MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Kaaasgaaf als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Camera Obscura - Look to the East, Look to the West (2024)

poster
4,0
Wat een heerlijk frustrerend rommeltje was dat laatste Belle & Sebastian-album, Late Developers, toch ook. Met naast enkele fascinerende mislukkingen ook een paar ware pareltjes, die zomaar bijgeschreven mochten worden aan hun ellenlange lijst van klassiekers. Het country-achtige 'When the Cynics Stare Back from the Wall' viel wel het meest duidelijk in die tweede categorie, mede dankzij die prachtige zoetig weemoedige vrouwenstem. Zo vertrouwd, zo lang niet gehoord. Het was Stuarts ex-geliefde Tracyanne Campbell – geen familie van die andere ex - en wat kreeg ik meteen ook weer zin in muziek van haar eigen zalige bandje.

En hier is die dan eindelijk, de eerste Camera Obscura in elf jaar tijd. Na het overlijden van belangrijk bandlid Carey Lander, heeft de band zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Erg duidelijk lijkt dat niet te horen, oppervlakkig beluisterd is dit zesde album een logische voortzetting van de vijf voorgangers. Vele malen consistenter dan die laatste paar B&S-platen, maar ook minder verrassend of opvallend.

Toch bevat Look to the East, Look to the West wel degelijk de nodige subtiele verrassingen, die laten horen dat de band zich zeker wel ontwikkeld heeft. De band wist voor mij in vele losse nummers perfectie te bereiken, maar nooit eerder vond ik de band een album lang zo krachtig klinken. Werkelijk elk nummer hier kent een verleidelijke melodie, pakkend arrangement, en passende tekst, drie kwartier lang strak balancerend op dat magische koord tussen melancholie en euforie. De kracht van deze band blijft echter dat ze zo belachelijk vanzelfsprekend klinkt, zo volstrekt niet probeert te imponeren, dat je te makkelijk aan de unieke genialiteit van dit alles voorbij zou kunnen gaan. Maar dit is een band die niet voor zich mag spreken, die steeds opnieuw ontdekt moet worden. En op dit album is er meer dan ooit te ontdekken, om je heel dicht tegenaan te drukken, draaierig van verlegen verliefdheid.

Camera Obscura - My Maudlin Career (2009)

poster
3,0
Uit Glasgow komt schattige muziek. Neem nu Belle & Sebastian, dat al sinds halfverwege de jaren negentig ons trakteert op prachtige pure popliederen. B&S is echter, bij nadere beluistering, altijd semi-schattig. Achter de onschuldige samenzang, gitaartjes, trompetjes en strijkertjes schuilen teksten over priesters, kostscholen, incest en verkrachting. Van Belle & Sebastian hebben we al een tijdje niets meer gehoord. Hun stadsgenoten Camera Obscura maken vergelijkbare muziek, maar dan iets gelikter en georkestreerder en met minder morbide thema's. Ik maakte kennis met deze band in de zomer van 2006; het was liefde op het eerste gehoord met hun dansbare cult-hit 'Lloyd, I'm Ready to Be Heartbroken'. Het album waar dit liedje op stond, 'Let's Get Out of This Country', was een zeer smakelijke laidback-popplaat. Het was het derde album van deze band en de twee voorgangers moet ik nog horen. Maar inmiddels is er een vierde album, getiteld 'My Maudlin Career'. Het album staat vol met mooie melodieën en weelderige strijk- en blaasarrangementen, vaak erg sixties en soulvol. Barokpop, folkpop, country en west coast-pop wisselen elkaar af. De stem van de zangeres is warm en dromerig, maar verveelt ook wel gauw. Het is wat erg zijig allemaal. Ik mis de rafelrandjes die van een Belle & Sebastian méér maakt dan 'fijn' alleen. Camera Obscura is totaal ongevaarlijk en My Maudlin Career een sfeervol en stijlvol popalbum voor op de achtergrond. Een fijne kauwgombal voor de naderende lentekriebels.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Cass McCombs - Big Wheel and Others (2013)

poster
3,5
Nog geen bericht hier? Wel, dit is een merkwaardig album. Ben groot liefhebber van McCombs, en met dit dubbelalbum kan hij een aantal juweeltjes van songs aan zijn oeuvre toevoegen (vooral Morning Star heeft een heerlijke tekst en dito melodie) maar als geheel heeft het een heel specifiek sfeertje waar je maar net voor in de stemming moet zijn. Als je in die juiste stemming bent (laat op de avond, vlak voor het slapen, of juist vroeg in de ochtend, wanneer je nog niet helemaal wakker bent) kan de lange speelduur een hypnotiserende werking hebben, maar op andere momenten kan je beter een paar liedjes uitkiezen om los te draaien, want dan wordt deze gortdroge dubbelaar toch al heel gauw domweg saai.

Cass McCombs - Humor Risk (2011)

poster
4,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik deze week zowel Wit's End als Humor Risk besproken, beluister het hier.

Cass McCombs - Interior Live Oak (2025)

poster
3,5
McCombs blijft toch een van de meest consistente songsmeden van de afgelopen twintig jaar, en elk nieuw album is weer een warm bad om diep in weg te zakken. Ja, wegzakken is wel het goede woord, want opveren doe je eigenlijk nooit bij die meanderende klanken en aarzelende neuzelstem die vaak iets oproepen van een bij het wakker worden wegstervende zoete droom. Interior Live Oak is gewoon een volgende McCombs-plaat, behalve dan dat er een handvol songs op staat dat een stuk sterker en beklijvender is dan wat hij in enige tijd heeft uitgebracht. Maar ik ben het zeker niet eens met wat sommigen hierboven beweren: dat hij de lange speelduur kan dragen. Ik ben niet van de less is more-school, kan enige overvloed op z’n tijd best waarderen, maar voor iemand met zo’ n specifieke stem en stijl vind ik toch dat hoe korter hoe krachtiger is. Big Wheel was ook een lange zit, en vond ik daarom ook een mindere Combs, maar die was tenminste nog opgedeeld als dubbelaar. Deze trip kabbelt maar door en onaangenaam wordt dat nooit, maar mijn aandacht dwarrelt te ver weg om er na het zoveelste nummer nog veel zinnigs over te kunnen zeggen. Uit het warme bad dat Cass ditmaal voor ons bereid heeft, stap ik echt te gerimpeld.

Cass McCombs - Wit's End (2011)

poster
4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik deze week zowel Wit's End als Humor Risk besproken, beluister het hier.

Cassandra Jenkins - My Light, My Destroyer (2024)

poster
4,0
Perfect zomeravondalbum dit, met precies de juiste doseringen zwoele weemoed en verkoelend popgevoel. Jenkins' vorige album, het bewierookte An Overview on Phenomenal Nature, vond ik prachtig maar om de een of andere reden voelde ik nooit zo de behoefte hem vaak op te zetten. Misschien was het wel een té kloppende en daardoor in zeker opzicht ook wat saaiige plaat, naar mijn smaak dan tenminste. Dit vervolg heeft op mij een aanzienlijk grotere aantrekkingskracht, ik denk omdat het wat minder in een bepaald sfeertje blijft hangen maar meer grenzen verkent. Tegelijk blijft het een coherent bedwelmend universum dat Jenins creëert, dat mij op momenten in de verte wel wat doet denken aan het universum van Destroyer's Kaputt (die dromerig bevreemdende softpornoklanken). Maar waar ik bij Dan Bejar door het bizarre contrast tussen muziek en stem altijd op mijn hoede ben voor wat hij te vertellen heeft, daar lukt het mij maar niet om bij Jenkins al te scherp op te letten: zodra ik haar heerlijke stem hoor droom ik namelijk vanzelf helemaal weg. Zonde wel, want haar teksten schijnen nu juist haar grootste kracht te zijn. Maar goed, onbewust zal ik ze vast voldoende tot mij nemen, want ik blijf deze plaat maar opzetten, ieder geval deze zomeravonden en vast daarna ook nog vaak genoeg.

Cat's Eyes - Cat's Eyes (2011)

poster
4,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik gisteren dit album besproken samen met het nieuwe album van The Horrors, beluister het hier.

Chad VanGaalen - Diaper Island (2011)

poster
4,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik gisteren dit album besproken, beluister het hier.

Chris Cohen - Paint a Room (2024)

poster
4,0
Lekkere lome jazzy indiepop, die ik vaker opzet dan ik zou verwachten. Al te aandachtig beluisterend is deze muziek mij namelijk wat te neuzelig, gewild-delicaat, pseudo-impressionistisch. Lichte irritatie ligt dan op de loer. Maar op de achtergrond is het muziek waar ik heerlijk in kan verdwijnen en die niet gauw verveelt. Dit is nou een plaat die uitstekend werkt als soundtrack om een goed boek bij te lezen, en zulk behang is toch van behoorlijk groot belang.

Ciao My Shining Star (2009)

Alternatieve titel: The Songs of Mark Mulcahy

poster
4,0
Tot voor kort had ik nooit van Mark Mulcahy gehoord. Maar toen kwam mijn grote held Thom Yorke met een nieuwe single, getiteld All For The Best, en dat bleek een cover van deze Mulcahy te zijn. Of beter gezegd, van zijn band uit de jaren tachtig genaamd Miracle Legion, waar ik ook al nooit van had gehoord. Tja, je kunt natuurlijk ook niet alles kennen. Toch krabde ik mezelf wel achter de oren toen ik erachter kwam dat het nummer van Yorke afkomstig was van een tribute voor Mulcahy waar allerlei andere helden van mij, zoals Michael Stipe, The National, Frank Black, Vic Chesnutt, Elvis Perkins, Dinosaur Jr. en Mercury Rev, een bijdrage aan hadden geleverd. Als al deze artiesten fan waren van het werk van deze man, dan zou hij wel erg goed moeten zijn. Waarom had ik dan toch nooit van hem gehoord?

Speurend over het internet bleek er niet zo gek veel over Mulcahy bekend te zijn en zijn muziek was ook zeer moeilijk te vinden. Sterker nog, sommige van zijn oude platen bleken zelfs nooit op cd te zijn uitgebracht. Toch moet hij iets erg bijzonders betekend hebben en daarom was ik zeer nieuwsgierig geraakt naar de muziek. Ik wilde per se zijn eigen liedjes horen, voordat ik vertrouwd zou raken met de covers. Wat dat betreft ben ik een purist. Uiteindelijk heb ik al zijn muziek kunnen vinden en in mijn iTunes een afspeellijst gemaakt van de liedjes zoals die gecoverd zijn op de tribute, in precies die volgorde. Dat leek me een aardige manier om kennis te kunnen maken met het werk van deze man. Resultaat was alleen wel een overzicht dat van de hak op de tak sprong, aangezien Mulcahy van begin jaren tachtig tot een paar jaar geleden muziek heeft uitgebracht - eerst met Miracle Legion, daarna met de band Polaris en vervolgens solo - en de artiesten nummers uit al die periodes hebben uitgekozen en deze in niet-chronologische volgorde op de tribute zijn geplaatst. Voor mij was het dus lastig de ontwikkeling van Mulcahy aan de hand van deze afspeellijst te volgen en soms kon ik haast niet geloven naar een en dezelfde artiest te luisteren. Zijn werk met Miracle Legion klinkt vaak zeer R.E.M.-achtig en doet ook wel aan The Go-Betweens denken; indringende poëtische teksten gedeclameerd over gedreven jangle-pop met kale jaren tachtig-productie, zware bassen en af en toe een noise-uitbarsting. Maar op Bill Jocko, een solo-nummer uit de jaren negentig, klinkt hij opeens als een zwarte blueszanger. En op Ciao My Shining Star, uit diezelfde tijd, lijkt zijn stem eng veel op die van Jeff Buckley. Micon The Icon van begin jaren nul doet aan Elliott Smith en Big Star denken. In Pursuit Of Your Happiness uit 2005 had door Brian Wilson geschreven kunnen zijn. En ga zo maar door. Een zeer veelzijdige muzikant dus, die in alle genres bijzonder sterke liedjes schrijft met teksten die vaak abstract zijn maar zeer autobiografisch aandoen en een stem die, hoe hij hem ook gebruikt, altijd oprecht klinkt. Op Mulcahy ben ik voorlopig niet uitgeluisterd. Fijn om een artiest gevonden te hebben waar nog zoveel van te ontdekken valt!

Wel enigszins cynisch dat ik wellicht nooit van hem gehoord zou hebben als zijn vrouw niet overleden was. Dat is namelijk de reden geweest voor de tribute, die Ciao My Shining Star: The Songs of Mark Mulcahy heet. Sinds de onverwachte dood van zijn echtgenote Melissa een jaar terug (ik ga ervan uit dat zij het is op voorkant van de cd, prachtige foto is dat!) moet Mulcahy zijn driejarige tweelingdochters in zijn eentje groot brengen. Veel geld heeft hij waarschijnlijk nooit overgehouden aan zijn muzikale activiteiten. De 21 artiesten die hebben meegewerkt aan Ciao My Shining Star wilden hem graag een steuntje in de rug geven; alle opbrengsten van de cd gaan rechtstreekt naar Mulcahy en zijn gezin. En deze artiesten willen hem eer betonen omdat zijn songs van grote invloed zijn geweest op hun eigen muziek.

De meeste covers op Ciao My Shining Star verschillen niet veel van de originelen. Het meest geslaagd zijn de tracks die klinken alsof de artiest het nummer zelf geschreven had kunnen hebben. Zo klinkt The Backyard opeens als een Dinosaur Jr.-nummer, zonder de essentie van het origineel verloren te laten gaan. Ashamed of the Story I Told is helemaal eigen gemaakt door The National en misschien wel mijn favoriete track van het album. En Yorke's electronische benadering van All For The Best is natuurlijk ook heel sterk, vooral omdat hij het gitaargeluid van het origineel erg mooi weet te integreren. Zijn broer Andy Yorke zingt met hem mee op dit nummer en doet met zijn eigen band Unbelievable Truth de titelsong van het album (Ciao My Shining Star dus). Al met al is dit een zeer hartverwarmend project en het is fijn dat de liedjes van Mulcahy nu eens bij een wat groter publiek bekend worden, want deze liedjes verdienen het absoluut niet om in obscuriteit rond te blijven zweven en slechts door muzikanten te worden gehoord.


Bron: http://kasblog.punt.nl/

Cindy Lee - Diamond Jubilee (2024)

poster
4,5
Ik heb eindelijk maar eens de stoute schoenen aangetrokken en de handen uit de mouwen gestoken, want begon er toch wel erg naar te verlangen dit meestwerkje eens te beleven zonder youtube-reclames tussendoor. Dus ik downloadde de wav-files, brandde die via een externe schijf op ceedees, deed ze in een dubbelceedeedoosje die ik via een obscure Duitse site had besteld, printte het hoesje stiekem op mijn werk, knipte en vouwde het naar behoren, deed de ceedees opnieuw in de externe schijf om ze weer als mp3's op mijn telefoon te krijgen en ze zo ook onderweg op koptelefoon te kunnen beluisteren.

Tja, je moet er wel wat voor overhebben, maar dan heb je ook wat. Namelijk meer dan twee uur aan perfecte popmuziek uit een ander universum: waar romantische klanken uit de jaren '50 en '60 samenvallen met spookachtige noise op een bizar vanzelfsprekende manier. Voor zo'n breed uitwaaierend project is het vooral opmerkelijk hoe weinig vulsel er tussenstaat, zelfs de meest fragmentarische tracks bevatten nog een onweerstaanbare melodie die ze tot bijna-vergeten klassiekers uit een parallel universum hadden gemaakt.

Geregeld moet ik aan de klanken van Ariel Pink denken, die (toen je hem nog goed 'mocht' vinden) als geen ander een zelfde spel met herkenning en bevreemding kon spelen, maar waar ook vaak een zappiaanse ironie aan kleefde die hier geheel ontbreekt. Ook denk ik zo nu en dan aan Bradford Cox van Atlas Sound en Deerhunter, maar waar diens droomklanken geregeld in meespelende nachtmerries konden omslaan, daar blijft het hier bij zo nu en dan een dreiging. En natuurlijk blijft Women in gedachten, de legendarisch noiseband waar we Cindy Lee (toen nog in herenkostuum als Patrick Flegel) oorspronkelijk van kennen, maar met elke Cindy Lee-plaat worden de gitaarerupties en horrorsynths zeldzamer (hoewel niet minder effectief). Die eerdere platen intrigeerden mij wel, hielden me even in de ban, maar zouden me nooit bereid hebben gekregen tot alle handelingen die er nu voor zorgen dat ik deze diepe trip reclamevrij tot mij kan nemen.

Enige minpunt wel is dat op de tweede schijf een hoop nummers nogal abrupt stoppen. Juist zonder reclames valt dat nu des te meer op, het is mij ook onduidelijk in hoeverre dit intentioneel is (eerst dacht ik dat er bij het omzetten van de files iets was misgegaan, maar ik heb de tracktijden gecheckt en die kloppen) of dat Cindy bij het online pleuren van deze files domweg niet al te secuur is geweest. Jammer vind ik het wel, want dit is voor mij bij uitstek muziek om helemaal bij weg te dromen en nu schrik ik toch elke keer even wakker. Hopelijk als dit album ooit (ondanks de charme van al dit omslachtige geknutsel) de vinylboxsetrelease krijgt die het dubbel en dwars verdient, worden deze onvolkomenheden weggepoetst (een kleine fade-out aan het eind van die tracks zou al voldoende moeten zijn). Aan de rest moet zeker niet gesleuteld worden, want dit fascinerende kunstwerkje is misschien wel de wonderschoonste plaat van het jaar om eindeloos in te blijven verdwalen.

Coldplay - Mylo Xyloto (2011)

poster
1,5
Een groot fan van deze band ben ik nooit geweest, maar dit is wel hun eerste album dat ik 'slecht' zou noemen (natuurlijk, een paar liedjes zijn enigszins genietbaar, maar dat is toch echt te weinig). Alles klinkt afgezaagd en opgepompt. Natuurlijk verwachtte ik niet meer de kwaliteit van de eerste twee albums, maar wat ik na het wel erg bestudeerd galmende X&Y zo'n verademing vond aan Viva La Vida (al draai ik die plaat eigenlijk nooit meer) was dat ze met uiteenlopenden invloeden uit soms alternatieve hoek experimenteerden (kijk maar naar een nummer als 'Yes / Chinese Sleep Chant'), niet elk nummer was voor het stadion geschreven, er zat een speelsheid in, een charme, die nu geheel ontbreekt dan wel geforceerd is. Dit lijkt me een band die zich veel te veel bezig houdt met wat het grote publiek zal smaken, terwijl ik ervan overtuigd ben dat als ze gewoon zouden doen waar ze zin in hadden dit het grote publiek ook wel zou bereiken en uiteindelijk veel meer raken bovendien.

Courtney Barnett - Things Take Time, Take Time (2021)

poster
4,5
Sometimes I Sit... and Tell Me... zijn uiteraard behoorlijk puike platen, maar over het algemeen heb ik toch meer met Courtney's droogslomige dan met haar punkige kant. Dat is toch ook een beetje waar ik haar mee leerde kennen, op die eerste twee EP's. Ik vind dat haar stem en heerlijke teksten dan het beste tot hun recht komen, net als op die heerlijke plaat met zielsgenoot Kurt. Daarom vind ik als geheel dit denk ik ook wel haar fijnste volwaardige album. Ik snap wel dat-ie iets minder gewaardeerd wordt, juist doordat het minder gevarieerd en dynamisch is. Maar persoonlijk vind ik dit dus juist een goede stap!

Crystal Stilts - Nature Noir (2013)

poster
4,5
Het lijkt wel alsof deze band per release beter wordt, en dat zegt wel wat, want ze waren vanaf hun debuut al vrij geniaal. Deze derde langspeler is wel hun meest veelzijdige en toegankelijke tot nu toe, zonder daarbij ook maar iets van hun grillige karakter in te leveren. Meest kenmerkende én ongrijpbare element blijven toch wel de spookachtige vocalen, die klinken als de geheime liefdesbaby van Jim Morrison en Ian Curtis die zijn leven lang in een koelcel heeft lopen dwalen op zoek naar verlossing. Nature Noir is een fijne mix van aanstekelijke rockliedjes, freaky jams en bezwerende ballades, maar al zouden ze carnavalsliederen schrijven, door die stem klinkt het toch wel onmiskenbaar als Crystal Stilts en dat betekent dat het diep onder de huid gaat om daar een zalig potje te gaan zitten jeuken.