menu

Hier kun je zien welke berichten Kaaasgaaf als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Air - Love 2 (2009)

4,0
Nicolas Godin and Jean-Benoît Dunckel uit Versailles vormen al vijftien jaar Air, een van de beste en meest invloedrijke acts van de electronische popmuziek. Hun tweede plaat, Moon Safari uit 1998, staat bekend als een mijlpaal; een plaat die als voorbeeld heeft gediend en vermoedelijk zal blijven dienen voor vele artiesten in het genre. De kenmerkende dromerig-erotische mix van lounge, lichte jazz, easy-listening en filmmuziek is niet meer weg te denken uit het muzikale landschap. Het Franse duo onderscheidde zich op dit album echter van zijn tijdgenoten en volgelingen doordat het op de eerste plaats zulke beklijvende popliedjes schreef, denk maar aan Kelly Watch The Stars en All I Need. Air was te emotioneel gelaagd, te menselijk, om tot het vlakke escapisme van de lounge-trend van eind jaren negentig gerekend te kunnen worden. Toch lijkt Air voor altijd min of meer geassocieerd te worden met dit soort veredelde muzak. Een nieuwe Air wordt in recensies steevast met Moon Safari vergeleken, alsof dat hun enige echt goede plaat zou zijn. Persoonlijk heb ik juist veel meer met het werk van na dat al dan niet terecht zo bejubelde meesterwerk. De soundtrack voor Sofia Coppola's The Virgin Suicides uit 2000 is ontroerend mooi, het album 10.000 Hz Legend uit 2001 doet in meeslepende epiek niet onder voor Radiohead en Pink Floyd (het wordt niet voor niets weleens 'de Dark Side of The Moon van de electronica' genoemd) en mijn favoriete Air-plaat Talkie Walkie uit 2004 is een van de allerfijnste drugs-platen ooit gemaakt. In 2007 probeerde Air op Pocket Symphony haar twee kanten (de relaxtheid van het oudere werk en de intensiteit van de latere albums) te verenigen en naar mijn smaak resulteerde dit in vleesch noch visch. Op het vorige week verschenen Love 2 wordt de hybride doorgezet, maar komt deze vele malen beter uit de verf dan op zijn voorganger. Menigeen zal blij zijn om te merken dat Air op deze plaat meer dan ooit teruggrijpt naar de sound van Moon Safari. De prettige lulligheid is helemaal terug, luister maar naar die grappige valse blokfluitjes op het broeierige Tropical Disease en het kinderlijke niks-aan-de-handa van Sing Sang Sung. Tegelijk is bijvoorbeeld opener Do The Joy zeer psychedelisch en Be A Bee kan zelfs onheilspellende rock 'n' roll genoemd worden (en doet sterk denken aan Pink Floyd's Lucifer Sam). Love 2 (stomme titel trouwens) is te onsamenhangend om als geheel te kunnen beklijven, maar telt wel uitsluitend sterke tracks en is een mooie toevoeging aan het oeuvre van deze eigenzinnige Fransozen. Goede koptelefoon-muziek voor in een nachttrein, of op een intieme after-party.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Alamo Race Track - Unicorn Loves Deer (2011)

4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

Alela Diane - About Farewell (2013)

5,0
Hoppakee, 5 sterren. Waarom? Ten eerste hield ik al zielsveel van Alela Diane, al waren mijn verwachtingen voor deze nieuw plaat niet bijzonder hoog, want haar vorige (met Wild Divine) vond ik een behoorlijke domper. Ze ging daarop duidelijk voor een andere sound, een stuk gelikter en gemoedelijker, en ik was even bang dat ze haar magie voorgoed kwijt zou zijn geraakt. Ik hoopte stiekem dat er toch nog iets van de schoonheid van The Pirate's Gospel en To Be Stil op deze nieuwe door zou klinken. Dat-ie misschien nog wel genialer is dan die twee platen, had ik dus echt nooit durven dromen. Ten tweede spreekt de thematiek mij bijzonder aan. Het is een echte 'echtscheidingsplaat', in de traditie van bijvoorbeeld Dylan's Blood On The Tracks en Beck's Sea Change. Diane zingt, met die duizelingwekkend mooie stem van haar, een enorm groot verdriet van haar af en het razend knappe is dat zij haar woorden met precisie kiest zonder in clichés te vervallen. En ten derde zijn de melodieën wonderschoon en de arrangementen weelderig, pastoraal, mysterieus, sprookjesachtig, maar nooit overdadig. Elk nummer is een pareltje, dat zich een weg snijdt door je hart. Vergeef mij deze lelijke beeldspraak, maar woorden die zoveel schoonheid willen vangen klinken bij voorbaat stompzinnig. Het is een tijdje terug dat ik heb zitten janken door muziek, - ben sowieso niet zo'n jankerd - maar dit album weet van de eerste tot en met de laatste noot werkelijk alle sluizen bij mij open te breken. Wát een plaat!

Alela Diane - To Be Still (2009)

4,5
Eind vorig jaar schreef ik over de plaat The Silence Of Love van Headless Heroes, waar bijzondere covers van Nick Cave, Vashti Bunyan, I Am Kloot, The Jesus & Mary Chain en Daniel Johnston op stonden. De zangeres van Headless Heroes, Alela Diane uit Nevada, heeft daarnaast onder haar eigen naam twee albums gemaakt waarvan zij zelf de nummers schreef. De eerste heet The Pirate's Gospel en komt uit 2006. Recent kwam haar tweede solo-album uit, getiteld To Be Still. Het zijn beide prachtige tijdloze folk-album, waar haar gitaarspel en bedwelmende stem met country-snik op de voorgrond staan. Soms wordt ze begeleid door een slide-gitaar, banjo of viool en zachte percussie. Het is muziek waar veel lucht en stilte in zit. Het is geen muziek die overdondert, maar Diane's melodieën kabbelen verleidelijk je hoofd binnen en wiegen je mee naar een geisoleerde plek van pure schoonheid, ongerepte natuur en mysterieuze vertellingen.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Animal Collective - Centipede Hz (2012)

4,5
Wow, wat een plaat zeg! Totaal anders dan z'n voorganger, maar dat mag je bij deze band wel verwachten. Hij is heftig, duister, grillig, en toch ook weer heel aanstekelijk. Het klinkt soms ondoordringbaar, maar er blijft per luisterbeurt steeds meer hangen, tot je hele hoofd er vol mee zit. Soms wordt het dan teveel, maar juist van dat teveel is het moeilijk genoeg te krijgen. En per luisterbeurt gaat deze plaat meer op zichzelf staan, ontpopt het zich als een behekste flipperkast uit een andere dimensie waar alle menselijke emoties in gevangen zijn. Het is moeilijk om over deze band te spreken zonder in vage beeldspraak te vervallen, dus misschien dat u niks met deze beschrijving kan, maar dat is hoe ik het voel. Hoe dan ook hebben ze het 'm alwéér geflikt, zoveelste meesterwerk op rij.

Arcade Fire - The Suburbs (2010)

4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vorige week dit album besproken, beluister het hier.

Arctic Monkeys - Humbug (2009)

3,5
Je zal maar Alex Turner heten. Een van de meest bejubelde songschrijvers van je generatie zijn, drie meesterwerken met twee totaal verschillend klinkende bands hebben uitgebracht (post-punk en garagerock met Arctic Monkeys, zwaar georkestreerde sixties-pop met The Last Shadow Puppets) en dan nog maar drieëntwintig lentes jong zijn. Jaloersmakend. En nu is er dan zijn vierde album, de derde met de 'poolapen'. De plaat heet Humbug, een woord dat veelvuldig gebezigd werd door Dickens' Scrooge en zoveel betekent als 'wat een nonsens!'. Scrooge zei het over Kerstmis. Waar zegt Turner het over? Misschien wel over de verwachting een plaat te moeten maken die van alle kanten klopt. Want in tegenstelling tot zijn voorgangers klopt Humbug eigenlijk van geen kanten. En dat werkt opmerkelijk verfrissend. Als Turner iets goed kan is het immers toch wel liedjes schrijven die klinken alsof je ze altijd gekend hebt. En dat soort perfecte songs zijn nauwelijks aanwezig op de nieuwe plaat. Waarschijnlijk had Turner zoiets van: 'Laat ik op zoek gaan naar wat nieuwe geluiden en invalshoeken, ook al betekent het wellicht dat mijn nieuwe album voor de verandering eens niet overal met schreeuwerig enthousiasme de hemel in geprezen wordt.' En het joch heeft natuurlijk gelijk. Josh Homme mocht het werkstuk produceren en zijn invloed is duidelijk terug te horen in de broeierige sfeer, de zompige zanglijnen en het lompe gitaarwerk. Soms klinken de nummers zelfs als een merkwaardige hybride tussen Arctic Monkeys en Queens Of The Stone Age. Opvallend genoeg blijken de twee sterkste songs van de plaat bij de drie enige tracks te behoren die juist níet door Homme, maar door vaste kracht James Ford geproduceerd zijn. Die nummers, Secret Door en Cornerstone, klinken al vanaf de eerste beluistering als heuse britpop-klassiekers, met prachtige melancholische melodieën en ijzersterke teksten. Het ene liedje heeft een hoog Morrissey-gehalte en het andere liedje doet aan de vroege Bowie denken. Geen verkeerde referenties lijkt me zo. Ze herinneren ons eraan wat een groots songschrijver die Turner toch is, voor het geval we dat even mochten vergeten. De rest van het album is onderhoudend, op momenten erg spannend en sfeervol, maar nergens echt beklijvend. Dat geeft niet. Deze artiest mag de tijd nemen zich verder te ontwikkelen, hij heeft immers nog een heel leven aan sterke platen voor zich. Het is mooi om getuige te mogen zijn van het groeiproces van zo'n sympathiek talent.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Arctic Monkeys - Suck It and See (2011)

4,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

Atlas Sound - Logos (2009)

3,5
Er vallen twee dingen op aan Bradford Cox. Ten eerste dat hij een raar lichaam heeft. Hij lijdt aan het Syndroom van Marfan, een aangeboren afwijking van bindweefsel dat ervoor zorgt dat hij graatmager is en hele lange armen, benen en vingers heeft. Dapper dus om voor de cover van zijn nieuwe plaat naakt te poseren. Aan de andere kant hoeft hij zich er niet voor te schamen, want Abraham Lincoln, Sergej Rachmaninov, Robert Johnson en Joey Ramone zijn zomaar wat namen van illustere voorgangers die aan deze ziekte leden. Hij bevindt zich dus ieder geval in goed gezelschap. Het tweede wat opvalt aan Cox en wat natuurlijk veel belangrijker is dan het eerste punt, is dat hij een van de meest productieve muzikanten is van dit moment. Zo bracht hij vorig jaar maar liefst drie albums uit. Twee met zijn band Deerhunter (Microcastle en Weird Era Cont.) en een met z'n solo-project Atlas Sound (het prachtig getitelde Let The Blind Lead Those Who Can See But Cannot Feel). Dit jaar werden we vervolgens verblijd met de hele mooie Deerhunter-EP Rainwater Cassette Exchange, die bij concerten van de band op het hartverwarmende medium cassettebandje gekocht kon worden. En nu is er dan weer een nieuwe langspeler onder de naam Atlas Sound. Althans, nieuw?

Een embryonale versie van Logos, want zo heet het album, lekte vorig jaar reeds tot veel geluk van de fans. Tot minder geluk van Cox zelf, dat dan weer wel. De arme stumperd had op wat verkeerde knopjes van zijn kompjoeter gedrukt en daarmee per abuis het project waaraan hij op dat moment met ziel en zaligheid bezig was de wereld in verzonden. Hij ontstak vervolgens op zijn blog in een felle tirade en zwoer zelfs het album in definitieve vorm nu nooit meer uit te zullen gaan brengen. Ik wilde me graag solidair verklaren en besloot het dan maar niet te downloaden, al was ik bang dat ik dit album nu nooit meer zou horen. Gelukkig komt Logos er nu dan echt, in oktober om precies te zijn. Het album lekte vorige week opnieuw, zoals dat tegenwoordig nu eenmaal gaat. Maar dit keer mocht ik het wél van mezelf downloaden, aangezien het hier immers de 'real deal' betrof. Vanzelfsprekend koop ik de plaat zo gauw hij in de winkel komt te liggen, al was het maar om de collectie compleet te houden.

Productiviteit staat natuurlijk niet garant voor constante kwaliteit. Ik vind Bradford Cox een van de bijzonderste songschrijvers en muzikanten van de afgelopen jaren, maar het is vooral Deerhunter waar ik veel mee heb. De sterke popsongs die deze band verpakt in spannende sferische shoegaze spreken tot de verbeelding, ze nemen je mee naar plekken die tegelijk hemels en benauwend kunnen zijn, escapistisch en confronterend. Atlas Sound streeft een andere esthetiek na. Minder groots, minder meeslepend. Het overrompelt nergens, maar nestelt zich op de beste momenten in het deel van je schedelpan dat tussen waken en slapen briljante gedachten mogelijk maakt. Op de mindere momenten is het niet meer dan aangename achtergrondmuziek. En die lijn lijkt soms aardig dun.

Er staan een aantal fantastische songs op Logos. Van de single Walkabout is het goed te begrijpen dat Cox aan Panda Bear heeft gevraagd de vocalen op zich te nemen, dit zomerse liedje is hem namelijk op het lijf geschreven. Ook de gastbijdrage van Stereolab-zangeres Lætitia Sadier op Quick Canal is zeer passend. Dit lange nummer met fijne oceaan-geluiden en funky bas is bijna 'lounge' te noemen, maar dan in de betere zin des woords. De twee beste songs van het album worden echter gezongen door Cox himself: het folky Attic Lights en het sixties-psychedelische Shelia. Het zijn melodieus sterke nummers, met erg mooie - vergeef mij het woord! - 'wendinkjes'. Ook het melancholische Criminals, het spannende Kid Klimax en het bezwerende My Halo mogen er wezen. Veel goede nummers op deze plaat dus. Maar als geheel toch ook nét iets teveel tracks die nogal richtingloos voortkabbelen. Die teveel storende elementen bevatten om 'ambient' te mogen worden genoemd, maar tegelijk te weinig bieden om als popsong interessant te kunnen zijn. Logos is een moeilijke plaat, maar van Bradford Cox zijn we voorlopig nog niet af. Ik kan niet wachten op de volgende Deerhunter! Hem kennende zal het wel niet al te lang meer duren.


Bron: http://kasblog.punt.nl/

Atlas Sound - Parallax (2011)

4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik deze week dit album besproken, beluister het hier.

Avey Tare - Down There (2010)

4,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik afgelopen donderdag dit album besproken, beluister het hier.

Avi Buffalo - At Best Cuckold (2014)

4,5
Zeer aangename verrassing dit. Het debuut klonk als een vakantieliefde om af en toe met weemoed aan terug te denken, maar het vooruitzicht op een nieuwe ontmoeting maakte maar zenuwachtig. Zou dat charmante hoopje dons in de afgelopen vier jaar niet zijn uitgegroeid tot een saaie zwaan? Gelukkig blijkt elke angst ongegrond te zijn: het nieuwe album mag weliswaar 'volwassener' klinken (net wat gelikter en stukken gelaagder), dat zweverige gevoel van een adolescente nazomer waarin melancholie en euforie samensmelten is gebleven, evenals de prachtige net-niet-valse samenzang en bittergeile teksten, en levert over de gehele linie ook nog eens een hoger pecentage songs op die in een rechtvaardiger universum wereldhits zouden zijn. She Is Seventeen is mijn persoonlijke favoriet: glampop zonder oogschaduw. Maar de hele plaat is van begin tot eind genieten geblazen. Nu maar hopen dat het niet weer vier jaar wachten wordt voor een derde date.