Hier kun je zien welke berichten Kaaasgaaf als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Balthazar - Sand (2021)

4,0
2
geplaatst: 3 maart 2021, 14:07 uur
Bijna elke track vind ik op zichzelf meer dan goed, maar het album als geheel wordt helaas met elke luisterbeurt een beetje saaier. Jammer, hun eerste twee platen blijven klassiekers voor mij en ook de andere twee verveelden niet snel. Dat ze een wat geliktere kant op gingen heeft me ook nooit zo gestoord, ik kan daar best van genieten, alleen voegt dit vijfde album gewoon net te weinig toe aan de vorige vier. Ik blijf het nog wel proberen hoor, maar ik vermoed dat dit zo'n plaat is waar ik hoogstens af en toe een los nummer van op zal zetten (voor in een playlistje ofzo). De hoes is wel geinig, maar ergens ook wel een beetje makkelijk scoren met een kunstwerk dat het al tot meme-status heeft geschopt. Misschien is dat ook eigenlijk wel veelzeggend voor wat deze band steeds meer begint te missen: eigenheid. Ze beheersen hun vakkundigheid tot op het hoogste niveau, maar spannend gaat het niet meer snel worden.
BC Camplight - The Last Rotation of Earth (2023)

4,0
0
geplaatst: 19 mei 2023, 19:57 uur
Deze artiest blijft zichzelf maar overtreffen in knotsgekke genialiteit; een groot deel van deze nummers zou helemaal niet mogen werken, zowel qua onderwerpen als qua stijlencombinaties. Maar zoals bij elke BC Camplight-plaat, neemt bij elke luisterbeurt de perfectie toe en misschien nog meer dan ooit dringen de emoties achter de soms schijnbare flauwigheid steeds dieper door. Bijzonder werkje dit!!
Beach House - Become (2023)

4,0
0
geplaatst: 29 april 2023, 23:18 uur
Once Twice Melody blijft nog steeds een van mijn favoriete albums van vorig jaar, hoewel de muziek van Beach House in dubbel-album-format wel wat minder goed blijkt te werken dan bijvoorbeeld voor Big Thief, die in dezelfde week met een dubbelaar op de proppen kwam (wat een weekje was dat). Hoe hemels de klanken van het duo uit Baltimore ook zijn, daarvoor mist dan toch de variatie. Daarom ben ik hem maar blijven draaien in de vorm waarin ze het aanvankelijk presenteerden: die van 4 EP's (één per plaatkant). Een nieuwe EP voelt daarom wel als een logische voortzetting. Wat mij betreft is elk van deze vijf tracks sterk genoeg om op een regulier Beach House-album te staan (de kwaliteit lag blijkbaar echt extreem hoog bij deze opnamesessies), maar nu kunnen deze zogenaamde kliekjes de aandacht krijgen die ze dubbel en dwars verdienen.
Beach House - Once Twice Melody (2022)

5,0
4
geplaatst: 18 februari 2022, 14:50 uur
Nog geen week na het sublieme dubbelalbum van Big Thief, een minstens zo subliem dubbelalbum van Beach House. Waar hebben we het aan verdiend?! Ik krijg nu toch wel sterk het gevoel van dat we een bijzondere muzikale periode zijn ingegaan, het creatieve oogstseizoen van de pandemie. En grappig ook dat het fenomeen 'dubbelalbum' zo zijn a-modieusheid kwijt aan het raken is. Natuurlijk is méér niet altijd beter, maar juist omdat zulke weids opgezette werken wat in onbruik zijn geraakt, zal er wel echt een gedegen reden voor zijn als een band ervoor kiest ons hierin onder te dompelen. Waarbij dit soort platen wel verreweg het meest tot hun recht komt als ze verspreid over vier plaatkanten wordt beleefd, door het opstaan en het omdraaien verloopt de tijd zo anders dan domweg op 'play' drukken en op laten staan.
Op Beach House ben ik al zo'n vijftien jaar tomeloos verliefd, sinds ik voor de eerste keer het magnifieke Gila van hun tweede album hoorde. Toch had ik de ontwikkeling van deze band nooit kunnen voorspellen. Het zijn vaak subtiele toevoegingen aan hun muzikale pallet - hoewel in dit geval onderscheidender dan ooit van de rest van hun oeuvre, qua wulpse wellustige weelderigheid, vergelijk dat maar eens met de onderkoelde leegte van hun eerste paar platen - maar omdat ze hun 'essentie' nooit uit het oog verliezen, dat wat Beach House zo onomstotelijk Beach House maakt (en dat is duidelijk meer dan Victoria's unieke stem alleen) maakt dat de gestage uitdijing van hun universum des te spannender. Alsof je door ze bij de hand genomen wordt op hun ontdekkingstocht, die altijd zoveel meer is dan maar wat nieuws uitproberen, maar waar altijd een duidelijk noodzakelijke samenhang met hun identiteit in doorklinkt.
Gewoonlijk vind ik het zonde als een band zoveel nummers van hun albums van tevoren al 'weggeeft', er gaat dan het nodige van het verrassingseffect verloren. Ooit - nog niet eens zo heel lang geleden - vermeed ik dan ook krampachtig voorproefjes van albums waar ik naar uitzag. In dit geval vind ik het ritueel dat de plaat in stukjes aan ons 'onthuld' werd toch wel fraai bedacht, de band was zich er waarschijnlijk bewust van dat het anders teveel om te behappen zou zijn. Hoewel ik evengoed denk dat ze het bij die eerste twee EP's hadden moeten laten, zodat tenminste iets meer dan de helft nog 'nieuw' zou zijn, nu is het minder dan een derde. Maar gelukkig is het me wel gelukt, hoe moeilijk dat ook was, die tweede en derde EP slechts eenmaal te beluisteren. De eerste wel iets vaker, zeker het nummer Pink Funeral dat op mijn eindejaarscompilatie van '21 terechtkwam (ach, wat was het heerlijk frustrerend om tussen dat nummer en het al even geniale Superstar te moeten kiezen). En het 'staartje' van deze plaat (de laatste vijf tracks) blijkt gelukkig bepaald niet tegen te vallen. Allemaggies, dat slotnummer! Denk je alles wel gehad te hebben, krijg je dat nog eens als kosmische kers op de torenhoge taart. Maar uiteraard gaat het om het geheel, dat de komende tijd steeds meer zal kunnen 'landen', wanneer alle delen op hun plek vallen en we het geheel kunnen overzien. Vergeve mij het cliché, maar we kunnen toch wel al voorzichtig stellen dat dit geheel zoveel meer dan de som van die briljante delen is.
Ik zou Once Twice Melody als een misleidend gedurfde plaat willen omschrijven. Het gedurfde zit hem erin, dat er steeds zoveel meer gebeurt (qua opbouw, qua sound, qua alles eigenlijk) dan strikt zou hoeven voor iedere melodie die in zichzelf al zo wonderschoon is (perfecte titel dus ook) . Daarmee wordt het risico genomen dat de nummers niet alleen elkaar maar ook zichzelf ondersneeuwen, dat de vorm de inhoud (als je zulke zaken per se zou willen onderscheiden, waar ik geen voorstander van ben) ondergraaft. Maar de band omarmt hier haar eigen keizerlijke grootsheid met volstrekt gerechtvaardigde bravoure. Het misleidende is namelijk dat Alex en Victoria het allemaal zo volstrekt vanzelfsprekend laten klinken, geen moment vliegen de nummers ook maar een beetje uit de bocht. Ze vliegen alleen maar hoger en hoger en dan nog een stukje hoger, en wij mogen mee.
Op Beach House ben ik al zo'n vijftien jaar tomeloos verliefd, sinds ik voor de eerste keer het magnifieke Gila van hun tweede album hoorde. Toch had ik de ontwikkeling van deze band nooit kunnen voorspellen. Het zijn vaak subtiele toevoegingen aan hun muzikale pallet - hoewel in dit geval onderscheidender dan ooit van de rest van hun oeuvre, qua wulpse wellustige weelderigheid, vergelijk dat maar eens met de onderkoelde leegte van hun eerste paar platen - maar omdat ze hun 'essentie' nooit uit het oog verliezen, dat wat Beach House zo onomstotelijk Beach House maakt (en dat is duidelijk meer dan Victoria's unieke stem alleen) maakt dat de gestage uitdijing van hun universum des te spannender. Alsof je door ze bij de hand genomen wordt op hun ontdekkingstocht, die altijd zoveel meer is dan maar wat nieuws uitproberen, maar waar altijd een duidelijk noodzakelijke samenhang met hun identiteit in doorklinkt.
Gewoonlijk vind ik het zonde als een band zoveel nummers van hun albums van tevoren al 'weggeeft', er gaat dan het nodige van het verrassingseffect verloren. Ooit - nog niet eens zo heel lang geleden - vermeed ik dan ook krampachtig voorproefjes van albums waar ik naar uitzag. In dit geval vind ik het ritueel dat de plaat in stukjes aan ons 'onthuld' werd toch wel fraai bedacht, de band was zich er waarschijnlijk bewust van dat het anders teveel om te behappen zou zijn. Hoewel ik evengoed denk dat ze het bij die eerste twee EP's hadden moeten laten, zodat tenminste iets meer dan de helft nog 'nieuw' zou zijn, nu is het minder dan een derde. Maar gelukkig is het me wel gelukt, hoe moeilijk dat ook was, die tweede en derde EP slechts eenmaal te beluisteren. De eerste wel iets vaker, zeker het nummer Pink Funeral dat op mijn eindejaarscompilatie van '21 terechtkwam (ach, wat was het heerlijk frustrerend om tussen dat nummer en het al even geniale Superstar te moeten kiezen). En het 'staartje' van deze plaat (de laatste vijf tracks) blijkt gelukkig bepaald niet tegen te vallen. Allemaggies, dat slotnummer! Denk je alles wel gehad te hebben, krijg je dat nog eens als kosmische kers op de torenhoge taart. Maar uiteraard gaat het om het geheel, dat de komende tijd steeds meer zal kunnen 'landen', wanneer alle delen op hun plek vallen en we het geheel kunnen overzien. Vergeve mij het cliché, maar we kunnen toch wel al voorzichtig stellen dat dit geheel zoveel meer dan de som van die briljante delen is.
Ik zou Once Twice Melody als een misleidend gedurfde plaat willen omschrijven. Het gedurfde zit hem erin, dat er steeds zoveel meer gebeurt (qua opbouw, qua sound, qua alles eigenlijk) dan strikt zou hoeven voor iedere melodie die in zichzelf al zo wonderschoon is (perfecte titel dus ook) . Daarmee wordt het risico genomen dat de nummers niet alleen elkaar maar ook zichzelf ondersneeuwen, dat de vorm de inhoud (als je zulke zaken per se zou willen onderscheiden, waar ik geen voorstander van ben) ondergraaft. Maar de band omarmt hier haar eigen keizerlijke grootsheid met volstrekt gerechtvaardigde bravoure. Het misleidende is namelijk dat Alex en Victoria het allemaal zo volstrekt vanzelfsprekend laten klinken, geen moment vliegen de nummers ook maar een beetje uit de bocht. Ze vliegen alleen maar hoger en hoger en dan nog een stukje hoger, en wij mogen mee.
Beak> - >>>> (2024)

4,0
0
geplaatst: 3 juni 2024, 06:44 uur
Mooi dat er een paar weken na Beth Gibbon's prachtalbum nu ook weer nieuw werk van haar medebandlid Geoff Barrow is. Zijn Beak klinkt altijd hetzelfde en toch altijd anders; hypnotiserende motorische grooves met zang die voorbij lijkt te komen waaien, spooky en knus tegelijk. Deze toevoeging (elke keer een vishaakje d'r bij, spannend waar dat gaat eindigen...) biedt misschien wel de vriendelijkste uitwerking van deze bevreemdende sound, een plaat om lekker door je koptelefoon in te verdwijnen.
Beak> - Beak> (2009)

3,0
0
geplaatst: 14 november 2009, 21:57 uur
Geoff Barrow - het muzikale brein achter Portishead - produceerde een van de meest indringende platen van 2009, Primary Colours van The Horrors. En nu heeft hij een plaat uitgebracht met zijn eigen project BEAK> (dat moet dus geschreven worden in kapitalen en met een pijltje). BEAK> is een project dat bestaat uit restricties, zelfopgelegde beperkingen. Zo zijn alle nummers in twaalf dagen tijd in één kamer geschreven en opgenomen en is er geen gebruik gemaakt van overdubs. Een soort muzikale Dogma zou je kunnen stellen. Wat levert het op? Het titelloze debuut van BEAK> (naast Barrow bestaande uit Billy Fuller en Matt Williams) is tergend monotoon en repetitief. Deze bijna volledig instrumentale muziek flirt openlijk met de krautrock van Neu! en Can, maar doet op momenten ook aan de ambient van Brian Eno, de postrock van Mogwai (maar dan zonder de climaxen) en de duistere postpunk van Joy Division denken. Het probleem is echter dat deze plaat te weinig spanning kent om het gebrek aan melodieën en te weinig sfeer om het gebrek aan spanning te rechtvaardigen. Eigenlijk is het dus helemaal niets? Nou, dat is ook weer niet waar. Dit is geen album om voor je plezier van begin tot eind uit te zitten, maar er staan wel degelijk een aantal nummers op die in herinnering brengen dat we hier te maken hebben met de geluidsmagiër van Primary Colours en Portishead-meesterwerk Third. Deze nummers zijn de spannende opener Backwell, het dreinend zoemende I Know en het haast Sigur Rós-achtige Battery Point. Ook lo fi-ballad The Cornubia heeft zeker wel wat (doet me vreemd genoeg in de verte aan Nirvana denken). De overige acht tracks laten vooral horen dat wat voor een muzikant mogelijk spannend is, voor de luisteraar dodelijk saai uit kan pakken.
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Belle and Sebastian - A Bit of Previous (2022)

4,0
1
geplaatst: 12 mei 2022, 22:16 uur
Wat een verrassend consistent album is dit! Had ik niet meer verwacht van deze band. Op voorgaande platen stonden steeds een aantal lichtpuntjes om ons eraan te herinneren wat een fantastische songschrijvers dit zijn, maar ook een hoop ergerlijke middelmaat. En hoewel het me niet meer zo kan raken als het vroege werk (daarvoor klinkt het toch allemaal wat te doordacht), vind ik elk liedje op deze plaat meer dan fijn en ook nog eens per luisterbeurt beter worden! Hartverwarmende teksten, aanstekelijke melodieën en lekker afwisselende sound. Laat die zomer nu maar komen.
Belle and Sebastian - Belle and Sebastian Write About Love (2010)
Alternatieve titel: Write About Love

3,5
0
geplaatst: 28 oktober 2010, 18:55 uur
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.
Belle and Sebastian - Girls in Peacetime Want to Dance (2015)

4,0
0
geplaatst: 12 januari 2015, 12:48 uur
Dit sympathieke Schotse gezelschap blijft toch een van mijn meest geliefde bands, waarvan ik in tegenstelling tot een groot deel van de oude fans ook het latere werk zeer kan waarderen. Al verschillen hun platen sterk qua sfeer en sound, ik vind de kwaliteit van de liedjes eigenlijk altijd vrij consistent (net zoals de kwaliteit van de hoezen). Op Girls In Peacetime Want To Dance komen ze soms cheesier dan ooit uit de hoek, af en toe zelfs gevaarlijk bungelend op het randje van eurovisiecamp (las in een interview met Stuart dat het zijn grote droom is om daar ooit op te treden, moest er nu maar eens van komen dan), maar er blijft toch genoeg muzikale en tekstuele eigenzinnigheid over om er met een goed gevoel van te kunnen genieten. Daarnaast staan er een paar liedjes op die 'vintage B&S' genoemd mogen worden, het spleen dat op hun laatste paar zo ver te zoeken was voert hier weer de boventoon. Ook zijn er zowaar wat nieuwe geluiden te horen, voor hun doen is het best experimenteel. Maar zoals altijd draait het toch in de eerste plaats om de onweerstaanbare melodieën en ontroerende teksten. Hoogtepunt vind ik The Cat With The Cream, zo bezwerend heb ik de band nooit eerder gehoord. En Allie is het meest subtiel catchy liedje, zeurt al dagenlang zalig door mijn kop. Misschien vliegt deze plaat uiteindelijk wel net iets teveel kanten op, de tijd zal het leren hoe ik het als geheel beoordeel en in hoeverre het de vergelijking met hun vele klassiekers aan kan. Maar voor nu is het gewoon genieten geblazen.
Belle and Sebastian - Late Developers (2023)

4,0
0
geplaatst: 13 januari 2023, 11:03 uur
Ik weet niet zo goed met wat ik met I Don't Know What You See in Me aanmoet. B&S hebben natuurlijk wel vaker zich gebogen over corny klanken en deze millenniumpoppastiche is weer tot de puntjes uitgevoerd, maar het lijkt mij typisch zo'n track die de eerste paar draaibeurten lekker geinig is en dan steeds meer een obstakel gaat vormen voor de plaatbeleving als geheel. Maar wie weet vergis ik me, en zal het nog op z'n plekkie gaan vallen. Mijn belangrijkste bezwaar tegen B&S sinds The Life Pursuit is sowieso de consistentie. Ook als ik bijna elk nummer meer dan goed vind (wat met hun vorige het geval was en met deze weer) wil het geheel voor mij maar nooit echt beklijven, terwijl hun oude platen juist stuk voor stuk zo enorm op zichzelf staan. Maar dat gezegd hebbende, is een groot deel van deze nummers wel weer van aanstekelijk hoog niveau. Vertrouwd klassiek, ('typisch B&S' kan je regelmatig vaststellen, al zijn ze met de jaren een steeds breder pallet gaan bestrijken) maar met genoeg onderscheidende elementen om het fris en onderscheidend te houden. En met misschien ook wel hun mooiste hoes in lange tijd.
Best Coast - Crazy for You (2010)

4,5
0
geplaatst: 26 augustus 2010, 20:23 uur
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.
Beth Gibbons - Lives Outgrown (2024)

4,5
2
geplaatst: 3 juni 2024, 07:36 uur
Er hangt een vreemd gewicht aan deze plaat: hoe vaak ik hem ook draai, ik blijf het moeilijk vinden om te geloven dat-ie bestaat. Als dingen nét iets anders gelopen waren was-ie er niet geweest, het heeft echt maar een haartje gescheeld, en dat-ie er nou toch is verdienen we eigenlijk niet. Onzin natuurlijk, maar dat zijn gevoelens wel vaker. Het omgekeerde zal eerder het geval zijn: er is hier zo lang aan gesleuteld en overwogen, dat een verschijning (ooit, op een dag) onvermijdelijk was. Dat daar geen enkele haast bij zat, kwam de perfectionering alleen maar ten goede. Is dit een perfecte plaat dan? Gibbon’s delicate stem betovert automatisch alle omringende klanken tot iets heiligs, zou van een loeiende waterkoker nog een requiem maken. Het bijzondere van Lives Outgrown echter is dat de muziek bepaald geen bijzaak is - zoals die op Out of Season stiekem wel een beetje was, constateer ik nu met terugwerkende kracht althans door het contrast hiermee, en ik heb dat altijd een waanzinnig mooi album gevonden, maar vooral omdat het die Stem in een ander muzikaal landschap naar voren bracht dan we bij Portishead gewend waren - maar ditmaal vormen alle elementen net zo’n dwingende samenhang als bij haar mythische band, hoewel dan wel weer volstrekt opzichzelfstaand. De rode draad door ál haar werk blijft die haast tastbare melancholie, die miezert vanzelf goddelijk op ons neder zodra haar stem een ruimte vult. Die stem is vertrouwd maar nooit vanzelfsprekend, al is het maar omdat zij ons gerust een decenniumpje of twee laat smachten tot we haar weer mogen horen. Dat ik dit over twee nachtjes slapen live mag gaan horen, voelt al helemaal als een verkeerd begrepen belofte uit een hemelse koortsdroom. De muziek van deze plaat vormt een universum dat alleen sporadisch naar ander werk lijkt te verwijzen, maar vooral naar zichzelf verwijst. Het bestaat uit contrasten, tussen aards en hemels, licht en donker, groots en intiem, die nergens wringen maar als onbevattelijke vanzelfsprekendheden opgediend worden. Maar het mooiste nog wel: in alle ongrijpbare uniciteit staat dit album ook nog eens vol met melodieën die zich langzaam maar zeker zalig in je hoofd nestelen. Je zou er bijna van gaan geloven dat deze plaat toch echt bestaat...
Big Thief - Double Infinity (2025)

4,5
0
geplaatst: 27 september 2025, 17:07 uur
Na drie weken met dit album geleefd te hebben, denk ik dat ik mijn gedachten erover voldoende gevormd heb om deze te kunnen delen. Op de eerste plaats vind ik het toch wel een verrassend vertrouwd Big Thief-album. Die vertrouwdheid is verrassend omdat alles wat ik erover las en hoorde in aanloop naar de release, juist zo benadrukte hoe 'anders' deze plaat zou zijn. En ook de band zelf lijkt maar al te graag die indruk te willen wekken, meest in het oog springend toch wel met die a-typische fantastisch-foeilelijke hoes. En op zich lijkt het ook wel in de lijn der verwachtingen te liggen, dat wanneer zo'n hecht muzikaal kwartet een bezettingswisseling ondergaat, en het vertrouwde basgeluid inwisselt voor een breed pallet aan gastmuzikanten, dit wel moet leiden tot een grote sonische stap. In hoeverre zou de band zichzelf muzikaal opnieuw uit moeten vinden? Natuurlijk hoor ik de nodige subtiele veranderingen wel, maar zulke subtiele veranderingen zijn er altijd al geweest: élk Big Thief-album is verschillend ten opzichte van elkaar. En ook al is de Big Thief-sound altijd wel direct herkenbaar (en niet alleen vanwege Lenkers typische stemgeluid) hebben ze nooit een tweede Masterpiece of tweede UFOF willen maken. Elke plaat staat op zich, en Double Infinity doet dat duidelijk ook. Maar geen enkel nummer verschilt al te zeer van wat ze al eerder hebben gedaan. En dat hoeft ook helemaal niet, want daarvoor is hun sound te uniek. De genialiteit van Lenkers teksten, gitaarspel en gevoel voor melodie - niet enkel voorbehouden aan haar band, maar ook resulterend in sublieme solowerken - blijven een constante, evenals James' ritmische geluidenpallet en Bucks gitaarsound plus hartverwarmende tweede stem. Die elementen blijven ook op deze plaat de kar trekken, vormen de essentie, het hart en de ziel, en maken dat wat verdwenen en alles wat er zich voor even bij gevoegd heeft tot niet meer (hoewel ook zeker niet minder) dan fascinerende details.
Maar goed, als ieder Big Thief-album zich van elkaar onderscheidt, wat kenmerkt Double Infinity dan? Wel, de band heeft naast gepijnigde en weemoedige songs ook altijd ruimte in hun repertoire geboden voor bedwelmend lieve liedjes waarin harmonie en verbondenheid centraal staan. Op deze plaat voeren die songs de boventoon, waarin de hypnotiserende melodieën soms uitmonden in hippie-achtige mantra's (meest duidelijk nog wel op Grandmother, waarin de legendarische Laraaji de band helpt om steeds verder boven zichzelf uit te stijgen). Maar hoe vredig Adrienne ook klinkt, er blijft altijd een weerhaakje in haar stem zitten, een ingehouden snik, waardoor je die vredigheid niet voor lief zal nemen en een volledig hosanna nét buiten bereik blijft. Dat maakt het ook zo spannend, hoe dat wringt. Haar teksten blijven ook te specifiek persoonlijk om ooit sentimenteel of weeïg te kunnen worden; de klanken kunnen me nog zo meevoeren naar dromerige oorden, haar hemelse stem houdt me verbonden met de grond.
Twee songs wijken af: Happy With You is springerig dan de rest, bijna een new wave-song, en omdat we zulke lyrische overvloed van Adrienne gewend zijn werkt het verrassend spannend als zij het opeens bij twee constant herhaalde regels houdt. Zo verliefd hebben we haar nooit gehoord, dan schieten woorden nu eenmaal ook te kort. Een geslaagd experiment dat nieuwe mogelijkheden opent. En dan is er No Fear, dat behoorlijk duister en dreigend klinkt. Al die zogenaamde lievigheid moet even flink verbleken. En hoe meer ik me voorbereid op dat einde, hoe meer ik er elke keer toch weer van schrik. Nachtmerrie-hoogtepunt van een zoete droom, geniaal.
Double Infinity vind ik misschien wel nog meer dan hun andere platen een solide geheel. Ik merk dat ik minder vaak naar losse tracks teruggrijp - wat ik al een beetje voorvoelde bij de voorproefjes, die wat langs me heen gingen maar zoals verwacht helemaal op hun plek vallen in de albumcontext - dan op hun andere platen het geval was. Nu ben ik ook wel echt een albumluisteraar, maar met name bij Dragon... (die ik voor zo'n rijk en vele kanten opvliegende dubbelaar toch ook wel een verrassend sterk geheel vond) bleef ik ook regelmatig losse liedjes opzetten. Bij DI voel ik die behoefte aanzienlijk minder, maar het werk als geheel (inclusief die vreemde spaarzame contrasten) heeft een magische uitwerking op mij. Ik ben een muzikale veelvraat, maar deze plaat heeft de draaitafel nauwelijks nog kunnen verlaten. Uiteraard zie ik er ook enorm naar uit dit weer live mee te mogen maken, want zoals de ware fan weet zijn Big Thief-albums polaroids die zich op het podium steeds verder blijven ontwikkelen. Maar tot die tijd blijf ik wel zoet met Double Infinity: een toch-wel-typische Big Thief-plaat waar ze - in wat voor vorm dan ook - er nog vele van mogen maken.
Maar goed, als ieder Big Thief-album zich van elkaar onderscheidt, wat kenmerkt Double Infinity dan? Wel, de band heeft naast gepijnigde en weemoedige songs ook altijd ruimte in hun repertoire geboden voor bedwelmend lieve liedjes waarin harmonie en verbondenheid centraal staan. Op deze plaat voeren die songs de boventoon, waarin de hypnotiserende melodieën soms uitmonden in hippie-achtige mantra's (meest duidelijk nog wel op Grandmother, waarin de legendarische Laraaji de band helpt om steeds verder boven zichzelf uit te stijgen). Maar hoe vredig Adrienne ook klinkt, er blijft altijd een weerhaakje in haar stem zitten, een ingehouden snik, waardoor je die vredigheid niet voor lief zal nemen en een volledig hosanna nét buiten bereik blijft. Dat maakt het ook zo spannend, hoe dat wringt. Haar teksten blijven ook te specifiek persoonlijk om ooit sentimenteel of weeïg te kunnen worden; de klanken kunnen me nog zo meevoeren naar dromerige oorden, haar hemelse stem houdt me verbonden met de grond.
Twee songs wijken af: Happy With You is springerig dan de rest, bijna een new wave-song, en omdat we zulke lyrische overvloed van Adrienne gewend zijn werkt het verrassend spannend als zij het opeens bij twee constant herhaalde regels houdt. Zo verliefd hebben we haar nooit gehoord, dan schieten woorden nu eenmaal ook te kort. Een geslaagd experiment dat nieuwe mogelijkheden opent. En dan is er No Fear, dat behoorlijk duister en dreigend klinkt. Al die zogenaamde lievigheid moet even flink verbleken. En hoe meer ik me voorbereid op dat einde, hoe meer ik er elke keer toch weer van schrik. Nachtmerrie-hoogtepunt van een zoete droom, geniaal.
Double Infinity vind ik misschien wel nog meer dan hun andere platen een solide geheel. Ik merk dat ik minder vaak naar losse tracks teruggrijp - wat ik al een beetje voorvoelde bij de voorproefjes, die wat langs me heen gingen maar zoals verwacht helemaal op hun plek vallen in de albumcontext - dan op hun andere platen het geval was. Nu ben ik ook wel echt een albumluisteraar, maar met name bij Dragon... (die ik voor zo'n rijk en vele kanten opvliegende dubbelaar toch ook wel een verrassend sterk geheel vond) bleef ik ook regelmatig losse liedjes opzetten. Bij DI voel ik die behoefte aanzienlijk minder, maar het werk als geheel (inclusief die vreemde spaarzame contrasten) heeft een magische uitwerking op mij. Ik ben een muzikale veelvraat, maar deze plaat heeft de draaitafel nauwelijks nog kunnen verlaten. Uiteraard zie ik er ook enorm naar uit dit weer live mee te mogen maken, want zoals de ware fan weet zijn Big Thief-albums polaroids die zich op het podium steeds verder blijven ontwikkelen. Maar tot die tijd blijf ik wel zoet met Double Infinity: een toch-wel-typische Big Thief-plaat waar ze - in wat voor vorm dan ook - er nog vele van mogen maken.
Big Thief - Dragon New Warm Mountain I Believe in You (2022)

5,0
2
geplaatst: 11 februari 2022, 22:56 uur
Ik zal maar eerlijk zijn: ik was een beetje bang voor dit album. Niks wat deze band uitbracht (inclusief Adrianne's solowerk) vind ik minder dan fantastisch, en ik vond ze eigenlijk alleen maar beter worden. Hun concert in Paradiso was mijn laatste concert voor de lockdown, waardoor ik sindsdien nog eens extra warme emoties koester bij de muziek (hoewel het solo-optreden van Adrianne in de Tolhuistuin een jaar eerder nóg mooier was, ik denk wel in de top drie concerten die ik ooit zag!). Maar van al die eerder uitgebrachte nummers van dit album (steeds weer nam ik me voor niet te luisteren, steeds weer won de nieuwsgierigheid het toch) vond ik slechts een stuk of twee van hun vertrouwde niveau. De rest klonk aardig, vermakelijk, schattig, interessant, maar drong niet door tot m'n ziel zoals ik van ze gewend was. Ze voelden teveel als losse flarden. Stiekem hoopte ik dat die nummers in de albumcontext op hun plek zouden vallen, en goddank, dat doen ze ook. En hóe! Juist de nummers die ik het minste vond, springen er nu voor mij uit. Grappig toch hoe die dingen kunnen werken.
Het album is in al z'n licht-desoriënterende semi-spontane whitealbumesque potpourriheid aan stijlen, sferen en emoties, toch werkelijk een onontkoombaar en indrukwekkend beklijvend geheel. Alles achter elkaar op Spotify (zonde dat ze hem daar niet doormidden hebben gehakt) is wel een érg lange zit. Maar op elpee klopt-ie helemaal. Is in principe natuurlijk een even lange zit, maar door het opstaan en omdraaien is het toch alsof je steeds omslaat naar een volgend hoofdstuk in een boek. En dit is een boek om in te verdwijnen. Met prachtige teksten (ook daar weer volop contrast: van pastorale prenten naar dagelijkse beslommeringen), klanken die indringende bevreemding laten bestaan naast haast koddige maar toch zo welgemeend liefdevolle traditionaliteit, en melodieën die altijd al bestaan lijken te hebben zonder dat iemand ze ooit hoorde. Wat een eervol genot om dit viertal te mogen volgen op alle eigenzinnige kronkelwegen dat ze inslaan zonder zichzelf ooit uit het oog te raken.
Voor een volgende plaat zal ik niet meer bang zijn, mijn vertrouwen in Big Thief is krachtiger dan ooit. Dit album is een onwaarschijnlijk universumpje om dankbaar diep in weg te zakken.
Het album is in al z'n licht-desoriënterende semi-spontane whitealbumesque potpourriheid aan stijlen, sferen en emoties, toch werkelijk een onontkoombaar en indrukwekkend beklijvend geheel. Alles achter elkaar op Spotify (zonde dat ze hem daar niet doormidden hebben gehakt) is wel een érg lange zit. Maar op elpee klopt-ie helemaal. Is in principe natuurlijk een even lange zit, maar door het opstaan en omdraaien is het toch alsof je steeds omslaat naar een volgend hoofdstuk in een boek. En dit is een boek om in te verdwijnen. Met prachtige teksten (ook daar weer volop contrast: van pastorale prenten naar dagelijkse beslommeringen), klanken die indringende bevreemding laten bestaan naast haast koddige maar toch zo welgemeend liefdevolle traditionaliteit, en melodieën die altijd al bestaan lijken te hebben zonder dat iemand ze ooit hoorde. Wat een eervol genot om dit viertal te mogen volgen op alle eigenzinnige kronkelwegen dat ze inslaan zonder zichzelf ooit uit het oog te raken.
Voor een volgende plaat zal ik niet meer bang zijn, mijn vertrouwen in Big Thief is krachtiger dan ooit. Dit album is een onwaarschijnlijk universumpje om dankbaar diep in weg te zakken.
Bill Callahan - Apocalypse (2011)

4,5
0
geplaatst: 26 mei 2011, 18:07 uur
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.
Bill Callahan - Dream River (2013)

5,0
0
geplaatst: 30 september 2013, 11:57 uur
Godverdomme, wat houd ik toch van deze dromerige brombeer! Soms luister ik tijden niet naar hem, maar een nieuwe plaat is voor mij altijd weer reden om mij in dat heerlijk rijke oeuvre van hem onder te dompelen. Zelfs zijn mindere platen weten ontroering en een brede glimlach bij mij op te roepen, maar Dream River behoort wat mij betreft tot zijn allergrootste meesterwerken. Hij durft hier iets neer te zetten wat maar weinig artiesten gegeven is: oprecht romantische muziek maken, zonder dat het klef of uitgekauwd wordt. Integendeel, het is volstrekt oorspronkelijk hoe hij de liefde bezingt. Gebruikmakend van een zeer traditionele sound, dat wel, maar omgevormd tot iets wat alleen door hem gemaakt had kunnen zijn. Veel van zijn oude platen zou ik als 'bitterzoet' omschrijven, maar het bitter is hier opvallend dun gezaaid, terwijl zijn vertelkracht weidser is dan ooit. De muziek volgt altijd zijn woorden, maar op een volstrekt andere manier dan bij traditionele singer-songwriters het geval is. Waar de focus op tekst er immers doorgaans voor zorgt dat de muziek repititief wordt, daar kronkelen de klanken, melodieeen en arrangementen als een rivier onder deze hartverwarmende stem heen en raak je er daardoor nooit op uitgeluisterd. Alleen in Summer Painter steekt er een fikse storm op, waardoor de kabbelende aard van dit album alleen maar nog meer aan diepte wint. Wát een verliefmakende plaat, wát een muzikale dichter!
Bill Callahan - Resuscitate! (2024)

4,0
0
geplaatst: 9 augustus 2024, 09:58 uur
YTI⅃AƎЯ is een plaat die mij een aantal luisterbeurten volledig in de ban hield, maar waar ik daarna steeds minder behoefte merkte te voelen om hem op te zetten. Het is een prachtige maar ook taaie plaat, en hetzelfde kan gezegd worden van de laatste keer dat ik Bill live zag, op deze tour. Gewoonlijk heeft hij weinig meer nodig dan die Stem en een gitaar om mij helemaal zijn wereld in te slepen, maar nu freakten hij en zijn band lekker door op een soms welhaast jazzy manier wat ik op papier te gek zou moeten vinden, al was het maar dat het altijd toe te juichen is als een artiest zo ver in zijn carrière de behoefte blijft voelen zichzelf uit te dagen. Het is ook zeker niet dat ik van deze kant van Bill niet genieten kan, maar dan met een stuk meer afstand dan ik normaal met hem heb.
Al met al had ik van deze liveplaat niet al te hoge verwachtingen, maar op de een of andere manier lijkt het wel alsof wat hij in zijn hoofd had met deze nummers nu pas écht op mij overkomt en zo het kwartje valt. Ik voel geen afstandelijke bestudeerdheid meer, maar een meeslepende en ook wel ontwapenende wildheid. Wellicht ligt het niet alleen aan mij en bemerkten Bill en zijn topmuzikanten op deze avond het vuur en de magie die nooit vanzelfsprekend, nooit zomaar te vangen zijn, in hun naakte zielen naar voren komen. Daarmee is deze release, in tegenstelling tot wat doorgaans het geval is met liveplaten, een waardevolle en misschien zelfs essentiële toevoeging aan dit steeds verder uitdijende waanzinnig wonderschone oeuvre waarin het altijd heerlijk verdwalen blijft.
Al met al had ik van deze liveplaat niet al te hoge verwachtingen, maar op de een of andere manier lijkt het wel alsof wat hij in zijn hoofd had met deze nummers nu pas écht op mij overkomt en zo het kwartje valt. Ik voel geen afstandelijke bestudeerdheid meer, maar een meeslepende en ook wel ontwapenende wildheid. Wellicht ligt het niet alleen aan mij en bemerkten Bill en zijn topmuzikanten op deze avond het vuur en de magie die nooit vanzelfsprekend, nooit zomaar te vangen zijn, in hun naakte zielen naar voren komen. Daarmee is deze release, in tegenstelling tot wat doorgaans het geval is met liveplaten, een waardevolle en misschien zelfs essentiële toevoeging aan dit steeds verder uitdijende waanzinnig wonderschone oeuvre waarin het altijd heerlijk verdwalen blijft.
Bill Callahan - YTI⅃AƎЯ (2022)
Alternatieve titel: Reality

4,5
0
geplaatst: 16 oktober 2022, 18:16 uur
Ome Bill, zo'n artiest die eens in de zoveel tijd een nieuwe plaat uitbrengt, en waar ik dan altijd eens goed voor ga zitten/liggen met een glaasje wijn of een kopje thee en een jointje erbij, benieuwd wat de beste man nu weer te vertellen heeft. Een lach en een traan zijn altijd wel gegarandeerd, met zo nu en dan wat erupties kippenvel. De laatste paar platen was het huiselijk geluk dat de klok sloeg, en van kleine zaken grote kunst maken zonder in clichés te vervallen is iets wat alleen voor de hele groten is weggelegd. Callahan is zo'n grote, dat wisten we al toen hij nog platen onder de naam (al dan niet tussen haakjes) Smog uitbracht. Ik had me op weer zo'n sobere tevreden plaat ingesteld en dat was ook meer dan prima geweest. Maar heel erg stiekem hoopte ik wel dat hij op een dag weer zou teruggrijpen naar het meer norsige en grauwige, bezwerende of zelfs bedreigende, van eerder werk. En zowaar, op een groot deel van dit album blijkt dat het geval te zijn. Maar 'teruggrijpen' is niet het juiste woord, hoe onmiskenbaar Callahan ook voelt deze plaat-met-moeilijke-titel toch ook wel als weer een nieuwe stap. Ik hoor weliswaar de nodige echo's van Knock Knock, A River Ain't Too Much To Love en (mijn favoriet) Sometimes I Wish We Were An Eagle, en ook wel met regelmaat van die laatste paar 'gelukkige' platen. Maar ik hoor óók een hoop wat ik nooit eerder bij Callahan gehoord heb. Zoals de jazz-freakout in Naked Souls dat me in de verte wel wat aan Radiohead's The National Anthem doet denken. Een Radiohead-referentie in een Callahan-bespreking, dat is denk ik bepaald niet iets wat ik me ooit eerder had kunnen inbeelden. Maar geforceerd voelt het allerminst, gewoon weer een nieuwe kleur op zijn prachtige - en naar nu weer blijkt immer uitdijende - pallet. En zo geldt dat voor dit hele album. Het verrast aan alle kanten, maar toch klopt het helemaal. Een zoveelste meesterwerk van deze meester om je in onder te blijven dompelen.
Billie Eilish - Hit Me Hard and Soft (2024)

4,0
11
geplaatst: 10 juni 2024, 23:14 uur
Precies zoals dat hoort begint mijn dertienjarige dochter steeds meer een eigen muzieksmaak te ontwikkelen. Tijdens de afwas laten we elkaar liedjes horen en dat leidt niet altijd tot even groot enthousiasme, toch blijven we het bij elkaar proberen. En gezamenlijke liefdes, zoals The Beatles, Beach Boys, Spinvis en Tame Impala (vruchten van de muzikale opvoeding, en dat is zeker geen gegeven want van een Dylan, Bowie of Radiohead heeft ze nagenoeg nooit iets willen weten), houden vooralsnog gelukkig stand. Van haar 'eigen' ontdekkingen, is Billie Eilish veruit mijn favoriet. Een onbevattelijk idool onder haar generatie, maar tegelijk iemand met een hoogst idiosyncratische stijl. Het had me zo mooi geleken om samen naar een van haar concerten te gaan, maar helaas is dat niet gelukt. Ik dacht dat ik wel goed was in digitale wachtrijen doorkomen, maar vergeleken bij Billie zijn de Caves en Yorkes van deze wereld toch maar hele kleine jochies.
Het heeft aanvankelijk een beetje een smet op dit nieuwe album geworpen, waardoor ik er pas nu met volle aandacht naar kan luisteren. En inmiddels kan ik wel beoordelen dat ik dit als geheel haar beste werk tot dusverre vind. Het debuut is weliswaar haar meest in het oor springend en eigenzinnige, maar ook behoorlijk gefragmenteerd. Op de opvolger staan prachtige nummers, maar klinkt ze vaak iets te 'normaal'. Deze derde vindt wat mij betreft het juiste midden tussen uitdagend en uitgebalanceerd, spannend en ontspannend. In elk nummer gebeurt wel iets onverwachts (soms subtiel, soms grotesk) en toch klopt het allemaal als een bus. En wát een zalige verademing in deze tijden waarin popartiesten never-ending-albums in doodvermoeiende extended versies op ons uitstorten, dat dit zo'n ouderwets afgewogen geheel is van tien tracks die helemaal bij elkaar passen, een logisch rond verhaal vertellen, elkaar optillen, de som meer dan de delen laat zijn. En er is wel meer ouderwets aan deze plaat. Het abstracte pallet wordt zo nu en dan uitgebreid met drums en gitaren, de nummers krijgen soms een schaamteloos epische opbouw. Dat Billie en haar broer meer naar shoegaze en alternatieve rock zijn gaan luisteren, hoor je dan wel terug, maar ze zetten alle invloeden naar hun hand, kiezen nooit de makkelijke weg, maar weten het toch altijd weer als een klok te laten klinken, er vreemd-verleidelijke popmuziek van te brouwen.
Het is allemaal voorbij voor je er erg in hebt en dan zet je 'm gewoon nog een keer op. En dan is-ie wéér een stukje beter, zo merkt mijn dochter ook. Naast het onontkoombare streamen heeft zij een cd-spelertje waar we zo nu en dan een schijfje voor aanschaffen. Uiteraard mag elke toevoeging aan dit intrigerende oeuvre niet ontbreken, van een artiest die we heus ooit nog wel te zien zullen krijgen en die ons vast nog heel lang zal gaan verrassen met haar ontwikkelingen. Mijn dochter en ik blijven het uiteraard op de voet volgen, al dan niet met een afwasborstel in de hand.
Het heeft aanvankelijk een beetje een smet op dit nieuwe album geworpen, waardoor ik er pas nu met volle aandacht naar kan luisteren. En inmiddels kan ik wel beoordelen dat ik dit als geheel haar beste werk tot dusverre vind. Het debuut is weliswaar haar meest in het oor springend en eigenzinnige, maar ook behoorlijk gefragmenteerd. Op de opvolger staan prachtige nummers, maar klinkt ze vaak iets te 'normaal'. Deze derde vindt wat mij betreft het juiste midden tussen uitdagend en uitgebalanceerd, spannend en ontspannend. In elk nummer gebeurt wel iets onverwachts (soms subtiel, soms grotesk) en toch klopt het allemaal als een bus. En wát een zalige verademing in deze tijden waarin popartiesten never-ending-albums in doodvermoeiende extended versies op ons uitstorten, dat dit zo'n ouderwets afgewogen geheel is van tien tracks die helemaal bij elkaar passen, een logisch rond verhaal vertellen, elkaar optillen, de som meer dan de delen laat zijn. En er is wel meer ouderwets aan deze plaat. Het abstracte pallet wordt zo nu en dan uitgebreid met drums en gitaren, de nummers krijgen soms een schaamteloos epische opbouw. Dat Billie en haar broer meer naar shoegaze en alternatieve rock zijn gaan luisteren, hoor je dan wel terug, maar ze zetten alle invloeden naar hun hand, kiezen nooit de makkelijke weg, maar weten het toch altijd weer als een klok te laten klinken, er vreemd-verleidelijke popmuziek van te brouwen.
Het is allemaal voorbij voor je er erg in hebt en dan zet je 'm gewoon nog een keer op. En dan is-ie wéér een stukje beter, zo merkt mijn dochter ook. Naast het onontkoombare streamen heeft zij een cd-spelertje waar we zo nu en dan een schijfje voor aanschaffen. Uiteraard mag elke toevoeging aan dit intrigerende oeuvre niet ontbreken, van een artiest die we heus ooit nog wel te zien zullen krijgen en die ons vast nog heel lang zal gaan verrassen met haar ontwikkelingen. Mijn dochter en ik blijven het uiteraard op de voet volgen, al dan niet met een afwasborstel in de hand.
Blur - The Ballad of Darren (2023)

4,5
0
geplaatst: 23 juli 2023, 00:09 uur
Ik wist niet zo goed wat ik van dit album moest verwachten. De eerste single was mij te poppy, de tweede te stuurloos. Eigenlijk rekende ik op een iets mindere versie van The Magic Whip, wat ik weliswaar een fantastisch en nogal ondergewaardeerd album vind dat alleen wel klinkt alsof de band in elk nummer een andere stijl uitprobeert van z'n eerdere platen, wat ook wel een bepaalde charme heeft. The Ballad Of Darren daarentegen blijkt niet zomaar een verzameling wonderschone liedjes te zijn - die, zoals we van deze band gewend zijn, bij elke luisterbeurt zich verder in je schedel en hart nestelen - maar toch ook wel een behoorlijk opzichzelfstaand geheeltje. Enkele nummers sluiten behoorlijk aan op Albarns solowerken - het subtiel sublieme Everyday Robot's en het onevenwichtigere maar toch ook zeer fraaie The Nearer The Fountain - en zijn tweede plaat met The Good The Bad And The Queen, hier en daar vallen ook wat echo's van Coxon's fantastische nieuwe band The Waeve te horen, maar het geheel voelt toch ook echt wel als een volwaardige volgende stap in de fascinerende evolutie die de band tussen '91 en '03 maakte, met uiteraard die vele jaren aan buitenechtelijke ervaringen aan boord meegenomen. Bij elke luisterbeurt openbaart deze plaat zich meer als een eigenwijs reisje dat de band voor ons heeft uitgestippeld, en waarbij die eerdergenoemde singles overigens perfect op hun plaats vallen. En ligt het aan mij, of is de afsluiter een stiekeme ode aan hun zogenaamde ex-rivalen? Maar dan eindigend op een wijze die eerder doet denken aan het eeuwige voorbeeld van die band, dan wat die band ondanks z'n grote waffel zelf ooit aandurfde, daarmee toch ook wel weer een subtiele diss zijnde. Ik hoop dat dit nog te volgen is... Hoe dan ook: Ik zie ernaar uit om The Ballad Of Darren de komende tijd steeds beter te leren kennen, dit lijkt me nou echt zo'n plaat die steeds meer te bieden blijkt dan je dacht. En het klinkt misschien wat ondankbaar om meteen over een volgende worp te beginnen, maar na zo'n lange tijd is er natuurlijk wel een verlangen naar meer. Juist vanwege de veelzijdigheid van deze band en omdat dit album zo zorgvuldig gestructureerd voelt, zou het mij niet verbazen als er het nodige materiaal ligt dat een totáál andere kant op gaat. We zullen het zien, voorlopig ons maar dankbaar diep hier verder in onderdompelen...
Bob Dylan - Christmas in the Heart (2009)

3,5
0
geplaatst: 5 november 2009, 17:17 uur
Eindelijk! Het is weer eens ouderwets leuk om fan te zijn van Bob Dylan. Waarom? De Ongrijpbare Lul heeft een plaat gemaakt met fijne traditionele kerstliederen waar de tuttigheid vanaf druipt, daarom! Niemand die erop zit te wachten en dat is precies de lol ervan.
Laat ik mezelf even verklaren: sinds zijn plaat Time Out Of Mind uit '97 behoort Dylan definitief tot het establishment, kan hij niets fout meer doen en wordt zijn naam zelfs regelmatig genoemd als mogelijke Nobelprijs-kandidaat. Dat is allemaal weleens anders geweest, zoals een beetje Dylan-fan wel weet. In '65 bezorgde hij zijn oude geiten wollen sokken-publiek een hartaanval door van geëngageerde folk over te stappen naar elektrisch versterkte rock met 'onverstaanbare' teksten. Vier jaar later werd collectieve afschuw uitgesproken over Nashville Skyline, een mierzoete country-plaat waarop Dylan's stem totaal onherkenbaar was. En eind jaren zeventig bekeerde de ooit zo tegen instituties aanschoppende lieveling van links zich dan ook nog eens tot het Christendom en zong een aantal jaren uitsluitend over de Heer. Al met al, het is niet altijd even makkelijk geweest om Bob Dylan-fan te zijn. Maar de afgelopen twaalf jaar, zo ongeveer vanaf de tijd dat ondergetekende Blonde On Blonde in zijn moeders platenkast ontdekte, was het dat dus wél. Misschien wel iets té makkelijk naar mijn smaak.
Dylan's recente platen Love & Theft (2001), Modern Times (2006) en het eerder dit jaar verschenen Together Through Life zijn uiterst solide en kunnen onmogelijk iemand in het harnas jagen, of je zou weinig op moeten hebben met een stem die klinkt als een achterlijke oom van Tom Waits die in een dronken bui een lading kiezelstenen heeft ingeslikt. Maar iedereen, van VPRO-intellectuelen tot Hells Angels (bij het concert twee jaar geleden in de Heineken Music Hall stond ik precies tussen deze twee groepen in), omarmt dit Monument alsof het zijn persoonlijke God is. Mede dankzij een onophoudbare stroom boeken en films vond een enorme herwaarding van alle Dylan-platen plaats, waaronder óók het ooit zo controversiële country- en gospel-werk. Dat er bij nader inzien nooit één Dylan was, maar altijd wel een paar die haaks op elkaar stonden, werd een algemeen geaccepteerd feit en droeg alleen maar bij aan het mysterie van de legende. Maar achteraf is het wellicht alleen maar makkelijk praten. Ik wil als fan juist dat het mij ook eens moeilijk wordt gemaakt. Wel, die tijd zou nu eens heel goed gekomen kunnen zijn.
Maar helaas, het droevige feit wil dat ik niets maar dan ook helemaal niets tegen kersliedjes heb. Sterker nog, ik ben er dol op! Bing Crosby, Phil Spector, John Lennon, Elvis, Sinatra, Slade, Wham!, Mariah Carey... Ik draai hun kerstliederen het hele jaar door. Zo gauw ik die typische belletjes hoor wordt ik heerlijk mistroostig en u weet hoe ik ben, daar kan ik geen genoeg van krijgen. En weet Dylan iets aan deze oneindige muziek-traditie toe te voegen? Zijn stem natuurlijk! Met gruizig plezier werk hij zich door vijftien tracks heen. Geen eigen liedjes, maar deels covers en deels traditionals. Overbekende neurieliedjes uit ons collectieve kerstbewustzijn, voor de miljardste keer opgenomen en waarom ook niet.
Dylan werkt met dezelfde band als op zijn laatste paar albums en die muzikanten weten als geen ander hoe je ouderwets jazzy swingen moet. Dat gebeurt dan ook op nummers als Here Comes Santa Claus en Winter Wonderland. Een zeer traditioneel zangkoor (typisch kerst!) vormt een goddelijk contrast met Dylan's heerlijke gekraak. Het mij onbekende The Christmas Blues is - zoals de naam al aangeeft - een fijn bluesje en klinkt voor mij, samen met de karikaturale Hawaï-sound van Christmas Island - als het minst kerstige van deze liedjes. Must Be Santa is lekker belachelijke oempa loempa-polka, waarop Ome Bob zich eens helemaal mag laten gaan. De rest van de nummers is precies wat je ervan mag verwachten, niet meer maar toch ook zeker niet minder. Alleen in de wel héél erg traditionele songs zoals Hark the Herald Angels Sing, O' Come All Ye Faithful en O' Little Town of Bethlehem verslapt mijn aandacht enigszins. Je moet wel heel erg van Kerst én Dylan houden om die vaker dan een keer te willen horen. Ik houd van Dylan en ik houd van kerst, maar er blijven natuurlijk altijd grenzen. Maar Dylan's renditie van kalkoen-kraker Have Yourself A Merry Little Christmas is dan weer hartverwarmend mooi, écht waar, evenals het heerlijk melancholische I'll Be Home For Christmas en de onvermijdelijke klassiekers Do You Hear What I Hear? en Little Drummer Boy. Als je deze liedjes beluistert weet je wat je altijd al stiekem dacht: de Kerstman is een doorrookte romantische chagerijn, de Kerstman ís Bob Dylan. De opbrengsten van deze cd gaan bovendien naar een goed doel, zoals nu eenmaal bij de kerst-gedachte hoort.
Maar het grootste kerstcadeau (en dat al begin November!) is toch wel dat Dylan weer eens prettige verdeelheid onder zijn fans heeft gezaaid, de fans die het afgelopen decennium zo vermoeiend eensgezind waren. Een deel beweert dat Dylan zijn ziel heeft verkocht aan de meest kapitalistische en Amerikaanse uitvinding van de mensheid: de kerst-industrie. Een ander deel beweert dat Dylan altijd al een vlijmscherp ironicus is geweest. De échte fijnproever zoals u en ik weet natuurlijk dat beide groepen volkomen ongelijk hebben. Dylan doet gewoon wat hij altijd gedaan heeft: hij doet waar hij zin in heeft en laat het denkwerk aan ons over. Gelukkig maar, hebben wij tenminste weer eens wat te doen! En Christmas In The Heart is simpelweg een hartstikke leuke plaat die je - eerlijk is eerlijk - natuurlijk nooit op gaat zetten, maar waarvan het toch wel heel erg tof is dat-ie er is.
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Laat ik mezelf even verklaren: sinds zijn plaat Time Out Of Mind uit '97 behoort Dylan definitief tot het establishment, kan hij niets fout meer doen en wordt zijn naam zelfs regelmatig genoemd als mogelijke Nobelprijs-kandidaat. Dat is allemaal weleens anders geweest, zoals een beetje Dylan-fan wel weet. In '65 bezorgde hij zijn oude geiten wollen sokken-publiek een hartaanval door van geëngageerde folk over te stappen naar elektrisch versterkte rock met 'onverstaanbare' teksten. Vier jaar later werd collectieve afschuw uitgesproken over Nashville Skyline, een mierzoete country-plaat waarop Dylan's stem totaal onherkenbaar was. En eind jaren zeventig bekeerde de ooit zo tegen instituties aanschoppende lieveling van links zich dan ook nog eens tot het Christendom en zong een aantal jaren uitsluitend over de Heer. Al met al, het is niet altijd even makkelijk geweest om Bob Dylan-fan te zijn. Maar de afgelopen twaalf jaar, zo ongeveer vanaf de tijd dat ondergetekende Blonde On Blonde in zijn moeders platenkast ontdekte, was het dat dus wél. Misschien wel iets té makkelijk naar mijn smaak.
Dylan's recente platen Love & Theft (2001), Modern Times (2006) en het eerder dit jaar verschenen Together Through Life zijn uiterst solide en kunnen onmogelijk iemand in het harnas jagen, of je zou weinig op moeten hebben met een stem die klinkt als een achterlijke oom van Tom Waits die in een dronken bui een lading kiezelstenen heeft ingeslikt. Maar iedereen, van VPRO-intellectuelen tot Hells Angels (bij het concert twee jaar geleden in de Heineken Music Hall stond ik precies tussen deze twee groepen in), omarmt dit Monument alsof het zijn persoonlijke God is. Mede dankzij een onophoudbare stroom boeken en films vond een enorme herwaarding van alle Dylan-platen plaats, waaronder óók het ooit zo controversiële country- en gospel-werk. Dat er bij nader inzien nooit één Dylan was, maar altijd wel een paar die haaks op elkaar stonden, werd een algemeen geaccepteerd feit en droeg alleen maar bij aan het mysterie van de legende. Maar achteraf is het wellicht alleen maar makkelijk praten. Ik wil als fan juist dat het mij ook eens moeilijk wordt gemaakt. Wel, die tijd zou nu eens heel goed gekomen kunnen zijn.
Maar helaas, het droevige feit wil dat ik niets maar dan ook helemaal niets tegen kersliedjes heb. Sterker nog, ik ben er dol op! Bing Crosby, Phil Spector, John Lennon, Elvis, Sinatra, Slade, Wham!, Mariah Carey... Ik draai hun kerstliederen het hele jaar door. Zo gauw ik die typische belletjes hoor wordt ik heerlijk mistroostig en u weet hoe ik ben, daar kan ik geen genoeg van krijgen. En weet Dylan iets aan deze oneindige muziek-traditie toe te voegen? Zijn stem natuurlijk! Met gruizig plezier werk hij zich door vijftien tracks heen. Geen eigen liedjes, maar deels covers en deels traditionals. Overbekende neurieliedjes uit ons collectieve kerstbewustzijn, voor de miljardste keer opgenomen en waarom ook niet.
Dylan werkt met dezelfde band als op zijn laatste paar albums en die muzikanten weten als geen ander hoe je ouderwets jazzy swingen moet. Dat gebeurt dan ook op nummers als Here Comes Santa Claus en Winter Wonderland. Een zeer traditioneel zangkoor (typisch kerst!) vormt een goddelijk contrast met Dylan's heerlijke gekraak. Het mij onbekende The Christmas Blues is - zoals de naam al aangeeft - een fijn bluesje en klinkt voor mij, samen met de karikaturale Hawaï-sound van Christmas Island - als het minst kerstige van deze liedjes. Must Be Santa is lekker belachelijke oempa loempa-polka, waarop Ome Bob zich eens helemaal mag laten gaan. De rest van de nummers is precies wat je ervan mag verwachten, niet meer maar toch ook zeker niet minder. Alleen in de wel héél erg traditionele songs zoals Hark the Herald Angels Sing, O' Come All Ye Faithful en O' Little Town of Bethlehem verslapt mijn aandacht enigszins. Je moet wel heel erg van Kerst én Dylan houden om die vaker dan een keer te willen horen. Ik houd van Dylan en ik houd van kerst, maar er blijven natuurlijk altijd grenzen. Maar Dylan's renditie van kalkoen-kraker Have Yourself A Merry Little Christmas is dan weer hartverwarmend mooi, écht waar, evenals het heerlijk melancholische I'll Be Home For Christmas en de onvermijdelijke klassiekers Do You Hear What I Hear? en Little Drummer Boy. Als je deze liedjes beluistert weet je wat je altijd al stiekem dacht: de Kerstman is een doorrookte romantische chagerijn, de Kerstman ís Bob Dylan. De opbrengsten van deze cd gaan bovendien naar een goed doel, zoals nu eenmaal bij de kerst-gedachte hoort.
Maar het grootste kerstcadeau (en dat al begin November!) is toch wel dat Dylan weer eens prettige verdeelheid onder zijn fans heeft gezaaid, de fans die het afgelopen decennium zo vermoeiend eensgezind waren. Een deel beweert dat Dylan zijn ziel heeft verkocht aan de meest kapitalistische en Amerikaanse uitvinding van de mensheid: de kerst-industrie. Een ander deel beweert dat Dylan altijd al een vlijmscherp ironicus is geweest. De échte fijnproever zoals u en ik weet natuurlijk dat beide groepen volkomen ongelijk hebben. Dylan doet gewoon wat hij altijd gedaan heeft: hij doet waar hij zin in heeft en laat het denkwerk aan ons over. Gelukkig maar, hebben wij tenminste weer eens wat te doen! En Christmas In The Heart is simpelweg een hartstikke leuke plaat die je - eerlijk is eerlijk - natuurlijk nooit op gaat zetten, maar waarvan het toch wel heel erg tof is dat-ie er is.
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Bob Dylan - Fragments: Time Out of Mind Sessions (1996-1997) (2023)
Alternatieve titel: The Bootleg Series Vol. 17

9
geplaatst: 27 januari 2023, 19:13 uur
Ik heb altijd behoord tot de relatief kleine groep Dylan-fans, die geen enkel probleem had met Lanois’ productie op TOOM. Sterker nog: ik vind die spookachtige sound perfect passen bij de thematiek, het maakt deze plaat nou juist zo’n bijzonder opzichzelfstaand werk (zowel binnen dit mythische oeuvre, als überhaupt) voor mij. Op een remix zat ik dus ook niet per se te wachten. Maar ik moet zeggen: nooit eerder ben ik zó geraakt door deze plaat, dan toen ik hem vanmiddag met enige scepsis tijdens het afwassen op koptelefoon beluisterde. Tranen met tuiten boven het teiltje. De bevreemding is weg, het klinkt nu natuurlijker en organischer maar zeker niet minder bijzonder, nee, juist door die ‘normalisering’ komen deze prachtsongs des te harder aan! Of zou meespelen dat ook ik weer een paar jaartjes ouder ben? De rest van deze schijven bewaar ik voor later, voorlopig eerst maar eens vollop vol verwondering dit meestwerkje blijven herontdekken. Wat een bijzondere luxe dat dat nu opeens kan, en deze twee versies (net als bijvoorbeeld Blood On The Tracks en de New York Sessions, al gaat het daar natuurlijk om daadwerkelijk andere uitvoeringen, vind ik het qua gevoel toch vergelijkbaar) voor altijd naast elkaar blijven bestaan.
Bob Dylan - Together Through Life (2009)

4,5
0
geplaatst: 24 april 2009, 02:13 uur
Dit wordt geen recensie van de nieuwe Bob Dylan. Die heb ik immers nog maar drie keer gehoord en dat is natuurlijk te weinig om er een oordeel over te kunnen fellen. Wel kan ik zeggen dat het een plaat met een erg warm en ouderwets geluid is, met veel accordeon, mandoline en pedal steel. Dylan klinkt ook iets beter bij stem dan op zijn vorige twee albums, maar dat zegt natuurlijk ook weer niet al te veel. Hij klinkt vooral wat meer verbeten en dat vind ik hoe dan ook erg fijn. Er stonden de laatste tijd veel grote artikelen over Together Through Life in de kranten en bladen, maar die heb ik bewust genegeerd. Zijn vorige album Modern Times stelde mij namelijk nogal teleur, toen ik het reeds overal als meesterwerk uitgeroepen had zien worden voordat ik nog maar een noot gehoord had. Inmiddels vind ik dat overigens een zeer puike plaat, maar ik kan mijn teleurstelling goed begrijpen. Dylan's laatste echte meesterwerk, Time Out Of Mind uit '97, was een zeer duister en diepzinnig album. Het ging geestelijk en lichamelijk dan ook niet erg goed met Dylan in die tijd en hij dacht dat hij niet lang meer te leven had. Sinds die plaat lijkt hij echter een nieuwe energie gevonden te hebben en maakt hij muziek die opvallend luchtig klinkt en vooral heel erg ouderwets is, teruggrijpend naar allerhande typisch Amerikaanse tradities (blues, country, swing-jazz, tex-mex etc.). Ik heb altijd meer van de donkere dan van de zonnige kant van Dylan gehouden. Blood On The Tracks is dan ook mijn favoriete Dylan-album en een desolatere plaat is nauwelijks denkbaar. Inmiddels heb ik mij erbij neergelegd dat Dylan nu eenmaal niet meer zo'n soort plaat zal maken en geniet ik gewoon van de laatste bespiegelingen die hij met de wereld te delen heeft. Zo zingt hij op Together Through Life: 'I'm listening to Billy Joe Shaver / I'm reading James Joyce / Some people they tell me / I've got the blood of the land in my voice'. De muziek is aangenaam kabbelend, maar wat schuilt er onder de oppervlakte? Wat heeft Sir Bobness ons dit keer allemaal te vertellen? Een nieuwe plaat van hem is toch altijd weer een kubus waar je dagen mee kan spelen. Ik zal er de komende tijd ieder geval zoet mee zijn. En een echte recensie volgt natuurlijk nog.
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Bron: http://kasblog.punt.nl/
Bon Iver - Bon Iver, Bon Iver (2011)

5,0
0
geplaatst: 8 juli 2011, 16:06 uur
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.
Bonnie Prince Billy - Wolfroy Goes to Town (2011)

4,0
0
geplaatst: 27 oktober 2011, 17:00 uur
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik gisteren dit album besproken, beluister het hier.
Boo Boos - Young Love (2025)

0,5
1
geplaatst: 27 september 2025, 17:56 uur
Waar de fuck denkt E dat hij mee bezig is??
Wie mij een beetje kent weet dat ik een ware E-apologeet ben, ook op deze site ben ik de laatste jaren zijn vele wisselvallige platen met verve blijven verdedigen. Want ook al konden ze steeds moeilijker in de schaduw staan van zijn klassiekers uit de periode ‘92 - ‘09, bevatten ze toch altijd wel een paar bijna-briljante songs die herinnerden aan zijn oude niveau en mij hoop lieten blijven houden dat hij op een dag de geest weer een beetje terug zou weten te vinden. Maar met dit project heeft hij een grens bereikt, althans bij mij. Dit is werkelijk met afstand het verschrikkelijkste dat ik in tijden gehoord heb.
De muziek an sich (een soort SkyRadio-versie van Eels) is al tenenkrommend genoeg, maar de stem van die zangeres is totáál onuitstaanbaar. En als ze dan ook nog eens geestig willen doen, brrrr.....
En dan te bedenken dat ik E altijd tot een van de meest geestige artiesten ooit heb gerekend, als hij dan daadwerkelijk zo’n Intros and Outros ludiek genoeg acht om het bierfiltje te verlaten, dan gaat er toch wel echt iets grondig mis in dit universum. Nou waren er op zich al wat tekenen in het nieuws enzo die daarop wezen, maar nu kan er toch echt geen misverstand meer over bestaan: we zitten in de shit.
Ik heb deze plaat maar liefst twee keer beluisterd, omdat ik het de eerste keer gewoonweg niet kon bevatten. En de gedachten die mij tijdens het luisteren constant plagen zijn: 1. Zat iemand hier nou echt op te wachten? En 2: Wat voor iemand zou dat in hemelsnaam zijn?
Dat ik, die zó van E houdt (en op zich dit genre van bitterzoetgevooisde duetten op z'n tijd best kan waarderen, als het tenminste goed uitgevoerd wordt, met een beetje bezieling en overtuiging alstublieft, en o, ook een beetje goede liedjes toch graag en prettige stemmen die niet volledig met elkaar vloeken, als dat niet teveel gevraagd is...), dat ik die persoon ieder geval niet ben, moge bij dezen denk ik wel duidelijk wezen.
Wie mij een beetje kent weet dat ik een ware E-apologeet ben, ook op deze site ben ik de laatste jaren zijn vele wisselvallige platen met verve blijven verdedigen. Want ook al konden ze steeds moeilijker in de schaduw staan van zijn klassiekers uit de periode ‘92 - ‘09, bevatten ze toch altijd wel een paar bijna-briljante songs die herinnerden aan zijn oude niveau en mij hoop lieten blijven houden dat hij op een dag de geest weer een beetje terug zou weten te vinden. Maar met dit project heeft hij een grens bereikt, althans bij mij. Dit is werkelijk met afstand het verschrikkelijkste dat ik in tijden gehoord heb.
De muziek an sich (een soort SkyRadio-versie van Eels) is al tenenkrommend genoeg, maar de stem van die zangeres is totáál onuitstaanbaar. En als ze dan ook nog eens geestig willen doen, brrrr.....
En dan te bedenken dat ik E altijd tot een van de meest geestige artiesten ooit heb gerekend, als hij dan daadwerkelijk zo’n Intros and Outros ludiek genoeg acht om het bierfiltje te verlaten, dan gaat er toch wel echt iets grondig mis in dit universum. Nou waren er op zich al wat tekenen in het nieuws enzo die daarop wezen, maar nu kan er toch echt geen misverstand meer over bestaan: we zitten in de shit.
Ik heb deze plaat maar liefst twee keer beluisterd, omdat ik het de eerste keer gewoonweg niet kon bevatten. En de gedachten die mij tijdens het luisteren constant plagen zijn: 1. Zat iemand hier nou echt op te wachten? En 2: Wat voor iemand zou dat in hemelsnaam zijn?
Dat ik, die zó van E houdt (en op zich dit genre van bitterzoetgevooisde duetten op z'n tijd best kan waarderen, als het tenminste goed uitgevoerd wordt, met een beetje bezieling en overtuiging alstublieft, en o, ook een beetje goede liedjes toch graag en prettige stemmen die niet volledig met elkaar vloeken, als dat niet teveel gevraagd is...), dat ik die persoon ieder geval niet ben, moge bij dezen denk ik wel duidelijk wezen.
British Sea Power - Valhalla Dancehall (2011)

4,5
0
geplaatst: 7 april 2011, 19:03 uur
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.
Brittany Howard - What Now (2024)

4,0
0
geplaatst: 21 februari 2024, 18:46 uur
Wat een waanzinnig intrigerende en expressieve trip is deze plaat zeg! Brittany's stem was altijd al veel te bijzonder voor haar toffe maar ook wat stoffige bandje, op voorganger Jaime hoorde je haar muzikale zoektocht wat enige perfecte nummers opleverde en verder veel spannende probeersels. Deze opvolger klonk mij in eerste instantie ook als een spannend probeersel in de oren, maar begint per luisterbeurt steeds perfectere vormen aan te nemen. Het knapst vind ik nog wel dat haar unieke stem (echt een van de sterkste strotten van deze tijd) nergens de muziek naar de achtergrond duwt, al was het compleet begrijpelijk geweest als dat wel gebeurde. Maar nee, zij is niet zomaar een zangeres, ze is een muzikant/producer/songschrijver met een totaalvisie en die waanzinnige stem is daar maar een onderdeel van; alle klanken tezamen vormen een verslavend geheel dat gelukkig nooit helemaal op z'n plek valt, waardoor dit perfectie is van het soort dat nooit kan gaan vervelen.
Broadcast - Distant Call (2024)
Alternatieve titel: Collected Demos 2000 - 2006

4,5
2
geplaatst: 1 oktober 2024, 07:51 uur
Deze verzamelaar zou in theorie minder interessant moeten zijn dan de vorige, die de schetsen onthulde van wat het vierde Broadcast-album had moeten worden. Ik schreef erover dat ik huiverig was voor die release, omdat het vast enorm droevig zou maken dat we het eindresultaat nooit zouden kunnen horen. De spookachtige magie van Trish' opnamen overstemde echter elk gemis en Spell Blanket voelde al gauw als een volstrekt opzichzelfstaande planeet binnen het Broadcast-universum. Nu is daar dan Distant Call, dat demo's verzamelt uit de periode dat Broadcast nog platen uitbracht. Zoals gezegd, in theorie dus minder interessant, want grotendeels materiaal waarvan we maar al te goed weten hoe het eindresultaat geworden is. Toch blijkt Distant Call zeker geen onbeduidend aanhangsel te zijn, maar toch ook weer een stralend hemellichaampje. Deze demo's voelen namelijk zeker niet als schetsen of aanzetten, maar als absolute perfecties in een parallel universum waarin de elektronica nog moest worden uitgevonden en Trish een mythische folkartieste was. De non-chronologische volgorde werkt waanzinnig goed, zo is het heel sterk om met Tears In The Typing Pool te beginnen, aangezien dat nagenoeg identiek klinkt aan de album-versie en daarmee meteen duidelijk maakt wat een dunne lijn dat kan zijn. Beide postume releases, met zoveel zorg en liefde liefde door Trish' eeuwige muzikale partner James samengesteld, maken samen een oeuvre rond dat nooit zal worden afgesloten, omdat je er eindeloos in kan blijven duiken om muziek te ontdekken die steeds opnieuw volstrekt nieuw voelt en toch altijd bestaan moet hebben.
Broadcast - Spell Blanket (2024)
Alternatieve titel: Collected Demos 2006 - 2009

4,5
0
geplaatst: 1 juni 2024, 13:23 uur
Ik was nogal huiverig voor deze release, want heel erg bang dat ik me constant af zou vragen hoe deze nummers geklonken zouden hebben als ze hun weg hadden mogen vinden naar een volwaardig vierde Broadcast-album, en dat het me constant dubbel weemoedig zou maken, eerst over dat we dit nooit zullen weten, en vervolgens opnieuw maar weer eens over Trish' vroegtijdige einde. Maar eigenlijk zo gauw ik haar toverstem hoor overstemt de, vaak melancholische maar toch altijd gelukzalige, bedwelming al het andere en kan ik niets anders dan dankbaar zijn dat er nog zoveel prachtigs in het vat zat (en zít, met later dit jaar nóg zo'n verzamelaar). Wat een verwennerij dan toch ook eigenlijk. Natuurlijk had een vierde Broadcast-album anders geklonken dan deze demo's, maar misschien toch ook weer niet gek veel anders. Deze spookachtige lo fi-sfeer heeft toch altijd in hun volstrekt eigenzinnige en zo invloedrijke sonische universum een plek gehad. En de bevreemdende geluidsexperimenten die hier de meer traditionelere, soms haast folky, songs afwisselen, maakt dit tot zoveel meer dan een bijeengeraapte collectie, maar echt een consistente en meeslepende opzichzelfstaande trip. De droefheid komt onvermijdelijk achteraf, en is ook dan alleen maar goed. De enige remedie blijft opnieuw opzetten.
