wel wat raakvlakken met de muziek van de helaas wat uit beeld verdwenen Sarah Borges en zo kan ik nog wel even doorgaan.
De veelheid aan invloeden maakt het misschien niet makkelijk om de muziek van Sallie Ford te classificeren, maar het maakt van Soul Sick wel een hele interessante plaat. De plaat wordt nog interessanter door de persoonlijke en vaak behoorlijk expliciete teksten op de plaat en de passie en emotie waarmee Sallie Ford deze teksten vertolkt.
Soul Sick springt vrij lichtvoetig door een aantal decennia muziekgeschiedenis, maar heeft door de energie waarmee Sallie Ford muziek maakt ook een enorme urgentie. In vocaal opzicht maakt Soul Sick onmiddellijk indruk, maar ook de instrumentatie op de plaat wint snel aan kracht, waarbij het fraaie gitaarspel van Sallie Ford een van de smaakmakers is, maar ook de subtiel ingezette blazers en het heerlijke orgeltje flink bijdragen aan het fraaie eindresultaat.
Soul Sick is een plaat die flink van de hak op de tak springt en daar moet je tegen kunnen. Als je er tegen kunt is de tweede soloplaat van Sallie Ford er een die goed is voor veel luisterplezier en smaakt Soul Sick vooral naar veel meer. Erwin Zijleman
Sam & Julia - Something Somewhere (2021)

4,0
2
geplaatst: 24 mei 2021, 10:24 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sam & Julia - Somewhere Something - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Amsterdamse muzikanten Sam & Julia hebben een debuutalbum afgeleverd dat de zon uitbundig laat schijnen, maar dat ook steeds weer weet te verrassen met geweldige songs
De eerste EP van Sam & Julia heb ik twee jaar geleden niet opgemerkt, maar hun debuutalbum is een geweldige verrassing. Het is een album dat in het hokje rootsmuziek past, maar de Amsterdamse muzikanten slepen er ook aangename invloeden uit de pop en een snufje indierock bij. Het levert een serie geweldige popliedjes op, die fraai zijn ingekleurd, prachtig zijn gezongen en ook nog ergens over gaan. Steeds weer verrassen Sam, Julia en hun medemuzikanten met zeer smaakvolle popliedjes waarin zowel in muzikaal als in vocaal opzicht van alles gebeurt. Een heerlijk album om een hopelijk lange en zorgeloze zomer mee te omarmen, maar ook een album van eigen bodem om heel trots op te zijn.
De krenten uit de pop: Sam & Julia - Somewhere Something - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Amsterdamse muzikanten Sam & Julia hebben een debuutalbum afgeleverd dat de zon uitbundig laat schijnen, maar dat ook steeds weer weet te verrassen met geweldige songs
De eerste EP van Sam & Julia heb ik twee jaar geleden niet opgemerkt, maar hun debuutalbum is een geweldige verrassing. Het is een album dat in het hokje rootsmuziek past, maar de Amsterdamse muzikanten slepen er ook aangename invloeden uit de pop en een snufje indierock bij. Het levert een serie geweldige popliedjes op, die fraai zijn ingekleurd, prachtig zijn gezongen en ook nog ergens over gaan. Steeds weer verrassen Sam, Julia en hun medemuzikanten met zeer smaakvolle popliedjes waarin zowel in muzikaal als in vocaal opzicht van alles gebeurt. Een heerlijk album om een hopelijk lange en zorgeloze zomer mee te omarmen, maar ook een album van eigen bodem om heel trots op te zijn.
Sam Baker - Land of Doubt (2017)

4,5
0
geplaatst: 5 juli 2017, 17:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sam Baker - Land Of Doubt - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Sam Baker was in de zomer van 1986 op het verkeerde moment op de verkeerde plek.
Op het station van Cuzco in Peru ontplofte op 26 juni 1986 een door terreurgroep Lichtend Pad geplaatste bom in een vooral met toeristen gevulde trein, die net zou vertrekken naar de Inca stad Machu Picchu. 7 mensen kwamen om het leven en onder de 38 zwaargewonden was Sam Baker.
Het heeft zijn sporen nagelaten op de lichamelijke conditie van de Amerikaan, die het grootste deel van zijn gehoor verloor en gitaar moest leren spelen met een verbrijzelde hand.
De singer-songwriter Sam Baker debuteerde overigens pas in 2004 met het bijzonder fraaie, maar ook behoorlijk zwaarmoedige Mercy, waarop de Amerikaan uitvoerig terugblikte op de terroristische aanslag die zijn leven zo ingrijpend veranderde.
Sindsdien brengt de Amerikaan met flinke tussenpozen platen uit en ze zijn allemaal even mooi. Na Mercy (2004), Pretty World (2007), Cotton (2009) en Say Grace (2013), is het onlangs verschenen Land Of Doubt de vijfde plaat van Sam Baker en het is wederom een hele mooie en bijzonder indringende plaat.
Het is een plaat die voor een deel in het verlengde ligt van zijn voorgangers. Sam Baker kiest nog altijd voor een ingetogen en aardedonker geluid vol melancholie en draagt zijn teksten bijna voor met zijn rauwe, doorleefde en emotievolle stem.
De vaak aan ‘spoken word’ rakende zang van Sam Baker zal niet iedereen kunnen waarderen, maar als je gevoelig bent voor de bijzondere voordracht van de Amerikaan, komt deze ook dit keer weer hard binnen.
Land Of Doubt is net als zijn voorgangers een indringende en donker klinkende plaat, maar de instrumentatie wijkt behoorlijk af van die op de vorige platen van de Amerikaan. Land Of Doubt valt op door een uiterst subtiele instrumentatie, waarin de rol van de piano en blazers en strijkers flink is gegroeid. Centraal staat voor mij echter het werkelijk briljante gitaarspel van Will Kimbrough, die zichzelf overtreft met subtiele en zonder uitzondering wonderschone en zeer trefzekere gitaarlijnen.
Het voorziet de muziek van Sam Baker van een bijzondere lading vol dreiging en wanhoop, wat weer perfect past bij de bijzondere zang van de Amerikaan, die wederom meer dan eens herinnert aan een jonge Tom Waits.
De door Sam Baker bijna voorgedragen teksten zijn wederom van een hoog niveau en vertellen verhalen die onder de huid kruipen. Ik werd altijd al geraakt door de bijzondere muziek van Sam Baker, maar Land Of Doubt doet, zeker na enige gewenning, nog veel meer met me.
Land Of Doubt bevat bijna drie kwartier muziek en 15 songs (inclusief enkele wat kortere instrumentale intermezzo’s) en het is muziek van een enorme schoonheid en intensiteit. Het is deels de verdienste van producer Neilson Hubbard die de plaat prachtig heeft ingekleurd en de topmuzikanten die op de plaat te horen zijn, maar het is Sam Baker die zorgt voor het kippenvel, 45 minuten lang. Land Of Doubt is om te janken zo mooi. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sam Baker - Land Of Doubt - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Sam Baker was in de zomer van 1986 op het verkeerde moment op de verkeerde plek.
Op het station van Cuzco in Peru ontplofte op 26 juni 1986 een door terreurgroep Lichtend Pad geplaatste bom in een vooral met toeristen gevulde trein, die net zou vertrekken naar de Inca stad Machu Picchu. 7 mensen kwamen om het leven en onder de 38 zwaargewonden was Sam Baker.
Het heeft zijn sporen nagelaten op de lichamelijke conditie van de Amerikaan, die het grootste deel van zijn gehoor verloor en gitaar moest leren spelen met een verbrijzelde hand.
De singer-songwriter Sam Baker debuteerde overigens pas in 2004 met het bijzonder fraaie, maar ook behoorlijk zwaarmoedige Mercy, waarop de Amerikaan uitvoerig terugblikte op de terroristische aanslag die zijn leven zo ingrijpend veranderde.
Sindsdien brengt de Amerikaan met flinke tussenpozen platen uit en ze zijn allemaal even mooi. Na Mercy (2004), Pretty World (2007), Cotton (2009) en Say Grace (2013), is het onlangs verschenen Land Of Doubt de vijfde plaat van Sam Baker en het is wederom een hele mooie en bijzonder indringende plaat.
Het is een plaat die voor een deel in het verlengde ligt van zijn voorgangers. Sam Baker kiest nog altijd voor een ingetogen en aardedonker geluid vol melancholie en draagt zijn teksten bijna voor met zijn rauwe, doorleefde en emotievolle stem.
De vaak aan ‘spoken word’ rakende zang van Sam Baker zal niet iedereen kunnen waarderen, maar als je gevoelig bent voor de bijzondere voordracht van de Amerikaan, komt deze ook dit keer weer hard binnen.
Land Of Doubt is net als zijn voorgangers een indringende en donker klinkende plaat, maar de instrumentatie wijkt behoorlijk af van die op de vorige platen van de Amerikaan. Land Of Doubt valt op door een uiterst subtiele instrumentatie, waarin de rol van de piano en blazers en strijkers flink is gegroeid. Centraal staat voor mij echter het werkelijk briljante gitaarspel van Will Kimbrough, die zichzelf overtreft met subtiele en zonder uitzondering wonderschone en zeer trefzekere gitaarlijnen.
Het voorziet de muziek van Sam Baker van een bijzondere lading vol dreiging en wanhoop, wat weer perfect past bij de bijzondere zang van de Amerikaan, die wederom meer dan eens herinnert aan een jonge Tom Waits.
De door Sam Baker bijna voorgedragen teksten zijn wederom van een hoog niveau en vertellen verhalen die onder de huid kruipen. Ik werd altijd al geraakt door de bijzondere muziek van Sam Baker, maar Land Of Doubt doet, zeker na enige gewenning, nog veel meer met me.
Land Of Doubt bevat bijna drie kwartier muziek en 15 songs (inclusief enkele wat kortere instrumentale intermezzo’s) en het is muziek van een enorme schoonheid en intensiteit. Het is deels de verdienste van producer Neilson Hubbard die de plaat prachtig heeft ingekleurd en de topmuzikanten die op de plaat te horen zijn, maar het is Sam Baker die zorgt voor het kippenvel, 45 minuten lang. Land Of Doubt is om te janken zo mooi. Erwin Zijleman
Sam Burton - Dear Departed (2023)

4,0
1
geplaatst: 11 december 2023, 15:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sam Burton - Dear Departed - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sam Burton - Dear Departed
Sam Burton was tot dit jaar niet al te succesvol, maar met het door Jonathan Wilson werkelijk prachtig geproduceerde Dear Departed kan de getalenteerde singer-songwriter zomaar uitgroeien tot een hele grote muzikant
Dear Departed van Sam Burton is een album dat gemaakt lijkt voor koude en donkere winteravonden, maar het album verscheen afgelopen zomer al. Het leverde stapels zeer positieve recensies op, maar zelf viel ik pas voor het met flink wat strijkers versierde album toen de winter was begonnen. Dear Departed is een prachtig klinkend album en de voornamelijk stemmige klanken op het album passen ook nog eens prachtig bij de bijzonder mooie stem van de Amerikaanse muzikant, die indruk maakt als zanger, maar zeker ook als songwriter. Ik had het zeker niet direct door, maar Dear Departed van Sam Burton is een prachtig album.
Dear Departed, het tweede album van de Amerikaanse muzikant Sam Burton, is me de afgelopen maanden echt heel vaak aangeraden en voert absoluut de lijst met meest getipte albums dit jaar aan. Ik heb het dan ook heel vaak geprobeerd met het album, maar op een of andere manier wilde het kwartje maar niet vallen. Het heeft misschien te maken met de releasedatum van het album, want het midden in de zomer verschenen Dear Departed is als je het mij vraagt een album dat in de winter echt veel beter tot zijn recht komt dan in de zomermaanden.
Sam Burton maakt immers heel sfeervolle en stemmige muziek, die wat nostalgisch aan doet en die rijk is versierd met strijkers. Ook de stem van de muzikant uit Los Angeles doet wat nostalgisch aan en klinkt bovendien vaak wat melancholisch. In de zomer vond ik het allemaal net wat te zwaar aangezet en in muzikaal opzicht zelfs wat zoetsappig, maar nu avonden lang, donker en koud zijn, komt Dear Departed op een hele andere manier binnen.
Ik vond het tweede album van Sam Burton direct bij eerste beluistering in de winter al veel beter dan een aantal maanden geleden, maar het album maakte pas echt indruk toen ik het voor het eerst met de koptelefoon beluisterde. De strijkers waren me al eerder opgevallen, maar waar ik ze een paar maanden geleden wat overdadig vond klinken, was ik nu diep onder de indruk van de prachtige arrangementen en vooral van de wijze waarop de strijkers samenvloeien met de vele andere instrumenten die op het album zijn te horen.
Het verraadt de hand van een producer van naam en faam en dat blijkt te kloppen, want niemand minder dan Jonathan Wilson produceerde het album. De Amerikaanse muzikant en producer staat zowel op zijn eigen albums als op de albums die hij produceerde voor onder andere Father John Misty en Margo Price garant voor een fraai jaren 70 geluid en dat is een geluid dat ook is te horen op Dear Departed van Sam Burton.
De inmiddels vanuit Los Angeles opererende, maar in Salt Lake City geboren en getogen singer-songwriter tekent op Dear Departed voor zeer sfeervolle folksongs. Het zijn folksongs die worden gedragen door de prachtige instrumentatie op en productie van het album, maar ook de stem van Sam Burton draagt stevig bij aan de kwaliteit van het album. Het is een stem die herinnert aan grote singer-songwriters uit het verleden en het is een stem die je bij blijft. Hier en daar zijn al even mooie vrouwenstemmen toegevoegd, waardoor de stem van Sam Burton alleen maar meer indruk maakt.
Het past allemaal prachtig bij het huidige seizoen, maar de Amerikaanse muzikant vertelt ook bijzondere verhalen in zijn zeer persoonlijke songs en vertolkt ze niet alleen met veel expressie, maar ook met veel gevoel. Ik kan me inmiddels nauwelijks meer voorstellen dat de muziek van Sam Burton de afgelopen maanden zo weinig met me deed, want Dear Departed wordt eigenlijk alleen maar mooier en indrukwekkender.
Sam Burton had begin dit jaar nog de meest idiote bijbaantjes nodig om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, maar inmiddels ben ook ik er van overtuigd dat de singer-songwriter uit Los Angeles wel eens heel groot kan gaan worden. Dat ik Dear Departed inmiddels koester verbaast mij in ieder geval al lang niet meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sam Burton - Dear Departed - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sam Burton - Dear Departed
Sam Burton was tot dit jaar niet al te succesvol, maar met het door Jonathan Wilson werkelijk prachtig geproduceerde Dear Departed kan de getalenteerde singer-songwriter zomaar uitgroeien tot een hele grote muzikant
Dear Departed van Sam Burton is een album dat gemaakt lijkt voor koude en donkere winteravonden, maar het album verscheen afgelopen zomer al. Het leverde stapels zeer positieve recensies op, maar zelf viel ik pas voor het met flink wat strijkers versierde album toen de winter was begonnen. Dear Departed is een prachtig klinkend album en de voornamelijk stemmige klanken op het album passen ook nog eens prachtig bij de bijzonder mooie stem van de Amerikaanse muzikant, die indruk maakt als zanger, maar zeker ook als songwriter. Ik had het zeker niet direct door, maar Dear Departed van Sam Burton is een prachtig album.
Dear Departed, het tweede album van de Amerikaanse muzikant Sam Burton, is me de afgelopen maanden echt heel vaak aangeraden en voert absoluut de lijst met meest getipte albums dit jaar aan. Ik heb het dan ook heel vaak geprobeerd met het album, maar op een of andere manier wilde het kwartje maar niet vallen. Het heeft misschien te maken met de releasedatum van het album, want het midden in de zomer verschenen Dear Departed is als je het mij vraagt een album dat in de winter echt veel beter tot zijn recht komt dan in de zomermaanden.
Sam Burton maakt immers heel sfeervolle en stemmige muziek, die wat nostalgisch aan doet en die rijk is versierd met strijkers. Ook de stem van de muzikant uit Los Angeles doet wat nostalgisch aan en klinkt bovendien vaak wat melancholisch. In de zomer vond ik het allemaal net wat te zwaar aangezet en in muzikaal opzicht zelfs wat zoetsappig, maar nu avonden lang, donker en koud zijn, komt Dear Departed op een hele andere manier binnen.
Ik vond het tweede album van Sam Burton direct bij eerste beluistering in de winter al veel beter dan een aantal maanden geleden, maar het album maakte pas echt indruk toen ik het voor het eerst met de koptelefoon beluisterde. De strijkers waren me al eerder opgevallen, maar waar ik ze een paar maanden geleden wat overdadig vond klinken, was ik nu diep onder de indruk van de prachtige arrangementen en vooral van de wijze waarop de strijkers samenvloeien met de vele andere instrumenten die op het album zijn te horen.
Het verraadt de hand van een producer van naam en faam en dat blijkt te kloppen, want niemand minder dan Jonathan Wilson produceerde het album. De Amerikaanse muzikant en producer staat zowel op zijn eigen albums als op de albums die hij produceerde voor onder andere Father John Misty en Margo Price garant voor een fraai jaren 70 geluid en dat is een geluid dat ook is te horen op Dear Departed van Sam Burton.
De inmiddels vanuit Los Angeles opererende, maar in Salt Lake City geboren en getogen singer-songwriter tekent op Dear Departed voor zeer sfeervolle folksongs. Het zijn folksongs die worden gedragen door de prachtige instrumentatie op en productie van het album, maar ook de stem van Sam Burton draagt stevig bij aan de kwaliteit van het album. Het is een stem die herinnert aan grote singer-songwriters uit het verleden en het is een stem die je bij blijft. Hier en daar zijn al even mooie vrouwenstemmen toegevoegd, waardoor de stem van Sam Burton alleen maar meer indruk maakt.
Het past allemaal prachtig bij het huidige seizoen, maar de Amerikaanse muzikant vertelt ook bijzondere verhalen in zijn zeer persoonlijke songs en vertolkt ze niet alleen met veel expressie, maar ook met veel gevoel. Ik kan me inmiddels nauwelijks meer voorstellen dat de muziek van Sam Burton de afgelopen maanden zo weinig met me deed, want Dear Departed wordt eigenlijk alleen maar mooier en indrukwekkender.
Sam Burton had begin dit jaar nog de meest idiote bijbaantjes nodig om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, maar inmiddels ben ook ik er van overtuigd dat de singer-songwriter uit Los Angeles wel eens heel groot kan gaan worden. Dat ik Dear Departed inmiddels koester verbaast mij in ieder geval al lang niet meer. Erwin Zijleman
Sam Doores - Sam Doores (2020)

4,5
0
geplaatst: 15 maart 2020, 12:30 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sam Doores - Sam Doores - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sam Doores - Sam Doores
Het soloalbum van The Deslondes voorman Sam Doores lijkt een album vol aangenaam klinkende retro, maar vervolgens begint het album te groeien en te groeien en te groeien
Sam Doores timmerde het afgelopen decennium aan de weg met Hurray For The Riff Raff en The Deslondes, maar jarenlang werkte hij tussen de bedrijven door ook aan een soloalbum. Dat soloalbum is nu verschenen en het is een heel bijzonder soloalbum. De Amerikaanse muzikant doet een greep uit een aantal decennia popmuziek en sleept er van alles bij, maar op hetzelfde moment is het rijk ingekleurde album een bijzonder intiem en persoonlijk album vol persoonlijke misère en weemoed. Het is een album waar je makkelijk het etiket retro op plakt, maar het is ook een groeialbum dat je iedere keer weer net wat dierbaarder wordt.
Sam Doores maakte een jaar of acht geleden al eens een soloalbum, maar was toen nog een vrij onbekende muzikant. De afgelopen jaren tekende de singer-songwriter uit New Orleans met Hurray For The Riff Raff en vooral met The Deslondes voor een aantal onbetwiste jaarlijstjesplaten. Ook zijn deze week uitgebrachte titelloze soloalbum is er een, al duurt het even voor je dat door hebt.
Sam Doores nam zijn nieuwe album gedurende een langere periode op en deed dat vooral in Berlijn, samen met producer Anders ‘Ormen’ Christopherson. Uiteindelijk werden ook nog opnamesessies in Nashville en New Orleans toegevoegd en schoven meerdere muzikanten aan. Desondanks is het titelloze album van Sam Doores een heel intiem en persoonlijk album geworden.
Het album opent instrumentaal met stemmige pianoklanken en weemoedige strijkers. Het zet direct de toon, want Sam Doores heeft een album gemaakt waarop weemoed een belangrijke rol speelt. Verloren liefdes keren steeds terug op een album dat een inkijkje geeft in de ziel van Sam Doores.
Na de instrumentale openingstrack vervolgt Sam Doores met muziek die lijkt weggelopen uit de jaren 50. Strijkers worden dit keer gecombineerd met fraaie gitaarlijnen die herinneren aan de muziek van heel lang geleden, wat wordt verstrekt door achtergrondzang zoals die in de jaren 50 gebruikelijk was en de melancholische zang van Sam Doores zelf. Producer Anders ‘Ormen’ Christopherson heeft het geluid prachtig volgestopt en heeft ook nog een weemoedig scheurende mondharmonica toegevoegd.
Het woord retro dringt zich nadrukkelijk op bij beluistering van de tweede track van het album van Sam Doores en dat gebeurt misschien nog wel sterker wanneer Sam Doores in de derde track samen met Alynda Segarra (Hurray For The Riff Raff) nog wat dieper de jaren 50 in duikt in een fraai duet.
Naarmate het album vordert wordt de muziek van Sam Doores steeds mooier en veelkleuriger. 50’s pop, rock ’n roll, country, jazz, psychedelica, folk, 70s singer-songwriter muziek: het heeft allemaal zijn weg gevonden naar de muziek van de Amerikaanse muzikant en er is nog veel meer. Het is muziek die in eerste instantie klinkt als bijzonder aangename retro, maar het titelloze soloalbum van Sam Doores is veel meer dan dat.
Invloeden uit minstens een handvol genres en invloeden uit een aantal decennia popmuziek vloeien samen in songs die stiekem ook eigentijds en in ieder geval urgent klinken. Geluiden van een flink arsenaal aan instrumenten vloeien samen in een bijzonder fraai en uiteindelijk ook tijdloos geluid, dat prachtig past bij de warme stem van Sam Doores, die weemoed en melancholie over je uit strooit in songs die maar aan kracht en diversiteit blijven winnen.
In 14 songs en drie kwartier muziek komt er zoveel voorbij dat overdaad op de loer licht, maar omdat Sam Doores altijd puur en oprecht klinkt, wordt ook dit gevaar met gemak getackeld. En zo ontwikkelt het titelloze soloalbum van Sam Doores zich van een album met prima songs en een fraai retrogeluid tot een album met geweldige en veelkleurige songs die alleen maar mooier en indrukwekkender worden. We moeten ons in deze bijzondere tijdens steeds verder afzonderen. Dit album van Sam Doores is hierbij een bijzonder dierbare metgezel. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sam Doores - Sam Doores - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sam Doores - Sam Doores
Het soloalbum van The Deslondes voorman Sam Doores lijkt een album vol aangenaam klinkende retro, maar vervolgens begint het album te groeien en te groeien en te groeien
Sam Doores timmerde het afgelopen decennium aan de weg met Hurray For The Riff Raff en The Deslondes, maar jarenlang werkte hij tussen de bedrijven door ook aan een soloalbum. Dat soloalbum is nu verschenen en het is een heel bijzonder soloalbum. De Amerikaanse muzikant doet een greep uit een aantal decennia popmuziek en sleept er van alles bij, maar op hetzelfde moment is het rijk ingekleurde album een bijzonder intiem en persoonlijk album vol persoonlijke misère en weemoed. Het is een album waar je makkelijk het etiket retro op plakt, maar het is ook een groeialbum dat je iedere keer weer net wat dierbaarder wordt.
Sam Doores maakte een jaar of acht geleden al eens een soloalbum, maar was toen nog een vrij onbekende muzikant. De afgelopen jaren tekende de singer-songwriter uit New Orleans met Hurray For The Riff Raff en vooral met The Deslondes voor een aantal onbetwiste jaarlijstjesplaten. Ook zijn deze week uitgebrachte titelloze soloalbum is er een, al duurt het even voor je dat door hebt.
Sam Doores nam zijn nieuwe album gedurende een langere periode op en deed dat vooral in Berlijn, samen met producer Anders ‘Ormen’ Christopherson. Uiteindelijk werden ook nog opnamesessies in Nashville en New Orleans toegevoegd en schoven meerdere muzikanten aan. Desondanks is het titelloze album van Sam Doores een heel intiem en persoonlijk album geworden.
Het album opent instrumentaal met stemmige pianoklanken en weemoedige strijkers. Het zet direct de toon, want Sam Doores heeft een album gemaakt waarop weemoed een belangrijke rol speelt. Verloren liefdes keren steeds terug op een album dat een inkijkje geeft in de ziel van Sam Doores.
Na de instrumentale openingstrack vervolgt Sam Doores met muziek die lijkt weggelopen uit de jaren 50. Strijkers worden dit keer gecombineerd met fraaie gitaarlijnen die herinneren aan de muziek van heel lang geleden, wat wordt verstrekt door achtergrondzang zoals die in de jaren 50 gebruikelijk was en de melancholische zang van Sam Doores zelf. Producer Anders ‘Ormen’ Christopherson heeft het geluid prachtig volgestopt en heeft ook nog een weemoedig scheurende mondharmonica toegevoegd.
Het woord retro dringt zich nadrukkelijk op bij beluistering van de tweede track van het album van Sam Doores en dat gebeurt misschien nog wel sterker wanneer Sam Doores in de derde track samen met Alynda Segarra (Hurray For The Riff Raff) nog wat dieper de jaren 50 in duikt in een fraai duet.
Naarmate het album vordert wordt de muziek van Sam Doores steeds mooier en veelkleuriger. 50’s pop, rock ’n roll, country, jazz, psychedelica, folk, 70s singer-songwriter muziek: het heeft allemaal zijn weg gevonden naar de muziek van de Amerikaanse muzikant en er is nog veel meer. Het is muziek die in eerste instantie klinkt als bijzonder aangename retro, maar het titelloze soloalbum van Sam Doores is veel meer dan dat.
Invloeden uit minstens een handvol genres en invloeden uit een aantal decennia popmuziek vloeien samen in songs die stiekem ook eigentijds en in ieder geval urgent klinken. Geluiden van een flink arsenaal aan instrumenten vloeien samen in een bijzonder fraai en uiteindelijk ook tijdloos geluid, dat prachtig past bij de warme stem van Sam Doores, die weemoed en melancholie over je uit strooit in songs die maar aan kracht en diversiteit blijven winnen.
In 14 songs en drie kwartier muziek komt er zoveel voorbij dat overdaad op de loer licht, maar omdat Sam Doores altijd puur en oprecht klinkt, wordt ook dit gevaar met gemak getackeld. En zo ontwikkelt het titelloze soloalbum van Sam Doores zich van een album met prima songs en een fraai retrogeluid tot een album met geweldige en veelkleurige songs die alleen maar mooier en indrukwekkender worden. We moeten ons in deze bijzondere tijdens steeds verder afzonderen. Dit album van Sam Doores is hierbij een bijzonder dierbare metgezel. Erwin Zijleman
Sam Fender - Seventeen Going Under (2021)

4,0
1
geplaatst: 13 oktober 2021, 16:43 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sam Fender - Seventeen Going Under - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sam Fender - Seventeen Going Under
De Britse muzikant Sam Fender maakt diepe indruk met een persoonlijk album, dat dankzij het grootse en meeslepende geluid en de gepassioneerde zang aankomt als de spreekwoordelijke mokerslag
Sam Fender debuteerde twee jaar geleden verdienstelijk, maar een album van het kaliber van Seventeen Going Under had ik toch niet van hem verwacht. Sam Fender maakt op zijn tweede album indruk met gepassioneerde vocalen, die hij combineert met een meeslepen geluid met hier en daar een vleugje E-Street Band. In muzikaal opzicht klinkt het album in eerste instantie vooral Amerikaans, maar uiteindelijk toch vooral Brits, met flink wat echo’s van de gepassioneerde muziek zoals die in de late jaren 70 en vroege jaren 80 werd gemaakt in het Engeland van Margaret Thatcher. Sam Fender was tot voor kort een belofte voor de toekomst, maar is de belofte inmiddels ver voorbij.
Twee jaar geleden verscheen Hypersonic Missiles, het debuut van de Britse muzikant Sam Fender. Het is een album dat ik, vanwege een aantal hele positieve recensies, meerdere keren heb beluisterd, maar dat uiteindelijk toch net niet voldoende indruk op mij maakte. Het debuut van de Britse muzikant was wel goed genoeg om zijn naam te onthouden, waardoor zijn tweede album deze week direct op het juiste stapeltje lag.
Daar hoort Seventeen Going Under zeker thuis, want het tweede album van Sam Fender is een erg sterk album. Het album opent geweldig met de titeltrack, die het grootste geluid van Springsteen’s E-Street Band combineert met Britse branie. Het is een combinatie die vaak terugkeert op het album.
In muzikaal opzicht leunt de muziek van Sam Fender vaak tegen de Amerikaanse rockmuziek aan. Het is de grootse rockmuziek van de band van Bruce Springsteen, zeker wanneer je luistert naar de piano en de hier en daar opduikende saxofoon, maar ik hoor minstens even veel of misschien wel meer van The Killers. Nu is dat zeker niet mijn favoriete band, maar dat ligt meer aan de songs dan aan de muziek.
De muziek van Sam Fender heeft ook nog het aanstekelijke van The Strokes, maar ondanks alle Amerikaanse voorbeelden klinkt Seventeen Going Under toch ook Brits, bijvoorbeeld door de ruwe energie van een band als The Jam, die ook zeker invloed heeft gehad op de Britse muzikant. Sam Fender combineert de behoorlijk stevig aangezette en vol klinkende instrumentatie met opvallend gepassioneerde vocalen, die nog wat extra opvallen door zijn tongval, die het Britse karakter van zijn muziek verder versterkt.
De muzikant uit het Britse North Shields had een nogal heftige jeugd en verwerkt deze in de zeer persoonlijke songs op zijn nieuwe album. Bij eerste beluistering van Seventeen Going Under vond ik de zang wel erg heftig of zelfs wat schreeuwerig, maar uiteindelijk is het deze zang waarmee Sam Fender zich weet te onderscheiden van al die andere jonge songwriters die momenteel in het Verenigd Koninkrijk rondlopen.
Het is zang die door de Britse tongval en alle emotie hier en daar herinnert aan de Britse punk, maar het combineert opvallend goed met het grootse en meeslepende geluid op Seventeen Going Under. Door de emotievolle zang en het vaak grootse geluid vond ik Seventeen Going Under bij eerste beluistering een wat heftig en ook eenvormig album, maar wanneer de zang je eenmaal bij de strot heeft gegrepen, hoor je ook hoe veelkleurig het geluid is.
Het is een geluid dat weliswaar flink wat invloeden uit het verleden verwerkt, maar Seventeen Going Under is toch vooral een album van deze tijd. Er zijn zoals gezegd momenteel heel veel jonge Britse singer-songwriters, maar van de meeste vind ik zowel de songs als de zang gekunsteld klinken. Dat is bij Sam Fender gelukkig niet het geval, want zowel de muziek als de zang op Seventeen Going Under zijn recht voor zijn raap, wat een puur en oprecht album oplevert.
Het is een album waaraan ik wel even moest wennen, maar inmiddels vind ik het een geweldig album. De luxe versie die op de streaming media is te vinden bevat maar liefst 16 songs en iets meer dan een uur muziek. Het raast af en toe als een stroomtrein over je heen, maar Sam Fender kan ook flink gas terug nemen en opeens raken aan de grote Britse bands uit de jaren 80. Uiteindelijk is één ding zeker: van Sam Fender gaan we de komende jaren nog veel plezier hebben. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sam Fender - Seventeen Going Under - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sam Fender - Seventeen Going Under
De Britse muzikant Sam Fender maakt diepe indruk met een persoonlijk album, dat dankzij het grootse en meeslepende geluid en de gepassioneerde zang aankomt als de spreekwoordelijke mokerslag
Sam Fender debuteerde twee jaar geleden verdienstelijk, maar een album van het kaliber van Seventeen Going Under had ik toch niet van hem verwacht. Sam Fender maakt op zijn tweede album indruk met gepassioneerde vocalen, die hij combineert met een meeslepen geluid met hier en daar een vleugje E-Street Band. In muzikaal opzicht klinkt het album in eerste instantie vooral Amerikaans, maar uiteindelijk toch vooral Brits, met flink wat echo’s van de gepassioneerde muziek zoals die in de late jaren 70 en vroege jaren 80 werd gemaakt in het Engeland van Margaret Thatcher. Sam Fender was tot voor kort een belofte voor de toekomst, maar is de belofte inmiddels ver voorbij.
Twee jaar geleden verscheen Hypersonic Missiles, het debuut van de Britse muzikant Sam Fender. Het is een album dat ik, vanwege een aantal hele positieve recensies, meerdere keren heb beluisterd, maar dat uiteindelijk toch net niet voldoende indruk op mij maakte. Het debuut van de Britse muzikant was wel goed genoeg om zijn naam te onthouden, waardoor zijn tweede album deze week direct op het juiste stapeltje lag.
Daar hoort Seventeen Going Under zeker thuis, want het tweede album van Sam Fender is een erg sterk album. Het album opent geweldig met de titeltrack, die het grootste geluid van Springsteen’s E-Street Band combineert met Britse branie. Het is een combinatie die vaak terugkeert op het album.
In muzikaal opzicht leunt de muziek van Sam Fender vaak tegen de Amerikaanse rockmuziek aan. Het is de grootse rockmuziek van de band van Bruce Springsteen, zeker wanneer je luistert naar de piano en de hier en daar opduikende saxofoon, maar ik hoor minstens even veel of misschien wel meer van The Killers. Nu is dat zeker niet mijn favoriete band, maar dat ligt meer aan de songs dan aan de muziek.
De muziek van Sam Fender heeft ook nog het aanstekelijke van The Strokes, maar ondanks alle Amerikaanse voorbeelden klinkt Seventeen Going Under toch ook Brits, bijvoorbeeld door de ruwe energie van een band als The Jam, die ook zeker invloed heeft gehad op de Britse muzikant. Sam Fender combineert de behoorlijk stevig aangezette en vol klinkende instrumentatie met opvallend gepassioneerde vocalen, die nog wat extra opvallen door zijn tongval, die het Britse karakter van zijn muziek verder versterkt.
De muzikant uit het Britse North Shields had een nogal heftige jeugd en verwerkt deze in de zeer persoonlijke songs op zijn nieuwe album. Bij eerste beluistering van Seventeen Going Under vond ik de zang wel erg heftig of zelfs wat schreeuwerig, maar uiteindelijk is het deze zang waarmee Sam Fender zich weet te onderscheiden van al die andere jonge songwriters die momenteel in het Verenigd Koninkrijk rondlopen.
Het is zang die door de Britse tongval en alle emotie hier en daar herinnert aan de Britse punk, maar het combineert opvallend goed met het grootse en meeslepende geluid op Seventeen Going Under. Door de emotievolle zang en het vaak grootse geluid vond ik Seventeen Going Under bij eerste beluistering een wat heftig en ook eenvormig album, maar wanneer de zang je eenmaal bij de strot heeft gegrepen, hoor je ook hoe veelkleurig het geluid is.
Het is een geluid dat weliswaar flink wat invloeden uit het verleden verwerkt, maar Seventeen Going Under is toch vooral een album van deze tijd. Er zijn zoals gezegd momenteel heel veel jonge Britse singer-songwriters, maar van de meeste vind ik zowel de songs als de zang gekunsteld klinken. Dat is bij Sam Fender gelukkig niet het geval, want zowel de muziek als de zang op Seventeen Going Under zijn recht voor zijn raap, wat een puur en oprecht album oplevert.
Het is een album waaraan ik wel even moest wennen, maar inmiddels vind ik het een geweldig album. De luxe versie die op de streaming media is te vinden bevat maar liefst 16 songs en iets meer dan een uur muziek. Het raast af en toe als een stroomtrein over je heen, maar Sam Fender kan ook flink gas terug nemen en opeens raken aan de grote Britse bands uit de jaren 80. Uiteindelijk is één ding zeker: van Sam Fender gaan we de komende jaren nog veel plezier hebben. Erwin Zijleman
Sam Lee - songdreaming (2024)

4,5
1
geplaatst: 22 maart 2024, 15:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sam Lee - songdreaming - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sam Lee - songdreaming
Sam Lee maakt wat traditioneel aandoende Britse folk, maar geeft wel een fascinerende draai aan het genre met geweldige zang, wonderbaarlijke arrangementen en razend knap in elkaar zittende songs
songdreaming van de Britse folkmuzikant Sam Lee is een album om ademloos naar te luisteren. Het is een album dat begint bij de wat traditionelere Britse folk, maar dat vervolgens de grenzen opzoekt. songdreaming valt op door de geweldige zang van de Britse muzikant, die zijn songs een bezwerend karakter geeft. Dat wordt nog eens versterkt door de prachtige instrumentatie, de betoverend mooie arrangementen, de fraaie productie van Bernard Butler en de hoge spanningsbogen die zijn verstopt in de songs op het album. Sam Lee was me eerlijk gezegd nog niet zo opgevallen, maar songdreaming is echt in alle opzichten een fascinerend en hoogstaand album.
Eerder deze week besprak ik The Living Kind van de mij tot dusver onbekende Britse folkmuzikant John Smith, die op zijn nieuwe album aan de hand van topproducer Joe Henry wat opschuift richting Amerikaanse rootsmuziek. Ook Sam Lee is een Britse folkmuzikant, waarvan ik de naam volgens mij wel eens eerder heb gehoord, maar wiens vorige albums mij tot voor kort onbekend waren. Net als John Smith maakte Sam Lee in het verleden behoorlijk traditioneel klinkende Britse folkmuziek, maar in tegenstelling tot John Smith is Sam Lee het genre trouw gebleven op zijn nieuwe album songdreaming.
Nu ben ik over het algemeen niet zo gek op traditionele Britse folkmuziek, maar wat is songdreaming van Sam Lee een opwindend album. De Britse muzikant werkte op zijn vorige album samen met Bernard Butler, ooit de stergitarist van Suede, maar de afgelopen jaren, buiten een uitstapje met Jessie Buckley, vooral actief als producer. Bernard Butler heeft ook songdreaming voorzien van een prachtige productie, waarin Sam Lee de traditionele Britse folk trouw blijft, maar ook continu de grenzen van het genre opzoekt.
Naast Bernard Butler speelt ook componist en arrangeur James Keay een belangrijke rol op het nieuwe album van Sam Lee. De in de basis sobere en traditioneel klinkende folksongs van de Britse muzikant zijn voorzien van fascinerende arrangementen en zo nu en dan groots en meeslepend klinkende klankentapijten. Het contrasteert prachtig met de meer ingetogen delen van de songs van Sam Lee, die beschikt over een stem die gemaakt is voor traditioneel klinkende folk. Het is het soort stem waar ik normaal gesproken geen zwak voor heb, maar de zang op songdreaming is echt geweldig en geeft de songs van Sam Lee een indringend of zelfs bezwerend karakter.
In de meer ingetogen passages domineert de fascinerende zang van Sam Lee, maar let ook zeker op de prachtige instrumentatie, waarin bijzondere baslijnen centraal staan en waar de andere grotendeels akoestische instrumenten prachtig omheen draaien. Het is een instrumentarium dat past bij Britse folk, maar ze zijn dit keer ingepast in een razend spannend geluid. Het is een geluid dat veel grootser klinkt wanneer de strijkers aanzwellen, wat de songs van Sam Lee voorziet van hoge spanningsbogen.
Omdat ik niet zo heel vaak naar dit soort folk luister moest ik er even aan wennen, maar ik vind songdreaming minstens net zo spannend als de albums van Lankum en ØXN, waarvan met name de laatste heel hoog in mijn jaarlijstje stond vorig jaar. Zeker wanneer de muziek van Sam Lee donker en dreigend klinkt is hij niet zo heel ver verwijderd van de muziek van de twee Ierse bands, maar songdreaming is een stuk veelzijdiger en kan ook flink gas terug nemen.
Het album bevat negen songs, waaronder een aantal langere songs, en het zijn songs die zeker bij eerste beluistering en zowel door de zang als door de instrumentatie en de productie behoorlijk overweldigend over kunnen komen, al heeft het album ook zeker zijn rustpunten. Ook na meerdere keren horen blijf ik me verbazen over alle rijkdom in de zang en de muziek en over het gevoel die in de stem en de instrumenten zijn gestopt en iedere keer als ik naar songdreaming van Sam Lee luister ben ik weer wat meer onder de indruk van dit buitengewoon fascinerende album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sam Lee - songdreaming - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sam Lee - songdreaming
Sam Lee maakt wat traditioneel aandoende Britse folk, maar geeft wel een fascinerende draai aan het genre met geweldige zang, wonderbaarlijke arrangementen en razend knap in elkaar zittende songs
songdreaming van de Britse folkmuzikant Sam Lee is een album om ademloos naar te luisteren. Het is een album dat begint bij de wat traditionelere Britse folk, maar dat vervolgens de grenzen opzoekt. songdreaming valt op door de geweldige zang van de Britse muzikant, die zijn songs een bezwerend karakter geeft. Dat wordt nog eens versterkt door de prachtige instrumentatie, de betoverend mooie arrangementen, de fraaie productie van Bernard Butler en de hoge spanningsbogen die zijn verstopt in de songs op het album. Sam Lee was me eerlijk gezegd nog niet zo opgevallen, maar songdreaming is echt in alle opzichten een fascinerend en hoogstaand album.
Eerder deze week besprak ik The Living Kind van de mij tot dusver onbekende Britse folkmuzikant John Smith, die op zijn nieuwe album aan de hand van topproducer Joe Henry wat opschuift richting Amerikaanse rootsmuziek. Ook Sam Lee is een Britse folkmuzikant, waarvan ik de naam volgens mij wel eens eerder heb gehoord, maar wiens vorige albums mij tot voor kort onbekend waren. Net als John Smith maakte Sam Lee in het verleden behoorlijk traditioneel klinkende Britse folkmuziek, maar in tegenstelling tot John Smith is Sam Lee het genre trouw gebleven op zijn nieuwe album songdreaming.
Nu ben ik over het algemeen niet zo gek op traditionele Britse folkmuziek, maar wat is songdreaming van Sam Lee een opwindend album. De Britse muzikant werkte op zijn vorige album samen met Bernard Butler, ooit de stergitarist van Suede, maar de afgelopen jaren, buiten een uitstapje met Jessie Buckley, vooral actief als producer. Bernard Butler heeft ook songdreaming voorzien van een prachtige productie, waarin Sam Lee de traditionele Britse folk trouw blijft, maar ook continu de grenzen van het genre opzoekt.
Naast Bernard Butler speelt ook componist en arrangeur James Keay een belangrijke rol op het nieuwe album van Sam Lee. De in de basis sobere en traditioneel klinkende folksongs van de Britse muzikant zijn voorzien van fascinerende arrangementen en zo nu en dan groots en meeslepend klinkende klankentapijten. Het contrasteert prachtig met de meer ingetogen delen van de songs van Sam Lee, die beschikt over een stem die gemaakt is voor traditioneel klinkende folk. Het is het soort stem waar ik normaal gesproken geen zwak voor heb, maar de zang op songdreaming is echt geweldig en geeft de songs van Sam Lee een indringend of zelfs bezwerend karakter.
In de meer ingetogen passages domineert de fascinerende zang van Sam Lee, maar let ook zeker op de prachtige instrumentatie, waarin bijzondere baslijnen centraal staan en waar de andere grotendeels akoestische instrumenten prachtig omheen draaien. Het is een instrumentarium dat past bij Britse folk, maar ze zijn dit keer ingepast in een razend spannend geluid. Het is een geluid dat veel grootser klinkt wanneer de strijkers aanzwellen, wat de songs van Sam Lee voorziet van hoge spanningsbogen.
Omdat ik niet zo heel vaak naar dit soort folk luister moest ik er even aan wennen, maar ik vind songdreaming minstens net zo spannend als de albums van Lankum en ØXN, waarvan met name de laatste heel hoog in mijn jaarlijstje stond vorig jaar. Zeker wanneer de muziek van Sam Lee donker en dreigend klinkt is hij niet zo heel ver verwijderd van de muziek van de twee Ierse bands, maar songdreaming is een stuk veelzijdiger en kan ook flink gas terug nemen.
Het album bevat negen songs, waaronder een aantal langere songs, en het zijn songs die zeker bij eerste beluistering en zowel door de zang als door de instrumentatie en de productie behoorlijk overweldigend over kunnen komen, al heeft het album ook zeker zijn rustpunten. Ook na meerdere keren horen blijf ik me verbazen over alle rijkdom in de zang en de muziek en over het gevoel die in de stem en de instrumenten zijn gestopt en iedere keer als ik naar songdreaming van Sam Lee luister ben ik weer wat meer onder de indruk van dit buitengewoon fascinerende album. Erwin Zijleman
Sam Outlaw - Angeleno (2015)

4,0
0
geplaatst: 19 januari 2016, 14:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sam Outlaw - Angeleno - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij eerste beluistering van Angeleno van Sam Outlaw was ik er van overtuigd dat het een reissue van een countryplaat van een aantal decennia geleden was.
Sam Outlaw maakt immers honingzoete countrymuziek vol aanzwellende strijkers, warmbloedige vrouwenstemmen op de achtergrond, breed uitwaaiende pedal steel klanken en zo nu en dan ook nog eens prachtige Mariachi trompetten.
Angeleno van Sam Outlaw is echter gloednieuw en kwam tot stand met de hulp van flink wat grote namen uit de muziekscene. De jonge singer-songwriter uit Los Angeles krijgt op zijn debuut immers hulp van leden van My Morning Jacket, Dawes en The Punch Brothers en wist bovendien vader en zoon Ry en Joachim Cooder te strikken als producers en, omdat ze er toch waren, bovendien voor gitaarwerk en drums.
De instrumentatie op Angeleno is al bijzonder door het prachtige pedal steel werk en de fraai gearrangeerde strijkers, maar ook de bijdragen van gitaren en andere snareninstrumenten, viool en piano zijn bijzonder smaakvol en trefzeker.
Sam Outlaw is ook nog eens in staat om volstrekt tijdloze countrysongs te schrijven en beschikt over een stem die gemaakt lijkt voor dit genre. Angeleno neemt je mee terug naar de countrymuziek van weleer en verrijkt deze met de West Coast pop invloeden uit zijn thuisstaat en invloeden uit de countryrock uit dezelfde periode.
Het is muziek die ook decennia geleden werd gemaakt, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van het debuut van Sam Outlaw. Angeleno staat vol met songs die je een goed gevoel geven (Sam Outlaw maakt er in zijn teksten over de liefde meestal geen tranendal van) en zowel de instrumentatie en vocalen op als de productie van deze plaat zijn van een opvallend hoog niveau.
Door dit hoge niveau is Angeleno al snel veel meer dan de feelgood plaat die het eigenlijk onmiddellijk is. Direct genieten dus, maar uiteindelijk prikkelt het fraaie debuut van Sam Outlaw ook in muzikaal en artistiek opzicht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sam Outlaw - Angeleno - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij eerste beluistering van Angeleno van Sam Outlaw was ik er van overtuigd dat het een reissue van een countryplaat van een aantal decennia geleden was.
Sam Outlaw maakt immers honingzoete countrymuziek vol aanzwellende strijkers, warmbloedige vrouwenstemmen op de achtergrond, breed uitwaaiende pedal steel klanken en zo nu en dan ook nog eens prachtige Mariachi trompetten.
Angeleno van Sam Outlaw is echter gloednieuw en kwam tot stand met de hulp van flink wat grote namen uit de muziekscene. De jonge singer-songwriter uit Los Angeles krijgt op zijn debuut immers hulp van leden van My Morning Jacket, Dawes en The Punch Brothers en wist bovendien vader en zoon Ry en Joachim Cooder te strikken als producers en, omdat ze er toch waren, bovendien voor gitaarwerk en drums.
De instrumentatie op Angeleno is al bijzonder door het prachtige pedal steel werk en de fraai gearrangeerde strijkers, maar ook de bijdragen van gitaren en andere snareninstrumenten, viool en piano zijn bijzonder smaakvol en trefzeker.
Sam Outlaw is ook nog eens in staat om volstrekt tijdloze countrysongs te schrijven en beschikt over een stem die gemaakt lijkt voor dit genre. Angeleno neemt je mee terug naar de countrymuziek van weleer en verrijkt deze met de West Coast pop invloeden uit zijn thuisstaat en invloeden uit de countryrock uit dezelfde periode.
Het is muziek die ook decennia geleden werd gemaakt, maar dat doet niets af aan de kwaliteit van het debuut van Sam Outlaw. Angeleno staat vol met songs die je een goed gevoel geven (Sam Outlaw maakt er in zijn teksten over de liefde meestal geen tranendal van) en zowel de instrumentatie en vocalen op als de productie van deze plaat zijn van een opvallend hoog niveau.
Door dit hoge niveau is Angeleno al snel veel meer dan de feelgood plaat die het eigenlijk onmiddellijk is. Direct genieten dus, maar uiteindelijk prikkelt het fraaie debuut van Sam Outlaw ook in muzikaal en artistiek opzicht. Erwin Zijleman
Sam Outlaw - Tenderheart (2017)

4,0
0
geplaatst: 15 april 2017, 10:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sam Outlaw - Tenderheart - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Net iets meer dan twee jaar geleden verscheen het debuut van Sam Outlaw, Angeleno.
De singer-songwriter uit Los Angeles verraste op zijn debuut met honingzoete countrysongs, die rijkelijk waren ingekleurd met strijkers, warme vrouwenstemmen, prachtige pedal steel bijdragen en verrassende invloeden uit de Mexicaanse muziek (Mariachi trompetten).
Angeleno klonk als een countryplaat uit een ver verleden, maar bleek al snel veel meer dan aangenaam klinkende retro. De songs van Sam Outlaw drongen zich uiteindelijk zelfs zo op dat Angeleno opdook in mijn jaarlijstje voor 2015.
Ik had dan ook hoge verwachtingen van de man’s nieuwe plaat, waarop Sam Outlaw het helaas moet doen zonder de hulp van Ry Cooder en zijn zoon Joachim. De bijdragen van de meestergitarist en de productionele vaardigheden van zijn zoon waren op Angeleno de kers op de taart, maar ook zonder deze kers klinkt de muziek van Sam Outlaw weer bijzonder aangenaam.
Ook Tenderheart herinnert aan flink wat countryplaten uit een ver verleden en sluit bovendien aan op de toegankelijke singer-songwriter pop uit de jaren 70. Tenderheart ligt in het verlengde van zijn zo bejubelde voorganger en bevat grotendeels dezelfde ingrediënten, al zijn ze wel wat minder ruimhartig ingezet.
Ook op de nieuwe plaat van Sam Outlaw zwellen de strijkers soms aan, is er af en toe ruimte voor mooie vrouwenstemmen, zijn de pedal steel bijdragen weer prachtig en duiken direct in de eerste track de van het debuut bekende Mariachi trompetten weer op. Over het algemeen klinkt Tenderheart wel iets meer ingetogen en misschien ook wel iets lichtvoetiger dan zijn voorganger, maar ik vind het weer prachtig.
Direct bij beluistering van de eerste klanken voelt Tenderheart van Sam Outlaw als een warm bad. De songs van de singer-songwriter uit Los Angeles liggen bijzonder lekker in het gehoor, de instrumentatie is in alle tracks prachtig en de Amerikaan beschikt over een bijzondere stem die het aangename van Don McLean combineert met het voorzichtig doorleefde van Jim Croce.
Vergeleken met tijd- en soortgenoten als Jason Isbell en Chris Stapleton is de muziek van Sam Outlaw dit keer iets minder diep geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek, maar liefhebbers van dit genre komen op Tenderheart nog altijd ruimschoots aan hun trekken, al is het maar omdat Sam Outlaw zijn liefde voor de country nog meerdere malen nadrukkelijk uit.
Net als Brent Cobb vorig jaar heeft Sam Outlaw een tijdloos klinkende plaat vol tijdloze songs gemaakt en als Sam Outlaw net iets steviger aanzet, komen ook invloeden van Ryan Adams aan de oppervlakte.
De songs van de Amerikaan kabbelen op Tenderheart bijzonder aangenaam voort, maar zitten ook vol zoete verleidingen. Bij eerste beluistering vond ik het vooral bijzonder lekker klinken, maar na een aantal luisterbeurten dringt Tenderheart zich, net als zijn voorganger twee jaar geleden, al weer flink op.
Of ook deze plaat van Sam Outlaw mijn jaarlijstje zal gaan halen moet de tijd leren, maar van de deze week verschenen releases is dit voorlopig mijn favoriet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sam Outlaw - Tenderheart - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Net iets meer dan twee jaar geleden verscheen het debuut van Sam Outlaw, Angeleno.
De singer-songwriter uit Los Angeles verraste op zijn debuut met honingzoete countrysongs, die rijkelijk waren ingekleurd met strijkers, warme vrouwenstemmen, prachtige pedal steel bijdragen en verrassende invloeden uit de Mexicaanse muziek (Mariachi trompetten).
Angeleno klonk als een countryplaat uit een ver verleden, maar bleek al snel veel meer dan aangenaam klinkende retro. De songs van Sam Outlaw drongen zich uiteindelijk zelfs zo op dat Angeleno opdook in mijn jaarlijstje voor 2015.
Ik had dan ook hoge verwachtingen van de man’s nieuwe plaat, waarop Sam Outlaw het helaas moet doen zonder de hulp van Ry Cooder en zijn zoon Joachim. De bijdragen van de meestergitarist en de productionele vaardigheden van zijn zoon waren op Angeleno de kers op de taart, maar ook zonder deze kers klinkt de muziek van Sam Outlaw weer bijzonder aangenaam.
Ook Tenderheart herinnert aan flink wat countryplaten uit een ver verleden en sluit bovendien aan op de toegankelijke singer-songwriter pop uit de jaren 70. Tenderheart ligt in het verlengde van zijn zo bejubelde voorganger en bevat grotendeels dezelfde ingrediënten, al zijn ze wel wat minder ruimhartig ingezet.
Ook op de nieuwe plaat van Sam Outlaw zwellen de strijkers soms aan, is er af en toe ruimte voor mooie vrouwenstemmen, zijn de pedal steel bijdragen weer prachtig en duiken direct in de eerste track de van het debuut bekende Mariachi trompetten weer op. Over het algemeen klinkt Tenderheart wel iets meer ingetogen en misschien ook wel iets lichtvoetiger dan zijn voorganger, maar ik vind het weer prachtig.
Direct bij beluistering van de eerste klanken voelt Tenderheart van Sam Outlaw als een warm bad. De songs van de singer-songwriter uit Los Angeles liggen bijzonder lekker in het gehoor, de instrumentatie is in alle tracks prachtig en de Amerikaan beschikt over een bijzondere stem die het aangename van Don McLean combineert met het voorzichtig doorleefde van Jim Croce.
Vergeleken met tijd- en soortgenoten als Jason Isbell en Chris Stapleton is de muziek van Sam Outlaw dit keer iets minder diep geworteld in de Amerikaanse rootsmuziek, maar liefhebbers van dit genre komen op Tenderheart nog altijd ruimschoots aan hun trekken, al is het maar omdat Sam Outlaw zijn liefde voor de country nog meerdere malen nadrukkelijk uit.
Net als Brent Cobb vorig jaar heeft Sam Outlaw een tijdloos klinkende plaat vol tijdloze songs gemaakt en als Sam Outlaw net iets steviger aanzet, komen ook invloeden van Ryan Adams aan de oppervlakte.
De songs van de Amerikaan kabbelen op Tenderheart bijzonder aangenaam voort, maar zitten ook vol zoete verleidingen. Bij eerste beluistering vond ik het vooral bijzonder lekker klinken, maar na een aantal luisterbeurten dringt Tenderheart zich, net als zijn voorganger twee jaar geleden, al weer flink op.
Of ook deze plaat van Sam Outlaw mijn jaarlijstje zal gaan halen moet de tijd leren, maar van de deze week verschenen releases is dit voorlopig mijn favoriet. Erwin Zijleman
Sam Roberts Band - All of Us (2020)

4,0
0
geplaatst: 23 oktober 2020, 16:29 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sam Roberts Band - All Of Us - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sam Roberts Band - All Of Us
Is Sam Roberts Band een 'guilty pleasure' of gewoon echt heel goed? Ik twijfelde de vorige twee keer nog wat, maar ik ben er inmiddels wel uit. Prachtalbum van deze geweldige band!
Laat All Of Us van Sam Roberts Band uit de speakers komen en een stortvloed aan buitengewoon aanstekelijke popliedjes trekt aan je voorbij. De Canadese band springt met reuzenstappen door de geschiedenis van de popmuziek en smeedt alle binnengehaalde invloeden aan elkaar in popliedjes die onmiddellijk goed zijn voor een glimlach. De een is nog onweerstaanbaarder dan de ander en ook als de band er wat kitsch bij sleept, blijft All Of Us het oor genadeloos strelen. Lang niet iedereen is overtuigd van de kwaliteiten van Sam Roberts Band, maar ik ben er wel uit. Ook dit album gaat weer heel vaak voorbij komen deze herfst en de seizoenen erna.
De Canadese singer-songwriter Sam Roberts is alweer toe aan het zevende album van zijn Sam Roberts Band. Ik ken de band zelf sinds album nummer vijf, het in 2014 verschenen Lo-Fantasy. Het is, net als het in 2016 verschenen zesde album TerraForm, een album dat ik maar moeilijk kon plaatsen. De muziek van Sam Roberts Band klonk op beide albums direct bij eerste beluistering bijzonder aangenaam, maar beide keren vroeg ik me ook af of Sam Roberts nu een muzikaal genie is of hooguit een 'guilty pleasure'.
De critici zijn er ook nog steeds niet uit volgens mij. Uncut geeft het album in het onlangs verschenen december nummer (de timing begrijp ik nog steeds niet zo goed) een zeldzame 9, maar ik lees ook wel recensies waarin de nieuwe muziek van de band uit Montreal veel zuiniger wordt beoordeeld. Zelf ben ik er zo langzamerhand wel uit. Sam Roberts Band is een geweldige band en heeft ook met All Of Us weer een geweldig album afgeleverd.
Ik heb het de laatste tijd met enige regelmaat over albums die zijn te typeren als een omgevallen platenkast, maar er zijn niet veel albums die dit predicaat net zo verdienen als All Of Us van Sam Roberts Band. Laat het nieuwe album van Sam Roberts Band uit de speakers komen en het ene na het andere memorabele popliedje komt voorbij. Het zijn stuk voor stuk popliedjes die je al jaren lijkt te kennen en al minstens even lang koestert, maar ze zijn echt allemaal gloednieuw.
Sam Roberts en zijn medemuzikanten wandelen ook op All Of Us weer met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek. Zo lijkt de openingstrack de belangrijkste inspiratie in eerste instantie te zoeken in de synthpop, maar uiteindelijk is het toch een gitaarsong. Sam Roberts kent zijn klassiekers in de geschiedenis van de popmuziek, maar beheerst ook de kunst van het schrijven van geweldige popsongs. Het zijn popsongs met wonderschone melodieën en verslavende refreinen, die je direct opslaat in het geheugen.
De songs op All Of Us zijn niet alleen van hoog niveau, ze worden ook nog eens prachtig uitgevoerd. Sam Roberts Band haalt ook op All Of Us weer alles uit de kast en is niet bang voor een beetje kitsch of bombast. Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook zeker voor de zang, niet al net zo onweerstaanbaar aangenaam is als de muziek op het album.
Heel af en toe kruipt Sam Roberts Band heel dicht tegen de belangrijkste inspiratiebronnen aan, maar lang duurt dit nooit. Wanneer je een passage hebt geïdentificeerd als Beatlesque is Sam Roberts Band inmiddels al lang weer een of twee decennia verder en is het Londen van de jaren 70 verruild voor het New York van de jaren 70 of 80.
Af en toe komen er ook wel eens invloeden voorbij die ik persoonlijk niet zou rekenen tot de goede smaak, bijvoorbeeld wanneer Sam Roberts Band wel erg zwaar tegen de radiovriendelijke Amerikaanse rockmuziek uit de jaren 80 aanleunt, maar het klinkt stiekem zo onweerstaanbaar lekker, dat je de band een enkele 'guilty pleasure' snel vergeeft.
“Anthems of resilience” noemt Uncut het en veerkracht kunnen we inderdaad wel gebruiken in deze idiote tijden. Mijn vorige twee recensies van de albums van de band eindigde ik met de bewering dat de tijd zou leren of Sam Roberts Band nu echt goed is of niet. Die twijfel is nu weg. Wat een heerlijk album! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sam Roberts Band - All Of Us - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sam Roberts Band - All Of Us
Is Sam Roberts Band een 'guilty pleasure' of gewoon echt heel goed? Ik twijfelde de vorige twee keer nog wat, maar ik ben er inmiddels wel uit. Prachtalbum van deze geweldige band!
Laat All Of Us van Sam Roberts Band uit de speakers komen en een stortvloed aan buitengewoon aanstekelijke popliedjes trekt aan je voorbij. De Canadese band springt met reuzenstappen door de geschiedenis van de popmuziek en smeedt alle binnengehaalde invloeden aan elkaar in popliedjes die onmiddellijk goed zijn voor een glimlach. De een is nog onweerstaanbaarder dan de ander en ook als de band er wat kitsch bij sleept, blijft All Of Us het oor genadeloos strelen. Lang niet iedereen is overtuigd van de kwaliteiten van Sam Roberts Band, maar ik ben er wel uit. Ook dit album gaat weer heel vaak voorbij komen deze herfst en de seizoenen erna.
De Canadese singer-songwriter Sam Roberts is alweer toe aan het zevende album van zijn Sam Roberts Band. Ik ken de band zelf sinds album nummer vijf, het in 2014 verschenen Lo-Fantasy. Het is, net als het in 2016 verschenen zesde album TerraForm, een album dat ik maar moeilijk kon plaatsen. De muziek van Sam Roberts Band klonk op beide albums direct bij eerste beluistering bijzonder aangenaam, maar beide keren vroeg ik me ook af of Sam Roberts nu een muzikaal genie is of hooguit een 'guilty pleasure'.
De critici zijn er ook nog steeds niet uit volgens mij. Uncut geeft het album in het onlangs verschenen december nummer (de timing begrijp ik nog steeds niet zo goed) een zeldzame 9, maar ik lees ook wel recensies waarin de nieuwe muziek van de band uit Montreal veel zuiniger wordt beoordeeld. Zelf ben ik er zo langzamerhand wel uit. Sam Roberts Band is een geweldige band en heeft ook met All Of Us weer een geweldig album afgeleverd.
Ik heb het de laatste tijd met enige regelmaat over albums die zijn te typeren als een omgevallen platenkast, maar er zijn niet veel albums die dit predicaat net zo verdienen als All Of Us van Sam Roberts Band. Laat het nieuwe album van Sam Roberts Band uit de speakers komen en het ene na het andere memorabele popliedje komt voorbij. Het zijn stuk voor stuk popliedjes die je al jaren lijkt te kennen en al minstens even lang koestert, maar ze zijn echt allemaal gloednieuw.
Sam Roberts en zijn medemuzikanten wandelen ook op All Of Us weer met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek. Zo lijkt de openingstrack de belangrijkste inspiratie in eerste instantie te zoeken in de synthpop, maar uiteindelijk is het toch een gitaarsong. Sam Roberts kent zijn klassiekers in de geschiedenis van de popmuziek, maar beheerst ook de kunst van het schrijven van geweldige popsongs. Het zijn popsongs met wonderschone melodieën en verslavende refreinen, die je direct opslaat in het geheugen.
De songs op All Of Us zijn niet alleen van hoog niveau, ze worden ook nog eens prachtig uitgevoerd. Sam Roberts Band haalt ook op All Of Us weer alles uit de kast en is niet bang voor een beetje kitsch of bombast. Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook zeker voor de zang, niet al net zo onweerstaanbaar aangenaam is als de muziek op het album.
Heel af en toe kruipt Sam Roberts Band heel dicht tegen de belangrijkste inspiratiebronnen aan, maar lang duurt dit nooit. Wanneer je een passage hebt geïdentificeerd als Beatlesque is Sam Roberts Band inmiddels al lang weer een of twee decennia verder en is het Londen van de jaren 70 verruild voor het New York van de jaren 70 of 80.
Af en toe komen er ook wel eens invloeden voorbij die ik persoonlijk niet zou rekenen tot de goede smaak, bijvoorbeeld wanneer Sam Roberts Band wel erg zwaar tegen de radiovriendelijke Amerikaanse rockmuziek uit de jaren 80 aanleunt, maar het klinkt stiekem zo onweerstaanbaar lekker, dat je de band een enkele 'guilty pleasure' snel vergeeft.
“Anthems of resilience” noemt Uncut het en veerkracht kunnen we inderdaad wel gebruiken in deze idiote tijden. Mijn vorige twee recensies van de albums van de band eindigde ik met de bewering dat de tijd zou leren of Sam Roberts Band nu echt goed is of niet. Die twijfel is nu weg. Wat een heerlijk album! Erwin Zijleman
Sam Roberts Band - Terraform (2016)

4,0
0
geplaatst: 3 november 2016, 14:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sam Roberts Band - Terraform - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Sam Roberts Band is er nou niet direct één die prikkelt en aanzet tot luisteren. En
omdat de band met de weinig inspirerende naam ook nog eens muziek maakt waar je even mee moet worstelen, begrijp ik wel dat de band rond de Canadese singer-songwriter Sam Roberts in Nederland geen begrip is.
Met name in de Verenigde Staten heeft de Canadees, die inmiddels zes platen op zijn naam heeft staan, een cultstatus en dat begrijp ik sinds het in 2014 verschenen Lo-Fantasy.
Het is een plaat waar ik tweeënhalf jaar geleden flink mee geworsteld heb. Die worsteling had niets te maken met de kwaliteit van de plaat, want die is evident. Ik heb me bij beluistering van Lo-Fantasy lange tijd vooral afgevraagd of Sam Roberts een kunstje heel goed beheerst of muziek maakt die in artistiek opzicht interessant is.
Het is een vraag die ook weer op zal duiken bij beluistering van het onlangs verschenen Terraform. Ook Terraform is een plaat vol geweldig klinkende popsongs, maar het is ook een plaat die zich laat beluisteren als een meervoudige greep uit een omgevallen platenkast of als een collega van flarden hits.
Het is dit keer een platenkast met vooral klassiekers uit de jaren 80, maar er zit ook wel een psychedelisch pareltje uit de jaren 60 tussen. Terraform springt daarom, net als Lo-Fantasy, van de hak op de tak, maar ondertussen vermaakt de muziek van Sam Roberts Band vrij genadeloos.
Dat van de hak op de tak springen doet Sam Robert overigens niet alleen tussen songs, maar ook binnen songs. Zo kan een lichtvoetig elektronisch popliedje omslaan in een duistere bluesy song of kan een psychedelische song die zo lijkt weggelopen uit de jaren 60 omslaan in 80s pop van het zoetste soort.
Sam Roberts Band doet op Terraform wat 10cc in de jaren 70 en 80 deed en ook die band kreeg niet altijd de handen van de critici op elkaar, maar wordt inmiddels toch geprezen. Terraform bevat een aantal briljante momenten en een aantal songs die zich heerlijk opdringen, maar echt vat krijg je niet op de muziek van de Canadees.
Terraform bevalt daarom het best wanneer je de vraag of Sam Roberts een enorm talent of een copycat is achterwege laat en geniet van al het moois dat Terraform te bieden heeft. Zo zijn er heerlijk dromerige psychedelische geluidstapijten, puntige funky accenten, veel heerlijk gitaarwerk, elektronica die geen geheim maakt van een voorliefde voor Kraftwerk en vooral heel veel geweldige popliedjes die een groot deel van de platenkast doorkruisen.
Lo-Fantasy heb ik uiteindelijk omarmd, bij Terraform was de liefde er vrijwel onmiddellijk, al blijft er ook iets knagen. Dat laatste negeer ik voorlopig maar even. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sam Roberts Band - Terraform - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Sam Roberts Band is er nou niet direct één die prikkelt en aanzet tot luisteren. En
omdat de band met de weinig inspirerende naam ook nog eens muziek maakt waar je even mee moet worstelen, begrijp ik wel dat de band rond de Canadese singer-songwriter Sam Roberts in Nederland geen begrip is.
Met name in de Verenigde Staten heeft de Canadees, die inmiddels zes platen op zijn naam heeft staan, een cultstatus en dat begrijp ik sinds het in 2014 verschenen Lo-Fantasy.
Het is een plaat waar ik tweeënhalf jaar geleden flink mee geworsteld heb. Die worsteling had niets te maken met de kwaliteit van de plaat, want die is evident. Ik heb me bij beluistering van Lo-Fantasy lange tijd vooral afgevraagd of Sam Roberts een kunstje heel goed beheerst of muziek maakt die in artistiek opzicht interessant is.
Het is een vraag die ook weer op zal duiken bij beluistering van het onlangs verschenen Terraform. Ook Terraform is een plaat vol geweldig klinkende popsongs, maar het is ook een plaat die zich laat beluisteren als een meervoudige greep uit een omgevallen platenkast of als een collega van flarden hits.
Het is dit keer een platenkast met vooral klassiekers uit de jaren 80, maar er zit ook wel een psychedelisch pareltje uit de jaren 60 tussen. Terraform springt daarom, net als Lo-Fantasy, van de hak op de tak, maar ondertussen vermaakt de muziek van Sam Roberts Band vrij genadeloos.
Dat van de hak op de tak springen doet Sam Robert overigens niet alleen tussen songs, maar ook binnen songs. Zo kan een lichtvoetig elektronisch popliedje omslaan in een duistere bluesy song of kan een psychedelische song die zo lijkt weggelopen uit de jaren 60 omslaan in 80s pop van het zoetste soort.
Sam Roberts Band doet op Terraform wat 10cc in de jaren 70 en 80 deed en ook die band kreeg niet altijd de handen van de critici op elkaar, maar wordt inmiddels toch geprezen. Terraform bevat een aantal briljante momenten en een aantal songs die zich heerlijk opdringen, maar echt vat krijg je niet op de muziek van de Canadees.
Terraform bevalt daarom het best wanneer je de vraag of Sam Roberts een enorm talent of een copycat is achterwege laat en geniet van al het moois dat Terraform te bieden heeft. Zo zijn er heerlijk dromerige psychedelische geluidstapijten, puntige funky accenten, veel heerlijk gitaarwerk, elektronica die geen geheim maakt van een voorliefde voor Kraftwerk en vooral heel veel geweldige popliedjes die een groot deel van de platenkast doorkruisen.
Lo-Fantasy heb ik uiteindelijk omarmd, bij Terraform was de liefde er vrijwel onmiddellijk, al blijft er ook iets knagen. Dat laatste negeer ik voorlopig maar even. Erwin Zijleman
Sam Teskey - Cycles (2021)

4,0
0
geplaatst: 18 oktober 2021, 19:33 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sam Teskey - Cycles - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sam Teskey - Cycles
Cycles is een vooral psychedelisch aandoend solo uitstapje van The Teskey Brothers gitarist Sam Teskey en het is er een die uitnodigt tot wegdromen en eindeloos genieten van al het moois dat is te horen
Na het indrukwekkende soulalbum van The Teskey Brothers levert gitarist Sam Teskey een psychedelisch hoogstandje af. De Australische muzikant laat zich niet door Southern soul uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten beïnvloeden, maar door Britse psychedelica, al is dit zeker niet de enige invloed die te horen is op Cycles. Laat Cycles uit de speakers komen en je wordt 45 minuten getrakteerd op melodieus gitaarspel, lome vocalen en bedwelmende toetsen partijen. Het is muziek zoals die tegenwoordig niet of nauwelijks meer wordt gemaakt, maar het klinkt echt onweerstaanbaar lekker. Een heerlijk album om even mee te ontsnappen aan de dagelijkse sleur.
Sam Teskey kennen we vooral als gitarist van de Australische band The Teskey Brothers. De band leverde twee jaar geleden met Run Home Slow een fantastische bluesy soulplaat af en ook het solodebuut van Sam Teskey is een indrukwekkend album. De Australische muzikant neemt je vanaf de eerste noten van zijn soloalbum Cycles een aantal decennia mee terug in de tijd en vindt zijn inspiratie voor de afwisseling eens niet in de Southern soul, maar vooral in de psychedelica.
Cycles wordt door Sam Teskey zelf omschreven als “a cosmic journey, from sprawling, orchestral balladry to dissonant, ambient soundscapes, from folk to heavy psych-rock freak outs” en dat is een aardige omschrijving. Cycles bevat twaalf tracks, waarvan er vier intro’s of outro’s van andere tracks zijn.
Het album is naar verluidt geïnspireerd door Pink Floyd’s Meddle en andere Britse bands uit het hokje psychedelica, maar ik hoor ook volop invloeden uit de psychedelische muziek die in de jaren 60 en 70 in de Verenigde Staten werd gemaakt en hier en daar ook flink wat Westcoast pop of een vleugje Beatles of Amerikaanse rootsmuziek.
Cycles benevelt vanaf de eerste noten met prachtig melodieuze gitaarpartijen en lome en dromerige vocalen, die je onmiddellijk aangenaam verwarmen. De zang laat Sam Teskey binnen The Teskey Brothers vooral aan broer Josh over, maar de Australische muzikant beschikt zelf ook over een zeer aangenaam stemgeluid.
Zeker in de instrumentale intro’s en outro’s maakt Sam Teskey geen geheim van zijn bewondering voor de psychedelische muziek zoals die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt, maar Cycles bevat ook een aantal behoorlijk toegankelijke songs met een kop en een staart. Bij eerste beluistering hoorde ik de meerwaarde van de instrumentale intro’s en outro’s niet zo, maar bij herhaalde beluistering hoor je dat ze de songs op het album op fraaie wijze aan elkaar smeden en het album voorzien van een bijzondere flow.
Sam Teskey maakt op zijn solodebuut muziek die niet van deze tijd is, maar wat klinkt het allemaal lekker. Het gitaarwerk, de viool en de vocalen, inclusief de koortjes, zorgen voor een heerlijk lome en dromerige sfeer, terwijl de keyboards zowel zorgen voor bezwering als voor hier en daar wat tegendraadse accenten.
Sam Teskey maakt de muziek waar ik decennia geleden naar luisterde, maar een album als Cycles had ik er destijds graag bij gehad. Decennia later moet ik vooral in de stemming zijn voor dit soort psychedelische klanken, maar Sam Teskey krijgt dit met zijn eerste soloalbum makkelijk voor elkaar.
Cycles is een album om heerlijk bij weg te dromen en het is een album dat inspireert om oude klassiekers, als het genoemde album van Pink Floyd, weer eens uit de kast te trekken, maar Sam Teskey heeft ook een album gemaakt waarop je steeds weer nieuwe dingen ontdekt en dat er bovendien in slaagt om steeds nog wat aangenamer of zelfs onweerstaanbaarder te klinken.
Het levert een fantastische luistertrip op, die je 45 minuten lang op het puntje van je stoel houdt. Het siert Sam Teskey dat hij op zijn soloalbum ver buiten de lijntjes van zijn band kleurt, maar het geweldige Cycles smaakt absoluut naar meer en doet uitzien naar veel meer solowerk van de Australische muzikant. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sam Teskey - Cycles - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sam Teskey - Cycles
Cycles is een vooral psychedelisch aandoend solo uitstapje van The Teskey Brothers gitarist Sam Teskey en het is er een die uitnodigt tot wegdromen en eindeloos genieten van al het moois dat is te horen
Na het indrukwekkende soulalbum van The Teskey Brothers levert gitarist Sam Teskey een psychedelisch hoogstandje af. De Australische muzikant laat zich niet door Southern soul uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten beïnvloeden, maar door Britse psychedelica, al is dit zeker niet de enige invloed die te horen is op Cycles. Laat Cycles uit de speakers komen en je wordt 45 minuten getrakteerd op melodieus gitaarspel, lome vocalen en bedwelmende toetsen partijen. Het is muziek zoals die tegenwoordig niet of nauwelijks meer wordt gemaakt, maar het klinkt echt onweerstaanbaar lekker. Een heerlijk album om even mee te ontsnappen aan de dagelijkse sleur.
Sam Teskey kennen we vooral als gitarist van de Australische band The Teskey Brothers. De band leverde twee jaar geleden met Run Home Slow een fantastische bluesy soulplaat af en ook het solodebuut van Sam Teskey is een indrukwekkend album. De Australische muzikant neemt je vanaf de eerste noten van zijn soloalbum Cycles een aantal decennia mee terug in de tijd en vindt zijn inspiratie voor de afwisseling eens niet in de Southern soul, maar vooral in de psychedelica.
Cycles wordt door Sam Teskey zelf omschreven als “a cosmic journey, from sprawling, orchestral balladry to dissonant, ambient soundscapes, from folk to heavy psych-rock freak outs” en dat is een aardige omschrijving. Cycles bevat twaalf tracks, waarvan er vier intro’s of outro’s van andere tracks zijn.
Het album is naar verluidt geïnspireerd door Pink Floyd’s Meddle en andere Britse bands uit het hokje psychedelica, maar ik hoor ook volop invloeden uit de psychedelische muziek die in de jaren 60 en 70 in de Verenigde Staten werd gemaakt en hier en daar ook flink wat Westcoast pop of een vleugje Beatles of Amerikaanse rootsmuziek.
Cycles benevelt vanaf de eerste noten met prachtig melodieuze gitaarpartijen en lome en dromerige vocalen, die je onmiddellijk aangenaam verwarmen. De zang laat Sam Teskey binnen The Teskey Brothers vooral aan broer Josh over, maar de Australische muzikant beschikt zelf ook over een zeer aangenaam stemgeluid.
Zeker in de instrumentale intro’s en outro’s maakt Sam Teskey geen geheim van zijn bewondering voor de psychedelische muziek zoals die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt, maar Cycles bevat ook een aantal behoorlijk toegankelijke songs met een kop en een staart. Bij eerste beluistering hoorde ik de meerwaarde van de instrumentale intro’s en outro’s niet zo, maar bij herhaalde beluistering hoor je dat ze de songs op het album op fraaie wijze aan elkaar smeden en het album voorzien van een bijzondere flow.
Sam Teskey maakt op zijn solodebuut muziek die niet van deze tijd is, maar wat klinkt het allemaal lekker. Het gitaarwerk, de viool en de vocalen, inclusief de koortjes, zorgen voor een heerlijk lome en dromerige sfeer, terwijl de keyboards zowel zorgen voor bezwering als voor hier en daar wat tegendraadse accenten.
Sam Teskey maakt de muziek waar ik decennia geleden naar luisterde, maar een album als Cycles had ik er destijds graag bij gehad. Decennia later moet ik vooral in de stemming zijn voor dit soort psychedelische klanken, maar Sam Teskey krijgt dit met zijn eerste soloalbum makkelijk voor elkaar.
Cycles is een album om heerlijk bij weg te dromen en het is een album dat inspireert om oude klassiekers, als het genoemde album van Pink Floyd, weer eens uit de kast te trekken, maar Sam Teskey heeft ook een album gemaakt waarop je steeds weer nieuwe dingen ontdekt en dat er bovendien in slaagt om steeds nog wat aangenamer of zelfs onweerstaanbaarder te klinken.
Het levert een fantastische luistertrip op, die je 45 minuten lang op het puntje van je stoel houdt. Het siert Sam Teskey dat hij op zijn soloalbum ver buiten de lijntjes van zijn band kleurt, maar het geweldige Cycles smaakt absoluut naar meer en doet uitzien naar veel meer solowerk van de Australische muzikant. Erwin Zijleman
Samantha Crain - A Small Death (2020)

4,0
1
geplaatst: 20 juli 2020, 16:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Samantha Crain - A Small Death - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Samantha Crain - A Small Death
Samantha Crain keert na een aantal jaren vol tegenslag terug met een mooi en persoonlijk album, waarop ze ook haar muzikale grenzen nog eens weet te verleggen
Samantha Crain leek een paar jaar geleden nog op weg naar een glanzende carrière als singer-songwriter, maar een aantal auto-ongelukken gooiden roet in het eten. Na lange revalidatie is ze nu terug met A Small Death en het blijkt een bijzonder fraai album. Het is een album dat wordt gedragen door de zo karakteristieke stem van Samantha Crain en haar expressieve voordracht, maar het is ook een album dat indruk maakt met persoonlijke songs die in e meeste gevallen bijzonder fraai zijn ingekleurd en die zich zeker niet uitsluitend in het hokje folk laten duwen. We hebben er drie jaar op moeten wachten, maar A Small Death was het wachten zeker waard.
Samantha Crain dook in 2013 op met het bijzonder fraaie Kid Face, dat terecht zeer warm werd onthaald door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Vervolgens bleek dat ze in de voorliggende jaren ook al twee uitstekende albums had gemaakt, die alsnog de waardering kregen die ze al eerder verdienden. Een nieuwe ster in het genre leek geboren.
Kid Face werd in 2015 gevolgd door Under Branch And Thorn And Tree en in 2017 door You Had Me At Goodbye. Ook de opvolgers van Kid Face waren prima albums, die niet onderdeden voor de eerdere albums, maar ze kregen toch net wat minder aandacht dan het album waarmee Samantha Crain in 2013 zo opvallend opdook.
De afgelopen drie jaar was het betrekkelijk stil rond de singer-songwriter uit Shawnee, Oklahoma, en dat was niet voor niets. Haar gezondheid liet haar vanaf 2017 in de steek na een aantal (!) auto-ongelukken, die het haar lange tijd onmogelijk maakten om gitaar te spelen. Een periode van lange revalidatie en therapieën volgde, maar in het voorjaar van 2019 kon Samantha Crain weer de studio in en werd in Oklahoma City, Oklahoma, de basis gelegd voor A Small Death.
De Amerikaanse singer-songwriter heeft haar nieuwe album grotendeels zelf gemaakt, want ze tekende niet alleen voor de songs, de gitaren en de zang, maar nam ook een aantal andere instrumenten en de productie van het album voor haar rekening. Uiteindelijk werd A Small Death verrijkt met de bijdragen van andere muzikanten, waardoor de relatief sobere songs op het album toch nog zijn voorzien van fraaie versiersels van onder andere bas, pedal steel, synths, accordeon en verschillende blazers.
De vorige albums van Samantha Crain ontleenden een deel van hun kracht aan de expressieve voordracht van de singer-songwriter uit Oklahoma en aan haar bijzondere stem en die stem en voordracht spreken ook op A Small Death weer zeer tot de verbeelding. Het zorgt er voor dat het album zich makkelijk weet te onderscheiden van vergelijkbare albums.
Samantha Crain heeft Indiaanse wortels (je hoort het in de voorlaatste track), maar kreeg thuis met name de Amerikaanse folk met de paplepel ingegoten. Je hoort het nog altijd in haar songs, die ook dit keer gedreven en urgent klinken en die zich ondanks de sobere instrumentatie stevig opdringen.
Samantha Crain heeft een aantal zware jaren achter de rug en dat hoor je op A Small Death, dat over de hele linie melancholisch klinkt. Op A Small Death kijkt Samantha Crain zeker niet alleen terug op de jaren van revalidatie, maar zeker ook op haar jeugd, die ook niet altijd makkelijk was. Ondanks alle ellende straalt A Small Death vooral kracht en optimisme uit.
Het album valt verder op door de veelzijdigheid. Een aantal ingetogen folksongs sluit naadloos aan op het eerdere werk van Samantha Crain, maar zeker de songs waarin blazers een belangrijke rol spelen doen ook wat jazzy aan. A Small Death experimenteert incidenteel ook nog eens met net wat steviger werk en ook dat is bij Samantha Crain in goede handen.
A Small Death is wel een album dat aandacht vraagt. Wanneer het op de achtergrond blijft er bij mij niet zo gek veel hangen, terwijl het album een enorme impact heeft wanneer je het met volledige aandacht en met de koptelefoon beluistert, waarna de bijzondere zang en de fraaie instrumentatie pas goed te horen zijn. A Small Death is al met al een waardig opvolger van de vorige albums van Samantha Crain, die nog altijd niet heel bekend is, maar inmiddels toch een mooi en indrukwekkend stapeltje albums op haar naam heeft staan. Ook dit is er weer een. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Samantha Crain - A Small Death - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Samantha Crain - A Small Death
Samantha Crain keert na een aantal jaren vol tegenslag terug met een mooi en persoonlijk album, waarop ze ook haar muzikale grenzen nog eens weet te verleggen
Samantha Crain leek een paar jaar geleden nog op weg naar een glanzende carrière als singer-songwriter, maar een aantal auto-ongelukken gooiden roet in het eten. Na lange revalidatie is ze nu terug met A Small Death en het blijkt een bijzonder fraai album. Het is een album dat wordt gedragen door de zo karakteristieke stem van Samantha Crain en haar expressieve voordracht, maar het is ook een album dat indruk maakt met persoonlijke songs die in e meeste gevallen bijzonder fraai zijn ingekleurd en die zich zeker niet uitsluitend in het hokje folk laten duwen. We hebben er drie jaar op moeten wachten, maar A Small Death was het wachten zeker waard.
Samantha Crain dook in 2013 op met het bijzonder fraaie Kid Face, dat terecht zeer warm werd onthaald door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Vervolgens bleek dat ze in de voorliggende jaren ook al twee uitstekende albums had gemaakt, die alsnog de waardering kregen die ze al eerder verdienden. Een nieuwe ster in het genre leek geboren.
Kid Face werd in 2015 gevolgd door Under Branch And Thorn And Tree en in 2017 door You Had Me At Goodbye. Ook de opvolgers van Kid Face waren prima albums, die niet onderdeden voor de eerdere albums, maar ze kregen toch net wat minder aandacht dan het album waarmee Samantha Crain in 2013 zo opvallend opdook.
De afgelopen drie jaar was het betrekkelijk stil rond de singer-songwriter uit Shawnee, Oklahoma, en dat was niet voor niets. Haar gezondheid liet haar vanaf 2017 in de steek na een aantal (!) auto-ongelukken, die het haar lange tijd onmogelijk maakten om gitaar te spelen. Een periode van lange revalidatie en therapieën volgde, maar in het voorjaar van 2019 kon Samantha Crain weer de studio in en werd in Oklahoma City, Oklahoma, de basis gelegd voor A Small Death.
De Amerikaanse singer-songwriter heeft haar nieuwe album grotendeels zelf gemaakt, want ze tekende niet alleen voor de songs, de gitaren en de zang, maar nam ook een aantal andere instrumenten en de productie van het album voor haar rekening. Uiteindelijk werd A Small Death verrijkt met de bijdragen van andere muzikanten, waardoor de relatief sobere songs op het album toch nog zijn voorzien van fraaie versiersels van onder andere bas, pedal steel, synths, accordeon en verschillende blazers.
De vorige albums van Samantha Crain ontleenden een deel van hun kracht aan de expressieve voordracht van de singer-songwriter uit Oklahoma en aan haar bijzondere stem en die stem en voordracht spreken ook op A Small Death weer zeer tot de verbeelding. Het zorgt er voor dat het album zich makkelijk weet te onderscheiden van vergelijkbare albums.
Samantha Crain heeft Indiaanse wortels (je hoort het in de voorlaatste track), maar kreeg thuis met name de Amerikaanse folk met de paplepel ingegoten. Je hoort het nog altijd in haar songs, die ook dit keer gedreven en urgent klinken en die zich ondanks de sobere instrumentatie stevig opdringen.
Samantha Crain heeft een aantal zware jaren achter de rug en dat hoor je op A Small Death, dat over de hele linie melancholisch klinkt. Op A Small Death kijkt Samantha Crain zeker niet alleen terug op de jaren van revalidatie, maar zeker ook op haar jeugd, die ook niet altijd makkelijk was. Ondanks alle ellende straalt A Small Death vooral kracht en optimisme uit.
Het album valt verder op door de veelzijdigheid. Een aantal ingetogen folksongs sluit naadloos aan op het eerdere werk van Samantha Crain, maar zeker de songs waarin blazers een belangrijke rol spelen doen ook wat jazzy aan. A Small Death experimenteert incidenteel ook nog eens met net wat steviger werk en ook dat is bij Samantha Crain in goede handen.
A Small Death is wel een album dat aandacht vraagt. Wanneer het op de achtergrond blijft er bij mij niet zo gek veel hangen, terwijl het album een enorme impact heeft wanneer je het met volledige aandacht en met de koptelefoon beluistert, waarna de bijzondere zang en de fraaie instrumentatie pas goed te horen zijn. A Small Death is al met al een waardig opvolger van de vorige albums van Samantha Crain, die nog altijd niet heel bekend is, maar inmiddels toch een mooi en indrukwekkend stapeltje albums op haar naam heeft staan. Ook dit is er weer een. Erwin Zijleman
Samantha Crain - Gumshoe (2025)

0
geplaatst: 5 mei 2025, 14:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Samantha Crain - Gumshoe - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Samantha Crain - Gumshoe
Het is lang stil geweest rond Samantha Crain, maar de Amerikaanse muzikante levert deze week met het veelzijdige Gumshoe wederom een album af dat laat horen hoe getalenteerd ze is als zangeres en als songwriter
Samantha Crain maakte in 2013 met Kid Face een album dat maar moeilijk te overtreffen is. Het is een album dat anders klonk dan de andere albums van dat moment en waarop eigenlijk alles klopte. De Amerikaanse muzikante had sindsdien te maken met de nodige tegenslagen, maar ze bleef albums maken die er toe doen. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Gumshoe. Het is een album dat put uit meerdere genres, maar alle songs op het album klinken onmiskenbaar als Samantha Crain. Kid Face blijft nog altijd mijn favoriete album van de muzikante uit Oklahoma, maar ik ben nog lang niet klaar met het mooie en verrassend veelzijdige Gumshoe.
Samantha Crain bracht ruim twaalf jaar geleden het album Kid Face uit. Het duurde even voor het album de aandacht trok, maar vervolgens kon de Amerikaanse muzikante in brede kring rekenen op zeer lovende woorden. Dat was volkomen terecht, want Kid Face is zo’n uniek album dat je maar eens in de zoveel tijd tegen komt. Op Kid Face verwerkte Samantha Crain zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de pop in een uniek eigen geluid, dat een nog duidelijker eigen gezicht kreeg door haar bijzondere stem en de hoeveelheid gevoel waarmee ze zong.
Kid Face is nog altijd een album dat ik intens koester en dat ik schaar onder de beste albums van dit millennium, maar de muzikante die werd geboren in Shawnee, Oklahoma, en Indiaans (Choctaw) bloed heeft, maakte meer mooie albums. Haar later opnieuw uitgebrachte eerste twee albums Songs In The Night uit 2009 en You (Understood) uit 2010 waren hooguit een voorstudie op Kid Face, maar met Under Branch & Thorn & Tree (2015), You Had Me At Goodbye (2017) en A Small Death (2020) bevestigde Samantha Crain haar status als enorm talent.
Het laatstgenoemde album kwam tot stand na een donkere periode, waarin Samantha Crain werd geconfronteerd met meerdere auto-ongelukken (!) en een lange periode van revalidatie. Het leverde een zeer sfeervol maar ook zeer melancholisch album op, dat de Amerikaanse muzikante vrijwel in haar eentje maakte. Samantha Crain leek haar leven aan het begin van 2020 weer op de rails te hebben, maar kwam vervolgens terecht in de coronapandemie, die muzikanten hard raakte.
Het was vervolgens lang stil rond Samantha Crain, maar deze week laat ze met het album Gumshoe gelukkig weer van zich horen. De muzikante uit Oklahoma werkte in het verleden vaak in haar eentje, maar koos voor haar nieuwe album voor het samenwerken met een band en het uitnodigen van meerdere gastmuzikanten. Het levert een album op dat weer flink anders klinkt dan we van Samantha Crain gewend zijn.
Gumshoe opent met een wat gruizige rocksong met lekker veel gitaren en een nostalgische vibe. Het is slechts een van de vele kanten die de Amerikaanse muzikante van zichzelf laat horen op haar nieuwe album. Zo wordt de wat stevige openingstrack gevolgd door een ingetogen en wat zweverige track, die zowel ingrediënten uit de Amerikaanse rootsmuziek als ingrediënten uit de indiepop bevat. Wanneer Samantha Crain speelt met ritmes en synths schuift haar muziek verder de kant van de indiepop op, maar Gumshoe bevat ook meer ingetogen songs, die juist dichter tegen de folk en country aan kruipen en met blazers ingekleurde songs die juist soulvol klinken.
Gumshoe is door de veelheid aan invloeden het meest veelzijdige album van Samantha Crain tot dusver en ook het meest eigenzinnige. Het blijft wel een typisch Samantha Crain album, al is het maar vanwege de zo herkenbare stem van de Amerikaanse muzikante, die op Gumshoe echt prachtig zingt en tekent voor zeer persoonlijke teksten.
Ik heb Gumshoe inmiddels meerdere keren beluisterd en mis nog de pure magie van Kid Face, maar ik hoor wel een album dat kwaliteit ademt, dat een duidelijk eigen geluid heeft en dat bol staat van de groeipotentie. Het is een album dat misschien wat moeilijk te plaatsen is, maar dat het absoluut verdient om beluisterd te worden en dat na Kid Face het beste is dat Samantha Crain tot dusver heeft gemaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Samantha Crain - Gumshoe - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Samantha Crain - Gumshoe
Het is lang stil geweest rond Samantha Crain, maar de Amerikaanse muzikante levert deze week met het veelzijdige Gumshoe wederom een album af dat laat horen hoe getalenteerd ze is als zangeres en als songwriter
Samantha Crain maakte in 2013 met Kid Face een album dat maar moeilijk te overtreffen is. Het is een album dat anders klonk dan de andere albums van dat moment en waarop eigenlijk alles klopte. De Amerikaanse muzikante had sindsdien te maken met de nodige tegenslagen, maar ze bleef albums maken die er toe doen. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Gumshoe. Het is een album dat put uit meerdere genres, maar alle songs op het album klinken onmiskenbaar als Samantha Crain. Kid Face blijft nog altijd mijn favoriete album van de muzikante uit Oklahoma, maar ik ben nog lang niet klaar met het mooie en verrassend veelzijdige Gumshoe.
Samantha Crain bracht ruim twaalf jaar geleden het album Kid Face uit. Het duurde even voor het album de aandacht trok, maar vervolgens kon de Amerikaanse muzikante in brede kring rekenen op zeer lovende woorden. Dat was volkomen terecht, want Kid Face is zo’n uniek album dat je maar eens in de zoveel tijd tegen komt. Op Kid Face verwerkte Samantha Crain zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de pop in een uniek eigen geluid, dat een nog duidelijker eigen gezicht kreeg door haar bijzondere stem en de hoeveelheid gevoel waarmee ze zong.
Kid Face is nog altijd een album dat ik intens koester en dat ik schaar onder de beste albums van dit millennium, maar de muzikante die werd geboren in Shawnee, Oklahoma, en Indiaans (Choctaw) bloed heeft, maakte meer mooie albums. Haar later opnieuw uitgebrachte eerste twee albums Songs In The Night uit 2009 en You (Understood) uit 2010 waren hooguit een voorstudie op Kid Face, maar met Under Branch & Thorn & Tree (2015), You Had Me At Goodbye (2017) en A Small Death (2020) bevestigde Samantha Crain haar status als enorm talent.
Het laatstgenoemde album kwam tot stand na een donkere periode, waarin Samantha Crain werd geconfronteerd met meerdere auto-ongelukken (!) en een lange periode van revalidatie. Het leverde een zeer sfeervol maar ook zeer melancholisch album op, dat de Amerikaanse muzikante vrijwel in haar eentje maakte. Samantha Crain leek haar leven aan het begin van 2020 weer op de rails te hebben, maar kwam vervolgens terecht in de coronapandemie, die muzikanten hard raakte.
Het was vervolgens lang stil rond Samantha Crain, maar deze week laat ze met het album Gumshoe gelukkig weer van zich horen. De muzikante uit Oklahoma werkte in het verleden vaak in haar eentje, maar koos voor haar nieuwe album voor het samenwerken met een band en het uitnodigen van meerdere gastmuzikanten. Het levert een album op dat weer flink anders klinkt dan we van Samantha Crain gewend zijn.
Gumshoe opent met een wat gruizige rocksong met lekker veel gitaren en een nostalgische vibe. Het is slechts een van de vele kanten die de Amerikaanse muzikante van zichzelf laat horen op haar nieuwe album. Zo wordt de wat stevige openingstrack gevolgd door een ingetogen en wat zweverige track, die zowel ingrediënten uit de Amerikaanse rootsmuziek als ingrediënten uit de indiepop bevat. Wanneer Samantha Crain speelt met ritmes en synths schuift haar muziek verder de kant van de indiepop op, maar Gumshoe bevat ook meer ingetogen songs, die juist dichter tegen de folk en country aan kruipen en met blazers ingekleurde songs die juist soulvol klinken.
Gumshoe is door de veelheid aan invloeden het meest veelzijdige album van Samantha Crain tot dusver en ook het meest eigenzinnige. Het blijft wel een typisch Samantha Crain album, al is het maar vanwege de zo herkenbare stem van de Amerikaanse muzikante, die op Gumshoe echt prachtig zingt en tekent voor zeer persoonlijke teksten.
Ik heb Gumshoe inmiddels meerdere keren beluisterd en mis nog de pure magie van Kid Face, maar ik hoor wel een album dat kwaliteit ademt, dat een duidelijk eigen geluid heeft en dat bol staat van de groeipotentie. Het is een album dat misschien wat moeilijk te plaatsen is, maar dat het absoluut verdient om beluisterd te worden en dat na Kid Face het beste is dat Samantha Crain tot dusver heeft gemaakt. Erwin Zijleman
Samantha Crain - Songs in the Night (2009)

4,0
0
geplaatst: 14 juni 2014, 11:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Samantha Crain - The Confiscation EP / Songs In The Night / You (Understood) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Kid Face van Samantha Crain is voor mij nog altijd één van de grote verrassingen van 2014. De in de Verenigde Staten vorig jaar al verschenen plaat, bereikte Nederland in de winter die geen winter was en transformeerde in korte tijd van een aardige rootsplaat tot een geweldige maar onorthodoxe rootsplaat met een geheel eigen geluid en heel veel zeggingskracht.
Ik ging er tot voor kort van uit dat Kid Face het debuut van de singer-songwriter uit Shawnee, Oklahoma, was, maar dat blijkt niet het geval. In Nederland zijn onlangs immers haar eerste twee platen (opnieuw) uitgebracht en op de streaming diensten circuleert ook nog een vroege EP van de Amerikaanse singer-songwriter met Indiaans bloed. Samantha Crain debuteerde in 2007 met The Confiscation EP, bracht in 2009 met Songs In The Night haar volwaardige debuut uit en kwam al een jaar later met haar tweede plaat, You (Understood), op de proppen. Het is door het succes van Kid Face nu allemaal beschikbaar en het is ook nog eens allemaal de moeite waard.
Laat ik beginnen met de op de streaming diensten beschikbare The Confiscation EP. Het is een EP die hoorbaar met bescheiden middelen is opgenomen, want de geluidskwaliteit is matig tot slecht. Vergeleken met het geluid op Kid Face is het geluid op The Confiscation EP ook behoorlijk sober. The Confiscation EP mist hierdoor een deel van de magie van Kid Face, maar toch zijn een aantal herkenbare ingrediënten uit het huidige geluid van Samantha Crain al hoorbaar. Uiteraard is er haar inmiddels uit duizenden herkenbare stem. Het is een wat onvaste stem die lang niet door iedereen gewaardeerd zal worden, maar ik vind hem persoonlijk prachtig. Een ander ingrediënt van Kid Face dat al hoorbaar is op The Confiscation EP is het vermogen van Samantha Crain om niet alledaagse songs te schrijven. Zelfs wanneer Samantha Crain haar stem begeleid met uitsluitend een akoestische gitaar is het geen moment het standaard meisje met een gitaar.
De songs van Samantha Crain pauzeren wanneer je het niet verwacht en nemen meer dan eens een afslag die je zelf had gemist. Dat werkt in het begin bijna vervreemdend, maar op een gegeven moment omarm je de songs van Samantha Crain en niet veel later koester je ze. The Confiscation EP is zeker niet van hetzelfde niveau als Kid Face, maar het is wel gewoon goed, bij vlagen zelfs heel goed.
Samantha Crain’s officiële debuut, Songs In The Night is nog een stuk beter. Op Songs In The Night horen we net wat toegankelijkere songs dan we inmiddels van Samantha Crain gewend zijn. Songs In The Night is immers voorzien van een folky bandgeluid dat bijzonder aangenaam klinkt. Buiten de nog altijd bijzondere zang kleurt Samantha Crain op Songs In The Night vooral binnen de lijntjes, maar ze doet dit wel op fraaie wijze.
Een ieder die naar Songs In The Night luistert, zal zich verbazen over het feit dat deze plaat ten tijde van de release volkomen werd genegeerd, want dit is een aanstekelijke singer-songwriter plaat om hartstochtelijk te omarmen. Minstens net zo catchy als bijvoorbeeld Amy MacDonald, maar uiteindelijk met meer klasse en eigenzinnigheid.
Die klasse en eigenzinnigheid hoor je ook weer terug op Samantha Crain’s tweede plaat You (Understood) uit 2010.
Op haar tweede plaat kiest Samantha Crain voor een duidelijk ander geluid dan op het zo aangenaam folky klinkende debuut. You (Understood) is meer uitgesproken en vooral rauwer. De gitaar en drumpartijen zijn stekelig en hetzelfde geldt voor de zang van Samantha Crain.
You (Understood) laat aanmerkelijk minder invloeden uit de rootsmuziek horen dan de eerste platen van Samantha Crain (maar zo af en toe zijn ze er wel) en klinkt ook aanmerkelijk minder rootsy dan Kid Face.
Het is een eigenzinnige indie plaat vol verrassende wendingen, die, net als zijn voorganger, had moeten worden opgepikt door de critici en een breed publiek. You (Understood) is net als Kid Face een plaat waaraan je moet wennen. Het klinkt direct aantrekkelijk, maar de ware kracht van de songs ontdek je pas na een paar keer luisteren. You (Understood) is een andere plaat dan Kid Face en laat zich daarom lastig vergelijken met de eerder dit jaar zo bejubelde plaat, maar minder goed is hij zeker niet.
Dankzij de reissues van het werk van Samantha Crain heb ik opeens een heel stapeltje platen in huis van de zangeres die ik pas een paar maanden geleden ontdekte bij bestudering van de Amerikaanse jaarlijstjes. Kid Face blijft mijn favoriet, maar de andere drie hebben ook veel te bieden, waarbij You (Understood) de meest facinerende en Songs In The Night de meest aangename is. Het EPtje dat aan alles vooraf ging laat tenslotte horen dat Samantha Crain al op jonge leeftijd veel te bieden had, waarbij het opvalt dat de EP uiteindelijk misschien nog wel het dichtst bij het zo fraaie Kid Face ligt.
Samantha Crain blijft voor mij één van de grote ontdekkingen van 2014 en het is dankzij dit stapeltje platen een ontdekking met nog wat meer glans. En om nog wat glans toe te voegen: deze nieuwe uitgaven zijn zeer aantrekkelijk geprijsd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Samantha Crain - The Confiscation EP / Songs In The Night / You (Understood) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Kid Face van Samantha Crain is voor mij nog altijd één van de grote verrassingen van 2014. De in de Verenigde Staten vorig jaar al verschenen plaat, bereikte Nederland in de winter die geen winter was en transformeerde in korte tijd van een aardige rootsplaat tot een geweldige maar onorthodoxe rootsplaat met een geheel eigen geluid en heel veel zeggingskracht.
Ik ging er tot voor kort van uit dat Kid Face het debuut van de singer-songwriter uit Shawnee, Oklahoma, was, maar dat blijkt niet het geval. In Nederland zijn onlangs immers haar eerste twee platen (opnieuw) uitgebracht en op de streaming diensten circuleert ook nog een vroege EP van de Amerikaanse singer-songwriter met Indiaans bloed. Samantha Crain debuteerde in 2007 met The Confiscation EP, bracht in 2009 met Songs In The Night haar volwaardige debuut uit en kwam al een jaar later met haar tweede plaat, You (Understood), op de proppen. Het is door het succes van Kid Face nu allemaal beschikbaar en het is ook nog eens allemaal de moeite waard.
Laat ik beginnen met de op de streaming diensten beschikbare The Confiscation EP. Het is een EP die hoorbaar met bescheiden middelen is opgenomen, want de geluidskwaliteit is matig tot slecht. Vergeleken met het geluid op Kid Face is het geluid op The Confiscation EP ook behoorlijk sober. The Confiscation EP mist hierdoor een deel van de magie van Kid Face, maar toch zijn een aantal herkenbare ingrediënten uit het huidige geluid van Samantha Crain al hoorbaar. Uiteraard is er haar inmiddels uit duizenden herkenbare stem. Het is een wat onvaste stem die lang niet door iedereen gewaardeerd zal worden, maar ik vind hem persoonlijk prachtig. Een ander ingrediënt van Kid Face dat al hoorbaar is op The Confiscation EP is het vermogen van Samantha Crain om niet alledaagse songs te schrijven. Zelfs wanneer Samantha Crain haar stem begeleid met uitsluitend een akoestische gitaar is het geen moment het standaard meisje met een gitaar.
De songs van Samantha Crain pauzeren wanneer je het niet verwacht en nemen meer dan eens een afslag die je zelf had gemist. Dat werkt in het begin bijna vervreemdend, maar op een gegeven moment omarm je de songs van Samantha Crain en niet veel later koester je ze. The Confiscation EP is zeker niet van hetzelfde niveau als Kid Face, maar het is wel gewoon goed, bij vlagen zelfs heel goed.
Samantha Crain’s officiële debuut, Songs In The Night is nog een stuk beter. Op Songs In The Night horen we net wat toegankelijkere songs dan we inmiddels van Samantha Crain gewend zijn. Songs In The Night is immers voorzien van een folky bandgeluid dat bijzonder aangenaam klinkt. Buiten de nog altijd bijzondere zang kleurt Samantha Crain op Songs In The Night vooral binnen de lijntjes, maar ze doet dit wel op fraaie wijze.
Een ieder die naar Songs In The Night luistert, zal zich verbazen over het feit dat deze plaat ten tijde van de release volkomen werd genegeerd, want dit is een aanstekelijke singer-songwriter plaat om hartstochtelijk te omarmen. Minstens net zo catchy als bijvoorbeeld Amy MacDonald, maar uiteindelijk met meer klasse en eigenzinnigheid.
Die klasse en eigenzinnigheid hoor je ook weer terug op Samantha Crain’s tweede plaat You (Understood) uit 2010.
Op haar tweede plaat kiest Samantha Crain voor een duidelijk ander geluid dan op het zo aangenaam folky klinkende debuut. You (Understood) is meer uitgesproken en vooral rauwer. De gitaar en drumpartijen zijn stekelig en hetzelfde geldt voor de zang van Samantha Crain.
You (Understood) laat aanmerkelijk minder invloeden uit de rootsmuziek horen dan de eerste platen van Samantha Crain (maar zo af en toe zijn ze er wel) en klinkt ook aanmerkelijk minder rootsy dan Kid Face.
Het is een eigenzinnige indie plaat vol verrassende wendingen, die, net als zijn voorganger, had moeten worden opgepikt door de critici en een breed publiek. You (Understood) is net als Kid Face een plaat waaraan je moet wennen. Het klinkt direct aantrekkelijk, maar de ware kracht van de songs ontdek je pas na een paar keer luisteren. You (Understood) is een andere plaat dan Kid Face en laat zich daarom lastig vergelijken met de eerder dit jaar zo bejubelde plaat, maar minder goed is hij zeker niet.
Dankzij de reissues van het werk van Samantha Crain heb ik opeens een heel stapeltje platen in huis van de zangeres die ik pas een paar maanden geleden ontdekte bij bestudering van de Amerikaanse jaarlijstjes. Kid Face blijft mijn favoriet, maar de andere drie hebben ook veel te bieden, waarbij You (Understood) de meest facinerende en Songs In The Night de meest aangename is. Het EPtje dat aan alles vooraf ging laat tenslotte horen dat Samantha Crain al op jonge leeftijd veel te bieden had, waarbij het opvalt dat de EP uiteindelijk misschien nog wel het dichtst bij het zo fraaie Kid Face ligt.
Samantha Crain blijft voor mij één van de grote ontdekkingen van 2014 en het is dankzij dit stapeltje platen een ontdekking met nog wat meer glans. En om nog wat glans toe te voegen: deze nieuwe uitgaven zijn zeer aantrekkelijk geprijsd. Erwin Zijleman
Samantha Crain - The Confiscation EP (2007)

3,5
0
geplaatst: 14 juni 2014, 11:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Samantha Crain - The Confiscation EP / Songs In The Night / You (Understood) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Kid Face van Samantha Crain is voor mij nog altijd één van de grote verrassingen van 2014. De in de Verenigde Staten vorig jaar al verschenen plaat, bereikte Nederland in de winter die geen winter was en transformeerde in korte tijd van een aardige rootsplaat tot een geweldige maar onorthodoxe rootsplaat met een geheel eigen geluid en heel veel zeggingskracht.
Ik ging er tot voor kort van uit dat Kid Face het debuut van de singer-songwriter uit Shawnee, Oklahoma, was, maar dat blijkt niet het geval. In Nederland zijn onlangs immers haar eerste twee platen (opnieuw) uitgebracht en op de streaming diensten circuleert ook nog een vroege EP van de Amerikaanse singer-songwriter met Indiaans bloed. Samantha Crain debuteerde in 2007 met The Confiscation EP, bracht in 2009 met Songs In The Night haar volwaardige debuut uit en kwam al een jaar later met haar tweede plaat, You (Understood), op de proppen. Het is door het succes van Kid Face nu allemaal beschikbaar en het is ook nog eens allemaal de moeite waard.
Laat ik beginnen met de op de streaming diensten beschikbare The Confiscation EP. Het is een EP die hoorbaar met bescheiden middelen is opgenomen, want de geluidskwaliteit is matig tot slecht. Vergeleken met het geluid op Kid Face is het geluid op The Confiscation EP ook behoorlijk sober. The Confiscation EP mist hierdoor een deel van de magie van Kid Face, maar toch zijn een aantal herkenbare ingrediënten uit het huidige geluid van Samantha Crain al hoorbaar. Uiteraard is er haar inmiddels uit duizenden herkenbare stem. Het is een wat onvaste stem die lang niet door iedereen gewaardeerd zal worden, maar ik vind hem persoonlijk prachtig. Een ander ingrediënt van Kid Face dat al hoorbaar is op The Confiscation EP is het vermogen van Samantha Crain om niet alledaagse songs te schrijven. Zelfs wanneer Samantha Crain haar stem begeleid met uitsluitend een akoestische gitaar is het geen moment het standaard meisje met een gitaar.
De songs van Samantha Crain pauzeren wanneer je het niet verwacht en nemen meer dan eens een afslag die je zelf had gemist. Dat werkt in het begin bijna vervreemdend, maar op een gegeven moment omarm je de songs van Samantha Crain en niet veel later koester je ze. The Confiscation EP is zeker niet van hetzelfde niveau als Kid Face, maar het is wel gewoon goed, bij vlagen zelfs heel goed.
Samantha Crain’s officiële debuut, Songs In The Night is nog een stuk beter. Op Songs In The Night horen we net wat toegankelijkere songs dan we inmiddels van Samantha Crain gewend zijn. Songs In The Night is immers voorzien van een folky bandgeluid dat bijzonder aangenaam klinkt. Buiten de nog altijd bijzondere zang kleurt Samantha Crain op Songs In The Night vooral binnen de lijntjes, maar ze doet dit wel op fraaie wijze.
Een ieder die naar Songs In The Night luistert, zal zich verbazen over het feit dat deze plaat ten tijde van de release volkomen werd genegeerd, want dit is een aanstekelijke singer-songwriter plaat om hartstochtelijk te omarmen. Minstens net zo catchy als bijvoorbeeld Amy MacDonald, maar uiteindelijk met meer klasse en eigenzinnigheid.
Die klasse en eigenzinnigheid hoor je ook weer terug op Samantha Crain’s tweede plaat You (Understood) uit 2010.
Op haar tweede plaat kiest Samantha Crain voor een duidelijk ander geluid dan op het zo aangenaam folky klinkende debuut. You (Understood) is meer uitgesproken en vooral rauwer. De gitaar en drumpartijen zijn stekelig en hetzelfde geldt voor de zang van Samantha Crain.
You (Understood) laat aanmerkelijk minder invloeden uit de rootsmuziek horen dan de eerste platen van Samantha Crain (maar zo af en toe zijn ze er wel) en klinkt ook aanmerkelijk minder rootsy dan Kid Face.
Het is een eigenzinnige indie plaat vol verrassende wendingen, die, net als zijn voorganger, had moeten worden opgepikt door de critici en een breed publiek. You (Understood) is net als Kid Face een plaat waaraan je moet wennen. Het klinkt direct aantrekkelijk, maar de ware kracht van de songs ontdek je pas na een paar keer luisteren. You (Understood) is een andere plaat dan Kid Face en laat zich daarom lastig vergelijken met de eerder dit jaar zo bejubelde plaat, maar minder goed is hij zeker niet.
Dankzij de reissues van het werk van Samantha Crain heb ik opeens een heel stapeltje platen in huis van de zangeres die ik pas een paar maanden geleden ontdekte bij bestudering van de Amerikaanse jaarlijstjes. Kid Face blijft mijn favoriet, maar de andere drie hebben ook veel te bieden, waarbij You (Understood) de meest facinerende en Songs In The Night de meest aangename is. Het EPtje dat aan alles vooraf ging laat tenslotte horen dat Samantha Crain al op jonge leeftijd veel te bieden had, waarbij het opvalt dat de EP uiteindelijk misschien nog wel het dichtst bij het zo fraaie Kid Face ligt.
Samantha Crain blijft voor mij één van de grote ontdekkingen van 2014 en het is dankzij dit stapeltje platen een ontdekking met nog wat meer glans. En om nog wat glans toe te voegen: deze nieuwe uitgaven zijn zeer aantrekkelijk geprijsd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Samantha Crain - The Confiscation EP / Songs In The Night / You (Understood) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Kid Face van Samantha Crain is voor mij nog altijd één van de grote verrassingen van 2014. De in de Verenigde Staten vorig jaar al verschenen plaat, bereikte Nederland in de winter die geen winter was en transformeerde in korte tijd van een aardige rootsplaat tot een geweldige maar onorthodoxe rootsplaat met een geheel eigen geluid en heel veel zeggingskracht.
Ik ging er tot voor kort van uit dat Kid Face het debuut van de singer-songwriter uit Shawnee, Oklahoma, was, maar dat blijkt niet het geval. In Nederland zijn onlangs immers haar eerste twee platen (opnieuw) uitgebracht en op de streaming diensten circuleert ook nog een vroege EP van de Amerikaanse singer-songwriter met Indiaans bloed. Samantha Crain debuteerde in 2007 met The Confiscation EP, bracht in 2009 met Songs In The Night haar volwaardige debuut uit en kwam al een jaar later met haar tweede plaat, You (Understood), op de proppen. Het is door het succes van Kid Face nu allemaal beschikbaar en het is ook nog eens allemaal de moeite waard.
Laat ik beginnen met de op de streaming diensten beschikbare The Confiscation EP. Het is een EP die hoorbaar met bescheiden middelen is opgenomen, want de geluidskwaliteit is matig tot slecht. Vergeleken met het geluid op Kid Face is het geluid op The Confiscation EP ook behoorlijk sober. The Confiscation EP mist hierdoor een deel van de magie van Kid Face, maar toch zijn een aantal herkenbare ingrediënten uit het huidige geluid van Samantha Crain al hoorbaar. Uiteraard is er haar inmiddels uit duizenden herkenbare stem. Het is een wat onvaste stem die lang niet door iedereen gewaardeerd zal worden, maar ik vind hem persoonlijk prachtig. Een ander ingrediënt van Kid Face dat al hoorbaar is op The Confiscation EP is het vermogen van Samantha Crain om niet alledaagse songs te schrijven. Zelfs wanneer Samantha Crain haar stem begeleid met uitsluitend een akoestische gitaar is het geen moment het standaard meisje met een gitaar.
De songs van Samantha Crain pauzeren wanneer je het niet verwacht en nemen meer dan eens een afslag die je zelf had gemist. Dat werkt in het begin bijna vervreemdend, maar op een gegeven moment omarm je de songs van Samantha Crain en niet veel later koester je ze. The Confiscation EP is zeker niet van hetzelfde niveau als Kid Face, maar het is wel gewoon goed, bij vlagen zelfs heel goed.
Samantha Crain’s officiële debuut, Songs In The Night is nog een stuk beter. Op Songs In The Night horen we net wat toegankelijkere songs dan we inmiddels van Samantha Crain gewend zijn. Songs In The Night is immers voorzien van een folky bandgeluid dat bijzonder aangenaam klinkt. Buiten de nog altijd bijzondere zang kleurt Samantha Crain op Songs In The Night vooral binnen de lijntjes, maar ze doet dit wel op fraaie wijze.
Een ieder die naar Songs In The Night luistert, zal zich verbazen over het feit dat deze plaat ten tijde van de release volkomen werd genegeerd, want dit is een aanstekelijke singer-songwriter plaat om hartstochtelijk te omarmen. Minstens net zo catchy als bijvoorbeeld Amy MacDonald, maar uiteindelijk met meer klasse en eigenzinnigheid.
Die klasse en eigenzinnigheid hoor je ook weer terug op Samantha Crain’s tweede plaat You (Understood) uit 2010.
Op haar tweede plaat kiest Samantha Crain voor een duidelijk ander geluid dan op het zo aangenaam folky klinkende debuut. You (Understood) is meer uitgesproken en vooral rauwer. De gitaar en drumpartijen zijn stekelig en hetzelfde geldt voor de zang van Samantha Crain.
You (Understood) laat aanmerkelijk minder invloeden uit de rootsmuziek horen dan de eerste platen van Samantha Crain (maar zo af en toe zijn ze er wel) en klinkt ook aanmerkelijk minder rootsy dan Kid Face.
Het is een eigenzinnige indie plaat vol verrassende wendingen, die, net als zijn voorganger, had moeten worden opgepikt door de critici en een breed publiek. You (Understood) is net als Kid Face een plaat waaraan je moet wennen. Het klinkt direct aantrekkelijk, maar de ware kracht van de songs ontdek je pas na een paar keer luisteren. You (Understood) is een andere plaat dan Kid Face en laat zich daarom lastig vergelijken met de eerder dit jaar zo bejubelde plaat, maar minder goed is hij zeker niet.
Dankzij de reissues van het werk van Samantha Crain heb ik opeens een heel stapeltje platen in huis van de zangeres die ik pas een paar maanden geleden ontdekte bij bestudering van de Amerikaanse jaarlijstjes. Kid Face blijft mijn favoriet, maar de andere drie hebben ook veel te bieden, waarbij You (Understood) de meest facinerende en Songs In The Night de meest aangename is. Het EPtje dat aan alles vooraf ging laat tenslotte horen dat Samantha Crain al op jonge leeftijd veel te bieden had, waarbij het opvalt dat de EP uiteindelijk misschien nog wel het dichtst bij het zo fraaie Kid Face ligt.
Samantha Crain blijft voor mij één van de grote ontdekkingen van 2014 en het is dankzij dit stapeltje platen een ontdekking met nog wat meer glans. En om nog wat glans toe te voegen: deze nieuwe uitgaven zijn zeer aantrekkelijk geprijsd. Erwin Zijleman
Samantha Crain - Under Branch & Thorn & Tree (2015)

5,0
0
geplaatst: 19 juli 2015, 11:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Samantha Crain - Under Branch & Thorn & Tree - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Samantha Crain maakte eind 2013 heel veel indruk met Kid Face. De singer-songwriter uit Shawnee, Oklahoma, bleek op deze plaat (die achteraf niet haar debuut bleek) in staat om Amerikaanse rootsmuziek op subtiele wijze te vernieuwen, waardoor Kid Face zowel authentiek als modern klonk.
Dat geldt in nog veel sterkere mate voor haar nieuwe plaat Under Branch & Thorn & Tree, want wat is Samantha Crain sinds Kid Face gegroeid en wat is dat gezien het niveau van Kid Face knap.
De muziek van Samantha Crain is nog altijd geworteld in traditionele folk en dan met name de folk van de protestzangers uit de jaren 60, maar de Amerikaanse singer-songwriter met Indiaanse roots geeft er op haar nieuwe plaat wederom een geheel eigen draai aan, bijvoorbeeld door ook meer countryinvloeden en invloeden uit de psychedelica in haar muziek te verwerken.
Dat hoor je in de instrumentatie die uiterst ingetogen wordt gehouden of juist wordt verrijkt met uiteenlopende instrumenten, variërend van elektronica tot een pedal steel tot een klassiek strijkorkest.
Dat hoor je ook in de vocalen van Samantha Crain, die anders klinken dan die van de meeste van haar soortgenoten en opvallen door de passie en emotie die Samantha Crain in haar stem legt. Samantha Crain vertelt op haar nieuwe plaat indringende verhalen en het zijn verhalen die haar diep raken; wat vervolgens direct effect heeft op de luisteraar.
Ook voor Under Branch & Thorn & Tree heeft Samantha Crain weer een beroep gedaan op Producer John Vanderslice en dat is een combinatie die nog altijd uitstekend werkt, want wat klinkt de plaat mooi en bijzonder en wat is de uitwerking vaak bezwerend.
Samantha Crain maakt op Under Branch & Thorn & Tree geen geheim van haar inspiratiebronnen, maar kijkt vervolgens vooral vooruit, wat in dit genre bijzonder is. Het levert een intieme en emotievolle singer-songwriter plaat op die de lat voor de rest van het jaar op bijna onneembare hoogte legt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Samantha Crain - Under Branch & Thorn & Tree - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Samantha Crain maakte eind 2013 heel veel indruk met Kid Face. De singer-songwriter uit Shawnee, Oklahoma, bleek op deze plaat (die achteraf niet haar debuut bleek) in staat om Amerikaanse rootsmuziek op subtiele wijze te vernieuwen, waardoor Kid Face zowel authentiek als modern klonk.
Dat geldt in nog veel sterkere mate voor haar nieuwe plaat Under Branch & Thorn & Tree, want wat is Samantha Crain sinds Kid Face gegroeid en wat is dat gezien het niveau van Kid Face knap.
De muziek van Samantha Crain is nog altijd geworteld in traditionele folk en dan met name de folk van de protestzangers uit de jaren 60, maar de Amerikaanse singer-songwriter met Indiaanse roots geeft er op haar nieuwe plaat wederom een geheel eigen draai aan, bijvoorbeeld door ook meer countryinvloeden en invloeden uit de psychedelica in haar muziek te verwerken.
Dat hoor je in de instrumentatie die uiterst ingetogen wordt gehouden of juist wordt verrijkt met uiteenlopende instrumenten, variërend van elektronica tot een pedal steel tot een klassiek strijkorkest.
Dat hoor je ook in de vocalen van Samantha Crain, die anders klinken dan die van de meeste van haar soortgenoten en opvallen door de passie en emotie die Samantha Crain in haar stem legt. Samantha Crain vertelt op haar nieuwe plaat indringende verhalen en het zijn verhalen die haar diep raken; wat vervolgens direct effect heeft op de luisteraar.
Ook voor Under Branch & Thorn & Tree heeft Samantha Crain weer een beroep gedaan op Producer John Vanderslice en dat is een combinatie die nog altijd uitstekend werkt, want wat klinkt de plaat mooi en bijzonder en wat is de uitwerking vaak bezwerend.
Samantha Crain maakt op Under Branch & Thorn & Tree geen geheim van haar inspiratiebronnen, maar kijkt vervolgens vooral vooruit, wat in dit genre bijzonder is. Het levert een intieme en emotievolle singer-songwriter plaat op die de lat voor de rest van het jaar op bijna onneembare hoogte legt. Erwin Zijleman
Samantha Crain - You Had Me at Goodbye (2017)

4,5
0
geplaatst: 27 maart 2017, 16:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Samantha Crain - You Had Me At Goodbye - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de lijstjes met de grote releases van deze week kom je You Had Me At Goodbye vreemd genoeg niet tegen, maar voor mij is de vijfde plaat van Samantha Crain er een waar ik al een hele tijd naar uit heb gekeken.
Samantha Crain brak aan het eind van 2013 door met de jaarlijstjesplaat Kid Face, waarop de singer-songwriter met Indiaans bloed uit Shawnee, Oklahoma, traditioneel aandoende rootsmuziek voorzag van eigenzinnige impulsen.
Op het in 2015 verschenen Under Branch And Thorn And Tree perfectioneerde Samantha Crain het geluid van Kid Face, waarna we in 2016 kennis konden maken met haar opnieuw uitgebrachte eerste twee platen, die ook zeer de moeite waard bleken.
Ook op deze twee platen liet Samantha Crain horen dat ze van vele markten thuis is en dat doet ze ook weer op haar vijfde plaat. You Had Me At Goodbye werd net als zijn twee voorgangers geproduceerd door John Vanderslice en zet net als alle andere platen van Samantha Crain flinke stappen buiten de gebaande paden.
Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hebben op You Had Me At Goodbye duidelijk aan terrein verloren. Hier en daar hoor je nog met welke muziek Samantha Crain is opgegroeid en welke muziek ze lief had op haar eerdere platen, maar op haar vijfde plaat kiest de Amerikaanse uiteindelijk toch nadrukkelijk voor de indie-pop.
Dat hoor je in de instrumentatie, waarin elektronica duidelijk aan terrein heeft gewonnen, maar dat hoor je vooral in de songs van Samantha Crain, die dit keer betrekkelijk ver verwijderd zijn van de folk en country die op haar vorige platen nooit ver weg was.
Met een keuze voor indie-pop kun je nog alle kanten op en Samantha Crain heeft zeker niet gekozen voor de makkelijkste weg. Een aantal van de songs op You Had Me At Goodbye zijn beïnvloed door het werk van Björk en hier en daar hoor ik zeker wat van Kate Bush, maar Samantha Crain doet op haar vijfde plaat toch vooral waar ze zelf zin in heeft.
Dat kan behoorlijk aanstekelijk klinken of toch weer ontroeren met een folky song met prachtige gitaarlijnen, maar You Had Me At Goodbye is vooral behoorlijk eigenzinnig, zeker wanneer de ritmes stevig zijn aangezet en de elektronica domineert.
Het is nog niet direct zware kost, al maakt de stem van Samantha Crain het de luisteraar ook niet altijd makkelijk en strijkt de optelsom hierdoor geregeld tegen de haren in. Zelf heb ik sinds de eerste noten van Kid Face een zwak voor de bijzondere stem van Samantha Crain en ook op You Had Me At Goodbye bevallen de vocalen me zeer.
De elektronische impulsen vind ik niet allemaal even geslaagd, maar de vijfde plaat van Samantha Crain is wat mij betreft een plaat met vooral geslaagde experimenten en een aantal bloedmooie songs.
You Had Me At Goodbye verleidt lang niet zo makkelijk als Kid Face een paar jaar geleden, maar ik hoor toch weer een grote plaat van een singer-songwriter die zich gelukkig niet zomaar voegt naar alle conventies van de muziekindustrie en gewoon doet waar ze zelf zin in heeft. Bijzondere plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Samantha Crain - You Had Me At Goodbye - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
In de lijstjes met de grote releases van deze week kom je You Had Me At Goodbye vreemd genoeg niet tegen, maar voor mij is de vijfde plaat van Samantha Crain er een waar ik al een hele tijd naar uit heb gekeken.
Samantha Crain brak aan het eind van 2013 door met de jaarlijstjesplaat Kid Face, waarop de singer-songwriter met Indiaans bloed uit Shawnee, Oklahoma, traditioneel aandoende rootsmuziek voorzag van eigenzinnige impulsen.
Op het in 2015 verschenen Under Branch And Thorn And Tree perfectioneerde Samantha Crain het geluid van Kid Face, waarna we in 2016 kennis konden maken met haar opnieuw uitgebrachte eerste twee platen, die ook zeer de moeite waard bleken.
Ook op deze twee platen liet Samantha Crain horen dat ze van vele markten thuis is en dat doet ze ook weer op haar vijfde plaat. You Had Me At Goodbye werd net als zijn twee voorgangers geproduceerd door John Vanderslice en zet net als alle andere platen van Samantha Crain flinke stappen buiten de gebaande paden.
Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hebben op You Had Me At Goodbye duidelijk aan terrein verloren. Hier en daar hoor je nog met welke muziek Samantha Crain is opgegroeid en welke muziek ze lief had op haar eerdere platen, maar op haar vijfde plaat kiest de Amerikaanse uiteindelijk toch nadrukkelijk voor de indie-pop.
Dat hoor je in de instrumentatie, waarin elektronica duidelijk aan terrein heeft gewonnen, maar dat hoor je vooral in de songs van Samantha Crain, die dit keer betrekkelijk ver verwijderd zijn van de folk en country die op haar vorige platen nooit ver weg was.
Met een keuze voor indie-pop kun je nog alle kanten op en Samantha Crain heeft zeker niet gekozen voor de makkelijkste weg. Een aantal van de songs op You Had Me At Goodbye zijn beïnvloed door het werk van Björk en hier en daar hoor ik zeker wat van Kate Bush, maar Samantha Crain doet op haar vijfde plaat toch vooral waar ze zelf zin in heeft.
Dat kan behoorlijk aanstekelijk klinken of toch weer ontroeren met een folky song met prachtige gitaarlijnen, maar You Had Me At Goodbye is vooral behoorlijk eigenzinnig, zeker wanneer de ritmes stevig zijn aangezet en de elektronica domineert.
Het is nog niet direct zware kost, al maakt de stem van Samantha Crain het de luisteraar ook niet altijd makkelijk en strijkt de optelsom hierdoor geregeld tegen de haren in. Zelf heb ik sinds de eerste noten van Kid Face een zwak voor de bijzondere stem van Samantha Crain en ook op You Had Me At Goodbye bevallen de vocalen me zeer.
De elektronische impulsen vind ik niet allemaal even geslaagd, maar de vijfde plaat van Samantha Crain is wat mij betreft een plaat met vooral geslaagde experimenten en een aantal bloedmooie songs.
You Had Me At Goodbye verleidt lang niet zo makkelijk als Kid Face een paar jaar geleden, maar ik hoor toch weer een grote plaat van een singer-songwriter die zich gelukkig niet zomaar voegt naar alle conventies van de muziekindustrie en gewoon doet waar ze zelf zin in heeft. Bijzondere plaat. Erwin Zijleman
Samara Lubelski - Flickers at the Station (2018)

4,0
0
geplaatst: 18 mei 2018, 14:50 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Samara Lubelski - Flickers At The Station - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb twee cd’s van Samara Lubelski in de kast staan, maar die stammen uit een tijd dat deze BLOG nog niet bestond.
Spectacular Of Passages uit 2005 en Parallel Suns uit 2007 vond ik al weer meer dan tien jaar geleden fascinerende platen, maar sindsdien heb ik helaas niets meer gehoord van de muzikante uit New York.
Samara Lubelski bracht in de afgelopen nog wel wat platen uit op kleine labels, was hiernaast zeer actief in de wat meer arty kringen in New York en was te horen op de platen van onder andere Thurston Moore. Haar nieuwe plaat, Flickers At The Station, dook eind vorige week op in de lijst met nieuwe releases en het blijkt wederom een spannende plaat.
Samara Lubelski is een graag geziene gast in de alternatieve New Yorkse muziekscene en houdt zich bij voorkeur niet aan conventies. Op Flickers At The Station draaien bijzondere gitaarlijnen zich om ouderwets klinkende synths heen en benevelt Samara Lubelski met bijzondere vocalen, die vanwege de Duitse tongval wel wat aan die van Nico doen denken, al is de stem van de muzikante uit New York wel flink wat octaven hoger.
Samara Lubelski maakt op Flickers At The Station muziek die zich niet zomaar in een hokje laat duwen en die hier en daar wat tegen de haren in kan strijken, maar een ontoegankelijke plaat is het zeker niet. De songs van Samara Lubelski doen in de meeste gevallen wat psychedelisch aan en klinken ondanks de bijzondere akkoorden en complexe gitaarlijnen loom en dromerig.
Met name deze gitaarlijnen geven de muziek van de muzikante uit New York iets ongrijpbaars of zelfs vervreemdends, maar aan de andere kant kleuren ze ook prachtig bij het bijzonder klinkende elektronische klankentapijt, bij de smaakvol spelende ritmesectie en bij de fluisterzang van Samara Lubelski. Zeker als je eenmaal gewend bent aan Flickers At The Station merk je dat de verschillende elementen die in eerste instantie tegen elkaar in lijken te draaien, elkaar juist versterken, wat de muziek van Samara Lubelski steeds meer zeggingskracht geeft.
Het valt niet mee om de muziek op Flickers At The Station te vergelijken met die van anderen. Ook deze plaat van Samara Lubelski is absoluut beïnvloed door de platen van The Velvet Underground, maar ik hoor ook iets van een oude folkie als Vashti Bunyan, hier en daar iets van Lush, terwijl zo nu en dan ook flarden Beach House opduiken, in alle gevallen overigens zonder een al te grote gelijkenis met het genoemde vergelijkingsmateriaal.
Het levert een plaat die avontuur en experiment koppelt aan schoonheid en vermaak. Ook deze plaat van Samara Lubelski krijgt helaas nauwelijks aandacht, maar het is wederom een plaat die het verdient om gehoord te worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Samara Lubelski - Flickers At The Station - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb twee cd’s van Samara Lubelski in de kast staan, maar die stammen uit een tijd dat deze BLOG nog niet bestond.
Spectacular Of Passages uit 2005 en Parallel Suns uit 2007 vond ik al weer meer dan tien jaar geleden fascinerende platen, maar sindsdien heb ik helaas niets meer gehoord van de muzikante uit New York.
Samara Lubelski bracht in de afgelopen nog wel wat platen uit op kleine labels, was hiernaast zeer actief in de wat meer arty kringen in New York en was te horen op de platen van onder andere Thurston Moore. Haar nieuwe plaat, Flickers At The Station, dook eind vorige week op in de lijst met nieuwe releases en het blijkt wederom een spannende plaat.
Samara Lubelski is een graag geziene gast in de alternatieve New Yorkse muziekscene en houdt zich bij voorkeur niet aan conventies. Op Flickers At The Station draaien bijzondere gitaarlijnen zich om ouderwets klinkende synths heen en benevelt Samara Lubelski met bijzondere vocalen, die vanwege de Duitse tongval wel wat aan die van Nico doen denken, al is de stem van de muzikante uit New York wel flink wat octaven hoger.
Samara Lubelski maakt op Flickers At The Station muziek die zich niet zomaar in een hokje laat duwen en die hier en daar wat tegen de haren in kan strijken, maar een ontoegankelijke plaat is het zeker niet. De songs van Samara Lubelski doen in de meeste gevallen wat psychedelisch aan en klinken ondanks de bijzondere akkoorden en complexe gitaarlijnen loom en dromerig.
Met name deze gitaarlijnen geven de muziek van de muzikante uit New York iets ongrijpbaars of zelfs vervreemdends, maar aan de andere kant kleuren ze ook prachtig bij het bijzonder klinkende elektronische klankentapijt, bij de smaakvol spelende ritmesectie en bij de fluisterzang van Samara Lubelski. Zeker als je eenmaal gewend bent aan Flickers At The Station merk je dat de verschillende elementen die in eerste instantie tegen elkaar in lijken te draaien, elkaar juist versterken, wat de muziek van Samara Lubelski steeds meer zeggingskracht geeft.
Het valt niet mee om de muziek op Flickers At The Station te vergelijken met die van anderen. Ook deze plaat van Samara Lubelski is absoluut beïnvloed door de platen van The Velvet Underground, maar ik hoor ook iets van een oude folkie als Vashti Bunyan, hier en daar iets van Lush, terwijl zo nu en dan ook flarden Beach House opduiken, in alle gevallen overigens zonder een al te grote gelijkenis met het genoemde vergelijkingsmateriaal.
Het levert een plaat die avontuur en experiment koppelt aan schoonheid en vermaak. Ook deze plaat van Samara Lubelski krijgt helaas nauwelijks aandacht, maar het is wederom een plaat die het verdient om gehoord te worden. Erwin Zijleman
