MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Kaaasgaaf als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

J. Bernardt - Contigo (2024)

poster
3,5
Lekker plaatje dit hoor, dat echter wel zoals sommigen hier ook opmerken minder onderscheidend is ten opzichte van Balthazar dan de eerste Bernardt dat was. Ironisch wel, toentertijd vond ik Jinte's solowerk juist onderscheidender dan dat van Maarten, want hoe tof die eerste twee Warhaus-platen ook zijn vond ik dat toch ook wel behoorlijk dicht tegen het 'moederschip' aanliggen. Maar nu lijken de rollen omgedraaid: want de laatste Warhaus is dan weer (in mijn beleving althans) een stuk opzichzelfstaander. Wat beide platen wel gemeen hebben, en toch een fraai accentverschil geven, is het filmische gebruik van strijkers. En ach, Balthazar's platen kwamen ook wel steeds meer in elkaar verlengde te liggen, dus misschien is het ook wel logisch dat de verschillende leden (ik beperk me nu tot de leadzangers, maar voor een Zimmerman geldt dit ook wel min of meer) hierop blijven voortborduren. Ook al is het allemaal misschien weinig verrassend, dit album klinkt wel weer als een klok en de nummers bevatten veel schwung en sfeer. Prima om op te zetten als je even niet weet wat je op moet zetten, maar zin hebt in iets wat goed in elkaar steekt maar niet teveel aandacht vraagt, en zulke platen zijn toch ook altijd meer dan welkom.

Jake Xerxes Fussell - When I’m Called (2024)

poster
4,5
Jake Xerxes Fussell is zo'n artiest die enerzijds elke plaat doodleuk hetzelfde lijkt te doen, en anderzijds elke keer nog zoveel genialer blijkt te zijn geworden in wat van begin af aan al zo steengoed was. Subtiele verrassingen zijn er op dit album wel, zoals het sporadische gebruik van strijkers, maar in essentie is dit Fussell zoals we hem kennen en niet anders willen: in de allerbeste folktraditie een veelheid aan invloeden volstrekt naar zijn hand zetten (de voetnoten zijn weer heerlijk om uit te pluizen, en brachten me in een youtube-konijnenhol-trip van onder meer outsider-renaissanceman Gerald “The Maestro” Gaxiola naar de korale klanken van Benjamin Britten) en dit alles badend in die kenmerkende sound die even droog als weids te noemen is. Een artiest als Fussell zal zich nooit radicaal hoeven te vernieuwen, omdat de rijkdom van zowel zijn materiaal als zijn interpretatiekracht onuitputtelijk zijn en nooit kunnen gaan vervelen. Zodra je wordt blootgesteld aan zijn wiegende gitaarspel en de eeuwenoude bezieling en eeuwig jeugdige verwondering die samenkomen in zijn stem, is er geen enkele andere mogelijkheid dan je er in een nietige staat van ontroering door mee te laten voeren, mijlenver door uitgestrekte landschappen heen en weer terug en dan nog een keer voor nog een ritje zoals de jongen op de cover die blijft kijken hoe het vertrouwde dat hij achter zich laat steeds kleiner wordt, totdat nét voordat het uit zijn zicht verdwijnt hij het heel even eindelijk bevatten kan.

Jane Weaver - Love in Constant Spectacle (2024)

poster
4,5
Wat een indrukwekkend rijk oeuvre heeft deze mevrouw al achter zich liggen en toch blijft ze wat mij betreft per plaat weer een treetje stijgen op de ladder der genialiteit. Deze plaat klinkt meteen vertrouwd door die meeslepende stem en fijnzinnig gelaagde productie, maar staat toch weer volstrekt op zichzelf. Hoe weet zij toch steeds zo het perfecte midden te vinden tussen eigenzinnig- en oorstrelendheid, blijf ik me bij het beluisteren maar afvragen. Ze houdt je meer dan veertig minuten in een hypnotiserende greep, maar laat het geen moment in gefröbel verzanden. Dit is muziek om bij weg te dromen, maar dan wel hele heldere, lucide, dromen. Dromen die verliefdmakend lieflijk zijn, maar waarin ook een bepaalde dreiging op de loer lijkt te liggen die echter nooit de overhand krijgt. Het popgevoel blijft altijd op de voorgrond staan. En het heeft een heldere overkoepelende sfeer, maar elk nummer is ook weer een wereld op zich. Werelden om doorheen te dwalen, op zoek naar iets wat zich steeds nét niet pakken laat; om gelukzalig gek van te raken.

JARV IS... - Beyond the Pale (2020)

poster
4,5
Ik was groot liefhebber van Jarvis' eerste soloplaat (zijn tweede vond ik een stukje minder) en zijn samenwerking met Chilly Gonzales vond ik al helemaal prachtig, maar dit is toch wel echt duidelijk het beste dat hij sinds zijn Pulp-dagen gemaakt heeft. Op momenten doet het me wel wat aan We Love Life denken, de zeer onterecht miskende (door Scott Walker geproduceerde) zwanenzang van Pulp. Heb er nooit iets van begrepen dat die plaat zo weinig lof kreeg, het is weliswaar een buitenbeentje in hun oeuvre maar ik vind het misschien wel hun beste. Qua langgerekte composities, spannende opbouw en grootse arrangementen moet ik dus wel aan die plaat denken bij Beyond The Pale. Maar dit staat toch ook weer compleet op zichzelf. De nummers hebben stuk voor stuk een hypnotiserende groove, waarin Jarvis' vertrouwde hese stem (die altijd zoveel flexibeler blijkt dan je aanvankelijk verwacht) je meeneemt alsof-ie je allemaal geheimen gaat vertellen die je helemaal niet moet willen horen, de koortjes reageren droogkomisch op zijn bekentenissen, en dan volgt er regelmatig een melodieuze wending die je eraan doet herinneren wat een absolute popmeester hij toch is. Dit album heeft ook nog eens de ideale lengte om hem steeds opnieuw in z'n geheel op te willen zetten en er zo makkelijk verslaafd aan te raken, er staat simpelweg geen noot teveel of te weinig op. Beyond The Pale is een plaat om je in onder te dompelen, als een mysterieus maar verkwikkend bad.

Jarvis Cocker - Further Complications (2009)

poster
3,5
Een van de leukste britpopbands van de jaren negentig was natuurlijk Pulp, die op platen als His 'n' Hers, Different Class en This Is Hardcore aanstekelijke meezingbare liedjes wist te combineren met de cynisch-komische teksten van hun zanger, de slungelige ijdeltuit Jarvis Cocker. In 2001 ging de band uit elkaar en sindsdien is Cocker (geen familie van Joe) actief als solo-artiest. Jarvis uit 2006 klonk nog heel erg als Pulp en bevatte zelfs een paar van de sterkste songs die Cocker ooit schreef. Ik verwachtte meer van hetzelfde op zijn tweede plaat en zag er daarom erg naar uit. Was dat even slikken! Further Complications blijkt namelijk een echte rock-plaat te zijn geworden. Niet zo verwonderlijk natuurlijk als je Steve Albini als producer vraagt, de man die bij ondermeer Nirvana en Pixies achter de knoppen zat. Bij Cocker wil je natuurlijk de teksten horen, maar zijn stem zit dit keer soms ver in de mix. Noisy gitaren, beukende drums en soms ook schellende trompetten eisen alle aandacht op. Maar het zijn geen overtuigende liedjes, de melodieën klinken nogal uitgekauwd en ze lijken wat gemakzuchtig in elkaar te zijn gezet. De wat rustigere nummers klinken dan weer erg soulvol, bijna sensueel. Dan is pas goed te horen dat Cocker er als tekstschrijver bepaald niet op achteruit is gegaan. Luister maar naar I Never Said I Was Deep. Wat een heerlijke zak is het toch! Een volgende keer graag meer van dit soort nummers en minder rock. Want die rocksongs klinken mij te inwisselbaar en van Jarvis is er toch echt maar één.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Jason Lytle - Dept. of Disappearance (2012)

poster
4,5
Ah, wat een fijne plaat dit weer! Jason Lytle doet precies hetzelfde als wat hij al vijftien jaar doet. Mag hij dat? Nee, hij MOET. Lytle is een van de weinige artiesten die haast een verplichting hebben zichzelf te herhalen, en dit ook kunnen doen zonder iets aan urgentie te verliezen, juist omdat herhaling zo'n belangrijk thema in hun werk is. En tja, als hij het niet doet, wie zou het dan moeten doen? Meer van hetzelfde heeft zelden zo subliem geklonken als op deze plaat!

Jason Lytle - Yours Truly, the Commuter (2009)

poster
4,5
Een van mijn eerste echt grote muzikale liefdes was de band Grandaddy uit Californië. Het was een gezelschap bebaarde mannen, ernstige alcoholisten naar ik begreep, die begin jaren negentig een volstrekt eigen geluid uitvonden en dat tot drie jaar terug bleven herhalen. Naar mijn idee was dat nooit herhaling uit gemakszucht, eerder uit plichtsbesef. Want wie zou immers dit betoverende en meeslepende geluid moeten brengen als zij het niet deden? Sinds hun laatste album Just Like The Fambly Cat, een waardige zwanenzang, gaapt er voor mij dan ook een groot gat. Maar nu blijkt Jason Lytle, de zanger en voornaamste songschrijver van Grandaddy, een solo-plaat gemaakt te hebben. Nooit was ik mij er zo van bewust dat hij het brein achter Grandaddy was. Deze plaat bewijst van de eerste tot de laatste noot dat hij dat was, want in plaats van zijn naam had er net zo goed 'Grandaddy' op de hoes kunnen staan. Hij mag dit album dan in zijn eentje volgespeeld hebben, er klinkt nauwelijks verschil met het werk van zijn voormalige band. Dezelfde Bachiaanse mineurakkoorden, dezelfde op-of-over-het-randje-van-vals-zittende Neil Young-achtige zang, dezelfde vervreemdende computer-bliepjes, dezelfde sporadische gitaaruitspattingen, dezelfde teksten over verlatenheid en schuldgevoel. Lytle doet waar hij goed in is en mag dat wat mij betreft tot zijn dood blijven doen, onder welke naam dat dan ook moge zijn. De naam van Lytle's plaat is Yours Truly, The Commuter. 'Hetzelfde' is nog nooit zo fijn geweest!

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Jeff Tweedy - Twilight Override (2025)

poster
4,5
Jeff Tweedy kan waarschijnlijk nog in z'n slaap mooie liedjes uit z'n mouw schudden, vandaar dat wat hij maakt nooit vervelend is om te horen. En toch, in tegenstelling tot zijn werk met Wilco, draaide ik zijn soloplaten nooit meer dan een handvol keren en vergat ze dan weer. Mooi, fijn, degelijk, maar nooit echt onderscheidend of voldoende beklijvend, en er is ook zoveel muziek. In deze driedubbelaar stapte ik dan ook met het idee dat ik het voor het idee een keertje in z'n geheel zou luisteren en een paar keer in stukjes, dat er dan misschien een liedje of drie de moeite waard zou blijken om te bewaren in een playlist. Maar dit album blijkt een magische uitwerking te hebben: elke keer dat ik 'm opzet, ook al ben ik van plan hem gedoseerd (zeg maar per deel) tot mij te nemen, lukt het mij niet hem af te zetten en vliegen die twee uur zo voorbij. En dat terwijl het toch op het eerste gehoor een weinig afwisselende luistertrip betreft: het is allemaal uiterst sober en klein. Tweedy doet niks geks, hij klinkt geheel als zichzelf zoals hij altijd gedaan heeft, maar de ene prachtmelodie na de ander en de ene prachttekst na de andere worden op de luisteraar kabbelend afgevuurd. Het geheel is soms weemoedig, dan weer koddig, heel vaak troostrijk. En uiteindelijk daarmee toch juist behoorlijk afwisselend: Jeff neemt je mee, op zijn haast vanzelfsprekende toon, langs alle aspecten van het menszijn. Waar je uitputting zou verwachten, werkt het allemaal verrassend verkwikkend. En verslavend dus, om gewoon niet op uitgeluisterd te willen raken.

Jesse Tabish - Cowboy Ballads, Pt. I (2022)

poster
4,0
Grappig, aan Timber Timbre moest ik ook op momenten denken. Een associatie die ik bij Other Lives voorheen nooit had. In tegenstelling tot wat ik hierboven schreef zijn er dus wel degelijk verschillen te horen. Subtiele verschillen weliswaar, want Other Lives is toch wel het eerste waar je aan denkt. Nu weet ik niet in hoeverre Tabish Other Lives is, toen ik ze ooit live zeg bleken ze allemaal multi-instrumentalisten (soms tijdens nummers wisselend van instrument) dat ik daardoor uitging van een echt collectief. Maar als ik dit hoor dan zal Tabish toch wel de mastermind daarachter zijn en dan is het ook toch niet al te gek dat zijn solo-sound zo extreem dicht tegen die van z’n band aanschuurt. Met wat subtiele accentverschillen dus, zo is het op momenten iets duisterder (waarmee het dan meer in de Timber Timbre-hoek terecht komt) en misschien ook wat folkiër. En wat expliciet theatraler denk ik ook wel. Maar goed, hoe weinig verrassend dan misschien ook, deze nummers klinken wel allemaal weer als een klok en vormen een mooi broeierig geheel. Ik ben benieuwd of het, net als een gemiddeld Other Lives-album, per luisterbeurt meer op z’n plek zal vallen en nieuwe geheimen zal blijken prijs te geven. Spannend om dat mee te gaan maken…

Jessica Pratt - Here in the Pitch (2024)

poster
4,0
Mijn gezin kan totáál niet tegen deze stem, ik moet dit album dus stiekem opzetten. En misschien draagt het stiekeme ook juist wel bij aan de waardering, zoals een stiekeme sigaret toch ook doorgaans de lekkerste is. Maar lastig is het wel, want ik heb eigenlijk altijd zin om deze plaat op te zetten. Met Pratts eerdere werken was dat niet per se het geval. Ik heb weliswaar altijd enorm van haar wonderlijke klanken gehouden (waarvan die stem slechts een element is, hoewel datgene wat de een mee zal lokken en ander af zal stoten), maar beschouwde haar oeuvre als een verzameling impressies die in elkaars verlengde liggen; de voortzetting van iets dat bedwelmend voort blijft kabbelen. Dit album echter, zonder nou radicaal iets te doorbreken, weet voor mij meer te beklijven. Alsof de mist om Pratt een ietsiepietsie opgetrokken is en daarmee een glimp van haar ware schoonheid zichtbaarder dan voorheen. Het contrast is uiterst subtiel, maar juist door die subtiliteit zo fascinerend. Het mysterie moet intact blijven, laat het vooral nooit helemaal helder worden! Toch wel balen dat ik haar concert moet missen (nou ja, ik zit de volgende dag bij Beth, je kan ook niet alles hebben) maar dat ik in het grootste geheim naar dit album terug blijf grijpen is iets wat ieder geval vaststaat.

jj - jj n° 2 (2009)

poster
3,5
Over de Zweedse band jj (inderdaad geschreven met kleine letters en natuurlijk niet te verwarren met de Ierse band JJ72) is nagenoeg niets bekend. Begin dit jaar werd de 7-inch n° 1 uitgebracht en onlangs volgde de debuut-LP getiteld n° 2. Ja, dat houdt het tenminste overzichtelijk. Maar wat voor muziek is dit? 'Lo-fi wereldmuziek-ambient'? Dekt dat de lading? Je zou kunnen zeggen dat het soms gevaarlijk dicht naar het misselijkmakende van new age-muzak toekabbelt. Deze plaat zou het zeker goed kunnen doen ter begeleiding van tantra-seks met je innerlijke kind. Maar dat zijn mijn cynische associaties wanneer een van de negen tracks door mijn iTunes-lijstje voorbij komt shuffelen. Wanneer je in de juiste stemming bent en het album als geheel over je heen laat komen, openbaren zich juist uiterst spannende popliedjes door de wazige sfeer heen. Liedjes van een intrigerende onschuld en ontwapenende puurheid, die ook nog eens opvallend fijn zijn om op een onbewaakt ogenbik mee te fluiten. Het enige wat mij er op momenten toch van weerhoudt deze muziek volledig in mijn hart te kunnen sluiten, is het wel heel erg opzichtige gebruik van autotune-effecten over de vocalen in een aantal tracks. Doorgaans verwelkom ik maar al te graag ruimte voor het abjecte in het schoone, het lelijke in het serene - contrast is immers alles! - maar er zijn bepaalde grenzen en ik blijf toch ook maar een eenvoudige boerenlul. Rest mij nog te zeggen dat het prijsnummer van de plaat ecstasy heet. Die werkt zowaar zelfs in de shuffle-modus!

Bron: http://kasblog.punt.nl/

Julia Holter - Something in the Room She Moves (2024)

poster
4,0
Bijzonder imponerend hoe deze mevrouw nu al een kleine twee decennia een geheel eigen muzikaal universum weet te creëeren, waarbij elk album weer als een opzichzelfstaand sterrenstelsel binnen dat universum beschouwd kan worden. Ik betrad dit universum 12 jaar geleden bij Ekstasis, haar derde plaat, en zag haar indertijd een indringend optreden geven in de Vondelkerk. Sindsdien ben ik regelmatig door deze sterrenstelsels blijven rondzweven, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat inmiddels wel alweer een tijdje geleden was. Toch voelt het horen van haar engelenstem meteen vertrouwd, alsof er geen tijd verstreken is. En herkenbaar blijft die typische sound die tegelijk verleidelijk en afstandelijk, hypnotiserend en bevreemdend is, maar tegelijk met dit soort tegenstellingen totaal geen recht wordt gedaan; want het klinkt allemaal in al z'n eigenzinnigheid vooral zo wonderlijk natuurlijk. Alleen de wat langere ambient-achtige stukken komen mij soms wat gekunsteld over, die halen mij dan een beetje uit de droom. Daar stond ik vroeger misschien toch net wat meer open voor. Eigenlijk vind ik Julia op haar sterkst wanneer haar popgevoel de boventoon voert, omdat dan juist door het contrast de bevreemdende dromerigheid des te sterker naar voren komt, in mijn beleving althans. Dat is het verleidelijke element dat mij weer weet mee te voeren naar haar flonkerende universum, dat nog vele decennia kabbelend mag blijven uitdijen.